
*
Vandaag
ben ik naar zee gegaan
op het strand mijn
voeten schrap gezet
zover ik kijken kon
liet ik alles achter dat
denken kon
@R. Kruzdlo Noordwijk 20010
*
Een hond in je ziel meezeulen. Barbarij en beschaving in de literatuur.
trauma, literatuur, natuurbeschrijving, elsbeth etty
*
‘De hogeropgeleiden vrouwen boven de vijftig lazen en de anderen, in ieder geval de mannen, dronken. Zodoende groeide Rusland uit tot een van de meest belezen en alcoholistische landen ter wereld.’
Naar Bernard Wasserstein.
Elsbeth Etty rechts, Robert Kruzdlo links. Foto Drs. M.F. Eilering
Ik gil plotseling. Niemand hoort mij gelukkig. Ik zit tussen dames van boven de vijftig, hun file van onderbuikgevoelens, incontinentie, gebrek aan lichaamsfuncties, urineverlies, versleten botten, barstende eksterogen, oedeem, de krankheid van de blanke middenklasse, die eerstelijns zorgliteratuur lezend, post 9 elf syndroom, dat de wereld hier altijd anders is dan zoals die op je afkomt, dokter Vogel folder belevingswereld, visie op zichzelf niet kunnen opschudden, de holheid vullen met de wonderen van pulp, leegheid trots op Holland, gevuld met holronde vodden onzin, exhibitionisme van de met spataderen doorlopen borsten, aanhoudend zachte flatussen laten, prachtige domheid in een vaas met boeket boekenwoorden - deze dames zijn in staat mijn leven binnen twee minuten te ruïneren. Ik houd het hier niet uit.
Als ik in hun nabijheid verkeer en hun bloedzuigende vijftigplussers oordelen op mij afkomen, krimp ik als een uitgewrongen keukenvaatdoek. De zinledigheid, de afwezigheid van inspiratie en vooral het machinale denken: ze brengen mij geheel gratis mijn verleden terug zonder dat zij het weten. De mens is golem, de wereld is een kwade plaats. Je kunt in plaatst van wereld ook Europa schrijven. Vandaag was het weer zover.
Omdat ik, in een dergelijke situatie niet dood gevonden wil worden, verzin ik iets om uit hun tentakels te kunnen ontsnappen. Ik ren naar het toilet en ga op een van de potten zitten. Ik moet plassen en poepen tegelijk, doe mijn gevoeg en verkeer tegelijk in ademnood. Ik wacht tot iedereen het gebouw verlaten heeft. Nog een man kan mij redden.
Als de conciërge vraagt of ik wil opschieten, zeg ik dat alles in het rond draait. Even later sta ik voor hem en zie ik hoe wij in de spiegel tegenover elkaar staan.
´U mankeert niets, u ziet er goed uit´, doet het licht uit en loopt de gang op.
Ik volg hem en houd mijn benen zo stijf mogelijk want ik wil niet omvallen. De muren bewegen en als ik naar buiten kijk, zie ik alleen regendruppels op de ramen. Buiten op de stoep voor de universiteit besluit ik niet naar het ziekenhuis te gaan. Ik stap uit een koude plas hemelwater. Mijn sokken zijn nat. Ik zie iedereen en niemand ziet mij. Ik besluit naar de bibliotheek te gaan voor een lezing over de leesclubs. Ik heb nog een uur.
Lantaarnpalenlicht schijnt tussen de regendruppels die op mijn jas plengen. De druppels vallen tussen het licht die mijn witte gelaat beschijnt. De wind verwaait mijn hoofd… in tranen. Ik beklim de trap om naar de eerste etage te gaan. Elke stap wordt zwaarder. Ik hijg. De elektrostatische ijzeren trapleuning knettert onder mijn vingers.
De regen slaat tegen de ruiten. De zweep gaat er overheen. Ik zoek een plaats. De druilerige ramen vangen de stemmen van de bezoekers op. Buiten zwiepen de jassen om verkleumde laatkomers. De bomen krullen in de strakke wind, ze komen nooit van hun plaats en hebben altijd natte voeten.
Elsbeth Etty, Robert Kruzdlo links. Foto Drs. M.F. Eilering
Elsbeth Etty begint met haar aanval op…, (ge)klets, intelligent, tegen de entertainment lectuur. Het is ´kiezen of verliezen´. Geëngageerd lezen en schrijven is je nergens toe verplichten, is spelen met de conventies van de taal, is niet de eerstelijns zorg maar de tweede, de specifieke taalvorm. ´Schrijven is kielhalen´, flitst er door mijn hoofd met natte haren.
Etty refereert aan het boek van Renate Dorrestein, De Leesclub. Het is géén roman maar gewoon een eerstelijns leesboek. Geen tweedelijns literatuur. Renate wordt belachelijk gemaakt.
Schrijven is kielhalen, komt steeds terug als ik naar Elsbeth luister en als ik het mij nog goed kan herinneren later,
´Elsbeth´, zeg ik, ´mijn eerste leesboek was Arendsoog´.
´Robert, dat was mijn eerste leesboek ook´.
´Zou het niet zo zijn dat door met Arendsoog te beginnen, wij van natuurbeschrijvingen houden, van barok taalgebruik, wij niet verlangen naar een boodschap, noch naar een moraal maar naar een niet bestaande wereld, een wereld van verheffing, engagement, betrokkenheid en spelen met taal vormen?´.
´Robert´, glimlacht Elsbeth, ´we gaan het eens aan een lezersclub vragen´.
´Nee, alsjeblief, dat niet, want dan loop ik gillend weg´.
´Robert, ik ga er over nadenken´.
Even later sta ik buiten. De regen dweept niet meer met de stad.
Renate verdedigt zich later op de avond in een televisieprogramma. Letterlijk zegt ze: ´Het is géén roman, maar een grappig boek´. Renate Dorrestein kent de literatuurkritiek van Elsbeth Etty. Renate kletst zich eruit terwijl ik voornemens ben om naar bed ga. Renate’s gelaat lijkt op die van een schildpad.
Ik doe de televisie uit en kruip tussen de koele beddenlakens. Droombeelden en -zinnen vliegen achter mijn gesloten ogen in het rond. Ik draai mij om in mijn opgewarmde bed en probeer te slapen. Neen nog niet. Alweer komen er zwakke zinnen aan de oppervlakte drijven.
*
Ik herinner mij nu…, vandaag onder het schrijven de volgende zinnen van mijn dromen: Wie het leven of de beschaving, de wereld of Europa wil ´witwassen´ komt bedrogen uit. Het aannemen van zeg een Europese cultuur tegenover een andere cultuur zal tegelijkertijd ook die van de menselijke beschaving tout court moeten zijn. Het Europese barbarisme, het hondse heeft Europa ook groot gemaakt. Ook de literatuur.
Een eerste zorglijn literatuur van bijvoorbeeld Bouquetreeks verandert daar niets aan. Ook het boek van Renate niet. De pulpigste pulp is het ergste wat er is. Pulp moraal, pulpigste respect, pulpigste pulp liefde verjaagt de duivel, de hond niet uit mijn ziel en die van een ander. Als iets literatuur is dan beschrijft ze een leven zoals ik die zojuist hier heb trachten te beschrijven.
Terug naar de eerste zin…, begint alles weer opnieuw.
R.Kruzdlo 2010 Colera.
http://www.historischnieuwsblad.nl/00/HN/nl/154/artikel/24899/Geciviliseerde_barbaren.html
‘In Koningsbergen waren gehaktballen van mensenvlees te koop. Na zeven eeuwen Duitse beschaving verviel de stad zo tot kannibalisme.’
°
Aan de stamtafel zei hij: “Het was bij ons thuis een bonte stoet van getatoeëerde armen.”
tweede wereldoorlog, stamtafel, stamkroeg, café de bobbel, maastricht
*

Foto Parool 1999 voorpagina Familie Kruzdlo verhuist naar Maastricht
Valt soms niet mee, maar na wat schuiven van stoelen heb ik mijn zitplaats aan de stamtafel gevonden. Het heeft veel voeten op aarde gehad om geaccepteerd te worden door de chique heren uit de stad. Maar na maanden gekleineerd te zijn of zo je wilt gepest, werd ik geduld aan een van de oudste café stamtafels van Maastricht.
Holland en Nederland zijn twee landen in een broek en die verhouden zich niet zo goed. Alles wat van boven de riolering komt, is de kak te min.
Mijn stamkroeg heet de Bobbel en staat in de buurt van een van de mooiste pleintjes van Limburg: het Onze-Lieve-Vrouweplein. Er komen mooie vrouwen, smaakvol gekleed, elegant in hun bewegingen, waar je wel eens een bobbel in je broek van krijgt.
Ik zat vandaag naast Wim Rijsbergen, een bokkige man die van een biertje houdt. We hadden het weer eens uitgebreid over Suurbier, Keizer en noem maar op. Over mijn voetbalcarrière die abrupt een einde kreeg door te kiezen voor de kunsten.
Wim herhaalde aldoor dat Ajax meer zoop dan Feyenoord. Goed, dat wist ik al, maar, zo vroeg ik hem, “kon je dat ruiken op het veld?” “Je kon het zien”, zei hij, “aan de agressie en de gezichten. Maar hoe staat het met jou?”
Hij keek mij met zijn waterige oogjes aan en ik begreep hem meteen. “Ja”, zei ik, “jij en ik hebben nog steeds een goede conditie. Wij hebben al vroeg geleerd dat alcohol en conditie kunnen samen gaan. Een wonder dat wel.”
Wim was het met mij eens. Ik kreeg een klap op mijn schouders…
Weet je Wim, zei ik…, als Pietje Keizer zijn laatste biertje op had - de tijd waarop gesloten werd - bestelde hij op de valreep altijd nog een cognac, nam dan een kleine slok en gooide de rest over de toog en stak het in brand. Ik kreeg weer een ferme klap op mijn schouders van Wim.
Uitzending KRO Over het incident Tascha Kruzdlo
Gebroken stilte is tien keer uitgezonden.
Je komt in café de Bobbel meer bekende Hollanders en kunstenaars tegen dan in Amsterdam. Men zakt de rivieren af als toerist…, om het gemoedelijke, lieflijke van de Limburger te leren kennen. Ver weg van het harde, potige, pesterige Noorden kun je hier goed vertoeven. Maar je moet er veel voor over hebben! Het gaat niet vanzelf. Het is eigenlijk overal het zelfde deuntje. Hoewel het mij toch relatief weinig moeite heeft gekost geaccepteerd te worden, blijf ik een wereldburger. Ik bekijk alles van de zijlijn. Hoor nergens bij en verheug mij iedere keer om vanaf de zijlinie het kwaken en kweken van de zelfingenomen blanda Hollander aan te horen.
Nederland van onder de rivieren is het nieuwe wijnland van Europa. Zo mag ik het zien! In 1977 dronk ik mijn eerste Limburgse wijn in de Bobbel. Nu telt Limburg meer dan 150.000 hectare wijnvelden.
Samen met Jack Weil, die net
was aangeschoven, dronken we een witte, droge Limburgse wijn. Ik
ken Weil langer dan vandaag. Hij heeft het vaak over het verleden
de tweede wereldoorlog en wat voor een ellendige jeugd hij heeft
gehad. Hij is niet zo saai als op de televisie, maar hij heeft
wel een droevig gelaat en heel veel meegemaakt. Voor
‘Survivors of the Shoah’ vele
interviews gehouden, om op zoek te gaan naar een verleden dat
zich niet meer liet zien.
Een keer zei hij: “Het was bij ons thuis een bonte stoet van getatoeëerde armen.”
@R.Kruzdlo Portbou 2010
Jack Weil
http://4en5mei.nl/herdenken/oorlogsgetuigen/na-oorlogse_generaties/verhalen/detail/_pid/kolom2_1/_rp_kolom2_1_elementId/1_204308
Heimwee, zacht in de voering van mijn lichaam verborgen
lichamelijk..., herinneringen, filosofie, heimwee
*
De ontvankelijkheid van een leeg gemoed gaat aan denken en willen vooraf en maakt het mogelijk dat het goede wordt geboren in onze handelingen.
Meister Eckhart
Op de Koetsweg kreeg ik heimwee. Een onbestemd gevoel maar, ik wist niet waarover. De lauwwarme atmosfeer, de berkenbomen en het cirkelen van een roofvogel boven de kruinen van de bomen, dat was het niet. Ook niet de zompige paden, de prikkelende geuren van natte bosgrond of de herinneringen dat ik hier ooit eerder ben geweest. Plotseling was de heimwee er. Je weet niet waar het vandaan komt dan dat de emotie je overvalt… misschien met de bedoeling dat je vragen stelt? Maar welke vragen dan? Ik wist het niet.
Het doordringt je lichaam. Het overstijgt je ‘ik’…, opzoek naar een goed of beter leven misschien? Zonder tussenkomst van een ander ben je ineens in een perfecte balans.
Ik hoefde er niets voor te doen. Beelden had ik er niet bij. Het was slecht een opgekwelmd gevoel van behagen. Volkomen windstilte van de ziel, heeft ergens de filosoof Nietzsche geschreven….
Toen ik de Vitchenstraat in liep brak de zon voor het eerst door. De straat ligt aan de voet van een steile heuvel en aan een kant enkele oude huizen. De meeste zijn onbewoond en verwaarloosd.
Ik tuurde door de vuile ramen naar binnen en ineens herinnerde ik mij Twan.
‘Is dit het café van Twan Hyendaal?’, zo vroeg ik mij af, toen ik door een van de aangekoekte ruiten naar binnen keek. Het pand was leeg en er was niets dat mijn vermoeden kon bevestigen. Ik weifelde en liep door. Nog een keer keek ik om en probeerde met mijn geografische herinneringen er achter te komen of Twan daar in het jaar 1990, in dat huis, achter de toog gestaan had. Ik liep door zonder mij te kunnen vergewissen maar, ik kon de figuur Twan wel voor de geest halen.
Twan leefde alleen en had in de Vitschenstraat in ’s Gravenvoeren een café. Sinds de opening was aan het café niets veranderd. Alleen zijn vrouw was overleden en zijn kinderen hadden zich ergens anders gevestigd. In het café stond een houtkachel en aan de muren hingen etsen van de koningen van België. Ook van de grootste schurk: koning Leopold de eerste. Hij was er niet trots op, zo vertelde Twan mij.
Twan had een glazen oog en één long. Rookte zo af en toe nog een sigaret en leefde teruggetrokken. Het was een broodmagere man en zijn kleren hadden kleur verloren. Alles aan zijn lijf wat ooit blauw, geel of rood was geweest, was nu grijs. Het zitvlak van zijn broek glom. Ik dronk in de zomer van 1990 samen met hem een aantal lauwe biertjes, keek al die tijd naar zijn glazen oog en vroeg mij af of hij er geen last van had.
‘In de winter is dat oog van u toch kouder dan het andere oog, en in de zomer warmer dan uw oogkast?’, vroeg ik hem. Hij moest ingehouden lachen.
‘Ik moet oppassen dat ik niet te dicht bij het vuur kom’, schaterde hij. Meteen daarop volgde een hoestbui die hij geduldig zijn gang liet gaan. Hij rochelde niet, spuwde niet, het kon hem niets meer schelen. Al die moeite stelde zijn dood alleen maar uit... . Met piepende stem stootte hij een pardon uit.
Al die tijd dat ik op en neer in de Vitschenstraat liep rook ik vuur, de geur van een openhaard. Aan het einde van de straat was een café B&B gevestigd. Het zag er uit alsof alles uit een recycle winkel kwam. Ik duwde de deur open en verlangde naar smeulend hout en kleine gekleurde vlammen. Sigarettenrook hing als slechtweer in het café. Ik zocht naar de houtkachel en na enkele seconden had ik door dat ik in het café van Twan stond. Alleen de bar stond op een andere plaats, maar verder was bijna alles hetzelfde, inclusief het portret van koning Leopold de eerste die scheef aan de muur hing.
Ik zocht naar de brandende houtkachel en ja hoor…, daar stond hij, dezelfde kachel als die van Twan.
‘Twan moet dus dood zijn’, gokte ik en vroeg het aan een lange vrolijke energieke man die mij vragend aankeek.
‘Ja,... Twan is al heel lang dood’, sprak hij fideel en…, wijl hij een glas Duvel voor mij inschonk zwierven mijn ogen langs de wanden van het café.
Ik ging voor de houtkachel zitten en tuurde naar een affiche van een broodbakker uit Sint-Martens-Voeren die brood in een 'biologische houtoven' bakt.
‘Verrek, dat is Marc van Reuzel’, riep ik spontaan uit.
De fidele barkeeper riep vanachter de toog dat het inderdaad de bakker Marc was en dat hij op 7 maart een heropening heeft van zijn Bakkes: zo heet zijn bakkerij.
Ineens herinnerde
ik mij hoe vaak ik speciaal naar Sint-Martens-Voeren reed om een
stevig brood van bakker Marc te kopen. Hoe vaak hebben wij niet
pittig gedronken en gekletst over alles en nog wat. Maar door een
verhuizing naar een ander Europees land ben ik niet meer in zijn
nabijheid geweest. Ik verlangde weer naar een brood van
Marc.
… De avond gevallen in de lies van de Voerse vallei, reed ik behoedzaam richting Marc zijn Bakkes. Even later stonden we weer tegenover elkaar. Marc was nog steeds dezelfde, alleen dronk en rookte hij niet meer. Toen ik na een half uur de Vogelstang uitreed, voelde ik dat die heimwee, de heimwee van vanochtend weer terug kwam maar, nu met de herinneringen aan vroeger.
Heimwee, zacht in de voering van mijn lichaam verborgen, besloot ik de volgende dag naar een makelaar te gaan om te informeren hoeveel die oude verwaarloosde huizen in de Vitschenstraat kosten.
RKruzdlo@ Colera 2010
Café van Than is te vinden in 's Gravenvoeren Vitschen 46.
*
Diep in mij zongen neuronen in de spiegel van het verleden hun eigen lied
heden en verleden, limburgse wijn, ontmoeting, filosofie.
*
Glooiende heuvels glijden over de zij- en achteruitkijkspiegels. Na dagen sneeuw en motregen was er dan eindelijk sereniteit: er viel niets meer uit de hemel. De glasharde lucht, het blauwe venster boven ons dat uitkeek op het heelal, glom in de zon. Gekristalliseerde sneeuw sparkeling in de winterzon. Ik zette de auto stil langs de kant van de landweg. Het smalle pad dat zich tussen oude bomen naar het terraskasteel Neercanne wrong, was gelukkig toegankelijk. Hier en daar was het pad door stuifsneeuw onbegaanbaar. Druk pratend liepen we omhoog, de heuvel op, naar het terraskasteel. In de sneeuw verse voetafdrukken van wandelaars en urinevlekken. Vanaf het kasteelbordes keken wij uit, overvallen door de schoonheid, over de rivier die zich wild meanderde door het witte landschap en langs wijngaarden. Even hielden we onze mond. In deze landgedempte aureool, op een van de rokende schoortenen van het terraskasteel, riep een zanglijster om een zomer: tjoek…, pink,…tsrrie tsrrie pink?
- Als ik mijn mond open deed was mijn ‘ik’ niet aan het woord. Iets in mij droeg het woord naar buiten en…, al die woorden bij elkaar vertelden niets over míjn zelf. Wollige woorden die met het verleden te maken hadden toen ik, een jongetje van zes jaar, hier geregeld kwam. Het zwijgen kon ik er niet toe doen, ik ratel wat af. De stilte zou mij weerloos maken tegenover de fraaie omschrijvingen van mijn gasten. Ergens diep in mij zongen de neuronen in de spiegel van het verleden, hun eigen lied. Mijn kromtongige gedoe beviel de gasten. -
‘We hebben iets gemeen, iets wat heel bijzonder is’, zei de docente Nederlandse taal, met een Belgisch accent.
Ik had mijn gasten uitgenodigd om een glas wijn te drinken in de grot van Canne die aan de achterzijde van het terraskasteel ligt. Brutaal besloot ik de grot binnen te sluipen naar de wijnkelders en haalde intussen moeiteloos de herinneringen van mijn jeugd naar boven. Niemand die ons ontdekte, precies zoals mij dat vijftig jaar geleden verging. We stonden, slechts verlicht door kaarslicht, in dezelfde ruimte waar wereldberoemde- politici, schrijvers en filmers gestaan hebben met een glas Pinot in hun handen. De bezoekers waren verrast en legden zich er bij neer dat dit gewoon geen toeval kon zijn maar een spontane ontmoeting voor gelouterde mensen als wij. Ik kende ze pas vierentwintig uur… .
In de lobby van het kasteel stond een groepje gasten met hun jassen te sjorren. Vuurrode neuzen. De gloed van de wijn op hun gelaat vervaagde hun karakters. Hun praatjes rolden de deur uit met een veest. Ik keek in het vermoeide gezicht van de maître die ik herkende; blij dat hij ook naar huis kon? Maar nee.
‘Mogen wij een fles wijn nuttigen in de grot’, vroeg ik de bleke maître.
‘Dat mag’, zei hij, ‘alleen bijzondere mensen’. Hij glimlachte herig. Wat zag hij in mij? Ik wist het niet.
Even later stonden we weer in dezelfde grot en deden net alsof…, wij hier niet eerder waren geweest…. We luisterden aandachtig, volgden de maître in de ronde en keken naar het plafond en de donkere gangen binnen, die de hij met rappe woorden beschreef. Ondertussen wipte de kurk uit de fles: Riesling 2008 Apostelhoeve Louwberg van wijnbouwer H. Hulst: vertelde de maître met een galmende stem die tussen de wanden van mergelgroeve Canne het duister in stuiterden. Hij liet ons alleen in een aangenaam warme omgeving met tal van flakkerend kaarslicht, gestapelde wijnflessen en woorden die het contact probeerde te herstellen met oude herinneringen uit mijn jeugd.
De gast betaalde en met knipperende ogen liepen wij via de tuin wijngaard van het terraskasteel terug naar de auto, terug naar huis, terug van waar we vandaan zijn gekomen en…, zag ik in de achteruitspiegels van de auto, hoe het heuvelland verdween als sneeuw voor de zon.
Ik verlangde naar de zomer.
@rkruzdlo Cata/Maastricht 2010
*
Binnenblijf paté. Carnaval zielig verkleed feest... .
therapie met koken., bevrijding, carnaval
*
Foto Margreet. Paté Carnaval. De glans op de foto komt door de olijfolie.
Ik kan mij herinneren dat mijn grootmoeder met carnaval een paté St. Pieter maakte. Niet eenvoudig maar als de herinneringen mij niet in de steek laten doet u als volgt:
Bak reepjes spek in de pan tot het vet glazig wordt,
Snij kippenlevertjes in kleine stukjes en voeg die toe,
Meng gehakt met kruiden en voeg toe – laag vuur,
Snipper een rode en zoete – ui, kook die in bouillon tot ze glazig zijn,
Sprenkel olie op de bodem v/d bakvorm en leg op de bodem twee grote bladeren paksoi,
Zeef de uien en meng deze met het vlees,
Roer eigeel(2) door paneermeel en kruiden heen tot een stevig papje,
Meng dit door het vlees en doe dit in de vorm, druk het stevig aan,
Bestrooi de bovenkant met paneermeel,
Zet het in de voorverwarmde oven ( 80 graden ) ongeveer 2 uur,
Haal de paté er uit en sprenkel wat olijfolie over de paté.
Nadat het afgekoeld is, draai dan de bakvorm om op een bord.
Met een lekker Belgisch biertje hoeft u niet meer naar buiten, want bij dit gerecht hoort ook,
Kook aardappelen en maak er puree van,
Snij een aantal repen bloedworst in kleine blokjes,
Bak de bloedworst tot knapperige blokjes ( een kunst ),
Roer die langzaam door de aardappelpuree,
Als groente kunt u tuinbonen smoren in roomboter, een beetje sambal en gesnipperde uitjes erbij, op laagvuur tot ze bijtgaar zijn.
Smakelijk eten.
Toch maar even een
wandeling gemaakt. Om de hoek kwam ik Pater Doorrakker
en dokter Smits tegen. Waarover hun gesprek ging:
Leers natuurlijk die door een
magnifieke manier er ingeluisd werd en het
best zich als gewone burger kan verdedigen dan als
burgervader.
Foto Margreet Maastricht 2010 Rechts dokter Smit.
De brug over de rivier de maas moest het zonder carnavalswagens doen. Saai vooral voor het verslaafde carnavalvierders en -bezoekers van Maastricht.

Wat de geschiedenis ook is van carnaval, ik
vind het allemaal een zielig gedoe, een geschminkt trollenland
met inhalerige alcoholistische slokdarmaanbidders, een droef
gezicht en vooral de verslaggever die zijn best deed om er
nog iets van te maken. Alááf...., alááf
Maastricht.
@R.Kruzdlo 2010 Maastricht
*
Een nietige man, wrakgoed voor de rest van de dag. Deel 2..
we verliezen ons vaak in, geweld, roem, justitie, woorden.
*
In zijn borst hamert Pi’s hart op wat komen gaat: ‘We are in danger of losing mentality’, denkt Pi.
Met slappe knieën volgt Pi advocaat Dann met zijn grote bleke handpalmen, door een nauwe donkere gang naar een bestoven bureaukamer. Er is nauwelijks daglicht. Een klein raam biedt uitzicht op met algen bemoste blinde muur: dat is zelden te zien. Een elektrische kroonluchter spreidt haar zachte licht morsig over de bureaus. Niet de regen is te horen, maar een krachtige beek die onder het huis stroomt: Pi werpt een blik uit het raam naar beneden en haalt diep adem. Het kantoor ruikt naar toffeetabak, maar dat is niet overheersend.
Er staan twee brede bureaus in de hoeken van de kamer, met elk een bureaulamp die een eiland van licht op de groene werkbladen schijnen. Ook boven een schilderij brandt een lampje en… in de doorlopende lage boekenkast schijnt licht. Een spiegel met een vergulde lijst reflecteert de bemoste muur. ‘Het lijkt wel een schilderij’, vindt Pi.
Pi moet niezen, hij kan het nog net inhouden. Langzaam voelt Pi zich beter nu hij zijn emotie de baas is. Verzonken mijmert hij over de zinnen die hij straks gaat uitspreken. In zijn hand houdt hij een rafelige lerentas met wat papieren en een foto vast.
Het achterhuisvertrek ruikt niet alleen naar pijptabak maar ook naar oud papier . Op twee bureaus liggen, onaangeroerd, stapels nieuwe dossiers te wachten op de handen en ogen van de pleitbezorger.
Aan een van de bureaus gaat Dann zitten. De kamer biedt zo weinig ruimte dat hij zich met moeite achter zijn bureau perst. De twee zwarte leren stoelen die voor zijn bureau staan, kunnen nog maar net een mens bergen. De smalle gangpaden tussen het meubilair zijn versleten, door het tapijt komt de houten vloer met glimmende houtknoesten tevoorschijn. De hoeken van de bureaus zien zwart van de mensentalg. Pi wacht af…
Dann is uitgeschreven. Nu ligt er een nieuw dossier voor hem, met de naam van Pi. Er volgen wat formaliteiten: een geheim postadres, telefoonnummers, nationaliteit en geboortedatum. Dann houdt een Waterman in zijn linker hand, een pen die meer dan 200 euro kost, denkt Pi. Dan kijkt Dann Pi aan en wacht… .
‘Ik wil u een foto laten zien voordat ik verder ga’, zegt Pi.
Dann strekt zijn arm uit en neemt de foto met de beeltenis ondersteboven aan. Vervolgens kijkt Pi geconcentreerd naar Dann zijn gezicht, om zijn reactie af te zien. Dann schrikt als hij de foto ziet. Zijn ogen wijd open tuurt hij naar de foto en legt het met een diepe zucht van zich af
‘Wat is er in godsnaam met hem gebeurt’, zucht Dann.
‘Het is mijn zoon’, zegt Pi zonder Dann aan te kijken.
Het wordt stil. Alleen het geraas van de kolkende beek is te horen en in zijn borst hamert Pi’s hart op wat komen gaat… . Zijn hoofd is leeg, hij weet niet wat hij nu nog kan duidelijk maken of uitleggen. Pi wil geen middel onbeproefd laten om te verklaren wat er gebeurd is, ook al voelt hij dat het wel eens de ene loze verklaring naar de andere kan worden: zo verward is hij. Dann zucht: ‘Toe vertelt u mij alles, ik neem de tijd, u bent welkom dit is uw huis’. Pi knikt en begint.
@R.Kruzdlo Maastricht 20010
Deel 1: http://www.vkblog.nl/bericht/300048/Een_nietige_man%2C_wrakgoed_voor_de_rest_van_de_dag
Deel 3 volgt.
*
Een nietige man, wrakgoed voor de rest van de dag
nieuw schetsboek, pi en het geweld, advocaat munt
Er was eens een dame die aan de andere kant van de duinen woonde, een opmerking maakte over mijn schrijfwerk: door in verschillende stijlen te schrijven het wel plagiërende stijlen moesten zijn. Nu kan ik deze dame aan de andere kant van de duinen gerust stellen. De essentie van al die vormen blijft hetzelfde: Ik ben en blijf Robert Kruzdlo. Mijn vormenpluralisme (gen) is aan mij gegeven en niet aan een ander. De haecceitas behoort mij alleen toe en kan nooit tot één enkele vorm worden dicht gelabeld. Als er iemand is die plagieert, nu dan bent u het wel.
De brug waarop Pi staat.
Op de stenen brug besluit Pi naar het advocatenkantoor Munt te gaan. Of hij daar zal worden toegelaten weet hij niet zeker. Het is een beroemd kantoor en aan klandizie geen gebrek. Pi’s hoop is dat er iemand op het advocatenkantoor Munt naar zijn bizarre verhaal wil luisteren.
Kort en krachtig zou hij het verhaal doen zonder dat hij zich door emoties zou laten overmannen - was zijn plan. Niet helemaal zonder emoties natuurlijk want anders zou hij misschien meteen weer weggestuurd worden met het verzoek eerst voor een afspraak te bellen. Het verhaal van Pi is op zicht een tragisch realistisch verhaal. Als hij nu niet naar het advocatenkantoor van Munt zou gaan dan was al het werk voor niets geweest.
Pi moet alleen de brede stenen brug aflopen, halverwege straat Negen op nummer 27 een poort met een ijzeren gotische deur openen, over afgesleten marmeren traptreden naar boven klimmen en op de tweede etage waar het advocatenkantoor van Munt zich bevindt aan de bel trekken. Pi was er al eerder geweest maar toen dorst hij niet aan te bellen. Met zijn duim op het spionnetje stond hij minuten te twitteren wat hij moest doen. Uiteindelijk liep hij terug naar beneden, leeg als een man met vodden terug de regen in. Een nietige man, wrakgoed voor de rest van de dag.
Ook vandaag regent het. Een miezerige lucht, snotterig hol, terwijl de wind met kracht tegen de hoge gevels van de art nouveau huizen waait; glimt de antieke brug in het gefilterde licht. De kolkende rivier die alles wat aan de oevers groeit meesleept - vooral riet, wrakhout en afval uit de heuvels - stijgt langzaam.
Straat Negen is bijna leeg en al zijn de winkels open, de straat kleurt ijzig koud door het etalage neon, led en straatlantaarn-licht. Gezellig ziet het er niet uit. Hij kent de straat hij heeft er jaren gewoond.
Pi is monter en vooral van plan nu wel door te zetten. Even later drukt hij de gotische deur open en begint de weg naar boven alsof hij van de wereld werd beroofd. Misschien wordt hij straks afgescheept met een visitekaartje, verder een hand en vriendelijk verzocht te bellen voor een afspraak. Maar dat wil Pi niet. Het komt er eigenlijk op neer hoe hij straks zijn verhaal zal gaan doen. Hijgend drukt Pi op de bel. Aan de lichtveranderingen van de spion ziet hij dat er iemand achter de deur staat. Zijn longen gevuld met ijle lucht hapt Pi naar adem op het moment dat de deur met een zwier wordt opengetrokken.
Een reus van een man doet open, vriendelijke ogen, een kort geknipt baardje en brede lippen. Pi doet een stap naar binnen en geeft de man een ferme hand. Ze wisselen namen uit en vervolgens draait Pi zich van de man af en doet enkele stappen de wachtkamer binnen. Het veroveren van een plek om niet zomaar weggestuurd te worden, was gelukt. Om de comptabiliteit hoefde hij het niet te doen.
Nu wil Pi zijn verhaal doen, nu voelt hij de kracht alleen…, het begin komt maar niet uit zijn mond. De woorden blijven achter zijn huig hangen. Er komt geen geluid uit zijn mond. Pi slikt hoorbaar… .
De man met blauwgroene mica ogen, kijkt Pi verwachtingsvol aan.
Na een minuut of minder: ‘Wilt u dat ik hier mij verhaal doe’, zegt Pi, om tijd te winnen.
‘Vertelt u maar waarvoor u hier naar toe bent gekomen’, zei de reus, die Dann heette.
Plotseling zonder aarzelen besluit Dann Pi direct op zijn kantoor uit te nodigen. Hiervoor is maar een reden die, een reus als Dann niet kan weerstaan: Pi had al een tijdje tranen in zijn ogen en die rolden over zijn vaal roze wangen naar zijn kin waar ze bleven hangen als druppels van een brandende kaars. Pi trilt van hoofd tot aan zijn schoenzolen… .
@R.Kruzdlo2010
*
Collectie schilderijen, tekeningen en gouaches van Robert Kruzdlo in het AMC
filosofie, psychobiologie, kunstverzamelaars, gouache op papier, kunst collectie Amsterdam
*
Deel 2
"It's a code of the wind, if you don't bother us, we don't bother you."
Het AMC biedt onderdak aan de grootste permanent geëxposeerde collectie Nederlandse beeldende kunst van na 1945. De basis daarvoor werd gelegd ten tijde van de bouw in het begin van de jaren tachtig. De kunstcollectie is belangrijker dan de kunstcollectie van Het Stedelijk museum. Het streven van de grondleggers o.a. Professor Brummelkamp was gericht op een verzameling die de verschillende stromingen in de naoorlogse Nederlandse schilderkunst zou weerspiegelen, zo lees ik.
De harde wind komt van de bergen en raast over het dorp. Bij elke windvlaag beginnen de kleine kerkklokken traag te luiden. De duiven vliegen niet meer uit. Boven de zee wappert en tolt stuifzee over de witte woeste golven.
In dit dorp, een diep gat tussen de bergen, waar ik woon, valt geen enkele eer te halen met wat ik doe. Dit lot verwent mij. Ik kijk tussen de gehavende huizen naar het wervelend straatstof. Nu en dan rijdt er een wolk voor de zon. Mijn handen rusten uit op mijn schoot.
Plotseling wordt ik herinnerd aan mijn vroege werk dat zich in de kunstcollectie van het AMC bevindt. Hoe staat het ermee, vraag ik mij eenzaam af? In gedachten dwaal ik af door de gangen van het ziekenhuis… . Overal hangen kunstwerken, tussen de zieken, herstellenden en gezonden. Ook werkstukken van mij. Vooral op de neurologische afdeling.
@Robert Kruzdlo Collectie AMC Amsterdam
Ik besluit een email te sturen naar Hoofd Kunstzaken van het AMC. Meteen krijg ik een vriendelijk mailtje terug van mevrouw S. Kant, met een aantal foto’s van mijn werk. Achteraf wil ik meer te weten komen over mijn kunstwerken maar het blijft stil: daarom stuur ik nog een email. Dagen later krijg ik in een kil understatement een email van S. Kant: dat ze het vreselijk druk heeft en geen tijd heeft om te antwoorden: ‘Een ongerijmd antwoord, noch ebbe, noch vloed’.
Het weer blijft guur om naar buiten te gaan. Ik laat zelfs de boodschappen voor wat ze zijn. Wil ik dat nu wel, dat ‘twitteren’ met mijn ideeën, om over de collectie van het AMC te schrijven, zo vraag ik mij af? Wat haal ik naar boven!? Het is meer dan veertig jaar geleden maar .
Het was beginjaar 1980, een voor mij minder goed jaar als mens. In de zomer van dat jaar werd ik in het AMC ziekenhuis behandeld voor angststoornissen. Niet op de klassieke manier, niet psychoanalytisch of door veel over het probleem te praten, neen…, de manier was biopsychologisch. Gestuurd door allerlei biologische processen die niets met mijn geest te maken hadden vond men toen dat ik beter af was met tabletten slikken dan urenlange gesprekken. Die tabletten onderdrukten mijn angstgevoelens.
Ik had een laag medegevoel en weinig eigenwaarde. Het brein, dat brein van mij, dat zong alleen zijn eigen lied. Ik had niets te vertellen want het brein, de neuronen vertelden mij wat ik moest doen. Andersom dus.
De grijze massa, mijn hersens, leek op een onstuimige zee; onder een thermiek van gistende stoffen bevroren al mijn gevoelens. Diep in mij werd alles vertraagd of stond stil. Ik kon alleen maar op bed liggen en slapen, weken lang. Gemout bloed stroomde door mijn aderen.
@R.Kruzdlo collectie AMC Amsterdam
Ik schommelde tussen aarde en de zon, opgesloten in een enorme cocon. Als een foetus die elk moment - opnieuw - geboren moest worden maar…, dat gebeurde niet. Ik had het gevoel slapend in een kleine boot opgesloten te liggen in een woeste storm.
De slaap verhoogde de kans eerder te kunnen sterven in plaats van dat ik instaat was mijn leven weer op te pakken. Of het nu drie uur ’s middags was of een uur ’s nachts de duur was belangrijker dan de tijd. De klok had geen tijd. Ik als onbewogen beweger miste heel veel afspraken.
De angst te liggen in een bootje op de woeste baren waar ik nooit aan zou kunnen ontsnappen bleef. Misselijk was ik, deed het in mijn broek en dagen kon ik niet drinken. Ik leefde contralateraal aan de andere kant van mijn lichaam. Ik keek ernaar. Moest ik opnieuw geboren worden of was ik al zover?
@R.Kruzdlo collectie AMC Amsterdam
Toen de zomer zich terugtrok gebeurde er iets bijzonders. Collectioneur neuroloog Vuurmans, vroeg of ik kunstwerken wilde verkopen voor de kunstcollectie van het AMC. Die herfstige dag haalde mij uit mijn diepe slaap en ik besloot werk te maken van mijn warrige situatie. Dat werk werd aangekocht en bevindt sinds die tijd in de AMC kunstcollectie van Prof Brummelkamp. Ik genas wonderwel binnen twee weken… .
Ik kijk naar foto’s van mijn verkochte kunst en kan mij ondanks de periode van onbewogen bewegen nog alles goed herinneren. Ook hoe, waar, waardoor en waarom ik het werk heb gemaakt. De verbeelding, als zalf op het oud-zeer, leek in mijn brein te zitten want…, de wereld, het heelal en alle wetenschappelijke ontdekkingen zitten in het brein, zo schreef ik op de achterkant van een gouache. We moeten het alleen nog uitvoeren.
Dat mannetje, dat u nu ziet op deze gouaches, ligt in een bootje tijdens een verschrikkelijke zeestorm. Hij voelt dat het weleens de laatste minuten van zijn leven kan zijn. Als zijn bootje meters wordt opgetild door hoge schuimende zeegolven en even later wordt neer gesmakt, voelt hij oud-zeer. De pijn een lichaam te zijn. Wit schuim vliegt over hem heen, hij snakt naar adem. Hij zit gevangen als een spin in zijn eigen web. De gouaches zijn een plattegrond, een bewijs van dit inert gebeuren?
Het zal wel door de storm
komen die mij heeft aangezet om er een verhaal over te schrijven.
Een mistral van gevoelens, vuurspuwende neuronen, zwarte gaten,
een prachtige compositie van het brein. Alles wat ik
ben.
Boven de zee vliegen de meeuwen achteruit, de grote kerkklokken beginnen nu ook traag te luiden, de wind brult tegen de ruiten. De woeste zee slaat uiteen op de rotsen en zo af en toe rijden er enkele wolken voor de zon. Ik leg mijn handen neer op mijn schoot en zwijg.
Ik luister naar de wind die van de bergen komt.
@R.Kruzdlo 2010 Portbou Catalunya
De neuroloog Vuurmans van het AMC, Galerij De Gooyer, P. van der Berg Diemen, N. Wulfraat arts Utrecht, Universiteits medewerkers Maastricht, J. Lenssen Maastricht, e.a. collectioneurs zijn de poortwachters van mijn werk. Ik ben ze daarvoor dankbaar. Zij zullen er op een of andere manier van overtuigd zijn dat mijn werk waarde heeft binnen de grenzen van ons denken.
*
Straks vijfentwintig jaar getrouwd met Ma
ijstaart..., 25 jaar getrouwd, wandelen in duitsland rurich
*
Straks is het zover. Vijfentwintig jaar getrouwd en hoe. Er zijn maar weinigen die weten, met wat voor manieren wij al die tijd samen waren. Is dat een geheim: JA!
Margreet (Ma) en ik gaan door het leven als een wonderlijk stel. Er bestaat geen vergelijk. Gelukkig maar want..., we houden niet van een bent vrienden, amante drinkers, verzameling gelijken: Wie zichzelf kent staat boven de kluit, massa, politiek en de wet. Wie zichzelf NIET kent zoekt gelijken.
Maar als het straks zover is, wat gaat er dan gebeuren? Weten doen we het nog niet... .
Zo mijmerden wij in Rurich, een klein plaatsje
in Duitsland. Wat gaan onze kinderen doen?, terwijl
een roedel herten ons dromerig aankeken; het moeten er
meer dan honderd geweest zijn. Volwassen herten met prachtige
hertengeweien op mild zacht gras of tussen geurende dennen-, hoge
eikenbomen op een enorm particulier domein waar wij door
stom toeval terecht gekomen waren.
Ik was brutaal het domein opgelopen richting een lange man, gehuld in een leren jas, met een gezicht dat gloeide van het overmatig alcoholgebruik. De eigenaar schudde ons de hand en met de vluchtige toevoeging: Gaat u gang, loopt u maar rond.
Zo gaat dat als je zonder doel voor ogen rondrijdt... . Bij ons in ieder geval. Zijn gastvrijheid ontvingen wij met een groot hart en wij slenterden uren over het domein, reminicerend over de toekomst.
Laten de foto's het verhaal zelf maar vervolgen of vertellen.
De balzaal.
Op de thee.
En dan vonden we bij toeval ook nog eens de grootste ijstaart van de wereld.
@R.Kruzdlo Maastricht 2010
*
Ets drogenaald Jardin de Tuileries. De tijd staat stil… .
de reuk van het water, de seine, mijn eerste droge naald ets van parijs
*
Parijs 1972
De zomer gonst en gist. De lucht boven de Seine lijkt op een glazen stolp waarin de kokendhete zieden zonlicht in alle plooien van de stad schijnt. De rivier de Seine stroomt gestaag, gedraagt zich en ruikt anders in Langres, Troyes, Rouen en Le Havre dan in Parijs. In Le Havre vermengt het zich met zoutwater maar op het Plateau van Langres ruikt het naar mos, bosgrond en modder. De Parijse odeur is die van een opgewarmde stad vol toeristen.
In Parijs stroomt de brede rivier koddig onder 32 bruggen door, langs aristocratische gevels en parken met de geur van Chanel. Er is van alles te zien langs de brede rivier. Zo rusten toeristen uit op de kaden, wordt de liefde bedreven en slapen de zwervers in hun vochtige slaapzalen onder de vele bruggen. Op een van haar oevers is een strand nagebouwd, met plastic palmbomen: Parijs aan zee. Het is de rivier waaraan de Parijse plebs en de les immortels wonen.
Ets drogenaald Parijs 1972 R.Kruzdlo
Onder een kokendhete lucht zit ik op een bankje en luister naar het geluid van de slaphangende bladeren; naar de stemmen van de kaartspelers die een eindje verderop in de schaduw van een mammoeteik staan. Sommige leggen een kaartje. Gelukkig heb ik mijn schetsboekje meegenomen en begin aan een van mijn eerste schetsjes van Parijs die ik later op een etsplaat overbreng. Een drogenaald'ets, hetzelfde jaar gedrukt op 350 gram Ingres papier, met een etspers van R.A.B.
Als 's avonds de vrachtboten ronkend door het water klieven en het hoogbruine rivierwater opspat in het maanlicht, geurt de rivier - die dan meer dan 500 kilometer heeft afgelegd - naar een dorstige stad.
@R.Kruzdlo 2010
*
Foto's en herinneringen van de laatste 2 maanden... .
bijeenkomsten..., 100 tekeningen van maastricht, 20 euro hostal girona, mijn vriend de bokser
*
Samen met Maria uit Valencia begint het vliegtuig boven het vliegveld Maastricht-Aken in Limburg met zijn landing. Het land straalt door de witte sneeuw. Maria is verrast en geniet van het weidse uitzicht tijdens de ingezette afdaling.
Na afscheid genomen te hebben loop ik voor het eerst de Limburgse vrieskou in. Na twee maanden weer terug in Maastricht. Even later zitten we – Margreet en ik – in een restaurant onderaan de St Pietersberg. Terug met heel veel verhalen en foto’s gemaakt door een KlikKlakDigi Camera. Hieronder enkele foto's.
Eergister onderweg naar airport Girona Menu 9 euro. Hostal Coll 20 euro. De vier sardines die ik heb opgepeuzeld hebben alle vier een naam. Ik zal later uitleggen waarom ik er zo van genoten heb.
Links ligt een kaartje van directeur Theatre Municipal Girona die ik daags ervoor heb ontmoet. Hij gaf een rondleiding in zijn theater en uitleg over Rehabilitació del theatre municipal de Girona vanaf 1986. Over de restauratie en de geheimen van het theater.
Onderweg naar de St Pietersberg even naar café de Bobbel dan langs een van de grootste collectioneurs van mijn tekenwerk Jo Lenssen: tekeningen van Maastricht.
Ik heb er meer dan 100 tekeningen voor hem gemaakt. De Universiteit van Maastricht komt geregeld langs. Wie nieuwsgierig is hier zijn adres: Jo Lenssen Breulingstraat 18 A in Maastricht centrum.
De bovenste twee rijen is mijn werk. Allemaal tekeningen in Oostindische inkt van Maastricht 2009
Toni de bokser, mijn buurman in Portbou. Altijd vriendelijk en gul met tapa's. Wijn 1 euro en zijn restaurant altijd vol met vriendelijke warme mensen. Dus niet vergeten onderweg naar Figures langs Toni te gaan. Margreet zegt altijd: Toni past goed op je...(...)
Ik ontmoet héél véél
mensen op mijn reizen. Laatst op Girona Airport
ontmoette ik een Nederlander die een kasteel bewoond in Noord
Londen. Hierover ga ik een blog schrijven als ik op de thee ben
geweest. Maar geloof mij het kasteel met landgoed is
indrukwekkend, groot en er mogen geen toeristen komen.
Ik heb eigenlijk geen behoefte aan bijeenkomsten omdat ik van de ene naar de andere vleigveld-bijeenkomst huppel. Ondertussen is het vliegtuig een bus geworden en vliegvelden, vertrekhal en soms een aankomsthal..., een van mijn inspiratiebronnen.
Deze vader (foto links) heeft 20 euro in de machine gestopt van Epoint om zijn kind van een tekenfilm te kunnen laten genieten op Airport Girona. Zijn vlucht was twee uur uitgesteld.
@R.Kruzdlo 2010
*
De kunstenaar Markus Lüpertz schreef: De kunstenaars hebben God geschapen, om van hem, hun schepping, de opdracht te krijgen de wereld te openbaren.
De AMC Kunstcollectie, groter dan die van het Stedelijk museum..., heeft sinds 1986 tien werkstukken van mij in hun collectie.
De grootste permanent toegankelijke verzameling van na-oorlogse, Nederlandse beeldende kunst is dus niet te vinden in het Stedelijk Museum Amsterdam, maar tien kilometer verderop: in het AMC.
Ik vroeg mij af of ik nog precies zou weten, waar, waarom, waardoor en hoe ik die schilder-, tekenwerken heb gemaakt?
Samen met A.S.J. Kamstra Hoofd Kunst Zaken AMC ga ik hier uitvoerig speels over bloggen.
Hier alvast een schilderij uit die periode. Rechtsboven zit een papiertje met gegevens wat per ongeluk is mee gefotografeerd.
Eigendom AMC Kunstcollectie
@R.Kruzdlo 2010 Amsterdam
*
De laaste weken van 2009.
wandelen in de perineeën, hotels, bacelona, kunst in la gariga
'Feliç any nou' zal
straks overal klinken. Zonder vuurwerk en problemen vieren de
Catalanen het nieuwjaarsfeest. Wereldwijd vermelden de digitale
ochtendkranten op nieuwjaarsdag het tegengestelde. De Catalaan
geeft geen geld uit aan vuurwerk maar gaat de balkons en de
straat -op om iedereen uitbundig te begroeten. Catalaanse en
Spaanse muziek galmt gebroederlijk uit de openstaande ramen. Het
hele dorp dampt van blijheid. Dan komt de Cava, daarna
dommelt het dorp weer in naast de woeste rivier de
Freser.
In het plaatsje Ribes de Freser
regent het zachtjes spinnendraden. De rivier uit de bergen kolkt,
raffelt, dreunt door het dal, dwars door het dorp en langs het
hotel waar we een bed hebben gevonden. De nacht liggen wij te
slapen naast een bellenblazende stroom water die fonkelt in het
straatlicht. Zo is het leven op 1300 meter onder het geroep van
een kerkuil.
De volgende dag is de hemel
blauw en wijzen de besneeuwde toppen naar de zon. Om te wennen
aan de hoogte besluiten wij een wandeling te maken en aan het
snellere hartgeklop te wennen. Meer dan een uur gaat het
bergopwaarts en krimpt het dorp onder ons langzaam tot een
ansichtkaart. Nog kleiner dan een postzegel besluiten we terug te
keren in de lies van Vall de Ribes tot l’anij! Het oudjaar
kruipt langzaam naar het nieuwe jaar… .
Weer een dag later klimmen
we in een tandradtrein die ons naar Vall de Núria zal brengen dat
op 2100 meter ligt. De tandradtrein door de Catalanen ‘la
cremmalera’ genoemd moet 12. 5 kilometer afleggen voor het
tot stilstand komt in het bedevaartsoord Santúari de Núria. Voor
ons is dat pas het begin. De wandeling naar ongeveer 2300 meter
begint hier. De sneeuw is stevig als we heuvel op onze schoenen
stevig de sneeuw intrappen. Het pad is goed herkenbaar en de
lucht is open.
Plotseling komen tussen de bergpieken grauwe wolken aandrijven. Gaat het toch sneeuwen? Even later daalt traag sneeuw naar beneden en als die op je gezicht beland kriebelt het. Het begint hard te sneeuwen, het is raadzaam meteen terug te keren. Als we gaan dalen is binnen tien minuten geen hand voor ogen te zien. Ervaring is dan belangrijk. Na een paar uur zijn we terug en horen we dat een maand eerder twee zusters in de sneeuw zijn overleden doordat ze de weg niet terug konden vinden. De paden waren ondergesneeuwd en daardoor onherkenbaar geworden. Wij hadden dus geluk… .
Van Núria gaan we naar La
Garriga waar we een dag blijven. La Garriga ligt 40 kilometer van
Barcelona en is wereldberoemd door zijn huizen en villa’s,
door de Catalaan modernismo genoemd. De uit 1903 en 1934
bestaande villa’s schitteren in de zon. Een lange wandeling
langs prachtige gekleurde mozaïek gevels. Je voelt een zweem van
Antoni Gaudi’s rijke fantasie. Zwemmen, lekker eten en in
de zon de laatste dagen van 2009 uitzitten. Het hotel heeft een
prachtige verzameling museale beelden in de tuin. We kopen
regionale wijn en sluipen onder een sterrenhemel naar de
kruidentuin. Proost.
We zijn twee weken onderweg als we in hotel Lloret op de rambla Barcelona onze rugzakken opnieuw moeten organiseren. Het is achttien graden dus moeten we de thermo kleren verwisselen voor zomerse kleren. Nog een week en het is 2010.
Ik laat mijn geliefde dingen zien die een toerist nooit krijgt te zien. We eten in een restaurant waarvan ik de naam liever niet noem – dit niet om onaardig te zijn, de Catalaan ziet liever geen toerist.
‘S avonds gaan we naar een hotelbar waarvan het personeel bij sluitingstijd de glazen nog eens stevig vult tot aan de rand. Een halve fles Moét & Chandon krijgen we cadeau. Ik zing een versje en speel op de piano. We moeten morgen weer terug komen, zegt de barkeeper verlangend.
Na drie weken zijn we terug in Figures om boodschappen te doen. Vervolgens terug naar huis naar het kleine kustplaatsje Portbou. We wandelen en kijken uit over de bergen en de zee. Nog een dag en het is Nieuwjaar.
Wij wensen u een goed 2010. Robert, Margreet, Tascha, Koenie, Nicolai en Lorena.
@RKruzdlo 2009 dec.
http://www.volkskrantreizen.nl/reiziger/r.llull/artikel28854/nog_1_x_dali_en_de_geest_
www.hotel-prats.cat (Het hotel in Ribes de Freser Tels 0034 972 72 7001 )
www.balnearioblancafort.com (Dit hotel is een aanrader)
Als ik de liefde maar terugvinden kan? Draden van verhalen die tot gevolgen leiden.
Eerst een
kerstgroet
Daarom beweer ik hetzelfde als Plato en een aantal verschillende filosofen…; dat ieder mens de liefde in ere moet houden: niet meer met een rode roos, kooswoorden of vriendschap met een versje alleen. En ik houd de liefde zelf ook in ere.
Ik besteed niet louter bijzondere aandacht aan alles wat met de liefde in verband staat. Ik spoor andere mensen daartoe aan, soms geholpen door een geliefde, prijs ik altijd de “kracht van de liefde” zoveel ik kan.
Alleen ‘kracht’ kan de wereld veranderen! Die kracht is een spiegel om de dingen die buiten mij liggen naar binnen te weerkaatsen.
De liefde kan je oppompen of opblazen met allerlei dingen, principes en horde mensen.
Toch altijd blijven er draden loshangen die naar nog vroegere oorzaken en tot latere gevolgen leiden: Heb uw vader en moeder lief… .
Zo ‘ongeworden’ als ik nu ben, ben ik niet vergankelijk en ondeelbaar als de liefde… en verbind de liefde mij - die ook waanzin genoemd wordt - …, mij aan een ander.
* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *
Het bos dat achter Het Huis ligt, ruikt naar oktober. De heuvels bronzen in de morgenzon. Door de openstaande ramen waait een frisse wind van morgenuur. De herfstspijs: okkernoten, beukennoten, hazelnoten en tamme kastanjes treuzelen niet meer en vallen van de bomen. Ze rollen naar beneden, buitelen over de zandstenen richel en vallen op het zinken dak van het kippenverblijf. De haan kraait eenzaam zonder kippen: die kippen hebben de afgelopen zomer één voor één op het hakblok hun laatste ogenblik gehad. Ze mochten een momentje uitrennen zonder kop. Een eerste wonder van geconditioneerde reflexen dat zich voor mij afspeelde. Er zou een dag komen dat de haan ook door de botte bijl zou worden onthoofd en in de pan met heet water zou verdwijnen. Veren geplukt, in stukken gesneden, gekookt en daarna gebraden en verdeeld onder zes hongerige magen. Die dag was gisteren… . De kippenren is nu leeg.
Verdrietig is dat wel, ik hoef geen kippetjesgrutten meer te halen bij boer Roei die midden in het open veld een klein witte boerderij bewoond; met een zadeldak van stro dat naast een kronkelig riviertje staat, dat altijd stinkt naar bedorven modder.
Gisteravond, of liever gezegd vannacht, waren de dames weer aangeschoten. Overgrootmoeder, grootmoeder en moeder. Tante Satijn had een fles jenever meegenomen en beugelflessen bier die buiten op de binnenplaatst was neergezet. Tante Satijn kwam elk weekend, een enkele keer met een man.
Alle vrouwen waren verder manloos. Die van overgrootmoeder was gestorven, waaraan was een geheim. Grootmoeder had één keer het bed gedeeld met een familielid. Mijn moeder kon zich aan geen man binden maar had alleen vluchtige relaties die meestal met haar alles verbrandende passie te maken had: dompteur in een circus. Ze was een geheimzinnige vrouw die noch fout noch goed was. Passie hangt niet af van je daden. Passie drijft je een richting op, kent geen doel, verheft je en is de spiegel voor wat je nog wil bereiken, terwijl bijvoorbeeld mijn moeder haar doel nooit bereiken zal. De drank was voor de vrouwen een grote troost.
Gisteravond moesten mijn zus en ik ter afleiding weer eens in onze balletpakjes kruipen. We kregen voor onze korte show ieder vijfentwintig cent; genoeg om een zak friet met mayonaise te kopen.
@ Foto Dewinden 1955 Maastricht
Soms bedenk ik..., nu ik ouder ben hoe onvergelijkbaar families zijn. Ook denk ik dat er mensen zijn die misschien stiekem heel erg graag een banvloek willen uitspreken tegen alles wat anders dan de infantiele voorstelling van hun jeugd: Eer uw vader en uw moeder.
@R.Kruzdlo Portbou Catalunya 2009
PS Ik ben al een tijd onderweg naar de pyreneeën. Het kan zijn dat ik niet kan reageren omdat ik ergens ben zonder internetverbinding.
*
Johnny Halliday. Ik vroeg hem: Waar zijn uw Berluti’s. Hij glimlachte.
De Franse zanger Johnny Halliday terug uit coma, stond er wereldwijd in de kranten. Kunstmatig in coma gehouden om het genezingsproces van een herniaoperatie te bespoedigen. De Franse arts Stéphane Delajoux had Halliday nooit toestemming mogen geven zo kort na de operatie een vlucht van twaalf uur van Parijs naar Los Angeles te nemen. Halliday wilde naar Los Angeles om terug te keren naar vrouw en kinderen.
Een paar dagen later wordt Stéphane Delajoux, de chirurg van de Franse zanger Johnny Halliday, in elkaar geslagen in een chique wijk van Parijs. Fans van Halliday zijn woedend op de chirurg die al verscheidene Franse sterren op zijn operatietafel had liggen. Maar was Halliday niet zelf schuldig aan zijn te vroeg genomen besluit het ziekenhuis te verlaten? Halliday, ja het zou best kunnen.
Ik heb Halliday een keer ontmoet, op een veldje ergens in de Haute-Saône. Op een niet ver van Jussey gelegen brocante, liep hij op gele Hollandse klompen langs kleine stalletjes die allerlei prullaria verkochten. Het bezoeken van Brocanten was een van zijn belangrijkste afleidingen. Op dat moment ging het niet goed met hem. Problemen met zijn manager en slecht opgestelde contracten die hem financieel uitkleedden.
Ik vroeg hem: Waar zijn uw Berluti’s. Hij glimlachte. Wie zijn voeten serieus neemt schaft zich een Berluti aan. Berluti’s worden bijna een eeuw lang verkocht in Rue Marbeuf in Parijs. De schoenen worden gemaakt van een leer dat Venezia-leer wordt genoemd. Je koopt de schoenen kleurloos en ter plekke wordt er een Crème opgesmeerd. Elk paar ziet er dan ook anders uit, heeft zijn unieke persoonlijke kleur. Een paar Berluti`s kosten al gauw 4000 euro. Halliday vertelde mij het volgende:
Zo’n tien jaar lang komen er in Parijs Berlutidragers jaarlijks bij elkaar voor een black tie diner, gehouden in een toprestaurant. Na het diner gaat het tafelkleed en dis van de tafel. Iedereen trekt zijn Berluti’s uit en poseert die voor zich met de neus naar voren. Veters gaan eruit. Onder Madam Olga Berluti, die sinds 1959 handmatig in Parijs de Berluti schoenen maakt, begint er een poetssessie. De plechtigheid, het schoenpoetsen met de beste droge champagne* die er op de wereld bestaat, begint de Club van Swann – zoals zij zich noemen naar de romanfiguur van Proust – hun kostbare Berluti’s te poetsen, in te wrijven, uitwrijven, borstelen en poleren. De nationale rocker Johnny had er schik in.
Inmiddels wil Johnny Hallyday afscheid nemen van zijn bejaarde publiek. Of het hem zal lukken dat is nu de vraag. Na vijfentwintig jaar uitgemolken te zijn geweest door zijn managers, een wederopstanding te hebben meegemaakt en hij eindelijk profeit begon te krijgen van zijn luchtige yéyé-muziek, slaat het noodlot toe. Net uit een coma ontwaakt wacht de wereld af… .
Olga Berluti Piercing Tatouage
@R.KruzdloMaastricht2009
* Voor meer informatie SHOES & SHIRTS Maastricht Havenstraat 23
www. shoesandshirts.nl
Peter J. van den Eertwegh
** Werkelijk prachtige site: http://www.berluti.com/
* Extra Brut
"Extra Brut" champagne is de variant zonder toegevoegde
suikers met daardoor de droogste smaak onder de champagnesoorten.
Het suikergehalte in deze champagne ligt tussen de 0 en de 6 gram
suiker per liter. Extra brut champagnes zijn doorgaans de wat
rijpere champagnes die een deel van hun zuren reeds kwijt zijn.
Extra brut champagnes zijn daardoor doorgaans ook wat duurder dan
een gewone brut.
Extra brut champagnes worden ook wel "Brut Integral", Brut Zero",
Brut Sauvage of Ultra Brut genoemd.
*
De stoel waarop Lus zit, een rieten terrasstoel, kraakt. Tanta Satijn hijgt als een octopus... .
Lus deel 4..., is een schrijver. Hij zegt hier zelf over:
Ik schrijf mijn boeken vooral omdat schrijven voor mij de beste manier is om mijn gedachten op een rij te krijgen, en gaandeweg te ontdekken welke zienswijzen en in overeenstemming zijn de proefondervindelijk vastgestelde feiten en met mijn behoefte om die feiten een plaats te geven binnen de meest eenvoudige en meest elegante synthese, of visie, waarbinnen die feiten tot hun recht kunnen komen. Wat anderen daar verder dan nog mee doen, interesseert mij niet zo heel erg veel. @J. v R.*
Lus kijkt, in de winkelruit naar de spiegeling van het caféterras. Er zit nog steeds niemand op het terras. De kelner staat op de drempel van de ingang van het café en rookt een sigaret. Hij zuigt zo hard aan zijn sigaret dat Lus de glans van het vuur ziet; zijn wangen vallen naar binnen. Lus ziet in de spiegeling het verleden en hij herinnerd zich plotseling in een flits zijn Tante en haar rode mantelpak. Hij is dan zes jaar oud.
Waar zit die mier dan?, vraagt tante Satijn, die op haar knieën tussen de magere benen van Lus zit. Ze doet zijn gulp open. Haar ogen staren Lus aan alsof ze hem wil hypnotiseren. Grote bruine ogen, gulzig, star en wanhopig, uit tijdsgebrek. Elk moment kan er iemand binnenkomen. Haar ogen spreken niet, ze zijn leeg.
Kom kom toch, waar zit die mier dan, vraagt ze weer, en trekt Lus korte broek onder zijn magere billen vandaan. Hij heeft geen onderbroek aan, maar daarover valt ze niet. Ze kent de armoede van het gezin Lus al te goed. Ze kijkt Lus weer diep aan met haar knalrode wangen en droge lippen. Hij ziet kleine kloofjes op haar rode pommade. Lus zit met een enorme verlegenheid en een stijf lid zo dik als een sigaret. Hij voelt zich verscheurt. Hij wil geen erectie.
Tante Satijn zet haar mond op zijn piemel en vraagt waar hij jeuk heeft. Lus zakt onderuit. Haar handen gaan over zijn strakgespannen buik. Spieren zonder vet. Haar handen zijn zo koud en groot als een zinken teil. Hij kijkt naar het plafond waar engeltjes rond de lamp dansen met fleurige bloemen in hun hand.
Ze is niet meer te verstaan. Lus doet zijn ogen dicht en uit zijn hand valt het boek van Arendsoog op het versleten zeil. Zijn lid verdwijnt helemaal tussen haar vettige mond. Lipstick blijft achter op zijn strak gespannen buik. Lus schokt. Zijn bekken kantelen. Lus kijkt in de spiegel die aan de muur hangt en ziet zichzelf… .
Er komt nauwelijks rook uit de mond van de kelner. Pas na een paar trekken stijgt er een dikke sigarettenwalm tussen zijn smalle lippen op en kringelt recht naar boven tegen de terrasluifel. Toefjes rook kringelen rond zijn magere, witte gezicht. Zijn ogen staan flets. Aardige man verder.
Tante Satijn zuigt alsof ze een sigaret rookt. Lus ziet de hele dag alleen maar rokende vrouwen om zich heen. Vrouwen met vurige, rode lipstick, en soms een voile voor het gezicht, (een) hoedje dat op het hoofd blijft wonen en het bondje om de nek. Niet alleen tante Satijn rookt, ook Alice de moeder van Lus en Anna, de grootmoeder van Lus. Zelfs tot op haar sterfdag, rookte zijn overgrootmoeder sigaren. Tante Satijn rookt mentholsigaretten. Lus ruikt de menthol die van haar speeksel afdruipt. Lus rekt zich uit.
Ik eet de mier op, zeg tante Satijn, vind je dat lekker? Alles staat in de tegenwoordige tijd.
Als Lus dicht bij de ober komt, ruiken zijn kleren naar de zwarte Gauloises, de enige sigaret die Lus ook zou roken. Maar Lus rookt niet. Picasso, Sartre, Camus, Orwell, Cotázar en noem maar op..., rookten allemaal het merk. In helblauw papier met helm-en-vleugeltje verpakte sigaretten in hun borstzakken? Lus heeft het ooit eens geprobeerd, maar hij kan het niet. Na een trek komt hij in een enorme hoestbui terecht. Maar de kelner hoest nooit. Iedere keer als Lus met de ober afrekent, ziet hij zijn gele vingers en nicotinenagels de bankbiljetten opbergen in een leren gordeltas. Het liefst eet hij de peuk op...
Tante Satijn heeft gele vingers van het roken. Haar nagels lakt ze rood. Ze draagt altijd rode kleren. De stoel waarop Lus zit, een rieten terrasstoel, kraakt. De stengels riet piepen als tante Ans plotseling boven op hem gaat zitten. Lus is nu zo stijf als een plank. Kan zich niet verroeren en voelt alsof tante Satijn een plas op hem doet. Hij kijkt in een tel naar haar kale onderbuik waar hier en daar nog een haar zichtbaar is. Een vlezige vrucht, warm en vochtig als een doorregende regenjas.
Nu heb ik het miertje, schatje, zegt ze amechtig. Ik houd van je, dat weet je. Ik ben de enige die voelt wat jij voelt. Ik sta altijd klaar. Koop je schoolboeken als je moeder geen geld heeft. Ik voel jouw aan als geen ander. Mijn warme gevoelens zijn voor jouw, dat weet je. Ik voel je zo aan..., ik begrijp alles van je kleine kinderleventje... .Ik geef je elke week 5 cent zakgeld…, maar praat daar nooit over. Dan begint ze enorm te hoesten. Het sputum blijft in haar mondhoeken plakken. Ze glimlacht en haar ogen zijn zo groot als kersen.
Lus hoort tussendoor een slurpend geluid. Lus verveelt zich. Lus ruikt haar door gerookte adem, haar bh die ranzig ruikt en haar hoofdhaar dat ze lang niet heeft gewassen. Lus kijkt weer in de spiegel en tot zijn schrik ziet hij haar man staan in de deuropening van de kamer. Hij rookt een sigaret. Hij knipoogt en verdwijnt als een schim…
De herinneringen doven uit en vanuit zijn deurpost observeert de kelner Lus, die nerveus op en neer begint te lopen. Het oponthoud op het plein duurt lang, hij blijft hardnekkig wachten tot de eerste klant op het terras gaat zitten. Lus loopt verstijf of houterig naar de fontein en dan weer naar de andere kant van het plein. Daar verjaagt hij de kreupele roetduiven.
@R.KruzdloLLancaPortbou2009
* Op deze tekst rust auteursrechten 2009 Maastricht.
*
In deze sombere tijd
Aan de voet of lies
Van de Pyreneeën
Lees ik in het schemerlicht
Onder een leeslamp
Deemstering dikke boeken
Laat dat buiten toe
Het licht verschralen
Staan bokkig in een rij
Op de visserskade
Bloeiende lantaarnpalen
Donker wordt het nu
Op de toppen van de bergen
Glooit spits dat laatste
Witte licht mij toe en
Somstijd koken de bergen over
Dan leg ik mij neer
op bed
Lees onder het schemersnot
Regent het wonderlijk boeken
@R.Kruzdlo2009Llanca.
*
Wat belemmert hem, hij Lus schrijver van boeken die over zijn klinische ervaringen gaan...
*
Ik weet niet waarom ik Lus laat lijden, …al beweert hij het tegendeel: Ik ben verscheurd en lijd daar niet onder.
Lus is voortgekomen uit fantasie, een man uit mijn dagdromen, verbeeld in woorden, die maar niet het besluit kan nemen om op een overdekt terras te gaan zitten, terwijl het wél zijn doel is.
Gisteravond kon ik de slaap niet te pakken krijgen, stond geregeld op en had mijn medicijnen bij de hand om, dan desnoods met een slaaptablet in te slapen. Ik dommelde wat weg en keek vanuit mijn bed naar de sterren boven de bergen en dacht: Lus heeft een doel dat doelloos blijft, maar waarom of waardoor?
Zoals zoveel doelen in ons leven, zelfs zorgvuldig gesteld, uiteindelijk nergens toe leiden, eindeloos vervlieden tot het kleinste punt op aarde. Een nul…, ja niets…, minder nog Het Niets, waaruit uiteindelijk alles weer tevoorschijn komt.
Ik ga het weer proberen, deel 2.
Vandaag is Lus timide om als eerste plaats te nemen op een overdekt terras. Hij zal zich naakt, bekeken en beschimpt voelen door passanten en terrasbezoekers die naderhand plaatsnemen: een op de roos genomen schietschijf, een eenling, het droef middelpunt van roddel en achterklap. Onder de vetivergeur van stinkende gasbranders, die hij niet wil inademen, wacht Lus liever op de zon die straks door de wolken zal breken en definitief haar stralen over het plein zal spugen. De zon, de baas en heerster van de nieuwe dag, rijdt voort achter het grijs en witte wolken; bergen cumulus en stratus. De weersvoorspellingen gemaakt door enorme computers hadden een zonnige ochtend voorspeld, maar zo onvoorspelbaar de mens is…, was het droevig met het weer gesteld.
Lus heeft vandaag geen vertrouwen in zichzelf. Hij heeft het idee de verkeerde jas aan te hebben; ongeschoren en ongekamd staat hij onder een spuuggrijze hemel te treuzelen met een doel dat doelloos is. Hij schrikt van deze gedachte. Heeft hij dit niet eerder meegemaakt? Hij wil zich hernemen maar dat lukt niet. Hij kan het plein niet oversteken of verlaten om… . Hij is gevangene en cipier tegelijk. Lus is niet instaat de geheimen van zijn situatie te ontsluieren. Hij kan die wel helder en concreet beschrijven.
… Hier sta ik dan, denkt Lus, met mijn bezige vlees in zijn aanwijsbare en natuurkundige realiteit, het/dat vlees geworden beleven, woord geworden beeld zonder dat ik precies kan weten – net als het weer – wat nu precies het chemische of het fysische is; Ik heb geen pijn, alleen…, enkel grote twijfels over alles. Die twijfels doen mij verscheuren in twee werelden…, van het gevoel en die van het verstand. Maar nu schijnt mijn verstand mij geen oplossing te geven, humt Lus.
Lus is gewend aan de stem van de ober..., een vrolijke kekke stem, waarmee hij de bestelling opneemt, … of hij vandaag grappa en koffie met of zonder melk wil. Lus drinkt niet elke ochtend koffie en ‘a shot’ grappa op het overdekte terras van café De Kuil, maar dit keer wil hij wél café corretto met melk, een glaasje water en een chocolaatje erbij. ( Als u blieft. )
De afstand tussen hem en het terras wordt langzaam groter. Hij voelt een lichte paniek in zich opkomen. De wolken tuimelen in de lucht en de gedachtes van Lus worden warrig. Wat belemmert hem, hij Lus, schrijver van boeken die over zijn klinische ervaringen als psychiater gaan, om vandaag net als de overige dagen op het terras te gaan zitten? Had het met de oorlog te maken, het verlies van zijn schoolkameraad, hier op dit plein afgevoerd naar…? Waar naartoe…, daar is Lus nooit achtergekomen.
Langzaam drentelt hij langs de hoge, barokke gevels, de moderne winkels en etablissementen die aan de andere kant van het rechthoekige plein staan. Lus wacht tot de paniekstoornis voorbij gaat. Hij jaagt de roetduiven weg en stopt voor een grote vitrine die is volgehangen met damesondergoed, bh’s en korsetten, en pyama's. Rode boa’s hangen rond de nekken van de etalagepoppen.
Lus kijkt in de spiegeling van de winkelruit naar het terras, dat nu nog verder weg lijkt te liggen. Zijn hart begint sterker te kloppen. De wolken jagen langs de randen van de daken en Lus humt.
@R.Kruzdlo2009Maastricht
*


