Binnenpark Buitenpark
verhalen , gedichten, duiven, foto's
VKBlog Headerimage

Tulpenboom

maandag 15 maart 2010 23:21

sonnet, arboretum, liefde, gedicht, tulpenboom

Liriodendron

 

In het arboretum leid ik mijn geliefde rond.

Een goed verhaal het wil niet van de grond.

Het gesprek komt uit de lengte of de breedte.

Ze zegt: mijn oom had een hond die Tiras heette

 

Kijk,wijs ik,dit hier staat een tulpenboom.

Ze noemen hem ook wel de magnolia.

Afwezig luistert zij naar mijn geboom.

Gezellig,zegt ze, een hond, en dan 'o ja,

 

Liriodendron'; ze telt lettergrepen

en knabbelt wat aan chocoladerepen.

M'n blonde minnares met haar bruine ogen.

Ze luistert naar me zonder mededogen.

 

Soms spreekt ze wat peinzend als een filosoof

zodat ik toch aan diepgang bij haar woord geloof.

 

iebe iebe iebe das machen wir mit Liebe

zondag 14 maart 2010 16:32

school, klasgenoten, verstrooidheid, gebabbel, reunie, column

Vanmorgen grijp ik aldoor mis. Een bestek- la schuift open als ik koffiefilters zoek. Zonder doel staar ik in de koelkast of probeer een ei te koken zonder water. De kweekschool - klasgenotenreünie in Zelhem gisteren speelt me parten. Mijn gedachtewereld ontspoort; het schiet niet op en er ligt geen blad op de rails. Alles in de keuken is waar het hoort. Maar dat gebabbel met Betty en het verhaal van Gerrit of Jan: ze zetten me steeds op het andere been. En verder: Peter, Ben, Jan, Agnes, Adri, Annelies en Wim ;wat ze zeiden en deden.

Nu op zondagmorgen spookt het in mijn hoofd. Ik vergeet  mijn bloeddrukpillen, en doe teveel zout  op ’t zachtgekookte eitje.

 

Die Betty, het rustige meisje dat op school buiten  mijn blikveld viel, al zo’n 40 jaar hebben we elkaar niet gezien. Ze leeft in de Eiffel en heeft een  mooie Duitse achternaam gekregen. Ze is een spraakwaterval met een Prins Bernhard tongval geworden. Dat klinkt grappig ook als je niet  luistert omdat  je ’t gesprek van Agnes en Gerrit een paar stoelen verder probeert op te vangen.  In Kaisersesch zit ze in de organisatie van de club van Niederländerinnen die haar festiviteiten opsiert met stamppot en rookworst. Kortom het is  gezellig in Zelhem. Koffie, thee, taart, enzovoort, het ontbreekt  aan niets.

 

Aan ’t diner vergast Jan, de saxofonist van de school, ons op zijn verhaal. Van zijn vader mag hij niet de muziek in. Maar ’s avonds speelt hij toch. Als hij laat thuiskomt, kleedt hij zich buiten haast tot op het bot uit, gooit de kleren door het halfopen wc-raampje, gaat zelf naar binnen en steekt zich in pyjama. Wanneer hij z’n kloffie van het toilet haalt, is er een probleem: z’n vader  moet intussen. Hij  gooit Jan ’s kleding weer door ’t  wc-venstertje naar buiten.  De confrontatie bij de wc is bizar. Jan slaapwandelt met  gestrekte armen richting voordeur. Pa trapt erin, opent de deur en raapt de spullen op.

Het is het tweede inklimverhaal dat ik hoor, want Gerrit de voetballer van de klas heeft al in geur en kleur verteld hoe hij dronken na een voetbalfeest via het keukenraam voorzichtig  in huis klautert zonder z’n moeder wakker te schrikken. Maar alle potten en pannen vallen. En in de uiterst intense stilte roept z’n moeder :’ben je daar, jongen! ”

 

En dan is er Wim Hij laat aan tafel een middelgroot zwaluwlucifersdoosje zien. Daarin heeft hij liefdevol met  geduld een kersstalletje gepriegeld. Je moet er maar opkomen: Jozef ,Maria,en ’t Kindeke in een doosje. Het klinkt wat knullig. Dat is ’t allerminst. Wim heeft de grootste miniatuurverzameling kerstallen van Europa, houdt tentoonstellingen, geeft lezingen en is een deskundige op ’t gebied van iconen.

 Iebe, iebe, iebe, das machen wir mit Liebe, zeggen wij bij ons in Duitsland lacht Betty, maar misschien heeft ze het tegen haar linker buurvrouw die net een update heeft gegeven hoe haar schoolcarrière begint in een klas met 48 leerlingen, van wie  de helft Molukse kinderen die struikelend Nederlands proberen te leren.

Bekentenis

donderdag 11 maart 2010 12:35

reunie, gedicht, poëziewedstrijd, oud leerling

 

‘Want wij leven alleen maar in het moment’, deze zin is niet zo maar een willekeurige dichtregel. Het is er een van  mijn oud-leerling Marco.. Al eens eerder heb ik hier over zijn gedichten geschreven.

Deze week wist hij me via de mail  tussen neus en lippen door  te melden dat hij een vette gedichtenprijs in de wacht had weten te slepen. Hij had de Poëziewedstrijd  van de stad Oostende gewonnen. Ik moest maar eens googelen.

 

Het linkje dat ik hem gestuurd  van een site waar ik mijn manuscript; Vanuit de Verste Verte, mijn Ibbeltjefeuilleton te vondeling had gelegd, negeerde hij min of meer. Ik ben dat wel gewend, meestal reageert hij niet op mijn proza. Aan een  lovende opmerking over mijn gedichten wil hij zich nog wel eens wagen, zolang het maar geen sonnetten zijn.

 

Wel stuurde hij me als bijlage en goedmakertje twee van zijn nieuwste gedichten:Bekentenis en Landgoed Den Treek. Beide  geschreven na een schoolreünie waar wij  elkaar  kort  spraken. Hij zag er wat onzeker uit en met een blik van wat gebeurt me hier allemaal. Er was nauwelijks tijd voor alle indrukken. Bovendien was ik omsingeld door ex-leerlingen, vooral nu zeer volwassen meiden die destijds een vaderfiguur in mij vonden. Daar zal ik niet over uitweiden .

 

marco

 

Maar Marco ’s laatste aanwinsten laat ik hieronder graag volgen. Dat het om de reünie ging, wist ik meteen na de eerste met dat imperatieve:’Wacht,word woordloos, lees en omhels me’ ;Ik zag ’t voor me. We  liepen daar immers allemaal met zo’n badge of naamkaartje rond. In ‘Bekentenis’ word ik toch het meest getroffen door die tweede strofe en in ’Landgoed’ door de regels:’hoe zelden onze levens nog zo helder als een vorstdag zijn’ en ‘wat ben je mooi oud aan het worden’ Bovendien ken ik dat Landgoed zo goed. Er wordt me wel eens  goedbedoeld verweten dat ik hier op het weblog in mijn schrijfsels vaak zo nostalgisch en melancholisch ben, maar mijn vroeger pupil Marco Houtschild is er ook een meester in.

©.c.u.

(de foto is gemaakt tijdens mijn afscheid en van oudere datum)

 

 

 

Bekentenis

Wacht, word woordloos, lees en omhels me,

want we bestaan alleen maar in het moment,

is wat ik bij ons weerzien naliet je te zeggen.

 

Na een kwart eeuw nog geen half uur samen

– waar ik twee levens had gewild, wist je me

door je bekoring weer met stomheid te slaan.

 

Met de laffe omweg van de pen durf ik je nu

pas te bekennen dat ik na die vervlogen zoen

heb gezworen niet zonder jou oud te worden.

 

Maar het is gegaan als met elke belofte die ik

mezelf deed en ook alle hazen uit ons oerbos

liepen anders – hoewel ik er nu weer een zie.

 

Landgoed

 

Winter in Den Treek, onze stappen knarpen als weleer,

de lucht is weer hemelsblauw, het biezenland weer wit,

ik heb niet naar je gezocht maar nu heb ik je gevonden.

 

We vertellen hoe we elders onszelf zijn geworden, hoe

zelden onze levens nog zo helder als een vorstdag zijn,

vaak heb ik ons dit pad zien lopen, beken ik, maar toen

was het toch zomer, zeg je, en stond alles rijk in bloei?

 

Ik kijk niet naar waar je wijst, maar tersluiks naar jou –

wat ben je mooi oud aan het worden, wat mis ik je nog,

opnieuw zou ik je willen durven kunnen mogen kussen.

 

 

© Marco Houtschild

 

 

 

Luchtige limerick

dinsdag 9 maart 2010 16:27

limerick, automatische piloot, straaljager, gedicht, gestuntel

 

Ibbeltje ze zat schrijlings op mijn schoot

en wij vlogen op de automatische piloot.

Ze steunde zuchtte en knorde tevreden;

‘wat gebeurt  hier toch allemaal beneden.’

’t Was haar aan te zien dat ze oprecht genoot.

 ©c.u.

 

Ongeveer een jaar geleden schreef ik ‘Straaljager langs de A28, een versje dat  nog  altijd veel hits krijgt. Vooral de laatste dagen. Sommigen op Nujij.nl waren toentertijd wat in hun wiek geschoten. Ze dachten dat het breaking news was maar lazen een vrijblijvend gedicht. Ik kreeg met boze bloggers te maken. Daarom hier maar eens een luchtig vervolg. ‘Zonder vleugels vliegen ‘,  mag je het van mij ook  wel noemen. Wie meer pikante geschiedenissen lezen wil,  kijkt maar in het infoblok hiernaast bij Vanuit de Verste Verte,daar vind je een serie stuntelige liefdesverhalen.

 

Matineus

maandag 8 maart 2010 19:21

deurbel, dromen, column, matineus, duiven, slapen, reclame

Half 5 vanochtend; de deurbel. Niemand te zien .Het sneeuwt,ik zie  ‘t spoor van een lijster en kruip terug onder ’t dekbed, zal  proberen m ’n droomdraad weer op te pikken.  Op zo’n onchristelijke tijd aanbellen. Heb het al eens eerder meegemaakt. Welke mafketel  doet zoiets.  Waar ben ik met mijn halfslaapdroom ook maar weer gebleven…..

Oh ja, met mijn jeugdliefde ben ik postduiven aan het africhten. Dat snap ik niet want C heeft niet veel met duiven. Met mij  een ietsepietsie meer, maar of het tussen ons ooit echt wat wordt, is ook zeer de vraag. We zijn op de fiets, allebei een duivenmandje achterop. We rijden op de Leusderhei. Daar moet je met duiven eigenlijk niet zijn vanwege roofvogels en soldaten die schietoefeningen doen. Het wordt mistig we fietsen in een geelwitte deken met een zon erachter.

‘We kunnen nu geen duiven lossen’, zeg ik,

Dat vindt zij maar suf. En dan zijn daar zomaar vanuit die mist en nevel de reclamemeiden van ING en Eneco met hun kunstogen en praatjes van overstappen, gewoon doen en de laagste rente. Wat moeten die hier op de hei! Van die grieten krijg ik schoon genoeg.  Ondertussen is C met haar fiets en duivenmandje opgelost in de nu laaghangende bewolking .

De Burger Partij Amersfoort, de BPA heeft de kreet; ‘ik zeg gewoon doen ‘als verkiezingsslogan gejat. Niet origineel maar wel effectief. Ik heb er niet op  gestemd, dat zal ze worst zijn want ze worden toch de grootste. Om kort te gaan  zo woel ik in mijn multifunctioneel verstelbaar bed, maar van slapen komt geen barst meer.

 Even na achten belt mijn houdhuishulp  Nouria. Er zijn goedkope tickets voor Marokko  op het internet,die moeten betaald met een creditcard, die heeft ze niet of ik zo’n ding heb en iets regelen kan.  In mijn portemonnee zit een wildgroei aan plastic: rijbewijs, identiteit- kaart, ziekenfonds, bonus, kapper, ANWB, noem maar op, maar een kredietkaart is daar niet bij en ik moet haar teleurstellen.

Om half 9 zit ik aan m’ n ontbijt van twee beschuitjes en een glas water. Het is 8 maart. Buiten vallen nu royaal volwassen sneeuwvlokken.

 

© c.u.

Twiedeliedie

zondag 7 maart 2010 11:51

dromen, twitter, poes, gedachten, column

 

Droomde dat mijn poes Gina door een tijger werd dood gebeten, hap snap weg. Het moet niet gekker worden. Oostenwind, vries helder voorjaar,ik sta voor  het raam mijn gedachten in verdwaalde wolken. Mijn 2e zoon stuurde gister een youtube van de Cats; One- way wind. Dat zal het zijn.

Als Balkenende praat schudt hij steeds dezelfde kaarten, het lachje van Bos staat me niet aan en Femke is een mooie naam. Waar verstop ik de pinpas als ik zwemmen wil! In de Omaklok met het deurtje, dat heeft  wel een link met de Wolf en de 7 geitjes. Wanneer W. zijn haar nu eens heel donker spoelen laat, krijgt hij vast een andere uitstraling.

Sinds kort zit ik op Twitter. Snappen doe ik het  nog niet echt ! Mijn 1e dochter twiedeliet:’Hoera, 3-2, gewonnen!’Maar ze voetbalt niet. Dat is meer het pakkie aan van 1 van m ’n 3 kleinzonen.

Er komen windveren in de lucht, een merel hipt op de schutting, een mus roept twiettwiet. Achter mij  klinkt de stereo.

Ik luister teveel Classic FM. Alle  dagen Mozart stompt af. ‘k Moest maar eens een cd’tje van  dat verwarde fladderige meisje, Wende Snijders draaien of is het spelen . Kan ook een evergreen van die ouwe hippie Kris Kristofferson opzetten:  Sunday mornin’comin’down.

Hoewel dat is ook wat over the top op zo’n stralende ochtend in maart en een cd zet je niet op; je doet hem er in. De poes slaapt half op de verwarming bij de geraniums in de vensterbank. Tijgers in Amersfoort, vergeet het maar.

 

One way wind

Sunday morning

Orion aan het kemphaanpad

vrijdag 5 maart 2010 10:52

mythologie, fotografie, zilverpopulier, sonnet, gedicht, sterrenbeeld orion, foto

Orion

 

 

 

De zilverpopulier

 

Ik vind haar tranen terug bij een rivier.

Het water vloeit er teder langs de kant.

De abelen daar laten mij weten;hier

bereikte haar verdriet het vaste land.

 

de zomer maakte overuren toen

ze mij verliet en ik die straf verzon;

ze kreeg een plek als ster naast Orion

en moest het zonder aardse liefde doen.

 

ik meende zo van haar verlost te zijn

maar fietsend over deze zomerdijk,

verstoort het zilver naast de rivier mijn

 

zorgvuldig goed beveiligd eenzaam rijk.

In alle populieren langs de wegen

Kom ik haar nu eindeloos vaak tegen

 

 

© c.u.

 

© foto:-s90: r.u.  Het sterrenbeeld Orion gefotografeerd vanuit een slaapkamerraam aan het Kemphaanpad in A'foort

 

Wat gegevens die aan de bron liggen van het sonnet

Eridanus is het langste sterrenbeeld en kronkelt zich een weg van Orion naar de zuidelijke sterenhemel. Het is in de loop der jaren met verschillende rivieren, zowel echte als mythische, vereenzelvigd. Het was een van de rivieren die stroomde in de grote rivieroceaan. Oceanus, die het heelal omringde. Voor de Babyloniërs was het de hemelse voorstelling van de Eufraat, een van de twee rivieren in Mesopotamië. Voor de Egyptenaren stelde het de Nijl voor.

De mythische Eridanus-rivier komt voor in de angstaanjagende avondturen van Phaëthon, een van de zonen van de god van het licht, Helius of Helios. Op een dag smeekte hij zijn vader om de zonnewagen te mogen rijden om zijn afkomst van de zon te bewijzen.

Helios stemde uiteindelijk toe en gaf de teugels over. Maar de onstuimige paarden merkten de onervaren handen op en zetten het op een draf. Ze galoppeerden door de ruimte en kwamen gevaarlijk dicht bij de aarde; zo dichtbij dat deze begon te schroeien en de rivieren begonnen uit te drogen. Het heelal liep het gevaar vlam te vatten. Om een volledige ramp te voorkomen, raakt Zeus Phaëthon met een bliksem, waarop deze naar de aarde tuimelt en in de Eridanus stort, waar hij verdrinkt. Zijn zusters, de Heliaden, rouwden om hem en hun tranen veranderden in barnsteen, dat op de oever van de rivier terechtkwam   (uit Wikepedia)

Het gedicht is misschien wat ontoegankelijk, daarom hier deze aanvullende informatie.  In  een andere versie van het verhaal  waren die tranen  de zilveren 'dauwdruppels' van de populieren

De regen valt naar boven

zaterdag 27 februari 2010 13:21

column, kinetic balls, winkelen, hebbedingetje, gadget, verjaardag

Mijn jongste dochter belt.’Pa, mijn broer is morgen jarig.’

’ je telefoon valt aldoor weg ‘, reageer ik.

‘Nou schiet me opeens te binnen dat hij van die balletjes aan een touwtje zo leuk vond ’, kraakt ze onverstoorbaar verder.

Geen idee waar ze ’t over heeft.

‘Je hebt vijf ballen op een rij, als de voorste beweegt, zwaait de achterste weg, de tussenballen blijven op hun plaats. Hij kon met dat hebbedingetje vroeger uren  spelen’

Met horten stoten geeft ze meer details. Over de naam is ze niet zeker;  Iets van botsballetjes, denkt ze. Of ik het snap.

Ja zeg ik; de regen valt vandaag van beneden naar boven.

Waar dat nou op slaat, klinkt het gepikeerd.

Dat ik niet achterlijk ben, brom ik.

Als ik nou even shoppen ga, dan heeft zij morgen een geinig origineel cadeau. Naar welke winkel ik voor dat slingerding  moet, kan ze niet zeggen. Doe niet zo flauw, je hebt tijd zat. Tegenwerpingen helpen niet, want dochters krijgen hun zin.

 

Dus rij ik naar de winkelpromenade in Emiclaer. Bij een cadeaushop luistert een verkoper geamuseerd naar mijn uitleg van balletjes aan een draad of ketting die vallen, botsen of stilhangen en dat ik even niet meer op de naam komen kan.

Hij begrijpt het, heeft ze wel gehad; het zijn kettingballen. Hij knipoogt zijdelings vet naar zijn verkoopassistente.  Jammer maar hij kan me niet van dienst zijn. Het is te proberen bij Blokker of Intertoys.

Bij de eerste zaak schudt een vakvulmeisje argwanend haar hoofd. In de speelgoedzaak beginnen de kassajuf en haar inpakster te giechelen. Nee, ze hebben nog nimmer van ketting- botsballetjes gehoord en onverrichter zake  koers ik huiswaarts.

Inmiddels heeft een zoekmachine op mijn pc helderheid verschaft. We hebben te maken met de Kinetische Ballen  van Newton. Ook wel de wieg van Newton genoemd, een natuurkundig speeltje waarmee de 3e Wet van Newton gedemonstreerd wordt. De wet van actie en reactie en behoud van eindeloze energie.

 

De ontbrekende stukjes vallen in mijn gepuzzel na het haperend telefoontje op hun plaats. De stap van Balance Ball of Kinetic Balls naar Kettingballen is zo gemaakt; het is een verbastering, een voorbeeld van volksetymologie.

Het is me wat een dochter die haar oude grijze vader op gadget  - jacht stuurt . Die man heeft niks om handen en nog energie voldoende.

En dan is er inmiddels  ook  het besef dat die volkse naam van kettingballen mogelijk ook heel andere associaties  oproept.  

Als ik het scenario van m ’n winkeltocht nog eens de revue laat passeren, krijgen  de reacties van dat winkelpersoneel een ander perspectief en voel ik me  een tikkeltje lullig. Kijk denk ik, dat heb ik nou weer . Mijn andere  dochter heeft me al eens eerder op pad gestuurd om een zwangerschapsbelletje en het Spel van Dokter Bibber te kopen. Ik had toch wijzer moeten zijn.

©.c.u.

 

In de verste verte niet

zondag 21 februari 2010 10:32

treinen, suikerzakjes, groningen en suikerzakjes, ibbeltje, school

Soms heb je geen notie hoe een verhaal moet eindigen,waar het schip zal stranden. De laatste aflevering van mijn  feuilleton met de werktitel ’Groningen verteld met suikerzakjes’ schreef ik ergens in de zomer of de late lente van het vorig jaar.

De naam van die slotepisode werd’ Vanuit de Verste Verte’. Als dat onopgemerkt is gebleven is hieronder het eindverhaal nog eens na te lezen. Over of dit echt het eind moest zijn, heb ik nog geaarzeld. De column ’Het Eeuwige tekort’ maakt dacht ik wellicht ook wel kans om de geschiedenis van Ibbeltje en het Verlangen te besluiten.

 

De verste verte

Van alle windstreken kwamen treinen naar Groningen. Langs perron twee een Dieseltrein uit het  Friese Westen. Een hondenneus -zo noemde men die locomotief-  trok de sneltrein uit Holland onder de overkapping. Het Oosten bracht een Duitse goederentrein, vermoedelijk uit Oldenburg en Bremen. Met een Blauwe Engel kwam ik van Delfzijl. Langs die lijn lag een plaatsje waar ik gesolliciteerd had. Haast ongemerkt was de wereld een jaar of wat ouder

geworden.

 

trein

 

Ik liep naar de stationsrestauratie voor een kop koffie. In de deur spiedde ik rond naar een geschikte plek.  Aan de grote leestafel in het midden zag ik Annie met twee koffers naast zich, een weekendtas aan de leuning.  Ik liep naar d ’r toe.

 Ze was verdiept in het Nieuwsblad van het Noorden. Dat schreef van Marilyn Monroe dat ze na  twee mislukte huwelijken nu trouwde met de toneelschrijver Arthur Miller, auteur van bijvoorbeeld ‘De Dood van een Handelsreiziger’.Dat ze eigenlijk Norma Jean Morteson heette en dat ze op huwelijksreis in Londen waren.

 ’Is het spannend!’

Ze keek op; glanzende ogen achter een  gangbaar brilletje. Ze schudde ’t hoofd, stond op, gaf een hand. Van alles hadden we samen uitgespookt maar handen schudden hoorde daar niet bij.

 ‘Je ziet er goed uit.’

 ’Veel te goed,’lachte ze zuinig.

‘Ga je op vakantie’, gebaarde ik naar de koffers.

 Nee, ze ging niet op reis; ze kwam  thuis.  Haar vader was nogal ziek en Rien, die vriend, weet je wel, had hun verloving verbroken. Als kunstenaar kon hij zich niet binden. Ze stond zijn ontwikkeling in de weg. Er kwam niks meer uit z ’n handen.

Ze begon te huilen.

‘Wat een goedkope rotsmoes’, deed ik verontwaardigd meelevend. Ik gaf haar  een zakdoek.

‘En nou is m ’n vader ook nog ziek. Ze nam de bril af, wreef oog en wangen droog.   Zo leek ze op een slaperig Koalabeertje met verdriet.  Zonder bril had ik  Annie nog nooit gezien.

’Misschien gaat hij wel dood’, snikte ze.

’Wacht even, haal ik wat te drinken; water, fris of koffie!’

Ze wou wel koffie. Dat was goed. Ik koerste  naar de toonbank, vroeg of ik iets bestellen kon.’Ik kom zo bij U meneer. Waar zit U?’

’Daar aan de overkant van de leestafel’.

Annie had de krant weer gepakt.

Gedachten en gevoelens dwarrelden in m ’n hoofd terwijl ik terugging. Stel je voor dat het tussen ons toen niet uitgeraakt was.  Ze zag er toch aantrekkelijk uit, veel mooier dan vroeger, voller en strakker, volwassen, een beetje rond als een jonge vrouw in ’t begin van een zwangerschap. Annie was zacht en aanhankelijk, niet zo afstandelijk als Ibbeltje in dat verdroomde jaar en  zeker niet zo bazig als Engelien die de eerste helft van mijn laatste schooljaar zo  chaotisch op de kop zette.

‘De ober komt zo!’

 Annie keek op, schoof de krant van zich af.

‘Wat heeft je vader?’

‘Een verwaarloosde tbc, zegt de  huisarts, overgehouden van de oorlog. Hij heeft in een strafkamp bij Maagdenburg gezeten, vreselijk! Er werd gebombardeerd en ze kregen daar allerlei ziektes difteritis, schurft en longontsteking. En op de terugreis naar huis heeft hij  in Glanerbrug nog tyfus gehad. De dokter zegt dat er een soort zweertje zit, een klein plekje dat al die tijd heeft gesluimerd Hij is de hele tijd moe en ligt maar op bed; ik ben bang dat het niet goed komt.’

 

station

 

De ober zette een dienblad  met  koffie op tafel, twee kopjes, schotels, een melkkannetje, suikerzakjes en twee verpakte reepjes Friese kruidkoek.  Annie hoefde geen melk en suiker. Ze moest om haar figuur denken.

‘Ik krijg al een buikje’, lachte ze.

De koek mocht ik ook!

‘Misschien valt het al met al mee met je vader. Hij is nog niet zo oud!’

’Volgend jaar wordt hij 50’, beaamde ze.’Dan ziet hij Abraham. M ’n moeder wordt twee jaar later Sarah. ‘

’Zeg, heb jij een vriendin’, ging ze plotseling overstag!

‘Nee. Ze moeten me niet, ze maken het allemaal uit Ik weet niet wat het is!,

‘Je bent niet doortastend en teveel in gedachten, Chris.’ Ze zette en gezicht als een dokter die een diagnose stelt.

Als wij toen bij elkaar waren gebleven, Annie, dan kon je nu met mij naar Stedum. Daar krijg ik als het doorgaat een baan als hoofdschoolmeester en de gemeente heeft een leegstaand huis voor mij en als wij…..’

‘Jaja  als, als, as komt bij de molen te pas, zegt mijn moeder altijd’, deed ze luchtig en maakte een wegwerpgebaar,’Gedane zaken nemen geen keer.’

 In   spreekwoorden waren die Waldhoorns goed.

‘Je was anders  aardig  verdrietig die laatste keer. We liepen toen bij het Van Starkenborg kanaal, weet je nog, Annie!’

Dat was wel zo, maar ze moest het uitmaken van haar moeder en ik had zelf gehuild en zij niet. Dat was raar, want jongens huilden niet. We hadden het in  ’t donkere lange gras langs bij ‘t water nog met elkaar gedaan, bij wijze van afscheid kon je zeggen. Dat was een gestuntel van  jewelste.

 O ja ze wist het nog goed Annie en ze ratelde maar door, leunde tegen me aan pakte mijn handen en speelde met mijn banaankromme  linkerduim. Nu zweeg ze en keek voor zich in de spiegel boven het buffet naar een verte die er niet was, die achter ons lag.

‘Zullen we wat afspreken voor zondagmiddag bij het Stadpark paviljoen of zo’, vroeg ik

Ze gaf geen antwoord.

‘Gewoon als ouwe vrienden zonder bijbedoelingen.’

 Ik had die foute woorden al gelanceerd voor ik besefte, hoe stom ze klonken.

Achter ons bracht een kelner iets. Nee Annie hoefde niets meer. Voorlopig  had ze geen zin in afspraken, ging ze niet uit. Eerst waren thuis dingen te regelen Ze wist niet hoe het met ‘r zieke vader ging.

 ‘Ik ga weer op mijn ouwe kantoor aan het Martinikerkhof werken en ik bel je wel’, besloot ze.

’Hoe kom je met die koffers thuis. Je moet met de Trolleybus helemaal naar ’t andere eind van de stad en nog overstappen. Zal ik meegaan. Laat ik mijn fiets hier  zolang staan.’

 Dat was aardig maar  niet nodig. Jaap zou haar ophalen. En alsof ze op een verborgen knop drukte, zwaaide de deur naar ’t perron open en verscheen haar jeugdvriend ten tonele; nog even blond, sterk, boos en dom als vroeger, maar nu breder geschouderd. Hij kwam naar ons toe, gaf Annie een zoen op de mond en monsterde mij met een blik van zal ik hem nu dood slaan of nog even wachten.

‘Dit is Chris’, zei Annie hij wordt onderwijzer in Stedum, leuk hè ! ‘’

‘Dat zal wel’,zei Jaap, pakte de bagage en bromde:’kom we gaan, ik heb meer te doen. Ze verdwenen, naar het perron, gingen links naar de uitgang met de kaartjescontrole:Annie en Jaap!

Verbluft bleef ik achter.

Vanaf de openliggende krant zond Marilyn Monroe, met naast zich die 3e echtgenoot in een wit slobberpak, haar meest stralende lach de wereld in.

 

©.c.u.

 

 zie voor meer en andere feuilleton afleveringen hiernaast in het infoblok of voor de 1e vijftig en eventueel meer pagina's

http://www.tenpages.com/boek/vanuit_de_verste_verte 

Bedrieg jij mij

dinsdag 16 februari 2010 14:39

bedrog, overspel, duits, op afbetaling, vertaling, vestdijk

 

De telefoon, de foto……De hoop was vervlogen. Van al zijn visioenen had hij geweten dat het visioenen waren, Hij was niet krankzinnig, godverdomme!, Tientallen bewijzen had hij, ook al zou hij zich er geen meer herinneren. Hij had het gezien, ook al zou hij zijn leven lang blijven hallucineren. Het kon ook zijn, dat hij nooit meer hallucineren zou. Alles hetzelfde. Terwijl hij haar de kopjes koffie op het blad hoorde zetten en het waxinelichtje uitblazen, keek hij naar de silhouetten aan de overkant waar niemand meer woonde:drie lichte ramen, waar niemand woonde eigenlijk.

’ Ik ben klaar’

Dat klokkend stemgeluid, dat zou altijd wel tot zijn verbeelding blijven spreken. Hij draaide zich om, en omvatte haar heupen met de blik van een drenkeling, die zo juist ontdekt heeft, dat men ook onder water leven kan, ontberende het groen der wereld en het blauw van de hemel.

‘Ik ook’, zei hij zwaar.

 

Doorn, Voorjaar 1952

 

 In mijn boekenkast staan veel boeken van Simon. Vestdijk Een daarvan heet; Op Afbetaling. Het is een pocket. Het boek gaat over tijdelijke ontrouw en een bedrogen of gehoornde echtgenoot die Grond heet. Het slot van dat verhaal hebt u net  kunnen lezen. Het is natuurlijk niet aardig om het eind alvast te verklappen, maar daar gaat het hier niet om. Er is een tijd geweest dat ik van Vestdijks boeken ook wel eens een vertaling in een vreemde taal  ergens op de kop tikte. 

Van ‘Op Afbetaling’ heb ik een mooie Duitse gebonden uitgave. Die heet ‘Betrügst Du mich…..’met als ondertitel’ Ein Eheroman’. Die titel maakt al onmiddellijk meer los dan het wat zakelijke 'Op afbetaling' Of je een boek in de oorspronkelijke taal

 

afbetaling

 

leest of in een vertaling maakt qua gevoel en sfeer nog al wat uit.. Het klinkt en zingt anders en soms worden dingen toch net iets anders weergegeven. Zo  is bijvoorbeeld   als ik het mij goed herinner de   betrekkelijk neutrale titel van Vestdijks roman’ De Dokter en het Lichte meisje’  in het Turks getransformeerd tot iets in de trant van ’Discreet beoefende zij de buikdans’

Maar goed voor een  aardige vergelijking volgt  nu de slot episode van Betrügst Du mich.

 

 

Das Telefon, die Fotografie….. Die Hoffnung war verflogen. Von all seinen Visionen hatte er gewuszt, dasz es Visionen waren. Er was nicht, verrückt, verdammt noch einmal! Zahloze beweise hatte er, wenn er sich auch jetzt an keinen einzigen mehr erinnerte. Er hatte es gesehen, mochte er sich auch sein ganzes ferneres Leben lang Halluzinationen haben. Es konnte auch sein, dasz er nie mehr Halluzinationen haben würde.. Das blieb sich alles gleich. Während er sie die Kaffeeschalen auf das Servierbrett stellen und das kleine Wachslicht ausblasen hörte, sah er hinüber zu den Silhouetten auf der anderen Seite, wo niemand mehr wohnte: drei helle Fenster…und es wohnte doch niemand mehr dort.

‘Ich bin fertig’

Der glucksende Stimmlaut, der würde wohl ewig zu seiner Einbildung sprechen. Grond drehte  sich um und umfaszte ihre Hüften mit dem Blick eines Ertrinkenden, der soeben endeckt hat, dasz man auch unter Wasser leben kann, entbehrend Das Grün der Welt und das Blau des Himmels.

‘Ich auch’, sagte er schwer.

 

 omslag boek

 

Een vergelijking  en de appreciatie van de beide  stukjes kan  aanleiding zijn tot amusante en kritische kanttekeningen waarbij we wel moeten bedenken dat een  Duitstalige die  ook   het  Nederlands enigszins beheerst  een andere optiek heeft.  Met andere woorden  de eigen taal  of het nu Duits, Nederlands, Engels of wat dan ook is vertegenwoordigt een andere gevoelswaarde  dan het wezensvreemde idioom.

c.u.

een nagekomen valentijngedicht

maandag 15 februari 2010 09:40

een recept, gedicht, valentijn, aroma, zinnenprikkelend, maaltijd, aanrecht

Pittig

 

Beste A.  jij krijgt van mij voor Valentijn

een busje peper, olie en  natuurazijn;

liefde moet soepeltjes zinnenprikkelend zijn

en niet als mosterd na een maaltijd komen.

 

Van een lekker hapje hoef je niet alleen te dromen;

sinds  jij  een Sarah werd  moet je heus wel weten

waar een Abraham pitjeskaas van heeft gegeten.

Zorg  dat er aroma, kerrie en  wat nootmuskaat

 

voor noodgevallen ergens op je aanrecht staat:

je weet bij een kerel gaat liefde door de maag,

zul  jij voldoen dat is zijn brandend hete vraag.

 

Wanneer je weer eens aan het kokkerellen slaat

en de keukenafzuigkap heftig blaast en raast,

zit je er met pikante kost nooit erg ver naast.

©.c.u

Die kaart met rode rozen

zondag 14 februari 2010 10:18

gedicht, valentijn, stille liefde, onbestelbaar, sonnet, rode rozen

 

Van stille liefde

 

Wat stuur ik jou voor Valentijn dit keer:

mijn hart of die kaart met rode rozen

waarvan je wie weet waar  zult blozen

maar mogelijk leef je al lang niet meer.

 

Oké het is hier heus  niet alle dagen feest

en het glas met beaujolais is wel bijna leeg

het idee dat je ergens mijn woorden leest,

ontroert me want de pen trilt als ik beweeg.

 

ik sukkel ,de handen doen niet wat ze moeten.

Jij zal best wel veranderd zijn behalve rondom

je ogen en je mond die optocht van je sproeten.

 

Na al die lange jaren vraag je vast waarom

stuurt hij me nu pas met Valentijn de groeten:

altijd kwam de post als onbestelbaar weerom.

 

©.c.u


Een onschuldige tik

woensdag 10 februari 2010 15:55

paarden, column, tik, reclame, muziek, radio

 

Sinds korte tijd bries ik als een paard.

Mijn ex was de eerste die ’t hoorde Ze zei ’ doe eens normaal dat is een beetje raar, hoor!’

Ik wist van de prins geen kwaad.

‘Kijk, nou doe je het alweer, prrrrrt.’

Het was zo, er was geen bal van te snappen. Contact met paarden heb ik niet. Er wordt verteld dat bazen op hun dieren gaan lijken. Op mijn minilandgoed  wonen duiven, een kat en een hond, maar op koeren, spinnen en blaffen zul je me niet betrappen . Aan de beesten ligt het niet.

Ze zeggen dat mensen met een hersenbeschadiging veranderen en dat pas soms na jaren merken. Die zin komt uit de reclameboodschappen bij Classic FM. Behalve een kopstoot met een keukenkastdeurtje en wat lichte duizelingen na flink doorhalen, wijst niks in die richting.

Enfin die klassieke zender staat de hele dag aan en allerlei depri-  reclame wordt er in gehamerd. Wie weet ga je daar van proesten als een opgewekte hengst of merrie.

 

Trouwens vlak die muziek ook niet uit want eindeloos komen Mozart, Beethoven en Chopin opdraven en als Maurice Ravel  met zijn Bolero de teugels viert ben je ook niet klaar.

Nouria, mijn Noord- Afrikaanse huishoudhulp voelt zich evenmin gelukkig als ze met dat gejengel op de achtergrond stofdoekt en dweilt. Zij houdt  meer van getinte muziek.

De Duifmelkers die ik op de koffie krijg, vragen direct of die treurnis uit mag.

‘Zet eens wat vrolijkers op, man! ‘

Ze geven de voorkeur aan ‘’ Una Paloma Blanca, Koekoeroekoeroe, en Sjalalalie sjalalala, alle duiven op de Dam die weten hoe het kwam…..’ 

 

Op hun verzoek geef ik een slinger aan de afstemknop  en komen we bij Radio 538, Veronica of Slam FM. Echter ook daar blijft de mens niet reclamevrij. Overal  op radio en tv word je gehersenspoeld met commerciële nonsens. Overstappen is makkelijker dan je denkt,hoorcomfort, licht urineverlies, beter bed en 800 duizend  mannen hebben er last van, een erectiestoornis. Hoe komt men aan zo’n getal.. Dat is meer dan de stad Utrecht.  Ze kunnen hem niet meer omhoog of misschien omlaag krijgen! Maar alles kan weer worden als vroeger. Dat is je reinste lulkoek; de goeie ouwe tijd komt niks niet terug.

 

Maar goed ik heb dus een tik, een soort hebbelijkheid  van aldoor aan een oorlel friemelen, met je hand door de baard aaien die er niet is en een wijsvinger boven je hoofd laten spartelen. Een tik is net zoiets als steeds hetzelfde stopwoord gebruiken.

Ondertussen let ik  meer op mezelf en inderdaad er ontsnapt op onvoorspelbare momenten lucht langs mijn fladderende lippen.

Nu ik er aandacht voor heb, gebeurt het steeds vaker; ik blaas en mijn lippen trillen. Dan denk ik, verdomme niet doen, andere lui merken het, zeggen beleefd  niks, denken hooguit die man heeft het  koud, want zo’n bibbergeluid is het.

 

meisje met paard

in de manege

 

Nou kan ik wel bij de huisarts op consult maar die luistert  zoals altijd geduldig,zal er geen spiegelei van bakken en  zeggen; ‘maakt u zich maar geen zorgen, het is een onschuldig tikje daar kunt u oud mee worden.

Dat is dan mooi maar  intussen   wenkbrauwen en glimlachen  mijn kennissen lichtjes, want voorlopig ben ik van die paarden - proest nog niet af.

©tekst&foto .c.u                                                           

Een ongevraagde foto

dinsdag 9 februari 2010 16:40

foto, column, asbak, aan de deur

 

De winterzon schijnt. De bel dingedongt.

’ Goedemiddag Meneer, wij komen hier de dakgoten reinigen en….’

Ik rem af met een kort nee.

’Uw schoorsteen dan misschien, meneer?’

’Die rookt niet meer!’

 ‘Dan gaat het over.’

Keurige jongeman overigens blocnote en pen in aanslag. Jammer hoor,maar hij is al de zoveelste dakgootpoetser deze maand. Ik krijg er een sik van.

Gisteren meldde zich een man  in een net pak. Hij kon zo naar een bruiloft of begrafenis. Die mocht me voor een jaar abonneren op  mogelijke rioolontstoppingen. Als de voordeur belt,is het altijd dezelfde shit, nooit iets leuks.

 

In de loop van de week komt er vast nog een mooie meid die kunststof kozijnen heeft. Ook die hoef ik niet. Verder is er de regelmatige sores van rinkelende collectebussen onder je neus en ik heb verdullemens geen kleingeld en pinnen kan niet. Zo wie zo heb ik geen cash in huis. Kortom alles wat belt, wil wat en daar word je niet wijzer van.

Vroeger  gebeurde er nog wel eens wat aardigs. In mijn keukenvensterbank staat een asbak van Oom R. Er heeft een foto op de onderkant gezeten, maar na een verregend tuinfeest weekte en verbleekte het prentje van R’s boerderij in Adorp los.  Hoe kwam hij  ruim 60/70 jaar terug  aan dat ding. Wel, op een mooie zomerdag belde of klopte er een jongeman aan. Hij zei;’kijk, ik heb een foto van je huis. Dat is een mooi aandenken. Met het lijstje erbij voor een piek, dat kost je de kop niet.’

 

Oom was blij verrast met zijn boerenbedoeninkje op die  ongevraagde foto. Godsamme dat was me wat. Ook zijn huishoudster die wij tante Tine noemden, vond het prachtig. Ja en in die tijd waren fotoapparaten en fotografen van een hogere orde. Wie in het dorp hadden er een fotoboxje, de dokter en de schoolmeester misschien.  En de langs- de deuren –fotograaf had nog meer in petto. Een asbak van zwaar kristal met boerderijfoto. Oom R was met stomheid geslagen. Hij rookte niet maar ging voor de bijl.  En een daalder, dat was immers een koopje.Het aanbod was eenmalig want zo’n wonderfotograaf kwam nooit weer.

 

een beetje flets maar 't geeft een idee


Natuurlijk liep  er af en toe wel ander leuk volk langs de deur. Je had de garen- en bandman die de boerin verblijdde met een vrolijk stukje stof voor een jurk, rok of bloesje.

En dan waren er de zigeunerkinderen met een marmotje onder hun jas. Die zongen:’Dag mevrouw, dag meneer, wilt u mijn marmotje zien, het is zo’n aardig beestje….’

Voor een paar centen ging de jas wat open en mochten Oom  en Tante het diertje even aaien. Een echte marmot was het niet; meestal ging het om een konijntje of cavia.

 

Wat dat stuk nepkristal  betreft: omdat ik ook niet rook leidt dat erfstuk een eenzaam vensterbank bestaan. Wel heb ik er na die wateroverlast een  andere ronde foto onder geplakt van mijn ouderlijke huis aan het eind van de dertiger jaren.

O ja voor de volledigheid; het asbakje was lang niet het enige dat mij na het heengaan van Oom  ten deel viel. Verder waren er die antieke likeurglaasjes, eierdopjes, theelepeltjes en een smak geld.

©.c.u

Met de fiets aan de hand

zondag 7 februari 2010 16:44

gedicht en illustratie, sonnet, foto, sneeuw

 

Mooi sonnet, maar ik mis een illustratie en weet dat je daar (bij enig zoekwerk) best uit eigen collectie uit kan weergeven. Die opmerking   maakte een van de bezoekers van mijn weblog bij een gedicht.


 

In mijn reactie beloofde ik daarop terug te komen. Een foto  of afbeelding bij een gedicht geeft problemen. Los van de vraag of het gedicht de foto illustreert of omgekeerd zijn er andere bezwaren.

De tekening bij het sonnet leidt af van de tekst.  Een echt  goed leuk aardig of oubollig en slecht gedicht, moet het zonder een plaatje of foto kunnen doen.  Een illustratie bij een  paar versregels stuurt de lezer in een bepaalde richting roept associaties op die anders bij beoordeling en  begrip van de tekst niet in de weg gaan staan.

 

Natuurlijk had ik  uit mijn fotobestand wel een paar sneeuwkiekjes kunnen opvissen.  Daarom hierbij  een paar opnamen; twee vrouwen te voet naast hun fiets.  

Ik  vermoed dat de reacties bij het gedicht ’sneeuwvrouwtje’ hier en daar anders  geweest zouden zijn.

 

afstappen

 

‘Met de fiets aan de hand’ kon ook heel goed de titel gaan worden van een volgend gedicht. Dat zou dan wat mij betreft een andere toonaard  moeten hebben. Bijvoorbeeld:’Met de fiets aan de hand, want sneeuw is geen zand……’

 

 

 

 

 

 

een sneeuwvrouwtje

zaterdag 6 februari 2010 16:23

sprookje, sneeuw, gedicht, winterydille, sonnet, sneeuwvrouw, sneeuwpop

 

 

Meisje van de sneeuw wat zijn je gangen

De winter is een sprookje want je gezicht

vertelt  ervan je schijnt  zo vol verlangen

en vlokken brengen dwarrelend bericht.

 

meisje deze eeuw  doet een paar passen

even terug je leest een ongeschreven brief

het lichte hemelwoord kan zo verrassen

de wereld wordt  vandaag heel even lief

 

gevoelens uit een hinderlaag  en ‘t land

wordt toegedekt, auto’s hebben mutsen op

meisje met de sneeuw en zoveel in je hand

 

 als druppels  nu straks gaan rikketikken

 word jij misschien een frisse regenpop

en geen vogel zal van jou dan schrikken.

 

© c.u.

Kuiven en Strikken

vrijdag 5 februari 2010 12:27

sierduiven, inteelt, strikken, kuiven, rassen, column, duiven, kweken

 

In vroeger jaren had ik eens een seizoen  met kuiven, strikken en figuren die we schalies noemen. Vanzelfsprekend heb ik het over  duiven van een bepaalde kleur en getooid met strik of kuif. Over de  welbekende stripheld Kuifje gaat het hier dus niet Hoewel een van mijn kuiven, een zoon van de Rapido wel afwijkend gedrag vertoonde.

Op mijn hok heb ik een schalie kweekduivin van 93 en dus is het niet zo vreemd dat er af een toe een jonge schalie opduikt uit de bebroede eieren. Maar afgelopen jaar had ik opeens een stuk of vier van die miskleuren en Een was van die duivin maar de anderen hadden een verschillende afstamming.

Het waren ijverige en vlijtige duifjes. Ze vlogen allemaal redelijk tot zeer goed. Zoals je kunt spreken van een goed appel- of perenjaar zo had ik een goeie schalieoogst. Voor de duidelijkheid nog maar eens:een schalie is een duif met een soort uitgelopen inktvlekken, een vogel die in de was verkleurd is.

 

En dan was daar ook nog de verrassing van de kuiven en strikken die zomaar uit het niets leken op te duiken. Ik had mijn zoon Jeroen in het najaar een aantal late jongen gegeven voor het duivenhokje dat hij bij het ziekenhuis in Utrecht had. Hij werkt daar bij de tuindienst. Men heeft daar nogal last van zwerfduiven en onder het motto met dieven vangt men dieven en met duiven vangt men duiven, had hij daar een zogenaamd opvanghokje gebouwd.

 

schalie

dochter uit mijn oude schaliekoppel  ©.c.u

 

Op een avond belde hij. Nee, hij had geen vreemde duiven gemept of gelokt, maar hij had een jonge duif met een kuif en een soort strik gekweekt. Die duif zou hij, als het beestje speenrijp was, voor mij meenemen, dan kon ik ermee vliegen. Die  nieuw aanwinst, een jonge doffer kwam uit een Rode vader, de genoemde Rapido, en een erg krasbonte, bijna witte moeder.

Jeroen begreep niet waar die kuif opeens vandaan kwam, want de vader en de moeder waren heel normaal.

Ik zei hem ergens gelezen te hebben dat  begin 1900 in België postduiven gekruist waren met Meeuwtjes.

 

”Ik heb in de boekenkast nog een boekje dat heet: ”De Duivenvriend, een geïllustreerd handboekje voor de verzorging en verpleging der voornaamste duivenrassen”. Naar de slechte kwaliteit papier te oordelen is het gedrukt ergens in de Tweede Wereldoorlog Ik heb het in 1949 gekocht, toen ik net duiven had en daarin staat een stukje over postduiven. Ze hebben het over drie soorten postduiven: de Engelse postduif(of Flying Homer), de kortsnavelige Antwerper postduif en de Luiker postduif, ook een kortbek en die laatste herinnert door haar vorm meer aan de Meeuwtjes.

 

( bew: foto Wolters)

Oud Hollands meeuwtje met kuif en strik

 

De schrijver is ene meneer J.H.Beekman Bzn, maar of die man veel verstand speciaal van duiven heeft betwijfel ik, want hij heeft in die serie” Handboeken voor iedereen” verder nog de volgende titels op zijn naam staan: De Kanarievogel“, De Hondenvriend, Het Hoendervolk, De Konijnen en de Bijenteelt, allemaal geïllustreerde handboekjes voor de verpleging en verzorging van bijen, kippen, enzovoort. Kortom hij heeft de halve Ark van Noach bij elkaar geschreven  Je moest het maar eens lezen, “zei ik

 

“Dat is  allemaal wel heel lang geleden,” vond mijn zoon.

“ Ja”, zei ik, maar die kuif van jou komt natuurlijk niet uit 1900. Herinner je je niet dat onze duivenbuurman Cobus uit het oude Aardensoort dat hij had vroeger, toen hij nog met duiven speelde, af en toe duiven met kuiven kweekte?

Hij was daar niet blij mee, want hij raakte ze meestal al op de eerste africhting uit Woudenberg al kwijt.”

“Ze worden nooit opgegeven. Dat komt”, zei hij, omdat de mensen denken dat het goeie kwekers zullen zijn.”

“Die kuifduif van jou komt uit een zoon van de 32 en een dochter van de Bergerac 33en dat zijn duiven van Cobus geweest.

 

blauwe kuif

de blauwe kuif © c.u

 

Een paar weken later had ik op het eigen hok in de broedschotel van een Schalierode doffer van 97 en een vale duivin zelf een kuif. Bij het nakijken van de afstamming in de computer zag ik dat de moeder van die rode doffer de genoemde 32 was en op de lijn van de vale duivin vond ik  de 006, een blauwband kuifduivin uit 1988, en dat was er weer een van het oude Cobussoort. Zij liep in ’89 een gebroken vleugel op.  Het jaar was dus ‘88, dat was inmiddels vijf of zes duivengeneraties en tien jaar geleden .

In dat jaar had buurman ook twee broers; de Grote Strik en de Kleine Strik, die beide op de dagfond bij wijze van spreken goed uit de voeten konden. Die blauwe duivin was voor zover ik weet de laatste kuif geweest.

Na lange tijd kweekten we dus die kuif weer terug. Dat heet dan terugslag. Wat verder opviel was dat er zowel in het geval van Jeroens kuif als die van mij ingeteelde duiven gekruist werden met een absolute buitenstaander.

 

Na  een tijdje bracht Jeroen de kuif mee uit Utrecht. Het was een zeer forse krasbonte doffer. Het dier vloog nooit met het klad jonge duiven mee en maakte allerlei vreemde buitelingen. Op de eerste africhting van Hank was ik die stuntvlieger kwijt. De vale kuif was ook een doffer. Die maakte alle jonge duiven vluchten tot en met Orleans mee. Ook hij was groot voor zijn leeftijd. Je moest hem haast met twee handen beetpakken, als je hem aangaf bij het inkorven.

Bovendien maakten Mees en Peter die hem met de chipring boven de inkorfantenne hielden vaak vervelende grappen. Ik had duiven met een soort spoiler op hun kop. Dan hadden ze minder luchtweerstand en dan waren ze eerder thuis en ik gaf mijn duiven anabole steroïde of groeihormonen. Ik moest maar eens controle krijgen. De vale Kuif won ondertussen geen enkele prijs. Ik heb hem dan ook in het najaar maar uit het bevolkingsregister van mijn duivengemeente uitgeschreven.

©.c.u.

Getrommel op het dak

maandag 1 februari 2010 15:36

vreemd bezoek, rassen, sierduiven, column, duiven, trommelen

Enige tijd geleden kreeg ik een trommelduif op bezoek. Daar zit muziek in, zult u zeggen. Tot op zekere hoogte was dat zo. Het beestje trippelde in de dakgoot. Er klonk een  wak-  wak geluid, in combinatie  met klokkend gefluit. Als  de duif  op dreef kwam,  zong hij een duet met zichzelf en leekt ’t of er ergens een tweede herrieschopper op mijn huis domicilie had gekozen. De trommelaar was een ‘hij’ dat had ik intussen vastgesteld want mijn duivenkennis is groot.

Mooi was de vogel niet, meer een vuilnisbakkruising tussen post- en stadsduif. Mijn buurman Ed ,die twee sierduiven heeft, kwam op ’t wonderlijke geluid af en zei:’dat is een Turkse trommelduif!’

Waar hij die wijsheid vandaan had, Joost mocht ‘t  weten. Ik had m ’n twijfel.

 

 

foto wolters

 

Na een dag liep de vreemde trommelaar mijn duiventil binnen.

Duivenmelkers beweren wel dat hun duiven elke vreemdeling er met snavelpikken en vleugelklappen uitgooien. Maar niks gebeurde, terwijl die nieuwe toch  heel anders koerde dan zij gewend waren. Op de drumsolo’s die de brutale vlerk ten beste gaf, hadden ze geen passend antwoord. Op z’n zitje keek hij met zijn  lichte kraaloogjes rond met een air van; hier ben en blijf ik!

Omdat het dus een trommelmannetje was, moest er natuurlijk een dito vrouwtje komen. Ik belde Sierduiven- Koos die op vogelmarkten geregeld bijzondere fladderaars scoorde. Hij kwam prompt met een trommelmeisje op de proppen.

De nieuwe geliefden kregen een hokje in mijn fietsenschuur Het wak- wak- fluit- klok- mannetje was meteen een stuk rustiger. Veel mannen hebben dat. Als ze onder elkaar zijn het hoogste woord en komt  vrouwlief in de buurt dan zingen ze direct een toon lager. De kersverse duivenbruid zei niet zoveel trouwens. Er werden eieren gelegd en jonkies geboren.

En ik wou nu wel eens exact weten met welk soort trommelduif ik van doen had. Uit de boekhandel – rommelbak viste een lijvig baksteendik boek getiteld:’De 500 mooiste duivenrassen van A  tot Z van Hans Joachim  Schille en Josef Wolters.

Na wat bladeren en zoeken kwam ik via de Bulgaarse tuimelaar, de Deense Raadsheer en de Roemeense kaalhals, vrij snel uit bij  de  Altenburger en Arabische trommelduif. De Schmöllner, Harzburger en Tsjechische trommelduiven kwamen niet in aanmerking want zij hadden sokkenpoten.

 Altenburger klonk dichtbij en vertrouwd. Arabisch was exotischer maar Ed had het niet helemaal goed want Arabieren zijn geen Turken.

 

Het Altenburger ras komt uit Oost- Thüringen, vertelde mijn dikke sierduiven- boek, De duiven hebben een kop met hoog voorhoofd en een naar achteren hellend profiel. Ze beleven groot plezier aan hun wak- wak- trommel geluid. De best trommelende duif krijgt op de tentoonstelling de eretitel’ Kampioenstrommelaar’.

De Arabische zouden echter bij trommelwedstrijden ongetwijfeld als beste uit de bus komen. Hun stem is hoger dan bij de Altenburger drummers en het geluid wordt op een zingende manier geproduceerd. Het kleurscala is groot. Ze zijn zeer vruchtbaar en het komt voor dat de duivinnen ook trommelgeluiden maken, een eigenschap die bij andere rassen ontbreekt.

 

De vraag wat er nu eigenlijk in mijn schuur zat,kon ik niet trefzeker beantwoorden. Het mannetje was een kras, blauwgespikkeld dus, het  wakte en zong. Zijn vrouwtje  droeg een roodbruin gevlekte  robe  of outfit en ze hield haar snavel. Waarschijnlijk had ik een trommelhuwelijk tussen een Arabische en Altenburger duif gearrangeerd, een tambour-maître en een majorette.

Hoe dan ook hun kinderen groeiden voorspoedig op. En er waren warempel een paar zeldzame postduivenhouders die wel zo’n vrolijke sierduif bij huis wilden.  Koos zag er wel handel in. Omdat hij de bruid geleverd had, kreeg hij een voorkeursbehandeling. Gerard, Remco en ook buurman Ed kwamen op de wachtlijst. Mijn Altenburger- Arabische duo leverde op bestelling en had daar hun snavels vol aan.

© c.u.

 

Gevangen door genegenheid

woensdag 27 januari 2010 15:17

genegenheid, duivelsgaren, liguster, doolhof, gedicht, sonnet, gedichtendag 2010

Amore captus revisited

 

In dit doolhof kom ik nog mijzelf

't meeste tegen als in overwoekerd

groen van een ligusterhaag jij even

speels met een oogopslag wijst de weg

 

die ik naar het open slot ook dan

niet weet te gaan, want zie je lief

dan moest ik aan de kleur van elke

lach en traan af kunnen lezen wat

 

voor vreugde en verdriet er eens was

of ooit nog wezen zou: labyrint en

lotgenoten ontstonden zo zacht in

 

overhaaste handenvlucht ; gevoel

dat zo verwart, als duivelsgaren ‘s

witte listen in wingerd en in rank.

 

©c.u.

 

haagwinde of clematis

                                                        Bew. afb.:internet

Luchtgevechten

zondag 24 januari 2010 15:27

kraaien, roofvogels, oefenvluchtjes, postduiven, column, duiven

 

Vroeger hielp ik mijn ooms in 't hooiland. We namen brood mee voor de hele dag. Op een keer legde mijn oom Jan z'n boterhammen en kouwe  sterke koffie bij de slootkant. Met zijn paard en een rare machine ging hij het hooi schudden en ik mocht het bij elkaar harken.

Toen we een tijdje bezig waren, gaf hij een schreeuw; riep: ' ho' tegen het paard, schopte z'n klompen uit en begon richting sloot te rennen.

Verbaasd keek ik op: bij de slootkant zat een grote zwarte kraai, die Jan 's jasje opzij sleepte; het pakje brood in zijn snavel nam en zich daarna met ferme wiekslagen uit de voeten maakte. Wij hadden het nakijken.

De kraai had op een hek ons die morgen zien komen; hij kende het gedrag van mensen  op ’t land, wist dat ze brood bij zich hadden en had gezien hoe oom  Jan z'n middageten onder de jas verstopte. Ik  vond 't wel geinig, maar Oom zag dat anders en het was maar goed dat hij z'n geweer niet bij zich had.

 

Een aantal jaren geleden liet ik mijn duiven vaak los tussen Wijk bij Duurstede en Amerongen.

Het was bij een parkeerplaats waar meer melkers met duiven kwamen. Je staat er hoog op de dijk, hebt ruim zicht en kunt je duiven lang volgen. Achter je ligt de rivier en voor je zijn de weilanden met in de verte de bosrand van de Veluwe.

Meestal loste ik de duiven in één groep en voor ik dat deed, keek ik  naar de hemel of er roofvogels  stonden te bidden. Was de lucht schoon dan trok ik de mand open.

Jagende valken en sperwers en meer van dat gespuis zie je niet altijd. Ik zou haast zeggen:’ Als je ze ziet is er geen vuiltje aan de lucht!’

 

nog even

                            het aftellen is begonnen, nog even dan gaan ze los

 

Op een keer liet ik mijn duiven één voor één vrij. Ze doken van de dijk af en trokken laag over het grasland naar huis, allemaal op dezelfde koers. Ik had na aankomst de duiven in de mand eerst een minuut of tien laten bijkomen van de autotocht.

De laatste vogel die vertrok, was de 917; een donkere doffer. Toen hij de bosrand  bereikte, stortte zich van links in een flits een roofvogel op hem. M'n duif zwenkte met een scherpe hoek in tegenovergestelde richting, maar de havik of valk draaide mee. In een wilde achtervolging gebeurde dit nog een paar maal. Telkens als de rover mijn 917 te grazen wilde nemen, ontsnapte hij.

 

De derde of vierde keer was 't zover er was geen ontkomen meer aan zo leek het, maar toen  wierp zich met veel lawaai een groep kieviten in de strijd; ze doken schreeuwend op de roofvogel neer. Die werd gestoord in zijn jacht; mijn duif vloog naar de grond en kwam het gras achter een boerderij terecht. Bij thuiskomst, zag ik de 917 op het hok zitten. Vanaf die tijd heette hij de valk.

 

Naar de plek bij de parkeerplaats ging ik niet meer; het was er onveilig. Ik herinnerde mij  die boze Oom Jan die op  kousenvoeten  vloekend en tierend achter een kraai aanzat.

Ik was er van overtuigd dat de roofvogel ergens in een hoge boom of op een schuur had gezeten en dat hij mij met mijn mandje had zien komen en toen de laatste duif extra laag over de grond vertrok, had hij gedacht: kip ik heb je!

 

lossingsdetail

                                   detail van een  duivenafrichting bij Meerkerk

 

In maart of april van dit jaar ging ik op een stille zondagmorgen wat duiven africhten. Van mijn buurman kreeg ik drie late jonge doffers mee die op de natour in september al wat training hadden gehad.

Ik reed naar de plek waar het Amsterdam -Rijn kanaal met sluizen in de Rijn  komt. Daar kwam ik vaker; ook dat is een plek waar melkers graag hun duiven lossen.

Toch staan daar wat hoge populieren en ook op de hoge sluistorens kan best iemand zitten met boze plannen.

Ik gaf eerst Buurman’s dieren de vrijheid; toen ik me oprichtte van de mand waren de vogels gevlogen; letterlijk en figuurlijk. Ze waren van de aardbodem verdwenen. Nergens  tot ver in de wijde omtrek was een duif te zien; het was ongewoon stil in de lucht.

 

Daarna liet ik een geroutineerde oude overnachtduivin los en vervolgens ging de grote mand open en vertrok de rest. Die zag ik nog wat rondtrekken voor ze in noordelijke richting verdwenen.

Toen ik thuis kwam, waren die duiven thuis. De duivin en jonge doffers van de buurman ontbraken. We hebben ze nooit terug gezien.

Mijn buurman vond 't gek dat z'n duiven weg waren. Drie of vier duiven op één morgen gepakt door roofvogels , was een beetje te veel van het slechte, maar volgens mij was het niet onmogelijk dat een paar van die zware gevederde boeven mij geduldig hadden zitten opwachten. Ze zullen tegen elkaar gezegd hebben:’ Moet je opletten, jongens, daar heb je weer zo'n suffe duivenmelker!’

De moraal van het verhaal: ga niet steeds naar dezelfde plek, geef je ogen goed de kost en wantrouw de stilte.

O ja, de 917, mijn valk, raakte ik kwijt op Bergerac of Montlucon.

 

© tekst en fotos C.U.

Profielfoto cor3306

cor3306

Woonplaats: Amersfoort
Man
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Vertrekken

zwanen

windmolens

molens

Schoolreisje naar Oranjewoud

 

In een dictionaire was wellicht

te achterhalen hoe haar naam

eens  werd gelezen of geschreven

 

bij de a vond hij aandoenlijk;

onder de e: ester, evasief,

euforie en evenknie.

 

Op een oude ansichtkaart kwam hij

haar onverhoeds weer  tegen;

 ze mochten er  zich even niet bewegen.

 

En Later wilde ze met hem niet leven,

had hij nog zoveel te vergeven.

 

Het bos met hun spel van jagen

noemde men Oranjewoud;

bladeren waren er van klatergoud,

lang geleden in de lichte dagen

 

Zuur, vluchtgedrag en zoete wijn:

het had zo anders kunnen zijn.       

©.c.u.

Bella als oude dame

Bella

Memories Revisited

foto

 

 

Vandaag heb ik een  oude liefde

uit de kast gehaald, stofvrij gemaakt

en glimmend opgepoetst ; ze was

 een rimpelig appeltje geworden,

zei lachend:’ je bent geen spat

 veranderd, jij’,maar ik zag ’s morgens

 bij ’t schonen van mijn dubbelfocusbril,

 een spiegelbeeld, wist immers beter,

 

 want ze zag me daar in tegenlicht.

‘Kom’, zei ze,’ we gaan een eindje om

 als vroeger, ik vertel je wel waarom.’

 

 We liepen langs het  overwoekerd

enkel spoor waar nooit meer treinen

reden en zeiden wat de jaren deden.

©.c.u

 

Retrospectief

Er is een tijd geweest dat je niet wist

op welke dagen van de week je leefde

dat er geen verschil tussen een late

middag of de vroege morgen was;

 

je altijd speelde op het grote levensplein;

aftelversjes met refrein. Bok, bok, hoeveel

horens in het vrije school kwartier, schipper

mag ik overvaren, en ander onverdacht plezier.

 

En na school speelde je op straat; verstoppertje

tot in het donker, straatlantarenlaat! Je riep

’kom maar te voorschijn Carolien.’Zij was erbij;

werd je meisje bovendien. Je kon, dacht je,

 

de hele wereld aan, klom in de hoogste bomen.

Die dagen toen je nog niet wist dat er eens

een tijd ging komen waarin je alleen

nog speelde met herinnering en dromen.

Voor de klas bij de blinde kaart

foto

weer

 

Sneeuwblind!

 

Je bent vandaag een blinde vrouw

ergens in de onbetreden sneeuw,

uitgerust compleet met stok en hond.

 

En die sneeuw is een gevoel,

en die sneeuw, als je scherp

luistert, kun je horen.

 

Dat zet je aan het denken.

Dat de tijd een beweging is

of een geluid en niet

meer zichtbaar wordt.

 

Dat de buitenlucht verrast

en anders ruikt, dan in de regen;

en frisser is dan in de zon

die je kunt voelen.

 

Zo wandelend in een witte tijd

die je op de tast moet vinden

In de Ibbeltje jaren

fotoals ik met jou wandel langs het strand naar Petten wie zal mij beletten de zee voor jou even droog te leggen de lucht te laten kleuren van verlegenheid kom zal ik zeggen geef mij je hand nu lopen wij het water in tot het verder reikt dan ons verstand

Aan het Nulderstrand

foto De tijd er na

 

Langs een omweg kom je weer terug.

Als ik aan de afwas sta, onder

het sop bestek en borden zoek,

van citroen de geur mij slinks op een

 

dwaalspoor zet; tel ik verstrooid de lepels ,

vorken, messen en in een oogwenk

via kokerzicht, zie ik jou, je blonde

haar en bruine ogen: een stralenkrans

 

in het ochtendgrauw, bij een schoolfoto,

soms ook maar zo, op je fiets in filmlege straten.

 

Dan gaat er telefoon de buiten- wereld belt,

ik droog mijn handen. Iemand heeft beslist

enquêtevragen, dat is gewoon

op zulke mijmerdagen. foto

Het eerste autootje

fotode reis van a naar b is altijd meer dan je becijferen kunt jij kijkt naar mij en in de ruimte tussen ons dansen stofjes in het licht

Over Binnenpark Buitenpark

foto

In de nazomer van 1996 schreef ik een roman getiteld Binnenpark Buitenpark. Die naam vond ik aardig; symbolisch stond mijn binnenwereld tegenover een buitenwereld. Het verhaal speelt zich af in de 50-er jaren rond de oude Deventer Kweekschool en het plantsoen daar.Eigenlijk is het de geschiedenis van een schooljaar in 1952/53 aan wat ze nu een Pabo noemen. Dat park met het bijbehorende Vogeleiland heet Het Rijsterborgherpark en is in de 19e eeuw ontworpen door de landschapsarchitect Leonard Springer. Mijn verhaal noemde ik daarom Binnenpark Buitenpark. Sinds kort weet ik via Google dat die benaming er al was. In Zoetermeer heb je bijvoorbeeld een park met zo’n naam. Een en ander doet geen afbreuk aan het toepasselijke van de titel van mijn verhaal en weblog. Zoetermeer is trouwens ook een prettig woord als je er over nadenkt Fragmenten uit Binnenpark Buitenpark

Een Begin

Meester van Putten

Blue Tits

Ben je nu al doof

Zwanen en dichters

Triomfantelijk

Doe dat breiwerk weg

Gymnastiek met hindernissen

Een boze brief

Spelletjes na schooltijd

Vreemde straffen

Moet dat cijfer tellen

Van de wal in de sloot

Een schrijfster vertelt

Een Midzomermorgen met Puck en Titania

foto

copyright

fotoVan alle gedichten, verhalen, en andere korte teksten alsmede foto's en illustraties die in dit weblog gepubliceerd zijn of worden berust het copyright( soms aangegeven met; © C.U.) bij mij, tenzij uitdrukkelijk anderszins wordt vermeld. De inhoud van dit weblog (geheel of gedeeltelijk) mag niet zonder toestemming van de auteur door fotokopie, druk of andere middelen worden gereproduceerd en verspreid. Citaten zijn alleen toegestaan met volledige bronvermelding: © c.u. 2006. duif.volkskrantweblog “ Binnenpark Buitenpark” The right of duif.volkskrantblog.nl,to be identified as the author of this work, has been asserted by him in accordance with the Copyright, Designs and Patents Act, 1988.

Beachy Head: ik heb me toen toch nog maar bedacht

foto

Met een groene duif

foto

Starry

foto

Say you little shiny thing

what on earth is happening

in the dark and velvet night.

 

You are mellow soft and bright

A forgotten sunray by the way

maybe the sun stopped overnight

and forgot to switch off the light.

 

You are so glimmering fairy-like

that all the sadness went on strike

at times you are a summer’s day

or a spring like catching smile

 

so that everyone wants to stay

and linger for a while

 

c.u.

 

 

Raak

Die rozen zijn

als ik mij niet vergis

om te schieten

mompelde de schutter


Slaperig en keek

met toegeknepen

ogen vast besloten

op de zomerkermis

door zijn vizier

 

Die rozen zijn

de vijand hier

Groepen

...liefde.....

...liefde.....

Opgericht door jeg_synes op woensdag 27 mei 2009 23:23, 17 leden

liefde, in de breedste betekenis van het woord

Duiven

Duiven

Opgericht door cor3306 op donderdag 16 juli 2009 10:58, 2 leden

Verhalen, columns, gedichten en informatieve teksten over duiven en andere vogels

Feuteu

Feuteu's zonder zonsondergang

Opgericht door Fransois op dinsdag 26 mei 2009 21:14, 17 leden

Foto's of bewerkingen zonder kleurzweem en die niet steeds scheef staan

In de trein/treinreizen

In de trein/treinreizen

Opgericht door Rene Scheffer op donderdag 4 februari 2010 22:03, 5 leden

Alle soorten van treinverhalen in beinnen en buitenland. Van bozig knippende conducteurs tot soezende forenzendames en van TGV, hondenkop tot ICE.

Jeugdherinneringen

Jeugdherinneringen

Opgericht door Devadatta op zondag 21 juni 2009 20:08, 10 leden

Jeugdherinneringen heeft elk mens. Bloggers maken er iets bijzonders van.

Onderwijs

Onderwijs

Opgericht door edu op zaterdag 6 juni 2009 14:11, 32 leden

Onderwijs is een onderwerp waar iedereen mee te maken heeft gehad, heeft of krijgt.

Persoonlijk

Persoonlijk

Opgericht door sjaal op dinsdag 26 mei 2009 22:23, 82 leden

Deze groep is gereserveerd voor alle bloggers die de wereld bezien vanuit het perspectief 'ik'.

poëzie

poëzie

Opgericht door jeg_synes op woensdag 27 mei 2009 00:38, 81 leden

het dansen met woorden en letters op papier, oftewel poëzie

Schoolverhalen

Schoolverhalen

Opgericht door cor3306 op dinsdag 8 september 2009 15:18, 7 leden

In scholen en klassen en op schoolpleinen gebeuren soms wonderlijke zaken

Schrijfplatform

Schrijfplatform

Opgericht door Linda Morgan op dinsdag 26 mei 2009 18:00, 44 leden

schrijftips, positieve en opbouwende kritiek, opdrachten, alles wat met schrijven te maken heeft!

Tegendraads

Tegendraads

Opgericht door frans muthert op woensdag 27 mei 2009 09:07, 58 leden

Satirisch getinte bijdragen

Vierkant formaat foto

Vierkant formaat foto's

Opgericht door Brontosaurus op maandag 20 juli 2009 18:11, 15 leden

Ook vierkante foto's kunnen mooi zijn

Laatste reacties

persona

Tulpenboom
kuifje simon: Een echte Cor simon

persona

Tulpenboom
paco painter: Erg mooi

persona

Tulpenboom
cor3306: @Theo; je gelooft me kennelijk niet!@ Kees Smit; zou je …

persona

Tulpenboom
antoinette duijsters: Heel mooi, Cor:-)

persona

Tulpenboom
dianne: dat is liefde :-))

Statistieken

TelMiep
  •