Immigratieland
Nederland door vreemde ogen
VKBlog Headerimage

Hou dat beest bij je (2)

dinsdag 10 maart 2009 23:08
Pas op: dit stukje is niet voor tere zielen.
Dat mijn geiten Mia en Maya die ene buurvrouw de dood in hebben gejaagd, valt niet te bewijzen - maar uit te sluiten valt het ook niet. Hoe dan ook waren ze niet te handhaven in het dorp waar ‘de geit verzetten' ooit betekende dat je naar het gemak ging. Houden doe je niet van zo'n beest.

Ik wel. Mia en Maya waren mooi: kloek en stralend wit. Ze stonden elk aan een ketting die aan een touw tussen twee palen heen en weer gleed, zodat ze de hele tuin konden bestrijken. Zo konden ze het gras kort houden, leek me makkelijk. Wat een vergissing! Mia en Maya hadden ontzéttend veel aandacht nodig.
Soms raakten ze in de knoop en dan gilden ze de hele buurt bij elkaar. En bovendien aten ze liever GFT dan gras. Alleen aardappelschillen moesten ze niet. Op conifeer waren ze niet dol, maar rozen! Ze smulden van rozen. De rozen van die ene buurman.
Mia en Maya maakten me bij zonsopgang wakker, dan blčrden ze dat ze uit hun hok wilden worden gelaten. In de zomer begon dat tussen vier en vijf uur ‘s ochtends. Het blčren ging door tot ik er niet meer tegen kon, ruim nadat mijn man er niet meer tegen kon, en meer dan ruim nadat de buren het zat waren. De verhoudingen in de buurt verslechterden rap, en wel in mijn nadeel.

Ze wilden ook heel vaak uit wandelen. Mia was tot alles bereid, die ging overal voorop, een dappere meid. Maya was bang voor water en als ik haar over de plank naar de andere kant van de sloot wilde hebben, om gezellig te mingelen met Schotse hooglanders, dan gilde ze alsof ze geslacht werd.
Mijn dochter was een grote zus voor ze en ik was de leidster van de kudde, die aan het eind van de dag opeens griezelig klein werd. In de schemering konden ze heel zielig staan roepen. En soms werden ze dan zó bang voor wolven, dat ze uitbraken. En om de een of andere reden liepen ze dan altijd weer naar die ene buurman toe.

Nou had die buurman iets aan zijn schildklier wat maakte dat hij heel snel ontzettend boos werd. Mij mocht hij al niet vóór de geiten, want hij vond dat ik het te hoog in de bol had om onkruid te wieden. (Eigenlijk verschilde alleen onze definitie van onkruid.) Maar sinds de geiten geregeld zijn rozen kwamen opeten, haatte hij me. Soms kwam hij in ons klompenhok staan schuimbekken dat de klodders in het rond vlogen.
Je zou zeggen: met al die woede zou hij die geiten wel gewoon een rotschop geven. Of de rotbeesten even vastzetten. Maar dat deed hij niet. Hij stond op afstand ‘kssjt, kssjt' te roepen, waarbij hij slapjes met zijn handen fladderde. Pas na maanden daagde het me: die ene buurman was báng voor onze Mia en Maya.

Zijn vrouw smeekte me soms: ‘Alsjeblieft, doe iets aan die geiten. Anders moet ik het bezuren.' Dat deed het hem. Kennelijk kon hij ook ontzettend boos worden op háár. Ze zag er ook altijd erg gestresst uit. Straks kreeg ze nog een zenuwziekte. Mia en Maya moesten weg. Een dorpsgenoot zou ze voor me verkopen. En dan zou ik er nog wel van horen.
Nooit meer wat gehoord. Zodat ik eigenlijk wel zeker weet dat Mia en Maya rechtstreeks naar het slachthuis zijn gegaan. Zou Maya erg gegild hebben?

Die ene buurvrouw kreeg kort daarna tóch een zenuwziekte waaraan ze gruwelijk stierf. Buurman moest naar het bejaardenhuis. Zijn Mia en Maya dus voor niets gestorven? Ach welnee. Daar hebben zeker vier moslimgezinnen lekker van gesmikkeld - en misschien hebben wij ze zelf wel opgegeten. Lekker hoor, geit.

Hou dat beest bij je (1)

zaterdag 7 maart 2009 08:33
Hondenbezitters zijn net Jehovah's Getuigen. Ze gaan er blindelings vanuit dat ze jou een plezier doen door je hun hobby op te dringen. Binnenkort staat er een foto van mij met een hond ergens op internet. Ik hoop dat ik er net zo afkerig opsta als ik me voelde. Nee, die hond doet niks. Schat van een beest. Mooi ook, en vast heel schoon voor een hond. Maar sorry, hij zwiept met zijn taart over de eettafel. Zijn baasjes zitten de hele tijd aan zijn snuit en zijn vacht en daarna geven ze mij behulpzaam de kaas aan. Schatten van baasjes ook, doen niks, mooi ook, en heel schoon. Behalve hun handen, en hun gezicht. Daar zit hond aan.

Deze baasjes nemen de hond overal mee naar toe. Naar een school bijvoorbeeld, waar ze betaald worden om voor te lezen.
 ‘Hij kan écht niet alleen thuis blijven.'
Dat geldt voor de meeste baby's ook. Stel je voor dat overal baby's op de werkvloer lagen. Dan neem je toch een óppas! Zo'n hond is het probleem van de baasjes. Maar dat probleem leggen ze schaamteloos neer bij de mensen die ze bezoeken.
 ‘Maar hij dóet niks!'
Dat is niet waar. Honden snuffelen, blaffen, springen, wroeten in je kruis en vertonen allerlei vormen van opdringerig gedrag waar ze - waren het mensen - minstens een taakstraf voor zouden krijgen. De baasjes schamen zich niet, maar staan er vertederd bij te kijken. Hou dat beest bij je! schreeuwt het bij mij van binnen. Maar dat zeg ik niet hardop. Je weet tóch dat het niet helpt. Je kan net zo goed tegen een Getuige van Jehovah zeggen dat hun god een verzinsel is.
‘Het is zo'n lieverd.'
 Ik zeg dus maar dat ik bang ben. Dat is ook een beetje waar; gebeten als kind. Mijn diepe afkeer van hun viezerd zouden ze niet begrijpen.

En er is nog iets anders. De baasjes van de hond waarmee ik op de foto moest, lopen er scholen mee in en uit.
 ‘De kinderen zijn er gek mee', menen ze.
Ja hoor, op hun website staan foto's van blonde kinderen die gek zijn met Mojito, of hoe heet-ie. Maar als zij door de gangen paraderen staan er in hun kielzog zwartharige kinderen verbijsterd te staren. Wat moet dat beest in hun school? Een hond is haram. Die laat je niet binnen. Smérig!
 Ik probeerde het uit te leggen aan de baasjes. Geschokt waren ze. Hun lieverd onrein? Rare jongens toch, die moslims.
 En het komt nooit bij ze op dat zíj het misschien zijn, die rare jongens. Net als Jehovah's Getuigen: altijd gelijk.

Mijn man blijft

donderdag 6 november 2008 11:11

Obama heeft mijn huwelijk gered, nee: de Amerikaanse kiezer. Mijn man had een scheiding aangekondigd. Somber van het wereldnieuws, zag hij de tweedeling in de wereld tussen wit en niet-wit verworden tot onoverkomelijke haat. Niet-wit werd minder en minder bereid wit te vergeven. ‘Als Obama verliest', zei mijn echtgenoot ernstig vanaf zijn uitkijkpunt op de wereld, ‘gaat het mis tussen ons.' Want hij is een snor en ik ben een kaas. Misschien begon hij mij te haten. Of misschien was hij gewoon bang.

De uitzinnige vreugde sinds woensdagochtend kwart over vijf (ik was helaas net in slaap gesukkeld op het moment suprčme, maar ik werd wakker van de opwinding op Nederland 1), een vreugde die over de wereld golft en alle kusten overspoelt, bewijst het gelijk van mijn man, die ik voor al de miljoenen van Bos niet kwijt zou willen. Vreugde die zelfs op opluchting lijkt. We hebben, zo lijkt het, op een boomstam boven een ravijn lopen wankelen. Het zou zó mis hebben kunnen gaan. Immers: een economische crisis die armen catastrofaal dreigt te worden, een planeet vol woedende kleinemannen, en niet-witten met religieuze wind in de zeilen die de schuld van alles en alles aan de witten gaven. Een wereld, kortom die op ontploffen stond. Er zijn overal ter wereld brandhaardjes en meer dan genoeg wapens over; ik begon al aan hamsteren te denken.

Witten zullen misschien hoofdschuddend denken: niet overdrijven. Het feestje van de Quote 500 werd weer in stijl gevoerd, de A4 ligt er glanzend bij, met IJsland wordt afgerekend; business as usual toch?
 Ja? Gaat alles door zoals we gewend waren? Dat lijkt me dan slecht nieuws. Ik ben opgevoed met het idee dat de kiem van alle kwaad in economische ongelijkheid ligt, en niets van wat ik ooit heb geleerd of gelezen heeft me van dat idee afgeholpen. Ik ben van de stempel die nu in zijn vuistje lacht, omdat Milton Friedman, de goeroe van Reagan en Thatcher, definitief bakzeil heeft gehaald. Het échec van ons financiële systeem biedt wat mij betreft louter kansen. Het moet anders, het moet beter, en wel als de gesmeerde bliksem, anders gaat het héél erg mis.

Het is een pijnlijke waarheid dat huidskleur er nog steeds toe doet. Ik zie en voel dagelijks wat uitsluiting met niet-witten doet. Een nieuwtje vandaag is dat jonge, hoogopgeleide allochtonen hier in Nederland het prima doen bij de salarisonderhandelingen; ze weten wat ze waard zijn en bedingen meer loon dan hun autochtone leeftijdgenoten. Kan mijn dochter nog wat van leren dus. Geweldig nieuws.
Maar het is wel ontzettend lokaal nieuws, en het betreft een kleine, specifieke groep. Wereldwijd overheerst onder witten nog steeds het gevoelen dat die niet-witten hoe dan ook losers zijn. Mijn man, die ooit om politieke redenen zijn land heeft moeten verlaten en sindsdien noodgedwongen met zijn handen in plaats van met zijn hoofd ons brood verdient, krijgt elke dag subtiel te verstaan hoe blij hij moet zijn dat hij voor onze aandeelhouders kapitaal mag vergaren. Aan de kleur van zijn haar meent menigeen te kunnen zien wat eronder zit. Nou, mooi niet. Daar zijn de meesten te stom voor.

Nee, Obama's winst is écht winst voor de wereld. De Burgeroorlog is eindelijk voorbij, schrijft Marcel van Dam. Het woord post-raciaal duikt op om onze opluchting weer te geven. Het is volbracht: we zijn eindelijk allemaal gelijkwaardig. Zelfs China, die reus op kousenvoeten, is blij met Obama. Europa valt op zijn knieën en looft de Heer. Een historische dag was 4 november 2008, te vergelijken met 14 juli 1789. De nieuwe wereldorde kan beginnen. Ja, we kunnen het. Mijn man blijft. Ja, ik ben gelukkig.

En waarom, vraag ik, zijn wij witten zo blij? Omdat wij ook eindelijk zijn bevrijd. Voortaan is niet meer alles en alles onze schuld, want de baas van de wereld is niet langer wit. Het kapitalisme met al zijn fouten is nu ook van de niet-witten. Mijn man kan mij niet meer gijzelen met de dreiging van een scheiding. Vanaf nu is alles en alles de schuld van allemaal.

Ook fijn: de meeste zonne-energie valt te halen in Afrika. En daarvan is nog vijf miljard jaar genoeg. Als ik Obama was, zou ik daar eerst maar eens geld in gaan steken. Ze moeten toch bijdrukken. En als de olie dan ten slotte op is, breekt eindelijk de wereldvrede uit.

Maar laten we uitkijken. Anders vecht over vijftig jaar mijn kleindochter tegen de Chinezen voor gelijke rechten voor de kaas.

Volle kracht vooruit!

maandag 6 oktober 2008 18:24

Het zijn altijd Amsterdammers die het vragen: ‘Is het nou niet drúk daar op Marken?' Merkwaardige vraag voor een stedeling. Er komen hier altijd nog minder toeristen voorbij dan er buurtgenoten langs hun eigen ramen schuifelen. Toeristen houden zich namelijk braaf aan vakantieperioden, zonuren en kantoortijden. Verkeer is hier bijna niet. Geen ver gedruis van de eeuwig razende snelweg. Geen gierende trams, geen gillende sirenes, geen metrotunnelboormachines. Alleen bij oostenwind komt er wel eens een vliegtuig over. ‘s Nachts schrik ik wakker als er iemand voorbij komt... lopen.

Qua ongemak leven wij ver onder het Amsterdamse peil. Maar daar kleven ook gevaren aan: onze tuin is binnenkort een vijver, en die van de buren ook. De dakpannen zijn met al die stormen niet meer aan te slepen. Sinds het ‘s winters niet meer wil vriezen is de rot in het gebinte van ons houten huis geslagen. Rijkswaterstaat houdt niet meer óp met graven. Een oeroud kanaal, ooit bedacht om Pampus te omzeilen, wordt uitgebaggerd. Moet wel, omdat het water anders in plassen in de wei blijft staan. Marken loopt vol. De terp waarop wij wonen drijft eerdaags weg. Wij betalen hier als eersten de prijs voor de tractortripjes naar de P.C.Hooftstraat. Maar daar willen die stedelingen op hún beurt niet over horen.

Gelaten verneem ik hoeveel diersoorten er per seconde voor altijd verdwijnen, hoe klein de kans is dat we ooit nog een Elfstedentocht verrijden, hoe je over tien jaar nog maar met één voet op de Noordpoolkap kunt staan. En hoe we, al werden we met ons allen vandaag nog veganist, al verplaatsten we ons als één man met het spoor en gaven we elke gedachte aan tropische oorden op, dat allemaal toch nooit meer kunnen tegenhouden. De aarde verzuipt hier, verwoestijnt daar, en alleen kakkerlakken en tijgermuggen zullen het op den duur overleven - met Kevin Costner natuurlijk.

Maar nu kijkt de wereld nog tandakkend naar Shanghai en Dubai met hun fallische trots. Want hoe hachelijker het leven op de bodem, hoe hoger het reiken. Hoe zwakker de fundering, hoe hoger de toren. Alleen op lemen voeten wil de reus een reus zijn.
Intussen wankelen de banken, het kapitalisme gaat failliet. Straks blijkt ineens dat we met ons allen eigenlijk niets anders produceerden dan zinloos plastic en verpakte lucht. Dan houden de vrachtwagens op met rijden. Tankers drijven stuurloos rond als vroeger de vluchtelingenbootjes. In Shanghai en Dubai staren de torens met droge ogen naar de leegte; aan de wolken krabben heeft geen zin meer. Toeristen verkruimelen op de stranden. Zelfs windmolens verstarren.

En Marken? Ach, wij kunnen hier nog knopen leggen. Laat mij hopen dat dit eiland dan de ankers hijst en naar de einder vaart. Met volle kracht vooruit dwars over Amsterdam. En zeilt dan in de verte het Schip van Staat voorbij, met Bos stoer aan het roer en Wellink in het want, dan toeteren we even.

Behouden vaart.

Wouter en de wolken

donderdag 18 september 2008 10:12


Ik ben een loser in het kwadraat. Niet alleen omdat ik een beleggingshypotheek heb genomen, en zelfs niet alleen omdat die elk jaar minder waard wordt. Niet alleen omdat ik die hypotheek besloot te nemen als ongeveer de laatste Nederlander, namelijk vlak voor  het moment dat de aandelenkoersen net zo hard  inzakten als mijn gemiddelde soufflé. Maar vooral omdat ik aan het beleggen sloeg op gezag van Y.-met-de-blauwe-ogen.

Y.-met-de-blauwe-ogen hoort bij de Rabobank, en de Rabo, dacht ik altijd, is geen gewone bank maar een soort samenwerkingsverband van losers. Dat de bank intussen feestelijk winst maakt, kon alleen maar ten goede komen aan inleggers. En omdat ik niet tot de categorie inleggers behoor maar tot de categorie eroploslevers, kon ik me al helemaal geen buil vallen, meende ik. Weinig kans dat een derde er met mijn spaarcentjes vandoor zou gaan. Die rente die ik voor van alles en nog wat betaal elke maand, ach, dat is de prijs voor het zorgeloze eroplosleven dat ik doe.

Een paar vangnetten heb ik: de onkreukbare belastingman H., die zoveel goede eigenschappen heeft dat ik maar eentiende ervan kan noemen. Zo heeft hij humor en is hij tolerant, links en trouw - waar vind je zo'n belastingman?
Mijn andere vangnet is Y.-met-de-blauwe-ogen. Ik leerde haar ruim twintig jaar geleden kennen. Als een verliefde jongeman - het was altijd lente in de ogen van de Raboconsulente - legde ik mijn lot in haar handen. Y.-met-de-blauwe-ogen heeft mannen in mijn leven zien gaan en komen, huizen gefinancierd, levensreddende leningen verstrekt, en ze vertrouwt er blindelings op dat wij in Marokko een onderpand bezitten dat al ons financiële wangedrag hier goedmaakt. Geen kwaad woord over Y.-met-de-blauwe-ogen. Zonder haar vertelde ik u op straat dat ik dringend naar mijn stervende moeder moest maar mijn treinkaartje was verloren.

Maar ik heb dus wel een woekerpolis, of iets dat er op lijkt. Afgesloten toen de aandelen op hun hoogst stonden, en mijn echtgenoot nog in mij geloofde en mij ongebreideld mijn financiële gang liet gaan. Nu is hij wijzer, maar ja, te laat. Voor alle duidelijkheid: ik vind het niet erg dat ik lijd onder de instortende economie. Dat is eerlijk. Moet je maar niet beleggen met geleend geld.
Maar voor die kosten heeft Y.-met-de-blauwe-ogen verzuimd me te waarschuwen. Die zijn meer dan 500 euro per jaar, weliswaar een fractie van wat ik jaarlijks aan aanmanings- en incassokosten kwijt ben, maar die laatste zijn nog min of meer te vermijden. Aan die polis zit ik vast.

Nu kan ik twee dingen doen. Mijn verlies nemen en tegen de klippen op proberen geld te blijven verdienen in een tanende economie. Of me aansluiten bij zo'n collectieve actie en hopen dat ik dan op een dag van Y.-met-de-blauwe-ogen een smak schadevergoeding krijg met een baby-Mercedesje toe voor troost.

Een rechtgeaarde Nederlander kiest voor klagen. Zo zijn wij nou eenmaal. Na de oorlog hadden we de boel net zo'n beetje op orde, maar sinds de schrik van 1973 doen we weer alsof het hongerwinter is. Van alles is te weinig en het is nog vies ook. Ik ken iemand die klaagt dat hij moet meebetalen aan zijn kleurentherapie en iemand anders die klaagt dat zijn shiatsumassage niet wordt vergoed. Ik ken mensen die klagen dat ze niet ontslagen worden, terwijl ze toch wél al die jaren WW-premie hebben betaald. Dankzij de televisie kennen we allemaal mensen die klagen dat ze in Spanje Spaans praten. En voor iedere klacht willen ze baar geld zien. Zelfs de postzegels op hun klaagbrieven willen ze vergoed hebben.

De keus is makkelijk. Daar wil je toch niet bij horen! Dan liever tegen het getij in, tegen de klippen op werken. Ik blijf verbeten hypotheek betalen, met woekerkosten en al. Met de deurwaarders die op mijn nek springen reken ik stuk voor stuk af. Zo help ik op mijn manier de financiële crisis te keren. Ik voorkom dat Y.-met-de-blauwe-ogen voortijdig afvloeit. Ik volg W.-met-de-rode-jas, ook als hij zegt dat de wolken over zullen trekken, dat Nederland als een eiland op woelige baren gespaard zal blijven voor de storm die over de wereld raast. Ik trek mijn oliejas aan en ploeter voort - ooit was dát ons volkskarakter. Ik hoef alleen maar te wachten tot de beurskoersen weer boven de 700 komen.

Maar nooit, nooit zal ik meer iemand geloven op zijn blauwe ogen. Zelfs niet W.-met-de-rode-jas.

Dure kinderen

woensdag 10 september 2008 17:34
Nederlandse kinderen kunnen niet schommelen. Ze hebben er een ouder bij nodig, ook al zijn ze al zeven of negen jaar oud. Valt me opeens overal op. Een vriend van mij heeft zich laat voortgeplant. We zijn met z'n allen in de dierentuin voor een zakengesprek - een heel normale combi tegenwoordig. Mijn vriend waggelt achter zijn buikje aan naar de schommel waar zijn dochter van acht hem roept. En dan duwt hij. Blijft duwen. Raakt in verwarring als zijn andere dochter van elf de draaimolen aan de gang wil hebben. Maar die dochter van elf kan het echt niet zelf. Ze is brak, na de disco van gisteravond. Om half twaalf was ze pas thuis. En daarna heeft ze nog een uur op msn gezeten. Dus duw ik de draaimolen. Van die zaken komt toch niks.
Kinderen van nu.

Of je mee moet betalen aan dat nageslacht, vragen kinderloze dertigers zich af. Zij hebben geen zin om mee te betalen aan gratis kinderopvang nu ze zelf zo succesvol kinderloos hebben weten te blijven. Het is natuurlijk een flauwekul-argument. (Letterlijk een zaadloze-zak-argument.) Mensen die ‘s avonds een boek lezen, betalen toch mee aan de televisie. Mensen die altijd auto rijden, betalen toch mee aan de trein. Mensen die tegen oorlog zijn, betalen evengoed mee aan het leger. En mensen die nooit belasting ontduiken, betalen mee aan de FIOD. We zouden zestien miljoen ambtenaren nodig hebben als het anders moest.

Maar heel Nederland discussieert ernstig mee over de kwestie. Wie moet jullie pensioenen opbrengen? briesen de afgebrande ouders. Dat zijn dus wel die kinderen waarvoor wíj de draaimolen hebben geduwd! De zaken leden eronder. Dat zijn heel dure kinderen geweest!
Maar dan later.  Op hun beurt draaimolens duwen kunnen die kinderen later helemaal niet. Laat staan een economie aan de gang houden! De dertigers van nu zijn al te verwend. Moet je ze zien zuchten als ze hun handen tegen de dikke kinderbillen zetten. Na vijf minuten hoor je ‘Wil je een ijsje? Kom maar halen dan.' Einde exercitie; mama is moe.

Nee, van die pensioenen komt niks, hoor. Maar dat hebben die zaadloze zakken aan zichzelf te danken. Ben ik even blij dat ik niks geregeld heb voor later. Dat was weggegooid geld geweest.

Het gekke is dat het toch goed gaat komen. Dat doet het altijd. De zure regen is ook opgehouden en er zit nu zelfs te wéinig fosfaat in de grond. Die dijken zijn straks natuurlijk ook net op tijd af. Ja, de nieuwe Nedermens zal zich wel weten te redden. Er is al iets tegen de suikerziekte die al die dikzakjes gaan krijgen. Zweten hoeft niet meer. Aan een virtuele werkelijkheid wordt gebouwd. En de fysieke werkelijkheid laat zich binnenkort met één afstandsbediening regelen. Bewegen hoeft straks alleen nog met je wijsvinger en je hoofd. Neuken wordt iets voor grijsaards. Lollig, maar wel ontzettend ouderwets.

Wat zullen ze ons uitlachen, met onze draaimolens op mankracht.

Slotervaart aan zee

maandag 4 augustus 2008 12:45
‘Jij bent een Belg, toch?' zei de ene Marokkaan provocerend tegen de andere in de Marokkaanse badplaats Saidia.
‘Helemaal niet!' zei de andere Marokkaan verontwaardigd. ‘Ik kom uit Amsterdam!'
‘Slotervaart dan zeker?' vroeg de ene Marokkaan, die zelf in een wit dorpje woont. ‘Daar kom ik ook vandaan.'
‘Mooi niet! Ik ken iedereen in Slotervaart en jij woont daar niet', zei de andere. Ze spraken Nederlands.

De jongen uit Slotervaart had met twee vrienden een villa gehuurd. Niet van de eigenaar, die in Frankrijk woont, maar van de bewaker van het pand. Voor zijn diensten als bewaker krijgt hij een schijntje. Verhuren is dan een leuke bijverdienste.

‘Je moet het zelf weten', zei de ene Marokkaan tegen de bewaker. ‘Dat jij dat huis illegaal verhuurt, is mijn zaak niet. Maar ik zou het niet aan deze jongens doen.' Met alle vooroordelen van iemand uit een wit dorpje wist hij dat een jonge Marokkaan uit Slotervaart niet kon deugen.

Binnen twee dagen zaten er niet drie, maar veertien jongens in de villa. Het was tot diep in de nacht bal. Motorgeronk, harde muziek, gegil. De bewaker wist zich geen raad. Want toen hij met zijn eigen sleutel een kijkje kwam nemen (de tijdelijke bewoners zaten op het strand), zag hij een onbeschrijflijke zwijnenbende. Pleisterwerk was gekrast en gebladderd, meubels waren geblutst, de afwas stond tot aan het plafond in de keuken en in de wc's zat de poep aan de muren. Hij belde zijn broers en neven.

Die nacht, toen er een rij taxi's stopte en de jongens uit Slotervaart uitbraakte, mét de meisjes die ze hadden versierd, vonden ze een met schoppen bewapend legertje in de poort en hun spullen op straat. Ze kwamen er niet meer in. Luidkeels vloekend en scheldend - in het Nederlands, want Marokkaans kenden ze niet - trokken ze verder door de nacht.
De lokale Marokkanen zijn perplex. Worden die jongens daar in Nederland dan niet opgevoed? Worden ze er niet aangepakt?

Maar ook in Marokko worden ze niet aangepakt. De politie bellen is zinloos. Die heeft namelijk consigne het bandeloze zootje zijn gang te laten gaan. Crossen op het strand - prima. Keurige meisjes op straat aanspreken als hoeren - ga je gang. Van bil op het strand en in de duinen - geen politieagent die het wil zien.
De Marokkaanse Nederlander die in Marokko met vakantie komt, kan alles maken. Zijn euro's zijn welkom en zijn manieren worden op de koop toe genomen. Officieel heet het anders. Officieel heet het dat hij in Nederland met de nek wordt aangekeken, dus dat hij in Marokko moet kunnen doen wat hij wil. Maar iedereen weet natuurlijk dat het om het geld gaat dat hij meebrengt. 

Saidia is sinds een paar jaar het troetelkindje van de koning. Hij geeft het goede voorbeeld door er te komen jetskiën, en goed voorbeeld doet goed volgen, met alle vervuiling vandien. Hij heeft een flink stuk land weggegeven aan een ontwikkelingsmaatschappij. De duinen hebben zo plaatsgemaakt voor golfbanen en een jachthaven, waardoor de plaatselijke waterhuishouding in de war is geraakt. De zwembaden van het toeristenparadijs moeten gevuld blijven, zodat de lokale bevolking een groot deel van de dag zonder water zit. Allemaal vanwege de euro's - die uiteindelijk verdwijnen in de zakken van de elite. De kleine man wint zo goed als niets bij de toeristische sprinkhanenplaag. Hij kan alleen zijn dochters binnenhouden en oordoppen indoen tegen het nachtelijk lawaai.

En zo is het Slotervaart dat zich ‘s zomers naar Marokko verplaatst, vele malen losbandiger dan het Slotervaart in Slotervaart.

Waarom Oranje door had moeten gaan

donderdag 26 juni 2008 08:39
‘Na het laatste fluitsignaal', vertelde de Marokkaanse man na Nederland-Rusland op zijn werk, ‘haalde mijn vrouw onmiddellijk de vlaggetjes naar beneden.' ‘Wat voor kleur hadden die vlaggetjes dan?' vroeg het nieuwe meisje verbaasd. ‘De kleuren van de vlag van Marokko natuurlijk', zei de Marokkaanse man. Het meisje keek nog verbaasder. Het duurde even voor ze snapte dat het oranje vlaggetjes waren geweest.

Het onbegrip is groot. Nederlanders die hun hele leven hebben doorgebracht met hun laarzen stevig in de zomp van de delta, hebben geen idee wat het betekent om te zijn overgeplant. Dat je opnieuw wortel kunt schieten op een andere plek in de wereld. Nooit helemaal, nooit zo diep als in het land van je ouders, maar genoeg om peentjes etend aan de buis te kleven als het Nederlands elftal speelt.

De mensen die dat niet snappen zijn ook de mensen die Aboutaleb en Albayrak beschuldigen van een gebrek aan loyaliteit. En dat zijn ook, denk ik, de mensen die bang waren voor relletjes als Turkije van Duitsland zou verliezen. Waarom was eigenlijk niemand bang voor relletjes als Duitsland van Turkije zou verliezen? Nu vallen de Turken mee. Anders waren de Duitsers tegengevallen. Ja, die is om over na te denken.

Het is kismet, zeggen de Turken, dat Turkije verloren hebben van Duitsland. Het lot heeft het zo bepaald. Een lot dat Duitsland, ondanks alle vrees vooraf, niet zo zwaar treft. Er werd ruimhartig verbroederd. Meteen na het eindsignaal waren de Duitse Turken trots op Duitsland. Anders ligt dat natuurlijk in Nederland. Nederlandse Turken hebben alleen maar verloren. Van Duitsland, en eerder al van Rusland. Kismet, het is niet anders, maar Nederlandse Turken hadden toch goed de pest in. Op de voorpagina van de krant kwam een grote foto van hun verslagenheid, om het er nog eens goed in te wrijven.

Wij waren thuis voor Turkije. ‘Omdat ze zo leuk toeteren', zei mijn dochter. ‘Omdat ze er ook bij horen', zei mijn man. ‘Omdat ze leuk voetbal spelen', zei ik. Even was het wij, Turkije.
Maar nadat het lot had toegeslagen, zei iemand tegen de Volkskrant: ‘Wij zijn tóch verder gekomen dan Nederland.' Wij, de Turken.
 En daarom had Oranje door moeten gaan. Dan waren er in de Turkse koffiehuizen oranje vlaggetjes opgehangen, en dan hadden we allemaal samen kunnen juichen op het Surinameplein. Dan waren we allemaal ‘wij' geweest, net als in Duitsland.

Ik heb nog wel eens zo'n kaartje gestuurd met ‘Ik ben woedend' erop. Dat was in 1993 nadat enge rechtste jongens een huis waar Turkse families woonden in de fik hadden gestoken. Ik herinner me dat ik toen dacht: dat kan toch ook alleen maar in Duitsland gebeuren. Ik verkeerde nog in de illusie dat wij het tolerantste volk van de wereld waren. Ik kon dat ook rustig denken, want ik woonde in een wit dorp met een witte man en een wit kind. Nu weet ik wel beter. En ik vraag me af of ze misschien in Duitsland niet toevallig toch iets beter doen dan wij?

Maar mijn zwartharige snorrewiets koopt wortels als Oranje speelt.

Oliedollars!

zaterdag 5 april 2008 10:18
Wordt het gelijk van Wilders betaald met oliedollars? Een gespreksverslag.

Het gesprek werd in het Arabisch gevoerd, verderop in de eersteklascoupé tussen Amsterdam en Schiphol. En toch leken we opeens de naam Wilders te horen. Mijn man ging rechtop zitten, snoerde mij de mond. Ik mocht niet eens mijn zin afmaken. Gaandeweg werd hij bleek en begon in mijn hand te knijpen. Waarom? Ik loerde om de stoelen heen. Twee keurige zakenlieden in de eersteklascoupé, één met een ringbaardje, een laptop op zijn gebroekte knieën, de ander, geen baard en ook geen jurk, doende met een palmptop. Intussen praatten ze, iets te hard, zoals mensen die menen dat ze niet worden verstaan dat doen.
 
Toen mijn man me - op een ondergronds perron - had verteld wat hij had afgeluisterd, begon ik te trillen op mijn poten. Ik begon heen en weer te lopen als een achterlijke. Mijn handen fladderden en deden andere rare dingen. Het heeft anderhalf uur geduurd voordat ik weer normaal iets vast kon pakken.

Dit vertelde mijn man mij: het accent van de hele en halve zinnen klonk naar het Arabisch schiereiland. De mannen waren Saoedi's, dacht hij. Ze spraken over voorwaarden. Over iemand die zich niet aan afspraken hield. Of er zwart-op-wit een overeenkomst moest komen. Heel gewone onderwerpen voor zakenmensen. Behalve dan dat steeds die naam viel: Wilders. Ook dat was niet gek op de dag dat het parlement en zelfs het hele land debatteerde over de ideeën van dat ene Kamerlid. Maar die naam klonk wel gek, in dat gesprek over waar voor hun oliedollars. En dan die ene, boze zin: ‘Voor een bladzijde uit het telefoonboek hebben we hem niet betaald!' Wordt Wilders gesponsord door Saoedi-Arabië? Al of niet met zijn medeweten?

Op het eerste gezicht is die aanname volkomen waanzinnig. Een rabiate moslimhater zou geld aanpakken van zijn tegenstanders? Maar na even nadenken ga je er anders tegen aankijken. Saoedi-Arbaië is een land waar weliswaar islamitische wetten heersen, maar dat ook grote belangen heeft in het westen. Osama bin Laden is hun beroemdste zoon, maar de rest van de Bin Ladens daarentegen horen tot de regerende elite.
Wat voor voordeel kan die elite hebben bij de onrust die Wilders stookt? Misschien dat: die onrust zelf. Moslimhaat maakt moslims fanatiek, dat wordt keer op keer aangetoond. Fanatieke moslims zijn betere moslims. Betere moslims winnen meer zieltjes. Bovendien slaan fanatiekelingen soms door naar terrorisme. Terrorisme ontwricht. En op het Arabisch schiereiland lopen veel mega-rijken rond met investeringen in het westen. Stel dat hier de bestuursstructuren op hun gat vallen. Dan hoeven deze schimmige lieden de boel alleen nog maar kalmpjes over te nemen.
Dat Wilders het kwaad sticht waar hij bang voor is, is al eerder gezegd. Aangetoond is het nog niet, want Nederlandse moslims blijken doordesemd van het poldermodel. Maar onmogelijk is het ook niet.


Bij het uitstappen zei de zakenman met het ringbaardje tegen de andere: ‘En anders kunnen we hem altijd nog opruimen. That should do the trick just as well.' Dat laatste kon ik zelf verstaan.

Hoe hachelijk een gespreksverslag
waar waarheid aan ten grondslag lag.
En hoe hartelijk het hoongelach
waar het geen klaarheid in de klonters bracht!

Voor Fitna

donderdag 28 februari 2008 08:36
Over de Wilde van Venlo wordt beter gezwegen, vind ik, maar over zijn film mogen we het binnenkort hebben. Mijn voorspelling is dat de steen zonder kringen te maken als een baksteen naar de bodem van de vijver zal zinken, omdat er alleen maar nare onthoofdingen en martelingen te zien zullen zijn, met enge baarden in de hoofdrol. Zodat de storm van islamitisch protest van de zijde van fundamentalisten uitblijft, en eventuele tegenwind hooguit van de zwijgende meerderheid zou kunnen komen (‘niet alle moslims zijn moordenaars!'). Die dan karakteristiek gaat zitten zwijgen. Waardoor de media dan niets te doen hebben en wij niets hebben om over te praten en EénVandaag het uit armoede van zijn eigen niet representatieve opiniepieling moet hebben.

Dat moeten we voorkomen. We staan zo voor lul anders, achteraf. Al dat gekakel, al die opiniepielingen, die voorzorgsmaatregelen, dekens tegen de ramen gespijkerd bij ambassades, brandwerend ondergoed uitgedeeld aan diplomaten, Het Binnenhof afgegrendeld met pantservoertuigen, het Mediapark in Hilversum omsingeld door ME, alle verloven bij de politie ingetrokken, en dan.... niets? Dat willen we niet hebben.

Dit is dan ook een oproep. Een oproep tot een actie die preventief kan werken en vooral tot doel heeft EénVandaag iets zinnigers te doen geven dan ons onder de kin kietelen totdat we zeggen wat ze willen horen over een bij elkaar gejat filmpje. Laten we EénVandaag de kans geven te constateren dat de wereldvrede tussen hullie en zullie toch plotseling is uitgebroken, en wel in het kleine maar dappere Nederland.


Wat gaan we doen? Kies een moslim uit in je omgeving. (Voor moslims geldt: kies een leuke christen. Echt, ze zíjn er!) Een buurman, een collega, de schoonmaker, de bewaker, de postbode, een medestudent, een politica, maakt niet uit. Zij hoeft geen hoofddoekje te dragen en hij hoeft geen baard te hebben, of een jurk aan. Vraag of je bij hem/haar naar Fitna mag komen kijken. Ga bij hem/haar naar Fitna kijken, en als dat niet uitkomt, nodig de moslim(a) dan bij jou thuis uit. Kijk naar Fitna, gezellig samen op de bank (wel even je schoenen uit).  Drink een kopje thee. Of een biertje.

Dat is alles. Ik geef toe dat ik het makkelijk heb - ik heb een tamme moslim standaard op de bank zitten - maar toch lijkt het me te doen. Ze zijn toch overal, die moslims? Dat zegt de Wilde van Venlo tenminste, en je moet wel héél ver Drenthe in om hem daarin ongelijk te kunnen geven. Dus: kijk naar Fitna met een moslim, let op de reacties en doe daarna pas je mond weer open. Desnoods tegen EénVandaag.

Doen? Geef dan deze oproep door. En laten we er een mooie dag van maken.

Negers in ordi bakken

woensdag 6 februari 2008 10:26
Is de politie racistisch? Of hebben blanken een suffe smaak in auto's? En wat hebben negers met getint glas?

De bruine Kirno wordt bijna tweehonderd keer vaker aangehouden dan zijn witte broer (de Volkskrant van 6 februari). Dat riekt naar racisme. En dat is het ook. De politie betrekt vele factoren in de beslissing om iemand aan te houden - zeker. Geen Audi's, wel BMW's. Schreeuwerige remlichten, donkere ruiten, spoilers en oproldakjes. Plaats en tijdstip. Niet meteen vrouwen, wel mannen. Geen oude heren, wel jonge branieschoppers. Niet zo gauw blonde witten, eerder bruinen en zwarten. Dat laatste heb ik uit de mond van een politieman.

In mijn hoedanigheid van thrillerschrijver liep ik eens stage bij de Amsterdamse politie. Ik mocht mee naar de vette zolder van een Chinees restaurant om drugsdealers te observeren. Ik mocht een dame fouilleren in een illegaal gokpand. Ik mocht mee sigaretten halen met de sirenes aan, 80 km/u over de grachten. Ik moest op afstand blijven toen in het havengebied een smokkelzaak werd onderzocht. Ik mocht wél mee naar binnen bij een bananenshow - maar dat was een geintje tussendoor.

Het grootste deel van de tijd liep ik mee met het zakkenrollersteam: agenten die de hele dag in burger door winkelstraten slenteren, op de loer naar tasjesdieven en beurzensnijders. Spannend werk. Soms volgde je dan een tijdje verdachte mede-slenteraars (één, twee of drie jonge mannen met hun blikrichting op heuphoogte). Opvallend vaak viel de verdenking op Noordafrikanen, door de politie naffers genoemd. En omdat mijn hart klemvast zit op de juiste plaats, wilde ik op hoge toon weten waarom. Hoe meer Noordafrikanen je in het oog houdt, hoe meer kans dat er een zakkenroller tussen zit tenslotte. Discriminatie! hoorden ze mij denken. Het antwoord van mijn lievelingspolitieman was: ‘De ervaring leert dat zij het vaakst uit stelen gaan.' Dat antwoord heb ik sindsdien nog ettelijke keren in de krant gelezen. De ervaring van mensen die vooral donkere types volgen is dat donkere types vaak duistere dingen doen. Ja, zo wordt elke voorspelling waar natuurlijk.

De politie zat vol zulke levenswijsheden. Joegoslaven behoren tot de maffia. Antillianen zijn gewapend. Zwart-witte huwelijken zijn schijnhuwelijken. Oost-Europese hoeren zijn het slachtoffer van mensenhandelaars. Turken doen niet aan APK. Negers rijden in ordi bakken. Homo's zijn geen mannen, maar potten zijn kerels... De politie hoort het niet graag, maar als je ergens vooroordelen wil bestuderen, moet je dat in het petrischaaltje van de politie doen. Het krioelt ervan.
 
Verontwaardigd als ik was, keek ik zelf ook niet langs mijn oogkleppen. In die overmoedige jaren reed ik in een grote auto, zo een waarin je achterin ook comfortabel zit. Zulke auto's worden door directeuren na drie jaar en 150 duizend kilometer voor een spotprijsje weggedaan. Door een mazzeltje had ik hem kunnen laten spuiten en het leek heel wat. In die bak reed af en toe mijn toenmalige knipperlichtvriend. Hij was lang, breedgeschouderd, knap en donkerbruin. En te jong voor die auto. Hij kon er geen twintig kilometer mee rijden, of hij werd aangehouden. Discriminatie! sputterde ik braaf.

Later, toen het definitief uit was, hoorde ik bij de bakker van een politieman waar die auto zoal was aangetroffen ‘s nachts. (Terwijl ik me nagelbijtend lag af te vragen waarom knipperlicht zijn telefoon niet aannam.) In louche buurten in Rotterdam bijvoorbeeld. Dan belde een Rotterdamse diender met Purmerend: kenden ze die donkere jongens in die slee? Was hij soms gestolen van die mevrouw Rood? In Purmerend konden ze dan vertellen dat die éne donkere jongen bij mevrouw Rood in bed sliep. Big Brother had het maar druk met mijn liefdeleven.
 
Knipperlicht had zijn eigen redenen om verontrust te zijn door die aanhoudingen. Hoewel hij zelf van onberispelijke wandel was, had hij minder brave vrienden. Een ervan (gouden ketting, bruine huid) had altijd grote hopen frommelige bankbiljetten op zijn tafel liggen. Een ander (Latijns type, buitenlands paspoort) mishandelde zijn vrouw en smokkelde geregeld cocaďne binnen. Die werd dan met mijn auto gedistribueerd. Dat wist ik niet. Ik was veel te naďef om te raden dat mijn eigen knipperlicht mijn goede naam op die manier in gevaar zou brengen. Ik hoorde het later van een wederzijdse kennis en werd alsnog razend. Hoe zou het met mijn kind zijn afgelopen als ik als gangsterliefje in het gevang was beland!

Daaraan moest ik denken toen ik hoorde hoe Joran van der Sloot vrolijk een vriend erbij lapte. Echt een Antilliaan toch, die Joran.

Test uzelf:

[L]

in deze auto rijdt een
A oud vrouwtje
B crimineel
C neger

[L]

en in deze een
A zakenman
B jonge jongen
C wijf met gebooste borsten

Mijn moeder kon al pijpen

donderdag 31 januari 2008 11:58
Pijpen gaat ook best zonder clitoris in je keel. Hoewel ik in seksuele zin de jaren zeventig heel bewust heb meegemaakt, heb ik nooit de neiging gevoeld om naar Deep Throat te gaan kijken. Leek me onzin. Voer voor mannen voor wie fellatio latijn was. De politieke Deep Throat, de klokkenluider in het Watergate-schandaal, vond ik veel interessanter.

Maar de politiek is veranderd. Sinds kort heerst in Nederland de willekeur van de sharia. Mullah Rouvoet ligt dwars voor de uitzending van de pornofilm, hoe braaf ook ingebed in duidend gebabbel. Hij wordt aangestuurd door zijn rechterhand mullah Slob.  Mullah Slob is volksvertegenwoordiger, die mag zeggen wat hij denkt. Maar mullah Rouvoet regeert.


Mullah Slob geeft er in de media blijk van zeer goed bekend te zijn met inhoud en ontstaansgeschiedenis. (Dat heb je toch vaak met die gristenen: zij zijn het die met beslagen brillenglazen het hardste ‘Bah!' roepen. Als ik in een gristengezin was opgegroeid, had ik ook de badkamerdeur op slot gedaan.)
Arie Slob was in 1972 nog wel erg jong om seksueel gefrustreerd te zijn. (Hoewel: het kan hard gaan bij die gristenkindertjes.) Misschien heeft hij later een pasje van de videotheek genomen. Er zitten altijd dingen in een ‘s mans portefeuille waar zijn vrouw niets van weet. Hoe het ook zij, hij misgunt anderen die kennis. Er zijn heel veel mensen die de jaren zeventig niet bewust hebben meegemaakt - zoals mijn generatie altijd moest horen dat we de oorlog hadden gemist. Die willen vast graag weten hoe dat er nou uitzag, die seksuele revolutie.

Op jeugdsentimenten.net vraagt ene Harrie (onder de naam eirrah) zich af of het klopt dat de westerse wereld massaal aan de fellatio ging na het zien van Deep Throat. Ik zou er niet van opkijken. Weliswaar werd mijn moeder aan de ontbijttafel uitgelachen toen ze zei: ‘Ik hou niet van die harde dingen in mijn mond.' Over filtersigaretten zei ze dat. Toen ze begreep waar haar puberkinderen aan dachten, zei ze haastig: ‘Tenminste, niet van díe harde dingen.' Mijn moeder kon dus pijpen. Maar zij was er vroeg bij. Misschien heeft er een generatie vrouwen van Deep Throat leren pijpen.

Afijn, zoals ik best eens Mein Kampf zou willen lezen, niet om alsnog fascistisch te worden, maar om te snappen waar mijn ouders nou zo'n last van hebben gehad, zo zou mijn dochter vast wel eens die rare film willen zien. Niet om Linda Lovelace alsnog uit te buiten, en ook niet om ervan te leren. Maar gewoon om haar ouders beter te begrijpen.

Dwingen en uitbuiten schijnt vaak met porno gepaard te gaan. Dat wil ik geloven. Linda Lovelace - Linda Boreman eigenlijk - beweerde in haar autobiografie dat het allemaal niet van harte was gegaan, en ook dat wil ik geloven. Maar Linda Lovelace is dood. Ook als steen des aanstoots voor de vrouwenbeweging zou de film interessant kunnen zijn. Om met de profeet Mohammed te spreken: ‘Hoe is het mogelijk dat iemand zijn vrouw slaat zoals je een wilde kameel slaat, en vervolgens met haar wil slapen?'

Tegenwoordig maken westerse vrouwen zelf wel uit wat ze in hun mond nemen. We kunnen namelijk tegenwoordig ook zelf ons geld verdienen. We hoeven niets meer te slikken. Maar de mullahs menen toch dat ze ons in bescherming moeten nemen tegen onszelf. Verbieden zullen ze! Veertig dagen zonder seks moeten we! En pijpen wordt weer zaad verspillen.

Dwingen en uitbuiten gebeurt ook met popsterren. Daarvan sterft er ook elke week wel een aan een overdosis (Boreman kreegt tenminste een fatsoenlijk auto-ongeluk.) En inderdaad: ook tegen de popmuziek schudden de mullahs hun vuisten. Maar alléén tegen blote popmuziek. De mullahs zéggen dat ze tegen het slaan van kamelen zijn. Maar eigenlijk kunnen ze alleen maar niet tegen blote kamelen.

En de christen scheet bagger

zondag 30 december 2007 09:53
Stel: ik had een film gemaakt tegen rabiate christenen. Ik had ruim van tevoren in de media uitgekraaid dat ik die op televisie wilde vertonen, want ik wilde zoveel mogelijk aandacht, en natuurlijk beveiliging - dat statussymbool dat iedereen najaagt. En stel dan dat er een regering van niet-christenen was die mij begon te bellen. ‘Mevrouw Rood, zou je dat nou wel doen? Heus niet alle christenen zijn engerds die hun vrouwen in de keuken houden en hun kinderen in het donker knijpen. Heus niet alle christenen praten in tongen. Heus niet alle christenen brengen de volksgezondheid in gevaar door zich niet te laten inenten. Heus niet alle christenen verbieden hun vrouwen te stemmen. Heus niet alle christenen trouwen met hun nicht om de boerderij in de familie te houden. Echt niet.
En niet alle christenen dreigen met hel en verdoemenis als je het met ze oneens bent, maar je hébt er natuurlijk een paar tussen... Doe het nou niet, mevrouw Rood. Je hebt er alleen jezelf maar mee. Geloof ons nou. Doe het niet. Laat ze met rust. Het zijn engerds.'


Stel dat die ministers zich voor die telefoontjes zo weinig zouden schamen, dat ze in de openbaarheid kwamen. Zou een christen in die situatie zich gerustgesteld voelen? Of zou hij schuimbekkend van woede eisen dat hij niet zo betutteld werd? En ik, wat zou ik denken? Zou ik niet schaterlachend beweren dat ik, als zelfs de regering al bang is voor christenen, toch zéker gelijk heb met mijn film? En hadden we hier niet zo iets als vrijheid van meningsuiting?

Wat er nu gebeurt met Wilders' film is weer een beschamend voorbeeld van de dubbele tong waarmee onze bestuurders spreken. Vrijheid van meningsuiting is - na de bescherming van de privacy en het principe dat je onschuldig bent tot je schuld is bewezen - kennelijk de volgende ‘westerse' waarde die aan de wilgen wordt gehangen.

Maar dat is het ergste nog niet eens. Het ergste is dat de moslimgemeenschap niet mans genoeg wordt geacht om het venijn in de eigen gelederen de baas te kunnen. Ik heb Wilders' film niet gezien maar het ligt voor de hand dat hij nog net weer ietsje schokkender uit de hoek heeft proberen te komen dan Ayaan Hirsi Ali. Het ligt dus ook voor de hand dat de een of andere rabiate jongere die nog geen leeuw geschoten heeft daar zijn conclusies aan verbindt. En het is te hopen dat de moslimleiders en de moslimouders in Nederland na de moord op Van Gogh wakker zijn geworden en hun verantwoordelijkheid hebben genomen.

En zo niet, tja. Dan zit er binnenkort weer een Mohammed B., C. of D. achter tralies. En dan ligt Wilders bloedend op de keien. Is dat erg? Ja, heel erg. Meer dan erg. Maar het is toch echt aan Wilders zelf om te bepalen of hij dat risico wil nemen.

Die ministeriële pogingen tot pappen en nathouden zijn bovendien ook een beschamend voorbeeld van angsthazerij, de kenmerkende lafheid waarmee wij hier problemen aanpakken. Onze pap-en-nat-houd-regering schijt echt bagger: in de hele islamitische wereld zijn de ambassadeurs geďnstrueerd dat deze film uitdrukkelijk níet de zegen heeft van de Nederlandse regering. Spaar ons de kromzwaarden, lieve Mamelukken! Maar wat doet diezelfde Nederlandse regering intussen tegen het natiebrede moslimbashen? Niets. Ze mompelen iets vaags over samenleven. (Zie het overtuigende betoog van Nausicaa Marbe in de krant van 29 december.)

Ik denk dat - behalve moslims - niemand weet hoe ver dat bashen intussen gaat. Ik zeg, omdat ik er nou eenmaal met eentje getrouwd ben - wel eens iets over moslims. Dan gaan in alle lagen van de bevolking gretig de monden open om iets afkeurends te zeggen. ‘Wat een naar volk is het toch, hč ', zei een schrijver. ‘Ze hebben ook nergens respect voor, hč .' En op het voetbalveld hoorde ik het woordje ‘deporteren'. Daar schamen mensen zich allang niet meer voor.

De film van Wilders zal me waarschijnlijk met afschuw vervullen. Ik zal er trappelend van wakker liggen, met tranen in mijn ogen. Maar hem proberen tegen te houden getuigt van een abjecte minachting voor de Nederlandse moslim.

Wilders en de muizenval

dinsdag 4 december 2007 09:28
Sinterklaas verovert Allochtonië.
 M. laat me bezorgd een muizenval zien. Leuk Sinterklaascadeautje? wil hij weten. Hij is voor zijn stiefschoonzoon en blijkt bedoeld om aan te geven dat die wat vaker met de zwabber in de weer mag. Ik sta al volautomatisch in de docerende stand: nee, muizenvallen maar niet... als ik plotseling bedenk dat dit hélemaal Sinterklaas is. Het is eigenlijk een gekochte surprise, een dingvormig gedicht. ‘Ja!' roep ik blij. ‘Leuk!' Na bijna tien jaar indoctrinatie is het zover: de Marokkaanse helft van ons huishouden heeft de geest van Sinterklaas te pakken.
 De Sinterklaasaankopen liggen 8 procent hoger dan vorig jaar. Dat gaat de komende jaren nog groeien, let maar op. Er ligt nog een hele Nieuwnederlandse groeimarkt open.
 
T., die ons huis schoonhoudt, mag deze weken in drie kamers niet komen, omdat ze vol liggen met pakpapier en halfaffe surprises. ‘Je doet iets met glitters', zegt ze verwijtend, want die dwarrelen intussen door het hele huis. Ik beken. Zelf moet T. ook een surprise maken, namens haar zoontje. T. kent Sinterklaas niet van huis uit, want ze komt uit Ghana. Het zoontje is er wel mee opgegroeid, die is hier geboren en kent het surprisegedoe van school. Ik probeer erachter te komen waarom T. het knutselen op zich neemt, maar ik kom er niet achter. Misschien is het zoontje gewoon een verwend kereltje, echt zo'n Nederlands joch dat overal te beroerd voor is.
 
Nadat ze twee weken niet boven heeft mogen komen, vraagt T. of we ze voor school maken, al die surprises. Ik staar. School? Niemand van ons zit op school, of ze moet de universiteit van Amsterdam bedoelen. Ik zie in gedachten Bas Haring een kring voorzitten met in het midden een berg kartonnen stoomboten en cr pepapieren Pietermannen. Maar ik gniffel niet. Want T. kent Sinterklaas niet anders dan als iets van school. Weet zij veel van zingen bij de schoorsteen en klompjes met een wortel.
Ik probeer er iets van uit te leggen. Het klinkt kaal en ongezellig. Gedichten, hoe zo gedichten, waarover dan? Nou ja, over elkaar... Het klinkt zelfs onaardig. ‘Ik doe thuis ook wel mee met Sinterklaas', zegt T., ‘want het is niet leuk als de kinderen op school niet mee kunnen praten. Maar dit jaar niet. Het is zo duur! Je hebt ook Kerstmis nog.' Twee keer een pakjesregen in december, dat brengt ze niet op. Maar haar eigen kerstfeest opgeven, dat doet ze niet. De liefde moet wel van twee kanten komen.

M. geeft schoonzoon N. ook nog een kookboek. Om hem op te porren. Want mijn hoogblonde, twee meter lange, oer-Hollandse schoonzoon staat niet half zo vaak in de keuken als mijn besnorde, islamitisch grootgebrachte man. En N. heeft trouwens vroeger thuis ook nooit veel aan Sinterklaas gedaan. Daar was zijn moeder te gescheiden voor, daarvoor was hij te enig kind.
 
Dus. Om Wilders kun je alleen maar lachen. En aan die tegenbeweging doe ik mooi niet mee. Hij zoekt het maar uit met zijn slapstick.

Zakken van rijkswachters

zondag 19 augustus 2007 15:13
Corruptie? Natúúrlijk bestaat er geen corruptie in... Stop! Laat ik mijn mond niet voorbij praten. Laat ik aan de familie denken, zoals Aboutaleb dat doet, zoals Arib dat doet, zoals iedereen dat doet die ver weg dierbaren heeft die als gijzelaars kunnen dienen. Zwijgen zal ik! Of laat ik, in plaats van met ongegronde beschuldigingen te gaan strooien, een sprookje vertellen. Een sprookje waarvan het internet op het ogenblik zoemt als oude hoogspanningskabels.
 
Het sprookje - en deze versie vindt genade in de ogen van Hem wiens naam niet genoemd mag worden - luidt als volgt:
 
Er waren eens, in een land ver in het zuiden, een stel heel aardige rijkswachters. Die werkten hard om Hem wiens naam niet genoemd mocht worden, diens rijk en iedereen die erin woonde te behoeden. Ze zetten van tijd een versperring op de weg, om de passerende wagens te controleren. Dat was allemaal voor de bescherming van goedwillende burgers en argeloze reizigers uit het noorden. Je wist maar nooit welke boeven de weg onveilig zouden maken. Ze begroetten elke wagenvoerder persoonlijk, en gaven hem door het raampje heen een hand. Ook als ze de bestuurder niet kenden, omdat die rechtstreeks uit het rijke noorden met een wagen vol gastgeschenken zijn familie kwam opzoeken. Dan kreeg zo iemand toch een hand van zo’n aardige rijkswachter. En met die controle viel het na die begroeting dan erg mee. Ja, het was werkelijk een heel hartelijk volk.

In dat land woonde een onverlaat, die hennep kweekte. Nou was dat op zich nog niet zo erg, als hij er maar touw van had gemaakt. Maar in plaats daarvan kookte hij er een pasta van die een geestverruimend effect had. Dat was Hem wiens naam niet genoemd mocht worden niet welgevallig en diens dienders jaagden dag en nacht op de onverlaat en zijn kornuiten. Maar op de een of andere manier wist de onverlaat die pasta toch altijd het land uit te krijgen - vooral als die ene aardige douanier dienst had, die de koeriers van de onverlaat ook altijd zo hartelijk de hand schudde. Het land verdiende goed aan de pasta, maar Hij wiens naam niet genoemd mocht worden wist daar niets van, en zijn grootviziers ook niet. Dat kwam helemaal op het conto van die onverlaat en zijn gildenbroeders.

Op een dag kregen de rijkswachters de onverlaat te pakken, ze sloten hem op en pakten zijn grond af. Maar de onverlaat had een broer, een gemene broer. Die ontstak in woede en besloot zijn broer te wreken. Hij verstopte zich op een berg, vlak bij een versperring van de rijkswachters. Daar legde hij vast hoe die aardige rijkswachters elke passant een hand gaven. En wat zei die gemene broer? Hij beweerde dat de wagenbestuurders géld gaven aan de rijkswachters! Dat die versperring daar speciaal was opgericht om geld in te pikken van brave burgers! Dat iedereen die daar langs kwam daarvan op de hoogte was, al woonden ze nóg zo ver in het noorden - want ze hielden de goudstukken al klaar in hun handpalm. De gemene broer hield vol dat je duidelijk kon zien dat de rijkswachters dat geld in hun zak staken. Alsof rijkswachters die in de hitte hun werk staan te doen om de toeristen en de brave burgers te beschermen, niet af en toe hun zakdoek mogen pakken om hun voorhoofd af te wissen!
 
Om het nog bonter te maken, begonnen de trawanten van de gemene broer rond te vertellen dat die rijkswachters elke dag hun zakken moesten legen bij hun chef, die alles dan in zijn eigen zak borg, die hij later weer moest legen bij zijn eigen chef. En zo tot de zakken van de allergrootste grootvizier toe. Ook al zo goed voor de schatkist! Villa’s en zwembaden werden er gebouwd, en er werden fortuinen betaald aan accijnzen op uitheemse wagens en machinerieën. Kon Hij wiens naam niet genoemd mag worden, daar werkelijk blind voor zijn? Of was hij allang geleden verblind door de glans van zijn eigen goud? Maar die verdachtmaking was zó ver gegrepen, daar geloofde niemand in. En trouwens, als het waar was, dan had het wel in de kranten van dat land gestaan. Toch? Op You Tube kan iedereen zelf zien hoe aardig en beleefd die rijkswachters van dat rijk in het zuiden zijn.

Te mooi om waar te zijn

Een muilkorfje voor Muskens

dinsdag 14 augustus 2007 09:09
Boegeroep was mijn deel toen ik op het podium van de Balie, jaren geleden, probeerde uit te leggen dat ik geen mening kon hebben over De duivelsverzen van Salman Rushdie, omdat ik de Koran niet had gelezen. En voordat ik dat deed, zei ik, moet ik misschien eerst de Bijbel lezen, want die is ouder. Het publiek, onder wie gerenommeerde schrijvers als Anil Ramdas en Adriaan van Dis en minder gerenommeerde als Dirk van Weelden, kotste mij luidruchtig uit voor ik mijn punt had kunnen maken. Ik heb me sindsdien afgevraagd hoe veel van die zelfgenoegzame literatuurkenners in de zaal de Koran wél hadden gelezen. En hoeveel er, trouwens, De duivelsverzen uit hadden gekregen. Maar er zijn misschien dingen die je niet hardop toegeeft. En dan is het confronterend om het een ander wel te horen doen. 
Nu woedt de discussie over een eventueel verbod op dat heilige boek (en dan bedoel ik dus niet dat van Salman Rushdie, hoewel die soms ook wel heilig verklaard lijkt). Afgezien van het feit dat het een ridicule discussie is omdat een verbod elke grondwettelijke grond zou missen, vraag ik me opnieuw af hoe goed de lijsttrekker van de Partij Voor de Vrijheid de tekst bestudeerd heeft. Zou hij de Koran zelfs maar van kaft tot kaft gelézen hebben? Dat is nogal wat, hoor. Het is een behoorlijk saai boek. Zoals alle leraren lijdt God (nee, laat ik hem op voorspraak van de bisschop van Breda Allah noemen) aan de kwaal van langdradigheid. Hij hoeft het niet spannend te houden. Hij vervalt in eindeloze herhalingen. En als zijn publiek in slaap valt, dreigt hij met hel en verdoemenis. ‘Anders ga je maar op de gang!’

Onder al die mensen die kakelen over de Koran, zijn er maar weinig die weten dat een flink deel ervan de heilige boeken van de ‘joods-christelijke traditie’ aanhaalt. Jegens joden en christenen is het boek - maar ik ben geen kenner, geen exegeet, slechts een simpele hapsnaplezer - niet erg consequent. Allah zegt: ‘Zij die geloven [ lees: de moslims] en die het jodendom belijden en de Sabiërs en de christenen wie geloven in God en de Laatste Dag en heilzaams bedrijven - niets is er vrees voor hen en niet zullen zij bedroefd zijn.’  God voor ons allen, dus.
Maar ook dit staat geschreven: ‘En de christenen zeggen: de Messias is Gods zoon. (...) God moge hen bestrijden! Hoezeer zijn zij in hun leugens verstrikt. Zij hebben hun schriftgeleerden en hun monniken tot heren genomen, buiten God, en ook de Messias, de zoon van Maryam, terwijl hun toch niets anders bevolen is dan dat zij een Enig God dienen, buiten wie er geen god is.’
Daar heeft de profeet wel een punt, vind ik. De Heilige Drie-eenheid mag dan een heilige paradox zijn, maar het is toch een beetje een slap christelijk compromis tussen het woord in het Oude Testament en de veelgoderij die kennelijk moeilijk uit te roeien was. Als wij massaal Dan Browns Da Vinci Code lezen, doen we dat mede omdat we in ons hart nog geen afscheid hebben genomen van Freia. Mohammed is rechter in ónze leer dan onze eigen kerkvaders.

Nou is dit allemaal theologie van de koude grond en ik lul ook maar naar dat ik verstand heb, maar ik wil er maar mee aantonen dat we misschien een beetje voorzichtig moeten zijn voor we een mening hebben over dingen waar we geen verstand van hebben. Dingen zijn heel vaak niet wat ze lijken. Mohammed mag een meisje van negen tot vrouw hebben genomen, daar dát was in zijn tijd niet zo ongewoon. Revolutionair was dat hij het áántal meisjes van negen dat een man in zijn tent nam aan banden legde.
 Om nog een voorbeeld te noemen: gisteren bereikte mij het verzoek om de 21-minuten-enqu te in te vullen. Daarin staat onder meer de stelling: ‘De Nederlandse democratie wordt bedreigd door gebruiken en denkbeelden die ingaan tegen de beginselen van de democratische rechtstaat.’ Ik had al bijna, denkend aan Wilders en zijn vrijheidsbeperkende voorstellen, het vakje ‘helemaal mee eens’ aangekruist. Pas op het laatste moment bedacht ik wat de vragenstellers moesten bedoelen met ‘gebruiken’: hoofddoekjes. En de denkbeelden zijn natuurlijk de denkbeelden van homohatende imams.
 Nou zou ik mijn hart natuurlijk homohatende imams ook het liefst morgen een muilkorfje omdoen, maar dat zeg ik niet hardop, want dat druist in tegen de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst, die me toch te lief zijn. En trouwens, dan moest Wilders ook een muilkorfje om, en dan had je de poppen pas echt aan het dansen.
Hoe dan ook, als ik mijn echte mening had ingevuld: ja, Wilders is gevaarlijk, dan was dat door de enqu teurs gelezen als: ja, de islam is gevaarlijk.
Waar ik een meisje met een hoofddoek zie als een ondernemende jonge vrouw die in weerwil van het geloof van haar voorouders onvervaard de wijde wereld ingaat om haar beroep uit te oefenen, ziet een ander een door vader, broers en huisband onderdrukt slachtoffer. Wat je wilt zien, bepaalt wat je ziet.

Bisschop Muskens zegt niets nieuws met zijn stelling dat Allah gewoon een andere naam is voor die ene God van de joden, de christenen en de moslims. Dat is eigenlijk al zo’n veertienhonderd jaar bekend. Maar het komt toch in de krant. Wat betekent dat? Het betekent dat we met z’n allen al behoorlijk gehersenspoeld zijn. Straks krijgt monseigneur Muskens nog een muilkorfje om.

Beentjes wijd en kop dicht

vrijdag 27 juli 2007 08:28
Soms krijgen wij hier thuis ruzie langs jullie-lijnen. ‘Ja maar jullie...!’ ‘Alsof jullie...!’ Mijn jullie zijn Marokkanen en zíjn jullie zijn Nederlanders. Na 11 september waren zulke ruzies schering en inslag. De laatste jaren wordt het minder. Maar gisteren kwam er weer een jullie-discussie opzetten. Het kwam door het nieuws over de gynaecologen die het verdommen om nog langer koste wat het kost een vrouwelijke arts te laten opdraven als een moslima daarom vraagt.
‘Dat zijn die mannen’, zegt M., op hetzelfde moment als de nieuwslezer. ‘Die vrouwen zelf kan het niks schelen, hoor.’ ‘Hoe is het in Marokko dan?’ vraag ik. ‘Zijn daar zoveel vrouwelijke gynaecologen?’ Ik weet het antwoord natuurlijk al: vast niet. Zelfs in het geëmancipeerde Nederland is de achterstand van vrouwelijke specialisten nog niet ingehaald. En die arrogantie in mijn stem, die steekt.
‘Genoeg!’ zegt M. gepikeerd. ‘Er zijn genoeg vrouwelijke specialisten. Alleen kan niet iedereen ze betalen.’ Want dat de gezondheidszorg in zijn vaderland de armste groepen in de kou laat staan, dat wil hij nog wel toegeven. Maar ik moet niet denken dat Marokkaanse meisjes dom zijn!
Ik hou mijn eindje vast. We bakkeleien nog een tijdje door over percentages die we allebei niet kennen.
‘Jij mag mijn voeten komen likken, wat zeg ik, je mag mij helemáál likken als het percentage vrouwelijke gynaecologen in Marokko boven dat van Nederland ligt’, zeg ik boos. Want voeten likken geldt in ons verMarokkaanste huishouden als het toppunt van deemoedigheid. Dat belooft hij. We zullen het opzoeken.
Als onze gemoederen zijn bedaard, vraag ik: ‘Hoeveel meisjes zaten er in jouw eindexamenklas?’ Dat was op het Lycée, dat voorbereidt op de universiteit.
‘Zes’, zegt hij.
‘Voilá’, zeg ik. In het Frans maak ik meer indruk. Maar ik zeg het zachtjes, want een vrouw moet niet té vaak gelijk willen hebben.

De eerste de beste website die ik aanklik meldt: ‘Bevallingen vinden in Marokko veel thuis plaats. Bij complicaties is er meestal niet op tijd hulp beschikbaar. Er is in Marokko een tekort aan opgeleide verloskundigen, gynaecologen en vroedvrouwen’... En het analfabetisme onder vrouwen is nog steeds gemiddeld 67 procent. De website van een ontwikkelingsorganisatie meldt trots dat ze erin geslaagd zijn in een jaar enkele tientallen Marokkaanse vroedvrouwen op te leiden.
En gyneacologen? Ha: ik vindt de getuigenis van een Belgische arts die in het parlement verklaart: ‘Dit is een typisch Europees probleem. Ik heb in Marokko gewerkt en weet dat daar bijna geen vrouwelijke gynaecologen zijn. Ik heb het nooit meegemaakt dat een vrouw of haar echtgenoot verzorging door een mannelijke arts weigerden. Onze Marokkaanse collega’s hebben ons aangeraden niet met ons te laten sollen door fundamentalisten, omdat dat gevaarlijk is.

Die moslimmannen hier moeten dus echt niet zeiken. En de gynaecologen hebben groot gelijk. Beentjes wijd en kop dicht.
Maar de kans dat M. mijn voeten gaat likken, is kleiner dan de kans dat een gynaecoloog mij een maagdenvliesherstellende operatie gunt.

Zeeschuim en het tweede leven

woensdag 14 februari 2007 09:40
Een tsunami van immigranten overspoelt de laatste dagen de nepwereld van Second Life. Elke minuut springt er weer een bosje nieuwe avatars de wereld in, die naakt rondlopen, met houterige bewegingen en met niet-passende vleugels. En die wanhopige kreetjes de wereld insturen als: <i>alguien me ayuda</i> en: <i>anybody her from central europe?</i> Om de haverklap loopt het systeem vast omdat het overbelast is, vooral op tijdstippen dat Amerika van het werk komt en wij nog niet naar bed zijn. De dollars moeten met honderdduizenden tegelijk de bankrekening van Linden Lab binnenstromen. Maar het moment lijkt dichtbij dat de zeepbel knapt.
 
Dat ik in Second Life (SL) terechtkwam is te wijten aan Claudia de Breij, die met zoveel verbazing een inwoner van de virtuele wereld ondervroeg (‘Waarom moet je een huis hebben dan? Je zít toch in je eigen huis?!) dat ik er het mijne van moest hebben. Waarom zou je er een parallel leven op na willen houden? Of juist niet parallel?
In dat laatste zit de aantrekkingskracht natuurlijk. Je kunt in SL zo mooi zijn als je zelf wilt. Je kunt in een paleis wonen met een vliegtuig naast de deur. Je kunt heel geil dansen op feestjes en iedereen versieren die je in het echt niet durft te benaderen. Je kunt zijn wie je niet bent. De meesten zijn daarom mooi en snel en sexy.
Maar geestig of aardig moet je echt zíjn. Je karakter kun je niet versleutelen met het gereedschap dat Linden Lab biedt. Je kunt je geletterdheid verbergen, maar je analfabetisme niet. Dikke dijen kun je verfraaien maar een slechte smaak verberg je niet. Brutaal kun je doen, maar dapper moet je zíjn.

Om haar karakter benaderde ik Zeeschuim. Waanzinnig mooi en sexy is Zeeschuim, maar daar was het me niet om te doen, ik ben tenslotte in RL (real life) een heterovrouw. Zeeschuim leek behulpzaam en communicatief. Ze is het onafscheidelijke gezelschap van Al Ter, maar staat toch open voor derden. En Zeeschuim en haar beste vriend hielpen mij wel een uur lang met aankleden en boodschappen doen, want daarvan had ik nog geen kaas gegeten. Een heel RL uur. Ik kreeg van Zeeschuim zomaar een uur van haar echte leven.
En dat terwijl ze vond dat ik er niet uitzag. Mijn avatar, het poppetje dat met mijn ziel op stap gaat, was inderdaad nogal zakkig vergeleken bij de kanjers die je verder voorbij ziet rennen. Hobbezakken van kleren, en volgens Zeeschuim ook helemaal verkeerde ogen en oren. Die kleren, daar had ze gelijk in, ontwerpen kan ik nog niet en ik wist niet hoe ik aan tweedehands kleding moest komen. (Betalen doe ik niet, het moet wel een lolletje blijven.) Maar dat lichaam, dat was expres. Sorry Zeeschuim, ik had het je moeten vertellen. Maar ik wilde zo graag weten waaróm je niet viel op een oudere, zwarte man met een buikje, wallen onder zijn ogen en een fout baardje.
Ik liep toen al twee uur rond, links en rechts mensen aansprekend, zonder van iemand antwoord te hebben gekregen. Zeeschuim was de allereerste die me zag staan. Degenen die me genegeerd hadden waren Duitsers, Spanjaarden, Fransen, Portugezen, Brazilianen. Ik had ze allemaal hulp aangeboden en aangesproken in hun eigen taal, of een die erop leek. Dan was het even stil - bekeken ze me? En dan waren ze opeens foetsie. Alleen een paar Nederlandse, mannelijke avatars hadden iets tegen me gemompeld voordat ze verdwenen.
Maar Zeeschuim behandelde me met respect. Over haar echte leven liet ze niets los, maar taalgebruik verraadt ook van alles. Ik denk dat ze hooguit 25 is, dat ze een goede opleiding heeft of nog studeert, dat ze in het echte leven behoorlijk gelukkig is en dat ze niet zo mooi is als ze er in SL uit ziet. Ze is op een typisch Hollandse manier openhartig; ze komt bijna zeker uit het westen van Nederland.

Ik moest een beetje vissen, maar ik kwam aan de weet dat ik eruitzag als een lillike Noordafrikaan. (Dat was jammer, ik had mijn avatar bedoeld als Surinamer: stevig en wat laag op de benen, rond hoofd en uitpuilende ogen.) Al Ter vond dat ik iets aan mijn huidskleur moest doen en bood me een gladde Aziatische huid uit zijn eigen voorraad aan. Maar Zeeschuim weigerde hardop te zeggen dat het zou schelen als ik er jonger en blanker uitzag. Al Ter is ook eerlijk, maar Zeeschuim deugt. Nadat ze me naar een warenhuis had gebracht en ik haar bedankt had, schrapte ze me uit haar vriendenlijstje. Maar dat had ze van tevoren aangekondigd en ze zei er nog sorry voor ook.
Al die tijd gedroeg mijn avatar zich natuurlijk als een oudere, blanke vrouw met een buikje en wallen onder haar ogen. Goed opgeleid en behoorlijk gelukkig in RL. Was het daarom dat Zeeschuim me niet discrimineerde, zoals die anderen? We spraken beiden onze moerstaal, waarin we gevoelig zijn voor nuances. Ze moet gevoeld hebben dat ik niet aan haar tieten zou gaan zitten...
Of zouden Nederlanders misschien toch minder intolerant zijn - ten opzichte van ouderen, zwarten, lillikerds en Noordafrikanen - dan we tegenwoordig denken? De komende tijd ga ik dat in SL onderzoeken.

Het ga je goed, Zeeschuim.


Lach, christenhond, lach!

woensdag 31 januari 2007 07:01
Je hoort altijd dat zwartekousenmoslims te weinig zelfkritiek hebben, laat staan dat ze de edele kunst van de zelfspot onder de knie krijgen, en ik ben inderdaad maar weinig moslims tegengekomen die zichzelf en hun geloof niet dodelijk serieus nemen. Maar toen ik gisteren de volgende reactie kreeg van Jacob de Vries - op het stukje over het reli-regime op eigen bodem -  schrok ik ook wel even. Die leek op die van Balkenende die zichzelf op een lollige poster tegenkomt. Zouden christenen niet kunnen lachen?

Uw wereldbeeld is bepaald niet realistisch (realisties) als u de Iraanse mullahs denkt te moeten vergelijken met Rouvoet. Tamelijk gęnant ook, en in volledige onwetendheid van de rol die het calvinisme ooit heeft gespeeld in de emancipatie van de vrouw. Voor zover ik weet huldigt de CU al sinds de oprichting de principes van de democratie, en dat op een manier waar elke parlementariër respect voor heeft, en daar kun je de ayatollah’s niet van beschuldigen. Merkwaardig ook dat Rouvoet, noch Van Middelkoop, noch Schutte nooit heeft geroepen dat homo's head down van flats gegooid moesten worden, niet?
Misschien zijn ze wel zulke schatten omdat zij zich wel laten leiden door de lessen van een klaarblijkelijk achterhaald boekwerk en daarmee een makkelijke prooi vormen voor types die op een weblog even makkelijk denken te kunnen scoren met wat achterhaalde gemeenplaatsen. Voor fundamentalisme moet u toch echt bij de Partij voor de Dieren zijn hoor.
Wellicht ook wel pijnlijk voor u dat de COC een andere aanpak heeft gekozen en wel gewoon de dialoog aangaat in plaats van achter de pc kortzichtige stukjes te schrijven. Als u nu iets meer zou lezen en iets minder schreef, zouden wij wat meer gevrijwaard zijn van dit soort achterhaalde jaren-70 dommigheden van het niveau: "hoho, hihi, haha, kijk die daar eens met zijn zwarte kousen". En als u echt profaan wilt stemmen, wees dan consequent (konsekwent), dan stemt u toch gewoon op de pedofielenpartij? Is gelijk het door u zo verfoeide probleem van moraliteit verleden tijd, toch?
Met groeten,
Jacob de Vries


Om u uit de droom te helpen, meneer De Vries: als ik in een enquęte moet aangeven wie ik de meest integere, betrouwbare, bekwame politicus vind, vul ik steevast Rouvoet in. In het debat vind ik hem een absoluut prijskonijn. Ook zijn intelligentie heb ik hoog zitten; ik denk dat hij wel begrijpt dat ik mijn stukje niet zo letterlijk bedoelde als u het kennelijk heeft opgevat. Maar dank u wel voor uw reactie, die vond ik erg leerzaam.
Over de Partij voor de Dieren een volgende keer!

(De afgebeelde poster is te koop bij de Gerb-Shop, www.gerb-art.com)

Dilemma: wat te doen met mullah Rouvoet?

dinsdag 30 januari 2007 09:56
Zo hoog te paard als we zitten als het gaat om de sharia, zo dociel zijn we als het gaat om het regime dat op eigen bodem in de maak is. Hoe het ook uitpakt, een feit is dat de ChristenUnie een sleutelrol speelt zoals eerder LPF en D66. Nu is het met die partijen niet goed afgelopen, maar aan de regeerakkoorden viel dat niet af te lezen. Zo’n kleine partij kan heel wat in de melk te brokken hebben bij het vaststellen van de beleidsdoelen.
Moeten de homo’s straks weer stiekem in het donker? Moeten kankerlijders dan maar voor de trein? Moeten mislukte baby’tjes weer veertig, vijftig jaar lang liggen huilen aan een beademingsapparaat? Mogen foutjes van God bij de geslachtsbepaling niet meer worden gecorrigeerd? Worden tienermoedertjes weer ingezet bij de adoptiekinderenproductie? Moeten hoerenlopers dan maar weer hun vrouw verkrachten? Wordt staken verboden? Mag Madonna het land niet meer in? Kom je voor een blowtje weer in het gevang? En wacht u voor het kopen van een staatslot! De smalle weg wordt straks een geitenpaadje.

Gaat het zo’n vaart niet lopen? Hoe weet u dat zo zeker? In Iran heeft de elite waarschijnlijk ook gedacht dat die baarden nooit echt de macht zouden krijgen, maar die kwamen vies op de koffie. Nu is het inderdaad waar dat, nu de mullah’s het onverhoopt wel voor het zeggen hebben, nog steeds alles gebeurt wat God verboden heeft. Bericht uit Perzië van mijn favoriete schoonzoon:

Het regime beteugelt de vrouw en gebiedt dat zij in alle publieke plekken een hoofddoek zal dragen, maar de volksaard is individualistisch en stelt de vrouw gelijk aan de man, waardoor vrouwen gewoon auto rijden (bijna vaker dan mannen) en hoge posities bekleden, waardoor de meeste managers vrouwelijk zijn. Dit was al eeuwen zo en dat verander je niet in een kleine dertig jaar. Je kan louter wetten maken die discrimineren, maar de Iraniër leeft om de wetten heen zo goed en zo kwaad als dat kan. Buiten de waterpijpbar staat gewoon een mannetje dat waarschuwt wanneer er een agent komt. Dan worden alle waterpijpen rap van tafel verwijderd en lijkt de plek een keurig restaurant.
Al snel genoeg merk je dat de meeste mensen (tenminste iedereen die engels kan spreken) het regime verkeerd vinden. Er staat een celstraf van twee jaar op uitspraken tegen het regime, maar dat weerhoudt de Iraniër er niet van om er flink op af te geven. Eerst schrokken we nog wanneer een Iraniër een biljet met het portret van Khomenei woedend op de grond wierp om daar vervolgens al scheldend met zijn voet op te stampen, maar later vonden we dat gewoon.

Maar het gaat niet om de praktijk, het gaat om de geest van de wetgeving. Op den duur sijpelt die toch door. Verbiedt homo’s te trouwen en ze worden weer engerds, verbiedt abortus en de breinaald wordt weer hot, verbiedt euthanasie en er moet weer een kussen op. Verbiedt de postcodeloterij en er komt een volksopstand!

De wortel van dit kwaad zit in de vermenging van religie en bestuur. Natuurlijk hebben we vrijheid van meningsuiting, en die kan niet genoeg gekoesterd worden. We hebben de onvolprezen vrijheid van vereniging en vergadering. We hebben godsdienstvrijheid, ook in orde an sich. Die drie rechten samen leiden ertoe dat christenfundamentalisten (of islamisten!) zich kunnen organiseren.
Maar we hebben óók scheiding van staat en kerk, en hoe valt dat te verenigen? Want als religie buiten de bevoegdheden van de staat valt, en de staat zich andersom niet mag laten ringeloren door kerken, dan hoort religie buiten het openbaar bestuur te blijven. Maar het openbaar bestuur wordt ingevuld door politieke partijen. En politieke partijen zouden dan zomaar gestoeld mogen zijn op een willekeurig geloof? Het is al heel lang duidelijk dat er iets serieus wringt tussen die vrijheden. Zelf vind ik dat religie een privé-hobby is die niet in de politiek thuishoort. Ik zou ook de wet niet graag voorgeschreven krijgen door een vereniging van jetskiërs!

Nou hebben de schatten van de ChristenUnie natuurlijk het beste met ons voor, maar hun overtuigingen steunen wél op een misvatting (de Bijbel kwam in zijn huidige vorm pas eeuwen na Christus tot stand, op grond van de toen heersende morele principes). Moraal is niet immuun voor de tand des tijds. Dat is precies de reden dat wij die mullah’s minachten: die nemen de voorschriften van de profeet veel te letterlijk, terwijl ze eigenlijk al zo’n veertienhonderd jaar achterhaald zijn. Maar wat doen we met onze eigen mullah’s?

Er is maar één oplossing: profaan stemmen. Zo profaan mogelijk. D66 of lekker materialistisch SP. En denk ook eens aan de VVD, of zelfs Wilders - die zijn écht van alle morele smetten vrij. Denk daar nou de volgende keer aan! Want de regeermacht van mullah Rouvoet, die hebben we aan onszelf te danken.
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Boekenlegger

fotoWat ik echt doe voor de kost - boeken leggen - is te lezen op www.lydiarood.nl Nieuwste boek: Drenkeling op Drakeneiland, het derde deel van de reeks over een eiland waar kinderen de baas zijn. Gretige kinderen mogen naar www.drakeneiland.nl.

Laatste reacties

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van Lydia Rood, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2009
2008
2007
2006
2005

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Berichten met meeste reacties

Statistieken

TelMiep
  •