Krant creëert halalcommotie
halal, varkens, media, slacht, krant, vlees
Uit praktische overwegingen besloot een school in Weert halal in te kopen. Zo konden ze eenvoudig een kerstmaal voor alle leerlingen serveren. Een eenvoudige oplossing voor een praktisch probleem, zonder enige nieuwswaarde.
Niettemin meent De Limburger het breed onder de aandacht te moeten brengen bij zijn Zwaar Christelijke Lezers. En wanneer zo’n praktische oplossing plots in de krant staat, klinkt het voor de xenofobe burgers als een aanranding. Maken we een knieval voor de islam? En dat nog wel tijdens de kerst? Krijgt onze Blonde God uit Venlo dan toch gelijk?
Is er iets aan de hand dan? Zeker. Het
staat immers in de krant. En de krant zal toch niet voor niks
zo’n waarschuwing plaatsen?
Redacteur Bram van der Heijden mag tevreden zijn. Zijn artikel heeft commotie opgeleverd. Hij heeft voor De Limburger een hype gecreëerd waarmee de pagina’s als vanzelf vollopen. En het hoofdredactioneel commentaar kan weer eens flink uithalen over de teloorgang van onze tolerantie en verdraagzaamheid.
Terecht. Maar de krant moet zich wel goed beseffen dat ze dit vuurtje zelf heeft opgestookt.
Want wat is er mis met halal vlees? Het komt niet van het varken en het is met respect voor het dier geslacht. Dat is alles. Als De Limburger meent de lezer hiervoor te moeten waarschuwen, meldt dan vooral ook dat lezers het best uitsluitend varkensvlees kunnen eten met kerst om ervan verzekerd te zijn niet per ongeluk toch een hapje halal vlees in ons tere Christelijke spijsverteringskanaal te krijgen.
Veel vlees in Nederland is immers standaard halal geslacht. Kalfsvlees bijvoorbeeld. In Nederland is al geen kalfsvlees meer te verkrijgen zonder dat het kalf op een waardige wijze door een moslim is geslacht.
Al ons kalfsvlees is halal. Uit praktische overwegingen. Maar dat is geen nieuws.
LTO buit boeren uit
koffie, douwe egberts, lto, boeren, eerlijke handel, fair trade, belangenbehartiging, landbouw, consument, max havelaar
LTO, de grote
boerenbelangenbehartiger van ons land, vindt het blijkbaar best
wanneer boeren worden uitgebuit ten gunste van de consument.
Sterker nog: LTO werkt er zelf aan mee. Want gaat het om koffie,
dan zijn Nederlandse boeren slechts consument. Dan telt
uitsluitend de consumentenprijs en krijgen LTO-leden een
collectief voordeel. De koffieboer moet maar zien hoe hij
rondkomt van een schijntje.
Voorzitter Albert Jan Maat van LTO beklaagt zich erover dat de consument meer beschermd wordt dan de boer. De mededingingswetgeving is eenzijdig gericht op de consument en de supermarkten en niet op de agrarische producenten. “Wij willen een gelijke behandeling en gelijke rechten van consument en producent”, sprak Maat in de laatste Nieuwe Oogst.
En terecht.
Op de vrije wereldmarkt moet een boer concurreren met collega’s waar ook ter wereld. Die wereldmarkt is echter allerminst vrij, gezien de maatschappelijke verplichtingen van de Nederlandse boer vergeleken met die van hun collega’s elders in de wereld. Milieu, dierenwelzijn en ook arbeidsomstandigheden drijven de kostprijs voor Nederlandse boeren op.
En zo komt het dat supermarkten over de rug van de Nederlandse boer goedkope producten in het schap leggen uit overzeese gebieden. Producten die niet zelden ten koste gaan van milieu, dierenwelzijn en arbeidsomstandigheden.
Maar LTO is op z’n minst
een klein beetje huichelachtig. Terecht doet hij zijn beklag in
het LTO-lijfblad Nieuwe Oogst. Maar juist dit exemplaar werd
verzonden samen met een collectief voordeel voor alle LTO-leden.
Het ging over koffie. En als het om koffie gaat, dan zijn de Nederlandse boeren enkel consument. Dan gelden er plots heel andere normen. Met het collecte ledenvoordeel voor Douwe Egberts stelt LTO de belangen van de consument ver boven die van de producent.
Een collectief ledenvoordeel op koffie zou uitermate te prijzen zijn wanneer het zou gaan om eerlijke koffie. Om koffie waarvoor de boer gegarandeerd een eerlijke prijs krijgt. Dan gaat het om koffie met een Fair-Trade-keurmerk, of, nog beter, om koffie met een keurmerk van Max Havelaar.
Maar niets van dit al. LTO-leden krijgen collectief korting op koffie van Douwe Egberts. Een marktpartij die zich altijd hevig heeft verzet tegen een eerlijke prijs voor de boer.
Onder maatschappelijke druk heeft DE inmiddels een deel van de producten Utz-gecertificeerd. Onder deze gedragscode valt bescherming van het arbeidsrecht, verantwoord gebruik van pesticiden en toegang tot onderwijs en gezondheidszorg. Dat is allemaal mooi, vooral voor het imago van Douwe Egberts; de boer krijgt echter nog steeds geen eerlijke prijs.
LTO boeit dat blijkbaar weinig. Boeren mogen best worden uitgebuit, zo lang dat maar buiten het gezichtsveld en het ledenbestand van het kantoor in Den Haag gebeurt.
Literair benefiet
literatuur,cultuur,limburg,cultureel,boeken,schrijvers,rawie,van reen,muziek
Even wat
propaganda. Maar het is voor het goede doel. Nu niet meteen dit
bericht wegklikken, want je hebt er zelf ook wat aan. Wij bieden
je een uniek literair evenement met schrijvers van formaat die
zich belangeloos voor onze stichting inzetten. En een paar
geweldige muzikanten die een grandioos boekenbal organiseren.
Kortom: Niet te missen!
Het zijn niet de minste schrijvers die komen opdraven: Rashid Novaire, Driek van Wissen, Jean Pierre Rawie en Ton van Reen. Het boekenfestijn sluit af met een boekenfeest met maar liefst drie optredens: Gino en Jiri Taihuttu, de folkgroep Parelmoer en Bert van den Bergh.
Zorg dus dat u op 6 november om 20.00 uur in’t Raodhoes in Blerick bent.
De Stichting Lalibela, BlariaCultura en Cultureel Centrum ’t Raodhoes in Blerick hebben de handen ineengeslagen om het literatuur- en cultuurminnende publiek een onvergetelijke avond te bezorgen.

De vier topauteurs vertellen
over hun eigen werk en gaan met elkaar in gesprek over hun visie
op literatuur. In de eerste sessie kruisen Ton van Reen en Rashid
Novaire de degens. Van Reen werd in 2007 door het Dagblad de
Limburger en L1 uitverkozen tot de grootste Limburgse schrijver
aller tijden. Hij is dé chroniqueur van het rijke Roomse leven,
maar zijn maatschappelijke betrokkenheid reikt veel verder dan de
grenzen van zijn eigen streek.
De jonge Rashid Novaire timmert al tien jaar aan de weg met grenzeloze verhalen en een tomeloze verbeeldingskracht. Afgelopen zomer werd hij gekozen tot president van de Zomerparkfeesten in Venlo.

Na de pauze zorgen de twee
markantste dichters van Nederland voor verbaal vuurwerk.
Voormalig Dichter des Vaderlands Driek van Wissen vertelt over
zijn werk met de ernst van een vakman en tegelijkertijd de
innemende humor en relativeringszin van een artiest.
Jean Pierre Rawie is niet alleen vanwege zijn flamboyante uitstraling een icoon, ook zijn werk spreekt bij een breed publiek tot de verbeelding. Op milde, ironische toon bezingt hij op geheel eigen wijze de klassieke thema’s. Rawie en Van Wissen debuteerden in 1976 samen en raakten sindsdien steeds beter op elkaar ingespeeld. Zij maken er op 6 november zonder twijfel een boeiend spektakel van.
Na de voordrachten en discussies van de auteurs kunt u nader kennismaken met de auteurs en hun werk op de boekenmarkt. Daar staat ook een boekenkraam van Boeken Steunen Mensen en een informatiestand van Stichting Lalibela.

Om 22.30 uur nemen diverse
topartiesten het roer over om er een spetterend muzikaal feest
van te maken. Gino en Jiri Taihuttu, de folkgroep Parelmoer en
Bert van den Bergh zorgen voor een mooie ambiance.
Voor € 12,50 bent u getuige van een uniek spektakel in Limburg én levert u een bijdrage aan de projecten van de door Ton van Reen opgerichte Stichting Lalibela. De stichting zet zich in voor de armsten van de armsten in het Ethiopische stadje Lalibela en probeert hen op weg te helpen naar een zelfstandige toekomst. Zie voor meer informatie www.stichtinglalibela.nl.
Alle auteurs en artiesten treden belangeloos op, zodat de opbrengst van de kaartverkoop ten goede komt aan het goede doel.
Kaarten zijn te verkrijgen bij ´t Raodhoes in Blerick, Boekhandel Koops in Venlo en via lilaliterair.stichtinglalibela.nl.
De Nederlandse Volksunie bedankt de Anti
Fascistische Actie voor de prettige samenwerking.
Dit blijkt uit onbevestigde geruchten. Het
schijnt dat neonazi Constant Kusters persoonlijk een grote bos
witte anjers heeft afgeleverd ten burelen van de Anti
Fascistische Actie.
“Zonder jullie inspanningen was onze demonstratie niet meer geweest dan een saaie wandeling door een oninteressante buurt”, zo zou Kusters gezegd hebben.
De koekjesfabriek
consument, ah, albert heijn, voedsel, koek, industrie, voedselindustrie, houdbaarheidsdatum
Ons moeder ging met de vrouwenbond naar de koekjesfabriek.
Het lijkt een denigrerend stukje te worden, nu ik de zin zie staan. Ik schrijf graag denigrerende stukjes, maar ik wil zeker niet kleinerend doen over ons moeder of over een nuttige vereniging.
En kleinerend scriberen over een koekjesfabriek ligt niet mijn
aard, daar ik gaarne kaakjes versnaper.
Als ik bedoel wat u begrijpt.
Maar dat terzijde.
De dames van de vrouwenbond hadden vroeger zelf op school geleerd koekjes te bakken door boter, bloem, eieren en suiker tot deeg te kneden. Even de oven in en smullen maar. Maar dat was nog in de tijd dat voedsel belangrijk was.
Tegenwoordig wordt koekjes bakken ervaren als een onzinnige aangelegenheid. Koekjes komen uit de fabriek. Daar moet de voedselveiligheid worden gegarandeerd en de concurrentiestrijd van de supermarkt worden uitgevochten.
Dus slaan de koekenbakkers van vandaag aan het pasteuriseren, kristalliseren, granuleren, agglomereren, dispergeren, sedimenteren, fractioneren, centrifugeren, steriliseren, filtreren, fermenteren, extraheren, extruderen, modificeren, homogeniseren en blancheren. Vruchtenkoekjes moet men zelfs geleren, kano’s emulgeren en roze koeken glaceren.
Interessant.
Dat zeker.
Echt boeiend werd het bij het etiketteren. Een inktpatroon spuugde bescheiden en secuur een cijfercombinatie op de verpakking: de houdbaarheidsdatum.
“Deze koekjes zijn een jaar houdbaar, die koekjes maar een halfjaar”, merkte een oplettende dame op. “Zijn het niet dezelfde koekjes?”
“Jawel”, beaamde de gids. “Maar die datum heeft weinig te maken met de houdbaarheid. Onze koekjes zijn allemaal meer dan vijf jaar houdbaar.”
Dit vroeg om een verklaring.
“Het zijn marketinginstrumenten”, legde de eerlijke gids uit. “Supermarkten willen een hoge omloopsnelheid.”
De dames voelden zich bedrogen.
“Voor wie zijn die koekjes?” vroeg een dame verbitterd. Beschuldigend wijzend op de koekjes die volgens de verpakking binnen een half jaar geconsumeerd moeten zijn. “Die zijn voor Albert Heijn.”
De dames kregen allemaal een pak koekjes mee naar huis. Tegen de vieze smaak in hun mond.
Boekrecensie van een wraakengel
david van reen, koen eykhout, recensie, boekrecensies, afrika, kenia, wraak, literatuur

Hier een recensie van de recensie van een Engel der Wraak over het boek Engelen der Wrake in De Limburger. Niet geplaatst in De Limburger. Want onterechte wraak op een debutant is toegestaan, terechte wraak op een recensent niet.
Het uitgangspunt van een romancier is essentieel. Op dat punt ging het fout bij David van Reen. Zegt Koen Eykhout. Maar is het uitgangspunt van deze recensent wel zo zuiver?
Zelden las ik een schokkender boek dan Engelen der Wrake van David van Reen. Het staat rechtop van de ellende. De schrijver trekt armoede, misdaad, moord, gedwongen prostitutie en corruptie in de sloppenwijken van Nairobi uit de krantenberichten.
De nieuwsfeiten gaan leven. Gewoon, bij de mensen thuis. Bij het alledaagse verlangen naar een beter bestaan. De ellende wordt zo bijna onhoudbaar. Het is de plot die je meesleurt naar het eind van het boek. Een regelrechte literaire thriller.
Maar dan lees ik De Limburger. De ellende uit het boekt krijgt opnieuw vorm in de recensie van Koen Eykhout. Hij noemt de roman een mislukking, een boek ‘dat blijft steken in de clichébak van wat we elke dag al lezen en zien over het donkere werelddeel.’
Waar is het misgegaan met Eykhout? Waar het bij Van Reen misging weet Eykhout haarfijn uit te leggen: het uitgangspunt. Van Reen woonde en werkte in Afrika. Zoveel kennis en betrokkenheid in een roman willen onderbrengen, is volgens de recensent een brug te ver.
Het is inderdaad een punt waar het gemakkelijk fout gaat. Zeker voor een debutant. Juist daarom is het zo knap dat Van Reen de lezer op boeiende wijze kan confronteren met de harde werkelijkheid van het dagelijks bestaan.
Eykhout kan het niet
boeien. Hij laat zich niet grijpen door de platte, ruwe stijl die
de ellende ongenadig bij de lezer voor de voeten gooit. Eykhout
hanteert zijn eigen uitgangspunten. En dat zijn de literaire
maatstaven uit grootvaders tijd. Dat hij de
rechttoe-rechtaanstijl van Van Reen omschrijft als
houtje-touwtjestijl is vanuit die optiek te verklaren.
Het is Van Reen gelukt zijn lezers naar de strot te grijpen. Dat doe je niet met mooischrijverij. Iets wat de meeste andere recensenten die het boek van Van Reen bespraken wel begrepen. Gelukkig zijn er nog recensenten die wel bij de tijd zijn.
Het enige dat Eykhout heel laat van het boek is het engelenmotief uit de titel. Misschien voelde hij zich wel aangesproken toen hij de kop las. ‘Engelen der Wraak’.
Nertsenfokkers en mensenrechten
mensenrechten, amnesty, boer, nerts, nertsen, bont, agrarisch, pvv, politiek, landbouw
De grootste gruwelijkheden die
bestaan noemen we Mensenrechtenschendingen. Het is niet zomaar
onheil, maar onheil als gevolg van onrecht. Rampspoed op
rampspoed. Verdachten die zonder aanklacht of proces worden
gemarteld. Dorpen die worden platgebrand door overheidsmilities.
Levens die gevaar lopen vanwege een mening. Vrouwen die gestenigd
worden omdat ze verkracht zijn. En nertsenhouders die verplicht
hun onderneming moeten afbouwen.
Amnesty toonde het vorige week aan: De financiële crisis levert meer mensenrechtenschendingen op. Repressieve overheden onderdrukken miljoenen Chinezen, indianen in Latijns-Amerika en Afrikanen. Nederlandse nertsenhouders zijn daar nog niet bijgeteld.
De bontfokkers, verenigd in de Nederlandse Federatie van Edelpelsdierenhouders, kreunden in dezelfde week dat hun rechten werden geschonden. Want dankzij de populistische wispelturigheid van de PVV kreeg de initiatiefwet om de bontfokkerij af te schaffen een meerderheid in de Tweede Kamer.
Met dieren zijn meer stemmen te
behalen dan met het kleine clubje bontfokkers dat Nederland nog
telt, moet de calculerende PVV gedacht hebben. Dus stemde Dion
Graus in met het wetsvoorstel. Een schadevergoeding voor de
bontfokkers is niet nodig, een overgangstermijn van tien jaar is
voldoende compensatie.
De verontwaardiging van de pelsdierhouders is terecht. Nergens ter wereld hebben nertsen in gevangenschap het beter dan in Nederland en juist hier moet die sector verdwijnen. De vraag naar bont blijft, dus worden pelsdieren voortaan gehouden in minder diervriendelijke landen.
En zo kan het bestaan dat juist de dierenrechtenactivisten in onze politiek de dierenrechten inperken.
Een grof schandaal. Inderdaad. Hier is alleen een nog groter schandaal gepast, menen de pelsdierhouders. Zij beroepen zich op de Universele Verklaring van de Rechten van de mens, artikel 17, lid 2: ‘Niemand mag willekeurig van zijn eigendom worden beroofd’.
Als ook de eerste kamer instemt met het verbod, moet het Europese Hof bepalen of er sprake is van willekeur. In een democratie wordt immers niets aan willekeur overgelaten. Waarmee de zaak al op voorhand is verloren.
Voor pelsdierhouders is er slechts één uitweg: vluchten en asiel aanvragen in Zimbabwe, Noord-Korea of een land met een naam eindigend op –stan.
Maar dit kan echt niet langer. Voortaan dring ik me ook op bij het ritsen. Als vrachtwagenchauffeurs menen een strijd der giganten te moeten voeren, neem ik de vluchtstrook. Fietsers kunnen het best op de vlucht slaan en voetgangers beschouw ik als extra punten.
Want nooit zal ik het toestaan dat ook maar iemand vermoed dat ik me laat leiden door een belachelijk reclamespotje. Dat kan ik niet over mijn hart krijgen.
Reclamebranche heeft de moraal gekaapt
De ruzie blijft oplaaien in dit Darwinjaar. Frappant is dat ze beiden in grote lijnen hetzelfde verhaal vertellen.
Een experiment: Knip het bijbelverhaal uit Genesis en plak het in Word. Wikipedia heeft een leuke korte versie.
Schrap elke verwijzing naar God en vervang ‘God Schiep’ door ‘Er ontstond’. Laat de dagaanduiding weg. Ziehier het resultaat:
Er ontstond licht en duisternis. Het licht werd dag, de duisternis werd nacht.
Het hemelgewelf ontstond, het uitspansel, dat de watermassa onder het gewelf scheidde van het water erboven.
Het water vloeide samen. Het droge was aarde, het samengestroomde water zee. Voorts ontkiemden zaadvormende planten en bomen.
De lichten aan het hemelgewelf, zon, maan en sterren ontstonden, als markering voor seizoenen, dagen en jaren. Het grote licht (de zon) om over de dag te heersen, het kleine (de maan) om over de nacht te heersen.
Het water ging wemelen van levende wezens, en boven de aarde gingen vogels vliegen. Vogels en vissen werden talrijk.
De landdieren ontstonden: het vee, kruipende dieren en wilde dieren. Vervolgens ontstonden er mensen om heerschappij te voeren over alle andere schepselen.
Het leest niet echt lekker weg. Daar moeten wetenschappers toch van gecharmeerd zijn. Waar het om gaat is de volgorde. Eerst ontstonden de hemellichamen, toen de vissen, daarna de zoogdieren en toen pas de mens.
Ik kan maar één conclusie trekken: bijbel en wetenschap vertellen ongeveer hetzelfde verhaal. Toch maken bijbelfanaten en wetenschapsaddicten elkaar het leven zuur. Prangende vraag: Waarom?
Varken
Ik ben
niet zo'n Koninginnedagvierder. Ik was niet van plan te gaan
feesten vandaag. Maar nu moet ik wel.Ik trek nu m'n oranje T-shirt aan en ga zuipen. Een stuk in m'n kraag. En met bier smijten. Want de omzetcijfers van de horeca moeten omhoog.
We moeten de war on terror serieus nemen. Terroristen mogen niet denken dat ze een feestje kunnen verstoren.
Ik ga nu naar het front. Leve de Koningin!
Varken
Ik ben
een varken, ik lig in de stal en daar wil ik het graag bij laten.
Het is niet aan mij om de mens toe te spreken. Wees blij. U blijft
gespeend van de kritiek die u redelijkerwijs verwacht had. Voel u
schuldig, vind me zielig of heb meelij met me; mij deert het niet.
Sinds mensenheugenis word ik benut, bejaagd, bemind, gefokt, gedood
en gegeten. Een mens kan daar veel van vinden. Ik vind er niks van.
Ik ben niet haatdragend. Ik maak niemand verwijten. Ik ben een
varken.Ik lig in de stal omdat ik hier door een mens ben neergelegd. Ik lig hier slechts te groeien om straks te worden genuttigd. En toch lig ik op mijn dooie gemak. Dankzij mijn gebrek aan besef. Over morgen denk ik net zo min als over gisteren. Het heeft ook geen enkele zin. Want morgen en gisteren bestaan niet. Morgen moet nog komen en gisteren is al geweest. Herkomst is onbelangrijk en ambitie is zinloos. Er bestaat niets, behalve ikzelf, de varkens om me heen, het voer dat ik eet en de stal waarin ik lig.
Ik klaag niet over de ruimte om me heen, of aan het gebrek daaraan. Al knor ik nog zo graag, klagen ligt niet in mijn aard. Nee. Ik acht de ruimte om me heen niet voldoende. Ik vind het net zo min te krap. Waarden en normen zijn niet aan mij besteed. Al dicht een mens me allerlei eigenschappen toe, een mening vormen doe ik niet.
U mag mij met iedereen vergelijken. Zelfs met een mens, hoe ongepast dat ook is. Beeld me af met jas en hoedje. Laat me fietsen, lopen of praten. Het raakt mij niet. Geef mij een naam: Porky, miss Piggy, Knorretje of Babe. Roep me en ik kom. De naam die u aanroept is mij om het even.
Jawel. Ik communiceer met de mens. U roept, ik reageer. Ik heb een geheel eigen karakter. Ik ben misschien iets slimmer dan mijn soortgenoten en wat minder opvliegend. Ik ben een individu. Het menselijke gevoel neigt hierdoor me menselijke eigenschappen toe te dichten. Misschien is het voor u een deceptie, maar ik beschik geenszins over een menselijk bewustzijn. Bovenal blijf ik een dier.

Verwacht van mij geen medelijden. Zelfs niet als ik uw teleurstelling versterk met de mededeling: Alle menselijke gevoelens zijn mij vreemd. Voor een menselijk brein is het wellicht moeilijk te bevatten, maar ik ben vrij. Ik ben niet belast met een zelfbewustzijn of behept met een notie over oorsprong of bestemming. Ik ben niet gebonden aan enig moreel besef.
Als ik sta, dan sta ik. Als ik loop, dan loop ik. Als ik lig, dan lig ik. Als ik eet, dan eet ik. Een mens denkt, dus hij bestaat. Ik denk niet. Ik besta. Ik ben een varken, ik lig in de stal en daar wil ik het graag bij laten.
Reclamebranche heeft de moraal gekaapt
Al
honderd campagnes lang brengt SIRE ons de moraal. De Stichting
Ideële Reclame benadrukt dat ze een onafhankelijke club weldoeners
is. Ze zijn zelfs zo edelmoedig, dat ze de dure campagnes allemaal
zelf betalen. Ze, dat zijn de reclamemakers zelf.SIRE spaart niemand. Iedereen wordt aangesproken op zijn gedrag. Terecht wijzen ze ons erop voorzichtig te zijn met vuurwerk, gezond te leven met oog voor de medemens. Want de maatschappij, dat ben jij. Elke maatschappelijke kwestie lijkt de revue te passeren, zodat niemand nog lijkt te twijfelen over de oprechtheid van SIRE.
Knap werk van de reclamemakers. Tegenover zo'n eerbiedwaardig en volmaakt integer instituut past slechts nederigheid. Zeker voor een domme, harteloze en vooral asociale schlemiel als jij.
Ja. Op deze toon laten we ons allemaal aanspreken. Volgens de honderdste campagne zijn we allemaal een beetje asociaal. Zelfs Guus Urlings, redacteur van De Limburger, laat zich zonder enig commentaar voor asociaal uitmaken door de test ‘Hoe asociaal ben jij' in te vullen.
De vraagstelling impliceert dat iedereen asociaal is. Urlings ziet dit ongetwijfeld, maar laat voor deze nationale moraalridder zijn kritische journalistieke opstelling varen. In de krant van 21 maart vertelt hij uitgebreid over ons aller asociaal gedrag en over de allerergerlijkste ergernissen. Zonder zich af te vragen of iemand zich ergert aan de spotjes van SIRE. Of meer algemeen: aan reclame in zijn algemeen.
Wellicht dwaal ik nu te ver af van het onderwerp. Want ergernissen aan een instituut zijn van een ander niveau dan ergernissen aan onze medemens. Die ergernis neemt SIRE dan ook niet mee in de nationale lijst van ergernissen. Maar er is nog een andere reden. Het voltallige bestuur van SIRE bestaat uit mensen uit de reclamebranche. Als we SIRE onze normen en waarden laten bepalen, hoeven we nooit kritiek op de reclame-industrie te verwachten.
Hoe terecht onze ergernissen aan reclame ook mogen zijn, de reclamebranche weet zichzelf buiten schot te houden door zich te verschuilen achter de Koninklijke mantel die SIRE heet. De reclamemakers wijzen ons op ons gedrag, maar het zijn dezelfde reclamemakers die voor een belangrijk deel bepalen hoe wij ons gedragen.
Zonder de laatste mode en modernste snufjes horen we er niet meer bij. Voedsel moet smakelijk en vooral gemakkelijk zijn. En denkt u vooral niet na over de productiewijze. We moeten op koopjesjacht! We zouden wel dom zijn om meer te betalen.
De reclamebusiness
is een belangrijke aanjager van het hebberige consumentisme. Iets
dat niet alleen ergerlijk is, maar iets dat daadwerkelijk tot
maatschappelijk verderf leidt. Om specifiek te zijn: de
kredietcrisis is een gevolg van onze maatschappelijke visie dat we
dachten op krediet te kunnen leven.De kredietcrisis is niet alleen te wijten aan de graaicultuur van topondernemers. Het is ook een gevolg van de graaicultuur van de westerse consument die op krediet leeft bij natuur, milieu en bij onze medemens in de derde wereld. Zouden onze gebruiksgoederen op een eerlijke manier worden geproduceerd, dan konden ze nooit zo goedkoop zijn.
Met het moraliteitsorgaan SIRE heeft de reclamebranche de moraal gekaapt. We worden vermanend toegesproken door de reclamemakers, maar de meest fundamentele misstanden in onze maatschappij slaat SIRE gemakshalve over. We hoeven geen campagne te verwachten over de overconsumptie met als titel: ‘Consument dat je er bent!' Waarin we ons afvragen: ‘heb ik dat echt wel nodig?'
Zolang reclamemakers uitmaken wat goed is en wat slecht, zal niemand ons waarschuwen voor de leugenachtigheid van reclame-uitingen. Bijvoorbeeld met de slogan: ‘Blijf zelf denken. Reclame kan uw hersenen ernstige schade toebrengen.'
Kamerleden van PvdA en SP pleiten voor een nertsenverbod. Dat trekt stemmen, de nerts zelf wordt het slachtoffer. Buiten Nederland heeft hij het echt niet zo goed.
Eerlijkheidshalve staat die consument inderdaad wel erg ver weg. De bijna 4 miljoen nertsen die deze novembermaand zijn vergast, gingen voor bijna tachtig procent naar Rusland en Scandinavië. Vooral in Rusland en het Verre Oosten groeit de vraag naar bont. Zonder afzetmarkt van betekenis is Nederland toch de derde bontproducent ter wereld. Wat geeft onze pelsdierhouderij dan het recht zoveel dieren te houden en te vergassen? Welnu: het dierenwelzijn. Ruim tien jaar geleden hebben nertsenhouders gigantisch geïnvesteerd in dierenwelzijn. De dieren dienden vanaf toen te beschikken over voldoende leefruimte en speelgelegenheden. Om te mogen blijven bestaan moest een gemiddelde nertsenhouder honderdduizenden euro's investeren. De stiekeme hoop van veel dierenrechtenactivisten en populistische Kamerleden dat de sector het niet zou overleven, bleek ijdel. Ondanks de gigantische investeringen kwam de sector de afspraak met de toenmalige minister na. Sinds 2004 voldoen alle nertsenfokkers aan de nieuwste welzijnseisen. Het beleid geldt alleen in Nederland. De sector heeft dus een flinke concurrentienadeel opgelopen. Maar de nertsenhouderij heeft hiermee wel bestaansrecht verworven. De nerts heeft het hier immers beter dan in eender welk land. Het dier is er dus zeker op vooruitgegaan.
Het
geeft dan ook geen pas zoals Georgina Verbaan en Karen van Holst
Pellekaan zich op het Binnenhof en op de Dam staan aan te stellen.
Zo dom en zo kortzichtig als het maar kan. Kwalijker is het nog dat
zelfs Kamerleden als Harm Evert Waalkens en Krista Van Velzen niet
verder kijken dan onze landsgrenzen. Komende week stemt de
Tweede Kamer over hun wetsvoorstel tot een verbod op pelsdieren.
Dierenwelzijn is een belangrijk thema gebleken toen de Partij voor
de Dieren twee zetels in de Tweede Kamer wist te veroveren. Andere
partijen willen ook graag uit die populistische ruif eten. Met
slechts 200 pelsdierhouderijen is deze branche één van de kleinste
sectoren van het land. Het is gemakkelijk scoren: politiek gewin
halen over de rug van zo'n kleine club. Maar de nertsenhouders zijn
niet het enige slachtoffer. Wanneer de Nederlandse bontsector is
geofferd op het politieke altaar van het populisme, wordt er echt
geen bontmantel minder gedragen. Ook de nerts moet het ontgelden.
Bont komt voortaan uit landen als China en Rusland, waar
dierenwelzijn totaal geen thema is. Jazeker: de nerts is het
grootste slachtoffer van een pelsdierenverbod. Het ontbreekt
Waalkens en Van Velzen echter aan verstand om dit in te zien. Wie
hen dit aanwrijft, krijgt de kleingeestige redenering van Marianne
Thieme terug: ‘We willen toch zeker ook geen kinderarbeid in
Nederland?'Een uitspraak die maar weer eens aantoont hoe bekrompen politici kunnen zijn. Iedereen die wel eens in een krant kijkt, weet immers hoe onze goedkope kleding en ons speelgoed worden geproduceerd. Iedereen die het wil zien, weet waar de producten uit de Aziatische productiehallen vol onderbetaalde kinderen terechtkomen. Tegenstanders van de Nederlandse veehouderij die het kinderarbeidargument ter tafel brengen, koesteren hun verkokerde visie. Ze keuren kinderarbeid goed, zolang die kinderen maar buiten onze landsgrenzen worden uitgebuit. Zelfs dierenwelzijn kan deze dierenrechtenactivisten geen ene moer schelen. Als de dieren in Nederland het maar goed hebben.
Het lijkt misschien niet zo. Hij wil namelijk de
voedselproductie met 50 procent opvoeren om aan de vraag te
voldoen. Dat lijkt heel wat, alleen bereiken de maatregelen die hij
voorstelt het tegendeel.Zo wil hij de exportbeperkingen en de importtarieven beperken. Voor veel landen is dat de enige manier om de voedselzekerheid veilig te stellen. Van de VN mag dit niet, omdat het de wereldmarkt zou verstoren.
De Heilige Wereldmarkt mag nooit worden verstoord. Zelfs al gaan er mensen dood van de honger: de Heilige Wereldmarkt mag nooit worden verstoord.
Probleem is: Ban-Ki Moon heeft last van grootheidswaanzin. Hij meent dat hij de wereld moet voeden. Dat wil zeggen: de VN, de FAO, de WTO of de Wereldbank; een van deze Hogere Machten moet de wereld voeden.
In feite hoeft niemand de wereld te voeden. Mensen moeten zichzelf voeden. Ze moeten hun eigen voedsel verbouwen of voedsel verbouwen voor mensen in hun omgeving. Zo ging het al lang voordat er een wereldmarkt was om te verstoren.
Maar nu zeg ik iets wat helemaal niet mag. Kleine boeren die zeggen dat het hen politiek onmogelijk wordt gemaakt voor de lokale markt voedsel produceren, wordt de mond gesnoerd. Klik hier, kijk en huiver.
De angst voor biotechnologie is onterecht,
stelt Aalt Dijkhuizen. Toch is angst wel een goede raadgever,
vindt de voorzitter van Wageningen Universiteit. Dus zaait hij
angst voor honger in de wereld wanneer op termijn 9 miljard monden
gevoed moeten worden. En angst om als Europa de boot te missen, nu
de consument in Oost-Azië meer te besteden heeft.Inderdaad. De bevolking neemt snel toe. De komende decennia produceert de landbouw echter meer dan genoeg voedsel om de hele wereldbevolking van een westers menu te voorzien. En mocht de huidige landbouwgrond dan nog niet genoeg opleveren, dan kan gentechnologie misschien een bijdrage leveren. Wageningen Universiteit kan bijvoorbeeld werken aan een rijstsoort met C4-fotosynthese.
Gigantische
revolutieOm een technisch verhaal te vereenvoudigen: Rijst is van nature een C3-plant, maïs is een C4-plant. Omdat een C4-plant efficiënter met het zonlicht omspringt, maakt maïs zulke grote kolven. C4-rijst zou een gigantische revolutie betekenen in de voedselproductie. Meer voedsel betekent immers lagere prijzen. Ondanks de hoge ontwikkelingskosten van het transgene product, zou deze rijst dus zelfs betaalbaar zijn voor de arme bevolking.
Maar dat is nu precies waar de biotechnologiesector niet aan werkt. Aan lage voedselprijzen valt nu eenmaal niks te verdienen, zo redeneren de fabrikanten. De industrie heeft daarom altijd ingezet op hogere verkoopcijfers van zaaizaad en chemische gewasbeschermingsmiddelen. En op macht, door patenten te verwerven op genetisch gewijzigd levend materiaal.
Zo is sinds kort in Nederland een genetisch gemodificeerd maïsras toegelaten op de Nederlandse markt. Deze maïs bevat een ingebouwd insecticide tegen de maïsstengelboorder. Met voldoende vruchtwisseling in het bouwplan, heeft geen boer hinder van dit insect. Het enige voordeel voor de boer is dat hij elk jaar maïs kan telen op hetzelfde perceel.
Het is dus geen oplossing voor de mondiale hoeveelheid voedsel en het is zeker niet beter voor het milieu. Ja, er is geen chemisch insecticide meer nodig. Dat insecticide zit immers al in de maïs. En daarmee in het voer voor de koe.
Bruut en arrogant
Met de biotechnologie zijn enorme economische belangen gediend. De technologie wordt daarom op brute en arrogante wijze aan boeren en burgers opgedrongen. De manier waarop het transgene maïsras in Nederland werd toegelaten, spreekt boekdelen.
Het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij maakte bekend dat de keuzevrijheid voor consument en producent is gegarandeerd wanneer transgene maïs slechts 250 meter van gewone maïs wordt verbouwd. De vermenging blijft laag genoeg om de gangbare maïs als niet-ggo-maïs te verkopen.
Terwijl zand uit de Sahara in Nederland neerdaalt en maïszaden en -stuifmeel zich na miljoenen jaren evolutie zo hebben ontworpen dat ze zich over lange afstanden verspreiden, houdt onze overheid vol dat maïs niet verder komt dan 250 meter. Als Nederlandse bevolking dienen we dit te geloven, omdat het door het wetenschappelijk instituut van Aalt Dijkhuizen is aangetoond.
Ondanks de garantie dat maïs niet zal uitkruisen over deze luttele 250 meter, is er totaal geen schadevergoeding geregeld voor boeren wiens maïsland toch wordt vervuild met transgene maïs.
IllegaalHans ten Cate van de Raad van Bestuur heeft er minder verstand van dan Aalt Dijkhuizen. Hij gaf het zelf toe tijdens een bijeenkomst van landbouwjournalisten afgelopen week. Dat geeft niet, hij is ook geen professor aan Wageningen Universiteit. Wel is het triest dat een prominent en invloedrijk figuur in de agrarische sector zich zo gemakkelijk in de voetsporen van Dijkhuizen voegt. "Want het is nu eenmaal niet meer tegen te houden."
Nee. Het is jarenlang illegaal de haven van Rotterdam binnengekomen. Al het veevoer is er inmiddels van doortrokken. De schade op de lange termijn voor de biodiversiteit, de dieren en de consument is niet aangetoond. Maar het is niet meer tegen te houden.
Dus moeten we het maar toelaten, vindt zelfs Ten Cate van de Raad van Bestuur van de grootste agrarische bank ter wereld. "En waarom zou je er tegen zijn, wanneer je rijst kunt verbouwen op verzilte gronden", zegt hij. Misschien omdat die rijstrassen op een gangbare manier ook zijn te ontwikkelen?
Innovatiebudget
Een vergelijkbare ontwikkeling vindt in Nederland plaats. Niet met rijst, maar met een aardappel. Zo wordt er dankzij het innovatiebudget van ons kabinet gewerkt aan een transgene aardappel die resistent is tegen de schimmelziekte phytophtora. Het grote voordeel van zo'n pieper is dat er minder chemie gebruikt hoeft te worden in de aardappelteelt.
Een lovend initiatief, was het niet dat zo'n aardappel met gangbare veredelingstechnieken net zo gemakkelijk en veel veiliger te ontwikkelen is. Hier staat echter geen overheidsgeld tegenover, om de eenvoudige reden dat gangbare veredeling niet innovatief is.
Scepsis en achterdocht
Zoveel verstand heeft Ten Cate er niet van. En Dijkhuizen klaagt over de emoties van critici: "Scepsis en achterdocht hebben nog steeds de overhand." Inderdaad mijnheer Dijkhuizen. Ik probeer me in de materie te verdiepen, maar scepsis en achterdocht hebben nog steeds de overhand.
Want de technologie wordt aangestuurd door de economie. Een economisch voordeel is pas te halen bij schaarste. Bij dure patentplanten waardoor boeren genoodzaakt zijn duurdere zaden aan te schaffen en consumenten méér moeten betalen voor voedsel. Honger zal biotechnologen een worst wezen. En daarom houden scepsis en achterdocht nog steeds de overhand.
Voedseltekorten en stijgende voedselprijzen vormen een
groter probleem dan de kredietcrisis, sprak de Engelse premier
Gordon Brown. Wie op politiek gebied iets wil zeggen, moet grote
woorden gebruiken, moet Wouter Bos gedacht hebben. Dus noemde hij
het gebruik van voedingsgewassen voor brandstof een misdaad tegen
de mensheid.Natuurlijk is het misdadig voedsel te verbranden terwijl er mensen honger hebben. Maar het is kortzichtig te stellen dat biobrandstoffen de oorzaak zijn van de huidige voedselcrisis. Want slechts enkele procenten van de landbouwproductie worden voor energie ingezet.
Voorzitter Bruins van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt noemde om dezelfde reden de aanleg van nieuwe natuur een schending van de mensenrechten. Een passend weerwoord, want in minder dan dertig jaar tijd wordt 12 procent boerengrond teruggegeven aan de natuur.
Jan Jaap de Graeff vond het argument van de NAJK overdreven. "De hoeveelheid Nederlandse landbouwgrond die wordt teruggegeven aan de natuur is marginaal", sprak de directeur van Natuurmonumenten nota bene in dezelfde week dat hij de honderdduizendste hectare natuurgebied had aangekocht.
Wreed lage prijzen
Om de
schuldvraag te beantwoorden kunnen we alle richtingen op wijzen.
Intussen ligt de oorzaak van de hoge voedselprijzen bij schaarste.
Schaarste in een wereld waar we totnogtoe overschotten gewend
waren. De politiek heeft boeren de afgelopen decennia gestimuleerd
overschotten te produceren. Overschotten betekent immers een lage
prijs. En lage voedselprijzen zijn weer goed voor de handel en voor
de bestedingsruimte van de consument.Overheden zijn daarom bereid grif te betalen overschotten over de grens af te zetten met exportsubsidies. Dankzij deze subsidie komen westerse producten tegen wreed lage prijzen in derdewereldlanden terecht.
De prijzen van vlees en zuivel uit Europa zijn in Afrikaanse landen vaak zo laag, dat boeren er niet tegen kunnen produceren. De VS dumpen zelfs graan in Afrika onder de noemer ‘hulp'. Boeren hoeven niet eens meer te proberen graan te verbouwen. Dat raken ze aan de straatstenen niet kwijt wanneer het gratis is op te halen bij de schuren van US-AID.
Schulden
Maar nu raken de graanschuren leeg. Het is gedaan met de overschotten. Duurder voedsel betekent dat we er vanzelf verstandiger mee omspringen. Minder vlees consumeren is een stuk efficiënter. En we kunnen best meer voedsel verbouwen om aan de groeiende vraag te voldoen. In Europa ligt 3,8 miljoen hectare grond braak om overproductie te voorkomen. Nu er geen overschotten meer zijn, kunnen we die best weer in productie nemen, zoals de Duitse minister Seehofer van Landbouw voorstelde.
Hopelijk verandert het politieke klimaat wereldwijd, zodat derdewereldlanden de kans krijgen hun markt te beschermen tegen goedkope producten uit het Westen. Tot op heden wordt hen dit door de wereldhandelsorganisatie (WTO) verboden. Ze worden gedwongen te exporteren zodat hun landbouwgewassen geld opleveren om hun schulden in te lossen. Ook als hun eigen bevolking intussen honger lijdt. Misschien verandert er iets, nu de prijzen van importvoedsel stijgen. Voor boeren in de derde wereld wordt het weer interessant om voedsel voor de lokale markt te verbouwen.
Schijntje
Betere tijden lijken aan te breken voor de boer. Toch worden we momenteel geconfronteerd met de korte termijn. Inwoners van derdewereldlanden, afhankelijk gemaakt van goedkoop voedsel, zien zich plotseling geconfronteerd met hogere prijzen en zelfs oprakende voorraden. Daar moet wat aan gedaan worden. Het is dan ook lovenswaardig dat de Wereldbank en het IMF grootschalige noodhulp hebben aangekondigd.
Grootschalige noodhulp van een schamele half miljard dollar. Een schijntje dat best een schending van de mensenrechten mag worden genoemd, wanneer je het vergelijkt met de tientallen miljarden die centrale banken in hun eigen onbetrouwbare economische systeem hebben gepompt.
Wie
Douwe Egberts drinkt voor de gezelligheid, komt lelijk op de
koffie. Het provinciehuis van Groningen kiest voor eerlijkheid, dus
voor Max Havelaar. DE voelt zich in zijn wiek geschoten en daagt de
kritische koffieklant voor de rechter. Douwe Egberts levert ook
eerlijke koffie, stelt het bedrijf. Maar dat is een pertinente
leugen. Een deel van de producten van Douwe Egberts is
Utz-Certified. Deze gedragscode geldt voor de hele koffieketen. Het
bevat criteria voor economisch, milieutechnisch en sociaal
verantwoorde koffieproductie, zoals bescherming van arbeidsrecht,
verantwoord gebruik van pesticiden en toegang tot onderwijs en
gezondheidszorg.Dat klinkt niet alleen mooi, voor veel betrokkenen in de keten zal het inderdaad een verbetering zijn. Maar een verbetering is nog niet hetzelfde als eerlijk. Max Havelaar daarentegen helpt kleine boeren niet alleen bij de teelt en het opzetten van coöperaties, maar garandeert hen een minimumprijs voor hun product. Op die manier kunnen zij de sociaal- en milieuvriendelijke productie ook bekostigen. Dit is een wezenlijk verschil. Een eerlijke prijs is een bedrag waarmee de boeren hun onkosten vergoed krijgen en bovendien betaald krijgen voor hun arbeid. Dit lijkt weinig bijzonder en zou voor de hand moeten liggen, maar doet dat allerminst. Dat boeren een eerlijke prijs krijgen voor hun onkosten en inspanningen is uniek in de wereld.
Met uitzondering van de producten van Max Havelaar wordt de prijs van alle agrarische producten bepaald op de wereldmarkt. Max Havelaar is de uitzondering op de wereldmarkt waar de prijs van agrarische producten bepaald wordt door de verwerkende industrie en de supermarktbedrijven. Tegenover deze grootmachten is een boer geen partij en heeft dus niets over de prijs in te brengen. De kern van de kwestie ligt dus bij een ordinair machtsspel. DE is bereid de koffieboeren tegemoet te komen met redelijke arbeidsvoorwaarden en het wil ook best milieuvriendelijk doen. Simpelweg omdat ze met die achterliggende boodschap meer koffie kunnen slijten bij de consument. Want uiteindelijk is het de consument die bepaalt. Maar DE zal nooit toegeven wanneer het om de inkoopprijzen gaat. De koffiebrander blijft te allen tijde baas over de boeren.
Deze onbeschofte inbreuk op de consumentenvrijheid zegt
veel over de moraal van DE. Eerst buit het bedrijf de koffieboeren
uit, nu is de consument aan de beurt. Uitbuiten ja. Want het gaat
niet alleen om de eerlijke prijs of het verbeteren van de
omstandigheden. Het gaat ook om de politiek op de wereldmarkt. Met
een marktaandeel van 70 procent weet DE zich verzekerd van
politieke steun als het gaat om het verwerken van koffie voor de
Europese markt. Alle koffie voor de Europese markt komt uit
derdewereldlanden en wordt in Europa gebrand. Het liefst in
Nederland want dat is goed voor ons bruto nationaal product.
Koffieproducerende landen mogen op deze ‘vrije wereldmarkt'
slechts ruwe grondstoffen naar Europa exporteren. Met andere
woorden: DE en de Europese politiek houden de koffieboeren arm. Zo
bezien is het Utz-logo niet meer dan een reclamecampagne. Ze doen
stoer met sociaal verantwoorde productie, maar geven de
koffieboeren in werkelijkheid nooit een kans. Als DE daadwerkelijk
iets duurzaams zou willen doen voor de koffieproducerende landen,
zou het de koffie in het land van herkomst laten branden, malen en
verpakken. Maar voor verwerkte producten heft Europa torenhoge
importtarieven. Iets waar DE flink voor blijft lobbyen.
De
stelling ‘Douwe Egberts schenkt eerlijke koffie' ligt daarom
verder van de waarheid dan de uitspraak: ‘Wie Douwe Egberts
drinkt, steunt de Colombiaanse maffia.' Want zolang Colombiaanse
boeren geen eerlijke prijs krijgen voor hun koffie, verbouwen ze
liever illegale cocaïne.
Mode
Zoals alles, moet ook voedsel duurzaam zijn. Duurzaamheid is het nieuwste toverwoord, ook de agribusiness doet graag met de mode mee. Maar niet met nutteloze initiatieven als biologisch of streekgebonden productie. Dit soort initiatieven is immers wars van im- en export. Dit soort ondernemers besteedt bar weinig geld bij multinationals die de Economie laten draaien op chemische middelen en kunstmest. Consumenten dienen zich hiermee niet in te laten. Ze voegen immers niks toe aan de nationale handelsbalans.
Technologie
Duurzaamheid mag dan al tientallen jaren het toverwoord zijn, maar de Economie staat nog steeds voorop. Met andere woorden: duurzaamheid moet onze Economie dienen. Vooral wanneer het ons voedsel betreft. Dat kan bijvoorbeeld met het ontwerpen van nieuwe, kostbare technologie. Wie dacht dat groenten en fruit gezond zijn, heeft slechts gedeeltelijk gelijk. Het kan namelijk allemaal nog véél gezonder. En tegelijkertijd ook economisch veel interessanter. Deskundigen uit de agribusiness die onze voedselvoorziening op een Economisch verantwoorde wijze willen vormgeven, hebben zich bijeengeraapt in het Bioscience Forum. Ze hebben zichzelf de nobele taak toebedeeld Economisch munt te slaan uit duurzaamheid. Niet alleen voor zichzelf natuurlijk, maar voor de hele natie.
Subsidie
Volgende week presenteert het Bioscience Forum aan minister Cramer hoe die duurzame voedselproductie moet worden ingepast binnen onze Economische maatschappij. Tegelijkertijd vragen ze van de minister alvast een financieel voorschot op hun plannen. Als de minister de Economie een warm hart toedraagt, zal ze die subsidie warmhartig overhandigen. Dit is immers wat je noemt een rendabele investering van overheidsgeld. Dankzij het Bioscience Forum gaat de term duurzaamheid straks winst opleveren voor het bedrijfsleven. En dus voor een hoger BNP. En dus voor een hogere welvaart van ons Nederlanders.
Leve de vooruitgang! Leve de economie!
Zwaar bevooroordeeld ga ik volgende week naar Den Haag. Hopelijk kan minister Cramer dit vooroordeel wegnemen.
Innovatiesubsidies De techniek rond het wegwassen van ammoniak, het scheiden van de mest, het vergisten en nabewerken betekent een mega-investering. Maar daarvoor kunnen ze aanspraak maken op innovatiesubsidies van de overheid. En dan nog is zo'n installatie alleen rendabel te maken met grote hoeveelheden dieren. Dus alleen gigantische bedrijven met duizenden varkens spelen dit klaar.
De
komst van varkensindustriële complexen op het platteland is dus
niet zomaar een economisch gevolg. De vinger die de overheid in de
pap steekt is wel erg dik. Minister Gerda Verburg van Landbouw
wijst erop dat de landbouw een meest innovatieve sectoren in
Nederland is. Deze ‘gedeeltelijke ontheffing van het
uitbreidingsverbod' is dan ook niets meer dan een stimulering van
‘de ontwikkeling naar nieuwe vormen van duurzame landbouw'.
LTO Nederland is erg verheugd met deze regeling. Annechien ten
Have, varkensvoorzitter bij de land- en tuinbouw organisatie LTO
Nederland,heeft persoonlijk gepleit voor deze regeling. Niet alleen
het milieu wordt er beter van, "de hele sector profiteert ervan",
stelt ze. De bedrijven die aan de regeling meedoen, zetten al hun
mest buiten de Nederlandse landbouw af. De hoeveelheid mest binnen
Nederland neemt daarmee af. "Dus het wordt voor alle varkenshouders
gemakkelijker de mest af te zetten." Iedereen wordt er beter van.
De sector kan meer varkens houden én het milieu wordt ontzien. Toch
krijgt de minister van Landbouw zo'n beetje alle Nederlandse
bevolkingsgroepen over zich heen: dierenrechtenactivisten,
milieuclubs en zelfs de boeren.Dierziekten
Of het dierenwelzijn achteruitgaat, is maar helemaal de
vraag. 0,8 vierkante meter is 0,8 vierkante meter. Op welke
verdieping het varken zit en hoeveel soortgenoten er om hem heen
zitten, is nauwelijks van belang, zo klinkt het verweer. Een
varkens zal inderdaad niet gaan tellen tussen hoeveel soortgenoten
hij zit. Maar hoe hoger de concentratie aan dieren, hoe hoger de
ziektedruk. De kans op een uitbraak van besmettelijke dierziekten
is veel groter op een megabedrijf. Met megagevolgen van dien. Op
het gebied van milieu zijn de tegenstrijdigheden nog veel groter.
Vanuit de overheidslogica waar het milieu rondom de varkenssector
uitsluitend uit mest bestaat, wordt de energie die ontstaat uit een
mestverwerkingsinstallatie aangemerkt als groene energie. De afzet
van mest buiten de Nederlandse landbouw wordt aangemerkt als
milieuvriendelijk. De techniek staat voor niets. Met veel technisch
vernuft kan de uitstoot van ammoniak en andere stoffen in de
nabijheid van zo'n varkensindustrie best worden verlaagd. De
milieudruk komt dan echter uit een andere hoek: de directe omgeving
krijgt te maken met een enorme hoeveelheid extra transport van
veevoer, verwerkte mest en varkens. Globaal bekeken heeft de groei
van de varkensstapel wel degelijk impact op het milieu. Van het
energiegebruik voor de totale vleesproductie komt tachtig procent
voor rekening van veevoer. Volgens cijfers van het Milieuloket
heeft Nederland alleen al voor de teelt van soja voor het veevoer
een miljoen hectare nodig. Ter vergelijking: Nederland telt twee
miljoen hectare landbouwgrond. Daar groeit echter geen soja. Dit
haalt de intensieve veehouderij uit Zuid-Amerika. De verhalen zijn
inmiddels genoegzaam bekend. Over grootschalige ontbossing, de
aanslag op de biodiversiteit, het verdrijven van boeren van hun
landerijen en de slavernij die met de sojateelt gepaard gaat.Varkenswet
Maar dat
is allemaal ver van ons bed. Terug naar Nederland waar niet alleen
milieuclubs in het geweer komen tegen de plannen van het
ministerie, maar ook boeren. Het gratis verstrekken van de helft
van de dierrechten aan de ‘milieuvriendelijke' megabedrijven
doet geen recht aan de varkenshouders die de afgelopen jaren hun
bedrijf hebben moeten sluiten. Nederland telt momenteel zo'n 11
miljoen varkens. Een aantal dat in de jaren negentig schommelde
rond de 14 miljoen. Een krimp die door krachtig overheidsingrijpen
is bereikt. Het was te danken aan de Wet Herstructurering
Varkenshouderij die vlak na de varkenspest, amper 10 jaar geleden,
van kracht ging. Deze Varkenswet bepaalde dat elke boer in twee
stappen ongeveer 10 procent van zijn varkensrechten moest
inleveren. De wet had succes: de varkensstapel daalde met maar
liefst 20 procent. Voor de boeren zelf was de aderlating nog veel
groter. Tienduizenden, voornamelijk de kleinere boeren, stopten met
hun bedrijf. Van de ruim 44.000 varkensbedrijven die het CBS in
1980 telde, was in 2005 amper een kwart over: minder dan 10.000.
Elke dag sloten gemiddeld dus vier varkensbedrijven hun deuren.
Maar het was niet alleen te wijten aan de politiek. Ook de
varkenspest en de lage varkensprijzen hebben de sector fors doen
krimpen. Het overheidsbeleid was er echter te allen tijde op
gericht de varkensstapel zeker niet te laten stijgen. Daarvoor was
het systeem van dierrechten in het leven geroepen. Een
varkenshouder mag pas uitbreiden, wanneer hij de productierechten
van een stoppende varkenshouder koopt.Grond- en waterkwaliteit Het kostte varkenshoudend Nederland bloed, zweet, tranen en nog veel meer ellende. Maar het het resultaat mag er zijn. De grond- en waterkwaliteit is enorm verbeterd en zelfs de varkensprijzen zijn weer aangetrokken. De sector is weer uit het dal geklommen.
Riky Schut uit Lottum is
één van die boeren die de deur van de varkensstal definitief achter
zich heeft dichtgetrokken. Op minder dan vijf kilometer van haar
huis, binnen de gemeente Horst aan de Maas, staat de grootste
varkensflat van Nederland gepland: een veestapel van 35.000 varkens
en meer dan een miljoen slachtkuikens, compleet met slachterij.
Plus natuurlijk een enorme mestverwerkingsinstallatie. Met lede
ogen ziet Schut de ontwikkelingen op zich afkomen. "Minister Gerda
Verburg kent de geschiedenis niet", stelt ze. "Boeren hebben alles
uit de kast gehaald om de eigen sector te doen krimpen." De
productierechten die zij en haar collega's in het verleden hebben
moeten afstaan, worden nu weer weggegeven. Gratis. Niet aan de
kleine boeren die de crisisjaren net niet of net wel hebben
overleefd, maar aan mammoetinvesteerders.Chagrijnig Ook Annechien ten Have van LTO Nederland is zelf varkenshouder. LTO Nederland is de belangenbehartiger van de hele landbouwsector. De voorzitter van de vakgroep varkens zegt wel begrip te hebben voor boerengezinnen die zich onrechtvaardig bejegend voelen. "Maar ze hoeven absoluut niet chagrijnig te zijn", vindt ze.
"De regeling is sterk gelimiteerd. Er is slechts
vrijstelling afgegeven voor 2 miljoen kilo fosfaat." In de praktijk
betekent dit dat er maximaal minder dan een half miljoen
vleesvarkens bijkomen of 9 miljoen vleeskuikens. "Dat is dus te
verwaarlozen", vindt ze. Het protest van Milieudefensie doet ze af
met "stemmingmakerij." En varkenshouders moeten juist blij zijn met
collega's die hun nek uitsteken. Het zijn trouwens niet alleen de
megabedrijven die een aanvraag hebben ingediend, weet ze. Al erkent
ze dat de verwerking een erg ingewikkeld en kostbaar procédé waar
grote ondernemers gemakkelijker aan kunnen tegemoetkomen.Productiefactoren En dat is wat Schut nog het meest frustreert. Kwalijker nog dan het onrecht dat haar is aangedaan door de minister, acht ze de schaalgrootte. "Gezinsbedrijven moeten plaats ruimen voor mammoetbedrijven", vat ze het probleem samen. Behalve gepensioneerd varkensboer is ze ook actief binnen de werkgroep Landbouw en Inkomen. "Bij een gezinsbedrijf is het grootste deel van de productiefactoren grond, kapitaal en arbeid in handen van het gezin", doceert zij. Een varkensbedrijf telt dan enkele honderden fokzeugen, of een paar duizend vleesvarkens. "De draagkracht ligt bij de man, de vrouw en de kinderen. De sociale, maar ook de economische draagkracht." Wanneer zo'n bedrijf het kan rooien op een manier dat een volgende generatie het bedrijf kan overnemen, is er sprake van een duurzame onderneming. Bij de duurzaamheid van de mammoetbedrijven plaatst Schut haar vraagtekens. Ze noemt het financiële risico: "Die bedrijven hebben te maken met veel hogere lasten." Er is veel meer vreemd kapitaal nodig, wat kostenverhogend werkt. Ze zijn afhankelijk van arbeidsplaatsen die moeilijk zijn in te vullen. Megabedrijven zijn dus veel kwetsbaarder dan gezinsbedrijven, wil ze maar zeggen. En veel kwetsbaarder dan ze zich voordoen.
Actie Riky Schut voert actie tegen de komst van het mammoetbedrijf bij haar om de hoek. Samen met haar werkgroep Landbouw en Inkomen, maar ook samen met Milieudefensie. Deze milieuclub streeft naar een kleinere, maar duurzamere intensieve veehouderij.
Traditioneel staan ze lijnrecht tegenover elkaar.
Milieudefensie en de landbouw. Ondanks de leus ‘stop fout
vlees' zoekt Milieudefensie toenadering tot de boeren. Dat deed ze
onlangs met het rapport ‘Boeren met toekomst', waarin ze
voorstelt de sector in te krimpen met een consumentenheffing van 85
cent per kilo vlees. Minder varkens, maar niet minder boeren, zo
luidt het verkorte standpunt van Milieudefensie. En dat is precies
in het straatje van een gepensioneerde varkenshouder als Schut die
het gezinsbedrijf voorop stelt. Ze noemt de voorstellen van
Milieudefensie "heel redelijk." "Want we moeten niet de pretentie
hebben dat Nederland de hele wereld moet voeden." Boeren die weinig
vertrouwen hebben in de autonome marktontwikkelingen passen niet
meer bij de achterban van LTO Nederland. Boeren die boeren in de
derde wereld als hun collega's beschouwen. Boeren die het
gezinsbedrijf als uitgangspunt nemen. Dit soort boeren kan nog maar
moeilijk uit de voeten met de standpunten van hun vertrouwde
belangenbehartiger. LTO kijkt te veel naar het belang van de
sector, vindt Schut. En te weinig naar dat van de boer. Vanwege de
komst van de varkensindustriële bedrijven dreigt er opnieuw een
negatief beeld te ontstaan van de intensieve veehouderij. En dan
komt LTO in actie. Bij monde van Annechien ten Have pleit LTO
ervoor de enorme voordelen te benadrukken voor milieu, landschap en
dierenwelzijn. Ten Have: "De sector kan juist met intensivering
grote stappen voorwaarts zetten."



