Kort Afrikaans
Terug naar Afrika


Zondag 17 mei gaat de XYZ Show van start op de Keniaanse televisiezender Citizen TV. De XYZ Show introduceert een voor Kenia nieuwe vorm van satirische televisie, met levensgrote poppen gebaseerd op bekende personen. De XYZ Show is geïnspireerd op bekende poppensatires als het Britse “Spitting Image” en het Franse “Les Guignols de l’Info”. De poppen van de XYZ Show zullen wekelijks een reactie geven op nieuws en actuele maatschappelijke gebeurtenissen uit Kenia en daarbuiten. Bedenker en initiator van de XYZ Show is de Keniaanse cartoonist en Prins Claus Prijswinnaar Godfrey Mwampembwa alias Gado.
De XYZ Show daagt bekende personen uit de Keniaanse elite en politiek uit door middel van humor en satire. Het programma beoogt een nieuw forum voor sociaal en politiek debat te worden, waar ruimte is voor een open discussie.
Hoewel persvrijheid in Kenia is vastgelegd in de grondwet, is het voor veel journalisten moeilijk om hun werk ongestoord uit te voeren. Gado en zijn team hopen dat de XYZ Show een positieve bijdrage kan leveren aan het versterken van de persvrijheid en het vergroten van het politieke en sociale bewustzijn van de Keniaanse bevolking. De show levert commentaar op de actuele sociale en politieke ontwikkelingen. Door middel van humor en artisticiteit probeert de show de vrijheid van meningsuiting in Kenia te vergroten.
Gado is een van de bekendste en belangrijkste cartoonisten van Afrika. Hij publiceert dagelijks een cartoon in The Nation, de grootste krant van Kenia. Zijn werk is o.a. gepubliceerd in Le Monde (Frankrijk), Washington Times (VS), De Standaard (België) en de Japan Times. In 2007 ontving Gado voor zijn werk een Prins Claus Prijs. De jury prees hem voor zijn gewaagde cartoons waarin hij door middel van humor sociale problemen en politieke conflicten aan de kaak stelt.

Samuel Jackson, die een Oscarnominatie kreeg voor zijn rol in de film Pulp Fiction (1994), gaat naar verluidt op het witte doek schitteren als de Keniaanse piratenonderhandelaar Andrew Mwangura.
Dat meldde de BBC dinsdag.
Mwangura is het hoofd van de non-profitorganisatie die hulp biedt bij het bevrijden van schepen die gekaapt zijn door Somalische piraten.
Afgelopen jaar vloog Andras Hamori, regisseur en oprichter van filmmaatschappij H20 Motion Pictures, naar Kenia om de rechten van het levensverhaal van Mwangura te kopen. De 47-jarige man reageerde verbaasd toen hij hoorde waarvoor Hamori kwam.
‘Waarom ik? Waarom ben je helemaal vanuit Amerika hierheen gekomen?’ Mwangura liet weten waarschijnlijk geen tijd te hebben om de film over zijn leven te zien. ‘Ik heb geen tijd om van het leven te genieten. Ik heb geen tijd voor sociale activiteiten’, zei de onderhandelaar.
Mwangura, die geen geld krijgt voor zijn werk, onderhandelde onder meer bij de bevrijding van het Oekraïense schip Faina eerder dit jaar.

Het Rijksmuseum bezit een schilderij van Martinus Schouman waarop Nederlandse oorlogsschepen de haven van Algiers bombarderen. Het is 1816 en de marine schiet gaten in het bolwerk van de Dey, die zich schuldig maakte aan piraterij in de Middellandse Zee en die daarbij duizenden (christelijke) zeemannen tot slaaf had gemaakt.
Wie de Nederlandse maritieme geschiedenis bestudeert, waarin trouwens ook veel bezongen ‘eigen’ kapers als Piet Hein figureren, ziet dat de helden Tromp en De Ruyter al in de 17de eeuw menige zeeslag met deze islamitische zeerovers uitvochten.
In augustus 1816 traden de Britse en de Nederlandse marines opnieuw hard op tegen de ‘Barbarijse piraten’. Doel: het bevrijden van christelijke slaven. Saillant, want de Britten en de Nederlanders hadden de slavernij in hun eigen koloniën nog niet eens afgeschaft, maar de ene slaaf (blank, christelijk) was nu eenmaal de andere (zwart) niet.
Vice-admiraal Theodorus Frederik van de Capellen voerde het Nederlandse eskader aan. Het bombardement had succes, de Dey liet duizenden christelijke slaven gaan.
De geschiedenis herhaalt zich – soms. De Verenigde Staten, die aan het begin van de 19de eeuw als jonge natie ook al aan de Noord-Afrikaanse kusten tegen piraten hadden gestreden, treden anno 2009 in de voetsporen van de Nederlanders. Ditmaal gaat het niet om christelijke slaven die bevrijd moeten worden, maar om zeelui van diverse pluimage die in handen zijn gevallen van Somalische piraten.
Werden, net als in vroegere eeuwen toen in kerken in Europa werd gecollecteerd voor losgeld voor christelijke slaven, tot voor kort dollars betaald om deze zeelui weer vrij te krijgen, sinds het afgelopen weekeinde treedt de Amerikaanse marine harder op.
Bij de bevrijding van kapitein Richard Phillips werden drie Somalische piraten gedood. Ook de Fransen zijn actief. Woensdag pakte de Marine Nationale nog elf kapers op.
Maar heeft het een afschrikwekkend effect? Voor elke gedode of opgepakte piraat, staan dozijnen jongemannen klaar om hen te vervangen, schreef de Times gisteren.
De geschiedenis (Algiers, 1816) leert dat de oplossing van het piratenprobleem in de Golf van Aden niet op zee, maar op land ligt. Pak de piratennesten op land aan, klinkt het al in Britse en Amerikaanse media, ‘vernietig het wespennest, in plaats van wesp voor wesp’.
Momenteel varen er Britse, Franse en Amerikaanse marineschepen in de Somalische wateren die genoeg middelen aan boord hebben om amfibische operaties uit te voeren.
Van de Verenigde Naties zou het nog mogen ook, resolutie 1851 biedt het mandaat om de Somalische piraterij met alle mogelijke middelen’ te bestrijden.
Het Witte Huis tempert de verwachtingen. President Obama heeft zijn handen (nog) vol aan Irak, hij stuurt steeds meer soldaten naar Afghanistan, dus een grote operatie in Somalië, waar de VS al eerder littekens (Black Hawk Down!) opliepen, lonkt niet.
Gaat Obama toch aan land, dan krijgt hij te maken met de lokale tak van Al Qaida, die zo goed als zeker in Somalië actief is. Met het uitroken van louter de piratennesten is het probleem ‘Somalië’ dus nog lang niet van tafel.
Dan had Th. van de Capellen het een kleine tweehonderd jaar geleden toch gemakkelijker. Hij legde Algiers in as – en het probleem was opgelost.
.jpg)
Het is al donker als maandag rond kwart over zeven de sirene klinkt op de coalitiebasis in Kandahar in Afghanistan. Raketaanval! De drill: plat op de grond, gezicht naar beneden. Na twee minuten opstaan en snel naar een bunker, simpelweg een paar op elkaar gestapelde betonnen platen. Ik sta er even later samen met soldaten te wachten op het all clear. Dit kan wel vier uur duren, zegt een kaalgeschoren militair, die van de gelegenheid gebruik maakt om een sigaretje te roken.
Komt het vaak voor, zo’n raketaanval, vraag ik. Best wel, zegt hij, meestal ploffen die dingen ver weg neer in de woestijn. Hij haalt zijn schouders op, dat ‘die mannen in hun soepjurken’ die immense legerbasis niet eens weten te raken, zegt genoeg over hun onvermogen. Maar een enkele keer is het wel raak. ‘Twee weken geleden ging er een dwars door een tent waar een Filippijnse arbeider lag te slapen.' Nuchter: ‘Die werd dus nooit meer wakker.’
Terwijl we onder de betonnen plaat staan te wachten razen in de nachtelijke hemel helikopters voorbij. ‘Ze zullen niet veel vinden’, zegt de militair die aan zijn derde sigaret is begonnen. ‘De taliban schieten zo’n projectiel met vertraging af.’ Even later klinkt de sirene. ‘Het is weer veilig’, zegt de soldaat en hij verdwijnt in de avond. De raket heeft vanavond niemand geraakt, het projectiel viel op een landingsbaan.
Ik slenter naar de eetzaal, een enorme ‘vreetschuur’ met ruimte voor achthonderd eters en waar gekozen kan worden uit zowat elk denkbaar gerecht - en dat in enorme Amerikaanse hoeveelheden. Militairen uit allerlei landen zitten er aan lange tafels – een aantal van hen in volledige gevechtsuitrusting. Ik wil er niet aan denken, maar doe het toch: wat als zo’n stomme raket van de Taliban hier naar binnenvliegt?
Even later hoor ik dat er deze avond ook een raketaanval geweest is op Kamp Holland, nabij Terin Kowt. De Taliban schoten vier raketten af, twee waren afzwaaiers, een raakte een post van Afghaanse politiemannen, een tweede kwam neer nabij de binnenplaats. De plek dus waar ik zelf eerder die dag nog rondliep. Ik sliep er in een container, liep er in onderkleding naar de doucheruimtes, stond er in de rij voor de eetzaal.
Een pleintje waar ik maandagochtend Gerda Verburg, minister van Landbouw, en schrijver Kader Abdolah nog overheen zie lopen - ze liepen net als ik hier zondag een (deel van een) marathon. Het pleintje waar gevolleybald wordt en waar het Indiase personeel van de mess in de middag cricket speelt. Het pleintje waar je in de koffiecorner goede koffie kan krijgen, ik maakte er tegen het personeel nog een grapje over: Cappuccino aan het front.
Hetzelfde pleintje waar een paar uur nadat ik was vertrokken een raket neerkwam. Eén Nederlandse soldaat kwam om het leven, vijf anderen raakten gewond.
Op een paar meter van de inslag staat een monument ter nagedachtenis aan de Nederlandse militairen die omkwamen in Afghanistan. Het is een roestbruine stalen plaat met de landkaart van Afghanistan, met rechts plastic plaatjes met 18 namen. Binnenkort komt de naam van Azdin Chadli er bij. Twintig jaar nog maar pas.
Het is een gruwelijke constatering, maar daarom niet minder waar: er is ruimte voor meer namen.

De rode loper was zondag voor hem uitgerold op het vliegveld van Doha in Qatar. De door het Internationaal Strafhof (ICC) gezochte president van Soedan, Omar al-Bashir, werd met alle egards in de Golfstaat ontvangen. De emir van Qatar kwam de staatsman, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de gruwelijkheden in Darfur, persoonlijk ophalen.
In een drukke week met tal van grote bijeenkomsten, zoals over Afghanistan en de NAVO, in de week waarin de landen van de G20 in Londen bijeenkomen, belegt ook de Arabische Liga een top. In Doha.
De leiders van de Arabische landen zullen er vooral praten over – we citeren Al Jazeera’s website – ‘de komst van een extreemrechtse regering in Israël, de recente oorlog in Gaza en dat gerechtigheid geschied voor alle Palestijnen die zijn gedood’.
Over Darfur, waar moslims moslims afmaken, wordt op de top niet gesproken, wel zullen Irak, Afghanistan en Somalië de revue passeren. Ook moeten er wat noten gekraakt worden over Iran.
Een aardige, zij het ietwat volle agenda, die echter volledig overschaduwd wordt door de aanwezigheid van de door het Strafhof gezochte Omar al-Bashir. Sinds hij op 4 maart van dit jaar een arrestatiebevel voor zijn kiezen kreeg, is de Soedanees driftig airmiles aan het verzamelen. Hij reist de laatste weken dat het een lieve lust is. Waren zijn reisjes voorheen nooit nieuwswaardig, nu wordt elke trip breed uitgemeten in de wereldpers.
Bashir ging sinds 4 maart naar Eritrea, Egypte en Libië en nu is hij alweer in Qatar.
Toegegeven, dat zijn landen die het statuut van het Strafhof niet hebben geratificeerd en hem niet hoeven uit te leveren. Bashir kiest zijn bestemmingen met zorg. Op Schiphol, waar minister Maxime Verhagen hem persoonlijk wel in de boeien zou willen slaan, zullen we hem niet zien.
De vraag is dus: wie moet Bashir oppakken? In zijn eigen land loopt hij geen gevaar. De Afrikaanse Unie, waarvan landen deel uitmaken die het statuut van het Strafhof wel geratificeerd hebben, heeft al gepleit voor intrekken van het arrestatiebevel. Uit die hoek heeft hij dus niets te duchten.
Van de Arabische Liga zijn er drie landen – Jordanië, Djibouti en de Comoren – die partij zijn bij het het handvest van het ICC, maar die zullen vast en zeker niet tot arrestatie overgaan. Ze kijken wel uit.
De enige twee landen die Bashir in zijn eigen regio uit de lucht zouden kunnen plukken, zijn de VS en Israël. De VS beschikken in Djibouti over de militaire middelen, Israël bewees onlangs dat het tot ver in Soedan kan reiken. Onbemande Israëlische vliegtuigjes bestookten eind januari in Noord-Soedan een konvooi met Iraanse raketten dat onderweg was naar de Gazastrook. Opnieuw een (niet officieel bevestigde) succesvolle operatie van de Israëlische luchtmacht, die in 1976 (Entebbe) al eens bewees ver buiten de eigen grenzen te kunnen opereren. In 1986 onderschepten de Israëli’s een Libisch lijnstoestel waarin een hoge Palestijn zou zitten.
Probleempje: Israël en de VS hebben het statuut van het Strafhof niet geratificeerd.
Jammer; vooralsnog is de enige winst van het arrestatiebevel dus het arrestatiebevel zelf. Telkens als Bashir het luchtruim kiest, zal hij even twijfelen. ‘Als ik vanavond maar niet in Den Haag slaap...’
Het valt te hopen dat dan ook even de namen van Charles Taylor en Slobodan Milosevic door zijn hoofd spoken.
Foto: De Nederlandse ministers Koenders en Verhagen begin 2008 op staatsbezoek in Khartoem bij Bashir - tegen wie toen nog geen arrestatiebevel liep. (foto Rolf Bos)

Wat is er aan de hand met Zuid-Afrika? Een vredesconferentie die vrijdag in Johannesburg gehouden zou worden, is door de organisatie uitgesteld. Dat gebeurde nadat belangrijke genodigden zich hadden teruggetrokken, omdat Pretoria weigerde de geestelijk leider van de Tibetanen, de dalai lama, een visum te geven.
Aartsbisschop Desmond Tutu en de voormalige Zuid-Afrikaanse president Frederik Willem de Klerk reageerden woedend op het besluit van de overheid. Ook het comité van de Nobelprijs voor de Vrede liet weten niet op de conferentie te komen als de dalai lama er niet bij mag zijn.
Waar hebben we het over? Op de conferentie zou besproken worden hoe voetbal een rol kan spelen in de bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat. In Zuid-Afrika wordt volgend jaar het WK voetbal gehouden.
Voetbal en de dalai lama - dat kan toch geen kwaad? Wel. Volgens een regeringswoordvoerder zou een bezoek van de dalai lama 'niet in het belang van Zuid-Afrika zijn', 'his visit would draw attention away from the tournament'.
En daar komt de aap uit de mouw! Zuid-Afrika voert veel handel met China, dat Tibet in de jaren vijftig bezette en de dalai lama verjoeg. In 1999 weigerde de toenmalige president van Zuid-Afrika, Mbeki, de dalai lama ook al te ontvangen.
Kortom, opnieuw een zwakke actie van Zuid-Afrika, dat zich de laatste tijd, ook gezien zijn stemgedrag in de VN-veiligheidsraad, wel vaker van zijn minder zonnige kantjes laat zien.

De autoriteiten van Gambia hebben zo'n duizend personen opgepakt in een 'heksenjacht' die begon na de dood van de tante van president Yahya Jammeh. De mensen werden uit hun dorpen gehaald en meegenomen naar geheime plaatsen, waar ze een hallucinerend drankje kregen toegediend. Dat heeft Amnesty International gezegd.
Volgens Amnesty gelooft Jammeh dat zijn tante het slachtoffer is geworden van hekserij. Kort na haar dood, eerder dit jaar, werden medicijnmannen uit het nabijgelegen Guinee gehaald om de hekserij uit te bannen. Samen met politieagenten, soldaten, agenten van de inlichtingendienst en lijfwachten van Jammeh gingen die de dorpen langs om 'heksen' op te halen.
Op 9 maart werd het dorp Sintet omsingeld door politieagenten die zeiden dat iedereen die probeerde te ontsnappen onder de grond zou worden gestopt. Driehonderd mannen en vrouwen werden meegenomen naar een boerderij van Jammeh in Kanilai, ten oosten van de hoofdstad Banjul. Daar kregen zij een kruidendrank te drinken waardoor ze gingen hallucineren. In die toestand werden ze gedwongen toe te geven dat ze heksen waren en sommigen werden geslagen, soms tot ze bijna dood waren, aldus Amnesty. Het drankje veroorzaakte bij veel mensen nierproblemen en zeker twee mensen overleefden de behandeling niet.
"Ik kan niet geloven dat dit gebeurt in Gambia. Het is uit de middeleeuwen", zei een getuige tegen Amnesty. Honderden mensen vluchtten na een aanval op hun dorp naar het buurland Senegal.
Jammeh kwam in 1994 door een staatsgreep aan de macht. In 2007 verkondigde hij een geneesmiddel voor aids te hebben ontdekt en begon hij patiënten in zijn paleis te behandelen met kruiden en bezweringen. Kritiek op zijn handelwijze wordt niet geduld.
Op 8 maart werd Halifa Sallah, een voormalige presidentskandidaat, opgepakt omdat hij in de oppositiekrant Foroyya over de medicijnmannen had geschreven. Hij werd aangeklaagd wegens opruiing en spionage.
Foto: de president die in hekserij gelooft.

Volgens een net verschenen rapport van ActionAid (in Nederland Niza) zal Afrika een enorme terugval in inkomen doormaken als gevolg van de financiële crisis. De hardst getroffen landen, waaronder Zuid Afrika, verliezen tot wel 50% van hun inkomen.
Het rapport, ‘Where does it hurt The impact of the financial crisis on developing countries', beschrijft de verschillende wijzen waarop de crisis economieën van ontwikkelingslanden treft. Het toont dat de landen die hun financiële sector het meest hebben opengesteld, nu het hardst worden getroffen. Met nog twee weken te gaan tot de G20-bijeenkomst in Londen op 2 april, laat ActionAid’s onderzoek zien dat Afrika tot 49 miljard dollar aan inkomsten verliest. Bovenop de 22 miljard dollar die voortkomt uit de financiële crisis, is 27 miljard te danken aan de voortdurende wereldwijde recessie.
Dr. Claire Melamed, Lobbyist van ActionAid: “terwijl ontwikkelingslanden de crisis niet hebben veroorzaakt, is het overduidelijk dat zij het hardst worden getroffen. Er is een groot risico dat de ontwikkeling van die landen hard achteruitgaat en dat de recessie leidt tot een enorme toename van armoede en verschrikkelijke gevolgen heeft voor mannen, vrouwen en kinderen.”
Wereldbank Afrika-econoom, Shanta Devarajan, voorspelde al eerder dat 700.000 kinderen in Afrika waarschijnlijk zullen sterven door de gevolgen van de economische crisis en de voortdurende recessie.
ActionAid’s rapport beschrijft o.a. hoe ontwikkelingslanden en opkomende economieën, zoals Ghana en Zuid Afrika, worden getroffen. Het analyseert hoe het vroegere beleid deze economieën kwetsbaar heeft gemaakt voor de huidige onrust op de wereldmarkt. Zuid Afrika bijvoorbeeld, dat sinds de val van de apartheid een vrije economie kent, en dat voor zijn inkomsten o.a. afhankelijk is van grondstoffenhandel met de Europese auto-industrie, zal een enorme terugval in buitenlandse investeringen zien.
Ruud van den Hurk, directeur van Niza: “dit heeft enorme gevolgen voor mensen in de gemeenschappen waar wij werken; mijnwerkers worden massaal ontslagen en kunnen niet terugvallen op enig sociaal vangnet. Hele gezinnen zitten zonder inkomsten, meisjes worden van school afgehaald omdat er gewoonweg geen geld meer voor is.”

En daar zijn er nog steeds mensen in Afrika en op het Arabische subcontinent die zeggen dat het Soedan van de gezochte president Omar al-Bashir GEEN schurkenstaat is. Lees het volgende: Een asielzoeker uit Darfur, die door Groot-Brittannië was teruggestuurd naar Soedan, is kort na aankomst vermoord door de Soedanese veiligheidsdienst.
Dat zegt de voorzitter van een Darfurese belangenorganisatie in Groot-Brittannië, Mohammed Elzaki Obubeker, dinsdag in de Britse krant The Independent.
Het slachtoffer was in 2005 gevlucht van Darfur naar Groot-Brittannië, nadat de Arabische Janjaweed-milities een bloedbad hadden aangericht in zijn thuisdorp. Hij kreeg echter geen asiel en werd in augustus vorig jaar uitgezet naar Soedan, het land waar moslims hun ietwat donkerder geloofsgenoten in Darfur afmaken.
Na aankomst zou hij zich een paar maanden hebben schuilgehouden in de hoofdstad Khartoem. Toen hij zich veilig waande, wilde hij terugkeren naar zijn familie in Darfur, aldus de krant. ‘De veiligheidsdiensten zijn hem gevolgd’, zegt Obubeker, een neef van het 32-jarige slachtoffer. ‘Voor de ogen van zijn vrouw en zoon werd hij doodgeschoten.’

Amerikaanse wetenschappers hebben een laser ontwikkeld die muskieten kan doden. Met behulp van technologie die ontwikkeld is in het kader van het Star Wars anti-raket-programma, wordt de 'zapper' gebouwd in Seattle waar astrofysici al een laser hebben gebouwd die insecten succesvol uit de lucht haalt.
Wetenschappers speculeerden al jaren dat lasers kunnen worden ingezet tegen malariamuggen, die jaarlijks een miljoen mensen doden.
De laser - speels een a weapon of mosquito destruction (WMD) genoemd - is ontworpen door Lowell Wood, een van de astrofysici die werkte bij het ontwikkelen van het Star Wars schild dat Amerika tegen een nucleaire aanval moet verdedigen.
De laser werkt door het opsporen van de audio-frequentie van de vleugels van de mug. Het onderzoek wordt gesteund door Bill Gates, de Microsoft-miljardair, die veel geld vrijmaakt voor de malariabestrijding.
De lasers zouden een schild kunnen vormen rond dorpen, of vanuit vliegtuigen kunnen worden ingezet. "Je kunt zo miljarden muggen per nacht doden," zegt een deskundige.
El Fasher, Darfur. Het was een bizarre plaats om aan Life of Brian te denken, de Monty Python-film waarin tegen de Romeinen strijdende Joodse verzetsstrijders ruziën over de enige echte vrijheidsbeweging. Want was het nu de People’s Front of Judea, de Judean People’s Front, of toch de Judean Popular People’s Front? John Cleese en zijn mannen raakten er niet over uitgesteggeld: ‘The only people we hate more than the Romans are the fucking Judean People’s Front.’
Terug naar El Fasher, waar een Britse officier venijnig met een stok op een schoolbord tikte, waarop de rebellenbewegingen van Darfur stonden vermeld: JEM, SLA, NRF, SLA/Free Will, SLA/AW, SLA/MM, NMRD, UFLD, et cetera, het leken wel radiostations.
De locatie: een zaal in een container op de basis van de Verenigde Naties (VN) en de Afrikaanse Unie (AU), nabij El Fasher. De Britse officier, lid van de gezamenlijke Unamid-missie, vertelde ons, Nederlandse politici en journalisten, welke rebellenbewegingen er allemaal in Darfur tegen het bewind in Khartoem vochten.
De Brit verhaalde van de successen die de opstandelingen in het eerste jaar van het conflict (2003) hadden geboekt. Hij vertelde dat ‘Khartoem’ Arabische milities zoals de Janjaweed had bewapend, die de lokale bevolking waren gaan terroriseren. De gevolgen waren bekend, we hadden ze zo-even ook met eigen ogen rond El Fasher gezien: verbrande dorpen, burgers die verhaalden over honderdduizenden doden, miljoenen vluchtelingen, verkrachte vrouwen.
De rebellen waren in de eerste jaren verenigd in hun strijd tegen Khartoem. Later raakten ze, al dan niet door sluw opereren van datzelfde Khartoem, danig verdeeld, en waren ze zelfs elkaar gaan bestrijden.
Sommige opstandelingen sloten zelfs ‘vrede’ met het bewind van generaal Omar al Bashir. Zo werd op 5 mei 2006 het Darfur Peace Agreement getekend, tussen een van de rebellenpartijen, de SLA/MM, en de regering.
Vrede? De SLA/MM-rebellen keerden zich na die Soedanese 5 mei vervolgens tegen de eigen bevolking in Darfur. De terreur was zo heftig, dat ze de bijnaam ‘Janjaweed II’ kregen.
Van dat akkoord hebben we sindsdien niets meer gehoord – sterker, in tijden van ‘Gaza’, ‘Obama’, en de economische crisis vernemen we überhaupt bitter weinig over Darfur.
Maar zowaar, vorige week viel het woord ‘vrede’ weer eens. Een van de grootste rebellenbewegingen, de JEM, ondertekende in Doha met de Soedanese regering een intentieverklaring die als basis moet dienen voor verder vredesoverleg. Mooi initiatief, je moet ergens beginnen. Jammer alleen dat de JEM, geleid door Khalil Ibrahim, geen andere rebellengroepering – zijn het er twintig of dertig? – aan de onderhandelingstafel wist te krijgen.
President Bashir, tegen wie een arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof dreigt, wil als goed gebaar natuurlijk best praten, maar zijn echte agendapunt luidt: de rebellen tegen elkaar uitspelen.
Trouwens, vrede? Drie dagen na het ‘akkoord van Doha’ stuurde Bashir, die minister Maxime Verhagen graag geketend in Den Haag zou verwelkomen, zijn soldaten gewoon weer tegen de JEM het veld in. Zo komt aan het lijden van de Darfurianen geen einde.
Life of Brian was een komische film, over de werkelijkheid van Darfur zouden zelfs John Cleese en zijn mannen geen grappen kunnen maken.
Congolese vluchtelingen in het westen van Oeganda maken maandverband uit papyrus. Het goedkope alternatief voor de geïmporteerde merken levert de ontheemde vrouwen een flinke stuiver op. Dat lezen we op de website van IPS.
We citeren: Het gemiddelde inkomen in Kyenjojo, een district in het westen van Oeganda, bedraagt minder dan een dollar per dag. Eén enkel wegwerpmaandverband van geïmporteerde merken kost ongeveer het dubbele van dat bedrag. Arme vrouwen gebruikten traditioneel doekjes uit zachte boombast, maar dat natuurmateriaal wordt schaarser.
De Congolese vluchtelingenvrouwen uit het Kyaka kamp vullen nu het gat in de markt. Met hulp van de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR begonnen ze betaalbaar maandverband uit papyrus te maken, een plant die in de streek weelderig groeit. Het alternatieve maandverband kost vier keer minder dan de merken uit het buitenland.
De 60 vrouwen die in het project meedraaien, maken zowat duizend maandverbanden per dag. Ze hebben niet veel meer nodig dan papyrus uit de nabijgelegen moerassen, oud papier en water. Voor de in Kampala ontworpen machines die ze gebruiken, is alleen spierkracht nodig.
Met de opbrengst kunnen de vluchtelingen en hun families gedeeltelijk in hun levensonderhoud voorzien. De arbeidsters verdienen meer dan 160 euro per maand.

De vraag is wel vaker gesteld. Vijftig jaar geleden hadden de meeste Aziatische en Afrikaanse landen zo’n beetje hetzelfde lage welvaartsniveau. Korea en Ghana – beide landen waren even arm. Nu is Korea een Aziatische tijger en is Ghana er, met vrijwel alle landen ten zuiden van de Sahara, nauwelijks op vooruitgegaan.
Hoe dat komt?
De geldende – en zwaar gesimplificeerde – theorie is dat al die landen uitgewrongen zijn door Europese (en Arabische) imperialisten, dat ze eeuwenlang jachtterrein vormden voor slavenhandelaren en andere rovers en dat ze eenmaal bevrijd in de jaren zestig van de vorige eeuw, in een slechte startpositie terechtkwamen doordat net de Koude Oorlog oplaaide.
De theorie bevat zeker een kern van waarheid, al dringt zich dan wel de vraag op waarom Ethiopië, dat nooit een kolonie is geweest, buiten wat laffe pogingen van de Italianen, het zo slecht doet. Zouden er dan toch ook nog andere factoren een rol spelen?
Tim Butcher weet het wel zeker. ‘Slecht leiderschap, daar heeft Afrika ontzettend onder geleden.’ Butcher, jarenlang Afrika-correspondent voor The Daily Telegraph, mag graag de volgende grap vertellen. De Nigeriaanse minister van Buitenlandse Zaken brengt een bezoek aan Maleisië. Hij wordt daar ontvangen door zijn Aziatische collega, die hem over een achtbaansweg naar de hoofdstad rijdt. ‘Zie je deze weg’, zegt de Maleisiër, ‘100 procent gefinancierd.’ En, hij knipoogt: ‘25 procent van dat bedrag was voor mij!’
Later brengt hij een tegenbezoek. Na de landing escorteert zijn Nigeriaanse collega hem over een stoffige, kapotte tweebaansweg naar de hoofdstad. ‘Zie je déze achtbaansweg?’, grinnikt de Nigeriaan, ‘100 procent gefinancierd!’ Vervolgens klopt hij op zijn jaszak, ‘en 100 procent was voor mij!’
Kijk, zegt Tim Butcher, die even in Amsterdam is, ‘Maleisië kende, net als bijvoorbeeld Congo, ook roerige tijden tijdens en na de dekolonisatie. Het is ook een land dat rijk is aan grondstoffen. Maar Maleisië werd, in tegenstelling tot Congo, wel een Aziatische tijger. Het land heeft zelfs een Formule I- wedstrijd. Nou, dan ben je redelijk in de vaart der volkeren opgestoten.’
Voor alle duidelijkheid: in Congo rijden geen racewagens, er zijn niet eens fatsoenlijke asfaltwegen. Vijftig jaar geleden was dat wel anders, weet Butcher. Zijn moeder maakte als jonge vrouw destijds een treinreis door de toen nog Belgische kolonie. ‘Zou ik nu geen enkele jonge vrouw aanraden.’
Butcher maakte in 2004 zelf een reis dwars door Congo, in de voetsporen van een oud-collega van zijn krant, ontdekkingsreiziger Henry Stanley. Hij zag flink af en schreef er een prachtig reisboek over, Bloedrivier. Hij zegt: ‘Het was een reis door een land waar 1500 mensen per dag sterven als gevolg van geweld. 1500! Dat getal halen ze niet in Irak of Afghanistan.’
Vanaf Kalemie ging het naar de kust, door anarchistisch land, waar overal milities rondwaren. Her en der zag Butcher sporen van het koloniale verleden, resten van spoorwegen, bruggen, havens. ‘Weet je dat veel Congolezen terugverlangen naar dat tijdperk?’
Niet dat dat de oplossing is, zegt Butcher, die inmiddels correspondent is in het Midden-Oosten. (The Telegraph, de krant die Stanley ooit door Afrika stuurde, heeft sinds zijn vertrek geen vaste correspondent meer in Afrika. ‘Bezuinigingen’, en er klinkt spijt in Butchers stem.)
Congo heeft een Nelson Mandela nodig, oordeelt Butcher. Beter nog, Afrika heeft tien Mandela’s nodig. Want goed leiderschap is uiteindelijk het enige antwoord voor Afrika.
Wijze woorden, maar er is één probleem. Waar vind je tien Mandela’s?

Twee jaar geleden reisden fotograaf Raymond Rutting en ik al al naar Musas, een dorpje in de bergen van Karamoja. De foto’s die Rutting in Musas maakte, verschenen in het boek Oog op Afrika. Ook werden de foto’s groot afgedrukt en tentoongesteld op diverse locaties in Nederland. Een aantal van de beelden werd geveild. Met de opbrengst – ruim twintigduizend euro – werd in samenspraak met de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie ICCO een stenen opslagruimte in Musas gebouwd.
Ook werden zaden en landbouwgereedschap gekocht.
De dorpelingen waren er blij mee, bleek uit het recente bezoek.
‘Onze voorraad voedsel sloegen we vroeger op in ronde rieten hutten en die werden niet zelden geheel aangevreten door termieten en ander ongedierte. Dan was onze voorraad op en moesten we gebruik maken van voedselhulp’, zegt Otyang Maria, een 35-jarige vrouw. In de schuur staan nu zakken tomaten, maïs, sorghum en tabak. ‘We hebben soms zelfs genoeg om er mee naar de markt te gaan, zodat we geld kunnen verdienen’, zegt Otyang.
Andere vrouwen vallen haar bij.
Met de komst van de stenen voorraadschuur is het voedsel veilig opgeborgen. Een grote verbetering, zeggen ze, maar het betekent nog niet dat het leven in Musas er veiliger op is geworden.
Een paar maanden geleden werden nog drie jongens door bandieten vermoord. En onlangs probeerden andere gewapende bandieten het voedsel van Musas te stelen. De bevolking kon zichzelf niet verdedigen en vluchtte de bergen in. Hun vuurwapens w aren in Musas al een paar jaar geleden door het Oegandese leger geconfisqueerd.
Waren vroeger de rieten voorraadhutjes dan een gemakkelijke prooi voor de invallers, ditmaal kwamen ze voor de gesloten deur van de schuur te staan die met ‘het fotogeld’ kon worden opgebouwd.
Het slot hield het, Musas hoeft voorlopig geen honger te lijden.
Foto: Raymond Rutting aan het werk in Musas, de dorpsbevolking danst om de komst van de nwe voorraadschuur, links achter, te vieren.

Nog een door de wereld vergeten conflict. In de driehoek Oeganda, Soedan en Congo wordt door drie legers jacht gemaakt op Joseph Kony, wiens kindsoldaten al twee decennia huishouden in dit gebied. Zonder succes vooralsnog. Kony lijkt net zo ongrijpbaar als Osama bin Laden. Ondertussen lijdt de burgerbevolking in het gebied - opnieuw.
Wij gaan winnen, zei de Oegandese president Yoweri Museveni onlangs daags na het begin van een nieuwe grootscheepse aanval. Op 14 december begonnen de legers van Oeganda, Zuid-Soedan en Congo gedrieën een militaire actie in het noordoosten van Congo tegen de rebellen van Joseph Kony.
Diens Verzetsleger van de Heer had even eerder geweigerd nog langer te praten over vrede. Kony en zijn kindsoldaten, die al twee decennia het noorden van Oeganda, het zuiden van Soedan en het noordoosten van Congo onveilig maken, trokken opnieuw de jungle van Congo in.
Voor president Museveni was de maat vol. Opnieuw stuurde hij zijn soldaten achter de zelfbenoemde messias Kony aan, ditmaal gesteund door soldaten van Congo en het semi-autonome Zuid-Soedan. Museveni beloofde dat operatie Lightning Thunder snel tot een succesvol einde zou worden gebracht en dat de mysterieuze Kony snel gedood zou worden.
Het mocht niet zo zijn. Kony wist, vlak voordat de Oegandese helikopters en MIG21-straaljagers een verassingsaanval uitvoerden op zijn kamp in het Garamba Park, weg te komen, waarschijnlijk omdat hij over apparatuur beschikte waarmee hij gesprekken van piloten kon afluisteren.
Inmiddels zijn we een maand verder. Een al dan niet dode Kony – verantwoordelijk voor jarenlange terreur in Noord-Oeganda, de ontvoering van tienduizenden kinderen en tegen wie een arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof loopt– is nog steeds niet aan de wereld getoond.
Bij dit soort gewapende acties tussen leger en rebellen is in Afrika altijd de burgerbevolking slachtoffer. De (kind)soldaten van Kony zijn sinds de gezamenlijke aanval van de Oegandese, Zuid-Soedanese en Congolese legers weer volledig op oorlogspad. Ze proberen de soldaten van Museveni te ontwijken en richten zich op de burgers, op jacht naar voedsel, vrouwen en kinderen. Voedsel om te eten, vrouwen om te verkrachten, kinderen om te ontvoeren en te hersenspoelen tot collega-soldaatje.
Alleen al in de kerstweek zouden ze meer dan 270 Congolese burgers gedood hebben. In Faradje, een Congolese stad nabij het drielandenpunt Oeganda, Congo en Soedan, werden tijdens de twee Kerstdagen 150 inwoners vermoord. Ook werden 80 vrouwen en meisjes verkracht, en tientallen kinderen ontvoerd.
In totaal zijn in een maand tijd meer dan 500 mensen gedood door de rebellen van Kony en zijn 100 duizend Congolezen voor de strijd op de vlucht geslagen. (Let wel, dit zijn dus andere vluchtelingen dan diegenen die zuidelijker in oost Congo op de vlucht zijn geslagen voor het geweld tussen het Congolese leger en de soldaten van rebellenleider Nkunda, want dat is - grote zucht - weer een geheel ander conflict.)
De Oegandese legerleiding blijft optimistisch. In Oegandese kranten zeggen generaals dat ze overlevingsartiest Kony ‘nu snel’ te pakken zullen hebben. Maandag doodde het leger twee rebellen, waarmee het totaal aantal gedode opstandelingen op 38 staat.
De Oegandese kranten laten geen detail onvermeld. Ook werden maandag twee geweren, vier volle magazijnen patronen, een laptop, zakken rijst, een verrekijker, documenten, zeep en een inktfles buitgemaakt. Van Kony zelf vooralsnog echter geen spoor.

Het was een bericht van 106 woorden dat vorige week geen enkele Nederlandse krant haalde. Dateline Caïro, 8 januari, persbureau AP. Vliegtuigen van de Soedanese regering hadden het noorden van de Soedanese regio Darfur gebombardeerd. Regeringstoestellen bestookten ‘over tweehonderd kilometer afstand dorpen en waterbronnen’. In geen van de kranten die op 9 januari verschenen is het vertaalde AP-bericht opgenomen. Wel telden we die dag in de kranten 29 artikelen waarin het woord ‘Gaza’ voorkwam.
Ja, zal de lezer zeggen, Gaza speelt nu, Darfur, tsja, dat ‘Darfur’ speelt hoe lang eigenlijk al? Helemaal mee eens, ‘Gaza’ speelt inderdaad nu, de strijd om dat gebiedje aan de Middellandse Zee is nu actueel, daar komen de beelden vandaan van gebombardeerde woonwijken, van dode kindjes, van vrouwen die matrassen door de ruïnestad Rafah slepen.
‘Darfur’ is maar ‘Darfur’, daar komen momenteel zelfs helemaal geen beelden vandaan. Uitzichtloos conflict: de burgeroorlog in westelijk Soedan speelt al sinds 2003. Is het nog nieuws dat Soedanezen Soedanezen afmaken, dat de door de regering in Khartoem gesteunde Janjanweed de Darfurianen afslachten, verkrachten, ontvoeren, dat er jachtvliegtuigen de waterbronnen, waar altijd vrouwen en meisjes bijeen zijn met hun jerrycans, met bommen bestoken?
De teller van het aantal dodelijke slachtoffers in Darfur staat al tijden op 300 duizend (zijn we opgehouden met tellen?), het aantal ontheemden loopt ver boven de 2 miljoen. Ach, we weten het wel – zo’n beetje. We richten onze blik op Gaza, en vergeten Darfur.
En toch wagen we het hier om ‘Gaza’ met ‘Darfur’ te vergelijken. Waarom wordt in de gehele Arabische wereld (en ver daarbuiten) breed voor het leed van de inwoners van Gaza gedemonstreerd, worden Joden in Toulouse, Antwerpen en Odense fysiek bedreigd en is er geen moslim die een spandoek opsteekt voor de arme inwoners van Darfur?
Zelfs in Khartoem vinden dagelijks demonstraties plaats die gericht zijn tegen Israël, de VS en andere westerse landen. Westerlingen in de Soedanese hoofdstad wordt afgeraden zich nog langer op te houden in populaire etablissementen als O-Zone en Amwaj. Je zou zo’n verhitte Soedanese demonstrant natuurlijk de vraag ‘Waarom kijkt u naar de splinter in het oog van een ander, en merkt u de balk niet op in uw eigen oog?’ voor de voeten kunnen werpen, maar dat wordt ten zeerste afgeraden.
Nogmaals, waarom zwijgt de Arabische wereld over Darfur (300 duizend doden) en maakt ze zoveel kabaal over Gaza (ruim 900 doden)? Zou het er mee te maken hebben dat Israël huishoudt in Gaza, en dat in Darfur moslims moslims afmaken?
Het is een vraag die ook de mosliminwoners van Darfur zelf bezighoudt. In de interneteditie van de Sudan Tribune komen bewoners van de geplaagde Afrikaanse regio aan het woord die zich afvragen waarom de Arabische wereld ‘met twee maten meet’. Waarom knijpen de Arabieren ‘een oogje toe als het over het geweld in ons eigen land’ gaat?
De Arabische Liga zou vorige week in Doha praten over de ‘kwestie Darfur’, met als gesprekspartners de rebellenbewegingen uit Darfur en de regering in Khartoem. Maar helaas, de bijeenkomst werd afgelast.
De Arabische ministers hadden een andere prioriteit. Inderdaad, Gaza.

Toch nog een beetje goed nieuws, zo op de valreep van het jaar uit het o zo geplaagde oosten van Congo. De berggorilla's in het Virunga Nationaal Park maken het goed. Parkwachters hebben voor het eerst in maanden weer contact gehad met de bedreigde dieren. Ook de patrouilles om stroperij tegen te gaan zijn hervat.
Dat heeft het Wereld Natuur Fonds (WNF) laten weten. De parkwachters werden vijftien maanden geleden door rebellenleider Laurent Nkunda uit het park verdreven. Daardoor verloor het WNF het zicht op de 150 berggorilla's die in het gebied leven. Na lang onderhandelen gaf Nkunda toestemming terug te keren in Virunga en de werkzaamheden te hervatten.
Het lijkt erop dat er geen gorilla's zijn gedood. ‘Het overgrote deel van de berggorilla's in het park is weer opgespoord en lijkt het goed te maken’, aldus Johan van de Gronden, directeur van het Nederlandse WNF.
Nog niet alle parkwachters zijn teruggekeerd naar Virunga. Ongeveer de helft leeft nog in de vluchtelingenkampen omdat het geweld tussen de troepen van Nkunda en de regering aanhoudt. Ook organiseren de rebellen 'illegale' bezoekjes aan de gorilla's, voor 300 dollar per toerist, zo hoorden we zelf, toen we onlangs in het grensgebied van Congo en Oeganda waren.
De druk op het park blijft trouwens groot, vanwege de nabijgelegen kampen. Mensen sprokkelen illagaal hout en kappen bomen, waardoor de leefruimte van de gorilla's in het gedrang komt. Door zuinige kooktoestellen en brandhout uit te delen, hoopt het WNF dat de vluchtelingen uit het bos blijven.
De berggorilla is een bedreigde diersoort. Er zijn nog maar zevenhonderd van deze dieren. Ze leven in het gebied waar de grenzen van Rwanda, Oeganda en Congo elkaar raken.
Toenemend geweld in Somalië, gedwongen evacuaties in Oost-Congo en verwaarloosde medische noodsituaties in Birma en Zimbabwe zijn enkele van de grootste humanitaire crises van 2008. Artsen zonder Grenzen (AzG) heeft zondag zijn jaarlijkse top-tienlijst van crises vrijgegeven.
Andere crises zijn ondervoeding, waardoor jaarlijks zo'n vijf miljoen mensen het leven laten; infecties van hiv en tuberculose, ieder jaar goed voor 1,7 miljoen slachtoffers; de strijd in de tribale regio in Pakistan; de politisering van de distributie van hulp in Irak; het geweld en de zware klimatologische omstandigheden in de zuidoostelijke Ethiopische regio Somali en de aanhoudende crisis in Darfur en burgeroorlog in Sudan.
"Met het vrijgeven van deze lijst hopen we de nodige aandacht te leggen op de miljoenen mensen die gevangen zitten tussen conflict en oorlog, worden getroffen door medische crises, wier directe en meest basale medische behoeftes worden verwaarloosd en wier lot vaak ongezien voltrokken wordt", zegt Christophe Fournier, voorzitter van het internationale bestuur van AzG.
Sinds 1998 maakt de hulporganisatie ieder jaar een criseslijst op. De lijst wordt niet samengesteld naar omvang of grootte van een crisis, maar is bedoeld om meer media-aandacht te trekken.
Het Lijstje van AzG:
De humanitaire crisis in Somalië steeds dieper
Zorg voor hiv/aids en andere ziekten in Myanmar (Birma) verwaarloosd
Gezondheidscrisis geselt instortend Zimbabwe
Burgers gevangen in de voortwoedende oorlog in Congo
Miljoenen ondervoede kinderen nog zonder behandeling ondanks vooruitgang in voedingstherapieën
Acuut gebrek aan hulp in de Ethiopische Somali regio
Burgers gedood en gedwongen te vluchten door toenemend geweld in noordwestelijk Pakistan
Geen uitzicht op einde geweld in Sudan
Dringend hulp nodig voor Irakese burgers
Co-infectie van hiv/aids en tuberculose vraagt om strijd voor gezondheid op twee fronten
Foto: Congolese vluchtelingen in Oeganda, november 2008.

Jacob Zuma, leider van de Zuid-Afrikaanse regeringspartij ANC, gaat cartoonist Zapiro aanklagen wegens een omstreden tekening van hem uit september. Volgens Zuma heeft de cartoonist hem in zijn „eer aangetast”.
De tekening van Jonathan Shapiro verscheen in de Britse krant Sunday Times. Zuma staat erin op het punt het „rechtssysteem”, dat in bedwang wordt gehouden door zijn politieke medestanders, te verkrachten.
De cartoon - we schreven er al eerder over - verscheen op het moment dat Zuma terechtstond in een omvangrijke corruptie- en fraudezaak. De rechter verklaarde daarin de aanklachten tegen hem uiteindelijk „ongeldig”. Die vrijspraak maakte de weg vrij voor Zuma voor een waarschijnlijk presidentschap volgend jaar. In 2006 was Zuma ook al vrijgesproken in een verkrachtingszaak.
Tijdens een radio-interview gisteren zei Zuma: „Natuurlijk ga ik Shapiro aanklagen. Hij is vulgair. Zelfs op die vlakken waar ik onschuldig ben bevonden, blijft hij volhouden dat ik wel schuldig ben. Hij is volledig losgeslagen.” Zuma eist een half miljoen euro schadevergoeding.
De Zuid-Afrikaanse Shapiro belde daarop, zo meldt de NRC, naar de radiozender en verweerde zich met het recht op vrije meningsuiting. „U bewijst lippendienst aan de vrijheid van meningsuiting”.
Shapiro zei ook: „Ik ben een columnist. Een visuele columnist. ik geef commentaar op wat u doet en wat u zegt. U bent een publiek figuur en degene met macht, niet ik. Nu draait u de rollen om en doet u net of ú het slachtoffer bent.”
Boven vlooien gorillas elkaar in de mist, beneden maken mensen er weer eens een rotzooitje van. Voor de zoveelste keer vandaag stoot een met rode aarde besmeurde truck een lading Congolese vluchtelingen uit. Arme sloebers met hun hele hebben en houden, op de vlucht geslagen voor het geweld, net over de Oegandese grens.
'Monsieur, ik ben 45 jaar', zegt Kambale Gérard, 'en 45 jaar van mijn leven heb ik in Congo al geweld meegemaakt. Pourquoi monsieur, waarom toch, mijnheer?'
Gérard is zojuist met een witte truck van VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR van de Congolees-Oegandese grens nabij Kisoro naar het transit-vluchtelingenkamp in Nyakabande gebracht. Het was een helletocht van ruim twee uur over schokschouderende bergweggetjes, in een smerige achterbak, vol krijsende kinderen, getraumatiseerde vrouwen en verslagen mannen, maar nog niets vergeleken met de dagenlange voettocht die Gérard daarvoor had afgelegd.
Samen met zijn vrouw Rachel en zijn twee zonen, is Gérard vijf dagen geleden vanuit zijn dorp Kiwanga op de vlucht geslagen voor het oorlogsgeweld in zijn vaderland. De rebellen van generaal Laurent Nkunda, Mai-Mai milities en soldaten van het alleen in naam nog bestaande Congolese leger zijn, na eerder te hebben gevochten rond Goma, nu in de streek rond Gérards dorp aan het vechten. De lokale bevolking, confronteerd met roof, moord en verkrachting, zag nog maar één uitweg. Een chaotische vlucht naar het oosten, naar Oeganda. De laatste dagen zijn vele duizenden van deze arme sloebers uit plaatsen als Rutshuru, Kiseguru, Kiwanga en Kafeguru de grens nabij Kisoro en Ishasha overgetrokken. Eenmaal in Oeganda worden ze niet langer dan 48 uur in een transitkamp als Nyakabande ondergebracht, waarna ze geregistreerd door de UNHCR met bussen verder weg worden gebracht, naar een 'permanent' Oegandees opvangkamp nabij Nakivale, op zes uur rijden.
Het 'verwerken' van de vluchtelingen gaat met een verbijsterende precisie. Zodra een witte truck een nieuwe stroom bestofte en bezwete sloebers in de ochtendmist uitspuwt, komen de medewerkers van de UNHCR, het Oegandese Rode Kruis en het Duitse Humedica in actie. De vluchtelingen worden medisch geholpen, ze krijgen een witte tent toegewezen, ze worden gevoed en ze krijgen een wit UNHCR-armbandje met een nummer.
Vandaag zijn we toe aan nummer 602583. Het gaat om de pols van Nadjibo Sibomana. Hij is 12 jaar en hij is hier alleen. Het ventje, dat vloeiend Frans spreekt, weet niet waar de rest van zijn familie is. 'Ergens in Congo, monsieur. Tijdens de gevechten en de tocht naar de grens met Oeganda ben ik ze kwijtgeraakt. Maar ik heb wel het mobiele nummer van mijn vader. Mag ik even bellen?'
Maar natuurlijk, Nadjibo. Als we het nummer echter draaien klinkt een Franstalige damesstem: 'Het nummer dat u belde is tijdelijk niet in gebruik.'
De witte tenten van de UNHCR staan in een mistige groene vallei op 2000 meter hoogte, net oostelijk van de stad Kisoro. Op de achtergrond steken de vulkaantoppen van de Virunga in de mistige lucht, habitat van berggorillas. Verderop in deze groene bergstreek die door drie landen – Oeganda, Rwanda en Congo - begrensd wordt, liggen andere woongebieden van deze zo geliefde aapachtigen. Dian Fossey, de in 1985 in Parc National des Volcans net over de grens in Rwanda vermoorde gorillavorser en beroemd vanwege haar 'Gorillas in the Mist', verbleef vaak in de Travellers Rest, een nu door Nederlanders geleide lodge in Kisoro.
De toeristen die vandaag, in het bezit van hun dure en mondjesmaat verstrekte permits, de gorillas bezoeken merken niets van de stroom Congolese vluchtelingen die rond Kisoro en Ishasha het land binnenkomen. De UNHCR heeft geleerd van eerdere conflicten, toen er wel vele tienduizenden Congolese vluchtelingen door de straten van Kisoro trokken. Nu worden de havelozen aan de grens al opgevangen en met trucks tien kilometer naar het achterland, naar Nyakabanda, gebracht.
Ze tuimelen daar letterlijk uit de witte truck, kleine kinderen worden aan een arm naar beneden gelaten, jongemannen springen stoer van de laadbak. Ze slepen alles mee, huisraad, kippen, landbouwgereedschap, matrassen, bundels kleren, gele jerrycans. Een jonge vluchteling, de 21-jarige Eric, houdt zelfs een gebutste electrische gitaar in de armen, het is een niet al te goede kopie van een Amerikaanse Stratocaster. Erics gitaar telt nog drie snaren.
Eric bezit ook een ouderwets fototoestel, zo een nog met een rolfilmpje. Hij maakte de afgelopen dagen foto's van zijn eigen vlucht. De jonge onderwijzer zegt: 'Het wordt een macaber souvenir.'
Vervolgens zet hij het cameraatje op een bundel kleren en maakt hij met de zelfontspanner een foto van zichzelf, samen met een vriend, temidden van de chaos van Nyakabande.
De meeste jonge vluchtelingen dragen afgedankte T-shirts uit de westerse wereld. De shirts hebben, gezien de omstandigheden, curieuze opschriften. Jezus zegt: Ik ben de weg, Je suis fier (ik ben trots), Star Wars, Fashion Club, University of Texas, Pulp Fiction, Appleton North Girl Track, Iron Maiden.
Je zou grimmig kunnen opmerken dat de jonge vrouw die dat laatste T-shirt draagt inderdaad een ijzeren dame is. Florence beviel tijdens de vlucht door Oost-Congo in de brousse van een baby. Iedereen trok verder, ze werd slechts door één vrouwelijk familielid bijgestaan. Omdat het geweld snel naderde moest ze al een uur na de geboorte van een meisje al weer op de loop. En ja, moeder en kind maken het goed - gezien de omstandigheden.
Talloos zijn ook de voetbalshirts. We zien vandaag in Nyakabande Van Nistelrooij, Zidane, Ljungberg en Ronaldinho langstrekken. En daar gaat Arjen Robben, gehuld nog in het shirt van zijn oude club, Chelsea, een witte UNHCR-tent binnen, een baby op de arm.
Verderop ligt Kambale Gérard, samen met zijn vrouw Rachel en hun twee zonen in het gras. Ze wachten op de gecharterde bus die hen naar het permanente kamp in Nakivale zal brengen, vele uren rijden van hier, diep Oeganda in.
En dan, misschien over een paar maanden toch weer terug naar het altijd onrustige Congo?
'Ik weet het niet', zegt Gérard, die al meerdere malen voor oorlogsgeweld in zijn land vluchtte. 'We zullen eerst lang moeten wachten. Weet u, monsieur, geduld oefenen, dat is het trieste lot van elke vluchteling.'

Toen
journalist Tim Butcher, in opdracht van The Daily Telegraph in 2000
naar Afrika afreisde, trok de Congo zijn aandacht. Hij herinnerde
zich de verhalen van zijn moeder over haar luxe Congoriviercruise
in de jaren vijftig, maar zijn ontdekking dat Stanleys reis
destijds ook door The Telegraph werd ondersteund en gepubliceerd
gaf de doorslag: Butcher ondernam in zijn eentje dezelfde
expeditie, met enkel een rugzak en een paar honderd dollar verstopt
in zijn laarzen. Reizend per motor, kano en tal van andere
vervoersmiddelen, geholpen door de meest kleurrijke en memorabele
personages, trad hij in de voetstappen van de grote Victoriaanse
avonturiers. Het resultaat: een prachtig - en dodelijk actueel -
boek, Bloodriver, vertaald als Bloedrivier.
De Leunstoel
is een internetmagazine voor ‘rustige mensen’. Dat zijn
mensen die wel eens nadenken, iets vinden, zichzelf bezighouden en
gewoon zich vermaken of ergens van genieten. Ze zijn actief en
zeker niet suf en ze onderscheiden zich zo van al ‘die
anderen die de hel vormen’ zoals Jean-Paul Sartre opmerkte.
TIP!
Live Afrikaanse radio, Afrika no, 1. Waar luisteren ze in
Bamako naar? In Abidjan? Bamako? Brazzaville? Dakar? Ouagadougou?
Geniet live mee - en word vrolijk! 
Om op de
hoogte te blijven van voetbal in Afrika lees het blog van Arnold
Pannenborg. Over hoe een reservekeeper toch in het doel komt via
voodoo. 