Eline Walda
Alles wat je aandacht geeft groeit.

Na de grote verbouwing van het VK-blog kon ik het niet laten, hier even een kijkje te nemen. En nu -hup! - achter die PC vandaan, naar buiten!
Fijn weekend allemaal!

Het is in mijn ogen maar een psychologische grens op een willekeurig moment in het jaar, 1 januari. Eigenlijk is ieder moment nieuw en fris en een even goed moment om eens opruiming te houden, niet alleen in je huis maar vooral ook in je hoofd.
Tijd om wat oude gedachten weg te gooien die niet meer actueel zijn. Om even stil te staan bij de vraag waarom je iets denkt. Gedachten die al jaren in je hoofd zitten worden soms zo stoffig! Ze zijn gebaseerd op dingen die vandaag anders zijn dan vroeger. Ze zijn hun geldigheid kwijt, over de datum. Zo komt er ruimte vrij voor nieuwe ideeën, nieuwe gedachten, nieuw leven. En voor het nu.
Nothing old, nothing new, nothing ventured
Nothing gained, nothing still-born or lost,
Nothing further than proof, nothing wilder than youth
Nothing older than time, nothing sweeter than wine
Nothing physically, recklessly, hopelessly blind
Nothing I couldn't say
Nothing why 'cos today
Nothing rhymed
Een mooi en fijn 2009 allemaal - maak er iets van, het komende jaar! Alles is nog open.
Ik hou wel van een goeie actiefilm op z'n tijd. Lekker languit op de bank met een glaasje wijn en een stukje kaas, passiviteit ten top, toekijken hoe anderen zich in het zweet vechten, rennen, schieten en rijden. The Godfather blijft aardig om naar te kijken, al is het wat veel gepraat en relatief weinig actie. Misschien heeft deze cyclus daardoor wat aan populariteit ingeboet. Het gebeurt me tenminste regelmatig dat mensen hun wenkbrauwen verbaasd optrekken als ik iets zeg als: “I'll make him an offer he can't refuse”...
Het nadeel van veel actiefilms is, dat het zo verdraaid moeilijk is, je in te leven in de held van het verhaal. Rambo is een doorgedraaide gek, een gedachteloze spierbundel. Ik heb ook de grootste moeite, de drijfveren van Rocky te begrijpen. Wat is er in vredesnaam zo bevredigend aan, je keer op keer vrijwillig in elkaar te laten beuken? Bruce Lee is, nagesynchroniseerd en wel, voornamelijk onbedoeld komisch. Bij de Blues Brothers is de actie dermate ondergeschikt aan de humor, dat je zelfs de meest spectaculaire scčnes aanschouwt zonder zelfs maar met je ogen te knipperen.
Met Robocop en z'n vierkante kaken kan ik al helemaal geen sympathie voelen. Dan is Terminator een stuk fijner om naar te kijken. Gedeeltelijk zit 'em dat in de oneliners (“Talk to the hand”, en natuurlijk het onsterfelijke “I'll be back”). Maar misschien nog belangrijker: Terminator mag dan een met enorme spierbundels beklede robot zijn, hij is wel een verouderd model, imperfect en uiteindelijk ook kwetsbaar. Dat maakt hem eh... menselijk.
De perfecte antiheld is echter Bruce Willis. Wie had ooit verwacht dat de komische jonge detective uit Moonlighting ooit zou eindigen als actieheld? Persoonlijk denk ik dat hij zijn succes vooral te danken heeft aan zijn neus. Toegegeven: van voren is het niets bijzonders, die neus, hij zou van iedere willekeurige acteur kunnen zijn. Maar en profil is het een eigenzinnig ding, dat maakt dat Bruce Willis permanent een lollige uitdrukking op z'n gezicht heeft, ook als hij niet net met een van z'n inmiddels beroemde oneliners op de proppen komt. Die neus geeft de Die Hard-serie net dat snufje relativering, dat in veel actiefilms ontbreekt.
Terwijl Rambo doodgemoedereerd en zonder verdoving zijn eigen arm dichtnaait, zie je Willis als John Mclane vooral veelvuldig lijden. Hij kermt, kreunt en vervloekt zijn ellendig lot. Regelmatig vraagt hij zich af, waarom hij altijd in zulke krankzinnige situaties terecht moet komen. Waar doet hij het allemaal voor? Niet voor dat incidentele schouderklopje of dat pietepeuterige pensioentje waar hij op kan rekenen. Hij doet het simpelweg omdat er, zoals hij in deel 4 aan zijn sidekick uitlegt, simpelweg niemand anders is om het te doen.
Hoewel Willis in zijn Die Hard-films over behoorlijke spierbundels beschikt, is hij fysiek minder dan perfect. Terwijl Schwarzenegger er alles aan doet, er in Terminator 3 net zo goed uit te zien als in deel 1, wordt Willis van film tot film duidelijk ouder, verweerder en vooral ook kaler. Alleen de kracht van zijn oneliners verandert niet. Nadat hij een helicopter neerhaalt met nota bene een auto, doet hij dit af met: mijn kogels waren op. Yippi-ka-yee! Ik zet de DVD nog maar eens aan.

Het voelt vreemd om vandaag stil te staan bij het afgelopen jaar. Het is tenslotte pas september en 2008 nog lang niet om. Aan de andere kant voelt het ook weer heel natuurlijk. De klimop in mijn tuin kleedt zich in het rood, de bloemen zijn uitgebloeid en de eerste dorre bladeren leggen zich moe uitgespeeld neer op de aarde. Het is herfst, het einde van het seizoen, einde aan een zomer die nooit kwam. En vanavond is het Rosj Hasjana, het hoofd van het joodse jaar. Op de drempel van 5769 sta ik even stil.
Ik sta even stil en kijk om. Wat zie ik? Een hectisch jaar. Tsja. What else is new? Als ik het niet druk heb, dan máák ik me wel druk. Aard van het beestje. Maar ik zie ook andere dingen. Meer rustpunten dan vroeger. Meer dagen op de agenda waar ik bewust een kruis doorzette, omdat het leven uit meer bestaat – moet bestaan – dan werken, verplichtingen en drukte. Momenten van praten, van luisteren, van stilte. Het vuur nog eens opporren op zeldzame zomeravonden. Nieuwe mensen die ik tegenkwam en die ik mooi vond, die me iets nieuws vertelden. Oude vrienden die bleven, al zag ik ze misschien niet zo vaak als ik wilde.
En ja, ook die frustrerende ogenblikken dat alles tegenzat en ik helemaal niet blij was met mezelf. Momenten waarop ik met mezelf worstelde. Wat ga ik allemaal nog doen, nu ik - statistisch althans – zo ongeveer op de helft van mijn leven ben? En (een veel engere vraag) wat ga ik allemaal niet meer doen, waar gaat het niet meer van komen? Voorlopig houd ik al mijn opties open. Waarom zou ik dingen doorkrassen, wie weet wat er morgen komt? Alleen die kruisjes in mijn agenda, voor lege dagen, die houd ik erin het komende jaar.
Bij iedere week van het joodse jaar hoort een stukje van de Tora. En ieder stukje draagt de naam van het eerste woord van de tekst. Deze week is dat Wajelech, ‘en hij zal gaan’. Een mooi symbool vind ik dat. Stop maar met schoorvoeten, hup! Die drempel over, niet meer aarzelen. Alles is nog open. Ga je mee?
Shana tova oemetoeka, een goed en zoet jaar wens ik je!
Tekst en beeld © 2008 Eline Walda

Nederlandse vrouwen rijden geen auto. Net als in Saudi-Arabië is het in Nederland de man die achter het stuur zit. Het is dan ook logisch dat het steevast de man is die in de showroom aan de bestuurderskant van de beoogde nieuwe auto gaat zitten, terwijl zijn vrouw en kinderen bewonderend toekijken. En dat het de man is die vervolgens een lening afsluit om die auto te financieren. Het is dan ook nadrukkelijk zijn auto. En zijn zoontje op de achterbank? Die droomt nu al van de dag dat hij papa’s auto mag lenen om er op zijn beurt een meisje mee te imponeren. Vrouwen hebben helemaal geen tijd om auto te rijden, want ze hebben het veel te druk met schrobben, boenen, koken, de was doen, biertjes inschenken voor de man, gastvrouw spelen, kinderen verzorgen en mooi zijn (of pogingen daartoe doen).
Althans, dat is wat reclamemakers ons willen doen geloven. De "snelle jongens" uit de reclamebranche tonen ons een wereld zoals die misschien ooit, in de jaren vijftig van de vorige eeuw, bestaan heeft. Een wereld waar de meeste mensen zich niet in herkennen. Of, zoals Ciska Dresselhuys het in Adformatie verwoordt: “80 procent van de mensen in reclames wordt als abnormaal neergezet. Reclamemakers gaan blijkbaar niet uit van de intelligentie van mensen.”
Het Europees Parlement wil af van de stereotype manier waarop mannen en vrouwen in reclame worden afgeschilderd. Volgens de resolutie die het Europees Parlement deze maand heeft aangenomen, heeft reclame wel degelijk invloed op hoe wij kijken naar onszelf en anderen. Het vaststellen van bindende regels voor reclame is uiteindelijk echter uit de resolutie geschrapt. Terecht, lijkt mij. Reclame die niet aanspreekt, omdat wij ons niet herkennen in het beeld dat ons wordt voorgespiegeld, bereikt haar doel niet. Uiteindelijk zullen harde cijfers hun werk wel doen. Zeker nu er weer mindere tijden aankomen en er flink gesnoeid wordt in het marketingbudget.
Dit artikel heb ik eerder gepubliceerd op Molblog.

Vandaag sta ik even stil
en kijk om.
Stil.
Dank je
Dank je wel
voor alles wat je deed
voor alles wat je was.
Ik vergeet je niet.
8 september 2008

Hij neemt de omgeving in zich op, terwijl hij wacht tot het Orakel tijd voor hem vrijmaakt. De kamer is gevuld met kinderen met ernstige gezichtjes, die volkomen opgaan in wat ze doen. Een klein meisje trekt zijn aandacht, en hij knielt naast haar neer. Ze kijkt geconcentreerd naar de lepel in haar hand. En de lepel buigt, buigt, buigt nog verder. Alsof hij vloeibaar is. "Hoe doe je dat?", vraagt Neo het meisje stomverbaasd. Ze kijkt hem aan met haar wetende ogen, laat een stilte vallen en zegt dan rustig: "Er IS geen lepel."
Dit is mijn favoriete scene uit The Matrix. Het is alweer een tijdje geleden dat ik de film voor het laatst zag, maar ik moest er opeens aan denken tijdens mijn bezoek aan St. Tropez. Het was eigenlijk toeval, dat het huis dat we voor de vakantie gehuurd hadden zich vlakbij deze badplaats bevond. We waren, zoals gewoonlijk, overvallen door de snelheid waarmee de vakantie naderde en struinden gehaast het internet af, op zoek naar een comfortabel plekje met zon, strand, een fijne keuken en een mooie omgeving. Liefst ook nog een plek, waar mijn zoon zijn brugklasfrans in de praktijk kon brengen. De Provence en de Côte d'Azur klonken goed en het huis zag er leuk uit op de plaatjes.
Het punt is: als je zo dichtbij een bekende plaats als St Tropez zit, dan moet je er eigenlijk ook wel een kijkje nemen. Pure peer pressure. Vanaf de heuvels, neerkijkend op de lichtjes van St Tropez, leek het net een zeeroversschat die bij de gloed van mijn lantaren oplichtte in een donkere grot. Ontelbaar veel streepjes licht, dansend, daar onderaan bij de in duisternis geklede zee. Hoe mooi de sterren hier ook schenen - hoezeer ik mezelf ook herinnerde aan het bijzondere ervan, licht dat zo ver reikt, mij soms pas bereikt als de bron millennia geleden gedoofd is - ze verbleekten naast een glinstering die door mensenhanden is gecreëerd.
Sommige dingen zijn het mooist als je er niet te dichtbij komt. Dichterbij gekomen zagen we vooral een lange, lange file en kozen een omweg. We pakten vanaf Port Grimaud de boot naar St Tropez. Die boottocht bleek achteraf het mooiste onderdeel van de dag. De beroemde badplaats zelf was overvol met ijsslurpende proleten, klootjesvolk dat in de rij stond voor de rondvaart langs de buitenhuizen van beroemdheden, quasihippe toeristen, zuinige Nederlanders die bij het bekijken van de menukaarten luidkeels commentaar leverden op de gepimpte prijzen voor drankjes en zuchtende serveersters in strakke topjes, ten slotte, die zich woordeloos beklaagden over hun asociale clientčle.
De zon zinderde op eindeloze rijen smakeloze witte plastic jachten van een paar ton en meer (veel meer). Verveelde jongeren laveerden ertussendoor op waterscooters en alleen als ik mijn ogen samenkneep tot kleine spleetjes kon ik, mijn fantasie de vrije loop latend, een beeld oproepen van wat deze plaats ooit geweest was. Ooit, voordat Brigitte Bardot op de onzalige gedachte kwam om dit onschuldige plaatsje tot haar terrein te verklaren. Het was alleen met dichtgeknepen ogen dat ik her en der een schim van een schilderachtig klein vissersdorpje in pasteltinten door de harde lijnen van de werkelijkheid heen zag.
Ik kende St Tropez alleen maar van horen zeggen. Net zoals ik ook slechts de namen ken van al die sterren en andere beroemdheden die hier rondzwerven, waar ik met zoveel plezier over lees in roddelbladen als Gala en Celebrity. Vaak vertellen die tijdschriften me over mensen waar ik zelfs nog nooit van gehoord heb. Hoe zou ik ook, ik die zo weinig TV kijk en vrijwel iedere nieuw uitgekomen bioscoopfilm mis. De charme van roddelbladen is ongetwijfeld, dat je met sterren en hun al dan niet werkelijke belevenissen kunt meeleven, zonder dat hun leven je werkelijk raakt. Beroemdheden zijn als vage kennissen, waar je verder geen enkele verantwoordelijkheid voor voelt.
Een leven onder een vergrootglas kan aantrekkelijk zijn, zolang jij het niet bent die onder de loep ligt. Hooguit zevenhonderd, misschien achthonderd mensen kennen mij min of meer persoonlijk. Voor alle anderen ben ik een anoniem gezicht, een nobody. En eigenlijk vind ik dat prima. Want wie verbleekt er niet bij zulk hel licht? Ik ben blij met mijn leven in de schaduw, vrij om te gaan waar ik wil, zonder de interesse van wie dan ook op te wekken. Want als je te beroemd bent, te veel in het licht leeft - kun je er dan nog in blijven geloven? Te blijven geloven, dat die lepel niet bestaat?
There is no spoon.
"Papa zei altijd dat rijkdom een zonde was en armoede een straf, maar dat God blijkbaar wilde dat er geen enkele relatie was tussen de zonde en de straf. De een zondigt en de ander wordt gestraft. Zo zit de wereld in elkaar."
Tekst en beeld © 2008 Eline Walda
Laatste alinea: citaat uit "een verhaal van liefde en duisternis", Amos Oz, De Bezige Bij 2008

Het is het einde van de week. Een week van rennen en vliegen, van deadline naar deadline. Hollen en stilstaan en weer hollen; het leven van een zzp'er. Ik ben moe en tegelijk bruis ik, vol adrenaline.
Geen einde aan de mailtjes en telefoongesprekken. Een rustpuntje in de zon en een gehaaste lunch. Besprekingen, van uur naar uur in een overvolle agenda. Een latte tussendoor. Het mooi generfde blaadje, liefdevol met koffie en melk gekerfd door een jonge barista. Zijn handtekening in mijn koffie genadeloos geroerd voor een beetje zoet.
Lopen, schakelen van versnelling naar versnelling en een halfwakkere reis in een overvolle trein. Het jongetje in zijn keurige bloesje en kwistig bekruimelde hesje praat met onzekere peuterwoorden blij over zijn autootje met een jonge vrouw. Een fijn gezichtje heeft ze en ze luistert lief naar het jochie. Een hoogbejaarde blije eikel zit tegenover me, met een warme blik permanent gericht op zijn moeizame vrouw. Hun plaats wordt een stukje verderop bijna onopgemerkt ingenomen door weer een andere blije eikel met weer een andere vrouw. Hij glimlacht naar haar en zij, zij klemt haar tashengsels vaster in haar vermoeide handen.
Weer thuis. Mijn favoriete kerels om me heen en langzaam zakt de adrenaline. Ik zet een liedje op. Een liedje om op te dansen en te springen en dan, als het uit is, is het eindelijk tijd voor een soezig loom vrijdagavondgevoel, einde van de week. Ik ga naar buiten. De regen is gestopt, maar heeft haar geur achtergelaten in de losse aarde. Ik stook een vuurtje; zorgvuldig bouw ik een piramide van houten blokjes en blokken en het vuur doet mee, pakt mijn energie over. Ik ben thuis. Het is het einde van de week.

(c) 2008 Eline Walda
Gemaakt in de Beeldentuin van het Kröller-Müller Museum.

Het lijkt wel alsof je over sommige landen niet meer mag schrijven zonder de politiek erbij te halen. Onbevangenheid over China, kan dat nog wel in 2008? En mag je nog wel iets mooi of bijzonder vinden aan dat land? Een jaar of wat geleden vroeg ik je, aan welke dingen je als eerste dacht bij Japan. Sushi, zei je toen. Sushi, geisha, manga, Tokyo en Hiroshima. Wat zou je antwoorden, als ik je hetzelfde vroeg over China? Olympische Spelen, dat kan niet anders. En Tibet. Het zijn de twee dingen waarmee China op dit moment in het nieuws is.
Wat dat allemaal met Groningen te maken heeft, vraag je? Ik zal het uitleggen. Mijn recente bliksembezoek aan Groningen was kort maar intens, te veelomvattend om in een enkel stukje samen te vatten. Ik vertelde je al over mijn ontmoeting met VK-blogster Medusa, en over hoe we rondzwierven door het centrum van de stad en over de kunst op straat, herinnering aan een verdwenen joodse buurt. Alleen met het laatste deel van die middag, ons bezoek aan de expositie Go China, zat ik een beetje in mijn maag. Kon ik daarover schrijven zonder de woorden Olympische Spelen en Tibet? Ik wil die woorden niet schrijven. Niet omdat ze niet belangrijk zijn, maar omdat er over een staat met 1,3 miljard mensen meer te vertellen moet zijn dan dat.
Enkele van die 1,3 miljard mensen vertelden ons een verhaal, die middag in Groningen. Een verhaal in verf en doek, porcelein en plastic, menselijk haar en metaal, eierschalen en parels. Een verhaal over een land dat heen en weer hinkt tussen Confucius, Mao en Boeddha.

Breekbare eierschalen vertelden over een land waar tijd geld is en waar kwetsbare individuen in anonieme hoogbouw leven.

We hoorden over uitgestrekte lege gebieden en steden met miljoenen inwoners. Over oneindig veel wolkenkrabbers die in nog geen twintig jaar tijd uit de grond gestampt zijn.

Over een land waar een glimlach vaak geen uitdrukking van blijdschap maar van gęne is.

Een land waar één enkel kind de dromen van twee ouders moet vervullen.

We liepen rond, Medusa en ik, en luisterden naar alles wat de kunstenaars ons wilden vertellen. Niet over concubines, ingebonden voeten en rode lantaarns, maar over leven in China nú, huilen en lachen in China, je dingen afvragen in China, je verwonderen in China, een individu zijn in China. En ja, ook over politiek in China. Niet van buitenaf maar van binnenuit. Hun eigen verhaal.
Hier vind je informatie over de verschillende deeltentoonstellingen van Go China, inclusief locatie en data.

Waar een blog community je al niet kan brengen... Ik had mijn recente ontmoeting met medeblogster Medusa niet willen missen, evenmin als de prachtige stadsgezichten, een kleine historische wandeling en een bezoek aan de expositie Go China. Groningen is geweldig!
Toch is het eenvoudig, bijzondere dingen over het hoofd te zien. Kunst op straat bijvoorbeeld; zonder voorbereiding of een goede gids loop je zó voorbij aan kunstwerken die de moeite waard zijn, die jou een verhaal willen vertellen. Of je banjert door zomaar een straat, gehaast, denkend aan andere dingen, en de historie van die straat, alle herinneringen, alle voetstappen die er ooit gezet werden - misschien net zo gehaast als die van jou, alle schimmen die je passeert - ze blijven onopgemerkt.
Tijdens mijn bezoek aan Groningen had ik geen haast. Ik kwam om te praten, te luisteren, te kijken en te horen. We liepen door de Folkingestraat. Ooit het centrum van de Groningse jodenbuurt; het laatste deel van de straat heette vroeger de Sjoelgasse. Net als in zoveel andere plaatsen kwam bijna niemand van de oorspronkelijke inwoners terug in 1945. De prachtige sjoel met zijn Moorse invloeden werd jarenlang gebruikt als wasserette. Inmiddels is deze in ere hersteld, en dankzij de inspanningen van verschillende kunstenaars vormt de straat zelf een monument. Voor wie het wil zien.

Kunstenaar: Peter de Kan
Naam van het werk: Ook hier
Uitleg

Kunstenaar: Gert Sennema
Naam van het werk: Portaal
Uitleg

Kunstenaar: Joseph Semmah
Naam van het werk: Galgal Hamazalot (vert.: Zodiak, letterlijk: de cirkel van het lot)
Uitleg

Kunstenaar: Marijke Gémessy
Naam van het werk: Het voorgesneden paradepaard
Uitleg

Je kunt er zo eenvoudig voorbijlopen...

Raam boven de deur van de sjoel

"Gezegend bent u bij aankomst en gezegend bent u bij uw vertrek" (detail boven de deur)

Tekst en foto's: © 2008 Eline Walda
Vorige aflevering: stadsbeelden van Groningen

Deze week reed ik een paar honderd kilometer om iemand te ontmoeten. Het was dan ook niet zomaar iemand. Wanneer begon ik het blog van Medusa te lezen? Ik weet het niet meer. Ik herinner me alleen dat haar bijdragen vanaf het begin indruk op me maakten. Rauw, pijnlijk nauwkeurig, indringend en intelligent - zo schreef Medusa bijna twee jaar lang over de gevolgen van kindermishandeling.
Ik schreef het al eens eerder: gezinnen interesseren me. En zo kwam het dat ik, toen ik vorig jaar als "Blogger in Blauw" de taak had, onbekende blogs boven water te halen, voor het gezin als thema koos. Bloggende moeders, bloggende vaders en last but not least: bloggende kinderen. Voor mijn laatste aflevering vroeg ik Medusa, of ik haar mocht interviewen. Dat mocht. Het leverde bijzondere antwoorden op die raakten - en het interview vormde tegelijkertijd het begin van een meer persoonlijk contact met deze bijzondere blogster.
Inmiddels zijn we ruim een jaar en heel wat mailtjes verder. Maar van een ontmoeting was het nog nooit gekomen. Deze week overwon de nieuwsgierigheid de afstand. Wat het opleverde? Een gezellige en onverwacht zonnige middag in Groningen - een cultureel rondje dat ons langs mooie winkelstraatjes, de oude joodse buurt en de tentoonstelling Go China voerde. De middag vloog om, pratend en kijkend. Medusa bleek niet alleen zeer prettig gezelschap maar ook een uitstekende gids te zijn, die veel interessants wist te vertellen over haar stad.
Op Medusa's blog staat te lezen: "Medusa bestaat niet meer". En het is waar dat ze geen nieuwe bijdragen meer plaatst op haar oude blog. Plaatjes draaien - of beter gezegd de moderne variant daarvan, Youtube filmpjes plaatsen - doet Medusa wel zeer regelmatig, op haar nieuwe blog. En verder? En verder is Medusa een mooi en bijzonder mens, de moeite waard om te kennen.
De komende week neem ik je mee op onze bijzondere tocht door Groningen.

De ophaalbrug, vlakbij het museum en het station, met op het eerste gezicht traditionele tegeltjes in Delfts blauw.

... en op het tweede gezicht....

Het museum (detail)

En zomaar een hofje - volgens Medusa niet eens het mooiste hofje dat je in Groningen kunt vinden.
Volgende keer meer!
Tekst © 2008 Eline Walda
Bovenste afbeelding: Wikipedia
Overige afbeeldingen: © 2008 Eline Walda

Allereerst natuurlijk van harte welkom hier, jongen! Leuk dat je er bent. Het siert je, dat je je zo bescheiden opstelt. Je wilt niet zenden maar ontvangen, en luisteren in plaats van alleen maar zelf kletsen. Die gedachte bevalt me wel.
Maar eigenlijk kenden we elkaar allang, hč? Jij bent toch die van Casema? Heette jij niet Wanadoo, toen ik je voor het eerst tegenkwam, een paar jaar geleden? Dat vond ik toen nog zo gek, omdat ik had verwacht dat jij ook gewoon Casema zou heten, net als je ouders.
Een tijdje later vond je Wanadoo geen leuke naam meer. Toen heette je opeens Orange. Was dat niet een jaar of twee geleden? Weet je nog, om je te bescheuren, je was vergeten het mij te vertellen, dus ik bleef m'n kerstkaarten maar naar Wanadoo sturen. Hopelijk zijn ze toch goed aangekomen?
Ik hoorde dat je vorig jaar bent gaan samenwonen met Multikabel en @Home, leuk hoor. Gefeliciteerd nog! Ik snap ook best dat je graag wilt, dat het hele gezin dezelfde naam heeft.
Ik had het alleen wel handig gevonden, als je er gewoon bij gezegd had, dat jij die van Casema bent, en dat ik jou ook nog als Orange (en daarvoor als Wanadoo) ken, toen je je voorstelde. Je ziet er ook zo anders uit, ik herkende je bijna niet, man!
Luister eens, Ziggo. Allemaal leuk en aardig, dat je naar me wilt luisteren enzo. Maar soms moet je zelf ook iets vertellen. Bijvoorbeeld dat je eerst Casema heette. En dat ik niet verplicht ben, vriendjes met je te blijven, nu je zo veranderd bent.
Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat ik je weliswaar de afgelopen paar dagen overal tegenkom, en dat je van alles roept, maar dat ik toch totaal geen hoogte van je kan krijgen.
Maar goed, ik wil onze vriendschap best nog een kans geven. Ik kan me best voorstellen dat het allemaal even wennen is voor je, tenslotte. Maar ga nu gewoon eens doen wat je beloofde: luisteren. En als je zelf iets te zeggen hebt, wees dan een beetje duidelijk.
Nou jongen, zet ‘em op, we spreken!
Groet,
Eline
Dit is een fragment uit mijn brief aan Ziggo. De hele brief vind je hier.
Het gonst en ritselt; onrust heerst op het Volkskrantblog. Het blog gaat op de schop! Bogaerts, binnen de Volkskrant verantwoordelijk voor de online strategie en alle VK (sub-) sites, heeft het zelf gezegd. Hoewel het uiteindelijk aan de redactie is, te beslissen hoe het blog er in de toekomst uit zal zien, worden de VK-bloggers geraadpleegd.
Input, feed-back en nog meer fraais
Tijdens een VK-blogbijeenkomst brainstormden Bogaerts, VK-vormgever Baan en bloggers Qabouter, Diana van den Driessche, Rachel Schrijft, Victor Onrust, Henk Daalder en ik over de toekomst van het Volkskrantblog. Online brainstormen we verder; Qabouter heeft in twee blogs verslag gedaan van de bijeenkomst, terwijl Henk Daalder de discussie in de vorm van een wiki gegoten heeft en Bogaerts zelf naar verwachting deze week zijn eigen verslag plaatst. Het is nadrukkelijk de bedoeling, dat alle VK-bloggers die dat wensen, nu hun mening geven onder deze verslagen. Ook deze input neemt de redactie in haar overwegingen mee.
Karma en generaal pardon
Is de internetredactie gek geworden? Bemoeit ze zich nu ook al met het karma van bloggers? Wordt Volkskrantblog 3.0 Nirvana? Bloggers verkneukelen zich of winden zich op; de redactie wil met karmapunten gaan werken, om tot een eerlijker aandachtssysteem te komen. Gelijke kansen voor iedereen.
En dat is nog niet alles; de redactie overweegt een generaal pardon voor bloggers die ooit wegens wangedrag de laan werden uitgestuurd. Waarom? Omdat iedereen af en toe een schone lei verdient. Het is grappig om te zien dat juist dit, potentieel zeer controversiële punt, op veel minder aandacht kon rekenen dan de karmapunten. Als het erop aankomt, ten slotte, is het ieder voor zich en G'd voor ons allen.
It's all in the mind
Soms moet je het durven: een volgende stap zetten, een andere weg inslaan. Je schepen achter je verbranden, en je aan iets nieuws wagen. Soms lijkt het, alsof je moet balanceren op een dunne evenwichtsbalk; zul je de overkant halen? Je slikt terwijl je de diepte onder je ziet. Als je valt... als je valt... Tegelijkertijd weet je: it's all in the mind. Er is geen reden om te vallen, als je je ene voet maar voor de andere blijft zetten. Wie kent het niet, die oefening op de basisschool, balanceren op de onderkant van een bankje tijdens de gymles? Bijna iedereen kan het ook. Of de grond zich nu 20 centimeter of 200 meter onder je bevindt.
Iedere verandering brengt onzekerheid met zich mee. En het is pas veel later, de overkant al veilig bereikt, dat je achterom kijkend toch blij bent, dat je de sprong gewaagd hebt.
Videoclip:
Opnamen van een onbekende wandelaar, die het levensgevaarlijke, 100 jaar geleden gebouwde bergpad 'El caminito del Rey' bewandelt in hoog tempo. Zeer de moeite van het bekijken waard!
Gerelateerde bijdragen:
- Qabouter: weg met de RBA!
- Qabouter: nieuwe kansen
- Henk Daalder: wiki over de wijzigingen
- Geert-Jan Bogaerts: blog op de schop
Karmapunten zijn hot:
- Johan Hoghers
- Annet
- Helena
- Mutlog
- 100 woorden
- Isabella
- Marjelle
P.S. Handig hč, die links onder elkaar? In het nieuwe systeem zou het weleens kunnen, dat die voortaan automatisch gegenereerd worden op basis van de tags die we invullen.

Het voordeel als je een grote zus hebt, is dat zij wél genoeg zakgeld heeft om muziek te kopen. En dat jij die dan ook mag horen, omdat zij die eindeloos draait, in een gehorig huis. Het nadeel als je een grote zus hebt, is dat jij al haar muziek ook mag horen, omdat zij die eindeloos draait, in een gehorig huis. Hoe het ook zij, dankzij mijn zus maakte ik kennis met zangers, zangeressen en bands die ik anders misschien nooit gekend had.
En zo kwam het, dat ik, die van de Wham! generatie, als tiener zonder blikken of blozen ‘Julien Clerc’ antwoordde, als iemand me vroeg op welk type man ik viel. Ach, wat was hij leuk... zo jong...
En zo kwam het ook, dat ik de Israëlische zangeres Ofra Chaza kende, jaren voordat ze in Nederland bekend werd met het swingende ‘Im Nin Alu’. Die internationale doorbraak maakte ik niet bewust mee; ik woonde in die periode (1988) in Israël, en was stomverbaasd toen ik in het Duitse popblaadje ‘Bravo’ een artikeltje over de zangeres aantrof. In Israël was zij op dat moment al jaren een van de grootste sterren.
Loepzuiver
Ofra Chaza heeft in mijn ogen vier opvallende kenmerken: ze was een Israëlische van Jemenitische origine, ze had een van de meest loepzuivere stemmen die ik ooit heb gehoord, ze was bloedstollend mooi, en ze is dood.
Hoewel ze met haar optreden en haar lied "Chai" ("het volk Israel leeft!) tijdens het Eurovisie Songfestival in München in 1972 (het beruchte jaar van de moorden op Israëlische sporters tijdens de Olympische Spelen) al enige bekendheid kreeg in Europa, kennen de meeste Nederlanders haar vooral van de popversie van ‘Im Nin Alu’. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan de oorspronkelijke versie uit 1978.
Jemenitische trots
Jemenitische joden (“Temaniem”) kwamen in groten getale naar Israël dankzij de operatie ‘Vliegend tapijt’ in 1949 en 1950. In het Beloofde Land werden ze vervolgens hevig gediscrimineerd en moesten keihard werken, om zich een plaats te veroveren in deze harde, nieuwe maatschappij.

De eerste golf Jemenitische joden kwam echter al in het begin van de vorige eeuw naar Israël. Ik vergeet nooit de trotse blik, waarmee een collega, toen al een vrouw van middelbare leeftijd, ooit tegen mij zei: “Wij Jemenitische joden zijn al heel lang in Israël. Mijn oma is hier geboren, in de jaren twintig. Ik ben al de derde generatie in het land!” Onderschat nooit het belang van het aantal generaties dat al "in het land" verblijft.
De manier waarop de Israëlische maatschappij is ingericht op Europees model werkt nog steeds door. Alsof de Europese joden het eerstgeborenenrecht hadden op dit land – alsof hun broeders en zusters uit Arabische landen inferieur waren. Het heeft vele decennia geduurd voor ook Oosters-Israëlische muziek op de Israëlische radio werd gedraaid. Ik heb een zwak voor hen, die onbeminden, de Mizrachiem, zij die uit de Oosterse landen kwamen. Misschien vertel ik je ooit nog eens, waarom.
Ofra Chaza was de trots van de Jemenitische gemeenschap in Israël. Zij was de zangeres die Oost en West verbond. En zij – zij was trots op haar Jemenitische roots.
Tragisch
Het is alweer een jaar of acht geleden dat ze stierf, aan AIDS, volgens onbevestigde berichten opgelopen via haar wettige echtgenoot. Een tragisch einde aan een kort leven – Chaza werd maar 42 jaar – een leven dat ondanks haar enorme succes een treurig stempel droeg; volgens de verhalen zei haar broer ooit tegen zijn beroemde zus: “Wie ben jij nou helemaal? Een kinderloze ongetrouwde vrouw!”
Haar traditionele familie had volgens diezelfde verhalen veel moeite met de manier waarop Chaza haar leven had ingericht. Een leven in het teken van de muziek en, vanaf jonge leeftijd, erkenning van haar talent. Binnen de landsgrenzen en later ook ver daarbuiten. Talent kent geen grenzen. Wel veel persoonlijke opofferingen, helaas.
Wat blijft is een rijk assortiment CD’s met een fenomenale stem, waar we gelukkig steeds van kunnen genieten. Eat your heart out, Mariah Carey!









Foto's (c) 2008 Eline Walda
Dit is het slot in een serie foto's van de Elf Fantasy Fair 2008 rondom Kasteel de Haar (Haarzuilens).
Meer foto's van de Elf Fantasy Fair:
Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 5
Deel 6
Zie je hier een foto van je jezelf en stel je daar geen prijs op? Laat het me dan even weten. Hetzelfde geldt, als je hier een foto van jezelf ziet en je er graag een hoge resolutie versie van wilt ontvangen.






Foto's (c) 2008 Eline Walda
Optreden van de Duitse rock & folk band Schelmisch op de Elf Fantasy Fair 2008 - Kasteel de Haar (Haarzuilens)
Meer foto's van de Elf Fantasy Fair:
Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 5
Zie je hier een foto van je jezelf en stel je daar geen prijs op? Laat het me dan even weten. Hetzelfde geldt, als je hier een foto van jezelf ziet en je er graag een hoge resolutie versie van wilt ontvangen.

Je zult maar het huisdier zijn van een gothic of een fantasy-fan. Dan kom je tenminste nog eens ergens! Voor je ‘miauw' of ‘woef' kunt zeggen, beland je zomaar op de Elf Fantasy Fair, waar buitenissige kostuums eerder regel dan uitzondering zijn. Zou het een dier eigenlijk wel opvallen, wanneer mensen andere kleren dragen dan anders?
Toen ik op de Fair een hond zag met opvallend lichtblauwe ogen, dacht ik heel even dat zelfs hij voor de gelegenheid met speciale lenzen was uitgedost. Maar nee; zijn baasje verzekerde me, dat dit niet het geval was - hij was helemaal van zichzelf zo bijzonder. Vrolijk was hij ook; toen mijn vriendin (een enorme hondenfan) hem riep, sprong hij dolenthousiast pardoes op de tafel, om zich uitvoerig te laten aaien.



Of het paard dat, met een raar feestmutsje op de neus geplakt, voor een eenhoorn moest doorgaan, ook zo enthousiast was, valt te betwijfelen. Met treurige ogen stond hij stilletjes verdrietig te zijn. Zelfs de horse whisperer, die zich eerder met hem bezig had gehouden, kon daar blijkbaar geen verandering in brengen.

Ogen kom je tekort op de Elf Fantasy Fair. Ik keek toch wel even raar op, toen ik zag dat het evenement zelfs door katten bezocht werd. Vooral die ene kat die, met een gothic zwart riempje om, bij zijn gothic vrouwtje om de nek gedrapeerd zat. Zijn bazin had het, vertelde ze, niet over haar hart kunnen verkrijgen, het beestje de hele dag alleen thuis te laten. De overige katachtigen liepen los rond, maar vormden gelukkig geen groot gevaar voor hun omgeving.



Foto's (c) 2008 Eline Walda
Elf Fantasy Fair 2008 - Kasteel de Haar (Haarzuilens)
Meer foto's van de Elf Fantasy Fair:
Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Zie je hier een foto van je jezelf en stel je daar geen prijs op? Laat het me dan even weten. Hetzelfde geldt, als je hier een foto van jezelf ziet en je er graag een hoge resolutie versie van wilt ontvangen.












Foto's (c) 2008 Eline Walda
Elf Fantasy Fair 2008 - Kasteel de Haar (Haarzuilens)
Meer foto's van de Elf Fantasy Fair:
Deel 1
Deel 2
Deel 3
Zie je hier een foto van je jezelf en stel je daar geen prijs op? Laat het me dan even weten. Hetzelfde geldt, als je hier een foto van jezelf ziet en je er graag een hoge resolutie versie van wilt ontvangen.
















Foto's (c) 2008 Eline Walda
Elf Fantasy Fair 2008 - Kasteel de Haar (Haarzuilens)
Meer foto's van de Elf Fantasy Fair:
Deel 1
Deel 2
Zie je hier een foto van je jezelf en stel je daar geen prijs op? Laat het me dan even weten. Hetzelfde geldt, als je hier een foto van jezelf ziet en je er graag een hoge resolutie versie van wilt ontvangen.

Soms raken we
mensen kwijt. Mensen die belangrijk voor ons zijn. Mensen die een
van de redenen vormen waarom wij zijn wie wij zijn. Zo iemand was
mijn moeder voor mij.
Ooit
schreef ik een blogsprookje. Het vormde zich organisch onder mijn
vingers. Het verbazingwekkende was, dat het zich vaker wel dan
niet heel anders ontwikkelde dan de verhaallijn die ik in mijn
hoofd had. Mijn verhaal - het werd gelezen, gewaardeerd en
verguisd. Omdat iedereen erin las wat hij of zij verwachtte. Het
was een onschuldig verhaal. Sindsdien hebben er blogoorlogen
gewoed op het Volkskrantblog. Haatblogs waren aan de orde van de
dag en we zijn de onschuld voorbij. Onmogelijk, hier nog een
onschuldig hoofdstuk aan toe te voegen. Maar het was leuk zolang
het duurde. Kom je nog even bij me zitten voor een verhaaltje?



