zinnen verzetten
_________________________

13
augustus 2009
eerder
teruggekeerd uit het oerbos.
zeven en
twaalf veelmaals te gedwee voor hun leeftijd.
met doffe
koppen laden we de auto uit.
alles is
nu de eerste keer.
eerste dat
we thuiskomen.
eerste
keer dat we ramses aaien.
eerste
keer dat we alles.
alles in
alles zonder alles met alles.
alles op
alles.
de eerste
zomer zonder.
de laatste
zomer met.
en straks
vallen de bladeren,
zijn
laatste bladeren.
14
augustus 2009
waar is
bruinepop? vraagt twaalf.
op zolder
misschien, zeg ik.
gaan we
even kijken.
daar!
roept ze blij, als 'k lukraak een tas te klein geworden speelgoed
omkeer.
dochter
verdwijnt met bruinepop trapgatnaarbenee.
ik pak een
doos vol ooit.
(ooit
lijkt goed nu, ooit is dichterbij dan nooitmeer)
daal trap
af.
ontflap op
tuinbank.
en dan
ontsnapt een vergeten kaart uit 1989.
hun eerste
vakantie samen.
curacao
n.a.
fruitkraam.
petjeman.
voorbijloopvrouw.
plastic
zakje.
stempel; curacao 23 X 89
i.
schrijft;
vrijdag de 13e oktober
1989
dag
meisje/kindje,
constant zweten is
hier normaal.
ieder
huis heeft 3 honden.
ook
ganzen.
pittoresque beeldjes
op straat.
x
i.
s.
schrijft;
intussen al 23
oktober.
wat
een luiheid. alom.
de
honden zijn aan ons gewend. hebben er een geadopteerd:
wolfgang.
jezietwel een
foto.
s.
16 augustus
2009
blije
kaart op de mat.
hun
laatste vakantie samen.
mijn adem
stokt.
stempel; curacao 11 VIII 09
i.
schrijft;
hallo
allemaal,
het is
hier geweldig.
het
huis in het mangobos het zwembad en honden...
het
lijkt wel een sprookje.
oma
van bijna 90 is wel wat in de war zo nu en dan.
de
mannen doen een duikcursus.
dames
gaan naar de kapper.
s.i.r.h.j.
augustus 1989
'k ben
zooo verliefd, zucht ze.
we bléven
maar praten en praten en praten en praten.
we hadden
niet eens tijd om te zoenen.
dat gaan
we morgen doen.
10 augustus
2009
wil je me
terugbellen, fluistert ze vanaf curacao, ik heb heel erg slecht
nieuws.
de dames gaan naar de kapper.
de dames, 9, 15 en 47 jaar oud gaan naar de
kapper.
de mannen doen een duikcursus.
de
mannen, 12 en 48 jaar oud doen een duikcursus.
de jongen
probeert zijn vader nog te redden.
maar het hart staat
stil
12
augustus 2009
onder de oude
eik
(jeweetwel, die waar vorig jaar de bliksem insloeg)
onder de bladeren van deze zomer
van jouw laatste zomer
vertelt jouw liefste ons
dat je er niet meer bent
we horen je lach rollen, je stem bulderen
(jeweetwel, kerstliederen soms zelfs nog in april)
pannen kletterend in de keuken
je ogen glanzend
en nu moeten we elkaar vertellen
dat je er niet meer bent
thuis, op het prikbord, foto's
(jeweetwel, van vervlogen festivaldagen in het park)
je handen op de hoofden van de kinderen
je hart overlopend van liefde
en nu moeten we al onze kinderen vertellen
dat je er niet meer bent
er is geen beginnen aan sil, aan dit einde
(jeweetwel, het leven was zo goed)
er is geen beginnen aan
aan dit einde
(jeweetwel, die waar vorig jaar de bliksem insloeg)
onder de bladeren van deze zomer
van jouw laatste zomer
vertelt jouw liefste ons
dat je er niet meer bent
we horen je lach rollen, je stem bulderen
(jeweetwel, kerstliederen soms zelfs nog in april)
pannen kletterend in de keuken
je ogen glanzend
en nu moeten we elkaar vertellen
dat je er niet meer bent
thuis, op het prikbord, foto's
(jeweetwel, van vervlogen festivaldagen in het park)
je handen op de hoofden van de kinderen
je hart overlopend van liefde
en nu moeten we al onze kinderen vertellen
dat je er niet meer bent
er is geen beginnen aan sil, aan dit einde
(jeweetwel, het leven was zo goed)
er is geen beginnen aan
aan dit einde
19
augustus 2009
de kist komt
binnen.
i. en de
kinderen erachteraan.
j.
schreeuwt om haar papa.
(waar
is god nu?
waar
zijn alle goden?
wie
droogt deze tranen?
wie
legt het deze dochter uit?
wat
doen we hier?)
hier had
'k niet op gerekend, mompelt a.
hij laat
z'n gitaar op z'n tenen zakken.
voor s.
zeg ik, kom maar
en hij zet
in.
een
liefdevolle dienst.
heus
waar.
maar s. is
er niet bij.
(wat
doen we hier?)
na afloop
naar de kralingse plas.
we drinken
'm met z'n allen leeg.
een plas
van niks.
s. fopt
ons steeds in onze ooghoeken,
gewend als
we zijn aan zijn
aanwezigheid.
deze
vanzelfzwijgendheid is ons nieuw.
het klopt
niet.
(wat
doen we hier?)
13
augustus 2009
met doffe
koppen hebben we de auto uitgeladen.
vloplaag
in huis.
arme ouwe ramses.
we kopen een ontzettenddoodmaakspray.
spuiten en
sprayen en zuigen en kloppen.
tevergeefs.
het
volkomen nutteloze blijft leven.
go with
the vlo
op
de kamer van twaalf ligt bruinepop.
weggestoptwarmingestopt.
dochter
praat niet veel over haar verdriet.
maar in
haar volle stilte waakt ze over s.
lievelingsbeer is
plots ook dood.
zeven
knoopt een stropdas om, zet een hoed op
en nodigt
ons uit voor de ceremonie.
hij leest
de speech voor die hij geschreven heeft
(lieve
beer, soms liet je scheetjes in bed maar ik mis je
toch)
en
begraaft beer in een koffertje onder een deken.
in de weken die
volgen
in de
weken die proberen volgen we
in de
volgen die we proberen weken
we
proberen in weken die de volgen
we weken
in de volgen die proberen
we weken
niet wat te
we weten
niet wat te
we weten
niet wat we doen
we weten
niet wat we moeten
we
slapen niet, we ontwaken niet
we
missen hem zo.
we
zien hem in de tuin.
we
zien hem in haar lege handen.
we
zien hem in de ogen van zijn zoon.
we
horen hem zingen in de stem van zijn dochters.
we
zien hem in het zilverhert dat we van hem kregen.
we
zien hem leven, liefhebben, zingen.
we
zien hem in zijn kist, blote voeten in slippertjes.
i.
is sterkbaar en kwets.
soms
zonder kluts.
soms
volkomen waterpas.
maar
jullie gaan gewoon door met je leven, roept ze vanuit haar
wanhoopst.
neejanounee, stamelen
wij, janeeja we gaan door, we moeten door maar ook wij...
dit soort
zinnen zijn niet af te maken.
ons
verdriet is niets vergeleken bij
i. is
grappig als altijd, op haar haarst.
ze krijgt
veel kaarten, brieven, en 'n josbrinkboekje over rouwen.
jos brink,
lacht ze smaaklijk, wat weet die nou van rouwen, die is zelf
dood.
er is er
een bijna jarig! schreeuwmailt hyves.
stuur s. een kaartje!
wij
mailen terug dat we dát adres graag van ze willen
hebben.
we
lachen, we huilen, we duizelen, we wankelen.
we
stotteren in een nog te ontwikkelen taal.
we
moeten overnieuw beginnen.
we
helpen i. waar we kunnen maar het zal nooit genoeg
zijn.
ze moet
zichzelf, ze moet haar kinds, ze moet haar dode man ze moet
zichzelf heelmaal zelf heelmaal zelf heelmaalzelf heelmaal zelf
heelmaal zelf
alleen
(ik
heb vandaag jullie zoon uitgezwaaid sil,
voor
't eerst naar de middelbare school
ik
had z'n brood gesmeerd
z'n
boeken nagekeken
z'n
jas klaargelegd
ik
stond waar jij had moeten staan
probeerde me te
bedenken wat jij zou zeggen
en
het spijt me zo
het
spijt me zo
toen
ik binnen kwam lag z'n brood nog op tafel)
morgen is
s. zijn verjaardag.
verraardag.
vernaardag.
verzwaardag.
de eerste
die niet meer meetelt.
de eerste
die hem niet ouder maakt.
we komen
bij elkaar met eten en drinken.
we kijken
naar hem in soaps, series en
films geprojecteerd op de muur.
onze
kinderen giechelen om zoenscenes.
de
mijnherenvrienden joelen om een silblootbil.
de
mevrouwenvrienden zingen van goeie tijden slechte tijden.
ik denk:
dit is wat we volgend jaar gedaan zouden hebben.
als hij 50
was geworden.
de lamp
boven de eettafel begint te druppen.
lekkage
vanuit de douche.
niet.
het huis
huilt.
een
dinsdagochtend
i. zegt:
ik droomde dat s. ineens op de bank zat en dat ik zei: wat doe
jij nou hier?
nou
gewoon, zei hij.
nou
gewoon? ben je nou helemaal gek om ons zo te laten
schrikken?
die hele
toestand voor niks?
ik was
zo boos op 'm dat ik niet eens blij was 'm te zien.
de
laatste tijd denk ik wel eens dat hij écht niet meer terugkomt
en jij?
ik zeg:
ik blijf hopen.
ze zegt:
o gelukkig, ik stiekem ook maar 'k wil natuurlijk niet
te boek
staan als de gestoorde weduwe.
ons
geheim, zeg ik.
en zo
blijven we zitten.
hopen.
stiekem
en voor altijd.
voor s.i.r.h.&j.

en toen ging het plots niet goed met zes-bijna-zeven.
er sloop iets zijn lijfje binnen waar hij ziek van werd.
zo ziek dat hij geen grapjes meer maakte.
zo ziek dat hij klappertandde dat hij het leven niet leuk meer vond.
zo een ziek kindje in je armen hebben met niets dan je bange hartslag tegen zijn oortje.
niets dan je koude handen om hem wat af te koelen.
niets dan wat wiegeliedjes.
niets dan sshtilmaar.
sshtilmaar.
en toen zes-bijna-zeven alles dubbel zag
en toen zijn hele lijfje opzwol
gezichtje als een verslagen bokser
voetjes als glanzend rode klompen
toen de zwarte vlekken verschenen
(en de angst in de ogen van het zusje)
en toen ook de vierde arts niet benoemen kon
wat er met mijn kindje gebeurde
(en de angst in de ogen van het zusje)
toen onder de huid van mijn zoon
de schaduw zichtbaar werd
van iets
dat zo
zonder genade
nemen kan
wat het wil
hoe het wil
wanneer het wil
toen
(het is niets, het leven, het is alles, het is niets)
(de woede: neem mij dan klootzak, lafbek, neem mij dan)
(het is alles, het leven, het is niets, het is alles)
(en de angst in de ogen van het zusje)
sloeg het besef toe
het gruwelijk besef
dat ik hem met alle liefde en kracht die ik ben
niet beschermen kan
mama kan niet helpen
mama kan de pijn niet stoppen
mama kan niets doen
mama is machteloos
machteloze mama
hoeveel jasjes heb ik dichtgeritst, zwemlessen bijgewoond, oversteeklessen gegeven,
appeltjes geschild, stopkontakten afgeplakt, scharen opgeborgen,
veiligheidsriempjes dichtgeklikt, wespen doodgemept, inentingen gehaald,
verzekeringen afgesloten, beschermengelen geleased
uit alle macht alle mogelijke dreigingen willen afwenden
behoeden voor gevaar
het leven zelf
is het gevaar
het leven zelf
is de redding
van de vijfde arts kreeg zes-bijna-zeven
medicijns die hem beter maakte
(dat is de officieuze versie, wij weten dat het de beschermengel was)
hondsmoe waren hij en zijn lijfje
maar de grappen kwamen terug
soms vraagt hij nog es iets
wil hij de fotoos zien van het ziekenhuis
van zijn opgezwollen koppie
soms moet hij erom lachen
soms zegt hij maar even niets
soms maakt hij er een tekening over
en nu is alles voor altijd anders
niet angstiger, niet voorzichtiger
maar nog minder vanzelfspreeks dan 't al was
alles is minder zomaar
ook alles wat al heel bijzonder was
is niet zomaar meer
ik heb het
hij heeft het
het zusje heeft het ook
-vanmorgen nog-
aai over zun bol
hee gek ventje, zei ze en
ik kreeg een ikhouvanjou-kus
zomaar
maar niet zomaar
dat weten wij
bewegingen, geluiden, beelden indrinken
liefliefliefhebben
bewapenen
(mijnheer s. maakte een zwaard met magische krachten
waarmee zes-bijna-zeven nu onzichtbare draken kan verslaan)
het beschermengelkontrakt op tijd verlengen
(en dien engel af en toe iets aardigs sturen, flesje vleugelglansolie ofzoo)
meer kun je niet
meer kan ik niet
meer kunnen we niet
het leven
is het gevaar
als je pech hebt
het leven is
de redding
als je geluk hebt
het leven is stekolbest en meswerper
voor oscar en kitty en paul en hips en moon en monique en jan en ieder ander die van machteloosheid weet
tekening: stekolbest en meswerper - mingus februari 2009
ik weet niet wat 'k moet tekenen, zucht zes.
ik kijk op.
hij zit ongelofelijk moeilijk te kijken, dood potlood in zijn hand.
hij weet namelijk altijd wat hij moet tekenen.
hij tekent veel.
hij tekent heel veel, elke dag.
stapels tekeningen heb 'k van hem.
vuurzeeeën, sinds er brand was op school.
sinten en pieten die reusachtige kadoos in zijn schoen proppen.
mijnheer s. en ik woest zoenend, omgeven door hartjes.
wildplassende voetballers, poepende astronauten.
zwemles, ridders, draken, taarten, huizen, bloemen, wat niet, alles.
en als hij geen papier heeft, tekent hij op zijn handen.
hij moet tekenen.
ook als hij niet weet wát.
hij moet tekenen.
uhm, dan teken je toch wat je ziet? zeg ik, de tafel en de...
mam! stil nou! roept hij, zo kan ik me niet concentreren.
o pardon, poe ik.
en hij is al bezig.



en dan raakt hij voor de tweede maal in een creacrisis.
hij kreunt en steunt en snuift.
gooit zijn potlood op tafel.
wat is 't, skatsie?, vraag ik.
ik kan geen kat tekenen, pruilmuilt hij.
lijfje, koppie, twee puntoortjes en een staart, teken ik in de lucht.
hij tekent me na, vlak voor z'n gezicht, waarop het licht weer aangaat.
o ja, roept hij blij en weg is 'ie weer.




zo. klaar. schrijf jij even welke dag het vandaag was, zegt hij.
welja. kom maar. zo dan, zeg ik.
hij kijkt om zich heen.
omhoog, naar de lamp.
o nee, ik ben toch nog niet klaar, roept hij en daar gaat hij weer.





klaar! roept hij opgelucht.
op links z'n vissenkom -inclusief waterslakjes-
en zijn moeder met raar brilletje achter de laptop.
op de tafel het mandje met bloeiende schatjes,
eronder ramses, de vliegende kat, erboven de takken-lamp.
zichzelf heeft hij naar zichzelf kijkend getekend.
(drawn like an egyptian, zegt mijnheer s.)
rechts de teevee waarvoor zijn zus op de bank ligt
maar die zie je niet omdat je haar niet ziet, zegt hij.
ja lekker is dat, moppert het zusje onzichtbaar vanaf de bank.
ik zie je ook niet hoor, zeg ik, het klopt dus wel.
ze steekt een been omhoog.
getver, stinksok! wijst heur pestbroertje.
joh, ruik eens aan je eigen voeten, hekst zij terug.
stop maar! roep ik, kom zes, maak nog maar een tekening.
volkomen tevergeefs natuurlijk.
want hij is klaar zei hij toch.
en nu is het tijd voor een gezond potje ruziemaken.
als moeder even stil wil zijn graag,
anders kunnen zullie zich niet concentreren.
daar zit je dan.
op links, met je rare brilletje.

mijn vloekend laaien en uw vloeiend zwijgen,
dat broze van u en dat breekbare van mij,
ach lief, het glimlacht om ons
we ademen bruggen, u en ik
tussen uw en mijn oudste oevers
over al wat daar kabbelt en kolkt
wij a-d-e-m-e-n b-r-u-g-g-e-n
-wat zouden we dan niet
mijn te dicht en uw te ver,
uw te weinig en mijn te kort,
ach lief, het houdt zo van ons
we wiegen dode vaders, u en ik
en moeders die van geen liefde weten
sterke, sterke kinderen zijn we
we w-i-e-g-e-n d-o-d-e v-a-d-e-r-s
-wat zouden we dan niet
al van mijn hart en van uw hoofd
dat van uw huid en van mijn bloed
ach lief, het juicht om ons
we bouwen bomen u en ik
van withouten gedachten
en verbindingen van tijd
we b-o-u-w-e-n- b-o-m-e-n
- wat, wat zouden we dan niet
voorstel:
laten we
feest in het museum (van charley toorop, plafondjassen, piemols, zweefsteen en foetsbritius)
maandag 29 september 2008 22:00


was boijmans van beuningen te rotterdam al het leukste en mooiste museum van nederland,
nu is het nog erger geworden. heus waar.
zaterdag was de vernieuwde entree klaar en werd de overzichtstentoonstelling
'vooral geen principes' van charley toorop geopend.
en dát wilden we zien, mijnheer s. en ik.
de duitse kunsteneur olaf nicolai maakte samen met ontwerpburo thonik
de nieuwe beschildering op het binnenplein, geheel in de stijl van het boijmans-logo.
nicolai bouwde ur bovendien een spiegelende voetbalkooisculptuur genaamd 'apollo'.
het is efkes zoeken naar de deur maar eenmaal binnen is het onmogelijk om níet een partijtje
te spelen met de puikleren voetbal van het museum.
het plein leeft!


de hal (het entreegebied noemen ze 't zelf) is prachtig geworden.
mooie knalblauwe b-balie.
we krijgen geen kaartje maar een entreesierraad.
en de nieuwe garderobe is me er eentje!
bezoekers spektakelen volgens het touwtjetreksysteem hun eigen jas omhoog.
de verzameling katoentjes doet sterk denken aan tinguely's 'le ballet des pauvres'
uit 1961 dat nog niet zoolang geleden in de naastgelegen kunsthal te zien was.
je zou bijna gaan denken dat...
ook nouveau is de zwevende kei 'het is me wat' van wim t. schippers.
deze vliegende rots is, na jarenlang te zijn mishandeld door medewerkers van een ministerie,
nu met voorlopig pensioen in rotterdam. en terecht.
mijnheer t. hoort in boijmans.
de voormalig mooiste museumwinkel van nederland heeft plaats moeten maken
voor een hipsige espressobar en is nu ondergebracht in een plastic zakje middenin de hal.
te klein en te warm. de kasseuses zijn nog even vriendelijk maar hebben nu een zweetlip.


okee. charley toorop.
moet even denken.
want waar te beginnen.
wij zijn niet snel kritisch op ons boijmans.
gewoon omdat het eigenlijk nooit nodig is.
en op zich is er ook niets mis met de tentoonstelling.
grote schermen met photoos en tekst leiden de verschillende levens- en werkfasen in.
en de 120 schilderijen waarvan maar liefst negentien zelfportretten maken tóch wel indruk.
maar om mevrouw toorop nou weg te stoppen in de gangen rondom de belangrijkste expohal
(zeker als je weet wat daar al en nog geruime tijd te zien is) dát vinden wij niet netjes.


'ik wil, koste wat het kost, gelukkige stralende dingen gaan maken' schrijft charley toorop
in 1921 aan a. roland holst.
gelukkig of stralend heb ik haar werk nooit gevonden.
niet mooi. niet warm.
wel intrigerend. eigenzinnig. onontkoombaar,
door de nonflatteuze, bijna lompe manier van afbeelden.
'k zag hier en daar es een doek van mevrouw toorop maar nooit zoveel werk van haar bij elkaar.
het doet iets. er hangt een mensenleven aan de muren van boijmans, zegt mijnheer s.
in de genadeloze zelfportretten ziet men mevrouw charley ouder worden.
en tenslotte bijna sterven.

ze is niet weggezakt. niet pffft. niet puin.
daarvoor was, daarvoor ís ze te groot.
en 'k blijf erbij; deze overzichttentoonstelling had een eerbetoon kunnen of neen, moeten zijn.
boijmans had er de grote exporuimte voor moeten gebruiken. meer photoos, meer tekst.
werk van tijdgenoten. van zulks. gemiste kans.
moet je es kijken wie dien hal bezet houdt.
let op.


de japanse mevrouw yayoi kusama (klik dien site es aan; naast de boijmans-expo vermelding
op photoo klikken voor een kompleet overzicht van de tentoonstelling in rotterdam) heeft iets met
-of tegen- piemels en dat zullen we weten ook.
al een jaar of veertig maakt ze piemels en ballen van stof en metaal en rubber en papier
en piep en hout. er is een piemelboot te zien. en een piemelspiegelkamer.
en piemelbeelden. en piemelfilms.
en heus nog wel wat andere vormen maar vooral toch piemels.
piemels.
en ballen.


mooi ingericht is het allemaal wel.
de 'charley toorop memorial hall' van het boijmans is ditmaal veranderd in
een donker en kil landschap met mooidreigende muziek.
ongemakkelijk.
en niet vanweegs dien piemels maar omdat 't zoo gefrustreerd aanvoelt.
vanaf 8 november neemt erasmus de boel hier gelukkig over.
go desiderius!

ik loop nog even naar zaaltje tien, in de oude vleugel.
even fabriets gedag zeggen, hoop ik.
want fabriets is er niet meer. al een tijdje niet meer.
daar, links in de hoek, naast titus rembrandt hing 'ie. hoort'ie.
geen bordje, geen uitleg, gewoon weg.
ik vraag het een supposteuse, een zaal verder.
de schat wil meelopen om te kijken welk schilderij er dan niet meer is.
ik vind een daftige vrijwilligster met een infobalietje ergens achteraf.
'kunt u mij zeggen waar het zelfportret van fabritius is gebleven', vraag ik reusachtig beleefd.
ze kijkt op. ik ga door haar kralingse scan en wordt ogenbliklijk afgekeurd.
bovendien weet ze niet waar ik het over heb, dat is duidelijk.
ze kijkt de andere kant op. poetst heur leesmontuurtje en kakkelt iets
over bruikleen en depot en en afijn, dat schiet dus niks op.
ik probeer het beneden nog es.
achter de nieuwe knalblauwe b-balie zitten nog twee oudere kralingse meisjes.
die zijn wél aardig maar krijgen onderling uiterst beschaafd ruzie
over de spellingswijze en verblijfplaats van fabriets.
uiteindelijk reutelt de peesee iets over uitgeleend.
maar niet aan wie en waarom en hoelang.
pffft. puin.

iedereen mag koffie met b-koekjes omdat het feest is.
dan laten we onze jassen zakken en gaangaan.
bitterballen eten op het terras van de kunsthal.
die hebben giacometti binnenkort.
een hele hal voor hem alleen.
zoo moet dat.
(en morgen gingen we terug naar boijmans met zes en elf.
apollovoetballen en jassen takelen en schilderijen en piemols
bekijken. en zes zat steeds nét niet aan de schilderijen en stelde
moeilijke kunstvragen en elf nam een miljoen photoos van alles en
alles en alles en nog wat en ze mochten in het piepkleine
museumwinkeltje een kaart uitzoeken en daarna nog een partijtje
voetballen en naar de speeltuin maar dat was morgen)
charley toorop 'vooral geen principes'
nog t/m 18 januari 2009
museum boijmans van beuningen rotterdam

ik ril in mijn nog slapende jas
jij, jouw handen, jij aan het stuur
de blauwe weilanden beneveld
het vroegste begin van een dag
eos ontwaakt in haar zwarte bed
eos ontwaakt in haar zwarte bed
de wereld in dit beginnend licht
hier liggen antwoorden, dat voel ik
maar ik heb geen vragen
mijn jas rekt zich gapend uit
mijn jas rekt zich gapend uit
ik raak je aan, jij, jou, je wang
er schemert iets op je gezicht
het vroegste begin van een lach
ik draai het raam open
ik draai het raam open
zeg: dag koe, dag koe, dag koe
ik trek de sluiers van het land
en dan begint het te dagen
photoo k. dijkema
photoo k. dijkema

dacht ik aan;
raak ik ooit u kwijt
aan een sterker verlangen
of gewoon, aan de dood;
in mij zult u blijven regenen,
alle dagen en alle nachten
uw zachte vloeibare taal
nog uit de hoogste hemelen.
mooie natte woorden
om van te lachen
en 'lieverd' in kleine druppels
op mijn beide zwarte ramen.
wat ik u zeggen wilde;
mijn hart zal breken als u gaat
en natuurlijk
zal ik mijn verstand verliezen
maar in ieder ondraaglijk donker
zal ik monk voor u draaien,
u voorzichtig uit mijn ogen vegen
en zo blijven wachten
the record player - karl hofer 1939

het is een beschamende vertelling.
maar het moet geschreven.
om te kunnen verwerken.
om dóór te kunnen.
maar meest nog
als waarschuwing;
hoedt u voor schaamschuim!
't gaat -en gotstamebij- van zo:
een douwe egbertskraampje.
vier meiskes in zwarte schorten.
ik ben de enige klant en allevier
kijken ze me verwachtingsvol aan.
een koffie verkeerd graag,
zeg ik maar tegen al die
blije gezichtjes tegelijk.
geen idee heb 'k dan nog
dat mijn bestelling een
profetische zal blijken.
zodra 'k heb besteld
begint als bij toverslag een
fascinerende koffiemaakdans.
er wordt aan knoppen gedraaid,
lades zoeven open, handels gaan om.
't maalt, reutelt en stoomt als tom waits.
een meiske doet 't schoteltje,
een ander de koffieboontjes,
eentje is 't melkmeisje
en de vierde wil geld.
alstublieft, zingen ze als 't klaar is.
och wat leuk, roep ik oprecht blijverrast
u hebt een ui voor me gemaakt!
en dan gebeurt 't.
-geef me 'n momentje.
nu ik 't opschrijf herbeleef 'k
de schaamte, de pijn, de pret-
nou nee hoor, klinkt het fijntjes.
en een hand draait mijn kopje.


omdat het grietje bijna jarig was
en al zoolang zoograag
een högslaper wilde,
gingen we naar de zweed.
kötballen met bessensaus eten
en frieten met dubbele mayo en
lompe sla.
zij een ijs toe,
wij nog een wijn.
zij nog een ijs,
wij nognog een wijn.




en aldus passeerden wij efkes later grote bakken weesknuffels.
niet.
want het grietje kan daar niet tegen.
is niet opgewassen tegen zachtsmekend polyester.
en van nognogwijn word ook ik week en samen treurden we boven
de snikkende billenbeertjes en snakkende vleugelvleertjes.
och zoo sneu. en ochoch zoo goedkoop.
ééntje dan, ging 'k overstag.
het werden er natuurlijk drie.

het ventje was ook mee, want waar laat je zoo een jonkie anders.
hij huppelde vrolijk om ons heen, luid commentaar gevend op wat de zweed
zoal te verkopen had.
joo! mam! kijk es wat een stomme bank!
haha, wat een gekke kast!
en toen viel zijn oog op de poev.
stofstijf bleef hij staan.
is dat van een echte koe gemaakt mam? vroeg hij geshockeerd.
ja, zei 'k, das van een echte koe gemaakt.
echt van de veren van een koe dus? wilde hij nog even zeker weten.
echt van de veren van een koe, zei 'k maar, bang om te gaan huilen
om zoo een bloedmooie zoonzin.
en bovendien, het is niks niet ondenkbaar dat het land waar
roodharige meisjes paarden optillen, 'n vliegend runderras kent.


hij werd moe, het ventje, van al dat gedenk en gespring en ging wat rusten.
het grietje vond heur gedroomde högslaper en we konden gaan.
in het eigenaardige zweedse supermarktje kwasitwijfelden we
nog even boven de kilozakken kötballen.
maar thuis smaakt dat niet.
zoals retsina thuis niet smaakt.
het ventje namen we wel weer mee.

zet hier je rolstoel terug.
gemeen zeg, wees het grietje, en ze mogen ook
geen jij zeggen tegen bejaarden.
dus.
zweed.
ik geef 't maar even door.

ons afval staat inmiddels en het grietje is er blij mee.
de weesknuffels lijken gelukkig te zijn.
het ventje blijft mooie dingen zeggenlkbvtysaa3w
en nu loopt dien kat voor de zevende keer over m'n toetsenbord en nou ben ik het zat.
gatver hij heeft tussen de f en de g gekwijld.
en alles zit onder de veren.
vlieg op ramses!
of nu ja, echt zoomur wilde het maar niet worden.
de oerbossen drupten en kraakten.
het veld zompte onder onze kaplaarzen.
de zwaluwen vlogen bijkans ondergronds.
maar onze tent, gelukkig, is er een van stavast
en ons mopperen, gelukkig, immer van korte duur.
we vlochten duizendmeisjesvlechtjes.
tekenden en schilderden tot het papier op was.
we voetbalden, bezwommen de rivier, beklommen het kasteel.
loofden een ijs uit voor de eerste wespensteek.
vielen gaten in onze knieën.
maakten speurtochten.
stuurden onze tekeningen naar vrienden.
pompten onze fietsbanden nog es op.
en kijk nou hoe schattig, een muisje in de tent.
och zoolief, twéé muisjes.
maar!
vier muisjes, acht muisjes,
zestien muisjes, muizenplaag!
terugplagen!

'n nicht, het wicht, een mama, een ex, vriendjes, vriendinnetjes,
ze kwamen op visite of bleven logeren.
we pakten hun kadootjes uit. gaven ze kusjes.
we kookten voor ze. dronken met ze.
zwaaiden ze weer uit.
op weg gingen ze.
naar huis.
of naar verder.
met hun drooms en verdriets.
we hebben ze zoolief.
en eindelijk, eindelijk kwam het circus,
het kindshoogtepunt van iedere zoomur in 't oerbos.
onze elf ving de op haar afgeschoten buyszoen
(voorheen negerzoen maar dat mag een bleekscheet
niet meer zeggen) in heur mond
en dat was in twintig jaar nog niemand gelukt en
johan de clown speelde toevallig net zijn allerallerlaatste
voorstelling ooit
maar toeval bestaat niet en dus klopte alles weer.
we leerden over ons en over onszelf,
dees zoomur.
we noemden de dingen bij de naam en elkaar stom of lief.
we hielden van in bed liggen.
-ik hou van u gottogot ik hou van u-
keken naar de vogelvoetjes op het doek.
naar de schaduwen van de reuzeneiken.
vielen in slaap onder de brekende wolken.
scherven brengen geluk.
deze zoomur, deze zoete natte zoomur
bestormde onze hoofden en harten.
verschoot laaiend van kleur.
verwarde, verwarmde.
deze houten zoomur, deze geduldige zoomur
verrijkte, vereikte.
verkoesterde, verknoesterde.
deze zoomur was de eerste.
photoos 1 t/m 5 zinnen
photoos 6 t/m 11 mijnheer s.

het ding is:
(we hebben het niet goed afgesloten)
de ruiten huilen.
de luiken klapperen.
de vogels sterven.
en allebei luisteren we.
ik naar wat jij niet zegt,
jij naar iedere tweede echo.
dit is wat het is:
(we hebben het in de steek gelaten)
het licht wankelt.
de schaduw valt droog.
de gedachten breken.
en allebei zoeken we naar water.
ik om het te rijmen, later,
jij om te vluchten, te blussen, te vluchten.
dit is wat ons rest:
(we hebben het slecht gedicht)
de verf vloekt.
de snaren roesten.
de waarheid lekt.
en allebei zijn we gevangen.
ik in de letters van mijn naam,
jij in de beloften aan al je te kleine goden
oude liefde roest. onnodig en om al de verkeerde redenen. 't laatste woord is erover geschreven. de zomer wacht.
nieuwe liefde straalt. ongevraagd en om zooveel goede redenen. om lachende ogen. gekke schoenen. lekkere olie (voor huid en salade), om verhalen in het donker, hand op heup, om om om diepe ontroering. alles is anders. alles is omgekeerd.
proost 'k op een eeuwig scheve horizon. you know how i feel

hij mailt: ik wil u zeggen.
er is een groot feest.
ik neem u mee.
er is een groot feest.
doe uw mooiste jurk aan.
en bloemen in uw haar.
we gaan.
het leven vieren.
meer is er niet.
ik mail: mijn wangen gloeien.
het grootste feest van het jaar.
ik ga met u mee.
het grootste feest van het jaar.
trek 'k mijn mooiste jurk aan.
draag witte rozen in mijn haar.
we gaan.
het leven vieren.
want meer, meer is er niet.
er is een groot feest.
ik neem u mee.
er is een groot feest.
doe uw mooiste jurk aan.
en bloemen in uw haar.
we gaan.
het leven vieren.
meer is er niet.
(mijnlief.
zonplein. mooimuziek. vriendenlicht.
kusmijnheer. kusmevrouw. beatbas. blijgezicht.
solosax. hemelrood. lachterras. dansaldaar.
briesband. bofnacht. droomroes. klinkklaar.)
kusmijnheer. kusmevrouw. beatbas. blijgezicht.
solosax. hemelrood. lachterras. dansaldaar.
briesband. bofnacht. droomroes. klinkklaar.)
het grootste feest van het jaar.
ik ga met u mee.
het grootste feest van het jaar.
trek 'k mijn mooiste jurk aan.
draag witte rozen in mijn haar.
we gaan.
het leven vieren.
want meer, meer is er niet.


mijn zes kreeg zijn eerste liefdesbrief.
dat ging van zo:
hij gaf haar (blond, vrolijk en al 8)
zijn allerallermooiste voetbalsticker.
die ene, met-vandursar-en-bronkworst-ur-op.
maar na drie minuten kreeg hij spijt.
hij vroeg maar kreeg 'm natuurlijk niet terug.
geef muh stikker trug liesje, sprak hij dreigend, anders ga ik nooit meer met je spelen.
nee hoor, jufde zij, gegeven is gegeven, nou is het mijn stikker.
máhám, huilde hij, liesje wil muh stikker niet teruggeven.
afijn.
er ontstond iets zeer ongezelligs
met veel tranen en heul boze kinderkopjes.
maar. aan 't end daarvan mocht ze 'm toch houden, de sticker.
hij vond dat reuze knap van zichzelf en zei wel tien keer 'alsjeblieft voor duh stikker liesje'.
zij vond het ook heel knap van hem en bedankte hem tienmaal uitvoerig.
en die middag bloeide de liefde op als nooit tevoor.
kom, gaan we man en vrouw spelen, riep zij en ze renden naar boven.
en hij ging naar z'n werk en zij ruimde van es lekker het huis op en hij kwam moe thuis en
ging met zun voetbalpoppetjes spelen en zij wilde aandacht maar daar had hij geen tijd voor
en dat vond zij niks erg want in haar broekzak tenslotte, zat het bewijs van zijn
liefde voor haar; zijn allerallermooiste voetbalsticker.
die ene, met-vandursar-en-bronkworst-ur-op.
de volgende morgen was ze er weer.
met een envelop in haar hand. een envelop met zijn naam erop.
voor jou, een brief, zei ze met iets mistigs in haar blauw.
verlegen bleef hij naar de envelop staren.
je moet 'm wel openmaken, zei ze ongeduldig.
en daar kwam zijn allerallereerste liefdesbrief tevoorschijn.
een knappe tekening van een partijtje liefdesvoetbal.
een manteam en een vrouwteam.
vlaggen, zon, hartjes.
de mannen in schijnbaar balbezit.
en in de linkerbovenhoek...
muh stikker! riep hij geschokt.
omdat je 'm aan mij gaf, straalde ze, krijg je 'm weer terug.
maar die vrouwlogica ontging hem volledig.
hij keek haar aan of ze gek was.
maar nou plakt hij niet meer, riep hij boos.
triomfantelijk zei ze; dat hoeft ook niet.
zo kun je 'm nooit kwijtraken en er altijd naar kijken, mooi he?
báfff!
1-0 voor het vrouwteam.
kom, gaan we man en vrouw spelen, zei ze,
alsof ze dat al niet aan 't doen waren.
zuchtend slofte hij achter haar aan.
mijn zes kreeg zijn eerste liefdesbrief.
het spel is begonnen.
veel plezier zoon
en heel, heel veel sterkte.

och zoo swiet menneke, dies windekin
blaast straksies u eindlijks min arms weerin
mooilijk zal dan ons in zachtuurs vergaan
trappel din pedaals menneke, dichteraan
dorpslangs nu nog raast 't bermensland
waaral dier woelmuis zin muskus bekant
spatwiekend nijdbriest u moederkezwaan
trappel din pedaals menneke, alverderaan
min hands draai kurksaf voorwat we klinks
straksies als letstes dies daagstraals blinks
blootsharts schemerzucht ons ondersmaan
trappel din pedaals menneke, nogdichteraan
och zoo looms menneke, dies avendsgeur
verdroom 'k zoovorts u min tuindeurdeur
alwat zooschoonvoels zal ons loombegaan
trappel din pedaals menneke, dichterme aan
de rotterdamse raad voor kunst en cultuur is ernstig den kluts kwijt!
leest dees mail en huivert en tekent u als het u belieft de petitie
voor het behoud van een van sneerlands mooiste jazz/worldmusicpodia

______________________________________________________________________________
Steun Theater Lantaren/Venster! Aan: muziekliefhebbers, jazzliefhebbers, mensen die van kunst en cultuur houden en iedereen die deze actie een warm hart toedraagt
STEUN Theater Lantaren/Venster! - 1 juni 2008 |
volgraag hier -rechtsboven- uw digitale handtekening
danks!
(en kijk hier nog efkes naar hoe leuk l/v is!)
de rotterdamse operadagen

'k zei het toch, rotterdam is zooleuk. en wordt steeds leuker.
wat nu weer dan? de rotterdamse operadagen.
wij kochten kaarten voor de reisvoorstelling 'orpheus in de onderwereld':
op vier locaties worden vier passages uit het leven van orpheus en eurydice
gespeeld, gebaseerd op het werk van vier verschillende componisten met ieder hun
eigen interpretatie van dien griekse mythe.
500 toeschouwers worden per boot over de maas naar de onderwereld gebracht.
en met een beetje geluk weer terug ook.
I. las palmas
claudio monteverdi - l'órfeo (1607)
*het huwelijksfeest van orpheus & eurydice
*de dood van eurydice
*het verdriet van orheus

ahi, caso acerbo, ahi, fat'empio e crudele,
ahi, stelle ingiuriose, ahi, cielo avaro!
non si fidi huom mortale
di ben caduco e fraie
che tosto fugge, e spesso
a gran solita il precipizio é presso
o gruwelijk onheil, o meedogenloos, wreed noodlot
o onbillijke sterren, o hebzuchtige hemel!
laat geen sterveling vertrouwen
op vergankelijk, broos geluk,
want het is vluchtig en dikwijls
is op de hoogste top de afgrond nabij
zaterdagavond 23 mei 2008 19.30 uur
we zijn te gast op het huwelijksfeest van orpheus en eurydice.
prachtig versierde tafels met bloemen en druiven en drankjes en lekkers
verwelkomen de gasten in het sterielbetonnen las palmas.
of tenminste de gasten die vroeg aanwezig waren.
want wijlens wij nietsvermoedend in 't nabijgelegen hotel new york appeltaart
zaten te eten bersttte hier een bacchanaal los.
afijn.
op een catwalk gaat de eerste voorstelling van start.
uitbundige nimfen dansen en feesten.
er is mooie live-muziek en zelfs als eurydice sterft blijven we in opperbeste stemming.
we gaan op avontuur met onze begeleiders; mijnheren en mevrouwen met
witte sjaaltjes om. dat geeft 'n schoolreisjesgevoel.
we worden naar twee spidoboten gebegeleid.
onze boot heeft een ongelofelijk chagrijnige kapitein.
hij heeft er helemaal geen zin in en blaft ons af.
maar dat vinden wij wel mooi. onze eigen charon.
door zo een kapitein willen we naar de onderwereld worden gevaren.

II. kerk oud-ijsselmonde
christoph gluck - orfeo ed euridice (1762)
*orpheus zoekt en vindt eurydice in de onderwereld
*tegen zijn afspraak met hades in kijkt hij eurydice aan
*eurydice sterft een tweede maal
*amor grijpt in en herenigt de geliefden

che faro senza euridice
dove andro senza il mio ben?
euridice!...oh dio! rispondi!
wat moet ik zonder euridice?
waarheen te gaan zonder mijn lief?
euridice! o god! antwoord me!
nu is het zo dat 'k in het geheel niet hou van wat klassieke zang heet.
dat geforceerd en hysterisch zingen-door-mooie-muziek-heen, daar word 'k boos van.
maar 'k ben het wel altijd blijven proberen.
omdat ik wil leren begrijpen wat ter wereld er nou zoomooi aan zou kunnen zijn.
we zitten op de voorste rij in het prachtige kerkje in oud-ijsselmonde.
en dan, als rea claudia kost heur mond opendoet, begrijp 'k het plots.
na 45 jaar. binnen twee seconden.
ik krijg het koud en warm en koudwarm.
kippenvel. dikke strot. slap. verliefd. klutskwijt.
mevrouw kost zet een ontroerende getormenteerde orpheus neer.
vlak voor onze voeten. ze fluistert en huilt en schreeuwt
en tiert en spuugt operaspuug op mijn laarzen.
en ze heeft een stem.
een stem.
zoomooi.
zo vol en zuiver en echt.
haar 'che faro senza euridyce'* splijt mijn merg.
dit oerverdriet, dit intens hulpgeroep, dit dierlijk lijden, het raakt mijn donder.
snoeihard en meedogenloos.
iets van ooit en nog nooit.
de totale overgave waarmee mevrouw kost dit doet, daar in dat kerkje,
op een podiumpje met goorgrijze heugaveldtegels, het brengt mij
voorbij onder de indruk zijn. ver voorbij bewondering.
liefde voel 'k. en pijn.
en van beide ben 'k bont en blauw na afloop.
en nu nog.
en nog nu.
*hier 'n versie van mevrouw larmore
III. brienenoordbrug
john tavener-prayer of the heart (1999)
*orpheus is verscheurd door verdriet en schuldgevoel
*eurydice verschijnt aan hem als de liefde en als de dood
*door middel van een mantreus gebed weet orpheus
de liefde en de dood te verenigen en te accepteren
ο Λόρδος Ιησούς Χριστός, γιος του Θεού, έχει το έλεος επάνω σε με
lord jesus christ, son of god, have mercy upon me
onder de van brienenoordbrug is de sfeer beklemmend.
het loodzware ritme onder de overigens prachtige live-muziek
jaagt mijn hartslag op.
er wordt gevochten, geschreeuwd, gekotst.
de tekst bestaat slechts uit één regel die als een mantra door alle zangers
wordt herhaald in verschillende talen. een half uur lang.
het is een dwingende voorstelling.

IV. las palmas
jacques offenbach - orphée aux enfers (1858)
*orpheus en euridice zijn getrouwd
*euridice blijft terugverlangen naar de spannende onderwereld
hetgeen zorgt voor grote spanningen tussen de twee geliefden


mort, je t'appelle, emporte moi!
dood, ik verzoek je, neem me mee!
charon's sloep brengt ons terug naar de bovenwereld.
op de kade wordt 'n oude zwartfilm geprojecteerd.
kandelaars met armen wijzen ons de weg naar de laatste voorstelling.
terug in las palmas is er champagne.
tenminste, voor hen die op tijd binnenkwamen.
wij arme passagiers van de tweede boot vinden tafels vol lege glazen
en 'n vrolijk publiek dat wacht op 't laatste gedeelte van de voorstelling.

offenbach.
tja.
hij heeft het verhaal een flauwlollige twist gegegeven. operettehumor.
bovendien galmt hier 'n lighthysterische eurydice op precies de manier die mij zo tegenstaat.
maar iedereen doet z'n best en 't duurt niet al te lang en dan plots is de avond voorbij.
'n beetje versuft staan we buiten.

V nee VI bitterballen
(en een krant)

hotel new york - zaterdag 23 mei 2008, 23.30 uur leeshoek.
wijn en bitterballen willen we, graag mijnheer. en straks nootjes nog alstublieft.
in de nrc lezen we kester freriks' recensie van wat we net gezien hebben.
maar dan van de try-out van gister.
uurtje later.
we fietsen tegen de sterke maar zachtaardige oostenwind in naar huis.
in mijn hart zingt orpheus
van liefhebben
van verliezen
van blijven liefhebben
tot voorbij de dood
het programmaboekje waarschuwde al;
niemand verlaat de onderwereld onaangedaan.
voorstelling: orpheus in de onderwereld nog t/m 28 mei
www.luxortheater.nl
als u kunt, als u kaartjes krijgen kunt; doe ga!
photoos; eerste komt van de site operadagen.nl
de andere zijn van mijnheer s. en zinnen
en o ja! voor 't geval u 'n kwartiertje over hebt;
'n briljante orpheus van de geniale gebakken mannetjes

als vanavond we moe
met onze voeten het laken zoeken
laat er dan, liefste die je bent,
geen groter verlangen zijn
en geen kleinere wens
dan onze handen rustend
daar en op dat moment
begrijp je, liefste die je bent,
geen groter verlangen
geen kleinere wens
en wanneer vannacht
we in gulzigheid ontwaken
laat er dan, liefste die je bent,
geen grotere honger zijn
en geen kleinere dorst
dan onze monden
daar en op dat moment
begrijp je, liefste die je bent,
geen grotere honger
geen kleinere dorst
en morgenochtend
nog voordat je luistert
noem ik je, liefste die je bent,
en geen groter gebed
en geen kleinere vloek
dan die woorden
daar en op dat moment
begrijp je, liefste die je bent,
geen groter gebed
geen kleinere vloek
u bent toe aan een tuinhuis.
en vandaag gaat u het eigenhandig bouwen.
u volgt daartoe deze gedetailleerde werkbeschrijving.
de heldere afbeeldingen leiden u stap voor stap door het bouwproces.


afb. 1 + 2:
aan de slag!
plaats twee ontzettend grote kartonnen dozen op de juiste plek in uw tuin en probeer er in te klimmen.
dat lukt niet omdat u daar nog te klein voor bent.
gelukkig wil men u wel even optillen.
maak een frame van bamboe-stokken-uit-eigen-tuin.
bevestig de stokken aan de dozen dmv tie-wraps die u taaiwheps noemt.
waarschuwing: haal uw vingertjes er tijdig tussenuit!


afb. 3 + 4:
verzamel zoveel mogelijk sterke meisjes rondom de bouwplaats.
zij zullen goed van pas komen.
tip: mocht u moeite hebben ze in uw buurt te houden, dan kunt u hen
waarschijnlijk vrij gemakkelijk paaien met waterijsjes.
vouw het dak.
let op: snijdt geen karton af.
op deze manier blijft de constructie het stevigst.


afb. 5 + 6:
nu kunt u beginnen met het verven van het karton.
als u geen zin meer hebt en liever gaat voetballen met de engelse jongetjes van hierachter,
zet u een sterk meisje in.
let op: vergeet niet haar op tijd weer een ijsje te geven en lach niet
als ze een ander sterk meisje uitlegt dat het huis van slechts karton en spare-ribs is gemaakt.


afb. 7 + 8:
nadat u sip op de bouwplaats bent teruggekeerd omdat de engelse jongetjes wederom uw voetbal met poep insmeerden, draagt u de sterke meisjes op een vlag te maken waarop ze uw naam en het woord 'cluphuis' schrijven.
waarschuwing: de spannende schedel die ze tekenden herkent u waarschijnlijk niet direkt als zodanig.
toch raden wij u met klem af te vragen waarom er zo'n dom schaap op uw cluphuisvlag is afgebeeld.
sterke meisjes kunnen daarop bijzonder overgevoelig reageren.
u wilt deuren en ramen uitsnijden maar dat mag u niet.
buigt u zich daarom over de inrichting van het huis.
sleept u kussens en kleden naar binnen, alsmede uw schatkist en wat speelgerei.

afb. 9:
nadat u een waterdicht zeil over het dak hebt gespannen, adviseren wij u om uw
cluphuis te camoufleren opdat het volkomen onzichtbaar wordt voor engelse jongetjes.
nu er geen plek meer is voor de zandbak kunt u de deksels daarvan gebruiken als vlonder.
op deze vlonder kunnen uw vriendjes hun sandaaltjes parkeren als ze bij u op bezoek komen.
tip: ongewenste buurkinderen kunt u met luide stem en een boos hoofd
beschuldigen van zweetvoeten om hen op die manier de toegang te weigeren.
uw cluphuis heeft vanmiddag z'n eerste regenbui overleefd.
u hoopt op veel warme en drogen dagen.
maar nu gaat u slapen.
u hebt uw pyamaatje al aan.
slaap lekker lieve jongen.

te zeeuwland deugt plots alles.
luiloom strekt het zich uit onder de hete zon.
hier en daar verwegt een rijtje kromgegroeide boompjes.
de wind die door de auto klaptatert ruikt naar duin.
ruikt naar het zachtzilten geluk van vroeger.
kind of blue. blue in green. miles to go.

ik ben hier gemaakt.
augustus 1962. burgh-haamstede.
hier liggen mijn vroegste dromen en herinneringen.
door het bos naar de zee. bolderkar. blote voetjes.
houten trap. gloeiend strand. golfgeraas.
boterhammen met pindazandkaas.

mijnheer s. en ik, we gaan alsweegs mijnheer hovius' aanbeveling
naar middelburg. daar is het international jazz festival en reeds weken geleden
boekten we een bedstee in 't voormalig sjieke hotel du commerce.
ze zijn blij ons te zien. eerlijk waar. ze blozen achter hun balie.
botsen wat tegen elkaar op. reiken ons verkreukelde papiers aan.
giechelen iets over 't ontbijt en de lift. lieve mensen zijn het.

onze kamer is tevens nooduitgang. zo lezen we.
bij fik mag iedreen over ons bed heen het raam uit, de brandtrap op.
dien brandtrap blijkt een uitstekende loungeplek met spectaculeus
uitzicht over jazzburg. we doen er een wijn en wat nootjes.
we moeten helemaal niks. en dat, die gedachte maakt mij zooblij.
sjokken we 't bloedhete stadje maar es in.

goudsmit bert van wijk maakt goede grapjes over de zeeuwse klederdracht.
hij zegt dat niet iedereen er om lachen kan. maar das juist leuk, lijkt ons.
in het centrum van middelburg staan een aantal podia waarop
(jazz)muzieken gespeeld worden. er is een dweilorkest. en alle
terrassen zitten vol. de stemming is er zo een van opperbest.
we sloffen terug naar du commerce. eten. douchen. van zulks.

des avends op het prachtige en sfeervolle abdijplein zoeken en vinden we onze vrinden.
de enurm stoere bobby previte maakt jongenskabaal. in de carrouseltent speelt 'n hoogst virtuoos en aangenaam conservatoriumbandje uit gent. en als 't donkeren gaat begint mijnheer archie shepp.
hij komt wat mopperig op. doet lelijk tegen de jongens-van-het-geluid. blaast boos een paar
deunen en zingt dan 'n dwingend lied over de zwarte revolutie waarmee hij 't -grootdeels blanke-
publiek oproept om de black warrior in onszelf nu eindelijk es wakker te schudden.

hij krijgt het naar z'n zin, mijnheer shepp en speelt bijna twee uur lang. maar van boze mensen
wil mijn hart niet warm worden. na afloop verhuizen we naar het terras van jazzcafé desafinado.
de black warriors in ons hebben dorst gekregen. binnen speelt jong middelburgs talent.
maar dan ook écht talent. 't swingt & swaait en ze hebben er plezier in.
dat zie je bij ons niet meer. vrolijke muzikanten. vrolijke mensen.
't moet iets in de zeeuwse klei zijn. morgen gaan we spitten.

na een steverig ontbijt in du commerce wandelen we de volgende morg terug naar het abdijplein. daar is de mooie ingang van het zeeuws museum. we (zijn heus wel wat gewend maar) kijken er onze ogen uit. het gebouw is prachtig gemoderniseerd. de tentoons zijn met liefde en smaak gemaakt.
er is een wonderschone winkel. een geweldig binnen-buitenterras en een zachte kokkin die met ontroerende zorgzaamheid lauwe geitenkaasjes op 'n salade met pijnboompits en framboosdres presenteert
en o nu krijg 'k er alweer trek in.

we gaan op zoek naar het concert van brooks tegler dat om 13.00 uur begonnen is in de
nieuwe kerk. wat we vinden: een jolige dominee die voor een volle kerk (!) grappen staat te maken.
links en rechts van 'm wachten muzikanten tot ze spelen mogen.
we zijn beland in een (geen grap) jazzkerkdienst! als de gemeente schuddenbuikend den aalmoezen in paarsfluwelen collectezakjes heeft geworpen zet een dixieland orkestje in. vijf avroleden op leeftijd.
ik denk, ik denk niks. mijn black warrior wil dees kerk uit.

nu is het zo dat middelburg een stadje is om straalknetterverliefd op te worden.
straatjes, steegjes, pleintjes, zoomooi. veel huizen hebben een naam die in sierlijke letters
op of boven de voordeur staat. den paerel. den olijfboom. den kleine swaen.
(op het -evengrote- huis ernaast heel lullig: den groothe swaen) en mijn favoriet: alles is omgekeerd.
afijn. we zwerven er een paar uur rond. geveltoeristen zijn we. struikelend over klinkertjes.
spiedend over muurtjes. en ik vind er mijn droomhuis, daar links. het staat leeg. zucht.

we hebben nog geen zee gezien, bedenken we ons. op naar domburg. maar de naam zegt het al.
een onafgebroken stroom auto's en voetgangers probeert wanhopig het strand te bereiken.
huilende kinderen. zwetende ouders. vakantieverstening. niemand is blij. we vluchten.
het strand van westerschouwen dan. we laten ons vallen op het hete zand.
zakken weg in de steeds vager wordende strandgeluiden.
pas 's avonds rijden we terug naar huis. het was zoofijn. zeeuwland is goedland.
middelburg
hotel du commerce
mijnheer hovius

hoog in het hoekje op de vensterbank
wankelt al 'n poosje een duivennest tussen de klimop.
onze turkse tortels zijn er lang mee bezig geweest
en zitten er nu wat snoeverig bij te koeren
maar 't is een nest van niks.
echt niet.
duiven kunnen het niet, nesten bouwen.
ze hopen wat takjes op, mikken er twee eitjes in en gaan zitten.
vanachter dochter's raam houden we de vorderingen in de gaten.
en op een ochtend ontdekken we een onooglijke duivenpeuter.
moeder zit er bovenop. letterlijk.
een warm nest.
zo nu en dan hebben we zicht op een kopje of kontje.
en dat is leuk.
tot de avond dat 't kindeke in de steek is gelaten.
angstig en bibberend zit 't zich stil te houden.
machteloos ochen wij achter 't venster en gaan bezorgd naar bed.

's ochtends is er nog geen spoor van de ouders te ontdekken.
't zal de natuur wel weer wezen maar toch, 't is rot zo een doodsbang
verlaten wezentje op je vensterbank.
als ze er vanavond nog niet zijn, bluffen wij, gaan we 't duifje redden
en de ouders aangeven bij de vogelbescherming.
we varen naar rotterdam. dan maar.
aan de wilhelminakade heb heur eigen verwaardigd
aan te meren de queen victoria.
zien wij eerst niet.
de queen victoria is naamlijk zoogroot dat je haar
over 't gekroonde hoofd ziet.
bijna driehonderd meter lang is ze.
we vergapen ons maar es een poosje.
vanaf hun balcqons blikken de cruisiers minzaam op ons neder.
puh, doen wij, maar stiekum zouden we ook welles
een paar weekskes meewillen dobberen met de majesteit.

photoomuseum. dan maar.
die hebben de tentoonstelling 'baby'
een overzicht van babyphotoos vanaf 1840 tot heden.
pee oo beginnen we achterstevoor.
maar dat valt ons niet op tot we aan 't eind komen
en daar de baarmoederkiekjes van lennart nilsson ontwaren.

achterstevoor dus.
en daardoor vallen wij met ons neus in de goorste mensenboter
die het daglicht legaal verdragen mag;
photoos van amerikaanse children beauty pageants.
ouders als pooiers.
het ontkinderen van kinderen.
niet door oorlog.
niet door honger.
maar door gebrek aan respect.
gebrek aan een warm nest.
arme ouders. arme kinds. arme ouders.



ik schaam me.
wat doen we met onze kinderen.
wat doen we met al onze kinderen.
dankgod voor de photoos van erwitt, lartigue,
berssenbrugge en lucebert die vlaknaast dees horror hangen.
een groter contrast is nauwlijks denkbaar.
nauwlijks bevatbaar ook.




en zoo werpt deze tentoon mij van d'een in d'andere heftigheid.
ik sta juist over vanzulks te mijmeren als een nijdige fluisterstem snipt;
daar mag u niet aankomen
naast mij is een museumveiligheidsbeambte aan het beveiligen.
ik denk, wat houd ik vast dan, behalve wat vocht.
ze wijst.
ik kijk mee.
mijn vingertoppen. op een glazen vitrine.
oeps, doe ik.
en photographeren mag u ook niet, zegt ze triomfanteus.
o, zeg ik, mag dat niet?
(ik kiekte hier reeds menig reportage, zonder problemen.)
nee, zegt ze, want dit is een photoomuseum.
(u mag hier niet lopen.
o, mag dat niet?
nee, want dit is een schoenenwinkel)

het boswachterskind van august sander uit 1926 is de laatste photoo
die 'k nam voor mijn arrestatie.
de expo 'baby' is wat random bijeengezocht.
maar dat is begrijpelijk.
er is zoveel. er is zoveel moois, zoveel schrijnends.
blije babies, huilbabies, zieke babies, dode babies, oorlogsbabies,
beroemde babies, koninklijke babies, ongelukkige babies.
ga d'r maar aan staan.
het photoomuseum heeft er een prachtige tentoonstelling van gemaakt.
nog te zien t/m 1 juni 2008.

we fietsen voorbij hotel new york en gaan op meerpaal 39 zitten.
on the dock of the bay. volzon.
het geluk voor 't oprapen.

als we thuiskomen treffen we een leeg duivennest aan.
het vogeltje is gevlogen.
gevallen.
of geroofd door grootvogels.
wees blij dat deze opgevreten is,
zegt de buurman.
er zijn al genoeg van die teringduiven,
zegt de buurman.
komt vast niet uit een warm nest,
de buurman.
en dan 's avonds als we op 't bankje zitten
keren eindelijk de ouders terug.
te laat.
verdwaasd hippen ze rond het lege nest.
roepen hun kind.
door merg en been gaat het.
en de hele volgende dag.
en de hele volgende avond.
en de hele volgende dag.
this is what it sounds like
weet 'k nu
when doves cry
zwart/wit photoos met de klok mee; elliott erwitt- lucienne en ellen 1953,
jacques henri lartigue - dani en zijn zoon parijs 1944,
henri berssenbrugge - zonder titel 1923,
lucebert - tony en noa in bergen 1955



thomasz
stanko - lontano niet luisteren, gewoon


suusje
aankleden -
