
Zondagmiddag is het tijd voor tango met taart en koffie bij een van mijn favoriete tangolocaties in Kreuzberg. Nu is dansen natuurlijk iets waarbij je voeten onontbeerlijk zijn. Wie niet kan lopen, kan ook niet dansen. Of toch?
Met enige verbazing zag ik een oude grijsaard, hangend over een rollator, de zaal binnen schuifelen. Mijn eerste gedachte was, dat hij een beetje sfeer kwam proeven; misschien een herinnering ophalen uit een actief tangoverleden. Maar niets van al dat. Hij had zich nauwelijks geïnstalleerd of hij liet zijn rollator staan en aan de arm van een van zijn twee vrouwelijke begeleidsters (zijn dochters?) liep hij de dansvloer over om een jonge dame van rond de 50 voor een dansje uit te nodigen. In een slakkentempo, maar zichtbaar genietend, schuifelden ze gezamenlijk over de dansvloer. De wilde figuren met draaiingen en zwiepende benen lieten ze achterwege, maar desondanks leek het wel degelijk op tango. Zijn andere dochter liep er enthousiast omheen met de videocamera.
Dance till you drop! Dat lijkt me nog eens een goed levensmotto. Ik werd er helemaal vrolijk van.
Het Duits kent bijzonder veel uitdrukkingen om aan te geven dat het ergens uitgestorven of saai is. Dat gaat van 'tote Hose' tot 'da klappen sie ja um zehn die Bürgersteige hoch!', 'da will man ja nicht tot über den Zaun hängen!' en 'da sagen sich Fuchs und Hase gute Nacht!'. Ik weet niet of het aantal zegswijzen voor 'uitgestorven' verband houdt met het aantal saaie, doodse dorpen in Duitsland. Zou een onderzoek waard zijn.
Het laatste spreekwoord over de vos en de haas - die zich in een door mensen verlaten oord - goedenacht wensen, is in ieder geval niet van toepassing op Berlijn. Tot mijn verbazing liep daar gewoon om zeven uur 's avonds een vos over een druk kruispunt in Kreuzberg! Na de wilde zwijnen zijn nu ook de vossen al geurbaniseerd.
Het heeft vast te maken met de ligging van Berlijn: een wereldstad in het verder verlaten landschap van Brandenburg. Voorbij de stadsgrenzen begint meteen de natuur, wat tot dit soort merkwaardige confrontaties van wild en geciviliseerd leidt. Dat zou in Nederland ondenkbaar zijn. Zelfs na het passeren van de stadsgrens, neemt de bebouwing nauwelijks af en voor je het weet ben je alweer in het volgende stadscentrum.
Gentrification is in Berlijn ‘kapitalistische vijand’
berlijn,stadsontwikkeling, gentrification, woningbeleid
Gentrification, het bewust bouwen voor hogere inkomensgroepen in achterstandswijken, is in Nederland al jaren een succesvolle en legitieme manier om achterstandswijken een impuls te geven. In Nederland geloven we heilig in het mengen van groepen bewoners. Het idee erachter is ook dat mensen met een wat hoger inkomen meer geld uitgeven in de wijk, hetgeen goed is voor de lokale middenstand en bijdraagt aan de economische vitaliteit van de wijk.
In Berlijn denken ze daar echter heel anders over. In Prenzlauer Berg (inmiddels al behoorlijk geyuppificeerd), Friedrichshain en Kreuzberg schreeuwen de armlastige (creatieve) bewoners moord en brand, omdat de toestroom van hogere inkomens leidt tot verhoging van de huren. Ze voelen zich misbruikt, omdat hun creatieve inbreng in de wijk het begin was van de opleving en ze daar nu zelf de dupe van worden. Aan de andere kant zijn veel Berlijnse wijken er ook aantrekkelijker op geworden, doordat er is geïnvesteerd en er meer bedrijvigheid is gekomen in de vorm van winkels, cafés en restaurants. Iets waar de wijkeconomie wel bij vaart. Het lijkt er soms op dat de lelijkheid en bouwvallige staat van sommige achterstandsbuurten nu opeens wordt verheerlijkt.
Nu kent Duitsland niet zo’n gereguleerde sociale huursector als Nederland en kan ik me vanuit het oogpunt van de huurders goed voorstellen dat men vecht voor zijn plek in de wijk. De aantrekkelijkheid zit ‘m immers ook in de menging. Wat mij echter verbaast, is de totale weerzin tegen alles wat met de ontwikkeling van de stad te maken heeft. Alles wat meer verdient dan bijstandsniveau is suspect en wordt meteen als kapitalistische vijand gezien. Zo is er in Kreuzberg een groep bewoners (eerder type ‘spijkerbroek en fiets’ dan ‘maatpak en suv’), die het gelukt is een stukje grond aan de rand van de wijk te kopen om daar een gezamenlijk woonproject te realiseren. Ondanks het feit dat het om een zeer kleinschalig project gaat, dat ook nog eens geheel milieuvriendelijk wordt gerealiseerd, ligt deze groep onder vuur van de linkse activisten. Eigendom is een doodzonde en een bedreiging voor de lage huren, zo is de redenering.
Een beetje meer nuancering in denken zou hier geen kwaad kunnen. In plaats daarvan uit een deel van de activisten zijn woede door dure auto’s in brand te steken. Oplossing van een jonge, succesvolle ondernemer in Friedrichshain: een plek in de parkeergarage kopen. De muur is dan wel verdwenen, maar in denken is er nog steeds een grote tegenstelling tussen kapitalisten en communisten. Jammer dat de discussie langs deze oude tegenstellingen verloopt en er niet wederzijds wat meer begrip is voor elkaars bijdrage aan de wijk. Of is dat ouderwets Hollands polderdenken?
[R]
Mensen vragen mij geregeld hoe het komt dat Nederlanders geen gordijnen hebben. Ik moet het antwoord daarop schuldig blijven, maar een Duitse kennis kwam met het verhaal van de 'Gardinensteurer'. Zij had gehoord dat Nederlanders belasting moeten betalen voor het ophangen van gordijen. Omdat Nederlanders nogal op de centen zijn, zoals ze ook in Duitsland weten, heeft men daar geen trek in en laat men de gordijnen maar achterwegen. Ik lag in een deuk toen ik het hoorde. Maar ja, om zeker te zijn heb ik toch maar wat navraag gedaan bij enkele volkshuisvestingsexperts in Nederland. Ook daar had men nog nooit van het verschijnsel gehoord. Een betere verklaring lijkt onze Calvinistische grondslag te zijn: wij hebben niets te verbergen, dus kijkt u gerust naar binnen om uzelf te overtuigen!
Het verhaal was daarmee als broodje aap voor mij afgeserveerd. Tot ik enkele weken geleden in gesprek met een andere Duitse vriend opnieuw het verhaal te horen kreeg. Ook hij had gehoord van de Gardinensteuer in Nederland! Ik viel van mijn stoel van verbazing. Enkele naspeuringen op internet wezen uit dat er in de 19de eeuw in Nederland wel degelijk een gordijnenbelasting bestond! Deze was echter niet gekoppeld aan het formaat van het raam.
Tot op de dag van vandaag vraag ik mij natuurlijk af hoe juist in Duitsland dit verhaal in de wereld is gekomen. Wellicht een olijke Duitse komiek die de draak wilde steken met zijn kleine buurland? Wie het weet mag het zeggen!
Drie jongens werden gescout en achter een scherm geplaatst. De passerende dames mochten hun mening geven. Ook ik werd uit mijn strandstoel gehaald voor een deskundig oordeel. Op het menu stonden witte sokken in sandalen, hagelwitte sportschoenen met blauwe en oranje biesjes en zandkleurige flipflops.
[L]
Witte sokken zijn echt taboe, maar dan ook nog in sandalen! Dat kan al helemaal niet. Type ict-nerd. Die viel dus meteen af. De sportschoenen zagen eruit alsof ze net door de Witte Reus waren gehaald of nieuw uit het schap kwamen. Ook niets dus. De flipflops bleven over. Geen goedkope plastic exemplaren in schreeuwende kleuren, maar natuurlijke materialen in zandkleur. De keuze was makkelijk, maar ‘the proof of the pudding is in the eating'. Zou ik ook bij mijn keuze blijven als ik de heren in vol ornaat zou zien?
[R]
Hoewel de ict-nerd in het echt erg meeviel, kon ik vol overtuiging bij mijn keuze blijven: sportief type, bruin gebrand, blauwe ogen, precies de juiste nonchalance. De sportschoenenman was precies zoals zijn schoenen: alles was stralend van kleur en perfect gestreken. Kortom, te netjes, met dank aan mama.
Wat leren we hier nu van? Laat me uw schoenen zien en ik zeg u wie de man is? Het zou mooi zijn, maar ik geloof toch niet echt in dergelijke simplificaties van de werkelijkheid. Maar goed, het levert weer een half uurtje vermakelijke instant-tv op en stiekem ga ik nu toch meer op schoenen letten...
[R]
Heel anders de beleving in Duitsland, waar ik het begin van de Olympische Spelen meemaakte. Bij gebrek aan beter restte mij het verslag bij de ARD, waar ik na een uur al barstende koppijn van kreeg. Daar geen gezellige napraatprogramma's in zomerse sferen, maar feitelijke analyses. Niemand in mijn vriendenkring (oké, volstrekt niet representatief voor de Duitse bevolking) heb ik iets horen vertellen over de Duitse successen. De interviewers op televisie blijven op beleefde afstand en spreken hun helden consequent aan met ‘Sie'. Daarmee worden het geen helden van het volk, maar vreemde mensen die een bijzondere prestatie leveren.
Nee, mijn helden zijn gewoon Pieter en Dennis, mensen van vlees en bloed met wie je toch een beetje meeleeft alsof het je vrienden zijn.
[R]
De boekenkast was prachtig vormgegeven uit een aantal boomstammen, waarin vakjes waren gemaakt voor verschillende formaten boeken. De plexiglas luikjes, bedoeld om de boeken bij regen te beschermen, waren echter al na een week gesloopt. De boekenkast was nogal karig gevuld en ook het aanbod van boeken viel een beetje tegen. Veel boeken over opvoeden - daar is men hier in de praktijk inmiddels zo ervaren in dat men er geen boek meer voor nodig heeft - een verouderde computercursus en veel goedkope romannetjes, naast een vergeeld exemplaar van het Manifest van Engels (inmiddels hangt men in deze yuppenwijk hele ander idealen aan). Jammer dat zo'n leuk initiatief zelfs op deze plek niet echt van de grond komt. Maar wellicht oordeel ik te snel en zijn het maar kinderziektes.
Even was Berlijn hoofdstad van de wereld. Op Obama's speech - die na veel gedoe uiteindelijk bij de Siegessäule plaatsvond en niet bij het Brandenburger Tor - kwamen maar liefst 200.000 mensen af! Een onverwacht aantal dat op deze, inmiddels tot ‘Fanmeile' uitgeroepen strook, zelf niet tijdens het EK voetbal werd gehaald. De samenstelling van het publiek was echter wel van een andere soort als tijdens het voetbal. Jong, liberaal en multicultureel: mensen die iets van de wereld hebben gezien. Net als Obama zelf, die immers in Hawaï en Indonesië is opgegroeid, heeft zijn publiek al op meerdere plaatsen gewoond. En zo werd het een ontmoeting van een wereldburger met andere wereldburgers en vond zijn pleidooi voor meer samenwerking tussen de VS en Europa en het gezamenlijk aanpakken van mondiale problemen een luisterend oor. Berlijn kon zijn naam als wereldmetropool weer even kracht bijzetten.
[R]
In Berlijn reisde ik van West Berlijn naar het oude Oosten. Tijdens de verschillende gangen ontmoette ik zowaar echte authentieke Berlijners met dito tongval als allerlei import uit oost en west. De vraag aan welke kant van de muur iemand zich bijna twintig jaar geleden bevond, blijft hier de gemoederen bezighouden. Veelal klinkt daar ook een behoorlijke dosis DDR-nostalgie in door. De overzichtelijkheid van de samenleving, de eenvoud en de overzichtelijke keuze aan producten en mogelijkheden maakten het leven ook aangenaam.
Mijn kookpartner was veertien toen de muur viel. Als ik vraag wat zij zich nog herinnert van de tijd voor de val van de muur, dan verhaalt ze met weemoed over de smaak van Block-chocolade, het spelen in de warme zomers bij een meertje, waar in de koude winters op geschaatst werd, de vreugde over één barbiepop, waarvoor je moeder zelf kleertjes haakte en het feit dat in het dorp van haar ouders iedereen elkaar kende. Opmerkelijk, want volgens mij is dit geen DDR-nostalgie, maar een verlangen naar een tijd waarin de wereld, ook in het westen, eenvoudiger was en er bovendien inderdaad nog echte koude winters waren.
Doorvragend komen er ook andere verhalen boven tafel. Over het onderscheid tussen mensen die wel en niet actief partijlid waren en de beperkte studiemogelijkheden. In de tweede klas was al duidelijk welke twee briljante leerlingen een studieplaats zouden krijgen: degenen wier ouders partijconnecties hadden. Ook herinnert ze zich de druk die op haar werd uitgeoefend om deel te nemen aan een soort padvindersclub, waar elke DDR-jongere eens goed gehersenspoeld werd. Ze vertelt dat ze op school net waren begonnen met het vak maatschappijleer, dat vol zat met wetten en regels van de socialistische heilstaat die je diende te kennen. ‘Gelukkig viel twee maanden later de muur', voegt ze daar opgelucht aan toe.
[L]
In druilerig zomerweer zijn we genodigden bij het bruiloftsmaal van twee strijders in het stadje Guernica: de Amerikaan die vecht in een oorlog die de zijne niet is en de Spaanse oorlogsweduwe. Terwijl wij genieten van de wijn en paëlla fileren de acteurs elkaar met vlijmscherpe teksten over liefde, bedrog, heldendom en lafheid en een oorlog die als een siliconeninjectie onze gevoelens opblaast en vervormt. Trouwt het stel uit echte liefde of zoeken ze slechts toevlucht bij elkaar door een verscheurende oorlog? Als de laatste slok is genomen doet deze vraag er ook niet meer toe; iedereen heeft elkaar inmiddels vermoord. De echte vijand in een oorlog is vaak niet de tegenstander, maar zijn we zelf. Een prachtig stuk, dat een leeg gevoel achterlaat.
In de zomerkou lopen we - nog aangedaan van de heftige emoties - naar de volgende theaterlocatie: een grote zandbak achter de IJ-kantine, waar een aantal containerwoningen is neergezet. Opnieuw zien we een stuk waarin mensen letterlijk dicht op elkaars huid zitten als buren van elkaar, maar om de een of andere reden maar niet tot elkaar willen of kunnen komen. Geestig, herkenbaar, maar wat ook hier beklijft is zo'n in en in triest gevoel van de eeuwige eenzaamheid. Deze avond met krachtig spel op een bijzondere plek levert theater op dat echt weet te raken. Het overweldigende uitzicht van de ondergaande zon over het IJ, met op de achtergrond de lichten en de donkere schoorstenen van een goeddeels vervlogen industrieel verleden, voegt daar nog een dimensie aan toe en maakt dat ik me nog nietiger voel. Ik kruip op de pont terug naar CS nog maar eens extra dicht tegen mijn partner aan, maar raak het universele gevoel van eenzaamheid niet helemaal kwijt.
[R]
Met een vriendin waren was ik op een boot, waar je kon tango dansen. De boot was gewoon een platbodem, zonder toeters en bellen. Toen we de barman vroegen of er ook een toilet was, reageerde hij kortaf dat we daarvoor toch echt naar de strandbar 200 meter verderop moesten om daar vervolgens aan toe te voegen: ‘En, hoe zit het nou? Gaan jullie nog wat bestellen of niet?' Snel dan maar een biertje en een wijntje besteld. Op de vraag of er statiegeld op glas en fles zat - iets dat op veel buitenlocaties heel gebruikelijk is - antwoordde hij: ‘Nee, maar dat gaan we wel invoeren. Ik ben het zat om achter de mensen aan te lopen en hun troep op te ruimen!' Nou sorry, hoor, het was maar een vraag.
De jongen man uit wiens mond deze woorden kwamen, vertrok er geen spier bij. Het leek wel een comedy-act, zo ongelooflijk bot was hij. Maar Berliner Schnauze staat ook voor grote mond en klein hartje. Lachen en vriendelijk blijven werkt in zo'n geval het beste.
Wijselijk besloot ik te zwijgen, stilletjes hopend dat de praktijk anders zou uitwijzen, zonder dat met echte overtuigingskracht te kunnen ondersteunen. De eerste wedstrijd zag ik alleen, gezeten voor mijn mini televisie, de oranje stipjes op de buis een nog kleiner stipje maar liefst drie keer in het doel schieten! Met rechte rug en de borst naar voren toog ik de volgende ochtend naar mijn vaste terrasje, waar de oranje mannen mij op de voorpagina van de Tagesspiegel tegemoet lachten. Duitse kranten vol lof over Nederlands voetbal. Complimenten van vrienden over de goede prestaties. Het moet niet gekker worden!
[L]
Van het toch vrij ingetogen Berlijn - Duitsers gaan nog niet écht los bij de prestaties van hun team - vloog ik de volgende dag weer naar uitzinnig oranje Amsterdam, waar ik de volgende twee groepswedstrijden kon volgen. Na de blakende overwinning op Frankrijk kreeg ik zelfs sms-jes uit Berlijn met teksten als ‘wat een super team hebben jullie!'. Mijn Franse vriendinnetje in Berlijn was, begrijpelijkerwijs, iets minder enthousiast.
Oranje maakt vrolijk. Niet alleen op het veld ook daarbuiten. De vrolijke, feestende oranje massa brengt zelfs de ordelijke, kille Zwitsers in vervoering! Iedereen leeft mee en geniet. Voor de kwartfinale gaat het weer richting Berlijn: welpies en oranje pet in de koffer! Als Duitsland de kwartfinale verliest, dan heeft men toch een nieuwe favoriet nodig en zal ik er persoonlijk voor zorgen dat Prenzlauer Berg een beetje meer oranje kleurt.
Mochten Duitsland en Nederland allebei verder komen en elkaar in de finale ontmoeten, dan wordt het een spannend, maar sportief treffen. Laten we dat WK-trauma van '74 en die gestolen fiets van opa nou eindelijk eens vergeten!
Oud worden is tegenwoordig niet meer aan de orde, hoewel juist mijn generatie van de begin veertigers ongelooflijk veel praat over leeftijd. We zijn zo oud als we ons voelen en we voelen ons natuurlijk allemaal jong! Acceptatie van de onvermijdelijke neergang is er niet bij. Een paar grijze haren weerhouden ons er niet van om nieuwe, onontdekte wegen in te slaan en te genieten van de vrijheden van het leven. Volwassen worden in de zin van een gesetteld leven, is er voor ons niet bij. We zijn allemaal een beetje Peter Pan; grote kinderen in de speeltuin van het leven.
[R]
In mijn nieuwe woonomgeving - de wijk Prenzlauer Berg in Berlijn - vind je een vreemde combinatie: het is de meest kinderrijke wijk van Berlijn, maar tussen al die hippe moeders en vader met ouderlijke verantwoordelijkheden, dartelen allemaal Peter Pannetjes. De dertigers, veertigers en vijftigers zonder kinderen die niet echt volwassen willen worden en vooral willen blijven spelen. Overigens zijn het vooral mannen, maar dat zal wel in de naam zitten. Hard werken is prima, maar niet met het oog op nalatenschap of pensioenplan. Er ligt doorgaans geen plan aan ten grondslag, als het maar spannend en uitdagend is. En tussendoor veel spelen; buiten op de terrasjes, waar ze op alle uren van de dag aan de Latte Macchiato zitten, 's avonds in de kroeg of op een van de vele dansvloeren in de stad.
Het geeft een bijzondere dynamiek in de wijk en volgens een vriendin is Berlijn de enige stad in Duitsland waar Peter Pan thuis is. Het contrast met het doorgaans redelijk burgerlijke milieu in veel middelgrote steden is groot. Ondertussen doe ik vrolijk mee. Laten we spelen en nog een Latte Macchiato nemen. Moge het sprookje nog lang duren.
Daar heeft een duur reclamebureau weer veel geld aan verdiend en dat met het betere knip-en-plakwerk. Ik bedoel maar: Be Berlin - I AMsterdam? Zelfs de gedachte erachter is dezelfde: laat de bewoners eerst weer trots worden op hun eigen stad. Creëer ambassadeurs en daarmee trek je vanzelf mensen van buiten aan.
Op een speciale website kunnen inwoners van Berlijn hun verhaal kwijt. De beste verhalen worden vertaald in pakkende slogans. Burgemeester Klaus Wowereit riep zijn burgers vooral op om verhalen te vertellen over de geestelijke en fysieke mogelijkheden die de stad die nooit af is te bieden heeft. De reactie van inwoners in de pers waren, zoals te verwachten, behoorlijk cynisch. Wat dat betreft verschillen Berlijners en Amsterdammers niet veel van elkaar.
[L]
Wat mij echter het meest opviel was dat een simpele, internationaal begrijpelijke slogan als ‘Be Berlin' voor de interne campagne toch echt in het Duits vertaald moest worden. En zo wordt ‘Be Berlin' 'Sei Berlin', wat toch een stuk slechter bekt. Een onbegrijpelijke keuze voor een stad die zijn unieke sfeer mede te danken heeft aan zijn grote internationale bevolking. Ik zou zeggen: ‘Wees werelds: Be Berlin'.
Thermen als ‘caleidoscopisch boek', ‘intuïtieve wetenschap is waardevoller dan echte wetenschap', ‘inspirerend' en ‘een geschreven documentaire waarin mensen centraal staan' deden mijn wangen kleuren. Het wijntje op het zonovergoten terras na afloop deed de rest.
Het boek gaat over een zestal ontwikkelingen die van invloed zijn op hoe en waar wij wonen in Europa, aangevuld met observaties uit drie plaatsen in Europa en ervaringen van professionals en ‘gewone mensen'. Een van die plaatsen die ik beschrijf is Berlijn, de plek waar ik tijdens mijn onderzoek zo aan verknocht ben geraakt, dat ik er in deeltijd ben blijven hangen.
Volgens Pauline Meurs ben ik daarmee een polygame Europese bewoner: iemand die parallel op meerdere plaatsen in Europa woont. Dit in tegenstelling tot de (serieel) monogame bewoners, die honkvast zijn of wel binnen Europa verhuizen, maar dan nog steeds op één plek tegelijk wonen.
Dat polygame vind ik persoonlijk een stuk spannender klinken. Bovendien kreeg ik van een vriendin ook nog een boek cadeau met de veelzeggende titel ‘Vrouwen die schrijven leven gevaarlijk', dus ja, wat kan ik anders. Noblesse oblige. En nu maar hopen dat die ‘gevaarlijke woonsituatie' voldoende stof en inspiratie oplevert voor een volgend boek.
Theatergroep Urban Myth bood uitkomst met het theaterspektakel Ich bin ein Berliner, zondagavond in de stadsschouwburg. Bezoekers moesten eerst de strenge controle aan de slagboom doorstaan voor ze naar binnen mochten; in twee rijen opstellen en dan pas doorlopen. Manlief en ik stonden in twee verschillende rijen. Al gauw bleek dat we ook niet snel herenigd zouden worden. Als makke schapen lieten we het over ons heenkomen.
Het eerste deel van het programma beleefden we in afzonderlijke zalen, waar blonde koorknaapjes met hoge stemmen werden gevolgd door een aantal monologen waarin thema´s als de verschillen tussen oost en west, het DDR-regime en de val van de muur en typisch Duitse gewoontes centraal stonden.
De spetterende afsluiting op de tot nachtclub omgebouwde bühne van de schouwburg verzorgde polderduitser Sven Ratzke met zijn pianist en bassist. In de Berlin Loveshow ging hij zingend en pratend in hoog tempo in op voor hem herkenbare verschillen tussen Duitsers en Nederlanders. Duitse mannen hebben volgens Ratzke meer sex appeal en Duitsers zijn over het algemeen veel vrijer in hun seksuele beleving. Dat laatste uit zich in een uitbundige collectieve euforische beleving op elke derde zondag van de maand: nationale orgasmedag. Dan staan alle Duitsers via ondergrondse gangen tussen huizen met elkaar in verbinding om tot een gezamenlijk hoogtepunt te komen.
Ik geloof dat ik tijdens mijn verblijf in Berlijn toch nog wat gemist heb. Ik vroeg me al af waarom het op sommige zondagen zo leeg was op straat en wat dat donkere gerommel was dat de aarde als een donderbui bij heldere hemel deed trillen...
Maar naar dat veronderstelde sex appeal van de Duitse man moet ik in Berlijn nog naarstig op zoek. Zeker ook een underground fenomeen.
Het stuk speelt in de Volskbühne aan de Rosa-Luxemburg-Platz in Berlijn Mitte. Een avondje theater is toch een avond uit, dus ik trek een jurkje aan en hoge hakken, niet overdreven, maar gewoon leuk. Daarmee blijk ik echter volledig uit de toon te vallen tussen de zwarte koltruien, vale zwarte broeken en warme winterjacks, waarin de mensen voor de voorstelling op het bordes nog een laatste sigaretje roken. Het publiek is qua leeftijd zeer gevarieerd; veel jonge mensen, maar ook ouderen. Wat ze verbindt is de eenvormige kleurloosheid in kleding en uitstraling. Twee rijen voor me zit een echtpaar van middelbare leeftijd. Hij heeft een licht geruit jasje aan met een stropdas. Zij heeft duidelijk geblondeerd haar. Ze vallen uit de toon. Als de man opstaat, sist de jongen naast mij naar zijn metgezellin: "Spiesser!" (burgerman!). De toon is gezet. Ik zit hier niet in de stadschouwburg in Amsterdam tussen het grachtengordelpubliek, maar in de theatertempel van het gewone volk in een deel van Berlijn met een rijke linkse traditie, waar men trots op is.
De Volksbühne is in 1914 gebouwd en kwam voort uit een initiatief van het volk. De initiatiefgroep had tot doel ‘de podiumkunst te propageren en betaalbaar theaterbezoek voor het proletariaat mogelijk te maken'. "Die Kunst dem Volke" prijkte in de gevel van het originele ontwerp van Oskar Kaufmann. Het gebouw heeft in mijn ogen een imposante en strenge uitstraling en doet bijna stalinistisch aan. In de jaren '50 is het beschadigde gebouw gerestaureerd en ook van binnen is het helemaal opgeknapt. Daar heb ik het idee in een DDR-film terecht te zijn gekomen.
De donkerhouten lambrisering is bedompt. Aan de ‘bar' schenken ze nog glazen mineraalwater voor € 1,50 uit een grote fles (dat siert ze). Er staan een paar simpele tafels met stoelen; afdankertjes uit een oud schoollokaal, lijkt het. Alles straalt een enorme strengheid uit. Nee, theater is hier een serieuze zaak. De ‘experimentele en politieke kunst' die het theater volgens de website tegenwoordig brengt, is bedoeld om een goed gesprek over te voeren en verdraagt geen frivoliteiten. Toch valt er in de maar liefst 4,5 uur durende enscenering van Frank Castorf af en toe best wel wat te lachen. Dat echter ook 4,5 uur verantwoord toneel voor de politiek correcte zwarte truienmaffia te veel is, blijkt na de pauze: de zaal is nog maar voor tweederde gevuld. Wie er nog wel zitten zijn het geruite burgermansjasje en het frivole jurkje.
De rijkdom in de wijk leidt tot een ware babyboom en op weg naar de supermarkt struikel ik soms letterlijk over de jonge moeders met kinderwagens. Een bevriende kunstenaar die bij mij om de hoek zijn atelier en werkruimte heeft, vertelde mij dat kinderen een keer tijdens het spelen een paar van zijn beelden die buiten stonden hadden omgegooid. De moeders kwamen geschrokken aangestormd. Niet om de schade te herstellen, maar om de geschrokken kinderzieltjes te troosten! Hij, zelf afkomstig uit Oost-Duitsland, was ervan overtuigd dat het westerse moeders waren. Niet alle succesvolle West-Duitse stellen is het echter gegeven een kind te verwekken. En dus moet de vrouw van de succesvolle zakenman haar ‘kinderwens uit verveling' op onconventionele manier vervullen. De bevriende kunstenaar kreeg op een dag een vrouw in de winkel die meer gefascineerd was door zijn goedgevormde lichaam dan door zijn beelden van voluptueuze vrouwen. Een dag later ontving hij van haar een sms-bericht met een uitnodiging voor een glas wijn ‘inzake kinderwens'. Nieuwsgierig en geprikkeld gaat hij op de uitnodiging in. De aap komt al snel uit de mouw: zij wil een kind, het lukt niet met haar man en dus heeft ze bedacht dat hij maar de vader moet worden. Als het lukt is het de bedoeling dat ze doet alsof haar man de vader is. Plezier zonder verplichtingen en toch de mogelijkheid om je eigen genen te vermenigvuldigen: dat spreekt hem wel aan en dus gaan ze onverwijld aan de slag. Het beeld van de beschermende moeders van de kinderen die zijn beelden omgooiden is in dit kader tijdelijk verdrongen. Terwijl manlief aan het werk is, bezoekt de vrouw meerdere keren per week de slaapkamer in de achter het atelier gelegen woning. Het is hard werken, maar ja, de Oost-Duitsers zijn nu eenmaal altijd erg ‘hilfsbereit', dus hij klaagt niet. Zij bekent op een gegeven moment al een tijd niet meer met haar man naar bed te zijn geweest. Knap lastig om hem dan als aankomend vader te presenteren. De noeste inspanningen in de achterkamer blijven echter vooralsnog zonder succes, dus ze heeft nog even respijt om hier een creatieve oplossing voor te verzinnen. Ondertussen laat de onschuldige derde in het spel de hond uit in het park. Als ik samen met de kunstenaar in een café zit, komt er een man binnen met een zwarte Labrador. Hij neemt de man van onder tot boven op en concludeert dan opgelucht: "Nee, die is echt te jong." Ook in Prenzlauer Berg kent men zijn buren slecht. Hoe het verhaal afloopt? Wie zal het zeggen. Maar net als in DDR-tijd vinden achter al die façades verboden ontmoetingen plaats tussen mensen uit het Oosten en het Westen en gebeurt er veel dat het daglicht niet kan verdragen.

