
Treves-zaal, vrijdagmiddag 19 februari, 15.10 uur
‘Vertrouwen, heren, daar draait het om. Zodat we kunnen zeggen: dit kabinet kán het weer!’
JP zit aan de kop van de tafel. Tegenover hem Bos; aan weerszijden Verhagen en Rouvoet.
‘En daarom heb ik het volgende voorstel: Wouter, jij gaat zometeen op de tafel staan en laat je met je ogen dicht achterover vallen. Maxime en André vangen je op. Als dat geen vertrouwen kweekt, nou, dan weet ik het niet meer.’
Aarzelend klimt Wouter even later op de zware koloniale tafel. Ook Verhagen en Rouvoet nemen hun posities in. JP slaat het tafereel minzaam gade.
‘Jullie vangen me wel op hé?’, vraagt Wouter met een piepstem.
‘Wouter, Wouter toch. Wat ben je toch slecht van vertrouwen. Als Maxime iets belooft, kun je daar van op aan. Bij Maxime is Bos nooit de klos, hahahaha!’
‘Val maar gerust Wouter. Maxime, ik en de Heer zullen je beschermen.’
Met een gespannen trek op zijn mond laat Bos zich stijf achterover vallen. Verhagen doet een stap terug, Rouvoet vangt half en met een akelige klap dondert Bos op het parket.
‘Godverdomme Maxime, we zouden hem alleen laten schrikken!’
‘Dat heb ik nooit gezegd, amice. Alle opties lagen nog op tafel.’
‘Heren, heren, zo gaan we niet met elkaar om in dit land‘, probeert JP er nog tussen te komen. Tevergeefs.
‘Nou, je weet het Maxime, wie breekt betaalt. Dat heb je zelf gezegd. En Wouters nek, nou, dat ziet er niet goed uit.’
‘Weer mis, waarde André. Niet wie breekt betaalt, maar wie IETS breekt betaalt had ik gezegd. En dat lijkt me toch echt Wouter in dit geval.'
VinLo
Jan-Peter. Solide leider van vier kabinetten. Gepokt en gemazeld in binnenlandse en internationale politiek. Het ene succes na het andere in Europa.
En juist over Europa ging het, toen Jan-Peter een tijdje terug op een middelbare school in debat ging met scholieren. Jan-Peter probeerde losjes rond te lopen tussen de leerlingen, microfoon in de hand. ‘Jeetje, wat is het warm hier zeg, poeh, poeh, weet je wát? Ik ga m’n jasje uittrekken!’, piepte JP.
Aan de reactie van de scholieren zag je dat het helemaal niet warm was maar jasje uittrekken stond nu eenmaal op het lijstje met Vlotte Dingen van de mediatrainer van het CDA.
‘Nou, Europa’, riep JP net iets te hard in de microfoon. ‘Voelen we ons Europeáán? Nou mensen, kom op, wie voelt zich geen Europeáán? Daarmee wil ik namelijk wel eens in debat!’
Een pukkelige jongen stak zijn hand op.
Met een houterige beweging duwde JP de microfoon tegen de mond van de knul.
‘Ha! Jij! Voel jij je Europeáán?’
‘Nee.’
‘Ha! Niet! En waarom voel jij je geen Europeáán?’
‘Nou kijk, als je in Amerika woont, in New York of zo, en iemand uit Californië wint een medaille op de Olympische Spelen dan juich je daar denk ik wel voor, maar ik ga echt niet juichen als iemand uit Spanje een medaille wint. U wel?’
Het bloed trok uit zijn gezicht weg en je zag hem paniekerig oogcontact zoeken met de rector die ergens achter in de gymzaal stond. Het was pijnlijk. Voor de kijker, maar ook voor JP. Zelfs die jonge knul zal er geen prettig gevoel aan overgehouden hebben.
En daarom zeg ik nogmaals: hij moet weg. En van mij mag-ie een riante regeling krijgen: doorbetaald worden tot aan zijn dood, op kosten van de staat een auto, vakantiehuisje op Ameland, you name it. Maar: wel eerst een contract laten ondertekenen waarin hij belooft nóóit, nóóit, nóóit meer iets in het openbaar bestuur te gaan doen.
VinLo
VinLo



