
ook zonder zoeken vind je soms verleden terug
de lucht is licht bewolkt
je hoort geen zwellende muziek
je leest nog even door
omdat je denkt dat alles wel gebeuren kan
en dat de druk waarmee je aan de bank gekluisterd zit
niet betekent dat iets niet echt voorbij kan gaan
je kijkt op als anderen naar buiten kijken
(waarom zie je dat?)
maar zij weet pas haar weg te vinden
als een laconieke stem vertelt
waarom er noodgestopt moest worden
en sorry zegt voor schrik en ongemak
en dat de vertraging hierdoor verder opgelopen is
niet erg
er zijn geen doden te betreuren
je hebt deze trein alleen gehaald
omdat je te vroeg was
voor de volgende
het is veel
de d te schrijven
de lange rechte lijn omhoog
na een onverwacht begin:
de omweg die drukte, dreigde
verleden tijden
en de conjunctief
maar dan de zon of zo
donderdagmorgen op de markt
het licht dat zweefde op de daken
en de geur
het is veel
de d te schrijven
één keer kwam het verleden langs
en liet de mensen van lijn drie de reis nog een keer maken:
weet je nog die ene keer dat op die bank daar
bij de deur die man gestorven is
de man die in zijn regenjas met natte schouders
ineengedoken zat en niet bewoog en dat wij wisten
dat dit toch echt zijn halte was
en dat jij tussen je vingers en je duim
zijn mouw
maar dat hij toch niet viel gelukkig
de dag voordat het voorjaar toen begon
en wij
daarna werd het vergeten
soms zit er in mijn bus een vrouw
die niets anders draagt dan een parfum
een zwaar parfum dat slijmvliezen doet zwellen
en ademhalen moeilijk maakt
aan de andere kant van mijn krant zit ze
benen over elkaar
mooie borsten
tepels die vaag geilheid ventileren
en ochtendkou
haar hand ligt op een kleine handtas
ze kijkt links naar buiten
ziet niets, dat zie je
ik kijk (voor haar) naar rechts
en zie de jeker kronkelen
het groene waas van lentebomen
en de berg
ver is het niet: de oven
in het bos gebouwd
waarin ik ooit verdwaalde
waar ik armen om een beuk heen sloeg
en troost en tekens sneed
de beker waarin ik de scherven leg
wordt met een tang de oven in geschoven
er wordt een deur gesloten
en gewacht
op hem die door een haag van mensen waarheid ziet
de schervenraper die als derwisj dansen wil
geluksgoochelaar: fluorescerend naast het bed
rattenvanger, hoogliedzanger
die van wijn weer water maken kan
de man
zijn glazen spiegelbeeld
de adem en het teken
hij neemt de beker uit het vuur
en giet de gloeiend glazen letter:
niets is waar dan het begin
uit: de glazen heks
soms kun je scherven beter laten liggen
dan is ze er
nog wel
maar toch
niet meer
dan resten
alleen
de stukken
waaraan je vingers openhaalt
(uit: de glazen heks)
alleen als door ellendig toeval
(een voetbal, onbedoeld gepunterd door een knul van tien)
de ruit eens breekt
alleen dan
(als een wervelstorm pannen van de daken rukt
die in hun vaart de heks meeslepen
alleen als zij in zeven stukken op de vloer belandt
en in miljoenen glinsteringen elegant vergaat)
zal zij de sleutel zijn
maar toeval weet hij is een teken
(uit: de glazen heks)
want als ik buiten sta
dan lijkt het soms
alsof er glazen vingers om je hoofd
je lichaam spelen
een aura die je zelf alleen als flakkerschaduw ziet
dan blijf ik staan en kijk
hoe jij beweegt en lijkt te leven
want als ik buiten sta
dan schijnt de zon in jou gevangen
voorbij de grens weet niemand van de ander
(uit: de glazen heks)
hij zag haar niet die eerste keer
hij zag alleen het licht dat anders was
gebroken in de kleuren
die hij niet beschrijven kon
hij zag haar niet die eerste keer
maar voelde hoe de zon
de warmte achter zijn ogen scheen
pas toen hij door het straatje liep
besefte hij dat dat was wat hij wilde:
met haar liggen aan de oever
in de leem het leven voelen
de voeten kussen van de brug
(hij wist nog van een brug die in een droom
een oever met zichzelf verbond)
hij zag zijn schaduw binnenvallen
grijs monster over wit papier
bedrukt
en tekens in het huis
die door het glas de waarheid spraken
over hoe hij was geweest
gewogen
dus nam hij haar mee
en hing haar tegen beter weten voor het raam
(erachter als je buiten stond)
(uit: de glazen heks)
avond
’s avonds valt zijn schaduw uit het raam
op tegels die de letters vormen
van het woord dat vrees geworden is
hij laat er mensen over lopen
die niet durven te kijken
bang hem te bezeren
bang te struikelen
en hun snuffelende hond
boven zijn hoofd zij
die niet bewoog
’s avonds niet bewoog
’s avonds zij
waar hij van hield
morgen
dan draait hij zich om
en ziet zichzelf voorover op de vloer
omhoog en weer vooruit gebogen
een morgenschim
die langgerekt in vreemde hoeken
over de tafel
de schaduw slokt van kaars
en foto en de bloemen
zij zal er niet meer zijn
zal haar letters laten liggen
op de aleph na
die neemt ze mee
naar morgen
(uit: de glazen heks)
hij nam haar lichtzin over
haar verlangen naar woorden die van daken rollen
een tussenlanding maken op een blad
of onder aan een tak
als spiegels hangen in de werkelijkheid
hij wilde toverspreuken zingen
en dwalen door de straten
zich herkennen in de streep
die langs de glazen gleed en kringen vormde
in het dronkenmansgebral
op het plein zijn armen spreiden
en in zijn open mond de woorden vangen
die hij zeggen zou
alvorens haar te kussen
later
(uit: de glazen heks)
van zijn moeder leerde hij
dat je nooit een raam moet wassen
in de zon: strepen
hij hield wel van de zomer
een waas over de wereld
van stof en vogelpoep
(uit: de glazen heks)
alleen de schaduw huilt
over een strak gezicht
dat door raam en regen
massa’s mensen licht voorover
voorbij ziet gaan
in zonkledij en kleuren
tegen de wind
voorbij ziet gaan
het is druk op straat
omdat er op de radio
een oproep was
een oproep voor getekenden
de letters op hun voorhoofden
nauwelijks te lezen
voor ze worden weggespoeld
emeth
de klei is vruchtbaar
in het schuurtje
wachten bollen
hun begrafenis
(Uit: de glazen heks)
meegenomen toen ik
jaren her
uit praag ben teruggekomen
waar rabbi löw me golem
en het huis heeft laten zien
hangt ze nu voor het raam
(erachter als je buiten staat)
soms
regent het
terwijl de zon
door druppels glijdt
en dan door haar
en mij
gelukkig
(uit: de glazen heks)
mijn lief
mijn stoet wordt begeleid
door een harmonie van glasblazers
en een pastoor met een monstrans
waarin diderot zijn kans afwacht
om alle ruiten in te werpen
niet die van mij
o nee
hij zal de grond zien vallen op mijn kist
en klagen dat het licht vervaagt
voor iemand die zo diep
zo dood te wezen ligt
(uit: de glazen heks)
glas vervormt de werkelijkheid
ook als er geen drank in zit
het legt een spiegel voor het beeld
en buigt de lijnen
vroeger was het vaak wat groenig
dat wist hij
en toch wilde hij
-eenmaal opgebaard-
zichtbaar blijven
sneeuwwitje zijn
(wie wil er niet sneeuwwitje zijn
appelstoned slapen
en wakker worden met een kus?
de heks
een koningin van steen
die woonde in een weenpaleis
waar hij vroeger dansen leerde)
een foetus op sterk water
als hoop op een bureau
ongeboren lijf en
ongeboren blijven
achter een datum op een etiket
dat wilde hij niet
dansen als een derwisj
die naar verlichting zoekt
fluoresceren naast een bed
geluksgoochelaar
(hij wil geen rattenvanger zijn
die wijn van water maken kan
en drinken zonder zat te worden
dan liever toch het snijdertje
dat op de tafel zit
en door het open raam
voorbijgangers de waarheid zegt)
(uit: de glazen heks)
ik geloof
dat ik niet alleen mezelf bedenk
maar ook de personages die mijn leven vullen
alexander
die een knoop te ver zijn borst vertoont en hoopt op wulpse
vrouwenhoofden
olivier
die wijdbeens schrijdt en in bloederige modder witte
kruispatronen schiet
neef gabriel
die naar begrafenissen gaat en daar de woorden vindt om beloftes
mee te breken
en soms komt zij
die mij verraadt wat anderen in mij leven laat
soms komt zij
die koffie op de tafel zet
en brood
en met me praat


een nieuwe
bril dat heeft wel iets omdat je zo veel beter ziet wat er zoal
veranderd is: je eigen hoofd vooral zo erg dat ik de oude mis


