de Vaan van de dag
VKBlog Headerimage

Het EK-rapport

dinsdag 1 juli 2008 14:14
Als één van de circa 750 miljoen Europese bondscoaches een EK-rapport (oorspronkelijk verschenen op de AD-site):

Piet de Visser: 9
Voetbalziener. Deed een dag vóór Nederland-Rusland in Studio Sportzomer eigenlijk al de nabeschouwing van die wedstrijd. Hamerde op het gevaar Zjirkov. Verdient plaats in de techische staf van Bert van Marwijk.

Marco van Basten: 7
Kreeg zijn ploeg éénmaal fantastisch aan het voetballen en vond het nieuwe oude juichen uit. Dolf tegen Guus Hiddink in tactisch opzicht het onderspit, maar toonde zich een Groot Verliezer in de Russische kleedkamer. Dankzij San Marco spreekt de wereld weer glunderend over Nederland.

Carles Puyol: 9
Voetballende motivatiecoach die vrijwel altijd goed speelt. Zweefde ruggelings op anderhalve meter hoogte langs Luca Toni ter voorkoming van een doelpunt. Pept zijn teamgenoten zelfs voor een oefenpot tot 200% op. Zou alleen daarom al voor Oranje moeten uitkomen.

Luca Toni: 4
Tobspits. Verzaakte op de belangrijke momenten voor het Nederlandse en Spaanse doel en mag zich het ontslag van Donadoni enigszins persoonlijk aanrekenen.

Joachim Löw: 8
Leergierige coach met eerlijkste okselzweet van het EK. Kreeg rokend in skybox zijn Mannschaft aan de praat. Liet zijn spelers tijdens het Bundesliga-seizoen persoonlijk fitnessprogramma volgen, zodat linksback Lahm het dappere Turkije (8) op de valreep linksvoor naar huis kon schieten.

Freek de Jonge: 4
Was alleen lachen toen hij Jan van Halst vroeg of diens analysemachine ook de moord op Kennedy kon oplossen. Vloog met grap over te strakke rouwbanden uit de bocht. Moet maar eens even niet leuk gevonden willen worden.

Wesley Sneijder: 7
Speelde na zwaar seizoen met Real Madrid twee sterke EK-wedstrijden en rondde de mooiste aanval van het toernooi doeltreffend af. Moet pikorde op het middenveld nog fine-tunen met sierlijke, maar eigenzinnige Robin Van Persie.

Raymond Domenech: 4
Liet rond trainingsveld in Châtel St-Denis agenten met warmtezoekende apparatuur naar journalisten en fans speuren. Vergat dat voetbal maar een oorlogsspelletje is en dat één Ribéry (9) nog geen voetbalzomer maakt.

Xavi Hernández: 9
Kleine grote man van dit EK. Passt even sterk als Rafael van der Vaart (7), maar kijkt en handelt doorgaans sneller. Ondanks sterrendom in Barcelona gewoon gebleven. 

Clarence Seedorf: 6-
Eerlijk gevoelsmens, maar werd geplaagd door te hoge ik-factor bij interviews. Vergeet dat hij zijn eerste echte memorabele wedstrijd in Oranje nog moet spelen.

Guus Hiddink/Rusland: 8,5
Met spelers als Arsjavin (8), Zjirkov (9) en Pavljoetsjenko (8) oogstte Guus respect in de voetbalwereld. Dat kan na Oranje, Zuid-Korea en Australië geen geluk meer zijn. De wedstrijden tegen Zweden en Nederland zijn verplichte studiestof voor de moderne trainer.

Luis Aragonés: 8
Zijn 'adiós' tegen Real-icoon Raúl pakte onverwacht goed uit. De soms knorrige Luis smeedde hecht team van voetbalverliefde miljonairs en koos bij een 1-0 stand tegen Rusland voor nóg meer aanvallen. Brak daamee met een traditie van defensief billenknijpen in de Spaanse dugout.


Lac Leman is méér dan Oranje-hotel

woensdag 18 juni 2008 20:56

Natuurlijk: ‘Oranjehotel' Beau-Rivage Palace ziet er prachtig uit en de shots van het Lac Leman vanuit het iets westelijker gelegen hoofdkwartier van Studio Sportzomer, Château de Duillier, mogen er ook wezen. Maar ten oosten van Lausanne, buiten het zicht van de camera's, bevindt zich een nóg fraaier gebied: de Lavaux.

Daar, op de steile, bewingerde bergflanken rond Cully, Epesses en Rivaz wordt het woord hemels haast tastbaar. Dat is nogal wat, ik weet 't, maar soms moet je iets simpelweg bij de naam noemen.

Hemels is het uitzicht op dat enorme, nu eens rimpelloze, dan weer onstuimige meer, met aan de overkant de uitlopers van de Franse Alpen. Hemels is ook in dit jaargetijde (als de zon tenminste schijnt) het contrast tussen de felgroene druivenranken en de strakblauwe lucht. Hemels is, ten slotte, de bedwelmende rust die nieuwkomers vrijwel onmiddellijk in haar greep krijgt.

En 's avonds, wanneer het water van het Meer van Genève langzaam wegdonkert, beginnen er overal langs de oevers goudgele lichtclusters te flonkeren, alsof een vermoeide Godin haar sieraden op de rand van een reuzenbad heeft gedrapeerd.

Maar niet alleen het oog, ook de maag wordt in Lavaux volop vertroeteld. Op een verre inworp van 'ons' spelershotel ligt het havendorp Lutry. Hier kun je in de plaatselijke Caveau des Vignerons (Grand-Rue 23) genieten van een fruitige witte wijn met een romig Tomme-kaasje of een huisgemaakte Saucisse. Tip: de witte Dézaley is beroemd én prima, maar de Villette smaakt minstens even goed.

En heb je na dit bezoek nog niet genoeg, rij dan door naar het dorpje Cully. Vlakbij de meeroever, vanwaar je een magnifiek zicht hebt op de wijnranken rond Epesses én (in de verte) op de monding van de Rhône, bevindt zich onder het lokale politiebureau een alleraardigste wijnkelder waar de 'wijnboer van de week' je graag zijn produkten zal laten proeven.

In Cully kun je ook best goed eten, maar voor het échte culinaire werk moet je terug naar Lutry. In de haven heb je daar restaurant Le Rivage, met een charmant, door loofbomen beschut terras. Fijnproevers die van vis houden kunnen echter beter doorlopen naar Café de la Poste. Bij mooi weer kun je er terecht op het terras, bij minder weer schuif je gewoon aan in een van de gezellige eetkamers.

De menukaart is beperkt, want eigenlijk hebben de van oorsprong Chinese Leslie en haar Franse echtgenoot Patrick maar één specialiteit: filet de perche avec sauce tartare (rivierbaarsfilet met tartaarsaus - je krijgt er frietjes bij en vooraf een frisse salade).

Dit gerecht staat bij veel restaurants rond het Lac Leman op de kaart, maar wordt nergens zó smaakvol en (om in Librije-jargon te vervallen) ‘puur' bereid als in Café de la Poste. Qua prijs valt het ook mee. Circa 25 euro is bepaald geen rib uit je lijf voor een goede Zwitserse vismaaltijd.

Uitgegeten, maar nog niet uitgeput? Neem dan bij Cully de Route de la Corniche richting Epesses en Chexbres. Mocht de maan schijnen, stop dan op het steilste deel van de weg bij een van de kleine panoramaparkings om de lichtspiegelingen op het water te bekijken en in je geheugen te spijkeren.

Bij de laatste bocht vóór Chexbres bevindt zich Le Baron Tavernier, misschien wel het mooiste loungeterras van het land. Je kunt er heel relaxed uitbuiken met een kop koffie of een lekkere cocktail in de hand én het meer aan je voeten.

Hotel vergeten te boeken? Op een beboste heuvel boven Le Baron ligt Hotel du Signal, dat via een heerlijke hobbelweg vanuit het dorpscentrum van Chexbres te bereiken is. Tijdens het EK wisten alleen een paar Franse journalisten het te vinden, maar ook deze ervaren reizigers konden hun verbazing nauwelijks onderdrukken toen ze het balkon van hun kamer betraden en het Lac Leman en hun ‘eigen' Alpen zo ongekend fraai zagen liggen.

De goedkoopste kamers kosten omgerekend circa 110 euro (inclusief ontbijt). Klinkt misschien wat prijzig, maar daar krijg je in Beau Rivage Palace hoogstens een staplaats in een bezemkast voor. Je moet er trouwens wel snel bij zijn: in september gaat dit krakende, knusse familiehotel vol vergane glorie (ex-president Chirac kwam hier nog als burgemeester van Parijs netwerken en onthaasten) tegen de vlakte om plaats te maken voor een hypermodern gebouw...

 

 

Links:

www.lavaux.ch

www.barontavernier.com

www.hotelsignal.ch

 

 

 

 

Interview

zaterdag 31 mei 2008 18:19
Een interview, nu eens met mijzelf: http://www.blancoregel.org/Editie8/deVaan.html

Ziek tot je begraven bent

maandag 5 mei 2008 21:07

 

Hoewel de toeristenindustrie op Sulawesi een flinke klap heeft opgelopen na de ‘Bali-bommen' en het religieuze geweld op het eiland zelf, gaan de leden van de Toraja-stam onverminderd door met hun vermaarde begrafenisrituelen. Een bezoek aan een volk dat een begrafenis als een hemels feest beschouwt.

 

'Hé, een bruiloft,' zegt onze gids Joko, nadat we bijna op een midden op de weg geplaatste stoel met rode vlag zijn gebotst. ‘Laten we ze even feliciteren.' Goed plan; we zijn al vijf uur onderweg van Makassar naar Torajaland en na een serie net-niet-ongelukken met onder meer een vierkoppig gezin op een scooter en een verstrooide koe mogen de benen best even gestrekt worden.

 

Hier, vlakbij de grens met het woongebied van de Toraja's - een van de ‘oervolken' van Indonesië - is het minder heet dan aan de kust, maar door de hoge vochtigheidsgraad gaan onze zweetporiën tijdens de korte wandeling naar de feestzaal toch helemaal open. Binnen zit een vijftigtal mensen genoeglijk te kletsen en als de bruid niet was opgesprongen om ons te begroeten, hadden we haar nooit herkend. Na haar ja-woord, die morgen, heeft ze haar traditionele Boegineze kledij verruild voor een spijkerbroek en een felrood t-shirt. ‘Zit wel zo makkelijk,' lacht ze.

 

Ondanks alle drukte ligt er op de vloer een man te slapen. ‘Dat is haar echtgenoot,' zegt Joko. Op mijn vraag of die soms uitrust voor de huwelijksnacht grinnikt hij: ‘De bruidegom moet nog even wachten. Naar lokaal gebruik slaapt het paar de eerste drie nachten met een neef en een nicht op de kamer. Vroeger ging er namelijk wel eens iemand na de eerste dag vandoor...'

 

Op Sulawesi (het vroegere Celebes) wil men bij bruiloften van geen gastenlijsten weten: iedereen is welkom en ‘vreemde' bezoekers brengen zelfs geluk. Nadat er thee en allerhande hapjes zijn geserveerd, vraagt de bruid ons ten minste tot de karaokeparty na het avondeten te blijven. Maar we willen voor donker in ons hotel in Rantepao zijn en dat kan ze ook wel weer begrijpen.

 

Ze blijkt Toraja-bloed te hebben en is blij dat we het gebied bezoeken. De ooit zo florerende toeristenindustrie heeft immers een flinke dreun opgelopen door het religieuze geweld in Centraal-Sulawesi, waarbij rond de afgelopen eeuwwisseling honderden christenen en moslims zijn omgekomen.

 

Na een allerhartelijkst afscheid rijden we langs een slaperige politiepost Tana Toraja (Toraja-land) binnen. Op onze resterende hobbeltocht door ruige, uitbundig groene valleien komen we geen enkele toerist tegen en in Rantepao staat het voltallige hotelpersoneel ons op te wachten met een welkomstdrankje. ‘Ja, jullie zijn de enige gasten,' bekent de manager schoorvoetend. Prompt valt het licht uit, maar te oordelen naar de snelheid waarmee men ons van kaarslicht voorziet gebeurt dat wel vaker.

 

De volgende dag, na een droomrijke, door luidruchtige krekels opgeluisterde nacht, wekt Joko mij met de mededeling dat er in de buurt een begrafenis - hét toeristische handelsmerk van de Toraja's - aan de gang is. Tijdens het ontbijt aan het zwembad doen we ons te goed aan rijstepap, papaya en mango, en daarna gaan we op pad.

 

Eerst wacht ons het 9 km zuidelijker gelegen Lemo. Daar vind je enkele van de mooiste rotsgraven uit de regio, maar dan moet je er wel voor tien uur 's morgens zijn, omdat ze dan nog door de zon beschenen worden. Via een smal pad bereiken we een gifgroen rijstveld, met aan de ene kant wat souvenirskraampjes en aan de andere kant een steile rotswand waarin diverse nissen zijn uitgehakt. Op kleine galerijen waken tientallen tau tau-poppen (houten evenbeelden van de gestorvenen) over de graven.

 

Bewakers of niet, onderaan de rots liggen her en der beenderen op de grond. ‘Die doen er niet meer toe,' zegt Joko als hij onze verbazing opmerkt. ‘Wanneer een Toraja eenmaal volgens de regels begraven is, gaat zijn ziel naar Puya, het dodenrijk. Dat betekent overigens niet dat jij, in navolging van andere toeristen, die botten mee naar huis mag nemen...'

 

De souvenirverkopers zijn allerminst opdringerig, maar zitten wel duidelijk om klanten verlegen. Een jonge vrouw met een snotterige baby op schoot veert op wanneer wij wat mini-tau-tau's en een bronzen karbouw bij haar kopen. Nu kan ze eindelijk aan een nieuwe lamp voor haar woning gaan denken - ze fluistert het haast.

 

Twee dorpen verder, aan de oevers van de brede, als vloeibare melkchocola voortglijdende Sa'danrivier, stuiten we op een groep mensen, waarvan een deel in zwarte rouwkledij is gehuld. Je leest wel eens verhalen als zouden de uitvaartrituelen van de Toraja's voornamelijk nog voor de toeristen in stand worden gehouden, maar ook nu er amper buitenlanders aanwezig zijn, gaan deze mensen helemaal op in de streng georkesteerde begrafenissen van hun dierbaren.

 

We condoleren de weduwe van de gestorvene, een 60-jarige ex-militair, en mogen, nee: moéten op een ereplaats bij de rante gaan zitten, waar wij vervolgens uitgebreid gefilmd worden door de nabestaanden. De rante is het ceremoniële veld voor het gros van de rituelen. Een daarvan heeft al plaatsgehad: het doden van een karbouw, die door een speciale slachter de keel is doorgesneden. Dit gebeurde nog geen uur geleden, maar het beest blijkt al gevild en in mootjes gehakt. Twee emmers vlees en een door vliegen geannexeerde buffelkop is alles wat nog van hem rest.

 

‘Vooral Spanjaarden en Italianen vinden het slachten prachtig,' zegt Joko. ‘Maar er is ook al menige toerist van zijn stokje gegaan. De Toraja's snappen dat niet. Karbouwen worden bij leven vertroeteld en moeten daarna de ziel van hun gestorven ‘baas' naar het dodenrijk vergezellen. In Europese slachthuizen sterven ook dieren, maar daar zegt bijna niemand iets van...'

 

Een oud, kromgetrokken mannetje komt naast me zitten. In een Nederlands dat de vaderlandse inburgeringstoets moeiteloos zou doorstaan, prijst hij de Hollanders, die begin vorige eeuw een eind maakten aan de onderlinge oorlogen op Sulawesi en de wreedste aspecten van de begrafenissen uitbanden, zoals het levend villen van varkens.

 

Net als het gros van de Toraja's is hij christelijk, dankzij de inspanningen van Nederlandse zendelingen. Hij benadrukt dat ook de Toraja's in één almachtige God geloven en dat de rituelen slechts borg moeten staan voor een geslaagde laatste reis van de overledene én voor het verdrijven van de bombo's, de boze geesten.

 

Op mijn vraag of hij niet bang is voor het gevogelte dat overal frank en vrij rondloopt, lacht hij zijn enige hoektand bloot: ‘Vogelgriep? Ach, wat komt dat komt, maar ik denk dat het wel zal meevallen. Bovendien zijn veel mensen voor hun levensonderhoud afhankelijk van hun pluimvee. Wat moeten zij anders?'

 

Ondertussen worden er vijf schuimbekkende, aan bamboestokken vastgebonden varkens binnengebracht. De namen van de schenkers worden omgeroepen en van ieder dier wordt een notitie gemaakt in een boekje. Voorzover het geen aflossing van een eerdere schuld betreft, zullen de nabestaanden vroeg of laat de gevers in natura terugbetalen. Doen zij dat niet, dan hebben zij een groot probleem, aldus mijn buurman.

 

De varkens worden niet op de rante, maar achter de speciaal rond het veld gebouwde gastenverblijven gedood en hun gekrijs doet vermoeden dat dit niet erg efficiënt gebeurt. Niemand lijkt daar echter acht op te slaan, men heeft het veel te druk met het bekijken van de gasten die groepsgewijs binnenkomen. Later vandaag zal het vlees uitgedeeld worden aan de aanwezigen, al naar gelang hun status en band met de nabestaanden. Ook hier kunnen ‘fouten' tot onderlinge vetes leiden.

 

Door alle nieuwe indrukken besef ik nu pas dat de sfeer absoluut niet droevig is. Zelfs de weduwe ziet er opgewekt uit. Joko: ‘Voor een Toraja is een begrafenis een feest. Eindelijk, na maanden, soms jaren van voorbereiden en sparen kunnen de nabestaanden de overledene - die tot dat moment slechts ‘ziek' is - aan zijn reis naar het dodenrijk laten beginnen. De gastenverblijven, de tau tau, de begrafenistoren, alles wordt speciaal voor deze gebeurtenis vervaardigd. In wezen vindt het hoogtepunt van een Torajaleven dus pas bij zijn begrafenis plaats.'

 

Wat een dure poppenkast, denk je in een eerste, Westerse reflex. Maar waar leven wíj eigenlijk voor? Voor onszelf en onze dierbaren, zeker, maar toch ook - al zij het nog zo onbewust - voor een waardige uitvaart met op z'n minst een paar mooie, lovende woorden en als het even kan iets méér dan de obligate cake en koffie.

 

Omdat de feitelijke begrafenis pas over drie dagen zal plaatsvinden, besluiten we na de lunch (kleefrijst met geroosterd varkensvlees en palmwijn) verder te trekken. We geven de weduwe een envelop met inhoud, danken haar voor de gastvrijheid en kijken bij de uitgang nog even over de schouder van een ambtenaar mee, die de belasting int op de te slachten dieren: omgerekend 4 euro voor een varken, 8 euro voor een karbouw.

 

Veel Toraja-families moeten jarenlang sparen voor een begrafenis en niet zelden vervalt men tot de bedelstaf (een varken kost 40 euro - een gemiddeld maandsalaris - een grijze waterbuffel 600 euro en de zwart-wit gevlekte karbouw zelfs 7.000 euro). Daarom verhoogde de centrale regering een tijdje geleden de slachtbelasting, maar dit leidde enkel tot nog meer financiële offers van de Toraja's (ook bij bruiloften en housewarming parties worden vaak tientallen dieren geslacht).

 

Onderweg naar het hooggebergte ten noordwesten van Rantepao blijkt de sfeer niet overal even aangenaam. Meermalen kijken opgeschoten jongens ons op z'n zachtst gezegd onvriendelijk aan, een enkele keer gaat zelfs de middelvinger omhoog. En dan te bedenken dat de stad Poso, waar nog niet zo lang geleden veel doden door religieus geweld vielen, hemelsbreed maar 200 km verderop ligt...

 

Joko lacht onze zorgen weg: ‘Het koppensnellen hebben de Toraja's al eeuwen afgezworen... Maar even serieus: dit is een bergvolk, die zijn altijd wat stugger dan kustbewoners. Voor religieus geweld hoef je hier echter niet bang te zijn. Religie is een excuus voor relschoppers met een foute agenda en dat weten ze hier donders goed. Bovendien kunnen de islamitische Boeginezen het goed met ze vinden.'

 

Via een redelijk begaanbare kronkelweg klimmen we naar Lempo, vanwaar je een prachtig uitzicht hebt op uitgestrekte rijstterrassen en het diepgroene dal van Rantepao. Onze gids merkt dat we vooral onder de indruk zijn van een majestueus bamboebos op de bergflank en stelt voor een boswandeling te maken. Volgens hem is het de eerste vijf minuten een beetje afzien en de overige twee uur een eitje.

 

Dat eitje heb ik na een uur ploeteren over steile paadjes nog altijd niet gevonden, maar daar staat tegenover dat de flora prachtig is. Waar anders kom je zomaar in het wild groeiende koffie, cacao, orchideeën, grapefruit, bananen, peper, vijgen en vanille tegen? Wanneer het vervolgens hard begint te regenen, moeten we schuilen in een armoedig Toraja-gehucht. Er wonen drie familie's en een daarvan werkt in de regen stoïcijns door aan de bouw van een lakkian, een houten begrafenistoren.

 

We worden ontvangen door de dorpsoudste en mogen op een platform onder de met fraai houtsnijwerk en kleurige verfpatronen versierde rijstschuur plaatsnemen. Even later komt een achttal bewoners met warme thee bij ons zitten. Er blijkt zes maanden geleden een man van 55 te zijn overleden - hij ligt nu gebalsemd en wel in zijn huis. ‘Ziek,' verzucht zijn weduwe, ‘waarschijnlijk nog tot na de oogsttijd.'

 

Als de regen mindert, moeten we via een smalle bamboetrap bij de ‘zieke' langs. Net als bij de meeste Toraja-huizen heeft het dak van deze woning de vorm van een scheepsromp en staat het huis op een noord-zuidas opgesteld - een herinnering aan een lang vervlogen verleden, toen de Toraja's vanuit het noorden Sulawesi bereikten.

 

Binnen slechts twee kamers: links, onder een dikke rookwolk, zitten vier mannen te dominoën, rechts, in de zuidpunt, staat een kist opgesteld. De ramen aan de westzijde zijn geopend. ‘Het westen is voor de Toraja's het symbool van de dood,' weet Joko, ‘en daarom verbouwen zij hun rijst en groenten aan de oostzijde, waar de zon opkomt.' Verder is er geen enkel meubelstuk in de woning te bekennen, laat staan een tv of radio. Naast de kist ligt slechts een kussen, waarop de weduwe 's nachts blijkt te slapen. Haar man is immers in de Toraja-optiek nog niet dood.

 

‘We sparen nog voor de begrafenis,' zegt ze, eenmaal weer beneden, terwijl de eerste zonnestralen het bos in een feest van groentonen doen oplichten. ‘Mijn schoonvader is al zes jaar ziek. We waren een heel eind op weg voor de ceremonie, maar nu gaan we eerst mijn man begraven.'

 

Samen met haar en een dozijn kleinkinderen lopen we door de modder naar het graf van haar eigen vader. Omdat er hier in de buurt geen rotswanden zijn, begraven deze Toraja's hun doden in reusachtige vulkaanstenen. Voor de nis staan bloemen en kaarsen en bovenop de steenklomp is een rijkelijk versierd Torajahuisje gebouwd.

 

Op advies van de gids geef ik haar discreet wat geld. Ze knikt en zegt te hopen dat we te zijner tijd de begrafenis van haar man zullen bijwonen: ‘We zien uw komst als een eer. Er komen hier doorgaans geen Belanda, weet u...'

 

Het schemert al, wanneer we afscheid nemen van de weduwe, die ons met de dorpsoudste en een luid juichende kinderschare uitzwaait. In de blubber op weg naar de auto zal een van mijn schoenzolen nog losgezogen worden, tot groot vermaak van Joko. ‘Vijf minuten een eitje, twee uur afzien,' grijnst hij. 'Had ik het zó gezegd, dan was je de échte Toraja's nooit tegengekomen.'

 


Kortere versie van het NRC-interview van 8 maart met Alberto Contador voor Die Welt:
http://www.welt.de/sport/article1787012/Tour-Sieger_Alberto_Contador_fordert_Beweise.html


Interview met Gary Lineker

dinsdag 1 januari 2008 17:31
NRC Handelsblad - 27.12.2007 

'Engeland zal veel geduld moeten hebben'


Interview met Gary Lineker


door Sander de Vaan


Met zijn Bambi-achtige oogopslag gold Gary Lineker (Leicester, 1960) tijdens zijn voetballoopbaan als de ideale schoonzoon. In wezen wás hij dat ook: ondanks de vele aanslagen op zijn benen wist de snelle, trefzekere spits van onder meer Tottenham Hotspur, Everton en FC Barcelona zich altijd te beheersen. Lineker wordt dan ook niet alleen geroemd om zijn doelpunten (hij was onder meer topscorer van het WK 1986) maar ook om het feit dat hij nooit een gele of rode kaart heeft ontvangen.

Vandaag de dag geniet Lineker vooral bekendheid als presentator van het BBC-programma Match of the Day én als ‘gezicht' van een Britse chipsproducent. We spreken elkaar tijdens een bezoek aan het Zuid-Spaanse Murcia, waar hij een golfproject promoot. Naast voetbal is golf namelijk zijn ándere passie. „Het laat mijn adrenaline stromen, net als vroeger. Ik vind het een ongelooflijk moeilijke, frustrerende sport, maar op de dagen dat het goed gaat, voel je je ook meteen supergoed. En met een handicap van vijf mag ik niet klagen."

Het is december, de zon schijnt volop, maar de goedlachse Lineker kijkt opeens zorgelijk wanneer de recente uitschakeling van Engeland voor het komende EK ter sprake komt. Op de laatste speeldag had de nationale ploeg op Wembley genoeg aan één punt tegen het al geplaatste Kroatië, maar de Engelsen verloren op dramatische wijze met 3-2.

„Doodzonde", verzucht Lineker. „Ik heb op tv regelmatig kritiek geuit op het elftal, maar ook ík hoopte dat ze zich zouden kwalificeren. Eigenlijk heeft Engeland de afgelopen anderhalf jaar niet één keer als een eenheid gespeeld. Bovendien maakte bondscoach McClaren een paar belangrijke tactische fouten tegen de Kroaten. Hij liet David Beckham op de bank beginnen en stelde de internationaal onervaren keeper Scott Carson op. Dat heeft hem vermoedelijk zijn baan gekost."

Maar was McClaren dan de enige schuldige? Lineker: „Nee, absoluut niet. In de voetballerij gaat het om de spelers, niet om de trainers. Een land als Engeland zou toch op zijn minst genoeg goede voetballers moeten kunnen leveren om zich voor een EK te plaatsen. Natuurlijk, Liverpoolspits Peter Crouch maakte een fraai doelpunt, maar hij is te lang, te traag en fysiek te zwak om een vaste kracht voor het team te zijn. Crouch is hooguit een goede invaller, meer niet."

„Er ging daar op Wembley trouwens wel meer mis. Enkele dagen eerder werd er een American football-wedstrijd gespeeld. Dat was volslagen belachelijk! Het veld leek wel omgeploegd, en dat vlak voor zo'n belangrijk duel! Maar ja, het stadion heeft veel geld gekost en dat moet terugverdiend worden. Overigens hadden de Kroaten ook last van die omstandigheden, maar hoe je het ook wendt of keert: Engeland behoort op een perfecte grasmat te spelen."

In een artikel in The Independent, daags na het Wembley-echec, uitte Sir Bobby Charlton (met één doelpunt meer dan Lineker all-time topscorer van de Engelse ploeg) tevens kritiek op de BBC: ‘Ik keek naar de voorbeschouwing en wachtte tot men het eindelijk over de Kroatische spelers zou hebben. Ik bleef wachten en dacht: nee, het zal toch niet waar zijn dat we opníeuw in ons eigen kleine wereldje blijven hangen?'

Lineker wuift de kritiek van de voetballegende echter van tafel. „Ik betwijfel of Bobby zelf ook maar één Kroatische speler zou kunnen noemen. Maar goed, ik denk dat hij fout geciteerd is. Mocht het tóch kloppen, dan moet hij niet vergeten dat wij voor een Engels publiek werken. Je hebt het dus vooral over je eigen nationale team en dat heeft niets met onderschatting te maken."

Dan, na een korte stilte: „Het Engelse voetbal heeft een groot probleem: er breken te weinig technisch goed geschoolde spelers door. Bij de opleidingen is daar onvoldoende aandacht aan besteed en dat wreekt zich momenteel. Ja, nu beginnen de voetbalscholen aan een inhaalrace en laten ze de jeugd opeens meer op balbezit en rondspelen trainen, maar de vruchten daarvan zullen we pas over een jaar of tien, twintig plukken. Voorlopig moeten we, als fans van het nationale voetbalelftal, vooral veel geduld oefenen."

Maar zijn er niet meer oorzaken? Verdienen de spelers in de Premier League bijvoorbeeld niet te veel geld om nog voluit voor elke bal te gaan? Lineker: „Dat probleem doet zich in meer competities voor. Ook in Spanje, Italië en Duitsland lopen voetballers met zeer riante salarissen rond. ‘Ons' probleem is dat er erg veel buitenlandse spelers in de Engelse competitie spelen en er dus te weinig Engelsen kunnen doorbreken. Met Johan Cruijff vind ik het daarom wenselijk dat clubs niet té veel buitenlanders opstellen. Misschien zou je geen maximum aan buitenlandse voetballers moeten bepalen, maar een minimum aan nationále spelers. Vier of vijf vind ik al heel redelijk. Op de lange duur is dat echt beter voor het voetbal."

Over het groeiende aantal buitenlandse clubeigenaren in de Premier League maakt Lineker zich minder zorgen. „Liverpool, Aston Villa en Manchester United zijn in Amerikaanse handen, Chelsea is eigendom van een Rus. Die mensen zijn natuurlijk niet dagelijks met het wel en wee van de nationale ploeg bezig. Maar zij vormen geen uitzondering: clubs denken nóóit aan het belang van een nationale selectie, waar hun eigenaren ook vandaan komen. Zíj betalen immers hun spelers veel geld en willen niet dat ze bij een interland geblesseerd raken, met alle belangenconflicten van dien."

In tegenstelling tot het nationale team doen de Engelse clubs het op Europees niveau behoorlijk goed. Reden voor Arsenal-coach Arsène Wenger om onlangs te stellen dat de nationale selecties passé zijn. Volgens hem zou het in het moderne voetbal voornamelijk nog om de clubteams gaan. Onzin, meent Lineker. „Wenger onderschat de invloed die interlandvoetbal op mensen uitoefent. Een goede prestatie van de nationale ploeg op een WK wakkert de belangstelling voor voetbal aan en creëert bovendien een gevoel van nationale eenheid, zeker in Engeland. Je kunt het interlandvoetbal daarom niet zomaar afschrijven. De clubs zijn daar ook allerminst bij gebaat."

Dan de hamvraag: kan Fabio Capello, de nieuwe coach van het nationale elftal, het Engelse voetbal uit het slop halen? Lineker, resoluut: „Ja, ik ben ervan overtuigd dat hij daartoe in staat is." Maar de Italiaan werd toch ondanks het behalen van de landstitel door Real Madrid ontslagen omdat hij de Koninklijke zo hopeloos saai liet spelen? „Klopt, zijn speelstijl spreekt niet iedereen aan, maar dat zal de meeste Engelse fans momenteel worst wezen. Die hechten nu meer waarde aan overwinningen dan aan mooi spel."

Lineker staart voor zich uit en vervolgt. „We moeten reëel zijn: de keuze op nationaal niveau was zeer beperkt. Middlesbrough-coach Gareth Southgate heeft talent, maar hij lijkt mij nog wat te jong. Geen Engelsman, maar wel Brits is de Noord-Ier Martin O'Neill, van Aston Villa. Dat vind ik een briljante coach, maar helaas was hij niet in de job geïnteresseerd. De Portugees José Mourinho is ook een toptrainer, maar hij bleek evenmin beschikbaar. Jammer, want hij is een sterke persoonlijkheid en heeft veel ervaring opgedaan in de Premier League. Maar misschien zou de FA 'm ook wel een beetje knijpen, omdat Mourinho niet de makkelijkste is..."

Dat het de komende zomer afzien wordt voor de gemiddelde Engelse voetbalfan staat in elk geval ook voor Lineker vast. „De impact van onze uitschakeling is enorm op de samenleving. Het zal volgend jaar op z'n zachtst gezegd behoorlijk saai worden. Natuurlijk, we gaan voor de BBC het EK verslaan en er zullen ook zeker veel mensen kijken, maar het zal niet zo'n leuke, knotsgekke toestand worden als bij vorige toernooien. Helaas, want Engeland hoort er uiteraard wel ‘gewoon'bij te zijn op zo'n toernooi."

Een duidelijke favoriet voor de eindzege op het EK heeft de Engelsman niet. „De usual suspects maken weer een goede kans: Italië, Duitsland, Frankrijk en (lacht), omdat jij het bent, ook Nederland." Dat Oranje niet bijster goed heeft gespeeld en door het eigen publiek op fluitconcerten werd getrakteerd, speelt volgens Lineker komende zomer geen enkele rol. „Het gaat bij een kwalificatie toch om de kwalificatie? Nou, dat is vrij eenvoudig gelukt. En op grote toernooien staan jullie er vrijwel altijd. Eigenlijk is er momenteel in Europa geen enkel team dat met kop en schouders boven de rest uitsteekt. Als je een strak georganiseerd elftal weet neer te zetten, maak je al een goede kans. Een verrassing à la Griekenland vier jaar geleden sluit ik dan ook zeker niet uit."

Nee, dan was het WK 1986 in Mexico, toen Gary Lineker zes goals scoorde, wel even wat anders. Diego Armando Maradona verkeerde dat jaar in topvorm en speelde zijn tegenstanders met de Argentijnse selectie compleet aan flarden. Lineker trof de kleine voetbalgod in de kwartfinale en maakte in dat enerverende duel (de Argentijnen zonnen op wraak vanwege de verloren Falklandoorlog) in de tachtigste minuut een doelpunt. Maar toen had el Pelusa (Pluisje) al twee keer gescoord. Lineker: „De 1-0 door Maradona was natuurlijk hands, maar die tweede goal was zó fantastisch dat ik bijna spontaan op het veld begon te applaudisseren. Diego bleek in die tijd door niets of niemand te stoppen. Dat ik tegen hem heb mogen spelen en getuige ben geweest van dat wondermooie doelpunt, beschouw ik daarom - ondanks die pijnlijke nederlaag - als een groot voorrecht."

De golfbaan lonkt, maar als ik Lineker naar zijn zoon Tobias vraag, vullen de ogen van de oud-voetballer zich prompt met vaderlijke trots. „Hij is pas elf, maar volgt sinds enkele maanden de jeugdopleiding bij Chelsea. Ik ben benieuwd, hoop dat hij er veel plezier aan zal beleven. Er waren mensen die opperden dat hij beter bij een van mijn oude clubs had kunnen gaan spelen, maar eigenlijk vind ik het wel goed zo. Ik woon op vijf minuten van het trainingscomplex van Chelsea. Kan ik lekker vaak naar hem kijken."

Vader en zoon

vrijdag 14 december 2007 15:05

Zojuist verschenen in Hard Gras nummer 57, lezerspost:


Vader en zoon

Hij veert op van de bal
verbijt zijn lollystok

wéér een blessure
nu bij de cornervlag

even geen camera
geen microfoon nabij

even alleen met hem
links - op tien, elf meter

een steelse blik opzij
neus weer gauw naar rechts

'Gaat 't?' roept hij naar de vlag
'Ja,' zucht Jordi in het gras


Training FC Barcelona, Oosterbeek - 1994

Heerlijk avondje

dinsdag 4 december 2007 20:36

Hij bestaat niet


Je hoeft niet
in de Sint te geloven
om in hem een goede vriend te zien.

Dat zeg ik,
nu mijn zoon vandaag voorgoed
te groot van school is teruggefietst.

Daar licht ineens
in holle jongensogen
mijn eigen opa op - een genenster.

Of ik nog meer voor hem in petto heb?
Welnee, lach ik en slik
mij mijlenver.

  

¡Pooiers welkom!

vrijdag 30 november 2007 14:21
Gelukkig, hij is er weer: de oeroude, onvervalste pooier. Het kabinet wil hem aanpakken, zo viel deze week in de vaderlandse media te lezen, maar mij gaat het hier om het gebruík van het P-woord.
 
Pooier... Het verschilt maar één letter van mooier, maar klinkt zo eindeloos veel lelijker dankzij die heerlijke P. Stuur hem lekker denigrerend met ploppende lippen de wereld in en vrijwel iedereen zal wat volgt met negatieve zaken associeren.

Om de een of andere reden had men het de laatste tijd vooral over loverboys, een fluwelen vlag die de - vaak zeer - criminele lading niet dekt (net als souteneur trouwens, maar die term stamt uit een ver verleden en lijkt uit de mode). Zeker, L-boys houden er speciale verleidingstechnieken op na, maar het zijn en blijven ordinaire pooiers.

Taal vormt onze kijk op het leven. 'Etnisch zuiveren' klinkt nét even wat verteerbaarder dan 'uitroeien op grond van geloof of ras', 'ruimen' is te verkiezen boven 'grondig afmaken' en collateral damage roept geen maagomkerende associatie op met 'brute slachting als neveneffect van een militaire actie'.

Daarom en daarom alleen: welkom terug, pooier.

Wembley-wijs

donderdag 22 november 2007 20:19
Ik durf er een beste hap in een door een bibberende, onbevoegde Japanse kok bereide kogelvis op te wagen mocht ik ongelijk krijgen: Engeland - Kroatië was de meest enerverende voetbalwedstrijd van het jaar. Dramatiek (de blunderende Britse keeper bij de eerste tegengoal), schoonheid (tweede Kroatische goal én de treffer van Crouch), spanning (de door invaller Bent gemiste kans op 3-3, kort voor tijd) en sensatie (England out) - de wedstrijd had alles wat een voetballiefhebber doet liefhebben.

Kort na het laatste fluitsignaal zei commentator Johan Derksen dat hij zowaar het Nederlands Elftal even was vergeten. Hij zal beslist niet de enige geweest zijn. Oranje steekt namelijk griepbleek af bij de vechtlust en het doorzettingsvermogen van de twee teams die elkaar daar op Wembley bestreden.

Mooi was ook dat de Kroaten na iedere voorsprong 'gewoon' door gingen met voetballen en de wedstrijd niet met schwalbes en tijdrekken om zeep hielpen. Sterker nog: ze speelden alsof ze daar in die moderne voetbaltempel niets minder dan sportieve onsterfelijkheid konden behalen.

De Russische beloning voor hun prestatie zal ongetwijfeld niet beperkt blijven tot een glaasje wodka, maar wat kan ons dat schelen? Alles beter dan de antwoordapparaatpraat van onze bondscoach en zijn spelers: 'Ja, we begonnen vrij slap, ik weet ook niet waar dat aan ligt...', of: 'Het was niet goed en dat moeten we onszelf aanrekenen...', of: 'Ik vond dat we het spel bij vlagen behoorlijk goed controleerden...'

Wil don Marco volgend jaar werkelijk iets tussen de Alpen klaarspelen, dan zal hij vandaag nog iemand opdracht moeten geven om álle internationals een dvd met die prachtige Wembley-pot toe te sturen. Huiskijkwerk voor het EK. En daarna op alle komende trainingskampen ook nog 's iedere avond samen kijken. De hele wedstrijd. In nederig stilzwijgen.

En mocht een Oranjespeler ooit weer een gat in de volgende dag slapen, dan geen mop of reservebank, maar ciao siësta en strafkijken: de volle 93 minuten. Keer op keer.

Kiplekker - NRC

woensdag 21 november 2007 19:19

Voor degenen die vandaag de NRC niet lezen, een uit het leven gegrepen stukje (overigens betrof het een Spaanse arts):
 

Kiplekker!
De schooldokter zei hem dat alles in orde was. Toch heeft onze zoon als enige van zijn groep een handgeschreven briefje mee naar huis gekregen.
„Maurice verkeert in goede conditie, maar vertelde mij dat hij zes keer per week kip te eten krijgt. Een dergelijk eenzijdig menu lijkt mij onverantwoord! Vr.gr."
Onverantwoord - dat krijg je als je alles wat je zoontje níét lust (waaronder vis en varkensvlees) onder de noemer „kip met ketchup" opdient...


http://weblogs.nrc.nl/weblog/ik/2007/11/21/kiplekker/

¡¡Real Madrid!!

dinsdag 20 november 2007 15:27
Nog een paar dagen en dan komen ze: de sterspelers - los galácticos - van Real Madrid. De Zuid-Spaanse provinciehoofdstad Murcia is er helemaal vol van. Het fraaie, vorig jaar opgeleverde Nueva Condominastadion (nee, géén rubbertjes...) is uitverkocht en op de zwarte webmarkt doet een kaartje intussen al 600 euro.

De laatste jaren viel het niet mee om fan van Real Murcia te zijn. Eind vorige eeuw dreigde zelfs even het failliet voor de club omdat het toenmalige bestuur door financieel wanbeleid de licht- en waterrekeningen niet meer kon betalen. Uit pure wanhoop sloten de voetballers zich vervolgens op in de kleedkamer: een warme douche na de wedstrijd was toch wel het minste waar ze recht op hadden...

Uiteindelijk kwam de club in handen van een zakenman uit Madrid. Die wordt nu weliswaar in verband gebracht met een aantal dubieuze vastgoedtransacties, maar hij heeft in ieder geval de voetbalparel van de regio teruggebracht naar de Primera División én een moderne arena met een capaciteit van ruim 34.000 zitplaatsen gebouwd.

Het oude Condominastadion lag midden in het centrum van Murcia. Ondanks alle sportieve ellende waren het mooie tijden: je kuierde drie kwartier voor de wedstrijd met je zoontje naar het voetbalveld, nam en route wat tapas, en als de club weer eens prutswerk afleverde, spoelde je daarna de ergernissen weg op een terrasje in gezelschap van je inmiddels aangeschoven vrouw en dochter.

Toen Real Murcia naar het nieuwe sportcomplex buiten de stad verhuisde, kozen we aanvankelijk voor het kleinere voetbalneefje, Ciudad de Murcia, dat vorig seizoen ook in de tweede divisie speelde en haar thuiswedstrijden in de oude Condomina bleef afwerken. Het was niet zozeer een ideologische als wel een praktische keuze: la Nueva Condomina stond dan wel mooi en nieuw te wezen langs de snelweg naar Alicante, de toegangswegen waren nog absoluut niet berekend op zoveel verkeer en bovendien moest het gros van de parkeerplaatsen nog gebouwd worden.

Afgelopen zomer werd 'Ciudad' echter verkocht aan een zakenman uit Andalusië. Onder de naam Granada 74 speelt de club momenteel haar thuiswedstrijden in de badplaats Motril en dus kan de 'koninklijke' Murcia nu op de onvoorwaardelijke steun van álle echte en import-Murcianen rekenen.

Die steun zullen de spelers van het lokale team zaterdagavond a.s. hard nodig hebben. Officieel begint de wedstrijd om 22h00 en is hij rond 23h45 afgelopen. Voor de meeste toeschouwers (mijn zoontje en ik incluis) vangt hij echter al uren eerder aan omdat we niet het risico willen lopen om de eerste helft in een voortslakkende auto door te brengen.

Hoe het ook zij, dat het een voetbalfeest wordt, staat buiten kijf. Natuurlijk hopen we dat Murcia voor een sensatie gaat zorgen, maar als Real Madrid dan toch zo nodig moet winnen, laat het dan dankzij een doelpunt van Nederlandse makelij zijn. Hebben we tenminste iets om over na te pauwen in de lange file naar huis.

Doping - hoezo één op drie?

zondag 18 november 2007 19:54
Pat McQuaid, voorzitter van de internationale wielerunie UCI, sprak enkele dagen geleden op een antidopingcongres in Madrid het vermoeden uit dat één op de drie Spaanse wielrenners aan de epo zou ‘zitten'. Ook de verslaggeefster van de Volkskrant maakte melding van dit ‘nieuws'. Helaas viel uit het betreffende artikel niet op te maken of de bewering van de UCI-bons ook door iedereen voor zoete koek werd aangenomen.

Jammer, want een paar kanttekeningen bij het door McQuaid geuite vermoeden zijn wel degelijk op hun plaats. Bijvoorbeeld: ‘één op drie', dat lijkt veel, maar is het dat ook? In ieder geval niet als je afgaat op de verhalen van veel oudgedienden uit het peloton. Zo suggereerde de Nederlander Peter Winnen meer dan eens dat het gros van de renners die de afgelopen tien, vijftien jaar actief waren epo heeft gebruikt.

En als we toch met cijfers gaan strooien: hoe ligt volgens de UCI het percentage in andere prominente wielerlanden?' Fietsen de Nederlanders alleen op pindakaas? De Amerikanen op hamburgers? De Fransen op camembert en de Australiërs op kangoeroevlees?'

Voor alle duidelijkheid: ik lijd niet aan het going-localsyndroom. Ik heb 't bezuiden de Pyreneeën prima naar de zin, maar vereenzelvig me allerminst met de lokale bevolking. Wat mij echter stoort is de suggestie dat Spanje (lees: Zuid-Europa) de sportieve normen en waarden inzake doping aan haar laars lapt en de rest van de wielerwereld voornamelijk uit fatsoenlijke lieden zou bestaan.

Een soortgelijke suggestie viel tot voor enige jaren te horen wanneer het woord ‘corruptie' ter sprake kwam. Steevast wezen onze vingers dan naar landen als Spanje en Italië, waarbij men er voor het gemak van uitging dat het in de Lage Landen allemaal niet zo'n vaart liep. Sinds de onthullingen over de bouwfraude weten we - gelukkig - dat ook ons Nederlanders niks (on-)menselijks vreemd is.

Het is dan ook verstandig om de uitspraken van de UCI met een handvol zeezout te nemen. De wielerunie beschikt over voldoende testgegevens van alle profrenners uit het peloton. Laat McQaid zijn vermoedens daarom met juridisch waterdichte feiten onderbouwen en niet alleen maar de bal doorschuiven naar de Spaanse autoriteiten die, het moet gezegd, in ieder geval wél justitiële actie tegen de dopingpraktijken hebben ondernomen.

Eén op drie... Onze eigen Godfried Bomans wist al dat je zeer voorzichtig moet omgaan met statistische ‘feiten'. Hij zei het ongeveer als volgt: een professor in de statistiek die niet kon zwemmen wilde een rivier van gemiddeld een halve meter diepte doorwaden. Hij verdronk...

Beste mop

vrijdag 16 november 2007 20:11

Het duurt nog even voordat de lijstjes met 'beste ... van 2007' ons om de digitale oren vliegen, maar hier alvast één van de meest plezante moppen van het jaar:

Een boot met vijftig Cubaanse vluchtelingen, ergens tussen Cuba en het Amerikaanse vasteland. De oudste van het gezelschap, een klein grijs mannetje van rond de negentig, krijgt opeens hevige pijn op de borst en voelt zijn einde naderen.

'Wat een ramp,' verzucht hij, 'midden op zee sterven, zonder dat ik afscheid kan nemen van mijn geliefde Cuba... Heeft iemand toevallig een Cubaanse vlag bij zich?'

Men heeft alleen het hoogst noodzakelijke meegenomen en niemand blijkt daarbij aan een vlag gedacht te hebben.

Een knappe negerin in een kort spijkerbroekje kan de aanblik van de wanhopige, lijkbleke man niet langer aanzien en zegt: 'Ik heb een tattoo van de Cubaanse vlag op mijn rechterbil. Is dat misschien iets voor u?'

'Ja,' lacht hij, met twinkelende oogjes, waarop de vrouw haar broek omlaag trekt en de Cubaanse vlag op neushoogte van de man brengt. Die begint de bil meteen te zoenen, terwijl hij almaar 'Ay, mijn geliefde Cuba!' stamelt.

Als hij na vijftien minuten nóg bezig is, zegt de vrouw: 'Zo is het wel genoeg, nu kunt u rustig sterven.'

'Wacht!' roept hij, al heel wat minder bleek. 'Draai je nog even om!'

'Waarom?' vraagt ze verbijsterd.

'Ik wil ook graag afscheid nemen van Fidel Castro...'

Olympisch haalbaar vuur

dinsdag 13 november 2007 14:58

In 2005 concludeerde een werkgroep van wijze mannen en vrouwen dat een Nederlandse kandidaatsstelling voor de Olympische Spelen kans van slagen zou hebben. Gesterkt door dit advies heeft minister Van der Hoeven van EZ nu besloten 400.000 euro uit te trekken voor een onderzoek naar de haalbaarheid van het organiseren van de Spelen in 2028.

Je hoeft geen profeet te zijn om met een gelijkkrijgkans van 99% te voorspellen dat de betreffende commissie ergens in de loop van het komende jaar na gedegen onderzoek zal oordelen dat het organiseren van het grootste sportevenement ter wereld dubbel en dwars haalbaar is.

Misschien dat vervolgens een paar andere, goedbetaalde werkgroepen nog enkele hete hangijzers zullen moeten tempen (Ligt Nederland tegen die tijd niet onder water? Of juist in een steppegebied? Hoe staat het met de asteroïde die ons rond 2020 al dan niet zou vernietigen? Zal Geert Wilders de plotselinge toevloed van buitenlanders in 2028 wel tolereren? Of is hij dan al met pensioen?), maar dit zijn natuurlijk slechts enkele kleine hobbels op de sportieve Betuwelijn naar het Olympische vuur.

Had mijn oma nog geleefd, de minister had kunnen volstaan met een telefoontje naar haar. Sterker nog: de geboren Amsterdamse had zich meteen opgegeven als vrijwilligster. Achttien was ze, toen de heren en dames atleten haar stad aandeden en ze kon op haar vijfentachtigste nog altijd met fonkelende ogen over 'die mooie tijd' vertellen. Gelijk had ze: nóg moest de beurs krachen, oefende Hitler zijn toespraken voornamelijk voor de spiegel en regeerde binnen en buiten het stadion de sportiviteit...

Hoe sportief het er toen aan toeging, beschreef sporthistoricus Ruud Paauw ooit in de NRC: tijdens een Olympische skiffwedstrijd in de buurt van Amsterdam stak opeens een hele eendenfamilie de roeibaan over. Enkele kinderen op de wal waarschuwden de roeier, die op dat moment met zijn rug naar de finish aan kop ging. De sporter hield in, liet de eenden passeren en won vervolgens alsnog. Kort daarop kochten de kinderen van hun eigen zakgeld een fraai lepeltje en schonken hem aan de roeier die geen uitroeier wilde worden.

Geruimd staat netjes

maandag 12 november 2007 16:10

'Die-ren Hoo-ge-veen af-ge-maakt,' leest mijn dochtertje op teletekst.
Afmaken, dat woord kent ze van een reportage over Irak, die ze ooit per abuis aanzapte. Prompt pruilt ze haar onderlip en vraagt: 'Waarom papa?'
Ik zeg wat over enge ziekten en begin over haar nieuwe sportschoenen.
'Moordenaars,' mokt ze en gaat zitten tekenen.
Met de afstandbediening in de hand surf ik met mijn zoon over het wereldnieuws. Na de sportberichten (NEC gewonnen!) belanden we weer op pagina 101 en zien, o wonder:
'Dieren Hoogeveen geruimd'.
'Ze zijn niet afgemaakt, maar geruimd,' roept broer naar zus.
'Wat?'
'De dieren zijn geruímd.'
'O, gelukkig.'

De Grote Oorlog

zondag 11 november 2007 21:12
Vandaag 89 jaar geleden kwam er een officieel einde aan de Eerste Wereldoorlog.
Hier een eerder in
 De Brakke Hond gepubliceerd gedicht over één van de vele slachtoffers.


Private Ingham † 01.12.1916

Eindelijk, het staat er
staat er eindelijk bij.

Géén deserteur, maar waardig
een waardig zoon van zijn vader.

Hij beeft en prevelt
zaait zijn woorden rond het graf.

Want zaaien zal hij, zolang hij kan
voor hem, de waarheid

shot at dawn.



(Bailleulmont, Frankrijk)

Poldertropenkolder

vrijdag 9 november 2007 15:44


Voormalig hoofdredacteur van Quote, Jort Kelder, heeft 'zijn excuses' aangeboden aan uitvinder Antonio Perra, zo meldde de Volkskrant vanmorgen. Kelder had de uitvinder onlangs tijdens een tv-programma uitgemaakt voor 'een stuk tuig' en 'een oplichter', waarop Perra met juridische stappen dreigde.

Woorden wegen niets, gaan hoogstens wel eens vergezeld van wat verdwaald speeksel of een slechte adem, maar ze kunnen hard aankomen, zeker wanneer de persoon in kwestie meent dat de aan hem gerichte kwalificaties beledigend zijn.

Kelder - die zelden een (glossy-) blad voor de mond neemt en die op zijn beurt voor veel kan worden uitgemaakt, behalve voor een lafaard - weet dat natuurlijk ook wel. Maar toch liet hij zich 'in de hitte van een live tv-uitzending' verleiden tot zijn wat gechargeerde uitspraken.

Dit laatste viel althans enkele dagen geleden op zijn site te lezen. Vandaag, in een reactie op het bewuste VK-bericht, blijkt echter dat hij daarmee niet bedoelde te zeggen dat hij ook zijn excúses wilde aanbieden.

Waarschijnlijk hebben we hier dus te maken met het zoveelste geval van poldertropenkolder: je zit als BN-er voor de camera, hebt het heet door al die meedogenloze studiolampen, weet honderdduizenden, misschien zelfs miljoenen ogen op je gericht en opeens ontglippen je een paar krachttermen.
Succes - lees: aandacht in de media - gegarandeerd (zanger Gordon kan er sinds zijn beruchte 'nekschot' over meelachbabbelen..).

Maar wat doe je als het mikpunt van je toorn het spel niet mee wenst te spelen? Geen nood: je pakt een toetsenbord en strooit een paar zalvende termen de wwwereld in. Kost niks, of in ieder geval veel minder dan bakkeleien voor de rechter.

De heer Perra (of hij nou wel of niet een oplichter zou zijn, doet er nu even niet toe - het gaat om de manier wáárop hij werd bejegend) lijkt hier echter geen genoegen mee te nemen en heeft Kelder inmiddels aangeklaagd wegens smaad.

Een relletje is geboren, in een vloek en een zucht.
Zo gaat dat..

Profielfoto Sander de Vaan

Sander de Vaan

Woonplaats: Murcia
Sander de Vaan is in zijn vrije tijd o.a. journalist en publiceerde in allerlei kranten/bladen, waaronder de Volkskrant, NRC, Die Welt, El País, Trouw en Vrij Nederland. Verder: columnist van Viva España, redacteur van literair magazine Meander (www.meander.italics.net) en dichter.
Man
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Links

Groepen

Favorieten van Sander de Vaan

sdv

Valenciaanse kwallen

foto

Laatste reacties

persona

Lac Leman is méér dan Oranje-hotel
Onbekend: Een mooi verhaal over een prachtige plek in het Alpenland; …

persona

Ziek tot je begraven bent
Onbekend: ik heb altid zo een pech op vakanie verkracht te …

persona

Die Welt
Literatuuro vk blog 833: Mooie titel! schoner voetbal is de engelse fans egaal!

persona

Interview
Literatuuro vk blog 833: Nu bent u geen blanco regel meer!

persona

¡Pooiers welkom!
fred van der wal: Lang leve de ploppende pooier ik bedoel: de pooierende plopper

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van Sander de Vaan, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2008
2007

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •