Diergaarde Blijloper
"De finish is nooit het einde van het lopen"
VKBlog Headerimage

enkeldiep in de smeltende sneeuwblubber

zondag 17 januari 2010 22:40

Als je goed loopt, twaalfde wordt van de veertien dan weet je dat er heel veel mensen thuis bij de kachel zijn gebleven, of het veilige asfalt opzochten. De Mastboscross is een van de grootste crosswedstrijden van Nederland. Het was trouwens ook al de 41ste editie. Bij de pupillen en de jongste junioren was het druk. Bij de oudere junioren en Masters niet echt. Acht meisjes Junioren A. Veertien Masters Veertig.

Maar wij, het MiLa team van Energie was er wel! Met 25 deelnemers en diverse podiumplaatsen bij onze jongste jeugd op zaterdag weet hardlopend Nederland dat we meedoen.

Mijn MiLa-kinderen, de A en B junioren hebben in dit geweld niet veel in de melk te brokkelen. Maar ze stonden daar vandaag, en trotseerden de prut. Een vieze natte sneeuwblubber. De plassen op de startstreep waren enkeldiep. Kuilen gevuld met ijswater. Iedereen die er niet was mag spijt hebben. Dit is het echte werk!

 

Op de website van Energie komt een uitgebreid verslag van de twee dagen te staan.

Winter

zondag 10 januari 2010 22:50

Vanmorgen keek ik op de kalender: 10 januari 2010. Opa jarig, geboren op 10 januari 1920. Ik keek nog een keer, ja het is echt 10 januari. Winter dus. Nu ben ik bijna vijftig jaar jonger dan Opa maar toch weet ik dat in het in de winter kan sneeuwen, vriezen en zelfs bij tijd en wijle onguur kan zijn. Met stijgende verbazing heb ik dan ook de nieuwsberichten gevolgd. De waarschuwingen waren niet van de lucht. De ANWB (een club die wielrijders vertegenwoordigd, en wielrijders zijn in de ogen van die club gemotoriseerde wielrijders) gaf aan dat ik een jas moest meenemen in de auto. Het kon wel eens koud zijn. En eten, voor het geval ik zou stranden in een verradelijke stuifduin.

Hardloopwedstrijden gingen niet door omdat de lokale bobo te bang was dat er een loper door z'n enkel kon gaan en dat dan de hulpdiensten niet binnen het voorgeschreven kwartier de onfortuinlijke loper kon ophalen. Schaatsters tijdens het NK Korte Stukjes Hard Rijden klaagden dat het wel erg koud was op de baan.

 

Gisteren waaide het in Rotterdam, windkracht 6. Wat ooit een gure noordoostenwind heette is nu een "wind-chill factor". Het was dankzij die waarschuwingen lekker rustig in de stad. Hardlopend over de doorgaande weg werd ik maar weinig gesneden door automobilisten.

Vandaag stond onze 23 km marathontrainingsloop op het programma. Ook bij ons was de vraag of het wel door moest gaan. Het journaal opent tenslotte niet voor niets met een weerbericht vol onheilstijdingen. Besloten werd om het zondagochtend aan te kijken. En jawel, we mochten van start. Met 210 lopers in diverse groepen. Mooier loopweer konden we ons niet wensen. Een graadje boven nul en af en toe een sneeuwvlokje. Een keertje moesten we uitwijken voor een strooiwagen. De vriendelijke chauffeur zette zijn auto voor ons aan de kant en stak zijn duim op. We hebben hem beloofd niet verder te vertellen dat we hier in de regio best nog wel strooizout hebben.

 

Ik was 's middags aan de late kant bij Opa's verjaardag. De tante's zaten al aan de advocaat met slagroom. Deze drie tante's, zussen van Opa, hebben de winters van 1963, 1947, 1940, 1929, 1942, 1979, 1941, 1996 en 1970 overleeft. De koudste negen winters ooit. Ze zijn ook weer niet zo oud dat ze Nummer Tien in deze lijst, die van 1917 hebben meegemaakt.

 

Maar wie over een jaartje of tien terugkijkt heeft het niet meer over Reinier Paping of over de mestershoge stuifduinen van 1947 maar over de Hel van 2010.

En wij waren erbij, en liepen 23 km in 1.59.55. Dat is 19 seconden langzamer dan het voorgenomen schema. Maar dat kan niemand ons kwalijk nemen. Het sneeuwde namelijk gedurende de laatste vier kilometer.

Afsluiten in Soest

vrijdag 1 januari 2010 21:25

Een hardloper hoort het jaar uit te luiden met de Sylvestercross in Soest. Dat wist ik al jaren maar het kwam er nooit van. Soms zaten we met de jaarwisseling op Texel, een enkele keer was vlak voor oudjaarsdag een andere wedstrijd en ook moest er gewoon gewerkt worden.

Nu moest het er dan maar eens van komen. Diverse van mijn atleten en atletes van onze Mila-groep zouden ook aan de start verschijnen van deze prestigieuze cross. Ik mocht dan ook met een auto vol hardloopsters naar het midden van het land afreizen. Bij aankomst bleek dat onze jongste mila-atleten al de nodige podiumplaatsen (2x goud en 2x brons) hadden gewonnen. Het begint bijna te wennen! Van de oudere mila-atleten die onder mijn hoede vallen kan dit niet verwacht worden. Ze lopen goed, maar niet goed genoeg om op dit nationale niveau mee te kunnen. Maar dat was dan ook het doel niet. De trainingen in deze periode staan in het teken van de opbouw voor een nieuw seizoen. Crossen is nu eenmaal een perfecte training omdat het alle facetten van het echte hardlopen bevat. Zelf liep ik mee in de wedstrijd voor de masters. Achtduizend meter mochten de oude mannen lopen. Vier rondjes door het bos, start en finish (en de doorkomsten) in de Soester Zandbak. Die zandbak maakte het loodzwaar. De rest van het parcours lag mij wel. De eerste ronde liep ik 8.28, de volgende drie gingen tussen de 8.57 en 9.03. Prima dus, de eerste snel gestart om mijn plekje in het veld te veroveren, daarna kon ik consolideren en zelfs geregeld een plekje opschuiven. Volgens mij ben ik na de eerste honderden meters maar door een loper of drie voorbij gelopen en heb ik er zelf zeker vijftien voorbijgelopen. Terugkijkend ben ik dus heel tevreden over mijn debuut in deze wedstrijd.

 

Nu ik toch aan het terugkijken ben, zo rond de jaarwisseling is het altijd wel aardig om een overzicht van het jaar te maken.

Ik liep dit jaar achttien wedstrijden, vijf daarvan waren crossen of trails, twee baanwedstrijden, vijf marathons, drie ultra's en een meerdaagse. Totaal liep ik 3535,4 km in wedstrijden en trainingen. Verdeeld over de vier kwartalen ging dit als volgt: 965, 955, 1039 en 577 km. In de periode met de meeste kilometers liep ik de minste wedstrijden (Trail Val d'Heure, Uurloop Avantri en Run Winschoten). Besttijden sinds mijn toetreding tot de Masters zes jaar geleden liep ik in Steenbergen (800 en 1500m), Schoonhoven (15 km), Roelofarendsveen (21,1 km) en Winschoten (50 km).

Tien keer liep ik op een dag meer dan de marathonafstand. Zeven keer in trainingen, drie keer als wedstrijd (Texel, Val d'Heure en Winschoten). Mijn mooiste herinneringen heb ik aan de Uurloop van Avantri in Schoonhoven, aan de marathon van Terschelling en aan mijn 70 km trainingsloop door Zuid-Limburg.

 

Maar het belangrijkste dit jaar was mijn omschakeling van loper naar trainer. Na het behalen van mijn diploma werd ik eerst gevraagd om de trainerscoördinator van de Nederlandse ultraloopselectie te worden, in november werd ik trainer van de oudste mila-jeugd en in december werd bekend dat ik per 1 januari de specialisatiegroep lange afstand van Energie mocht gaan trainen.

 

En in 2010? Het wedstrijdlopen komt op een lager pitje. Natuurlijk zal ik proberen de nodige loopjes mee te pikken. Ik ga hazen in Enschede, Spijkenisse zal niet ontbreken. En natuurlijk ook weer de Hardloopvierdaagse.

 

Ik wens vanaf deze plek iedereen een succesvol 2010!

Glibberen in de Achterhoek

zondag 27 december 2009 22:18

Uitdagende hardloopparcoursen spreken mij altijd wel aan. Af en toe knallen op asfalt is mooi voor je p.r. lijstje maar het echte hardlopen is toch crossen, trailrunning of hoe je het ook allemaal wilt noemen. En zo stond ik vanmiddag aan de start in Vorden, in de Achterhoek. Twee weken geleden had ik met Wouter in Spijkenisse de marathon gelopen en na afloop kwam bij ons thuis het idee om op Tweede Kerstdag naar Huize Rouwhorst af te reizen, gezamenlijk een traininkje te doen op de Lochemse Berg en de Derde Kerstdag deel te nemen aan de 30ste Oudejaarscrossloop van de Vorden Rijwiel en Tourclub.

Bijna driehonderd lopers en loopsters meldden zich in de kantine van de locale voetbalclub voor een van de drie afstanden. De keuze was 5, 10 of 15km. Tachtig daarvan kozen voor de langste afstand. Ik had al wat gegoogled naar de uitslagen van vorige jaren en de snelste lopers eens nader bestudeerd. Met een zelfde bezetting als voorgaande jaren moest een plek bij de eerste vijf wel tot de mogelijkheden behoren.

En jawel, de eerste kilometer liep ik op kop met twee andere atleten in mijn kielzog. Al vlot ging de eerste erop en erover. Een beduidend betere loper, hij pakte snel veel meters en was veel behendiger op de gladde delen van het parcours. Een kilometer later ging ook nummer twee mij voorbij. Nog even aangeklampt maar de bospaden met stronken, kuilen en ijs vergde zoveel aandacht dat ik wel een gaatje moest laten vallen om het overzicht te behouden.

Het gat met nummer vier was redelijk groot maar niet onoverbrugbaar. Ik merkte dat hij steeds dichterbij kwam en op het tien kilometerpunt kwamen we samen te lopen. Het was een asfaltweg van een kleine kilometer lang en de enige weg waar geen ijs lag. Het bos lag er ook redelijk beloopbaar bij maar de doorgaande fietspaden waren eigenlijk niet te belopen. Bij elke afzet verdween er een substantieel deel van de energie in het ijs in plaats van in de vooruitgaande beweging. Niet echt prettig voor mijn hamstrings.

Maar op het schone asfalt werd ik domweg op kwaliteit geklopt. Nummer Vijf was niet in de buurt dus kon ik ontspannen doorlopen en slalommen tussen de 10 km lopers die met ons de laatste drie kilometer van de route deelden.

Met 1.04.37 had ik de nummer twee van vorig jaar vier minuten voor mij en de nummer drie van 2008 twee minuten achter mij. Mijn inschatting dat ik met de voorsten mee moest kunnen was niet verkeerd geweest. Wouter finishte als achtste in 1.06.20.

 

Nu herstellen, de spierpijn komt al op. Rug, heupen en hamstrings moeten wennen aan het glibberen en glijden. Donderdag de Sylvestercross in Soest. Daar mogen de spikes ondergebonden worden.

Het afscheid van een lange afstandloper

maandag 14 december 2009 22:20

De titel van de weblog is normaal gesproken het laatst waar ik aan ga denken als ik een blog schrijf. Nu speelde de titel al door mijn hoofd tijdens de marathon van Spijkenisse. De eerste die in mij opkwam, zo rond het 22 km punt, was: “De Boer op z'n retour”. “Roemloos einde”, even na de 27 km, was weer wat te pathetisch. Claudia Pechstein, die heeft een roemloos einde, of het gespartel van Butter tijdens het EK cross, maar niet een eenvoudige hardloper die op een gure zondagmiddag door de polder sjokt. Na een kilometertje of dertig dacht ik echter dat het best wel leuk is: hardlopen in vijf minuten per kilometer, even een minuutje stoppen bij de verzorging om een bakje thee te drinken. Ik had een modus gevonden om mijn afscheid als ambitieuze hardloper te vieren. Voorlopig zijn er geen plannen om een sub-drie uur marathon te lopen.

 

Een marathon lopen op dat niveau, met mijn beperkte talent, kost nu te veel tijd en energie. Energie die ik in andere zaken ga stoppen. Wat ik eigenlijk al een tijdje aan het doen ben. De honderd kilometer van Winschoten was eigenlijk mijn officieuze afscheid. In ieder geval in mijn hoofd. Na die twaalfde september ging het training geven de overhand krijgen. En zou ik mijn eigen bedrijfje een nieuw leven gaan inblazen.

En het ging ineens snel. Zo werd ik de trainingscoördinator van de Nederlandse ultraloopselectie, kreeg ik de oudste mila-jeugd van onze atletiekvereniging Energie onder mijn hoede, ging ik trainingsprogramma's maken voor diverse diensten van de Rotterdamse Gemeente. En mocht ik loopscholing geven aan hockeypubers. Tussendoor organiseer ik een serie lezingen voor Sportemotion, een sportzaak uit Barendrecht, geef ik de Nummer Drie van het 100 km NK training met het plan om een sub-acht uur te gaan lopen, en last but not least, ga ik de “specialisatiegroep lange afstand” van Energie training geven per 1 januari. Een heel mooie uitdaging.

Tja, en dan ook nog werken in Blijdorp. Naast mijn labwerk ben ik ook nog OR-voorzitter in roerige, -- lees: reorganisatie – tijden. Om maar te zwijgen over thuis...

 

Ik heb al ergens in de zomer bedacht dat ik keuzes moet gaan maken. Die zijn gemaakt. Training geven aan de talenten van Energie en Running Nu op poten zetten. En dat betekent voor mij als atleet een grote stap terug. Jammer? Welnee. Als je met een stopwatch langs de baan staat en ziet hoe er getraind wordt, dan snap je de keuze. En eerlijk is eerlijk, ik ben 41, en op mijn retour.

En natuurlijk blijf ik hardlopen, de Hardloopvierdaagse is al gepland, de vijfde editie van de Spijkenisser Marathon en op de club worden plannen gesmeden voor een lang weekend Dublin inclusief een duurloop van 42,2 km. En af en toe moet ik mijn mila-kinderen toch laten zien dat ik niet een oude zak begint te worden.

 

Even terug naar Spijkenisse. Mijn geboortedorp. Een speciale marathon dus. Niet alleen vanwege het feit dat ik er een jaartje of vier heb gewoond. Maar zeker ook omdat het de marathon is waarin ik in de vorige drie edities elke keer een p.r. liep. Met dat plan startte ik tegen beter weten in. Clubgenoot Andy had hetzelfde plan, 42,2 km in 2 uur en 55 minuten. Hij had wel serieus getraind. En liep dat dan ook. Een meer dan verdiende prestatie. Loon naar werken. Ik mocht 15 km lang deelgenoot zijn van zijn zegetocht. Daarna heb ik nog een paar kilometer gedacht dat het wel goed zou komen met mij. Toen eenmaal de knop omging en ik mijn afscheid als hardloper vierde op het dertig kilometerpunt wist ik dat de keuze die ik maakte tijdens een etentje bij de Japanner ergens in de afgelopen zomer een goede was geweest. Vrolijk liep ik naar de baan van Spark, de organiserende atletiekclub, voor de laatste vierhonderd meter. Daar maakte ik de enige denkfout van de dag: het moeten inhalen van de twee lopers voor mij. Met een eindsprint liet ik twee andere oude mannen achter mij. Zo werd ik 21ste in plaats van 23ste. In 3.08.18.

Texelse bokken

maandag 23 november 2009 21:41

Ging de vorige blog over Terschelling, deze gaat over Texel. De Waddeneilanden blijven een van de plekken waar het lopen elke keer weer een feest is. Strand, duinen, bos. En deze keer ook veel wind.

Zaterdagmiddag mocht ik mij aansluiten bij drie lopers die net zo goed kunnen drinken en slap uit hun nek kunnen kletsen als hardlopen. De een loopt de marathon net iets langzamer dan 2.30, de ander raffelt de 42 km af binnen de 2.45 en de nummer drie was de nummer drie tijdens het laatste NK 100 km. Dan kunt u wel begrijpen dat er flink gedronken werd en dat de discussie niet vermeden werden.

Het ging over lopen, of je met een licentie NK kan worden (nee, het NK is niet voor trimmers), over hoe je de Zeeuwen tijdens de Kustmarathon zoek moet lopen (zal de trimmer onder ons niet lukken, die houdt niet van wind tegen) en natuurlijk over De Zestig.

 

Ik heb genoten, van het gezelschap, van het Texelse bokbier, en van mijn favoriete Waddeneiland. Crossen door de Dennen, door de Bleekersvallei en over het strand. Na afloop een stoofpot, een potje bowling en een paar goede glazen bier. En aangezien de drie heren bij tijd en wijle knetterhard kunnen lopen heb ik stevig moeten doorkachelen om niet te veel achteraan te moeten lopen.

Beren in de mist

woensdag 11 november 2009 22:56

Er is al veel geschreven over de Berenloop op Terschelling. Een heel contingent webloggers was er neergestreken. Als je wilt weten wie allemaal kijk dan bij de twee sympathieke webloglopers die toevallig ook nog dezelfde voornaam delen, Running Hans en Running Ronald. Voor velen, en ook voor mij was Terschelling een weekendje uit.

 

Lopen was een belangrijke bijzaak. De hoofdzaak was samen met mijn vrouw uitwaaien, wandelen en niet te vergeten, lekker uit eten. In de hectiek van het huishouden, sporten en werken komt het samen optrekken geregeld in het gedrang. Maar het was ook een weekendje uit met clubgenoten. Vooraf had ik al duidelijk gemaakt, de pastaparty zaterdagavond ga ik mee, maar de vrijdagmiddag, -avond en de zaterdag ga ik samen met Patrice op stap. Zo hadden we dus een tafeltje voor twee geboekt in een restaurant aan de voet van de Brandaris. En wie schetst onze verbazing? De veertien anderen hadden daar ook een tafel geboekt... Maar het restaurant was groot genoeg om te doen alsof ze er niet waren. Dat lukte redelijk totdat ik naar rechts keek. Daar zat een andere groep van onze club. Achtentwintig eetgelegenheden op het eiland en toch wisten alle dertig Energieleden die meeholden elkaar te treffen in één en hetzelfde restaurant.

 

Mijn marathonplan was min of meer gelijk aan dat van twee jaar terug. De eerste helft lekker rustig, en daarna gaan versnellen. Nu had ik het hooguit iets meer gespecificeerd. De eerste helft in vijf minuten per kilometer, daarna versnellen naar het beoogde tempo dat ik tijdens de marathon van Spijkenisse wil gaan lopen tot het punt dat ik mijn clubgenoten GerardV en Frans deR zou bijhalen. En alles ging perfect volgens plan. De eerste 21 kilometers gingen grotendeels allemaal rond de vijf minuten. Ik liep de kilometers af te tellen naar het halve marathonpunt. Ik wilde zo graag harder. De eerste beste kilometer van de tweede helft ging direct in 4.07. En steeds zag ik groepje lopers voor mij opdoemen in de mist. Stuk voor stuk rende ik hen voorbij. Een loper dacht dat hij wel mee kon, eventjes versnellen van 4.50 / km naar 4.10 / km. Ik dacht, ik waarschuw hem dat het wel wat hard ging. Was geen probleem vertelde hij. Ik zag hem na afloop op de weg terug naar het hotel op het 41 km punt nog langskomen. Die actie heeft hem denk ik de das omgedaan. Hij moet minimaal een half uur na mij over de streep gekomen zijn.

 

Frans haalde ik in rond het 28 km punt. Even gedag gezegd en snel doorgelopen, op weg naar Gerard. Enkele meters voor het strand tikte ik hem aan. Hij was net uit een groepje weggelopen met onder andere clubgenoot PedroH. Zoals beloofd ben ik bij hem gebleven. Gerard had de afgelopen maanden op een schema van mij getraind, met als doel een tijd onder de 3.17.42 die clubgenoot PetervD tot ieders verbazing op de klok zette in Etten-Leur. Al rekenend op het strand leek 3.16 geen probleem te zijn als Gerard zijn tempo vast kon houden. Zoekend naar het juiste spoor en turend in de mist verloren we op het strand elke kilometer 20 seconden op het beoogde schema. Toch pikten we het tempo na het strand direct weer op. En weer werd het rekenen. 3.15, 3.16, 3.17? Ik kwam tot 3.16 hoog, misschien een lage 3.17.

 

In de laatste fase wees ik Gerard op een virtuele PetervD. De loper in de verte, was dat Peter niet? Daar moeten we heen, daar moeten we overheen. De arme man voor ons had geen benul dat hij als rode lap diende. En deze instant-Peter werd geklopt, al ver voor de Brandaris. Al was Gerard pas overtuigd op de rode loper voor de finish. Dolblij waren we met het voltooien van de missie: weer gebak! En tot mijn grote plezier kwam ook Frans in een recordtijd van 3.21 over de streep. Na het debacle van Frans z'n optreden in Etten-Leur smaakte deze knappe tijd in de toch wel pittige Berenloop erg goed. Ook Frans trainde op mijn schema en dan is het plezierig als er uiteindelijk wel resultaat geboekt wordt. Dus met een erg goed gevoel kijk ik terug naar de prestatie van deze twee mannen én naar het gemak waarmee ik zelf deze 3.16.13 liep.

Running Nu!

zondag 1 november 2009 22:55

De meesten weten het al, mijn nieuwe website is in de lucht. Met wat hulp van buitenaf is de vormgeving aangepakt, en ik moet zeggen, ik ben er erg trots op. Nog niet gezien? Kijk dan een op www.running.nu!

Het vele werk rondom Running Nu en de ontwikkelingen op de atletiekvereniging gaan ten koste van mijn eigen trainingen. Nu is dat in deze fase niet zo heel erg. En het is een bewuste keuze.

De drukte van de laatste dagen kwam door een verzoek van de voorzitter van Energie. Of ik interesse heb om de Mila-jeugd te trainen. De groep van trainer Herman Vrijhof wordt te groot en ik mag de oudste jeugd training gaan geven. Een erg leuke uitdaging. Jongens en meisjes die erg hard kunnen lopen. Enkele van de twaalf-, dertienjarige meisjes lopen een 1000 meter net zo hard als ik. En zij worden steeds beter... De jeugd die ik mag gaan trainen is 15 jaar of ouder. Enkelen daarvan lopen al harder dan ik.

Het is wel een erg geinteresseerde groep. "hoe lang zijn uw langste duurlopen?" "Zeventig kilometer? Dat is wel ver...". Heel anders dan de hockey-meisjes. Daar is het meer een modeshow dan een training. Een van de meisjes van de hockey had een broek die bij de oefeningen steeds afzakte. Op mijn antwoord op haar geklaag dat ze dan maar volgende keer een andere, betere, broek mee moet nemen was het antwoord heel serieus; "weet u wel hoeveel deze broek heeft gekost!"

En hakken-billen als loopoefening in het pas gemaaide gras? Welnee, dan wordt je broek vies van het schoppen van je met nat gras volgeplakte schoenzolen tegen je dure broek!

 

Maar de hockey-meisjes weten nog niet dat ik nu bij de Mila-groep heel veel leuke loopscholingsoefeningen leer! Wat zullen ze genieten morgen ;-)

Btw, ook leuk voor de oude mannen die ik af en toe training mag geven!

 

En al ingeschreven voor de lezingenserie?

Van Eindhoven zelf word je niet blij

zondag 11 oktober 2009 23:15

De radiostilte na Winschoten kwam niet uit teleurstelling of frustratie. Nee, ook ik heb het af en toe druk. Ik heb allerlei plannen om meer rondom het lopen te gaan doen. En alle plannen heb ik bewust na Winschoten gepland. Voor de liefhebbers, een sneak preview van mijn website is te vinden op www.running.nu. De opmaak is nog erg simpel. Ik heb gewoon geen zin om erg veel geld te betalen aan iemand die de pagina-opmaak voor mij maakt. De meesten lijken de hoofdprijs te willen hebben als websitebouwer en zelfs degenen die een troostprijs vragen vind ik nog te duur. Dus dan maar op deze manier. Commentaar is altijd welkom. Daarnaast had ik nog een gesprek over mijn rol als mogelijk coördinator van de ultraloopselectie van Nederland. En ik ga voor een sportzaak hier in de buurt een serie lezingen organiseren. Geboekt heb ik Luc Krotwaar, Anton Engels en Peter Res. De details zullen op mijn website komen!

 

Ik heb nog wel het een en ander gelopen na Winschoten. Niet gek veel. Ik had last van een wat onwillige linkerenkel en achillespees. Dus toch ook maar de nodige rust ingebouwd.

Direct na Winschoten heb ik mij ingeschreven voor de marathon van Eindhoven. In een ver, ver verleden liep ik daar mijn eerste halve marathon. Volgens mijn plakboek won Kim Reynierse de marathon. Ik was net achttien en klokte 1.43 zoveel op die halve.

Mijn inschrijving was op de laatste dag van de voorinschrijving, en alleen met een voorinschrijving kwam je in een snel startvak. Ik hoopte toen nog op een vlot herstel van Winschoten en daarna te profiteren van wat supercompensatie. Maar het vlotte herstel bleef uit en pas de afgelopen week was ik pijnvrij. Geen ideale voorbereiding voor een poging om een mooie sub-drie uur tijd neer te zetten.

Maar wie niet waagt loopt nooit een persoonlijk record is mijn credo bij tijd en wijle. Dus vlot weg, vier minuten per kilometer. Al na een kilometer of negen voelde ik wel dat het niet mijn dag was. Langzaam liepen de tijden op en naarmate de tijd vorderde werd mijn hamstring pijnlijker.

Halverwege klokte ik nog net onder de 1.28 maar het tweede deel kostte aanzienlijk meer tijd, 1.36 om precies te zijn. Toch kijk ik niet ontevreden terug. Het belangrijkste was weer eens een fatsoenlijke tijd te lopen, want al met al is het mijn vijfde tijd ooit.

 

Wat ik niet helemaal begrijp is waarom deze marathon zo populair is. Het is een snel parcours, dat wel. Maar verder is er weinig aan. Van Eindhoven zelf word je niet blij. Ze proberen het nog een beetje op te vrolijken met wat bands en mensen met een overmaatse stereo langs de kant. Het Stratumseind is wel leuk maar daarna mag je de laatste vijfhonderd meter naar de finish afleggen zonder publiek.

 

Nu herstellen en vrolijk verder rennen. Na een pijnstiller en een stevig glas Ierse whiskey voelt mijn enkel wat beter aan. Nog een vervelende blaar onder mijn voet doorprikken en ik kan weer redelijk normaal lopen.

Ik ben geen toerist...

zondag 13 september 2009 20:47

Het ging allemaal zo voorspoedig. Misschien wel te voorspoedig. Een bekende hardloopwet. Maar ik was niet als toerist naar Winschoten gekomen om vrolijk een honderd kilometer te lopen. Ik had serieus hard getraind en wilde een serieuze tijd lopen. De voorbereiding was goed, met de focus zat het prima, alleen een pijntje aan mijn linkerachillespees zeurde op de achtergrond.

Samen met trainingsgenoot Erwin van Diemen ben ik vrijdag naar het verre en hoge noorden gereden. Niet volgens de meest logische route volgens mijn Zwijndrechtse vriend. Dat vertelde hij mij toen de afslag naar de optimale route drie kilometer daarvoor was gepasseerd. Met andere woorden, we hebben weer genoten van het verkeersinfarct van midden-Nederland. Ondanks de kilometerslange rij met blik stonden we op tijd in Winschoten aan de balie van de organisatie om onze enveloppen met startnummers in ontvangst te nemen.

In de voorbereiding had ik een eet- en drinkregime gevonden dat mij goed beviel. Elke vijftien kilometer een energiegelletje en elke twintig kilometer een halve liter eiwitdrank. Omdat de wedstrijd over tien ronden ging hadden we twee verzorgingsposten. Erwin had zo'n formica campingtafeltje meegenomen om onze vele flesjes met allerlei soorten vocht te kunnen plaatsen in de ravitaillering op het vijf kilometerpunt. Vlak voor de finish hadden we nog zo'n punt. Daar stond veelvoudig honderd kilometerkampioen en vriend van Erwin Veron Lust met een zelfde soort tafeltje met ook een scala aan drankjes, koekjes en snoepjes.

Na het startschot gingen de buitenlanders er direct vandoor. De oude Poolse krijger Janicki, de Tjech Oralek en de sympathieke Vlaming Marc Papa. Daarachter Martin Ketellapper, de grootste kanshebber voor het Nederlands Kampioenschap. Ook Erwin zag ik al snel ver voor mij uit lopen, gevolgd door Veron Lust en de andere kanshebber op eremetaal Robert Boersma. Vanaf het eerste moment liep ik een tempo van vijf minuten per kilometer. Soms iets langzamer, soms iets sneller. En zo ging het kilometer na kilometer. Keurig gegeten en gedronken volgens schema, cola, water, gelletjes en mijn eigen drankjes. Dat het superstrak ging bleek wel uit de doorkomsttijden: 49.21, 49.50, 50.07, 49.45, 50.03 en 49.47. Het vijfde rondje heb ik clubgenoot Andy nog op sleeptouw genomen. Hij liep de vijftig kilometerwedstrijd.

 

Ik liep op het schema van ons clubrecord welke in de vorige eeuw door Aad Vink was gelopen. Hij klokte toen 8.21.46. Omdat Erwin nog ver voor mij liep zou voor mij hooguit de kruimel van clubrecord Masters Veertig overblijven. Maar het gaf een hoop moraal, om er nog maar een wielerterm tegenaan te gooien. Toch begon ik na de zestig kilometer wat te verzuren. De bovenbenen werden stijver en stijver en mijn linkerachillespees ging hinderlijk opspelen. Het tempo zakte wat in. Geen man overboord, het clubrecord was geen heilig moeten, hooguit een mooie kers op de taart. De kilometertijden zakten naar 5.15, 5.25. Maar bij de drankpost op 65 km sloeg het noodlot ineens toe. De verzuring werd heftig, opstarten ging met lichte krampverschijnselen. Voorzichtig aan weer begonnen, 5.55 op de volgende kilometer. Maar het ritme stokte geheel. De pijn in de benen werd in het geheel niet minder. Een kilometer in ruim zes minuten volgde. En weer eentje. Zoals eerder gezegd, het was geen toeristisch uitstapje naar Winschoten. Negen uur was de tijd die ik er maximaal over wilde doen. 8.59, dat was het uitgangspunt. En met kilometers van zes minuten kwam die grens razendsnel dichterbij. Rond de 58 kilometer ben ik even gaan wandelen. Even de spanning van de spieren halen. Zwalkend ging ik over straat. De coördinatie was door de stijve bovenbenen geheel weg. Een bekend verschijnsel, het is niet de eerste keer en het zal vast ook niet de laatste keer zijn. Bijna zes uur in hetzelfde cadans op asfalt was teveel voor mijn alfa motorneuronen. Die willen variatie aan impulsen. Die willen wel uren aan belasting door bossen en over onverharde paden maar geen continue kilometers aan weerbarstig asfalt.

Een hernieuwde poging op iets dat op hardlopen leek mislukte wederom. Het was over en uit.

 

Nu met een erg pijnlijke achillespees en stijve benen is het wonden likken begonnen. Wat nu? Hoe is de hardlooptoekomst? Meer lange duurlopen? Hogere tempo's? Meer asfalthappen? Lastige vragen. Het is een delicaat evenwicht tussen de spieren aan de ene kant en de banden en de pezen aan de andere kant. Ik zal wel zien. Vooraf heb ik geroepen dat dit mijn eerste en laatste 100 km wedstrijd zou worden. Met het geven van trainingen en de andere toekomstplannen die op stapel staan zal er mogelijk van goed ultralopen niet veel terecht komen.

 

Om het verhaal feestelijk te eindigen. Erwin van Diemen wist beslag te leggen op de derde plek op het NK! In 8.31.23, geen clubrecord maar wel een persoonlijk record. En natuurlijk ben ik daar blij mee, want eerlijk is eerlijk, welke hardloper kan nu zeggen dat hij de laatste tijd vele kilometers heeft gemaakt met de Nummer Drie van Nederland ;-)

He-le-maal niet leuk!

zondag 6 september 2009 23:17

“Meneer, ik vind dit he-le-maal niet leuk”. Een dertien-jarig meisje keek mij uitdagend aan. Hoe reageert de nieuwe trainer? Ze keek nog even in het rond om steun te krijgen van één of meer van de ruim twintig andere hockeymeisjes. Het drietal dat al een tijdje om haar heen drentelde knikten bevestigend. “Ik word hier namelijk héél moe van”.

Dit seizoen mag ik de jongens en meisjes van de lokale hockeyclub hier in Charlois looptraining geven. De C-jeugd, twaalf tot en met veertien jaar. Elke team een half uur. Eerst een warming-up, dan loopscholing en afsluitend wat sprintoefeningen. De technische commissie van de club vond dat de jeugd niet goed kon hardlopen, en dan met name technisch. Of ik daar wat aan kan doen.

Dus met een serie pylonen en hoedjes probeer ik elke keer een serie speelse vormen te verzinnen zodat het niet alleen domweg rennen is. De jongens keken mij vreemd aan toen ze moesten hinkelen en huppelen. Toch deden ze het vol overgave. De skippings waren nieuw maar ook dat deed een groot deel al vrij snel goed. Bij de meiden kostte het meer moeite. Een deel van de dames heeft meer oog voor elkaar en voor passerende jongens dan voor de oefeningen. Meisjes van veertien zijn met andere zaken bezig dan jongens van veertien. Dat werd mij al heel snel duidelijk.

Na afloop vroeg ik aan het meisje dat de oefeningen he-le-maal niet leuk vond in welk team ze speelde. In C3. Een wat timide meisje kwam toen de C3 meisjes weg waren vragen of de training niet wat langer mocht zijn. Een half uurtje was wel wat weinig. Ik had het hele kind de training niet gezien. Ze speelde in de C1 vertelde ze mij. Een mooi leermoment. Achter de aandachtvragende meisjes van de C3 staan blijkbaar kinderen die met overgave meedoen maar weg worden geblazen door de andere dames.

Morgen mag ik de pubers weer onder handen nemen. Het plan met oefeningen ligt al uitgeprint op het bureau. Erg leuk om te moeten zoeken naar zoveel mogelijk boeiende lesvormen.

 

Afgelopen dinsdag stond er een 12x 1000 op het programma. De eerste twee gingen nog in vier minuten, de volgende duizendjes allemaal een paar seconden onder de vier. De snelle vijftien van de zaterdag ervoor zat nog diep in mijn vezels. Vermoeid en pijn in mijn hamstrings. Met name links, mijn “binnenbochtbeen”, was gevoelig. Vaak wordt het gedurende de training minder maar nu niet. De tempo's gingen makkelijk, maar na tien keer vond ik het welletjes. Zo vlak voor Winschoten ga ik niet zinloos pijn lijden.

Een goede beslissing want de volgende ochtend, tijdens de rustige tien kilometer met clubgenoot FdR was er geen sprake meer van pijn.

 

Trainer Kok van de A-groep van Energie is drie weken op vakantie. Ik heb de eer om de groep die drie weken onder handen te nemen. Terugkijkend naar de trainingen van deze groep de laatste drie weken wist ik dat ik één van mijn favoriete, dus zware, trainingen zou kunnen geven.

Het toverwoord was een zeer korte rust tussen de tempo's in. De eerste serie bestond uit vier keer 200m-300m-400m met steeds twintig seconden pauze. Na die vier keer was er maar liefst zestig seconden rust. Om vervolgens de bovengenoemde reeks nog drie keer uit te voeren. Zelfs JRo, die voor het eerst sinds jaren weer eens een baantraining afwerkte was al erg stil aan het einde van de eerste serie. Geconcentreerd deden de lopers wat ze moesten doen: hard trainen. Tijd voor grappen en grollen was er niet, dat is het voordeel van korte pauzes!

Voorafgaand aan de kerntraining was er al een serie core-stability oefeningen uitgevoerd. En alhoewel de meesten het nut van de oefeningen onderschrijven zijn er maar weinig atleten die dit leuk vinden. Mogelijk alleen MartinL, die er een satanisch genoegen in schept om altijd nog wel een pittige oefening voor te doen.

 

En vanwege het afbouwen naar Winschoten heb ik zelf weinig gelopen. Lekker uitrusten en alle pijntjes kwijt zien te raken. Vandaag nog ruim drie kwartier over het Voornes strand gelopen. Heen en terug gingen op de seconde nauwkeurig in dezelfde tijd. Met drijfnatte schoenen en onder het zand voelde ik mij elke meter beter worden. Plonzend door de vloedlijn lag de focus al snel bij aanstaande zaterdag.

De vraag die opkomt aan het einde van een lange reeks zware trainingen is altijd: waar sta ik, wat kan ik? Al enkele weken was er het voornemen om de Schoonhovense Uurloop van Avantri te gebruiken als test. Op één voorwaarde, de pijntjes moesten zo goed als weg zijn. En dat was zo. Met de zenuwen zat het goed, zo een uurtje voor de wedstrijd. Een gezonde wedstrijdspanning en mijn twee trouwe supporters waren zo verstandig om niet bij de warming-up en start aanwezig te zijn. Zij kozen voor een rondje langs de winkeltjes van het zilverstadje. Redelijk in mijzelf gekeerd jogde ik wat over de sintelbaan van Avantri. Een ouderwetse baan, 306,5 meter in de rondte. Er leken wat snelle jongens te zijn. Ik kende niemand maar aan de houding, de schoenen en de warming-up te zien telde ik een man of vijf die er wel vlot uitzagen. Nu bedriegt schijn wel vaker.

Ik doe nooit een heel fanatieke warming-up. Geen zinloos rekken en strekken, geen versnellingen waarbij de hartfrequentie diep in het rood gaat. Meer een mentale opwarming.

 

Ik nestelde mij vlak voor de start tussen de voorsten. Net een voetje achter de mannen die dachten dat ze daar hoorden te staan.

Na het startschot bleek alweer dat er meerderen zich vergist hadden. De jongen voor mij in ieder geval. Vooraan in de binnenbocht starten moet je alleen doen als je verwacht heel snel te zijn ten opzichte van de rest. Een vergissing dus. Na een ronde op de baan waren de kaarten al min of meer geschud. De nummer één nam tien meter voorsprong en bouwde dat snel uit tot een meter of honderd. Met twee anderen holde ik daar achteraan. Het gat met de nummer vijf tot en met vijfenvijftig was na een kleine kilometer al zo groot dat het duidelijk was wie de ereplaatsen moesten gaan verdelen.

Tot en met de vijfde kilometer liepen we gedrieën tegen de wind, het gat met nummer één, Jan de Ruiter van de organiserende vereniging, zagen we groeien. Bijna naamgenoot Rob Boer en ik liepen om en om op kop, hij wat meer dan ik. Hij leek mij ook wat sterker. Onze medestrijder, Harm van Bruggen, bleef in ons spoor lopen. Rob wist op het juiste moment afstand te nemen. Een scherpe bocht naar rechts en direct een steil dijkje af. In luttele seconden liep hij tien meter bij ons weg. Het gat was geslagen. En omdat Harm geen enkele moeite deed om Rob terug te pakken bleek mijn gevoel juist, hij was blij dat hij kon aanklampen. Het gas erop houden en dan zou die derde plek wel voor mij zijn. En dat bleek ook wel. Stapje voor stapje liep ik weg.

Na tien kilometer was het wel duidelijk, het gat tussen Rob en mij was kleiner dan tussen mij en de nummer vier. Het was wel knokken om het tempo hoog te houden. Ik had tot het dertien kilometerpunt namelijk de illusie dat Rob mogelijk nog te pakken was. Ik liep tussen acht en elf kilometer wat in. Maar uiteindelijk kon ik voor de wind niet erg veel meer winnen. Die rugwind was hard nodig om mijn tempo vast te houden. Kijk maar naar het rijtje kilometertijden, de laatste was weer tegenwind: 3.31, 3.41, 3.46, 3.51, 3.48, 3.46, 3.45, 3.45, 3.49, 3.49, 3.45, 3.44, 3.46, 3.49 en 3.54. Voor de getallenfreaks onder ons: 18.47 over de eerste vijf kilometer, 18.54 over de tweede tien (tien kilometertussentijd was dus 37.41) en de laatste vijf kilometer gingen in 18.58. Opgeteld geeft dat 56.29. De door de organisatie geklokte tijd was 56.28. En die mag ik in de boeken schrijven als één na snelste 15 ooit in mijn loopcarrière. De snelste was op 23 december 1989, lang geleden in de vorige eeuw, in een vorig hardloopleven. Toen klokte ik 56.12 tijdens de Kerstloop in Rhoon.

 

Maar het was toch een uurloop hoor ik u zeggen? Ja, dat klopt. Iedereen die de vijftien kilometer binnen het uur aflegde mocht het uur volmaken op de sintelbaan. Ik had dus nog drieënhalve minuut over om wat meters af te leggen. Bij het opdraaien van de baan kreeg ik een spijker aangereikt. Deze moest je na het laatste fluitsignaal in de grond prikken op de plek waar je finishte. De energie om in die laatste drie komma vijf minuten nog duizend meter af te leggen was geheel verdwenen. Toch lukte het nog om 896 meter te lopen voordat de spijker de sintelbaan in geprikt moest worden.

 

's Avonds, in de auto na een barbecue bij een clubgenoot, zong Huub van de Lubbe van de Dijk vanaf een ceedee'tje: "Mooier dan nu zal de wind nooit over dit water waaien". Het kwam wel overeen met het gevoel dat ik had tijdens de kilometers langs de Lek deze zaterdagmiddag.

 

En de rest van de week? Het was mijn laatste zware trainingsweek. Vorige week zondag had ik zestig gelopen, zoals beschreven in mijn vorige blog. Maandag heb ik mijn pezen rondom mijn enkel noodgedwongen rust moeten geven. De hele dag deed met name mijn linkerenkel pijn. Balend als een driewegstekker, zo ongeveer kwam ik de dag door. En met een ibuprofennetje. Toch stond ik dinsdag op met een goed gevoel. De pijn leek over. En 's avonds durfde ik de baantraining weer aan. Dertig keer tweehonderd meter. De eerste twee gingen nog in veertig seconden, de rest allemaal in 37 – 38 seconden. Zonder pijn!

Woensdagochtend samen met clubgenoot FdR 28 kilometer gelopen door en rond Barendrecht. Mijn laatste lange duurloop. Al is 28 kilometer niet lang meer. Alles wordt relatief, ooit was een uur lopen al een mijlpaal, toen 42,2 en nu zijn er vier weekeinden achter elkaar geweest met meer dan vijftig kilometer.

Donderdagavond mocht ik aansluiten bij de groep van Kok, de A-groep waar ik tot voor de start van mijn Winschotenschema altijd met erg veel plezier liep. Tien keer driehonderd, twee keer duizend. De driehonderdtjes gingen van 61 seconden tot 56 seconden in de laatste. De eerste duizend liep ik soepel in 3.30, de tweede ging sneller maar toch nog soepel, in 3.16. Topvorm!

Vrijdagochtend 12,4 kilometer van huis naar Blijdorp en 's middags weer terug, ietsje korter maar met een enorme berg wind. Zeker op de Kop van Zuid, 10,5 km. En vandaag lekker niets! Nu rusten, rusten en rusten. Met af en toe een traininkje om het niet te verleren. Als ik morgen mijn heen- en weer kilometers naar Blijdorp heb gemaakt komt de maandteller voor het eerst boven de vijfhonderd kilometer.

Krampenloop

zondag 23 augustus 2009 23:09

“Heb je dat straatnaambordje gezien?”, vroeg meeloper E toen we langs de rand van Roosendaal liepen. Krampenloop stond er op het bordje.

We hadden ons een kilometertje of dertig eerder al afgevraagd of er ooit een straat, een brug of mogelijk een kanaal naar ons genoemd zou worden. We twijfelden erg. We weten het niet maar voorlopig lijkt het ons niet waarschijnlijk. Of je moet Commissaris worden. Zo heeft ene Commissaris van den Harten ten slotte ook zijn eigen brug gekregen bij Oud-Gastel.

 

Wie moet je zijn

hee wat moet je doen

voor je naam op een straat of een plein of een plantsoen

hoe groot moet je zijn

hoe dood moet je zijn

voordat je naam op een straatnaambordje komt te staan

 

Dat zong Harry Jekkers in zijn Straatnaambordjesblues. Groot zijn we niet, en dood ook niet helemaal. Al voelde ik mij aan het einde van de zondagse duurloop stevig doorgekookt. Maar dat probleem was in Stampersgat gauw opgelost in het zo goed als uitgestorven lokale café. Twee biertjes, eentje voor het wegspoelen van alle sportdrank en de tweede voor de dorst.

 

Gesprekken over straatnaambordjes, over bruggen die naar je vernoemt worden; dat is zo'n beetje het niveau van twee duurlopers die met een rugzakje op een rondje rondom Roosendaal hollen. We vroegen ons later af, lopend over die Commissaris van den Hartenbrug, of je zo nu en dan eens bij je eigen brug zou kijken. Of het er nog een beetje netjes bijligt of zo? Commissaris van den Harten moet zeker eens gaan kijken, erg best is het wegdek daar niet op zijn brug.

 

Even terug naar de route. Op ons schema stond een lange duurloop en we hadden al in overleg met de trainer besloten dat dit onze laatste lange zou zijn in de voorbereiding op het NK 100 km. Nu kennen we Rotterdam-Zuid, Barendrecht en omgeving ondertussen wel, dus zijn we eens gaan zoeken naar een andersoortig rondje. Al snel vond ik de site met een fietsknooppuntennetwerkrouteoverzicht. Het is dus een kwestie van rennen van nummertje naar nummertje. We begonnen in Stampersgat, bij nummer 25 en holden naar 68 enzovoort. Voor degenen die de route eens na willen lopen volg dan: 25-68-67-66-65-69-90-80-86-85-84-1-81-28-29-94-95-96-97-72-71-70-31-28-25. Zestig kilometer dus. In iets minder dan zes uur. Op zich ging het goed, alleen is mijn linkerachillespees het vele lopen meer dan zat.

 

Vorige week zat ik er na mijn zestig kilometer aardig doorheen. Niet gek gezien het grote gewichtsverlies tijdens het lopen. Het was wel fijn om te merken dat ik razendsnel herstelde van de zware training. Maandagavond kraakte ik nog in al mijn voegen gedurende de eerste kilometer van mijn herstelloopje, maar daarna ging alles toch weer soepel. Dinsdagochtend van hetzelfde laken een pak.

De dinsdagavondtraining mocht er ook zijn. Vijf keer drieduizend meter. De eerste duizend steeds in het kielzog van E gelopen en daarna hem steeds ietsje afstand laten nemen. Het hoefde ook weer niet al te hard. Net geen twaalf minuten per drie kilometer. De laatste drieduizend heb ik lekker doorgelopen. Ik zei E nog: “zou Bekele zich ook zo gevoeld hebben?” Ik vloog werkelijk over de baan. De laatste kilometer ging in 3.40, fluitend. Tuurlijk is 3.40 niet superhard, en zeker geen Bekeletempo maar ik was er blij mee. Op zondag een zware duurloop en op dinsdag weer volle bak op de baan lopen.

Woensdag mochten de beentjes op de bank blijven maar donderdagochtend ging de rugzak weer op voor een omwegtraininkje naar mijn werk. Via de Willemsbrug en over de Aelbrechtskade, iets meer dan twaalf kilometer. En 's avonds weer terug. Het beloofde noodweer bleef uit. Maar ik had al bedacht dat ik niet in regen, storm en onweer zou gaan rennen. Dus bleef het bij de 23 van het heen en weer lopen. Een beetje belazerd door het KNMI voelde ik mij wel. Maar omdat toen mijn achillespees al opspeelde was het misschien wel goed.

Nu afbouwen, Winschoten is over drie weken.

Ik schrok toch wel een beetje van de digitale cijfertjes van mijn weegschaal. Eénenzeventig komma negen kilogrammen. Dat scheelde 3,7 kilo met zes uur daarvoor. Na het opstaan vanmorgen noteerde ik 75,6 kilo in mijn hardlooplogboek. Af en toe weeg ik mij voor een lange duurloop, zeker als het een beetje warm dreigt te worden. En vandaag stond er een lange loop op het programma. Zestig kilometer wilde ik gaan lopen. Met zoonlief als begeleider op de fiets, met een mandje vol bidons, liep de route van Rotterdam-Zuid naar Hellevoetsluis. Daar zouden we even wat drinken bij mijn moeder, bidons bijvullen en dan weer huiswaarts. Zo gezegd, zo gedaan.

 

Maar eerst even een overzicht van de laatste weken.

De laatste week van juli was mijn laatste werkweek voor de vakantie. Het laboratorium een beetje opruimen, nog wat zaken afronden en vrolijk iedereen uitgezwaaid. Twee weken weg, naar de Dutch Mountains!

Op de eerste de beste dag op de camping had de trainer een duurloop gepland. Niet zo maar eentje, nee, eentje van maar liefst zeventig kilometer. Dus rugzak om, bidons, gelletjes en wat euro's mee en de stoute schoenen aangetrokken. Globaal had ik een plan, eerst via het Vijlenerbos naar het Drielandenpunt om zo via Vijlen, Eys en Valkenburg weer richting Epen af te zakken. De wandelkaart van het zuiden van Limburg keurig in een waterdicht zakje. Gelukkig regende het.

De asfaltweg door het Vijlenerbos staat op de eerste plaats in de lijst met de zwaarste klimmen van Nederland. Mijn route liep over de wandelpaden door het bos. Korter dus, maar wel steiler...

Tweehonderd meter hoogteverschil had ik er in de eerste tien kilometer al opzitten. Een mooie start van een zeventig kilometer duurloop. Op weg naar de Eysenbosweg, ook zo'n roemruchte klim, kwam ik de Kruisberg tegen. En die heuvels liggen er niet voor niets. Ook die kon ik afvinken van mijn lijstje “nog te lopen heuvels”. Genietend van de ploeterende wielrenners nam ik de Eysenbosweg. In Ransdaal liep ik langs een gezellig ogend cafeetje. Even een cola'tje. De waardin keek alsof ik van Mars of een of andere planeet kwam. Zij sprak in ieder geval een taaltje dat weinig op ons Rotterdams leek. Toch raakten we even aan de praat en leken we elkaar te begrijpen. Leken te begrijpen, want na mijn antwoord dat ik een kilometertje of zeventig aan het lopen was, ja op één dag, was ze er blijkbaar van overtuigd dat er buitenaards leven bestond. Ze vulde mijn bidon bij en wenste mij het beste. Een paar uur en wat heuvels later stopte ik voor een tweede glas cola en een verse bidon in Gulpen. Ook daar keken ze vreemd op, of eerlijk gezegd, roken ze mij blijkbaar. Na het afreken hoorde ik het ene barmeisje tegen de andere zeggen: “hij stinkt!”. Blijkbaar was niet al mijn eerlijke hardloopzweet weggespoeld tijdens de laatste hoosbui. Omdat mijn Garmin er na een uurtje of vijf mee ophield, die dingen zijn blijkbaar niet voor ultralopers, heb ik geen exacte afstand. Ik gok op zeventig kilometer, in bruto zevenenhalf uur. Tevreden sjokte ik de camping op.

 

Na deze zeventig had ik mijzelf wat rust beloofd. Mijn trainer had in het schema staan: “actieve rust”. Een beetje uitfietsen of zoiets. We hadden fietsen gehuurd voor een dagje en uitfietsen paste mooi bij mijn programma. Nu is Epen min of meer het epicentrum van de Dutch Mountains en staat de camping langs de Geul, in het dal dus. En voor we het wisten gingen we in Schin op Geul linksaf, naar Engwegen. En voor de onnozelen onder ons: in Engwegen staat een mooie boerderij waar ze heerlijke koffie met kersenvlaai serveren. En om daar te komen moet je een heuveltje over, de Keutenberg. De nummer twee uit de eerder genoemde ranglijst. Op het kleinste verzet werden de 22% genomen. 's Avonds met een biertje in mijn hand voor de barbecue wist ik weer waarom zeventig kilometer lopen en bergop fietsen niet de juiste trainingscombinatie is.

Woensdag durfde ik weer een looptraining te wagen. We hadden gezamenlijk een wandeling door het Vijlenerbosch en het Elzetterbosch gedaan van rond de veertien kilometer. Een mooi rondje om aan het einde van de middag eens hardlopend te doen. Trailschoenen aan, wandelkaart weer mee en ruim een uur gerend. 236 hoogtemeters gaf mijn Suunto aan.

De volgende ochtend het zelfde rondje drie keer gelopen. Dertig kilometer, 505 hoogtemeters, in iets minder dan twee uur en drie kwartier. De pijn van de zeventig en het fietstochtje is lang en breed vergeten. Het is hier genieten.

Op vrijdag heb ik mij er als een Jantje van Leiden van afgemaakt. Meegewandeld vanaf de camping naar het Drielandenpunt, daar omgekleed en terug gehold. Nu is het Drielandenpunt het hoogste punt van ons land en ligt de camping in het dal, bijna 200 meter afdalen in 8,5 km.

 

De trainingen van woensdag, donderdag en vrijdag stonden in het teken van mijn zondagse duurloop. Ik las op internet ergens over een trail in de diepe binnenlanden van België, in Ham-sur-Heure om precies te zijn. 55 km's, 1500 meter positieve hoogtemeters. Alleen de start was wat vroeg, 9 uur. Half zeven wegrijden bij de camping betekende zes uur opstaan. De familie was niet echt gelukkig met dit onbehoorlijke tijdstip. Over de trail zal ik niet al te veel meer vertellen. Zowel Martine, Jan als Bob hebben al het een en ander beschreven. In de einduitslag sta ik als 21ste met 6.11.50. Het was een zware race. Met name mentaal. De gedachte van “wat doe ik hier in hemelsnaam” kwam geregeld boven. Met direct daarop: “ik kap ermee, dit is geen hardlopen, dit is ploeteren”. Maar dan komt er steeds weer een ander stemmetje uit een andere hoek: “Lul, als je nu stopt, is Winschoten ook geen optie!” En weer ging ik verder. De laatste tien kilometer leken weer een beetje op hardlopen. Daar hou ik mij dan ook maar weer aan vast.

 

Achteraf gezien ben ik tevreden. Niet zozeer met de trail en de prestatie maar wel met het herstel. Eigenlijk kwam die tevredenheid na een ongelooflijke misser van mij. Twee dagen na de wedstrijd zou ik een minuutje of veertig gaan lopen. Een soort van herstelloopje. Het Belgische Sippenaeken was het doel. Ik heb alles gezien, de gehele Voerstreek. Ja, ook Sippenaeken. Ik was hopeloos verdwaald. De geplande veertig minuten werden ruim 26 kilometer... En het lopen ging prima! Het tempo zat er stevig in want ik wist ook wel dat het thuisfront, zittend aan een bak koffie voor de tent, zich zorgen zou maken. Een ander positief punt was dat ik de gehele tijd, 130 minuten lang, op een nuchtere maag heb gelopen. Goed voor de vetverbranding.

De twee volgende dagen heb ik maar een route door bekend terrein gelopen. Woensdagochtend en donderdagmiddag, hetzelfde rondje via Mechelen en Vijlen. Veel asfalt en een paar onvervalste klimmen. De eerste keer ging de 14,2 km in 1.12, een dag later 90 tellen sneller.

Vrijdag stond er weer een fietsdag op de familiekalender. Coen wilde deze keer de Keutenberg op zonder eventjes met z'n voet aan de grond te komen. Zo gezegd, zo gedaan. Naast de Keutenberg heb ik hem ook kennis laten maken met de Kruisberg, de Eysenbosweg, de Loorberg, de klim bij Eperheide, de Gulpenerberg en de Cauberg. Alle klimmen gingen zonder te stoppen. Voor wie ze na wilt fietsen, kijk op www.klimmeninlimburg.info en zoek in de ranglijst naar de nummers 1, 2, 4, 7, 13, 15, 19, 22, 40, 42 en 59.

 

En vandaag dan het tochtje naar Hellevoetsluis en terug. Coen heeft de smaak van het fietsen te pakken en wilde mee. Het scheelde mij weer het lopen met een rugzak en tijdens zulke lange duurlopen stel ik wat gezelschap altijd wel op prijs. Het tempo zat er goed in, zeker in het eerste deel tegen de wind in naar het zuidwesten. De 28,1 km naar Hellevoetsluis ging in 2.19. Na korte stop, even bijpraten met moeders, een blikje cola gedronken en een plak ontbijtkoek weggewerkt, weer terug naar Rotterdam. Voor de wind was het wat benauwder. Met name in de laatste tien kilometer voelde het zweet op mijn hamstrings vreemd koud aan. De wind in de rug was koud. Het zweet gutste echter van mijn lijf. De weegschaal gaf het al aan, te veel vocht verloren. Ondanks de vele bidons die ik heb leeggedronken. Volgens diverse bronnen geeft 2% vochtverlies (zo'n 1,5 kg) al een duidelijke vermindering van het prestatievermogen, bij mij was dit dus meer dan het dubbele. Niet gek dat de laatste tien kilometer niet echt geweldig meer verliep. Het waren uiteindelijk 61,4 km, in 5.21.

 

Tot slot, de teller deze maand staat op 290 kilometer. Nog een zware week en dan afbouwen.

Alleen cremeren of gezamenlijk?

zondag 26 juli 2009 21:58

“Hoe we de crematie wilden hebben? Alleen cremeren of gezamenlijk? Bij de eerste optie krijgt u de as mee in een urn, bij optie nummer twee worden de stoffelijke resten verspreidt over een speciale weide. Optie nummer drie werd fluisterend uitgesproken. Hij kan natuurlijk ook afgevoerd worden.” Naar de destructor, maar dat zei ze er niet bij.

“Doet u maar dat laatste”, ik hoef geen potje met as op de schouw en wegschieten met een vuurpijl zag ik ook al niet zitten. Nee, onze oude kat heeft ruim zeventien jaar zijn rol als gezelschapsdier met verve vervuld. We zullen hem missen maar fratsen als crematie en uitstrooien is niet aan ons besteed.

 

Het was een emotioneel weekje. Tijger was al een tijdje niet in orde. Met een groot abces in zijn rechterachterpoot strompelde hij al een paar weken van de bank naar zijn voer- of kattenbak en weer terug. Af en toe klagelijk mauwend. Ondanks behandelingen, pijnstillers en antibioticum werd het niet minder. Vorige week werd het abces operatief opgezocht. Tweehonderd milliliter hemorragisch vocht kwam er uit de wond zetten. Tot verbijstering van de dienstdoende dierendokter.

 

Na een paar dagen kregen we hem terug. Een kale, maar veel minder dikke poot, een kap over zijn kop en een drain om de wond nog een poosje open te houden.

Maar na een dag of drie werd duidelijk, hij verrekte van de pijn. De dierenarts gebeld en de kat weer ingeladen. Dochterlief mee, met een fototoestel waarmee haar broer de actie van de kat had gefilmd als hij weer een pijnaanval had. Amputatie was een optie volgens de dierenarts. Andere opties werden niet genoemd. We moesten er avondje over nadenken. In de auto moest ik vechten tegen de tranen. Achterin, naast de kattenmand, hoorde ik het hartverscheurende gesnik van mijn dochter. Niet in de spiegel kijkend kon ik het net droog houden. Thuis zorgden de kinderen voor een waar tranendal. Ook zoonlief zette alle sluizen open. Ze weten niet beter dan dat Tijger er is. Hij is jaren ouder dan de twee kinderen. Toch waren ze het over een ding snel eens, amputeren was geen optie. De andere mogelijkheid die ze aanleverden was inslapen.

 

Van mijn geplande hersteltraining kwam niet veel meer. Ik had de dag ervoor, op dinsdag vier keer vijfduizend gelopen op de baan in achtereenvolgens 22.13, 21.55, 21.27 en 20.47. Het viel reuze mee. De vijftig kilometer van twee dagen eerder was goed verteerd. Maar het was enorm benauwd. Drijfnat kwam ik van de baan. Mijn sportkleding kon ik uitwringen boven het afvoerpuntje van de kleedkamer. De volgende ochtend gaf de weegschaal 74,9 kg aan. Twee kilogram minder dan normaal. Ik kan mij niet heugen wanneer ik voor het laatst dit gewicht had. Waarschijnlijk een jaartje of vijfentwintig geleden.

Donderdagochtend was het Tijgers laatste gang naar de dierenarts. Zin om te trainen had ik niet. Net zo min als tijd trouwens. 's Avonds stond wel de clubtraining op het programma. Ik had het genoegen dat ik de C-groep mocht leiden. RunningHans heeft de training beschreven op zijn weblog. De vergelijking met mijn atleten met de paarden van Anky van Grunsven is geheel voor zijn rekening ;-)

Maar een baantraining geven betekent zelf weinig lopen. Dus werd mijn eigen training verschoven naar vrijdag. Ik zou de vlotte tien wel vanuit het werk naar huis lopen. Zou, want doordat mijn werkzaamheden in de dierentuin wat uitliepen moest ik mij haasten naar huis. Dus de kortste route gekozen in een stevig tempo. In 20.45 spoedde ik mij door de stad. Heel veel harder lukt op deze route met de tunnelroltrappen (de stilstaande natuurlijk) en de vele kruispunten niet. Mijn haast kwam doordat ik een afspraak had met Ronnie, ja, die van Janna. Ik was op zoek naar een fiets en hij had er eentje te koop. Na uurtje met tram, metro en weer een tram was ik voor mij in het zo goed als onbekende hoge noorden van Rotterdam. Zo kom je nog eens ergens, op zoek naar een fiets. Terug op mijn nieuwe aanwinst was ik binnen een half uurtje weer terug in het vertrouwde Charlois.

Zaterdag moest er wederom gewerkt worden. Dat was tevens een mooie gelegenheid om heen en weer te lopen naar de zoo. Heen met een omweggetje over de Erasmusbrug en de Aelbrechtskade. Ruim tien kilometer in zo'n 55 minuten. Terug kon ik niet door de stad. Althans, dat leek mij niet het meest strakke plan met een tropische zomercarnaval halverwege mijn looproute. Het werd dus 6,8 km in iets minder dan 31 minuten.

En vandaag hoefde ik een keer niet een plus-veertig te trainen. Slechts 25 km stond op het schema. Samen met Andy de 25 km route van de trainingsroute gelopen. Met trainer Kok als waterdrager en altijd enthousiaste coach op de fiets. Het werden er 26, in 2 uur en 17 minuten.

50,2

zondag 19 juli 2009 21:42

Ik bladerde vanmiddag eens terug in mijn trainingsdagboek. Ik realiseerde mij dat de training van vanmorgen wel eens de langste kon zijn die ik ooit had gedaan. Mijn Garmin gaf vijftig komma twee kilometer aan. Ik heb wel eerder plus-vijftig gelopen, maar nooit in een reguliere training.

Bijna strandde ik echter op tien kilometer. Een ongekende hoosbui boven Barendrecht leek op een nieuwe zondvloed. In de verte klonken de kerkklokken van de diverse Godshuizen van dit vrome dorp. Was dit Zijn wraak op ons, twee hardlopers die voor de tweede achtereenvolgende zondag om het dorp renden? Het gebed van Erwin vD had als enige effect dat het nog harder ging regenen. De brug over het spoor nabij de atletiekbaan was veranderd in een snelstromende beek. Zo eentje die je soms op het journaal ziet. Waarbij huizen, auto's en koeien mee worden gesleurd in een onbeheersbare modderstroom. Een uurtje later waren we weer opgedroogd. Het viel dus allemaal wel mee.

 

Ik heb tegenwoordig zo'n Garmin ding. Een horloge waarmee je ook kan zien hoe de kilometers verstrijken. Erg handig. Normaal tekende ik het wel eens uit op Afstandsmeten.nl of gokte ik het een beetje. Nu weet ik het precies. Heeft één groot nadeel. Zwijndrecht binnenlopend bleken we op 48,5 kilometer te zitten. Normaal zou je na een ruim vierenhalf uur hardlopen het wel goed vinden. Nu liepen we nog een rondje rondom de sloot in de wijk waarin EvD woont om maar aan de vijftig te komen.

 

Vlak daarvoor hadden we al bedacht dat we makkelijk nog tien kilometer door konden lopen. Dat hebben we maar niet gedaan. Erwin had een afspraak en mocht niet te laat thuis komen en ik wilde mij trouw aan mijn schema houden.

 

De afgelopen week zijn de darmklachten zoals die vorige week opspeelden langzaam maar zeker verdwenen. Maandagavond ben ik lopend naar huis gegaan. Met een omweggetje over de Willemsbrug. 10,4 km in 56'38”. Dinsdagochtend horlogeloos terug naar mijn werk gerend, 4,8 km.

Dinsdagavond stond er een baantraining op het programma. Ik mocht 3x 4000m lopen. De eerste twee gingen in 16.54, de laatste vier tellen sneller. Mooi constant dus.

Donderdag had ik het genoegen om training te mogen geven aan de C-groep. RunningHans heeft verslag van deze training gedaan op zijn weblog.

Vrijdag ben ik heen en weer gelopen naar Blijdorp. 's Ochtends via de Masstunnel en de Aelbrechtskade en 's avonds via de Willemsbrug. De afstanden met bijbehorende tijden: 6,8 km in 34'26” en 10,4 km in 50'04”. Voor de snelle rekenaars: 107 km in zeven trainingen verdeeld over vijf dagen.

Imodiumdeficiëntie

zondag 12 juli 2009 21:50

Na drie bezoeken aan het toilet op de Londense luchthaven Luton in drie kwartier wist ik het. Een virus was druk bezig mijn terugvlucht naar Rotterdam te vergallen. Nu was het bezoek aan het toilet sowieso geen pretje. Proper zijn de Engelsen niet. Gelukkig verkocht de boekhandel ook pillen en poedertjes tegen allerlei soorten kwalen. Dus ook Imodium. “Imodium Original Capsules are used to treat sudden attacks of diarrhoea by making the stools more solid and less frequent” stond er op het doosje met de zes pillen. Dat moest ik dus hebben. Tot mijn grote geluk had het vliegtuig vertraging omdat het computersysteem op de luchthaven was uitgeschakeld. Alle schermen stonden op zwart. En dan heeft niet iedereen de helderheid van geest om maar eens te gaan zoeken naar de juiste vertrekpier. Luton is amper groter dan Zestienhoven dus veel moeite kost het niet om dat ene Transaviavliegtuig te vinden. Nu was de omroepmevrouw niet echt goed verstaanbaar maar er waren toch nog passagiers die een half uurtje na de oorspronkelijke vertrektijd maar eens gingen informeren naar de gate van vertrek.

 

Met vier pillen in mijn maagdarmkanaal hoopte ik “droog” over te komen. Het is tenslotte maar vijfenveertig minuten vliegen over de Noordzee. De pillen hielpen. De thuishaven werd zonder verdere problemen bereikt. Vrijdagochtend had ik al gauw door dat de baanwedstrijd van die avond geen goed plan was. De diarree was over, of de pillen deden nog gewoon hun werk, maar echt lekker voelde ik mij niet.

 

Zaterdag was ik weer de oude. Buik- en hoofdpijn waren verdwenen, het virusje of een ééncellig kwelgeestje, wat het geweest is, ik weet het niet. Het was in ieder geval getemd.

Althans, dat dacht ik. Zondag stond de wekelijkse duurloop op het programma. Vijfenveertig kilometer. Samen met clubgenoot Erwin vD. Voor vertrek naar Zwijndrecht merkte ik al dat mijn ontbijt niet helemaal lekker viel. Na een snel toiletbezoek bleek mijn microvriendje weer wakker te zijn. Nu ben ik niet voor één gat te vangen dus ging er in de hardlooprugzak niet één maar drie plastic zakjes mee met wc-papier. En, bedacht ik mij, een schone onderbroek. Je weet het tenslotte nooit.

 

Nu was dat laatste een sterk staaltje van een vooruitziende blik. Zo na een kilometer of tien begon mijn buik wat te rommelen. Iedereen die geregeld vertoeft tussen een groep hardlopers weet dat boeren en winden een gewoonte is. Winden laten moet je dus niet doen als je aan de diarree blijkt te zijn. Daar stond ik dan, tussen de brandnetels en ander onkruid in mijn blote gat. Het toiletpapier beschermend tegen de motregen en het natte gras en ondertussen mijn schone onderbroek uit mijn rugzakje vissend.

Vijf kilometer verder was ik de problemen voor door snel de struiken in te duiken. De kortste weg naar huis was tien kilometer...

 

Maar toch ging het een beetje beter. Het naar huis lopen stelde ik meer en meer uit. Onze looproute voer over de vijfendertig kilometer marathontrainingsloop van onze club Energie en eigenlijk maakt het dan niet uit vanaf welk punt ik naar huis loop. Het is altijd een kilometertje of zeven tot tien voordat ik weer in Charlois ben. Van uitstel kwam afstel. Het lopen ging beter, de microbe hield zich koest en uiteindelijk gaf de Garmin 45,48 km aan. In vier uur en twintig minuten.

2.58.42, 2.20,91

zondag 28 juni 2009 21:59

De honderd kilometer is voor mij het belangrijkste doel in de komende maanden. Dus veel duurloopjes, dertig, veertig, vijftig kilometer. En langer. Vrijdagavond kostte het moeite. Dertig kilometer in 2.58.42. Ik had er van te voren al totaal geen zin in. De 25x 400 meter van de avond ervoor zat nog in mijn systeem. Ik was 's ochtends al van huis uit naar de diergaarde gelopen. Slechts 4,8 kilometer, maar het leken er wel vijftig. Als een hork slofte ik door de stad.

 

De hele dag hoopte ik op uitstel van executie, overwerken, plotselinge ziekte in de familie of een gesprongen waterleiding waarvoor mijn aanwezigheid thuis nodig was. Maar nee, niets van dit alles. Traag vulde ik even over vijven mijn rugzak met waterflessen, nam nog een ontbijtkoek en vertrok in een sukkeldrafje de poort uit. Elk pijntje dat ik al eerder had gevoeld, voelde ik opnieuw. Rug, knie, voet, alles protesteerde wel een keer. Bij de Maastunnel ligt een kritisch beslispunt. Rechtdoor is de kortste weg naar huis. Linksaf is op naar een volgende oeververbinding, dus op naar een ander beslismoment. Als ik dertig kilometer wil lopen dan moet ik wel over de verste oeververbinding: de Brienenoordbrug. Bij de tunnel, de Erasmusbrug en de Willemsbrug wist ik de verleiding te weerstaan. Dat was het eerste winstpunt van de dag, ik had karakter getoond. Niet mij laten verleiden tot het spook in mijn hoofd dat mij in Stein liet uitstappen en in Amersfoort noopte tot wandelen.

 

De Brienenoordbrug betekent dat de training nooit korter kan zijn dan 17 kilometer.

Na de brug maakte ik de laatste cruciale beslissing. Het tunneltje richting Ridderkerk in plaats van naar de Kuip. Sjokkend volgde ik de route langs de A16, eentje waar we met de hardloopclub geregeld onze tempo's doen. Tempo was in deze context misplaatst. Ik haalde net de tien per uur. Maar ja, ik deed het toch, ondanks mijn chronische tegenzin en de zomerse temperatuur. Zo liep ik via Barendrecht terug naar Charlois.

Het spook in mijn hoofd verloor definitief toen ik er een rondje Zuiderpark aan vast plakte om niet op 28 maar gewoon op 30 uit wilde komen.

Uitgewoond kwam ik thuis, schaken leek mij de leukste hobby. Of kantklossen. Dat had ik onderweg al lang bedacht toen ik in de stad mooie mensen op terrasjes zag zitten.

 

En dan vandaag, een groter contrast met vrijdagavond bestond niet. Ik had een tijd terug in de kantine gezegd dat ik ook wel een keertje mee wilde doen aan de Mastercompetitie. We drinken vrij veel bier na de training en dan zeg je wel eens wat.

Als een vreemde eend in de bijt stond ik afgelopen middag op een aftandse baan in Steenbergen aan de start van een 800 meter. Ja, u leest het goed, áchthonderd meter. Dat zijn twéé rondjes. En ik was er nota bene ook nog zenuwachtig om ook. Ooit, in een grijs verleden, de data zijn hier rechts terug te vinden in het lijstje met besttijden, liep ik eerder zo'n wedstrijd. Het leverde mij een tweede plek op tijdens het clubkampioenschap van toen nog SC Voorne. Voordat ik het wist was ik alweer gefinished. Wat een k@#$te afstand is dat zeg. Ik was met 2.20,91 zeven tellen langzamer dan negentien jaar geleden. Ik weet niet of veel veertig-plussers dat kunnen zeggen. Met die gedachte troost ik mij. Maar je bent ultraloper of niet, dus had ik vol bravoure gezegd dat ik minstens twee loopnummers wilde doen. Een uur na de 800 mocht ik mij bij de scheidsrechter melden voor de 1500 meter. Die liep ik ooit in 4.45 en ik had uitgerekend dat een tijd onder de vijf minuten wel moest kunnen. En jawel, 4.50,72!

 

Volgende week zondag gewoon weer 45 kilometer.

Trainert

zaterdag 20 juni 2009 22:49

Sinds vanmorgen is het dan eindelijk zover, ik ben geen beunhaas meer. Ik mag nu gewoon legaal schema's schrijven voor enthousiaste hardlopers, ik mag mannen en vrouwen over het tartan laten huppelen, skippen en tripplen. En ik mag mijn nieuwe trainingsjasje aan. Al een paar weken ligt die in de kast met de opdruk: Energie – Barendrecht - Trainer.

 

Na een half jaar competentiegericht leren, dus rapporteren, evalueren en reflecteren stond ik vanmorgen op de baan in Roosendaal met twaalf clubgenoten, een fotografe en een assistent van Olympische allure. Geobserveerd door leercoaches, praktijkbegeleider en examinator liepen mijn atleten vierkantjes. Met stukjes huppelen, sprinten, knieheffen enzovoort. Na deze sessie moest er gewerkt worden aan de looptechniek. Ook die oefeningen verliepen soepeltjes dankzij mijn voorbeeldige pupillen. Na twee rondjes intervaltraining vond de examinator het welletjes. Het was tijd voor het afsluitende gesprek. Een minuutje of tien zette hij zijn handtekening onder mijn diploma.

 

Vanwege allerlei familiebeslommeringen had ik deze week mijn trainingschema drastisch omgegooid. Maar toen ik gisteren een nauwkeurigere blik wierp in onze gezamenlijke agenda bleek ik mij een week vergist te hebben. Maar toen had ik mijn zondagse duurloop al gelopen. Geen straf trouwens, veertig kilometer rennen over Schiermonnikoog. Al is veertig wel zat op dat eiland.

De komende week staan er weer een paar pittige trainingen te wachten met een acht keer tweeduizend op dinsdag en twee dagen later vijfentwintig vierhonderdtjes. Maar in het weekend is de duurloop maar dertig kilometer dus dat valt weer reuze mee!

Schier onmogelijk

dinsdag 16 juni 2009 21:58

Het is schier onmogelijk om hier als duurloper veel variatie te vinden in de trainingsrondjes. Slechts dertig kilometer fietspad telt het eiland en een groot deel van de mogelijke wandelpaden zijn ontoegankelijk vanwege het vogelbroedseizoen.

 

Eerst even terug naar afgelopen zondag, de marathon van Amersfoort. Ze hadden daar wat te vieren, Amersfoort bestaat 750 jaar. En wat doe je dan, dan organiseer je een marathon. Clubgenoot GerardV had bedacht daar zijn p.r. scherper te willen stellen. De stap van 3.25 naar 3.20 moest gemaakt worden. En ik had beloofd hem wel te hazen. Want 3.20 is maar 3.20, een fluitje van een cent. Helaas, een hardnekkig verkoudheidsvirus, een zwaar trainingsprogramma en vast wat hoogmoed maakte deze marathon eentje om snel te vergeten.

 

Op zich was het best een leuke marathon. De temperatuur was goed, achttien graden, het regende een beetje en er stond veel publiek. De route was wel origineel. Door een brandweerkazerne, door een remise, dwars door het station, een rondje door de lokale diergaarde en over de terreinen van defensie. Op het terrein van het psychiatrische ziekenhuis werd als een gek geklapt door de patiënten en de medewerkers. Een feestje dus in Amersfoort. Niet voor mij. De kaars ging na het dertig kilometer punt snel uit. We liepen keurig op schema. Eén uur veertig was de doorkomst op de halve marathon. Het schema volgen was grotendeels te danken aan mijn nieuwe “gadget”, een Garmin 405. Dit kleine wondertje gaf precies aan waar we waren. De organisatie had namelijk verzuimd om de kilometerpunten goed aan te geven. Zo kon ik Gerard op koers houden. Rond dat eerder genoemde dertig kilometer punt begon ik mij trouwens steeds meer af te vragen wie wie nu aan het hazen was. Gerard liep gewoon erg makkelijk. Vijf kilometer verder moest ik hem laten gaan. Het was over en uit. Meervoudig toiletbezoek gaf geen enkele verlichting. Omdat de kortste weg naar het centrum domweg het volgen van het parcours bleek te zijn ben ik toch maar gefinished, achttien minuten na Gerard, die zijn vurig gewenste 3.20 op de klok had gekregen. Missie geslaagd. Ik kan wel mijn trainer onder ogen komen. Op het schema voor zondag stond 40 km in 5'10”/km. Komt aardig overeen met 3.38 op 42,2 km...

 

Vandaag, aan het einde van de middag, stond 6 x 2000m op het programma. Mijn hamstrings voelen nog wel wat stijfjes maar verder ben ik prima hersteld van de marathon. Diezelfde hamstrings voelden voor de marathon trouwens ook al niet echt goed aan. Het verdubbelen van de baantrainingen en daarbij ook langere baantrainingen is best wel wennen.

De twee kilometer stukken gingen tussen de 8.17 en 8.34, iets te hard. Maar wat een weelde, geen auto's, weinig mensen, schelpenpaden en stukken over het gras. Af en toe schrikken van een groepje patrijzen, die verstoord opvlogen omdat zij weer van mij schrokken. Kiekendieven die van de thermiek profiteren.

 

Morgen 20x 400m, kijken hoe ik dat ga aanpakken hier. Donderdag rust en vrijdag wil ik mijn duurloop (40km) doen.

 

Groeten vanaf Schiermonnikoog!

Profielfoto Mark de Boer

Mark de Boer

Woonplaats: Rotterdam
Begon met hardlopen ergens in de jaren tachtig. Deed wat jaartjes (1/4) triatlons. Liep in 1988 als 19-jarige mijn eerste marathon (R'dam 3 uur 58), in 1990 mijn tweede (3 uur 38). Daarna jaren weinig meer gedaan. In 1998 weer gaan trainen om mee te kunnen doen met de roparun. Toen maar blijven lopen. Tegenwoordig gaat de marathon net onder de drie uur en loop ik bij tijd en wijle afstanden langer dan 42195 meter. Marathons: Rotterdam 1988, 1990, 2000, 2005, 2006, 2008, Amsterdam 2003, Jungfrau (Zwitserland) 2004, Zeeuwse Kust 2005, 2007, Apeldoorn 2006, 2007, 2008, Binnenmaas 2006, 2007, Nijmegen/Arnhem 2006, Mergelland 2006, 2008, Cardiff (GB) 2006, Kasterlee (België) 2006, Spijkenisse 2006 t/m 2009, Coastal Marathon Beesands (South Devon, GB) 2007, Afsluitdijk 2007. Leiden 2007, 2008, 2009, Maui, Hawaii (VS) 2007, Berenmarathon Terschelling 2007, 2009, Coastal Marathon St. Just (Cornwall, GB) 2008, Dublin (Ier) 2008, Amersfoort 2009, Eindhoven 2009. Ultra's: 50 km Voorne 2005, 2007, 2008, 66 km Olne - Spa - Olne (België) 2006, 60 km Texel 2007, 2009, 53 km SM-Ultra Geuldal 2007, 64 km La Magnétoise (België) 2008, 44 km UMT Maassluis - Melissant 2008, 6 uur van Steenbergen 2008, 55 km Trail Val d'Heure (België) 2009 Diverse: Roparun 1999, 2000, 2002 t/m 2007. Hardloopvierdaagse (100km) 2009.
Man, 41 jaar
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Running nu

Hardlopen is een persoonlijke ervaring. Iedere loper heeft zijn eigen doel, brengt zijn eigen situatie mee, en heeft zijn eigen wensen. Elk mens is uniek, elke hardloopervaring is uniek. Vanuit deze filosofie wil ik mensen begeleiden. Dat betekent een persoonlijke aanpak, op maat gemaakt, naar de omstandigheden, doelen en wensen van de atleet.

 

Kijk voor een persoonlijk trainingsschema op de site van Running Nu

..

CB-18388

643905

quotes

"De finish is nooit het einde van het lopen."

Jan Knippenberg in Runners, mei 1989.

 

"Hardloper ben ik, en psychiater. Of psychotherapeut, mental coach en pillendokter. Maar in alles eerst en vooral hardloper. Volgens mij kun je het niet worden, hardloper."

Bram Bakker in De halve van Egmond.

 

"Like most first-time marathoners, I sailed through 18 miles of my first marathon feeling like a million bucks. By 21 miles I wasn't worth five cents. I faded badly over those final six miles. My second marathon was even worse."

Greg McMillan (hardloopcoach) in 'Running Times, Sept.2007'.

 

"Zijn hardlooppogingen heeft hij allang opgegeven. Zijn marathondromen leiden een vegeterend bestaan. Ik zwaai naar hem en keer mijn hoofd om zodat ik langzaam de concentratie kan opbouwen die nu nog week is en makkelijk kan loslaten maar hard en ondoordringbaar moet worden zodat ze me aan het einde van de marathon kan beschermen tegen de pijn die ik zal voelen."

Abdelkader Benali in Marathonloper.

 

"Niemand begrijpt waarom ik hardloop. En eerlijk gezegd: zelf begrijp ik het ook nauwelijks of in ieder geval maar bij vlagen. Zo'n plotseling inzicht verschilt bovendien altijd weer van het vorige splijtende inzicht over de fundamentele redenen waarom ik ren. Maar ik hoef het ook niet te begrijpen. En dat ik het niet hoef te begrijpen, houdt me gaande." Abdelkader Benali in Marathonloper. "Het gaat me in mijn hoofd makkelijk af, maar onderweg voel ik dat mijn lichaam ook niet echt begrijpt waarom ik zoveel vrije tijd in dat stomme voortsjokken steek."

Abdelkader Benali in Marathonloper.

 

"Lopen is geen sport maar een manier van reizen, waarbij geest en lichaam zich voortdurend verplaatsen. Lopen is daarom kunst en geen middel ter bestrijding van welvaartskwaaltjes."

Jan Knippenberg in De mens als duurloper.

 

"Elk lijden is relatief, ook het lijden van de langeafstandloper. Slechts de wil kan ons over bizarre grenzen voeren."

Jan Knippenberg in De mens als duurloper.

 

"Het mooiste vind ik de halve marathon. Niet omdat ik daar een goede tijd op kan lopen. Nee, het spel ervan vind ik heerlijk. Vooral als het stormt en regent. Dat geeft een extra dimensie. Ik zou in principe elke halve marathon lekker achterin de kopgroep kunnen meelopen, om met mijn snelheid in de eindsprint de hele boel op te rollen. Maar dat vind ik niets aan. Ik vind het leuk om veel kopwerk te doen. Dat geeft me meer voldoening. En dan af en toe keihard versnellen. Tegen de wind in, tegen een heuvel op. Ik win graag de City-Pier-City op die manier. Stukje hard, stukje zacht, links van de weg, rechts van de weg, versnellen op elk bruggetje, elk heuveltje. Het veld achter me horen kreunen, protesteren."

Marti ten Kate

Loopplannen

2009

 

27/12 Oudejaarscrossloop Vorden

31/12 Sylverstercross Soest

 

2010

 

25/04 Enschede Marathon

21-24/05 Hardloop-4-daagse 

12/12 Marathon Spijkenisse

 

 * ingeschreven

Favorieten van Mark de Boer

Besttijden

Mijn snelste tijden op de weg en baan

 

400 meter baan

Sen 00.57,7 04-06-90 Vlaardingen

 

800 meter baan

Sen 02.13,20 19-09-90 Dordrecht

M40 02.20,91 28-06-09 Steenbergen

 

1.000 meter baan

M35 03.14 04-06-04 Rotterdam Nenijto

 

1.500 meter baan

Sen 04.46 19-09-90 Dordrecht

M40 04.50,72 28-06-09 Steenbergen

 

3.000 meter baan

Sen 10.20 ?-?-88

M35 10.55 11-07-03 Rotterdam Langepad

 

Coopertest 12 minutenloop baan

Sen 3450 meter 14-09-88

M35 3280 meter 13-02-07

M40 3355 meter 06-11-08

 

5.000 meter baan

Sen 17.19,8 19-09-90 Dordrecht

 

10.000 meter baan

Sen 36.59,9 04-07-90 Barendrecht

 

10 km

Sen 37.21 31-10-89 Maassluis

M35 36.15 24-03-08 Barendrecht

M40 38.54 30-04-09 Oudenhoorn

 

15 km

Sen 56.12 23-12-89 Rhoon

M35 59.18 27-02-05 Rotterdam

M40 56.28 29-08-09 Schoonhoven*

 

Uurloop

M40 15896 meter 29-08-09 Schoonhoven

 

10 EM

M35 1.03.34 11-02-07 Brielle

 

20 km

Sen 1.19.18 07-01-90 Brielle

M35 1.19.43 13-04-08 Rotterdam*

 

Halve marathon

Sen 1.22.54 04-02-90 Brielle

M35 1.24.25 13-04-08 Rotterdam*

M40 1.23.31 29-03-09 Roloefsarendveen

 

25 km

Sen 1.56.41 27-02-88 Spijkenisse

M35 1.40.35 13-04-08 Rotterdam*

 

30 km

Sen 2.11.00 04-03-89 Zaandam

M35 2.01.44 13-04-08 Rotterdam*

M40 2.10.56 27-10-08 Dublin*

 

Marathon

Sen 3.38.23 22-04-90 Rotterdam

M35 2.57.05 13-04-08 Rotterdam

M40 2.55.48 07-12-08 Spijkenisse

 

50 km

M35 4.09.43 02-09-07 Brielle

M40 4.08.50 12-09-09 Winschoten*

 

6 uur

M35 70406 meter 03-05-08 Steenbergen

 

* tussentijd tijdens een langere wedstrijd (officieel geregistreerd via chip)

Groepen

Eilandliefde

Eilandliefde

Opgericht door Islomania op dinsdag 26 mei 2009 22:12, 17 leden

Wetenswaardigheden, kaarten en foto's.

Rotterdam

Rotterdam

Opgericht door galadriel op zaterdag 6 juni 2009 22:26, 11 leden

De stad waarvan het hart bruist en bonkt

RRR

foto

Losse Veter


Laatste reacties

persona

enkeldiep in de smeltende sneeuwblubber
Bjorn Paree: Tja... Bjorn & Crossen is nu eenmaal geen goede combinatie. …

persona

Winter
Jan.B.: Mark, we worden in dit land geleerd van af de …

persona

Winter
Marathonton: Hoi Mark, leuk dat je opa er nog is.... die …

persona

Winter
hans: gefeliciteerd met opa... en die 19" vergeven we je

persona

Afsluiten in Soest
rinus: Mooie plannen en veel sucse s dit jaar en ga …

Statistieken

TelMiep
  •