
Liriodendron
In het arboretum leid ik mijn geliefde rond.
Een goed verhaal het wil niet van de grond.
Het gesprek komt uit de lengte of de breedte.
Ze zegt: mijn oom had een hond die Tiras heette
Kijk,wijs ik,dit hier staat een tulpenboom.
Ze noemen hem ook wel de magnolia.
Afwezig luistert zij naar mijn geboom.
Gezellig,zegt ze, een hond, en dan 'o ja,
Liriodendron'; ze telt lettergrepen
en knabbelt wat aan chocoladerepen.
M'n blonde minnares met haar bruine ogen.
Ze luistert naar me zonder mededogen.
Soms spreekt ze wat peinzend als een filosoof
zodat ik toch aan diepgang bij haar woord geloof.
iebe iebe iebe das machen wir mit Liebe
school, klasgenoten, verstrooidheid, gebabbel, reunie, column
Vanmorgen grijp ik aldoor mis. Een bestek- la schuift open als ik koffiefilters zoek. Zonder doel staar ik in de koelkast of probeer een ei te koken zonder water. De kweekschool - klasgenotenreünie in Zelhem gisteren speelt me parten. Mijn gedachtewereld ontspoort; het schiet niet op en er ligt geen blad op de rails. Alles in de keuken is waar het hoort. Maar dat gebabbel met Betty en het verhaal van Gerrit of Jan: ze zetten me steeds op het andere been. En verder: Peter, Ben, Jan, Agnes, Adri, Annelies en Wim ;wat ze zeiden en deden.
Nu op zondagmorgen spookt het in mijn hoofd. Ik vergeet mijn bloeddrukpillen, en doe teveel zout op ’t zachtgekookte eitje.
Die Betty, het rustige meisje dat op school buiten mijn blikveld viel, al zo’n 40 jaar hebben we elkaar niet gezien. Ze leeft in de Eiffel en heeft een mooie Duitse achternaam gekregen. Ze is een spraakwaterval met een Prins Bernhard tongval geworden. Dat klinkt grappig ook als je niet luistert omdat je ’t gesprek van Agnes en Gerrit een paar stoelen verder probeert op te vangen. In Kaisersesch zit ze in de organisatie van de club van Niederländerinnen die haar festiviteiten opsiert met stamppot en rookworst. Kortom het is gezellig in Zelhem. Koffie, thee, taart, enzovoort, het ontbreekt aan niets.
Aan ’t diner vergast Jan, de saxofonist van de school, ons op zijn verhaal. Van zijn vader mag hij niet de muziek in. Maar ’s avonds speelt hij toch. Als hij laat thuiskomt, kleedt hij zich buiten haast tot op het bot uit, gooit de kleren door het halfopen wc-raampje, gaat zelf naar binnen en steekt zich in pyjama. Wanneer hij z’n kloffie van het toilet haalt, is er een probleem: z’n vader moet intussen. Hij gooit Jan ’s kleding weer door ’t wc-venstertje naar buiten. De confrontatie bij de wc is bizar. Jan slaapwandelt met gestrekte armen richting voordeur. Pa trapt erin, opent de deur en raapt de spullen op.
Het is het tweede inklimverhaal dat ik hoor, want Gerrit de voetballer van de klas heeft al in geur en kleur verteld hoe hij dronken na een voetbalfeest via het keukenraam voorzichtig in huis klautert zonder z’n moeder wakker te schrikken. Maar alle potten en pannen vallen. En in de uiterst intense stilte roept z’n moeder :’ben je daar, jongen! ”
En dan is er Wim Hij laat aan tafel een middelgroot zwaluwlucifersdoosje zien. Daarin heeft hij liefdevol met geduld een kersstalletje gepriegeld. Je moet er maar opkomen: Jozef ,Maria,en ’t Kindeke in een doosje. Het klinkt wat knullig. Dat is ’t allerminst. Wim heeft de grootste miniatuurverzameling kerstallen van Europa, houdt tentoonstellingen, geeft lezingen en is een deskundige op ’t gebied van iconen.
Iebe, iebe, iebe, das machen wir mit Liebe, zeggen wij bij ons in Duitsland lacht Betty, maar misschien heeft ze het tegen haar linker buurvrouw die net een update heeft gegeven hoe haar schoolcarrière begint in een klas met 48 leerlingen, van wie de helft Molukse kinderen die struikelend Nederlands proberen te leren.
‘Want wij leven alleen maar in het moment’, deze zin is niet zo maar een willekeurige dichtregel. Het is er een van mijn oud-leerling Marco.. Al eens eerder heb ik hier over zijn gedichten geschreven.
Deze week wist hij me via de mail tussen neus en lippen door te melden dat hij een vette gedichtenprijs in de wacht had weten te slepen. Hij had de Poëziewedstrijd van de stad Oostende gewonnen. Ik moest maar eens googelen.
Het linkje dat ik hem gestuurd van een site waar ik mijn manuscript; Vanuit de Verste Verte, mijn Ibbeltjefeuilleton te vondeling had gelegd, negeerde hij min of meer. Ik ben dat wel gewend, meestal reageert hij niet op mijn proza. Aan een lovende opmerking over mijn gedichten wil hij zich nog wel eens wagen, zolang het maar geen sonnetten zijn.
Wel stuurde hij me als bijlage en goedmakertje twee van zijn nieuwste gedichten:Bekentenis en Landgoed Den Treek. Beide geschreven na een schoolreünie waar wij elkaar kort spraken. Hij zag er wat onzeker uit en met een blik van wat gebeurt me hier allemaal. Er was nauwelijks tijd voor alle indrukken. Bovendien was ik omsingeld door ex-leerlingen, vooral nu zeer volwassen meiden die destijds een vaderfiguur in mij vonden. Daar zal ik niet over uitweiden .
Maar Marco ’s laatste aanwinsten laat ik hieronder graag volgen. Dat het om de reünie ging, wist ik meteen na de eerste met dat imperatieve:’Wacht,word woordloos, lees en omhels me’ ;Ik zag ’t voor me. We liepen daar immers allemaal met zo’n badge of naamkaartje rond. In ‘Bekentenis’ word ik toch het meest getroffen door die tweede strofe en in ’Landgoed’ door de regels:’hoe zelden onze levens nog zo helder als een vorstdag zijn’ en ‘wat ben je mooi oud aan het worden’ Bovendien ken ik dat Landgoed zo goed. Er wordt me wel eens goedbedoeld verweten dat ik hier op het weblog in mijn schrijfsels vaak zo nostalgisch en melancholisch ben, maar mijn vroeger pupil Marco Houtschild is er ook een meester in.
©.c.u.
(de foto is gemaakt tijdens mijn afscheid en van oudere datum)
Bekentenis
Wacht, word woordloos, lees en omhels me,
want we bestaan alleen maar in het moment,
is wat ik bij ons weerzien naliet je te zeggen.
Na een kwart eeuw nog geen half uur samen
– waar ik twee levens had gewild, wist je me
door je bekoring weer met stomheid te slaan.
Met de laffe omweg van de pen durf ik je nu
pas te bekennen dat ik na die vervlogen zoen
heb gezworen niet zonder jou oud te worden.
Maar het is gegaan als met elke belofte die ik
mezelf deed en ook alle hazen uit ons oerbos
liepen anders – hoewel ik er nu weer een zie.
Landgoed
Winter in Den Treek, onze stappen knarpen als weleer,
de lucht is weer hemelsblauw, het biezenland weer wit,
ik heb niet naar je gezocht maar nu heb ik je gevonden.
We vertellen hoe we elders onszelf zijn geworden, hoe
zelden onze levens nog zo helder als een vorstdag zijn,
vaak heb ik ons dit pad zien lopen, beken ik, maar toen
was het toch zomer, zeg je, en stond alles rijk in bloei?
Ik kijk niet naar waar je wijst, maar tersluiks naar jou –
wat ben je mooi oud aan het worden, wat mis ik je nog,
opnieuw zou ik je willen durven kunnen mogen kussen.
© Marco Houtschild
Luchtige limerick
limerick, automatische piloot, straaljager, gedicht, gestuntel
Ibbeltje ze zat schrijlings op mijn schoot
en wij vlogen op de automatische piloot.
Ze steunde zuchtte en knorde tevreden;
‘wat gebeurt hier toch allemaal beneden.’
’t Was haar aan te zien dat ze oprecht genoot.
©c.u.
Ongeveer een jaar geleden schreef ik ‘Straaljager langs de A28, een versje dat nog altijd veel hits krijgt. Vooral de laatste dagen. Sommigen op Nujij.nl waren toentertijd wat in hun wiek geschoten. Ze dachten dat het breaking news was maar lazen een vrijblijvend gedicht. Ik kreeg met boze bloggers te maken. Daarom hier maar eens een luchtig vervolg. ‘Zonder vleugels vliegen ‘, mag je het van mij ook wel noemen. Wie meer pikante geschiedenissen lezen wil, kijkt maar in het infoblok hiernaast bij Vanuit de Verste Verte,daar vind je een serie stuntelige liefdesverhalen.
Half 5 vanochtend; de deurbel. Niemand te zien .Het sneeuwt,ik zie ‘t spoor van een lijster en kruip terug onder ’t dekbed, zal proberen m ’n droomdraad weer op te pikken. Op zo’n onchristelijke tijd aanbellen. Heb het al eens eerder meegemaakt. Welke mafketel doet zoiets. Waar ben ik met mijn halfslaapdroom ook maar weer gebleven…..
Oh ja, met mijn jeugdliefde ben ik postduiven aan het africhten. Dat snap ik niet want C heeft niet veel met duiven. Met mij een ietsepietsie meer, maar of het tussen ons ooit echt wat wordt, is ook zeer de vraag. We zijn op de fiets, allebei een duivenmandje achterop. We rijden op de Leusderhei. Daar moet je met duiven eigenlijk niet zijn vanwege roofvogels en soldaten die schietoefeningen doen. Het wordt mistig we fietsen in een geelwitte deken met een zon erachter.
‘We kunnen nu geen duiven lossen’, zeg ik,
Dat vindt zij maar suf. En dan zijn daar zomaar vanuit die mist en nevel de reclamemeiden van ING en Eneco met hun kunstogen en praatjes van overstappen, gewoon doen en de laagste rente. Wat moeten die hier op de hei! Van die grieten krijg ik schoon genoeg. Ondertussen is C met haar fiets en duivenmandje opgelost in de nu laaghangende bewolking .
De Burger Partij Amersfoort, de BPA heeft de kreet; ‘ik zeg gewoon doen ‘als verkiezingsslogan gejat. Niet origineel maar wel effectief. Ik heb er niet op gestemd, dat zal ze worst zijn want ze worden toch de grootste. Om kort te gaan zo woel ik in mijn multifunctioneel verstelbaar bed, maar van slapen komt geen barst meer.
Even na achten belt mijn houdhuishulp Nouria. Er zijn goedkope tickets voor Marokko op het internet,die moeten betaald met een creditcard, die heeft ze niet of ik zo’n ding heb en iets regelen kan. In mijn portemonnee zit een wildgroei aan plastic: rijbewijs, identiteit- kaart, ziekenfonds, bonus, kapper, ANWB, noem maar op, maar een kredietkaart is daar niet bij en ik moet haar teleurstellen.
Om half 9 zit ik aan m’ n ontbijt van twee beschuitjes en een glas water. Het is 8 maart. Buiten vallen nu royaal volwassen sneeuwvlokken.
© c.u.
Droomde dat mijn poes Gina door een tijger werd dood gebeten, hap snap weg. Het moet niet gekker worden. Oostenwind, vries helder voorjaar,ik sta voor het raam mijn gedachten in verdwaalde wolken. Mijn 2e zoon stuurde gister een youtube van de Cats; One- way wind. Dat zal het zijn.
Als Balkenende praat schudt hij steeds dezelfde kaarten, het lachje van Bos staat me niet aan en Femke is een mooie naam. Waar verstop ik de pinpas als ik zwemmen wil! In de Omaklok met het deurtje, dat heeft wel een link met de Wolf en de 7 geitjes. Wanneer W. zijn haar nu eens heel donker spoelen laat, krijgt hij vast een andere uitstraling.
Sinds kort zit ik op Twitter. Snappen doe ik het nog niet echt ! Mijn 1e dochter twiedeliet:’Hoera, 3-2, gewonnen!’Maar ze voetbalt niet. Dat is meer het pakkie aan van 1 van m ’n 3 kleinzonen.
Er komen windveren in de lucht, een merel hipt op de schutting, een mus roept twiettwiet. Achter mij klinkt de stereo.
Ik luister teveel Classic FM. Alle dagen Mozart stompt af. ‘k Moest maar eens een cd’tje van dat verwarde fladderige meisje, Wende Snijders draaien of is het spelen . Kan ook een evergreen van die ouwe hippie Kris Kristofferson opzetten: Sunday mornin’comin’down.
Hoewel dat is ook wat over the top op zo’n stralende ochtend in maart en een cd zet je niet op; je doet hem er in. De poes slaapt half op de verwarming bij de geraniums in de vensterbank. Tijgers in Amersfoort, vergeet het maar.
Orion aan het kemphaanpad
mythologie, fotografie, zilverpopulier, sonnet, gedicht, sterrenbeeld orion, foto
De zilverpopulier
Ik vind haar tranen terug bij een rivier.
Het water vloeit er teder langs de kant.
De abelen daar laten mij weten;hier
bereikte haar verdriet het vaste land.
de zomer maakte overuren toen
ze mij verliet en ik die straf verzon;
ze kreeg een plek als ster naast Orion
en moest het zonder aardse liefde doen.
ik meende zo van haar verlost te zijn
maar fietsend over deze zomerdijk,
verstoort het zilver naast de rivier mijn
zorgvuldig goed beveiligd eenzaam rijk.
In alle populieren langs de wegen
Kom ik haar nu eindeloos vaak tegen
© c.u.
© foto:-s90: r.u. Het sterrenbeeld Orion gefotografeerd vanuit een slaapkamerraam aan het Kemphaanpad in A'foort
Wat gegevens die aan de bron liggen van het sonnet
Eridanus is het langste sterrenbeeld en kronkelt zich een weg van Orion naar de zuidelijke sterenhemel. Het is in de loop der jaren met verschillende rivieren, zowel echte als mythische, vereenzelvigd. Het was een van de rivieren die stroomde in de grote rivieroceaan. Oceanus, die het heelal omringde. Voor de Babyloniërs was het de hemelse voorstelling van de Eufraat, een van de twee rivieren in Mesopotamië. Voor de Egyptenaren stelde het de Nijl voor.
De mythische Eridanus-rivier komt voor in de angstaanjagende avondturen van Phaëthon, een van de zonen van de god van het licht, Helius of Helios. Op een dag smeekte hij zijn vader om de zonnewagen te mogen rijden om zijn afkomst van de zon te bewijzen.
Helios stemde uiteindelijk toe en gaf de teugels over. Maar de onstuimige paarden merkten de onervaren handen op en zetten het op een draf. Ze galoppeerden door de ruimte en kwamen gevaarlijk dicht bij de aarde; zo dichtbij dat deze begon te schroeien en de rivieren begonnen uit te drogen. Het heelal liep het gevaar vlam te vatten. Om een volledige ramp te voorkomen, raakt Zeus Phaëthon met een bliksem, waarop deze naar de aarde tuimelt en in de Eridanus stort, waar hij verdrinkt. Zijn zusters, de Heliaden, rouwden om hem en hun tranen veranderden in barnsteen, dat op de oever van de rivier terechtkwam (uit Wikepedia)
Het gedicht is misschien wat ontoegankelijk, daarom hier
deze aanvullende informatie. In een andere versie van
het verhaal waren die tranen de zilveren
'dauwdruppels' van de populieren
De regen valt naar boven
column, kinetic balls, winkelen, hebbedingetje, gadget, verjaardag
Mijn jongste dochter belt.’Pa, mijn broer is morgen jarig.’
’ je telefoon valt aldoor weg ‘, reageer ik.
‘Nou schiet me opeens te binnen dat hij van die balletjes aan een touwtje zo leuk vond ’, kraakt ze onverstoorbaar verder.
Geen idee waar ze ’t over heeft.
‘Je hebt vijf ballen op een rij, als de voorste beweegt, zwaait de achterste weg, de tussenballen blijven op hun plaats. Hij kon met dat hebbedingetje vroeger uren spelen’
Met horten stoten geeft ze meer details. Over de naam is ze niet zeker; Iets van botsballetjes, denkt ze. Of ik het snap.
Ja zeg ik; de regen valt vandaag van beneden naar boven.
Waar dat nou op slaat, klinkt het gepikeerd.
Dat ik niet achterlijk ben, brom ik.
Als ik nou even shoppen ga, dan heeft zij morgen een geinig origineel cadeau. Naar welke winkel ik voor dat slingerding moet, kan ze niet zeggen. Doe niet zo flauw, je hebt tijd zat. Tegenwerpingen helpen niet, want dochters krijgen hun zin.
Dus rij ik naar de winkelpromenade in Emiclaer. Bij een cadeaushop luistert een verkoper geamuseerd naar mijn uitleg van balletjes aan een draad of ketting die vallen, botsen of stilhangen en dat ik even niet meer op de naam komen kan.
Hij begrijpt het, heeft ze wel gehad; het zijn kettingballen. Hij knipoogt zijdelings vet naar zijn verkoopassistente. Jammer maar hij kan me niet van dienst zijn. Het is te proberen bij Blokker of Intertoys.
Bij de eerste zaak schudt een vakvulmeisje argwanend haar hoofd. In de speelgoedzaak beginnen de kassajuf en haar inpakster te giechelen. Nee, ze hebben nog nimmer van ketting- botsballetjes gehoord en onverrichter zake koers ik huiswaarts.
Inmiddels heeft een zoekmachine op mijn pc helderheid verschaft. We hebben te maken met de Kinetische Ballen van Newton. Ook wel de wieg van Newton genoemd, een natuurkundig speeltje waarmee de 3e Wet van Newton gedemonstreerd wordt. De wet van actie en reactie en behoud van eindeloze energie.
De ontbrekende stukjes vallen in mijn gepuzzel na het haperend telefoontje op hun plaats. De stap van Balance Ball of Kinetic Balls naar Kettingballen is zo gemaakt; het is een verbastering, een voorbeeld van volksetymologie.
Het is me wat een dochter die haar oude grijze vader op gadget - jacht stuurt . Die man heeft niks om handen en nog energie voldoende.
En dan is er inmiddels ook het besef dat die volkse naam van kettingballen mogelijk ook heel andere associaties oproept.
Als ik het scenario van m ’n winkeltocht nog eens de revue laat passeren, krijgen de reacties van dat winkelpersoneel een ander perspectief en voel ik me een tikkeltje lullig. Kijk denk ik, dat heb ik nou weer . Mijn andere dochter heeft me al eens eerder op pad gestuurd om een zwangerschapsbelletje en het Spel van Dokter Bibber te kopen. Ik had toch wijzer moeten zijn.
©.c.u.
In de verste verte niet
treinen, suikerzakjes, groningen en suikerzakjes, ibbeltje, school
Soms heb je geen notie hoe een verhaal moet eindigen,waar het schip zal stranden. De laatste aflevering van mijn feuilleton met de werktitel ’Groningen verteld met suikerzakjes’ schreef ik ergens in de zomer of de late lente van het vorig jaar.
De naam van die slotepisode werd’ Vanuit de Verste Verte’. Als dat onopgemerkt is gebleven is hieronder het eindverhaal nog eens na te lezen. Over of dit echt het eind moest zijn, heb ik nog geaarzeld. De column ’Het Eeuwige tekort’ maakt dacht ik wellicht ook wel kans om de geschiedenis van Ibbeltje en het Verlangen te besluiten.
De verste verte
Van alle windstreken kwamen treinen naar Groningen. Langs perron twee een Dieseltrein uit het Friese Westen. Een hondenneus -zo noemde men die locomotief- trok de sneltrein uit Holland onder de overkapping. Het Oosten bracht een Duitse goederentrein, vermoedelijk uit Oldenburg en Bremen. Met een Blauwe Engel kwam ik van Delfzijl. Langs die lijn lag een plaatsje waar ik gesolliciteerd had. Haast ongemerkt was de wereld een jaar of wat ouder
geworden.
Ik liep naar de stationsrestauratie voor een kop koffie. In de deur spiedde ik rond naar een geschikte plek. Aan de grote leestafel in het midden zag ik Annie met twee koffers naast zich, een weekendtas aan de leuning. Ik liep naar d ’r toe.
Ze was verdiept in het Nieuwsblad van het Noorden. Dat schreef van Marilyn Monroe dat ze na twee mislukte huwelijken nu trouwde met de toneelschrijver Arthur Miller, auteur van bijvoorbeeld ‘De Dood van een Handelsreiziger’.Dat ze eigenlijk Norma Jean Morteson heette en dat ze op huwelijksreis in Londen waren.
’Is het spannend!’
Ze keek op; glanzende ogen achter een gangbaar brilletje. Ze schudde ’t hoofd, stond op, gaf een hand. Van alles hadden we samen uitgespookt maar handen schudden hoorde daar niet bij.
‘Je ziet er goed uit.’
’Veel te goed,’lachte ze zuinig.
‘Ga je op vakantie’, gebaarde ik naar de koffers.
Nee, ze ging niet op reis; ze kwam thuis. Haar vader was nogal ziek en Rien, die vriend, weet je wel, had hun verloving verbroken. Als kunstenaar kon hij zich niet binden. Ze stond zijn ontwikkeling in de weg. Er kwam niks meer uit z ’n handen.
Ze begon te huilen.
‘Wat een goedkope rotsmoes’, deed ik verontwaardigd meelevend. Ik gaf haar een zakdoek.
‘En nou is m ’n vader ook nog ziek. Ze nam de bril af, wreef oog en wangen droog. Zo leek ze op een slaperig Koalabeertje met verdriet. Zonder bril had ik Annie nog nooit gezien.
’Misschien gaat hij wel dood’, snikte ze.
’Wacht even, haal ik wat te drinken; water, fris of koffie!’
Ze wou wel koffie. Dat was goed. Ik koerste naar de toonbank, vroeg of ik iets bestellen kon.’Ik kom zo bij U meneer. Waar zit U?’
’Daar aan de overkant van de leestafel’.
Annie had de krant weer gepakt.
Gedachten en gevoelens dwarrelden in m ’n hoofd terwijl ik terugging. Stel je voor dat het tussen ons toen niet uitgeraakt was. Ze zag er toch aantrekkelijk uit, veel mooier dan vroeger, voller en strakker, volwassen, een beetje rond als een jonge vrouw in ’t begin van een zwangerschap. Annie was zacht en aanhankelijk, niet zo afstandelijk als Ibbeltje in dat verdroomde jaar en zeker niet zo bazig als Engelien die de eerste helft van mijn laatste schooljaar zo chaotisch op de kop zette.
‘De ober komt zo!’
Annie keek op, schoof de krant van zich af.
‘Wat heeft je vader?’
‘Een verwaarloosde tbc, zegt de huisarts, overgehouden van de oorlog. Hij heeft in een strafkamp bij Maagdenburg gezeten, vreselijk! Er werd gebombardeerd en ze kregen daar allerlei ziektes difteritis, schurft en longontsteking. En op de terugreis naar huis heeft hij in Glanerbrug nog tyfus gehad. De dokter zegt dat er een soort zweertje zit, een klein plekje dat al die tijd heeft gesluimerd Hij is de hele tijd moe en ligt maar op bed; ik ben bang dat het niet goed komt.’
De ober zette een dienblad met koffie op tafel, twee kopjes, schotels, een melkkannetje, suikerzakjes en twee verpakte reepjes Friese kruidkoek. Annie hoefde geen melk en suiker. Ze moest om haar figuur denken.
‘Ik krijg al een buikje’, lachte ze.
De koek mocht ik ook!
‘Misschien valt het al met al mee met je vader. Hij is nog niet zo oud!’
’Volgend jaar wordt hij 50’, beaamde ze.’Dan ziet hij Abraham. M ’n moeder wordt twee jaar later Sarah. ‘
’Zeg, heb jij een vriendin’, ging ze plotseling overstag!
‘Nee. Ze moeten me niet, ze maken het allemaal uit Ik weet niet wat het is!,
‘Je bent niet doortastend en teveel in gedachten, Chris.’ Ze zette en gezicht als een dokter die een diagnose stelt.
Als wij toen bij elkaar waren gebleven, Annie, dan kon je nu met mij naar Stedum. Daar krijg ik als het doorgaat een baan als hoofdschoolmeester en de gemeente heeft een leegstaand huis voor mij en als wij…..’
‘Jaja als, als, as komt bij de molen te pas, zegt mijn moeder altijd’, deed ze luchtig en maakte een wegwerpgebaar,’Gedane zaken nemen geen keer.’
In spreekwoorden waren die Waldhoorns goed.
‘Je was anders aardig verdrietig die laatste keer. We liepen toen bij het Van Starkenborg kanaal, weet je nog, Annie!’
Dat was wel zo, maar ze moest het uitmaken van haar moeder en ik had zelf gehuild en zij niet. Dat was raar, want jongens huilden niet. We hadden het in ’t donkere lange gras langs bij ‘t water nog met elkaar gedaan, bij wijze van afscheid kon je zeggen. Dat was een gestuntel van jewelste.
O ja ze wist het nog goed Annie en ze ratelde maar door, leunde tegen me aan pakte mijn handen en speelde met mijn banaankromme linkerduim. Nu zweeg ze en keek voor zich in de spiegel boven het buffet naar een verte die er niet was, die achter ons lag.
‘Zullen we wat afspreken voor zondagmiddag bij het Stadpark paviljoen of zo’, vroeg ik
Ze gaf geen antwoord.
‘Gewoon als ouwe vrienden zonder bijbedoelingen.’
Ik had die foute woorden al gelanceerd voor ik besefte, hoe stom ze klonken.
Achter ons bracht een kelner iets. Nee Annie hoefde niets meer. Voorlopig had ze geen zin in afspraken, ging ze niet uit. Eerst waren thuis dingen te regelen Ze wist niet hoe het met ‘r zieke vader ging.
‘Ik ga weer op mijn ouwe kantoor aan het Martinikerkhof werken en ik bel je wel’, besloot ze.
’Hoe kom je met die koffers thuis. Je moet met de Trolleybus helemaal naar ’t andere eind van de stad en nog overstappen. Zal ik meegaan. Laat ik mijn fiets hier zolang staan.’
Dat was aardig maar niet nodig. Jaap zou haar ophalen. En alsof ze op een verborgen knop drukte, zwaaide de deur naar ’t perron open en verscheen haar jeugdvriend ten tonele; nog even blond, sterk, boos en dom als vroeger, maar nu breder geschouderd. Hij kwam naar ons toe, gaf Annie een zoen op de mond en monsterde mij met een blik van zal ik hem nu dood slaan of nog even wachten.
‘Dit is Chris’, zei Annie hij wordt onderwijzer in Stedum, leuk hè ! ‘’
‘Dat zal wel’,zei Jaap, pakte de bagage en bromde:’kom we gaan, ik heb meer te doen. Ze verdwenen, naar het perron, gingen links naar de uitgang met de kaartjescontrole:Annie en Jaap!
Verbluft bleef ik achter.
Vanaf de openliggende krant zond Marilyn Monroe, met naast zich die 3e echtgenoot in een wit slobberpak, haar meest stralende lach de wereld in.
©.c.u.
zie voor meer en andere feuilleton afleveringen hiernaast in het infoblok of voor de 1e vijftig en eventueel meer pagina's
Bedrieg jij mij
bedrog, overspel, duits, op afbetaling, vertaling, vestdijk
De telefoon, de foto……De hoop was vervlogen. Van al zijn visioenen had hij geweten dat het visioenen waren, Hij was niet krankzinnig, godverdomme!, Tientallen bewijzen had hij, ook al zou hij zich er geen meer herinneren. Hij had het gezien, ook al zou hij zijn leven lang blijven hallucineren. Het kon ook zijn, dat hij nooit meer hallucineren zou. Alles hetzelfde. Terwijl hij haar de kopjes koffie op het blad hoorde zetten en het waxinelichtje uitblazen, keek hij naar de silhouetten aan de overkant waar niemand meer woonde:drie lichte ramen, waar niemand woonde eigenlijk.
’ Ik ben klaar’
Dat klokkend stemgeluid, dat zou altijd wel tot zijn verbeelding blijven spreken. Hij draaide zich om, en omvatte haar heupen met de blik van een drenkeling, die zo juist ontdekt heeft, dat men ook onder water leven kan, ontberende het groen der wereld en het blauw van de hemel.
‘Ik ook’, zei hij zwaar.
Doorn, Voorjaar 1952
In mijn boekenkast staan veel boeken van Simon. Vestdijk Een daarvan heet; Op Afbetaling. Het is een pocket. Het boek gaat over tijdelijke ontrouw en een bedrogen of gehoornde echtgenoot die Grond heet. Het slot van dat verhaal hebt u net kunnen lezen. Het is natuurlijk niet aardig om het eind alvast te verklappen, maar daar gaat het hier niet om. Er is een tijd geweest dat ik van Vestdijks boeken ook wel eens een vertaling in een vreemde taal ergens op de kop tikte.
Van ‘Op Afbetaling’ heb ik een mooie Duitse gebonden uitgave. Die heet ‘Betrügst Du mich…..’met als ondertitel’ Ein Eheroman’. Die titel maakt al onmiddellijk meer los dan het wat zakelijke 'Op afbetaling' Of je een boek in de oorspronkelijke taal
leest of in een vertaling maakt qua gevoel en sfeer nog al wat uit.. Het klinkt en zingt anders en soms worden dingen toch net iets anders weergegeven. Zo is bijvoorbeeld als ik het mij goed herinner de betrekkelijk neutrale titel van Vestdijks roman’ De Dokter en het Lichte meisje’ in het Turks getransformeerd tot iets in de trant van ’Discreet beoefende zij de buikdans’
Maar goed voor een aardige vergelijking volgt nu de slot episode van Betrügst Du mich.
Das Telefon, die Fotografie….. Die Hoffnung war verflogen. Von all seinen Visionen hatte er gewuszt, dasz es Visionen waren. Er was nicht, verrückt, verdammt noch einmal! Zahloze beweise hatte er, wenn er sich auch jetzt an keinen einzigen mehr erinnerte. Er hatte es gesehen, mochte er sich auch sein ganzes ferneres Leben lang Halluzinationen haben. Es konnte auch sein, dasz er nie mehr Halluzinationen haben würde.. Das blieb sich alles gleich. Während er sie die Kaffeeschalen auf das Servierbrett stellen und das kleine Wachslicht ausblasen hörte, sah er hinüber zu den Silhouetten auf der anderen Seite, wo niemand mehr wohnte: drei helle Fenster…und es wohnte doch niemand mehr dort.
‘Ich bin fertig’
Der glucksende Stimmlaut, der würde wohl ewig zu seiner Einbildung sprechen. Grond drehte sich um und umfaszte ihre Hüften mit dem Blick eines Ertrinkenden, der soeben endeckt hat, dasz man auch unter Wasser leben kann, entbehrend Das Grün der Welt und das Blau des Himmels.
‘Ich auch’, sagte er schwer.
Een vergelijking en de appreciatie van de beide stukjes kan aanleiding zijn tot amusante en kritische kanttekeningen waarbij we wel moeten bedenken dat een Duitstalige die ook het Nederlands enigszins beheerst een andere optiek heeft. Met andere woorden de eigen taal of het nu Duits, Nederlands, Engels of wat dan ook is vertegenwoordigt een andere gevoelswaarde dan het wezensvreemde idioom.
c.u.
een nagekomen valentijngedicht
een recept, gedicht, valentijn, aroma, zinnenprikkelend, maaltijd, aanrecht
Pittig
Beste A. jij krijgt van mij voor Valentijn
een busje peper, olie en natuurazijn;
liefde moet soepeltjes zinnenprikkelend zijn
en niet als mosterd na een maaltijd komen.
Van een lekker hapje hoef je niet alleen te dromen;
sinds jij een Sarah werd moet je heus wel weten
waar een Abraham pitjeskaas van heeft gegeten.
Zorg dat er aroma, kerrie en wat nootmuskaat
voor noodgevallen ergens op je aanrecht staat:
je weet bij een kerel gaat liefde door de maag,
zul jij voldoen dat is zijn brandend hete vraag.
Wanneer je weer eens aan het kokkerellen slaat
en de keukenafzuigkap heftig blaast en raast,
zit je er met pikante kost nooit erg ver naast.
©.c.u
Die kaart met rode rozen
gedicht, valentijn, stille liefde, onbestelbaar, sonnet, rode rozen
Van stille liefde
Wat stuur ik jou voor Valentijn dit keer:
mijn hart of die kaart met rode rozen
waarvan je wie weet waar zult blozen
maar mogelijk leef je al lang niet meer.
Oké het is hier heus niet alle dagen feest
en het glas met beaujolais is wel bijna leeg
het idee dat je ergens mijn woorden leest,
ontroert me want de pen trilt als ik beweeg.
ik sukkel ,de handen doen niet wat ze moeten.
Jij zal best wel veranderd zijn behalve rondom
je ogen en je mond die optocht van je sproeten.
Na al die lange jaren vraag je vast waarom
stuurt hij me nu pas met Valentijn de groeten:
altijd kwam de post als onbestelbaar weerom.
©.c.u
Sinds korte tijd bries ik als een paard.
Mijn ex was de eerste die ’t hoorde Ze zei ’ doe eens normaal dat is een beetje raar, hoor!’
Ik wist van de prins geen kwaad.
‘Kijk, nou doe je het alweer, prrrrrt.’
Het was zo, er was geen bal van te snappen. Contact met paarden heb ik niet. Er wordt verteld dat bazen op hun dieren gaan lijken. Op mijn minilandgoed wonen duiven, een kat en een hond, maar op koeren, spinnen en blaffen zul je me niet betrappen . Aan de beesten ligt het niet.
Ze zeggen dat mensen met een hersenbeschadiging veranderen en dat pas soms na jaren merken. Die zin komt uit de reclameboodschappen bij Classic FM. Behalve een kopstoot met een keukenkastdeurtje en wat lichte duizelingen na flink doorhalen, wijst niks in die richting.
Enfin die klassieke zender staat de hele dag aan en allerlei depri- reclame wordt er in gehamerd. Wie weet ga je daar van proesten als een opgewekte hengst of merrie.
Trouwens vlak die muziek ook niet uit want eindeloos komen Mozart, Beethoven en Chopin opdraven en als Maurice Ravel met zijn Bolero de teugels viert ben je ook niet klaar.
Nouria, mijn Noord- Afrikaanse huishoudhulp voelt zich evenmin gelukkig als ze met dat gejengel op de achtergrond stofdoekt en dweilt. Zij houdt meer van getinte muziek.
De Duifmelkers die ik op de koffie krijg, vragen direct of die treurnis uit mag.
‘Zet eens wat vrolijkers op, man! ‘
Ze geven de voorkeur aan ‘’ Una Paloma Blanca, Koekoeroekoeroe, en Sjalalalie sjalalala, alle duiven op de Dam die weten hoe het kwam…..’
Op hun verzoek geef ik een slinger aan de afstemknop en komen we bij Radio 538, Veronica of Slam FM. Echter ook daar blijft de mens niet reclamevrij. Overal op radio en tv word je gehersenspoeld met commerciële nonsens. Overstappen is makkelijker dan je denkt,hoorcomfort, licht urineverlies, beter bed en 800 duizend mannen hebben er last van, een erectiestoornis. Hoe komt men aan zo’n getal.. Dat is meer dan de stad Utrecht. Ze kunnen hem niet meer omhoog of misschien omlaag krijgen! Maar alles kan weer worden als vroeger. Dat is je reinste lulkoek; de goeie ouwe tijd komt niks niet terug.
Maar goed ik heb dus een tik, een soort hebbelijkheid van aldoor aan een oorlel friemelen, met je hand door de baard aaien die er niet is en een wijsvinger boven je hoofd laten spartelen. Een tik is net zoiets als steeds hetzelfde stopwoord gebruiken.
Ondertussen let ik meer op mezelf en inderdaad er ontsnapt op onvoorspelbare momenten lucht langs mijn fladderende lippen.
Nu ik er aandacht voor heb, gebeurt het steeds vaker; ik blaas en mijn lippen trillen. Dan denk ik, verdomme niet doen, andere lui merken het, zeggen beleefd niks, denken hooguit die man heeft het koud, want zo’n bibbergeluid is het.
in de manege
Nou kan ik wel bij de huisarts op consult maar die luistert zoals altijd geduldig,zal er geen spiegelei van bakken en zeggen; ‘maakt u zich maar geen zorgen, het is een onschuldig tikje daar kunt u oud mee worden.
Dat is dan mooi maar intussen wenkbrauwen en glimlachen mijn kennissen lichtjes, want voorlopig ben ik van die paarden - proest nog niet af.
©tekst&foto .c.u
De winterzon schijnt. De bel dingedongt.
’ Goedemiddag Meneer, wij komen hier de dakgoten reinigen en….’
Ik rem af met een kort nee.
’Uw schoorsteen dan misschien, meneer?’
’Die rookt niet meer!’
‘Dan gaat het over.’
Keurige jongeman overigens blocnote en pen in aanslag. Jammer hoor,maar hij is al de zoveelste dakgootpoetser deze maand. Ik krijg er een sik van.
Gisteren meldde zich een man in een net pak. Hij kon zo naar een bruiloft of begrafenis. Die mocht me voor een jaar abonneren op mogelijke rioolontstoppingen. Als de voordeur belt,is het altijd dezelfde shit, nooit iets leuks.
In de loop van de week komt er vast nog een mooie meid die kunststof kozijnen heeft. Ook die hoef ik niet. Verder is er de regelmatige sores van rinkelende collectebussen onder je neus en ik heb verdullemens geen kleingeld en pinnen kan niet. Zo wie zo heb ik geen cash in huis. Kortom alles wat belt, wil wat en daar word je niet wijzer van.
Vroeger gebeurde er nog wel eens wat aardigs. In mijn keukenvensterbank staat een asbak van Oom R. Er heeft een foto op de onderkant gezeten, maar na een verregend tuinfeest weekte en verbleekte het prentje van R’s boerderij in Adorp los. Hoe kwam hij ruim 60/70 jaar terug aan dat ding. Wel, op een mooie zomerdag belde of klopte er een jongeman aan. Hij zei;’kijk, ik heb een foto van je huis. Dat is een mooi aandenken. Met het lijstje erbij voor een piek, dat kost je de kop niet.’
Oom was blij verrast met zijn boerenbedoeninkje op die ongevraagde foto. Godsamme dat was me wat. Ook zijn huishoudster die wij tante Tine noemden, vond het prachtig. Ja en in die tijd waren fotoapparaten en fotografen van een hogere orde. Wie in het dorp hadden er een fotoboxje, de dokter en de schoolmeester misschien. En de langs- de deuren –fotograaf had nog meer in petto. Een asbak van zwaar kristal met boerderijfoto. Oom R was met stomheid geslagen. Hij rookte niet maar ging voor de bijl. En een daalder, dat was immers een koopje.Het aanbod was eenmalig want zo’n wonderfotograaf kwam nooit weer.
een beetje flets maar 't geeft een idee
Natuurlijk liep er af en toe wel ander leuk volk langs de deur. Je had de garen- en bandman die de boerin verblijdde met een vrolijk stukje stof voor een jurk, rok of bloesje.
En dan waren er de zigeunerkinderen met een marmotje onder hun jas. Die zongen:’Dag mevrouw, dag meneer, wilt u mijn marmotje zien, het is zo’n aardig beestje….’
Voor een paar centen ging de jas wat open en mochten Oom en Tante het diertje even aaien. Een echte marmot was het niet; meestal ging het om een konijntje of cavia.
Wat dat stuk nepkristal betreft: omdat ik ook niet rook leidt dat erfstuk een eenzaam vensterbank bestaan. Wel heb ik er na die wateroverlast een andere ronde foto onder geplakt van mijn ouderlijke huis aan het eind van de dertiger jaren.
O ja voor de volledigheid; het asbakje was lang niet het enige dat mij na het heengaan van Oom ten deel viel. Verder waren er die antieke likeurglaasjes, eierdopjes, theelepeltjes en een smak geld.
©.c.u
Met de fiets aan de hand
gedicht en illustratie, sonnet, foto, sneeuw
Mooi sonnet, maar ik mis een illustratie en weet dat je daar (bij enig zoekwerk) best uit eigen collectie uit kan weergeven. Die opmerking maakte een van de bezoekers van mijn weblog bij een gedicht.
In mijn reactie beloofde ik daarop terug te komen. Een foto of afbeelding bij een gedicht geeft problemen. Los van de vraag of het gedicht de foto illustreert of omgekeerd zijn er andere bezwaren.
De tekening bij het sonnet leidt af van de tekst. Een echt goed leuk aardig of oubollig en slecht gedicht, moet het zonder een plaatje of foto kunnen doen. Een illustratie bij een paar versregels stuurt de lezer in een bepaalde richting roept associaties op die anders bij beoordeling en begrip van de tekst niet in de weg gaan staan.
Natuurlijk had ik uit mijn fotobestand wel een paar sneeuwkiekjes kunnen opvissen. Daarom hierbij een paar opnamen; twee vrouwen te voet naast hun fiets.
Ik vermoed dat de reacties bij het gedicht ’sneeuwvrouwtje’ hier en daar anders geweest zouden zijn.
‘Met de fiets aan de hand’ kon ook heel goed de titel gaan worden van een volgend gedicht. Dat zou dan wat mij betreft een andere toonaard moeten hebben. Bijvoorbeeld:’Met de fiets aan de hand, want sneeuw is geen zand……’
een sneeuwvrouwtje
sprookje, sneeuw, gedicht, winterydille, sonnet, sneeuwvrouw, sneeuwpop
Meisje van de sneeuw wat zijn je gangen
De winter is een sprookje want je gezicht
vertelt ervan je schijnt zo vol verlangen
en vlokken brengen dwarrelend bericht.
meisje deze eeuw doet een paar passen
even terug je leest een ongeschreven brief
het lichte hemelwoord kan zo verrassen
de wereld wordt vandaag heel even lief
gevoelens uit een hinderlaag en ‘t land
wordt toegedekt, auto’s hebben mutsen op
meisje met de sneeuw en zoveel in je hand
als druppels nu straks gaan rikketikken
word jij misschien een frisse regenpop
en geen vogel zal van jou dan schrikken.
© c.u.
Kuiven en Strikken
sierduiven, inteelt, strikken, kuiven, rassen, column, duiven, kweken
In vroeger jaren had ik eens een seizoen met kuiven, strikken en figuren die we schalies noemen. Vanzelfsprekend heb ik het over duiven van een bepaalde kleur en getooid met strik of kuif. Over de welbekende stripheld Kuifje gaat het hier dus niet Hoewel een van mijn kuiven, een zoon van de Rapido wel afwijkend gedrag vertoonde.
Op mijn hok heb ik een schalie kweekduivin van 93 en dus is het niet zo vreemd dat er af een toe een jonge schalie opduikt uit de bebroede eieren. Maar afgelopen jaar had ik opeens een stuk of vier van die miskleuren en Een was van die duivin maar de anderen hadden een verschillende afstamming.
Het waren ijverige en vlijtige duifjes. Ze vlogen allemaal redelijk tot zeer goed. Zoals je kunt spreken van een goed appel- of perenjaar zo had ik een goeie schalieoogst. Voor de duidelijkheid nog maar eens:een schalie is een duif met een soort uitgelopen inktvlekken, een vogel die in de was verkleurd is.
En dan was daar ook nog de verrassing van de kuiven en strikken die zomaar uit het niets leken op te duiken. Ik had mijn zoon Jeroen in het najaar een aantal late jongen gegeven voor het duivenhokje dat hij bij het ziekenhuis in Utrecht had. Hij werkt daar bij de tuindienst. Men heeft daar nogal last van zwerfduiven en onder het motto met dieven vangt men dieven en met duiven vangt men duiven, had hij daar een zogenaamd opvanghokje gebouwd.
dochter uit mijn oude schaliekoppel
©.c.u
Op een avond belde hij. Nee, hij had geen vreemde duiven gemept of gelokt, maar hij had een jonge duif met een kuif en een soort strik gekweekt. Die duif zou hij, als het beestje speenrijp was, voor mij meenemen, dan kon ik ermee vliegen. Die nieuw aanwinst, een jonge doffer kwam uit een Rode vader, de genoemde Rapido, en een erg krasbonte, bijna witte moeder.
Jeroen begreep niet waar die kuif opeens vandaan kwam, want de vader en de moeder waren heel normaal.
Ik zei hem ergens gelezen te hebben dat begin 1900 in België postduiven gekruist waren met Meeuwtjes.
”Ik heb in de boekenkast nog een boekje dat heet: ”De Duivenvriend, een geïllustreerd handboekje voor de verzorging en verpleging der voornaamste duivenrassen”. Naar de slechte kwaliteit papier te oordelen is het gedrukt ergens in de Tweede Wereldoorlog Ik heb het in 1949 gekocht, toen ik net duiven had en daarin staat een stukje over postduiven. Ze hebben het over drie soorten postduiven: de Engelse postduif(of Flying Homer), de kortsnavelige Antwerper postduif en de Luiker postduif, ook een kortbek en die laatste herinnert door haar vorm meer aan de Meeuwtjes.
( bew: foto Wolters)
Oud Hollands meeuwtje met kuif en strik
De schrijver is ene meneer J.H.Beekman Bzn, maar of die man veel verstand speciaal van duiven heeft betwijfel ik, want hij heeft in die serie” Handboeken voor iedereen” verder nog de volgende titels op zijn naam staan: De Kanarievogel“, De Hondenvriend, Het Hoendervolk, De Konijnen en de Bijenteelt, allemaal geïllustreerde handboekjes voor de verpleging en verzorging van bijen, kippen, enzovoort. Kortom hij heeft de halve Ark van Noach bij elkaar geschreven Je moest het maar eens lezen, “zei ik
“Dat is allemaal wel heel lang geleden,” vond mijn zoon.
“ Ja”, zei ik, maar die kuif van jou komt natuurlijk niet uit 1900. Herinner je je niet dat onze duivenbuurman Cobus uit het oude Aardensoort dat hij had vroeger, toen hij nog met duiven speelde, af en toe duiven met kuiven kweekte?
Hij was daar niet blij mee, want hij raakte ze meestal al op de eerste africhting uit Woudenberg al kwijt.”
“Ze worden nooit opgegeven. Dat komt”, zei hij, omdat de mensen denken dat het goeie kwekers zullen zijn.”
“Die kuifduif van jou komt uit een zoon van de 32 en een dochter van de Bergerac 33en dat zijn duiven van Cobus geweest.
de blauwe kuif © c.u
Een paar weken later had ik op het eigen hok in de broedschotel van een Schalierode doffer van 97 en een vale duivin zelf een kuif. Bij het nakijken van de afstamming in de computer zag ik dat de moeder van die rode doffer de genoemde 32 was en op de lijn van de vale duivin vond ik de 006, een blauwband kuifduivin uit 1988, en dat was er weer een van het oude Cobussoort. Zij liep in ’89 een gebroken vleugel op. Het jaar was dus ‘88, dat was inmiddels vijf of zes duivengeneraties en tien jaar geleden .
In dat jaar had buurman ook twee broers; de Grote Strik en de Kleine Strik, die beide op de dagfond bij wijze van spreken goed uit de voeten konden. Die blauwe duivin was voor zover ik weet de laatste kuif geweest.
Na lange tijd kweekten we dus die kuif weer terug. Dat heet dan terugslag. Wat verder opviel was dat er zowel in het geval van Jeroens kuif als die van mij ingeteelde duiven gekruist werden met een absolute buitenstaander.
Na een tijdje bracht Jeroen de kuif mee uit Utrecht. Het was een zeer forse krasbonte doffer. Het dier vloog nooit met het klad jonge duiven mee en maakte allerlei vreemde buitelingen. Op de eerste africhting van Hank was ik die stuntvlieger kwijt. De vale kuif was ook een doffer. Die maakte alle jonge duiven vluchten tot en met Orleans mee. Ook hij was groot voor zijn leeftijd. Je moest hem haast met twee handen beetpakken, als je hem aangaf bij het inkorven.
Bovendien maakten Mees en Peter die hem met de chipring boven de inkorfantenne hielden vaak vervelende grappen. Ik had duiven met een soort spoiler op hun kop. Dan hadden ze minder luchtweerstand en dan waren ze eerder thuis en ik gaf mijn duiven anabole steroïde of groeihormonen. Ik moest maar eens controle krijgen. De vale Kuif won ondertussen geen enkele prijs. Ik heb hem dan ook in het najaar maar uit het bevolkingsregister van mijn duivengemeente uitgeschreven.
©.c.u.
Getrommel op het dak
vreemd bezoek, rassen, sierduiven, column, duiven, trommelen
Enige tijd geleden kreeg ik een trommelduif op bezoek. Daar zit muziek in, zult u zeggen. Tot op zekere hoogte was dat zo. Het beestje trippelde in de dakgoot. Er klonk een wak- wak geluid, in combinatie met klokkend gefluit. Als de duif op dreef kwam, zong hij een duet met zichzelf en leekt ’t of er ergens een tweede herrieschopper op mijn huis domicilie had gekozen. De trommelaar was een ‘hij’ dat had ik intussen vastgesteld want mijn duivenkennis is groot.
Mooi was de vogel niet, meer een vuilnisbakkruising tussen post- en stadsduif. Mijn buurman Ed ,die twee sierduiven heeft, kwam op ’t wonderlijke geluid af en zei:’dat is een Turkse trommelduif!’
Waar hij die wijsheid vandaan had, Joost mocht ‘t weten. Ik had m ’n twijfel.
foto wolters
Na een dag liep de vreemde trommelaar mijn duiventil binnen.
Duivenmelkers beweren wel dat hun duiven elke vreemdeling er met snavelpikken en vleugelklappen uitgooien. Maar niks gebeurde, terwijl die nieuwe toch heel anders koerde dan zij gewend waren. Op de drumsolo’s die de brutale vlerk ten beste gaf, hadden ze geen passend antwoord. Op z’n zitje keek hij met zijn lichte kraaloogjes rond met een air van; hier ben en blijf ik!
Omdat het dus een trommelmannetje was, moest er natuurlijk een dito vrouwtje komen. Ik belde Sierduiven- Koos die op vogelmarkten geregeld bijzondere fladderaars scoorde. Hij kwam prompt met een trommelmeisje op de proppen.
De nieuwe geliefden kregen een hokje in mijn fietsenschuur Het wak- wak- fluit- klok- mannetje was meteen een stuk rustiger. Veel mannen hebben dat. Als ze onder elkaar zijn het hoogste woord en komt vrouwlief in de buurt dan zingen ze direct een toon lager. De kersverse duivenbruid zei niet zoveel trouwens. Er werden eieren gelegd en jonkies geboren.
En ik wou nu wel eens exact weten met welk soort trommelduif ik van doen had. Uit de boekhandel – rommelbak viste een lijvig baksteendik boek getiteld:’De 500 mooiste duivenrassen van A tot Z van Hans Joachim Schille en Josef Wolters.
Na wat bladeren en zoeken kwam ik via de Bulgaarse tuimelaar, de Deense Raadsheer en de Roemeense kaalhals, vrij snel uit bij de Altenburger en Arabische trommelduif. De Schmöllner, Harzburger en Tsjechische trommelduiven kwamen niet in aanmerking want zij hadden sokkenpoten.
Altenburger klonk dichtbij en vertrouwd. Arabisch was exotischer maar Ed had het niet helemaal goed want Arabieren zijn geen Turken.
Het Altenburger ras komt uit Oost- Thüringen, vertelde mijn dikke sierduiven- boek, De duiven hebben een kop met hoog voorhoofd en een naar achteren hellend profiel. Ze beleven groot plezier aan hun wak- wak- trommel geluid. De best trommelende duif krijgt op de tentoonstelling de eretitel’ Kampioenstrommelaar’.
De Arabische zouden echter bij trommelwedstrijden ongetwijfeld als beste uit de bus komen. Hun stem is hoger dan bij de Altenburger drummers en het geluid wordt op een zingende manier geproduceerd. Het kleurscala is groot. Ze zijn zeer vruchtbaar en het komt voor dat de duivinnen ook trommelgeluiden maken, een eigenschap die bij andere rassen ontbreekt.
De vraag wat er nu eigenlijk in mijn schuur zat,kon ik niet trefzeker beantwoorden. Het mannetje was een kras, blauwgespikkeld dus, het wakte en zong. Zijn vrouwtje droeg een roodbruin gevlekte robe of outfit en ze hield haar snavel. Waarschijnlijk had ik een trommelhuwelijk tussen een Arabische en Altenburger duif gearrangeerd, een tambour-maître en een majorette.
Hoe dan ook hun kinderen groeiden voorspoedig op. En er waren warempel een paar zeldzame postduivenhouders die wel zo’n vrolijke sierduif bij huis wilden. Koos zag er wel handel in. Omdat hij de bruid geleverd had, kreeg hij een voorkeursbehandeling. Gerard, Remco en ook buurman Ed kwamen op de wachtlijst. Mijn Altenburger- Arabische duo leverde op bestelling en had daar hun snavels vol aan.
© c.u.
Gevangen door genegenheid
genegenheid, duivelsgaren, liguster, doolhof, gedicht, sonnet, gedichtendag 2010
Amore captus revisited
In dit doolhof kom ik nog mijzelf
't meeste tegen als in overwoekerd
groen van een ligusterhaag jij even
speels met een oogopslag wijst de weg
die ik naar het open slot ook dan
niet weet te gaan, want zie je lief
dan moest ik aan de kleur van elke
lach en traan af kunnen lezen wat
voor vreugde en verdriet er eens was
of ooit nog wezen zou: labyrint en
lotgenoten ontstonden zo zacht in
overhaaste handenvlucht ; gevoel
dat zo verwart, als duivelsgaren ‘s
witte listen in wingerd en in rank.
©c.u.
Bew. afb.:internet
Luchtgevechten
kraaien, roofvogels, oefenvluchtjes, postduiven, column, duiven
Vroeger hielp ik mijn ooms in 't hooiland. We namen brood mee voor de hele dag. Op een keer legde mijn oom Jan z'n boterhammen en kouwe sterke koffie bij de slootkant. Met zijn paard en een rare machine ging hij het hooi schudden en ik mocht het bij elkaar harken.
Toen we een tijdje bezig waren, gaf hij een schreeuw; riep: ' ho' tegen het paard, schopte z'n klompen uit en begon richting sloot te rennen.
Verbaasd keek ik op: bij de slootkant zat een grote zwarte kraai, die Jan 's jasje opzij sleepte; het pakje brood in zijn snavel nam en zich daarna met ferme wiekslagen uit de voeten maakte. Wij hadden het nakijken.
De kraai had op een hek ons die morgen zien komen; hij kende het gedrag van mensen op ’t land, wist dat ze brood bij zich hadden en had gezien hoe oom Jan z'n middageten onder de jas verstopte. Ik vond 't wel geinig, maar Oom zag dat anders en het was maar goed dat hij z'n geweer niet bij zich had.
Een aantal jaren geleden liet ik mijn duiven vaak los tussen Wijk bij Duurstede en Amerongen.
Het was bij een parkeerplaats waar meer melkers met duiven kwamen. Je staat er hoog op de dijk, hebt ruim zicht en kunt je duiven lang volgen. Achter je ligt de rivier en voor je zijn de weilanden met in de verte de bosrand van de Veluwe.
Meestal loste ik de duiven in één groep en voor ik dat deed, keek ik naar de hemel of er roofvogels stonden te bidden. Was de lucht schoon dan trok ik de mand open.
Jagende valken en sperwers en meer van dat gespuis zie je niet altijd. Ik zou haast zeggen:’ Als je ze ziet is er geen vuiltje aan de lucht!’
het aftellen is begonnen, nog even dan gaan ze los
Op een keer liet ik mijn duiven één voor één vrij. Ze doken van de dijk af en trokken laag over het grasland naar huis, allemaal op dezelfde koers. Ik had na aankomst de duiven in de mand eerst een minuut of tien laten bijkomen van de autotocht.
De laatste vogel die vertrok, was de 917; een donkere doffer. Toen hij de bosrand bereikte, stortte zich van links in een flits een roofvogel op hem. M'n duif zwenkte met een scherpe hoek in tegenovergestelde richting, maar de havik of valk draaide mee. In een wilde achtervolging gebeurde dit nog een paar maal. Telkens als de rover mijn 917 te grazen wilde nemen, ontsnapte hij.
De derde of vierde keer was 't zover er was geen ontkomen meer aan zo leek het, maar toen wierp zich met veel lawaai een groep kieviten in de strijd; ze doken schreeuwend op de roofvogel neer. Die werd gestoord in zijn jacht; mijn duif vloog naar de grond en kwam het gras achter een boerderij terecht. Bij thuiskomst, zag ik de 917 op het hok zitten. Vanaf die tijd heette hij de valk.
Naar de plek bij de parkeerplaats ging ik niet meer; het was er onveilig. Ik herinnerde mij die boze Oom Jan die op kousenvoeten vloekend en tierend achter een kraai aanzat.
Ik was er van overtuigd dat de roofvogel ergens in een hoge boom of op een schuur had gezeten en dat hij mij met mijn mandje had zien komen en toen de laatste duif extra laag over de grond vertrok, had hij gedacht: kip ik heb je!
detail van een duivenafrichting bij Meerkerk
In maart of april van dit jaar ging ik op een stille zondagmorgen wat duiven africhten. Van mijn buurman kreeg ik drie late jonge doffers mee die op de natour in september al wat training hadden gehad.
Ik reed naar de plek waar het Amsterdam -Rijn kanaal met sluizen in de Rijn komt. Daar kwam ik vaker; ook dat is een plek waar melkers graag hun duiven lossen.
Toch staan daar wat hoge populieren en ook op de hoge sluistorens kan best iemand zitten met boze plannen.
Ik gaf eerst Buurman’s dieren de vrijheid; toen ik me oprichtte van de mand waren de vogels gevlogen; letterlijk en figuurlijk. Ze waren van de aardbodem verdwenen. Nergens tot ver in de wijde omtrek was een duif te zien; het was ongewoon stil in de lucht.
Daarna liet ik een geroutineerde oude overnachtduivin los en vervolgens ging de grote mand open en vertrok de rest. Die zag ik nog wat rondtrekken voor ze in noordelijke richting verdwenen.
Toen ik thuis kwam, waren die duiven thuis. De duivin en jonge doffers van de buurman ontbraken. We hebben ze nooit terug gezien.
Mijn buurman vond 't gek dat z'n duiven weg waren. Drie of vier duiven op één morgen gepakt door roofvogels , was een beetje te veel van het slechte, maar volgens mij was het niet onmogelijk dat een paar van die zware gevederde boeven mij geduldig hadden zitten opwachten. Ze zullen tegen elkaar gezegd hebben:’ Moet je opletten, jongens, daar heb je weer zo'n suffe duivenmelker!’
De moraal van het verhaal: ga niet steeds naar dezelfde plek, geef je ogen goed de kost en wantrouw de stilte.
O ja, de 917, mijn valk, raakte ik kwijt op Bergerac of Montlucon.
© tekst en fotos C.U.

als ik met
jou wandel langs het strand naar Petten wie zal mij beletten de zee
voor jou even droog te leggen de lucht te laten kleuren van
verlegenheid kom zal ik zeggen geef mij je hand nu lopen wij het
water in tot het verder reikt dan ons verstand
De tijd er
na
de reis van a
naar b is altijd meer dan je becijferen kunt jij kijkt naar mij en
in de ruimte tussen ons dansen stofjes in het licht
Van alle
gedichten, verhalen, en andere korte teksten alsmede foto's en
illustraties die in dit weblog gepubliceerd zijn of worden berust
het copyright( soms aangegeven met; © C.U.) bij mij, tenzij
uitdrukkelijk anderszins wordt vermeld. De inhoud van dit weblog
(geheel of gedeeltelijk) mag niet zonder toestemming van de auteur
door fotokopie, druk of andere middelen worden gereproduceerd en
verspreid. Citaten zijn alleen toegestaan met volledige
bronvermelding: © c.u. 2006. duif.volkskrantweblog “
Binnenpark Buitenpark” The right of duif.volkskrantblog.nl,to
be identified as the author of this work, has been asserted by him
in accordance with the Copyright, Designs and Patents Act, 1988.

