wind, dromen, wensen
begraafplaats tongerseweg maastricht, zoeken, fotografie
ik heb hem niet gevonden
hoopte dat hij misschien zichzelf zou wijzen
de volgende keer ga ik echt zoeken
vroeger
en zitten in het gras
©dvl 2010
een huis zoals andere
in regen zon wind
een deur wat ramen
paar kamers binnenin
een man een vrouw een kind
een tafel stoel tv
een plant
misschien alleen
de leegte dromen
of de ouderdom
in perspectief
ik maak een foto van de lijnen
die ik trek van huis naar hier
ver weg
stel ik scherp schaduw licht
en dromen bij
en ook de foto blijkt verrassend
anders
©DS 2010
(maar niet verder vertellen)
ik loop naar boven (snelle pas)
want ik wil wat maar wat wil ik
sta te peinzen voor de kast
dat geheugen heeft me weer verrast
vervolgens maar de trap terug
(in vermoeiend vaag chagrijn)
wat soms wel een impuls geeft
aan een groeiend falend brein
flashback
eens toen ik nodig plassen moest
de wc-deur open had gedaan
zag ik op de vloer de melk staan
(die gang naar ijskast had gemist)
en ik beslist heel zeker wist
mijn hersens goed verroest
zo loop ik tig keer heen en weer
heb ik de achterdeur al afgesloten het gas ook uit
gedaan waar zijn mijn sleutels is mijn tas
en elke keer ben ik geërgerd
‘k wil gewoon mijn huis uitgaan
flashback
die keer dat ik voor de decemberschoen
een cadeautje had
gekocht mocht ik
het nog eens overdoen
(kon het namelijk
nergens vinden)
en een zomer later onverwacht
had er niet meer aan gedacht
zag ik verbaasd in de vriezerla
een ijskoud hemazakje liggen
maar vertel ik dit in anekdote
(op feestjes altijd goed)
wordt er hartelijk gelachen want
hoor ik wat een ander doet
ik ben dus niet
van mijn verstand beroofd
er is alleen zo af en toe
gewoon veel aan een (rijmend) hoofd
©DS
op de tuinbank zit mijn opa
zijn ogenblik is loos en hol
waar denkt hij aan
hij morst met toen en nu en hier
hij weet het niet
het is verruild voor ander later
op het gras ligt heim en wee
aan zijn voeten stopselsokken
en glanzend uitgestreken snoeppapier
we maakten er gekleurde brillen van
die zomer
de reiger een flamingo
een kuifmees kardinaal
de vogels zijn geen vogels meer
maar vleugels zonder naam
het kind is uitgevlogen
keert soms terug
dan fluit hij het moment
dat ik vergeten ben
©Dianne 2010
©Dianne 2010
het lichte water
bleekt niet maar verdiept
overstroomt in kleur

©DS 2010
ik hoorde een schreeuw
zo gek dat was ik
in de tuin
gedroomd dat je uit het venster viel
en ik je op moest vangen
eenzaam beseffen dat ik het was
daar uit het raam
met om me heen de wijdste armen
terwijl jij gewoon maar sliep
het vallen had nog niet zo’n pijn gedaan
maar je steeds weer te verliezen
toen ik later dan
met lege handen bleef
begreep ik dat ik toen niet wilde kiezen
en toch mijzelf had opgevangen
©Dianne
de lucht zoemt gonst
van vliegers
en niets strijkt neer
of even maar
op een bloem het
muntblad of mijn huid
ik laat me
loom
op de bodem van een
zachte bries
danst een hommel zwaar
van nectar
een stengel buigt zo
diep
als mijn luie
armzwaai
een vleugelslag snoept
vruchten af
hangen is het zoete
blijven
schommelend
verlangen
aan een roerloze
tak
©DS 2010
voor
L.B.
ik heb niet veel
gedaan vandaag gedroomd
het brood gesmeerd de melk in een glas
gedag gekust en met een buur een praatje
gelopen met mijn jonge hond nagedacht
wat regels opgeschreven geluisterd
naar muziek ik heb gewacht de mooiste
bloei geplukt voor in de vazen gekeken
naar zijn ogen ons samen daar en alles
rook van oogst jasmijn en wilde rozen
ik heb niet veel gedaan vandaag alleen
maar dit en weinig zo veel meer
©DS 2010
Oei, een pup
streken,puppy,gedicht,fotografie,persoonlijk,dianne, 2010,
in een mand kun je bijten
aan mouwen kun je
rijten
van tafel kun je stelen
en met tenen kun je spelen
met een stoffer kun je dollen
met je neus kun je rollen
aan een broekspijp kun je hangen
katten zou je kunnen vangen
aan stoelen kun je knagen
kussens kun je verder dragen
van rukken kun je stukken maken
en met de delen kun je slepen
in planten kun je wroeten
de bloemen kunnen zoemen
(maar van happen krijg je spijt)
met kranten kun je scheuren
en deuren kunnen zomaar dicht...
en dan, wat nu?
het spel voorbij?
LOS FOEI
ga naar je PLEK
je plek? oei…
de baas is gek
©Dianne 2010
Soms doe je iets waarvan je van te voren heel stellig hebt gezegd dat je het nooit meer zal doen. Ik ben dus die inconsequente je en ik ben overstag; willens en wetens en weloverwogen gezwicht. En niet omdat de druk van buitenaf langzaam maar zeker is opgevoerd.
Maar een ding heb ik mezelf en mijn samenspannende buitenaffers op het hart gedrukt: vooral niets halsoverkop.
De wens is eigenlijk simpel: een tweedehandsje en goed bij ons passend. Toch is het niet zo eenvoudig wat we willen maar we vinden. Snel na het grote besluit en sneller dan we gedacht hadden. Helaas zijn anderen, in dezelfde zoektocht, ons net voor geweest. We troosten ons met nieuwe kansen en het vertrouwen dat het uiteindelijk goed zal komen. Er gaan maanden voorbij waarin we met enige regelmaat zullen tegenkomen wat we zoeken, met een steevaste nul op rekest.
Dan, ineens, is de opwinding daar. We weten dat
teleurstelling op de loer ligt, enkele ervaringen rijker maar dit
keer voelt het anders. Het is al anders, geen tweedehandsje maar
gloednieuw. Daar heb ik even goed over moeten nadenken. De druk
van de samenspannende buitenaffers wordt opgevoerd; ik kan ze
geen ongelijk geven.
Handen voelen in gedachten hoe het zal voelen. Ogen dromen
weg. Mijn hart en hoofd werken zeer nauw samen. Er is dan ook
geen enkele aarzeling meer als ik de telefoon pak. En in
tegenstelling tot de andere keren, horen we, hebben we nu een
echte kans, een eerste kans. Niemand is ons nog voor
geweest.
Onze vraag lijkt overeen te stemmen met het aanbod. We mogen komen kijken. We krijgen ook bedenktijd. Maar we weten beslist dat de aarzeling zal uitblijven. Nog voordat we echt gezien hebben, zijn we om, allemaal.
Drie lange dagen moeten we nog wachten en onze verwachtingen blijken helemaal waar. Het is van alle kanten liefde op het eerste gezicht. Ze is heel wat jonger dan ik oorspronkelijk voor ogen had maar precies wat we zoeken: al gewend aan kleine kinderen en katten.
Haar jeugdigheid gaat ons (mij) heel wat drukte geven met veel positieve aandacht en een consequente opvoeding maar ze is een beduidend snellere leerling dan de andere leden van mijn gezin.
Hoe groot ze gaat worden of hoe klein ze zal blijven, maakt ons niets uit. Dat weten we ook niet. We weten alleen dat we een asielhond een kans willen geven.
Dit is Jet. Tien weken jong. Ze is zo leuk!
© Dianne, juni 2010
J.
Ik zie je tegenover woorden denken
(je ogen op dat ene punt)
zie je achteroverleunen
je handen in je nek
dan trommelend op tafel
of dansend in de lucht
(de klanken naar je toe)
Je drinkt je wijn (kijkt naar mij
en dan weer weg) ik kijk hoe jij
daar zit te peinzen
hoe taal zich nog verhult
in lijnen, ogen, handen, mond
ik zie hoe jij naar woorden zoekt
die ik vond.
©DS 2010

Link...
Niks is goed, mijn kleren, mijn haar
ze lachen me uit, ze vinden me raar
want wat ik ook zeg en wat ik ook doe
het doet er niet toe, ze komen me na.
Ze trekken, ze duwen, ze dreigen, ze slaan
ze pakken mijn spullen, ze gooien en staan
op wacht: hij komt eraan en niemand zegt
STOP
en wat ik ook doe, niks doet er toe
en alles doet pijn.
Maar stel dat het
andersom zou zijn, jij
daarom niet rustig
meer slapen kan
je je niet kunt
verweren tegen te groot kleineren
en dat je alleen en bang en nooit onbevangen
je weg moet gaan want
wat je ook zegt, wat
je ook doet, jij
doet er niet toe; stel je eens voor
hoe dat voelt van binnen
zou je er dan nog
mee beginnen?
©DS 2010
als het avond wordt
groeien woorden in de tuin
mijmer bloeit in wijn
de kat wrijft zijn kop langs tijm
en stilte hangt in geuren
©DS 2010
wind golft de grassen
ik voel haar blonde haren
even langs mijn wang
©DS 2010
mei 2010
De eerste keer dat ik hem hoorde, was in de Andere kamer, in het
andere bed. Aan de andere kant van het huis. Hij werd een gegeven
waar dromen omheen worden gedroomd en dat nooit ten volle
doordrong in mijn halfslaap. Maar nu werd ik wel volledig wakker
in dat schemervroege uur. Ik dacht even dat de wekkerradio
speelde voordat ik begreep dat het zaterdag was en de wekker niet
aan stond. Die ik trouwens ook niet had, in de Andere
kamer.
In de Andere kamer was ik gedesoriënteerd. Ik wist nooit meteen
waar ik geslapen had als ik mijn ogen opendeed, viel regelmatig
bijna uit het andere bed als ik me omdraaide, gewend aan de
ruimte die er niet was.
Het geluid kwam heel dichtbij, onder het slaapkamerraam dat wat
verder open stond na een benauwde nacht.
Hij zong. In de leegte van die vroege ochtend. Een volle stem die
zich langzaam verwijderde tot ijle klanken tegen gevels kaatsten.
Ik schoot overeind naar het raam, stootte met mijn teen tegen de
rand van het bed dat smaller was dan in mijn gewoontegetrouw
denken.
Vanaf die ochtend wachtte ik met gespitste oren in de aangename
loomheid van net wakker zijn. Hij verving mijn zorgen voor een
opgewektheid die ik eerder dat jaar was kwijtgeraakt. Ik voelde
me ineens gelukkiger in het smallere bed aan de andere kant van
het huis; ik zou hem anders nooit gehoord hebben. Als de laatste
tonen van zijn lied wegstierven, stond ik op. De straat lag weer
in diepe rust alsof er nooit een stem was geweest die de toppen
van de ochtend zong.
Toen werd het stil, drie vroege ochtenden achter elkaar, stil. De
eerste keer dacht ik dat ik me verslapen had. Ik raakte ervan uit
mijn doen. Ik luisterde naar de vogels, de merels, mezen en de
eksters die de boventoon voerden en naar een kater die zijn
krolse concert hield.
De vierde ochtend stond ik bij het raam. Ik zag hem komen. Ik zag
hem gaan. Keek hem na totdat hij om de hoek verdween. Het enige
gezang dat ik hoorde was dat van de vogels en de kat die steeds
wanhopiger klonk.
Ik vroeg me af waarom hij zijn stem niet meer liet zingen, waarom
hij er ineens mee opgehouden was. Ik verzon zijn ongeluk, de
reden die misschien gestorven was of die zijn verliefde kussen
niet meer wilde.
De echte reden hoorde ik van iemand verderop in onze straat. Zij
had haar beklag gedaan waarmee ze hem de mond had gesnoerd. Ze
keek alsof ze water zag branden toen ik zei dat ik dat verdrietig
vond, voor hem en ook voor mij.
Elke ochtend klepperden de brievenbussen harder, galmden zijn
vluggere stappen tussen vogels en een halsstarrige kat. Totdat
iemand met een brommer het van hem overnam en valse wijsjes
floot.
©DS 2010
het witte genieten
dianne, poëzie, gedicht, genieten, eten, mei, asperges, 2010
limburgse asperges
vers gestoken
liggen strak in vochtige lap
te wachten
op het aanrecht
ligt het ei de ham in geurige
plakken
de krieltjes geschrapt
roomboter smelt zacht
au bain marie
peterselie
ga ik zo knippen
in de tuin
met alvast een koele
rudisbourg
schrijf ik zinnen
op het tafelkleed
©DS
niet gewoon
jeugd,zonderling,eenzaat,herinnering,kinderen,poëzie,jeugdpoëzie,dianne,2010,
Ze was niet gewoon, kleedde zich
alleen in wit met dito krijt op haar gezicht.
Op voorspraak vonden wij haar getikt
en meden haar in rare bochten.
Ze lachte erom,
galmde ons nog straten na.
Ze kocht groot:
twintig pakken toiletpapier
of alle voordeeltandpasta
en soms vroeg ze een dozijn insectenspray
(wat ze niet kreeg)
voor de beestjes in haar hoofd.
Al lang zag ik haar niet meer lopen
en als ik aan haar dacht
was ze meestal dood.
Vanochtend fietste ze
met stramme knieën;
niet meer wit maar vrolijk paars
met ronde blossen en een bloemenhoed
en ik voelde een blij sprongetje
omdat ze gewoon was gebleven.
©DS
bewerking 2010

Op 20
december is de tweede bundel verschenen van Dianne Soeters:
Wat blijven zal, maakt ademloos Gedichten, 52 bladz.
gebonden Hernia&Co 2008 ISBN 9789081192453
het water zingt, mijn debuutbundel, is nu als
tweede druk verkrijgbaar bij 
foto:
