
Bemiddelen (IV): in Limbo, maar wel vissen.
ikv pax christi,congo,conflict,bemiddeling,
17 maart 2010, Bunia
Terwijl ik hier ben wil ik natuurlijk ook een update over een van de bemiddelingstrajecten waarover ik hier al eerder schreef. Daar valt niet meer over te vertellen dan het volgende:
- de spanningen zijn onverminderd hoog, maar de situatie is nog niet uit de hand gelopen;
- de volgende stap is nog niet gezet; vandaag komen de leiders van een van beide groepen bijeen om te besluiten of en hoe ze met de onderhandelingen verder willen;
- het visverbod is niet uitgevoerd (hoera!).
Dat laatste verdient wat meer uitleg. Ik schreef al eerder dat een deel van het conflict draait om toegang tot het meer en (dus) visvangst, voor veel bewoners de enige bron van inkomsten. Vanuit de provincie was er een visverbod aangekondigd per 28 februari. Maar wat blijkt nu: de betreffende minister heeft dit luid en duidelijk aangekondigd, maar uiteindelijk (en heel gelukkig!) de wet niet bekrachtigd met een handtekening.
Waarom niet? Ik zie twee mogelijke redenen: het was een geval 'veel haren weinig wol' of een voorbeeld van een niet-functioneel staatsorgaan (de provincie).
Dat overigens, as we speak, zichzelf dreigt op te blazen als gevolg van strijd tussen de gouverneur en de oppositie die een motie van wantrouwen tegen de gouverneur heeft ingediend.
Het kan verkeren.
Som der delen
congo, ikv, pax christi, ikvpaxchristi, conflict, afrika, africa
Ik ben in Bunia in gesprek met ons partnernetwerk, over de toekomst maar ook over het 'nu'.
Samenwerken als netwerk van verschillende organisaties is voor clubs en mensen met verschillende belangen, achtergronden en 'waarheden' niet vanzelfsprekend. Zeker niet in een situatie die gekenmerkt wordt door een verleden vol geweld.
Toch is dat wel een van de verworvenheden van het netwerk; dat ze ondanks alle tegenstellingen samen een gedurfd programma neerzetten, waarin de controversiele onderwerpen niet worden geschuwd maar juist omarmd en ze proberen een laag dieper te gaan dan wat op het eerste oog het probleem lijkt.
Hun werk laat zien dat een som der delen soms meer is dan de delen afzonderlijk. En dat is voor mij hoopgevend om te zien en tegelijkertijd voor henzelf soms een bittere pil..
Aankomst in Bunia
congo, bunia, ikvpaxchristi, pax christi, ikv, conflict
Ben zojuist aangekomen in Bunia, met een vroege ochtendvlucht! Vrijdag zag het er even spannend uit, want de vlucht Entebbe – Bunia werd afgeblazen door autorisatieproblemen. Maar gelukkig werd ik daarna gemaild met het aanbod om mee te vliegen op een al geboekte vlucht van MAF Congo, die een aantal vrijwilligers zou invliegen om hun basis in Nyankunde te herbouwen. Ik mocht en wilde mee en zo ben ik dus zelfs vroeger dan gepland al hier. Gelukkig maar.
Zojuist heb ik even gebabbeld met de coördinator van het programma hier ter plekke, die vertelde dat het visserijverbod gelukkig (nog) niet wordt gehandhaafd (zie paar blogs terug voor dat verhaal), zodat de spanningen in het gebied dat grenst aan Lake Albert niet nog verder lijken op te lopen.
De spanningen tussen de twee etnische groepen die elkaar daar een stuk land betwisten zijn onveranderd hoog. Vanmiddag ga ik hierover verder praten met onze partners.
In de hoop dat we de komende week weer een stap kunnen zetten in dit bemiddelingstraject.
Zo ben ik bezig met de 'inhoud': hoe verder met de onderhandelingen, hoe verder met het programma, en zo word ik weer geconfronteerd met de andere kant van ons werk.
Terwijl ik mijn koffer pak, laatste papieren bij elkaar hengel en een presentatie in elkaar zet met voorstellen voor ons programma in de toekomst, krijg ik vanmiddag een kort mailtje van de vliegmaatschappij: vlucht gecanceld. Wellicht kans om de dag erna te vliegen, wellicht ook niet.
De reden? Net als in december krijgt de vliegmaatschappij opnieuw geen autorisatie van de Congolese autoriteiten om te landen in Bunia, de stad waar ik heen moet. Waarom? Vorige maal werd sterk gehint dat het gaat om concurrentiebescherming of - net zo waarschijnlijk - de zucht naar steekpenningen: er is nog een andere aanbieder van vluchten Entebbe - Bunia en dat is een Congolese maatschappij.
Prima maatschappij, zij het op de zwarte lijst, maar met slechts twee vluchten per week ook weer niet een enorme speler. Maar wel eentje die de autoriteiten beter gezind zijn, dan een buitenlandse (missie)vlieger. En zo lijkt de toegang tot Congo steeds meer afhankelijk van hoeveel je ervoor wilt betalen. Drie weken geleden kon ik het land nauwelijks in, omdat het verkrijgen van een visum onoverkomelijk (b)leek, nu kan ik er niet eens arriveren en (als ik er dan al kom) nauwelijks meer weg.
Tsja, dit hoort net zo bij ons werk in een fragiele context als geweld, onzekerheid en andere bekende criteria. Maar dit is zo banaal, ik heb er geen vrede mee. Werken in een fragiele staat = je wapenen tegen frustratie.
Ik maak me op voor een nieuwe - ingelaste - reis naar Congo, dit weekend. Reden is extra overleg met partners over de toekomst van het programma, maar ik neem de kans waar om ook verder te praten over de onderhandelingen waarover ik het hier al eerder had.
Voor wie regelmatig meeleest: collega X die vergiftigd bleek, is inmiddels hersteld en heeft vorige week zijn werk weer opgepakt. We zijn heel blij met zijn vlotte herstel, maar het neemt niet weg dat voorzichtigheid enigszins geboden blijft.
De onderhandelingen kunnen dus weer van start en dat zal de komende weken gebeuren. Vorderingen zal ik - voor zover mogelijk, want niet alles is geschikt voor zwart-witte vastlegging - hier blijven volgen. Want: dit is wel waar het in ons werk om draait: met vallen en opstaan proberen om conflicten te beslechten.
Wordt opnieuw vervolgd dus..
In mijn vorige blog vertelde ik over moeizame en spannende onderhandelingen tussen twee bevolkingsgroepen in Ituri en hoe onze partners enorm hun best doen om hierin een doorbraak te faciliteren. En dat dat niet vanzelfsprekend is.
Gisteravond werd ik daar opnieuw van doordrongen: dit is geen spelletje. Collega X mailde me met de volgende boodschap: "Ik kan nu niet reageren, want het lijkt erop dat ik opnieuw ben vergiftigd."
Schrikken.
Vanmorgen gaf hij, na mails/smsjes vol vragen van onze kant, meer details: hij denkt dat dit inderdaad gebeurd is in het dorp waar hij naartoe zou gaan om meer informatie te krijgen over de standpunten van een van beide groepen in het onderhandelingsproces. Een eerste onderzoek wijst vergiftiging uit, maar niet exact waarmee. Een tweede onderzoek in een groter ziekenhuis moet meer duidelijkheid geven.
Ik blijf hier geschokt achter, terwijl ik hoop dat hij in orde zal blijken te zijn. Hopend ook dat hij zijn werk weer kan en wil oppakken, maar ook me realiserend dat de gevaren van ons werk niet altijd helemaal te overzien zijn.
Het is warm, deze laatste dagen in Ituri. Het is de droogteperiode en de temperatuur loopt snel op. Maar ook figuurlijk gaat het er heet aan toe in het gebied dat grenst aan het Albert Meer.
Collega X. en ik zijn uit eten in restaurant Helleniqe in Bunia. Vrijwel meteen begint hij over een nieuwe bemiddeling waarbij onze partners zijn betrokken.
Al tijdens onze conferentie van december bleek dat een al 40 jaar oud conflict tussen drie maanden over drie gemeenten aan het Albertmeer verergert. Dit komt deels doordat een groot deel van de mensen leeft van de visserij en de visserij steeds minder oplevert. Voeg deze enorme armoede bij de al oude ruzie over de gemeentegrenzen en voeg er de trauma's van de vorige oorlog bij - waarin de stammen tegenover elkaar stonden - en een nieuwe explosieve situatie is een feit.
Onze partners zijn op verzoek van de overheid in januari begonnen met eerste bemiddelingssessies, waarbij de wederzijdse standpunten moesten worden verhelderd. Het leiden van dergelijke sessies vergt heel veel tact, want de kans bestaat altijd dat direct contact tussen beide groepen de spanning verder opvoert. Dit leek even het geval te zijn, toen tijdens de derde bijeenkomst de ene groep opstond om het proces te verlaten.
Inmiddels is er weer zicht op verdere bemiddeling en dit heeft enorme haast. Per komende zondag verbiedt de provincie namelijk gedurende drie maanden het vissen in het meer. Dit - twee weken afgekondigde! - totaalverbod betekent voor de vissers (van beide stammen) een vermindering in inkomen van 100%, zonder dat de overheid compensatie of een alternatief biedt.
Voeg daarbij de spanning die er in dit gebied al bestaat en de kans dat het conflict oplaait is reeel. Ons rest niets anders dan te proberen dit zo goed mogelijk te voorkomen. Door te praten met beide partijen, de overheid te laten inzien dat het verbod olie op het vuur gooit en hopen dat dit allemaal nog op tijd zal zijn.
Makkelijk is dat niet en voor hun poging verdienen onze Congolese partners alle lof en steun.
Wordt (vast) vervolgd..
De politie is je beste vriend
congo, vrede, vredeswerk, ikv pax christi, politie
Weer een nieuwe politie-ervaring: ik ervaar nu aan den lijve wat ‘tracasseries’ nu eigenlijk zijn. Tracasserie is een verzamelnaam voor de kwellingen die de bevolking ondergaat door misdragingen van politie, leger of overheid. Een tracasserie kan van alles zijn, maar wordt voornamelijk gebruikt voor het mensen geld afhandig maken door ze te bedreigen of te weg te versperren.
Vandaag reed ik van Mahagi naar Bunia, een rit van 190 km over de weg, die inmiddels redelijk te maken valt in een uur of 4,5. E. zou me brengen. Ik had het eerst nog afgeslagen, want het is nogal een taxiritje heen en terug, maar toen hij begon over alle ‘barrières’ die ik zou tegenkomen, veranderde ik van mening. Als ik dan toch door de politie zou worden gestopt, dan liever met hem naast me. En barrières waren er: touwtjes over de weg gespannen, hefbomen van hout, rotsblokken midden op de weg neergelegd, of gewoon een aantal politiemannen midden op straat. Soms waren het jonge jongens – die op eigen initiatief de weg vereffenen -, die vroegen om een vrijwillige bijdrage. Dat vond ik eigenlijk wel een paar centen waard.
De andere keren waren het politiemensen of militairen, die geld wilden vangen, vanwege (ik herhaal er enkele): vermeende ontbrekende verzekering (“Nee, hoor, hebben we wel”), noodzakelijke technische controle (“Heeft u een garage dan?”), het onwettig vervoeren van passagiers (“Hoezo, we zijn verzekerd en nee er bestaat niet zoiets als een aparte verzekering voor blanken.”). E. zijn reacties vond ik meesterlijk. Daarnaast reageerde hij meestal met zijn succesnummer “Kent u mij niet? Ik ben priester E.. Schande dat u mij tegenhoudt.” In een heel katholiek land als Congo, werkt die zin werkelijk uitstekend.
Maar, zonder gekheid: terwijl wij na een aantal verbale steekspellen mochten doorrijden, zagen we bij elke versperring opnieuw auto’s, fietsen en motoren stilstaan, omdat ze niet verder mochten, zonder te betalen. En wat voor ons met een sisser afliep, loopt ook vaak anders af, zo horen we vaak genoeg.
De politie wordt niet regelmatig uitbetaald en ik kan denk ik wel bedenken waar het geld gebleven is. Waar het wordt terugverdiend is overduidelijk: over de rug van de bevolking.
Het meisje en de dader
Congo, sexueel geweld, oorlog, veiligheid in de buurt, vrede, IKV Pax Christi
Woensdag 17 februari ben ik met E. en P. op bezoek geweest bij een paar door ons getrainde en gesteunde dorpscomités in drie dorpen, een paar uur rijden vanaf de stad waar ik logeer. In dorp X komen we aan en nemen plaats wat lijkt op een oude winkel: een lemen gebouwtje aan de rand van de hoofdstraat, met een halve deur, waarin snel een paar plastic stoelen worden neergezet. Het is een interessante club mensen bij elkaar en ik stel veel vragen, met name over de politie die het zo nauw niet neemt met de regels: afpersing, corruptie en bedreiging van de bevolking zijn eerder regel dan uitzondering.
Aan het eind van het bezoek neemt de voorzitster van het comité nogmaals het woord en vraagt E. om advies. Wat kunnen ze doen om te zorgen dat het meisje dat eergisteren is verkracht de medische zorg krijgt die ze verdient? De commandant wil haar niet naar het ziekenhuis laten gaan, omdat het onderzoek nog niet is afgerond. E. zegt dat het belangrijk is om met hem te gaan praten, want dit soort medische zorg is gratis in de enkele kliniek die er is op het platteland. En het is zaak dat ze de zorg snel krijgt, wil hij nog helpen tegen een eventuele besmetting met AIDS.
Samen rijden we naar de politiepost, ook aan de hoofdstraat. Het is een stenen gebouwtje van 3 bij 4, met daarin twee donkere hokjes, gescheiden door een vitrage. Achter het enige bureau zit de verse commandant: hij is een week geleden hier begonnen. E. brengt de zaak op en vraagt of het slachtoffer hier in de buurt is? Ja, ze zit buiten te wachten (in de zon!) tot ze weer verhoord moet worden. Ze wordt naar binnen gehaald. Het is een meisje van ik schat 17 jaar, 1m50 klein en heel erg timide. Met een gekleurde doek om haar schouder staat ze voor me, met gebogen hoofd. Ze zegt niets.
E. vraagt: zat ze gevangen? (Huh? Versta ik dat goed?) Na tussenkomst van E. mag de presidente van het dorpscomité haar meenemen naar het kliniekje. Als ik later vraag, waarom hij dat vroeg, zegt E.: “Het was nog een wonder dat ze buiten zat en niet was opgesloten in de gevangenis hierachter. Vaak sluit de politie de dader EN het meisje tegelijk op, want dan kunnen ze van beide families smeergeld vangen om ze vrij te laten. “
Dat moet ik even laten bezinken. Dader EN slachtoffer van een verkrachting bij elkaar in een ruimte opgesloten? Wat is dat voor dubbele gevangenisstraf waaraan zo’n meisje bloot wordt gesteld?
Alles voor het geld.
Als ik in Congo ben breng ik veel tijd door met vergaderen, maar zelden in vergaderzaaltjes. De beste bijeenkomsten hebben we in grote kerken, schoollokalen of in de open lucht. Mijn favoriete vergaderplek is absoluut ‘la paillote’: een ronde hut, deels open, met een rieten dak erop en daarbinnen een aantal stoelen en soms een tafel. Lekker buiten, toch in de schaduw en redelijk afgezonderd.
Vandaag is anders: ik ben te gast op het kantoor van de partnerorganisatie hier in Mahagi en ook hier was het goed toeven: fijne hardhouten stoelen met dikke kussens, een computer MET stroom en ik kon zelfs een email binnenhalen (ook al duurde dat een uurtje)! Dit was tijdens mijn vorige bezoek, bijna een jaar geleden, absoluut nog niet het geval.
Gaat het dan beter in Congo, of in elk geval in Mahagi? Ja en nee. Zelf zeggen ze er het volgende over: er is nog steeds een probleem met seksueel geweld, maar het is minder dan tijdens de oorlog. Er is nog steeds een probleem met illegale arrestaties, maar dat lijkt ook minder te zijn. Mensen zijn beter op de hoogte van hun rechten en kunnen dus beter reageren als een overheidsinstantie, de politie of het leger hun illegale boetes oplegt, intimideert, probeert af te persen of anderszins bedreigt. Het gaat dus op sommige vlakken wel degelijk wat ‘minder slecht’.
Morgen de keerzijde van de medaille: ongelooflijke verhalen vanuit de praktijk.
Bijkomen in het Bisdom
Congo,vredeswerk,IKV Pax Christi,Recht en Vrede,bisdom,Mahagai,veiligheid,
maandag 15 februari 2010, Terug in Mahagi Gistermorgen vertrok ik vanaf Schiphol (met vertraging vanwege het voor mij onbekende ‘de-icing’ van het vliegtuig dat dus klaarblijkelijk ontijst moest worden agv de sneeuwval) en nu, 26 uur later, ben ik net aangekomen in het stadje Mahagi, in Oost-Congo. Ik ben hier vaker geweest - dit is denk ik de 6e of 7e keer – en het voelt een beetje als mijn home away from home. Een goede plek om deze veldreis te beginnen.
Deze week staat met name in het teken van jaarplannen, contracten en het maken van een planning voor 2010 met de partners (allemaal niet heel spannende, maar wel noodzakelijke exercities), maar het is ook de bedoeling om alvast met partners te praten over mogelijke strategieën voor de komende jaren in de aanloop naar het schrijven van een nieuwe financieringsaanvraag. Nu kan ik hierover nog rustig met hen van gedachten wisselen, in het voorjaar zal het hard werken worden om op tijd aan alle eisen van het Ministerie te voldoen. Tussendoor plannen we dan nog wat andere bezoekjes, aan de VN, een oude Belgische priester, aan wat dorpscomités.
Mahagi betekent voor mij: bijkomen bij het bisdom. Onze belangrijkste partner in dit gebied is de Diocesane commissie voor Recht en Vrede (Justice et Paix), die hier een programma uitvoert om de veiligheid van burgers te vergroten, onder andere door met leger en politie samen te werken en te overleggen, maar ook door zelf te bemiddelen in kleine conflicten.
En ik mag hier altijd logeren in een logeerkamertje no. 2 aan een rustige binnenplaats met een houten bed, een houten nachtkastje en een wastafel. Op de achtergrond fluiten de vogels en hoor ik een aapje gillen. Buiten schijnt de zon. Het werk kan beginnen!
"Ituri klaar voor verzoeningscommissie"
Congo,verzoeningscommissie,
Ben net weer geland in Nederland, na een paar interessante en intensieve dagen in Ituri. Een korte trip dit maal, maar wel meer dan de moeite waard.
Zoals ik al schreef, organiseerden we ism het lokale partnernetwerk een conferentie die o.a. ging over landconflicten, de residue gewapende groepen, olie en ook waarheid/verzoening. Het laatste thema kwam aan bod omdat we dit zelf als onderliggend thema al een tijd op ons 'wensenlijstje' hebben staan, maar de vraag is of de tijd (en de bevolking!) er klaar voor is. Er heeft sinds de laatste oorlog namelijk nog geen enkel verzoeningsproces plaatsgevonden. Toegegeven: enkele leiders zitten in Den Haag (ICC) of in Kinshasa opgesloten, maar de vraag is of dat werkelijk bijdraagt aan een dergelijk proces.
Tijdens de tweede dag van de bijeenkomst gaf E een korte intro, waarin hij de vraag poneerde of dit nodig is, zo ja: is Ituri er klaar voor? En hoe dan zoiets aan te pakken? De zaal boog zich hierover en gaf een lijst aanbevelingen. Kort samengevat: ja, Ituri is klaar! Ja, dit is belangrijk! Hoe? Meteen beginnen met verzoeningsbijeenkomsten op alle niveaus, geleid door ons netwerk en te beginnen komende januari. (dat lijkt me wat onrealistisch..)
Er zat energie in de zaal, maar ik heb toch nog wel wat vraagtekens. Want ik - en iedereen - besef dat de halve zaal al dan niet doorgesneden banden heeft met de voormalige milities en dat engagement verder gaat dan mooie woorden.
Toch is dit een eerste kleine stap: er gaat komend jaar door een kleine groep gekeken worden hoe dit proces - indien nog steeds wenselijk - vorm kan krijgen. Intussen kopte het nationale nieuws blijkbaar dat " Ituri klaar is voor een verzoeningscommissie". Zou het?
Ik vertrok gisteren, de dag na Sinterklaas, die mijn kinderenook dit jaar weer goed had bedacht, om in Ituri deel te nemen aan de jaarlijkse conferentie, die we elk jaar met onze partnerorganisatie organiseren. Dit jaar gaat de conferentie onder andere over landconflicten en of en zo ja hoe je deze zou kunnen oplossen. En dat is nogal wat! Ons net afgeronde onderzoek toont aan dat er in Ituri 1313 grondconflicten zijn! Dat is veel, in dit gebied dat twee keer zo groot is als Nederland. Want ook de meest recente oorlog in dit gebied begon over een ' simpel' conflict over grond. Gelukkig zijn er veel relatief kleine geschillen bij: tussen mensen of families. Maar een aantal tientallen heeft de potentie om uit te groeien tot een nieuw bloedbad. En dat willen we voorkomen. Vandaar deze drie dagen bij elkaar, waarin we onder andere zullen spreken over de beste manier om hiermee om te gaan. Moderne rechtspraak? Werkt averechts. De chef alles laten oplossen? Werkt tot een bepaalde (moeilijkheids)hoogte. De weg van het compromis? Zowaar, zou dat het zijn? Zo simpel als het klinkt, zo traag en tergend is het oplossen van dit soort situaties. Maar van de ' quick fix' heb ik mijn buik meer dan vol. Het wordt een interessante bijeenkomst, dat kan niet missen. Nu moet ik er nog zien aan te komen, want mijn vlucht vandaag ging mis. Morgenmiddag dan maar. In de hoop dat ik het belangrijkste (de discussie over hoe te bemiddelen en door wie) nog kan meemaken. Ik heb er zin in! (wordt vervolgd)
Ik ben in Mambasa, in het oerwoud van Ituri. Een bijzonder mooie plek, vol tropische bomen en felle kleuren. En natuurlijk het thusi van de Okapi. Opnieuw logeer ik bij de zusters van de parochie, met hun vertrouwde regime: half 6 opstaan, 7 uur ontbijt en om 21 u 's avonds de stroom (en dus het licht!) uit.
Vorig jaar mei was ik hier ook en toen schreef ik op dit blog over de baby zonder naam. Haar gehuil heeft me toen gegrepen en nooit meer losgelaten. Ze kwam me nog vaak opzoeken als ik in de schemer tussen slaap en wakker vertoefde. Ik kan het niet laten en vraag meteen na aankomst aan een van de zusters: weet u nog, dat ik hier vorig jaar was? Reality check! Ze mompelt iets naar de grond van: " Oh was u dat? Oh ja, nu u het zegt..." I moet inwendig lachen. Niet overal betekent mijn komst (te) veel, deze zuster heeft geen boodschap aan mij.
Ik herhaal mijn zin en voeg toe :" er was toen net een pasgeboren babietje binnegebracht door haar vader. Haar moeder was gek en kon niet voor haar zorgen en hij ook niet. Ze wilde niet drinken en huilde de hele nacht. Weet u dat nog?" Nu kijkt de zuster me wel aan ze ze knikt. Ja, inderdaad. Er is een babietje geweest.
De dag erna
Ik zit buiten op mijn laptop te werken als er een klein poppetje voorbijschuifeld, samen met een groter meisje. Ik vraag aan de zuster wie dit is en ze antwoordt: Oh, dit is Benedicte. Zij is hier vorig jaar binnengebracht. Haar moeder was gek en kon niet voor haar zorgen en haar vader bracht haar hier. Ze woont nu bij een van de vrouwen uit het dorp die hier werkt.
Benedicte. De baby zonder naam heeft nu een naam en een gezicht. En een toekomst voor zich. Haar naam heeft ze in elk geval mee.
Vrijdag 30 oktober 2009
We rijden in een volgepakte 4x4 vanuit de stad Bunia naar een dorp, ruim 3 uur rijden naar het noorden. Ik kijk uit naar wat vandaag gaat gebeuren, want vandaag ben ik getuige van een eerste bemiddelingsbijeenkomst in een conflict over land tussen de twee stammen die ook in de oorlog elkaar het hardst bevochten, de Hema en Lendu.
Na een lange, misselijkmakende rit over zandwegen, modderplassen en halfkapotte bruggetjes komen we aan in het dorp Dhendro. Ik loop het klaslokaal binnen waar het allemaal moet gaan gebeuren en er is nog niemand. Niet verwonderlijk, want tijd heeft een andere betekenis dan in ons haastige bestaan. Maar het probleem lijkt te zijn dat de 'tegenpartij' er nog niet is. Zullen ze wel komen?
Na twee uur wachten gaan we dan toch beginnen. De zaal zit tot aan de nok toe vol: veel mensen moeten noodgedwongen buiten blijven. Ik voel de spanning hangen en probeer mensen van beide kampen te onderscheiden, wat natuurlijk helemaal niet lukt. Want ook hier is het niet zo dat je aan iemands neus (of lengte, of postuur) ziet tot welke stam hij behoort.
Zoals in veel gevallen, gaat het ook hier vandaag om een conflict tussen landbouwers en veetelers, die elkaar in de weg zitten op en om dezelfde grond. Landbouwers beschuldigen veetelers van het stukmaken van hun oogst (wat leidt tot honger), veetelers beschuldigen landbouwers van het bebouwen van hun graasweide. Ze hebben allebei gelijk. Na een paar uur meningen uitwisselen, wordt er een samenvatting van alle beschuldigingen gegeven door Eric, die de dag voorzit, waar iedereen zich in kan vinden. Er blijken 5 conflicten door elkaar te lopen en dat heeft te maken met de gevolgen van de oorlog: De Hema uit dorp x kunnen of mogen niet terug, want de Lendu vertrouwen hen niet. Daarom zij ze maar in dorp y gaan wonen en hebben daar dan weer land in gebruik genomen van mensen die nu in dorp z (Lendu) wonen, maar wel weer terug willen. Die mensen zijn ondertussen maar gaan wonen en landbouwen op de graasweide van de mensen van dorp x, die dus zelf ook geen plek meer hebben voor hun eigen gewassen.
Volgt u het nog? Het is kinderlijk simpel en bedroevend complex tegelijk. Stoelendans in het echte leven. Helaas is het hier niet zo makkelijk om de winnaar aan te wijzen. Want dan verliest eigenlijk iedereen.
En dan is de dag voorbij. Het conflict is nog lang niet opgelost, maar op zijn minst in kaart gebracht. Mensen zijn nog lang niet toe aan bij elkaar wonen en elkaar weer vertrouwen, maar hebben wel een dag in elkaar nabijheid naar elkaar geluisterd. Voor het eerst, sinds de bloederige periode van 5 jaar geleden.
Wat doet dit met mij? Ik zie de weerbarstigheid, maar voel ook enorme trots op het werk dat onze partners hier doen. Geen ' quick fix', maar doorploeteren tot een compromis gevonden wordt. Een andere optie is er niet.
Terwijl de ervaringen van de afgelopen week nog vers zijn en ook hier meer aandacht verdienen, word ik vanmorgen wakker geschud. Ik bel met X, die ons programma in een deel van Ituri runt en hou een verhandeling over jaarplannen, afspraken en contracten. Daarna vraag ik, als ik even op adem kom van mijn lange monoloog, of hij nog nieuws heeft. "Ja, ik heb wel iets." zegt hij.
En vervolgens vertelt hij hoe hij afgelopen zondagnacht om 2 uur gemorrel aan zijn deur hoorde en merkte dat mensen probeerden zijn kamer binnen te dringen. Dit lukte niet en de deur naast hem werd geforceerd. De collega die naast hem sliep, een priester, werd vervolgens vreselijk mishandeld (een arm afgehakt, nog meer van dat soort gruwelijkheid), terwijl collega X geen geluid durfde te maken uit angst dat de overvallers alsnog ook zijn deur in zouden beuken. Ik ken die deur, dat is een koud kunstje.
Hij heeft geprobeerd alarm te slaan via sms, maar daar werd niet op gereageerd, iedereen sliep. De hele nacht heeft hij zich muisstil gehouden en de volgende ochtend bleek de priester dood, geld gestolen. Het lijkt een roofmoord.
Collega X vertelt dit ge-emotioneerd en verontschuldigt zich voor zijn emotie. Hij zegt dat hij aangeslagen is en dat is volledig begrijpelijk. Ik ben dat ook. En ik ben heel opgelucht dat hij ongedeerd is, deze man die ik de afgelopen 3 jaar heel goed heb leren kennen en voor wie ik oneindig veel respect heb, vanwege zijn werk in deze moeilijke omstandigheden.
Ik hoop dat dit 'slechts' een roofmoord was, hoe naar ook. Want wat is de balans tussen 'vrede' en 'postconflict' en 'geweld' en 'conflict' wankel. Ik hoop met heel mijn hart dat de wijzer van de weegschaal niet weer terugslaat naar de ellende van 2003.
Werk aan de winkel.
Afgelopen week was ik weer in Congo. Ditmaal op bezoek in zowel het oerwoud (Mambasa) als ook de hoofdstad. Over het oerwoud later meer, nu wil ik wat kwijt over mijn laatste dag.
We stappen vrijdag om 7 u in de auto want het is ruim 3 uur rijden naar het dorp waar we naartoe gaan. 3 Uur hobbelen over een modderpad, soms dwars door dorpen, een keer zelfs dwars door een akker. Als we aankomen in het dorpje, heeft een groep mensen zich al verenigd. "Karibu! Bienvenu chez nous!".
Het ziet er rustig uit, maar ik voel een stilte voor de storm. Onze partnerorganisatie komt hier vandaag voor de eerste bemiddelingsbijeenkomst in een conflict tussen Hema en Lendu. Hoe zal dat gaan?
Als uiteindelijk het klaslokaal volstroomt is de stemming wat grimmig. 70 mannen (en een enkele vrouw) nemen plaats in de bankjes, wij ook. Beide partijen mogen hun beeld van de situatie schetsen. De ene partij verhaalt over dorpsgrenzen die worden overschreden, de andere over het feit dat ze niet mag terugkeren naar ditzelfde dorp dat voor de oorlog ook het hunne was. Beide verhalen zijn doorspekt met wantrouwen en zo af en toe een beschuldiging. Hier is de oorlog nog niet voorbij, hier leeft hij nog door in de harten van de bewoners en maakt deel uit van het dagelijks leven.
De lange situatieschets eindigt met een samenvatting door onze partners: dus dit zijn de problemen die samen het conflict uitmaken? Ja, overeenstemming. Vervolgens nemen zowel de Openbaar Aanklager, de Administrateur, de chefs, de agronoom en enkele notablen het woord: wij willen helpen bij het oplossen, maar een groot deel van de oplossing moet worden aangedragen door julliezelf. Voor de oorlog was dit een heterogeen gebied waar zowel Lendu als Hema samenleefden. Nu is elk dorp mono-etnisch. Dat zorgt voor problemen over land, over bezit, over hoe nu samen verder.
De volgende (en daarop weer volgende) bijeenkomst zal moeten gaan over een oplossing die niet alleen recht doet aan beide partijen, maar ook zodanig concreet is dat uitvoering in de praktijk haalbaar is. Daar gaat nog een tijd overheen. Maar elk conflict dat wordt opgelost is weer een reden minder voor een terugval naar een nieuwe oorlog.
Nog zo'n 900 conflicten te gaan..
Deze week is het vredesweek in Nederland, een mooie kans om mijn werk te delen met anderen. Gisteren en vandaag kreeg ik de kans op twee plekken te praten over ons werk in Congo.
Een feest om te doen: even een uurtje vertellen over mijn werk en foto's te delen van mijn werk daar. Met na afloop boeiende vragen als toetje. De pastoor die gisteravond de avond inleidde gaf me daarnaast nog een ander cadeau mee: onderstaand gedicht. Geniet ervan.
Fantasia
De fantasie is als een kind
dat altijd bezig is
om van iets ouds
weer iets nieuws te maken.
De fantasie boort nieuwe bronnen aan,
waar de bodem allang lijkt uitgeput.
Zij gelooft niet in het kwaad
maar mikt altijd op het goede.
Ze zal niet zeggen:
oorlog is er immers altijd al geweest.
Ze blijft gespitst op vredeskansen.
Ze weet van de slang,
maar wedt op de duif.
De fantasie is verliefd
op de goede afloop
en altijd ontvankelijk voor nieuwe invallen.
Ze woont in het huis genaamd "de liefde"
en haar toegang heet "vindingrijkheid".
Geloof is haar oorsprong,
de hoop haar toekomst.
Fantasie schrijft niets of niemand af,
maar steekt haar omgeving aan
met geluk
en plezier.
Ze houdt overal een belofte open,
die haar door God is ingefluisterd:
Zie ik maak alles nieuw -
begin er maar vast mee .....
-
J. van Opbergen
Een paar weken geleden haalde Bunia - de hoofdstad van Ituri, waar wij werken - het nationale nieuws in Congo met het grote aantal moorden in haar gevangenis. Dit had met name te maken met het enorme cellentekort: veel te veel mensen opgepakt in maar een paar ruimtes. Een mensonterende situatie.
Vandaag haalt de gevangenis van Mahagi - een paar uur verderop - opnieuw het nieuws (www.radiookapi.net) Met een effectieve oplossing voor het cellentekort: de deuren van de gevangenis zijn allebei kapot. En dus zijn er van de 180 gevangenen nu nog maar 40 over. De andere 120 zijn in de afgelopen maand ontsnapt...
Ter verdediging van de lokale politie, die de gevangenis moet bewaken: ze zijn met zijn viertjes.. Als je berrekent dat deze vier mannen ook af en toe moeten slapen of eten, is deze ontsnappingshausse natuurlijk niet verwonderlijk. En enorm illustratief voor de enorme ondercapaciteit waarmee heel het Congolese politiecorps worstelt. Geen baan om jaloers op te zijn.
Gelukkig eindigt het nieuwsbericht met een positieve noot: de deuren zullen worden gemaakt. Het geld - 500 USD - is inmiddels beschikbaar. Maar: de bouwmaterialen niet. Daarvoor moeten er eerst mensen afreizen naar Uganda.
Ik denk dat de gevangenis leeg is voor we het weten...
Vandaag had ik een gesprek met een collega van ICCO, een ontwikkelingsorganisatie. Samen met Cordaid financieren zij - toch wel een beetje naar aanleiding van onze vraag - sinds deze zomer kleine projecten van 6 lokale organisaties in drie gemeenten in Ituri.
So far niks spannends.
Maar de dorpen waarin de activiteiten worden uitgevoerd zijn niet zomaar gemeenten. Het zijn de gemeenten waar nog niet zo lang geleden bloedige gevechten plaatsvonden tussen tegenstanders in de laatste oorlog.
Nu is de situatie min of meer gekalmeerd en bemiddelen bewoners zelf - met hulp van onze lokale partner - in kleine conflicten of ruzies.
En de bonus: economische ontwikkeling! Of: in elk geval een kleine stap op weg daarnaar toe.
De projecten stimuleren landbouw en veeteelt, geven kleine microkredieten uit en er wordt een simpel gezondheidscentrum opgeknapt.
Gaat dit de wereld veranderen? Vast niet. Maar voor de mensen in deze drie gemeenten biedt dit een kans op vooruitgang. En bewijs voor de stelling in de titel: vrede is (ook) lucratief!


