
Het kan dus toch……. | een soort metablogje
volkskrantblog, bloggers op papier
Als je een eigen site op het VK-blog hebt, geef je daarmee aan dat je je creatieve oprispingen vooralsnog niet in de volledige anonimiteit wenst te laten wegzakken. Met alle gevolgen van dien. In de reactieruimte kun je je vervolgens uitgebreid laten complimenteren, fêteren, bekritiseren of in het ergste geval tot op je veters laten affikken. Wij bloggers weten daar wel raad mee. Zelfs voor het vaardig hanteren van die treurige rode pijl (wanneer wordt dat verrekte kreng nou ’s afgeschaft?) als rancuneus instrument draait een enkeling z’n hand niet om.
Onze krant mag in de oorspronkelijke opzet van het Blog dan wel rondgetoeterd hebben dat wij als burgerjournalisten konden rekenen op een zinvolle integratie binnen de Volkskrant, na vijf jaar blijkt dit niets meer en niets minder te betekenen dan een vette worst die de blogger is voorgehouden.
Een doodenkele keer vinden we (een deel van) onze bijdragen nog wel eens als resultaat van superieur redactioneel knip- en plakwerk terug in de papieren krant. Maar daar blijft het wel zo ongeveer bij.
Blogger van de Week was een paar jaar geleden in ieder geval nog een bewijs dat men geneigd was ons een beetje serieus te nemen. Daarna restte een pijnlijke radiostilte van de kant van de Jacob Bontiusplaats. En dat kan beslist niet liggen aan het kwaliteitsgebrek in ons ondergeschoven kindje. Er vallen met grote regelmaat bijdragen te noteren waar menig redacteur een vette punt aan kan zuigen.
Zal wel de bekende kinnesinne zijn.
Wie in het tweede katern de gewoonte heeft na de dagelijkse, bijzonder aardige en aangenaam zurige zielenroerselen van tv-recensent Jean-Pierre Geelen af te haken, heeft toch vandaag de handdoek iets te snel geworpen. En dan heb ik het niet over de Volkskeuken, het weerbericht of de tenenkrommende Libelle-bijdrage achterop van ABC die voor veel geld weggelokt schijnt te zijn bij Het Parool.
In Dag in Dag uit op diezelfde achterkant blijkt Sebastiaan Timmermans zowaar de moeite genomen te hebben een kijkje te nemen op ons Blog. Waarbij z’n oog niet meer dan terecht viel op een bijdrage van collega/fotoblogger Willem Melssen, beter bekend onder het pseudoniem Glaswerk. In z’n blog Paardenfluisteraar publiceerde hij onlangs een prachtig en saillant shot waarmee hij, in ieder geval bij de pure liefhebbers, de handjes uitgebreid op elkaar kreeg.
Willem op het papier.
Proficiat!
Wie volgt?
Altijd interessant om wanneer er op één dag twee bekende landgenoten de pijp aan Maarten geven, te zien hoe de (foto)redactie van je ochtendkrant daarmee omgaat.
Anton Geesink en Ton van Duinhoven.
Wie gaat er op de voorpagina?
Naast de kabinetsinformatie, Arnon Grunberg en de broodnodige advertenties.
Een kwestie van afweging.
Onze kroonprins zette om
te beginnen al de toon. In een wel bijzonder eenzijdig, met
louter superlatieven doorspekt persberichtje, bewierookte hij
z’n collega IOC-bestuurder. Het oude adagium Over de
doden niets dan goeds, werd schaamteloos van stal gehaald.
Terwijl er naast vele terechte waardering (charitatieve acties)
toch waarachtig wel wat kritisch commentaar voor het opscheppen
lag bij de handel en wandel van de voormalige judoreus.
Z’n eigenzinnigheid, waar in dat milieu op z’n tijd trouwens niks mis mee is, was bijna spreekwoordelijk. Eenmaal namens ons land beland op het internationale Olympische pluche, had ie al gauw meer oog voor de bobo-carrière van Anton Geesink dan voor z’n functioneren als bestuurder. Wat blijft hangen is toch die eindeloze reeks conflicten met ons eigen NOC. Raakte tot z’n niet geringe woede ook nog ‘s verwikkeld in een heuse, eigen bonnetjesaffaire.
Isolement binnen die club was uiteindelijk z’n deel. En het was een baantje voor het leven. De laatste jaren moesten we het vooral doen met de prachtige persiflages van Erik van Muiswinkel. Het moet gezegd: niet iedereen schopt het tot een naar zich genoemde straat.
En een foto op de voorpagina van de Volkskrant.
Ton van Duinhoven, ook al een eigenzinnige persoonlijkheid die lang niet altijd even makkelijk was voor zichzelf en anderen, moest het doen met de binnenpagina. En ik maak me sterk dat de redactionele keuze pak ‘m beet een jaar of tien geleden andersom uitgevallen was.
We hebben afgelopen dagen volop
kunnen genieten van een reeks fragmenten waarin hij voornamelijk
schitterde als typetje. Hij moet voor Kees van Kooten een
bron van inspiratie geweest zijn, realiseer je je, als je alles
aan je voorbij ziet trekken. Maar ook een meer dan verdienstelijk
acteur in het serieuzere genre. En, dat zou je bijna vergeten,
zingen kon ie ook.
Niet bepaald een tot vrolijkheid stemmende herhaling van AVRO’s Close Up, trouwens: Ton van Duinhoven, Een spoor als rook.
Het leven was al jaren allesbehalve leuk.
Maar als er, met alle respect, een keus gemaakt moet worden wie de voorpagina verdient, dan toch Ton. Vind ik.
Uitzending gemist? http://player.omroep.nl/?aflID=8538808
De showbizz en de liefdadigheid
pakistan, mark rutte, showbizz en liefdadigheid
Met de hulp aan de slachtoffers
in Pakistan wil het nog niet bijster vlotten. Dat obscure
Pakistan als opleidingscentrum voor zelfmoordterroristen vinden
wij niet zo’n vrolijk landje. Vandaar dus. Maar wie weet,
trekt Nederland vandaag massaal de knip bij de gezamenlijke actie
van de publieken en de commerciëlen.
Beter laat dan nooit
Giro 555 dus.
Afgelopen dinsdag schreef Bert Wagendorp er een spetterende column over. De showbizz en de liefdadigheid. En het lijkt er op dat zijn woord behoorlijk vlees begint te worden.
Nee, echt in de hoeven gaan we
pas als het om het persoonlijk leed van een prominente
Nederlander gaat. Het zielenheil van Mark Rutte bijvoorbeeld.
Op één of andere manier schijnen wij met z’n allen te vinden dat een minister-president-in-spé pas voor de volle mep meetelt wanneer hij door het leven gaat aan de arm van een volwaardige partner. En om hem een beetje op weg te helpen presenteert, of alle people, Sophie Hilbrand, een in het menselijk leed gepokte en gemazelde BNN-dame, a.s. maandag het uitermate smaakvolle Ja ik wil Rutte, een zoektocht naar de ideale partner.
Voor z’n eigen bestwil.
Jawel.
Het is weer ’s wat anders dan Spuiten en Slikken. Gat in de markt ook. Ik vroeg me al af waar BNN bleef.
Zeven vrouwen binden de strijd aan om zich te bewijzen als de ware liefde voor Mark. Voor de zekerheid is er ook nog een kandidaat nummertje zeven. Een man. Want je weet ‘t maar nooit met die Mark.
MR de MP is zelf trouwens not so amused.
Hij heeft wel wat anders aan z'n hoofd.
Maar hij gedoogt 't.
En als het dan toch allemaal op de keien moet dan zou het wel leuk zijn als die ware Jacob er uiteindelijk met de prijsstier van door gaat.
In het kader van de emancipatie.
Wat ons koningshuis betreft liggen er ook nog volop kansen. Mocht onze mateloos arrogante WA zich de komende tijd nog verder in de nesten werken met allerlei dubieuze affaires dan loopt zich ook in de Koninklijke coulissen een prima kandiaat-opvolger warm die ons land emancipatorisch flink op de kaart zou kunnen zetten.
Nederland als gidsland.
Al tweeëndertig jaar, iets meer dan de helft van m’n leven, kijk ik ’s morgens vanuit het slaapkamerraam op de eerste verdieping van m’n achterhuis uit over de pittoreske vestingwallen. En ik kan je verzekeren: of je het wilt of niet, onbewust groeit er toch iets van een band met het leven dat zich daar afspeelt.
De afgeschminkte en daardoor voor een buitenstaander amper te identificeren Catherine Keyl, wier jaren ook beginnen te tellen, zie ik, de achteloos gespeelde vlotheid op het scherm ten spijt, steeds moeizamer tegen het bepaald niet kinderachtige hellinkje opstrompelen. Voor haar ochtendrondje met de hond waar het beste ook wel zo ongeveer af is. Een donkere bouvier.
Ik heb hoegenaamd niets met Catherine.
Ook niet met bouviers trouwens.
Maar toch.
Des te meer met de natuur. De struiken. Het hoge, wuivende gras dat weer overduidelijk aan een maaibeurtje toe is. Ik glij op de geur van gemaaid gras. Maar vooral met de bomen heb ik wat. Ik spreek ze dagelijks toe vanuit het venster. Een beetje Irene heb ik wel in me.
Gisteren gaf mijn jarenlange favoriet de geest.
Iets te stevig, die wind.
Met donderend geraas stortte hij pontificaal ter aarde.
Was al jaren behoorlijk ongesteld. Om niet te zeggen: hartstikke dood. Daar hoefden we geen gediplomeerde boomchirurg voor te consulteren
Mediabelangstelling: 0,0.
Geen hond die er zich druk om maakt.
Buiten een enkel verdwaald linker achterpootje dan.
Maar ja, wie ben ik ook eigenlijk?
Frans.
En geen Frank
Hoe laat is het? Waar ben je? Wie ben je eigenlijk?
Verreweg de interessantste vraag is natuurlijk die derde. Afhankelijk van je levenservaring en levenswijsheid leer je het vermogen tot dat soort oriëntatie in de loop van je bestaan op aarde aardig te stofferen. Een mens profileert zich door z’n daden, z’n woorden en in het verlengde daarvan: z’n geschreven teksten.
Blogteksten bijvoorbeeld.
14497 Vrolijke tekstschrijvers en fotografen, tenminste als je de recente statistiekjes van de Volkskrant mag geloven, bevolken het VK-blog. Slechts een bijzonder klein deel (honderd?) is echter redelijk tot zeer actief. Variërend van doodnormale lieden (de overgrote meerderheid) tot het eliteclubje bij wie ik (hun teksten diagonaal scannend) regelmatig overmand raak door nogal onbestemde gevoelens. Van collegablogster Rolanda tekende ik in dit verband ooit de volgende intrigerende oneliner op:
Ik kwam op het VK Blog omdat hier veel psychiatrische patiënten en mensen aan de zelfkant van de maatschappij zijn, die wel kunnen lezen en schrijven. Ik bedoel dat de drempel laag ligt.
Dat het er veel zouden zijn, laat ik helemaal voor rekening van Rolanda.
Niettemin: voer zat voor psychologen, dacht ik zo.
Godezijdank hebben we daarnaast nog een contingent, al dan niet clandestiene, reageerders van buiten. En ook in die sector weten sommigen er dagelijks een dolle boel van te maken.
Met zoiets als plaatsbepaling wordt het al gauw een wat weerbarstiger affaire. Wij zijn geen vogels of vleermuizen. Dus oriëntatie op basis van infrasone trillingen behoort niet tot ons basispakket. Over ’s Heeren wegen is dat voor iemand gezond van lijf en leden allemaal nog wel redelijk te behappen. En kom je er aan de hand van je aardrijkskundige kennis en de verkeersborden niet uit dan hebben we nog altijd de Tomtom.
Op het water wordt het, zeker voor de wat minder ingewijden, al gauw een hachelijke zaak. En al helemaal als je zonder geavanceerde navigatieapparatuur alleen maar water om je heen ziet. Gelukkig is er altijd nog het kompas in combinatie met de waterkaart en de genummerde boeien.
Ik prijs me gelukkig regelmatig uit te varen met een wel zeer opmerkelijke navigatiedeskundige, collega-blogger Beus. Over het IJmeer door de vaargeul langs de eilandjes bij Muiderberg doemt al gauw het machtige silhouet van het solitaire Pampus voor ons op. Bij boei 13 wordt het meestal rechts uit de flank (stuurboord dus) uitwaaierend over het Markermeer-Zuid richting het Paard van Marken. Waarna er over bakboord op 355 ° langs Volendam, Edam en Schardam koers wordt gezet naar Hoorn. Markermeer-Noord dus.
Tot halverwege Het Paard is het voor m’n lichtmatroos gewapend met z’n onafscheidelijke Nikon-camera en Zware van de Weduwe allemaal een fluitje van een cent. Als het belangstellende thuisfront belt, heeft ie z’n machtige oriëntatie helemaal op de rit. Zo lang hij ook maar ergens aan de horizon Pampus in beeld heeft, meldt hij namelijk onveranderlijk met een big smile dat we ter hoogte van Pampus zitten. En of die toeristische attractie op vijf minuten varen of 10 hele zeemijlen verwijderd ligt, dondert niet.
Lekker windje gisteren, 4-5.
Relatief weinig ter hoogte van Pampus gevaren.
Gedesoriënteerd tuurde hij, overmand door een vaag soort onrust, meer dan een halve dag naar mysterieuze verten.
De laatste paar uurtjes maakten echter weer alles goed.
Jammer dat er niemand belde.
Blijven we tenslotte zitten met dit merkwaardige (natuur)verschijnsel. Vlak voordat we de jachthaven binnenvoeren, steeg deze cirkel op van het land. Of iemand met een reuzensigaar kringetjes aan het blazen was. Maar wel met een doorsnee van een metertje of 10. Aspirant-tornado? Wie het weet mag het zeggen.
Beus legde het uiteraard eventjes vast.
Het is ook altijd wat daar op het water.
Zou Trix roken?
Laat de kinderen tot mij komen
het evangelie van god, recreatie, sport en spel, vakantie bijbelweek
Je kunt je nazaten natuurlijk
niet zes weken lang door pretparken, dierentuinen, musea en
aanverwante vakantie-attracties jagen. Er zijn grenzen. En die
Scheveningse zandkorrels in de bilspleet beginnen op den duur ook
aardig te schuren. Hoogste tijd om je maar ’s te focussen
op zaken die er in het leven echt toe doen.
Godezijdank hebben we als substituut voor de draaimolen en de achtbaan nog altijd het doolhof van de kerk die al jaren krampachtige pogingen doet in het midden van de samenleving te staan.
Een geschenk uit de hemel.
In dit optrekje in Huizen, maar even goegelen leverde op dat we hier waarachtig te doen hebben met een uitgekiende landelijke organisatie, heeft men voor de komende dagen een zomers potje op het levensvuur gezet met een buitengemeen interessant dekseltje.
Zo’n Vakantie BijbelWeek www.vakantiebijbelweek-huizen.nl , voor het gemak maar even eigentijds afgekort tot VBW, is een waar gat in de markt. Dat heeft die bevindelijke denktank in haar oneindige wijsheid toch maar even juist ingeschat.
Het belooft een spettende week te worden. Spettend dus. Met, jazeker, ook meteen maar een heus thema: Stel je voor. Na de absolute kraker van vorig jaar, Kom maar op, een mega-event waar alles wat reformatorisch en jong is haast wel likkebaardend naar uit moet kijken.
Over de definitieve invulling van het programma bestaat kennelijk nog enige onzekerheid, gezien de omzichtige formulering van het gebodene: Er zal een afwisselend programma zijn. Hierbij moet gedacht worden aan sport en spel, voor lichaam en geest. Naast deze leuke ontspannende activiteiten zal er met de kinderen ook serieus over het evangelie van God gepraat worden.
Het mag duidelijk zijn: Er valt maar bitter weinig te lachen bij dat evangelie van God. Om over een beetje ontspanning maar helemaal niet te spreken.
De eerste teleurstelling kan inmiddels al vast manmoedig weggeslikt worden door ouders die in het gelukkige bezit zijn van pre-pubers: Er zijn te weinig vrijwilligers waardoor het programma voor 10-plussertjes geen doorgang kan vinden.
Een sneue zaak.
Maar geen nood, voor de kneedbare kids in de leeftijdscategorie 6-9 worden de tempeldeuren wijd open gezet om in te treden in de Heerlijkheid des Heeren.
Aspirant-broedplaats voor zurig calvinisme dat straks ongetwijfeld wel weer het WK Voetbal buiten de deur zal weten te houden?
Erg spettend wil het er trouwens maar niet worden.
Je kunt er een kanon afschieten.
De treurigheid in de
commentaren op het technische gescharrel van de VK-techneuten nam
afgelopen week ongekende proporties aan. Had je immers in je
jeugdige onbezonnenheid ooit een leutig verslagje afgescheiden
over een grensoverschrijdend weekendje Brugge en Gent dan blijkt
je bijdrage opeens, verminkt en wel, doorgeschakeld te zijn naar
VKreizen. Er is bij onze Belgische eigenaar kennelijk
iets goed mis met de met een Europees keurmerk hoog
gecertificeerde stekkertjes en adapters.
Nog mazzel dat ik er in deze tijd van het jaar never toe kom om m’n koffers te pakken. Ik was zeker aan de beurt geweest. ’s Zomers thuis heeft zo z’n voordelen. Maar met het angstzweet tussen m’n billen, click ik in deze barre tijden m’n blogjes aan waarin ik genadeloos de vloer aanveegde met de verworvenheden van het Volkskrant paradepaardje Hart & Ziel. Voor je het weet ben je doorgelinkt en wordt je een 50+E-coach in de maag gesplitst die de rest van de zomer alles uit de kast haalt om je seksleven interessanter te maken. Of je faalangst, perfectionisme of twijfelzucht tot op je veters affikt.
Mutlog ligt er vooralsnog maagdelijk bij.
Toch schuurt het wel. Dat ik technisch gezien niks te kankeren heb over een blog dat niet naar de gallemiezen is geholpen. Op een troosteloze, regenachtige dag heb ik soms wel eens de behoefte ergens bij horen.
M’n kekke trolley die kommervol staat te wachten op het traditionele uitbolweekje Tenerife voor eind november dus maar van zolder gehaald.
Maar waar moet de reis heen?
Want er moet wel een bijdrage met een beetje body van te bakken zijn die moeiteloos de ballotage van de VK-techneuten passeert. Ik kom niet weg met een laf verhaaltje over het nieuwe Centre Pompidou in Metz, dat ik je trouwens kan aanbevelen. Of met uitgekauwde impressies van mijn hoogculturele zoektocht door de enige echte Hermitage van St Petersburg.
Die horizon zal toch een stukkie verderop moeten liggen.
Moet ik Antoine Robbesom maar ’s mailen die me ongetwijfeld even deskundig als naadloos langs de ins en outs van Brazilië zal weten te sleuren? Of Cor Verhoef die me op genereuze wijze inwijdt in de cultuur van Thailand?
Of Cambodja natuurlijk.
Cambodja?
Jazeker.
De wijze waarop mijn ochtendblad omgaat met de berichtgeving over onze collega-blogger die op verdenking van pedofiele en aanverwante activiteiten vermoedelijk nog steeds zucht in een Cambodjaanse gevangenis, is me namelijk een doorn in het oog. In april opgepakt. Radio, televisie en de schrijvende pers met hun websites (inclusief de VK) waren er op aanwijzing van Terre des Hommes als de kippen bij. Maar de radiostilte van de afgelopen vier maanden is opmerkelijk.
Ook met de behoefte aan waarheidsvinding van onze kwaliteitskrant is het soms dus droevig gesteld.
Dat z’n blog gesloten werd (vooral in het belang van de familie) was m.i. een eenvoudige doch juiste beslissing. Dat trekt alleen maar ramptoeristen van het onsmakelijkste soort die maar al te graag bereid zijn de persoon in kwestie bij voorbaat aan het kruis te spijkeren. Maar ook de interne discussie is grondig om zeep geholpen. Alles wat ook maar een beetje riekte naar een connectie met deze affaire is rücksichtslos verwijderd. Deels wel te begrijpen. Naast een enkele zinnige bijdrage gingen een paar bloggers die enige vooral door rancune ingegeven ranzigheid niet ontzegd kon worden, er op een nogal stuitende wijze mee aan de haal. Ik heb me er uit piëteit tot nu toe verre van gehouden. En ook bij het door de persoon in kwestie op Wordpress gepubliceerde dagboek, schoten de rillingen je trouwens over de rug.
Maar toch?
Waarheidsvinding?
Waar is de Volkskrant eigenlijk bang voor?
Ik was al enige tijd niet bepaald een bewonderaar van z’n bijdragen. Verschillende malen heb ik hem stevig geattaqueerd over z’n soms in mijn ogen nogal dubieuze handel en wandel op het blog. Met duidelijke argumenten. Moet kunnen. En ik was niet de enige. Anderzijds vind ik het op z’n zachtst gezegd van een onbegrijpelijke onzorgvuldigheid getuigen hoe deze hele affaire na alle commotie in de doofpot is gestopt. Zelfs bij Terre des Hommes blijft het akelig stil. Als ie schuldig wordt bevonden aan de ten laste gelegde zaken (en hij heeft op z’n minst de schijn tegen), laat de rechter er z’n oordeel dan maar over uitspreken. Maar je moet er toch niet aan denken dat hij het slachtoffer is geworden van een, zoals hijzelf beweert, duister complot?
In beide gevallen schiet de Volkskrant met z’n berichtgeving schromelijk te kort. Er zou op z’n minst een (burger)journalist naar Cambodja gestuurd kunnen worden die de huidige stand van zaken haarscherp in kaart brengt.
M’n koffer staat klaar.
En naar welke VK-subsite zo’n objectief journalistiek verslag straks doorgelinkt wordt, zal me werkelijk aan m'n reet roesten.
Flikker toch op met dat WK voetbal
blatter, wk voetbal, exorbitante eisen, fifa, vrije rijbaan voor fifa vips
De ellende die we over ons heen
krijgen, mocht dat WK van 2018 of 2022 in Nederland
georganiseerd worden (wat god verhoede), is door
Paco op meer dan treffende wijze in kaart gebracht. Daar is
weinig meer aan toe te voegen.
Op de keien met dat bidbook, onze geheime, tragische reclamefolder (654 glanzende pagina’s, gebonden in een dikleren kaft) waarin we onze dubieuze, natte toekomstdromen samengeperst hebben!
Zuid-Afrikanen verneuken was een eitje. Aan de voet van de protserige, en voor de eeuwigheid leegstaande stadions herneemt de armoede met verdubbelde energie z’n trieste gang.
Hoogste tijd om er als Nederland met gestrekt been in te gaan. Nigel de Jong wees ons al de weg.
Opzooien met die Blatter met z’n exorbitante eisen op het punt van reclame, belastingprivileges en speciale rijbanen voor FIFA-vips. Vanuit Naarden, waar ooit onder leiding van Tjerk Westerterp de eerste prestigieuze en volledig mislukte carpoolstrook van Nederland werd afgeserveerd, voeren we dat stelletje van de pot gerukte bobo’s af richting Schiphol.
Over die wisselstrook.
Jawel.
Voor één keer willen we die nog wel voor hem vrijhouden.
Eerst even hier invoegen bij Naarden Vesting.
En wegwezen.
Groot onderhoud VK-blog eclatant succes
groot onderhoud vk-blog, traagheid
Maar welk kabeltje ging er ook al weer naar die bloggers?
Maar de meeste van deze is de liefde
dood, 300 woorden, sterfdatum.nl, dood
Op 28 oktober 2020 gaat het gebeuren
Wel een beetje lullig voor m’n zus.
Het is tenslotte haar verjaardag.
Als ze er nog is.
Vier jaar ouder.
Maar het tij valt niet meer te keren.
De internetklok tikt door waar je bij staat.
En maar lijstjes maken.
In willekeurige volgorde:
Moet ik m’n fotoverzameling niet ’s gaan rubriceren?
Zaaltje vastleggen voor het afscheidsfeest? Als ik tenminste m’n ouwe dag tegen die tijd niet zwaar dementerend lig te slijten tussen de sputumpotten en gebittenbakjes.
Want daarover heeft sterfdatum.nl namelijk mooi niks over te melden.
M’n huis aan de bank verkopen en het geld er in de mij toegemeten 2703 dagen gefaseerd maar verantwoord doorheen jagen?
Dat wordt even flink doortrappen om de laatste ruk van die geplande 200.000 fietskilometers, inclusief m’n laatste Luik-Bastenaken-Luik-kunstje, er door te jassen.
Die Elfstedentocht zal ik wel niet meer trekken.
De beoogde oversteek van de Dubbelfout naar Great Brittain over twee jaar loopt geen gevaar.
Afscheidstournee cabaret schrijven.
Thema ligt nu voor het grijpen.
Wordt de absolute uitsmijter.
We komen allebei op achter een rollator.
Moet kunnen.
Nog 676 blogjes, al of niet bij het Volkskrantblog.
Tegen die tijd een twitterblog.
Een beetje opschieten met dat derde boek.
Zonde van die spiksplinternieuwe badkamer trouwens.
Nieuwe keuken staat wel meteen op losse schroeven.
En: hoe vertel ik het Eefje of hou ik gewoon m’n klep?
Beus krijgt m’n camera
NB: Ik heb helemaal niks tegen bloemen maar om dat nou als enige kanttekening op de kaart te zetten, is wel wat erg karig. Maar de meeste van deze is de liefde is wel weer mooi.
Tik maar ’s in: sterfdatum.nl
Voor de broodnodige zekerheid.
Zo, en nu maar ’s een van die andere calculators checken: Gaat m’n partner vreemd?
Als ik toch bezig ben, wil ik nou wel even ALLES weten.
(ongeveer 300 woorden)
!Minder dan driehonderd woorden!
niet parkeren, eberhard van der laan, naarden vesting
Wim Kan, god hebbe z’n ziel, zei het in de jaren ‘50 al: ‘Het probleem voor de komende jaren is: hoe val ik af en waar laat ik m’n auto’.
Nou zijn de kilo’s wat mij betreft het probleem niet. Zeker ‘s zomers. Mochten die paar potjes tennis in de week onverhoopt ontoereikend blijken, dan spijkeren we na een uit de klauwen gelopen avondje tafelen net zo makkelijk even bij met een ‘ritje Amerongse berg’. Waarna de boel staat weer strak staat. Nou ja, strak....
Wat parkeren betreft had Wim een visionaire blik.
Met de auto naar Amsterdam laat een weldenkend mens wel uit z’n hersens. Zou Eberhard al een plekkie voor je hebben, als het op het trekken van je portemonnee aankomt, word je na een avondje theater keihard met je neus op de feiten gedrukt. Die trein is eigenlijk wel prima. Als je niet te lang blijft doorzakken.
Ook in mijn vestingstad is dat parkeren langzamerhand een knap treurige affaire aan het worden. Om maar helemaal niet te spreken over de gastvrijheid. De bewoners van dit pandje zien je liever gaan dan komen. En als het parkeerverbod voor het belendende doorgangetje bestemd is, moet iemand me maar eens vertellen hoe ik m’n SUV in godesnaam die steeg in had moeten krijgen.
Uit het mij veel te sombere blogje van Aad Verbaast van donderdag jl. heb ik in ieder geval geleerd dat ik me in dit twittertijdperk als de sodemieter dien om te scholen tot fotoblogger. Wil ik althans nog een beetje meetellen. Blogs van meer dan 300 woorden (en ik zit meestal tussen de 600 en de 1000) zijn sowieso volslagen kansloos.
Een eerste poging dan maar.
Met pijn in het hart.
Het taboe dood als consumentenonderwerp
weg met dat taboe, de dood als consumentenonderwerp, maxime verhagen, mark rutte, linda
Vijftig meter verwijderd van m’n achterdeur, diep verscholen in de vestingwallen, zit een groepje jongelui stijf van de inspiratie maandelijks de lifestyle glossy Linda bij mekaar te typen. Mocht je je onverhoopt geroepen voelen als betalend abonnee deel uit te maken van die club dan mag je je straks, zo meldt de bijbehorende website, a raison van 66 euri naast twaalf booming afleveringen ook nog eens de gelukkige eigenaar van een pikant lingerie-setje Marlies Dekkers noemen. Voor wat het waard is natuurlijk. Who the fuck is die Marlies trouwens? Deze maand moet je het doen met een gratis zonnebril.
Iedere zichzelf respecterende narcist heeft langzamerhand z’n eigen treurige periodiekje. Verreweg de aardigste was natuurlijk de eenmalige Youp die met z’n satirische insteek de vloer aanveegde met de diarree aan ego-blaadjes. De rekken waarin al het moois te kust en te keur ligt, waren op een gegeven moment voor m’n sigarenboer op de hoek amper meer aan te slepen.
Donderdag is de dag waarop bij
mij de opiniebladen door de bus glijden. Vrij
Nederland spant de kroon met een prachtige
coverfoto van een geheel eigentijds en fris gekapte Mark en
Maxime. Maar voor hetzelfde geld steek je je centen in het
geheime seksleven van de immer potente Harry Mulisch. Of vind je
troost in de Voetbal International, de Donald Duck, voor
mijn part Zwanger, Mijn Tuin, de Libelle of de
Margriet. Even goeie vrienden.
Ze gaan er allemaal uit. Die bladen. Om plaats te maken voor het enige lifestyle magazine dat er in de mij toegemeten tijd nog toe doet. Op driekwart van de rit, laten we het hopen tenminste, kun je je druistige kop wel in het zand steken maar het wordt gewoon de hoogste tijd voor Het Nieuwe Realisme.
Het mooiste is er langzamerhand echt wel af. En het handjevol
crematies dat ik dit jaar al
voor m’n kiezen kreeg (en we zijn amper op de helft) zet je
onwillekeurig aan het denken en noopt minimaal tot enige
bescheidenheid.
De dood is, om het maar in marketingjargon te zeggen , tot een regelrecht consumentenonderwerp verheven. De tijd is er rijp voor. Dat heeft de Britse glossy +website Eulogy (lofrede) uitstekend gezien. Er is een schromelijk gebrek aan info over dit taboe. Ik moet er toch niet aan denken na mijn verscheiden de diep bedroefde achterblijvers op te zadelen met het organiseren van een uitvaart op maat. Binnen een week. Daar kan wat mij betreft niet vroeg genoeg intensief over gebrainstormd worden. En dat wil ik bij leven en welzijn wel even royaal met ze delen. Wie biedt er straks troost? Wie adviseert?
Van die dingen.
Eulogy dus.
Ik ga er voor.
Bron: BBC Magazine
De boel bij elkaar houden (2)
rechtse gedoogcoalitie, blauw op straat, de boel bij elkaar houden, rouvoetbak
Theedrinken lijkt z’n beste tijd gehad te hebben. In plaats van te zoeken naar wat ons bindt, wijst alles er op dat, als het aan Mark, Geert en Maxime ligt, we de focus maar ’s als de sodemieter moeten verleggen naar de tweedeling. Een kwestie van gedogen. En dan is het maar te hopen dat wat we nog over hebben aan wakkere volksvertegenwoordigers straks bij machte is het tij van de hel en verdoemenis die op ons afstevenen, te keren.
Maar kunnen die geachte afgevaardigden (negen van de tien kamerleden hebben een hbo- of een wo-diploma) zich eigenlijk wel inleven in de zorgen van de gewone man? Vragen Kim van Keken en Jonathan Witteman zich vanmorgen bezorgd af in de zomervulling van de Volkskrant. Volgens het CBS namelijk, is slechts een kwart van de Nederlandse beroepsbevolking (tussen de 15 en 65 jaar) hoger opgeleid. En wees eerlijk: een parlementariër die z’n kleren niet bij de Zeeman koopt, z’n grutterswaren niet bij de Lidl betrekt, z’n vakantie niet sangria zuipend in de verzengende hitte van een Spaanse costa doorbrengt en niet een beetje lijdt aan obesitas, is als volksvertegenwoordiger in de ware zin des woords geen knip voor de neus waard.
Veel nutteloze cijfertjes en kleurige overzichtjes, uitgesmeerd over twee tabloidpagina’s.
Het zal nog een hele toer worden om de boel bij elkaar te houden.
Daar heeft de mamma die haar kroost dagelijks via dit vehikel op een barre tocht door de Naardense dreven zorgvuldig moet distribueren over kinderdagverblijven en peuteropvang, geen probleem mee. Uit privacy-overwegingen (internet is een keihard medium) vastgelegd zonder personele bezetting. En die mag er zijn, kan ik je verzekeren. De meest recente uitbreiding werd rimpelloos gecompenseerd met het hardplastic zitje op de bagagedrager. Maar zo hou je het wel weer overzichtelijk.
Volgens Van Keken en Witteman hebben Kamerleden gemiddeld 1,6 kinderen. De ChristenUnie scoort het hoogst met 2,8 kids per parlementariër. Ruim boven het streefcijfer van 2,1 dat minister Rouvoet voor Jeugd en Hoeksteen van de Samenleving godbetert zélf nastreeft.
Deze Rouvoetbak dient nu helaas nog middels drie hufterbestendige kabelsloten vastgelegd worden aan het gemeentelijke hekwerk langs de vestingwallen. Maar dat zal z’n langste tijd wel gehad hebben met al dat blauw op straat dat Geert ons in zijn oneindige goedheid in het vooruitzicht stelt.
Tenzij dit natuurlijk bedoeld wordt met blauw op straat.
Dan heb ik in ieder geval m'n bijdrage geleverd.
Ik ben helemaal klaar voor de favoriete tv-avond van Bas
anita witzier, zomergasten, maarten
Het moet een helse klus geweest
zijn voor de ontspannen presentator (de broer van de
columnistenzus die wat mij betreft nooit lang genoeg van haar
vakantie blijft genieten) om bij besmuikt lachebekje Maarten wat
favoriete tv-fragmentjes los te peuteren.
‘Meer dan een stem heb je niet nodig’, bekende de genereuze beschermheer van Lucia de B. Daarmee accentuerend dat ie de radio verre prefereert boven de tv.
De ideale gast dus voor de knap uitgelubberde (je bedenkt ’t in deze barre tijden niet) formule voor een zondags VPRO tv-avondje in komkommertijd.
Maarten kijkt namelijk niet. Althans niet na negenen. Want dan ligt de vrijetijdstravestiet al lang en breed tussen de klamme lappen. Zodat we het gisteravond noodgedwongen moesten doen met Le ballon rouge en wat scabreuze, morsig copulerende mollen en stekelbaarsjes.
Het was trouwens wel weer even de schok van herkenning toen ie over z’n jeugd begon. De televisie kwam er vroeger namelijk ook bij onze bevindelijke ouders niet in zodat we ons op woensdag- en zaterdagmiddag noodgedwongen bij een televisietante een paar honderd meter verderop in de straat vervoegden om ons quotum aan Dappere Dodo’s en Pipo’s te scoren. Pas toen Wilhelmina besloot het leven te laten, gingen de principes voor de bijl. Want zo’n witte begrafenis - het bleef tenslotte God, Nederland en Oranje- dwingt tot een hypocriete flinke bak water bij de reformatorische wijn.
En ook het platte, heidense bioscoopvermaak werd in de jaren ’50 zorgvuldig ver buiten onze hitsige horizon gehouden. Ja, in het Bussumse Concordia, waar ook De Vuist van Willem (O) Duys werd opgenomen, mochten we bij godsgratie naar De Reis van de Prinsesjes naar de West. Maar voor die eer bedankte deze jongen die ter compensatie stiekem wel eens in het gezelschap van heidense vriendjes boordevol schuldgevoel een veilige middagvoorstelling in het plaatselijke Novum, naast ijssalon Le Dolomiti frequenteerde.
Dat dan weer wel.
En ook van het fenomeen Cineac heb ik alle geneugten aan den lijve mogen ervaren. De zomerse vakantiehuizenruil met een Haags middenstandgezin (elke dag naar het strand) voerde ons op regenachtige dagen wel eens naar dit goddeloze theater waar we voor de somma van vijftig hele centen tot in den treure een eindeloze herhaling van veel Polygoon wereldnieuws (starring Philip Bloemendaal) aan ons voorbij lieten gaan. En die Ballon Rouge van Maarten kan ik me in die setting nog opperbest tot in details herinneren.
Met de diepgang van Zomergasten is het intussen een treurige affaire. Daar hebben we al lang geen VPRO meer voor nodig. Van een hoogstpersoonlijke manier van kijken kan natuurlijk amper sprake zijn als zo’n geletterde gast als ’t Hart bij nader inzien dagelijks nota bene vanaf prime time al diep in dromenland blijkt te vertoeven.
Er is wat de programmering van de huidige serie betreft niks meer aan te redden. Maar mag ik voor volgend jaar misschien een bescheiden suggestie doen?
Ik stel hierbij de VPRO voor om zich voor zo’n televisieavondje helemaal te focussen op bij voorkeur lieden die, door god verordonneerd, om principiële redenen helemaal geen tv kijken. Er moet toch een eindje verderop in die bible belt vast wel een of andere suffe, gepensioneerde volksvertegenwoordiger van bijvoorbeeld SGP-huize te vinden zijn die bereid is z’n muffe gedachtegoed met ons te delen?
Om te beginnen bij Bas van der Vlies.
En dan graag de diepte maar in met themaatjes als de positie van de vrouw. Uiteraard in al haar facetten.
Ik krijg het amper uit m’n bek, maar dat moet smullen worden.
Presentatrice? Blootgewoon: Anita Witzier. Want die weet tegenwoordig van wanten.
Kan niet wachten.
Maar Maarten interviewt zelf natuurlijk ook wel eens:
Dus daar pleurt de baas z’n troep neer
vk moderator, het gaat maar door, niet gewenst op een feestje en dan toch je neus aan het venstersteken
Hoewel het een leuk speeltje is, was de chef van het GAD not amused met die nieuwe Canon van me. En dat, terwijl ik slechts interesse had voor de containers (een stuk of acht) waarin de echte shit (alleen groot en grof) keurig gescheiden verdwijnt.
Ik blijf wel met m’n fikken van de privacy af.
Een plaatje voor het hek dus.
Met een simpel kuupje waren we de afgelopen weken bij lange na niet klaar. Dus dat betekende dat er al gauw een eurootje of zestien gelapt moest worden. Maar het goede doel heiligt soms de middelen.
Afval blijft tenslotte afval.
M’n bijzondere aandacht ging uit naar de bakken voor asbest en chemicaliën. Zoals bekend, nogal kwalijke spulletjes. Wordt alleen geaccepteerd mits goed verpakt, staat met koeienletters aangegeven. Het plastic kierde bij het asbest onder het deksel vandaan. En hoewel het beleid van de GAD is gericht op een efficiënte en milieuvriendelijke bedrijfsvoering met oog voor veiligheid en dienstverlening, krijg ik toch sterk de indruk dat er, het blijft mensenwerk, nog wel eens wat weg wil lekken. Vooral op zondag en maandag. Maar dat zal wel te maken hebben met het feit dat de tent dan gesloten is. Weinig controle dus. Maar vandaag was het bij wijze van uitzondering al vroeg dikke mik. Zag ik toen ik door m’n Iris keek. Maar het meeste heeft de wakkere baas al weer weggehaald.
Die verwijderingsbijdrage heb ik dus niet voor niets gedokt.
Voor de lezers met een onstilbare honger naar details: het pakketje onderaan de afbeelding maakt deel uit van een heuse bomgordel. Het wachten is alleen nog op de onverlaat die er mee aan de slag wil……
Tandsteen, seksisme en de feel good
alles onder een dak, tandarts gaat commercieel
Tot voor kort sleepte ik me om
het half jaar naar z’n bloeiende praktijk in de Bussumse
villawijk het Spieghel.
Boudewijn, een snelle en behoorlijk academisch gevormde jongen bij wiens aanblik, ondanks de wat spaarzaam wordende vegetatie rond het schedeldak, menig Goois vrouwenhart sneller schijnt te gaan kloppen, is voor zover ik het kan beoordelen, kundig en behoorlijk all round in z’n vak. Ook niet te beroerd om, als dat zo uitkomt, met geavanceerde specialistische behandelingen z’n collega’s orthodontisten, het brood uit de mond te stoten. Toen een jaar of tien geleden z’n voorganger, een sobere, meer dan saaie tandarts van weinig woorden, het leven liet, was hij bij godsgratie bereid me in te lijven in z’n reeds zeer omvangrijke familie. Met een gepijnigd gelaat inventariseerde hij bij m’n eerste bezoek het slagveld dat hem getoond werd. En sloeg weldra op indrukwekkende wijze toe. Voor een eurootje of vijfhonderd ging ik er aan. Saaimans had zich met de dood in de ogen bij gebrek aan perspectief gedurende z’n laatste periode beperkt tot het hoogst noodzakelijke.
Of nog minder.
Werk aan de winkel dus voor Boudewijn die onmiddellijk driftig in de weer ging met het plaatsen van enkele levensreddende kronen en verfraaiingen. Zodat ik me weldra vertwijfeld afvroeg in wiens handen ik in godsnaam gevallen was. Want dit was ongetwijfeld de opmaat voor een faillissement waaraan amper te ontkomen leek.
Het liep met een sisser af. Sterker nog: tandtechnisch gezien blijk ik een toppertje. Hij beperkte zich een decennium lang halfjaarlijks tot vergeefs prikken in de uiterst hardnekkige amalgaantjes waarna hij berustte in het routineus verwijderen van m’n welig tierende tandsteen. Roken is niet alleen slecht voor de longen. Bij nader inzien ben ik eigenlijk maar een onbeduidend klantje waar de schoorsteen amper van roken kan.
Het accent bij mijn bezoekjes lag dan ook steevast op het afrondende kringgesprek waarvoor hij ruim de tijd nam en waarin ook z’n bloedmooie assistente een meer dan volwaardig partijtje meeblies. Zo wisselden we, om een paar voorbeelden te noemen, onze respectievelijke heldendaden op de tennisbaan uit. De kwaliteit van het tegenwoordige onderwijs. Of in ieder geval het gebrek daaraan. Boudewijns eega doceerde in deeltijd Nederlands aan een scholengemeenschap een paar lanen verderop. Hij hoorde wel ’s wat tijdens de warme prak. En mij kon je met m’n zesendertig jaar ervaring in dezelfde branche ook allesbehalve een onbeschreven blad noemen. M’n avonturen in de kleinkunst waarvoor hij een professioneel geveinsde belangstelling aan de dag legde, werden uitgebreid besproken. Waarna hij me in z’n finest moments verlekkerd bijpraatte over de ingrijpende veranderingen die er wat hem betreft op til waren.
Boudewijn ging voor het grote werk. Commerciëler ook. Vermoedelijk. Een tandheelkundig centrum in een fonkelnieuw gebouw in het Bussumse centrum waarin alle disciplines ook meteen maar onder één dak verenigd zouden worden, zeg maar.
B-Dent. Met die B zat het wel snor.
Jammer.
Ik had wat met die Gooise villa. Een rustiek tuinpaadje leidde naar het voormalige dienstbodevertrekje dat fungeerde als wachtkamer. Langs de wand een paar ongemakkelijke stoelen. Wachtkamers hebben altijd ongemakkelijke stoelen. Ze accentueren, net als in aula’s van crematoria, het tijdelijke karakter van je aanwezigheid. Het leestafeltje met de onafscheidelijke, treurige periodiekjes waarop je, al zou je ze gratis verstrekt krijgen, toch never geabonneerd zou willen zijn: Arts en Auto. Een stapeltje gedateerde Elseviers. En een paar van die verrekte glossy’s vol met Jan des Bouvrie-achtige doorkijkjes waar je nog niet dood gevonden wenst te worden. En een heuse speelhoek voor de uit Kinderen voor Kinderen weggelopen melkgebitjes natuurlijk. Bergen veelkleurig houten en plastic speelgoed en kekke kartonnen bladerboekjes die moesten afleiden van de bikkelharde kinderwerkelijkheid in de behandelstoel die lonkte. Via de B&O boxjes Classic FM.
En dan werd je binnengehaald door Eveline. Die bloedmooie. Het royale entree-gebaar. Die handdruk. En dat familiaire tikje op je rug. Ik heb haar ooit in het tijdsbestek van twee periodieke controles prachtig zwanger zien worden.
Bij B-Dent heb ik al twee keer m’n afspraak laten sloffen. Gewoon vergeten. Ik heb niks met al die disciplines onder één dak. Via een glazen paneel (Waar zit hier gvd de deur? Maar dat hebben ze middels een niet te missen plakkertje duidelijk gemaakt. Zeker vanwege de glasschade) betreed je een multifunctionele wachtruime. Vanaf de anderhalve meter flat screen aan de wand lacht National Geographic je toe. Verder twee verantwoorde doekjes moderne kunst. Uiteraard geen reproducties. Twee automaatjes beloven je normaal en gekoeld, hoog gekwalificeerd drinkwater. Al het meubilair ademt het soort design uit de glossy’s van de praktijk van weleer. Het karakter van de leesportefeuille op de tafel (hoezo tafel?) verraadt echter dat er op een wat breder publiek gemikt wordt. Je hebt je jas nog niet uit of je kunt al aan de koffie (stenen kopje). In de ruimte achter de balie loopt een verzameling dames, geheel doordrongen van hun uiterst verantwoordelijke missie, gewapend met een mapje nergens heen en weer terug. Stuk voor stuk aangenomen op uiterlijk schoon. Bij een tandpastaglimlach meld je je naam die meteen gecheckt wordt in de computer. Natuurlijk klopt het.
Anja komt zo meteen bij u.
Anja gaat over het tandsteen dat Boudewijn bij haar en nog een paart soortgenoten uitbesteed heeft.
Na drie door en door georganiseerde stations gepasseerd te hebben die ontegenzeggelijk stuk voor stuk het summum van mijn welzijn voor ogen hebben (er schijnt zich zelfs een functionaris in het pand op te houden die je desgewenst op de plee helpt) beland ik uiteindelijk toch nog bij m’n vurig vibrerende tandarts die mij zo trots als een pauw welkom heet in B-Dent. Een onderzoek van een paar minuten toont aan dat er met de beste wil van de wereld (weer) geen significante afwijkingen in het gebit te noteren vallen. Waarna we nog snel even het onderwijs, het tennis en de kleinkunst doornemen.
Van Eveline niks gezien trouwens.
Wel van de rekening.
Binnenkort in de boekhandel
volkskrantblog,als ko lere afhaakt dan maar zo,wie mag er hier metabloggen, status aparte
Het ultieme interview | metablog
tour de france,erik breukink,marije randewijk,mark miserus,volkskrant sport,nietszeggendheid
Het is natuurlijk de goden verzoeken om je te wagen aan een journalistiek babbeltje met Erik Breukink. Meer dan verdienstelijk oud-coureur en technisch directeur van de Rabobankploeg. Een aardige jongen, daar niet van. Ideale schoonzoon wellicht? Maar je kunt de meest ravissante vragenlijstjes aanleggen, uiteindelijk weet ie je keer op keer weer op onvoorstelbare wijze af te schepen met de treurigste gemeenplaatsen en clichés die er maar aan het menselijk brein kunnen ontspruiten. Hij ontbeert ten enen male een achterste van z’n tong. De ideale CDA-politicus, zeg maar. (Verhagen: ‘Wat we nu gaan doen is geen onderhandelen maar het is ook niet vrijblijvend’)
Marije Randewijk (chef sport Volkskrant) en compaan Mark Misérus zijn doorgaans niet voor een gat te vangen. Ze hebben namens ons ochtendblad het wielercircus in hun basispakketje. En doen dat door de bank (..) ook helemaal niet verkeerd. Al jaren. Met een derde en een zesde plaats in het eindklassement timmerde onze nationale Boerenleenbankploeg in La Douce behoorlijk aan de weg. En dan kun je er niet onderuit. Al een week lang voel je dat afrondende stukkie in de zaterdagkrant er aankomen. De technisch directeur himself, dan maar weer ‘s.
In godsnaam.
TV-sportgoeroe Smeets, die van de Avondetappe, heeft het, druk als ie nou eenmaal in de weer is met het profileren van z’n eigenste ego, allemaal niet zo in de gaten. Al lang blij dat ie zich nog steeds gespeeld onderkoeld en achteloos tussen de grote jongens mag begeven. Voordat zijn zorgvuldig bijeengeschraapte lijstjes met wielerjargon, waar zelfs Maarten (Ducrot) een punt aan kan zuigen, en alle potsierlijke overhemdjes van drie weken Grande Boucle de koffer in geperst werden, pikte hij Erik op de slotdag nog even mee. Als de totale nietszeggendheid van de technisch directeur ergens schrijnend uit de verf komt, dan toch wel in zo’n met veel bombarie aangekondigd tv-diepte-interview.
Nada dus.
Televisie is vluchtig. Al begon de dagelijks middagsessie steevast met een herhaling van al het moois dat Mart de voorafgaande avond van achter een bel rooie wijn voor ons opgediend had.
Maar twee hele pagina’s in de weekendsportbijlage schreeuwen om zoiets als broodnodige, toegevoegde waarde.
Nada dus.
Trouwens best nieuwsgierig hoe je zo’n duo-interview maakt. Om de beurt een gelijkgestemd alineaatje of zo? Nergens iets te bekennen van zoiets als een stijlbreuk. Sleept Mark de koffie aan terwijl Marije handenwringend probeert het suffe gesprek op gang te houden dat geheid meandert naar een nieuwe, uitzichtloze grijsheid?
Die titel was het probleem niet: Evenwichtig als altijd. Daar kun je je in het geval van Erik never een buil aan vallen. En vooruit, om iets van de glans van de technische baas mee te pikken, pleur je z’n indrukwekkende cv er ook maar even in. Waarna je je bij gebrek aan ware content ten einde raad maar stort op je journalistieke taalvaardigheid.
Het moest een positief verhaal worden. Zonder doping. We snakken naar positieve verhaaltjes over deze heroïsche tak van sport waardoor we ons tegen beter weten maar al te graag laten verneuken. En dat terwijl onze ideale schoonzoon als toppertje jarenlang z’n Spaanse kilometertjes wegtrapte onder een ploegleider die bepaald niet vies was van de pilletjes en de spuiten. Toen zijn eigen Rabo-ploeg een jaar of wat geleden een Deen (Rasmussen) vlak voor Parijs in de gele trui mocht hijsen wiens whereabouts en nog een paar uiterst vitale zaken voor geen meter bleken te kloppen, werd deze uit de koers gehaald. Terecht. Bij de grote schoonmaak die er op volgde bleef ploegleider Breukink verrassend buiten schot. Terwijl iedereen op z’n vingers kon natellen dat hij geacht werd van de hoed en de rand te weten, kwam ie er met die nieuw gecreëerde functie van technisch directeur mooi mee weg.
Niets van dat alles.
Met alle respect voor de taalvaardigheid van Marije en Mark: van een echt interview is het niet gekomen. En dat weten ze zelf natuurlijk als eersten.
De leader: Hij herkent zich in Dennis Mentsjov maar Robert Gesink is de renner die in zijn voetsporen moet treden. Erik Breukink over het succes van zijn wielerploeg.
En dat was het wel zo’n beetje.
Schrijven is schrappen.
Nog mazzel dat het geheel verluchtigd kon worden met een fraai gespiegelde foto (Klaas Jan van der Weij) van een halve pagina.
Centraal staat een gebalde vuist.
En laat dat nou net datgene zijn wat we in twintig jaar Breukink zo node misten.
De perverse prikkel in het HBO
nationale norm, de perverse prikkel in het hbo, hbo-ellende
We raken er niet over uitgepraat. Over die schande. Donderdagavond maar weer ‘s in EenVandaag. Om studenten zo snel mogelijk aan een diploma te helpen passen we de kwaliteit aan. Met het oog op de centjes. Instroom en gediplomeerde uitstroom. Zoiets. De perverse prikkel in het HBO. En dan gaan we roepen om een Nationale Norm om de waarde van een diploma te garanderen. De put dempen als het kalf verdronken is.
Maar het begon natuurlijk al veel eerder in het middelbaar onderwijs. Ik zag het om me heen gebeuren en schreef er vier jaar geleden een impressie over. Uit het leven gegrepen. Tegen m’n gewoonte maar ’s in de herhaling.
Spookrijder
Straks had ik toch een tussenuur? Of ik even wilde langskomen.
Peter, de bovenmeester van onze prachtige onderwijsinstelling, schoot me aan in een eindeloze rij mopperende collega's die langzaam opstoomde naar de koffieautomaat. Je moet tegenwoordig je klas tegen alle voorschriften in toch echt wel ruim voor de bel je klas uit jagen, wil je binnen die twintig minuten waarop je volgens de cao recht hebt, je hoogverdiende shot cafeïne scoren en ook nog een beetje relaxed wegslurpen. Relaxed? Was het maar waar.
Daar ging m'n zorgvuldig geplande correctie-uurtje. Een docent Nederlands is een bevoorrecht mens. En als je bij dat prachtige, veelzijdige vak bovendien de vinger een beetje adequaat aan de pols wilt houden dan ben je dagelijks behoorlijk aan de beurt met je rooie pen.
'Wij vinden dat je een uitstekende leraar bent', stak Peter twee uur later van wal. Je hebt een hartverwarmende taakopvatting, konden we dat maar van iedereen zeggen, en de uiterst creatieve manier waarop je het allemaal na zoveel jaar (?) nog steeds vol enthousiasme invult, ik ben er diep van onder de indruk.'
En om z'n woorden kracht bij te zetten somde hij een paar voorbeelden op waarvan hij in de wandelgangen kennelijk lucht had gekregen. Die 'zoveel jaren' waren er inmiddels zo'n vijfendertig. Een echte prestatie vond ik dat niet voor iemand die voor z'n vak gaat.
Los van die prachtige woorden waren we inmiddels hard op weg naar het onontkoombare MAAR dat onverwijld weer zou leiden tot de voor mij overbekende materie. Die ouwe, opgewarmde prak. En ja hoor, daar hadden we 'm dan: 'Maar je cijfers in havo-3 zijn te laag'.
Peter, gelouterd in jarenlange schoolleidertrainingen beheerste de essentie van het slecht-nieuws-gesprek tot in de puntjes. Laat dat maar aan hem over. Geen doekjes er omheen, gewoon recht voor z'n raap. Klasse.
Hij had natuurlijk het grootste gelijk van de wereld, onze Peter. Van die cijfers werd een mens, en zeker de rector van een scholengemeenschap niet vrolijk. Geen wonder als je jaar in jaar uit het gehijg van de inspectie met z'n dodelijke afstroomgegevens in je nek voelt. Voeg daar nog eens aan toe die telkens terugkerende, uiterst verhelderende rapporten van het dagblad Trouw die als zwaarden van Damocles boven het onderwijs hangen en het schoolleidersplaatje is compleet.
Ook voor mij waren die cijfers een voortdurende bron van grote zorg. Op alle mogelijke manieren probeerde ik het tij te keren. Bij het onderdeel tekstverklaring bijvoorbeeld, toch waarachtig niet de simpelste vaardigheid, had ik de open vragen noodgedwongen al lang en breed vervangen door de geheel eigentijdse meerkeuzeopdrachten. En ik moet zeggen, daar klaarde de lucht aardig van op.
Een beetje handig manipulerende leerling stelde ik aldus zonder al te veel gewetenswroeging in de gelegenheid zich naar een acceptabele score te gokken. Mij heb je.
Maar er zijn grenzen. Want als er verder een beetje écht naar de vereiste en objectief meetbare kennis en vaardigheden gevraagd werd, gaf een deel van de aan mij toevertrouwde h3-studenten over het algemeen niet thuis. Goedbeschouwd kon je ze niet zoveel verwijten. Dan hadden we die goeie ouwe mavo ook maar niet moeten dumpen, het schooltype waarin het gros van die bloedjes van kinderen eigenlijk thuishoorde.
Om toch vooral maar de nachtmerrie van menig ouder, het door 'kenners' als inferieur afgeschilderde vmbo, te ontlopen, waren ze met een rijkelijk optimistische havo-prognose de school ingeduwd. En dan doen twee brugjaren de rest. Een team van gulle, empathische kindervrienden wier horizon doorgaans niet verder reikt dan die eerste twee jaren, is volgaarne bereid alle registers open te trekken om de optimale kansen er voor ze uit te peuren. Aan competenties geen gebrek.
Steunend op jarenlange routine en met een schat aan statistische gegevens die mijn uitgekiende toetsen opleverden, mocht ik toch waarachtig wel een ervaringsdeskundige genoemd worden. En die neergaande spiraal werd een gegeven waar je, hoe graag je dat ook anders zag, niet meer omheen kon.
Het versoepelen van de normering heeft z'n grenzen. Dat vonden een paar andere ouwe rotten diep in hun hart ook wel. Maar de meesten van hen hadden met het oog op hun gemoedsrust en uit puur zelfbehoud langzamerhand al lang afgehaakt. Liters water hadden ook zij bij de wijn gegoten. De stroom van een rivier hou je niet tegen. Maar ik weigerde vooralsnog te capituleren.
Eerst had de schoolleiding het met deze 'laatste der Mohikanen' nog listig geprobeerd via de conrectrix, een dame wier finest hours tijdens haar dagelijkse, ruim geconsumeerde pauzes in de docentenkamer lagen, die ze volop benutte om haar gigantische belezenheid met luider stemme en met een dictie die op de hockeyclub bepaald niet zou misstaan, te etaleren. Maar wat er zo door de bank genomen van een derdeklasser gevraagd werd, daarvan wilde bij haar het superieure inzicht niet doorbreken. Ze moet zich er haarscherp van bewust zijn geweest. Het maakte de communicatie er in ieder geval niet gemakkelijker op. Hoe ik het ook probeerde, om nou te zeggen dat ons onderhoud écht inhoudelijk werd, nou nee! En wat mij betreft gingen dan de hakken stevig in het zand. Spookrijder noemde ze me. Daar kon ik het mee doen. Zou dát het zijn: inspirerend management?
Terwijl de spookrijder maar hardnekkig tegen de stroom in bleef roeien, werd zij weldra op een zijspoor gemanoeuvreerd omdat duidelijk werd dat het met de bij haar veronderstelde competenties ook niet echt wilde vlotten. En ook haar opvolger met wie voordat ie tot het middenmanagement toetrad nog wel eens een realistisch onderonsje te plegen was over deze materie, gaf er onmiddellijk vanaf zijn benoeming blijk van, aangestoken te zijn door het virus waar zo'n net boven het voetvolk aangestelde functionaris pijnlijk onder schijnt te moeten lijden. Cynisme was mijn deel op de rapportenvergaderingen.
Ik keek Peter aan. Het was duidelijk: ook nu was er weer weinig of geen zicht op inhoudelijke argumenten. Reden waarom ik besloot het voor de verandering maar eens over een geheel andere boeg te gooien. Van mij kon ie 'm krijgen: 'Zeg maar hoeveel iedere leerling er bij moet krijgen', bood ik hem genereus aan. Om te illustreren waarover we het eigenlijk hadden, griste ik uit mijn tas een stapel blaadjes van een recent gemaakt proefwerk, waarvoor de term wanprestatie nog een understatement van de bovenste plank was. Als het al niet ging om basisschoolstof, dan hadden ze toch in ieder geval in het eerste brugjaar een persoonsvorm van een onderwerp van elkaar moeten kunnen onderscheiden. Het was een drama geworden en de cijfers waren er dan ook naar. Mijn meelevende vakcollega's hadden het de dag tevoren nog asgrauw van ellende doorgebladerd.
'Maar als jij van deze vieren, zevens wilt maken, je zegt het maar.'
Zo bedoelde Peter het natuurlijk niet maar waar hij in werkelijkheid naar toe wilde, kon hij op geen enkele manier duidelijk maken.
Tussen ons lag het overbekende en onuitgesproken gegeven. Beiden wisten we haarscherp waar de schoen wrong. Een schoolleiding ziet het liefst zo veel mogelijk leerlingen in een zo kort mogelijke tijd met een diploma de tent verlaten. Daarmee scoor je tegenover de inspectie en vooral de ouders.
En de deskundigheid van de vakdocent die uit z'n vak wil halen wat er in zit, mag dan een gegeven zijn waar we niet aan durven te tornen, zodra deze de felbegeerde vlotte doorstroming in de weg staat, wordt het alle hens aan dek.
De bel ging voor het volgende lesuur waarvoor een vwo-klas op me zat te wachten waarbij dit soort problemen in de verste verte niet speelde, en half opstaand verwachtte ik tegen beter weten nog zoiets als een aanzet voor een ultieme oplossing van de kant van het inspirerende management.
Het gesprek vol wederzijds respect kabbelde echter vrijblijvend naar een zielloos einde.


Altijd in het
schemergebied van fictie en werkelijkheid
Internetredactie
over de columnwedstrijd:Bij de selectie hebben we voornamelijk
gekeken of de inzending aan het onderwerp – de actualiteit
– voldeed en of we de inzending geschikt achtten voor
publicatie. Is het prikkelend, origineel, verrassend, grappig,
ontroerend, goed geschreven, steekhoudend, scherp, grammaticaal
correct, goed gespeld? Van die dingen.
Rolanda:
Ik kwam op het VK Blog omdat hier veel psychiatrische patienten
en mensen aan de zelfkant van de maatschappij zijn, die wel kunnen
lezen en schrijven. Ik bedoel dat de drempel laag ligt.
Ook in
Noord-Korea geldt: rust, reinheid en regelmaat




Niet aanbevolen.
In een oogopslag zie je het.
Bagger."