Schaaknieuws
VKBlog Headerimage

Twee parels van ware schaakkunst

zondag 29 januari 2006 22:46
Het toernooi is voorbij, wat rest zijn een paar losse eindjes die in de afgelopen blogweken zijn blijven hangen. Allereerst de B-groep, die gewonnen werd door Alexander Motylev en Magnus Carlsen. Hoewel de tiebreak Motylev als winnaar aanwees, begreep het toernooicomité dat het publiek het liever anders had gezien. Bij de prijsuitreiking werd daarom bekend gemaakt dat naast Motylev ook Carlsen volgend jaar zal worden uitgenodigd voor de hoofdgroep. Publiciteit bij voorbaat verzekerd..
Condoleances gingen uit naar de ontroostbare Hongaar Zoltan Almasi die in de voorlaatste ronde met een zege op Motylev heel even de leiding had genomen. Schaken kan wreed zijn. Een overigens verdiende nederlaag tegen Topalovs secondant Ivan Tsjeparinov wierp Almasi op de slotdag terug naar de derde plaats. Mijn in een eerdere aflevering beschreven jeugdheld Alexander Beljavsky (Big Al) kwam in het stuk niet voor en eindigde op vijftig procent.
Treurnis heerste in het Nederlandse kamp. Echt tevreden was alleen Jan Werle, de eerste Friese grootmeester, die volgend jaar in de B-groep zal optreden. Een heel klein beetje tevreden was Sergei Tiviakov, die op de slotdag Gata Kamsky versloeg en zo alsnog de grens van vijftig procent bereikte. Zoals schakers gewend zijn terug te kijken vond Tiviakov dat hij zich zelf ernstig te kort had gedaan: ‘Ik had gemakkelijk een punt meer kunnen hebben’. Het is vaker gezegd.
Over de grote verliezers zal nog wel even worden nagepraat. Ivan Sokolov heb ik zelden zo uit vorm gezien als in de afgelopen weken en zo mogelijk nog erger verging het Daniël Stellwagen in de B-groep. ‘Hoe komt het dat onze jonge ster afgaat als een gieter?’, wilde een lezer van een vorig weblog weten. Stellwagen zelf wist het niet. Op de eerste dag ging het meteen vreselijk mis en geen moment had hij de controle over de geburtenissen hervonden. Ik aarzel harde conclusies aan één ramptoernooi te verbinden. Aan Stellwagens talent twijfel ik niet. Hij komt wel terug.
Dan nog even de winnaars. Anand en Topalov waren het roerend met elkaar eens dat de einduitslag terecht was en dat beiden recht hadden op de gedeelde eerste prijs. Dat was heel beleefd en collegiaal, maar stel nu eens dat bij gelijk eindigen een jury mocht beslissen wie op grond van de fraaiste uitvoering de echte winnaar was. Als ik in die jury zat, zou ik hebben gepleit voor Topalov. Zijn overwinningen op Van Wely en Aronian waren twee parels van ware schaakkunst.
Topalov – Aronian
Corus A-groep, tiende ronde
1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pf3 b6 4. g3 La6 5. b3 Lb4+ 6. Ld2 Le7 7. Lg2 c6 8. Lc3 d5 9. Pe5 Pfd7 10. Pxd7 Pxd7 11. Pd2 0–0 12. 0–0 Pf6 13. e4 b5 14. exd5 exd5 15. Te1 Tb8 16. c5 Lc8 17. Pf3 Pe4 18. Txe4 dxe4 19. Pe5 Dd5 20. De1 Lf5 21. g4 Lg6 22. f3 b4 23. fxe4 De6 24. Lb2 Lf6 25. Pxc6 Dxc6 26. e5 Da6 27. exf6 Tfe8 28. Df1 De2 29. Df2 Dxg4 30. h3 Dg5 31. Lc1 Dh5 32. Lf4 Tbd8 33. c6 Le4 34. c7 Tc8 35. Te1 Dg6
[L]
 36. Txe4 Txe4 37. d5 Tce8 38. d6 Te1+ 39. Kh2 Df5 40. Dg3 g6 41. Dg5 Dxg5 42. Lxg5 Td1 43. Lc6 Te2+ 44. Kg3 1–0



Het debuut van een kleine volwassene.

zaterdag 28 januari 2006 20:39
Onmiskenbaar was er de afgelopen weken veel meer aandacht voor de vijftienjarige Magnus Carlsen dan voor de een jaar oudere Sergey Karjakin. Misschien ligt het aan hun geboorteland. Een pril talent uit Oekraïne is bijna alledaags, terwijl Noorwegen tot voor kort een schaakwoestijn was die nooit eerder een speler van kaliber had voortgebracht.
 Of ligt het aan hun uiterlijk? Moeder Tanya Karakina _ gelukkig lijkt Sergey op haar _ zorgt ervoor dat haar zoon elke dag als een kleine volwassene achter het bord verschijnt. Keurig in het pak gestoken en zijn stropdas netjes geknoopt. Carlsen, met slobbertrui en gympen, lijkt hoegenaamd niet op een volwassene. Hij is nog een kind, al schaakt hij als een oude rot.
 Allebei waren ze op dreef. Eén ronde voor het einde maakt Carlsen nog steeds kans op de eindzege in de tweede groep en de promotie naar het erepodium van volgend jaar, al ziet het ernaar uit dat hij net achter het net gaat vissen. Maar hij wint ratingpunten en ach, dat optreden in de hoofdgroep komt wel binnenkort.
Hoe indrukwekkend ook, Carlsens prestatie valt in het niet bij die van Karjakin. De kleine Oekraïner verloor van Anand en Topalov, maar hij won ook vier partijen en voorlopig staat hij op de gedeelde derde plaats. Ik kan mij geen winnaar van de tweede groep herinneren die zo overtuigend heeft laten zien dat hij zijn promotie waard was.
 Vrijdagavond gaf Karjakin voor het eerst een persconferentie. Liever zou hij waarschijnlijk een tweede partij tegen Topalov hebben gespeeld, maar hij sloeg zich er dapper doorheen. Het toernooi was als een droom verlopen, vertelde Karjakin. Hij had hem danig geknepen na de hardhandige nederlaag op de eerste dag tegen Anand. Pas toen hij in de derde ronde Kamsky versloeg, was hij ruimer gaan ademhalen.
Achterin het zaaltje keek moeder Tanya vertederd toe. Ze zou wel eens de opvolgster van Klara Kasparova kunnen worden.

Karjakin - Bacrot
Corus A, vijfde ronde
1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. La4 Pf6 5. 0–0 Le7 6. Te1 b5 7. Lb3 d6 8. c3 0–0 9. h3 Lb7 10. d4 Te8 11. Pbd2 Lf8 12. a4 h6 13. Lc2 exd4 14. cxd4 Pb4 15. Lb1 c5 16. d5 Pd7 17. Ta3 f5 18. Ph2 Pf6 19. Tf3 fxe4 20. Pxe4 Pbxd5 21. Pg4 Kh8 22. Ld2 Pxe4 23. Txe4 Txe4 24. Lxe4 Pc3 25. Lxc3 Lxe4 26. Tf4 Lg6 27. Pxh6 Dg5
[L]
 28. Df3 Dxh6 29. Ld2 Dxf4 30. Lxf4 Te8 31. axb5 axb5 32. Dc6 Kh7 33. Dxb5 d5 34. Dd7 d4 35. h4 Te4 36. Lg3 Le7 37. h5 Lxh5 38. f3 Te2 39. Kf1 Txb2 40. Dxe7 Tb1+ 41. Kf2 ...
Zwart geeft op.

Het Corustoernooi kent geen vips

donderdag 26 januari 2006 22:14
Hoewel sinds kort ruimtevaarders rondcirkelen op de muren van de speelzaal in Wijk aan Zee, is het karakter van het Corustoernooi niet wezenlijk veranderd. Met hoeveel rood en oranje het festival ook is aangekleed, het is en blijft gevestigd in de sportzaal van het plaatselijke dorpshuis. In de kleedkamer kunnen de grootmeesters hun jas ophangen en een kopje koffie drinken. In het achterste vergaderzaaltje is ruimte gemaakt voor de pers en de internetredactie.
Een paar jaar geleden werd het organisatiecomité benaderd door de directeur van de Duitse firma Chessbase. `Het is een prachtig toernooi’, begon de man die gewend was bij andere toernooien in de watten te worden gelegd. `Maar zou het niet een goed idee zijn een vip-room in te richten waar de spelers na hun partij kunnen ontspannen en waar belangrijke gasten kunnen worden ontvangen?’
Hij kreeg snel spijt van zijn voorstel, want het antwoord van toernooidirecteur Jeroen van den Berg was dodelijk: `Ik waardeer uw inzet om de omstandigheden voor spelers en bezoekers te verbeteren, maar ik moet u teleurstellen. Bij het Corus-toernooi kennen we geen vips’. Zo is het maar net. Er is geen vip-room of players’ lounge, er zijn alleen schakers en toeschouwers. En wie iets wil drinken, kan zich vervoegen aan de voor iedereen toegankelijke bar.
Klachten over het gebrek aan luxe zijn er zelden of nooit. Integendeel, de grootmeesters zeggen vaak dat ze aan het podium in de grote hal verre de voorkeur geven boven een speciaal voor hen ingericht zaaltje waarin nauwelijks ruimte is voor toeschouwers. Alleen Gari Kasparov mopperde soms als hij een persconferentie moest geven in `dat hol’ _ hij bedoelde de kleine perskamer _ of als hij niet onmiddellijk terecht kon in een zijkamertje waarop hij zijn zinnen had gezet.
En de belangrijke gasten? Afgezien van de Chessbase-directeur heb ik ze nooit horen klagen. Ook premier Balkenende was niet verrast dat hij zich door de nauwe gang van dorpshuis De Moriaan een weg moest banen om in het achterzaaltje de wereldkampioen de hand te schudden.
[L]

De eerste Friese grootmeester

woensdag 25 januari 2006 12:17
Het moest er eens van komen. Friesland, de provincie die met Philidor/Leeuwarden 1847 de oudste schaakclub van Nederland heeft, mag zijn eerste grootmeester begroeten. Zijn naam: Jan Werle, rechtenstudent in Groningen en in Wijk aan Zee deelnemer aan de C-groep van het Corustoernooi. Na negen ronden staat hij op zesenhalf punt, genoeg voor een derde grootmeesterresultaat en de titel.
Werle kaapte de primeur weg voor de neus van Yge Visser en Sipke Ernst, twee andere Friezen die de grootmeestertitel al een tijdje in het vizier hebben. Hoewel ze goede vrienden zijn, hoopte ieder van hen stiekem de andere twee net voor te zijn. Werle, met 22 jaar de jongste van de drie kievitseizoekers, begreep dat haast geboden was en sloeg bij de eerste gelegenheid toe.
In zijn juniorentijd gold Werle al als een groot talent. Misschien niet zo veelbelovend als Daniël Stellwagen maar wel kandidaat voor het grootmeesterschap en misschien voor een professionele carrière. De eerste voorspelling is uitgekomen, de tweede kunnen we rustig vergeten.
Na zijn middelbare schooltijd nam Werle een jaar de tijd om te kijken of het leven van een beroepsschaker echt zo opwindend was als hem was verteld. Hij kwam er snel van terug. Reizen was tot daar aan toe, maar rondhangen op een hotelkamer in afwachting van de partij van de dag, nee, dat was niks voor hem. En hij ging er zeker niet beter door spelen. In zijn korte, halfhartige beroepscarrière verloor hij een vracht ratingpunten.
Het plezier in het spel kwam terug, toen schaken weer een hobby was geworden. Nadat Werle zich had ingeschreven aan de rechtenfaculteit in Groningen, viel alles op zijn plaats. Hij behaalde grootmeesternormen in de Duitse en de Nederlandse clubcompetitie en zette dinsdag de kroon op het werk. De beloning mocht er zijn: een derde grootmeesterresultaat en de felicitaties van premier Balkenende, die het toernooi tijdens een werkbezoek aandeed.
Werle – Jonkman
Corus C-groep, zesde ronde
1. Pf3 d5 2. d4 Pf6 3. c4 dxc4 4. e3 e6 5. Lxc4 a6 6. a4 c5 7. 0–0 Pc6 8. De2 Dc7 9. Pc3 Ld6 10. Td1 0–0 11. h3 b6 12. d5 exd5 13. Pxd5 Pxd5 14. Lxd5 Lb7 15. b4 Tad8 16. bxc5 Lxc5 17. Lb2 De7 18. Dc4 Td6 19. Dg4 Tg6 20. Dh4 La8 21. Tac1 Te8 22. Df4 Ld6 23. Df5 Lc5 24. h4 Pb4 25. Lxa8 Txa8 26. Pg5 Ld6
[L]
 27. Txd6 Dxd6 28. Dxf7+ Kh8 29. Dc4 Txg5 30. hxg5 Pd3 31. Dc8+ Df8 32. Lxg7+ Kxg7 33. Dd7+ Kg8 34. Dxd3 Df7 35. Tc6 Tf8 36. Tf6 Da2 37. Txf8+ Kxf8 38. Dxh7 Da1+ 39. Kh2 Dxa4 40. g6 Ke8 41. g7
Zwart geeft op.


De terugkeer van The Equaliser

maandag 23 januari 2006 23:12
`The Equaliser’ of de auteur van `My Sixty Memorable Draws’ werd Peter Leko vroeger genoemd, ook als hij in de buurt was. Met een flauwe glimlach liet Leko de pesterijtjes aan zich voorbij gaan. Ze deden pijn, maar hij begreep ze wel. Hij wist dat hij in bijna elk toernooi remisekoning was en dat de meeste halve punten met een minimum aan inspanning werden behaald.
Schaken kon Leko wel, daar twijfelde niemand aan. Hoewel Kasparov hem altijd het vuur aan de schenen legde, bezweek de kleine Hongaar zelden. En die enkele keer dat alles meezat en zijn tegenstanders in zijn thuis voorbereide openingsvarianten liepen, kon hij ook sterke toernooien winnen. Zoals in 1999 in Dortmund, toen hij Kramnik, Karpov, Anand en Topalov voorbleef. Maar in het volgende toernooi was vaak het oude ritme terug en moesten we weer in de verslagen lezen dat Leko zijn stofzuiger op tijd had aangezet, zodat de meeste stukken al snel van het bord waren verdwenen.
Hoewel hij vaak beterschap beloofde, dacht ik dat hij het nooit zou afleren. Angst om te verliezen is een moeilijk te genezen ziekte, waarvoor geen snel werkend medicijn bestaat. Maar zie, in de zomer van 2002 veranderde Leko’s leven. Met ongewoon ondernemend, om niet te zeggen bijna riskant spel won hij het kandidatentoernooi in Dortmund, waardoor hij zich plaatste voor een tweekamp om de andere wereldtitel tegen Kramnik.
Het was alsof het uitdagerschap hem eindelijk het juiste verantwoordelijkheidsgevoel had gegeven. Leko veranderde in de jaren erna niet in een straatvechter, maar het succes in Dortmund had zondermeer een heilzame uitwerking op zijn spel. De remises bleven talrijk, maar het waren echte remises geworden. De resultaten kwamen snel. Leko won Linares in 2003, hield een jaar later Kramnik in de WK-match op 7-7 en won in grote stijl Wijk aan Zee in 2005.
Nu, tijdens Corus 2006, stelt hij me teleur. Het gooit er niet met de pet naar, maar de vastberadenheid die vorig jaar van Leko’s spel afstraalde heeft plaatsgemaakt voor matheid. Verontrustend genoeg glijden zijn partijen opvallend vaak af naar saaie, volkomen gelijkstaande stellingen. Ik hoop dat de volgende partij mijn ongelijk bewijst, maar soms vrees ik dat The Equaliser is teruggekeerd.
Leko - Kamsky
Corus A, zevende ronde
1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. La4 Pf6 5. 0–0 Le7 6. Te1 b5 7. Lb3 d6 8. c3 0–0 9. h3 Pa5 10. Lc2 c5 11. d4 Dc7 12. Pbd2 Ld7 13. Pf1 Tac8 14. Pe3 cxd4 15. cxd4 Pc6 16. d5 Pb4 17. Lb1 a5 18. a3 Pa6 19. b4 axb4 20. axb4 Db7 21. Ld2 Ld8 22. Ld3 Lb6 23. Pc2 h6 24. Ph4 Ph7 25. Df3 Pg5 26. Dg3 Pc7 27. Pe3 Ta8 28. Pef5 Txa1 29. Pe7+ Kh8 30. Txa1 Ph7 31. Df3 Pf6 32. Lxh6 Ta8 33. Tf1 Pce8 34. Lc1 Ta1 35. Phf5 Dc7 36. Ld2 Txf1+ 37. Kxf1 g6 38. Pe3 Kg7 39. g4 Ph7 40. Kg2 Db7
[L]
 41. Pc4 g5 42. Pa5 Da8 43. Pf5+ Kf8 44. h4 Ld8 45. Ph6 f6 46. hxg5 f5
Zwart geeft op.

De fanclub van Magnus Carlsen

zondag 22 januari 2006 12:07
Sinds tien jaar kent het Corustoernooi het alom gewaardeerde, zij het soms heftig omstreden instituut van de publieksprijs. Onder regie van de commentatoren beslissen de toeschouwers in de ramazaal welke partij de mooiste of spectaculairste van de dag is. Bij het begin van de volgende ronde ontvangt de winnaar een prijs van 250 euro.
De publieksprijs leidde een gelukkig leven totdat Gari Kasparov zich meldde voor deelname in Wijk aan Zee. Hoewel hij regelmatig werd beloond, zinde het hem niks dat de prijs soms naar partijen ging die naar zijn mening ver onderdeden voor zijn eigen kunstwerken.
In 1999, bij zijn eerste optreden, bromde Kasparov nog in zijn baard. De twee volgende jaren blies hij in het openbaar stoom af. De commentatoren noemde hij onbekwame, zelfingenomen sukkels, die niet in staat waren de kwaliteit van de gespeelde partijen te beoordelen. Als de prijs weer eens aan zijn neus voorbij was gegaan, weigerde Kasparov steevast op de dagelijkse persconferentie te verschijnen. Sinds 2002 doet Kasparov niet meer mee en moppert niemand meer als de prijs een keer verkeerd terechtkomt.
Om de kans op een eerlijke beoordeling groter te maken, heeft het toernooicomité dit jaar de spelregels veranderd. Eerst wijst het publiek in de commentaarzaal de twee of drie beste partijen van de dag aan. Daarna is het woord aan het internet-publiek, dat op de Corus-website zijn stem kan uitbrengen.
Een eerlijke gang van zaken? Tijdens de eerste dagen was er geen enkele reden tot klagen en ging de prijs steeds naar een partij van bovengemiddelde kwaliteit. Maar in de zesde ronde gebeurde iets vreemds. Kamsky’s voortreffelijke overwinning op Anand leek mij de gedoodverfde winnaar, maar de volgende dag bleek dat het internetpubliek massaal had gestemd op Magnus Carlsens overwinning op Arkady Naiditsch.
Dat was vreemd. Carlsen was volkomen overspeeld en hij dankte zijn kapitale zege uitsluitend aan een gruwelijke blunder van Naiditsch in gewonnen stand. Zo zal het dus in de toekomst vaker gaan. Niet de beste partij maar de grootste fanclub wint.
Naiditsch – Carlsen
Corus B-groep, zesde ronde
1. e4 c5 2. Pf3 Pc6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 e5 6. Pdb5 d6 7. Lg5 a6 8. Pa3 b5 9. Pd5 Le7 10. Pxe7 Pxe7 11. Ld3 Pd7 12. 0–0 Pc5 13. b4 Pxd3 14. Dxd3 f6 15. Le3 d5 16. Lc5 dxe4 17. Dxe4 Dd5 18. De2 Lb7 19. f3 Pg6 20. Tfd1 Pf4 21. Df1 De6 22. c4 Kf7 23. Td6 Df5 24. cxb5 axb5 25. Pxb5 Kg6 26. Td2 Thd8 27. Txd8 Txd8 28. Pd6 Txd6 29. Lxd6 Dg5 30. Kh1 h5 31. Lc5 e4
[L]
Als wit nu 32. a4 (32 ... exf3 33. gxf3 Dg4 34. Ta3) had gespeeld, zou hij gemakkelijk hebben gewonnen. De volgende zet doet pijn. 
32. Le3?? exf3 33. gxf3 Dg4
Wit geeft op.

De ondergang van Big Al

vrijdag 20 januari 2006 16:06
Zo’n jaar of vijftien geleden dacht ik soms na over de vraag welke grootmeesters ik in ieder geval zou uitnodigen als ik het ideale schaaktoernooi mocht samenstellen. Het was minder eenvoudig dan het leek, maar na lang wikken en weken bleven vijf spelers over: Kasparov, Karpov, Timman, Kortsjnoi en Beljavsky. Het spreekt vanzelf dat het lijstje er in 2006 anders zou uitzien.
De eerste vier namen zijn overbekend, die van Alexander Beljavsky is misschien niet in ieders geheugen blijven hangen. Jarenlang was hij voor mij een held: een schaker die voor niets en niemand bang was, altijd op winst speelde en toernooien kon winnen als hij met twee nullen was begonnen. Ook zijn collega’s hadden diep respect voor hem. Zijn bijnaam Big Al dankte Beljavsky niet aan zijn lichaamsbouw, maar aan zijn speelkracht.
Bijna alles heeft Beljavsky in zijn leven gewonnen. Viermaal werd hij kampioen van de Sovjet-Unie, tweemaal won hij in Tilburg het Interpolistoernooi en eenmaal, in 1984, won hij de eerste prijs in Wijk aan Zee. Zo groot is Beljavsky’s faam dat ik de Corus-organisatoren ervan heb verdacht dat zij het niet aandurfden hem in zijn nadagen uit te nodigen voor de tweede groep. Hij zou zich beledigd kunnen voelen.
Ditmaal hebben zij dat toch gedaan. Bij de openingsceremonie werd Beljavsky op de juiste wijze gepresenteerd. Als een grote ster van weleer die er niet voor terugdeinst op 52-jarige leeftijd de slag aan te gaan met de wereldtop van de toekomst. Ik verwachtte veel van hem. Niet dat hij de loodzware tweede groep zou winnen, wel dat hij een score ruim boven de vijftig procent zou halen.
Het valt lelijk tegen. Met zijn nederlaag tegen de grote favoriet Arkady Naiditsch viel nog te leven, maar het was bijzonder teleurstellend dat hij een gewonnen stand tegen de Tsjech Navara remise liet lopen. Het ergste moest nog komen. In de vijfde ronde verloor Beljavsky als een amateur in twintig zetten van Magnus Carlsen, het net vijftienjarige wonderkind uit Noorwegen. Sommigen maakten zich vrolijk over Beljavsky’s vreselijke nederlaag. Ik had een rotdag.
Carlsen - Beljavsky
Corus B-groep, vijfde ronde
1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 a6 4.La4 Pf6 5.0–0 b5 6.Lb3 Lb7 7.d3 Lc5 8.Pc3 d6 9.a4 Pa5 10.La2 b4 11.Pe2 Lc8 12.c3 bxc3 13.bxc3 Lb6 14.Pg3 Le6 15.d4 Lxa2 16.Txa2 0–0 17.Lg5 exd4
[L]
 18.Ph5 dxc3 19.Ph4 Kh8 20.Pf5 ...
Zwart geeft op.

Het Roel van Duijn Gambiet

woensdag 18 januari 2006 15:37
Yge Visser, deelnemer aan de C-groep van het Corus-toernooi, is een schaker voor wie ik bewondering heb. Op overtuigende wijze toont hij aan dat een mens helemaal niet slechter hoeft te gaan spelen als hij ouder wordt. Eerder bewijst hij het tegendeel. Op 42-jarige leeftijd heeft hij met 2485 Elo-punten de hoogste rating die hij ooit heeft gehad en staat hij op het punt de grootmeestertitel te veroveren.
Bijna alles klopt bij Visser. Zijn liefde voor het spel is groot en zijn mentaliteit onverwoestbaar. Het enige zwakke puntje is zijn weerzin tegen studeren op de openingen. Met zwart redt hij zich best, sterker nog, de ambitieuze student doet er verstandig aan Vissers Konings-Indische partijen goed te bestuderen. Hij kan wonderwel uit de voeten met de moeilijkste van alle schaakopeningen.
Maar met wit heeft hij soms problemen. Althans, tot voor kort. Een week voor het toernooi belde hij me op met de mededeling dat hij het licht had gezien. Eindelijk waren zijn problemen voorbij, hij had iets ontdekt waarvan Wijk aan Zee zou sidderen. `Kun je een tipje van de sluier oplichten?’, vroeg ik voorzichtig. `Wacht maar’, antwoordde Visser. `Je ziet het vanzelf.’
Toen de eerste zetten van de vierde ronde op de monitor verschenen, begreep ik wat hij bedoelde. Vissers partij tegen de Egyptenaar Adly begon als volgt:
Visser – Adly
Corus C-groep, 4de ronde
1. e4 c5 2. a3
Dat was het dus. Deze minimale zet vormt de inleiding tot het Roel van Duijn Gambiet. Het Wie-Gambiet? Inderdaad, er is een schaakopening genoemd naar de voormalige Amsterdamse wethouder, die in zijn jeugd een enthousiaste en bijzonder originele schaker was.
Laat ik Van Duijn zelf aan het woord laten. In een in 1974 in Schakend Nederland gepubliceerd artikel beschreef hij de gedachte achter de zet 2. a3 als volgt: `Dat 1 …c5 een gevaarlijke verzwakking is van de zwarte damevleugel wisten mijn vriendjes en ik op het Haags Montessori Lyceum destijds al. Hoe we dat dan aanpakten? Ten eerste door ons niet te vermoeien met de officiële varianten, beginnende met 2. Pf3. Al die lectuur over Drakenvarianten en Najdorfsystemen lieten we met een zucht over aan degenen die op de nominatie stonden door ons te worden ingemaakt.
`Hoe het dan toch gekomen is dat het Siciliaans nog steeds in de mode is, dat is alleen te verklaren doordat het schijnbaar onaanzienlijke zetje 2. a3-a3 in zijn gevolgen nooit met de vereiste hartstocht en ernst overwogen is. Er schijnt in het wezen van de zet 2. a3 iets zo nederigs te zitten, dat ik meesters en grootmeesters spontaan in lachen heb zien uitbarsten toen ik hun de zet toonde. Misschien is het dat.’
Na deze eloquente inleiding geeft Van Duijn een paar alleraardigste varianten die ik op deze plaats niet zal herhalen. Inmiddels zijn we vele jaren verder en heeft de zet 2. a3 een klein, maar vast plaatsje in de openingstheorie verworven. Er zijn boeken over geschreven, ook door buitenlandse indringers die helaas niet altijd de naam van de geestelijke vader van de zet 2. a3 vermeldden.
En nu was dus Visser op het spoor van Van Duijns vondst beland. Ik verloor de partij geen minuut uit het oog.
2 ... e6 3. b4! cxb4 4. axb4 Lxb4 5. Lb2 Pf6 6. e5 Pd5 7. c4 Pe7 8. Pa3 Pbc6 9. Pc2 La5 10. Pf3 0–0 11. h4 d6 12. exd6 Dxd6 13. Txa5
Het begin van halsbrekende complicaties die niet goed aflopen voor wit. Misschien had Visser zwarts 16de zet onderschat.
13 ... Pxa5 14. Da1 Pb3 15. Da2 Pc5 16. d4 Da6 17. Da3 Pa4 18. Lc1 Pc6 19. c5 b5 20. cxb6 Da5+ 21. Ld2 Dxb6 22. Dxa4 Db1+ 23. Ke2 Ld7 24. Pfe1 Tfd8 25. Da3 Tab8 26. Dc1 Da2 27. Th3 Tb1 28. Da3
Nu slaat zwart toe met een mooie slotcombinatie. 
[L]
28 ... Pxd4+! 29. Pxd4 Lb5+ 30. Pxb5 Txd2+ 31. Ke3 Txe1+ 32. Kf3 Txf2+ 33. Kg3 Dxa3+
Wit geeft op.
Een verrukkelijke partij die genomineerd werd voor de dagprijs, maar helaas onvoldoende stemmen kreeg van het internetpubliek. Ik zal u op de hoogte houden van Vissers volgende avonturen met het Roel van Duijn Gambiet.



De verloren zoon

dinsdag 17 januari 2006 14:46
Een teruggekeerde, verloren gewaande zoon, zo zou je de Amerikaanse vertegenwoordiger op het erepodium in Wijk aan Zee kunnen noemen. Hoewel pas 32 jaar oud, is Gata Kamsky onlangs begonnen aan zijn tweede schakersleven. Eigenlijk was hij van plan nooit meer terug te keren naar zijn jeugdliefde en een rustig bestaan op te bouwen bij een New Yorks advocatenkantoor. Net op tijd bedacht hij zich: ‘Werken kan ik ook als ik vijftig ben. Als ik wil schaken, moet ik het nu doen.’
Bij nader inzien is het moeilijk voor te stellen dat Kamsky in 1996 op 22-jarige leeftijd het schaken vaarwel zei. Hij was op dat moment de nummer drie of vier van de internationale lijst, die net een tweekamp om de wereldtitel had gespeeld tegen Anatoly Karpov. Als hij die match had gewonnen, zou alles misschien anders zijn gelopen. Toen hij verloor, besloot hij dat het verstandiger was geneeskunde te gaan studeren. ` Gata, waarom doe je dat nu?’, vroeg een Amerikaanse schaker hem. `Er zijn heel veel goede doktoren, maar er zijn heel weinig mensen die zo goed kunnen schaken als jij’. Kamsky antwoordde onmiddellijk: `Als iemand ziek is, ziet hij liever een dokter dan een schaker aan zijn bed.’.
Met die geneeskundestudie lijkt het niets te zijn geworden, maar na een tijdige switch naar de rechtenfaculteit lukte het Kamsky wel een juridisch diploma te behalen. Zijn schaakbord raakte hij acht jaar lang niet aan, een enkele uitzondering daargelaten. Toen het toernooi om het FIDE-wereldkampioenschap in 1999 neerstreek in Las Vegas, liet hij zich verleiden tot een eenmalige terugkeer naar zijn oude metier. In de eerste ronde van de knock-out-wedstrijd verloor hij nipt van de latere winnaar Alexander Khalifman.
In de loop van 2004 dook zijn naam weer op. Kamsky speelde met wisselend succes af en toe mee in het wekelijkse rapidtoernooi van de Marshall Chess Club in New York. Later dat jaar werd het serieuzer. Hij schreef in voor het Amerikaans kampioenschap, waar hij met een score net boven de vijftig procent een redelijk maar zeker geen groots resultaat behaalde.
Door de uitnodiging voor Corus 2006 is de ware vonk weer overgeslagen. Voor de tweede maal in zijn leven beschouwt Kamsky zich zelf als een professioneel schaker. Voorlopig gaat het redelijk, al wordt hem af en toe pijnlijk duidelijk gemaakt dat op acht jaar rust een hoge prijs staat. Zoals in de eerste ronde van het toernooi.

Topalov,V - Kamsky,G]
Wijk aan Zee (1), 14.01.2006
1.e4 d5 2.exd5 Pf6 3.Pf3 Pxd5 4.d4 Lf5 5.Ld3 Lxd3 6.Dxd3 e6 7.0–0 Pc6 8.c4 Pb6 9.Pc3 Le7 10.Lf4 g5 11.Lg3 g4 12.Pe5 Pxd4 13.c5 Lxc5 14.Tad1 0–0 15.Pe4 Le7 16.Pxg4 c5 
[L]

17.b4
Nu haalt Kamsky nog de twintig zetten. Dat zou niet gebeurd zijn na 17. Le5 f6 18. Pg5! Pf5 19. Ph6+, waarna zwart moet opgeven.
17 ... Pd5 18.bxc5 Pf5 19.Df3 Tc8 20.Ld6 Pxd6 21.cxd6 Lh4 22.d7 Tc6 23.Pe5 Tc7 24.Dg4+ Kh8 25.Pd6 1–0


Publiekslieveling Vassili Ivantsjoek

maandag 16 januari 2006 13:01
Soms buigen de Wijk aan Zee-kenners zich over de vraag welke editie van ’s werelds grootste schaakfestival de allermooiste was. Veel genoemd wordt het 59ste toernooi uit 1999, toen Gari Kasparov voor het eerst meedeed en de sprankelendste partij van zijn leven won tegen Veselin Topalov, de wereldkampioen van dit moment. Het was een memorabel toernooi en ik prijs mij gelukkig dat ik erbij was toen Kasparov zijn meesterwerk componeerde, maar op mijn lijstje staat het op de tweede plaats.
De mooiste aflevering uit de Hoogovens/Corus-traditie was die van 1996. Alles wat een schaaktoernooi aantrekkelijk en meeslepend maakt, gebeurde toen. De partijen waren adembenemend mooi, de strijd om de eerste plaats bleef spannend tot de laatste ronde en de hoofdprijs werd gewonnen door de man die de lieveling van alle toeschouwers was.
Vassili Ivantsjoek, de soms geniale, soms hopeloos schutterende grootmeester uit Lvov, was in 1996 geweldig op dreef. Hij won de ene prachtpartij na de andere, al dacht hij daar soms anders over dan de toeschouwers. Toen de comité-voorzitter hem na een van zijn overwinningen de dagelijkse publieksprijs van vijfhonderd gulden wilde overhandigen, weigerde Ivantsjoek beleefd. Het was mooi dat de toeschouwers genoten hadden, maar een speciale prijs, nee, die kon hij niet accepteren. De kwaliteit van zijn zetten had ernstig te wensen overgelaten.
Overigens won Ivantsjoek het toernooi ternauwernood. In de laatste ronde verzeilde hij in een bedenkelijke stand tegen Topalov die op een bepaald moment de winst én de eindzege voor het grijpen had. De Ivantsjoek-fans haalden opgelucht adem toen Topalov misgreep en hun held alsnog aan het langste eind trok.
In 2006 zou het allemaal opnieuw kunnen gebeuren. Er zijn pas twee ronden gespeeld en er kan nog van alles gebeuren, maar voorlopig staat Ivantsjoek alleen op kop met twee punten uit twee partijen. Zelf heeft de koploper er alle vertrouwen in. Bij de loting trok hij hetzelfde nummer als tien jaar geleden.
Profielfoto Gert  Ligterink

Gert Ligterink

Woonplaats: Groningen
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Groepen

Favorieten van Gert Ligterink

Schaakblog

Gert Ligterink, schaakmedewerker van de Volkskrant, meldt in dit weblog regelmatig nieuwtjes uit de schaakwereld.

Laatste reacties

persona

Het Roel van Duijn Gambiet
Roel van Duijn: Hallo Gert Ligterink, ik heel benieuwd naar die verdere avonturen …

persona

Het debuut van een kleine volwassene.
gerrit visser: Ik heb speciaal een zaterdag abonnement vanwege Gert Ligterink zijn …

persona

Twee parels van ware schaakkunst
anoniem: L'Ami hoeft ook niet ontevreden te zijn; ook hij heeft …

persona

Twee parels van ware schaakkunst
jordaan: Gelukkig. Bravo toernooidirectie. Gefeliciteerd met de twee nieuwe sterren voor …

persona

Het debuut van een kleine volwassene.
jordaan: Leuk stukje weer. Maar gelukkig is de kleine Carlsen op …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van Gert Ligterink, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2006

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •