Ballenjongens
Over een niet geheel onbelangrijke bijzaak in het leven
VKBlog Headerimage
Rubriek Ruimte op links in de Volkskrant van dinsdag 16 maart

Waar o waar zijn toch de Nederlandse spitsen gebleven? De mannen van 15 doelpunten of meer. Speur de topschutterslijst van de eredivisie af en ontwaar de armoede, in wat eens een oer-Nederlandse specialiteit was. Tellen we de in Rotterdam geboren El Hamdaoui (16 treffers) niet mee – hij koos als international immers voor Marokko –, dan is Bas Dost van Heracles de beste Nederlandse centrumspits, met 11 treffers na 27 speelronden. Poepon scoorde 10 keer, Koevermans 9 maal, Calabro staat op 8, Demouge en ‘de oude’ Sibon op 7.

Ajax versloeg PSV met het trotsmakende aantal van 7 spelers uit de opleiding in de basisploeg, maar een spits ontbreekt. Patrick Kluivert is de laatste topspits die doorbrak bij Ajax, in wat al bijna de oudheid van het voetbal is, 1994. Gelukkig is Nederland een voetbalexportland en gloriëren onze beste centrale aanvallers over de landsgrenzen. Nou, ook dat valt tegen. Huntelaar was tegen Manchester United weer rechtsbuiten. Het ongeluk straalde van zijn gezicht. Zondag, toen middenvelder Seedorf AC Milan op 1 punt van stadgenoot Inter knalde met één van de mooiste doelpunten uit zijn loopbaan, was hij ziek. Normaliter krijgt Borriello, een wisselvallige Italiaan, de voorkeur.

Kuijt holt zich bij het kwakkelende Liverpool weer bijna ongans, maar hij is doorgaans geen spits meer bij de trainer (Benitez) die één echte aanvaller opstelt: Torres. Vennegoor of Hesselink is in Hull verdreven naar de marge van het Engelse voetbal. De cijfers dan, in de competitie: Kuijt 9 doelpunten in 29 duels, Vennegoor 3 in 23, Huntelaar 6 uit 18. Samen dus nog geen 20, vroeger het streefgetal voor een beetje topspits in een seizoen. Relatief de beste aanvallers in het buitenland zijn Robben, met 10 uit 17, en Van Persie met 7 uit 11. De laatste hoopt volgende maand zijn rentree te maken, na een zware enkelblessure. Beiden zijn geen centrumspits in de traditionele zin van het woord, hoewel met name Van Persie op de positie van aanvalsleider behoorlijk uit de voeten kan.

Zo leidt het pad van de schraalheid dus bijna automatisch naar Ruud van Nistelrooij, die terug is in centrumspitsenland (3 doelpunten uit 5 competitieduels, waarvan eentje bij Real). Wat een ongelooflijk doelpunt maakte hij donderdag, thuis tegen Anderlecht. Met links, uit een zogenoemde onmogelijke hoek. De bal kuste de voorste paal en sloeg in de verre hoek in. Het was bijna wiskundig bemeten door doelpuntenprofessor Van Nistelrooij. En gelukkig is hij nog gedreven bij HSV. ‘Mijn carrière begint opnieuw’, liet hij optekenen.

Bij het vorige WK viel Huntelaar af voor de selectie van Van Basten en waren Van Nistelrooij, Kuijt en Vennegoor de spitsen in Duitsland. Sindsdien heeft zich geen ander aangediend. Vennegoor valt af, Huntelaar is erbij gekomen, Kuijt is gebleven. Vandaar dat Van Nistelrooij een uitstekende kans maakt op WK-selectie, mits hij fit is. Oranje heeft zijn doelpunten nodig en zijn persoonlijkheid misstaat niet in de selectie. Op 1 juli, een dag voor de kwartfinales van het WK, wordt hij 34 jaar. Je houdt je hart vast; dat hij heel moge blijven en voor verlossing zorgt.

Willem Vissers

Dit is de rubriek Ruimte op Links uit "de Volkskrant" van 9 maart.

 

Het was de avond van de kleine geesten, zaterdag in Breda. PSV-trainer Rutten probeerde, in een schouwspel dat het  midden hield tussen kolderiek en  zielig, een complottheorie over de  arbitrage aan de man te brengen.


Aanvoerder Afellay liep weer  eens weg, na de eerste competitienederlaag in bijna een jaar. Terwijl  hij iets had uit te leggen, na het  verlies tegen NAC en zijn ontsnapping aan de rode kaart, na een tik  op het hoofd van Amoah.


Ibrahim Afellay. Zelden zo’n aardige, beleefde voetballer gezien  als Afellay toen hij, in de herfst  van 2005, de schitterende zege  van PSV op AC Milan toelichtte.  Door hem voelde je je opeens oud,  want hij zei ‘u’ tegen de verslaggever. Hij legde een beschermende  arm om de schouder van zijn nog  jongere ploeggenoot Aissati. Een  paar weken eerder praatte hij  over de ramadan, die hij strikt  volgde. Onder de douche hield hij  zijn mond dicht, om geen water  binnen te krijgen. ‘Je moet pijn lijden. Daar word je fysiek sterker  van.’

 

Sinds 2004, toen trainer Hiddink hem en Bakkal in januari  meenam naar een trainingskamp  in Turkije, ontwikkelde Afellay  zich tot een sieraad van de steeds  schralere competitie. ‘Verpletterend brave jongens, een beetje jaren vijftig’, zei publicist Scheffer,  in een artikel over voetbal en integratie, rond die duels met Milan.


Vanuit de jaren vijftig is Afellay  (23) blijkbaar zo de nieuwe eeuw  in gekatapulteerd. Aanvoerder  van PSV inmiddels, hoewel hij de  schrijvende media na wedstrijden  vaker niet dan wel te woord staat.  Hoe anders waren zijn voorgangers Cocu en Simons. Je wist na afloop soms niet meer wat ze hadden verteld, maar ze stonden er in  voor- en tegenspoed.

 

Afellay mag de media best overslaan, maar moet hij dan aanvoerder willen zijn? Waarom is hij zo  afhoudend? Bijten journalisten?  Misschien is hij weleens moe geworden van al die verhalen over  zijn voorbeeldfunctie, nu de  maatschappij de rol van jongens  van Marokkaanse afkomst telkens  weer onder een vergrootglas legt.  Maar wat dan nog.
De Volkskrant kreeg hem bijna  twee jaar geleden alleen uitgebreid te spreken, omdat collega  Bromet stagiair Dibi meenam.  Dibi was een vriend van Afellay.

 

Afellay is een eind op weg een  grote speler te worden. Hij ligt  ook niet meer zo vaak op de  grond, na een overtreding van de  tegenstander. Zijn spel is soms  majestueus, hoewel het misschien jammer is dat Rutten van  hem een controlerende middenvelder heeft gemaakt in plaats van  een aanvallende. Daardoor kan hij  zijn totaal van 13 doelpunten in de  vorige competitie wel vergeten.

 

Tegen de Verenigde Staten  mocht Afellay vorige week weer  een kwartiertje meedoen, zoals zo  vaak bij het Nederlands elftal. Voor  Oranje zegde hij vaak af met een  blessure. Nooit wordt hij al in één  adem genoemd met het creatieve  viertal dat Oranje bij het WK succes moet brengen: Van der Vaart,  Sneijder, Van Persie en Robben.


Waarom eigenlijk niet?

 

Wie even nadenkt, kan heel wat  spelers opnoemen die te vroeg  naar het buitenland zijn vertrokken. Afellay daarentegen lijkt juist  toe aan een verhuizing, na bijna  zes jaar eredivisie. Al is het maar  om de laatste stap van jongen  naar man te zetten, en om de kleine geest te verdrijven.

 

Willem Vissers

De laatste officiële competitiewedstrijd die Andy van der Meyde speelde, was die van 7 februari 2009 tussen Everton en Bolton Wanderers. Ruim een jaar geleden dus. In de 86ste minuut kwam hij in het veld voor Mikel Arteta. De 2-0 voorsprong van dat moment zou door The Toffees nog worden uitgebouwd naar een 3-0 zege.

Het zijn dit soort feiten die je gaat opzoeken als een voor je gevoel ‘vergeten voetballer’ als Van der Meyde plotseling blijkt te zijn aangetrokken door PSV. Hoe zoiets gaat? Danko Lazovic kreeg ineens een aanbieding van Zenit St.-Petersburg, an offer he couldn’t refuse.

Tenminste, dat hield hij coach Fred Rutten voor. De clubleiding was uiteraard erg tevreden over het bod van 5 miljoen euro. En toen de Serviër ging dwarsliggen – hij zou Rutten hebben gezegd dat hij zich mentaal niet kon opladen voor de competitiewedstrijd van afgelopen zaterdag tegen RKC – voelde Rutten zich voor het blok gezet.

Jonathan Reis net ontslagen, Stef Nijland verhuurd aan Willem II, Nordin Amrabat niet echt een garantie voor bruikbare voorzetten. Dan moet je als club gaan speuren naar zogeheten free agents, omdat het transferwindow natuurlijk al lang en breed gesloten is.

En dan kom je dus terecht bij Andy van der Meyde, een 30-jarige rechtsbuiten van wie slechts flarden zijn blijven hangen in het geheugen.

Een prachtige uithaal, toen nog als Ajacied, in een Champions Leaguewedstrijd tegen AS Roma. En daarna een denkbeeldige pijl uit een imaginaire boog schieten.

Een andere uithaal, in het shirt van Inter, in een uitwedstrijd tegen Arsenal op Highbury. Opnieuw die pijl en boog.

Het EK voetbal van 2004 in Portugal, met daarin in elk geval één enorme misser in de wedstrijd tegen Tsjechië, u weet nog wel, die wedstrijd van dé wissel Robben-Bosvelt.

Willem Vissers zag Van der Meyde voor het laatst aan het werk tijdens een FA Cup wedstrijd van vorig seizoen, op 4 februari 2009 om precies te zijn, de clash tussen Everton en Liverpool. Van der Meyde viel in, deed in vrijwel niets meer herinneren aan de kwieke rechtsbuiten van weleer. Maar diep in de verlenging leverde hij de bal in het strafschopgebied af bij Dan Gosling, die het enige doelpunt van de wedstrijd zou maken. Everton door naar de achtste finales.

Drie dagen later zou hij dus zijn laatste minuten spelen voor Everton. Die Van der Meyde, de ultieme alles of niets voetballer, gaat PSV dus tot aan het einde van het seizoen dienen. Als het de koploper van de eredivisie bevalt, kan hij voor twee jaar bijtekenen.

Hoe dat gaat uitpakken? Moeilijk te zeggen. De afgelopen tijd hield Van der Meyde zijn conditie op peil bij Jong Ajax. Saillant detail: volgende week zondag, 14 maart, is het Ajax - PSV in de Arena. Van der Meyde hoopt dan fit genoeg te zijn om in elk geval op de reservebank plaats te nemen. Hoewel ik grote moeite heb te geloven dat hij een grandioze terugkeer gaat maken, is de gedachte alleen al vermakelijk.

Charles Bromet
Rubriek Ruimte op links in de Volkskrant van dinsdag 2 maart

Het is verleidelijk om heerlijk ongenuanceerd te doen, nadat ook Ajax, PSV en FC Twente nog vóór het bloeien van de krokussen uit de Europese toernooien zijn geknikkerd. Het gebeurt op grote schaal: ‘onze’ clubs kunnen er helemaal niets van. En laat iedereen die een bal recht vooruit kan schieten alsjeblieft zo snel mogelijk verhuizen naar het buitenland. Alleen: het is onzinnig zo te denken en te praten. Om met de uittocht te beginnen. Alleen degenen die écht goed zijn, moeten naar het buitenland vertrekken, liefst als ze al iets hebben bereikt. Het is een eenvoudig klusje een elftal op te stellen van eens veelbelovende spelers die verpieteren over de grens. Te jong vertrokken, te onervaren, (nog) niet goed genoeg. Zelfs gerenommeerde internationals zijn bankzitter.

En de prestaties dan: waren die écht zo slecht, slechter dan één of drie jaar geleden? Welnee. De feiten zijn af te meten aan de coëfficiëntenlijst van de UEFA. Nederland ziet het laatste uitstekende seizoen, de jaargang 2004-2005 met halve finales voor PSV en AZ, wegvallen in de stand over vijf jaar die bepalend is voor de toewijzing van het aantal clubs in de Europese toernooien. Daardoor verliezen ‘we’ in 2011-2012 een positie in de Europa League. Maar in alle seizoenen sinds 2005 deden de Nederlandse clubs het slechter dan in de jaargang 2009-2010. Ajax kwam vorig seizoen weliswaar één ronde verder dan welke club dan ook nu, maar Feyenoord bijvoorbeeld deed destijds voor spek en bonen mee.

Natuurlijk is Nederland te vroeg verdwenen uit Europa. Maar dat proces is al jaren gaande, simpelweg gesteld sinds het geld in een paar landen omgaat en de open grenzen ook aan de tweede garnituur kansen bieden op een buitenlands avontuur. Welk kleiner land is niet weggevaagd? Van de 32 overgebleven clubs in Champions League en Europa League komen 23 uit de vijf grote bespelers van de markt: Engeland (5), Duitsland (5), Spanje (5), Italië (4) en Frankrijk (4). Die verhouding is vrijwel elk jaar ongeveer hetzelfde. Deze keer zijn Portugal (3), België (2), Griekenland (2) en Rusland (2) de kruimeldieven.

Of Nederland, alleen over dit seizoen gemeten nog steeds zesde op de coëfficiëntenlijst, daardoor is gepasseerd door pakweg België? Het is een momentopname. AZ was over twee duels beter dan Standard Luik, en dat terwijl AZ eind vorig jaar danig in de war was door het DSB-faillissement. Standard redde het pas toen de doelman in blinde paniek mee naar voren holde en scoorde met het hoofd, in een eens-in-zijn-leven-ervaring. Ajax zou alsnog strafregels moeten schrijven na het weggeven van de eerste plaats in de groep aan Anderlecht, toen Ajax al zeker was van Europese overwintering. PSV was sterker dan HSV, maar was te angstig in de eerste wedstrijd en verloor het hoofd na een arbitrale dwaling in de tweede.

Op vrij simpele wijze is derhalve vooruitgang te boeken: beter opletten, pittiger voetballen, een vleugje naïviteit afzweren, mentaal iets weerbaarder zijn. Ons clubvoetbal is matig, maar het is zinloos om het slechter voor te stellen dan het is. Trainer Co Adriaanse had een mooi woord voor het weglaten van die nuance: scorebordjournalistiek.

Willem Vissers

Als een tv-station besluit een ernstige overtreding van een voetballer niet te herhalen, omdat de beelden te schokkend zijn, dan weet je het wel. Engelsen spreken dan van een horrortackle, wij van een doodschop. Zaterdag was het weer eens zover.

 

De competitiewedstrijd Stoke City - Arsenal was halverwege de tweede helft – het stond 1-1 – toen Ryan Shawcross, een 22-jarige verdediger van de thuisclub, veel te hard doorgleed op Aaron Ramsey, de 19-jarige middenvelder van Arsenal.

 

Ontzette spelers dirigeerden verzorgers direct het veld in. Thomas Vermaelen hield de handen in afschuw secondenlang voor het gezicht. En Sol Campbell, de weer bij Arsenal teruggekeerde verdediger, stond te stampvoeten op het veld. Nog voordat scheidsrechter Walton had besloten Shawcross de rode kaart te tonen, was de jonge verdediger al in tranen. Hij was zich namelijk direct bewust van de ernst van de situatie.

 

Talloze voetbalsupporters, die van Arsenal voorop, zullen meteen hebben teruggedacht aan de beenbreuk die aanvaller Eduardo da Silva twee jaar geleden opliep in een duel tegen Birmingham City. Een afgrijselijke overtreding van Martin Taylor maakte toen een einde aan de EK-droom van Eduardo (topscorer tijdens de kwalificatie voor zijn land) om tijdens Euro 2008 de aanval van Kroatië te leiden. De genaturaliseerde Braziliaan zou uiteindelijk een jaar uit de roulatie zijn.

 

Ramsey, afkomstig uit Wales, zal volgens de eerste diagnoses zeker een maand of negen nodig hebben om te herstellen van de gecompliceerde beenbreuk die hij opliep. Arsenal-manager Arsène Wenger veroordeelde de tackle en zei dat er van toeval geen sprake meer kan zijn, nadat Eduardo en ook Abou Diaby eerder langdurige blessures opliepen na forse tackles van tegenstanders.

 

Hoewel je gezien de situatie begrip kunt hebben voor deze geëmotioneerde uitspraak, slaat de Fransman hier een beetje door. Arsenal, dat uiteindelijk met 3-1 won en dankzij de nederlaag van Chelsea tegen Manchester City weer meedoet om de landstitel, is inderdaad vaker slachtoffer geweest van dit soort tackles. Maar het lijkt me zeer onwaarschijnlijk dat voetballers het veld inlopen met het doel een speler van Arsenal eens even lekker voor lange tijd te blesseren.

 

En Shawcross? Die verliet in tranen het Brittania Stadium van Stoke. En dat terwijl het juist zo’n mooie dag voor hem had moeten zijn. Waarom? Omdat bondscoach Fabio Capello hem, vooral dankzij een groot aantal blessures onder vaste waarden, had geselecteerd voor de oefeninterland van woensdag tegen Egypte, op Wembley.

 

Kortom: Na de affaire Wayne Bridge-John Terry hebben de Engelse media weer iets waarmee zij de komende dagen wel vooruit kunnen.

 

Charles Bromet

Ook FC Twente kansloos in Weser Stadion

vrijdag 26 februari 2010 02:06

Vier keer ben ik nu in het Weser Stadion van Werder Bremen geweest en donderdag zag ik voor de derde keer een Nederlandse ploeg kansloos verliezen tegen een elftal van coach Thomas Schaaf. Na Ajax (3-0) en AZ (4-1) in 2007 werd ook FC Twente behoorlijk te kijk gezet (4-1). Vorig seizoen zag ik het HSV van Martin Jol op Koninginnedag wél winnen van Werder in de halve finale van de toenmalige UEFA Cup, een zege die de ploeg vervolgens nog verspeelde in de tweede wedstrijd in Hamburg.

Toen de Braziliaanse verdediger Naldo gisteren al in de 27ste minuut 3-0 maakte, dacht ik even terug aan de persconferentie van een dag eerder. Coach Steve McClaren zei dat zijn ploeg de eerste twintig minuten moest zien door te komen. Kenneth Perez versprak zich en zei min of meer dat als Twente zou scoren, er niet veel aan de hand hoefde te zijn.

Laten we het erop houden dat de twijfels van de Engelsman meer gegrond waren dan het tikkeltje arrogante lachje van Perez nadat hij zich te vroeg te rijk had gerekend. Zelden een Nederlandse ploeg gezien in deze fase van een Europees toernooi, die zo hard van het veld werd geblazen als FC Twente.

Natuurlijk, de tiener Luuk de Jong (die de geblesseerde Blaise N’Kufo verving) bracht Twente na 34 minuten nog enigszins terug in de wedstrijd, en Bryan Ruiz kreeg halverwege de tweede helft nog een uitstekende kans op 3-2, maar dat was too little, too late. Onherstelbare schade was al aangericht door het elftal vol routiniers en twee leuke, nieuwe talenten: Mesut Özil en Marko Marin. Werder speelde met Twente en vermaakte de aanhang.

Ik begreep dan ook weinig van de gezichtuitdrukking van coach Schaaf na afloop, die de perszaal inkeek alsof zíjn ploeg zojuist zwaar was vernederd. Maar goed, misschien is dat wel zijn gebruikelijke houding.

Na afloop zwaaide McClaren zijn collega net iets te veel lof toe. Maar dat is dan nog altijd beter dan je verschuilen achter goedkope excuses. Nadat Ajax drie jaar geleden werd geveegd in het Weser Stadion, sprak toenmalig coach Henk ten Cate net iets te laatdunkend over Werder. En ik zal nooit vergeten wat de reactie was van toenmalig AZ-coach Louis van Gaal na de kansloze 4-1 in hetzelfde stadion.

De aanwezige Duitse journalisten hadden de Braziliaan Diego (thans Juventus) zijn beste wedstrijd van het seizoen zien spelen en vroegen Van Gaal wat hij van de spelmaker vond. ‘Diego, die begon pas bij 3-0 te voetballen’, schamperde de slechte verliezer Van Gaal. Dat hij twee doelpunten had voorbereid en er zelf ook nog eentje binnenprikte, ach, dat moesten wij met z’n allen niet zo bijzonder vinden.

Zoiets zal je McClaren dus nooit horen roepen. Daarvoor is hij te veel gentleman én verbaal een stuk handiger dan zijn Nederlandse collega. Maar ook hij beleefde donderdag dus een zware avond in dat machtige Weser Stadion waar een zeer aantrekkelijk voetballende Duitse ploeg wéér een Nederlandse opponent met een verschil van drie doelpunten naar huis stuurde. En ja, die cijfers deden zeker recht aan de krachtsverhoudingen op het veld.

Charles Bromet

Rubriek Ruimte op links in de Volkskrant van dinsdag 23 februari

Presentator Jack van Gelder laat bij Studio Voetbal een spanning opbouwende stilte vallen, nadat hij zijn tv-forum zondag voorlegt op wie hij Ajax-talent Christian Eriksen vindt lijken, qua ‘koppie’ en ‘bewegingen’. Dan geeft hij zelf het antwoord: ‘Op Michel Kreek.’ Wij op de redactie van de Volkskrant lachen zo uitbundig dat de rest van het betoog een beetje verloren gaat in geproest. Eriksen lijkt namelijk totaal niet op Michel Kreek, de degelijke middenvelder van voorheen. Zelfs niet qua koppie, eigenlijk. Eriksen is wél zo’n talent dat je zelden ziet in Nederland, over wie je stille verwachtingen koestert. Waar zou hij eindigen? In een nationalistische bui ben je opeens blij dat de WK-wedstrijd tegen de Denen al op 14 juni is en niet over een jaar of zo.

Een half jaar geleden zei trainer Mark Wotte dat hij een geweldige voetballer had gezien in de jeugd van Ajax. Dat talent speelde tegen zijn zoon, die lid is van ADO. De uitslag was 10-0 voor Ajax en die jongen was Eriksen. Onlangs, tijdens een telefoongesprek met Jovica Radonjic, ontweek de Servische spelersmakelaar de vraag over het matige spel van Sulejmani, zijn voormalige pupil. Om de aandacht af te leiden maakte hij ongevraagd reclame voor een ander talent: let op Filip Djuricic, die binnenkort debuteert bij Heerenveen. ‘Hij zal de beste Serviër zijn die ooit in Nederland speelde.’ Hoho. We probeerden hem nog af te remmen. ‘Dat zei u over Sulejmani ook.’

Maar het zij gezegd: Djuricic liet fraaie staaltjes zien, zaterdag bij RKC. Overzicht, lichtvoetigheid, een achteloos voorzetje met de buitenkant van de voet. Op de redactie zei een collega dat hij trekjes van Cruijff ontwaarde. De spichtige blik, de motoriek, het sluike haar. Om misverstanden te voorkomen: die collega zei dus niet dat hij de nieuwe Cruijff ís. Nee, Djuricic lijkt qua uitstraling iets op Cruijff, net als Luka Modric of Cedric van der Gun.

De ontbolstering van talent is een van de overgebleven schoonheden van de eredivisie, die steeds meer weg heeft van een armenhuis. Wie verbaast zich nog over een verlies van tien miljoen voor Ajax, opgebouwd in een half jaar? AZ is een prooi van curatoren, Feyenoorders voetballen zo onrustig als spelers die elk moment een inval van de deurwaarder verwachten. PSV klaagt over lage opbrengsten uit de Europa League en tal van clubs liggen aan het infuus bij de gemeente.

Het is uit met de financiële pret. De clubs prediken vol overgave hun nieuwe waarheid: terug in salaris, terug naar de basis. De competitie wordt weer een laboratorium van talent, waarbij scouten en zelf opleiden de toverwoorden zijn. We moeten het kleine weer leren waarderen. We kijken dus naar Wijnaldum, Fer, Eriksen, Djuricic, John, Falkenburg, Strootman, Dost, Gorter, en al die anderen. Klein, en eens misschien groot. Die nieuwe kijk kan louterend werken. Als we maar niet gaan denken dat Christian Eriksen op Michel Kreek lijkt.

Willem Vissers
Een verslaggever zegt tegen Ruud van Nistelrooij, afgelopen donderdag in de hectiek na HSV - PSV: ‘Van Marwijk komt zaterdag.’ Van Nistelrooij: ‘Oh, dat wist ik niet.’

Twee dagen later neemt de camera de bondscoach in beeld tijdens HSV - Frankfurt, terwijl Van Nistelrooij aan de kant blijft. Hij heeft een lichte blessure in het bovenbeen. De trainer en hijzelf nemen geen risico. Terwijl doelman Van der Sar vorige week nogmaals meldde niet meer beschikbaar te zijn voor Oranje en Seedorf niet serieus wordt genomen door Zeist, is de kans nog steeds aanwezig dat een derde routinier meegaat naar het WK. Op zich zijn de kansen van Ruud van Nistelrooij behoorlijk. Huntelaar is bijna altijd bankzitter in Milaan en Kuijt is lang niet altijd spits bij Liverpool.

Maar de 33-jarige Van Nistelrooij balanceert op het randje. Zijn voordeel is: hij heeft nog even de tijd. Oranje hervat volgende week, thuis de Verenigde Staten, de voorbereiding op het WK, en daarna gebeurt er niets meer tot de groep op 19 mei naar Oostenrijk vertrekt, voor een trainingskamp.

Van Nistelrooij in goede vorm is een zekerheid. Klaar. Iedereen weet wat hij kan en wat hij niet kan. Maar wanneer is hij weer écht goed en tot meer in staat dan een paar invalbeurten, hoe sensationeel die soms ook zijn? Een andere vraag in de catacomben van het stadion in Hamburg luidde dus: wanneer ga je Van Marwijk bellen dat je weer beschikbaar bent?

Hij woog zijn woorden en antwoordde: ‘Dat weet ik niet. Dat is moeilijk vooruit te plannen. Ik denk dat het komt, dat moment. Hopelijk. Als ik me er helemaal klaar voor voel en een bepaald niveau haal, week in week uit. Hele wedstrijden speel. Een x-aantal duels achter elkaar. Dat is een voorwaarde. En dan kijken we verder. Dat zal alles bepalen. Dat bepaalt of het WK wel of geen haalbare kaart is.’

Zo simpel is het, en niet anders. Het nieuwe van Hamburg is er straks vanaf, de gekte rond zijn persoon zal verdwijnen. ‘Ik hoop dat we snel teruggaan naar het normale.’ Ach, dat hij na ruim een jaar blessureleed weer fit is, dat ‘is al ongelooflijk, na die knieblessure, en al die spierblessures daarna. Dan ga je toch twijfelen. Ik geniet enorm, van elk moment dat ik nog op een veld kan zijn. Ik merk dat ik langzaam mijn niveau weer haal. Ik heb fysiek geen problemen, dat voelt goed. We bouwen het rustig op. Ik voel me goed, ik voel me fit. Ik ben sterk.’

Dat was dus donderdag, toen hij ruim 20 minuten had gespeeld tegen PSV. Twee dagen later bleef hij weer aan de kant.

Waarmee we maar willen zeggen: het is nog lang geen uitgemaakte zaak.

Willem Vissers

Ajax, de plusjes en minnetjes

vrijdag 19 februari 2010 10:46

Het bezoek van een Europese grootmacht aan een Nederlandse topclub kan soms verhelderend werken. Coaches worden bevestigd in al langer heersende gedachten of worden juist verrast door spelers die zich van een andere kant laten zien. Wat dat betreft was de visite die Juventus – hoewel in verval, nog altijd een elftal met allure - donderdagavond aan de Arena bracht een ideaal meetmoment voor Ajax-coach Martin Jol.

 

Zo werd hij bevestigd in de gedachte dat Luis Suarez, met 23 doelpunten topscorer van de eredivisie, te vaak te kort schiet op het Europees toneel. De Uruguyaan ziet zichzelf graag vertrekken naar Barcelona. Maar die club heeft vooralsnog veel te weinig bewijsmateriaal gezien, dat de aanvoerder van Ajax zich staande weet te houden tegen robuustere opponenten dan die in de Nederlandse competitie. Zijn onnodige schorsing voor de return in Turijn helpt daar ook niet bij.

 

Terwijl Jan Vertonghen wijze lessen zal trekken uit de beide doelpunten van spits Amauri, die twee keer onbelemmerd met het hoofd kon toeslaan, waren er ook voldoende bemoedigende optredens aan Amsterdamse kant.

 

Zo durfde Gregory van der Wiel ook tegen de Italianen zijn vertrouwde rushes te maken, acties waaruit een groot zelfvertrouwen sprak. Als de rechtsback zich ook defensief nog wat meer weet te ontwikkelen, toch echt een vereiste, kan hij de volgende zelf opgeleide jeugdspeler van Ajax worden die de stap naar een Europese topclub maakt.

 

Andere bemoedigende signalen voor Jol: Siem de Jong, een door de coach zeer gewaardeerde kracht, die echter te vaak moeite heeft zich te onderscheiden, behoorde tot de betere Ajacieden. En dan was er natuurlijk Miralem Sulejmani, voor wie je hoopt dat zijn knappe doelpunt na zestien minuten bevrijdend zal werken.

 

Hoewel hij belazerd werd verdedigd door Zebina was het vooral de overtuigende manier waarop hij zelf toesloeg, die in het oog sprong. De Serviër dankte zijn basisplaats mede aan de afwezigheid van de door buikgriep gevelde Marko Pantelic en had eindelijk een aantal momenten in zijn spel, die de fans weer wat vertrouwen zullen hebben gegeven.

 

En verder was Ajax – Juventus natuurlijk vooral de avond geweest van Alessandro Del Piero, op 35-jarige leeftijd nog altijd een meesterlijke aangever, en Amauri, de Braziliaan die met zijn kopballen net zo dodelijk toesloeg als Hernan Crespo dat jaren geleden in de Arena deed voor Internazionale.

 

Uitschakeling in de Europa League is nu nabij voor Ajax, maar desondanks kan Jol niet geheel ontevreden zijn geweest. Daarvoor waren er te veel vertrouwenwekkende dingen te zien geweest waarmee de coach wel uit de voeten kan. De lijst met plusjes moet dan ook aanzienlijk langer zijn geweest, dan die met minnetjes.

 

Charles Bromet

Strepen Fonsie!

donderdag 18 februari 2010 12:44

Met veel plezier denk ik nog altijd terug aan een interview met Alfons Groenendijk van toch alweer zes jaar geleden. `Fons’ was op dat moment op de achtergrond actief voor het makelaarskantoor van Rob Jansen. Hij was columnist bij het prachtblad Johan, dat helaas ter ziele is gegaan. Én hij was assistent-trainer van Sparta.

 

Over die combinatie van activiteiten vertelde hij op 16 maart 2004, een dag voor de halve finale van de KNVB beker tussen Sparta en FC Utrecht.

 

Voorafgaand aan ons gesprek stond Groenendijk als laatste op het hoofdveld van Het Kasteel, waar de afsluitende training had plaats gehad, nog even vrije trappen met een onbedaarlijke vaart op doel te schieten. Steeds als de bal tegen het net zeilde, hupte Groenendijk in de hem typerende stijl tevreden naar de volgende klaarliggende bal.

 

`Fonsie staat weer lekker te strepen’, zei een toekijkende Sparta-fan op de tribune. `Het is wonderbaarlijk dat die wreeftrap er nog steeds inzit', reageerde hij zelf verheugd. Het plezier straalde er vanaf. En tijdens ons gesprek was dat ook het steeds terugkerende item: plezier hebben in het voetbal, in welke functie ook.

 

Woensdagavond – voorafgaand, tijdens en na afloop van de inhaalwedstrijd NEC – Willem II (2-1) – leek er niets meer over van de Groenendijk van 2004. Terwijl ik, pakweg een uur voor aanvang van het duel, in de gracht van het Goffert stadion even stond bij te praten met collega Bas Ticheler van NOS Langs de Lijn en persvoorlichtster Marij Peters van NEC, passeerde de huidige coach van Willem II haast geruisloos. Blik naar beneden, klaar om het veld te inspecteren.

 

Toen hij het veld weer afliep, stak hij nog even een hand op. Zijn gedachten waren uiteraard al bij de wedstrijd die de negende nederlaag voor Willem II zou betekenen in de laatste elf competitieronden. Zijn ploeg staat rotsvast op de 17de plaats, vijf punten boven RKC.

 

Àls Willem II al wat uitstraalde, dan was het een totaal gebrek aan zelfvertrouwen. In vijf minuten tijd besliste het allerminst indrukwekkende NEC de wedstrijd dankzij doelpunten van Zomer en Vleminckx.

 

Na afloop liep Groenendijk met een gekwelde blik door de catacomben. Op de persconferentie sprak hij nog wel strijdbaar. `Willem II is er nog lang niet uit, ondanks wat ik overal lees. En dat gaat ook niet gebeuren.’

 

`We missen spelers die het predikaat winnaars dragen’, voegde hij daar wat later nog aan toe. Die zijn momenteel geblesseerd. `Mentaal zijn we niet al te sterk, maar we mogen hier niet te lang bij stilstaan.’ Toen ik hem vroeg naar de toegenomen druk op zijn positie, zei hij quasi onverschillig: `Dat boeit me niet zo. Het gaat niet om Groenendijk, maar om Willem II. En met die druk ben ik geen seconde van de dag bezig.’

 

Als de Groenendijk van 2004 dat had gezegd, had ik hem direct geloofd. Nu zag ik slechts een inwendig kokende trainer die zichzelf moed trachtte in te spreken. Toen hij na afloop van de persconferentie terugliep naar de kleedkamer, voelde ik toch nog even de behoefte hem sterkte te wensen en de hand te drukken.

 

Met de blik naar beneden gericht mompelde hij iets van `dank je’. Zondag wacht de uitwedstrijd tegen FC Twente voor Willem II. Groenendijk heeft drie dagen de tijd om er tegen op te zien, als de club hem die tijd nog geeft. Misschien moet hij op het trainingsveld alle zorgen van dit moment weer eens van zich af `strepen’. Al was het maar als herinnering aan een zorgeloze tijd.

 

Charles Bromet

Rubriek Ruimte op links in de Volkskrant van dinsdag 16 februari

Was dat even schrikken, bij het aanschouwen van het schema voor de achtste finales van de Champions League. We beginnen vandaag dus met Olympique Lyon -Real Madrid en AC Milan - Manchester United, we gaan woensdag verder met Porto - Arsenal en Bayern - Fiorentina. En die andere vier wedstrijden dan? Die zijn volgende week, want ook volgende week, zo heeft de UEFA ontdekt, herbergt een dinsdag en een woensdag. Voetballen dus. Voetbal is voor de UEFA als een jam die over steeds meer boterhammen wordt uitgesmeerd. Het is een noviteit van de Europese bond, om de achtste finales bijna een eeuwigheid te laten duren. Dus op 23 februari krijgen we Stuttgart - Barcelona en Olympiakos - Bordeaux voorgeschoteld, een dag later gevolgd door CSKA Moskou - Sevilla en de kraker Chelsea - Internazionale. En dan is dus alleen de heenronde van de achtste finales afgewerkt. Ook voor de returns zijn vier dagen uitgetrokken.

De Champions League is de trots van de UEFA waarvan zoveel mogelijk mensen moeten kunnen genieten, is het uitgangspunt. Je kunt ook stellen: de Champions League is de melkkoe van de UEFA en hoe moe de koe misschien ook is, het melken gaat altijd door. Was een knock-outronde in het Europese voetbal ‘vroeger’, en je zou bijna zeggen in de goede oude tijd, in twee dagen voorbij, nu zijn er dus acht dagen nodig om de achtste finales af te werken. Acht dagen. Vroeger zat je bij wijze van spreken te snakken naar een Europese wedstrijd op tv, nu is het andere uiterste bereikt. De tv stort alles over je uit. We mogen geen bal missen, zelfs niet op het open net. Schaarste bestaat niet meer.

Voetbal is relatief goedkope vulling van zendtijd en hoewel aan de kijkcijfers duidelijk is af te lezen dat de consument keuzes maakt, is het blijkbaar nog altijd gunstiger en goedkoper om voetbal te programmeren dan iets anders. In de Europa League, het toernooi waarin Ajax, PSV en FC Twente deze week uitkomen, heeft de UEFA de aanvangstijd van sommige wedstrijden bepaald op 21.05 uur. Melkkoe 2. Stel nu: je bent een jongen van 10 jaar en je wilt ook weleens kijken naar Van Nistelrooij, het idool van je vader. Het is HSV - PSV. Schitterend affiche, alleen al door die combinatie van clubnamen. Je bent als knul benieuwd naar die 33-jarige spits die zo graag naar het WK wil, die vóór al zijn buitenlandse avonturen bij PSV speelde en die afgelopen weekeinde binnen een paar minuten twee keer scoorde voor zijn nieuwe club. Die spits dus.

Maar HSV - PSV begint donderdag dus om 21.05 uur. Want ja, als UEFA wil je natuurlijk wel twee duels op één avond kunnen uitzenden. De eerste wedstrijd begint om 19.00 uur. Als die is afgelopen, om 20.45 uur, heeft de vader van de jongen van 10 net tijd om zijn kind naar bed te brengen. Verhaaltje voorlezen? Sorry jongen, geen tijd. ‘Droom jij maar lekker van Van Nistelrooij, dan ga ik naar hem kijken.’

Houdt het dan nooit op, met die knieval voor het geld van de tv? Nee, dat houdt voorlopig niet op. Dat houdt misschien op als we op een dag concluderen dat die boterham met dat dunne laagje jam niet meer smaakt. Op die dag besluiten we ander beleg te nemen.

Willem Vissers
Mooi is voetbal toch: vier dagen voor de kraker tussen AC Milan en Manchester United scoorde Klaas-Jan Huntelaar uit Hummelo twee keer. Voor het eerst sinds 25 oktober was hij basisspeler in de Serie A, vrijdag tegen Udinese. Speelt hij ook dinsdag, of mag Borriello dan weer meedoen?

Je zou het bijna vergeten, door al die sneeuw en de Olympische Winterspelen, maar volgende week is dus alweer de herstart van de belangrijkste clubcompetitie van de UEFA: de Champions League. En wat een krakers meteen, op dinsdag, in de achtste finale: Olympique Lyon – Real Madrid en, vooral, AC Milan – Manchester United.

Wat die laatste confrontatie betreft, was Milan – Udinese interessant, vrijdag in San Siro. Milan zonder Beckham (alleen laatste kwartier) en Seedorf (in burger), die rust kregen, maar mét Huntelaar, die dus een kans kreeg in de basis. En warempel: nog geen acht minuten waren verstreken, of Huntelaar scoorde met het hoofd, na een knappe voorzet van Ronaldinho. Het was zijn vierde competitietreffer, voor de ogen van United-manager Ferguson. En in de twaalfde minuut van de tweede helft, nadat Ambrosini een vrije trap van Ronaldinho verlengde, draaide Huntelaar zich bliksemsnel om, waarna hij van dichtbij inschoot. Huntelaar liet weer eens zien dat hij met name in het strafschopgebied een trefzekere spits is.

Milan won simpeler dan de uitslag doet vermoeden met 3-2 en zag Mancini en Thiago Silva al voor de rust geblesseerd uitvallen. Milan bleek opnieuw een raar elftal, een ploeg die geniale momenten afwisselt met onwaarschijnlijk matig verdedigen, een elftal dat bijna vol op de aanval speelt en zeer veel ruimte weggeeft. Maar schitterend was bijvoorbeeld ook de tweede treffer van Milan, toen Ronaldinho met een fabuleuze pass door het centrum landgenoot Pato wegstuurde.

Ferguson zal kansen zien, maar hij herinnert zich ongetwijfeld ook de wedstrijden van drie seizoenen geleden in de halve finales van de Champions League, de laatste jaargang waarin Manchester United niet tot de finale doordrong. Seedorf en Kaká waren toen de uitblinkers van een ontketende Milanese ploeg, die zich plaatste voor de finale in Athene en daarin ook van Liverpool won. Wayne Rooney noemde Seedorf onlangs in een interview de beste speler tegen wie hij ooit voetbalde. Manchester United mag dan misschien favoriet zijn, Milan bewaart zijn beste optredens voor Europa.

Dat komt ook omdat Milan een aantal wat oudere spelers heeft, dat zijn wedstrijdjes een beetje uitkiest. Weliswaar is Milan al sinds 2004 geen kampioen van Italië geweest, de club hecht veel meer belang aan de zege in de Champions League dan aan de landstitel. Dat is historisch zo gegroeid en het heeft ook een simpele andere reden, zoals Seedorf onlangs vertelde bij een bezoek aan Milaan. Simpelweg: geld. In de Champions League is veel geld te verdienen, in de Serie A niet.

Milan heeft best iets te vrezen dinsdag, door zijn matige verdedigen bijvoorbeeld, of door het gegrabbel van doelman Dida. Maar Huntelaar heeft er zin in, en Ronaldinho ook.

Willem Vissers
Rubriek Ruimte op links in de Volkskrant van dinsdag 9 februari

Eigenlijk zijn ze het bespreken niet waard, de arbiters van de eredivisie. Het is een zinloos tijdverdrijf. Ze kunnen niet beter. Ze doen hun best. Maar dit zijn wel weer van die weken waarin het besef ten volle doordringt hoe matig tot slecht onze scheidsrechters zijn.

Het zijn ook van die dagen waarop je meteen begrijpt waarom de FIFA onlangs 30 scheidsrechters aanwees voor het WK, onder wie twee uit Nieuw-Zeeland en eentje uit de Seychellen, terwijl Nederland opnieuw ontbreekt, net als bij eindtoernooien in 2004, 2006 en 2008. Ze zien het gewoon niet, ze voelen het spel niet aan, ze zijn niet consequent, ze hebben geen eigen stijl, enzovoorts. We zijn een scheidsrechtersontwikkelingsland geworden. Vrijwel elke speelronde zijn er een of twee wedstrijden waarin de scheidsrechter de uitslag mede bepaalt. Bij Feyenoord - Ajax wordt Suarez een duidelijke strafschop onthouden, terwijl Vink vijf meter verderop staat. Heracles - FC Groningen ontaardt in complete chaos, onder meer omdat Wiedemeijer en zijn assistent een doelpunt van FC Groningen niet toekennen. Bij Feyenoord - AZ maakt Biseswar vergeefs aanspraak op een strafschop bij 1-1, waarna AZ wint in De Kuip.

Inconsequent fluiten is tot norm verheven. Sankoh van FC Groningen krijgt rood voor een overtreding van achteren op Everton (Heracles), maar Ricky van den Bergh (ADO) komt ervan af met geel na een aanslag op Lazovic (PSV) die dubbelpaars waard is. Zolang bonden weigeren beelden te gebruiken bij het op waarde schatten van discutabele momenten, blijft het bespreekgevallen regenen. En zelfs mét beelden zal over tal van situaties oneindig veel discussie blijven bestaan. Vrijwel elke trainer begint na afloop over de arbitrage. We zouden collectief kunnen afspreken de prestaties van de scheidsrechters te negeren. En het zou misschien goed zijn als de KNVB trainers verbood direct na de wedstrijd een oordeel te vellen over de arbiter.

Ronduit gevaarlijk wordt het echter pas als een krant, De Telegraaf in dit geval, in de aanloop naar Ajax - Roda JC van vorige week een anonieme bron aanhaalt, die het onverantwoord acht scheidsrechter Nijhuis aan te stellen voor het duel in de Arena. De situatie: Nijhuis komt uit Twente, vijf Ajacieden staan op scherp en de volgende wedstrijd is Ajax - FC Twente. Nijhuis zou Suarez dus een kaart kunnen geven (schorsing) en FC Twente indirect bevoordelen. Toen Nijhuis, na alle commotie vooraf, Ajax vrij gemakkelijk twee strafschoppen gaf, was de Arena te klein vanwege Roda’s misbaar. Beroepsklager Van Veldhoven, de trainer die achter elke Zeister boom een vijandige scheidsrechter ziet, brieste. Nijhuis had natuurlijk ook De Telegraaf gelezen.

De moraal: laten we accepteren dat scheidsrechters fouten maken, vermoedelijk ongeveer net zo veel als journalisten of voetballers. Maar laten we alsjeblieft niet twijfelen aan hun integriteit, omdat Vink weleens bij Feyenoord op de tribune heeft gezeten, Nijhuis in Enschede woont, weer een ander af en toe naar een televisie van het merk Philips kijkt en de oma van een vierde arbiter in een mooi appartement woont met uitzicht op De Kuip. Als we zo gaan denken, kunnen we de voetbaltent wel sluiten.

Willem Vissers

Een van de droevigste momenten rond de juist zo aardige wedstrijd Ajax – FC Twente (3-0) deed zich kort na afloop voor in de zogeheten mixed-zone, de plaats waar journalisten vanachter een koordje vragen kunnen stellen aan spelers.

 

Wout Brama, de 23-jarige middenvelder van Twente, had zojuist enkele vragen beantwoord van een verslaggever van Novum, waarna een collega van De Telegraaf hem nog even wilde aanspreken. `Jij hebt mij niet aangevraagd, dus hoef ik niet met jou te praten’, zei de neo-international. En hij liep vastberaden door.

 

Op dat moment moest ik direct even denken aan Paul Onkenhout, onze voormalige chef sport. Alleen al bij het horen van de term mixed-zone trokken zijn mondhoeken zich samen, alsof hij zojuist een slok had genomen van een glas doodgeslagen bier.

 

Wat Onkenhout zo tegenstond aan de mixed-zone was, kort samengevat, de onnatuurlijke manier van contactleggen die wordt gepresenteerd als iets volstrekt normaals. Journalisten die vanachter een afscheidingslint elkaar haast wel dienen te verdringen om maar een paar woordjes op te vangen van een voetballer die vaak met grote tegenzin wat clichés de wereld inslingert.

 

Hoewel ik Onkenhouts aversie tegen de mixed-zone wel kon begrijpen, komt het gelukkig nog vaak voor dat je er als verslaggever best je werk kunt doen. En als ze even tijd vrij maken, valt er met een hoop voetballers nog best een zinnig gesprek(je) te voeren.

 

Er moet een tijd zijn geweest dat dit met Wout Brama ook probleemloos te doen was. Maar de speler lijkt een beetje de weg kwijt. Dat bleek al uit een uitspraak in het laatste nummer van VI, waarin hij tot de merkwaardige conclusie kwam dat `de media ons maar wat graag in het bootje hakt’.

 

Nu weet ik niet welke kranten en tijdschriften Wout Brama erop naslaat, en welke tv-programma’s en radio-uitzendingen hij zoal bekijkt en beluistert, maar ik keek er erg van op. Bij mij bestond juist de indruk dat de bewonderenswaardige opmars van FC Twente vrijwel overal op positieve bijval heeft kunnen rekenen.

 

Een paar weken geleden, na wat forse kritiek van doelman Sander Boschker op zijn eigen ploeg, is daar over bericht. Volledig terecht en op een correcte manier. Waar ze in Enschede nog even aan moesten wennen, was het feit dat er tegenwoordig wat meer journalisten meeluisteren als spelers van FC Twente zich in mixed-zones melden. `Misschien is dat wel het bewijs dat we nu meetellen’, zei Kenneth Perez daar vorige week nog over.

 

Net als een aantal weken geleden, is er nu nog steeds niet zoveel aan de hand bij FC Twente. Voor het eerst in 22 speelronden is een keer verloren, van Ajax dat in elk geval in de Arena een goed seizoen draait.

 

En ja, ook dan horen journalisten graag het verhaal van spelers die ze na gewonnen wedstrijden ook aanspreken zonder dat ze zijn aangevraagd bij een persafdeling.

 

Ik moest zondag wat dat betreft ook nog even terugdenken aan Wesley Sneijder. Ajax kon nog zo’n gevoelige nederlaag hebben geleden of hij kon zelf nog zo heftig bekritiseerd zijn: de pers ontlopen, dat deed hij eigenlijk nooit. Maar goed, misschien kost het Wout Brama nog altijd moeite te wennen aan de nieuwe status van FC Twente. De media zijn wat dat betreft, gelukkig, een stuk verder.

 

Charles Bromet

Over FC Twente en kampioensdata

vrijdag 5 februari 2010 13:34

Bij het verlaten van het parkeerterrein in Enschede vroegen twee wat oudere fans van FC Twente mij woensdagavond of ik de kampioensdatum al had vrijgehouden in mijn agenda. Toen het daarop eventjes stil bleef, voegde een van beiden eraan toe: `Of geloof jij nog niet in de titel?’

 

Enigszins overvallen door de vraag gaf ik een antwoord met een hoop voorbehouden – het leek, bij nader inzien, wel van die voorzichtige trainerstaal. Hoewel Twente die avond voor de zeventiende keer deze competitie won, met 2-0 van Heracles, nog altijd ongeslagen is in de eredivisie en een selectie heeft die ook in mindere wedstrijden overeind is gebleven, weet ik niet of ik wel moet geloven in een titel voor de club.

 

Ik zag Twente de afgelopen anderhalve week eerst overtuigend winnen van Sparta in de kwartfinale van de KNVB beker, met 4-0. Daarna wurmde de ploeg van coach Steve McClaren zich met moeite langs Roda JC, dat een aantal goede kansen onbenut liet in Enschede, 2-0. En woensdag was het te danken aan een moment van individuele klasse van Bryan Ruiz en een verdedigingsfout bij Heracles, dat er na 90 minuten opnieuw 2-0 op het scorebord verscheen.

 

Hoewel de (gedeeld) koploper van de eredivisie nog altijd zoekt naar de grote vorm – iets dat McClaren ruiterlijk toegaf - heeft zijn elftal sinds de winterstop nog geen enkele tegentreffer moeten incasseren.

 

Zijn team is geduldig op het moment dat doelpunten uitblijven. Gedisciplineerd als het aankomt op het tot een goed einde brengen van een wedstrijd. En professioneel getuige de reactie op de harde kritiek van doelman Boschker, die na twee remises (tegen FC Utrecht en FC Groningen) stelde dat sommigen er de kantjes van af liepen.

 

En nu gaat Twente zondag dus op bezoek bij Ajax, dat in tien optredens in de Arena alleen gelijkspeelde tegen Sparta (0-0). Dat maakt nieuwsgierig. Na de eerdere confrontatie in Enschede, die door Twente met 1-0 werd gewonnen, zei Ajax-coach Martin Jol dat er nog niet zoveel aan de hand was. Twente moest nog een keer naar Amsterdam komen en dan had Ajax dus alle kans de opgelopen schade te herstellen.

 

De achterstand is inmiddels opgelopen tot negen punten. En wie beide ploegen sinds de winterstop in actie heeft gezien, kan concluderen dat – even los van de resultaten – Twente als ploeg veel verder is dan Ajax. Het spel mag tot nog toe niet altijd even verzorgd zijn geweest, het team is nog geen moment door de ondergrens (een geliefde term van Guus Hiddink) heen gezakt. Ajax daarentegen parasiteert op het scorend vermogen van aanvoerder Suarez en heeft verder bijzonder weinig zekerheden.

 

Toch zegt ook dat helemaal niets over de wedstrijd van zondag. Ajax is namelijk óók een ploeg die ineens boven zichzelf kan uitstijgen, hoewel dat slechts zeer incidenteel is gebeurd dit seizoen, en dan probleemloos kan afrekenen met elke mogelijke tegenstander uit de eredivisie.

 

Misschien was ik daarom woensdag wel zo terughoudend richting de twee fans van FC Twente. Hoe bewonderenswaardig die ploeg ook presteert, voor het noteren van een kampioensdatum in mijn agenda lijkt het me nog rijkelijk vroeg.

 

Charles Bromet

Om 10:50 uur verscheen op het ANP het bericht dat AGOVV tot het eind van het seizoen de aanvaller Edgar Manucharyan huurt van Ajax. Na het faillissement van HFC Haarlem, dat hem eerder dit seizoen al huurde, mag hij nu dus op sportpark Berg en Bos een half jaartje meehobbelen.

 

Edgar Manucharyan. Bij het horen van de naam moet ik altijd direct denken aan de rubriek `vergeten voetballers’ uit VI, waarin voormalige profs worden opgespoord en even in het kort mogen uitleggen wat ze tegenwoordig doen. Leuke stukjes zijn dat vaak. Ook hun nieuwe baan bevalt meestal prima en ze komen nog graag in het stadion om hun oude club te zien voetballen. Het zijn ook vaak echte clubspelers die in die rubriek aan het woord komen.

 

De tragiek van Edgar Manucharyan is, dat hij natuurlijk nog helemaal niet gestopt is met voetballen. Je zou je zelfs, met een klein beetje sarcasme, kunnen afvragen of hij er ooit mee is begonnen.

 

In de zomer van 2005 kwam de thans 23-jarige Armeniër naar Ajax toe. Vanaf het moment dat hij voet op Nederlandse bodem zette, was hij vrijwel doorlopend geblesseerd. Als hij al het nieuws haalde, was dat vaak in korte nieuwsberichten. Daarin werd gemeld dat hij óf nog steeds geblesseerd was óf wéér geblesseerd was geraakt.

 

In september 2008 werd voor een keer met die traditie gebroken. Manucharyan haalde het nieuws, omdat ploeggenoot Vito Wormgoor naar verluidt 150 euro uit zijn portemonnee had gestolen. De verdediger, die daarop werd ontslagen en later werd opgepikt door FC Utrecht, verklaarde dat hij tot zijn daad was gekomen, omdat een kaartschuld vereffend moest worden. Tja.

 

Maar goed, het is inmiddels februari 2010 en mijn geliefde AGOVV heeft besloten de Armeniër naar Apeldoorn te halen. Toen ik het las, moest ik ook nog even denken aan die werkelijk verschrikkelijke kunstgrasmat die tegenwoordig als hoofdveld fungeert. Het ziet er niet uit, het voelt onnatuurlijk aan en voor een voetballer als Manucharyan zal het een ware beproeving worden.

 

Het aardige aan deze tussentijdse “transfer” is wel dat het de tijdsgeest zo treffend weergeeft. In eerste divisie verdwaalde amateurclub biedt onderdak aan chronisch geblesseerde miskoop van Ajax.

 

Als ik aan AGOVV denk, wil ik ook eigenlijk alleen nog maar terugdenken aan dat leuk voetballende elftal uit de amateurtijd, dat op dat prachtige hoofdveld áltijd avontuurlijk voetbal speelde.

 

Guus met een sjekkie (of was het een sigaartje)  in de mond met zijn trommel voor de tribune langs en dan altijd even die stok de lucht ingooien – en hem dan bij landing nooit opvangen. Jeugdleider Dirk Ligt die de kaartjes stond te controleren. En een hoofdveld om U tegen te zeggen.

 

De corpulente doelman Gerard Brouwer. Die machtige defensie met het jarenlange betrouwbare verdedigingscentrum Ben Kanselaar-Ronald Dekker. De bikkelharde rechtsback Teus Bakker. De wispelturige balvirtuoos Patrick Patty. De tweelingbroertjes Bergsma, Marco en Remco. En natuurlijk de sleurende spits John Slijkhuis, hoofd naar beneden en maar weer eens de ruimte induiken na een steekpass van André Brouwer.

 

Het mocht dan geen betaald voetbal zijn, het was AGOVV.

 

Charles Bromet

Rubriek Ruimte op links in de Volkskrant van 2 februari

Een kalende jongeman in een grijze lange onderbroek danst door Duitse defensies. Slalommend, dribbelend. De antiheld als superman. Zou hij een deuntje fluiten tijdens zijn lichtvoetige triomftochten door de volkstheaters van de Bundesliga? En is hij, Arjen Robben uit Bedum, opeens ook een specialist geworden in het nemen van vrije trappen, nu hij twee weken op rij scoorde uit een spelhervatting (en twee keer zijn trainer Van Gaal bestormde voor een innige omhelzing)?

Al het lichamelijke ongemak dat Robben door de jaren heen teisterde, leidde behoorlijk af van de hoofdzaak: wat een schitterende voetballer is hij toch, al oogt hij in die onderbroek als een dorpsjongen in overall die per ongeluk de catwalk van een modeshow is opgelopen. Zijn onderbroek houdt de spieren warm en reduceert het risico op blessures.

De opmars van Bayern München sinds november heeft natuurlijk te maken met trainer Louis van Gaal, wiens aanpak als bovenmeester even moest betijen in roerig Beieren. Maar het Arjen-Robben-effect valt bepaald niet te onderschatten. Weet u het nog, zijn debuut tegen kampioen Wolfsburg, vlak na de bliksemtransfer van Real Madrid? Bayern zat in de eerste van twee crises dit seizoen, met 2 punten uit 3 duels. Robben had één keer meegetraind, viel in en scoorde twee keer. Cijfermatig gezien is het effect van Robben zelfs eenvoudiger op te tekenen dan dat van zijn trainer. Van Gaal was er in alle duels bij en verzamelde in 20 duels 42 punten. De 12 duels mét Robben leverden 31 punten op, de 8 duels zonder hem slechts 11.

Robben danste zaterdag tegen Mainz (3-0) vooral over de rechterflank. Hij was ongrijpbaar en de Allianz Arena warmde zich aan het fenomeen, de geboren dribbelaar. Je hebt dribbelaars en dribbelaars. Wijnaldum is ook een pingelaar, maar de Feyenoorder moet nog leren wanneer hij de bal moet afspelen. Robben is nog meer dan Wijnaldum een dribbelaar. Op zijn beurt is hij geen Messi, de koning van het genre, die bovendien ongelooflijk doeltreffend is. Maar ook Robbens rendement stijgt: 6 doelpunten en 4 assists in die 12 optredens in de Bundesliga.

Robben zien, doet verlangen naar meer, naar een mooi WK met Oranje in Zuid-Afrika bijvoorbeeld. Het jammerlijke is dat je als consument enigszins geremd naar Robben kijkt. Telkens wanneer je hem ziet slalommen en ziet aanzetten voor een sprint, woekert de angst dat ergens iets in zijn spieren schiet, of dat een of andere slager hem neer maait. Je zou hem het liefst telkens willen afstoffen en in een doosje doen.

Op de ochtend voor de kwartfinale van Euro 2008 bleek dat Robben niet kon meedoen tegen de Russen. Geblesseerd. Hoe goed Sneijder, Van Persie en Van der Vaart ook zijn, Robben heeft een kwaliteit die vaak uit het voetbal is verdwenen; de edele kunst van het dribbelen, het zorgen voor een ogenschijnlijke meerderheid op het veld, het zaaien van paniek bij de tegenstander. Laat hem zijn lange onderbroek dus maar aanhouden, zo lang hij fit blijft. Desnoods tot 11 juli in stadion Soccer City, midden in de Zuid-Afrikaanse winter.

Willem Vissers

Donny de Groot maakt zijn entree bij Go Ahead Eagles, amper overgekomen uit Australië, en schiet zijn nieuwe werkgever gelijk maar naar de halve finales van het KNVB bekertoernooi. En dat nota bene in een uitwedstrijd tegen eredivisieclub én cupfighter NAC.

 

Karim El Ahmadi excelleert op zijn 25ste verjaardag voor het eerst in het shirt van Feyenoord en leidt met zijn goede spel een zeer verrassende 3-0 overwinning in tegen PSV, dat voor het eerst in tijden weer eens met een nederlaag van het veld afstapt.

 

Ajax maakt een janboel van zijn thuiswedstrijd tegen NEC, komt zelfs tegen 10 spelers van die ploeg op achterstand (1-2) en zwijnt vervolgens op een ongelooflijke manier door in de verlenging tegen 9 overgebleven NEC’ers alsnog met 3-2 te winnen.

 

In Rotterdam-West, waar FC Twente met speels gemak de vloer aanveegde met Sparta (0-4), kon ik al snel constateren dat ik, als we het dan toch hebben over het verrassingselement van het bekertoernooi, duidelijk bij de verkeerde wedstrijd zat.

 

Maar de sms-berichten, de radio-verslagen en de reacties van het publiek op alle omgeroepen en doorgegeven tussenstanden maakten veel goed. Het enthousiasme dat al die verrassingen losmaakte, vloekte dan wel weer lelijk met al die matig gevulde tribunes in Breda, Eindhoven, Amsterdam en Rotterdam.

 

Op de heenreis naar Rotterdam werd Radio 1-verslaggever Bas Ticheler vanuit de Arena even kort aan het woord gelaten in de uitzending. Lucella Carasso vroeg zich af of ze op de achtergrond nu een zanger hoorde die op het veld zijn kunsten vertoonde of dat er een cd opstond van André Hazes. Ticheler kon haar vertellen dat het laatste het geval was. De cd was zo hard mogelijk gezet om de leegte van én de stilte in het stadion te camoufleren, zei hij.

 

Toen ik wegreed uit Rotterdam kon ik luisteren naar twee heerlijke interviews, één met een furieuze NEC-coach Wiljan Vloet en een andere met een beschaamde Ajax-verdediger Jan Vertonghen. Vloet gaf de scheidsrechter ervan langs – hij zei `met een net woord dat we zijn genaaid’. Vertonghen reageerde ingetogen en wist dat hij zich met Ajax te kijk had gezet.

 

Daarna opgetogen verslaggevers vanuit Eindhoven. Lyrisch over El Ahmadi, vol bewondering over Feyenoord. En vervolgens nog even terug naar Breda, waar Donny de Groot in de catacomben van het Rat Verlegh Stadion uitlegde dat hij zijn meeste medespelers van Go Ahead Eagles eigenlijk nog helemaal niet kende. Hij had pas één keer meegetraind en zijn ploeggenoten hadden allemaal een muts gedragen. Dat was de herkenbaarheid niet ten goede gekomen.

 

Dat zijn de verhalen die een bekeravond enerzijds kleuren en anderzijds zo leuk maken. Nieuwe helden staan op, `vergeten’ spelers pakken hun kans, uitslagen spotten met de voetbalrealiteit. Behalve dan in Rotterdam-West, maar ook daar was het overigens best goed toeven.

 

Charles Bromet

Rubriek Ruimte op links in de Volkskrant van dinsdag 26 januari

Waar komt die woede toch vandaan? Die verongelijktheid? Is Wesley Sneijder nog te helpen aan zijn opgefoktheid in het veld? Hoe hij zondag scheidsrechter Rocchi ‘aanviel’ in de derby van Milaan, bij een voorsprong van 1-0, na een gele kaart voor clubgenoot Lucio, dat geeft gewoon geen pas. Het was overigens alweer zijn tweede rode kaart in een half jaartje Italië.

Wie vaker naar Internazionale kijkt op abonneezender Sport1, weet dat zijn uitval naar de arbitrage geen toeval is. Het is geregeld bal met Sneijder, als er in het veld iets gebeurt wat hem niet zint. Dan gooit hij de bal bijvoorbeeld keihard tegen de grond. Het gaat maar door: gebaartjes, protesten, dat gezicht vol onbegrip en verbeten van niet ingehouden woede, het behoort allemaal tot zijn arsenaal aan gedragingen. Applaudisseren voor de scheidsrechter, iets roepen. Hij is geen aanvoerder van Inter, maar als er ergens op het veld iets te bakkeleien valt, is hij haantje de voorste. Sneijder legt een geweldige passie in zijn spel en dat valt in hem te prijzen, maar die uitwassen zijn bijna niet meer te verdragen voor de kijker, tenzij het die consument geen snars uitmaakt hoe een voetballer zich gedraagt op het veld.

Vrijwel niemand corrigeert de zelfbenoemde koning. Trainer José Mourinho vindt hem immers een grootheid. Als Sneijder na afloop in de catacomben wacht op zijn ploeggenoten, zoals afgelopen zondag gebeurde in de met 2-0 gewonnen derby van Milaan, vallen de twee elkaar in de armen. Mourinho zegt niet: Jongen, ga snel naar huis, vraag Yolanthe of ze even iets voor zichzelf doet, want jij moet eerst 200 strafregels schrijven. De tekst luidt: ‘Als de scheidsrechter een beslissing neemt, tel ik eerst tot tien en probeer ik over te gaan tot de orde van de dag.’

U begrijpt, we beginnen voorzichtig met de gedragscursus. Rustig opbouwen. Maar nee, Mourinho omhelst Sneijder. Vreemd is dat overigens niet. Mourinho is bijna zijn evenbeeld. Hij loopt langs de lijn als een bezetene. Hij fulmineert naar arbiters en tegenstanders, voert een show op en rent van hot naar her, soms met een bijna waanzinnige blik in de ogen. Mourinho is vermoedelijk een geweldige trainer en een fantastische motivator. Sneijder is een uitstekende voetballer. Maar hun gedrag is soms afzichtelijk.

Of je je daarover druk moet maken? Ja, zeker als je voetbal wenst te blijven beschouwen als een spel waarbij fatsoensnormen horen. Steeds vaker lijkt dat aspect een bijzaak. Wie wint, kan zich blijkbaar van alles permitteren. Hoe het dan verder moet met de international Sneijder? Natuurlijk gaat hij mee naar het WK. Maar laat ook hij, de grote Wesley Sneijder, zich een beetje fatsoenlijk gedragen. Misschien is er hoop. Bondscoach Van Marwijk veroordeelde een half jaar geleden de schandelijke overtreding in het oefenduel met Japan, waarvoor de middenvelder om onbegrijpelijke redenen geen rode kaart kreeg. Het begin is gemaakt. Verder is het simpel: wij, liefhebbers, willen genieten van de voetballer Sneijder, bij Inter en bij Oranje. Hij moet alleen een beetje normaal leren doen. Of is hij uitbehandeld?

Willem Vissers

De derby tussen Internazionale en AC Milan moet nog beginnen, als Wim Kieft in de studio van tv-zender Sport1 verkondigt dat hij de discussies over Wesley Sneijder niet zo goed begrijpt. Uitstekende speler, maar waarom toch steeds die vraagstukken (op tv en in de kranten) over zijn gedrag?

 

De beginfase van de heerlijke stadsderby lijkt hem gelijk te geven. Al na twee minuten raakt Sneijder de paal met een goed afstandschot en zes minuten later kan Milan-doelman Dida hem alleen met een uiterste redding van de openingstreffer weerhouden. Als Milito weer twee minuten later wél raak schiet, lijkt de koploper van de Serie A klaar voor een vorstelijke voorstelling.

 

Maar dan, de 26ste minuut. Verdediger Lucio rukt op, steekt de middenlijn over en laat zich theatraal vallen. De scheidsrechter bestraft hem met geel, waarna Sneijder zich van zijn onplezierigste kant laat zien. Hij applaudisseert demonstratief voor de arbiter, die dit als ernstige belediging opvat en Sneijder, die ook wat gezegd lijkt te hebben, met rood van het veld stuurt.

 

Dáár heeft Kieft zijn antwoord. Als het op de voetbalkwaliteiten van Sneijder aankomt, kan er geen discussie mogelijk zijn. Hij is tweebenig, heeft een prachtige traptechniek, een groot spelinzicht en weet spitsen feilloos in stelling te brengen. Dat is de Sneijder die enthousiast maakt.

 

Maar wat kan hij toch ook een dom, irritatie opwekkend mannetje zijn. Ook Kees Jansma heeft moeite de actie van Sneijder te begrijpen en vraagt Kieft en de andere analist, Marco van Basten, het gedrag van de middenvelder te verklaren.

 

Wat volgt is een mengeling van afkeuring en begrip. Je mag de scheidsrechter niet beledigen, maar de emotie die gepaard gaat met zo’n derby mogen we niet vergeten. Maar dan nog: er was totaal geen aanleiding voor deze overdreven reactie. Inter leidde met 1-0, Sneijder speelde goed, waarom dan toch dat onnozele applausje?

 

In de rust wisselt Leonardo. Hij brengt de weer fitte Seedorf voor Gattuso, die een aanslag van Muntari slecht heeft kunnen verwerken. Milan start sterk in de beginfase na rust, maar Inter zal verder afstand nemen dankzij een machtige vrije trap van de Macedoniër Goran Pandev, die vier minuten daarvoor al pech heeft als een subtiel stiftballetje tegen de paal eindigt.

 

Tien minuten voor tijd, als Inter zich al winnaar waant, valt Huntelaar bij Milan in. Het mag niet baten, al is Huntelaar in blessuretijd dichtbij een doelpunt als Seedorf hem vindt met een subtiele steekbal.

 

In blessuretijd verdient Huntelaar zelfs een strafschop als hij de bal tegen de hand van Lucio aanschiet. Rood voor Lucio en een gemiste strafschop van Ronaldinho (doelman Cesar pareert) zijn het gevolg. Het blijft 2-0.

 

Sneijder zal opgelucht zijn. Maar heeft hij nu eindelijk eens bijgeleerd? Gaat hij zijn emoties in de toekomst beter onder controle krijgen? De discussies over Sneijder zullen nog wel even aanhouden, of Wim Kieft nu wil of niet.

 

Charles Bromet

  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Limburg, Afrika, Messi

fotoWillem Vissers is de eerste voetbalverslaggever bij de Volkskrant. Hij volgt voor de krant AZ, het Nederlands elftal en de rest. Afrika-specialist. Limburger. Dol op pingelaars. Is er, in het diepst van zijn gedachten, zelf ook een. Vissers maakt deel uit van het legendarische zaterdagelftal van het Santpoortse Terrasvogels dat in 2006 met veel vertoon van macht kampioen werd van de (reserve) vijfde klasse. Hij rookt sigaren. Zijn favoriete pingelaar is trouwens Lionel Messi. Charles Bromet is voetbalverslaggever bij de Volkskrant. Hij is voor de krant de vaste volger van Ajax, maar gaat ook graag op bezoek bij al die andere prachtige clubs uit de eredivisie. Liefhebber van dynamische middenvelders zoals Pavel Nedved en Steven Gerrard. Voelde zich een bevoorrecht mens, toen hij in Glasgow getuige mocht zijn van het debuut van Diego Maradona als bondscoach van Argentinië. Bromet heeft zelf al veel te lang niet meer gevoetbald. Hij deed dat in het verleden wel bij onder meer AGOVV, de club die in zijn ogen gewoon een mooie amateurvereniging had moeten blijven. Zegt dat hij is gestopt met roken. Dat hoorden velen hem wel vaker verkondigen.

Nog steeds verkrijgbaar: het HNS Sportboek

fotoIn het sportkatern van de Volkskrant op zaterdag staat sinds enkele jaren de rubriek HNS, Het Nieuwste Schavot. HNS is veruit de grappigste rubriek van de krant en tevens de enige met een eigen club van 999 leden. Vanaf 22 november is het eerste HNS Sportboek verkrijgbaar! HNS kent de fameuze rubriek Dubbelgangers, met lookalikes uit de sport en de veelbesproken Kortste Column ter Wereld. En elke week keiharde primeurs, opzienbarende onderzoeken en historische portretten. Ook de gedichten van L. van Gaal zijn geliefd. Kortom, een bord-op-schootboek met het beste uit vier jaar HNS, aangevuld met nieuw en actueel materiaal en veel gezellige elementen die lange sportloze avonden doen omvliegen. De directie van HNS bestaat uit Paul Onkenhout (jarenlang Twaalfde Man), John Schoorl (primeurjager de Volkskrant, dichter, gebroken talent div. sporten) en Bert Wagendorp (columnist, redacteur wielertijdschrift De Muur, tevens bedwinger Izoard).

Tsaar Guus

fotoTsaar Guus - Biografie van Guus Hiddink Pagina’s: 208 Herziene versie van 'Saint Gus', de biografie die in 2006 over Hiddink verscheen. Zonder twijfel is Guus Hiddink een van de grootste coaches uit de voetbalgeschiedenis. Tegelijkertijd lijkt hij onaangetast te blijven door de wereld van smaad en verraad die het topvoetbal ook is. Hoe doet hij dat? En hoe slaagt hij erin zo succesvol te blijven? Verschillende redacteuren van de Volkskrant volgden hem de laatste twee decennia van nabij en vertellen het verhaal van hoe een jongen uit de Achterhoek een wereldburger kon worden en toch zichzelf bleef. De biografie is uitgebreid met een omvangrijk hoofdstuk over de pogingen van Hiddink om Rusland te veroveren. Met bijdragen van Poul Annema, Sytze de Boer, Charles Bromet, Robèrt Misset, Paul Onkenhout, Iñaki Oñorbe Genovesi, Martien Schurink, Willem Vissers, John Volkers en Bert Wagendorp. Met extra: een 16 pagina's tellend kleurenfotokatern. Prijs: € 15,00 Bestellen kan hier!

Wachtlijst waar pit in zit

fotoWord ook lid van de wachtlijst van Club HNS! Club HNS was de snelst groeiende sportclub van Nederland. De grens van 999 leden werd razendsnel gepasseerd. Al deze leden vielen voor de vele voordelen van het lidmaatschap van Club HNS, de club waar pit in zit. Was u te laat? Meld u zich dan aan voor de wachtlijst van Club HNS, de wachtlijst waar pit in zit. Velen gingen u voor! Profiteer van vele voordelen! Aanmelden voor de wachtlijst kan op hns@volkskrant.nl Meer weten? vk.nl/hns

Teller Ballenjongens

Laatste reacties

persona

Het pad van de schraalheid leidt naar Van Nistelrooij
Rene Scheffer: Lekker stuk dat ik al las in de echte VK …

persona

Het pad van de schraalheid leidt naar Van Nistelrooij
Bert Willems: Heel grappig inderdaad, die WM-koorts al hier. Terwijl de …

persona

Het pad van de schraalheid leidt naar Van Nistelrooij
Martin van Neck: Als groot expert op het gebied van nutteloze kennis en …

persona

Het pad van de schraalheid leidt naar Van Nistelrooij
Leo: Ik moet nog zien of Van Persie op tijd fit …

persona

Terug van weggeweest: Andy van der Meyde
willem vissers: He Stiffie, Natuurlijk kun je je mengen in de discussies. Hoe …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van Charles en Willem , of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2010
2009
2008
2007
2006

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •