
Gedichten op een reis naar Rome
rome, gedichten, god, liefde, geloof, moeder, dood
Door de nauwe poort
Geleid mij nu, O Heer.
Soms, in het donker van de nacht,
Dan toont Gij mij
Hoe afschrikwekkend
Die engte.
Alleen hoop,
Die steunt op niets,
Alleen geloof,
Dat weet van niets,
Alleen liefde,
Die geeft aan allen
Kunnen vermogen
Een lamp te zijn
Voor mijn schreden,
Zo onzeker.
De last op Zijn schouders:
Alles in de hand van God,
Maar wél met jezelf erbij.
Er is geen keuze dan die ene weg,
Een kleine omweg, een sprongetje opzij,
En meteen is het soppen in de modder.
Niets van mij,
Alles van U,
Zo kan deze kreupele lopen.
Mijn neefje van drie
mag met mij mee naar de Sterre der Zee.
Hij heeft alvast zijn duikbril op gedaan.
Verhoord bij Santa Rita di Cascia
Wat leuk zo'n gebedsverhoring
Nog vóór je wist
Dat er iets te verhoren viel.
Bid, bid, bid altijd
zegt de overste, de dichter,
Wat vreemd voor onze oren.
Genade,
Betaal ze niet,
Want dan is ze weg.
Ieder dichtwoord
Dat iets voorstelt,
Gaat over hetzelfde.
Dank, O Heer,
Dat Gij mij toont,
Mijn schamele ik.
Door een vreemde stad loop ik
De mens,
Verlaten van elkaar,
Het ik
Verwijderd van zijn wezen,
In zijn stenen doolhof.
Maar toch ben ik er thuis
Zoals de monnik in de woestijn
Toen het begon.
Omdat hij U ontwaarde
In die verlatenheid.
Altijd thuis mijn God bij U,
Gij stralend licht der schepping
Uw licht dat iedere levende verschroeien kan
Laat stralen al het zijnde.
De glans die zo teder iedere grens verbleken doet,
Die het verstand zo onverbiddelijk stelt.
Zonder woorden
Is de mens die getuige was,
Onmachtig hij,
Die waargenomen heeft.
De blinde pater van de Sant'Andrea della Valle
Bij het zij-altaar
Zat altijd die oude pater
Blind was hij
En bleef daar dus maar zitten,
Ook zonder plechtigheid.
Soms viel hem iets,
Dan ging hij er tastend naar op zoek,
Maar toch bestond hij ook niet echt,
Lang geleden was hij aangelopen bij de orde
Die had vergeten hem te melden
Bij de moderne staat
Nergens thuis was hij
Behalve bij dat altaar,
Ontheemd en opgesloten in zijn wereld
En zijn herinnering
Hij was bij de Witten in het leger,
In de buurt,
Toen de tsaar en zijn familie werd vermoord,
Zo werd gefluisterd
De paters waren bang dat hij ooit dood ging
Dan zou worden uitgevonden
Dat hij niet echt bestond
Maar toen hij eindelijk toch naar huis ging,
Na dat lange wachten
Aan dat altaar waaraan hij had geloofd
Heb ik er niets meer van gehoord.
Het zal dus wel goed gekomen zijn.
Laat Uw Wezen
Dat ik ooit eens donderen hoorde,
Dat ik ooit vermoedde in water en in vuur,
Worden tot het suizen van de zachte bries,
Zoals toen bij Mozes.
Zalig de mens, die zijn eigen zwakheid kent
Want hoe beter ik mijn onmacht ken
Des te beter ken ik U, O God.
Dorothea Swanson
De weemoed van die oude foto's,
Zo vaag en zo verbleekt.
Dorothea woonde daar.
Misschien weet nu niemand meer,
Dat zij ooit eens was.
Eenzaam was zij al
Toen zij nog leefde.
Bij het afscheid gaf zij mij,
De student uit het verre land,
De manchetknopen
Van haar gestorven man.
Lang nog heb ik haar geschreven
Tot er eens geen antwoord kwam.
Eén ben ik er kwijt;
de ander hangt nog aan de muur.
Niemand nog heb ik verteld
Wat het doffe ding daar doet.
Dit is de weemoed, Heer,
Die Gij alleen genezen kunt,
Gij alleen Heer,
Die niemand ooit vergeten doet,
Die geen afscheid eeuwig maakt,
Die geen sprankje liefde eens bestaan
Ooit verdwijnen laat,
Ook niet van die oude dame,
Lang geleden,
Voor mij.
Moge ik Uw macht ervaren
En mijn eigen onmacht voelen
En daarom de vrees niet kennen.
Vertrouwen kan pas de mens,
Veilig is pas hij,
Die zijn eigen onmacht kent.
Ieder schepsel wil graag leven,
Zoals de oosterling ooit zei,
Ja, O Heer, om Uwentwil,
Is ook in de mens dat eeuwige verlangen.
Gij gaf hem dat geschenk,
Terwijl zijn verstand ertegen pleitte.
Een wonder door U alleen bewerkt,
Een paradijs reeds nu op deze aarde.
Door liefde, dat geheime woord, gewrocht,
Door dat woord, dat in geen woorden is,
Door haar alleen veroorzaakt.
In ieder kruis is de verlossing,
de redding van de mens, ja,
Maar alleen als Gij het opschrift maakt.
Plotinus,
Hoe geleerd een mens kan zijn
En toch niets weten.
Bemind te zijn,
Daar sta ik van te kijken,
Ja, dat is een verrassing.
Op die oude foto,
kijk ik zoekend naar de einder,
wél al met een vaag vermoeden,
vanwege wat reeds geweest was.
Maar als ik toen geweten had,
Wat daarachter nog verborgen lag,
Was ik op dat moment, plof,
Plat op mijn rug gevallen.
Drie beelden van een maandagmiddag
Die felgekleurde bloem
op de bonbondoos van karton,
Die ik steeds maar weer omcirkelde,
Totdat hij kwam,
De man van enkele deuren ver,
Omdat hij telefoon had,
Het is gebeurd ... zei hij,
Over mijn moeder.
Ik ben die middag niet naar school gegaan,
De volgende dag weer wél natuurlijk,
Tot de dag van de begrafenis,
Want je moet er niet pathetisch over doen,
Maar die bloem,
Die vergeet ik toch nooit meer.
Die middag was ik op de straat,
sigaretten halen in de winkel.
De vrouw van de bakker, voor mij uit,
liep naar de bus met een grote tas,
recht en vlug en kwiek,
zoals zij altijd was.
Beslist naar mijn moeder toe
dacht ik bij mijzelf,
Maar dat wordt niks.
Ineens zag ik de bakker
bij de achterbuur vandaan
komen rennen naar zijn vrouw
mij voorbij
een snelle blik,
schichtig was het achteraf,
haar achterop.
Na enkele woorden
in de verte,
kwam zij terug,
wankelend aan zijn zijde
de tas bungelde een beetje dwaas
om haar strompelende benen.
de tas, er stak iets uit
een cadeautje zeker
voor mijn moeder.
Ik stond even stil,
toen ik ze zag binnengaan
door de achterdeur
van hun lage huis.
Met ogen
vol verwondering
keek ik ze zwijgend achterna.
Het meisje in de winkel,
later een bekende schrijver
de sigaretten pakkend zei,
terloops,
Was dat Oma,
gisteren met die ziekenauto?
Nee, mijn mam,
en die is nu dood.
Hoe zij naar achteren rende
zonder iets te zeggen
zonder te wachten als gewoonlijk
tot de deur dichtviel achter mij,
Na de tweede bel.
Ik stond alleen daar
met de sigaretten in de hand
in die lege winkel
een toonbank vol met snoep.
Nee, er moest iets aan de hand zijn
wat ik nauwelijks nog besefte.
De ontzetting
langzaam,
maar onverbiddelijk groeiend.
Wat is er nu eigenlijk aan de hand?
Het leven van de mens,
Niets dan glorie toch?
Een schim was hij,
Iets wat bewoog op afstand
Zonder doel of zin
In de grauwe straat.
Door Uw glans beschenen
Licht hij plots weer op,
Omstraald zelfs door de krans van heiligheid
Mijn medemens,
Ik herken hem weer
Ik kan weer met hem spreken,
Want ik hou van hem.
Alleen Gij kon hem tot leven brengen,
Breng ook mij tot leven,
Als uit de knekelvelden van Ezechiël,
Dat is Uw eeuwige belofte.
Het was zo gek, zo knettergek,
Dat het achteraf niets anders zijn kon
Dan de greep van de Almachtige.
in mijn nek.
Hoe donker is de schepping,
Hoe duister onze eigen weg,
Tenzij beschenen door Uw licht.
De Griekse heuvels ontvouwen
Zich voor mijn ogen hier.
Dor en droog,
Kaal en doods
Wind en zand en steen,
Maar door uw Licht beschenen
Komt ook die woestijn tot leven.
Wonderlijk om het te zien gebeuren
Geen kracht die in mij is,
Maar door U gegeven
En die nieuwe glans
Is werkelijker
dan onze ogen zien.
Zo ook het leven
Hoe donker is het niet
Als slechts een mensenoog het waarde geeft
En hoe goddelijk is het
Als Gij het opneemt in Uw wezen.
De tuin van Eden,
De weide van de Eeuwigheid,
Ook hier op aarde al.
Genade, O Heer,
Ik hoef maar te wachten,
Totdat Gij komt.
Santa Rita di Cascia
Hoe griezelig en vreemd,
Die zwarte heilige
In haar glazen kist,
Op het rode kussen,
met de gouden tressen,
De stenen van het heiligdom
Om haar heen gebouwd,
Als een sluitboom tegen wie zij was,
Al die woorden
over haar geschreven,
taal gevangen in de tijd.
Maar, O Heer,
Zou ik haar zoeken
In mijn geliefde land,
Langs de bakens,
Die ik ken,
In de sporen,
Die ik eens volgde,
Dán zou ik haar vinden,
In de tuinen van verpozen
Aan de beken van verlichting
Bij de fonteinen van genade
Als een oude vriend
Van wie één woord, één blik
Eén handgebaar,
Genoeg zou zijn,
Voor de eeuwige omhelzing.
Hoever ook afgedwaald
Voor altijd trekt Gij mij
Als het vogeltje de lijmstok.
Eens is het onomkeerbaar,
Je kunt niet meer terug,
Al wil je nog zo graag.
Het Amerikaans oorlogskerkhof in Nettuno (1)
Nergens is er winst,
Ook niet voor de winnaar,
Zegt Aurea, de gouden vrouw.
Verlangen,
Als dat het gebed moet zijn,
Dan bén ik al verhoord.
Dank met het water van mijn tranen,
Voor wat Gij plaatste in mijn hart
Verlangen.
Zwakheid ja
Onmacht ja
Maar ook verlangen.
De geluiden van de stad,
Midden in de nacht,
Veraf.
Het licht van een enkele kaars
Voor een beeld van U,
Zoals een ziener het ooit zag,
En ik ben stil,
Wetend dat Gij komt.
Men zegt, maak uw hart gereed
Voor Zijn verblijf.
Kom, O Heer, en help mij poetsen,
Want ik ben niet zo goed in de huishouding.
Mijn dagelijkse leven,
Maak, O Heer, dat het mij ook geeft,
enig respijt.
Het Egyptisch museum in Turijn,
Hoe onmachtig toch het bijgeloof,
En welk een vreugde op deze zondagmorgen.
Het herkennen van dezelfde weg
In de tranen van een mede-pelgrim,
Dank, O Heer, voor deze onvergetelijke vreugde.
Het Amerikaans oorlogskerkhof in Nettuno (2)
Het is een beetje net als thuis,
Daar in dat kantoortje
Op het kerkhof.
Een Amerikaans kantoor
Met vlag en goudgerande oorkonde,
En die man met pet en taal,
Levend opschrift van de kleine stad,
Waar pas hun laatste schooldag was,
Van wie er geen gelijken zijn,
En die met ieder medelijdt,
Die daar komen voor hun zonen,
Gestorven in den vreemde.
Een beetje thuis, ja
Totdat ze buiten komen
In de verpletterende symmetrie
Van het eindeloze ereveld.
Zo vele verhalen,
vertrouwend op het leven,
Zoals een kind nog,
Genadeloos verstild tot lijn en cirkel
Nu komt er bijna niemand meer,
Want het is te lang geleden.
Nee, dit is uw laatste woord niet, Heer,
Deze pijn van droefheid zonder woorden
Dat verlangen,
Waaraan een mens te gronde gaat.
Door uw trillend woord van liefde,
Met welk eens Gij,
Lazarus, Uw vriend, naar buiten riep.
Vorm het om, Heer
Tot verlangen
Dat een mens tot leven wekt
Het verlangen dat het enige antwoord is
Op dat smetteloze kruis,
Vandaag met de geur van pas gemaaid.
In uw handpalm zijn ze geschreven,
De namen van hen allen,
Ook van hen
Voor wie in die jaren niemand kwam
Tot de laatste toe.
En U hebt iedere traan geteld
en zorgvuldig genoteerd,
Ook die niemand zag,
Tot de laatste toe.
Anders wordt onze tred te zwaar.
Het Amerikaans oorlogskerkhof in Nettuno (3)
Aan de koffie op de kade,
Hij is vlak, de kust bij Anzio.
Ja, dat was wel een goed idee.
De oude zuster.
Omdat toch mijn tranen niemand zag,
Ging ik maar mensen helpen
En kijk, allengs werd ik gelukkig.
Karst T. in Apeldoorn
karst, apeldoorn, beatrix, waanzin, wanhoop, kwaad, karma, psychiater
(meer info: www.wimbeurskens.nl)
Op deze bladzijden gaat het vaak over de psychologie der uitersten. Daarom is er ook wel iets te zeggen over Karst T., die in Apeldoorn op Koninginnedag zichzelf en acht andere mensen dood reed. Daarbij schrijf ik dan niet over de gevoelens die ik er zelf bij ondervond. Ik had natuurlijk ook medelijden met de slachtoffers en hun naasten, met de mensen die dat inferno van nabij moesten aanzien, zoals de Koninklijke familie. En vanzelfsprekend heb ik ook voor ze gebeden. Maar zoals de Majesteit het verwoordde kan niemand het verbeteren. Dit beoogt daarom uitsluitend een koele en klinische analyse te zijn.
Onbegrijpelijk ... hoor je vaak.
Een wanhoopsdaad. Een waanzinnige. Er werd gemeld dat de
man niet had gedronken. Het was een Nederlander van geboorte.
Geen allochtoon. Natuurlijk had hij niet gedronken en was het
geen allochtoon. Het idee alleen al.
Het eerste wat je moet beslissen is of Karst T. gek was of slecht. Was het iemand die in het Pieter-Baan centrum voor ontoerekeningsvatbaar zou worden verklaard of moest hij de gevangenis in, als hij het had overleefd? Allebei kan niet, want zoals een oude leermeester vaak zei ... als je twee diagnoses nodig hebt om een ziekte te verklaren, dan zijn ze waarschijnlijk allebei fout.
Als je denkt aan een ziekte bij Karst T., dan zou het kunnen gaan over een paranoïde schizofrenie of een psychotische depressie. Of bijvoorbeeld over een soort Indonesische amokmaker. Ingmar Bergman beeldde zoiets prachtig uit in zijn film Vargtimmen ... het uur van de wolf, die je niet zonder koude rillingen kunt aanzien, zo gruwelijk is ze. Iemand die een hele familie uitmoordt en dan de hand aan zichzelf slaat zou zo iemand kunnen zijn, zoals de vorige week ook weer is gebeurd. Of sommige onbegrijpelijke, zeer gewelddadige, zelfmoorden. Het zou mij verbazen als aanwijzingen in die richting gevonden zouden worden in het onderzoek naar Karst T. Sporen van een psychiatrische aandoening zullen er niet zijn. Hij was dus niet waanzinnig. Juist zoals die jongeren in Amerika en in Duitsland die zoveel mensen vermoordden in scholen of universiteiten niet gek waren.
Een wanhoopsdaad anderzijds duidt op iemand die iets verschrikkelijks doet aan zichzelf of aan anderen uit wanhoop. En de bijgedachte is dan dat hij aan de wanhoop zelf niet veel kan doen. Het is hem ook maar overkomen. Mij lijkt dat het allemaal veel erger is. Ik zat zelf voor de televisie toen het gebeurde en ik had het gevoel erbij van een invasie van het kwaad, toen dat zwarte wagentje daar aan kwam stormen. Nee, geen daad van een waanzinnige, geen wanhoopsdaad. Het was op de eerste plaats iets verschrikkelijk slechts. Iets onversneden kwaads. Het lijkt een waarheid als een koe, maar wij hebben er toch moeite mee zaken zó puur moreel te bekijken. Ook de dokter heeft het graag over de jeugd van zijn patiënt of over zijn hersenbiologie en langs die lijn verdampt vaak het morele oordeel. De wetenschapper is niet gewend te redeneren in termen van het kwaad.
Dat is ook heel begrijpelijk, want het kwaad pur sang is iets waar we in het westen erg veel moeite mee hebben. Het kwaad bestaat alleen, als de mens een vrije wil heeft. En aan de vrije wil twijfelt de wetenschapper sterk. Dat komt, omdat de vrije wil alleen gelovig kan worden gefundeerd, want sinds René Descartes heeft geen filosoof, onafhankelijk van geloof, de vrije wil van de mens kunnen bewijzen of zelfs maar aannemelijk kunnen maken. Zelfs de allergrootsten niet, zoals Immanuel Kant, die sprak over de moraal als het categorisch imperatief. Het moet zeker maar ik weet niet waarom.
Als je Karst T. een slechterik wilt noemen of zelfs een duivel -en dat wil ik graag- moet je dus in God geloven. Het geloof doet het kwaad kennen en zonder geloof is er geen kwaad. Als God niet bestaat is alles geoorloofd ... zei Fjodor Dostojewski. Zonder God bestaat er alleen abnormaal gedrag, grotendeels onbegrijpelijk en nog onbegrijpelijker gemaakt door rationaliserende psychiatrische diagnoses, die verder niets verklaren. De nuance in de toespraak van de Koningin ontging denk ik niemand. Zij nam het woord sprakeloos in de mond, niet onbegrijpelijk en dat is een groot verschil.
Het was dus een daad van het kwaad, geboren uit ongeloof en zinloosheid. De man was door de duivel bezeten, maar die moet hij dan wel zelf hebben uitgenodigd. Zonder uitnodiging doet de duivel immers niets. Karst T. was een slechte mens en geen gek, in psychiatrische zin een heel normale en gewone mens, zoals ook Adolf Eichmann in zijn proces een normale en gewone mens bleek te zijn. Noem je zo iemand waanzinnig, dan onderschat je hem schromelijk, een levensgevaarlijke vergissing. Sporen van zinloosheid zal men in het persoonlijk leven van Karst T. zeker wél vinden. Van tatoeages die uiteindelijk niets betekenen hoorden we al en zijn computer zal wel vol zitten met rommel, porno en geweld met alles daartussen.
Een belangrijke kanttekening die hier moet worden gemaakt is dat er zoiets bestaat als het collectieve kwaad, waar het individu deel aan kan hebben. Het draagt daarmee de kwade daad niet helemaal alleen. Een soort collectief karma. Je kunt je dit voorstellen bij een teenager die om zich heen schiet, want er moet in zo'n geval ergens wel een uitweg zijn, als je de psychiater niet toelaat in je analyse. Hoewel Karst T. iets slechts deed was het wellicht mede ook het kwaad van anderen. Iets van ons allemaal zat er misschien wel in dat zwarte wagentje. Het kwaad van een gemeenschap. We leven immers in een gewelddadige en materialistische maatschappij, vol ongeloof en zinloosheid. En min of meer dragen we hieraan bij of proberen we het tegen te gaan. We spelen er allemaal een rol in. Een verbeterende of een verslechterende. Als we van onze kleine omgeving een paradijs proberen te maken remmen we dat autootje van Karst T. af. Doen we het tegenovergestelde dan tanken we het nog eens bij. Met deze opmerking terzijde wil ik zijn individuele schuld niet bagatelliseren, maar waar hier precies de scheidslijn ligt is niet goed te zeggen. En uiteindelijk zal het ook niet aan de mens zijn om dat te beoordelen.
Dat lelijke, ongepoetste wagentje, dat vehikel van het kwaad, had het gemunt op één van de weinige sprookjes, die er nog over zijn in onze gemeenschap en dat daar voortsukkelde in een oude bus met het dak eraf. Daarom moet de Koninklijke familie juist ook doorgaan, want het sprookje wint het tenslotte toch altijd van het kwaad. Het is immers het enige dat echt een band heeft met de werkelijkheid zelf, al komt de duivel nog tien keer aanvliegen op zijn zwarte ros, want ... zo zegt Teresa van Avila ... de duivel is lachwekkend. Het moet wél helder zijn dat je met de duivel te maken hebt. Want als Karst T. terecht komt bij de dokter, die hem immers niet begrijpt, dan is de overwinning tenslotte toch nog aan de Vijand-van-alle-goeds.
Wim Beurskens
Laatst hadden ze
het in Nova over cynisme in de politiek. In verband ook met Obama.
Er is daar vaak zo'n Amerika-commentator, Maarten van Rossum, en
hij kan er wat van. Bovendien is hij nog erg grappig ook. En Barack
Obama heeft het zelf regelmatig over het cynisme. Niemand geloofde
dat hij gekozen zou kunnen worden, als zwarte. Zelf had ik het ook
niet verwacht. Ik dacht dat de democraten alleen een kans maakten
met Hillary Clinton. Daarmee had ik buiten de waard gerekend,
namelijk de kredietcrisis en de schuldenlast van Amerika. Iedere
Amerikaanse president wordt uiteindelijk afgerekend op de economie.
Aan de benzinepomp dus. Een president die 10.000 miljard dollar aan
schuld achterlaat - dan is er plaats voor het andere uiterste,
zelfs een zwarte.Cynisme is gegrond in de werkelijkheid. De rij anekdotes die dat kunnen bewijzen is eindeloos. Ik beperk me hier tot de media en de politiek in de Westerse wereld, omdat hun pretentie zo groot is. En alles wat eraan hangt in de intellectuele wereld, historici, politicologen en iedereen, die als premisse voor zijn bestaan wel moet aannemen, dat het ergens over gaat in de politiek. Die pretentie is wél wezenlijk voor het cynisme. Immers je kunt niet cynisch zijn over een publiek figuur, dat zelf al zegt dat het niet deugt of niets te zeggen heeft.
En dan beperk ik me nog tot de Verenigde Staten, omdat zij zo'n gemakkelijk doelwit zijn. De Amerikaan is erg kwetsbaar voor spot. Daarom houdt hij helemaal niet van cynici, van wise-guys, van smart-aleks, vooral niet als ze gelijk hebben. Hij gelooft in zijn systeem, al sneuvelt hij er zelf aan. Menigeen die nu uit zijn huis wordt gezet zal niet willen beseffen dat dit komt door het systeem, dat hij zo bemint.
Politici en media willen nooit dat we ons cynisch uitlaten, omdat zij er zelf de belangrijkste bron van zijn, want de grootste cynici zitten in politiek en media zelf. Wat op de dag van 9-11 iedereen wist, is dat er een posse uitgestuurd moest worden. Het woord posse heb ik uit Arendsoog en Witte Veder. Als er in een dorpje in het Wilde Westen een misdaad was begaan, verzamelden zich een groepje mannen. Dat reed dan uit om de misdadiger te pakken. Dat eiste de volkswoede. En zij moesten met iemand thuis komen, liefst, maar niet noodzakelijkerwijs, met de dader. Bij voorkeur wél met een slechterik. En die werd dan gelyncht.
Blijkbaar zijn er politici geweest die zich op de dag van 9-11 al -zelfs in het aangezicht van al dat leed- hebben gerealiseerd dat er nu een oude rekening te vereffenen viel. En wel met Saddam. Inderdaad, het volk eiste een posse, het heeft er een gekregen en het heeft geen traan gelaten om Saddam. Amerika speelde hiermee al-Qaida enorm in de kaart, want dat heeft absoluut niets op met moderne, Arabische dictators, wat dat betreft ook niets met moderne, Arabische staten. Het zijn sta-in-de-wegs voor haar ideologie.
Internationaal recht, regels voor gevangenen, zoals in Guantanamo, vrijheid van de pers, al die doden in Irak, het maakte allemaal niets meer uit. Verbazingwekkend hoe snel alles overboord ging. Principes verdampten net zo snel als het geld in de kredietcrisis. In een crisis baat dus geen enkel systeem, hoe beschaafd en tijdsbestendig het ook pretendeert te zijn. En iedereen wist toch van te voren dat er geen weapons of mass destruction waren? Nog geen pot gevaarlijke verf is er in Irak gevonden. Maar ook dat deerde niemand. Een beetje opstand bij de BBC met die chemicus die later zelfmoord pleegde leidde tot een zodanige ingreep bij de omroep, dat er sindsdien niet meer naar te luisteren is door het stuitende conformisme. En er was vrijwel geen protest uit de bevolking. De bevolking was het er mee eens.
Als je cynisch bent over politiek en media in de Westerse wereld, kun je dat allemaal goed verdragen en is het zelfs amusant. Als je gelooft in de instrumenten van de democratie, dan is het haast niet te hebben. Wat uiteindelijk wél iemand deerde is het geld dat het gekost heeft. En dan krijgt de leider van de posse de schuld. Echter Bush was indertijd niet in de positie zijn ziel in zaligheid te bezitten en niets te doen. Dat had niemand genomen. Daarentegen had alles wat hij deed Amerika zelf beschadigd en dat heeft het gedaan. al-Qaida kan rustig achterover leunen. Ze hoeven echt geen vliegtuigen meer te kapen. En als de Amerikaanse president voorbij komt hoeft men echt geen putdeksels meer dicht te solderen. Want het gaat vanzelf mis. En toch was geen andere koers mogelijk dan deze.
Een vergelijkbaar geval was Kennedy, die werd gered door zijn ontijdige dood. Anders was hem de Vietnam-oorlog zeker aangerekend, want hij was er zelf mee begonnen. Anderzijds moest hij hem ook beginnen. Daar is iedereen het ook over eens. Na de Varkensbaai en het rakettenconflict met Nikita Chroesjtsjow. Een Amerikaanse president, -de machtigste man in de wereld, zo zeggen de onnozelen-, heeft niets te zeggen. Hij kan alleen rustig voortdobberen op de baren van de geschiedenis en als die wat hoog stijgen heeft hij pech gehad.
Reagan en Eisenhower waren gewoonlijk op vrijdag tegen de middag al vrij, want dan hadden ze het werk meer dan ruimschoots af. Langer konden ze het echt niet rekken. Dan gingen ze naar Camp David. Mirabile dictu wordt Reagan nu als één van de grootste presidenten afgeschilderd. Dat was ten tijde van zijn ambtstijd zeker niet zo. Heel vaak werd hij voor onwetend en zelfs kinds versleten. Misschien is het inderdaad wel zo, een president die zich voegt in de geschiedenis, dat zijn de besten. Reagan vond het een show en meer is het ook niet. Toen Arnold Schwarzenegger gouverneur van Californië dreigde te worden, sloegen de media in een knoop en werd hij uitgekreten voor een stuk onbenul, dat het nooit zou redden. In feite doet hij het fantastisch. Om dezelfde reden.
Leo Tolstoj beschrijft in Oorlog en Vrede maarschalk Koetoezow, die bevelhebber van het Russische leger was ten tijde van de Napoleontische veldtocht. Hij verloor elke slag en trok zich alleen maar terug. Tijdens de bevelhebbersvergadering vóór de slag bij Borodino viel hij in slaap. Hij wist dat ze de slag zouden voeren en verliezen. Tienduizenden soldaten zouden voor niets het leven laten in de koude en mistige vroegte van de volgende morgen, maar als er toch niets aan te doen is, kun je net zo goed wat vóórslapen. Ondertussen beschrijft Tolstoj geniaal de onbenulligheid van de bevelhebbersvergadering, de retoriek en de hemeltergende domheid ervan. Koetoezow liet Moskou aan de Fransen. Toen staken de bewoners de stad in brand en gingen er met al hun personeel vandoor naar hun landhuizen. Vervolgens moesten de Fransen midden in de winter terug naar Frankrijk. Een behoorlijk gedeelte van hen bevroor onderweg bij de Berezina. En Koetoezow werd door de tsaar ontslagen, omdat hij ze niet nog in de pan had gehakt. Maarschalk Koetoezow is de held van Tolstoj, want geschiedenis wordt niet gemaakt door de leiders, maar door het volk. Niemand krijgt 500.000 mensen zo gek vlak voor de winter Rusland te willen veroveren, zelfs Napoleon niet, als ze dat niet zelf willen. En als de geschiedenis een Hitler nodig heeft, vind je er drie in een straat. Dat is de Tolstojaanse theorie.
Tolstoj heeft zogezegd het historisch cynisme in de bellettrie verwerkt, maar hij heeft meteen ook de schuldige aangewezen. Leidersfiguren zijn irrelevant. Dit geldt a fortiori voor de democratisch gekozen leiders. Volgens Plato is de enige goede politicus degene die je er met de haren bij moet slepen en dat is in de democratie wel anders, want wat een mens moet doen om in een democratie boven te komen drijven leidt ertoe dat er in de visie van Plato nauwelijks één kan zijn die deugt. Er is een serie the making of the president over iedere presidentsverkiezing in de verenigde Staten sinds 1960, in het begin van de hand van Theodore H. White. Buitengewoon onderhoudende lectuur, maar je wordt er wél cynisch van. De leugen regeert ... zo zegt de Majesteit. En erger. Op de TV hoorde ik in een New-Yorks café iemand zeggen over een andere presidentsverkiezing ... they would exenterate ( of eviscerate) their own mother to get the job. Zij zouden de darmen uit hun eigen moeder snijden om de baan te krijgen.
Het omgekeerde zie je bij de erfelijke troonopvolging of bij mensen die toevallig op een hoge positie komen. Het gaat dan vaak verbazingwekkend goed. Zij doen het net zo goed en meestal beter dan de gekozen leiders. Zoals in het geval van Sonja Gandhi. Om over de verkiezingen van de paus en van de Dalai Lama nog maar te zwijgen. En hoe lang gaat het bij ons koningshuis al niet goed?
Het volk is dus de schuldige. Wat Bush over Moslims zegt of denkt, interesseert me niets, maar wat ik merk dat het gevoelen over Moslims is onder de gewone bevolking, de mensen bijvoorbeeld die op mijn spreekuur komen, dat verontrust mij, want dat hoopt zich een keer op. Hier zit ook iets in van karma. De mens aan de basis heeft de macht, maar niet om de redenen van de moderne democratie, want die macht had hij al lang vóór de democratie bestond. De verantwoordelijkheid voor goed en kwaad ligt bij de mens zelf. Als een groot aantal mensen in hun eigen kleine wereld zijn best doet is een gemeenschap stabiel. Is dat niet zo, dan gaat het mis.
Een gedoseerd cynisme dus, geïnjecteerd op de juiste plaats in een juiste hoeveelheid is zeer heilzaam, want ik ken genoeg mensen, die zich écht ergeren op de politiek, die écht zo=n onderzoek naar de deelname van Nederland in Irak willen, omdat ze écht niet weten wat eruit komt, en vervolgens overstuur zijn over wat er dan uit komt. Wat een verspilde energie voor niets. En verder is het al te serieus kritiseren van de politiek vaak ook maar een excuus. Dan hoef je het niet bij jezelf te zoeken.
Cynisme als levenshouding is levensgevaarlijk, maar cynisme over politiek en media is de houding van de verstandige mens. In de kwestie over Irak heeft Balkenende zonder twijfel alleen een onverwacht telefoontje van Bush gehad. Sidderend, maar toch in glorie, heeft hij meteen ja gezegd. Daar is later het hele verhaal omheen gebouwd en dat mag natuurlijk nooit uitkomen, want het bevestigt de cynici. Balkenende die moet spreken op de begrafenis van zijn vader en die dan niets beters weet dan te citeren uit een condoleance brief van Obama. Dan weet je toch genoeg. Dan heb je toch geen parlementaire enquête meer nodig.
Er kan nog een zaak voor worden gemaakt, dat Blair brilliantly wrong was, maar bij Balkenende ging het waarschijnlijk nergens om. En Blair heeft misschien zelfs wel berouw, want hij is katholiek geworden. Kort door de bocht, ik geef het toe, maar een rol daarbij zal toch zeker wel hebben gespeeld, dat Johannes Paulus II hem recht in het gezicht en van het begin af aan heeft gezegd dat de oorlog in Irak fout was. Maar Johannes Paulus keek dan ook niet naar de televisie. Hij schijnt alleen een oude, gammele zwart-wit televisie gehad te hebben, terwijl hij zelf toch de ster van de beeldbuis was.
Toch is cynisme een gevaarlijk tijdverdrijf. Er is het gevaar dat je de schepping en het bestaan niet serieus neemt. Het gif kan zich over andere gebieden van je leven uitspreiden en dat is heel erg ongezond. Eigenlijk fataal, de eerste schreden op weg naar de hel. Cynisme is alleen gerechtvaardigd, als je echt wat beters te doen hebt en dat ook werkelijk doet. Het moet blijven bij amusement. Het mag geen levenshouding van misantropie worden. Alles wat je cynisme je aan bevrijding geeft van het openbare leven, moet er aan positieve energie in je kleine wereld bij komen. Want daar zit de echte macht van de mens. Cynisme mag eigenlijk helemaal geen energie kosten. Het is iets voor ontspanning op het einde van de dag, als je toch niets meer kunt. Vroeger riep ik als ik thuis kwam van een drukke dag werk steevast ... nu iets met bloed en sex. Op de TV wel te verstaan. Tegenwoordig mag het ook Nova zijn, want dat is nog erger en nog meer ontspannend.
Als je je cynisme zou presenteren aan Teresa van Avila of Benedictus, zouden ze zeggen ... Mens, maak je toch niet moe om niks. Spoel je mond of ga biechten. Zorg voor je eigen ziel, dan heb je de handen meer dan vol. Iedere heilige weet, dat het publieke leven niets voorstelt. Het is de wereld ... zeggen ze dan en daar is niets anders van te verwachten.
Er zijn twee uitzonderingen op deze theorie van een gerechtvaardigd cynisme over het publieke leven. Hitler was een symptoom. Napoleon was een symptoom. Beiden waren geen oorzaak. Wél waren het slechte mensen bij alle standaarden, hoewel je in het geval van Napoleon daar bij de Fransen nog niet eens mee hoeft aan te komen. Zo zou Obama ook een symptoom kunnen zijn van een wending ten goede. Laten we dát hopen. Dat zijn verkiezing toch niet alleen veroorzaakt werd door de slechte economie, want die zal hij voorlopig wel niet ten goede kunnen keren. Laten we ervoor bidden dat zijn verkiezing een symptoom was van een nieuwe geest onder miljoenen mensen, want dat heeft wél echt invloed.
De tweede uitzondering zijn de profeten en het profetische in ieder mens. Profeten, kunstenaars, martelaren, maken wél verschil uit. Veel onderscheid is er trouwens niet tussen deze drie, want een beetje kunstenaar bijvoorbeeld is toch een bloedgetuige. Ieder mens heeft iets profetisch in zich en dat kunnen leiders van de weeromstuit ook wel hebben. Zoals onze koningin bijvoorbeeld in haar opvatting van haar roeping. Haar preken, zoals zij die zo mooi houdt met Kerstmis. Dat zijn de besten en als het volk zich er wat van aantrekt -wat ik zeker geloof- dan heeft zij ook nog macht, en die ontleent zij dan aan het profetische dat ieder mens gegeven is. Dat bestaat namelijk wél echt. Als de Majesteit als een wilde fury - als het Russische bloed in haar kookt- haar gezin beschermt tegen de aanvallen van het crapuul, dan is dat een mooi voorbeeld voor de mensen. Daarom staat het volk ook als één man achter haar, zoals blijkt uit de zeer ongewone resultaten van de opiniepeilingen. In opiniepeilingen is er nooit iets 80-90%, maar de steun aan haar is dat wél.
Sommige mensen die ik spiritueel vertrouw vertonen zo'n stille glimlach, als ze worden bevraagd over politiek en media. Soms lijken ze zich ook wat te verkneukelen. Dat is dan toch blijkbaar het enige wat er overblijft van cynisme, als je wijs geworden bent. En waarschijnlijk is dat de beste houding. Bij mensen die serieus bezig zijn met God en hun medemens hoor je niet veel van cynisme, hoogstens dus wel eens een flauwe glimlach, als er in hun bijzijn over politiek wordt gesproken. Ze hebben het er zelf nooit over en televisie kijken ze niet.
Dat is er van het cynisme overgebleven en dat hoort ook zo. In de Middeleeuwen was het gevaarlijk te reizen. Het was geen luxe tijdverdrijf. Er konden je zo in een holle weg bandieten en rovers in de nek springen en dan was het afgelopen. Daarom bad men van te voren om een goede reis. Voor de politiek kun je ook alleen maar bidden dat het goed gaat. Vertrouwen in het systeem is iets voor naïeve mensen. Ik las een stilistisch mooie brief van een vader aan Barack Obama, die het lot van zijn gezin in de handen van nieuwe president legde. Dat was helemaal off the mark. Zo zit het niet in elkaar. Hijzelf is echt één van de heel weinigen die iets kan doen aan het lot van zijn gezin.
Wat wij er in onze eigen kleine gemeenschap aan doen verbetert het karma -ook in vorm van kleinschalige politiek- en wat wij laten of fout doen verslechtert het. En dat is onafhankelijk van wat zich bij Nova of in de Tweede Kamer afspeelt. Wij hebben bijvoorbeeld het sociale paradijs waarin wij leefden écht zelf en heel democratisch afgebroken, niet Lubbers en zijn opvolgers.
Dat de geschiedenis zo in elkaar zit is geen cynische boodschap, het is in feite een boodschap van hoop. Want als het niet zo was, zou dat betekenen dat de macht inderdaad alleen maar in de handen van een paar mensen lag. De macht ligt in handen van ons, gewone mensen. En dat is een boodschap van hoop. Zelfs al kunnen we niet meer staken, zelfs al zijn we niet meer productief, zelfs als heeft de prestatiemaatschappij ons afgedankt. Het volk is zelf schuldig. Wij zijn toch de baas. Hoera.
Dit is nog een crypto-vastenpreek geworden en dat in hetzelfde weekend als een verlate kerstcolumn. Media en politiek zijn machteloos. Wij zijn het allemaal zelf schuld. Razza di vipere ... roept Johannes de Doper zo vol vuur in die film van Pier Paolo Pasolini. Ras van serpenten, adderengebroed. Als we allemaal aardig zijn tegen de melkboer, komt er geen oorlog. Dat is de wet van het karma. We zijn allemaal hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor de loop van de geschiedenis. De mens wordt noch vernietigd noch verlost door een systeem. Het systeem is nooit een excuus. Johannes de Doper preekte een doopsel van bekering. Niet aan de overheid in Jeruzalem, integendeel, bij de gewone mensen aan de Jordaan. Leven brengen om ons heen, dat kunnen we alleen zelf. Die macht hebben we en het kan altijd. In Hem was leven en dat leven was het licht der mensen (Joh. 1,4). Dat gaat buiten alle structuren en systemen om en het is gericht aan ieder van ons persoonlijk.

De affaire Williamson
Wim Beurskens
Foto: Maria Ausiliatrice in de kerk van het Generalaat van de Salesianen in Turijn
In de sacristie vlak voor de mis had men het over de affaire Williamson. Ik zei dat het wel een ongelukje zal zijn geweest. Een ambtenaar derde klasse in het Vaticaan zal niet hebben opgelet. Dat kwam me te staan op een aanval door de pastoor. Als de progressieven een stap fout doen, zijn ze ook altijd precies op de hoogte en maken ze geen vergissingen. Het is geen ongeluk.
De paus wil de groep van Lefèbre weer terughalen in de kerk. Enige tijd geleden stond hij toe dat de Tridentijnse mis weer mag worden gedaan, waar deze groep zo vóór is. Dat is de mis van vóór het Tweede Vaticaans Concilie. De mis zoals die is vastgesteld door het concilie van Trente. Tridentijns dus. De priester met de rug naar de mensen, maar samen met hun met het gezicht naar God.
Ooit stond een diaken in een mis, ergens in Goede Week, waarin paus Johannes XXIII voorging, het stukje voor te lezen, waarin het gebed tegen de ‘ongelovige en perfide Joden’ voorkwam. De paus riep ‘Iter’ nog eens. De diaken begon opnieuw en weer riep de paus ‘Iter‘. De diaken werd er doodnerveus van, totdat hij het ineens begreep. Bij de derde keer liet hij de woorden tegen de Joden weg. En toen was de paus stil. Ik ga er zonder meer van uit dat dit stukje ook nu niet meer in de Tridentijnse mis voorkomt.
Die politiek om oude vetes op te lossen is wel te prijzen, want afscheidingen zijn niet goed voor de kerk. Alleen, een stroming om de bevrijdingstheologen weer terug te krijgen in de kerk, die zie je niet. Dus de toenaderingspogingen zijn wel selectief. In dat proces heeft men gedacht dat het goed was de illegaal gewijde bisschoppen achteraf toch te legaliseren. Men heeft over het hoofd gezien of onderschat wat die Williamson allemaal heeft gezegd over de Holocaust. En zo’n illegaal gewijde bisschoppen, die letten niet op hun woorden, want ze zitten toch in het verdomhoekje.
Je kunt het vergelijken met de armoedebewegingen in de Middeleeuwen. Op de uitingen van de Franciscanen door de eeuwen heen is niets aan te merken, omdat ze gehoorzaamheid beloofden aan de paus. De Katharen deden dat niet en werden verketterd. Als je hun geschriften bekijkt komt er in hun latere ontwikkeling heel veel enorme onzin in voor. Toen ze tenslotte bij Carcassonne in de pan gehakt werden, stonden ze wel heel erg ver af van hun wortels. Zo is dat ook met deze bisschop. Hij is door de jaren heen niet herkend als rotte appel en nu zit men ermee. Nu moet hij achteraf in de pan worden gehakt en dat is too little too late. Ze zullen hem wel bisschop maken van een onbewoond stuk aarde, zoals in zo’n gevallen gebruikelijk is. Misschien ergens waar giftige gassen uit de grond komen. Dat zou wel toepasselijk zijn.
De Vaticaanse diplomatie werkt achter de schermen ongetwijfeld op volle toeren, maar het onheil is niet meer te keren. De kardinaal die over dit onderdeel gaat in het Vaticaan, Walter Kasper, zegt dat de bisschop een ‘idioot’ is. De Nederlandse bisschoppenconferentie noemt het incident rampzalig. De paus zelf benadrukt nog eens het Vaticaanse standpunt over de Joden. En eergisteren zei hij, dat hij van te voren niet op de hoogte was van de denkbeelden van de bisschop. Hij wil dat de bisschop zijn woorden onvoorwaardelijk terugtrekt. Deze zelf betuigde eerder zijn spijt aan de paus vanwege de overlast die hij hem bezorgt, maar vandaag zegt hij toch weer dat hij het bewijs voor de Holocaust eerst nog eens wil bestuderen. Dat is natuurlijk te weinig.
Mensen die denken dat deze paus de Holocaust ontkent en in zijn hart een crypto-nazi is, ja, ik denk niet dat men zich tegen zo’n soort kritiek moet willen verdedigen. Ik hoor toch tot degenen die bereid zijn te accepteren wat het Vaticaan zegt als wat ze werkelijk menen. Deze paus is veel minder oecumenisch dan de vorige. Hij gelooft in het extra ecclesiam nulla salus -buiten de kerk is er geen redding mogelijk. Anderzijds is hij toch niet vóór het sektarische in de kerk, de overdreven Mariaverering -hij verbood Medjugorje-, Opus Dei. Van deze laatste groep wordt vrijwel niemand benoemd in hoge posities. Dan gaan de Salesianen vóór. Zij zijn ook onderwijs-mensen, van Don Bosco in Turijn, maar verder totaal anders. Hoewel, één punt van overeenkomst hebben de Salesianen wel met Opus Dei. Wat zijn immers de grootste geheimen van de katholieke kerk? Wat de Jezuïeten denken en hoeveel geld de Salesianen hebben. Alleen als directeur van de Vaticaanse bank benoemde de paus iemand van Opus Dei. Waarschijnlijk hoopt de paus dat hij de bank wat bij zal vullen. Ook wilde hij ooit Luther rehabiliteren. Waarschijnlijk heeft men hem in een donker hoekje sub rosas medegedeeld, dat er ooit wel eens pausen die het te bont maakten iets in de soep gekregen hebben. Over Luther is niets meer gehoord.
Ooit zei Benedictus XVI dat het geweld bij de kerstening van de Indianen wel is meegevallen om dit de week erna weer te moeten terug trekken. Het maakt mij nog steeds sprakeloos hoe goed hij is weggekomen met de blunder van Regensburg, met hulp van de internationale pers weliswaar, die de portée niet snapte van wat de paus zei en verder wel wat anti-Moslim geluiden kon gebruiken.
De vorige paus was een profeet en eenling in het Vaticaan. Zo konden hij en curie elkaar wat corrigeren en behoeden voor vergissingen. Nu kan dat niet, want de paus en de curie denken precies hetzelfde. En nog een ander verschil. De vorige paus deed regelmatig spectaculaire uitspraken en hij heeft er nooit één hoeven terug te trekken. Hij had altijd gelijk, want hij was inderdaad een profeet. Als er een rel kwam, zei hij het nog eens drie keer overnieuw. Als deze paus iets spectaculairs zegt, moet hij het de week erop weer terugtrekken en hoor je er nooit meer wat van, want hij heeft tot nu toe bij een rel nog nooit gelijk gehad.
Deze paus is een rationele, hoogbegaafde geleerde. Anderzijds kan hij ook mooi schrijven, bijna poëtisch zelfs. Over zijn bidden kunnen we ons niet verstouten iets te zeggen, maar of hij het mystieke en martiale niveau van Johannes Paulus II haalt, valt te betwijfelen. Hij is overtuigd van de superioriteit van het Christendom boven alle andere godsdiensten. In de persoonlijk omgang, zo hoor ik van mensen die hem ontmoet hebben voordat hij paus werd, is hij een schat. In zijn functie als prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer en nu ook als paus is hij overtuigd van de hoogheid van zijn ambt -Godgewild zal het zelfs zijn- , maar ik geloof zijn eigen stelling echt wel, dat hij een nederige dienaar wil zijn. Toen hij nog prefect was, deed hij in alle stilte altijd de mis in de sombere kapel van het Campo Teutonico, het kerkhof in het Vaticaan waar ook Schaepman begraven ligt. Het is geen vrolijke kapel. Overal is het beeldhouwwerk getekend door de dood, skeletten en gapende doodskoppen. Nee, uit zichzelf heeft Kardinaal Ratzinger geen paus willen worden.
In de eetzaal van het bedevaartshuis, waar ik vaak kwam in Rome, zaten Kardinaal Lehmann en Kardinaal Ratzinger eens te eten. Lehmann, een bijzonder forse Duitser, zakte door zijn stoel. Ratzinger, gierend van de lach, moet wel hebben gedacht dat het een straffe Gods was, want Lehmann is een beetje aan de progressieve kant. Een echtgenote van een ambassadeur ging eens bij Johannes Paulus II op de hand ter communie. Dat durft bijna niemand, hoewel het gewoon mag. De volgende dag zat zij aan een diner naast kardinaal Joseph Ratzinger, die haar niet herkende en vertelde van het schandaal dat iemand -een diplomatenvrouw nog wel- het affront had begaan bij de paus op de hand ter communie te gaan. Communie op de hand ... dat zou op termijn toch verdwijnen, zo meende de kardinaal.
Als je bij de oude Panzerkardinaal moest komen als theoloog, dan ging hij bij de koffie-automaat koffie voor je halen, maar je kon dan toch de volgende dag wel eens in de krant lezen, dat je leeropdracht was ingetrokken wegens verkeerde denkbeelden. Eén van mijn huisgenoten noemde hem eens een clown, toen hij weer eens op de televisie was met één van zijn gekke mutsen en rode sloffen uit de Middeleeuwen. Daar heeft hij ook wat van weg. Het zijn niet alleen zijn kleren, kijk hem ook maar eens in de ogen. Ooit zei hij eens, dat we niet alles ‘so tragisch’ moesten nemen. Zo zal hij deze rellen ook wel verwerken.
Eén van mijn bekenden heeft langs de trap een Maria tegen stelende dienstbodes staan. Ik was er niet van op de hoogte, dat de Moeder Gods ook deze functie op zich neemt, maar ja, Maria verdraagt heel veel van ons. Wat ruimer geformuleerd, er bestaat een Moeder Gods tegen falend personeel. Er zijn mensen uit de kerk gestapt die niet bij een kerk willen horen die ‘zoiets’ denkt. In dit soort zaken word ik gewoonlijk gered door mijn comfortabele neiging tot anarchie. De paus is de servus servorum Dei, de dienaar der dienaren Gods. De paus is bij lange na niet de kerk. Het centrum en de top van de kerk is de parochie. En je kunt wel eens wat last hebben met je personeel. Zo is dat nu eenmaal. En de Moeder Gods bemoeit zich er zelfs mee.
Wim Beurskens
De Dalai Lama verkondigt dat hij het opgeeft met de Chinezen. Iemand vond het een schok dat zo'n religieuze leider het bijltje erbij neergooit. Tegelijkertijd had hij gehoord dat ook moeder Teresa van Calcutta in de laatste jaren van haar leven ten prooi was geweest aan twijfel. Kan er een einde komen aan het geloof?
Vanzelfsprekend mag het religieuze leven zijn brandpunt niet vinden in een politiek ideaal. Wereldlijk succes is onafhankelijk van religie. Niettemin heeft het Tibetaans Boeddhisme nog nooit in zijn geschiedenis zo'n vlucht genomen als in onze tijd. Vroeger was het een beetje achterlijk. Je ziet het duidelijk in de biografie van de dertiende Dalai Lama en in de film seven years in Tibet. De veertiende Dalai Lama, de huidige, zegt het zelf. Er was een vermenging met de oude Bön-religie en veel bijgeloof.
Het Boeddhisme zelf is door de Dalai Lama verspreid over de hele wereld, vooral in het Westen. Méér autoriteit en méér roem dan aan Tenzin Gyatso is in de recente geschiedenis aan vrijwel geen enkele religieuze leider toegevallen, uitgezonderd misschien aan Johannes Paulus II. Op de website van de Dalai Lama staat merkwaardigerwijs een hoofdstukje dignitaries met, hoogwaardigheidsbekleders ontmoet , maar daarop tref je wél iedereen aan die in deze wereld iets voorstelt. Deze week sprak hij nog het Europees Parlement toe en vandaag wonden de Chinezen zich erover op dat hij met de Europese voorzitter Sarkozy sprak.
Dit alles was nooit gebeurd zonder de vermaledijde Chinezen zelf, die tenslotte natuurlijk toch aan het kortste eind zullen trekken. De tegenvaller is dat China nu een machtige medestander vindt in het Westen. Het wordt bejubeld omdat het naar de vrije markeconomie overgaat. In feite wordt het bejubeld, omdat het voor ons soort heidendom heeft gekozen. Het kan dus nog wel even duren, voordat de Dalai Lama zijn doel bereikt. Het kon wel eens in een volgend leven pas zijn. Daarom kan ik me zijn opmerking wel voorstellen. Maar dat er echt wat mis is, nee, dat geloof ik niet.
Politieke duisternis moet een mens kunnen verdragen, maar er bestaat ook zoiets als een duisternis van de ziel, die een mens doet twijfelen aan alles. Het is een soort duisternis die je alleen ziet bij de gelovige mens of bij hem die veroordeeld is te geloven, zoals hijzelf in het begin zegt, of bij de uitverkorene, zoals hij later zegt. De ordinaire depressie bij de gewone mens kan in het uiterste geval leiden tot een einde aan dit leven en is daarmee dus eindig. Iedereen heeft wel eens in gedachten aan het water gestaan, maar voor de gelovige mens is dat een kinderziekte. De echte donkere nacht van de ziel eindigt niet met de dood. Leo Tolstoj had jarenlang in een schuurtje een stevig stuk touw liggen om niet te hoeven zoeken, als het een keer niet meer ging. Dat is het gedrag van een ongelovige of een dilettant, zoals de schrijver van Oorlog en vrede zelf later ook inzag. Een ander voorbeeld is Ignatius van Loyola, die ooit in Manresa ten prooi aan scrupules uit het raam wilde springen. Nee, het soort donkere nacht waar men het hier over heeft eindigt niet met de dood. Je schiet met de dood niets op.
De mens die zich heeft overgegeven aan de Geliefde kan momenten hebben, dat Hij er niet lijkt te zijn. Juist de gelovige mens kent het lijden. Hij kent de ogenblikken dat er geen vertroosting is. En juist hij kan daar haast niet tegen. De weg loopt soms door de woestijn. Dat is echter niet de donkere nacht van de ziel, want je moet niet geloven om het lekkere gevoel dat het geeft. Lekker is het immers vaak wel. Thomas à Kempis zegt echter, dat je zelfs dát moet willen opgeven. Een mens moet voor de Geliefde zelfs dát willen offeren, deze storm van glorie, die vaak opsteekt in de zoekende ziel. De gelovige moet juist als de militair willen sterven op het slagveld van zijn gevoelens. Je moet alles willen opgeven, dan ben je pas een dappere minnaar. Moest ik gaan door het dal van de schaduw des doods, kwaad zou ik niet vrezen. En zeker ook het lijf hoeft zich niet goed te voelen. Sterker nog, als het niet luistert moet er de karwats over. In andere tijden nam men dit laatste vaak zelfs letterlijk.
Teresa van Avila wil alles geven om de ontmoeting met haar Verlosser. Het lijden wat dit met zich mee brengt, heeft ze er graag voor over. En lijden is het ... dat zegt ze vaak genoeg. Het is het beeld van de zoete verwonding in vele heiligenlevens. Het lijden kent Teresa goed, ook sinds ze weet dat ze verlost is, maar toch zijn er tijden uit haar leven, die ze nooit meer zou willen meemaken. En die hebben te maken met haar donkere nacht van de ziel.
Laatst was ik in San Giovanni Rotondo bij pater Pio, inmiddels de heilige Pio van Pietrelcina. Hij ligt daar nu open en bloot opgebaard, sinds eerder dit jaar zijn graf is geopend. Nog grotere mensenmenigten komen er nu op hem af. Op de doordeweekse, donkere dag in november dat wij er waren konden wij echter zó naar hem toe lopen. De enige reden dat pater Pio daar nu op deze manier ligt is, omdat hij wist wat het was, die donkere nacht van de ziel.
We kwamen in een mis terecht waar een Ierse priester preekte. Het was al heel lang geleden, dat hij eens eerder in San Giovanni Rotondo was geweest. Wat hij er zich van herinnerde was een tekst van pater Pio die op het altaar was bevestigd, alleen zichtbaar voor de priester. The eucharist is the re-enactment of Calvary. De mysticus lijdt mee met Christus aan het altaar. Zo was ook het lijden van Teresa van Avila, maar toch is ook dit niet de donkere nacht, want iemand die dát weet over de katholieke liturgie, die weet ook dat Christus hem nooit meer zal verlaten. Iemand die zoals Franciscus of pater Pio de stigmata heeft, zo iemand lijdt. De gestigmatiseerde lijdt. Maar zoals Teresa van Avila zegt, geeft zij aan dit lijden de voorkeur boven alles in de wereld. Pater Pio merkt in de film over hem op, dat hij in zijn leven geen dag rust heeft gekend. Maar met Franciscus van Assisi zegt hij ook, dat hij er geen één zou hebben willen missen. Johannes Paulus II heeft zeker ook zoiets gekend ... een paus moet lijden. Mostra me la via ... toon mij de weg ... hoorde ik hem eens uitroepen, terwijl hij met bevende handen zijn staf omklemde. Dat was zeker autobiografisch. De weg die de paus daar zoekt is het grootste avontuur van het menselijk bestaan. Zij die hem tot het einde gaan, vinden de oplossing van la condition humaine. Want ... al het andere zal U worden gegeven om niet. Het lijden van de gestigmatiseerde of het lijden van hem die veroordeeld is te geloven is dus niet de donkere nacht van de ziel.
Typische donkere nachten van de ziel zijn die van Hammarskjöld, de vroege Kierkegaard, Thomas Merton op de Long Island Railroad en die van Tolstoj, wiens donkere nacht begon in de witgekalkte kamer van het posthuis van Arzamas. Bij de meeste erkende heiligen weet men niet veel van hun donkere nacht, want hij vindt plaats vóór hun bekering en is daarmee weggezonken in de mist der hagiografie. Maar als je ernaar zoekt heb je aan een half woord genoeg. Bij Teresa van Avila kun je uit de autobiografie haar donkere nacht gemakkelijk reconstrueren.
De lijdende mysticus, de gestigmatiseerde, die toch wel wat gewend is, wil de donkere nacht nooit meer meemaken. Meestal hebben ze hem zelf dus ervaren. Sint Jan van het Kruis in de donkere kerker van Toledo, hij heeft er zijn donkere nacht gekend, maar hij heeft er ook zoveel licht gezien, dat hij bevrijd werd uit de kerker van zijn geest. De donkere nacht van de ziel heeft geleid tot hun bekering. Het is een lijden, groter wordt het door de mens niet gekend. En zelfs zij die echt weten wat lijden is, de heiligen en de martelaren, dát soort lijden willen zij nooit meer. Op de brandstapel à la bonheur, maar niet de donkere nacht van de ziel.
In het begin lijkt hij zonder enige zin of uitweg. Het is bij wijze van spreken de ruimtevaarder die weet dat de brandstof van zijn vaartuig niet meer toereikend is om weg te komen uit zijn eindeloze baan en maar wacht tot de zuurstof op is, met dit verschil dat in de donkere nacht van de ziel de zuurstof nooit op raakt. Het is de eeuwige kringloop om het niets ... zoals iemand ooit zei, ik meen Hammarskjöld. Voor die ziekte van de "eeuwige eenzaamheid", de sygdommen til døden, de ziekte ten dode ... van Kierkegaard, de donkere nacht van de ziel dus, bestaat er maar één geneesmiddel, maar dat werkt dan ook altijd.
Als je over deze onderwerpen van jezelf moet nadenken, word je wél wat wereldvreemd. Laatst moest ik cadeautjes kopen voor Sinterklaas. Ik vind het altijd een kwelling om me te moeten voortslepen door de Hema, V&D en de Bijenkorf. Meestal beloof ik mijzelf dan een bidstond in een kerk aan het einde. Deze keer was dat weer eens bij de Moeder Gods Sterre der Zee. Gelukkig had ik veel aan mijn zus kunnen delegeren, want ik had haar man getrokken bij het loten. Maar iets bleef er toch over om zelf te doen. Dus stond ik bij de borstplaatjes-afdeling van de Hema. Het eigen personeel had blijkbaar waarde-bonnen gekregen en wisselde die in voor borstplaatjes en zo. Ik had toch zo met ze te doen. En ook met al die andere mensen die, gekleed in donkere, afgedragen kleren afgetobd langs de rekken sjokten en tegenover elkaar de prijzen vergeleken. Die arme, arme mensen die daar alles moesten uitzoeken en kopen. Kijk, dit is afgeprijsd. Dit kost maar 1,25. Dit jaar duurde het nog korter dan anders, voordat de sfeer te zwaar op me drukte en me de sacramentskapel van de Onze Lieve Vrouwe kerk in dreef. De donkere kerk met hier en daar een licht, dat weerkaatste op de zwarte, glimmende vloer. De kaarsen voor de beelden van de heiligen en de vele lichtjes voor de verweerde, oude piëta die daar staat. Al die mooie dingen, welke even zo vele lichten zijn in die de donkere nacht, en hem ooit verdreven. He, he, wat een oase. En een gevoel van thuis. Na een uurtje voor het Heilig Sacrament heb ik me weer naar buiten gewaagd. Naar een nabij café, waar de mensen ineens weer heel anders waren. Vrolijker. De aardige kelner die de dubbelbock en de moules à l' escargot bracht, alsof het een feestelijke gelegenheid was. En zelfs de drie geblondeerde dames met de luxe tassen uit speciaalzaken leken in dat café toch geen typische slachtoffers van de koopzucht, één van de varianten immers van de kringloop om het niets. Zij leken het café toch nog leuker te vinden dan de winkel en de tassen maar voor de aardigheid met zich mee te sjouwen. En dat is een goed teken. Toen ben ik nog een uurtje naar de Moeder Gods zelf gegaan en vervolgens naar huis met een behoorlijke voorraad borstplaatjes in drie kleuren, lichtbruin, donkerbruin en wit, en een nieuwe agenda voor mijzelf. Helemaal vertroost. Die vertroosting, dat had dus officieel niet gehoeven. Maar ik ben tenslotte ook geen heilige.
Wat die vervreemding betreft, soms zijn er inderdaad lichtpuntjes. Maar hele kleine soms, maar ze zijn er. Een paar dagen eerder zat ik midden in de nacht bij een sterfgeval en de mensen wisten niet hoe ze de Dela moesten bereiken. Ik wist dat er zo'n callcenter is. Daar zit altijd iemand met een fantastische stem voor zoiets. Die lijkt wel uit het hiernamaals zélf te komen, inderdaad de l'outre-tombe of vanaf een roeibootje op het inkzwarte water van de Styx. De toon verandert niet, als de stem zich er als een terriër in vastbijt om alle gegevens uit de beller te krijgen. Dat is het lichtpuntje niet, maar ik vroeg aan telefonische inlichtingen om juist dit nummer. Na een ogenblik zegt de telefoniste ... bedoelt U het nummer voor overlijdensmeldingen? Het was tenslotte in het holst van de nacht .. . ja ... zeg ik. De stilte daarna duurde net wat te lang. Dat ogenblik te lang, dat gaf medegevoel door, want ze wist natuurlijk niet dat ik maar de dokter was. Dat was ook een lichtpuntje. Het kwam een fractie van een seconde te laat, dat ... de computer helpt U verder. Ja, ja, lichtpuntjes zijn er genoeg in deze wereld, zelfs voor de wereldvreemde.
De donkere nacht is het begin van de ervaring van God. In onze tijden is dat meestal zo. Vroeger toen het geloof en de kerk alles doordrongen, konden mensen al in het klooster zitten, al van alles beleefd hebben met devotie en zo, terwijl het echte werk dan nog moest beginnen. Zoiets is Teresa van Lisieux waarschijnlijk overkomen, ook al was het toch wel bijzonder, dat zij aan paus Leo de dertiende tijdens een audiëntie onaangekondigd vroeg of zij met haar veertiende al in het klooster mocht. Dat was officieel niet toegestaan. De paus heeft waarschijnlijk gedacht dat het wichtje niet goed wijs was, want hij heeft er toen niets op gezegd. Op de weg terug naar Frankrijk heeft de familie zich nog gedragen als gewone bedevaartstoeristen. Zij zijn in Assisi langs geweest. Met de trein zijn ze aangekomen op het stationnetje, waar ik nu ook nog regelmatig kom. En vandaar met paard en wagen de heuvel van Assisi op. Laatst hoorde ik dat men haar ouders ook zalig wil verklaren. Haar vraag aan de paus was heel bijzonder voor een kind van veertien jaar, en zij ging ook werkelijk het klooster in, maar misschien was het God toch niet bijzonder genoeg, want Teresa van Lisieux heeft, zo zegt men, in het klooster nog lang in een Gottesfinsternis geleefd. En dit wordt dus ook gezegd van Moeder Teresa van Calcutta die haar spectaculaire goede werken deed. Het kan best zijn dat zij nog lang heeft gemeend, dat het God niet genoeg was.
De donkere nacht die tot verlossing leidt, dat is de echte donkere nacht van de ziel. De mens die dat meemaakt kan niet meer terug. Hij hangt wel tussen de hemel en de aarde, maar terug gaat niet meer. Dat kattenluik is hij gepasseerd. Daarom komt het ook niet voor dat iemand in deze toestand nog tot apostasie vervalt. Je bent voorbij het stadium dat niet geloven een optie is. Terug kan niet meer, maar hoe het verder moet, dat ziet hij ook niet. Het is de hel, zoals Kierkegaard, Tolstoj, Merton en Teresia ze hebben ervaren. Maar het is ook de plaats waar de mens beseft, dat hij verlost moet worden. Dat het op geen andere manier gaat dan door iets van buiten. Iets ongekends en onverwachts. Vooral iets onmogelijks ook. Een deus ex machina, die hij jammer genoeg pas herkent als hij er al is.
Een beetje jaloers ben ik wel op Ignatius van Loyola, die als hij de mis deed zo vaak zwom in een bad van tranen en dan niet kon spreken, maar misschien komt dat nog wel een keer. Zijn tranen onder de mis, zijn spirituele visioenen, zijn geestelijke inzichten, plotseling iets begrijpen wat je nooit begrepen hebt en wat niet onder woorden te brengen is, het licht zien, dat zijn ervaringen van de mens, die komt uit de donkere nacht van de ziel.
Want de donkere nacht van de ziel is echt akelig. Het is de afwezigheid van Christus bij iemand die niet zonder Christus kan. Met Hem meelopen naar de Schedelplaats en hetzelfde voelen als hij, dat is niet de donkere nacht van de ziel. De donkere nacht van de ziel is op die weg niet met Hem mee mogen. Er niet goed genoeg voor zijn. In deze toestand zijn ideeën van schuld dus wegwijzers naar de verlossing. De mens die plotseling beseft dat hij zijn verlossing heeft gemist moet juist dit gaan zien als de eerste kier van een licht dat schijnt onder de deuren door de lange gang van zijn leven. Het maakt het allemaal nog veel erger, maar dan is bij wijze van spreken tenminste de diagnose al rond.
De donkere nacht van de ziel is bij velen te herkennen. Abu Hamid al-Ghazzali twijfelde aan zijn eigen verlossing en raakte daardoor in een geestelijke crisis. Dat is inderdaad het echte thema van deze donkere nacht. Al het andere is bij wijze van spreken peanuts. Het gemist hebben van het doel van je bestaan en de zin van je leven. De Geliefde die zich teleurgesteld van je heeft afgekeerd, terwijl hij grootse dingen met je voorhad. Alles, alles had je kunnen hebben, maar je hebt ‘nee' gezegd. Nee, tegen liefde voor jou alleen. Zonder bijbedoeling, zomaar.
De profeten van weleer, de martelaren, de heiligen, en al de gewone mensen die dit beleefden hebben tenslotte toch nog God gezien, ook nog in dit leven. Als een feniks zijn ze uit hun as herrezen. Misschien moet je daarom ook wel zeggen dat de donkere nacht van de ziel niet bestaat. Want als je hem krijgt, zul je tenslotte worden verlost. Maar dan zijn we al bij Kerstmis aangeland, terwijl de Advent nog moet beginnen. Als de inslag van de donkere nacht de ziel treft is zij al verlost. Het zou overigens geen kwaad kunnen indien ons dit reeds in het begin schriftelijk zoude worden medegedeeld, om eens te proberen met een Reviaanse zinswending de geliefde meester na te doen. Als de Heer die dagen niet verkort had, zou geen mens in leven blijven ... zegt Jesaja. Zoals het ook staat in het vierde canongebed van de katholieke kerk ... door ongehoorzaamheid aan U heeft hij Uw vriendschap verloren, maar Gij hebt hem niet aan het geweld van de dood overgeleverd, integendeel, Gij zijt hem met alle hulp tegemoet gesneld, zodat wie U zoeken wil, U reeds heeft gevonden. Als je verlossing nodig hebt dan word je ook verlost.
Christus Koning, wat moet je ermee ... zo zucht de pastoor in zijn preek. Je vindt het niet in de foeilelijke Christus Koning beelden die uitgestrooid zijn over ons bisdom en over het onze niet alleen. Christus Koning is inderdaad een devotie-feest. Zoals het gesticht is door mensen die de verlossing ooit ervoeren. Die hem gehoord hebben, die klop op de deur, van welke zij nooit meer hadden verwacht dat hij zich ooit nog eens zou openen. Het is de totaal onverwachte tik op het venster van die arme ruimtevaarder.
Over de donkere nacht van de ziel zegt de Boeddha ... such is a disease which needs a Buddha's curing . Of in de woorden van Hammarskjöld ... zo niets je echter meer kan troosten dan God, waarlijk, zo troost Hij je ook, of in de woorden van Jesaja ... weet gij het dan niet? Hoort gij het soms niet? Werd het U niet verkondigd vanaf den beginne? Hebt gij het niet begrepen sinds de grondvesting der wereld ( Jesaja 40,21)? De donkere nacht van de ziel, waar Jezus zèlf zelfs van zegt ... sommige duivels zijn alleen uit te drijven door bidden en vasten. De donkere nacht van de ziel begint niet zonder dat God er voor jou ook al een einde aan heeft gedacht. Het ouderwetse lied van Christus Koning is zo'n echte meestamper. Daarom wordt het nog gezongen. Je kunt er niet omheen. Hoewel, voor de mens die de dageraad ziet gloren aan het einde van zijn donkere nacht is de tekst helemaal niet zo ouderwets en het is inderdaad een meestamper, reeds als tekst alleen al ... Aan U o Koning der eeuwen aan U blijf de zegekroon. Onsterflijk schittert uw glorie door alle haat en hoon! De volkeren verdwijnen, maar luider klinkt ons lied: De wereldzon blijft schijnen, haar glanzen sterven niet! Hoor! Jublend naderen de eeuwen met psalmen vol hoger gloed. In brede koren weerklinkenden Koning hulden groet! Hoe schateren hun zangen, langs aard en luchtgebied: De Koning aller ere zij leven, liefden lied!
(meer info: www.wimbeurskens.nl)
In deze dagen vraagt men zich wel eens af wat de werkelijke waarde is van onze economie. Er is mij verzekerd dat de AEX niet onder de nul kan zakken. Straks krijg ik nog gelijk dat ik alles meteen opmaak, want een arbeider is zijn loon waard en de toekomst kun je niet kopen. Hoewel ik wel aan een pensioenfonds moet betalen. Dat zeg ik eerlijk.
Men is er enkele jaren geleden al achter gekomen wat de waarde is van de elektronische communicatie-hype. We weten inmiddels dat je in een hutje in Afrika of in een voorstad van Calcutta kunt verhongeren, terwijl je een TV hebt, aangesloten bent op het internet en in het bezit van enkele mobiele telefoons. De Hmong in Noord-Thailand hebben schotel-antennes op het dak van hun op inzakken staande woningen. Dus die communicatie-gadgets zijn al niets waard. Zij worden met de miljoenen tegelijk uit robots gespuwd, terwijl de kennis erachter al lang ontwikkeld en betaald is. En voor het communiceren baten ze ook niets, maar daar moeten we, geloof ik, nog achter komen.
De economie kan dus het aanzien van een haast dubbele waarde hebben -toen de Aex nog op 700 stond-, terwijl het in feite een zeepbel blijkt te zijn. En ik vraag me ook wel eens af, leek als ik ben, wat de waarde is van de economie in de plaats waar ik werk als huisarts? Of die van mijn praktijkbevolking? In ieder geval niet voldoende om allen die niet werken - en dat zijn de meesten, zij het voornamelijk om een goede reden - te onderhouden. Als er geen geld was, wat moesten ze dan?
Dus de beurs wordt de laatste tijd opgebouwd uit computerbestanden, die geen relatie meer hebben tot de werkelijkheid. De enorme schommelingen gaan niet meer over iets dat substantie heeft. De ABN is binnen één jaar tientallen miljarden in waarde gezakt, terwijl er hetzelfde werk wordt gedaan. Eens heb je iets, dan heb je niets. Zo zit inderdaad een casino in elkaar. De beurs is een speelhol geworden met de goktafels rechtop. En in Amerika hebben de banken mensen hypotheken aangepraat, die zó ingewikkeld in elkaar zaten, dat zij zich ongemerkt levenslang in slavernij begaven of nu dakloos zijn geworden.

Ja, men heeft het gevoel, dat men naar iets slechts zit te kijken, anders dan wanneer je naar het nieuws over een erge orkaan of een zware aardbeving kijkt. Bij de kredietcrisis komt niet de vraag van de theodicee op. Hoe kan God dit toelaten? We zijn het zeker op de een of andere manier zelf schuld. We kunnen zelf van onze gemeenschap een paradijs of een hel maken. Daaronder valt het, dat is wel zeker, want alles lijkt gebaseerd op hebzucht. Voor een paar tienden van procenten rente méér zetten mensen hun geld op onsolide banken. Gemeentelijke specialisten zetten miljoenen op een bank van een gemeenschap die niet groter is dan de helft van Amsterdam. Nick Leeson kon een hele bank failliet laten gaan. Veel mensen die aan het roer zitten hebben blijkbaar de mentaliteit van een speler aan de goktafel.
En dan de enorme bonussen en salarissen, dat is natuurlijk gewone ouderwetse criminaliteit, waar vroeger oorlogen en revoluties om begonnen. De oude adel in Rusland heeft zoiets ontzettend lang volgehouden door te zeggen dat het zo hoorde. En men heeft het lang geloofd, totdat het een keer helemaal mis ging. Zoals Onno Ruding laatst op de TV zei dat hij een salaris van een miljoen heel normaal vond. Dat gelooft men en heeft er zelfs bewondering voor, zolang je er maar koddig genoeg bij kijkt.
Nu krijg je het ook, dat mensen hun gokschulden proberen te verhalen op hen die nog wat hebben. Het is ook een goede aanleiding om de ouwelui uit te schudden of laat ons zeggen een collecte te houden onder hen. De belegger in Europa is al de Amerikaanse schulden aan het betalen. En de collecte kan nu worden gehouden ..., zoals bij ons de emeritus-priester altijd zegt tijdens de mis. George Bush is inmiddels ook alweer komen bedelen om zijn oorlogen betaald te krijgen. Het is een probleem van ons allemaal. Terwijl de Verenigde Staten 10.000 miljard dollar schuld hebben. Dit moet toch zuur zijn voor de arme landen, of zelfs maar voor de bevolking van Zuid-Amerika. En de Amerikaan zelf schijnt het helemaal niet te deren, zo hoor ik van iemand die nog pas in de Verenigde Staten is geweest. Ongetwijfeld een voorbode van een kom het maar halen in de toekomst. Je voelt het aankomen. Het is de arrogantie van degenen die hebben en die niet weten wat er in de geschiedenisboeken staat.
Een paar jaar geleden zei een deskundige tegen mij ... het is niet goed dat er zoveel in handen is van de aandeelhouders. Ook zonder de nieuwe problemen is de beurs er toch voor bedoeld onevenredig veel geld te verdienen aan andermans arbeid. Als dat niet zo is, dan kun je je geld net zo goed gewoon uitlenen. Moeten we misschien terug naar de oude Bijbelse economie? Als iemand geld nodig heeft voor een bedrijfje geef je het hem, zonder rente ervoor te vragen en zonder winst ervoor terug te verwachten. Alleen moet hij zijn schuld een keertje terugbetalen, desnoods met zijn eigen arbeid. Of die van de vroege christelijke gemeenschappen, waar alles werd gedeeld? Of moeten we straks misschien nog Islamitisch gaan bankieren? Dat zou wel komisch zijn. Dan is de duivel is toch zeker wel door de achterdeur binnen geslopen. Of zouden er niet tenminste banken moeten bestaan die je geld gewoon bewaren in plaats van het te vergokken? Al het andere is stelen? Nee, dan ben ik een communist en dat wil ik nu ook weer niet.
Mijn oma, een Duitse die rond 1930 naar Nederland emigreerde, omdat zij een Nederlandse man had, heeft twee maal in haar leven het geld kapot zien gaan. Na de Eerste Wereldoorlog in Duitsland en na de Tweede in Nederland. Ik heb nog Reichsmarken van haar. Lappen papier die niets waard waren. Op het einde van haar leven had oma niets meer met geld. Dat had ze afgeleerd.
We zijn opgegroeid met het idee, dat de mensen vroeger nu eenmaal arm waren, maar dat is natuurlijk helemaal niet zo. De Bijbelse economie bijvoorbeeld was niet arm, veel Afrikaanse economieën evenmin, totdat wij kwamen. Waar we aan terugdenken was een recessie, die van de dertiger jaren en aan de armoede van Duitsland na de Eerste Wereldoorlog. En dat ging ver, denk maar aan de kindersterfte in die tijd. Maar eerder was het beter. Echte armoede is natuurlijk ook vooral ontstaan met de industriële revolutie en de kapitalistische economie. En met de opkomst van de grote steden. Leo Tolstoj had op het einde van de negentiende eeuw een huis in Moskou, maar hij kon er niet leven, omdat hij zag wat er met de gewone mens gebeurde in zijn nieuwe slavernij, terwijl hij net de oude had afgeschaft op Jasnaja Poljana, zijn landgoed bij Toela. Zijn vrouw ging er dan maar weer heen terug, want in Moskou was er niets met hem aan te vangen. De derde wereld is ontstaan door een globale economie die oude structuren opbrak. Als U meer dan 1650 euro bezit bent U rijker dan de helft van de mensen op aarde ... zag ik deze week op een poster. Wat die 1650 ooit nog waard zullen zijn, want iets zullen we toch wel merken van die kredietcrisis?
Bij ons thuis hangt een foto uit de tijd dat de familie nog in Duitsland woonde, gemaakt door een rondreizende fotograaf. Het is een wel een heel schamel troepje, dat daar voor het kleine huis aan de weg staat. En ze waren er natuurlijk niet op gekleed, want de fotograaf kwam langs de deur op een gewone, doordeweekse dag. Het moet geweest zijn in 1928 of in 1926. Het is namelijk de vraag of het kindje in de kaduke kinderwagen Sjengske was die op vierjarige leeftijd van schrik stierf, toen hij de schuur zag afbranden, of reeds mijn jongste oom, toen Sjengske er al niet meer was.
Wat is die kredietcrisis toch een saai onderwerp. Want de religieuze mens moet er natuurlijk over schrijven hoe je de hemel op aarde kunt krijgen en dan zijn we hier toch ver van de weg geraakt. Aan de goktafel hoort hij zich niet te vertonen. Dat was ook de zwakke plek van Fjodor Dostojewski, waar hij zoveel onder geleden heeft. Ooit beschrijft hij hoe onweerstaanbaar hij het speelhuis van een of ander Duits kuuroord - het was Baden- Baden, meen ik - werd binnen getrokken en hoe hij uren later naar buiten wankelde, een fortuin lichter en een geest zo zwaar als de halve aarde. Het was één van zijn zonden. Geen stap zou ikzelf over de drempel van een casino moeten zetten. Ikzelf zou zó alles kwijt zijn. En op de beurs was ik dan inmiddels ook al zover.
Bah, bah, wat een verhaal. Ik moet er toch een christelijke draai aan geven, anders past het niet op deze bladzijden of is het gewoon gemopper. Het doet me dan denken aan Tolstoj die in zijn oorlog en vrede een belangwekkende visie op de geschiedenis ontvouwde, de enig juiste volgens mij, namelijk de volstrekte onbelangrijkheid van de leidersfiguur. Toch heeft hij later spijt gehad van deze uitweidingen en dit soort gefilosofeer. Nadenken en schrijven over de kredietcrisis is een verleiding voor de monnik, die ik toch probeer te zijn. Het heeft geen zin en het is een verspilling van tijd. Daarom trokken ze vroeger ook naar de eenzaamheid, om van dit soort verleidingen verschoond te blijven en hadden ze geen bezit. Hongersnoden komen nu eenmaal over het land en je weet niet waar ze vandaan komen. Zo is nu eenmaal het leven.
Maar wat moeten we dan? Mijn oma heeft toch proberen te leven. Toen ze al heel oud was heeft ze nog friet moeten leren maken, omdat onze moeder gestorven was en ze bij ons inwoonde. Daar slaagde ze niet zo goed in, omdat het haar niet aan het verstand te brengen was dat je frites twee keer moet bakken. Maar toch, we waardeerden de poging, hoewel het ons moeite kostte dit te laten blijken in het zicht van die slappe, bleke frietjes. Van onze kleine wereld een paradijs maken. Dat ligt in de macht van de mens. Hij kan vandaag beginnen en dan heeft hij morgen al succes en het is pas morgen, omdat hij ‘s nachts nu eenmaal in zijn bed ligt. Anders was het al vannacht.
Om met Jesaja te spreken ...
Komt allen die dorst hebt, hier is water,
en gij, die geen geld hebt,
komt, koopt koren en eet zonder geld,
en drinkt zonder betaling wijn en melk.
( Jesaja, 55,1)
(afbeelding: schilderij in
Tretjakow galerij van arme kinderen die hard moeten werken)Bij enkele dames die ik bezocht kreeg ik gistermiddag een folder onder de neus over een katholiek project voor vondelingen in China. De pater die erover gaat had er juist zelf in Steijl over gesproken. Eén procent van de bevolking in China is ondergronds katholiek en één procent is lid van de nationale katholieke kerk. Maar goed, zei ik, dat de paus zich tegen de nationale katholieke kerk in China heeft uitgesproken. Want afhankelijkheid van een regiem als dat van China is wel het laatste wat de kerk kan gebruiken. Maar daar waren de dames het niet mee eens. De katholieken in de nationale kerk zijn echte katholieken en ze kunnen niet anders. Een vader van een gezin bij de ondergrondse kerk kan de kost niet meer verdienen. Niet iedereen kan het zich permitteren bij een schuilkerk te zijn. En we hebben gezien wat er met de Falun Gong is gebeurd. En ze zijn toch allemaal vóór de paus ... werd er nog aan toegevoegd. De beide kanten van de kerk lijken ook nogal verstrengeld. Hier zal wel weer zo'n katholieke list in het spel zijn. Waarschijnlijk wordt er een rookscherm opgetrokken dat veel meer eenheid verbergt dan nu wordt vermoed. Als China eens verandert, kan dat mooi allemaal ineens worden verenigd en gelegaliseerd.
Het deed me denken aan een reis door Rusland in de tachtiger jaren. Menig toerist zag achter iedere pilaar een KGB-agent, maar je merkte dat de gewone Rus het regiem allang had afgeschreven, voor zover hij er ooit in geloofd had. We waren eens met de bus op weg naar de Tretjakow-galerij in Moskou. In dat museum hangen alleen de Russen, de ziel van het oude Rusland met de eindeloze berkenbossen, waar de groten van de Russische kunst uiteindelijk God vonden. Toen we in de bus vroegen waar we eruit moesten begonnen ook anderen zich ermee te bemoeien. De Tretjakow was wel het mooiste waar je in Moskou naar toe kon gaan, daar waren ze het allemaal over eens. En iemand werd afgevaardigd om ons van de halte naar het museum te brengen.
In China was dat in diezelfde tijd anders. Daar had je het idee, dat het anti-religieuze denken de bevolking nog tot in de diepste poriën zat. De mensen geloofden er zelf in. Dat maakt het voor schuilkerken extra gevaarlijk door collaborateurs en informanten en dat schijnt nu ook nog zo te zijn. Een gids die we meemaakten kon haar lachten haast niet houden toen ze iets moest vertellen over het Boeddhisme, zo'n onzin vond ze het.
Dat werk van die pater, ja, dat maakt wél verschil. Gutta cavat lapidem, de druppel holt de steen uit. En niets anders. Zeker niet het instituut van media en politiek uit het Westen, dat nu zo tekeer gaat tegen China. Hun onmacht is zonneklaar. Ik doe ze maar voor het gemak op één hoop, want er is te weinig verschil om van twee instituten te kunnen spreken. Het kunstmatige verschil is er alleen maar om elkaar in leven te houden. De politici die voor de camera moeten bevallen van hun tekst, dat ze bij de Chinese leiders de mensenrechten ter sprake hebben gebracht -tot groot amusement ongetwijfeld van deze laatsten-, die maken geen verschil. En evenmin de westerse media die nu voor de sporters de Olympische Spelen proberen te bederven. Beide kunnen helemaal geen kwaad voor het huidige China. Het regiem en zijn filosofen herkennen zonder twijfel de verwantschap met het Westen en het ene heidendom hoeft het andere niet ervan te overtuigen hoezeer ze feitelijk op elkaar lijken. Handel is het allerbelangrijkste. Of wie denkt er dat ons systeem geen mensenlevens kost?
De Dalai Lama vindt het fijn dat de Olympische Spelen in Peking zijn. Daar zal wel iets goeds van komen. Erica Terpstra vindt het ook fijn. En tegen twee zo'n mensen moet je je niet willen verzetten. Sommigen hebben recht van spreken. Het doet me denken aan de opmerking die Mao-Tse-Toeng in een privé-onderhoud maakte tegen de jonge Dalai Lama, toen die een jaar in Peking was geweest. Je gelooft toch zelf niet in die onzin? In horreur is hij toen maar terug gegaan naar Tibet om niet erg lang daarna te moeten vluchten naar India. Om daar tenslotte te zien hoe het Tibetaans Boeddhisme zijn grootste vlucht in de geschiedenis maakt. Menig Tibetaans Boeddhist moet er toch verbaasd om staan dat hij zó belangrijk geworden is. Alleen déze druppel die de steen uitholt heeft echte macht in de wereld. Van die kant moet het komen. En die macht is onoverwinnelijk en onweerstaanbaar. Dat mensen daar in China langs de straten gaan en zo'n kleine kindje in een doos langs de weg oppakken en het gewoon opvoeden zonder commentaar en zonder oordeel, daar kan niemand tegenop. Ook de geschiedenis niet. Nee, daar is werkelijk niets tegen te beginnen.
Misschien zijn er wel wat meer mensen in de kerk, maar probeer er toch maar een paar over te houden. De pastoor heeft het over Moederdag en over Pinksteren, want die vallen samen dit jaar. Alle vrouwen krijgen een witte roos mee naar huis, maar er zijn er misschien te weinig. In ieder geval geen roos aan mannen die er een vragen voor een thuis gebleven echtgenote. Had ze maar moeten komen. De katholieke oplossing die ik voorstel ... alleen aan moeders met drie of meer kinderen ... wordt verworpen. Uiteindelijk blijkt de kerk inderdaad vol te zitten en hebben we er te weinig. Maar de laatste vrouwen gaan met een manmoedig ...hoeft niet ... de kerk uit.
Het zat dus vol met Pinksteren bij ons. Het is het derde en laatste hoogfeest van het kerkelijk jaar. Ze gaan alle drie over Jezus. God zelf heeft geen hoogfeest. Hemelvaart ligt er zo'n beetje tussen in en Jezus zegt daar meteen bij ... Ik zal met U zijn tot aan het uiteinde der aarde ... en ... waar twee of meer bijeen zijn in Mijn naam ben Ik in hun midden. Jezus zal er dus toch zijn, altijd, waar we ook zijn. De groten van de geest uit de geschiedenis van de kerk worden niet moe te zeggen, hoe letterlijk dit genomen moet worden. Niet zomaar symbolisch. En in de katholieke liturgie vormt dit besef haar grondslag
Jezus is verrezen en met zijn hemelvaart verdwijnt zijn lichaam. Maar Hijzelf is gebleven. Dat wordt met Pinksteren gevierd. Er is het vraagstuk van het filioque ; of namelijk de Geest, de derde persoon uit de Drie-eenheid, nu alleen uit God of ook uit Jezus voortkomt. Grote breinen hebben zich er het hoofd over gebroken en concilies zijn erover gevoerd. Mij lijkt dat ook Jezus de Geest voortbrengt en net zoveel Geest is als God. Qui ex patre filioque procedit ... die ( de Geest) voortkomt uit de Vader en de Zoon. Als de Geest alleen uit God voortkomt, dan lijkt hij meer op wat de mens van God merkt dan op een zelfstandige persoon, zoals hij in de Drie-eenheid wordt genoemd. Het schisma van 1054 heeft juist het etiket van dit dilemma opgeplakt gekregen. Het verlenen van een goddelijke staat aan Jezus leverde dus allerlei moeilijkheden op.

De Moslim bijvoorbeeld kent al deze problemen niet. Die zal zeggen, dat hij alles met God zelf beleeft. Tussen Geest en God zal hij geen verschil zien. Hij zal zeker betwisten dat er iets aan zijn religieuze ervaring schort omdat hij Jezus alleen als groot profeet ziet, de aartsvader gelijk. Mohammed heeft nooit de status van Jezus gekregen. Hij is ongetwijfeld in het paradijs, maar hij doet niets meer. Dit verschil wordt in de christelijke wereld als wezenlijk gezien. De fout zit hem er niet in, dat de Christen wel of geen gelijk heeft. Het gaat erom dat deze vergelijking überhaupt wordt getrokken, en dan nog wel op het voertuig van de logica, terwijl het mysterie ons hier een eerbiedig zwijgen moest opleggen. Alleen, als het zwijgen de verhulling is van een superioriteitsgevoel van de Christen, dan moet er toch weer gesproken worden. En dan moet worden gezegd dat Pinksteren in alle andere religies ook terug te vinden is.
De kleur in de mis met Pinksteren is rood. Dat is niet alleen de kleur van het vuur van de begeestering, maar ook de kleur van het bloed. Als een martelaar herdacht wordt, is de kleur ook rood. Het woord martelaar komt van martyrium, getuigenis, een woord dat het Latijn uit het Grieks heeft overgenomen. Een martelaar heeft dus getuigenis afgelegd en heeft dat met zijn bloed moeten bekopen. Titus Brandsma trok tijdens de oorlog met de trein getuigend door Nederland en hij moest hierom sterven in Dachau. Dat is juist waar Pinksteren toe oproept. Het getuigenis dat de ware gelovige aflegt is een boodschap van vrede en liefde. Als hij het serieus aanpakt, leidt dit van de weeromstuit juist vaak tot het martelaarschap. In de hele geschiedenis van de kerk, te beginnen met de apostelen, is met hart en ziel spreken over deze boodschap levensgevaarlijk gebleken. Het rood van Pinksteren en het rood van de martelaar hebben dus eenzelfde bron. Het gaat over hetzelfde.
De pastoor zei vanmorgen nog dat Pinksteren het meest noodlijdende feest van onze tijd is. Dat is zeker zo. Maar misschien is dat wel van alle tijden. Je open stellen voor de geest van Pinksteren is het moeilijkste wat er is. Het vraagt een totale ommekeer en geloven in het onmogelijke. Gaan door het vuur voor de liefde, zoals in het bekende liedje ... Geest die vuur en liefde zijt ... De vurige tongen daalden niet alleen neer op het hoofd van de apostelen, maar ook op dat van iedere mens na hen. Niet alleen van de een of de andere profeet werd de tong aangeraakt door vurige kolen, maar de engel tast in de sintels voor elke mens. Net zoals de profeet wil hij dan tegenspartelen, maar uiteindelijk is er geen ontkomen aan. Sinds Pinksteren is iedere mens geroepen.
Eveneens voor de kerk zelf, als instituut, is het een moeilijk feest. Het vergt overgave, vertrouwen en geloof, terwijl de kerk toch graag de touwtjes in handen houdt. Juist misschien wel in deze tijd. Het gevaar is dat control de plaats inneemt van de Geest en tenslotte is die er dan niet meer. Want de Geest houdt niet van concurrentie. Net als de God van het Oude Testament: Hij is een jaloerse God. Je kiest voor de Geest of voor control. Allebei tegelijk gaat niet. Het gebed met allerlei voorbehoud wordt zeker niet verhoord. Een kerk die kiest voor controle en structuur maakt zichzelf tot een instituut, zoals alle andere instituten van de westerse wereld. Die moeten het ook allemaal hebben van control en contracten. Werkers in de gezondheidszorg schrijven zich suf in hun klappers en dan moet er nog gewerkt worden ook. Daar komen ze dan niet meer aan toe. Weg met alle papier en geloven in hetzelfde idee. Elkaar vertrouwen, dat is de geest van Pinksteren, maar wie durft dat nu nog aan?
Een katholieke kerk, die gelooft in de geest van Pinksteren, moet zich vooral niet aanpassen aan de westerse wereld. Aanpassen aan de tijd en met de tijd meegaan zijn drogredenen uit het Westerse denken zelf. De kerk zou bijvoorbeeld in de val kunnen lopen door op alle strijdpunten toe te geven aan wat de westerse wereld van haar vraagt. In zo'n onwaarschijnlijke loop der gebeurtenissen zou zij slechts vervallen tot de lege kerken van het liberale protestantisme en dat is een stuk leger dan de kerk nu al is.
De kerk denkt graag van zichzelf, dat zij het slecht doet in de westerse wereld omdat zij een boodschap brengt die het Westen onwelgevallig is. Feitelijk doet de kerk het slecht omdat zij nog te veel lijkt op de wereld waar ze midden in staat. Zij heeft de moed en het geloof niet om echt te getuigen. En zij wil het ook niet, want dat is veel te onveilig. Met Pinksteren is zo'n houding vloeken in de kerk. Geloven is risico nemen en vertrouwen dat de Geest alles ten goede keert. Het is altijd ook een sprong in het duister, een all systems down. Omdat die moed ons ontbreekt, zijn we niet veel beter dan de maatschappij, waartegen we alleen maar durven te zeggen dat abortus en euthanasie niet mogen. En dat is volkomen ongevaarlijk.
Wat is dat, getuigen? Dat is dus niet alleen maar zeggen waar de gelovige allemaal tegen is, hoewel de kerk wel vaak in die hoek wordt gedreven. De kerk zou de veel radicalere andere keuze moeten verwoorden. En dan niet zo suffig en zo soft, zo voorzichtig. Wanneer krijgen we eindelijk eens een katholieke populist? Een echt wild beest, een soort Bolkestein? Wie durft er nu eens echt pittig onze relatie met de Islam te benoemen? Of dat ieder slachtoffer van onze prestatie-maatschappij altijd nog een optie heeft, die geluk brengt. Het alternatief tegenover het materialisme? Het ongeloof? De 24 uurs economie? Over Geert en Rita? Dat hoeft och niet allemaal van een enkele paus te komen? Want Johannes Paulus II was natuurlijk wel een echte profeet.
De kerk die gericht is op control heeft met Jezus weinig te maken en nog minder met de Heilige Geest. Van het instituut moet er niet te veel Pinksteren zijn en dat breekt het nu op. Te veel op safe spelen als kerk, dan roep je de grootste rampen over jezelf af. Het onmogelijke geloven, namelijk dat de liefde alles vermag en dat Jezus zijn kerk werkelijk geen ogenblik uit het zicht laat; dat is moeilijk, maar het wordt wél van ons gevraagd en het kost soms ook bloed. Maar toch, alleen op dit vehikel is de kerk ooit vooruit gekomen. Als het de Geest te veel toelaat, dat verliest het instituut misschien de controle, dat is de angst. Want Jezus kun je ordenen. Tot en met Pasen heeft de kerk alles in handen. Het staat precies vast, wat er over Jezus is geopenbaard, wat de Da Vinci-code ook moge beweren. Daar kun je een hele structuur op bouwen en dat is ook gebeurd. Het begon al in de vroegste tijden met de concilies die over Christus gingen, Nicea, Efese, Constantinopel en Chalcedon in de vierde en de vijfde eeuw. Maar wat Jezus na zijn hemelvaart nog doet, dat heb je niet in de hand als kerk en dat is griezelig. De Geest maakt voor de mens een onmiddellijk zicht op God en op Jezus mogelijk. En waar dat toe leidt is niet te voorspellen, want de Geest waait waarheen hij wil. Mensen die Jezus regelmatig ontmoeten zijn een bedreiging voor de kerk, althans dat denkt ze. Zij houdt niet van achterdeurtjes naar de hemel. Teresa van Avila kwam Zijne Majesteit dikwijls tegen. Die maakte haar dan van alles duidelijk en het instituut had het nakijken. Dat is ook het verwijt van Fjodor Dostojewski aan de kerk. De Groot-Inquisiteur uit zijn verhaal kwam Jezus in Sevilla tegen en hij liet hem terstond op de brandstapel opstoken, de lastpost. De kerk komt van Pinksteren niet af. Het hoort erbij en het valt niet af te schaffen. Want als je Jezus verheft tot God, dan heb je de Geest en de Drie-eenheid nodig. Soms wil de kerk van twee walletjes eten, maar het moet van drie. Jezus en God zouden haar genoeg zijn voor het dagelijkse gebruik, maar het filioque waar de kerk van het Westen zo voor gestreden heeft is een onvermijdelijke werkelijkheid. Als Jezus God is, dan is hij ook nu nog benaderbaar en dat heb je met een profeet niet. Geen Moslim krijgt een verschijning van Mohammed. Niemand bidt ooit tot de profeet. Dus met het verheffen van Jezus heeft de kerk zich iets op de hals gehaald waar ze niet van af komt. Jezus maakt het instituut mogelijk. Hij laat het de fabelachtigste vluchten maken in de geschiedenis, maar laat het instituut Pinksteren niet meer toe dan is het geraas waarmee het instort oorverdovend. Dat is in de geschiedenis dan ook vaak genoeg gebeurd, voor een tijdje. Je ziet het als voorbeeld in het klein soms ook in de westerse seminaries. Zij zijn zo gericht op gehoorzaamheid, dat er voor de Geest geen plaats meer is. En de gehoorzaamheid wil dan ook nog wel eens spectaculair verdampen, zoals we zo vaak in onze geliefde kerk van Limburg moeten meemaken. Anderzijds heeft de Geest gelukkig ook hier nog bij menigeen zo zijn sluipwegen om door een zij-ingang weer binnen te komen. Jezus is de kracht van de kerk. Hij is haar bestaansrecht, maar zonder de Geest keert hij haar de rug toe. Alleen maar defensief leven, dat gaat niet. De Geest zal zijn deel opeisen, Godzijdank.
De drie-eenheid is zo moeilijk uit te leggen ... zo preken de pastoors vaak en zo zuchten de theologen. De twee-eenheid is moeilijk, de drie-eenheid niet. God en de Geest zijn zonder Jezus niet te scheiden. En Jezus kan niet God zijn zonder de Geest. De Jezus uit de geschiedenis is immers weg. Maar de Jezus die God is kan niet weg zijn. De Geest, die ook uit Jezus voortkomt, zorgt ervoor dat het geloof van een kind meer is dan het geloof van vele theologen en pastoors bij elkaar en dat is voor hun iets om grijze haren van te krijgen. In de kerk leeft vaak het idee, dat het sacramentele leven voldoende is. Hoewel de grootsheid ervan niet met een menselijke pen kan worden beschreven, is dit toch niet waar. Er is nog altijd de uitdaging van Pinksteren, zonder welk vuur de kerk niet kan bestaan. De teloorgang van de kerk in het Westen heeft hiermee te maken. Gehoorzaamheid en bewaking van het proces is echt niet alles. Daarmee ben je westerser dan het Westen en roomser dan de paus. Jezus zelf is tijdens zijn eigen leven hard genoeg te keer gegaan tegen zo=n soort geesteshouding.
De kerk getuigt dus wel een beetje, maar niet al te vurig en niet al te bloederig en dat zal toch moeten. Profetisch getuigen kun je het noemen. Pinksteren is het feest dat ons oproept profetisch te getuigen. Daartoe is de mens in staat met de hulp van de Heilige Geest. En die komt voort uit God en uit de Jezus die rond liep in Palestina. Jezus zelf staat naast ons, bij alles wat we doen. Johannes was niet treurig daar in de grot op Patmos, want hij was niet alleen. Prochoros, zijn leerling, was bij hem, maar ook Jezus zelf. En zo kwam hij tot het lyrische geschrift van de Apokalyps, dat een stralend getuigenis is van de oplossing van het onoplosbare. En Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en de dood zal niet meer zijn ... wie dorst heeft zal Ik te drinken geven uit de bron van het water des levens, om niet. Wie overwint zal dit alle krijgen, en ik zal zijn God zijn en hij mijn zoon .
Er is geen grotere macht dan de macht van het idee. Dat gaat uit boven alle control en wantrouwen. Veel eerste christenen zijn bloedgetuigen, terwijl het toch een alleen maar ging om een boodschap van vrede en liefde. Het vuur van Pinksteren kan een mens opbranden. En toch vindt die mens tenslotte alles. De droefheid van de Emmaüsganger is omgeslagen in de vreugde van de mens, die niets meer kan gebeuren. Met hun somber gemoed na die laatste dagen in Jeruzalem vroegen zij aan de geheimzinnige reisgezel, die hun achter op liep en veinsde voort te moeten, toch niet verder te gaan en met hen samen die avond te eten. Die uren bij het licht van de kaars in de herberg zijn de vertroosting van hun leven geworden. Zij herkenden hem aan het breken van het brood en hij is toen voor altijd gebleven en nooit meer weg gegaan. De geest van Pinksteren is de begeestering voor de mens om fantastische dingen te doen, om van zijn leven een stralende triomftocht te maken. De Geest vormt zijn drijfveer en zijn aandrift. Door Hem kan de mens met Jezus bidden tot God, Abba, zijn Vader ... Veni Creator Spiritus, Kom Schepper geest...
Wim Beurskens
Ooit, drie jaar geleden, op het feest van Christus Koning, het einde van het kerkelijke jaar, werd onze parochiekerk aan de eredienst onttrokken, zoals dat heet. Nu is men bezig haar te slopen. In 1967 was ik misdienaar, toen zij werd ingewijd. Het was een grote, warme kerk zonder pilaren. De kleine, gele bakstenen van de muren, daar was ook de vloer van gemaakt, en zij liepen door tot in het priesterkoor. De mensen zaten rondom het altaar en waren zó meer deel van de mis dan in de oude kerken. En zij werd niet genoemd naar een heilige, maar heette het Woord Gods, naar wat het Tweede Vaticaanse Concilie honderden jaren na de Reformatie ook aan de katholieken terug had gegeven, het Woord Gods.
Voor mij was het geen veilinghal, zoals sommige van deze post-Vaticaanse kerken werden betiteld. Ik heb er veel in beleefd en ik ken er bij wijze van spreken iedere steen. Mijn oma en mijn vader zijn vanuit deze kerk begraven. Mijn oom was er koster. Ooit in een moeilijke tijd voor de parochie heb ik met de oude priester, die enkele weken geleden zijn zeventigjarig priesterfeest vierde, als acoliet een hele paaswake met hem alleen gedaan. Zoals het moet en met alle lezingen.
Als ik meen een fractie te begrijpen van de katholieke liturgie, dan heb ik dat in deze kerk geleerd. De eucharistie is voor mij een licht geweest in het absolute duister en feitelijk gebeurde dat in deze kerk. In dit gebouw zat leven, dat er elders vaak niet was. Hoe vaak is het niet voorgekomen, dat de oude teksten voor de eerste keer begonnen op te lichten tussen deze stenen ... hebt Gij het onverwoestbaar teken opgericht ... breek het geweld in mij ... zo ging het juist door deze ruimte. Een door de misdienaars afgesleten kerkboekje heb ik nog meegenomen als souvenir en ik alleen weet waar het een herinnering aan is. Jezus Christus was hier aanwezig en hoe vaak heb ik hem niet zelf ontmoet juist tussen deze muren. De ravage die er nu te zien is staat symbool voor de ravage die Hij achterliet bij zijn vertrek.
Zondag kon ik het toch niet laten er wat foto's van te gaan maken. En de volgende dag moest ik erheen terug vanwege een opname voor de regionale media. Er liep een wethouder rond en het ging al meer over wat er na de kerk zou komen, een brede school. Van wat ik zei op camera bleek ´s avonds op de TV alleen maar overgebleven, dat ik het ‘bijzonder pijnlijk' vond om aan te zien, die sloop. Ja, pijnlijk vond ik het zeker, maar iets in ons zegt ons, dat het daar niet bij mag blijven.
Onze ouders hebben aan die nieuwe kerk in Swalmen gewerkt met veel geld en energie. Iedereen deed mee. Nu veertig jaar later wordt zij afgebroken, omdat de mensen er niet meer komen. Dan praat ik er niet over, dat zij nog wel open had kunnen blijven met een beetje goede wil van het bisdom en van de hoofdparochie. Dat was ook wel zo, maar toch, de rood geverfde, ijzeren spanten, die daar nu nog naar de hemel wijzen, met flarden isolatie eraan, wapperend in de wind, dat is toch een monument voor ‘s Swalmens heidendom.
De afbraak van mijn geliefde kerk heeft zeker een symbolische betekenis. Het is één kerksluiting in de rij van vele in Limburg en in de hele Westerse wereld. Men hoeft niet al te veel genoegen te scheppen in de onheilsprofetie om hier apocalyptische visioenen van te krijgen. Zeker, de onheilsprofeet krijgt altijd een keer gelijk, als hij maar volhoudt. Dat is juist de lol ervan. Zoals sommigen van mijn patiënten, die altijd bang zijn dat ze dood gaan. Eens krijgen zìj gelijk en ik ongelijk. Het is weliswaar een fout in een apocalyptische tijd niet als zodanig te herkennen, maar het is ook een fout daar bij te blijven verwijlen. Johannes XXIII zei eens, dat hij niet hield van die onheilsprofeten, omdat zij feitelijk te weinig geloof hadden in de Geest van God. Zeg maar kortweg te weinig geloof. Bij een apocalyptisch visioen moet het dus niet blijven. Maar eerst moet toch wel de diagnose rond komen.
Vrijdag stond ik in Steijl boven de stoffelijke resten van Moeder Josepha Stenmanns, een medestichteres van de congregaties waar Arnoldus Janssen de grondlegger van is. Zij moest worden herbegraven in verband met haar komende zaligverklaring. En bij die gelegenheid moesten relikwieën worden afgenomen. Laatst in Australië vroeg ik een Jezuïet, of hij de congregatie kende. Natuurlijk, zij zijn in dat deel van de wereld overal bekend, vooral ook in het Verre Oosten. Dat spectaculaire feit, hun verbreiding over de hele wereld in luttele jaren, wordt in de komende zaligverklaring herdacht. Dat hebben deze mensen teweeg gebracht. Op hun geloof alleen. Toen Arnold in de negentiende eeuw in Steijl aankwam, begon hij in een boerenschuur.
De zusters en paters moeten zich nu zorgen maken over het beveiligen van hun gebouwen tegen brand. Honderden deuren moeten worden veranderd en in het naburige klooster van dezelfde congregatie vertelde moeder-overste mij, dat ze in één gang negentien van die groene mannetjes moest laten aanbrengen, die wijzen naar de nooduitgang. Een onderdeel van de voor een belangrijk deel absurde brandweervoorschriften, die nu vooral de katholieke kerk in deze streek teisteren. Nee, het oude idee dat stichters in Steijl voortstuwde regeert niet meer. Dan krijg je zoiets. In Roermond moesten enkele jaren geleden de Karmelietessen uit hun klooster van de brandweer. Daarna hebben er nog jaren mensen in gewoond, die op de kamer hun eten kookten op open vuren, zo heb ik mij laten vertellen.
Overal verrijzen nieuwe moskeeën en onze prachtige, nog nieuwe kerk wordt afgebroken. Geen spatje roest zit er nog op die spanten. Ik zou het nog kunnen verdragen, dat iedereen van de kerk naar de moskee trok. Maar de mensen blijven toch steken in het retailcentrum, de woonboulevard, de Albert Heijn XL en de futuristische outlet aan de rand van de stad en langs de snelweg. Brrr. En als zij daar nu gelukkig mee zouden zijn, maar dat is voor velen toch echt niet zo. Of slechts maar tijdelijk. Dan hoef je maar een poosje met open ogen mijn werk te doen. Bij de dokters heeft het de afgelopen week weer zwart gezien van de mensen. Zo ook bij mij. Op zondag loop ik langs de ruines van mijn kerk en op maandag moet ik tot tien uur werken om het af te krijgen. Een bevriende collega kwam in arren moede bij mij langs om te vragen of we er maar toch niet weer een dokter bij zullen halen, want het gaat niet langer zo. En als wij nu als dokters de taak van de kerk over konden nemen en konden bogen op grote successen in het welzijn van de mensen, maar dat is ook niet zo. De apocalyptische diagnose is dus terecht. Maar toch. Jezus is overal. Dat is óók zo, en voordat hij verdreven is naar de grote steden in Limburg, zal er toch nog wel wat water door de Maas zijn gegaan. En ikzelf heb hem weer gevonden in al zijn glorie in het kerkje van Asselt.
Ook in het Oosten kent men het begrip van de apocalyptische tijd en men zit er daar niet mee. Het hoort bij de golfbewegingen van de geschiedenis, niet buiten verantwoordelijkheid van de mens, want ook de apocalyptische tijd is een gevolg van Karma. De Boeddhist raakt er echter niet door in de put. Kijk maar naar de Dalai Lama. Hij ziet er gelukkig uit, hoe ver de droom van een vrij Tibet ook weg is. En tenslotte komt er toch weer de keer ten goede. Die is er in feite al. Het Tibetaans Boeddhisme heeft door de gebeurtenissen in de recente geschiedenis een enorm vruchtbare periode doorgemaakt. Vóór die tijd was het een beetje achterlijk, zoals de Dalai Lama zelf schrijft. Het stond nog sterk onder de invloed van de oude Bön religie en zijn bijgeloof. Het Boeddhisme zelf wordt nu juist door de Tibetanen over de wereld gebracht. Zij zijn de autoriteit geworden. En China heeft in de vorm van nu geen overlevingskansen, hoe hoog van de toren het ook blaast, hoe machtig het economisch ook is, en hoe hemeltergend het Westen er ook mee flirt. Het loze gebrabbel zonder de minste consequentie voor mensenrechten is immers maar de geweten sussende tekst van de makelaar in koffie, want de handel met China bloeit als nooit te voren.
En kijk eens naar Franciscus van Assisi, hoe hij in een tijd van afbraak van de kerk gelukkig was met het restaureren van het vervallen kerkje van San Damiano. De paus droomde dat er iemand kwam die de kerk zou redden. En met de opbouw van dat kleine kerkje ging er inderdaad ook weer een nieuwe toekomst voor de kerk open. Het Jodendom heeft in dat soort omstandigheden vaak gebloeid. Apocalyptische tijden kunnen ook voor de gelovige mens persoonlijk heel vruchtbaar zijn. Het is een test, die als je hem doorstaat zeker fantastische resultaten teweeg brengt. Kijk eens naar pater Pio. Hoeveel zware tijden heeft hij in zijn leven niet meegemaakt. Jarenlang op sterk water gezet door de kerk, dat hij nauwelijks een mens mocht zien en nu wordt zijn lichaam tentoongesteld, jaren na zijn dood, en men kan de toeloop van mensen niet aan, juist zoals het tijdens zijn leven was.
Nee, de spirituele mens moet in alle omstandigheden gelukkig kunnen zijn, zij het in het volle bewustzijn van de werkelijkheid van de tijd. Dat is de opdracht. Onheilsprofeet zijn is wellicht een aangenaam tijdverdrijf, maar verder geen oorbaar vak, als je niet aan die voorwaarden voldoet. Ooit hebben ik wel eens geschreven, dat ik waarschijnlijk onder een spanlaken naar een gesticht gebracht zou moeten worden, als de kerk van het Woord Gods gesloten werd. Daar zal het toch niet van komen bij nader inzien. En dat zou ook niet juist zijn. Niet omdat de apocalyptische diagnose niet zou kloppen, maar zij mag niet droef stemmen. Het enige wat de mens droef kan stemmen is de zonde en dat is altijd die van hemzelf, nooit die van de ander. Er is geen sprake van, dat die slopers gelijk hebben, wat iedereen ook staat te prevelen over de brede school, die natuurlijk juist niet breed genoeg zal zijn op het punt waarop ze breed hoorde te zijn. En over veranderende tijden, die vooruit gaan, en over met de tijd meegaan en wat voor men wartaal men ook hoort, als de moderne mens voor zich uit staat te filosoferen.
Het is fout, dit gemopper, ik weet het, en dat komt omdat het toch zo erg is en ik geen heilige ben en omdat de ruïnes daar nu zo schrijnend staan. Hoop houden zelfs in het licht van het ergste, dat is wat de Geest van ons vraagt. Treuren om de tijd is geen betamelijke toestand van het gemoed. Een religieuze mens moet altijd hoop hebben en zijn best blijven doen. Er bestaat geen mislukking voor de gelovige. Gelukkig ben ik nu toch weer een beetje vrolijk, maar gelukkig wél ook via de omweg die nu eenmaal hoort. Het was even kritisch en langs de afgrond. Maar nu ben ik, geloof ik, weer in tune met hen die het vóór mij hebben uitgevochten. Alles wat die dierbare stenen van onze mooie kerk te vertellen hebben is met mij meegegaan en niets, geen woord en geen herinnering, zal ervan verloren gaan.
Wim Beurskens
(meer info: www.wimbeurskens.nl) (afbeelding: bisschop Frans Wiertz, kardinaal Simonis en de Tegelse pastoor John Dautzenberg, foto genomen tijdens uitvoering Passiespelen waarvan Beurskens voorzitter is).

Vandaag is het half-vasten, mi-carème, ook wel de zondag laetare genoemd, want de kerk verheugt zich zoals gewoonlijk. Midden in de tijd dat de mens zich zijn eigen tekortkomingen te binnen brengt, is er toch weer reden voor blijdschap. Het inzicht in eigen schuld brengt geluk. Felix culpa ... de gelukkige schuldige, zo gaat een oud woord.
Op de vergadering van de Passiespelen neem ik zelf geen wijn, als ik die uitdeel bij de rondvraag. Ik ben drooggelegd. Mijn protestantse vice-voorzitter vraagt me, of de medische collegae eindelijk de hand op me hebben weten te leggen. Hij ademt verlicht op, als ik hem vertel, dat ik alleen maar aan het vasten ben. Maar toch zegt hij ... wij doen alles op genade. Wij hoeven niet te vasten.
Vorige week heb ik de oude zusters opgezocht in het Sauerland, omdat ze hier uit hun klooster verdreven zijn door de brandweer. De kloosters worden vergeleken met café en discotheek. In honderd jaar is er zelfs nooit maar een binnenbrandje geweest, een kaars omgevallen of het frietvet in brand gevlogen. Nu gaat het er nog om, of er voor een honderdduizend euro brandmelders moeten worden geplaatst. Een naburig klooster moet honderd deuren brandveilig maken. Hier in Swalmen vallen ieder ogenblik de slagbomen dicht voor een nieuwe tunnel. Zij zijn er om ongelukken te voorkomen. Er is al een flinke kettingbotsing door ontstaan.
De Verenigde Staten zijn het land van de vrijheid en vrijheid van meningsuiting. Deze week hoor ik dat één op de honderd volwassen Amerikanen in de gevangenis zit, zo'n 2,4 miljoen. Als je er de mensen bij optelt die nog naar de gevangenis moeten of er net uit komen en ook de mensen om hen heen, dan is het daar bijna burgeroorlog. Loop je door Los Angeles heen, dan oogt de politie als de bezettingsmacht van een vreemde mogendheid. Dit is het gevolg van de kritiekloze houding van de Amerikaan tegenover zijn eigen wettische systeem. Hij gelooft erin. En van de media die ondanks de vrijheid van meningsuiting zo'n eenvormige stem laten horen als de strengste censor ze niet had kunnen regisseren.
Natuurlijk zitten die Amerikanen niet voor niets vast. Ze zullen echt wel iets gedaan hebben. Brandveiligheid is belangrijk en brand moeten we niet krijgen. Maar de barmhartigheid is weg en dat is de hond in de pot van alles. Het gezonde verstand ontbreekt. De maat is ver te zoeken. Men is blind voor het absurde. Zo wordt Geert Wilders niets in de weg gelegd vanwege de vrijheid van meningsuiting. Echter ook in Nederland worden de media beheerst door taboe's en heilige huisjes. Als er nou echt alles gezegd kon worden, vooruit dan met Wilders, maar burgerlijkheid beheerst ook onze beeldschermen. Paul de Leeuw moet Adje op een kruis kunnen spijkeren in de show. Dat zijn de nieuwe makelaars in koffie, zoals Multatuli ze ons al voorhield. Daarom probeert de minister-president ons er ook mee te dreigen, namelijk dat Geert ons geld gaat kosten. En het zou nog wel eens kunnen werken ook.
Vrijheid van meningsuiting wordt in het westen gebruikt ter verdediging van het eigen systeem en dan is het niet meer die fantastische oude waarde, maar gewoon ideologie, de nieuwe makelaardij in koffie. De pers is ook nu wat ze overal is en altijd is geweest, een instrument van het heersende denken. Ik zou zo een rijtje uitspraken kunnen doen -heel wat gematigder dan die van Wilders- waarbij een beroep op vrijheid van meningsuiting mij niets zou helpen. Ik kon dan wel inpakken. De vrije mens in het Westen, waar is hij, zo zucht ik vaak voor mij uit.
Wat Wilders betreft. Als het zou helpen, dan maar de petoet in met hem. In Amerika zitten er honderdduizenden voor minder reden in het cachot. Het gevaar is echter, dat hij dan martelaar wordt en dan zijn we nog verder van huis. Een godslasteringsproces zou veel kans maken, méér als indertijd tegen Gerard Reve, maar het zou Wilders alleen maar helpen. Hij lacht zich toch al te pletter om de stennis die hij maakt.
Erger is nog, dat hij slechts de stem van het volk is, want velen zijn het met hem eens, veel meer nog dan hen die op hem hebben gestemd. De Tweede Wereldoorlog was echt niet voorkomen, als je in 1933 iets definitiefs aan Hitler had kunnen doen. Nee, dat is geen oplossing. Want zo is het ook met Wilders. Als de tijd een Wilders nodig heeft, vind je er drie in een straat. Wilders is een democraat, zoals alle demagogen. Anders kon hij niet gedijen. Hij zegt wat de mensen willen horen. Wat hij zegt is slecht en hij appelleert aan het slechte in de mens, dat in deze zaak blijkbaar overvloedig voorhanden is.
Natuurlijk kan de duivel de Bijbel of de Koran als kookboeken gebruiken. Ze staan vol met voortreffelijke recepten voor hem. De heilige geschriften zijn echter geopenbaard voor mensen van goede wil. Het contact van de mens met de heilige boeken is een dialoog. Is de mens van goede wil, dan komen er goede vruchten. Is hij slecht, dan komen er slechte vruchten. Dat is het gevolg van de vrijheid, die de mens gegeven is. De Koran is een heilig en profetisch geschrift, voor een miljard mensen hét heilige boek, maar je moet wél van goede wil zijn om hem te kunnen lezen. Zoals dat ook voor de Bijbel geldt. Bijvoorbeeld, er zijn talloze sluitende argumenten uit de Bijbel te halen vóór de doodstraf -de Amerikaanse protestant kan ze je zo oplepelen, je staat echt met de mond vol tanden-, maar toch weet iedere mens van goede wil -juist vanuit de Bijbel- dat de doodstraf niet kan.
Dat hoort de kerk toch allemaal te zeggen. Trek wat moois aan, zou ik zeggen, fijn paars of kardinaalspurper. En verklaar dan zonder omwegen, dat de uitspraken van Wilders fout zijn. Dat hij hoereert met het kwaad. Praat niet over formele zaken, zoals vrijheid van meningsuiting, maar spreek alleen over inhoud. Geef echt een waarde-oordeel over wát hij zegt. Dan doorbreek je al een taboe. De bisschoppen van Nederland verklaren, dat de heer Wilders niet veel verschilt van de terroristen, die hij zegt te bestrijden. Hij gebruikt de Koran voor slechte doeleinden, zoals ook de terroristen doen. De geschiedenis, ook die van de katholieke kerk, leert, dat zo'n omgang met het heilige geschrift onzegbaar veel lijden teweeg brengt. Veel gewone moslims zullen je dankbaar zijn. Het wordt gezien en gehoord, zoals ik ook al vaker Moslims heb horen zeggen, dat onze Majesteit zoveel voor hen doet. Alleen kun je er niet mee scoren in de krant, je hoort er niet veel van terug, want die zal er nooit positief over schrijven, never nooit niet.
Geert Wilders is alleen te bestrijden door de Islam en door de katholieke kerk. Hetzelfde geldt ook voor de Moslimterrorist, en dat komt omdat het beide oorlogshitsers zijn op dezelfde gronden. Dat kost mensenlevens. De oppositie kan echter nooit komen van het alleen nog maar wat voor zich uit mummelende westerse intellect, dé exponent van ons failliete denken. Het schiet hier hopeloos tekort door zijn totale onmacht. Het kan Geert Wilders niet aan, zoals het evenmin de Moslimterrorist aan kan. Nee, het westerse intellect snapt van de Koran inderdaad niet veel meer dan iets van de dikte van de Donald Duck, en van de Bijbel niet veel méér.
Het hoge woord is er dan dus toch weer uit. Het enige wat helpt is naar de kerk gaan. Preken is het enige wat baat. Daarom, waarom zwijgt de kerk? Zij is de enige, die echt opgewassen is tegen Wilders. Als de kerk haar taak wil waarmaken, dan moet zij wél profetisch getuigen. Wij geloven echter niet meer genoeg in de Heilige Geest. Daarom laat die ons in de steek. We zijn een beetje zeikers geworden. De Heilige Geest moet dus een belangrijk thema worden van onze vastenoefeningen in de laatste weken voor Pasen dit jaar. Als wij weer in Hem vertrouwen, zal Hij ons ook weer komen troosten en helpen. Voor de gelovige mens zijn dingen die fout zitten toch al eens gauw weer in orde. Dat is de les die ik krijg van mijn protestantse vice-voorzitter en ik neem hem dankbaar aan.
Jammer genoeg worden de leiders van onze kerk niet geplaagd door veel kennis van de Islam, laat staan dat zij wat spiritueel rapport zouden hebben met de collegae. Dat is betreurenswaardig. Een magistrale uitzondering was natuurlijk wél de vorige paus. Hij zou wat hebben gezegd, waar iedereen de oren van klapperden. Ooit kuste hij immers met zijn weergaloos gevoel voor drama in het openbaar een Koran. Johannes Paulus II was dan ook geen democraat. Hij had Godzijdank waarschijnlijk nog nooit van het woord gehoord. Daarom kon hij vaak genoeg de waarheid zeggen. En wat is iemand die boven de wet staat toch een geweldige bescherming tegen het absurde. Het Amerikaanse rechtssysteem is immers een protestants probleem, juist omdat er niemand boven de wet staat. Hoe mooi ze ook geschreven is, ze is dan toch absurd en onbarmhartig.
In de katholieke kerk is dat anders. Trekt er iets naar het absurde of naar het onbarmhartige -hoe legaal het ook is-, een grom vanuit de witte soutane van onze man in Rome, en één van zijn secretarissen snelt weg en lost het meteen op: alleen maar goede en fijne brandweerlieden in Noord-Limburg, een emmer water over de computer van de tunnel van Swalmen en Geert Wilders aartsbisschop van een atol in de Stille Zuidzee met Ayaan en Rita als misdienettes, Gerrit die voor Ayaan het wierookvat vult en Neelie met nog wat andere nader te bepalen intellectuelen als kerkvolk.
Wat was het toen toch ook een fijne tijd, toen de vorige paus op het vliegveld van Havana met Fidel Castro horloges stond te vergelijken. Wij wisten wel, dat het wat zou gaan kosten in de VS, -een miljard is het geworden, langs een omweg,-, maar dat mag de vreugde hierom toch niet dempen.
Dus de kerk moet moedig en zonder vrees profetisch getuigen tegen Wilders en de Moslimterrorist. En zij moet vertrouwen hebben in de Heilige Geest, want van haar wordt immers gezegd ... et portae inferi non praevalebunt adversus eam ... en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Dan hoef je er ook niet benauwd voor te zijn, als die poorten der hel eens op je af te komen. Want komen zullen ze.
Nee, van religie komt het Westen niet af. En de gelovige mens kan immers eigenlijk niets gebeuren. Het is zondag Laetare. Verheugt U dus, midden in de Vasten, zelfs over Geert Wilders, want hij is maar een instrument om ons op het goede pad te brengen, een armzalige getuige van de geschiedenis, een vastenoefeningetje.
Wim Beurskens
Afbeelding: schilderij Rembrandt van Abraham die zijn zoon Isaak wil offeren.
Meer info: www.wimbeurskens.nl
Vandaag hebben we de kerstboom afgebroken. Vroeger vond ik dat een deprimerende dag. De graue Altag begon weer. Vakantie was nog veraf. Mijn werk is dan stervensdruk. Veel scheidingen komen op gang tijdens de feestdagen, zo was er op de radio. Dit soort trends hebben een weerslag op mijn beroep. Rondom de grote feestdagen heeft de dokter extra veel te doen.
De mens zoekt dan wat en meestal ging ik enkele dagen weg. Vertier moest er toch zijn. En soms werd het een beetje rekken van Kerstmis. In New York liep ik een keer in het museum uit bij een enorme Napolitaanse kerstboom en kerststal uit de negentiende eeuw. Aandoenlijk pastoraal, zoals hij daar stond te tingelen in de grote wereldstad. Een ontroerende oase. Het was op een zondagmiddag en iedereen had het gezien. De mensen stonden er met open mond naar te kijken. En in Rome waren er ooit nog alle kerststallen in de kerken en op het Sint Pietersplein. Het is voor de mens die van kerstmis houdt een echte pelgrimstocht.
Tegenwoordig heb ik zoiets niet meer nodig. Wel vind ik het fijn om de stilte op te zoeken, want, zoals gezegd, heeft de dokter het rond Kerstmis net zo druk als de pastoor. Degenen die in de kerk afwezig zijn, zitten bij de dokter. Kort door de bocht, ik geef het toe, maar er zit veel in. In de apotheek was het op de dag vóór Kerstmis zó druk, dat bij de meesten pillen wel het kerstmenu gevormd zullen hebben. Men gaf mij te verstaan, dat het ook hamsteren was voor het komende jaar, als de eigen bijdrage begint. Volgens mij maakt dat het er niet veel beter op. De pastoor klaagde erover, dat er aan zijn Heiligenabend niet veel heiligs was geweest. Hij had missen gedaan van vier uur ‘s middags tot half twee ‘s nachts.
Thuis zeg ik tegenwoordig, dat het afbreken van de kerstboom ook een feest is, want dan komt Jezus vanuit het kribje in ons hart. Mijn eigen Driekoningen dus, de verschijning des Heren aan de wereld. Het afbreken van de kerstboom is mijn Epifania. Mijn kleine neefje van bijna vijf is op bezoek en hij hoort het. Morgen gaat hij naar het uitroepen van de prins Carnaval, want Carnaval valt vroeg dit jaar. Hij denkt dat ik een goede prins zou zijn, want ... Wim is toch al maf.
Jezus in ons hart. Maar daar komt wél wat bij kijken. Over bezit zegt Jezus bijvoorbeeld ... van geven word je rijker. Als je van geven armer wordt, dan is er iets mis met je geven, namelijk de lol aan het offer. De echte filantropen zeggen het ook ... van geld kom je niet af. Van alles wat je geeft krijg je weer een hele hoop terug. Bill Gates zal het niet op krijgen, ook al is hij nu filantroop geworden. Maar ook de arme mens wordt rijk van het afgeven. Iemand die de geest van het offer niet kent, wordt nooit verlicht ... zegt de Bhagavad Gita.
De heiden ziet het offer als iets negatiefs. Het heeft met lijden te maken. Hij geeft iets af, wat hij eigenlijk graag zou houden en niet meer terug krijgt. De heiden moet zich altijd amuseren en rent daar alles voor af. Hij moet het allemaal zelf regelen, hij moet er vaak heel hard voor werken en er ook zinloos voor lijden. Bij al die ellende pepert Jezus het hem dan nog eens goed in ... wie het leven bemint, zal het verliezen ... en ... maar hij die niets heeft, hem zal nog worden ontnomen dat wat hij heeft. En zo komt het, dat de hulpverleners overlopen worden, want wie bereikt er nu wat hij wil? En zelfs dus als je bereikt wat je wil, kom je evengoed bij de dokter terecht.
De Christen wordt door zoiets gelukkig allemaal niet geplaagd. Hij wordt altijd geamuseerd, hij hoeft niets zelf te regelen. Hij moet er vaak hard voor werken, maar door een bepaalde wending in zijn denken vindt hij dat nog leuk ook en zinloos lijden komt niet voor. Van de kerk moeten we elke dag feesten. Elke dag wordt er wel wat gevierd. Zelfs als de kleur in de mis rood is. Dan gaat het over een martelaar. En dat is juist nog extra een feest. Merkwaardig is zoiets niet alleen een feest voor de kerk nu in deze tijd, maar het was het ook voor de martelaar zelf. Stefanus zag de hemel opengaan, toen hij gestenigd werd.
Lol aan het lijden, driewerf nee. Het lijden opzoeken, nog erger. De mens is voorbestemd om gelukkig te zijn, ook in dit leven. En de grootste mensen hebben dat ook zo ervaren. Er bestaan geen ongelukkige heiligen. Van de kerk moeten we iedere dag gelukkig zijn. Maar daar hoort dan wel het offer bij. Het offer hoort bij de mens, die leeft in geloof, hoop en liefde. Tot het leven in de ruimte met deze grootse coördinaten is alleen de mens in staat. Dat is de dimensie, waarin het geluk van de Christen ontspringt. Het offer is de heraut, die de weg wijst tussen de coördinaten in deze hemelse ruimte. Maar het is er vaak ook al het toegangsbewijs van. Zoals de mens rechtstreeks wordt aangesproken bij het offer van Isaak door Abraham. Omdat gij dít gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet hebt willen onthouden ... zal ik U overvloedig zegenen ... zegt de engel van God tegen Abraham. Het echte offer leidt altijd tot nóg iets mooiers. Het geeft zelfs zin aan het zwarte. Het ergste is er nog niet tegen bestand, zo vertelt ons het verhaal van Abraham.
Het offer buiten deze ruimte heeft geen zin. En het offer met een andere bedoeling willen ze daarboven niet eens. De heiden kent het offer niet, tenzij het bijgelovige offer, maar dat is een ritueel van bezwering, en geen offer in Christelijke zin. En over dat soort offers van weinig waarde spreekt Jezus hier ook ... Ik wil liever barmhartigheid dan offers.
Er bestaat geen offer zonder geloof ... het offer zonder geloof heeft geen inhoud ... zegt de Bhagavad Gita. Het is dwaasheid. Je zou wel gek zijn. Maar de Christen moet zijn hele dagelijkse leven in dit licht stellen. Om een heel leven te wijden ... aan het offer is waanzin voor het verstand ... zegt Søren Kierkegaard, maar voor de Christen is het wél de enige weg naar orde. En de Bhagavad Gita zegt ... voedsel betekent leven voor alle schepsels en het voedsel komt door regen van boven ... het offer brengt de regen van de hemel ... het offer is heilige activiteit.
Het offer van Jezus aan het kruis was een Umwertung aller Werte. Sindsdien kun je op Hem vertrouwen bij alles wat je overkomt. Wees niet bezorgd voor je leven. Hij heeft een nieuwe wereld gemaakt, of beter gezegd, hij heeft de mens in staat gesteld de werkelijkheid te zien zoals ze is. De mens, die anders gedoemd is slechts de schaduwen in de grot van Plato te zien. Jezus, zoals we binnenkort zullen zingen in de vasten, was de janua caelestis, de toegang tot de hemel, want inderdaad, de mens die deze weg gevonden heeft, staat oog in oog met de hemelpoort, ook al in dit leven. Thomas à Kempis wordt niet moe om erover te spreken ... als je het punt hebt bereikt, wanneer moeilijkheden je licht en zoet toeschijnen om Jezus' wil, dan is alles goed met je, want dan heb je de hemel op aarde gevonden.
En de Gita zegt hetzelfde ...
Bereid je voor op oorlog met vrede in je ziel. Ben in vrede bij genot en pijn, in winst en verlies, bij overwinning en als je de strijd verliest. In deze vrede is er geen zonde. De vrede van de ziel. Dat is het dona nobis pacem van het Agnus Dei in de katholieke liturgie. En Jezus ... en wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt zal het verliezen. En Wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.
Het leven vinden, dat is wel het grootste wonder dat een mens kan overkomen. Het is het geluk, dat iedere mens zoekt. Dat kan sinds Bethlehem. En de laatste post, die door de heraut van het offer wordt aangedaan, is die van de liefde. En dit is ook het ogenblik, dat het applaus van de hemelingen begint voor de mens van goede wil ... zoals Maulana Rumi zegt ...
My sad heart is a lively sacrifice to my Beloved.
I am enamoured of my own grief and pain,
For it makes me well-pleasing to my peerless King.
Philo van Alexandrië begint zijn zin met een zwaar accent, maar zij eindigt met dat waar het menselijk bestaan over gaat ... maar de prijs die ligt te wachten voor hen die Mij dienen om Mijnentwil is die van de vriendschap ... en dat is het mooiste wat er is voor de mens. Het is het offer, dat voert tot de Beminde. Kerstmis is oneindig te rekken. Nicht nur zur Weihnachtszeit ... schrijft Heinrich Böll. Voor de Christen is er nooit een graue Altag.

Op RTL wordt de kerstoptocht in Almere aangekondigd. Lichtende praalwagens met buigende kerstmannen en donkere stemmen. Het geloof is niets voor de marge van het leven, inderdaad. Het levert een kijk op de werkelijkheid, die alles doordringt. Ook op de hele dagelijkse wereld, altijd en overal. Ook als het niet over geloof gaat. Ik kan het dan ook niet meer aanzien, de media, en de winkelstraat mijd ik als de pest. Ik ren met mijn wagentje zo vlug als ik kan door het tuincentrum. Ik heb toch die kerststerren en skymnia's nodig voor bij mijn kerstbomen. Alleen heb ik te doen met de mensen achter de kassa. Dat ze zo aardig zijn, terwijl ze er de hele dag zitten. Daar sta ik toch van te kijken.
Laatst heb ik me laten verleiden de Da Vinci-code te zien. Dat de mens van onze tijd zin en onzin niet uit elkaar kan houden, à la bonheur, maar het gaat toch het voorstellingsvermogen te boven, dat zoiets als deze film loopt. Het gepraat over klimaatsverandering, de politiek, veel in de geneeskunde, mijn eigen beroep, alles druipt van de ideologie en het bijgeloof. Deze week had ik een nascholing over stoppen met roken. Het had niet veel gescheeld, of ik was er alsnog mee begonnen, terwijl ik nog nooit een sigaret heb aangeraakt. Balkenende wordt gevraagd of hij de ouders van kinderen, die de komende jaren zullen sneuvelen in Afghanistan, kan garanderen, dat het zin had. Hij zegt ja.
De mensen van oude tijden trokken zich dan uit de maatschappij terug. Zij ergerden zich niet op de wereld en werden er niet depressief van. Laat de wereld met zijn hol geschetter achter je. Benedictus maakte zich hele tijden van zijn leven niet zo'n zorgen om de medemens. Hij had de handen vol aan zichzelf. Daarom ging hij ook weg uit de wereld. Teresa van Avila stichtte een beschouwend kloosterorde om te zoeken naar het wezen van het bestaan. Beschouwende kloosterlingen sluiten zich niet op om er zelf niet uit te kunnen, maar om de wereld er niet in te laten. En van lieverlee konden zij tenslotte toch wèl weer heel wat doen voor de mensen.
Zo gezegd, zo gedaan. Dat wil ik dus ook. Ik trek me uit de wereld terug en ga mijn eigen ding doen. Door de drukte heen zal ik mij mijn eigen, spirituele Kerstmis organiseren. De oude teksten lezen. Psalmen die over hoop spreken, de weergaloze schoonheid van Jesaja en natuurlijk de kerstverhalen zelf bij Marcus en Lucas, die ik zo mooi mogelijk probeer uit de beelden onder de kerstboom. En dat is weer gelukt dit jaar, al zeg ik het zelf. Je kunt eraan zien dat het echt gebeurd is. En dan die eerste regels van het evangelie van Johannes, waar ons wordt aangezegd, dat we kinderen van God kunnen worden. Dat zijn de woorden die de mensen door de tijden heen licht hebben gebracht. Ik heb een CD met kerstliederen van Jessye Norman op staan. De ijle tonen van vreugde, die de mens voor zich uit zingt, als hij na de grootse stormen van het leven het laatste baken passeert en de haven in zicht krijgt met de hemelse rede in de verte. Fantastisch. Dit is méér dan sfeer en romantiek. Dit gaat ergens over. Dit is echt.
Zo'n voornemen had ik, totdat zich er ineens een onverwachte bezoeker uit Leuven aandiende. Alles zit haar tegen. De studie loopt niet. Grote problemen met de gezondheid. De psychiater gaat in het nieuwe jaar aan het werk. De medicijnen zijn al voorgeschreven. Zij heeft niemand. Haar eenzaamheid is verstikkend tastbaar bij ons onder de kerstboom. Het drukt op het hele gezelschap. Zelfs mijn agogisch handige nichtje krijgt niks op gang en gooit de handdoek in de ring.
De bezoeker is van ontzettend goede wil. Zij wil zo ontzettend graag meedoen. En zij heeft er zo ontzettend veel recht op. Ik herinner mij een weeskindje vroeger, dat bij onze achterburen te logeren was. Goede mensen, die altijd zoiets deden. En die stuurden haar naar ons toe om te spelen. Dat vonden wij griezelig, zo'n weeskindje. Ik zie haar nog staan -en dat beeld vergeet ik van zijn leven nooit meer- aan de andere kant van het hek, met de handen aan de tralies. Verongelijkt en verdrietig.
Ik bracht de bezoeker ‘s avonds terug naar de trein. O, het is een dubbeldekker ... zegt ze, als de trein vanuit het donker binnen dendert. Ik zie haar nog lopen en een plaats zoeken bovenin. Ze kijkt niet meer naar me, als de trein zich in beweging zet. Langzaam verdwijnen de rode lichten in de verte. Als ik het station uit loop, hap ik naar de adem. Wat moet zo'n kind ... denk ik bij mezelf. Nee, dat kun Je niet toelaten. Ze heeft geen kans. En alleen Jij kunt er iets aan doen. Ik denk aan Jesaja. ... Ik laat Mij zoeken door hen die niet naar Mij vragen, Ik laat Mij vinden die Mij niet zoeken. ‘Hier ben Ik, Hier ben Ik' .
Eén van mijn patiënten ligt vlak voor Kerstmis te sterven in het verpleeghuis. Nu moet er wat gebeuren ... zegt ze. Ik hou het niet meer vol. Hier heb je een afbeelding van pater Karel Houben. Die is pas heilig verklaard. Ik zeg ... dan zullen we maar een noveen houden, want in het verpleeghuis heb ik niets te zeggen. En zij ... je moet juist deze afbeelding gebruiken. Daar heb ik wat mee gedaan. Ingestraald. Zij zat erg in het paranormale en heeft op die manier heel veel voor mensen gedaan. Ik heb vaak mensen naar haar toe gestuurd en zij hielp mij ook. Op de negende dag ben ik nog eens gaan kijken. Ze was nog helemaal helder, maar ik zag dat het niet meer lang zou duren en de volgende dag is zij gestorven. En nu is zij met Kerstmis in de hemel. Ieder mens krijgt bij zijn aankomst in de hemel een applaus ... zei ze laatst. Dat van haar zal nog wel niet afgelopen zijn, want zij was een echte. Een oude, Duitse militair vertelde over die Kerstmis in Stalingrad in zijn jonge jaren. Hij had daar natuurlijk niets te zoeken, maar het was hem ook maar overkomen. Die winter in de ketel van Stalingrad was van een zeldzame gruwelijkheid, één van de ergste feiten uit de Tweede Wereldoorlog, maar met Kerstmis had hij een boog van licht gevoeld naar Duitsland toe, naar zijn familie, in de kraakheldere, ijskoude nacht. Het was de mooiste Kerstmis uit zijn leven. En dat is niet alleen maar sfeer. Zoals het ook niet alleen maar sfeer was, toen in de Eerste Wereldoorlog ooit een keer met Kerstmis de soldaten uit de loopgraven kwamen en kerstliedjes met elkaar zongen.
Bij ons, in het kerkje in Asselt kun je met versieringen sfeer maken. Het is een kerk voor op een kerstkaart. Van buiten en van binnen. Vanmorgen stonden ze te overleggen, of een bepaalde rode lap nu wel of niet op het altaar thuis hoorde. De één vond het te druk worden, de ander vond hem erbij horen. De kerstversiering zag er al prachtig uit met zijn weelderige bloemstukken. Dit is zover als het kan gaan om van een ruimte een heilige ruimte te maken. Dit is werkelijkheid ... dacht ik ... al gaat het maar om een rode lap. En als we vanavond vanuit de sacristie over het oude kerkhof van achteren de kerk binnenkomen, zal de aanblik de monumentale gebeurtenis waardig zijn.
Een engel uit Leuven was dat, die mij aanzei, dat ik mij gedraag als een Scrooge met mijn spirituele Kerstmis. Dan wordt het iedere dag maar laat. Je moet er wat aan doen ... zeggen de assistentes. Dit hou je niet vol. Ik mag blij zijn, dat ik dit werk mag doen. Het is vaak een kruis, maar meer nog een genade. En met beide moet de mens blij zijn. Dit is mijn Kerstmis. En die teksten, die krijg ik tussendoor ook nog wel gelezen. Nee, defaitisme is een zonde. Een Christen moet hoop hebben. Ja, dàt is ook Kerstmis, een haast gewelddadige en verpletterende hoop dóór alles heen. Vreugde waar de mens alleen het zwarte voelt. Licht in het absolute duister, onverwachts en wonderbaarlijk. Voor iedereen. Als er ook maar één student ergens op zijn kamer zit te treuren met Kerstmis ... het is voor Jou een kleinigheid haar te helpen. Hoeveel mensen zullen niet naar Karel Houben getrokken zijn daar in Dublin, voor wie er ook geen hoop meer leek te zijn? Jesaja voorspelt het al ... nog vóór zij roepen zal Ik hen antwoorden, terwijl zij nog spreken zal Ik hen verhoren.
In Asselt zongen we op de laatste zondag van de Advent het rorate coeli. Dauwt, hemelen, van boven, en laat de wolken regenen de Gerechte. Dat wil ik ook voor al die lijdende mensen, die zelf geen uitweg zien en die niet eens zoeken. Dat Rorate Coeli, daar heeft die bezoeker uit Leuven recht op. Jezus, jij bent een ster, die een licht is voor de angstigen ... zei Søren Kierkegaard. Het enige licht dat hier nog kan stralen is de ster van Bethlehem. Bij mijn spirituele tour valt mijn oog op het stadsgezicht van Toledo door el Greco. Het is van een geheimzinnige schoonheid. El Greco schilderde niets zomaar. Zou hij het als een soort Bethlehem hebben bedoeld? Met de groene velden van Efrata op de voorgrond?
Er is niemand uitgesloten van Kerstmis. En dat onmogelijke hoop ik nu ook, dat het ook Kerstmis wordt, voor hen voor wie ik geen raad meer weet. De mens kan aanspraak maken op niet veel in het leven behalve op dit allerhoogste. Hij kan over geen enkel lijden in opstand komen tegenover God, maar dit ene, daar heeft hij recht op, dat hij kind van God wordt. Hij wordt weerloos, maar hij krijgt dan ook toegang tot de vreugde, die door niets meer aangetast kan worden. Dat zal straks mijn bidden zijn in de nachtmis. Er is alleen optimisme mogelijk, als je kunt bidden. Maar die vreugde is dan ook onverwoestbaar. Ook dat komt door Kerstmis. Jezus is de vervulling van het eeuwige heimwee van de mens naar zijn bestemming. Hij was werkelijk een ster, een superster. Hij is de Verlosser, omdat Hij de sluitboom, die de mens weerhoudt van de vreugde, voorgoed verbrijzelt. Gij breekt hem stuk als op de dag van Midjan ... zo zegt Jesaja in de nachtmis. Zalig Kerstmis. Afbeelding: Toledo, door el Greco.
www.wimbeurskens.nlFoto (Jan Oehlen): Gerard Reve op bezoek in het theater van de Passiespelen in Tegelen.
Het is niet mogelijk te schrijven over geestelijke crises, als je er zelf nooit een hebt gehad. Als dat wél het geval is moet je je evengoed afvragen, wat het nut is erover te schrijven. De natuurlijke aarzeling die men voelt om zich zo publiekelijk te etaleren is gezond. Teresa van Avila schrijft, omdat ze moet van haar biechtvader. Een beetje zin ziet ze er zelf ook wel in ... zodat andere mensen zich misschien niet zo hoeven af te tobben zoals ik moest. Weliswaar kan een dokter niet alle ziektes zelf gehad hebben, maar bij deze is het toch wel handig.
Als ik in de pauzes van mijn crisis wat bij kwam, ging ik regelmatig voor een dag naar Londen om aan de Charing Cross Road en de Tottenham Court Road boeken te kopen. Daar liep ik dan de schappen langs om te zoeken naar teksten, die beschreven wat ik had gehad en soms nog zou krijgen. En wat ik er eigenlijk mee aan moest. Het stond er vol van, uit het Oosten en uit het Westen, en uit de Islam. Het Christendom puilt ervan uit. Overal stond het, maar nergens op een medische afdeling. Gelukkig. Zoals die ene keer, toen ik >s avonds de boekhandels langs ging om mijn tassen op te halen en het er te veel bleken te zijn om in één keer te dragen. In delen heb ik ze toen naar de metro gesleept, van lantaarnpaal tot lantaarnpaal, zodat ik ze nog net in het zicht had. Een mens doet veel, als zijn leven ervan af hangt.
Waar ik ondertussen zeker van was, was dat de oplossing dáárin stond, in die boeken. Niet in de psychiatrie-boeken waar ik zo fobisch van werd, dat ik er niet eens meer in durfde te kijken. Nu dat al lang niet meer zo is weet ik, dat het fobische zijn grondslag niet vond in de herkenning. Want wat ik had was veel erger. En het was door de psychiater niet op te lossen. Het waren in wezen reële angsten, die ik toen echter niet kon duiden. Het was de angst voor het wereldbeeld van de psychiatrie, dat me van de regen in de drup zou helpen.
Die teksten waren lichtstralen in het absolute donker. Het was hetzelfde donker als het mijne, terwijl ik steeds maar had gedacht dat ik iets bijzonders had. Een soort fatale schakelfout, die bij de teloorgang van het apparaat niet eens eindigt. En het licht dat in het duister straalde bij die schrijvers, dat wekten die teksten ook in mij op. Het was dus wel veel erger dan op die bladzijden der psychiatrie, maar het was tenminste niet ziek en hopeloos. Ik kon er zelf wat aan doen en de hulp die ik er van buiten bij nodig had zou vanzelf komen. En ze is ook vanzelf gekomen. Het was zogezegd normaal en dat was een onuitsprekelijke verademing. De opdracht was enorm, maar er was tenminste een oplossing. En het bleek een pad uitgesleten door tallozen in de geschiedenis van de mens. Tot mijn oneindige verbazing bleek ik normaler dan ik zelf ooit voor mogelijk had gehouden en niet zo gek als ik toch wel lang heb gedacht.
Vreemde verwantschappen en verre vriendschappen ontstonden, dweperijen soms, zoals met die man uit Tus in Perzië, Abu-Hamid al-Ghazzali, die verzucht ... om deze reden moet men medelijden hebben met de profeten onder de mensen. Hun kwellingen, door het gebrek aan begrip bij de mensen, zijn voor hen een beproeving en een test door God. Dergelijke moeilijkheden zijn hen toegewezen door een van eeuwig voorbestemd besluit. Ver weg in de geschiedenis, uit een ander deel van de wereld, uit een andere godsdienst en cultuur, maar wat hij gevoeld heeft, toen hij zat te bidden in de moskee van Damascus en wat men bedoelde toen men sprak over zijn almaar toenemende functionele afbraak totdat hij niets meer kon, dat wist ik. Die eeuwenoude en verre teksten waren een boog over tijd en ruimte naar mij toe. Ik las ze met de pen in de ene en de zakdoek in de andere hand. Dat er mensen waren geweest die hetzelfde hadden beleefd, dat was een openbaring, en ook dat het zo goed met ze was afgelopen en dat ze zo gelukkig waren geweest, ook nog in dit leven. Niet te begrijpen. Tussendoor is het belangrijk om te zeggen dat ik mij niets verbeeld, want dat is de hond in de pot van alles. Onze moeder de heilige kerk, die overal wat op weet, zegt dan dat ieder mens een profetische taak en plicht heeft. En daar kwijt ik mij nu alleen maar van.
Søren Kierkegaard verhult in zijn teksten het eigen verhaal, aanvankelijk zelfs onder pseudoniem, maar in zijn zwaar theoretische verhandelingen schemert hijzelf altijd door. Bij Gerard Reve is het andersom. In zijn boeken is het eigen verhaal uitentreuren uitgesponnen. Bij hem echter schemert het bloedstollend serieuze overal doorheen. Als je dat niet ziet, is Kierkegaard een zwaarmoedige theoloog en Reve een viezerik. En dat terwijl hun belevenis dezelfde is en ze feitelijk hetzelfde willen zeggen.
Toen Reve een keer in Tegelen was voor een voorleesavond, had ik een rol in het programma van de dag erna. Daarom stond ik in de coulissen van de zaal. Gerard heeft graag rode lippen, als hij voorleest ... zei zijn Xantippe tegen de visagiste. Een ander merkte op voor serieus ... ik ken een schrijver, die niets van een ander leest, omdat hij anders bang is niet meer origineel te zijn. De dirigent van het meisjeskoortje kwam happend naar adem van het toneel af ... moeten we dat echt allemaal aanhoren? En er liepen ook wat intellectuelen rond. Die zagen iets emancipatiefs in Gerard. Reve als emancipator, for crying out loud. De enige realisten daar in die coulissen waren de meisjes van het koor, die op de foto wilden met Thom Hoffman. En verder de meester zelf natuurlijk, en ik. Toen Reve weer eens het toneel op moest, zei hij ... eerst pissen. Ietwat vermoeid, omdat het nog steeds werkte bij de vertrouwelingen. Met haar feilloze instinct hield ook de kerk van hem, niet al te openlijk, want je wist natuurlijk nooit welke streek hij je nog zou leveren.
Het gaat nooit meer over. De verbazingwekkendste bevinding is nog wel dat het bestaan zin heeft en dat het nog leuk is ook. Menigeen die wat nadenkt komt niet zo ver of leert er hoogstens op een gebrekkige manier mee leven. Maar een gesukkel blijft het dan toch. Met alle gewicht echter, dat zo'n ervaring heeft, kan dát inderdaad worden gezegd: het bestaan heeft zin. De figuur in de schreeuw van Edvard Munch, Søren Kierkegaard met zijn Sygdommen til Døden, de ziekte ten dode, de uitgemergelde asceten op de schilderijen van eeuwen her, Siddharta Gautama, toen hij voor de eerste keer een lijk zag, Leo Tolstoj in het posthuis van Arzamas, ze hebben allemaal hetzelfde meegemaakt. De afbraak van die vriend uit Tus, ik weet er alles van. Ooit beangstigden zon schilderijen en teksten mij. Misschien omdat ik er een voorgevoel van had, dat het mij ook nog eens zou overkomen. Heel vroeger las ik eens ... variety of men. C. P. Snow beschrijft daarin een ontmoeting met Dag Hammarskjöld en hoe zijn eenzaamheid van hem af had gestraald. Ik herinner mij hoe de rillingen mij hiervan over de rug liepen. Maar nu ik weet Wie erachter zit krijg ik er een kick van. Die asceten werden zo bleek, niet omdat ze zich iets ontzeiden, maar omdat ze tenslotte nog méér wilden dan ieder ander. Wie Mij bij de mensen belijdt, hem zal Ik ook bij Mijn Vader in de hemel belijden ... zegt Hijzelf.
Dé geestelijk crisis van de mens, of noem het maar gewoon de ervaring van bekering, je kunt het zo erg niet bedenken of het hoort erbij en de enige uitweg is Jezus Christus. Later heb ik mij bedacht, dat Hij ook de oorzaak van alles was. Een soort Middeleeuws godsbewijs dus, ongeldig zoals alle andere weliswaar, maar als een mens zich zo slecht kan voelen, dat de grenzen van leven en dood lijken te verbleken, dan moet God wel bestaan. Het is de donkere nacht van de ziel, die zijn bron heeft in de werkelijkheid van alle dingen. Dat is een wonder en meer heb je dan niet nodig. Hoewel Dag Hammarskjöld zegt, dat het daarmee niet op zal houden, want ... het laatste wonder zal nog groter dan het eerste zijn.
Waar ik hier niet over schrijf is over de chamber of horrors zélf, ik blader niet in de Enzyklopädie des Grauens. Enerzijds is dat een soort etaleren, waar ik toch nog een aarzeling over voel om het te doen. En ieder mens heeft het ook weer een beetje anders. Ongelukkig is ieder op zijn eigen manier, gelukkig is iedereen op dezelfde manier ... zegt Leo Tolstoj al in de eerste regels van Anna Karenina. Het gaat niet om het veelkleurige palet van de bestaansangst. Het gaat erom dat zij er is. Teresa van Avila beschrijft haar eigen blik in de hel. Het heeft iets komisch en dat komt omdat zij haar achter zich heeft gelaten en omdat zij haar hoofdbewoner als lachwekkend heeft herkend. Maar het komt dus ook, omdat de verschijningsvorm van de bestaansangst zo persoonlijk is dat het voor anderen niet herkenbaar is. En dan krijgt het al gauw iets komisch. Zo ken ik iemand die angst heeft voor knopen. Het heeft niet veel zin om dergelijke angsten te beschrijven en dus ook niet om ze bijvoorbeeld aan te pakken bij de knoop. Daarom schrijf ik wat dat betreft ook maar niet over mijzelf. Men heeft er niets aan.
‘s Mensen angsten hebben alle kleuren van de regenboog. En de vuistregel is dan, dat er niets is wat er niet bij hoort. Er is niets wat buiten de orde valt. Niets beleef je wat iemand anders niet ook al heeft beleefd. Maar dan toch, hoe onmogelijk het ook lijkt, als er een wonder moet gebeuren dan gebeurt het ook. Søren Kierkegaard schrijft in fear and trembling over zichzelf. De crises van de mens kan vormen aannemen van het drama van Abraham, die zijn zoon moet offeren. Geen lijden kan er toch groter zijn geweest dan toen hij met Isaak naast zich zwijgend voortliep naar de berg More. Maar toch, zegt Kierkegaard, Abraham geloofde. Hij wist niets, maar hij geloofde dat er een uitweg kwam. Het fear and trembling van de mens kan verbazingwekkende vormen aannemen, -men zou ervan opkijken als men het allemaal wist-, zegt Kierkegaard, maar toch, niets ervan is bestand tegen wat van alle eeuwigheid ‘s mensen erfenis is geweest. Niemand is ooit verloren.
Het oprecht schrijven over deze ervaring zou eveneens een publieke biecht moeten inhouden, maar zoiets hebben de biechtvaders altijd verscheurd. Daarom schrijf ik daar ook maar niet over. Een deel ervan was bij mij in ieder geval zomaar leven, als een kip zonder kop, en dat is al erg genoeg. Het leven heeft een urgentie en een onmiddellijkheid, die als je dat overziet ook al een staat van zonde teweeg brengt. Gele bladeren hangen aan de boom van je leven. De boodschappers van de dood staan al te wachten. Je gaat op een reis, ver weg. Heb je enig proviand voor de tocht? ... zo zegt de Dhammapada. Het leven is missie. Bij de mens hoort passie. Hij moet tot het uiterste gaan. Cherubijnen en seraphijnen hangen vol verwachting over de rand van een gat in de hemel, kijken elkaar aan en zuchten dan ... hij doet niks. Iedereen die zoiets heeft gehad jammerde altijd over hoe slecht hij van te voren leefde en dat doe ik bij deze dan ook maar. Als je dát voelt, is het een goed teken. Laat je nooit door de psychiaters wijs maken, dat die gevoelens worden geregisseerd door chemische stoffen in de hersenen, of dat het aan de opvoeding ligt of aan een of andere neurose, want dan ben je wél verloren. Je voelt iets waarmee je over de grenzen van tijd en ruimte heen God kunt vinden en de mens en tenslotte je eigenlijke zelf. Laat je er -werkelijk in Godsnaam- geen serotonine-heropnameremmer voor geven. Loop je met de ziel onder de arm door de stad en voel je daarbij dat je er tot dan toe nog niets van terecht hebt gebracht, dan heb je een aanhaakpunt naar het leven. Hou je aan die gedachte vast, want het is de eerste trede van de trap die voert uit de put. Het is het eerste dwalen in de doolhof, die tenslotte volgens de allergrootsten toegang geeft tot de tuin van Eden. Vind je jezelf een mesthoop, hoera. Denk dan aan Teresa van Avila, die er zich zo over verwonderd heeft dat op de mesthoop die zij zelf was nog zo'n mooie bloem kon groeien.
De enige horror die ik mij nu nog kan voorstellen is dat Hij me erin had laten zitten. Nee, dat moet ik niet zeggen, want zoiets doet God niet. Soms heb ik wel eens gebeden of Hij ook wel zeker wist dat Hij me goed in de gaten hield en eerbiedig gevraagd of Hij het alsjeblieft niet al te bont wilde maken, want .... als de Heer die dagen niet verkort had, zou geen mens gespaard blijven; maar Hij heeft die dagen verkort omwille van de uitverkorenen die Hij zich uitgekozen heeft. Hij begint aan zoiets niet, als Hij niet ook de weg ten leven wil laten zien. De enige horror die ik me nu nog wél kan voorstellen is, dat Hij er niet aan was begonnen. Dan had ik nu nog steeds rond gelopen als een kip zonder kop.
Toen ik het nog niet begreep indertijd, had ik al alles voor wat verlichting over gehad. Ermee kunnen leven zou al fantastisch zijn geweest. Een mens zoekt dan naar van alles, doodlopende wegen ook, maar dan zegt Thomas à Kempis kortweg ... kom tot Mij als de strijd hard met je gaat. Je traagheid om tot bidden te komen is het grootste obstakel om mijn hemelse troost te verkrijgen, want , terwijl je oprecht Mij zou moeten zoeken wend je je eerst tot allerlei andere uitwegen en hoop je je te herstellen met wereldse middelen. Het is alleen als dit allemaal heeft gefaald, dat je je herinnert dat Ik de Redder ben van allen die hun vertrouwen op Mij stellen, en dat er geen effectieve hulp, geen wijze raad, en geen blijvende remedie kan zijn, behalve van Mij. Om dit soort regels kan ik sindsdien nooit meer op stap gaan zonder de tekst van de man uit Kempen. Zij moeten wel in de hemel geschreven zijn. De mens kan niets zelf ... zei me vanavond een oude zuster hier in Turijn. Vertrouw op God die altijd het goede met je voor heeft en je kunt alles. Zij vertrouwt overigens ook erg op de engelbewaarder. Die heeft inderdaad de handen vol aan iemand in geestelijke crisis, want men is dan geneigd in zeven sloten tegelijk te lopen. De hemeling moet overuren draaien, maar je kunt er zonder meer op rekenen, dat hij het zonder morren doet.
Wat lange tijd slechts de pijnbank van het leven leek, bleek de kwijnende vlaspit te zijn in de vooreerst aardedonkere schatkamer ervan. In die tijd dacht ik ... wat moet er van me worden? Nu weet ik niet wat er van me had moeten worden zonder die ervaring. Ik kan het me niet meer voorstellen. Het is mijn weg geweest. Natuurlijk hoef je geen één boek te lezen. Het gaat om het idee. Er zijn vele wegen en er zijn er geen fout bij de mens van goede wil. Maar het gaat wel altijd om Hetzelfde. Het is geen weg met een zichtbaar einddoel, maar een weg met een altijd wijkende horizon. En het is voor niemand een gebaande weg. De mens moet hem zelf vinden, niet met behulp van zijn verstand, want dan komt hij nergens, maar al lerend te vertrouwen op God.
In het oude Rusland stonden langs de weg werstpalen, die in de met sneeuw bedekte, winterse ijsvlakten de loop van de weg aangaven, ongeveer een werst uit elkaar, zodat in een sneeuwstorm alleen de volgende nog juist te zien was. De helden van Tolstoj en Dostojewski bewogen zich erlangs voort, omdat hun scheppers zich er zelf langs voortbewogen hadden. Af en toe schijnt de lamp van de weg, zoals Kardinaal Newman al zei, niet ver vooruit, soms maar net voor de voeten. Dan is de mens in crisis en zo leert hij te vertrouwen op zijn God.
meer info: www.wimbeurskens.nl

Een bevriende chirurg vertelde me laatst, dat alles uiteindelijk biologisch verklaard zal kunnen worden. Alle psychische dingen, goed en kwaad. Alles, want alles is chemie. Daaraan draagt bij, dat een uiterst geleerde zoon in het kankeronderzoek juist op het biologische pad fors vooruitgang boekt. Een andere vriend houdt er een heel stelsel van moraal op na en hij leeft er ook nog naar. Maar het etiket God mag er niet op worden geplakt. Alles is cultuur. Misschien zijn er wel Christelijke wortels in onze cultuur, maar ook dat is cultuur.
Hoe goed en kwaad ontstonden staat op de eerste bladzijden van de Bijbel. Het is blijkbaar wezenlijk. Daarom leeft een tijd die goed en kwaad ontkent in onmin met religie. Toch is het kwaad ook een mysterie. De mens mag er niet van weten. Daarbij was ook de boom van het leven midden in de tuin en de boom van de kennis van goed en kwaad ... zegt Genesis. Hij mag niet eten van de vruchten van die boom, omdat hij dan zou weten van het wezen van het kwaad, terwijl juist een groot deel van de bijbel erover gaat deze kennis over te dragen ... maar van de boom van de kennis van goed en kwaad moogt ge niet eten. Een paradox dus. Bovendien noemt Genesis de boom van de kennis van goed en kwaad ook de boom van het leven. Het gaat om het allerwezenlijkste. Misschien was de boom in de tuin van Eden wel een voorafbeelding van Jezus, die iets deed met het kwaad, dat de zondencatalogus te boven ging. Voor alle zonden is vergeving mogelijk, maar toch moet de mens met alles wat in hem is streven naar het goede, want hij heeft niets ergers te vrezen dan de zonde, die verwijdert van God en van de mens. Maar toch, hoe harder je God zoekt, des te onwaardiger lijk je Hem te worden.
Er zijn paradoxen in het kwaad en het lijkt wel of zij die een antwoord hebben gegeven op een zijspoor zijn geraakt, zoals bijvoorbeeld Pelagius en Jansen. Pelagius dacht dat de mens gered kon worden door zich op eigen kracht maar goed aan de regels te houden. Jansen en het naar hem genoemde Jansenisme dachten precies het tegenovergestelde. De mens kan zelf niets. Hij is helemaal afhankelijk van de genade Gods. Zij echter die de paradox hebben laten staan zijn dichterbij de waarheid gebleven, zoals Paulus en Augustinus. Want zij gaven géén antwoord. Zij hielden zich aan Genesis. Het kwaad hoort wezenlijk bij de mens, terwijl God niets heeft gemaakt dat niet goed is. De mens is immers geschapen als zijn evenbeeld. Het staat allemaal haaks op elkaar.
Zo belangrijk vond men een oplossing voor dit mysterie, dat men er iets voor op papier wilde hebben, wat gewone mensen konden begrijpen. Dit heeft de kerk gebracht tot de doctrine van de erfzonde. De uitleg van de eerste Genesis-hoofdstukken lijkt echter nogal mank te gaan, zoals door de dominicaan Andrés van Meegeren is aangetoond. Waar het echter om gaat is juist die intentie om het mysterie van het kwaad op te lossen. De erfzonde is zo'n oplossing en juist dit lijkt een stap die niet gezet had mogen worden. Genesis zegt dat het mysterie van goed en kwaad onaangeroerd moet blijven, onaangetast en onopgelost. De pijnlijkheid ervan moet voor ieder te voelen blijven. Het idee van de erfzonde heeft echter de schijn van een oplossing en dat is juist verboden. Dat is eten van de verboden vrucht.
Met als gevolg dat in het oude Limburg vaders met hun dode kindertjes in een kistje achter op de fiets alleen naar het kerkhof moesten. Daar werden de ongedoopten achter de muur begraven. Nu worden monumenten voor hen opgericht, omdat mensen voelen dat het fout was. En tegen een dergelijk inzicht -een achterdeurtje naar de hemel dat de mens altijd heeft-, daar kan geen theologische traditie tegenop.
Het mysterie van goed en kwaad mag dus niet worden opgelost door kennis, zelfs niet door kennis van de kerk. Dan neem je de mens als vrij schepsel Gods niet serieus. Je maakt hem tot een robot. Dan los je het probleem voor hem op, maar dan ben je wel de Groot-Inquisiteur uit de Gebroeders Karamazow van Fjodor Dostojewski, die buiten Jezus kan.
Ieder mens heeft met het kwaad te maken. Zo zegt al-Ghazzali ... geen mens is vrij van zonde, het behoort tot zijn wezen ... , terwijl God wordt genoemd ... de Bedekker van de zonden. Ook in de Christelijke traditie is lang de discussie gevoerd of het kwaad wel werkelijk bestaat. Dionysius Areopagita zegt ... het kwaad kan niets voortbrengen noch iets onderhouden, het kan niets maken of dragen. Ook de Heilige Diadochus van Photiki, bisschop van Epirus, zegt dat het kwaad alleen bestaat als de mens het dagelijks voedt ... want het goede, dat bestaat van nature, is machtiger dan onze neiging tot het kwade. Het ene heeft bestaan, terwijl het andere geen bestaan heeft, behalve als wij het bestaan géven door onze daden ... Als wij het even niet doen, dan is het al weg. En nog eens de Areopagiet ... echter, datgene wat geheel verstoken is van het Goede, heeft nooit welke vorm van bestaan gehad dan ook, heeft die nu niet, zal die nooit hebben, en kan die ook niet hebben ... Het kwaad op zichzelf bestaat niet. Het moet altijd worden gevoed door het onvolmaakt goede in de mens met vrije wil. Want datgene wat in het geheel geen deel heeft aan het Goede, is niet en heeft geen plaats in het bestaan.
Dus het kwaad moet worden onderhouden om het enigszins te laten bestaan, maar dan geheel dankzij de eigen vrije wil van de mens, anders vervliegt het meteen. De duivel, de vijand van alle goeds, hij die altijd rondgaat zoekende wie te verslinden, vermag niets tegen de mens van goede wil, ook al is die nog zo zwak. Toen men nog in demonen geloofde zei de heilige Maximus de belijder van hen ... zelfs de demonen zijn niet slecht van nature, maar zij zijn slecht geworden door het misbruik van hun natuurlijke krachten. Dionysius zegt dan dat iets alleen bestaat naar mate het deel heeft aan het goede. Iets wat alleen deel heeft aan het kwade bestaat niet. Het kwade verliest het altijd. Hoe erg het er in de dagelijkse wereld soms ook uitziet, tenslotte kan er niets op tegen het goede. Dionysius Areopagita ... met andere woorden, de dingen in het bestaan zullen in die mate deel hebben aan het zijn, naarmate zij deel hebben aan het Goede ... Verwijder al het Goede en er is niets meer.
Het kwaad heeft een totaal andere kwaliteit dan het goede. Het zijn niet twee krachten, die je kunt vergelijken met elkaar. Het goede en het kwade behoren niet tot dezelfde categorie. Het is geen plus en min. Je kunt geen appels met peren vergelijken. De gang van het goede naar het kwade is een μεταβασις ις λλoς γεvoς, een metabasis eis allos genos, de overgang naar een andere soort.
Er is dus een verband tussen het goede met de werkelijkheid, van de liefde met de werkelijkheid. Het is een betrekking, die gaat tot op het wezen der dingen. Het kwade heeft die eigenschap niet. Wat werkelijk is, de basis van alle dingen in het zijn, is liefde. Dus niet, bij het wezen der dingen komt de liefde te pas als noodzakelijk ingrediënt, het is liefde. Het wezen der dingen vind je niet bij de atomen of het niets daartussen of bij de grenzen van het heelal, maar bij het Goede. Zo is het ook met het Goede. Terwijl het bestaat ver boven de zon, een archetype ver verheven boven zijn vage beeld, zendt het zijn stralen van onverdeelde goedheid uit naar alles dat het vermogen heeft ze te ontvangen, in welke vorm dat ook is. Deze stralen zijn verantwoordelijk voor alle te begrijpen en begrijpende wezens, voor iedere kracht en voor iedere activiteit ... aldus Dionysius Areopagita. Overigens is dit in het Griekse denken opgelegd pandoer, zowel bij Aristoteles als bij Plato. De werkelijkheid is nooit iets, dat een onverschillige betrekking heeft tot het goede. Kennis van de werkelijkheid is ook altijd kennis van het goede.
Zo kan gemakkelijk het idee van de apokatastasis ontstaan, wat bij Origenes wordt terug gevonden en waar hij voor is veroordeeld tijdens het Tweede Concilie van Nicea. Uiteindelijk komen alle zielen in de hemel. De hel is leeg. Tenslotte wordt ieder mens ooit omhelsd door Jezus, alsof Hij alleen op hèm heeft gewacht. Zoals Teresia van Lisieux ook zegt ... je crois dans l'enfer, mais je crois aussi qu'il est vide. Ik geloof in de hel, maar ik geloof ook dat ze leeg is. Bij de apokatastasis is er ook een spanning opgeheven, die nooit mag worden opgeheven. Zowel bij Origenes als bij Teresia zijn deze gedachten echter een afspiegeling van hun eigen biografie, die van Teresia een kerklerares heeft gemaakt en van Origenes tot één van de allergrootsten uit de oudheid. Er is er géén groter dan Origenes ... zeggen zij die van hem houden. Bij Origenes en Teresia waren deze woorden een poëtische uitdrukking voor hun eigen bevrijding. Als je er dogma's van maakt, wat zij zélf nooit gedaan hebben, dan verdienen zij inderdaad een veroordeling. Want het zal ons toch hopenlijk niet gebeuren in de hemel, zoals èèn van mijn vrienden ooit zei, dat we onszelf moeten horen vragen of Ome Adolf alsjeblieft het zout eens door wil geven.
Paulus hield bij zijn toespraak op de Aeropaag de Atheners voor, dat zij de enige, ware God moesten aanbidden, ook de God die gij niet kent, omdat God de mens heeft geschapen, ... opdat zij God zouden zoeken, of zij Hem misschien al tastende zouden vinden; Hij is immers niet ver van ieder van ons. Paulus brengt hier waardering op voor het goede en het zoekende in het Griekse denken. Hij heeft immers op zijn gang door Athene een altaar opgemerkt met het opschrift ... aan een onbekende god.
Dionysius maakt gebruik van de denkbeelden van Aristoteles. Voor hem is de vrije wil van de mens nog geen thema. Want op zijn gedachten is dat een vanzelfsprekend vervolg. Dat gedeeltelijk gebrek, wat het kwaad is, komt voort uit de vrije wil van de mens, ook door de Schepper gegeven. De afstand tussen de mens en het goede kan enerzijds worden overbrugd door die vrije wil, die gericht kan zijn op het goede of op het kwade. En die afstand wordt anderzijds ook overbrugd door de goddelijke genade, die naar de mens in zonde toe gaat, ongevraagd, zelfs al wil hij niet veel goeds. Zo ontstaat dan een nieuw mysterie, dat van de menselijke vrije wil en de genade Gods, tussen het initiatief van de mens en dat van God. En ook dat mysterie mag niet worden opgelost. Friedrich von Hügel noemt dit de wrijving die niet ontlopen mag worden ... alleen door de wrijving toe te laten, te erkennen, geheel en zorgvuldig vast te houden zal onze ziel in staat zijn om op een juiste en rijke wijze haar weg te gaan, te groeien en zich te ontplooien. Maar leuk is het niet altijd zegt hij ... lieve hemel, wat een slopend proces is dat. Het kan hoogstens fascinerend werken op degenen die er theoretisch over nadenken en zich niet in die molen bevinden waar zij zich tot poeder gemalen zouden voelen.
De schepping is goed en de mens mag gelukkig zijn en van het leven genieten. Het aantrekkelijke in de redenering van Dionysius is, dat zij geen plaats laat voor de tegenstelling van het kwaad tegenover het goede. Het zijn geen aan elkaar gewaagde machten. Er is dus ook geen tegenstelling tussen materie en geest. Dit oude idee heeft immers eeuwenlang mensen doen geloven, dat je de wereld moet haten om God te vinden. Dionysius, zoals ook de officiële kerk, gaan in tegen de extreme ascese die het bestaan veracht. Je hoeft niet het klooster of de woestijn in te trekken om gered te Jezus sluit de overspelige vrouw in zijn armen, niet de farizeeër. Hij komt om de zieken te genezen, niet voor de gezonden. Hij hield van het leven en at met de zondaars. In levend bewijs, de tekst van het passiespel van Tegelen, zegt Jezus in de hof van olijven tijdens de mooiste Gethsèmani-scene ooit voor theater of film geschreven ... beken ik, dat ik, als de aardworm aan mijn voet, hier leven wil, Hier leven wil bij hen die ik bemin, die U bemint. Bij hen die U beminnen. Siddharta Gautama, de Boeddha, bereikte pas verlichting, toen hij weer hield van het leven. Toen hij dat begreep, was het in èèn nacht bekeken.
De mens mag het mysterie van goed en kwaad niet kennen. Het kwaad is eigenlijk de afstand tussen de mens en zijn Schepper, tussen de mens en zijn medemens en tegelijk de afstand tussen de mens en zichzelf, want hij is immers gemaakt als evenbeeld van God. Een mens moet eerst leren van zichzelf te houden zeggen de psychologen, anders kan hij niet houden van zijn medemens. Self-hate is een enorm obstakel voor de gezondheid. Het kwaad vervreemdt en vervreemding leidt tot wanhoop. Bij de gang van het goede naar het kwaad verliest de mens méér dan iets moreels. Hij raakt ook het zicht op de werkelijkheid kwijt. In het kwaad zit dus ook een sterk element van irrealiteit. Het kwaad heeft geen band met de werkelijkheid zoals zij is.
Niettemin mag de mens het absoluut werkelijke niet kennen. God is alleen toegankelijk door het geloof. Na het geloof kan er wel iets van kennen komen, maar dat is een ander soort kennen. Het kennen van God en elke poging daartoe is al in de eerste hoofdstukken van de bijbel verboden. De mens kan zichzelf dus ook in zijn wezen niet kennen. De enige ware verhouding van de mensen onderling, de enige die een basis in de werkelijkheid heeft -de I and thou relatie, zoals Martin Buber ze omschrijft- staat dus ook nooit onder het opzicht van kennis, maar onder dat van geloof, hoop en liefde, met de nadruk op het laatste zegt Paulus. De regisseerbare internet-robot, de CNN-wereldburger, heeft dus niet alleen geen basis in de werkelijkheid, maar hij deugt ook niet. Deze in wezen gnostische visie op de mens mag niet. Zo'n wezen is wel creëerbaar, omdat de mens ook schepper is. Die macht heeft hij gekregen. De mens kan zichzelf herscheppen in een vorm die hem belieft, dus ook als een vervreemd wezen zonder liefde. Omgekeerd past een mens die bemint, dankzij en ondanks alles wat hij is, juist in het plan van God met deze wereld. De iconen van Dostojewski, Vincent van Gogh, Gerard Reve worden nooit gered door kennis van goed en kwaad. Het mysterie van goed en kwaad behoeft verlossing en geen kennis.
Volgens Dionysius Areopagita behoort het kwaad niet tot de werkelijkheid. Het kwaad vervreemdt dus. Het omgekeerde is ook waar. Wordt een mens overvallen door een gevoel van vervreemding van de werkelijkheid, dat hem tot ontzetting brengt, dan is er waarschijnlijk een spirituele crisis aan de hand, zoals die zo mooi is uitgebeeld door Edvard Munch in Skrik, de Schreeuw. Die crisis heeft altijd te maken met het kwaad. En voor hen die dat een te zwaar woord is: dan gaat het altijd ook om afwezigheid van het tegendeel. Dan is er altijd wat aan de hand met de liefde. Dan moeten voor zo iemand alle hens aan dek, omdat voor de mens de liefde de enige reden van zijn bestaan is. De spirituele crisis die veroorzaakt wordt door vervreemding van de werkelijkheid zoals ze is, zal ik in volgende columns proberen te bekijken.
Nee, ik ga die vrienden van mij toch maar weer eens streng aanpakken. Alles is chemie. Alles is cultuur. Chemie en cultuur zijn mooie vormen van de materie, die daarmee deel hebben aan het goede. Maar materie is niet het wezenlijke. Het is versiering van het bestaan, door God gewild weliswaar, voor ons om van de genieten, zomaar, maar zij gaat niet over het wezenlijke. Turen in de microscoop brengt je geen stap verder naar het wezen der dingen. Prakkiseren over de kleinste deeltjes of over de verste grenzen van het heelal, je schiet er niets mee op. En kanker, dat is een filosofisch probleem. Dit en nog meer zal ik die chirurg onder de neus wrijven, als hij weer eens onder een of ander voorwendsel mijn spreekkamer binnendringt om me vervolgens dan weer meteen op God aan te vallen.
Afbeelding: Edvard Munch, De Schreeuw

Gisteren was er één van mijn eenzame patiënten op het spreekuur. Natuurlijk wonen er veel mensen alleen in de westerse wereld, steeds meer. Maar deze man is niet alleen alleen, maar ook eenzaam. Het is een bron van ernstig lijden voor hem en daarom komt hij naar de dokter. Het lijden uit zich in de angst voor allerlei ziekten, vooral kanker. Hij is bang voor de dood. Maar laatst was hij eens heel erg geschrokken. Nog extra. Toen had de angst voor de dood even plaats gemaakt, zo'n half uurtje, voor een verlangen naar de dood. Er is gewoon helemaal niets bij hem, een totale leegte. De voor de hand liggende vluchtweg voor de westerling is er ook niet, want hij drinkt niet eens.
Ook deze week was er een jonge Moslim, die van de cocaïne af wou en vroeg hoe hij dat moest aanpakken. Ik gaf hem de raad, zoals die in ons vak gebruikelijk is. Maar ik vroeg hem ook, of hij steun had in het religieuze. Ik erger me al op mezelf, als ik het zo diplomatiek stel, want ik moet natuurlijk zeggen ... geloof je?
We zijn nogal eens geneigd om problemen te lijf te gaan met de bestrijding van het negatieve. Symptoom voor symptoom wordt zo de ziekte afgebroken. Echter veel werkzamer is het vaak het negatieve te bestrijden door er iets goeds voor in de plaats te zetten. De jonge man keek door mijn diplomatieke wending heen en zei meteen ... ik moet natuurlijk een goede Moslim worden.
Natuurlijk, want als je de ene liefde opgeeft moet er een andere voor in de plaats komen, anders is de leegte van het bestaan niet te verdragen. Dit is een formulering die Karl Marx goed zou doen: de ene verslaving wordt vervangen door een andere. Toch is ze wel bruikbaar hier, want de lol aan het categorieverschil tussen het geloof en de cocaïne is niet meteen voelbaar, het totaal andere niet meteen zichtbaar. Je moet zelf de eerste stappen zetten. L'appetit vient en mangeant.
In het bestaan kan er dus een verkeerde liefde zijn, maar eenzaamheid is het ontbreken van alle liefde. Verkeerde liefdes hebben vaak te maken met slavernij en echt beminnen kan alleen de vrije mens. Daarom hebben verkeerde liefdes ook de neiging allengs te verdampen en zij leiden daarna dan evengoed tot eenzaamheid. Zelf heb ik een werkverslaving, ook wel echte liefde tot het werk, hoor. Die probeer ik te lijf te gaan door me er heel regelmatig met geweld aan te onttrekken en de stilte op te zoeken, want ik wil niet, dat een verkeerde liefde mij voert tot de toestand van die patiënt van mij.
Regelmatig voel ik de behoefte even in beter gezelschap te verkeren, met excuses alvast aan mijn huisgenoten en mijn geliefde clientèle. Geen mens zou echter zelf opzoeken, wat deze patiënt in zijn bestaan moet ervaren. Geen mens zoekt zo'n soort van lijden op en dat is ook nergens goed voor. Voor mij is het alleen-zijn echter een religieuze ervaring. Daar ga ik weer. Nee, het is een ontmoeting met het geloof, nog beter, het is een ontmoeting met de kern van het bestaan, een ontmoeting met de Geliefde. Ben je er weer, het werd onderhand ook wel weer eens tijd ... zegt Hij dan.
Het eind van het liedje is gewoonlijk, dat het steeds moeilijker wordt het alleen-zijn te organiseren, want zo'n excursie de stilte in verbetert ook altijd de relatie tot de medemens. Als je vlucht van de mensen, dan word je populairder. De monniken, die naar de sketische woestijn trokken, waren ook alleen, maar niet eenzaam. Aan de uiterste grens van de wildste wildernis staat toch de Vriend te wachten. En tenslotte waren ze dan ook niet meer alleen, want de mensen kwamen ze na tot diep in de woestijn. Want bij zoiets, daar wil iedereen bij zijn.
Eens, lang geleden, zat ik op Penn station in New York City een pizza te eten en naar de mensen te kijken. Ik kwam net terug van Princeton. Het leven op een Amerikaanse universiteitscampus, dat in die tijd zoveel aantrekkingskracht op me had, zei me die dag niet veel meer. Ook had ik het huis van Albert Einstein bezocht op Mercer street. Hij heeft daar gezocht naar de universele veldtheorie, als vervolg op de speciële en algemene relativiteitstheorie. Het arme ding is er nooit achter gekomen, dat hij waarschijnlijk God zocht. Toen ik zo naar de anonieme menigte zat te kijken, de grauwe massa van forensen, wist ik dat ik die grens van de wildernis had bereikt en dan kan een mens de gedachte wel eens overvallen, zo van ... wat doe ik hier eigenlijk? Later ben ik tot het besef gekomen, dat dit een verzoeking is. Ik wilde net maar capituleren, call it a day, en een groot glas bier bestellen, toen plotseling een neger vlak voor mijn tafeltje verscheen, zo'n soul-tiepetje uit Harlem. Hij bleef swingend voor mij staan en benam me het zicht op de voorthollende mensen. Eerst dacht ik dat het een verslaafde was. Zijn gezicht zweefde op en neer voor mij, maar hij zag er heel normaal uit met zijn grote ogen en zijn witte tanden ... hé man, did you hear, Jesus is in town ... zei hij met een overlopende blijdschap, alsof hij groot nieuws te berde bracht, uitgedrukt in zijn hele lichaamstaal, zoals je die alleen maar ziet bij de zwarte in de Verenigde Staten. Een split second later was hij wiegend in de menigte verdwenen. O ja, dacht ik, dat is waar ook. Ik wist weer waarom ik daar was en dat gaf een gevoel, dat ik nooit meer heb vergeten.
Iemand die werkt aan zijn relatie met God, werkt dus ook aan zijn relatie met de medemens. Anderzijds is de eenzame mens akelig gezelschap. Eenzaamheid versterkt zichzelf, het is een zichzelf vervullende profetie, want een mens die geen relatie heeft met God, heeft uiteindelijk ook geen relatie meer met zijn medemens. Bij de eenzame mens voelt de ander aan, dat hij gebruikt worden om tegen aan te schurken. De enkeling die het toelaat, doet het ook nog maar ter ere Gods. En dat voelen de eenzamen dan ook weer aan.
Waar mijn patiënt onder lijdt, dat hebben die monniken dus nooit gekend. Of van heel vroeger en daar willen ze helemaal niet meer aan terug denken. Zij kunnen veel verdragen, ziekte, verguizing, armoede, het martelaarschap desnoods, maar alsjeblieft dat nooit. Er is dus ook een verschil, het totaal andere, in het lijden. Echte eenzaamheid is geen oorbare categorie in het lijden. Het hoort niet.
Eenzaamheid is dus de afgrijselijke toestand van geen liefde in het bestaan, zelfs niet de herinnering eraan. Terwijl de liefde de enige reden is dat de mens bestaat. Een gelovige mens is nooit echt eenzaam. Koningin Wilhelmina gaf aan haar autobiografie, die heel gelovig is, de titel mee ... eenzaam maar niet alleen. Dat is een beetje verwarrend, want zij wil precies hetzelfde zeggen, maar gebruikt de woorden andersom. Zij is alleen, want niemand doet waarschijnlijk ooit normaal tegen een koningin, maar zij is niet eenzaam, want ze gelooft. Echt eenzaam is alleen de ongelovige. Indien dus zelfs uw innerlijk licht duister is, hoe erg zal dan de duisternis zijn ... zegt Jezus.
Ik denk aan het verhaal van Thomas Merton, die pas ingetreden was in het trappistenklooster van Onze Lieve Vrouw van Gethsemani bij Bardstown in Kentucky. De eenzaamheid van een losgeslagen leven had hem daarnaar toe gedreven. Toen hij er pas was, moest hij zwijgend de mededeling van de abt aanhoren, dat zijn broer was neergestort met zijn vliegtuig boven de Noordzee. Hij was piloot van een bommenwerper in de Tweede Wereldoorlog. Na nog drie uur op een vlot rond te hebben gedreven, sterft hij aan zijn verwondingen en krijgt hij van zijn kameraden een zeemansgraf. Merton heeft dan geen familie meer over. Meditatio pauperis in solitudine, overdenking van een arme in eenzaamheid ... schrijft hij. Toch is hij nooit meer eenzaam geweest. Achter de poort waarboven dreigend stond Soli Deus, God alleen heeft hij de eenzaamheid van de zijn jeugd overwonnen. Hij is er gelukkig geweest. Echt gelukkig.
Ik denk aan Dag Hammarskjöld, die ook eenzaam is geweest, totdat hij God had gevonden. Een vriend van hem kwam hem eens met Kerstmis tegen en ze maakten een wandeling op Manhattan langs de East River, waar ze woonden. Dag Hammarskjöld was één van de grootste politici van zijn tijd, een gevierd man als secretaris-generaal van de Verenigde Naties, maar op die Kerstdag sloeg zijn eenzaamheid de vriend zó in het gezicht, dat deze er niet goed van werd. Na de wandeling ging die vriend terug naar de warmte van zijn gezin en Dag Hammarskjöld verdween weer in zijn appartement. Ja, een mens, uitgesloten van de goddelijke en de menselijke liefde, is akelig gezelschap.
De jonge Moslim had het dus al gauw begrepen. Het is voor hem de keuze tussen God en de mammon. Dat begrijpt hij wel en ik denk ook dat het hem lukt er iets aan te doen. Maar die andere patiënt, dat weet ik zo net nog niet. Anderzijds, niemand is ooit verloren. Het zal toch potdorie niet waar zijn, dat er niets helpt. Straks zegt Jezus nog van ons, zoals het in de Italiaanse vertaling zo ritmisch klinkt ... gente di poca fede. Wat hebben jullie toch weinig geloof. Die patiënt eet elke pil, die ik hem voorschrijf, laat elk onderzoek aan zich gebeuren wat ik nodig vind en liefst nog meer, -desnoods iedere dag voor iets naar het ziekenhuis- maar dat ene, dát doet hij niet. Zoveel moeite is het nou ook weer niet om eens naar de kerk te gaan of een bedevaart te maken naar de Sterre der Zee of naar Lourdes of eens de Bijbel te lezen. Nee, niet één keer. Never nooit niet. Dat is natuurlijk raar, als het lijden zo groot is. Dat brengt me op een andere gedachte.
Ik denk aan de uitspraak van Jezus ... sommige duivels zijn alleen uit te drijven door bidden en door vasten. Ik denk ook aan die Moslima, die eerder heel vaak bij me kwam met allerlei ernstige symptomen, waar ik me geen raad mee wist. Op een gegeven moment schoot het me te binnen, dat er imams zijn, die medisch en psychiatrisch bezig zijn. In het Islamitische idioom komt daar ook nogal eens de duivel bij kijken. De westerse dokter kan daar niet in mee, omdat hij niet wil denken over goed en kwaad bij ziekten, laat staan dat hij het kwaad ook nog eens zou willen benoemen als de duivel. Maar goed, huisdokters moeten zich wel vaker aanpassen aan de patiënt, dus mijn tekst was ... je lijkt wel bezeten, ga maar eens naar een goeie imam in Marokko. Ze heeft het van de zomer gedaan en laatst kwam ik haar tegen. Alles was over. Maar ik kan mijn eenzame patiënt, die dus zeker ook schuldig is aan zijn eigen toestand, toch niet naar een duivel-uitdrijver in Marokko sturen? En de pater die dat vroeger in Tegelen altijd deed is al lang dood. Goede raad is duur.
Alles bij elkaar genomen zit er niets anders op dan dat ik maar een noveen ga houden. Bidden helpt altijd. Het thema van de noveen is dan, dat moge lukken wat hieronder staat beschreven. Dat dit ook mag lukken, zelfs als die patiënt het niet wil. Tenminste dat er al een begin komt, zoiets als ... de profundis clamavi ad te, Domine. Uit de diepten roep ik tot U, O Heer. Want als je dat kunt zeggen, is het meeste werk al gedaan.
Ooit was ik een paar dagen in Wenen met een nichtje van twaalf jaar. Zowat drie keer per dag, soms zes keer, moest ze haar moeder bellen. Op de meest onverwachte en ongelegen momenten en over de mobiele telefoon. O ja ... en dan greep ze naar haar tas, alsof het een spoedgeval was. Eén van die keren, toen we bij de pestzuil tegenover de Stefansdom stonden tijdens de avondschemering, terwijl in de stad al de lichten aan gingen, viel me pas op wat ze dan steeds zei in het Limburgs, als haar moeder aan de andere kant aannam, niet haar naam, maar ... mit mig ... met mij ... met een stralende glimlach, zeker wetend dat haar moeder het prachtig vond dat ze belde, oneindig belang stelde in alle details, dat ze alle werk uit haar handen zou laten vallen om naar haar te luisteren en op het eind zou vragen toch vooral gauw weer te bellen. Mit mig is daarom een figuur voor elke vorm van gebed, ook al is het de eerste keer, uit wat voor godvergeten afgronden en valleien des doods het ook komt. Ook dan hoef je alleen maar te zeggen ... mit mig, en Diegene aan de andere kant van de lijn weet meteen wie je bent; hij laat alle werk uit zijn handen vallen en hij zegt niet eens eindelijk.
(afbeelding: koningin Wilhelmina)
Meer info: www.wimbeurskens.nl
Foto: Bij de Passiespelen, Lazarus, gespeeld door Geert Beurskens, met kardinaal Simonis.
Kardinaal Simonis heeft bij zijn afscheid gezegd, dat de diep-vrome Moslim wel een stuk hoger in de hemel zal komen dan hijzelf. Dat zal hopelijk wel meevallen, want wij kennen de kardinaal toch als iemand, die al die jaren een oprecht en constant getuigenis heeft afgelegd. Een zoeker vindt hij zichzelf niet, want hij heeft van alles al gevonden. Ook daarmee neemt hij afstand van heel wat leeg, westers jargon. De kardinaal rept eveneens niet over een andere God, die de Moslims zouden aanbidden. Hiermee blijft hij dan ver van de craze, die in katholieke kringen tot in de geleerdste regionen opgeld doet en die zegt dat Moslims een andere God aanbidden. Volgens de kardinaal is de Islam wezensvreemd aan de westerse cultuur. De Islam heeft de Verlichting niet verwerkt. Dat is natuurlijk zo. Veel verder wil de kardinaal niet gaan, want de schrik zit er na de canard van de paus in Regensburg nog goed in. Toen zei deze, dat Moslims niet over hun geloof kunnen nadenken, omdat ze de Grieken niet hebben gehad. Aan het geloof is het denken niet meegegeven, ook niet bij de Christen. Die had daar de Griek voor nodig. In de westerse cultuur is deze vorm van rede mee ingebakken. Van Aristoteles via Thomas van Aquino, René Descartes, Immanuel Kant en al die Duitse geleerden, die aan de idyllische oevers van de Rijn zo veel voor zich uit hebben gezongen, waarvan de ontzettende gevolgen die van de nimf op de Lorelei maar in de schaduw stellen.
Zover als de paus wil de kardinaal dus niet gaan, maar hij ziet wel dat dit soort traject van de rede wezensvreemd is aan de Islam. Hier zal hij geen last mee krijgen, want de Islam is het daar helemaal mee eens. De Moslim wìl de Verlichting niet eens verwerken. Hij mijdt haar als de pest. De rede in de Islam is anders. Juist in de ontmoeting met de Islam moeten we ervaren, dat iets wat zo algemeen menselijk lijkt als de rede toch door de eigen cultuur wordt ingekleurd. Want ook de Moslim kan met de door God gegeven instrumenten van de geest goed omgaan met het geloof. En dat is ook een vorm van rede. De Grieken hebben niet het patent op verstand. Er is in de Islam een veelheid van denkrichtingen door de hele geschiedenis heen en het instrument waarmee de mens zich dit permitteert is ook de rede. Die lijkt echter niet op het verengde, westers rationalisme van na de Verlichting, dat door de Moslim met afschuw wordt bekeken.
De kardinaal zegt niet, dat we een andere God aanbidden als de Moslims, maar wèl dat we een ander godsbeeld hebben. Nu heeft God vele namen, talloze. Uit de Koran zijn er vele af te leiden, het hele spectrum feitelijk. Zo ook uit de Bijbel. Geen enkele naam zegt alles over God. Maar toch verschillen de godsbeelden van de Koran en van de Bijbel, zegt menigeen. Lees het maar eens na ... zegt de kardinaal. De rede en onze goede wil leveren ons echter de mogelijkheden om de verschillen niet te zien en de overeenkomsten te zoeken. Bijvoorbeeld, Jihad is de oorlog tegen het kwade in onszelf, de ernst om ons leven goed te maken. Ik heb ze dus niet gevonden, die verschillen. Geert Wilders ziet alleen maar verschillen en ik zie er geen. En dat is nou een soort verstand en rede, die Moslim en Christen in gelijke mate hebben, zonder de Grieken, dus zonder een instrument, dat extern is aan het geloof.
En om het nog wat simpeler te houden: Mohammed zegt zelf in de Koran, dat op zijn minst de evangelies en de Torah een integraal onderdeel zijn van de islamitische traditie. Mohammed was de laatste en de grootste profeet, maar velen zijn hem voorgegaan en dat zijn dezelfde als die van onze traditie, Jezus voorop, die in een adem wordt genoemd met de aartsvaders. Zelfs Maria of all people ontbreekt niet in de Koran. Het zou me een lief ding waard zijn, als menig westerling alvast maar eens geloofde over Jezus, wat Mohammed van Hem zegt.
Echter dit alles begs the question, hoe wezenseigen de katholieke kerk dan wel is aan de huidige westerse cultuur. Als we de woorden van Johannes Paulus II mogen geloven, heeft de katholieke kerk er niet veel goeds meer aan te beleven. De paus was een groots criticus van de huidige westerse cultuur. Natuurlijk heeft Europa zijn wortels in het Christendom, maar waar zijn ze gebleven? En de paus stond daar niet alleen op eenzame hoogte. De katholieke preekstoelen tegenwoordig druipen van het cultuurpessimisme en de familie van de kardinaal zegt op de TV, dat hij ontzet is over de toestand waarin Nederland nu verkeert.
De kerk heeft een voorgeschiedenis van kritiek op de Verlichting, die in de diepste laden van het Vaticaan verstopt zijn. Ik noem maar de syllabus errorum van Pius IX en de anti-modernisten-eed van Pius X. In een biografie van de heilige pastoor van Ars, Jean-Marie Vianney, trof ik laatst de voorbeelden aan van de terreur, die de Verlichting teweeg bracht op het platteland van Frankrijk in zijn tijd. Zoals het zo vaak gaat met filosofieën, die niet op geloof zijn gestoeld, is tenslotte alleen nog maar het opschrift best wel aardig, vrijheid, gelijkheid, broederschap. Toch is de kerk niet aan de Verlichting ontsnapt: het enge rationalisme, het juridische denken met de illusie van de beheersbaarheid ven de werkelijkheid, zijn toch tot in haar onzichtbaarste radertjes doorgedrongen. De neo-scholastiek is een knieval voor de Verlichting. De kerk heeft zich geen profetische plaats in het westerse denken weten te veroveren. Dat komt omdat zij meer deel aan heeft aan een verlichte opvatting van de rede dan goed voor haar is. De tegenstelling tussen de kerk en het westen die wél zichtbaar is, vooral die over morele kwesties, zoals abortus en euthanasie, houdt de kerk in een hoek, waar ze niet in thuis hoort, alsof de kerk vooral over moraal zou gaan. De ethische discussie duidt wel op een kloof met het westerse denken, maar de werkelijke kloof is veel dieper en gaat over veel meer. Immers iedereen beseft toch -en de kardinaal heeft vaker iets dergelijks gezegd-, dat de beste manier om de kerken helemaal leeg te krijgen zou zijn precies te doen, wat het westen van haar vraagt, namelijk op alle courante strijdpunten toegeven. Kijk maar de naar de progressieven binnen de reformatie, die dat wél doen. Dan is het echt helemaal afgelopen, zoals de leegloop daar laat zien.
Nee, de kritiek van de katholieke kerk gaat inderdaad veel verder en verschilt in wezen niet zoveel van die van de Islam. Dus als de kardinaal zegt, dat de Islam wezensvreemd is aan de westerse cultuur en dat hij de de Verlichting niet heeft verwerkt, dan mis ik eigenlijk de felicitatie, een ferm ... wij hebben er ook zoveel last mee gehad. Voor protesten tegen het westerse denken hoeven we overigens niet zover van huis te gaan. De kerk zou ook te rade kunnen gaan bij de westerse, agnostische filosofieën van deze tijd. Het hol van de leeuw zélf bewijst haar momenteel onschatbare diensten. De huidige, post-moderne filosofie in het Westen is de kerk in haar cultuurkritiek niet alleen vóór, maar overtreft haar ook in diepgang en kwaliteit. De nieuwste filosofieën doen de Verlichting inderdaad definitief de das om. Dus de positie van de kerk hoort op dit moment cultuurkritisch te zijn, veel verder gaand dan de ethische kwesties. Op die manier staat zij dichter bij de Islam dan zij momenteel kan verdragen te denken, maar het is nu eenmaal niet anders. Een beetje durf en vertrouwen op de Heilige Geest zouden geen kwaad kunnen.
De katholieke kerk is groter dan Europa en de Verlichting. Zij is echt niet afhankelijk van wat de westerse filosofen hebben gezegd. Zij staat in de huidige constellatie van de wereld veel dichter bij de Islam dan bij het westerse denken. Hier zal zij de profetische consequenties uit moeten trekken, anders blijft het maar het gesukkel, wat het heden ten dage toch is. Wordt het niet eens tijd, dat de katholieke kerk haar flirt met de Verlichting maar opgeeft? Haar liefdesaffaire met de moderne, westerse cultuur maar laat voor wat ze is? Dat vochtige, afgevallen herfstblad, waar men nog wel over kan uitglijden en zich flink bezeren, maar waarvan toch de dagen zijn geteld? De kardinaal ken ik van al die keren, dat hij de Passiespelen van Tegelen bezocht sinds 1985. Enkele malen deed hij bij ons ook de mis. Met deze column wil ik graag mijn goede wensen aan hem vorm geven, ook als een uiting van dankbaarheid voor zijn werk en de inspiratie voor zoveel mensen en voor de kerk.
Foto: De heilige Teresa van Avila door Gianlorenzo Bernini in de Santa Maria della Vittoria in Rome.
Meer info: www.wimbeurskens.nl

De Teatijnen zijn een oude orde uit de tijd van de Jezuïeten. Hun kerk is de enorme Sant' Andrea della Valle, dichtbij de Piazza Navona in Rome. In de honderden jaren oude gewelven van het aangrenzende klooster bevindt zich de refter, waar we zitten te eten. De generaal-overste, Valentin Arteaga, geboren in La Mancha, heeft vorig jaar een wereldprijs voor mystieke poëzie gewonnen in Quito, de Fernando Rielo-prijs. Hij had vandaag een nieuwe slogan. Als zoiets hem door het hoofd speelt, hoor je het dagen achter elkaar.
Tarari que te vi.
J lo que te rondaré, morena.
Het betekent zoiets als ... hoe lang moet ik nog om je heen draaien, brunette. Tarari klinkt als een geweersalvo. Het meisje schrikt ervan op. De jonge man is vol zelfvertrouwen. Hij gunt de dame wel wat tijd om hard to get te spelen, maar voor de bijl gaat ze toch. Natuurlijk zijn liefdesgedichten gewoonlijk niet de talk of the day in het klooster, maar een beetje liefdesgedicht is mystiek uit te leggen. Ook de relatie met God gaat tenslotte alleen over de liefde. Dat is de enige inhoud ervan. Er is geen ander verkeer met God mogelijk dan door de liefde. De ervaringen van mystici vallen daarom onder de categorie van de liefde en zijn daar niet van te onderscheiden. Verander in een enigszins fatsoenlijk liefdesgedicht de naam van de geliefde in de naam van God en je hebt een mystieke gedicht. Anders was het Hooglied natuurlijk ook nooit in de Bijbel gekomen.
Het tarari gaat dan over de mens, die zich helemaal op God heeft gericht, maar die geen antwoord krijgt. Hij kan gaan klagen en God verwijten maken, of hij kan ophouden in God te geloven of hij kan de schuld bij zichzelf zoeken, want misschien is hij het antwoord van God wel niet waard. Dit zijn drie foute oplossingen. Ieder mens van goede wil krijgt de hemel open en is dat ook feitelijk waard, want Maulana Jalalu-'d-dín Rumí zegt daarvan ...
Know this for 'He loves them that love Him.'
The sum is this, that whoso seeks another,
The soul of that other who is sought inclines to him.
(Weet dit voor Hij houdt van hen die van Hem houden.
Waar het om gaat betreffende hem die een ander zoekt is
dat de ziel van de ander die wordt gezocht
zich ook tot hem neigt) .
En ook van Maulana Rumi ...
Niemand zoekt vereniging met zijn geliefde,
zonder dat die geliefde ook vereniging met hem zoekt.
Dus als we het gevoel hebben dat God stil is en als we daaronder lijden is dit een bewijs dat Hij op zoek is naar ons. Dat is dan al zo zeker als de voltooid verleden tijd. En dit is toch een hele geruststelling en een verdergaande bevestiging dan wij ooit durfden dromen. Natuurlijk is dit ook de werkelijke inhoud van het godsbewijs van Anselmus van Canterbury, het ontologische. Als ik God kan denken bestaat hij ook. Maar denken is geen categorie die bij God hoort en voor de mens is het geen wezenlijke categorie. Van God hou je alleen. Daarom is wat hier wordt gezegd door de mystici naadloos te leggen langs de gedachten van Anselmus.
De minnaar van het tarari twijfelt er niet aan, dat hij de vrouw zal veroveren, of dat hij zelf mooi is. Hij is vol zelfvertrouwen, dat hij zijn doel zal bereiken. De verovering hoort erbij, maar ze moet het nu ook weer niet overdrijven. Zo kan een mens ook vertrouwen op God en vertrouwelijk met Hem omgaan. Hij weet dat hij begerenswaardig is voor God, zonder één denkbare uitzondering. En dat is in het gewone liefdesleven toch wel eens anders. Het zijn er toch niet veel, die het zich kunnen veroorloven te zeggen ... mens, schiet nou toch eindelijk eens een beetje op. En dat ze dan al opveert. Maar tegen God kun je dat wél zeggen. Het gedichtje is op het scherp van de snede. Hij is zeker van zijn zaak, die Spaanse Don Juan. Maar de mens die God zoekt kan ook zeker zijn van zijn zaak. Een minnaar, die twijfelt heeft te weinig hoop, te weinig geloof in zichzelf en dan lukt het niet. En die oude, Middeleeuwse hulpwerktuigen van ‘s mensen liefde tot God, dat waren toch immers ook het geloof en de hoop.
Volgens Rumi mogen wij voor het tabernakel best wel het tarari uitspreken. En dan gaat er ook een schokje door het tabernakel. Een mens die bidt: voor hem is God al gevallen. Zoveel hoop mogen wij hebben, want voor de bijl gaat Hij toch, want God is geen God der wrake, hij is geen toornige God, maar een God van liefde ...
Did not I engage thee to call upon me?
That calling 'Allah' of thine was my 'Here am I,'
And that pain and longing and ardour of thine my messenger;
The struggles and strivings for assistance
Were my attractions, and originated thy prayer.
Thy fear and thy love are the covert of my mercy,
Each 'O Lord!' of thine contains many 'Here am I' s.
(Heb ik je niet in dienst genomen om tot Mij te roepen?
Dat roepen van jou God was Mijn Hier ben Ik,
En die pijn, dat vuur in jou, dat verlangen,
was mijn boodschapper;
Jouw strijd en streven om hulp
Was mijn trekken en de bron van jouw gebed,
Je angst en je liefde waren het dekzeil van mijn genade,
Ieder O Heer! van jou bevat vele Hier ben Ik's) ... Maulana Jalalu-'d-dín Rumí.
Als God erg lang wegblijft, kan dat een zeer pijnlijke ervaring zijn. Je hebt de ene geliefde in de steek gelaten, de wereld en haar leegte, en de nieuwe geliefde laat op zich wachten, zo zegt Teresa. Geen mens zoekt het lijden, of het moet ergens goed voor zijn. De mystici hebben het allemaal voor iets fabelachtig aantrekkelijks gedaan en als het uitbleef, vonden ze dat onmogelijk te verdragen. Rabindranath Tagore klaagt in de Gitanjali ...
Clouds heap upon clouds and it darkens.
Ah, love, why dost thou let me wait outside
at the door all alone?
In the busy moments of the noontide work
I am with the crowd, but on this dark lonely day
It is only for thee that I hope.
If thou showest me not thy face,
If thou leavest me wholly aside,
I know not how I am to pass these long, rainy hours.
I keep gazing on the far away gloom of the sky,
And my heart wanders wailing with the restless wind.
(Wolken stapelen zich op wolken en het wordt donker.
O, mijn geliefde, waarom laat Jij me buiten wachten,
Bij de deur, helemaal alleen?
In de drukke ogenblikken van het werk op het middaguur
Ben ik met de menigte,
Maar op deze donkere dag, en eenzaam,
Ben Jij het slechts op wie ik hoop.
Als Jij me jouw gelaat niet toont,
Als Jij me geheel en al terzijde laat,
Weet ik niet hoe ik deze uren, eenzaam, vol met regen, door moet komen.
Ik blijf maar staren naar het trieste van de lucht, ver weg,
En mijn hart dwaalt jammerend met de rusteloze wind.)
En Søren Kierkegaard zegt dan bemoedigend ... without the death throes that are the birth pangs of faith, without the shudder that is the beginning of worship ... one cannot immediately and directly come to know what cannot be known directly ... zonder de doodskrampen, die de barensweeën van het geloof zijn, zonder de huivering, die het begin is van aanbidding, kan men niet onmiddellijk en direct te weten komen, wat niet direct geweten kan worden.
Een echte minnaar bewijst zich door zijn pijn van de ziel,
geen ziekte is er dan de ziekte van de ziel ... Maulana Jalalu-'d-dín Rumí.
Fasten seat belts dus. Iedere minnaar weet, dat liefde ook pijn doet, zelfs heel vaak pijn doet. Wij mogen dus niet jammeren, omdat het pijn doet. Teresa van Avila kon het allemaal doorstaan om de visioenen, die ze had van Zijne Majesteit, de ontmoetingen met Hem, om de omhelzing die hij voorbereidt voor de gelukzaligen, zoals Thomas à Kempis zegt. Alles wilde zij lijden voor dat moment. Bernini treft het goed in zijn sensuele beeld van haar, als zij getroffen wordt door de pijl van een engel, die meer lijkt op een cupido dan op een gevleugelde boodschapper uit de hemel. Gezucht moet er dus worden, maar niet dof en woordeloos, alsof er geen hoop is. De echte minnaar moet zweven tussen de liefde aan de ene kant en geloof en hoop aan de andere kant. Lijden is hier niet uit weg te denken, maar het is geen zinloos lijden. Het is geen wanhoop. Elk oprecht gebed wordt verhoord, ja zelfs elke smartelijke zucht wordt gehoord en nooit meer vergeten. En de groten zeggen dus, dat Hij zélf de bron ervan is. Als je dát voelt bestaat God en is hij met je bezig. Maulana Rumi hier spreekt ... he would have felt deep sorrow and have heaved many sighs, and each of these sighs would, in the sight of God, have counted for as many as two hundred ordinary prayers ... ( hij zou diepe droefheid hebben gevoeld en hij zou vele zuchten hebben geslaakt, en elk van deze zuchten zou, in de ogen van God, geteld hebben voor zo veel als tweehonderd gewone gebeden) .
Een Islamitische wijze ging eens naar Mekka, maar hij trof de Ka'ba daar niet aan. Zij zeiden hem ... de Ka'ba is weg om een vrouw, Rabi'a al-Adawiya, te verwelkomen. De wijze was geschokt, want hij had veertien jaar gebeden voor dit moment en nu was de Ka'ba er niet. Toen hij Rabi'a later tegenkwam, zei hij tegen haar ... Yes, indeed, for fourteen years I traversed the desert in prayers! Rabi'a zei You traversed it in prayer, I in longing ... ja, inderdaad, gedurende veertien jaar heb ik de woestijn doorkruist in gebed! Rabi'a zei ... jij doorkruiste hem in gebed, ik in verlangen.
Philo van Alexandrië, de hellenistische Jood, zegt ... but God ... gladly invites all who choose to honor him under any form whatever, deeming no one to be deserving of contemptuous dismissal. Maar God nodigt met blijdschap allen uit, die ervoor kiezen hem te eren onder welke vorm dan ook, niemand inschattend als een verachtelijke heenzending te verdienen. Het is geluk op een andere trede. Wat het lijf en de geest hier dan voelen op aarde doet er niet veel toe. Het lijden op aarde verbleekt in het onbeschrijfelijke licht van Zijne Majesteit, zou Teresia zeggen. De heiligen hebben iets met het lijden gedaan, dat het tenslotte vernietigde. De Bhagavad Gîtâ ... from the world of the senses, Arjuna, comes heat and comes cold, and pleasure and pain. They come and they go: they are transient. Arise above them, strong soul ... the man whom these cannot move, whose soul is one, beyond pleasure and pain, is worthy of life in Eternity ... van de wereld van de zinnen, Arjuna, komt hitte en komt kou, en genot en pijn. Ze komen en ze gaan. Stijg hierboven uit, sterke ziel! ... De mens die hierdoor niet bewogen wordt, wiens ziel één is, boven genot en pijn, is waardig het leven in Eeuwigheid!
De groten hebben toch alleen voor het geluk geleefd en om de vreugde hun weg vervolgd. Heiligenlevens zijn altijd liefdesgeschiedenissen met God, maar ook met de medemens, vaak zo stormachtig en tumultueus als die van een teenager. Het koninkrijk der hemelen waarvan de toegang zo nauw is volgens Jezus, moet toch beslist iets geweldigs zijn. But the prizes in store for those who serve me for myself will be those of friendship ... ( maar de prijs voor hen die mij dienen om Mijnentwil alleen is die van de vriendschap) ... zegt Philo van Alexandrië en dat is het mooiste wat een mens kan overkomen. Voor de gevorderden komen lang vergeten woorden terug zoals liefde en vriendschap. Het leven wordt niet steeds gekker, integendeel steeds ‘normaler', maar dan met een gouden glans. De hel waar Teresia ooit in gekeken heeft, daar wil ze toch niet heen en ze weet ook dat ze er niet in komt. Ze hoort er wel in thuis, vindt ze. Al het verschrikkelijke, dat ze meegemaakt hadden, was de moeite waard geweest en het verschrikkelijke dat zij later in de ogen van de mensen soms nòg meemaakten was in hun eigen ogen als niets. Door wat er tegenover stond. Alles wilden ze lijden voor één moment met de geliefde. Hier ligt ook de ervaring van Stefanus als hij bidt voor hen die hem stenigen. De kerk viert zijn feest op Tweede Kerstdag. Stefanus was een Verlosser geboren en toen kon hem niets meer gebeuren. Het onomkeerbaar lijkende zwarte is toch vaak overgegaan in geluk, en dan niet alleen als gevoel, maar als iets echts. Philo van Alexandrië ... but meeting is often without one's volition, and this is so in order that the divine Logos, manifesting itself suddenly as a fellow-traveler to a desolate soul, might tender it an unexpected joy, greater than hope. Maar de ontmoeting is vaak buiten de eigen wil gelegen en dat is zo, opdat de Goddelijke Logos, zich plotseling manifesterend als een mede-reiziger aan de verlaten ziel, haar mag bereiden een onverwachte vreugde, groter dan hoop.
En de troost is deze ...
When in this heart the lightning spark of love arises,
Be sure this love is reciprocated in that heart.
When the love of God arises in thy heart,
Without doubt God also feels love for thee.
( als er ook maar een sprankje liefde opkomt in dit hart,
ben er zeker van dat die liefde weerklank vindt in dat andere hart.
Als de liefde voor God opkomt in je hart,
Ben er dan zeker van dat God ook liefde voelt voor jou) .. . Maulana Rumi.
I have prepared for my righteous servants that which no eye has seen, which no ear has heard, and which has not occurred to the human mind. Ik heb bereid voor mijn rechtvaardige zielen, wat geen oog heeft gezien, wat geen oor heeft gehoord, en wat nooit is opgekomen in de menselijke geest ... zegt al-¬Ghazzali. No soul knows what comfort is laid up for them secretly. Geen ziel weet welke vertroosting in het geheim voor hem gereed ligt ... aldus de Koran. En de Bhagavad Gîtâ ... thus joy supreme comes to the Yogi whose heart is still, whose passions are peace, who is pure from sin, who is one with Brahman, with God. The Yogi who pure from sin ever prays in this harmony of soul soon feels the joy of Eternity, the infinite joy of union with God. Zo komt de allerhoogste vreugde tot de Yogi wiens hart stil is, wiens passies vrede zijn, die zuiver is van zonde, die een is met Brahman, met God. De Yogi die zuiver van zonde altijd maar bidt in deze harmonie van de ziel zal spoedig de vreugde van de eeuwigheid voelen, de oneindige vreugde van de vereniging met God. De Bhagavad Gîtâ houdt niet op het wonder te beschrijven. Dat er geluk kan zijn op deze aarde. Dat er een hemel op aarde is. En het is nooit te laat. Er zijn geen verlorenen.
De overste gaat vandaag direct weer in de aanval. Ik zie aan zijn ogen, dat hij op het oorlogspad is. La vita è bella, non è vero, dottore? Natuurlijk ... zeg ik. Daar is in mee te gaan. Het leven is mooi, anders zie je het verkeerd. Maar dan ... e la morte è bella. Ik hou vol. Certo, padre, certo. Natuurlijk als het leven mooi is, is de dood ook mooi. Anders lig je je het hele leven toch maar druk te maken over de dood en dan is het leven ook niet meer mooi. De angst voor de dood is de motor achter heel veel consulten in mijn spreekkamer. Ik verdien er de kost aan. La morte è la pienezza della vita. De dood is de vervulling van het leven. Het doet me denken aan die zuster uit Turijn, geboortig in de woeste bergen van Zuid-Tirol, die me zei ... alles kunnen ze me afnemen, maar mijn dood, die nemen ze mij niet af. Zij verheugde zich er al op, werkelijk. Dat is ook de martiale, Spaanse mystiek die spreekt uit de gedichten van deze andere man van La Mancha, Valentin Arteaga, de overste. En de genadeslag komt triomfantelijk ... e la sofferenza è bella. Het lijden is mooi. Zeg dat maar niet in Tegelen. Straks heb ik niks meer te doen. Maar ja, toch is het natuurlijk zo. Het pad naar geluk in dit leven gaat alleen over deze weg. Certo, padre, certo.
(meer info: www.wimbeurskens.nl)
Mijn stadgenoot Geert Wilders heeft gezegd, dat het verboden moest zijn een Koran in huis te hebben. Daarom heb ik ze van de schrik maar geteld. Zeven. Als je geen Arabisch kunt lezen, moet je het tenslotte hebben van vertalingen en dan is het goed op zeker te gaan, want een vertaling moet geïnspireerd zijn en dat zijn ze niet allemaal. Juist daarom mag de Koran eigenlijk niet worden vertaald. Een heilig geschrift verliest vaak in vertaling. Van iedere bijbelvertaling leer je veel over de tijd, waarin hij gemaakt is.
De verleiding is er om iemand, die zoiets zegt over de Koran, dom of niet goed wijs te noemen. Men doet het in de media herhaaldelijk. Wie wil er nu het heilige geschrift van een miljard mensen verbieden? Al te gauw iemand gek noemen laat echter de weg open op twee manieren de mist in te gaan. Enerzijds onderschat men degene over wie men het heeft. Anderzijds neemt men hem niet serieus. Geert Wilders zal de eerste zijn, die vindt dat we hem serieus moeten nemen. Dat doen we dan ook maar. Zijn laatste uitspraken hebben hem in de peilingen spectaculair omhoog doen gaan. Velen vinden hem dus helemaal niet zo abnormaal.
Geert Wilders is een man met een goed verstand en hij is volksvertegenwoordiger. Hij kan wat en hij weet dus wat hij zegt. Hij doet bewust onverantwoordelijke uitspraken. Het is slecht wat hij doet. Niet gek dus, maar slecht. Dit soort taal heeft in de geschiedenis onzegbaar veel leed veroorzaakt en heel veel bloed doen vloeien. Hierop kun je niet zeggen ... maar het is maar Geert Wilders, hij wil gewoon wat stemmen trekken. Want we willen hem immers serieus nemen. Wat hij doet is een fundamentalistische lezing van de Koran gebruiken als vlag op zijn eigen modderschuit, zoals onze pastoor het uitdrukt. Dat doen de terroristen ook. Zijn methode is dezelfde. Zoals dat ook zo vaak met de Bijbel is gebeurd. De Koran en de Bijbel zijn geopenbaard voor mensen van goede wil. Zij vinden er alles in wat ze nodig hebben. Maar mensen van slechte wil vinden er ook alles in wat ze nodig hebben.
Wat doe je eraan, aan Wilders en aan de terroristen? Iets moeten we ons wel laten invallen, want anders krijgen ze ons zo gek als ze willen. Laatst viel me dat nog eens op, toen ik de weer toegenomen veiligheidsmaatregelen op Schiphol bekeek. Het deed me denken aan twee jaar terug, toen twee in witte lappen gehulde mannen het hele treinverkeer stil legden, omdat ze samen op de WC gingen bidden. Ik kwam toen net op Duivendrecht aan. Daar was het zo volgelopen, dat de mensen elkaar bijna van het perron af duwden.
Wilders krijgt ons ook zo gek als hij wil, want in de peilingen is hij na de laatste uitspraken dus enorm vooruit gegaan. Dat heeft hij waarschijnlijk afgekeken van Bolkestein, die erin slaagde met zijn veiligheidsverhaal het gewone volk achter de VVD te krijgen. Hierdoor zijn de inkomensverschillen in een paar jaar van een factor drie naar een factor honderd omhoog gegaan. En datzelfde gewone volk moet nu lijden. Een variant op het oude Limburgse ... hou jij ze arm, dan hou ik ze dom .
Wat eraan te doen? Het moet simpel zijn. Wat ontbreekt Wilders en de terroristen? Zij geloven beide niet in de geschriften, waar ze het over hebben. De oplossing is dan wél te geloven in de geschriften, waar ze het over hebben. Want -tussen haakjes- de redenen waarom Wilders de Koran wil verbieden gelden net zo goed voor de Bijbel. Straks kan ik mijn Bijbels ook nog inleveren. Ik zal er maar een paar gaan verstoppen onder de twee losse planken op de zolder en dan zet ik er die oude bascule overheen.
Een vitale Christelijke of Islamitische spiritualiteit is het enige antwoord op de dreigingen van deze tijd. Natuurlijk niet om deze dreigingen te lijf te gaan als doel op zichzelf, want dat is te mager. Een vitale Christen of Moslim zijn is een doel op zichzelf. Dat is Jihad genoeg. Het westerse denken en de westerse cultuur kunnen ons niet redden, juist omdat zij feitelijk de heilige geschriften naar de marge van het persoonlijke leven hebben verwezen.
Overigens doen sommige van oorsprong Islamitische mensen ook al vaak zoiets. De westerse consumptiemaatschappij heeft kennelijk iets besmettelijks. Menige jongere ziet de Islam ook al als iets voor de marge van het leven, andermans leven wel te verstaan. Het gevolg daarvan is de losgeslagen jeugd, die dan ook nog eens echt minder kansen krijgt in onze maatschappij. De moslimjongere in problemen, die ik naar de imam verwijs kijkt me soms nog vreemder aan dan de westerse jongere, die ik naar de pastoor stuur.
Wilders en de terroristen moeten serieus worden genomen als symptoom. Dat zij floreren is een symptoom van een gebrek aan geestkracht in het Westen, dat geworteld is in ongeloof. Onze maatschappij kan gemakkelijk totaal worden ontwricht door wat martialiteit, gelardeerd met een quasi-Islamitisch sausje. Wat de westerse mens wél gelooft is, dat mensen die verantwoordelijk zijn voor het World Trade Center, voor Madrid, voor Bali, ergens in geloven. Van de kant van de terroristen hoort men dit ook juist zeggen, namelijk dat de westerse mens zo gemakkelijk op zijn angsten, met name op zijn angst voor de dood, te bewerken is. Geert Wilders tamboereert soortgelijk op deze verborgen angsten. Daarom spelen ze elkaar ook in de kaart, Wilders en de terroristen. Politici als Bush en Wilders zijn voor de extremisten even zo vele geschenken uit de hemel. Het verlanglijstje van Ossama bin Laden is door George Busch immers behoorlijk wat korter gemaakt. En dat allemaal gratis en voor niks.
Ten aanzien van de dreigingen van deze tijd hebben de echte Islam en het echte Christendom een doel, dat niet veel verschilt. De echte Christen en de echte Moslim maken geen ruzie. Noch in de Bijbel noch in de Koran is hier een spoor van een aanmoediging voor te vinden. En iedereen heeft gezond verstand genoeg gekregen van de Schepper om met zijn goede wil creatief om te gaan met de heilige geschriften. En niet alleen de Christen, zoals de paus per ongeluk in Regensburg beweerde. Alles ligt dus in de wil van de mens. We kunnen van onze wereld een hel maken of een paradijs, en maar goed dat dit zo is, het eerste net zo goed als het laatste, want als de wereld automatisch een paradijs was, zelfs tegen onze wil in, dan had het bestaan geen zin, en dan was het dus toch een hel.
Een vitale spiritualiteit helpt ons niet op andermans modderschuit terecht te komen. Modderschuit? Het is natuurlijk eigenlijk een oorlogsbodem, een hele oude. Hij is roestig en hij stinkt, maar hij is blijkbaar niet te kelderen. Ieder tijdperk in de geschiedenis levert genoeg volk dat hem bemant, nu dus zij aan zij de moslimterroristen, Geert Wilders en wat er allemaal nog meer aan falderappes rondloopt tegenwoordig. Bisschop Muskens wil, dat wij God Allah gaan noemen. Het is niet nodig, dat we God op een andere manier aanduiden dan in de taal van ons geliefde Limburg, maar als de bisschop hiermee wil zeggen, dat wij dezelfde Ene God aanbidden als de Moslims, dan is dat prima. Het kan niet vaak en niet kleurrijk genoeg worden gezegd. Laten wij echter niet vergeten, dat wij ook dezelfde duivel hebben als de Moslims en die is de immer gelukkige eigenaar van die modderschuit.
(meer info: www.wimbeurskens.nl)

Foto: de basiliek van Sint Franciscus te Assisi
Laatst zei de man van het hotel in Assisi ... de grote stroom pelgrims is iets vanaf einde negentiende eeuw. Vóór die tijd was Sint Franciscus maar een gewone heilige. Feitelijk zei hij ... het is maar een hype. Dit was een antwoord op mijn opmerking, dat Franciscus wel voor heel wat welvaart had gezorgd in Assisi. Een wat teleurstellend antwoord, want je zou de grote Franciscus toch wat meer permanentie toedichten. De hotelier zal dat niet vaak zeggen tegen iemand, maar hij weet dat ik toch blijf komen.
Søren Kierkegaard gaf zijn boeken tijdens zijn leven op eigen kosten uit onder een pseudoniem. Hij stierf toen zijn erfenis op was. Tegen die tijd werd hij geridiculiseerd met spotprenten in de krant, die hem afbeeldden zoals hij enigszins mankend voortging door de straten van Kopenhagen. Rondom 1900 werd hij pas ontdekt en sindsdien zijn de teksten van hem naar het schijnt de belangrijkste reden van buitenlanders om Deens te leren. Men wil zo geen nuance van hem missen.
Veel van de overblijfselen van het oude Rome zijn verdwenen, omdat men de oude stenen wegsleepte om er huizen mee te bouwen. De enige reden, dat er nu toch nog zoveel staat, is dat Rome in de vroege Middeleeuwen niet veel meer was dan een groot dorp en men dus niet zoveel stenen nodig had. De oude cultuur was verdwenen en geen mens, die er zich nog voor interesseerde. Nu zijn die oude stenen één van de grootste trekpleisters ter wereld en niemand, die het nog in zijn hoofd haalt er een mee te nemen.
Een maand of twee terug liep ik met vele andere toeristen over de ruïnes van het oude Minoïsche paleis te Knossos op Kreta. A lot of old stones ... hoorde ik een Engelse vader tegen zijn kinderen zeggen. Hij was out of tune met de massa’s anderen, die met talloze bussen waren aangevoerd. Ook out of tune waren enkele vrouwen met hoofddoekjes. Zij leken daar niet op hun plaats. Het deed me denken aan de moeder van mijn administrateur, die op bezoek was uit Marokko. We wilden iets leuks voor haar doen, maar iets bezichtigen, nee. Er wordt alleen bezichtigd door westerlingen.
Dit zijn allemaal kwesties, die te doen hebben met receptie. Spreek je bijvoorbeeld over de receptie van een theoloog, dan gaat het niet over zijn denken zélf, maar over hoe zijn denken in een bepaalde tijd wordt ontvangen. De receptie van Rome in de Middeleeuwen was niet die van la cittá eterna van nu.
Zo was de populariteit van Gerard Reve tijdens zijn leven enorm. Hij was één van de weinige Nederlandse schrijvers, die van zijn metier kon leven. Nu lijkt zijn ster wat te vervagen. De vraag is of er ergens in de toekomst een moment zal komen, dat hij weer eens op zal leven. Dan begint pas zijn echte receptiegeschiedenis. En iemand die zich na een paar golfbewegingen blijvend vestigt in de aandacht van de mensen, die hoort bij de onsterfelijken. Maar dat is dan aan alle receptie voorbij.
Enkele dagen geleden kwam ik iemand tegen, die vurig de kruistochten verdedigde. De Moslims hadden tenslotte in Jeruzalem niets te zoeken. Nu niet en nooit niet. Zoiets te zeggen zou twintig jaar geleden onmogelijk zijn geweest en zoiets zou hij ook nooit hebben gezegd. En dat heeft niets te maken met het feit, dat hij er niet van op de hoogte zou zijn dat Al-Quds, Jeruzalem, de derde belangrijkste plaats van de Islam is, na Mekka en Medina. Zo’n mening over de kruistochten is receptie. Die heeft een wederkerige relatie met de tijd, maar niet noodzakelijkerwijs met de waarheid.
In de tijd van de kruistochten zélf zat het goed met de receptie. De geschiedenis verhaalt, dat men tot aan de enkels in het bloed stond door heel Jeruzalem, als een groep kruisvaarders klaar was met de stad. In de ene tijd vindt men, dat er dan iets is bereikt, in de andere vindt men dat zoiets niet hoort. Het feit blijft hetzelfde. Bij wijze van spreken, als iemand gisteren gluiperig werd aangekeken vanuit een boerka, dan is hij morgen vóór de kruistochten. Dan wil hij er misschien weer één beginnen, zo’n kruistocht. En dat moge de Almachtige verhoeden. Niet alleen, omdat wij hem zouden verliezen, zoals alle vorige -dat ziet toch iedere strateeg-, maar omdat kruistochten echt niet goed waren.
Receptie-kwesties kunnen invloedrijker zijn dan de waarheid. Het standpunt van het Tweede Vaticaanse concilie is, dat wij samen met de Islam en het Jodendom de ene God aanbidden. De receptie van dit standpunt, ook onder theologen, is ondertussen tot beneden het vriespunt gedaald. En je ziet dan ook dat het wordt ontkend, zelfs door mensen, die best wel wettisch zijn ingesteld en anders niet gauw tegen de kerk in zouden gaan. Hieruit kun je de macht van receptie afleiden. Receptie kan feiten verdraaien en wetten buiten werking stellen.
De receptie van de Maya’s en Inca’s is tegenwoordig enorm. We houden er aparte tentoonstellingen voor, terwijl ze toch niet eens het wiel hadden uitgevonden en er de meest barbaarse offerrituelen op na hielden. Tlacaellel, de hogepriester van de Maya’s kon bij mensenoffers in één snede van het mes het hart verwijderen. Toch hoef je met het goedpraten van de gewelddadige kerstening van Zuid-Amerika tegenwoordig niet aan te komen, zoals de paus laatst heeft mogen ervaren. Dat was een foute inschatting van de receptie. Het werd dan ook meteen weer ingeslikt door de Vaticaanse diplomatie. De paus zal zoiets nooit weer zeggen. Anderzijds heeft hij laatst geschreven, dat de katholieke kerk de enige ware verschijningsvorm is van de christelijke boodschap. Verontwaardiging alom. Maar toch niet zo’n grote verontwaardiging, als er twintig jaar geleden over zou zijn geweest. Twintig jaar geleden zou de paus zoiets zeker niet hebben gezegd. Ook dit heeft te maken met receptie. Want de kerk denkt al bijna 2000 jaar zo over zichzelf. Dat zij het nu nog eens wil inpeperen en dat het ook nog lijkt te kunnen, dat is ook receptie. Radicalisering, zelfs van de kerk, mag in onze tijd. De opmerkingen over de protestanten, die zal hij niet inslikken.
Een goed voorbeeld is ook de receptie van de Tweede Wereldoorlog. In de eerste tijd leek men te geschokt om erover te praten. Het was te erg. Ik kan mij herinneren, dat ik er zo mee ben opgegroeid. Toen kwam Claude Lanzmann met Shoah en hij leek aan deze gevoelens uiting te kunnen geven. Het was zó erg, dat mensen tegen elkaar zeiden er maar niet naar te kijken. Laatst heb ik Shoah daarom voor de eerste keer pas goed bekeken en ik heb hem vergeleken met een nieuwere BBC-documentaire over Auschwitz. Shoah is inderdaad in zijn naakt impressionisme adembenemend gruwelijk. In de BBC-documentaire leek in de receptiegeschiedenis van de Tweede Wereldoorlog de verhuiselijking te zijn begonnen. Juridische en rationele argumenten over hoe vreselijk het was geweest, jawel, maar niet meer die sprakeloosheid van Lanzmann, niet meer Auschwitz als de onbegrijpelijkste uiting van het kwaad in de geschiedenis.
Pas geleden stond er op teletekst dat de EO een BBC-documentaire had gekuist op de evolutietheorie. Het gaat over de kwestie van de evolutietheorie tegenover creationisme. Het creationisme zegt, dat de wereld ontstaan is volgens de scheppingsverhalen in de Bijbel, en niet volgens de theorieën van Darwin. In het begin van de zeventiger jaren kwam ik ooit een zeer oude professor tegen van wie werd gezegd, dat hij de eerste was die aan zijn universiteit de evolutietheorie doceerde. Dat was in de twintiger jaren van de vorige eeuw, ergens in één van de Amerikaanse staten rond de grote meren, ik geloof Michigan. Nu is het in om niet meer in de evolutietheorie te geloven. Maria van der Hoeven durft een debat aan te zwengelen over de evolutietheorie en het creationisme. En zo is de receptiegeschiedenis van Darwin dus rond. Dat geldt ook voor de Verlichting als geheel, waar Darwin immers een kind van is. Met het debat of de receptie van de Verlichting niet onderhand voorbij is en of voor de Verlichting de cirkel niet onderhand rond is, daar hou je geen filosoof meer mee uit bed. Natuurlijk is hij rond.
De kerk kent ook wel iets als receptie. Voordat iemand heilig wordt verklaard moet hij allang dood zijn. Hij moet definitief zijn gerecipieerd. Ook voor een bedevaartsoord geldt zoiets. Hier laat de kerk zelfs de mogelijkheid open van alléén maar receptie. Stel dat een verschijning op een bepaalde plaats er in het uiterste geval niet is geweest, dan is die plaats toch geheiligd door de devotie van de talloze pelgrims. Lourdes is een wonder op zichzelf, zelfs zonder Bernadette Soubirous.
Bij dit soort gedachten over receptie komt de vraag op, of er dan niets echt waar is. Is er alleen maar receptie? Kunnen we ons verstand echt niet gebruiken en worden we altijd om de tuin geleid? De criteria voor werkelijk weten staan inderdaad op de tocht. In de zoektocht naar de waarheid dient men beducht te zijn voor receptie-kwesties, want zij zijn een enorm obstakel. Wat er dan wél te weten valt in de post-moderniteit, als er alleen maar receptie is, alleen maar mythe, zoals andere filosofen het noemen, dat is maar de vraag. Ook hier komen we weer aan een kennistheoretisch pessimisme, dat door de filosoof niet kan worden opgelost.
Als we al deze kwesties van receptie nu toch eens met het vaartje van de column oplossen -dat mag je in een column-, wat zeggen we dan en waarom kunnen we dat zeggen? Natuurlijk kunnen de evolutietheorie en scheppingsverhalen goed naast elkaar bestaan. Als je als gelovige de evolutietheorie niet kunt verdragen, geloof je niet hard genoeg. Als je als agnost denkt, dat de evolutietheorie helpt tegen het geloof, ben je een beetje dom, zoals sinds de uitspraak van Máxima het gevleugelde woord gaat voor een stommiteit, die vergeven is door een overmaat aan goede wil.
En Franciscus wás een glorieuze heilige. Gerard Reve zal echt wel definitief worden gerecipieerd in tegenstelling tot die andere twee van de grote drie in de Nederlandse literatuur. Harry Mulish werd vorige week tachtig jaar -de coterie stond het hele weekend al op tilt-, maar daarmee zal het dan ook echt wel zowat gedaan zijn. Søren Kierkegaard was geen icoon van depressie, maar hij heeft echt wat geweten. Daarmee is hij verder gekomen dan Ingmar Bergman -hij stierf vorig weekend-, die ervan droomde ooit een werk te maken, dat mensen zou troosten. Maar hij maakte wél films, waarin men iedere minuut voelt, dat er maar één troost mogelijk is. En die ouwe stenen, die zijn niet zo belangrijk. Het Christendom was een superieur idee tegenover dat van de Inca’s en de Maya’s. Ook zonder het zwaard waren ze er niet tegen bestand geweest. En toch is er heel veel mis gegaan, wat Christus niet heeft gewild. Islam en Christendom zijn ideeën die aan elkaar gewaagd zijn. Daarom gaat het in dat geval anders. En de protestanten zullen hun visie op de eucharistie moeten bijstellen, want daar is niet omheen te komen. Dat is geen receptie. En Auschwitz kan nooit worden verhuiselijkt.
Vandaag was ik bij het zeventigjarig professie-feest van een oude kloosterzuster. In die zeventig jaar was veel veranderd zei de predikante. Inderdaad, in de receptie is er veel veranderd, op alle gebied. Maar in de zaken waar die zuster haar leven aan heeft toegewijd, is niets veranderd. Zo’n vaste basis geeft omgekeerd ook weer steun aan het kennen. En wat dat betreft, de zuster heeft niet zo veel last van receptie. Haar visie op het leven behoedt haar voor veel kennistheoretische problemen. Niet alleen genees je in zeventig jaar kloosterleven wel een beetje van de waan van de dag, maar als de dageraad gloort van het religieuze kennen, weet je dat er iets is, voorbij aan alle kennen. En dat nieuwe licht verlicht omgekeerd ook weer het kennen.
De filosoof is niet bestand tegen de waan van de dag, de religieuze mens wél. De fabelachtige kennistheoretische problemen van onze tijd worden niet opgelost door het westerse kennen. Religie is verdreven naar gebieden buiten het kennen en het verstand, met als gevolg dat het verstand niet meer kent. Wat voor kleurrijke vooroordelen het westers intellect ook heeft over religie, het vergeet dat religie de instrumenten voor het echte kennen levert. Heb je die niet in huis, dan ben je een willoze slaaf van de kolken des tijds. Receptie en werkelijkheid worden dan één onontwarbare kluwen. Gooit de filosoof religie buiten de deur, dan werpt hij het kind met het badwater weg, want hij zal zich hervinden in de toestand van de vakman zonder gereedschap. Zo zeg ik dan altijd maar weer tegen mezelf: wat is het toch fijn ongeneeslijk katholiek te zijn.
Een paar weken geleden heeft de paus de stukken getekend, die de zaligverklaring van Maria Josepha Stenmanns bekrachtigen. De plechtigheid zal volgend jaar plaats vinden in de Doolhof, het openluchttheater van de Passiespelen hier in Tegelen. Het bericht bracht me in herinnering, hoe vele jaren geleden de zuster, die over de zaligverklaringen gaat, een keer bij me op bezoek kwam op een zondagmiddag in Rome. Ze zou de week daarop naar Brazilië vertrekken om een mogelijk wonder te onderzoeken. Ze vroeg mij of het me iets leek en wat voor kritische vragen ze moest stellen.
Achteraf hoorde ik, dat ze haar wel tamelijk brutaal hadden gevonden, maar uiteindelijk is dit toch het goedgekeurde wonder geworden. Ik had bijvoorbeeld gesuggereerd, dat je bij iemand die blauw aan is gelopen en schuim op de mond heeft, altijd moet vragen of hij niet epilepsie heeft. Het geval leek echter meer op dat van Dolf Dormans, aan wie het wonder van de Limburgse pater Karel Houben is geschied. Bij een operatie was men er niet in geslaagd een grote perforatie van een darm te dichten. Darminhoud stroomt dan de buik in en dat is honderd procent dodelijk. In Brazilië had men indertijd gebeden tot Josepha Stenmanns en de toen negentienjarige patiënt, Valdir Bender, was genezen. Ik hoop hem het volgend jaar in Tegelen te ontmoeten.
Van de zuster heb ik de mooi in het rood ingebonden Vaticaanse processtukken gekregen. Positio super miraculo, staat er in gouden letters op ... positie omtrent het wonder. Latijn, Italiaans en Portugees. Het ziet er allemaal heel degelijk uit. Het proces wordt volgens de strengste juridische regels gevoerd. Nekkenbrekers zijn bijvoorbeeld, als men tegelijkertijd ook nog tot een reeds bestaande heilige heeft gebeden of als de aansporing tot gebed gekomen is van een lid van de orde, tot welke de potentiële heilige behoort. Het doet me denken aan een andere zaligverklaring van een Steyler zuster Maria Helena Stollenwerk. Hoe ik na de plechtigheid in Rome bij een feestelijk diner was. Tegenover mij zat de Japanse vrouw, aan wie het wonder was geschied. Ik vond dat wel een heel bijzondere tafeldame om te hebben.
Zelf was ik betrokken bij de zaligverklaring van diezelfde zuster in een later stadium dan het proces. Als er nog stoffelijke resten zijn van iemand, die zalig wordt verklaard, dan worden die opgegraven en onderzocht. Bovendien wordt er een bot uitgezocht om relikwieën van te maken. Als later het graf van de zalige of de heilige een bedevaartsoord wordt, dan wil de kerk er zeker van zijn, dat de heilige er ook werkelijk in ligt, althans zij wil precies weten wat er ligt. Bovendien moeten de relikwieën echt zijn. Want het schijnt dat, als je de relikwieën van de heilige Antonius van Padua van over de hele wereld bij elkaar haalt, je meer dan één skelet hebt. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.
De kerkelijke procedure staat onder leiding van een dokter en wordt bijgewoond door een groot gezelschap aan getuigen, oversten van de orde, de bisschop en zijn staf, een notaris, een chroniqueur, burgerlijke overheid, etcetera. De dokter doet dat ingevolge een kerkelijke opdracht. Ik was dat toen en ik zal dat voor zuster Josepha ook weer doen. Ik vond het een stemmige en indrukwekkende plechtigheid, maar ik heb er wel peentjes bij gezweet, want zoiets doet een mens niet iedere dag. Bij de zaligverklaring zelf in Rome leverde het de burgemeester en mij ook nog een plaats op de eerste rij op, want tot schande van ons land waren wij de hoogste vertegenwoordiging uit Nederland.

Ondanks alle strenge procedures moet je echter ook in wonderen geloven. Anders gebeuren ze niet. Of als je ze voor je ogen ziet gebeuren, geloof je er niet in. Voor de Westerse mens zijn er problemen met het wonder. Het wonder bevindt zich in de ruimte van het bestaan die het beste omschreven wordt door het geloof en zie en niet in de ruimte van het eerst zien en dan geloven. Deze laatste is de ruimte waarin de westerse mens leeft. En daar gebeuren dus geen wonderen. Een mens moet willen investeren in vertrouwvol gebed. Hij moet zichzelf ervoor op de markt willen gooien. En hij moet ook niet precies voorschrijven, wat er vervuld moet worden en wat het wonder moet zijn. Hoewel, ik denk dat de mensen om de jonge Valdir heen toch wel alleen om zijn genezing zullen hebben gebeden. Bij Dag Hammarskjöld lag dat bijvoorbeeld anders. Hij heeft ongetwijfeld verlangd naar een oplossing van zijn fatale eenzaamheid, maar dit is wat er gebeurde ... één van hen, die de woestijn tot hoofdkussen hadden en een ster hun broeder noemden. Eenzaam. Maar eenzaamheid kan een communie zijn. De terreur van de eenzaamheid, die later in zijn leven nog even groot was, heeft door het wonder een nieuw etiket gekregen. Zij was daarmee opgelost. Re-etikettering is ook een wonder. Hoe een ten dode opgeschreven patiënt in Lourdes wordt genezen, dat komt voor, maar het gebeurt veel vaker, dat mensen hun ziekte anders gaan beleven en vrij worden van angst. En ook dat is een wonder. Een mens moet willen toegeven, dat hij alleen door een wonder kan worden gered. Hij moet vurig hopen, dat het gebeurt en dan gebeurt het ook. De grootste en meest onoplosbare knopen zijn de beste. Mensen die later zelf als de grootste heiligen werden erkend, hebben eraan mee gedaan. Teresa van Avila had zo haar heiligen aan wie ze bepaalde problemen voorlegde. Haar favoriet was Jozef, die glorievolle heilige, zoals ze hem noemt. Van zijn feestdag maakte zij altijd veel werk en ze probeerde hem intens te beleven.
De westerse mens moet zich dus wél ergens toe willen zetten. Hij moet zich over een drempel heen willen werken. Hij kan niet met één been aan de ene en met het andere aan de andere kant blijven staan. Hij moet geloven in het wonder, dat nog niet is gebeurd, met de pathos en de overgave van de blinde van Jericho. Je moet ook het lef hebben de heilige rechtstreeks aan te spreken. Je moet dus een risicovolle investering durven doen. Ik geloof, dat jij dat voor mij kunt doen.
Dolf Dormans sprak erover op de televisie met heel veel gevoel voor fine tuning. Dat kan alleen van de oprechte komen. Je kunt er ook pech mee hebben, lijkt me, of ze spreken Japans. De dokter had Dolf gezegd, dat hij heel gauw dood zou gaan aan zijn gesprongen darm. Hij had toen iets gebeden als ... ik wil heel graag beter worden, maar als dat niet kan, wil ik op een goede manier naar de hemel gaan. Bij deze gebeden past geen cynisme in de trant van ... kwaad kan het niet of nee heb je, ja kun je krijgen. Zacharias, de vader van Johannes de Doper, die door een engel werd gezegd, dat zijn vrouw zwanger zou worden, twijfelde even. Hij sprak even tegen. Dit werd aangepakt met een onvermogen tot spreken tot het moment, dat hij zijn zoontje een naam moest geven. Twijfel is dus heel slecht voor wonderen. Iets in reserve houden kan niet.
Op een of andere manier zijn wonderen dus een dialogische zaak. Er moet een wederkerigheid in zitten, een tegeninnigheid, zoals Kees Waaijman het noemt. Paranormale zaken hebben dat niet. Voodoo niet en Yomanda niet. Veel zaken, die ons in het Oosten verbazen, worden daar wél gerangschikt in de bovennatuur, maar die heeft volgens de Oosterling niets met religie te maken. De Oosterling gaapt over de zaken, waar wij uit het Westen mee weglopen. Opnieuw je vorige levens doorleven. Natuurlijk kan dat ... zegt de Oosterling, maar wie houdt zich met zo’n onzin bezig. Wij zien er ondertussen een soort bewijs van het transcendente in. Veel bovennatuurlijke verschijnselen hebben helemaal niets met het transcendente, met God, te maken. Zij liggen bij wijze van spreken in het verlengde van de illusionist, die een dame doorzaagt op het toneel. De Westerse mens heeft niets in zich om dit onderscheid met het wonder te kunnen waarnemen. Wij krijgen nooit toegang tot het wonder via de bovennatuur. De bovennatuur is net zo’n doodlopende weg als de natuur.
Het wonder is inderdaad een dialogische zaak. Jezus zei, als hij een wonder had gedaan ... ga heen, je geloof heeft je gered. Niet dus ... ben blij dat ik dit voor je gedaan heb ... of ... Mijn geloof heeft je gered ... maar jouw geloof heeft je gered. Het wonder is dus muurvast verbonden met het geloof. Het is blijkbaar aan de kant van de mens de overtreffende trap van geloven. Het wonder is daarmee ook het ultieme realisme, want het geeft zicht op het glanzende sprookje van het leven. Het wonder is het vage schijnsel, ver achter de laatste bocht van de schijnbare werkelijkheid waarin wij leven. Voorbij aan het harde irrealisme van de bewijsbare werkelijkheid. Voorbij aan de grenzen van het eerst zien en dan geloven, waarachter je pas echt ziet hoe de schepping in elkaar zit.
Bij Dag Hammarskjöld is de gebeurtenis van het wonder goed te volgen. Hieronder is het nog niet gebeurd, hoewel al het besef bij hem bestaat, dat alleen dát hem nog kan redden ...
Ik verlang naar het absurde: dat het leven zin heeft.
Ik vecht voor het onmogelijke: dat míjn leven zin krijgt.
Ik durf niet, weet niet hoe ik zou kunnen geloven: dat ik niet alleen ben.
Dan spreekt Jezus echter de monumentale woorden .... als iemand tot deze berg zegt: hef U op en stort U in zee, en als hij in zijn hart niet twijfelt, maar gelooft dat gebeuren zal wat hij zegt, voor hem zal het werkelijkheid worden .
En als het wonder eenmaal gebeurt, dan blijft het ook gebeuren. Als een mens eenmaal in de goede ruimte van het bestaan is aangeland, dan gebeurt het ene wonder na het andere ...
Voor wie gelooft
zal het laatste wonder
groter zijn dan het eerste.
Schoonheid, Goedheid.
Hier en nu werd het wonder
eensklaps werkelijkheid.
Moeder Teresa klaagde erover dat Pater Damiaan de Veuster nog steeds niet heilig was verklaard. Dat kwam omdat hij maar geen wonder wilde doen. Zij vond, dat zijn werk onder de melaatsen op Molokai, één van eilanden van de Hawaii archipel, wonder genoeg was. Hij was zelf aan de ziekte gestorven. Misschien dacht ze daarbij ook aan haar eigen werk in Calcutta. Voor beiden is het echter toch nog goed gekomen.
In de kerk moet de kandidaat-heilige en -zalige eerst reiken tot het stadium van de heroïsche Tugend ... of ... l’eroicità delle virtù. Klinkt ook goed. Beter dan heldhaftige deugdzaamheid. Dan is vervolgens een wonder nodig om zalig te worden of je moet je bloed hebben vergoten als martelaar, zoals Titus Brandsma of Edith Stein. Er is wel eens sprake van geweest om het wonder maar te laten schieten voor de heiligverklaring. Dat lijkt me niet zo’n goed idee. Het wonder is zo’n wezenlijk symptoom van de gelovige ruimte. Het hoort bij religie als het groen bij de natuur.
Zoveel mensen kunnen getuigen, dat hun gebeden worden verhoord en dat wonderen aan hun gebeuren. En dat gaat veel verder dan het ethische, dan heroïsche Tugend. En mensen, die door de kerk worden verklaard in tegenwoordigheid te zijn van de Eeuwige, die moeten aantoonbaar aanspreekbaar zijn. Geen flauwekul. Misschien zou het wel goed zijn om niet zo’n strenge natuurwetenschappelijke criteria aan wonderen te stellen. Immers de natuurwetenschappen bevinden zich in de ruimte van het irrealisme. Getuigenissen van mensen mogen ook bijdragen. Getuigenissen uit de ruimte van het geloof en zie. Of vruchten van hun werken, zoals pater Damiaan of moeder Teresa. Zij werden getroffen door het wonder en werden daarmee zelf wonderbaarlijk. Het wonder is het licht door de kier van de deur, de onmiskenbare lichtstraal van de eeuwigheid, die binnenvalt in ons bestaan.

Een weblog
over religie en spiritualiteit van huisarts en theoloog Wim
Beurskens. In zijn bijdragen wordt veel aandacht besteed aan
wereldreligies, gezondheid en de maatschappij; dit vaak bezien
vanuit ervaringen in zijn huisartspraktijk danwel eeuwenoude
tradities. (fotografie Franco Gori)

