
Sorry dames, geen schijn van kans
urinelle, staande plassen voor dames
Als je bijgaande foto moet
geloven is zo’n af en toe noodzakelijke activiteit een
‘fluitje’ van een cent. De virtueel goed gevulde en
smakelijk lachende spijkerbroek rechts suggereert dat althans. De
keiharde praktijk is echter stukken weerbarstiger.
Als bevoorrechte man hebben we het maar bar gemakkelijk. Openbare pisbakken zat in het straatbeeld waar we en passant zonder noemenswaardige problemen onze strakke blaas even de broodnodige lucht kunnen geven. Voor de dames rest in de open lucht dikwijls slechts het struikgewas. En dat is bij hoge nood helaas niet altijd meteen voor handen.
Bij het ‘grote werk’ in publieke gelegenheden als cafés besef je als kerel wat het leed van onze meiden in z’n diepste wezen behelst. Zitten is, zeker als de avond wat verder gevorderd raakt, vaak geen onverdeeld genoegen. Je kunt de vuiligheid nog enigszins opvangen door de bril te plaveien met een beschermende laag toiletpapier. Maar toch.
Ik mijd die confrontaties. Als het enigszins kan. Zeker nu ik sinds enige tijd thuis volledig volgens de nieuwste hedendaagse normen m’n relaxte partijtje meeblaas. En ook in de krap bemeten, muffe vertrekjes tijdens vier uur durende chartervluchten, zul je me, als het effe kan, zelden zien. Intercontinentaal ben ik geen expert. Exotische bestemmingen als Bali of Phuket houd ik mede om hygiënische redenen (voorlopig) graag achter m’n horizon.
Het is al weer een paar jaar geleden dat er plotseling ongekende mogelijkheden voor het vrouwelijk geslacht lonkten. Bij toeval surfte ik dezer dagen langs het over-enthousiaste verhaal van ene Michelle Rabil in Salon.
Hulpmiddelen om staande te plassen.
We kennen inmiddels de Urinelle, een simpele trechter van dun papier. Weliswaar te her-gebruiken. Maar als er voor de broodnodige reiniging geen stromend water voorhanden is, wordt het al gauw behoorlijk tobben met zo’n koffiefilter. Met de She-niss, een soort vergulde penis, kom je weer niet door de detectiepoortjes van een luchthaven. Wat overigens ook geldt voor de uit siliconen opgetrokken Whizbiz en GoGirl.
Michelle is sinds enige tijd helemaal verslingerd aan de Urinelle. Of zoals ze zelf opmerkt: “In Griekenland heb ik zelfs een keer m’n naam geschreven in wit zand”.
Dat je het vooral maar even weet.
Met Vriendin even aan het experimenteren geslagen. Om het geld hoef je het met die Urinelle niet te laten. Voor het luttele bedragje van €2,92 ben je met 7 exemplaartjes via het web al vet spekkoper.
Het blijkt bij nader inzien allemaal verre van simpel. Het goedgemutste paardenstaartje op bovenstaande foto lijkt de basishandeling aardig onder de knie te hebben maar de werkelijkheid leert ons wel wat anders. Tenzij ze natuurlijk een speciale gulp in haar jeans heeft laten naaien. De fysieke mogelijkheden van de vrouw schieten gewoon ernstig te kort. Vriendin moest echt de broek laten zakken om tot tastbare resultaten te komen.
En dat kan toch de bedoeling niet zijn.
Bronnen: Salon
Het werd een beetje een gewetensvraag. Ga ik voor deze speciale gelegenheid voor de eendjes in de Naardense vestinggracht? De zoveelste (de winter was er naar) onvervalste sneeuwfoto? Close-ups van vogeltjes waarbij ik de amper te maken keus heb tussen het scherp stellen op de tak of op de oogjes? Of zoek ik het dan uiteindelijk toch maar in m’n veilige, favoriete genre: medium-shots van mensen?
Het werd uiteindelijk Gijs.
Uit het familie-album.
Gijs krijgt van opa een snelcursus die op termijn naadloos moet leiden tot een glanzende carrière als Volkskrantblogger. Er gemakshalve maar van uit gaand dat de stekkers gewoon in de Belgische stopcontacten blijven zitten. En alles wijst er op dat ie zich, in de voetsporen van opa, ontwikkelt tot tekstschrijver. Dagelijks wordt er gewetensvol geslepen aan een rijk gestructureerde vocabulaire dat momenteel reeds, zowel actief als passief, dat van z’n leeftijdsgenootjes verre overstijgt. Hij verbaast ons dagelijks. Daarnaast kun je zo’n knaapje niet vroeg genoeg confronteren met het heilloze MC-gesteggel, en dan druk ik me nog eufemistisch uit, dat ons Blog al wekenlang in een ware wurggreep houdt. Kan de keuze van mijn proeve van bekwaamheid symbolischer dan in de vereeuwiging van onze Gijs in de directe omgeving van een nostalgische, authentieke vuilnisbak? Met de beerputkant van het leven kun je een kind tenslotte niet jong genoeg vertrouwd maken
Tot zo ver het thematische gedeelte.
Dan nu het gladde ijs van de techniek waar ik me met de nodige gepaste bescheidenheid op waag. Dagelijks wordt de bezoeker van het Blog immers geconfronteerd met de know how van een ronduit fine fleur aan specialisten die met schier eindeloze toewijding elkaars experimenten keer op keer uitbundig van deskundig en kritisch commentaar voorzien. Dat liegt er niet om. Een ware hype.
Technische gegevens: Voor dit bijna surrealistische tafereeltje koos ik voor m’n gloednieuwe 50D Bavaria 31 spiegelreflex. Ooit, samen met vrienden, begonnen met een kleine BM 37C met eenvoudige zoom die na een geweldige leerperiode waarin we naar hartenlust experimenteerden, boordevol verwachting, ingeruild werd voor het iets grotere broertje. Eenmaal op eigen benen, kon ik me weldra, de economische omstandigheden waren er naar, een semi-automatische Laser 55 BA permitteren. Eigenlijk de gelukkigste periode in m’n leven, moet ik, m’n carrière overziend, bekennen. De switch naar de multifunctionele Dufour 1800, m’n onvergetelijke zwart-wit-periode, was een bijna voorspelbare. Het spiegelreflex-tijdperk deed z’n majestueuze intrede. En als je eenmaal van de haaskarbonade hebt geproefd, ga je uiteindelijk voor de biefstuk . De Bavaria 31 Cruiser. Van degelijke Duitse makelij. Die Jappen kunnen me gestolen worden.
De keus tussen zwart-wit of kleur was snel gemaakt. De harde zwart-wit variant waar ik veel werk van heb gemaakt, viel af. Vooral omdat me het onbestemde gevoel bekroop de grijstinten niet op de juiste plekken te kunnen krijgen. En ook qua groothoekvertekening, lichtinval en subtiele schaduwwerking heb ik mezelf, zeker op zo’n wat onpersoonlijke patio, niet voor onoplosbare problemen willen stellen. Om maar niet te spreken van een horizon die niet waterpas blijkt te zijn. Dat de voegen tussen de stenen wat dat betreft niet helemaal je ‘dat’ zijn geworden, is me nauwelijks te verwijten. Een 70 jaar oude, enigszins verzakte vestingwoning voer ik evenwel schaamteloos als excuus op. En het schept m.i. anderzijds ook wel weer de nodige spanning in het beeld. Ik focuste bewust handmatig omdat je bij scherptediepte bij autofocus zelden precies uitkomt.
Hoewel ik mezelf allesbehalve een fotoshopper zou willen noemen, ben ik wel zo vrij geweest er in Gimp nog wel even een cubic algoritme, afgerond met een unsharp mask tegenaan te gooien.
Al met al ben ik er zelf zeker niet ontevreden mee. En ik kijk dan ook met grote belangstelling uit naar het ongetwijfeld opbouwende commentaar van de experts.
Bronnen (in alfabetische volgorde en ongegeneerd gebruikt): 100 Woorden, Bart, Beus, Catharina Anna Maria van Vliet, Glaswerk, en Koek.
De Mart Smeets van GMNL
arie boomsma, mirella van markus, sven kockelman, gmnl
Wat mij betreft moet de
presentator van KRO’s Goedemorgen Nederland (GMNL) een
beetje een humorloze, saaie lul zijn die de itempjes zakelijk aan
elkaar babbelt. Wel zo handig als je je ochtendblad zit te lezen
en bereid bent daar af en toe even overheen te kijken, mochten
zich onverhoopt krenten in de pap aandienen.
Sven Kockelman voldoet meer dan uitstekend aan dat profiel. En wat mij betreft mag ie dat weer gauw beurtelings met Mirella van Markus, de schat, doen.
Want als je blik afdwaalt naar het scherm, wil het oog ook wel eens wat.
Helaas, op vrijdag heeft Sven, die ook maar een mens is, z’n wettelijk geregelde vrije dag. En dan zijn we godbetert opeens weer overgeleverd aan de grillen, grappen en grollen van die zwaar over het paard getilde, omhoog gevallen EO-dissident. Alles haalt Christuskop Arie uit de kast om er, ondanks het strakke format, een personality-show van te maken.
De vleesgeworden ijdelheid.
Hij herschikt aan de lopende band de kleurige velletjes waarop de nijvere redactie de vraagjes gewetensvol voor hem uitgetikt heeft.
Hij kan er niet de geringste belangstelling voor opbrengen.
En ook de antwoorden van de geïnterviewden interesseren hem maar matigjes. Vol als hij is van zijn hyperactieve ZELF, dat voortdurend bezig is die muffe teksten van ‘m, waarvan z’n mimiek ons moet doen geloven dat ze leuk zijn, te ondersteunen met over-acte, loze armgebaartjes waarmee je in een kinderprogramma wellicht goeie sier kunt maken. Z’n gesprekspartners aldus degraderend tot pure decorstukken.
Ik ging vanmorgen tevergeefs voor Gerda van het Glimblaadje en m'n illustere plaatsgenoot Jan des B.
Toen onze Arie voor de derde achtereenvolgende keer, telkens in iets andere bewoordingen, aan zijn, inderdaad weinig welbespraakte, reservegast dezelfde vraag voorlegde, braken bij mij de vliezen.
Er zijn grenzen.
Het beeld ging op zwart.
Voor mij geen Arie op vrijdagmorgen.
En nu we toch bezig zijn: Kan dat mormeltje dat elke morgen haar onverstaanbare visie op het weer geeft, alsjeblieft ook meteen even vervangen worden?
Het weer wordt er niet beter van.
En ik al helemaal niet.
Klasgenoten
Wouter Bos, Femke halsema, agnes kant,marc rutte,geert wilders,hero brinkman,erica terpstra
De Bijenkorf was een sober geëquipeerde protestants-christelijke vakantie-onderneming in Nunspeet waar geheel volgens traditie de zesde klas (tegenwoordig groep 8) van onze lagere school middels een driedaags verblijf een voorlopige punt achter z’n boeiende carrière zette.
Niks musical. Zestig bloedstollende kilometers lang vochten we ons er op onze zwaarbeladen, krakkemikkige fietsen door de Veluwse bossen naar toe. Een dagvullend programma. De matige fysieke gesteldheid van het hoofd der school die zuchtend en steunend maar wel pontificaal voorop reed, zorgde er immers voor dat een straf wandeltempo aangehouden werd.
Bij het Uddelermeer, een wonderlijk aandoend plasje in het tropische regenwoud, - de onderbrekingen vanwege de vele lekke banden telden niet mee - vond ‘de grote stop’ plaats. De eerste tien boterhammen vonden soepeltjes hun weg naar de hongerige magen.
Eindeloos boompje verwisselen. Waarbij we de schrijnende plekken op de huid langs de rand van onze Jansen&Tilanus even vergaten. De bij dit soort hoogtijdagen ongekend jolige meesters en juffen strekten de moede leden amechtig op de dennennaalden. Waarna we op ons tandvlees de laatste etappe op weg naar de stapelbedden (3-hoog) wegtrapten.
Leuke klas.
De geschiedenis heeft het inmiddels al ruimschoots bewezen.
Het onschuldige tijdverdrijf tijdens zo’n driedaagse logeerpartij in de bossen viel volledig in het niet bij het grote werk dat ons, prepubers, wachtte op het lyceum.
Jawel.
In de voorafgaande maanden waren we via het onvolprezen standaardwerkje ‘De Toetsnaald’ minutieus klaargestoomd voor het toelatingsexamen dat onlosmakelijk verbonden was met onze lang verbeide entree aldaar. Voor Wouter B, toen reeds het briljantste knaapje van de klas, een fluitje van een cent. Met een achteloosheid van heb ik jou daar waar ik als middelmatige leerling met enige jalouzie huizenhoog tegen op zag, vulde hij spelenderwijs de redactiesommetjes in. Terwijl ik me suf piekerde hoeveel tegels er voor een virtuele achtertuin nodig waren, waar ook nog ‘s een zandbak van 2x2x0,50 meter in moest, en hoeveel prikkeldraad en paaltjes er nodig waren om een al even virtueel weiland van een paar hectare af te zetten, zat hij glimlachend reeds een fors aantal bladzijden verderop aan de stijloefeningen en de grammatica.
Duidelijk vooraan gestaan toen de hersens uitgedeeld werden. Want ook bij de droppings (en andere hoogtepunten) in zo’n kampweek, ontpopte hij zich tot de door iedereen geaccepteerde, natuurlijke leider die ons bij nacht en ontij in no time via de kortste weg rimpelloos naar de moederschoot van de jeugdherberg leidde. Zelfs de onbereikbare Femke H, die toch waarachtig ook van wanten wist, moest tandenknarsend toezien, dat er voor haar maar bar weinig lakens vielen uit te delen.
Alleen bij de balspelen konden wij ons nog enigszins profileren en moest Wouter genoegen nemen met de rol van naamloze. Evenals Jan-Peter B en André R trouwens. Maar die waren nog enigszins geëxcuseerd door hun rechtzinnige milieu dat weinig op had met de al te sportieve dadendrang van zoonlief. Op zondag naar Ajax, in De Meer? Daarvan kon om dezelfde plausibele reden uiteraard ook geen sprake zijn. Van de meiden slaagde slecht Agnes K er in, zich te meten met de jongens.
Vooral qua stemgeluid.
Mooie tijden
Na die zomer werd alles anders. Dat deel van de klas dat zich, gepimpt door het fraaie stampwerkje de Toetsnaald, toegang had verschaft tot het lyceum op christelijke grondslag, was weliswaar bijeengeveegd in dezelfde klas, maar van de aloude homogeniteit was weldra weinig meer over. Dat had vooral te maken met de entree van een handjevol nieuwkomers, waaronder de onafscheidelijke Geertje W en Hero B. Hero, de enige met jeugdpuistjes. Was er met die Geertje aanvankelijk nog wel een goed gesprek te voeren, Hero ontpopte zich al snel tot een behoorlijk agressief baasje. Als ie er in de eindeloze puberconfrontaties met argumenten niet meer uitkwam, sloeg ie er ongenadig op los. Hij was trouwens de eerste die op klassenavonden triomfantelijk een heupflacon Vieux uit z’n binnenzak toverde die hij in het gezelschap van z’n vaste compaan ‘onze’ Erica T ritueel door de respectievelijke cola gooide. Naast de mateloos populaire Joy en de Sisi dé cultdrank van die tijd. Waarna z’n handjes zo mogelijk nog losser kwamen te zitten. Bovendien rookte hij. Lucky Strike. Waarmee hij een allemachtige hoop prestige verwierf. Vooral bij de bovenbouwers. Want terwijl wij, snotjochies die nog geen weet hadden van de mores in de nieuwe omgeving, in de middagpauze ons vet weg paaltjesvoetbalden, stond Hero al tussen de opgeschoten jongens van de vierde met een peuk achteloos in de mondhoek uitgebreid de petticoatmeiden van de MMS te keuren en na te fluiten.
Seksisme moest nog worden uitgevonden.
Over seks gesproken, of wat daar op 13-jarige leeftijd voor door moest gaan, ook op dat terrein was het weldra niet meer wat het geweest was. Met het horkerige zoenen na schooltijd in de dark rooms van het fietsenhok van de lagere school was het definitief Schluβ. Agnes was er een jaar tevoren, evenals Tineke H inclusief hoog gesloten christelijk kraagje, best nog wel voor te porren. En ook Erica lustte er wel pap van. Als ze tenminste niet als de sodemieter naar die verrekte zwemtraining van haar moest. Mariëtte H, die wij altijd al een chagrijnige doos vonden, lag toen al buitengewoon slecht in de markt.
Femke was een verhaal apart. Ondanks haar ‘neuken-doe-je-maar-bij-de-buren-kapsel’, het rattenkopje dat ze pas recent inruilde voor die sexy krullenbos, ging van haar een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Maar ze hield ons, onzekere knaapjes, altijd mysterieus op een afstand die mateloos irriteerde. Op het lyceum ging weldra het nooit bevestigde gerucht dat ze ‘het’ deed met een vier jaar oudere adonis uit 5 Gym.
In onze nieuwe habitat beseften we weldra dat voor ons slechts de kruimels restten. De meiden die zich op het kamp nog zonder problemen op hun bek lieten zoenen, hadden slechts oog voor de in onze ogen onbegrijpelijk interessante boys die zich steevast één maar dikwijls meerdere leerjaren hoger ophielden.
Na de scheiding van de bokken en de geiten aan het eind van de eerste klas verdwenen Femke en Wouter, volkomen terecht trouwens, naar het gymnasium. We hielden evenwel regelmatig contact. Tineke en Erica met in hun kielzog een paar andere voor ons meer dan veelbelovende dames, zochten hun heil op de MMS. Wij moesten het met de HBS doen.
Marc R, die toen al bij z’n moeder woonde, bleef een wat treurige naamloze. Felix R., altijd de grootste bek, terroriseerde de rest van onze schooltijd met theorieën waar wij geen ene reet van snapten, alle klassengesprekken tijdens de lessen maatschappijleer.
En Alexander P? We hebben de schat tot z’n onuitsprekelijke genoegen tot aan de eindexamenklas klassenvertegenwoordiger weten te maken. Een baantje waar niemand ook maar ene reet voor voelde. Drager van het klassenboek. Daar wilde je toch niet dood mee gevonden worden? Vanuit zijn niet kinderachtige verantwoordelijkheid wist hij echter vijf jaar lang via een paar listige one-liners de toen al reactionaire Geert en Hero het zwijgen op te leggen. En dat terwijl de hele school slechts drie Molukkers telde.
Ik zag ze afgelopen week voorbijtrekken. Op de tv. De nostalgie droop onder m’n oksels vandaan. Wat Geert en Hero betreft, voelde ik de plaatsvervangende schaamte.
Maar ik troost me in de wetenschap dat Wouter en Femke het varkentje uiteindelijk wel zullen wassen.
Ze zullen het helaas zonder Agnes moeten doen.
Ik reken op ze.
Wilders beste debater? Kom nou!
verkiezingsdebat, bos, van geel, pechtold, rutten, kant, wilders, eenvandaag
Jarenlang heb ik als docent Nederlands geprobeerd mijn leerlingen een beetje in te wijden in een best wel moeilijke discipline: de spreekvaardigheid. Hoe schattig dan ook, wat mij betreft geen uit het hoofd geleerde vrijblijvende lulverhaaltjes over ‘M’n hond', ‘De Olifant’ of ‘M’n Cavia’. Prikkelende onderwerpen zocht ik vaak uit. En ze hadden zich maar intensief voor te bereiden. Het moest een gesprek worden. Discussie vond ik een groot woord. Geen argumenten? Alleen maar emo? Nou, effe dan. Maar verder: Dimmen!
Met rooie konen keek ik vanavond naar het EenVandaag Verkiezingsdebat. Je kunt over de aard van het concept natuurlijk van mening verschillen. Het internetvervolg van de uitzending was trouwens niet binnen te komen. De site is vermoedelijk op tilt geraakt.
Natuurlijk heb ik m’n eigen voorkeur. Maar met het uitgekiende beoordelingslijstje dat ik vroeger gebruikte, vinkte ik volgens zo objectief mogelijke criteria de onderdelen aan van de bijdragen van de deelnemers.
Van Geel, Bos, Wilders, Rutten, Kant, Pechtold.
Ik vond dat ik er vroeger wel sjoege van had. Dat beoordelen. En met dat lijstje in de hand kwam ik tot een overtuigende winnaar.
Wouter Bos.
Met afstand.
Aan het eind van het programma werd de, in ieder geval volgens diegenen die er in geslaagd waren op de site hun stem uit te brengen, beste debater aangewezen.
Geert Wilders.
De man die weggevaagd werd en gaandeweg het debat bij gebrek aan argumenten een steeds wanhopiger indruk maakte.
Zag er opvallend slecht uit, trouwens.
En dan kom je echt niet meer bij van het lachen.
Ik ben bang dat ik een slechte leraar ben geweest.
Met de kennis van nu.
De verkleedkist van de VK-blogger
sjoemelen, meervoudige persoonlijkheid, wilders, islam, vk-blog, moslim
Al weken lang kijk ik reikhalzend uit naar de niet te missen kans voor open doel die er ligt voor diegenen die de themablogdagen in hun hart gesloten hebben. De dieren, de droedel, het kind, de koe, de sleeve-face, het kon niet op. Allemaal heb ik ze aan me voorbij laten gaan. Sorry, ik word persoonlijk niet zo opgewonden van een ruim gevarieerd VK-Blog dat 24 uur lang vergeven is van de eenzijdigheid. Maar ieder z’n meug natuurlijk. En louter en alleen omdat ik zo slecht in afscheid nemen ben, heb ik me in de laatste week van 2009 uiteindelijk dan maar een keer laten verleiden tot het gelijknamige thema. Kostte me twee volle dagen om mezelf enigszins verantwoord op de rails te krijgen.
En een hele week om een beetje ordentelijk af te kicken.
Maar dan hoor je ook bij de familie.
Het warme gevoel koester ik.
Een ogenblik heb ik overwogen om mijn alter ego Ko Lere uit z’n door mos overwoekerde graf te rukken voor het promoten van een thema waar we volgens mij, als ik me niet vergis, met z’n allen momenteel wel zo’n beetje aan toe zijn:
Een Wilders- en moslimloze dag.
Begrijp me goed: ik heb absoluut niks tegen een flink aantal, soms zwaar doortimmerde, bijdragen waarin collegabloggers stijf van de argumenten hun terechte, niet aflatende zorg over de stormachtige opmars van ‘Kopvodden-Geert’ etaleren. In tegendeel. Ik heb er heel wat gelezen.
Tot aan de reactiedraad.
Want vanaf dat moment zijn de rapen gaar en is ogenblikkelijk de treurigheid troef. Niet in de laatste plaats door de wijze waarop de Zweistra’s (alias Ria en … en … en …) en consorten iedere aanzet tot een zinnige discussie telkens weer tot een rancuneus kleuterniveau weten te verzieken. Onvoorstelbaar hoeveel ouwe wijn er steeds weer in nieuwe zakken valt te plempen. En Ruud kan waarachtig wel anders. Dat bewees hij onlangs toen ik hem bij wijze van experiment waarachtig wist te verleiden tot een gezellig avondje.
De kans op zo’n themadagje lijkt me, met de verkiezingen voor de deur, nihil. Maar wie weet is Bart, de VK-goeroe van de blogdagen (er is immers toch geen medaille op de Olympische Wingterspelen meer binnen te slepen), te verleiden tot z’n ultieme kunstje. En er is vast wel een kunstenmaker (Johan?) die er een tof logootje bij weet te fabrieken.
Reactieruimtes kun je godezijdank wegclicken. Hetzelfde geldt voor de ‘plagiaatjes’ die ik schaterlachend negeer. Een stuk moeilijker wordt het als ik uit pure nieuwsgierigheid aanschuif bij het opmerkelijk grote aantal ‘nieuwe bloggers’ dat de laatste tijd binnen dendert. Er zitten inderdaad aanwinsten bij. Maar steeds frequenter krijg ik het natte gevoel dat we knap besodemieterd worden door een aantal gespleten persoonlijkheden dat zijn/haar ego met alle geweld middels een aantal identiteiten zo nodig meent te moeten strelen. En die, en nu wordt het een wel bijzonder treurige zaak, op hun bonte verzameling blogjes dikwijls ook nog eens buitengewoon aangenaam met zichzelf zitten te ouwehoeren. En dan heb ik het uitdrukkelijk niet over die collega’s die uit thematische overwegingen besluiten tot meerdere blogs. En dat ook duidelijk aangeven.
Het is zo doorzichtig.
Voorbeelden? Geheel tegen m’n gewoonte dit keer geen namen. Een beetje blogger kent ze.
Blogster A maakt haar glanzende entree op het blog. Wat hulpeloos om zich heen kijkend, smeekt ze de collega’s haar vooral te helpen bij die verrekt moeilijke vaardigheid om afbeeldingen te plaatsen. Maar die intussen al een briljant aantal signalen heeft afgegeven die onomstotelijk aantonen dat ze als door de wol geverfde blogger stukken verder is dan de modale boerenlul hier. Ach, en dan zijn er wel een paar empathische (veelal) mannetjes die er met open ogen intuinen. Gaat er al een lichtje branden? (Toevoeging achteraf: Ik meld hier om verdere misverstanden te voorkomen met nadruk dat blogster A wel een authentieke blogster is. Geen fake dus)
Of blogger B, inmiddels goed
voor een identiteit of 8 die maar weer ‘s een paar nieuwe
uit de verkleedkist tovert. Maar als ie met
z’n slordige meervoudige persoonlijkheid verzuimt om
z’n avatar in de reactie onder z’n nieuwe aanwinsten
even aan te passen, staat ie in dat 1-2’tje
pontificaal wel erg nadrukkelijk in z’n blote reet.
En iedereen weet nu langzamerhand uiteraard perfect hoe hij/zij zich omhoog moet clicken op de pagina Meest Aanbevolen. De zielloze optie die al lang afgeschaft had moeten zijn.
de verkleedkist is 'in'
Ik zie het met m’n tanende belangstelling voor het blog allemaal en noteer het zuchtend.
Intussen uiteraard niet erg stimulerend om je gezonde nieuwsgierigheid naar nieuw blogtalent te bevredigen.
Kan Aad Verbaast, met afstand de beste documentalist van het blog, niet ’s een ‘Wie-isWie-lijstje’ ophoesten waarop al die geweldige persoonlijkheden haarfijn in kaart gebracht zijn?
Scheelt een hoop ergernis.
Hallo Ruud, zou je me een plezier willen doen: dit keer graag even niet reageren. Hoewel een reactie of 20 van jou natuurlijk lekker aantikt: Voor m’n karma heb ik het niet nodig.
Onderkoning van De Gordel van Smaragd
van veenendaal, kelder, zkh, staatsgreep indonesië, vancouver, willem-alexander, bernhard
Ik kan er niks aan doen maar
iedere keer als ik onze sportprins van z’n bankje zie veren
bij weer zo’n plak die er in Vancouver wordt
binnengesleept, dwaalt m’n blik door het spannende
jongensboek ‘ZKH, hoog spel aan het hof van Zijne
Koninklijke Hoogheid’. Onlangs gepubliceerd door
journalist Jort Kelder en historicus
Harry van Veenendaal.
De Berlusconi van Soestdijk mag dan al een aantal jaren relaxed hemelen, hij blijft de gemoederen aardig bezig houden. En ik moet eerlijk bekennen, als het om onze Koninklijke schuinsmarcheerder gaat, kan ik er nog steeds gewoon geen genoeg van krijgen.
Frustraties over een verkeerd wisseltje zijn dan uiteindelijk wel (in gezelschap van Erica Terpstra) eenvoudig weg te spoelen, erg op z’n gemak kan onze toekomstige koning zich amper voelen bij het zoveelste schandaal waarbij opa als ‘Schavuit van Oranje’ betrokken lijkt. Maar wie weet, wellicht kan de demissionaire JP de MP, gebruik makend van alle recente Haagse commotie, de vragen die Groen-Links fractievoorzitter Femke Halsema en D66-kamerlid Boris van der Ham onlangs stelden naar aanleiding van dit boek, voorlopig onder het tapijt moffelen.
Want het gaat niet om niks. De Greet Hofmans- (1956) en de Lockheed-affaire (1976) zijn langzamerhand aardig uitgespit. Kinderspel vergeleken bij die Stadhoudersbrief die nog steeds hardnekkig als een spook boven het Koninklijk Huis blijft hangen. En nu moeten we ook weer geloven dat wapenhandelaar Bernhard stond te trappelen om gewapenderhand onderkoning van de Gordel van Smaragd te worden. Een complot tegen de toenmalige regering van Soekarno (1950), waarbij er contact was met de niet geheel okselfrisse en beruchte kapitein Raymond Westerling die, zoals bekend, in 1946 de bloedige campagne op Celebes leidde. De Koninklijke Marechaussee deed er onderzoek naar en het feit dat ze er acht lijvige rapporten aan wijdde, geeft aan dat er in ieder geval wel sprake was van wat meer dan rook alleen.
Het onderzoek van Van Veenendaal en Kelder is bepaald geen relboek en maakt een behoorlijk solide indruk. Een terughoudende presentatie van talloze authentieke brieven, unieke foto’s en nieuwe feiten die het leven in hofkringen in de naoorlogse periode illustreren. Tientallen bronnen tot in de hoogste kringen werden geraadpleegd. ZKH biedt een relevante blik op de werking van de macht in het algemeen en de monarchie in het bijzonder. Het betreft in ieder geval feiten die Oranjehuis-historicus Cees Fasseur, de enige die nog wel eens in het privé-archief van de Oranjes mag neuzen, in zijn boek Juliana&Bernhard (onder Koninklijke druk?) maar weg liet. Van Veenendaal verwijt Fasseur dat hij zonder verdere uitleg bepaalde spelers als onbetrouwbaar en bevooroordeeld terzijde geschoven zou hebben. En ook in het als spectaculair aangekondigde maar in werkelijkheid iets te keurige finale interview met VK’s Pieter Broertjes viel er niks over terug te vinden.
Voornaamste bron vormden de
dagboeken van Gerrie van Maasdijk, begin jaren
vijftig algemeen secretaris der hofhouding en kamerheer in
buitengewone dienst van koningin Juliana. En hoewel er nergens in
het boek van Kelder en Van Veenendaal sprake is van een echte
‘smoking gun’, is er aardig wat boven tafel gekomen.
Het feit dat onderzoeker Gerard Aalders van het
NIOD, het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, vol lof
is over het boek, dat geheel aansluit bij wat hij naar eigen
zeggen over de kwestie heeft ontdekt, spreekt boekdelen. Er ligt
volgens Aalders nog veel meer archiefmateriaal over de rol van
Bernhard in Indonesië te wachten op onderzoek.
Er heerst rond de stukken uit het Nationaal Archief die met het Koninklijk Huis te maken hebben een don’t ask, don’t tell-cultuur. En dat komt (Halsema) ‘de transparantie van het bestuur niet ten goede’. Historici krijgen alleen stukken waar zij specifiek naar vragen. En niet de documenten die met hetzelfde onderwerp van doen hebben.
Het ziet er vooralsnog niet naar uit dat JP de MP, van wie de Majesteit toch al niet een al te grote fan is, Het Koninklijk Archief bij haar zal weten los te peuteren. Jammer. Een leuker archief kan ik me nauwelijks voorstellen.
Laten we hopen dat Femke en Boris een beetje vasthoudend zullen zijn.
En de kroonprins?
Godzijdank heeft ie de ploegenachtervolging morgen nog om de zinnen een beetje te verzetten.
Bron: Jort Kelder en Harry van Veenendaal: ‘ZKH, hoog spel aan het hof van Zijne Koninklijke Hoogheid’.
Dat kan beter
becel, henk gemser, gerard kemkers, olympisch goud, sven, vancouver
Ik weet niet wat de gemiddelde Nederlander ’s morgens op z’n beschuitje smeert maar Becel is sinds gisteravond op z’n minst een beetje ongeloofwaardig geworden. Henk Gemser, de eindverantwoordelijke Chef de Mission in Vancouver, weet in het STER-spotje donders goed wat ons hart en onze bloedvaten werkelijk ontberen. De kordate oud-schaatscoach slaat een verbouwereerde pensionado ongeveer de sigaar uit z’n klaften. De betreurenswaardige is Henk ter plekke eeuwig dankbaar. Wij nemen al maandenlang de trap in plaats van de lift. En mocht je de euvele moed hebben na een inspannende werkdag zo’n cholesterolbom van een berenlul te draaien, dan knalt ie in z’n oneindige wijsheid die automaat vlak voor je uitgehongerde snufferd dicht.
Voor je bestwil.
Henk als Redder des Vaderlands.
Er is in allerijl een filmploeg op het vliegtuig naar Canada gezet. Want dat pikt Unilever natuurlijk niet. De commercial wordt aangepast. Er dreigt een regelrechte ramp.
Als daar de traantjes gedroogd zijn, wordt de dramatische wissel nog eens dunnetjes over gedaan waarbij Gemser op het moment suprême de blunderende Gerard Kemkers resoluut opzij duwt en onze Golden Boy net voor het pilonnetje in de juiste baan loodst.
Voor Sven als figurant valt er wel een tonnetje te toucheren.
Als pleister op de wonde.
Geen idee trouwens wat Omega's 3&6 zijn.
Hoezo: Drievoudig?
balkenende, verhagen, mark tuitert, ireen wüst, annette gerritsen, sven kramer
JP de MP had in eendrachtige
samenwerking met privé-Richelieu Maxime zijn
derde (eigenlijk vierde) kabinet nog maar koud
naar de sodemieterij geholpen of ‘onze’ jongens en
meiden in Vancouver zorgden voor de broodnodige pleisters op de
gapende wonden. Het lillende vlees ligt aardig open sinds
‘de Nacht van Verhagen’. Er valt amper tegen aan te
likken.
Het was het weekend van de brekebeentjes. Het ene plakje zo mogelijk nog indrukwekkender dan het andere. Annette, die langzamerhand aardig wat know how moet hebben verzameld over de boardings all over the world, perste er als vleesgeworden blauwe plek op de 1000 meter, naast bakken vol frustratie, een tijd uit die slechts 0,02 sec. (..) verwijderd bleef van het allermooiste edelmetaal. Waarna we ons zonder al te veel illusies opmaakten voor het Konings- en Koninginnenummer.
1500 Meter dus.
Welgeteld acht jaar heeft het eeuwige talent Mark zich de pestpokken getraind om definitief af te rekenen met z’n reputatie van ‘net niet’. Zelden een gelukkiger mens gezien. Waarna Ireen, die de woorden ‘knallen’ en 'keigaaf'voor ons een nieuwe dimensie gaf, het klusje professioneel afmaakte. Vier jaar hopeloos op zoek naar zichzelf. Zou het haar recente coming out geweest zijn waarop het ranzige deel van het journaille zich zo gretig stortte, die haar het laatste zetje gaf? In ieder geval zelden een trotse vader gezien, die z’n dochter zo hartstochtelijk knuffelde.
Drie keer goud, een zilveren en een bronzen. En er zitten nog twee in het vat. De media weten niet hoe snel ze telkens het medailleklassement tevoorschijn moeten toveren. En ze peperen ons haarscherp in dat zoiets geen kattenpis is voor zo’n klein landje.
Erica zal er intussen vast wel eentje op genomen hebben.
Op de lange ijzers doen we het dus leuk.
Een discipline die, eerlijk is eerlijk, in feite een onderonsje is tussen een handjevol enthousiaste landen. Maar stukken leuker dan het zielloze sleetje rijden. Het is al weer een eeuwigheid geleden dat we uitblonken in het krulletjes draaien. De tijd van Sjouk en Joan. De laatste stortte zich na de gouden tijden van weleer op een carrière als tv-commentator. De doktersdochter/circusdirecteur beperkt zich tegenwoordig enigszins stroefjes tot het aftrainen in tv-spotjes over Valpreventie voor bejaarden.
Het hardrijden op de schaats mag dan geen al te mondiaal gebeuren zijn, ook bij dat kunstrijden krijg je de indruk dat er de nodige onoverkomelijk drempels opgeworpen worden. Ben je bijvoorbeeld toevallig brildragend en/of hetero dan kun je het als ambitieuze kerel wel shaken in zo’n ijshal.
En dat is jammer.
Want er is toch waarlijk niks mooiers dan je na een geslaagde kür naar de boarding te haasten waar je je amechtig nahijgend in de armen van je privé-trainster stort. Onveranderlijk fossiele mutsen die slechts bijeengehouden lijken te worden door poenige bontjassen.
En dan maar zwaaien, natuurlijk.
En vriendelijk lachen.
Hoe besodemieterd je acrobatische nummertje ook was, je hebt er na afloop maar een big smile op te plakken.
Kunstrijden is een jurysport.
Sjouk moest het nog hebben van de dubbele Rittbergers. Maar met die simpele sprongetjes red je het tegenwoordig voor geen meter. Drievoudig moeten ze minstens zijn.
Ga d’r als jury maar aan staan om te checken of de Gay Pride inderdaad wel drie keer om z’n as gedraaid is. Zelfs in de vertraging krijg ik ze met de beste wil van de wereld niet op m’n zakjapanner.
Laten we maar gaan voor de ploegenachtervolging.
En de 10.000 meter.
De drieklapper voor onze IJskoning.
Daarna een paar Sven-loze maanden graag.
Ach, ook bij de bobo's kan de boog in Vancouver niet altijd gespannen staan.
Een mens is ook maar een mens.
De katholieken zitten weer ‘s met de kruisjes in hun maag
carnaval, katholieke kerk, homo-prins, benedictus, katholieke kruisjes
Het zijn weer boeiende tijden
in het katholieke hanenhok. Benedictus vergadert zich in Rome het
schompes om de Ierse werknemers die hij op de loonlijst heeft
staan op passende wijze terug te fluiten. Die muffe priesters
blijken in de periode tussen 1975 en 2004 iets te veel
ranzige belangstelling aan de dag te hebben gelegd voor de
kinderkruisjes in hun bisdom. Dat seksuele misbruik valt
uiteraard op geen enkele manier meer in het reine te krijgen. De
doofpotten beginnen langzamerhand weer overvol te
raken. Er zullen wel wat ontslagen vallen. Waarna we de adem
inhouden voor de volgende paapse beerput waar t.z.t. het deksel
wel weer vanaf zal gaan. Bij wijze van compensatie zal de clerus
diep in de geldbuidel moeten tasten.
Over ‘plan van aanpak’ gesproken.
Wat met de ene hand genomen wordt, wordt net zo makkelijk met de andere weer gegeven.
Want als we het dan toch over kruisjes hebben: het kan ook deze week beneden de Moerdijk weer niet op met de hypocrisie. Gijs Vermeulen namelijk, de Prins Carnaval in het Brabantse Reusel, moest bij de traditionele carnavalsmis (je bedenkt ’t maar) tot z’n niet geringe verbazing de heilige communie aan zich voorbij laten gaan. Voor het front van de meute straal bezopen misbezoekers was er geen plaats voor een hostie voor Prins Gijs den Urste, zo besloot pastoor Luc Buyens. Gijs is behalve aankomend VVD-raadslid, namelijk praktiserend homo. En dat laatste kan natuurlijk voor geen meter.
Nou vooruit, het heilig kruis kon hij bij wijze van pleister op de wonde nog wel op z’n voorhoofd krijgen. Maar daar moest ie het mee doen.
Homoseksualiteit geldt in die kringen anno 2010 nog steeds als een zonde. In ieder geval voor het fors afkalvende en steeds conservatiever wordende pastorenbestand in ons land dat met Middeleeuwse voortvarendheid op de bres meent te moeten staan voor de normen en waarden.
Steek dat kruis dan ook maar in je reet, moet Gijs gedacht hebben.
En bleef weg.
Maar hij laat het er niet bij zitten.
En terecht.
Jongens, effe dimmen en laat Ria aan het woord
ria visser, bart veldkamp, mart smeets, olympische winterspelen, rodelen, schaatsen, sven, analyse
Het is dat we zaterdagavond een voorstelling hadden. Daardoor moesten we het van de autoradio hebben om het gouden ritje van Sven te kunnen volgen. En ik kan je verzekeren dat zoiets met Erben Wennemars als co-commentator bepaald geen onverdeeld genoegen was.
Een regelrechte bezoeking.
Ter hoogte van Abcoude moest de bus even naar de vluchtstrook.
Vriendin liet zich door het geëxalteerde geschreeuw van het
gewezen toppertje zodanig opnaaien dat ze van pure nervositeit
heftig aan m’n stuur begon te rukken. En om nou als
baanbrekend cabaretduo samen met de technische crew een roemloze
dood te vinden tussen de eeuwigdurende
wegwerkzaamheden langs de A2,
leek me iets te veel van het goede. Eén dooie Georgische
sleetjerijder is voorlopig meer dan genoeg. Wat dat betreft lonkt
er ongetwijfeld nog meer sensatie. Komende week gaan we namelijk
weer ‘stapelen’. Dan worden twee van zulke coureurs
op zo’n sleetje gehesen voor één van de onsmakelijkste
nummertjes van de OS. Het zal nog een hele hijs worden om een
beetje ordentelijk door zo’n fatale bocht te komen.
Natuurlijk gaat de show on. Wat zullen we nou beleven? Als er weer zo’n stelletje idiote waaghalzen net onder de top van de Mount Everest door een lawine van de helling geveegd wordt, gaan we de toeristische bergwandelingetjes toch ook niet voor een jaar verbieden? En ik laat me door een Fomule-1 coureur die zich te pletter rijdt ook niet uit respect een dagje uit de auto houden.
De co-commentator/analist.
Niet meer weg te denken uit de sportverslaggeving. Zorgt voor de broodnodige deskundigheid die de reguliere medewerkers van NOS-Sport kennelijk in hun pakketje moeten ontberen. Toegevoegde waarde, zeg maar.
Erben is natuurlijk jaren een waar sierraad voor z’n sport geweest. Toen onlangs bleek dat de schaatskoek met deze adhd’er zo’n beetje op was, leek ie vanwege z’n afscheid een week lang niet van de buis te branden. Een beetje te veel van het goede, wat mij betreft. Al besef ik heus wel dat we onze helden ook niet zo maar in het moeras van de anonimiteit laten wegzakken. Maar er zijn grenzen.
Op die deskundigheid viel trouwens nogal wat aan te merken. In dat radioverslag dan. Los nog even van het feit dat de man die doorgaans bij het begin van zo ongeveer iedere zin toch al wat stroefjes op gang komt, zwaar hyperventilerend zichzelf, én Vriendin dus, in de pure stress wist te jagen, zat ie er in z’n oneindige wijsheid behoorlijk naast. Het puike ritje dat Sven afleverde, was volgens de expert dermate ondermaats dat ie wel ‘s zou kunnen fluiten naar z’n gou gou gou gou gouden plak.
Afijn, de keiharde feiten spraken weldra andere taal.
Thuisgekomen denderde het team van t.v-specialisten er nog ’s vet over heen. Over Anchor Mart, die z’n peperdure Noorse truien voor deze gelegenheid ingeruild heeft voor prijzige colbertjes met een gedistingeerd kleurig kraagje, zal ik kort zijn. Z’n voorgebakken grappen en overduidelijk gespeelde onzekerheid (Mag ik zeggen dat…?) zijn me al jaren een doorn in het oog. Z’n tijd is voorbij. Hij heeft als ware pendant van Heintje Davids ook al een paar keer zo’n afscheid aangekondigd maar kan er gewoonweg geen genoeg van krijgen. Hij gaat gewoon door tot ie er dood bij neervalt. Al was het alleen maar vanwege het simpele feit dat er zich geen capabele opvolger wil aandienen. Qua arrogantie heeft ie evenwel z’n evenknie gevonden in de persoon van analist en ervaringsdeskundige Bart Veldkamp. Of je in een aflevering van ‘De Praatjesmakers’ verzeild bent.
‘ Nee, Sven is niet top’, moeten we geloven. (Mag ik dat zeggen?) Weer typisch Nederlands. Hebben ‘we’ in een sport, die met de beste wil van de wereld niet mondiaal wil worden, puur goud in handen met een schaatser die niet alleen op het ijs maar ook daarbuiten, ondanks al die waanzinnig overdreven mediabelangstelling, een meer dan volwassen visitekaartje afgeeft, gaan we meteen maar weer ’s uitgebreid aan die poten zagen.
Kijken we niet naar de omstandigheden ter plekke? En dan moet de concurrentie toch ook allerbelazerdst gereden hebben, zou je als leek zeggen.
Dat zou allemaal nog tot daaraan toe zijn, als de meest deskundige van het trio, Ria Visser, niet zo stuitend weggedrukt werd door de beide ego’s. Natuurlijk, ze is geen kakelverse ex-topper. Loopt al weer heel wat jaartjes mee. Maar heeft haar huiswerk keer op keer meer dan uitstekend gedaan. Komt met zinnige opmerkingen en analyses waar Bart regelmatig een fikse punt aan kan zuigen. Maar het is wel een verdomd zware klus om in te breken in die iets te zelfvoldane een-tweetjes van de mannetjes. Haar geduld is bewonderenswaardig. En ze heeft verdorie nog wel een paar schaatsnummertjes te gaan.
Nu alleen nog even op zoek naar een goeie kapper in Vancouver. En er zullen ook vast wel een paar boetiekjes te vinden zijn voor een beetje aansprekende outfit. Wat dat betreft kan ze wellicht nog wat van Mart leren.
Maar dat is dan ook het enige.
De Volkskrantlezer krijgt de quiz die hij verdient
geschiedenisquiz, wetenschapsquiz, groot dictee, volkskrant, de grote sven kramer quiz, quiz
Okee, je kunt er altijd weer
een paginaatje van het tabloidkatern mee vullen.
En dat is natuurlijk ook wat waard.
De quiz.
Wetenschapsquiz, geschiedenisquiz, het Groot Dictee. Om er maar een paar te noemen. Die lange zomer- of winteravond valt op z’n tijd prima door te komen met die krant van ons. En zeker als zo’n onderhoudend breinkrakertje op krantenpapier de opmaat is voor een avondvullend tv-programma met bijbehorend hoog amusementsgehalte.
We lusten er wel pap van.
Alle doelgroepen die de krant (nog) heeft, moeten immers beurtelings op maat bediend worden. Daar wordt dan, zo stel ik me voor, een clubje redacteuren op gezet dat er telkens weer een meer dan vrolijke boel van weet te maken.
De niveauverschillen in het gebodene liegen er trouwens niet om. Ik moet eerlijk zeggen dat ik van de Wetenschapsquiz doorgaans weinig of niets bak. Als alpha. Althans, als ik niet aan het sjoemelen sla en de antwoorden zonder professor Google, gewoon uit m’n blote hoofd, moet ophoesten.
M’n zelfvertrouwen kan ik daarentegen weer aardig pimpen met de Geschiedenisquiz. Ik wil me niet al te hard op m’n borst kloppen. Maar als gretige krantenlezer die op z'n tijd nog wel ’s een aardig historisch werkje mag consumeren, kom ik een heel eind. Het degelijke geschiedenisonderwijs dat ik ooit genoot, doet de rest. Niet dat die harde schijf van me nou boordevol staat met altijd even zinnige informatie. Maar toch. De optocht vrouwen die prins Willem van Oranje bijvoorbeeld ooit aan z’n zegekar bond, kan ik nog steeds moeiteloos en ook nog eens in chronologische volgorde boven tafel krijgen. Die treurige 80-jarige oorlog? Ik kan me vergissen maar in mijn herinnering moet daar de geschiedenis ongeveer geëindigd zijn. Alle ins en outs behoren nog onveranderlijk tot m’n geestelijk eigendom. Wij leerden in de zesde klas van de lagere school de 200 meest vitale vaderlandse jaartallen uit ons hoofd. Eitje. Door de hoofdmeester in zijn oneindige wijsheid gewetensvol bijeengesprokkeld. Als je die, chronologisch uiteraard, zonder haperen wist op te lepelen, incasseerde je als ultieme beloning een heus kladblok (met dat grauwe papier, ze liggen nog in de Hema) ter waarde van 10 keiharde, ouderwetse koperen centen. Tranentrekkende seances waren het waarvoor je je van tevoren uit pure zenuwen eerst volledig leegscheet op dat eeuwig ruftende jongenstoilet.
De kinderhand was gauw gevuld.
Met dat kladblok dan.
En ook de papieren voorronde van het Groot Dictee in de VK vul ik, de drie spellinghervormingen die ik overleefde ten spijt, zonder een krimp te geven in. Als zo’n opgave tenminste niet vergeven is van die onveranderlijke valkuilen uit de Franse keuken. Niet dat de pot in huize Mutlog nou altijd meteen boerenkool of stamppot schaft. Maar toch….
Zo’n geweldige prestatie is dat overigens ook weer niet als je 36 jaar lang als docent in onze moedertaal manmoedige pogingen gedaan hebt om vele duizenden kinderen de elementaire spellingsregels aan te smeren.
Echt elementair kun je alle spellingellende in die tv-finale trouwens amper noemen. Want wat de voormalige icoon van het NOS-Journaal, zonder haperen, in die potsierlijke eindstrijd met een aantal al of niet bekende Nederlanders gooit, is doorgaans een hopeloze opeenstapeling van verneukeratieve uitzonderingen op de op zich toch al behoorlijk dubieuze zogenaamde spellingvereenvoudigingen. Groen of wit. Dondert niet.
Maar het volk wil brood en spelen.
Zo mogelijk nog ernstiger is het gesteld met de hoeveelheid volstrekt nutteloze encyclopedische kennis die ik in de tweede helft van de vorige eeuw opdeed op sportgebied. Niet te kort. Een leven lang was ik een sportliefhebber. Actief en passief. Nog steeds trouwens. Al is het met dat manische al een flink aantal jaren wel definitief gedaan.
Leuk was het echter wel, die tijd van Ard en Keessie. De Lange uit Anna Paulovna en de Kleine Man uit Puttershoek. En vergeet ook even niet: de Notariszoon uit Leiden. We hadden wat schaatsen betreft godezijdank slechts één EK en één WK. Toen nog gewoon Europees Kampioenschap genaamd. De flitsende rondetijden op de slaapverwekkende 10.000 meter noterend, zaten we met het notitieblok op schoot. Het was de kunst om het klassement uitgerekend te hebben voordat Bob Spaak (god hebben z’n ziel) dat klusje geklaard had.
Die lol is er tegenwoordig wel helemaal af. Want alle relevante informatie, tot op de honderdste van een seconde die er op de virtuele tegenstander goed moet worden gemaakt, glijdt bijna wekelijks digitaal over je scherm met Sven of Ireen mee door de bochten.
Ik mag dan met de jaartallen van al dat wereldschokkends tegenwoordig wat moeite hebben maar op m’n netvlies staat bijvoorbeeld nog haarscherp welke landgenoot tot immens verdriet van het Japanse volk door Anton Geesink van de judotroon werd gesleurd (Kaminaga). En hoewel roeien me geen reet interesseerde, zie ik Blaisse-Veenemans net het goud op de Spelen missen. Blaisse is dood trouwens. Voetbalkampioenschappen? Tour de France? Breek me de bek niet open.
En alles terug te vinden in de plaatjesalbums die ik in mijn jeugd met hoogrooie konen eindeloos kon doorbladeren. We hébben thuis wat Planta (zoutloos?) en Blue Band moeten wegvreten om die verrekte verzamelingen van me compleet te krijgen.
Ik herinner me een tv-quiz van Theo Eerdmans (vooruit god, heb ook ZIJN ziel dan maar) waarbij ik op de punt van m’n stoel zat als er weer ‘s een kandidaat het waagde met z’n specialiteit sport voor het toentertijd astronomische bedrag van duizend gulden (minus een cent) te gaan. Ik veegde de vloer met ‘m aan.
Met de Olympische Winterspelen voor de deur werden we vanmorgen vergast op een speciale bijlage van onze krant. Het werd voornamelijk doorbladeren. Maar de dubbele pagina met het wedstrijdschema in het hart van het krantje heb ik wel even door de nietjes gerukt. Mijn krenten ga ik natuurlijk wel even uit de pap vissen.
Maar goed ook. Want anders had ik de quiz gemist. Achterop dat overzicht.
De quiz?
Jazeker, de Grote Sven Kramer Quiz.
Sven is hot.
En dan blijkt maar weer eens dat ik bij een Theo Eerdmans anno 2010 geen schijn van kans zou hebben. Onze sportredactie is bijna compleet door z’n hurken gegaan om het niveau van de sportliefhebber te halen.
Lees mee en huiver:
Vraag 3
Van wie had Sven Kramer posters aan de muur van zijn kinderkamer hangen?
a.Hein Vergeer
b.Rintje Ritsma
c.Van niemand
Bij antwoord c word je toch wel even mooi op het verkeerde been gezet.
Vraag 5
De rechter wang van Sven Kramer wordt gesierd door een litteken. Die (sorry beste redactie: moet natuurlijk DAT zijn) liep hij op bij:
a.een tuimeling op de ijsbaan
b.een ruzie met zijn zus
c.een val door een glazen schuifpui
Vraag 6
In zijn jeugd hielp Sven Kramer zijn opa graag. Waarmee?
a.koeien melken
b.met de SRV-wagen door Friesland rijden
c.graven delven
Vraag 16 Welk huisdier heeft Sven Kramer?
a.een goudvis
b.een cavia
c.een hond
Ik dacht in eerste instantie dat we hier te maken hebben met een grap van het uiterst melige zaterdagse sportrubriekje Het Nieuwste Schavot. Forget it! Ik heb het even gecheckt. Je kunt je antwoordjes namelijk op een speciale website van de VK invullen en heb je ze alle 30 goed,dan ding je mee naar de Biografie van Ard Schenk (wie was dat ook al weer?), door Bert Wagendorp c.s.
Ik kan niet wachten tot het weer tijd is voor de Wetenschapsquiz.
Even vreesde ik dat ze vanwege de recente Canarische watersnoodramp met een speciale evacuatievlucht van prijsvechter Ryanair vroegtijdig een veilig heenkomen had gezocht naar haar vertrouwde Coronation Street in Albion. Maar ze maakt als vanouds weer op en top geknipt en geschoren haar indrukwekkende entree op zonneterras 1.
Sue.
Met onveranderlijk in haar kielzog: John. De man met de 50-er jaren badmuts. Een simpel relikwie waarvoor ik als 10-jarige met m’n eindeloze gezeur m’n moeder zaliger ooit tot aan de rand van de wanhoop bracht. Zo’n hardblauwe, flinterdunne skin met die brede, witte band over het midden.
Ze heeft de wind er onder. Die Sue. Terwijl ze bij het krieken van de ochtend op de eenvoudige hotelkamer van het middenklassehotel de laatste hand legt aan haar splijtende coiffure, wordt haar wederhelft gewapend met de fleurig gebloemde badlakentjes vast vooruit gejaagd. Naar het terras. Om er zorg voor te dragen dat de fel begeerde, strategisch gelegen bedjes toch in ieder geval voor de duur van een dag veilig zijn gesteld. Strategisch? Jazeker. Gegarandeerd de hele dag zon natuurlijk. En niet onbelangrijk: op vingerknipafstand van de bar. Waar de echtelieden voor hun all inclusive bodemprijs-arrangementje van twee weken naadloos aangesloten zijn op de biertap. Zo eentje met een listig, apart kraantje voor de schuimkraag. Dat de service maar vooral volledig is toegespitst op de meest elementaire Britse noden en behoeften. De klant is tenslotte koning.
Het leven van de doorsnee hotelgast sleept zich voort van het ontbijt- tot het dinerbuffet. De Vleespotten van Egypte. Want met wat daar onder het motto ‘betaald is betaald’ doorgaans meer dan gulzig op het bordje gehesen wordt aan overlevingstocht, zou je een middelgroot creperend dorp in een Afrikaans hongerland moeiteloos een jaar uit de brand kunnen helpen. Twee maal daags schaften is echter bij lange na niet toereikend. Zodat er tussen de bedrijven door nog eens aangeschoven wordt voor een voedingssupplementje in de vorm van een schoteltje fish and chips. Of paella. De specialiteit van het huis die vanaf klokslag twee uur voor de ware culinaire liefhebber geserveerd wordt.
Met het oog op de ontluikende carrière waar zij haar zinnen op heeft gezet niet al te verstandig natuurlijk. Al dat eten. In maart wachten thuis immers de eerste regionale voorwedstrijden waarop zij als ware prijspoedel hoopt te gaan voor tenminste goud.
Je moet ergens beginnen. Dacht Sue.
Van boven af aan dus.
Vandaar dat zij zich voorlopig toegelegd heeft op het perfectioneren van de meest in het oog springende kwaliteit van haar verschijning waar de jury zich straks in al haar wijsheid over zal moeten uitspreken: de kop. En wees eerlijk, ze is er voortreffelijk in geslaagd de basiselementen van de ware poedelcoupe te verenigen tot een indrukwekkende compositie. En neem maar rustig van me aan dat er op de symmetrie weinig is aan te merken. Ook de krul links is van een paradijselijke schoonheid. Met grote zorg ook tovert ze iedere dag weer opnieuw een geraffineerde kleurencombinatie van haarspeldjes, polsbandjes, zonnebrillen en teenslippers uit haar schier onuitputtelijke beautycase. Waarvoor de incheckbalies met het oog op de steeds strenger wordende voorschriften met betrekking tot het maximum aanvaardbare gewicht, wel een fors oogje zullen hebben dichtgeknepen. Dagenlang heb ik me als gekend amateurfotograaf in allerlei bochten gewrongen om het totaalplaatje in beeld te krijgen. Impertinentie kent echter z’n grenzen. Je zult het met deze haastig geschoten vereeuwiging moeten doen. Maar soft focus heeft in dit geval ook wel wat, dacht ik zo. Waarbij ik me, dat dan weer wel, uit pure piëteit beperkt heb tot de uitsnede tot aan de monumentale boezempartij. Vanaf dat kritische punt valt voor Sue nog veel te winnen. Dan zal er echter, zoals gemeld, fors gesneden dienen te worden in de eetgewoonten.
Het begin is er evenwel.
En intussen oefent ze uiterst voortvarend in de disciplines die zwaar wegen bij de poedelconcoursen die in het verschiet liggen: het opzitten en het, al of niet gelijnd, op reglementair voorgeschreven wijze schrijden langs een veelkoppige, kritische jury.
Dat opzitten lijkt vooralsnog het probleem niet. Terwijl John op het bed naast haar lispelend de chocoladeletters in de Daily Mail spelt, stort zij zich tot zonsondergang verbeten op die voorgeschreven basisvaardigheid. Komt trouwens goed uit dat ze niet van lezen houdt. Ik heb haar in die twee weken niet kunnen betrappen op een boek. Zelfs een puzzelboekje was al te veel van het goede. Urenlang tuurt zij, zich volledig bewust van de ongemeen zware taak die zij zich gesteld heeft, volledig in trance, wezenloos naar de zilveren Atlantische einders waar slecht drie keer daags een vrachtschip waagt te passeren. Anderzijds: de kitesurfers maken op winderige dagen weer veel goed.
Om het ware schrijden perfect onder de knie te krijgen is een tweetal in het oog springende activiteiten het vermelden waard: Aquajoggen en Vloedlijnparaderen.
Haar tewaterlating is een mega-event waarvoor het volledige terras drie keer per dag de adem inhoudt. Tot aan haar tattoos laat ze zich loom vanaf het trapje zakken. Waarna ze zich tevreden stelt met een trage promenade van een kwartiertje over de zanderige zeebodem. Aquajoggen, een mateloos populaire therapeutische bezigheid, is echter een zinderend triatlonavontuur vergeleken bij haar uiterst minimale lichamelijke inspanningen. Waarbij ze er uiteraard zorgvuldig voor waakt haar coupe, het succesvolle eerste stadium van haar transformatie tot poedel, in tact te houden.
Haar finest hour ligt op het moment dat alle huurbedjes op het aanpalende, lokale strand bezet zijn.
Het vloedlijnparaderen.
Zelfs Sue begrijpt dat het barre resultaat van zestig jaar schaamteloze vraatzucht niet zomaar aan het volk getoond kan worden. Vandaar dat ze zich voor deze gelegenheid ook maar ’s vanaf haar kolossale gemoed hult in ‘het stranduniform van de zelfkritische-vrouw-in-de-overgang’. De veelkleurige doeken die als broodjes het winkeltje uitvliegen in het enige toeristenstraatje dat het dorpje kent. Ze weet natuurlijk diep van binnen dat het eigenlijk voor geen meter kan. Maar zo’n carrière in de dop vraagt offers. En dan in godsnaam maar als testcase voor het oog van ongeveer driehonderd anonieme juryleden van een jolig toeristenstrand in den vreemde.
Heen en weer. Heen en weer.
Sue is een bijtertje. Die kom er wel.
Ze gaat ervoor.
Al zal het, vrees ik, voorlopig wel de poedelprijs zijn.
Van de hoeren moeten we het hebben
volksopstand, solarium, toeristen, tenerife, vakantie, noodweer, volk sopstand
Calle Poeta Viana.
Puur fonetisch is het raadzaam een woord als ‘poeta’ maar niet te laten vallen in een beschaafde Spaanse omgeving. De immer bloedchagrijnige juffrouw achter de balie van mijn hotel, mijn steun en toeverlaat als het op een ordinair vertalinkje aankomt, stortte tenminste ter plekke van haar draaistoel. Leg trouwens op een Spaans voetbalveld een relatie tussen dit woord en, pak ‘m beet, de beklagenswaardige moeder van je tegenstander, grote kans dat je onverwijld met een rooie prent de douche kunt opzoeken.
De grote Verlosser uit Betondorp kan er over meepraten.
Hoer dus.
Aangezien de makers van straatnamenbordjes een pure minachting aan de dag leggen voor het trema, is een misverstand geboren voor je het weet. Viana blijkt ooit een lokale dichter met enige reputatie geweest te zijn. Zeg maar, een soort Canarische Vondel. Genoeg in ieder geval om de herinnering aan zijn culturele verdiensten voor eeuwig in stand te houden.
De volksoploop in het doorgaans onbetekenende achterafstraatje mocht er zijn gisteren. Toen de meute die uit louter toeristen bestond die nog geen ruk zon hadden gezien elkaar gewapend met paraplu’s en die treurige Nordic Walking-stokken (het absolute symbool voor het morele verval in het eerste decennium van deze eeuw) te lijf dreigden te gaan, greep de plaatselijke ME met harde hand in. De laatste charge van enige betekenis in dit land herinner ik me van zo’n veertig jaar geleden. Een boulevard in Barcelona. De mannen met die merkwaardige zwarte hoofddeksels-met-klep wisten wel van wanten. Met de tolerantie was het in die tijd droevig gesteld. Maar toen hadden we nog als excuus de Generalissimo die het voor het zeggen had.
Terug naar de Poeta Viana.
In vijf minuten was de calle schoongeveegd. Voor het merendeel iets te kwistig geconserveerde Duitsers en Engelsen, waaronder complete gezinnen, zochten een veilig heenkomen naar de nabijgelegen plaza waar ze hartelijk ontvangen werden door een al dagenlang woekerende storm met striemende regenbuien. Even terzijde: Wat merkwaardig toch, die op verontwaardigde toon uitgesproken toevoegingen van de moderne rampverslaggever. Als er in India weer ’s duizenden mensen de afschuwelijke verdrinkingsdood vinden bij een overstroming of zoals bij de recente aardbeving in Haïti, komen op een gegeven moment onveranderlijk de dramatische aantallen door. Steevast met de raadselachtige afmaker: waaronder vrouwen en kinderen. Hoezo eigenlijk? Tellen wij mannen dan niet meer mee?
Als speciale rampverslaggever op Tenerife natuurlijk even de oorzaak nagetrokken voor het taaie ongerief op de Calle Poeta Viana.
Een relatief onschuldige, zo blijkt.
Op nummer 10 bevindt zich namelijk (hoezo poeta?) de Salon de Belleza van ene Ines Nails. Mooier kan ik het niet maken. Daar kun je je op je vakantie tussen de bedrijven door even schandalig laten verwennen. En aan je persoonlijke ontwikkeling schaven. Ooit is er een speciale ruimte bijgetrokken waar je je op het schamele aantal van vier bedjes kunt laten aansluiten op het Solarium. Solarium? Je leest het goed. In een regio waar het geween en tandengeknars al in volle hevigheid losbarst als er over een tijdsspanne van 24 uur gedurende een halve minuut een wolk voor de zon durft de schuiven, investeert de volkomen losgeslagen middenstand in een Solarium. Daar zouden wij, uitgenaschte Hollanders, zeker weten, eerst even een gedegen marktonderzoekje op hebben losgelaten. Het uiterst sober ingerichte vertrekje leidt al jaren een kwijnend bestaan. Maar gezien de huidige klimatologische ontwikkelingen zou de Canarian wel eens aanmerkelijk visionairder kunnen zijn dan wij allemaal denken. Deze week staat de bijl tenminste wel erg opzichtig aan de voet van de boom.
En wees nou eerlijk. Als je met je gezin toch een paar duizend zorgvuldig bij mekaar gesappelde euri hebt neergetikt om straks met een aureool van gezondheid trots aan te kunnen schuiven bij de asgrauwe karikaturen van je van sneeuw vergeven landgenoten, is het wel slikken als die verrekte sol nooit of te nimmer heeft willen doorkomen.
En als het niet goedschiks kan dan maar kwaadschiks.
Vandaar die veldslag om het solarium van Ines.
Waaronder zelfs vrouwen en kinderen.
Ik bedoel maar.
Tel je zegeningen
tenerife, depressie, bernhard schlink, jan mulder, jan siebelink, kite
Wat de hoog verdiende beloning
zou moeten zijn voor een paar weken ambachtelijk en creatief
buffelen, lijkt zich te ontwikkelen tot een drama. Hoewel? Het is
natuurlijk een luxe-probleem waar we het over hebben. Als je weet
dat de hardwerkende Nederlander zich ongans glibbert op weg naar
z’n baas, kerk en/of dagelijkse boodschappen, moet je 4000
kilometer verderop natuurlijk niet zeuren als die vermaledijde
opwarming van de aarde ook op jouw vakantieadres niet helemaal
schaft wat je je ervan voorgesteld had. De hoogste tijd voor een
klimaatconferentie waarop de onderste steen maar ’s boven
moet komen.
In twintig jaar nog niet zo veel wolken, regen en chagrijnige bekken gezien. En mochten die verrekte en helaas doorgaans perfect kloppende langetermijnvoorspellingen ook maar een beetje in de roos zijn, dan ben ik tot maandag aanstaande, als meneer Transavia aan de deur klopt, helemaal onder de pannen.
Het gaat niet meer goed komen.
Toch weet, ondanks m’n eeuwige optimisme, al die samengebalde ellende ook z’n sporen na te laten in míjn perceptie, ontdekte ik. En dan heb ik het nog niet eens over het VK-Blog. In een grijs verleden nog wel eens een dagelijkse inspiratiebron. De sleet zit er wat mij betreft op. En dat kan niet alleen aan Van Thillo liggen.
Het eerste boekje, ‘De Voorlezer’ van Bernhard Schlink, dat ik na een jaar of twintig maar weer ‘s herlas, hakte er nog net zo in als toen. Terwijl ik me toch aardig murw gebeukt voel door de eindeloze optocht aan lectuur over WO II. Maar eerlijk is eerlijk, dat jaste ik er direct na aankomst door. Toen de zon nog wel eens aarzelend wilde doorkomen.
Van de verhalenbundel met de veelbetekenende titel ‘De vrouw als karretje’ van Jan Mulder, kan dat helaas niet gezegd worden. Vijf euri in de ramsj was uiteraard een niet al te hoopgevend gesternte waaronder het aangeschaft werd. In Jan als columnist had ik jaren een rotsvast vertrouwen. De CAMU’s en ook z’n wekelijkse sportstukkie in de VK las ik met een glimlach. Bart Jungmann kan op zaterdag nog steeds niet aan hem tippen. Maar als het op verhalen aankomt, wil het niet echt vlotten met onze oud-topvoetballer. Moeizaam worstelde ik me, terwijl de eerste depressies over de oceaan mijn richting uit gierden, door de eerste 200 (van de ca 500) pagina’s heen zonder dat ik er ook maar een enkel moment grip op kreeg. Daarna klaarde bij hem de lucht op. En aanbeland op bladzijde 400 voel ik het weer behoorlijk bergafwaarts gaan zodat we, vrees ik, weer afglijden naar de enigszins irritante navelstaarderij van het begin. Wel een perfecte compositie natuurlijk. Al zal Jan dit bij het samenstellen van z'n bundeltje zeker niet voor ogen gehad hebben. Maar wat wil ik eigenlijk voor 1 eurocent per pagina? De beloning voor m’n doorzettingsvermogen wacht: Suezkade van die andere Jan. Siebelink.
Waar het nou eindelijk maar ’s mee afgelopen moet zijn, is
die ongebreidelde aandrang me fysiek zo nodig te moeten
manifesteren. Verdomme: dit jaar de eerste AOW. Tel je zegeningen
Mut. Een jaar of wat geleden hing ik, om te bewijzen dat de koek
nog niet op was, nog aan een uiterst link, steil bergwandje.
Eenmaal veilig beneden was het duidelijk: dat gaan we niet
meer flikken. Eindeloos heb ik
hier heen en weer gekard op een surfboard. En toen het een Kite
moest worden, konden we natuurlijk niet achterblijven.
Gisteren nog maar 's een ritje. Zou zo maar m'n laatste kunnen zijn. Voelde me een beetje opa tussen de kleinkinderen. Dat zijn signalen die we vooral niet moeten negeren. En hoewel de looping er nog als een speer uitkwam, de hoogste tijd om de handdoek te gooien.
Eefje schoot het plaatje.
Ze heeft 't niet zo op scherpstellen.
Misschien maar goed ook.
Mijn dorpje aan het zuidelijke
lavastrand van Tenerife is in rep en roer. En dat mag een wonder
heten. Het enige vertier van betekenis beleven we immers pas als
een of andere roekeloze kitesurfer de doodsmak van z’n
leven maakt en door de plaatselijke reddingsbrigade onverwijld
weer tot nieuw leven gebracht moet worden.
Verantwoordelijk voor de heisa is de Duitse grootgrutter LIDL die het onheilspellende voornemen heeft binnenkort de deuren te openen van een concurrerende vestiging die er in is geslaagd de tot op heden onaantastbare monopolist Coviran het dun door de broek te laten lopen. De opvallende billboards die me bij aankomst de jobstijding toeschreeuwden kregen vandaag een spijkerhard vervolg middels een charmeoffensief, waardoor honderden bezoekers van de plaatselijke weekmarkt in no time met een handzaam geel tasje van de prijsbreker huiswaarts keerden. De volksoploop bij de knalgele partytent deed vermoeden dat er wel een wereld aan kosteloze versnaperingen te winnen moest zijn. Niets was minder waar, leverde een snel onderzoekje op. Men had de ellenlange rij getrotseerd voor slechts een armetierig stapeltje folders, tegen inlevering waarvan er ongetwijfeld voor de vorm tijdelijk wat aan de toch al absolute bodemprijzen van het concern gemorreld mag worden. Maar toch.
LIDL.
Hoe fouter kan een naam zijn voor een concern dat pas tevreden achterover leunt als heel de creperende onderklasse van Europa aan haar voeten ligt. Hoezo little?
Er zijn voorbeelden te over van namen die succes bij voorbaat in de weg stonden. Maar LIDL zal wel weer de hemeltergende uitzondering op de regel zijn. Vermoed ik.
Het zijn keuzes die gemaakt moeten worden. Wat namen betreft.
Feyenoord, de met een miljoenenschuld opgezadelde voetbalgrootheid van weleer, zo melden de media, moet als de sodemieter een paar dure jongens lozen om het overvloedige water niet tot over de lippen te laten stijgen. Er is een beetje de klad ingekomen in Rotterdam. De oer-Hollandse Rinus Israël en Theo (de tank) Laseroms, vormden het sluitstuk van een granieten verdediging waarvoor je als gesoigneerde Italiaan of Spanjaard in de gouden tijden van weleer een straatje om liep. Het is huilen met de lamp aan tegenwoordig. Wees eerlijk: van een naam als Andwele Slory val je als tegenstander niet ten prooi aan de meest ernstige vormen van slapeloosheid. Verkopen naar Engeland. En gauw. Een mietje. Aartspingeldoos Luigi Bruins die tijdens zijn drie jaar in Zuid nog geen deuk in een pakkie boter heeft kunnen trappen? Als de sodemieter verhuren. Voordat de transferperiode verstrijkt. Dondert niet aan welke club.
Luigi gaat tenminste nog. Maar als zo’n naam niet bekroond wordt met iets als De Soussa Faria, krijg je de schrik er van z’n lang zal ze leven niet in bij de schaterlachende opponenten die hem met een simpele schijnbeweging de hekken in jagen.
Bruins. Wij hadden vroeger een bakker: Bruin. Niets meer en niets minder. Een begrip. En hoewel diens assortiment aanzienlijk verder reikte dan het rijkelijk doorbakken volkoren, was het een naam die ergens voor stond. Als een huis.
Dat kun je zeker niet zeggen van Roy Makaay. Een naam als van een traktatie waarmee je als kind op je verjaardag onder luid gejuich binnengehaald werd door je eeuwig dankbare klasgenoten van de lagere school. Maar scoren? Ho maar. Hoezo exorbitante zelfverrijking? Bovendien de met afstand lelijkste speler uit de Eredivisie. Doet me een beetje denken aan Jantje van den Berg (what’s in a name) uit de zesde klas die altijd en eeuwig met de rug van z’n hand z’n snotneus stond de deppen tijdens onze potjes paaltjesvoetbal waarbij hij alles raakte behalve de bal.
Van tweeën één. Óf je opent als Mario Been de jacht op een selectie louter bestaand uit klokkenluiders van de Notre Dame (zulke adonissen waren Israël, Laseroms en ‘het brilletje van Van Dalen’ tenslotte ook weer niet) óf je gaat voor het type waarmee je alles wat een beetje vrouw is onweerstaanbaar de Kuip in zuigt. Maar dan wel met een naam die tot de verbeelding spreekt, ja! Er circuleren namen als Haruna Babangida of, zo mogelijk nog fraaier, Wandersson do Carmo. Kijk, dat schiet tenminste op.
Ooit werden we met onze dames Olympisch hockeykampioen met een stuk poëzie als Fatima Moreiro de Melo in de gelederen. Van een buitenaardse schoonheid. Wat een bankbedrijf al snel inzag. Kon toevallig ook nog een aardig potje hockeyen. Ik wil maar zeggen: één zo’n naam in je team en de vertwijfelde tegenstander levert zonder morren in twee keer vijfendertig minuten aan de lopende band de bal bij je in.
Zondag Feyenoord-Ajax. De laatste kans voor de Amsterdamse godenzonen.
Neem maar van me aan: volgend jaar staat er in de Kuip een gezelschap met klinkende namen.
En dan zullen we nog wel eens zien.
Als de sodemieter lid worden van die ANWB
democratische besluitvorming, anwb, eurlings, kilometerheffing
Nooit kunnen vermoeden dat het stoffige clubje dat me al jarenlang een (never verzilverde) Reis- en Kredietbrief, een watersportverzekering en een grauw glimblaadje vol advertenties aansmeert, mij nog eens zo prominent op de kaart zou zetten.
Dankzij Camiel.
De katholieke schat die met z’n zwoele zachte g in de toekomst ooit de strak gereformeerde JP de MP moet doen vergeten, heeft de bal bij het Volk gelegd. Het Algemene Nederlandse Wielrijdersvolk weliswaar. Maar toch. We mogen met z’n viermiljoenen de knoop van de kilometerheffing doorhakken. En reken maar van yes dat ik, online nog wel, van die democratische rechten gebruik ga maken.
Het CDA, toch al worstelend met
een identiteitscrisis, is, om de metafoor een beetje door te
trekken, al jaren de weg kwijt. Er worden, helemaal van god los,
regelmatig vitale afslagen en opritten gemist. Van een door het
geloof geïnspireerde koers is trouwens überhaupt amper meer
sprake. Een toeval was het dus niet dat zij in opperste wanhoop
uiteindelijk de juiste praatpaal wist te vinden en aanklopte bij
het clubje van de sneue stofjas Guido van Woerkom. Toen daar in
november 2008 een nieuw logo –het kompas-
uit de hoed getoverd werd, het richtinggevende karakter van de
ANWB symboliserend, gaven de toeristenjongens een visitekaartje
af waar een beetje kabinet twee jaar na dato niet meer omheen
kan.
En ik zweer je, dat is nog maar het begin.
Mocht de massale stemming online het succes worden waar Camiel zich nat van droomt, dan hebben de christen-democraten nog wel het één en ander voor ons in de pijplijn. En daar hebben we het parlement en Geert al helemaal niet voor nodig.
De trend is gezet. Wij, ANWB-ers, zorgen er online voor dat onze jongens nog deze maand uit Uruzgan worden teruggefloten. Vervolgens blazen we, eveneens online, dat poenige JSF-project af. En als we toch ingelogd zijn, dan jassen we er ook meteen maar even het hete hangijzer van de hypotheekrente-aftrek door. Wel zo handig. Want dat scheelt weer een kabinetscrisis.
Het is bij nader inzien van een verpletterende eenvoud.
Zorg dat je d’r bij komt!
Hoe zit het met jouw onderbuik?
pechtold, halsema, taalonderzoek, knettergek, kopvoddentaks, onderbuik, wilders
Als je vandaag de dag in een
Haags debat een beetje de blitz wilt maken dan is het wel zaak om
handig in te spelen op de emoties van de kiezers. Weet je
bovendien door te dringen tot de onderbuik, ben je helemaal
spekkoper.
Google maar eens op ‘Geert Wilders onderbuik’, en het aantal smakelijke treffers is niet te filmen. Op ex-minster Vogelaar plakte hij in een kamerdebat in 2007 het etiket ‘knattergak’. En ook met z’n, overigens uit België gejatte, ‘kopvoddentax’ haalde hij alle zichzelf respecterende media.
Er is inmiddels door taalkundigen het nodige onderzoek gedaan naar het taalgebruik van Wilders die z’n geheel eigen manier heeft om het politieke debat op scherp te zetten. Hij wordt er ook om geprezen getuige het feit dat hij er in 2007 de ‘Klare Taalprijs’ mee binnen sleepte.
Daniël Janssen en Nicole Mulder van de Universiteit van Utrecht waren nieuwsgierig in hoeverre Wilders afwijkt van andere politici. Reden om in tien Kamerdebatten zijn retorische middelen eens te vergelijken met die van Femke Halsema en Alexander Pechtold. Goede debaters. Ook Halsema wil nog wel eens wat emoties in haar verhaal stoppen. Pechtold is wat rationeler.
Mag dat, een beroep op emoties doen in dat soort debatten? Grote denkers uit het verleden op dat terrein, en de Romeinse retoricus Quinttilianus was bepaald geen kleine jongen, vonden van wel. ‘Het bespelen van deze emoties is, als het lukt, het heftigste middel dat de redenaar ten dienste staat, maar faalt hij, dan worden z’n woorden lauw ontvangen’.
In het onderzoek van Janssen en Mulder werden de drie oppositieleiders geanalyseerd op de aanwezigheid van twintig retorische middelen.
De verschillen bij de eerste 12 waren statistisch weinig significant.
1.Anafoor: herhaling van een woord(groep) in elkaar opvolgende zinnen.
In juni 2008 werden we door Barack Obama dood gegooid met ‘Change We Can Believe In’. Maar iedereen herinnert zich ongetwijfeld ook de speech van Martin Luther King waarin hij acht keer een alinea begon met de woorden ‘I have a dream’.
In de tien geanalyseerde Kamerdebatten gebruikte Wilders in totaal 27 keer de anafoor, Pechtold 22 keer en Halsema 10 keer.
Wilders (over Vogelaar): Zij toont daarmee wat mij betreft aan dat zij knettergek is geworden. Zij toont daarmee aan dat zij de Nederlandse cultuur verraadt. Zij toont daarmee aan dat zij niet begrijpt dat veel Nederlanders de islamisering en de islamitische traditie niet willen’.
2. Parallellisme: Zinnen of zinsdelen die grammaticaal op dezelfde wijze zijn opgebouwd. Gaat vaak gepaard met een anafoor maar niet altijd.
Pechtold: ‘Als het uw bedoeling is meer ruimte te scheppen ten opzichte van de VS, zeg het dan. Als het uw bedoeling is meer ruimte te scheppen ten opzichte van Europa, zeg het dan.’
Ook hier weinig verschil tussen Halsema (2x), Pechtold (6x) en Wilders (7x)
3.Quastie: een reeks van retorische vragen.
4.Apostrof: Je afwenden van het publiek en je tot iemand specifiek richten.
5.Tegenstelling.
6.Ironie: a zeggen maar b bedoelen.
7.Opsomming: ‘Het is voor onszelf, voor onze ouders en onze kinderen.’
8.Drieslag: ’We must pick ourselves up, dust ourselves off, and begin again.’
9.Climax: ‘We wachten uren, dagen, maanden jaren.’
10.(De tegenstander)
prijzen. Wilders prijs nooit
tegenstanders. Maakt slechts een uitzondering voor ‘het
volk’, z’n eigen mensen of de eigen aanhang.
Partijgenoot Brinkman maakte hij een compliment. Onmiddellijk
vergezeld van een belediging aan het adres van de Antillen:
De PVV is het nel als veel burgers van Nederland zat dat het
grotendeels corrupte boevennest op de Antillen, zoals mijn
collega Brinkman altijd prachtig zegt, dat al decennia teert op
de zakken van de hardwerkende Nederlanders omdat het geheel
failliet is, geld erbij krijgt.
Halsema en Pechtold doen dat nadrukkelijk wel. Meestal gevolgd door kritiek of bezwaren.
11.Metafoor: vergelijking.
12.Herhaling: ‘Het was zinloos, zinloos, zinloos’.
Het verschil tussen enerzijds Wilders en aan de andere kant Pechtold en Halsema in de volgende 8 retorische middelen was stukken interessanter.
13.Spreken in de ik-vorm
Wilders gebruikt de ik-vorm opvallend vaak. Hij geeft nadrukkelijk zijn eigen mening in plaats die van z’n fractie. Hij plaatst zichzelf op deze manier buiten de politiek, buiten de gevestigde orde. En dat trekt stemmen. Pechtold en Halsema geven meestal een standpunt van hun fractie aan waar ze zelf deel van uitmaken.
14.Beschimpen, het doen van persoonlijke aanvallen
Wilders beledigt in de 10 debatten zijn toehoorder(s) in totaal 14x (o.a. knettergek). Halsema 2x en Pechtold 4x. En dan ook stukken milder. Halsema bijvoorbeeld vond in 2006 dat minister Verdonk klonk ‘als een kalkoen die tegen beter weten in blijft voorstellen om met kerstmis vegetarisch te gaan eten’.
15.Voorspellen van rampspoed
Wilders: Als wij de islamisering niet stoppen, zijn Eurabië en Nederrabië slechts een kwestie van tijd.
Halsema en Pechtold gebruiken het rampspoed-middel niet.
16.Beloven van trouw (‘aan het volk’, aan de kiezers’)
17.Onderstrepen van de eigen loyaliteit (‘aan het volk’ en de PVV)
18.Achterwege laten van complimenten (aan anderen dan ‘het volk’ en PVV-collega’s)
19.Gebruik van clichés en minder creatieve metaforen: ‘Hardwerkende mensen krijgen het niet cadeau’
20.Sarcasme en cynisme
Wilders wijkt dus af van Halsema en Pechtold door het voortdurende gebruik van de ik-vorm, het beledigen, het niet-prijzen en het voorspellen van rampspoed. Hij demonstreert daarmee zijn individualiteit en zijn ongebondenheid. Hij spreekt namens zichzelf voor ‘het volk’ en neemt daarbij geen blad voor de mond. Dat maakt hem in de ogen van velen oprecht . Met zijn directheid manifesteert hij zich als iemand die niet twijfelt, die veel beter dan anderen weet hoe het allemaal zit. Hij eindigt zijn opsommingen ook vaak met: ‘enzovoort, enzovoort’ en ‘ga zo maar door’.
Kortom, geen twijfel over mogelijk, het is veel en er is nog veel meer.
Zijn kiezers zoeken een sterke leider, niet iemand die wikt en weegt en compromissen zoekt.
Debatteren, standpunten uitwisselen, het eens worden- het hele politieke spel is voor mietjes, lafbekken en twijfelaars.
Dat we het maar even weten.
Ook de Leidse taalkundige Maarten van Leeuwen onderzocht het taalgebruik van Wilders. Een verslag daarvan verscheen in Tekstblad (jaargang 2009, nr. 2)
Bronnen:
Daniël Janssen & Nicole Mulder: ‘De taal van de onderbuik’.
Onze Taal, maandblad voor het Genootschap Onze Taal, december 2009
Waaruit ik kwistig geciteerd heb.
En verder, wat het onderzoek van Van Leeuwen betreft:
Over gelijk hebben en gelijk krijgen
media, nationale ombudsman, de roy van zuydewijn, volkskrantverslaggeving, koningin, felix rhodius
Hij werpt een vertederde blik
op Bello die languissant uitgestrekt ligt op het hoogpolige
tapijtje van het chique Haagse hotel Corona. Manshoge spiegels.
Een keurige varen die z’n goedverzorgde bladeren met
gepaste trots uit een ruime bloembak steekt. Kortom, de ideale
ambiance als je na een paar ellendige jaren voor het verzamelde
journaille komt uitlekken over de onverkwikkelijke bezigheden van
de hoogste baas aan het hof van de koningin. En het broddelwerk
van de Nationale Ombudsman, niet te vergeten.
Edwin, uit imago-overwegingen tegenwoordig immer strak in het pak, is al tijden op jacht naar z’n gelijk. Een zielloze zoektocht die hem voert door de treurige wereld van de Koninklijke doofpotten en complotten.
Ambitieus baasje dat z’n carrière zorgvuldig plande. Niet in de laatste plaats als het ging om de keuze van de ideale huwelijkspartner. Geen zee was hem te hoog. Bladerend door de royaltybladen, voor minder ging ie zeker niet, stuitte hij op het enige hoogheidje dat nog in de aanbieding was: het lelijke eendje van die vermaledijde Spaanse tak dat enigszins uitzichtloos leek weg te kwijnen in een troosteloze anonimiteit.
Een eitje.
Het is allemaal niet helemaal gelopen zoals onze Edwin het zich in z’n stoutste dromen had voorgesteld. Het prinsesje heeft ‘m inmiddels ingeruild voor een eega die wél door de koninklijke ballotage kwam. Het Franse kasteeltje, toch al ver boven z’n stand, moest noodgedwongen verpatst worden. Allemaal nog te behappen. Erger was dat z’n carrière bij het Bouwfonds in de knop gebroken werd.
Natuurlijk heeft Trix er niet persoonlijk een belletje aan gewaagd naar z’n baas Eelco. Daar had ze hofchef Felix voor. Die ontkende het eerst natuurlijk in alle standen. Het soort liegen waarvan we tot voor kort dachten dat voetbaltrainers en gedrogeerde wielrenners er het patent op hadden. Maar inmiddels is dat al weer teruggedraaid. En ook dat Felix z’n doopceel gelicht had bij de Sociale Dienst, aanvankelijk ook ontkend, schijnt te kloppen. En diezelfde Felix schijnt ook nog wat rondgerommeld te hebben in z’n bankafschriften.
Het kan zo maar allemaal waar zijn. Afgelopen jaar heeft De Familie toch al niet uitgeblonken in tactisch vernuft als het ging om het ritselen van haar privézaakjes. Hoezo voorbeeldfunctie? Duistere belastingroutes waarlangs het zangeresje van de menagerie haar deel van de erfenis van opa op een lucratieve manier dacht te kunnen wegzetten, een riant maar wel uiterst dubieus Afrikaans vakantieverblijfje voor Alex die in z'n amper nog te verteren arrogantie steeds duidelijker de weg kwijt lijkt te zijn, noem maar op.
Jammer alleen dat om Edwin voortdurend een penetrante geur van ranzigheid hangt. Iets te vaak bedient ie zich voor de goede zaak van de pulpbladen. Is ook niet te beroerd om, als dat zo uitkomt, RTL Boulevard’s valse roddelnicht Albert Verlinde voor z’n karretje te spannen. Bepaald niet de ideale compaan als je een beetje serieus genomen wilt worden.
Maar hij zou in dit geval wel eens een punt kunnen hebben.
Het zaakje stinkt. En behoorlijk ook.
Ook aardig trouwens om te zien hoe Volkskrantverslaggevers Merijn Rengers en John Schoorl vandaag op pagina 2 verslag uitbrengen van zo’n persbijeenkomst. Is het voor ons als lezer nou echt belangrijk om te weten dat een afgezant van De Wereld Draait Door ’s ochtends niet eens de moeite heeft genomen om even voor de scheerspiegel te gaan staan? Of dat, bij wijze van contrast, de vertegenwoordiger van Geen Stijl niet over hoofdhaar beschikt? Maar liefst vijf keer, maar ik kan er eentje naast zitten, wordt als stilistisch hoogtepunt in het verhaaltje van de heren melding gemaakt van de ongeschoren afgezant van DWDD en de kale vertegenwoordiger van een complottenwebsite. Het badinerende toontje irriteert. En draagt er zeker toe bij dat je als lezer wel eens op het verkeerde been gezet zou kunnen worden. We nemen maar even voetstoots aan dat Merijn en John voorafgaande aan dit festijn de barbier gefrequenteerd hebben en over een keurige scheiding in de haardos beschikten.
Met De Roy van Zuydewijn zal ongetwijfeld van alles mis zijn maar diens klacht over de aanvankelijke leugens over het koninklijke gewroet in z’n privéleven lijkt alleszins gerechtvaardigd.
Laatste zin van het artikel in de VK: Lachend verliet Edwin Karel Willem de Roy van Zuydewijn de zaal.
Het zal wel.
Een beklagenswaardig heerschap.
Vermoedelijk behoorlijk eenzaam ook.
Maar gelukkig heeft ie z’n hond nog.
Pablo.

Altijd in het
schemergebied van fictie en werkelijkheid
Internetredactie
over de columnwedstrijd:Bij de selectie hebben we voornamelijk
gekeken of de inzending aan het onderwerp – de actualiteit
– voldeed en of we de inzending geschikt achtten voor
publicatie. Is het prikkelend, origineel, verrassend, grappig,
ontroerend, goed geschreven, steekhoudend, scherp, grammaticaal
correct, goed gespeld? Van die dingen.
Rolanda:
Ik kwam op het VK Blog omdat hier veel psychiatrische patienten
en mensen aan de zelfkant van de maatschappij zijn, die wel kunnen
lezen en schrijven. Ik bedoel dat de drempel laag ligt.
Ook in
Noord-Korea geldt: rust, reinheid en regelmaat



Niet aanbevolen.
In een oogopslag zie je het.
Bagger."