
Bij wijze van uitzondering nu eens geen muziek maar even wat foto's die ik gisteren heb gemaakt bij de Luchtmachtdagen op vliegbasis Gilze-Rijen. Zo'n beetje in mijn achtertuin dus een buitenkansje op fietsafstand.
Niet dat ik zo'n spotter ben, integendeel. Zie ze regelmatig zitten al die mannen (vrouwen zijn een zeldzaamheid) met hun verrekijkers en camera's langs de kant van de weg. Ieder zijn hobby hoor, maar ik zie mezelf daar niet zo gauw tussen zitten. Maar na zo'n dag als gisteren begrijp ik wel iets van hun fascinatie voor al die straaljagers en helicopters. Zo'n Open Dag is in feite uitermate geschikt als surrogaat voor de luie spotter. Want niet vaak krijg je immers de kans om zo'n variatie aan moderne en klassieke kisten vanuit alle windstreken (Turkije, Hongarije, Duitsland, Verenigde Staten, etc.) bij elkaar te zien. En hoe vaak kom je op een terrein dat normaal gesproken verboden terrein is voor de doorsnee burger? Ik heb in ieder geval genoten, maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat ik niet altijd precies wist wat ik nu zag.
En ja hoor, ook hier was er geen ontkomen aan. Gelukkig kon men de wedstrijd tussen de shows door gewoon op een groot scherm volgen.
Een drukte van belang, verspreid over 2 dagen kwamen er zo'n 250.000 bezoekers naar het Brabantse dorp afgezakt.
Ah, die herkende ik meteen. Een Dakota, de ruggegraat van de Geallieerde luchtlandingstroepen in WO2.
En nog een klassieker, de P-51 Mustang. Hier met invasiestrepen uitgerust. Moest meteen aan de laatste gevechtsscene van de film Saving Private Ryan denken waar de Mustang de rol van de reddende engel speelde.
Opmerkelijk: grote stapels van een defensietijdschrift voor vrouwelijke werknemers met deze wervende voorkant ;-).
Maar absoluut hoogtepunt was de show van het Turkse stuntteam. Eén stuntvlieger heeft het allemaal in eigen hand, maar in zo'n team ben je overgeleverd aan de vaardigheden van je (in dit geval) zeven teammates.
Enfin, ik heb nog zo'n 700 foto's om te selecteren en te beoordelen, dus voorlopig hoef ik me niet te vervelen.
En om toch in stijl te eindigen, hierbij één van de mooiste songs over vliegtuigen
Terwijl vandaag één van mijn muzikale helden momenteel in Nederland verblijft,
de ander vandaag zijn 68e verjaardag viert (Congratulations, Sir Paul)
en diens voormalige partner (tevens ook een held van me) vandaag een handgeschreven tekst voor een miljoen dollar geveild zag worden, houd ik me bezig met het onder de knie krijgen van dit stuk bladmuziek:
Ach, je moet toch wat.........met nog een kleine 14 uurtjes te gaan!
COVERS: niet van mijn geloof te krijgen
journey, jaap, dont stop believing
Vanachter mijn eigen laptopscherm zie ik de dames aan de andere kant van de kamer enthousiast voor de tv zitten. Het is de grote finale van de zoveelste editie van de talentenjacht X-Factor. Paps heeft even geen zin om de zoveelste X-Factoravond voor het kleine tv-tje in de slaapkamer door te brengen, want dat is het lot van een principiële muzieksnob die er niet aan denkt hele avonden naar opgehemelde wannabe-popsterren te kijken.
Maar ineens zie ik vlak voor
het intermezzo van de TV-kantine finalist Jaap
Siewertsz aangekondigd worden met het nummer
Don't stop believin'. Hé, het zal toch
niet.....ja, warempel...het is de
Journey-klassieker. Eén van mijn favoriete
Amerikaanse classic-rockbands die met het album
Escape uit 1981 zoniet haar beste dan zeker wel
haar succesvolste (9x platina in de VS)reguliere album afleverde.
Het album was goed voor 4 hitsingles, waarvan Open Arms, Who's crying now en Don't stop believin' de bekendste zijn. Powerballad Open Arms is wellicht het meest gecoverd, o.a. op verschrikkelijke wijze door Mariah Carey en door een eindeloze stoet Amerikaanse Idols en X-factorkandidaten. Ook hier geldt: er gaat niets boven het origineel.
En dat geldt zeker ook voor Don't stop believin', door Allmusic.com omschreven als "an anthem for the young who wanted to feel free and unrestricted". Kandidaat Jaap deed het zeker niet beroerd, maar er kunnen nu eenmaal maar weinigen tippen aan de rockstrot van leadzanger Steve Perry. De song is hier in Europa nooit zo bekend geweest. Dat geldt eigenlijk voor het gehele repertoire van de band. Journey is altijd enorm populair geweest in het thuisland en bij bovenbuur Canada, maar daarbuiten liet het succes te wensen over. (As I write wint Jaap met 51% van de stemmen deze X-Factor editie en gaat dus met de song een geheide Nr.1 hit scoren).
De song haalde de 9e plaats in de Billboard Hot 100. Een relatief bescheiden hit dus, maar in de jaren daarna kon de band enorme bedragen op haar bankrekening bijschrijven omdat de song in een groot aantal films en tv-series (o.a. CSI en The Sopranos) werd gedraaid. Ook aan covers ontkwam de song niet. De versie van de highschool comedyreeks Glee (die overigens bol staat van de coversongs) heeft model gestaan voor de versie van kersverse winnaar Jaap. De wat kitscherige koortjes in het intro zijn daarvoor wel het bewijs. Die ontbreken gelukkig bij Journey.
Enfin, u begrijpt dat ik deze keer volledig voor het origineel ga. Het voordeel is wel dat (voor wat het waard is) doordat Jaap een nr.1 hit gaat scoren, er hopelijk ook weer wat aandacht voor Journey's origineel komt. Aan mij zal het dus niet liggen.
Een duik in mijn vinylkast levert dit op:
Axis of Awesome is een muzikaal comedy-trio uit Australië dat in 2008 na een uitvoering van hun show The Axis of Awesome Comeback Spectacular tijdens het fameuze Edinburgh Fringe Arts Festival door BBC Radio werd gespot.
M.n. hun parodie 4 Four Chord Song viel erg in de smaak. Deze song, inderdaad bestaande uit slechts 4 akkoorden, toonde aan dat voor een groot aantal popsongs van de afgelopen 40 jaar, 4 het magische getal is.
Voor liefhebbers van klassieke muziek en jazz wellicht een bevestiging dat popmuziek maar een beperkt genre is. Voor popfans echter een argument dat met bescheiden middelen het juist de kunst is om toch nog onderscheidend te zijn.
Want zei een groot Duits schrijver ooit eens niet 'in der Beschränkung zeigt sich erst der Meister' ?
Beluister op YouTube ook eens de andere versies van deze briljante parodie. Want het aanbod bekende 4 akkoorden songs is zo groot dat de band er nog wel eens een variatie tegen aan wil gooien.
Vanmorgen met veel plezier de positieve recensie in de Volkskrant van Menno Pot gelezen over het solo-optreden dat de inmiddels 64-jarige Don McLean deze week in Amsterdam gaf. Solo, omdat zijn band vanwege de IJslandse vulkaanas niet naar Nederland kon komen.
Pot refereerde hierdoor aan McLeans 6e album, een dubbel live-plaat uit 1976 getiteld Solo. Ook toen vertolkte hij enkel met gitaar en banjo een groot aantal songs uit zijn (toen nog bescheiden) eigen repertoire. Hij had midden jaren '70 al zijn naam gevestigd als een begenadigd songwriter en zanger/gitarist waardoor hij niet in kleine folkclubs voor een dito publiek optrad, maar in grote zalen voor duizenden mensen. Desondanks wist hij zijn optredens toch nog een intiem karakter mee te geven, iets waar hij juist door het ontbreken van zijn band ook in Amsterdam in slaagde. Dat hij nog een vol Carré wist te trekken is opvallend te noemen, want na dit dubbelalbum wisten zijn platen nog maar amper de aandacht van publiek en pers te trekken. Dat geeft ook aan dat hij met de 5 albums die hier aan vooraf gingen zijn levenslange reputatie wist te vestigen.
Het zal u niet verwonderen dat
hij zijn grootste faam heeft te danken aan American
Pie uit 1971. Een tegenwoordig vaak over het hoofd
gezien monument in de geschiedenis van het singersongwriter- en
folkgenre. Niet alleen vanwege de ruim 8 minuten durende epische
titelsong, maar zeker ook vanwege zijn andere klassiekers
Vincent (Starry,starry night) en het
intens mooie Empty Chairs. In de kielzog van dit
megasucces werd zijn debuut Tapestry uit 1970
alsnog een bestseller. Terecht, want in feite was dit album van
een even hoog niveau als American Pie. Songs als
Castles in the air en het veelgecoverde And
I love you so behoren immers niets voor niets nog steeds tot
de setlist van McLean.
Na Pot's recensie te hebben gelezen had ik er wel een beetje spijt van dat ik McLeans optreden niet had bezocht. Mij bekroop het gevoel dat ik iets moois had gemist. Toegegeven, ik heb al jaren zijn platen niet meer tevoorschijn gehaald. Dat was in de jaren '70 wel anders want m.n. American Pie werd ook door mij grijsgedraaid. Maar in tegenstelling tot collegas als Jackson Browne, Joni Mitchell, James Taylor en Carole King greep ik om onverklaarbare redenen nog maar zelden naar zijn werk.
Maar vanmorgen reed ik dan met American Pie in de auto naar mijn werk en was aangenaam verrast dat ik vrijwel alle teksten nog uit mijn hoofd kende. Ook die prachtige, lange en metaforische tekst van de titelsong kwam er nog steeds vlot uit. Mooi, zeer mooi en toegegeven, ik voelde zowaar een beetje kippenvel toen ik de oprit naar de A27 nam. Da's lang geleden dat me dat overkwam.
Neen,wees niet bevreesd, hier geen cover door Madonna (hoewel ik die best te pruimen vind) maar wel uw aandacht voor de parodie van de onvolprezen Weird Al Yankovic.
Uitermate handig aangezien ergens volgende week er weer een Star Wars episode wordt uitgezonden.
COVERS: ook ik ben de dupe van Eyjafjallajökull
cdwow, Eyjafjallajökull
Nou ja zeg, dacht ik mooi geen last te hebben van de vulkaanas, kom ik dus even mooi bedrogen uit. Gelukkig betreft het geen bederfelijke waar :-)
En een voorbeeldige klantenservice daar bij CD-WOW.
COVERS: I will go for this...
bird and the bee, hall & oates, record store day, verzamelaarsbeurs
Het zijn dure en drukke dagen voor echte muziekverzamelaars. Ga maar na, vandaag begint in Utrecht in de Jaarbeurshallen de 33e Mega platen en CD beurs. In Hilversum kunnen we dan ook bij Beeld en Geluid terecht voor de 31e Beatlesdag die in het teken staat van de split van de Fab Four, dit jaar 40 jaar geleden. En als klap op de vuurpijl is het volgende week ook in Nederland tijd voor de internationale happening Record Store Day.
Ik vrees dat ik Hilversum aan mij voorbij moet laten gaan. Zondag is familyday en moet ik dus het vleesch aansnijden ;-) dus blijft de zaterdag over voor Utrecht wat elke keer weer zorgt voor een kind-in-de-snoepwinkel gevoel. Ik ga weer samen met mijn vaste beursmaatje terwijl zijn vrouw en mevrouw grandmaster over de naastgelegen verzamelaarsbeurs struinen. Traditiegetrouw levert zo'n bezoekje me altijd zo'n 30-50 cm aan cd's en LP's op. Dat zal morgen niet anders zijn vrees ik. Ben alleen benieuwd waarmee vrouwlief komt aanzetten. Een half jaar geleden waren dat antieke, nostalgische kerstballen welke dus in december bij ons in de boom hingen. Ik laat me dus maar weer verrassen.
Volgende week maken we in Nederland echt kennis met Record Store Day. Dit is een dag waarop de platenzaak het publiek opnieuw wil verleiden door exclusieve vinyl, cd's en dvd's aan te bieden die alleen op deze dag te koop zullen zijn. Ook geven diverse Nederlandse artiesten instore-optredens. Deze viering van de onafhankelijke speciaalzaak is vorig jaar uit de VS overgewaaid. Toen deden in Nederland alleen de gerenommeerde winkels Plato en Concerto mee. Dit jaar doen zo'n 50 winkels, evenals de meeste grote platenlabels.
Kortom, mijn bankrekening gaat een zware week tegemoet. Het is daarom zaak een beetje slim te begroten en een boodschappenlijstje samen te stellen om de zaak niet gierend uit de klauwen te laten lopen. Maar ja, als het om muziek kopen gaat is mijn zelfdiscipline ver te zoeken. Verslaafd zegt u.....eh...nou ja, tsja....
Wat zeker op mijn lijstje staat
is Interpreting the Masters - Volume 1: A Tribute To
Daryl Hall & John Oates van het Californische duo
Bird and the Bee. Zangeres Inara
George en producer / toetsenist Greg
Kurstin staan garant voor lichtvoetige synthetische
popsongs die nota bene op het fameuze jazz-label Blue
Note al 3 albums uitbrachten. De laatste verscheen
recentelijk en bevat naast 1 eigen song 8 covers van het
succesvolle jaren '80 blue-eyed soulduo (Daryll) Hall
& (John) Oates. Deze 8 songs
zijn zonder uitzondering grote (Amerikaanse) hits geweest die nog
veelvuldig op Golden Oldies zenders zijn te horen. I
can't go for that is wellicht hun bekendste song,
tenminste als je uit gaan van de vele keren dat deze song is
gecoverd en gesampled. De onweerstaanbare bassline is daarbij de
sterkste troef gebleken en mag met recht een klassiek
loopje worden genoemd. Niet verwonderlijk dat de Bird and the
Bee-cover deze intact laat. Het is ook typisch zo'n song die je
niet akoestisch kunt uitvoeren zonder het origineel geweld aan te
doen. Al met al zijn het allemaal covers die zeer dicht bij de
sterke originelen blijven. Verstandig en alhoewel dit het een
beetje een overbodig album maakt zijn de vertolkingen op hun
manier ook weer onweerstaanbaar uitgevoerd.
De volledige tracklist:
- Heard It On the Radio (Bird and the Bee)
- I Can’t Go For That
- Rich Girl
- Sarah Smile
- Kiss On My List
- Maneater
- She’S Gone
- Private Eyes
- One On One
En mocht u het origineel van I can go for that echt niet kennen of wilt u deze weer eens horen, klik op de player (met dank aan collega Bart)
Je komt uit de buurt van het Schotse Glasgow, je richt een poprock-bandje op en noemt die vervolgens Texas. Logisch toch? Dat is precies wat zanger/gitariste Sharleen Spiteri (1967) eind jaren '80 van de vorige eeuw deed.
Het debuutalbum Southside uit 1989 deed het internationaal redelijk goed dankzij de rootsy singles I don't want a lover en Prayer for you die in diverse landen bescheiden hitnoteringen scoorden. Ik was nogal gecharmeerd van dit album waarop Spiteri liet horen dat ze een begenadigd songwriter was, gezegend met een mooie, krachtige stem die inderdaad zomaar uit de V.S. had kunnen komen. Niet voor niets deed ze me daarom veelvuldig aan de door mij bewonderde Maria McKee denken. Spijtig dat de band daarna alras afgleed naar een wat hipper maar anoniemer popgeluid vol met electronica.
In 2008 bracht Spiteri haar
eerste solo-album uit, Melody, waarmee ze stevig
inhaakte op het retrogeluid van Amy Winehouse en
Duffy. Geen onverdienstelijk album, maar
commercieel en artistiek gezien stak deze toch wat bleekjes af
bij voornoemde dames.
En nu verscheen onlangs album nr. 2, volledig gevuld met covers hetgeen toch een teken aan de wand is. Movie Songbook bevat - u raadt het al - louter covers van songs die hun bekendheid voor een belangrijk deel danken aan de films waarin ze voorbijkwamen. Berlin's Take my breathe away (Top Gun), BeeGees/ Yvonne Elliman's If I can't have you (Saturday Night Fever) en Xanadu van Olivia Newton-John en ELO zijn slechts daarvan enkele voorbeelden. Het album is in de Britse muziekpers niet echt denderend ontvangen. Sterker nog, een aantal recensies waren ronduit vernietigend waarbij steevast de oneerbiedige term karaoke-cd viel. En inderdaad, Spiteri heeft bij het merendeel van de songs gekozen voor een aanpak die dicht bij de originele versies blijft. Het etiket overbodig album is dan snel geplakt.
Waarom ik dan toch hier
aandacht voor dit album vraag? Nou, ik heb nu eindelijk eens een
aanleiding om u iets te bekennen: al sinds mijn
tienerjaren heb ik een zwak voor Olivia
Newton-John. Jawel, Agnetha van ABBA moest het op
een gegeven moment afleggen tegen deze beeldschone Australische
dame. Een tijd voordat ze door Grease een
wereldster werd zag ik op de Duitse TV een special waarin ze
haar mierzoete hits Have you ever been mellow, I honestly
love you en Sam vertolkte.
Softpop van de bovenste plank, maar dat kon me niets schelen. Dat
ik haar na haar flirt met John Travolta met
velen anderen moest delen was jammer, maar deed niets af aan mijn
waardering voor haar. Deze werd zelfs alleen maar groter dankzij
het succesalbum Totally Hot (1978) met daarop
volwassen popsongs als Deeper than the night en A little more love. En toen zij
enkele jaren later met Physical wederom een
grote internationale hit scoorde, leverde zij met de bijbehorende
video een bijdrage aan de canon van de
muziekclips. Het uitstapje met The Electric Light
Orchestra dat ze voor de film Xanadu
maakte was eveneens een geslaagde onderneming. Maar het is alweer
lang geleden dat ik nog een album van haar kocht. Persoonlijke
tegenslagen en haar betrokkenheid bij milieuactivisme hadden hun
weerslag op haar latere werk welke steeds verder van haar
vroegere luchtigere platen af kwam te staan. Maar dat
oudere werk draai ik nog steeds met genoegen, de meewarige
blikken van mijn echtgenote ten spijt. Volwassen
worden, dat wil soms maar niet lukken.
Xanadu in de versie van Sharleen Spiteri steekt inderdaad wat flets af t.o.v. het nog immer fris klinkende origineel dat Newton-John en E.L.O. tot een popclassic wisten te maken.
COVERS: pareltjes in het Zuiden
nowhere boy, john lennon, beatles, backbeat
Vanavond heb ik het genoegen zangeres Ricky Koole en haar partner én popprofessor Leo Blokhuis in Breda weer aan het werk te mogen zien en horen. Ik verheug me er al geruime tijd op want hun nieuwe show Laagland zal draaien om Koole's nieuwe album To the Heartland dat wederom een fraaie coververzameling van onbekende pareltjes is geworden. Een album waar ik in minder drukke tijden ongetwijfeld wat uitgebreider bij stil zou hebben gestaan.
Het zal waarschijnlijk wel wat laat gaan worden want in de stad wordt vanavond ook een Beatles-kroegentocht gehouden waarin een aantal coverbands gratis in diverse café's zal optreden. Aanleiding is de openingsfilm Nowhere Boy van het 2e Internationale Bredase Film Festival dat gisteravond van start ging. Een film overigens waarover Blokhuis zich gisteren nog lovend uitliet in De Wereld Draait Door.
Deze film is verplichte kost
voor een Beatles-fan als ondergetekende, dus ik ga hem komende
dagen zeker zien. Verplicht omdat deze film draait om de jonge
jaren van John Lennon. Deze groeide in het
Liverpool van de jaren '50 op onder de hoede van zijn tante Mimi
omdat diens labiele zuster Julia niet in staat was voor haar
zoontje John te zorgen. Uiteraard is zijn ontmoeting met een
jonge Paul McCartney één van de belangrijke
gebeurtenissen in deze geslaagde bio-pic. Hoewel er geen enkel
Beatles-liedje voorbijkomt is het dankzij de vele rock'n roll
klassiekers die voorbij komen ook op het muzikale vlak een
uiterst genietbare film geworden.
Nowhere Boy sluit
daardoor perfect aan bij de film BackBeat uit
1994 die de Hamburgse periode van The Beatles
behandeld. In deze film was een hoofdrol weggelegd voor het
tragische verhaal van gitarist en 5e Beatle Stuart
Sutcliffe en zijn liefde voor de Duitse Astrid
Kirchherr. Sutcliffe overleed vroegtijdig aan de
gevolgen van een vechtpartij, vlak voor de grote doorbraak van de
band. Ik vond deze rolprent indertijd zeer geslaagd maar
vreemd genoeg lijkt deze anno 2010 een beetje in de vergetelheid
te zijn geraakt. De DVD is momenteel nauwelijks verkrijgbaar
evenals de bijbehorende soundtrack met songs die (toen nog)
The Silver Beatles tijdens
hun optredens in de beruchte KaiserKeller
veelvuldig ten gehore brachten.
Deze soundtrack is overigens een fraai kleinood. Daar waar Nowhere Boy het moet doen met een op zich niet misselijke dubbelverzamelaar met daarop een groot aantal originele rock'n roll classics, bevat die van BackBeat een fijne set coversongs van de BackBeat Band . Deze gelegenheidsformatie bestond uit leden van alternatieve rockbands die begin jaren '90 zeer populair waren onder muziekkenners: Greg Dulli (Afghan Whigs), Dave Pirner (Soul Asylum), Thurston Moore (Sonic Youth), Dave Grohl (Foo Fighters/Nirvana), Don Fleming (Gumball) en Mike Mills (R.E.M.).
Zie hieronder waartoe zo'n samenwerking kan leiden:
Of deze songs vanavond ergens te horen zullen zijn waag ik te betwijfelen. Maar het is geen straf om de ongetwijfeld fijne avond af te moeten sluiten met bands die alleen Beatlessongs zullen spelen. Dat het vanavond nog maar lang onrustig moge blijven in de stad die zichzelf de Parel van het Zuiden noemt.
Helaas is ons weer een muzikale grootheid ontvallen. Gisteren overleed in New Orleans - naar het schijnt aan de gevolgen van een hartaanval - Alex Chilton op 59-jarige leeftijd.
Chilton is een naam die lang
niet iedereen direct wat zal zeggen. De wat ouderen onder ons
zullen hem ongetwijfeld kennen als leadzanger van The Box
Tops die met de sixties classic The
Letter hun grootste hit wisten te scoren. Maar voor de
muziekkenners zal Chilton onlosmakelijk verbonden blijven met de
cult-formatie Big Star. Samen met
singer/songwriter Chris Bell (1951-1978) vormde
Chilton in 1971 te Memphis een viermans formatie (incl. bassist
Andy Hummel en drummer Jody
Stephens) die in hun korte bestaan 3 officiële albums
uitbrachten: # 1 Record (1972), Radio
City (1974) en Third/Sisters Lovers
(1978). Deze laatste werd al in 1974 opgenomen maar bleef jaren
op de plank liggen. Ondanks lovende kritieken verkochten haar 2
voorgangers (uitgebracht op het legendarische label
Stax) maar matig waardoor platenmaatschappij
Columbia na een overname van Stax, maar weinig
trek had in een derde flop. Pas na een succesvolle Britse
heruitgave van de 2e eerste albums werd Third/Sisters
Lovers alsnog gereleased.
Vlak daarna overleed Bell door een eenzijdig auto-ongeluk, waarmee een einde kwam aan een tragisch kort leven dat getekend werd door depressies en zwaar drugsgebruik. De slaande ruzies met bassist Hummel die leidden tot het vertrek van Bell zijn hierop terug te voeren. Dat verhinderde echter niet dat hij samen met Chilton verantwoordelijk was voor 3 albums vol powerpop waarin het beste van The Beatles en The Byrds perfect werden samengevoegd.
Chilton werd vanwege deze 3 platen in toenemende mate beschouwd als een briljante, maar getormenteerde songschrijver die de prachtigste hooks en sombere maar intelligente teksten in zijn songs wist te stoppen. Maar de soloplaten die hij in de jaren '80 uitbracht lieten een artiest horen die duidelijk in een creatieve impasse verkeerde. In de vroege jaren '90 woonde ik een singer/songwriter marathon in Den Bosch bij waar Chilton naast o.a. Townes van Zandt en David Olney een kort solo-optreden verzorgde. Ik zou graag willen zeggen dat het een memorabel optreden was, maar het enig wat me daar nog van bij is gebleven was een cover van de oude James & Bobby Purify-hit I'm your puppet welke hij ooit met The Box Tops opnam.
In 1993 kende Big Star een doorstart waarbij overgebleven leden Chilton en Stephens gezelschap kregen van 2 leden van de The Posies, één van de vele gitaarbands die in de late jaren '80 en jaren '90 openlijk toegaven schatplichtig te zijn aan de erfenis van Big Star. REM, Teenage Fanclub, The Replacements en The Lemonheads zijn daar slechts een paar andere voorbeelden van. Ondanks dat de 3 albums in die jaren moeilijk verkrijgbaar waren zorgde mond-op-mond-reclame en het onderling rouleren van de albums en cassettebandjes onder muzikanten ervoor dat de belangstelling én erkenning voor Big Star alsnog kwam. De doorstart bleef jarenlang echter beperkt tot optredens. Pas in 2005 kwam het album In space uit. Zeker geen slecht album, maar het kon niet tippen aan het materiaal dat met Chris Bell werd opgenomen.
En nu is Chilton dus niet meer. Ik zal niet de enige zijn die vandaag de 3 albums uit de kast heeft getrokken. Weer kippenvel bij songs als Thirteen, The Ballad of El Goodo en Holocaust, een glimlach bij September Gurls en I'm in love with a girl. Voorwaar een mooie nalatenschap. Uiteraard ook met dank aan Chris Bell.
Beluister hieronder het fraaie Thirteen dat terug is te vinden op het debuutalbum
# 1 Record. De cover-versie is afkomstig van het Amerikaanse Garbage. Thirteen is wellicht de meest gecoverde Big Star-song. De meeste versies borduren voort op het origineel, maar deze is wat afwijkender. Zeker niet de sterkste versie, maar na een paar keer draaien scoort deze m.i. een kleine voldoende.
Naast Thirteen behoort September Gurls (afkomstig van het album Radio City) zeker tot mijn all-time BS-favorieten.
September Gurls werd in 1986 bijzonder fraai gecoverd door The Bangles. Deze versie is terug te vinden op het album Different Light. Een succesvol album dankzij de hitsingles Manic Monday (uiteraard van Prince) en het overbekende Walk like an Egyptian.
Alt-rock band The Replacements nam in 1987 een hommage op aan Chilton. Het mag geen verwondering wekken dat ook hier de geest van Big Star nadrukkelijk rondwaart.
Deze week verscheen dan eindelijk American VI: ain't no grave, het 2e postume album van countrylegende Johnny Cash. En hiermee komt mogelijk een definitief einde aan zijn imposante American Recordings-serie welke hij ongepland in 1994 begon onder productionele leiding van Rick Rubin.
Dat dit album op 26 februari
het licht zag mag geen verwondering wekken, want dit zou de 78e
verjaardag zijn geweest van de in 2003 overleden Cash. De opnames
van dit album behoren tot dezelfde sessies als
waar voorganger American V: Hundred
Highways uit voortkwam en vonden plaats in de periode
2002-2003. Niet zo gek dat men op voorhand enige scepsis had
t.a.v. dit album. De aanname dat het om restmateriaal zou gaan en
dat het beste werk al op V zou zijn verschenen lag immers voor de
hand. In de muziekgeschiedenis liggen gelijksoortige voorbeelden
hiervan immers voor het oprapen. Ik en - getuige de
reacties op diverse sites - velen met mij zijn echter aangenaam
verrast door de hoge kwaliteit van het gebodene.
Ook deze keer wordt het beproefde concept van een groot aantal covers afgewisseld met een enkel eigen nummer gehanteerd. En ook deze keer is de muzikale omlijsting van Cash' breekbare stem ondanks de aanwezigheid van een groot aantal muzikanten -w.o. Benmont Tench en Mike Campbell (Tom Petty), Marty Stuart en Randy Scruggs -, sober en ingetogen. De wetenschap dat hier een man aan het werk is die doordrongen is van zijn naderend einde, maakt de plaat nog intenser dan die al is. Het is nauwelijks te bevatten, de constatering dat een country-icoon van de jaren '60 en '70 na zijn artistieke dip van de jaren '80 met deze American Recordings ineens opnieuw artistiek gezien tot bloei kwam. En dat hij daarmee ook nog eens op een voetstuk zou worden gezet door de serieuze muziekpers, door jonge hedendaagse muzikanten en door muziekliefhebbers van alle leeftijden. Ook Cash was denk ik verbaasd dat zijn traditionele manier van zingen en spelen bij een groot publiek aansloeg. De rol van producer Rubin mag hier natuurlijk ook niet worden vergeten en onderschat. (Getuige ook de hernieuwde populariteit van Neil Diamond die onder zijn leiding door de American Recordings aanpak eveneens weer tot grote artistieke hoogten wist te stijgen.)
Deel VI bevat 9 covers waarvan For the good times van Kris Kristofferson wellicht de meest bekende song is. Voor de overige songs putte Cash uit de rijke Amerikaanse folkcatalogus en koos hij voor wat minder bekende pareltjes als Can't help but wonder van Tom Paxton en het onverslijtbare A satisfied mind (o.a. Joan Baez, Byrds). Maar het is de opener en titelsong Ain't no grave die de luisteraar meteen bij de strot pakt. Deze gospel wordt toegeschreven aan de religieuze singer/songwriter "Brother" Claude Ely (1922-1978) alhoewel deze veel gecoverde song ook vaak als een traditional wordt aangemerkt. Cash slaagt erin om deze toch al niet al te vrolijke song over afscheid nemen van het aardse leven, een nog donkere lading te geven, enkel en alleen door het terugdraaien van het tempo en een sobere muzikale omlijsting. De toon is daarmee meteen gezet en maakt het album tot een hoogtepunt van een toch al imposante reeks platen. Hier past dus niets anders dan een hele diepe buiging. Een grootse afsluiting van een even groots leven.
Tracklist:
- Ain't No Grave (Gonna Hold This Body Down)" (Claude Ely/trad.) – 2:53
- Redemption Day" (Sheryl Crow) – 4:22
- For the Good Times" (Kris Kristofferson) – 3:22
- I Corinthians 15:55" (Johnny Cash) – 3:38
- Can't Help but Wonder Where I'm Bound" (Tom Paxton) – 3:26
- A Satisfied Mind" (Red Hayes, Jack Rhodes) – 2:48
- I Don't Hurt Anymore" (Don Robertson, Walter E. Rollins) – 2:45
- Cool Water" (Bob Nolan) – 2:53
- Last Night I Had the Strangest Dream" (Ed McCurdy) – 3:14
- Aloha Oe" (Queen Lili'uokalani) – 3:00
Ain't No Grave Gonna Hold My Body Down
Beluister hier de indrukwekkende versie van wijlen Johnny
Cash
Maar de meer uptempo versie van de jonge Bostonse bluegrassformatie Crooked Still is eveneens een regelrechte aanrader.
En tenslotte nemen we met het grootste respect onze hoed af voor de oorspronkelijke versie van "Brother" Claude Ely
Vrijdagmorgen duurde mijn ontbijt wat langer dan gewoonlijk. In de Volkskrant Kunstbijlage stond nl. een alleraardigst artikel over de Duitse band Rammstein die dit jaar de hoofdact van Pinkpop is. Daar bleef ik graag een paar minuutjes langer voor zitten.
Aanleiding voor het artikel was het verbod voor minderjarigen dat de Berlijnse rock-band in haar thuisland voor haar jongste album Liebe ist fur alle da heeft gekregen. M.n. de SM-song Ich tuh dir weh kon de goedkeuring van het Ministerie voor Gezinszaken (!) niet echt wegdragen. Dat moest er wel een keer van komen aangezien de band, vernoemd naar de Duitse luchtmachtbasis waar in 1988 tijdens een vliegshow 35 doden vielen, al sinds haar oprichting in 1994 als controversieel geldt.
Hun snoeiharde, strakke rocksongs met de dwingende vocalen van zanger Till Lindemann en teksten handelend over politiek, sex, religie en militairisme maken de band een makkelijk doelwit voor critici. Niet verwonderlijk dat er door hen met enige regelmaat ook een link wordt gelegd met de jaren 1933-1945. Hetgeen door de band zelf altijd met een grimlach werd weerlegd. Slechte reclame is immers ook reclame.
Deze doelbewuste provocaties en dubbelzinnigheid hebben de band echter geen windeieren gelegd. Want niet alleen zijn ze momenteel Duitsland's succesvolste act, ook daarbuiten (o.a. in buurlanden Frankrijk, Belgie en Nederland) trekken ze met hun spectaculaire optredens volle zalen. Ik zal zelf niet zo snel een concert van de band bezoeken, zou me temidden van al die veelal jeugdige fans een kat in een vreemd pakhuis voelen. Maar hun CD's hebben altijd wel op mijn belangstelling mogen rekenen.
Die belangstelling werd gewekt toen ik via de song Engel van hun 2e album Sehnsucht met de band kennismaakte.
Ja, de video is opmerkelijk, maar meer nog moest ik bij deze song onwillekeurig terug denken aan een andere Duitse band waar ik in de jaren '80 een enorm zwak voor had: Kowalski.
Deze uit Wuppertal
afkomstige band bracht eind 1982 haar debuutalbum
Schlagende Wetter uit. Temidden van de veelal
arty-electronica bands van de toen in zwang zijnde Neue Deutsche
Welle viel Kowalski met haar maatschappijkritische teksten
verpakt in zware industriele klanken meteen op. Hun muziek - al
snel Tanzmetall gedoopt - deed het goed in de undergroundscene
maar doordat in tegenstelling tot andere Duitse bands commercieel
succes verder uitbleef bleef het echter bij dit ene album en een
handvol singles. Ook zij werden verdacht van rechtse sympathieen
maar i.t.t. het stillistische verwante Rammstein stoorde de band
zich daar enorm aan.
Ik heb Kowalski in 1984 en
1986 live aan het werk mogen zien in het toenmalige Tilburgse
Noorderligt. De eerdere airplay en aandacht van
VPRO Radio en Muziekkrant OOR wierp haar vruchten af want 2
maal was de zaal afgeladen vol. M.n. de eerste keer was dermate
indrukwekkend dat ik dat optreden met gemak een plaats in
mijn Top 10 van memorabele concerten gun. Het geluid was hard, de
temperatuur hoog, maar de band deelde muzikale mokerslagen aan
het publiek uit. Met als hoogtepunt de slijptol-act van zanger
Uwe Fellensiek die bovenop de P.A. een
vonkenregen op de eerste rijen liet neerdalen. En niet te
vergeten het imponerende beukwerk van drummer Rüdiger
Braune. Daarna rap de LP aangeschaft die tegenwoordig
als een collectors item geldt. De CD-versie - met als bonustrack
de instant classic Der Arbeiter -verscheen zo'n
15 jaar geleden maar is momenteel eveneens moeilijk verkrijgbaar.
En nog steeds kan ik mezelf voor de kop slaan dat ik de
Engelstalige versie van het album vanwege mijn krappe
studenteninkomen in de winkel heb laten staan.
Stomstomstom....Dus mocht u iemand kennen die hem heeft.... u
weet me te vinden.
Toegegeven, ik doe Rammstein te kort als ik ze een hedendaagse Kowalski noem, maar naar mijn idee zijn de overeenkomsten evident aanwezig. En dan bedoel ik echt niet de taal alleen.
Dit live optreden voor het Duitse Beatclub benadert bij lange niet de intensiteit van het optreden in Tilburg, maar aangezien er maar bitter weinig beeldmateriaal van de band bewaard is gebleven, kan ik u deze van harte aanbevelen.
En hier zijn dan de oplossingen van de Covers-quiz van 19.00 uur:
1 Nirvana - Nevermind (1991)
2 AC/DC - For those about to rock we salute you (1981)
3 Snow Patrol - Final Straw (2004)
4 New Order - Movement (1981)
5 Neil Young - On the Beach (1974)
Wat? Alweer een muziekquiz, waarom? Nou, daarom. En het
is u misschien wel ontgaan maar ik heb gisteravond eeuwige roem
verworven door de LP-hoezenquiz van collega Bart te winnen. Iets
waarop ik natuurlijk zeer trots ben. En mocht u het helemaal
niets vinden, doe dan vooral niet mee. Leven en laten leven is
mijn motto. Deze kan ik de azijndrinkers onder ons van harte
aanbevelen.
Dus daarom hier mijn 1e (en wellicht niet mijn laatste) quizbijdrage. Adel verplicht immers. Niet alleen ben ik benieuwd hoe Bart het er zelf af zou brengen, ook moet ik eens kijken of ik na de creaties voor de Stapelgedichtendag en Sleevefaces nu ook zelf een muzikaal quizje kan bedenken. En u mag gerust weten, IRL verdien ik voor een deel mijn brood door het bedenken van allerlei oefenvragen waarmee ik collega's en klanten van mijn organisatie de nodige professionele (zoek)vaardigheden probeer bij te brengen. Leuk toch om van je hobby je werk te kunnen maken (en v.v.), ja ik ben een gezegend mens. En vrees niet, dit alles krijgt u helemaal gratis en voor niets ;-)
Gemakzuchtig als ik ook ben zou ik zo Bart's concept 1 op 1 over kunnen nemen. Maar dat doe ik nu maar even niet, 2 exact dezelfde quizzen binnen 24 uur is wellicht iets teveel van het goede.
Daarom nu 5 essentiële details van 5 bekende en/of succesvolle platenhoezen. Voor muzikale diehards is dit wellicht appeltje eitje, maar goed, voor een een eerste keer maken we het maar niet al te moeilijk.
Het lastige bij een blogquiz is dat je de antwoorden van anderen te zien krijgt. Bij Bart heb ik gisteren daar zo min mogelijk naar gekeken, maar de verleiding is groot, dat geef ik onmiddellijk toe. Enfin, zie maar of u zin heeft om mee te doen, zou ik zeer leuk vinden. Ik heb helaas geen prijzen te vergeven, anders dan de eerder gememoreerde eeuwige roem. De antwoorden volgen om middernacht, maar wellicht zijn die al eerder bekend. Succes!
1
2
3
4
5
COVERS: en nog maar een keertje......
Ellen ten Damme ; Sha la lie ; Giel Beelen
Ik hou het deze keer bijna net zo kort als bij mijn vorige bijdrage, want vanmorgen in de auto werd ik blij verrast met een optreden van de verrukkelijke Ellen ten Damme in Giel Beelen's ochtenshow op 3FM. Ook zij waagde zich aan een coverversie van.....
Enfin, Ellen kan bij mij weinig fout doen, dus u zult begrijpen
dat mijn waardering voor dit liedje bij deze met sprongen is
gestegen
Hehe, eindelijk weer eens een cover die het origineel
weet te overtreffen
:
that's all folks!
Door het overlijden van folkzangeres Kate
McGarrigle heb ik de afgelopen weken met enige regelmaat de
platen die ze samen met haar zus Anna maakte, weer eens van stal
gehaald. Wrang dat dit soort trieste gebeurtenissen vaak
aanleiding zijn om acts en hun platen weer eens voor het
voetlicht te plaatsen. That's life zou ik bijna zeggen
En dat terwijl ik eind jaren '70 hun platen - m.n. het onvolprezen French Record - veelvuldig draaide.Toen sloeg de new wave van de jaren '80 echter keihard toe en liet ik hen vervolgens een tijd lang links liggen. Zij waren overigens niet de enigen die dat overkwam, ook The Eagles (wat was ik daar toen idolaat van) , James Taylor en Linda Ronstadt bleven lange tijd onbespeeld in mijn platenkast staan. Ik maakte toen gelukkig niet de fout om deze platen van de hand te doen waardoor de albums van Echo & the Bunnymen broederlijk naast die van Don Henley c.s. kwamen te staan.
Op de albums van de McGarrigles heb ik altijd een specifieke song gemist, nl. You tell me that I'm falling down dat Anna samen met ene C.S.Holland schreef. Deze song werd in 1975 door Linda Ronstadt opgenomen voor haar album Prisoner in disguise, maar werd nooit door de gezusters op plaat gezet. Ik heb deze vertolking de afgelopen tijd weer eens enkele draaibeurten gegeven en herontdekte en passant het gehele album. Meteen werd we weer duidelijk waarom ik dit ooit Ronstadt's beste album vond. Het bitterzoete You tell me.... is voor mij het absolute hoogtepunt van de plaat. Niet alleen vanwege de smaakvolle begeleiding (o.a. Andrew Gold, James Taylor en David Lindley) maar zeker ook vanwege de hemelse samenzang van Rondstadt en 2e stem Maria Muldaur. Deze laatste was in die jaren een gerespecteerde folk-rock zangeres met een succesvolle solocarriere.
Prisoner in disguise was net als al haar jaren '70 platen een schoolvoorbeeld van wat toen de L.A. MuziekMaffia werd genoemd. Bekende soloartiesten of bandleden waren in die dagen niet te beroerd om hun bevriende collega's in de studio en op het podium van dienst te zijn. Daarnaast was er een groot aantal sessiemuzikanten wiens zang-, gitaar-, bas- of drumpartijen op talloze platen uit die periode zijn terug te vinden: Waddy Wachtel (g), Kenny Edwards (b), Leland Sklar (b) Russ Kunkel (dr) en Dan Dugmore (g) zijn een paar van die usual suspects. Ook deelde men vaak dezelfde labels (Asylum, Warner Bros., CBS), producers (o.a. Peter Asher, Bill Szymczyk, Andrew Gold) en studios (Sound Factory, Record Plant en Sunset Studios). Tevens werden er als vriendendienst carrieres gelanceerd van singer/songwriters als J. D. Souther, Warren Zevon en Karla Bonoff. Deze 3 namen danken hun succes voor een deel aan Linda Ronstadt die in die jaren haar albums samenstelde uit covers van min of meer bekende songs, afgewisseld met nieuw materiaal van relatief onbekende namen. Door het succes van haar albums kregen auteurs een platencontract of kregen hun albums met daarop de oorspronkelijke versies extra media-aandacht.
Kijkt u hieronder maar eens naar de tracklist van Prisoner in disguise en u ziet daar precies wat ik hierboven bedoel: bekende Motown classics als Heatwave en Tracks of my tears naast een minder bekende James Taylor-song en twee tot dan toe onbekende tracks van de hand van J.D. Souther. Alle songs krijgen een softrock/countryrock behandeling waardoor het ondanks de stillistische verschillen van de originele versies een zeer coherent album is geworden. Voorzien van mooie arrangementen (m.n. bij Tracks of my tears dat van een gloedvolle soulballad omgetoverd werd tot een hartverscheurende countryballad) en perfect spel van de diverse muzikanten. En bovenal natuurlijk die mooie herkenbare stem van Ronstadt die mij m.n. bij de wat ingetogenere songs nog steeds zeer kan bekoren.
Kortom, de hernieuwde kennismaking met dit prachtig jaren '70 kleinood is mij bijzonder goed bevallen. Alleen jammer dat de aanleiding daartoe een beetje somber stemde.
Tracklist Prisoner in disguise.
Ik heb een aantal opnames gelinkt aan de covers en originals. Niet noodzakelijk de studioversies, maar in ieder geval uitvoeringen die een goede indruk van de songs geven.
- Love Is a Rose (Neil Young)
- Hey Mister, That's Me Up On the Jukebox (James Taylor)
- Roll Um Easy (Lowell George)
- The Tracks of My Tears (Smokey Robinson, Moore, Talpin)
- Prisoner in Disguise (J. D. Souther)
- (Love Is Like A) Heat Wave (Holland / Dozier / Holland)
- Many Rivers to Cross (Jimmy Cliff)
- The Sweetest Gift (j.B. Coats)
- You Tell Me That I'm Falling Down (C. S. Holland / Anna McGarrigle)*
- I Will Always Love You (Dolly Parton)
- Silver Blue (J.D. Souther)
* Bekijk en beluister hieronder de 2 versies.
De enige opname die ik van de McGarrigles kon vinden is afkomstig van de DVD-versie van The McGarrigle Hour (1998). Op de CD-versie ontbreekt deze track helaas.
Wanneer een begenadigd songwriter als Peter Gabriel zich waagt aan een coveralbum dat heeft deze of last van een writersblock of hij heeft hiermee iets bijzonders voor ogen.
Het is inmiddels alweer 8 jaar geleden dat Gabriel zijn laatste reguliere album, UP getiteld, uitbracht. In 2008 verscheen nog wel onder zijn naam de CD Big Blue Ball, maar dit samenwerkingsproject waarop ook een groot aantal andere acts te horen waren, was eerder een promo voor zijn Real World-label te noemen. De aanname dat zijn creatieve bron al lang droog staat, is daarom niet eens zo'n gekke gedachte. Aan de andere kant is Gabriel wel een artiest die graag zijn eigen gang gaat en zich door niets en niemand iets op laat dringen. Dus als hij meer brood ziet in andere zaken -zoals performen getuige een aantal DVD-releases - dan doet ie dan gewoon.
Ook bij dit coveralbum
Scratch My Back gaat hij nogal
eigenzinnig te werk. Verrassend is nl. zijn songkeuze die
varieerd van beproefd klassiek materiaal van David
Bowie en Paul Simon tot nieuw materiaal
van hedendaagse namen als Bon Iver en
Arcade Fire. Verder heeft Gabriel zijn
vaste begeleiders vrijaf gegeven en ingeruild voor een
strijkorkest.
De oorspronkelijke songs werden met dit gegeven vervolgens door arrangeur John Metcalfe radicaal bewerkt waardoor het origineel soms moeilijk terug te herkennen is. Diens motivatie hiervoor is dat het weinig zinvol is om een song te coveren als het eindresultaat slechts dezelfde song met een andere zanger is.
Hier valt natuurlijk wel wat voor te zeggen, maar dan mag je hopen dat een andere benadering en interpretatie nieuw licht op dat origineel zal werpen. Of dat hier het geval is, daar ben ik nog niet zo zeker van. Mijn eerste indruk is dat de songs weliswaar zeer origineel zijn benaderd, maar dat dit niet altijd een positieve uitwerking heeft. Sterker nog, de covers zijn vrijwel allemaal aan de wat trage, saaie kant en de hele plaat doet door de gekozen aanpak nogal eenvormig aan.
Toch wil ik dit album op basis van de naam Gabriel nog even het voordeel van de twijfel geven. De soms totaal afwijkende versies vergen wellicht iets meer moeite van de luisteraar dan doorsnee covers. Dus we zullen de songs nog maar eens enkele keren gaan beluisteren. Verder ben ik benieuwd naar het vervolg, nl. een album getiteld I'll scratch yours. Hierop zullen de gecoverde acts op hun beurt een song van Gabriel onder handen nemen. Wanneer deze verschijnt heb ik nog niet kunnen achterhalen, maar ik beloof u dat ik daar t.z.t. de nodige aandacht aan zal schenken. Wellicht is dan het moment aangebroken om een definitief oordeel over Scratch My Back te vellen.
(releasedatum: 15 februari 2010)
Peter Gabriel - Scratch my back tracklist
- Heroes (David Bowie)
- The Boy in the Bubble (Paul Simon)
- Mirrorball (Elbow)
- Flume (Bon Iver)
- Listening Wind (Talking Heads)
- The Power of the Heart (Lou Reed)
- My Body Is a Cage (Arcade Fire)
- The Book of Love (Magnetic Fields)
- I Think Its Going to Rain Today (Randy Newman)
- Apres Moi (Regina Spektor / Eartha Kitt)
- Philadelphia (Neil Young)
- Street Spirit -Fade Out (Radiohead)
Sneak prelistening: Heroes dat samen met 9 andere songs momenteel tegen betaling als download verkrijgbaar is bij Musicforrelief. Alle opbrengsten komen ten goede aan de slachtoffers van de aardbeving in Haiti.
COVERS: i.m. Kate McGarrigle
linda ronstadt, anna mcgarrigle, kate mcgarrigle
De Canadese Kate McGarrigle die samen jarenlang met haar 2 jaar oudere zuster Anna een bekend folkduo vormde, is in de nacht van maandag op dinsdag op 63-jarige leeftijd aan kanker overleden. En daarmee heeft ze de twijfelachtige eer dit jaar één van de eerste bekende overledenen van de populaire muziek te zijn.
Kate McGarrigle overleed in haar woning in Montreal,omgeven door haar zusters Jane en Anna, en haar -eveneens musicerende - kinderen Rufus en Martha Wainwright De zangeres streed sinds de zomer van 2006 tegen kanker.
Kate en Anna
McGarrigle begonnen hun muzikale loopbaan al in de jaren
zestig van de vorige eeuw en kregen behoorlijk wat aandacht in de
jaren zeventig, toen Linda Ronstadt hun
"Heart Like a Wheel" coverde. Dit was de versie die ik
zelf als eerste leerde kennen als titelsong van wat in 1974 haar
grote doorbraak album zou worden. Een fraaie ballad met een
ontroerende tekst, prachtig en met de juiste dosis emotie
gezongen. Absoluut hoogtepunt van een verder prima album dat de
opmaat zou vormen voor een trits fraaie countryrock getinte
albums. Haar internationale hit "You're no good" was
trouwens eveneens op dit album uit terug te vinden.
"Heart like a wheel" zou later nog door diverse
acts worden gecoverd w.o. Mary Black en
The Corrs.
De auteursversie van de McGarrigle 's verscheen op hun eerste, titelloze, album uit 1975. Hierop stond ook hun wellicht bekendste song "Complainte pour Ste Catherine". Deze opgewekte song zou ook de Nederlandse Top 40 bereiken (nr. 17 in maart 1976) en vormde met zijn curieuze vocalen en onverstaanbare Frans-Canadese tekst een beetje een vreemde eend in de bijt temidden van de vele disco-hits die toen in zwang waren. Het was deze single die mij het album deed aanschaffen, om er vervolgens achter te komen dat zij de makers van het eerder genoemde "Heart like a wheel" waren. De zusters namen in de jaren erna hun tijd voor het uitbrengen van hun platen. In totaal verschenen er tot hun laatste album Christmas Hour slechts een tiental officiële platen, waarvan 7 hun weg naar mijn platen- en cd-kast hebben weten te vinden.
Niet dat ik ze vaak draai maar die keer dat ik ze weer eens opzet valt mij de tijdloosheid van hun traditionele stijl op. Hun verre van gepolijste manier van zingen, spelen en produceren levert muziek in haar puurste vorm op. Uit ervaring weet ik dat niet iedereen hiervan is gecharmeerd. Hun soms wat schelle en snerpende (samen)zang in combinatie met de Franstalige teksten (naast het volledige Franstalige album French Record (!) bevatten hun albums doorgaans enkele Franstalige songs) vergen soms wat moeite van de gemiddelde luisteraar. Persoonlijk krijg ik van hun platen altijd een warm en melancholisch gevoel. En uit ervaring weet ik dat ook ik geneigd ben na zo'n triest bericht weer eens een duik in mijn collectie te nemen. Met als gevolg een hernieuwde kennismaking met hun werk.
Ondanks hun faam onder mede-muzikanten zijn ze bij het grote publiek altijd een beetje onbekend gebleven. Een groot aantal van hun songs vormde dankbaar materiaal voor anderen, hetgeen altijd een graadmeter is voor kwaliteit. Of er door Kate's overlijden een herwaardering voor hun werk bij het grote publiek zal ontstaan (zie Ramses en Michael Jackson), is nog maar de vraag. Ik betwijfel dat en juich dat om die reden ook niet toe. Maar aan de andere kant is elke vorm van aandacht voor hun bescheiden maar prachtig oeuvre meer dan welkom.
Bekijk en beluister hieronder een live-versie van Heart Like a wheel door La Rondstadt. Op piano ziet u overigens haar toenmalige vaste muzikale partner Andrew Gold.
Hieronder een fraaie live-vertolking door de zusters McGarrigle met Kate achter de piano.
Als bonus nog maar eens hun bekendste song:
....want tijdens een dag als vandaag heb ik weer eens "last" van een gigantische oorwurm, nl. mijn alltime favorite snowsong:
Het Amerikaanse kwartet Fountains of Wayne grossiert sinds 1996 al 4 albums lang in prachtige powerpopsongs. Gitaarmuziek die sterk refereert aan de sixtiessound van bijv. The Byrds, voorzien van ijzersterke melodieën en fraaie close-harmony en vaak overgoten met een punkpopsausje a la Green Day. Andere referenties zijn Big Star en Teenage Fanclub, zodat de liefhebber meteen weet wat voor muzikaal vlees hij in de kuip heeft.
Ik raakte in 1996 verslaafd aan hun titelloze debuutalbum, niet in de laatste plaats dankzij de single Radiation Vibe die indertijd bij onze Zuiderburen van Studio Brussel grijs werd gedraaid.
Maar als straks de sneeuw weer door de zon is verdwenen dan zal ik hun 3e album Welcome Interstate Managers (2003) nog steeds met plezier blijven draaien. Want behalve bovengenoemde Valley winter song staat daar ook het uitermate zomerse Stacy's Mom op. En toegegeven, de bijbehorende ...eh... ondeugende video draagt er in hoge mate aan bij dat dit mijn favoriete FOW-song is. Waarvan akte!
Enne.... volgende keer gaan we weer eens echt coveren, scouts honor.


Deelnemers
Mocht uw bijdrage hieronder ontbreken (gezocht via tag
stapelgedicht) en stelt u het op prijs hier opgenomen te
worden, reageer dan via de reactieruimte of via mail.