Vergeten & Bekende Verzen
uit de oorlog en andere poëzie

Misschien heeft het niet zoveel zin, je er een voorstelling van te maken en te bedenken hoe het zal zijn als jij daar ooit aangekomen zal zijn: Het Einde. Zin of niet, het is intussen wel een terugkerend, ja misschien wel het meest bereden stokpaard in de ideeënwereld van de Westerse beschaving.
Ik durf te beweren dat aan Het Einde meer menselijke aandacht en energie is besteed, dan aan zijn natuurlijke tegenhanger - Het Begin.
De grote meester van het imaginaire reizen door de duistere krochten, via het steile bergpad naar de steeds ijlere sferen van Het Einde, Dante Alighieri, komt tenslotte -in zijn Commedia (Paradiso, Canto 33; ofwel III, 33)- uit bij het volmaakte Einde. En volmaakter kan een einde niet zijn dan daar, omdat het er verdomd veel weg heeft van het tegendeel: Het Begin!
Dante's laatste verzen in III, 33 beschrijven het aldus:
"A l'alta fantasia qui mancò possa;
ma già volgeva il mio disio e ‘l velle,
sì come rota ch'igualmente è mossa,
l'amor che move il sole e l'altre stelle."
(in de prettige vertaling van Rob Brouwer gaat dit als volgt:
"Verheven beeldingskracht was hier onmachtig,
maar reeds bewoog mijn lust en wil - een wiel
in immer eendere wentelgang - de liefde
die ook de zon beweegt en de andere sterren."
Rob Brouwer, De Goddelijke Komedie, Deel III: Paradiso; Leiden, Primavera Pers, 2002)
Zo blijken Begin en Einde in een -tot nu toe- oneindige transformatie steeds in elkaar over te gaan. En zo bezien is er eigenlijk helemaal geen sprake van een begin en van een einde, behalve in het vernauwde bewustzijn van de taal waarin wij mensen onze levens denken en leven.
Een absoluut en allesomvattend Begin is niet meer dan een conceptie, iets dat wij mensen ons proberen voor te stellen. Een ‘Stunde Null' waarin ‘alles' wel begonnen zal moeten zijn.
Een waanzinnige gedachte als je beseft dat er aanvankelijk helemaal niets was of kon zijn, zelfs nog geen licht kon ontsnappen in een gebeurend heelal waarin materie volledig in de greep was van zijn antimaterie. Een potentiaal verschil, onevenwichtigheid, het ontbreken van een enkel geladen deeltje deed het heelal zichzelf uitbraken in zoiets als geen tijd. Want er was geen tijd, het heelal had de tijd en heeft dat feitelijk nog steeds...
Lang nadat de kosmos ontstond ging pas het licht aan. En pas heel lang daarna ontstond op onze planeet een klimaat met specifieke chemische componenten waaruit nog veel later iets levends ontstond. Vies, stinkend, slijmerig, drabbig leven dat energie uit licht kon omzetten in nog meer vies, stinkend, slijmerig, drabbig leven plus zuurstof.
En vele, vele honderden miljoen jaren later was daar onze soort die gaandeweg het hier beschreven proces min of meer heeft gemonopoliseerd...
Anno 2008 lijkt de weg open te liggen naar nieuwe horizonten, naar waar het ons vrij staat te denken en te geloven wat we willen. Maar wat heb je aan al die vrijheid, als je niet weet hoe je die moet gebruiken?
Wat is dan toch vrijheid en hoe weet je dat, als er niemand is die je gekluisterd houdt? Is het vrijheid, ongebreideld je zakken te kunnen vullen en met niemand solidair te hoeven zijn? Is het vrijheid, je buurman een kippen- en je overbuurman hardop een geitenneuker te kunnen noemen? Misschien hebben velen onder ons diep in hun hart toch meer behoefte aan richting; een Einde met links een ‘weg met jou, naar de Hel!' en rechts een ‘weg voor jou, hierna!'. ‘Misschien', zeg ik, want ook ik ken niet de weg die voor iedereen naar de vrijheid voert.
Meer nog dan met lege handen, sta ik hier met mijn hoofd in mijn handen. Wat er in zit weegt amper meer dan een kilo en stelt me in staat geuren, kleuren en klanken te onderscheiden, ja zelfs uit te stoten... Zolang het zuurstof krijgt, zolang er licht is; voldoende licht in een overvloed van duisternis. Het Einde zou ik me op geen andere wijze willen voorstellen dan zo, indien ik met dat hoofd nog over vermogens beschik om mij het Begin van het Einde bewust te zijn.
En zo eindigt hier, wat ik ooit zonder veel voorbehoud begonnen ben, - 332 afleveringen geleden. 333: 3 + 3 + 3 (= 9), 3 x 3 x 3 (= 27 = 2 + 7 = 9); er is niets toe te voegen dat nog iets zou kunnen toevoegen aan het volmaakte Einde dat 333 is.
On line, aan het andere eind, groet uw K. van Vulpen.
© KvV, 27 juni 2008
alle foto's (c) KvV, juni 2008
(gevel te Auxerre; Dante/fragment plaquette Musée d'Orsay-Paris; fragmenten links en rechts uit het hoofdtimpaan van de Ste Madeleine te Vézelay; Rue de la Liberté-Auxerre; beeld St. Dénis/ Kathedraal Abbaye St. Germain-Auxerre; licht in de Crypte/Kathedraal Abbaye St. Germain-Auxerre)
332 - Oh ja, genoeg zijn er die altijd overal wel chocola van weten te maken
maandag 2 juni 2008 22:00
Tussen haar benen
(voor hippo campi)
Tussen haar benen zat altijd al
een verschil met die van hem. Zij
kon er moeiteloos op staan, terwijl
hij amper nog het lopen helemaal
onder de knie had. Gejaagd meer,
dan ooit jager echt te zijn, schoot hij
het ene na 't andere doel voorbij.
Vaak wat te laat vindt hij, misschien
z'n beste standbeen. Veel minder tijd
heeft zij om al die dingen te verzamelen,
die -naast wat moed- ‘r nodig zijn om in haar
leven, - ook nog leven te gaan maken, net
als hij z'n eigen broek geleerd heeft op te
houden. Tussen zijn benen zit niet een verschil
dat hij -stapvoets- niet overbruggen kan, zolang
zij weet dat in 'n sprong telkens opnieuw
een eerste stap, een stapje dichterbij komt.
© KvV, 2008
afbeelding: bijzondere
voorwerpen uit het Stenen Tijdperk
bron: eBay
Steen en been
We hadden uitzicht op ‘n stapel
stenen; - niet dat inzicht van de
Neolieters die in oud gesteente
voelden waar ‘t leven was. Zoals
die sloegen op een steen, och, wat
een leven maakte dat. Knotsgek en
met een botte bijl gingen die kerels
nog te keer. Een speerpunt kregen ze
niet uit hun mond, dat konden zij niet
maken, - zogezegd. Dag in dag uit
dat jagen, soms 'n bok. En altijd in
en om 't huis de vrouwen, bovenop hun
huid, of bezig met verzamelen van
zaden. Zij hadden volop stenen tijd om
uit een kei het leven los te weken, net
als al de hunnen deden in hun bed.
© KvV, 2008
bron: eBay
Steen en been
We hadden uitzicht op ‘n stapel
stenen; - niet dat inzicht van de
Neolieters die in oud gesteente
voelden waar ‘t leven was. Zoals
die sloegen op een steen, och, wat
een leven maakte dat. Knotsgek en
met een botte bijl gingen die kerels
nog te keer. Een speerpunt kregen ze
niet uit hun mond, dat konden zij niet
maken, - zogezegd. Dag in dag uit
dat jagen, soms 'n bok. En altijd in
en om 't huis de vrouwen, bovenop hun
huid, of bezig met verzamelen van
zaden. Zij hadden volop stenen tijd om
uit een kei het leven los te weken, net
als al de hunnen deden in hun bed.
© KvV, 2008
Dichter bij 't magische getal... / foto van ARP 329, m'n 329ste logje, Dantes Commedia: III-29
zaterdag 24 mei 2008 00:18
Jawel, m'n 329ste vandaag. Een bijzonder priemgetal, weer een
stapje dichterbij 333.
Eerst dacht ik: geen tekst, alleen dat plaatje met dat getal eronder, - 329.
Nu denk ik: weet je wat, ik verklap wat het is, - ARP 329. Iets heel hoogs ergens ver in het heelal. Iets voor mensen die de hele nacht in het duister gaan zitten staren.
Dante had kennelijk iets bij dat nummer 329, nou ja: III-29. Het 29ste Canto, in het 3de Cantica van zijn Commedia: Paradiso. (III-29, ook wel geduid als Par.29)
Het gaat in dit Canto over engelen, verbeeld vanuit een kosmische perceptie die veelzeggend is voor Dantes gods-, mens- en wereldbeeld.
Ik citeer graag een stukje uit de vertaling van Rob Brouwer:
Materie, vorm, ineen én op zichzelf,
ontsprongen als drie pijlen aan drie koorden
en troffen 't ene doel: volmaakt bestaan.
Evenals glas, kristal of amber 'n lichtstraal
zo in zich opneemt dat geen interval
van inval tot verspreiding kan verlopen,
zo trof de straal van 't drievoud, door zijn Heer
verwekt, z'n zijn ineens, inéén, volledig;
geen tijdstip onderscheidde het begin.
Dante Alighieri, Divina Commedia, III-29/vers 22-30
Gek toch, dat ik zo vaak denk dat Dante Einstein gekend moet hebben en zelfs weet heeft gehad van de 'Big Bang-theorie'.
Ik weet het, alles berust op toeval. Maar er is toch erg veel 'mooi toeval', begrijpen jullie dat?
Eerst dacht ik: geen tekst, alleen dat plaatje met dat getal eronder, - 329.
Nu denk ik: weet je wat, ik verklap wat het is, - ARP 329. Iets heel hoogs ergens ver in het heelal. Iets voor mensen die de hele nacht in het duister gaan zitten staren.
Dante had kennelijk iets bij dat nummer 329, nou ja: III-29. Het 29ste Canto, in het 3de Cantica van zijn Commedia: Paradiso. (III-29, ook wel geduid als Par.29)
Het gaat in dit Canto over engelen, verbeeld vanuit een kosmische perceptie die veelzeggend is voor Dantes gods-, mens- en wereldbeeld.
Ik citeer graag een stukje uit de vertaling van Rob Brouwer:
Materie, vorm, ineen én op zichzelf,
ontsprongen als drie pijlen aan drie koorden
en troffen 't ene doel: volmaakt bestaan.
Evenals glas, kristal of amber 'n lichtstraal
zo in zich opneemt dat geen interval
van inval tot verspreiding kan verlopen,
zo trof de straal van 't drievoud, door zijn Heer
verwekt, z'n zijn ineens, inéén, volledig;
geen tijdstip onderscheidde het begin.
Dante Alighieri, Divina Commedia, III-29/vers 22-30
Gek toch, dat ik zo vaak denk dat Dante Einstein gekend moet hebben en zelfs weet heeft gehad van de 'Big Bang-theorie'.
Ik weet het, alles berust op toeval. Maar er is toch erg veel 'mooi toeval', begrijpen jullie dat?
Royaal gebaar
Er zat een koning in - een nieuwe
koning, in een koningin. Haar
onderdanen juichten luidkeels toen
hij werd gebaard, onder ‘t balkon.
Er ging een uur voorbij, een koets,
een bok; ‘n vrouw met baard zat boven-
op haar oude solex. En zo ging alles
daar voorbij, want 't paleis lag aan een
drukke weg waar elke dag van alles
overheen ging. Ook de minister-president
die altijd van niks wist, laat staan hoe hij
de majesteit vruchtbaar zou kunnen
adviseren. Toen zij hem zag, kwam er een
diepe zucht. Zonder pardon heeft ze ‘t land
op dat moment voor even uit ‘t hoofd gezet.
© KvV, 2008
Er zat een koning in - een nieuwe
koning, in een koningin. Haar
onderdanen juichten luidkeels toen
hij werd gebaard, onder ‘t balkon.
Er ging een uur voorbij, een koets,
een bok; ‘n vrouw met baard zat boven-
op haar oude solex. En zo ging alles
daar voorbij, want 't paleis lag aan een
drukke weg waar elke dag van alles
overheen ging. Ook de minister-president
die altijd van niks wist, laat staan hoe hij
de majesteit vruchtbaar zou kunnen
adviseren. Toen zij hem zag, kwam er een
diepe zucht. Zonder pardon heeft ze ‘t land
op dat moment voor even uit ‘t hoofd gezet.
© KvV, 2008
Over het ontstaan van leven kan nooit genoeg worden nagedacht.
En misschien is dat maar beter ook. Nooit genoeg is al snel teveel.
Mijn gedachten dwalen namelijk al snel af naar beelden van
stromatolieten (foto) en al dat vermoeiende, achter het ontstaan
van leven. Is het dan nooit genoeg?
Putjesgeest
In duizend en een holte gaat ‘t op;
-m'n god- 't schept meer echo dan ‘t
echt nog leven maakt. Lekker dan zomaar
lek, druipt Adams ongekende nageslacht -
als kansloos bijproduct ten prooi aan de
uitwaterende sluizen. Plukken van haar,
vol zeep en zaad -vroeger nog vies, nu
vuil. Niks onverteerbaars meer; ‘n aanslag
als ‘t is verwerkt. Niet opgelegd per lid,
nee, - omgeslagen per vervuilingseenheid.
© KvV, 2008
Putjesgeest
In duizend en een holte gaat ‘t op;
-m'n god- 't schept meer echo dan ‘t
echt nog leven maakt. Lekker dan zomaar
lek, druipt Adams ongekende nageslacht -
als kansloos bijproduct ten prooi aan de
uitwaterende sluizen. Plukken van haar,
vol zeep en zaad -vroeger nog vies, nu
vuil. Niks onverteerbaars meer; ‘n aanslag
als ‘t is verwerkt. Niet opgelegd per lid,
nee, - omgeslagen per vervuilingseenheid.
© KvV, 2008
We maten altijd zomerse waarden (en niet te vergeten: paarden in 't voorbijgaan)
dinsdag 20 mei 2008 09:30
Zomerse
waarden
Roofridder noemde je me, lang
-ja- zelfs nog voordat ik m'n paard
beslagen aan je raam had laten staan.
We galoppeerden uitgelaten langs
de zomerbodes, streken veren,
strekten vleugels in hun vrije vlucht;
kliefden zo, uur na uur, door ‘t hemels-
blauwe van die hemel voor één dag.
Telden de volle glazen van een leven op
een hand. -Zo fijn, dit zand, vond je ‘t zelden.
© KvV, 2008
Roofridder noemde je me, lang
-ja- zelfs nog voordat ik m'n paard
beslagen aan je raam had laten staan.
We galoppeerden uitgelaten langs
de zomerbodes, streken veren,
strekten vleugels in hun vrije vlucht;
kliefden zo, uur na uur, door ‘t hemels-
blauwe van die hemel voor één dag.
Telden de volle glazen van een leven op
een hand. -Zo fijn, dit zand, vond je ‘t zelden.
© KvV, 2008
Vandaag, 16 mei, is de dag van Sint Brandaan. De monnik die een zeereis maakte in een boot vol pelgrims, waarvan verslag wordt gedaan in ‘De reis van Sint Brandaan'. Oorspronkelijk betrof het een Latijnse tekst uit de 9de of de 10de eeuw, waarvan in de 14de eeuw een Middelnederlandse versie is opgedoken. Het nu volgende fragment is meer dan zomaar een stukje fantasie:
1350 Doe sprac die sondare:
"Ic bem die aerme Judas.
Om dat ic so onghetrauwe was,
Dat ic vercochte sonder noot
Die mi ghesciep ende gheboot,
1355 Dat hebbic zwaer ontgouden.
Doet mi berauwen soude,
Doe quam die leede duuel
Ende gaf mi eenen twifel
Ende riet dat ic mi hinc
1360 Ende ne gheene boete ontfinc.
Aldus nam ic die doot.
Dies moetic lijden desen noot.
Haddic ghenade begheert met rauwen,
God es also ghetrauwe,
1365 Het ware mi wel vergaen.
God hadde mi ontfaen,
Also Hi den Iode ontfinc,
Die Hem, daer Hi an tcruce hinc,
Metten speere stac therte ontwee.
1370 Noch dede God ghenaden mee:
Hi ontfinc den scaker dan,
Omdat hi berauwen ghewan,
Daer hi an den cruce hinc
Entie bitter doot ontfinc.
1375 Also hadde Hi mi ontfaen,
Waers mi berauwen saen.
Mijns en wert nemmermeer raet,
Maer mi dinct dat mi nu wel staet,
Maer ouer morghin vele vroe
1380 Sal mi den noot gaen toe:
Dan werdet mi al benomen
Tgoet daer ic nu in bem comen.
Dor des zondaeghs heere
Hebbic dese remedye heere.
1385 Stont mi dus tallen daghen,
So en soudic niet claghen.
Nochtan en hebbict borgoet.
Maer dat mi vele wers doet,
Die grondeloze helle,
1390 Daer ic altoes in quelle
Ende eeweliken in walle.
Die duuele met haren gescalle
Doen mi wel meneghen noot.
O wy heere, waric doot,
1395 Of mochtic versteruen,
So en soudic niet bederuen
In dus meneghen aerbeit,
Die ic lijde in eewicheit
Van rauwen ende van leede.
1400 Dese noode alle beede,
Van couden ende van hitten,
Daer ic hier in moet sitten,
En houdic voer gheen verdriet.
Ter hellen hebbic licht niet;
1405 Daer eist doncker emmermeere;
Daer es dat eewelike zeer.
Ter quader tijt wert hi gheboren,
Die daertoe wert vercoren.
Een hitte quelt mi daer.
1410 Eer ghi ghetastet wel een haer,
Daer smolte wel een berch stalijn,
Diene worpe daer in.
Mochte ic hier langhe wesen,
Mi dochte ic ware ghenesen.
1415 Mi doen mee wee die zorghen
Jeghen den ouer morghen,
Dan die pijne die ic hier moet ontfaen."
We zijn getuige van Brandaans ontmoeting met Judas, de discipel die ooit Jezus voor veertig zilverlingen aan het bevoegde gezag overdroeg. In deze beschrijving bevindt Judas zich zes dagen per week in de hel en mag hij 's zondags verblijven op een eiland in de vorm van een gloeiend hete steen, waarover de hele dag een ijskoude wind waait. Hij beschouwt het als een uitdrukking van Gods genade dat hij hier een dag per week mag vertoeven, zoveel erger is het die andere zes dagen in de hel zelve...
In de woorden van Willem Wilmink gaat het aldus:
‘'t Was 's zondags dat hij dit verdroeg,
hij was daarmee nog blij genoeg,
't was hem of hij vrijaf had,
of dat hij aan een feestmaal zat.
Maar heel vroeg elke maandagmorgen
raakte hij diep in de zorgen,
want de duivel en zijn gezellen
voerden hem dan weer ter helle.'
Het beeld van die ‘vrije dag' appelleert aan een in de late Middeleeuwen toenemende behoefte, om het beeld van de hel als blijvende gruwelijke onderwereld, te veranderen in een beeld van een (tijdelijke) verblijfplaats waaruit via de louteringen van het vagevuur op de Dag des Oordeels nog te ontkomen valt.
In 1274 is het pas, dat het vagevuur door het Concilie van Lyon in de Roomse eschatologie formeel wordt bevestigd. Daarna staat dan eindelijk de weg open voor iedere nabestaande (door goed te leven, aflaten te kopen en schenkingen aan de kerk te doen), om dierbare overledenen - via tussenkomst van bisschoppen en pausen - uit hun benarde posities te bevrijden...
Waartoe deze praktijk heeft geleid, mag intussen algemeen bekend zijn. Zelfs bij diegene die nimmer een blik wierp in Dantes Commedia of Erasmus' Lof der Zotheid.
Meer over de betekenis van de hellevaart in onze literatuur is te lezen in: Bart Vervaeck, Literaire hellevaarten; Van klassiek naar postmodern. Nijmegen, Uitgeverij Vantilt, 2006.
Getal om te vergeten
Twee zesendertig; - toegang tot wat
mensen in 't zuur. Gewekt nog hier,
zolang als nodig is. En altijd
weer bij binnenkomst: die walm
van halve emmers bier en rode wijn
met brokjes, - naast een bed. Alsof het
er nooit was geweest, deze van God
vergeven geur waaraan zij vroeger
-als geen ander- jou bij het vertrouwde
voeteneind herkende als geen ander.
Toets 2 - 3 - 6, - toe haast je! Codes
op alle deuren zullen ooit verlopen; -
binnenkort, - zonder jouw medeweten.
© KvV, 2008
Twee zesendertig; - toegang tot wat
mensen in 't zuur. Gewekt nog hier,
zolang als nodig is. En altijd
weer bij binnenkomst: die walm
van halve emmers bier en rode wijn
met brokjes, - naast een bed. Alsof het
er nooit was geweest, deze van God
vergeven geur waaraan zij vroeger
-als geen ander- jou bij het vertrouwde
voeteneind herkende als geen ander.
Toets 2 - 3 - 6, - toe haast je! Codes
op alle deuren zullen ooit verlopen; -
binnenkort, - zonder jouw medeweten.
© KvV, 2008
Rotterdam 14 mei 1940 en hoe er zoveel jaren later nog dagelijks bommen inslaan...
woensdag 14 mei 2008 10:01
Zonder dat zij elkaar kenden, en dus nog een behoorlijke tijd voordat ze het mij zouden navertellen, hadden ze het van nabij meegemaakt.
De ene van behoorlijk dichtbij, terwijl ze aan het werk was bij haar mevrouw te Hilligersberg (letterlijk onder de rook van Rotterdam).
De ander zou het pas later die dag vernemen, intussen nog hevig zwetend in zijn machinekamer, pendelend met enorme granaten tussen Den Helder en de HMS Johan Maurits van Nassau. Mede door wat hij daar als dienstplichtig matroos samen met al die andere kerels deed (Duitse eenheden bij Kornwerderzand van de dijk af schieten!), duurde Hitlers opmars door het nietige Nederland nu al 3 dagen langer dan die ene dag die ervoor gepland was... Gevoegd bij de teloorgang van (naar schatting) meer dan 50% van de Duitse luchttransportvloot rondom Den Haag, reden genoeg voor Herr Hitler om de 'lessen van Guernica' nu toe te passen boven Rotterdam.
De afloop is bekend. En toch zijn er plekken in ons land, meestal verscholen achter deuren van gesloten afdelingen van verpleeghuizen, waar het nog dagelijks gebeurt....
Een klap in het gedicht
Ik niet, jij niet, zij niet, - hij
niet. - Wij, jullie liegen
niet en zij niet. Niemand liegt.
De waarheid spreek ik
niet, - de waarheid spreek jij
niet, - hij en zij ook niet.
De waarheid spreken wij
niet, - jullie, zij niet; -
de waarheid niet. Niemand
spreekt. Verslagen ik, - jij, -
hij, zij. Ja, wij zijn verslagen;
- jullie, zij, verslagen. Alles
gelogen -van a tot z- alles
gezegd is het; er is gelogen,
- de waarheid niet gesproken.
Verslagen, de waarheid is
verslagen; er is verslagenheid.
© KvV, 2008
Afbeelding: Joseph Beuys, Das Schweigen von Marcel Duchamp wird überbewertet, 1964
Schloss Moyland / Bedburg-Hau
zie voor meer over Beuys' probleem met de houding van Duchamp bijgaande artikel met verwijzingen
Ik niet, jij niet, zij niet, - hij
niet. - Wij, jullie liegen
niet en zij niet. Niemand liegt.
De waarheid spreek ik
niet, - de waarheid spreek jij
niet, - hij en zij ook niet.
De waarheid spreken wij
niet, - jullie, zij niet; -
de waarheid niet. Niemand
spreekt. Verslagen ik, - jij, -
hij, zij. Ja, wij zijn verslagen;
- jullie, zij, verslagen. Alles
gelogen -van a tot z- alles
gezegd is het; er is gelogen,
- de waarheid niet gesproken.
Verslagen, de waarheid is
verslagen; er is verslagenheid.
© KvV, 2008
Afbeelding: Joseph Beuys, Das Schweigen von Marcel Duchamp wird überbewertet, 1964
Schloss Moyland / Bedburg-Hau
zie voor meer over Beuys' probleem met de houding van Duchamp bijgaande artikel met verwijzingen
Clair-obscur
Zoals licht valt op een ooghoek, hals, een
strottenhoofd; hier aangezet om nooit meer
uit te gaan. Hoe ook gedoofd in hoofden
steeds - die handomdraai, de schaal waarop ‘t
valt. Een hoofd verliezen gaat niet zonder
regels waarin dat wordt uitgelegd. Hoe anders
in dit duister, waar ooit licht zoiets kon tonen
als iets onlosmakelijks. Iets tussen allen
waarvan eentje dichtte over evenbeeld
en licht waarmee dit zichtbaar werd gemaakt,
wat ‘r in schaduw huist. Nu is daar amper plek,
noch tijd om er een Caravaggio op te hangen.
© KvV, 2008
Zoals licht valt op een ooghoek, hals, een
strottenhoofd; hier aangezet om nooit meer
uit te gaan. Hoe ook gedoofd in hoofden
steeds - die handomdraai, de schaal waarop ‘t
valt. Een hoofd verliezen gaat niet zonder
regels waarin dat wordt uitgelegd. Hoe anders
in dit duister, waar ooit licht zoiets kon tonen
als iets onlosmakelijks. Iets tussen allen
waarvan eentje dichtte over evenbeeld
en licht waarmee dit zichtbaar werd gemaakt,
wat ‘r in schaduw huist. Nu is daar amper plek,
noch tijd om er een Caravaggio op te hangen.
© KvV, 2008
Jawel, 30 april is meer dan Koninginnedag. Van oudsher is 30
april namelijk verbonden met de oude (op Keltische traditie
gebaseerde) Germaanse viering van ‘Walpurgisnacht'. In de
nacht van 30 april naar 1 mei heten alle heksen samen te komen op
de top van de Brocken (in het Harzgebergte). Daar zijn alle demonen
en duivels al weer een jaar in afwachting van het grootste
heksenbal op aarde. Jaar in jaar uit bezoekt men hier het grote
heksenaltaar.
Goethe heeft zijn Faust ermee doordrenkt, mythologische verwijzingen naar Walpurgisnacht. Faust kan alles krijgen wat hij verlangt van Mephistopheles (de personificatie van de duivel), mits hij zijn ziel aan de laatste afstaat. Hoe gezellig het er aan toe gaat, illustreert het volgende citaat:
MEPHISTOPHELES
Nun hütet euch, dass ihr mir nichts vergiesst!
(Sie trinken wiederholt.)
ALLE (singen), Uns ist ganz kannibalisch wohl,
Als wie fünfhundert Säuen!
MEPHISTOPHELES
Das Volk ist frei, seht an, wie wohl´s ihm geht!
FAUST Ich hätte Lust, nun abzufahren."
Bijzonder vermeldenswaardig historisch detail, in deze context, is wat er in de nacht van 30 april 1945 gebeurde op een Berlijnse binnenplaats, niet ver van de Brandenburger Tor. Een zekere A. Hitler en een zekere E. Braun (foto) pleegden -amper een dag gehuwd- zelfmoord. Zou de gemankeerde kunstschilder misschien Goethes Faust hebben gelezen: "Ich hätte Lust, nun abzufahren"?!
30 april is meer dan koekhappen en zaklopen. Misschien wel een beetje horror zelfs.
afbeelding:
Kupferstich von W. Jury nach Johann Heinrich Ramberg- Walpurgisnachtszene aus Faust 1 (1829)
Goethe heeft zijn Faust ermee doordrenkt, mythologische verwijzingen naar Walpurgisnacht. Faust kan alles krijgen wat hij verlangt van Mephistopheles (de personificatie van de duivel), mits hij zijn ziel aan de laatste afstaat. Hoe gezellig het er aan toe gaat, illustreert het volgende citaat:
MEPHISTOPHELES
Nun hütet euch, dass ihr mir nichts vergiesst!
(Sie trinken wiederholt.)
ALLE (singen), Uns ist ganz kannibalisch wohl,
Als wie fünfhundert Säuen!
MEPHISTOPHELES
Das Volk ist frei, seht an, wie wohl´s ihm geht!
FAUST Ich hätte Lust, nun abzufahren."
Bijzonder vermeldenswaardig historisch detail, in deze context, is wat er in de nacht van 30 april 1945 gebeurde op een Berlijnse binnenplaats, niet ver van de Brandenburger Tor. Een zekere A. Hitler en een zekere E. Braun (foto) pleegden -amper een dag gehuwd- zelfmoord. Zou de gemankeerde kunstschilder misschien Goethes Faust hebben gelezen: "Ich hätte Lust, nun abzufahren"?!
30 april is meer dan koekhappen en zaklopen. Misschien wel een beetje horror zelfs.
afbeelding:
Kupferstich von W. Jury nach Johann Heinrich Ramberg- Walpurgisnachtszene aus Faust 1 (1829)
Op naar 4 mei; opdat wij niet vergeten: de fatsoenlijke mensen, de keurige procedures...
dinsdag 29 april 2008 12:45
De afbeelding toont een fragment van:
Christoph Wilmsen-Wegmann, Buchenwald
47 levensgrote stempels, ondergebracht in Museum Schloss-Moyland (Bedburg-Hau)
( zie: http://www.geschichte.nrw.de/artikel.php?artikel%5Bid%5D=412&lkz=en )
foto: © K. van Vulpen, 2008
Goed, het ding is er dus inmiddels: de mega-ambulance.
Bedoeld om steeds meer steeds dikkere mensen te kunnen vervoeren
naar het ziekenhuis.
En dan maar hopen dat ze in dat ziekenhuis beschikken over een operatietafel voor dikzakken, lange stanleymessen om door dat vet heen te komen en een paar gorrilla's aan het bed om zo'n vetmassa te kunnen verschonen...
Natuurlijk rijdt zo'n mega-ambulance op bio-diesel, dat kan niet missen. Eerst heeft zo'n vetzak zich jarenlang ten koste van veel graan volgepropt met vette hamburgers, en nu gaat ie uiteraard 'milieuvriendelijk' naar het ziekenhuis.
Enig idee wat dat kost, biodiesel? Ach, misschien nu nog de prijs van een uitgebreide rijsttafel voor twee personen tegen één volle tank. Maar er is hoop! Nog even en dan ligt de prijs ruimschoots onder die van de rijsttafel... Selamat makan!
En dan maar hopen dat ze in dat ziekenhuis beschikken over een operatietafel voor dikzakken, lange stanleymessen om door dat vet heen te komen en een paar gorrilla's aan het bed om zo'n vetmassa te kunnen verschonen...
Natuurlijk rijdt zo'n mega-ambulance op bio-diesel, dat kan niet missen. Eerst heeft zo'n vetzak zich jarenlang ten koste van veel graan volgepropt met vette hamburgers, en nu gaat ie uiteraard 'milieuvriendelijk' naar het ziekenhuis.
Enig idee wat dat kost, biodiesel? Ach, misschien nu nog de prijs van een uitgebreide rijsttafel voor twee personen tegen één volle tank. Maar er is hoop! Nog even en dan ligt de prijs ruimschoots onder die van de rijsttafel... Selamat makan!
"Ober!! Ober..! Hallo daar, - kunt u even komen...?!"
"Zegt u eens meneer, waarmee kan ik u van dienst zijn?"
"Ober, kijk nu toch eens hier - in mijn soep: er drijft een moslim in mijn soep...!"
"Eens even kijken...; meneer had een twaalfuurtje met dagsoep besteld... Ja, ik zie het al. Inderdaad meneer, het klopt, - er drijft een moslim in uw soep. Kan ik verder nog iets voor u betekenen, meneer?"
"Ja zeg, wat krijgen we nou?!! Ik maak u attent op een probleem met mijn soep en u gaat er niet eens op in; wat is dit voor een restaurant...?!!"
"Neemt u mij niet kwalijk meneer. Ik heb uw soep gezien en gecontroleerd of u de juiste soep heeft gekregen. Dat blijkt het geval te zijn. U had een twaalfuurtje met dagsoep besteld, die heeft u gekregen, en voor zover ik kan zien is er niets mis mee."
"Nou ja, zeg... Hier zakt mijn broek van af: niets mis mee zegt u...? Hoe durft u?! Schande, en dat noemt zich ober!!"
"Staat u mij toe meneer, u eraan te herinneren dat ik mijn vak hier al bijna twintig jaar uitoefen. Als ik mij goed herinner wordt deze dagsoep intussen al weer acht jaar, elke dinsdag geserveerd. Nooit heb ik hierover één klacht ontvangen, integendeel. Ik herinner mij zelfs, u hier vaker te hebben bediend op dinsdag en heb bij geen van die gelegenheden een onvertogen woord van u gehoord over de dagsoep. Meneer, ik wens u een smakelijke voortzetting."
"Kijk Joop, dat bedoel ik nou... Zo'n ober, dat was toch ondenkbaar vroeger. Toen gingen zulke lui nog voor de fooi; geen denken aan dat ze je ooit in iets zouden tegenspreken, - ze keken wel link uit...
Nee Joop, er is iets goed mis met dit land; de kanker van de politieke correctheid Joop, en je weet waar dat eindigt. Op een dag maken die moslimsjeiks met al hun dollars hier de dienst uit; onze voetbalclubs, onze Rembrandts, alles Joop, alles pikken ze ons af. Met hulp van al hun moslimvriendjes die hier al neergestreken zijn. Let maar op Joop, het gaat straks net als met die Joden voor de Oorlog; je hebt 't niet in de gaten en dan opeens trekken ze overal aan de touwtjes. Nou, dan kan jij wel fluiten naar je baantje; die gasten zijn enkel geïnteresseerd in de poen. Of zie jij dat anders Joop? Joop...?!"
© KvV, 2008
Homovriendelijk
Gisteren online een homovriendelijke hotelkamer in Parijs geboekt. De eerste keer dat ik zoiets ga doen, - drie nachten verblijven op een kamer in zo'n hotel.
Oh nee, niet heel bewust nee. Eigenlijk had ik de boeking al bevestigd door het invoeren van mijn creditcardgegevens, toen ik de mogelijkheid kreeg om de reservering uit te printen. En toen las ik het pas: ‘dit hotel is homovriendelijk'.
Al de hele dag word ik overrompeld door gedachten en beelden die over elkaar heen tuimelen. Op de een of andere manier allemaal verbonden met vroegere reiservaringen in hotels waar ik voor kortere of langere tijd verbleef. Wat is mij ervan bijgebleven, of wat is aan mij voorbijgegaan in die intussen meer dan dertig jaar sinds ik op mijn 18de voor 't eerst Parijs bezocht? Heb ik het al die tijd laten gebeuren? Heb ik al die jaren kritiekloos mijn portemonnee getrokken aan balies van -ongeacht het aantal sterren- hotels die homo-onvriendelijk waren? En hoe kon het dan zover komen met mij dat ik daar keer op keer niets van heb gemerkt? Misschien was het toeval, bedenk ik me. De hotels waar ik tot nu toe kwam waren de homoseksuele medemens mogelijk in het geheel niet vijandig gezind, maar werden eenvoudigweg niet bezocht door homo's en lesbo's. Althans niet op die momenten dat ik daar destijds gastvrijheid genoot en de allervriendelijkste receptionistes en kamermeisjes mij deden geloven, dat zij met mij die dagen echt iets in huis hadden...
Hoe ik vandaag ook heb geprobeerd, ik kan mij niet heugen dat mij bij het inchecken in een hotel ooit naar iets anders is gevraagd, dan mijn persoonlijke voorkeur voor koffie of thee bij het ontbijt. De eerlijkheid gebiedt, dat ik op zulke momenten meestal wel in gezelschap van een dame was. Maar dat maakte voor zover ik mij herinner helemaal geen verschil. Ook zij kregen steevast diezelfde vraag voorgelegd, waarna tenslotte een houten bal met sleutel of een plastic keycard op de balie verscheen. Tien stappen later keek ik dan meestal in het allervriendelijkste gezicht van een hotelmedewerker die zich ontfermde over de bagage en zich vervolgens discreet uit de voeten maakte, zodra de kamerdeur was geopend.
Ook bij het verlaten van hotels is mij nooit iets opgevallen, waarvan ik nu achteraf moet constateren dat het in dit verband opmerkelijk is. Oké, ik geef toe dat ik mij voor wat betreft mijn seksuele uitspattingen altijd voorbeeldig heb gedragen. Altijd de gordijnen dicht, nooit overstromingen in de badkamer en geen lawaaierige hoogstandjes tegen de binnenkant van de hoteldeur na een diep doorleefd cafébezoek. En natuurlijk nooit aan het personeel gezeten, zelfs niet als de gastvriendelijkheid in de met spiegels beklede Schindler lift weleens dieper leek te gaan dan het voorlaatste knoopje boven de navel... "Yes, Holland is nice", beaamde ik meestal, soms met een rolletje drop in de aanslag: "You should try it, typically Dutch taste..."
Oh jawel, ik heb natuurlijk ook wel ervaren dat de vriendelijkheid ten opzichte van hotelgasten grenzen kent. Nota bene in een hotelletje aan de Grensweg, in Slenaken, op steenworp afstand van België. Vijf dagen al te uitdrukkelijk de seksuele lusten botvieren in de vallei van de Gulp had de hoteleigenaar ongetwijfeld niet hetero-onvriendelijk gemaakt. Maar toen ik drie jaar later nog eens wilde reserveren, werd het even stil toen de man aan de andere kant van de lijn mijn naam hoorde. Hij zat in die hele periode al helemaal volgeboekt. Nee, de advertenties in de krant waren het gevolg van een contract met wekelijkse doorplaatsing...
Goed, over twee maanden is het dus zover. Op weg naar de Morvan drie nachten in dat homovriendelijke hotel. Ik heb me inmiddels voorgenomen goed op te letten. Maar waar moet ik in hemelsnaam op letten? Moet ik me concentreren op mijn eigen ervaring? Zou er zomaar verschil kunnen zijn in hoe men mij behandelt en hoe er met andere gasten wordt omgegaan? Stel dat men vriendelijker is tegen andere gasten, zijn dat dan homo's? Moet ik andere gasten in het voorbijgaan vragen of zij vriendelijk worden behandeld? En of dat een beetje vriendelijk, normaal vriendelijk, of heel vriendelijk is? En wat nou, als ze dan zeggen dat ze geen mening hebben, zoals Nederlanders zo vaak doen, totdat ze denken dat ze eindelijk alles hardop mogen zeggen...?
Misschien moet ik me bedenken dat hotels die homovriendelijk zijn, ook vriendelijk zijn voor mij. Als ze maar wel die homo eruit schoppen, die 's nachts met z'n bezopen kop tegen mijn deur aan staat te beuken.
© K. van Vulpen, 2008
Gisteren online een homovriendelijke hotelkamer in Parijs geboekt. De eerste keer dat ik zoiets ga doen, - drie nachten verblijven op een kamer in zo'n hotel.
Oh nee, niet heel bewust nee. Eigenlijk had ik de boeking al bevestigd door het invoeren van mijn creditcardgegevens, toen ik de mogelijkheid kreeg om de reservering uit te printen. En toen las ik het pas: ‘dit hotel is homovriendelijk'.
Al de hele dag word ik overrompeld door gedachten en beelden die over elkaar heen tuimelen. Op de een of andere manier allemaal verbonden met vroegere reiservaringen in hotels waar ik voor kortere of langere tijd verbleef. Wat is mij ervan bijgebleven, of wat is aan mij voorbijgegaan in die intussen meer dan dertig jaar sinds ik op mijn 18de voor 't eerst Parijs bezocht? Heb ik het al die tijd laten gebeuren? Heb ik al die jaren kritiekloos mijn portemonnee getrokken aan balies van -ongeacht het aantal sterren- hotels die homo-onvriendelijk waren? En hoe kon het dan zover komen met mij dat ik daar keer op keer niets van heb gemerkt? Misschien was het toeval, bedenk ik me. De hotels waar ik tot nu toe kwam waren de homoseksuele medemens mogelijk in het geheel niet vijandig gezind, maar werden eenvoudigweg niet bezocht door homo's en lesbo's. Althans niet op die momenten dat ik daar destijds gastvrijheid genoot en de allervriendelijkste receptionistes en kamermeisjes mij deden geloven, dat zij met mij die dagen echt iets in huis hadden...
Hoe ik vandaag ook heb geprobeerd, ik kan mij niet heugen dat mij bij het inchecken in een hotel ooit naar iets anders is gevraagd, dan mijn persoonlijke voorkeur voor koffie of thee bij het ontbijt. De eerlijkheid gebiedt, dat ik op zulke momenten meestal wel in gezelschap van een dame was. Maar dat maakte voor zover ik mij herinner helemaal geen verschil. Ook zij kregen steevast diezelfde vraag voorgelegd, waarna tenslotte een houten bal met sleutel of een plastic keycard op de balie verscheen. Tien stappen later keek ik dan meestal in het allervriendelijkste gezicht van een hotelmedewerker die zich ontfermde over de bagage en zich vervolgens discreet uit de voeten maakte, zodra de kamerdeur was geopend.
Ook bij het verlaten van hotels is mij nooit iets opgevallen, waarvan ik nu achteraf moet constateren dat het in dit verband opmerkelijk is. Oké, ik geef toe dat ik mij voor wat betreft mijn seksuele uitspattingen altijd voorbeeldig heb gedragen. Altijd de gordijnen dicht, nooit overstromingen in de badkamer en geen lawaaierige hoogstandjes tegen de binnenkant van de hoteldeur na een diep doorleefd cafébezoek. En natuurlijk nooit aan het personeel gezeten, zelfs niet als de gastvriendelijkheid in de met spiegels beklede Schindler lift weleens dieper leek te gaan dan het voorlaatste knoopje boven de navel... "Yes, Holland is nice", beaamde ik meestal, soms met een rolletje drop in de aanslag: "You should try it, typically Dutch taste..."
Oh jawel, ik heb natuurlijk ook wel ervaren dat de vriendelijkheid ten opzichte van hotelgasten grenzen kent. Nota bene in een hotelletje aan de Grensweg, in Slenaken, op steenworp afstand van België. Vijf dagen al te uitdrukkelijk de seksuele lusten botvieren in de vallei van de Gulp had de hoteleigenaar ongetwijfeld niet hetero-onvriendelijk gemaakt. Maar toen ik drie jaar later nog eens wilde reserveren, werd het even stil toen de man aan de andere kant van de lijn mijn naam hoorde. Hij zat in die hele periode al helemaal volgeboekt. Nee, de advertenties in de krant waren het gevolg van een contract met wekelijkse doorplaatsing...
Goed, over twee maanden is het dus zover. Op weg naar de Morvan drie nachten in dat homovriendelijke hotel. Ik heb me inmiddels voorgenomen goed op te letten. Maar waar moet ik in hemelsnaam op letten? Moet ik me concentreren op mijn eigen ervaring? Zou er zomaar verschil kunnen zijn in hoe men mij behandelt en hoe er met andere gasten wordt omgegaan? Stel dat men vriendelijker is tegen andere gasten, zijn dat dan homo's? Moet ik andere gasten in het voorbijgaan vragen of zij vriendelijk worden behandeld? En of dat een beetje vriendelijk, normaal vriendelijk, of heel vriendelijk is? En wat nou, als ze dan zeggen dat ze geen mening hebben, zoals Nederlanders zo vaak doen, totdat ze denken dat ze eindelijk alles hardop mogen zeggen...?
Misschien moet ik me bedenken dat hotels die homovriendelijk zijn, ook vriendelijk zijn voor mij. Als ze maar wel die homo eruit schoppen, die 's nachts met z'n bezopen kop tegen mijn deur aan staat te beuken.
© K. van Vulpen, 2008
Trots Op De Apenrots, Yeah!
(TODAY)
Er is natuurlijk altijd wat
te horen. Maar dat is niet waar
beweging die je waarneemt
op de apenrots om draait.
Je kan dat niet vergelijken met
de hooiberg; zoveel spelden
vallen constant uit de mouwen
daar, als apen jou weer eens
met uitstekende vingers doen
geloven dat het handen zijn.
De spijlen, - hoor! ze resoneren
nog het afgezaagde van de laatste
halve eeuw. Achter de rug
is -als je goed zit- alles, met je
kop immer gericht naar waar
de apenkool onder de wolven
wordt verscheurd. Geen geit
gespaard, gewaand in stronken
op de rots. Met zoveel kromming
kletsen de bananen om 't rechtst.
© KvV, 2008
Fotoverantwoording:
- Bonobos and chimps ‘speak' with gestures
( http://www.newscientist.com/channel/life/dn11756-bonobos-and-chimps-speak-with-gestures-.html )
‘An adolescent bonobo male making sexual advances to a female adds the arm raise gesture' (Pollick & De Waal)
- Verdonk zet in op nationalisme
( http://www.volkskrant.nl/binnenland/article522933.ece/Verdonk_zet_in_op_nationalisme )
- Extreem rechtse Geert Wilders is Nederlandse politicus van het jaar
( http://www.demorgen.be/dm/nl/990/Home/article/detail/106330/2007/12/17/Extreem-rechtse-Geert-Wilders-is-Nederlandse-politicus-van-het-jaar.dhtml )
(TODAY)
Er is natuurlijk altijd wat
te horen. Maar dat is niet waar
beweging die je waarneemt
op de apenrots om draait.
Je kan dat niet vergelijken met
de hooiberg; zoveel spelden
vallen constant uit de mouwen
daar, als apen jou weer eens
met uitstekende vingers doen
geloven dat het handen zijn.
De spijlen, - hoor! ze resoneren
nog het afgezaagde van de laatste
halve eeuw. Achter de rug
is -als je goed zit- alles, met je
kop immer gericht naar waar
de apenkool onder de wolven
wordt verscheurd. Geen geit
gespaard, gewaand in stronken
op de rots. Met zoveel kromming
kletsen de bananen om 't rechtst.
© KvV, 2008
Fotoverantwoording:
- Bonobos and chimps ‘speak' with gestures
( http://www.newscientist.com/channel/life/dn11756-bonobos-and-chimps-speak-with-gestures-.html )
‘An adolescent bonobo male making sexual advances to a female adds the arm raise gesture' (Pollick & De Waal)
- Verdonk zet in op nationalisme
( http://www.volkskrant.nl/binnenland/article522933.ece/Verdonk_zet_in_op_nationalisme )
- Extreem rechtse Geert Wilders is Nederlandse politicus van het jaar
( http://www.demorgen.be/dm/nl/990/Home/article/detail/106330/2007/12/17/Extreem-rechtse-Geert-Wilders-is-Nederlandse-politicus-van-het-jaar.dhtml )

De weg
naar het licht is een opeenvolging van verbroken
evenwichten. Jan Romein, 'Nederland', 'De dialektiek van de
vooruitgang'. In: Forum. Jaargang 4 (1935)


