
“Nederland bestond niet alleen uit verzetshelden en NSB’ers”
woii, tweede wereldoorlog, de bezetting, gevangenschap duitsland
In 1983 heb ik voor een les op de Utrechtse School voor
de Journalistiek mijn vader geïnterviewd over zijn leven tijdens
de Duitse bezetting. Daarvan heb ik een verslag gemaakt. Het
verhaal begint, als mijn vader wordt gearresteerd, omdat hij een
radio heeft.
Dat was tijdens de Duitse bezetting (1940 - 1945)
verboden.
“Toen de Sicherheitsdienst langs kwam was ik alleen thuis. Ik zei toen maar dat die radio van mij was, om mijn moeder niet in de problemen te brengen.”
Ter dood veroordeelden
“Die vier weken Oranjehotel (zo werd de gevangenis in Scheveningen tijdens de oorlog genoemd) zijn voor mij de allerergste ervaring uit de oorlog geweest. Tegenover onze cellen zaten de ter dood veroordeelden. Daar had ik een enorme bewondering voor, zoals ze zich tot het laatste moment bleven verzetten. Als wij werden gelucht werden de luikjes in hun celdeuren dichtgedaan, maar die flikkerden ze even hard weer open. Als ze uit hun cellen werden gehaald wist je waarvoor. We namen dan een minuut stilte in acht.”
Joden
“Vaak werden er – vooral ʼs nachts – Joden binnengebracht om de volgende dag op transport te gaan. Die waren dan gepakt bij razziaʼs en invallen. Het gehuil van kleine kinderen die ook met hun handen tegen de muur moesten staan. En dat voortdurende geblèr van die Duitsers.. Als ik sommige fotoʼs of beelden op TV zie kan ik me daar nu nog over opwinden.”
“Over mijn verdere straf maakte ik me niet veel zorgen. Ik
had per slot van rekening maar een half jaar licht. Toen ik de
overige tijd in de buurt van Kleef uitzat kreeg ik daar voor het
grootste deel van de tijd beter te eten dan de mensen in
Nederland.
Alleen de tijd dat ik in een beenderfabriek werkte was
allerbelabberdst. Ik zat onder de infectie en de luis. Daar kwam
dan nog eens een nierontsteking overheen. Doordat mijn
lichaamsvocht er niet meer uit kon, ging ik helemaal bol
staan.”
Wijdbeens
“Samen met een meisje werd ik naar het ziekenhuis gestuurd. Zij had blijkbaar last van hetzelfde, want ze kon zich net zoals ik alleen nog maar wijdbeens voortbewegen. Onze bewaker schaamde zich schijnbaar voor ons, want toen we ons op zaterdagmiddag tussen het winkelende publiek in de hoofdstraat van Kleef moesten doorwaggelen op weg naar het hospitaal bleef hij wel 25 meter achter ons lopen.”
Molenaar
“Aan die ontsteking heb ik te danken dat ik anderhalve maand eerder naar huis mocht. Maar doordat ik er zo verschrikkelijk uitzag heb ik er toch behoorlijk over in de piepzak gezeten.
Ik heb ook nog bij een molenaar gewerkt. Die man zorgde goed voor
mij. Ik kreeg hetzelfde te eten als zijn gezin. Alleen moest hij
me dan wel in de keuken opsluiten, omdat de Gestapo een keer een
gevangene bij hem en zijn gezin aan tafel had betrapt. Toen
dreigden ze hem op te pakken, zodat hij dat niet meer
aandurfde.
Na de bevrijding heb ik hem nog een keer opgezocht. Mensen
in mijn omgeving die begrepen dat niet. “Hoe kun je nou
zoiets doen”, zeiden ze verbaasd. Maar op hem was ik niet
boos. Ik vond hem een goede Duitser. Het is typisch Nederlands om
dan meteen te denken dat alle Duitsers slecht zijn. Vooral
doordat ik langere tijd met Afrikanen heb samengewerkt heb ik
ontdekt dat dat zwart-wit denken een echte ʻgermaanseʼ
gewoonte is.”
‘Verboden voor Joden’
“Zo wordt vaak ook gedacht dat alleen de NSBʼers fout waren in de oorlog, terwijl bijvoorbeeld in minstens de helft van de caféʼs al bordjes met ʻVerboden voor Jodenʼ hingen voordat de Duitsers daar ook maar over begonnen waren. Toen de joden niet meer naar de fi lm mochten werd er opgeroepen voor een boycot van de bioscopen, maar bijna niemand volgde die oproep op. De mensen bleven gaan. Bij ons thuis werd de Ariërverklaring getekend zonder al te veel discussie.”
Artsenkamer
“En dat terwijl verzet soms wel degelijk succes had. Kijk
maar naar de artsen. Die moesten toetreden tot de Artsenkamer
– een nazi-organisatie, anders mochten zij hun beroep niet
meer uitoefenen. Uit protest hebben ze toen allemaal het woord
ʻartsʼ op hun naamschilden overgeplakt. De Artsenkamer
- die onder toezicht van de NSB stond - die hebben ze toen niet
meer doorgevoerd.
Tot de Februaristaking ging ik nog wel om met NSBʼers. Met
de meest fanatieke kon ik het beste opschieten. Dat was zeker
niet de slechtste.
Natuurlijk liepen we mekaar voortdurend uit te schelden, maar hij
zou er nooit over gepiekerd hebben iemand te verraden. Later is
hij aan het oostfront gestorven.”
Verzet
“Nee, in het verzet heb ik niet gezeten. Ik stond nogal
onder invloed van mijn moeder (mijn vader is gestorven toen ik
heel jong was). En zij zou het doodeng gevonden hebben als ik
daaraan was begonnen..
Ook twijfelden we in het begin aan de zin ervan, toen als reactie
op één van de eerste grote verzetsdaden – het opblazen van
een viaduct in Rotterdam - enkele vooraanstaande burgers werden
doodgeschoten.”
Ordedienst
“Pas in ʼ44 werd ik benaderd door de Ordedienst en liet ik me inschrijven. Maar ik werd pas twee dagen na de bevrijding opgeroepen. De top van die organisatie bleek achteraf bang te zijn geweest voor een communistische machtsovername. Daarom moesten op orders van Prins Bernhard alle linkse verzetsgroepen na de capitulatie binnen blijven.”
Neutraliteit
“Dat er voor de oorlog in Duitsland iets aan het gebeuren was, dat wist ik wel. Ik had een boek gelezen van de zoon van een minister uit de Weimarrepubliek – Ebert heette hij geloof ik - die uit een concentratiekamp was ontsnapt. Hoewel het voor de oorlog verboden was voor leraren om over politiek te spreken, was er bij mij op de HBS eentje die op een gegeven moment zei: “Die neutrale landen pakken ze straks één voor één.” Het was ook een stommiteit om te denken dat we het vege lijf wel zouden kunnen redden door onze neutraliteit. Ik was er van overtuigd dat ze ons land zouden binnenvallen.”
Ter herinnering aan mijn vader
duitsland, gevangenschap, bezetting, tweede wereldoorlog
Het was op zaterdag 17 april 2010 dat mijn vader
overleed. Hij woonde aan de Pyreneeënrand.
De dood vind ik moeilijk, ondraaglijk, eigenlijk. Het is niet
alleen een mens waar je lief en leed mee hebt gedeeld, die
sterft, maar ook een verhaal, een groot boek voor verhalen,
eigenlijk. Verhalen waar je nooit meer naar zal kunnen
vragen.
Het boek is nu uit, maar ik ben blij dat ik met mijn vader dat
boek regelmatig heb opengeslagen. Ook nu zal ik dat blijven doen.
Mijn vader zijn gezondheid laat niet veel meer toe, maar gelukkig
was ik blij, dat hij nog zijn verhaal kon vertellen over zijn
gevangenschap in Duitsland tijdens de bezetting 40-45.
Hij was betrapt op het bezit van een radio.
Ondanks zijn gevangenschap daar heeft hij geen haat ontwikkeld
tegen Duitsers. Hij merkte dat de doorsnee Duitser niet afweek
van de gewone Nederlander en heeft het Nederlandse zwartwit
denken nooit willen begrijpen.
Dit legde hij uit aan kinderen van groep 6 van de Haagse
Houtrustschool en dat was niet voor niets.
Mijn zoon zit daar namelijk op en tijdens de Europese en
wereldkampioenschappen voetbal is het gegarandeerd weer raak:
“Jij bent zeker weer voor die rotmoffen”, krijgt hij
dan weer te horen, want hij is Duits én Nederlands.
We hopen dat de genuanceerde visie van mijn vader er toe bijdraagt, dat dergelijk grove vooroordelen verdwijnen.
“Weet jij iets meer van dat vliegtuig, dat tegen het World Trade Center is aangevlogen?” Nee, dat wist ik niet, toen ik die namiddag van 11 september 2001 de verrichtingen van mijn 7-jarige zoon op zijn wekelijkse zwemonderricht aan het volgen was. Een bezorgde moeder van een ander spartelend kind vroeg het me, toen ze naast me kwam zitten. “Ik zit in de reisbrance, en daar gaat het toch al zo moeiijk, vandaar”, verklaarde ze haar bezorgdheid. De hele zwemles en de ineens wel hele lange weg naar huis op de fiets vroeg ik me af wat er was gebeurd. Thuis trof ik mijn vrouw aan, lijkbleek. “Manhattan ligt in puin!”
Dit was geen natuurgeweld: dit was pure terreur door mensen gepleegd.
Hoe moet een kind zoiets duidelijk maken dat er zulke slechte mensen bestaan? Mensen die het als een missie zien hun medemens deze ellende aan te doen?
Helaas meenden - vooral autochtone Nederlanders - gelijk in de kont van Osama Bin Laden te moeten kruipen ‘om erger te voorkomen’, gelijk de houdig van de Joodse Raad tijdens de bezetting. Zo verbood de gemeente Den Haag om ‘grapjes over Bin Laden te maken’ (hiervan heeft Jaap Vechter - balen dat hij dood is - nog een prachtige cartoon gemaakt: een uttelige ambtenaar, omgeven door mannen in leren jassen met gleufhoeden: “Wij hebben gehoord dat u grapjes heeft gemaakt over Osama Bin Laden?”).
‘Wat vinden moslims van deze aanslag?’, was één van de minder onbevooroordeelde gedachten toen het nieuws hier doordrong.
Ik heb het eens een vrijgevochten moslima gevraagd. “Wat heb ik met O.B.L. te maken?”, zo reageerde zij eerst. Maar toen ik haar vroeg of zij als moslima nou echt op zo iemand als hem zat te wachten, was haar reactie: “nou nee, niet bepaald”. En zo zal het wel met de meeste moslims zijn, die in de dit land gewoon meedraaien.
Onderstaande bijdrage - destijds aangetroffen in het discussieforum van de Volksrant - geeft met wat meer woorden aan wat de gevoelens onder de weldenkende meerderheid waarschijnlijk zal zijn.
“Ik ben diep geschokt en zeer droevig gestemd over het lot van de vele mensen die door de terroristische aanslagen op dinsdag in de VS zijn omgekomen en gewond geraakt. Een gewetenloze daad. Een moord op de menselijke waardigheid.
Het is huiveringwekkend waartoe de mens wel niet in staat is. Niets is angstaanjagender dan het besef van de afbrokkeling en het verlies van het geweten van de mens. Niets zal ook erger zijn dan in een gewetenloze wereld te moeten leven. Het gebrek aan geweten duidt op een verlies van de menselijkheid, de waardigheid van de mens. Zonder respect voor de waardigheid van de mens is geen liefde mogelijk. Zonder liefde is geen overleving van de mensheid mogelijk. Geweten als zodanig vormt de basis van ethiek. Ethiek vormt de basis van ieder godsdienst in deze kleine wereld.
Ik ben moslim en geloof in de liefdevolle boodschap van Mozes, Jezus en Mohammed. Deze boodschappen behelzen ongetwijfeld eenzelfde boodschap. Een boodschap om goed voor elkaar te zijn, om elkaar lief te hebben, om elkaar niet te krenken, en het menselijke leven en de menselijkheid te respecteren.
De daders van deze aanslagen zijn nog niet bekend. Ik kan het echter niet bevatten en accepteren dat de daders dachten dat God hun misdaden zou goedkeuren. Hun daden en de kern van Liefde van God staan lijnrecht tegenover elkaar. Liefde kan geen rechtvaardiging zijn voor misdaden jegens de mensheid.
Het stoort me ook dat het beeld van een godsdienst -welke dan ook- gevormd wordt door het fundamentalisme. In dit geval zal het gaan om het beeld van de Islam. Telkens als men het heeft over ‘islamitische’ terroristen dan voel ik me zo terneergeslagen, zo vernederd, zo gekrenkt. Terrorisme kan en mag niet geassocieerd worden met de Islam, noch met enig ander godsdienst, ook al doen de fundamentalisten hier nog zo hun best voor.
Niemand moet deze terroristen ook de kans geven om hun zwart-wit visie van de wereld door hun daden te verspreiden. Dat is immers wat zij zo graag zouden willen: een verstoring van de orde, een verstoring van de beschaving.
Binnen het fundamentalisme zelf zijn de liefdevolle en vreedzame fundamenten van het geloof zeker niet terug te vinden. Het is een gewetensloze, op macht berustende, veelal politieke levensvisie die de fundamenten van liefde en barmhartigheid, de boodschap van Mozes, Jezus en Mohammed, niet erkent. Moslims, Joden en Christenen die deze liefdevolle boodschap niet inzien, kunnen zich ook geenszins, van de basis principes van deze godsdiensten zelf bezien, een aanhanger van deze godsdiensten noemen.
Het is moeilijk om een oorzaak te vinden voor het verlies van het geweten van deze daders. Ik zal me daarover nu ook niet verder uitlaten. In ieder geval zal het moeilijk blijven om een logische redenering te vinden voor deze afschuwelijke nachtmerrie.”
Ben hier overigens pislink over de actie van de heer Steijnen, advocaat te Amsterdam, die meent moslims met zijn onderneming een dienst te bewijzen: het is scoren over de ruggen van anderen, die de consequenties hiervan niet beseffen: namelijk dat satire in Nederland aan banden dreigt te worden gelegd, als deze aanklacht wordt gehonoreerd.
Sigmund neemt namelijk iedereen te grazen, dus ook moslims (en van haatzaaierij is mij daarvan overigens nooit wat gebleken: juist satire roept niet op tot geweld, goede satire ontlaadt juist.)
Moslims en andere mensen, die zich daaraan storen, moeten maar leren tegen een stootje te kunnen, net zoals de andere 'slachtoffers'. Als satire over elk thema is toegestaan - behalve over de Islam, en cabaretiers en striptekenaars zich hier naar zouden richten, verliezen ze voor mij hun geloofwaardigheid.
Zie ook: Gelijke monniken, gelijke kappen!
Sigmund, laat je niet mondood maken!
(Overigens denk ik dat we Pieter Broertjes ook een hart onder de riem moeten steken, want om onduidelijke redenen is de klacht ook tegen hem gericht.)
“Ik heb zelf veel jezussen getekend en daar was de Bond tegen het Vloeken niet blij mee”, meldt hij om zichzelf prompt in de tweede zin tegen te spreken: “Mohammed zou ik niet snel tekenen. Niet uit angst, maar, je weet dat het niet op prijs wordt gesteld. Waarom zou je het dan doen?”
Nee, die Bond tegen het Vloeken, die stelt het zeker wel op prijs, nou goed?
“Geloof is iets heel persoonlijks, je moet elkaars geloof respecteren. En sommige religies zijn toleranter dan de andere”.
Ja, ja. Je moet elkaars geloof respecteren. En bij voorkeur ietsje meer dus, als die religie een tikkeltje intoleranter is, dus. Buigen voor dreiging dus onder het mom van respect.
Laten we het er maar op houden, dat de quote van Jeroen de Leijer iets te onverantwoord is gemodereerd door de eindredactie en hem maar niet meteen op deze slip of the tongue vastpinnen.
Maar laten we wel even weer normaal gaan doen: als je het christendom op de hak wilt nemen, moet je dat ook durven doen met de islam. Alle godsdiensten horen in Nederland gelijkwaardig te worden behandeld, ook door cartoonisten, anders verliest de satire haar onafhankelijkheid - en (dus?) haar geloofwaardigheid.
De NVJ ziet echter een groep over het hoofd die hier direct mee te maken heeft en steeds groter wordt: de mensen, die jaren, vaak zelfs tientallen jaren goede journalistieke werkkracht zijn geweest, maar de verharding en de continue stroom veranderingen niet meer kunnen bolwerken en opgebrand raken. Dit naast het aantal mensen, dat goedschiks of kwaadschiks, met vervroegd pensioen wordt gestuurd.
‘Management’
In de jaren ’80 - ’90 deed een nieuw begrip haar intrede: het management. Mensen, afkomstig van buiten de bedrijfscultuur, die met een forse financiële voorsprong boven overige werknemers tegen een vorstelijk salaris orde op zaken komen stellen.
Het maakt niet uit of je verpleegster bent in een ziekenhuis, kinderarts, gemeentebeambte, ICT-er of journalist: overal kom je ze tegen en hun komst van buitenaf wordt meestal gevolgd door een ontslaggolf en/of het omgooien van datgene waar men op de werkvloer mee vertrouwd is.
RTV West
Ook de journalistiek ontkomt er niet aan.
Een voorbeeld:
Enkele jaren geleden werd het roer na het aantreden van een nieuwe leiding bij RTV West (de regionale zender voor Den Haag en omgeving) helemaal omgegooid: geen muziek meer, alleen nog maar nieuwsflitsen, nieuwsflitsen en nog eens nieuwsflitsen, desnoods aangevuld met ‘stoppers’ van buiten de regio, pauzeloos, onpersoonlijk met een permanente achtergrondjingle. Er was maar één conclusie mogelijk: hier was een dure manager aangesteld om de boel eens grondig te komen verzieken.
En zo geschiedde. Niemand luisterde nog naar de radiouitzendingen.
Uiteindelijk werd RTV West door hulp van de overheid op het nippertje van de totale ondergang gered. De bewuste manager had inmiddels al elders een nóg beter betaalde functie gevonden. Maar wat moeten de grootste slachtoffers van dit fiasco – degenen die zich plotseling een zinloze ommezwaai moesten maken – wel niet hebben doorgemaakt. Om maar niet te spreken van de 42 mensen die moesten afvloeien.
AD
Het recente voorbeeld is natuurlijk het opgaan van de randstedelijke regionalen in het AD onder het motto: hoe gooien we de boel maximaal om, zodat de lezer niets vertrouwds meer tegenkomt?
Nu zijn er ex-collega’s van mij, die me aanschieten en zeggen “wees blij dat je hier niet meer werkt. Het is helemaal niet leuk meer.” Een bekende schreef me zelfs, dat hij/zij het gevoel had niet meer bij een krant te werken. Zo ver is het management er al in geslaagd om de bedrijfscultuur van een dagblad om zeep te helpen.
En de lezers weten het ook niet meer, vervreemd als ze zijn. Wie is nou de hoofdredacteur? Jan Bonjer? Dennis Mulkens? Weten de redacteuren het zelf eigelijk nog wel?
En om me heen hoor ik niets anders dan verhalen van mensen die hebben opgezegd, of op het punt staat om op te zeggen.
Zal het daar net zo gaan als RTV-west? Is er nog redding mogelijk?
Laat dit de NVJ koud? Nee! Natuurlijk niet. Maar toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken, dat er eigenlijk alleen hulp en begeleiding is bij dreigende ontslagen, onderhandelingen en andere materiële zaken. Maar het traject ervoor: het achteruit gaan van de sfeer en werkomstandigheden - voor zover niet materieel van aard - lijken ongemoeid te worden gelaten.
Vervreemding
Er is een duidelijke trend van vervreemding en verharding gaande, waarop de NVJ nog geen antwoord heeft. Maar betekent dat, dat zij niets zou kunnen doen?
Hoeveel mensen zijn er de afgelopen tijd wel niet op straat komen te staan. Velen met een afvloeiingsregel, een voortijdig pensioen of via de WAO? Of misschien zelfs met helemaal niets?
Het is niet alleen de klap van het overbodig zijn, die gevoelig is, maar soms ook de klap van het inkomen. Hoe bouw je in deze tijd, waarin de betaalde journalistiek geheel in mineur is, weer een bestaan op?
Stoom afblazen
Roept de NVJ de collega’s bij elkaar, die ontslag hebben aangezegd gekregen om te kijken hoe ze deze klap het beste kunnen verwerken? Is er geen behoefte aan bijeenkomsten, waarbij stevig stoom kon worden afgeblazen, vol woede en verbittering, maar ook positief, omdat je mekaar kan stimuleren om een uitweg te zoeken? Zou het de kans op het vinden van een nieuwe baan of een free-lance loopbaan niet groter kunnen maken?
Voor de materiële en juridische zaken kan prima terug worden gevallen op de NVJ – zeker als er een goed functionerende redactiecommissie is. Maar het op immateriële vlak, dat op dat moment veel meer speelde, daar ontbreekt nu juist de steun. Steun, waarbij de NVJ ook een rol zou kunnen spelen.
Zwart gat
De NVJ heeft een sectie freelance. Maar die gaat ervan uit, dat mensen zich al geheel hebben gevestigd en is niet gericht op mensen, die vanuit een zwart gat moeten zien op te starten: mensen, die onder minder fortuinlijke omstandigheden (bijv. een arbeidsconflict, een achteraf ongunstig gebleken afvloeiingsregeling, eigen ontslag vanuit overschatting van de eigen capaciteiten) vanuit een vaste baan in een inkomenloze situatie zijn beland; voor wie het doorsnijden van de band met de journalistiek voelt als de amputatie van een been. Voor hen is het uithuilen en opnieuw beginnen. Vaak onder moeilijke omstandigheden (weinig kennis van nieuwe media, een voor de markt hoge leeftijd en geen zakelijk inzicht, dat nodig is voor een freelance carrière).
Er bestaat al een succesvolle groep ‘Vrouw en Media’, die een onverhoopt succes is en ook het menselijke aspect van het werk belicht.
Gezien de huidige ontwikkelingen zou het zeker zinvol kunnen zijn om twee nieuwe groepen op te richten:
-
- Een groep voor mensen uit de journalistiek, die door de verharding of een anderzijds slechte werksfeer in de ziektewet dreigen te belanden, daar al zijn aangeland, of ontslagen dreigen te worden, omdat ze ‘te oud’ worden bevonden.
-
- Een groep voor journalisten, die tegen hun wil op een zijspoor zijn beland en graag weer mee willen draaien; ‘herstarters’ dus.
-
Iedereen is gediend bij in groepsverband mobiliseren van deze categorieën: de werkgever, die tot zijn verassing ontdekt, dat oudere mensen helemaal niet zo vaak ziek blijken te zijn als wordt beweerd, dat ze vaak een continue factor in het bedrijf zijn, omdat ze geen carrièredrang meer hebben, de overheid, omdat die gevrijwaard is van het verstrekken van een uitkering en niet in de laatste plaats de ‘herstarter’ zelf, die het licht weer ziet.
O ja, de NVJ natuurlijk ook: er komen een paar argumenten bij om lid te worden en te blijven!
Goed voor het plegen van één misdrijf met een straf van een klein jaar. Deze waardebon kreeg een Alkmaarse trainer, die blijkens zijn veroordeling te lang vast had gezeten. Vroeger werd bij een onterecht uitgezeten detentie een schadebedrag uitgekeerd. Volgens de geïnterviewde is dit nu niet meer het geval, want je krijgt een 'tegoed'. Zie het knipsel.
Betekent dit dat ik geen smartegeld krijg, als ik ten onrechte word veroordeeld voor doodslag? Als dit na een jaar detentie blijkt en ik wordt vrijsproken? Maar dat ik in plaats daarvan niet meer hoef te zitten bij het plegen van een misdrijf waar minder dan één jaar op staat?
Nou dan weet ik het goed gemaakt. Dan geef ik direct die rechters die me in eerste instantie ten onrechte hebben veroordeeld eens een flinke klap in hun smoel! Politierechterzaakje, namelijk: staat maximaal een half jaar op. Hoef ik dus toch niet te zitten. Of klopt het verhaal niet? Of begrijp ik het verkeerd?
Nurks. Jazeker.
En bezorgd.
Mijn vrouw gaat éénmaal per jaar - meestal in de Herfstvakantie -
met zoon en haar Duitse moeder op vliegvakantie naar een zonnig
zuidelijk oord. Dit keer Portugal.
Daarbij blijf ik thuis in Den Haag, omdat ik als zelfstandige te
veel te doen heb om de boel de boel te kunnen laten.
Maar het is spannend.
06.19 Uur. Vooral spannend is het vertrek.
Want ze gaan met de trein. En dan spreekt ze met haar moeder af
op het station in Duitsland. Dit keer vliegen ze vanuit Stuttgart
(19.35).
En de trein in Nederland is niet meer wat hij was, zoals ik me
van een 20 jaar geleden nog herinner, toen je op een station
gewoon nog een internationaal kaartje kon kopen naar elke
bestemming, bijvoorbeeld.
Aanrijding
Den Haag – Utrecht bijvoorbeeld is op de eerste dag van de
Herfstvakantie uitgevallen 'wegens werkzaamheden'.
Dus dat wordt omrijden.
Volgens de reisplanner is rijden via Leiden het gunstigst, maar
ik had gewaarschuwd: “Dat is enkelspoor, daar heb je zo
gedonder!”
Even hebben we zelfs overwogen om daags tevoren alvast maar
Utrecht te gaan en daar voor een nacht een hotelletje te nemen,
want het traject Den Haag - Utrecht is zo'n beetje het meest
onbetrouwbare traject van Nederland. Voor de mensen elders in het
land is dat althans te hopen, of zou het ergens nóg slechter
gesteld zijn?
9.00 Uur. Een verontrust telefoontje van mijn vrouw met
een geleend mobieltje over het wachten op een bus en iets van een
aanrijding en een blik op de rss-feed zegt:
Geen treinverkeer na aanrijding bij Woerden
UTRECHT - Een stoptrein uit Leiden is zaterdag rond 7.00 uur
tussen Woerden en Bodegraven op een werkwagen gebotst. Er vielen
geen gewonden. Ook de materiële schade valt mee, aldus een
woordvoerder van ProRail.
10.00 uur. Vrouw en kind zijn met een bus
uiteindelijk in Utrecht beland. Helaas kunnen we schoonmoeder
niet bereiken, want die heeft geen mobieltje. Mijn vrouw heeft
het wel, maar ongelukkiger wijze ligt het nog hier wegens
“ojee, vergeten”. En mijn zoon (11) had zich nog wel
zo verheugd op het SMS-en, dat ik hem gisteren nog heb
bijgebracht.
Dat betekent dat contact tussen mijn schoonmoeder, die
waarschijnlijk straks urenlang ongerust in Stuttgart staat te
wachten, en mijn vrouw via een soort ‘satelliet’ zal
moeten verlopen. En die satelliet ben ik.
Dit zijn spannende momenten.
Hoe zal dit aflopen? In theorie kan mijn vrouw het vliegtuig nog
halen (een half uur voor afvliegtijd kan ze er in wezen
zijn).
We wachten af.
“Waarom schrijft U dit allemaal, zult U zich misschien
afvragen?”
Wel.
- Om mijn kwaadheid op de spoorwegen even kwijt te kunnen: Kunnen
ze hun werkmaterieel niet fatsoenlijk opbergen, zodat er geen
treinen tegenaan kunnen knallen?
- Ik heb een zekere behoefte om mijn bezorgdheid een beetje van
mij af te schrijven. Andere mannen zullen als ze vijftien jaar
zijn getrouwd ongetwijfeld juichend de bloemetjes buiten zetten.
Maar ieder mens is nu eenmaal anders.
- Ter lering (en hopelijk niet al te veel ter vermaak): vertrouw
de spoorwegen in Nederland voor geen cent. Voor ons is dit eerder
regel dan uitzondering als wij op vakantie gaan. Extra pijnlijk,
omdat wij het reizen per trein nuchter gezien veel prettiger is
als per auto. Dat geldt dan met name voor Duitsland, waar de
reiziger als mens toch wat meer centraal staat i.p.v. van dat die
wordt gezien als een betalende eenheid. Als we eenmaal Duitsland
binnen sporen slaken we dan ook een zucht van verlichting.
Als het verder mee zit zullen vrouw en kind dat rond 11.30 uur
ook doen.
We houden U op de hoogte van het verdere verloop van de
reis.
12.30 uur. ‘Oma’ belt vanaf
Stuttgart. Mijn vrouw heeft ze niet op het station aangetroffen.
Ze belt overigens het mobieltje van mijn vrouw, dat hier dus nog
in Den Haag is achtergebleven.
Ze is nu ook op de hoogte.
15.45 Uur. Schoonmoeder belt vanaf de
luchthaven. Ze kan (hoewel zij zelf het ticket niet heeft)
allleen vliegen. Mijn vrouw en kind kunnen morgen zonder extra
kosten met een andere vlucht, maar moeten dan vanuit Düsseldorf
vliegen.
Ze waagt de gok maar en vliegt alleen.
16.15 Uur. Mijn vrouw heeft ingesproken op mijn
mobieltje (dat ik niet hoorde overgaan, omdat ik midden in een
optreden zat). Ze was nog net op tijd in Stuttgart aangekomen.
Volgens de tijdentabel is ze inmiddels ook met zoon en Oma geland
op Faro en zal ze wel onderweg zijn naar haar hotel.
Het lijkt erop dat alles nog is goed gekomen.
Ondanks de NS: twee ICE’s vanuit Utrecht te eerder plannen
en dan nog voor het traject Den Haag - Utrecht ook nog eens twee
treinen eerder plannen, was eigenlijk nog niet zeker
genoeg...
9.15 Uur. Via internet het telefoonnummer van
het hotel gevonden. Dat is nog betrekkelijk lastig want het
intypen van de hotelnaam in de zoekmachines resulteert in
interessante info over het hotel op zich maar niet in een
telefoonnummer.
Maar op www.nationaletelefoongids.nl vind je ook een menu
met internationale telefoongidsen en dan lukt het wel.
De familie was net op de kamer gearriveerd (ze worstelden nog met
de elektronische key-card en hoorde de telefoon al over
gaan).
Overigens stond de NS al klaar op de busreizigers op te vangen en
van dienst te zijn, wat op zich zeker al een vooruitgang genoemd
kan worden en zeker geen overbodige luxe is: vrijwel alle mensen
die op zaterdag zo vroeg reizen (zeker meer dan honderd in dit
treinstel) waren op weg naar een internationale bestemming of
vliegveld...
Pak een idioot bericht over Prinses Irene, die vindt dat het westen moet praten met Al Qaida, vervang 'Bush/Amerikanen' door 'joden' en vervang 'Al Qaida' door ‘Hitler’ en ‘Nationaal-Socialisten’ en je krijgt een nóg rediculer bericht, bedoeld op het bespottelijke van de hele gedachte aan te tonen (Herman Koch doet dat soms ook heel aardig in de donderdagse kunstbijlage). Plak er een link aan naar het ‘oorspronkelijke’ bericht (die uiteraard niet werkt) en tot onze grote verbazing krijgt het bericht een ruime 8 voor ‘goede burgerjournalistiek‘.
De paralellen hadden toch moeten opvallen en met internet is een kleine controle afdoende: - De link naar ‘Der Spiegel’ die niet werkt is zeer verdacht. - zoeken naar ‘Von Smidt zur Sassem’ in Google levert niets op. Bij zo’n geruchtmakende dame hadden er zeker zoekresultaten moeten zijn.
Maar nee, hoor, niets. Logisch, want die hele naam bestaat niet. - Als er zo’n duidelijke parallel is met een bericht over een onzer prinsessen, had er bij de lezers toch echt een belletje moeten rinkelen. Het is frappant hoe snel mensen blijkbaar een bericht – zelfs al is het maar een weblog, èn controleerbaar (in dit geval dus makkelijk controleerbaar) - voor serieus verslijten.
“Joden dachten het uitverkoren volk te zijn. Zo konden de spanningen tussen joden en de nationaal-socialisten voor de Tweede Wereldoorlog zo hoog oplopen.”
Aldus Barones Margarethe Von Smidt zur Sassem - Hohenzollern in een interview in Der Spiegel van deze week. Zij stamt direct af van de laatste Duitse keizer. In haar familie staat ze al jaren bekend vanwege haar controversiële denkbeelden.
"Door de praten met Hitler en echte open besprekingen met andere nationaal-socialistische kopstukken hadden ze het vijandsbeeld kunnen doorbreken dat wederzijds aanwezig was bij joden en nationaal-socialisten. Door de ander geen kans te geven, bleef elke partij hangen in haar eigen oordeel'', aldus Margarethe von Hohenzollern in het weekblad.
Zij is in het vraaggesprek kritisch over de dominante rol van de joden. Zij zijn volgens de Barones ‘de verpersoonlijking van het uitverkoren volk’: “wij weten het beter dan jullie, en wij gaan jullie overheersen. Punt uit!”
“Dat zijn nog steeds de enorme idealen van de joden! Het totale leiderschap! Hun ideaal, waarvoor zij vechten tot het einde. Het is zeer de vraag of dat de mensheid wel dient, maar in hun ogen vast wel.''
In tegenstelling tot wat wetenschappers zeggen kwamen de oorzaken van het nationaalsocialistisch geweld vooral voort uit armoede, handelsbarrières en verkeerde verhoudingen. ‘De verschillen tussen de haves en de have-nots waren geheel uit evenwicht.’
Margarethe von Hohenzollern baarde eerder opzien doordat ze zei te kunnen communiceren met zwerfkeien, vulkanen en heetwaterbronnen. In 1983 voerde ze het woord tijdens een demonstratie tegen de neutronenbom. > Het artikel uit Der Spiegel
Waarom voelt het nieuwe AD zo koud aan? Waarom verliest het zoveel lezers, dat het in een vrije val is beland?
Yves Desmet, hoofdredacteur van het Vlaamse Dagblad ‘De Morgen’ omschrijft zijn scepsis als volgt in zijn column in ‘De Journalist van 30 september: “Er zitten zoveel ingangen in de krant, dat ze dreigen nergens meer naartoe te leiden. Het AD is wat behaagziek geworden, wil mijn op alle mogelijke manier verleiden.” (...) “Waar staat die nieuwe krant nu voor, vraag ik me af” (...) “, wat is haar selectie, die haar onderscheidt van anderen, wat is haar persoonlijkheid, haar ziel?”
Ook Leon de Wolff, waar wij al eerder aandacht aan schonken krijgt nog een terloopse veeg uit de pan: “Toegegeven: ze proberen alles uit wat ik al drie jaar op internationale congressen hoor: korter, compacter, ‘what’s in it for me’-invalshoeken, wat internet-lay-out, meer navigatie in de krant, en van die dingen. Er zit inderdaad een hoog Leon de Wolff-gehalte in. Geen kwaad woord over Leon, heeft bjij ons ook nog cursus gegeven, maar een hele krant via het vijfinvalshoeken, vier gezichtspunten en drie dimensies-prinicipe maakt het geheel toch... Hoe zeg jet dat beleefd? Nieuwsloos, eigenlijk.”
En zo is het maar net. Een ondergang van het AD is niet iets waar we blij mee moeten zijn. Het is te hopen, dat deze grootste regiokrant weer gauw de menselijk maat weet terug te vinden. Persoonlijk is het mij niet eens duidelijk wie ‘mijn’ hoofdredacteur is. Is het nou Dennis Mulkens of Jan Bonjer?
Mijn kennismaking met deze mediamanager dateert uit 1996. Voor de cursus waren we met de redactie van Cobouw een weekend onder gebracht in Hotel New York (Jan Blokker sloeg in zijn column dus de spijker op zijn kop met zijn omschrijving van speciale hotel-salons voor managerscursussen).
Prima hotel met prima eten overigens, daar niet van. Lekker wulken pulken, waar kun je dat anders?
Hogere wiskunde
De Wolff toverde een theorie tevoorschijn, waarmee je een artikel kon ontleden via een driedimensionale tabel. Hogere wiskunde, dus en al gauw snapte niemand er nog iets van. Probleem was dat het een gezelschap van ingenieurs en doctorandussen betrof, die - de keizer en zijn kleren - niet voor een ander wilden laten weten, dat ze het niet begrepen.
Gevolg was, dat we vastzaten aan de nieuwe opzet voor het schrijven van artikelen, die – uiteraard – meteen strandde en uiteindelijk uitliep op het afdruipen van de hoofredacteur wegens gezichtsverlies.
Legbatterij
De fout van Leon de Wolff was niet uniek. Zijn analyses waren niet eens zo gek, maar zoals elke moderne manager tegenwoordig doet, beschouwde hij redacteuren niet als mensen, maar als productie-eenheden. Een soort batterijkippen, die je artikelen kunt laten schrijven volgens een van boven opgelegd stramien (‘naar de lezer toegeschreven’). Men volge de huidige ontwikkelingen en de voorspelbare afloop van het regionale AD en je begrijpt wat ik bedoel.
Institutioneel
Maar één ding moet ik De Wolff nageven. Hij heeft me het begrijp ‘institutioneel’ bijgebracht.
Iedereen kent het wel uit media onder een dictatuur, bedrijfsbladen en streekkranten: een man in pak (mannen in pakken zijn bijvoorbaat al institutioneel) geeft een andere man in pak een (flits, flits) diploma, oorkonde, of certificaat. Of een wethouder knipt (flits, flits) een lint door. Of een politicus dropt zijn (flits, flits) stembiljet in de gegleufde bus.
Saaier en voorspelbaarder kan een foto niet zijn en alleen de gefotografeerde doe je er een plezier mee.
Afko’s in koppen
Dodelijk institutioneel zijn afkortingen in teksten. Wist U dat krantenkoppen waarin bijvoorbeeld B&W staat resoluut door de lezer worden overgeslagen? Over afkortingen in bedrijfsbladen zullen we het maar helemaal niet hebben...
Institutioneel: prent dit begrijp in je hoofd. Vooral als je schrijft voor bedrijfs- en streekkranten.
Superknor,
Redacteur BOF-Bulletin
(oeps)
Is het een nieuw fenomeen? Dat weten we niet, maar we kunnen het nu wel een naam geven: het Leon de Winter Syndroom.
Het is het verschijnsel, dat mensen met een links verleden, die zichzelf ‘rechts’ noemen, of er vrede mee hebben ‘rechts’ te worden genoemd, zich toch het meest op hun plaats blijven voelen in ‘links’, c.q. ‘progressief’ gezelschap.
De benaming ligt voor de hand. Leon de Winter doet in zijn volkskrantcolum vanuit zijn huidige verblijf in een politiek correcte universiteitsgemeenschap in de Verenigde Staten wekelijks verslag van zijn wederwaardigheden en lijkt zich daar duidelijk in zijn element te voelen.
Uiteraard wordt hij gastvrij onthaald, omdat hij blijkbaar nog steeds zijn vroegere ‘linkse’ uitstraling blijkt te hebben. Dat zal vaak wel schrikken zijn voor zijn gastgevers, denk ik.
Heel herkenbaar, overigens. Als je ‘rechts’ ben met zo’n uitstraling heeft het overigens voordelen: je hoort soms dingen, die mensen je niet zouden toevertrouwen, als ze wisten dat je rechts was, omdat men zich dan bewust is van het vooroordeelbevestigende element van de uitspraken. Iemand die progressief is zal een LPF-stemmer niet zo gauw vertellen, dat de moord op Pim Fortuyn het beste was dat er had kunnen gebeuren, zoals ik een keer meemaakte
Omgekeerd bezocht ik begin jaren ‘80 vermomd in driedelig pak een mijn ‘linkse‘ tijd een bijeenkomst van het OSL (dat was in het kader van de Lesgroep Fascisme op de Utrechtse School voor de Journalstiek - de OSL was toen in onze kringen een organisatie waar ‘het fascisme op de loer lag’. Het was de tijd van de krakersrellen en een oudere militair vertrouwde mij toen toe, dat het het beste was om die demonstrerende krakers, ‘rij voor rij met een mitrailleur neer te maaien’. Er zijn meer voorbeelden. Hierover vertel ik een andere keer meer.
Na de moord op Pim Fortuyn had ik er even de balen van. Middels een interview in de Volkskrant was getracht Pim Fortuyn politiek uit te schakelen. Tevergeefs. Het koste zijn plek in Leefbaar Nederland, maar hij ging succesvol verder met een nieuwe kieslijst. Toen was er nog maar een mogelijkheid: moord. Mijn mening was, dat de Volkskrant in dit drama een een kwalijke bijdrage had geleverd. Ik besloot op te zeggen. Tevergeefs: Ariejan Korteweg accepteerde de opzegging niet (‘U bent veel te betrokken bij deze wereld’) en ik ben nu nog steeds abonnee. Achteraf ben ik daar eigenlijk wel blij om. Heb ik sinds het terziele gaan van de Haagsche Courant tenminste nog één normale krant in de bus. De reden van plaatsing is de strekking van de brief die nog actueel is: waarom voel ik me links, maar is er geen enkel raakpunt meer tussen wat ik gemakshalve ‘de linkse praktijk’ zal noemen en wat ik onder links versta.
Hier volgt de opzegging. Geachte hoofdredactie, Deze opzegging zal in deze voor jullie onfortuinlijke periode belist niet de eerste zijn, maar desalniettemin wil ik hem graag nader toelichten. Het lezen van de Volkskrant begon ooit op de morsige studentenflat Asserpark in Wageningen en de jongerenvereniging Unitas in de vroege jaren ’70. Unitas was echter geen jongerenvereniging, maar een studentenvereniging, waar men zich het hoofd erover brak, waarom die werkende jongeren maar geen lid wilden van het linksidealistische paradijsje.
Werkgroep ‘O’
Er was zelfs een speciale ‘werkgroep O’ in het leven geroepen, die allerlei plannen bedacht om het voor deze achtergestelde groep in de samenleving aantrekkelijker zou maken om lid te worden, zoals het verlagen van de contributie.(Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes was toen – 1972-1973 – actief lid van deze werkgroep.) Maar wat betekende links voor mij? Een milieuvriendelijk beleid, zodat het autoverkeer slechts minimale aanslag op het milieu pleegt, waarbij de mensen op tram- loop- of fietsafstand van hun werk wonen, waarbij bij voedselbereiding geen onnodige verspilling plaatsvindt. Een maatschappij waar het leven voor ieder echt zin heeft, waar onderwijs goed van kwaliteit is en kosteloos, waar mensen zich niet verrijken ten koste van anderen en een betaalbare gezondheidszorg – ook voor de laatste inkomensgroepen. Maar bovenal een menselijke samenleving, waar mensen niet langs elkaar heenleven.
Twijfels
Zelfs in die jaren knaagden echter al de twijfels over het gezelschap waar ik me in bevond. Was het echt een daad van verzet van onderdrukten, als dronken jongeren uit de omgeving de bar van de sociëteit kwamen ‘verbouwen’? Was het verkrachten van een blanke vrouw door een zwarte echt nou een daad van verzet tegen blanke onderdrukking, zoals de zwarte activiste Angela Davis in haar geschriften betoogde? Zouden die bloedige en wrede bevrijdingsstrijders in Afrika plotseling in vreedzame types veranderen als ze de macht zouden krijgen?
Omslagpunt
In 1975 kwam voor mij het eerste omslagpunt. Nadat met name de VARA had betoogd hoe goed het was dat de communisten de macht grepen in Zuidoost-Azië (eindelijk vrede en het volk aan de macht), vond in Cambodja de grootste naoorlogse moedwillge slachting plaats. Uit Vietnam kwam een grote stroom bootvluchtelingen op gang. In plaats dat er in de linkse gelederen enige zelfbezinning plaatsvond wendde de meerderheid van de progressieven – ook de media – hun hoofd af en wierp zich volop op de bevrijdingsstrijd in andere delen van de wereld, met name Zuid-Afrika.
Fascistische sympathieën
De jaren 80 stemde ik nog steeds links, zelfs PPR. Ook in de periode dat ik leerling was op de Utrechtse School voor de Journalistiek. Maar helaas was mijn reputatie verre van progressief. Zo merkte ik een keer tijdens een les op, dat je met je tengels van andermans fiets diende af te blijven. Ai! Vervolgens bleef de stoel naast me in de lessen, die ik volgde akelig leeg. Het werd nog erger toen we in de lesgroep ‘Fascisme, toen en nu’ van Herman Wilms een ‘fascismetest’ kregen en ik daarbij had ingevuld, dat de Warschaupactstaten daadwerkelijk een aanval op het westen aan het voorbereiden waren. Doordat ik dit had ingevuld, bleek ik fascistische sympathieën te hebben! Na 1989 bij het openen van de archieven in het Oosten, bleek mijn veronderstelling overigens bleek te kloppen: het Warschaupact had een aanval tot aan de Pyreneëen gepland).
Dieptepunt
Mijn reputatie was op een dieptepunt. Ik was vervallen tot een outcast. En dat terwijl ik in die tijd in de DDR kind aan huis was. Ik hield het echt voor het ‘betere’ Duitsland. Hier geen agressie, maar uiterst vriendelijke, homoristische conflictvermijdende, lieve vreedzame mensen en leuke meiden, die gewoon aardig terug waren, als je aardig tegen hen was. Pas toen ik 1984 van George Orwell had gelezen, vielen me echter ook hier de schellen van de ogen. Wat hij beschreef vertoonde een treffende gelijkenis met wat ik met daar zelf had gezien (de smoezelige staat van onderhoud van alles wat los en vast zat, de mindere kwaliteit van het eten, het te pas en onpas gebruik maken van het woord ‘Frieden’, wat eigenlijk net zo goed het tegenovergestelde kon betekenen). Maar ik hield wel degelijk sympathie voor wat ik beschouwde als een soort praktisch socialisme, waar je dagelijks bestaan verzekerd was en betreurde aanvankelijk het verdwijnen van de DDR.
Kruisraket
Maar ik wist dat de DDR geen vrij land was en dat mijn kennissen en vrienden aldaar tot een select gezelschap van alternatieve vrijdenkers behoorden. Ik werd dan ook pissig, toen de VARA in een van haar vele anti NATO-items de luisteraars voorhield, dat de DDR toch echt op de goede weg was naar de ontwapening, ‘omdat je daar massaal tegen de Kruisraket en Neutronenbom mocht demonstreren’. Mocht, mocht? Je moest! Ik was zo pissig, dat ik direct in de telefoon klom. VARA-supervisor Nico Haasbroek, die ik vervolgens aan de lijn kreeg, gaf toe, dat dit niet deugde. Ik vermoed dat er in die tijd ook al fricties waren tussen hem en zijn bekrompen-linkse ondergeschikten.
Misdrijven
Langzaam begon ik me steeds meer afvragen wat me toch bezielde om mezelf links te noemen, terwijl ik toch steeds moest walgen van de gevolgen van de politiek van het links establisment – inmiddels werden de lakens al aardig uitgedeeld door de generatie van 1968: graffiti werd niet meer bestreden, de politie rukte niet meer uit als er misdrijven werden gepleegd (uit mijn Utrechtse periode heb ik daarvan enkele schrijnende voorbeelden). Maar de gesloten linkse gelederen kwamen steeds meer met zichzelf in botsing. Het was bijvoorbeeld taboe om over een toename van de criminaliteit te praten. Als de achterstandsgroepen er beter vanaf zouden komen, zou de criminaliteit – die eigenlijk niet bestond – toch ook vanzelf verdwijnen?
Feminisme
Maar toen eisten de feministen de straat op: vrouwen moesten veilig buiten kunnen lopen. Veiligheid op straat was zo ineens een links thema geworden. Sonja Barend, die in een eerdere uitzending over het Programma ‘Opsporing Verzocht’ nog smalend had opgemerkt, dat de AVRO met dit ‘boeven vangen’ over de schreef ging, nodigde een vrouw uit, die het slachtoffer was van een meervoudige verkrachter, waarvan justitie het niet nodig achtte die op te sluiten. Plotseling verklaarde Joop Den Uyl dat verkrachters niet meer zomaar mochten worden vrijgelaten. Ik weet nog dat ik stomverbaasd was. Volgens mij was het zelfs de eerste keer, dat de PvdA zich zo expliciet en negatief over criminaliteit uitliet.
Taboe
Er trad dus een wending op, maar wel veel te laat. De misdaadexplosie van de jaren ’70, die Nederland van een van de veiligste landen in het onveiligste land van Europa had getransformeerd, was niet meer te stoppen. Het taboe op misdaad en misbruik bleef nog steeds doorsudderen. Inmiddels had de Nederlandse overheid – uit een soort misplaatst schuldgevoel over het koloniale verleden – de grenzen wagenwijd opengezet voor iedereen uit de derde wereld die naar Nederland wilde. Dat door gebrek aan enige sancties en selectie hierbij ook pure profiteurs meekwamen, mocht niet besproken worden. Toen de Telegraaf publiceerde, dat Tamils, die als vluchteling naar Nederland kwamen regelmatig naar Shri Lanka op vakantie gingen, sprong juridisch progressief Nederland er bovenop en dwong de Telegraaf tot rectificatie, hoewel het bericht wel degelijk klopte, maar niet paste in het politiek correcte straatje van de mensen, die op dat moment de journalistiek lakens uitdeelden. In plaats van dat deze mensen, die misbruik maakten van de gastvrijheid van het land, zonder pardon werden teruggestuurd, konden deze praktijken gewoon doorgaan en verder toenemen. Dit moet ons land enorme economische schade hebben berokkend en ten koste zijn gegaan van mensen, die wel recht hadden op hulp.
Doodvonnis
Er kwam nog een omslagpunt. Nee, niet het doodvonnis tegen Rushdie. Daar was zelfs aanvankelijk veel begrip voor in progressieve kringen. Er was zelfs een prominente Groenlinkser, die in een Marokkaanse uitzending bepleitte dat Rushdie voor een Islamitische rechtbank diende te verschijnen. Of dat dan zou moeten in Pakistan, Soedan, of Iran, zei de heer Rabbae (die bedoel ik) er overigens niet bij. Niet het vogelvrij verklaren van Rushdie vonden vele progressieven aanvankelijk verwerpelijk, maar de geschokte reacties. Die was volgens hen echter te verklaren uit het feit dat westerlingen de moslimcultuur niet goed begrepen.
Vrouwenbesnijdenis
Het was naar mijn idee uiteindelijk de vrouwenbesnijdenis, die ter discussie kwam. Het leek zo eenvoudig: deze wrede ingreep behoorde bij de cultuur van bepaalde bevolkingsgroepen en daar dienden wij koloniaal denkende westerlingen dus geen negatief oordeel over te hebben (toevallig heb ik nog een voorbeeld hiervan als knipsel bewaard: uit Folio in de Volkskrant van 29 januari 1994). Zelfs sommige feministes waren er niet tegen: zij beschouwden de clitoris slechts als een rudimentaire vorm van de penis, zodat de vrouw het onderdrukkingsmechanisme al in zichzelf zou herbergen. Een vrouw ‘zonder’ zou daarom veel beter als vrouw kunnen functioneren. Omdat de drempel op geslachtsrijpe leeftijd bij vrouwen voor verwijdering hoger wordt, doordat men zich bijvoorbeeld hecht aan de sexuele opwinding die de clitoris veroorzaakt, zou het inderdaad maar het beste zijn het orgaan bij meisjes zo snel mogelijk weg te halen als het maar kan.
‘Koloniniaal denken’
Toch heeft ons ‘koloniaal denken’ het gewonnen van het cultuurrelativisme: deze vorm van besnijdenis is verboden gebleven in Nederland. ‘Wat doe ik eigenlijk nog bij de Volkskrant?’, vraag ik me tegenwoordig steeds meer af. Ik krijg steeds meer het gevoel, dat ik hier niet meer bijhoor. Niet meer bij het links establishment, dat gezien de strekking van de artikelen (bijvoorbeeld in het magazine) stinkend rijk blijkt te zijn geworden. Dat ben ik zelf niet. De behoefte heb ik ook nooit gehad, al kwam ik er met mijn werk op de dagbladen al aardig in de buurt. Maar de sfeer op de werkvloer – en al helemaal in de journalistiek – is er niet beter op geworden. Een conservatieve baas, daarmee kon je van mening verschillen, maar hij waardeerde je inzet, je trouw en je loyaliteit meestal wel. Tegenwoordig wordt dit juist gezien als een nadeel en veel mensen beginnen dan maar ook voor zichzelf: als het niet je baas is, is het in elk geval de klant die blij is met je inzet voor het geld dat hij betaalt.
No-nonsense
En zo heeft de werkende klasse van vroeger plaatsgemaakt door een groep mensen, die probeert op eigen kracht een baan als zelfstandige in deze maatschappij te verwerven. Een groep, die zich blijkbaar zeer aangespronken voelde door de no-nonsense-uitspraken van Pim Fortuyn. Paul Rosemuller vond hem typerend voor de verharding van onze maatschappij (zie haagwestnieuws.layout.nl), hoewel hij daar nu juist een reactie op is. Een reactie op het keiharde en zakelijke paarse bewind, waar – lees jullie eigen ingezonden brieven met ervaringen van directe betrokkenen er maar eens op na – euthanasie helemaal niet zo’n progressief wapenfeit is, maar een ordinaire poging tot bezuining op de ziektekosten, om maar een voorbeeld te noemen. Waar kunstmatig wachtlijsten zijn gecreëerd en het geld voor de ziekenzorg in handen is gevallen van managers, die zelf geen enkel mensenlijk en economisch nut hebben voor deze maatschappij, maar wel scheppen vol geld kosten. Binnen acht jaar tijd takelde een behoorlijk stipt rijden openbaar vervoer zienderogen af een onregelmatig rijdend ratjetoe op een afkalvend spoorwegnet: als je vertelt dat je er nog met de trein reist word je als een looser beschouwd.
Buitenlandreportages
Wat bindt de Volkskrant me dan nog? Het zijn de buitenlandreportages, geschreven door mensen, die gelukkig niet hoeven op te letten hoe politie correct is wat ze schrijven, zoals Jan van der Putten, Olaf Tempelman en Hans Moleman. Ik denk dat ik een dat zeker zal missen, als ik een andere krant neem. Ook kan ik niet meer genieten van andere uitgebreide achtergrondsreportages en het feit, dat het ook toegestaan is – zelfs aan redacteuren zelf – om eens een fors weerwoord te plaatsen tegen de eigen politiek correcte opvattingen. Ik trof al minstens twee keer een dergelijk schrijven aan: één keer tegen de tolerantie tegenover drugs in Nederland en één keer tegen die typische dubbele moraal die je bij de partijleden in het Oostblok ook tegen kwam: zelf niet deelnemen aan datgene wat je bepleit.
Stuiptrekkingen
Het doet me wat denken aan november 1989, toen ik met mijn oor aan de ‘Stimme der DDR’ zat gekluisterd om al die boetedoeningen aan te horen, zo is het natuurlijk prachtig om nu te zien hoe langzaam bij de Volkskrant de bordjes worden verhangen. Maar het besef, dat je de vele honderduizenden slachtoffers van crimaliteit en de ‘multiculture samenleving’ wel uit de media kunt houden, maar niet uit het stembureau is te laat. En de stuiptrekkingen zijn venijnig. Na 6 mei viel duidelijk de teleurstelling uit de Volkskrant op te maken over het feit dat ondanks de moord op Pim Fortuyn de LPF tòch verder ging en zo’n forse verkiezingszege boekte. Ook de toespelingen van adjunct Jan Tromp, die maar blijft suggeren dat Pim Fortuyn een racist was (zoals in ‘Met het Oog op Morgen’), maken het voor mij steeds onverteerbaarder om de Volkskrant te lezen. Ook als ik de ingezonden brieven lees, heb ik steeds minder het gevoel erbij te horen. Met de VARA en PvdA heb ik altijd veel minder opgehad als met de Volkskrant, maar ik heb tegenwoordig het gevoel, dat het allemaal één pot nat is.
Boos
De progressieve media zijn boos over de aanklacht van Hammerstein en Spong, maar hoe vaak is niet tegen de Telegraaf te hoop gelopen (overigens een krant waar ik me nòg minder in herken als in de Volkskrant)? Een veeg uit de pan richting Frits Bom van Telegraafcolumnist Leo Derksen, toen hij nog onbudsman was, kwam ze ook meteen op een rectificatie te staan. Ik denk – en dat valt me na dertig jaar zwaar – dat het nu toch echt tijd wordt om te stoppen, zowel met deze brief als met mijn Volkskrant-abonnement. Bij deze zeg ik dan ook mijn abonnement op per 27 juli. Het betoog is wat heet van de pen en dus wat chaotisch en niet overal terzake; de strekking lijkt me echter duidelijk. Bij voorbaat excuses voor de typische wendingen.
21 juli 2002
Met vriendelijke groeten,
Onderstaand artikel is geplaats in De Journalist – zij het in verkorte vorm. Het artikel is geschreven naar aanleidigen van de discussiemidag op vrijdag 10 juni op de Utrechtse School voor de Journalistiek. Hier bleek dat Wegener alleen nog maar doctorandussen en ingenieurs aanneemt als journalist.
Opmerkelijk was overigens, dat de nieuwlichters bij genoemd specialistisch dagblad (die mij dus niet kenden), toch meteen begrepen, dat hun redactie hiermee op de korrel werd genomen. In zeven jaar tijd is er blijkbaar nog niet veel veranderd.
LIEFDELOOSHEID
De schaarse vacatures bij Wegener – een instelling, die op de Nederlandse Regionale dag- en huis- aan-huisbladenmarkt langzaam begint uit te dijen tot monopolist op gebied van regionale nieuwsvoorziening - worden alleen nog maar vervuld door academici. Leo Enthoven, hoofd opleidingen bij Wegener meldde dit tijdens een dag over de kwaliteit van de Journalistiek opleidingen, vrijdag 10 juni op de School voor de Journalistiek in Utrecht: “Academici hebben een betere maatschappelijke kennis dan hbo-ers”, was ondermeer een argument, dat hij hiervoor aanvoerde. Daar kunnen de mensen die van een van de hbo-journalistiek-opleidingen afkomen het dus mee doen: zij maken geen kans meer bij deze grootgrutter in nieuwsvoorziening - zelfs al zouden ze al werkervaring hebben opgedaan en hun sporen al hebben verdiend.
Waar Leo Enthoven zijn kennis vandaan haalt is me niet duidelijk. Wegener heeft weliswaar in de landelijke journalistiek steeds meer vingers in de pap te brokkelen, maar dit is zeker niet te wijten aan het groeiend aantal abonnees van haar dagbladen, dus er is alle reden voor twijfels bij deze koers.
Onnavolgbaar jargon
Jaren geleden heb ik een tijdje gewerkt bij een specialistisch dagblad, waar vrijwel uitsluitend doctorandussen en ingenieurs werkten. Ik heb zelden zo’n stelletje, starre bekrompen, wereldvreemde mensen meegemaakt, schrijvend in een voor lezers onnavolgbaar jargon.
De enigen die tot enige flexibiliteit in staat waren en leesbaar konden schrijven waren daar nou juist diegenen, die geen academische graad hadden, maar hun ervaring in de praktijk hadden opgedaan bij een huis-aan-huisblad (hierbij vraag ik me af of er bij de huis-aan-huis uitgaven van Wegener soms ook al een academische barrière in het leven geroepen). Een redactiechef met dagbladervaring, die orde op zaken probeerde te stellen door de redacteuren een korte stage bij een minder gespecialiseerd dagblad te laten lopen, werd door de redactie vrijwel direct de laan uit gebonjourd. Een vormgever, die volgens de redactie ‘journalistiek’ dacht en dus minder geschikt voor zijn werk werd geacht, volgde na een jaar.
Ivoren Studententoren
Zelf staat het schaamrood me nog op de kaken als ik denk aan mijn eigen studententijd. Prachtige linkse idealen, maar in mijn ivoren studententoren (Asserpark, 14-hoog) zelf volslagen buiten de maatschappij staand. Die tijd eindigde voor mij echter niet in een fraaie baan aan aan de Landbouwhogeschool en een fraai optrekje in Wageningen Hoog, maar liep uit op een zwerftocht langs de onderkant van de samenleving.
Na diverse uitzendbaantjes en uiteindelijk op de SvdJ in Utrecht maakte ik pas echt kennis met de maatschappij en kon ik daardoor op een leesbare wijze het nieuws verslaan en was daar uiteindelijk veel gelukkiger mee.
Drie Kranten
Volgens Leo Enthoven zouden er rond 2020 nog maar drie kranten in Nederland zijn: één kwaliteitskrant, één massakrant en één landelijke krant met extra regionale berichtgeving. Als het aan Wegener zou liggen zou dat waarschijnlijk al eerder gebeuren, vermoed ik overigens. Maar ik denk dat deze voorspelling niet zal uitkomen. Enthoven heeft buiten het Reformatorisch Dagblad, het Nederlands Dagblad en niet te vergeten de Barneveldse Krant gerekend: kranten die niet uitgaan van kille strategieën, maar media met een sterke identiteit, die weten waar ze voor staan. Dat zou de uitgevers eens aan het denken moeten zetten.
Onlangs schreef een Tilburgse hoogleraar dat liefde eigenlijk passé is en dus niet meer in deze tijd past.
Ook liefde voor het vak? Als het aan het management van Wegener ligt, komt het daar nu blijkbaar al op neer: “We kennen je als een zeer bekwame en betrokken redacteur, maar die betrokkenheid maakt je als teamplayer minder geschikt”, was de afwijzing van een oudere journalist die opnieuw had gesolliciteerd bij zijn oude werkgever, nadat hij een paar jaar eerde wegens bezuinigingen was afgevoerd. Ja, inderdaad, dit was bij een Wegener-krant.
Maar het is juist het gebrek aan betrokkenheid en liefdeloosheid, dat de huidige dagbladkoers de das dreigt om te doen. Het is voor al die 600 jonge journalisten in spé, die elk jaar van de hbo-opleiding komen, te hopen dat er in de toekomst gekeken blijft worden naar de liefde voor het vak en interesse in de maatschappij, dat die toch de voorkeur krijgen boven mensen, die alleen maar met hun titel hoeven te schermen.
Den Haag, 22 juni 2005
Naar aanleiding van een beroving in Napels kwalificeert Han Mulder in zijn column in de Haagsche Courant van dinsdag 9 augustus deze stad als 'eens maar nooit weer' en laat daarbij een legertje negatieve kwalificaties op deze metropool los, zoals "Het leven is er nog rauw en primitief. Langs de wegen slingert het afval en het vuil". De Haagsche Courant heeft tijdens haar laatste stuiptrekkingen geen kans meer gezien onderstaande reactie te plaatsen.
Bij de column van Han Mulder gaan mijn gedachten naar het najaar van 1995, aan een voorval in de Haagse binnenstad waarop ik destijds via een ingezonden brief in HC ook al had geattendeerd: Wij zijn een weekje weg in Lissabon. Mijn schoonmoeder (57) uit Duitsland past op onze kleine in Den Haag. Om even de stad in te kunnen gaan heeft ze hem bij onze oppas gebracht. Nadat ze op de Groenmarkt op lijn 3 is gestapt, komt ze erachter, dat tijdens het instappen haar handtas is leeggeroofd. Nog volkomen uit haar doen wordt even later haar strippenkaart gecontroleerd: één strip te weinig. Kun je haar niet kwalijk nemen. Welke buitenlander begrijpt dat je op je strippenkaart het aantal zones + 1 moet afstempelen? Ze moet dokken. Maar haar Nederlandse geld is gestolen en ze heeft op een geheime plaats in haar kleding alleen nog maar 63 Duitse Mark - ruimschoots meer dan de boete van 60 gulden.
Arrestantenwagen
Het mag de controleurs niet vermurwen en ze wordt afgevoerd in een arrestantenwagen. Mijn schoonmoeder heeft tijdens veertig jaar DDR-dictatuur de klappen van de zweep mogen ervaren en hoe een gevangenis er van binnen uitziet weet ze daardoor ook wel. Maar dit heeft ze nog nooit meegemaakt. Ze zit in een vreemde stad met een kleinzoon bij een oppas die op haar wacht, is zich geen kwaad bewust en zit in een arrestantenwagen. Ze moet ineens onbedaarlijk huilen. Daarop wordt ze uit de arrestantenwagen gezet en ontredderd bij Station Hollands Spoor achtergelaten.
Misselijk
Napels 2002. We bevinden ons in de CircumVesuviana, de Napolitaanse voorstadlijn langs de Vesuvius op weg naar Pompeï, een soort Sprinter, als het ware. Onze zoon - inmiddels 8 jaar - voelt zich ineens misselijk en moet overgeven, terwijl de trein stil staat in een tunnel. Hij kan het niet meer houden en spuugt in het gangpad. Bij het eerste station stappen we uit en overleggen wat we zullen doen; wachten tot hij zich beter voelt of teruggaan? Ineens stapt er een dame op ons af met een fles bronwater en tissues en ze duidt met handen en voeten aan, dat het voor zoonlief is bedoeld om zijn mond te spoelen en zich schoon te maken. Ze is uit de CircumVesiuviana gestapt, die tot onze verbazing is blijven staan (we gingen er vanuit dat hij allang weer was vertrokken, maar hij staat er nog en de blikken van de inzittende zijn op ons gericht). Even later komt er een man uit het niets het perron op met een emmer en een watermop en dweilt de rommel in het gangpad op. Dan stapt de bestuurder uit. Hij maakt duidelijk dat hij nu echt verder moet en biedt aan, dat zoonlief naast de hem mag komen zitten. Die voelt zich op slag stukken beter en beleeft de leukste treinrit van zijn leven (zie foto).
Metropool
Dit was onze eerste ervaring met Napels en zo'n stad kan dan uiteraard weinig kwaad bij ons doen. Inderdaad ja, je moet op je centen passen en uitkijken met handtasjes en bungelende spiegelreflexcamera's, want het blijft een metropool, net als Amsterdam en Den Haag. Maar er staat iets tegenover dat in Nederland in geen velden of wegen meer is te bekennen: warmte, hartelijkheid en hoffelijkheid (ondanks de verkeerschaos in Napels hebben wij als voetgangers altijd voorrang gekregen op de zebra: de enige keer dat een auto voor de zebra woest naar ons claxonneerde was, omdat de bestuurder mij erop wilde attenderen dat ik een stuk van mijn krant onder mijn arm was verloren bij het oversteken). In het beeld van het vuile, rauwe en primitieve leven, dat Han Mulder in zijn column schetst, kunnen wij ons dan ook geheel niet vinden. Van rondslingerend vuil hebben we in Napels ook weinig gezien, om eerlijk te zijn.
Klap in je gezicht
De omschrijving die Han Mulder geeft, zo ervaren wij eerder onze eigen Randstad. Groot is altijd de klap in je gezicht als we na de vakantie weer aanlanden op Den Haag CS en de kilheid en vuil je tegemoet waaien en waar al het straatmeubilair ondergekladderd, scheef of kapot is. En de bovengenoemde scène in de CircumVesiuviana, kun je je die voorstellen in de Sprinter naar Zoetermeer? Nee, zodra het weer uitkomt zult u ons weer aantreffen langs de Via Toledo. Wij hopen deze stad nog vele malen te bezoeken, want wij zijn nog lang niet zijn uitgekeken en genieten er altijd van de pizza's, die nergens zo lekker zijn als daar.


