
“Ik vind je lief”
en mijn jongste van acht vlijt zich genoeglijk tegen me aan. We
zoeven over de snelweg, het schemert, de lantaarnpalen zijn net
aangefloept en we moeten nog dik een half uur voor we thuis zijn.
Gezellig zo samen in de auto. “Ik vind jou ook lief”
Het komt uit mijn tenen. Ik doe mijn best om dit soort woorden
niet op de automatische piloot uit mijn mond te laten rollen.
Soms ontkom je er niet aan maar deze keer is het echt helemaal
echt. Konden we nog maar uren zo doorrijden, weg van alle
dagdagelijkse gedoe. Waarom vind ik haar eigenlijk zo lief? Laat
me dat eens hardop uitspreken al ben ik dat van huis uit niet
gewend. Aarzelend zoek ik woorden die haar recht doen en die
tegelijkertijd geen druk veroorzaken want daar is ze op dit
moment megagevoelig voor. “Ik vind jou zo lief om je lieve
lach, om je vrolijkheid, om je muzikaliteit, om hoe je gegrepen
kunt zijn door een boek, om je grappige gehuppel, om je
behulpzaamheid, om je slimheid, om je zelf opstaan met de wekker
en je heerlijke geknuffel” liefkoosplaag ik haar. Ze
wentelt zich behaaglijk in al dat heerlijks.
Ze hoeft niks terug te zeggen, maar ze doet het wel. “En ik vind jou lief om je lieve lach, om je halfvolle glas, om je krulharen, om je mooie ogen en dat je je bril alleen in de auto opdoet want ik hou zo van je ogen en zonder bril zie ik ze beter, om je werk dat je doet met ouders want het is ook voor ons belangrijk dat je zo leert hoe je moet opvoeden, om je man want anders had ik niet zo’n leuke papa, omdat je kinderen wilde krijgen want anders was ik nooit geboren, om je agressiviteit vanbinnen die als vuurwerk kan ontploffen want ik hou van vuurwerk, ja zelfs hou ik van je boosheid want je bent mijn mama en ik hou van alles wat bij jou hoort. ”
Pff, wat een portret. Dat kind van mij en haar rake beschrijving. Ik schrik van haar laatste ontboezeming maar meer nog gloei ik van geluk. Onvoorwaardelijke liefde.
Dat is wat het is.
Hartverscheurend
kinderen, ouders, opvoeden, voor pijn behoeden, onmacht, liefde
Ik heb geprobeerd er een stukje omheen te tikken, maar ze zegt en zingt het zó mooi, daar doen alle extra woorden afbreuk aan. Luister maar en lees mee:
Lente
Als ze ‘s middag thuiskomt in de druilerige regen
en ze laat d’r fiets gewoon maar vallen in de heg.
Ze smijt haar boeken in een hoek, en schopt ertegen
dan weet ik al genoeg maar ik kijk wel uit met wat ik zeg.
Hij heeft het uitgemaakt
Ik heb het aan zien komen
O, de eerste keer doet dat verschrikkelijk veel pijn!
Midden in de winter notabene, nu alle kleuren zijn verdwenen
nu de zon maar niet wil schijnen en het eeuwig donker lijkt.
Als ik het kon schoof ik de hemel voor je open.
Ik floot het fluitekruid zo uit de natte klei.
Ik haalde de kou uit de lucht,
ik joeg de winter op de vlucht,
ik zette een koe in de wei en inene was het mei
en je verdriet was dan vergeten
en voorbij.
Als ik later thee wil komen brengen op d’r kamer,
roept ze door de deur ‘Ik hoef niks, laat me nou met rust!’
Wat vroeger met een pleister en een kus of een snoepje was verholpen
daar helpt nu geen lieve moeder meer
Dat is voorlopig niet gesust
Als het ik het kon blies ik die grijze zooi aan flarden.
Ik haalde vogels uit het zuiden voor je terug.
Ik pleurde een ei in een nest en ik zei ‘Kom op je doet je best maar,
we moeten lente hebben en een beetje vlug!’
Na elke winter is er altijd weer een lente,
het is in de eeuwigheid nog nooit anders gegaan.
De eerste merel die fluit, de eerste knoppen schieten uit.
En ook al geloof je me niet,
opeens verdwijnt je verdriet.
Het is in de eeuwigheid nog nooit anders gegaan.
D’r komen zoveel nieuwe lentes,
zoveel nieuwe zomers ,
en zoveel nieuwe liefdes voor je aan.
Brigitte Kaandorp, uit de show Zó
‘Mag ik jullie iets
vragen?’ staat de buurvrouw van twee huizen verderop met
een rood hoofd aan de deur. ‘Ik heb spontaan een weekendje
weg georganiseerd maar ik ben even helemaal vergeten oppas te
regelen voor de poes en het konijn. Zijn jullie thuis en zou je
ze eten willen geven?’ Heerlijk herkenbaar, natuurlijk doen
we dat graag, geen enkel probleem. Ik zie de buurvrouw zelden, we
drinken geen koffie bij elkaar, maar met zulke praktische zaken
helpen we elkaar regelmatig uit de brand. Dat is waar ook, ik
moet nog regelen wie er morgen de oudste ophaalt van dansen. Want
het is leuk om een intensief dansende dochter te hebben, maar je
rijdt je suf en het komt logistiek niet altijd handig uit.
Gelukkig zijn er nog een paar meiden in de buurt die heen en weer
gaan en er is altijd wel een ouder die nog een plaatsje over
heeft in de auto. Op de nieuwe school van de meisjes bood
trouwens laatst een ouder spontaan aan om de jongste op vrijdag
mee te nemen en bij hen te laten overbruggen zodat ik niet om 12u
én om 14.45u op school hoef te staan om een kind op te halen.
Superfijn, dat maakt de dagindeling een stuk aangenamer. Nog
fijner als straks ons huis verkocht is en we hopelijk weer om de
hoek van school kunnen gaan wonen. Zijn de meiden minder
afhankelijk van ons en hebben wij onze handen ook weer wat meer
vrij.
De ellende van verhuizen is wel dat je weer opnieuw kunt beginnen met het opbouwen van zo’n praktisch dagelijks vangnet. En die handige tieneroppasmeisjes uit de buurt, daar heb je ook niks meer aan als je tien kilometer verderop woont. Het lijkt een afstandje van niks, maar voor zulke klusjes is het een cruciaal breekpunt. Sinds we kinderen hebben ben ik beter een goede buur dan een verre vriend pas echt gaan begrijpen. Het is de smeerolie van de dagelijkse gezinslogistiek om dichtbij een beroep te kunnen doen op de hand- en spandiensten van anderen. De ene keer gaat het om een ei te weinig terwijl ik heb beloofd pannenkoeken te bakken, de andere keer heb ik even een achterwacht voor de kinderen nodig, soms kan een auto lenen enorme verlichting bieden of is het een geruststellend idee dat de buren de poezen in de gaten houden als we op vakantie zijn.
Ik bied het mijn nieuwe buren straks standaard aan, maar het is afwachten of ze het aandurven. En wederzijdsheid is eigenlijk wel een voorwaarde om er zelf ook gebruik van te kunnen maken. Misschien is dat nog wel het spannendste van het verhuizen; wie worden de buren? Goeie tip voor Funda; burendiensten beschikbaar ja/nee. Want als er geen kip is die even een oogje in het zeil wil houden is het niet de wipkip die de buurt kindvriendelijk maakt.
‘Ma-ham, luister
je wel?’ klinkt het doordringend naast me. ‘Jazeker,
ik hoor je luid en duidelijk’ zeg ik monter terwijl ik ons
met de auto door het drukke spitsverkeer loods. ‘Nou dus
toen zei Marieke...’ Naast me babbelt dochter Estelle van
acht over de gebruikelijke schoolpleinperikelen. Met een half oor
hoor ik het aan, ondertussen kijk ik in gedachten de keukenkast
door en broed op het gesprek dat ik vanochtend met een stel
ouders voerde. Multitasken is een tweede natuur geworden. Oeps,
bijna een fietser over het hoofd gezien, even de aandacht erbij
houden. ‘Dat is toch niet normaal?!’ klinkt er
verontwaardigd naast me. Vragend kijkt ze me aan, of ik daar mijn
gefundeerde mening maar even over wil geven. ‘Tja, dat
hangt er vanaf’ probeer ik laf. Maar ik val genadeloos door
de mand ‘je hebt helemaal niet zitten luisteren hè, nou ik
zal je nog ’s wat vertellen’. Boos keert ze zich van
me af. Ze heeft natuurlijk wel een beetje gelijk.
Bij de thee probeer ik het goed te maken. ‘Wat was er nou precies gebeurd met Marieke?’ Ze heeft weinig aansporing nodig om het verhaal opnieuw te vertellen, het zit haar blijkbaar hoog. Ik dwaal al snel af. Het is alsof ik mijn eigen worsteling als kind terughoor. Lastig hoor als je behept bent met een groot rechtvaardigheidsgevoel, ik zou niet weten hoe ik mijn kind daarin goede raad kan geven. En Estelle is zelf trouwens ook een pittige tante dus laten we haar eigen aandeel in het geruzie niet onderschatten, denk ik nog als ‘Dat is toch niet normaal?!’ het einde van haar verhaal aankondigt. ‘Tja, of het normaal is of niet, dat is moeilijk te zeggen, ik was er natuurlijk niet bij.’ Boos loopt ze weg. ‘Daar gaat het toch helemaal niet over!’ roept ze terwijl ze de trap op stampt.
Als ik haar ’s avonds instop ga ik nog even bij haar liggen. Zwijgend hou ik haar in mijn armen als ze zachtjes begint te huilen. Zwijgend hoor ik haar aan als ze vertelt hoe ze haar oude vriendinnen mist op haar nieuwe school. En ik snap dat ze daar boos en opstandig van wordt, al kan ik daar verder niks aan doen. Behalve luisteren, écht luisteren en haar laten voelen dat ze er mag zijn. Ik ben blij dat ze zo dapper was om mij tot drie keer toe die kans te geven.
Moeder Belt door Kees Torn, schoolvoorbeeld niet-luisteren
‘Kijk eens wat ik voor je
heb meegebracht’ zeg ik enthousiast als ik terugkom uit de
stad. Verwachtingsvol graait dochter Estelle in mijn tas.
‘Oh, is dat alles, wat moet ik daar nou mee?’ ze
draait zich om en druipt teleurgesteld af. ‘Dat is toch
handig, een map om al je muziekspullen in te doen? Ik dacht, dan
heb je tenminste alles bij elkaar. Ik dacht dat je dat fijn zou
vinden.’ ‘Heb ik dat gezegd dan?’ ‘Nee,
maar ik zag je zo hannesen met al die losse papieren dus toen
dacht ik...’ ‘Ja, toen dacht je dat ik dat handig zou
vinden, maar dat vind ik dus niet’ zegt ze. ‘Jammer
van het geld’ voegt ze er droog aan toe.
Wat een ondankbaar wicht! En nog bijdehand doen ook. Denk je haar te helpen, overwéégt ze er niet eens gebruik van te maken. Ik loop me hier het vuur uit de sloffen om het iedereen naar de zin te maken, overal aan te denken, problemen op te lossen vóórdat ze zichtbaar worden en mevrouw haalt haar schouders op zonder enige vorm van waardering. Dit is toch eigenlijk te gek voor woorden. Mijn moeder zou me genadeloos mijn plek hebben gewezen. Ik open mijn mond om haar een standje te geven...
Net op het nippertje slik ik mijn boze woorden in. Eigenlijk heeft ze wel een punt,namelijk. Immers, als ik ga denken aan wat zij denkt, omdat ik denk dat ik beter voor haar kan denken omdat ze zelf nooit ergens aan denkt, ze denkt ook nooit aan mij, denk ik, dan kan je lang blijven denken. En je boos maken omdat het niet gewaardeerd wordt kost ook nog eens veel energie. Dat doen we dus anders.
Iemand nog een map nodig?
Vroeger kwam ik veel over de
vloer bij wat in mijn ogen Het Ideale Gezin was. Een zoete inval,
warme moeder, hecht en toch elkaars ruimte respecterend, aan
tafel ging het over politiek & cultuur, feesten tot in de
kleine uurtjes maar ook lome zwijgzame zondagmiddagen met een
boek en een pot thee in de bloemige tuin. Toen de kinderen
twintigers werden kregen de zussen ruzie omdat ze elkaars partner
niet zagen zitten. De vader nam het op voor de oudste. De jongste
ontplofte, zei dat ze vroeger al nooit gezien werd zoals ze was
en geen voet meer over de drempel zou zetten. Met terugwerkende
kracht viel de idylle van het gelukkige gezin in duigen.
In mijn spreekkamer zijn de ellendige familieverhalen eerder regel dan uitzondering. Ook daarbuiten valt het me op dat elke volwassene wel een barst in zijn familiegeschiedenis heeft. De irritant dominante moeder, het eeuwig jaloerse zusje, de verstoten oom, de tijdslurpende hobby van vader, het openlijke geheim dat opa zijn weekgeld opzoop of de getraumatiseerde tante die bij voorkeur ’s nachts een beroep op hulp deed. Zelden wordt erover verteld met een glimlach om de mond. Vrijwel altijd zijn het splijtzwammen die het hechte gezin van weleer uiteen doen rijten. Wegens familieomstandigheden uit elkaar gevallen. Soms met leukoplast provisorisch gerestaureerd. Als niemand er aan peutert blijft het nog jaren bijeen.
Wat is het geheim van het lang houdbare gezin? Is alle moeite die ik doe voor mijn meiden uiteindelijk parels voor de zwijnen? Strikt genomen weet ik immers niet waar ze me later mee om de oren zullen slaan dus is het maar de vraag of het allemaal de moeite waard is. Ik doe mijn best maar als ik om me heen kijk is het op de lange termijn zelden genoeg. Passen bloedbanden en familietrouw niet langer bij onze compacte kerngezinnen? Of is het idee van kinderen grootbrengen dat je uiteindelijk het concept gezin loslaat en kijkt of er iets ander voor in de plaats kan komen? Op vrijwillige basis.
Misschien is het wel ritueel gemopper? Om het zoeken naar een eigen plek te rechtvaardigen. Is het gesteggel sinds mensenheugenis dat nu zoveel aandacht krijgt omdat we nog maar een paar decennia zelf verantwoordelijk zijn voor ons geluk. Wie het weet mag het zeggen.
Voorzichtig trek ik mijn kleren
aan, het gaat langzaam maar dat geeft niet. Ik ben eigenlijk
alweer te moe tegen de tijd dat ik aangekleed ben. Dat hakt erin,
zo’n venijnige buikgriep. Maar ik wil nu eindelijk wel weer
eens beneden zijn, desnoods ga ik na het eten meteen weer terug
naar bed. Mijn maag knaagt, zin in eten, dat is lang geleden.
Voetje voor voetje scharrel ik twee trappen naar beneden. 'Hé
mama, je bent weer beter!' roepen de kinderen verheugd. Ik krijg
een dikke knuffel, mijn man ziet het glimlachend aan. Hij
weet dat ik nog wel een paar dagen nodig heb om weer op krachten
te komen. We kunnen meteen aan tafel, alles staat al klaar, wat
een heerlijke luxe.
'Hebben de poezen al eten?' 'Hoho, eerst hartig dan zoet.' 'Hè nou liggen die brieven hier nog op tafel, waarom zijn die niet op de post?' 'Hebben jullie er wel aan gedacht om te oefenen voor muziekles?' 'Kan het ietsje zachter, wat een kabaal maken jullie zeg.' 'Kom op, aan tafel blijven zitten! Je bent al acht, dat weet je onderhand toch wel?' Al snel is er niets meer over van de aangename opwinding om weer samen aan tafel te zitten. Er is zoveel te corrigeren dat het me gewoon niet lukt om mijn mond te houden en bovendien lijkt het de hoogste tijd om weer 's wat orde op zaken te stellen. Ik kan blijkbaar niet eens een paar dagen fatsoenlijk ziek zijn. Pff, ik weet niet of ik die verantwoordelijkheid nu al meteen weer aan kan. Ik ben bekaf. Mismoedig druip ik af en kruip mijn warme veilige bed weer in. Het ligt een stuk minder lekker. Nu voel ik me niet alleen fysiek ellendig maar ben ik ook nog boos omdat ik beneden zo aan het mopperen was.
Na een tijdje kruipt het schaamrood me over de kaken. Mijn lief heeft zo hard gewerkt om alle ballen deze week in de lucht te houden. Had ik nou niet heel eventjes mijn grote mond kunnen houden? Wat is dat toch wat het zo moeilijk maakt om in te voegen als je er even uit geweest bent?. Blij zijn om de kinderen weer te zien, verlangen naar gezellig samenzijn maar zo weinig verdraagzaam voor alle gewone gedoe. Misschien is het de confrontatie met de onoverzienbare opvoedberg als ik even 'vrijaf' heb gehad. Of is het het gebrek aan routine dat me onmiddellijk opbreekt als ik er plompverloren instap? En omdat ik me niet fit voel ontbreekt het me bovendien aan moed om mijn irritatie daarover te ondrukken. Met als gevolg extra hommeles. Dom, dom, dom voortaan ga ik de héle invoegstrook gebruiken in plaats van meteen BAF ertussen en vol gas mee te gaan rijden. Ook een goede tip trouwens als je terugkeert uit de file en aan tafel schuift na een lange werkdag ;-)
Beeld: Ankie Stoeten
'Maar zo wil ik het niet. Ik
had het me anders voorgesteld!' Huilend zit ze tegenover me. Met
moeite slik ik mijn eigen tranen weg, want o wat is dat
herkenbaar. Deze moeder wil helemaal niks geks. Ze wil spelletjes
doen, kletsen, knutselen, kneuteren en het samen gezellig maken
op een vrije dag. Maar telkens weer draait het uit op ruzie, op
gedoe, wil de een niet wat de ander wil en voor ze het weet is ze
aan het schipperen en politie-agent spelen en is de knusheid ver
te zoeken. Toen ik haar vroeg hoe ze haar verlangen naar
gezelligheid op een andere manier vorm kon geven brak ik haar
laatste strohalm. Weg is de hoop dat ik haar tips ga geven hoe ze
de kinderen gezellig samen kan laten spelen. Haar gezicht
is één groot vraagteken want ze kan het zich niet anders
voorstellen. 'Hoe zou het bijvoorbeeld zijn als je man iets met
Jikke gaat doen en jij met de meiden? Of andersom.' En dan wordt
haar plots duidelijk met welke verwachtingen ze leeft.
'Misschien werkt het niet op die manier in jouw gezin?' 'Maar dat wil ik niet. Ik wil niet dat het zo is.' Dat begrijp ik, dat ze dat niet wil. Maar de situatie is zoals die is. Hoe lang blijf je vechten om aan het ideaalplaatje te voldoen? Hoeveel energie kost het om telkens weer het onhaalbare na te streven? Het is gemakkelijker gezegd dan gedaan dat je je verwachtingen moet bijstellen. Zolang het voelt als capituleren gaat dat niet lukken. 'En als het niet gaat zoals jij had gehoopt, word je dan boos?' 'Ja natuurlijk. Want ik doe mijn best om het gezellig te maken en binnen tien minuten hebben we alweer ruzie en dan moeten we nog de hele dag.' 'Gij zult gezellig doen!' bas ik met zware stem. Door haar tranen heen schiet ze in de lach. We hebben een ingang.
"Geen normaal gesprek mogelijk
met je kind? Zit je met je handen in het haar? Altijd ruzie in
huis? Het kan ook anders. Lees dit boek, volg het 5-stappenplan
dat de auteurs in de praktijk hebben getest en je haalt de zon
weer in huis. Opvoeden was nog nooit zo eenvoudig." Wat heerlijk,
denk ik als ik het artikel in het gerenommeerde opvoedblad lees,
een boek dat als een gebruiksaanwijzing de weg wijst. Dat de
oplossing is voor alle geruzie waar ik dagelijks mee worstel. Wat
bijzonder dat er mensen zijn die universeel werkende mechanismen
weten uit te denken die op elk kind en op elke ouder toepasbaar
zijn.
Eerder hebben Gordon, Positief Opvoeden, Popov, Geweldloze communicatie, Nanny Frost, Natuurlijk ouderschap, How2Talk2Kids, RET voor ouders en zelfs managementgoeroe Steven Covey met zijn De zeven eigenschappen voor effectieve families het wiel al uitgevonden. Bij het consultatiebureau kun je de cursus met de bemoedigende titel Opvoeden: zo! volgen. Allemaal presenteren ze hun methode als dé manier die werkt. Eeerlijk is eerlijk, allemaal hebben ze wel iets. Maar maken ze de gouden bergen die ze beloven waar? Of ben ik een domme falende ouder als die ultieme methode bij mij niet blijkt te werken?
Het doet me denken aan de dieetgoeroes die hele bevolkingsgroepen in hun greep hebben. Maar het enige dat echt werkt is je bewust worden van wat je eet. Bereid zijn te kijken naar je gedrag en oefenen totdat je een ons weegt om te luisteren naar de signalen die je lijf afgeeft. Soms kunnen diëten je een stukje op weg helpen. Maar zoals de consumentenbond al aangeeft, let op:
Uitvoerbaarheid: sommige diëten zijn leuk verzonnen, maar praktisch/sociaal onuitvoerbaar.
Balans: diverse diëten zorgen voor een onevenwichtig of slecht eetpatroon. Ongezond!
Volhouden: strenge en eentonige diëten kunnen effectief zijn, maar erg lastig vol te houden.
Waar leren ouders dat leren opvoeden begint bij zorgvuldig kijken en luisteren naar ieders aandeel? Al doende zoeken naar wat bij jou en bij je kind past? Er is geen recept voor dé goede aanpak, laat staan dat er één methode is die altijd en voor iedereen werkt. Het zou een hoop teleurgestelde mensen voorkomen als we bereid zijn om dat onder ogen te zien.
De dag is amper twintig minuten
oud of de dames vechten elkaar al de tent uit. Ondertussen smeer
ik onverstoorbaar de boterhammen voor de broodtrommels, ik kan
dat ’s ochtends vroeg helemaal niet aan met mijn
ochtendhumeur. Dus. Als het gekissebis niet ophoudt zoek ik mijn
heil in een andere maatregel dan negeren: “Als je niks
aardigs tegen elkaar kunt zeggen, dan zeg je maar niks. Vanaf nu
wil ik dat het stil is en je doet alleen je mond open om er een
boterham in te stoppen.” Ik doe mijn best niet boos te
klinken, dan zou ik immers mijn eigen glazen ingooien. En zowaar,
het werkt. Het is een paar minuten stil en daarna is het
ontbijtklimaat een stuk vriendelijker. Hoe vaak heb ik deze zin
al uitgesproken om vervolgens een tijdlang te scheidsrechteren
over wat wel/niet aardig (bedoeld) was? Hoe vaak heb ik me
afgevraagd of het überhaupt haalbare kaart was om twee van die
haaibaaien op te voeden tot vriendelijke jongedames? Oefening
baart kunst, dat blijkt maar weer.
Wat zou het heerlijk zijn als je als ouder alles maar één keer hoefde te zeggen en dat het dan meteen werkte. Dát zou een hoop tijd en ergernis schelen. Maar zo gaat het nooit. Helaas is het kenmerk van levend materiaal dat het al doende leert. Het spreekwoord mag dan luiden dat een ezel zich niet twee keer aan dezelfde steen stoot: voor het omvormen van een gewoonte staat een week of zes voordat het een beetje vanzelf gaat. Probeer maar eens hoe het is om te wennen aan het anders doen van iets eenvoudigs, bijvoorbeeld tandenpoetsen met links. Het aanleren van nieuwe gewoontes kost minstens zoveel tijd, bij kinderen al gauw een jaar of zeven lijkt het wel.
Dat doet me denken aan de wanhoop tijdens rijles toen bepaalde handelingen maar niet wilden inslijten terwijl de instructeur al zo vaak had gezegd dat... Maar dat is het ‘m, zeggen en doen is twee. Dus herhalen, herhalen, herhalen is wat we moeten doen om onze kinderen iets bij te brengen. Niet versagen, hou vol!
Mijn
hele jeugd heb ik doorgebracht in het geboortehuis van mijn
vader. Honkvast op één plek. Af en toe een verbouwing, een nieuw
behangetje, een ander paadje door de tuin en ik wisselde
natuurlijk regelmatig met mijn broer en zus van kamer maar nooit
reed de verhuiswagen voor onze deur. Mijn eerste jaar op kamers
verhuisde ik prompt drie keer. Toen ik afstudeerde kocht ik mijn
eerste huisje en inmiddels ben ik alweer vier huizen verder. Ik
vind dat leuk huizen kijken, en kopen (al hou ik minder van het
verhuizen zelf, dat is een lastige combinatie geef ik toe). Sinds
kort kriebelt het weer. De ingestorte huizenmarkt ten spijt surf
ik verlekkerd over Funda en pas het ene na het andere huis. We
wonen hier ook al bijna zes jaar. Een
eeuwigheid.
"Wat doe jij daar mam?" Ik schrik me een hoedje, helemaal niet
gezien dat er een kind achter me is komen staan. "We gaan toch
zeker niet verhuizen hè?!" zegt ze verontwaardigd. De oudste
heeft de laatste verhuizing, ze was toen vier, verschrikkelijk
gevonden. Maanden, of eigenlijk wel twee jaar ook al klinkt dat
onwaarschijnlijk lang, heeft ze er over gedaan om zich thuis te
gaan voelen. Ze miste haar vriendjes, de glijbaan voor het huis,
haar loopje naar de buren, de routines in het oude huis - alles.
Dat haar school nu om de hoek is, in plaats van een kwartier in
de auto, was een onbeduidend detail voor haar
sehnsuchtig gemoed. 'Eh, nee. Ik kijk alleen maar wat
rond', zeg ik snel. Iets te snel, want ze kijkt me argwanend aan.
Zal ik haar zeggen dat we hier niet blijven wonen tot ze uit huis
gaat (wat ik haar plechtig heb moeten beloven zes jaar geleden),
dat we niet nu maar wel ooit gaan verhuizen? Of lieg ik voor haar
bestwil en mijn vrede dat ik mijn belofte gestand zal doen?
Mijn hoofd ploft soms van de plannen en de wensen en wat is er
lekkerder dan 's even leeglopen? Maar: Ik ben groot, ik kan de
gevolgen overzien. Ik overzie tijdspannes van meerdere jaren. Ik
snap dat drempels er zijn om overwonnen te worden. Ik weet hoe en
waarom ik geld spaar en durf het ook weer uit te geven als dat
nodig is. Maar zij, al is ze bijna tien, wat kan zij met
'misschien' en 'mits' en 'eventueel'? Wat moet ze zolang ze zelf
niet aan het roer kan staan? Ik weet het wel, al vind ik het niet
leuk. Dit is het soort geheim dat ik als ouder moedig zelf moet
dragen. Totdat alles helder is. Dan is het nog spannend genoeg.
't Lijkt wel een beetje op Sinterklaas vieren. Oefenen in
geheimhouden, ook al plof je van de voorpret. Zelfs als je
onzeker bent of je surprise goed gaat vallen. Juist dan.
'Mama, jij had
toch een eigen school waar je kinderen leerde naaien?' "Jazeker en
ik had ook wat meisjes die ik opleidde tot naailerares. Dat was erg
leuk om te doen." 'Maar mam, waarom ben je daar dan mee gestopt?'
Ik weet nog precies waar ik stond ik het mijn moeder vroeg. Ik was
een jaar of veertien en ik begreep er niks van. Hoe kon je zoiets
nou opgeven? Een zelf opgebouwde school, een eigen bedrijf. 'Tja,
daar dacht ik eigenlijk niet over na. Dat deed je gewoon als je
trouwde.' Ik vond het onbegrijpelijk en ontzettend ongeëmancipeerd.
Echt belachelijk. Later vertelde mijn schoonmoeder dat ze als
schooljuffrouw werd ontslagen toen ze trouwde. Normale gang van
zaken in de jaren zestig. Totaal achterhaald beleid.
Toch?Tien jaar later ga ik na mijn studie werken en ben reuze druk. Ik werk in de televisiewereld en daar is het gebruikelijk om alles wat je een week van tevoren hebt geregeld voor een uitzending, de dag voor de opnames overhoop te gooien. Zodat je dan met zijn allen in een gezamenlijke megaflow kunt stressen om alsnog drie nieuwe gasten, een olifantenkoppel en een roze helicopter te produceren voor een item van drie minuten. Daarnaast hang ik dagelijks in de kroeg om met vrienden bij te kletsen, zie elke nieuwe film, volg cursussen her en der, ga ik op reis (dat is iets heel anders dan een vakantie), knap mijn eerste zelfgekochte huisje op en onderzoek uitgebreid welke liefde bij mijn leven hoort. Helemaal naar de tijdgeest krijg ik mijn eerste kind op mijn drieëndertigste. Ik ga één dag minder werken en de rest blijft zo ongeveer staan. En weet je wat nou zo gek is? Dat past helemaal niet.
De AVRO maakt een TV-avond over dertigersdilemma's en in het persbericht staat dat het de dertigers van nu zo zwaar valt om kinderen te hebben. Nienke Wijnants promoveerde aan de UvA met een onderzoek waaruit blijkt dat ruim veertig procent van de dertigers vindt dat kinderen hun carrière in de weg staat, de helft ervaart kinderen als belemmering voor zijn/haar relatie en zo'n dertig procent heeft zorgen of het financieel wel haalbaar is om kinderen te krijgen. De klaagzang gaat nog even door (het is ook maar net welke vragen je in zo'n onderzoek stelt natuurlijk):
50% ziet zijn vrienden te weinig en komt niet toe aan ontspanning en uitgaan
60% komt niet toe aan regelmatig schoonmaken
40% heeft te weinig sex
Dat allemaal samen zorgt er voor dat een kwart zijn lier een tijdje in de wilgen hangt en tijdelijk stopt met werken. Nog eens 25% denkt over een andere baan omdat ze het gevoel hebben gemangeld te worden tussen werk en privé.
En-en-en maakt dat je alles maar half kunt doen. En dat is weinig bevredigend. Daar had mijn moeder dan weer helemaal geen last van toen zij dertig was. Ze had dan weliswaar schrikbarend weinig te kiezen maar ik kan daar wel iets van leren. Misschien is het helemaal niet zo'n achterlijk idee om het leven serieel in te richten, in plaats van de parallelle manier waarop we nu geacht worden het leven te leven. Moet ik alleen nog even leren prioriteiten stellen.
Na lang
heen en weer gepraat zijn we er uit, we gaan samen in zee.
Spannend, een hele nieuwe klus op een voor mij onbekend terrein. Ik
denk wel dat ik het kan maar ik heb het nog nooit eerder gedaan.
Voor de ander is ook nieuw dus het wordt samen pionieren. Of ik nog
wel even een offerte wil maken? Ja natuurlijk, dat hoort er ook
bij. Hoe schat ik in hoeveel tijd het me gaat kosten? Of moet ik
aan de andere kant beginnen; hoeveel uur heb ik nog over om erin te
steken? Maar kom ik daar dan mee uit? Zou het mogelijk zijn om het
on the fly bij te stellen of zit ik vast aan de geraamde
uren? Misschien kost het in het begin meer tijd en later minder. Of
andersom? Als ik dat over het hele project uitmiddel zit ik het ene
moment te krap in mijn tijd en dan weer te ruim. Misschien is het
seizoen ook nog wel van invloed? Ik onderzoek maar wat
variabelen...Op alle timemanagmentcursussen en bij elke startersbijeenkomst voor beginnende ondernemers wordt het belang van een reële tijdinschatting erin gehamerd. En hou daarbij ook rekening met de zogenaamde indicrecte niet declarable uren. Zorg bovendien voor afwisseling want eenzijdigheid leidt tot minder productiviteit. Waarvan akte. Nu over naar de werkvloer van ouders. Hoe schatten zij in hun tijd te verdelen? "We zien wel, dat kunnen we nu toch nog niet weten?", zeggen de meeste ouders in spé als ze de klus net binnen hebben gehaald en een vermoeden van de startdatum hebben. Ze gaan gewoon allebei - al dan niet tijdelijk - een dag minder werken en dan moet het lukken, toch?
Hoe zou je een urenofferte voor je gezin kunnen maken? De meeste mensen starten een gezin met een compagnon, dat maakt de taakverdeling eenvoudiger maar het vergt wel enige afstemming.
* Ik werk x uur,
* ik heb y tijd nodig voor ontspanning,
* met/zonder werkster kost het huishouden me z,
* familie en vrienden zie ik graag eens in de zoveel tijd
* dan hou ik --- over om voor de kinderen te zorgen.
De partner doet dezelfde rekensom en dan maar kijken of het past. Als het niet past weeg je af hoeveel externe hulp je inschakelt en of dat past bij jou, de kinderen, jullie portomonnee en je idealen. Dat kan overigens anders uitpakken na verloop van tijd. Dan is het tijd om opnieuw te wikken en wegen hoe je de balans in evenwicht krijgt.
Te ingewikkeld? Je kunt ook aan de andere kant beginnen; kinderen zijn er 7 dagen in de week, 24 uur per dag. Als je dat deelt door 2 - of een ander getal naar draagkracht - blijft over wat elke ouder te besteden heeft aan andere zaken en moet je het samen eens worden in hoeveel uren er hoeveel geld verdiend moet worden. Te zakelijk? Als je aan een nieuwe baan begint schat je in of je de klus kan klaren met de uren die je ervoor krijgt en of het loon in verhouding staat tot de gevraagde verantwoordelijkheid. Het scheelt frustratie en ergernis als je verwachting overeenkomt met de werkelijkheid. Je voldoening is bovendien groter en de kwaliteit van je werk is hoger als uren, werk en beloning met elkaar in evenwicht zijn. Zou dat thuis echt anders zijn?
"Ze is 's
ochtends nog niet met tien stokken uit bed te krijgen. Niet dat ik
een stok gebruik hoor maar bij wijze van spreken. Of ik haar nu
vijf keer of tien keer roep, het maakt niet uit. Pas op de laatste
nipper staat ze op. En ja, dan is het haast-haast en een hoop
gemopper. Van haar, van mij - nou lekker begin van de dag, ook
goedemorgen." Haar ogen spuwen vuur, haar mond vertrokken tot een
dunne streep. De goedmoedige moeder die bij me binnenstapte is
nauwelijks herkenbaar. "Echt, ik heb alles al geprobeerd, maar niks
werkt." Inmiddels is de toon verongelijkt, alsof haar zevenjarige
dochter haar groot onrecht aandoet. Dan valt ze stil. Ze leunt
verslagen achterover. Zeg jij het maar, spreekt haar lichaamstaal.
Dat is altijd een moeilijk moment bij de gesprekken die ik voer. De
trukendoos is zó opengetrokken maar het is zelden de oplossing van
het probleem waar de ouder mee worstelt.Hoe gaat het als vader het doet? (hetzelfde) Hoeveel tijd is er 's ochtends? (genoeg) Komen de andere kinderen wél gemakkelijk uit bed? (geen probleem) Hoe gaat het op school? (goed) Wanneer gaat het wel goed? (nooit, of eigenlijk alleen in het weekend) Hé, een aanknopingspunt. 'Wat maakt dat het in het weekend wel goed gaat?' "Ja nogal wiedes, dan mag ze zelf bepalen wanneer ze opstaat." Als vanzelf rolt het eruit. 'Heeft ze dat vaker, dat ze graag haar eigen tempo bepaalt?' "Je bedoelt...", de automatische antwoordpiloot stokt en het is ontroerend om te zien hoe de moeder een handvat vindt waar ze mee uit de voeten kan.
'Ik heb nog één vraag', zeg ik haar als ze een plan van aanpak geformuleerd heeft. ‘Wat maakt je zo boos in deze situatie?', geen fijne vraag als je denkt dat je klaar bent, ik weet het, maar de buitenproportionele woede aan het begin van het gesprek houdt me nog bezig. Gegeneerd kijkt ze me aan. "Mijn coach op het werk vroeg me dat laatst ook al. Blijkbaar een thema. Je komt jezelf ook overal weer tegen hè?"
plaatje: Sebastiaan van Doninck
"Volgens mij krijgt
de poes jongen." Mijn man gelooft er niks van 'ze is toch aan de
pil, dat gaat heus wel goed.' Maar ik heb mijn twijfels, ze is zo
dichtbij-ig, ze ligt steeds languit en volslagen voor pampus op de
bank en bovendien voel ik haar tepels plotseling terwijl me die
nooit eerder waren opgevallen. Als twee weken later de dierenarts
mijn vermoeden bevestigt barst de plaatsvervangende nesteldrang bij
mij in alle hevigheid los. Ik lees poezenboeken, denk over
nestkisten en loop met poezenogen door het huis op zoek naar een
geschikt plekje om te bevallen. Ook al is het nog lang niet zo ver,
echt ver weg is het niet want poezen - zo hoorden we tot onze grote
schrik - dragen maar negen weken.Als manlief een doos prepareert die uit de supermarkt is meegekomen scheld ik hem de huid vol; 'die is niet goed, ik had toch gezegd dat het een bananendoos moest zijn?!' De heftigheid waarmee ik reageer verbaast me, maar het komt van diep. Verdorie, er is toch iemand die voor onze Mobje moet opkomen. Ze is ook nog zo jong, amper 15 maanden, het is toch geen leeftijd voor een moeder. Zou ze wel weten wat er aan de hand is, zou ze straks wel snappen wat er van haar verwacht wordt?
Het is een wonderlijk soort verantwoordelijkheidgevoel dat me bevangt. Tegelijkertijd is het overduidelijk dat poeslief voor het kroost gaat zorgen. Geen haar op mijn hoofd dat ik dat van haar ga overnemen. Maar ik wil zo graag dat het haar goed gaat, dat ze niets tekort komt, dat het allemaal een beetje soepel gaat. Zou ik dat later als oma precies zo ga ervaren? Ik begin een heel klein beetje te begrijpen welke vreugde en zorgen en er bij het grootouderschap horen. Hoe ik dan met argusogen en een rugzak vol ervaring toekijk hoe mijn dochters zelf het wiel aan het uitvinden zijn. Zou ik dan mijn mond kunnen houden of is het juist goed om de opgedane ervaring te delen?
Routineus vul ik
tijdens het ontbijt de trommels met bruine boterhammen, één met
kaas, en bij wijze van concessie één met chocopasta. Dan nog de
drinkbekers en een stuk fruit en ze kunnen er weer een hele
schooldag tegenaan. Tevreden sorteer ik de stapeltjes uit. Dat
heeft deze moeder weer mooi voor elkaar. "Mama, mag ik een koek
mee?" Pardon, waar komt dat opeens vandaan? "Iedereen heeft altijd
een koek mee en wij nooit. Wij hebben altijd fruit, ik wil ook een
koek mee naar school." Iedereen – altijd, galmt het na in
mijn hoofd. Hebben kinderen op deze leeftijd wel vaker last van,
het is aan mij om dat te relativeren. Aan de andere kant, misschien
ben ik wel te braaf? Grijpen moderne ouders inderdaad een pakje
drinken en een voorverpakte koek uit de lang houdbare voorraad en
is iedereen blij. De stilte duurt al te lang, ik moet nú antwoord
geven. "Nee schat, zo doen wij dat niet."Wat zeg ik nu? Heeft het Balkenende-virus mij te pakken met zijn 'zo zijn onze manieren' of snijdt het hout wat ik zeg? Gister ook al toen we met zijn allen naar de film gingen en mijn oudste zei "há dan gaan we lekker popcorn kopen" want dat had ze laatst met een vriendje ook gedaan. Als vanzelf floepte "nee meis, wij eten niet onder de film" eruit. "Oh ja", zei ze en daarmee was de kous af. Zeven en negen zijn ze nu, die meiden van mij. Ze kleden zichzelf aan, zijn zindelijk geworden, zeggen dankjewel en alsjeblieft, onthouden afspraken en regels (meestal) en zijn vertrouwd met het ritme van de dag, de week, het jaar. Dat is alvast gelukt. De discussies gaan nu over waarom we het doen zoals we het doen. "Iedereen mag Nickolodeon en Jetix kijken", "iedereen gaat pas om negen uur naar bed", "iedereen mag oorbellen", "alle meisjes uit mijn klas zitten op paardrijden" en "iedereen eet elke week patat".
Terug naar "iedereen heeft altijd een koek mee naar school". Waarschijnlijk zijn wij het laatste huishouden op aarde dat geen koeken in huis heeft dus het antwoord is eenvoudig maar daar gaat het Estelle natuurlijk niet om. Ze wil erbij horen, niet afwijken én iets lekkers bovendien. Ik wil haar gezond laten eten, niet buigen voor de groepsdruk en misschien wil ik ook nog wel het goede voorbeeld geven. Maar ik ben de beroerdste niet en mijn meisje begrijpt ook best waarom fruit gezonder is. Elke vrijdag een koek mee is het compromis waar we ons beiden in kunnen vinden. Zo doen wij dat.
'Weet je nog,
daar speelden we altijd mee op Ameland. Wat was het daar leuk hè?'
'Oh jaa', slaakt de jongste een verzaligde zucht, 'en toen zat
ik in zo’n bakje achter de fiets, met mijn poppen en jij had
een aanhangfiets. Dat was echt heel erg leuk.' Ze spelen in
bad met twee onooglijke plastic poppetjes die, in tegenstelling tot
menig verantwoord aangeschaft speelgoed, verbazingwekkend lang
populair blijven. Ameland, dat was toch - hè, dat is alweer vijf
jaar geleden! Maar toen waren de meiden twee en vier, daar kunnen
ze toch helemaal geen herinneringen aan hebben?Het was eigenlijk helemaal niet zo’n leuke vakantie. Het was geen strandweer, Rosa was het steeds snel zat op de aanhangfiets, ze was überhaupt over vanalles en nog wat dwars en onhandelbaar en Estelle sliep nog twee keer per dag en deed dat bovendien alleen in haar eigen bed, dus de uitstapjes werden flink beperkt. Maar het klopt dat die twee poppetjes een grote hit waren. Ze gebruikten ze als poppenkastpoppen achter een muurtje van de nabij gelegen speeltuin, en ze speelden er talloze variaties op Hans en Grietje mee. Die Hans-en-Grietjepoppetjes hebben de afgelopen jaren hun herinnering aan die vakantie blijkbaar levend gehouden, daar hoefde ik niks voor te doen.
Wonderlijk hoe dat werkt. Toen we de eerste keer naar Parijs waren geweest vroeg een vriend aan Estelle (toen vijf jaar) wat ze het mooiste had gevonden. We waren op de Eiffeltoren geweest, in een heel hoog reuzenrad, ze had genoten van de beelden in het Louvre en wat was haar antwoord op die vraag; het ontbijtbuffet in het hotel! Je maakt foto’s, vertelt elkaar verhalen en haalt herinneringen op maar wat er van beklijft is uiteindelijk ongewis.
Nou ja, ongewis. Dat was natuurlijk de eerste verse reactie toen we net terug waren. Ik geloof toch dat het zinvol is om samen te praten over de leuke dingen die je hebt gedaan. De kracht van de herhaling doet op de lange termijn zijn werk. Niet alleen de speciale gelegenheden maar juist ook de alledaagse zaken die goed gelukt zijn. Of het nou broodjes bakken is op zaterdagochtend of zingend door de regen naar school, een voorstelling met een ontroerend einde of een tante met een onuitputtelijke snoeptrommel. Koester die momenten samen. Als de heimweefabriek dan op volle toeren werkt, als de kinderen later oud zijn, komen wellicht de gelukkige herinneringen vanzelf bovendrijven. Hebben ze misschien zelfs, met terugwerkende kracht, een gelukkige jeugd gehad.
'Mama, ik vind dit
niet leuk', een gloeiend hoopje mens ligt tegen me aan te branden.
Mijn oudste dochter is geveld door de griep. In de krant staat dat
er zoveel mensen ziek zijn, dat je van een epidemie kunt spreken.
Als je dat leest is het toch heel anders dan wanneer het zich in je
huis afspeelt. Rosa hangt verlept in de kussens en meer dan
gekreun, gesteun en onnavolgbaar ge-ijl komt er niet uit. Echt ziek
dus. Niet schoolziek of een dagje aanklooien met een extra DVD,
maar de vinger aan de pols houden of de temperatuur niet te ver
oploopt en kijken of er af en toe een slokje in wil
gaan.Ik nestel me met een boek en de koffie op de bank. Diep van binnen welt een enorme geduld in mij op. Ik word volslagen rustig. Er zijn. Dichtbij blijven om het angstige ijlen te dempen, om te laten voelen dat ik er ben als ze me nodig heeft. Moeder zijn is soms zo simpel.
schilderij: Paula Modersohn-Becker Museum
De Volkskrant vraagt Diekstra of de overheid ouders straks gaat voorschrijven hoe ze moeten opvoeden (flauwe vraag) waarop Diekstra antwoordt: 'Als je mensen gaat verplichten, organiseer je weerstand. Dat werkt niet. We willen wel duidelijk maken dat opvoeden niet simpel een kwestie is van intuïtie. Je kunt ook vol goede bedoelingen fouten maken. Ouders die meer begrijpen van de ontwikkeling van hun kind, hebben daar ook een positievere invloed op. Ik hoop op een toekomst waarin alle ouders zich moreel verplicht voelen zich goed voor te bereiden op het ouderschap.' (mooi antwoord)
Zie ook de website www.opvoedingscanon.nl en vul zelf de vragenlijst in als je durft...
"Papa, wil
je met me spelen?", met haar allerliefste stemmetje probeert de
jongste hem te verleiden. Ik zie mijn man kort opkijken om te zien
waar ze mee bezig is. Ze heeft waarschijnlijk een maatje nodig bij
de theevisite van haar poppenharem. Ze kent het antwoord eigenlijk
al, toch probeert ze het. 'Nee lieve schat, met poppen kun je zelf
spelen. Ik ga even door met opruimen. Straks wil ik je wel
voorlezen of samen een kruiswoordraadsel doen?' Ik hoor alleen het
eerste deel van zijn gedecideerde antwoord en woest vlammend kolkt
de woede door mijn aderen. Hij wijst mijn kind af, au, dat doet
pijn. Hoe vaak heb ik niet de taart aangesneden voor de poppen en
eindeloos chirurgje en patiënt gespeeld. Alsof dat míjn grootste
hobby is zeg, ik weet ook wel leukere dingen te doen. 'Blijf
rustig', spreek ik mezelf vermanend toe, 'nu niet op haar afsnellen
om het goed te maken. Dat is ondermijnend voor alles en iedereen. En nee, ook niet
gauw wat drinken en een koekje klaarmaken.'Ik weet dat we het eigenlijk eens zijn, al brengt hij het wat botter dan ik dat zou doen. Allebei hangen we in volle overtuiging de liefdevolle verwaarlozing aan als het over spelen gaat. Spelen is dus iets dat ze zelf of met vriendjes doen. Zodra ze het geleerd hebben natuurlijk. Want van een tweejarige kun je niet verwachten dat hij zichzelf urenlang bezighoudt. Maar een zevenjarige hoeven we dus niet de hele dag te entertainen, die moet - eventueel met wat hulp - zelf haar draai kunnen vinden.
Kinderen zijn nestblijvers. We beschermen en voeden ze jarenlang en ze hebben veel tijd nodig om ons na te bootsen, mee te doen en het zelf te leren. Het is aan ons om ze groot te brengen. Dus nu Rosa negen is gaan we samen gezellig shoppen. Zodat ze en passant leert hoe je dat doet, en dat shoppen geld kost, en dat je je geld maar één keer kunt uitgeven. En later doet ze dat met haar vriendinnen. Voordoen, samendoen, zelf proberen, loslaten. Telkens weer een stukje zelfstandiger. Telkens weer wat meer loslaten. Zodat die nestblijvers op een dag nestvlieders worden. Zoals het hoort, ook al doet het telkens weer een beetje pijn.




