
Luister: mijn snoeischaar is pleite dus ik heb er al dagen behoorlijk de ziekte - die ook wel de vliegende vinkentering wordt genoemd - in. De lavendel moet gesnoeid, de roos, de hortensia.... 't Is sodeju al halverwege maart! Dat wat me ook uit evenwicht brengt, is dat de kastanjeboom nog niet uitloopt. Matroos kapte er in het najaar alle takken van af omdat de kroon echt te groot geworden was. Maar alles wat ik tot nu zie gebeuren, zag ik ook in november, december, januari en februari: niets dus.
Wanneer de lente niet uit zichzelf komt, dwing ik het wel af door de tuin blad -en bladervrij te maken en het mos weg te schrappen. Aan mij zal het niet liggen. Ik ben er klaar voor. Al weken. De stoelen staan ook al buiten....
Maar wie heeft nu, gloeiende, gloeiende... die snoeischaar gezien!? Ik leg hem altijd op dezelfde plek terug!. Dus.... wie heeft er met zijn tengels aan gezeten voor 't één of 't andere dom karweitje...?
Geen andere antwoorden dan ontkennende vallen mij ten deel. Schijtziek word ik daar van.
Verongelijkt drink ik mijn koffie en kijk uit het raam de tuin in. Ik zie een merel die vanaf de grond een vliegsprong neemt om aan de verdroogde bloemen van de hortensia te gaan hangen. De gazen bloemblaadjes die vervolgens op de grond dwarrelen, pikt hij één voor één op. Met een snavelvol vliegt hij weg. Ineens weet ik wie mijn snoeischaar heeft verstopt. Hij zal hem vast wel weer terug leggen wanneer hij, de merel, klaar is met behangen.
update: 21.20 uur: Is allejezusnogantoe ook mijn fotocamera naar de knoppen!
Een voltooid deelwoord dat op vrijdagmiddag bijna standaard in de mond wordt genomen door mij wanneer ik mijn werktas op de grond smijt en mijn jas heb opgehangen. Deze week ben ik niet de enige die het hardop en vol overgave over de lippen laat rollen.
In Rotterdam zijn ze uitgeteld. De PvdA blijkt na de hertelling toch nog meer stemmen te hebben dan bij de eerste telling. Marco Pastors gun ik dit resultaat van zijn inspanningen van harte. De enige keer dat hij wethouder werd in Rotterdam ontstond er onder zijn toeziend oog een blunderput van jewelste. Hoor je 'm nooit meer over.
Hij doet ozo beschaafd wanneer -ie aan tafel zit bij Mathijs van N. maar dat is slechts een pose.
Ooit zag ik hem campagne voeren op de markt. Hij had onder anderen een oudere vrouw bij zich, gehuld in een grijze bontjas. Toen er een camera op hem werd gericht, schoof hij deze vrouw ( zijn moeder...zijn tante?) gewiekst naar voren waarna zij vervolgens in onvervalst Rotterdams een scheldkanonnade ten gehore bracht over de gevestigde politiek. Marco is niet vies van een beetje manipulatie hier en daar. Daarom ging ik bijkans over mijn nek toen Felix Rottenberg hem- aan diezelfde tafel bij Matthijs- kameraadschappelijk op de schouders sloeg en luid verkondigde dat het 'een grote schande voor de democratie was wat er was gebeurd in de stemhokjes van Rotterdam'. 'Blaaskaak, matennaaier', dacht ik, ' je houdt niet eens van Rotterdam want je bent een nultwintiger'. Daarnaast voorspelde hij ooit dat Obama de verkiezingen zou verliezen en geen president van de VS zou worden. Zo'n man neem ik echt niet serieus meer.
Bos is ook uitgeteld en Eurlings ook, net zoals Agnes, arme Agnes. Alle drie kiezen ze voor de luwte. Ik geef ze geen ongelijk.
Cohen wordt lijsttrekker. Ik had geen betere voor de PvdA kunnen verzinnen. Femke wordt de nieuwe premier - jawel dat verdient ze gewoon- en Balkenende had op zijn hoogtepunt moet stoppen, maar krijg dat maar eens voor elkaar zonder slaan.
De burgemeesterspost in Amsterdam is vacant. Degene die Cohen moet opvolgen heeft een hell of a job met die gapende Noord-Zuid lijn. Zeer benieuwd ben ik.
Van Felix zullen we binnenkort wel kunnen vernemen wie van de kandidaten het meest en het minst geschikt is. Nou maar hopen dat Aboutaleb de kolder niet in zijn kop krijgt.
met toestemming
Zijn huisje staat in de schaduw van de kerk waarvan de klok uitkijkt over zee. In vroeger tijden stond deze kerk met haar voeten op het strand. Hij heeft niet veel op met kerkgangers; mijdt ze, schuwt ze. Ik ben er lang niet geweest. Sprak hem zelden. Zag hem nog minder.
De tulpen zette ik in een vaas. Een bonte bos was het.
Hij gaf zijn kijk op het leven. Hoe het gelopen was, wat hem pijn deed en wat hem de meeste vrees had ingeboezemd. Ik humde en knikte en vermeed mijn waarheid. Of ik nog gelachen had om de val van het kabinet wilde hij weten. Hij had zich rot gelachen. ’t Was hun verdiende loon en van Balkenende gruwde hij al jaren. De enige die hem goed van repliek diende was,... hoe heette ze ook alweer, die pittige die de waarheid sprak maar wel altijd fatsoenlijk bleef…. Ooh ja: Femke Halsema... Weet waar ze het over heeft. Zijn voorkeur verbaasde me. Toen ik vroeg op wie hij ging stemmen, grimaste hij. Op die pias… die met dat geblondeerde haar. Ik schoot in mijn oude rol en oordeelde. Even zag ik hem luisteren maar hij kwam niet terug. Hij had nog dingen te doen. Moest nog naar een vriend. Tijd om weg te gaan. Ik vroeg hem wat hij vond van de bos tulpen. ‘Weet je hoe ze die noemen?’, vroeg hij. Ik schudde mijn hoofd en hij antwoordde: ‘Dwalingen zijn het. Bollen die in het verkeerde kleurveld terecht zijn gekomen‘.
Niets te bespeuren van een joecheistemming. Evenmin van een algehele ontreddering. Onderdrukt werkritme vermomd als ingehouden haast was wat ik ontmoette. Er stond een file en ik kon aansluiten net na de aardappelen: Zaterdag shopdag.
Bij de kaas piepte een man voor. Openlijk en overtuigd van zijn beurt. Ik liet hem. Hij wilde aflopende kaas. De jonge, blozende kaasverkoper herhaalde de vraag: ‘Aflopende Kaas?’ De man knikte en verduidelijkte: ‘Kaas die over de witlof moet’. De kaasverkoper knipte in zijn vingers en antwoordde: ‘Oooh dan moet u jonge hebben die zo lekker uitloopt… kunt u kiezen uit jonge Goudse of jonge Beemster’...'. De man koos voor jonge Goudse. Een schraal tasje bungelde aan zijn arm. ‘Vast alleenstaand’, seinde mijn hersenen… ‘zuinig type…altijd denken dat-ie wat te kort komt’. Mijn wraak is nooit zoet.
Terwijl ik mijn kaas - oude boeren - ruim drie kwartier later uitpakte en in de koelkast deponeerde, hoorde ik Verhagen zeggen dat hij Balkenende zou steunen wanneer deze besloot opnieuw te opteren voor premier. ‘Ook al heeft geen van zijn vier kabinetten de regeerperiode ooit voltooid?’, prikte de journalist. ‘Balkenende’, zo besloot Verhagen plechtig, ‘is de meest onderschatte politicus in Nederland’.
Wat moet je met zo’n antwoord? Is het bedoeld als hart onder de riem of schop in de nieren.
Een aflopende zaak, onze premier, als je ’t mij vraagt. Over tien jaar is het volk hem vergeten maar wordt er her en der nog steeds witlof met uitlopende kaas geserveerd op de zondag.
Vanwege
Vanwege een tere huid las ik toen ik een jaar of 16 was. Op aanraden van mijn docent Nederlands. Razend enthousiast was ze erover. Ik las het boek van Anton Koolhaas, dociel en uitgekookt als ik was op die leeftijd. Ik moest bij haar immers ook mijn mondeling examen Nederlands afleggen. Het maakte geen onuitwisbare indruk op me. Toen. Pas jaren later begreep ik de diepere betekenis die in het boek verborgen zat: Een vader besloot het meegebrachte cadeautje ( twee hoedna’s – ik dacht dat het lemmingen waren- ) vrij te laten op een stukje niemandsland om zo te voorkomen dat zijn dochtertje beschadigd zou worden. Een dikke tien jaar later, vallen de hoedna’s het vriendje van zijn dochter aan en wacht deze laatste tevergeefs op zijn komst.
Veel ontgaat je wanneer je ziel nog redelijk blank en onbezoedeld is.
Nu dit laatste niet meer het geval is - mijn ziel is inmiddels blauwgrijs met hier en daar een witte stip- wordt mijn achterdocht gevoed wanneer ik hoor dat Rem Koolhaas (juist de zoon van) in Den Haag een groot gebouw mag neerzetten.
In Rotterdam won hij reeds de ontwerpwedstrijd en mag zijn bureau OMA het nieuwe stadskantoor bouwen (dit komt te staan op het Rode Zand, schuin achter het Stadhuis op de Coolsingel). Andere meedingende architectenbureaus hadden vanwege vermeende procedurefouten (en eigenlijk bedoelden ze vriendjespolitiek) een kort geding aangespannen. Ze werden in het ongelijk gesteld door de rechter.
Met die wetenschap luisterde ik dus naar het nieuws dat ook de gemeenteraad in den Haag uiteindelijk heeft besloten Rem Koolhaas te kiezen voor het bouwen van een 93 meter hoog gebouw voor het Centraal Station aldaar.
Zonder feitelijke kennis over de gelopen gang van zaken zei ik hardop en niet tegen iemand in het bijzonder: ‘Die Koolhaas is wel erg geliefd en iedereen weet dat onbekend ongeveer het zelfde betekent als onbemind’.
Zou ik nooit een situatie hebben meegemaakt waarin vriendjespolitiek doorslaggevend was, had ik anders gereageerd. Zeker weten.
Het behouden van een witte- lees onbezoedelde- ziel is een hels karwei. Voor het behouden van een tere huid zijn er crèmes die uitstel van verruwing beloven.
Maar wat te doen aan een bezoedelde ziel? Biechten is voor mij geen optie omdat ik pastoors niet vertrouw.
foto: internet
Geen vuile handen maken is makkelijker gezegd dan gedaan. Deelnemen is geen garantie om schoon te blijven. Sterker: het verhoogt het risico op vies worden. Soms gebeurt dit laatste per ongeluk, soms moedwillig. Voor de eerste categorie moet er clementie zijn wat mij betreft, met de tweede categorie heb ik meer moeite. Maar wie ben ik?
Ik kocht vanmorgen voor het eerst van mijn leven natte schoonmaakdoekjes. Ik wilde er niet eerder aan. Vond het rieken naar verspilzucht. Water en zeep moesten afdoende zijn om deurknoppen en toiletbrillen schoon te maken. Maar het leven vraagt soms offers. Bij het sjouwen van de stofzuiger ging ik door mijn rug. En het moet gezegd: ik word daar niet gezelliger van.
Na een dag kreunen en steunen, kon ik weer enigszins als homo sapiens door het leven.
Tot overmaat van ramp - de duivel schijt niet zelden op dezelfde hoop- liet Matroos zich lenen als gastheer voor een virus. Eentje dat vooral huishoudt in het maag-darmkanaal. Na twee keer soppen van toilet, deurknop en alle andere zaken die te lijden hadden gehad van verdwaalde spetters, was ik het zat en besloot over te gaan tot de aanschaf van natte schoonmaakdoekjes, die van Dettol.
Zelf had ik al verzonnen dat het pakketje op een bijzondere wijze open gemaakt diende te worden.
Ter voorkoming van uitdroging van de natte doekjes las ik dus de gebruiksaanwijzing. Die was kort en instructief, dacht ik: ‘Open de hersluitbare plakstrip . Neem een doekje uit de verpakking. Na gebruik de plakstrip weer goed sluiten ter voorkoming van...enz.’.
Ik ging op zoek naar die hersluitbare plakstrip. Niet aan de bovenkant, niet aan de onderkant en ook niet aan de achterkant waar naar mijn mening iets zat dat best op een plakstrip leek. Ik rukte en trok, maar niets gaf mee. Ik speurde of er ergens een stippellijn te vinden was of beter nog, de woorden: hier openen. Maar niets van dit al. Ik vloekte binnensmonds en vroeg aan Matroos of hij wist hoe dat kreng van een pakketje open ging. Hij trok, alsof hij nooit anders gedaan had aan het lipje waarop het woord: nieuw stond en onthulde een gleuf waaruit de inmiddels hartgrondig verwenste natte doekjes tevoorschijn konden worden getrokken.
' Okay meneer Dettol - ’t is vast een man - ….een plakstrip is een plakstrip is een plakstrip en dus geen plaketiket! Ik verdenk u niet van moedwillige sabotage maar wel van een beperkte woordenschat.
Voor de volgende nieuwe verpakking adviseer ik u i.p.v. het woord nieuw gewoon het woord trekken te gebruiken. Da’s pas echte innovatief en wie weet bevallen de natte doekjes wel zo goed in het gebruik dat vieze handen als gevolg van vieze knoppen in huize Gala voortaan tot een minimum beperkt zullen worden.
Er komt een moment in je leven dat je meer jaren achter je hebt dan voor je. Om te vermijden dat je niet bij iedere gebarsten theepot die je vanwege sentimentele redenen nooit weg hebt kunnen doen, vervalt in nostalgisch gemijmer, moet je op gezette tijden nieuwe dingen ondernemen. Vind ik.
Zo’n tien jaar geleden leerde ik om die reden salsadansen. Niet de Caribische maar de Cubaanse. Je rust daarbij niet op de vierde tel maar je tikt hem met de hak van je schoen. Hoe langer je lest hoe sneller je leert dansen. Salsafeesten staan echter bekend om het hoge aantal vrijgezellen dat eigenlijk op zoek is naar een partner. Er is op die feesten een hoog percentage alleengaande vrouwen waar te nemen, vrouwewn die enigszins smachtend staan te wachten tot ze ten dans worden gevraagd. Daar houd ik niet van; van afwachten. Ik dans liever.
Ruim een jaar geleden ontdekte ik de Argentijnse Tango. In vergelijking met de Salsa een dans die niet alleen veel moeilijker is om onder de knie te krijgen maar ook eentje die wordt beoefend door een totaal ander publiek.
Het onverteerbare is dat dansen in de beleving van velen vooral geassocieerd wordt met jongeren.
Ben je zestien jaar of twintig -dertig kan ook nog- dan is er volop gelegenheid om je hart op te halen en jezelf weekend aan weekend leeg te dansen. Voor iedereen die ouder is, rest de dansschool of het sporadische feestje waarvan de gastvrouw of man besloten heeft om een zaaltje af te huren met een bandje of een dj om de voetjes van de vloer te krijgen.
De gemiddelde leeftijd van de bezoekers van salons ligt rond de veertig. Om de Argentijnse Tango goed te kunnen dansen, moet je oefenen. Veel oefenen. Dat doe je in salons. Die salons worden door het hele land georganiseerd. Soms in een café maar vaker in een achterafzaaltje of zelfs in een klooster. Zo kom je nog eens ergens. Dat is waar maar je kunt er niet even op de fiets naar toe. en ze zijn er ook niet ieder weekend. Daarnaast is de hele avond alleen maar tango dansen ook doodvermoeiend en daar heeft dan vooral je partner weer last van. Het meest ideale zou zijn dat er een dansgelegenheid is of komt binnen niet al te afzienbare tijd en dan het liefst in Rotjeknor natuurlijk, waar verschillende muziek wordt gedraaid dus inclusief salsa en tango. Goed tegen de generatiekloof. En die smachtende vrouwen kunnen dan gewoon met elkaar dansen.
Doet u mee?
Crying with Laughter - Shirley Adams
shirley adams, crying with laughter, filmfestival rotterdam 2010, rotterdam
Notitie voor het nageslacht:
Vandaag met Zoon, Dochter en Nicht twee films gezien die worden vertoond tijdens het 39 -ste Filmfestival in Rotterdam. Beide films konden we zien in Pathé.
De eerste film: Crying with Laughter gaat over de stand-up comedian Joey Frisk (Stephen McCole). Zijn publiek trakteert hij op harde en sex gerelateerde grappen. Wanneer tijdens één van zijn optredens een oud klasgenoot ten tonele verschijnt, dreigt Joey de regie over zijn eigen leven te verliezen.
Er wordt grandioos geacteerd, het verhaal is spannend, de grappen wrang en dus goed.
De tweede film: Shirley Adams is een aangrijpende film. De film gaat over het leven dat zich afspeelt in Kaapstad waar moeders hun zonen opvoeden (vaak in hun eentje). Zonen die opgroeien in een samenleving die niet minder gewelddadig is geworden na de Apartheid en waarin moeders nog steeds een enorme prijs betalen. De film laat veel close-ups zien. Soms te veel maar dat lijkt haast de enige manier te zijn om dicht bij de hoofdpersoon, Shirlley Adams, te komen omdat zij haar leven en haar lot haast emotieloos ondergaat.
hierboven trailers van beide films
Hij scheert zich niet langer overal even glad. Links op zijn kin zie ik een grijs plukje van een halve centimeter. Ik besluit er niets over te zeggen. Opgewekt zet ik het mandje met een amaryllis (pink) voor hem neer. ‘Je weet toch wat hier uitgroeit?’, vraag ik hem. Toon knikt onzeker. Ieder zaterdagochtend haalt Matroos boodschappen voor hem terwijl ik die voor ons doe. Een druk en volgepropt leven vraagt om efficiënte maatregelen vooral om de kostbare vrije tijd die na verplichtingen overblijft zoveel mogelijk te kunnen benutten (!). Deze ochtend drink ik koffie mee en geniet van het heerlijke koffiebroodje.
De tijd bij Toon staat stil. Zijn verleden bestaat uit grote lege plekken. ‘Is je broer Jan nog langs geweest?’ Toon schudt ontkennend zijn hoofd en zegt: ‘Jaap…?’ Ik probeer nog even maar Toon vindt geen houvast. Het kerststukje dat op tafel staat, mag ik niet weggooien want dat is al zo oud. Ik heb het nooit eerder gezien en vraag hem van wie hij dat ook al weer gekregen heeft. Toon aarzelt en zegt dan: ‘Van Els…?’ Els is van de thuishulp en komt iedere woensdag schoonmaken. Soms doet ze samen met Toon boodschappen op een loopafstand die hij nog overbruggen kan. ‘Heb je mijn wiel al gezien Gala?', vraagt hij enthousiast. Ik kijk in de richting die hij me wijst en zie een aluminium wieldop die Toon aan de thermometer van de verwarming heeft gehangen. ‘ Ik zag ‘m liggen op straat en wilde er eerst een schop tegen geven. Goed dat ik dat niet gedaan heb. Het zat helemaal onder de troep maar dat heb ik er van afgewassen. Mooi ding hè?’
Toon is een gelukkig kind zolang niemand hem herinnert aan wat er was en is op de lege plekken die ooit onderdeel waren van zijn bestaan. En soms benijd ik hem om die vergetelheid.
Mijn hoofd is een pension. In de kamers huizen gasten die ik niet alle dagen tegenkom. Soms lijken ze vertrokken naar het oord dat vergetelijkheid heet. En dan ineens kom ik ze weer tegen, op de gang, in de tuin of gewoon bij het boodschappen doen. Ze lijken geen dag ouder geworden te zijn dan de dag dat ze incheckten.
Vanmorgen zag ik Joke. Na hoeveel jaar inmiddels? Nog steeds dat lange asblonde haar en die heldere lach met parelwitte tanden. Maar dat laatste zag ik pas toen mijn bril niet langer beslagen werd door de mist die heerste op de lagere school in Kustdorp waar schol gebakken werd en kabeljauw gestoofd.. Een dorpsschool met een prinsessennaam.
Joke had een schorre stem en een huid die niet bruinen wilde. Dat was voldoende reden om buitengesloten te worden. De meiden roddelden en de jongens schopten en Joke lachte en huilde afwisselend. Niets hielp. Ik ook niet. Machteloos stond en voelde ik me wanneer het tij op het schoolplein zich tegen haar keerde.
Wanneer ik met haar meeging naar huis speelden we in het schuurtje dat achterin de tuin stond. Ze had een gewoon huis, een gewoon schuurtje en zelfs een doodgewone moeder. Joke sprak nooit over de pestkoppen en ik durfde het onderwerp niet aan te snijden. Na de lagere school verloren we elkaar uit het oog. Pas toen we beiden op een leeftijd waren dat schuld en onschuld zich voor langere tijd een plek veroorloofden zag ik haar weer. Met een vrolijke gereserveerdheid vertelde ze dat het goed ging met haar. Uitstekend zelfs. Ik zag dat ook. Ze had prachtig lang asblond haar en een heldere mond met parelwitte tanden.
Het grote voordeel van een kop vol snot is dat het leven in een gedempt volume aan je voorbij gaat. Met koorts die me gretig beetpakt en me af laat dalen in echoputten en zwetende spelonken draait alles vooral om: beter worden…en snel een beetje.
Ik heb geluk. Op een gebroken enkel na en de vage herinnering aan bevallingspijn, mankeer ik zelden iets. Oooh ja, ooit leed ik onder dikke keelpijn nadat mijn amandelen geknipt waren. Maar toen was ik vijf en kreeg ik naast koude brintapap te eten ook een poppetje in een blauw boxje. Dat poppetje was zo’n 10 cm hoog en sloot haar oogjes wanneer ik haar op haar rug vlijde.
Nu word ik al twee dagen door Matroos en Dochter getrakteerd op thee met honing en een glas uitgeperste sinasappelsap waarna zij vertrekken. Matroos naar zijn werk en Dochter naar school. Een lange dag van slapen en suffen volgt.
In de sufmomenten luister ik naar de radio. Gisteren naar een programma waar een opgewekte dame de luisteraars opriep om toch vooral te bellen wanneer ze vragen hadden over hun tuin. Bij haar in de studio was namelijk een plantdeskundige aanwezig en je kon het zo gek niet bedenken of hij had een oplossing voor ieder plantaardig probleem. Er belden voornamelijk mannen. Dat viel me op. Mannen die hun vraag stelden en vervolgens de discussie aangingen over het gegeven antwoord ... daar kan die dikke boom bij mij in de tuin best tegen hoor dat-ie tot aan zijn kruin begroeid is met hedera helix…
De plantexpert antwoordde laconiek en geduldig: ´Wat u wilt meneer, wat u wilt…
Eigenlijk stak ik meer op van zijn levenswijsheid dan van zijn tips om te voorkomen dat een nachtcactus de geest zou geven. Ook al kun je die beter tegen een buitenmuur laten groeien dan tegen een binnenmuur. Buiten hebben de vleermuizen er namelijk ook nog iets aan.
Dat die vleermuizen in grote getale mijn daarop volgende droom binnendrongen, kon hij ook niet weten.
Als een vriend dient hij zich aan. Hij beschermt je wanneer iemand je eelt open dreigt te beitelen. Hartstochtelijk en vol overgave stapt hij aan jouw zijde het strijdperk binnen. Maait brullend in het rond. Met hem ben je onoverwinnelijk en dubbel gerechtvaardigd om je gelijk te halen. Alleen is maar alleen maar met hem groeit ook het morele vertrouwen dat het juist is wat je denkt, zegt en doet. En het werkt want deelnemers worden gedegradeerd tot toeschouwers omdat de arena van jullie twee is. Een geboren verleider is hij en in de triomf van de overwinning schuilt de bezegeling van jullie vriendschap. Nooit blijft hij lang. Die vriend. Hij is drukbezet en veelgevraagd. Zijn vertrek kondigt hij zelden aan. Als een kat in het donker verdwijnt hij zonder dat je hem kon bedanken voor zijn loyaliteit.
Ik ken hem.
Ook.
Woede is zijn naam.
Zonder hem is het leven voorspelbaar, eng maar bovenal eenzaam.
Toch ook iets ten nadele van deze vriend - en ik vertrouw erop dat het tussen ons blijft - .
Woede is een gulle maar ook veeleisende vriend. Hij duldt niemand naast je. Mocht dat onverwijld toch gebeuren dan komt hij. Onaangekondigd. Arrogant doet hij een beroep op zijn rechten. Oude rechten. Woede weerstaan lukt me niet in mijn eentje. Dan ga ik voor de bijl en wederom samen met hem op stap. En op de één of andere manier kom ik altijd meer gehavend thuis dan hij en steeds vaker moet ik langer herstellen van de bulten en de schrammen. Ik red het nog maar nauwelijks om Woede bij te benen - ook iets wat tussen ons moet blijven - .
De enige, een andere vriend van me, die in staat is om Woede te weerstaan en tot de orde te roepen is Humor. Met zijn drieën is het altijd feest. Met een geintje en een grol haalt hij de angel eruit nog net voordat Woede zijn vuist balt. Totaal verlost, rol ik na zo'n festijn mijn bed in.
En nu ik eraan denk. Met Humor erbij neem ik wel altijd afscheid van Woede en bedank ik hem voor bewezen diensten.
Fijne gozer toch, die Humor, daar ga ik vaker mee afspreken.
Dolenthousiast waren ze. Zoon en Dochter. Ik moest hem ook zien. Avatar. ‘Ik zou wel langer in Pandora (een soort van paradijs op een imaginaire planeet) willen vertoeven’, verzuchtte Zoon.
Geen zin in lange rijen en veel luidruchtige jeugd stelde ik voor om op maandagochtend een bioscoopbezoek te frequenteren. Natuurlijk lieten ze me niet alleen gaan. Op beider vrije dag en die van mij werd de wekker extra vroeg gezet. Stipt om tien voor half tien waren we alledrie bij Pathé. Normaal kosten de kaartjes vijftien euro maar op maandagochtend slechts tien. En dan zit je ook nog in de Imaxzaal.
Het was niet druk dus de plaatsen hadden we voor het uitzoeken. Bij de eerste reclameboodschappen liet ik haast mijn bekertje koffie uit mijn tengels vallen. ‘Kan het geluid niet zachter?’ riep ik bij wijze van probleemoplossende suggestie de zaal in. Zoon reageerde geïrriteerd en niet zonder enige gêne met de mededeling dat ik echt oud aan het worden was. Ik knikte en antwoordde: ‘Maar gelukkig kun je dat niet zien’. Ik probeerde daarbij nog vals te lachen maar dat mislukte.
Toen voor de tweede keer dezelfde reclameboodschap, nog steeds zonder beeld, de zaal in schalde, werd duidelijk dat dit niet gebruikelijk was. Na de derde keer luidruchtig verleid te worden vooral te gaan fitnessen bij firma Jong & Viriel, hoorden we van de bioscoopgastvrouw dat er wat problemen waren met de software. Maar er werd aan gewerkt. Of we nog een kwartiertje geduld wilden hebben alstublieft. Dat hadden we. We zaten droog en warm en hadden geen haast. Het geduldig wachten werd echter niet beloond; de film kon helaas niet vertoond worden omdat het probleem niet één twee drie op te lossen bleek.
Ik ben godzijdank (nog) van een generatie die kan incasseren en gelukkig hadden Zoon en Dochter de film al gezien dus ook hun leed was dragelijk. Op één punt was ik echter onverzettelijk: ik wenste geen vrijkaarten maar gewoon mijn geld terug. Uiteindelijk kwam dat ervan. En daarna hebben we heerlijk koffie met slagroom gedronken.
Stilletjes dacht ik: ‘Om in Pandora te verblijven, heb ik Avatar niet echt nodig.
dan maar even hier gekoekeloerd
In een flard, ergens op een ochtend toen ik eigenlijk geen tijd had om op mijn gemak te luisteren, hoorde ik wethouder Karakus zeggen dat er nog steeds te veel goedkope huurwoningen zijn in Rotterdam.’Uitroepteken’ dacht ik.
Om te voorkomen dat Polen en Roemenen zich massaal in Rotterdam vestigen, moet het aantal goedkope woningen drastisch naar beneden zo motiveerde hij zijn streven. Ik zuchtte. Ik heb mezelf geleerd me minder op te winden over uitspraken van politici en anderen die besluiten (kunnen) nemen die vergaande gevolgen hebben voor anderen. Je hebt anders geen leven en opgewonden blijven, heeft alleen zin wanneer je ook daadwerkelijk iets kunt doen.
Vanmorgen bleef Najoua hangen na de les. Ze wilde me onder vier ogen spreken. Bij wijze van inleiding vertelde ze dat het niet zo’n groot probleem was waar ze mee zat en prompt begon ze te huilen. Ze woont met haar ouders, 1 zus en 2 broertjes in een driekamerwoning. ‘Ik zou zo graag een eigen kamertje willen hebben juf’, snikte ze. ‘Al mijn vriendinnen hebben een eigen kamer. Ik zou ze ook zo graag eens uit willen nodigen en gewoon op mijn eigen kamer willen zitten’.
Een beetje besmuikt keek ze me aan. Ik vroeg haar of haar ouders al geprobeerd hadden om een grotere woning aan te vragen. Ze knikte. ‘Mijn moeder zegt dat we al vanaf 2001 staan ingeschreven en ik weet dat ze af en toe een gesprek heeft maar nu heeft ze tegen me gezegd dat ze ook niet meer weet wat ze er aan moet doen’. Haar vraag aan mij was of ik een afspraak kon maken met de schoolmaatschappelijk werkster want wellicht kon die iets ondernemen wat zoden aan de dijk zette.
Die afspraak regelde ik.
Op de terugweg naar huis wist ik wat Najoua nog meer kon doen: een brief schrijven aan Aboutaleb en een kopie daarvan opsturen naar wethouder Karakus. Zelf iets ondernemen in een situatie waarvan je denkt dat-ie eeuwig zo zal blijven, is het beste verweer tegen het gevoel van machteloosheid weet ik uit ervaring. En ik haal de spelfouten wel uit haar brief.
klaar voor eb & vloed
onweer storm en regen,
voor volle maan en felle zon,
nacht & ontij
voor dat wat komen gaat
Op 1 januari 2010 geldt er in Duitsland een verbod op het ei uit de legbatterij.
Een goed initiatief lijkt me. Het gevolg van dit verbod was een aantal dagen voor Kerst merkbaar. Er was geen scharrelei meer te krijgen hier in Rotterdam. De bedrijfschef van AH bood middels een briefje dat aan de lege schappen hing, zijn welgemeende excuses aan. Duitsland had massaal de scharreleieren uit Nederland opgekocht.
Nog steeds is het scharrelei schaars. Af en toe staan er een paar doosjes en het briefje heeft men om ergenis te voorkomen, laten hangen. Ik kan wel leven zonder eitje bij het ontbijt. Voor Matroos is dat een ander verhaal, Het liefst eet hij iedere dag een ei, gekookt dan wel gebakken.
Ik zou best willen dat er ook schaarste kwam in een aantal andere artikelen. Minder pads bijvoorbeeld, zodat je overal weer echte koffie drinkt in plaats van dat senseobocht. Minder chips in de schappen zou ik ook welkom heten, zodat pubers weer brood eten tussen de middag. Maar het liefst van al zou ik willen dat de Duitsers massaal ons vuurwerk op zouden kopen. Vandaag, Heute nog. Opdat wij...
Het is bijna 70 jaar geleden dat Rotterdam werd gebombardeerd en dat daarmee de 2-de Wereloorlog een feit was voor Nederland. Morgen worden er opnieuw bommen tot ontploffing gebracht in Rotterdam en de rest van Nederland, maar dat is dan vooral een blijk van alghele feestvreugde.





