De twee meest extreme wielerkoersen van Afrika, 13.500 km avontuur, dwars door 11 Afrikaanse landen, het doel, de motivatie: Don't dream it... Do it !!!
Geïnspireerd? Een lezing? Ga naar www.adriefrijters.nl
Burkina Faso
wielrennen, lezing, als, afrika, sport, faso, adrie, frijters
So you think you can dance? (een van de ‘avond-etappes’ uit de Tour du Faso)
De Tour du Faso
Het afgelopen weekend was er op het Belgische Canvas, in het programma Sporza, de jaarlijkse samenvatting van Afrika’s meest bekende en legendarische wielerkoers: de 23e ‘Tour du Faso’. Ik kijk er elk jaar naar vanwege de prachtige Afrikaanse beelden en het wielrennen wat er lijkt plaats te vinden in een vorige eeuw. Wel maf, het idee dat ik dit jaar zelf een klein stukje van het ‘decor’ was.
Ik ben dus inmiddels alweer ruim 3 weken terug, en om maar gelijk met het belangrijkste te beginnen: naast dat de ‘stoelgang’ sinds kort weer normaal is, en ik weer wat terug heb van de 4 kg die ik daar achterliet, ben ik vooral blij heelhuids terug te zijn. Waarom wordt vanzelf duidelijk want, man, man, wat was dit een avontuur! Uiteindelijk wel een geheel andere beleving dan de Tour d'Afrique, mijn 1e ervaring op de fiets door Afrika, alweer bijna 3 jaar geleden.
Vastlegging van ‘mijn’ Tour du Faso (start, 4e etappe Bobo Dioulosso-Banfora)
De voorbereiding
Waarom voor een 2e keer terug naar Afrika en waarom Tour du Faso? Tja, precies om wat ik net al aangaf. Die jaarlijkse uitzending over Tour du Faso op Sporza prikkelde enorm, en al helemaal na terugkomst van de Tour d’Afrique in 2007, want nu was er de herkenning: van het ongerepte Afrika, van de nieuwsgierige spontane Afrikanen, van ‘back to basic’, ook qua wielrennen... Ik wilde weer opnieuw dat speciale gevoel ‘proeven’. Daarnaast wilde ik eens in Afrika een ‘echte’ koers rijden. De Tour d’Afrique is, ondanks dat het uniek in zijn soort is, een ‘wilde’ koers. De Tour du Faso is daarentegen een 2.2 UCI wedstrijd waar het beste uit Afrika aan het vertrek staat (het meeste via nationale selecties). Vorig jaar was er al die 1e poging om deel te nemen aan de Tour du Faso, wat uiteindelijk mislukte. Deze tour was tot vorig jaar volledig eigendom van de ASO... jawel, de organisators van de Tour de France doen ook aan ‘ontwikkelingshulp’. Niet zo gek als je bedenkt dat Burkina Faso, voorheen Opper-Volta, een voormalige Franse kolonie is. Maar goed, enige mate van bureaucratie en eigenzinnigheid is Fransen niet vreemd en dat heb ik gemerkt... Alles leek rond te zijn (ik had immers een ploeg), tot bleek dat ik een ‘te oude knar’ was.... blijkt er een leeftijdsgrens van 30 jaar te bestaan! Een dergelijke vorm van leeftijdsdiscriminatie had ik nog niet eerder meegemaakt! Fred Blankers, de Belgische ploegleider van het team waar ik mee meekon, gaf toen aan het dit jaar gewoon weer te proberen. Dus ik in augustus weer terug bij hem, en weer volgde een teleurstelling. Dit jaar zou er geen Nederlandse ploeg gaan, terwijl hij zelf al wel rond was met een Slowaaks team. ‘Dan maar iets anders’, dacht ik, want toe aan een nieuw “exotisch” wieleravontuur was ik wel. Een paar maanden later was ik dan ook rond met een Duitse ploeg met wie ik twee etappekoersen in Iran kon rijden... dacht ik.... want op het laatste moment kwam niet de vereiste bevestiging uit Iran. Balen....zou mijn afsluitingskoers van dit seizoen dan ‘slechts’ het criterium van Fijnaart worden? Dat niks zeker is in het wielrennen bleek nog maar eens toen de Duitsers, waar ik contact mee had, terug mailden. Of ik misschien zin had in de Tour du Faso, want er kwam een of ander Slowaaks team niet rond.... Je raadt het al, Fred was nog niet van mij af . Het bleek dat er nog 3 renners nodig waren. Na wat hulp van mijn kant werden door Fred uiteindelijk de namen van een wel heel bont gezelschap aan Laurent Bezault van de ASO doorgefaxt. D.w.z: 3 Slowaken, 1 Duitser, 2 Nederlanders (Jefte de Bruin en ik), en dat alles onder de bezielende leiding van een Belg... Dit keer speelde Fred het hard en daar ben hem nog steeds dankbaar voor. Oftewel, ze zouden hem volgend jaar niet meer terug zien, als Bezault de samenstelling van dit team niet zou accepteren! Het sterk staaltje blufpoker bleek te werken. Ik mocht mee!
Dat ‘één zwaluw nog geen zomer maakt’ (of ...euhh herfst?), bleek al snel, want nog geen paar dagen later diende zich het volgende probleem aan. Waren net alle ploegen goedgekeurd, komt vervolgens de UCI met een communiqué waarin staat dat er van buiten Afrika geen ‘mixed teams’ mogen meedoen. Heel fijn als je dan net een ticket van €800 hebt geboekt... Maar ja, waar een ‘wil is, is een weg’. M.a.w., in een week voor de start moest ik het volgende regelen: 1. toestemming voor deelname van de Gelderse KNWU Consul, 2. toestemming van de Slowaakse wielerfederatie, 3. opzeggen lidmaatschap WV Ede, 4. aangaan lidmaatschap van het Slowaakse team met de prachtige naam CK BANSKA BYSTRICA, en als laatste 5. een elite-licentie aanvraag bij de KNWU met vermelding van het Slowaakse team. Hoezo bureaucratie...?
De aankomst in 'Ouaga'
Woensdag 21 Oktober vertrokken Jefte en ik, na alle voorbereidingen, vanuit Parijs naar Ouagadougou. Het blijft maf hoe je na een vlucht van enkele uren vanuit een Westerse wereld in een totaal andere wereld wordt uitgespuugd. Ik had dat gevoel een paar jaar terug met Caïro en dit maal was het niet anders. Maar anderzijds nu ook de herkenning, vooral van de kruidige geuren welke je alleen in Afrika ruikt. Dezelfde avond maakten Jefte en ik kennis met onze overige ploegmakkers. Na het reisverhaal van de Slowaken aan te hebben gehoord besefte ik dat, na alle perikelen met de ASO en de UCI, ik voor een derde maal door het oog van de naald was gekropen. Wat bleek: in Rome waren de vliegtickets van de Slowaken niet in orde. Vervolgens moesten ze naar Milaan, en na een nacht op het vliegveld te hebben doorgebracht, bereikten ze na ellenlange vertragingen en een tussenstop in Casablanca, Ouagadougou (‘Ouaga’’). Oftewel: 3 dagen reizen!!! Als zij het niet hadden gehaald, hadden Karsten (de Duitser), Jefte en ik niet mogen starten... Want dat ik weer zo’n regel, ploegen dienen met minimaal 4 renners aan het vertrek te verschijnen.
Ik had 1 dag om te ‘acclimatiseren’. Na een goede nachtrust en ontbijt gingen we op pad voor een gezamenlijke training van 2 uur. Na welgeteld 5 km had ik mijn 1e lekke band al te pakken, nadat ik een gat in de weg (zg. 'pot holes’) over het hoofd zag. Ik was gelijk gewaarschuwd voor wat we in deze koers nog wel vaker tegen zouden komen. Bij het uitrijden van Ouaga viel alvast een ding op, de hitte, de chaos en luchtverontreiniging in deze stad is werkelijk waar ongekend! Ontelbare scooters, brommers, motors rijden er hier rond die continue uitlaatgassen in je gezicht staan te blazen. Een overtreffende trap in dat opzicht is om vergast te worden door passerende vrachtwagens, die stuk voor stuk in Nederland acuut van de weg zouden worden gehaald. Nee, het woord 'roetfilter' moet hier nog worden uitgevonden. Dat de gemiddelde Burkinees niet ouder wordt dan 57 jaar begrijp ik nu in elk geval een stuk beter.
Ouaga, chaos en stank
Bij terugkomst zat ik ’s middags in de lobby wat te hangen, toen er wat tumult ontstond voor het hotel. Ik keek naar buiten en verbaasde me over dat het zo plotseling met bakken uit de lucht kwam. Later begreep ik dat het regenseizoen er hier kennelijk nog steeds zin in heeft, hoewel het eigenlijk al afgelopen had moeten zijn. De tumult kwam van voorbij rennende kinderen die volledig uit hun dak gingen van de welkome afkoeling (overdag is het hier rond 35-40°C) en mij spontaan op een prachtig waterballet trakteerden.
Waterballet in Ouaga
De acteurs
De hoofdrolspelers
Hierna verkende ik met een paar ploegmaten de buurt. Terwijl we wat rondliepen begon ik eigenlijk steeds meer te beseffen hoe weinig de mensen hier hebben en hoe slecht de voorzieningen hier kunnen zijn. En zag je het niet, dan rook je het wel! De stukken ‘open’ riool die ik tegenkwam waren niet te harden, vooral niet vlak na een regenbui.
‘Dampend, open’ riool in Ouaga
In Ouaga lijkt iedereen een winkel te hebben voor z’n huis, hoewel de definitie van huis hier iets anders is dan bij ons. Alles kom je hier tegen: tweedehands bandenwinkels (meer banden zonder profiel dan met…), kippenhokken midden op straat, kledingzaakjes met de laatste mode van Armani, Diesel etc. (maar niet heus...). Op deze wijze is de spoeling hier wel heel dun, waardoor eigenlijk niemand echt veel verkoopt. Ja, waarom iedereen zo arm is hier werd mij steeds duidelijker... Ook vallen de vele kleine moskeeën op. Burkina Faso is voor ongeveer de helft moslim, alleen niet op de wijze zoals ik dat van Egypte en Soedan ken. Hier is het veel relaxter en open. Extremisten zul je hier niet gauw aantreffen.
Kippenhok op straat
Obama style?
‘Thumbs up’
Wat betreft de armoede hier: ik heb me laten vertellen dat de Tour du Faso met een budget werkt van een half miljoen Euro. Menigeen zal denken: ‘kan dat geld hier niet beter worden besteed?’ Ik heb daar niet echt een oordeel over. Feit is dat wielrennen hier ‘leeft’ en dat de Burkinesen ontzettend trots zijn op hun Tour du Faso. Qua sport is het na voetbal, het op één na grootste uithangbord voor dit land. Dat bleek wel tijdens de groots opgezette ploegenvoorstelling, de avond voor de start van de 1e etappe. Het stond niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk ‘zwart’ van de mensen.
Interview TV5 Monde tijdens de ploegenvoorstelling
Presentatie nationale selectie Burkina Faso
De 1e etappe: Kokologi - Boromo (136 km)
De volgende ochtend was het dan zover: de 1e van 10 achtereenvolgende etappes stond op het programma! Oftewel, bijna 1300 km wedstrijdkilometers. Vanuit het hotel werden alle renners ingeladen in twee moderne airconditioned (!) touringcar bussen, omdat de start 60 km van Ouaga lag, in het plaatsje met de schitterende naam: Kokologo. Toen ik de 'iets minder' moderne truck zag voor de fietsen, werd mij gelijk ook duidelijk dat ik beter niet mijn full carbon Specialized racefiets met Cosmic Carbone Mavic wielen had meegenomen. Maar daarover later meer. Nadat alles was ingeladen vertrokken we. Ik dacht nog: ‘dat gaat even duren voor we het chaotische Ouaga uit zijn’. Niets was minder waar. Met een ‘overkill’ aan politie-escortes werden alle kruisingen afgezet en tegemoet komend verkeer onmiddellijk aan de kant gedirigeerd. Bij aankomst in Kokologo was het een gekkenhuis. Ik had me al omgekleed in het hotel, maar sommige renners dachten dat wel rustig te kunnen doen bij de start..... De lokale bevolking heeft zich dan ook kostelijk vermaakt met een paar originele ‘strip-acts’ van ‘blanke meneren’. Na de officiële plechtigheden, sloot ik aan bij de renners aan het vertrek. Nog een paar minuten... ongewenste gedachten schoten door mij heen: ‘die gasten zien er allemaal wel heel erg afgetraind uit...’, ‘shit, ik had hun vader kunnen zijn...’, ‘wat als ik binnen 20 km al word gelost...?’ ‘Verdorie, waarom zit ik nu pas vol twijfels...’ Gelukkig kwam niet veel later de verlossende start. Het 1e koersuur ging mijn tellertje nauwelijks onder de 50 km/u, maar gelukkig had ik al vrij snel door dat ze mij er hier niet zomaar af zouden rijden. Nee, het gevaar loerde van een heel andere kant.... het wegdek! Dit bleek bezaaid met gaten! Al een paar keer was ik ontsnapt aan het noodlot door 20-30 cm diepe gaten op het allerlaatste moment te ontwijken, door rakelings over het randje te fietsen. Het is verstandiger om voor in het peloton te blijven, daar gebeurt immers de koers, maar je begrijpt dat ik nu een extra reden had. Het zal je gebeuren zeg, dat je helemaal naar Burkina Faso komt, en na een paar km al weer naar huis kunt omdat je in zo’n kuil rijdt. Na afloop van deze 1e etappe hoorde ik dat het voor een aantal jongens inderdaad ‘einde oefening’ was nadat ze het asfalt van wel heel erg dichtbij hadden bekeken, en dat nog afgezien van hun fietsen die ze bij elkaar hebben kunnen rapen. Wat betreft het asfalt zelf, daar wil je niet op terechtkomen! In Nederland kom je meestal wel weg met een paar onschuldige schaafwonden. In Burkina is het effect meer te vergelijken met een kaasrasp, brrrr!
Wedstrijdschema Tour du Faso 2009
Officiële startceremonie
Start 1e etappe met mijzelf halfweg in het midden
(naar links kijkend in rood shirtje met witte dwarsbalk)
Wat betreft de koers zelf werd ik zowat duizelig van alle demarrages. Het was vanuit het vertrek geen moment rustig. Tellertje iets onder de 50 km/u, en hup, daar ging er weer een. Meestal vielen ze na een km terug als een baksteen, maar wee als er nog wat mannetjes mee sprongen! Het was niet te doen om telkens mee te gaan, vooral niet omdat je nog niemand zijn capaciteiten kende. Op een gegeven moment ontstond er een kopgroep van 12 man die we ook niet meer hebben terug gezien. Doordat de koers vanaf het begin hard was gemaakt viel het peloton zelf ook nog in stukken uit elkaar. Uiteindelijk kwam ik met 6 man in een 2e groep terecht. Als een dood vogeltje kwam ik als 19e over de meet. Toch dik tevreden, want het gevoel geen ‘pelotonvulling’ te zijn overheerste.
Die avond hadden we gelijk de 1e van 2 bivakken. De rest van de tour zouden we in hotels overnachten. Alles was prima verzorgd. Hoewel het op afstand houden van de kinderen in het kamp door 'security' met zwepen ook voor mij wel wat ver ging. Prima verzorgd waren ook sommige ploegen. Ik zat me al even af te vragen waarom 2 bepaald niet onaantrekkelijke Burkinese dames, flanerend door het zand op 15 cm stilettohakken (!), zich ophielden in het kamp. Ik begon al van alles in mijn hooft te halen: ’het zullen toch geen…’, totdat bleek dat het de masseuses waren van de Belgische ploeg Blyweert…. Die avond zijn we nog met de ploeg naar de optredens voor de lokale bevolking gaan kijken. Bij elke aankomstplaats werd namelijk ter plaatse een groots feest georganiseerd waar duizenden mensen of afkwamen. Hoewel… het was eigenlijk meer een feest rondom een goed georkestreerde reclamecampagne voor het merk Maggi. Dat de sfeer er zeker niet minder om was, geeft het filmpje hierboven wel weer.
De was na een dagje Tour du Faso (1e bivak)
Gat in de grond, hokje eromheen: voilà een toilet!
Waar zijn wielen nog meer voor geschikt: malaria-netten!
Kleurrijke vrouw uit Boromo met kind op de rug
De 2e etappe: Pa - Gaoua (170 km)
De volgende ochtend werd mijn aandacht gewekt door een luid foeterende Herman Beysens, de ploegleider van de Belgen. Wat was het geval? Normaal worden de ploegleidersauto’s, het woord zegt het eigenlijk al, door ploegleiders bestuurd. De verhuurmaatschappij van de auto’s had echter bedongen dat ze alleen mochten worden bestuurd door hun eigen mensen die, ‘je voelt hem al aankomen’, geen flauw benul hebben wat het is om achter een peloton te rijden. Er ontstond dan ook enige commotie toen bleek dat Herman de toegewezen chauffeur wat ‘hardhandig’ uit de auto had gezet, nadat bij hem de spreekwoordelijke 'druppel' de emmer had doen overlopen.
Ik had behoorlijk vrees voor de 2e etappe. Het was de langste (170 km) en bij het vertrek was het al bloedheet. Na ongeveer 40 km ging ik mee met een ontsnapping, lette even niet op, en reed op een enorme kei. Lek! Het voorwiel wisselen ging vlot en ik zat al lekker achter onze ploegleidersauto te stayeren, tot de auto met ‘officials’ naast me kwam rijden. Om niet een boete, of zelfs diskwalificatie te riskeren, liet ik me gauw uitzakken. Uiteindelijk kwam ik terug in het peloton, maar ik merkte tijdens de klimmetjes dat ik al behoorlijk ‘een jasje had uitgedaan’. Jawel: ‘klimmetjes!’ Ik had destijds speciaal de Tour du Faso op mijn verlanglijstje gezet, omdat een vlak 'biljartlaken' mij het beste ligt. Niets bleek minder waar! Bijna elke etappe hadden we behoorlijk ‘vals plat’. Ik zat me dus al af te vragen hoe ik deze dag zou overleven, totdat een ander potentieel probleem zich aandiende, toen ik in de verte de lucht gitzwart zag worden…
Burkinees op weg naar de start
Vlak voordat het ‘met bakken’ uit de lucht kwam
Niet veel later kwam het met ‘bakken’ uit de lucht. Maar de angst op glijpartijen, windvlagen, onweer verdween snel. Heerlijk zo’n frisse stortdouche, wanneer je tegen het kookpunt aanzit (terwijl ik absoluut geen regenrijder ben!). Na pakweg 100 km voelde ik me dan ook weer prima in orde. Toch heb ik in deze etappe achteraf gezien een top-5 eindklassering verspeeld. Op een gegeven moment reden er kort achter elkaar 2 groepen weg die uiteindelijk samensmolten en de rest van het peloton op 12 min achterstand reden. Dat is namelijk HET grote verschil met wedstrijden in Europa. In Afrika laat men het heééélemaal lopen als er een kopgroep meer dan een minuut pakt, waardoor tijdsverschillen van meer dan een kwartier zomaar kunnen. Uiteindelijk finishte ik als 23e.
Na afloop hadden we een lange verplaatsing naar Bobo. Fred had ons verzekerd dat het hotel van vorig jaar prima was. 'Goed nieuws' dacht ik, want dit hotel zou onze verblijf zijn voor de komende 4 dagen. Bij aankomst bleek dit hotel echter voor andere ploegen gereserveerd. 'Nog niet getreurd', dacht ik, totdat ik begreep dat dit ook het hotel was waar iedereen naar toe moest voor ontbijt en diner. Oftewel, terwijl de renners in dit hotel op het gemak zaten, hadden wij elke ochtend en avond de verplaatsingen met de bus hiernaartoe in het vooruitzicht. Het begon onderhand een beetje op 'veevervoer' te lijken. Maar de 'gifbeker' was nog niet helemaal leeg. Dat bleek toen Jefte en ik de kamer van ons hotel opkwamen… Ik ben al aardig wat gewend in Afrika, maar dit was toch even slikken. Afgezien van de staat van verval waarin het matras verkeerde dacht men dat we het ook wel zonder beddengoed, handdoeken en wc-papier zouden redden. Het echte dieptepunt werd bereikt toen men na lang aandringen deze zaken kwam brengen. Het gebruikte vieze beddengoed/ handdoeken wat we kregen zal ik hier maar niet verder omschrijven. Toch een lichtpuntje: het WC-papier bleek nog niet te zijn gebruikt…
Don't worry, be happy (voor het hotel in Bobo)!
De 3e etappe: Orodara - Bobo Dioulosso (130 km)
Voor de start van de 3e etappe hadden we eerst een lange verplaatsing naar Orodara. Hier zou de start plaatsvinden waarna we terug naar Bobo zouden fietsen voor nog eens 5 plaatselijke rondes van 10 km. Alles was nog bij elkaar toen we Bobo binnen reden, waarna een 'kippenvel'-moment volgde. Ongelofelijk hoeveel mensen er rijendik stonden te kijken! Ik voelde mij prima en sprong op een gegeven moment met een groepje mee. Niet veel later sloten er meer renners aan. Toen ik de concurrentie bemonsterde bleek bijna de volledige Marokkaanse ploeg (op 1 na) in de kopgroep te zitten. Die gasten hadden de eerste 2 dagen al aardig huisgehouden. Ik wist in elk geval 'hoe laat het was', toen ze hun 'ploegentijdrit' begonnen. Naast mij zat ook de Belg Lionel Syne aan het wiel van de Marokkanen. Zo eentje met geblokt postuur à la 'Rambo'. Dat hij rap is wist ik, aangezien hij hier vorig jaar nog 2 etappes in de Tour du Faso wist te winnen. Toch besloot ik te gokken op de sprint, want de Marokkanen leken niet van plan om iemand te laten weg rijden. Inderdaad was alles nog bij elkaar toen we de laatste km in gingen…, een lastige laatste km, aangezien deze omhoog liep. Op zo'n 200 m ging Lionel vol aan. Hoewel ik strak aan zijn wiel zat, nam hij 1…, 2…., zelfs 3 lengtes! Hier was niks aan te doen. Zijn ploegmaat Jeremy Burton kwam ook nog langszij, maar hem kon ik nog van mij afhouden: 2e!!!!
Rijendik!!!
'Op lengtes', maar wel 2e achter Lionel 'Cavendish'
De 4e etappe: Bobo Dioulosso - Banfora (84 km)
De 4e etappe was slechts 80 km. Ondanks het glooiende parcours en de diverse uitlooppogingen was, gezien de hoge snelheid, een 1e massasprint onvermijdelijk. Ik zat goed en dacht nog: 'waarom zou Lionel niet eens een keer verkeerd uit kunnen komen?’ Hoewel… de kans hem te kloppen… ik had inmiddels gehoord dat hij zelfs Tom Boonen een keer heeft gevloerd…. De sprint was inmiddels ingezet. Ik zag de finishboog steeds dichter bij komen en schatte dat het nog maar 200 m was. 'What the heck, ik ga gewoon zelf aan!' Maar toen kwam de verzuring…, links ging alles 'vol' over mij heen… Mijn schatting van 200 m was achteraf gezien een zware misvatting… 'als een nieuweling veel te vroeg aangegaan…'. En wie won? ‘Jawel, Lionel 'Cavendish'!
Renner uit Gabon voor de start
De 5e etappe: Bobo Dioulosso - Dedougou (172 km)
Bij de start van de 5e etappe gebeurde er iets merkwaardigs. Plotseling stond de cameraman van de Burkinese zender RTB voor mijn neus, naast hem de soigneur uit de ploeg van de Belgische sprinter Lionel… met microfoon. Ik dacht nog even, 'die is van alle markten thuis'. Tot hij vroeg hoe ik vandaag weer van plan was om Lionel's ‘treintje in de soep’ te rijden. Kennelijk zat mijn 2e plek in de derde etappe hem dwars, en in de vorige etappe had ik inderdaad het verwijt gekregen dat ik 'in de weg' had gezeten. Het spel van 'intimideren' was begonnen… en niet voor het laatst… Vervolgens verbaasde ik me om nog iets heel anders. Voor onze neus stonden zich, net als wij, de renners uit Benin zich te prepareren voor de start. Ik had er al rekening mee gehouden dat niet alle Afrikaanse ploegen op de nieuwste full carbon frames zouden rijden, maar dit... Hun mechanieker stond 20 jaar oude bandjes op te pompen met een handpompje in plaats van een hogedrukpomp. Ik bedoel: waar normaliter bandjes op 8 atm worden gezet, krijg je met een handpomp en een beetje geluk 6 atm in een bandje. Ik sloeg het interessante tafereel waar en herkende op enig moment een shimano 600 onderdelengroep op een van de fietsen. Dezelfde groep die op mijn 1e racefiets zat, en die ik voor 600 gulden met tomaten plukken had gespaard als jochie van 14! Oefff, dat is 27 jaar geleden! Als je zoiets ziet, kijk je vanzelf verder. Naast de shifters, die nog op de onderbuis van een even oude stalen frame zaten, ontbraken er 'slechts' 3 spaken uit het voorwiel…
Cameraman RTB
Een deel van de nationale selectie van Benin
Deze rit was net als de 2e etappe weer 170 km. Maar dit maal geen verfrissende buien, alleen verschroeiende hitte… Al halfweg begonnen mijn voeten te 'gloeien' en begon het zadel te irriteren. In de laatste 4 km probeerde ik de massasprint te ontlopen door mee te springen met de gele truidrager, een Fransman en Burkinees. Ik zat zowat scheel op de fiets, dacht dat we het gingen redden, totdat in de laatste 200 m het hele pak er overheen denderde, met als winnaar… je raadt het nooit….Lionel!
De 6e etappe: Bobo Dioulosso - Hounde (93 km)
Etappe nummer 6 dan. Vandaag ging het vanuit het vertrek direct op de kant. Voor het eerst was het in deze Tour 'waaieren' geblazen. Je zou zeggen 'kat in het bakkie', aangezien waaier rijden zo'n beetje in Nederland is uitgevonden en ze er hier in Afrika niet veel kaas van hebben gegeten. Inderdaad, je zou het zeggen, maar niet voor mij! Vandaag was een complete off-day. Gelukkig verloor ik die dag niet zoveel tijd (in de 2e groep op 3 min). Jefte daarentegen zat goed in de kopgroep en sleepte er een verdienstelijke 7e plaats uit, terwijl de sprint gewonnen werd door….ja, ja,….weer ene Lionel!
Een kleine toeschouwer
Uitblazen met de Slowaken bij een lokale smid
Hierna was het een middagje in de bus voor weer een lange verplaatsing. Het vooruitzicht van een ander hotel na 4 nachten in Bobo sprak mij echter wel aan. Wel had ik er een klein ongemak bij. Er waren al aardig wat jongens in de ploeg die al een paar dagen problemen hadden met de 'stoelgang'. Ik had de hoop gevestigd op voldoende 'antistoffen' in mijn lijf van de 'Tour d'Afrique' drie jaar geleden, maar uiteindelijk zat ook ik aan 'de dunne'. Toen we in het plaatsje Koudougou aankwamen sloeg de karavaan een krottenwijk in, om even later te stoppen bij een nieuw decadent hotel met zwembad, jacuzzi, etc. (hermetisch afgesloten met 3m hoge muren), midden in deze wijk. Iedereen verbaasde zich enorm over zo'n groot contrast. Wie verzint zoiets? Wederom was dit het hotel waar werd gedineerd en ontbeten, en was het weer niet het hotel waar onze ploeg verbleef (zucht…). Maar goed, het hotel waar wij in zaten was een stuk comfortabeler dan die in Bobo. Dat was wel zo prettig, want die avond en nacht had ik wel erg veel last van acute darmkrampen…En dan was er nog mijn fiets. Deze kwam helaas niet helemaal ongeschonden van de truck na de lange verplaatsing. Er bleek een gapend gat in mijn carbon voorwiel te zitten! Gelukkig was het wiel nog recht. Die 'fiets'-truck was een ramp. Een aantal keren zagen we vanuit de bus hoe deze 'de ankers uitgooide' voor weer een noodstop. Meestal omdat een aantal fietsen er vanaf dreigden te donderen.
De beruchte 'fiets'-truck
De 7e etappe: Koudougou - Ziniare (130 km)
Dit was de etappe waar 'de vlam in de pan sloeg'. Nadat de Belgen met Lionel maar liefst 4 etappes op rij hadden gewonnen, wilden ze wat terugdoen. Het zou toch mooi zijn, en goed voor het wielrennen in Burkina Faso, als er een Burkinees zou winnen. Er was al een poging in de vorige etappe, maar dat mislukte toen niet iedereen in de kopgroep het ermee eens was. In deze rit ontsnapten al vroeg 4 Burkinesen, 1 Fransman en 1 renner uit Kameroen… en toen ging de koers ‘op slot'. Voor de Marokkanen waren geen van de renners een bedreiging, dus die vonden het naast de Belgen ook wel best. Je zou denken, '4 tegen 2', dat moeten die Burkinesen afmaken. Toch ging het mis… de 1e keer al bijna 20 km voor de finish, toen de voorsprong van het 6-tal, ondanks het niet al te hoge tempo in het peloton, zienderogen achteruitliep. Tot dat de Belgische ploegleidersauto het peloton voorbij kwam gescheurd met Herman half uit het raam: 'of zijn ploeg het iets rustiger aan wou doen aan de kop van het peloton'! Zo gezegd, zo gedaan. De voorsprong groeide weer, terwijl het peloton zowat in de remmen moest knijpen… Het waren uiteindelijk de Burkinesen zelf die het lieten liggen in de kopgroep. Geen enkele demarrage werd geplaatst om het overwicht uit te buiten. En zo kon het gebeuren dat de Fransman won, en de Kameroenees 2e werd! Wat er vervolgens precies gebeurde zal waarschijnlijk nooit helemaal boven tafel komen. De Belgen voelden zich geflikt door de Fransen omdat er volgens hen een afspraak was. Maar de Fransen waren van mening: 'waarom jullie wel 4 etappes en wij niks?' Een en ander ontaarde die avond in een vrij genante vertoning tijdens het diner, waarbij nog net niet met de stoelen werd gesmeten… Wat is wielrennen soms toch gezellig…
Een ander bizar incident in deze etappe was de valpartij van mijn Duitse ploegmaat Karsten. Hij liet zich uitzakken om bidons te halen voor ons, om vervolgens van zijn fiets te worden gereden door…. onze eigen ploegleidersauto!!! Zoals ik al aangaf, je kunt beter niet op je snuit gaan in Burkina Faso, gezien de wegcondities. Alsof dat nog niet genoeg was werd Karsten ook nog opgeroepen voor de dopingcontrole door, jawel, onze bekendste Nederlandse UCI-commissaris ter plaatse: Martin Bruin. Van de Nederlanders moet je het maar hebben… Om voor mij onbegrijpelijke redenen meenden sommigen in onze ploeg het voorbeeld van Karsten in de volgende etappes te moeten volgen….
Wat 1 week zon + valpartij met je doet in de Tour du Faso…
De 8e etappe: Koulbila - Tenkodogo (149 km)
Weer een etappe waar 'de vlam in de pan sloeg', maar deze keer met de Slowaken in onze eigen ploeg. Eigenlijk gebeurde er niet veel in deze etappe, totdat Jozef, een van de drie Slowaken en kort geklasseerd, in een kopgroep terechtkwam. Jefte en ik wisten dat, maar we wisten ook dat de wegcondities deze etappe weer erg slecht waren. Voor in het peloton blijven was dus de veiligste optie. Op een gegeven moment kwam Martin nogal verontwaardigd naar voren met de vraag 'waarom wij mee op kop zaten?’ Kennelijk had hij niet door dat onze aanwezigheid voor in het peloton totaal geen invloed had op de Belgen, die ondertussen het gat van 4 min in ‘no time’ aan het 'dichtkletsen' waren. Na de rit ontstond er discussie hierover, en de kwalificatie 'toerist' viel nogal slecht bij mij, gezien mijn bijdrage tot dan toe voor de ploeg. Toch was het ergens goed voor, want de laatste etappes was er de wil om ons als ploeg te ‘tonen’. Die avond hadden we ons 2e bivak. Nog maar 2 etappes… Hoewel ‘de benen’ nog steeds goed waren na 8 dagen koersen, begon ik toch wel naar het einde uit te kijken. De hitte, het eten wat niet meer smaakte, de accommodaties, de verplaatsingen, de gevaarlijke wegcondities, de “stoelgang’, de schaarse momenten voor jezelf en om Burkina Faso te ‘absorberen’: het begon zijn tol te eisen….
Kinderen rondom het bivak
Burkinese vrouw met 'blote billen' kind
De 9e etappe: Tenkodogo - Fada N'Gourma (125 km)
Na de start was het al na een paar km duidelijk: de boel zou weer op de kant gaan! Ik wilde niet zoals in de 6e etappe verrast worden. Ik had goede benen en niet veel later waren we nog maar met 14 man over, waaronder de voltallige Marokkaanse ploeg (!), mijn Slowaakse ploegmaat Jozef en ‘last but not least’, onze Lionel… Jozef en ik hadden de afspraak dat hij in de finale zou proberen te ontsnappen en dat ik voor de sprint zou gaan. Ondanks een dappere poging van Jozef bleef alles bij elkaar en was het wederom Lionel die zijn 5e etappe pakte. Ik zelf zat op laatst niet zo fris, waardoor er voor mij niet meer inzat dan een 6e stek. Tot mijn verbazing werd ik toch opgeroepen voor de huldiging (ik bleek een of ander combi-klassement voor die dag te hebben gewonnen). Leuk om eens van dicht bij mee te maken. Nog leuker was de enorme tijdwinst die we boekten: ongeveer 12 min. Het gevolg was een behoorlijk sprong in het algemeen klassement, van de 23e naar de 11e plaats. Na afloop hoorden we dat weer een ploegmaat was gevallen. Dit maal onze Slowaakse vriend Peter. Helaas kon hij niet meer opstappen doordat hij zijn duim brak. Een behoorlijke domper, want hij stond 8e in het algemeen klassement op dat moment.
Wachten voor de start in Tour du Faso
Optredens bij de start in Tour du Faso
Een van de vele dagelijkse huldigingen
Tour du Faso rondemissen
Nieuwsgierige vrouwen bij de finish
De ‘VIP-tribune’ aan de finish
De 10e etappe: Bousse - Ouagadougou (100 km)
De laatste etappe! Nog ‘maar’ 50 km naar Ouaga en dan nog 10 plaatselijke rondjes van 5 km! Wederom stond er veel wind van opzij. Het was dus enorm opletten tot aan Ouaga, maar ook voor de gaten in de weg en valpartijen.. Het ging inderdaad vrij snel op de kant, maar dit maal hoefde ik me er niet tussen te wringen. Op een gegeven moment kwam Karsten voor mij rijden en zei: ‘blijf aan dit wiel!’. Vervolgens heeft hij in zijn uppie half naast de waaier, 50 km lang, voor mij op kop gereden. Dat Karsten een tempobeul was, wist ik al, maar hier stond ik toch wel even van te kijken! Toen we Ouaga binnenreden waren er niet meer dan 20 man over. Iedereen die erbij moest zitten zat erbij, ook Jefte. Helaas viel niet veel later Karsten weg, toen hij in een kuil reed (2 lekke banden!), want volgens mij had hij in de finale nog voor een verrassing kunnen zorgen. Uiteindelijk reed in de laatste 2 km er nog een groepje van 4 weg en werd het nog spannend tot aan de finish. In de laatste bocht konden we ze ‘ruiken’. Ik ging instinctief de sprint links aan, ondanks dat je aan die kant meer in de wind zat. Een juiste keus want aan de rechterkant reden ze elkaar zowat de hekken in (Jefte had 6 spaken uit zijn wiel!). Een paar jongens raapte ik nog op van het kopgroepje, maar er kwamen er ook nog 2 over mij heen gespurt. Van het overgebleven kopgroepje won de Fransman Julien Thomasi de sprint voor de Belg Jeremy Burton. Daarna een hoop commotie... De Fransman werd gediskwalificeerd wegens ‘onreglementair sprinten’, Jeremy werd tot winnaar uitgeroepen, en ik werd zodoende 4e in deze laatste etappe. De Fransen konden onderhand wel het bloed van de Belgen drinken, gezien de eerdere irritaties tussen deze twee ploegen! Dat alles interesseerde mij niet echt meer. Het zat erop, en ik was vooral blij dat ik heelhuids was gefinisht! Want inmiddels had ik gehoord dat Martin als derde man van onze ploeg onderuit was gegaan, waarbij hij nogal wat ‘behang’ was kwijtgeraakt…
's Avonds was er de officiele afsluiting van de Tour du Faso. De vele speeches zorgde voor nogal wat 'knikkebollende' renners. En dan was er die tafel met kitsche 'bling bling' bekers. Hilarisch om te zien hoe deze niet aan de renners, maar aan de VIPs, sponsors en lokale notabelen werden uitgereikt! De overgebleven bekers gingen terug de doos in, waarschijnlijk voor volgend jaar...
Kleurrijk Koudougou
Het peloton in galop langs een van de vele stilstaande meertjes
(dé bron voor malaria in Burkina Faso)
De laatste dag in 'Ouaga'
Bij het opstaan was de 1e gedachte: ‘vandaag geen stress, geen haast, geen fiets…een hele dag voor jezelf!’ Mijn voornemen was om toch nog wat van Ouaga en zijn mensen mee te maken, en om iets tastbaars van dit land voor thuis te scoren. Op een gegeven moment stond ik in, wat ik me heb laten vertellen, de oudste markt van West-Afrika. Mijn blanke verschijning op een racefiets was net een magneet. Binnen de kortste keren stonden de mensen rijen dik om mij heen (ook zoiets wat opvalt aan Burkina Faso: je ziet hier nauwelijks blanken). Er was één persoon die redelijk Engels sprak en mij wel wilde helpen bij het ‘shoppen’. Echter niet in het overdekte deel van de markt, omdat er volgens hem ‘wat tumult’ gaande was tussen de handelaren en de politie. Hij had het nog niet gezegd, of er ontstond een hoop rumoer om ons heen. De schare mensen om mij heen stoof alle kanten op, luiken werden dichtgegooid, en winkeleigenaren zag ik met angst in de ogen voorbij rennen. ‘Oké’, dacht ik, ‘volgens mij moet ik hier niet blijven hangen!’ Uiteindelijk was ik toch geslaagd en ging ik terug naar het hotel. Bij een stoplicht zag ik een melaatse, die op de hoek van een kruispunt al bedelend uitlaatgassen stond te happen. Toen drong het pas echt tot mij door, hoe arm Burkina Faso eigenlijk is. Tijdens de Tour d’Afrique, 3 jaar geleden, had ik ook wel armoede gezien, maar hier is het wel héél erg. Het is schijnbaar het derde armste land ter wereld. Als je echt een idee wilt hebben hoe ongelofelijk rijk wij als Westerlingen eigenlijk zijn… kom dan hier eens een kijkje nemen! Om op dit vlak toch met een positieve noot af te sluiten: de Tour du Faso levert ook zeer mooie dingen op. De ploegleider Herman Beysens en verzorger Ludo Delcroix, van de Belgische ploeg in deze tour, hadden namelijk in 2000 nog als renner aan de Tour du Faso deelgenomen. En dat op 50-jarige leeftijd! De insiders kennen Herman en Ludo waarschijnlijk wel. In de jaren zeventig waren het zeer verdienstelijke profs in de Molteni-ploeg van Eddy Merckx. Of hun deelname in 2000 door een ‘midlife crisis’ was veroorzaakt heb ik ze niet gevraagd. Maar ze waren in elk geval zodanig geraakt door Burkina, dat ze niet alleen elk jaar terugkomen met een ploeg voor deze koers… ze hebben hier ook de voorbije jaren maar liefst 66 waterpompen geplaatst (zie: www.vriendenvanburkinafaso.be). Kortom: respect!
Burkinese 'hairstyle'
Uiteindelijk ben ik de Tour du Faso als 11e geëindigd op 20m28 van de Marokkaanse winnaar Abdelati Saadoune. Het was een geweldige ervaring. Ondanks dat er onvoldoende tijd was om het land zelf, de cultuur, en de Burkinesen echt te leren kennen: ik ben blij dat ik het heb mogen meemaken!
Weer terug naar Afrika
sport, wielrennen, frijters, adrie, lezing, als, afrika, faso
Bijna 3 jaar na mijn deelname aan de Tour d'Afrique (een "monster"-wielerkoers van Cairo naar Kaapstad over 12.000 km) keer ik weer terug naar Afrika voor een nieuwe uitdaging....
Ditmaal om van 23 oktober tm 1 november 2009 deel te nemen aan de 23e Tour du Faso, welke wordt georganiseerd door de ASO (organisatie Tour de France). De hitte, de stof, de ontberingen zorgen elk jaar weer voor nostalgische beelden op de Belgische TV (Sporza). Oftewel, het wielrennen zoals dat was in Europa begin vorige eeuw. Het is ook het land waar Fausto Coppi eind 1959 malaria opliep, die hem begin 1960 op 40-jarige leeftijd het leven kostte...
Qua afstand tipt de Tour du Faso met 'slechts' 10 etappes (1300 km) bij lange niet aan de Tour d'Afrique, maar aangezien het een heuse 2.2 UCI wedstrijd betreft zal het niet minder zwaar worden.
Maarten Tjallingi was in 2003 de laatste Nederlandse winnaar in
Burkina Faso. De kenners weten hoe het hem is vergaan, nadat hij
daar ontdekte dat zijn talent veel meer op de weg lag dan in het
veld. De illusie dit na te doen heb ik alvast niet op 41-jarige
leeftijd
. Ik hoop vooral gezond te blijven,
uit te kunnen rijden, maar bovenal de beleving en passie die men
in Burkina Faso heeft voor het wielrennen te proeven. Het
wielrennen is daar na het voetbal de meest populaire sport.
Inmiddels is het de meest aansprekende koers op dit continent.
Ik neem deel aan de Tour du Faso met een Slowaaks team, bestaande uit 3 Slowaken, 1 Duitser en 2 Nederlanders, en om het allegaartje compleet te maken, een Belgische ploegleider...
De Tour du Faso zal te volgen zijn op diverse wielersites (oa http://www.letour.fr/indexTFA_us.html). Ik hoop daarnaast ook in de gelegenheid te zijn om over de Tour du Faso te berichten via deze blog
Adrie in Tanzania, Tour d'Afrique 2007
TV Gelderland besteedt (wederom) aandacht aan Tour d'Afrique en actie Tour d'ALS
faso, afrika, als, lezing, adrie, frijters, wielrennen, sport
Afgelopen donderdag 6 december heeft TV Gelderland (wederom)
aandacht besteed aan de Tour
d'Afrique en actie Tour d'ALS.
En wel in het programma
De Tien van Marlies (na
2m10s). In dit nieuwe programma van
presentatrice en boegbeeld voor TV Gelderland, Marlies
Claasen, worden hoogte- (en diepte)punten uit het Gelderse
heden en verleden voor u op een rijtje zet. Elke week een ander
onderwerp en elke week een top 10. Dit maal de top 10
van "Gelderse goedzakken". Ik beschouw het als een hele eer hier
bij te horen, maar ben bovenal blij dat hierdoor weer even de
aandacht op ALS wordt
gevestigd, de ernstigste spierziekte die er bestaat.
Marlies Claasen presenteert verschillende programma's voor
TV Gelderland. Vanaf 2001 was ze het gezicht van de
Geschiedenisbus, een zeer succesvol programma dat wekelijks meer
dan 300.000 kijkers trok en waarmee Marlies een NL Award voor
beste regionale programma in de wacht sleepte. De jury oordeelde:
Marlies is een ontwapenend en inspirerend presentatrice.
Om maar in wielertermen te blijven: dit is "De Finish". Oftewel,
mijn aller-, aller-, allerlaatste bijdrage. Hier ga ik afscheid
nemen. Genoeg over mijn Tour d'Afrique avonturen. Het is tijd
voor de afsluiting, namelijk wat er uiteindelijk is opgehaald
voor Stichting ALS Nederland. Laat ik maar gelijk met de deur in
huis vallen:
€ 15.525,=
Dat is het bedrag wat ik donderdag 27 september symbolisch heb
overhandigd aan Monique en Madelon van de Stichting. De bedoeling
was dat ik dit rond 20u00 zou doen. Uiteindelijk werd het 21u00.
We, of eigenlijk ik, zat nog te wachten op 1 gast uit België die
in Wageningen de weg naar de Patio was kwijtgeraakt door alle
wegwerkzaamheden: Gunther Tielemans. Gunther, nr. 3 van de
afgelopen Tour d'Afrique, had mij pas de dag ervoor gemeld dat
hij zou komen. Een bijzonder aangename verrassing omdat hij
gewoon een geweldige toffe vent is waarmee het ontzettend leuk
koersen was in Afrika. Voor Gunther was het vaak "hoe slechter,
hoe beter". Zo won hij in Soedan en Noord-Kenia de zwaarste
etappes. Niet lang nadat Gunther binnen was konden we van start
en heb ik een korte speech gehouden waarbij ik iedereen heb
bedankt, met name Bregta. Het was en is moeilijk, maar los van
alle andere zaken, zonder haar was het mij nooit gelukt om dit
bedrag bij elkaar te krijgen. Dat besef ik maar al te goed en zal
ik ook nooit vergeten.
Een woord van dank.
Monique haalt de cheque uit de envelop.
Monique legt uit waar dit geld zo hard voor nodig
is.
Het was een mooie afsluiting van actie "Tour d'ALS". Het was
bijzonder om (bijna) iedereen bij elkaar te hebben: sponsors,
vrienden, collega's, ex-collega's, kennissen, Tour d'Afrique
"rookies" en veteranen. Alleen zo jammer dat de avond te kort was
om met iedereen echt bij te praten. Bijvoorbeeld met Monique, de
zus van Vincent, die ik pas voor het eerst weer zag na zijn
uitvaart (was ook in de Patio!). Rond 0u30 was het afgelopen.
George en Gunther waren echter goed op dreef. We zijn dan ook met
een select gezelschap nog de kroeg ingedoken tot we ook daar
eruit werden gezet. De volgende dag heb ik Gunther terug gereden
naar België, tot aan Antwerpen. Daar hebben we, onder het genot
van wat pinten, nog goed nagepraat over de Tour d'Afrique en
"back to reality". Best wel raar om elkaar in een totaal andere
omgeving voor het eerst weer te ontmoeten. Dat had ik helemaal
met Jack van der Veen, die de afgelopen Tour d'Afrique heeft
geleid, en die ik een week ervoor ontmoette op zijn terugreis
naar de VS (hij kon er dus helaas niet bij zijn de
27e). Ik vraag me af of Jack zich ooit zal
"settelen"....
En nu (?), zullen sommige mensen zeggen, nu de inzamelingsactie
is afgesloten en de Tour d'Afrique inmiddels al bijna 5 maanden
achter mij ligt. Het is inderdaad tijd om er een punt achter te
zetten. Het is nu klaar..., een "belofte" is ingevuld... Ik moet
hierin niet "blijven hangen". Het afgelopen jaar is al bewogen
genoeg geweest! Het is tijd om dit hoofdstuk af te sluiten, de
pagina om te slaan, en aan een nieuw hoofdstuk te beginnen.
En toch...., toch blijkt het niet helemaal zo te
zijn....Plotseling krijg ik nu allemaal verzoeken voor lezingen
over mijn avonturen in Afrika. Er gaat dus nog meer geld
binnenkomen voor Stichting ALS Nederland. De leukste is toch wel
die voor een hele grote beurs, de bedrijfsauto RAI in Amsterdam
begin november, samen met Richard Bottram ("365 marathons against
cancer" in evenzoveel dagen ter nagedachtenis aan zijn overleden
partner Elisa Bila). De cursus "boeiend presenteren", welke ik
een paar weken ervoor op mijn werk had gehad, in een volledig
ander kader, komt nu mooi van pas. De lezingen die ik tot nu toe
heb gehouden (o.a. Rotaryclub Cuijk en Rotaryclub Elst) gingen
goed, lekker informeel en in een goede sfeer. De "Rotarians"
waren volgens mij echt onder de indruk van het foto- en
filmmateriaal. Wat ik nog het meest bijzonder vind na afloop zijn
de reacties, de mensen die naar mij toe komen en waarbij ik het
gevoel heb ze "geraakt" te hebben. Met name mensen die in hun
directe omgeving mensen hebben verloren aan ALS. Ze houden mij
"scherp"...Ik haal hier zoveel inspiratie, energie en voldoening
uit! Het zal straks afkicken worden, als het rustig wordt, en dit
allemaal achter de rug is.
Ongeveer 1 jaar terug begon ik met dit verhaal. Nu ben ik
bezig aan mijn laatste regels. Ik voel me weer goed. Het zwarte
gat wat volgens velen mij stond te wachten na de Tour d'Afrique
was er inderdaad, ik heb er (heel diep) ingezeten. Om exact te
wezen, net zolang als dat ik in Afrika ben geweest: 4 maanden. Ik
ben er echter weer aan het "uitkruipen". Mij is het
gebeurd, maar al die mensen die praten alsof men daar automatisch
in terechtkomt geef ik geen gelijk. Dat vind ik te gemakkelijk,
ieder verhaal is uniek.... ook die van mij. Daarom ter afsluiting
een gezegde waar ik mij tegenwoordig helemaal in kan
vinden: "What doesn't kill you, makes you
stronger"!!!
Tot ziens...
Adrie

Ik ben nu bijna net zo lang terug in Nederland (4 maanden)
als dat ik in Afrika zat. Een raar idee. Maar goed, hoog tijd om
eens terug te blikken. Ten 1e wat betreft de einduitslag.
Uiteindelijk bleek ik de Tour d'Afrique gewonnen te hebben met
bijna 12 uur voorsprong. Dit lijkt heel veel maar ik weet dat het
tijdsverschil veel kleiner was geweest als Chris minder vaak ziek
was geweest en minder pech had gehad dan ik. Sommigen zeiden dat
ook dit iets is wat je afdwingt. Maar toch, als ik terug denk
aan: die dag dat ik zo ziek was dat ik niet kon fietsen, mijn
operatie in Nairobi, de blaasontsteking twee dagen later, toen
mijn fiets werd gejat, die dag dat mijn stuurpen brak, etc.. Dit
soort misère was telkens op rust of "niet-race"dagen. Hoe dwing
je zoiets af denk ik dan?

Officiële einduitslag Tour d'Afrique 2007
Voor wie echt kickt op cijfers: de recordtijd van de Tour
d'Afrique stond tot nu toe op 379 uur, 43 minuten en 7 seconden
op naam van de Amerikaan Matt Caretti (TdA2006). Zowel Chris als
ik zijn er dus met respectievelijk met 2u46m11s en 14u41m12s
ondergedoken. Van de 27 deelnemers die op 13 januari in
Caïro aan het vertrek stonden, en er op 12 mei in
Kaapstad nog steeds bij waren, bleken er uiteindelijk
slechts 10 die echt "Each F***ing Inch" (de beruchte
"EFI-status") op eigen kracht hadden afgelegd. Van die 10
"doorzetters" kwamen er toch maar mooi 3 uit Nederland.
EFI status:
- Eva (Nederland)
- Jan (Nederland)
- Adrie (Nederland)
- Andrew (Canada)
- Lucette (Canada)
- Pierre (Canada)
- Remy (Canada)
- Marc (Canada)
- Marcus (Duitsland)
- Alice (Zuid-Afrika)
En
dan nu mijn persoonlijke gegevens (uit mijn Polar
CS200):
-
Doorgebrachte tijd op het zadel: 403,5 uur.
- Kms op het tellertje:
11532,1
km.
- Oftewel: gemiddelde snelheid
(11532,1/403,5) 28,6
km/u. Dat is dus lager dan de officiële tijd van de
organisatie (zij rekenen namelijk de "non"-race dagen niet mee,
en die gingen natuurlijk niet zo hard).
- Kortste (volledige) etappe:
55 km
(9e etappe vanaf Wadi Halfa in Soedan).
- Langste etappe: 204,8 km (81e
etappe naar de grens met Namibië).
- De snelste etappe legde ik af
met een gemiddelde van 45 km/u (3e
etappe in Egypte over 142 km).
- De langzaamste etappe reed ik
met een gemiddelde van 12,8 km/u (29e
etappe, bergtijdrit "de Blue Nile Gorge", een onverharde
superzware klim van 22 km).
- De op 1 na langzaamste etappe is
ook het vermelden waard. Deze was volgens velen achteraf de
zwaarste. Oftewel, de 41e etappe naar Marsebit door
"de hel van het noorden" in Kenia (85 km over keien zo groot als
bakstenen, zware wind tegen, een zandstorm van 2 uur en een zware
klim over de laatste 20 km). Hier haalde ik een gemiddelde van
15,3
km/u.
- Maximale snelheid: 81,7 km/u (een afdaling
tijdens de 4e etappe in Egypte).
- Totaal hoeveelheid energie die
ik heb verbruikt over 95 etappes: 239.634 kcal (op basis van
mijn gewicht, hartslag en tijdsduur etappes).
Het
laatste is een leuke als je verbrandingswaarden beschouwd. Zo
heeft een persoon van mijn gewicht een skelet van 13 kg. Van de
rest is tweederde water, en resteert er ongeveerd 20,5 kg
gedroogd vlees. Dit laatste heeft een verbrandingswaarde van 6000
kcal/ kg. Het verdampen van 41 L water kost ca. 23000 kcal
(bron: www.nwk.info).
Ik heb dus een verbrandingswaarde van (20,5 x 6.000) –
23.000 = 100.000 kcal. Een beetje luguber idee misschien, maar ik
heb mezelf in deze Tour d’Afrique (239.634/100.000) dus
bijna 2,5 x verbrand!!!!
Google je
naar andere interessante bronnen dan vind je nog meer leuks,
bijv. www.calorietabel.nl.
Zo staat mijn hoeveelheid verbruikte energie gelijk
aan:
- 282 kg aardappelen (1 kg
aardappelen = 850 kcal)
- 922 L karnemelk (1 L = 260
kcal)
- bijna 2000 kg witlof (1kg = 120
kcal)
De thuiskomst was ronduit overweldigend. Nadat
Bregta mij had opgehaald op het vliegveld van Dusseldorf werden
we de 1e dagen na thuiskomst volledig geleefd. Ik kwam midden in
de nacht van 14 op 15 mei thuis maar de volgende dag stond SBS6
al om 10u op de stoep. Bij de opnames voor Hart van Nederland zag
ik pas goed hoe de straat had meegeleefd, gezien de spandoeken
die er waren opgehangen.
Hoezo geweldige
buurt!?
Dezelfde middag moest ik naar Amsterdam voor een "live opname" in
het programma "Wat Heet" van de VARA met Leon Verdonschot als
presentator. Ik zat een beetje in de rats want ik was gevraagd
mijn Tour d'Afrique fiets mee te nemen. Behalve mijn handbagage
was dit de dag ervoor echter allemaal achtergebleven in Munchen,
waar ik moest overstappen voor mijn vlucht naar Dusseldorf. Mijn
telefoontjes in de ochtend naar Duitsland sorteerden gelukkig
effect. Uiterlijk moest ik om 16h30 weg om de live-uitzending in
Amsterdam te halen. Een kwartier voor vertrek kwam een auto met
een Duits nummerplaat in de Cor Bruijnstraat aangescheurd. Met
een zucht van verlichting herkende ik mijn fietsdoos die werd
afgeleverd en begon gelijk met uitpakken. En jawel, 15 minuten
later waren we onderweg richting Amsterdam naar Artis, met
fiets... En daar zit je dan, opgegroeid als boerenzoon uit het
Brabantse Rijsbergen, tussen coryfeeën als Gordon en de bekende
regisseur Jean van de Velde (van o.a. Wild Romance, een film over
Herman Brood). Leuk om eens van dichtbij mee te maken hoe dat nu
eigenlijk allemaal gaat, zo'n uitzending. Vooral met Jean had ik
een aangename ontmoeting. In tegenstelling tot Gordon geen last
van een groot ego, en dus gewoon gezellig gekletst over Afrika
(hij is zelf geboren in Belgisch Congo).
Uitzending "Wat Heet" van de VARA op 15 mei
2007
Dezelfde week kwam ook TV Gelderland langs, en DALUX, de locale
omroep van Wageningen. Ook waren er diverse interviews voor
diverse bladen. Of dit "my 15 minutes of fame" waren (een
beroemde uitspraak van Andy Warhol n.a.v. TV programma's als Big
Brother etc.), wie zal het zeggen? Het was zeker leuk om mee te
maken, maar bovenal hoop ik een bijdrage te hebben geleverd als
het gaat op het verkrijgen van aandacht voor de strijd tegen
spierziekte ALS.
Uitzending TV Gelderland op 16 mei 2007

Sommige bladen zoals Metro pakten groots uit
Hoe is het gegaan in die 4 maanden na de Tour d'Afrique? Wat
betreft het fietsen was ik erg benieuwd in wat voor conditie ik
in Nederland bij de criteriums aan het vertrek zou staan. Voor
mijn gevoel bestond er geen tussenweg: OF héél goed OF héél
slecht. Ik zal niet ontkennen dat ik stiekem hoopte dat ik de
"straatstenen eruit zou rijden". Ik had immers voor het eerst in
mijn leven voor 4 maanden als een prof geleefd! Het
tegenovergestelde bleek het geval! Ik had totaal geen
snelheid meer, en vooral het aanzetten na bochten was ik kwijt,
wat zo belangrijk is in criteriums, Het absolute dieptepunt was
de ronde van Vaassen waar ik na minder dan 2 rondjes gewoon uit
het peloton werd gereden. De oorzaak was echter niet alleen
fysiek, het was vooral een mentale kwestie. Nog meer dan voorheen
ben ik ervan overtuigd dat conditie vooral iets is wat tussen je
oren zit. En het zat niet goed tussen mijn oren...
Heel veel mensen vroegen mij na terugkomst of ik weer kon wennen
aan Nederland. Sommige collega's vroegen zelfs hoelang ik nog bij
mijn werkgever zou blijven! In het begin had ik zoiets van "wordt
mij hier een probleem aangepraat?". Maar als dan de
concentratieproblemen komen, omdat je nog steeds met je hoofd in
Afrika zit, je niet eens een uurtje ontspannen voor een TV kunt
zitten (niet dat je dan zoveel mist, maar toch...), nog steeds
onrust in je lijf hebt....Tja, dan ga je nadenken of je vrienden
en collega's een logische vraag stelden. De terugkomst is
inderdaad zwaar. In Afrika was ik immers zo in mijn element en
hier moet ik weer terug "mijn hok" in. Maar het was meer dan
alleen Afrika en de daarop volgende cultuurshock. Ik heb in de
afgelopen tijd ook een paar harde levenslessen gehad. Toch,
ondanks alles kan ik mij ook bevoorrecht voelen. Bevoorrecht, om
wat mensen mij hebben laten inzien als het gaat om, wat ik
precies wil, waar ik flink in tekort schiet, waar ik hard aan
moet werken. Ik heb het nog nooit zo scherp gehad. De Tour
d'Afrique was een ervaring waarover ik niet melancholisch dien te
zijn, maar waarmee ik iets positiefs kan doen. DAT is mijn
volgende grote uitdaging!
Om maar gelijk met het positieve te beginnen: op 16 juni was er
het jaarlijkse evenement "Trap ALS de wereld uit". In 7
provincies werd die dag door honderden deelnemers geld bij elkaar
gefietst voor Stichting ALS. Men had mij gevraagd om mee te
helpen bij een van de inschrijfpunten in Noord-Brabant,
wielerzaak Van Boxel in Galder. Hier heb ik ooit van mijn eerste
spaarcenten mijn eerste racefiets gekocht. Het was een leuk
weerzien. Zelf heb ik ook deelgenomen aan de fietstocht door het
mooie Brabantse land. Alleen al in
Brabant werd ruim 4000 Euro opgehaald! Een week later
fietste ik de laatste kms mee van de "London to Amsterdam Cycle
ride 2007". Hier heb ik zo'n 50 zeer betrokken deelnemers uit
Engeland ontmoet die elk aanzienlijke bedragen bijeen hadden
gefietst voor de Motor Neurone Disease Association uit Engeland,
waar Stichting ALS Nederland goede contacten mee heeft. Weer een
tijdje later kwam er een telefoontje uit Rijsbergen, mijn
geboortedorp. Of ik het startschot wilde komen lossen bij de
jeugdcategorieën bij de 37e "Plattesturenkoers"! Nu is het zo dat
precies 25 jaar geleden ("shit", een kwart eeuw terug!) ik hier
mijn aller-, allereerste overwinning boekte als ventje van 14
jaar, op een fiets waar ik de spatborden, bagagedrager, etc. de
avond ervoor zelf had afgeschroefd. Feitelijk ben ik hier mijn
"wielercarrière" begonnen.
"Plattesturenkoers" in Rijsbergen: de eer van het lossen van
startschoten bij de jeugd
Ik heb op deze "Plattesturenkoers" ook foto en filmmateriaal van
de Tour d'Afrique gepresenteerd en natuurlijk ook zelf
deelgenomen bij de "senioren" categorie. Het unieke aan de
"Plattesturenkoers" is dat dit volgens mij het enige omnium in
Nederland is wat bestaat uit eerst een koers op echte
racefietsen, gevolgd door een koers op GEWONE(!) fietsen. Ik had
al ruim een maand niet meer gekoerst, zo slecht ging het. Maar
voor het eerst sinds 3 maanden, na de laatste racedag in
Zuid-Afrika, was er dan plotseling toch weer dat gevoel: goede
benen én "ZIN" in koersen! Het voelde goed om weer eens "af te
kunnen maken", en het is zodoende nog steeds mijn enige koers
waarbij ik 1 op 1 scoor qua deelname en winnen ('82, '83, '05,
'07).
Winnaar in Tour d'Afrique shirt, op een GEWONE fiets
(!!!),
onder toeziend oog van pa (rechts in
wit hemd)

Interview door speaker Kees de Koning

Huldiging top 3 "Plattesturenkoers" 2007
Dezelfde week stond het criterium in Ede voor amateurs A op het
programma, ook een omnium, maar dit maal een tijdrit van 1 ronde
gevolgd door een criterium. Vorig jaar werd ik 2e in de tijdrit
en won ik het criterium. Deze keer was het enigszins andersom met
een overtuigende zege in de tijdrit en een 14e plaats in het
criterium! Nu wist ik het zeker: ik heb eeeeiiiiiindelijk mijn
oude benen terug!

Winnaar tijdrit wielerronde Ede, 23 augustus '07
Maar nu komt het gekke: hoewel het wielerseizoen doorgaat tot
eind september, na dit succes was er ook gelijk het gevoel: "ik
kan het nog.... DUS is het mooi geweest!". Dat racen is leuk
maar o zo relatief. Ik heb op dit moment belangrijkere dingen om
aandacht aan te besteden. Het wordt hoog tijd om de pagina om te
slaan, waarin de Tour d'Afrique en actie Tour d'ALS voor meer dan
een jaar zo centraal hebben gestaan, en aan een nieuw
hoofdstuk te beginnen. Maar geruisloos hoeft dat niet te
gebeuren. Ik kijk dan ook uit naar de geplande feestavond eind
september, met alle sponsors, vrienden, kennissen, collega's, ex-
en nieuwe (10 in 2008!) Tour d'Afrique deelnemers. Deze avond,
omlijst met "Tour d'Afrique 2007" foto's, filmpjes en muziek, zal
eindelijk het eindbedrag van actie Tour d'ALS bekend worden
gemaakt en worden overhandigd aan Stichting ALS
Nederland.

Uitnodiging avondje TdA/ ALS 27 september
Zuid-Afrika
faso, afrika, als, lezing, adrie, frijters, wielrennen, sport
Dit is het dan, het laatste “stukje” van deze Tour
d’Afrique: Zuid-Afrika! Voor mij een gekke gewaarwording
dat dit mijn allerlaatste bijdrage over Afrika is. Ik schrijf dit
op een hoogte van ongeveer 10 km, ergens boven Namibie, terwijl
ik onderweg ben naar huis. De eerste 1,5 uur van mijn vlucht
waren enigszins met weemoed. Ik kon namelijk met behulp van de
vluchtinformatie zien waar ik vloog. Op een gegeven moment
herkende ik beneden mij de Fish River Canyon, de weg ernaar toe
die ik voor honderden km heb gevolgd, en de stad Windhoek vanwaar
ik vertrok. Raar om vanaf deze hoogte te zien waar ik langs heb
gefietst. Nog vreemder is het om te ervaren dat waar ik 365
uur nodig heb gehad om Afrika van noord naar zuid te doorkruisen,
deze Airbus het omgekeerde in 9 uur doet!
Mijn verblijf in Zuid-Afrika was het kortst in vergelijking met
de andere 9 landen. In “slechts” 6 etappes zijn we
vanaf het grensplaatsje Vioolsdrift naar Kaapstad gefietst. De
aankomsthaltes waren respectievelijk, Springbok, Garies,
Vanrhynsdorp, Elandsbay, Yzerfontein, Kaapstad. Alles bij elkaar
bijna 800 km.

Route door Nambie, TdA2007
De grenspassage van land nr. 10: Zuid-Afrika!
Het begin in “land nr. 10” was alvast goed vanwege de
prachtige omgeving. Een indrukwekkend bergmassief markeert bij
het plaatsje Vioolsdrift de grens tussen Zuid-Afrika en Namibie.
Het was heet die middag bij aankomst. Daar kwam bij dat ik nog
redelijk vermoeid was van de tijdrit die ochtend in Namibie. Al
bij al was ik dus aardig aan de kook. Gelukkig was er een rivier
bij de kampeerplaats waar ik direct kon inspringen. Met mijn
slaapmatje als vlot had ik in het verkoelende water even helemaal
niets meer nodig.
“Cooling down” na de 89e etappe
De volgende ochtend gingen we op weg naar de volgende
“etappe-plaats”: Springbok. Ik ging een beetje met
tegenzin weg omdat het toch wel een bijzonder mooie omgeving was
waar we zaten. De zonsondergangen en opkomsten zijn hier
werkelijk prachtig, met als decor Orange river en de
daaraangrenzende bergen.
De Orange rivier
Zonsondergang bij Orange rivier
Zonsopkomst bij Orange rivier
De laaghangende mist over Orange rivier in de vroege
ochtend
De etappe naar Springbok begon met een lange
geleidelijke klim van ongeveer 25 km. In het begin van de klim
toen het tempo nog rustig was merkte ik dat Eva,
“onze” Nederlandse die het klassement bij de vrouwen
aanvoert, er niet meer bij zat. Dat was vreemd omdat ze normaal
gesproken dit tempo aankon. Ik liet me afzakken om te kijken wat
er aan de hand was. Ondertussen gokte ik erop dat het
nog even rustig zou blijven voorin. Eva gebaarde al snel dat
ze “platte” benen had. Toen ik weer naar voren
fietste merkte ik pas hoe verkeerd mijn inschatting was om mij af
te laten zakken. Chris had inmiddels alle registers
opengetrokken! In de verte zag ik hem rijden. Ik schatte het gat
op een minuut. “Verdorie”, dacht ik, “gisteren
al een halve minuut op hem verloren in de tijdrit, en nu weer een
“tijdrit” tegen elkaar? Hem laten lopen stond gelijk
aan het opgeven van mijn kansen op het winnen van deze laatste
sectie. Voor het eindklassement hoefde ik me geen zorgen te
maken, daarvoor lag ik voldoende voor. Even twijfelde ik daarom,
maar het eergevoel en de frustatie van mijn verlies in de tijdrit
de dag ervoor, overheersten. Ik schakelde een paar tanden bij en
ging vol in de achtervolging. Het werd weer afzien in de meest
pure vorm. Continu zat ik met een hartslag van 175 op het randje
van complete verzuring. Door het snot en zweet keek ik vanuit
mijn ligstuurtje soms naar voren: “Ik pak meters terug, het
gaat lukken”. Een paar km verder was het: “Shit, hij
loopt weer uit, ik kan niet meer!”. Een paar keer
stond ik op het punt de handdoek in de ring te gooien. Na 15 km
achtervolgen zat ik op ongeveer 20 seconden. “Niet opgeven
nu, niet opgeven” ging het door mij heen. Het was
voor mijn gevoel de langste 5 km in deze tour, maar
uiteindelijk kwam ik tot op zijn achterwiel. Voor Chris het
sein om weer “rechtop” te gaan zitten. De rest van de
etappe kwam ik gelukkig niet meer in de problemen en na 125 km
spurtte ik naar de overwinning. De middag erop heb ik in
Springbok een kapper bezocht. Jawel, naar het einde toe begint
deze jongen er weer verzorgd uit te zien! Gaten in sokken
zijn nog te verbergen, maar dat geldt niet voor een "shabby"
haardos!
Naar het einde toe: de steeds grotere gaten in onze
sokken
Eenmaal bij de kapper zag ik weer hoe mooi en creatief het
Afrikaans kan zijn toen ik het volgende zag:
“AANDAG ! ! ! AANDAG
ALLE KLIEëNTE MOET ASSEBLIEF GEDULDIG WEES
BAIE DANKIE, personeel
Het was een beetje een speciale dag omdat ook Henry Gold bij onze
groep aansloot. Henry is de uitvinder en “Godfather”
van het mooiste fietsevenement ter wereld: de Tour
d’Afrique. Zijn aanwezigheid was gelijk te merken aan het
eten. In de resterende etappes tot aan Kaapstad werden we
plotseling verwend met “English breakfast”, kaas en
vleesbeleg bij de lunch, en avondeten om door een ringetje te
halen. Gekscherend werd er dan ook opgemerkt: “Was hij maar
in de 1e week van de Tour d’Afrique langs
gekomen!”
Henry de oprichter van de TdA die Miles, onze kok, onder druk
zet?
In de volgende etappes naar respectievelijk Garies en
Vanrhynsdorp gebeurde er niet veel bijzonders. Wel veranderde de
sfeer. Voor mijn gevoel werd iedereen wat gemoedelijker en
een beetje melancholisch. Naar het einde toe gingen we steeds
meer terugblikken. Toch sloeg nog 1 keer de vlam in de pan. Met
nog 2 racedagen te gaan bleek er geen vergunning te zijn
afgegeven om ons op de N7 te laten fietsen.
Remy en Mark, allebei Canadezen, delen hun
“TdA-avonturen”
“Baby” Sean en Nels, ook twee Canadese
deelnemers, mijmerend over wat ze allemaal hebben meegemaakt de
afgelopen maanden
Ikzelf in gezelschap met de lokale “kamp”-kat (of
ging het alleen om mijn warme laptop?)
Langs de N7 bij Vanrhynsdorp, met op de achtergrond de
prachtige Gifberg bij Vanrhynsdorp (nog maar een paar honderd
km!)
De organisatie had hier duidelijk geblunderd omdat men het zich
pas de avond ervoor realiseerde. Op het laatste moment
werd een alternatieve route bedacht. Op zich geen punt ware
het niet dat ongeveer driekwart ervan onverhard was. Het
“emotionele” afscheid van het laatste stukje
onverhard” in Botswana was duidelijk voorbarig geweest!
Sommigen waren echt “over de zeik”. Het probleem was
namelijk dat iedereen dezelfde avond op het allerlaatste moment
weer banden moest verwisselen, terwijl deze allemaal
(zo’n 250 stuks) op één hoop bovenop de truck lagen. Ook
was er geen idee wat de conditie van de alternatieve route zou
zijn. Vreemd genoeg werd aan ons, de renners, de keus gelaten om
er al dan niet een racedag van te maken. Omdat niet alle renners
tijdig banden konden wisselen en we de risico’s
niet kenden besloten we niet te racen. Voor mij had dat
wel wat voordelen. Zo heb ik me de volgende dag voorbeeldig als
echte “expeditie/ leisure-rider” gedragen. Na 25 km
stopte ik in Vredenburg voor mijn (achteraf) beste cappucino die
ik in Afrika heb gedronken, en heb ik 1,5 uur zitten internetten
voordat ik mijn weg vervolgde. Ook had ik weer ruimschoots de
gelegenheid voor het maken van mooie kiekjes. De streek rond
Vredenburg is namelijk een prachtig wijngebied.
Mijn beste cappucino die ik in Afrika heb gehad
Langs de weg tussen Vanrhynsdorp en Vredenburg
Nog eens de Gifberg tussen Vanrhynsdorp en Vredenburg
Ik kwam die dag als laatste (voor het eerst deze tour) in mijn
eentje bij de lunch-truck aan. Het deed mij goed om te merken dat
ze zo lang op mij hadden gewacht. Hierna vervolgde ik mijn
weg naar Lamberts bay, voor weer een bijzonder moment. Na vier
maanden voor het laatst de oceaan gezien te hebben in Egypte (de
Rode zee), wachtte nu aan de andere kant van Afrika voor mij de
Atlantisch oceaan! Ik meende onderweg in de verte al iets blauws
te zien. Ook kon ik de frisse zeelucht al ruiken. Als vanzelf
gingen mijn gedachten terug naar de woestijnen van Egypte en
Soedan, de zware klimmen over onverharde wegen en de vele
kinderen langs de wegen in Ethiopie, de “bakstenen”
waarover ik heb gereden in noord-Kenya, de modder in Tanzania,
“Chitimba beach” in Malawi, de ellenlange rechte
“Elephant Highway” in Botswana. Het was een van die
spaarzame fietsmomenten, waarbij ik besefte dat het toch allemaal
wel heel bijzonder is geweest wat ik hier op dit schitterende
continent heb beleefd.
Tussen Vredenburg en Lamberts bay
Op het strand bij Lamberts bay
Na bij Lambert’s bay even op het strand te hebben
rondgehangen vervolgde ik mijn weg naar Elands bay waar de finish
lag. Deze 40 km lange weg volgde de kustlijn, waarvan ik met
volle teugen van genoot.
De kust tussen Lamberts bay en Elands bay
De avond was ik druk met van alles en nog wat. De dag erna stond
namelijk de ALLER, ALLER, ALLERLAATSTE racedag op het
programma!!!!!!!!!! Hoe belangrijk ik een wedstrijd vind kun je
bij mij afmeten aan hoe minutieus ik een fiets poets. Die avond
was mijn karretje weer spik en span! Ook vervangde ik mijn
nummerplaat 114 door die van “RACE LEADER”. Deze had
ik al vanaf de 1e etappe in Egypte erop kunnen doen, maar ik vond
dat toen nogal arrogant om te doen, en hetzelfde als “de
goden verzoeken”. Nu met de laatste racedag in het
verschiet vond ik echter dat ik het wel had verdiend. Ik had er
tenslotte vier maanden voor afgezien waarbij letterlijk
bloed, zweet en tranen hebben gevloeid.
Zonsondergang bij Elands bay
De mist in de vroege ochtend bij Elands bay
De fietsen van de "Race Leaders", gereed voor de
allerlaatste racedag
Ik was best zenuwachtig voor deze laatste racedag. Ik stond
immers nog steeds slechts 30 seconden achter op Chris voor de
laatste sectie, genaamd “Diamond Coast”. Er resteerde
mij nog maar 1 etappe om het een en ander recht te
zetten. Zou hetzelfde lukken als in de vorige sectie
(“Elephant Highway”), waarbij ik de 16 seconden die
ik toen achter lag op Chris, in een ultieme aanval
goedmaakte?
Het zou allemaal heel anders lopen dan ik dacht! Na het verlaten
van Elands bay moesten we eerst 10 km over een onverharde weg.
Het was volgens de organisatie een perfecte weg, maar we spraken
desondanks af om hierna pas te gaan racen. Nadat we weer op het
asfalt zaten, merkten we dat Janet, de vrouw van Chris, was
afgehaakt. We vertelden Chris dat we op haar wilden wachten. Hij
gaf echter te kennen dat ze al in de auto was gestapt. De
onverharde weg bleek zo slecht te zijn dat haar pols weer
opspeelde, die ze in Dongola (Soedan) had gebroken. Weer 10 km
later merkte ik dat Chris niet meer wilde racen. Op mijn vraag
waarom, antwoordde hij dat hij het helemaal had gehad met de
organisatie. Het onverharde deel was volgens hem helemaal niet zo
goed als de organisatie had aangeven, gezien het feit dat Janet
er niet doorkwam. Op dat moment stond ik voor het blok. Ik, en
andere renners, hadden ons verheugd op deze laatste racedag. Ik
bood hem nog aan om niet tegen elkaar te racen. Zo zou hij de
laatste sectie kunnen winnen, en hield ik een kans om de laatste
etappe te winnen in een spurt. Ik gunde hem op dat moment die
laatste sectie, al was het alleen maar omdat hij de meest
sportieve renner van ons allen was. Weer 10 km later keek ik om
en was Chris in geen velden of wegen meer te bekennen. Hij had
zich laten lossen uit de racegroep. Op dat moment dacht ik:
“ok, dit is zijn keus”. Mezelf ook uit de groep laten
lossen, en daarmee de overwinning van de laatste etappe aan een
ander laten, ging mij te ver. Op 8 km voor de finish in
Yzerfontein demarreerde ik tenslotte uit de kopgroep, die op dat
moment nog uit 5 man en 1 vrouw (Eva) bestond. Andrew Cameron
drong nog het meeste aan. Op een gegeven moment pakte ik echter
ongeveer 100 meter, die ik met hand en tand verdedigde. De
ontlading was groot toen ik de finishvlag van de allerlaatste
racedag in de verte zag. “Ik heb de Tour d’Afrique nu
definitief op zak”, ging verschillende malen door mijn
hoofd.

Mijn finish van de allerlaatste “95e”
etappe
Aankomst op de laatste kampeerplaats (Pas op!! Kinders op
fietse!)
Die dag drong het goed tot iedereen door: dit is de allerlaatste
kampeerplaats!Het werd een supergezellige mooie avond. De
champagne smaakte ons goed. Verschillende mensen droegen iets
voor in de “talenten-show” welke werd georganiseerd.
Met name Chris verraste ons met een zelfgeschreven lied, waarbij
hij niemand spaarde....
De volgende ochtend stond ik op, voor wat ik mijn 2e finish noem.
Na de laatste racedag stond nu immers de laatste
"niet"-racedag van ongeveer 80 km naar Kaapstad op het
programma. Al gauw na vertrek besloot ik alleen te fietsen. Ik
wilde gewoon op mezelf zijn deze laatste etappe. Ik had deze Tour
d’Afrique al genoeg tussen de wielen gezeten.
Onderweg naar Kaapstad: de laatste 80 van 12000 km op de
fiets door Afrika
Het gevolg was echter nogal bizar. Maar liefst 94 etappes,
oftewel 11920 km, heb ik geen enkele keer verkeerd gereden. We
zouden net buiten Kaapstad verzamelen voor een gezamenlijk
konvooi de laatste 20 km, om zodoende gezamelijk
te finishen. Ik miste die afspraak volledig en kwam op een
gegeven moment op een soort van snelweg terecht met mijn fiets.
Te laat realiseerde ik mij dat ik totaal verkeerd
zat.
Vlak voor Kaapstad, met uitzicht op de Tafelberg (ik was
inmiddels de weg al volledig kwijt)
Het kwam uiteindelijk toch weer goed toen ik een afslag zag met
daarop “Waterfront”. Ik herinnerde mij dat we
daar moesten finishen. Uiteindelijk kwam ik 2 uur te vroeg
aan. Voor de grap zei ik ter plekke dat ik ten koste van alles
ook deze laatste etappe als 1e wilde aankomen. Leuk vond ik het
echter niet. Ik wilde die laatste km’s met de rest
beleven.... Eén van de vrijwilligers begreep dit en bracht mij
naar de plaats waar de burgemeester van Kaapstad bij het konvooi
zou aansluiten, zo’n 5 km voor de finish.
Wat volgde was onvergetelijk. We werden binnengehaald als helden.
Zelfs de consul-generaal van Nederland, Dhr. Bosscher was
aanwezig, speciaal voor de Nederlandse deelnemers. Van alles ging
door mij heen, mijn beste vriend Vincent die er niet meer is, de
zonnebloemvelden in Tanzania, Stichting ALS, mijn sportieve doel,
EFI, de vrienden die ik hier heb gemaakt, de
“engeltjes” op mijn schouder en die mij niet in de
steek lieten, Nels zijn woorden in Ai Ais(“You have won
this Tour, you are still EFI despite surgury, sickness, etc., and
above all, you have done this for a good cause!). Een
ex-deelnemer vertelde me gisteren dat de Tour d’Afrique je
leven echt veranderd. Hij kan wel eens gelijk hebben/
krijgen...
Eindelijk, de finish na 12000 km dwars door
Afrika!
Op weg van de finish naar het podium
Eva en ik, samen met de burgemeester van Kaapstad en Henry Gold,
de oprichter van de Tour d’Afrique
Samen met Jan en Eva op het podium
Nog een keertje, maar nu samen het Kenyaanse
tandemteam
Henry Gold met een inspirerende speech
Als reactie op de “Race leader”-platen van Eva en
mij: Patrick (midden) met een “Race
loser”-plaat
De Tour d’Afrique 2007 werd afgesloten met een grandioos
diner. Iedereen genoot nog één laatste keer van wat we met zijn
allen hadden bereikt. De volgende ochtend stond ik in een roes
op. Dit was het dan.... Niks hoeft meer. Ik hoef niet meer op te
staan om 6 uur in de ochtend, mijn tent in te pakken, naar de
truck te lopen om alles in mijn rode doos te stoppen, ontbijten,
etc., etc.. Iedereen gaat vanaf nu weer zijn eigen weg.
Het kleine overzichtelijke wereldje waar ik 4 maanden
in leefde is nu echt voorbij...
Bij het opstaan resteerde mij nog maar 1 dag in Afrika. De
volgende dag stond mijn terugvlucht naar Nederland al gepland. De
eigenaar van het hotelletje waar ik zat vertelde me dat ik dan in
elk geval de Tafelberg op moest. Zijn wijze raad heb ik
opgevolgd. Het was een prachtige dag en mijn laatste uitzichten
over Afrika waren inderdaad indrukwekkend. Een mooie manier om af
te sluiten.
Vanaf de Tafelberg met het uitzicht op Duivelsberg (links) en
Robben Island (midden-boven), waar Nelson Mandela heeft
gezeten
Nog eens Robben Island, maar nu vanuit een ander
perspectief
Uitzicht op de Atlantisch oceaan vanaf de Tafelberg
Bij het verlaten van de Tafelberg, viel mijn oog op het
uitgangsbordje in het Afrikaans, Xhosa en Engels. Het is zowel
een aanwijzing voor de uitgang als een dankbetuiging voor het
bezoek aan de Tafelberg. Symbolischer kon bijna niet. Het is
precies zoals ik het zelf voel. De Tour d’Afrique zit erop,
“mission accomplished”, tijd om er een punt achter te
zetten, tijd om verder te gaan, EXIT! Maar tegelijkertijd:
dank jullie wel voor alle mooie reacties, de bemoedigende
woorden, DANKIE, ENKOSI, THANK YOU! Ze hielden mij hier op de
fiets!
Inmiddels is mij duidelijk geworden dat het in Nederland een
beetje gekkenhuis wordt voor mij. Het balletje lijkt te zijn gaan
rollen wat betreft aandacht vanuit de media. Hoe je het ook wendt
of keert, je kunt niet zonder om iets onder de aandacht te
brengen. Ik hoop in elk geval dat ik het gedachtengoed van
Vincent er weer een beetje mee op de kaart zet. Oftewel: aandacht
voor de meest ernstigste spierziekte die er bestaat,
Amyotrofische Laterale Sclerose. “Gewone”
Nederlanders hebben geen besef hoe erg deze ziekte
is.
Uitgangsbord bij de Tafelberg
Om af te sluiten de vraag die mij het meest wordt gesteld:
“Wat heeft in Afrika de meeste indruk op jou
gemaakt?”. Het is bijna onmogelijk om daar antwoord op te
geven. Wat betreft de landen vond ik Soedan het meest speciaal.
De uitgestrektheid van de woestijn, en om in die leegte te racen
was een unieke ervaring. Ik beleefde hier mijn meest moeilijke
etappe. Zonder water, vol kramp, en zelfs even de gedachte de weg
kwijt te zijn is een ervaring die ik niet snel vergeet. Maar ook:
de uitzonderlijke gastvrijheid van de mensen die hier wonen
zonder voorzieningen als stromend water en electriciteit. Het is
iets wat je met eigen ogen gezien moet hebben om echt te beseffen
hoe goed wij het thuis hebben. Een basaal begrip als vrijheid
werd mij hier ook duidelijker, juist omdat Soedan niet een
“echt” vrije samenleving is. Ethiopie kwam op een
goede tweede plaats (ik zou zeggen bijna “een gedeelde 1e
plaats”). De indrukken waren hier echter totaal anders in
vergelijking met Soedan. Ethiopie was het land met de kinderen
die je in elk dorp achterna renden; de nieuwsgierige mensen,
rijen dik, op de plaatsen waar wij bivakkeerden; de Blue Nile
George klimtijdrit van ruim 20 km, over een onverharde keienweg,
waarbij ik mij niet kan herinneren ooit “dieper” te
zijn gegaan. Maar ook het land van de gevarieerde landschappen,
zoals de woeste bergen en prachtige groene hoogvlaktes. Als het
gaat om de mensen die ik in Afrika heb gezien, dan toch zeker de
Masai!. Zulk een mooi, kleurrijk en traditioneel volk had ik
nooit eerder gezien. Ik kan nog wel even doorgaan. Zoveel
indrukken, het is gewoon teveel om samen te vatten. Ik kan het
niet beter omschrijven dan: “Het is het zwaarste maar
ookhet mooiste wat ik ooit op fietsgebied heb
gedaan”.
Ter afsluiting: bij deze mijn meest favoriete foto van de 1676
foto’s en filmpjes die ik in Afrika heb
gemaakt::
Mijn meest favoriete foto: een kleine "ontwapenende
fan” die ik bij Luxor in Egypte tegenkwam
P.s.
In de komende maanden zal Actie "Tour d'ALS" worden
afgesloten. Het totaalbedrag wat hiermee is verworven hoop
ik dus over niet al te lange tijd bekend te maken op
deze blog en/of via andere kanalen. Tot die tijd: laat uw
gevoel spreken en DONEER! (giro 4239133, tnv Stichting ALS
Nederland te Hoog Soeren, ovv actie Tour d'ALS)
Met vriendelijke groet,
Adrie
Het voorlaatste land waar deze Tour d’Afrique doorheen is
gegaan, oftewel land nr. 9: Namibie! Kort even de feiten. We
hebben bijna 1200 km afgelegd in 8 etappes. Na 2 racedagen hadden
we de luxe van 2 rustdagen in de hoofdstad van Namibie, Windhoek.
Hierna volgde een reeks van 5 fietsdagen. De laatste dag van deze
reeks was een non-race dag om ons in de gelegenheid te stellen
een van de topatracties van Namibie te zien: de Fish River
Canyon. Na de Grand Canyon in de VS de diepste en grootste kloof
op deze planeet. Daarna volgde de allerlaatste rustdag in deze
Tour d’Afrique in het plaatsje genaamd Ai-Ais. De dag erna
sloten we Namibie af met de 4e en laatste klimtijdrit van 20
km.

Route door Nambie, TdA2007
Namibie is een interessant en prachtig land. Het aantal inwoners
per km2 (nog geen 2) is een van de laagste in Afrika. Dus net als
Botswana een zeer dunbevolkt land met slechts 1,8 miljoen
inwoners. Het is ook een zeer jong land omdat het nog maar 20
jaar onafhankelijk is van Zuid-Afrika (de
onafhankelijkheidsstrijd heeft hier heel lang geduurd).
Bij binnenkomst in Namibie, via de plaats Eastgate, merkten we
direct dat het Afrika, zoals we dat de afgelopen weken hebben
beleefd, verandert. Sinds de kolonisatie van zuidelijk Afrika
hebben met name veel Duitsers zich in Namibie gevestigd. En die
invloed is hier direct zichtbaar. “Duitse
grundlichkeit” zullen we maar zeggen, als je bijvoorbeeld
kijkt naar de goede infrastructuur hier. Zo ervaarde ik de stad
Windhoek als puur “westers”. Brede lanen, huizen met
dubbele carports, Mercedes, VW en BWM. Nu ik al die rijkdom weer
zag, stond ik weer even stil bij de armoede die ik onderweg heb
gezien op de fiets. Wat het is om te leven zonder riolering,
water en electriciteit, zoals bijvoorbeeld in Soedan, delen van
Ethiopie of noord-Kenia. Ik besef het nu allemaal nog beter. De
1e dagen in Namibie voelde voor mij als het verlaten van het
“originele” Afrika. Om terug te komen op de Duitse
invloed hier: tijdens de 2e wereldoorlog, toen Hitler de
woestijnoorlogen in Noord-Afrika hield, ontstond er weer een
kleine immigratiegolf in Namibie. Ik kan me dat wel voorstellen
nu ik door dit land heb gefietst. Het is zo uitgestrekt dat je
hier makkelijk onvindbaar wordt, als dat de bedoeling is. De
reden dat ik dit aankaart is de bijzondere ervaring die een van
onze “TdA” mannen hier had. In het vliegtuig naar
Windhoek ontmoette hij een Namibische “Duitser” die
hem uitnodigde om zijn ranch te bezoeken. Daar aangekomen
ontdekte hij allerlei Nazi-spullen in de huiskamer. Wat was het
geval: de overgrootvader van de gastheer bleek de chauffeur te
zijn geweest van Generaal Rommel, die destijds de
woestijnoorlogen voor Hitler in Afrika uitvoerde! Een interessant
gesprek ontstond waarbij onze TdA-man vol verbazing vernam dat er
hier nog steeds ex SS-ers als oude jongens onder elkaar komen in
“vol ornaat”.
De 1e dag in Namibie vertrokken we vanaf Eastgate voor een etappe
over 160 km naar het plaatsje Witvlei. Voor mij een speciale dag,
want “hiep hiep hoera”, ik werd een jaartje ouder.
Grappig genoeg is Chris, mijn naaste tegenstander en nr. 2 in het
klassement, ook op 26 april jarig. Eerder had ik al vermeld dat
we niet niet veel voor elkaar onder doen. Dat geldt ook dus voor
onze verjaardagen. Chris werd 40 en gekscherend door zijn vrouw
als “old bastard” gefeliciteerd. Gelukkig werd ik
39.... een jaartje jonger, maar in “wlelerleeftijd”
al een echte veteraan. In de middag trakteerde ik mezelf op een
flinke hoofdwond, doordat een ijzeren scharnier in de truck
omlaag viel die ik had vergeten te vergrendelen. Een lidteken als
aandenken aan mijn verjaardag tijdens de Tour d’Afrique in
Namibie had ik misschien niet eens zo erg gevonden, maar Helaine,
onze verpleegkundige, vond het toch verstandiger om het netjes te
hechten.
Tijdens mijn verjaardag toch even onder medisch
toezicht
Die avond werden Chris en ik tijdens het avondeten verrast door
de organisatie met een kleinigheid, die we zelf moesten vinden
met behulp van een cryptische omschrijving. Het verjaardags-kado
bleek een bekertje aardbeien-yoghurt en een reep chocola te zijn.
We werden ook nog toegezongen en dat was het dan. Hoewel ik het
zeker waardeerde, op zulke momenten mis je toch wel de typische
Nederlandse verjaardag met gebak op het werk, en het feestje
thuis met vrienden en familie.
De volgende dag ging de etappe naar Windhoek, waar we konden
genieten van 2 rustdagen. Onderweg baalde ik voor het eerst dat
ik een racer ben. Na ongeveer 40 km, zag ik vanuit de kopgroep
plotseling het bordje “Arnhem cave”. Voordat ik mijn
fotocamera uit mijn wielertruitje had waren we er al voorbij. Om
de groep midden in de race te vragen om te stoppen, zodat ik een
foto kon nemen voor mijn collega’s en vrienden in Arnhem,
ging toch wel wat ver...
Naar Windhoek toe veranderde eindelijk het landschap, meer
heuvels, waardoor de eentonigheid hierin eindelijk werd
doorbroken. Vanaf Botswana hebben we namelijk door een vrijwel
onbevolkt landschap gefietst over vlakke rechte
wegen.
Uitzicht vlak voor Windhoek
Meer dan 10.000 km, dwars door een heel continent was er dan
eindelijk een echte wielerzaak in Windhoek! Voor mij pure
noodzaak want alleen tot Windhoek kon ik een stuurpen van
George lenen. Hierna ging hij zelf weer fietsen (George was
er 2 weken uit door een rugblessure die hij opliep in
Livingstone). Ik had niet alleen een nieuwe stuurpen nodig, maar
ook lagers voor mijn trapas. Die waren al aardig aan het
rammelen. Dwars door Afrika heeft duidelijk een effect op het
materiaal. In de wielerzaak zelf kon ik weer eens verlekkerd
kijken naar “full-carbon” fietsen, de nieuwste
tijdritfietsen, etc. Iets waarvoor ik in Nederland ook graag
wielerzaken binnenloop. Bovendien had de eigenaar zijn zaak
sfeervol ingericht met oude wielerposters.
An intimate portrait of the Tour de France (let op de
“nieuwsgierige” gast achter het raampje)
Ik had daarbij een leuke ontmoeting met de beste ATB-er van
Namibie, die daar toevallig binnen kwam lopen. Hij heeft de
Trans-alp, een van de zwaarste ATB-races op de kalender, zowel in
’98 als ’04 gewonnen. Bart Brentjes kent hij dus maar
al te goed.
Mannie Heymans, winnaar Trans-alp ’98 en ’04,
tussen Chris en mij
In Windhoek eindigde de voorlaatste sectie genaamd
“Elephant Highway” over 1600 km, die 12 dagen
daarvoor in Livingstone begon. De tijd die ik had verloren in de
tijdrit op Chris had ik voldoende goedgemaakt in de laatste
etappe in Botswana. Het was dus weer een Nederlands feestje met
Eva als winnaar bij de vrouwen en ik bij de heren.
De sectiewinnaars “Elephant Highway”, een
volledig Nederlands podium
Vanuit Windhoek vertrokken we voor de laatste sectie, genaamd
“Diamond Coast”, over 1600 km. De 2e etappe eindigde
bij een oud verlaten treinstation in het plaatsje Gibeon. Het
leek alsof we in een horror-film waren beland, Het begon er al
mee dat we onze tenten niet overal konden opzetten. Er zaten hier
nogal wat slangenkuilen. Toen ik de grootte ervan aanschouwde was
ik snel overtuigd. Ik heb mijn tent er zover mogelijk vandaan
opgezet! De rest van de omgeving leek het decor van een
“kettingzaag”-film, met aan de ene kant van het spoor
een luguber treinstation en aan de andere kant een macabere
begraafplaats. De fantasie sloeg bij sommigen op hol toen, als in
een surrealistische filmscene, plotseling een trein als het ware
“dwars” door het kamp denderde, en het kort erna
volle maan werd....
Slangenkuil bij onze laatste
“bush-camp”.
Het oude verlaten treinstation bij Gibeon
De begraafplaats bij Gibeon
Een trein die ons kamp bij Gibeon op “korte” afstand
passeerde
Volle maan bij het treinstation
De dag erna, nadat alle koppen waren geteld en iedereen de nacht
bleek te hebben overleefd, vertrokken we voor de 86e etappe. Er
was ons meegedeeld dat we op een hele speciale
“campsite” zouden uitkomen. Het was geen woord
teveel. Garas-campsite staat in een unieke omgeving van
Kokerbomen en prachtige rotsformaties. Kokerbomen zijn heel
karakteristiek omdat ze meestal heel prominent in een leeg
landschap staan. Het is ook heel karakteristiek voor Namibie
omdat ze vrijwel alleen in dit gebied van Afrika voorkomen. De
campsite zelf was allesbehalve doorsnee, met een nogal
kunstzinnige eigenaar. Zo staat de weg naar de campsite vol met
poppen, oude fietsen, motors en een botsauto. Vreemd om zoiets
tegen te komen in een dergelijk prachtig
natuurgebied.
Bij de ingang van Garas campsite
Kokerbomen bij Garas campsite
Nog een Kokerboom
En weer een (ik vind ze gewoon mooi)
Ter afwisseling: een rotsformatie bij Garas campsite
Ter afsluiting (ik krijg er geen genoeg van): Kokerbomen bij het
invallen van de nacht
Hierna maakten we ons op voor de laatste 3 dagen over onverhard
terrein in deze Tour d’Afrique. Daarbij was 1 dag een
“non-race” dag om de befaamde Fish River Canyon te
bekijken, een kloof die door de Fish River over een tijdsbestek
van duizenden jaren is uitgesleten tot een diepte van bijna 600
meter. De weg ernaar toe was niet zo makkelijk, ook vanwege een
ketting die brak, maar eenmaal bij het algemene uitkijkpunt was
het uitzicht prachtig over de zogenaamde “Hell’s
Corner”, zoals de scherpe bocht in deze canyoh wordt
genoemd.
Reparatie ter plekke van (weer) een gebroken
ketting
De vlakte boven Fish River Canyon
Fish River Canyon
Met fiets een meter van de rand van de afgrond bij
“Hell’s Corner” (dit kostte mij
zweetdruppels!)
Hell’s Corner van dichtbij
Nadat ik Fish River Canyon had bezocht ging de onverharde weg
richting Ai-Ais. Dat was qua uitzicht, in vergelijking met de
afgelopen weken een verademing. De indrukwekkende Fish River
Canyon liep namelijk lange tijd parallel aan deze
weg.
"Back on the dirt!"
Uitzicht vanaf de weg naar Ai Ais op Fish River
Canyon
Onderweg naar Ai Ais
Uitzicht vlak voor Ai Ais
In Ai Ais was onze laatste rustdag in deze Tour d’Afrique.
Best wel raar om te merken dat we nu dingen voor het laatst doen.
Bij het avondeten werden we getrakteerd door Andrew Cameron op
een zelfgeschreven “Tour d’Afrique” lied. Op
zijn gitaar steeg hij die avond boven zichzelf uit. Het ging als
volgt.
She grabs her chammy cream
She packs her red box and goes
She checks the washing list on the wall
Curses come from her throat
‘Cause she knows
She’ll be here much too long, scrubbing pots
He smokes his cigarettes
He stays supine ‘till it’s gone
Funny how we couldn’t see it all
Till he won his stage
In Sudan
Wearing steel toed boots and his jeans
And we always say
Cape Town is still a few months away, TDA
And if we keep on pedallin’ like we do
Even with our runny poo
The trouble understand
Is we’ve got bike parts he don’t
He would do anything short of a crawl
And ‘bleat’ like a goat
So we know
Just by what’s been said at a ‘Rider
Meeting’
And we always say
Cape Town is still a few weeks away
And if we keep on pedallin’ like we do
Even with a broken left, shoe
Now the race is done
Back in the toilets we pee
Have to ween ourselves from the shovel
And we change our clothes
But we know
The biggest thing we’ll miss, is my flatulence
And we’ll always say
Cape Town is, only a day’s ride away TDA
And if we keep on pedallin’ like we do
A different meat that we will now chew
Well we, always say
Cape Twon is only a few k away
And if we keep on pedallin’ like we do
Bikes held together with super glue
Our butt cheeks turning black and blue
I’m finally done now for listening, thank
you
Ai Ais zelf is niet echt een woonplaats maar eigenlijk meer een
grote kampeerplaats met zwembad, een hotel, restaurant, etc.,
welke als vertrek en aankomstpunt fungeert voor met name
wandelaars. Iedereen deed er weer zijn eigen ding. Ik zelf genoot
van het zwembad, maar was ook bezig om mijn fiets op orde te
krijgen voor de volgende dag, een tijdrit over 22,5 km.
Wanneer we eens niet in fietskleren rondlopen, zoals rustdagen,
zie je pas goed wat een Tour d’Afrique met je lijf doet. Zo
vallen onze benen nogal op tussen de “gewone” mensen.
Over benen gesproken, “echte” wielrenners scheren hun
benen. Mensen buiten het wielermilieu snappen vaak niet waarom en
kijken er soms vreemd tegen aan. In Afrika heb ik tot nu toe mijn
“wintervacht” bewust laten staan, vanwege de
insecten. In Ai Ais heb ik het scheerapparaat er echter overheen
gehaald. Het einde in deze tour nadert immers en ik wil in
Nederland weer aan de criteriums deelnemen. Om deze
“wielrenbeen special” goed af te sluiten, hieronder
een paar foto’s ter illustratie:
Twee sets Tour d’Afrique wielrenbenen
Met en zonder “wintervacht”
De volgende dag was de tijdrit. Eerst 5 km bergop daarna 5 km op
en af, en de laatste 12 km voornamelijk vlak met de wind in de
rug. Mijn tijd was 32m49s. Chris was een halve minuut sneller. Ik
was niet echt tevreden omdat ik tijdens de tijdrit het gevoel had
niet “alles te kunnen geven”. Maar ook omdat ik
nu een halve minuut achter sta op Chris in het klassement voor de
laatste sectie "Diamond Coast".

Opperste concentratie bij de start van de laatste
tijdrit
Na de tijdrit is iedereen op eigen tempo naar de grens met
Zuid-Afrika gefietst. Na 70 km lieten we definitief het laatste
stukje onverhard achter ons. De resterende 50 km hierna maakte
weer indruk. Alsof Namibie tot het laatst toe probeerde mij te
overtuigen er te blijven.
Echt het allerlaatste stukje onverhard in deze Tour
d’Afrique
Karakteristieke heuvels, vlak voor de grens met
Zuid-Afrika
Het bergmassief bij het plaatsje Vioolsdrift, welke de grens
markeert tussen Zuid-Afrika en Namibie.
Dat was het dan wat betreft Namibie. De volgende bijdrage zal
over Zuid-Afrika gaan, het laatste van de 10 Afrikaanse landen in
deze Tour d’Afrique. Hierna zit het er echt op. Ik moet er
zelf nogal aan wennen, dat dit avontuur werkelijk tot een einde
komt...
Ter afsluiting, en als toegift, heb ik hieronder nog wat
foto’s die ik met jullie wil delen. Zo wil ik net als de
vorige keer nog wat mensen voor het voetlicht halen.
Groeten,
Adrie
Miles, onze kok, die vanaf Soedan al onze maaltijden heeft
bereid
Gunther, een racer, en Pierre, een “leisure rider”,
tijdens de lunch
Duncan met Douglas van het tandemteam. Duncan heeft op mij als
Tour d’Afrique-medewerker de meeste indruk gemaakt. Elke
ochtend heeft hij Douglas, die niet kan zien, geholpen met zijn
ontbijt, het naar de WC gaan, etc.
Allan zijn manier om de “Red Box” met kampeerspullen
elke ochtend de truck in te krijgen
Een old-timer waartussen de cactussen het goed doen
Deze bijdrage gaat over een van de rijkste landen van Afrika.
Rijk omdat ze zwelgen in de duurste grondstof die er bestaat:
Diamanten. Het vormt 70% van Botswana’s export. Een ander
opmerkelijk feit. Botswana is groter dan Frankrijk en maar liefst
2/3 van het oppervlak is beschermd natuurgebied. Hier wordt met
scherp op je geschoten als je illegaal op olifantenjacht gaat om
een stukje ivoor. Verder leven er in Botswana
“slechts” 2 miljoen mensen. Het is hier dus niet zo
druk op de weg....
In Botswana hebben we bijna 1200 km afgelegd. We hebben daarbij
nogal een omweg gemaakt. Eerst zijn we in 2 etappes 315 km naar
het zuidwesten gereden, tot het plaatsje Nata. Vervolgens maakten
we een scherpe bocht naar het westen, waarbij we de resterende 5
etappes, ruim 800 km, richting Namibie fietsten. Halverwege was
er een rustdag in het plaatsje Maun.
Binnenkomst Botswana, het 8e van
de 10 landen in deze Tour d’Afrique!

Route door Botswana,
TdA2007
De reden voor deze “omweg” was vanwege het
gigantische nationale park Chobe. Je kunt er wel doorheen en op
die manier een behoorlijk stuk afsnijden, maar bij de ingang
staan waarschuwingsborden met het opschrift “If you get out
of your car, you’ll be eaten”. Kortom, niet echt iets
voor fanatieke fietsers. De omweg die wij hebben genomen staat
bekend als “Elephant highway”. Oftewel, “kijk
uit voor overstekende olifanten”! Naar schatting lopen er
120.000 olifanten rond in Botswana. Voordat we de
“highway” opgingen werden we gewaarschuwd tijdens de
dagelijkse “rider”-meeting, om niet te dichtbij te
komen als we olifanten zien. Hoewel het zachtaardige dieren
lijken, jaarlijks worden hier mensen aangevallen met dodelijke
afloop, meestal toeristen die te dichtbij komen omdat ze geen
flauw benul hebben.
“Rider”-meeting
waarbij we door “Tour-director” Jack van der Veen
(rechts) worden geinformeerd over de komende
etappe
Het “info”-bord dat
dagelijks door de organisatie wordt gebruikt (let op de "gevatte"
waarschuwing onderaan)
Na 50 km van de 1e volledige etappe in Botswana dacht ik:
“goh, wat is het hier mooi groen”. Links en rechts
volop bos en struikgewas. Na 100 km begon dit beeld wat eentonig
te worden. Bedenk daarbij dat het terrein zo vlak ik als een
biljartlaken. Het verschil met Nederland echter is dat de wegen
hier kaarsrechts, zijn, soms 10-tallen km’s, en dat je
onderweg geen mens tegenkomt. Hoewel prachtige natuur, op een
gegeven moment werd het dus wat saai. Dit eentonige beeld werd
voor mij en de racegroep plotseling onderbroken door het
aangrijpende aangezicht van een dood olifantje aan de kant van de
weg. Anderen hadden meer geluk en hebben onderweg levende
olifanten gezien. Die nacht hadden we “bushcamp”. De
volgende dag kregen we hetzelfde voorgeschoteld. De finish was
dit maal weer in de bewoonde wereld, in het plaatsje Nata. Alles
bij elkaar hadden we dus in 2 dagen 300 km in nagenoeg rechte
lijn afgelegd, zonder een dorp tegen te komen. Nels, een van de
Canadese deelnemers, verwoorde met zijn luchtige opmerking
halfweg de etappe ons gevoel nog het beste: “he guys, wake
me up when we’re at lunch!”.
Karakteristieke baobab boom in
het noorden van Botswana
Hierna bogen we af naar het westen, richting Maun, ook weer 300
km in 2 dagen, met dezelfde eentonigheid. Veertig km na de start
vanuit Nata merkte ik dat Chris niet meer in de groep zat. Mijn
1e gedachte was dat dit misschien een gelegenheid was om de
achterstand, die ik een aantal dagen ervoor had opgelopen in de
tijdrit (16 seconden), goed te maken. Door zijn overwinning in
die tijdrit leidt Chris de deelsectie die loopt van Livingstone
(Zambia) tot aan Windhoek (Namibie). In het algemeen klassement
sta ik voldoende voor, maar wil ik deze deelsectie winnen, dan
moet ik iets doen. Ik ben dus “v olle bak” ervan door
gegaan, en kwam snel alleen voorop. Na een tijdje begon ik te
denken “130 km solo is wel heel lang”. Na 15 km zag
ik Chris in zijn eentje naderen en ben ik rechtop gaan zitten. De
rest van de etappe hebben we elkaar niet echt meer uitgedaagd.
Sterker nog, we besloten als racegroep om collectief halfweg bij
een restaurant “Baobab planet” te stoppen voor wat
verkoeling. De temperatuur liep namelijk richting 40 graden. Wel
grappig hoe deze tent langs de weg werd aangeduid. Kilometers
lang zie je niets dan “bush” langs de weg en
plotseling zie je een gigantisch beeld van een aardvarken aan de
kant.
De herkenbare afslag voor lodge
“Boabab planet”: een levensgroot
aardvarken
Later die middag hoorde ik bij de finish van een aantal
deelnemers, die na mij binnenkwamen, dat ze 10 km terug olifanten
aan de kant van de weg hadden gezien. Ik was al aardig
gefrustreerd van het idee dat bijna iedereen, behalve ik, in de
afgelopen 3 dagen olifanten langs “Elephant Highway”
had gezien. Omdat de kansen in de komende etappes kleiner werden
besloot ik in de hitte te trotseren, en terug te keren met nog
een paar mensen. Na enige tijd zag ik olifanten links van de weg.
Gelukkig waren ze op dezelfde plek gebleven het afgelopen uur!
Voorzichtig gingen we van onze fietsen en hebben ze van een
veilige afstand bekeken. Omgekeerd zaten de oliifanten ons aan te
staren. Het diepe geronk, het speelse zandgooien naar insecten,
maar vooral de rust die deze reuzen uitstralen maakten indruk op
mij. De bijna 500 eentonige km’s in een landschap wat
nauwelijks veranderde, waren in een klap vergeten..
Op veilige afstand van een paar
olifanten langs “Elephant Highway”
Een deel van de kudde olifanten
die we zagen.
Een olifant digitaal vastgelegd
in een “groene” fotolijst
De volgende dag stond er een noviteit op het programma: een
ploegentijdrit over 40 km. Een paar weken ervoor was er door de
organisatie al over gesproken met de rijders. In 1e instantie was
het idee om een “landen”-ploegentijdrit te houden.
Het niveau tussen rijders verschilt echter zodanig dat het
hanteren van handicaps (bijv. op basis van leeftijd, geslacht,
racer of expeditie-rijder) werd overwogen, zodat elke ploeg een
eerlijke kans heeft om te winnen. Uiteindelijk werd van het
“landen”-idee afgestapt en werden ploegen
samengesteld van ongeveer gelijke sterkte met 4 renners per
ploeg. Ik werd ingedeeld samen met Nels en de
“veteranen” Allan en Jan. Omdat dit onderdeel geen
invloed had op het klassement zaten we al snel te brainstormen
over een ludieke actie. We besloten onze tegenstanders te
verslaan door pure “intimidatie”. Dezelfde avond
hadden we de grootste lol met duck-tape waarmee we aerodynamische
disc-wielen en 3-spaaks wielen fabriceerden. Allan had
daarbovenop tot diep in de nacht op een toepasselijk lied zitten
broeden, die hij vlak voor de start voordroeg. Het ging als
volgt:.!
We’re Team cycle Racing
and Pooh
If not racing then we’re
on the loo
We shit in our
races
In other team’s
faces
And cry: “lets go crap,
lets go!!”
As a team our strategy is
clear
If another team looks like
it’s near
We let go our load, and shit in
the road
So they slip an they slide in
the goo
And when our racing is
through
We sit on our communal
loo
The rafter we ring, as our
praises we sing
And shout: ”lets go crap,
lets go!!”
Allan, onze
“songwriter”, die hier mijn fiets
vasthoudt
In de ploegentijdrit werden we 2e op 30 seconden. We hebben
onszelf de das omgedaan.... Jan kreeg na een paar 100 meter al
het toiletpapier wat hij aan zijn fiets had gehangen in zijn
tandwielen. Ik zelf verloor op 3 km voor het einde 1/3 van de
duck-tape waarmee ik mijn achterwiel had gedicht. Maar goed, we
hebben wel lol gehad.
Team “Crap”, vlak
voor de start
Na de ploegentijdrit hadden we een rustdag in Maun. Hier had ik
mij opgegeven voor een nieuwe vliegtrip. Wederom met een klein
vliegtuigje. Dit maal om de befaamde Okavango delta in Botswana
van bovenaf te bezichtigen. Een “must see” volgens de
Tour-organisatie. De Okavango delta onstaat uit de Okavango
rivier, die haar oorsprong heeft in Angola. Deze rivier komt niet
uit op zee, maar eindigt landinwaarts in woestijngebied.
Jaarlijks komt en gaat de delta in verband met het regenseizoen
in Angola. Maar als de delta komt onstaat er een explosie van
groen, groei en wilde dieren. ....Mijn laatste ervaring in een
kleine vliegtuigje was niet zo best (de trip in Tanzania naar
Loliondo). Voor de zekerheid ging ik dus voorin zitten. Toch ging
het weer mis en werd ik luchtziek. Ondanks dat was het door de
grandioze uitzichten voor mij toch meer dan de moeite
waard.
Uitzicht over de Okavanga delta
in Botswana.
Een slingerend riviertje in de
Okavanga delta, Botswana
De rest van de dag heb ik lekker uitgerust in Maun. Tot op heden
lukte dat niet echt omdat ik altijd wel iets had te doen op
rustdagen: fiets reparaties, internet, was doen, etc.. Hoe gek
het ook klinkt: tot op heden heb ik nauwelijks tijd gehad voor
een goed boek. Nu heb ik echter een boek gevonden, genaamd
“Shadow of the Sun” van de poolse schrijver Ryszard
Kapuściński, dat ik wil uitlezen voordat ik in Kaapstad
aankom. De dingen die hij over Afrika beschrijft, en die ik
herken door mijn eigen ervaringen hier, maken het heel speciaal
om te lezen.
Rustdag in Maun. Eindelijk
“echte” rust......
De volgende etappes richting Namibie waren eigenlijk hetzelfde
als die voor Maun: lange rechte wegen, met een landschap dat
weinig veranderde. De laatste dag in Botswana was echter
speciaal. Voor het eerst gingen we over de 200 km-grens, waamee
dit de langste etappe was in deze Tour d’Afrique. Onderweg
was er een belangrijke afslag die we niet mochten missen, anders
zouden we in het oosten van Zuid-Afrika uitkomen in plaat s van
Namibie. In dat soort gevallen wordt de weg extra gemarkeerd door
de organisatie. Deze keer met een boodschap speciaal voor Pierre,
“de veteraan” die al eens eerder een afslag had
gemist en daardoor die dag ruim 210 km had gefietst i.p.v. 160
km..
Afslag naar Namibie
Die dag had ik me voorgenomen (opnieuw) te proberen de sectie te
winnen die gaat van Livingstone (Zambia) naar Windhoek (Namibie).
Ik moest daarvoor wel eerst een achterstand van 16 seconden goed
maken, welke ik op Chris had verloren in de laatste tijdrit.
Makkelijker gezegd dan gedaan....Daarom dat ik de langste etappe
uitkoos. Chris en ik zijn heel erg aan elkaar gewaagd, maar ik
heb tijdens de tour een paar keer gemerkt dat mijn duurvermogen
soms beter is. Na 195 km waren we nog met 5 man over en besloot
ik aan te zetten. Na een paar honderd meter zag ik aleen Chris
tot op 5 meter naderen. Met het laatste beetje wat ik nog in mij
had, zette ik nog een keer aan. Het gat werd plotseling groter en
ik begon erin te geloven. Het 1e gat was geslagen, maar nu kwam
het moeilijkste: een tijdrit over 13 km tegen elkaar na een koers
van ruim 200 km! Elke km keek ik achterom en vocht ik tegen de
verzuring. Telkens dacht ik: “shit, hij is weer wat dichter
genaderd, waar blijft die “klote finish”.. Het
laatste is nu juist het probleem, het aantal km’s is altijd
een indicatie in deze tour. Soms is een etappe zomaar 10 km
korter of langer. De verzuring in mijn benen was eigenlijk al
ondragelijk toen ik (pas) na 8 km merkte dat het gat groter begon
te worden werd. Na 12 km zag ik dan eindelijk de witte vlag in de
verte. Helemaal stuk aan de finish draaide ik gelijik om te zien
wat het tijdsverschil was. Uiteindelijk had ik 3 minuten terug
gepakt en zat ik weer in de race voor de sectie.
In deze bijdrage heb ik helaas niet zo veel te vertellen over de
mensen die in Botswana wonen. Simpelweg omdat we die onderweg
niet veel tegen kwamen. Wat wel opviel: de klederdracht van de
vrouwen naarmate we dichter bij Namibie kwamen (je zou bijna
zeggen: “Zeeuws meisje?”). Ik meende hierin voor het
eerst invloeden van buiten Afrika te herkennen. Met andere
woorden: van de 1e Europese immigranten die het zuiden
koloniseerden.

“Zeeuws meisje” in
Botswana
Door steeds meer “niet”-Afrikaanse taferelen”,
realiseer ik mij dat we het einde van deze Tour d’Afrique
naderen. Nog maar enkele weken, en we zijn in Kaapstad als alles
meezit. Voor mij is het “aftellen” begonnen. Zelfs nu
we dichterbij komen, of juist doordat, heb ik de angst, door alle
gebeurtenissen onderweg, dat er toch nog iets kan gebeuren
waardoor ik op het allerlaatste moment kan uitvallen. Elke etappe
waarbij ik heelhuids arriveer, beschouw ik daarom als een
“zegening” en een stapje dichterbij mijn einddoel:
het winnen van deze 5e Tour d’Afrique.
Omdat ik niet zoveel te vertellen heb over de mensen in Botswana,
is het daarom wellicht aardig om wat anekdotes te vertellen over
sommige mensen in deze Tour d’Afrique. Laat ik eerst Andrew
Cameron introduceren. Andrew is de enige rijder in deze Tour
d’Afrique die het heeft gepresteerd om in gewicht aan te
komen in plaat s van af te vallen (maar liefst 5 kg). Ik begrijp
nu ook waarom. In deze Tour d’Afrique hebben we zo vaak
pindakaas als broodbeleg gekregen, dat het iedereen inmiddels de
neusgaten uitkomt. Op een van de rustdagen betrapten we Andrew op
het kopen van een pot pindakaas, wat voor iedereen totaal
onbegrijpelijk was. Nog net niet verontschuldigend, legde hij uit
waarom: “Peanutbutter is the cheapest AND the highest
calorie-load per gram!!”. Als je vervolgens ziet hoe Andrew
zijn brood belegd wordt het plaatje helemaal duidelijk. De laag
pindakaas is soms dikker dan de boterham zelf!
Andrew en zijn favoriete
sandwich: een banaan belegd met een dikke laag pindakaas,
afgetopt met een overdaad aan stroop...EET SMAKELIJK! (maar niet
heus.....)
Een andere deelnemer die opvalt is Ian uit Engeland. Veel
engelsen hebben tere bleke huidjes die niet zo goed tegen de zon
kunnen (wel eens al die rode kreeften gezien op de Engelse
vakantiekolonie Ibiza?). Ian kan ook niet zo tegen de zon. Hij
doet de sectie tussen Livingstone en Windhoek. Terwijl iedereen
van die typische contrastrijke wielrenbenen en armen heeft (je
weet wel: met zo’n scherpe scheidslijn tussen bruin en
witte huid), smeert Ian zich elke dag van top tot teen in met
beschermingsfactor 50. Hij heeft sindsdien dan ook de bijnaam
“Ice-man”.
“Ice-man”
Ian
Dan hebben we Thor. Thor is fantastisch. Hij is een van de
“African Routes” jongens die elke dag voor de lunch
zorgt, vandaar zijn bijnaam: “Lord of the
lunchtruck”. Sommige dagen zijn mentaal en fysiek voor
sommigen fietsers zwaar. Thor is dan degene die bij iedereen de
moed erin weet te houden. Hij is goud waard. Zijn gevleugelde
uitspraak: “ok guys, here’s the drill: go easy on the
tomatoes and cheese. You can have one sandwich of tuna, one
sandwich with cheese, two slices of melon, two oranges, and a
whole lot of happiness!”
Thor, Lord of the
lunchtruck
Misschien dat ik de volgende keer nog wat anderen voor het
voetlicht haal. Voor nu “sluit ik Botswana af”, dit
keer met een mooie zonsopkomst (die je hier bijna elke dag kado
krijgt).
Zonsopkomst, etappe 75 (1e dag
in Botswana)
Tot mijn volgende bijdrage over Namibie.
Groeten,
Adrie
Richting Namibie, het
voorlaatste land in deze Tour d’Afrique
Zambia is het 7e land wat we in Afrika hebben bezocht. Om een
indruk te krijgen hoeveel we van Zambia hebben mogen
“proeven”: in 8 etappes hebben we bijna 1200 km door
het zuiden van dit land gefietst. Er waren 3 rustdagen, 1 in de
hoofdstad van Zambia, Lusaka, en 2 rustdagen in het plaatsje
Livingstone, wereldberoemd vanwege de “Victoria
Falls”.

Route door Zambia, TdA2007
De 1e etappe was maar liefst 195 km lang. Velen zagen er toch wel
tegen op. De laatste tijd waren de etappes altijd zo rond de
100-130 km. Maar het laatste deel tot aan Kaapstad worden de
km’s flink opgevoerd, vooral omdat de omstandigheden
makkelijker worden. Zo worden de wegen beter, het terrein
vlakker, en de wind staat hier vaker in de rug. Inderdaad, het
ruwe ongepolijste Afrika laten we langzaam achter ons. Je merkt
het aan van alles, steden met betere infrastructuur, winkels waar
van alles te krijgen is, luxe kampeerplaatsen, etc. Dat is toch
wel het fijne van de Tour d’Afrique, dat het zoet komt na
het zuur. De lange etappe ging voorspoedig tot 140 km, net na de
“refreshment” stop. Plotseling voelde mijn
linkerpedaal raar aan. Voordat ik kon bedenken wat het was, kwam
de hele cranck inclusief pedaal los van de fiets. Omdat de
pedalen vastgeklikt zitten aan de schoen, zat ik dus plotseling
met een been in de lucht te trappen, met daaraan een losse cranck
met pedaal! Misschien is het wel aardig om hier even op een
rijtje te zetten wat ik tot nu toe aan mankementen heb
gehad:
- Versleten pedalen vervangen
- Stuurpen gebroken
- 2x ketting gebroken (1x op een rustdag)
- 4 lekke banden tijdens racedagen en 2 voor de start
- Cranck die eraf viel
- Schroef van een van de bidonhouders uitgesleten (met
“duct-tape” hersteld)
Op het moment dat de cranck eraf viel zaten we met vieren voorop,
Eva, Chris, Gunther en ik. Ze bleven allemaal op mij wachten, wat
mij enigszins verbaasde. Normaal gesproken zijn dit namelijk de
momenten dat je je concurrenten niet meer terugziet tot aan de
finish. Pech hoort bij de race. Zo hebben we tot nu toe nooit
gewacht op iemand met bijvoorbeeld een lekke band. De
race-situatie is echter aan het veranderen. Zo merk ik dat Chris
zich min of meer neerlegt met zijn 2e plaats in het algemeen
klassement, en Gunther op zijn beurt met zijn 3e plaats. De
verschillen zijn inmiddels zo groot dat men elkaars posities
“respecteert”. Dat wil niet zeggen dat de race
gelopen is. In elk geval niet voor mijn gevoel. Ziek worden, een
ongeluk, het noodlot kan hier zo maar toeslaan. Tijd terugwinnen
wanneer de ander pech lijkt echter niet meer kies. Toch had ik
niet verwacht dat men collectief op mij zou wachtten. Onder de
indruk en uit waardering zei ik dat ik mij in de rest van de
etappe afzijdig zou houden. Toen kwam het voorstel naar voren om
dan maar met zijn vieren tegelijk te eindigen, door in een lijn
naast elkaar over de finishlijn te fietsen. Dat laatste hebben we
uiteindelijk ook gedaan, wat enigszins het jurylid van die dag,
Eileen, verraste. Na aankomst was het weer bushcamp met als
“douche” de lokale waterput van het dorp.
Typisch tafereel bij waterputten in Afrika: vrouwen die water
sjouwen.
Er wordt niet meer zo hard geraced als in de 1e helft van de Tour
d’Afrique, en wel om verschillende redenen. Ten 1e, zijn er
niet zoveel wedstrijdrenners meer die willen racen. Velen zijn er
mentaal wel “mee klaar”. Ten 2e zijn de etappes
minder selectief en nodigen als zodanig niet meer uit om
verschillen te maken. Een andere reden is dat Chris en ik, nu het
voornamelijk asfalt is, toch wel wat boven de rest uit steken.
Vooral renners op ATB-fietsen, voelen zich op het asfalt in het
nadeel. Soms laten ze ons wel heel makkelijk gaan, waardoor Chris
en ik vaak op het eind alleen overblijven. Normaliter ben ik wat
sneller in de sprint dan Chris en win ik zodoende relatief veel
etappes. Chris daarentegen is de betere klimmer. Voor de rest
doen we nauwelijks voor elkaar onder. Misschien is het laatste de
reden dat hij eigenlijk niet eens de moeite neemt om sprints te
ontlopen. Soms weet ik niet zo goed wat ik ermee moet. Voor Chris
moet het sprinten zo langzamerhand een frustratie zijn, maar aan
de andere kant weet ik dat hij ook geen “kadootjes”
wil.
Nels, een van de Canadese wedstrijdrenners, met zijn fiets
naast een paar kinderen uit Zambia.
“Veteraan” Pierre, ook Canadees
en “Still going strong. Een typische “jaren
70- 80” renner wat betreft materiaal, kleding,
etc.
De dagen tot aan rustplaats Lusaka (hoofdstad Zambia) waren mooie
fietsdagen. De hele tijd glooiend, maar toch niet te zwaar, goede
wegen, en veel groen. Kortom, dagen waarop je van de omgeving
geniet en tegelijk het gevoel hebt dat je weer wat
“bijtankt” in plaats van
“verbruikt”.
Het landschap in Zambia ten voeten uit
Zambia is ten opzichte van de andere landen ook minder bevolkt.
Soms komen we km’s lang niets tegen. Wat ook opvalt zijn de
straatventers die overal hun waren aanprijzen of vervoeren. En ja
hoor, net zoals in Malawi, kom je ook hier weer Afrikaanse
toestanden tegen die tenminste een glimlach op je gezicht
toveren.
Op zoek naar haardhout? Deze jongens brengen het persoonlijk
aan huis!
Op zoek naar een originele duiventil? Hier in Zambia te koop voor
spotprijzen!
“Jealous is Poison” Grocery?
De nieuwste Viagra?
Lusaka zelf heb ik niet echt bezocht op de rustdag. De lodge
(hotel/ kampeerplaats) waar we verbleven had een zwembad en 3 km
ervandaan was een groot winkelcentrum waar van alles te krijgen
was. Ik had hier meer dan voldoende aan!
Het fietsenrek bij het winkelcentrum in Lusaka, vol met
TdA-fietsen
Over lodges gesproken: we overnachten hier steeds vaker deze
laatste weken (jeetje, het eind komt in zicht!). Veel
“bushcamps” hebben we niet meer in het vooruitzicht.
Ondanks dat ik de luxe van de lodges waardeer (toiletten die
doorspoelen, fatsoenlijke douches, soms een zwembad op het
terrein), toch zal ik het kamperen midden in de natuur gaan
missen. De perfecte sterrenhemels, de stilte, de prachtige zons
op- en ondergangen, de gezellige barbeque’s.... Lodges zijn
bovendien ook niet altijd alles. Zo herinner ik mij de lodge na
de 68e etappe. Deze werd gerund door een Engels echtpaar die
beiden duidelijk meer dorst hadden dan hun klanten aan de
bar.
Bushcamp (71e etappe), de zonsondergang
Bushcamp (72e etappe), het tentenkamp
Bushcamp (72e etappe), De barbeque
Na Lusaka gingen we richting Livingstone in 3 etappes. Oftewel,
op naar de “Victoria falls”! Na de natuurparken
Serengeti en Ngorongoro Crater, is dit in deze Tour
d’Afrique duidelijk het 2e hoogtepunt als het gaat om
natuurschoon. Een van de Nederlanders deelnemers, George, was
hier al een paar dagen. Hij had een paar fietsdagen overgeslagen
en was vooruitgereisd. Hij adviseerde me om ’s ochtends al
vroeg naar “Vic falls” te gaan om de toeristenmeute
voor te blijven. Hij heeft geen woord teveel gezegd. De
“Vic falls” zijn onvoorstelbaar. Van veraf kun je de
schoonheid bewonderen. Vooral de vele regenbogen die je ziet door
de waternevels en de zon zijn een lust om te zien. Van dichtbij
ben je alleen maar onder de indruk door de geweldige
natuurkrachten die hier tekeergaan. Zelfs olifanten donderen hier
regelmatig met de waterval 90 meter naar beneden, doordat ze iets
verder stroomopwaarts op de verkeerde plek drinken en worden
meegesleurd.
Die nacht nadat ik de watervallen had gezien werd ik opgeschrikt
door geschreeuw. Ik dacht dat het dronken lokale bewoners waren.
Omdat het van ver kwam en al gauw ophield viel ik snel weer in
slaap. De volgende ochtend hoorde ik dat mijn
“landgenoot” George in het pikkedonker in een bouwput
van 3 meter was gevallen, en dat hij het was die zo had
geschreeuwd. In de middag kregen we het nieuws dat hij een
ruggewervel had gebroken en dat zijn Tour d’Afrique voorbij
was. Weer een paar uur later hoorden we dat het toch niet zo erg
was en dat hij met een week rust weer kon fietsen. Die avond
bezochten we George in het lokale ziekenhuis en hebben hem veel
beterschap gewenst.
Het kolkende water net voordat het naar beneden
stort
Practige regenboog bij de brug over Victoria falls
Slechts een deel van de watervallen zijn goed zichtbaar (de rest
hult zich letterlijk in de waternevels)
Dit is geen montage foto!
Zonsondergang met vogeltrek bij Victoria falls
De volgende dag stond de laatste etappe in Zambia op het
programma: een tijdrit van 40 km, inclusief 2 beklimmingen. Deze
uitsmijter was het begin van een nieuwe sectie. De vorige sectie
genaamd “Zambezi zone” over 8 etappes had ik gewonnen
met de kleinst denkbare marge: 0 seconden voorsprong op Chris!
Alle etappes zijn we gefinisht in dezelfde tijd! In zulke
gevallen wordt gekeken naar het aantal “dag”
–zeges, en dat viel deze hier in mijn voordeel uit. Chris
had duidelijk zin in een revanche. Hij had zelfs het
tijdritparkoers verkend op de 2e rustdag. Dit gaat zelfs mij te
ver... Uiteindelijk won Chris de tijdrit over 40 km in 59m07s. Ik
werd 2e op slechts 16 seconden. De verschillen tussen ons waren
weer ongelofelijk klein. Ik was tevreden met mijn tijd. Net boven
de 40 km/u gemiddeld met 2 beklimmingen is voor mijn doen goed.
Maar vooral omdat ik mij nu eens niet halverwege “opblies,
en omdat ik nog “diep” kon gaan, ondanks dat we nu al
3 maanden racen. Eva verraste ons met een 3e plaats. Ze finishte
in minder dan 1 uur en 5 minuten, en dat op een fiets die zeker 5
kg zwaarder is dan die van mij.
Zambia sloten we vervolgens af door op ons gemak naar de
grensovergang met Botswana te fietsen. De grens zelf wordt
gemarkeerd door een rivier vol krokodillen. Die hebben we dus
maar met de boot gepasseerd...
Ook deze keer heb ik weer een toegift (het wordt bijna een
gewoonte). Dit keer sluit ik af met een “T-shirt
special”. In Zambia kwam ik zo vaak ludieke t-shirts tegen
dat ik jullie die niet wil onthouden.
Tot de volgende keer, waarschijnlijk vanuit Windhoek
(Namibie).
Groeten, Adrie
T-shirt wat wel bij Wimpie past als ik aan zijn markante
uitspraken denk. Bijv.: “Don’t shit in my tent or
I’ll burn yours in the morning”*
*Wimpies tent ziet er namelijk exact hetzelfde uit als de
toilet-tent (genaamd “het
kakhuis”)
Het favoriete T-shirt van onze nieuwe truckchaffeur
Trevor
Gunther Thielemans, momenteel nr 3 in het klassement
Jongetje die ik buiten een supermarkt tegenkwam
Deze man straalt het helemaal uit: I'll love
Zambia!!!
Land nummer 6! We zijn nu niet alleen qua km’s maar ook wat
betreft aantal landen over de helft. Malawi is van de 10 landen
waar we doorheen fietsen het kleinst, maar daarom niet minder
interessant. Het is naar men zegt ook een van de armste landen
van Afrika. Ik was dus erg benieuwd hoe ik dit land zou ervaren
in vergelijking met de armoede die ik zag in bijvoorbeeld
Zuid-Soedan of Noord-Kenia. Malawi hebben we doorkruist in 7
fietsdagen, waarbij ongeveer 750 km werd afgelegd. Er waren 2
rustdagen. De 1e sprak mij het meeste aan “Chitimba
Beach”!. De 2e was in Lilongwe, de hoofdstad van
Malawi.

Route door Malawi, TdA2007
De 1e dag in Malawi was wat betreft km’s erg kort. Die dag
hadden we namelijk al 100 km afgelegd in Tanzania, waarbij de
finish net voor de grens met Malawi viel. Na het halen van de
gebruikelijke “exit” (Tanzania) en
“entry” (Malawi) stempels bij de douanes (mijn
paspoort begint al aardig vol te raken), moesten we nog 20 km
afleggen naar weer een “bushcamp”. Onderweg al, maar
vooral bij aankomst viel mij de ontzettende klamme hitte op. Bij
aankomst liep het zweet gewoon door.... We hadden veel
bekijks rond het kamp. Het leek wel weer Ethiopie, waarbij we
soms 100-en kinderen en volwassenen op “bezoek”
hadden.
Weer “Ethiopische”
taferelen na aankomst, oftewel vele
enthousiastelingen
Na het avondeten liep er plotseling een man in lompen het kamp
op, die om voedsel vroeg. Ik vond het een hele lastige situatie.
Niemand bood eten aan. Waarschijnlijk om dezelfde reden als ik op
dat moment had. Ik heb al eens eerder aan de organisatie
gevraagd, wat te doen in zulke situaties. Hun antwoord is
duidelijk. Als je op dat moment voedsel aanbied staan alle
overige mensen rond het kamp in “no-time” voor je
neus, en is het hek van de dam. Niet doen dus! Persoonlijk vond
ik het een ontzettend lastige situatie. Wij komen met onze
blitse fietsen, dure terreinauto’s en indrukwekkende trucks
tenslotte op hun grond. Wie zijn wij dan om zo iemand weg te
sturen? Die avond kregen we een echte tropische regenbui over ons
heen en besloot ik vroeg te gaan slapen. Dat laatste is ook een
verschil met het begin van de Tour d’Afrique. Toen bleef ik
nog wel eens op tot 22-23 uur. Nu ga ik eigenlijk meestal kort na
het avondeten al onder zeil, zo rond 20-21 uur. De gebruikelijke
8 uurtjes slaap zijn niet meer genoeg merk ik. Ook in de middag
ga ik vaak nog een uurtje “horizontaal” na een
etappe. Voldoende rust is hier cruciaal om een beetje mens te
blijven.
De volgende ochtend vertrokken we voor onze etappe naar, jawel:
Chitimba Beach. Klinkt goed, he? Hier hadden we na 5
achtereenvolgende fietsdagen onze verdiende rustdag. Ik kan me
niet herinneren wanneer we voor het laatst weer een volledig
vlakke etappe hebben gehad, maar dit was er eindelijk weer eens
een! Ik had er zin in en we waren lekker tegen de 35-40 km
per uur aan het rijden, totdat ik plotseling na een uur
merkte dat mijn stuur scheef stond. Even dacht ik, “wat
vreemd dat ik dat nu pas opmerk”. Niet veel later zat het
stuur nog schever en toen wist ik dat ik zo snel mogelijk naar de
kant moest. Ik had mijn imbus-sleutel al tevoorschijn gehaald,
omdat ik dacht dat de imbus-bouten van mijn stuurpen los waren
geraakt. Maar toen zag ik wat er werkelijk aan de hand was. Mijn
stuurpen was volledig gescheurd! Achteraf mag ik van geluk
spreken dat mijn stuurpen niet de dag ervoor brak, gezien de vele
(bochtige) afdalingen. Een stuk ben ik nog doorgefietst met mijn
handen losjes op de stuurpen, in de hoop zo de etappe nog uit te
kunnen fietsen. Dat bleek al snel ijdele hoop. Vervolgens
schroefde ik de dop van de stuurpen (waarmee je afstelt hoe
soepel je stuur stuurt) vaster. Dit bleek gelukkig te werken. Na
een kwartiertje jagen haalde ik de 1e groep weer in, en verloor
ik zodoende geen tijd op mijn naaste concurenten. Achteraf, denik
ik dat het een soort van metaalmoeheid moet zijn geweest, van al
het gebots in de onverharde secties door Afrika toe nu toe. Een
andere verklaring waarom mijn stuurpen het zo plotseling begaf
heb ik niet.
Resultaat van de onverharde
wegen in Afrika: een gebroken stuurpen
Voordat ik van Chitimba Beach kon genieten, moest ik eerst het
probleem van mijn stuurpen oplossen. Ik heb heel wat
reserve-onderdelen meegenomen, maar een stuurpen stond niet op
mijn lijstje van “fietsonderdelen die het mogelijk kunnen
begeven”. Dat bleek nog niet zo eenvoudig omdat mijn
gebroken stuurpen nu niet bepaald standaard was. Uiteindelijk ben
ik uit de brand geholpen door onze Tour-leider Jack van der Veen.
Hij heeft ook een cyclecrossfiets bij zich en van hem kan ik
voorlopig een stuurpen lenen.
Chitimba Beach was een geweldige plek om uit te rusten. Deze plek
wordt sinds januari dit jaar gerund door een Nederlands stel en
is echt een paradijsje.
Chitimba Beach,
Malawi
Twee spelende jongens in Lake
Myasa, Chitimba Beach
Zonsopkomst bij Chitimba
Beach
Daarnaast staan de lokale bewoners bekend om hun Afrikaanse
houtsnijkunst. Werkelijk prachtige dingen kun je hier kopen.
Velen van ons hebben goed ingekocht en ik hoop dat het thuisfront
tevreden zal zijn met wat ik mee naar huis neem.
Ambachtskunstenaar
Na de rustdag stond een zware etappe op het programma, met een
flinke klim van 20 km vrij vlot na de start. Al bij het begin van
de klim moest ik Chris en Gunther laten gaan. Ik wist gelijk dat
het een slechte dag zou worden. Ik heb de hele dag in mijn eentje
geprobeerd de schade beperkt te houden, maar bij de finish, na
135 km, bleek ik toch 16 minuten verloren te hebben op Chris, die
de etappe dik verdiend won. Die avond had ik een interessant
gesprek met Allan Lunt. Allan is geen racer maar een
expeditierijder die pas bij ons in Nairobi aansloot. Hij is net
met pensioen en heeft besloten eers maar eens een stukje te gaan
fietsen. Ik vind hem een echte aanwinst, zo heeft hij de groep al
eens getrakteerd op een zelfgeschreven lied, waarbij we dubbel
lagen van het lachen. Van origine is Allan een technisch
constructeur. Dat bleek toen ik vroeg waar die
“sleuf” voor diende onder zijn zadel. Zonder blikken
of blozen kreeg ik als antwoord:
“scrotum-ventilator”.
Extra ventilatie voor de edele
delen
De ochtend voor de volgende etappe stond ik voor eerst op dat ik
dacht: “ik ben totaal niet uitgerust”. Ik werd hier
wat onzeker van omdat ons was verteld dat in de komende etappe
weer veel klimwerk zat. De etappe was inderdaad nog zwaarder dan
de vorige, waar ik zo slecht presteerde. Gelukkig zaten er geen
lange klimmen tussen. De hele dag heb ik op “hangen en
wurgen” Chris en Gunther kunnen volgen. Gelukkig dus geen
tijd verloren, maar k hoop dat deze “vormdip” niet te
lang duurt.
De volgende 2 etappes tot aan de hoofdstad van Malawi, Lilongwe,
waren een stuk gemakkelijker. Redelijk vlak met mooie
vergezichten en hier en daar kenmerkende rotsformaties. Zelfs Eva
Nijssen, onze enige Nederlandse vrouw in deze Tour
d’Afrique, zat er tot het eind toe bij. Dat gebeurt de
laatste tijd wel vaker. Ze rijdt een ijzersterke Tour
d’Afrique. In Egypte voelde ze zich oke als
expeditie-rijder. Ze begon echter steeds beter te rijden en is
vanaf Soedan ook aan de race gaan deelnemen. Ze staat al geruime
tijd bovenaan in het klassement voor de vrouwen, maar ze rijdt er
inmiddels al aardig wat mannen af. Ik heb heel wat vrouwen in
Nederland zien racen, maar ik denk dat Eva met wat begeleiding in
“no-time” bij de top in Nederland zou kunnen behoren.
Dus damesteams in Nederland, zoeken jullie nog nieuw talent? Dit
is er een!
Typisch landschap ten noorden
van Lilongwe
Kenmerkend voor het zuiden van
Lilongwe: huisjes met rieten daken
In Malawi had ik me ingesteld op het zien van veel armoede, maar
in vergelijking met wat we in Zuid Soedan, Noord-Ethiopie en
Noord-Kenia hadden gezien viel dat mee. Dit is natuurlijk een
relatief begrip als we het met onze eigen rijkdom vergelijken. En
misschien hebben we gewoon toevallig langs het rijkere deel van
Malawi gefietst. Lilongwe was echter ronduit verbazingwekkend.
Luxe supermarkten, dikke auto’s, of nog erger: filevorming
in het stadscentrum.
Op de rustdag in Lilongwe had ik een bijzondere ontmoeting met
ene Jamie, een zogenaamde “Peace-Pedaler”
(www.peacepedalers.org). Deze inspirerende man uit California is
in Kaapstad begonnen en fietst richting Ethiopie op een tandem.
Hij heeft echter geen bijrijder. Hij vertelde me dat hij onderweg
gewoon mensen aanspreekt en uitlegt waarvoor hij rondfietst.
Meestal eindigt zo’n gesprekje met zijn vraag: “Wil
je een stukje met me meefietsen?”. Elke bijrijder kan
zolang meefietsen als hij of zij wil. Wanneer men terug naar huis
wil, trakteert Jamie die persoon op een maaltijd en een busticket
om terug thuis te komen. De perfecte manier om Afrika te
“ervaren” als je het mij vraagt. Wat een origineel
idee.
De “Peace-pedaler”,
samen met Douglas
In Lilongwe gaven nog eens 2 deelnemers op. Het totale aantal
deelnemers wat onderweg is afgehaakt komt daarmee op 4. Meestal
is het een kwestie van “heimwee naar huis” of
“het is mooi geweest”. Nog wat
“statistieken”: Nog maar ongeveer 30% van de
deelnemers heeft de “EFI”-status. In mijn bijdrage
over Ethiopie legde ik uit dat EFI staat voor (“Every
F*ck!ng Inch”,”). D.w.z. dat je echt elke cm van
Cairo naar Kaapstad zelf hebt gefietst. M.a.w. 70% heeft
wel iets meegemaakt waardoor ze een of meer dagen in de truck
hebben gezetten i.p.v. op de fiets! Ik ben nog “EFI”,
maar besef maar al te goed dat de factor “geluk” hier
een grote rol heeft gespeeld!
In Lilongwe werd voor de 2e maal een donatie gedaan door de Tour
d’Afrique organisatie (de 1e keer was in Nairobi). Dit keer
vooral op initiatief van Andrew Cameron, een van onze Canadese
deelnemers. Een aantal fietsen werden overhandigd aan lokale
“health care”-medewerkers. Vooral de speech van een
van de overheids “bobo’s” trof mij. Ze sprak
woorden die ons allemaal roerden. Ik weet niet zeker wat
omgekeerd hun mening van ons was. De officiële overhandiging was
namelijk voorzien van allerlei drankjes en snacks. Natuurlijk
gingen we er weer als hongerige beesten tekeer....
Overhandiging van fietsen aan
lokale gezondheidsmedewerkers in Lilongwe
Na Lilongwe hadden we nog 1 racedag tot aan de grens met Zambia.
In Lilongwe sloten een aantal wielrenners aan van de lokale
wielerclub. Het was een snelle etappe die eindigde in een sprint,
samen met Chris, Siege (uit Belgie die van Nairobi tot
Livingstone deelneemt) en 2 renners van Malawi. In tegenstelling
tot voorgaande keren had ik mijn “sprint”-benen terug
waardoor ik deze etappe wist te winnen. Ik vond het wel een leuke
uitslag omdat een van de jongens uit Malawi, George, de kampioen
van zijn land bleek te zijn. Na de kampioen van Soedan nu ook die
van Malawi geklopt in deze Tour d’Afrique..... Wie weet,
ligt er nog een contract voor mij klaar bij een van de betere
trade-teams in Nederland als ik terugkom....(maar niet
heus).
Ter afsluiting van Malawi, de humor ligt hier op straat....
Regelmatig kwamen de lachspieren los over wat ik onderweg aan de
kant van de weg zag. Let vooral op wat men hier allemaal met
fietsen kan!
Tot de volgende bijdrage over Zambia, waarbij we naast het
fietsten ook de prachtige Victoria waterfalls zullen
bezoeken.
Groeten,
Adrie
Wimpie, een van de Tour
d’Afrique jongens op z'n truck naast zijn
mascotte
Vee-transport in
Malawi
Fiets-transport in
Malawi
Sofa-transport in
Malawi
Unieke vorm van gezondheidszorg
in Malawi (I)
Unieke vorm van gezondheidszorg
in Malawi (II)
Unieke nazorg als het qua
gezondheidszorg niet lukt in Malawi
Voordat ik van wal steek over Tanzania wil ik eerst wat mensen
geruststellen. Naar aanleiding van mijn laatste bijdrage over
Kenia kreeg ik (begrijpelijkerwijs) nogal wat bezorgde reacties.
Vandaar onderstaand mailtje welke ik korte tijd terug
ontving:
From: mungaingugi@uhmc.co.ke
To: xxx@xxx.com
Subject: Re: Results of biopsy for Adrie Frijters
dear Mr. Frijters
Sorry my email was down
The histology of the removed specimen came back as papiloma with
no malignancy
Thanks
Met andere woorden: het verwijderde weefsel uit mijn blaas bleek
gelukkig niet kwaadaardig! Voor mij viel de onzekerheid, waar ik
een paar weken mee heb rondgefietst, als een enorme last van mijn
schouders.
En dan nu terug naar land nummer 5, Tanzania! Dit is het land
waar het groen je overweldigt, en waar we zowel qua etappes als
km’s over de helft geraken. Dit is het land van de
zonnebloemen en van de tropische regenbuien. Elk van de landen
waar ik tot nu toe doorheen ben gefietst is op de een of andere
wijze uniek. Tanzania was daarop zeker geen uitzondering.
De 1e etappe in Tanzania was een “non-racing” dag
naar de stad Arusha. Vervolgens hadden we hier maar liefst 3
dagen vrijaf. Dat had een reden. Enerzijds omdat we qua etappes
halfweg zijn, en anderzijds om de wereldberoemde natuurparken in
de buurt van Arusha te kunnen bezoeken. Oftewel: “Serengeti
National Park” en “Ngorongoro Crater”. Hierna
kregen we niet minder dan 7 fietsdagen voorgeschoteld waarvan 6
etappes over onverharde wegen. De 2e rustdag in Tanzania was in
het plaatsje Iringa. Hierna bogen we af naar het Westen, richting
Malawi, waar we 4 dagen over deden. Alles bij elkaar zo’n
1200 km.

Route door Tanzania, TdA2007
De 1e fietsdag in Tanzania was voor mij geen pleziertochtje,
ondanks dat er die dag niet werd gekoerst. Het begon na 30 km.
Plotseling moest ik hoognodig plassen. Normaal kan ik het wel
ophouden, maar dit was anders. Ik kon niet anders dan met spoed
naar de kant van de weg. Ik dacht nog: “het zullen wel de
naweeen zijn de operatie aan mijn blaas van 2 dagen terug in
Nairobi”. Toen ik na 3 km weer aan de kant moest om te
plassen was de volgende gedachte: “dit kan wel eens een
lastige dag worden!”. Ik geloof dat ik die dag wel 30 keer
van de fiets ben geweest. Bij de lunch halfweg besefte ik dat het
een blaasontsteking moest zijn. Iets wat niet ongewoon is na
blaasoperaties. Omdat ik al aan de antibiotica was vertelde men
mij dat de verschijnselen waarschijnlijk snel voorbij zouden
zijn, mogelijk al na 1 dag. Bij aankomst in Arusha zat ik even te
filosoferen over hoeveel mazzel ik eigenlijk heb gehad tot nu toe
in de deze Tour d’Afrique. Ik bedoel hiermee dat al het
ongeluk tot nu toe op “non-racing” of rustdagen valt,
of op dagen dat er nauwelijks werd gekoerst. Een opsomming:
- De rustdag in Banhir Dar (Ethiopie) waar ik zo ziek was dat ik
onmogelijk had kunnen fietsen.
- Twee dagen zwaar aan de diarree, maar op dagen dat het parcoers
zo vlak was als een biljartlaken en we de wind goed in de rug
hadden
- De rugblessure van het “barricade”-incident, net
voor een rustdag.
- De operatie in Nairobi op een rustdag
- En “last but not least” een blaasontsteking op een
“non-race” dag.
Was dit allemaal op “race”-dagen gebeurd dan had het
algemeen klassement er voor mij wellicht heel anders uit gezien.
Is dit allemaal toeval? Ik geloof niet dat van boven alles wordt
geregisseerd, maar ik ben er wel van overtuigd dat er meer is
tussen hemel en aarde.
In Arusha aangekomen, verheugde ik me om verschillende redenen op
de komende “vrije dagen”. Een “vakantie binnen
een vakantie” volgens de Tour d’Afrique jongens. Ten
1e was het voor mij een gelegenheid om bij te komen van de
operatie. Daarnaast was er het vooruitzicht van twee bijzondere
uitstapjes. Vlak bij Arusha liggen de wellicht bekendste
natuurparken van Afrika, namelijk Serengeti en Ngorongoro Crater.
We hadden verschillende opties, een 1 of 2-daagse safari in een
van de natuurparken, of zelfs een bezoek aan beide natuurparken
in 3 dagen. Ik koos voor een 1-daags bezoek aan Ngorongoro
Crater. Een andere vrije dag had ik namelijk al gereserveerd om
een ziekenhuis te bezoeken. Dit laatste was op uitnodiging van
Jan Eissenloeffel, ook een Nederlandse deelnemer aan deze Tour
d’Afrique. De 3e vrije dag wilde ik vrijhouden voor
mezelf.
Ngorongoro Crater was in een woord “waaaaanzinnig”!
Superlatieven komen hier tekort om te beschrijven wat ik hier aan
wilde dieren heb gezien. Op de terugweg dacht ik nog “het
enige wat ik vandaag niet heb gezien zijn giraffen”. Alsof
iemand het plaatje voor ons compleet wilde maken zagen we niet
veel later een giraf op de terugweg van Ngorongoro naar Arusha
plotseling aan de kant van de weg staan! Ngorongoro Crater is een
overblijfsel van een enorme vulkaan. De randen van de krater
omsluiten een gebied van maar liefst meer dan 200 km2. In dit
gebied is een perfecte biotoop ontstaan waar veel dieren goed
gedijen. Ik realiseerde me dat het eigenlijk een omgekeerde
dierentuin is. Ik heb nog nooit zo’n grote variëteit aan
dieren gezien in zo’n kleln gebied. Alleen niet de dieren
maar de mensen moeten hier in kooien (lees: afgesloten
safari-trucks). Met heeft het hier vaak over de “Big
Five”, die moet je gezien hebben”! Big Five staat
voor de vijf meest gevaarlijke dieren in Afrika, oftewel:
luipaard, leeuw, buffalo, olifant en nijlpaard. Behalve de
luipaard kwam ik ze allemaal tegen. Met name de leeuwen waren
interessant. Ik heb ontzettend veel foto’s en filmpjes
gemaakt. Hieronder volgt slechts een selectie
daarvan.
Achtereind van een zebra
Nog meer zebra’s
De “biggest” van de “Big Five” in
Ngorongoro: de olifant
Op een gegeven moment zaten we met de auto’s tussen een
groep slapende leeuwen aan de rand van een meer. Plotseling
onstond er activiteit en zagen we een aantal leeuwen in
verschillende richtingen het veld in gaan. Het was duidelijk
“team-work” waarbij een omtrekkende beweging werd
gemaakt. Even later begrepen we waarom, toen we in de verte een
eenzame gazelle zagen. We konden de spanning op dat moment als
het ware voelen. Plotseling ging de gazelle er als een speer
vandoor. Op dat moment dachten we allemaal dat er een geweldige
klopjacht door de leeuwen zou worden ingezet. Maar niets van dat
alles. De leeuwen die op pad waren kwamen weer terug gesjokt en
alles ging weer vredig slapen. Eigenlijk zijn leeuwen dus gewoon
luie beesten op zoek naar een gemakkelijke hap.
Wat kleiner maar ook een van de “Big Five”:
leeuwen
Een kudde wilderbeesten
Drie ostrich (“struisvogels”) die voor ons even de
weg versperden
Een roofvogel aan het ontbijt
Aasgieren, wachtend op een ontbijt
Nog een van de “Big Five”: de waterbuffel (iets voor
HG's fokprogramma?)
Twee Afrikaanse ooievaars
De 2e dag zijn we, de 4 Nederlandse Tour d’Afrique
deelnemers naar het afgelegen plaatsje Loliondo gevlogen. Dit had
Jan geregeld. Hij ondersteunt via zijn deelname aan de Tour
d’Afrique een energieproject voor het lokale ziekenhuis. We
konden gebruik maken van een “Flying doctors”
vliegtuigje.
Mee met de “Flying Medical Services”
Niet alleen in Ngorongoro maar ook op het vliegveld kom je
zebra’s tegen
Vlak voor de start wilde ik nog afhaken, omdat ik plotseling niet
zeker wist of ik mijn plas gedurende de vlucht kon ophouden. Je
raadt het al, mijn blaas speelde weer op! Vervolgens kreeg ik een
lege cola-fles in mijn handen gedrukt en kon (moest) ik mee.
Zo’n klein Cesna-vliegtuigje vliegt toch wel anders dan
zo’n grote Boeing. Het was net een brommer. Je voelt echt
elke luchtturbulentie en ik werd dan ook al snel luchtziek.
Jammer, want de heenvlucht was eigenlijk prachtig en ging via de
Great Rif Valley over de nog steeds actieve vulkaan Mt. Galai
(2942m). De piloot Esra gaf een toegift en vloog voor ons een
rondje over de krater. We konden zelfs de zwaveldampen ervan
ruiken in het vliegtuig.
De actieve vulkaan Mt. Galai (2942m)
Bij het ziekenhuis werden we onthaald door Claar Bijleveld, een
Nederlandse arts die daar samen met haar man Lennard Hiltermann
werkt. Het was indrukwekkend om te zien hoeveel nuttig werk ze
daar doen onder moeilijke omstandigheden. We troffen het die dag
omdat er in het dorpje ook de 2-wekelijkse Masai-markt werd
gehouden. De Masai die ik tot nu toe onderweg had gezien waren
allemaal ingesteld op toeristen. Maar niet deze Masai. Het dorp
is zo afgelegen dat men niet eens weet wat toeristen zijn. Wat ik
hier heb gezien waren Masai in de meest pure vorm, en in
overweldigende aantallen. Ik heb me door Claar laten vertellen
dat men wel tot 35 km uit de omgeving naar deze markt komt.
Sommigen lopen dus in 1 dag 70 km om te komen
“shoppen”!
Masai markt in Loliondo, Tanzania
Masai-krijger op de markt
Masai-vrouw op de markt
Op het einde van de middag vertrokken we weer en Esra stelde voor
dat ik naast hem kwam zitten in de cockpit, omdat ik daar volgens
hem minder snel luchtziek zou worden. Nou, daar zei ik geen nee
tegen! Nadat we een tijdje vlogen vroeg hij hoe ik me voelde. Ik
zei: “oke”. Vervolgens vroeg hij me via welke weg ik
terug wilde vliegen. Ik vond het een beetje vreemde vraag omdat
ik de weg niet kende, dus ik antwoorde: “de mooiste route
die jij kent”. Op dat moment gingen we als in een achtbaan
naar beneden en doken we in een diepe rivierkloof.
Als co-piloot op de terugvlucht naar Arusha
Slalommend vlogen we over de rivier met links en rechts van ons
de wanden van de kloof. Wat een sensatie! Esra volgde al een
tijdje de rivier toen ik voor mij het einde van de kloof zag
opdoemen. De kloof uit kwamen we in een keer op een gigantische
vlakte. Dit moest Lake Natron zijn. Wat we toen zagen was
adembenemend. We vlogen zo’n 10 meter boven de vlakte en ik
zag Afrika op zijn mooist. Duizenden flamingo’s bij elkaar
die als één grote roze wolk wegvlogen, kudde’s
zebra’s en wilderbeesten die voor ons uitstoven, giraffen
die op een statige manier verbaasd opkeken. Vervolgens vlogen we
tussen Mt Meru (4556m) en Mt Kilimanjaro (5895m) terug naar
Arusha. Deze reuzen lieten zich van hun mooiste en meest
indrukwekkende kant zien. In de ondergaande zon genoten we van de
glinsterende sneeuwkappen.
Lake Natron, Tanzania
De 1e etappe naar Arusha ging over verharde wegen. De finish was
vlakbij een dorp waar ik (weer) in een kleurrijke markt
belandde.
“Kralen” kraam voor het maken van Masai
sieraden
"Kralen"-kunst: prachtige Masai-armstukken
Kleurrijke groenten- en fruitkraam
De zes dagen erna waren over onverhard terrein. Men had ons
verteld dat het lang niet zo erg zou zijn dan de stenen van
Noord-Kenia. Maar het zou Afrika niet zijn als er niet een andere
factor de etappes in Tanzania slopend zou maken: de regen! Hoe
gek het ook klinkt, tot nu toe heb ik geen drup regen gehad. Ik
bedoel hier: wel regen laat in de middag of in de nacht maar niet
tijdens het fietsen. De 51e etappe was het goed raak. Pluvius had
er zin in. In “no-time” veranderde alles in een
modderbad. Wegen werden soms zelfs rivieren.
Etappe nummer 51: tot je bovenbenen door het
water!
Het water en de modder hadden een gigantisch effect op het
materiaal. Alles schuurde en kraakte. Constant vreesde ik dat
mijn ketting of versnellingsapparaat zou breken. Waar ik voor
vreesde gebeurde echter bij Chris. Wel lullig om op zo’n
manier 1,5 uur te verliezen. Zelf wist ik uiteindelijk nipt de
etappe te winnen van Gunther (die weer duidelijk in zijn element
was op zijn ATB).
Zo smerig waren Gunther en ik vlak na etappe nr.
51
In de loop van de middag kregen we het bericht dat de truck met
al onze kampeerspullen, etc., het mogelijk niet zou redden. We
moesten in dat geval zelf voor accomodatie zorgen. Ze stonden
namelijk vast in de modder. Uiteindelijk viel het mee. Onze truck
had het bijna gehaald.tot de finish. Dat ze het net niet hadden
gered kwam omdat 5 km voor de finish de weg volledig was versperd
door andere trucks die vastzaten. We besloten uiteindelijk met
zijn allen naar de truck terug te fietsen en het kamp ter plekke
op te zetten.
Hier was dus echt geen doorkomen aan...
Ook onze eigen truck kwam op een gegeven moment vast te
zitten...
De volgende ochtend was het droog, maar de wegen waren nog steeds
in hele slechte conditie. Die dag had ik “platte”
benen en kon ik Chris en Gunther niet bijbenen. Op een gegeven
moment deden mijn versnellingen het ook niet meer. Pas na afloop
kreeg ik door waarom: alles was met modder
vastgeslibd...
Mijn met modder “ingekapselde”
derailleurkabels
Het resultaat van de regenbuien, een
dag later
Ook deze dag hadden onze trucks moeite om er door te komen. Weer
kregen we te horen dat we terug moesten fietsen, deze keer 10 km
naar het voorlaatste dorp. Een van de twee trucks was er al snel
en ik ging erin zitten om wat uit te rusten. We moesten namelijk
op de 2e truck wachten voordat we weer een kamp konden opzetten.
Toen die om 10 uur ’s avonds aankwam pakte iedereen zijn
fiets om naar het kamp te fietsen. Het was inmiddels pikkedonker.
Ik stapte de truck uit om mijn fiets te pakken die ik er tegenaan
had gezet......fiets weg! Ik was al aan het rondkijken in de
veronderstelling dat iemand deze had verzet. Toen ik merkte dat
Nels, een van de Canadese deelnemers, ook zijn fiets miste voelde
ik nattigheid. Een paar minuten later wisten we het zeker: onze
fietsen waren gejat!. Ik raakte in paniek... De organisatie
probeerde mij gerust te stellen door te vertellen dat dit in het
verleden al vaker was gebeurd, en dat men de fietsen altijd heeft
weten terug te krijgen. “Maar wat nu als het deze keer nu
niet zou lukken?”, ging door mijn hoofd. Dat zou de meest
lullige manier zijn om een Tour d’Afrique te verliezen. Ik
had al veel doorstaan maar nu brak er iets in mij. Een aantal
mensen van de organisatie en Nels verdwenen met een lokale
politieman in de donkere steegjes van het dorp. Ik zelf bleef
achter met nog een paar mensen omdat ik het vertikte naar het
kamp te gaan. Ik heb daar een paar uur gezeten zonder een hand
voor ogen te kunnen zien, zo donker was het. Uiteindelijk zijn we
naar het kamp gegaan, heb ik mijn tent opgezet en viel ondanks
alles toch snel in slaap door de vermoeidheid. Het eerste wat ik
deed de volgende ochtend was kijken of mijn fiets misschien toch
op het kamp was terug bezorgd. Ik liep wezenloos rond te zoeken
toen Miles van de organisatie mij zag. Op zijn typisch nuchtere
toon zei hij: “he Adrie, your bike is back!”. Ik wist
niet waar ik het zoeken moest, zo blij was ik! Later hoorde ik
het bizarre verhaal over hoe men onze fietsen had terug gekregen.
Nels vertelde me dat de lokale politieman die nacht niet echt
behulpzaam was. Dat veranderde toen als laatste troef door Nels
en een paar Tour d’Afrique stafleden een beloning voor het
terugbezorgen van de fietsen werd uitgeloofd. Dat ging heel
omslachtig. Minstens 50 dorpelingen bemoeiden zich ermee in het
holst van de nacht, waarbij de sfeer soms zelfs dreigend werd.
Men wilde eerst geld hebben en dan de fietsen terugbrengen. Daar
gingen Nels en de TdA-stafleden natuurlijk niet mee akkoord. Het
compromis was uiteindelijk dat een dorpeling het geld aannam en
vervolgens zich met het geld liet “opsluiten” in een
van de TdA-terreinauto’s. Na een half uur kwam mijn fiets
uit een van de zijsteegjes. Vervolgens onstond een hele discussie
over meer geld voor het terugbrengen van Nels zijn fiets.
Uiteindelijk bond men in en werd drie kwartier later ook Nels
zijn fiets terug bezorgd. Ik kon mijn weg dus weer
vervolgen.
Tussen Tanzaniaanse vrouwen op een “non-race”
dag
Een vorm van publiek transport die je in Afrika vaak
tegenkomt
De volgende etappes over onverhard terrein waren zwaar, maar het
was tenminste droog. Een memorabel moment was de lunch tijdens de
55e etappe. Op dit punt passeerden we de helft qua km’s
(6000 km), wat we ter plekke hebben gevierd met een overdaad aan
heerlijke vruchten. Een ander opmerkelijk (gek) moment was de
etappe waar iedereen in de kopgroep lek reed. Ik zelf op 2 km van
het eind. Een overwinning kon ik die dag dus op mijn buik
schrijven.
In volle actie gedurende (voorlopig) de laatste etappe over
onverhard terrein
Toch wel een beetje moe na 6000 km
Inmiddels verlangde iedereen weer heftig naar de verharde weg. Na
de rustdag in het plaatsje Iringa kwam dan eindelijk waar
iedereen naar smachtte: “black silk”. De laatste 4
etappes in Tanzania was iedereen dan ook in hogere sferen. Het
was alsof men nog beter kon genieten van de werkelijk prachtige
natuur die Tanzania te bieden heeft.
Het groen van Tanzania
Wat mij persoonlijk opviel was de overdaad aan zonnebloemen. Ik
moest daarbij vanzelf denken aan Vincent en de actie Tour
d’ALS. Zonnebloemen waren voor Vincent speciaal in de
periode dat hij aan ALS leed. Op een van de
“non-race” dagen heb ik spontaan een zonnebloem in
mijn “camelback” gestoken. Gewoon om even het
gedachtengoed van Vincent op die manier als het ware mee te laten
fietsen.
Heerlijk om weer te koersen op asfalt!
Met zonnebloem door Tanzania voor Tour
d’ALS
Ter afsluiting van deze bijdrage over Tanzania: een inspirerend
wielershirt van Sarah, een van de deelneemsters uit de
VS.
Sarah's motto: "we can do it"!
We hebben in 10 dagen door land nummer 4 gefietst, Kenia, waarbij
we bijna 1000 km hebben afgelegd. De eerste zes fietsdagen in
Kenia was over onverharde wegen, met een rustdag in Marsabit na
drie dagen. De rest door Kenia was verhard waarbij we half om
Mount Kenya hebben gefietst, na Mount Kilimanjaro de hoogste berg
in Afrika met 5199 m. Voor de laatste etappe in Kenia was er weer
een rustdag in Nairobi. Vooral de rustdag in Nairobi werd voor
mij een bewogen dag....

Route door Kenia van Moyale tot Namanga,
TdA2007
Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: ik heb niet echt
van genoten van de eerste 6 etappes over de onverharde wegen. Dit
was afzien in de meest pure vorm. Ik kan eigenlijk niet
beschrijven hoe zwaar en moeilijk het was. Je moet het hebben
meegemaakt. Ik heb het er nog met de andere Nederlanders over
gehad of dit deel door Kenia zwaarder was dan wat we hebben
gedaan tussen Wadi Halfa en Dongola in Soedan (zie mijn eerdere
bijdrage op deze Volkskrantblog). We kwamen er niet uit. Soedan
kenmerkte zich vooral door het zand en de
“wasborden”. Het onverharde deel door Kenia kenmerkte
zich daarentegen vooral door de vele losse stenen. Dan hebben we
het niet over kiezelsteentjes, maar wegen bezaaid met
“bakstenen”. En dat 520 km lang....
Kenmerkend voor Noord-Kenia: stenen, stenen en nog eens
stenen
Weer veel stenen, maar nu in mooi contrast met een enigzins
groene achtergrond
De deelnemers op mountainbikes met vering waren duidelijk in het
voordeel. Zo won de belg Gunther Thielemans de 1e drie etappes op
rij. Ik kon hem gewoonweg niet volgen op mijn cyclecrossfiets.
Geen beginnen aan zonder enige vering. Het was dus een kwestie
van de schade beperkt houden. De 1e etappe ging nog wel. maar de
2e was waanzin. De schokken waren zo erg dat mijn coordinatie
achteruit ging, waardoor ik een keer viel.
Niet alleen de stenen maar ook andere versperringen
(bijvoorbeeld een kudde kamelen) vertraagden soms de
rit
De frustratie steeg. Op een gegeven moment begon ik het spontaan
uit te schreeuwen. Puur uit onmacht. Gelukkig was er niemand in
mijn buurt. De laatste 10 km zat ik helemaal stuk en bij de
finish kon ik nauwelijks meer staan. Ik ben vervolgens op de
achterbank in een van de terreinauto’s van de Tour
d’Afrique gaan zitten en heb hier volgens anderen 4 uur
wezenloos voor me uit zitten staren.
De primitieve “douche”, na weer een zware etappe
in Noord-Kenia
De avondgloed in de Noord-Keniaanse woestijn
Wie dacht dat het niet erger kon, de 3e etappe was de echte
uitsmijter. De voortekenen dienden zich al aan in de vroege
ochtend, toen we onze dagelijkse “wake-up call”
kregen vanuit de truck. Dit keer had Wimpie, een van de Tour
d’Afrique jongens, het toepasselijke nummer “Highway
to Hell” van AC/DC snoeihard opgezet. De etappe was 80 km.
Dit keer hadden we niet alleen de stenen als obstakel, maar
hadden we ook de hele dag zwaar tegenwind die halfweg ontaarde in
een zandstorm. Als toetje was er een stevige klim over 20 km naar
een grote krater bij het plaatsje Marsabit.
De krater vlak bij het plaatsje Marsabit (inderdaad "Mars" a
bit)
Dit keer had ik me er echter op ingesteld en heb ik niet vol
achter Gunther aangejaagd. Die taktiek werkte beter. Ik verloor
slechts 10 minuten in deze etappe waar hij 5h30 over deed.
Oftewel, we haalden die dag slechts een gemiddelde van 14,5
km/uur. Dit laatste illustreert misschien nog wel het beste hoe
slecht de omstandigheden waren! Hoewel ik het zelf redelijk
overleefde, was het voor sommigen anderen teveel. Zo gaf Chris
Maund, die op dat moment 2e in het klassement stond, halfweg de
brui eraan en stapte in de truck. Zelden heb ik iemand zo
aangeslagen zien binnenkomen. Mentaal “geknakt”
zullen we maar zeggen. Ook heb ik mensen die dag letterlijk
jankend over de finish zien komen.
Ook de banden hadden het zwaar. Op een dag was het zo heet
dat sommige banden spontaan “gezwellen”
ontwikkelden
De 3 wedstrijddagen na Marsabit waren ook over onverhard terrein,
maar de condities waren iets beter voor cyclecrossfietsen. Ik kon
in elk geval Gunther nu wel volgen en wist zelfs 2 etappes te
winnen. Twee dagen na Marsabit schrok ik echter tijdens het
plassen, nadat we halfweg de etappe waren gestopt bij de
“lunch”-truck. Dit keer was er geen twijfel mogelijk,
zoals die keer na de etappe over de Blue Nile Gorge in Ethiopie
een aantal weken terug. Deze keer stond ik echt bloed uit te
plassen. Ik voelde me echter niet ziek en ben dus doorgefietst.
Na de finish echter weer hetzelfde verhaal. Ik vertelde het aan
de organisatie en aan Eric Sechler, de enige Zweedse deelnemer.
Eric is namelijk in het dagelijks leven chirurg. De organisatie
was al aan het overleggen waar het dichstbijzijnde ziekenhuis
was. Even bekroop mij de angst dat de organisatie mij uit
voorzorg uit de race wilde halen. Ik was dan ook blij dat een uur
later mijn plas er weer normaal uitzag. Eric vermoedde dat een
bloedvaatje in mijn blaas het had begeven door al het geschok
over de stenen. Ik ging er dan ook vanuit dat zodra we weer op de
verharde wegen zouden komen, het bloeden wel zou ophouden. Ook
hadden we het even over de mogelijkheid of de klap rechtsachter
op mijn heup, van het incident in Yabello ruim een week terug,
indirect de oorzaak kon zijn. Eric vond dit echter niet
logisch.
De laatste etappe over onverhard terrein eindigde net voor het
stadje Isiolo. We gingen helemaal uit ons dak toen we onverwacht
in de verte de verharde weg zagen opdoemen. Na de finish heb ik
zelfs letterlijk het asfalt gekust, zo uitgelaten was ik. Het
feest hield niet op toen bleek dat in het stadje zelf er allerlei
lekkere dingen te koop waren die we al heel lang niet meer waren
tegengekomen. Sean, onze jongste deelnemer uit Canada (21 jaar),
lepelde een hele liter vanille-ijs naar binnen. Ik zelf kreeg
geen genoeg van de aardbeien-yoghurt drank die ik vond ik een
winkel. De koelvitrine was in “no-time” leeg toen
meer deelnemers arriveerden. Voor mij staat Isiolo nog steeds
symbool voor een “voorzichtige” terugkeer naar een
wat meer “westerse” wereld. Het klinkt gek, maar we
gaan als groep telkens uit ons dak als we lekker eten tegenkomen.
Het eten wat door de Tour d’Afrique organisatie wordt
verzorgd is namelijk niet altijd “haute cuisine”. De
ingredienten daarvoor zijn hier onderweg meestal niet te krijgen.
Het is echt ongelofelijk hoe wij hier soms kunt wegdromen over
milkshakes, zwembaden, koud bier, etc. onder deze
omstandigheden.
Jan, één van de ”Nederlanders”, in z’n
Rabobank-shirtje, tussen “houtsprokkelende
locals”
In Isiolo heb ik ook nog mijn urine laten testen. Hier kwam uit
dat ik toch iets van een blaasontsteking had. Wellicht dat dit de
oorzaak van de bloedingen was. We konden het echter niet rijmen
met het feit dat het bloeden alleen tijdens het fietsen
plaatsvond. Toen we weer op het verharde waren, was ik
vanzelfsprekend heel benieuwd hoe mijn blaas het zou houden. Het
was dan ook een grote teleurstelling toen ik bij de lunchstop
weer bloed stond te plassen. Samen met de Elaine, de
verpleegkundige van de organisatie en Eric, besloten we om
tijdens de rustdag in Nairobi naar het ziekenhuis te gaan voor
een inwendig onderzoek. Ondertussen genoten we van het
“black silk”, zoals we hier het asfalt noemen. De
uitzichten waren prachtig. Een aantal dagen konden we zelfs de
sneeuw op de op 2 na hoogste berg van Afrika, Mount Kenya,
zien.
Mount Kenya (5199 m)
De eerste dagen hierop waren bovendien bijzonder prettig omdat we
in plaats van “bush camps” nu bivakkeerden bij luxe
hotels met alle voorzieningen waaronder zwembaden en goede
keukens.
Opmerkelijke aanwijzingen bij het zwembad van het
“Sportsman Armed Hotel” in Nanyuki.
Het uitzicht op het zwembad naar boven vanuit mijn
ligstoel
Hier waren we als groep wel aan toe na alle ontberingen. De Tour
d’Afrique is dus niet alleen maar afzien, voor het geval
men dat begon te denken. Er waren ook onvergetelijke
hoogtepunten, zoals de ontmoetingen met de Masai. Oftewel, die
lange slanke mensen die in het bekende reclame-spotje zo hoog
springen naar Peijnenburg ontbijtkoek. Voor mij zijn dit tot nu
toe de meest intrigerende Afrikanen die ik hier ben tegengekomen,
zo ontzettend kleurrijk, eigen en traditioneel. Je moet alleen
geen mot krijgen met de mannen heb ik gehoord. Ze staan bekend
als het volk met de beruchtste krijgers.
Groepje poserende Masai-vrouwen met kinderen
Stoere versierde Masai-mannen
Masai-vrouw bij een waterput voor Isiolo.
Ik onder dezelfde waterput tussen de Masai
Samen met een vrouw van de Masai op de foto vlak voor de
start van weer een etappe
Een ander hoogtepunt was de dag voordat we in Nairobi aankwamen,
toen we, net na het plaatsje Nanyuki, met zijn allen de evenaar
passeerden. Het is slechts een denkbeeldige lijn, maar het geeft
toch wel een speciaal gevoel. En ja, de zon staat inderdaad in de
middag loodrecht boven je hoofd. Best wel gek om geen schaduw te
hebben voor een moment.
De passage over de evenaar bij Nanyuki
Loodrechte schaduw rond de middag
Toen we in Nairobi aankwamen zijn we in plaats van de volgende
(rust)dag, nog dezelfde dag naar het “Nairobi
Hospital” gegaan. Dit was vlak nadat ik, en Eva bij de
dames, waren gehuldigd als winnaars van de sectie genaamd
“Meltdown Madness”. Eerst vond ik het een wat rare
naam voor deze sectie. Maar nu ik gezien heb wat Noord-Kenia en
de hitte met ons deed snap ik hoe men op deze naam is
gekomen.
Ik was samen samen met Douglas, de blinde deelnemer van het
tandemteam, en Eric in het ziekenhuis. Douglas komt namelijk uit
Nairobi en kent wat mensen hier. We moesten lange tijd wachten
tot er een uroloog kwam opdagen. Toen ik echter kennismaakte met
de arts, Dr. Peter Mungai, was ik eigenlijk gelijk gerustgesteld.
Deze man straalde uit dat hij zijn vak beheerste. Je hoort een
heleboel spookverhalen over de kwaliteit van zorg in Afrika
waardoor je toch onzeker wordt. Douglas had me echter verteld dat
als je ziek wordt, ergens tussen Cairo en Kaapstad, je het beste
in dit ziekenhuis terecht kunt komen. Achteraf denk ik dat hij
gelijk heeft gehad. Besloten werd om gelijk een echo te maken van
mijn nieren, blaas en prostaat, en de volgende dag een inwendig
endoscopisch onderzoek van de blaas. De echo was alvast
geruststellend, er werden geen afwijkingen gevonden. Al bij al
was ik 5 uur verder voordat ik weer terug ging naar het
kamp.
De volgende ochtend was echter veel ingrijpender. Ik moest me
inchecken op de afdeling “short stay”. Vervolgens
werd ik naar een zaal gebracht waar ik me geheel moest omkleden
in “ziekenhuisjurken”. Vervolgens ging ik naar een
operatiekamer waar bij mij onder plaatselijke verdoving een
flexibele endoscoop via de urinebuis tot in de blaas werd
gebracht. Ik weet wat afzien op de fiets is, maar dit is van een
andere orde.... De arts was ongeveer een kwartier bezig met
rondkijken in mijn blaas en haalde vervolgens de endoscoop er
weer uit, wat nog pijnlijker was dan het er inbrengen, ondanks de
plaatselijke verdoving. En toen kwam het nieuws..... Hij vertelde
dat er een tumor zat en dat het moest worden weggehaald. Of het
goed- of kwaadaardig was moest een biopsie vervolgens uitwijzen.
Even stond voor mij de wereld stil. Mijn 1e reactie was de vraag
of de operatie kon wachten tot na de Tour d’Afrique,
wanneer ik weer terug ben in Nederland, zo rond half mei. Daar
was geen sprake van gezien de situatie. Op dat moment stond de
wereld niet alleen stil voor mij, maar stortte deze ook in. Ten
1e kon ik gewoon niet voorstellen dat mijn eigen lijf mij in de
steek had gelaten. Ten 2e, ik had al zoveel opofferingen gedaan
en had al zoveel afgezien in deze race. Dat dit allemaal voor
niks zou zijn geweest kon er bij mij even niet in. Ik vroeg de
arts wanneer de operatie kon plaatsvinden en of ik langer in
Nairobi moest blijven. Hij wist namelijk al dat ik met een
organisatie door Afrika aan het trekken was op de fiets. We
bespraken even de mogelijkheid om hiervoor vanuit het plaatsje
Arusha in Tanzania, waar drie rustdagen stonden gepland,
tijdelijk terug te keren naar Nairobi. Na enig overleg stelde hij
echter voor om de operatie gelijk dezeflde middag uit te voeren.
Het zou een korte ingreep worden, maar wel onder volledige
narcose. Niet echt bevorderlijk voor de conditie, maar wat moet
dat moet. Ik vroeg hem hoe lang ik na de operatie in het
ziekenhuis moest blijven. Met andere woorden, hoeveel racedagen
zou ik niet kunnen starten en zou ik hiermee definitief de Tour
d’Afrique verliezen? Vervolgens legde hij mij uit dat de
ingreep weer met een flexibele endoscoop via de urinebuis zou
plaatsvinden. Dus niet via de buikwand met snijwerk waar je
minstens een week van moet herstellen. Sterker nog, hij had er
eigenlijk geen bezwaar tegen als ik de volgende dag al op de
fiets zou zitten. Als ik maar rustig aan zou doen en veel zou
drinken in de dagen erna. Ik wist gewoonweg niet wat ik hoorde!
Er was dus nog een kans....
“Nil bij mouth”. Oftewel, deze jongen kreeg niks
te eten tot aan de operatie
Om 16u00 stond de operatie gepland. Die middag heb ik naar
Nederland gebeld, waaronder het thuisfront. Dat lukte pas na een
aantal keren en was uiteindelijk toch wel heel emotioneel en
moeilijk, voor zowel mezelf als Bregta. Ik werd uiteindelijk iets
voor 17u00 opgehaald. De anaesthesist en anderen probeerden mij
op mijn gemak te stellen. Toen ik weer wakker werd was het eerste
wat ik zag de klok. Het was 17u45. Ik was dus slechts 45 minuten
onder zeil geweest. Het volgende wat ik voelde was dat ik
ongelofelijk drang had om te plassen. Er werd mij doodleuk
verteld dat ik het nog 15 minuten op moest houden. Dit was nog
erger dan het in- en uithalen van de endoscoop diezelfde ochtend!
Ik moest de nacht in het ziekenhuis blijven. Dr. Mungai kwam nog
langs om te vertellen dat de operatie gelukt was en dat ik mij
geen zorgen hoefde te maken. Ondertussen had ik mooi deze dag de
persconferentie gemist van de Tour d’Afrique organisatie,
waarbij fietsen werden gedoneerd aan AIDS-hulpverleners.
Die nacht sliep ik goed. Ik werd alleen om 5u00 die ochtend
wakker gemaakt door iemand van de administratie! Of ik even
250.000,- Keniaanse Shillingen wilde betalen (zo’n $2500)
voordat ik vertrok. Ik probeerde nog uit te leggen dat mijn
Nederlandse zorgverzekeraar mij de avond ervoor nog had gebeld om
te zeggen dat ze een garantstelling hadden gefaxed. Dat hielp
niet en ik heb dus zelf maar voorgeschoten. Rond 6u30 kwam ik met
de taxi op het kampeerterrein aan. Weinig mensen wisten van de
operatie, en dat heb ik maar even zo gelaten. Ik wilde eerst zelf
kijken hoe het fietsen zou gaan. Het eerste stuk gingen we in
konvooi uit Nairobi. Het viel me eigenlijk reuze mee hoe ik me
voelde. Dat gold niet voor George, één van de Nederlanders. Het
tempo lag laag, maar zelfs dat kon hij niet bijhouden, zo ziek
als hij was. Op een gegeven moment stapte hij in de truck. Hij
moet ontzettend hebben gebaald, omdat hij toen zijn
“EFI”-status verloor. Na het konvooi startte de race.
Tot aan de lunch (halfweg), keek ik de kat uit de boom. Het ging
nog steeds goed. Na de lunch dacht ik dat het geen kwaad kon om
in de groep mee te draaien. Tegen het eind dacht ik “als ik
mijn werk kan doen, kan (mag) ik ook meesprinten”. Tot mijn
verbazing klopte ik vervolgens Chris en Joash, mijn
medevluchters.
Ik kan het niet helemaal bevatten wat er is gebeurd. Leven in
onzekerheid,
over wat er bij mij is weg gehaald, is toch wel onwerkelijk. Ik
hoop jullie de volgende keer te kunnen vertellen hoe het ervoor
staat............
Groeten,
Adrie
Ethiopie (Addis Abbaba tm grens Kenia)
faso, afrika, als, lezing, adrie, frijters, wielrennen, sport
Deze bijdrage wil ik beginnen met iedereen te bedanken die op
enige wijze heeft gereageerd op actie “Tour
d’ALS”, vanaf dat ik in Cairo vertrok voor de Tour
d’Afrique. Ik lees jullie hartverwarmende emails en
reacties op mijn weblog met veel plezier. Ze zijn voor mij
werkelijk een steun in de rug. Helaas kom ik er meestal niet aan
toe om te reageren. Internet kom ik tot op heden, behalve in de
grote steden hier sporadisch tegen. En als ik het net opga kom ik
tergend langzaam op mijn weblog of helemaal niet. Veel meer dan
te proberen regelmatig mijn bijdragen te plaatsen met
foto’s lukt dan vaak niet.
Ik realiseer me dat ik inmiddels aardig achter loop met mijn
bijdragen. We zitten inmiddels namelijk al redelijk ver in
Tanzania. Na Ethiopie is er echter ontzettend veel gebeurd in
Kenia. Hierover zal ik zo spoedig mogelijk berichten. Ik verwacht
de komende tijd de achterstand in te halen. Check dus gerust
geregeld voor nieuwe bijdragen!
Mijn 1e bijdrage over Ethiopie ging vooral over racen, alsof er
verder niet veel te melden viel. Ethiopie is echter veel meer dan
dat....het is een land wat je overweldigd qua mensen, natuur en
cultuur. Vooraf werd ons gezegd door de organisatie dat je na
afloop ofwel van Ethiopie houdt of dat je er nooit meer naar
terug wil. Voor mij is het “houden van” geworden,
maar ik kan me de aversie die sommige deelnemers tegen Ethiopie
ontwikkelden wel voorstellen. Ten 1e, Ethiopie is een land met
hééééééél vééééél kinderen. Voorlopig hebben ze hier geen last
van een “vergrijzende” bevolking zoals in Nederland.
Door elk dorpje waar we doorheen kwamen stroomden ze vanuit alle
hoeken en gaten op ons af, alsof ze nog nooit fietsers gezien
hadden. En allemaal willen ze dat je voor hen stopt ....Omdat dat
niet altijd gebeurd (wij “racers” stoppen helemaal
niet) raken ze soms gefrustreerd en gaan ze met steentjes gooien.
En als je echt pech hebt zijn het stenen... Zo kwam Pierre, één
van onze oudere deelnemers, een keer met een bebloed gezicht over
de finish. Gelukkig was het niet zo erg dan dat het er uitzag,
maar we schrokken er wel van. Ondanks dit soort dingen heb ik
voornamelijk positieve herinneringen aan de mensen hier
overgehouden.
De mensen zijn hier tamelijk nieuwsgierig. Zo was de aanloop naar
ons tentenkamp telkens zo overweldigend, dat de organisatie een
koord eromheen spande. Daar zaten we dan, wij binnen het koord in
onze tentjes, en daarbuiten rijen dik Ethiopiers die ons zaten te
bekijken tot het donker werd. Dat gaf soms hilarische taferelen.
Zoals die keer dat Daryl met zijn mountainbike de lokale kinderen
achtervolgde, of Eva die met een kleintje op haar fiets het hele
kamp rond reed. Bijvoorbeeld die zondag met prachtige opzwepende
gospel-muziek, door elk dorp waar we doorheen fietsten. De meeste
mensen zijn hier met volle overtuiging christen. En dan de
prachtige kleurrijke Ethiopiers zelf. Onderstaande foto’s
die ik onderweg heb gemaakt spreken voor zich.
Nieuwsgierige mensen rondom ons “bush-camp”
Een beetje verlegen blik...
Jongetje met handelswaar op de markt in Gondar,
Ethiopie
Typisch op zon- en feestdagen, vrouwen met parasols in hun
mooiste (witte) kleding
Wat mij opviel in Ethiopisch, er is hier veel
landbouw
Twee zusjes in dezelfde kleren
Een meisje bij een waterput in Yabello
Ethiopie is niet alleen prachtig wat betreft de mensen maar zeker
ook wat betreft natuur. Een aantal keren zaten we met het kamp
aan prachtige meren waar we soms konden genieten van een
schitterende zonsopkomst en ondergang.
Zonsopkomst aan een van de meren in Ethiopie
Zonsondergang bij Lake Langano
Het landschap veranderde soms drastisch per dag. Van diepe
valleien met indrukwekkende vergezichten, naar de hoogvlakten met
veel agrarische bedrijvigheid, tot (bijna) tropisch
regenwoud.
De Blue Nile Gorge
Egyptische invloeden in het stapelen van hooibalen
De tropische ochtenddauw over onze “bush-camp”, vlak
voor vertrek voor weer een etappe (en weer veel
belangstelling)
Wat mij verder van Ethipie bijblijft zijn de "enjura’s" met
verschillende gerechten erop (zeg maar tapas op een pannenkoek).
Zo werd ik een keer verrast door Windie, een Ethiopier die de
organisatie ondersteund. Hij had ten aanzien van mij een blunder
gemaakt met de finishvlag (lees verder) en wilde dat goedmaken.
In Ethiopie nodigt men dan de ander uit en stopt men die persoon
eten in de mond.
Na de koers bijtanken met enjura, een typisch Ethiopisch
gerecht
Ook bijgebleven is de aangrijpende armoede die je hier soms
aantreft. Zo zag ik hier voor het eerst kinderen met
“hongerbuikjes” en waren de onderkomens van mensen
soms ronduit triest.
Ook Ethiopie: moeilijke leefomstandigheden waarin mensen
(helaas) moeten leven
Wat betreft de race en expeditie: het deel door Ethopie vanaf
Addis Abbaba ging verder naar het zuiden tot aan de grensplaats
Moyale, in 7 etappes en een rustdag (in Yabello).

Route door Ethiopie van Addis Ababa tot Moyale,
TdA2007
De start na Addis was goed mis, oftewel wederom volledig aan
“de dunne”. Chris bleek er echter nog erger aan toe
te zijn en was niet eens gestart. Door zijn afwezigheid, en
doordat de 1e twee etappes makkelijk waren, werd er gelukkig niet
hard gekoerst. Ik heb me er ook niet mee bemoeid, gewoon te zwak
en geen zin.
De dag na Addis werd het Kenyaanse tandemteam verrast met een
nieuwe tent. Vanaf Cairo hadden zij gekampeerd in een oude
legertent van pak-m-beet 40 kg, niet eens waterdicht en vreselijk
onhandig. Omdat de Nederlandse reisorganisatie Baobab mij een
tent had geschonken ter ondersteuning van actie Tour d’ALS,
had ik ze opnieuw benaderd met de vraag of ze ook iets voor Joash
en Douglas konden doen. Na enige tijd kregen we het goede nieuws
dat we een tent bij Travel Ethiopian in Addis Abbaba konden
ophalen. Chapeau Boabab, geweldige actie!
Een nieuw onderkomen, geschonken door Baobab Nederland, voor
Douglas en Joash
De resterende etappes door het zuidelijke deel van Ethiopie
gingen zonder echte hoogte of dieptepunten, tot de 36e etappe
naar Yabello..... De organisatie had besloten de
verantwoordelijkheid voor het opzetten van de finish aan Windie,
een lokale Ethiopische hulp over te laten. Die dag kwamen we met
een kopgroep van drie (Chris, Gunther en ik) op de finish
afgestormd. In de verte zagen we de witte finishvlag na een
flauwe bocht liggen. Gunther zette als 1e de sprint in en met nog
zo’n 200m kwam ik uit zijn wiel. Op volle snelheid kwam ik
uit de bocht en plotseling zag ik 10m voor mij een gesloten
slagboom! Geen tijd meer om te remmen of uit te wijken. In een
“split-second” besloot ik naar links uit te wijken en
er onderdoor te duiken. Rechts lag de slagboom namelijk zo laag
dat ik er zeker tegenaan zou knallen. Ik dook zo plat mogelijk op
mijn fiets en voelde een enorme dreun rechtsachter op mijn heup.
Chris en Gunther lagen op dat moment al een paar fietslengtes
achter en hadden wel de tijd om buitenom de slagboom te passeren.
Op mijn instinct sprintte ik door en won ondanks de knal toch nog
de etappe. Na de finish kon ik echter niet op mijn fiets blijven
en liet ik mij op de grond vallen. De gemoederen waren inmiddels
hoog opgelaaid, nadat we allemaal beseften dat de finishvlag 100m
achter een gesloten slagboom was geplaatst. Gelukkig was bij
sommigen van ons de adrenaline op tijd voldoende gezakt om een
aanstaande kloppartij te sussen. Een half uur na aankomst merkte
ik dat ik nog steeds nauwelijks kon lopen. De organisatie besloot
snel om mij naar het dichtsbijzijnde ziekenhuis te brengen. Daar
aangekomen bleek het niet meer dan een artsenpost. Omdat de arts
niet aanwezig was en het eerstvolgende ziekenhuis met
faciliteiten 190 km verderop lag, besloten we terug te keren.
Tja, dan pas besef je werkelijk het verschil tussen zorg in
Afrika en zoals wij dat in Nederland gewend zijn. Er zat niets
anders op dan terug naar het kamp te gaan. Het gevoel dat het
goed mis was ebte gelukkig snel weg omdat het inmiddels al beter
ging. De dag erna vreselijk stijf, maar gelukkig op een
rustdag
Mijn rug, 1 dag na het “slagboom”
incident
De slagboom waar ik onderdoor ben gesprint
Twee dagen na Yabello bereikten we dan eindelijk de grens met
Kenia. Van alle landen die we doorfietsen is ons verblijf in
Ethiopie het langst. In totaal waren we hier drie weken.
Eigenlijk nog veel te kort als je beseft wat een prachtig land
dit is.
Binnenkomst in Kenia bij het grensplaatsje
Moyale
Tot de volgende bijdrage die over Kenia zal gaan, het 4e van de
10 Afrikaanse landen waar we doorheen komen, en waar ik het
een en ander heb meegemaakt!....
Ethiopie (t/m Addis Ababa)
faso, afrika, als, lezing, adrie, frijters, wielrennen, sport
Het programma in Ethiopie tot en met de hoofdstad Addis Ababa
leek een luxe. Eerst twee etappes waarvan de eerste door de
organisatie als “non-racing” werd aangeduid,
vervolgens de luxe van 2 rustdagen in Gondar, weer 2 race-dagen,
gevolgd door nog een rustdag in Bahir Dar, en daarna 5 race-dagen
tot aan Addis Ababa. Het liep allemaal heel anders.....

Route door Ethiopie tot en met
Addis Ababa, TdA2007
Het aantal zieke personen werd vanaf Soedan steeds erger. Als of
er een of ander virus door de groep ging. Ik zelf was de eerste 2
etappes in Ethiopie nog goed maar een groot aantal mensen zijn
hun “EFI”-status inmiddels kwijt. “EFI”
staat voor “Every F*ck!ng Inch”, en betekent dat je
elke centimeter vanaf Cairo op eigen kracht hebt afgelegd. De
EFI-status is voor mij, en vele anderen heilig vanwege juist dit
idee. Hoe ziek moet je echter zijn voordat je de fiets laat staan
en op de truck stapt? Andy Paton had het duidelijk verkeerd
ingeschat op de 1e dag in Ethiopie. Na bijna te zijn
flauwgevallen door de misselijkheid en de hitte moest hij zijn
EFI-status opgeven na 20 km fietsen. EFI is niet altijd
gezond...
Zonsopkomst op de 1e dag in
Ethiopie
Een van de 1e dorpjes waar we in
Ethiopie doorheen fietsen
De eerste 2 etappes in Ethiopie waren gruwelijk zwaar.
Stijgingspercentages tot 19%, cols tot 25 km, een verzengende
hitte en alles onverhard. Vooral de stof van passerende trucks
was om gek van te worden. Mijn lichtste verzet (34x27) was op
bepaalde momenten nauwelijks toereikend. Na deze etappes werden
er nog meer mensen ziek tijdens de 2 rustdagen in Gondar.
Uitzicht bij Gondar
De rustdag in Gondar en te lui om mjn eigen fiets schoon te
maken!
Als je het mij vraagt een combinatie van een te snelle
hoogtestijging (in 2 dagen van 850m naar 2450m gereden), het
stofhappen, de uitputting, maar vooral de zon. Ik zelf begon mij
ook niet zo lekker te voelen... Dat bleek ook wel de dag erna. Ik
verloor 5 min op Chris Maund in de 1e bergetappe na Gondar. Ik
kon na de 1e col nog terugkomen in de afdaling, maar in de 2e col
was het over en uit. Pap in de benen en niet lekker in mijn
vel.
De vaak mooie karakteristieke
bergen na Gondar
De dag erna was het goed mis. Ziek opgestaan en zwaar aan de
diarree. Hoewel ik de schijn ophield leek het wel of mijn
tegenstanders bloed roken, vooral Chris. Vanuit het vertrek
demarreerde hij een aantal keren en ik had deze keer niet de puf
om mee te springen. Gek genoeg begon ik mij steeds beter te
voelen tijdens deze etappe. Half koers had ik zelfs de benen om
het gat van ongeveer een minuut naar Chris weer dicht te rijden
en zelfs de sprint van hem te winnen. Ik begrijp er niets van.
Deze Tour d’Afrique is er niet alleen een van je grenzen
verleggen, maar van je grenzen opnieuw ontdekken.
Tamelijk vermoeid was ik blij met de rustdag hierna in Banhir
Dar. Die nacht ging het echter helemaal mis. Vier keer naar het
toilet geweest en totaal leeggelopen. De ochtend erop stond ik
ziek op, maar nu zo ziek dat ik mij realiseerde dat als het een
race-dag was geweest ik niet had kunnen fietsen. Dan was ik mijn
EFI-status kwijt geraakt. In overleg met Helaine, onze
verpleegkundige, en Eric, een Zweedse arts die ook aan de race
mee doet, neem ik 2 verschillende antibiotica-kuren tegelijk.
Vrij drastisch, maar dit zijn ook geen normale omstandigheden. Ik
besloot die avond de luxe van een hotelkamer met een goed bed te
nemen. Die nacht heb ik heerlijk geslapen en bij het ontwaken
voelde ik al dat ik me, hoewel slap, weer beter voelde. Achteraf
hoorde ik dat Helaine het best moeilijk met mij had omdat ze me
misschien uit de race had moeten halen als ik die ochtend niet
beter was. Gelukkig hoefde ze die beslissing niet te nemen. De
etappe die dag was 160 km en ik heb alleen maar gevolgd. De dag
erop, een etappe van 150 km, wilde ik het opnieuw rustig aan
doen. Met name om weer wat aan te sterken voor de daaropvolgende
dag, ottewel de koninginnerit van deze Tour d’Afrique: de
klimtijdrit van de Blue Nile Gorge. Chris had echter geen plannen
om krachten te sparen. Vanuit het vertrek was er een serieuze
klim. Deze keer kon ik hem echter als “niet-klimmer”
volgen. De hele dag was op en af en na 100 km merkte ik dat hij
behoorlijk stil viel zodra het omhoog ging. Gunther Thielemans
had ondertussen al een voorsprong van zo’n 5 minuten op ons
genomen en leek serieus op weg deze etappe te pakken. Op dat
moment heb ik mijn plannen bijgesteld. Zodra je tijd kunt pakken
op je tegenstander moet je het niet laten, en zeker op Chris. Op
een stuk vals plat ben ik van hem weggereden en heb vervolgens de
laatste 50 km solo gedaan. Vijfentwintig km voor het eind raapte
ik Gunther nog op. Lang waren we niet samen omdat bij hem het
beste er ook af was. Aan de meet had ik 13 minuten voorsprong
opgebouwd op Chris en Gunther, die uiteindelijk samen finishten.
Na 28 etappes dus eindelijk een etappe dat ik een serieus gat sla
op de concurrentie. Hoewel ik al veel etappes heb gewonnen was
het tot nu toe altijd in dezelfde tijd als mijn tegenstanders of
met enkele minuten voorsprong. De organisatie zelf spreekt alvast
over de meest spannende Tour d’Afrique tot nu toe, omdat de
verschillen in het algemeen klassement nog zo klein zijn. D.w.z.,
als we rekening houden met het feit dat iedereen van zijn
totaaltijd (over 95 etappes), nog zijn 5 slechtste dagen mag
aftrekken. In de avond merkte ik dat het met mij nog steeds op en
af ging. Vooral de eetlust is een goede indicator. Dat eten
begint trouwens sowieso een probleem te worden voor mij. Normaal
ben ik echt niet kieskeurig maar het begint nu wel erg eentonig
te worden. In de ochtend een of andere havermoutpap en brood met
of jam, of pindakaas. Nooit geen vleeswaren of kaas. Soms krijg
ik geen hap weg. Vooral van het avondeten. Deze Tour
d’Afrique is zeker geen luxe fietstocht, en dat wist ik
vooraf. Het is echter een groot dilemma, enerzijds je eetlust
verliezen en anderzijds de noodzaak om elke dag voldoende
calorien bij te tanken. Ik merk dat veel mensen met hetzelfde
probleem zitten.
Nieuwsgierige kinderen bij de
lunchtruck
De klimtijdrit over de Blue Nile Gorge is jaarlijks een van de
hoogtepunten in de Tour d’Afrique. Met hoogtepunt wordt
hier bedoeld, gruwelijk zwaar. Om een idee te krijgen: eerst
wordt in 20 km 1300m afgedaald naar de het dal van de Blue Nile.
Dit gaat niet over glad asfalt maar over een embarmelijk
overharde slechte weg met rotsen, kuilen, etc. Dit deel wordt
niet gekoerst (zou niet verstandig zijn). Vervolgens is het
verzamelen in het dal en om de minuut starten, voor de
klimtijdrit naar naar de andere kant van de kloof (over dezelfde
slechte kwaliteit weg). Gelukkig had het die nacht geregeld zodat
we wisten dat het met de stof mee zou vallen. Het resultaat was
echter dat de weg naar het dal volledig was beblokkeerd door
vastgeslipte vrachtwagens.
File in de afdaling van de Blue
Nile Gorge
Even was het de vraag of de tijdrit uberhaupt kon doorgaan, maar
de terreinwagen van de organisatie slaagde erin om op tijd
beneden te komen. De tijdrit zelf was voor mij puur afzien. Nog
nooit had ik zo’n lange tijdrit gereden, laat staan een
klimtijdrit van 22 km. Uiteindelijk finishste ik in 1u41, 2
minuten na Chris. De schade viel dus mee.
Uitzicht op de Blue Nile
Gorge
De dag erna merkte ik pas hoe diep ik werkelijk was gegaan. Ik
schrok van mijn plas tijdens de lunch in de 30e etappe, omdat ik
dacht dat er bloed bij zat. Na de finish zocht ik Helaine op,
spoelde een Coca-cola flesje om en produceerde een plasmonster
voor haar. Dit keer kon ik goed kijken. Gelukkig waarschijnlijk
geen bloed, maar wel volledig troebel. Helaine deed een paar
testen en kwam uiteindelijk tot de conclusie dat ik tegen
chronische dehydratatie aanzat. Vanaf nu probeer ik dus meer te
drinken. Mijn plas was in elk geval weer snel normaal.
Ik zit nu in Addis Ababa en ik zou bijna de suggestie wekken,
door mijn verhalen over de race en mijn eigen welbevinden, dat er
over Ethiopie zelf nauwelijks iets te vertellen is. Dat is
allerminst het geval. De indrukken zijn overweldigend. Zowel wat
betreft de natuur, de mensen, de atmosfeer. In mijn 2e bijdrage
over Ethiopie (van Addis Ababa tot de grens met Kenya) kom ik
hierop terug.
Oh ja, de 2e sectie van de Tour d’Afrique zit erop. Deze
ging van Khartoem naar Addis Ababa. Dit keer een volledig
Nederlands podium met Eva Nijssen als winnaar bij de vrouwen in
een tijd van 75u00 en ik in een tijd van 52h58.
Huldiging sectiewinnaars
“The Gorge”. Van rechts naar links: ik, Eva, Tom en
Andy. Tom en Andy kregen een prijs voor respectievelijk
“The most dedicated farther award” en “The Blue
Nile Gorge mountain goat award”
Het allerbeste vanuit Addis Ababa,
Adrie
Toegift: een boom waar je niet
makkelijk in klimt
Toegift: een nieuwe Leontien van
Moorsel?
Toegift: ezels worden hier nog
overal voor gebruikt
Soedan (Khartoem tm Matema)
faso, afrika, als, lezing, adrie, frijters, wielrennen, sport
Het laatste deel in Soedan ging van Khartoem tot de grens met
Ethiopie in 4 etappes. In totaal staat de teller nu op ruim 2500
km. Alle etappes waren langer dan normaal (rond de 150 km) en dat
begint er aardig in te hakken voor sommigen (waarover later
meer).

Route door Soedan vanaf Khartoem
tot de grens met Ethiopie, TdA2007
De rustdag in Khartoem was er een van vele verschillende
indrukken. Zo kwamen we een groepje studenten tegen bij onze
kampeerplaats. Ze spraken perfect Engels, waardoor de gesprekken
op enig moment meer diepgang kregen. Men denkt in bepaalde
opzichten meer “Westers” dan ik verwachtte. Duidelijk
mensen met een goede opgeleiding, maar ook duidelijk van goede
(rijke) komaf . Vragen over de situatie in Darfur werden echter
afgedaan als “niks aan de hand”, “Amerikaanse
propaganda”, etc.. Het viel mij al gauw op dat men in de
groep op dit punt geen afwijkende meningen had. Sterker nog, men
werd er wat ongemakkelijk van. Niet veel later spraken we een
jongen alleen bij een snackbar, toevallig afkomstig uit Darfur.
Zonder aandrang vertelde hij dat zijn ouders daar nog steeds
worden vermist. Inmiddels de buik vol van de Islam heeft hij zijn
naam heeft laten veranderen. Andere mensen uit onze groep hadden
soortgelijke ervaringen, waarvan sommigen de meest gruwelijke
getuigenissen aanhoorden. Aan de oppervlakte lijkt het een vrij
land. Zo was het maken van onderstaande foto niet zo slim.
Een ministerie voor
ministers???
Ik vond het nogal een grappige naam voor een ministerie, maar de
bewakers vonden het fotograferen allerminst leuk. Ik ben snel
doorgelopen. Later hoorde ik dat er mensen voor minder zijn
opgepakt. Fotograferen in Soedan wordt niet overal gewaardeerd.
Mijn 1e bijdrage over Soedan sloot ik af met de opmerking dat er
geen eind komt aan de woestijn.

De laatste dag in Soedan dat we
“door het stof moesten”
Het was dan ook een gekke gewaarwording om in slechts 1 etappe in
een ander klimaat en cultuur terecht te komen. Niet ver ten
zuid-westen van Khartoem houdt de woestijn plotseling op en
beginnen de steppen die zo kenmerkend zijn voor Afrika. Ook de
bouwstijl veranderde plotseling van typisch Arabisch naar
Afrikaans. We zagen zelfs plotseling bavianen op de weg zitten
bij een soort van vuilstort. Helaas midden in de race, dus geen
tijd voor een kiekje.
De Tour d’Afrique begint zijn tol te eisen. Vanaf Khartoem
waren er plotseling vele deelnemers niet lekker meer. Het meest
voorkomende probleem is dat men geen “letters meer kan
poepen”, en soms houdt men ook het eten niet binnen. Ik
zelf was de rest van Soedan gelukkig nog oke.
De ziekenboeg van onze
verpleegkundige Helaine (rechts), na de 22e etappe
Vanaf Khartoem werden we gevolgd door de “President van de
Soedanese Cycling Federation” en zijn aanhang. Ook enkele
wielrenners namen deel aan de etappes, waaronder de Kampioen van
Soedan. De 1e etappe na Khartoem hebben we hem in de laatste 30
km gelost, wat denk ik genoeg zegt over het niveau in Soedan.
Volgens mij was dat niet zo beleefd van ons aangezien we hem in
de etappes erna niet meer aan het vertrek hebben gezien....Wat
betreft de mensen van de “Soedanese Cycling
Federation”, elke avond werden we getrakteerd op ellenlange
speeches. Ons was al snel duidelijk dat het gewoon afgevaardigden
zijn van de Soedanese regering met hun eigen politiek correcte
versies. Sterk staaltje: op enig moment werd gesproken over de
problemen in de zuidelijke provincies in Soedan en waarom daar
hulp nodig is. Zo werd ook de AIDS-problematiek aangestipt, maar
niet zonder te vermelden dat dit toch echt zijn oorsprong heeft
in het “losbandige” Ethiopie.
Contact met het thuisfront via
de satelliet-telefoon
Het racen begint op psychologische oorlogvoering te lijken.
Meestal wordt het 1e uur van een etappe aan een redelijk tempo
gereden, waarbij er niet al te veel gebeurd. Op zulke momenten
ben ik dan gelukkig in de gelegenheid om ook wat foto’s of
filmpjes onderweg te maken. Zoniet de 22e etappe. Een aantal van
mijn concurrenten gingen, wetende dat ik aan het filmen was
tijdens het begin van de race, vol in de aanval. Gelukkig
waarschuwden de andere Nederlanders (Eva en Jan) mij op tijd en
kon ik na een korte achtervolging met de tong op de voorband nog
ternauwernood aansluiten. Na 50 km zag ik de aanstichter zijn
camera uit de achterzak halen voor een foto. Ik ben toen bewust
vol door gedemarreerd en heb hem tot aan de finish niet meer
terug gezien. Met gelijke munt terugbetalen heet dat. Die 22e
etappe was zowiezo wel bijzonder. De aankomst was bergaf net aan
de grens met Ethiopie, in het plaatsje Matema. De TdA-organisatie
had daar de finishvlag geplaatst en stond er al enige tijd te
wachten op de 1e finishers. Er gebeurde weinig totdat er een
kudde koeien de straat overstak. Jack, de TdA-directeur dacht op
dat moment: “het zou toch wat zijn als uitgerekend nu de 1e
wielrenners hier aankomen”. Je raadt het al, op dat moment
kwamen Chris en ik naar beneden gedenderd. Voor het eerst in mijn
lange wielercarriere ben ik voor een 1e plaats dus door een kudde
koeien heen gesprint. Een leuk verhaal voor op mijn
werk....
Indrukwekkende kruidenwinkel in
Matema
Het kamp was net over de grens in Ethiopie opgezet. Hier waren we
allemaal erg over verheugd omdat in Ethiopie weer bier wordt
verkocht. In het moslimland Soedan hadden we 18 dagen
“droog” gestaan. Je wilt niet weten hoe vaak we in de
hitte daar naar een fris biertje hebben gesnakt. Dit gaf
hilarische taferelen bij de grens. Zo zaten we met zijn allen
bier te drinken in het douane-kantoor van Ethiopie. Eerst zei de
dienstdoende beamte dat dit toch echt niet kon. Maar hij hield
hij op met protesteren toen hij merkte dat we hier niet echt op
reageerden.
Je ziet de meest vreemde fietsen
in Soedan
Soedan (tot en met Khartoem)
faso, afrika, als, lezing, adrie, frijters, wielrennen, sport
Soedan is wat men mij heeft verteld het op 3 na minst bezochte
land ter wereld. Het voelt dan ook een beetje als een voorrecht
om hier te zijn. De vraag “Is Soedan wel veilig?”, is
mij vaak gesteld voordat ik uit Nederland vertrok. Soedan is
bijna net zo groot is al heel Europa, en de problemen tussen de
regering en lokale vrijheidsstrijders zijn voornamelijk in het
westen, in en rond de streek Darfur. Aangezien we Soedan alleen
door het Oosten passeren, richting Ethiopie (zie onderstaand
kaartje), hoeft niemand dus in de stress te schieten.

Route door Soedan tm de hoofdstad Khartoem,
TdA2007
Voordat we in Soedan aankwamen werden we nog uitgezwaaid door
Egypte met een prachtige uitsmijter, de tempel van Abu Simbel.
Deze tempel was in volle glorie te aanschouwen vanaf vanaf onze
boot op het meer van Nasser in de vroege ochtend.
Tempel van Abu Simbel vanaf het meer van
Nasser
De aankomst in Wadi Halfa was identiek aan het vertrek vanuit
Aswan in Egypte: hectisch. Dat wij ons inmiddels goed hadden
aangepast aan de “African way” bleek wel uit de
manier van het lossen van onze bagage. Die werd op enig moment
door ons allemaal uit de cabineraampjes, hup, zo de kade
opgegooid. Via de normale uitgang was het geen doen meer door
alle chaos. Dat was overigens pas uren na aankomst. Tot die tijd
moesten we op de boot blijven en werden werd iedereen apart door
een Soedanese douanier ondervraagd. Wat ook opviel bij aankomst
was de warmte. In Egypte konden we al merken dat naarmate we
zuidwaarts gingen de temperaturen stegen, maar toen ik in de
ochtend op het dek een frisse neus haalde merkte ik direct dat
het een stuk heter was geworden. De ontvangst was verrassend. In
welk land wordt je immers verwelkomt met chocola? De blijde
ontvangst werd overigens snel erna enigszins getemperd door de
hoogstgeplaatste douanier die medicamenten van onze
verpleegkundigen en een vage $50 dollar “police fee”
per individu opeiste. Je kunt hoog en laag springen maar als je
er niet aan meewerkt hadden we er tot de volgende ochtend
gestaan. Al direct was te merken dat Soedan, in vergelijking met
Egypte, weer een totaal ander land is. Ten eerste de wegen, de 1e
honderd meter van de boot tot aan het dounekantoor was verhard.
Hierna hield het op. In Wadi Halfa werden we opgevangen door de
jongens van African Routes uit Zuid-Afrika. Zij begeleiden de
tour vanaf Soedan tm Kaapstad. Ze zijn nagenoeg non-stop (18 uur
per dag) met 2 trucks en een terreinauto in 19 dagen in
tegengestelde richting gereden van Kaapstad naar Wadi Halfa. Het
zijn echte “outdoor adventure guys”, van het type die
het in een grote stad waarschijnlijk niet langer dan een uur
volhouden. Daarentegen weten ze hoe in een woestijn te overleven.
We zijn dus in goede handen. De volgende ochtend worden we om
6u30 gewekt, niet door de vertrouwde claxon zoals in Egypte, maar
door snoeiharde muziek van Queen “I want to ride my
bicycle”. Dit blijkt hun ochtendritueel met telkens een
ander toepasselijk nummer (de dag erna was het “Should I
stay or should I go) van de Clash).
Een poging om voor de start in Soedan nog wat tegenstanders
te intimideren
We waren allemaal redelijk zenuwachtig bij de start. Gezien de
verhalen besloot ik de avond ervoor de breedste banden erop te
leggen (50mm voor en 40mm achter). Vrij impulsief ben ik na de
start voluit gegaan. Gewoon om te kijken wie er kon volgen. Na
drie kwartier voelde ik dat er iemand aansloot. Weer Chris. Ook
op dit terrein raak ik hem vooralsnog niet kwijt. Na een uur
zagen we plotseling renners voor ons die we normaliter vrij snel
kwijt zijn als het tempo omhoog gaat. Op dat moment realiseerde
ik dat een aantal renners een kortere weg had genomen. Een
overwinning zat er dit keer dus niet in. Wat het parkoers betreft
waren de verhalen vooraf allerminst overdreven. Eigenlijk is het
niet te beschrijven. Wat een “hel” was dit. Totaal
door elkaar geschud en uitgewoond kwam ik aan. Het dichtsbij komt
de vergelijking met de “Hel van Noorden”, oftewel:
Parijs-Roubaix. Deze beruchte klassieker bevat ongeveer 75 km
kasseien. Wij doen hetzelfde maar dan 5 dagen achter elkaar over
430 km. Om een idee te krijgen van wat we zijn tegen
gekomen:
De weg tussen Wadi Halfa en Dongola: het zand
De weg tussen Wadi Halfa en Dongola: de stenen
De weg tussen Wadi Halfa en Dongola: de wasborden
De weg tussen Wadi Halfa en Dongola: de
zandstormen
De weg tussen Wadi Halfa en Dongola: de
wegwerkzaamheden
Vooral de wasborden waren vreselijk. Deze regelmatige hobbels
zijn ingesleten door zwaar vrachtverkeer. Veel renners zitten nu
nog met zitvlakproblemen en ik zelf ben nog herstellende van een
aantal blaren op mijn handen. Complimenten trouwens voor
2Wielercentrum Ede. Mijn karretje krijgt er ongelofelijk van
langs maar verzaakt niet. De 2e etappe vanaf Wadi Halfa over 90
km was nog erger dan de 1e. Vanuit het vertrek ging Gunther
Thielemans ervandoor. Gunther is een echte ATB-er met als motto
“Pijn is Fijn”. Hij rijdt elk jaar maar een paar top
ATB-wedstrijden in Belgie (o.a. Houffalize, Spa), maar weet zich
wel net onder de toppers te plaatsen (30e - 40e plaats). Tot
halfweg kon ik bijbenen, maar daarna ging het licht langzaam uit.
De laatste 30 km kwam daar nog kramp overheen. Om het af te maken
kwam ik de laatste 5 km ook zonder drank te zitten. Gunther zag
ik niet meer voor mij en ik was ook niet meer zeker van de juiste
weg. Toen realiseerde ik mij plotseling in wat voor situatie ik
was aanbeland. Ik kwam in een zandstrook terecht, kon niet meer
verder fietsen en viel van mijn fiets, omdat ik van de kramp niet
meer normaal kon afstappen. De angst sloeg toe....Na enige tijd
kon ik verder en meende ik in de verte over een duintop iets van
een witte vlag te zien. Deze keer gelukkig geen hallucinatie maar
een echte Tour d’Afrique finishvlag. Wat was ik
opgelucht!
Niet ik maar een Soedanees die zojuist is
“gefinished” (16e etappe)
Ondanks de afgelopen zware dagen was ik goed in de daaropvolgende
etappes (11e en 12e etappe) en kon ik voor het eerst sinds de
allereerste etappe in Cairo zelfs tijdswinst pakken op mijn
naaste tegenstrevers, inclusief Chris. Het waren ook dagen waarop
het steeds heter werd. Op een gegeven moment 45 graden in de zon
en 37 in de schaduw. De laatste van 5 dagen
“onverhard” was in konvooi. Het was deze keer
onverantwoord om individueel de woestijn te doorkruisen.
Eindelijk weer eens tijd om mooie kiekjes te maken, en van de
kleurrijke mensen te genieten.
“Desert-crossing” (13 etappe)
Een “kleurrijke” Soedanese vrouw
Soedan is niet alleen qua land anders dan Egypte, maar zeker ook
wat betreft de mensen. Hier hebben we echte gastvrijheid ervaren.
Als je jezelf een beetje openstelt wordt je spontaan op
(mierenzoete) thee of koffie getrakteerd. En overal kinderen
langs de wegen die je nieuwsgierig verwelkomen en
aanmoedigen.
Uitgenodigd op de thee bij Soedanezen thuis, onderweg naar
Dongola
Wat ook opvalt is dat je Soedanezen overal ziet rondlopen met
mobiele telefoons, moderner dan die van mij. Een groot contrast
met wat onderweg ook opvalt, totale armoede.
Supporters langs de weg naar Dongola (13e etappe)
Vijf dagen na Wadi Halfa kwamen we eindelijk weer in de bewoonde
wereld aan, in het plaatsje Dongola. Hier was ook de rustdag
gepland waar we na de zware etappes allemaal aan toe zijn. Hoog
tijd voor een bad en de was.
Toepassing “red box” II: mijn
was
Toepassing “red box” III: Simon Deglo neemt een
bad
De foto’s illustreren waar de “red box”
inmiddels zoal voor wordt gebruikt. De belangrijkste toepassing
is echter dat we hier onze dagelijkse spullen in kwijt moeten
kunnen voor ongeveer 5-7 dagen zoals: tent, slaapspullen, wieler-
en vrijetijdskleding, etc.. Deze wordt elke dag door de trucks
vervoerd naar de volgende halte. Vandaar ook de gevleugelde
uitspraak van de organisatie “Your life must fit in the
box”.
Na de rustdag in Dongola ging het weer verder langs de Nijl,
richting Khartoem. Met de nodige (aangename) verrassingen mag ik
wel zeggen, zoals de kamelen drinkplaats die we onderweg
tegenkwamen.
Drinkplaats voor kamelen tussen Dongola en
Khartoem
Wegwerkzaamheden zorgden ervoor dat we vaak van de fiets moesten.
Je kunt hier goed merken dat de infrastructuur in Soedan serieus
onderhanden wordt genomen onder impuls van China, in ruil voor
het ontginnen van Soedanese grondstoffen heb ik me laten
vertellen. Ondanks de ontberingen tot en met Dongola zijn we
achteraf wel blij dat we dit hebben mee mogen maken. Nog enkele
jaren en de Tour d’Afrique route is volledig verhard. Naast
het oponthoud resulteerden de wegwerkzaamheden helaas ook in mijn
eerste lekke band deze tour. Op dat moment zaten we met 5 man
voorop. Ik heb vervolgens de laatste 70 km in mijn eentje gejaagd
op de koplopers zonder succes. Dat terwijl ik mij juist had
voorgenomen deze dag rustig aan te doen met de tijdrit in het
verschiet de volgende dag. Zeven minuten aan mijn broek was het
uiteindelijke resultaat.
Op een van de vele gravelwegen
Die avond hebben een aantal mensen over hun eigen “goede
doelen” acties verteld. Ik heb daar kort gepresenteerd waar
Tour d’ALS voor staat. Na afloop zat ik na te kletsen met
de overige Nederlandse deelnemers en vertelde George dat hij, Jan
en Eva voor elke overwinning die ik pak zij individueel 5 Euro
doneren aan Tour d’ALS (dus nu al 10 overwinningen x 3 x 5
Euro). Hier werd ik even heel stil van...Zij leven echt mee en
vinden het gaaf dat een landgenoot ervoor gaat. De volgende
ochtend dan de Tijdrit (18,5 km). Dit is de laatste etappe van de
eerste en tevens langste sectie in deze Tour d’Afrika,
genaamd: Pharao’s delight (iets meer dan 2000 km). Een
tijdrit liegt nooit, dus eindelijk een echte graadmeter. Het
enige wat me zorgen baarde was een stuk overharde omleiding in
het laatste stuk. Op dit stuk maakte is serieuze fouten doordat
ik te lang op de doorgaande opengebroken weg bleef. Ik moest 2
keer van de fiets maar won desondanks toch met een gemiddelde van
bijna 45 km/uur.

“Volle bak” in de 1e TT van de Tour
d’Afrique (18e etappe)
Vervolgens was het onder politie-escorte naar Khartoem. In
Khartoem woont maar liefst bijna een derde van de Soedanese
bevolking (10 miljoen). Al snel kwamen er andere wielrenners (of
wat erop leek) tussen ons fietsen. Niet veel later begreep ik dat
we werden vergezeld door leden van de enige wielerclub die Soedan
rijk is. Ik heb mijn ogen uitgekeken. Vooral het materiaal en de
kleding. Zo kwam ik frames van Jan Jansen tegen uit de jaren 70
en wielershirts van wielerclub Denekamp en een bakkerij uit
Oudenaarde.
Aankomst in Khartoem
We bivakkeren momenteel op de Yacht Sailing Club van Khartoem,
vlak bij waar de blauwe en witte Nijl in Afrika samenkomen. Hier
was de officiele huldiging van de winnaars van de 1e sectie van
deze Tour d’Afrique en werden we door een aantal
plaatselijke bobo’s toegesproken.
Huldiging aan de blauwe Nijl van de 1e sectie: Pharao’s
Delight (links is Janet Alexander de winnares bij de
vrouwen)
Het 1e deel van Soedan heeft grote indruk op mij gemaakt. Ik
begin ook het gevoel te krijgen dat Afrika iets met je doet. Wat
mij vooral bij blijft is de uitgestrektheid van alles. Alsof
er geen eind komt aan de woestijn.
Desertcamp, links zichtbaar vanaf een heuveltop (15e
etappe)
Maar ook de reacties vanuit Nederland. Oude klasgenoten waar ik
25 jaar niet meer van had gehoord, ALS-patienten,
mantelzorgers... De bemoedigende woorden zijn overweldigend. Ter
afsluiting hieronder nog wat foto’s die ik de moeite waard
vind.
Tot de volgende keer, waarschijnlijk vanuit Ethiopie.
Groeten,
A3
De Nijl tussen Dongola en Khartoem
Een verloren ezel bij een van de trucks
Mijn bureau in de woestijn
De kop is eraf. Egypte, het 1e land van de 10 landen zit erop. In
8 etappes hebben we vanaf Cairo nagenoeg 1000 km aflegd tot aan
Aswan. Volgens onderstaand plaatje zijn we eerst oostwaarts naar
de Rode Zee gefietst, vervolgens langs de kust zuidwaarts tot aan
de badplaats Safaga, daarna weer landinwaarts richting de Nijl en
via Luxor, waar een rustdag is gepland, langs de Nijl verder tot
aan Aswan.

Route door Egypte,
TdA2007
Egypte was voor mij vooral een land van indrukwekkende eindeloze
vergezichten van woestijnvlakten. Vooral de zonsopgang en
ondergang maakte indruk door de continue spectaculaire
verandering van kleurpatronen. Daarnaast wordt je ’s nachts
getrakteerd op een prachtige sterrenhemel (welke je niet zoals in
Nederland wordt ontnomen door al het stadlicht).
Een eenzame bestuurder van een
woestijnschip
Na mijn voorspoedige start de 1e etappe werd het tentencamp voor
het eerst opgezet in de woestijn (desert camp). Het regime
gedurende de tijd in Egypte was eenvoudig. Elke ochtend werden we
stipt om 6u30 gewekt door de claxon van een van de twee
touringcarbussen die ons in Egypte begeleiden. De meeste van ons
waren dan al half wakker, aangezien hier rond 5 uur in de ochtend
vanaf alle minarettentorens via grote luidsprekers de gebeden
keihard werden ingezet met “Allaaaaaaaaaah......”
(Islamieten bidden hier 5x per dag). Na de claxon was het
vervolgens zaak om snel alles in te pakken en te ontbijten zodat
er stipt om 8h00 kon worden vertrokken. Ik moest me voor de 2e
etappe vreselijk haasten. Voor de 3e etappe was ik beter
voorbereid zodat men niet, zoals de dag ervoor, op mij zou moeten
wachten. De claxon ging en hup, ik mijn slaapzak uit,
fietskleding aan, alles snel in gepakt en mijn tent uit. Toch wel
een beetje donker....blijkt het 4 uur te zijn. Later hoorde ik
dat iemand van de politiebegeleiding met zijn hoofd op de claxon
was gevallen toen hij in slaap viel! Weer een dag later waaide
mijn buitentent eraf, net voordat ik ging slapen. Mijn gebrek aan
kampeerervaring nekt mij duidelijk de eerste dagen....
Desertcamp langs de Rode
Zee
Over politiebegeleiding gesproken, dat is gelijk iets wat hier
opvalt. Overal krijgen we escorte en passeren we voor grote
plaatsen vele check-points. Toerisme is zeer belangrijk voor
Egypte en men doet er alles aan om aanslagen zoals in Sharm al
Shaykh en Luxor te voorkomen. Dat geeft soms hilarische
taferelen, zoals de etappe naar Luxor, waarbij we in de
slipstream van twee pick-up trucks vol met militairen de
check-points op de weg naar Luxor met hoge snelheid voorbij
scheurden. Ik geloof niet dat het wachtende verkeer helemaal
begreep wat er voorbij kwam. Of de rustdag in Luxor, waarbij
iemand met een enorm geweer plotseling naast mij in de bus
plaatsnam. Het lijkt allemaal heel wat , maar over het algemeen
houden de escortes zich heel discreet op de achtergrond en ik heb
me op geen moment onveilig gevoeld. Het hoort er gewoon
bij.
Mijn persoonlijke
lijfwacht
Andere opvallende zaken: de chaos van Cairo, ondanks dat ik erop
was voorbereid. Ontzettend vaak zijn huizen niet afgebouwd,
simpelweg omdat de regering belasting heft op huizen die
afgebouwd zijn. Ik geloof dat men in Cairo zoiets ais een
vuilophaaldienst ook nog moet uitvinden.
Cairo
De enige rustdag in Egypte was in Luxor. Na 6 fietsdagen waren we
hier allemaal, zowel de wedstrijdrenners als de toerders, wel aan
toe. Luxor is vrij toeristisch vanwege de vele graftomben uit de
tijd van de Farao’s (“vallei van de koningen”).
Die hebben we dan ook bezocht. De graftomben zijn hier een kleine
eeuw terug ontdekt en kenmerken zich door indrukwekkende in de
bergen uitgehouwen tunnels en (graf)kamers. Vooral de
wandschilderingen zijn vaak prachtig.
Vallei van de Koningen,
Luxor
Ook de Tempel van Al-Deir Al-Bahari was indrukwekkend. Het is
bijn niet te geloven dat iets zo gaaf is gebleven na 3500
jaar.
Tempel van Al-Deir Al-Bahari,
Luxor
Na de rustdag ging de 7e etappe van Luxor naar het plaatsje Idlu.
De TdA-organisatie besloot tot een zogenaamde
“non-racing” day. Oftewel, deze dag telt niet voor
het klassement van de racers. Eigenlijk is het voor de
wedstrijdrenners een extra “rustdag” waarop men, net
zoals de toerders, de gelegenheid heeft om onderweg te stoppen
voor een praatje, om iets te bekijken, of om foto’s te
maken. Het is voor de organisatie ook een middel om ervoor te
zorgen dat de wedstrijdrenners elkaar niet uitputten. Voor mij
was het dus een relaxte dag. Vooral de kinderen onderweg willen
allemaal dat je voor hen even stopt.
Een kleine fan die ik onderweg
tegenkwam
Terwijl ik na afloop van de etappe het plaatsje Idlu
doorslenterde liep ik tegen een begrafenis stoet aan. Hier is het
ritueel dat bij doorkomst mensen hun huizen uitkomen en de baar
een stukje meedragen, om vervolgens weer naar binnen te gaan.
Heel indrukwekkend (en respectvol). De laatste etappe in Egypte
was naar Aswan. Hier hebben we onszelf (de Nederlanders en nog
een paar anderen) na afloop ter afsluiting op een zeiltochtje
over de Nijl getrakteerd. Dit was op een zogenaamde Felucca,
laten we zeggen Egyptische “tjalk” (een typische
zeiboot voor de Nijl).
Zeiltocht op de Nijl rond
zonsondergang
Tja, en er werd natuurlijk ook gekoerst. Het hele stuk door
Egypte was goed geasfalteerd. Wat betreft het gebied langs de
Rode Zee hadden we de wind strak in de rug. De wind komt hier
namelijk meestal uit het Noorden (vandaar ook het wegwaaien van
mijn tent). Soms deden we hele stukken aan 60 km/uur! De
deelnemers met mountainbikes heb ik geregeld horen foeteren op de
momenten dat wij, de deelnemers met cycle-crossfietsen, de
“grote plaat” gebruikten. Hun wraak zal
waarschijnlijk zoet zijn wanneer we eenmaal in de
“hel” van Soedan zijn aanbeland.
De schaduw van de renners in de
ochtend.
De enige hindernis van betekenis was een klim van 40 km vanuit
Safaga tijdens de 5e etappe. De afstand van de klim maakte
iedereen op voorhand nerveus maar achteraf was het eigenlijk 40
km “vals plat” omhoog. Na de 1e etappe wist ik
behalve de 4e etappe ook de overige etappes te winnen. De laatste
was in een millimetersprint. Het lijkt heel wat, maar ik ben op
het moment gewoon net iets rapper in de sprint dan de rest. Tot
nu toe word de lunch-stop, die altijd halfweg voor ons klaarstaat
met drank, sandwiches en energierepen, redelijk gerespecteerd.
Soms proberen renners er echter “sneaky” tussenuit te
knijpen om zo een paar minuten op de rest te pakken, in de hoop
de etappe op die manier te kunnen winnen. Dat wordt dan door ons
vervolgens weer afgestraft door ze te achtervolgen en er met hoge
snelheid “erop en erover” te vliegen.
Dean, de mecanicien, bij de
lunch-stop van de 6e etappe naar Luxor, heeft over belangstelling
niet te klagen
Chris Maund, staat na acht etappes nog steeds op slechts 3
minuten. Hoewel ik nog wel 1e in het klassement sta, ben ik er
dus niet in geslaagd om mijn voorsprong van de 1e etappe te
vergroten. We zijn erg aan elkaar gewaagd. Hij krijgt mij er niet
af, en ik hem niet. Daarnaast zijn de Belg Gunther Tielemans en
de Canadees Andrew Campbell serieuze concurrenten en zie ik
sommige andere jongens, enenals het tandemteam, met de dag beter
worden.
Josh & Douglas op hun
tandem
Egypte is eigenlijk een “opwarmertje”. In Soedan
begint het “echte werk”. De verhalen over de conditie
van de wegen, wat we van de Tour-leiding hebben vernomen, boezemt
iedereen alvast angst in. Na de 8e etappe zijn we de volgende dag
in konvooi naar de haven van Aswan gefietst voor de boottocht van
18 uur over het meer van Nasser naar Wadi Halfa in Soedan. Het
inschepen ging echt op z’n “Afrikaans”. Een
grote chaos van allerlei mensen die zichzelf, en allerlei
handelswaar, proberen tegelijkertijd aan boord te hijsen. Soms
liepen discussies zodanig hoog op dat het leek te ontaarden in
een knokpartij. Dat was echter direct afgelopen op het moment dat
“Allaaaah” voor de zoveelste keer uit de luidsprekers
knalde. Iedereen verstomde en knielde naar het Oosten.
Welkom in
Afrika.........
Een topzware vrachtauto die
dreigde om te vallen bij het lossen
Alle deelnemers bij de start van
de 1e etappe bij de pyramides van Giza, Cairo
Beste vrienden,
We zijn vandaag in Aswan aangekomen. Vandaag was de laatste
etappe in Egypte. Met een millimetersprint heb ik de Canadees
Andrew Cameron net kunnen kloppen voor de overwinning. Zes uit
acht etappes (1 etappe was een "non-racing day") winnen
lijkt uitzonderlijk maar de omstandigheden waren voor
mij ideaal. Veelal vlak en goed asfalt. Soedan
wordt een heel ander verhaal, waar het veelal onverhard is.
Ik merk ook dat sommige jongens steeds beter beginnen te
rijden. Naarmate we afzakken naar het zuiden wordt het
merkbaar warmer (momenteel rond de 30 graden).
Vanaf nu gaan we door een van de minst bewoonde gebieden tijdens
deze Tour d'Afrique. De komende 10 dagen bivakkeren we
alleen in "desert camps" totdat we de hoofdstad van Soedan
bereiken, Khartoem. Tot die tijd heb ik helaas
geen toegang tot internet. Omdat ik per
land mijn belevenissen wil beschrijven zal ik daarom
mijn verhaal over Egypte pas in Khartoem plaatsen
op deze weblog.
Groeten en het gaat jullie allemaal goed.
Adrie
Cairo donderdagmiddag 11 januari rond 13.30u. De vlucht met
JetAir waar ik in zit begint de afdaling voor de landing in
Cairo. We zakken door de wolken en plotseling komt een eindeloze
zandbak voor mij in beeld. Nu pas besef ik goed waar ik aan ga
beginnen. Dit is waar ik de eerste tijd doorheen moet. De 5e Tour
d’Afrique, oftewel Cairo – Kaapstad in 96 etappes,
gaat zaterdag aan de voet van de Pyramiden van Giza van start`.
Even komen de emoties boven. De afgelopen 6 maanden hebben
volledig in het teken gestaan van mijn deelname en sponsoractie
Tour d’ALS. Ik denk aan Bregta, aan de korte nachten door
al het ge-email aan potentiele sponsors, aan het afscheid nemen
van familie en vrienden de laatste weken. Het was echt buffelen,
maar door het gevoel van “echte” zingeving wel héél
speciaal.
De taxirit vanaf het vliegveld is voor mij gelijk een 1e
cultuurshock. Het chaotische Cairo, nauwelijks vrouwen op straat,
de aanplakbiljetten van president Mubarak. De ontvangst door de
organisatie is echter geweldig. Voor de start verblijven we
allemaal in het luxueze Cataract hotel. Tijdens de
persbijeenkomst die avond maak ik kennis met de meeste andere
deelnemers. Zoals ik al verwachtte een bont internationaal
gezelschap. Ongeveer de helft doet mee aan de race, de rest gaat
toerend door Afrika. Als vanzelf peil ik wie mijn mogelijke
serieuze tegenstanders worden (aard van het beestje zal ik maar
zeggen). Een paar jongens zien er wel heel afgetraind uit... Ik
geef mij op voor de kamelentocht om 5 uur in de volgende ochtend.
Vroeg, maar wanneer krijg je de kans om bij de pyramiden van Giza
op een “woestijnschip”de zon boven Cairo te zien
opkomen? Ik ben die ochtend ook de pyramides zelf ingeweest.
Gidsen werken hier iets anders dan we in Nederland gewend zijn
(foto’s maken binnenin de pyramides is verboden, tenzij je
de gids geld geeft ?!?).
Bij terugkomst op mijn hotel check ik even mijn email en lees tot
mijn verbazing dat na de uitzending van TV Gelderland nu ook SBS6
is geinteresseerd. Het sneeuwballetje is uiteindelijk dus toch
gaan rollen. In de middag is er de briefing van de Tour
d’Afrique organisatie. Ik maak daar kennis met het
tandemteam uit Kenia, Josh en Douglas. Douglas is blind geraakt
tijdens de beruchte bomaanslag op de VS-ambassade in Kenia, waar
de wereld voor het eerst met Osama Bin Laden kennismaakte. Hij
heeft een paar jaar terug als eerste blinde met begeleiding de
Kilimanjaro (bijna 5500 m hoog) bedwongen en wil nu wederom laten
zien wat men met een visuele handicap nog kan. De groep trakteert
uit respect met een spontaan applaus. Ter afsluiting is er die
avond nog een nijlcruise (met een buikdanseres die iets te lang
is doorgegaan). Hoewel maar een dag, ik ben blij dat ik toch wat
van Cairo heb meegekregen. Het is ook wel lekker om zo relaxed de
Tour d’Afrque te beginnen....
Cairo, zaterdagochtend 13 januari 6h30. Het is een en al
opwinding bij de lobby, waar iedereen zich verzameld voor de
start van de 1e etappe. De taxichauffeur van de vorige avond
klampt mij plotseling aan en laat mij enigzins verbijsterd achter
met een tas met wat boodschappen die ik in zijn auto had laten
liggen. We gaan weer terug naar de pyramides van Giza, maar nu op
onze fietsen voor de officiele start. Begeleid door
politie-escortes wordt al het verkeer voor ons stopgezet, en
komen we al klimmend aan de voet van de pyramides. Wat een
spectaculair decor voor de start van deze 5e editie.
Na wat ceremoniele plichtplegingen zijn we vertrokken voor de 1e
etappe. De eerste 30 km gaan geneutraliseerd. Cairo is met 18
miljoen inwoners niet bepaald geschikt voor fietsers. Hierna
stoppen we kort en worden we losgelaten voor de race. Al snel is
er een kopgroep van 9 man en voor de helft zijn we nog met 4 man
over. Omdat mijn tellertje 110 km aangeeft en de etappe 120 km is
besluit ik om op een helling aan te zetten. Ik kijk niet om maar
vlak voor de top voel ik dat iemand aansluit. Het is Chris Maund.
Chris is een voormalig triathleet die tussen 1989 en 1992 deel
uitmaakte van het Britse nationale thriathlon-team. De volgende
helling zet ik nog een keer aan. Ik wil deze 1e etappe winnen,
voor Vincent, voor mezelf, gewoon omdat ik er al zolang mee bezig
ben. Ik voel dat ik alleen ben en krijg vleugels. Ik zie de
finishvlag en kijk voor de zekerheid om maar zie niemand meer.
Deze etappe pakken ze mij niet meer af.
De 5e Tour d’Afrique is nu echt begonnen.....


