
Bye Bye Balkenende IV
val, balkenende, balkenende-iv, bos, politiek, den haag, kabinet
En dat was nummer vier. Ook dit kabinet van Balkenende heeft de regeertermijn niet af kunnen maken. Wouter Bos heeft de eer aan zichzelf gehouden en om met de woorden van Femke Halsema te spreken: "dat is moedig."
Het is bekend dat de Nederlandse politiek een hoge amusementswaarde heeft, en dit werd afgelopen donderdag maar weer eens bevestigd. Ik ben er eens goed voor gaan zitten en heb genoten van de kamervragen. Zeker Femke – zo wens ik niet aangesproken te worden- Halsema heeft bij mij punten gescoord. Wat een lekkere pittige tante is dat! Agnes Kant was even een softy vergeleken met de Groenlinks lijsttrekker. Niet alleen pakte ze Balkenende hard aan, ze zette ook nog even de voorzitter op haar plek. Telkens wanneer JP weigerde inhoudelijk op de vragen in de gaan, rende zij met Pechtold, Kant en Rutte naar de microfoon. Mark Rutte toonde zich een echte heer door Halsema en Pechtold voor te laten gaan alvorens een nieuw onderwerp in de Kamer aan te snijden. Alexander Pechtold rook zijn kans en voerde, zoals we ondertussen van hem gewend zijn, fel oppositie. En dan was er natuurlijk nog Geert die de lachers op zijn hand kreeg door alleen maar te spreken over een mogelijke val van het kabinet. Of Balkenende er niet schoon genoeg van had en of hij wist of hare majesteit de koningin morgenmiddag thuis zou zijn. Ook Rita deed wat er van haar verwacht werd. Ze opende de aanval op Bos door hem een leugenaar te noemen en probeerde daarme te maskeren dat ze inhoudelijk niets te melden had.
Er is de afgelopen weken zoveel gezegd dat het moeilijk is om alle ontwikkelingen bij te houden. In 2007 is besloten de missie in Uruzgan eind 2010 te beëindigen. Er is echter veel veranderd in de wereld. Zo is de V.S. met Obama aan het roer een totaal andere politieke koers gaan varen. Maar de PvdA wil alsnog vasthouden aan het besluit. Mijn geliefde vergeleek de manier waarop de partij haar standpunt verdedigde met een woede-aanval van een tweejarige: "Ik wil niet naar Uruzgan! Uruzgan is stom!" Maar het verzoek van de NAVO doet vermoeden dat het kabinet wel openstond voor verlenging van de missie.
Terwijl Bos zijn standvastigheid wordt gewaardeerd door zijn achterban, krijgt de PvdA van velen de schuld van de problemen. Dat is naar mijn mening onterecht, want waar twee vechten hebben er twee schuld. Balkenende maakte een flinke uitglijder met zijn reactie op het rapport van de commissie Davids en nu is niet alleen hij maar het hele kabinet gevallen. De Christen Unie heeft zich slim op de vlakte gehouden en zal verder geen kneuzingen oplopen. Hoe het ook zij, dit kabinet had mijns inziens een groot voordeel: Die engerds zoals Verdonk en Wilders werden mooi buiten de deur gehouden.
De vraag is hoe het nu verder moet. Er zullen verkiezingen uitgeschreven worden en de burgers zijn daarmee weer aan zet. Ik vrees dat veel mensen het vertrouwen verloren hebben in de gevestigde politieke partijen en zich vervolgens tot Geert W. zullen wenden. Ik ben naarstig op zoek naar een manier om de opmars van de Mozart uit Venlo te stuiten. Ideeën zijn van harte welkom. Ondertussen overweegt mijn liefie een Nederlands paspoort erbij te nemen. Alle beetjes helpen.
Vanmorgen werd ik wakker met een vreemde smaak in mijn mond die
ik maar moeilijk thuis kon brengen. Heb ik iets verkeerds gegeten
of gedronken? Dan realiseer ik mij dat ik deze smaak al sinds
gisteravond heb. Het is een nare nasmaak, van een
televisieavondje met huisgenoten. Zoals elke donderdag hadden wij
ons gisteren in de keuken geschaard. Donderdagvond is ‘Wie
is de mol?’-avond. Ik kan me daar heel de week op
verheugen. Na een week hard werken lekker met elkaar naar de
televisie kijken hoe Arjen Lubach de mol uithangt.
Gisteravond moest de mol echter even wachten vanwege de
inzamelingsactie voor Haïti. Mijn huisgenote zet de tv. alvast
aan op Nederland 1. Persoonlijk vind ik het vreemd dat er een
televisieshow nodig is om geld in te zamelen voor slachtoffers
van een ramp. Bovendien blijkt Haïti al veel langer met grote
problemen te kampen, maar nu ze getroffen zijn door zoiets
concreets als een natuurramp trekken we opeens onze portemonnee.
Het begint goed: het eerste beeld dat onze keuken in komt, is dat
van Jan-Peter Balkenende die een betoog afsteekt over
solidariteit. Ja, onze minister president is solidair. Maar dan
voornamelijk met grootmacht Amerika. Terwijl J.P. plaatsneemt
achter een van de telefoondeskjes, lijkt Linda de Mol mijn wrok
op te merken. Ze schiet onze leider te hulp: “Wanneer u
straks Balkenende aan de telefoon krijgt, moet u niet over de
oorlog in Irak beginnen. Maar geld geven voor Haïti.” Ik
stop mijn telefoon meteen weer in mijn zak. Oftewel: Onze premier
is een smerige leugenaar, maar dat zet hij nu even recht door de
slachtoffers in Haïti te hulp te schieten. Over schieten
gesproken, ik vraag me af wanneer er een inzamelingsactie komt
voor de slachtoffers van de Irak-oorlog.
Vervolgens wordt er een doos BN-ers, die allang over de datum
zijn, opengetrokken. Mijn buurman begint zich nu ook te ergeren:
“Wat is dit toch weer Amerikaans!” De regie krijgt
lucht van het feit dat deze beelden nog geen eurocent bij ons
losgepeuterd hebben en gooit het over een andere boeg. Er wordt
ingezoomd op een aantal huilende mensen in de studio en we worden
nu overspoeld door beelden van bloedende kindertjes. Die missen
hun effect op mij niet. Ik heb wel eens gelezen dat het te vaak
zien van dit soort beelden slecht voor ons is, omdat je er een
gigantisch schuldgevoel van kan krijgen. Een van de best
verdienende presentatoren van de publieke omroep lijkt dit ook te
weten.
“Ja,” zegt Jeroen Pauw, “hier doen we het
allemaal voor.”
“Ik heb deze beelden niet nodig om te weten dat een
natuurramp erg is,” zegt mijn buurvrouw lichtelijk
geïrriteerd.
Om de tijd uit te zitten, besluiten we een spelletje te gaan
doen. De televisie wordt zacht gezet, maar blijft aan. Terwijl
mijn huisgenoten de spullen klaarzetten, zie ik een blonde pluk
haar voorbij komen. Heb ik dat goed gezien?
“Is Geert Wilders een van de prominenten die de telefoon
mag opnemen?”
Mijn huisgenoten geloven daar niks van.
“Bedoel je niet gewoon dat je het haar van Nance gezien
hebt?”
Ik maak gebruik van het feit dat ik een vrouw ben, en ga multi
tasken. Ik houd zowel het bordspel als het scherm in de gaten.
Mijn mond valt open van verbazing.
“Kijk dan! Het is hem echt!” roep ik verrast
uit.
“Waar?”
“Hij zit naast Mark Rutte,” valt mijn buurvrouw mij
bij.
“Sinds wanneer doet Geert W. aan liefdadigheid?”
vraag ik.
“Hij weet dat al die PVVers nu gaan bellen in de hoop
Wilders aan de telefoon te krijgen. Dat levert veel geld
op.”
“Zou hij doorhebben dat dat buitenlanders zijn daar?”
vraag ik weer.
“Er zijn een paar Nederlanders vermist. Daar maakt hij zich
zorgen over,” legt mijn buurman uit.
In eigen land betoogt hij dat bepaalde mensen met een ander
geloof minderwaardig zijn. Zij moeten zich maar aanpassen, of
liever nog: oprotten. En nu gaat hij zijn naam zuiveren door in
alle schijnheiligheid achter zo’n desk te gaan zitten. Mark
Rutte is overigens nu de lul, nog meer dan voorheen, want die
moet heel de avond naast hem zitten.
Lieve lezer, begrijp mij niet verkeerd. Ik vind het niet meer dan
vanzelfsprekend dat men in een relatief rijk land iets doet voor
mensen die hulp nodig hebben. Ik vind het fantastisch dat er
zoveel geld ingezameld is. Bovendien hoeft niemand wakker te
liggen: Het ingezamelde geld werd verdubbeld. Waarschijnlijk
gebeurde dit van het belastinggeld, dus indirect heeft ook u uw
steentje bijgedragen. Ik vind het echter zorgwekkend dat er een
dergelijke show nodig is om aan geld te komen. Mijn darmklachten
van de vorige dag zijn spontaan terug. In onze woning hebben we
daarom een nieuwe actie geopperd: poepen voor Haïti. Elke kilo
levert geld op. En na zo’n televisieavond gaat het hard.
Staatkundig Hypocriete Partij
sgp, hypocrisie, pauw en witteman, christen unie
He
t is alweer december. Dat is te
merken ook. Het is koud, donker en ik lijd aan een gebrek aan
vitamine D. Ik snotter de hele dag en als ik hoest imiteer ik in
mijn eentje heel Pieter Buren. En alsof dat nog niet genoeg is,
klinkt mijn stem sinds afgelopen weekend als die van Heleen van
Rooyen. Daarop besloten mijn vriend en ik dan maar achter de
computer onze eigen versie van De Wereld Draait Door te maken.
Mijn geliefde was misschien nog een betere Matthijs dan ik een
Heleen. Maar met die Mexicaanse verkoudheid van mij zit er niks
anders op dan lekker de warmte op te zoeken en rustig aan te
doen.
Om toch op de hoogte te blijven, kruip ik regelmatig even lekker
achter, of zo u wilt, voor de televisie. Het lichtpuntje in de
donkere dagen is voor mij Studio Sport. En dat is niet alleen
omdat Toine en Tom de kijkers zo lief toespreken. Feyenoord won
afgelopen weekend weer eens een keer en daarna was het nagenieten
met Studio Voetbal. Wat een heerlijk programma is dat toch!
Lekker kletsen over belangrijke onderwerpen zoals de schattige
mix van Engels en Nederlands die Ola Toivonen spreekt. Het
hoogtepunt van het seizoen was de aflevering met Steve McClaren
waarin Youri Mulder zijn vader Jan steevast onderbrak met de
lieve woorden ‘But daddy...’ Genieten gewoon! En zo
kom ik de winter wel door. Hoe komt het dan dat ik nu toch achter
de computer zit met jeukende handen? Wie of wat veroorzaakt deze
onrust?
Ik had me zo voorgenomen om me niet druk te maken om de discussie
rond minaretten, maar na het zien van Pauw en Witteman kan ik
niet anders dan mij ermee te bemoeien. Wat was het geval:
SGP-kamerlid Kees van der Staaij was te gast. Hij diende vorige
week een motie in waarin hij vraagt om terughoudendheid bij de
bouw van minaretten en moskeeën. Deze religieuze uitingen dragen
volgens hem bij aan “een gevoel van vervreemding waar veel
Nederlanders last van hebben.” Over welke Nederlanders het
gaat wordt niets gezegd. Er wordt mij in elk geval nooit iets
gevraagd. Ik vermoed dat het gaat om de xeno- en islamofoben, die
bij het zien van iets dat ook maar aan de islam doet denken, in
blinde paniek raken. De Wilders-aanhangers, nu noem ik ook nog
die naam, die geen minaretten nodig hebben om onaardige dingen te
zeggen over Moslims.
Ik waag al lang geen pogingen meer om aan dat klootjesvolk uit te leggen dat Wilders geen vrijheid nastreeft: Hij mag zeggen wat hij wil en de moslims moeten hun mond houden en de linkse elite, die de knuffelmoslims steunt, ook. Wat dat betreft is er niets nieuws aan de horizon. Wat mij echter verbaast, is die stem vanuit de Christelijke hoek. Een gereformeerd Kamerlid moet toch blij zijn met de godsdienstvrijheid die we hebben in ons land? Dankzij die vrijheid mag de SGP standpunten over vrouwen en homo’s uitdragen die stammen uit de vorige eeuw. Want dat “hoort nu eenmaal bij die religieuze stroming”. Juist iemand die honderd jaar achter loopt en daar in Nederland recht op heeft, wil dat de Moslims zich gedeisd houden. Mijn verontwaardiging was groot.
Want waar hebben we het nu eigenlijk over? In Nederland staan een aantal Moskeeën, ja. Ik vind dat, als ze klaar zijn, mooie gebouwen. Daarnaast vinden we ook Synagogen en Kerken. Nou, meestal niet direct naast de Moskee natuurlijk. (Hoewel dat leuk zou zijn.) De minaretten zijn oorspronkelijk bedoeld om vanaf grote hoogte de oproep tot gebed te kunnen doen. Ondanks dat deze in Nederland niet of nauwelijks worden gebruikt, horen ze wel bij de Moskee. Van der Staaij deed alsof de Moslims de enige gelovigen zijn die geluid maken. Christenen kunnen er ook wat van, want ik hoor regelmatig kerkklokken luiden. Als ongelovige Nederlandse voel ik me dan echt niet vervreemd. Ik vind dat juist gezellig! Pink Floyd wist daar zelfs een prachtig lied mee te maken.
Die refo met zijn foute kapsel weet eigenlijk ook wel dat zijn motie nergens op slaat. Terwijl ik ziek in bed lig, en dus niet voor de goede zaak kan strijden, word ik bijgestaan door niemand minder dan Frank Boeijen. Hij legt het vuur aan Kees zijn schenen door te stellen dat die motie alleen maar stoerdoenerij is. De SGP ziet dat ‘je weet wel wie’ flink wat stemmen krijgt door ferme taal uit te spreken. Nu voelt de partij zich, waarschijnlijk vanaf de minaret, geroepen om ook een duit in het zakje te doen. Wellicht dat een enkel oud-lid, dat waarschijnlijk zijn toevlucht heeft gezocht tot de Christen Unie, nog terug komt. Over de CU gesproken: Zij doen niet mee met de hypocriete SGP. (Het klinkt bijna als een campagneleus.) Ook vanuit die hoek kunnen de Moslims dus op een beetje steun rekenen. ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind betoogde dat een partij die opkomt voor de rechten van Christenen in andere landen, geen motie steunt die de godsdienstvrijheid van anders gelovigen in Nederland wil beperken. De Christen Unie blijft mij verrassen. Jammer dat ze niet vaker en luider opkomen voor de Moslims in Nederland. Zal mijn tirade tegen het onrecht misschien enig effect hebben? Ik denk het niet. Maar het lucht wel op.
Goed Gesprek
ilja leonard pfeijffer,poëziefestival,onbederflijk vers, nijmegen,de wereld draait door, poezie, adriaan van dis
Het is
alweer een half jaar geleden dat ik op dit weblog mijn zegje heb
gedaan. Dat ik na deze sabbatical toch weer achter de computer
gekropen ben, heeft u te danken, of zo u wilt te wijten, aan Ilja
Leonard Pfeijffer. Hij was gisteren een van de grote namen op de
Nijmeegse editie van het poëziefestival Onbederflijk Vers. Een
paar jaar geleden was dat nog de aanleiding om Joost Fucking
Zwagerman onder handen te nemen. Maar vandaag ben ik mild
gestemd.
Samen met twee vriendinnen trekken we de binnenstad in, om te
luisteren naar een andere grote naam die op het programma stond:
Adriaan van Dis. Ik vraag hen wie nog meer hun opwachting maken.
Er volgt een hele lijst van dichters waar ik nog nooit van
gehoord heb, totdat mijn vriendin de naam van Pfeijffer
noemt.
“Daar gaan we dus ook heen. Hij is leuk!”
“Weet je wel hoe die man eruit ziet?”
(Natuurlijk weet ik dat. Zoals de neef van mijn vader er vroeger
uitzag.)
Mijn vriendin wil echter Anne Vegter gaan zien en we hebben
gekozen om twee rondes uit te zitten, in plaats van drie. Dit
geschil moet dus nog even uitgevochten worden. Ik stel voor om
‘Rock, Paper, Scissors’ te spelen om uit te maken
naar welk optreden we gaan.
Een, twee, drie: Ik heb voor de steen gekozen en zij voor de
schaar.
“We gaan naar Ilja,” zegt de scheidsrechter van ons
groepje.
En we lopen de kroeg Merleyn binnen. Ik realiseer me dat ik flink
de Sjaak ben als het optreden van Pfeijffer tegenvalt. De
“daar moest jij zo nodig heen” zal ik dan nog weken
aan moeten horen.
Het is rustig in Merleyn. Adriaan van Dis is zo vriendelijk geweest de meeste bezoekers naar de bibliotheek te lokken. Mijn vriendinnen en ik nemen plaats aan de bar en bestellen iets te drinken. Achter me hoor ik het getik van schoenen op de vloer. Ik draai me om en zie ‘the man himself’ binnen wandelen. Ook hij neemt plaats aan de bar. Naast mij. Gezellig!
“Ja, ik heb er wel zin in,” hoor ik Ilja Leonard
Pfeijffer zeggen.
Dit is een uitgelezen kans. Als ik het leuk vind om een praatje
met hem te maken, en dat vind ik, moet ik nu inhaken.
“Gelukkig maar. Wij hebben er ook zin in. Zou toch zonde zijn. Sta je daar, en dan denk je: Nee, sorry. Vandaag niet.” (Wat zeg ik nou weer allemaal?)
Mijn buurman oogt ontspannen en zet de conversatie met mij voort.
Ilja blijkt vaker festivals zoals deze te bezoeken om uit zijn werk voor te dragen. Hij verblijft regelmatig in het buitenland om daar lekker aan zijn gedichten te kunnen werken. Ik vind hem echt een type voor Zuid-Frankrijk. Ik zie hem al zitten in een luie stoel onder een olijfboom. Hij blijkt echter voor Genua, Italië, gekozen te hebben.
“Italië is een prachtig land. Ik heb er deze zomer voor het eerst kennis mee gemaakt.” (Alsof die man het interessant vindt waar ik mijn vakantie doorbreng.)
“Ben je ook in Genua geweest?” (Oh, dus toch wel.)
Het ijs is gebroken en het lijkt me nu wel leuk om ook even over literatuur te praten.
“Heb je van te voren bedacht voor welk publiek je gaat
spreken en welke gedichten daar het beste bij passen?” (Ik
kan met vragen als deze zo aan de slag bij De Wereld Draait
Door.)
“Nee hoor, ik doe gewoon wat in me opkomt op dat
moment.”
“Ik hield eigenlijk niet zo van poëzie.” (Lekker
tactisch van je.)
“Ik studeer Nederlands en ik merk dat het analyseren van gedichten de lol wegneemt. Ik ga op zoek naar coherentie en die vind je niet altijd. Dat maakt poëzie soms zo ingewikkeld. Pas toen dat analyseren niet meer hoefde, merkte ik dat poëzie ook best wat voor mij is.”
“Ik ben het helemaal met je eens,” antwoordt mijn gesprekspartner.
Later lees ik in het programmaboekje dat deze stelling zijn uitgangspunt is. Hij moet wel gedacht hebben: Zo, die heeft net het boekje nog even snel doorgenomen.
Pfeijffer is niet alleen bekend door zijn dichtwerk, maar ook van zijn poëzierecensies in NRC.
“In het werk van een ander is het altijd makkelijker om de zwakke plekken aan te wijzen. Kun je ook zo kritisch naar je eigen werk kijken?” (Weer zo’n Matthijs van Nieuwkerk-vraag.)
“Recenseren is heel anders. Je moet met harde argumenten aankomen waarom je iets vindt. Bij je eigen werk is dat anders.”
“Ja, soms begin ik een stukje en dan vind ik het niets. Dan weet ik niet waarom en verscheur ik het maar. Omdat ik denk dat ik het de lezers niet aan kan doen.”
“Dat heb ik zelf ook. Alleen ga ik dan wat langer door.”
U hoort het. Een writersblock is dus geen excuus meer om niet te schrijven.
Collega-dichter Arnoud Rigter mengt zich nu ook in het gesprek.
“Ik hoor dat hier een interessant gesprek gaande is over poëzie. Ik stoor toch niet?”
“Nee, hoor. Ik bestook Ilja met clichévragen.”
“Nou, dat moeten we aan hem vragen of dat zo is.”
Ik vertel de beide heren dat ik ooit met Harry Mulisch in het vliegtuig heb gezeten en dat ik expres niet op hem afgestapt ben. Dat kon alleen maar gênant worden. Bovendien ging de magie er een beetje af. Hij is op vakantie geweest naar Venetië. Net als ik. Zat gewoon op de weg terug naar Amsterdam. Net als ik.
“De lul,” zegt Arnoud droog.
Het is 20:00 uur en Pfeijffer besluit nog snel even een sigaret
te gaan roken voordat hij het bal moet openen.
“Heb jij in het vliegtuig gezeten met Harry Mulisch?”
vraagt mijn vriendin mij.
“En dat heb je mij niet verteld? Had je niet met hem op de
foto gewild?”
Op de foto met Harry Mulisch of een goed gesprek met Ilja Leonard
Pfeijffer?
Die keuze is makkelijk zat!
Het boek van de man valt op vanwege de felle kleuren. Bovendien ben ik ontzettend nieuwsgierig en werp een blik op de kaft: Frans Ellenbroek, De biologische evolutie van de Kunsten.
"Zo, u leest ook pittige kost voor tijdens een treinreis", zeg ik.
Ik krijg een vriendelijke lach als reactie op mijn opmerking.
"Wat is het precies?"
Ik krijg het boekje aangereikt en lees de achterflap. Ook krijg ik uitgebreide tekst en uitleg over de auteur. Er wordt me tevens aangeraden om, als ik een keer in de buurt van Station Tilburg ben, een bijbehorende expositie te bezoeken. Ook daar krijg ik de folder eventjes van in handen. Dat is een naam die ik moet onthouden, denk ik meteen. De vrouw tegenover me heeft de hele tijd lachend toegekeken hoe ik college krijg. Automatisch komt het gesprek nu op wat zij aan het lezen is. Het blijkt Taal zonder mij te zijn van Kristien Hemmerechts. De reactie van haar reisgenoten volgt in koor:
"Kristien Hemmerechts. De feministe die over vrouwenhaters en vrouwonvriendelijke boeken schrijft."
De vrouw glimlacht en legt uit dat ze de roman gekregen heeft. Het gaat over de dood van Hemmerechts man. Over het lezen van zware kost in de trein gesproken.
"Ik studeer zelf Nederlands en ben altijd ontzettend benieuwd naar wat anderen lezen en wat ze daar dan van vinden", leg ik uit.
"Ja, wat gaat er dan in die hoofden om?" formuleert de man mijn nieuwsgierigheid.
"Precies. Zijn ze nog niet bij jullie langs geweest voor een boekenprogramma?" vraag ik.
"Dat zou wel wat voor jou zijn."
"Ja, wie weet, als mijn studie niks blijkt te zijn kan ik dat nog gaan doen."
"Ik ben vanuit mijn studie gewend om kunst meer vanuit een historisch of sociologisch oogpunt te bekijken," vervolg ik mijn verhaal.
"Wanneer iemand dan iets leest met een bijzondere invalshoek vind ik dat ontzettend leuk. Mijn vriend is een echte Bèta en houdt ook wel van dat filosofische."
"Dit boek slaat een brug tussen die twee werelden," zegt mijn treingenoot.
"Zoals Bas Haring?" vraag ik meteen.
"Dat soort teksten worden hier ook aangehaald."
Ik had er natuurlijk op kunnen zitten wachten: De vraag waar ik het gesprek min of meer mee begon, wordt door de vrouw nu ook aan mij gesteld. Ik beken haar dat ik zelf ook wat pittige teksten heb zitten lezen. Over hoe stromingen en periodes in de letterkunde afgebakend kunnen worden. Daar lopen de meningen namelijk nogal over uiteen.
"Is er ook een bij die zegt dat een afbakening niet mogelijk is?" vraagt mijn overbuurman gretig.
"Nee, niet echt. Uiteindelijke wagen ze allemaal een poging."
Mijn coupé genoten zijn zichtbaar teleurgesteld in die conclusie.
"Je moet tegenwoordig overal een mening over hebben," zucht mijn overbuurvrouw.
Met die constatering slaat ze de spijker op zijn kop. Een mening hebben terwijl je je tussen specialisten bevindt, is niet altijd makkelijk. Maar ik wordt meteen gerustgesteld door de enige man van het gezelschap:
"Die professoren weten ook niet alles. Je mag best op jezelf vertrouwen. Gewoon met een onbevangen blik naar de dingen kijken. Dan komt het allemaal goed."
Meteen daarna komt naar voren hoe zeer meningen van elkaar kunnen verschillen. Hij blijkt De Oostakkerse gedichten van Hugo Claus ontzettend goed te vinden en ik kwam er maar met moeite doorheen. We kletsen met elkaar nog wat over hoe het onderwijs tegenwoordig in elkaar zit en met wat voor afstudeerproject ik me bezig houd. Helaas is de afstand tussen Rotterdam en Delft niet zo groot en aan de gezelligheid komt nu een einde. Ik pak mijn spullen bij elkaar en groet mijn medereizigers. Ook zij vinden het jammer dat ik mijn eindpunt bereikt heb.
"Fijne reis, en ik de titel zal ik zeker onthouden!"
Licht teleurgesteld sta ik op Station Delft. Dit is de eerste keer dat ik wens dat ze het station wat verder weg hadden gelegd. Ik vind het ontzettend leuk om te zien dat mensen met plezier lezen. En het is nog leuker om er dan met elkaar over te discussiëren. Enthousiasme werkt aanstekelijk. Terwijl ik mijn handen in mijn zakken steek om te controleren of ik echt alles bij me heb, hoor ik gefluit. Ik draai me om en zie de man uit mijn coupé bij het raam staan. Zijn arm steekt naar buiten en in zijn hand heeft hij het boekje van Frans Ellenbroek.
"Hier!" roept hij.
"Pak aan!"
Ik ben ontzettend verbaasd.
"Weet u dat zeker?"
"Pak aan, voor jullie samen."
"Echt? Oh, wat ontzettend lief!"
De vrouw van mijn coupe lacht me toe. Ze zwaait uitbundig naar me. En terwijl ik een kushandje toegewuifd krijg, zet de trein zich in beweging. Enthousiast zwaai ik ze uit. Het is dat de zon al volop scheen, want anders was hij door mijn tophumeur volop gaan stralen.
Ikzelf houd me ondertussen met heel andere dingen bezig. Ik ben druk bezig met mijn studie en zorg in de tussentijd voor wat ontspanning. Dus nog niet zo lang geleden, op een mooie dag, besloot ik met de bus naar het station te gaan. Ik was vrolijk want dat ben ik wel vaker en ik zou mijn geliefde op het station ontmoeten. Naast blij was ik ook een beetje lui dus zodra ik een vrije plek in de bus vond, ging ik lekker zitten. Het duurde niet lang totdat een oudere man de bus instapte. Er was geen plekje meer voor hem vrij en om te bewijzen dat Jan-Peter Balkenende met zijn gezeur geen gelijk heeft, bood ik de passagier mijn stoel aan. Hij keek verrast, maar sloeg mijn aanbod vriendelijk af. De bus zette zich weer in beweging en we reden zwijgzaam door.
De buschauffeur begon de smaak van het rijden te pakken te krijgen want hij zette er flink de vaart in. De man die bij mijn stoel in de buurt was blijven staan moest zich goed vastgrijpen om niet om te vallen. Hij stond er wat onhandig bij.
"Meneer, als u net niet zo eigenwijs was geweest, had u nu lekker kunnen zitten. Dan had u nu niet hoeven staan," zei ik.
"Ach, nee. Blijf toch lekker zitten. Ik kan wel even staan," antwoordde hij glimlachend.
"Weet u dat zeker?" vroeg ik ietwat bezorgd.
"Heel zeker. Jij moet zitten. Ik vond het trouwens al netjes dat je het aan mij vroeg," zei hij.
"Nou, als u het zeker weet. Ik vind het trouwens niet meer dan logisch dat ik u mijn stoel aanbood."
De samenleving bevat een flink aantal Tokkies, maar lang niet iedereen is er zo slecht toe. Ik ben netjes opgevoed en weet heus wel hoe het hoort. Maar als ik dan die geslaagde opvoeding van mijn ouders in de praktijk probeer te brengen, wordt mijn aanbod afgeslagen. Helaas, maar die man ‘stond' erop. De bus komt op het station aan en ik verlaat mijn plek en stap uit. Bij het station staat mijn liefie mij al op te wachten en hij stelt voor om meteen de bus in de stappen waar ik net uit kom. Die rijdt namelijk door naar de binnenstad en daar moeten we toch heen. (Ik ben gek op mensen die praktisch ingesteld zijn.) We stappen de bus dus weer in.
De man die mijn stoel afsloeg, is op mijn plek gaan zitten. Ik ben in wel in de stemming voor een lolletje: "Nou ja zeg! Er is gewoon iemand op mijn plek gaan zitten. Waar moet dat toch heen met deze samenleving?"
De man kan mijn opmerking wel waarderen en doet iets wat ik niet verwacht had: Hij staat voor me op en biedt me dezelfde stoel aan die ik eerder aan hem aanbood.
"Ik maakte maar een grapje meneer. Blijf vooral zitten. Ik moet toch niet ver meer," zeg ik.
"Nee, ga maar zitten." "Ik meende het niet. Het was bedoeld als een lollige opmerking."
"Kom op. Ga zitten," antwoordt hij.
"Oh jee. Ik durf nu niet meer te weigeren," zeg ik.
En ik neem braaf op mijn oude plekje plaats. De man en mijn partner staan nu naast elkaar en praten een beetje met elkaar. De bus rijdt verder en we hebben ongelooflijke lol. "Wij zijn nog jong," zegt mijn vriend. "Precies, wij kunnen best wel even staan," antwoordt de man hem.
Ik heb zelden zo'n leuke busreis meegemaakt. Ik bied iets aan er ontstaat een ontzettend grappige situatie met beleefdheden over en weer. Waar zijn die normen en waarden toch gebleven waar die moraalridders in het kabinet zo naarstig naar op zoek zijn? Simpel, in lijn 6 van Brabanste poort naar Neerbosch Oost.
Het eerste deel van het boekje ‘Een moslima ontsluiert’ gaat vooral over Naema’s eigen jeugd en de vele verhuizingen die ze mee maakte. Ze is geboren in Engeland, verhuisde toen naar Pakistan en vestigde zich uiteindelijk in Nederland. Op nuchtere en humoristische wijze schrijft ze over hoe ze haar plek probeerde te vinden in nieuwe werelden. En ze vertelt de lezer over de voor- en nadelen van haar multiculturele achtergrond. Tot dusver geeft het boek een mooi inzicht in het leven van een (moslim)migrant.
Een smetje op het eerste deel van haar werk is echter het gebruik van de termen ‘migrant’ en ‘moslim’. De schrijfster lijkt ze door elkaar te gebruiken. Het is hierdoor niet duidelijk of ze haar pijlen richt op migratie in het algemeen of op moslims die migreren in het bijzonder. Niet elke migrant is een moslim en niet alle moslims migreren. (Gelukkig voor Geert Wilders.)
In het tweede deel komen verschillende thema’s aan bod. Aan de hand van kleine essays bespreekt Tahir onderwerpen als het huwelijk, de hoofddoek en de vrouw. Er steekt echter een probleem de kop op bij de besprekingen: Naema kan alleen spreken over de islam zoals ze die uit Pakistan kent. Bovendien maakt zij hierbij geen onderscheid tussen de verschillende stromingen binnen de islam. Over welke islam heeft ze het? Wie roept dat de islam nog niet aan de ontwikkeling begonnen is die het christendom heeft doorgemaakt is behoorlijk stom. Ook moslims hebben te kampen gehad met de vragen over hoe bijvoorbeeld de Koran gelezen moet worden en of bepaalde gebruiken nog wel te hanteren zijn in de 21e eeuw. Verschillende stromingen geven verschillende antwoorden op dezelfde vragen. Veel moslims hebben tegenwoordig een manier gevonden om oude gebruiken in te passen in een moderne wereld. Wanneer Tahir uitspraken doet over het geloof en daarbij verwijst naar eeuwen oude geschriften mist ze soms haar punt. Ze heeft eerder de neiging te vervallen in generalisaties.
Zo geeft de schrijfster een paar voorbeelden van vrouwen die tegen hun wil in uitgehuwelijkt zijn en die dus jaren ongelukkig samen moeten leven met een man. Dit kan ook verklaard worden door het feit dat eigenlijk alles went behalve een vent. Ik vind uithuwelijking onzin maar het is echter niet zo dat elke moslima dit lot te wachten staat. Zeker moslima’s die in Nederland opgegroeid zijn maken grote sprongen vooruit. Zij zijn vaak mooie, jonge meiden die goed opgeleid zijn en onafhankelijk en zelfbewust door het leven gaan. Maar ook in bepaalde gebieden in het Midden-Oosten is de vrouw aan het veranderen. De tijd staat, ook in de islam, niet stil.
Onvermijdelijk is de discussie over de hoofddoek. Ook Tahir kan er niet omheen. Ze belicht het onderwerp op een goede manier en doet echt haar best nuances aan te brengen. Zo erkent ze dat de symbolische betekenis van de hoofddoek per land verschilt. Naema wekt echter bij mij grote ergernis op met haar brief aan een moslima waarin ze stelt dat vrouwen het kledingstuk gebruiken als middel van macht en verleiding. Het klopt dat voor veel vrouwen de hoofddoek kan helpen bij het op afstand houden van bepaalde mannen. En het klopt ook dat je door middel van een kledingstuk een statement kunt maken tegen bijvoorbeeld de Westerse wereld. Dit zijn echter allemaal redenen voor mevrouw Tahir geweest om de hoofddoek te dragen. Wat mij tegenstaat aan het stuk is dat ze van haar persoonlijke ervaring iets maakt wat voor alle moslima’s zou gelden. Bijvoorbeeld op pagina 187: “Maar deze echte reden voor het dragen van een hoofddoek zou ik nog even voor je houden, mijn zuster. Gooi het maar over de boeg van de religieuze vrijheid, daar zullen schuldbewuste secularisten je tenminste alle ruimte geven.” Nog een voorbeeld op pagina 179 waarbij de schrijfster ietwat snel met een conclusie komt nadat ze bekeken wordt door een wat oudere man: “Ja, meneer. Ik heb een spijkerbroek aan. Hier in Nederland mogen vrouwen een spijkerbroek dragen. Wen er maar aan!” Van dit soort passages gaan mijn haren overeind staan. Spreek voor jezelf en voor niemand anders dan jezelf.
De conclusie is trouwens een beetje een open deur. Want we moeten de dialoog met elkaar aan gaan en moslims moeten met een kritische blik naar zichzelf durven kijken. Van een dialoog zal geen sprake zijn zolang types zoals Wilders alles overschreeuwen. Ik zou als moslim de hoop op een goed gesprek ook allang opgegeven hebben. Wat je ook zegt, het is nooit goed. En waarom zou je nog naar jezelf kijken als anderen hun oordeel over jou toch al klaar hebben? Wat je ook doet, als het iets slechts is, is de islam altijd de oorzaak. De oorzaak is nooit een debiel die gewoon een excuus zoekt en bij gebrek aan beter maar naar het geloof grijpt. Zoals ook andere gelovigen kunnen doen.
Al met al geeft het boek toch een mooi inzicht van wat de jonge vrouw met haar migraties allemaal meegemaakt heeft. Maar meer dan een persoonlijk verhaal is het niet. De lezer heeft op een mooie manier inzicht gekregen in hoe de islam in Pakistan voor komt. De islam zoals Naema Tahir die ervaren heeft. Maar ‘De Islam’ bestaat niet.
Terwijl de Nederlandse spelers eruit zagen of ze letterlijk door de oranjekoorts geveld waren, wandelden de Russen de halve finale in. En die wodkazuipers zijn echt niet zo snel, hoor. Het was echter ook weer niet zo dat onze jongens geen kansen creëerden. Zowel Sneijder en Van Nistelrooy kwamen in de buurt van de treffer. Hiddink echter liet zijn spelers snel combineren en Van Basten kon niets anders doen dan hopen dat zijn geschrokken welpies zich zouden herpakken. Maar dat gebeurde niet. Het team speelde bij lange na niet met de glans die ze lieten zien tegen Frankrijk en Italië. We kwamen dichtbij, maar haalden het net niet en dat lijkt het eindeloze verhaal te worden van het Nederlands elftal.
Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Tot nu toe heeft zich er bij Studio Sport nog geen analyticus gemeld die het echte antwoord op die vraag kan geven. Maar omdat ik een van de zestien miljoen bondscoaches ben, laat ook ik mijn licht over deze kwestie schijnen.
Afgelopen week overleed het te vroeg geboren dochtertje van Khalid Boulahrouz en het drama greep de selectie uiteraard aan. Toch is het te makkelijk om te roepen dat het Nederlands elftal hierdoor slecht speelde. Dat zou bovendien niet lief zijn tegenover Boulahrouz, die niet eens zo slecht speelde, en zijn vrouw. Trouwens, ik herinner me dat Wim Jonk eens tijdens een eindtoernooi getroffen werd door een persoonlijk drama en de wedstrijd daarop fantastisch speelde.
Net als de rest van het land was ik nog helemaal high van de prestaties in de poulefase. Toen bekend werd dat Rusland Nederlands tegenstander werd, ging ik er vanuit dat ik donderdag ook weer in mijn fel oranje outfit voor de televisie kon plaats nemen. Dat kan ik overigens nu nog steeds doen, maar dan zit ik nog meer voor lul dan gisteren.
Zouden ‘onze’ jonge spelers nog met hun hoofd bij de groepsfase gezeten hebben? Waarschijnlijk gingen we er vanuit dat, als we de regerend wereldkampioen konden kloppen, de Russen een eitje zou zijn. Maar ‘we’ speelden nu niet alleen tegen Rusland, ‘we’ speelden ook tegen Guus. En zoals steeds weer blijkt, is die niet zomaar te verslaan. Guus zou de F-jes van de plaatselijke amateur voetbalclub nog naar de halve finale van een eindtoernooi kunnen loodsen. Hoe dan ook, ‘zij’ speelden gisteren gewoon niet goed genoeg en het plaatsje in de halve finale is niet voor ‘hen’.
Guus Geluk laat zestien miljoen Nederlanders beteuterd achter en dat is een prestatie op zich. Dat hij indruk gemaakt heeft op het Nederlandse volk, blijkt wel uit het Nederlands talige artikel over Tsaar Guus op Wikipedia. De overwinning op het Nederlands elftal is nog niet verwerkt, maar staat daar al wel vermeld. Ik gun het de coach overigens van harte. Hij tovert een stelletje boerenpummels om in een dream-team. En wat mij betreft mogen de Russen de finale halen en winnen van Duitsland. Dan is dat trauma meteen ook weer een beetje verwerkt. Bovendien maakt dat het verlies van Oranje iets minder erg, want het is geen schande om te verliezen van de latere Europese kampioen. Het is echter te hopen dat de Russische fans dan iets minder prominent in beeld gebracht worden. Want zij waren de enige die met hun blote, witte en dikke wodkabuiken net iets meer voor lul zaten dan ik.
Een groot voordeel aan de uitschakeling van Van Bastens mandarijntjes is dat ik het toernooi verder zonder stress kan volgen. En toen ik gisterenavond laat moe en met een pesthumeur in bed kroop was het heerlijk stil op straat. Er was geen reden om de Tokkies los te laten. Ondertussen geniet ik gewoon nog van de beelden van die goeie oude tijd dat ‘we’ met 3-0 van Italië en met 4-1 van Frankrijk wonnen. En gelukkig begint maandag Wimbledon.
Ook de spelers van de Glasgow Rangers en FC Zenit St. Petersburg leken afgelopen week in gedachte al op vakantie te zijn. Hopend op een felle UEFA Cup-finale was ik achter de tv gekropen. Je zou denken dat je in een finale potentiële winnaars ziet lopen. Ik zag echter 22 mannen achter een bal aan sjokken, die zich bezig leken te houden met waar ze nu weer naar toe op vakantie moesten. Het kan aan mijn televisie gelegen hebben hoor, maar ik heb zelden zulk passieloos voetbal gezien. Voor de lezers die nu opperen dat ik ook gewoon naar de lekkere konten van de spelers had kunnen kijken: Ik heb het over Glasgow en St. Petersburg. Het winnen van de Uefa Cup was dankzij de Rangers voor Zenit in elk geval geen topprestatie.
Wie van mij ook wel zijn zomervakantie mag gaan boeken, is Johan Derksen. Deze man scoort bij het publiek vooral door alles af te zeiken wat ook maar iets met voetbal te maken heeft. Dit is meteen de reden dat hij zowel geliefd als gehaat is. Derksen was samen met Peter R. de Vries te gast in het programma ‘Pauw en Witteman.’ Toen De Vries werd gevraagd wat hij van Johan vond, gaf hij het antwoord wat de helft van de Nederlanders zou geven. Peter vond dat meneer Derksen eens op moest houden met het zagen aan de stoelpoten van zijn gasten in ‘Voetbal Inside’. En dat wat deze doet, neerkomt op verbaal vandalisme. Het is waar dat onze Johan mensen alleen maar tot de grond af kan branden. Met inhoud heeft ‘Voetbal Inside’ niets te maken. Zo kon Derksen het bijvoorbeeld niet laten om Seedorf te confronteren met het kabelschandaal van het EK van 1996. Dat was ruim tien jaar na dato. Johan reageert meteen op de woorden van zijn tafelgenoot. Hij legt uit dat De Vries deze mening heeft, omdat hij niets van voetbal weet. De mening van Peter is dus gebaseerd op onwetendheid en hij moet vooral niet praten over dingen waar hij geen verstand van heeft. En daarmee bevestigt Derksen wat De Vries beweert. Dat is op zichzelf al een topprestatie.
Zelf kunnen we het beste tijdens de Olympische Spelen op vakantie gaan. Want zelfs de altijd optimistische Erika Terpstra krijgt mij niet enthousiast voor het evenement. Want welke medailles ons land ook binnen zal halen, ze zullen in het niet vallen bij de prestatie die China zelf levert. Geen enkel land schendt de mensenrechten zo erg en komt er nog mee weg ook. Dat is pas een topprestatie.
En ik weet ook niet zeker meer of ik mijn hoop kan vestigen op het Nederlands elftal. Die gasten die naar het EK gaan, zijn vaak nog erg jong en het is balen dat veel ervaren spelers klaar zijn met Van Basten. Bovendien zijn de resultaten van het team erg wisselvallig. Maar natuurlijk zit ik, net als die andere zeikende Nederlanders, bij elke wedstrijd juichend voor de buis. En natuurlijk ga ik, net zoals al die andere Nederlanders die beweren dat ze er niet aan mee doen, de keuken weer helemaal oranje versieren. Als dat geen topprestatie op zal leveren, dan weet ik het ook niet meer. Na het EK ben ik waarschijnlijk zo afgepeigerd, dat ik zelf op vakantie ga.
Nee, ik moet het ook gewoon dichter bij huis zoeken. Bij mijn oppaskindje van twee en een half bijvoorbeeld. Zijn ouders zijn bezig met zindelijkheidstraining. Dat betekent dat ik hem zo nu en dan op een potje moet zetten. Ik pas op hem sinds hij 9 maanden oud is en ik mag dus allerlei fases van dichtbij mee maken. Op goed geluk waag ik een poging en weet hem over te halen even op de pot te gaan zitten. Het zou kunnen dat de beloofde sticker er iets mee te maken heeft, want hij besluit mee te werken. Ik neem op de grond naast hem plaats. En daar zitten we dan. Gezellig met zijn twee. Hij kijkt vragend naar mij. Ik probeer hem uit te leggen wat de bedoeling is, maar het is de vraag of een peuter dat allemaal begrijpt. Ik besluit even naar boven te lopen om een nieuwe luier te halen. Want in de vorige heeft hij in elk geval een topprestatie geleverd. Opeens word ik geroepen: “Sanne, kom! Plas!” Ik pak het potje. De sticker heeft hij in elk geval dubbel en dwars verdiend want er zit een topprestatie in.
We leven met 16 miljoen mensen in een klein landje waar alles maar gezegd kan en moet worden. Dat kan ook niet altijd goed blijven gaan. Daarom is het belangrijk dat we wetten hebben die mensen met een bepaalde levensovertuiging beschermen. We zijn allemaal anders en we hebben allemaal het recht om te zijn zoals we zijn. Toch verbaast het me dan dat er zoveel geroepen kan worden over religies. Als je kijkt naar wat men de laatste jaren allemaal over moslims roept, zou je niet zeggen dat er een wet is die deze mensen beschermt. Misschien ligt het aan mij, hoor. Ik zie de moslims die in Nederland wonen als een groep mensen die bij ons hoort.
Toen Eshan Jami de profeet Mohammed met Hitler vergeleek, had dat weinig gevolgen. Grappig feit om even toe te voegen, is dat Mohammed tijdens zijn leven aan de top is gekomen met hulp van een paar vooraanstaande christenen. En als Geert Wilders een antikoran film wil maken, moet dat kunnen want we hebben vrijheid van meningsuiting. Nog een grappig feit om toe te voegen, is dat je met die film meteen de helft van de Bijbel belachelijk maakt. Een groot deel van de verhalen uit de Bijbel is namelijk terug te vinden in de Koran. Maar wanneer er gesproken wordt over afschaffing van het verbod op godslastering, laten de eerst zo makke christelijke partijen van zich horen. Waar ze waren toen de moslims het steeds weer moesten ontgelden weet ik niet. Misschien zaten ze nog in de kerk.
De vrijheid van meningsuiting heeft geen grenzen zo lijkt het. Wat dat betreft heeft de Partij van de Arbeid een punt als ze zegt dat de wet dan net zo goed afgeschaft kan worden. Maar welke wetten we ook bedenken, het gaat om de houding van mensen tegenover anderen. Zo lang men een afkeer heeft van alles wat anders is, zal er discriminatie blijven. Geen wet doet daar wat aan.
De hele discussie over afschaffing van deze wet doet me denken aan een prachtig gesprek dat ik had met iemand in de trein. Ik was onderweg naar Rotterdam en zat Charles Dickens’ Great Expectations te lezen. De man tegenover mij merkte het boek op. Ik legde hem uit dat ik het boek voor mijn studie las. Ik maak indruk want ik lees het boek nog in het Engels ook. Dat valt overigens nog vies tegen. Hij op zijn beurt, zei spijt te hebben dat hij nooit na zijn studie nog iets met literatuur had gedaan. Op mijn vraag wat hij dan gestudeerd had, kwam een verrassend antwoord: Theologie.
“Maar wat doe je dan tijdens een studie theologie?” vraag ik nieuwsgierig.
Weer krijg ik een verrassend antwoord: “Hetzelfde dat jij doet. Teksten bestuderen. Elke tekst heeft een schrijver en die wil iets meegeven in zijn tekst. Daarnaast kijk je bijvoorbeeld naar waar de directe rede gebruikt wordt, of waar de auteur juist aan het woord is.”
“Ik heb wel eens begrepen dat veel studenten die theologie studeren van hun geloof afvallen,” zeg ik.
“Je leert bij theologie op een bepaalde manier kijken naar Bijbelteksten. Dat zet je aan het denken over je geloof. Ik ben zelf ook veranderd door mijn studie.”
Ik bekijk de man eens goed. Hij ziet er nog vrij jong uit, is netjes gekleed in een pak en heeft een koffertje bij zich. Hij zou zo een kantoorbaan kunnen hebben en ziet er helemaal niet Balkenende-achtig uit.
“Maar wat kun je dan na een studie theologie gaan doen?” vraag ik.
“Ik kom zelf net terug van een dienst. Ik heb een dienst geleid in een protestantse kerk en vandaag stond het lijden van Christus centraal.”
Ik vraag meteen wat voor soort kerk het is. Ik ben altijd een beetje bang geweest van die zwartekousen-types. Maar zijn kerk is niet zo conservatief. Dat had ik eigenlijk ook wel kunnen verwachten want de man is heel open. Bovendien doet hij geen enkele poging om mij te overtuigen van zijn gelijk. Hij vertelt vrolijk verder over een vriend van hem die Joods is en meer een helikoptervisie heeft. Voor hem hebben alle religies een raakvlak met elkaar. De man tegenover me gelooft daar niet in. Logisch want anders had hij geen reden om voor het christendom te kiezen.
Ik verras hem op mijn beurt: “Ik ben niet gelovig opgevoed en in mijn leven speelt religie geen rol. Maar ik vind het zo boeiend om te zien hoe mensen religie inpassen in hun leven. Op zich is dat natuurlijk ook een soort geloof. Dat ik niet denk dat er een schepper is.”
“Ik zou ook geen poging kunnen doen om jou te overtuigen dat Hij wel bestaat. Ik zou Hem geen recht doen om dat wel te proberen. Hij heeft aan mij laten zien dat Hij er is, maar ik kan dat niet aan jou laten zien.”
“Nee, mensen moeten dat ook niet willen. Het gaat fout omdat iedereen de ander maar wil overtuigen van zijn eigen overtuiging,” zucht ik.
“Precies. Het is toeval dat wij elkaar tegenkomen. Maar het is een keuze dat wij zo zitten te praten. Dat dat kan,” legt hij me uit.
We zijn bijna bij het station waar ik eruit moet. Helaas. Ik had nog wel meer willen horen. Ik neem afscheid en wens de goede man nog een fijne reis. Ik houd ervan als mensen zo lekker open kunnen praten over hoe zij de dingen zien. Open, maar niet dwingend of de ander beoordelend. Met allemaal van zulke mensen om ons heen, zouden we heel dat verbod op godslastering niet nodig hebben.
De activiteiten van alledag gaan gewoon door. Welke maand het ook is, er moet gewassen en gekookt worden. Ik was dan ook druk in de weer met wassen, drogen en koken toen opeens de bel ging. Ik roep naar mijn huisgenootje dat zij maar even open moet doen omdat ik even bezig ben. Het blijken twee studenten te zijn die de zogenaamde ‘Pleekrant’ komen brengen. Dit is het blaadje van de studentenvakbond AKKU, die opkomt voor de belangen van de studenten in Nijmegen. Door middel van hun krantje houden ze de studenten op de hoogte van hun activiteiten. Aan de naam van het blad kunt u zien waar hij opgehangen wordt. Ook handig voor als het toiletpapier op is.
De bezoekers kwamen aan onze deur om te vragen of ze de Pleekrant op de wc mochten ophangen. Ik pak een krantje van de stapel en blader hem door.
“Even kijken, hoor. Ik wil namelijk wel lekker naar de wc kunnen gaan en de vorige keer heb ik me een beetje geërgerd.”
Het meisje dat de bladen vast heeft, kijkt een beetje verbaasd maar de jongen naast haar krijgt een blik van herkenning in zijn ogen.
“Dus jij bent het!”
Mijn huisgenootje kijkt mij aan: “Waar gaat dit over?”
Ik begin mezelf nu ook even af te vragen wie ik zou moeten zijn.
“Jij hebt dat kaartje gestuurd! Jij bent echt zo cool!”
En opeens weet ik het weer. Een tijd terug heb ik een andere editie van de Pleekrant van het toilet gehaald. Het blaadje is een leuk initiatief, maar taalkundig gezien was het niet echt hoogstaand. Samen met een ander huisgenootje hebben we hem toen doorgelopen en hier en daar wat correcties aangebracht. Die krant heb ik samen met een leuke kaart naar de studentenvakbond teruggestuurd. Het bericht was iets in de trant van: Ga vooral door met het goede werk, zet wat puntjes op de i en dan kunnen we weer lekker schijten. Deze is blijkbaar aangekomen.
“Sorry, na een paar jaar studie ben ik geprogrammeerd. Het begon in een melige bui, maar ik ben blij dat jullie mijn kaart gekregen hebben,” antwoord ik lachend.
“We wilden je nog iets liefs terugsturen maar we konden je adres niet traceren,” zegt de jongen weer.
“Ik ben blij dat jullie het konden waarderen.”
“Jij studeert zeker Nederlands?” vraagt hij nu.
Dat was blijkbaar te merken. Ik realiseer me dat ik gebrainwashed ben. En ik houd niet eens echt van taalkunde. Ik geef de voorkeur aan letterkunde. Ondertussen wordt de krant op ons toilet opgehangen. We staan nog even met zijn drieën te kletsen en dan moet ik weer naar het eten. De jongen die me ‘herkende’ is zelf nauw betrokken bij de studentenvakbond. Hij stelt voor dat ik de krant mag reviewen voordat hij gedrukt wordt. Dat wil ik natuurlijk graag doen.
De Pleekrant is geen blad van hoog journalistiek niveau. Maar dat geeft niet. Als je tijdens je sollicitatie vertelt wat je allemaal naast je studie hebt gedaan, scoor je punten. Zeg bij een krantenredactie dat je bij een schoolkrantje hebt gewerkt en ze worden helemaal opgewonden. Ook heb ik studieadviseurs en docenten gevraagd welk pad zij bewandeld hebben om te komen waar ze nu zijn. En alles wat ik van hen geleerd heb, blijkt waar te zijn: Je moet geluk hebben, jezelf laten zien en vooral een bijdehante bek hebben. Dan kom je er wel.
In de eerste kolom heeft Nausicaa haar punt gemaakt: Nederland is een land van rancune. Ze neemt, om dit aan te tonen, als voorbeeld een Marokkaan uit Slotervaart die uit de gemeenschap verstoten wordt omdat hij beter geïntegreerd is dan zijn mede-Marokkanen. Maar is jaloezie niet een heel menselijk fenomeen? Aan de ene kant pronken we allemaal met wat we hebben, aan de andere kant houden we vanuit onze ooghoek de buurman in de gaten. Want het kan toch niet zo zijn dat die in een mooiere, betere en vooral duurdere auto rijdt dan wij? We zijn blij als we na hard werken een 7 halen voor een tentamen maar balen flink als een medestudent zonder een flikker uit te voeren een 8 haalt. Zo zijn we nu eenmaal.
Wanneer het over haat en nijd gaat kunnen voorbeelden over Eshan Jami en Ayaan Hirsi Ali niet uitblijven natuurlijk. En jawel, in de tweede kolom krijgt de lezer ze voor de kiezen. Want “deze tijd baart vulkanische ego’s en vechtlust voor eigen hachje.” Deze zin is bedoeld voor de lezer die even vergeten was welk punt mevrouw wilde maken. Zo staan er nog meer van die ‘kleine herinneringen’ in het stuk. Vechten voor het eigen hachje dus. En daar doet de PvdA ook aan mee. Zo heeft de partij een flinke kans laten liggen toen Jami opstond met zijn comité voor afvalligen moslims. “In plaats van afvalligheid serieus te nemen, beschermde deze partij de gevoeligheden van dat deel van haar moslimelectoraat waarvoor afvalligheid een taboe is.” De PvdA is helemaal niet bang om afvalligheid bespreekbaar te maken. Ze heeft waarschijnlijk geen zin om aandacht te besteden aan een arrogant pikkie dat schreeuwt om aandacht. En ik kan me daar alles bij voorstellen. Want Jami heeft zelf ook niet geprobeerd om afvalligheid op een normale manier bespreekbaar te maken. In plaats daarvan vergeleek hij Mohammed met Hitler en riep hij hoe slecht de islam wel niet is. Want je mag namelijk niet van je geloof afvallen. Flauw hoor. Maar welke religie moedigt afvalligheid nou aan?
En dan Ayaan Hirsi Ali. Deze vrouw besloot om ongenuanceerde onzin te roepen over moslims. En toen werd ze bedreigd. Ayaan besloot ervandoor te gaan. En de Nederlandse regering had geen zin om haar tot aan de Verenigde Staten aan toe te beveiligen. Volgens Nausicaa Marbe “positioneerde Jan Peter Balkenende zich als onbenul inzake staatsveiligheid en als rancuneleider.” Ayaan mag roepen wat ze wil, maar moet dan ook zelf maar opdraaien voor de consequenties. Ik kan me er alles bij voorstellen dat JP geen zin heeft om achter haar reet aan te lopen en de schade te beperken die ze zelf aanricht. Maar volgens Marbe is het de wrok die de Nederlandse politiek kenmerkt.
Wanneer er een stuk geschreven wordt over 2007 kan het onderwerp ‘allochtonen’ niet ontbreken. Want er is geen thema waar we zoveel meningen over hebben als over buitenlanders. Ook in dit artikel wordt de problematiek tussen allochtonen en autochtonen aangesneden. De overheid ondertussen maakt die problemen alleen maar groter: “De terechte autochtone verontwaardiging over agressieve of onmenselijke uitwassen van vreemde culturen is jarenlang als racisme weggezet, terwijl etnische segregatie en vrouwendiscriminatie van nieuwkomers werden gesubsidieerd.” Hier stop ik even met lezen. Op welke manier subsidieerde de overheid vrouwendiscriminatie dan?
Er volgt echter geen voorbeeld en dus moet de lezer maar gissen. Bedoelt ze die zwemdagen waarop allochtone vrouwen kunnen zwemmen zonder dat er mannen in het bad aanwezig zijn? Op die manier blijven die vrouwen tot een groep behoren die ‘anders’ is. Mij lijkt het echter wel iets. Ik vind het veel ontspannender zwemmen als dat oude mannetje met zijn brilletje niet steeds ‘toevallig’ in dezelfde baan zwemt als ik. Of doelt de schrijfster misschien op het feit dat sommige allochtone vrouwen liever niet behandeld willen worden door een mannelijke arts? Nou mevrouw Marbe, als ik probleem heb dat ergens beneden zit, raadpleeg ik toch liever in eerste instantie een vrouw. En als ik bij een vaginale infectie liever wil dat er een lekkere jonge vent tussen mijn benen duikt, kan dat ook. Want het is namelijk mijn recht om zelf een arts uit te zoeken.
Het probleem in dit stuk is dat de overheid in de ogen van de auteur niets goed kan doen. Ze zoekt naar kleine dingetjes om dat aan te tonen terwijl er waarschijnlijk net zo veel voorbeelden zijn die het tegendeel bewijzen. Maar gelukkig heeft zij een oplossing voor de verdeeldheid en de wrok die de overheid zelf zaait: “Niets kan er ten goede veranderen zolang het kabinet via de voordeur saamhorigheid propageert en via de achterdeur verdeeldheid zaait, door bijvoorbeeld radicalisme alleen met woorden te bestrijden.” En hier gaat deze dame juist de fout in. Of is zij misschien de zaak rond Mohammed B. en de Hofstadtgroep vergeten? Een flink aantal leden van deze radicale groep is berecht en veroordeeld met behulp van het Nederlandse rechtssysteem. Het is echter veel moeilijker om iemand die alleen maar zulke ideeën heeft te straffen. Het hebben van ideeën zelf is niet strafbaar en dus moet je wel woorden gebruiken in de hoop radicalisme een beetje tegen te gaan. Als je gedachtegoed zelf wilt bestraffen, kom je weer uit bij die oeverloze discussie over de vrijheid van meningsuiting.
Toch heeft Nausicaa Marbe wel een goed punt. Politiek is wrok. De tegenstander moet worden uitgeschakeld en je eigen ideeën als het hoogste goed verkocht worden aan het volk. Het is eigenlijk niets nieuws onder de zon. Tot slot draagt de schrijfster nog een oplossing aan: “Dus: zero tolerance jegens een wethouder die homo’s discrimineert, ook de imam vervolgen die tot geweld of sabotage oproept. Of: waar acceptatie bestaat voor scholen die hoofddoeken verplicht stellen, moet ook begrip zijn voor bedrijven die hoofddoeken verbieden.” Er wordt inderdaad wel eens met twee maten gemeten. Maar daar doe je weinig aan. En dat de politiek een arena is van haat en nijd wisten we ook al. En degene die dat niet wisten, konden dat in de eerste alinea lezen. De rest van het artikel voegt weinig toe en de hele reeks voorbeelden overtuigt niet. Maar ja, de pagina moet nu eenmaal helemaal gevuld.
Er is wat gedoe want de dames willen bij elkaar in de buurt zitten. Uiteindelijk gaan er twee naast elkaar zitten. De derde neemt tegenover mij plaats.
“Ik ga maar hier zitten. Misschien komt er dan nog een leuk iemand naast je zitten,” zegt ze tegen mij.
“Ik hoop het maar.”
Gedurende de reis komt er niemand naast me zitten. Ik hoef me echter niet te vervelen want de Spits, Metro en De Pers liggen binnen handbereik. Het zijn geen journalistieke hoogstandjes, maar je kunt in elk geval lekker plaatjes kijken. De vrouw tegenover mij heeft ze ook gezien. Ze pakt er een en laat de voorpagina aan mij zien. Er staat een foto op met een paar vrouwen die zich raar verkleed hebben. De tekst erbij luidt: Burgerinitiatieven vaak niet serieus genomen.
“Vind je het gek als je er zo uit ziet?” vraagt de vrouw mij.
Ik schiet in de lach.
De reactie op mijn lachsalvo volgt meteen en is afkomstig van de vrouw met het boek op schoot: “Pardon, maar dit is een stiltecoupé. Sorry.”
Dat wisten we niet en braaf duiken we allemaal in onze eigen krant. Ik zit met mijn rug naar het bordje met ‘stiltecoupé’ toe en had er dus helemaal niet aan gedacht. De vrouw tegenover me zorgt ervoor dat haar reisgenoot rustig verder kan lezen. Ze stoot me aan:
“Dat betekent dus dat je ook geen windjes mag laten.”
Ik probeer niet te hard te lachen, maar dat kost me ontzettend veel moeite. En het wordt me nog moeilijker gemaakt om zachtjes te doen:
“En dus ook geen boertjes.”
Ik knik braaf.
“Ik zal heel stil doen,” verzeker ik haar.
En dus pakken we allemaal weer wat te lezen. Maar of dat nou helpt? Ik sla de pagina open op een bladzijde met een foto. Op de foto staat een drol met een vlaggetje erin. De onderbroekenlol hangt blijkbaar in de lucht. Ik laat hem zien aan mijn overbuurvrouw. Die buigt voorover en zegt op fluistertoon:
“In mijn woonplaats was een keer een versteende drol gevonden. Ik liep er langs en dacht: Dit lijkt wel een…
Toen lag er een briefje bij. Er stond op: Dit is wat het lijkt.”
De grijns op mijn gezicht zegt genoeg. Prachtig! Helemaal mijn humor ook.
De rust is voor enige tijd hersteld, maar al gauw wordt het weer rumoerig. In de eersteklascoupé, die enkel door een glazen deur van ons wordt gescheiden, komt een conducteur binnen. De meeste mensen pakken hun vervoersbewijs. Een man echter zit druk te bellen en merkt de conducteur niet eens op. De nog redelijk jonge conducteur probeert de aandacht van de reiziger te trekken. Hij zwaait een keer en zegt overdreven duidelijk ‘hallo’. Maar er komt geen reactie. De conducteur kijkt naar mij en haalt zijn schouders op. Ik glimlach en zwaai enthousiast. Hij stapt ons deel binnen.
“Hij zag me niet. Hij was heel druk aan het bellen,” zegt hij met een droevig gezicht.
“Ik moet die onthouden. De volgende keer dat ik probeer zwart te rijden doe ik alsof ik heel druk bezig ben.”
De man achter de glazen deur merkt dat er iets aan de hand is.
“Oh, hij heeft het door!” roept de conducteur blij.
En hij duikt de andere coupé weer in.
En zo rijdt het treintje door naar Utrecht Centraal. Ik moet bijna uitstappen. Jammer. Het was een vrolijke reis. Ik pak maar alvast wat spullen.
“Je gaat ons weer verlaten?” vraagt de vrouw.
“Ja, helaas wel. Ik moet er zo uit.” antwoord ik.
Ik vind het ook echt jammer. Ik heb me prima vermaakt. De rest van de reis verloopt in stilte. We kunnen het wel: stil zijn. Maar ondanks dat we niet meer praten, is er zelden zo veel gezegd.
Het feest begon al bij aankomst in Rotterdam. Mijn vader en ik waren duidelijk niet de enige die een parkeerplaats zochten in de buurt van Feyenoords thuisbasis. Het parkeren was een waar avontuur en we vonden uiteindelijk een plek op een kwartier lopen van het stadion. Samen met een hele stoet fans was het zaak om op tijd aan te komen. Al lopend doe ik mijn oranje boa om. In het licht van de stadionmasten doemt ze opeens op: De prachtige ronde Kuip. De thuisbasis van mijn favoriete voetbalclub: “Wat een beauty!”
Na een flink aantal trappen gelopen te hebben nemen mijn vader en ik plaats in vak QQ, waar we een mooi overzicht hebben over het veld. De eerste verrassing stond al op ons te wachten: Ernst Daniël Smit mocht het volkslied zingen. Dat is alvast een verbetering, aangezien ik een maand geleden Gerard Joling voor mijn kiezen kreeg. Ik heb dan ook luidkeels mee gezongen met het Wilhelmus. De stem van Smit, die door het stadion galmde, zorgde alvast voor een prima sfeer.
Ik moet zeggen dat het publiek veel gezelliger was dan tijdens de wedstrijd tegen Slovenië. Bovendien is er veel te zien buiten de wedstrijd om. Zodra een bal in het publiek belandt, stort een groepje zich erop in de hoop hem te bemachtigen. En omdat we met zijn allen in een stadion zitten, schept dat een soort band. Al gauw raak ik gesprek met iemand voor me, die een grote kaas op zijn hoofd heeft.
“Dit is mijn 70e interland en ik wacht al 70 wedstrijden op mijn kans om die bal te pakken” zegt hij.
“Dan heb je geen goed vak uitgekozen om te zitten,” zeg ik lachend.
Mijn vader reageert meteen: “Nou, Seedorf doet ook mee.”
“Dan is het wachten op een penalty” zegt onze vakgenoot.
Overigens speelt Clarence een prima wedstrijd. Hij werkt erg hard en zet zijn tegenstander knap van de bal. Het zelfde geldt voor Sneijder, De Zeeuw en Koevermans. Mijn vader wil weten of het commentaar op de radio gelijk loopt met wat we zien en zit te friemelen aan zijn nieuwe telefoon. Juist op dat moment is het druk bij het doel waar we achter zitten. Koevermans maakt gebruik van de verwarring en tikt de bal mooi in. Het stadion explodeert en mijn vader heeft het hoogtepunt van de wedstrijd gemist.
Het is rust en gauw haasten we ons naar de toiletten. Ik heb geluk: bij de dames is het rustig. Er staan alleen een paar vrouwen en een vader met zijn zoontjes. De blonde oranje-fans moeten plassen maar willen niet in de rij staan. Pa oppert dat ze dan maar bij de dames moeten, maar dat weigeren ze. Ook wanneer ik zeg dat het helemaal niet erg is, willen ze niet.
“Oh dan ga ik zelf wel,” zegt hun vader.
“Ik zei dat kleine jongens mochten, maar over oude mannen hebben we het nog niet gehad,” zeg ik.
De vrienden van de man vinden het een goede en barsten in lachen uit. Dan is het tijd om weer plaats te nemen in ons vak.
Er wordt een wissel omgeroepen die ik niet versta. Mijn vader vraagt aan een jongen wie er nu in het veld staat. Het blijkt Dirk Kuyt te zijn. Ik steek mijn duim op. “Mooi, daarvoor was ik gekomen. Show Time!”
De jongen kijkt me raar aan. Wat is er nou zo goed aan Dirk Kuyt?
“Hij hoeft geen bal goed te raken hoor,” legt mijn vader uit.
De tweede helft is overigens een stuk minder flitsend. Maar dat maakt voor ons niets uit. De fans vermaken zich prima. Aan de overkant zie ik dat er een prachtige wave gestart is. Al gauw bereikt hij ons vak en we springen vrolijk op. Aan het eind van de wedstrijd wordt het nog spannend. Luxemburg creëert twee kansen en mijn vader heeft iemand naast zich zitten die wit weg trekt: ik.
Er klinkt nu luid gefluit door het stadion en sommige fans gaan al voor het einde naar huis. Nadat het laatste fluitsignaal geklonken heeft, verlaten de spelers meteen het veld en ook wij keren huiswaarts.
Achteraf hoor ik dat Van der Sar de voetballers uit de spelerstunnel gehaald heeft om de fans te bedanken. Maar de meesten zijn dan al weg. Het zegt wel iets over het elftal van nu. De jongens zijn vaak nog jochies die net in het eerste spelen van hun club en wanneer de klus geklaard is willen ze het liefst meteen naar huis. Bovendien spelen ze naast hun competitie soms nog Champions League. De kwalificatiewedstrijden zijn dan vaak van minder goed niveau. En dat leidt tot felle kritiek. Maar wanneer onze jongens straks in Oostenrijk en Zwitserland aan de bak moeten, zal het beter gaan. Tot die tijd zullen de ‘deskundigen’ allemaal zitten zeiken. Met opperzeikerd Johan Derksen voorop. Iedereen weet hoe het niet moet, maar niemand weet hoe het wel moet. Maar ondanks de slechte tweede helft heb ik de avond van mijn leven gehad. Ik heb Dirk Kuyt van dichtbij gezien en kon hem bijna aanraken. Nou ja, bij wijze van spreken dan.
Na de Eerste Wereldoorlog staat het Osmaanse Rijk onder het gezag van de geallieerden. De sultan besluit mee te werken met de overwinnaars om zo nog enige kans te maken op zelfstandigheid. Turkije echter wordt verdeeld en dat is een grote schok voor haar inwoners. Het duurt dan ook niet lang voordat er verzet opkomt. Een leger onder leiding van Mustafa Kemal staat klaar om te strijden voor het nationalisme. Kemal blijkt een man die leiding kan geven en op militair gebied talent heeft. Hij heeft wat we nu de X-factor zouden noemen. En dus krijgt hij al gauw autoriteit in het leger. Hij stelt niet teleur: Italië wordt uit Anatolië verdreven en in 1921 wordt Ankara benoemd als de nieuwe hoofdstad van Turkije. Vervolgens wordt, na het congres van Lausanne, de soevereiniteit van Turkije officieel erkend.
Een soevereine staat betekent een staat voor de Turken alleen. Maar wat doe je met bijvoorbeeld de Grieken die in dat gebied leven? In het Osmaanse Rijk leefden verschillende groeperingen immers naast elkaar over heel het rijk verspreid. Meneer Kemal blijkt een creatieve leider. Door middel van volkerenruil worden de Grieken uit Turkije gezet en worden Turken van buitenaf naar binnen gehaald. C1000 is niet de eerste die aan kwartetten doet. Nu de staat van de Turken alleen is, kan Kemal zijn republiek vorm geven. Zijn rol als vader der Turken, Atatürk, is begonnen.
Mustafa Kemal is een diplomaat geweest en heeft een duidelijke band met Europa. Het is bijna een obsessie. Turkije moet zo Europees mogelijk worden in zo kort mogelijke tijd. Het probleem is echter dat een groot deel van de bevolking nog loyaal wilde zijn aan het Osmaanse Rijk. Dat hinderde de vader der Turken echter niet: Ontkenning van het Osmaanse verleden is de sleutel tot een Turkse toekomst. Niet Instanbul maar Ankara werd de hoofdstad van de republiek. De soevereiniteit van de staat werd bovendien opgenomen in een nieuwe grondwet.
De religieuze scholen worden gesloten, want in Europa worden staat en religie steeds meer gescheiden. Deze verandering is de basis geweest voor hoe het systeem in Turkije vandaag de dag ingericht is. Die kledingkast van de Turken werd ook omgegooid. De fez (die herinnerde aan de Osmaanse klederdracht) werd verboden en men mocht alleen nog maar hoeden dragen. Een van de grootste veranderingen werd doorgevoerd in het onderwijs. Mustafa brak resoluut met het Osmaanse schoolsysteem. Er kwamen vrije scholen en er werd alleen nog maar Turks gesproken. Een enkele taal voor het volk. Een beetje zoals Rita dat nu voor ogen heeft voor ons eigen landje. De verandering op taalgebied was overigens nodig om de Turken enigszins enthousiast te krijgen voor het nieuwe land. De taal moest nationale trots kweken. Boeken werden allemaal in het Turks geschreven. Bovendien ging Kemal over op het latijnse schrift. Met als gevolg dat veel mensen een opleiding kregen, niet meer in het verleden konden graven. Het Arabisch beheersten ze immers niet. De hele geschiedenis werd als het ware ontkend.
Mustafa Kemal wist zijn doel dus te bereiken door macht te krijgen op bijna alle gebieden van het nationale leven. Daardoor veranderde er ook heel wat voor de Turkse vrouw. Zij mochten zich weer laten zien. Zo mochten vrouwen voorheen niet op foto’s afgebeeld worden. Nu werden ze echter aangemoedigd zich de gratie van de Europese vrouw aan te meten. Emanciperen moesten ze. En wel meteen. Mustafa had overigens zelf ook een vrouw, maar die mocht niks. Toen deze veranderingen doorgevoerd werden, bleef er weinig ruimte over voor andere culturen. Andere Turken, hier komen de Koerden om de hoek kijken, kregen minder rechten dan de ‘echte’ Turken. Zij deden er niet toe en hadden geen gelijke rechten. Na een lange periode redelijk rustig geleefd te hebben in het Osmaanse Rijk, de Koerden waren in veel gebieden in de meerderheid, werden ze nu totaal buiten spel gezet. Is het dan vreemd dat er nu Koerden opstaan om een rekening te vereffenen?
Je hebt eindelijk een soevereine staat en breekt dan met het verleden. Is dat mogelijk? Het is een erg lastig om te doen alsof de dingen niet bestaan hebben. Ik probeer me voor te stellen hoe dat in Nederland zou gaan. Om een paar dingen te noemen: We vergeten de kolonisatie van de VOC, de Telegraaf, De LPF, Rita Verdonk, Kabinet Balkenende 1, Kabinet Balkenende 2, Kabinet Balkenende 3, Balkenende zelf, Jan Smit, De Gouden Kooi, Ali B, Andries Knevel, Arnon Grunberg en de WK-finale van 1974. Geen gek idee eigenlijk.
Het wetenschappelijke programma van de Evangelische Omroep baseert zijn verhaal vooral op Amerikaans onderzoek. In de Verenigde Staten is onderzoek gedaan naar de hersenactiviteiten van biddende monniken. Zo zou tijdens het bidden in onze hersenen een zogenaamde “godspot” actief zijn. Bidden is ontspannend voor ons omdat we ons dan niet op onszelf concentreren, maar op iets hogers. Dat neemt een hoop spanning weg. Door een leven met minder stress te leiden, zijn we gezonder. Dit is in een notendop wat het programma de kijker wil vertellen.
Dus gelovigen mensen zijn minder gespannen? Meteen moet ik denken aan een gesprek dat ik had met een kennis van mijn ouders. Hij heeft heel wat meer jaartjes levenservaring dan ik en vertelt mij wel eens over zijn jeugd. Hij komt uit een zeer religieus gezin en beschrijft het geloof vaak als “benauwend”. Zo leerde hij in zijn omgeving veel leeftijdsgenootjes kennen die niet opgevoed waren zoals hij. Veel van zijn vriendjes waren zelfs helemaal niet gelovig. Die kennis leefde in grote angst omdat hem geleerd was dat ongelovigen uiteindelijk in de hel zullen eindigen. En dat gold dus ook voor zijn vrienden en hij kon er zelf niets aan doen. Je kunt je afvragen in hoeverre zo’n kind een ontspannen jeugd gehad heeft.
Maar de EO zou de EO niet zijn als ze niet zelf met een bewijs op de proppen zou komen. Het bewijs heet Christi Rüger en de tussenwervelschijven in haar rug zijn versleten. Ze kon daardoor niet goed meer lopen. Totdat ze een gebedsgenezer ontdekte. Op de achtergrond horen we nu het gehijg van een man die predikt. Die enge stem zou mij zeer gespannen maken maar tot haar eigen verbazing kan Christi zich weer goed bewegen en is de pijn weg. Er zijn geen pillen aan te pas gekomen, alleen Jezus Christus. Die komt er bij mij alleen aan te pas als ik bijvoorbeeld mijn teen stoot. Maar voor de Evangelische Omroep is de zaak zo klaar als een klontje en is er direct verband tussen het verdwijnen van de pijn en de ontdekking van de Heer. Ondertussen zijn er in mijn omgeving zat gelovige mensen gestorven aan vreselijke ziektes zoals kanker. Maar daarover rept het programma met geen woord.
Om het programma objectief te laten zijn komt er nog een arts aan het woord. Hij past overduidelijk niet bij de EO. Onderuit gezakt zit hij op een stoel. Met een verveelde toon legt hij, misschien wel voor de zoveelste keer, uit dat plotselinge genezing ook best sociaal-culturele oorzaken kan hebben. Wanneer je ziek bent, krijg je aandacht van de gemeenschap waar je bij hoort. De liefde, zorg en aandacht kunnen ervoor zorgen dat de patiënt zich beter gaat voelen. De steun kan komen vanuit de kerk, maar net zo goed vanuit de klaverjasclub, aldus de arts. Zo kan roem, wanneer die niet vals gemeld is, net zo goed werken als een paracetamolletje. De klaverjasser kan vervolgens, door het slaan op de tafel, wat stoom af blazen waardoor hij meer ontspannen is.
Als klap op de vuurpijl neemt het programma zelf ook de proef op de som. Presentator Reinier van den Berg ondergaat al biddend een MRI-scan. Hetzelfde gebeurt met een proefpersoon die niet gelovig is. Vervolgens worden de twee scans met elkaar vergeleken. Het resultaat: er zijn verschillen te zien, maar of die aan het geloof toe te kennen zijn is nog maar de vraag. We zijn dus weer terug bij af waar het programma begon.
Ik vraag me af wat er te zien is op een scan van Rouvoet of Balkenende. Dit progamma verklaart in elk geval waarom Rouvoet nog niets aan de lange wachtlijsten bij jeugdzorg gedaan heeft. Hij ging ervan uit dat, als hij zichzelf voor lul zou zetten met een gitaartje op de EO-jongerendag, we vanzelf wel beter zouden worden. Bovendien snap ik nu hoe de politiek van Balkenende werkt. Er is na vier kabinetten geen verbetering meetbaar, maar alles kan verbeteren als je maar gelooft dat er iets is geweest wat je verder geholpen heeft. Wat dat betreft is de EO eigenlijk een zeer leerzame zender.
Het kon natuurlijk ook niet lang uitblijven. Er zou een moment komen dat Mark Rutte moest laten zien dat hij ballen had. Dat bleken kleintjes te zijn, want het duurde erg lang voordat deze de stap durfde te nemen. Sinds hij aan het roer staat van een zootje ongeregeld wordt hij overschreeuwd door IJzeren Rita. De vele voorkeurstemmen zorgden ervoor dat ze naast haar schoenen ging lopen, met een mislukte coupe als gevolg. Rutte probeerde uit alle macht de vrede in zijn “partij” te bewaren. Maar de splitsing was onvermijdelijk. De VVD werd een partij met de liberalere vleugel van Rutte aan de ene kant, en de meer conservatieve en rechtse vleugel van Verdonk aan de andere. En zij liet dan ook geen kans onbenut om in de Telegraaf haar ongenoegen over het leiderschap van Mark te uiten. Het was best handig om dat te doen in de krant die voornamelijk door haar kiezers gelezen wordt. Na ja gelezen, je kunt er voornamelijk plaatjes in kijken. Ze deed dit terwijl de ongeschreven regel in de politiek eigenlijk is, dat je die kritiek binnenskamers uit. Rutte, na de zoveelste waarschuwing uitgedeeld te hebben, had dus weinig keus. Blijkbaar was hij de rol van schoolmeester meer dan zat.
De vraag is hoe het nu verder gaat. Verdonk gebruikt dit weekend om te besluiten of ze in de politiek blijft. Haar kennende doet ze dat. Ze is veel te ijdel om die zetel in te leveren. Ze is in staat die met haar leven te verdedigen. Vandaar dat ze het aanbod van Wilders van de hand wees. Ze gaat natuurlijk niet in een partij zitten met iemand die harder schreeuwt dan zij. Haar eigen partij zou dus een uitkomst zijn. De VVD zal in elk geval wat stemmen verliezen, maar er zullen er ook een paar terugkeren. Want vergeet niet dat Eenzame Rita voor sommige VVD’ers te rechts is. En de partij van Verdonk is voor de fanatiekeling misschien weer niet rechts genoeg. Die vinden alles wat ze nodig hebben in de PVV. Dus of mevrouwtje nu uit de politiek stapt of erin blijft: Haar beste tijd heeft ze duidelijk gehad. De hype is over, de formule is uitgewerkt.
Wat de VVD betreft: de crisis is met het vertrek van Rita nog lang niet bezworen. Was er eerst onenigheid over welke koers de boel moest varen, nu is er onenigheid of Verdonk wel weg gestuurd had moeten worden. Ik maak even de balans op: Rita Verdonk is uit beeld aan het verdwijnen. En het grote voordeel van de formatie die we nu hebben, is dat de VVD weinig meer te zeggen heeft. Het zal nog wel even gerommel blijven in de partij. En ondertussen kunnen wij toekijken en genieten van het moddergooien over en weer. Politiek heeft soms een hoge amusementswaarde. Terwijl de VVD nog flink wat slapeloze nachten door moet om te vergaderen de rommel op te ruimen, ligt Rita dus alleen in bed. En wij kunnen dus met een gerust hart lekker gaan slapen.
Ten tijde van het grote en machtige Romeinse Rijk bestonden er ontzettend veel religies naast elkaar. Want de Romeinen wisten dat je de bevolking van de bezette gebieden het beste te vriend kon houden door hen vrijheid van godsdienst te gunnen. Het Jodendom bestond in die tijd al wel, maar was een erg kleine religie met weinig invloed. Dat kwam onder andere omdat deze levensbeschouwing bestaat uit allerlei volksverhalen die in tijd rond gingen. De meeste van deze verhalen kwamen uit Israel en omringende gebieden en over het algemeen waren deze ingeworteld in kleine religies. Je begrijpt dat het Jodendom dus eigenlijk niet veel meer is dan een bijeengeraapt zooitje verhalen. De Joden in die tijd wisten dat ook en al gauw ontstond er onvrede over die onzuiverheid.
Zo ook bij ene meneer van Nazareth, ook wel Jezus genoemd door zijn kennissen. Er is maar heel weinig bekend over deze man, omdat er nauwelijks biografische gegevens zijn gevonden. Bovendien is er nooit een tekst opgedoken die door Jezus zelf geschreven is. Waarschijnlijk was hij een analfabeet. In die tijd hadden we nog geen prinses Laurentien die zich inzette voor mensen die niet gezegend waren met de mogelijkheden die het lezen en schrijven ons biedt. Meneer Nazareth moest het dus zonder Stichting Lezen en Schrijven stellen, maar dat maakte hem echter niet minder ambitieus. En dus zette hij zich in voor de zuiverheid van het Jodendom. De profeet van de Christenen was dus eigenlijk een gewone jood. Al snel kreeg Jezus volgelingen die wel wat zagen in zijn missie. Overigens was hij niet de enige. Er waren tientallen mensen die zich aan de zuivering van het Jodendom gingen wijden en allemaal zagen zij zichzelf als ‘de profeet’.
Pas na de dood van de beste man begint het. Zijn dood is ons allen bekend. Na de kruisiging kozen zijn volgelingen het hazenpad en trokken naar Alexandrië, een van de vele steden gesticht door Alexander de Grote. De stad was multicultureel. Er zat van alles daar. En dat bracht dus ook ontelbaar veel religies met zich mee. De volgelingen van Nazareth hadden zich aan de Joodse staat onttrokken en wilden niet lang daarna ook van het Jodendom af. Zij zagen niets meer in deze leer.
Op dat moment beginnen de verhalen. Door de teleurstelling in het Jodendom ontstond bij Jezus’ volgelingen behoefte aan een nieuwe overtuiging. Maar waar begin je als je in een gebied leeft waar ontelbaar veel levensbeschouwingen naast elkaar staan? Je moest wel met iets op de proppen komen wat beter en mooier was dan de religies die de mensen voor handen hadden. Dus besloten de volgelingen van meneer Nazareth dat hij geboren moest zijn uit een maagd. Iets wat overigens bij mensen hoogst uitzonderlijk is. Dit kenmerk van een profeet kwam bij veel religies, die in dat gebied geworteld zaten, voor. Ook moest de profeet geboren worden in een grot, want dat was traditie bij de andere volksverhalen. Ik heb jaren gedacht dat Jezus in een kribbetje werd geboren en dat Maria eerst een pokken eind op een ezel moest rijden om die stal te vinden. Dat blijkt dus allemaal niet waar. Een grot moest het zijn, want zo ging het ook in de Babylonische religies.
De verhalen over de god Marduk zeggen dat hij stierf en vervolgens herrees. Elk jaar wordt er gevierd dat de hij sterft en bij de feesten herreist hij weer. Ook deze mythe bleek uiterts geschikt voor de nieuwe religie. Isis was de belangrijkste godin voor de Egyptenaren. Van Maria weten we niks, maar haar verhaal lijkt precies op het Egyptische verhaal van Isis. En zo kreeg het verhaal rond de heilige Christus langzaam vorm, en werd zij tot de religie zoals we die nu kennen.
De Christenen hadden dus een mooi verhaal gekneed onder het motto “beter goed gejat dan slecht verzonnen”. Zij waren meesters in het verkopen van deze religie. Dat moest ook wel want er bestond hevige concurrentie met tal van kleine overtuigingen. Het Christendom kreeg steeds meer volgelingen en spreidde zich uit totdat zij uiteindelijk in Europa kwam.
Ik hoop dat je, na dit alles gelezen te hebben, je weer wat herinnert van de geschiedenislessen op school. Of waren dat de uurtjes waarin je spijbelde? Een goede politicus moet op de hoogte zijn van onze historie. Wanneer je mijn brief goed gelezen hebt en even een kleine optelsom maakt, zul je al gauw begrijpen dat het Jodendom en het Christendom net zo on-Europees zijn als de Islam. Dus laat onze minister van wonen en integratie maar gewoon met rust. Zag je haar ook lief lachen toen u aan het woord was in de Kamer? Doe haar maar de hartelijke groeten van mij.
Was getekend,
Zanne.
Toch ging er iets kriebelen tijdens mijn vakantie. Juist nu ik de tijd had om lekker wat van me af te schrijven, kreeg ik maar geen inspiratie. Waar moest ik over schrijven? De muziek die tot een zomerhit kan leiden is mijn stijl niet. En ik heb zo veel tegen Geert Wilders dat ik geen stuk aan hem ga wijden. Dat is te veel eer. En ik ga zeker niet schrijven over een arrogant en afvallig jongetje dat om aandacht schreeuwt en wie het goed uitkwam dat hij in elkaar geslagen werd.
Dus besluit ik in mijn komkommerstemming maar wat televisie te gaan kijken. Ik blijf hangen bij een beeld met allemaal mannen in zwarte pakken. Ze staan voor een aantal viskommen met balletjes erin. Ah, de loting voor de Champions League. In tergend langzaam tempo komen de verschillende clubs voorbij. Af en toe wordt de loting onderbroken voor een award-uitreiking. Het lelijke ding voor beste middenvelder gaat naar onze eigen Clarence Seedorf. Hij is aanwezig en komt, helemaal in het zwart gekleed, de prijs in ontvangst nemen. Clarence ziet eruit alsof hij net bij Ajax vandaan komt. Henk Ten Cate droeg tijdens de wedstrijd tegen Slavia Praag het nieuwe pak van Ajax. Geheel in stijl, want het pak is helemaal zwart en Ten Cate zag eruit alsof hij klaar was voor zijn eigen begrafenis. Daar staat hij, Seedorf. Met zijn armen langs zijn lijf, afwachtend op wat komen gaat. Die arme jongen was duidelijk niet op zijn plaats in dit toneelstukje. Hij mag ook nog in de microfoon zeggen dat voetbal een teamsport is en dat hij het niet alleen heeft gedaan.
Clarence maakt al aanstalten om weg te gaan, als blijkt dat hij nog even mag blijven. Hij mag namelijk nog een paar balletjes uit de vissenkommen trekken. De Nederlander staat de ballen te husselen zoals de gemiddelde Lingo-kandidaat zou doen. Met moeite krijgt hij er een uit de schaal en geeft hem aan. En nu maar wachten, totdat hij weer nodig is. Over komkommertijd gesproken, de middenvelder staat er bij alsof hij zelf ergens een komkommer heeft zitten. Al die tijd zit ik geboeid te kijken naar deze show die zeer strak geregisseerd is. Seedorf mag gelukkig nu weer gaan zitten.
En dan is Kaka de lul. De Braziliaan is gekroond tot beste aanvaller. Kaka is nog maar begin twintig en is in een mooi pak gehesen. Maar door zijn baby-face heeft hij wat weg van een scholier op zijn eerste schoolfeest. Dankbaar neemt hij de Award aan. Hij wil nog wat zeggen, maar de tijd is op. Halverwege een zin wordt de sympathieke voetballer afgekapt. En ook hij mag plaats nemen achter de viskommen. Zo samen met Seedorf zou het een leuk team zijn voor Lingo.
Er wordt dus van iets simpels als een loting, wat je ook in een kwartier kan doen, een show gemaakt van een uur. Ja, in tijden van komkommers wordt alles uit de kast getrokken om de zendtijd te vullen. Ik zap niet weg omdat ik razend benieuwd ben wat ik kan verwachten na mijn vakantie. Elke dinsdagavond, na een lange dag op de universiteit, sluit ik me op in mijn kamer. Met een kop verse thee zak ik weg in mijn luie stoel om naar het miljoenenbal te kijken. Ik kijk vooral uit naar de wedstrijden van de Nederlandse en de Engelse clubs. Deze komkommeruitzending was eigenlijk helemaal overbodig. En toch heb ik ernaar gekeken. Als opwarmertje. Ik heb er zin in. Dan heb ik nog 17 dagen over om te beslissen of ik bosvruchtenthee neem of rooibos.

