
Sorry in het Frans, maar voor iedereen wel te begrijpen wat het onderwerp is.
Het frapante is dat een minder bekend persoon, Frédérique Lordon het onderwerp afgelopen januari in le Monde Diplomatique aan de orde stelde en later wederom op marriane2.fr (deze link gaat overigens naar het blog van Frédérique Lordon.
Het lijkt erop dat de niet in beweging te krijgen machine toch in beweging komt, overigens niet te vroeg juichen.
Een mooie documentaire over van Mierlo, naast Lubbers een van de weinig echte politici die Nederland de afgelopen dertig jaar heeft voortgebracht.
Overleden 27 januari 2010, weinig bekend zover ik weet in Nederland. M'n eerste kennismaking met hem was in de film Good Will Hunting, waarin Matt Damon aan de psychiater Robin Williams aanraadt eens een echt boek te lezen: A people's history of the United States, that's a book realy knock's you out.
De gedachte achter de werkwijze van Howard Zinn is misschien dat de geschiedenis geschreven wordt door de 'winnaars'. Een in mijn ogen vergelijkbare invalshoek wordt beleden door de franse filosoof Michel Onfray, die spreekt van filosofen van het hof, waar hij zoveel mee wil zeggen als: wiens brood men eet, diens woord men spreekt.
Later kwam ik Howard Zinn in 2003 tegen in een franse radio programma La bas s'y je suis, wat zoveel wil zeggen als 'daar beneden, daar ben ik'. Voor Nederlanders misschien niet zo gemakkelijk te begrijpen maar in een meer hiërarchisch functionerend land als Frankrijk, 'trappend naar beneden en likkend naar boven' een logisch antwoord om het chronische hiërachische onrecht, wat helaas vandaag wereldwijd geïnstitutionaliseerd is, zelfs onze brave winkelopppasser Jan-Peter Balkenende die ik overigens ook zeker kwaliteiten toedicht heeft zich hier hielelikkend aan overgegeven.
Hier een kort interview met Howard Zinn: http://video.pbs.org/video/1399685713/chapter/3/
Waarbij je op het derde icoontje moet clicken.
De kloof: insiders en outsiders
concurrentie, samenwerking, hoge raad, rechtssysteem, rechtsstaat, volksvertegenwoordiger, democratie
Uit de brief aan de Hoge Raad van 13 september 2006
Samengevat is de aanklacht dat er vandaag door onderlinge concurrentie geen sprake meer is van een rechtsstaat, waarbinnen individuen, bedrijven en instituties individuele en gemeenschappelijke verantwoordelijkheid dragen naar het geheel, de rechtstaat zelf. Concurrentie leidt uiteindelijk tot:
- Onverdraagzaamheid en onverschilligheid naar het geheel.
- Exponentieel toenemend aantal kakelende belangengroepen gevoed door onderling wantrouwen.
- Overheden, nemen Sovjetachtige proporties aan, vanwege het maatschappelijk morele failliet.
- Mensen, overheid en bedrijfsleven zijn onderschikt gemaakt aan de financiële wereld.
- Democratie is vandaag eens in de zoveel tijd kiezen op iets dat geen enkele macht vertegenwoordigd, welke politieke kleur het ook zegt te vertegenwoordigen.
- Een politiek-economisch systeem dat zijn eigen Siberië creëert door grote groepen mensen chronisch uit te sluiten.
- Een overheid, justitie, volksvertegenwoordiging, bedrijfsleven, onderwijzers en vaders en moeders die iedere dag, meer en meer hun natuurlijke autoriteit verliezen, door dat we zelf teveel verstrikt zijn geraakt in onze individuele overlevingsinstincten, waardoor we onmogelijk nog het algemene belang kunnen zien laat staan dat het gediend kan worden.
- Verstikkende/verbureaucratiseerde samenleving door het geloof in winst en groei.
- Een chronisch ziek ondernemersklimaat volledig afhankelijk van beloning.
- Een volledig afhankelijke samenleving op zoek naar beloning in plaats van volwassen omgaan met onze individuele en gezamenlijke uitdagingen.
- Een vertroebelde communicatie die oprechtheid tussen mensen onderling tegenwerkt.
- Een samenleving waar rechtvaardigheid gedegradeerd is tot een lastige subprioriteit, terwijl het de belangrijkste taak zou moeten zijn van alle deelnemers van de rechtstaat: overheid, volksvertegenwoordiging, justitie, burgers en bedrijfsleven.
- Het steeds schaarser worden van fundamentele levensvoorwaarden als schone lucht en drinkwater en efficiënt menselijke communicatie.
Concurrentie gaat uiteindelijk om macht, wanneer je als bevolking vervolgens je macht delegeert aan volksvertegenwoordigers, dan is het dus misschien logisch dat je vroeg of laat van een koude kermis thuiskomt.
Ik denk dat dit niet zo zeer een bewust proces is dat volksvertegenwoordiger niet bewust deze verkregen macht niet terug delegeren naar de samenleving. Wanneer volksvertegenwoordigers de randvoorwaarden creëren waarbinnen volk de dagelijkse verantwoordelijkheid heeft er weer een brug tussen overheid en bevolking kan ontstaan en dus de kloof gedicht kan worden.
De cruciale vraag daarbijis: zal concurrentie hier ons bij kunnen helpen of zou samenwerking een beter optie kunnen zijn om insider en outsiders weer met elkaar in contact te brengen, waardoor de begrippen langzaam zullen verdwijnen.
Hebben we iets te verbergen?
protectionisme,Pascal Lamy,BV,concurrentie, WTO,
Protectionisme is zo gewoon en volstrekt logisch in een economische samenleving waarbinnen we 'concurrenten' zijn dat alle debatten hierover gaan slechts bedoeld zijn om tijd te winnen voor de 'machthebbers' (de 'winnaars' van dit moment.)
Uiteraard volstrekt zinloos, maar wel logisch!
De oprichting van een eenvoudige BV is een akte van protectionisme, wanneer we niet de relatie tussen 'onderlinge concurentie' en 'protectionisme' waar nemene, zullen we om de brei heen blijven praten.
Zojuist was mevrouw C.M. Grundmann - vd Krol Hoogleraar Effectenrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen bij de commissie.
Drie punten die voor mij zijn blijven hangen:
- Veel onduidelijkheid
- Weinig jurispudentie beschikbaar
- Prima slotwoord met oproep voor analyse, reflectie en tijdnemen om geen tegenstrijdige maatregelen te nemen.
Nogmaals de commissie de Wit staat vor de bijna onmogelijke taak (vooral in psychologosche zin) om de oorzaak van de crisis, boven water te halen.
Zojuist is Zalm voor de commisie verschenen.
Enkele puntjes die de revue passeerden:
- Crisis van professionals
- Europese toezichthouder is oplossing volgens Zalm
- Protectionisme terugdringen binnen bankwereld
- Banken werken toekomst (lees: winst?) gericht
- AFM van 6 personen naar 500 personen
Begin 2004 heb ik een pamphlet geschreven, de politiek-economische illusie, waarbij ik op de website de volgende samenvattende opmerkingen heb geplaatst (in het engels.):
- It is a philisophical analysis of our present political-economic structure.
-
It shows how 'paperprofit' by businesses leads to production of
more new 'laws and rules' by the government. But in fact we
play hide and seek behind these paper 'truths',
without taking responsibility. -
This explains that we are in urgent need of integrated
entrepeneurship.
Which is entrepeneurship as a service to society. - It builds a bridge between Karl Marx (Das Kapital) and Adam Smith (Wealth of Nations).
Meer toezicht, regels en wetten houden niet automatisch in dat je de oorzaak tegengaat.
Heeft de commissie de Wit de moed naar de oorzaak te gaan?
Laten we het hopen!!!!!!
Een ondankbare taak voor de commisie de Wit om op zoek te gaan naar de oorsprong van de kredietcrisis. Hiervoor wordt o.a., la crème de la crème van de Nederlandse financiëel-economische wereld uitgenodigd.
Dit is vergelijkbaar met een drugsdealer vragen waarom we drugsverslaafden hebben.
Wanneer de commisie de Wit werkelijk naar de oorsprong van de kredietcrisis gaat kijken, dan zal ze vroeg of laat bij zichzelf, bij onszelf uitkomen.
Zullen we de moed daarvoor reeds bijeen verzameld hebben?
Is het mogelijk de vandaag belangrijkste politiek-economische logica, juridsch af te wegen?
justitie, rechtzaak, politiek-economisch
Sinds 2006 probeer ik in eerste instantie informeel en sinds 2007 juridisch onze belangrijkste politiek-economische logica ter discussie te te stellen.
Door onze minstens vijfduizend jaar oude aanname dat geld uit zich zelf geld waard is in de vorm van rente, en dit later als een onwrikbaar politiek-economisch dogma aanvaard te hebben. Daarmee hebben we onbewust ook de winnaar bij voorbaat aangewezen.*
Eerlijke concurrentie, gelijke kansen?
En wat gebeurt er binnen een concurrerende samenleving met het functioneren van de rechtsstaat en democratie wanneer we de winnaar van te voren aanwijzen? Wat doet dit met het vaak terugkomende gevoel van onrechtvaardigheid veroorzaakt door het systeem bij gewone burgers? We voelen ons hierdoor vaak machteloos om het constructief te veranderen dus passen we ons maar aan, aan de heersende logica. Daarmee ons geweten en wezen opzij zettend, het is nu eenmaal zo.
Hier kun je een overzicht vinden van het voortschreidende gesprek met de overheid.
Het is belangrijk om te benadrukken dat het onderwerp met de nodige respect is benaderd zowel door de belastingdienst, de rechtbank als het gerechtshof, ze hebben het niet lacherig van de hand gewezen als ridicuul of flauwekul. Althans zo heb ik het geen moment ervaren. Tegelijkertijd weet men ook niet goed wat men er mee aan moet, getuige een opmerking van de voorzitter van het Hof: "U denkt toch niet dat we hier het financiële systeem ter discussie gaan stellen?"
In deze vraag/waarneming ligt een belangrijk crux, kun je een logica ter discussie waarvan je afhankelijk bent geworden, zelfs wanneer dat ten koste gaat van anderen en je leefomgeving?
De moeilijkheid is dat binnen een concurrerende economie het vrijwel onmogelijk is om ons eigen funktioneren ter discussie te stellen, want je betaalt vervolgens meteen de rekening! Wie kan zich dit duurzaam permiteren? En daar heeft uiteraard niemand echt zin in!
Kunnen we vandaag evolueren naar een rechtvaardiger, evenwichtiger samenleving?
Is dit überhapt mogelijk binnen de politiek-economische en
juridische context van vandaag?
Dat is de belangrijkste insteek van deze bijdrage.
* De financiële wereld en voor
alle duidelijkheid, dat zijn we vandaag allemaa,l
bureaucratische winnaars en verliezers creërend, het leven zelf
aan haar (ons) lot overlatend.
Rechtbank Arnhem
Postbus 9030
6800 EM Arnhem
Roquetaillade, 4 juli 2007
Onderwerp: Beroep tegen uitspraak belastingdienst op bezwaarschrift
Kenmerk belastingdienst: 64.57.502
C.c: aan eerste kamer en (fractievoorzitters) tweede kamer
Geachte heer/mevrouw,
In een brief van 31 mei 2007 heeft de belastingdienst het bezwaarschrift tegen de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2007 met aanslagnummer 64.57.502.V.70.O112 afgewezen. Met deze brief wil ik in beroep gaan tegen deze uitspraak.
Dit beroep is als het volgt opgebouwd:
- Motivering belastingdienst
- Context van de problematiek
a) Hoe democratisch komt wetgeving tot stand?
b) In Nederland geen scheiding tussen wetgevende en controlerende macht
c) De chronische onduidelijkheid over het algemene en individuele belang
d) De strijdigheid met het Europese verdrag voor de rechten van de mens
e) Het geknoei tussen regel en geest van de wet
3. Slotwoord
1. Motivering belastingdienst
“Toewijzing van het bezwaarschrift zou er op neerkomen dat ik als ambtenaar de wet naast mij neerleg. Door bewust niet uitvoeren van de wet zou ik volledig negeren dat de wet langs democratische weg tot stand is gekomen.”
“Ik heb u er op gewezen dat er naar mijn mening, op basis van uw argumentatie in uw bezwaarschrift, ook een rechter niet tot een ander oordeel kan komen. De rechterlijke toetsing gaat namelijk niet zover dat de rechter de wet zelf mag toetsen. Artikel 120 van de grondwet verbiedt het de rechter expliciet om in de beoordeling te treden van de grondwettigheid van wetten en verdragen.”
“Binnen ons huidige rechtstelsel berust de wetgevende macht bij de eerste en tweede kamer. Het gaat dan om zogenaamde wetten in formele zin. Ambtenaren behoren tot de uitvoerende macht en hebben door het parlement vastgestelde wetgeving loyaal uit te voeren. Ambtenaren kunnen niet naar eigen inzicht wetten buiten werking laten of onverbindend verklaren. De enige mogelijkheid om wetten in formele zin bij de uitvoering te toetsen, is de toetsing aan verdragen. Verdragen zijn regels van een hogere orde. Daarbij kunt u denken aan toetsing van fiscale wetgeving aan het EG verdrag. Uw bezwaarschrift bevat echter geen stellingen en concrete argumenten waaruit is af te leiden dat de wet op de vennootschapsbelasting strijdig is met één of meer internationale verdragen.”
2. Context van de problematiek
a) Hoe democratisch komt wetgeving tot stand?
Misschien wel het belangrijkste element in de uitspraak van de belastingdienst:
“Toewijzing van het bezwaarschrift zou er op neerkomen dat ik als ambtenaar de wet naast mij neerleg. Door bewust niet uitvoeren van de wet zou ik volledig negeren dat de wet langs democratische weg tot stand is gekomen.”
Hoe democratisch is een samenleving wanneer de één zijn geld verdient beschermd door de wet, terwijl de ander daarvoor dient te werken? Zo eenvoudig is de vraag die de problematiek van dit beroep samenvat. Maar durven we dat te zien? We leven vandaag, of we dat erkennen willen of niet, eerder in een plutocratie dan een democratie, welke laatste helaas slechts de functie van windowdressing dan wel propaganda vervult. Want wie maken de belangrijkste beslissingen vandaag: de financiële wereld of het volk? Zelfs de overheden lopen aan de leiband van de financiële wereld, dus het argument dat de wet democratisch tot stand is gekomen durf ik zonder meer aan te vechten. Het is vandaag de wereld van het geld die beslist en niet het volk of de democratie.
Wordt dit bespreekbaar in een Nederlandse rechtszaal en in het parlement?
De één ontvangt zijn geld beschermt door de wet (rente, belastingen, subsidies, uitkeringen etc.) terwijl de ander daarvoor dient te werken.
Wat doet dit met de communicatie, de zelfstandigheid, het verantwoordelijkheidsbesef en het rechtvaardigheidsgevoel van mensen?
Het heeft geleidt tot indirecte communicatie, eerst winst maken, daarna zien we wel verder. Hierdoor zijn we zowel theoretisch als praktisch niet in staat om de maatschappelijke uitdagingen in het hier en nu op te pakken. Vanuit democratisch oogpunt zijn we hierdoor in de loop der tijd ongelofelijk inefficiënt geworden.
Wanneer we geld ontvangen beschermt door de wet, worden we mechanistisch, uitvoerders zonder ziel, voorgeprogrammeerd als een robot, slechts in staat om onze bron van inkomsten te bewaken. Dit stelt niet zo gek veel voor, want we worden beschermd door de wet. Gelijke kansen voor iedereen? Eerlijk en rechtvaardig?
Het heeft een kunstmatige bureaucratische economie gecreëerd zonder wortels in de samenleving. De overheid sleept daarmee de rest van de samenleving met zich mee richting behoudzucht en onverschilligheid. De overheden dienen juist het goede voorbeeld te geven in plaats van zich te verstoppen achter hun bureaucratische verworvenheden waardoor ze zelf nul komma nul risico lopen. Het verklaart misschien de vertrouwenscrisis waarin de Nederlandse en westerse samenlevingen zich bevinden, ondanks het hoge welvaartsniveau. Het verklaart in ieder geval de kloof tussen de politiek en de bevolking, de één verdient zijn geld waar de ander voor dient te werken. Dit kan nooit een open gezonde relatie en communicatie creëren. Tijdelijk is dit niet erg maar wanneer dit chronisch wordt is het dodelijk voor alle partijen. Het leidt tot gemakzucht, onverschilligheid en onverantwoordelijkheid wat resulteert in ongeloofwaardig en onrechtvaardig bestuur.
b) In Nederland geen scheiding tussen wetgevende en controlerende macht
Artikel 120 van de grondwet verbiedt het de rechter expliciet om in de beoordeling te treden van de grondwettigheid van wetten en verdragen.”
De controlerende macht als het erop aankomt blijkt in de praktijk bij de wetgevende macht te liggen, de eerste en de tweede kamer. Voor iemand die geen juridische opleiding heeft genoten roept dit grote vraagtekens en fronsende wenkbrauwen op. Ik ging er in al mijn juridische naïviteit van uit dat de Hoge Raad in Nederland de functie heeft van Constitutioneel Hof, de ultieme plek waar de grondwet getoetst wordt. Het feit dat deze verantwoordelijkheid terug wordt geschoven naar de wetgever houdt het gevaar in een juridisch vacuüm te creëren. Het lijkt me noodzakelijk dat er tussen de wetgevende en de wet controlerende macht een gezonde dynamiek en machtsevenwicht is, deze lijkt vandaag door te hellen naar de wetgevende macht. De onduidelijkheid hierover was ook al te proeven in de eerdere correspondentie met de minister-president en de Hoge Raad, terwijl de tweede kamer niet verder is gekomen dan het verspreiden onder de leden van de commissie voor Economische Zaken (Zie bijlage II.) Het is interessant binnen deze context ook een later antwoord van de commissie verzoekschriften en burgerinitiatieven van de tweede kamer te citeren:
(Zij hebben een kopie van het bezwaarschrift tegen de vennootschapsbelasting ontvangen)
Tegen belastingaanslagen kunnen rechtsmiddelen worden aangewend. Uiteindelijk zal de rechter zich kunnen uitspreken. Indien de inspecteur uw bezwaarschrift tegen de betreffende aanslag afwijst, kunt u in beroep gaan bij de belastingrechter.
Dit voelt aan als een juridisch niemandsland, een juridische vicieuze cirkel, een kafkaiaanse wereld waar niemand verantwoordelijk lijkt te zijn voor wat dan ook. Je wordt doorgestuurd in de onbewuste hoop dat je in dit bureaucratische labyrint zult verdwalen. De tijd werkt in dit geval voor de “bewakers” van het juridische systeem. De commissie verzoekschriften en burgerinitiatieven van de tweede kamer stuurt mij naar een rechter die geen uitspraak mag doen, zoals uit de bij de uitspraak toegevoegde jurisprudentie blijkt. Hopelijk ben ik niet de enige die waarneemt dat hier iets niet klopt? We spelen bureaucratisch verstoppertje en de overheden kunnen dit blijven doen “dankzij” de aanname dat geld, geld waard is, want daardoor komt het geld o.a. belastingen toch wel binnen. De vraag nu is, of de overheid en burgers (en bedrijven) concurrenten van elkaar zijn geworden? Ongeacht het antwoord, de overheid heeft vandaag gemakkelijk praten vanuit zijn juridisch goed beschermde bureaucratische toren, zichzelf verstoppend achter de wet, maar zonder wortels in de samenleving. Zo wil iedereen wel geld verdienen. Maar worden mensen daardoor bewust, van de wereld waarin we leven? Je mag juridisch alles ter discussie stellen, maar niet het systeem zelf. Hierdoor kunnen overheden wanneer ze dat willen eeuwig juridisch verstoppertje blijven spelen. Wetten die ze zelf maken en zelf controleren en burgers worden het juridische bos ingestuurd met de argumentatie dat ze democratisch tot stand zijn gekomen. Gezonde tekenen van een open samenleving en een naar rechtvaardigheid strevende rechtsstaat of middeleeuwse katholieke toestanden? Hierdoor hoeft de belastingdienst niet inhoudelijk in te gaan op een aantal door mij aangevoerde argumenten in het bezwaarschrift:
- De overheid heeft de uit de hand gelopen bureaucratie (on)bewust tot de belangrijkste prioriteit van de overheid, justitie en bedrijfsleven gemaakt, ….. Deze verbureaucratisering verbeeldt de vlucht van de mens uit de realiteit naar een papieren schijnwereld, ….
- Waar eindigt concurrentie en waar begint misdaad, terrorisme en oorlog en welke rollen spelen de politiek, het juridische systeem en het individu hierin?
- Vandaag wordt de wet en met name artikel 1 uit de grondwet niet nageleefd.
A werkt, onderneemt en leent voor zijn geld, B ontvangt geld beschermd door de wet (Dit betekent in de praktijk dat de wet zelf geld produceert, een wonder?) Waardoor A en B zichzelf en elkaar gevangen houden, waardoor C, de uitgang (democratie en rechtsstaat) niet gevonden kan worden, zelfs niet, wanneer we dat zouden willen.
Gelijke kansen, rechtvaardig en economisch of gewoon ordinair geïnstitutionaliseerd bureaucratisch machtsmisbruik?
- Economische apartheid en discriminatie zijn de motor van het huidige politiek-economische systeem met zogenaamd de overheid als onpartijdige beleidsbepaler en het rechtssysteem als onafhankelijke scheidsrechter. Maar door te kiezen voor onderlinge concurrentie kiest de overheid onbewust voor de winnaars. Weg onpartijdigheid, weg onafhankelijkheid, weg individuele en gezamenlijke verantwoordelijkheid.
-
- De intentie van dit bezwaarschrift is om de economie te democratiseren, te bevrijden uit de tweedimensionale bureaucratische gevangenis. Het is dus niet het streven van dit bezwaarschrift om de wet te veranderen, maar dat we haar serieus gaan nemen. (Voor de duidelijkheid hier heb ik het dus over de grondwet.)
Argumenten die de belastingdienst afdoet met het verhaal dat de wet democratisch tot stand is gekomen. Welke, de wet op de vennootschapsbelasting of de Grondwet? Beide? Zo ja, welke is dan belangrijker? Misschien is het belangrijk voor de rechter af te vragen welk artikel belangrijker is Artikel 1 uit de grondwet of artikel 120? Want daar zal een rechter zich hopelijk wel over mogen uitspreken en kan de geest van de wet weer enigszins ademhalen en tot leven komen.
Thorbecke (Nederlands liberaal staatsman 1798 – 1872) voorzag destijds al het gevaar van artikel 120 uit de grondwet en verwoordde dat als volgt:
Voor deze nieuwe spreuk zal, geloof ik, ieder als voor een gesloten deur blijven staan….. bedenkelijke verborgenheid in eene grondwet, die het licht in haar zelf dient te hebben….
Hoe kan een rechtsstaat functioneren, wanneer de wetgevende en de wet controlerende macht ligt bij één en dezelfde instantie? Montesquieu zal zich in z’n graf omdraaien. De rechter zal dit beroep dienen te bekijken vanuit de invalshoek welk grondwetsartikel prioriteit heeft Artikel 1 of Artikel 120? Wanneer artikel 1 de prioriteit heeft boven artikel 120 dan wordt de kernvraag van dit beroep weer essentieel:
Creëert het feit dat de één zijn geld verdient beschermd door de wet (rente, belastingen, uitkeringen, subsidies etc.) en de ander daarvoor dient te werken en daar rente en belastingen over betaalt de gelijke behandeling welke artikel 1 van de grondwet probeert na te streven?
c) De chronische onduidelijkheid over het algemene belang en individuele belang
Een lastig thema dat sinds Adam Smith niet aan actualiteit heeft ingeboet. Misschien wel de belangrijkste taak van de overheden: het bewaken en organiseren van het algemeen belang. Maar wat is het algemeen belang, is het datgene wat ons verenigd of is het datgene dat we individueel allemaal dienen na te streven? Is er vandaag iets binnen onze staathuishoudkunde dat we kunnen bestempelen als onze gemeenschappelijke en belangrijkste prioriteit? Misschien dat we het daar snel over eens kunnen worden. Economische groei of winst is onze belangrijkste staathuishoudkundige prioriteit vandaag. Vandaag gaan we ervan uit dat zonder winst en groei, investeringen in onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur, solidariteit en dergelijke niet mogelijk zijn. Maar is dat ook zo? Om deze vraag te kunnen beantwoorden dienen we het onderscheid te kunnen maken tussen directe en indirecte communicatie.
Staathuishoudkundig model I: indirecte communicatie
|
Belangrijkste maatschappelijke prioriteit |
Het maken van winst
|
|
|
|
|
Dit maakt investeringen mogelijk in |
De prioriteit zelf, welke winst genereert.
Huizenbouw
Onderwijs
Gezondheidszorg
Milieu
Justitie
Etc.
|
De belangrijkste taak van de overheid binnen dit staathuishoukundig model is de winststroom op gang te houden en zorgen dat jacht naar winst niet te veel negatieve maatschappelijke bijwerkingen vertoont. Deze worden gecorrigeerd door nieuwe wetten en regels. Het probleem van dit staathuishoudkundig model is dat de overheden, bedrijfsleven en burgers voortdurend gevangen zitten tussen het algemene belang en de gekozen maatschappelijke prioriteit het maken van winst, waar door een efficiënte onderlinge communicatie vrijwel onmogelijk wordt. Het grootste probleem van indirecte communicatie is dat de overheid binnen dit model belanghebbende is, dit gaat ten koste van de noodzakelijke onpartijdigheid, waardoor de overheid zijn geloofwaardigheid in de loop der tijd verliest. De overheid is dan een speelbal van belangengroepen.
Staathuishoudkundig model II directe communicatie
Binnen dit staathuishoudkundig model worden de maatschappelijke prioriteiten naar belangrijkheid gerangschikt.
|
Algemeen Belang
(prioriteiten welke ieder mens deelt naar belangrijkheid) |
|
|
|
|
|
Individueel Belang
(ontplooiingsruimte welke ieder individu nodig heeft om uitdrukking te geven aan zijn individualiteit zonder dat dit ten koste gaat van het algemene belang. |
- De kunst van zelfverwerkelijking door eerlijkheid in denken en oprechtheid in geest.
- Wetenschap
- Levenskunst
- Onderzoek & ontwikkeling
- Onthechting & verdraagzaamheid
|
De belangrijkste taak voor de overheid binnen dit
staathuishoudkundigmodel is het bewaken en organiseren van de
randvoorwaarden. In de praktijk betekent dit dat het individuele
belang niet ten koste mag gaan van het algemene belang. Het
individu krijgt hiermee de kaders om zijn creativiteit tot
ontplooiing te brengen, binnen wat Rousseau het maatschappelijk
contract noemt. Dit staathuishoudkundig model van directe
communicatie creëert duidelijker, de maatschappelijke
prioriteiten waardoor de verwarring over het algemeen belang en
individueel belang voor een belangrijk deel teruggedrongen kunnen
worden. Hierdoor kunnen zowel overheid als bedrijfsleven en
burgers opener en efficiënter met elkaar communiceren, omdat er
meer duidelijkheid is over de gemeenschappelijke prioriteiten.
Het huidige economische en politieke Latijn zal daardoor
afnemen.
Rechtbank Arnhem
Postbus 9030
6800 EM Arnhem
Pays Bas
Roquetaillade, 21 december 2008
Cc aan belastingdienst Doetinchem,
Hoger Beroep inzake procedurenummer 07 / 2920 VPB 77
Onderwerp: toezending boekhoudgegevens betreffende rente inkomsten 2007 en reflectie t.a.v. opmerking rechter tijdens de zitting van 13 maart 2008.
Geachte rechtbank te Arnhem,
In de bijlage de virtueel en werkelijk ontvangen rente
over het boekjaar 2007. De reëel ontvangen rente betreft de rente
banken, ondernemerdeposito en rekening-courant Agathos B.V. is
totaal xxxxx (19%) en de virtuele rente inkomsten zijn
totaal xxxxx,-. (81%)
Over de werkelijk ontvangen rente is eiseres uiteraard bereid belastingen te betalen.
Verder neemt eiseres de gelegenheid ten baat terug te komen op een opmerking die de rechter tijdens de zitting van 13 maart 2008 plaatste. Deze opmerking heeft eiseres niet terug kunnen vinden in het proces verbaal, eiseres heeft dit opgevat als een welgemeend advies. De rechter adviseerde eiseres een opiniestuk te schrijven om zodoende de publieke opinie te interesseren voor het onderwerp dat eiseres in de rechtszaak probeert aan te kaarten.
Deels is eiseres het daar mee eens en deels was eiseres hierdoor behoorlijk uit het veld geslagen. Probeerde de rechter mij te vertellen dat iets pas waar wordt/is wanneer er een democratische meerderheid voor te vinden is? Of probeerde de rechter misschien aan te geven dat eiseres niet op de juiste plek, de rechtbank, de aanname of geld, geld waard is aankaartte?
Wanneer deze interpretaties een kern van waarheid hebben, heeft eiseres dan überhaupt kans op een open en eerlijk proces?
Door de aanname dat geld, geld waard is, heeft de overheid onbewust de winnaar bij voorbaat aangewezen: de financiële wereld*. Is eerlijke concurrentie, gelijke kansen voor iedereen mogelijk, door de winnaar bij voorbaat aan te wijzen?
Door de winnaar bij voorbaat aan te wijzen is de overheid haar onafhankelijkheid en objectiviteit om namens de gehele bevolking (algemeen belang) te spreken, verloren. Niet wetend hoe een rechtssysteem die zich onbewust op dezelfde aanname fundeert dan wel evenwichtig en rechtvaardig namens iedereen binnen de rechtsstaat recht kan spreken?
Geld, winst, rente of de tientallen andere financiële derivaten zijn niet in staat om maatschappelijke prioriteiten te onderscheiden. Wanneer de mens zich vervolgens ondergeschikt maakt aan de wetmatigheden van deze financiële wereld, dan is het dus logisch dat vervreemding, verwarring en financiële anarchie het gevolg zijn.
Hoe kan, er meer uithalen dan je er ingestopt hebt**, ooit de gemeenschappelijke basis, zoals aangegeven in de grondrechten binnen de Nederlandse grondwet en het Europese verdrag voor de rechten van de mens in de praktijk brengen?
Om dit hoger beroep inhoudelijk een stap verder te krijgen is eiseres benieuwd op welke wetenschappelijke gronden, verweerder zich baseert bij de aanname dat geld, geld waard is in de vorm van rente en dus terecht belastingen hierover eist?
Hopende dat zowel verweerder als de rechtbank de noodzaak en urgentie van dit hoger beroep kunnen inzien en dat het essentieel is, niet om elkaar tegen te werken (wat ‘slechts’ een vorm van onderlinge concurrentie is) maar om samen te werken om zo de noodzakelijke gemeenschappelijke basis te herstellen/creëren. En zodoende praktisch inhoud te geven aan het Europese verdrag voor de uitdagingen van de mens ongeacht de positie die we binnen de samenleving innemen.
Vriendelijke groet,
De Hutte Holding B.V.
p/a château de Roquetaillade
12490 MONTJAUX
Frankrijk
*Allen die geloven dat geld, geld waard is.
** Een misschien wat boerse, maar wel duidelijke vertaling van het begrip winst, de oorlog van allen tegen allen (dit laatste is van Thomas Hobbes)
Bijlage I: Gegevens rente inkomsten De Hutte Holding BV over het jaar 2007
Bijlage II: Hoe dan wel ?
DVD The
lemon tree
DVD Cry freedom
DVD The Insider
DVD Le procès de
Nuremberg (Frans/Duits)
Tekst van de brief die naar het gerechtshof in Arnhem verstuurd is. Hierna komt nog een latere brief die is verstuurd in november/december 2008. Later zal ik ook de brief die in verband met het beroep in 2007 naar de rechtbank in Arnhem is verstuurd na het afwijzen van het bezwaarschrift door de belastingdienst.
_________________________________________________________________________________
Rechtbank Arnhem
Postbus 9030
6800 EM Arnhem
Pays Bas
Cc aan belastingdienst Doetinchem
Roquetaillade, 26 mei 2008
Hoger Beroep inzake procedurenummer 07 / 359 27 97
Geachte rechtbank van Arnhem,
Dit hoger beroep behandelt :
1. Het hoger beroep naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank
1.1 Ontstaan van het geding
1.2 Feiten
1.3 Geschil
1.4. Beoordeling van het geschil
1.5 Proceskosten
1.6 Beslissing
2.Het staatkundige, politieke, juridische en economische dilemma
3.Voorwaarden om als een concurrerende democratie weer met elkaar in gesprek te komen.
1.Het hoger beroep naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank
1.1 Ontstaan van het geding
Geen extra toevoeging.
1.2 Feiten
Een kleine toevoeging:
De inkomsten van de Hutte Holding BV in 2007 bestonden uit:
Rente banktegoeden: zodra ik deze gegevens van de accountant ontvang zal ik deze naar de rechtbank Arnhem toesturen.
Rente EURL Petit Château de Roquetaillade – Aveyron : idem.
In bijlage II wel de gegevens over 2005
1.3 Geschil
Hier geeft de rechtbank in de uitspraak de volgende omschrijving:
In geschil is of verweerder terecht de door de eiseres ontvangen rentevergoedingen tot fiscale winst heeft gerekend.
Dit is een deel van het geschil maar volgens de eiseres niet de belangrijkste of de essentie van het geschil. De kern van het geschil is de vraag of geld werkelijk op zichzelf geld waard is? Volgens eiseres gaat het hier om een aanname die op geen enkele wetenschappelijke basis is gebaseerd en waarmee de Nederlandse Rechtsstaat haar onafhankelijkheid heeft ingeleverd ten faveure van de bureaucratie, de papieren economie, die bij het begin van het grote concurrentiespel al aangewezen is, als winnaar.
De rechtbank mag best wel eens z’n hersenen knarsen over de gevolgen van de aanname dat geld op zich geld waard is. In de uitspraak van 17 april blijkt niets dat de rechtbank hier inhoudelijk over heeft nagedacht. Wat gezien het onderwerp en de maatschappelijke belangen niet eenvoudig en bovendien niet te onderschatten is.
1.4. Beoordeling van het geschil
In de uitspraak van 17 april 2008 staat:
Namens eiseres is ter zitting bevestigd dat zij in het onderhavige jaar daadwerkelijk rente heeft genoten over de banktegoeden en vorderingen op EURL. Deze rente-inkomsten behoren tot de fiscale winst van eiseres. Verweerder heeft bij het vaststellen van de onderhavige aanslag mitsdien terecht rekening gehouden met de rente-inkomsten.
Rationeel gezien zou EURL Petit Château de Roquetaillade – Aveyron allang failliet verklaard moeten zijn, ze wordt net als vandaag de macro-economie kunstmatig in leven gehouden. Of vanuit een andere invalshoek bekeken: hij wil maar niet dat de navelstreng doorgeknipt wordt, waardoor hij op eigen benen gaat leren staan.
In bijlage II de gegevens van de reële en virtuele rente inkomsten van EURL Petit Chateau de Roquetaillade – Aveyron in 2005 om een indruk te krijgen. De lening van EURL Petit Chateau de Roquetaillade – Aveyron zal redelijkerwijs niet afgelost kunnen worden, noch zal de rente ooit betaald kunnen worden. Faillissement is dus het meest logische. De enige reden van bestaan vandaag, naast het ontvangen van gasten van EURL Petit Château de Roquetaillade – Aveyron is zich te bevrijden uit het bureaucratische fascistische web dat we samen gesponnen hebben. Zodra recentere boekhoudkundige gegevens beschikbaar zijn, zal ik die de rechtbank en de belastingdienst doen laten toekomen. Over de werkelijke ontvangen rente ben ik uiteraard bereid om belasting over te betalen, maar nogmaals dit is niet de essentie van de rechtszaak en van dit hoger beroep.
De vraag/essentie is: wat voor soort onderneming, ondernemer dienen de Hutte Holding BV, Peter Hoopman en EURL Petit Château de Roquetaillade – Aveyron te zijn, binnen de randvoorwaarden die de overheid, rechtsstaat en de tot op vandaag ontstane jurisprudentie.
Namens eiseres is ter zitting betoogd dat een crediteur en debiteur gelijke gevallen zijn maar dat zij door het feit dat de debiteur rente moet betalen en de crediteur rente ontvangt, ten onrechte in een ongelijke positie van elkaar verkeren. Deze ongelijkheid kan volgens eiseres worden weggenomen door geen rente ter zake van geldleningen in rekening te (moeten) brengen. Dit laatste is volgens eiseres slechts mogelijk indien in de samenleving de veronderstelling dat geld waarde heeft wordt verlaten. De rechtbank is gehouden deze grond van eiseres juridisch te kwalificeren. De rechtbank vat deze grond op als een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Eiseres wenst als crediteur kennelijk op een dezelfde wijze behandeld worden als een debiteur. Van schending van het gelijkheidsbeginsel is sprake indien gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. Naar het oordeel van de rechtbank is van gelijke gevallen geen sprake, omdat de situatie van eiseres als crediteur – in het huidige economisch stelsel – feitelijke en rechtens wezenlijk verschilt van de debiteur. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt derhalve.
Het is denk ik heel normaal dat crediteuren terugbetaald worden, schulden dienen indien mogelijk te worden afgelost. Het cruciale punt dat ik heb proberen aan te voeren is dat, door geld een waarde op zich te geven, crediteuren naast terugbetaling nog een wettelijk beschermd extraatje krijgen in de vorm van winst of rente. Hiermee wordt een normale evenwichtige uitwisseling, een ruil waarbij de één er meer uithaalt dan hij er in gestopt heeft aangemoedigd (verplicht) en beschermd door de overheid. Hiermee wordt een gezond machts- of ruilevenwicht verbroken en het gelijkheidsbeginsel hoe bescheiden soms ook, meteen in het begin al geweld aangedaan. Vanuit de huidige politiek-economische context is dit logisch, zelfs noodzakelijk. In praktische en abstracte zin kan op de markt, winst (en rente) alleen ontstaan wanneer er sprake is van machtsverschil. De overheid heeft zonder dat ze zich daar bewust van is de winnaar bij voorbaat aangewezen, de renteontvanger, waardoor het gelijkheidsbeginsel bij het begin van het grote concurrentie spel al onderuit gehaald is.
Ik ben vandaag gedwongen door de huidige “politiek-economische” voorwaarden, ongeacht of ik het harnas van de Hutte Holding BV of die van de EURL Petit Château de Roquetaillade – Aveyron aantrek, er meer uit te halen dan dat ik er in stop.
Wat houdt dit in, wat betekent dit eigenlijk, wat voor soort communicatie/samenleving creëer je uitgaand van een dergelijke logica/ mechanisme? Welke in feite vandaag te zien is als de basisbouwsteen van onze politiek-economische samenleving!
Is dat de integratie waar we de mond zo vol van hebben, de normen en waarden, de ethiek van ons denken en handelen?
Ik denk of liever gezegd hoop ik, dat de overheid zich hier niet bewust van is, maar wat ze feitelijk van me vraagt is een roofdier en een dief te zijn, dat zijn de fundamenten waarop we vandaag de kathedraal: rechtsstaat en democratie proberen te bouwen. Een samenlevingskathedraal die probeert een rechtvaardige synthese te zijn tussen vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit bouwend op de uniciteit van ieder individu.
Volgens mij is dit onmogelijk, onrechtvaardig, ondemocratisch en oneconomisch. Ik kan en wil geen gelegaliseerd roofdier of dief meer zijn, dat leeft ten koste van anderen, democratie en leefmilieu, dat is de inzet van dit hoger beroep.
1.5 Proceskosten
Hierbij bedankt de eiseres de rechtbank dat ze niet tot proceskostenveroordeling is overgegaan. Tevens wil ik de rechtbank Arnhem en de belastingdienst in de persoon van dhr. X.X. XXXXXXXX het compliment maken voor de constructieve houding zoals ik dat heb ervaren tijdens de zitting van 13 maart 2008. Ik was hier zeer aangenaam door verrast, mogelijk is dit pure winst in de integrale betekenis van het woord.
1.6 Beslissing
De rechtbank heeft het beroep op 17 april j.l. ongegrond verklaard.
Deze uitspraak is voor eiseres aanleiding om in hoger beroep te gaan.
2. Het staatkundige, politieke, juridische en “economische” dilemma
Wanneer de rechtbank weloverwogen nadenkt over dit hoger beroep, dan zal ze al snel voor een lastig dilemma komen: aan de ene kant de mogelijke chaos die kan uitbreken bij het gegrond verklaren van dit beroep of de huidige onrechtvaardige onderliggende chaos laten voortwoekeren. Geen van beide lijkt mij een goede optie, hopelijk vind de rechtbank de moed en creativiteit in het vinden van de juiste middenweg. Uiteraard beseffend dat dit een medeverantwoordelijkheid is voor iedere burger woonachtig in Nederland en Nederlanders die in het buitenland wonen.
Wil hier tevens ingaan op een opmerking van de rechter tijdens de zitting van 13 maart j.l. die mij na afloop heeft bezig gehouden, daar in gaf hij aan dat ik misschien beter een opiniestuk zou kunnen schrijven om de publieke opinie te beïnvloeden. Met het gevaar dat ik het verkeerd interpreteer, maar betekent dat, dat de publieke opinie de “realiteit objectiviteert”? Betekent dat and correct me if I am wrong, dat de rechtbank zelf niet in staat is om de realiteit te objectiveren of daar op z’n minst daar toe te pogen? In de hoop dat de rechtbank humor verdraagt, het verklaart misschien waarom het populisme dan wel de waan van de dag het zo lekker doen. Moet ik dan toch maar een reclamebureau en een mannetjesmaker inschakelen?
3. Voorwaarden om als een concurrerende democratie weer met elkaar in gesprek te komen.
Naar een werkelijk open en vrije markt, van, voor en door mensen
Helaas hier geen tijd voor om in het kader van dit hoger beroep dit verder uit te werken. Maar belangrijk en essentieel is de zelfstandigheid en autonomie van het individu binnen het geheel te versterken, inhoud en ruimte te geven.
Dit wordt alleen mogelijk wanneer de gemeenschappelijke prioriteiten weer duidelijk, zichtbaar, ingekaderd en in de praktijk gebracht worden. Dit zal dan als vanzelf een veilige voedingsbodem voor de ontplooiing van het individu in volledige relatie tot het geheel dienen.
Iets wat eiseres in de vorige rechtszaak heeft proberen te onderscheiden door te schrijven over een staathuishoudkundig model gebaseerd op indirecte communicatie of staathuishoudkundig model gebaseerd op directe communicatie.
Hoogachtend,
De Hutte Holding BV
Peter Hoopman
p/a Château de Roquetaillade
12490 MONTJAUX
Tel. 00 33 (0)5 65 58 19 59
petitchateau@wanadoo.fr
_________________________________________________________________________________
De uitspraak van het hof kan men hier lezen.
28 juli heeft het gerechtshof in Arnhem in zake het hoger beroep zich uitgesproken en is het hoger beroep dat ik had aangespannen, onggegrond verklaart.
Zodra de uitspraak bij rechtspraak.nl online komt zal ik in deze bijdrage een link plaatsen.
Dat er meer wegen zijn die naar Rome kunnen leiden bewijst deze jonge dame.




If I used
unauthorized your picture or drawing. Please let me know and i will
delete it or make a link to your website or otherwise, if you wish
