wereldbeelden
politieke reflecties
VKBlog Headerimage

Een minieme kans op een grote crash

dinsdag 30 september 2008 08:32
“Waar is het geld gebleven dat al die banken hebben verloren?” De oudere man kijkt mij met pretoogjes aan. Hij is al zijn lange leven links en lijkt zich te verkneukelen over de huidige kredietcrisis. Als ik het antwoord op zijn raadsel schuldig blijf, zegt hij: “Het is er nooit geweest!” In zijn visie is het simpel. De hele financiële wereld is windhandel. Als de aandelenkoersen stijgen denken we dat we rijker zijn, als ze dalen denken we dat we armer zijn, maar in feite verandert er weinig. Als mijn huis in waarde stijgt voel ik me rijker, als het in waarde daalt voel ik me armer, maar het blijft hetzelfde huis.

Schulden

Als grap heeft zijn raadsel een zekere charme, als analyse is het te simpel. Een daling van de koers heeft immers wel degelijk grote gevolgen. Kijk maar naar Fortis. Door de kelderende koers verdampte het vertrouwen in de bank. De dalende koers werd een zichzelf waarmakende voorspelling. En ook de dalende huizenprijzen in de Verenigde Staten hebben verregaande gevolgen voor de reële economie. Veel mensen die hun hypotheek niet meer kunnen betalen moeten hun huis met verlies verkopen. Zij blijven achter met forse schulden.
Toch heeft de oude man wel een beetje gelijk. Het essentiële probleem van de huidige kredietcrisis is dat we niet meer weten wat iets waard is. Dat komt door de onoverzichtelijkheid op de financiële markt. De sub prime leningen zijn versneden in ingewikkelde producten waarvan niemand nog weet wat het ze waard zijn. Dat maakt het Amerikaanse reddingsplan ook zo penibel. Als de overheid dubieuze leningen overneemt, moet ze een slag slaan naar de juiste prijs. Betaalt de overheid teveel dan is het een subsidie aan de banken. Betaalt ze te weinig dan wordt het onderliggende probleem van de geldnood niet opgelost.

Collectieve risicotaxatie

Wat een dubieuze lening waard is, hangt af van het risico dat de schuldenaar zijn verplichtingen niet kan nakomen. De markt voor schuldpapieren is in feite een collectieve risicotaxatie. In theorie heeft de markt altijd gelijk. In de praktijk is er echter sprake van een trieste asymmetrie. De afgelopen jaren bestond een collectieve onderschatting van het risico en nu bestaat er een collectieve overschatting van het risico. De onderschatting van het risico is prachtig beschreven in een artikel in de New York Times over de Amerikaanse verzekeraar AIG (27 september 2008). Het bedrijf met 116.000 werknemers is in feite ten val gebracht door een afdeling waar 377 mensen werkten. Zij verkochten banken verzekeringen tegen het risico dat een lening oninbaar was. Dat leverde veel geld op. In 2005 werd een slordige 3,5 miljard dollar winst gemaakt. AIG rekende erop dat er nooit hoefde te worden uitbetaald omdat de leningen solide waren. Zolang het goed ging werd de afdeling geroemd en verdienden de medewerkers gemiddeld een miljoen dollar per jaar. Maar toen het mis ging, ging het ook gelijk goed mis en trok die ene afdeling het hele moederbedrijf mee naar beneden.

Misleid door toeval

Nassim Nicholas Taleb noemt in zijn boek Misleid door Toeval dit fenomeen een minieme kans op een grote crash. Taleb heeft als handelaar fortuin gemaakt door op de financiële markten te speculeren op die zeer kleine kans op een grote kladderadatsch. Maar die strategie vergt geduld en dat is precies waar het vrijwel alle financiële instellingen aan ontbreekt. Op korte termijn is het slimmer om te kiezen voor een grote kans op een kleine winst. En dat wordt dus massaal gedaan. Tot een onvoorziene gebeurtenis leidt tot een onverwachte crash. En omdat de overheid zich geen massale financiële vertrouwenscrisis kan veroorzaken draait zij uiteindelijk op voor de minieme kans dat het mis gaat.
De oude socialist die mij het raadsel opgaf, hoopt dat het kapitalisme zijn beste tijd heeft gehad. Anderen denken dat de financiële wereld kan worden gesaneerd door haar te onderwerpen aan scherp toezicht. Maar meer toezicht impliceert dat de overheid de risico’s wèl goed kan inschatten. Dat getuigt van een even grote overmoed als die AIG de das om deed. De enige oplossing is dat instellingen zich richten op de lange termijn en rekening houden met de kleine kans op een grote ramp. Het moet ook makkelijker worden om te speculeren op zo’n ramp. Want hoe meer mensen denken dat het misgaat, hoe duurder het afdekken van een risico wordt. Dan worden banken vanzelf gedwongen voorzichtiger te opereren. Het gaat er namelijk niet om wat je vandaag op de bank hebt staan, maar om wat je morgen op kan hoesten.

De ontluisterende ontmaskering

dinsdag 23 september 2008 10:07
De ontmaskering is een favoriete debattruc van politici. Tijdens de Algemene Beschouwingen vorige week werden weer heel wat geheime agenda’s blootgelegd. Zo komt volgens Mark Rutte van de VVD onze wens geld te geven voor ontwikkelingssamenwerking voort uit schuldgevoel. Maar volgens Arie Slob van de ChristenUnie zegt Rutte dat maar omdat de VVD-leider net zo ferm wil klinken als Wilders en Verdonk. De SP verwijt de PvdA dat ze wel mooie praatjes verkopen over solidariteit, maar ondertussen de zwakkeren in de kou laten staan. Femke Halsema beticht Geert Wilders ervan dat hij helemaal niet geïnteresseerd is in de problemen in Gouda met Marokkaanse jongeren. Hij wil alleen maar stijgen in de peilingen. En de premier verwijt Rutte dat hij kul verkoopt over de begroting omdat hij ‘in de media’ wil komen.

Epo voor politici

Als er één beroepsgroep in Nederland is die constant bezig is om het imago van het eigen vak te bezoedelen dan zijn het politici. Zij portretteren hun collega’s maar al te graag als opportunisten die uit zijn op electoraal gewin en het niet zo nauw nemen met de feiten. Hun politieke tegenstanders zijn ijdeltuiten die alleen maar willen scoren. Zo ontstaat een door en door cynisch beeld van politiek. En dan zijn ze nog verbaasd dat de burger weinig vertrouwen heeft in de politiek. Wat Epo is voor wielrenners, is de ontmaskering voor de politiek. Je denkt er een concurrent mee te kunnen aftroeven, maar je ondermijnt het aanzien van je eigen beroep.
De grote misvatting van ontmaskeraars is dat ze denken dat een onthulling van een motief een ontkrachting is van een argument. Maar dat is onzin. Dat een bakker geld wil verdienen is geen bewijs dat zijn brood niet lekker smaakt. Dat een wetenschapper eeuwige roem nastreeft, wil niet zeggen dat zijn medicijn tegen malaria niet werkt. Dat een journalist ijdel is, maakt de vragen die hij stelt niet waardeloos. Mensen kunnen uit slechte motieven, goede daden verrichten en uit goede motieven rampzalige dingen doen. De smaak van het brood, de waarde van het medicijn of de scherpte van de vraag is niet gelegen in het motief, maar in het effect.

Wantrouwen

Natuurlijk kunnen beweegredenen bepalend zijn voor het resultaat. Een bakker die uit schraapzucht beknibbelt op zijn ingrediënten, bakt geen lekker brood. Een wetenschapper die rommelt met zijn resultaten om goede sier te maken, is een kwakzalver. En een journalist die meer is geïnteresseerd in zichzelf dan in zijn gast, ontbeert de voor een goed gesprek noodzakelijke nieuwsgierigheid. Twijfel over iemand motieven kan dus een aansporing zijn om nog eens goed te kijken naar de kwaliteit van iemands werk. Maar een oordeel over iemands motieven kan nooit in de plaats komen van een oordeel over het werk.
Toch is dat precies wat er in de politiek gebeurt. De ontmaskering van een tegenstander is op het Binnenhof geen reden zijn argumentatie nog kritischer tegen het licht te houden, maar een excuus om zijn argumenten weg te wuiven. Als ontwikkelingshulp voortkomt uit schuldgevoel, kan dat tot gevolg hebben dat het goede gevoel van het geven, belangrijker is dan het resultaat. Dat is een goede reden om streng te kijken naar de opbrengst van al die ontwikkelingsprojecten. Maar voor Rutte is het een reden om de ontwikkelingshulp te halveren. Als het motief niet deugt, kan het resultaat niet goed zijn. Als Wilders politieke munt wil slaan uit bedreigd ambulancepersoneel of Marokkaanse etters in Gouda, dan is zijn analyse het dus niet waard om veel woorden aan vuil te maken. Als Rutte alleen maar kritiek heeft op de begroting om in de media te komen, dan hoeft de premier dus niet op zijn argumenten in te gaan. Met een ontmaskering houdt het gesprek op. Een ontmaskering is letterlijk ontluisterend. We horen niet meer wat iemand zegt.

Cynisme

Maar het ontmaskeren van tegenstanders is een retorische truc die zichzelf in de staart bijt. De impliciete boodschap is immers dat politiek mooipraterij is. Maar waarom geldt dat dan niet ook voor de ontmaskeraar? Een debat over motieven kan ook niet worden beslecht. Elke politicus zal immers ontkennen dat hij uit electorale motieven handelt. En omdat hij goede redenen heeft om het te ontkennen, kunnen wij hem nooit op zijn woord geloven. Het klinkt kritisch, maar het is cynisch. Een productief debat is pas mogelijk als politici doen alsof motieven niet relevant zijn. Laat de geheime agenda toch geheim. Probeer uw tegenstander niet te betrappen op wat hij verzwijgt, maar luister naar wat hij zegt. Laat de maskers op, maar houdt uw oren open.

De sur place van Balkenende

dinsdag 16 september 2008 06:59
De economische tegenspoed komt het kabinet Balkenende eigenlijk wel goed uit. Nu kan de regering zich weer richten op het vertrouwde werk van het eerlijk verdelen van de pijn en het op orde houden van de staatskas. “Nederland op koers in economisch turbulente tijden” staat er dan ook boven het persbericht bij de miljoenennota. Het levert vertrouwde discussies op: Gaan de chronisch zieken er niet te veel op achteruit? En hoe zit het met de koopkracht van de AOW’ers met een klein pensioen? Is Bos wel streng genoeg als minister van financiën? Worden de aardgasbaten niet verjubeld? Het zijn heel belangrijke vragen, maar van een grootste visie op de toekomst getuigen ze niet.

Dubbele impasse

De nadruk op deze al te vertrouwde kwesties maskeert een dubbele impasse. De eerste impasse is een politieke. Als de hartenwens van de ene partij is om de huren te liberaliseren en van de andere partij om de hypotheekrenteaftrek te beperken, kan er een defensief of een offensief compromis worden gesloten. Bij een defensief compromis wordt van beide plannen afgezien. Bij een offensief compromis worden beide plannen doorgezet. Het kabinet Balkenende hangt van de defensieve compromissen aan elkaar. PvdA en CDA maken zich drukker om wat ze niet willen dan om wat ze wel willen. Geen onderzoek naar Irak, geen referendum over Europa en geen versoepeling van het ontslagrecht. Maar zoals ik vorig jaar al schreef: twee keer nee is niks (25-9-07). Met defensieve compromissen is het onmogelijk om doorbraken te forceren in zeurende kwesties als de vastzittende huizenmarkt, het gebrek aan perspectief van outsiders op de arbeidsmarkt, het rekeningrijden en het radicaal vergroenen van het belastingstelsel.

Outsiders op de arbeidsmarkt

Een passieve houding van het kabinet, versterkt bovendien de defensieve houding bij sociale partners. Het akkoord over het ontslagrecht van afgelopen week is natuurlijk een gotspe. Het oorspronkelijke oogmerk was om de positie van outsiders op de arbeidsmarkt te versterken. Maar gelooft er iemand dat buitenstaanders op de arbeidsmarkt nu meer kans op een baan hebben omdat de ontslagvergoeding wordt beperkt van mensen met een jaarinkomen van meer dan 75.000 euro? Het is een compromis dat een oplossing biedt voor een politiek probleem (de sluimerende ruzie tussen CDA en PvdA en tussen vakbonden en werkgevers), maar geen oplossing biedt voor het maatschappelijke probleem.

Bestuurlijke impasse

De tweede impasse is bestuurlijk van aard. De ambitie van het kabinet om van achterstandswijken prachtwijken te maken en de Nederlandse jeugd perspectief te bieden, vergen meer dan extra geld. Het vergt een nieuwe visie op de politieke sturing van de publieke sector. Maar zowel minister Vogelaar als minister Rouvoet lopen hierop vast. De strijd van Rouvoet tegen verkokering in de jeugdzorg leidt er toe dat hij druk doende is om een extra loket in te richten: de centra voor jeugd en gezin. Meer bureaucratie om de bureaucratie te bestrijden. Vogelaar wilde decentrale plannen voor de krachtwijken, maar kreeg ruzie met de corporaties en een waaier aan leuke plannen die te weinig focus hebben en daardoor te weinig impact dreigen te hebben.
Wat zich in beide gevallen wreekt is dat de oude bestuursfilosofieën zijn afgezworen, maar dat er nog geen alternatief is. Het geloof dat de samenleving maakbaar zou zijn met missives uit Den Haag is al langer verdampt. Afgelopen decennium gold een bedrijfsmatige overheid als alternatief. De politiek bepaalt in dit model wat er moet gebeuren en de uitvoerders zoals scholen of de politie bepalen hoe ze die doelstelling het beste kunnen behalen. Vervolgens rekent de politiek de uitvoerders af op de resultaten. Maar ook deze bestuursfilosofie ligt onder vuur. Een bedrijfsmatige overheid bedelft professionals onder administratieve verplichtingen en ontneemt ze de vrijheid om te doen wat ze nodig achten. Een bedrijfsmatige overheid rekent instellingen af op de eigen doelstelling. Het ontmoedigt zo samenwerking. Bovendien versterkt het de neiging van instellingen om lastige gevallen over de heg te dumpen. Maar een alternatief voor zowel de ouderwetse centralistische overheid als de bedrijfsmatige overheid ontbreekt.

Economische tegenwind

Door deze dubbele impasse lijkt het kabinet Balkenende nog het meest op een fietser die bijna stil staat. Met dit verschil dat zo’n sur place bij wielrenners de opmaat is voor een verrassende eindsprint. Dat valt van dit kabinet niet te verwachten. Maar zoals elke fietser weet, is het heel moeilijk om bijna stil te staan en toch niet om te vallen. Daarom is de economische tegenspoed zo’n zegen. Nu kan het kabinet volhouden dat het niet stil staat, maar heel hard bezig is om de economische tegenwind te trotseren.

GeenStijl is even moralistisch als Bluf!

dinsdag 9 september 2008 07:48
Wat maakt links zo haatbaar? Want als er iets opvalt in de tirades tegen links in de jaren tachtig, dan is het de wellust van de aanval. Het gaat allang niet meer om de verontwaardiging over een verzwegen inbraak in het Ministerie van Economische zaken of het publiceren van privé-adressen van topambtenaren. Het is het vereffenen van een oude rekening. Hier wordt genoegdoening geëist voor een diepe krenking. En die krenking is volgens mij het aangeprate schuldgevoel. Of het nu ging om feministen, milieu-activisten of anti-racisten, steeds was de boodschap van moralistisch links dat mensen zich moesten schamen. Mannen voor hun foute gedachten over vrouwen, blanken voor hun vooroordelen over zwarten en consumenten voor hun milieuvervuilende leefstijl. Zo’n morele veroordeling roept logischerwijs agressie op. Het antwoord op het belerende vingertje is een opgestoken middelvinger: “Wie denk jij wel dat je bent om mij de les te lezen?”

De schaamte voorbij

De grootste belofte van Pim Fortuyn was dat mensen zich nooit meer voor hun gedrag of hun gedachten hoefden te schamen. Hij was zelf de vleesgeworden schaamteloosheid. Hij sprak even makkelijk over criminele Marokkanen als over de smaak van sperma. “Ik zeg wat ik denk.” Maar zijn entree in de politiek heeft helaas geen einde gemaakt aan moralistische politiek. Integendeel. Links moralisme is ingeruild voor rechts moralisme. Waar het eerst politiek incorrect was om iets naars over allochtonen te zeggen, werd het nu politiek incorrect om tolerantie te bepleiten. En ook de nieuwe moralisten schermen maar al te graag met de Tweede Wereldoorlog. Wie zich niet fel genoeg verzet tegen de islam, bedrijft een politiek van appeasement en iedereen weet dat Chamberlain met deze laffe houding Hitler ruim baan gaf.
Linkse moralisten maakten ‘gewoon’ gedrag verdacht. Het openhouden van een deur voor een dame was geen beleefdheid, maar seksisme en Sinterklaas was geen kinderfeest, maar vanwege de zwarte pieten een viering van racistische stereotypen. Rechtse moralisten verheffen nu van de weeromstuit ‘gewoon’ gedrag tot norm. Iedereen die anders is moet zich maar aanpassen: “Als je een baan wilt hebben, scheer je die radicale baard maar af en werp je je hoofddoekje maar af.” En overtredingen van de norm moeten streng worden gestraft, ook als mensen die overtredingen een kwart eeuw geleden begingen. Verdonk heeft de verdediging van Sinterklaas zelfs een plek gegeven in haar politieke programma.

Het eigen gelijk

Ook het onbegrensd geloof in het eigen gelijk van linkse en rechtse moralisten vertoont opmerkelijke parallellen. Geen Stijl lijkt eigenlijk sprekend op het krakerstijdschrift Bluf van de jaren tachtig. Beide media voeren liever campagne dan dat ze journalistiek bedrijven. Hoor en wederhoor is dan alleen maar lastig. Bij beide media is het niet de bedoeling om tegenstanders te overtuigen, maar om hen zwart te maken. En net als Bluf destijds houden Geen Stijl-auteurs hun identiteit liever geheim. Het enige verschil is misschien dat linkse moralisten zich verheven voelden boven het gewone volk, terwijl rechtse moralisten impliciet zeggen: “Idealisten, geef het maar toe, jullie zijn net zulke klootzakken als wij.”
Wie politiek bedrijft of deelneemt aan het publieke debat wil het gedrag en de ideeën van anderen veranderen. Dat ligt altijd dicht in de buurt bij anderen de maat nemen. Als ik me keer tegen linkse en rechtse moralisten, maak ik me dan niet evengoed schuldig aan het veroordelen van politieke tegenstanders? Toch is er een belangrijk verschil. Voor moralisten staat bij voorbaat vast wat goed en kwaad is. Het publieke debat is dan geen uitwisseling van meningen, maar een strijd tegen andersdenkenden. “Wie tegen ons is, deugt niet.” Moralisten vertrouwen dan ook meer op intimidatie dan op argumentatie. Mijn pleidooi tegen moralisme is dan ook geen poging om mijn eigen mening door te drukken, maar überhaupt een uitwisseling van meningen mogelijk te maken. Wie zijn tegenstanders moreel veroordeelt, kapt het gesprek bij voorbaat af.

Het belerende vingertje en de opgestoken middelvinger

Links is zo haatbaar omdat het argumenteren in het verleden vaak moeiteloos overging in moraliseren. Maar het is onzin om te denken dat linkse politiek per definitie moralistisch is. Als ik een pleidooi hou voor gemengde scholen is dat geen veroordeling van blanke ouders die hun kinderen naar een witte school sturen. Ik begrijp heel goed waarom ze dat doen. Maar de optelsom van die begrijpelijke individuele keuzes levert wel segregatie op. Niks doen en zeggen dat de politiek met zijn poten van je kind moet blijven is daarom evenmin een oplossing. We moeten af van het belerende vingertje, maar ook van de opgestoken middelvinger.

Krakende bureaucraten

dinsdag 2 september 2008 18:03
Iedereen heeft spullen die hij niet gebruikt. Ik heb kleren die al jaren onaangeroerd in de kast liggen. De roeimachine die is aangeschaft tijdens een fantasie over een gezond leven en een gespierd lichaam staat ook al tijden in de weg en de esspresso-machine blijkt toch niet zo handig als ik dacht. Als die verweesde spullen morgen zijn verdwenen, zou ik ze niet missen. Toch moet niemand het wagen om ze ongevraagd en zonder mijn toestemming mee te nemen. Het zijn mijn spullen en als ik ze niet wil gebruiken is dat mijn zaak.

Leegstand

Maar wat nu als het niet gaat om een roeimachine of een espressomachine, maar om een woning of een kantoorpand? Volgens een strikte toepassing van het eigendomsrecht maakt dat geen verschil. Het is mijn woning of mijn kantoorpand, dus als ik het leeg wil laten staan is dat mijn zaak. Het opmerkelijke aan het voorstel voor een wettelijk verbod op kraken van de CDA’er Jan ten Hoopen is dat hij deze conclusie niet onderschrijft. Hij vindt het probleem van de leegstand (4,5 miljoen m2 kantoren, 11 miljoen m2 bedrijfsruimten en 2 miljoen m2 winkelpanden) zo groot dat hij dat het gebruik van deze panden niet aan de eigenaren wil overlaten. Hij maakt in feite een onderscheid tussen het eigendomsrecht en het gebruiksrecht. Als een eigenaar een pand leeg laat staan terwijl veel woningzoekenden helemaal geen woning hebben, verbeurt hij zijn gebruiksrecht.
Krakers hebben altijd precies van dit onderscheid gebruik gemaakt om hun daden te legitimeren. Het verschil is alleen dat Ten Hoopen wil dat niet krakers maar gemeenten gaan optreden tegen leegstand. Als een pand een half jaar leegstaat moet de eigenaar dat melden bij de gemeente. Binnen drie maanden neemt de gemeente contact op met de eigenaar. Als dat overleg niks oplevert kan de gemeente na een jaar leegstand een gebruiker voorstellen. Als de eigenaar daar niet op ingaat, wacht de eigenaar een dwangsom. Het voorstel van Ten Hoopen valt daarom het beste te typeren als een nationalisering van de kraakindustrie. Weg met het tuig, leve de krakende bureaucraten.

2 jaar en 8 maanden

Als Ten Hoopen vertrouwen had in zijn eigen aanpak is een verbod op kraken eigenlijk overbodig. Kraken is nu immers pas toegestaan als een pand 12 maanden leeg staat. Als het gemeentelijke anti-leegstandsbeleid werkelijk zo effectief is als hij belooft, kùnnen krakers niet meer toeslaan. Toch wil hij van kraken een misdrijf maken met een maximale straf van 2 jaar en acht maanden. Bij herhaling binnen vijf jaar kan de straf zelfs nog een jaar langer zijn.
In werkelijkheid zullen de gemeentelijke anti-leegstandsbureaucraten machteloos staan. De straf op het niet melden van leegstand is maximaal 7500 euro. Geen bedrag waar een gemiddelde speculant stijl van achterover slaat. Ook biedt de wet nog talloze wegen om met juridische middelen het voordragen van een gebruiker te traineren. Zo moet de gemeente aantonen dat het pand geschikt is voor gebruik en tegen die beslissing kan de eigenaar in beroep gaan.
Zijn wetsvoorstel vergroot zo de leegstand. Vooral omdat ook de noodzaak om kraakwachten in te schakelen verdwijnt. Nu wonen tussen de 20 en 30.000 mensen anti-kraak. Dat is een veel grotere groep dan de naar schatting 1500 krakers. Ten Hoopen wil met zijn kraakverbod paal en perk stellen aan de eigenrichting van de krakers. Maar het geweld dat zij gebruiken bij ontruimingen is al verboden. Krakers die booby-traps plaatsen in te ontruimen panden, waardoor politie-agenten in gevaar komen, verdienen het om vervolgd te worden. Hetzelfde geldt voor krakers die uit woede ramen ingooien op het stadhuis. Zulke uitwassen zijn al strafbaar. Daar is geen kraakverbod voor nodig.
Als Ten Hoopen erkent dat een eigendomsrecht geen onbelemmerd gebruiksrecht geeft, dan is kraken een burgerprotest om eigenaren te wijzen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het valt dan te vergelijken met een burgerarrest. Als ik iemand een inbraak zie plegen, mag ik hem als burger aanhouden. Ik moet de dief dan wel zo snel mogelijk overdragen aan de politie. Ik mag hem niet zelf in mekaar meppen. Dan wordt het eigenrichting. Hetzelfde geldt voor krakers. Als een pand 12 maanden leegstaat, mogen ze het kraken. Maar ze mogen het niet voor zichzelf opeisen. Zodra er een rechtmatige gebruiker klaar staat, moeten ze plaats maken. Als ze dat niet doen, mag dat van mij strafbaar zijn. Eerder niet. Want, zoals ook Ten Hoopen erkent, een woning, een winkel of een kantoorpand is iets anders dan een roeimachine of een espresso-apparaat. Een ongebruikt apparaat berokkent de samenleving geen schade, leegstaande panden doen dat wel.

De export van ouderen

dinsdag 26 augustus 2008 09:28
In de jaren negentig was het een populair begrip. Allerlei plannen werden destijds aangeprezen als win-win oplossingen. Politiek was niet meer een kwestie van kiezen, maar van het vinden van een creatief alternatief dat voor alle betrokkenen voordeel oplevert. Het was in deze optiek heel goed mogelijk om zowel de kool als de geit te sparen. Economische groei en milieubehoud hoefden geen tegenpolen te zijn. Met het geld dat wordt verdiend met een omstreden economische activiteit (een bedrijventerrein of gasboringen) kan elders een natuurterrein worden aangekocht, waardoor het milieu er uiteindelijk op vooruitgaat. Destijds was ik sceptisch over dit ongebreidelde optimisme. Het klonk me teveel als het kinderfeestje waar vader of moederlief zich in bochten wringt om iedereen te laten winnen. “Jij hebt de prijs voor de mooiste tekening, jij voor de origineelste tekening en jij de prijs voor de blauwste tekening!” Het is de utopie van een wereld zonder verliezers.

actieve ouderen

Inmiddels zijn we doorgeschoten naar de andere kant. Ik hoor nooit meer iemand over win-win oplossingen. En als er iets wordt bedacht dat voor alle betrokkenen voordeel oplevert, klinkt er geen gejuich, maar kritiek. Enkele weken geleden werd bekend dat de woningcorporatie Rochdale meewerkt aan de ontwikkeling van huurhuizen in Spanje. Een projectontwikkelaar (de United Momentum Group) bouwt 240 appartementen in de buurt van Benidorm en de corporatie levert voor de helft van die appartementen huurders. Het project is bedoeld voor ‘actieve ouderen’ die wel in Spanje willen wonen, maar zich geen koophuis kunnen veroorloven. Rochdale hoopt dat zo 120 woningen vrij komen op de krappe Amsterdamse woningmarkt. De ‘actieve ouderen’ blij en de nieuwe huurders die de verlaten woningen betrekken ook dolgelukkig. Dat is nog eens een win-win oplossing.
Maar de drukinkt van het artikel in de Telegraaf (8-8-08) was nog niet droog of de kritiek barste los. CDA’er Van Bochove kondigde aan Kamervragen te stellen. PvdA’er Depla was ook tegen: “Straks bouwen we in de hele wereld, maar verwaarlozen we de belangen van de huurders hier.” Het ministerie van VROM eiste opheldering, want corporaties mogen niet risicovol investeren in het buitenland. De corporatie probeerde vervolgens de boel te sussen. Er stond weliswaar in het persbericht dat de corporatie een huurgarantie had afgegeven, maar dat was een misverstand. Als Rochdale te weinig huurders aanlevert, hoeft de corporatie niet te dokken. En omdat er heel veel interesse is van ‘actieve ouderen’ is de kans op leegstand sowieso gering.

Maastrichtse studenten

De discussie over de vraag of er een huurgarantie is afgegeven, maskeert de principiële kwestie. Deugt het verbod op investeren in het buitenland wel? Rochdale bouwde in 2007 1018 woningen en was daarmee koploper. Met het Spaanse plan kan de corporatie voor een fractie van de kosten van de nieuwbouw zorgen voor 120 extra vrije woningen. Zulke plannen moeten niet worden afgeremd, maar aangemoedigd. Bouw niet alleen Nederlandse kolonies in Spanje of Frankrijk, maar ook in Suriname, Marokko en Turkije. Hoe meer ouderen verleid kunnen worden om in het buitenland te gaan wonen, hoe meer woningen vrij komen voor huurders die al lang wachten op een passende woning. Zo’n vrijwillige export van ouderen is efficiënt en effectief. Maar het hoeft niet tot ouderen beperkt te blijven. De Maastrichtse woonstichting Servatius lanceerde enkele jaren geleden plannen om voor Maastrichtse studenten studentenwoningen te bouwen in Luik. Ook toen was het ministerie tegen. De juridische procedures lopen nog steeds.

De grens over

Het verbod op buitenlandse financieel risicovolle projecten is bedoeld om Nederlandse huurders te beschermen tegen corporaties die hun geld verspillen aan de bouw van buitenlandse luchtkastelen. Maar de huidige strikte toepassing ervan is juist schadelijk voor huurders. In plaats van een verbod kan er beter een verantwoordingsplicht komen. Als corporaties de toezichthouders van het ministerie kunnen overtuigen dat huurders in Nederland baat hebben bij hun buitenlandse plannen, zijn activiteiten over de grens toegestaan.
In de jaren negentig waren win-win oplossingen vaak een poging om een fundamenteel conflict te maskeren. Mijn vrees was dat dan het zwakkere belang, zoals het milieu, dan keer op keer het gelag zou betalen. Maar Rochdale laat zien dat er wel degelijk oplossingen zijn zonder verliezers. Er is namelijk geen belangentegenstelling tussen ‘actieve ouderen’ die naar Spanje willen en huurders die wachten op een passende woning. Het conflict ontstaat pas doordat de wet een belemmering vormt voor het creatief behartigen van de belangen van huurders. Als huurders bereid zijn om over de grenzen van het land te kijken, mag de wetgever niet achterblijven.

champagne voor freelancers

dinsdag 19 augustus 2008 09:23
Soms wordt er geschiedenis geschreven zonder dat iemand het merkt. Afgelopen zomer heeft de belastingdienst een besluit genomen dat voor freelancers van enorm belang is. De dienst heeft officieel zijn goedkeuring verleend aan het zogenaamde Uniforce-concept. Het Uniforce concept maakt het mogelijk voor zelfstandigen om volledige zeggenschap te hebben over de eigen onderneming en toch als werknemer verzekerd te zijn. Dat betekent dat iemand eigen baas is, maar wel een uitkering krijgt in geval van ziekte, zwangerschap, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid. Twee jaar geleden schreef ik voor de Volkskrant een artikel over dit concept (22-4-2006). Ik was er zo enthousiast over dat ik zelfs mijn broer heb overtuigd om Uniforcer te worden.

Brief van de belastingdienst

Daarom was het vorig jaar even schrikken toen tachtig Uniforcers van de belastingdienst te horen kregen dat de dienst de constructie afwees. Had ik mijn broer schijnzekerheid aanbevolen? Dat is niet goed voor de familieverhoudingen. Die brief werd weliswaar snel ingetrokken, maar de onzekerheid bleef. Vroeger was het simpel. Iemand was werknemer of zelfstandige. Een werknemer heeft een baas die hem kan ontslaan, een zelfstandige heeft tenminste vier verschillende opdrachtgevers per jaar. Een werknemer heeft recht op ww als hij wordt ontslagen, een zelfstandige zonder werk heeft dat niet. Maar voor veel freelancers gaat deze tweedeling niet op. ICT deskundigen en interim-managers werken soms maandenlang voor één opdrachtgever. Vrachtwagenchauffeurs met een eigen wagen rijden soms ook maar voor één of twee opdrachtgevers. Ze komen niet aan vier opdrachtgevers per jaar. De belastingdienst beschouwt ze als werknemer en dus lopen hun opdrachtgevers het risico achteraf te worden aangeslagen voor de sociale premies.

Dure arbeidsongeschiktheidsverzekering

Het uniforce-concept biedt daarvoor een oplossing die de voordelen van het werknemerschap (zekerheid) combineert met de voordelen van het ondernemerschap (vrijheid). De zelfstandige richt samen met Uniforce een BV op. De zelfstandige is in dienst van die BV. De BV verhuurt hem aan de opdrachtgever. De freelancer heeft 80 % van de aandelen. Uniforce heeft de rest. Maar de aandelen van Uniforce zijn bijzonder. Ze leveren geen winstuitkering op, maar geven Uniforce wel de meerderheid van stemmen op de aandeelhoudersvergadering. Daarom is er een gezagsverhouding. De aandeelhoudersvergadering kan de directeur ontslaan. De zelfstandige is dus juridisch gezien een werknemer. Hij moet werknemerspremies betalen, maar heeft ook de rechten van een werknemer. Maar Uniforce mag de directeur alleen ontslaan als hij zijn sociale premies niet betaalt of fraudeert. Over de koers van de onderneming heeft Uniforce geen mening. De zelfstandige behoudt dus zijn vrijheid. Via Uniforce is de zelfstandige ook aangesloten bij een arbo-dienst die in geval van ziekte helpt om de freelancer weer snel aan het werk te krijgen. Voor deze dienstverlening betaalt de freelancer 185 euro per maand aan Uniforce.
Uniforce is niet alleen een uitkomst voor freelancers met weinig opdrachtgevers, maar ook voor oudere werknemers die overwegen om voor zichzelf te gaan werken. Als een vijftigplusser een arbeidsongeschiktheidsverzekering wil afsluiten is de premie gigantisch. Voor veel ouderen is dat een reden om toch maar niet voor zichzelf te gaan werken. Uniforce kan die koudwatervrees wegnemen.

Solidariteit van de 21e eeuw

De oplossing van Uniforce klinkt te mooi om waar te zijn. Nodigt het niet uit tot misbruik? Zullen werkgevers niet massaal proberen om werknemers via een uniforce constructie ‘zelfstandig’ te laten worden? Uniforcers kunnen ze immers in een oogwenk de laan uit sturen. En zullen interim-managers en ICT-deskundigen die even geen werk hebben, niet hun hand op gaan houden voor een ww-uitkering? Het eerste gevaar is reëel. Maar deze tendens waarin voormalige werknemers zelfstandigen worden is al zichtbaar op de arbeidsmarkt. Het voordeel van Uniforce is dat zulke zelfstandigen in ieder geval behoorlijk verzekerd blijven. Het tweede gevaar bestaat niet, want een Uniforcer die even geen opdrachten binnenhaalt, krijgt pas een ww-uitkering als de BV die hem inhuurt failliet gaat. Het is dus geen ondermijning van de sociale zekerheid, maar juist een versterking van de financiering van de collectieve verzekering omdat ook zelfstandigen premie betalen.
Het is daarom goed dat de belastingdienst na veel wikken en wegen heeft besloten om de Uniforce constructie goed te keuren. Bij mijn broer en andere uniforcers kan de champagne worden ontkurkt. Maar het besluit is niet alleen van belang voor de 400 freelancers die nu uniforcer zijn. Op termijn zullen veel meer mensen kiezen voor deze derde weg tussen werknemerschap en ondernemerschap. Zo ontstaat er dynamiek op de arbeidsmarkt zonder dat de risico’s worden afgewenteld op kleine zelfstandigen. Dat is de solidariteit van de 21e eeuw. En daarom schrijft de belastingdienst ongemerkt geschiedenis.

Eerlijk stelen

dinsdag 12 augustus 2008 07:46
Een radicale actievoerder ben ik nooit geweest. Ik heb wel eens een woning helpen kraken en een overheidsgebouw bezet, maar het stelt allemaal weinig voor. Mijn activisme bestond vooral uit entertainment en vermaak. Ik maakte deel uit van een straattheatergroep die speciaal voor betogingen en demonstraties stukken schreef en speelde. Bij een van die toneelstukjes maakten we wel gebruik van een gasmeter die was gestolen uit de woning van de burgemeester van Utrecht. Dat was in feite heling. Stel nu dat ik politicus was. Zou ik dan vanwege deze onschuldige wetsovertreding mijn geloofwaardigheid kwijt zijn?

Inbraak

Nadat Wijnand Duyvendak heeft bekend dat hij in 1985 betrokken was bij een inbraak in het ministerie van Economische Zaken is het hele land over hem heen gevallen. Uit een opiniepeiling blijkt dat maar liefst 57 % van de ondervraagden vindt dat hij moet vertrekken. Burgerlijke ongehoorzaamheid kan op weinig sympathie meer rekenen. Ik vind daarentegen nog steeds dat het legitiem kan zijn om de wet te overtreden om misstanden openbaar te maken. Stel dat Nederlandse militairen in Afghanistan gevangenen zouden martelen. Dan zou ik een actievoerder die het bewijs van die praktijk zou stelen en openbaar maken, niet veroordelen, maar toejuichen. De wetsovertreding (je mag niet stelen) helpt in zo’n geval om een hogere waarde die ook in de wet is vastgelegd (je mag niet martelen) te verdedigen.
In feite heeft het kabinet een vergelijkbare afweging gemaakt na de diefstal van bankgegevens door een medewerker van de Liechtensteinse LGT bank. De medewerker had een CD-Rom met gegevens van de rekeningen vol zwart geld voor 4,2 miljoen euro verkocht aan de Duitse geheime dienst. Ook de Fiod heeft van deze gestolen gegevens gebruik gemaakt om 19 Nederlanders en de 2 Nederlandse bedrijven aan te pakken. Blijkbaar vindt het kabinet in dit geval heling legitiem om het grotere kwaad (belastingontduiking) aan te pakken.

Burgerlijke ongehoorzaamheid

Maar burgerlijke ongehoorzaamheid is alleen legitiem als aan strenge voorwaarden is voldaan. De socioloog Kees Schuyt stelt in zijn proefschrift uit 1972 dat burgerlijke ongehoorzaamheid openlijk, gewetensvol en geweldloos moet zijn. De gekozen aktie moet ook in verhouding staan tot het doel. Het doel van de inbraak bij Economische Zaken was om te laten zien dat de regering plannen maakte voor een nieuwe kerncentrale terwijl de Minister tegen de Kamer had gezegd dat er geen nieuwe centrales zouden komen. De aktievoerders vonden dat de Minister de kamer onjuist had geïnformeerd. De vraag is of er geen andere manieren bestonden om die informatie boven water te krijgen. Sinds 1980 bestaat immers de Wet Openbaarheid van Bestuur. Toch denk ik dat de aktie een voorbeeld had kunnen zijn van legitieme burgerlijke ongehoorzaamheid.
Maar aan een andere voorwaarden van Schuyt hebben Duyvendak en zijn kompanen zich niet gehouden. Ze hebben hun actie niet openlijk uitgevoerd. Ze hebben zich niet bekend gemaakt. Duyvendak heeft later in het Parool zelfs gelogen dat hij niet wist wie er bij de inbraak betrokken waren. Volgens Schuyt geeft juist de openlijke bekentenis van de eigen misdaad burgerlijke ongehoorzaamheid zijn legitimiteit. De ‘dader’ doet daarmee namelijk twee dingen. Hij erkent de democratische rechtsorde, hij is zelfs bereid om de straf voor zijn daad te ondergaan, en hij claimt dat een hoger doel die wetsovertreding rechtvaardigde. Dan is het pas eerlijk stelen.
Duyvendak en zijn kompanen hebben nooit op die manier verantwoording af willen leggen voor hun daden. Sterker nog, zelfs nu doet Duyvendak dat niet. Hij neemt wel afstand van zijn actie, maar hij geeft daarvoor alleen strategische argumenten, geen morele overwegingen. Radicale actie acht hij niet effectief omdat actievoerders daarmee de sympathie van het grote publiek verspelen. Hij vindt het slimmer om via de politiek te strijden voor een beter klimaat.

Terreur

Door verantwoording af te leggen wordt ook voorkomen dat burgerlijke ongehoorzaamheid leidt tot eigenrichting en terreur, want wie een bomaanslag of een brandstichting bekent, verdwijnt voor een fikse tijd achter de tralies. Ik heb één keer aan een actie meegedaan die absoluut niet voldeed aan deze voorwaarden voor legitieme burgerlijke ongehoorzaamheid. De actiegroep Tegengas hielp mensen om hun gasmeter te kantelen uit protest tegen de hoge gasprijs en de vele afsluitingen. Een gekantelde gasmeter stond stil en dus was het gas gratis. Ik heb dat toen ook gedaan. Maar daar heb ik nu spijt van. Die actie kon absoluut niet door de beugel omdat ik het stiekem deed, er geen verantwoording voor aflegde en zo mijn straf ontliep. Dan is het geen actievoeren, maar ordinair stelen.

Ouder dan mijn vader

dinsdag 22 juli 2008 07:44
Overmorgen ben ik even oud als mijn vader toen hij stierf. Hij was toen 42 jaar, 4 maanden en 17 dagen. Ik was op dat moment 5 jaar oud. Ik heb nauwelijks herinneringen aan mijn vader. En wat ik me herinner zijn foto’s, geen levende herinneringen. Zo is er de foto van mijn ouders bij hun twaalfenhalfjarig huwelijk, vlak voor zijn dood. Door de kanker zijn mijn vaders wangen ingevallen en liggen zijn ogen ongenadig diep in zijn kassen. Wij staan erbij in onze zondagse kleren. En ook onze hond Pipo staat erop. En er zijn verhalen. Zo is me later verteld hoe ik reageerde nadat mijn moeder uit het ziekenhuis was teruggekomen met het fatale nieuws. Mijn moeder ging op de bank zitten met haar armen wijd. Onder elke arm twee huilende kinderen. Ik loop rondjes om de vierkante houten salontafel. Om de paar rondjes vroeg ik of ze nog lang doorgaan met huilen.

Vrouwengezin

Sommige mensen kunnen missen wat ze niet kennen. Ze hunkeren naar een land van herkomst waar ze nooit zijn geweest of naar een verleden dat ze niet hebben meegemaakt. Ik heb het gemis van mijn vader nooit gekoesterd. Ik deed liever stoer. Als tiener zag ik vrienden die het niet makkelijk hadden met die starre oude man die zich hun vader noemde. Dan had ik het beter getroffen in ons vrouwengezin. Mijn moeder is namelijk nooit hertrouwd en mijn drie oudere zussen bepaalden thuis de toon. Mijn broer en ik waren het niet anders gewend. Mijn moeder verbood zelden iets. En als ze ontstemd was, dan was ze niet boos, maar teleurgesteld.
Zelfs toen ik later kinderen kreeg, heb ik hem niet gemist. Ik heb geen idee wat voor vader hij was en dus hoefde ik me ook niet aan hem te spiegelen of me tegen hem af te zetten. Dat is wel zo makkelijk. Ik heb me eerder laten leiden door de stijl van mijn moeder en door mijn oom die altijd met ons op vakantie ging.

Morbide humor

De dood van mijn vader en die van mijn zus (ze overleed als gevolg van een verkeersongeval toen ik veertien was), heeft zich vooral gewroken in mijn onbedwingbare neiging om zwartgallige grapjes te maken over de dood. Zo schiep ik er als puber een onnavolgbaar genoegen in om mijn moeder in verhalen aan te duiden als de weduwe Hilhorst. Ook over mijn eigen dood heb ik talloze misplaatste grappen gemaakt. Ik herinner me nog dat mijn dochter een paar jaar geleden heel druk in de weer was met handlezen. Toen mijn moeder op bezoek was gingen we onze handen vergelijken. De lijnen in de hand van mijn dochter vertoonden een ongelooflijke overeenkomst met die in mijn hand. Ze was helemaal verguld met haar ontdekking. Ik flapte eruit: “Nou dan zal jouw vader ook wel vroeg doodgaan.” Mijn moeder was als vanouds ontstemd. Niet boos, maar teleurgesteld. “Zoiets zeg je niet tegen een kind.”
Toen ik mijn dochter vertelde dat ik deze anekdote ging gebruiken voor deze column betrok haar gezicht. Mijn vriendin was boos. “Waarom val je haar daarmee lastig? Weet je wel wat je doet?” Mijn dochter liet daarop haar tranen de vrije loop. Ze vertelde hoe goed ze zich kon herinneren dat ik haar op haar vijfde haar ook al had geterroriseerd met de dood van mijn vader. Ik had haar verteld dat zij nu de leeftijd had waarop ik mijn vader was verloren. Ik dacht dat ik alleen de herinnering aan mijn vader en mijn zus levend had gehouden. Maar zij had het anders ervaren. Het was voor haar eerder een vorm van morele chantage. “Pas maar op. Voor je het weet ben ik dood. Je kan maar beter nog even van me houden.” Zo worden trauma’s aan een volgende generatie doorgegeven. Een Joodse vrouw vertelde mij ooit dat haar vader haar altijd had gemaand om een leren jas en veel baar geld klaar te hebben liggen voor noodgevallen. “Zo’n jas is perfect. Hij kan klappen opvangen, hij is warm en je kan hem als je op de vlucht bent altijd nog verkopen.” Het is een angstaanjagend goed advies. Mijn verlies is geen oorlogstrauma. Toch ben ik er in geslaagd om mijn dochter te belasten met mijn angst. En die angst is niet alleen een vrees voor de dood. Nee de echte angst is dat mijn kinderen mij zullen vergeten zoals ik mijn eigen vader vergeten ben.

Dromen van seks en easy money

dinsdag 15 juli 2008 07:01
Met vijf Turkse en Marokkaanse jongens van 13 ging ik ooit op pad door Amsterdam Nieuw-West. Voor mij was het een mooie gelegenheid om door hun ogen naar de buurt te kijken. Voor hen was het een mooi excuus om een ochtend hun school te kunnen ontvluchten, want ‘leren’ zeggen ze zelf is niks voor hen. Ik was destijds bezig met een project over stadvernieuwing en een bevriende leerkracht van de praktijkschool was bereid om me zijn leerlingen te lenen. Als ik ze vraag waar ze over tien jaar denken te wonen, antwoordt Khalid rap: “In de cel”. Even later is Murat al even grappig: hij haalt een condoom uit zijn portemonnee. Hij wil me doen geloven dat hij al heel wat meisjes heeft gehad. Ze voeren een hele show op en laten zich van hun stoerste kant zien. Ze willen mij doen geloven dat hun leven draait om sex, misdaad en easy money. Maar door hun verhalen schemert een leven van verveling, armoe en een bleek toekomstperspectief.

Waterbed

Door de consternatie over het rapport van het NICIS “Na de sloop” moest ik terugdenken aan Khalid, Murat en de anderen. De onderzoekers van het NICSI waarschuwen voor een waterbedeffect. Als door sloop en nieuwbouw in een Vogelaarwijk een aantal huurders moeten vertrekken, zullen de problemen toenemen in de wijken waarnaar ze vertrekken. Die wijken dreigen daarom de achterstandswijken van de toekomst te worden. Minister Vogelaar heeft de kritiek van de hand gewezen. Haar aanpak is veel meer dan sloop en nieuwbouw. Het kabinet steekt geld in Vroeg en Voorschoolse Educatie en brede scholen. Ze stimuleert gesprekken achter de voordeur om problemen vroeg op het spoor te komen. Bovendien is er ook geld beschikbaar voor andere wijken dan haar veertig prachtwijken in spe. In een ander rapport hebben de onderzoekers bovendien zelf geschreven dat een gemengde wijk juist betere toekomstperspectieven biedt voor kwetsbare bewoners.

Naast elkaar langs elkaar leven

Van die heilzame werking van de gemengde wijk merken Khalid en Murat nog weinig. Aangekomen bij een aantal dure nieuwbouw appartementen vraag ik ze of ze iemand kennen die daar woont. Ze kijken me verbaasd aan. Natuurlijk niet zeggen hun ogen. Deze woningen zijn voor Rijke Hollanders en dus hebben zij er niks te zoeken.. Tot er een roept. “Bob”. “Ja,” roept de rest. Bob woont daar en Bob kennen ze allemaal. Als ik wil weten wie Bob is, blijven ze me het antwoord schuldig. Als ze me hun lagere school laten zien vertellen ze dat daar amper blanke kinderen op zaten. Hun contact met Hollanders blijft beperkt tot het nafluiten en aanspreken van blonde meisjes in het winkelcentrum. In dat winkelcentrum zijn ze trouwens niet echt welkom. Als we er samen doorheen lopen houden de bewakers de jongens stringent in de gaten.
Een gemengde wijk kan de toekomstperspectieven van jongens als Khalid en Murat verbeteren als ze daardoor op een gemengde school zitten. Maar dan moeten de middenklasse uit de koopwoningen hun kinderen niet en masse buiten de wijk op school doen. Het kan helpen als daardoor meer geld wordt uitgegeven in de wijkeconomie. Het kan helpen om de problemen beter behapbaar te maken voor de lokale bestuurders. Maar er blijft een kloof gapen tussen het verbeteren van een wijk en het verbeteren van de toekomstperspectieven van deze jongens.

Voorbeeldwijken

De kracht van de wijkaanpak is voor mij geweest dat je in de moeilijkste wijken van Nederland laat zien dat je met gerichte investeringen de toekomstkansen van de bewoners kan verbeteren. Als je daar moeders uit hun isolement kan halen, kinderen op en buiten school kan bijspijkeren en netwerken kan weven tussen kwetsbare en weerbare burgers, dan kan het overal. Maar het gevaar van een wijkaanpak is dat het verbeteren van het aanzien van de wijk belangrijker wordt dan het verbeteren van de kansen van de bewoners. Het gevaar is dat sloop en nieuwbouw leidt tot de export van kanslozen. Het gevaar is dat rijk en arm wat dichter bij elkaar wonen, maar nog steeds langs elkaar heen leven. Het gevaar is dat lieve projecten ter bevordering van de leefbaarheid belangrijker worden dan investeren in onderwijs en werk. Maar die risico’s zijn geen reden om de wijkaanpak op te geven. Het is alleen een aansporing om steeds de vraag te stellen: wat schieten Khalid, Murat en de andere jongens hiermee op? Helpen deze investeringen om te zorgen dat zij niet meer dromen van sex en easy money, maar kansen zien voor zelfontplooiing en een leuke baan?

Verzwarende omstandigheden

dinsdag 8 juli 2008 10:22
Peter R. vermoordde na een avondje stappen de vrouw van zijn voormalige werkgever. Wilhelm S. ontsnapte aan zijn bewakers en vermoordde een 73 jarige Amsterdammer en Michael S. verkrachtte op proefverlof een 13 jarig meisje. Peter R., Wilhelm S. en Michael S. waren toen zij hun misdaden pleegden veroordeeld tot TBS. Deze dwangbehandeling moest voorkomen dat ze opnieuw de fout ingingen. Maar het ging mis. En dat gebeurt vaker. Van de TBS’ers die tegen de zin van de kliniek vrij komen begaat 40 % binnen 10 jaar weer een ernstig misdrijf. Van de TBS’ers die vrij komen met instemming van de kliniek is dat ook nog één op de vier. Van de eerste groep begaat een op de vijf zelfs een zeer ernstig misdrijf zoals een moord waarop een gevangenisstraf staat van 8 jaar of meer. Van de tweede groep is dat een op de twintig. Het is niet verbazingwekkend dat TBS’ers op weinig sympathie kunnen rekenen. Na elk drama klinkt de roep om een strenger regime voor deze monsters.

Voor onbepaalde tijd

Maar deze roep om een strenger regime voor TBS’ers begint averechts te werken. Het hele systeem dreigt te imploderen. Instellingen zijn voorzichtiger met proefverloven en geven veel minder makkelijk hun toestemming voor vrijlating. De gemiddelde duur van een TBS behandeling is gestegen van gemiddeld 4,5 jaar naar 7 jaar. Inmiddels zijn er 200 TBS’ers die nooit meer vrij komen. Ze zitten op een zogenaamde long stay afdeling. Volgens advocaat Willem Anker is dat één op de acht TBS’ers. Het is de vraag of al die 200 patienten inderdaad hopeloze gevallen zijn. Enkele jaren geleden interviewde ik een ex-TBS’er die onder de naam Ludwig Humphrey het boek Onder Dwang had geschreven. Ludwig had zijn vriendin vermoord. Hij vertelde dat het personeel een verbanning naar de long stay afdeling gebruikte als dreigement tegen lastige patiënten.

Een bedreiging met een aardappelschilmesje

Nu zal het de gemiddelde burger worst wezen of sommige TBS’ers onterecht op een long stay afdeling zitten. Met zulke monsters hebben zij geen enkel medelijden. Dat komt omdat iedereen bij TBS’ers denkt aan moordenaars en verkrachters. Maar er is ook nog een andere categorie mensen die een veroordeling krijgen. Onlangs vertelde Josina de Vormer in De Volkskrant (13 juni 2008) over de TBS van haar dochter. Haar dochter heeft een psycholoog bedreigd met een aardappelmesje. Haar dochter is een zware borderliner. Maar in de TBS kliniek krijgt ze vanwege personeelstekort nauwelijks behandeling. En vanwege gebrek aan behandeling wordt het verblijf steeds verlengd. Op bedreiging staat een maximale gevangenisstraf van 4 jaar. Haar dochter zit al 6 jaar in de TBS-kliniek.
Van misdadigers met psychiatrische problemen wordt gezegd dat zij verminderd toerekeningsvatbaar zijn. Hun psychiatrische problemen werden ooit aangevoerd als een verzachtende omstandigheid. Inmiddels zijn die psychische kwalen eerder een verzwarende omstandigheid. Mensen krijgen niet een lagere straf omdat hun daden voortkwamen uit dwangmatig gedrag. Integendeel. Zij worden langer opgesloten omdat hun psychiatrische kwaal de kans op recidive vergroot. De advocaat Lucy Oldenburg heeft recentelijk twee verkrachters naast elkaar gezet. De een is veroordeeld tot 18 maanden cel. De ander zit al 9 jaar vast met TBS. Voor criminelen is een veroordeling tot TBS niet meer een kans op genezing, maar een risico om nooit meer vrij te komen. Veel advocaten adviseren hun cliënten om niet mee te werken aan psychologisch onderzoek. Een veroordeling tot dwangverpleging is dan weliswaar nog steeds mogelijk, maar de kans daarop is wel veel kleiner. Vanuit het perspectief van de veroordeelde is dit advies begrijpelijk, maar voor de samenleving is deze ontwikkeling desastreus.

Gewone gevangenen

Het betekent dat mensen als Peter R., Wilhelm S. en Michael S. in de toekomst zullen proberen te ontkomen aan TBS. Het betekent dat zij na een gevangenisstraf van een aantal jaren onbehandeld op vrije voeten zullen komen. Het aantal TBS’ers dat opnieuw de fout in gaat zal op deze manier aanmerkelijk dalen, want er komen dan nauwelijks TBS’ers vrij. Maar helaas maakt dat de samenleving niet veiliger. Het zijn dan ‘gewone’ gevangenen die opnieuw de fout in gaan. Het is tijd om over onze schaduw heen te springen. Uit angst om levenslang te worden opgeborgen gaan mensen die behandeling nodig hebben, proberen die behandeling te ontlopen. Het resultaat van onze harde opstelling tegen TBS’ers zal daarom eerder zijn dat er meer voormalige werkgevers en bejaarde Amsterdammers worden vermoord en meer 13 jarige meisjes worden verkracht. Want de behandeling in de TBS is verre van optimaal, maar zonder behandeling zijn gekken als Peter R., Wilhelm S. en Michael S. nog veel gevaarlijker.

Eigen zwervers eerst

dinsdag 1 juli 2008 08:02
  Het lijkt een simpele vraag: wat gebeurt er met een verloederde buitenlander die geen verblijfsvergunning, geen werk, geen vaste woonplaats en geen verzekering heeft? Het antwoord lijkt simpel. Zo iemand wordt teruggestuurd naar het land van herkomst. Sinds enkele jaren bestaat zelfs de mogelijkheid om illegalen in afwachting van hun uitzetting voor ongeveer een half jaar op te sluiten. Maar wat nu als deze verloederde buitenlander een Pool is? In de Europese Unie bestaat vrij verkeer van personen. Een Pool mag naar Nederland reizen en krijgt drie maanden de tijd om werk te zoeken. In de wet staat dat hij na die drie maanden wel moet beschikken over een inkomen en een ziektekostenverzekering. Wat er moet gebeuren als iemand na drie maanden geen inkomen en geen ziektekostenverzekering heeft, staat niet in de wet. Een lacune die zich laat voelen bij de opvang voor daklozen en de verslavingszorg in de grote steden. Volgens Johan Breukels van de GGD Rotterdam staan er bij één instelling voor verslavingszorg in zijn stad al tegen de honderd verslaafde Europeanen op de lijst. Omdat ze niet verzekerd zijn, kunnen ze niet worden opgenomen in een kliniek. En als een instelling methadon verstrekt, moet zij dit uit eigen zak betalen. Het gaat overigens niet alleen om Polen, maar bijvoorbeeld ook om Bulgaren, Roemenen en Kaapverdianen met een Portugees paspoort. Vaak zijn ze gekomen om werk te zoeken, maar vrij snel in de goot beland. In hun levensonderhoud voorzien ze met criminaliteit en prostitutie.
geen parodie

Ook bij de opvang voor daklozen is een groeiende aanwas van Europeanen te zien. Een paar jaar geleden meldde zich slechts sporadisch een Oost-Europeaan bij het Leger des Heils, maar nu zijn het er steeds meer. Volgens het Haagse gemeenteraadslid voor de VVD Arjen Lakerveld zouden Poolse werknemers elkaar aanraden om na aankomst eerst langs het Leger des Heils te gaan voor gratis eten, kleding en een douche. De meesten verdwijnen na een tijdje uit beeld omdat ze werk hebben gevonden of zijn teruggekeerd, maar een hard kern blijft en raakt verslaafd, vooral aan de alcohol. Lakerveld heeft het Haagse gemeentebestuur om maatregelen verzocht. Hij vreest dat de Europese zwervers de plekken inpikken van onze eigen zwervers. Daarom roept hij: "Eigen daklozen eerst." "Eigen zwervers eerst" klinkt als een geweldige parodie op het gedachtegoed van nationalistische politici. Onze zwervers zijn nog altijd meer waard dan die vieze buitenlanders. Toch is de praktijk niet om te lachen. En de machteloosheid waarmee de instellingen worstelen evenmin. Ze kunnen niks doen en zijn bang dat als op 1 januari 2009 de restricties voor het vrije verkeer van Roemenen en Bulgaren komen te vervallen, ze een nog grotere aanloop krijgen van verloederde Europeanen. Deze verloederde Europeanen verblijven bovendien vooral in de wijken waar de sociale problemen al het grootst zijn. Volgens Euro-parlementarier Jan Cremers van de Partij van de Arbeid biedt de Europese wetgeving de nationale staten de ruimte om maatregelen te nemen tegen onverzekerde mede-Europeanen. Maar het enige land dat daar ooit gebruik van heeft gemaakt is Italië. Dat land heeft een groep Roemenen teruggestuurd, maar die Roemenen waren ook crimineel. Voorlopig staan landelijke en gemeentelijke overheden met lege handen tegenover de Europese verslaafden en daklozen. Het enige dat instellingen als de GGD kunnen doen is contact zoeken met zorginstellingen in het land van herkomst. Een enkele keer lukt dat. De GGD Rotterdam is er wel eens in geslaagd om via bemiddeling door de Poolse ambassade een aantal Polen die verslaafd waren aan onder andere spiritus naar een zorginstelling in eigen land te sturen. Maar gemakkelijk gaat dat niet. In sommige landen is er nauwelijks goede verslavingszorg en de nieuwe lidstaten staan niet te springen om zich te bekommeren om hun landgenoten in onze goot. Nederland moet ze daarom onder druk zetten mee te werken.
moderne landlopers

Als het niet lukt om de landen van herkomst te bewegen om hun eigen verslaafden en verloederden op te nemen, is de verleiding namelijk groot om ze domweg op de bus te zetten naar Warschau, Sofia of Lissabon, zonder enige garantie dat ze daar goed worden opgevangen. Dan zijn we terug bij de oude praktijk waarbij landlopers van stad tot stad werden verjaagd. Elke stad was de landlopers liever kwijt dan rijk en elke stad zorgde door ze te verjagen voor problemen bij de buren. Dat lijkt me geen vooruitgang. "Eigen zwervers eerst" is dan een alibi om sommige zwervers nergens op te vangen.

Het lege oranjegevoel

dinsdag 24 juni 2008 08:51
Er is geen koorts die zo snel daalt als de oranjekoorts. Dat was goed merkbaar bij de mensen die afgelopen zaterdag op de tribune zaten in Basel. Lang voor de definitieve uitschakeling door de Russen, hadden zij zich al in stilzwijgen gehuld. Zij keken wel, maar lieten niets meer van zich horen. Waarschijnlijk hadden ze het liefste ter plekke hun oranje-shirts uitgetrokken en hun oranje pruiken van hun hoofd gerukt. Een vriend uit mijn voetbalelftal ergerde zich wild aan deze tamheid van de oranje-aanhangers. “Wat ben je voor fan als je je mond houdt als het slecht gaat?” Hij vond dat die mensen op de tribune juist als het niet loopt hun elftal naar betere prestaties moeten schreeuwen. De twaalfde man mag nooit versagen. In de zaal waar wij met onze voetbalclub de wedstrijd bekeken, gaf hij vast het goede voorbeeld en moedigde Oranje nog eens extra hartstochtelijk aan. Jammer dat ze het op het veld niet hoorden.
Het stilzwijgen van de fans is wel begrijpelijk. Als het goed gaat, is het makkelijk om te pochen dat ‘we’ de Italianen en de Fransen hebben afgedroogd, maar als het tegen zit, besef je maar al te goed dat je geen invloed hebt op de prestaties van de sterren. De socioloog Albert Hirschman heeft geschreven dat mensen op onvrede op drie manieren kunnen reageren. Ze kunnen loyaal blijven, hun stem laten horen of vertrekken. De machteloosheid van de toeschouwer is gelegen in het feit dat hij eigenlijk niet gelooft dat het helpt om je stem te laten horen. Je kunt de spelers wel uitfluiten, maar daar wordt het spel niet beter van. En wat heeft het voor zin om het elftal in je eentje naar voren te schreeuwen als de rest van het stadion niet meedoet?

toeschouwersdemocratie

Het gedrag van de Oranjefans in Basel staat niet op zichzelf. Volgens de politicoloog Bernhard Manin leven we tegenwoordig in een toeschouwersdemocratie. Kiezers zijn kritische toeschouwers geworden die het spektakel van een afstand volgen en beoordelen. Deze toeschouwers zien nauwelijks mogelijkheden om het schouwspel naar hun hand te zetten. Als het spel van de hoofdrolspelers hen niet bevalt, rest hen niets anders dan weg te lopen. Ze stemmen met hun voeten. Als we de opiniepeilingen mogen geloven is er momenteel een forse vlucht uit het politieke centrum. Zowel de PvdA, CDA en VVD staan op dik verlies. Wat mij het meest fascineert is niet het zweven van de kiezers. Dat mensen van mening en politieke voorkeur kunnen veranderen is juist de essentie van een democratie. Zorgelijker is de combinatie van een passieve houding met het stellen van hoge eisen. Mensen zijn wel ontevreden, maar hebben niet het gevoel dat het zin heeft om hun stem te laten horen. Of om in termen van Hirschman te blijven: Er is veel exit, maar nauwelijks voice. Vroeger waren mensen nog lid van een politieke partij en hoopten via de interne democratie de koers van de partij te bepalen. Maar zelfs leden geloven niet meer dat zij hun invloed kunnen laten gelden. Zij gedragen zich net zo goed als toeschouwers: ze eisen veel, maar blijven passief. De loyaliteit blijkt alleen uit de kracht van de teleurstelling. Het leidt eerder tot een cynische houding. Bart Tromp heeft die houding ooit prachtig onder woorden gebracht toen hij toelichtte waarom hij lid bleef van de Partij van de Arbeid: “Ik ben ervan overtuigd dat zich binnen afzienbare tijd een nog betere reden voordoet om mijn lidmaatschap op te zeggen.”

je stem verheffen

Het ontbreekt niet alleen in de politiek, maar in de hele samenleving aan mogelijkheden om onvrede productief te maken. Hoe slechter mensen vinden dat het gaat, hoe meer ze zich terugtrekken. Ze trekken zich terug, maar voelen zich buitengesloten. Ze voelen overgeleverd aan de politiek en dat versterkt weer de teleurstelling, de woede en de neiging om hun heil te zoeken bij krachtige leiders. Die vervolgens weer snel uit de gratie vallen. Het volk zit uitgedost op de tribune, klaar voor een waar volksfeest en voelt zich bekocht als het niet krijgt waarop het hoopt.
Een nederlaag van Oranje is geen drama. De fans slikken een keer, nemen nog een slok en wachten op het volgende toernooi. Voor de samenleving is de mengeling van huizenhoge verwachtingen en passiviteit wel een probleem. We gedragen ons allemaal als die oranjefans in Basel. Maar als het slecht gaat juist als het slecht gaat moeten we ons niet terugtrekken, maar opstaan. Juist als we ontevreden zijn, moeten we niet zwijgen, maar onze stem verheffen.

Talysa is dood

dinsdag 17 juni 2008 07:01
Talysa is maar vier weken oud geworden. Haar ouders belden in december de GGD op om te vertellen dat hun kindje was overleden. Het Openbaar Ministerie vermoedt dat Talysa door geweld om het leven is gekomen. Afgelopen week is de voorlopige hechtenis verlengd van de vader, Ricky C. uit Rotterdam. De ex-vrouw van C. wordt ook verdacht van betrokkenheid bij de dood van haar dochter, maar zij is wel vrijgelaten. Het gezin is bekend bij Bureau Jeugdzorg. Het oudste kind van de 24 jarige moeder en de 28 jarige vader is eerder door de instelling uit huis geplaatst. Het kleine bericht uit De Telegraaf van afgelopen week roept herinneringen op aan het drama van Savanna. Als de driejarige peuter in september 2004 dood wordt aangetroffen in de kofferbak van een auto weegt ze nog 10 kilo. Het gewicht van een kind van 1 jaar. Ze heeft een geschiedenis van mishandeling achter de rug zonder dat de gezinscoach ingreep.

wachtlijsten

De zaak Savanna is uitgebreid onderzocht. Dat is bij Talysa nog niet het geval. Het is dus veel te vroeg om te concluderen dat het Bureau Jeugdzorg tekort is geschoten. Maar het drama roept wel pijnlijke vragen op. Waarom was het voor het oudste kind niet veilig om thuis te wonen en voor de baby wel? Het drama van Talysa is niet het enige bericht over problemen in de jeugdzorg. De berichten tuimelen over elkaar heen. Er zijn kinderen zonder strafblad die in jeugdgevangenissen worden geplaatst omdat er wachtlijsten zijn. Minister Rouvoet heeft extra geld uitgetrokken om de wachtlijsten weg te werken, maar ondertussen zijn de wachtlijsten alleen maar gegroeid. Inmiddels wachten 3300 kinderen al langer dan 9 weken op de juiste zorg. Vorig jaar waren dat er ruim duizend minder. De Amsterdamse Rekenkamer stelde onlangs vast dat Bureau Jeugdzorg in 2005 en 2006 1,4 miljoen aan zijn reserves heeft toegevoegd, terwijl ondertussen steeds de noodklok werd geluid over geldgebrek.
Alle bekende kwalen in de publieke sector openbaren zich in de jeugdzorg met een ongekende hardnekkigheid. Bij probleemgezinnen zijn soms meer dan tien instellingen betrokken zonder dat de hulpverleners van elkaar weten wat ze doen. Het afstemmen van de hulp kost teveel tijd en dat heeft geen prioriteit omdat die uren niet kunnen worden gedeclareerd. Door de aanbesteding van de hulpverlening wordt de verbrokkeling nog eens vergroot. Als een instelling de aanbesteding verliest, krijgen alle cliënten weer te maken met een nieuwe hulpverlener.

Operatie Frankenstein

De onoverzichtelijkheid in de jeugdzorg is immens. Er is geen overzicht over de besteding van de middelen en de effectiviteit van de behandelingen. In Amsterdam is de operatie Frankenstein gelanceerd om zicht te krijgen op de wir war aan instellingen en projecten die vast allemaal iets belangrijks doen voor kinderen. Het blijkt dat er zo’n vijftig instellingen en projecten zich richten op het gezin en evenveel op de school en de straat. Dat zijn 150 partijen die grotendeels langs elkaar werken. Logisch dat de uitwisseling van informatie moeizaam verloopt. Daar helpt ook het benoemen van een gezinscoach niet tegen. Vooral niet als die coaches zoveel gezinnen onder hun hoede hebben en zoveel administratieve taken hebben, dat ze maar eens in de drie weken bij de gezinnen kunnen langskomen.
Er is veel bekend over wat werkt in de jeugdzorg. Hoe eerder je erbij bent hoe beter. De hulp wordt ook effectiever als je de hele leefwereld van de kinderen bestrijkt: thuis, school en straat. Soms moeten de ouders worden opgevoed. Soms moeten schulden worden weggewerkt. Soms moeten kinderen andere vrienden krijgen. Soms moet het allemaal. Dat zijn allemaal geen revolutionaire inzichten. Maar het lukt blijkbaar niet om de jeugdzorg zo in te richten dat deze inzichten ook de leidraad vormen voor de hulpverlening. Het is een typisch probleem van teveel specialisatie, van teveel handen aan het bed. Minister Rouvoet heeft nu weer een nieuw systeem bedacht met Centra voor Jeugd en Gezin. Maar De Volkskrant onthulde afgelopen week dat de bedenkers van de bureaus jeugdzorg vrezen dat daarmee een nieuw bureaucratisch gedrocht is bedacht dat alleen nog tot taak heeft om het werk van de anderen te coördineren.

Vervreemding

Het bestrijden van verkokering, het ontschotten van geldstromen, het terugdringen van de administratieve last waar hulpverleners dagelijks mee te maken hebben, het snoeien in de wildgroei aan projecten, het doorbreken van een cultuur van afzijdigheid, klinkt allemaal uitermate abstract. Maar dat tekent de vervreemding in de jeugdzorg. De opdracht is niet abstract. Het gaat om Talysa en al die andere kinderen die klem zitten en hulp nodig hebben.

Word Obama

dinsdag 10 juni 2008 09:34
Politici die kinderen inzetten voor hun propaganda wekken niet direct vertrouwen op. Het roept een echo op van Hitler met een schattig blond kleutermeisje op zijn arm. Toch was ik gecharmeerd van het filmpje voor Barack Obama dat een Amerikaanse kennis me per mail toestuurde. Op de veranda zitten kinderen in een kring. Ze draaien een lege wijnfles in het rond. Naar welk kind de fles uiteindelijk wijst, krijgt de beurt. Eén voor één zeggen de kinderen waarom ze voor Obama zijn. De een is voor Obama om de ijsberen te redden. De ander is voor Obama vanwege de vrede. Het filmpje is overduidelijk in een half uurtje in elkaar geflanst. Maar vervolgens heeft ze het wel naar al haar kennissen gestuurd. En ze roept die kennissen op om geld te doneren om haar filmpje echt te laten uitzenden. En zij is niet de enige. Honderden, misschien wel duizenden mensen hebben de moeite genomen om een “Obama in 30 seconds” filmpje te maken. En al die mensen hebben die filmpjes naar al hun kennissen gestuurd.

Word Obama

Wat de radio-praatjes waren voor Roosevelt en de televisiedebatten voor Kennedy, is internet voor Obama. Het heeft hem de overwinning op Hillary Clinton bezorgd. Op Youtube zijn talloze speeches van hem te zien. Mensen zijn niet meer aangewezen op de one-liner die op het nieuws komt. Ze kunnen het hele verhaal bekijken. Obama heeft maar liefst 8.000 sympathisanten-groepen op het web, 750.000 actieve vrijwilligers en 1,276,000 donateurs. Maar het bijzondere is dat hij deze enorme achterban niet alleen gebruikt om fondsen te werven en zijn politieke boodschap te verspreiden. Hij roept mensen op om in zijn geest zelfstandig initiatieven te nemen. De filmpjes van Obama in 30 seconds zijn daarvan een goed voorbeeld.
De boodschap is niet: steun Obama, maar word Obama. Word iemand die verandering bewerkstelligt. Zelfs mijn dochter van 13 is door die houding gegrepen. Meestal vindt ze politiek iets vervelends waar haar vader veel en veel te lang over praat. Maar op een dag kwam ze thuis met een uitspraak van Obama die ze geweldig vond. “Ik vraag jullie niet om te geloven in mijn vermogen om het land te veranderen, ik vraag jullie om te geloven in jullie vermogen om het land te veranderen.” Obama treedt met zijn aanpak in de voetsporen van Howard Dean die in 2004 de nominatie verloor aan John Kerry. Dean stapte af van het idee van een centraal geleide campagne. Hij vroeg niet om voetvolk dat voorgedrukte folders uitdeelt, maar om aanhangers die zelf het initiatief nemen. Op zijn website kon je je postcode intikken en dan kreeg je de namen van Dean-aanhangers bij jou in de buurt. Dan kon je samen met hen je eigen campagne voeren. Het televisietijdperk maakte van kiezers passieve kijkers. Het internet-tijdperk brengt het activisme terug in de politiek. Of zoals een waarnemer zei: “Het internet brengt in de campagne terug wat de televisie eruit heeft gehaald: mensen.”

Power to the people

Als Obama wint, zal zijn methode ongetwijfeld ook hier navolging krijgen. Maar daar is nu nog weinig van te merken. Jan Peter Balkenende en Wouter Bos hebben wel heel veel vrienden op hyves, maar ze hebben die ‘vrienden’ nooit geïnspireerd om decentraal hun eigen campagne te voeren. Rita Verdonk probeert dat wel een beetje. Ze wil dat haar aanhangers meedenken aan haar programma. Maar er schuilt een opmerkelijke tegenstrijdigheid tussen haar boodschap en haar methode. Haar retoriek is die van de sterke leider. “Vertrouw op mij. Ik ben daadkrachtig. Ik kan zelfs de files voor u oplossen.” Die boodschap staat haaks op het idee van power to the people.
Wie mensen in beweging wil brengen, moet grote woorden als hoop niet schuwen. Dat maakt het navolgen van Obama in Nederland lastig. Nederlandse politici zijn doorgaans zo bevreesd voor valse beloften dat ze liever bescheiden zijn dan ambitieus. Dat is fnuikend voor de mobilisatiekracht. Maar laatst was ik bij een conferentie over sociale zekerheid waar Dominic Schrijer, de PvdA-wethouder van Rotterdam, een hele grappige combinatie had gevonden van Hollandse nuchterheid en Amerikaans optimisme. Obama’s beroemde slogan Yes we Can heeft hij volgens Schrijer eigenlijk gestolen van de televisie stripfiguur Bob de Bouwer. “Can we fix it? Yes we can.” De Nederlandse vertaling is: “Kunnen wij het maken? Nou en of.” Het is Obama’s meeslepende retoriek op de maat gesneden van de Nederlandse polder. Kunnen wij zorgen dat de Nederlandse kiezer de politiek en politieke campagnes weer in eigen hand neemt? Nou en of!

De opstand der neerslachtigen

dinsdag 3 juni 2008 11:14
Is blijmoedigheid een ziekte? Een afwijking is het in ieder geval wel. Als we onze premier mogen geloven, heeft de Nederlandse burger een ingekankerde voorkeur voor klagen en zeuren. En ook in de media is blijmoedigheid alleen terug te vinden bij de commerciële omroepen. Om mijn eigen onverbeterlijke optimisme te verklaren, verwijs ik tegenwoordig graag naar een verstoorde serotonine-huishouding in mijn mijn brein. Ik raak automatisch in een stemming waarvoor anderen bergen Prozac of XTC moeten slikken. In de wereld gebeurt genoeg om elke vrolijkheid bij voorbaat te smoren, maar mijn gemoed wil het maar niet raken. Dat vrolijk door het leven ga komt allemaal door die verrekte afwijking.
Ik beken onmiddellijk dat deze blijmoedigheid niet normaal is. Maar niet elke afwijking is een ziekte. Volgens de psycholoog Trudy Dehue gebruiken we de term ziekte pas als een kenmerk algemeen als onaanvaardbaar wordt gezien en we vinden dat de geneeskunde eraan te pas moet komen. Nu zijn er genoeg mensen die blijmoedigheid angstaanjagend vinden. Het leidt immers tot gevaarlijke lichtzinnigheid. Het is een stemming waarin reële gevaren worden onderschat. Mensen die antidepressiva slikken, komen soms in geldnood omdat ze zich niet druk meer maken om hun financiën en wat al te onbekommerd aan het winkelen slaan. Of wat dacht u van al die columns die ik de afgelopen jaren heb geschreven over de multiculturele samenleving? Dat ik weiger te geloven dat we op een burgeroorlog met de moslims afstevenen, moet wel te maken hebben met mijn afwijkende serotonine huishouding. Helaas biedt de geneeskunde geen soelaas bij de bestrijding van blijmoedigheid. De eerste pil om van een roze bril af te komen moet nog worden uitgevonden.

De depressie epidemie

Niemand beschouwt blijmoedigheid als een kwaal. Neerslachtigheid wordt daarentegen wel met het grootste gemak als een ziekte beschouwd. Inmiddels slikken bijna een miljoen Nederlanders anti-depressiva. In haar boek De Depressie Epidemie geeft Trudy Dehue een prachtige reconstructie van de populariteit van het idee dat depressie een hersenziekte is. Zij stelt dat wetenschap niet alleen de werkelijkheid beschrijft, maar die werkelijkheid op haar beurt ook vormt. Het maakt verschil of je de oorzaak van neerslachtigheid zoekt in onverwerkt verdriet dan wel onvrede met je lot of dat je de oorzaak zoekt in een afwijkende serotonine-huishouding. In de eerste visie moet je op de divan, in de tweede slik je een pil.
Tegenwoordig wordt massaal voor de tweede aanpak gekozen. Dat komt niet omdat die pillen zo goed werken. Het gros van de slikkers kan je net zo goed een placebo geven. De populariteit van de tweede visie heeft volgens Dehue meer te maken met de opkomst van het idee van de maakbare mens. Tegenwoordig geldt dat geluk een keuze is. Iedereen is zelf verantwoordelijk voor wat hij van zijn eigen leven maakt. De schaduwkant van dit geloof in de maakbaarheid van het eigen bestaan is dat verliezers hun mislukking ook aan zichzelf te wijten hebben. Tegenslag of gebrek aan levenslust, zoals depressie tegenwoordig wordt genoemd, zijn geen excuses meer. Daar moet je wat aan doen. Ga naar de dokter. Slik een pil.

Iedereen vitaal

De groei van het aantal depressieve klachten heeft dus te maken met de kracht waarmee de norm wordt gesteld dat iedereen ondernemend, levenslustig en vitaal moet zijn. De ironie is dat mensen door het slikken van anti-depressiva makkelijker aan de rat race kunnen deelnemen, maar daarmee die rat race ook in stand houden. Dus hoezeer anti-depressiva een individuele patiënt ook kunnen helpen, de samenleving als geheel wordt er niet gezonder op.
Dat gebeurt pas als de norm dat iedereen ondernemend, levenslustig en vitaal moet zijn wordt doorbroken. Het zou goed zijn als er veel meer strijdige visies op het goede leven ontstaan. Want waarom is een aktief leven beter dan een contemplatief leven? Waarom is assertiviteit beter dan loyaliteit? Waarom staat ambitie hoger aangeschreven dan toewijding? Waarom is economisch succes belangrijker dan verbondenheid? Hoe minder strak de maatschappelijke norm is van wat normaal is, hoe minder mensen die van die norm afwijken zich een mislukkeling voelen en hoe minder mensen bezwijken onder de verwachtingen zij zichzelf opleggen.
Zo’n maatschappelijke omwenteling zal niet snel komen van de blijmoedigen. Zij voldoen immers veel gemakkelijker aan de hedendaagse maatschappelijke normen. En als ze er niet aan voldoen, maken ze zich er minder druk om. De revolutie moet dus komen van sombere mensen. De nieuwe klassestrijd gaat tussen de neerslachtigen en de blijmoedigen. De neerslachtigen hebben niets dan hun depressie te verliezen. Ze hebben een wereld te winnen. Sombermansen aller landen verenigt u.

beleidshomeopathie

dinsdag 27 mei 2008 10:23
De burger is een lapzwans. Hij ruimt zijn troep niet op. Hij maakt makkelijk schulden en rijdt als een wegpiraat. Hij laat zijn kinderen op veel te jonge leeftijd alcohol drinken en snijdt alleen op zondag het vlees. Hij vreet zich vet, zuipt zich klem en rookt zich dood. Dat is beeld dat de overheid heeft van de burger. Dat kan zo niet langer en daarom heeft ze zijn opvoeding ter hand genomen. Maar zij is wel een onhandige opvoeder. Met lede ogen moet ze toezien dat burgers haar welgemeende adviezen massaal in de wind slaan, haar prijsprikkels negeren en haar verboden overtreden. Sommige mensen zijn blij dat veel overheidsbemoeienis mislukt. Ze beschouwen dat als een aanslag op de vrijheid. Hun nachtmerrie is dat iedereen zich als een modelburger gaat gedragen. Maar laten we er voor het gemak even van uit gaan dat de overheid ons soms terecht tot de orde roept. Hoe komt het dan dat dit zo slecht lukt?

Onbegrepen

Volgens Frans Leeuw, de directeur van het Wetenschappelijk Onderzoeks en Documentatie Centrum van het Ministerie van Justitie probeert de overheid ons gedrag wel te veranderen, maar begrijpt ze slecht waar ons gedrag uit voortkomt. Afgelopen week is hij bij de rechtenfaculteit in Maastricht benoemd tot hoogleraar. In zijn oratie heeft hij voor dit fenomeen een prachtig woord verzonnen: beleidshomeopathie. Dat is beleid waarin, net als in een homeopathisch middel, geen of nauwelijks werkzame stoffen aanwezig zijn. Zo is het openbaar maken van topsalarissen een domme maatregel om salarissen te matigen. Het stimuleert juist dat mensen zich met elkaar vergelijken. Ze willen dan stuk voor stuk net iets meer krijgen dan hun buurman. Je kunt criminele jongeren wel in een opvoedingskamp drillen, maar zolang ze crimineel gedrag stoer vinden, helpt het weinig. Je kunt accijns heffen op benzine, maar als mensen geen alternatief hebben, gaan ze niet minder autorijden.


Hardleers

Op deze manier is het niet zo verwonderlijk dat mensen hardleers zijn. Onlangs begaf mijn waterkoker het. Ik kocht een nieuwe en heb de oude weggemieterd. Helemaal fout natuurlijk. Ik had, zoals een vriendin die probeert Philips duurzamer te laten werken, me vertelde, het oude apparaat bij de winkel moeten inleveren. Daarvoor heb ik ook een verwijderingsbijdrage betaald. Wist ik veel. En de winkeliers hebben er geen belang bij om me eraan te herinneren want die zijn die rotzooi liever kwijt dan rijk. Dus is het niet verbazingwekkend dat er jaarlijks 23 miljoen kilo aan haardrogers, waterkokers en computers tussen het huisvuil belandt.

Voorlichten, omkopen of verbieden

In zijn oratie constateert Leeuw dat de overheid eigenlijk een uitermate beperkt repertoire heeft als het gaat om gedragsbeïnvloeding. Het komt bijna altijd neer op de trits: voorlichten, omkopen of verbieden. De bedoeling van voorlichting is dat de burger gaat inzien waarom hij zijn gedrag moet veranderen. Bij de andere middelen hoopt de overheid dat de burger zich netter gaat gedragen uit financieel gewin of uit angst voor straf. Kennis uit de psychologie, de neurobiologie en de sociologie over de omstandigheden waaronder zulke middelen werken, wordt genegeerd. Zo is bekend dat mensen doorgaans informatie die niet past in hun wereldbeeld negeren. Leeuw haalt ook hersenonderzoek aan waaruit blijkt dat een deel van de gevangenispopulatie neurologisch niet in staat is om te leren van de straf.
Als mensen een verklaring moeten geven voor hun eigen gedrag is dat een verhaal over ambities en routines, over inspiratie en toevalligheden, over hunkering naar erkenning en onvermijdelijke teleurstellingen. Het is wel heel armetierig om je eigen leven te verklaren aan de hand van voorlichting, financiële prikkels en angst voor straf. Toch gaan mensen er gemakshalve vanuit dat het gedrag van anderen wel door zulke simpele factoren wordt bepaald. De overheid staat in deze gemakzucht dus absoluut niet alleen.
Als veel beleid niet werkt, waarom blijft de overheid dan zo verknocht aan beleidshomeopathie? Wat is de verleiding van dit simplisme? Leeuw wijst op de stemmenwinst die politici kunnen boeken met nieuwe plannen en op het grotere budget dat ambtenaren ermee kunnen binnenslepen. Maar daarmee reduceert hij ook hen tot kortzichtige egoïsten. Ik geloof dat de verklaring eerder ligt in een tragische zelfoverschatting. Ze willen zo graag iets doen aan het verwerpelijke gedrag dat ze het geduld niet kunnen opbrengen om de oorsprong van dat gedrag te achterhalen. Ze willen ook geen begrip hebben voor die asociale burgers. Zo wordt voor hen het maken van een gebaar belangrijker dan het behalen van resultaat. De burger is alleen een lapzwans voor beleidmakers met oogkleppen op.

Het sprookje van Maxima

dinsdag 20 mei 2008 08:12
De eigenlijke prijs kon de winnares van Inspiratie voor Integratie gestolen worden. Voor Dounia el Baraka was de echte hoofdprijs de aanwezigheid van Maxima. Nadat de prinses haar afgelopen vrijdag de door De Baak ingestelde prijs had uitgereikt, vloog Dounia haar om de hals. Zij klemde Maxima tegen haar borst en had haar het liefste nooit meer losgelaten. Voor mij in de Ridderzaal zaten vier Turkse jongemannen. Gniffelend draaide een van hen zich naar me om: “Dat had ik ook gedaan als ik de kans kreeg.”
Een dag na de prijsuitreiking sprak ik een buurman. Hij is vrijwilliger bij Bakkie in de Buurt. Na de moord op Theo van Gogh is dit initiatief ontstaan om de sociale cohesie in Amsterdam Oost-Watergraafsmeer te bevorderen. Bakkie in de Buurt is een mobiel terras waar gratis koffie wordt geschonken. Afgelopen donderdag dronk Maxima een kopje koffie met de buurt. Mijn buurman was er bij en verguld dat hij Maxima had ontmoet. Misschien had hij haar net als Dounia wel willen omhelzen.

De prinses van de hoop

Dounia’s hartstochtelijke omhelzing van Maxima was meer dan oranjeliefde of persoonsverheerlijking. Het was vooral een omhelzing van de hoop. In korte tijd is Maxima het symbool geworden van de multiculturele idylle. Haar boodschap is simpel: “Als we onze vooroordelen laten varen en elkaar open tegemoet durven treden, maakt diversiteit ons sterker.” Het is het scenario van een feel good movie of een sprookje. “We hebben onze moeilijkheden en misverstanden gehad, maar uiteindelijk leefden we nog lang en gelukkig.” Het is een positieve boodschap waaraan het establishment zich graag verbindt. De ridderzaal zat vol met politici en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. Ik wil er ook graag in geloven, maar de werkelijkheid is anders.


Wantrouwen

Uit onderzoek van de sociologen Bram Lancee en Jaap Dronkers blijkt dat in wijken met een grote etnische variëteit het vertrouwen in de buurt lager is dan elders. En dat ligt niet aan de opleiding of het inkomen van die buurtbewoners. Eerder had de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam voor de Verenigde Staten hetzelfde ontdekt. Van oudsher bestaan twee theorieën over interetnisch contact. In de eerste theorie leidt zulk contact tot een vermindering van vooroordelen. In de andere theorie leidt het juist tot sterker wij-zij denken. Putnam kwam tot een andere conclusie. Leven in een gemengde wijk vermindert niet alleen het vertrouwen in buurt, maar ook het vertrouwen in de eigen etnische groep. Mensen trekken zich in hun schulp terug.
Lancee en Dronkers vragen zich af of de huidige politiek van het gemengd bouwen, waarbij dure koopwoningen verrijzen naast sociale huurwoningen niet leidt tot een vermindering van het sociale vertrouwen. Nabijheid van mensen met een andere etnische achtergrond is geen garantie voor warme banden. Mensen wonen dichter op elkaar maar leven nog altijd langs elkaar heen. Toch biedt het onderzoek van Lancee en Dronkers ook hoop. Mensen met een buurman van een andere etnische origine hebben minder negatieve beelden over allochtonen dan wel autochtonen. Het is een dubbelzinnige conclusie: het vooroordeel neemt af, maar de vermijding niet.

gemengde winkeliersvereniging

Als mensen in gemengde wijken elkaar mijden onderstreept dat enerzijds het belang van initiatieven als Bakkie in de Buurt en Inspiratie voor Integratie, maar tempert dat ook de verwachtingen. Mensen die weinig vertrouwen in de buurt hebben, laten zich ook op een mobiel terras niet zien en laten zich ook niet uit hun schulp lokken door de vertaalde gedichten die Dounia el Baraka in Den Haag verspreidde. Het probleem van de idylle van Maxima is dat daarin goede bedoelingen de boventoon voeren. De suggestie is dat mensen elkaar dolgraag willen ontmoeten en leren kennen. Het biedt daarom geen antwoord op de cultus van vermijding. Die wordt alleen doorbroken als mensen gezamenlijke belangen hebben. Voor de sociale cohesie is een goede gemengde winkeliersvereniging en een gemengde basisschool belangrijker dan een mobiel terras. Zulke gedeelde instituties ontstaan niet vanzelf. Dat vergt een veel grotere inspanning dan een eenmalige ontmoeting of een inspirerend gedicht.
Het grotere publiek heeft dat ook begrepen want de publieksprijs van Integratie voor Inspiratie ging niet naar Dounia el Baraka maar naar Emel Aktan. Zij is een stagebemiddelingsbureau gestart voor allochtone jongeren. De publieksprijs werd jammer genoeg niet door de prinses uitgereikt. Emel zou Maxima misschien hebben gevraagd hoeveel gekleurde stagiaires er eigenlijk op het hof rondlopen. Idealiter had zij terstond aan de prinses en de bobo’s in de zaal toezeggingen ontlokt over stageplaatsen. Bij zo’n aanpak past niet een innige omhelzing, maar een handdruk die een contract bezegelt. Want de multiculturele samenleving is meer gebaat bij zakelijke samenwerking dan bij romantische ontroering.

De omhelzing

dinsdag 13 mei 2008 07:42
Afgelopen week had ik sjans met een bejaarde. Ik was op bezoek bij een kleinschalig verzorgingstehuis voor dementerende bejaarden in Zeeland. Ze wonen er met zijn zessen op één afdeling en met vier afdelingen in een huis. De teamleidster vertelde enthousiast dat de ouderen zich hier veel veiliger voelen. Eén bewoonster had al drie jaar niet gepraat voor ze bij hen in het verzorgingstehuis kwam. Nu had ze pardoes haar mond weer open gedaan. Het ging om praktische zinnetjes. “Mag ik nog een beetje jus?” Toch is dat een geweldige overwinning als iemand drie jaar heeft gezwegen.

Het tweede huishouden

Sommige medewerkers hadden in het begin nogal moeten wennen aan de nieuwe manier van werken. Een groot deel van de dag breng je alleen door met de zes bewoners. Gezellig bijpraten met de collega’s tijdens de koffiepauze is er niet meer bij. En zelfs tijdens de spitsuren als er twee mensen op de afdeling werken, is er weinig contact. Vroeger werd een bewoner nog wel eens door twee medewerkers gewassen. Binnen de kortste keer waren ze dan over het hoofd van de bewoner gezellig met elkaar in gesprek. Dat mag niet meer. Op een kleinschalige afdeling zijn de verzorgers voor alles verantwoordelijk. Als een lamp stuk gaat, heeft het weinig zin om de technische dienst te bellen. Die zit in het hoofdgebouw. Dat duurt te lang. Als een familielid van een bewoner een klacht heeft, kun je hem of haar niet naar een collega sturen. En de verzorgers moeten ook zelf koken. Dat vindt niet iedereen even prettig. “Ik draai thuis al een huishouden,” zei een vertrokken verzorger. Anderen vinden die extra verantwoordelijkheid juist een verademing.

Dans met de clown

Na dit enthousiasmerende verhaal was ik benieuwd wat ik op de afdelingen zou aantreffen. Vier bejaarde vrouwen zaten om de tafel. Ik herken de vrouw die zo had genoten van een bezoek van de Faria-clowns. De vrouw heeft de ziekte van Parkinson en een vertrokken gezicht. Door de clowns was ze helemaal losgekomen. Ze had zelfs een beetje gedanst en van de clown een kus geaccepteerd. Nu zit ze aan tafel te scheuren aan een krant en uit haar ogen stromen langzaam tranen. Op de bank zit een andere mevrouw. Ik vraag haar hoe ze het hier vindt. “Vreselijk,” zegt ze. “Ik mag niet jokken, dus ik zeg het eerlijk.” Vervolgens begint ze een onsamenhangend verhaal over haar been. “Waarom moet ik met mijn been omhoog? Zomaar. Met mijn been omhoog.” Het verhaal zit haar diep, want ze komt er steeds op terug. Op haar kamer staan foto’s. Ik vraag haar wie het zijn. Ze ziet in elke vrouw haar dochter, ook in foto’s van zichzelf in jongere jaren. En dan begint ze weer over dat been dat zomaar omhoog moet.

het verlangen naar vorst

Terug in de huiskamer ga ik naast een andere vrouw zitten die een kinderboek aan het lezen is. Ik vraag haar wat ze leest. Ze heeft geen idee. Toch is ze blij dat ik naast haar ben gaan zitten. Ze begint langzaam mijn bovenarm te strelen. Ze buigt zich iets voorover en zegt: “Ik wou dat het vriest.” “Waarom?, vraag ik haar in de verwachting dat ze gaat klagen over het mooie weer. “Dan kon ik je vastpakken om het lekker warm te krijgen.” Ze voegt onmiddellijk de daad bij het woord en vliegt me om de hals. Ze houdt me stevig vast. Later vertelde ik het voorval aan een vriend. Hij vond het mooi dat ze had gezegd: “Ik wou dat het vriest” en niet “Ik wou dat het vroor.” Het gaat om een wens die nu waar moet zijn. De demente is niet opgesloten in het verleden, zoals vaak wordt gezegd. Zij is opgesloten in het nu. Ze leeft bij de gril of de drift van het moment. De toekomst heeft afgedaan. Ze is mentaal niet meer in staat om plannen te maken. En ook het verleden duikt alleen als een flikkering op. Bij zoveel onverschilligheid ligt de verleiding van verwaarlozing op de loer. Ze kunnen ook niet meer zeggen of kleinschalige opvang hen beter bevalt dan grootschalige opvang. Ze hebben geen vergelijkingsmateriaal meer tot hun beschikking. Er is alleen een eeuwig heden. De lust om te klagen over een opgestoken been is in die zin niet veel anders dan de lust om mij te omhelzen. Toch is een knuffelende bejaarde voor de omgeving prettiger. Zo’n omhelzing laat je namelijk niet gauw meer los. Het maakt het onacceptabele een beetje draagbaar. Daarom zeg ik met haar: “Ik wou dat het vriest.”

heksenboter

dinsdag 6 mei 2008 07:56
“Ik ga de files oplossen,” roept Rita. Ze heeft alleen nog geen idee hoe. Het verkeersinfarct is zo groot dat een simpele dotteroperatie niet meer mogelijk is. En ook met het aanleggen van honderden kilometers asfalt zijn de files niet zomaar verdwenen. Ik doe haar daarom graag een ideetje aan de hand. Als de ijzeren voorvrouwe van bouwend Nederland een beetje succes wil hebben, moet zij niet te rade gaan bij de asfaltboeren, maar bij de slijmzwammen. Ja, u leest het goed. De Slijmzwammen. Tot voor kort had ik ook nooit gehoord van deze eencellige wezens die gezamenlijk een slijmerig geheel vormen. Een van de bekendste slijmzwammen is heksenboter.

Emergentie

Slijmzwammen beschikken over een bijzondere eigenschap. Ze kunnen van karakter veranderen. In een rijke omgeving die nat en voedzaam is gaan de eencellige organismen hun gang. Ze bewegen vrijuit door de ruimte. Is de omgeving daarentegen vijandig, droog en weinig voedzaam, dan klitten de eencelligen aan elkaar. Ze opereren dan alsof ze gezamenlijk een enkel organisme vormen. Ze bewegen als een geheel door de ruimte. Slijmzwammen vormen zo een voorbeeld van wat Steven Johnson emergence noemt. Hij duidt daar het fenomeen mee aan dat uit simpele handelingen van deelnemers aan een groep een systeem komt bovendrijven dat slimmer is dan elk lid van de groep. Een ander voorbeeld van emergentie is een zwerm vogels. Elke vogel houdt er een simpele gedragscode op na: ‘Volg je voorganger en je buurman en duik weg als er een roofvogel aankomt.’ Maar door deze simpele gedragscode kan de zwerm totaal onnavolgbare bewegingen maken. De zwerm beweegt zo ongrijpbaar door de lucht dat geen roofvogel er vat op krijgt.
Veel menselijke systemen zijn het tegendeel van emergentie. Door ‘slim’ gedrag van individuen loopt het geheel vast. Als een file dreigt te ontstaan, licht boven de weg een adviessnelheid op van bijvoorbeeld 50 km per uur. Als iedereen zich daaraan houdt, beperkt dat de lengte van de file. Maar voor elke individuele bestuurder is het slimmer om door te jakkeren zolang dat nog kan. En omdat iedereen zo slim is om de adviessnelheid aan zijn laars te lappen, staan alle automobilisten in een langere file. Hetzelfde geldt voor het van baan wisselen. In Postbus 51 spotjes maant de overheid ons om in de eigen baan te blijven, maar slimme bestuurders denken eerder thuis te zijn door vaak en alert van baan te verwisselen.

Filebeheerders

Het zou slimmer zijn als het collectief van auto’s zich zou gedragen als een slijmzwam. Voor het verkeer komt dat neer op de volgende stelregel: ‘is er genoeg ruimte op de weg, beweeg je dan vrij over de weg, is er geen ruimte, klonter dan aaneen.’ Maar hoe organiseer je dat? De simpele oplossing is gelegen in zelfbenoemde filebeheerders. Zodra boven de weg een adviessnelheid verschijnt, moeten zij over de hele breedte van de weg naast elkaar gaan rijden op de aangegeven snelheid. Om aan te geven dat zij geen wegpiraten zijn, zouden filebeheerders in spe, gratis een lamp kunnen krijgen met een verlichte F. Die zetten ze aan als ze in aktie komen. Zo kunnen filebeheerders elkaar herkennen. Als over twee, drie of vier banen evenveel filebeheerders naast elkaar rijden, heeft het geen zin meer om te jakkeren of van baan te verwisselen. Het heeft ook geen zin meer om te dralen bij het ritsen bij opritten. Het gevolg is dat de afstand tussen de auto’s kleiner kan worden. Zo wordt veel beter gebruik gemaakt van de beschikbare wegcapaciteit en zijn de files korter.
Maar waarom zou iemand in hemelsnaam filebeheerder willen zijn? Waarom zou iemand het risico lopen dat een wegpiraat gaat bumperkleven omdat een filebeheerder niet opzij wil gaan? Een eerste reden is dat filebeheerders het lot in eigen hand nemen. Het rijden of nog erger het stilstaan in een file is zo frustrerend omdat je er als individuele bestuurder niks aan kan doen. Je bent aan de Goden overgeleverd. Maar nu is er een uitweg. Als dat nog niet genoeg motivatie is, kunnen filebeheerders een bonus krijgen. Overal langs de weg staan camera’s om snelheidsduivels te betrappen. Waarom gebruiken we dezelfde technologie niet om filebeheerders te beloven. Zo wordt het profijtelijk om in de file te worden geflitst.
Toen Rita beloofde de files op te lossen had ze boter op haar hoofd. Maar als ze een voorbeeld neemt aan de slijmzwammen heeft ze een kans. Heksenboter is ook een hele toepasselijke naam voor deze oplossing. De slijmzwam in het verkeer is namelijk een magisch smeermiddel.
Profielfoto pieter  hilhorst

pieter hilhorst

Woonplaats: amsterdam
Man
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Groepen

Favorieten van pieter hilhorst

webteller

Laatste reacties

persona

reclame voor een betere wereld
Reclamebureau Westland: CO2 gebruik in de kassen in het Westland. Opzich wel …

persona

Verzwarende omstandigheden
Pieter hilhorst: Beste Josina, Zou u me uw contactgegevens kunnen mailen, bij …

persona

Verzwarende omstandigheden
josina: Ik ben de moeder van het meisje met het aardappelschilmesje. Nu …

persona

liever goed gejat dan slecht bedacht
Marc van Leent: In de wereld van venture capitalists geldt de regel: maak …

persona

Een minieme kans op een grote crash
jan lammers: Als Wouter Bos nu meeteen een wet doorvoert om Topbonussen …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van pieter hilhorst, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2008
2007
2006
2005

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •