MENEER&MEVROUW
WIE VAN ONS 2 HEEFT DE ANDER BEDACHT?
VKBlog Headerimage

(MENEER) EEN GENERATIE LEERKRACHTEN DIE NIET MEER KAN SPELLEN

maandag 15 maart 2010 09:19

opleiding, taal. leerkrachten basisonderwijs, spellen

 

Er staat binnenkort een generatie leerkrachten voor de klas die niet kan spellen. Het klinkt heel hard, maar het is wel zo. En je kunt het ze niet eens kwalijk nemen, want ze krijgen er gewoon te weinig les in. En dat is te danken aan het onderwijssysteem. Zo simpel is het. De meeste aandacht op een lerarenopleiding gaat uit naar competenties en niet naar vakinhouden.

 

Het evenwicht is volledig zoek.

 

Van 3e en 4e jaars studenten krijg ik regelmatig het verzoek om nog eens een extra les spellingdidactiek te geven, omdat ze zelf ook vinden dat ze zo niet voor de klas kunnen. Als ik teksten lees van studenten die bijna klaar zijn met hun opleiding dan slaat de moedeloosheid toe.

 

En ik ben echt geen doemdenker.

 

Behalve dat de werkwoordspelling nog steeds een enorm struikelblok is – terwijl je het algoritme ervoor in een half uur goed uitgelegd hebt, vormen de onveranderlijke woorden ook een groot probleem: waarom is het ‘cafés’ met een /s/ eraan vast en foto’s  met apostrofe /s/ en  ‘onmiddellijk’ met twee d’s en twee ellen, daar zijn regels voor. Daarnaast wordt het verschil tussen een persoonlijk voornaamwoord  en een bezittelijk voornaamwoord niet meer herkend waardoor veel studenten ‘jou/u boek’ schrijven en ‘het boek is van jouw/uw’.

 

En dat gaat eigenlijk nergens meer over.

 

Nu zijn dit grammaticale fouten die niet tot het domein van de spelling behoren, maar ik kan me niet voorstellen dat hoogleraar taalkunde Helen de Hoop die laatst bij DWDD met Plasterk heftig discussieerde over de vraag wel of geen acceptatie van ‘hun hebben’, deze fouten ook klakkeloos toe zou laten, omdat die ‘passen’ binnen taalverandering en taalontwikkeling.  

 

http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/Video-detail.628.0.html?&no_cache=1&tx_ttnews%5Btt_news%5D=14990&tx_ttnews%5BbackPid%5D=626&tx_ttnews%5Bcat%5D=148

 

Hoe het ook zij, binnen een opleiding tot leraar basisonderwijs moet het spellingonderricht een grotere plaats gaan krijgen. En dan gaat het erom dat het spellingsysteem aangeleerd wordt, dat het duidelijk wordt waarom woorden gespeld worden zoals ze gespeld worden.

 

Uitgaande van het fonologische principe van onze taal – je schrijft een woord zoals je het hoort:  ‘ik, maan, roos, vis’, woorden die je luisterwoorden noemt, leer je vervolgens regels aan volgens het morfologische principe: - ‘hond’ schrijf je met een /d/ omdat je ‘honden zegt (de verlengingsregel) en het syllabische principe – na een lange klank één medeklinker, na een korte klank twee (‘laten’ en ‘latten’). En dat soort woorden noem je dan weer regelwoorden.  

 

Om tot slot bij het etymologische principe uit te komen: woorden uit een andere taal of met een onduidelijke herkomst moet je uit je hoofd leren – cadeau, burgemeester, interview, etc.  Weetwoorden heten dat soort woorden.

 

Als je de pijlers van de taal niet kent, kun je ook geen taalonderricht geven. En de studenten zelf zijn de eersten die dat zullen erkennen. En nu de grote jongens nog.

 

Wie dat dan ook zijn moge.

(MEVROUW) DE CITO TELT

donderdag 11 maart 2010 17:52

onderwijs

Mevrouw moet weer even uit de kast gehaald worden, want Mevrouw heeft geruststellende en troostende woorden nodig. Bovendien heeft Mevrouw de irritante eigenschap dat als ze haar gedachten even opschrijft, ze weer verder kan. Dus als die troostende en geruststellende woorden niet komen, dan staat het in ieder geval even in een hoekje van het internet.

Wat is moeder zijn toch een moeilijk vak.

Juf valt wel mee, maar moeder…

Jaja, de cito is binnen. We hadden er al niet zo heel veel van verwacht, maar het resultaat valt ernstig tegen. En nu heb ik niet meer een vrolijk gezellig speels en jong jongetje, maar ik heb een kind met twee scores en een schooladvies.

 

Cito: vmbo

Schooladvies: havo

I.Q.: gymnasium

 

Kind zelf: “Ik kan niet leren, en hier is het bewijs.”

 

De ene peptalk op de andere volgt. Gesprekken met scholen, met IB-ers, psychologen, met andere moeders, met ervaringsdeskundigen, maar het helpt allemaal niets.

Mij niet en hem niet.

 

We leven in een systeem dat niet bij ons past. Niet bij hem en niet bij mij. En we kunnen er niets aan doen. We moeten ons aanpassen aan dat systeem en er ergens iets uithalen wat wel bij ons past. En om ons heen zijn allemaal mensen die ook niet in dat systeem passen. Het pluimvee van de maatschappij zit in mijn adressenboekje. Van kunstenaar tot bijstandsmoeder, van huisvader tot moeder-met-minnaar-en-drie-kinderen. (Meteen de reden waarom Meneer en Mevrouw elkaar ook maar niet loslaten…)

 

En nu is hij elf en hij past er ook niet in.

 

“Wat wil je later worden?”

 

“Beeldhouwer of ontwerper bij Nokia. Of ik ga formule 1 auto’s ontwerpen. Of integraalhelmen bespuiten. Ik word ontwerper.”

 

“Dan heb je wel minimaal havo nodig. En als je zo doorgaat kom je niet verder dan VMBO. Om ontwerper te worden zal je wel moeten gaan leren.”

 

“Ik kan ook helemaal niet leren. En iedereen ziet ook dat ik niet kan leren. De juf heeft vandaag gezegd dat als ik niet oplet dat ze dan het schooladvies naar beneden gaat bijstellen.”

 

“Wat heeft de juf gezegd?!”

 

“Ach, dat doet er toch niet toe? Het is zo. Ik word toch nergens aangenomen, iedereen kan het beter dan ik en dan ga ik maar niet naar de havo. Het maakt me allemaal niets uit.”

 

Hij heeft een leerachterstand van een jaar. De cito telt… En de cito zegt dat hij het niet kan. En de cito heeft gelijk… Het piepkleine stemmetje is een oorverdovend geschreeuw geworden: “zie je wel, ik kan het niet.” En ik zie hem naar beneden afglijden en dat hij het inderdaad echt niet meer kan. Het lukt hem niet meer en ik kan hem niet meer helpen…

IK WEET, IK WEET, WAT JIJ NIET WEET...

zondag 21 februari 2010 09:44

boeken, lezen, individualisme

Waarom verschijnen er zo veel boeken? Waarom heeft God maar één boek geschreven? Waarom koop ik in een grote boekhandel minder boeken dan in een kleine? Waarom leen ik zelden boeken uit de bibliotheek?Waarom ben ik bij een goed boek rustelozer dan bij een slecht boek?  Waarom heb ik dat boek ooit gekocht? Waarom heb ik dat boek nooit gekocht? Waarom wil ik zo veel boeken hebben? Waarom dacht ik dat ik dat boek al had? Waarom wil ik zo veel boeken hebben?

 

Doordat er te veel boeken zijn, lijken we niets te weten. Want we weten allemaal iets anders. Ik heb nog nooit in een boekwinkel naast iemand gestaan die hetzelfde boek kocht als ik. Nu koop ik ook geen Kluun of zo, dus dat scheelt misschien wel een slok op een borrel. Maar het principe blijft hetzelfde.  

 

Wie zegt dat er weinig gelezen wordt, bedoelt dat niemand de boeken kent die hij toevallig gelezen heeft. Alle cultuurpessimisme is in wezen zelfbeklag. Het boek heeft toekomst, alleen de canon is van gisteren. De Jeremia’s van het naderende alfabetisme zien alleen hun eigen canon verdwijnen. En daarmee cultuurdragers als zichzelf.

 

Ik koester zelf graag zulke onheilsgedachten. Ik vind dan ook dat iedereen Jeremia gelezen moet hebben. Jeremia, de onheilsprofeet, die van God niet mocht trouwen omdat hij anders zijn klaagzangen niet goed kon uiten. De docenten klagen dat de studenten zo weinig gelezen hebben, omdat ze toevallig niet gelezen hebben wat hun leermeesters gelezen hebben.

 

De leermeesters vinden dat wat zij gelezen hebben ook door anderen gelezen moet worden. Ik ben zelf docent en ik wil dat ze lezen wat ik wil dat ze lezen. En dat is wat ook ik heb gelezen. Toen de boeken schaars en dus kostbaar waren, had iedereen er maar een paar gelezen. Niemand wist wat de ander wist. Nu er te veel boeken zijn , is de situatie hetzelfde. De lezer is weer wat hij hoort te zijn:

 

een individualist.

 

En de recensent dan? Die bespreekt zijn boeken zo dat niemand ze meer hoeft te lezen. Net als met films eigenlijk. Als ik een recensie over een film lees hoef ik er eigenlijk al niet meer naar toe. Daarmee houdt de recensent ze voor zichzelf. Hij is de grootste individualist.

 

Ik weet, ik weet, wat jij niet weet.

 

Dat is het enige geluk dat we nog gemeenschappelijk hebben. Er kunnen dus niet genoeg boeken verschijnen.

 

Waarom is er zo weinig liefde op het eerste gezicht? Waarom koop ik sommige boeken, terwijl ik weet dat het nooit iets tussen ons zal worden? Waarom begin ik vandaag niet de boekenkast op te ruimen?

 

Geen idee.

(MEVROUW) DAG WEBLOG: TEND AND BEFRIEND

zondag 27 december 2009 12:16

afscheidsblog

In mijn huis woont een klein meisje met een pen. Overal waar ze gaat laat ze kleine kattebelletjes achter. Als ze gelogeerd heeft kan je er donder op zeggen dat er ’s avonds kleine lieve briefjes op de kussens liggen waarop in mooi schoolhandschrift geschreven staat dat het logeren heel leuk was, maar dat ze heel blij is dat ze weer terug is en heeeeeel veeeeeel van papa en mama houdt. Versierd met hartjes en kleine vlindertjes.

 

Ze schrijft.

En ze kletst.

 

Door het schrijven en het kletsen houdt ze controle over de wereld om haar heen, die steeds een beetje groter en onbegrijpelijker wordt.

Ze denkt dat ze geboren is als schrijfster. Ze droomt ervan om boeken te schrijven en verhalen gepubliceerd te krijgen. Maar als we dat nou eens in een ander, biologisch, licht zetten dan is er misschien dit aan de hand:

 

Als meisje ben je geprogrammeerd om een goede verstandhouding met anderen in stand te houden. Meisjes, typisch niet door testosteron gevoed maar door oestrogeen beheerst, zijn volop bezig met het in stand houden van harmonische relaties. Wat voor een doelen stellen meisjeshersenen? Contact leggen, gemeenschappelijkheid creëren en de meisjeswereld organiseren en orchestreren zodat het meisje in het middelpunt ervan staat. Daar laat de agressie van de vrouwelijke hersenen zich gelden: ze beschermen wat zij belangrijk vinden en dat is altijd en onontkoombaar de relatie.

 

Meisjes gaan heel snel relaties aan en zoeken vanaf een jaar of negen de vriendinnen op. Deze vaardigheid hebben ze nodig voor het moederschap. Want in tegenstelling tot vluchten of vechten, blijkt dat meisjes en vrouwen die bij een hechte sociale groep horen, elkaar in bedreigende of stressvolle situaties sneller te hulp komen. Dit gedragspatroon wordt ‘tend and befriend’ genoemd, en dit ‘verzorgen van vriendschap’ zou weleens een typisch vrouwelijke strategie kunnen zijn. Het verzorgen omvat koesterende activiteiten die voor het subject zelf en haar nakomelingen de veiligheid bevorderen en tegenspoed beperken; vriendschap sluiten is het creëren en onderhouden van de sociale netwerken die bij dit proces kunnen helpen.

 

Dit zijn citaten uit ‘De vrouwelijke hersenen’ van Louann Brizedine. Zij stelt dat het vele praten van vrouwen (‘oeverloos geouwehoer’ volgens sommige mannen), de grotere woordenschat en het van gezichten kunnen aflezen van emoties waardoor er soms zelfs sprake is van een zesde zintuig of het moederinstinct, overlevingsstrategieën zijn voor haarzelf en haar kinderen.

 

En als ik dit nu even doortrek naar het weblog…

En de reden waarom ik de laatste tijd niet zoveel meer schrijf…

 

Ik heb een echt levend sociaal netwerk om me heen nodig. Een netwerk van vrouwen die me mee willen helpen mijn kinderen op te voeden. Ik heb steun nodig en ik moet steun geven. Want de leeftijdscategorie waarin ik me nu bevindt, is in volle hevigheid bezig nieuwe waarden te ontdekken en kinderen klaar te stomen voor de volwassenheid. En dat gaat niet altijd zonder slag of stoot. Ik moet flessen geven, maar ook tienerverdriet opvangen. Ik moet krullen zetten, veters strikken en een pony bewonderen. En daarbij thee, wijn en koffie inschenken voor de moeders. Vrouwen die voor mij ook thee, wijn en koffie inschenken. Die met me meezuchten, meekijken en meekletsen.

 

Ik heb even geen tijd meer voor het virtuele blog.

 

Het weblog is bovendien een bedreiging, want daar reageren mensen die mijn verworven stabiliteit en harmonie ondermijnen. Mensen, die iets anders van me willen dan ik op dit moment kan geven. Het treurige is, dat ik dat niet gewoon tegen deze mensen kan zeggen, want het ene woord haalt het andere woord aan met als gevolg dat ik binnen no time grote ruzie heb. Dit bedreigt mij en daarmee dus mijn kinderen.

 

Subtiel via teksten kan ik ‘terugvechten’, want dan kan ik de controle zelf houden en zelf bepalen of en hoe ik wil reageren. Maar dan komt de passieve agressie om de hoek kijken. Venijn, terreur, geprik en jaloezie. De toegewijde dochter, vriendin of schrijfster blijkt niet meer zo toegewijd als ze was. Ze trekt haar grenzen en bewaakt haar kroost. Want ze moet moeder zijn. Voor een zeer kwetsbaar jongetje.

 

Helaas is het zo dat er anderen zijn die mijn lol in het schrijven en het virtueel kletsen verpesten, door venijnig te reageren op mijn dagelijkse beslommeringen en hersenspinsels. Die niet accepteren dat ik mijn eigen leven heb en daarin mijn eigen keuzen maak, maar willens en wetens vast blijven houden aan illusies. Dus ik hou het even voor gezien en dat wat u in de toekomst gaat lezen is slechts een slap aftreksel van wat was.

 

Overigens zijn de andere 'mensen' in dit geval altijd mannen

(MEVROUW) MIJN KERSTMIS

woensdag 16 december 2009 23:56

durven kiezen, kerstmis, onderwijs

Ik fietste vanochtend door de kou naar mijn werk. Voor het gebouw waar ik eerst werkte stond de kerstboom. De lampen blijven het hele jaar hangen, het is slechts een kwestie van de stekker in het stopcontact steken om kerst te krijgen. In het bijgebouwtje was een haag van groen – wit - rode ballonnen. Als ik daar langs fiets zie ik hen wel, maar zij mij niet.

Ik heb daar toen zo vaak naar buiten gekeken en gezien hoe mensen hun hond uitlieten, langs kwamen fietsen om kinderen naar school te brengen en ik zwaaide iedere dinsdagmiddag naar mijn kleine zoontje dat met een thuisblijfmoeder meeliep, omdat ik werkte.

 

Maar vanochtend fietste ik aan de andere kant.

 

De directiesecretaresse liep net op dat moment uit het bijgebouwtje over het pad, terwijl ik iets langzamer ging fietsen. Ik kon het niet opbrengen om te stoppen om even te zwaaien. Ik remde wel een beetje af. Ze had haar haar geverfd en droeg een zwart rokje, een zwart jasje, hoge hakken en ze had een rode kerstmuts op. Dat verklaarde de ballonnen. Ze gingen de kerstborrel vieren vandaag.

 

Het was zo koud dat er wolkjes uit haar mond kwamen en ze liep gehaast over het pad van het bijgebouw naar het hoofdgebouw. Daar zag ik op mijn vorige afdeling de kerstslingers over de computers hangen om het nog enigszins gezellig te maken. Er zat al iemand aan de telefoon. En het moest nog acht uur worden.

Maar als je vroeg begon, kon je ook vroeg naar huis. Ook dat snapte ik heel goed. Het was iedere dag kiezen of je je kinderen naar school bracht, of dat je ’s middags op tijd voor je kinderen kon koken.

 

De secretaresse geen tijd.

Dat was duidelijk.

 

Onder haar arm had ze het draaiboek van vandaag. Ik wist wat er in stond. Ik had er aan meegewerkt. Tot in detail was de gezelligheid vastgelegd. Niets werd aan het toeval overgelaten, alles was tot in de puntjes geregisseerd. Grote cadeaus werden gegeven en prachtige woorden werden gesproken als je je targets had gehaald. Awards werden uitgedeeld en je wist zeker dat de diamanten allemaal echt waren.

 

Ik moest weer door.

Ik trapte weer verder.

 

En ’s avonds fietste ik weer terug.

Weer langs dat gebouw. De lichten op ‘mijn’ afdeling waren uit. Natuurlijk. Maar bij sales brandde nog licht. Ik zag hem staan. Strak in het pak. Zeker ook met geverfde haren en zonnebankbruin.

In mijn mand op mijn fiets glinsterde het. Ik hield niet meer in, ik had geen enkele neiging om nog te zwaaien.

De grootste award die ik ooit in mijn werkende leven heb gekregen, kreeg ik vanavond.

Met natuurlijk de woorden van de kinderen.

 

“Juf, ik was mijn tekst helemaal vergeten!”

 

“Maar lieverd, ik was zo ontroerd toen ik je zag staan. Ik heb het niet eens gemerkt!”

 

“Ja, de juf moest echt huilen! Ik zat naast haar! Echt!”

 

“Ja, echt… wil je nog één keer je laatste zin voor me opzeggen. Jongens, even allemaal stil, ze gaat het nog één keer voor me opzeggen…”

 

“Kerstmis is het feest van ons allemaal. Het brengt vrede in de wereld.”

 

En weer schoot ik vol.

 

“De juf gaat huilen!! Echt! Kijk dan!”

 

“Ja, maar jongens, ze zegt het ook zo lief!”

 

En ik kreeg een heel klein kaartje, van een moeder die ik zo goed begrijp… De award.

 

‘Heel veel dank voor je inzet, enthousiasme en positieve kijk op het leven.’

 

De achterbak van de alfa vol met dure cadeaus is ingeruild voor een mand op mijn fiets met glinsterende kaartjes.

 

Lieve juf, ik ben pas net bij jou, ik wil het weer heel gou’

(MEVROUW) LIEFDE IS? EEN UZI VOOR JE MOEDER MAKEN

donderdag 15 oktober 2009 18:38

kinderen, blaaspijp

“Zo, en weet je wat ik gekregen heb van de werkers van boven?”

“Nou?”

“Echt vette pvc-buizen! Wil je ze zien?”
”Nou, lijkt me enig.”

 

“Kijk! Hoe cool! En niet eentje, nee, wel tien! Weet je wat een pvc-buis bij de doehetzelfzaak kost?”

“Ik zou het niet weten.”

“Nou, per meter denk ik wel 3 euro.”

“Zo zeg, dan heb je heel wat euro’s bij elkaar nu.”

‘Ja, maar ik ga ze echt niet verkopen, hoor. Ik bel nu even Max en dan gaan we echt vette uzi’s maken.”

 

“Wat ga je maken?”

“Uzi’s! Max heeft er eentje met rubber er omheen en een laadmagazijn.”

“Die Max!”

“Ja en dan vraag ik of hij die even meeneemt, dan kan hij er nu één voor mij maken.”

“Goed plan! Denk je ook nog aan je topo?”

 

“Jahaaa, maar nu moet ik eerst even een uzi maken. Mag ik dan spijkers in mijn muur slaan om hem daar aan op te hangen?”

“Wat denk je zelf?”

“Ja. Dat mag.”

“Dat mag dus niet.”

“Nou, wat flauw. Maar dan maak ik er een houder bij en dan zet ik hem gewoon naast mijn bed.”

“Goed plan.”

 

“We hebben toch nog wel kranten, hè?”

“Ja, meer dan genoeg.”

“Want ik moet nu natuurlijk wel veel minutie maken. Heb je mijn nieuwe ringtone al gehoord?”

“Het is munitie.”

“Whatever. Wil je mijn ringtone horen? Luister! Vet hè? Net een echte mitrailleur.”

“Heel vet.”

 

“Hé, mam, wil jij misschien ook een blaaspijp? Zal ik er ook één voor jou maken?!”

“Lijkt me enig!”

“Wil je er dan ook een houder bij?”

“Zodat ik hem naast mijn bed kan zetten?”

“Ja! En wil je dan een lange pijp boven en een korte onder? Met een vizier? Weet je wat? Ik ga eerst even Max bellen en dan vraag ik aan hem of hij er dan zo eentje voor jou wil maken die hij nu heeft. Die is echt zo vet!”

“Doe dat maar. Dan maak ik voor Max een tosti.”

“Ik weet zeker dat ie dat wel voor je wil doen. Nou, ik ga mijn minutie maken en alvast de pvc-buizen zagen. Eerst even Max bellen.”

 

“Denk je ook nog aan je topo?”

“JAHAA!”

(MEVROUW) IK HEB DE MEXICAANSE GRIEP!

dinsdag 13 oktober 2009 17:19

mexicaanse griep

Alles doet zeer. Mijn gewrichten, mijn hoofd, mijn longen, alles. Ik heb koorts, drijf mijn bed uit en ik heb inderdaad die droge hoest die bij de Mexicaanse Griep hoort. Ik heb af moeten bellen voor mijn werk, en dat wil wat zeggen.

Maar hoe weet ik nou of ik inderdaad de Mexicaanse Griep heb?


Want ik heb vast de Mexicaanse Griep.

Ik heb alle verschijnselen.

En ik wil toch wel de statistieken in dat ik de Mexicaanse Griep heb.

Straks heb ik gewoon de Amsterdamse Griep…

 

Of heb ik helemaal geen griep, maar ben ik gewoon heel erg verkouden. Dat kan ook nog eens. Want de echte influenza schijnt nog erger te zijn dan hoe ik nu ben. Dan kan je echt geen stukjes meer op het weblog zetten.

 

Moet ik dan nu naar de dokter om vast te laten stellen dat ik de Mexicaanse Griep heb?

Ik ga nooit naar de dokter voor een flinke verkoudheid.

Het advies was toch dat je je vooral ziek moest melden bij de eerste griepverschijnselen (dat heb ik gedaan) en daarna in je bed moet gaan liggen om het uit te zieken. (Dat doe ik nu.)

 

Heb ik straks toch de Mexicaanse Griep en dan wist ik niet eens dat ik het had… Dat is ook flauw… Daar gaan mijn ten days of fame…

Dus ik zet gewoon groot op het weblog dat ik de Mexicaanse Griep heb.

 

Laat mij maar even, ik vind dat ik de Mexicaanse Griep heb.

Olé!

(MEVROUW) FOUTE VROUW VINDT FOUTE MAN. EN NU?

zondag 11 oktober 2009 22:21

de liefde

De kern van de foute man, die zo mooi beschreven is in het onderstaande stukje, is natuurlijk een chronisch aandachtstekort. Enorme bellen met feromonen worden uitgeblazen op het moment dat het tekort aan aandacht dusdanig grote proporties aanneemt, dat het bijna gênant wordt.

 

En natuurlijk heeft deze foute man een moeder gehad die hem door en door verwende en zoals iedere foute man is ie in de kern op zoek naar de aandacht van zijn moeder en zolang die vrouw dat dan maar geeft, is er niets aan de hand. Maar op het moment dat de aandacht verslapt, doet de foute man er alles en dan ook werkelijk alles aan om de aandacht er voor de volle honderd procent bij te krijgen.

Van het vrouwtje.

 

Dat lukt een tijdje.

 

Want de kern van de foute vrouw is natuurlijk de afwijzing in haar vroegste jeugd, zodat ze altijd zoekt naar een man die voor haar zorgt en vooral altijd bij haar blijft, maar doordat ze de ware liefde niet gekend heeft, kan ze ook niet lief zijn voor haarzelf en wordt ze als overlevingsstrategie een arrogante femme fatale die vooral de mannen op afstand houdt op het moment dat ze te dichtbij komen.

 

Zo, dit was even de psychologie van de koude grond en doe er wat mee zou ik zo zeggen!

 

Laat het nou zo zijn dat die foute man met chronisch aandachtstekort en die foute vrouw met een chronisch liefdetekort elkaar vinden.

In het begin geeft zij alle liefde en aandacht die ze maar in zich heeft, want stel je voor dat hij haar verlaat. Dat kan ze niet aan. Dat komt de foute man wel heel erg goed uit, want hij neemt en slurpt die aandacht vol overgave op, wetende dat hij nooit genoeg zou krijgen.

 

En dan gaat het mis.

Denkt u.

Niets is minder waar.

 

Want een beetje foute man die een foute vrouw treft, heeft wel door dat hij op tijd zijn biezen moet pakken voordat hij inderdaad die sukkel op de bank wordt. En de foute vrouw heeft inmiddels genoeg ervaring met geven, dat zij dit keer wel tijdig haar grenzen aangeeft en zich niet meer laat manipuleren, maar ook eens neemt in plaats van altijd genomen wordt.

 

Moraal van het verhaal: U bent nog niet van Meneer & Mevrouw af, maar of ze ook samen de kerst vieren, dat valt nog te bezien!

(MEVROUW) MANNEN

vrijdag 9 oktober 2009 23:17

foute mannen, liefde

Nog niet zo heel erg lang geleden, ergens begin dertig, kregen mijn vriendinnen en ik het aardig op de heupen. Het 1e boek van Heleen van Royen was net uit (de titel schrijf ik niet op), we verslonden het en werden Heleen. Die snapte ons tenminste.

 

De baby’s van toen bleken ook te gaan lopen en sliepen vooral ’s nachts eindelijk door. De borstvoeding was opgedroogd en ineens konden we ons haar weer laten groeien en korte spijkerrokken uit de kast trekken. En het resultaat waren mannen. Hoe meer fietsstoeltjes erop onze ooit geelgeschilderde studentenfietsen kwamen, hoe meer mannen de drankjes aan gingen bieden.

 

Die wij aannamen.

 

Eén van de sisters in crime was veel te jong weduwe geworden, maar ook die tranen droogden op en we maakten van de nood een deugd. Zij moest aan de nieuwe man (vond ze zelf helemaal niet) en ik hielp mee zoeken.

En we hebben wat afgezocht!

 

En gevonden…

 

Al sms'end gingen wij het leven door en kregen weekendjes Landal aangeboden, omdat de meneer in kwestie ineens ergens manager bleek te zijn. We gingen naar concerten, back stage, want een andere heer kende wel weer via via iemand bij De Melkweg of de Arena. De ene keer dronken we bier en de andere keer champagne.

 

Vanmiddag zat ik heel even in de zon in mijn tuin. 

Ik keek om mij heen.

 

Ik had zo’n drukke week gehad, met een tandartsbehandeling die ik nog steeds aan het verwerken ben, bouwvakkers in mijn huis, nadenken over mijn zoon, heel hard gewerkt en vooral ook erg gelachen om de rare Engelse cursiste die deze week als Dutch word of the week  ‘de ballenknijper’ had gekozen

Ik stuurde mijn sister in crime een sms’je.

 

“Lekker rustig zo, he?”

 

Ik kreeg een sms’je terug.

 

“Nou!”

 

De mannen zijn verdwenen.

We zoeken ze niet meer op en ze zoeken ons niet meer op. Het zoeken is gestopt. Het zoeken naar foute mannen, die een vrouw thuis hebben en in je oor fluisteren dat ze het bij jou zoveel leuker hebben, maar toch bij die vrouw blijven en er zelfs nog een kind bij krijgen.

 

Want dat waren ze.

En we wisten het.

 

Want juist dat maakte het voor ons zo aantrekkelijk. Het weten dat die mannen nooit hun vrouw zouden verlaten, zodat wij alleen maar de lusten hadden en vooral niet de lasten en als we de aandacht zat waren, dan konden we zonder enig probleem de communicatie direct stoppen. Het was geen gevaar voor onze zelfstandigheid en de verwachtingen waren minimaal. En mocht één van de heren denken dat er meer in zat dan alleen maar op afstand begeren en de juiste aandacht op het juiste moment geven, dan stapten we op onze moedersfietsen en moesten naar huis vanwege de oppas.

 

Ik kreeg een tweede sms'je:

 

“Maar ergens op de wereld loopt er toch nog wel een partner voor me rond?”

 

Ik moest even denken.
Zou het?

 

“Die partner heb je al gehad en kinderen mee gekregen. Maar die is dood.”

 

Waarop zij antwoordde:

 

“Ik denk dat je gelijk hebt.”

 

En ik keek nog een keer om me heen en wist dat het waar was. En dat het ook voor mij gold. Ik heb de mannen die ik nodig heb. En dat is genoeg. Mijn telefoon blijft stil, want hij is er toch wel.

 

Ik stond op, deed de hond aan de riem en ging mijn dochter uit school halen.

(MEVROUW) HET KOMT WEL GOED, WANT HET IS AL GOED

maandag 5 oktober 2009 00:01

onderwijs, opvoeden

Heel erg lang geleden was er eens een land dat macrameeënd en punnikend door het leven ging. Er waren mensen die twee auto’s hadden, maar dat waren de uitzonderingen. Als de vader al een goeie baan had, dan stond er een glimmende Renault 16 voor de deur, maar bij de meesten hield het bij een Opel Kadett toch wel op.

’s Ochtends ging de vader op de fiets naar het werk en werden de kinderen door de moeder de deur uitgezet. Die kinderen werden niet naar school gebracht, die kinderen liepen gewoon naar school. Want de school was om de hoek en het verkeer was nog niet zoals het nu was.

 

Als de kinderen tussen de middag thuis kwamen, was mama thuis. De achterdeur stond open en de tafel was gedekt. Eerst twee boterhammen met hartig en dan een boterham met zoet. Dat ‘zoet’ bestond uit pindakaas, appelstroop of hagelslag.  Daar dronk je dan melk of karnemelk bij.

 

En ’s middags liep je weer naar school. Als je snel kon leren, zat je de helft van de tijd met je armen over elkaar en je wachtte tot de rest klaar was. Soms mocht je dan wel eens briefjes brengen naar de kleuterjuf, maar meestal wachtte je gewoon. Je wist bijna zeker dat je in de musical een goeie hoofdrol zou krijgen en soms mocht je je blokfluit meenemen zodat je op de gang alvast wat kon oefenen voor het optreden tijdens de weekafsluiting, terwijl de rest nog aan het rekenen was. Hoofdrekenen was in je hoofd cijferen en kon je dat niet zo goed, dan probeerde je stiekem of je wat cijfers onzichtbaar op je tafel kon schrijven.

 

Als je niet zo goed kon leren, dan mocht je de plantjes water geven of ook de briefjes naar de kleuterjuf brengen. Kon je goed leren, dan las je de briefjes, kon je niet goed leren, dan las je ze niet maar je kreeg sowieso een sticker van de liefste juf van de wereld.

 

’s Middags liep je met je vriendjes mee naar huis. Onderweg sprak je af wie waar ging spelen, maar meestal deed je dat met elkaar en buiten. Moeders wilden al die kinderen met mooi weer zeker niet binnen.

 

Op woensdagmiddag keek je naar Stuif es In. Eerst in zwart wit, later in kleur. Een afstandsbediening was er niet en was ook helemaal niet nodig, want er was niets anders. Was het programma afgelopen, dan sneeuwde het op tv. Moeders gingen voorzichtig roepen dat ze ook wilden werken en voedden hun dochters op met de kreet dat er meer is dan het aanrecht.

 

Inmiddels zijn de tijden veranderd.

 

Je zit op school niet meer met je armen over elkaar, want alles is dichtgetimmerd. Je hebt verrijkingsstof als je snel kunt leren en een eigen leerlijn als je minder snel kunt leren. Briefjes hoef je niet meer te brengen, want er staan geen meesters meer in de bovenbouw die briefjes schrijven voor lieve kleuterjuffen. Er wordt hoogstens een sms'je gestuurd, maar die lees je niet meer.

 

Er zijn zoveel keuzen, die eerst als sterretjes op het bord staan, maar later op een weektaakformulier moeten worden ingevuld. Je mag kiezen wat je wilt doen en dat ga je dan plannen zodat je aan het einde van de week alles af hebt. Je leert je eigen mening te vormen en dat ook te verwoorden, wat dan weer gezien wordt als 'brutaal' als je die mening buiten de klas ventileert.

 

De ene dag zit je op de Naschoolse Opvang, de andere dag is papa thuis, twee dagen daarna is mama thuis en de laatste dag ga je weer naar de Naschoolse. Boterhammen eet je op school en iedere dag weet je wanneer je kunt afspreken tussen pianoles en hockey door. Je wordt door je moeder (die heel goed naar de kreet van haar eigen moeder heeft geluisterd, dus weet dat er meer in het leven is dan een aanrecht) bij het vriendinnetje met één van de twee auto’s afgezet. Je eet nog steeds twee boterhammen met hartig, maar op je boterham met zoet zit hagelslag, schuddebuikjes, vlokken of muisjes. Een appel blijft een appel, maar zit nu in een handig knijpflesje en een beker met drinken is vervangen door een pakje. En zijn het niet smurfen, dan wel voetbalplaatjes, puzzelstukjes, wuppies, gogo's of flippo's die je bij al die aankopen krijgt.

 

En dan verwachten ze ook nog van je dat je kan wachten. Dat je niet door een ander heen praat als die aan het praten is. Maar als je niet direct zegt wat je op je hart hebt, dan ben je het misschien vergeten en de juf is druk, je vader en je moeder zijn druk en zelf ben je ook druk, want al die sterretjes staan op het bord, je weet niet wat je moet doen als je niets te doen hebt. En misschien moeten al die sterretjes eigenlijk wel af...

 

Gelukkig hoeven de snelle kinderen niet meer de halve dag met hun armen over elkaar in de klas te zitten, gelukkig hebben ze moeders die net zo hoog zijn opgeleid als de vaders en dus ook werken, maar vergeef ze dat ze niet meer kunnen wachten. Ze zijn nog net zo lief als dertig jaar geleden en willen nog net zo graag hun best doen, maar ze hebben even geen tijd om ook nog ‘goed opgevoed’ door het leven te gaan.

Ze zijn goed opgevoed, naar de maatstaven van de huidige maatschappij.

 

En hoe ze het zelf gaan doen over dertig jaar…? Ik denk dat het wel goed komt, want het is al goed.

(MEVROUW) DIT KEER ONVERDOOFD

vrijdag 2 oktober 2009 16:24

wortelkanaalbehandeling onverdoofd

Het begint een beetje op geklaag en gezeur te gaan lijken en ik wil de lezer eigenlijk helemaal niet meer vermoeien met mijn gebit, maar het moet, want het kan niet anders. Dit was zo traumatisch, dit moet in een stukje.

 

Het begon vorige week weer.

Beetje rillerig, beetje koud, wel erg snel moe, maar negeren is de beste heelmeester in mijn geval.

Ik stond voor de klas en het deed wel wat pijn, maar er waren genoeg momenten dat ik helemaal niets voelde en dan telt het niet. Het telt pas als je niet meer kan. Een paar dagen later nam ik toch maar een ibuprofennetje voordat ik ging werken. Tandenpoetsen werd pijnlijk, want het koude water sneed door mijn kies, maar de tandarts had me de vorige keer echt verzekerd dat ik voorlopig overal van af was, dus met wat paracetamol, goed slapen en eten zou het over moeten gaan.

 

En het ging niet over.

 

Ik werd wat ziekjes. Niet Ziek. Gewoon wat ziekjes. Beetje snel moe en wat licht in mijn hoofd, mijn oor deed wat pijn, maar het viel allemaal nog best wel mee.

Maar het gezeur werd erger en erger en ik kreeg pijnscheuten. Pijnscheuten en angstaanvallen. Paniekaanvallen. Ik zou niet gaan en het ging gewoon over.

 

Dat ging het niet.

Ik moest.

Er was geen ontkomen meer aan.

 

Foto gemaakt en ja, de remedie was een wortelkanaalbehandeling. Het kon niet gedaan worden bij de endodontholoog, maar het werd een spoed-EHBO behandeling bij de tandarts, zodat de ontsteking voor het weekend nog weggehaald kon worden. Rillerig zat ik in de tandartsstoel.

 

“Hebt u ook koorts?”

“Nee hoor!” zei ik met gloeiende wangen.

 

Verdoving.

Nog een verdoving.

Boren.

Tegen het plafond.

Nog een verdoving.

Vijlen.

Zenuw leefde nog.

Zenuw kon niet verdoofd worden.

Assistente erbij.

Nog een assistente erbij.

Kies moest afgemaakt worden.

Kaak met een klem open.

Eén assistente hield mijn benen vast.

Eén assistente klemde mijn armen in haar houtgreep.

Mijn hoofd werd naar beneden gedrukt door de onderarm van de tandarts.

 

“We zijn bijna klaar. Houdt u uw tong zoveel mogelijk ontspannen. Het kan niet anders. Hoe meer ik kan vijlen hoe minder u zal gaan voelen. Het moet afgemaakt worden. Adem door uw neus in en door uw mond uit. Nog heel even. Daar zit de ontsteking. Als ik nu stop, wordt u doodziek.”

 

Ik ademde door mijn neus in, door mijn mond uit. Ik wist dat ze gelijk had, ze kon niet anders. Ik wist dat het mogelijk was dat de zenuw, door de ontsteking, niet te verdoven was. Ik wist dat het niet langer dan een paar minuten zou duren. Zachtjes begon ik te huilen. De tranen drupten langs mijn wang. Een kwartier later bleken de vijltjes te kort. Weer een kwartier later was het echt bijna klaar...

 

Bijna, bijna, bijna…

 

En daar ging ik. Zoef! 'Ik' was weg...

 

De één gaat dood, de ander wordt geboren. Zo gaat het in het leven, maar zo gaat het vooral nu even in mijn leven.

 

Per sms werd me doorgegeven dat ie er al was, want ik had het zo druk dat ik zelfs de telefoontjes van mijn hoogzwangere Kleine Zus negeerde. Ik dacht dat ze gewoon belde om te bevestigen dat we vrijdag nog even dik en bol koffie zouden gaan drinken, maar nee, ze had inmiddels een kind. Er stond nog in dat ze het me ‘liever persoonlijk had verteld, maar dat ze het toch maar even meldde…”

 

Fuck.

 

Ik belde haar om tien uur ’s avonds na een hele lange werkdag toch nog maar terug. Ze vertelde haar bevallingsverhaal in geuren en kleuren en ik opende tegelijkertijd een e-mail van een directeur en hoorde nog wel iets van ‘borstvoeding’ maar zat in gedachten alweer een handelingsplan te evalueren.

 

“Ik kom vrijdag, goed?”

“Ja, maar dan is ie al drie dagen oud!”

“Ik kan echt niet anders! Vrijdag is ie nog net zo lief als nu.”

 

Vrijdag dan maar op kraambezoek. Ook leuk.

 

Gisteren gerend van basisschool naar thee-met-koekjes-moeder tot avondschool en terwijl ik ‘t kofschip half in het Engels half in het Nederlands stond uit te leggen kwam er een sms'je of ik niet donderdag kon komen.

Dat kon ook.

Om elf uur?

Prima.

Ik meldde nog even dat ik nog geen cadeau had, maar dat ik echt zou komen.

 

Ik was echter even vergeten dat ik vanochtend een bouwvergadering had, dus ik sms’te weer terug dat het 12 uur werd. Om 11 uur sms’te ik dat het 12.30 zou gaan worden. Ik sjeesde door Amsterdam en om 13.00 uur stond ik gehaast voor haar deur.

 

Daar stapte ik pardoes in een stille roze wolk…

 

Vlaggen, ooievaars, pampers en Zwitsal. Een kraamhulp met een stofzuiger in haar hand feliciteerde mij. (Ik begreep even niet waarom!) En van boven werd geroepen:

 

“Ik lig naakt, maar dat kan je wel hebben.”

 

Ik stapte haar kamer in en daar lag ze.

En tegen dat blote lichaam met enorme borsten zat een piepklein jongetje met hele bolle wangen en zachte zwarte haartjes.

Ik keek.

En werd stil.

En dat wat niet eens bij de geboorte van mijn eigen kinderen is gebeurd, of bij alle andere pasgeboren baby’s die ik in mijn armen heb gehad, gebeurde nu wel.

Ik schoot vol.

 

Daar lag mijn Kleine Zus met haar bril op in een donzig groot bed met een heel klein mooi kindje tegen haar aan, zo ontzettend te stralen dat alles in mij alleen nog maar wilde snikken en snotteren.

 

“Wat is ie mooi… Wat is ie lief… Wat lijkt ie op je… Wat heeft ie een mooie naam… Wat ben ik trots op je… Wat heb je dit goed gedaan…”

 

En ik pakte haar kleine zoontje van haar over en gaf mijn Kleine Neefje een zoen op zijn hele zachte voorhoofdje en wist zeker dat ik een hele goeie tante voor hem zou gaan worden.

Om twee uur liep de parkeermeter af, maar die ben ik vergeten. Om drie uur kreeg ik een telefoontje van school waar ik bleef, want mijn dochter wilde graag opgehaald worden…

 

Ik ben tante van het liefste neefje van de hele wereld!

 

En ga weer verder met lesgeven, verbouwen, tassen en jassen van de grond oprapen, snel nog even een was, die nog even bellen, een dossier afmaken, antwoord geven op de vraag wat we vandaag gaan eten en boeken bij elkaar rapen om nog enigszins fatsoenlijk voorbereid een les te kunnen geven.

 

Tante worden is wel heel erg leuk!

(MEVROUW) IK BEN VERDRIETIG

donderdag 24 september 2009 22:44

kinderen

We hadden in de kamer de klokken van de kerk al horen luiden. De eentonige slagen wakkerden het verdriet aan.

We gingen op de fiets, met vier rozen in onze hand. Twee kinderen, een papa en een mama.

 

Bij de begraafplaats stond een zee van mensen met rozen stil te wachten. Ze kwamen aan. Een auto, met daarachter een vrouw, een meisje en een jongetje.

Het meisje naast me tikte me aan.

Het meisje achter de auto keek onze kant op en zwaaide stiekem.

Wij zwaaiden heel stiekem terug.

 

Er was muziek. Er waren woorden. En foto’s en ingehouden gesnik. Juffen en meesters, vaders en moeders en heel veel kinderen.

Na het Onze Vader liepen we achter een versierde houten kist.

 

“Doe maar de goedkoopste kist, want het gaat toch de grond in.”

 

En de goedkoopste kist was de mooiste kist. Vol met tekeningen, hartjes, glitters en namen in alle kleuren van de regenboog. Daarachter liepen alle kinderen met rozen en ballonnen. De juffen deelden de ballonnen uit en de pastoor had de kinderen beloofd dat hij op tijd zou zeggen wanneer de ballonnen de lucht in mochten. De zon scheen en het was een prachtige herfstdag.

We liepen over de begraafplaats.

 

“Kijk, die heet ‘De Vries’.”

“Goh, daar ligt een hele familie. Weet jij wat een familiegraf is?”

“Nee, maar ik vraag het wel even aan mijn moeder.”

“Dit is nog maar een baby. Ach, kijk, zo’n engeltje, dat is mooi op een graf.”

“Als je nou niet in God gelooft, mag je dan ook hier begraven worden?”

 

We stonden rijen dik tussen de graven. De kinderen voorop, precies zoals Jezus het wilde. Het werd steeds stiller.

 

“En nu gaat de kist in de grond en mogen jullie de ballonnen naar de hemel laten gaan.”

 

De kist zakte en tientallen witte ballonnen gingen de lucht in. Alle rozen gingen mee de grond in en de hoop was weg.

Klaar.

Dat was het.

 

We dronken een borrel. En nog een borrel.

We gaven wat woorden. We gaven wat zoenen. We grepen elkaar nog een keertje vast en knikten bemoedigend.

 

“Doe nog maar een wijntje.”

 

Een meisje kwam naar me toe.

 

“Mag ik morgen bij jullie spelen?”

“Ja. Dat mag. Ben je blij dat het er nu op zit?”

“Ja, ik moest wel heel erg huilen, maar ik wil nu dat alles weer normaal is.”

“Dat begrijp ik. Weet je wat? Ga buiten lekker verstoppertje spelen. En volgens mij zie ik daar een hele grote bak met snoep.”

“Maar ik mag morgen wel bij jullie spelen, hè?”

“Natuurlijk! Dan maak ik tosti’s.”

 

En daar gingen ze. Twee vriendinnen. Samen weer gewoon handstanden maken en Fanta drinken.

 

De dag was voorbij. We zeiden nog een keer ‘sterkte’, wat nergens op sloeg.

 

En het ene meisje werd 's avonds welterusten gezegd door haar vader en het andere meisje door haar moeder.

 

“Pap, ik wist niet dat begrafenissen zo gezellig konden zijn!”

 

En nu ben ik verdrietig. Gewoon heel erg verdrietig. In mijn keel zit een brok, in mijn buik een knoop. En ik denk aan Vriendin, met haar kindertjes. Inmiddels bijna tien jaar geleden. En vraag me maar van alles af, waar je geen antwoord op krijgt. Ik ben op zoek naar woorden van troost, die ik her en der ook echt wel vind, maar ik ben gewoon heel erg verdrietig. Want als mama ben je sterk, je legt uit wat een familiegraf is, je zorgt ervoor dat een ballon niet te vroeg de lucht in gaat.

 

"Hou hem goed vast, schat!"

 

 Ik tel mijn zegeningen en raak de tel kwijt.

 

Maar ik ben zo verdrietig...

 

 

(MENEER) 'JA SCHAT, NATUURLIJK. IK ZAL EROP LETTEN.'

zondag 20 september 2009 09:58

vader en dochters

Afgelopen week zat ik met mijn 30-jaar jongere bloedmooie dochter bij ‘Gent' aan de Schinkel. Het klinkt alsof je ergens op een hele exotische plek bent, maar het is gewoon een grappig terras ergens achter het Vondelpark in Oud Zuid. Niet zo’n typisch kakkerige ‘Oud Zuid’ tent met omhooggevallen Kluun publiek, maar gewoon een leuk eetcafé met houten banken buiten met uitzicht op een rood- gele ophaalbrug die regelmatig onder gezellig gerinkel allemaal leuke bootjes doorlaat.

 

(wat is Amsterdam toch leuk!)

 

En dat mijn dochter 30 jaar jonger is zeg ik erbij, omdat er in 30 jaar helemaal niets is veranderd  behalve dan dat ik een stuk ouder ben dan toen. Maar dat ligt voor de hand. Hoe oud ik ondertussen ben hou ik liever geheim want ik haat ouder worden en oud zijn. Ik heb er helemaal niets mee. Gelukkig doet alles het nog en ik probeer er maar zo min mogelijk over na te denken. Helaas lukt dat niet altijd. In ieder geval ben ik jong vader geworden en ik vind het cool dat ik 30 jaar scheel met mijn jongste dochter en dat ik tegenover haar op een terras zit en dat iedereen denkt dat ik een hele jonge vriendin heb.

 

‘Hoe doet die man dat toch?’

 

Tot het moment waarop deze dochter haar vader de les begint te lezen:

 

‘Pap, je eet weer vies. Je smakt.’

‘Je hebt eten in je mondhoek.’

‘Je overhemd zit te strak, waarom heb je er geen t-shirt onder?’

‘Je drinkt te veel.’

‘Kijk niet zo, die vrouw is veel te jong voor jou.’

‘Je haar is weer te lang.’

‘Die schoenen kunnen ook niet meer.’

 

Martin Bril.  'Vader en dochters’. Herkenbaar dus. Alleen waren die van hem toen zo’n beetje 12 en 14 jaar oud. En die van mij is 30.

 

DERTIG!

 

Is er dan echt helemaal niets veranderd? Nee, er is echt helemaal niets veranderd. Dat blijkt wel. In dezelfde week zat ik op dezelfde plek met mijn veel jongere vriendin, of in ieder geval: een veel jongere vriendin, omdat ik ondertussen niet weet of zij nu ‘mijn’ of ‘een’ vriendin is of misschien wel helemaal geen vriendin meer. In ieder geval zat ik daar met een jonge vrouw van tegen de 40 zo’n beetje in dezelfde kleding zo’n beetje hetzelfde op dezelfde manier te eten zonder dat ik van alles en nog wat naar mijn hoofd geslingerd kreeg dat ik als een soort bouwvakker in een veel te strakke blouse m’n eten op een onsmakelijke manier naar binnen zat te werken. Nu kan het natuurlijk zo zijn dat die vriendin iets had van 'daar waag ik m’n kindertjes niet an' of dat de liefde ondertussen zo bekoeld was dat het haar geen ene reet meer interesseerde, in ieder geval zei ze er niets van. Terwijl ze wel van het type is dat makkelijk haar bek opentrekt als iets haar niet zint.

 

Hoe het ook zij, ik vraag me wel af of ik altijd zo goor zit te eten en er als een kannibaal bijzit, want mijn dochter zegt dat soort dingen natuurlijk niet voor niets. Of blijven dochters altijd op dezelfde manier naar hun vader kijken? Van mijn zoon hoor ik nooit wat, die zit er trouwens ook niet mee om een serie reusachtige scheten te laten en een partijtje te boeren als we samen ergens zitten te eten, dus dat is ook geen maatstaf.

 

Zoons, dat is een ander verhaal.

 

Maar het rare is dat het gevoel als je zo op je lazer krijgt, hetzelfde blijft. Enigszins beschaamd veeg je je mondhoeken schoon, voorzichtig neem je een hap van je rijkelijk belegde ciabatta met kip en zongedroogde tomaatjes, je doet je shirt wat in de plooi, je probeert niet te opzichtig te kijken naar al het halfbloot tentoongestelde moois van het terras en je zegt:

 

‘Ja schat, natuurlijk. Ik zal erop letten.’

 

 

 

 

  

 

(MEVROUW) ...

donderdag 17 september 2009 15:17

kinderen

"Mama, de vader van Nicky is vanmiddag overleden."

 

...

(MENEER) NEEFJES

donderdag 17 september 2009 09:26

neven en nichten, familie

Gisteravond had ik mijn neefjes op bezoek. Ik heb er drie. Als je van hebben mag spreken. Hele leuke neefjes overigens. Neefjes die nooit neven worden. Nooit volwassen dus.

 

Zonen van mijn zus.

 

Ze voelen heel dichtbij. Ik heb nog wel meer neven, maar die voelen veel verder weg. Dat zijn zonen van ooms en tantes. Dat vind ik ook geen echte neven eigenlijk. De zoons van mijn zus zijn echte neven. Die zijn ook een beetje van mij. Het voelt meer als eigen kinderen.

 

Vind ik dan.

 

Het Welsh heeft er een apart woord voor: ‘nei’, dat betekent ‘zoon van zuster’. Welsh wordt voornamelijk in Wales gesproken door maar zo’n 700.000 mensen, het is een hele aparte taal met een hele consequente grammatica en uitspraak. Ook heeft  het Welsh een hele rijke literatuur. Een van de langste plaatsnamen is in het Welsh:

 

Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch.

 

Het is een samenstelling die staat voor: "De kerk van de heilige Maria in de luwte van witte hazelbomen bij de draaikolk bij Sint Tysilio's rode grot."

 

Dat is niet niks dus.

 

Maar ik had het niet over het Welsh, ik had het over mijn neefjes en dat ik eerlijk gezegd vind dat er ook een apart woord voor zoon of dochter van je zus en broer moet komen in het Nederlands, want alleen de kinderen van je zus of broer voelen echt dichtbij. De rest is eigenlijk flauwe kul. En die andere gasten zie je meestal ook niet zo vaak. Ik in ieder geval niet. En als ik ze zie, zoals laatst bij een reünie, dan denk ik: daar heb ik eigenlijk helemaal niets mee. Een uitzondering daargelaten. Maar met de zoons van mijn zus heb ik veel, zo niet alles. 

 

Vooral humor.

 

Want daar begint het volgens mij mee. Als je dezelfde humor hebt dan is er meteen een klik, dan spreek je dezelfde taal. Ik kan bijna met niemand zo op dezelfde manier lachen als met mijn neefjes, echt onbegrijpelijk onbedaarlijk buitengemeen lachen. En het valt niet uit te leggen wat voor soort humor het nou precies is. Het is in ieder geval een humor die vermengd is met zelfspot en veel absurdisme. Ik weet bijvoorbeeld zeker dat als ze deze cartoon zien dat ze dan meteen in een deuk liggen.

 

 

 

En kun je nou uitleggen waarom deze cartoon van Gummbah zo grappig is?

 

Of deze:

 

 

Of de trieste vertegenwoordiger van Jiskefet, de treinengek, die eenzaam aan z’n hamburger met gebakken ei, een 'Blankenburger' heet zoiets, in een verlaten wegrestaurant met ontzettend foute muziek op de achtergrond, aan de spoorlijn zit en elke keer als een bezetene van z’n stoel  omhoog springt om

 

'Yes, yes, yes!'

 

te yellen als er een trein voorbij komt?

 

http://www.youtube.com/watch?v=j4uI9Rk5oCA

 

Ik zou eerlijk gezegd niet kunnen zeggen wat die humor nou zo leuk maakt. En mijn neefjes dus ook niet. En dat bindt dus, dat je het niet kunt uitleggen, daar gaat het om, dat is humor.

 

Denk ik dan.

 

 

(MEVROUW) DE MACHTELOOSHEID

dinsdag 15 september 2009 23:18

kinderen

We liepen door Artis, met naast mij een hele stoere vrolijke meid van 8. Lekker gebruind, lachend met haar vriendin. Het was zonnig weer en de dag daarna zou de school weer gaan beginnen. Nog één dagje Artis meepikken voordat het echte werk weer zou gaan beginnen.

 

“Papa heeft nu een slangetje in zijn neus.”

“Oh, krijgt hij daar zijn eten door?”

“Ja, maar mama had vanochtend per ongeluk het slangetje doorgeknipt. Ze wilde zijn pleister wegknippen en toen knipte ze in het slangetje.”

 

Vandaar dat haar moeder zo paniekerig was die ochtend aan de telefoon. Ineens begreep ik het.

 

“Maar toen heeft mama toch wel het ziekenhuis gebeld?”

“Ja en die zeiden dat het niet erg was. Hij kan nog wel kauwen, want hij krijgt logopedie.”

“Gelukkig.”

“Ja, en als ie zijn pillen kwijt is gaat ie heel hard vloeken!”

“Nou, dan helpt de logopedie goed! Moet je eens kijken wat een grote vis zeg! Zou die lekker smaken?”

 

Vanavond, vier weken later aan tafel.

 

“Mam, Shaureen deed vandaag weer zo vervelend. Elke keer als ik bij haar ging zitten, liep ze weg.”

 

“Ach, die heeft gewoon wat sterallures. Zij heet eigenlijk prinses Shaureen. Laat haar toch! Je hebt nog zoveel andere vriendinnen. Roos, Merel, Anne, Nicky. Daar zit je nu toch naast?”

 

“Ja, dat is mijn beste vriendin. Maar ze werd vandaag uit de klas gehaald.”

 

“Oh?”

 

“Ja, want haar vader is met de ambulance opgehaald en ze moest helemaal naar Utrecht. Ze moest huilen vandaag, mam. In de klas. En ze wil niet dat we het weten. Maar de juf heeft het toch verteld."

 

“Maar ze had er toch al eerder wat over tegen jou gezegd?”

 

“Ja.”

 

“En weet je, ze heeft er met mij ook al eens over gesproken.”

 

“Oh ja?”

 

“Ja, bij Artis toen…”

 

“De juf zegt dat haar vader heel erg ziek is. Misschien wel zo ziek dat hij dood gaat…”

 

“Ja liefje. Haar vader is heel erg ziek en ik denk ook dat hij dood gaat.”

 

“Maar papa’s gaan toch nooit dood? Het is begonnen in zijn hoofd.”

 

“Ja, dat weet ik.”

 

“Ik denk niet dat de papa van Nicky dood gaat. Dat is zo’n lieve papa! Die wordt vast wel weer beter. We hebben met de klas een kaart gemaakt voor Nicky. Ze wil er echt niet over praten.”

 

“Nee, maar als ze morgen op school is, ga je toch maar even vragen hoe het met haar is. Want Nicky is je vriendin en ze heeft wel meer tegen je gezegd. En als ze er niet over wil praten, dan zegt ze het wel.”

 

“Denk je echt dat haar vader dood gaat?”

 

“Ja. Dat denk ik echt. En weet je, als dat inderdaad gebeurt, dan gaan we naar een begrafenis. Jij en ik. Dat is heel verdrietig, want dan moet iedereen heel erg huilen en mama moet dan ook heel erg huilen, maar dan gaan we samen daar naar toe.”

 

“Ja, ik denk dat Nicky dat wel fijn vindt. Als mijn papa doodgaat dan wil ik geen stiefvader, hoor.”

 

“Nee, maar jouw papa gaat nooit dood. En als ie dood gaat dan ga ik hem persoonlijk terug halen.”

 

“Kan jij dat dan?”

 

“Jazeker, je denkt toch niet dat ik dan voortaan de lekke banden ga plakken?!”

(MENEER) 'HIER MANGELD MEN MET EEN D'

dinsdag 15 september 2009 16:54

onderwijs

Theo Thijssen meldde zich laatst weer bij mij aan, greep mij bij de strot, zo erg dat ik haast geen adem kon halen.

 

Huiveringwekend.

 

Je begrijpt het gewoon niet dat dit prachtige proza niet meer gelezen wordt.

 

Ik althans niet.

Luisterdt!

In de volstrekt vergeten verhalenbundel ‘Egeltje’ staat een verhaal dat alle spellinghervormers moet doen sidderen. Soms, heel soms namelijk, mag je ik wordt met dt schrijven.

Het verhaal gaat over Fientje S, een leerling van Theo Thijssen die na schooltijd niet naar huis gaat. Thijssen merkt dat er wat met haar aan de hand is en gaat met haar in gesprek.

 

Zo deden de oude schoolmeesters dat. Die namen daar de tijd voor.

Zachtkens, heel zachtkens begon zij te huilen en vertelde, haperend en snikkend bij elk woord haar leed: Moeder(vader was dood) had een mangelzaakje …

Boven de deur van het kelderwoninkje was een bordje; en op dat bordje stond het geschilderd:

Hier mangeld men met een d.


Ik wilde glimlachen, maar ik kon niet.


En dat is fout’! schreide zij wanhopig.


Ik liet haar uithuilen en bedacht wat ik zeggen zou. Toen vroeg ik zachtkens, en ik liet hoop klinken door mijn gefluister:

Fientje, is dat bord nieuw?’
Fientje bedaarde wat.

 ‘Het is al oud’, sprak ze.
Al heel oud hè’? suggereerde ik blij.
Al heel erg oud, al verschrikkelijk oud’, antwoordde zij, voor zich uit blikkend, als vertelde zij een ‘mooi sprookje.

‘Het gaat al bijna stuk.’

Juist’, zei ik, ‘welnu Fientje, in de oude tijd, toen dat bordje geschilderd werd, toen moest het nog zo. Toen waren al die bordjes met een d.’

Haar blik verhelderde:

‘Allemaal?’ vroeg ze.
En ik loog verder: ‘Een oud bordje hoort juist zo.’

Samen lopen zij naar buiten. Fientje is helemaal gerustgesteld. Ter afsluiting zegt ze tegen haar meester:

Meester, ik ga sparen voor een nieuw bordje met dt!’

Vol gedachten liep ik huiswaarts.’ 

Dit zijn dan de laatste zinnen van grootmeester Thijssen.

 

Huiveringwekkend mooi.

 

En ik verlang zo naar Fientje, misschien leeft zij nog en is zij ook door God vergeten, het maakt mij niet uit, ik wil gewoon even naast haar zitten en samen een beetje mangelen.


(MEVROUW) PIA, BEMOEI JE ER NIET MEE!

maandag 14 september 2009 23:43

vrouwen en carrière

 

Ik hoorde het mezelf weer zeggen:

“Ik heb het helemaal niet druk!”

 

Met als antwoord:

“Maar weet je wat vrouwen van jouw leeftijd met kinderen van jouw leeftijd gemiddeld op dit tijdstip doen?”

 

“Nou?”

 

“Die drinken koffie en nemen daar koekjes bij. En daarna gaan ze eens boodschappen doen.”

 

“Ja en?”

 

“Niks, ‘ja en’. Als zo’n vrouw hoort wat jij allemaal doet is ze direct overspannen.”

 

“Maar ik vind het leuk!”

 

“Dan is het goed.”

 

En vandaag stond Pia Dijkstra in de krant. Vrouwen moeten meer werken, want ze moeten beter voor zichzelf zorgen. Pia (met drie kinderen) begrijpt niet dat vrouwen ‘er-maar-een-beetje-bij-werken’ en staat op de barricaden voor meer vrouwen op de arbeidsmarkt. Want er is kennelijk een nieuwe trend; vrouwen moeten nu ineens na hun 45e carrière gaan maken en werkgevers moeten daar dan ook nog gehoor aan gaan geven. Want anders gaat er een compleet arbeidskapitaal verloren en al die vrouwen zouden wel eens kunnen gaan scheiden en dan zou het toch maar eens zo kunnen zijn dat die vrouwen geen pensioen opgebouwd hebben zodat ze ‘later’ aan de bedelstaf komen.

 

En zoals Pia stelt; vrouwen krijgen tussen hun 25e en 40e kinderen, dus dan kan je er als werkgever niet zo op ze rekenen, maar daarna gaan ze massaal de arbeidsmarkt op.

 

En ik ben bijna veertig.

Dus ik heb nog vijf jaar.

En dan moet ik echt aan mijn carrière gaan beginnen… Van Pia.

 

Laat het nou zo zijn dat ik mijn carrière had toen ik 35 was. En wat voor ’n carrière! Ik droom er nog wel eens van en dan word ik badend in het zweet wakker. Er waren dagen dat mijn zoontje (toen groep 5) een dagje ziek was, met naast hem een tafeltje waarop een glas drinken, een zakje chips, de telefoon en de afstandsbediening.

 

“Dag schat, ik ga werken!”

 

Dat vond ik toen niet echt leuk, maar ja, het was niet anders. Het gevolg daarvan was, dat ik na twee jaar overspannen was. Want ik hield wel heel veel ballen in de lucht en die donderden tegelijkertijd allemaal naar beneden. Mijn huwelijk was op sterven na dood, een sociaal leven had ik niet meer, laat staan dat ik wist wat er zich in de belevingswereld van mijn kinderen afspeelde. Dat sms’te een oppas toen wel door. Kim ging, Chantal kwam, Chantal ging, Kirsten kwam en zo ging het een paar jaar door met o zo gezellige oppassen en hun vriendjes..

 

Maar ik vond het zo belangrijk dat man en vrouw aan elkaar gelijk waren, dat we ongeveer hetzelfde inkomen verdienden (3x modaal) en we hadden beiden kinderen gekregen dus zowel papa als mama maakten evenveel tijd voor de kinderen vrij. Tot er een dag kwam dat papa in Noorwegen zat, mama in Brussel en de kinderen aan het logeren waren in Brabant. ’s Avonds hadden we een family conference call en ik vond mezelf ineens zo belachelijk…

 

Dus klaar.

 

En het werd heel traditioneel. Mama ging voor de kinderen zorgen. Papa ging weer vijf dagen werken. Mama deed er wel een opleiding naast en maakte dat in recordtempo af. Mama en papa samen ging niet meer zo heel erg lekker en dat zou ook niet meer lekker worden. Dat was het blijvende letsel, maar mama en papa wilden wel samen voor de kinderen blijven zorgen en gingen op zoek naar een oplossing. Die is gevonden.

 

Iedereen blij.

 

En het is nog steeds traditioneel.

Ik verdien nu een schijntje van wat ik ooit verdiende, maar heb tegenwoordig wel twee banen. En die banen zijn zo ingericht dat als de kinderen vrij zijn, ik ook vrij ben, zodat papa zijn carrière kan blijven maken, maar wel heel goed voor de moeder van zijn kinderen blijft zorgen. Want dat vindt hij belangrijk.

 

Zo kan het ook nog eens Pia, maar daar moet je wel creatief voor zijn en een gemeenschappelijk doel hebben: het welzijn van je kinderen.

 

En na mijn 45e doe ik dat nog steeds! En neem ik nog een koekje bij de koffie, zit een uur met mijn (wel of niet) werkende vriendin aan de telefoon, want ook haar man zorgt erg goed voor de moeder van zijn kinderen. En zelfs als je niet 3x modaal verdient, kan je nog steeds uitstekend voor elkaar zorgen. Dan is het gewoon even wat minder.

 

Laat vrouwen in godsnaam zelf beslissen wat ze doen!

 

Ons land is nauwelijks ingericht voor twee werkende ouders met schoolgaande kinderen en de druk van het presteren mag wat mij betreft zowel bij kinderen als bij ouders echt wel een beetje minder. Ook na hun 45e, want dan zitten die kleine kinderen midden in de puberteit en hebben ze je net zo nodig als toen ze drie waren. En als ouders allebei willen werken, is het voor mij ook goed, maar ga me niet vertellen dat je kansen verspeelt als je niet werkt. Kennelijk heb je dan iemand die gewoon goed voor je zorgt, want jij zorgt ook goed voor anderen.

 

Carrière? Q’est ce que c’est?

Ik heb gewoon een baan. En ik vind het leuk. Beide banen. En ik verdien er geen zak mee en het is part time. Maar ik heb een man die voor me zorgt. 

 

PIA!

(MENEER) VOOR SONJA DOE IK ALLES

zondag 13 september 2009 10:14

verliefd

Een ding weet ik zeker: ik ben volkomen ongeschikt om lid te worden van de Club der Kuisheid. De laatste tijd gebeuren er weer allemaal dingen met me die hier overduidelijk op wijzen. En het is maar beter hier niet op in te gaan.

 

‘Der Feind hört mit’ zullen we maar zeggen.

 

Eerlijk gezegd weet ik ook niet of Theo Thijssen wel zo kuis was. Hij wekt de schijn van niet, maar ik heb hem nergens kunnen betrappen op onkuise gedachten. Zijn beschrijving van de verliefdheid van Kees Bakels op Rosa Overbeek behoort tot de mooiste literatuur die ooit geschreven is. Elke keer weer als ik die passage lees, biggelen de tranen over mijn door de ‘NIVEA for men, summerlook,’ gebruinde wangen en denk ik weer aan mijn eerste grote liefde.

 

Sonja.

 

Ik was een jaar of tien. Rob de Nijs was nog net niet zo ver dat hij ‘Voor Sonja doe ik alles’ zong toen ik al alles voor haar deed. Sonja was overigens ook op mij. Ik heb haar een paar dagen vlak voor ik ging verhuizen gevraagd, een perfecte timing. We stonden samen op een bevroren plas een beetje te glijen en hielden elkaar vast. Elke keer als zij onderuit dreigde te gaan, greep ik haar beet. Ze deed het er om, dat weet ik nu zeker, want ze had van die skischoenen aan en daar ga je niet mee onderuit. Ik had van die goedkope Van Haren schoenen en die waren zo glad als een biljartbal. Maar ik stond als een dijk, niet van mijn stuk te krijgen.

Als het mooi weer was, droeg zij van die penny shoes, vaak met zo`n achterlijke blauwe maillot daarboven. Sonja had lang stijl haar, reebruine ogen en was de rust zelve. Ik niet dus, ik behoorde meer tot de AHD categorie avant la lettre en werd er zo’n beetje altijd uitgelazerd. De eerste drie jaren van mijn schoolcarrière overigens niet, want toen had ik een juf die mij wel begreep en die mij beschermde voor de boze anti pedagogen die iets tegen te drukke jongetjes hadden.

In de vijfde klas, wat ze nu groep 7 noemen, ging het pas goed mis, ik werd met grote regelmaat de klas uitgestuurd en stond beschaamd in de gang, onder de wandplaat Landing van Willem 3 bij Brixham 1688 en staarde naar Sonja en zij naar mij. Stiekem zwaaide ze en ik stond daar maar niet begrijpend wat ik nu weer gedaan had.

In het speelkwartier meed ik haar natuurlijk, maar ik rende als een dolle om haar heen om tijdens het naar binnen gaan, in strak geleide rijen, weer dicht bij haar te staan. Niet dat ik dat regisseerde, ik dacht van wel natuurlijk, maar dat kunnen alleen meisjes, die regelen dat. Jongens kunnen dat niet, die staan daar niet bij stil, die hebben al op 10 jarige leeftijd zo'n van hun hormonen zonder dat ze weten hoe ze dat woord eigenlijk moeten schrijven. Een onhandiger ras dan jongetjes van die leeftijd bestaat niet, die zijn bij wijze van spreken net zindelijk. De laatste schooldag weet ik nog goed en ook dat ik haar niet meer zou terug zien, want schrijven heb ik pas later geleerd. Ik zie haar nog wel weglopen, haar rug heb ik lang gevolgd.

Kees Bakels had tranen in zijn ogen toen hij Rosa Overbeek richting Reestraat zag verdwijnen. Hoe het met mijn ogen zat weet ik niet meer, ze waren waarschijnlijk weer net dichtgeslagen maar tussen de spleetjes door was zij de mooiste van de wereld.

Was, want zij is alleen nog maar een herinnering, tastbaar niet meer aanwezig.

Het kan verkeren in de liefde.

Profielfoto meneer_mevrouw

meneer_mevrouw

Woonplaats: Neverland
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Links

Groepen

Favorieten van meneer_mevrouw

Astrid  Rijff Barbarella Dianne  Soeters elsje  dijkstra FayLatour galadriel hiraeth ijskastmoeder Isis Nedloni j-p- jeg_synes Jezzebel miss_v R.  Kruzdlo rachel_schrijft RED_ Thera  vuurjuffer

Mevrouw is lui...

...en vergeet dus regelmatig reageerders te bedanken... Meneer is meestal beleefder!

 

(De teksten van Mevrouw mogen altijd gebruikt worden voor groepen etc. Graag met bronvermelding, maar Mevrouw weet ook: 'goed gejat is beter dan slecht bedacht!')

 

De lezer leest zichzelf en alles is fictief.

ER WAS EENS EEN MAN DIE ALTIJD RECHTVAARDIG WAS

foto

Sprookje

Er was eens een man

die altijd rechtvaardig was

 

(HdC)

PINK PARADISE

fotoIK HOU VAN WAT IS. JIJ VAN WAT ZOU. HOU JIJ VAN MIJ. IK HOU VAN JOU.

M&M

foto
'ZIT DAAR NIET ZO TE HEBBEN,'ZEG IK TEGEN JOU MET JE DOCHTER OP SCHOOT. HET IS ZONDAG. HET IS NU STERKE KOFFIE. BROOD. JONGE KAAS. WERKELIJKHEID IS GROOT, WIJ KLEIN. JE ZEGT: 'ZIT DAAR NIET ZO TE ZIJN.'

NU, DUS.

fotoIk herinner me een gedicht dat ik nooit schreef, waarin het woord bunker veel wind door zich heen laat gaan en rijmen moet op hunker. Het tocht er van hartstocht. Alles moet zich vasthouden. Als het over is blijken wij elkaar vast te houden. Wat nu. Nu, dus.

Laatste reacties

persona

(MENEER) EEN GENERATIE LEERKRACHTEN DIE NIET MEER KAN SPELLEN
MENEER: Werk aan de winkel dus. Dank je wel.

persona

(MENEER) EEN GENERATIE LEERKRACHTEN DIE NIET MEER KAN SPELLEN
elsje dijkstra: Spellen leer je door heel veel te oefenen, niet alleen …

persona

(MENEER) EEN GENERATIE LEERKRACHTEN DIE NIET MEER KAN SPELLEN
MENEER: Voor wie moet ik dat doen. Elsje?

persona

(MENEER) EEN GENERATIE LEERKRACHTEN DIE NIET MEER KAN SPELLEN
elsje dijkstra: Nou, wat houdt meneer tegen om een kort overzicht basisregels …

persona

(MENEER) EEN GENERATIE LEERKRACHTEN DIE NIET MEER KAN SPELLEN
Terracidus: Groot gelijk! En het is niet toevallig dat in andere …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van meneer_mevrouw, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2010
2009
2008

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •