
Juf, draagt u wel eens een kokerrok?
Ze zit tegenover me in het grote Open Leer Centrum, waar de vierenvijftig computers per zes op een tafel staan. Haar handen rusten nog op het toetsenbord, haar hoofd komt schuin in beeld wanneer ze langs het scherm mijn ogen zoekt.
Ik kijk terug, peil de stemming en zie dat het een serieuze vraag is.
Ja hoor.
Haar hoofd verdwijnt uit beeld en onder het scherm door zie ik haar handen over de toetsen vliegen. Nu ze weet dat ze mijn aandacht heeft, stelt ze zonder mij aan te kijken de volgende vraag: En hoge hakken? Heeft u schoenen met hoge hakken?
Schoenen, laarzen.
Een snelle blik onder de tafel door en meteen daarna de constatering: Vandaag niet.
Alleen als u uitgaat, of ook naar het werk?
Wat gebeurt daar toch aan de overkant van de tafel? Weer typt ze snel een paar zinnen.
Vindt u uzelf representatief gekleed?
Tijd voor een tegenvraag.
Wat bedoel je daarmee?
Nou eh, even denken, of uw kleding past bij uw werk …
Ze aarzelt, beweegt de muis en zegt dan:
3
geschikt om te vertegenwoordigen
4
op zijn post een goede indruk makend; met een gunstig voorkomen en met goede manieren: een representatief uiterlijk
Ik kijk haar streng aan.
Er wordt hier niet gekopieerd van het internet, dat weet je.
Met welke opdracht ben je eigenlijk bezig?
Ze draait het scherm een kwartslag, zodat ik kan meelezen.
Vaktheorie, juf. Kijk maar, hier staat de vraag:
Geef bij elke kledingstijl voorbeelden.
Nu begrijp ik het.
In de theorieles heb ik uitgelegd dat je de smaak en de stijl van de mensen die je verzorgt moet respecteren. Kleding heeft verschillende functies, naast bescherming (functioneel) zijn er de psychologische en sociologische functies: eigenwaarde en status, individuele smaak en de code van de groep. Ze maakt de bijbehorende opdrachten uit het boek.
En vind jij dat ik me representatief kleed?
Ze staart naar de monitor.
OK, zeg ik, wat zou je ervan vinden als ik in een leren pakje op school kwam, je weet wel, kort rokje, rits iets te ver open, zwarte kousen en hoge laarzen.
Nou! De jongen naast haar lacht.
Over mijn leesbril kijk ik hem aan.
Zou jij dan minder spijbelen?
Hij knikt enthousiast.
Joh, zeg ik, dat ik daar nou niet eerder aan gedacht heb.
We moeten meer seks in het onderwijs stoppen.
Vrij reizen
traceren via mobiel, twitter, beveiliging, afvallen, boekenweekgeschenk
Je neemt de A67, bij Eindhoven ga je de A2 op en vanaf Utrecht pak je de A12 naar Den Haag. We hebben roadblocks bij Eindhoven en Utrecht. Duidelijk?
De man knikt, zet zijn zonnebril op en stapt in de eerste geblindeerde auto.
Jij pakt de A73 en gaat bij Nijmegen de A15 op, bij Rotterdam pak je de A16, daarna houd je Den Haag aan. Geen roadblocks. OK?
De man duwt het oortje goed en stapt in de tweede geblindeerde auto.
A76, dan de A2 richting Den Bosch, je pakt vervolgens de A58 naar Breda, daar draai je de A16 op naar Rotterdam en dan Den Haag aanhouden. Oppassen voor drugsrunners tussen Breda en Rotterdam, ik wil geen wildwest toestanden.
De man trekt de pet over zijn ogen en stapt in de derde geblindeerde auto.
Even kijkt ze de laatste auto na, dan draait ze om en loopt naar binnen.
In de keuken van het hotel staat hij te wachten.
Op het aanrecht staat de shake, onaangeroerd.
Wij gaan met de auto naar Maastricht en van daar met de trein.
En doe die pruik goed, ik zie een plukje blond haar. Pak aan.
De man kijkt naar het boek dat hij in zijn handen gedrukt krijgt.
Zij pakt de shake en gooit de maaltijdvervanger in de afvalbak.
Geen dieet meer en geen getwitter meer. Mobiel?
Hij zoekt in zijn jaszak, overhandigt zwijgend de Blackberry.
Ze loopt naar de deur, kijkt achterom als hij blijft staan.
Schiet op Geert, die trein wacht niet.
Hij draait de bladwijzer om en mompelt: Vrij reizen.
Ik ben Christen – geen Moslim
democratie, bananenrepubliek, PVV, stemrecht
‘Burundi? Waar ligt dat?’
In het Grote Merengebied van Afrika, ik weet het wel, maar ik stel de vraag omdat ik die in de ogen zie van de leerlingen. Ze heeft moeite om de woorden te vinden. Ze is pas vier jaar in Nederland en de eerste twee jaren was er geen gelegenheid om de taal te leren. ‘Can I say it in English, please?’
‘I will understand you’. Ilham glimlacht en ik geef toestemming. Ja, Shannona mag haar verhaal in het Engels doen. Voor deze keer. Het gesprek ontstond, toen ik haar zei dat ze zoveel te vertellen had en zo weinig kon zeggen omdat ze geen Nederlands spreekt. Maar zo simpel is het niet.
Shannona vertelt en we zijn er allemaal stil van. Het gezin woonde op het platteland, vader, moeder, zijzelf en haar jongere broer. Ze waren niet rijk, maar de kinderen gingen naar school en Shannona wilde journalist worden. Toen kwamen de bendes en vader werd vermoord voor de ogen van het gezin. Shannona moest haar droom bewaren, werken voor dagelijks eten, zodat haar broer ook zijn middelbare school kon afmaken. Het jaar daarop kwamen de bendes terug en werd moeder voor de ogen van haar kinderen omgebracht.
Shannona, 21 jaar oud, en haar jongere broer stonden er alleen voor. Door de vele volksverhuizingen na de verwoestende burgeroorlog was de familie uit het oog verdwenen. Ze overleefden, broer en zus, het leven van dag tot dag. Tot weer een jaar later, de bendes terugkwamen. Haar broer zag ze komen, gebood Shannona te vluchten. Ze waren vast op zoek naar haar, een mooie jonge vrouw. In hem zouden ze minder geïnteresseerd zijn. Shannona rende voor haar leven. Het was de laatste keer dat ze haar broer in leven heeft gezien.
Uiteindelijk kwam Shannona met hulp van het Rode Kruis aan in Nederland, waar ze erkend werd als vluchteling. Vluchtelingenwerk ging voor haar op zoek naar haar broer en als door een wonder werd hij opgespoord. Hij werkte inmiddels als huisknecht bij een rijke familie in een ander gedeelte van het land. Ze maakten samen plannen, wellicht kon haar broer overkomen naar Nederland.
Familiehereniging. De regels maakten het lastig, Shannona moest een inkomen hebben van 120% van het minimum, ze moest een vaste baan hebben, ze moest geslaagd zijn voor de inburgering, haar broer moest nog een jaar wachten. ‘Maar hoe was het eigenlijk met hem, wat was er gebeurd op die vreselijke dag dat de bendes kwamen?’ Hij wilde er niet over praten, hij kon alleen maar zeggen dat nog een jaar wachten te lang was. Hij kon het niet meer aan.
Ze weet niet of haar broer nog leeft. Na het laatste telefoongesprek is haar broer verdwenen. Sommigen zeggen dat hij gek geworden is en in het land rondzwerft, anderen weten te vertellen dat hij vermoord is.
Het diploma van de middelbare school in Burundi is ze kwijtgeraakt, zou ook niet hier erkend worden. Daarom is Shannona bij ons om een startkwalificatie te halen. Ze loopt stage in een verzorgingshuis. Ze zorgt, ze helpt mee in de keuken en ze maakt het gezellig in het restaurant. Haar Nederlands is nog niet goed genoeg om zich te kunnen redden, maar elke week gaat het beter. Met de taal. Niet met haar hart. Haar verdriet is groter dan zijzelf.
De les ging eigenlijk over activiteiten die je als stagiaire kunt doen. Shannona wilde graag dat de bewoners meer informatie kregen over de verkiezingen. ‘Ze hebben te weinig informatie, ze hebben vaak geen geldig ID meer en dat is niet goed voor de democratie’, zegt Shannona. Het was, het is een mooi idee. ‘Ga je zelf stemmen?’, vraagt Moha. Ze haalt haar schouders op. ‘Ik begrijp niet wat die politici zeggen’, weet je. Verlegen plukt ze aan haar hoofddoekje. ‘Je moet geen PVV stemmen hoor’, zegt Maridee. ‘Die willen Moslims terugsturen.’ Shannona lacht. ‘Ik ben Christen – geen Moslim.’
Een perfecte zondag
cascade,churchillplein,verkiezingen,zondag,lori lieberman,eugene ruffolo,rotterdam,
Mijn liedjes voor onder de douche zijn een tikkeltje rafelig geworden en al een maand of wat geleden had ik besloten om daar wat aan te doen. You Tube breidt zich nog steeds uit en wie weet kon ik eindelijk dat ene liedje vinden waarvan ik nog maar een paar regels ken.
Now I know that you never gave me
Any reason I wanted to know
Boston, oh Boston, you filled my heart with tears
Prachtig gezongen door, ja door wie ook al weer? De hoes van de LP, die ooit is achtergebleven stond me nog helder voor ogen en toch kon ik niet de naam van de zangeres lezen. Het liedje heet Boston, dat wist ik nog wel. Nou sta ik langer in de badkamer te spetteren dan drie regels van een popsong, dus ik ging eerst maar op zoek naar dat andere nummer.
It’s too late baby, now it’s too late
Though we really did try to make it
Something inside has died
And I can’t hide and I just can’t fake it
Oh no no no no
It’s too late
Meteen een hit en, zoals dat gaat, ging er bij het luisteren naar Carole King een verborgen laatje open in mijn geheugen. Lieberman! Dat was de achternaam van zangeres. Intypen in de zoekmachine – oh jee, Lieberman of Liebermann? Met één n dus en al doorklikkend kwam ik in de jaren zeventig terecht. Even zwijmelen, meeroffelen op de tafel en dan verder kijken. Het liedje Boston had ik nog niet gevonden, wel wist ik ondertussen dat de LP Letting Go heette.
Eerst maar even de stad in. Gisteren was er nog een demonstratie voor de dance parade, misschien viel er vandaag wel wat te beleven naar aanleiding van de onregelmatigheden bij de laatste verkiezingen. Niet dus. Ja, een paar jongeren joegen de duiven op (aanhangers van Pastors, die zich kwaad heeft gemaakt over de overlast die deze vogels veroorzaken?) en zelfs het nieuw geplaatste standbeeld Cascade op het Churchillplein kreeg geen enkele vorm van aandacht van de passanten.
Maakte niemand zich dan druk om de uitslag van de
gemeenteraadsverkiezingen?
Nee, het was niet het gesprek van de dag. De klachten van Pastors
zullen netjes worden behandeld en daarna gaan we weer over tot de
orde van de dag.
Pastors kan ondertussen eindelijk van vier naar vijf dagen aan de
slag bij B&A in Den Haag.
Weer thuis wachtte me de verrassing. Lori Lieberman is niet gestopt, zoals ik dacht, maar na jaren stilte met een nieuw album gekomen. Maar nog leuker was het om te ontdekken dat Bus Stop (ja ja, van The Hollies) door haar en Eugene Ruffolo is uitgevoerd. Boston, het nummer waarnaar ik op zoek was, heb ik niet gevonden. Maar het door vele artiesten opgenomen liedje Killing Me Softly van haar hand was het lekkere toetje dat hoort bij een perfecte zondag.
Het is negen minuten over de zeven.
De bewegingsmelder registreert de opengaande deur en het licht floept aan.
De man loopt naar zijn bureau, bukt, zet de computer aan en rekt zich uit.
Hij kijkt naar het scherm, gaat dan naar de archiefkast.
Hij pakt twee ordners en loopt terug naar zijn werkplek.
Hij legt de mappen links naast het toetsenbord, kijkt peinzend naar de computer.
Met de muis klikt hij aan, knikt tevreden.
Dan loopt hij de kamer uit.
Het is veertien minuten over zeven.
De man komt weer binnen, hij heeft een beker koffie in zijn hand.
Hij neemt een slokje, zet de beker rechts naast het toetsenbord.
Hij loopt naar de printer die naast de archiefkast staat en zet het apparaat aan.
Dan gaat hij zitten, beweegt de cursor met de muis over het scherm.
Een dubbele klik, hij wacht even op het zoemen van de printer.
Met zijn linkerhand slaat hij de bovenste ordner open.
Dan haalt hij de uitgeprinte documenten op.
Het is zestien minuten over zeven.
De bus staat op het kruispunt te wachten bij het verkeerslicht.
Met mijn linkerhand haal ik mijn OV chipkaart uit mijn jaszak.
De bus trekt op en komt naar me toe rijden.
Met de kaart zwaai ik naar de chauffeur, hij ziet me.
Goedemorgen zeg ik, terwijl ik incheck.
We rijden weg en ik kijk nog eenmaal om naar het verlichte kantoor.
Een dag als alle andere.
Nu sterven zou een zegen zijn
uit vrije wil, renee braams, positieve keuze
Het stoort mij dat het altijd hoogopgeleide, geslaagde en rijke Nederlanders zijn die, in navolging van de Hoge-Raad-president Huib Drion, pleiten voor hulp bij zelf-euthanasie voor ouderen die niet afhankelijk willen worden. Na Drion was het Els Borst, nota bene toen minister van Volksgezondheid, die stelde dat zij niet dement wilde worden. Alsof je de mensheid kunt verdelen in personen die wel en die niet dement willen worden!
Renée Braams schrijft van zich af op de opinie pagina.
En nu is er de actiegroep Uit Vrije Wil, gedragen door een lijst bekende namen van mensen die hebben mogen studeren op koste van de maatschappij, en die zich er zo als een vis in het water hebben gevoeld, dat ze er een prachtcarrière hebben gemaakt en veel geld hebben verdiend. En juist zij komen met een voorstel dat de zorgzaamheid van de maatschappij in gevaar kan brengen.
Zelf vind ik het ergst dat de Drion-adepten een doorlopende aanval doen op de waarde van het leven van een Alzheimerpatiënt. Zij hebben in Nederland de communis opinio gekweekt dat een leven als demente ‘ontluisterend’ is; het gevolg is dat iedereen met een boog om demente mensen heen loopt.
De meeste dementen zijn tevreden in het hier en nu en kunnen zich op bewonderenswaardige wijze schikken in hun lot. Een deel van hen lijdt; zij zijn bang, boos, verward en verdwaald, maar de waarheid is dat bijna geen demente ontroostbaar is. In mijn werk als muziekdocent in de dementenzorg zie ik dat het vasthouden van een hand eigenlijk altijd helpt.
Maar zo zit het niet, Renée Braams.
Dementeren is een onomkeerbaar proces, dat op het eind van het
leven plaats vindt. En, zoals elk proces, kent dementeren
verschillende fases.
De eerste fase is het moeilijkst, voor de man/vrouw zelf en voor
de mensen uit de omgeving. De regie over het eigen leven glipt
uit de handen weg en tegelijkertijd zijn er nog vele dagen die
"goed" verlopen. Dat besef maakt angstig, achterdochtig soms en
andere ouderdomskwalen zitten dan stevig in de weg.
Pas wanneer de dementie zover is gevorderd dat er zelfs geen
acceptatie meer mogelijk is, omdat ook die intellectuele functies
weg zijn, kan de rust weerkeren.
Het is vaak een lange, droevige weg tot die fase.
Ik heb nu nog geen idee of ik werkelijk kan accepteren dat dit
lot mij wellicht wacht. Niet iedereen wordt dement en dat gegeven
geeft me de kans om een mogelijk sombere toekomst van me af te
schuiven.
Van de groep "Uit vrije wil" heb ik begrepen dat het gaat om een
positieve keuze. Niet de angst voor gebrek, afhankelijkheid of
dementie is de leidraad, het gaat er nadrukkelijk om dat het
mooie leven in (relatieve) schoonheid zal eindigen.
Daar kan ik me wel wat bij voorstellen. Ik hoor wel vaker van
heel oude mensen die, in bezit van het volle verstand en ook nog
actief in de maatschappij, zeggen dat het leven mooi is geweest -
ze zouden het niet betreuren als ze zouden doodgaan.
Dat is geen depressie, er is geen angst voor aftakeling, er is de
simpele constatering dat het leven voor hen geen nieuw
perspectief kent, geen verrassing meer inhoudt. Het is dus ook
geen medisch probleem, artsen hoeven zich er niet mee te
bemoeien.
Het is wel een dilemma omdat we steeds langer leven, het houdt
maar niet op.
Lijkt het.
De laatste tijd klinken er toch steeds meer geluiden door dat de
generaties na ons juist met meer klachten zullen worden
geconfronteerd en dat hoogbejaard en gezond steeds minder zal
voorkomen. Maar dat terzijde, het gaat om de individuele
mens.
Daar zit ze dan, de hoogbejaarde vrouw. Haar helder verstand en
de routine die ze al haar hele leven lang heeft gekend, zorgen
ervoor dat ze actief is, meedoet. Buiten een lichte vorm van
diabetes heeft ze niets te klagen, de kinderen, de kleinkinderen
en ook de achterkleinkinderen komen regelmatig langs. Ze kent ze
allemaal.
Op de verjaardagen heeft ze een kaart klaarliggen op het
dressoir. De vele doorgestreepte namen op de kalender op het
toilet zijn leeftijdgenoten, hun sterfdagen heeft ze in een
boekje genoteerd. Laatst is ze nog naar het theater geweest met
de activiteitenclub van het zorgcentrum uit de buurt. Maar ze
woont zelfstandig - bij die oude mensen wil ze niet de hele dag
verkeren.
Haar leven is uitgestippeld - elke dag als ze opstaat, weet ze
wat de dag haar brengen zal. En wat nog belangrijker is: ze ziet
met genoegen hoe haar kinderen, haar kleinkinderen en ook haar
achterkleinkinderen zich wel zullen redden in deze wereld. Steeds
vaker denkt ze eraan: nu sterven zou een zegen zijn.
Zelfbeklag
anni friesinger, vancouver 2010, ploegenachtervolging, doorzetten, de finish
Uitgeput ligt ze daar. Niet denken, niet voelen, hijgen om de ademhaling onder controle te krijgen.
Amper raakt haar buik raakt de grond, ze steunt op de volle borsten en de machtige dijen.
Het is voorbij.
Langzaam komt ze tot zichzelf, de spanning vloeit uit haar lichaam en ze tilt haar hoofd op.
Dan ziet ze het en vol ongeloof veert ze op.
Mijn type is het niet.
Verbaasd kijk ik opzij. Ik vind Anni prachtig!
Je bent toch niet lesbisch?
Anni Friesinger kan haar borsten, haar billen en haar ongelooflijk slanke taille niet verbergen in het strakke schaatspak. Zelfs op dat moment waarin ze met een laatste krachtsinspanning haar been naar voren gooit en zo het verschil maakt, blijft ze van een haast buitenaardse schoonheid.
Er is ook een andere Anni. Een vrouw, net getrouwd, dromend over kinderen en het leven.
Een vrouw die hecht aan vertrouwen, aan openheid. Een sterke vrouw.
Zo, niet zo overdreven en niet zo uitbundig, vind ik haar wel mooi.
Een leuke vrouw met wie je zomaar in de winkelstraat oog in oog kan komen te staan.
Het was nog onzeker of Anni mee kon doen aan de Olympische Spelen. Een hardnekkige blessure, operaties en een trainingsachterstand zijn niet de ideale omstandigheden voor de sporter die eigenlijk alleen voor goud gaat. De jaren gingen ook tellen, Anni kreeg steeds meer interesse in het leven na haar schaatscarrière. In de aanloop naar Vancouver maakte ze met haar vriendin Marianne Timmer een bijzonder fotoboek.
Poeh, de pin-ups van het schaatsen. Na het eerste kind zijn ze ook uitgezakt, let maar op.
En dan heb ik er genoeg van. Te lang ben ik beleefd gebleven, heb ik de seksistische opmerkingen genegeerd uit begrip voor het stil verdriet. Mokkig hoort ze mijn kritiek aan, wrokkig zegt ze dat ze de komende week zal nadenken of ik haar vriendin kan blijven.
Ik wens haar veel wijsheid toe, daar op de bodem van het zelfbeklag.
De metrotrein is oud en versleten. Een vermoeide zucht, de deuren worden gesloten en daar gaan we, richting Alexander en dan nog verder, naar een buurthuis waar de politieke bijeenkomst is georganiseerd. Een paar bankjes verderop zit een moeder met drie kleine kinderen. Het is de tijd tussen werken en eten in, de boodschappen zijn vlug onderweg naar de crèche gedaan en de kleintjes dreigen in slaap te vallen. Achter me zit de veelbelovende jongeman, strak in het pak en de laptop naast zich op de bank.
Zodra we boven de grond komen check ik mijn mail. Geen bericht, ik klik door naar google maps. Vanaf Hesseplaats is het een paar minuten lopen naar buurthuis De Molshoop, zie ik. Het is vlakbij de vele verzorgingsflats waar mijn leerlingen stage lopen, ik ken de buurt. In het donker ziet alles er anders uit; vooral het winkelcentrum oogt somber en verlaten merk ik wanneer ik uitstap.
De galerijflats hebben zich in dit gedeelte van Rotterdam eindeloos gekopieerd. Een bord bij het grasveld voor een groot flatgebouw maant dreigend: Eigen terrein! De vriendelijkheid van overdag is verdwenen – er is geen mens op straat. Of toch, daar bij de ingang van de verzorgingsflat staat een man. Ik loop op hem af om de weg te vragen, maar daar krijg ik de kans niet voor. Hij moet ook naar de Molshoop, was er al geweest. Hij was te vroeg en er was nog niemand, zodoende. We lopen gezamenlijk op en hij vertelt dat hij in het restaurant van de flat heeft gegeten. Gepensioneerd en alleen, schat ik in.
De lampen branden, de deur staat uitnodigend open en vooral in het bargedeelte is het gezellig druk. PSV trekt ook in Rotterdam publiek, ik proef de sfeer van een sportkantine. Vlakbij de televisie die hoog in de hoek aan de muur hangt, staat een man geconcentreerd te kijken. Zijn vrienden om hem heen hebben meer belangstelling voor elkaar en voor het publiek, maar zodra hij commentaar levert bij de beelden draaien ze zich gewillig om naar het scherm om nog net de herhaling mee te pikken.
In het zaaltje daarnaast staat alles klaar voor het debat. Op de kopse kant de tafels waarachter de vertegenwoordigers van de politieke partijen zullen plaatsnemen, daar tegenover de camera’s en een eendere rij tafels en stoelen voor de organisatoren van de discussieavond. De lange zijden zijn gereserveerd voor het publiek dat nu aarzelend binnenkomt.
Tijdens de discussie hamert de kandidaat van Leefbaar Rotterdam op veiligheid (strengere maatregelen voor hangjongeren) en op de noodzaak van Nederlands spreken (straffen voor allochtonen die niet op cursus gaan). Ze veert op, de jonge vrouw die hoort bij de jongeren die de avond hebben georganiseerd. Verontwaardigd zegt ze dat in Rotterdam Nederlands spreken de gewoonste zaak van de wereld is, met name voor de jongeren.
In de pauze gaat de discussie verder in gedeelde verontwaardiging. Ze willen niet weggezet worden als dom, slecht Nederlands sprekend of randcrimineel. Ze laten zich de mond niet meer snoeren en ze zijn niet meer bereid om op te draaien voor de verkeerde beeldvorming die ontstaat door de bommetjes die Leefbaar Rotterdam keer op keer laat ontploffen.
De rest van de avond moet ik aan me laten voorbijgaan, ik heb jammer genoeg andere verplichtingen. Het is in de metro nog rustiger dan op de heenweg. Geen kleine kinderen meer en gelukkig nog geen jonge mannen die de stank van speed om zich heen hebben hangen. Ik zet mijn telefoon weer aan. PSV heeft gewonnen, maar is toch uitgeschakeld.
Echte helden
OV chipkaart, Rotterdam, PvdA, groepsvervoer voor scholen, verkiezingen
Eén dode was er één teveel. Het bracht hem aan het twijfelen over de kans van slagen. Nog even schoot hem door het hoofd dat de investeringen enorm waren geweest. Ook voorzag hij de teleurstelling van de mensen om hem heen. Een laatste poging maakte hem duidelijk dat er geen houden aan was. Hij kon het niet en hij besloot zich terug te trekken. Een moedige beslissing.
Edwin van Calker, de piloot van de viermansbob, kende zijn grenzen en hij handelde ernaar.
Een echte held.
Hans Vervat, de PvdA wethouder van Verkeer & Vervoer en Economie in Rotterdam is ook een held. Een echte jongen van de haven, die sinds hij in juni 2007 is aangetreden, heeft laten zien dat hij van aanpakken houdt. De vrije taxiondernemers kregen met hem te maken, hij verlichtte de zebrapaden en bedacht de groene golf voor fietsers, zorgde voor een sterk ondernemersklimaat en schonk zijn jaarsalaris van 2009 aan een goed doel. Sinds vorige week heeft hij een oplossing bedacht voor de problemen die de scholen ondervinden met het gebruik van OV chipkaarten bij groepsvervoer.
De schoolsleutelkaart, je moet er maar op komen.
Edwin van Calker weerstond de druk, hij bezweek niet voor de verleiding van klatergoud.
Hans Vervat daarentegen was even vergeten dat hij ooit gezegd heeft dat de scholen dan maar op de fiets moesten gaan. Het was 21 januari van dit jaar en de verkiezingen waren nog ver weg.
Andere partijen, de SP, GroenLinks en het CDA hadden al eerder de kwestie aangekaart. In het Rotterdams Onderwijs Magazine van oktober 2009 staat een uitgebreid artikel waarin diverse belanghebbenden aan het woord komen. De algemene conclusie was dat de groepskaart zo snel mogelijk terug moest komen. De klachten werden door Ronald Buitelaar voorgelegd aan de wethouder, aan de RET en zelfs aan staatssecretaris Huizinga, die ondanks herhaalde verzoeken niet reageerde op het verhaal in het Rotterdams Onderwijs Magazine.
Het is verkiezingstijd, de gemeentelijke en de landelijke campagnes draaien op volle toeren en tastbare successen zijn meer dan welkom. Hans Vervat, en met hem de PvdA, heeft het niet nodig om zich met klatergoud te tooien. Eerlijk behaalde medailles zijn er genoeg, er is ook in de crisistijd resultaat geboekt. Hij had er beter aan gedaan om te erkennen dat hij het probleem van het groepsvervoer voor de scholen heeft onderschat. Echte helden kennen hun grenzen.
Tijd voor een feestje en de rest is geschiedenis
vertrouwen, toekomst en geschiedenis, nelson mandela, amandla mandela
In de veel te warme huiskamer hoor ik iemand vragen of ik nog koffie wil. Ik schud mijn hoofd en laat de drukke gesprekken aan me voorbij gaan. Net zwanger van ons tweede kind vind ik het wel best. Laat mij maar zitten, over een uurtje of wat gaan we weer naar huis. De oudste zal op de achterbank in slaap vallen, zoals altijd tijdens een ritje met de auto.
De televisie staat aan omdat er straks sport komt. Maar het geluid staat uit, de verjaardag wordt gevierd. Televisiekijken geeft me de kans om me te onttrekken aan de gezelligheid, de grappen, de verhalen van vroeger en van de buren die ik alleen van gezicht ken.
Het is zondag 11 februari 1990.
Een kleine man komt uit de gevangenis. Hij moet nog een stukje lopen voordat hij in vrijheid zijn vrouw kan omhelzen. Na 27 jaar gevangenschap gaat Nelson Mandela een nieuwe toekomst tegemoet.
‘Mam, ik heb zo’n dorst.’ Samen gaan we op zoek naar ranja, met een rietje omdat het feest is. Die avond zal ik, thuis in alle rust, alle zenders afgaan op zoek naar de eerste beelden van de vrijlating.
Wereldwijd wordt er deze week gevierd dat het 20 jaar geleden is dat Zuid-Afrika aan een nieuwe bladzijde in de geschiedenis begon. Ook in Rotterdam, o.a. met de musical. Zaterdag 13 februari 2010 gaan we naar Amandla Mandela, de jongens, de een toen 2,5 jaar, de ander op komst, gaan mee. Ze weten amper van de geschiedenis, van de strijd van Mandela.
Dat is goed, ze mogen hun eigen geschiedenis gaan schrijven.
Woensdag-buggydag
mbo, proeve van bekwaamheid, detailhandel, verkooptechniek
‘Als je voor de winkel staat, is er aan je linkerhand een deur. Daar ga je naar binnen en op het eind van de lange gang zie je aan je rechterhand een deur. De bel zit links.’
De gang ziet er weinig uitnodigend uit, een betonnen vloer met onduidelijke vlekken en wanden van een onbestemd grijs. Het is er stil, zo stil dat ik begrijp dat niemand me kan horen in de winkels of in de passage waar ik vandaan kom. Maar er ligt geen zwerfvuil, er zal wel regelmatig schoongemaakt worden.
Vooruit dan maar.
Er zit een intercom, braaf blijf ik staan om mijn naam te kunnen geven nadat ik aangebeld heb. Geen gekraak, geen zoemer als teken dat de deur ontgrendeld is. Wat nu? Nog een keer bellen? Ik kijk naar de deur en zie dan het onopvallende kijkgaatje. Op een meter afstand ga ik er recht voor staan en even later gaat de deur open.
‘Kom binnen’, zegt ze met een lieve glimlach, ‘ik ben Mariëlle.’
De winkel gaat pas over een half uur open, maar hier in het magazijn is het personeel hard aan het werk. Er zijn net nieuwe rekken met kleding gebracht en alles moet gelabeld worden volgens een voor mij onduidelijk systeem. Mariëlle loopt voor me uit en duwt een rek dat in de weg staat in een nis.
‘Deze moet hier blijven staan, dames. Dit rek gebruik ik straks voor het praktijkexamen.’
Ik ben aan de vroege kant en Shanti, de stagiaire is er nog niet. Geen probleem, mijn jas wordt weggehangen, ik krijg koffie en dan laat ze me even alleen om te controleren of alles goed verloopt. Voor de derde keer neem ik de formulieren door. De Proeve van Bekwaamheid, zoals het praktijkexamen officieel heet, mag niet de mist ingaan omdat ik mijn werk niet op orde heb.
Weer gerustgesteld drink ik mijn koffie. In de hoek van het kleine kamertje staat een flap-over. De nieuwe kledinglijn is gelanceerd en op het grote vel staan de instructies voor de verkoopmedewerkers. Denk aan de vijf kernwaarden! Geïnteresseerd wil ik verder lezen als ik haar stem hoor. ‘Niet zo roddelen jullie. Straks moet ik weer ingrijpen en daar heb ik helemaal geen zin in.’ Er wordt gelachen, er wordt door elkaar heen gepraat en dan is het stil.
Shanti komt en we kunnen beginnen met de Proeve van Bekwaamheid. Het protocol wordt getekend, de observatieformulieren worden van onze namen voorzien en de stagiaire maakt haar werkplan voor het beveiligen van de kinderkleding. De Proeve zal in de winkel uitgevoerd worden en in een kleine optocht lopen we achter elkaar aan door de smalle gangetjes van het doolhof van het magazijn. Via een onopvallende deur komen we vlakbij de pashokjes in de winkel.
Shanti werkt door terwijl ze de klanten observeert. Geroutineerd steekt ze de pin door de stof, vlakbij een naad aan de linkerachterkant. Daarna wordt het bovenstuk met verf erin vastgezet op de pin. Zo moet het, constateren we tevreden. We praten over de nieuwe kledinglijn, over de aanbiedingen waarvan Shanti gebruik kan maken. Ze heeft een kleintje van vier maanden en dan telt elk voordeel. Als ze slaagt wil Shanti doorgaan met leren, ze is aangemeld voor detailhandel niveau 2.
Mariëlle is even afgeleid als er een paar shirts met hanger en al op de grond vallen. De klant staat er beteuterd bij en haar dochtertje begint te huilen. Vlug loopt ze er naartoe om te helpen. Het meisje wordt getroost, de moeder gerustgesteld en de kleding wordt weer netjes opgehangen. Glimlachend komt Mariëlle bij ons terug. ‘Ach ja’, zegt ze, ‘het is woensdag.’
Shanti knikt. ‘Woensdag – buggydag.’
Veranderingen in het onderwijs
HAVO, zesjescultuur, onderwijs, veranderingen
Deel 2. De HAVO leerling
De jongen genoot kwaliteitsonderwijs. Zijn geschiedenisleraar noemde hem ‘de droom van elke onderwijzer, zeer oplettend, enthousiast, zeer slim, zeer beleefd’.
Vast geen HAVO leerling.
Tot halverwege de vorige eeuw kon je nog zo slim, sociaal en leergierig zijn, als je vader een arbeider was, dan was de kans groot dat het schooladvies MULO luidde. Iets minder slim of uit een iets lager milieu ging je meteen door naar de ambachtsschool en met het bereiken van de veertienjarige leeftijd stond de plaatselijke aannemer aan de poort om te vragen wanneer je je bij hem meldde.
Voor meisjes was het schoolloopbaantraject, zoals dat tegenwoordig heet, nog duidelijker. Het eindigde met een huwelijk, anders was je als meisje toch een beetje mislukt. De voorbereiding bestond uit de Huishoudschool of, als je vader doorgeleerd had, de MULO of de MMS. Een jaartje Schoevers en dan kon je op kantoor op zoek gaan naar de perfecte echtgenoot. De verpleging was handig voor de minder bedeelden (kost en huisvesting gratis) en de meisjes van gegoede huize werden onderwijzeres. Slechts een enkeling ging naar de HBS of het gym.
De HAVO leerling kwam midden jaren zestig enthousiast het onderwijsbestel binnenlopen. Geinig hoor, dacht de VWO-er, eindelijk verlost van de duffe lessen en toch toegang tot het Hoger Onderwijs. Yes, dacht de MAVO leerling, nu kan ik doorstromen naar een hoger niveau zonder al een richting of een toekomstig beroep te hoeven kiezen. In de bovenbouw van de HAVO kwamen ze elkaar tegen.
Nou ja, tegenkomen … Als ze in dezelfde klas zaten, hadden ze de algemeen verplichte vakken samen. Op grond van het keuzepakket werden de groepen voor de andere vakken samengesteld.
Lastig hoor, vooral voor de leraren. Groepen die vanaf de eerste tot en met de eindexamenklas bij elkaar zaten, bestonden niet meer. En dan raak je als lesgevende toch een beetje de controle kwijt. Alle leerlingen van de HAVO kenden elkaar beter dan ooit op het gym of de HBS het geval was geweest. De HAVO leerling was zeer oplettend, vooral als het ging om spannende gebeurtenissen tijdens een andere les. De HAVO leerling bleek slim genoeg om zich in een grotere groep te bewegen.
Tot groot ongenoegen van die leraren die vooral vanuit een machtspositie lesgaven.
Nog steeds is het gemopper op die ongrijpbare HAVO leerling te horen. Ze kennen geen gezag meer, ze zijn ongemotiveerd (= lui, maar dat mag je tegenwoordig niet meer zeggen), met de HAVO is de zesjescultuur ons onderwijs binnengeslopen. Het wordt niet hardop gezegd, maar eigenlijk was het wel duidelijk, volgens de criticasters, dat de Havist de mislukking van de Mammoetwet op een pijnlijke manier zichtbaar maakt.
Niet dat de HAVO leerling zich iets van die kritiek aantrekt.
Evelien Herfkens (gymnasium B, 6 jaar rechten in Leiden, dan weet je het wel) verklaarde ooit dat het pas echt leuk wordt na de middelbare school. De HAVO leerling dacht daar vanaf het begin al heel anders over. Niet het toekomstig paradijs was het doel, nu moest het leuk zijn. De voetsporen van de ouders ontbraken en daardoor kreeg de HAVO leerling de ruimte om zijn eigen weg te zoeken.
Het vervolg is bekend. Er kwamen steeds meer opleidingen die aansloten bij de HAVO en zo ontstond de HBO-isering van onze maatschappij. Hoge opleidingen waar jonge mensen werden opgeleid tot verpleegkundige, leraar, maatschappelijk werker, kunstenaar fysiotherapeut, of techneut. Ze spreken allemaal dezelfde wie-wat-waar-wanneer-hoe-en-waarom taal en ze zijn vooral heel praktisch ingesteld. In die zin is het onbegrijpelijk dat bijvoorbeeld de studie medicijnen nog steeds niet een HBO opleiding is.
De HAVO bestaat al bijna een halve eeuw en inmiddels is de opleiding niet meer weg te denken. Nog steeds een mix van afstromers uit het VWO en opstromers uit het VMBO, maar de grootste hap bestaat uit leerlingen die rechtstreeks vanuit de basisschool voor deze opleiding kiezen. Ze hebben ouders en leraren die ook HAVO hebben gedaan.
De leerling die in het begin van dit stuk zo geroemd werd door een vroegere onderwijzer was geen HAVO leerling. Veel te oplettend, veel te enthousiast, veel te slim en veel te beleefd. Als passagier ging hij aan boord van het vliegtuig dat van Amsterdam naar Detroit vloog. In zijn onderbroek een bom waarmee hij een aanslag wilde plegen.
De volgende keer ga ik in op de mopperende leraren.
Veranderingen in het onderwijs
studieduur, tentamen, leerstijl, assessment, pgo, student, onderwijs in nederland
Deel 1. De eeuwige student
In de tijd dat de universiteiten vooral werden bezocht door mannen, was er een type student dat inmiddels uitgestorven is. Meestal van goeden huize, vaak lid van het Corps en voorzien van een sjaal die zorgvuldig nonchalant omgeslagen was, bracht deze student zijn tijd voornamelijk door op feestjes en andere gelegenheden waar het old boys netwerk van de toekomst gebreid werd.
De expert in het ontlopen van nare verplichtingen als het lopen van colleges vertoonde twee keer per jaar zijn gezicht op de universiteit waar hij stond ingeschreven: er moest een tentamen gemaakt worden. Dat hij zou zakken was al van tevoren bekend, bij de student zelf en bij zijn professor. Mocht hij echter tegen de verwachting in toch een kleine voldoende halen, dan was dat voor de maker van het tentamen reden genoeg om nog eens kritisch naar de vragen te kijken.
Meedoen aan deze bij voorbaat kansloze missie had een heel ander doel. De student leerde door desondanks deel te nemen wat hij nou eigenlijk moest weten bij de herkansing die een maand later in de planning stond. Een paar weken gericht studeren op de te verwachten vragen en daarna weer de kroeg in om het heuglijk feit te vieren dat ook deze hobbel op intelligente wijze genomen was. Was hij ook voor herkansing gezakt, dan bestond er altijd nog de mogelijkheid om een half jaar later voor de derde keer op te gaan. Ook de teleurstelling moest in de soos weggedronken worden.
De tijden zijn veranderd. Er kwamen steeds meer beursstudenten die zich niet de luxe konden veroorloven van studeren by trial and error, zij moesten studiepunten verzamelen en rekening houden met de steeds hoger oplopende studieschuld. Later werd er, in navolging van de afspraken in het HBO, ook voor de universitaire opleidingen een maximale studietijd afgesproken. Een ander stelsel van studiefinanciering betekende het definitieve einde van de eeuwige student. Niet langer bepaalde de portemonnee van Papa de lengte van de studie, ook het rijkeluiszoontje moest voortaan verantwoorden waarom hij niet binnen de gestelde tijd zijn tentamens had gehaald.
Tegelijkertijd groeide het besef dat studeren niet alleen een leefwijze is, maar ook een manier van leren. Vanuit Canada kwam een alternatieve methodiek, die in Maastricht werd ingevoerd. Het Probleem Gestuurd Onderwijs (PGO) werkt met een stappenplan waarmee de student al doende kennis verzamelt over het probleem waarvoor hij zich gesteld ziet.
Aanvankelijk werd er lacherig gereageerd in wetenschappelijk Nederland. De afgestudeerden bleken echter uitstekende artsen en slimme businessboys te zijn, die (zo leerde onderzoek) de vergelijking met vakgenoten tien jaar na het behalen van de bul met glans konden doorstaan. Ze hadden meer onthouden van de tijdens de studie opgedane kennis.
Na onderzoeken over leren, over studiebegeleiding en over passende examenmethodieken zijn er op de universiteiten veel veranderingen doorgevoerd. Naast de beperking van de studieduur is er veel eerder dan vroeger een stage, er zijn assessments en andere alternatieve testen ontwikkeld en werken veel opleidingen met een portfolio. Ook de cyclus van elk halfjaar de gelegenheid om tentamen te doen is in vele gevallen gewijzigd in een meer individueel traject, waarbij het ook mogelijk is om de studie aan een andere universiteit te vervolgen.
De kennis over leren lijkt op de middelbare scholen slechts mondjesmaat aanwezig. In de bovenbouw van het VWO worden de leerlingen als studenten zoals we die uit het verleden kennen benaderd. Er wordt van hen verwacht dat ze het liefst zonder al te veel initiatief meehobbelen in een systeem van toetsing dat niet meer voldoet en ook steeds minder gepraktiseerd wordt in het Hoger Onderwijs.
Het volgende artikel heet De ideale leerling en zal ingaan op de situatie in het VWO.
Mogen allochtone meiden sporten?
sport, allochtone meiden, overgewicht, Rouvoet, congres
Minister Rouvoet is een beetje ongerust. Hij gaat wel eens naar voetballen kijken en dan ziet hij jongens uit alle lagen van de bevolking sporten. Prima, vindt de minister, sporten helpt bij het tegengaan van overgewicht. Meisjes ziet hij daar nauwelijks en dat vindt hij een zorgpuntje.
Uit onderzoek blijkt dat 14% van de jongens en 17% van de meiden te zwaar is. Rouvoet heeft een donkerbruin vermoeden hoe dit verschil tot stand is gekomen. Op een congres over overgewicht sprak hij zich uit: "Ik zie veel allochtone jongens sporten. Je ziet ook bij de grote voetbalclubs dat zij goed vertegenwoordigd zijn. Maar hoe zit het met de allochtone meiden? Waar sporten zij? Mogen zij wel sporten?"
Rouvoet zal wel eens langs geweest zijn bij de ponyclub, op zaterdag. De week daarna is hij wellicht gesignaleerd bij de balletles of bij het hek van de tennisvereniging. In zijn hand een bloknootje waarop hij met Christelijke precisie noteerde wie er in en uit gingen. Nog een geluk dat één van de meiden (die met die leuke blonde paardenstaart) wist dat hij “iets” met tv te maken had, anders was hij vast met harde hand verwijderd door de terreinknecht.
Het zal wel een vooroordeel van mij zijn, maar ik zie niet voor me dat Rouvoet naar een sportclub gaat. Ook een fitnesscenter zal hij niet zo vaak met een werkbezoek verrassen, neem ik aan. Laat staan dat hij die donkergroene deur openmaakt die toegang geeft tot een geluiddichte zaal waar de dansgroep drie keer in de week repeteert. Op de andere dagen is het trouwens een provisorische studio waar de muzikale talenten uit de wijk hun eigen opnames kunnen maken.
Wat er bij mij echt niet ingaat is dat de minister die zo over ons gezinsleven waakt, nooit een sporthal is ingedoken, zomaar, doordeweeks na afloop van een routine-debatje in de Tweede Kamer bijvoorbeeld. Dan had hij kunnen zien hoe de meiden aan het basketballen waren, of een potje badminton speelden na afloop van de conditietraining. In de zijhal had hij nog net het einde van de selectietraining judo mee kunnen maken.
Het zou kunnen, nu ik erover nadenk, dat de bewindsman de plaatselijke korfbalvereniging een warm hart toedraagt. Dat weet ik niet, want dat is nou net de club waar je mij nooit zult aantreffen.
De emotie van het moment
onderwijsagenda, leren loopbaan en burgerschap, knelpunten, onderwijs in nederland, thomas von der dunk, de distantie
Balkenende opereerde onhandig in een debat en zei later ter verontschuldiging dat hij niet helemaal in vorm was. Heerlijk lijkt me dat – een beetje in het rond blunderen om later te zeggen dat het een typische maandaguitspraak was. Kan gebeuren, nog niet goed bij de les, sorry hoor, gevangen in de emotie van het moment. Ach ja, premier van Nederland, niet gevraagde kandidaat voor Europa, en toch zo gewoon gebleven. Zou dat nou een kenmerk zijn van de inmiddels versluierde Nederlandse identiteit?
Wie vandaag, maandag dus, wel goed bij de les was, is Thomas von der Dunk. Een column om in te lijsten. De distantie van de historicus. Von der Dunk toont het belang aan van een afstand nemen, van de emotie van het moment los te laten, als je gebeurtenissen wilt duiden. Ik citeer de mooiste alinea:
En in die positie bevinden zich nu vooral de niet-westerlingen, of menen zij zich althans te bevinden, en daar hebben ze best wat argumenten voor. Staatsmanschap vergt vervolgens dat je niet - waar ieder mens van nature erg goed in is - van de ander vergt dat hij jouw zienswijze overneemt, maar dat je bereid bent de wereld door andermans ogen te beschouwen. Dat is alleen al een kwestie van effectiviteit, dus vanuit westers perspectief ook een kwestie van westers eigenbelang. Zodat je snapt dat, gezien die andere ogen, de reactie op jouw optreden niet zo onlogisch is als je in eerste instantie geneigd bent te denken en snapt dat je, in zijn plaats, met zijn ogen, zijn trauma's en zijn achtergrond, wel eens heel goed op dezelfde wijze zou kunnen hebben gereageerd. Daarom is staatsmanschap ook zo schaars.
De krant gaat meestal op zoek naar de verborgen agenda van de leiders. Welke ruimte ziet de journalist tussen de mooie woorden (we gaan de wereld veranderen) en de werkelijkheid (we zijn gekomen om jullie onze wil op te leggen)? Onderzoeksjournalistiek, columns vanuit onverwacht perspectief, ik ben blij dat de Volkskrant het pad terug gevonden heeft. Behalve bij het onderwerp onderwijs. Daar mis ik nog de essentiële vraag: Is dat wel zo?
Bij de Onderwijsagenda heeft de krant eerst een inventarisatie gemaakt van de grootste knelpunten. Bureaucratie bleek een tobbertje eerste klas en de Commissie van Wijzen heeft met enige voortvarendheid deze prangende kwestie aangepakt. Minder vergaderen en in kleinere groepen, luidde het advies. Ter illustratie werd er een verhaal van een directeur van een basisschool bij gezet.
Al bij de opzet van de Onderwijsagenda kromden mijn tenen. Het onderwijs – ik heb geen heldere definitie aangetroffen. Hebben we het over het basisonderwijs of over het middelbaar onderwijs? Zijn de genoemde problemen overal aanwezig en in dezelfde mate? Er werd luchtig aan voorbij gegaan, maar uit de reacties op de stukken bleek dat er voornamelijk werd gedacht aan het Voortgezet Onderwijs. En Beter Onderwijs Nederland (BON) wilde uiteraard weer benadrukken dat het nieuwe onderwijs de boosdoener is. Kortom, iedereen keek met eigen ogen en er werd door de Volkskrant aangenomen dat daarmee de volledige waarheid in beeld was.
Natuurlijk wordt er gemopperd op al die formulieren, op de managers, op het afschuifsysteem waardoor uiteindelijk de docent alles voor de kiezen krijgt. Maar wie denkt dat daarmee het belangrijkste gespreksonderwerp binnen de scholen in kaart is gebracht, heeft er niets van begrepen. Dwars door alle vormen van onderwijs zijn er dit schooljaar verschillende thema’s aan de orde geweest, onderwerpen die alle te maken hadden met Leren, Loopbaan en Burgerschap.
Een voorbeeld dat er het meeste uitspringt is voeding. Van basisschool tot universiteit is er, op niveau, aandacht geweest voor allerlei aspecten van de voeding. Ook de media deden mee met programma’s over bewegen en voeding, er werden congressen georganiseerd, er zijn talloze werkstukken gemaakt en presentaties gegeven. In het kader van Leren, Loopbaan en Burgerschap, ik noemde het al eerder. Deze aanpak luidt een nieuw tijdperk in binnen het onderwijs in Nederland.
De afgelopen maanden zijn in het onderwijs overal vragen gesteld over voeding. Gezonde voeding, milieuvriendelijk produceren, van de schijf van vijf tot gespecialiseerde dieetkennis, alles kwam aan bod. Kennisoverdracht is definitief een middel geworden en niet langer een doel op zich. Onderwijs staat niet langer in dienst van de kenniseconomie, maar zorgt ervoor dat de gehele bevolking de kans krijgt om deel te nemen, om mee te doen aan het maatschappelijk verkeer.
Ik ben bang dat de Volkskrant zich heeft verslikt in de Onderwijsagenda. De onderwerpen die genoemd worden zijn niet meer dan het gemopper in de marge. Naar voren gebracht met een venijnigheid die persoonlijke frustratie doet vermoeden. Het wordt tijd dat de Volkskrant, als de krant werkelijk de ontwikkelingen in het onderwijs wil duiden, de emotie van het moment, ook in het onderwijs, loslaat.
Een wokpan verstop je niet zomaar. Ik staar in het keukenkastje en probeer te bedenken waar hij hem neergezet kan hebben. In de bovenkastjes? Achter de glazen deurtjes zie ik alleen de vertrouwde borden, kommen en glazen. Dat doet me eraan denken dat ik mijn medicijnen nog moet nemen. Voorzichtig ga ik van licht voorovergebogen naar rechtop. Ik reik naar het glas en merk dat de jongste weer gegroeid moet zijn. Te ver naar achteren gezet. Het geeft niet, ik kan ook een theekop nemen. Waar is het doosje met de Tramadol? Of waren het losse strips? Ik weet het niet meer, zoekend kijk ik rond naar een envelop met de instructies.
Op de salontafel ligt de paracetamol, zie ik, dan zullen de andere medicijnen daar wel dichtbij liggen. Onder de krant die ik nog niet gelezen heb misschien? Van rechtop naar voren buigen blijkt net zo lastig als andersom bewegen, ik kan beter even gaan zitten. Even goed concentreren, door de benen zakken en mijn rug recht houden. Het lukt wonderwel. Ik schuif de krant opzij en daar ligt alles wat ik nodig heb klaar. Met een briefje erbij:
Ik heb je maar laten slapen.
Het eten staat in de koelkast klaar.
Je hoeft het alleen maar op te warmen.
Vanavond als ik thuis ben, bel ik nog even.
Het is niet ondertekend.
Goed. De herinnering komt terug. Hij heeft boodschappen gedaan en de katten verzorgd. Ik hoefde niets te doen, hij smeerde mijn boterham en zette een kopje thee. Er was schaatsen op tv, hij maakte me steeds wakker als de Nederlanders aan de beurt waren. Halverwege de middag moest hij echt weg, met de trein naar huis en ik wilde niet dat hij in het donker halverwege zou stranden.
Ik ben blij dat ik zit. Langzaam laat ik me opzij zakken tot ik op de bank lig. Ik trek het dekbed over me heen en ik doe mijn ogen dicht. Het is goed zo, eten doe ik straks wel.
Een plaatje
Rotterdams Onderwijs Magazine,rubriek veldwerk,interview,werkvloer,docenten,onderwijs,mening,
Het is een kwestie van vertrouwen, zei hij door de telefoon. Ongetwijfeld, lachte ik mijn bedenkingen weg, maar ik ga toch eerst bij de kapper langs. En dat betekent dat je pas morgen, na vier uur ’s middags kunt komen. We spraken af en ik ging meteen mijn eigen kapper bellen. Zou het vandaag, laat op de middag nog lukken? Ik hoorde de kapster nadenken, vooruit dan maar zeggen en me noteren voor half vier. Yes! Vervolgens regelen dat ik eerder van mijn werk weg mocht.
Als ik het komend halfjaar rondslinger op de docentenkamers van de scholen in Rotterdam, verveeld bekeken word door mopperende collega’s die de pauze gebruiken om hun gal over het management te spuwen, dan wil ik er wel een beetje knap opstaan. Na de pauze zal het ondersteunend personeel de rommel opruimen en word ik tussen het maandblad voor didactiek en een folder voor verzekeringen voor onderwijspersoneel achter het elastiek van de tijdschriftenschappen geklemd.
In de tussenuren, wanneer het rustig is, zal er misschien een docent zijn die bij een kop koffie het blad pakt. Beetje bladeren, niet echt lezen en dan naar de vaste rubriek waarin de mensen van de werkvloer aan het woord komen. Tien vragen, tien antwoorden die gedestilleerd zijn uit een interview van anderhalf uur, geven een indruk van wat ik allemaal heb gezegd tegen de journalist.
Hij stuurde me een mailtje, alweer een maand of twee geleden. Een ander geluid, een eigen mening over het onderwijs – daar houden we wel van in Rotterdam, schreef hij. En zo zaten we een paar weken later in het restaurant van de school. Geen bandrecorder, geen iPhone waarmee het gesprek werd opgenomen, maar gewoon pen en papier had hij meegenomen. Degelijk vakwerk. En de foto?
Daarvoor zou een aparte afspraak gemaakt worden – begin januari waarschijnlijk.
De tekst is geschreven, de foto geschoten – het plaatje is compleet.
Ander nieuws (VKblogdag pluriformiteit)
2055,The Age Of Stupid,The Age Of Clever,pluriform veelvormig,15 januari 2010, VKblogdag
Op nieuwjaarsdag moest ik op het Centraal Station zijn. Terwijl ik stond te wachten, zag ik een poster hangen. Onthouden, dacht ik nog, maar weer thuis was ik vergeten op welke website meer informatie stond. Het jaartal 2055, aids-2, de nieuwe secretaris-generaal van de Verenigde Naties en iets over het klimaat – dat waren de steekwoorden. Oh ja, ook iets over onderwijs en een tentoonstelling.
Google gaf geen bruikbare hit. Wel verwijzingen naar The Age Of Stupid, de film die een somber beeld schetst over onze toekomst. In 2055 is duidelijk dat we het goed verknald hebben. De aarde is een bijna dode planeet geworden. Op de poster had ik andere dingen gelezen.
Geen probleem toch, het Vkblog is zo pluriform dat er vast wel een blogje te vinden moest zijn. Zo kwam ik terecht bij de bijdrage van Hans Erren. Eerlijk gezegd heb ik te weinig kennis in huis om me in de discussie te mengen over de gevolgen van de opwarming van de aarde. Maar misschien zou Hans meer weten over de poster.
Op het Centraal Station van Rotterdam zag ik een poster over
het jaar 2055.
Nu heb ik wel gehoord van de film: The Age of Stupid, maar deze
poster leek een tegengeluid. Er stonden niet de sombere
voorspellingen op, er werden juiste positieve nieuwsberichten uit
dat jaar gemeld.
Weet jij hier meer van? Ik kan op het internet niets vinden.
De volgende dag ben ik teruggegaan en heb ik een foto gemaakt.
Even nog twijfelde ik of ik de foto zou plaatsen. Een storend flitslicht en ook de compositie is niet helemaal toppie. Zie de afbeelding maar als een uitnodiging om op zoek te gaan naar ander nieuws.


