Junyo Maru
Op zoek naar mijn opa

Op 19
september in het Radiolog van Arnoud de
Jong een interview met beeldend kunstenares Mieke Siemons over de dialoog met haar overleden
opa.Dinsdag 18 september was het 63 jaar geleden dat de Britse onderzeeër Tradewind het Japans vrachtschip de Junyo Maru torpedeerde. Het schip vervoerde meer dan krijgsgevangenenen en romusha's (Indonesische dwangarbeiders); 5620 mensen verdronken. Eén van hen was Flip Verschoor, hij was 43 jaar toen hij omkwam. Zijn kleindochter is nu 43 en maakte een kunstproject over het onderwerp.
Beluister het interview via internet.

Tijdens de Promesse d'un Voyage ging ik op zoek naar mijn opa, die in 1944 is omgekomen bij de torpedering van de Junyo Maru. Ferrie maakte een interview met mij over mijn zoektocht.
Beluister het interview
Lees meer over het kunstproject "Op zoek naar mijn opa."
Gisteren werden de slachtoffers van de torpedering van de
Junyo Maru en andere hellships herdacht. De herdenking vond plaats
bij het Monument voor Zeetransporten 1942-1945 op het terrein van
Bronbeek in Arnhem.
Er is geen graf dat ik kan bezoeken, mijn opa ligt op de bodem van de zee. Toch bezocht ik gisteren voor het eerst het ‘graf’ van mijn opa. Niet alleen ik, ook andere dochters, zonen, kleinkinderen van andere vaders en grootvaders. Ik sprak twee van hen. Ik voelde me onmiddellijk verbonden met hen. Onze familieleden zijn samen gestorven, liggen in hetzelfde graf.
Voor het eerst zag ik een
overlevende van de ramp, Alex
Bloem. Dat ontroerde me. Graag had ik hem even in mijn armen
gesloten. Mijn opa heb ik nooit kunnen omhelzen. Even iemand kunnen
aanraken, die erbij was, bij mijn opa, tijdens zijn laatste uren.
Ik durfde het niet. Wat zou ik hem lastigvallen? Hoe is het om één
van de weinige overlevenden te zijn? Een wandelend monument. Hoe
vaak moet je je verhaal doen, alles weer oprakelen? Kon en mocht ik
hem dat wel aandoen? Ik koos ervoor hem met rust te laten met zijn
herinneringen, zijn emoties. Ik keek naar hem hoe hij, gesteund
door zijn vrouw naar het monument schuifelde, hoe zij samen als
eerste een bloemstuk neerlegden. Hij salueerde en lang bleef hij zo
staan, de arm van zijn vrouw stevig om hem heen. Even weer dichtbij
zijn makkers en al die anderen op dat schip, in dat stinkende ruim,
drijvend op een kist in de zee. Terwijl de één na de ander in de
diepte verdween. Zoals ook mijn opa.
Even later liep ik zelf langs het monument en legde er twee witte rozen voor hem neer, één namens mijn moeder, één van mijzelf met daaromheen een flyertje van mijn kunstproject. Kijk opa dit doe ik voor jou. Ik ben je kleindochter, en het is zo jammer dat we elkaar niet kennen. Ik zoek je, hier bij het monument, bij andere nabestaanden, aan zee, in oude vergeelde foto's...
En voor het eerst
ontmoeten wij elkaar,
kijk je me aan
raak ik jou aan.
Ik ben je niet vergeten,
opa.
Er is geen graf dat ik kan bezoeken, mijn opa ligt op de bodem van de zee. Toch bezocht ik gisteren voor het eerst het ‘graf’ van mijn opa. Niet alleen ik, ook andere dochters, zonen, kleinkinderen van andere vaders en grootvaders. Ik sprak twee van hen. Ik voelde me onmiddellijk verbonden met hen. Onze familieleden zijn samen gestorven, liggen in hetzelfde graf.
Voor het eerst zag ik een
overlevende van de ramp, Alex
Bloem. Dat ontroerde me. Graag had ik hem even in mijn armen
gesloten. Mijn opa heb ik nooit kunnen omhelzen. Even iemand kunnen
aanraken, die erbij was, bij mijn opa, tijdens zijn laatste uren.
Ik durfde het niet. Wat zou ik hem lastigvallen? Hoe is het om één
van de weinige overlevenden te zijn? Een wandelend monument. Hoe
vaak moet je je verhaal doen, alles weer oprakelen? Kon en mocht ik
hem dat wel aandoen? Ik koos ervoor hem met rust te laten met zijn
herinneringen, zijn emoties. Ik keek naar hem hoe hij, gesteund
door zijn vrouw naar het monument schuifelde, hoe zij samen als
eerste een bloemstuk neerlegden. Hij salueerde en lang bleef hij zo
staan, de arm van zijn vrouw stevig om hem heen. Even weer dichtbij
zijn makkers en al die anderen op dat schip, in dat stinkende ruim,
drijvend op een kist in de zee. Terwijl de één na de ander in de
diepte verdween. Zoals ook mijn opa.Even later liep ik zelf langs het monument en legde er twee witte rozen voor hem neer, één namens mijn moeder, één van mijzelf met daaromheen een flyertje van mijn kunstproject. Kijk opa dit doe ik voor jou. Ik ben je kleindochter, en het is zo jammer dat we elkaar niet kennen. Ik zoek je, hier bij het monument, bij andere nabestaanden, aan zee, in oude vergeelde foto's...
En voor het eerst
ontmoeten wij elkaar,
kijk je me aan
raak ik jou aan.
Ik ben je niet vergeten,
opa.

Mijn opa is verdronken, op een schip, in de oorlog, in Indonesië
Dat was alles, wat ik wist...

Tussen het geroezemoes in het betonnen pomphuis klinkt zachte muziek, een hypnotiserend deuntje, dat zich eindeloos herhaalt. De geur van wierook kruipt je neus binnen. Door een vierkant gat in de betonnen muur kijk je een ruimte in. Daar zit een vrouw achter een tekentafel te schetsen, met de rug naar je toe. Tegenover haar hangt een oude foto, waar ze af en toe naar opkijkt. Het portret van een man, een familielid? De vloer staat onder water. Zacht licht strijkt over het wateroppervlak en golft zachtjes over de muren.
Even later kom je bij een deuropening en loopt aarzelend naar binnen. Hier staat geen water, je staat veilig in de droge helft van de ruimte. De vrouw kijkt op van haar werk en zegt je gedag. Achter haar op de muur ontwaar je een silhouet van een schip. Wat is het verhaal achter de vrouw, de man en het schip?
Mijn moeder zat in Indonesië in een Jappenkamp. Ik behoor tot de genoemde 2e generatie Indische Nederlanders, al heb ik verder geen druppel Indisch bloed. Mijn grootvader zou tijdens de oorlog te werk gesteld worden aan de Pakan Baroe spoorlijn op Sumatra. Hij overleefde het transport niet. Het schip de Junyo Maru, dat de krijgsgevangenen vervoerde, werd per ongeluk door de geallieerden getorpedeerd. 5620 mensen verdronken, meer dan bij de Titanic.
Mijn oma, moeder en ooms brachten de oorlog in het Jappenkamp door. Na de oorlog keerden ze berooid terug naar Nederland.
Tijdens de kunstmanifestatie Promesse d'un Voyage ging ik aan het werk met mijn familieverleden. Op zoek naar een opa, die ik nooit gekend heb, een opa die even oud is als ik, dat is raar. Tijdens mijn 1e schetsen stelde ik me hem grijs voor en oud, een opa, maar dat was hij natuurlijk niet. Hij is verdronken. Hoe is dat, onder water. Alleen maar angst? Of komt er ook een moment dat er vrede is, dat je rustig wegglijdt tussen de vissen. Ik houd van water, wordt er rustig van. De zee is mijn vriend. Toch heeft hij mijn opa vermoord.
Ook wilde ik de dialoog aan gaan met bezoekers. Aandacht vragen voor een stukje vergeten geschiedenis. Er was veel herkenning en er kwamen indringende verhalen los. Een oudere man hield enkel secondenlang alleen maar mijn hand vast en wenste mij toen een behouden vaart. Een ander ontdekte in de namenlijst van slachtoffers zijn oom, van wie men dacht dat hij elders was omgekomen.
Het was een heel bijzondere en indringende ervaring.

Jaarlijks wordt op 15 augustus de capitulatie van Japan herdacht. Vlagt u mee as woensdag?

