
Een versje van heel vroeger uit de Pubertijd
jeugdige fantasie, puberteit, gedicht, foto, handkus
Toen ik klein was
Toen ‘k klein was geloofd ’k in kabouters en feeën
die rondreden op pratende reeën .
En zoals ik in mijn boeken las
droomde ik dat ik ridderlijk was .
Toen ‘k ouder werd zat ik met Valkenoog
en Leeuwentand vredespijprokend in ’t hete prairiezand.
Tijdens de les, tuurde ik, het hoofd gevat in de handen
naar verre en vreemde landen.
Toen ik nog ouder werd, las ik alle romannetjes stuk
en ik droomde en mijmerde over ’t volmaakte geluk.
Ik was jong, vlot en galant en ik schreef zo eens
een ingezonden artikeltje of wat in de courant.
Nu ik oud ben, al zo verschrikkelijk oud,
doe ‘k nuchter en weet alles is er niet goud.
Maar soms nog verliest meneer Verstand
’t van een rijk beschilderde Leeuwentand.
een handkus.......vlot en galant
Een gedicht van heel ontzettend lang geleden. Ik schat dat ik het in 1954 of eerder was want toen schreef ik zo! Het was een tijd dat ik meer van zulke gekke rijmelarijen produceerde
Hetzelfde landschap en toch telkens anders
foto, wallpaper, landschap, panorama, weersomstandigheden
wallpaper op mijn pc
een paar dagen later dreigde er onweer
na een week viel er sneeuw
en toen werd het nacht en scheen de maan
En zo veranderde Rene, een van m'n kinderen, mijn computerbehang in de loop van enkele dagen verschillende keren. Een beetje om me te plagen. Eerst dacht ik dat er trollen op mijn pc actief waren. Wat je ziet is het panorama van een frans landschap. Met heel in de verte uitzicht op de Franse Alpen, als het heel helder is kun je met een beetje mazzel een glimp van de Mont Blanc opvangen.
De plek waar de foto is genomen ligt in de buurt van La(of le)Verrerie of wellicht ook Reverie wat natuurlijk niet hetzelfde is en je schiet er ook niet veel mee op, want beide namen worden voor van alles en nog wat gebruikt.
Het weer in mijn eerste levensdagen.
klimaat, geboorte, column, weer, wind, regen, temperatuur
In 1933 werd ik op een zondag geboren. Het was 6 augustus en warm die dag. Droog en onbewolkt, de zon scheen van de prille morgen tot ver in de avond. Dat betekende 87% zonneschijn. De wind stond Zuidzuidoost 2Bft. Het KNMI in De Bilt noteerde 30.2 C. In de nacht was het nog bijna 14 graden.
Mijn moeder zal dat met al die bevallingsstress niet fijn gevonden hebben. De luchtdruk was hoog met een vochtigheidsgraad van 72%. Dat lag iets beneden het gemiddelde. In mijn natte luiers die nog met geweldige spelden werden vast gespietst, moet dat percentage beslist hoger hebben gelegen.
De volgende dag liet de zon zich veel minder zien. De temperatuur zakte naar 28 graden Celsius en de overheersende wind werd Westnoordwest. Er viel geen spatje regen. Daar had ik mijn knusse ziekenhuiswiegje geen boodschap aan. Mijn enige bezigheden waren huilen, drinken, boertjes laten, slapen en luiers vuil maken.
De derde dag van mijn bestaan was de wind Zuidwest, weer geen regen en de temperatuur klom naar 28. Ik was toch maar mooi in een aangename rustige wereld beland.
De zon hield het bijna voor gezien de vierde dag en een Noordnoordwesten wind woei met ongeveer 6 meter per seconde. Hard kan dat niet geweest zijn, meer een begrafenistempo, denk ik en mijn vader zal op weg naar het ziekenhuisbezoekuur die gemakkelijk hebben kunnen bij houden.
Gedurende mijn 5e dag scheen de zon ruim drie en een half uur en werd het 23 graden en waaien deed het van uit het Noordnoordwesten.
Op de zesde dag viel er eindelijk een beetje regen; 0,7 millimeter en dat viel er in een half uur. De wind die uit Oostnoordoosten kwam, gaf mijn vader een duwtje van 28 km per uur in de rug richting ziekenhuis en dat was maar goed ook want jonge verse vaders hebben van alles aan hun kop.
De zevende dag viel er in 1.4 uur. 1.9 mm hemelwater. De Noordnoordoostenwind had een snelheid van 5,7 meter per seconde, de luchtdruk was nog hoog. Die dag ging ik met mijn moeder naar een bovenwoning aan het Damsterdiep. Dat werd mijn eerste echte huis. Afgezien van wat huilen en duimpje- sabbelen was mijn dagprogramma de eerste tijd niet overbelast. Het leek erop dat ik in een zonnige wereld was gekomen. Dat het op zes december tijdens mijn eerste Sint Nicolaas, bitter koud zou worden ,vernam ik veel later pas. Moeder had een babyschoentje bij de potkachel gezet en Sinterklaas moest bij ruim 14 graden onder nul met zijn paard en knecht de presentjes bezorgen. Wat ik toen gekregen heb, valt tot op de dag van vandaag niet meer te achterhalen.
©c.u.
Devoot geknield
kamperen, foto, afwassen, heideplaggen, column, kampvuur, voorlezen, gedichtje
afwassen
Hoe mooi is het leven, afwassend in
een opblaasbaar, langzaam leeglopend afwasteiltje.
Soestduinens kamp eeuwen geleden.
Een wonderlijk feest.
Van Harte: Mariëmme
Dit gedichtje kreeg toen ik 65 werd. Dat was 1998. Er zat een foto bij. Die geschoten werd midden jaren zeventig. We waren met een ratjetoe aan kinderen uit allerleiklassen van onze school op kamp in Soestduinen.
Overdag moesten de hele bende plaggen steken op heideveldjes van het Utrechts landschap die verkommerden en vergrasten. Het weer werkte niet mee; fris kil en regenachtig, af en toe een zomers zonnetje. Na het werk met een primus prutsen, om wat soep,doppertjes en zoutloze aardappeltjes te mogen eten.
Dan volgde een chaotische nacht . Overal joelende en rennende kinderen in het stikdonkere dennenbos. De volgende morgen voor een tweepersoons sheltertje met watten in je hoofd aan een provisorisch ontbijt . Daarna kwam de primitieve afwas. Van die happening maakte Mariëmme onze tekenlerares dus ongemerkt de foto.
Op mijn knieën achter een plastic opblaasbaar afwasbakje dat tijdens de afwas telkens leegloopt nog voor al het bestek schoon is.
Daar zit ik dan met dat lange haar!
Devoot geknield!
Niet met het gezicht naar Mekka.
Nee, mijn oog koestert heel even het stevige achterwerk van een van die nog redelijk jonge kook- kampeermoeders. Maar mijn blik is vol wanhoop vanwege het afwaswater.
Jan de gymleraar droogt af.
We hebben samen in dat kleine tentje de nacht doorgebracht. Dat vinden onze Middelbareschool- pupillen wel apart: twee leraren in een tent.
Zoals je op het fotootje ziet was het de tijd van de geruite blousejes of overhemden , spijkerbroeken en rubberen laarsjes. Die van mij waren geel. Ook bijzonder niemand van de plaggen -kampeergemeenschap droeg die kleur.
Enfin het was tenslotte vier dagen een wonderlijk feest en op de laatste avond mocht ik bij het bonte avond kampvuur voorlezen.
Mijn buurvrouw- kampmama lichtte bij met een piepklein zaklampje en sloeg de bladzijden om. Intiem sfeertje dus!
Maar doordat m ’n oog traande, vlotte het lezen niet en verzon ik ter plekke een knettergek griezelverhaal.
Het kan altijd anders
bidstoel, sonnet, gedicht, olieverfportret, schilder, drieluik
Portret van Duif in olieverf ruim 15 jaar of langer geleden
had gesigneerd moeten zijn door Rien
De schilder moet zijn schilderij terug:
na jaren denkt hij als nog die klus te
kunnen klaren. De rimpeling van verf
op linnen verraad z’n onrust binnen.
Zijn model met rollator nu is stokoud,
‘t oog van vroeger nog vaag vertrouwd.
Er kan meer kleur accent in dat gezicht
en wijkend perspectief geeft evenwicht.
De bidstoel op ’t drieluik kan wel wachten;
dat vroege meesterwerk vult zijn gemoed
en misschien past er op die kop een hoed.
Plamuurmes en penseel zijn gedachten,
de ogen van zijn grijze meester staren:
een schilder wil zijn doek terug na jaren.
©c.u.
‘Stambomen zijn onbetrouwbaar’, zei Rinus in het inkorflokaal,’Mijn duiven plegen overspel.’ ‘Ik kan wel wat in mijn kweekboek schrijven, maar ik ben er niet altijd bij als een doffer stiekem een andere duivin pakt.’
Ons gesprek ging over de waarde van een stamboom. Genealogie heet dat bij mensen. Ik had gezegd dat een goeie duivenadministratie belangrijk was en dat ik het idioot vond dat mensen die niks opschreven betrouwbaarder werden geacht dan iemand die keurig een stamkaart invulde .
‘Ik geef niks om een stamboom, zo’n boom kan niet vliegen,’zei Peter die zich ondanks z’n doofheid toch met het gesprek bemoeide.
Dat vond ik niet. Afstamming kon iets over hokopbouw vertellen. Je zag dan hoe een melker kweekte. Ik mocht Rinus en Peter niet overtuigen en Gerard vertelde trots over duiven die hij van een Belgische schoolmeester had gekocht. Die man had over de pedigree en prestaties van z’n Denieke en Marieke op losse blaadjes uit een schoolreken – schriftje wat bij elkaar gekrabbeld en aan hem meegegeven naar Holland. Kijk, dat was pas een echte melker met goeie duiven en niks geen dure stambomen of dat soort flauwekul.
Ik schudde m’n kortgeschoren kop. Thuisgekomen draaide ik nog eens de afstamming van de vroegste Bergeracduivin die ik ooit had gehad uit de computer. De duif kwam ’s nachts om half drie thuis en won de 13e prijs van 33000 duiven.
Boven het papier dat uit de printer schoof stond ”Rodovnik Goluba”. Wat had ik nou aan mijn fiets hangen. Had mijn pc een worm of virus opgelopen, waardoor er spontaan dingen in vreemde talen verschenen.
Ik stuurde een emailtje naar Henk in Ulft die alles van stamboomprogramma’s wist met de vraag of dat ‘Rodovnik’ misschien Pools of Russisch was.
Binnen enkele minuten had ik antwoord :’Fout, meneer; het is Joegoslavisch. U hebt bij stamkaartopties per ongeluk zelf die taal gekozen of aangevinkt. Voor de kopstekst kan men namelijk uit een aantal talen kiezen, bijvoorbeeld Spaans of Duits: Pedigri de la Paloma of Stammkarte Taube. Het was dus mijn eigen domme schuld. Computers maakten immers geen fouten! Mensen vergisten zich. Zo had een warrige duivenmelker uit onze stad de letters V en M verkeerd of omgedraaid gelezen. V was, meende hij, ‘Vader’ en bij M had hij misschien aan zijn moeder gedacht. Daardoor zette hij een hele stamboom op zijn kop. Op de stamkaarten die hij gebruikte stonden die letters toevallig voor de aanduiding van het mannelijk en vrouwelijk geslacht.
Ja, af en toe ging er wat mis. Wat dat betreft had Rinus met dat overspel toch een beetje gelijk. Want wanneer een duivenvrouwtje van een eitje wilde bevallen, moest dat eerst bevrucht worden en als manlief dan de hort op was, zocht ze haar genoegdoening bij een of andere geile doffer. En zo werden dan de familieverhoudingen verstoord. Voor de duivenhouder moest het dan wel een raadsel blijven wie de echte vader was geweest. O ja, dna kon een uitweg bieden, maar dat werd een tijdrovende en kostbare kwestie.
Stamkaarten zijn er veel soorten en maten. Deze komt nog uit het computerarme tijdperk
Hazendromen
foto, hemelkleed, gedicht, wandelen, rekenen, dromen, slaap, sonnet
paadje in het binnenpark
Na een wandeling met zon en spatjes regen
door de stad waar niks is te zien,of horen,
- afgezien van wat verdwaalde senioren,
komt geen hond of sterveling ons tegen-
vraagt zij naar haar blauwe hemelkleedje
of ik niet meer weet waar dat gebleven is!
Later in ‘t binnenpark ga ik mij te buiten,
zet er de zaken zo maar naar mijn hand.
In dat behouden huis van slaap en dromen
staat de begeerte stoeiend van mijn kant.
Op haar wil ik altijd graag rekenen.
ik kan daar blindelings voor tekenen
tellen, vermenigvuldigen, en ook delen;
geen fractie zal 1 van 2 zich gaan vervelen.
Hulde voor de jeugd
hulk, erepoort, ereboog, jeugd, hulde, foto, harkstede
Dat lees je op die halfvergane foto van heel vroeger. Het staat op een erepoort. Er was een tijd dat men nog bewondering tot uitdrukking bracht voor het jonge volk. Kom daar tegenwoordig om! Over jongeren is de berichtgeving negatief. Stel je voor dat op een van de invalswegen van de stad een grote ereboog in elkaar geknutseld wordt met als opschrift. ‘Waardering voor de Jeugd’ Daar kunnen eigentijdse burgers niks mee; daar snappen ze geen hout van. Maar goed; die foto of ansichtkaart stamt uit 1925 of zo. Mijn moeder staat er op, daarom zegt het plaatje me wat.
Zij is de derde jonge vrouw van links in een groep die kennelijk die ereboog versierd en opgetuigd heeft. De poort staat ergens aan het begin van het dorp. Harkstede, immers daar woonde mijn moeder. De jeugd die gehuldigd gaat worden is in geen velden of wegen. Wellicht gaan ze zo meteen terugkomen van een schoolreisje.
Het is nog de tijd van de hoeden en petten. Er staan een paar kaalkoppen op de foto en een enkeling heeft een flinke bos haar.
De lange rijzige man links heeft iets onder zijn arm . Wat het is blijft een raadsel hoe je je ook suf piekert. Het is halfrond en heeft iets weg van een tennisracket. Uit zijn hele houding blijkt dat hij het toezicht had op de ereboogfabricage. De poort is opgeleukt met asters, dahlia’s en bloeiend hout. Heide zie je niet, maar die was er in Harkstede en wijde omtrek niet
Hulde voor de jeugd dus. Een raar woord hulde; ik kan mij niet bedenken dat ik het in de afgelopen twee jaar gebruikt heb. Het heeft geen plezierige klank. Doet denken aan de hulk. Die grote groene monsterachtige figuur kenden ze in de prille vorige eeuw nog niet. Het woord bestond al wel. Een hulk was in een groot koopvaardijschip.
Nog even terug naar de foto. Mijn moeder en haar vriendin staan er niet al te elegant op, vind ik, met die lange japon, de iets te grote hoed en de ogenschijnlijk platte scheefgetrapte schoenen. Naar schatting zijn ze een jaar of zeventien. M ’n moeder en haar ereboogmaatje, meen ik.
De man rechts is een toevallige voorbijganger. Hij heeft geen hand uitgestoken maar leunt met de armen over elkaar op z’n fiets met een air van: zo dat heb ik hem toch maar even mooi gefikst. Enfin de bouw van een erepoort brak de sleur in het weinig hectische Harksteder dorpsleven. Daarom: hulde voor de Jeugd!
©.c.u
In de nazomer van 1978 ben ik min of meer met duiven begonnen. Mijn zoon komt thuis met twee zomerjongen; gekregen van de vader van een vriendje. We hebben een gazen hok met daarin een paar konijnen. Diep onder de grond is de zaak afgesloten met gaas. Onze bunny's hebben holen gegraven en hebben het wonderwel naar hun zin. Ik ben boos als ik die duiven zie.
‘ Wat moet je daar mee,’ vraag ik.
‘ Nou, ze kunnen toch bij Koos en Wilma,’ zegt hij.
‘ Dan zitten ze in weer en wind onbeschut,’ stribbel ik nog tegen.
‘ Het zijn toch vogels, die kunnen wel buiten,’ verdedigt hij zich.
Hij krijgt zijn zin. In de ren waar je net gebukt kunt staan, komen op zestig cm hoogte twee broedbakken te hangen. Aan de zijkant van 't hok komt een ouwe spoetnik; de voordeur van de duiven zullen we maar zeggen.
Er is echter een probleem: de Donkere en de Lichte Bikkel; zo heten de duiven, zijn twee mannetjes. Er moeten twee vrouwtjes gezocht worden en als dat geregeld is kan het geluk in de kleine dierentuin; er is inmiddels ook een cavia losgelaten, beginnen. De duiven komen op eitjes en diep onder de grond krijgen Koos en Wilma jongen.
Als de Lichte Bikkel en z'n duivin een paar dagen zitten te broeden, komt m'n zoon met een groot ei aanzetten, dat heeft hij gevonden beweert hij: het lag zo maar ergens. Hij schuift 't onbekende ei onder de broedende duif; die accepteert dat grote ding zonder blikken of blozen; geen spoor van verbazing: van wat zit ik hier opeens hoog en wat een raar ding , nee, hij en z'n vrouwtje adopteren het reuzenei. Het is hun ei en daarmee uit.
samen aan de maaltijd, de jonge eend in het
midden
Twee weken later wordt er een eendje geboren, dat luid piepend laat weten dat het op de wereld is. Het duivenpaar beschouwt het beestje als hun jong en ze proberen 't te voeden. Dat lukt niet. Eenden zijn nestvlieders en kunnen voor zichzelf zorgen. Halverwege die eerste dag laat 't diertje zich uit de broedbak vallen en loopt even later tussen de konijnen en de andere duiven te scharrelen. Het eet van alles, duivenvoer, brood en konijnenkeutels, het vermaakt zich prima en gaat in de drinkbak van de duiven rondzwemmen.
De Bikkel tracht zijn pleegkind nog te voeren; hij staat er bij en maakt de bekende braakbeweging, maar het eendenkuiken snapt er niet veel van. Tegen de avond begint het klagelijk te piepen. Mijn zoon zet hem dan terug in de broedschotel, waar hij onder de duivin kruipt en in slaap sukkelt.
Zo gaat het voortaan. Overdag springt of valt de jonge eend uit 't broedhok en 's avonds wordt hij teruggezet. Soms maakt hij met één van ons een wandelingetje.
Wat 't gedrag van de duiven betreft; die zien niet of een ei groot of klein is en ze accepteren alles wat er geboren wordt.
In onze jeugd haalden we eksternesten uit. Een ekster legt 5 à 7 eieren. Als we bij een nest kwamen waarin bijv. 3 eieren lagen, legde het vriendje met wie ik op eierroof was, er een paar kleine aardappeltjes voor in de plaats en nam de eieren mee. Het nest werd dan niet verstoord en een aantal dagen daarna bezochten we het opnieuw om de rest op te halen.
Een vogel ziet misschien geen vorm-, grootte- of kleurverschil. Trouwens het koekoeksei in het nest van kleine zangvogels is ook groter en anders van kleur.
En hoe is het verder gegaan met eend en duif! Aanvankelijk is hett een vrolijke boel. De jonge eend verdwijnt soms onder de grond en ook de duiven lopen af en toe een konijnenhol binnen. Mijn zoon wordt lid van een duivenvereniging.
Pro Patria heet die club en bij de eerste wedvluchten op Duffel en Strombeek vliegen de Lichte Bikkel en z’n broer bij wijze van spreken op een konijnenhol en weten zich nog te klasseren ook.
Het jonge eendje wordt niet groot en het wordt niet de mooie zwaan uit het sprookje. Misschien heeft iets verkeerds gegeten, of heeft het paratyfus, coccidiose, haarwormen of een van die andere vreselijke duivenkwalen opgelopen, wie zal 't zeggen. Het wordt ziek en sterft.
(gisteren had ik hier op 't blog een vrije vertaling of bewerking van dit verhaal)
Pigeons in a rabbit warren
duivenhouden, koijnenren, column, vertaald, het lelijke eendje, konijnen, rabbits, duiven, pigeons
In the fall of 1978 I accidentally started my career as a pigeon fancier. I had to blame it on my youngest son Jerome. One memorable day he turned up with a couple of ugly young pigeons which he had got as a present from his playmate’s father. We already possessed two rabbits joyfully living in a hutch mainly built of wire netting and old timber work. Deep below the surface of the earth their accommodation has been separated from the rest of the free world with chicken-wire.
I wasn’t at all pleased when I saw my son with these pigeons. I was upset and asked: ’What on earth are you going to do with those useless creatures’
‘Well, they do can live with Jim and Wilma’, he answered with an appealing look.
‘Then they‘ll have no shelter, you expose them to all sorts of weather’, I protested
‘We have to do with birds, haven’t we, they are used living in the open’, he pleaded.
So he had his way.
In a poultry run where you had to bend at a height of 60 centimetres two breeding cages were attached to the netting. On the others side of Jerome’s fantasy building the pigeons got their front door.
There still was a problem left. Dark and Light Jackstone as Jerome had christened the two innocent pigeons by name were cocks and sooner or later they would be in need of female companionship. Therefore my dear son bought two hens in a nearby poultry market. And now the happy animal family life in his little zoo could begin.
The Jackstones and theirs beloved hens embarked on a breeding session and Wilma and Jim deep and far away in one of their dark burrows welcomed their offspring. In the walking Jerome enlarged his little community with two guinea pigs.
After Dark Jack and his partner had been breeding for a while my son came home with a huge egg. Which He claimed to have found somewhere in the middle of nowhere. He slipped it in the nest under Jack’s hen. To his surprise She accepted without batting an eyelid the queer thing. No single trace of embarrassment. No, Dark Jackstone and his wife did adopt the giant egg without any hesitation. It was their egg and that was that.
the dark spot at my foot must be the duckling, I
unclosed the door every now and then so she could go for a
walk
Two weeks after a duckling hatched. It immediately made it loudly squeaking obvious that it had entered into the big world. Jerome’s pigeon couple regarded that strange creature in their nest as their young and they tried to feed it in the pigeon way. However that didn’t work. Young ducks leave their nest and are self-supporting by nature.
In the afternoon our day-old chick jumped or rather tumbled down from the breeding box and minutes later it strolled around amongst the rabbits, guinea pigs and other pigeons that didn’t seem to pay any attention to this busy squeaking new inhabitant of their rabbit hill. Our ugly duckling ate everything; pigeon food, stale bread and even rabbit droppings. So she enjoyed the good life and after that tasty meal it went for a swim in the pigeons drinking fountain.
Jackstone still attempted to feed his foster child in the typical pigeon way. He nervously tripped around the unthankful duck.
Towards the end of the day our duckling started to squeak in a complaining voice. It was tired and in need of a warm nest. So Jerome took it back into the breeding box, where it crawled close to its foster pigeon hen and then soon fell asleep.
And from that time onwards that became a regular habit. During daytime the little duck threw herself from the nest into the interesting rabbit world and somewhere in the afternoon my son gently lifted her up to the pigeon nursery. Occasionally she was allowed to go for as stroll outside the rabbit warren accompanied by one of us.
As far as the pigeons concerned; they didn’t seem to notice the difference between an extravagant egg and one of their own. At first they even regarded that new born chicken their own child.
In our childhood we looted the nests of magpies. A magpie nest mostly contained 5-7 eggs. When we’d climbed a high tree and there only were 2 or 3 eggs my schoolboy friend with whom I was on what we called an egg raid replaced these eggs with small potatoes. In this way we didn’t disturb the magpies breeding session and after a couple of days we came back to collect the other eggs which mother magpie in between had produced. In doing so maybe we discovered that birds probably didn’t see the difference in shape, colour and size. The teacher at school had told us the interesting story of the Cuckoo and the songbirds. But he also then tried to convince us that robbing birds nests was more or less immoral.
Light Jackstone at his frontdoor
No doubt you wish to know how Jerome’s duck and pigeon story ended. In the beginning it was a happy affair. Except from the guinea pigs who didn’t really socialize, pigeons, rabbits and duck lived peaceful together. Every now and then the duck went underground and also some pigeons occasionally dropped by in a rabbit burrow.
Jerome joined as a junior member the local pigeon club, Pro Patria by name. And on their first races from Belgium to their rabbit loft Light and Dark Jackstone were amazingly successful.
The little duck however never became fully fledged; it wasn’t destined to be a beautiful swan. Maybe she took bad food or got infected by some horrible pigeon disease. In short one Monday morning it fell ill and eventually died.
© c.u.
voor de verandering maar eens een duivenverhaal van mij het Engels; een tijd geleden vertaald met wat steun van mijn half Amerikaans, Frans en italiaanse schoonzoon
.................en vier vingers in de lucht
Strakkere contouren ik wil best
betalen om er mooi uit te zien
dat levert rust en wat ontspanning
en ik wil ook van die engeltjes mee..
Lekker hè is ‘t feest of is het feest
met een nieuwe generatie luiers
die neem ik een goed verhaal daarom
maak een proefrit enig idee waar
jij gaat liggen deze zomer…. maar
hoe krijg ik deze vlekken er nu uit!
De zon heeft het nakijken vandaag
elk denkt zijn eigen uil een torenvalk .
Zit te klooien op een laptop aan zee
lees je later ik vind ‘t wonderschoon,
die humor was er een poosje weinig .
Biljartzenuw
hangouderen, column, tennisarm, voetbalknie, biljartzenuw, 300 woorden
Gisteren ontmoette ik een man van ruim 90 die over een biljartzenuw praatte, wat ie bedoelde werd niet zo helder. Een voetbalknie of een tennisarm waren mij gesneden koek. Waarschijnlijk ging het om een slijmbeursontsteking. Dat kon een rotgevoel in je schouderkom zijn. Had ik zelf bij de hand gehad. Mijn huisarts van destijds was bij vlagen een lolbroek. Hij raadde me aan om met een gietijzeren pan te zwaaien. Ongelovig tot in m ’n vingertoppen keek ik hem aan, maar hij verzekerde dat het menens was.
’U hebt toch wel zo’n zware braadpan thuis!’
Thuisgekomen begon ik ijverig met een willekeurige pan te slingeren, tot stom verbazen van mijn huisgenoten. Maar het hielp!
Het gesprek met de stokoude Jozef Naald ging over de biljarttafel van ‘t verzorgingstehuis. Dat het ding maar ruimte innam. Niemand speelde erop; alleen een oude driebandenfanaat die in z’n eentje caramboles aan de lopende band maakte. De enkele tegenstander die het waagde de biljartkeu tegen hem op te nemen, kwam nooit aan zet, werd nerveus en zat moedeloos aan de kant.
In dit verband kwam Naald op die biljartzenuw. Hij beweerde dat je van veel keu - gestoot een vervelend gevoel in je arm kon oplopen .
Naald zat met Kobus van 76, ook van de Bejaardenflat, op een zonnebankje in het Waterwingebied waar ik vaak met de hond liep.
Hij meende dat zo’n biljartblessure net zoiets als krep kon zijn. Dat was een krakend gevoel in de pols. Stukadoors , wist hij uit ervaring, kregen daar last van als ze een tijd moesten afvlakken met kalkmortel of uren aan het blauwpleisteren waren. Dat was krep. We moesten hem maar geloven.
Hoe dan ook mij was het allemaal een pot nat: ik had niks met biljarten en stuken en de hond trok aan de lijn.
© c.u. dag Bella ( anyway those were the days)
En zeg nou zelf
lezen, boeken, bizarre wetenschap, bernlef, cornelisse, column
De zondag is nog grauw, maar het dondert niet! Op m ’n verjaardag kreeg ik behalve de fles obligate wijn, een zingende ansicht formaat belastingaanslag of gerechtelijk dwangbevel; drie boeken:’Taal is zeg maar echt mijn Ding’ van Paulien Cornelisse, ‘Bizarre Wetenschap ’van ene Reto U. Schneider en ‘Geleende Levens’ door Bernlef.
Mooie boeken vooral het laatste ziet er prachtig uit, ligt lekker in de hand. Het is een boek om te strelen. De omslag is winters en past wel bij Bernlef. Het zijn drie verhalen: ‘De rol van zijn leven’, ‘Geleend Leven’ en ‘Eeuwige roem’ Een cadeau van mijn oudste dochter. Of er zekere symboliek met een boodschap achter zit, is onzeker.
‘Bizarre Wetenschap’ is een bundel vreemde en opzienbarende experimenten, bijna 275 boeiende stukjes. Om een greep te doen: Gewogen Leven, De Knipogende Dode, De Geilheidsspier, Schaamharen op Stap. Knikkende knieën en Vlinders in de buik , Happy Birthday,beste cellen! In elk opzicht typisch een presentje van ( en eigenlijk ook voor ) mijn oudste zoon.
Het taaldingboek van Paulien komt van mijn ex. Grappige stukjes over voortdurend van betekenis veranderende stop- en lapwoorden , en veel- of nietszeggende zinnetjes, als : mooi, bestwel, focking, goeimoggel, Nou van harte, pak hem beet, daar mot een piemel in, als ik even heel eerlijk ben, wat had u gehad willen hebben, maar hoe gaat het nou echt met je! Kortom een leerzaam boekje van theatermaker, columniste Paulien C.
En zeg nou zelf met zulke intrigerende leestitels kun je uit de voeten op een grijze zondag , ook als de zon later een mislukte poging doet om te schijnen, blijf je in zo’n boek lezen. De fles wijn is intussen soldaat , die zingende felicitatiekaart van de kleinkinderen heb je ’t zwijgen opgelegd en je consumeert van die bedrieglijk oppervlakkige ironiserende Bernlef- zinnetjes uit ‘De rol van zijn leven’, waar soapacteur Jos Kooystra even terugmijmert over zijn ex:…… ‘Ze was op en top een Groningse;groot, blond met diepblauwe ogen en kuiltjes in haar wangen. Een welvarende Nederlandse meid in wie ze op de toneelschool een opvolgster van Moniek van der Ven hadden gezien. Als ze lachte kneep ze haar ogen een beetje dicht. Boven haar navel zat een moedervlekje, zodat het leek alsof zij twee navels had. Hij begon aan de afwas.’
PS; Geleende Levens: het boek van Bernlef kreeg ik in
werkelijkheid van Neef J. uit Apeldoorn

Vrouwenzaal begin dertig
ziekenzaal, académisch ziekenhuis groningen, groningen, geboren
Een vrouwenzaal van het ziekenhuis aan de Oostersingel in Groningen ergens in het begin van de dertiger jaren van de vorige eeuw. Hier werd ik vandaag 77 jaar geleden geboren, waarschijnlijk niet temidden van al die patienten mogen we aannemen, hoewel dat weet je nooit.
Wat in elk geval opvalt is dat het vrijwel allemaal betrekkelijk jonge dames betreft. Ze zitten er op een na kwiek bij voor de fotograaf. Alleen in de rechterij ligt ergens een oude vrouw die voor pampus ligt of slaapt. De hele fotosessie gaat aan haar voorbij.
Maar het zal er af en toe een gezellige boel geweest zijn. Het gebabbel, gekwetter of getwitter was daar zo af en toe natuurlijk oorverdovend.
Voor het verplegend en genezend personeel was er maar weinig bewegingsvrijheid tussen al die bedden. Ja, het waren andere tijden.
Wat zal het raadsel van uw schone daden zijn
foto, puzzel, raadsel, gedichtje, hobby
puzzeltocht
Wat mag dit nu wel wezen
zijn we met deze stukken
op de goede weg doe eens
een paar snuggere suggesties
zeg ons wat het wordt als
alle delen vallen op hun
goeie plek geef dan wat gas
je kunt ermee uit de voeten.
nu nog ligt alles uit elkaar
maar met ijver en geduld
zijn de dagen straks gevuld
en trek je er op uit omdat
het land weer bestuurbaar
en overzichtelijker wordt.
©c.u.
ofwel wat mag het raadsel van uw 'schone dagen' zijn
© foto.r.u.
Het kabinet is fraai niet ouderwets
maar kraakt helaas toch in zijn voegen.
Dat ’t antiek en kostbaar wordt is klets
ondanks des meubelmakers zwoegen.
Het maakt lawaai staat niet waterpas.
Wel is er flink gepoetst met bijenwas,
de laatjes en loketten weliswaar;
doch de boktor knaagt wat hier en daar.
Ook de houtworm gaat zich te buiten
aan grenen- , noten- èn beukenhout,
is in blinde opmars niet te stuiten……
de schrijnwerker is ontgoocheld oud:
zijn kabinet gaat naar de kloten………
en wordt nu opgeknapt met schroten.
© c.u.
De kop lopt mie om’, zegt een Groninger als hij teveel aan z’n hoofd heeft en zijn vermogen tot multitasking het even laat afweten. Zo verging ’t mij deze morgen. Rond 10 uur kwam W de logeerparkiet brengen. Gina de poes meende dat die viste voor haar was. Nadat ze ernstig toegesproken was, legde ze zich bij het onvermijdelijke neer. Afblijven was de boodschap! Ondertussen genoot W. van koffie met een kletskop, ging de poortdeur open en meldde G. zich die een paar duiven voor een oefenvlucht kwam halen. Daar had ik niet op gerekend. Had ik de duiven niet klaargezet. Dat vond hij stom! . ‘Wat is er’, zei hij,’heb je soms een day off!’Als hij dat geweten had was hij niet gekomen. Met koffie en een verkruimeld koekje trachtte ik zijn teleurstelling te sussen.
Take a break, maar Zoon R. alias Duif junior, verscheen op het tuinpad met een middenbok die hij zwart ging verven . Hij verduidelijkte dat ‘t hier om de standaard van de motor ging die W ooit zo mooi beschilderd had. Of er nog een bakkie was!
‘Schenk zelf maar in’, bromde ik.
De telefoon rinkelde, mijn mobiel begon te zingen, de voordeurbel dinggedongde: respectievelijk Kees, een boze schrijfcollega, of ik het stukje over de winnende duif van Marseille nou nog niet af had; mijn ex die meldde dat ze een andere keer foto’s kwam kijken en een schoorsteenveger die met dit warme weer het dak op kon! Dat alles kwam tegelijk en door elkaar en vroeg om aandacht.
’ Wat doe je nerveus ‘, zei G die met W. over een gemene mensenziekte babbelde.
‘Ja ik ben tiepelzinnig’, reageerde ik. ‘ Dat is Gronings voor ongedurig.’
W. en G. knikten instemmend en begripvol.
Na nog een ronde koffie met twee stroopwafels die gevierendeeld moesten worden, vertrok iedereen .
Gerard nam drie duiven van mij mee naar Langbroek, Cothen of Odijk. Hij zou wel zien waar hij ging lossen.
Wilfried verdween naar Kattenbroek en vandaar naar zijn vakantiebestemming aan de voet van de Pyreneeën. Hij liet telefoonnummer en adres van het hotel achter voor als er iets mis zou gaan met de parkiet.
En Rene reisde af naar een camping van Staatsbosbeheer bij Nijkerk om zich daar te oefenen in het opzetten van tenten die hij bij de Kringloop had gekocht.
Even abrupt als de heksenketel begon, keerde mijn rust weer en heerste er pais en vree. De parkiet controleerde de tralies van de kooi, speelde met een belletje of keek in haar spiegeltje of d ’r veertjes nog goed zaten. Poes rekte zich behaaglijk uit voor een dutje en ik nam een slok kouwe koffie.
©.c.u
Een tevreden loper is geen onruststoker
nijmegen, marcheren, gladiolen, kamperen, politie, lopen, vierdaagse
Ja die Nijmeegse vierdaagse was in mijn jonge tijd een periodieke frustratie. Mijn vader liep dan elk jaar vier dagen vijftig kilometer en aan lopen had ik een broertje dood. Dat was geen kwestie van luiheid of een rudimentaire sportieve aanleg en zeker ook niets om trots op te zijn. Maar er was een verzachtende omstandigheid; ik had een multiple epifysaire dysplasie! Die diagnose werd pas veel later gesteld. Toen heette het nog gewoon; je stelt je aan en je bent een stijve hinkepoot.
Mijn vader was politieman en marcheerde met een peloton soortgenoten door Nijmegen en omgeving. In uniform, meer blauw op de weg, maar zonder dienstpistool waarschijnlijk. Nee zeg, stel je voor dat die malloten met blaren aan hun voet in het zweet des aanschijn plotseling om zich heen gingen knallen! Gekheid want wandelaars zijn een vreedzaam volkje.
Enfin mijn vader wandelde zo 10 kruisjes bij elkaar.
Wij kampeerden dan op ‘De Kwakkenberg’.What ’s in a name! We hadden een ronde tent en sliepen met de voeten naar elkaar: pa, moe, de drie zusjes, mijn broertje en ik, zei de gek.
Onze geweldige wandelaar vertrok stikvroeg in de morgen kwiek met zijn volkswagenkever naar de start en kwam in de voormiddag met moeizame tred op het kampeerterrein terug.
In de tussentijd verveelden wij ons meestal te pletter. Gelukkig kampeerden er ook ontluikende meisjes. Een van hen heette Mia, geloof ik. Mijn oudste zus legde het contact. Helaas beperkten zich m ’n intimiteiten met zo’n meisje tot wat samen achter een tent liggen en grassprietjes plukken. Meer diepgang kreeg het niet.
Soms organiseerde de Kwakkenberg- kampterreinbeheerder spelletjes voor de jeugd als hun ouders de hort op waren. Dat betekende puzzeltochten, spoorzoeken, met een lepel en een ei een parcours afleggen en zaklopen of andere enerverende activiteiten. Ondertussen liep mijn vader luid zingend met zijn trawanten langs ’s herenwegen .
Hoogtepunt in ons tijdelijk tenten - nomaden bestaan was het officiële Kwakkenberg- kampvuur aan het eind van de vierde 4-daagse dag. Daarbij was een glansrol voor mij weggelegd. Omdat ik een blauwe maandag bij de Padvinderij was geweest, mocht ik assisteren bij de aanleg en ’t onderhouden van het vuur. Dus met een wijs gezicht af en toe met een stok poken en een houtblok op het vuur gooien, terwijl Mia bewonderend toekeek.
Natuurlijk gingen we ook naar de intocht van het wandelleger kijken. We stonden dan ergens langs de Berg en Dalseweg of zo. Muziekkorpsen zorgden voor een vrolijke noot en tevreden lopers die, van wie veel nog would be kwiek op de maat, sommigen zorgelijk met een moeilijke heup, een breekbare knie, geknapte blaren en verzuurde spieren ,de laatste meters aflegden. Maar…het was bijna volbracht; de dood of de gladiolen, vaak waren het dahlia’s en chrysanten . Nou snap ik dat spreekwoord een beetje!
Onze Vader kreeg er een nieuw genummerd kruis bij en wij, wij konden weer naar huis.
Ergens moet ik uit de nalatenschap nog een foto van Pa met een paar van z’n politievrienden hebben. Mijn broertje heeft al die loopmedailles geërfd. Terecht want hij is sportief en wiel- rent excessief, heeft al dat eremetaal dubbel en dwars verdiend. Ik ben inmiddels een kunstheup rijker en wandelen doe ik alleen met de hond als het niet anders kan.
© c.u
Berend Botje gaat uit varen
statistiek, spookbezoek, teller, googlebot, bot, toon tieland, kruiskamp
Wat is het nut van mijn teller. Ik zie door het bos de bomen niet meer. Of is het andersom!
Op mijn weblog heb ik een statistiekenteller.
Het kan aardig zijn om te weten wie er op bezoek komen in je Bloghut of –huis. En het is ook plezierig als de visite wat gevarieerd is.Maar al geruime tijd belt er bij wijze van spreken bij mij iemand aan mijn weblogdeur die zich googlebot.com noemt.
Die bot klopt zo vaak aan dat het tot op het bot vervelend en hinderlijk wordt. Zeg nu zelf: gebak is lekker, maar alle dagen taart komt je je neus uit nietwaar.
Mijn statistiekenteller heeft een kolom most active. Voor alle duidelijkheid een overzichtje De laatste 24 uur: 44 keer bot en 18 andere hits. Een periode van 7 dagen geeft 260 keer googelbot en 123 andere gasten. Voor het tijdvak van de laatste maand zijn de getallen respectievelijk 800 en 130. Weliswaar verandert het ip.nr(!) van die botterik die mijn gemoedsrust verstoort met enige regelmaat maar dat is geen pleister op de wonde.
Om kort te gaan met mijn teller vang ik veel bot. Beter kan ik hem er helemaal afgooien. Immers die 34000 hits of meer zeggen helemaal niks over de interesse of belangstelling voor mijn weblog. Want wat heb ik eraan wat en waar brengt het mijn blogbootje. Ik raak helemaal de weg kwijt net als die Berend in zijn liedje die ging varen naar Zuidlaren, de weg was krom de weg was recht. Nooit kwam mannetje Bot terecht .
een muurschildering( detail) van Toon Tieland op een flat in de Amersfoortse wijk Kruiskamp
(foto gemaakt met ouwe aftandse Canon Powershot 30)

als ik met
jou wandel langs het strand naar Petten wie zal mij beletten de zee
voor jou even droog te leggen de lucht te laten kleuren van
verlegenheid kom zal ik zeggen geef mij je hand nu lopen wij het
water in tot het verder reikt dan ons verstand
De tijd er
na
de reis van a
naar b is altijd meer dan je becijferen kunt jij kijkt naar mij en
in de ruimte tussen ons dansen stofjes in het licht
Van alle
gedichten, verhalen, en andere korte teksten alsmede foto's en
illustraties die in dit weblog gepubliceerd zijn of worden berust
het copyright( soms aangegeven met; © C.U.) bij mij, tenzij
uitdrukkelijk anderszins wordt vermeld. De inhoud van dit weblog
(geheel of gedeeltelijk) mag niet zonder toestemming van de auteur
door fotokopie, druk of andere middelen worden gereproduceerd en
verspreid. Citaten zijn alleen toegestaan met volledige
bronvermelding: © c.u. 2006. duif.volkskrantweblog “
Binnenpark Buitenpark” The right of duif.volkskrantblog.nl,to
be identified as the author of this work, has been asserted by him
in accordance with the Copyright, Designs and Patents Act, 1988.

