Helderziendheid
Zijn er ook nog Volkskrantlezers die wel eens naar dat Zesde
Zintuig van de KRO kijken? Vandaag kreeg ik nog wel een reactie op
het 'voorbereidende' werk dat ik deed. Maar kijkt er hoe dan ook
nog wel eens iemand naar dat programma en heeft men daar
ook een mening over? Ik struin niet alle Volkskrantblogs af.
Mogelijk staat er al een en ander over? Op de mening van Wim de
Jong na, en een ingezonden brief van een paar filosofen nog niks in
de papieren Volkskrant gezien. Is een verheugend gegeven misschien?
Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het geloven (10): Faits divers
zondag 4 februari 2007 12:16
Faits divers
Laten we maar vrolijk beginnen aan de afsluiting van de speurtocht in het archief. Op 21 januari 1997 haalt Milja de Zwart een grapje uit met Frits Bolkestein..... Komt er een tweede affaire-Bolkestein? Paragnosten voorspellen het voor dit al weer drie weken oude jaar. De VVD-leider blikt, op de dag dat de Kamer van reces terugkeert, terug op de eerste - beste Els – affaire...Het is hem ontgaan dat de paragnosten een nieuwe affaire-Bolkestein voorzien voor 1997. Frits Bolkestein trekt zijn wenkbrauwen hoog op, zijn door de Antilliaanse vakantiezon gebruinde gelaat drukt pure verbazing uit. 'Ik weet van niks. Bovendien wàs er helemaal geen affaire-Bolkestein.'
Zo is er nog wel een spaarzame grap in de krant te vinden. Maar eerst toch nog wat berichten die resteren en gecomprimeerd worden. Je begint langzaamaan wel te begrijpen dat de doorgewinterde scepticus uiteindelijk wel alles in een groot vuilnisvat zou willen stoppen: het vat der parariteiten, en dat de echte christen in dat vuilnisvat het hol van de duivel wel moet zien. Wij blijven nog even ons best doen het ‘helderziende’ in het vat der parariteiten te isoleren van de rest.
=De rechterlijke macht ziet zich regelmatig geconfronteerd met de helderziende, zoals we impliciet al eerder zagen. We beperken ons tot nog twee berichten: 17-10-1997 Een dramatische rechtbankzaak. In het ANP-bericht: ....Het hof heeft gisteren besloten twee helderziende getuigen te laten horen. Zij zouden hebben verklaard dat Robin is ontvoerd in plaats van te zijn gedood door J. Zowel de procureur-generaal als de rechters van het hof bestempelen de twee getuigen als 'mogelijke fantasten'. Maar het hof meent niettemin dat de verdachte recht heeft op deze getuigen. Zie vooral ook zelf nog: 02-08-2001 (++) Ellen de Visser Seks, leugens en therapie. Over aangeprate herinneringen, met ook een dubieuze rol van helderzienden en paragnosten.
=Er is een aantal bekende namen die zonder verdere aanduiding ‘helderziende’ worden genoemd in een artikel. Dit geldt voor Rudolf Steiner (31-08-1994), Jules Verne (22-09-1994), Jezus (29-03-1997), Nostradamus (19-09-2001). Soms duikt het woord helderziendheid op als er bedoeld wordt dat achteraf gezien een uitspraak wel echt ‘profetisch’ leek, maar waarbij de scribent natuurlijk niet werkelijk aan iets echts helderziends dacht. Dit gebeurt bijvoorbeeld in een artikel over Elaine M. Garzarelli die de crash van 1987 voorspelde op grond van een bepaald rekenmodel (28-10-1994).
=De economie en met name de beurs wordt ook nogal eens geassocieerd met helderziendheid. Er zijn natuurlijk wel mensen te vinden in die kringen die wel zouden willen dat het bestond. En vergis je niet: op dit punt hebben zich in de loop der geschiedenis ook nare dingen voorgedaan bij mensen die wijs gemaakt kon worden dat beleggen op grond van ‘helderziende’ adviezen een mogelijkheid was. Maar dat die combinatie niet wil, is voor veel echte ‘gelovers’ nogal logisch. Het ‘geestelijke’ leent zich natuurlijk nou juist niet voor het materiële gewin. En dan resteert weer de vraag wat logisch is. Het bestaat, maar niet op de beurs. Desondanks meldt Peter de Waard op 08-02-2001: ...Een goede belegger heeft vanmorgen minimaal drie uitsmijters verorberd, maar geen suiker in de koffie of thee gedaan. Het eten van eieren bevordert de telepathische gaven om aandelenkoersen te beïnvloeden. Suiker heeft daar juist een slechte invloed op. Deze raadgeving van beursgoeroe en spiritist Marcus Goodwin, in zijn boek The Psychic Investor, kan men beter niet in de wind slaan, want het geheim van de beurs zit opgesloten in een kristallen bol. ....Overal kan geld in zitten. En in de rubriek Economie komen meer onverwachte dingen voor. Op 02-03-1996 in een cursus aan 75 topmanagers uit de levensmiddelenbranche in maatkostuum en mantelpak in het Koetshuis van de business-university Nijenrode... Gasten zijn onder meer ...de Belgische paragnost Marc Braam, die de cursisten probeert te overtuigen dat zelfs managers paranormale gaven bezitten. Op 18-11-2000 Wilma de Rek. Over het fenomeen persoonlijke begeleider: De persoonlijke begeleider is een functionaris in opkomst. Hij is de praatpaal voor de benarde manager ....Afhankelijk is hij niet van hem, bezweert Taselaar: 'Dan zou het een goeroe zijn, en dat is hij niet. Afhankelijk worden van zo iemand is het ergste dat je kan overkomen. Er zijn ook mensen die alles wat ze doen, voorleggen aan een paragnost. Dan ben je dus te schijterig om zelf beslissingen te nemen.' Dat komt dus kennelijk ook voor. Ook de reclame denkt altijd na hoe u nu weer op het verkeerde been te zetten. Op 08-11-1999 vinden we: Ook de reclame wil mogelijk inspelen op de tendens naar het ‘spirituele’: 'Tijd heb je niet, tijd neem je'..... 'Het grote wachten is natuurlijk op de Libertellen die óók een abonnementje telepathie aanbieden voor de sensitieve mens.'
=In een stuk van Melchior de Wolff op 07-7-1995 blijkt ook de Beeldende Kunst soms angehaucht: Schoot nooit eens iemand in de lach? Begon niemand niet af en toe tegen zijn voorhoofd te tikken? Niets wijst erop dat in de beginjaren van deze eeuw de door het occultisme aangeraakte cultuurdrager werd tegengesproken. Voor de tentoonstelling Okkultismus und Avantgarde in Frankfurt is een zo compleet mogelijk overzicht bij elkaar gehaald - 787 objecten en een catalogus ter dikte van het Postcodeboek. Het resultaat is van bijna terroristische proporties. Het Wereldbeeld van de schilder Franz Marc was van een even krakkemikkige als verpletterende overzichtelijkheid. In het morseschrift van de telegrafist zag hij een moderne variant van klopgeesten en klopsignalen. De draadloze telefonie leek hem een manifest argument voor het bestaan van telepathische krachten. En een gewone grammofoonplaat moet een allure hebben gehad welke die van de wenende Madonna van Brunssum verre overtrof: hij meende er het 'experimentele bewijs' in te zien dat de doden rechtstreeks met de levenden in contact kunnen treden.
=En de Muziek zeker. 27-12-1996 Ronald de Beer over onvoltooide composities van de groten:... Zijn ( Friedrich Cerha) voltooiing van Alban Bergs opera Lulu kon worden opgevoerd nadat de weduwe van Alban Berg in 1976 was overleden, ruim veertig jaar na Bergs dood. Tot haar laatste snik had ze vrijwel iedereen de toegang tot de schetsen van de ontbrekende derde akte geweigerd - daartoe aangezet door Berg zelf, met wie ze mediamiek contact onderhield. Jammer dat met de dood van de weduwe ook de satellietverbinding met Berg verviel, want het zou de moeite waard zijn te vernemen wat de componist van de voltooiing vond. Cerha heeft er veel werk aan gehad. Teveel misschien. ........ Jaren en jaren werkte de Brit Barry Cooper aan het verzamelen en verlijmen van snippers en notenflarden, in de overtuiging Beethovens Tiende Symfonie op het spoor te zijn. Had Beethoven niet acht dagen voor zijn dood naar Londen geschreven dat een 'nieuwe symfonie, reeds geschetst' in zijn la lag? De violist Menuhin, nooit te beroerd voor het verspreiden van een stuk optimisme, was er als de kippen bij om het 'immense belang' van de onderneming te onderstrepen - op zijn manier de rol vervullend van professor Tenhaeff bij zijn verdediging van de paranormale huisvrouw Rosemary Brown, die langdurig in contact stond met Beethoven, Schubert en anderen in het hiernamaals. De Beethovenvoltooier Cooper hield het na de première in 1988 van het doodgeboren kind (vijftien minuten van teleurstellende inventiviteit) uiteindelijk maar op een 'artistieke impressie'. Op15-01-2003 (++) meldt ook Erik van de Berg in Onsterfelijk bezoek, na een aardige beknopte samenvatting van dat ‘fenomeen’ in die tijd, nieuws op dat gebied: Rosemary Brown heeft een opvolger: Een speciaal zwak had ze voor de knappe Chopin, die ook waarschuwde toen haar bad overliep. Het Britse medium Rosemary Brown claimde contact te hebben met dode componisten, die haar honderden postume composities dicteerden. Met haar dood in 2001 leken de geesten van Bach en Beethoven voorgoed te zwijgen. Maar nu is er Gerhard Helzel uit Hamburg, die de fakkel overneemt - op verzoek van Franz Liszt..... Op 10 september 2001 ontving Helzel langs helderziende weg de volgende boodschap: 'Meine sehr verehrten Musikfreunde. Ik wend mij tot u om u te vragen of u gelooft in een leven na de dood (. . .). Het is twintig jaar geleden, dat mevrouw Brown haar laatste dictaten ontving. Ze leeft nog, maar is zo oud dat ze niet meer kan schrijven. Daarom richten wij ons nu tot de heer Helzel.' Was getekend: Franz Liszt.
=Leiders die onder invloed zouden staan van ‘begaafden’. We hebben Greet al gehad, in het stukje Buitenland kwamen we een en ander tegen en ook dit was te vinden: 05-07-1996 Jaap Kooiman (ingezonden): Met veel bombarie maakte Bob 'Watergate' Woodward onlangs zijn nieuwste ontdekking wereldkundig: Hillary Clinton zou denkbeeldige gesprekken voeren met haar meest illustere voorgangster, First Lady Eleanor Roosevelt. ..... Het blijft opvallend dat de angst voor oncontroleerbare overheersing van politieke leiders door vage helderzienden zich voornamelijk tot vrouwelijke slachtoffers beperkt. In Nederland was het koningin Juliana die te veel onder de invloed kwam van haar persoonlijke goeroe. In Amerika bracht Nancy Reagan de nationale veiligheid in gevaar door maar al te graag naar haar astroloog te luisteren. En nu blijkt Hillary Clinton 's avonds met tante Eleanor te babbelen.
=Het verschijnsel om ‘paranormale begaafdheid’ te veronderstellen breidt zich ook in allerlei richtingen uit, als er problemen zijn: 30-01-1999: Huilbaby's, 27-03-2004: Aan mensen met Down worden immers helderziende gaven toegedicht. Daarom ook gebruikte Lars von Trier ze in zijn film The Kingdom, waar ze in de kelder van het ziekenhuis allerlei gruwelijke taferelen voorzagen. Op 1-10-2005 ook nog een veelzeggend bericht over zomaar een gezin: Myrthe wilde daarentegen juist niet leren. 'Er mankeert helemaal niks aan haar koppie', zegt Kirsten. 'Ze kan zich alleen moeilijk concentreren, waardoor het niet goed ging op school. Via haar leraar zijn we onlangs bij een medium geweest en volgens deze mevrouw is Myrthe paranormaal begaafd. Ik hou het er liever op dat ze spiritueel is ingesteld. Paranormaal wordt al snel met zweverig en vreemd geassocieerd. Maar door haar constatering wordt opeens heel veel duidelijk. Al die jaren konden we het gedrag van Myrthe niet plaatsen. Als peuter deed ze al dingen waarvan ik dacht: dit klopt niet. Kliederde ze haar nieuwe dekbed onder terwijl ze het zelf heel erg vond. 'Ik moest het van iemand doen', verklaarde ze dan. We leerden haar toen dat zij de baas was en dat ze nee kon zeggen tegen de stemmen in haar hoofd.' Hans (vader, hgb): 'Ze blijkt helderhorend te zijn.' Kirsten: (moeder, hgb) 'Laten we het erop houden dat ze niet alleen is.'
=We comprimeren nog een aantal berichten met betrekking tot paragnosten: 17-06-1996: Paragnost beinvloedt telepatisch een voetbalwedstrijd op nationaal niveau; 24-08-1999: Paranormaal begaafde voetbalvoorzitter van profclub; 14-06-1997: Paragnost die tevens met de wichelroede overweg kan, en daar kan nog wel een toeristische attractie aan gekoppeld worden: ...Zoet (39) ontdekte elf jaar geleden dat hij helderziende gaven had. 'Ik zat bij een manifestatie van Paravisie. Een man stapte het podium op en ineens dacht ik: wat hij kan, kan ik ook.' De paragnost uit het Drentse Dwingeloo kan de leylijnen zien, beweert hij. 'Ik zie ze als banen ochtendnevel die in de zon oplichten.'; 06-10-2001: Een heks van 27: ...Je leert werken met natuurkrachten en je zesde zintuig - het paranormale - te ontwikkelen. Met gedachtenkracht de werkelijkheid beïnvloeden is basaal.' ;03-07-2002: Paragnost Monique de Graaf uit Zaandam: '(Harry) Mens kende Fortuyn en dan is het net als bij je moeder die is overleden, je zegt dat het is alsof ze er nog is.; 21-09-2002 Een handanalist is geen helderziende; 07-12-2002: En een crystal healer ook niet. Maar: Zeventien jaar lang ben ik verpleegkundige geweest. Als ik door de ziekenhuisgangen liep, wist ik wat de diagnoses van de patiënten waren in de kamers die ik passeerde. Soms wist ik dat iemand dood zou gaan. Ik heb die gave vervloekt;. 22-11-2004: Speciaal voor de gewone mensen zijn er de afgelopen weken twee bijzondere computerspellen verschenen, waarmee eens lekker met psi kan worden geoefend.
=Serieuzer aandacht van de lezer zouden nog verdienen:
26-10-2001 (++) René Bosch bespreekt proefschrift Joost Vijselaar: De magnetische geest - Het dierlijk magnetisme 1770-1830. ... Het meest spectaculaire was dat deze medische helderziendheid zich niet beperkte tot haar eigen lichaam, maar dat de 'somnambule' ook in staat bleek om bij andere patiënten, zowel mensen als dieren, de lichamelijke functies en een gepaste kuur te beschrijven.
10-11-2003 (++) Ranne Hovius bespreekt het boek van Rupert Sheldrake: The sense of being stared at – And other aspects of the extended mind. …De afgelopen tien jaar verzamelde Sheldrake met wetenschappelijke ijver en zorgvuldigheid gegevens over telepathie en voorgevoelens....
04-09-2004 (++) Bert Brussen reageert met ingezonden stuk Wageningen praat met dode indianen op Plasterks column dd 27-08-2004, Midden-aarde, waarin hij beweert dat er in Utrecht elfen en kabouters wonen. Nou, in Wageningen kunnen ze er ook wat van: ....Vraag ze naar de wetenschappelijke basis van een medium dat zogenaamd kan praten met oude doden en ze komen aan met tegenwerpingen als: 'bewijs jij maar dat het niet zo is'. En dit zijn dan studenten die Popper en Kuhn al behandeld hebben in hun eerstejaarsblokje wetenschapsfilosofie. Dit zijn studenten die vijf jaar zwoegen op de wetenschap van moleculen en atomen......
23-12-2006 (++) Rob Vreeken: (Bechouwing bij Kerstmis.) Of is dit juist het uitgelezen moment voor een spirituele wending? Ooit keek ik als verslaggever een week of twee rond in Oibibio, het spiritueel centrum van Ronald-Jan Heijn. Ik sprak honderduit met de sympathieke Ronald-Jan, liet een tarotje leggen, volgde de cursus sjamanistisch dansen voor beginners en dronk liters en liters ingestraalde yogi-thee. Niks bijzonders gemerkt. Ook liet ik mijn aura lezen, pardon readen. Een aura is een gekleurd stralingsveld rond het menselijk lichaam. De auralezeres ging tegenover me op een krukje zitten en sloot haar ogen. ‘Zie je wel iets?’, vroeg ik bezorgd. ‘Zo zie ik juist veel beter’, zei ze, en begon mijn aurakleuren uit te leggen. De bandopname van de aura-reading heb ik nog: nooit zoveel gezever bij elkaar gehoord. ‘Ik zie nieuwsgierigheid’, zo doorgrondde het medium het karakter van de reporter, op grond van een buitenzintuiglijk waargenomen blauw-rode gloed op de borstkas. ‘Een drang de dingen te onderzoeken en de mensen daarvan te vertellen.’ Het geel bij de navel-chakra wees op ‘vroeger, het losmaken van thuis, met name ook in de puberteit, dat je meer je eigen weg wilde gaan’.
=Eén artikel kan ik nog steeds niet helemaal ontwarren. 17- 01- 2006 Joost Ramaer. KesselsKramer laten nieuws voorspellen. Alleen al de hoeveelheid betrokkenen en begrippen in dit artikel: Amsterdamse backpacker hotel Hans Brinker, Helderziende Sonja Dover, 'Sharon Blijft In Coma', een Volkskrant-website in de rubriek Oog, idee van reclamebureau KesselsKramer, copywriter Pim Gerrits, regisseuse Amber Franssen, Hans Brinker Budget Hotel, De inrichting is heel minimalistisch, 'Bovendien was het onze allereerste klant’.
Wie is hier klant van wie? Het stuk stond in de rubriek Kunst en Cultuur 'En wat staat er werkelijk in:
Vanaf vandaag tot woensdag 25 januari voorspelt de paragnoste het nieuws van de volgende dag.... Voor zover haar bekend betreft het een wereldprimeur. 'Ik ken geen andere waarzegger die ooit live is gegaan op internet.'.... Uniek vindt zij ook de frequentie en de exactheid in de tijd die van haar wordt gevraagd. 'Ik heb veel ervaring met maandelijkse voorspellingen, zoals voor de Privé, Omroep Brabant en het MKB-medium De Zaak..... Maar een zo groot mogelijke precisie is niet haar doel voor het Volkskrant-project. 'Ik beschouw het als een leerproces', zegt ze....
Het zal wel fantastisch afgelopen zijn! Volkskrant-project?? En dit is ook nog afgedrukt in de echte krant!!
=Graancirkels hadden niks te zoeken in de zoektocht naar de/het helderziende in de Volkskrant, maar één keer kwam ik ze toevallig toch tegen. En ik wil zelf ook graag dat een cirkel rond blijft. Daarom sluit ik af met Kees van Schaik uit Houten die in een ingezonden brief op 11-08-1997 aan de krant iets liet weten wat voor veel lezers toch wel verrassend zal zijn geweest:
Op 23 juli 1614 werd de 15-jarige Jan Thonisz, geboren te Gouda, uit de stad Utrecht verbannen, na strenge geseling en tentoonstelling op het schavot. Jan had, zo blijkt uit de Criminele Sententies van het Gerecht van de stad Utrecht, enige jaren met een heidensch quackzalver (zigeuner) rondgetrokken en in de zomer van 1614 te Utrecht veele eenvoudige menschen misleid door alom rond te bazuinen dat hij in Tolsteeg 25 of 26 tovenaars en tovenaarsters in het koren had zien dansen, die daarin ronde ringen of cirkels zouden hebben gemaakt. Hij voorspelde dat er die aanstaande nacht weer zou worden gedanst. Om zijn loochenen enige schijn en couleur te geven vertelde hij een blinde belte (goedhartige sukkel) te zijn die sodanige dingen conde sien.
Na een gerechtelijk verhoor bekende hij echter de ronde ringen of cirkels zelf te hebben gemaakt door het koren in de binnenste cirkel met een koord bijeen te binden en het koren daar omheen met zijn handen naar beneden te trekken en vervolgens met zijn lichaam al wentelend plat te drukken en met zijn voeten te vertreden. Kortom, de wereld wilde altijd al bedrogen worden.
Vroeger niet, daar in Midden-Aarde!
Laten we maar vrolijk beginnen aan de afsluiting van de speurtocht in het archief. Op 21 januari 1997 haalt Milja de Zwart een grapje uit met Frits Bolkestein..... Komt er een tweede affaire-Bolkestein? Paragnosten voorspellen het voor dit al weer drie weken oude jaar. De VVD-leider blikt, op de dag dat de Kamer van reces terugkeert, terug op de eerste - beste Els – affaire...Het is hem ontgaan dat de paragnosten een nieuwe affaire-Bolkestein voorzien voor 1997. Frits Bolkestein trekt zijn wenkbrauwen hoog op, zijn door de Antilliaanse vakantiezon gebruinde gelaat drukt pure verbazing uit. 'Ik weet van niks. Bovendien wàs er helemaal geen affaire-Bolkestein.'
Zo is er nog wel een spaarzame grap in de krant te vinden. Maar eerst toch nog wat berichten die resteren en gecomprimeerd worden. Je begint langzaamaan wel te begrijpen dat de doorgewinterde scepticus uiteindelijk wel alles in een groot vuilnisvat zou willen stoppen: het vat der parariteiten, en dat de echte christen in dat vuilnisvat het hol van de duivel wel moet zien. Wij blijven nog even ons best doen het ‘helderziende’ in het vat der parariteiten te isoleren van de rest.
=De rechterlijke macht ziet zich regelmatig geconfronteerd met de helderziende, zoals we impliciet al eerder zagen. We beperken ons tot nog twee berichten: 17-10-1997 Een dramatische rechtbankzaak. In het ANP-bericht: ....Het hof heeft gisteren besloten twee helderziende getuigen te laten horen. Zij zouden hebben verklaard dat Robin is ontvoerd in plaats van te zijn gedood door J. Zowel de procureur-generaal als de rechters van het hof bestempelen de twee getuigen als 'mogelijke fantasten'. Maar het hof meent niettemin dat de verdachte recht heeft op deze getuigen. Zie vooral ook zelf nog: 02-08-2001 (++) Ellen de Visser Seks, leugens en therapie. Over aangeprate herinneringen, met ook een dubieuze rol van helderzienden en paragnosten.
=Er is een aantal bekende namen die zonder verdere aanduiding ‘helderziende’ worden genoemd in een artikel. Dit geldt voor Rudolf Steiner (31-08-1994), Jules Verne (22-09-1994), Jezus (29-03-1997), Nostradamus (19-09-2001). Soms duikt het woord helderziendheid op als er bedoeld wordt dat achteraf gezien een uitspraak wel echt ‘profetisch’ leek, maar waarbij de scribent natuurlijk niet werkelijk aan iets echts helderziends dacht. Dit gebeurt bijvoorbeeld in een artikel over Elaine M. Garzarelli die de crash van 1987 voorspelde op grond van een bepaald rekenmodel (28-10-1994).
=De economie en met name de beurs wordt ook nogal eens geassocieerd met helderziendheid. Er zijn natuurlijk wel mensen te vinden in die kringen die wel zouden willen dat het bestond. En vergis je niet: op dit punt hebben zich in de loop der geschiedenis ook nare dingen voorgedaan bij mensen die wijs gemaakt kon worden dat beleggen op grond van ‘helderziende’ adviezen een mogelijkheid was. Maar dat die combinatie niet wil, is voor veel echte ‘gelovers’ nogal logisch. Het ‘geestelijke’ leent zich natuurlijk nou juist niet voor het materiële gewin. En dan resteert weer de vraag wat logisch is. Het bestaat, maar niet op de beurs. Desondanks meldt Peter de Waard op 08-02-2001: ...Een goede belegger heeft vanmorgen minimaal drie uitsmijters verorberd, maar geen suiker in de koffie of thee gedaan. Het eten van eieren bevordert de telepathische gaven om aandelenkoersen te beïnvloeden. Suiker heeft daar juist een slechte invloed op. Deze raadgeving van beursgoeroe en spiritist Marcus Goodwin, in zijn boek The Psychic Investor, kan men beter niet in de wind slaan, want het geheim van de beurs zit opgesloten in een kristallen bol. ....Overal kan geld in zitten. En in de rubriek Economie komen meer onverwachte dingen voor. Op 02-03-1996 in een cursus aan 75 topmanagers uit de levensmiddelenbranche in maatkostuum en mantelpak in het Koetshuis van de business-university Nijenrode... Gasten zijn onder meer ...de Belgische paragnost Marc Braam, die de cursisten probeert te overtuigen dat zelfs managers paranormale gaven bezitten. Op 18-11-2000 Wilma de Rek. Over het fenomeen persoonlijke begeleider: De persoonlijke begeleider is een functionaris in opkomst. Hij is de praatpaal voor de benarde manager ....Afhankelijk is hij niet van hem, bezweert Taselaar: 'Dan zou het een goeroe zijn, en dat is hij niet. Afhankelijk worden van zo iemand is het ergste dat je kan overkomen. Er zijn ook mensen die alles wat ze doen, voorleggen aan een paragnost. Dan ben je dus te schijterig om zelf beslissingen te nemen.' Dat komt dus kennelijk ook voor. Ook de reclame denkt altijd na hoe u nu weer op het verkeerde been te zetten. Op 08-11-1999 vinden we: Ook de reclame wil mogelijk inspelen op de tendens naar het ‘spirituele’: 'Tijd heb je niet, tijd neem je'..... 'Het grote wachten is natuurlijk op de Libertellen die óók een abonnementje telepathie aanbieden voor de sensitieve mens.'
=In een stuk van Melchior de Wolff op 07-7-1995 blijkt ook de Beeldende Kunst soms angehaucht: Schoot nooit eens iemand in de lach? Begon niemand niet af en toe tegen zijn voorhoofd te tikken? Niets wijst erop dat in de beginjaren van deze eeuw de door het occultisme aangeraakte cultuurdrager werd tegengesproken. Voor de tentoonstelling Okkultismus und Avantgarde in Frankfurt is een zo compleet mogelijk overzicht bij elkaar gehaald - 787 objecten en een catalogus ter dikte van het Postcodeboek. Het resultaat is van bijna terroristische proporties. Het Wereldbeeld van de schilder Franz Marc was van een even krakkemikkige als verpletterende overzichtelijkheid. In het morseschrift van de telegrafist zag hij een moderne variant van klopgeesten en klopsignalen. De draadloze telefonie leek hem een manifest argument voor het bestaan van telepathische krachten. En een gewone grammofoonplaat moet een allure hebben gehad welke die van de wenende Madonna van Brunssum verre overtrof: hij meende er het 'experimentele bewijs' in te zien dat de doden rechtstreeks met de levenden in contact kunnen treden.
=En de Muziek zeker. 27-12-1996 Ronald de Beer over onvoltooide composities van de groten:... Zijn ( Friedrich Cerha) voltooiing van Alban Bergs opera Lulu kon worden opgevoerd nadat de weduwe van Alban Berg in 1976 was overleden, ruim veertig jaar na Bergs dood. Tot haar laatste snik had ze vrijwel iedereen de toegang tot de schetsen van de ontbrekende derde akte geweigerd - daartoe aangezet door Berg zelf, met wie ze mediamiek contact onderhield. Jammer dat met de dood van de weduwe ook de satellietverbinding met Berg verviel, want het zou de moeite waard zijn te vernemen wat de componist van de voltooiing vond. Cerha heeft er veel werk aan gehad. Teveel misschien. ........ Jaren en jaren werkte de Brit Barry Cooper aan het verzamelen en verlijmen van snippers en notenflarden, in de overtuiging Beethovens Tiende Symfonie op het spoor te zijn. Had Beethoven niet acht dagen voor zijn dood naar Londen geschreven dat een 'nieuwe symfonie, reeds geschetst' in zijn la lag? De violist Menuhin, nooit te beroerd voor het verspreiden van een stuk optimisme, was er als de kippen bij om het 'immense belang' van de onderneming te onderstrepen - op zijn manier de rol vervullend van professor Tenhaeff bij zijn verdediging van de paranormale huisvrouw Rosemary Brown, die langdurig in contact stond met Beethoven, Schubert en anderen in het hiernamaals. De Beethovenvoltooier Cooper hield het na de première in 1988 van het doodgeboren kind (vijftien minuten van teleurstellende inventiviteit) uiteindelijk maar op een 'artistieke impressie'. Op15-01-2003 (++) meldt ook Erik van de Berg in Onsterfelijk bezoek, na een aardige beknopte samenvatting van dat ‘fenomeen’ in die tijd, nieuws op dat gebied: Rosemary Brown heeft een opvolger: Een speciaal zwak had ze voor de knappe Chopin, die ook waarschuwde toen haar bad overliep. Het Britse medium Rosemary Brown claimde contact te hebben met dode componisten, die haar honderden postume composities dicteerden. Met haar dood in 2001 leken de geesten van Bach en Beethoven voorgoed te zwijgen. Maar nu is er Gerhard Helzel uit Hamburg, die de fakkel overneemt - op verzoek van Franz Liszt..... Op 10 september 2001 ontving Helzel langs helderziende weg de volgende boodschap: 'Meine sehr verehrten Musikfreunde. Ik wend mij tot u om u te vragen of u gelooft in een leven na de dood (. . .). Het is twintig jaar geleden, dat mevrouw Brown haar laatste dictaten ontving. Ze leeft nog, maar is zo oud dat ze niet meer kan schrijven. Daarom richten wij ons nu tot de heer Helzel.' Was getekend: Franz Liszt.
=Leiders die onder invloed zouden staan van ‘begaafden’. We hebben Greet al gehad, in het stukje Buitenland kwamen we een en ander tegen en ook dit was te vinden: 05-07-1996 Jaap Kooiman (ingezonden): Met veel bombarie maakte Bob 'Watergate' Woodward onlangs zijn nieuwste ontdekking wereldkundig: Hillary Clinton zou denkbeeldige gesprekken voeren met haar meest illustere voorgangster, First Lady Eleanor Roosevelt. ..... Het blijft opvallend dat de angst voor oncontroleerbare overheersing van politieke leiders door vage helderzienden zich voornamelijk tot vrouwelijke slachtoffers beperkt. In Nederland was het koningin Juliana die te veel onder de invloed kwam van haar persoonlijke goeroe. In Amerika bracht Nancy Reagan de nationale veiligheid in gevaar door maar al te graag naar haar astroloog te luisteren. En nu blijkt Hillary Clinton 's avonds met tante Eleanor te babbelen.
=Het verschijnsel om ‘paranormale begaafdheid’ te veronderstellen breidt zich ook in allerlei richtingen uit, als er problemen zijn: 30-01-1999: Huilbaby's, 27-03-2004: Aan mensen met Down worden immers helderziende gaven toegedicht. Daarom ook gebruikte Lars von Trier ze in zijn film The Kingdom, waar ze in de kelder van het ziekenhuis allerlei gruwelijke taferelen voorzagen. Op 1-10-2005 ook nog een veelzeggend bericht over zomaar een gezin: Myrthe wilde daarentegen juist niet leren. 'Er mankeert helemaal niks aan haar koppie', zegt Kirsten. 'Ze kan zich alleen moeilijk concentreren, waardoor het niet goed ging op school. Via haar leraar zijn we onlangs bij een medium geweest en volgens deze mevrouw is Myrthe paranormaal begaafd. Ik hou het er liever op dat ze spiritueel is ingesteld. Paranormaal wordt al snel met zweverig en vreemd geassocieerd. Maar door haar constatering wordt opeens heel veel duidelijk. Al die jaren konden we het gedrag van Myrthe niet plaatsen. Als peuter deed ze al dingen waarvan ik dacht: dit klopt niet. Kliederde ze haar nieuwe dekbed onder terwijl ze het zelf heel erg vond. 'Ik moest het van iemand doen', verklaarde ze dan. We leerden haar toen dat zij de baas was en dat ze nee kon zeggen tegen de stemmen in haar hoofd.' Hans (vader, hgb): 'Ze blijkt helderhorend te zijn.' Kirsten: (moeder, hgb) 'Laten we het erop houden dat ze niet alleen is.'
=We comprimeren nog een aantal berichten met betrekking tot paragnosten: 17-06-1996: Paragnost beinvloedt telepatisch een voetbalwedstrijd op nationaal niveau; 24-08-1999: Paranormaal begaafde voetbalvoorzitter van profclub; 14-06-1997: Paragnost die tevens met de wichelroede overweg kan, en daar kan nog wel een toeristische attractie aan gekoppeld worden: ...Zoet (39) ontdekte elf jaar geleden dat hij helderziende gaven had. 'Ik zat bij een manifestatie van Paravisie. Een man stapte het podium op en ineens dacht ik: wat hij kan, kan ik ook.' De paragnost uit het Drentse Dwingeloo kan de leylijnen zien, beweert hij. 'Ik zie ze als banen ochtendnevel die in de zon oplichten.'; 06-10-2001: Een heks van 27: ...Je leert werken met natuurkrachten en je zesde zintuig - het paranormale - te ontwikkelen. Met gedachtenkracht de werkelijkheid beïnvloeden is basaal.' ;03-07-2002: Paragnost Monique de Graaf uit Zaandam: '(Harry) Mens kende Fortuyn en dan is het net als bij je moeder die is overleden, je zegt dat het is alsof ze er nog is.; 21-09-2002 Een handanalist is geen helderziende; 07-12-2002: En een crystal healer ook niet. Maar: Zeventien jaar lang ben ik verpleegkundige geweest. Als ik door de ziekenhuisgangen liep, wist ik wat de diagnoses van de patiënten waren in de kamers die ik passeerde. Soms wist ik dat iemand dood zou gaan. Ik heb die gave vervloekt;. 22-11-2004: Speciaal voor de gewone mensen zijn er de afgelopen weken twee bijzondere computerspellen verschenen, waarmee eens lekker met psi kan worden geoefend.
=Serieuzer aandacht van de lezer zouden nog verdienen:
26-10-2001 (++) René Bosch bespreekt proefschrift Joost Vijselaar: De magnetische geest - Het dierlijk magnetisme 1770-1830. ... Het meest spectaculaire was dat deze medische helderziendheid zich niet beperkte tot haar eigen lichaam, maar dat de 'somnambule' ook in staat bleek om bij andere patiënten, zowel mensen als dieren, de lichamelijke functies en een gepaste kuur te beschrijven.
10-11-2003 (++) Ranne Hovius bespreekt het boek van Rupert Sheldrake: The sense of being stared at – And other aspects of the extended mind. …De afgelopen tien jaar verzamelde Sheldrake met wetenschappelijke ijver en zorgvuldigheid gegevens over telepathie en voorgevoelens....
04-09-2004 (++) Bert Brussen reageert met ingezonden stuk Wageningen praat met dode indianen op Plasterks column dd 27-08-2004, Midden-aarde, waarin hij beweert dat er in Utrecht elfen en kabouters wonen. Nou, in Wageningen kunnen ze er ook wat van: ....Vraag ze naar de wetenschappelijke basis van een medium dat zogenaamd kan praten met oude doden en ze komen aan met tegenwerpingen als: 'bewijs jij maar dat het niet zo is'. En dit zijn dan studenten die Popper en Kuhn al behandeld hebben in hun eerstejaarsblokje wetenschapsfilosofie. Dit zijn studenten die vijf jaar zwoegen op de wetenschap van moleculen en atomen......
23-12-2006 (++) Rob Vreeken: (Bechouwing bij Kerstmis.) Of is dit juist het uitgelezen moment voor een spirituele wending? Ooit keek ik als verslaggever een week of twee rond in Oibibio, het spiritueel centrum van Ronald-Jan Heijn. Ik sprak honderduit met de sympathieke Ronald-Jan, liet een tarotje leggen, volgde de cursus sjamanistisch dansen voor beginners en dronk liters en liters ingestraalde yogi-thee. Niks bijzonders gemerkt. Ook liet ik mijn aura lezen, pardon readen. Een aura is een gekleurd stralingsveld rond het menselijk lichaam. De auralezeres ging tegenover me op een krukje zitten en sloot haar ogen. ‘Zie je wel iets?’, vroeg ik bezorgd. ‘Zo zie ik juist veel beter’, zei ze, en begon mijn aurakleuren uit te leggen. De bandopname van de aura-reading heb ik nog: nooit zoveel gezever bij elkaar gehoord. ‘Ik zie nieuwsgierigheid’, zo doorgrondde het medium het karakter van de reporter, op grond van een buitenzintuiglijk waargenomen blauw-rode gloed op de borstkas. ‘Een drang de dingen te onderzoeken en de mensen daarvan te vertellen.’ Het geel bij de navel-chakra wees op ‘vroeger, het losmaken van thuis, met name ook in de puberteit, dat je meer je eigen weg wilde gaan’.
=Eén artikel kan ik nog steeds niet helemaal ontwarren. 17- 01- 2006 Joost Ramaer. KesselsKramer laten nieuws voorspellen. Alleen al de hoeveelheid betrokkenen en begrippen in dit artikel: Amsterdamse backpacker hotel Hans Brinker, Helderziende Sonja Dover, 'Sharon Blijft In Coma', een Volkskrant-website in de rubriek Oog, idee van reclamebureau KesselsKramer, copywriter Pim Gerrits, regisseuse Amber Franssen, Hans Brinker Budget Hotel, De inrichting is heel minimalistisch, 'Bovendien was het onze allereerste klant’.
Wie is hier klant van wie? Het stuk stond in de rubriek Kunst en Cultuur 'En wat staat er werkelijk in:
Vanaf vandaag tot woensdag 25 januari voorspelt de paragnoste het nieuws van de volgende dag.... Voor zover haar bekend betreft het een wereldprimeur. 'Ik ken geen andere waarzegger die ooit live is gegaan op internet.'.... Uniek vindt zij ook de frequentie en de exactheid in de tijd die van haar wordt gevraagd. 'Ik heb veel ervaring met maandelijkse voorspellingen, zoals voor de Privé, Omroep Brabant en het MKB-medium De Zaak..... Maar een zo groot mogelijke precisie is niet haar doel voor het Volkskrant-project. 'Ik beschouw het als een leerproces', zegt ze....
Het zal wel fantastisch afgelopen zijn! Volkskrant-project?? En dit is ook nog afgedrukt in de echte krant!!
=Graancirkels hadden niks te zoeken in de zoektocht naar de/het helderziende in de Volkskrant, maar één keer kwam ik ze toevallig toch tegen. En ik wil zelf ook graag dat een cirkel rond blijft. Daarom sluit ik af met Kees van Schaik uit Houten die in een ingezonden brief op 11-08-1997 aan de krant iets liet weten wat voor veel lezers toch wel verrassend zal zijn geweest:
Op 23 juli 1614 werd de 15-jarige Jan Thonisz, geboren te Gouda, uit de stad Utrecht verbannen, na strenge geseling en tentoonstelling op het schavot. Jan had, zo blijkt uit de Criminele Sententies van het Gerecht van de stad Utrecht, enige jaren met een heidensch quackzalver (zigeuner) rondgetrokken en in de zomer van 1614 te Utrecht veele eenvoudige menschen misleid door alom rond te bazuinen dat hij in Tolsteeg 25 of 26 tovenaars en tovenaarsters in het koren had zien dansen, die daarin ronde ringen of cirkels zouden hebben gemaakt. Hij voorspelde dat er die aanstaande nacht weer zou worden gedanst. Om zijn loochenen enige schijn en couleur te geven vertelde hij een blinde belte (goedhartige sukkel) te zijn die sodanige dingen conde sien.
Na een gerechtelijk verhoor bekende hij echter de ronde ringen of cirkels zelf te hebben gemaakt door het koren in de binnenste cirkel met een koord bijeen te binden en het koren daar omheen met zijn handen naar beneden te trekken en vervolgens met zijn lichaam al wentelend plat te drukken en met zijn voeten te vertreden. Kortom, de wereld wilde altijd al bedrogen worden.
Vroeger niet, daar in Midden-Aarde!
Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het geloven (9): Zingeving
zondag 4 februari 2007 00:18
Zingeving
Er is ook een aantal artikelen dat het woord geloof of ongeloof zelf als titel of centraal onderwerp heeft. Hoewel het maar de vraag is of zingeving hier het beste woord is, sluit ik me wat betreft de titel toch aan bij wat het Sociaal Cultureel Planbureau, hier de belangrijkste referentie, uitgaande van de krant voor zover er helderziendheid ter sprake is, zo noemt. Wat weet de mens en wat denkt de mens, zijn ook in deze context eigenlijk natuurlijk nog heel wat belangrijker vragen dan wat hij gelooft of meent of ervaart. Maar in de krant drukt hij minstens zo vaak uit wat hij gelooft of meent of ervaart dan wat hij met kracht van argumenten denkt of weet. De mens wil betekenis geven aan zijn ervaringen en die betekenisgeving vindt weer plaats in het kader van zijn zingeving aan het leven.
17-09-1994: Maarten Evenblij: (++) Gesprek met G. Quispel, emeritushoogleraar kerkgeschiedenis over gnosis, die de weg tussen geloof en wetenschap zou moeten aangeven.
'In de religie zijn gnostici ketters en voor de wetenschappelijke academie zijn ze idioten.' ...Godsdienst en wetenschap blijven het antwoord schuldig op vele alledaagse vragen. Telepathie of het voorspellen van gebeurtenissen bijvoorbeeld, wordt afgedaan als de hand van God of als toeval. En wat er voor de oerknal was en buiten het heelal is, dat zijn voor wetenschappers haast perverse vragen. ....Quispel waarschuwt echter voor goedgelovigheid. 'In de New Age zie ik wel wat, maar men is veel te lichtgelovig. Diepe denkers die toch opeens geloven in een vrouw die met een flesje staat te zwaaien en mensen geneest. Dat noem ik de vulgaire gnosis. Zoals die bijvoorbeeld op televisie in het Zwarte Gat gebracht wordt.'
30-11-1994 Marcel van Lieshout. Geloof. Hij bespreekt op hekelende toon wat men op TV allemaal aan het rommelen is….. Eerst Jomanda, vervolgens een Tineke en de paranormale wereld en nòg blijft de beeldbuis intact. Sommige dingen zijn inderdaad zo onbegrijpelijk dat de mens vanzelf in het bovennatuurlijke gaat geloven.... Het stukje gaat eigenlijk over TV en oprechtheid. Kort en krachtig, en vrij vertaald, verwoordt hij dat het woord zingeving niet meer ter sprake kan zijn als de oprechtheid, bijvoorbeeld van het gebodene op TV, ook wel zo ver zoek is.
06-06-1998 (+++) Stephan Sanders. Over TV. Een artikel dat maar zijdelings raakt aan ons onderwerp, maar wel naadloos aansluit op het vorige artikel. Voor velen heeft het medium TV een grote invloed op betekenisgeving en zingeving. Ik stuitte op Sanders artikel omdat hij het woord telepathie daarin gebruikt. Daar gaat het stuk verder niet over. Maar het geeft wel goed aan waarom we waarschijnlijk nu in 2007 zo’n KRO-programma te verwachten hebben.
..... Er is een regel die voor alle vakmensen en ambachtslieden lijkt op te gaan, behalve voor tv-makers. Schrijf altijd het boek dat je zelf zou willen lezen. Timmer de tafel in elkaar waaraan je zelf zou willen ontbijten. Schilder zo, dat het doek in je eigen kamer zou kunnen hangen. Maar onder tv-mensen is het heel gewoon iets te produceren dat ze zelf niet willen zien. Nee, zeg, kijken? Ze hebben wel wat beters te doen, dit is bestemd voor het grote publiek. Als het even wil, brengen ze die drogreden ook nog op smaak met een roomzachte saus: de saus van het mededogen. Wie zouden zij zijn om te bepalen wat goed is en minder goed. De mensen zijn oud en wijs genoeg om dat zelf te kunnen beslissen. Hen zal je niet op elitaire standpunten kunnen betrappen. En zo hult de gemakzucht en de minachting zich in het mantelpakje van de maatschappelijk werkster. Zij doen hun werk maar half, en dat doen ze ook nog eens voor ons eigen bestwil. Het ouderwetse begrip Publikumsbeschimpfung heeft sinds het tv-tijdperk nieuwe dimensies gekregen. Renate Rubinstein heeft ooit uitgelegd dat men op drie manieren elitair kan zijn. Ik citeer: 'a. door te denken dat men beter is dan anderen, b. door te denken dat men slechter is dan anderen, c. door te denken dat men gelijk is aan anderen.' 'Ik ben elitair op de laatste manier', schrijft Rubinstein. 'Ik denk altijd dat iedereen tegen wie ik praat of schrijf er net zo over denkt als ik. Dat is natuurlijk een vergissing, maar mijn houding verandert daar niet door.' ......In Hilversum, Aalsmeer en al die andere wereldsteden waar het Nederlandse tv-aanbod wordt bepaald, zijn ze elitair op manier a. Ze denken het gewone volk te kennen, en het wonderlijkste daarvan is dat ze zelf uitdrukkelijk niet tot het gewone volk gerekend willen worden. Maar via de weg van de telepathie onderhouden ze de innigst mogelijke relatie met hun publiek. Dit klinkt net zo obscuur als het is. Al die.....bekende Nederlanders, waarbij de presentator maar één ding uitstraalt: 'Hier sta ik, ik heb een hypotheek, ik kan niet anders' - die hele onwaarachtige rataplan drijft op hocus-pocus en een vaag sociaal instinct. In Hilversum heeft Greet Hofman het nog steeds voor het zeggen. 'Eigenlijk ben ik te goed voor u, maar jammer genoeg verdient u niet beter', daar komt die houding in de praktijk op neer.
20-06-1997 (++) Van onze verslaggever. Onderzoek SCP logenstraft idee van religieuze herleving.... Rapport Secularisatie en alternatieve zingeving in Nederland. Bij de Volkskrant vind ik in het Archief bij het zoeken naar SCP zingeving of SCP telepathie geen recentere gegevens van het SCP. Ook bij het SCP op internet zelf niet. In 2000 verscheen er nog een rapport van het SCP Secularisatie in de jaren negentig, maar dat gaat alleen over religie. We gaven dit onderzoek ook al even aan bij Het scepticisme. Nog enige (herhaling van) citaten zijn hier op zijn plaats.
Er is geen sprake van een religieuze herleving, ondanks de publiciteit rond nieuwe katholieken, EO-jongeren of het boekenweekthema Mijn God. De ontkerkelijking zet gestaag door. In 2020 zal nog maar 25 procent van de bevolking lid zijn van een kerk, tegenover 40 procent nu. Alleen de aanhang van de islam zal stijgen van 2 naar 7 procent. Daarmee zullen de moslims de tweede godsdienstige stroming van Nederland vormen, na het katholicisme, dat zijn aanhang ziet teruglopen van 20 naar 10 procent. ...De tien meest populaire alternatieve onderwerpen, uitgedrukt in het percentage van de Nederlanders dat er 'zeker' in gelooft. 1. Homeopathie 36,3; 2. Yoga 19,0; 3. Telepathie 17,8; 4. Astrologie 9,3; 5. Reïncarnatie 9,2; 6. UFO's/Buitenaardse beschavingen 8,7; 7. Parapsychologie 5,1; 8. Geneeskrachtige edelstenen 5,0; 9. Handlijnkunde 4,5; 10. Bio-energetica 3,8.
....De ontkerkelijking wordt niet gecompenseerd door alternatieve stromingen als New Age of antroposofie. De belangstelling voor zulke bewegingen is duidelijk aanwezig, aldus het SCP, maar ook vrijblijvend. Van de Nederlanders kan 16 procent beschouwd worden als actief zoeker, van wie het gedrag wordt beïnvloed door alternatieve denkbeelden. Nog eens 26 procent toont een zekere interesse, maar geen diepgaande betrokkenheid....In 1994 bracht het planbureau de leegloop van de traditionele kerken in beeld. De onderzoekers kregen toen het verwijt dat zij zich te veel op de kerk als instituut richten. De Hart: 'Buiten de kerk zou een enorme opleving van religiositeit gaande zijn. De alternatieve wereld zou echt booming business zijn.' ....Het 'vaarwel aan de kerken' leidt tot een speurtocht naar een nieuwe levensbeschouwing, aldus het SCP. 'Toch richt slechts een kwart van de kerkverlaters zich op een alternatieve stroming. Het is zeker niet zo dat iedereen zich massaal op een ander geloof stort', zegt De Hart. De alternatieve wereld blijft relatief klein, gefragmenteerd en vrijblijvend....De gedachte dat religiositeit niettemin herleeft, heeft te maken met de overtuiging dat mensen een samenhangende levensbeschouwing nodig hebben. Op de opiniepagina's van kranten schrijven theologen en filosofen met grote regelmaat over de 'ongehoorde zingevingscrisis' die onze maatschappij zou treffen. De Hart: 'Ik zou dat toch danig willen relativeren. De meeste mensen hebben een soort hapsnap-levensbeschouwing, een paar populair-wetenschappelijke inzichten, een paar restanten van een religieuze opvoeding en nog wat elementen die ooit zijn opgepikt. Zo knutselt iedereen zijn pakketje uit de levensbeschouwelijke Gamma bij elkaar.'
23-05-1998 Misschien komen de verschillende invloeden op een jongere wel het mooist in beeld in enkele zinnetjes in een artikel over enkele christelijke scholieren in of rond Zwolle, waarvan er eentje (Gert) zegt: :.... Maar je kunt niet alles weten, God is de enige die het wel weet.' Hij denkt niet dat de Bijbel symbolisch geïnterpreteerd dient te worden. Jezus kon de blinden echt laten zien want zo staat het geschreven. 'De mensen jubelden: ''Ik kan weer zien.'' Dat kun je toch niet anders opvatten.' Dat sommige mensen zeggen door Jomanda te zijn genezen, moet volgens Gert anders worden opgevat. 'Dat is een soort telepathie. Het is maar een klein percentage dat echt geneest door Jomanda, de meesten krijgen na verloop van tijd weer last van hun kwaal. Als Jezus genas, was dat van blijvende aard.'
Het zingeven kan ook heel andere wendingen nemen.
31-12-1998 (++) Erik van den Berg spreekt met Hugo Wormgoor die zich bezig houdt met getalsleer... Volgens de schrijver Hugo Wormgoor zijn wiskunde en christendom elkaars spiegelbeeld. De verborgen boodschap van arme, rijke en volmaakte getallen. 'Het wordt een beetje ingewikkeld, maar dat kan ik ook niet helpen.' ....... Want hoe weten we nu eigenlijk dat dertien te maken heeft met rampspoed en tegenslag? 'In bepaalde tradities is dertien het ongeluksgetal, omdat het valt buiten het harmonische twaalfvoud dat is ontleend aan de twaalfvoudige zodiac, waar bijvoorbeeld ook het twaalftallig stelsel uit voortkomt. De dertien ligt dan buiten de cirkel en is daarmee een gevaarlijk element. Maar voor anderen ligt hij er juist ín: de dertiende in het midden. Dan kun je denken aan Christus temidden van de twaalf apostelen en is dertien dus juist een gelukkig nummer.'...... Was hij altijd al goed in cijferwerk? 'Daar kan ik kort over zijn: op alle scholen ben ik mislukt. Ik kon niet leren. Maar toen ik vierentwintig was deed zich iets merkwaardigs voor.' Een 'helderziende' ervaring maakte dat de jonge Wormgoor - zoon van een directeur van een middelbare-scholengemeenschap - hem tot dan ontoegankelijke kennis 'in één klap' werd geopenbaard. 'Ik kon ineens Grieks en Latijn lezen - geen Engels, dat is nog steeds een blinde vlek - en ik snapte wat wiskunde was.' Hij trekt een vergelijking met de film Rainman: 'Daarin laat die autistische jongen duizend lucifers vallen en hij weet in één oogopslag hoeveel het er zijn. .... Hugo Wormgoor is er trots op dat hij, met hulp van bevriende mathematici, bewees dat er ook een 37-hexagram bestaat. En echt 'geëlektrocuteerd' was hij, toen hij op een dag een lijn langs alle getallen in Vickers' hexagram trok, en voor zich het beeld van de joodse levensboom uit de kabbala zag ontstaan. 'Ik ging uit mijn dak. Een begrip uit het hart van de occulte esoterie, wat joden helderziend wisten, kan nu wiskundig worden geverifieerd. Dat is toch fantastisch? Dan ben je wél met andere zaken bezig dan: ojee, dertien is een ongeluksgetal.'
12-01-2002 (+) Sander van Walsum. ...Voor Harm Visser (55) behoort het ongeloof tot de persoonlijke condition humaine: hij weet niet beter. Toch hebben de omstandigheden hem gedwongen over het thema na te denken. Zelfs de geseculariseerde samenleving is tenslotte vergeven van de religiositeit. Visser is componist/muziektheoreticus en publicist. Hij schreef onder meer voor De Tijd en Het Parool. Voor de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad schrijft hij over de neurowetenschappen. .... Toen ik 16 was, had ik een vriend, Leo, die beweerde dat zijn vader paranormaal begaafd was. Veel 16-jarigen zouden daar best van onder de indruk zijn. Maar ik voelde een grote behoefte die onzin te weerleggen. Ik kocht een boekje waarin honderd gevallen van paragnostiek werden beschreven en weerlegd, en overwoog dat aan de vader van Leo te geven. Waarom? Vermoedelijk om van hem te horen: 'Harm, je hebt helemaal gelijk'....
24-12-2003 Itai Mol /Seada Nourhussen. Zevende zintuig. Paul van Bree (59). Beroep paragnost. Religie katholiek ....'Ook in mijn werk als paragnost ben ik helemaal niks zonder God. En degene die tegenover mij zit ook niet. Hij daarboven is de baas. Ook Jezus was heel erg spiritueel en kon vandaaruit wonderen doen. Ik wil mezelf daar niet mee vergelijken, maar wij hebben net iets meer. Een bepaald gevoel, een zevende zintuig dat iedereen wel heeft. Ik heb van een hogere macht het groene licht gekregen om daar iets mee te doen. Het is een kleine extra dimensie, meer is het niet. We zijn ook geen artsen, alleen maar raadgevers en begeleiders. Helaas moet ik vaststellen dat er collega's zijn die daar niet goed mee omgaan. Ik vind die grote paranormale beurzen ook verschrikkelijk commercieel. Geef mij maar kleinere bijeenkomsten, of mijn werk aan huis. Lekker spiritueel.'
25-09-2004 Hans van Maanen. (Wel wat ongevoelig op dat moment:) Bidden met Karel. Als je toch over gebedsgenezing wil schrijven, doe het dan goed - dus niet zoals Karel Glastra van Loon deze zomer in de Margriet. Nu denken de lezeressen van dat blad misschien wel dat er toch wel wat van waar is, van gebedsgenezing, en dat het eigenlijk heel dom is om dit soort kennis naast je neer te leggen 'als je zelf door een ernstige ziekte als kanker of aids wordt getroffen'. .... De andere studie die Glastra van Loon aanhaalt, is zo mogelijk nog beroemder - zeker onder wat hij noemt de grootste schreeuwers onder de hoeders van de 'zuiver wetenschappelijke geneeskunde'. Dat is de studie van Elisabeth Targ, die in 1998 het effect van de voorbede op het welzijn van aidspatiënten beschreef. Ook hier waren volgens Glastra van Loon de patiënten die waren behandeld 'in alle opzichten beter af dan de onbehandelde'. Ook hier verzwijgt hij dat dit onderzoek allang met de grond gelijk is gemaakt. Targs mede-onderzoeker Fred Sicher, die net als zij erg van het paranormale hield, wist de hele tijd al voor wie werd gebeden en voor wie niet. Bovendien was de studie aanvankelijk bedoeld om sterfte onder aidspatiënten te meten, maar doordat opeens de tripeltherapie beschikbaar kwam, ging er niemand meer dood en moest naar andere verschillen worden gekeken. Hoewel Targ en Sicher het er niet bij vertelden, hebben ze net zo lang in hun gegevens gezocht tot ze een publiceerbaar resultaat hadden gevonden (als ze het erbij hadden verteld, zouden ze het nooit gepubliceerd hebben gekregen). Dus heet het nu, dat dankzij het bidden aids-patiënten korter in het ziekenhuis verblijven en minder vaak naar de dokter hoeven, precies zoals Glastra van Loon zegt. De mensen voor wie werd gebeden ondervonden trouwens meer stress en hun afweer was eerder slechter dan beter. Als je toch over dit onderzoek schrijft, vertel dat er dan ook bij. Targ zelf kan het niet meer doen: zij overleed aan een hersentumor nadat een alternatieve genezer haar had wijsgemaakt dat ze moest stoppen met bestraling. Ook goed om te weten als je zelf door een ernstige ziekte als kanker of aids wordt getroffen.
26-11-2006 (+++) (Frankrijk) Fokke Obbema. Een open geest. Voor de derde keer. Er komt ook nog een derde man ter sprake in dat artikel.
In de wetenschappelijke wereld strijdt de filosoof Bertrand Meheust, hoogleraar aan de universiteit Paris VIII, al jaren voor een serieuze benadering van paranormale verschijnselen. Voorlopig zonder succes. ‘Tegenover de grote belangstelling die onder het volk leeft, staat de afwijzing van de elite die aandacht voor dit soort verschijnselen systematisch verwerpt. Natuurlijk zijn er wel leden van de elite die zich er persoonlijk voor interesseren. Dat verklaart het succes van iemand als Yaguel Didier. Dat is leuk voor de soirées. Maar zodra het in het publieke, institutionele domein komt, is sprake van een resolute afwijzing.’ ....De marxisten mogen inmiddels hun invloed hebben verloren, de neiging onder wetenschappers en journalisten om over paranormale verschijnselen te schamperen, is nog onverminderd groot, ervaart Meheust. Hij brengt dat in verband met de ‘anti-religieuze’ onderstroom die sinds de Franse Revolutie sterk in Frankrijk aanwezig is. .....Een collega-filosoof van mij (Meheust) die aan de Sorbonne doceert, is zeer geïnteresseerd in helderziendheid, maar durft daarvoor niet openlijk uit te komen. Wat de media betreft, zie je dat een volkse tv-zender als M6 er aandacht aan besteedt, maar een serieuze zender als Arte zul je dat niet zien doen. Die houdt afstand. Dat geldt ook voor kranten als Le Monde, Le Figaro of Libération.’ .....Meheust denkt dat de kloof tussen de elite en het volk op het vlak van paranormale verschijnselen te vergelijken is met het debat over de Europese Grondwet in 2005: ‘Ook toen zag je de elite van politici en journalisten pogen het volk van een standpunt te overtuigen, de ja-stem, maar verwierp het volk dat.’ Hij denkt dat ook in het debat over paranormale verschijnselen ‘het volk’ aan het langste eind zal trekken. ‘Uit opiniepeilingen en het succes van sommige tv-programma’s kun je afleiden dat de belangstelling van de Fransen groeit. Er is sprake van een veranderend bewustzijn. Maar de elite wil daar, uit minachting voor het volk, nog altijd niet van weten.’
Inderdaad we lijken op zijn minst in twee opzichten op de Fransen. Maar met die prof is misschien nog te discussiëren. Hopelijk.
Er is ook een aantal artikelen dat het woord geloof of ongeloof zelf als titel of centraal onderwerp heeft. Hoewel het maar de vraag is of zingeving hier het beste woord is, sluit ik me wat betreft de titel toch aan bij wat het Sociaal Cultureel Planbureau, hier de belangrijkste referentie, uitgaande van de krant voor zover er helderziendheid ter sprake is, zo noemt. Wat weet de mens en wat denkt de mens, zijn ook in deze context eigenlijk natuurlijk nog heel wat belangrijker vragen dan wat hij gelooft of meent of ervaart. Maar in de krant drukt hij minstens zo vaak uit wat hij gelooft of meent of ervaart dan wat hij met kracht van argumenten denkt of weet. De mens wil betekenis geven aan zijn ervaringen en die betekenisgeving vindt weer plaats in het kader van zijn zingeving aan het leven.
17-09-1994: Maarten Evenblij: (++) Gesprek met G. Quispel, emeritushoogleraar kerkgeschiedenis over gnosis, die de weg tussen geloof en wetenschap zou moeten aangeven.
'In de religie zijn gnostici ketters en voor de wetenschappelijke academie zijn ze idioten.' ...Godsdienst en wetenschap blijven het antwoord schuldig op vele alledaagse vragen. Telepathie of het voorspellen van gebeurtenissen bijvoorbeeld, wordt afgedaan als de hand van God of als toeval. En wat er voor de oerknal was en buiten het heelal is, dat zijn voor wetenschappers haast perverse vragen. ....Quispel waarschuwt echter voor goedgelovigheid. 'In de New Age zie ik wel wat, maar men is veel te lichtgelovig. Diepe denkers die toch opeens geloven in een vrouw die met een flesje staat te zwaaien en mensen geneest. Dat noem ik de vulgaire gnosis. Zoals die bijvoorbeeld op televisie in het Zwarte Gat gebracht wordt.'
30-11-1994 Marcel van Lieshout. Geloof. Hij bespreekt op hekelende toon wat men op TV allemaal aan het rommelen is….. Eerst Jomanda, vervolgens een Tineke en de paranormale wereld en nòg blijft de beeldbuis intact. Sommige dingen zijn inderdaad zo onbegrijpelijk dat de mens vanzelf in het bovennatuurlijke gaat geloven.... Het stukje gaat eigenlijk over TV en oprechtheid. Kort en krachtig, en vrij vertaald, verwoordt hij dat het woord zingeving niet meer ter sprake kan zijn als de oprechtheid, bijvoorbeeld van het gebodene op TV, ook wel zo ver zoek is.
06-06-1998 (+++) Stephan Sanders. Over TV. Een artikel dat maar zijdelings raakt aan ons onderwerp, maar wel naadloos aansluit op het vorige artikel. Voor velen heeft het medium TV een grote invloed op betekenisgeving en zingeving. Ik stuitte op Sanders artikel omdat hij het woord telepathie daarin gebruikt. Daar gaat het stuk verder niet over. Maar het geeft wel goed aan waarom we waarschijnlijk nu in 2007 zo’n KRO-programma te verwachten hebben.
..... Er is een regel die voor alle vakmensen en ambachtslieden lijkt op te gaan, behalve voor tv-makers. Schrijf altijd het boek dat je zelf zou willen lezen. Timmer de tafel in elkaar waaraan je zelf zou willen ontbijten. Schilder zo, dat het doek in je eigen kamer zou kunnen hangen. Maar onder tv-mensen is het heel gewoon iets te produceren dat ze zelf niet willen zien. Nee, zeg, kijken? Ze hebben wel wat beters te doen, dit is bestemd voor het grote publiek. Als het even wil, brengen ze die drogreden ook nog op smaak met een roomzachte saus: de saus van het mededogen. Wie zouden zij zijn om te bepalen wat goed is en minder goed. De mensen zijn oud en wijs genoeg om dat zelf te kunnen beslissen. Hen zal je niet op elitaire standpunten kunnen betrappen. En zo hult de gemakzucht en de minachting zich in het mantelpakje van de maatschappelijk werkster. Zij doen hun werk maar half, en dat doen ze ook nog eens voor ons eigen bestwil. Het ouderwetse begrip Publikumsbeschimpfung heeft sinds het tv-tijdperk nieuwe dimensies gekregen. Renate Rubinstein heeft ooit uitgelegd dat men op drie manieren elitair kan zijn. Ik citeer: 'a. door te denken dat men beter is dan anderen, b. door te denken dat men slechter is dan anderen, c. door te denken dat men gelijk is aan anderen.' 'Ik ben elitair op de laatste manier', schrijft Rubinstein. 'Ik denk altijd dat iedereen tegen wie ik praat of schrijf er net zo over denkt als ik. Dat is natuurlijk een vergissing, maar mijn houding verandert daar niet door.' ......In Hilversum, Aalsmeer en al die andere wereldsteden waar het Nederlandse tv-aanbod wordt bepaald, zijn ze elitair op manier a. Ze denken het gewone volk te kennen, en het wonderlijkste daarvan is dat ze zelf uitdrukkelijk niet tot het gewone volk gerekend willen worden. Maar via de weg van de telepathie onderhouden ze de innigst mogelijke relatie met hun publiek. Dit klinkt net zo obscuur als het is. Al die.....bekende Nederlanders, waarbij de presentator maar één ding uitstraalt: 'Hier sta ik, ik heb een hypotheek, ik kan niet anders' - die hele onwaarachtige rataplan drijft op hocus-pocus en een vaag sociaal instinct. In Hilversum heeft Greet Hofman het nog steeds voor het zeggen. 'Eigenlijk ben ik te goed voor u, maar jammer genoeg verdient u niet beter', daar komt die houding in de praktijk op neer.
20-06-1997 (++) Van onze verslaggever. Onderzoek SCP logenstraft idee van religieuze herleving.... Rapport Secularisatie en alternatieve zingeving in Nederland. Bij de Volkskrant vind ik in het Archief bij het zoeken naar SCP zingeving of SCP telepathie geen recentere gegevens van het SCP. Ook bij het SCP op internet zelf niet. In 2000 verscheen er nog een rapport van het SCP Secularisatie in de jaren negentig, maar dat gaat alleen over religie. We gaven dit onderzoek ook al even aan bij Het scepticisme. Nog enige (herhaling van) citaten zijn hier op zijn plaats.
Er is geen sprake van een religieuze herleving, ondanks de publiciteit rond nieuwe katholieken, EO-jongeren of het boekenweekthema Mijn God. De ontkerkelijking zet gestaag door. In 2020 zal nog maar 25 procent van de bevolking lid zijn van een kerk, tegenover 40 procent nu. Alleen de aanhang van de islam zal stijgen van 2 naar 7 procent. Daarmee zullen de moslims de tweede godsdienstige stroming van Nederland vormen, na het katholicisme, dat zijn aanhang ziet teruglopen van 20 naar 10 procent. ...De tien meest populaire alternatieve onderwerpen, uitgedrukt in het percentage van de Nederlanders dat er 'zeker' in gelooft. 1. Homeopathie 36,3; 2. Yoga 19,0; 3. Telepathie 17,8; 4. Astrologie 9,3; 5. Reïncarnatie 9,2; 6. UFO's/Buitenaardse beschavingen 8,7; 7. Parapsychologie 5,1; 8. Geneeskrachtige edelstenen 5,0; 9. Handlijnkunde 4,5; 10. Bio-energetica 3,8.
....De ontkerkelijking wordt niet gecompenseerd door alternatieve stromingen als New Age of antroposofie. De belangstelling voor zulke bewegingen is duidelijk aanwezig, aldus het SCP, maar ook vrijblijvend. Van de Nederlanders kan 16 procent beschouwd worden als actief zoeker, van wie het gedrag wordt beïnvloed door alternatieve denkbeelden. Nog eens 26 procent toont een zekere interesse, maar geen diepgaande betrokkenheid....In 1994 bracht het planbureau de leegloop van de traditionele kerken in beeld. De onderzoekers kregen toen het verwijt dat zij zich te veel op de kerk als instituut richten. De Hart: 'Buiten de kerk zou een enorme opleving van religiositeit gaande zijn. De alternatieve wereld zou echt booming business zijn.' ....Het 'vaarwel aan de kerken' leidt tot een speurtocht naar een nieuwe levensbeschouwing, aldus het SCP. 'Toch richt slechts een kwart van de kerkverlaters zich op een alternatieve stroming. Het is zeker niet zo dat iedereen zich massaal op een ander geloof stort', zegt De Hart. De alternatieve wereld blijft relatief klein, gefragmenteerd en vrijblijvend....De gedachte dat religiositeit niettemin herleeft, heeft te maken met de overtuiging dat mensen een samenhangende levensbeschouwing nodig hebben. Op de opiniepagina's van kranten schrijven theologen en filosofen met grote regelmaat over de 'ongehoorde zingevingscrisis' die onze maatschappij zou treffen. De Hart: 'Ik zou dat toch danig willen relativeren. De meeste mensen hebben een soort hapsnap-levensbeschouwing, een paar populair-wetenschappelijke inzichten, een paar restanten van een religieuze opvoeding en nog wat elementen die ooit zijn opgepikt. Zo knutselt iedereen zijn pakketje uit de levensbeschouwelijke Gamma bij elkaar.'
23-05-1998 Misschien komen de verschillende invloeden op een jongere wel het mooist in beeld in enkele zinnetjes in een artikel over enkele christelijke scholieren in of rond Zwolle, waarvan er eentje (Gert) zegt: :.... Maar je kunt niet alles weten, God is de enige die het wel weet.' Hij denkt niet dat de Bijbel symbolisch geïnterpreteerd dient te worden. Jezus kon de blinden echt laten zien want zo staat het geschreven. 'De mensen jubelden: ''Ik kan weer zien.'' Dat kun je toch niet anders opvatten.' Dat sommige mensen zeggen door Jomanda te zijn genezen, moet volgens Gert anders worden opgevat. 'Dat is een soort telepathie. Het is maar een klein percentage dat echt geneest door Jomanda, de meesten krijgen na verloop van tijd weer last van hun kwaal. Als Jezus genas, was dat van blijvende aard.'
Het zingeven kan ook heel andere wendingen nemen.
31-12-1998 (++) Erik van den Berg spreekt met Hugo Wormgoor die zich bezig houdt met getalsleer... Volgens de schrijver Hugo Wormgoor zijn wiskunde en christendom elkaars spiegelbeeld. De verborgen boodschap van arme, rijke en volmaakte getallen. 'Het wordt een beetje ingewikkeld, maar dat kan ik ook niet helpen.' ....... Want hoe weten we nu eigenlijk dat dertien te maken heeft met rampspoed en tegenslag? 'In bepaalde tradities is dertien het ongeluksgetal, omdat het valt buiten het harmonische twaalfvoud dat is ontleend aan de twaalfvoudige zodiac, waar bijvoorbeeld ook het twaalftallig stelsel uit voortkomt. De dertien ligt dan buiten de cirkel en is daarmee een gevaarlijk element. Maar voor anderen ligt hij er juist ín: de dertiende in het midden. Dan kun je denken aan Christus temidden van de twaalf apostelen en is dertien dus juist een gelukkig nummer.'...... Was hij altijd al goed in cijferwerk? 'Daar kan ik kort over zijn: op alle scholen ben ik mislukt. Ik kon niet leren. Maar toen ik vierentwintig was deed zich iets merkwaardigs voor.' Een 'helderziende' ervaring maakte dat de jonge Wormgoor - zoon van een directeur van een middelbare-scholengemeenschap - hem tot dan ontoegankelijke kennis 'in één klap' werd geopenbaard. 'Ik kon ineens Grieks en Latijn lezen - geen Engels, dat is nog steeds een blinde vlek - en ik snapte wat wiskunde was.' Hij trekt een vergelijking met de film Rainman: 'Daarin laat die autistische jongen duizend lucifers vallen en hij weet in één oogopslag hoeveel het er zijn. .... Hugo Wormgoor is er trots op dat hij, met hulp van bevriende mathematici, bewees dat er ook een 37-hexagram bestaat. En echt 'geëlektrocuteerd' was hij, toen hij op een dag een lijn langs alle getallen in Vickers' hexagram trok, en voor zich het beeld van de joodse levensboom uit de kabbala zag ontstaan. 'Ik ging uit mijn dak. Een begrip uit het hart van de occulte esoterie, wat joden helderziend wisten, kan nu wiskundig worden geverifieerd. Dat is toch fantastisch? Dan ben je wél met andere zaken bezig dan: ojee, dertien is een ongeluksgetal.'
12-01-2002 (+) Sander van Walsum. ...Voor Harm Visser (55) behoort het ongeloof tot de persoonlijke condition humaine: hij weet niet beter. Toch hebben de omstandigheden hem gedwongen over het thema na te denken. Zelfs de geseculariseerde samenleving is tenslotte vergeven van de religiositeit. Visser is componist/muziektheoreticus en publicist. Hij schreef onder meer voor De Tijd en Het Parool. Voor de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad schrijft hij over de neurowetenschappen. .... Toen ik 16 was, had ik een vriend, Leo, die beweerde dat zijn vader paranormaal begaafd was. Veel 16-jarigen zouden daar best van onder de indruk zijn. Maar ik voelde een grote behoefte die onzin te weerleggen. Ik kocht een boekje waarin honderd gevallen van paragnostiek werden beschreven en weerlegd, en overwoog dat aan de vader van Leo te geven. Waarom? Vermoedelijk om van hem te horen: 'Harm, je hebt helemaal gelijk'....
24-12-2003 Itai Mol /Seada Nourhussen. Zevende zintuig. Paul van Bree (59). Beroep paragnost. Religie katholiek ....'Ook in mijn werk als paragnost ben ik helemaal niks zonder God. En degene die tegenover mij zit ook niet. Hij daarboven is de baas. Ook Jezus was heel erg spiritueel en kon vandaaruit wonderen doen. Ik wil mezelf daar niet mee vergelijken, maar wij hebben net iets meer. Een bepaald gevoel, een zevende zintuig dat iedereen wel heeft. Ik heb van een hogere macht het groene licht gekregen om daar iets mee te doen. Het is een kleine extra dimensie, meer is het niet. We zijn ook geen artsen, alleen maar raadgevers en begeleiders. Helaas moet ik vaststellen dat er collega's zijn die daar niet goed mee omgaan. Ik vind die grote paranormale beurzen ook verschrikkelijk commercieel. Geef mij maar kleinere bijeenkomsten, of mijn werk aan huis. Lekker spiritueel.'
25-09-2004 Hans van Maanen. (Wel wat ongevoelig op dat moment:) Bidden met Karel. Als je toch over gebedsgenezing wil schrijven, doe het dan goed - dus niet zoals Karel Glastra van Loon deze zomer in de Margriet. Nu denken de lezeressen van dat blad misschien wel dat er toch wel wat van waar is, van gebedsgenezing, en dat het eigenlijk heel dom is om dit soort kennis naast je neer te leggen 'als je zelf door een ernstige ziekte als kanker of aids wordt getroffen'. .... De andere studie die Glastra van Loon aanhaalt, is zo mogelijk nog beroemder - zeker onder wat hij noemt de grootste schreeuwers onder de hoeders van de 'zuiver wetenschappelijke geneeskunde'. Dat is de studie van Elisabeth Targ, die in 1998 het effect van de voorbede op het welzijn van aidspatiënten beschreef. Ook hier waren volgens Glastra van Loon de patiënten die waren behandeld 'in alle opzichten beter af dan de onbehandelde'. Ook hier verzwijgt hij dat dit onderzoek allang met de grond gelijk is gemaakt. Targs mede-onderzoeker Fred Sicher, die net als zij erg van het paranormale hield, wist de hele tijd al voor wie werd gebeden en voor wie niet. Bovendien was de studie aanvankelijk bedoeld om sterfte onder aidspatiënten te meten, maar doordat opeens de tripeltherapie beschikbaar kwam, ging er niemand meer dood en moest naar andere verschillen worden gekeken. Hoewel Targ en Sicher het er niet bij vertelden, hebben ze net zo lang in hun gegevens gezocht tot ze een publiceerbaar resultaat hadden gevonden (als ze het erbij hadden verteld, zouden ze het nooit gepubliceerd hebben gekregen). Dus heet het nu, dat dankzij het bidden aids-patiënten korter in het ziekenhuis verblijven en minder vaak naar de dokter hoeven, precies zoals Glastra van Loon zegt. De mensen voor wie werd gebeden ondervonden trouwens meer stress en hun afweer was eerder slechter dan beter. Als je toch over dit onderzoek schrijft, vertel dat er dan ook bij. Targ zelf kan het niet meer doen: zij overleed aan een hersentumor nadat een alternatieve genezer haar had wijsgemaakt dat ze moest stoppen met bestraling. Ook goed om te weten als je zelf door een ernstige ziekte als kanker of aids wordt getroffen.
26-11-2006 (+++) (Frankrijk) Fokke Obbema. Een open geest. Voor de derde keer. Er komt ook nog een derde man ter sprake in dat artikel.
In de wetenschappelijke wereld strijdt de filosoof Bertrand Meheust, hoogleraar aan de universiteit Paris VIII, al jaren voor een serieuze benadering van paranormale verschijnselen. Voorlopig zonder succes. ‘Tegenover de grote belangstelling die onder het volk leeft, staat de afwijzing van de elite die aandacht voor dit soort verschijnselen systematisch verwerpt. Natuurlijk zijn er wel leden van de elite die zich er persoonlijk voor interesseren. Dat verklaart het succes van iemand als Yaguel Didier. Dat is leuk voor de soirées. Maar zodra het in het publieke, institutionele domein komt, is sprake van een resolute afwijzing.’ ....De marxisten mogen inmiddels hun invloed hebben verloren, de neiging onder wetenschappers en journalisten om over paranormale verschijnselen te schamperen, is nog onverminderd groot, ervaart Meheust. Hij brengt dat in verband met de ‘anti-religieuze’ onderstroom die sinds de Franse Revolutie sterk in Frankrijk aanwezig is. .....Een collega-filosoof van mij (Meheust) die aan de Sorbonne doceert, is zeer geïnteresseerd in helderziendheid, maar durft daarvoor niet openlijk uit te komen. Wat de media betreft, zie je dat een volkse tv-zender als M6 er aandacht aan besteedt, maar een serieuze zender als Arte zul je dat niet zien doen. Die houdt afstand. Dat geldt ook voor kranten als Le Monde, Le Figaro of Libération.’ .....Meheust denkt dat de kloof tussen de elite en het volk op het vlak van paranormale verschijnselen te vergelijken is met het debat over de Europese Grondwet in 2005: ‘Ook toen zag je de elite van politici en journalisten pogen het volk van een standpunt te overtuigen, de ja-stem, maar verwierp het volk dat.’ Hij denkt dat ook in het debat over paranormale verschijnselen ‘het volk’ aan het langste eind zal trekken. ‘Uit opiniepeilingen en het succes van sommige tv-programma’s kun je afleiden dat de belangstelling van de Fransen groeit. Er is sprake van een veranderend bewustzijn. Maar de elite wil daar, uit minachting voor het volk, nog altijd niet van weten.’
Inderdaad we lijken op zijn minst in twee opzichten op de Fransen. Maar met die prof is misschien nog te discussiëren. Hopelijk.
Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het geloven (8): Buitenland
zaterdag 3 februari 2007 21:41
Buitenland
De journalisten in het buitenland geven ook een vluchtige indruk van de stand van zaken met betrekking tot het geloof in helderziendheid en daaraan gekoppelde zaken in andere landen in de wereld.
13-08-1994 (België) Jos Klaassen. Heilig paterke Paquay. Vermoedelijk was Valentinus een bijzonder populaire biechtvader. 'De priester is een vader met een moederlijk hart', zei hij ooit. Rond zijn biechtstoel werd het even druk als rond een ijskar bij 35 graden. Geen wonder. Want het heilig paterke was een waarzegger, een helderziende! Moet u hier ook niet even denken aan een mogelijk relatie tussen het zowel biechtvader zijn als helderziende genoemd worden? In termen van ‘beschikken over informatie’ is biechtvader zijn zo’n gekke plek nog niet. Het paterke is intussen zalig verklaard. Om heilig te kunnen worden verklaard moet er nog een medische wonder plaatsvinden.
12-11-1994 (+) (Brazilië) Ineke Holtwijk. Het zwarte gat van Brazilie. Een artikel over vooral zwarte magie. ....Voor ieder probleem bestaat een oplossing in de zwarte magie. Wil je een persoon kapot maken, dan schrijf je zijn naam op een briefje en verbrand je het....Het pact met de duivel is een typisch verschijnsel in arme landen, waar men gelooft dat de duivel iets voor je kan doen, meent Osvaldo Quevedo. Hij is een theoloog uit Sao Paulo, die zich heeft gespecialiseerd in parapsychologie. 'Alle samenlevingen en godsdiensten erkennen het bestaan van de duivel, demonen of een anti-God, en altijd heeft zo'n wezen veel macht. Maar in de meeste landen wordt daaraan geen leer verbonden....
Eigenlijk hoort hier het artikel hier niet thuis. Wij hebben het in principe alleen over de (passieve) helderziendheid. Maar omdat de zwarte magie met zijn tegenhanger ‘gebedsgenezen’ en andere ‘witte magie’, naast het ‘genezen’ en ‘poltergeist’, soms ook tot de veronderstelde ‘niet motorische en niet mechanische’ (actieve) invloed op de buitenwereld gerekend wordt, wordt het hier toch even genoemd. Van de hand van de leden van de Parapsychological Association zal men weinig onderzoek naar witte en geen onderzoek naar zwarte magie tegenkomen.
05-05-1995 (Rusland) Bert Lanting meldt uit Moskou: Jeltsins veiligheidschef zou meer invloed in het Kremlin hebben dan het complete kabinet......Rogozins belangstelling voor het bovennatuurlijke gaat terug naar zijn tijd bij de KGB, waar hij bij het Tweede Hoofddirectoraat werkte, de contra-spionage-afdeling. Volgens voormalige collega's uit die periode ontpopte Rogozin zich daar als een fervent pleitbezorger van de 'parapsychologische oorlogsvoering'. Aan het eind van de jaren tachtig kreeg Rogozin van de leiding van het Instituut voor Veiligheidsvraagstukken - het onderzoeksinstituut van de KGB - carte blanche voor onderzoek op bovennatuurlijk terrein. Volgens Moskovskie Novosti experimenteerde Rogozin met gedachtenlezen op afstand, het verkrijgen van informatie door het 'bioveld' van mensen te analyseren en andere parapsychologische spionage-methodes.
De speculatie van ‘parapsychologische oorlogsvoering’. (Die werd in de jaren zeventig ook wel eens gesuggereerd met betrekking tot de CIA.) Lanting citeert hier de Russische krant Moskovskie Novosti. Hier vraag je je af of de Volkskrant dit wel moest publiceren. Mogelijk was dat afhankelijk van de status van die Russische krant.
29-03-1997 (++) (Rusland) Bert Lanting met opnieuw met een stuk uit Rusland: Zwarte en witte magie in Moskou. ....Sinds de ineenstorting van het communisme is er een onverzadigbare honger naar alles wat zich tussen hemel en aarde bevindt. De kranten puilen uit van advertenties van ekstra-sensy, paragnosten, die hun diensten aanbieden. 'De mensen voelen geen grond meer onder hun voeten. Het ontbreekt hun aan een geloof of een ideologie waaraan zij zekerheid kunnen ontlenen', zegt Alla Dan. Zij kan het weten, want behalve heks is ze ook nog eens afgestudeerd filosoof en arts...... 'Ik werk louter in dienst van God', zegt ze vroom. En natuurlijk in dienst van het land, want onder haar klanten zitten heel wat politici. Wie dat zijn, wil ze niet onthullen, maar er zitten 'ook zeer hooggeplaatste figuren' bij, verzekert ze. Overigens heeft het Kremlin zijn eigen huismagiërs, weet ze.....Dat de magie momenteel een lucratieve business is, blijkt in de Salon voor de Hogere Magie van Angelika Effi, een van de bekendste Russische paragnosten dankzij het wekelijkse programma dat zij op de commerciële zender '2x2' heeft.....
02-07-1999 (Rusland) Bart Rijs met ook nog een bericht: Vader German Tsjesnokov.... is speciaal door de Russisch orthodoxe patriarch aangesteld om 'onreine zielen' te redden. ....Het kwaad heeft zich de laatste jaren in de ogen van de Russen vermenigvuldigd. Vroeger, in de Sovjet-Unie, was er maar één duivel: het kapitalisme; nu is er armoede, aids, huurmoord, drugsverslaving, burgeroorlog.... Niet alleen vader German, ook andere duiveluitdrijvers, gebedsgenezers, astrologen, en paragnosten kunnen in Rusland op een groeiend publiek rekenen. Het occultisme is bezig aan een comeback..... En niet de baboesjska's maar de hoog opgeleide jongeren interesseren zich het meest voor het bovennatuurlijke.
02-09-1995 (++) (Afrika ) Bespreking boek Sangoma door Wim Bossema.
'Hoe weet je dit allemaal over mij, ik heb het je nog niet verteld', zei Miriam Makeba, moeder van het Zuidafrikaanse lied, tegen James Hall, de Amerikaanse auteur die haar levensverhaal opschreef. Zou deze blanke man in contact staan met de geesten, zonder dat hij het zelf wist? Had hij de paranormale gaven die iemand in haar cultuur voorbestemden tot sangoma, een traditionele genezer? 'Ga naar mijn nicht in Swaziland', zei Makeba, 'daar kunnen de sangoma's de waarheid vaststellen.'
Dat was in 1986. Nu is de schrijver uit Los Angeles een sangoma met een eigen praktijk in Swaziland. Miriam Makeba is een van zijn cliënten. De nieuwsgierigheid die hem in 1988 naar Swaziland voerde, heeft tijdens de zware beproevingen van de inwijding plaats gemaakt voor berusting: het contact met de geesten is echt, ook al blijft het onverklaarbaar. Hall is de eerste blanke sangoma van Swaziland. Hij schreef een boek over zijn opleiding: Sangoma.
Zou mevrouw Miriam Makeba ook over meer interactionele gaven, en belangen hebben beschikt dan er vermeld worden? Sangoma: net als bij veel mediums en magnetiseurs in het Westen zou er sprake zijn van een passieve (helderziendheid) en een actieve (genezen) component. Tja, en dan de drugs in de ‘opleiding’ van een westers schrijver tot sangoma. Heel veel vragen natuurlijk, te veel voor nu.
24-10-1995 (Hongkong) Toine Berbers. Zonsverduistering. ...Andere helderzienden verwachten natuurrampen of politieke crises. De wankele regeringscoalitie in Thailand zal de verduistering niet overleven. Premier Banharn heeft dit onheil over zich afgeroepen omdat hij bij het aantreden van zijn regering in juli sterrenwichelaars raadpleegde over het gunstigste tijdstip, zo wil de volkswijsheid. De beurs van Bangkok zit alvast in een dal.
30-01-1996 (Frankrijk) Sjoerd Venema Onverklaarde branden... Voor de autoriteiten geven alle toegestroomde wichelroedelopers en helderzienden echter geen afdoende verklaring voor de ongewone fenomenen die bij de verschillende branden zijn waargenomen....
10-08-1999 (Frankrijk) Martin Sommer: Frankrijk telt meer zieners dan priesters: Het zou overdreven zijn te zeggen dat het land van Descartes in de ban van de sterrenwichelarij verkeert. Het is komkommertijd. Blijft staan dat astrologie, helderziendheid, handlezen, numerologie en wat dies meer zij een ongekende bloei doormaken. Terwijl het aantal priesters is teruggelopen tot een lamentabele 35 duizend, beschikt Frankrijk over zeker 50 duizend erkende zieners. 'Vijftigduizend die hun belasting opgeven', corrigeert 'Sylvie'. Ze biedt haar diensten aan in de kleine annonces van het links-intellectuele weekblad Le Nouvel Observateur. ' Maar als je de zwartwerkers meetelt, moet je het aantal met drie vermenigvuldigen.' In de links-intellectuele 'Nouvel Obs' valt te lezen hoe Tarah, Agathe, Justine, Victoria en Cecilia kunnen worden geconsulteerd, voor enkele honderden francs, en vaak onder de begeleidende tekst 'stelt geen vragen'. .... Elizabeth Teissier publiceerde eerder haar gesprekken met de Franse president Sous le signe de Mitterrand.....In de mini-advertenties van de Nouvel Obs valt te lezen hoe Cécilia 'u versteld doet staan door haar precisie en helderziendheid'. Ze bevestigt telefonisch dat ze door alle beroepsgroepen wordt geraadpleegd. Vooral vrije beroepen, artsen, advocaten, 'lieden die zich laten voorstaan op hun rationaliteit'. Haar consulten nemen niet spectaculair toe in verband met eclips of millennium. 'Eerlijk gezegd, twee jaar geleden ging het beter. Dat komt, er zijn nogal wat oplichters actief, met name sinds er met creditcards wordt betaald. Het nummer wordt genoteerd en daarna wordt de rekening geplunderd. Dat heeft de branche geen goed gedaan.'
05-04-1996 (Amerika) Tim Overdiek. Zoeken van Unabomber. ... Er werd een helderziende ingeschakeld.....
11-03-1997 (++) (Italië) Jan van der Putten. TV in Italië. 'Het spijt me wel, maar ik zie u weduwe worden.' De weduwe in spe trekt bleek weg, terwijl de zieneres herhaalt welk lot haar helaas beschoren is. Bijna vijf miljoen kijkers zijn er live getuige van hoe voor de zoveelste keer Domenica In... uit de hand is gelopen. Domenica In doet behalve veel blote benen ook graag tovenaars en ander paranormaal volk in zijn shows...... Afgelopen zondag was het de beurt van de blonde Bulgaarse zieneres Teodora Stefanova. Sinds die als dertienjarige na een ongeluk een paar maanden in coma heeft gelegen, is ze in staat in de toekomst te kijken. De laatste vijf jaar heeft Stefanova in Italië een aardige paranormale carrière gemaakt. Dus was het onvermijdelijk dat ze vroeg of laat de gast zou worden van Mara Venier, de onverslijtbare presentatrice van Domenica....' Na de show explodeert Venier. 'Rechtstreekse uitzendingen zijn niet meer te controleren', briest ze. Ze gelast de zieneres de aanstaande weduwe en haar man, die beiden fans van haar zijn, gerust te stellen. Thuis zit hun dochter ontroostbaar te huilen....
19-07-1997 (Suriname) Iwan Brave. Iwan Brave keerde een jaar geleden terug naar zijn geboorteland Suriname.... 'Voor jou geen zwarte vrouw, geen blanke vrouw, geen hindoestaanse vrouw, maar een Javaanse vrouw', had een lukuman - een Surinaamse helderziende - mij voorspeld. Zoals het er nu voor staat, zal die Javaanse vrouw dan out of the blue moeten komen....
01-03-1999 (Engeland) Bert Wagendorp: De Sunday Times onthulde zondag dat Keegan gedurende zijn periode als manager van Newcastle United twee spelers... het adres aan de hand deed van gebedsgenezeres Betty Shine (70), een vriendin van de familie Keegan. Shearer kampte met een liesblessure, Howey had last van zijn dijbeen. Shine, ook actief als helderziende, trachtte de blessures door handoplegging te genezen. Volgens het medium wordt zij in haar activiteiten terzijde gestaan door wijlen de Griekse wijsgeer Socrates (bekend van de gifbeker en geen familie van de Braziliaanse voetballer), die volgens haar als Gods boodschapper op aarde fungeert.
29-04-1999 John Scoorl (Suriname-Nederland-Afrika) ....Om te beginnen voelde de Surinaamse zich al jaren beroerd. Ze voelde dat iets in haar zat. Iets waar ze bang van werd. Soms kwamen er zomaar vreemde klanken uit haar mond. Of woorden in een taal die voor niemand te verstaan waren. Na jarenlang vertegenwoordigers van de reguliere gezondheidszorg te hebben geraadpleegd, kwam ze in 1995 bij een helderziende Gambiaan terecht. Misschien dat deze man, luisterend naar de naam Mahony Suku, op zijn zolderkamertje in Amsterdam haar kon helpen. Het werd tijdens een speciale seance een moment van grote herkenning, om het zo maar te zeggen. Helderziende Suku zag in Pryor de verloren gewaande ziel van de Leeuwenkoning, leider van het Mandingo-volk. Deze Leeuwenkoning zou driehonderd jaar geleden door slavenhandelaren zijn verscheept naar het Caraïbisch gebied en uiteindelijk in Suriname 'een nieuw huis' hebben gevonden. Suku verklaarde al jaren naar de reïncarnatie van de Leeuwenkoning op zoek te zijn en was verbaasd dat de Leeuwenkoning in de gedaante van een Surinaamse huisvrouw zomaar zijn kamer was binnengelopen. Die vreemde klanken waren de taal van het Mandingo-volk, zei hij, en datgene wat zij in haar binnenste voelde, moest wel de geest van de Leeuwenkoning zijn. Alles viel op zijn plaats...... Even was de vraag nog aan de orde of ze wel de echte Leeuwenkoningin was. In vroeger tijden ging deze test gepaard met een gevecht op leven en dood met een leeuw. Dat bleef Pryor bespaard. Ze moest alleen het juiste wachtwoord tegenover de hogepriesters zeggen. Dat lukte.
13-05-2003 (Bali) Michel Maas. 'Lachende moordenaar' verstart. ... Voor de Balinezen is Amrozi de duivel zelf. Pemangku's, paranormaal begaafden, zijn daarom door de politie ingeschakeld om de kwade geesten die Amrozi omgeven, uit de buurt van de rechtszaal te houden....
29-08-2003(++) (India) Sacha Kester. Indiase goeroevanger maakt veel vijanden. ...Hij (Premanand) toont aan dat 'godmannen' Indiase hindoes het geld uit de zakken kloppen. Premanands eigen trucs maken hem populair bij kinderen. Maar hij vreest voor zijn leven…..
09-10-2003 (Vietnam) Rob Vreeken. ....Oma Lan werd als kind al uitgehuwelijkt. Dus het was in 1939 dat deze vrouw door haar ouders tegen haar zin werd gekoppeld aan een jeugdige dorpsgenoot. Vóór het huwelijk kon worden voltrokken was het jongetje verdronken .... Op haar zeventiende werd opnieuw een huwelijk gearrangeerd, dat twee jaar later werd voltrokken. 'Een gedwongen huwelijk, ik was verliefd op een andere man. Er was van beide kanten geen enkele sympathie, we zeiden geen woord tegen elkaar.' Pas toen ze zwanger raakte, werd er gesproken. 'Mijn man had van een spiritueel medium te horen gekregen dat ik zwanger was geraakt van de geest van dat overleden jongetje. Dus werd hij jaloers op de geest! Hij was heel kwaad, hij sloeg me.' Ze probeerde abortus op te wekken met een papje van bladeren van de thiboom, zonder succes. Aan de permanente staat van oorlog in huis kwam een eind doordat de echtgenoot drie maanden na de geboorte van het dochtertje stierf.
04-05-2004 (Roemenië) Olaf Tempelman In zonde geboren.... Een in het verjagen van vampiers gespecialiseerde parapsycholoog voerde ter plekke een reeks bezwerende rituelen uit, waarna de geest hem smeerde. Althans: uit huize Diaconu. Want in een recent interview verklaarde dezelfde parapsycholoog dat er sinds zijn optreden in Grecesti bij hem thuis van alles rinkelt en rammelt. (Dat is dus in elk geval al weer geen parapsycholoog, hgb.)
16-08-2004 (Duitsland) Philippe Remarque De Russische geest waart weer rond in Berlijn ...Evenals in de jaren twintig zijn er veel Russische immigranten in Berlijn........Boerloetskaja is redactrice van Roesski Berlin, een van de Russische weekbladen die tegenwoordig weer in Berlijn verschijnen. Naast nieuws uit Duitsland en de voormalige Sovjet-Unie staat er praktische raad in en advertenties voor reisbureaus, satellietschotels en helderzienden ...
26-11-2006 (+++) (Frankrijk) Fokke Obbema. Een open geest. Dit artikel is ook al in het stuk Op consult gaan even genoemd. We citeren hier nog een paar andere fragmenten. Dit artikel moet u liefst in zijn geheel lezen.
De Franse elite laat zich graag voorstaan op haar rationele inslag, maar blijkt met de rest van het volk een buitengewone belangstelling voor paranormale verschijnselen te delen. De helderziende Yaguel Didier staat tal van prominenten bij. ‘Het leven kent mysteries.’ Yaguel Didier: ‘In de privé-sfeer hebben mensen steeds minder schaamte om toe te geven dat ze een beroep op een medium doen.’ .... ‘In de serieuze kranten of weekbladen lees je er nauwelijks over, maar in de privé-sfeer, bij diners in de stad, schamen mensen zich steeds minder om toe te geven dat ze een beroep op een medium doen’, stelt Yaguel Didier. ....De helderziende, een knappe vrouw van begin zestig met grote, stralende ogen, ontvangt in haar statige appartement. Dat ligt aan de Boulevard Raspail, in een van de duurste arrondissementen van Parijs. Niet gek voor een meisje uit het Zuid-Franse Toulon, dat begin jaren zestig zonder geld als au pair naar de hoofdstad kwam. Dankzij haar gaven heeft ze zich weten op te werken tot een van de bekendste helderzienden van het land. Ze heeft een wachtlijst van een half jaar, ook al rekent ze 200 euro per consult. .....Gezeten tussen grote spiegels in een decor van 19de-eeuwse meubelen vertelt ze dat zij ‘veel wetenschappers en politici’ onder haar klanten telt. Namen kan ze uiteraard niet geven. Politici consulteren haar niet alleen over hun liefdesleven, maar ook over de vraag of ze zich verkiesbaar moeten stellen. …..Geïnteresseerd in haar voorspellingen zijn, zegt Didier, ‘mensen met een open geest, vaak heel gecultiveerd en briljant. Die durven interesse te tonen, omdat zij weten: het leven kent mysteries en dit is er één van. Maar anders dan in Groot-Brittannië of de Verenigde Staten, waar helderziendheid veel meer deel van de cultuur uitmaakt, zijn Fransen huiverig om er openlijk voor uit te komen.’ Vandaar dat Didier met de adhesiebetuiging van Adler zeer is ingenomen.
Michel Naud ....voorzitter van de vereniging AFIS heeft hij zich ten doel gesteld de hang tot irrationeel denken bij het grote publiek te bestrijden. Mystiek en het bovennatuurlijke staan begrip van het universum in de weg - alleen ‘de wetenschappelijke methode’ kan tot kennis over de werkelijkheid leiden, luidt zijn credo. Het irrationalisme is wijdverbreid in Frankrijk, stelt Naud. .....Wat betreft het geloof in paranormale verschijnselen haalt hij een opiniepeiling aan van Le Monde uit 2003. Daaruit blijkt dat maar liefst 42 procent van de Fransen in wonderen gelooft en 37 procent in astrologie. Als het gaat om het geloof in helderzienden daalt dat percentage tot 23, ‘maar dat is nog altijd twee keer zo veel als in de Verenigde Staten’. (Maar er wordt wat afgegoocheld met dit soort cijfers, hgb.)
De journalisten in het buitenland geven ook een vluchtige indruk van de stand van zaken met betrekking tot het geloof in helderziendheid en daaraan gekoppelde zaken in andere landen in de wereld.
13-08-1994 (België) Jos Klaassen. Heilig paterke Paquay. Vermoedelijk was Valentinus een bijzonder populaire biechtvader. 'De priester is een vader met een moederlijk hart', zei hij ooit. Rond zijn biechtstoel werd het even druk als rond een ijskar bij 35 graden. Geen wonder. Want het heilig paterke was een waarzegger, een helderziende! Moet u hier ook niet even denken aan een mogelijk relatie tussen het zowel biechtvader zijn als helderziende genoemd worden? In termen van ‘beschikken over informatie’ is biechtvader zijn zo’n gekke plek nog niet. Het paterke is intussen zalig verklaard. Om heilig te kunnen worden verklaard moet er nog een medische wonder plaatsvinden.
12-11-1994 (+) (Brazilië) Ineke Holtwijk. Het zwarte gat van Brazilie. Een artikel over vooral zwarte magie. ....Voor ieder probleem bestaat een oplossing in de zwarte magie. Wil je een persoon kapot maken, dan schrijf je zijn naam op een briefje en verbrand je het....Het pact met de duivel is een typisch verschijnsel in arme landen, waar men gelooft dat de duivel iets voor je kan doen, meent Osvaldo Quevedo. Hij is een theoloog uit Sao Paulo, die zich heeft gespecialiseerd in parapsychologie. 'Alle samenlevingen en godsdiensten erkennen het bestaan van de duivel, demonen of een anti-God, en altijd heeft zo'n wezen veel macht. Maar in de meeste landen wordt daaraan geen leer verbonden....
Eigenlijk hoort hier het artikel hier niet thuis. Wij hebben het in principe alleen over de (passieve) helderziendheid. Maar omdat de zwarte magie met zijn tegenhanger ‘gebedsgenezen’ en andere ‘witte magie’, naast het ‘genezen’ en ‘poltergeist’, soms ook tot de veronderstelde ‘niet motorische en niet mechanische’ (actieve) invloed op de buitenwereld gerekend wordt, wordt het hier toch even genoemd. Van de hand van de leden van de Parapsychological Association zal men weinig onderzoek naar witte en geen onderzoek naar zwarte magie tegenkomen.
05-05-1995 (Rusland) Bert Lanting meldt uit Moskou: Jeltsins veiligheidschef zou meer invloed in het Kremlin hebben dan het complete kabinet......Rogozins belangstelling voor het bovennatuurlijke gaat terug naar zijn tijd bij de KGB, waar hij bij het Tweede Hoofddirectoraat werkte, de contra-spionage-afdeling. Volgens voormalige collega's uit die periode ontpopte Rogozin zich daar als een fervent pleitbezorger van de 'parapsychologische oorlogsvoering'. Aan het eind van de jaren tachtig kreeg Rogozin van de leiding van het Instituut voor Veiligheidsvraagstukken - het onderzoeksinstituut van de KGB - carte blanche voor onderzoek op bovennatuurlijk terrein. Volgens Moskovskie Novosti experimenteerde Rogozin met gedachtenlezen op afstand, het verkrijgen van informatie door het 'bioveld' van mensen te analyseren en andere parapsychologische spionage-methodes.
De speculatie van ‘parapsychologische oorlogsvoering’. (Die werd in de jaren zeventig ook wel eens gesuggereerd met betrekking tot de CIA.) Lanting citeert hier de Russische krant Moskovskie Novosti. Hier vraag je je af of de Volkskrant dit wel moest publiceren. Mogelijk was dat afhankelijk van de status van die Russische krant.
29-03-1997 (++) (Rusland) Bert Lanting met opnieuw met een stuk uit Rusland: Zwarte en witte magie in Moskou. ....Sinds de ineenstorting van het communisme is er een onverzadigbare honger naar alles wat zich tussen hemel en aarde bevindt. De kranten puilen uit van advertenties van ekstra-sensy, paragnosten, die hun diensten aanbieden. 'De mensen voelen geen grond meer onder hun voeten. Het ontbreekt hun aan een geloof of een ideologie waaraan zij zekerheid kunnen ontlenen', zegt Alla Dan. Zij kan het weten, want behalve heks is ze ook nog eens afgestudeerd filosoof en arts...... 'Ik werk louter in dienst van God', zegt ze vroom. En natuurlijk in dienst van het land, want onder haar klanten zitten heel wat politici. Wie dat zijn, wil ze niet onthullen, maar er zitten 'ook zeer hooggeplaatste figuren' bij, verzekert ze. Overigens heeft het Kremlin zijn eigen huismagiërs, weet ze.....Dat de magie momenteel een lucratieve business is, blijkt in de Salon voor de Hogere Magie van Angelika Effi, een van de bekendste Russische paragnosten dankzij het wekelijkse programma dat zij op de commerciële zender '2x2' heeft.....
02-07-1999 (Rusland) Bart Rijs met ook nog een bericht: Vader German Tsjesnokov.... is speciaal door de Russisch orthodoxe patriarch aangesteld om 'onreine zielen' te redden. ....Het kwaad heeft zich de laatste jaren in de ogen van de Russen vermenigvuldigd. Vroeger, in de Sovjet-Unie, was er maar één duivel: het kapitalisme; nu is er armoede, aids, huurmoord, drugsverslaving, burgeroorlog.... Niet alleen vader German, ook andere duiveluitdrijvers, gebedsgenezers, astrologen, en paragnosten kunnen in Rusland op een groeiend publiek rekenen. Het occultisme is bezig aan een comeback..... En niet de baboesjska's maar de hoog opgeleide jongeren interesseren zich het meest voor het bovennatuurlijke.
02-09-1995 (++) (Afrika ) Bespreking boek Sangoma door Wim Bossema.
'Hoe weet je dit allemaal over mij, ik heb het je nog niet verteld', zei Miriam Makeba, moeder van het Zuidafrikaanse lied, tegen James Hall, de Amerikaanse auteur die haar levensverhaal opschreef. Zou deze blanke man in contact staan met de geesten, zonder dat hij het zelf wist? Had hij de paranormale gaven die iemand in haar cultuur voorbestemden tot sangoma, een traditionele genezer? 'Ga naar mijn nicht in Swaziland', zei Makeba, 'daar kunnen de sangoma's de waarheid vaststellen.'
Dat was in 1986. Nu is de schrijver uit Los Angeles een sangoma met een eigen praktijk in Swaziland. Miriam Makeba is een van zijn cliënten. De nieuwsgierigheid die hem in 1988 naar Swaziland voerde, heeft tijdens de zware beproevingen van de inwijding plaats gemaakt voor berusting: het contact met de geesten is echt, ook al blijft het onverklaarbaar. Hall is de eerste blanke sangoma van Swaziland. Hij schreef een boek over zijn opleiding: Sangoma.
Zou mevrouw Miriam Makeba ook over meer interactionele gaven, en belangen hebben beschikt dan er vermeld worden? Sangoma: net als bij veel mediums en magnetiseurs in het Westen zou er sprake zijn van een passieve (helderziendheid) en een actieve (genezen) component. Tja, en dan de drugs in de ‘opleiding’ van een westers schrijver tot sangoma. Heel veel vragen natuurlijk, te veel voor nu.
24-10-1995 (Hongkong) Toine Berbers. Zonsverduistering. ...Andere helderzienden verwachten natuurrampen of politieke crises. De wankele regeringscoalitie in Thailand zal de verduistering niet overleven. Premier Banharn heeft dit onheil over zich afgeroepen omdat hij bij het aantreden van zijn regering in juli sterrenwichelaars raadpleegde over het gunstigste tijdstip, zo wil de volkswijsheid. De beurs van Bangkok zit alvast in een dal.
30-01-1996 (Frankrijk) Sjoerd Venema Onverklaarde branden... Voor de autoriteiten geven alle toegestroomde wichelroedelopers en helderzienden echter geen afdoende verklaring voor de ongewone fenomenen die bij de verschillende branden zijn waargenomen....
10-08-1999 (Frankrijk) Martin Sommer: Frankrijk telt meer zieners dan priesters: Het zou overdreven zijn te zeggen dat het land van Descartes in de ban van de sterrenwichelarij verkeert. Het is komkommertijd. Blijft staan dat astrologie, helderziendheid, handlezen, numerologie en wat dies meer zij een ongekende bloei doormaken. Terwijl het aantal priesters is teruggelopen tot een lamentabele 35 duizend, beschikt Frankrijk over zeker 50 duizend erkende zieners. 'Vijftigduizend die hun belasting opgeven', corrigeert 'Sylvie'. Ze biedt haar diensten aan in de kleine annonces van het links-intellectuele weekblad Le Nouvel Observateur. ' Maar als je de zwartwerkers meetelt, moet je het aantal met drie vermenigvuldigen.' In de links-intellectuele 'Nouvel Obs' valt te lezen hoe Tarah, Agathe, Justine, Victoria en Cecilia kunnen worden geconsulteerd, voor enkele honderden francs, en vaak onder de begeleidende tekst 'stelt geen vragen'. .... Elizabeth Teissier publiceerde eerder haar gesprekken met de Franse president Sous le signe de Mitterrand.....In de mini-advertenties van de Nouvel Obs valt te lezen hoe Cécilia 'u versteld doet staan door haar precisie en helderziendheid'. Ze bevestigt telefonisch dat ze door alle beroepsgroepen wordt geraadpleegd. Vooral vrije beroepen, artsen, advocaten, 'lieden die zich laten voorstaan op hun rationaliteit'. Haar consulten nemen niet spectaculair toe in verband met eclips of millennium. 'Eerlijk gezegd, twee jaar geleden ging het beter. Dat komt, er zijn nogal wat oplichters actief, met name sinds er met creditcards wordt betaald. Het nummer wordt genoteerd en daarna wordt de rekening geplunderd. Dat heeft de branche geen goed gedaan.'
05-04-1996 (Amerika) Tim Overdiek. Zoeken van Unabomber. ... Er werd een helderziende ingeschakeld.....
11-03-1997 (++) (Italië) Jan van der Putten. TV in Italië. 'Het spijt me wel, maar ik zie u weduwe worden.' De weduwe in spe trekt bleek weg, terwijl de zieneres herhaalt welk lot haar helaas beschoren is. Bijna vijf miljoen kijkers zijn er live getuige van hoe voor de zoveelste keer Domenica In... uit de hand is gelopen. Domenica In doet behalve veel blote benen ook graag tovenaars en ander paranormaal volk in zijn shows...... Afgelopen zondag was het de beurt van de blonde Bulgaarse zieneres Teodora Stefanova. Sinds die als dertienjarige na een ongeluk een paar maanden in coma heeft gelegen, is ze in staat in de toekomst te kijken. De laatste vijf jaar heeft Stefanova in Italië een aardige paranormale carrière gemaakt. Dus was het onvermijdelijk dat ze vroeg of laat de gast zou worden van Mara Venier, de onverslijtbare presentatrice van Domenica....' Na de show explodeert Venier. 'Rechtstreekse uitzendingen zijn niet meer te controleren', briest ze. Ze gelast de zieneres de aanstaande weduwe en haar man, die beiden fans van haar zijn, gerust te stellen. Thuis zit hun dochter ontroostbaar te huilen....
19-07-1997 (Suriname) Iwan Brave. Iwan Brave keerde een jaar geleden terug naar zijn geboorteland Suriname.... 'Voor jou geen zwarte vrouw, geen blanke vrouw, geen hindoestaanse vrouw, maar een Javaanse vrouw', had een lukuman - een Surinaamse helderziende - mij voorspeld. Zoals het er nu voor staat, zal die Javaanse vrouw dan out of the blue moeten komen....
01-03-1999 (Engeland) Bert Wagendorp: De Sunday Times onthulde zondag dat Keegan gedurende zijn periode als manager van Newcastle United twee spelers... het adres aan de hand deed van gebedsgenezeres Betty Shine (70), een vriendin van de familie Keegan. Shearer kampte met een liesblessure, Howey had last van zijn dijbeen. Shine, ook actief als helderziende, trachtte de blessures door handoplegging te genezen. Volgens het medium wordt zij in haar activiteiten terzijde gestaan door wijlen de Griekse wijsgeer Socrates (bekend van de gifbeker en geen familie van de Braziliaanse voetballer), die volgens haar als Gods boodschapper op aarde fungeert.
29-04-1999 John Scoorl (Suriname-Nederland-Afrika) ....Om te beginnen voelde de Surinaamse zich al jaren beroerd. Ze voelde dat iets in haar zat. Iets waar ze bang van werd. Soms kwamen er zomaar vreemde klanken uit haar mond. Of woorden in een taal die voor niemand te verstaan waren. Na jarenlang vertegenwoordigers van de reguliere gezondheidszorg te hebben geraadpleegd, kwam ze in 1995 bij een helderziende Gambiaan terecht. Misschien dat deze man, luisterend naar de naam Mahony Suku, op zijn zolderkamertje in Amsterdam haar kon helpen. Het werd tijdens een speciale seance een moment van grote herkenning, om het zo maar te zeggen. Helderziende Suku zag in Pryor de verloren gewaande ziel van de Leeuwenkoning, leider van het Mandingo-volk. Deze Leeuwenkoning zou driehonderd jaar geleden door slavenhandelaren zijn verscheept naar het Caraïbisch gebied en uiteindelijk in Suriname 'een nieuw huis' hebben gevonden. Suku verklaarde al jaren naar de reïncarnatie van de Leeuwenkoning op zoek te zijn en was verbaasd dat de Leeuwenkoning in de gedaante van een Surinaamse huisvrouw zomaar zijn kamer was binnengelopen. Die vreemde klanken waren de taal van het Mandingo-volk, zei hij, en datgene wat zij in haar binnenste voelde, moest wel de geest van de Leeuwenkoning zijn. Alles viel op zijn plaats...... Even was de vraag nog aan de orde of ze wel de echte Leeuwenkoningin was. In vroeger tijden ging deze test gepaard met een gevecht op leven en dood met een leeuw. Dat bleef Pryor bespaard. Ze moest alleen het juiste wachtwoord tegenover de hogepriesters zeggen. Dat lukte.
13-05-2003 (Bali) Michel Maas. 'Lachende moordenaar' verstart. ... Voor de Balinezen is Amrozi de duivel zelf. Pemangku's, paranormaal begaafden, zijn daarom door de politie ingeschakeld om de kwade geesten die Amrozi omgeven, uit de buurt van de rechtszaal te houden....
29-08-2003(++) (India) Sacha Kester. Indiase goeroevanger maakt veel vijanden. ...Hij (Premanand) toont aan dat 'godmannen' Indiase hindoes het geld uit de zakken kloppen. Premanands eigen trucs maken hem populair bij kinderen. Maar hij vreest voor zijn leven…..
09-10-2003 (Vietnam) Rob Vreeken. ....Oma Lan werd als kind al uitgehuwelijkt. Dus het was in 1939 dat deze vrouw door haar ouders tegen haar zin werd gekoppeld aan een jeugdige dorpsgenoot. Vóór het huwelijk kon worden voltrokken was het jongetje verdronken .... Op haar zeventiende werd opnieuw een huwelijk gearrangeerd, dat twee jaar later werd voltrokken. 'Een gedwongen huwelijk, ik was verliefd op een andere man. Er was van beide kanten geen enkele sympathie, we zeiden geen woord tegen elkaar.' Pas toen ze zwanger raakte, werd er gesproken. 'Mijn man had van een spiritueel medium te horen gekregen dat ik zwanger was geraakt van de geest van dat overleden jongetje. Dus werd hij jaloers op de geest! Hij was heel kwaad, hij sloeg me.' Ze probeerde abortus op te wekken met een papje van bladeren van de thiboom, zonder succes. Aan de permanente staat van oorlog in huis kwam een eind doordat de echtgenoot drie maanden na de geboorte van het dochtertje stierf.
04-05-2004 (Roemenië) Olaf Tempelman In zonde geboren.... Een in het verjagen van vampiers gespecialiseerde parapsycholoog voerde ter plekke een reeks bezwerende rituelen uit, waarna de geest hem smeerde. Althans: uit huize Diaconu. Want in een recent interview verklaarde dezelfde parapsycholoog dat er sinds zijn optreden in Grecesti bij hem thuis van alles rinkelt en rammelt. (Dat is dus in elk geval al weer geen parapsycholoog, hgb.)
16-08-2004 (Duitsland) Philippe Remarque De Russische geest waart weer rond in Berlijn ...Evenals in de jaren twintig zijn er veel Russische immigranten in Berlijn........Boerloetskaja is redactrice van Roesski Berlin, een van de Russische weekbladen die tegenwoordig weer in Berlijn verschijnen. Naast nieuws uit Duitsland en de voormalige Sovjet-Unie staat er praktische raad in en advertenties voor reisbureaus, satellietschotels en helderzienden ...
26-11-2006 (+++) (Frankrijk) Fokke Obbema. Een open geest. Dit artikel is ook al in het stuk Op consult gaan even genoemd. We citeren hier nog een paar andere fragmenten. Dit artikel moet u liefst in zijn geheel lezen.
De Franse elite laat zich graag voorstaan op haar rationele inslag, maar blijkt met de rest van het volk een buitengewone belangstelling voor paranormale verschijnselen te delen. De helderziende Yaguel Didier staat tal van prominenten bij. ‘Het leven kent mysteries.’ Yaguel Didier: ‘In de privé-sfeer hebben mensen steeds minder schaamte om toe te geven dat ze een beroep op een medium doen.’ .... ‘In de serieuze kranten of weekbladen lees je er nauwelijks over, maar in de privé-sfeer, bij diners in de stad, schamen mensen zich steeds minder om toe te geven dat ze een beroep op een medium doen’, stelt Yaguel Didier. ....De helderziende, een knappe vrouw van begin zestig met grote, stralende ogen, ontvangt in haar statige appartement. Dat ligt aan de Boulevard Raspail, in een van de duurste arrondissementen van Parijs. Niet gek voor een meisje uit het Zuid-Franse Toulon, dat begin jaren zestig zonder geld als au pair naar de hoofdstad kwam. Dankzij haar gaven heeft ze zich weten op te werken tot een van de bekendste helderzienden van het land. Ze heeft een wachtlijst van een half jaar, ook al rekent ze 200 euro per consult. .....Gezeten tussen grote spiegels in een decor van 19de-eeuwse meubelen vertelt ze dat zij ‘veel wetenschappers en politici’ onder haar klanten telt. Namen kan ze uiteraard niet geven. Politici consulteren haar niet alleen over hun liefdesleven, maar ook over de vraag of ze zich verkiesbaar moeten stellen. …..Geïnteresseerd in haar voorspellingen zijn, zegt Didier, ‘mensen met een open geest, vaak heel gecultiveerd en briljant. Die durven interesse te tonen, omdat zij weten: het leven kent mysteries en dit is er één van. Maar anders dan in Groot-Brittannië of de Verenigde Staten, waar helderziendheid veel meer deel van de cultuur uitmaakt, zijn Fransen huiverig om er openlijk voor uit te komen.’ Vandaar dat Didier met de adhesiebetuiging van Adler zeer is ingenomen.
Michel Naud ....voorzitter van de vereniging AFIS heeft hij zich ten doel gesteld de hang tot irrationeel denken bij het grote publiek te bestrijden. Mystiek en het bovennatuurlijke staan begrip van het universum in de weg - alleen ‘de wetenschappelijke methode’ kan tot kennis over de werkelijkheid leiden, luidt zijn credo. Het irrationalisme is wijdverbreid in Frankrijk, stelt Naud. .....Wat betreft het geloof in paranormale verschijnselen haalt hij een opiniepeiling aan van Le Monde uit 2003. Daaruit blijkt dat maar liefst 42 procent van de Fransen in wonderen gelooft en 37 procent in astrologie. Als het gaat om het geloof in helderzienden daalt dat percentage tot 23, ‘maar dat is nog altijd twee keer zo veel als in de Verenigde Staten’. (Maar er wordt wat afgegoocheld met dit soort cijfers, hgb.)
Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het geloven (7): Nederland
zaterdag 3 februari 2007 19:45
Nederland
Hier komen een aantal Nederlanders aan het woord die zelf melden dat ze een ‘aanleg’ hebben of ‘geloven’ in de ‘aanleg’ van anderen op het gebied van de helderziendheid (dus inclusief telepathie en precognitie -dat laatste woord gebruiken trouwens alleen parapsychologen; als mensen dat zelf willen aangeven zullen ze het meestal iets noemen als ‘voorzien hebben’ of ‘voorvoeld hebben’ of een ‘voorspellende droom gehad hebben’). Enkelen hebben we al gehad in eerdere stukken. Hoe staat het verder?
02-07-1994: Oibibio. Bij de start van dat centrum, over de plaats van dat centrum. ....'Het leycentrum hier is een kruispunt van twee sterke leylijnen, waarvan er één in verbinding staat met de Nieuwe Kerk. De indruk bestaat, en dit is helderziend waargenomen, dat de plaats weinig verstoord is door Christelijke dogmatiek.' Opperpionier Ronald-Jan Heijn (33) neemt het geschenk van de kosmos dankbaar in ontvangst. Niet expliciet is of de oprichter van het centrum ook in de helderziendheid van deze verder niet aangeduide ‘waarneming’ gelooft, maar uit de context mag worden afgeleid dat dit het geval is.
28-11-1994 Marc van den Eerenbeemt: In een artikel over de Zangeres zonder Naam komt in één enkele zin de begaafdheid van haarzelf als het geloof in de begaafdheid van anderen ter sprake, ook wel knap van de scribent : De jaren na haar afscheid waren niet gemakkelijk. Met hulp van een paragnost en een psychiater raakte de 'helderziende' Servaes de geestesverschijningen van haar overleden man kwijt.
15-03-1995 Arjan Peters bespreekt boekje Op zoek van Gerard Reve : ...Zou Magda met hem. . . ? Dat heet immers bedrog? Maar waarom gevoelt Huisman zich dan opgewonden bij dat idee? En aan wie herinnerde die helderziende Hennie hem toch? ...
Het gaat om literatuur en dus zegt dit op zich niets over Reve’s geloof in het helderziende. Over het geloof van Reve in algemene zin (katholicisme, Maria, en nu ook helderziendheid) zal men nog hoe dan ook nog lang soebatten. Maar Reve heeft zich, ook in deze context grappig genoeg, eens uitgelaten over zijn geloof in helderziendheid. In een interview van de Volkskrant met Cees Renckens van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) op 29-10-2005 zegt Renckens: Reve heb ik een briefje geschreven toen het medisch minder goed met hem ging. Dat hij zich niet moest laten verleiden door de een of andere arts die hem gezondheid zou beloven. 'Ik kreeg een briefje terug, waarin hij mij geruststelde. Hij was het met me eens, op een punt na, dat was het paranormale. Hij gelooft in helderziendheid. Nou goed. Hij stuurde de kroontjespen mee, waarmee hij de brief had geschreven. Beide heb ik ingelijst'.
26-04-1996: Michel Maas over de biografie van Frederik van Eeden door Jan Fontijn: Van Eeden omarmde na de dood van zijn zoon Paul, in 1913, het spiritisme. Hij begon mediums te bezoeken die hem in contact brachten met zijn zoon, en later ook met andere overledenen. Hij voerde na verloop van tijd in de séances hele gesprekken met Multatuli, Nietzsche, Michelangelo, Victor Hugo - met alle grote doden van de wereld. Het medium Annie Bosch kreeg gaandeweg een grote invloed op hem. Zij moet een zeer intelligente vrouw zijn geweest. Fontijn: 'Eigenlijk is het hele ontwerp van de nieuwe wereldhoofdstad, de Lichtstad, haar ontwerp.' Zij dicteerde Van Eeden en de architect Jaap London 'uit de mond van Michelangelo' wat zij moesten doen. En ze begreep kennelijk feilloos wat Van Eeden wilde horen.
23-08-1996: Marian Buijs: ...John Kraaijkamp hoeft niet in een gekkenhuis te wonen om een gek te spelen. ....In Heijermans' Schakels heeft hij de hoofdrol...... 'Stel je voor dat je Heijermans nog iets kon vragen. Het zou kunnen, ik ben paranormaal begaafd. Ik zou contact met hem kunnen zoeken, maar aan zulke dingen begin ik niet. Een beroemde Amerikaan heeft ooit gezegd dat als je daarin gaat roeren zonder dat je precies weet wat je doet, je net zo gevaarlijk bezig bent als een kind in een elektriciteitscentrale. 'Ik geloof heilig in bovennatuurlijke dingen. Ik zie ze om me heen. Maar dat is niks voor in de krant. Ik weet wel dat er iemand is die alles stuurt. Wie of wat dat is, weet ik niet'.
27-09-1996: Arjan Peters bespreekt boek van Hendrik van Teylingen: De grote verschuiving van de aardas in 1998 (En we weten intussen hoe het afgelopen is met de verschuiving van de aardas) : ... Zie je wel, dacht Hendrik van Teylingen, toen hij het item over de verdwaasde Orde in een nieuwsuitzending behandeld zag. Dit was geen toeval meer. Te veelvuldig waren de tekenen die erop wezen dat de apocalyps met rasse schreden naderde. In een droom was hem al gewaar geworden dat de aardas in 1998 een dramatische zwieper zou maken. Een en ander hield in dat de aardkloot door wassend water zou worden bedekt. En werkelijk, sinds die aankondiging hem was doorgegeven, vond hij de ene vingerwijzing na de andere: boeken van helderzienden en New Age-schouwers, uitlatingen van mystieke rekenwonderen, merkwaardige natuurverschijnselen en andersoortige rampen en rampjes wezen allemaal in die richting. Het werd de hoogste tijd dat de schrijver deze voorspellingen zou bundelen in een zo overtuigend mogelijke onheilsprofetie, die tegelijkertijd oog zou hebben voor de mogelijkheid die de mens in het zicht van de Grote Omwenteling werd geboden, zijn gemoed gezwind te reinigen van zonden en frustraties, teneinde er in 1998 helemaal klaar voor te zijn.
22-03-1997 (++) Ben Haveman spreekt Gerben Hellinga naar aanleiding van diens boek Wintervlinder: .... Het is woede over de uitgewoonde vuilnisbelt waar mensen elkaar uitbuiten, elkaar naar het leven staan. Onvoorstelbare razernij. Buiten hemzelf om. Uit de kosmos zeg maar. Gerben Hellinga heeft die woede over planeet aarde alleen dóórgegeven. Via 'een verbijsterend en provocatief boek' (flaptekst). Hellinga is slechts een medium. Hij zegt het er zelf maar bij. .... Leven in een aanvliegroute van Schiphol. Bij continu gegier heeft Hellinga zijn 'leven als mysticus' te boek gesteld. Na succesvolle thrillers en toneelstukken, begeeft hij zich op het glibberige pad van het occultisme. Hellinga blijkt kaartlezer te zijn en schuwt de kristallen bol niet. Hij onthult zijn voorspellende gaven, heeft zelfs oog in oog met (jawel) Jezus gestaan...... De zaak is: Gerben Hellinga wordt af en toe bezocht door 'een raar gevoel'. Hij vraagt er niet om, om dat rare gevoel. Het komt zo maar, vanzelf. Dat rare gevoel gaat vaak gepaard met het geklingel van hoge belletjes, of met een fluittoon. Alle andere gedachten en gevoelens worden uitgeschakeld. Het heeft iets van een lichte staat van verdoving. Citaat: 'Wat er dan in mij overblijft, is een zekerheid, een zeker weten, een weten.' Dus wist hij met absolute zekerheid dat bierbrouwer Freddy Heineken gevangen gehouden werd in de buurt van Ruigoord; op hetzelfde bedrijventerrein vol autowrakken waar Hellinga op een dag sloophout ging kopen om z'n huis op te knappen. Een stem in hem had het gezegd. Waarom belde hij dan niet ogenblikkelijk de politie? Omdat ze daar zouden zeggen dat z'n fantasie op hol geslagen was. 'Moet je je voorstellen. De kranten staan er bol van en ik weet gewoon zeker: hier zit Freddy Heineken. Maar als ik naar de politie ga, dacht ik, verklaren ze me voor gek.' En ook niet iemand anders ingelicht? Nee, dat bracht hij niet op. Niet z'n ex-vrouw, niet z'n advocaat. 'Uit een soort van geblokkeerdheid. Ik zei ook nog tegen mezelf: je bent gek, het is onzin. Maar even later knaagde weer dat gevoel: toch, het is verdomme wél zo. Voel je wel? Nou oké, effe later werd Heineken gevonden en ik heb daar dus veertig meter vandaag gestaan waar ze hem vasthielden. 'Een paar maanden later zat ik met Felix Rottenberg in een taxi en toen zegt die taxichaffeur dat ik rijk had kunnen wezen, omdat er miljoenen waren uitgeloofd voor de gouden tip. 'Welnee, ik sla me niet voor mijn kop, je kunt er niet aan blijven denken. Ik was er gewoon niet meer mee bezig. Dat gebeurde pas weer toen ik later in de krant over de arrestatie las.' Ander voorbeeld: Hellinga staat voor z'n huis herfstbladeren aan te harken en wordt aangesproken door een onbekend echtpaar. Dat wil zeggen: de man, in zo'n lullig driekwart jasje, staat bij zijn auto te wachten, de vrouw vraagt Hellinga of hij misschien een leuke atelier-ruimte weet. Hij moet de vrouw teleurstellen. Zij loopt terug naar de auto en Hellinga zegt hardop tegen zichzelf: 'Het is precies hetzelfde als bij Heineken.' Kort daarop wordt de ontvoerder van Gerrit-Jan Heijn gearresteerd. Het was de man in dat driekwart jasje die met zijn vrouw in Ruigoord op zoek ging naar 'een atelier'. 'Dat was nog vreemder', zegt Hellinga peinzend. 'Ik bedoel minder tastbaar. Dat mannetje maakte op mij een onbeduidende indruk, dat heb ik niet geassocieerd met de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn. Maar er was wél iets. Ik zei schouderophalend tegen mezelf: mwa, we merken het wel. Zo iets. En dan gebeurt er dát. Tja, ik heb die mensen overigens teruggezien in de rechtszaal toen ik een verslag maakte voor het toenmalige weekblad De Tijd.' Het rare gevoel. Dat plenste als een koude douche over hem heen toen hij in het dorp een praatje maakte met een man die een zwarte bouvier uitliet. 'Die is binnenkort dood', wist Hellinga. Een paar dagen later bleek de man te zijn vermoord. De lezer moet het op Hellinga's gezag maar aannemen. Kan het invoelingsvermogen van de schrijver worden verklaard uit de omstandigheid dat hij 'met de helm op geboren is', zoals de volksmond wil?
Dit is wel een exemplarische manier waarop sommige mensen hun ‘sensitiviteit’ verwoorden. Het blijft niet bij één spontane ervaring, maar er zijn er veel meer, en hij heeft ook een beetje de neiging paragnost te zijn, dus bewust en op verzoek ‘helderziende’ uitspraken doen over gebeurtenissen in het leven van anderen, maar hij is in elk geval ook nog schrijver. De lezer heeft de neiging door het vele exceptionele dat hij ter sprake brengt, Jezus gezien, gebruik van middelen die de geest beïnvloeden, de ‘helderziende’ ervaringen ook niet meer serieus te nemen. Toch, als iemand beschrijft ‘wat hem overkomt’, kan daar in elk geval beschaafd op gereageerd worden. Vooral bij een man als deze lijkt het zaak de ervaringen eerst eens heel nauwkeurig in een tijdsstructuur te plaatsen. Wat was de eerste ervaring, wat de tweede, wat de meest opvallende van alle ervaringen daarna in zijn eigen ogen, en wat was de voorlaatste en de laatste in zijn leven. Hoe uitgebreider hoe beter, maar daar zit een praktische grens aan, natuurlijk. Door dat te doen is het mogelijk iets van de generalisatie-tendens en sluitend-maken-tendens zichtbaar te maken, en er wat inzicht in te krijgen. Onvoldoende besproken is hier of de ‘overtuiging’ van de ‘helderziendheid’ van de gedachte (of hoe men het ook noemen wil, eventueel voelen of weten, qua informatie maakt het niet uit) die hij waarschijnlijk wel gehad heeft “Hier in de buurt zou Heineken wel eens kunnen zitten” misschien toch pas achteraf heeft postgevat. Een dergelijke procedure toepassen op de eigen ervaringen is in de praktijk ook al enigszins uitgeprobeerd bij sensitieven. Zeker als het gaat om mensen die die ervaringen liever kwijt dan rijk zijn, is het de moeite van het proberen waard. Door mensen daar dan ook bij te helpen kan dat soms effect hebben, maar niet bij iedereen. Men moet dat inzicht ook aankunnen. Deze man zou het zelf moeten kunnen, maar bij hem is het is maar de vraag of hij zijn ‘begaafdheid’ wel kwijt wil.
Het volgende stuk illustreert aardig hoe de ‘helderziendheid’ zich eerst in het leven kan nestelen en ook weer grotendeels kan worden opzijgezet, als er zich een regulier alternatief aandient.
06-06-1998 (++) Ben Haveman spreekt interieurontwerpster Gerry Nelissen...(Ze) deed in healing, overwon haar kanker en richt nu huizen in naar eigen ontwerp. Het codewoord is exclusief, zowel qua klant als qua prijs. Maar dan heb je ook wat. Een successtory uit het land van Maas en Waal. ...... Ze was gewend zichzelf weg te cijferen, zegt ze. Als secretaresse, als echtgenote. Ze was een getrouwde Gooise mevrouw toen anderen haar attendeerden op een gave; de gave buitenzintuiglijke waarnemingen te doen. ....Ze zegt: 'Als kind had ik het al, dat je dingen ziet. Dat je dingen weet. Voelt. Doorkrijgt. Zielen van de andere wereld. Dat je, behalve de mensen om je heen, af en toe andere mensen ziet. Mensen die overleden zijn.'.... 'Vanuit dat weten' is ze rond haar 30ste aan healings gaan doen, bij een praktijk voor paranormale geneeswijze in Den Haag. 'Als ik me erop instel, kan ik bij mensen voelen aan wat voor psychische pijnen ze lijden.' 'De een neemt tarotkaarten als spiegel van de ziel en als ingang tot de psyche. Ik doe het met mijn handen. Iemand die therapeut was, zei tegen mij: je moet in familiekring maar eens proberen of je mensen kan helpen. Mensen met migraine, buikpijn, kiespijn. Of mensen met een allergie, een fobie, een depressie. Dat heb ik gewoon gedaan. Van de beginfase is een vrouw me bijgebleven die twintig jaar migraine had. Op zeker moment kwam ze uitgelaten en gillend van blijdschap de prakrijktruimte in omdat ze een week lang nergens last meer van had. Ze wist na drie behandelingen niet meer wat haar overkwam. .... Ik ben met healings opgehouden toen ik merkte dat mijn ego er tussenin stond. Ik was als mens niet vrij. Ik wilde snel scoren bij mensen in een dramatische situatie. Gebeurde dat niet, dan vond ik dat ik het minder goed gedaan had. Fout. Want het is niet aan mij of iemand wel of niet snel weer oké is. Het waren soms mensen met relatieproblemen, of die pijn hadden om bijvoorbeeld het verdriet van een kind.' Haveman: Wat kan een psychiatrisch ongeschoolde daar aan doen? 'Weet je wat de sleutel is? Onvoorwaardelijke liefde. Dat is de essentie. Aandacht en liefde. Toch besloot ze ermee te kappen om zich aan de meer lucratieve interieurverzorging te wijden. Een overstap van binnenkant naar buitenkant, zogezegd. 'Ik heb klanten uit mijn healingpraktijk gewoon verteld van mijn plan. Dat waren ondernemers, huisvrouwen, tandartsen.....Maar de energie die bij healings een rol speelt, valt ook in Nelissens creaties niet weg te denken. Bij het betreden van een huis voelt ze al 'of de de energie rond is of niet, op een andere manier kan ik het niet verwoorden. Een ander zal het ervaren als: hè, wat een lekker huis is dit, wat gezellig is het hier. Of je denkt daarentegen: mwa, hmm. Ik ga vervolgens lokaliseren waar het niet lekker zit.'
02-02-1999 Peter Swanborn haalt uit naar het literair blad Tzum: ...Minder lezenswaardig is het als 'primeur' gepresenteerde hoofdstuk 'Wie wordt de nieuwe Mulisch?' waarin een aantal jonge schrijvers wordt blootgesteld aan de orakeltaal van een 'paragnost te Irnsum'. Deze 'primeur' is ongetwijfeld grappig bedoeld, maar wie kan er lachen om het gemakzuchtig gepsychologiseer van een betweter die van de besproken schrijvers nog nooit een boek gelezen zegt te hebben? Het werk van Manon Uphoff zou pas interessant worden 'als ze met haar verleden klaar is' en Rogie Wieg 'zal nooit een groot schrijver worden' omdat hij 'misvormd door het leven' is. Dit soort persoonlijke aanvallen zijn niet grappig maar gênant, en het valt te hopen dat de redactie van Tzum aan de betreffende auteurs toestemming heeft gevraagd. Zo niet, dan is haar lumineuze idee net zo verwerpelijk als de lasterpraktijk van een paragnost die zich lafhartig verschuilt achter zijn 'medium'.
Of dit stuk hier thuishoort is twijfelachtig. Ongetwijfeld grappig bedoeld, zegt Swanborn. Laten we het hopen, maar zeker ben je nooit bij de literairen.
Tenslotte iemand die vroeger een geheel andere bekendheid genoot, en plots als paragnost weer van zich doet spreken. De krant wil er meer van weten.
13-06-2006 John Schoorl. Giddy up go!…Gerard de Vries was diskjockey, artiest en ambassadeur van de countrymuziek. Op 72-jarige leeftijd treedt hij nog op als paragnost; pas deed hij van zich spreken in twee geruchtmakende zaken. ‘Ik voelde opeens planeetinvloeden, en daar moest ik wat mee.’ ....De Nederlandse koning van de praatcountry, in de Verenigde Staten als recitation net na de Tweede Wereldoorlog ontstaan, zingzegt erop los, alsof hij de begeleiding zelf ergens hoort. .....Uit het niets dook zijn naam op, nu in verband met de mysteries rond de moord op Marianne Vaatstra en de vermissing van Natalee Holloway. Praktiserend paragnost Gerard de Vries had zo zijn ideeën over de opsporingsmethoden en het nodeloos zoeken naar oplossingen, en dat liet hij, net als de andere tientallen paragnosten die zich met deze zaken bemoeien, ‘ongevraagd de wereld weten’. Het kwam hem op een reprimande van de familie Vaatstra te staan. ...
Dat hij op een dag paranormaal begaafd bleek te zijn, daar zat hij niet op te wachten. Het overviel hem, anders kan hij het niet zeggen. Na het ongeluk met zijn hand kreeg hij nog een balk op zijn hoofd ....In 1994 stierf zijn vriend aan aids. ‘Wat je vaak hoort, is dat paragnosten een aantal traumatische ervaringen achter elkaar meemaken’, zegt De Vries. ‘Het kan goed zijn dat het bij mij ook zo is gegaan. Ik voelde opeens planeetinvloeden, en daar moest ik wat mee.’
Hij merkt dat er veel ‘koekenbakkers’ onder de paragnosten zijn. Types die in zijn ogen veel geld vragen en de mensen belazeren. Zo zag hij een paragnost die een vrouw toesprak met de woorden: ‘Mijn gids zegt dat u naar Vivaldi moet luisteren, en dan vooral naar de pianoconcerten.’ Schandalig toch, meent De Vries. ‘Vivaldi heeft helemaal geen pianoconcerten geschreven.’
De afgelopen tien jaar heeft hij vierduizend keer thuis als paragnost opgetreden. En onlangs verscheen zijn boek De zin en de onzin van het paranormale. Zijn eerste signalen krijgt hij doorgaans in de keuken, waar de foto van zijn moeder hangt. Zij zei hem altijd: ‘Laat je niet van de wijsheid brengen.’
Zo nu en dan speelt countrymuziek een rol in zijn werk als paragnost. Toen hij laatst een oude, eenzame man op bezoek had, kwam opeens het nummer O Lonesome Me voorbij. ‘Maar ik heb geen contact met dode countrysterren als Johnny Cash of Tammy Wynette, die ik vroeger in Nashville heb ontmoet. Zo werkt het niet.’
Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het geloven (6): Onheil
donderdag 1 februari 2007 20:07
Onheil
Er kan geen vermissing, ramp of ander groot onheil zijn, of de helderzienden, paragnost dan wel medium, en mensen die we eerder als sensitieven hebben omschreven, en ook een enkeling die alleen in een heel speciaal geval meent iets ‘door te krijgen’, melden zich. Soms in grote getale. Dit is natuurlijk op zich geen nieuws. Het blijkt nu simpelweg wel een feit en geen veronderstelling meer dat ze telkens figureren in de verslagen van die ernstige zaken in de periode 1994-2006. Is dat dan nog wel een vermeldenswaardig gegeven bij een vermissing of onopgelost misdrijf of ramp, of gewoon een randgegeven dat zelfs geen vermelding meer verdient? De Volkskrant vindt het in elk geval wel steeds vermeldenswaardig.
Bij een vermissing, zeker bij het langer vermist zijn, of ontvoering of bij een ernstig misdrijf waarvan de dader maar niet gevonden wordt, worden dus ook vrijwel altijd wel een of meer helderzienden actief door de familie of de omgeving daarvan (en dat moet breed worden opgevat, en hieronder volgt meteen een schrijnend voorbeeld van hoe breed soms), ingeschakeld. Vrijwel nooit met enig resultaat, maar desondanks gebeurt het. Iedere keer opnieuw. Kan dat nog geloven in helderziendheid van die families heten of is het alleen nog het gevoel te kunnen hebben ‘dan in elk geval al het mogelijke gedaan te hebben’? Het meest waarschijnlijk is dat het laatste het geval is in de grote meerderheid van de gevallen. Het is in elk geval te hopen voor die families.
Bij de generatie paragnosten uit de 'stal' van Tenhaeff, in de vijftiger tot zeventiger jaren van de vorige eeuw, waren er nog wel een paar, die in de loop der jaren op zijn minst bij meer dan honderd vermissingszaken betrokken waren, en bij wie niet helemaal uit te sluiten viel dat ze op grond daarvan soms oog voor bepaalde details zouden kunnen hebben ontwikkeld, die de recherche mogelijk over het hoofd zou kunnen zien. Dat had dan ook wel niets met helderziendheid zoals gedefinieerd van doen, maar in theorie kan elk detail van belang zijn bij opsporing. In werkelijkheid liepen ze de politie echter vaak vreselijk voor de voeten en zetten ze de recherche zelfs vaak op het verkeerde spoor, maar er zijn inderdaad ook een paar gevallen geweest waarin een paragnost de vermiste eerder vond dan de recherche, vooral door zelf soms zeer actief aan het zoeken te gaan, na contact met de familie. Dus ook vanuit puur pragmatisch oogpunt gezien, los van welke helderziendheid dan ook, was de effectiviteit van het inschakelen van die zelfs ‘ervaren’ te noemen paragnosten ook ongeveer gelijk aan nul, zo niet ernstig negatief, als er van het totaal wordt uitgegaan. Later bleken in de geruchtmakende zaken Heineken en Heijn, de zaken er precies zo voor te staan, bij de gemiddeld al wat minder 'ervaren' paragnosten. Maar hoop en wanhoop brengen mensen tot het uiterste.
Het meest schrijnende voorbeeld in deze periode is wel wat er bleek te gebeuren rond Andrea Luten.
14-07-1994 Sfeertekening in het dorp Ruinen
Vijfentwintigduizend manuren, ruim vijfhonderd tips en zo'n vijftig paragnosten verder, is de zaak Andrea Luten op dood spoor beland. Precies een week geleden zag de officier van justitie in Assen zich genoodzaakt het rechercheteam, dat ooit zo'n kleine veertig man telde, op te heffen. Afbouwen, zo noemen ze dat in justitieel jargon. Het was al weer voor de tweede keer in ruim een jaar dat hiertoe moest worden besloten.
22-11-1994 Gemelde bemoeienis van Leo de Ruiter van het radioprogramma Het Zwarte Gat
Wat rechercheteams op oorlogssterkte anderhalf jaar niet voor elkaar konden krijgen in Drenthe - na 25 duizend manuren, vijftig paragnosten en vijfhonderd tips - lijkt een omroep wel te lukken. Tenminste, dat verwacht Veronica. Wekenlang al weet de redactie van het radio-programma Het Zwarte Gat wie de moordenaar is van Andrea Luten, het vijftienjarig meisje uit Ruinen dat op 10 mei 1993 op weg naar huis werd vermoord. ... Klaarblijkelijk is die gouden tip, zo moeten we geloven, bij Veronica terechtgekomen. Want dankzij de hulp van zes paragnosten en de bewuste tip, wisten de programmamakers uiteindelijk snel achter de identiteit van de dader te komen. Een goedkope stunt?
10-12-1994 En deze bemoeienis van de Ruiter loopt inderdaad verkeerd af. ....Hij is stevig uitgegleden, dat hoef je eindredacteur Leo de Ruiter van het Veronica-programma Het Zwarte Gat dezer dagen niet te vertellen. De 'meesterspeurder', naast zijn betrekking in Hilversum ook hoogste baas bij het paranormale blad Paravisie, beseft het terdege: hij zal tòch niet de geschiedenis ingaan als de man die de moord op Andrea Luten (15) wist op te lossen.
Gelukkig is dit onsmakelijk programma intussen al een tijd ter ziele. Zelf heb ik er ooit één keer naar geluisterd, met drs Leo Pannekoek, zogezegd voor de wetenschappelijk onderbouwing, als ik me niet vergis. In 1988. Zelden zoveel onzin op een middag gehoord. En mevrouw Ria Lubbers was er ook nog aan het woord, met ‘er is meer tussen hemel en aarde’ gebrabbel. Ik kon me die zondagmiddag voorstellen dat er sommige mede-luisteraars overwogen op maandagochtend al te emigreren naar Canada. Ook al de vrouw van nota bene de premier aan het wankelen in het Zwarte Gat. Wat moet je hier verder van zeggen in een vrije samenleving?
Dit soort geschiedenissen kan de KRO er kennelijk niet van weerhouden om in 2007 nog maar weer eens op zoek te gaan naar degene met het zogenaamde best ontwikkelde zesde zintuig.
Wat de vemissingen betreft beperk ik me tot het aanstippen van nog vier berichten.
06-06-2002 John Schoorl Een kale verdwijning. Verhaal rond een vermiste vrouw van 27. .... En daar kwamen al de raadselachtige berichten en visioenen van tientallen paragnosten, pendelaars, helderzienden, wichelroedelopers en mensen die vervelende buren en ex-echtgenoten als verdachten zagen, nog eens bij....
23-05-2003 Michiel Kruijt Ontvoerd in de Sahara Vermiste motorrijder... Er werd van alles geprobeerd om Hilbers te lokaliseren. Vermeij: 'Een paragnoste kwam met een plaatsnaam. We hebben alle kaarten afgezocht, maar konden het niet vinden. Zij zei dat ze nog leefden en dat ze overvallen waren. Ze zag donkere mannen met sluiers. Tja, die heb je daar natuurlijk wel.' ....
24-07-2003 Arnold Vonk Bittere werkelijkheid 'Mam, ik bel je van de week. Ik ben doodsbang. Geen politie, Jacob', had hij in april 2002 geschreven. Mam haalde de politie er wel bij, 'ondanks of misschien wel dankzij het briefje', aldus Revu. Hij zou wel eens om het leven kunnen zijn gekomen, maar van de ingeschakelde paragnosten kreeg de moeder hoop. Pas een jaar later kwam de onheilstijding.....
11-02-2004 Bart Dirks 'Als ik hem zie, wil ik hem afmaken' .....Paul Marchal zocht zijn verdwenen dochter An, kaartte fouten aan in het onderzoek en helpt nu andere slachtoffers van misbruik. ....'Waarom is er nooit een volledige reconstructie gemaakt van de ontvoering van An en Eefje? Waarom zit er in het dossier wel een verklaring van een paragnost, maar niet van een bijeenkomst van zes agenten die de dossiers van An en Eefje hebben vergeleken met dat van Sabine en Laetitia? Dan denk ik dat ze lekker hebben gegeten en gedronken. Is het toedekken toen al begonnen?'
Iets anders gaat het er aan toe bij dreigend onheil van grote omvang, zoals een dreigende overstroming. Gaat het om dreigend onheil dan is er ook een stoet helderzienden te verwachten die het wel aan zagen komen. De Volkskrant handelt dat bij de wateroverlast van 1995 geheel terecht af in de sfeer van de gebruikelijke nieuwjaarsparade van de helderzienden.
Wateroverlast: 01-02-1995: Rampprofeten en tipgevers dragen steentje bij. Het moest wel fout gaan, hadden ook Limburgers, Land van Maas en Walers, Gelderlanders en bewoners van de IJsseldelta kunnen weten. Wat voorspelde Jan van der Heide eind vorig jaar in ParaVisie over de staat van onze waterstaat? Precies: 'Verzakking. Een structureel verzwakte dijk.' Wat beloofde Hans van der Ven in dezelfde maand? Juist: 'Nederland krijgt te maken met wateroverlast.' Waarom is ook geen acht geslagen op de waarschuwing van Françoise Wesselius, die in hetzelfde tijdschrift sprak van 'bijzonder veel water, overstromingen in Europa'?..... Ze zijn als paragnost, tarot-specialist, runen-deskundige, astroloog en pendelaar dan misschien niet helemaal thuis in het 'proeven van nattigheid', maar qua prins zijn ze, aan de andere kant, bepaald ook niet van gisteren. Maar niet dus. Ze deden er niks mee. Liever geven Limburgers, Land van Maas en Walers, Gelderlanders en bewoners van de IJsseldelta de schuld aan God, aan de milieubeweging, aan de politiek of aan de aardstralen. Waarna het aan de rest van het land is om een uitweg uit de ellende te zoeken.
Tegen mijn verwachting in viel het voor de millenniumwisseling enorm mee met voorspellingen in de krant. Een toch wel door velen als bijzonder ervaren gebeurtenis, waar de helderziendheid het op een enkel visioen na kennelijk juist liet afweten, terwijl de gewone mensen toch vol met een vage angst zaten, volgens een pastoraal werker. Hoe is dat te verklaren?
27-12-1999 Philip van de Poel spreekt onder meer Frans de Boer, pastoraal werker: ...De gebruikelijke eindejaarshypochondrie heeft door de millenniumwende een extra prikkel gekregen, zegt Boer. 'Veel mensen hebben een vage angst over wat hun boven het hoofd hangt en brengen dat in verband met de bijbel', stelt hij. Boer vindt dat typerend voor het postchristelijke tijdperk. 'Mensen hebben de klok horen luiden, maar weten niet meer waar de klepel hangt. Het zegt genoeg dat honderden mensen het KNMI bellen als medium Mariska in de Betuwe een natuurramp voorspelt. Als je niet meer over religie praat, geloven mensen uiteindelijk alles.' Latente millenniumangst, bij hulpinstellingen als Korrelatie en SOS Telefonische Hulpdiensten merken ze er weinig van. 'We krijgen de gebruikelijke telefoontjes van mensen die tegen de feestdagen opzien wegens familieproblemen of het verlies van dierbaren', zegt een woordvoerder van SOS Telefonische Hulpdiensten.
In het geval van een plotselinge ramp zijn het juist weer individuele zieners of visioenen en de verhalen daaromheen, die in de krant komen.
Bijlmervliegramp: Op 02-06-1998 meldt een advocaat van een aantal slachtoffers van de ramp: Bij een ramp van de omvang als deze zal men er - zoals bij elke zaak die in de schijnwerpers van de publiciteit staat - op bedacht moeten zijn dat deze een zekere aantrekkingskracht uitoefent op mensen van allerlei slag die - vaak met de beste bedoelingen - hun steentje willen bijdragen. Zo word ik elke keer dat de zaak weer in het nieuws komt, gebeld door een of twee helderzienden die er achteraf zeker van zijn dat zij de ramp hebben voorzien. Op 02-05-1999 wordt door Gijs Zandbergen opnieuw de Bijmerramp besproken en daarin komt de rol van een bepaalde helderziende ter sprake: Karin de Jong, telefoniste bij Schiphol: 'Op de ochtend van 4 oktober 1992 werd een collega van me gebeld door ene mevrouw Blok of zoiets. Die mevrouw voorspelde een ramp met een blauw-wit toestel als gevolg van een fout in het hydraulisch systeem. Mijn collega heeft die informatie toen doorgegeven aan de marechaussee. Wat die ermee gedaan hebben weet ik niet.'....Geert Pielage van de marechaussee op Schiphol: 'Niets, vermoed ik. De marechaussee heeft namelijk pas in 1994 de politie- en veiligheidstaken op Schiphol erbij gekregen. Tot die tijd, dus ook in 1992, deden we alleen de grensbewaking. Ik vrees dat de voorspelling van de betreffende paragnoste nooit bij ons terecht is gekomen, laat staan dat die ergens op papier is gezet.' ...Karin de Jong: ''s Middags belde die vrouw weer op, kennelijk omdat ze niet was teruggebeld. Dit keer kreeg ik haar aan de lijn. Ze vertelde hetzelfde verhaal. Er was ene mijnheer Wandering ofzo bij betrokken en het zou om 18.35 uur gebeuren. Het is al lang geleden, dus precies weet ik het niet meer, maar ik weet nog dat ik het vluchtschema heb nagekeken. Op die tijd stond er geen vlucht gepland. Later bleek de El Al-vlucht te zijn vertraagd en Gijs Wanders heeft het Journaal van die dag gepresenteerd. Ik heb over de telefoontjes van die mevrouw niets meer gehoord, maar ben het altijd vreemd blijven vinden. Later heb ik ook nooit meer een dergelijk telefoontje gekregen. Vreemd en toevallig vond ik het ook dat die collega pas nieuw was en samenwoonde met iemand die bij El Al Cargo werkte. Wat moet je daar nou van denken? Misschien is er nog iets van terug te vinden, want er is destijds aantekening van gemaakt in het dagrapport.' ...Judith Woltjer, telefoniste bij Schiphol: 'Ik zal het even navragen. Het geval is hier inderdaad bekend, maar de dagrapporten worden zo lang niet bewaard. Verder kan en mag ik er niets over zeggen. Dat moet de afdeling Corporate Communications doen.' ...Mariona van der Goot van Corporate Communications: 'De dagrapporten worden een jaar bewaard. Er valt dus niets meer over te zeggen.' Op 04-10-2002' Trek de flaps op!' bespreekt Remco Meijer het boek van Pierre Heijboer: Doemvlucht - De verzwegen geheimen van de Bijlmerramp : Voor het slot van het boek geldt wat helderziende Lieneke van den Hoek, die de ramp voorspelde en door Heijboer prominent wordt opgevoerd, op zeker moment aan haar toehoorders vraagt: 'Hebben jullie er iets aan?' Waarop het antwoord luidt: 'Ik weet het niet. We moeten het nog zien.'
De precieze woorden van deze mevrouw Hoek waren misschien wel de moeite waard geweest voor het betere begrip van het gebeurde. Mocht het blauw-witte toestel zo genoemd zijn, dan denk je toch ook even aan de KLM misschien? Verder is het wel nodig te weten hoeveel van dit soort telefoontjes er bij het bedrijf Schiphol binnenkomen. En de wet van de grote getallen is ook hier in elk geval ook van toepassing. Hoe verhoudt zich deze melding ten opzichte van de totale verzameling van dergelijke meldingen, waarbij er niets gebeurt. Verder wordt dit soort voorspellingen achteraf vrijwel altijd concreter dan ze oorspronkelijk waren.
Zelfs de oude vertrouwde Nostradamus kan weer van stal komen als de ramp maar groot genoeg is. Die moet dan wel echt van wereldschaal zijn. En zie, hier staat een uiterst leerzaam stukje in de krant:
Ruim een week na 9-11: 19-09-2001 Robert van Gijssel Het zou pas echt bijzonder zijn geweest als Nostradamus níet had voorspeld dat Amerika vorige week 'door stalen vogels' zou worden aangevallen. Natuurlijk zag de ziener de crisis al weer van verre aankomen. ..... De eerste profetie werd een paar uur na de aanval op het WTC op grote schaal rondgestuurd (ophet internet, hgb). Frappant is de zin die spreekt over 'twee broers die uit elkaar worden getrokken door chaos'. Doelt de ziener hier niet op de Twin Towers? Nostradamus zegt ook nog: 'De derde grote oorlog zal beginnen als de grote stad in brand staat.' Wie de parallellen niet ziet, moet stekeblind zijn. Jammer voor de fans, maar Nostradamus heeft de tekst niet geschreven. De voorspelling komt van een student van de Brock University in Canada, die jaren geleden een kritisch essay schreef over Nostradamus. De student wilde aantonen hoe makkelijk het is zelf een Nostradamus-voorspelling te doen. Als je maar genoeg rare taal gebruikt en abstracte beelden schept, kan je profetie gebruikt worden bij vrijwel iedere ramp. .... Dan is er nog een kwatrijn van de profeet waarin zo'n beetje al het hierboven genoemde door elkaar wordt gehusseld. Maar deze tekst haalt ook een paar woorden aan die echt door de helderziende zijn geschreven: 'De lucht zal branden op 45 graden geografische breedte.' De wereldbol geeft uitkomst: New York ligt op 40 graden noorderbreedte. Nou ja, Nostradamus was geen Pietje Precies zullen we maar zeggen.
Tenslotte, als de helderzienden zich niet zelf melden bij een ramp, dan gaan sommigen wel op zoek naar de eventuele helderziendheid (hier: procognitie of ook wel archaïsch voorschouw genoemd).
21-05-2001. (Hele bericht): Subtiele voortekenen van Enschedese ramp: Het Parapsychologisch Instituut heeft zich aangesloten bij de lange rij deskundigen die de Enschedese vuurwerkramp onderzoeken. Anders dan bij de meeste experts gaat de belangstelling niet uit naar het ontstaan of de ontwikkeling van de ramp; de onderzoekers willen weten wie de explosies heeft voorvoeld. Een oproep leverde 42 reacties op, zegt projectcoördinator H. Gerding. Daarvan lijkt minder dan de helft te duiden op 'voorschouw', zoals parapsychologen de onbestemde gevoelens noemen die sommige mensen voorafgaand aan een ingrijpende gebeurtenis denken te hebben. Slechts een persoon heeft visioenen gekregen van een ontploffende vuurwerkfabriek, haast Gerding zich te zeggen. Dat was in een droom. Bij de meesten waren de voortekenen subtieler. Zoals bij een studente die op 13 mei tegen haar gewoonte van huis ging met haar hond, haar spaargeld en paspoort vanwege een onbestemd gevoel van angst. Een andere Enschedese reed drie dagen voor de ramp langs S.E. Fireworks en vertelde haar echtgenoot dat ze in de Tollensstraat allemaal 'puin, rook en vuur' had gezien. In het buitenland zijn na rampen vergelijkbare getuigenissen afgelegd . De waarde van de 'voorschouwen' kan Gerding moeilijk aangeven. De deelnemers twijfelen niet aan de echtheid van hun ervaringen . De waardering voor het Parapsychologische Instituut is groot. Volgens Gerding is er sprake van een therapeutisch effect. ' Veel mensen hebben niet over hun gevoelens durven praten. Voorschouw is een ongrijpbaar fenomeen.'
Sociologisch misschien nog wel enigszins interessant. Wat zeggen mensen als je ze dit soort vragen achteraf stelt?
Er kan geen vermissing, ramp of ander groot onheil zijn, of de helderzienden, paragnost dan wel medium, en mensen die we eerder als sensitieven hebben omschreven, en ook een enkeling die alleen in een heel speciaal geval meent iets ‘door te krijgen’, melden zich. Soms in grote getale. Dit is natuurlijk op zich geen nieuws. Het blijkt nu simpelweg wel een feit en geen veronderstelling meer dat ze telkens figureren in de verslagen van die ernstige zaken in de periode 1994-2006. Is dat dan nog wel een vermeldenswaardig gegeven bij een vermissing of onopgelost misdrijf of ramp, of gewoon een randgegeven dat zelfs geen vermelding meer verdient? De Volkskrant vindt het in elk geval wel steeds vermeldenswaardig.
Bij een vermissing, zeker bij het langer vermist zijn, of ontvoering of bij een ernstig misdrijf waarvan de dader maar niet gevonden wordt, worden dus ook vrijwel altijd wel een of meer helderzienden actief door de familie of de omgeving daarvan (en dat moet breed worden opgevat, en hieronder volgt meteen een schrijnend voorbeeld van hoe breed soms), ingeschakeld. Vrijwel nooit met enig resultaat, maar desondanks gebeurt het. Iedere keer opnieuw. Kan dat nog geloven in helderziendheid van die families heten of is het alleen nog het gevoel te kunnen hebben ‘dan in elk geval al het mogelijke gedaan te hebben’? Het meest waarschijnlijk is dat het laatste het geval is in de grote meerderheid van de gevallen. Het is in elk geval te hopen voor die families.
Bij de generatie paragnosten uit de 'stal' van Tenhaeff, in de vijftiger tot zeventiger jaren van de vorige eeuw, waren er nog wel een paar, die in de loop der jaren op zijn minst bij meer dan honderd vermissingszaken betrokken waren, en bij wie niet helemaal uit te sluiten viel dat ze op grond daarvan soms oog voor bepaalde details zouden kunnen hebben ontwikkeld, die de recherche mogelijk over het hoofd zou kunnen zien. Dat had dan ook wel niets met helderziendheid zoals gedefinieerd van doen, maar in theorie kan elk detail van belang zijn bij opsporing. In werkelijkheid liepen ze de politie echter vaak vreselijk voor de voeten en zetten ze de recherche zelfs vaak op het verkeerde spoor, maar er zijn inderdaad ook een paar gevallen geweest waarin een paragnost de vermiste eerder vond dan de recherche, vooral door zelf soms zeer actief aan het zoeken te gaan, na contact met de familie. Dus ook vanuit puur pragmatisch oogpunt gezien, los van welke helderziendheid dan ook, was de effectiviteit van het inschakelen van die zelfs ‘ervaren’ te noemen paragnosten ook ongeveer gelijk aan nul, zo niet ernstig negatief, als er van het totaal wordt uitgegaan. Later bleken in de geruchtmakende zaken Heineken en Heijn, de zaken er precies zo voor te staan, bij de gemiddeld al wat minder 'ervaren' paragnosten. Maar hoop en wanhoop brengen mensen tot het uiterste.
Het meest schrijnende voorbeeld in deze periode is wel wat er bleek te gebeuren rond Andrea Luten.
14-07-1994 Sfeertekening in het dorp Ruinen
Vijfentwintigduizend manuren, ruim vijfhonderd tips en zo'n vijftig paragnosten verder, is de zaak Andrea Luten op dood spoor beland. Precies een week geleden zag de officier van justitie in Assen zich genoodzaakt het rechercheteam, dat ooit zo'n kleine veertig man telde, op te heffen. Afbouwen, zo noemen ze dat in justitieel jargon. Het was al weer voor de tweede keer in ruim een jaar dat hiertoe moest worden besloten.
22-11-1994 Gemelde bemoeienis van Leo de Ruiter van het radioprogramma Het Zwarte Gat
Wat rechercheteams op oorlogssterkte anderhalf jaar niet voor elkaar konden krijgen in Drenthe - na 25 duizend manuren, vijftig paragnosten en vijfhonderd tips - lijkt een omroep wel te lukken. Tenminste, dat verwacht Veronica. Wekenlang al weet de redactie van het radio-programma Het Zwarte Gat wie de moordenaar is van Andrea Luten, het vijftienjarig meisje uit Ruinen dat op 10 mei 1993 op weg naar huis werd vermoord. ... Klaarblijkelijk is die gouden tip, zo moeten we geloven, bij Veronica terechtgekomen. Want dankzij de hulp van zes paragnosten en de bewuste tip, wisten de programmamakers uiteindelijk snel achter de identiteit van de dader te komen. Een goedkope stunt?
10-12-1994 En deze bemoeienis van de Ruiter loopt inderdaad verkeerd af. ....Hij is stevig uitgegleden, dat hoef je eindredacteur Leo de Ruiter van het Veronica-programma Het Zwarte Gat dezer dagen niet te vertellen. De 'meesterspeurder', naast zijn betrekking in Hilversum ook hoogste baas bij het paranormale blad Paravisie, beseft het terdege: hij zal tòch niet de geschiedenis ingaan als de man die de moord op Andrea Luten (15) wist op te lossen.
Gelukkig is dit onsmakelijk programma intussen al een tijd ter ziele. Zelf heb ik er ooit één keer naar geluisterd, met drs Leo Pannekoek, zogezegd voor de wetenschappelijk onderbouwing, als ik me niet vergis. In 1988. Zelden zoveel onzin op een middag gehoord. En mevrouw Ria Lubbers was er ook nog aan het woord, met ‘er is meer tussen hemel en aarde’ gebrabbel. Ik kon me die zondagmiddag voorstellen dat er sommige mede-luisteraars overwogen op maandagochtend al te emigreren naar Canada. Ook al de vrouw van nota bene de premier aan het wankelen in het Zwarte Gat. Wat moet je hier verder van zeggen in een vrije samenleving?
Dit soort geschiedenissen kan de KRO er kennelijk niet van weerhouden om in 2007 nog maar weer eens op zoek te gaan naar degene met het zogenaamde best ontwikkelde zesde zintuig.
Wat de vemissingen betreft beperk ik me tot het aanstippen van nog vier berichten.
06-06-2002 John Schoorl Een kale verdwijning. Verhaal rond een vermiste vrouw van 27. .... En daar kwamen al de raadselachtige berichten en visioenen van tientallen paragnosten, pendelaars, helderzienden, wichelroedelopers en mensen die vervelende buren en ex-echtgenoten als verdachten zagen, nog eens bij....
23-05-2003 Michiel Kruijt Ontvoerd in de Sahara Vermiste motorrijder... Er werd van alles geprobeerd om Hilbers te lokaliseren. Vermeij: 'Een paragnoste kwam met een plaatsnaam. We hebben alle kaarten afgezocht, maar konden het niet vinden. Zij zei dat ze nog leefden en dat ze overvallen waren. Ze zag donkere mannen met sluiers. Tja, die heb je daar natuurlijk wel.' ....
24-07-2003 Arnold Vonk Bittere werkelijkheid 'Mam, ik bel je van de week. Ik ben doodsbang. Geen politie, Jacob', had hij in april 2002 geschreven. Mam haalde de politie er wel bij, 'ondanks of misschien wel dankzij het briefje', aldus Revu. Hij zou wel eens om het leven kunnen zijn gekomen, maar van de ingeschakelde paragnosten kreeg de moeder hoop. Pas een jaar later kwam de onheilstijding.....
11-02-2004 Bart Dirks 'Als ik hem zie, wil ik hem afmaken' .....Paul Marchal zocht zijn verdwenen dochter An, kaartte fouten aan in het onderzoek en helpt nu andere slachtoffers van misbruik. ....'Waarom is er nooit een volledige reconstructie gemaakt van de ontvoering van An en Eefje? Waarom zit er in het dossier wel een verklaring van een paragnost, maar niet van een bijeenkomst van zes agenten die de dossiers van An en Eefje hebben vergeleken met dat van Sabine en Laetitia? Dan denk ik dat ze lekker hebben gegeten en gedronken. Is het toedekken toen al begonnen?'
Iets anders gaat het er aan toe bij dreigend onheil van grote omvang, zoals een dreigende overstroming. Gaat het om dreigend onheil dan is er ook een stoet helderzienden te verwachten die het wel aan zagen komen. De Volkskrant handelt dat bij de wateroverlast van 1995 geheel terecht af in de sfeer van de gebruikelijke nieuwjaarsparade van de helderzienden.
Wateroverlast: 01-02-1995: Rampprofeten en tipgevers dragen steentje bij. Het moest wel fout gaan, hadden ook Limburgers, Land van Maas en Walers, Gelderlanders en bewoners van de IJsseldelta kunnen weten. Wat voorspelde Jan van der Heide eind vorig jaar in ParaVisie over de staat van onze waterstaat? Precies: 'Verzakking. Een structureel verzwakte dijk.' Wat beloofde Hans van der Ven in dezelfde maand? Juist: 'Nederland krijgt te maken met wateroverlast.' Waarom is ook geen acht geslagen op de waarschuwing van Françoise Wesselius, die in hetzelfde tijdschrift sprak van 'bijzonder veel water, overstromingen in Europa'?..... Ze zijn als paragnost, tarot-specialist, runen-deskundige, astroloog en pendelaar dan misschien niet helemaal thuis in het 'proeven van nattigheid', maar qua prins zijn ze, aan de andere kant, bepaald ook niet van gisteren. Maar niet dus. Ze deden er niks mee. Liever geven Limburgers, Land van Maas en Walers, Gelderlanders en bewoners van de IJsseldelta de schuld aan God, aan de milieubeweging, aan de politiek of aan de aardstralen. Waarna het aan de rest van het land is om een uitweg uit de ellende te zoeken.
Tegen mijn verwachting in viel het voor de millenniumwisseling enorm mee met voorspellingen in de krant. Een toch wel door velen als bijzonder ervaren gebeurtenis, waar de helderziendheid het op een enkel visioen na kennelijk juist liet afweten, terwijl de gewone mensen toch vol met een vage angst zaten, volgens een pastoraal werker. Hoe is dat te verklaren?
27-12-1999 Philip van de Poel spreekt onder meer Frans de Boer, pastoraal werker: ...De gebruikelijke eindejaarshypochondrie heeft door de millenniumwende een extra prikkel gekregen, zegt Boer. 'Veel mensen hebben een vage angst over wat hun boven het hoofd hangt en brengen dat in verband met de bijbel', stelt hij. Boer vindt dat typerend voor het postchristelijke tijdperk. 'Mensen hebben de klok horen luiden, maar weten niet meer waar de klepel hangt. Het zegt genoeg dat honderden mensen het KNMI bellen als medium Mariska in de Betuwe een natuurramp voorspelt. Als je niet meer over religie praat, geloven mensen uiteindelijk alles.' Latente millenniumangst, bij hulpinstellingen als Korrelatie en SOS Telefonische Hulpdiensten merken ze er weinig van. 'We krijgen de gebruikelijke telefoontjes van mensen die tegen de feestdagen opzien wegens familieproblemen of het verlies van dierbaren', zegt een woordvoerder van SOS Telefonische Hulpdiensten.
In het geval van een plotselinge ramp zijn het juist weer individuele zieners of visioenen en de verhalen daaromheen, die in de krant komen.
Bijlmervliegramp: Op 02-06-1998 meldt een advocaat van een aantal slachtoffers van de ramp: Bij een ramp van de omvang als deze zal men er - zoals bij elke zaak die in de schijnwerpers van de publiciteit staat - op bedacht moeten zijn dat deze een zekere aantrekkingskracht uitoefent op mensen van allerlei slag die - vaak met de beste bedoelingen - hun steentje willen bijdragen. Zo word ik elke keer dat de zaak weer in het nieuws komt, gebeld door een of twee helderzienden die er achteraf zeker van zijn dat zij de ramp hebben voorzien. Op 02-05-1999 wordt door Gijs Zandbergen opnieuw de Bijmerramp besproken en daarin komt de rol van een bepaalde helderziende ter sprake: Karin de Jong, telefoniste bij Schiphol: 'Op de ochtend van 4 oktober 1992 werd een collega van me gebeld door ene mevrouw Blok of zoiets. Die mevrouw voorspelde een ramp met een blauw-wit toestel als gevolg van een fout in het hydraulisch systeem. Mijn collega heeft die informatie toen doorgegeven aan de marechaussee. Wat die ermee gedaan hebben weet ik niet.'....Geert Pielage van de marechaussee op Schiphol: 'Niets, vermoed ik. De marechaussee heeft namelijk pas in 1994 de politie- en veiligheidstaken op Schiphol erbij gekregen. Tot die tijd, dus ook in 1992, deden we alleen de grensbewaking. Ik vrees dat de voorspelling van de betreffende paragnoste nooit bij ons terecht is gekomen, laat staan dat die ergens op papier is gezet.' ...Karin de Jong: ''s Middags belde die vrouw weer op, kennelijk omdat ze niet was teruggebeld. Dit keer kreeg ik haar aan de lijn. Ze vertelde hetzelfde verhaal. Er was ene mijnheer Wandering ofzo bij betrokken en het zou om 18.35 uur gebeuren. Het is al lang geleden, dus precies weet ik het niet meer, maar ik weet nog dat ik het vluchtschema heb nagekeken. Op die tijd stond er geen vlucht gepland. Later bleek de El Al-vlucht te zijn vertraagd en Gijs Wanders heeft het Journaal van die dag gepresenteerd. Ik heb over de telefoontjes van die mevrouw niets meer gehoord, maar ben het altijd vreemd blijven vinden. Later heb ik ook nooit meer een dergelijk telefoontje gekregen. Vreemd en toevallig vond ik het ook dat die collega pas nieuw was en samenwoonde met iemand die bij El Al Cargo werkte. Wat moet je daar nou van denken? Misschien is er nog iets van terug te vinden, want er is destijds aantekening van gemaakt in het dagrapport.' ...Judith Woltjer, telefoniste bij Schiphol: 'Ik zal het even navragen. Het geval is hier inderdaad bekend, maar de dagrapporten worden zo lang niet bewaard. Verder kan en mag ik er niets over zeggen. Dat moet de afdeling Corporate Communications doen.' ...Mariona van der Goot van Corporate Communications: 'De dagrapporten worden een jaar bewaard. Er valt dus niets meer over te zeggen.' Op 04-10-2002' Trek de flaps op!' bespreekt Remco Meijer het boek van Pierre Heijboer: Doemvlucht - De verzwegen geheimen van de Bijlmerramp : Voor het slot van het boek geldt wat helderziende Lieneke van den Hoek, die de ramp voorspelde en door Heijboer prominent wordt opgevoerd, op zeker moment aan haar toehoorders vraagt: 'Hebben jullie er iets aan?' Waarop het antwoord luidt: 'Ik weet het niet. We moeten het nog zien.'
De precieze woorden van deze mevrouw Hoek waren misschien wel de moeite waard geweest voor het betere begrip van het gebeurde. Mocht het blauw-witte toestel zo genoemd zijn, dan denk je toch ook even aan de KLM misschien? Verder is het wel nodig te weten hoeveel van dit soort telefoontjes er bij het bedrijf Schiphol binnenkomen. En de wet van de grote getallen is ook hier in elk geval ook van toepassing. Hoe verhoudt zich deze melding ten opzichte van de totale verzameling van dergelijke meldingen, waarbij er niets gebeurt. Verder wordt dit soort voorspellingen achteraf vrijwel altijd concreter dan ze oorspronkelijk waren.
Zelfs de oude vertrouwde Nostradamus kan weer van stal komen als de ramp maar groot genoeg is. Die moet dan wel echt van wereldschaal zijn. En zie, hier staat een uiterst leerzaam stukje in de krant:
Ruim een week na 9-11: 19-09-2001 Robert van Gijssel Het zou pas echt bijzonder zijn geweest als Nostradamus níet had voorspeld dat Amerika vorige week 'door stalen vogels' zou worden aangevallen. Natuurlijk zag de ziener de crisis al weer van verre aankomen. ..... De eerste profetie werd een paar uur na de aanval op het WTC op grote schaal rondgestuurd (ophet internet, hgb). Frappant is de zin die spreekt over 'twee broers die uit elkaar worden getrokken door chaos'. Doelt de ziener hier niet op de Twin Towers? Nostradamus zegt ook nog: 'De derde grote oorlog zal beginnen als de grote stad in brand staat.' Wie de parallellen niet ziet, moet stekeblind zijn. Jammer voor de fans, maar Nostradamus heeft de tekst niet geschreven. De voorspelling komt van een student van de Brock University in Canada, die jaren geleden een kritisch essay schreef over Nostradamus. De student wilde aantonen hoe makkelijk het is zelf een Nostradamus-voorspelling te doen. Als je maar genoeg rare taal gebruikt en abstracte beelden schept, kan je profetie gebruikt worden bij vrijwel iedere ramp. .... Dan is er nog een kwatrijn van de profeet waarin zo'n beetje al het hierboven genoemde door elkaar wordt gehusseld. Maar deze tekst haalt ook een paar woorden aan die echt door de helderziende zijn geschreven: 'De lucht zal branden op 45 graden geografische breedte.' De wereldbol geeft uitkomst: New York ligt op 40 graden noorderbreedte. Nou ja, Nostradamus was geen Pietje Precies zullen we maar zeggen.
Tenslotte, als de helderzienden zich niet zelf melden bij een ramp, dan gaan sommigen wel op zoek naar de eventuele helderziendheid (hier: procognitie of ook wel archaïsch voorschouw genoemd).
21-05-2001. (Hele bericht): Subtiele voortekenen van Enschedese ramp: Het Parapsychologisch Instituut heeft zich aangesloten bij de lange rij deskundigen die de Enschedese vuurwerkramp onderzoeken. Anders dan bij de meeste experts gaat de belangstelling niet uit naar het ontstaan of de ontwikkeling van de ramp; de onderzoekers willen weten wie de explosies heeft voorvoeld. Een oproep leverde 42 reacties op, zegt projectcoördinator H. Gerding. Daarvan lijkt minder dan de helft te duiden op 'voorschouw', zoals parapsychologen de onbestemde gevoelens noemen die sommige mensen voorafgaand aan een ingrijpende gebeurtenis denken te hebben. Slechts een persoon heeft visioenen gekregen van een ontploffende vuurwerkfabriek, haast Gerding zich te zeggen. Dat was in een droom. Bij de meesten waren de voortekenen subtieler. Zoals bij een studente die op 13 mei tegen haar gewoonte van huis ging met haar hond, haar spaargeld en paspoort vanwege een onbestemd gevoel van angst. Een andere Enschedese reed drie dagen voor de ramp langs S.E. Fireworks en vertelde haar echtgenoot dat ze in de Tollensstraat allemaal 'puin, rook en vuur' had gezien. In het buitenland zijn na rampen vergelijkbare getuigenissen afgelegd . De waarde van de 'voorschouwen' kan Gerding moeilijk aangeven. De deelnemers twijfelen niet aan de echtheid van hun ervaringen . De waardering voor het Parapsychologische Instituut is groot. Volgens Gerding is er sprake van een therapeutisch effect. ' Veel mensen hebben niet over hun gevoelens durven praten. Voorschouw is een ongrijpbaar fenomeen.'
Sociologisch misschien nog wel enigszins interessant. Wat zeggen mensen als je ze dit soort vragen achteraf stelt?
Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het geloven (5): Consult
donderdag 1 februari 2007 00:55
Consult
We zullen in dit stukje iets zeggen over het ‘normale’ consult, waarin tenminste de waarborgen tegen bedrog en ongewenste afhankelijkheid gegeven zijn, zoals in het vorige stukje besproken. In de krant komen we dit natuurlijk niet tegen, op wat flarden interactie na. Daarom geven we dit stuk als verdere achtergrond bij de krantenartikelen.
We kiezen daarbij ook voor een consult over een doorsnee probleem, en niet een ernstige emotionele zaak als een vermissing of ontvoering. Maar het consult loopt ook in zo’n meer dramatisch geval niet wezenlijk anders, weten we uit onderzoek. We weten uit onderzoek ook dat er juist bij een vermissing wat minder in plaats van meer adviezen te verwachten zijn dan bij een doorsnee probleem in een consult, terwijl je er dan juist meer zou verwachten. De paragnosten worden dan gemiddeld genomen, maar ook hier zijn uitzonderingen, in elk geval iets voorzichtiger. In die zin zijn ze toch gelukkig ook weer wat meer als eenieder van ons.
De boekhandelaar
Een boekhandelaar vraagt zich af of hij ook een sectie muziek aan zijn zaak moet toevoegen. Die beslissing is met allerlei onzekerheid omgeven, en het vergt een behoorlijke investering. Hij heeft meestal wel een ‘gevoel’ of ‘feeling’ voor de ‘markt’ in velerlei opzicht. Hij is tenslotte niet voor niets een redelijk succesvol ondernemer, maar toch, hij zou voor deze ene keer wel graag een blik in de toekomst hebben. Naast zijn eigen inschatting zou hij in dit geval toch wel eens een paragnost willen raadplegen.
Hij wil gewoon eens bij een paragnost langsgaan en eens kijken wat die te vertellen heeft, en dat zetten naast zijn eigen gedachten over de te nemen beslissing, zoals hij zegt. Dat klinkt rationeel en overtuigd van zichzelf. Dus als hij ook in deze eigenwijs en zelfstandig wil zijn, ondernemer tenslotte, laat hem doen wat hij wil. We hebben het hier tenslotte niet over een iemand met allerlei directe kwetsbaarheid van psychische of fysieke aard, en zijn vrouw is niet vermist, enzovoort. Maar aan de andere kant is het toch ook niet echt verstandig om nagenoeg zonder enige oriëntatie vooraf naar een paragnost te gaan. En dat voor een boekhandelaar, die toch ook bepaalde boeken over dit onderwerp zou moeten kennen, en ook lezen in dit geval. Geen tijd, en eigen oordeel telt eerst. Daar zit ook wel realiteitszin in. Maar.
Consult
Als we ons ziek voelen gaan we naar de huisarts. We weten dat hij een studie heeft afgerond met betrekking tot gezond en ziek zijn. We vertrouwen ons eigen oordeel niet meer over een bepaalde pijn of emotie en willen zijn diagnose en advies en eventueel medicatie. Het is maar goed dat we deze neiging tot raadplegen hebben, want hij kan vaak wel iets doen om ons daadwerkelijk te helpen. Sommigen patiënten hebben om welke reden dan ook meer nodig dan een diagnose en advies en medicatie: meestal een doorverwijzing.
In elk geval de meesten van ons zullen hun beeld van wat een raadpleging hoort te zijn, mogelijk vooral hebben opgebouwd op grond van ervaringen met de huisarts, vanaf onze jeugd.
Als we later om welke reden dan ook door een huisarts voor het eerst in ons leven bijvoorbeeld naar een psycholoog worden doorverwezen, omdat de huisarts denkt dat bijvoorbeeld een vorm van cognitieve gedragstherapie wel eens zou kunnen helpen bij de klachten, dan zijn we geneigd het beeld van wat een raadpleging hoort te zijn en aan de huisarts hebben opgehangen, mee te nemen naar die psycholoog.
Degenen die dit overkomt zullen al gauw merken dat ze het beeld dat ze hadden van het raadplegen opgedaan bij de huisarts enigszins moeten aanpassen. Een psychologisch consult verloopt al heel anders. Op zijn minst duurt het al veel langer en het type vragen dat de psycholoog stelt is van een andere aard. Over het algemeen zal men wel dezelfde deskundigheid veronderstellen als men van de huisarts verwacht.
In beide situaties zal men in elk geval min of meer gewone vragen en antwoorden verwachten. En men zal zo veel mogelijk relevante informatie willen geven aan de dokter of de psycholoog.
Maar waar moet onze boekenhandelaar naar toe met zijn vraag? Daar zijn geen dokters of psychologen voor. Hij heeft hij al wel een collega uit een andere stad gevraagd om zijn mening, maar die mening bevredigde hem niet, want die collega kende tenslotte de situatie in zijn eigen stad ook niet in al zijn zakelijke finesses. Hetzelfde gevoel had hij bij een bedrijfsadviseur. Zijn zus suggereert tenslotte een paragnost, waar zij zelf ‘goede ervaringen’ mee had, omdat hij blijft twijfelen. Toch vindt hij ook dat hij ‘eigenlijk’ zelf gewoon de knoop moet doorhakken. Hij is tenslotte ondernemer, maar besluit toch: baat het niet, dan schaadt het niet.
Raadplegen heeft nog nooit kwaad gekund, dus waarom nu wel?
En dat betekent dat hij met het beeld van raadplegen dat hij heeft opgebouwd aan de hand van zijn ervaringen met huisarts, bedrijfsadviseur, enzovoort naar een paragnost stapt. En dat betekent dat hij in principe geneigd is om zoveel mogelijk informatie te geven om een eventueel goed advies te krijgen.
Maar zijn zus is er ook nog. Die legt hem uit dat hij nu natuurlijk niet alles moet vertellen van de situatie maar moet afwachten waar de paragnost zelf mee komt.
Dat is op zich een goed advies van zijn zus. Maar hoe doe je dat en wat doet die paragnost dan? In elk geval zal het ‘anders’ gaan dan wat hij tot dan toe gewend is bij raadpleging, dat beseft hij nu wel, maar hoe?
Informatie
Op het moment dat men voor het eerst met een paragnost een afspraak maakt, weet men meestal niet meer dan dat raadplegen ‘anders’ gaat dan men gewend is. De boekhandelaar belt op aanraden van zijn zus naar een bepaalde paragnost.
En het is van het grootste belang hoe de consultant dit doet. Sommigen beginnen meteen hun hele doopceel te lichten en anderen weten zich te beperken tot: ik zou een afspraak willen maken en zien wanneer dat schikt. Dat laatste, je zo veel mogelijk beperken in het geven van informatie, is eigenlijk absoluut noodzakelijk, wil men achteraf nog enig oordeel kunnen hebben over het karakter van het gebeurde in het consult, maar dat zal in de praktijk vaak al niet meevallen. Men zal vrijwel altijd meer informatie verstrekken, al dan niet, en al dan niet subtiel, daartoe gestimuleerd door de paragnost. Gevoelige informatie is bijvoorbeeld hier onder andere uiteraard dat hij op advies van zijn zus een afspraak maakt.
Was het om bedrog en ongewenste afhankelijkheid te voorkomen noodzakelijk alleen naar een paragnost te gaan die bekend was bij familie of goede bekende, die zelf niet in een afhankelijke relatie met die paragnost terecht is gekomen, als het om ‘eventuele’ helderziendheid zou moeten gaan, is het juist weer niet de beste situatie. Nooit is uit te sluiten dat hij als broer de boekhandelaar in het consult of de consulten die zijn zus ooit eerder had al ter sprake is geweest, of dat er herinneringen bij de paragnost opkomen, juist aan die zus en er op die manier verbanden kunnen worden gelegd. Dus op zijn minst moet al niet verteld worden op wiens advies men kwam. En ook dat valt nog niet mee, als erom gevraagd wordt bijvoorbeeld. Het weigeren van een antwoord of er iets anders van maken is ook iets wat waargenomen kan worden.
Ook al ziet het er misschien zo uit dat het maken van een afspraak nog niks te maken heeft met het consult, en dat het handenschudden bij binnenkomen en een kort algemeen gesprekje over wat dan ook zoals het weer of verkeer nog geen betekenis heeft, voor de paragnost begint het consult op het moment dat hij de stem van de consultant voor de eerste keer hoort. Er kan zelfs schijnbaar ook wat langer over koetjes en kalfjes gesproken worden. En de consultant ziet er op een bepaalde manier uit wat kleding betreft, heeft een bepaalde mimiek, enzovoort. Ook al zou de paragnost dat zelf willen, hij kan deze informatie niet eens buitensluiten, maar op een bepaald moment in de ontmoeting zal de paragnost aangeven dat het ‘consult’ begint, terwijl het feitelijk dus allang begonnen is, in termen van informatie.
Het zal blijken dat het gedrag van de consultant verder vrijwel volledig zal worden voorgeschreven door de paragnost, die zeer bedreven is in het doen van beweringen in vraagvorm en verder ook van meet af aan zal voorschrijven hoe de consultant zich moet gedragen in het consult (u moet ja of nee zeggen) en hem bovendien voortdurend zal interrumperen als hij wil reageren. Verder zal hij merken dat de paragnost, ook al erkent deze dat hij geen garanties kan geven, op bepaalde indrukken die de consultant niet onmiddellijk kan thuisbrengen of ontkent als waar, net zo lang zal terugkomen in allerlei vorm tot de consultant die indrukken wel kan 'plaatsen' als met zijn situatie te maken hebbend. Daarbij is het meestal zo dat de paragnost, als de consultant zijn eigenlijke vraag niet meteen op tafel legt, met allerlei indrukken komt die daar niets mee van doen hebben. De paragnost verklaart dat hij ook maar af moet wachten welke indrukken er komen. Maar dat zit veel ingewikkelder in elkaar, en daar kunnen we in dit kader niet op ingaan. Pas gaandeweg komt men pas bij de eigenlijke vraag, waar min of meer een antwoord op komt.
Dit, maar er speelt nog veel meer een rol, zal de consultant zo verwarren dat hij op grond daarvan alleen al achteraf nauwelijks kan beoordelen wat hij wel of niet heeft gehoord.
Welke wendingen het gesprek ook neemt, en hoe het ook verloopt en hoe lang of kort het ook duurt, het zal vooral door de in een eerder stuk besproken suggestie-tendens van de paragnost (hij laat op geen wijze zien wat er werkelijk in hem omgaat) en de meedenk-tendens van de consultant (hij denkt in alle opzichten graag mee met de paragnost in de hoop op een goed advies) gekenmerkt worden.
Ook zijn de consultanten vaak zo gepreoccupeerd met hun eigen probleem, dat ze zich ook geen voorstelling proberen te maken hoe die man of vrouw, die tegenover hen zit, ooit in die rol is terechtgekomen. Men veronderstelt graag de helderziende gave en niet meer dan dat, want men zit met het eigen probleem, en dat is wat telt. De consultant maakt de paragnost dus ook tot paragnost.
De consultant heeft een motief om naar een paragnost te gaan, en is dus altijd emotioneel betrokken bij wat de paragnost zegt. De boekhandelaar dacht hierbij vooraf vooral in termen van het krijgen van een ‘onafhankelijk oordeel’. Want wie in zijn eigen omgeving zou hem dat kunnen geven? Toch onderschat hij dat hij eigenlijk alleen maar ‘iets wil horen’ of ‘juist niet wil horen’. En ook beide kan hij te horen krijgen, afhankelijk van hoe hij zich gedraagt in het consult. En als hij ‘niet te horen krijgt wat hij wilde horen’ is de cirkel nog even gesloten. Hij gaat dan gewoon opnieuw twijfelen. En dan is het nog even goed maar de vraag wat hij gaat doen. Uiteindelijk kan hij de verantwoordelijkheid van de beslissing niet bij het ‘helderziende’ advies neerleggen, dus toch alleen bij zichzelf.
In dit geval kun je tevoren al zeggen dat de paragnost het dus ook nooit fout kan doen. En dat geldt voor de meeste problemen die aan paragnosten impliciet of expliciet worden voorgelegd! Zowel de ene als de andere beslissing die de boekhandelaar uiteindelijk neemt kan goed of fout uitpakken. Toch kan hij achteraf het gevoel hebben een goed advies te hebben gekregen. Maar hij zal nooit kunnen nagaan of dat ook zo was. Je kunt niet wel en niet een sectie muziek tegelijk aan je zaak toevoegen.
Moraal van het verhaal
Met de taal en de interactie en de onzekerheid van de mens is op een geweldige manier te jongleren. Zelfs met de beste bedoelingen. We moeten ons hier zeer beperken, gezien de mogelijke lengte van een afzonderlijk stuk op een weblog van deze krant. Maar wat te denken van een werkelijk aardige vriend van een familie die met een foto van een vader die net een tweede hartinfarct achter de rug had, naar een paragnost gaat, in opperste ongerustheid. (En dat ontgaat een beetje amateur-psycholoog ook echt niet.) Hij krijgt te horen ‘dat er rekening gehouden moet worden met de dood’. De vriend van de familie, echt geen domme man, hoofduitvoerder in de bouw met soms honderden mensen onder zijn hoede, licht ongerust de oudste zoon van de familie in. Hij heeft totaal niet in de gaten dat de paragnost helemaal niets gezegd heeft, nog los van de vraag hoe en hoe uitgebreid er verdere interactie en toelichting heeft plaatsgevonden. Dat rekening houden met de dood werd echt al wel gedaan door de zoon, gezien de twee infarcten. Als de vader dood gaat is het toch wel het verhaal dat het de helderziende was die het zag aankomen, zeker als het snel gebeurt. Maar na een jaar? Na vijf jaar? Was het dan ook nog helderziend?
Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het geloven (4): Op consult gaan
woensdag 31 januari 2007 12:01
Op consult gaan
Naast wat een ‘bekende’ Nederlandse als Sylvia Millecam kon overkomen met medium Jomanda en paragnost Alons (‘diagnose’: geen kanker), gebeurt er op het gebied van de helderziendheid op praktijniveau van alles en nog wat dat het daglicht niet verdragen kan, en alleen hier en daar krijgt de krant er lucht van. En alleen als het ‘nieuwswaarde’ heeft, leest u erover.
Voorop wil ik stellen, dat er niemand welke ‘helderziende’ informatie dan ook te verwachten heeft van welke helderziende, paragnost of medium, dan ook. Toch zullen die mensen, ook wel eens aangeduid als de therapeuten voor de armelui, tot in de eeuwen der eeuwen geraadpleegd worden, wat de wetenschap ook zegt en vindt. Beschreef ik in een eerder stuk (Helderzienden) welke zes psychologische processen er vooral een rol spelen in de ontwikkeling tot en praktijkvoering van de paragnost, nu moet gezegd dat een aantal van hen zich mogelijk ook niet in alle opzichten onverdienstelijk kan ontwikkelen tot wat we dan een amateur-psycholoog zouden kunnen noemen of in elk geval tot mensen met wat meer ervaring met levensproblemen dan degene die hem of haar consulteert. Want, als je eenmaal honderden mensen met problemen en probleempjes, die vaak ook meer op elkaar lijken dan degene die met het probleem of probleempje zit, zich bewust is, langs ziet komen, dan dwingt dat wel tot hier en daar wat patronen ontdekken. Als er dan verder geen al te rare dingen gebeuren en men gedraagt zich verder netjes als burger, dan kan het zijn dat men toch een soort reputatie en praktijk opbouwt, die men ook weer niet direct verliezen wil. Met andere woorden, men moet ook min of meer in staat blijken te leren om adviezen te geven, waarmee de consultant gemiddeld genomen tevreden is. Meestal zijn dat degenen die zich ook alleen nog in naam paragnost noemen, want ze kunnen moeilijk een bord met Psycholoog op de deur spijkeren, hoewel dat voor de wet sinds de BIG ook al niet meer verboden is. De echte psychologen heten nu Psycholoog NIP, of hebben liever toch gewoon een academische titel zonder dat ze lid zijn van het NIP (Nederlands Instituut voor Psychologen, een soort keurmerk dus), maar dat zijn dan nog wel de psychologen waar u en ik hen voor houden. In elk geval een universiteit achter de rug, met de garantie dat ze in elk geval over een aantal basiskwaliteiten beschikken.
Maar voor we bij het type - ‘geen schade doen’ in de termen van Herre Kingma - paragnost terechtkomen (en hopelijk is dat nog steeds de meerderheid, maar hoe weten we dat) en kunnen bespreken wat in dat contact vooral een rol speelt moeten we dat type paragnost eerst nog wel zelf weten op te sporen, en hoe je dat doet is zeker aan een aantal regels gebonden. Dus als u toch zo eigenwijs wilt zijn: volg op zijn minst die regels.
17-05-1996 Ondertussen: Den Haag: (Hele bericht): Een vrouw in problemen verloor vijftienduizend gulden aan een zichzelf paragnost noemende man. De therapeut had de vrouw doen geloven dat zij uit de ellende zou geraken, als zij hem vijftienduizend gulden gaf. De 'healer' zou het geld verpakken in een speciale stoffen zak, die de vrouw onder haar kussen moest leggen. Na een paar nachten zou zij zich dan aanmerkelijk prettiger moeten voelen. Omdat de gemoedstoestand van de vrouw niet verbeterde, keek zij na een aantal nachten in de zak. Die bleek gevuld met oud papier. De politie probeert de man op te sporen.
In zo’n klein schrijnend bericht lopen niet alleen de begrippen genezer of healer of therapeut en paragnost door elkaar, 100% oplichters gebruiken natuurlijk ook elk woord dat ze het beste uitkomt, maar wordt ook duidelijk dat grof bedrog en die grove oplichting ook op dit gebied niet ontbreekt. In een artikel Onder professoren, van 3 december 2004, door Iñaki Oñorbe Genovesi, beschrijft de journalist hoe die zelf min of meer afgaat op de oplichtingspraktijken van een aantal mannen van Afrikaanse afkomst in de grote Nederlandse steden.
Het lijken wel erg doorzichtige trucs, maar ze moeten er zo nu en dan succes mee hebben, anders deden ze de moeite niet. In het Haagse bericht is een en ander kennelijk nog veel flinker uit de hand gelopen, en het is niet denkbeeldig dat een goedgelovig mens eerst voor 50 euro ‘binnenkomt’, vervolgens wat ‘extra behandeling’ nodig heeft voor 100 euro, en als de persoon daarop ingaat, dus als het een echt heel naïef persoon betreft, kan het hem of haar uiteindelijk het hele spaargeld kosten.
Regel 1 : Ga nooit of te nimmer naar welke ‘bijzonder begaafde’ dan ook, hoe die zich ook noemt: healer, medium, therapeut, paragnost, magnetiseur of wat niet al, Afrikaans of Hollands of Amerikaans of wat niet, die u niet is geadviseerd door een familielid of goede bekende, die er zelf niet te lang geleden op bezoek is geweest en die meent , voor een werkelijk bescheiden vergoeding, een goed ‘advies’ te hebben gekregen. Dat betekent automatisch dat u nooit op advertenties ingaat!
Als de paragnost door een familielid of goede bekende geadviseerd wordt, houdt dat meestal wel in dat het om iemand gaat, die zijn diensten tegen een werkelijk bescheiden vergoeding aanbiedt. Tenslotte kan de paragnost ook niets echt garanderen over zijn kunnen, zoveel staat uit onderzoek ook voor 100% vast, en moet de paragnost dat desgevraagd of liever nog uit zichzelf ook erkennen. Dat doen ze overigens ook nog wel vaak, maar let wel of het ook echt gemeend wordt, want dat is feitelijk meestal toch niet het geval. Die erkenning ondergraaft namelijk tegelijk het specifieke wat ze te bieden zouden hebben: helderziendheid. Ook blijkt het uit de enorme moeite die ze hebben bij het erkennen dat een bepaalde indruk en uitspraak die daarop gebaseerd is 'fout' is. Maar in 15% van de gevallen doen ze dat. In 60% van de gevallen gaan ze net zo lang door tot u de uitspraak op uw situatie van toepassing acht.
Regel 2: Als de paragnost zijn diensten niet tegen een werkelijk bescheiden vergoeding aanbiedt en die erkenning niet doet, ga er dan in elk geval ook nooit op in. Die is op uw geld uit, en op eventueel erger.
Maar ook bij deze voorwaarden zijn we er nog niet. Want men moet beseffen dat er ook nog paragnosten zijn, die weliswaar genoegen lijken te nemen met een bescheiden vergoeding, en die erkenning, maar die expliciet informatie proberen in te winnen over u nadat er een allereerste contact is gelegd. Hoe meer informatie er gegeven is door u in de eerste vaak telefonische afspraak, hoe gemakkelijker dat is. En zeg dus vooral ook niet dat u belt op advies van een familielid of bekende. De bedoeling van die paragnost is dan uiteraard dat hij u op die manier onder de indruk probeert te brengen, en dat hij daarmee ook probeert u aan zich te binden voor langere tijd. Dus u moet ook goed weten wat dat familielid of die goede bekende werkelijk bedoelt met dat advies. U moet kritisch zijn op het contact van hem of haar met die paragnost. Als dat een ‘langerdurend’ contact is, moet u het advies vooral in de wind slaan. De bescheiden vergoeding is dan een dekmantel voor andere bedoelingen. U krijgt dan namelijk eventueel nog meer problemen dan u dacht dat u al had. En dat kan hem (of haar, dus niet te vergeten) op den duur ook veel opleveren, want het kan u niet alleen ook nog grotere problemen bezorgen dan u ooit had, maar u ook nog tot veel meer bezoeken verleiden.
Regel 3: Hoe meer specifieke informatie u over uzelf , of voor de zaak waarvoor u komt, een probleem in de familie bijvoorbeeld, te horen krijgt, met name in het begin van het consult , waarbij u denkt ‘hoe is het mogelijk’, des te meer reden is er om zo snel mogelijk weer weg te gaan. In elk geval niet terug te komen. In dat geval wordt u in elk geval ook opgelicht. Uit alle beschikbare onderzoek blijkt dat helderzienden al helemaal niet in staat zijn specifieke informatie op een onbekende manier te verwerven.
Een voorbeeld van dit gegeven treffen we trouwens ook aan in een recent artikel van Fokke Obbema op 26 september 2006, Een open geest: .... Eerst is er de verbazing: wat beweegt Alexandre Adler, historicus en gezaghebbend buitenlandcommentator van het dagblad Le Figaro, ertoe een warm pleidooi te houden voor de helderziende Yaguel Didier? Op Didiers website valt te beluisteren hoe Adler, wiens reputatie als erudiet kenner van de wereldpolitiek onomstreden is, overloopt van enthousiasme over haar gaven. Naar Nederlandse verhoudingen vertaald: het is alsof publicisten als H.J. Schoo of J.L. Heldring publiekelijk een verbintenis met Jomanda aangaan. ...... Zij overtuigde de historicus vooral door haar vermogen in het verleden terug te gaan. Adler gaf haar een gesloten envelop met daarin de foto van voormalig Sovjet-leider Andropov. Zij somde diens complete biografie tot in de details op. Toen zij melding maakte van een brug tegenover de Russische ambassade in Boedapest, waar Andropov in zijn jonge jaren had gewerkt, dacht Adler haar op een fout te kunnen betrappen. Die brug bestaat niet, wist hij. Maar onderzoek leerde hem dat die er in de tijd van Andropov wel was geweest en later was weggebombardeerd.
Dit is nooit vertoond zonder trucage of bedrog. De ‘beroemde’ Fransman wordt belazerd. Hij zou de parapsychologische literatuur eens moeten nalezen. Hoe hij hier precies belazerd wordt, dat laat ik graag aan Skepsis of hun Franse collega’s over.
Terugkomend op het familielid of de goede bekende, die zelf regelmatig naar die paragnost gaat of ging, wijzen we ook op de afhankelijkheid die er kan ontstaan, om zelf te nemen beslissingen in het leven en die maar te gaan overlaten aan de helderziende.
Regel 4: Zorg dat het contact met een paragnost nooit langer duurt dan maximaal twee keer.
Ook bij de paragnost die een werkelijk bescheiden vergoeding vraagt, erkent dat er geen garantie is voor zijn of haar kunnen, en een naam en een praktijk te verliezen heeft, kan het nog gaan om een steeds verder gaande afhankelijkheid, die u ontwikkelt ten opzichte van hem of haar. U zou geneigd kunnen raken om steeds minder zelfstandig beslissingen te nemen, als u vaker gaat.
En dat is al een situatie waar u in elk geval later dan ‘reguliere’ hulp bij nodig hebt, dus dat moet voorkomen worden. En als het niet zelf beslissingen meer durven nemen juist de reden is om naar een paragnost te gaan, ga er dan vooral niet heen, en probeer dat probleem dan bijvoorbeeld bij uw huisarts te bespreken. Die moet een betere weg weten te vinden, inderdaad naar de reguliere hulp, die zich op zijn minst bewust is of behoort te zijn van die mogelijke afhankelijkheid.
Maar soms moet u ook om andere nog ernstiger redenen een langerdurend contact en afhankelijkheid met paranormaal begaafden vermijden, zoals bijvoorbeeld naar voren komt in een bericht op 21 mei 2004, waaruit blijkt dat ongewenste intimiteiten en zelfs misschien sexueel misbruik kan ontstaan. In een bericht op 3 oktober 2005 door Weert Schenk en Ellen de Visser komt een op TV bij de KRO verschenen reïncarnatietherapeut (ook al een echt gevaarlijke bezigheid, waar we hier verder maar niet op ingaan) aan het woord nadat enkele vrouwen klaagden over misbruik: ....Hij zegt dat ze zijn adviezen totaal verkeerd heeft begrepen. Haar paranormale gaven boeiden hem dusdanig dat hij van haar wilde 'leren'. Van hem hoefde ze niet te betalen omdat hij vond dat hij haar therapeut niet was. 'Nu probeert ze aan een aantal zaken een achterbaks, seksueel tintje te geven', schrijft hij in zijn verweerschrift.....
Ook bij helderzienden komt het nogal eens voor dat er een helderziende of paranormale gave wordt toegedicht aan de consultant, als die voor zichzelf komt. Dit bevordert op zijn minst de bereidwilligheid van de consultant om hetgeen de paragnost zegt te accepteren. Nogal wat mensen in de sensitieve fase, zie de eerdere stukken op dit weblog, die een paragnost raadplegen zien dit als een aanmoediging om ook paragnost te worden (Jomanda was, meen ik, ooit bij Croiset en kreeg dit vermoedelijk ook te horen), terwijl het nergens op slaat omdat de ‘helderziende’ zelf niet over een dergelijke helderziende gave beschikt.
Ook een goede reden om vooral geen paragnost te raadplegen is wanneer u uzelf niet echt onder ogen wilt zien, en juist iemand wil treffen die daar graag in meegaat. Peter Middendorp schrijft op 24 september 2005 (++) een artikel over pseudologia fantastica: Ziekelijke leugenaars zijn vooral op zoek naar aandacht en liegen een interessant bestaan bij elkaar. Als het geweten opspeelt, bedenkt de fantast graag een leugen om ook zichzelf mee voor te liegen. Uiteindelijk gevolg van de stoornis: eenzaamheid. .......Binnen springen kinderen door de huiskamer en is zijn vrouw bezig met een koffiezetapparaat. Niet alleen een vriend moest vorig jaar zijn huis verkopen, ook Martin en zijn vrouw wonen nu in een goedkoper huis. Toch houden ze de moed er nog wel in. Zo hebben ze zich juist vier dagen weten te ontspannen op een Eigentijds Festival; alles wat met spiritualiteit te maken heeft, was daar met standjes en tentjes vertegenwoordigd. Er bestaat een paragnost die beweert dat een entiteit verantwoordelijk is voor zijn leugens. Maar daarachter wil Martin zich niet verschuilen. Hij is vooral een praktisch mens: tijdens het festival maakte hij een trommel en een speer met de twee rechterhanden die hij van zijn vader heeft geërfd.
Als u deze regels in acht neemt, kan u zonder veel risico, al is het maar uit nieuwsgierigheid, zoals ook journalisten van de krant wel eens overvalt, bij een helderziende op bezoek gaan. De Boer leeft nog en De Cocq ook, aldus de schrijvers van We leven nog, dat is duidelijk in de Volkskrant, Magazine, 26 januari 2002(++)....Bij de helderziende gaat deze keer alles mis. En de clientèle weigert te begrijpen over wie of wat ze het eigenlijk heeft.
We zullen in een volgend stuk iets zeggen over het ‘normale’ consult, waarin tenminste deze waarborgen gegeven zijn. Op consult bij een amateur-psycholoog, zeg maar.
Helderziendheid in de Volkskrant :1994-2006: Het geloven (3): Exit Jomanda
zondag 28 januari 2007 22:14
Het geloven (3): Exit Jomanda
Veruit het meest in het nieuws en dus ook in deze krant aanwezig van 1994-2006 was het medium Jomanda. We zetten een aantal van de relevante artikelen in tijd achter elkaar. Een halen we naar voren, om aan te geven dat iemand die columns schrijft best mag hekelen, maar daarin niet al te nonchalant moet zijn.
In een column van 09-11-2001 met de titel Universitaire Jomanda, gaat Plasterk wel erg ver in het hekelen van een jongedame, die ook nog ooit hoopte te promoveren, en op de universiteit van Maastricht een onderzoek deed dat methodologisch niet goed in elkaar zat. (Hij noemt daarbij ook van Maanen, die elke week wel een onderzoek in de medische en sociale wetenschap fileert in de Volkskrant.) Hier moest trouwens niet op de eerste plaats die jongedame op worden aangekeken, maar op zijn minst ook een hoogleraar die naar die opzet gekeken moet hebben, en die haar niet heeft teruggestuurd naar de studeerkamer voor ze aan dat onderzoek begon. Dat is dan ook nog tot daar aan toe, maar vooral door boven het stukje de titel Universitaire Jomanda te plakken, doet hij de jongedame meer verdriet dan nodig is, lijkt me, zeker in het licht van het nieuws in dat tijdsgewricht. Plasterk wil in het stukje zeggen dat Skepsis ook op het ‘reguliere’ terrein van de wetenschap nog wel wat werk te verzetten heeft, en niet alleen achter de echte Jomanda’s aan hoeft te zitten, en dat hij daarom op deze titel komt is dan ook nog wel te volgen, maar een beetje mededogen siert niet alleen de huisarts maar ook de wetenschapper, en zelfs de columnist. Niet elke ‘taalvondst’ is zo belangrijk. Hij had ook nog wel wat meer dan hij nu deed de nadruk mogen leggen op het ‘belang’ van de ‘industrie’ die bij dit onderzoek ook al weer betrokken was. Dat wordt ook wel een steeds groter probleem voor de wetenschap, lijkt het, om ook eens een duit in het zakje van het ‘steeds meer’ te doen.
19-08-1995 'Onderzoek is begin van Jomanda's einde'. In de bijdrage over Vervaet, al eerder genoemd onder Het scepticisme, staat ook de zin: Vervaet beweert Jomanda's aanspraak op genezende handen onderuit te halen. Een volgens het medium genezen patiënte overleed een half jaar na de healing, hoewel volgens haar moeder Jomanda had gezegd dat 'alles goed zou komen met haar'. Dus ook uit één zin kan al blijken we het het ‘helderziende’ en het ‘genezende’ deel van het ‘werk’ van zo’n medium uit elkaar moeten houden. Ze zegt ‘dat alles goed zou komen’, en dat zou ze dan moeten baseren op ‘helderziendheid’, en ze heeft iets ten aanzien van een patiënte gedaan wat de patiënte zou hebben verbeterd, en dat zou ze dan moeten hebben baseren op ‘psychokinese’of ‘genezing’, zoals ze het zelf zal noemen. Vervaet’s hoop dat aantonen dat haar claims, dus zowel de ene als de andere, in één en hetzelfde geval, al beide niet klopten, en dat zijn verslag het begin van het einde van haar succes zou betekenen, bleek later wel heel ijdele hoop.
03-06-1999 Raoul du Pré kijkt in een boek dat Jomanda zelf uitbrengt: .. Toch acht Jomanda het ten behoeve van het tegenwicht nuttig om ook eens mensen aan het woord te laten die 'ondanks alles vertrouwen bleven houden'. Het heeft geleid tot het boek Jomanda's wonderbaarlijke genezingen ...dat sinds kort in de winkel ligt. Het staat vol met getuigenissen van mensen die door Jomanda geholpen zijn. 'Degenen die niet geloven in wat ik doe, moeten dit boek maar lezen.', kondigde ze het zelf eerder dit jaar aan. 'Ik sta er zelf vaak perplex van.' ....Het is een kostelijk boek geworden, deze lofzang op Jomanda. Daarom ditmaal geen commentaar van een niet-begrijpende journalist. Alleen een paar korte citaten. …. Mevrouw M.v.L. over haar bezoek aan Tiel: 'We mochten die keer een wens doen. Ik dacht: 'wat moet ik nou? Er zijn zo veel wensen - is het niet voor jezelf, dan is het wel voor een ander. Ik liet het dus maar aan de Goddelijke Wereld over om te doen wat het beste voor me was. Op de terugweg van het station brak het hengsel van m'n nieuwe tas, waarin flessen ingestraald water zaten. Ik raakte uit balans en viel de stationstrap af naar beneden. Hierbij brak ik m'n pols. M'n man zei: 'ga je dáárvoor naar Jomanda.' Maar ik wist meteen dat het negatieve positief was. Wij zitten in de fruitteelt, dus veel te doen. Ik meende altijd maar door te moeten gaan en dat breekt je wel eens op. Nu moest ik het wel rustiger aan doen. En zonder een schuldgevoel.'
Deze bijdrage van du Pré spreekt letterlijk voor zich door citaten uit het boek aan te halen. Jomanda is een mevrouw met wel heel veel geloof in eigen vermogens. Uit deze bijdrage blijkt ook dat Skepsis nog wel heel veel zendingswerk te doen heeft. Sommige mensen snappen soms dingen eenvoudigweg niet, soms niet eens de meest elementaire zaken van psychologische betekenisgeving. Wiens taak is het daar iets aan te doen? Zelfs de vraag is met geen enkele pen te beschrijven, zoveel komt daar bij kijken. Humor van de caberetier misschien, ja ook dat komt voor met betrekking tot het onderwerp. In een artikel van Patrick van den Hanenberg op 25-06-1999 meldt hij onder de kop Twee niet al te snuggere Brabantse typetjes: .....Teeuwen is de man van de bizarre opening.... Hij vraagt zich af waarom een man die geen groenteboer is vierhonderd kilo bederfelijke aubergines heeft gekocht. En hij ziet een helderziende die op een gruwelijke manier misbruik maakt van de wanhoop van de ouders van wie het kind is ontvoerd......
Echte ophef dan misschien, als het eens een keer echt mis gaat, zou dat helpen?
Op 29-12-2001 lezen we bij Mirjam Schöttelndreier, in gesprek met de partner van Sylvia Millecam.... Millecam zocht daarop contact met Jomanda, die ze al kende van healings die ze had bezocht toen haar vader ziek was. Het paranormale medium uit Tiel betoogde dat Millecam geen kanker had. Willemsen: 'Ook een arts-homeopaat in Hilversum die met Jomanda samenwerkte, zei dat het om een bacteriële infectie ging. Dat gaf hoop.' Een masseur schreef ampullen met keukenzout voor. 'Natuurlijk heb ik geaarzeld, maar hij zei dat de methode bij TNO was getest. Dan probeer je het... ‘Na het overlijden van Millecam ontbrandde in de media een debat over de zin, en vooral onzin van de alternatieve geneeswijzen. In september zei de Inspectie voor de Gezondheidszorg uit te zoeken of Jomanda verantwoordelijk gesteld kan worden voor schade aan Millecams gezondheid. Inmiddels wijst niets op strafbaar handelen, maar gaat inspecteur-generaal H. Kingma nader onderzoek doen. Oncoloog Emiel Rutgers van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis verweet Jomanda en consorten 'misleiding'.
18-02-2004 Aangifte tegen Jomanda voor rol in dood Millecam, de Volkskrant, Voorpagina. De Inspectie voor de Volksgezondheid doet aangifte tegen Jomanda, omdat zij de actrice Sylvia Millecam, die zomer 2001 aan borstkanker overleed, heeft misleid door vol te houden dat er geen sprake was van kanker....Jomanda handelt 'levensgevaarlijk', door vanuit haar 'goeroe-positie' medische diagnoses te stellen. 'De gevolgen waren rampzalig', aldus het rapport. Als remedie tegen gevaarlijke kwakzalverij pleit de inspectie voor zero-tolerance en een betere bescherming van de patiënt. Zo moet in de wet worden opgenomen dat alleen reguliere artsen een medische diagnose mogen stellen. Niet alle excessen zijn te voorkomen, schrijft de inspectie. 'Maar het lijkt erop dat het probleem van de (gevaarlijke) kwakzalverij een typische exponent is van de gedoogcultuur. Gedogen totdat om de zoveel tijd de samenleving wordt opgeschrikt door de schrijnende gevolgen van een triviale misstand.' .....
Ook tegen de paragnost Anne Alons, de alternatieve therapeuten Tompot en C.B. en de artsen Broekhuijse en K. uit Millingen doet de inspectie aangifte, onder meer wegens 'misbehandeling'. De twee artsen, én de Bunnikse internist D., moeten zich daarbij ook verantwoorden voor het Medisch Tuchtcollege. Pagina 3: 'Nederland is doodziek', noteert Jomanda.
18-02-2004 Het slotzinnetje uit dit bericht in dezelfde krant op pagina 3: Vanuit het klooster dat zeven jaar geleden voor het eerst in een visioen aan haar werd getoond, liet ze gisteren per blocnote ter afsluiting weten wat ze van het inspectieonderzoek vindt. 'Nederland is doodziek.'
Moet dit een voorbeeld van de journalistieke hoor en wederhoor-regel voorstellen? Wel erg veel eer voor deze dame en dan nog wel op dezelfde dag? Alleen al dit gedrag van mevrouw. Een nieuwe vorm van wederhoor, die ook nog wordt toegelaten! Mond houden is mond houden en geen briefjes toeschuiven, of is dit weer nieuws op zich?
Het is wel raar gesteld in Nederland. We zorgen er enerzijds voor dat mensen een academische opleiding hebben voor ze zich op dit niveau met de gezondheid van anderen mogen bemoeien en voeren anderzijds rustig een wet met de naam BIG in, die zowat elke controle onmogelijk maakt op wetenschappelijk gezien volstrekt duistere praktijken. Er is voor de wet BIG werd ingevoerd allang wetenschappelijk aangetoond dat ‘een medische diagnose’ op basis van helderziendheid volstrekt niet kan, en erger dat de ‘helderziende gave’ van helderzienden er hoe dan ook niet is. Dat de magische handelingen van ‘strijken’ en allerlei andere vormen van aandacht van sommige ‘mediums en magnetiseurs’ mogelijk enig placebo-aspect van tijdelijk welbevinden kan hebben bij sommige mensen en bij sommige klachten, het zou juist heel raar zijn als het niet zo was. Maar het erge is dat die ‘genezende mediums’ en ‘magnetiseurs’ hun mond verder niet houden, en heel vaak impliciet of expliciet wel ‘helderziende diagnoses’ stellen en dan pas aan het ‘strijken’ gaan of wat voor semi-fysieke handelingen ook uitvoeren. Croiset was het prototype van iemand die zichzelf zowel als volledig paragnost en als volledig magnetiseur zag, en Jomanda is door hem ‘op het spoor’ gezet als ik me niet vergis.
19-02-2004 ev Een dag later een artikel dat de Inspectie wel in wilde grijpen, maar niet kon op grond van die wet BIG. In het artikel wordt duidelijk dat het niet uitsluitend om die Jomanda gaat bij de situatie rond Sylvia Millecam .... Een alternatieve arts die electroacupunctuur toepast, Jomanda die verklaart dat het geen kanker is, maar een bacteriële infectie. Ook de paragnost Anne Alons, voormalig topambtenaar van het ministerie van VROM, 'ziet' dat ze geen kanker heeft.
Maar ook de Inspectie lijkt wat laconiek, tenminste als ik aanneem dat de tweede zin uit de volgende quote ook van de Inspectie komt: De meeste kankerpatiënten consulteren naast hun reguliere behandelaars ook alternatieve genezers, weet de inspectie. Niet erg, de meeste behandelingen kunnen geen kwaad en als beide partijen contact onderhouden, is er niets op tegen. Ik denk dat heel veel artsen daar ook nog wel anders over denken. Niet-schaden is de allereerste regel ja. Maar goed-doen, liefst genezen, is toch wel het hoofddoel van de arts. En goed-doen op basis van controleerbare kennis, en liefst een empathische instelling en de tijd daarvoor, want een deel van de mensen die naar ‘genezende mediums’ of ‘magnetiseurs’ gaan, menen daar wel persoonlijke en voldoende aandacht te krijgen, en bij de arts soms niet, ook al kan die daar voor een groot deel weinig aan doen want hij heeft vaak de tijd niet.
Op dezelfde dag verschijnt er ook nog een ingezonden stuk in de krant, waarin nog een aspect genoemd wordt dat aandacht verdient: Uit het inspectierapport blijkt dat artsen in het reguliere circuit, zoals het hoort, informatie over het ziektebeeld van de patiënt met elkaar uitwisselen. Zowel alternatief opererende artsen als niet-medisch geschoolde kwakzalvers blijken daarentegen geen informatie op te vragen bij reguliere medici, maar slechts contact te onderhouden met kennissen in alternatieve circuits.
De aandrang om ‘samen te werken’ met de reguliere arts is er natuurlijk wel, maar alleen vanuit ‘genezende mediums’ en ‘magnetiseurs’ zelf en niet of wel heel zelden vanuit de arts. Stel dat ze dat lukt, dat ‘samenwerken’, en dat zal in een aantal gevallen ook nog zo zijn: wat een impliciete erkenning is dat. Daar gaan ze onmiddellijk reclame mee maken voor zichzelf. Dat kan ik je op een briefje geven. “Niet meer dan de lagere school achter de rug en toch een beetje dokter zijn.” Uitspraak van Croiset, ik heb het hem persoonlijk horen zeggen. Samenwerking met de echte dokter legitimeert het gedrag. Tel uit je winst in combinatie met de enorme behoefte de arme mensheid te willen helpen.
In nog een artikel op deze dag: ook de minister wordt op deze dag even wakkergeschud en moet iets zeggen. De Inspectie heeft een rapport geschreven.... Maar het stellen van een medische diagnose – het medium Jomanda zei dat Millecam een bacteriële infectie had, géén kanker – is tot dusver wél toegestaan. Dat probeert Hoogervorst nu te verbieden. Een probleem daarbij is dat regulier opgeleide artsen officieel worden opgenomen in het zogeheten BIG-register, ook als zij alternatief werken. Zo staan twee van Millecams artsen, tegen wie door de inspectie aangifte van 'misbehandeling' is gedaan bij justitie, nog steeds gewoon geregistreerd, evenals een internist die, in elk geval bij Millecam, nauw samenwerkte met een paragnost.
Misschien moet die internist, als hij dan toch iets met paragnosten wil, ook eens zijn licht opsteken in de serieuze parapsychologische literatuur in plaats van alleen de medische. Dan zal hij vinden dat er helemaal niets ‘helderziends’ te verwachten is. Hoe kan een internist er toe komen samen te werken, en ook nog eens nauw, met een paragnost?
En een dag later (20-02-2004) winden de homeopathische artsen zich op: ...Klein juicht een van de aanbevelingen in het rapport, dat voortaan niet-medici geen diagnoses meer mogen stellen, van harte toe. 'Vorig najaar zei de minister nog dat hij niets tegen allerlei gevaarlijke praktijken kon ondernemen. Dus dit is vooruitgang.' Alleen vindt zij het jammer dat Hoogervorst in zijn nieuwe benadering ook de homeopathie weer op één hoop gooit met paragnosten en magnetiseurs. 'Maar we geven niet op. Voor ons is die houding een stimulans om verder te gaan met ons wetenschappelijk onderzoek.' Inderdaad ook nog een dispuut. Daar gaan we niet op in. Dat valt wel buiten ons onderwerp.
Nog weer een dag later (21-02-2004) mag Herre Kingma, de Inspecteur eens uitgebreid aan het woord komen, en de laatste zinnen van Kingma kan ik hier niet weglaten: Moeten we nu alle alternatieve behandelaars wantrouwen? 'Het overgrote deel van de genezers doet geen kwaad. Ik hoop vooral dat deze zaak een voorbeeldfunctie heeft. Dat alternatieve beroepsbeoefenaren zich zullen beraden op hun rol en patiënten minder snel alles geloven wat ze in het alternatieve circuit te horen krijgen. Ik wil niet tornen aan de keuzevrijheid van de patiënt, maar aan de vrijheid van de alternatieve sector. De norm die voor iedereen zou moeten gelden is: altijd kiezen voor de best bewezen behandeling.' Probleem is dat veel alternatieve behandelaars ervan overtuigd zijn dat hun methode de beste is. 'We richten ons op gezondheidszorg die is gebaseerd op rede en bewijs. Wij beoordelen behandelaars op hun handelen en niet op de wijze waarop ze vanuit de kosmos worden aangeblazen. Daar waar rede en bewijs niet bestaan en plaatsmaken voor geloof, hoop en vertrouwen, is de discussie gesloten. Alternatieve genezers past bescheidenheid.'
Verstandige woorden. Maar waarom is er over deze zaken niet beter nagedacht en geïnformeerd bij het opstellen van de wet BIG, nog van de tijd voor Kingma Inspecteur werd. En alleen ‘geen kwaad’ lijkt me wel heel schraal. Maar zoals de huisarts met name weet: de wereld is complex en onoverzichtelijk. Zolang er maar niet meer voormalig topambtenaren helderziend menen te zijn, is er nog hoop.
Maar ja, Jomanda leest ook de krant, misschien, en is echt niet stil te krijgen, hoe ze ook zwijgt, en de krant deelt op 23-02-2004, het volgende ANP-bericht, mede: Medium Jomanda waarschuwt: mijd de kwakzalvers. Jomanda heeft zaterdag in een open brief in Dagblad De Limburger gewaarschuwd voor kwakzalvers en voor mensen die zeggen dat ze met haar samenwerken. 'Mijn naam wordt vaak misbruikt', schrijft ze. Het medium schreef de brief om zich te verweren tegen de beschuldiging dat zij de aan kanker overleden actrice Sylvia Millecam heeft misleid door te zeggen dat ze geen borstkanker had. Ook zou Jomanda de actrice hebben ontraden naar een reguliere arts te gaan. Het Openbaar Ministerie overweegt haar daarvoor te vervolgen. Jomanda wijst de beschuldigingen van de hand. Sylvia had haar keuze al bepaald voordat ze mij vroeg als vriendin langs te komen, beweert ze. Millecam had eerder al reguliere artsen bezocht. Het medium toont zich in de brief een pleitbezorger van samenwerking met reguliere artsen. 'Blijf weg bij alternatieve hulpverleners die je weghouden van reguliere artsen.' Ze besluit haar brief met de oproep charlatans aan te pakken. 'Laat bedrog niet langer bestaan. Doe er iets aan! Het (. . .) geeft een stukje vrede op aarde.'
De interactionele truc hebben we eerder al opgemerkt. ‘De kwakzalvers moeten ze aanpakken en dat ben ik natuurlijk niet’. En een stukje vrede op aarde, zo is het maar net. En zie hoe ze ook hengelt naar die samenwerking met reguliere artsen! Wat zijn de artsen toch ook dom dat ze niet willen samenwerken. De wereld zou binnen de kortste keren een paradijs zijn, en de artsen worden weer assistent, nu niet assistent van een andere arts, maar van het grote medium. Maar we leven toch niet meer rond 1900 (zie een artikel op 14-01-2000 (+++), boekbespreking: Willem de Blécourt: Het Amazonenleger - Irreguliere genezeressen in Nederland 1850-1930, Amsterdam) of toch? Of toch ook niet meer in de jaren 50 van de twintigste met Greet, die het tenminste bij nog haar gewone Hollandse naam hield? Toch wel, op dit gebied.
Mensen mogen elkaar geen onrecht aandoen, niet van de wet maar ook niet om morele redenen. Ridiculiseren kan inderdaad al gauw dat effect hebben. Het blijft zoeken naar het beschaafd stellen van vragen en geven van commentaar, maar dat wordt inderdaad wel moeilijk in bepaalde gevallen. Je moet al over het ijzeren geduld en de empathie van een ervaren huisarts beschikken om te blijven zoeken naar een antwoord op wel degelijk bestaande serieuze vragen, ik zou zeggen ondanks Jomanda en mediums en paragnosten. Een echt wetenschappelijke antwoord op bijvoorbeeld enkele grote collecties van spontane helderziende ervaringen van mensen is er nog niet echt. Wel zijn er enkele goede hypothesen in psychologische zin. Ze zijn er namelijk wel, die spontane helderziende ervaringen, die ook verwarring kunnen stichten in een eerder of verder normaal mensenleven. Ook daar zullen heel veel sceptische vragen bij moeten worden gesteld, maar dat kan in elk geval wel op een beschaafde manier.
Dat de krant, ook al is maar in Dag in Dag uit op 30-03-2004 nog even meldt dat deze dame weer spreekt na een half jaar zwijgen, het zij zo, en de boodschap die ze had slaat ook nergens op. Je wilt het niet eens meer lezen.
28-01-2006 Een stuk over de biografie van Millecam, dat we al in het stukje Het waarschuwen noemden, en waaruit een hoop te leren zou zijn voor ieder die zich paragnost of medium zou willen gaan noemen. Niet doen, en een andere, liefst ‘reguliere’ bezigheid gaan zoeken, bijvoorbeeld. Maar het zal niet gebeuren. Dat staat vast. Zeker niet, nadat de Inspectie voor een groot deel in het stof bijt.
Op 05-11-2006 verzucht zelfs de Volkskrant in een redactioneel commentaar : Het Openbaar Ministerie ziet af van vervolging van de alternatieve artsen en genezers – onder wie het medium Jomanda – die betrokken zijn geweest bij de behandeling van de actrice Sylvia Millecam. Er zijn volgens het OM onvoldoende aanwijzingen dat de alternatieve behandelaars Millecam ervan hebben weerhouden reguliere artsen te raadplegen. Een zaak die was uitgegroeid tot een testcase, eindigt met deze beslissing in een anticlimax...... Dat is teleurstellend omdat hierdoor een kans wordt gemist een rechterlijk oordeel te krijgen over de grenzen van de alternatieve geneeskunde. Met name een medium als Jomanda en andere genezers en therapeuten zonder medische opleiding blijven hierdoor buiten schot. Zij vallen buiten het werkterrein van de Inspectie...... Het advies van de Inspectie, het stellen van een diagnose alleen toe te staan aan gediplomeerde artsen, stuitte op een negatief advies van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. De Raad vreesde dat het niet mogelijk zou zijn een sluitende definitie van een diagnose te formuleren – een meer praktische dan principiële stellingname. Terwijl alternatieve artsen aan strengere eisen worden onderworpen, blijven niet-medici vrij in hun behandelmethoden.
En dat mag toch wel heel raar heten: geen sluitende definitie en dus maar vrijwel niets doen. Nou, één ding staat wel vast, en wetenschappelijk, naar alle redelijke maatstaven: ‘helderziende diagnoses’ bestaan niet. Verder zou de opdracht toch wel moeten zijn: zo snel mogelijk aan het werk voor een wel sluitende definitie, hooggeleerden van wetenschappelijke, bestuurlijke en ethische komaf. Vanaf morgen.
Veruit het meest in het nieuws en dus ook in deze krant aanwezig van 1994-2006 was het medium Jomanda. We zetten een aantal van de relevante artikelen in tijd achter elkaar. Een halen we naar voren, om aan te geven dat iemand die columns schrijft best mag hekelen, maar daarin niet al te nonchalant moet zijn.
In een column van 09-11-2001 met de titel Universitaire Jomanda, gaat Plasterk wel erg ver in het hekelen van een jongedame, die ook nog ooit hoopte te promoveren, en op de universiteit van Maastricht een onderzoek deed dat methodologisch niet goed in elkaar zat. (Hij noemt daarbij ook van Maanen, die elke week wel een onderzoek in de medische en sociale wetenschap fileert in de Volkskrant.) Hier moest trouwens niet op de eerste plaats die jongedame op worden aangekeken, maar op zijn minst ook een hoogleraar die naar die opzet gekeken moet hebben, en die haar niet heeft teruggestuurd naar de studeerkamer voor ze aan dat onderzoek begon. Dat is dan ook nog tot daar aan toe, maar vooral door boven het stukje de titel Universitaire Jomanda te plakken, doet hij de jongedame meer verdriet dan nodig is, lijkt me, zeker in het licht van het nieuws in dat tijdsgewricht. Plasterk wil in het stukje zeggen dat Skepsis ook op het ‘reguliere’ terrein van de wetenschap nog wel wat werk te verzetten heeft, en niet alleen achter de echte Jomanda’s aan hoeft te zitten, en dat hij daarom op deze titel komt is dan ook nog wel te volgen, maar een beetje mededogen siert niet alleen de huisarts maar ook de wetenschapper, en zelfs de columnist. Niet elke ‘taalvondst’ is zo belangrijk. Hij had ook nog wel wat meer dan hij nu deed de nadruk mogen leggen op het ‘belang’ van de ‘industrie’ die bij dit onderzoek ook al weer betrokken was. Dat wordt ook wel een steeds groter probleem voor de wetenschap, lijkt het, om ook eens een duit in het zakje van het ‘steeds meer’ te doen.
19-08-1995 'Onderzoek is begin van Jomanda's einde'. In de bijdrage over Vervaet, al eerder genoemd onder Het scepticisme, staat ook de zin: Vervaet beweert Jomanda's aanspraak op genezende handen onderuit te halen. Een volgens het medium genezen patiënte overleed een half jaar na de healing, hoewel volgens haar moeder Jomanda had gezegd dat 'alles goed zou komen met haar'. Dus ook uit één zin kan al blijken we het het ‘helderziende’ en het ‘genezende’ deel van het ‘werk’ van zo’n medium uit elkaar moeten houden. Ze zegt ‘dat alles goed zou komen’, en dat zou ze dan moeten baseren op ‘helderziendheid’, en ze heeft iets ten aanzien van een patiënte gedaan wat de patiënte zou hebben verbeterd, en dat zou ze dan moeten hebben baseren op ‘psychokinese’of ‘genezing’, zoals ze het zelf zal noemen. Vervaet’s hoop dat aantonen dat haar claims, dus zowel de ene als de andere, in één en hetzelfde geval, al beide niet klopten, en dat zijn verslag het begin van het einde van haar succes zou betekenen, bleek later wel heel ijdele hoop.
03-06-1999 Raoul du Pré kijkt in een boek dat Jomanda zelf uitbrengt: .. Toch acht Jomanda het ten behoeve van het tegenwicht nuttig om ook eens mensen aan het woord te laten die 'ondanks alles vertrouwen bleven houden'. Het heeft geleid tot het boek Jomanda's wonderbaarlijke genezingen ...dat sinds kort in de winkel ligt. Het staat vol met getuigenissen van mensen die door Jomanda geholpen zijn. 'Degenen die niet geloven in wat ik doe, moeten dit boek maar lezen.', kondigde ze het zelf eerder dit jaar aan. 'Ik sta er zelf vaak perplex van.' ....Het is een kostelijk boek geworden, deze lofzang op Jomanda. Daarom ditmaal geen commentaar van een niet-begrijpende journalist. Alleen een paar korte citaten. …. Mevrouw M.v.L. over haar bezoek aan Tiel: 'We mochten die keer een wens doen. Ik dacht: 'wat moet ik nou? Er zijn zo veel wensen - is het niet voor jezelf, dan is het wel voor een ander. Ik liet het dus maar aan de Goddelijke Wereld over om te doen wat het beste voor me was. Op de terugweg van het station brak het hengsel van m'n nieuwe tas, waarin flessen ingestraald water zaten. Ik raakte uit balans en viel de stationstrap af naar beneden. Hierbij brak ik m'n pols. M'n man zei: 'ga je dáárvoor naar Jomanda.' Maar ik wist meteen dat het negatieve positief was. Wij zitten in de fruitteelt, dus veel te doen. Ik meende altijd maar door te moeten gaan en dat breekt je wel eens op. Nu moest ik het wel rustiger aan doen. En zonder een schuldgevoel.'
Deze bijdrage van du Pré spreekt letterlijk voor zich door citaten uit het boek aan te halen. Jomanda is een mevrouw met wel heel veel geloof in eigen vermogens. Uit deze bijdrage blijkt ook dat Skepsis nog wel heel veel zendingswerk te doen heeft. Sommige mensen snappen soms dingen eenvoudigweg niet, soms niet eens de meest elementaire zaken van psychologische betekenisgeving. Wiens taak is het daar iets aan te doen? Zelfs de vraag is met geen enkele pen te beschrijven, zoveel komt daar bij kijken. Humor van de caberetier misschien, ja ook dat komt voor met betrekking tot het onderwerp. In een artikel van Patrick van den Hanenberg op 25-06-1999 meldt hij onder de kop Twee niet al te snuggere Brabantse typetjes: .....Teeuwen is de man van de bizarre opening.... Hij vraagt zich af waarom een man die geen groenteboer is vierhonderd kilo bederfelijke aubergines heeft gekocht. En hij ziet een helderziende die op een gruwelijke manier misbruik maakt van de wanhoop van de ouders van wie het kind is ontvoerd......
Echte ophef dan misschien, als het eens een keer echt mis gaat, zou dat helpen?
Op 29-12-2001 lezen we bij Mirjam Schöttelndreier, in gesprek met de partner van Sylvia Millecam.... Millecam zocht daarop contact met Jomanda, die ze al kende van healings die ze had bezocht toen haar vader ziek was. Het paranormale medium uit Tiel betoogde dat Millecam geen kanker had. Willemsen: 'Ook een arts-homeopaat in Hilversum die met Jomanda samenwerkte, zei dat het om een bacteriële infectie ging. Dat gaf hoop.' Een masseur schreef ampullen met keukenzout voor. 'Natuurlijk heb ik geaarzeld, maar hij zei dat de methode bij TNO was getest. Dan probeer je het... ‘Na het overlijden van Millecam ontbrandde in de media een debat over de zin, en vooral onzin van de alternatieve geneeswijzen. In september zei de Inspectie voor de Gezondheidszorg uit te zoeken of Jomanda verantwoordelijk gesteld kan worden voor schade aan Millecams gezondheid. Inmiddels wijst niets op strafbaar handelen, maar gaat inspecteur-generaal H. Kingma nader onderzoek doen. Oncoloog Emiel Rutgers van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis verweet Jomanda en consorten 'misleiding'.
18-02-2004 Aangifte tegen Jomanda voor rol in dood Millecam, de Volkskrant, Voorpagina. De Inspectie voor de Volksgezondheid doet aangifte tegen Jomanda, omdat zij de actrice Sylvia Millecam, die zomer 2001 aan borstkanker overleed, heeft misleid door vol te houden dat er geen sprake was van kanker....Jomanda handelt 'levensgevaarlijk', door vanuit haar 'goeroe-positie' medische diagnoses te stellen. 'De gevolgen waren rampzalig', aldus het rapport. Als remedie tegen gevaarlijke kwakzalverij pleit de inspectie voor zero-tolerance en een betere bescherming van de patiënt. Zo moet in de wet worden opgenomen dat alleen reguliere artsen een medische diagnose mogen stellen. Niet alle excessen zijn te voorkomen, schrijft de inspectie. 'Maar het lijkt erop dat het probleem van de (gevaarlijke) kwakzalverij een typische exponent is van de gedoogcultuur. Gedogen totdat om de zoveel tijd de samenleving wordt opgeschrikt door de schrijnende gevolgen van een triviale misstand.' .....
Ook tegen de paragnost Anne Alons, de alternatieve therapeuten Tompot en C.B. en de artsen Broekhuijse en K. uit Millingen doet de inspectie aangifte, onder meer wegens 'misbehandeling'. De twee artsen, én de Bunnikse internist D., moeten zich daarbij ook verantwoorden voor het Medisch Tuchtcollege. Pagina 3: 'Nederland is doodziek', noteert Jomanda.
18-02-2004 Het slotzinnetje uit dit bericht in dezelfde krant op pagina 3: Vanuit het klooster dat zeven jaar geleden voor het eerst in een visioen aan haar werd getoond, liet ze gisteren per blocnote ter afsluiting weten wat ze van het inspectieonderzoek vindt. 'Nederland is doodziek.'
Moet dit een voorbeeld van de journalistieke hoor en wederhoor-regel voorstellen? Wel erg veel eer voor deze dame en dan nog wel op dezelfde dag? Alleen al dit gedrag van mevrouw. Een nieuwe vorm van wederhoor, die ook nog wordt toegelaten! Mond houden is mond houden en geen briefjes toeschuiven, of is dit weer nieuws op zich?
Het is wel raar gesteld in Nederland. We zorgen er enerzijds voor dat mensen een academische opleiding hebben voor ze zich op dit niveau met de gezondheid van anderen mogen bemoeien en voeren anderzijds rustig een wet met de naam BIG in, die zowat elke controle onmogelijk maakt op wetenschappelijk gezien volstrekt duistere praktijken. Er is voor de wet BIG werd ingevoerd allang wetenschappelijk aangetoond dat ‘een medische diagnose’ op basis van helderziendheid volstrekt niet kan, en erger dat de ‘helderziende gave’ van helderzienden er hoe dan ook niet is. Dat de magische handelingen van ‘strijken’ en allerlei andere vormen van aandacht van sommige ‘mediums en magnetiseurs’ mogelijk enig placebo-aspect van tijdelijk welbevinden kan hebben bij sommige mensen en bij sommige klachten, het zou juist heel raar zijn als het niet zo was. Maar het erge is dat die ‘genezende mediums’ en ‘magnetiseurs’ hun mond verder niet houden, en heel vaak impliciet of expliciet wel ‘helderziende diagnoses’ stellen en dan pas aan het ‘strijken’ gaan of wat voor semi-fysieke handelingen ook uitvoeren. Croiset was het prototype van iemand die zichzelf zowel als volledig paragnost en als volledig magnetiseur zag, en Jomanda is door hem ‘op het spoor’ gezet als ik me niet vergis.
19-02-2004 ev Een dag later een artikel dat de Inspectie wel in wilde grijpen, maar niet kon op grond van die wet BIG. In het artikel wordt duidelijk dat het niet uitsluitend om die Jomanda gaat bij de situatie rond Sylvia Millecam .... Een alternatieve arts die electroacupunctuur toepast, Jomanda die verklaart dat het geen kanker is, maar een bacteriële infectie. Ook de paragnost Anne Alons, voormalig topambtenaar van het ministerie van VROM, 'ziet' dat ze geen kanker heeft.
Maar ook de Inspectie lijkt wat laconiek, tenminste als ik aanneem dat de tweede zin uit de volgende quote ook van de Inspectie komt: De meeste kankerpatiënten consulteren naast hun reguliere behandelaars ook alternatieve genezers, weet de inspectie. Niet erg, de meeste behandelingen kunnen geen kwaad en als beide partijen contact onderhouden, is er niets op tegen. Ik denk dat heel veel artsen daar ook nog wel anders over denken. Niet-schaden is de allereerste regel ja. Maar goed-doen, liefst genezen, is toch wel het hoofddoel van de arts. En goed-doen op basis van controleerbare kennis, en liefst een empathische instelling en de tijd daarvoor, want een deel van de mensen die naar ‘genezende mediums’ of ‘magnetiseurs’ gaan, menen daar wel persoonlijke en voldoende aandacht te krijgen, en bij de arts soms niet, ook al kan die daar voor een groot deel weinig aan doen want hij heeft vaak de tijd niet.
Op dezelfde dag verschijnt er ook nog een ingezonden stuk in de krant, waarin nog een aspect genoemd wordt dat aandacht verdient: Uit het inspectierapport blijkt dat artsen in het reguliere circuit, zoals het hoort, informatie over het ziektebeeld van de patiënt met elkaar uitwisselen. Zowel alternatief opererende artsen als niet-medisch geschoolde kwakzalvers blijken daarentegen geen informatie op te vragen bij reguliere medici, maar slechts contact te onderhouden met kennissen in alternatieve circuits.
De aandrang om ‘samen te werken’ met de reguliere arts is er natuurlijk wel, maar alleen vanuit ‘genezende mediums’ en ‘magnetiseurs’ zelf en niet of wel heel zelden vanuit de arts. Stel dat ze dat lukt, dat ‘samenwerken’, en dat zal in een aantal gevallen ook nog zo zijn: wat een impliciete erkenning is dat. Daar gaan ze onmiddellijk reclame mee maken voor zichzelf. Dat kan ik je op een briefje geven. “Niet meer dan de lagere school achter de rug en toch een beetje dokter zijn.” Uitspraak van Croiset, ik heb het hem persoonlijk horen zeggen. Samenwerking met de echte dokter legitimeert het gedrag. Tel uit je winst in combinatie met de enorme behoefte de arme mensheid te willen helpen.
In nog een artikel op deze dag: ook de minister wordt op deze dag even wakkergeschud en moet iets zeggen. De Inspectie heeft een rapport geschreven.... Maar het stellen van een medische diagnose – het medium Jomanda zei dat Millecam een bacteriële infectie had, géén kanker – is tot dusver wél toegestaan. Dat probeert Hoogervorst nu te verbieden. Een probleem daarbij is dat regulier opgeleide artsen officieel worden opgenomen in het zogeheten BIG-register, ook als zij alternatief werken. Zo staan twee van Millecams artsen, tegen wie door de inspectie aangifte van 'misbehandeling' is gedaan bij justitie, nog steeds gewoon geregistreerd, evenals een internist die, in elk geval bij Millecam, nauw samenwerkte met een paragnost.
Misschien moet die internist, als hij dan toch iets met paragnosten wil, ook eens zijn licht opsteken in de serieuze parapsychologische literatuur in plaats van alleen de medische. Dan zal hij vinden dat er helemaal niets ‘helderziends’ te verwachten is. Hoe kan een internist er toe komen samen te werken, en ook nog eens nauw, met een paragnost?
En een dag later (20-02-2004) winden de homeopathische artsen zich op: ...Klein juicht een van de aanbevelingen in het rapport, dat voortaan niet-medici geen diagnoses meer mogen stellen, van harte toe. 'Vorig najaar zei de minister nog dat hij niets tegen allerlei gevaarlijke praktijken kon ondernemen. Dus dit is vooruitgang.' Alleen vindt zij het jammer dat Hoogervorst in zijn nieuwe benadering ook de homeopathie weer op één hoop gooit met paragnosten en magnetiseurs. 'Maar we geven niet op. Voor ons is die houding een stimulans om verder te gaan met ons wetenschappelijk onderzoek.' Inderdaad ook nog een dispuut. Daar gaan we niet op in. Dat valt wel buiten ons onderwerp.
Nog weer een dag later (21-02-2004) mag Herre Kingma, de Inspecteur eens uitgebreid aan het woord komen, en de laatste zinnen van Kingma kan ik hier niet weglaten: Moeten we nu alle alternatieve behandelaars wantrouwen? 'Het overgrote deel van de genezers doet geen kwaad. Ik hoop vooral dat deze zaak een voorbeeldfunctie heeft. Dat alternatieve beroepsbeoefenaren zich zullen beraden op hun rol en patiënten minder snel alles geloven wat ze in het alternatieve circuit te horen krijgen. Ik wil niet tornen aan de keuzevrijheid van de patiënt, maar aan de vrijheid van de alternatieve sector. De norm die voor iedereen zou moeten gelden is: altijd kiezen voor de best bewezen behandeling.' Probleem is dat veel alternatieve behandelaars ervan overtuigd zijn dat hun methode de beste is. 'We richten ons op gezondheidszorg die is gebaseerd op rede en bewijs. Wij beoordelen behandelaars op hun handelen en niet op de wijze waarop ze vanuit de kosmos worden aangeblazen. Daar waar rede en bewijs niet bestaan en plaatsmaken voor geloof, hoop en vertrouwen, is de discussie gesloten. Alternatieve genezers past bescheidenheid.'
Verstandige woorden. Maar waarom is er over deze zaken niet beter nagedacht en geïnformeerd bij het opstellen van de wet BIG, nog van de tijd voor Kingma Inspecteur werd. En alleen ‘geen kwaad’ lijkt me wel heel schraal. Maar zoals de huisarts met name weet: de wereld is complex en onoverzichtelijk. Zolang er maar niet meer voormalig topambtenaren helderziend menen te zijn, is er nog hoop.
Maar ja, Jomanda leest ook de krant, misschien, en is echt niet stil te krijgen, hoe ze ook zwijgt, en de krant deelt op 23-02-2004, het volgende ANP-bericht, mede: Medium Jomanda waarschuwt: mijd de kwakzalvers. Jomanda heeft zaterdag in een open brief in Dagblad De Limburger gewaarschuwd voor kwakzalvers en voor mensen die zeggen dat ze met haar samenwerken. 'Mijn naam wordt vaak misbruikt', schrijft ze. Het medium schreef de brief om zich te verweren tegen de beschuldiging dat zij de aan kanker overleden actrice Sylvia Millecam heeft misleid door te zeggen dat ze geen borstkanker had. Ook zou Jomanda de actrice hebben ontraden naar een reguliere arts te gaan. Het Openbaar Ministerie overweegt haar daarvoor te vervolgen. Jomanda wijst de beschuldigingen van de hand. Sylvia had haar keuze al bepaald voordat ze mij vroeg als vriendin langs te komen, beweert ze. Millecam had eerder al reguliere artsen bezocht. Het medium toont zich in de brief een pleitbezorger van samenwerking met reguliere artsen. 'Blijf weg bij alternatieve hulpverleners die je weghouden van reguliere artsen.' Ze besluit haar brief met de oproep charlatans aan te pakken. 'Laat bedrog niet langer bestaan. Doe er iets aan! Het (. . .) geeft een stukje vrede op aarde.'
De interactionele truc hebben we eerder al opgemerkt. ‘De kwakzalvers moeten ze aanpakken en dat ben ik natuurlijk niet’. En een stukje vrede op aarde, zo is het maar net. En zie hoe ze ook hengelt naar die samenwerking met reguliere artsen! Wat zijn de artsen toch ook dom dat ze niet willen samenwerken. De wereld zou binnen de kortste keren een paradijs zijn, en de artsen worden weer assistent, nu niet assistent van een andere arts, maar van het grote medium. Maar we leven toch niet meer rond 1900 (zie een artikel op 14-01-2000 (+++), boekbespreking: Willem de Blécourt: Het Amazonenleger - Irreguliere genezeressen in Nederland 1850-1930, Amsterdam) of toch? Of toch ook niet meer in de jaren 50 van de twintigste met Greet, die het tenminste bij nog haar gewone Hollandse naam hield? Toch wel, op dit gebied.
Mensen mogen elkaar geen onrecht aandoen, niet van de wet maar ook niet om morele redenen. Ridiculiseren kan inderdaad al gauw dat effect hebben. Het blijft zoeken naar het beschaafd stellen van vragen en geven van commentaar, maar dat wordt inderdaad wel moeilijk in bepaalde gevallen. Je moet al over het ijzeren geduld en de empathie van een ervaren huisarts beschikken om te blijven zoeken naar een antwoord op wel degelijk bestaande serieuze vragen, ik zou zeggen ondanks Jomanda en mediums en paragnosten. Een echt wetenschappelijke antwoord op bijvoorbeeld enkele grote collecties van spontane helderziende ervaringen van mensen is er nog niet echt. Wel zijn er enkele goede hypothesen in psychologische zin. Ze zijn er namelijk wel, die spontane helderziende ervaringen, die ook verwarring kunnen stichten in een eerder of verder normaal mensenleven. Ook daar zullen heel veel sceptische vragen bij moeten worden gesteld, maar dat kan in elk geval wel op een beschaafde manier.
Dat de krant, ook al is maar in Dag in Dag uit op 30-03-2004 nog even meldt dat deze dame weer spreekt na een half jaar zwijgen, het zij zo, en de boodschap die ze had slaat ook nergens op. Je wilt het niet eens meer lezen.
28-01-2006 Een stuk over de biografie van Millecam, dat we al in het stukje Het waarschuwen noemden, en waaruit een hoop te leren zou zijn voor ieder die zich paragnost of medium zou willen gaan noemen. Niet doen, en een andere, liefst ‘reguliere’ bezigheid gaan zoeken, bijvoorbeeld. Maar het zal niet gebeuren. Dat staat vast. Zeker niet, nadat de Inspectie voor een groot deel in het stof bijt.
Op 05-11-2006 verzucht zelfs de Volkskrant in een redactioneel commentaar : Het Openbaar Ministerie ziet af van vervolging van de alternatieve artsen en genezers – onder wie het medium Jomanda – die betrokken zijn geweest bij de behandeling van de actrice Sylvia Millecam. Er zijn volgens het OM onvoldoende aanwijzingen dat de alternatieve behandelaars Millecam ervan hebben weerhouden reguliere artsen te raadplegen. Een zaak die was uitgegroeid tot een testcase, eindigt met deze beslissing in een anticlimax...... Dat is teleurstellend omdat hierdoor een kans wordt gemist een rechterlijk oordeel te krijgen over de grenzen van de alternatieve geneeskunde. Met name een medium als Jomanda en andere genezers en therapeuten zonder medische opleiding blijven hierdoor buiten schot. Zij vallen buiten het werkterrein van de Inspectie...... Het advies van de Inspectie, het stellen van een diagnose alleen toe te staan aan gediplomeerde artsen, stuitte op een negatief advies van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. De Raad vreesde dat het niet mogelijk zou zijn een sluitende definitie van een diagnose te formuleren – een meer praktische dan principiële stellingname. Terwijl alternatieve artsen aan strengere eisen worden onderworpen, blijven niet-medici vrij in hun behandelmethoden.
En dat mag toch wel heel raar heten: geen sluitende definitie en dus maar vrijwel niets doen. Nou, één ding staat wel vast, en wetenschappelijk, naar alle redelijke maatstaven: ‘helderziende diagnoses’ bestaan niet. Verder zou de opdracht toch wel moeten zijn: zo snel mogelijk aan het werk voor een wel sluitende definitie, hooggeleerden van wetenschappelijke, bestuurlijke en ethische komaf. Vanaf morgen.
Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het geloven (2): Helderzienden
zondag 28 januari 2007 01:12
Helderzienden
Als de eerste van de twee buitenechtelijke dochters van prins Bernhard, Alicia (geboren in 1952) een interview geeft aan weekblad HP/De Tijd - de andere is Alexia (geboren in 1967) - dan kan het zelfs in een summiere aankondiging van zo’n interview in de krant (06-12-2006) al niet anders of het medium Greet Hofmans komt ter sprake. Prinses Christina (1947) heeft een oogkwaal en zoals het er naar uitziet wordt medium Greet, soms heet ze ook wel gebedsgenezeres en soms helderziende, erbij gehaald om te zien of zij iets voor de prinses kan betekenen, dat wil zeggen een ‘genezende’ kracht zou kunnen hebben. De betrokkenheid van deze mevrouw met de koninklijke familie zou geduurd hebben van 1948 tot 1956. Greet Hofmans is zo’n beetje de oermoeder van het begrip medium in Nederland, althans voor de huidige generaties. We gaan hier niet verder op die koninklijke geschiedenis in. H. Hofland schreef er een opstel over in zijn Tegels lichten (1972), en J. Blokker bijvoorbeeld (06-04-1996) kwam daar dan weer een paar keer op terug in de krant. Ook anderen waren en zijn nog steeds geinteresseerd in de details van de ‘affaire’ en allerlei eventuele rechtstatelijke implicaties. Wat mij betreft is het altijd een raadsel geweest of en zo ja in welke mate en hoe ook professor W.H.C. Tenhaeff nog bij deze zaak betrokken is geweest. Het kan zijn dat hij er ook helemaal nooit iets mee te maken gehad heeft. Anderzijds was hij in 1951 de auteur van Magnetiseurs, somnambules en gebedsgenezers (1951) en sinds 1953 de eerste en enige - bijzonder, namens de SPR - hoogleraar in de parapsychologie, dus de enige die in die tijd, en naar de maatstaven van die tijd, misschien als enigszins deskundige kon worden gezien, al dan niet terecht.
Wij gaan hier simpelweg het begrip medium en helderziende maar eens enigszins verhelderen. Het begrip medium duikt sinds een jaar of vijftien namelijk ook steeds op in verband met een zekere Jomanda en sinds enkele jaren ook al in verband met een zekere Char. En ook nog in verband met een aantal andere mensen, die her en der in de media genoemd worden. Er dient dus ook meteen gezegd te worden dat het woord medium ook al ver voor Greet Hofmans bestond en een geschiedenis heeft. Vooral in spiritistische kringen werd en wordt het gebruikt, en het hoogtepunt van het gebruik van het woord ligt rond 1850-1900, toen het spiritisme zijn allerbeste dagen had. Ik ga ook hier niet verder op in, en voor verdere informatie schiet Wikipedia hier voorlopig helaas nog wel wat tekort. Bij Skepsis moet voor de lezer al meer te vinden zijn.
Het woord media in de vorige paragraaf is niet zomaar gekozen. Een van de omschrijvingen van een medium is: een drager (in de natuurkunde) of overdrager (van informatie), of wat volkser: een doorgeefluik. Een krant is een medium en geeft het nieuws en informatie door. Ook de televisie is een medium, en de radio en internet. Al die doorgeefluiken samen noemen we de media. (U moet eens opletten hoeveel mensen het hebben over de media en daar tegenwoordig een enkelvoud van maken.) Nu zijn er ook mensen die zichzelf voor een doorgeefluik houden, en wel tussen het hiernamaalse en het aardse. Die als het ware ‘informatie’ van mensen, zo je wilt geesten, in het hiernamaals zeggen door te kunnen geven aan de levenden op aarde. Ook zo iemand noemt zich een medium, en noemt zich ook letterlijk nog wel eens ‘alleen maar een doorgeefluik’, en lijkt in uitingsvorm nog het meest op een krant, dat wil zeggen, bedient zich op de eerste plaats van woorden. Zo’n medium zegt daarbij vaak wel ‘beelden’ te zien, maar die blijven vooralsnog ook in woorden weergegeven. En een meervoud van die mensen is mediums. Wat een geluk, dat de taal dat wil! Een onderscheid tussen media en mediums dus. En die termen zijn nu eerst afgesproken! (Het is namelijk ook nog een lastig probleempje bij het zoeken in het archief van de krant naar het medium dat we hier op het oog hebben: medium -tv-radio-sherry en nog een heleboel minnen werd de uiteindelijke zoekopdracht. En ik kon er niet omheen. Er waren 3000 referenties bij het woord medium. Dus met heel veel minnen kwam ik op 300, waarvan er zo’n 100 enigszins relevant bleken.)
Wat is een medium, als ze behoort tot de groep die in meervoud met mediums wordt aangeduid? Medium Jomanda wordt ook wel vaak met ‘genezend’ medium aangeduid. En ze zegt dat ze ook, of eerst, ‘informatie doorkrijgt’ wat er met mensen aan de hand is (wat ze mankeren of , en dat zeggen mediums ook, als ze maar brutaal genoeg zijn, wat de diagnose is). Dus ze is tegelijk ‘helderziend’ medium, wat betreft die helderziende ‘diagnose’. Of en in hoeverre ze het ‘genezende’ deel baseert op het ‘helderziende’ deel is nog maar de vraag, maar beide capaciteiten zouden door de hiernamaalse wereld, als dat zo heten mag, bestuurd worden. Medium Char daarentegen doet maar één ding: ‘informatie doorkrijgen’. Die dame heeft daarentegen een boek op haar naam met de titel Questions from Earth, Answers from Heaven! Wat wil je nog meer? Wat komen wij aardsen toch tekort? Zo moeten er twee soorten mensen over denken -nou ja denken, zo gaat het natuurlijk niet- die zich enerzijds geen ziener (te bijbels) of waarzegger (te kermisachtig) willen noemen en anderzijds ook geen directe aanblazing uit het hiernamaals bespeuren en toch ook ‘bijzondere begaafdheden’ hebben, voor hun gevoel. Nou, dat is minder moeilijk dan het lijkt. Een ‘genezend’ medium, dat zich niet voorstaat op hiernamaalse krachten noemt zich magnetiseur [en daar zit ook nog een verhaal en geschiedenis aan vast over Mesmer (1734-1815) en de Puységur (1751-1825)] en een ‘helderziend’ medium noemt zich paragnost. Als u dat begrijpt, begrijpt u ook dat Char in aardse termen alleen een paragnost is, en Jomanda een paragnost en een magnetiseur tegelijk.
De definitie van een paragnost is: iemand die beweert bewust en op verzoek en regelmatig informatie te kunnen geven over gebeurtenissen in het leven van andere mensen op basis van helderziendheid, informatie die dus niet verkregen zou zijn via waarnemen, zich herinneren of redeneren.
Veruit het meest in het nieuws en dus ook in deze krant aanwezig van 1994-2006 was het medium Jomanda. We zetten een aantal berichten met betrekking tot deze mevrouw in een volgend stukje chronologisch bij elkaar. Maar voordat we dat zinnig kunnen doen moest ik eerst deze aanvullende informatie geven. In dit stuk komt er verder geen krant meer ter sprake. Wat er vast zit aan al die nomenclatuur probeerde ik hierboven dus uit te leggen. Tevens stip ik hieronder heel in het kort de zes belangrijkste psychologische processen aan die bij paragnost en medium en magnetiseur in de gaten moeten worden gehouden, voor zover het om helderziendheid gaat. Eenduidiger is onderstaande nog van toepassing op ene meneer Alons, voor de lezer die het misschien toch nog wat verwarrend vindt een en ander te associëren met Jomanda. Die meneer Alons was expliciet als paragnost samen met Jomanda betrokken bij de onverkwikkelijke zaak Millecam.
Konden we bij de man van Lydia Rood nog denken aan een sensitieve, dus aan iemand die niet met zijn helderziende ervaringen te koop loopt, buiten zijn persoonlijke omgeving, maar er alleen maar regelmatig door wordt overvallen, en er misschien ook last van heeft, bij iemand als Jomanda hebben we te maken met iemand die de fase van sensitieve zijn eerder in haar leven gehad heeft, en bij wie het met de generalisatie-tendens en sluitend-maken-tendens de verkeerde kant op is gegaan. Die zijn niet ingedamd, zoals ik de man van Lydia Rood in het vorige stuk impliciet probeerde te adviseren, maar uitgebreid. Jomanda is op grond daarvan gaandeweg gaan denken dat ze ook bewust en op verzoek en regelmatig helderziende indrukken kon krijgen over gebeurtenissen in het leven van anderen, eventueel daartoe ook aangezet door haar omgeving. (Ze is ook nog ooit bij Croiset geweest als ik me niet vergis.) En dat is, nogmaals, de definitie van een paragnost of medium of magnetiseur, voor zover het om het ‘helderziende’ deel van hun ‘begaafdheid’ zou gaan. Of de ‘informatie’ van boven komt of niet, doet wat de ‘informatie’ als zodanig betreft dus niet ter zake. Jomanda noemt zich wel vooral ‘genezend’ medium. Dat is waarschijnlijk zo, maar een deel van haar ‘begaafdheid’ blijft onder ‘helderziendheid’ vallen, bijvoorbeeld als ze zegt dat ‘alles met iemand wel goed zal komen’.
De ontwikkeling van sensitieve tot paragnost betekent dat er op zijn minst nog twee psychologische processen werkzaam worden, naast de in het stuk met betrekking tot Lydia Rood al besproken generalisatie-tendens en sluitend-maken-tendens. En wel de controle-tendens en de projectie-tendens. Beide zullen we hier kort omschrijven. (En de controle-tendens is ook vaak geldig ten aanzien van degenen die zich louter magnetiseur of genezend medium of gebedsgenezer noemen en niet expliciet ‘ook helderziendheid’ claimen.)
De controle-tendens. In de sensitieve fase hebben mensen het vaak niet gemakkelijk wat betreft werk en relaties. Wat oorzaak en gevolg is is nog niet duidelijk. En dan treedt er een zekere mate van verlies van controle op de omgeving op. Een aantal van de sensitieven, de meerderheid gelukkig niet, gaat ‘erkenning’ zoeken voor hun helderziende ‘aanleg’ en probeert een naam te krijgen als iemand waar men ook naar toe kan om helderziend advies, als paragnost dus. Dat geeft hen weer een vorm van werk en tevens weer een, en zelfs prominenter, rol in relaties. In die rol kunnen ze bovendien meteen een dominante positie innemen, want vele mensen met problemen veronderstellen een helderziende gave bij een ander maar al te graag. En als ze erin slagen die naam te maken, zijn ze ook geneigd steeds dominanter op te treden. De nieuwe rol wordt soms zelfs een soort superrol. Vandaar dat er ook Jomanda’s zijn en andere beruchtheden. Pas in deze fase ontwikkelen ze vaak ook allerlei bewuste, sluwe trucjes, denk aan het in een eerder stuk genoemde vissen/Vissen of visser/Visser. En vanaf dan vallen ze verder onder de hoede van Skepsis, wat mij betreft.
De projectie-tendens. Naast veel algemeenheden over karakter en logische uitspraken zijn er vaak ook enige onlogisch aandoende uitspraken in consulten met paragnosten. Juist bij de onlogisch aandoende uitspraken die de paragnosten soms ook doen met betrekking tot de consultant, gaat het vaak om zaken die een belangrijke rol in hun eigen leven hebben gespeeld en juist niet om zaken die een belangrijke rol spelen in het leven van de consultant! Dat klinkt heel vreemd, want je zou denken dat de paragnost zich op een of andere manier inleeft in de consultant, maar dat ‘inleven’ heeft niet meer betekenis dan meer informatie proberen te verkrijgen. Daar hoeven ze zich zelf overigens niet eens zo scherp van bewust te zijn. Als ze dan vervolgens een ‘onlogische’ of ‘verrassend aandoende’ uitspraak tussendoor doen is die uitspraak vaak een associatie, op grond van het beeld van de consultant en diens situatie tot dan toe, met iets wat ze eerder in hun leven hebben meegemaakt, of het echte persoonlijke leven of uit allerlei situaties die zich ooit in hun omgeving hebben voorgedaan, en die omgeving omvat langzaamaan ook een steeds uitgebreidere kring consultanten. Ze projecteren dan die associatie op de consultant. Die ‘onlogische’ associaties wekken nu juist de indruk van helderziendheid, maar zijn, als ze echt specifiek zijn, ook vrijwel altijd onjuist. Logisch natuurlijk. Toch erkennen ze dat vrijwel nooit. Want de generalisatie-tendens en de sluitend-maken-tendens die hen in de tijd van het alleen nog maar sensitieve zijn in de greep namen, gaan gewoon door, ook in deze rol. De onlogische associaties moeten ook een ‘betekenis’ hebben voor de consultant (op dat moment is de consultant mogelijk ook even niet meer dan de ‘gebeurtenis’ buiten hen, en hiermee raak je eventueel ook aan de psychiatrie: de ander is even louter object geworden) en ze zoeken net zo lang, of liever, ze laten de consultant net zo lang zoeken naar een reden voor het opkomen van die ‘onlogische’ associatie en de daarop gebaseerde uitspraak tot de consultant erkent dat die uitspraak ook iets met zijn leven te maken heeft. Ze noemen dat dan ook vaak het ‘geplaatst hebben’ van de indruk. Hier hebben we het in principe eerst over de minder bekende, de nog beginnende paragnost, zeg maar. Gaandeweg wordt hij (of zij en dat is steeds zo overigens) door allerlei interactie in zijn nieuwe rol in het leven uiteraard ook handiger en zal hij mogelijk steeds minder teruggrijpen op projecties uit het echt eigen persoonlijke leven en relatief steeds meer uit de ervaringen die hij heeft opgedaan met andere klanten. Dus ook steeds meer een soort ‘praktische’ psychologie gaan inzetten. (U gaat niet graag de straat op. Nee. U kijkt ook niet graag in de spiegel.)
Om de korte beschrijving van de belangrijkste zes psychologische processen betrokken bij de helderziendheid vanaf het moment van een eerste ervaring, compleet te maken: de laatste twee zijn de meedenk-tendens van de consultant en de suggestie-tendens van de paragnost. (Het is wat veel maar ook daar kan ik niet veel aan doen. Om iets van die krantenberichten te begrijpen moet het wel. ) Het gedrag van de consultant zoals hierboven omschreven, namelijk het ‘plaatsen van de indruk’ heet de meedenk-tendens. Vaak hoeft de paragnost niet veel moeite te doen om eventuele ‘onlogische’ associaties geplaatst te krijgen bij de consultant. Die denkt graag mee. Hij wil meestal graag dat de helderziende alles ziet en zal normaal gesproken zoveel mogelijk willen meedenken. Tenslotte moeten we het gedrag van de paragnost in het consult uiteindelijk ook omschrijven als het geen enkel inzicht willen geven in wat er werkelijk in hem omgaat. Dat is het beste te omschrijven als de suggestie-tendens. Hij moet zich bijvoorbeeld al vrij snel na het beginnen met een soort praktijk als paragnost bewust worden van de meedenk-tendens van de consultant. Hij gunt de consultant geen blik in wat er in hemzelf of haarzelf precies omgaat en suggereert op alle mogelijke manieren het helderziende, onder meer door vrijwel geen enkele ontkenning te accepteren, tenzij het logisch gezien ook echt niet meer anders kan.
Als de eerste van de twee buitenechtelijke dochters van prins Bernhard, Alicia (geboren in 1952) een interview geeft aan weekblad HP/De Tijd - de andere is Alexia (geboren in 1967) - dan kan het zelfs in een summiere aankondiging van zo’n interview in de krant (06-12-2006) al niet anders of het medium Greet Hofmans komt ter sprake. Prinses Christina (1947) heeft een oogkwaal en zoals het er naar uitziet wordt medium Greet, soms heet ze ook wel gebedsgenezeres en soms helderziende, erbij gehaald om te zien of zij iets voor de prinses kan betekenen, dat wil zeggen een ‘genezende’ kracht zou kunnen hebben. De betrokkenheid van deze mevrouw met de koninklijke familie zou geduurd hebben van 1948 tot 1956. Greet Hofmans is zo’n beetje de oermoeder van het begrip medium in Nederland, althans voor de huidige generaties. We gaan hier niet verder op die koninklijke geschiedenis in. H. Hofland schreef er een opstel over in zijn Tegels lichten (1972), en J. Blokker bijvoorbeeld (06-04-1996) kwam daar dan weer een paar keer op terug in de krant. Ook anderen waren en zijn nog steeds geinteresseerd in de details van de ‘affaire’ en allerlei eventuele rechtstatelijke implicaties. Wat mij betreft is het altijd een raadsel geweest of en zo ja in welke mate en hoe ook professor W.H.C. Tenhaeff nog bij deze zaak betrokken is geweest. Het kan zijn dat hij er ook helemaal nooit iets mee te maken gehad heeft. Anderzijds was hij in 1951 de auteur van Magnetiseurs, somnambules en gebedsgenezers (1951) en sinds 1953 de eerste en enige - bijzonder, namens de SPR - hoogleraar in de parapsychologie, dus de enige die in die tijd, en naar de maatstaven van die tijd, misschien als enigszins deskundige kon worden gezien, al dan niet terecht.
Wij gaan hier simpelweg het begrip medium en helderziende maar eens enigszins verhelderen. Het begrip medium duikt sinds een jaar of vijftien namelijk ook steeds op in verband met een zekere Jomanda en sinds enkele jaren ook al in verband met een zekere Char. En ook nog in verband met een aantal andere mensen, die her en der in de media genoemd worden. Er dient dus ook meteen gezegd te worden dat het woord medium ook al ver voor Greet Hofmans bestond en een geschiedenis heeft. Vooral in spiritistische kringen werd en wordt het gebruikt, en het hoogtepunt van het gebruik van het woord ligt rond 1850-1900, toen het spiritisme zijn allerbeste dagen had. Ik ga ook hier niet verder op in, en voor verdere informatie schiet Wikipedia hier voorlopig helaas nog wel wat tekort. Bij Skepsis moet voor de lezer al meer te vinden zijn.
Het woord media in de vorige paragraaf is niet zomaar gekozen. Een van de omschrijvingen van een medium is: een drager (in de natuurkunde) of overdrager (van informatie), of wat volkser: een doorgeefluik. Een krant is een medium en geeft het nieuws en informatie door. Ook de televisie is een medium, en de radio en internet. Al die doorgeefluiken samen noemen we de media. (U moet eens opletten hoeveel mensen het hebben over de media en daar tegenwoordig een enkelvoud van maken.) Nu zijn er ook mensen die zichzelf voor een doorgeefluik houden, en wel tussen het hiernamaalse en het aardse. Die als het ware ‘informatie’ van mensen, zo je wilt geesten, in het hiernamaals zeggen door te kunnen geven aan de levenden op aarde. Ook zo iemand noemt zich een medium, en noemt zich ook letterlijk nog wel eens ‘alleen maar een doorgeefluik’, en lijkt in uitingsvorm nog het meest op een krant, dat wil zeggen, bedient zich op de eerste plaats van woorden. Zo’n medium zegt daarbij vaak wel ‘beelden’ te zien, maar die blijven vooralsnog ook in woorden weergegeven. En een meervoud van die mensen is mediums. Wat een geluk, dat de taal dat wil! Een onderscheid tussen media en mediums dus. En die termen zijn nu eerst afgesproken! (Het is namelijk ook nog een lastig probleempje bij het zoeken in het archief van de krant naar het medium dat we hier op het oog hebben: medium -tv-radio-sherry en nog een heleboel minnen werd de uiteindelijke zoekopdracht. En ik kon er niet omheen. Er waren 3000 referenties bij het woord medium. Dus met heel veel minnen kwam ik op 300, waarvan er zo’n 100 enigszins relevant bleken.)
Wat is een medium, als ze behoort tot de groep die in meervoud met mediums wordt aangeduid? Medium Jomanda wordt ook wel vaak met ‘genezend’ medium aangeduid. En ze zegt dat ze ook, of eerst, ‘informatie doorkrijgt’ wat er met mensen aan de hand is (wat ze mankeren of , en dat zeggen mediums ook, als ze maar brutaal genoeg zijn, wat de diagnose is). Dus ze is tegelijk ‘helderziend’ medium, wat betreft die helderziende ‘diagnose’. Of en in hoeverre ze het ‘genezende’ deel baseert op het ‘helderziende’ deel is nog maar de vraag, maar beide capaciteiten zouden door de hiernamaalse wereld, als dat zo heten mag, bestuurd worden. Medium Char daarentegen doet maar één ding: ‘informatie doorkrijgen’. Die dame heeft daarentegen een boek op haar naam met de titel Questions from Earth, Answers from Heaven! Wat wil je nog meer? Wat komen wij aardsen toch tekort? Zo moeten er twee soorten mensen over denken -nou ja denken, zo gaat het natuurlijk niet- die zich enerzijds geen ziener (te bijbels) of waarzegger (te kermisachtig) willen noemen en anderzijds ook geen directe aanblazing uit het hiernamaals bespeuren en toch ook ‘bijzondere begaafdheden’ hebben, voor hun gevoel. Nou, dat is minder moeilijk dan het lijkt. Een ‘genezend’ medium, dat zich niet voorstaat op hiernamaalse krachten noemt zich magnetiseur [en daar zit ook nog een verhaal en geschiedenis aan vast over Mesmer (1734-1815) en de Puységur (1751-1825)] en een ‘helderziend’ medium noemt zich paragnost. Als u dat begrijpt, begrijpt u ook dat Char in aardse termen alleen een paragnost is, en Jomanda een paragnost en een magnetiseur tegelijk.
De definitie van een paragnost is: iemand die beweert bewust en op verzoek en regelmatig informatie te kunnen geven over gebeurtenissen in het leven van andere mensen op basis van helderziendheid, informatie die dus niet verkregen zou zijn via waarnemen, zich herinneren of redeneren.
Veruit het meest in het nieuws en dus ook in deze krant aanwezig van 1994-2006 was het medium Jomanda. We zetten een aantal berichten met betrekking tot deze mevrouw in een volgend stukje chronologisch bij elkaar. Maar voordat we dat zinnig kunnen doen moest ik eerst deze aanvullende informatie geven. In dit stuk komt er verder geen krant meer ter sprake. Wat er vast zit aan al die nomenclatuur probeerde ik hierboven dus uit te leggen. Tevens stip ik hieronder heel in het kort de zes belangrijkste psychologische processen aan die bij paragnost en medium en magnetiseur in de gaten moeten worden gehouden, voor zover het om helderziendheid gaat. Eenduidiger is onderstaande nog van toepassing op ene meneer Alons, voor de lezer die het misschien toch nog wat verwarrend vindt een en ander te associëren met Jomanda. Die meneer Alons was expliciet als paragnost samen met Jomanda betrokken bij de onverkwikkelijke zaak Millecam.
Konden we bij de man van Lydia Rood nog denken aan een sensitieve, dus aan iemand die niet met zijn helderziende ervaringen te koop loopt, buiten zijn persoonlijke omgeving, maar er alleen maar regelmatig door wordt overvallen, en er misschien ook last van heeft, bij iemand als Jomanda hebben we te maken met iemand die de fase van sensitieve zijn eerder in haar leven gehad heeft, en bij wie het met de generalisatie-tendens en sluitend-maken-tendens de verkeerde kant op is gegaan. Die zijn niet ingedamd, zoals ik de man van Lydia Rood in het vorige stuk impliciet probeerde te adviseren, maar uitgebreid. Jomanda is op grond daarvan gaandeweg gaan denken dat ze ook bewust en op verzoek en regelmatig helderziende indrukken kon krijgen over gebeurtenissen in het leven van anderen, eventueel daartoe ook aangezet door haar omgeving. (Ze is ook nog ooit bij Croiset geweest als ik me niet vergis.) En dat is, nogmaals, de definitie van een paragnost of medium of magnetiseur, voor zover het om het ‘helderziende’ deel van hun ‘begaafdheid’ zou gaan. Of de ‘informatie’ van boven komt of niet, doet wat de ‘informatie’ als zodanig betreft dus niet ter zake. Jomanda noemt zich wel vooral ‘genezend’ medium. Dat is waarschijnlijk zo, maar een deel van haar ‘begaafdheid’ blijft onder ‘helderziendheid’ vallen, bijvoorbeeld als ze zegt dat ‘alles met iemand wel goed zal komen’.
De ontwikkeling van sensitieve tot paragnost betekent dat er op zijn minst nog twee psychologische processen werkzaam worden, naast de in het stuk met betrekking tot Lydia Rood al besproken generalisatie-tendens en sluitend-maken-tendens. En wel de controle-tendens en de projectie-tendens. Beide zullen we hier kort omschrijven. (En de controle-tendens is ook vaak geldig ten aanzien van degenen die zich louter magnetiseur of genezend medium of gebedsgenezer noemen en niet expliciet ‘ook helderziendheid’ claimen.)
De controle-tendens. In de sensitieve fase hebben mensen het vaak niet gemakkelijk wat betreft werk en relaties. Wat oorzaak en gevolg is is nog niet duidelijk. En dan treedt er een zekere mate van verlies van controle op de omgeving op. Een aantal van de sensitieven, de meerderheid gelukkig niet, gaat ‘erkenning’ zoeken voor hun helderziende ‘aanleg’ en probeert een naam te krijgen als iemand waar men ook naar toe kan om helderziend advies, als paragnost dus. Dat geeft hen weer een vorm van werk en tevens weer een, en zelfs prominenter, rol in relaties. In die rol kunnen ze bovendien meteen een dominante positie innemen, want vele mensen met problemen veronderstellen een helderziende gave bij een ander maar al te graag. En als ze erin slagen die naam te maken, zijn ze ook geneigd steeds dominanter op te treden. De nieuwe rol wordt soms zelfs een soort superrol. Vandaar dat er ook Jomanda’s zijn en andere beruchtheden. Pas in deze fase ontwikkelen ze vaak ook allerlei bewuste, sluwe trucjes, denk aan het in een eerder stuk genoemde vissen/Vissen of visser/Visser. En vanaf dan vallen ze verder onder de hoede van Skepsis, wat mij betreft.
De projectie-tendens. Naast veel algemeenheden over karakter en logische uitspraken zijn er vaak ook enige onlogisch aandoende uitspraken in consulten met paragnosten. Juist bij de onlogisch aandoende uitspraken die de paragnosten soms ook doen met betrekking tot de consultant, gaat het vaak om zaken die een belangrijke rol in hun eigen leven hebben gespeeld en juist niet om zaken die een belangrijke rol spelen in het leven van de consultant! Dat klinkt heel vreemd, want je zou denken dat de paragnost zich op een of andere manier inleeft in de consultant, maar dat ‘inleven’ heeft niet meer betekenis dan meer informatie proberen te verkrijgen. Daar hoeven ze zich zelf overigens niet eens zo scherp van bewust te zijn. Als ze dan vervolgens een ‘onlogische’ of ‘verrassend aandoende’ uitspraak tussendoor doen is die uitspraak vaak een associatie, op grond van het beeld van de consultant en diens situatie tot dan toe, met iets wat ze eerder in hun leven hebben meegemaakt, of het echte persoonlijke leven of uit allerlei situaties die zich ooit in hun omgeving hebben voorgedaan, en die omgeving omvat langzaamaan ook een steeds uitgebreidere kring consultanten. Ze projecteren dan die associatie op de consultant. Die ‘onlogische’ associaties wekken nu juist de indruk van helderziendheid, maar zijn, als ze echt specifiek zijn, ook vrijwel altijd onjuist. Logisch natuurlijk. Toch erkennen ze dat vrijwel nooit. Want de generalisatie-tendens en de sluitend-maken-tendens die hen in de tijd van het alleen nog maar sensitieve zijn in de greep namen, gaan gewoon door, ook in deze rol. De onlogische associaties moeten ook een ‘betekenis’ hebben voor de consultant (op dat moment is de consultant mogelijk ook even niet meer dan de ‘gebeurtenis’ buiten hen, en hiermee raak je eventueel ook aan de psychiatrie: de ander is even louter object geworden) en ze zoeken net zo lang, of liever, ze laten de consultant net zo lang zoeken naar een reden voor het opkomen van die ‘onlogische’ associatie en de daarop gebaseerde uitspraak tot de consultant erkent dat die uitspraak ook iets met zijn leven te maken heeft. Ze noemen dat dan ook vaak het ‘geplaatst hebben’ van de indruk. Hier hebben we het in principe eerst over de minder bekende, de nog beginnende paragnost, zeg maar. Gaandeweg wordt hij (of zij en dat is steeds zo overigens) door allerlei interactie in zijn nieuwe rol in het leven uiteraard ook handiger en zal hij mogelijk steeds minder teruggrijpen op projecties uit het echt eigen persoonlijke leven en relatief steeds meer uit de ervaringen die hij heeft opgedaan met andere klanten. Dus ook steeds meer een soort ‘praktische’ psychologie gaan inzetten. (U gaat niet graag de straat op. Nee. U kijkt ook niet graag in de spiegel.)
Om de korte beschrijving van de belangrijkste zes psychologische processen betrokken bij de helderziendheid vanaf het moment van een eerste ervaring, compleet te maken: de laatste twee zijn de meedenk-tendens van de consultant en de suggestie-tendens van de paragnost. (Het is wat veel maar ook daar kan ik niet veel aan doen. Om iets van die krantenberichten te begrijpen moet het wel. ) Het gedrag van de consultant zoals hierboven omschreven, namelijk het ‘plaatsen van de indruk’ heet de meedenk-tendens. Vaak hoeft de paragnost niet veel moeite te doen om eventuele ‘onlogische’ associaties geplaatst te krijgen bij de consultant. Die denkt graag mee. Hij wil meestal graag dat de helderziende alles ziet en zal normaal gesproken zoveel mogelijk willen meedenken. Tenslotte moeten we het gedrag van de paragnost in het consult uiteindelijk ook omschrijven als het geen enkel inzicht willen geven in wat er werkelijk in hem omgaat. Dat is het beste te omschrijven als de suggestie-tendens. Hij moet zich bijvoorbeeld al vrij snel na het beginnen met een soort praktijk als paragnost bewust worden van de meedenk-tendens van de consultant. Hij gunt de consultant geen blik in wat er in hemzelf of haarzelf precies omgaat en suggereert op alle mogelijke manieren het helderziende, onder meer door vrijwel geen enkele ontkenning te accepteren, tenzij het logisch gezien ook echt niet meer anders kan.
Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het geloven (1): Lydia Rood
vrijdag 26 januari 2007 19:35
Het geloven (1): Lydia Rood
Ergerlijk: de positivist
Met deze titel plaatste Lydia Rood op 08-11-2006 een weblog in de categorie wetenschap. De cursieve tekst is van haar.
Jan Blokker heb ik heel hoog zitten, zelfs nadat hij mij als Volkskrant-lezer in de steek heeft gelaten, maar dat positivisme van hem, daar word ik altijd kregelig van. Blokker gelooft niets wat hij niet kan zien. Dus niks geen god. En ook een zesde zintuig bestaat volgens hem niet. Dat liet hij weer eens luidkeels merken in De wereld draait door, toen het ging over het nieuwe televisieprogramma dat het zesde zintuig probeert te betrappen.
Er staat vaak sneller wat raars op papier of op het internet dan je denkt. Wat wil hier in de eerste zin gezegd zijn? In welk opzicht kun je iemand hoog hebben zitten, als je het met zo ongeveer het meest centrale element in iemands wereldbeschouwing niet eens bent? Mogelijk wordt bedoeld dat ze zijn kunstige taalacrobatiek wel bewondert? Ze scheldt hem bijna uit: positivist. Persoonlijk associeer ik het woord positivist vooral met experimentele wetenschappers en niet zozeer met geïnteresseerden in de geschiedenis en columnisten. Maar als ze bedoelt dat Blokker vooral een man lijkt van eerst zien en dan geloven, en dus feitelijk niet geneigd lijkt tot welk geloven dan ook, dan mag ze hem wel een aanhanger van het positivisme noemen.
Toevallig heb ik die uitzending van De Wereld draait door ook gezien, en hoe kon het zeldzaam voor de buis verschijnen van zijn hoofd nou uitgerekend samenvallen met de aankondiging van een programma waar een man als hij wel tot in zijn diepste vezels van moet gruwen? Puur toeval. Hij was er voor de aankondiging van een boek dat hij samen met beide zoons had geschreven. En mijn waarneming van de situatie was dat hij helemaal niets luidkeels zei. Naar mijn herinnering zei hij niet meer dan heel afgepast ‘nee’ op een vraag of hij in het bestaan van het zesde zintuig geloofde.
De constatering dat ik niets luidkeels heb gehoord en me ook niet iets anders herinner dan dat afgepaste ‘nee’ en de schrijfster blijkbaar wel, spreekt al boekdelen over de beruchte onbetrouwbaarheid van onze waarneming en herinnering. Het is best mogelijk dat haar waarneming van en herinnering aan deze situatie accurater was dan de mijne, net zo goed als het omgekeerde het geval kan zijn. Als we het eerst maar eens zijn over de relatieve onbetrouwbaarheid daarvan bij eenieder.
Ze spreekt van een programma dat het zesde zintuig probeert te betrappen. Mogelijk dat ook mevrouw de Groot en politieman van Riessen in die bewoordingen over het programma spraken in die uitzending. Maar dat is op zijn minst wollige, zo niet verhullende taal te noemen. Het zesde zintuig betrappen en dat nog wel voor de televisie. Daar zit toch ook nog wel wat meer aan vast dan ze misschien denkt. Verderop in haar stuk laat ze merken ook niet erg gecharmeerd te zijn van de Stichting Skepsis, maar het kan toch ook voor haar, die ik hou voor iemand die toch ook graag zo breed mogelijk geïnformeerd wil zijn, geen kwaad om toch eens op de website van Skepsis te kijken, desnoods tegen heug en meug, en een stukje te lezen in verband met dat programma. Ze zal verbaasd staan, denk ik.
Het rare van positivisten is, dat ze zichzelf voor rationeel houden. Zij denken dat ze, door zich af te sluiten voor feiten die ze niet kunnen verklaren, een wetenschappelijke houding aan de dag leggen. Dat ze intussen zich gedragen als de prelaten die nog eeuwenlang strak en stijf volhielden dat de zon om de aarde draaide, ook al was die stelling wetenschappelijk allang niet meer houdbaar, dat hebben ze niet door. Natuurlijk is de roomse stijfkoppigheid ouder dan het rationalisme. Maar de wetenschap is sindsdien niet stil blijven staan. Dat in de quantummechanica gebleken is dat oorzaak en gevolg chronologisch door elk gehusseld kunnen worden, dat deeltjes elkaars toestand spiegelen ook al bevinden ze zich op grote afstand van elkaar, dat er, kortom, van onze rechtlijnige beleving van de werkelijkheid weinig klopt, daar verbinden de Jan Blokkers van de wereld geen consequenties aan. En ze feliciteren zichzelf kraaiend met hun kloppend wereldbeeld.
Quantummechanica is een hele zware kluif en toch wel een beetje het werk van hele echte positivisten zou ik zo denken, die ook nog wel heel erg intelligent, in de oorsponkelijke zin van het woord, en rationeel moeten zijn, veel meer dan Blokker of Rood dat hoe dan ook kunnen zijn. Ik zal dan ook met zeer gepaste bescheidenheid meteen maar zeggen dat ik in de verste verte niet kan beoordelen of wat hier wat betreft de quantummechanica naar voren wordt gebracht ook maar ergens op slaat. Ergens heel in de verte natuurlijk wel, maar het zal vrees ik, zoals meestal, gaan om de hele grote klok en niet weten waar het hele kleine klepeltje hangt. Mensen met een beetje kennis op dat gebied, zoals theoretisch natuurkundige en Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft heeft zich overigens wel eens uitgelaten over de wat foute vrijage van de parapsychologie met de quantummechanica. Dat zou misschien iets kunnen zeggen? Of ergert haar dat ook? En dat had ze zelfs in deze krant ooit kunnen lezen, of anders wel bij Skepsis. Een beetje interne logica wat betreft uitspraken over het positivisme en een beetje bescheidenheid zouden hier niet misstaan.
In de parapsychologie, maar ook in de psychologie in het algemeen, werd graag de analogie-redenering toegepast, bij gebrek aan eigen theorie. Er moest natuurlijk wel eerst een quantummechanica zijn, voordat sommige fysici dat model, beter die modellen, op een verondersteld verschijnsel als helderziendheid of psychokinese los konden proberen te laten. Een eeuw geleden, en nog een hele tijd daarna en deels nu nog, stelde men zich de werking van telepathie nog voor naar het model van de telegrafie, compleet met zender en ontvanger. Het is natuurlijk niet verboden om een analogie-redenering te hanteren en daarop onderzoek te baseren, maar de kans dat daar iets mee te vinden is, is niet erg groot. Maar wie weet! Tot nu toe in elk geval nog niet! En het toepassen van een model veronderstelt in principe het bestaan van een verschijnsel of structuur. Voorlopig hebben we feitelijk nog steeds niet veel meer dan een verzameling 'ervaringen' van mensen, die het bestaan van helderziendheid suggereren. En daartegenover een nog veel grotere verzameling ‘ervaringen’ die dat tegenspreken. Helderziendheid hoeft er helemaal niet te zijn als echt verschijnsel. Desondanks mag er natuurlijk gerust naar gezocht worden op grond van die 'ervaringen', zolang alternatieve psychologische verklaringen en hypothesen maar steeds voorhanden zijn en liefst meegenomen worden in de opzet. En dat soort onderzoek wordt zo nu en dan ook gedaan door een klein aantal serieuze onderzoekers. En die vinden soms ook wel interessante dingen, maar die zijn dan meestal toch van psychologische aard en niet meer dan dat. Vooralsnog is het zo dat geen van de vooraanstaande wetenschappers die de quantummechanica werkelijk beheersen, voor zover dat kan, de neiging heeft parapsychologische experimenten te gaan doen. En daar moet ook een reden voor zijn. En daar op zijn minst hebben we ons als de betrekkelijk eenvoudigen van geest voorlopig maar bij neer te leggen, zou ik zo denken.
Het lijkt erop dat de schrijfster een en ander over Blokker en de quantummechanica zegt omdat ze bepaalde persoonlijke ervaringen niet betwijfeld wil zien. Aan de ervaringen gaan we niet twijfelen. Die heeft ze gehad. De psychologie is derhalve verplicht ze serieus te nemen. Maar aan de interpretatie en betekenisgeving twijfelen we toch maar wel, met een beroep op haar ongetwijfeld ook sceptische aard, zoals ze die hieronder ook wel verwoordt. Belangrijk is vooral ook sceptisch te zijn tegenover eigen ervaringen of ondervindingen, als het gaat om de interpretatie van de totstandkoming en de betekenis ervan. Ze wil geen reacties op haar eigen weblog, maar haar stukje kan ook bijna niet genegeerd worden als je nu toch eenmaal aan het bekijken bent wat er met betrekking tot helderziendheid in de Volkskrant stond in de afgelopen jaren. Want daar ben ik mee bezig op deze weblog.
Een man kwam eens de trap in een openbare ruimte op en zag een onbekende vrouw op de vloer met iemand zitten praten. Hij wist in een flits: daar zit mijn vrouw. Een paar dagen later - tussen hen was nog geen woord van liefde gevallen - vertelde hij aan zijn ouders dat hij zijn vrouw gevonden had. ‘O’, zei zijn vader, ‘en weet zíj dat al?’ Nee dus. Tenminste, niet van hem. Maar ook zij had aan haar moeder laten weten dat de man van haar leven zich had aangediend. Ik weet dat zeker, want die vrouw ben ik en die man is mijn man.
Ik weet dat zeker, want die vrouw ben ik en die man is mijn man, zegt ze. Mooi, liefde op het eerste gezicht, lijkt het. Dat kan. Maar waarom legt ze hier zoveel nadruk op dat zeker weten. Dit heeft toch ook in haar ogen niets met helderziendheid te maken neem ik aan? Dit is wat een self fulfilling prophecy kan heten. Beiden kunnen naar een gevoel handelen, en het gevoel waarmaken en doen het kennelijk ook. Of bedoelt ze dat ze het niet toevallig vindt dat beiden het tegen de ouder(s) hebben verteld dat ze de ware tegengekomen waren. Aannemende dat dat zo is, dan zou dat al wel wat meer bijzonder worden als ze dat bijvoorbeeld op precies hetzelfde moment zouden hebben gedaan en in precies dezelfde gespiegelde, wat betreft hij en zij, bewoordingen. Nu is het niet meer dan: heb jij het ook aan je ouder(s) verteld? Sterk hè? Wat dan alleen maar bijdraagt aan de overtuiging en het gevoel van de liefde op het eerste gezicht. En dat is wel prettig misschien, maar niet bijzonder onbegrijpelijk.
Zijn vader stond een tijd later op het vliegveld van Oujda op zijn zoon te wachten, ook al had die niet gezegd dat hij zou komen. Het vliegtuig had een vertraging van vier uur. De vader wachtte koppig. En toen de zoon eindelijk arriveerde, waren ze geen van beiden erg verbaasd elkaar te treffen. Ze kennen dat wel van elkaar. Als in het ouderlijk huis de telefoon gaat, roept de hele familie in koor wie het is.
Twee zaken worden genoemd, die beiden in de richting van een interpretie in termen van helderziendheid (of telepathie, maar dat doet niet ter zake, als we praten in termen van informatie) willen gaan. Zoals de schrijfster het zinnetje over de telefoon in het verhaal opneemt, als afsluiting van de alinea: dat moet ze beter kunnen. Ze zal nu toch niet werkelijk vreemd opkijken als een sarcast hierover opmerkt dat die familie dan misschien ook niet zoveel telefoon krijgt.
En die kant moet het niet op. Dat verdient ze niet om een passage in haar verhaal die in elk geval wel serieus genomen dient te worden. De ervaring op Nieuwjaarsdag 2001 hieronder. Maar verder vertelt ze hier ook het verhaal van de vader van haar man wel erg onhelder. Die vader gaat toch niet op een volkomen willekeurig tijdstip naar het vliegveld? Alleen al de toevoeging dat er een vertraging van vier uur was, suggereert dat hier lang niet alles verteld wordt, in elk geval niet duidelijk. En dat is toch ook wel een eerste vereiste, ook op een weblog. In elk geval is hier nu weinig of niets van te begrijpen. En wat betekent intussen in het vervolg?
Ik intussen was een beetje benauwd: zouden de Marokkaanse schoonouders mij wel accepteren, ongelovige die ik ben, en als ze bovendien wisten dat ik geen kinderen meer kon krijgen? M. is de oudste zoon en moest redelijkerwijs voor een stamhouder zorgen. Maar mijn schoonouders bleken ontzettend blij met mij. Dat bleef ik vreemd vinden, totdat ik hoorde van de voorspelling: al boven M.’s wieg was voorzegd dat hij het heel moeilijk zou krijgen, maar dat alles goed zou komen als hij zou trouwen, met een ongelovige uit Europa. Kinderen zou hij nooit hebben.
We hebben dus niet alleen met een helderziende vader te maken, maar ook met een helderziende in Marokko, die, schat ik maar, ongeveer 40 jaar geleden, dus rond 1960, aan waarschijnlijk betrekkelijk eenvoudige mensen voorspelt dat de zoon geen kinderen krijgt, en dat al boven de wieg. Dat is me nogal wat in een gezin dat openstaat voor de ‘helderziendheid’ van dergelijke uitspraken. Arme zoon. Welke effecten zal dat mogelijk niet gehad hebben op het gedrag van de ouders in de benadering van hun zoon? Mogelijk dus zelfs van meet af aan. Zouden ze hem ook niet wat bijzonder behandeld kunnen hebben waardoor de uitspraak nog in zekere zin nog waar kon worden ook? En ook, herinneringen van laten we zeggen 40 jaar geleden, hoe betrouwbaar kunnen die zijn? En wie vertelde haar dit, de moeder, de vader, of haar man? Bovendien, hoe ruim interpreteer je het begrip vader? Ik mag aannemen dat hij zich nu enigszins gedraagt als de vader van de dochter van de schrijfster. En dat blijkt ook wel uit het volgende stuk van het verhaal.
Want dat is waar de schrijfster mogelijk nog wel het meest van onder de indruk is. Haar man is ook nog eens zelf helderziend. Het is waarschijnlijk iemand die het beste als sensitieve kan worden omschreven, dus niet iemand die er een beroep van maakt om bewust en op verzoek en regelmatig ‘helderziende’ uitspraken te doen over gebeurtenissen in het leven van anderen, zoals een paragnost wordt omschreven. Het is iemand die kennelijk bij herhaling wordt ‘overvallen’ door spontane helderziendheid. En onderstaande is daar een in enkele opzichten wel indrukwekkend voorbeeld van. Dit deel van het verhaal lijkt in elk geval ook authentiek verteld. En dat is ook de reden waarom er met voorzichtigheid mee omgegaan moet worden. Het vraagt echter wel ook de bereidheid van de schrijfster om op meer dan een enkele manier naar het gebeurde te kijken.
De Oudejaarsavond van 2000 brachten wij voor het huis bij een vuurkorfje door. Om middernacht feliciteerden wij elkaar. Ik miste mijn dochter, die ergens in een garagebox aan het feesten was. We keken uit over de Gouwzee, waarboven het vuurwerk van Monnickendam oplichtte. Opeens begon M. te hyperventileren. ‘Snel, ga R. halen! Die kinderen... paniek! Ga haar halen! Er is paniek, er is iets vreselijks met die kinderen, gauw!’ Ik had intussen al vaak gemerkt dat hij rampen op afstand voelde, dus ik ging er meteen vandoor. Naar die garagebox, waar R. niet bleek te zijn. Rennend door naar het huis van haar vader, waar ze ook niet was. Over mijn toeren kwam ik thuis, waar ze intussen doodgemoedereerd bij het vuurtje zat. Loos alarm. Maar de volgende dag zagen we op het nieuws wat er op dat tijdstip aan de andere kant van het water aan de hand was geweest, net buiten ons gezichtsveld. In Volendam ja.
Om te beginnen het vuurwerk en geknal. Hij zou niet de eerste zijn die daar last van zou kunnen hebben in sterke mate. Er zijn mensen die zelfs met een koptelefoon op in een kast kruipen op dit zogenaamde heuglijke tijdstip van het jaar. Ten tweede gedraagt hij zich als een echt bezorgde vader. En er zijn nogal wat bezorgde ouders als hun kinderen aan het ‘feesten’ zijn, en soms is die bezorgdheid vooral omzetting van eigen angst. Cynisch genoeg is die bezorgdheid er zeker een tijdlang meer na een gebeurtenis als die in Volendam. Later ebt dat meestal weer wat weg. De woorden die de schrijfster haar man in de mond legt zijn waarschijnlijk niet precies zo uitgeproken. Ze moet dat noodzakelijkerwijs reconstrueren. Heel belangrijk is dat hier niet want de schrijfster voegt gelukkig bijvoorbeeld niet zelfstandig het element ‘brand’ of andere elementen toe die de overeenkomst tussen de beleving (onrust en hyperventilatie) en de gebeurtenis waar deze betrekking op zou hebben (de ramp in Volendam), groter zouden maken. Dat is de reden om er niet erg aan te hoeven twijfelen dat er wel ongeveer ook gebeurd is wat ze beschrijft. Dus iets van deze strekking zal hij ook geuit hebben. Maar, en dat is de crux ook, de onrustgevoelens, die naar zijn eigen gevoel op de dochter sloegen, worden later toegekend aan een andere situatie. En daar gaat het fout.
Er zijn twee psychologische processen waarschijnlijk verantwoordelijk voor dat mensen tot sensitieve kunnen uitgroeien nadat ze ooit een eerste 'helderziende ervaring’ hebben gehad. Dat zijn de generalisatie-tendens en sluitend-maken-tendens, die op elkaar ingrijpen en elkaar versterken, en vooral optreden als er een referentiekader gegeven is (vader is helderziend; er zijn helderziende voorspellingen gedaan over de zoon; helderziendheid wordt gezien als een gegeven in de cultuur).
Dit gebeurt dus trouwens lang niet bij iedereen. Verreweg de meeste mensen hebben hoe dan ook nooit een spontane helderziende ervaring en bij verreweg de meeste mensen die een enkele spontane helderziende ervaring hebben, blijft het daar ook gewoon bij. Maar bij sommigen niet.
In dit korte stukje geeft de schrijfster alleen een hint over haar man als sensitieve. Hij heeft namelijk vaker onrustgevoelens die in verband zouden staan met een ramp op afstand. Waarschijnlijk soms in tijd, en soms enigszins in inhoud. Maar dat weten we niet, want daar zegt ze verder niks over. De generalisatie-tendens betekent dat er steeds vaker aan bepaalde, in dit geval onrustgevoelens, een ‘mogelijke ramp’ wordt gekoppeld, en ook aan steeds meer soorten onrustgevoelens (bijvoorbeeld niet alleen bij wakker zijn maar ook in de droom). De sluitend-maken-tendens betekent dat er altijd een ‘ramp’ in de buitenwereld te vinden is waarop die onrustgevoelens zouden kunnen slaan, en als dat niet direct 'duidelijk' is daarnaar op zoek te gaan (en daarbij meestal de tijdspanne van overeenkomst ook uit te rekken: dus iets wat een dag later of vroeger gebeurt telt later ook nog mee, en nog later ook iets wat een week later of vroeger gebeurt enzovoort en ook het type ‘ramp’ kan steeds uitgebreid worden: een natuurramp, een ongeluk enzovoort). Uiteindelijk kan het resulteren in het toeschrijven van elke negatieve emotie aan een ‘gebeurtenis’ in de buitenwereld, die die emotie zou veroorzaken.
Hier dient bij gezegd te worden dat dit model ook nog op preciezere wetenschappelijke toetsing wacht, maar dat maakt bij alternatieve overwegingen die de schrijfster kan maken niet wezenlijk uit. Beter is er in elk geval op dit moment niet.
Het enige wat de schrijfster kan doen, is de mogelijke werking ervan onderzoeken. Heel precies moet dat. En dus ook al die gevallen registreren waarin er niet een duidelijke overeenkomst is tussen ‘onrustgevoelens’ en een ‘ramp’. Hoe de tijdsverhoudingen telkens zijn. Hoe de ‘inhoudelijke’ overeenkomst er wel en niet is. Vooral het niet overeenkomen niet vergeten! Er is geen betere benadering mogelijk dan deze logboek-achtige methode. Pas daarna zou ze hierover meer kunnen zeggen.
De Volkskrant is goed in twijfelen. Hans van Maanen, Marcel Hulspas, en altijd weer die berichtgeving over Skepsis, die sekte van fanaten die geloven dat ze niet geloven. Ik lees het allemaal graag; hoe meer waarheden, hoe blijer ik word. Ik ben geen gelovige, ik geloof werkelijk nergens in, zelfs niet in ‘iets’. Als er leven is na de dood, dan merk ik dat dan wel weer. Als de goden kosmonauten waren, dan moesten ze zich maar weer eens melden. Als ik eerdere levens heb gehad, heb ik daar gelukkig geen last van. Als de kosmos het gevolg is van een ontwerp, dan is daar een behoorlijk knullige ontwerper aan het werk geweest, een die bovendien een onverantwoord grote hoop krullen maakt bij het schaven, en ik zie niet in waarom ik in een stagiaire met twee linkerhanden zou moeten geloven. Zou een almachtige brand stichten in de Hemel?
Aan de (telepathische, voorspellende en genezende) gaven van mijn schoonfamilie geloof ik ook niet. Die ondervind ik. En ik hou er niet van om voor leugenaar uitgemaakt te worden. Zelfs niet door Jan Blokker.
De kern van het antwoord op dit stukje is dat niemand haar voor leugenaar uitmaakt. Dat woord zal ook geen van de drie gauw in de mond nemen bij dit verhaal. Waarom zet ze iets op internet als er niet ook kritische en relevante vragen bij gesteld zouden mogen worden? Je kunt reacties toch altijd nog verwerpen, of met tegenargumenten komen. Hier doet ze dat verwerpen kennelijk bij voorbaat. Wat wil ze dan? Dat we ex cathedra aannemen dat helderziendheid nu bewezen is, omdat zij het zelf ondervonden heeft? Moeten we nu opeens heenstappen over alle aantoonbare fouten die èn de waarneming èn de herinnering èn de redenering eigen is, en die dus ook werkzaam zijn bij ondervinding? Ze zegt enerzijds net als de drie heren mogelijk zo ongeveer nergens in te geloven. Om vervolgens alle nadruk te leggen op het woord ondervinden. Maar dat moet toch echt als een woordspel worden opgevat, en niet meer dan dat. En dat moet ze zelf beseffen.
Of ze moet van die ondervindingen af willen. Zo kun je het misschien ook nog lezen. Het is over het algemeen zeker niet aangenaam zichzelf als sensitieve te ervaren, zeker niet als dat in relatie staat tot rampen op afstand, en daarmee is het over het algemeen ook niet prettig voor de partner. Het lijkt bepaald niet aangenaam om in paniek naar je dochter op zoek te zijn , terwijl die rustig bij de stoof zit.
Maar het is over het algemeen ook nog niet zo gemakkelijk van die sensitiviteit (weer) af te komen. Het begint zoals gezegd met het aanleggen van een logboek, want binnen niet al te lange tijd merkt men al dat er op zijn minst ook veronderstelde overeenkomsten zijn tussen belevingen en gebeurtenissen, die toch niet meer dan verondersteld waren. Gaandeweg kan de generalisatie-tendens en sluitend-maken-tendens dan eerst een halt worden toegeroepen, opdat het op zijn minst niet erger wordt, en men in elk geval niet eventueel zelfs gaat denken dat men het bewust kan gaan oproepen en paragnost wordt, en opdat die ‘ervaringen’ later zelfs langzaamaan misschien kunnen worden teruggedraaid. Het vereist wel discipline.
In het digitale archief van de Volkskrant 1994-2006 kwam ik één artikel tegen dat ze in elk geval ook nog even zou kunnen nalezen, desnoods ook maar tegen heug en meug. In het artikel van Martijn van Calmthout op 29-10-1994: Op toeval kun je bouwen, is te vinden: Maar de kwestie gaat nog dieper. Mensen leven in een plaatselijke wereld. Vrijwel niemand ziet zichzelf en zijn omgeving als onderdeel van een reservoir van miljoenen medelanders waarin elk willekeurig moment bijna al het denkbare wel een keer gebeurt.
Misschien is het ook wel gewoon spannend om een helderziende man te hebben en dan moet ze de situatie maar laten zoals deze is, en tegelijk leren accepteren dat er positivisten zijn en er zich er vooral niet door laten ergeren.
Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het scepticisme: Anderen (2)
vrijdag 26 januari 2007 16:21
Het scepticisme: Anderen (2)
05-01-2001 (+++) Voorzichtig met voorspellingen. Achterhuis bespreekt een boek van Rein de Wilde: De voorspellers - Een kritiek op de toekomstindustrie. Dit artikel laat fraai zien dat we ook zeer sceptisch moeten staan tegenover min of meer ‘reguliere’ toekomstvoorspellingen. ...Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw worden steeds meer voorspellingen die aanvankelijk utopie of science fiction leken, in een wetenschappelijk kader gepresenteerd. Het bekendst is de studie The Year 2000, die Kahn en Wiener in 1967 publiceerden. Zij voorspelden onder andere interplanetaire reizen, uitgebreid gebruik van robots als een soort huisslaafjes en praktische toepassingen van elektronische communicatie met de hersenen..... Ondanks het feit dat de meeste van dit soort profetieën op geen stukken na uitgekomen zijn, wagen wetenschappers er zich nog graag aan. Ze krijgen daardoor nu eenmaal meer aandacht dan met verhalen over het geduldige werk en de kleine stapjes. ..... De paradox van lot en wil die hier zichtbaar wordt, wordt door De Wilde bekwaam geanalyseerd. Daarnaast wapent hij zijn lezers via een kritische methode van vier stappen tegen al te gemakkelijk geloof in toekomstvoorspellingen. Voor wie de vele wetenschappelijke profetieën die ons overspoelen, in een breder kader wil plaatsen is De voorspellers daarom verplichte kost. ...... De voorspellers berust op een aantal eerder gepubliceerde essayistische artikelen. De verschijning van het boek werd al jaren door de uitgever aangekondigd. Dit uitstel lijkt te maken te hebben met een zekere aarzeling van De Wilde tussen essayistiek en wetenschap. Het is jammer dat hij niet resoluut voor één van de twee genres gekozen heeft. Dat neemt niet weg dat hij een waardevol boek heeft geschreven. 'Wij leven in een snel veranderende wereld, lees ik al dertig jaar lang', merkte Piet Grijs ooit op. De voorspellers helpt ons om dit soort paradoxale uitspraken te situeren en te begrijpen.
04-05-2002 (+++) Maud Effting Een talkshow met overleden dierbaren. Over medium Char. Nieuwe tranen-met-tuitentelevisie: het Amerikaanse medium Char Margolis praat bij RTL 4 met de overleden dierbaren van de studiogasten. In de show schuiven onder meer Xandra Brood en ouders van overleden kinderen aan. 'Ik wil mensen minder bang maken voor de dood.'
Dit artikel moet u beslist zelf eerst nalezen, als u televisiekijker bent. Vervolgens blijkt die Char namelijk ook al een verwijzing te hebben bij Wikipedia. Als u in het archief zoekt komt u daar vanzelf terecht als u op de naam Char Margolis klikt in het artikel. Vervolgens is er daar een link naar de James Randi Educational Foundation, waarop een zogenaamde ‘reading’ van deze mevrouw kritisch onder de loep wordt genomen. Dat stukje moet u beslist lezen. Er bestaan ook wel soortgelijke analyses van gesprekken met paragnosten en mediums (die doen dus in principe hetzelfde, alleen zeggen en menen de laatsten de ‘informatie’ van boven te krijgen en de eersten niet) in het Nederlands. Maar daarover later misschien een keer.
31-08-2002 (++) Schellekens: Waarzeggen. Hij verbaast zich. Laatst zat ik tijdens een etentje naast een geleerde die zich bezighoudt met dieren. Ik kende hem als een voorzichtige en kritische wetenschapper. En je wordt ook niet zo maar hoogleraar op twee universiteiten tegelijk. Mijn verbazing was derhalve groot, toen hij onvoorwaardelijk bleek te geloven in waarzeggerij en astrologie. Aanvankelijk meende ik dat hij me voor de gek hield, wellicht baldadig door de wijn die rijkelijk werd geschonken tijdens het diner. Maar zijn bijgeloof bleek echt. De hooggeleerde neemt zelfs zijn studenten jaarlijks mee naar een waarzegster..... De dubbelhoogleraar stoelt zijn geloof op een sessie met een waarzegster die hem onthulde dat hij in zijn kinderjaren ernstig ziek moest zijn geweest. Zijn moeder bevestigde dat verhaal. Zoiets lijkt inderdaad onverklaarbaar en kan de indruk wekken dat er meer is tussen hemel en aarde dan wij kunnen begrijpen. Behalve als je weet hoe waarzeggerij werkt. Die berust op een slimme mengeling van kansberekening, psychologie, en suggestie. .... Mocht hij er toch even naast zitten, dan kan de helderziende altijd nog roepen dat de klant zich niet voldoende concentreert...
De wonderen zijn inderdaad de wereld nog niet uit. Erg goed in een vak zijn en dus intelligent wil inderdaad nog niet zeggen dat men ook goed is in het inschatten van waarschijnlijkheden of dat men ook ‘emotioneel en sociaal’ intelligent is, zoals dat tegenwoordig wel heet, aannemende dat Schellekens hier niet toch zelf iets op de mouw werd gespeld. Anderzijds is het volgende ook een berucht voorbeeld. Leg tweedejaars studenten de paragnostische uitspraak voor: deze persoon heeft een apart handschrift. Er is een grote kans dat ze dat, zonder voorafgaande training, als een ‘specifieke’ uitspraak zien. Terwijl het wezenskenmerk van een handschrift nu juist is dat het ‘apart’ is. En Schellekens noemt ‘water’ iets waar de klant altijd ‘met herkenning’ op reageert, wegens de enorme hoeveelheid mogelijke associaties. Zo zijn er legio woorden, ook in onderzoek genoemd. In het Nederlands is: "Ik krijg ‘Vissen of Visser’ door", ook een hele mooie, nog een veel mooiere dan dat water. Bedenk zelf maar eens waarom en hoe zo, voor u verder leest. (Die hoofdletters horen er misschien al niet te staan.)(En stel dat er eens iemand met de naam Visser tegenover de paragnost zit.) (En wat dacht u van vissen in het water. )(En voor de astrologie-gevoelige, inderdaad die Vissen.) (Vissen betekent ook nog het hengelen naar informatie.) En zo verder. Wat een macht kan het woord of ook hebben! Als u erbij stilstaat duizelt het u al bij één uitspraak van een paragnost. Maar niet als u consultant bent. De consultant zal hierop inderdaad keurig reageren met 'mee-denken' met de paragnost en wel iets met die vissen of visser of Vissen of Visser doen.
31-10-2003 (++) Plasterk: Het echte wonder. Plasterk over twee soorten wonderen. Vandaag ligt in de boekhandel een bundel interviews afgenomen door Irene van Lippe-Biesterfeld, getiteld Aarde ik hou van jou. De enige wetenschapper die wordt geïnterviewd is Rupert Sheldrake, en dat is een oude bekende: Sheldrake is altijd op zoek naar paranormale verschijnselen, die dus niet met de natuurwetten verklaard kunnen worden, en heeft een eigen theorie over 'morfogenetische velden'. Door de reguliere wetenschap wordt Sheldrake al decennialang niet serieus genomen. Die gretigheid naar het bovennatuurlijke vind ik altijd een snippertje, in dit verband misschien een gek woord, ordinair. Iets wordt extra spannend als er hocus-pocus aan te pas komt. Waarom zoveel aandacht voor een Sheldrake, terwijl er zo veel prachtigs te vinden is in de echte wetenschap? .... (In een verdere discussie over de evolutie noemt Plasterk nu ook iets uit eigen keuken) : Het DNA bepaalt niet hoe het eindproduct eruit ziet, het DNA bepaalt het assemblageproces vanaf de bevruchte eicel tot het eindresultaat. Het DNA is geen blauwdruk, maar een kookboek: het beschrijft een proces van bouwen en kneden. En dat proces legt beperkingen op aan het eindproduct. Er zijn Goede Ideeën die als eindproduct geslaagd zouden zijn, maar die via de embryonale ontwikkeling niet te fabriceren zijn. .... De evolutie heeft buidelvleermuizen opgeleverd, maar geen buidelvarkens. Niet alles wat kan, gebeurt ook. ..... Naast de onzekerheid in de biologie is er ook nog de onzekere kosmos: de dinosauriërs zijn 65 miljoen jaar geleden abrupt aan hun einde gekomen, nadat ze 200 miljoen jaar de aarde gedomineerd hadden. Als de meteoriet van Chicxulub de wereld 65 miljoen jaar geleden gemist had, dan hadden onze geschubde vrienden het 100 miljoen jaar langer uit gehouden. Dan waren wij er niet geweest. Dus toch een groot effect van toeval. Zeg nou zelf, is dat nou niet oneindig veel spannender dan de mystieke verhalen van Sheldrake?
Toch niet per se, zou ik zeggen, als Sheldrake tenminste vaak gelijk zou hebben. Maar het beste lijkt me net als Nuboer met de duiven deed, hier en daar een toets los te laten op de ideeën van Sheldrake. Als ze niet kloppen, en dat doen ze waarschijnlijk niet voor een groot deel, of helemaal niet, weten we ook weer meer. Alleen al de uitdaging aangaan zoals Nuboer deed hoe een goede toets voor een bepaald idee te maken, leverde wel extra inzicht op. Het is eerder ‘ongeduld en onbehagen’ bij Plasterk, lijkt het. Wel begrijpelijk op zich. Hij wil vooruit en heeft inderdaad mooie vergezichten voor de wetenschap. Maar is het voor hem bijvoorbeeld nog wel interessant te weten, waarom sommige mensen in sommige omstandigheden meer geneigd zijn een helderziend karakter toe te kennen aan sommige ervaringen dan andere mensen in dezelfde omstandigheden? Met andere woorden is dit soort psychologisch onderzoek in zijn ogen nog wel de moeite waard of ook niet? Moeilijk in te schatten. Over het algemeen gaan de echte bèta’s alleen voor ‘goud’ (voorlopige wetten, bv veel natuurkunde) terwijl de wereld een grotere hoeveelheid ‘zilver’ (voorlopige wetmatigheden, bv veel biologie) en een nog veel grotere hoeveelheid ‘koper’ (voorlopige regelmatigheden bv veel psychologie) lijkt te omvatten. Ook daar moeten de bèta’s mee leven. En daar moeten we toch ook iets mee, met al dat koper, dacht ik zo. Als helderziendheid niet bestaat, en dat doet het zeer waarschijnlijk niet, wil dat nog niet zeggen dat de ervaringen van mensen ook weg zijn, met andere woorden dan moet er nog wel een redelijke verklaring gegeven worden voor die ervaringen, of liever een theorie zijn, met afleidbare en toetsbare hypothesen. En in zo’n zoektocht kun je ook heel wonderlijke dingen tegenkomen. Bijvoorbeeld hoe slecht mensen, ook intelligente, zijn in het inschatten van waarschijnlijkheden, en dat roept de vraag weer op of en wat je daar aan zou kunnen/ moeten doen? Relevant of niet? Beter onderwijs? Maar tegelijk: we kunnen nu eenmaal niet allemaal alles begrijpen op het kleinste en grootste niveau van de kosmos, en niet allemaal wetten ontdekken. De meeste onderzoekers zijn dus ook al blij als ze een regelmatigheid op kunnen sporen, en zijn al wel heel blij als ze een voorlopige wetmatigheid zien.
17-04-2004 (++) Lagendijk Geen invloed. Hij ziet terug op 250 eigen bijdragen aan de krant: Ook de kwalijke rol van de media is een regelmatig terugkerend thema in mijn columns. Zonder enig resultaat. Integendeel. De domheid en anti-wetenschappelijkheid van de media blijken alleen maar toe te nemen. Astrologen, helderzienden en andere kwakzalvers komen regelmatig en uitgebreid aan het woord. Ook de fundamentalistische bestrijders van kwakzalvers mogen geregeld hun rituele aanvallen herhalen. Waar maak ik me druk om? Ook zij hebben geen invloed.
Hopelijk heb ik hem niet verder op de kast gejaagd door ook nog eens gewoon na te vlooien of dit bijvoorbeeld ook klopt voor de krant waarin hij zijn stukjes schreef. Daar valt het in elk geval toch ook wel enigszins mee, lijkt me.
Maar een uiterst beperkt aantal stukjes in de Volkskrant voor zover het de echte parapsychologie betreft en daarbij zit dan ook nog eens de werkelijk verplichte nieuwsvoorziening ten aanzien van ellendige zaken rond Jomanda enzovoort. En ook lijkt me de berichtgeving over die onderwerpen behoorlijk adequaat. Dus ik meen dat ook hij wat concreter zou moeten zijn. Welke media, wanneer en hoe? Ik ben het van harte met hem eens dat de echte wetenschap nog veel meer aandacht verdient, in alle opzichten, maar het is verduveld moeilijk in te schatten wat nu te veel aandacht is voor wat hij als randverschijnselen of erger ziet. Hij moet ook niet verwarren dat een krant moet weergeven wat er in de wereld omgaat, leuk of niet. En ook, opnieuw of het leuk is of niet, ‘de’ wetenschap zal er ook achter moeten komen waarom die overdreven belangstelling er eventueel is en wat er eventueel aan te doen. En daar gaan we dan weer: beter onderwijs enzovoort. Nee, invloed hebben en een groot wetenschapper zijn, ze hebben inderdaad geen duidelijke relatie met elkaar, zo lijkt het. Hoe zou dat nou weer komen? Misschien geeft het volgende stukje ook een beetje te denken. Want er zijn tegenwoordig ook 'regelaars' op alle niveau's, van zogenaamd normaal tot hartstikke maf en alleen hier en daar een echt goed bestuurder of manager, en daar zou de wetenschap nog wel eens meer last van kunnen hebben. En alles wat de regelaars doen, is natuurlijk goed gedaan, vooral reorganisaties, daar zijn ze goed in! Poeh. En hoe. Geen middel wordt geschuwd.
04-11-2004 (+++) John Schoorl : De Rijkstovenaar.
Ministers stonden jarenlang in de rij om van zijn diensten gebruik te maken: Anne Alons, een 'helderziende' organisatieadviseur bevangen door new age. Totdat hij in verband werd gebracht met de dood van Sylvia Millecam. Hij zat op een stoel net zoals Sylvia Millecam op een stoel zat, en keek haar aan. Haar aanraken achtte hij niet noodzakelijk en zoveel dichterbij hoefde ze niet te komen. Een beetje aanschouwen, zonder haar echt diep in de ogen te kijken, was die juni-dag in 2000 genoeg. Hij ziet dingen nou eenmaal ook op afstand, en toen was dat niet anders. Want Anne Alons heeft die gave. Daar word je mee geboren, zou hij later vertellen tegenover de Inspectie voor de Gezondheidszorg die onderzoek deed naar de dood van Millecam èn de rol van de alternatieve genezers hierin. Sommigen verliezen die gave weer, hij niet. Hij komt er niet meer vanaf vanwege angstige omstandigheden uit zijn jeugd, tijdens de oorlogsjaren.
De helderziendheid is nooit uit zijn leven geweest, daar komt het op neer. Die was er ook toen hij als organisatieadviseur of interimmanager innig samenwerkte met ambtelijke kopstukken als Pieter Winsemius, Harry Borghouts of Jozias van Aartsen en broedde op de reorganisatie van de politie of de totstandkoming van het Nationaal Milieubeleidsplan. Geen verborgen agenda ontging hem, dat was het voordeel van zijn gave. Hij kon de reacties van personen van tevoren voorspellen en er aandacht aan besteden. Hij noemde zich mens-gericht, spiritueel, maar gaf zich nooit helemaal bloot. Hij wist wat ze dachten en liet niet weten wat hij wist.
..... 'Ik zie geen kanker.' Anne Alons zei het zo duidelijk en rustig mogelijk. Millecam en haar partner Nol Willemsen zaten in de Hilversumse praktijk van Erik Dankmeijer, de internist en natuurgeneeskundige. Ook Jomanda, het medium uit Tiel, was aanwezig. ...... Hij had van tevoren gehoord dat ze kanker had, maar niet aan welke borst. Wat hij zag was rood en warm en daarin zag hij niet onmiddellijk een kankergezwel. Een borstoperatie die Millecam absoluut niet wilde, leek hem wel nodig, maar hij zag er geen enkel bezwaar in om drie weken te wachten. ..... Intussen had die andere loopbaan in 1997 een duidelijke vorm gekregen. Met natuurgeneeskundige Erik Dankmeijer die eerder zijn baan verloor vanwege omstreden therapieën, doet hij gezamenlijk consult in een gezondheidscentrum in Bunnik. Na zijn opleidingen in aurareading en aulahealing, past hij zijn helderziendheid toe, nu op zieken. Alons fungeert als 'het röntgenapparaat' dat beelden of woorden doorkrijgt en Dankmeijer 'interpreteert', net zoals ze dat deden bij Millecam. Voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij Cees Renckens, tevens auteur van het onlangs verschenen proefschrift Dwaalwegen in de geneeskunde, noemt Dankmeijer 'een warhoofd'. En ook in het duo heeft Renckens weinig geloof. 'Het is een folie à deux: twee gekken die in één systeem samenwerken.' Over Dankmeijers rol in de dood van Millecam loopt een procedure bij het Medisch Tuchtcollege.
Tja, hier word je wel stil van. Ik zal later in een apart stukje de hele berichtgeving rond die Jomanda in deze krant nog eens bij elkaar vegen, en daar zal dit stuk zeker opnieuw genoemd moeten worden. Ik noem het hier omdat dit dus echt niet uit de krantenkolommen mocht blijven en het scepticisme tot in de haarvaten voedt. Hoe in de wereld is het mogelijk dat allang en wereldwijd op grond van wetenschappelijk onderzoek vaststaat dat paragnosten niet helder zien, voor 0% zelfs - hoewel een wetenschapper per definitie nooit nooit mag zeggen en nooit kan zeggen dat iets niet bestaat-, en er een man op zo’n ministerie met zo’n invloed kan rondlopen, die dat allemaal naast zich neerlegt en later nog een veel kwalijker stap maakt. Misschien moet Lagendijk zich daar dus nog veel meer zorgen over maken dan over de media.
15-10-2005 (++) De Schipper: Verzwegen vrienden in het hoofd. Dit artikel is al even eerder aangehaald, maar het kader in dat artikel is verhelderend omdat de lezer zoiets niet vaak ziet in de krant. Kort en bondig iets over de psychiatrie.
Om niet voor gek verklaard te worden, houden veel gezonde stemmenhoorders hun ervaringen voor zich. Dat ze prima met de stemmen kunnen leven, maakt hen interessant voor hersenwetenschappers die willen achterhalen wat er mis gaat bij schizofrenie-patiënten.
(Hele kader) Mensen in het paranormale circuit en psychiaters bespreken precies hetzelfde: waarnemingen die anderen niet hebben, en overtuigingen die anderen niet hebben. Maar het jargon dat beide groepen ervoor gebruiken, botst, evenals de verklaringen die ze eraan geven. Komt het uit de hersenen, of van engelen, geesten of andere entiteiten buiten de mens? Dat levert bij beide partijen taboes en gevoeligheden, waar onderzoekers naar stemmenhoren zorgvuldig tussendoor moeten manoeuvreren. Dat geldt ook voor dr. Iris Sommer en collega's, die met de website verkenuwgeest.nl paranormaal geïnteresseerden uitnodigen mee te doen aan onderzoek. Meedoen moet voor hen aantrekkelijk zijn; zo ontvangen bezoekers een horoscoop-achtige profielschets van hun bijzondere eigenschappen. Maar de collega's moeten niet al te zeer gaan stuiteren en de werkgever, het UMC Utrecht, moet akkoord gaan; het universitair stempel prijkt immers op de site. De onderzoekers gebruiken daarom zoveel mogelijk neutraal jargon als bijzondere ervaringen, krachtige persoonlijke overtuigingen en extranormale eigenschappen. De verschillende betrokkenen, zegt ze, gebruiken vooral andere woorden voor hetzelfde. 'Wie ben ik om te zeggen dat die stemmen niet echt zijn? Daar heb ik geen behoefte aan. Ik kán het ook niet weerleggen, want we hebben de oorzaak nog niet gevonden. Natuurlijk, als hersenonderzoeker zoek ik in het brein. Maar deelnemers hoeven niet te kiezen. Je kunt het brein als het ontvangstgedeelte zien. En wie de zender dan is? Ik respecteer de overtuigingen van mensen en ben er ook in geïnteresseerd. Hopelijk zijn zij nieuwsgierig naar hun ontvangstgedeelte.' Iemand vertelt bijvoorbeeld over zijn paranormale gave, de psychiater denkt: 'Ah, een psychose'. Beide doelen op een gevoeligheid voor sterke persoonlijke overtuigingen. Als iemand vertelt over de stem van zijn gidsen ('ah, auditieve verbale hallucinaties; imperatieve hallucinaties'), kunnen ze elkaar misschien vinden in het neutrale: stemmen die anderen niet horen. Aura's, halo's, engelen elfjes, verschijningen ('visuele hallucinatie'): zien wat anderen niet zien. 'Dat was een teken voor mij'; 'dit was voor mij voorbestemd' kan worden bestempeld als 'betrekkingswaan', maar ook als: het idee dat iets betrekking heeft op de persoon in kwestie. Iemand vertelt dat zijn beschermengel altijd dichtbij is, dat rode kleren ongeluk brengen en die zegt dat zijn lot vaststaat in de sterren. Hij zal zich niet vinden in de term 'waan'. Maar wel in 'magisch denken': het gevoel dat alles een diepere betekenis heeft.
Dit is een goed initiatief lijkt me, en hopelijk is dit project van start gegaan. Dit zou interessante inzichten kunnen opleveren voor een deel van wat er nu onder het ‘paranormale’ terecht komt. Op dit moment (januari 2007) bestaat de website die in het artikel genoemd wordt (verkenuwgeest.nl) nog wel.
In geen van de artikelen was iets echt specifieks te vinden waar Lydia Rood direct iets aan zou kunnen hebben, op eventueel bovenstaande na, en op het ene artikel op 29-10-94 van van Calmthout na, het artikel dat handelt over de kansen op overeenstemming tussen persoonlijke belevingen en gebeurtenissen in de buitenwereld en de rol die dat gegeven speelt in het ‘dagelijks’leven. Dat is wel direct van belang bij haar verhaal.
Samengevat: de Volkskrant spreekt over het algemeen vrijwel dezelfde sceptische taal als de Stichting Skepsis als het gaat om het verschijnsel helderziendheid en aanverwante zaken, hooguit nog wat afstandelijker. En blijken sommige stemmen in de de krant ook wat sceptisch tegenover de Stichting Skepsis. En dat lijkt me al met al redelijk, je moet bijna niet denken aan een niet-sceptische krant, en redelijk volledig, voor zover een krant dat kan zijn.
Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het scepticisme: Anderen (1)
vrijdag 26 januari 2007 15:19
Het scepticisme: Anderen (1)
Naast de bijdragen van Van Calmthout zijn er nog een aantal stemmen in de krant ter zake doend.
05-09-1997 (++) Prediker van bèta-revolutie Achterhuis bespreekt C.W. Rietdijk: Wetenschap en bevrijding - Socratisch gesprek met een gedreven maatschappij- en cultuurcriticus. .... HA: Nederland telt ook nog zo'n echte profeet van de Verlichting: C.W. Rietdijk. Sinds zijn boek Vooruitgang, cultuur en maatschappij uit 1959 verkondigt hij consequent en consistent de boodschap dat wij een 'bèta-revolutie' nodig hebben. Veel van de hedendaagse problemen kunnen worden opgelost met behulp van de natuurwetenschappelijk-technische benadering, is zijn boodschap. ... In positieve zin is hij ook veel meer op zijn omgeving betrokken dan een rechtgeaard Verlichtingsrationalist kan verdedigen. Zo breekt hij onverwacht een lans voor paranormale verschijnselen, omdat 'tweederde van alle Amerikaanse hoogleraren' deze bewezen of waarschijnlijk acht. Aan dit soort gezagsargumenten werd nu juist met recht in de Verlichting een einde gemaakt. Het is de vraag of Rietdijk moderne kunst en Karel Appel, zijn zwarte schaap, ook plotseling mooi gaat vinden als uit een enquête blijkt dat de meerderheid van Amerikaanse of Nederlandse hoogleraren hiervoor waardering heeft.
En het is wel zeer de vraag of dit gezagsargument, ook nog wel ergens op slaat. Ik neem aan dat hij in zijn boek naar een onderzoek verwijst. Het lijkt mij een veel te hoog percentage.
20-12-1997 (+)Vervaet: In de boeddha schuilt geen Einstein. Het boeddhisme zou hier floreren omdat het verwant is aan ons wetenschapsbeeld. Onzin, meent Ewald Vervaet. Ze hebben niets met elkaar gemeen.
Volgens de Volkskrant van 11 december is het boeddhisme de snelst groeiende religie in ons land. Om dit opmerkelijke fenomeen te verklaren, oppert de godsdienstwetenschapper Kloppenborg dat 'het boeddhisme vrij gemakkelijk in overeenstemming is te brengen met ons wetenschappelijke wereldbeeld'. ...
Verlichting is dan ook het allesbepalende doel waarnaar een boeddhist streeft. Gerichtheid op de wereld van de feiten leidt je daar maar van af. Die wereld is slechts een illusie ten opzichte van het nirvana waarin het ware leven pas begint. De empirie als illusie lijkt me niet bepaald bevorderlijk voor een wetenschappelijke houding. Dat geldt ook voor de wijze waarop het boeddhisme aankijkt tegen waarnemen. Zo betekent pashyana het zien van feiten. Het zien met open ogen is dus strikt genomen illusoir. Echt zien zou je pas als je je ogen sluit maar je gevoel opent: vipashyana zou het echte, gevoelsmatige kennen van de werkelijkheid zijn. Veronderstelt het boeddhisme dus al een paranormaal kenvermogen bij een onverlichte, als verlichte zou men overladen worden met paranormale vermogens. Dan zou men abhiñña's verwerven: door muren kunnen heengaan, verborgen dingen kunnen zien, kunnen vliegen, enzovoort. Vanuit de wetenschap rust er geen taboe op abhiñña's. Voor hun bestaan is echter geen bewijs geleverd. .....
Algemeen geldt dat esoterici ervan uitgaan dat de huidige menssoort tot 'heldere kennis' in staat zou zijn. Welnu: heldere kennis wijkt van feitelijke kennis af op ten minste twee essentiële punten. Feitelijke kennis komt tot stand in wisselwerking met de dingen waar zij betrekking op heeft, terwijl men heldere kennis louter in zichzelf voelt. Feitelijke kennis is geldig en betrouwbaar. Van heldere kennis daarentegen is, net als van abhiñña's, nog geen spoor gebleken. ....
En zo is het, lijkt ook mij. Maar ook is steeds de vraag of mensen wel over dezelfde dingen spreken ook al gebruiken ze dezelfde woorden. Soms spreken jongere mensen bijvoorbeeld al over telepathie, waar een oudere generatie het gewoon over een goed contact had. En de krant is natuurlijk niet het medium voor diepgaande analyses van dien aard.
24-11-1998 (+++) Giessen: Ander hart, ander mens? Bespreekt bijzondere ervaringen van een Amerikaanse mevrouw met een ander hart: De mystiek rond het hart heeft een lange geschiedenis, zegt hoogleraar cardiologie dr A. Dunning. In de zeventiende eeuw beweerde een Franse heilige dat ze haar zondig hart had geruild voor een rein hart van Christus. Rond het Heilig Hart ontstond een ware volksdevotie, die culmineerde in de bouw van Sacré Coeur in Parijs. Aan het einde van deze eeuw ziet Dunning een nieuwe vorm van volksdevotie ontstaan, maar dan rond paranormale verschijnselen als ufo's of de erfenis van eigenschappen via een donorhart, zoals Claire Sylvia die beschrijft. 'Van de 343 Nederlandse harttransplantatie-patiënten heeft er niet één zulke ervaringen gerapporteerd. Kennelijk is het een transatlantisch verschijnsel, dat helemaal past in het Amerikaanse geestesleven,' zegt Dunning. 'Hoe onwaarschijnlijker het verhaal, hoe indrukwekkender de deskundigen die het ondersteunen.
Inderdaad. En Amerikanen (lekker even generaliseren) zijn golddiggers, want uiteindelijk afstammelingen van de wat avontuurlijker Europeanen, die er ooit heen trokken. Als er maar geld te verdienen valt is men er, ook als deskundige, kennelijk tot nogal wat bereid. Maar wij, afstammelingen van de achterblijvers, lijken nu ook snel van hen te willen leren. Op TV-gebied in elk geval al vast wel. (U had ooit toch ook liever geen tv-reclame?) Het is alleen wel zorgwekkend dat zin en onzin steeds minder duidelijk uit elkaar gehouden worden, mede vanwege het geld of met name daardoor.
22-01-1999 (+) Zeeman bespreekt David Cesarani: Arthur Koestler - The Homeless Mind.
Dit artikel hoort misschien hier niet thuis, tenzij het om de wat sceptische houding van Zeeman gaat voor zover deze man zich in zijn latere leven met de parapsychologie heeft ingelaten. En hoe. En is het ook wel opvallend wat er in het leven van deze sceptische Koestler óók gebeurde.
.... Aan het eind van zijn leven was Koestler (1905-1983) zwaar in de parapsychologie terechtgekomen, neiging tot experimenteren incluis, en dat maakt zo'n zwijgende bronzen kop er natuurlijk ook niet vertrouwenwekkender op. Dat die passie voor het bovennatuurlijke ingebed was in een levenslange rusteloze zoektocht, een zoektocht die Koestler bij herhaling tot een scherpzinnig criticus maakte van allerlei levensgevaarlijke onzin die de waan van de dag voor gewichtig hield, doet er dan algauw minder toe. ...... Wie daar Freud op los wil laten - en niemand was daar meer toe geneigd dan het onderwerp, Arthur Koestler, zelf - kan zijn hart ophalen: enig kind van een zorgelijke moeder, bangelijk thuisblijvertje met een diepgewortelde afkeer van al die zorgelijkheid. Tien, vijftien jaar op de divan bij de kachel - en het wordt nooit meer wat met de gemeenschapszin en de respectvolle omgang met vrouwen. Iedere dame een bedreigende moeder die je moet proberen eronder te krijgen, de enige gemeenschap van belang die van de versmelting der geslachten. Demonische scheiding wordt het mysterie van de vereniging, en dan is het vast ook nog maar een stap naar het gedachtenlezen en de telekinese. Wie er een keer de smaak van te pakken heeft, weet ook wel waar dat rusteloze reizen vandaan komt en glijdt vervolgens comfortabel de karakteristiek 'de thuisloze geest' in. .... Dat scherpe zelfbewustzijn, bij Koestler gevoed door een vrij schoolse belangstelling voor de freudiaanse psychoanalyse en de ordeningszin van een exacte geest, leidt ertoe dat het de dynamiek van manische activiteit en verlammende depressies is die zijn leven voortdrijft. Hij hunkert naar een 'zaak', naar een 'doel'- hij haakt ernaar ergens bij te horen en al die scherpzinnigheid en energie ten dienste te kunnen stellen van een hoger doel. Wie daar, zoals Koestler zelf, het kind in wil zien dat zijn isolement wil verlaten en buiten wil gaan spelen, gaat zijn gang maar; mij lijkt het eerder het dilemma van denken en doen, de spanning tussen het individualisme en het engagement waartoe ieder scherp verstand uitnodigt - en die de bron van de wanhoop van de verslaggever is.
In het artikel van Zeeman komt wat weinig naar voren dat Koestler inderdaad een groot deel van zijn erfenis heeft nagelaten om de Koestler Parapsychology Unit op te richten aan de universiteit van Edinburgh. Dat is, na het verdwijnen van het Parapsychologisch Laboratorium bij de Rijksuniversteit in Utrecht in 1989 nog zo’n beetje de enige plek in Europa waar enig substantieel budget is voor serieus wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de parapsychologie. Hij heeft ook nog het boek The Roots of Coincidence (1972) geschreven, dat een overzicht geeft van het onderzoek naar telepathie en psychokinese tot op dat moment.
20-09-1999 Verslaggever Sceptici in crisis door het paranormale.
Dit artikel leidde tot de enige ‘discussie’ in deze krant voor zover ik kon nagaan. Ik laat die even zoveel mogelijk in zijn eigen waarde. Niet cursief gemaakt, alle uitspraken zijn van de auteurs zelf. De discussie kan steeds heropend worden, zoals blijkt.
Verslaggever: Talloze astrologen, waarzeggers, hypnotiseurs en tarotmeesters zijn al ontmaskerd door sceptisch wetenschappelijk onderzoek. Hun succes bleek te berusten op toeval, trucjes of regelrecht bedrog. Toch verkeert het scepticisme in een diepe crisis, werd dit weekeinde gezegd op een congres van Europese sceptici in Maastricht. Hoeveel natuurwetenschappelijke argumenten er ook worden aangedragen, het paranormale zet zijn onstuitbare opmars gewoon voort.
Sommigen van de ongeveer tweehonderd, overwegend mannelijke sceptici leken dan ook ten einde raad. 'Toen ik twintig jaar geleden begon met het verbreiden van het sceptische standpunt, was ik heel optimistisch. Ik heb in elke grote tv-show in de Verenigde Staten gezeten, maar de situatie wordt alleen maar erger. Er zijn steeds meer mondiale mediabedrijven die het paranormale als amusement verkopen, van Hollywood-films en The X-Files tot paranormale shows op tv. Serieuze wetenschapsprogramma's worden meestal 's nachts uitgezonden', zei de Amerikaanse scepticus Paul Kurtz.
Het lijkt zo simpel om buitenissige claims te beantwoorden met de wetten van logica en wetenschappelijk onderzoek. Maar in de praktijk valt dat vies tegen, zei Christopher French, een psycholoog die in menige Britse tv-show het sceptische standpunt mocht uitdragen. 'Ongeveer 95 procent van de paranormale verschijnselen kun je heel simpel verklaren door toeval, bedrog of verkeerde waarneming. Maar de laatste 5 procent laat zich veel moeilijker verklaren', aldus French. ... Vooral in talkshows op televisie komt de scepticus vaak in een ondankbare positie terecht, is French' ervaring. 'Je bent al heel snel de kille wetenschapper tegenover de warme, invoelende New Age-adept. Of de bevooroordeelde academicus, gevangen in zijn rationeel wereldbeeld, tegenover de ruimdenkende opponent die wil accepteren dat er dingen zijn die we niet rationeel kunnen verklaren.' Bovendien heeft de wetenschapper geen leuke boodschap. French: 'Tegenover je zit iemand die zegt: ''We hebben allemaal verbazingwekkende krachten, als we maar weten hoe we die moeten vrijmaken.'' Dan moet ik zeggen: nee, we hebben helemaal geen verbazingwekkende krachten, we zijn maar doodgewone mensen. Of: de dood is helemaal niet het begin van een spirituele reis, maar slechts de overgang van biochemie naar chemie. Daar maak je jezelf niet populair mee.' Ook de 'slachtoffers' van paranormale verschijnselen reageren vaak vijandig, zegt French. 'Het lijkt mij helemaal niet zo leuk om een klopgeest in je huis te hebben of door ufo's ontvoerd te zijn. Toch willen mensen helemaal niet horen dat er misschien een andere verklaring is voor hun verhaal. Ze voelen zich immers bijzonder door hun paranormale ervaring. Anders zouden ze bijvoorbeeld niet op televisie komen.' De Britse scepticus Wayne Spencer concludeerde dat sceptici maar het beste weg kunnen blijven uit tv-programma's waar geen eer aan te behalen valt. Beter kunnen zij dikke en degelijke boeken schrijven, die het grote publiek niet direct bereiken, maar via de wetenschap wel een belangrijke invloed kunnen uitoefenen. De Vlaamse wetenschapsfilosoof Jean-Paul van Bendegem zag nog het meest in een lichtvoetige bestrijding van de paracultuur. Logische tegenargumenten maken weinig indruk, omdat het bovennatuurlijke zich juist onttrekt aan de wetten der logica. Zelf graancirkels aanleggen, is een veel betere methode om de gelovigen in buitenaards leven beet te nemen. Ook Deense sceptici gebruikten de grap om een 'business-astroloog' te ontmaskeren. Deze man, die zich graag in zijn Ferrari liet fotograferen, beweerde dat hij de ware aard van sollicitanten kon achterhalen op basis van hun horoscoop. Sceptici legden hem een geval voor. 'Deze man is bereid om zichzelf op te offeren en anderen te helpen. Hij is empathisch en zelfs in het bezit van helende krachten', concludeerde de business-astroloog. Helaas had hij zojuist de horoscoop getrokken van nazi-arts Josef Mengele.
28-09-1999 Maarten van Rossem Geloof en Wetenschap Reactie op voorgaande.
Ruim een week geleden congresseerden de Europese sceptici in Maastricht. De sceptici doen uiterst nuttig werk. Zij bestrijden in alle denkbare media met wetenschappelijke argumenten obscurantisme, paranormale kletskoek en New Age-onzin. De stemming in Maastricht was gedrukt, omdat de sceptici de indruk hebben dat zij aan de verliezende hand zijn.
In de massamedia wordt steeds meer aandacht besteed aan ontvoeringen door ruimtewezens, klopgeesten, remcarnatie en de genezende werking van kiezelstenen. Als de sceptici de kans krijgen hun kritische boodschap toe te lichten, worden ze te kijk gezet als kille wetenschappers, kleinzielige reductionisten die weigeren te geloven in de immense paranormale krachten die in de mens sluimeren. Serieuze programma's over de wetenschap worden alleen 's nachts uitgezonden of door obscure zenders, terwijl de piskijkers triomferen in prime time. ....Overigens toonde opinie-onderzoek in de VS aan dat het onderwijzen van de evolutietheorie tot op heden zeldzaam onsuccesvol is geweest. Van de Amerikanen gelooft 44 procent in het Bijbelse scheppingsverhaal en nog eens 40 procent dat God in de evolutie op zijn minst een sturende functie heeft gehad. Slechts 10 procent van de Amerikanen is van mening dat het Darwinistische evolutieconcept juist is. Blijft de vraag of het religieus geinspireerde obscurantisme veld wint. Waarschijnlijk is het altijd al zo geweest dat slechts een kleine minderheid enig benul heeft van de methoden en resultaten van de wetenschap. Dat is even paradoxaal als betreurenswaardig. Onze wereld is ondenkbaar zonder de wetenschap en haar technologische nevenproducten. De meerderheid van de gebruikers van die producten heeft niet het geringste besef hoe en waarom al die apparatuur functioneert. In een wereld die volledig afhankelijk is van de wetenschap prefereert een ruime meerderheid van de mensen een prewetenschappelijk wereldbeeld. En als men het geloof verliest in het christendom, wendt men zich niet tot het wetenschappelijke wereldbeeld, maar tot nog veel vagere religieuze kletskoek. Dat is vooral onbegrijpelijk omdat de moderne wetenschap een oneindig veel interessanter, complexer en opener wereldbeeld te bieden neeft dan welke godsdienst ook.
09-10-1999 Ingezonden brief Reijer Boon Reactie op voorgaande.
(Hele brief). In zijn column op de Forumpagina (28 september) toont Maarten van Rossem zich erg teleurgesteld in al die mensen die zich in hun leven niet (uitsluitend) baseren op het wetenschappelijk beeld van de wereld, maar hun heil (ook) zoeken in 'religieus obscurantisme', 'New Age onzin' enzovoort en zich niets aantrekken van bijvoorbeeld de organisatie van sceptici.
Ik heb chemische technologie gestudeerd; heb ongeveer vijftien jaar in Azië gewerkt en ben momenteel docent milieutechnologie op een hogeschool. Ik voelde me als wetenschapper en zoeker naar de waarheid aangesproken door het betoog van Van Rossem. Ik voel me een wetenschapper, met een speciale interesse in de praktische toepassingen. Ik denk dat wat wij (Westerse) wetenschap noemen een uitstekende ideeënconstructie is om de materiële wereld om ons heen te begrijpen en om allerlei nuttige zaken te produceren, zoals vliegtuigen, ijskasten - en helaas ook de atoombom.
Zo goed als wetenschap is in het verklaren en manipuleren van de stoffelijke aspecten van onze wereld, zo slecht is het in het niet-stoffelijke. Zij weet geen raad met de grote vragen van ons bestaan: waar komen we vandaan; waarom zijn we hier, en waar gaan we heen. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor gevoelens, dromen, geesten, telepathie. Probeert de wetenschap daar toch antwoord op te geven dan is dat meestal klinkklare nonsens. Neem dromen: meestal full-colour verhalen, met een eigen logica, veel emoties en soms bijzondere aspecten, zoals waarschuwingen, toekomstvoorspellingen, enz.
De wetenschappelijke verklaring komt niet veel verder dan dat het producten zijn van toevallige elektrische doorslagen tussen hersencellen.... En wat is de verklaring voor het feit dat mijn vrouw toen zij mij voor het eerst haar kantoor zag binnenstappen, in een flits wist dat ik haar levenspartner zou worden? Toch hebben talloze mensen zo'n ervaring!
Voor levensvragen en andere spirituele vraagstukken wend ik me daarom tot ideeënconstructies die juist daar goed mee overweg kunnen. Vaak worden ze religies genoemd, maar ook het NewAge denken hoort er bij.
Waar ik me erg over verbaas - beter gezegd: wat me vreselijk irriteert- is dat zoveel van mijn medemensen al hun kaarten zetten op één constructie en andersdenkenden verketteren. Zoveel mensen moorden en worden vermoord vanwege hun geloof. Fundamentele gelovigen weten zeker dat hun naasten met wat vrijere opvattingen naar de hel gaan; en wetenschappers hebben het over religieuze kletskoek en New Age onzin.
Allemaal hebben ze met elkaar hun bekrompenheid, misplaatste zekerheid en enorme arrogantie gemeen, maar ook een verbazingwekkend vermogen om alles wat niet in hun geloofssysteem past te negeren of - als ze er echt niet onderuit kunnen - te verklaren op een manier die niets meer met logica te maken heeft. Ook wetenschappers kunnen heel ver gaan in het afschermen van hun zekerheden en lijken dan griezelig veel op het eerste het beste sektelid.
Met andere woorden: niet ik maar Van Rossem is bevangen door religieus obscurantisme waarbij hij zijn ziel en zaligheid ophangt aan één ideeënconstructie, die vermoedelijk momenteel de beste is in het verklaren en structureren van de stoffelijke wereld, maar vrijwel altijd enormiteiten debiteert als het over spirituele zaken, emoties, enz. gaat. De manier waarop hij andersdenkenden te lijf gaat is ronduit sektarisch en getuigt van angst: angst voor het onbekende; angst voor het verlies van zijn zekerheden.
19-10-1999 Martien Philipse, psycholoog. Een vergaarbak vol gemakzucht Reactie op voorafgaande.
De wetenschap heeft misschien geen antwoord op alle vragen over ons bestaan, maar komt wel een heel stuk verder dan alle religies bij elkaar. Het werkelijke probleem, aldus Martien Philipse, is dat de wetenschappelijke antwoorden sommige mensen niet bevallen.
DE term 'spiritualiteit' is tegenwoordig gedevalueerd tot een vergaarbak vol gemakzucht. Uit die bak komt het betoog waarin Reijer Boon (U-pagina, 9 oktober) de bekrompenheid van de wetenschap hekelt. Wetenschap, zo meent hij, heeft geen antwoord op de 'grote vragen' van ons bestaan: waar komen we vandaan, waar gaan we naar toe, waarom zijn we hier?
Voorzover ik weet biedt de wetenschap op beide eerste vraag solidere antwoorden of beter onderbouwde hypothesen dan enige religie. En de derde vraag hoort in dit rijtje niet thuis.
Geen enkele serieuze wetenschapper zal beweren dat het beantwoorden van zingevingsvragen tot zijn werkterrein behoort. Deze fout is typerend voor het betoog van Boon, en ook voor de New Age beweging, religieuze sekten en aanhangers van het paranormale.
Ook presteert Boon het om de wetenschap te verwijten dat zij zich geen raad weet met 'gevoelens, dromen, geesten, telepathie'. Een onzinnige bewering. De (neuro)psychologie heeft heel wat te melden over dromen en gevoelens. Het echte probleem is dat Boon het wetenschappelijke antwoord gewoon niet leuk genoeg vindt. Hij gelooft in toekomstvoorspelling en helderziendheid en verlangt dat de wetenschap daarin meegaat.
Maar wetenschap doet niet aan geloof (wel aan toekomstvoorspellen, trouwens, en is daar tot op heden weliswaar bij lange na niet onfeilbaar in, maar toch aanmerkelijk succesvoller dan enig paragnost of medium).
Het bestaan van voorspellende dromen is een hypothese waarvoor een schromelijk gebrek aan bewijs bestaat: hetzelfde geldt voor geesten en telepathie (en draken en kabouters en zovoort). De systematische waameming geeft geen enkele reden om het bestaan van zulke fenomenen te veronderstellen.
De ultieme verwarring van geloof en feit is wel de bewering 'dat wetenschap ook maar een geloof is. Niets is minder waar. Wetenschap is een manier van denken gebaseerd op kritische reflectie en scepsis. Wetenschap plaatst in tegenstelling tot elke religie en in tegenstelling tot Boon, voortdurend vraagtekens bij zijn eigen theorieën. Die manier van denken past op alle beweringen over de werkelijkheid - inclusief religie.
Bovendien bewijst een terrein als de quantummechanica, waar het wemelt van de meest spookachtige en bizarre verschijnselen, dat dingen die echt bestaan zich op zeker moment vanuit de waarneming aan ons voordoen, hoe vreemd of onverwacht ze ook zijn. Als we zulke ragfijne en uitzonderlijke processen al op het spoor zijn, waarom hebben we dan nog steeds niets gezien van de veel spectaculairdere verschijnselen die Boon ons voor waar wil aan smeren?
Mensen zijn verhalenmakérs die graag verbanden en betekenissen creëren waar die niet zijn: alles moet immers een zin of een doel hebben. Wetenschap heeft de voor velen hinderlijke neiging om vraagtekens te zetten bij die egocentrische en pasklare kijk op de wereld. Realiteiten als de uitgestrektheid van het heelal in tijd en ruimte, de nietigheid van onze planeet, de onverbiddelijke werking van de Tweede Wet van de Themmodynamica, maar ook de complexiteit en onvoorspelbaarheid van menselijk gedrag: ze maken de vraag naar de zin van ons bestaan niet gemakkelijker.
Toch ligt in de erkenning van deze feiten de weg naar een volwassen zingeving en spiritualiteit - niet in een commerciële speelgoedkist vol aura's, spoken en andere uitverkoop-mystiek. Nergens worden we meer geconfronteerd met de onzekerheden van ons bestaan en de complexiteit van de ons omringende werkelijkheid dan in de voorhoede van de hedendaagse wetenschap - dus kom mij niet vertellen dat wetenschappers bang of bekrompen zijn!
Naast de bijdragen van Van Calmthout zijn er nog een aantal stemmen in de krant ter zake doend.
05-09-1997 (++) Prediker van bèta-revolutie Achterhuis bespreekt C.W. Rietdijk: Wetenschap en bevrijding - Socratisch gesprek met een gedreven maatschappij- en cultuurcriticus. .... HA: Nederland telt ook nog zo'n echte profeet van de Verlichting: C.W. Rietdijk. Sinds zijn boek Vooruitgang, cultuur en maatschappij uit 1959 verkondigt hij consequent en consistent de boodschap dat wij een 'bèta-revolutie' nodig hebben. Veel van de hedendaagse problemen kunnen worden opgelost met behulp van de natuurwetenschappelijk-technische benadering, is zijn boodschap. ... In positieve zin is hij ook veel meer op zijn omgeving betrokken dan een rechtgeaard Verlichtingsrationalist kan verdedigen. Zo breekt hij onverwacht een lans voor paranormale verschijnselen, omdat 'tweederde van alle Amerikaanse hoogleraren' deze bewezen of waarschijnlijk acht. Aan dit soort gezagsargumenten werd nu juist met recht in de Verlichting een einde gemaakt. Het is de vraag of Rietdijk moderne kunst en Karel Appel, zijn zwarte schaap, ook plotseling mooi gaat vinden als uit een enquête blijkt dat de meerderheid van Amerikaanse of Nederlandse hoogleraren hiervoor waardering heeft.
En het is wel zeer de vraag of dit gezagsargument, ook nog wel ergens op slaat. Ik neem aan dat hij in zijn boek naar een onderzoek verwijst. Het lijkt mij een veel te hoog percentage.
20-12-1997 (+)Vervaet: In de boeddha schuilt geen Einstein. Het boeddhisme zou hier floreren omdat het verwant is aan ons wetenschapsbeeld. Onzin, meent Ewald Vervaet. Ze hebben niets met elkaar gemeen.
Volgens de Volkskrant van 11 december is het boeddhisme de snelst groeiende religie in ons land. Om dit opmerkelijke fenomeen te verklaren, oppert de godsdienstwetenschapper Kloppenborg dat 'het boeddhisme vrij gemakkelijk in overeenstemming is te brengen met ons wetenschappelijke wereldbeeld'. ...
Verlichting is dan ook het allesbepalende doel waarnaar een boeddhist streeft. Gerichtheid op de wereld van de feiten leidt je daar maar van af. Die wereld is slechts een illusie ten opzichte van het nirvana waarin het ware leven pas begint. De empirie als illusie lijkt me niet bepaald bevorderlijk voor een wetenschappelijke houding. Dat geldt ook voor de wijze waarop het boeddhisme aankijkt tegen waarnemen. Zo betekent pashyana het zien van feiten. Het zien met open ogen is dus strikt genomen illusoir. Echt zien zou je pas als je je ogen sluit maar je gevoel opent: vipashyana zou het echte, gevoelsmatige kennen van de werkelijkheid zijn. Veronderstelt het boeddhisme dus al een paranormaal kenvermogen bij een onverlichte, als verlichte zou men overladen worden met paranormale vermogens. Dan zou men abhiñña's verwerven: door muren kunnen heengaan, verborgen dingen kunnen zien, kunnen vliegen, enzovoort. Vanuit de wetenschap rust er geen taboe op abhiñña's. Voor hun bestaan is echter geen bewijs geleverd. .....
Algemeen geldt dat esoterici ervan uitgaan dat de huidige menssoort tot 'heldere kennis' in staat zou zijn. Welnu: heldere kennis wijkt van feitelijke kennis af op ten minste twee essentiële punten. Feitelijke kennis komt tot stand in wisselwerking met de dingen waar zij betrekking op heeft, terwijl men heldere kennis louter in zichzelf voelt. Feitelijke kennis is geldig en betrouwbaar. Van heldere kennis daarentegen is, net als van abhiñña's, nog geen spoor gebleken. ....
En zo is het, lijkt ook mij. Maar ook is steeds de vraag of mensen wel over dezelfde dingen spreken ook al gebruiken ze dezelfde woorden. Soms spreken jongere mensen bijvoorbeeld al over telepathie, waar een oudere generatie het gewoon over een goed contact had. En de krant is natuurlijk niet het medium voor diepgaande analyses van dien aard.
24-11-1998 (+++) Giessen: Ander hart, ander mens? Bespreekt bijzondere ervaringen van een Amerikaanse mevrouw met een ander hart: De mystiek rond het hart heeft een lange geschiedenis, zegt hoogleraar cardiologie dr A. Dunning. In de zeventiende eeuw beweerde een Franse heilige dat ze haar zondig hart had geruild voor een rein hart van Christus. Rond het Heilig Hart ontstond een ware volksdevotie, die culmineerde in de bouw van Sacré Coeur in Parijs. Aan het einde van deze eeuw ziet Dunning een nieuwe vorm van volksdevotie ontstaan, maar dan rond paranormale verschijnselen als ufo's of de erfenis van eigenschappen via een donorhart, zoals Claire Sylvia die beschrijft. 'Van de 343 Nederlandse harttransplantatie-patiënten heeft er niet één zulke ervaringen gerapporteerd. Kennelijk is het een transatlantisch verschijnsel, dat helemaal past in het Amerikaanse geestesleven,' zegt Dunning. 'Hoe onwaarschijnlijker het verhaal, hoe indrukwekkender de deskundigen die het ondersteunen.
Inderdaad. En Amerikanen (lekker even generaliseren) zijn golddiggers, want uiteindelijk afstammelingen van de wat avontuurlijker Europeanen, die er ooit heen trokken. Als er maar geld te verdienen valt is men er, ook als deskundige, kennelijk tot nogal wat bereid. Maar wij, afstammelingen van de achterblijvers, lijken nu ook snel van hen te willen leren. Op TV-gebied in elk geval al vast wel. (U had ooit toch ook liever geen tv-reclame?) Het is alleen wel zorgwekkend dat zin en onzin steeds minder duidelijk uit elkaar gehouden worden, mede vanwege het geld of met name daardoor.
22-01-1999 (+) Zeeman bespreekt David Cesarani: Arthur Koestler - The Homeless Mind.
Dit artikel hoort misschien hier niet thuis, tenzij het om de wat sceptische houding van Zeeman gaat voor zover deze man zich in zijn latere leven met de parapsychologie heeft ingelaten. En hoe. En is het ook wel opvallend wat er in het leven van deze sceptische Koestler óók gebeurde.
.... Aan het eind van zijn leven was Koestler (1905-1983) zwaar in de parapsychologie terechtgekomen, neiging tot experimenteren incluis, en dat maakt zo'n zwijgende bronzen kop er natuurlijk ook niet vertrouwenwekkender op. Dat die passie voor het bovennatuurlijke ingebed was in een levenslange rusteloze zoektocht, een zoektocht die Koestler bij herhaling tot een scherpzinnig criticus maakte van allerlei levensgevaarlijke onzin die de waan van de dag voor gewichtig hield, doet er dan algauw minder toe. ...... Wie daar Freud op los wil laten - en niemand was daar meer toe geneigd dan het onderwerp, Arthur Koestler, zelf - kan zijn hart ophalen: enig kind van een zorgelijke moeder, bangelijk thuisblijvertje met een diepgewortelde afkeer van al die zorgelijkheid. Tien, vijftien jaar op de divan bij de kachel - en het wordt nooit meer wat met de gemeenschapszin en de respectvolle omgang met vrouwen. Iedere dame een bedreigende moeder die je moet proberen eronder te krijgen, de enige gemeenschap van belang die van de versmelting der geslachten. Demonische scheiding wordt het mysterie van de vereniging, en dan is het vast ook nog maar een stap naar het gedachtenlezen en de telekinese. Wie er een keer de smaak van te pakken heeft, weet ook wel waar dat rusteloze reizen vandaan komt en glijdt vervolgens comfortabel de karakteristiek 'de thuisloze geest' in. .... Dat scherpe zelfbewustzijn, bij Koestler gevoed door een vrij schoolse belangstelling voor de freudiaanse psychoanalyse en de ordeningszin van een exacte geest, leidt ertoe dat het de dynamiek van manische activiteit en verlammende depressies is die zijn leven voortdrijft. Hij hunkert naar een 'zaak', naar een 'doel'- hij haakt ernaar ergens bij te horen en al die scherpzinnigheid en energie ten dienste te kunnen stellen van een hoger doel. Wie daar, zoals Koestler zelf, het kind in wil zien dat zijn isolement wil verlaten en buiten wil gaan spelen, gaat zijn gang maar; mij lijkt het eerder het dilemma van denken en doen, de spanning tussen het individualisme en het engagement waartoe ieder scherp verstand uitnodigt - en die de bron van de wanhoop van de verslaggever is.
In het artikel van Zeeman komt wat weinig naar voren dat Koestler inderdaad een groot deel van zijn erfenis heeft nagelaten om de Koestler Parapsychology Unit op te richten aan de universiteit van Edinburgh. Dat is, na het verdwijnen van het Parapsychologisch Laboratorium bij de Rijksuniversteit in Utrecht in 1989 nog zo’n beetje de enige plek in Europa waar enig substantieel budget is voor serieus wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de parapsychologie. Hij heeft ook nog het boek The Roots of Coincidence (1972) geschreven, dat een overzicht geeft van het onderzoek naar telepathie en psychokinese tot op dat moment.
20-09-1999 Verslaggever Sceptici in crisis door het paranormale.
Dit artikel leidde tot de enige ‘discussie’ in deze krant voor zover ik kon nagaan. Ik laat die even zoveel mogelijk in zijn eigen waarde. Niet cursief gemaakt, alle uitspraken zijn van de auteurs zelf. De discussie kan steeds heropend worden, zoals blijkt.
Verslaggever: Talloze astrologen, waarzeggers, hypnotiseurs en tarotmeesters zijn al ontmaskerd door sceptisch wetenschappelijk onderzoek. Hun succes bleek te berusten op toeval, trucjes of regelrecht bedrog. Toch verkeert het scepticisme in een diepe crisis, werd dit weekeinde gezegd op een congres van Europese sceptici in Maastricht. Hoeveel natuurwetenschappelijke argumenten er ook worden aangedragen, het paranormale zet zijn onstuitbare opmars gewoon voort.
Sommigen van de ongeveer tweehonderd, overwegend mannelijke sceptici leken dan ook ten einde raad. 'Toen ik twintig jaar geleden begon met het verbreiden van het sceptische standpunt, was ik heel optimistisch. Ik heb in elke grote tv-show in de Verenigde Staten gezeten, maar de situatie wordt alleen maar erger. Er zijn steeds meer mondiale mediabedrijven die het paranormale als amusement verkopen, van Hollywood-films en The X-Files tot paranormale shows op tv. Serieuze wetenschapsprogramma's worden meestal 's nachts uitgezonden', zei de Amerikaanse scepticus Paul Kurtz.
Het lijkt zo simpel om buitenissige claims te beantwoorden met de wetten van logica en wetenschappelijk onderzoek. Maar in de praktijk valt dat vies tegen, zei Christopher French, een psycholoog die in menige Britse tv-show het sceptische standpunt mocht uitdragen. 'Ongeveer 95 procent van de paranormale verschijnselen kun je heel simpel verklaren door toeval, bedrog of verkeerde waarneming. Maar de laatste 5 procent laat zich veel moeilijker verklaren', aldus French. ... Vooral in talkshows op televisie komt de scepticus vaak in een ondankbare positie terecht, is French' ervaring. 'Je bent al heel snel de kille wetenschapper tegenover de warme, invoelende New Age-adept. Of de bevooroordeelde academicus, gevangen in zijn rationeel wereldbeeld, tegenover de ruimdenkende opponent die wil accepteren dat er dingen zijn die we niet rationeel kunnen verklaren.' Bovendien heeft de wetenschapper geen leuke boodschap. French: 'Tegenover je zit iemand die zegt: ''We hebben allemaal verbazingwekkende krachten, als we maar weten hoe we die moeten vrijmaken.'' Dan moet ik zeggen: nee, we hebben helemaal geen verbazingwekkende krachten, we zijn maar doodgewone mensen. Of: de dood is helemaal niet het begin van een spirituele reis, maar slechts de overgang van biochemie naar chemie. Daar maak je jezelf niet populair mee.' Ook de 'slachtoffers' van paranormale verschijnselen reageren vaak vijandig, zegt French. 'Het lijkt mij helemaal niet zo leuk om een klopgeest in je huis te hebben of door ufo's ontvoerd te zijn. Toch willen mensen helemaal niet horen dat er misschien een andere verklaring is voor hun verhaal. Ze voelen zich immers bijzonder door hun paranormale ervaring. Anders zouden ze bijvoorbeeld niet op televisie komen.' De Britse scepticus Wayne Spencer concludeerde dat sceptici maar het beste weg kunnen blijven uit tv-programma's waar geen eer aan te behalen valt. Beter kunnen zij dikke en degelijke boeken schrijven, die het grote publiek niet direct bereiken, maar via de wetenschap wel een belangrijke invloed kunnen uitoefenen. De Vlaamse wetenschapsfilosoof Jean-Paul van Bendegem zag nog het meest in een lichtvoetige bestrijding van de paracultuur. Logische tegenargumenten maken weinig indruk, omdat het bovennatuurlijke zich juist onttrekt aan de wetten der logica. Zelf graancirkels aanleggen, is een veel betere methode om de gelovigen in buitenaards leven beet te nemen. Ook Deense sceptici gebruikten de grap om een 'business-astroloog' te ontmaskeren. Deze man, die zich graag in zijn Ferrari liet fotograferen, beweerde dat hij de ware aard van sollicitanten kon achterhalen op basis van hun horoscoop. Sceptici legden hem een geval voor. 'Deze man is bereid om zichzelf op te offeren en anderen te helpen. Hij is empathisch en zelfs in het bezit van helende krachten', concludeerde de business-astroloog. Helaas had hij zojuist de horoscoop getrokken van nazi-arts Josef Mengele.
28-09-1999 Maarten van Rossem Geloof en Wetenschap Reactie op voorgaande.
Ruim een week geleden congresseerden de Europese sceptici in Maastricht. De sceptici doen uiterst nuttig werk. Zij bestrijden in alle denkbare media met wetenschappelijke argumenten obscurantisme, paranormale kletskoek en New Age-onzin. De stemming in Maastricht was gedrukt, omdat de sceptici de indruk hebben dat zij aan de verliezende hand zijn.
In de massamedia wordt steeds meer aandacht besteed aan ontvoeringen door ruimtewezens, klopgeesten, remcarnatie en de genezende werking van kiezelstenen. Als de sceptici de kans krijgen hun kritische boodschap toe te lichten, worden ze te kijk gezet als kille wetenschappers, kleinzielige reductionisten die weigeren te geloven in de immense paranormale krachten die in de mens sluimeren. Serieuze programma's over de wetenschap worden alleen 's nachts uitgezonden of door obscure zenders, terwijl de piskijkers triomferen in prime time. ....Overigens toonde opinie-onderzoek in de VS aan dat het onderwijzen van de evolutietheorie tot op heden zeldzaam onsuccesvol is geweest. Van de Amerikanen gelooft 44 procent in het Bijbelse scheppingsverhaal en nog eens 40 procent dat God in de evolutie op zijn minst een sturende functie heeft gehad. Slechts 10 procent van de Amerikanen is van mening dat het Darwinistische evolutieconcept juist is. Blijft de vraag of het religieus geinspireerde obscurantisme veld wint. Waarschijnlijk is het altijd al zo geweest dat slechts een kleine minderheid enig benul heeft van de methoden en resultaten van de wetenschap. Dat is even paradoxaal als betreurenswaardig. Onze wereld is ondenkbaar zonder de wetenschap en haar technologische nevenproducten. De meerderheid van de gebruikers van die producten heeft niet het geringste besef hoe en waarom al die apparatuur functioneert. In een wereld die volledig afhankelijk is van de wetenschap prefereert een ruime meerderheid van de mensen een prewetenschappelijk wereldbeeld. En als men het geloof verliest in het christendom, wendt men zich niet tot het wetenschappelijke wereldbeeld, maar tot nog veel vagere religieuze kletskoek. Dat is vooral onbegrijpelijk omdat de moderne wetenschap een oneindig veel interessanter, complexer en opener wereldbeeld te bieden neeft dan welke godsdienst ook.
09-10-1999 Ingezonden brief Reijer Boon Reactie op voorgaande.
(Hele brief). In zijn column op de Forumpagina (28 september) toont Maarten van Rossem zich erg teleurgesteld in al die mensen die zich in hun leven niet (uitsluitend) baseren op het wetenschappelijk beeld van de wereld, maar hun heil (ook) zoeken in 'religieus obscurantisme', 'New Age onzin' enzovoort en zich niets aantrekken van bijvoorbeeld de organisatie van sceptici.
Ik heb chemische technologie gestudeerd; heb ongeveer vijftien jaar in Azië gewerkt en ben momenteel docent milieutechnologie op een hogeschool. Ik voelde me als wetenschapper en zoeker naar de waarheid aangesproken door het betoog van Van Rossem. Ik voel me een wetenschapper, met een speciale interesse in de praktische toepassingen. Ik denk dat wat wij (Westerse) wetenschap noemen een uitstekende ideeënconstructie is om de materiële wereld om ons heen te begrijpen en om allerlei nuttige zaken te produceren, zoals vliegtuigen, ijskasten - en helaas ook de atoombom.
Zo goed als wetenschap is in het verklaren en manipuleren van de stoffelijke aspecten van onze wereld, zo slecht is het in het niet-stoffelijke. Zij weet geen raad met de grote vragen van ons bestaan: waar komen we vandaan; waarom zijn we hier, en waar gaan we heen. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor gevoelens, dromen, geesten, telepathie. Probeert de wetenschap daar toch antwoord op te geven dan is dat meestal klinkklare nonsens. Neem dromen: meestal full-colour verhalen, met een eigen logica, veel emoties en soms bijzondere aspecten, zoals waarschuwingen, toekomstvoorspellingen, enz.
De wetenschappelijke verklaring komt niet veel verder dan dat het producten zijn van toevallige elektrische doorslagen tussen hersencellen.... En wat is de verklaring voor het feit dat mijn vrouw toen zij mij voor het eerst haar kantoor zag binnenstappen, in een flits wist dat ik haar levenspartner zou worden? Toch hebben talloze mensen zo'n ervaring!
Voor levensvragen en andere spirituele vraagstukken wend ik me daarom tot ideeënconstructies die juist daar goed mee overweg kunnen. Vaak worden ze religies genoemd, maar ook het NewAge denken hoort er bij.
Waar ik me erg over verbaas - beter gezegd: wat me vreselijk irriteert- is dat zoveel van mijn medemensen al hun kaarten zetten op één constructie en andersdenkenden verketteren. Zoveel mensen moorden en worden vermoord vanwege hun geloof. Fundamentele gelovigen weten zeker dat hun naasten met wat vrijere opvattingen naar de hel gaan; en wetenschappers hebben het over religieuze kletskoek en New Age onzin.
Allemaal hebben ze met elkaar hun bekrompenheid, misplaatste zekerheid en enorme arrogantie gemeen, maar ook een verbazingwekkend vermogen om alles wat niet in hun geloofssysteem past te negeren of - als ze er echt niet onderuit kunnen - te verklaren op een manier die niets meer met logica te maken heeft. Ook wetenschappers kunnen heel ver gaan in het afschermen van hun zekerheden en lijken dan griezelig veel op het eerste het beste sektelid.
Met andere woorden: niet ik maar Van Rossem is bevangen door religieus obscurantisme waarbij hij zijn ziel en zaligheid ophangt aan één ideeënconstructie, die vermoedelijk momenteel de beste is in het verklaren en structureren van de stoffelijke wereld, maar vrijwel altijd enormiteiten debiteert als het over spirituele zaken, emoties, enz. gaat. De manier waarop hij andersdenkenden te lijf gaat is ronduit sektarisch en getuigt van angst: angst voor het onbekende; angst voor het verlies van zijn zekerheden.
19-10-1999 Martien Philipse, psycholoog. Een vergaarbak vol gemakzucht Reactie op voorafgaande.
De wetenschap heeft misschien geen antwoord op alle vragen over ons bestaan, maar komt wel een heel stuk verder dan alle religies bij elkaar. Het werkelijke probleem, aldus Martien Philipse, is dat de wetenschappelijke antwoorden sommige mensen niet bevallen.
DE term 'spiritualiteit' is tegenwoordig gedevalueerd tot een vergaarbak vol gemakzucht. Uit die bak komt het betoog waarin Reijer Boon (U-pagina, 9 oktober) de bekrompenheid van de wetenschap hekelt. Wetenschap, zo meent hij, heeft geen antwoord op de 'grote vragen' van ons bestaan: waar komen we vandaan, waar gaan we naar toe, waarom zijn we hier?
Voorzover ik weet biedt de wetenschap op beide eerste vraag solidere antwoorden of beter onderbouwde hypothesen dan enige religie. En de derde vraag hoort in dit rijtje niet thuis.
Geen enkele serieuze wetenschapper zal beweren dat het beantwoorden van zingevingsvragen tot zijn werkterrein behoort. Deze fout is typerend voor het betoog van Boon, en ook voor de New Age beweging, religieuze sekten en aanhangers van het paranormale.
Ook presteert Boon het om de wetenschap te verwijten dat zij zich geen raad weet met 'gevoelens, dromen, geesten, telepathie'. Een onzinnige bewering. De (neuro)psychologie heeft heel wat te melden over dromen en gevoelens. Het echte probleem is dat Boon het wetenschappelijke antwoord gewoon niet leuk genoeg vindt. Hij gelooft in toekomstvoorspelling en helderziendheid en verlangt dat de wetenschap daarin meegaat.
Maar wetenschap doet niet aan geloof (wel aan toekomstvoorspellen, trouwens, en is daar tot op heden weliswaar bij lange na niet onfeilbaar in, maar toch aanmerkelijk succesvoller dan enig paragnost of medium).
Het bestaan van voorspellende dromen is een hypothese waarvoor een schromelijk gebrek aan bewijs bestaat: hetzelfde geldt voor geesten en telepathie (en draken en kabouters en zovoort). De systematische waameming geeft geen enkele reden om het bestaan van zulke fenomenen te veronderstellen.
De ultieme verwarring van geloof en feit is wel de bewering 'dat wetenschap ook maar een geloof is. Niets is minder waar. Wetenschap is een manier van denken gebaseerd op kritische reflectie en scepsis. Wetenschap plaatst in tegenstelling tot elke religie en in tegenstelling tot Boon, voortdurend vraagtekens bij zijn eigen theorieën. Die manier van denken past op alle beweringen over de werkelijkheid - inclusief religie.
Bovendien bewijst een terrein als de quantummechanica, waar het wemelt van de meest spookachtige en bizarre verschijnselen, dat dingen die echt bestaan zich op zeker moment vanuit de waarneming aan ons voordoen, hoe vreemd of onverwacht ze ook zijn. Als we zulke ragfijne en uitzonderlijke processen al op het spoor zijn, waarom hebben we dan nog steeds niets gezien van de veel spectaculairdere verschijnselen die Boon ons voor waar wil aan smeren?
Mensen zijn verhalenmakérs die graag verbanden en betekenissen creëren waar die niet zijn: alles moet immers een zin of een doel hebben. Wetenschap heeft de voor velen hinderlijke neiging om vraagtekens te zetten bij die egocentrische en pasklare kijk op de wereld. Realiteiten als de uitgestrektheid van het heelal in tijd en ruimte, de nietigheid van onze planeet, de onverbiddelijke werking van de Tweede Wet van de Themmodynamica, maar ook de complexiteit en onvoorspelbaarheid van menselijk gedrag: ze maken de vraag naar de zin van ons bestaan niet gemakkelijker.
Toch ligt in de erkenning van deze feiten de weg naar een volwassen zingeving en spiritualiteit - niet in een commerciële speelgoedkist vol aura's, spoken en andere uitverkoop-mystiek. Nergens worden we meer geconfronteerd met de onzekerheden van ons bestaan en de complexiteit van de ons omringende werkelijkheid dan in de voorhoede van de hedendaagse wetenschap - dus kom mij niet vertellen dat wetenschappers bang of bekrompen zijn!
Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het scepticisme : Van Calmthout (2)
vrijdag 26 januari 2007 14:50
Het scepticisme : Van Calmthout
(2)
25-01-1997 (++) Hardnekkige begoochelingen. Bespreking van tentoonstelling Illusions, over de misleidbaarheid van de hersenen: zinsbegoocheling. Grappig genoeg is hier ook Randi van de partij. VC: Illusions, een productie van het Finse wetenschapscentrum Heureka in Helsinki, waarmee het Museon een samenwerking heeft, wemelt ervan. Holle objecten blijken bol, groot blijkt klein en omgekeerd, zwaar blijkt licht, warm koud, lang kort, je kunt er na drie stappen in een spiegelpaleis hopeloos verdwaald blijken, kleuren veranderen in andere kleuren, je ziet diepte waar die niet bestaat, of beweging, en links blijkt rechts dankzij een omkeerkoptelefoon. Voortdurend schat de bezoeker wat hij krijgt voorgezet, verkeerd in. Bedenken dat je hersenen worden misleid, helpt doorgaans weinig. Hersenen, de plaats waar de signalen van de zintuigen worden verwerkt en betekenis krijgen, volharden in hun interpretatie van de werkelijkheid, ook al weet de eigenaar dat er iets niet klopt. Dat stemt tot nadenken. Spelen onze zintuigen ons in het dagelijks leven niet veel vaker parten dan we doorgaans denken?....In het Museon daagt Randi dit weekend alle illusionisten, of het nou goochelaars zijn of paragnosten, uit hem iets te laten zien dat hij niet begrijpt. Anders doet hij het ter plekke na, is de belofte. Toveren bestaat niet, en het bovennatuurlijke nog minder, is zijn boodschap.
In het artikel wordt het niet (weer) genoemd, maar Randi biedt al jaren een miljoen dollar aan degene die hem werkelijke ‘paranormale’ begaafdheid kan tonen. Daar is ook nog meer over te zeggen, maar niet hier.
Belangrijk gegeven is vooral, dat we op moeten passen te denken dat onze normale waarneming zo betrouwbaar zou zijn. Al evenmin als ons herinneren, denk bijvoorbeeld alleen al maar eens aan de zogenaamde hervonden herinneringen. Laat staan ons redeneren, denk bijvoorbeeld alleen al maar eens aan onze matige capaciteit waarschijnlijkheden in te schatten. Helderziendheid is per definitie negatief gedefinieerd, en juist in die functies. Informatie, niet verkregen via waarnemen, zich herinneren en redeneren. We bedoelen dus dan ook steeds: op grond van de bestaande kennis van die wezenlijke menselijke functies, en die kennis sluit ook de kennis over de relatieve onbetrouwbaarheid van die functies in. Dat alles pleit dus niet vòòr maar eerder tegen verschijnselen waarvan we voorlopig alleen ‘verhalen’ en ‘ervaringen’ hebben. Zo’n tentoonstelling laat dat de bezoeker ervaren wat betreft waarneming.
Op 23-07-2005 (++) Soms zit het overmoedige bewustzijn vreselijk in de weg schrijft VC over een onderzoek naar blindsight door de vakgroep psychonomie Universiteit van Amsterdam en daarin komt het woord ‘helderziende’ op een zijdelingse en grappige manier naar voren. Namelijk onderzoeker Jolij zelf meldt:... Dat verschijnsel is ook bekend van sommige patiënten met hersenschade: niks zien en toch visueel waarnemen. Blindsight heet dat in de literatuur. Jolij heeft het, dankzij zijn eigen meetopstelling, zelf ervaren. Bizar, vindt hij nog steeds. 'Je voelt je echt een helderziende.' Zonder dat het gezegd wordt, bewijst deze vakgroep dat toenemende echte kennis van de menselijke waarneming op termijn ook nog steeds een en ander kan bijdragen aan de ‘verklaring’ van ‘bijzondere sensaties’ van mensen. Zoveel mag de lezer duidelijk zijn.
01-02-1997 (+) Aardse verklaringen voor het bovenaardse. Bespreking van achtergrond van een programma op TV, waarvan ik zelf niet één aflevering heb gezien, maar die in deze jaren kennelijk zeer populair is geweest. VC: In het zojuist verschenen essaybundel Deny All Knowledge, reading the X-files van David Lavery, Angela Hague en Maria Cartright wordt de hype zelf onderwerp van onderzoek, en eigenlijk levert dat een wel zo interessant boek op. Diverse auteurs bespreken de serie vanuit uiteenlopende perspectieven en zoeken steeds een verklaring voor de ongekende populariteit. De samenzweringstheorie kan veel verklaren, maar er zijn ook andere factoren denkbaar. In Mulder, een zachtzinnige dromerige man die op zijn gevoel vaart, en Scully, een harde sceptische vrouw die harde gegevens eist, zijn de traditionele rollen op een onbewust intrigerende manier omgekeerd. En is het toevallig dat een aanzienlijk deel van de grote schare fans via Internet communiceert, ook al zo'n jaren-negentig high tech fenomeen? Of is de tegenwoordige tijd in de afleveringen een extra aantrekkelijke vorm van science fiction? Dat zijn boeiende kwesties. Het enige merkwaardige aan deze stortvloed van intellectuele overpeinzingen blijft dat het toch echt allemaal maar over een televisieserie gaat. Daar moet je ook weer niet te veel achter zoeken. Daar moet je onderuit op de bank naar kijken als je niks beters hebt te doen.
Misschien is dit een toch wat te ver doorgevoerd relativisme. Maar evident lijkt dat onderzoek naar het geloof in of zelfs ‘genieten’ van fictieve maar spannende mogelijkheden van de mens misschien wel minstens zo belangrijk is als het parapsychologisch onderzoek zelf. Ook binnen dat vak is er nogal wat onderzoek naar dat wel of niet geloven in de verschijnselen gedaan. En zijn er ook experimenten gedaan die probeerden de vraag te onderzoeken of ‘gelovers’ betere resultaten haalden bij raadproeven dan ‘niet-gelovers’, ook wel heel plastisch aangeduid als schapen en geiten. En er zijn zelfs ook enquetes onder de serieuze parapsychologen geweest met onder meer de vraag wanneer ze eventueel een grote doorbraak zouden verwachten in het onderzoek. In the year 2525, if man is still alive, was een van de antwoorden. Dat was dus duidelijk een scepticus binnen het vakgebied.
Maar ook het SCP geeft hierover soms cijfers. Op 20-06-1997 (+) bespreekt de krant een rapport van het SCP Secularisatie en alternatieve zingeving in Nederland. In die bespreking staat: De tien meest populaire alternatieve onderwerpen, uitgedrukt in het percentage van de Nederlanders dat er 'zeker' in gelooft. 1. Homeopathie 36,3; 2. Yoga 19,0; 3. Telepathie 17,8; 4. Astrologie 9,3; 5. Reïncarnatie 9,2; 6. UFO's/Buitenaardse beschavingen 8,7; 7. Parapsychologie 5,1; 8. Geneeskrachtige edelstenen 5,0; 9. Handlijnkunde 4,5; 10. Bio-energetica 3,8
Dit moet wel een beetje een vreemd onderzoek zijn geweest voor zover het om de parapsychologie gaat. Wie gelooft er in de parapsychologie? Wat valt daaraan te geloven? Dat mensen in het bestaan van telepathie geloven, dat kan, maar dat is een onderwerp van de parapsychologie. Al die andere zaken inderdaad in elk geval niet. En dat onderscheid is in elk geval wel en terecht gemaakt. Die willen zo nu en dan ook nog wel eens allemaal als ‘paranormaal’ bestempeld worden door sommigen, maar ze zijn geen onderwerp van de parapsychologie. Hier wordt in elk geval het woord ‘alternatief’ gebruikt voor al die zaken, waarvan parapsychologie er dan één zou zijn, en dat is in elk geval beter. Mogelijk wordt er bedoeld dat 5% van de mensen gelooft dat de parapsychologie ooit met resultaten komt die op het bestaan van enerzijds telepathie of helderziendheid en anderzijds psychokinese wijzen. Dat zegt dan niet zoveel. Meer zegt dat ongeveer 1 op de 5 mensen in Nederland ‘zeker’ gelooft in telepathie cq helderziendheid.
26-09-1997 (++) Wonderwereld tussen hemel en aarde Bespreking van boek Tussen waarheid & waanzin van J.Nienhuys en M.Hulspas van Skepsis, het boek waar Lagendijk zich aan ergerde. CV citeert: Pseudo-wetenschappen, definiëren ze in hun inleiding, zijn de theorieën waarmee aanhangers hun strikt persoonlijke visies wetenschappelijk aanzien proberen te geven. Zelfkritiek is daarbij doorgaans niet het sterkste punt, terwijl vaak ook de meest elementaire beginselen van statistiek en methodologische zuiverheid ontbreken.
Interessant voor degenen die het sceptische gedachtengoed van de Stichting Skepsis verder willen leren kennen. Zij heeft een kwartaalblad, Skepter, en een uitgebreide website. Zij is ook deel van een internationaal netwerk met in zeer veel landen een zusterorganisatie. De aandacht van de Stichting betreft een veel wijder gebied dan alleen de parapsychologie. Je zou kunnen zeggen dat het hele bovenstaande lijstje van het SCP en nog meer bij hen aan bod komt. De enkele serieuze parapsychologen steekt het wel eens dat deze sceptici zo prominent over pseudo-wetenschap spreken. Terwijl deze sceptici wel degelijk nadrukkelijk verschil maken tussen enerzijds serieus parapsychologisch onderzoek, en daar ook geen moeite mee en zelfs soms wel waardering voor hebben, tenzij er fouten worden gemaakt in dat onderzoek, en anderzijds allerlei ongefundeerde claims op het gebied van de parapsychologie, met name ‘paranormale begaafdheid’ is het in de praktijk toch zo dat het de parapsycholoog is die telkens weer uit moet leggen, ook aan de gemiddeld goed opgeleide, dat hij niet met pseudo-wetenschap bezig is. Ook de term proto-wetenschap wordt wel eens gebruikt in relatie tot de serieuze parapsychologie. Zo kort mogelijk gezegd: een wetenschap die wel de echte wetenschappelijke methoden hanteert, en daar zelfs hier en daar een nieuwe bijdrage aan levert, maar niet over een duidelijke theorie beschikt. Daar is minder bezwaar tegen en dat is ook voor een groot deel de stand van zaken. Maar dat geldt zelfs maar voor een deel. Er is dus bijvoorbeeld ook een groot ‘proces-gericht’ en niet ‘bewijs-gericht’ onderzoek naar helderzienden gedaan, dat evengoed onder de psychologie als onder de parapsychologie besproken kan worden. En theorievorming kan pas beginnen na goed beschrijvend onderzoek.
16-05-1998: De spirofoon. VC ontdekt een raar geval....Maar waar in de Octrooiwet staat eigenlijk met zoveel woorden dat een vinding op een reëel verschijnsel moet berusten? Nergens. De bescherming van het vruchtgebruik van een idee, ingeving of vinding, dat is het enige wat de wetgever wil garanderen. Normaal of desnoods paranormaal. En paranormaal is Baars' spirofoon zeker. Zijn machine bestaat uit twee delen, een zender en een ontvanger, waartussen volgens de Utrechtse uitvinder de geestelijke wereld zijn invloed doet gelden...
Op zich nog wel geestig, om te zien hoe het met de Octrooiwet staat in dit opzicht. Maar thuishorend bij de rubriek wetenschap? Hier ben ik in elk geval even geneigd met Lagendijk’s klacht mee te denken.
07-11-1998: (+) Zoeken naar de bekende weg. Bespreking van het boek van Ian Stewart: Het Magische Labyrint. Het woord helderziend valt hier alleen zijdelings bij hetvolgende trucje: VC: Vraag iemand op het podium en laat hem een getal in gedachten nemen. Laat hem daar tien bij optellen, de uitkomst met twee vermenigvuldigen en daar weer zes van aftrekken. Deel de uitkomst door twee en verminder het geheel met het oorspronkelijke getal. Wedden dat het antwoord zeven is? Helderziendheid? Geenszins, de opdrachten zijn niets anders dan een slinkse manier om zeven bij het oorspronkelijke getal op te tellen en er dan het getal weer vanaf te trekken. Met een klein beetje algebra (noem het onbekende getal x) is dat zo te bewijzen.
Wel ook de behartenswaardige uitspraak van Stewart: Steeds weer is de conclusie dat de menselijke intuïtie tekortschiet bij het doorgronden van de werkelijkheid. Wiskunde dwingt tot nadere precisie, die soms van levensbelang kan zijn omdat de wereld nu eenmaal precies is. 'Hoewel wiskunde slechts een schepping van de menselijke geest is, heeft ze ons een geweldige macht verleend over de wereld die we bewonen. Dat is echte magie.'
23-09-2000: (+) Weekendje speculeren. Artikel over bijeenkomst Society for Scientific Exploration. CV: SSE is in 1982 opgericht door Amerikaanse hoogleraren die het naar eigen zeggen benauwd kregen van de bekrompenheid in de heersende wetenschap. De club, die inmiddels wereldwijd achthonderd leden telt en een eigen tijdschrift publiceert, wil een platform zijn voor het debat over onderwerpen die buiten de academische hoofdstroom vallen.....Op het tweedaagse programma staat daarom ook emeritus hoogleraar filosofie prof. dr. S. J. Doorman, sinds een jaar voorzitter van Stichting Skepsis doorgaans felle bestrijders van de pseudowetenschappen. Ook Bierman, een van de welgeteld drie Nederlandse SSE-leden, was al meermalen doelwit. Slijpt Doorman zijn mes al? Welnee, zegt hij mild. 'Ik prefereer de ironische variant van de scepsis: op verdraagzame wijze kennis nemen van de onzin die men zoal te berde weet te brengen.' Het programma van het congres heeft hij nog niet mogen ontvangen, nee. Hem is alleen de vraag gesteld wat de toekomst van de onorthodoxe wetenschap zou kunnen zijn. Dat is eerlijk gezegd een beetje een onnozele vraag, geeft Doorman alvast maar een voorschot. 'Galilei was onorthodox, en had gelijk. Alleen kun je daar geen legitimatie aan ontlenen. De waarde van onorthodoxe ideeën laat zich uitsluitend achteraf vaststellen. Ze hebben hooguit een verleden, maar geen kenbare toekomst.'
Niets aan toe te voegen. De ironische kant van het scepticisme. En inderdaad, er zijn in elk geval ook diverse varianten van scepticisme. Want zie, drie maanden later.
16-12-2000: (+) Trappen tegen de lepelbuigers. Bespreking van boek van Martin Gardner: Did Adam and Eve Have Navels? CV: In zijn nieuwe boek Did Adam and Eve Have Navels? blijkt de inmiddels 86-jarige journalist ook een aanmerkelijk agressievere kant te bezitten. In bijna dertig essays neemt hij quasi-wetenschappelijke en paranormale inzichten op de korrel. En hij houdt pas op als zijn slachtoffer vernederd door het stof kruipt. ... Wanneer, kortom, scepticus Martin Gardner ten strijde trekt tegen het mystieke volkje schraapt hij door tot de laatste pek en veren. 'Ik verontschuldig me nergens voor', schrijft hij in de inleiding. 'Ik denk dat het de opdracht van wetenschappers en journalisten is om nepwetenschap te ontmaskeren, zeker op medisch terrein, waar waandenkbeelden lijden en zelfs de dood kunnen veroorzaken.' .... Gardner heeft met zijn harde aanpak de toon gezet voor veel sceptische auteurs, in Nederland bijvoorbeeld Rob Nanninga en Marcel Hulspas van de Stichting Skepsis. Ook die houden, zeiden ze ooit tegen de Volkskrant, 'wel van een beetje jennen'.
Maar VC houdt toch ook wel een beetje afstand: Het ragfijne fileermes waarmee hij (Gardner) in het verleden streng maar rechtvaardig een lepelbuiger als Uri Geller aanpakte, stap voor stap diens ordinaire trucs ontledend, is hier ingeruild voor een simpele rotschop.
21-05-2005: (+) Lekker quantumzwijmelen. Artikel naar aanleiding van de cultfilm What the Beep do We Know? Er komt een Utrechtse parapsycholoog in het stukje voor zonder dat diens naam nog genoemd wordt. Het moet VC kennelijk ook niet te gek worden.
Voor zover ik ben nagegaan is dit de laatste bijdrage van Martijn van Calmthout met betrekking tot het onderwerp. En hieruit spreekt mogelijk ook een zekere aversie. Het kan natuurlijk toeval zijn, of ook andere oorzaken hebben, maar mogelijk houdt hij het ‘gebied’ zelf nu ook wel een beetje voor gezien, want een recent congres van Skepsis moet het doen met een heel kort artikeltje in de Volkskrant Helderzienden doorprikken (28-10-2006), zonder de naam van een auteur erboven. Het was ook volgens een scepticus van Skepsis zelf een niet erg inspirerend of nieuwe gezichtspunten opleverend congres.
25-01-1997 (++) Hardnekkige begoochelingen. Bespreking van tentoonstelling Illusions, over de misleidbaarheid van de hersenen: zinsbegoocheling. Grappig genoeg is hier ook Randi van de partij. VC: Illusions, een productie van het Finse wetenschapscentrum Heureka in Helsinki, waarmee het Museon een samenwerking heeft, wemelt ervan. Holle objecten blijken bol, groot blijkt klein en omgekeerd, zwaar blijkt licht, warm koud, lang kort, je kunt er na drie stappen in een spiegelpaleis hopeloos verdwaald blijken, kleuren veranderen in andere kleuren, je ziet diepte waar die niet bestaat, of beweging, en links blijkt rechts dankzij een omkeerkoptelefoon. Voortdurend schat de bezoeker wat hij krijgt voorgezet, verkeerd in. Bedenken dat je hersenen worden misleid, helpt doorgaans weinig. Hersenen, de plaats waar de signalen van de zintuigen worden verwerkt en betekenis krijgen, volharden in hun interpretatie van de werkelijkheid, ook al weet de eigenaar dat er iets niet klopt. Dat stemt tot nadenken. Spelen onze zintuigen ons in het dagelijks leven niet veel vaker parten dan we doorgaans denken?....In het Museon daagt Randi dit weekend alle illusionisten, of het nou goochelaars zijn of paragnosten, uit hem iets te laten zien dat hij niet begrijpt. Anders doet hij het ter plekke na, is de belofte. Toveren bestaat niet, en het bovennatuurlijke nog minder, is zijn boodschap.
In het artikel wordt het niet (weer) genoemd, maar Randi biedt al jaren een miljoen dollar aan degene die hem werkelijke ‘paranormale’ begaafdheid kan tonen. Daar is ook nog meer over te zeggen, maar niet hier.
Belangrijk gegeven is vooral, dat we op moeten passen te denken dat onze normale waarneming zo betrouwbaar zou zijn. Al evenmin als ons herinneren, denk bijvoorbeeld alleen al maar eens aan de zogenaamde hervonden herinneringen. Laat staan ons redeneren, denk bijvoorbeeld alleen al maar eens aan onze matige capaciteit waarschijnlijkheden in te schatten. Helderziendheid is per definitie negatief gedefinieerd, en juist in die functies. Informatie, niet verkregen via waarnemen, zich herinneren en redeneren. We bedoelen dus dan ook steeds: op grond van de bestaande kennis van die wezenlijke menselijke functies, en die kennis sluit ook de kennis over de relatieve onbetrouwbaarheid van die functies in. Dat alles pleit dus niet vòòr maar eerder tegen verschijnselen waarvan we voorlopig alleen ‘verhalen’ en ‘ervaringen’ hebben. Zo’n tentoonstelling laat dat de bezoeker ervaren wat betreft waarneming.
Op 23-07-2005 (++) Soms zit het overmoedige bewustzijn vreselijk in de weg schrijft VC over een onderzoek naar blindsight door de vakgroep psychonomie Universiteit van Amsterdam en daarin komt het woord ‘helderziende’ op een zijdelingse en grappige manier naar voren. Namelijk onderzoeker Jolij zelf meldt:... Dat verschijnsel is ook bekend van sommige patiënten met hersenschade: niks zien en toch visueel waarnemen. Blindsight heet dat in de literatuur. Jolij heeft het, dankzij zijn eigen meetopstelling, zelf ervaren. Bizar, vindt hij nog steeds. 'Je voelt je echt een helderziende.' Zonder dat het gezegd wordt, bewijst deze vakgroep dat toenemende echte kennis van de menselijke waarneming op termijn ook nog steeds een en ander kan bijdragen aan de ‘verklaring’ van ‘bijzondere sensaties’ van mensen. Zoveel mag de lezer duidelijk zijn.
01-02-1997 (+) Aardse verklaringen voor het bovenaardse. Bespreking van achtergrond van een programma op TV, waarvan ik zelf niet één aflevering heb gezien, maar die in deze jaren kennelijk zeer populair is geweest. VC: In het zojuist verschenen essaybundel Deny All Knowledge, reading the X-files van David Lavery, Angela Hague en Maria Cartright wordt de hype zelf onderwerp van onderzoek, en eigenlijk levert dat een wel zo interessant boek op. Diverse auteurs bespreken de serie vanuit uiteenlopende perspectieven en zoeken steeds een verklaring voor de ongekende populariteit. De samenzweringstheorie kan veel verklaren, maar er zijn ook andere factoren denkbaar. In Mulder, een zachtzinnige dromerige man die op zijn gevoel vaart, en Scully, een harde sceptische vrouw die harde gegevens eist, zijn de traditionele rollen op een onbewust intrigerende manier omgekeerd. En is het toevallig dat een aanzienlijk deel van de grote schare fans via Internet communiceert, ook al zo'n jaren-negentig high tech fenomeen? Of is de tegenwoordige tijd in de afleveringen een extra aantrekkelijke vorm van science fiction? Dat zijn boeiende kwesties. Het enige merkwaardige aan deze stortvloed van intellectuele overpeinzingen blijft dat het toch echt allemaal maar over een televisieserie gaat. Daar moet je ook weer niet te veel achter zoeken. Daar moet je onderuit op de bank naar kijken als je niks beters hebt te doen.
Misschien is dit een toch wat te ver doorgevoerd relativisme. Maar evident lijkt dat onderzoek naar het geloof in of zelfs ‘genieten’ van fictieve maar spannende mogelijkheden van de mens misschien wel minstens zo belangrijk is als het parapsychologisch onderzoek zelf. Ook binnen dat vak is er nogal wat onderzoek naar dat wel of niet geloven in de verschijnselen gedaan. En zijn er ook experimenten gedaan die probeerden de vraag te onderzoeken of ‘gelovers’ betere resultaten haalden bij raadproeven dan ‘niet-gelovers’, ook wel heel plastisch aangeduid als schapen en geiten. En er zijn zelfs ook enquetes onder de serieuze parapsychologen geweest met onder meer de vraag wanneer ze eventueel een grote doorbraak zouden verwachten in het onderzoek. In the year 2525, if man is still alive, was een van de antwoorden. Dat was dus duidelijk een scepticus binnen het vakgebied.
Maar ook het SCP geeft hierover soms cijfers. Op 20-06-1997 (+) bespreekt de krant een rapport van het SCP Secularisatie en alternatieve zingeving in Nederland. In die bespreking staat: De tien meest populaire alternatieve onderwerpen, uitgedrukt in het percentage van de Nederlanders dat er 'zeker' in gelooft. 1. Homeopathie 36,3; 2. Yoga 19,0; 3. Telepathie 17,8; 4. Astrologie 9,3; 5. Reïncarnatie 9,2; 6. UFO's/Buitenaardse beschavingen 8,7; 7. Parapsychologie 5,1; 8. Geneeskrachtige edelstenen 5,0; 9. Handlijnkunde 4,5; 10. Bio-energetica 3,8
Dit moet wel een beetje een vreemd onderzoek zijn geweest voor zover het om de parapsychologie gaat. Wie gelooft er in de parapsychologie? Wat valt daaraan te geloven? Dat mensen in het bestaan van telepathie geloven, dat kan, maar dat is een onderwerp van de parapsychologie. Al die andere zaken inderdaad in elk geval niet. En dat onderscheid is in elk geval wel en terecht gemaakt. Die willen zo nu en dan ook nog wel eens allemaal als ‘paranormaal’ bestempeld worden door sommigen, maar ze zijn geen onderwerp van de parapsychologie. Hier wordt in elk geval het woord ‘alternatief’ gebruikt voor al die zaken, waarvan parapsychologie er dan één zou zijn, en dat is in elk geval beter. Mogelijk wordt er bedoeld dat 5% van de mensen gelooft dat de parapsychologie ooit met resultaten komt die op het bestaan van enerzijds telepathie of helderziendheid en anderzijds psychokinese wijzen. Dat zegt dan niet zoveel. Meer zegt dat ongeveer 1 op de 5 mensen in Nederland ‘zeker’ gelooft in telepathie cq helderziendheid.
26-09-1997 (++) Wonderwereld tussen hemel en aarde Bespreking van boek Tussen waarheid & waanzin van J.Nienhuys en M.Hulspas van Skepsis, het boek waar Lagendijk zich aan ergerde. CV citeert: Pseudo-wetenschappen, definiëren ze in hun inleiding, zijn de theorieën waarmee aanhangers hun strikt persoonlijke visies wetenschappelijk aanzien proberen te geven. Zelfkritiek is daarbij doorgaans niet het sterkste punt, terwijl vaak ook de meest elementaire beginselen van statistiek en methodologische zuiverheid ontbreken.
Interessant voor degenen die het sceptische gedachtengoed van de Stichting Skepsis verder willen leren kennen. Zij heeft een kwartaalblad, Skepter, en een uitgebreide website. Zij is ook deel van een internationaal netwerk met in zeer veel landen een zusterorganisatie. De aandacht van de Stichting betreft een veel wijder gebied dan alleen de parapsychologie. Je zou kunnen zeggen dat het hele bovenstaande lijstje van het SCP en nog meer bij hen aan bod komt. De enkele serieuze parapsychologen steekt het wel eens dat deze sceptici zo prominent over pseudo-wetenschap spreken. Terwijl deze sceptici wel degelijk nadrukkelijk verschil maken tussen enerzijds serieus parapsychologisch onderzoek, en daar ook geen moeite mee en zelfs soms wel waardering voor hebben, tenzij er fouten worden gemaakt in dat onderzoek, en anderzijds allerlei ongefundeerde claims op het gebied van de parapsychologie, met name ‘paranormale begaafdheid’ is het in de praktijk toch zo dat het de parapsycholoog is die telkens weer uit moet leggen, ook aan de gemiddeld goed opgeleide, dat hij niet met pseudo-wetenschap bezig is. Ook de term proto-wetenschap wordt wel eens gebruikt in relatie tot de serieuze parapsychologie. Zo kort mogelijk gezegd: een wetenschap die wel de echte wetenschappelijke methoden hanteert, en daar zelfs hier en daar een nieuwe bijdrage aan levert, maar niet over een duidelijke theorie beschikt. Daar is minder bezwaar tegen en dat is ook voor een groot deel de stand van zaken. Maar dat geldt zelfs maar voor een deel. Er is dus bijvoorbeeld ook een groot ‘proces-gericht’ en niet ‘bewijs-gericht’ onderzoek naar helderzienden gedaan, dat evengoed onder de psychologie als onder de parapsychologie besproken kan worden. En theorievorming kan pas beginnen na goed beschrijvend onderzoek.
16-05-1998: De spirofoon. VC ontdekt een raar geval....Maar waar in de Octrooiwet staat eigenlijk met zoveel woorden dat een vinding op een reëel verschijnsel moet berusten? Nergens. De bescherming van het vruchtgebruik van een idee, ingeving of vinding, dat is het enige wat de wetgever wil garanderen. Normaal of desnoods paranormaal. En paranormaal is Baars' spirofoon zeker. Zijn machine bestaat uit twee delen, een zender en een ontvanger, waartussen volgens de Utrechtse uitvinder de geestelijke wereld zijn invloed doet gelden...
Op zich nog wel geestig, om te zien hoe het met de Octrooiwet staat in dit opzicht. Maar thuishorend bij de rubriek wetenschap? Hier ben ik in elk geval even geneigd met Lagendijk’s klacht mee te denken.
07-11-1998: (+) Zoeken naar de bekende weg. Bespreking van het boek van Ian Stewart: Het Magische Labyrint. Het woord helderziend valt hier alleen zijdelings bij hetvolgende trucje: VC: Vraag iemand op het podium en laat hem een getal in gedachten nemen. Laat hem daar tien bij optellen, de uitkomst met twee vermenigvuldigen en daar weer zes van aftrekken. Deel de uitkomst door twee en verminder het geheel met het oorspronkelijke getal. Wedden dat het antwoord zeven is? Helderziendheid? Geenszins, de opdrachten zijn niets anders dan een slinkse manier om zeven bij het oorspronkelijke getal op te tellen en er dan het getal weer vanaf te trekken. Met een klein beetje algebra (noem het onbekende getal x) is dat zo te bewijzen.
Wel ook de behartenswaardige uitspraak van Stewart: Steeds weer is de conclusie dat de menselijke intuïtie tekortschiet bij het doorgronden van de werkelijkheid. Wiskunde dwingt tot nadere precisie, die soms van levensbelang kan zijn omdat de wereld nu eenmaal precies is. 'Hoewel wiskunde slechts een schepping van de menselijke geest is, heeft ze ons een geweldige macht verleend over de wereld die we bewonen. Dat is echte magie.'
23-09-2000: (+) Weekendje speculeren. Artikel over bijeenkomst Society for Scientific Exploration. CV: SSE is in 1982 opgericht door Amerikaanse hoogleraren die het naar eigen zeggen benauwd kregen van de bekrompenheid in de heersende wetenschap. De club, die inmiddels wereldwijd achthonderd leden telt en een eigen tijdschrift publiceert, wil een platform zijn voor het debat over onderwerpen die buiten de academische hoofdstroom vallen.....Op het tweedaagse programma staat daarom ook emeritus hoogleraar filosofie prof. dr. S. J. Doorman, sinds een jaar voorzitter van Stichting Skepsis doorgaans felle bestrijders van de pseudowetenschappen. Ook Bierman, een van de welgeteld drie Nederlandse SSE-leden, was al meermalen doelwit. Slijpt Doorman zijn mes al? Welnee, zegt hij mild. 'Ik prefereer de ironische variant van de scepsis: op verdraagzame wijze kennis nemen van de onzin die men zoal te berde weet te brengen.' Het programma van het congres heeft hij nog niet mogen ontvangen, nee. Hem is alleen de vraag gesteld wat de toekomst van de onorthodoxe wetenschap zou kunnen zijn. Dat is eerlijk gezegd een beetje een onnozele vraag, geeft Doorman alvast maar een voorschot. 'Galilei was onorthodox, en had gelijk. Alleen kun je daar geen legitimatie aan ontlenen. De waarde van onorthodoxe ideeën laat zich uitsluitend achteraf vaststellen. Ze hebben hooguit een verleden, maar geen kenbare toekomst.'
Niets aan toe te voegen. De ironische kant van het scepticisme. En inderdaad, er zijn in elk geval ook diverse varianten van scepticisme. Want zie, drie maanden later.
16-12-2000: (+) Trappen tegen de lepelbuigers. Bespreking van boek van Martin Gardner: Did Adam and Eve Have Navels? CV: In zijn nieuwe boek Did Adam and Eve Have Navels? blijkt de inmiddels 86-jarige journalist ook een aanmerkelijk agressievere kant te bezitten. In bijna dertig essays neemt hij quasi-wetenschappelijke en paranormale inzichten op de korrel. En hij houdt pas op als zijn slachtoffer vernederd door het stof kruipt. ... Wanneer, kortom, scepticus Martin Gardner ten strijde trekt tegen het mystieke volkje schraapt hij door tot de laatste pek en veren. 'Ik verontschuldig me nergens voor', schrijft hij in de inleiding. 'Ik denk dat het de opdracht van wetenschappers en journalisten is om nepwetenschap te ontmaskeren, zeker op medisch terrein, waar waandenkbeelden lijden en zelfs de dood kunnen veroorzaken.' .... Gardner heeft met zijn harde aanpak de toon gezet voor veel sceptische auteurs, in Nederland bijvoorbeeld Rob Nanninga en Marcel Hulspas van de Stichting Skepsis. Ook die houden, zeiden ze ooit tegen de Volkskrant, 'wel van een beetje jennen'.
Maar VC houdt toch ook wel een beetje afstand: Het ragfijne fileermes waarmee hij (Gardner) in het verleden streng maar rechtvaardig een lepelbuiger als Uri Geller aanpakte, stap voor stap diens ordinaire trucs ontledend, is hier ingeruild voor een simpele rotschop.
21-05-2005: (+) Lekker quantumzwijmelen. Artikel naar aanleiding van de cultfilm What the Beep do We Know? Er komt een Utrechtse parapsycholoog in het stukje voor zonder dat diens naam nog genoemd wordt. Het moet VC kennelijk ook niet te gek worden.
Voor zover ik ben nagegaan is dit de laatste bijdrage van Martijn van Calmthout met betrekking tot het onderwerp. En hieruit spreekt mogelijk ook een zekere aversie. Het kan natuurlijk toeval zijn, of ook andere oorzaken hebben, maar mogelijk houdt hij het ‘gebied’ zelf nu ook wel een beetje voor gezien, want een recent congres van Skepsis moet het doen met een heel kort artikeltje in de Volkskrant Helderzienden doorprikken (28-10-2006), zonder de naam van een auteur erboven. Het was ook volgens een scepticus van Skepsis zelf een niet erg inspirerend of nieuwe gezichtspunten opleverend congres.
Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het scepticisme: Van Calmthout (1)
vrijdag 26 januari 2007 14:21
Het scepticisme: Van Calmthout (1)
Ik volg in principe de chronologische volgorde van de bijdragen van Van Calmthout (VC) aan de krant voor zover betrekking hebbend op ons onderwerp. Soms wijk ik er vanaf omdat het meer voor de hand ligt een later artikel bij een eerder artikel te betrekken. Ik beperk me in principe ook zoveel mogelijk tot een enkel citaat. Aan de lezer om het geheel eventueel nog eens op te zoeken in het archief. Ik geef toelichting, waar ik denk dat de lezer dat interessant zou kunnen vinden. De vraag is ook of Lagendijk misschien toch een ook beetje gelijk heeft: er is veel te veel aandacht voor het paranormale in de media. En dus misschien ook in deze vorm: dat deze wetenschapsjournalist van de Volkskrant misschien relatief toch ook wel te veel aandacht schonk aan het ‘paranormale’, afgezet tegen de hele wetenschap. Hoewel Lagendijk zich dit zichzelf niet expliciet afvraagt. Ik vind het zelf moeilijk te beoordelen, ik denk dat het meevalt, maar ik ga niet alles van Van Calmthout na. Dat zou ook weer te ver voeren.
25-06-1994: (+) Oogkleppen houden wetenschap in het rechte spoor Bespreekt boek van collega-wetenschapsjournalist Richard Milton: Forbidden Science. Vrij vertaald: Milton vraagt zich onder veel meer af waarom de gevestigde wetenschap zo’n moeite heeft met zoiets als telepathie. VC: ....Telepathie is niet zomaar een volksgeloof, meent hij, er zijn wel degelijk serieuze studies die suggereren dat er meer is tussen hemel en aarde. Met dat materiaal is echter een probleem: doordat het in wetenschappelijke kring niet serieus wordt genomen, wordt het niet in gezaghebbende bladen gepubliceerd. En omdat het niet serieus is gepubliceerd, lijkt het allemaal weinig betrouwbaar.... Miltons analyse is steekhoudend. Jammerlijk is daarom, dat hij zijn kritiek meent te kunnen gebruiken als steun in de rug voor de stortvloed aan semiwetenschappelijks die de populaire media teistert. Daarbij is zonder twijfel een enorme hoop ongefundeerd volksgeloof. En dat blijft ook zo als wetenschappers wel naar parapsychologen zouden willen luisteren.
Wat je dan als lezer wel mist in zo’n artikel (geen verwijt aan VC, en dat geldt steeds, want je kunt niet alles in een artikel zetten) is de concrete verwijzing naar die concrete serieuze studies, die het waard zijn om in de gezaghebbende bladen te worden gepubliceerd. Bovendien zijn er op zijn minst enkele serieuze parapsychologische tijdschriften, zoals The Journal of Parapsychology en de European Journal of Parapsychology waarin serieuze wetenschappers op dit gebied hun resultaten kwijt kunnen. En ook al hun negatieve onderzoeksresultaten, met andere woorden resultaten die een veronderstelde aanwezigheid van bijvoorbeeld helderziendheid onder bepaalde condities niet bevestigen. En dat is bij de overgrote meerderheid van de studies het geval. Het is voor de gerenommeerde bladen tijd genoeg om te publiceren als er in die tijdschriften iets echt overtuigends op zou duiken. En een van die bladen heeft zich al eens een buil gevallen aan lepelbuiger Geller, of liever nog, aan twee wetenschappers van naam, die geen goed onderzoek met hem deden en dat toch in een zeer gerenommeerde blad gepubliceerd kregen. Voor zover het om de psychologie rond de verschijnselen gaat zijn er ook voldoende psychologische tijdschriften die een en ander willen opnemen, als het wetenschappelijke kwaliteit heeft. Ik noem als voorbeeld maar Psychological Bulletin.
08-10-1994: (+++) Hok weg en de kluts kwijt. Bespreekt proeven met duiven door zintuigfysioloog Nuboer in Utrecht op basis van idee Sheldrake. Vrij vertaald: Nuboer vindt proefsgewijs geen aanwijzingen voor de juistheid van een specifiek idee van Sheldrake. VC: ... Volgens de Brit bestaat er een nog onontdekt krachtveld tussen de duif en zijn hok, dat hem als een soort elastiek altijd de weg naar huis doet terugvinden. Maar hoe nauwgezet Nuboer ook experimenteert, van Sheldrakes elastiek geen spoor. ......In Nederland worden er aan de universiteiten in Wageningen en Eindhoven experimenten gedaan die op Sheldrakes ideeën stoelen. Sheldrake is, kortom, buitengemeen in. Hij leent zich daar ook wonderwel voor. Sinds een jaar of tien ageert hij tegen de gevestigde orde in de natuurwetenschappen. Dwarsliggen is gaandeweg zijn tweede natuur geworden, waarbij hij zich ontfermt over het treurige lot van verguisde fenomenen als telepathie, telekinese, handoplegging, positief denken, astrale velden, Gaia, aura's en wat al niet. ...
Wetenschap is voor een deel een vrije onderneming. Wat er wel en wat er niet belangrijk is, is lang niet altijd te voorspellen. Ik kan hier niet beter dan de lezer nog eens verwijzen naar het artikel en naar de werkelijk voorbeeldige instelling van Nuboer: 'Begrijp me niet verkeerd, je moet als natuurwetenschapper altijd bereid zijn om te erkennen dat je tot nog toe iets over het hoofd hebt gezien. Alle dieren maken hùn wereld met hùn zintuigen en daar kan meer aan de hand zijn dan wij met onze zintuigen kunnen overzien. Dat blijft een gezond uitgangspunt en je ziet dat er altijd wel iets te leren valt: de extreem sterke binding met de plaats van het hok.' VC: Dat gaat u vervatten in een wetenschappelijke publikatie? Nuboer: 'Dat is een probleem. De vraag is waar je een zo ouderwets niet-kwantificerende studie moet aanbieden. Ik kan zo naar Nature stappen met de vraag of ze interesse hebben in materiaal dat Sheldrake onderuit haalt. Hoofdredacteur John Maddox heeft al eens geopperd om Sheldrakes boeken te verbranden, dus daar gaat mijn verhaal erin als koek. Maar daar ben ik de man niet naar.'
29-10-1994: (+++) Op toeval kun je bouwen. Bespreekt bijeenkomst Skepsis waarin kansberekening centraal staat. Vrij vertaald: mensen hebben weinig idee van de rol van toeval in het leven en dat speelt ook een rol bij het toekennen van een helderziend karakter aan een droom bijvoorbeeld. VC: ... Het is psychologisch heel verklaarbaar dat mensen diepere betekenis toekennen aan toevalligheden. In de Verenigde Staten publiceert de zusterorganisatie van de stichting Skepsis in het blad The Skeptical Inquirer niet voor niets geregeld beschamende statistieken van niet uitgekomen voorspellingen, liefst van vooraanstaande helderzienden en andere charlatans. Veelbetekenende patronen gaan kopje onder in de kolkende massa van willekeurige gebeurtenissen. Maar de kwestie gaat nog dieper. Mensen leven in een plaatselijke wereld. Vrijwel niemand ziet zichzelf en zijn omgeving als onderdeel van een reservoir van miljoenen medelanders waarin elk willekeurig moment bijna al het denkbare wel een keer gebeurt. Het is wat winnaars van de lotto altijd weer in de camera's stamelen: 'Waarom uitgerekend ik?' Nergens om, behalve omdat er in de loterij altijd een winnaar is. En dat is meteen ook het enige dat vast staat.
In de uitdrukking vooraanstaande helderzienden en andere charlatans gaat van Calmthout verder dan hij in andere stukken geneigd is te doen. Het lijkt alsof we het nu uitsluitend en alleen nog over bedriegers hebben. Dan zijn we klaar. Zo’n zin zal mensen als Lydia Rood niet uitnodigen om nog eens op een andere manier naar haar ondervindingen te kijken. Het artikel is inhoudelijk wel zeer relevant bij haar verhaal. Er zijn onder de helderzienden, ook al zien ze niet helder, echter nog wel mensen die ‘werkelijk’ verbaasd blijven staan over bepaalde ‘onberedeneerde’ overeenkomsten die ze zien tussen enerzijds bepaalde belevingen van henzelf en bepaalde feiten rond een ander. Bij hen komt het er vrijwel zeker op neer dat ze zich gewoon vergissen, omdat ze een aantal dingen over het hoofd zien. Maar ze verdienen dan nog wel een nadere uitleg en een andere benadering dan de bedriegers die er ook duidelijk zijn, zie de man van de genverbrander. En elke helderziende die er een soort beroep van maakt en zich gaat tooien, nou ja tooien, met de naam medium of paragnost leert trucs die op zijn minst tegen psychologisch bedrog aanschurken. Maar met het woord charlatan gooit men alles op een hoop, en het is mijns inziens psychologisch en ethisch van belang te blijven differentiëren. Vooral in de fase die voorafgaat aan het zich paragnost of medium noemen. Voor men zich zo noemt is er meestal sprake van een periode waarin men een aantal mensen het beste als ‘sensitieven’ zou kunnen omschrijven. Ze hebben het gevoel regelmatig door ‘spontane’ ervaringen te worden overvallen, maar doen daar (nog) niet actief iets mee in de buitenwereld. Het is van belang vooral hen niet tot de charlatans te rekenen, maar een goede verklaring te geven voor hun terugkerende ervaringen, juist om te voorkomen dat ze zich paragnost gaan noemen. Het is in zekere zin een staat van verwarring waarin ze verkeren. Nog terughoudender dient men om te gaan met mensen als die voor het eerst een ‘helderziende ervaring’ meegemaakt menen te hebben. Er is geen enkele reden om daar denigrerend mee om te gaan. Met hen kan alleen nagegaan worden of er niet ook een alternatieve verklaring mogelijk is, en dat weer om te voorkomen dat ze zich tot ‘sensitieve’ ontwikkelen. Juist dit artikel van Van Calmthout is daarbij een goed uitgangspunt. Alleen de toon moet dan wel wat milder.
09-03-1996: (+) De twijfelaar aan klopgeesten ziet nu zelf spoken. Bespreekt een zogenaamde klopgeest te Druten en de bemoeienis van het Parapsychologisch Instituut te Utrecht, en de Stichting Skepsis daarbij. VC: Rob Nanninga, voorzitter van de Stichting Skepsis voor twijfelaars aan het paranormale, schreef vorige week in Intermediair een artikel dat er niet om loog. De Utrechtse parapsychologen Gerding en Bierman, meende hij, hadden vorig jaar mei een grove rekenfout gemaakt bij hun onderzoek van een spraakmakende klopgeestverschijning in het Gelderse Druten. Er waren dingen waargenomen waarvan de kans dat het toeval was, niet één op de tienduizend was, zoals het tweetal beweerde, maar één op de vier. Niet echt onwaarschijnlijk, dus, en de conclusie van de Utrechters dat er in Druten werkelijk iets paranormaals gebeurde, was dan ook onzin, vond Nanninga. En hij kreeg Bierman zover toe te geven dat 'hij zich behoorlijk had verrekend' en dat hij het handboek van het gebruikte statistische rekenprogramma niet goed had gelezen.
Steeds moet de lezer in gedachten houden dat het lijntje tussen parapsychologie en psychiatrie flinterdun is, dus voorzichtigheid is te allen tijden geboden, zeker bij vergaande zaken als deze. In de krant van 15-10-2005 (++) De Schipper: Verzwegen vrienden in het hoofd wordt er een op het eerste oog goed en recent initiatief besproken vanuit de psychiatrie in het UMC in Utrecht om een deel van de grenzen wat nader te gaan bepalen.
Verder laat dit artikel zien dat Stichting Skepsis niet alleen sceptisch is tegenover ‘paranormaal begaafden’ maar ook ten opzichte van het onderzoek op het gebied van de parapsychologie. Dat lijkt hier ook wel met recht te zijn geweest.
Op zich lijkt een en ander in dit artikel verder niet direct van belang voor ons onderwerp, helderziendheid. Toch moet voor het goede begrip hier wel een en ander worden toegevoegd. In de parapsychologie gaat het enerzijds om ‘verschijnselen’ die de suggestie wekken dat een persoon ‘passief’ over juiste en enigermate juiste informatie in de buitenwereld zou beschikken die niet zou zijn verworven via waarneming, herinnering of redenering (helderziendheid) en anderzijds om ‘verschijnselen’ die de suggestie wekken dat de persoon ‘actief’ een invloed op zijn omgeving zou hebben die niet via motorische of mechanische middelen tot stand zou zijn gebracht (psychokinese). Met dit laatste, de ‘actieve’ invloed, hebben we bij het onderwerp helderziendheid dus niets van doen, dus we hoeven het niet verder over klopgeesten te hebben. (Buiten de deur houden of niet opendoen, zei Bais in navolging van ter Braak al). Maar het wordt wel een punt als we het hebben over ‘mediums’of ‘magnetiseurs’. Niet zelden claimen deze namelijk zowel een actieve als een passieve component van het door henzelf veronderstelde ‘onbekende’. Het deel dat tot de ‘diagnose’ hoort: ‘zien’ dat het in de grote teen niet goed zit, moet dan tot de helderziendheid gerekend worden. Het deel dat tot het ‘genezen’ behoort : het genezen van de grote teen via ‘energie’ of ‘strijken’ of welke term ze er ook voor gebruiken tot de psychokinese. Dus mocht het in het vervolg nog over mediums of magnetiseurs gaan, dan beperk ik me in principe tot wat ze helderziend, dus op ‘diagnostisch’ gebied op dat terrein in huis zeggen te hebben. Het ‘genezende’ deel laat ik graag aan anderen over, net als de klopgeesten en nog een aantal zaken die een ‘actieve’ invloed suggereren zoals zogenaamde witte en zwarte magie, de lepelbuigers al helemaal daargelaten.
Met die grote teen als voorbeeld zinspeel ik op de krant van 24-04-2004 (+++) Eric Arends Dode grote teen zoekt nieuwe energie. Dit artikel is de moeite waard, niet zozeer om de gebruikte ironie als wel om het feit dat een journalist zelf aan een soort vergelijkend warenonderzoek doet met een grote teen die niet helemaal in orde is. Weliswaar gaat het hier niet om helderzienden of helderziendheid, maar om de waaier aan diagnoses en uitspraken die hij krijgt bij vijf soorten ‘alternatieve genezer’, waaronder een magnetiseur. Die waaier aan ‘diagnoses’ zou hij zeker ook te zien gekregen hebben als hij met die teen naar bijvoorbeeld alleen vijf verschillende magnetiseurs was gegaan. Zijn slotconclusie is het aardigst en verstandigst: toch maar terug naar de huisarts. Maar de kans is helaas ook niet 100% dat hij bij vijf huisartsen dezelfde diagnose krijgt. Desondanks is het verreweg het verstandigst, omdat hij ook nog om een specialist kan vragen. Dat verschil alleen al maakt dat we ‘helderziende’ diagnoses feitelijk kunnen missen als kiespijn, van welke magnetiseur, medium of paragnost ook.
Wat een klopgeest al niet kan oproepen. De klopgeest van Druten is hier namelijk ook nog interessant omdat hij ongewild belicht dat er dus ook parapsychologen bestaan. Dat zijn academisch gevormde mensen, die zich vragen stellen bij de bovenomschreven menselijke ervaringen of gedragingen. Op zich is het opvallend dat het enerzijds vooral enkele fysici en andere bèta’s zijn die zich de vraag stellen wat er bij die bijzondere menselijke ervaringen en gedragingen aan de hand kan zijn, en anderzijds maar een enkele psycholoog. Dus het woord parapsycholoog is in dat opzicht al wel een heel beetje ongelukkig, zeker heden ten dage. En ook nog om een andere reden is het een ongelukkig woord. De experimenteel wetenschapper die eventueel de bijzondere ‘gaven’ en ‘ervaringen’ van mensen bestudeert mag dan hopen dat de goegemeente dan ook weet dat hij zelf niet met allerlei gaven en ervaringen rondloopt, maar als ook een krant als de Volkskrant er niet voor terugdeinst ook een man als Uri Geller met die term aan te duiden, al of niet in navolging van een persagentschap zoals in onderhavig berichtje in de krant van 30-12-1999 (sic), dan wordt het voor de parapsycholoog al wel heel moeilijk om ook niet zelf heel glazig te worden aangekeken door de goegemeente. En dat is niet prettig.
De parapsycholoog/illusionist Uri Geller eist 212 miljoen gulden van de Japanse spelcomputerfabrikant Nintendo. Hij meent dat zijn naam ten onrechte is gebruikt op een spelkaartversie van het populaire computerspel Pokemon. Geller werd jaren geleden wereldberoemd doordat hij lepels kon buigen door er slechts over te wrijven. Op het kaartspel staat het Pokemon-monstertje Alakazam afgebeeld, dat in de Japanse versie Un-Geller is gedoopt. Dit monstertje heeft twee gebogen lepels in zijn hand. Het is zowel een goedaardig als een boosaardig figuur en wordt aangeduid als parapsycholoog. (DPA= Deutsche Presse Agentur).
Maar het ligt dus niet alleen aan het DPA, want zie een bericht van 29-10-2001: En opent de Nederlandse schaatsenrijder in Oostenrijkse dienst, Marnix ten Kortenaar, zijn geest en ziel op de behandeltafel van parapsycholoog en illusionist Uri Geller. Geller, een Israëliër die in Engeland woont, wordt oneerbiedig 'lepelbuiger' genoemd. Die bijnaam dankt hij aan zijn optreden op de televisie, hij slaagde er met paranormale begaafdheden in tafelbestek te laten dansen en te verbuigen. Ten Kortenaar - zelf doctorandus in de natuurwetenschappen - is zeer van Geller onder de indruk. 'Standaardpsychologen kunnen me niet meer verder helpen, Geller wel. Ik geloof in telepathie.'
Nou kan het bij een man als Uri Geller ook nog wel eens zo zijn dat hij het woord parapsycholoog zelf ooit gebruikte omdat dat hij dan ook nog voor een wetenschapper kon worden aangezien in bepaalde kringen en zelfs door een in de natuurkunde opgeleide schaatster, een beetje dezelfde of nog iets verdergaande truc als die van Jomanda met haar ‘ik ben een echt medium en veel van de rest kwakzalvert maar wat - in de neologistische stijl van de Jong - en dat moet bestudeerd worden’.
Maar ook parapsycholoog Zoekhar bij de beroemde schaakmatch Karpov-Kortsjnoi in 1978 heeft een eeuwig leven verworven in de krant. Wat voor duister man dat eventueel ook was, in elk geval was het niet een experimenteel onderzoeker. Want zie op 20-03-1999 in de krant, vermoedelijk en hopelijk niet door vaste schaakmedewerker Gert Ligterink: .... Kortsjnoi diende in 1978 na zijn verloren WK-tweekamp tegen Karpov een klacht in bij de Amsterdamse rechtbank. Hij vond dat hij in de beslissende partij gehinderd was door Karpovs parapsycholoog Zoekhar die tegen eerder gemaakte afspraken in op een van de eerste rijen in de zaal was gaan zitten. Kortsjnoi kreeg geen gelijk, de rechter verklaarde zich onbevoegd.
Parapsycholoog en zelfs psycholoog is geen beschermde titel. Een goed praktisch criterium voor een parapsycholoog kan dan in Nederland ook alleen zijn: iemand met een academische titel en lid van de enige verzameling onderzoekers op het gebied ter wereld die wel als serieus wordt gezien, de Parapsychological Association.
De ‘interesse’ in bijvoorbeeld helderziendheid is er dus zowel van de kant van enkele psychologen en daaraan verwante wetenschappers als van de kant van sommige fysici en daaraan verwante wetenschappers. De laatsten schrikken eventueel niet terug voor de ‘gekste’ mogelijkheden, mede omdat ze al een indrukwekkende rij ‘rare’ maar toch ‘ware’ zaken in hun wetenschapsgeschiedenis hebben zien opdraven. Maar zowel de fysici als de psychologen die zich met het onderwerp inlaten, hebben ook te rekenen op een zeer grote scepsis van hun vakgenoten. De fysici wordt hun bemoeienis met de quantumtheorie door collega-fysici bijvoorbeeld desnoods flink ingepeperd als niet meer dan een ‘foute’ vrijage. Of het zonde van de tijd is zich ermee ‘in te laten’ kan voor hen maar ook voor de psychologen altijd pas achteraf blijken. Een psycholoog kan uiteindelijk nog met min of meer goede alternatieve psychologische verklaringen komen als het ‘verschijnsel’ niet werkelijk bestaat als zodanig, en hij neemt dat ook expliciet als een mogelijkheid in zijn onderzoeksopzet op als hij verstandig is, maar voor de fysicus is het eigenlijk alles of niets. Als het ‘geen echt verschijnsel’ blijkt, dat wil zeggen, dat het om een grotendeels of geheel psychologisch verklaarbaar verschijnsel gaat, inclusief bedrog , dan heeft hij ook helemaal niks te melden. Dus voor de fysicus is het nog wat ‘gewaagder’ zich met het onderwerp te associëren dan voor een psycholoog. Maar de kans op ‘imago-schade’ is in alle gevallen groot, tenzij je de Wet van de Helderziendheid zou ontdekken natuurlijk, iets als: H treedt op bij precies 1¾ G in een achtbaan, met een snelheid van 40km per uur in een verticale daling van 85 graden bij een temperatuur van 3 graden boven nul. Dan ligt de Nobelprijs klaar. Maar u begrijpt: dat zit er niet echt in voorlopig.
In een artikel op 03-05-2003 (+): Interessants tussen hemel en aarde schetst VC een portret van fysicus en parapsycholoog Bierman van het Parapsychologisch Instituut in Utrecht, en het onderzoek waar hij op dat moment mee bezig is, en waarin ook het imago-risicico ter sprake komt. Onder vuur van zowel fysici, als Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft, als kennelijk ook van psychologen: Bierman: vooral psychologen zijn fel, die zijn als de dood dat ze niet serieus worden genomen. Ook komt een en ander naar voren over dat imago van de parapsycholoog: CV: Want dat is de parapsychologie voor de buitenwereld nog steeds, zegt Bierman: een beetje vreemd vak waar je je als serieuze wetenschapper eigenlijk niet mee inlaat. 'Het helpt niet echt als je met ganzfeld-experimenten aankomt, telepatieproeven waarbij de proefpersoon halve pingpongballen over de ogen krijgt en onder rood licht moet ontspannen. Dat komt al zo mysterieus over, dat je verder niet erg serieus wordt genomen.' Het is een van de redenen dat Bierman, al is hij wel deeltijdhoogleraar aan het Parapsychologisch Instituut in Utrecht, zichzelf liever niet hardop parapsycholoog noemt. Dat wekt snel verkeerde associaties. 'Onder het mom van meer tussen hemel en aarde worden mensen naar paranormaalbeurzen gelokt, waar ze voor dure kralenkettingen kunnen aanschaffen. Boerenbedrog, al hebben mensen er kennelijk behoefte aan.'
27-07-1996 (+) In de ban van de speculatie. Bespreking van twee boeken van twee collega-wetenschapsjournalisten: Horgan en Sagan: VC: Sagan gelooft met hart en ziel in de effectiviteit van de wetenschappelijke methode, maar dan zonder de bestaande kennis zonder meer heilig te verklaren zoals veel naïeve onderzoekers nogal eens geneigd zijn te doen. 'De wetenschappelijke methode is veel belangrijker dan de uitkomsten ervan.' Sagan, in Amerika onwaarschijnlijk beroemd juist omdat hij bereid is het paranormale serieus te onderzoeken, gaat met een fileermes door het hele scala van de hedendaagse lichtgelovigheid. In feite blijkt er zelden iets nieuws onder de zon.
Met andere woorden, het serieus nemen van de vraag hoe je op zijn minst een goede onderzoeksopzet maakt voor de bestudering van een desnoods niet bestaand verschijnsel kan niet alleen ook heel leerzaam zijn voor de reguliere wetenschap, maar het is ook alleen pas daarna dat er iets meer over te zeggen valt. Zie ook bijvoorbeeld het onderzoek van Nuboer. Maar ook de specifieke vragen die de onderzoeksopzetten in de parapsychologie oproepen en hoe die op te lossen zijn op zijn minst al wetenschapstheoretisch interessant. En zie opnieuw ook Nuboer. Dat de plaats van het hok juist zo belangrijk was, daar kwam hij pas zo duidelijk achter na de proeven, die gebaseerd waren op een verkeerd idee.
Ik volg in principe de chronologische volgorde van de bijdragen van Van Calmthout (VC) aan de krant voor zover betrekking hebbend op ons onderwerp. Soms wijk ik er vanaf omdat het meer voor de hand ligt een later artikel bij een eerder artikel te betrekken. Ik beperk me in principe ook zoveel mogelijk tot een enkel citaat. Aan de lezer om het geheel eventueel nog eens op te zoeken in het archief. Ik geef toelichting, waar ik denk dat de lezer dat interessant zou kunnen vinden. De vraag is ook of Lagendijk misschien toch een ook beetje gelijk heeft: er is veel te veel aandacht voor het paranormale in de media. En dus misschien ook in deze vorm: dat deze wetenschapsjournalist van de Volkskrant misschien relatief toch ook wel te veel aandacht schonk aan het ‘paranormale’, afgezet tegen de hele wetenschap. Hoewel Lagendijk zich dit zichzelf niet expliciet afvraagt. Ik vind het zelf moeilijk te beoordelen, ik denk dat het meevalt, maar ik ga niet alles van Van Calmthout na. Dat zou ook weer te ver voeren.
25-06-1994: (+) Oogkleppen houden wetenschap in het rechte spoor Bespreekt boek van collega-wetenschapsjournalist Richard Milton: Forbidden Science. Vrij vertaald: Milton vraagt zich onder veel meer af waarom de gevestigde wetenschap zo’n moeite heeft met zoiets als telepathie. VC: ....Telepathie is niet zomaar een volksgeloof, meent hij, er zijn wel degelijk serieuze studies die suggereren dat er meer is tussen hemel en aarde. Met dat materiaal is echter een probleem: doordat het in wetenschappelijke kring niet serieus wordt genomen, wordt het niet in gezaghebbende bladen gepubliceerd. En omdat het niet serieus is gepubliceerd, lijkt het allemaal weinig betrouwbaar.... Miltons analyse is steekhoudend. Jammerlijk is daarom, dat hij zijn kritiek meent te kunnen gebruiken als steun in de rug voor de stortvloed aan semiwetenschappelijks die de populaire media teistert. Daarbij is zonder twijfel een enorme hoop ongefundeerd volksgeloof. En dat blijft ook zo als wetenschappers wel naar parapsychologen zouden willen luisteren.
Wat je dan als lezer wel mist in zo’n artikel (geen verwijt aan VC, en dat geldt steeds, want je kunt niet alles in een artikel zetten) is de concrete verwijzing naar die concrete serieuze studies, die het waard zijn om in de gezaghebbende bladen te worden gepubliceerd. Bovendien zijn er op zijn minst enkele serieuze parapsychologische tijdschriften, zoals The Journal of Parapsychology en de European Journal of Parapsychology waarin serieuze wetenschappers op dit gebied hun resultaten kwijt kunnen. En ook al hun negatieve onderzoeksresultaten, met andere woorden resultaten die een veronderstelde aanwezigheid van bijvoorbeeld helderziendheid onder bepaalde condities niet bevestigen. En dat is bij de overgrote meerderheid van de studies het geval. Het is voor de gerenommeerde bladen tijd genoeg om te publiceren als er in die tijdschriften iets echt overtuigends op zou duiken. En een van die bladen heeft zich al eens een buil gevallen aan lepelbuiger Geller, of liever nog, aan twee wetenschappers van naam, die geen goed onderzoek met hem deden en dat toch in een zeer gerenommeerde blad gepubliceerd kregen. Voor zover het om de psychologie rond de verschijnselen gaat zijn er ook voldoende psychologische tijdschriften die een en ander willen opnemen, als het wetenschappelijke kwaliteit heeft. Ik noem als voorbeeld maar Psychological Bulletin.
08-10-1994: (+++) Hok weg en de kluts kwijt. Bespreekt proeven met duiven door zintuigfysioloog Nuboer in Utrecht op basis van idee Sheldrake. Vrij vertaald: Nuboer vindt proefsgewijs geen aanwijzingen voor de juistheid van een specifiek idee van Sheldrake. VC: ... Volgens de Brit bestaat er een nog onontdekt krachtveld tussen de duif en zijn hok, dat hem als een soort elastiek altijd de weg naar huis doet terugvinden. Maar hoe nauwgezet Nuboer ook experimenteert, van Sheldrakes elastiek geen spoor. ......In Nederland worden er aan de universiteiten in Wageningen en Eindhoven experimenten gedaan die op Sheldrakes ideeën stoelen. Sheldrake is, kortom, buitengemeen in. Hij leent zich daar ook wonderwel voor. Sinds een jaar of tien ageert hij tegen de gevestigde orde in de natuurwetenschappen. Dwarsliggen is gaandeweg zijn tweede natuur geworden, waarbij hij zich ontfermt over het treurige lot van verguisde fenomenen als telepathie, telekinese, handoplegging, positief denken, astrale velden, Gaia, aura's en wat al niet. ...
Wetenschap is voor een deel een vrije onderneming. Wat er wel en wat er niet belangrijk is, is lang niet altijd te voorspellen. Ik kan hier niet beter dan de lezer nog eens verwijzen naar het artikel en naar de werkelijk voorbeeldige instelling van Nuboer: 'Begrijp me niet verkeerd, je moet als natuurwetenschapper altijd bereid zijn om te erkennen dat je tot nog toe iets over het hoofd hebt gezien. Alle dieren maken hùn wereld met hùn zintuigen en daar kan meer aan de hand zijn dan wij met onze zintuigen kunnen overzien. Dat blijft een gezond uitgangspunt en je ziet dat er altijd wel iets te leren valt: de extreem sterke binding met de plaats van het hok.' VC: Dat gaat u vervatten in een wetenschappelijke publikatie? Nuboer: 'Dat is een probleem. De vraag is waar je een zo ouderwets niet-kwantificerende studie moet aanbieden. Ik kan zo naar Nature stappen met de vraag of ze interesse hebben in materiaal dat Sheldrake onderuit haalt. Hoofdredacteur John Maddox heeft al eens geopperd om Sheldrakes boeken te verbranden, dus daar gaat mijn verhaal erin als koek. Maar daar ben ik de man niet naar.'
29-10-1994: (+++) Op toeval kun je bouwen. Bespreekt bijeenkomst Skepsis waarin kansberekening centraal staat. Vrij vertaald: mensen hebben weinig idee van de rol van toeval in het leven en dat speelt ook een rol bij het toekennen van een helderziend karakter aan een droom bijvoorbeeld. VC: ... Het is psychologisch heel verklaarbaar dat mensen diepere betekenis toekennen aan toevalligheden. In de Verenigde Staten publiceert de zusterorganisatie van de stichting Skepsis in het blad The Skeptical Inquirer niet voor niets geregeld beschamende statistieken van niet uitgekomen voorspellingen, liefst van vooraanstaande helderzienden en andere charlatans. Veelbetekenende patronen gaan kopje onder in de kolkende massa van willekeurige gebeurtenissen. Maar de kwestie gaat nog dieper. Mensen leven in een plaatselijke wereld. Vrijwel niemand ziet zichzelf en zijn omgeving als onderdeel van een reservoir van miljoenen medelanders waarin elk willekeurig moment bijna al het denkbare wel een keer gebeurt. Het is wat winnaars van de lotto altijd weer in de camera's stamelen: 'Waarom uitgerekend ik?' Nergens om, behalve omdat er in de loterij altijd een winnaar is. En dat is meteen ook het enige dat vast staat.
In de uitdrukking vooraanstaande helderzienden en andere charlatans gaat van Calmthout verder dan hij in andere stukken geneigd is te doen. Het lijkt alsof we het nu uitsluitend en alleen nog over bedriegers hebben. Dan zijn we klaar. Zo’n zin zal mensen als Lydia Rood niet uitnodigen om nog eens op een andere manier naar haar ondervindingen te kijken. Het artikel is inhoudelijk wel zeer relevant bij haar verhaal. Er zijn onder de helderzienden, ook al zien ze niet helder, echter nog wel mensen die ‘werkelijk’ verbaasd blijven staan over bepaalde ‘onberedeneerde’ overeenkomsten die ze zien tussen enerzijds bepaalde belevingen van henzelf en bepaalde feiten rond een ander. Bij hen komt het er vrijwel zeker op neer dat ze zich gewoon vergissen, omdat ze een aantal dingen over het hoofd zien. Maar ze verdienen dan nog wel een nadere uitleg en een andere benadering dan de bedriegers die er ook duidelijk zijn, zie de man van de genverbrander. En elke helderziende die er een soort beroep van maakt en zich gaat tooien, nou ja tooien, met de naam medium of paragnost leert trucs die op zijn minst tegen psychologisch bedrog aanschurken. Maar met het woord charlatan gooit men alles op een hoop, en het is mijns inziens psychologisch en ethisch van belang te blijven differentiëren. Vooral in de fase die voorafgaat aan het zich paragnost of medium noemen. Voor men zich zo noemt is er meestal sprake van een periode waarin men een aantal mensen het beste als ‘sensitieven’ zou kunnen omschrijven. Ze hebben het gevoel regelmatig door ‘spontane’ ervaringen te worden overvallen, maar doen daar (nog) niet actief iets mee in de buitenwereld. Het is van belang vooral hen niet tot de charlatans te rekenen, maar een goede verklaring te geven voor hun terugkerende ervaringen, juist om te voorkomen dat ze zich paragnost gaan noemen. Het is in zekere zin een staat van verwarring waarin ze verkeren. Nog terughoudender dient men om te gaan met mensen als die voor het eerst een ‘helderziende ervaring’ meegemaakt menen te hebben. Er is geen enkele reden om daar denigrerend mee om te gaan. Met hen kan alleen nagegaan worden of er niet ook een alternatieve verklaring mogelijk is, en dat weer om te voorkomen dat ze zich tot ‘sensitieve’ ontwikkelen. Juist dit artikel van Van Calmthout is daarbij een goed uitgangspunt. Alleen de toon moet dan wel wat milder.
09-03-1996: (+) De twijfelaar aan klopgeesten ziet nu zelf spoken. Bespreekt een zogenaamde klopgeest te Druten en de bemoeienis van het Parapsychologisch Instituut te Utrecht, en de Stichting Skepsis daarbij. VC: Rob Nanninga, voorzitter van de Stichting Skepsis voor twijfelaars aan het paranormale, schreef vorige week in Intermediair een artikel dat er niet om loog. De Utrechtse parapsychologen Gerding en Bierman, meende hij, hadden vorig jaar mei een grove rekenfout gemaakt bij hun onderzoek van een spraakmakende klopgeestverschijning in het Gelderse Druten. Er waren dingen waargenomen waarvan de kans dat het toeval was, niet één op de tienduizend was, zoals het tweetal beweerde, maar één op de vier. Niet echt onwaarschijnlijk, dus, en de conclusie van de Utrechters dat er in Druten werkelijk iets paranormaals gebeurde, was dan ook onzin, vond Nanninga. En hij kreeg Bierman zover toe te geven dat 'hij zich behoorlijk had verrekend' en dat hij het handboek van het gebruikte statistische rekenprogramma niet goed had gelezen.
Steeds moet de lezer in gedachten houden dat het lijntje tussen parapsychologie en psychiatrie flinterdun is, dus voorzichtigheid is te allen tijden geboden, zeker bij vergaande zaken als deze. In de krant van 15-10-2005 (++) De Schipper: Verzwegen vrienden in het hoofd wordt er een op het eerste oog goed en recent initiatief besproken vanuit de psychiatrie in het UMC in Utrecht om een deel van de grenzen wat nader te gaan bepalen.
Verder laat dit artikel zien dat Stichting Skepsis niet alleen sceptisch is tegenover ‘paranormaal begaafden’ maar ook ten opzichte van het onderzoek op het gebied van de parapsychologie. Dat lijkt hier ook wel met recht te zijn geweest.
Op zich lijkt een en ander in dit artikel verder niet direct van belang voor ons onderwerp, helderziendheid. Toch moet voor het goede begrip hier wel een en ander worden toegevoegd. In de parapsychologie gaat het enerzijds om ‘verschijnselen’ die de suggestie wekken dat een persoon ‘passief’ over juiste en enigermate juiste informatie in de buitenwereld zou beschikken die niet zou zijn verworven via waarneming, herinnering of redenering (helderziendheid) en anderzijds om ‘verschijnselen’ die de suggestie wekken dat de persoon ‘actief’ een invloed op zijn omgeving zou hebben die niet via motorische of mechanische middelen tot stand zou zijn gebracht (psychokinese). Met dit laatste, de ‘actieve’ invloed, hebben we bij het onderwerp helderziendheid dus niets van doen, dus we hoeven het niet verder over klopgeesten te hebben. (Buiten de deur houden of niet opendoen, zei Bais in navolging van ter Braak al). Maar het wordt wel een punt als we het hebben over ‘mediums’of ‘magnetiseurs’. Niet zelden claimen deze namelijk zowel een actieve als een passieve component van het door henzelf veronderstelde ‘onbekende’. Het deel dat tot de ‘diagnose’ hoort: ‘zien’ dat het in de grote teen niet goed zit, moet dan tot de helderziendheid gerekend worden. Het deel dat tot het ‘genezen’ behoort : het genezen van de grote teen via ‘energie’ of ‘strijken’ of welke term ze er ook voor gebruiken tot de psychokinese. Dus mocht het in het vervolg nog over mediums of magnetiseurs gaan, dan beperk ik me in principe tot wat ze helderziend, dus op ‘diagnostisch’ gebied op dat terrein in huis zeggen te hebben. Het ‘genezende’ deel laat ik graag aan anderen over, net als de klopgeesten en nog een aantal zaken die een ‘actieve’ invloed suggereren zoals zogenaamde witte en zwarte magie, de lepelbuigers al helemaal daargelaten.
Met die grote teen als voorbeeld zinspeel ik op de krant van 24-04-2004 (+++) Eric Arends Dode grote teen zoekt nieuwe energie. Dit artikel is de moeite waard, niet zozeer om de gebruikte ironie als wel om het feit dat een journalist zelf aan een soort vergelijkend warenonderzoek doet met een grote teen die niet helemaal in orde is. Weliswaar gaat het hier niet om helderzienden of helderziendheid, maar om de waaier aan diagnoses en uitspraken die hij krijgt bij vijf soorten ‘alternatieve genezer’, waaronder een magnetiseur. Die waaier aan ‘diagnoses’ zou hij zeker ook te zien gekregen hebben als hij met die teen naar bijvoorbeeld alleen vijf verschillende magnetiseurs was gegaan. Zijn slotconclusie is het aardigst en verstandigst: toch maar terug naar de huisarts. Maar de kans is helaas ook niet 100% dat hij bij vijf huisartsen dezelfde diagnose krijgt. Desondanks is het verreweg het verstandigst, omdat hij ook nog om een specialist kan vragen. Dat verschil alleen al maakt dat we ‘helderziende’ diagnoses feitelijk kunnen missen als kiespijn, van welke magnetiseur, medium of paragnost ook.
Wat een klopgeest al niet kan oproepen. De klopgeest van Druten is hier namelijk ook nog interessant omdat hij ongewild belicht dat er dus ook parapsychologen bestaan. Dat zijn academisch gevormde mensen, die zich vragen stellen bij de bovenomschreven menselijke ervaringen of gedragingen. Op zich is het opvallend dat het enerzijds vooral enkele fysici en andere bèta’s zijn die zich de vraag stellen wat er bij die bijzondere menselijke ervaringen en gedragingen aan de hand kan zijn, en anderzijds maar een enkele psycholoog. Dus het woord parapsycholoog is in dat opzicht al wel een heel beetje ongelukkig, zeker heden ten dage. En ook nog om een andere reden is het een ongelukkig woord. De experimenteel wetenschapper die eventueel de bijzondere ‘gaven’ en ‘ervaringen’ van mensen bestudeert mag dan hopen dat de goegemeente dan ook weet dat hij zelf niet met allerlei gaven en ervaringen rondloopt, maar als ook een krant als de Volkskrant er niet voor terugdeinst ook een man als Uri Geller met die term aan te duiden, al of niet in navolging van een persagentschap zoals in onderhavig berichtje in de krant van 30-12-1999 (sic), dan wordt het voor de parapsycholoog al wel heel moeilijk om ook niet zelf heel glazig te worden aangekeken door de goegemeente. En dat is niet prettig.
De parapsycholoog/illusionist Uri Geller eist 212 miljoen gulden van de Japanse spelcomputerfabrikant Nintendo. Hij meent dat zijn naam ten onrechte is gebruikt op een spelkaartversie van het populaire computerspel Pokemon. Geller werd jaren geleden wereldberoemd doordat hij lepels kon buigen door er slechts over te wrijven. Op het kaartspel staat het Pokemon-monstertje Alakazam afgebeeld, dat in de Japanse versie Un-Geller is gedoopt. Dit monstertje heeft twee gebogen lepels in zijn hand. Het is zowel een goedaardig als een boosaardig figuur en wordt aangeduid als parapsycholoog. (DPA= Deutsche Presse Agentur).
Maar het ligt dus niet alleen aan het DPA, want zie een bericht van 29-10-2001: En opent de Nederlandse schaatsenrijder in Oostenrijkse dienst, Marnix ten Kortenaar, zijn geest en ziel op de behandeltafel van parapsycholoog en illusionist Uri Geller. Geller, een Israëliër die in Engeland woont, wordt oneerbiedig 'lepelbuiger' genoemd. Die bijnaam dankt hij aan zijn optreden op de televisie, hij slaagde er met paranormale begaafdheden in tafelbestek te laten dansen en te verbuigen. Ten Kortenaar - zelf doctorandus in de natuurwetenschappen - is zeer van Geller onder de indruk. 'Standaardpsychologen kunnen me niet meer verder helpen, Geller wel. Ik geloof in telepathie.'
Nou kan het bij een man als Uri Geller ook nog wel eens zo zijn dat hij het woord parapsycholoog zelf ooit gebruikte omdat dat hij dan ook nog voor een wetenschapper kon worden aangezien in bepaalde kringen en zelfs door een in de natuurkunde opgeleide schaatster, een beetje dezelfde of nog iets verdergaande truc als die van Jomanda met haar ‘ik ben een echt medium en veel van de rest kwakzalvert maar wat - in de neologistische stijl van de Jong - en dat moet bestudeerd worden’.
Maar ook parapsycholoog Zoekhar bij de beroemde schaakmatch Karpov-Kortsjnoi in 1978 heeft een eeuwig leven verworven in de krant. Wat voor duister man dat eventueel ook was, in elk geval was het niet een experimenteel onderzoeker. Want zie op 20-03-1999 in de krant, vermoedelijk en hopelijk niet door vaste schaakmedewerker Gert Ligterink: .... Kortsjnoi diende in 1978 na zijn verloren WK-tweekamp tegen Karpov een klacht in bij de Amsterdamse rechtbank. Hij vond dat hij in de beslissende partij gehinderd was door Karpovs parapsycholoog Zoekhar die tegen eerder gemaakte afspraken in op een van de eerste rijen in de zaal was gaan zitten. Kortsjnoi kreeg geen gelijk, de rechter verklaarde zich onbevoegd.
Parapsycholoog en zelfs psycholoog is geen beschermde titel. Een goed praktisch criterium voor een parapsycholoog kan dan in Nederland ook alleen zijn: iemand met een academische titel en lid van de enige verzameling onderzoekers op het gebied ter wereld die wel als serieus wordt gezien, de Parapsychological Association.
De ‘interesse’ in bijvoorbeeld helderziendheid is er dus zowel van de kant van enkele psychologen en daaraan verwante wetenschappers als van de kant van sommige fysici en daaraan verwante wetenschappers. De laatsten schrikken eventueel niet terug voor de ‘gekste’ mogelijkheden, mede omdat ze al een indrukwekkende rij ‘rare’ maar toch ‘ware’ zaken in hun wetenschapsgeschiedenis hebben zien opdraven. Maar zowel de fysici als de psychologen die zich met het onderwerp inlaten, hebben ook te rekenen op een zeer grote scepsis van hun vakgenoten. De fysici wordt hun bemoeienis met de quantumtheorie door collega-fysici bijvoorbeeld desnoods flink ingepeperd als niet meer dan een ‘foute’ vrijage. Of het zonde van de tijd is zich ermee ‘in te laten’ kan voor hen maar ook voor de psychologen altijd pas achteraf blijken. Een psycholoog kan uiteindelijk nog met min of meer goede alternatieve psychologische verklaringen komen als het ‘verschijnsel’ niet werkelijk bestaat als zodanig, en hij neemt dat ook expliciet als een mogelijkheid in zijn onderzoeksopzet op als hij verstandig is, maar voor de fysicus is het eigenlijk alles of niets. Als het ‘geen echt verschijnsel’ blijkt, dat wil zeggen, dat het om een grotendeels of geheel psychologisch verklaarbaar verschijnsel gaat, inclusief bedrog , dan heeft hij ook helemaal niks te melden. Dus voor de fysicus is het nog wat ‘gewaagder’ zich met het onderwerp te associëren dan voor een psycholoog. Maar de kans op ‘imago-schade’ is in alle gevallen groot, tenzij je de Wet van de Helderziendheid zou ontdekken natuurlijk, iets als: H treedt op bij precies 1¾ G in een achtbaan, met een snelheid van 40km per uur in een verticale daling van 85 graden bij een temperatuur van 3 graden boven nul. Dan ligt de Nobelprijs klaar. Maar u begrijpt: dat zit er niet echt in voorlopig.
In een artikel op 03-05-2003 (+): Interessants tussen hemel en aarde schetst VC een portret van fysicus en parapsycholoog Bierman van het Parapsychologisch Instituut in Utrecht, en het onderzoek waar hij op dat moment mee bezig is, en waarin ook het imago-risicico ter sprake komt. Onder vuur van zowel fysici, als Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft, als kennelijk ook van psychologen: Bierman: vooral psychologen zijn fel, die zijn als de dood dat ze niet serieus worden genomen. Ook komt een en ander naar voren over dat imago van de parapsycholoog: CV: Want dat is de parapsychologie voor de buitenwereld nog steeds, zegt Bierman: een beetje vreemd vak waar je je als serieuze wetenschapper eigenlijk niet mee inlaat. 'Het helpt niet echt als je met ganzfeld-experimenten aankomt, telepatieproeven waarbij de proefpersoon halve pingpongballen over de ogen krijgt en onder rood licht moet ontspannen. Dat komt al zo mysterieus over, dat je verder niet erg serieus wordt genomen.' Het is een van de redenen dat Bierman, al is hij wel deeltijdhoogleraar aan het Parapsychologisch Instituut in Utrecht, zichzelf liever niet hardop parapsycholoog noemt. Dat wekt snel verkeerde associaties. 'Onder het mom van meer tussen hemel en aarde worden mensen naar paranormaalbeurzen gelokt, waar ze voor dure kralenkettingen kunnen aanschaffen. Boerenbedrog, al hebben mensen er kennelijk behoefte aan.'
27-07-1996 (+) In de ban van de speculatie. Bespreking van twee boeken van twee collega-wetenschapsjournalisten: Horgan en Sagan: VC: Sagan gelooft met hart en ziel in de effectiviteit van de wetenschappelijke methode, maar dan zonder de bestaande kennis zonder meer heilig te verklaren zoals veel naïeve onderzoekers nogal eens geneigd zijn te doen. 'De wetenschappelijke methode is veel belangrijker dan de uitkomsten ervan.' Sagan, in Amerika onwaarschijnlijk beroemd juist omdat hij bereid is het paranormale serieus te onderzoeken, gaat met een fileermes door het hele scala van de hedendaagse lichtgelovigheid. In feite blijkt er zelden iets nieuws onder de zon.
Met andere woorden, het serieus nemen van de vraag hoe je op zijn minst een goede onderzoeksopzet maakt voor de bestudering van een desnoods niet bestaand verschijnsel kan niet alleen ook heel leerzaam zijn voor de reguliere wetenschap, maar het is ook alleen pas daarna dat er iets meer over te zeggen valt. Zie ook bijvoorbeeld het onderzoek van Nuboer. Maar ook de specifieke vragen die de onderzoeksopzetten in de parapsychologie oproepen en hoe die op te lossen zijn op zijn minst al wetenschapstheoretisch interessant. En zie opnieuw ook Nuboer. Dat de plaats van het hok juist zo belangrijk was, daar kwam hij pas zo duidelijk achter na de proeven, die gebaseerd waren op een verkeerd idee.
Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het scepticisme: Inleiding
vrijdag 12 januari 2007 00:17
Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het scepticisme :
Inleiding
Hieraan vooraf ging: Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het ridiculiseren
Daaraan vooraf ging: Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het waarschuwen
Daaraan vooraf ging: Helderziendheid in het digitale archief van de Volkskrant: 1994-2006
Het scepticisme : inleiding
Een academische opleiding die niet zou resulteren in een sceptische houding ten aanzien van zowat alles, kan geen goede academische opleiding zijn.
Men doet er kennis op, op het niveau van weten en wetenschap. Men leert er ook beter nadenken, dat wil zeggen, vragen in, per definitie voorlopige, antwoorden omzetten, waarbij gebruikt wordt gemaakt van de opgedane kennis, inclusief kennis over de manier waarop men dat omzetten van vragen in antwoorden op een wetenschappelijke manier doet. En leert daarna weer verder te denken over het gevonden antwoord. En tenslotte leert men er een beschaafd wantrouwen tegenover alles wat zich aandient als persoonlijk geloof en persoonlijke ervaring of ondervinding van zichzelf en van anderen.
Natuurlijk ligt een en ander bij verschillende disciplines qua accenten verschillend. Om het maar direct naar de praktijk te vertalen: ik zou niet graag naar een arts gaan die zijn eigen diagnose van mijn fysieke klachten niet steeds met een zeker wantrouwen blijft beschouwen. Ik zou de eerste fysicus nog tegen moeten komen die niet graag, heel heel heel eventueel, met een toetsbare Theorie van Alles op de proppen zou komen. En als het goed is, is er ook geen differentieel psycholoog te vinden die zomaar voorbij gaat aan ervaringen waaraan sommige mensen een helderziend karakter toekennen en anderen niet, zonder enigszins te willen weten waarom en wanneer ze dat wel of niet doen.
Met deze praktische omschrijving van sceptiscisme in het achterhoofd kijken we eens naar wat we in de Volkskrant van 1994 tot 2006 tegenkomen. We merken daarbij bij voorbaat op dat de hier geformuleerde scepsis in de praktijk deels ook iets anders is dan dat wat de in de kolommen van de Volkskrant in die periode vaak aangehaalde Stichting Skepsis lijkt voor te staan. Lagendijk (31-10-1998) wees erop, dat die Stichting wel eens de indruk wekt nogal fanatiek zaken aan de kaak te willen stellen. Ook daar lijkt me bij tijd en wijle niks op tegen, zoals in het geval van Rob Nanninga, die een ‘medium’ direct betrapt op een nieuwe vorm van bedrog door te wijzen op de genverbrander op internet. Ook lijkt het bestaan van Skepsis niet overbodig als het gaat om het expliciteren van het feit dat er geen sprake is van wetenschappelijk verantwoorde proeven in zo’n KRO-programma als ‘Op zoek naar het zesde zintuig’ in november 2006, met een vervolg vanaf februari 2007, zeker als een krant als de Volkskrant dat kennelijk niet als haar taak ziet, en de KRO daar bewust niet helder over is. Alleen de titel van het programma al. Die laat te graag te veel te raden over.
Maar het sceptiscisme van Skepsis is hier niet mijn enige insteek. Mij houdt de vraag bezig, hoe men ook nog op een meer psychologische manier sceptisch zou kunnen zijn, bijvoorbeeld tegenover een op het eerste oog eerlijk en recent verslag van ondervinding van Lydia Rood, op haar weblog (08-11-2006): Ergerlijk: de positivist. Wat zou zij in de besproken jaren bijvoorbeeld hebben kunnen lezen in de Volkskrant, die haar ondervinding in een ander daglicht kan of zou hebben kunnen plaatsen? Want de sceptische levenshouding op zich, ook tegenover eigen ervaringen, kan ook haar bijna niet vreemd zijn.
Zoals ik in Het ridiculiseren aangaf, zijn het met name fysicus en psycholoog Vervaet en psycholoog Merckelbach die enerzijds misschien ook wel moeite moeten hebben zich niet over te geven aan het ridiculiseren, maar anderzijds ook eventueel bereid zijn zelf de proef op sommige sommen te nemen. In het geval van Merckelbach (Giesen, 19-07-1997) komt het alleen neer op: Soms daagt Merckelbach een 'paranormaal begaafde' uit. 'Er was hier in Limburg een mevrouw die beweerde dat ze helderziende was. In Amerika zou ze de uitkomsten van een random-generator, een computer die willekeurig enen en nullen produceert, nauwkeurig voorspeld hebben. Ik heb haar uitgenodigd in mijn laboratorium. Nooit meer iets van gehoord. Ook hierover moet ik een sceptische opmerking maken: Kennelijk had Merkelbach nog nooit gehoord van een al lang bestaand en uitgebreid ‘proces-gericht’ in plaats van ‘bewijs-gericht’ onderzoek naar de ‘gaven’ van helderzienden, met welke kennis hij zich zelfs zo’n proef misschien ook had kunnen besparen.
De inzet van Vervaet (Verslaggeefster 19-08-1995) is directer: ‘Jomanda zelf zei het eens zo: 'Iedereen die zegt te kunnen genezen, moet onderzocht worden. Aan kwakzalvers heeft niemand behoefte. Integendeel, die zijn zelfs gevaarlijk. We praten tenslotte over de gezondheid en levens van mensen.' .......De ontwikkelingspsycholoog dr E. Vervaet bracht de woorden van het helend medium uit Tiel in de praktijk. Hij controleerde de afgelopen maanden vijf medische mirakels en constateerde dat geen van de vijf patiënten tijdens de healings genezen is. Zijn conclusies publiceert hij begin volgende maand in Skepter, het verenigingsblad van Skepsis, de stichting die onderzoek doet naar paranormale verschijnselen. 'Dit is voor haar het begin van het einde', zegt hij.
Vervaet doet in de succesdagen van zo’n mevrouw meer dan ridiculiseren. Hij trekt erop uit en vindt wel een en ander dat strijdig is met de uitspraken van de mevrouw. Maar zijn woorden dat zijn vondsten het begin van het einde zouden geven, bleken niet profetisch. Hij onderschatte in elk geval toen nog de eigen dynamiek van het willen geloven in wonderen.
En overigens mag de niet met name genoemde verslaggeefster er ook zijn. De openingszin is voortreffelijk gekozen. Zonder het expliciet te maken wijst ze erop dat Jomanda de interactionele klappen van de zweep ook toen al kende: volgens de officiële definitie zelf kwakzalver eerste klas zijn en dan net doen of er ook kwakzalvers zijn. Ik kan me voorstellen dat menigeen hier al meteen de blik afwendt, maar de oplossing van Vervaet is wel zo probaat. Echter, men moet als eenvoudig wetenschapper niet denken dat dàt nou zoden aan de dijk zou zetten. Ik heb nog een TV-beeld op het netvlies waarin ik de befaamde Piet Borst het zag opnemen tegen deze mevrouw. Dat zal hij niet nog een keer doen, neem ik aan. Tegen muren en geesten kun je praten wat je wilt. Ze luisteren niet of snappen het niet, en door de geesten geïnspireerden zijn ook nog eens niet zelden sluw in de normale menselijke interactie. Waar zij elke verantwoordelijkheid voor hun woorden naar boven schuiven als het wat te heet onder de voeten wordt moet de wetenschapper steeds zorgvuldig zijn woorden kiezen, want hij neemt wel steeds de verantwoordelijkheid voor zijn woorden.
In een artikel van wetenschapsjournalist Van Calmthout (08-11-1997) (+++) Plaaggeesten bestaan, ontpopt Vervaet zich ook als een wetenschapscriticus, hij is bijvoorbeeld ook sceptisch tegenover veel psychologisch onderzoek, en zelfs als een criticus van zijn collega-sceptici van Skepsis. Of zijn uitspraken in dat artikel ook allemaal kloppen, kan hier niet aan de orde zijn. De scepticus in optima forma dus. En de neiging tot ironie of ridiculiseren is Vervaet desondanks vreemd, als ik dit artikel goed lees. ...Jomanda-kenner Vervaet, die niets moet hebben van de harde ironie van zijn collega-sceptici. 'Het blijven steeds de klassieke, gemakkelijke thema's en gevallen, terwijl men grotendeels voorbij gaat aan de vraag waarom dit soort dingen zoveel mensen juist nu zo aanspreekt. Zolang je dat niet doet, raakt de echte wetenschap steeds verder op de achtergrond en wordt er meer en meer quasiwetenschappelijke pseudokennis geproduceerd omdat daaraan nu eenmaal behoefte bestaat.' ...
Tot het type scepticus in optima forma zonder sterke neiging tot ridiculiseren lijkt in elk geval ook Van Calmthout zelf te behoren. Want hij is weer degene die in dit artikel nu juist het landschap Skepsis als vereniging in zijn geheel weer probeert te overzien en er kritische vragen bij stelt. Allemaal interessant voor de geïnteresseerde, maar tot nu toe nog niet echt iets waar Lydia Rood iets aan zou kunnen hebben. We zoeken verder, eerst bij Van Calmthout, die het vaakst voorkomt in relatie tot ons onderwerp.
Gezien de beperkingen in grootte die er zijn bij een weblog, moet ik een en ander verder in meer stukken opknippen dan ik eerst van plan was.
Hieraan vooraf ging: Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het ridiculiseren
Daaraan vooraf ging: Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het waarschuwen
Daaraan vooraf ging: Helderziendheid in het digitale archief van de Volkskrant: 1994-2006
Het scepticisme : inleiding
Een academische opleiding die niet zou resulteren in een sceptische houding ten aanzien van zowat alles, kan geen goede academische opleiding zijn.
Men doet er kennis op, op het niveau van weten en wetenschap. Men leert er ook beter nadenken, dat wil zeggen, vragen in, per definitie voorlopige, antwoorden omzetten, waarbij gebruikt wordt gemaakt van de opgedane kennis, inclusief kennis over de manier waarop men dat omzetten van vragen in antwoorden op een wetenschappelijke manier doet. En leert daarna weer verder te denken over het gevonden antwoord. En tenslotte leert men er een beschaafd wantrouwen tegenover alles wat zich aandient als persoonlijk geloof en persoonlijke ervaring of ondervinding van zichzelf en van anderen.
Natuurlijk ligt een en ander bij verschillende disciplines qua accenten verschillend. Om het maar direct naar de praktijk te vertalen: ik zou niet graag naar een arts gaan die zijn eigen diagnose van mijn fysieke klachten niet steeds met een zeker wantrouwen blijft beschouwen. Ik zou de eerste fysicus nog tegen moeten komen die niet graag, heel heel heel eventueel, met een toetsbare Theorie van Alles op de proppen zou komen. En als het goed is, is er ook geen differentieel psycholoog te vinden die zomaar voorbij gaat aan ervaringen waaraan sommige mensen een helderziend karakter toekennen en anderen niet, zonder enigszins te willen weten waarom en wanneer ze dat wel of niet doen.
Met deze praktische omschrijving van sceptiscisme in het achterhoofd kijken we eens naar wat we in de Volkskrant van 1994 tot 2006 tegenkomen. We merken daarbij bij voorbaat op dat de hier geformuleerde scepsis in de praktijk deels ook iets anders is dan dat wat de in de kolommen van de Volkskrant in die periode vaak aangehaalde Stichting Skepsis lijkt voor te staan. Lagendijk (31-10-1998) wees erop, dat die Stichting wel eens de indruk wekt nogal fanatiek zaken aan de kaak te willen stellen. Ook daar lijkt me bij tijd en wijle niks op tegen, zoals in het geval van Rob Nanninga, die een ‘medium’ direct betrapt op een nieuwe vorm van bedrog door te wijzen op de genverbrander op internet. Ook lijkt het bestaan van Skepsis niet overbodig als het gaat om het expliciteren van het feit dat er geen sprake is van wetenschappelijk verantwoorde proeven in zo’n KRO-programma als ‘Op zoek naar het zesde zintuig’ in november 2006, met een vervolg vanaf februari 2007, zeker als een krant als de Volkskrant dat kennelijk niet als haar taak ziet, en de KRO daar bewust niet helder over is. Alleen de titel van het programma al. Die laat te graag te veel te raden over.
Maar het sceptiscisme van Skepsis is hier niet mijn enige insteek. Mij houdt de vraag bezig, hoe men ook nog op een meer psychologische manier sceptisch zou kunnen zijn, bijvoorbeeld tegenover een op het eerste oog eerlijk en recent verslag van ondervinding van Lydia Rood, op haar weblog (08-11-2006): Ergerlijk: de positivist. Wat zou zij in de besproken jaren bijvoorbeeld hebben kunnen lezen in de Volkskrant, die haar ondervinding in een ander daglicht kan of zou hebben kunnen plaatsen? Want de sceptische levenshouding op zich, ook tegenover eigen ervaringen, kan ook haar bijna niet vreemd zijn.
Zoals ik in Het ridiculiseren aangaf, zijn het met name fysicus en psycholoog Vervaet en psycholoog Merckelbach die enerzijds misschien ook wel moeite moeten hebben zich niet over te geven aan het ridiculiseren, maar anderzijds ook eventueel bereid zijn zelf de proef op sommige sommen te nemen. In het geval van Merckelbach (Giesen, 19-07-1997) komt het alleen neer op: Soms daagt Merckelbach een 'paranormaal begaafde' uit. 'Er was hier in Limburg een mevrouw die beweerde dat ze helderziende was. In Amerika zou ze de uitkomsten van een random-generator, een computer die willekeurig enen en nullen produceert, nauwkeurig voorspeld hebben. Ik heb haar uitgenodigd in mijn laboratorium. Nooit meer iets van gehoord. Ook hierover moet ik een sceptische opmerking maken: Kennelijk had Merkelbach nog nooit gehoord van een al lang bestaand en uitgebreid ‘proces-gericht’ in plaats van ‘bewijs-gericht’ onderzoek naar de ‘gaven’ van helderzienden, met welke kennis hij zich zelfs zo’n proef misschien ook had kunnen besparen.
De inzet van Vervaet (Verslaggeefster 19-08-1995) is directer: ‘Jomanda zelf zei het eens zo: 'Iedereen die zegt te kunnen genezen, moet onderzocht worden. Aan kwakzalvers heeft niemand behoefte. Integendeel, die zijn zelfs gevaarlijk. We praten tenslotte over de gezondheid en levens van mensen.' .......De ontwikkelingspsycholoog dr E. Vervaet bracht de woorden van het helend medium uit Tiel in de praktijk. Hij controleerde de afgelopen maanden vijf medische mirakels en constateerde dat geen van de vijf patiënten tijdens de healings genezen is. Zijn conclusies publiceert hij begin volgende maand in Skepter, het verenigingsblad van Skepsis, de stichting die onderzoek doet naar paranormale verschijnselen. 'Dit is voor haar het begin van het einde', zegt hij.
Vervaet doet in de succesdagen van zo’n mevrouw meer dan ridiculiseren. Hij trekt erop uit en vindt wel een en ander dat strijdig is met de uitspraken van de mevrouw. Maar zijn woorden dat zijn vondsten het begin van het einde zouden geven, bleken niet profetisch. Hij onderschatte in elk geval toen nog de eigen dynamiek van het willen geloven in wonderen.
En overigens mag de niet met name genoemde verslaggeefster er ook zijn. De openingszin is voortreffelijk gekozen. Zonder het expliciet te maken wijst ze erop dat Jomanda de interactionele klappen van de zweep ook toen al kende: volgens de officiële definitie zelf kwakzalver eerste klas zijn en dan net doen of er ook kwakzalvers zijn. Ik kan me voorstellen dat menigeen hier al meteen de blik afwendt, maar de oplossing van Vervaet is wel zo probaat. Echter, men moet als eenvoudig wetenschapper niet denken dat dàt nou zoden aan de dijk zou zetten. Ik heb nog een TV-beeld op het netvlies waarin ik de befaamde Piet Borst het zag opnemen tegen deze mevrouw. Dat zal hij niet nog een keer doen, neem ik aan. Tegen muren en geesten kun je praten wat je wilt. Ze luisteren niet of snappen het niet, en door de geesten geïnspireerden zijn ook nog eens niet zelden sluw in de normale menselijke interactie. Waar zij elke verantwoordelijkheid voor hun woorden naar boven schuiven als het wat te heet onder de voeten wordt moet de wetenschapper steeds zorgvuldig zijn woorden kiezen, want hij neemt wel steeds de verantwoordelijkheid voor zijn woorden.
In een artikel van wetenschapsjournalist Van Calmthout (08-11-1997) (+++) Plaaggeesten bestaan, ontpopt Vervaet zich ook als een wetenschapscriticus, hij is bijvoorbeeld ook sceptisch tegenover veel psychologisch onderzoek, en zelfs als een criticus van zijn collega-sceptici van Skepsis. Of zijn uitspraken in dat artikel ook allemaal kloppen, kan hier niet aan de orde zijn. De scepticus in optima forma dus. En de neiging tot ironie of ridiculiseren is Vervaet desondanks vreemd, als ik dit artikel goed lees. ...Jomanda-kenner Vervaet, die niets moet hebben van de harde ironie van zijn collega-sceptici. 'Het blijven steeds de klassieke, gemakkelijke thema's en gevallen, terwijl men grotendeels voorbij gaat aan de vraag waarom dit soort dingen zoveel mensen juist nu zo aanspreekt. Zolang je dat niet doet, raakt de echte wetenschap steeds verder op de achtergrond en wordt er meer en meer quasiwetenschappelijke pseudokennis geproduceerd omdat daaraan nu eenmaal behoefte bestaat.' ...
Tot het type scepticus in optima forma zonder sterke neiging tot ridiculiseren lijkt in elk geval ook Van Calmthout zelf te behoren. Want hij is weer degene die in dit artikel nu juist het landschap Skepsis als vereniging in zijn geheel weer probeert te overzien en er kritische vragen bij stelt. Allemaal interessant voor de geïnteresseerde, maar tot nu toe nog niet echt iets waar Lydia Rood iets aan zou kunnen hebben. We zoeken verder, eerst bij Van Calmthout, die het vaakst voorkomt in relatie tot ons onderwerp.
Gezien de beperkingen in grootte die er zijn bij een weblog, moet ik een en ander verder in meer stukken opknippen dan ik eerst van plan was.
Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het
ridiculiseren
Hieraan vooraf ging: Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het waarschuwen
Daaraan vooraf ging: Helderziendheid in het digitale archief van de Volkskrant: 1994-2006
Het ridiculiseren
De meest pregnante vorm waarin de/het helderziende in de Volkskrant wordt geridiculiseerd is waarschijnlijk de jaarlijkse Nieuwjaarsparade van helderzienden die in blaadjes als Paravisie voorspellingen doen over ‘gebeurtenissen’ in het komende jaar, en waarvan de Volkskrant dan trouw verslag doet.
Hebben we in het vorige stukje (Het waarschuwen) impliciet gewezen op het lang niet altijd ‘onschuldige’ karakter van de/het helderziende (schadelijkheid voor de gezondheid en erger, bedrog), zo lang het om ‘toekomstvoorspellingen’ gaat voor het nieuwe jaar kan er best gelachen worden en kan de journalist zich uitleven in ironie en sarcasme, en de daarvoor gevoelige lezer kan zich verkneukelen.
Op 29-12-2005 bijvoorbeeld wordt op hekelende toon het legertje helderzienden cq paragnosten dat met Nieuwjaarsvoorspellingen komt, gefileerd. Eentje voorspelt: President Bush zal in 2006 worden afgezet. Niet dus. Maar het zal bij de ‘evaluatie’ wel worden dat de paragnost misschien toch wel een verkiezingsnederlaag voor de partij van Bush heeft aan zien komen.
Een mooi voorbeeld is ook het stukje van Raoul du Pre (29-12-1998) waarin tenminste ook nog een èchte voorspelling is opgenomen. Een citaat uit het stukje van du Pre: En (paragnost) De Gelder verklapt méér: 'De top van de Utrechtse Domtoren zal (in 1999) in een zware storm afbreken en gedeeltelijk naar beneden komen. Utrechtse omwonenden worden gewaarschuwd om op dat moment weg te blijven van het Domplein. Misschien neemt het stadsbestuur tijdig maatregelen bij het lezen van dit bericht. . . dat denk ik wel.'
Voor zover bekend is deze toch wel concrete (en voldoende irrationele om helderziend genoemd te mogen worden, indien waar) voorspelling niet uitgekomen, maar wie weet is dat de Utrechters zelf wel ontgaan want Ronald Plasterk beweert (27-08-2004) dat midden in het land, meer in het bijzonder in de provincie Utrecht, elfen en kabouters wonen! Op het stukje van Plasterk komen we nog terug.
Maar met de Nieuwjaarsparade zijn we dan inderdaad wel weer beland bij de waarzeggers op de kermis. Overigens mag het wel geestig heten dat er ook een artikel in de krant stond dat over de kermis gaat (12-07-1999) en waaruit blijkt dat de waarzeggers op de kermis zich juist helderzienden zijn gaan noemen, in een trouwens op zichzelf al geestig citaat, wegens het genoemde geluid op de kermis: ‘De 70-jarige Salbach - 'ik ben geboren onder de draaimolen' - is bezig aan zijn laatste kermistournee. Met spijt constateert hij dat de helderziende een uitstervend fenomeen is geworden. 'Mijn grootmoeder deed het, mijn moeder deed het. Het zit in de genen. Maar ik moet steeds vaker opboksen tegen keiharde luidsprekers. Je moet je als helderziende verstaanbaar kunnen maken, anders is het geen haalbare kaart.'
De helderzienden zitten nu dus niet meer op de kermis, maar bij de warme kachel, of zijn op TV, voor een groot deel de nieuwe kermis, zie onder meer de aankomende KRO-uitzendingen vanaf februari 2007.
Zoals het gaat met indelingen, helemaal zuiver zijn ze nooit toe te passen natuurlijk. We noemen dit stukje Het ridiculiseren en het volgende Het scepticisme. Maar waar gaat het een in het ander over? Als we eens wat nader kijken naar het bovengenoemde stukje van Plasterk dan is dat niet alleen een ridiculiserend stuk, maar er spreekt ook veel meer dan scepsis alleen uit, en daarom noem ik het hier. Ik citeer een deel, hoewel dat aan het hele stuk niet helemaal recht doet, maar dat geldt eigenlijk steeds, en ik kan moeilijk steeds alle tekst integraal overnemen, maar lees het in het archief:
Utrecht is de plaats van het roemruchte Van Praag Instituut waar handoplegging wordt gedoceerd aan verpleegkundigen; het was de werkplek van wijlen Gerard Croiset, de inspirator van Jomanda, de paragnost die door de politie bij de opsporing van verloren kinderen werd betrokken. De Universiteit van Utrecht benoemde de eerste hoogleraar in de parapsychologie W.H.C. Tenhaeff en heeft vrij recent Coby Heijnen aangesteld tot hoogleraar in de psychoneuroimmunologie. Zij prijkt prominent op de cover van het orthomoleculair kwakzalversblad Folia orthica. De arts Broekhuyse die Sylvia Millecam 'behandelde', woont in Haarzuilens. Het Europees Laboratorium voor Nutriënten van dr. E.F. Vogelaar, waar alternatieve genezers uit het hele land nutteloze testjes laten uitvoeren tegen veel geld, is gevestigd in Utrecht. De volgelingen van de racistische leer van Rudolf Steiner, de antroposofen, zijn gevestigd in Zeist, en de faculteit diergeneeskunde, die de homeopaten maar niet kwijt kan raken, zit in De Uithof. Dat kan geen toeval meer zijn!
In het stukje wordt een algemene zorg geuit, die ook met name door de andere bèta-wetenschappers Lagendijk en Bais, die ik in dit verband tegenkwam, eens of meer dan eens verwoord wordt. Die zorg is misschien wel in één zin samen te vatten zoals Plasterk hier ook doet: De universiteit hoort de wetenschappelijke methode te doceren. In de woorden van Bais, tien jaar eerder: (19-07-1994): Als het zo door gaat, moeten we op onze scholen niet alleen maatschappijleer maar ook 'werkelijkheidskunde' gaan onderwijzen. In de woorden van Lagendijk: (02-09-1995): De media zijn steeds minder geïnteresseerd in serieuze wetenschap. Wetenschap is geen amusement. Wetenschap is geen ruzie. En wetenschap kan meestal niet in een minuut worden uitgelegd. Wat moeten wij wetenschappers doen om te overleven? Moeten we hetzes creëren? Of moeten we paranormale verschijnselen wetenschappelijk gaan controleren? Zoals de Universiteit Utrecht doet: daar gaat de geneeskracht van Jomanda bestudeerd worden. Moeten we meedoen aan wetenschapsquizzen? Ik vrees van wel. En op 24-02-1996 zegt Lagendijk: De uit de kerk weggelopen landgenoten zijn op de New Age-toer gegaan. Zij volgen cursussen tarotkaarten lezen, geloven in reïncarnatie en paranormale verschijnselen. De New Age heeft blijkbaar een groot maatschappelijk draagvlak. Toch moet ik er niet aan denken dat deze beweging zou doordringen tot de universiteiten. Stel je voor: een elite-universiteit in Leiden op New Age-grondslag.
Op 31-10-1998 haalt Lagendijk overigens ook uit naar de bèta-sceptici Hulspas (astronoom) en Nienhuys (wiskundige) naar aanleiding van hun boek Tussen waarheid en waanzin (1997): Ook pseudo-wetenschappelijke ontdekkingen laten veel onderzoekers koud. De media-aandacht voor graancirkels, vliegende schotels, telepathie en paranormaal begaafden is aan hen niet besteed. Daarentegen gedraagt een klein aantal fanaten onder de wetenschappers zich geheel anders. Deze fundamentalisten huldigen het achterlijke standpunt dat alles wat wetenschappelijk onzin is, bestreden dient te worden. Als iedere wetenschapper aan deze heilige oorlog zou gaan deelnemen, kunnen we de reguliere wetenschap wel afschrijven. Het testen en ontzenuwen van alle pseudo-wetenschappelijke claims levert meer werk op dan alle wetenschappers bij elkaar aankunnen.
De echte bèta’s zouden waarschijnlijk het liefst volstaan met het ridiculiseren. Niet alleen ‘het paranormale in zijn volle breedte’ maar eventueel ook collega-bèta’s die er in hun ogen te veel werk van maken ‘een en ander bloot te leggen’. Zonde van de tijd vinden ze. En wat henzelf betreft hebben ze het grootste gelijk van de wereld. Het zou voor deze topjongens inderdaad zonde van hun tijd zijn! (En dit is niet ironisch bedoeld.) Maar ze moeten natuurlijk niet vergeten dat nu eenmaal niet iedereen zo ‘top’ is en ook nog eens 'top' wordt in zijn eigen vakgebied, en mensen er ook andere bezigheden op nahouden (na moeten houden). Hoe dan ook, het is bijvoorbeeld misschien toch wel de moeite waard iets meer te weten te komen van de psychologie die betrokken is bij ‘helderziendheid’ en aanverwante zaken. Zo treffen we ook een zinnig stukje aan van psycholoog Philipse op 19-10-1999 als reactie op een ingezonden brief: Mensen zijn verhalenmakers die graag verbanden en betekenissen creëren waar die niet zijn: alles moet immers een zin of een doel hebben. Wetenschap heeft de voor velen hinderlijke neiging om vraagtekens te zetten bij die egocentrische en pasklare kijk op de wereld. Realiteiten als de uitgestrektheid van het heelal in tijd en ruimte, de nietigheid van onze planeet, de onverbiddelijke werking van de Tweede Wet van de Thermodynamica, maar ook de complexiteit en onvoorspelbaarheid van menselijk gedrag: ze maken de vraag naar de zin van ons bestaan niet gemakkelijker. Toch ligt in de erkenning van deze feiten de weg naar een volwassen zingeving en spiritualiteit - niet in een commerciële speelgoedkist vol aura's, spoken en andere uitverkoop-mystiek. Nergens worden we meer geconfronteerd met de onzekerheden van ons bestaan en de complexiteit van de ons omringende werkelijkheid dan in de voorhoede van de hedendaagse wetenschap - dus kom mij niet vertellen dat wetenschappers bang of bekrompen zijn!
In ons volgende stukje (Het scepticisme) zullen we zien hoe fysicus en tevens psycholoog Vervaet en de psycholoog Merkelbach in de kolommen van de Volkskrant als het ware de scheidslijn vormen tussen het ridiculiseren en het scepticisme, en dat experimententeel fysicus en wetenschapsjournalist Martijn van Calmthout een scepticus zonder directe spotternij is en ook bijvoorbeeld de cardioloog Dunning (indien naar zijn mening gevraagd over een specifiek onderwerp in het brede arsenaal van bijzondere ervaringen).
De spot komt verder van de alfa’s. We beperken ons tot die van de journalisten, zoals van TV-kijker Wim de Jong, en die kan er ook echt wat van. Hier nog een stukje uit zijn tekst n.a.v. de eerste aflevering van ‘Op zoek naar het zesde zintuig’ op 09-11-2006: De Vereniging tegen de Kwakzalverij zal er wellicht nog een kluif aan hebben, want Liesbeth en Marchien ontdekten zonder aanwijsbare wereldse hulp welk paranormaal varkentje hier moest worden gewassen. En jawel, bij een KRO-programma intussen net zo vanzelfsprekend als een plastic kindercadeautje bij een Happy Meal: er vloeiden natuurlijk weer warme tranen bij. Kortom, er lijkt al weer een grote kijkcijferhit in de maak.
Misschien intussen al wel een beetje al te laconiek geworden door zoveel TV-kijken? Of laat hij de echte kritische vragen verder liever aan een wetenschapscollega van de krant over. Wat bezielt die KRO? Erachteraan, journalisten, zou Vuijsje misschien zeggen.
Ook al eerder, op 05-04-2006 liet de Jong blijken over een werkelijk grappige pen te beschikken met betrekking tot het onderwerp: .....Wel alvast een stukje paranormaal-christelijke verzuiling. Want sinds Luther gaat het ook in deze nieuwe markt hard. Roelof leidt je als medium in één rechte weg naar de juiste aanspreekpunten in de gereformeerde bovenwereld, mits je dus op aarde al aan goede kant staat. Pater Johannes wil als goed katholiek wel eerst wat met zijn klandizie oudehoeren over de waarheidsniveaus die je in het geloof in de communicatie met het hiernamaals moet willen aanbrengen. En houd er als katholiek ook rekening mee dat hij hierbij een 'stukje conclusie' uit de wetenschap naar voren wenst te brengen. Lekker is dat. Dat mediumt maar door elkaar en door het hemelse netwerk heen, waardoor zelfs kabelboer Wilfred Kemp er na een paar minuten al niet meer uitkomt, laat staan zijn doelgroep.
Hij voert dus ook nog een neologisme in: het werkwoord mediummen. Het zal Van Dale helaas niet halen, vrees ik. En ook Martin Bril doet op 04-12-2006 nog iets niet-alledaags met de taal in zijn column Blauw: Blauw is de kleur van wijsheid en betrouwbaarheid – volgens de paranormale handboeken. Nou kan het zijn dat je hier paranormale handboeken moet lezen op de manier waarop men ook over heilige boeken spreekt -een stijlfiguur, maar boeken zijn over het algemeen niet paranormaal of heilig, maar van papier en andere stoffelijkheid. De inhoud wil nog wel eens over het heilige of het paranormale gaan. En dan nog : ik denk dat die paranormale handboeken het er niet over eens zijn dat blauw de kleur is voor wijsheid en betrouwbaarheid. Er zijn trouwens ook nog allerlei soorten blauw!
De spot van bijvoorbeeld Jan Blokker met betrekking tot het onderwerp lijkt een wat meer bits karakter te hebben. Misschien de reden voor Lydia Rood om haar weblogstukje (08-11-2006) , waarin ze uitspreekt het paranormale te ondervinden in haar naaste omgeving, en waarin we in een later stukje (Het geloven) op hopen terug te komen, te beginnen met hem min of meer (maar wel netjes) ‘uit te schelden’ voor positivist. Nou, denk ik bij het woord positivist toch eerder aan experimenteel wetenschappers dan aan historici en columnisten en schrijvers, maar goed, alweer misschien vooral een kwestie van taal.
Blokker kan soms scherp uit de hoek komen, en een en ander in taal kunstig willen combineren. Een voorbeeld is een column van 04-01-2000 - direct na het begin van het millennium, dus toen de angst voor de millennium-bug ongegrond bleek (maar er is ontzettend hard gewerkt, jarenlang, op heel veel plaatsen in het bedrijfsleven en elders om die bug eronder te houden en al die inspanningen hebben een bewonderenswaardig resultaat gehad, in die zin dat er alleen kleine dingen zijn misgegaan, maar daar hoor je Blokker overigens niet over) - die eindigt met de zin: Dat (Laatste Oordeel Platform) zal ook weer een lieve duit kosten, maar benoem de helderziende Maurice de Hond tot voorzitter, en ik heb het er graag voor over. Altijd ook al kritisch op de opiniepeiler(s) voegt hij de Hond min of meer (maar wel netjes) ook een in zijn ogen ‘scheldwoord’ toe. Daarmee tevens inspelend op de ‘voorspelling’ dat het wel eens fout kon gaan met de jaarwisseling 1999-2000. ‘Instinctieve’, en niet zozeer ‘geïnformeerde’ afkeer lijkt het, niet alleen van het ‘helderziende’ maar van alle voorspellen.
Op dezelfde wat bitse toon bespreekt hij in Folio op 06-04-1996 ook onder meer een boek: A. Bredenhoff & J.T. Offringa: Greet Hofmans, occult licht op een koninklijke affaire. ....Het andere boekje - Greet Hofmans, occult licht op een koninklijke affaire - is in zoverre een stukje instructiever, dat de auteurs de nadruk hebben gelegd op een aantal personages en omstandigheden die ons enig inzicht kunnen verschaffen in de wereld van metafysische hocus-pocus waarin mevrouw Hofmans groot en beroemd werd; ze hebben de lezer in een appendix zelfs de horoscopen van Johannes Exler (Greets oer-goeroe als het ware), J.W. Kaiser en Greet zelf niet onthouden. Voor leken op het gebied van sterrenwichelarij en onzienlijkheden behelst het geschriftje tenminste nog enig nieuws - je ruikt tussen de regels in ieder geval de wachtkamer van een in de Govert Flinckstraat drie hoog achter gevestigde helderziende. De ene auteur (A. Bredenhoff) is ook parapsycholoog. Dat de ander (J.T. Offringa) blijkens de achterflap Nederlandse taal- en letterkunde heeft gestudeerd en 'werkzaam is in de journalistiek', heeft op de kwaliteit van het gepresenteerde proza geen merkbare invloed gehad....
Het geestigste (nou ja) bericht van de hele periode komt toch wel op 28-12-2005 via Michael Persson: (Deel van bericht)...Bovendien, zo vernam (medium) Van den Broeke van zijn bovennatuurlijke bronnen, waren Corrie en haar man in een vorig leven, begin negentiende eeuw, ook al met elkaar getrouwd geweest. Corrie zou tussen 1793 en 1823 als Hillegien Rozeboom in Coevorden hebben gewoond. Haar man Luwert was 'genverbrander'. Een raar beroep, vond Van den Broeke. 'Ik weet niet precies wat dat betekent.'
Dat vroeg ook Rob Nanninga zich af, hoofdredacteur van het kritische tijdschrift Skepter. Hij zocht op internet en kwam daar, in zomaar een familiestamboom, precies dezelfde informatie tegen als die welke Van den Broeke op paranormale wijze had ontvangen. Inclusief dat rare beroep: genverbrander. Hoewel Irene Moors in de uitzending meteen begreep dat er een letter e ontbrak - het moest geneverbrander zijn, jeneverbrander dus - was duidelijk dat er op de een of andere manier een spelfout was doorgegeven. Nanninga: 'Omdat het onwaarschijnlijk is dat een geest het woord jenever als genver uitspreekt, denk ik dat ook Van den Broeke zijn informatie gewoon van het web heeft gehaald. Inclusief die spelfout.' ...
Hieraan vooraf ging: Helderziendheid in de Volkskrant: 1994-2006: Het waarschuwen
Daaraan vooraf ging: Helderziendheid in het digitale archief van de Volkskrant: 1994-2006
Het ridiculiseren
De meest pregnante vorm waarin de/het helderziende in de Volkskrant wordt geridiculiseerd is waarschijnlijk de jaarlijkse Nieuwjaarsparade van helderzienden die in blaadjes als Paravisie voorspellingen doen over ‘gebeurtenissen’ in het komende jaar, en waarvan de Volkskrant dan trouw verslag doet.
Hebben we in het vorige stukje (Het waarschuwen) impliciet gewezen op het lang niet altijd ‘onschuldige’ karakter van de/het helderziende (schadelijkheid voor de gezondheid en erger, bedrog), zo lang het om ‘toekomstvoorspellingen’ gaat voor het nieuwe jaar kan er best gelachen worden en kan de journalist zich uitleven in ironie en sarcasme, en de daarvoor gevoelige lezer kan zich verkneukelen.
Op 29-12-2005 bijvoorbeeld wordt op hekelende toon het legertje helderzienden cq paragnosten dat met Nieuwjaarsvoorspellingen komt, gefileerd. Eentje voorspelt: President Bush zal in 2006 worden afgezet. Niet dus. Maar het zal bij de ‘evaluatie’ wel worden dat de paragnost misschien toch wel een verkiezingsnederlaag voor de partij van Bush heeft aan zien komen.
Een mooi voorbeeld is ook het stukje van Raoul du Pre (29-12-1998) waarin tenminste ook nog een èchte voorspelling is opgenomen. Een citaat uit het stukje van du Pre: En (paragnost) De Gelder verklapt méér: 'De top van de Utrechtse Domtoren zal (in 1999) in een zware storm afbreken en gedeeltelijk naar beneden komen. Utrechtse omwonenden worden gewaarschuwd om op dat moment weg te blijven van het Domplein. Misschien neemt het stadsbestuur tijdig maatregelen bij het lezen van dit bericht. . . dat denk ik wel.'
Voor zover bekend is deze toch wel concrete (en voldoende irrationele om helderziend genoemd te mogen worden, indien waar) voorspelling niet uitgekomen, maar wie weet is dat de Utrechters zelf wel ontgaan want Ronald Plasterk beweert (27-08-2004) dat midden in het land, meer in het bijzonder in de provincie Utrecht, elfen en kabouters wonen! Op het stukje van Plasterk komen we nog terug.
Maar met de Nieuwjaarsparade zijn we dan inderdaad wel weer beland bij de waarzeggers op de kermis. Overigens mag het wel geestig heten dat er ook een artikel in de krant stond dat over de kermis gaat (12-07-1999) en waaruit blijkt dat de waarzeggers op de kermis zich juist helderzienden zijn gaan noemen, in een trouwens op zichzelf al geestig citaat, wegens het genoemde geluid op de kermis: ‘De 70-jarige Salbach - 'ik ben geboren onder de draaimolen' - is bezig aan zijn laatste kermistournee. Met spijt constateert hij dat de helderziende een uitstervend fenomeen is geworden. 'Mijn grootmoeder deed het, mijn moeder deed het. Het zit in de genen. Maar ik moet steeds vaker opboksen tegen keiharde luidsprekers. Je moet je als helderziende verstaanbaar kunnen maken, anders is het geen haalbare kaart.'
De helderzienden zitten nu dus niet meer op de kermis, maar bij de warme kachel, of zijn op TV, voor een groot deel de nieuwe kermis, zie onder meer de aankomende KRO-uitzendingen vanaf februari 2007.
Zoals het gaat met indelingen, helemaal zuiver zijn ze nooit toe te passen natuurlijk. We noemen dit stukje Het ridiculiseren en het volgende Het scepticisme. Maar waar gaat het een in het ander over? Als we eens wat nader kijken naar het bovengenoemde stukje van Plasterk dan is dat niet alleen een ridiculiserend stuk, maar er spreekt ook veel meer dan scepsis alleen uit, en daarom noem ik het hier. Ik citeer een deel, hoewel dat aan het hele stuk niet helemaal recht doet, maar dat geldt eigenlijk steeds, en ik kan moeilijk steeds alle tekst integraal overnemen, maar lees het in het archief:
Utrecht is de plaats van het roemruchte Van Praag Instituut waar handoplegging wordt gedoceerd aan verpleegkundigen; het was de werkplek van wijlen Gerard Croiset, de inspirator van Jomanda, de paragnost die door de politie bij de opsporing van verloren kinderen werd betrokken. De Universiteit van Utrecht benoemde de eerste hoogleraar in de parapsychologie W.H.C. Tenhaeff en heeft vrij recent Coby Heijnen aangesteld tot hoogleraar in de psychoneuroimmunologie. Zij prijkt prominent op de cover van het orthomoleculair kwakzalversblad Folia orthica. De arts Broekhuyse die Sylvia Millecam 'behandelde', woont in Haarzuilens. Het Europees Laboratorium voor Nutriënten van dr. E.F. Vogelaar, waar alternatieve genezers uit het hele land nutteloze testjes laten uitvoeren tegen veel geld, is gevestigd in Utrecht. De volgelingen van de racistische leer van Rudolf Steiner, de antroposofen, zijn gevestigd in Zeist, en de faculteit diergeneeskunde, die de homeopaten maar niet kwijt kan raken, zit in De Uithof. Dat kan geen toeval meer zijn!
In het stukje wordt een algemene zorg geuit, die ook met name door de andere bèta-wetenschappers Lagendijk en Bais, die ik in dit verband tegenkwam, eens of meer dan eens verwoord wordt. Die zorg is misschien wel in één zin samen te vatten zoals Plasterk hier ook doet: De universiteit hoort de wetenschappelijke methode te doceren. In de woorden van Bais, tien jaar eerder: (19-07-1994): Als het zo door gaat, moeten we op onze scholen niet alleen maatschappijleer maar ook 'werkelijkheidskunde' gaan onderwijzen. In de woorden van Lagendijk: (02-09-1995): De media zijn steeds minder geïnteresseerd in serieuze wetenschap. Wetenschap is geen amusement. Wetenschap is geen ruzie. En wetenschap kan meestal niet in een minuut worden uitgelegd. Wat moeten wij wetenschappers doen om te overleven? Moeten we hetzes creëren? Of moeten we paranormale verschijnselen wetenschappelijk gaan controleren? Zoals de Universiteit Utrecht doet: daar gaat de geneeskracht van Jomanda bestudeerd worden. Moeten we meedoen aan wetenschapsquizzen? Ik vrees van wel. En op 24-02-1996 zegt Lagendijk: De uit de kerk weggelopen landgenoten zijn op de New Age-toer gegaan. Zij volgen cursussen tarotkaarten lezen, geloven in reïncarnatie en paranormale verschijnselen. De New Age heeft blijkbaar een groot maatschappelijk draagvlak. Toch moet ik er niet aan denken dat deze beweging zou doordringen tot de universiteiten. Stel je voor: een elite-universiteit in Leiden op New Age-grondslag.
Op 31-10-1998 haalt Lagendijk overigens ook uit naar de bèta-sceptici Hulspas (astronoom) en Nienhuys (wiskundige) naar aanleiding van hun boek Tussen waarheid en waanzin (1997): Ook pseudo-wetenschappelijke ontdekkingen laten veel onderzoekers koud. De media-aandacht voor graancirkels, vliegende schotels, telepathie en paranormaal begaafden is aan hen niet besteed. Daarentegen gedraagt een klein aantal fanaten onder de wetenschappers zich geheel anders. Deze fundamentalisten huldigen het achterlijke standpunt dat alles wat wetenschappelijk onzin is, bestreden dient te worden. Als iedere wetenschapper aan deze heilige oorlog zou gaan deelnemen, kunnen we de reguliere wetenschap wel afschrijven. Het testen en ontzenuwen van alle pseudo-wetenschappelijke claims levert meer werk op dan alle wetenschappers bij elkaar aankunnen.
De echte bèta’s zouden waarschijnlijk het liefst volstaan met het ridiculiseren. Niet alleen ‘het paranormale in zijn volle breedte’ maar eventueel ook collega-bèta’s die er in hun ogen te veel werk van maken ‘een en ander bloot te leggen’. Zonde van de tijd vinden ze. En wat henzelf betreft hebben ze het grootste gelijk van de wereld. Het zou voor deze topjongens inderdaad zonde van hun tijd zijn! (En dit is niet ironisch bedoeld.) Maar ze moeten natuurlijk niet vergeten dat nu eenmaal niet iedereen zo ‘top’ is en ook nog eens 'top' wordt in zijn eigen vakgebied, en mensen er ook andere bezigheden op nahouden (na moeten houden). Hoe dan ook, het is bijvoorbeeld misschien toch wel de moeite waard iets meer te weten te komen van de psychologie die betrokken is bij ‘helderziendheid’ en aanverwante zaken. Zo treffen we ook een zinnig stukje aan van psycholoog Philipse op 19-10-1999 als reactie op een ingezonden brief: Mensen zijn verhalenmakers die graag verbanden en betekenissen creëren waar die niet zijn: alles moet immers een zin of een doel hebben. Wetenschap heeft de voor velen hinderlijke neiging om vraagtekens te zetten bij die egocentrische en pasklare kijk op de wereld. Realiteiten als de uitgestrektheid van het heelal in tijd en ruimte, de nietigheid van onze planeet, de onverbiddelijke werking van de Tweede Wet van de Thermodynamica, maar ook de complexiteit en onvoorspelbaarheid van menselijk gedrag: ze maken de vraag naar de zin van ons bestaan niet gemakkelijker. Toch ligt in de erkenning van deze feiten de weg naar een volwassen zingeving en spiritualiteit - niet in een commerciële speelgoedkist vol aura's, spoken en andere uitverkoop-mystiek. Nergens worden we meer geconfronteerd met de onzekerheden van ons bestaan en de complexiteit van de ons omringende werkelijkheid dan in de voorhoede van de hedendaagse wetenschap - dus kom mij niet vertellen dat wetenschappers bang of bekrompen zijn!
In ons volgende stukje (Het scepticisme) zullen we zien hoe fysicus en tevens psycholoog Vervaet en de psycholoog Merkelbach in de kolommen van de Volkskrant als het ware de scheidslijn vormen tussen het ridiculiseren en het scepticisme, en dat experimententeel fysicus en wetenschapsjournalist Martijn van Calmthout een scepticus zonder directe spotternij is en ook bijvoorbeeld de cardioloog Dunning (indien naar zijn mening gevraagd over een specifiek onderwerp in het brede arsenaal van bijzondere ervaringen).
De spot komt verder van de alfa’s. We beperken ons tot die van de journalisten, zoals van TV-kijker Wim de Jong, en die kan er ook echt wat van. Hier nog een stukje uit zijn tekst n.a.v. de eerste aflevering van ‘Op zoek naar het zesde zintuig’ op 09-11-2006: De Vereniging tegen de Kwakzalverij zal er wellicht nog een kluif aan hebben, want Liesbeth en Marchien ontdekten zonder aanwijsbare wereldse hulp welk paranormaal varkentje hier moest worden gewassen. En jawel, bij een KRO-programma intussen net zo vanzelfsprekend als een plastic kindercadeautje bij een Happy Meal: er vloeiden natuurlijk weer warme tranen bij. Kortom, er lijkt al weer een grote kijkcijferhit in de maak.
Misschien intussen al wel een beetje al te laconiek geworden door zoveel TV-kijken? Of laat hij de echte kritische vragen verder liever aan een wetenschapscollega van de krant over. Wat bezielt die KRO? Erachteraan, journalisten, zou Vuijsje misschien zeggen.
Ook al eerder, op 05-04-2006 liet de Jong blijken over een werkelijk grappige pen te beschikken met betrekking tot het onderwerp: .....Wel alvast een stukje paranormaal-christelijke verzuiling. Want sinds Luther gaat het ook in deze nieuwe markt hard. Roelof leidt je als medium in één rechte weg naar de juiste aanspreekpunten in de gereformeerde bovenwereld, mits je dus op aarde al aan goede kant staat. Pater Johannes wil als goed katholiek wel eerst wat met zijn klandizie oudehoeren over de waarheidsniveaus die je in het geloof in de communicatie met het hiernamaals moet willen aanbrengen. En houd er als katholiek ook rekening mee dat hij hierbij een 'stukje conclusie' uit de wetenschap naar voren wenst te brengen. Lekker is dat. Dat mediumt maar door elkaar en door het hemelse netwerk heen, waardoor zelfs kabelboer Wilfred Kemp er na een paar minuten al niet meer uitkomt, laat staan zijn doelgroep.
Hij voert dus ook nog een neologisme in: het werkwoord mediummen. Het zal Van Dale helaas niet halen, vrees ik. En ook Martin Bril doet op 04-12-2006 nog iets niet-alledaags met de taal in zijn column Blauw: Blauw is de kleur van wijsheid en betrouwbaarheid – volgens de paranormale handboeken. Nou kan het zijn dat je hier paranormale handboeken moet lezen op de manier waarop men ook over heilige boeken spreekt -een stijlfiguur, maar boeken zijn over het algemeen niet paranormaal of heilig, maar van papier en andere stoffelijkheid. De inhoud wil nog wel eens over het heilige of het paranormale gaan. En dan nog : ik denk dat die paranormale handboeken het er niet over eens zijn dat blauw de kleur is voor wijsheid en betrouwbaarheid. Er zijn trouwens ook nog allerlei soorten blauw!
De spot van bijvoorbeeld Jan Blokker met betrekking tot het onderwerp lijkt een wat meer bits karakter te hebben. Misschien de reden voor Lydia Rood om haar weblogstukje (08-11-2006) , waarin ze uitspreekt het paranormale te ondervinden in haar naaste omgeving, en waarin we in een later stukje (Het geloven) op hopen terug te komen, te beginnen met hem min of meer (maar wel netjes) ‘uit te schelden’ voor positivist. Nou, denk ik bij het woord positivist toch eerder aan experimenteel wetenschappers dan aan historici en columnisten en schrijvers, maar goed, alweer misschien vooral een kwestie van taal.
Blokker kan soms scherp uit de hoek komen, en een en ander in taal kunstig willen combineren. Een voorbeeld is een column van 04-01-2000 - direct na het begin van het millennium, dus toen de angst voor de millennium-bug ongegrond bleek (maar er is ontzettend hard gewerkt, jarenlang, op heel veel plaatsen in het bedrijfsleven en elders om die bug eronder te houden en al die inspanningen hebben een bewonderenswaardig resultaat gehad, in die zin dat er alleen kleine dingen zijn misgegaan, maar daar hoor je Blokker overigens niet over) - die eindigt met de zin: Dat (Laatste Oordeel Platform) zal ook weer een lieve duit kosten, maar benoem de helderziende Maurice de Hond tot voorzitter, en ik heb het er graag voor over. Altijd ook al kritisch op de opiniepeiler(s) voegt hij de Hond min of meer (maar wel netjes) ook een in zijn ogen ‘scheldwoord’ toe. Daarmee tevens inspelend op de ‘voorspelling’ dat het wel eens fout kon gaan met de jaarwisseling 1999-2000. ‘Instinctieve’, en niet zozeer ‘geïnformeerde’ afkeer lijkt het, niet alleen van het ‘helderziende’ maar van alle voorspellen.
Op dezelfde wat bitse toon bespreekt hij in Folio op 06-04-1996 ook onder meer een boek: A. Bredenhoff & J.T. Offringa: Greet Hofmans, occult licht op een koninklijke affaire. ....Het andere boekje - Greet Hofmans, occult licht op een koninklijke affaire - is in zoverre een stukje instructiever, dat de auteurs de nadruk hebben gelegd op een aantal personages en omstandigheden die ons enig inzicht kunnen verschaffen in de wereld van metafysische hocus-pocus waarin mevrouw Hofmans groot en beroemd werd; ze hebben de lezer in een appendix zelfs de horoscopen van Johannes Exler (Greets oer-goeroe als het ware), J.W. Kaiser en Greet zelf niet onthouden. Voor leken op het gebied van sterrenwichelarij en onzienlijkheden behelst het geschriftje tenminste nog enig nieuws - je ruikt tussen de regels in ieder geval de wachtkamer van een in de Govert Flinckstraat drie hoog achter gevestigde helderziende. De ene auteur (A. Bredenhoff) is ook parapsycholoog. Dat de ander (J.T. Offringa) blijkens de achterflap Nederlandse taal- en letterkunde heeft gestudeerd en 'werkzaam is in de journalistiek', heeft op de kwaliteit van het gepresenteerde proza geen merkbare invloed gehad....
Het geestigste (nou ja) bericht van de hele periode komt toch wel op 28-12-2005 via Michael Persson: (Deel van bericht)...Bovendien, zo vernam (medium) Van den Broeke van zijn bovennatuurlijke bronnen, waren Corrie en haar man in een vorig leven, begin negentiende eeuw, ook al met elkaar getrouwd geweest. Corrie zou tussen 1793 en 1823 als Hillegien Rozeboom in Coevorden hebben gewoond. Haar man Luwert was 'genverbrander'. Een raar beroep, vond Van den Broeke. 'Ik weet niet precies wat dat betekent.'
Dat vroeg ook Rob Nanninga zich af, hoofdredacteur van het kritische tijdschrift Skepter. Hij zocht op internet en kwam daar, in zomaar een familiestamboom, precies dezelfde informatie tegen als die welke Van den Broeke op paranormale wijze had ontvangen. Inclusief dat rare beroep: genverbrander. Hoewel Irene Moors in de uitzending meteen begreep dat er een letter e ontbrak - het moest geneverbrander zijn, jeneverbrander dus - was duidelijk dat er op de een of andere manier een spelfout was doorgegeven. Nanninga: 'Omdat het onwaarschijnlijk is dat een geest het woord jenever als genver uitspreekt, denk ik dat ook Van den Broeke zijn informatie gewoon van het web heeft gehaald. Inclusief die spelfout.' ...
Hieraan vooraf ging: Helderziendheid in het digitale archief
van de Volkskrant: 1994-2006
De beste introductie in het onderwerp vanuit de Volkskrant zelf is misschien wel het artikel door Lewis Wolpert, hoogleraar in de medische biologie aan het University College in Londen, en auteur van The Unnatural Nature of Science. Het artikel is vertaald door José van Zuijlen onder de titel De geest wint het nog altijd van de logica in de Volkskrant van 29 maart 1997.
Waarom geloven we zo rotsvast in dingen die moeilijk zijn te geloven? En waarom drijft ziekte ons niet-logisch denken tot nieuwe hoogten? Omdat, zo stelt Lewis Wolpert, we er niet tegen kunnen dat we niet weten wat er aan de hand is, en we onszelf allerlei dingen op de mouw moeten spelden om lijn te kunnen brengen in ons leven. Religie is misschien niet de opium voor het volk, maar wel het ultieme placebo.
Ik heb het altijd wonderlijk gevonden dat mensen geloven in dingen waarvoor geen echt bewijs is. Zo’n geloof is universeel - cultureel antropologen moeten die ene maatschappij waarin een steviggeworteld, goedontwikkeld systeem van geloof in het paranormale ontbreekt, nog tegenkomen. In onze maatschappij is het niet veel anders, als we de godsdienst, de astrologie, de psychoanalyse en een groot aantal alternatieve geneeswijzen meerekenen.
Hij noemt hier helderziendheid niet expliciet, maar er kan geen twijfel over zijn dat hij daarover anders zou denken. In de rest van het artikel geeft hij een interessante visie over hoe dat eventueel zover is gekomen met de mens. Maar hier volstaat wat mij betreft de kernzin: (we geloven in dingen omdat) we er niet tegen kunnen dat we niet weten wat er aan de hand is, en we onszelf allerlei dingen op de mouw moeten spelden om lijn te kunnen brengen in ons leven.
Het besprokene met betrekking tot het onderwerp helderziendheid in de Volkskrant in de eerdergenoemde periode van 1994 tot 2006, in nieuws en achtergrond, lijkt te kunnen worden onderverdeeld in vier soorten reacties op dit ‘gegeven’, los van de betrachte objectiviteit van de berichtgeving van het nieuws zelf, die overigens als een conditio sine qua non mag gelden voor een krant:
-het geloven
-het sceptisch zijn
-het ridiculiseren
-het waarschuwen
We zullen ze in omgekeerde volgorde behandelen. In dit stukje iets over het waarschuwen.
Het waarschuwen
De kerntaak van een krant is het brengen van echt nieuws, aldus Bert Vuijsje. In de krant van 23 augustus 2006 (+++) stond een fraai artikel van zijn hand. Van 1985 tot 1996 was hij adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant.
Ik beperk me tot drie citaten:
... Krantenpagina’s worden te vaak gevuld door het uitvoerig beschrijven van dingen die vorige maand ook zijn gebeurd en die volgende maand waarschijnlijk weer zullen gebeuren....
... Een paar weken geleden las ik ’s avonds in NRC Handelsblad een nieuwsbericht waarin keurig naar de bron werd verwezen: een kleine onthulling van de Volkskrant. Ik herinnerde mij die primeur niet en kon hem bij het nogmaals doorbladeren van de krant van die ochtend ook niet terugvinden. Sterker nog, pas de volgende dag las ik hetzelfde exclusieve nieuwtje in de Volkskrant. Wat was er gebeurd? Waren ze bij NRC Handelsblad helderziend geworden? Ik bleek als hoogbejaarde journalist van 64 niet met mijn tijd te zijn meegegaan. Want zoals een Volkskrant-redacteur mij later uitlegde: ‘Dat nieuws hadden we ’s ochtends natuurlijk op onze website gezet, op een moment dat de krant al lang was gedrukt. Dat doen we tegenwoordig altijd als we iets leuks hebben.’ ...
....Samenvatting: In tijden van internet en krantenwanhoop is dat credo actueler dan ooit: ‘Nieuws is wat iemand, waar dan ook, verborgen wil houden. Al het overige is reclame.’
Bij het grappige feit dat ook in dit artikel het woord helderziend voorkomt, uiteraard in de ironische zin, mis ik de bespreking van de rol die een krant ook, en in de toekomst waarschijnlijk vooral, moet hebben: zeer gedegen achtergrond bij het nieuws geven. Om me tot ons onderwerp te beperken, Martijn van Calmthout gaat naar een congres of laboratorium of ziet het verschijnen van een in zijn ogen interessant boek en schrijft er zo over dat de lezer dat 'nieuws' in een context krijgt aangeboden. Dat gebeurt dus in elk geval nu ook al. Maar ik vermoed dat dat steeds meer moet. Het 'echte nieuws' staat op internet, maar de 'nieuwe ontwikkelingen' zullen op papier blijven gedrukt, alleen al om een stijve nek te voorkomen.
Ook mis ik (maar ja, hoe uitgebreid kan een artikel zijn, zelfs dat van een oud-adjunct-hoofdredacteur) een soort operationele vertaling van het onder de Samenvatting gestelde. Om ons opnieuw tot ons onderwerp te beperken: een aantal van de 200 berichten waar wij het hier over hebben betreffen niet alleen ‘nieuws’ maar hebben op zijn minst ook vaak de impliciete ondertoon: hoed u voor bedrog en erger, kortom een ‘waarschuwende’ ondertoon.
Het is mij niet helemaal duidelijk in hoeverre dit ‘waarschuwende’ ook een expliciete taak is of zou mogen zijn of worden van een krant. Als je de Samenvatting van Vuijsje leest, zou je gaan denken van wel. Mijn indruk is dat de krant tot nu toe over het algemeen de ‘feiten’ zo veel mogelijk voor zich wil laten spreken, in elk geval op het gebied waarover ik het hier heb. Maar er zijn in elk geval ook nuances.
Een bericht op 05-15-1995: (Hele bericht) Kop: Paragnoste. De rechtbank heeft de achttienjarige paragnoste H. van de P. uit Utrecht wegens dood door schuld veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk. In januari van dit jaar overleed een 25-jarige suikerpatiënt tijdens een behandeling door de paragnoste. De rechtbank benadrukte dat de veroordeling van Van de P. een waarschuwing moet zijn voor paranormale genezers, 'zodat die voortaan weerhouden worden van levensbedreigende therapieën'.
Gaat er hier niet al een voldoende ‘waarschuwende’ ondertoon uit van de uitspraak van de rechtbank zelf? Ja. Daar hoeft de Volkskrant op zich niets aan toe te voegen. Hoewel enige toelichting en achtergrond mogelijk hier wel op zijn plaats zou zijn: een 18 jarige! En er is in principe een verschil tussen een paragnost en een paranormaal genezer. Hoe zat dat hier? Of noemde de persoon zich beide, hetgeen inderdaad ook voorkomt?
Een bericht op 28-01-2006 (Hele bericht): Kop: Sylvia Millecam had genoeg van Jomanda de Volkskrant, Voorpagina, 28 januari 2006. Van onze verslaggever Eric Arends.
Actrice Sylvia Millecam heeft zich vlak voor haar dood gedistantieerd van het 'helend medium' Jomanda. Millecam, die in augustus 2001 overleed aan borstkanker, vond dat Jomanda haar beloften over de genezing van de actrice niet kon waarmaken. Ook stoorde zij zich aan Jomanda's ziekelijke behoefte aan aandacht.
Dit blijkt uit de vandaag verschenen biografie Sylvia Millecam op gevoel van de journalist Alje Kamphuis. Millecam vond 'dat ze uiteindelijk met Jomanda ook niet veel was opgeschoten', zegt haar vriend Nol Willemsen in het boek. 'Ze had er genoeg van dat Jomanda zich steeds op de voorgrond wilde plaatsen en overal medezeggenschap in wilde.'
Millecams overlijden leidde vijf jaar geleden tot opschudding, omdat zij haar lot volledig in handen had gelegd van helderzienden en alternatieve genezers, onder wie Jomanda. Enkelen van hen maakten zich volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg schuldig aan misleiding, foute behandeling en onkunde. Het Openbaar Ministerie deed gerechtelijk onderzoek naar de zaak; de officier van justitie moet nog besluiten of hij tot vervolging zal overgaan.
Volgens haar visagiste Karin Melissant werden Millecams twijfels over Jomanda bevestigd en 'knakte er iets in haar', na een telefoontje van het medium uit Japan.
Jomanda had daar tijdens een healing 'de boodschap' gekregen dat ze de actrice moest bellen. In het telefoongesprek liet ze merken precies op de hoogte te zijn van de verslechterde gezondheidstoestand van Millecam. Maar die informatie bleek ze een dag eerder per e-mail te hebben gekregen van haar assistente, die kort daarvoor Millecams visagiste had gesproken.
Hier gaat door deze beschrijving van de biografie al een ‘actievere’ waarschuwing uit van de krant zelf. Arends geeft op een neutrale toon een selectie uit de biografie, toegespitst op het nieuws, die op de lezer wel het effect heeft of zou moeten hebben zich nog eens drie keer te bedenken voor hij eens een bezoek aan een ‘begaafde’ zal brengen.
Het laatste bericht, dat ik hier aanhaal, kan alleen als een actieve waarschuwing door de krant worden uitgelegd. Kop: Onder professoren de Volkskrant, Voorkant, 3 december 2004. Door Iñaki Oñorbe Genovesi.
Exotische namen op briefpapiertjes dwarrelen in de brievenbus. Vooral in de grote steden opereren tal van Afrikaanse helderzienden. Geen leven zonder problemen, geen problemen zonder oplossingen. 'Ik ben wie ik ben. En ik ben er voor jullie.'
Plotseling ligt zijn kaartje in de bus. Professor Ahamed, de grote Afrikaanse helderziende, wil problemen helpen oplossen. Ook die moeilijkheden waar geen hoop meer voor is. Een telefoontje naar zijn mobiel en de lotsverbetering kan beginnen. Bel voor het te laat is!
Maar voordat de week voorbij is, volgt een oproep van Mr. Ebou, een aanbod van Professor Madiba en een handreiking van Mr. Manta. Telkens op eenzelfde klein, wit en uitnodigend kaartje: Geen leven zonder problemen, geen problemen zonder oplossing. U die een snel resultaat wilt, kom langs!
De kaartjes weggooien, heeft geen zin. Dit blijkt als Mr. Digan, Mr. Kamal, Professor Sidiki en diverse andere helderzienden met exotische namen eveneens de brievenbus ontdekken. En voor je het weet, ontvang je bijna wekelijks boodschappen van een Afrikaanse wonderdokter.
In bijna alle grote steden zijn ze actief. De Afrikaanse helderzienden, helderhorenden en heldervoelenden. Mannen die snel en serieus ongemakken te lijf willen. Discreet en zo nodig geheim. Maar altijd met een garantie van 100 procent resultaat.
Op paranormale beurzen zul je ze niet ontmoeten. Van bekende Nederlandse mediums als Jan Stuivenberg of Cora Leder hebben ze nog nooit gehoord. Een gezellige avond zoals de Amsterdamse paragnost Simon Bakker die regelmatig organiseert vol helderziende waarnemingen met een lach en een traan? Vergeet het maar. De professoren en mr.'s pakken liever problemen aan.
Geldzorgen, familieruzies, verslavingen, enge ziekten, seksuele impotentie, weggelopen liefdes, de negatieve invloeden zal de Afrikaanse helderziende vernietigen, alle vijandigheid neutraliseren. Een zonnige toekomst verzekerd. Binnen 48 uur!
Op het Parapsychologisch Instituut in Utrecht volgen medewerkers de Afrikaanse helderzienden met argusogen. Echt onderzoek hebben ze niet naar hen gedaan. Maar dat de mannen achter de kaartjes lang niet zo uitzonderlijk zijn als ze zelf beweren, is voor parapsycholoog Hans Gerding duidelijk. En zelfs als de professoren en mr.'s wel paranormale ervaringen hebben en hun psi wel doelgericht kunnen gebruiken, vraagt hij zich af of ze zich niet verre moeten houden van uitspraken over andermans toekomst.
Gerard Molenwijk van de Stichting Skepsis, dat onderzoek doet naar pseudowetenschap en het paranormale, is harder in zijn oordeel. Volgens hem zijn de Afrikaanse helderzienden oplichters die argeloze burgers van hun geld af proberen te helpen. Hij vergelijkt ze met de waarzeggers met glazen bol die in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw zich over het geld en juwelen ontfermden van hun wanhopige klanten.
Destijds luisterden ze naar namen als Maestro Carlo, Professor Giovanni en Juffrouw Carla. Sindsdien is Nederland multicultureler geworden, zegt hij en zo ook de namen op de kaartjes. Doel blijft geld verdienen over de ruggen van goedgelovige mensen.
Molenwijk verdenkt de mediums ervan vaak in kleine groepen in een stad te opereren om na een tijdje weer door te reizen naar elders. Echt bewijzen heeft hij niet, maar het feit dat achter het kaartje van een professor plotseling een andere Afrikaan zijn diensten bleek aan te bieden, bevestigt zijn vermoedens.
Maar ja, een overzicht van de praktijken van Afrikaanse helderzienden is nergens te vinden. De politie kent het fenomeen, maar heeft geen cijfers. Slachtoffers houden uit schaamte liever hun mond. Molenwijk pleit dan ook voor regels en registratie van de professoren en mr.'s.
De helderzienden reageren stuk voor stuk verontwaardigd. Hoezo zijn ze oplichters? Ze zijn groot, internationaal helderziende en medium. Ze zijn astroloog, magnetiseur en meester in de occulte wetenschap. Mr. N'Fanly heeft 20 jaar ervaring, Mr. Mory 25 jaar, Mr. Nabe maar liefst 30 jaar. Allemaal hebben ze hun gave van hun grootvader of vader meegekregen. Die leerden hen met geesten te praten en de juiste kruiden te mengen.
Professor Ganda en Mr. Moumin zijn zelfs met hun gave geboren. 'Ik ben wie ik ben. En ik ben er voor jullie', hamert en hamert Professor Ganda. Een tekst die Professor Madina (die zegt Ganda niet te kennen) even later bijna woordelijk zal herhalen.
Mr. Diataba gaat nog verder. Zijn hele familie bezit hogere krachten. Die ontlenen ze aan Sounediata, de grootste en spiritueelste Afrikaanse man die ooit heeft geleefd. Het gevolg: Mr. Diataba zegt 'succesvol te zijn waar andere helderzienden hebben gefaald'. Hoe dat kan? Mr. Diataba is niet voor niets in 2003 tot beste medium van Afrika uitgeroepen.
Een consult met 'de echte specialist' kost vijftig euro. Het gangbare tarief blijkt al snel. Voor dat bedrag bekijkt de helderziende in een half uur naar de problemen en stelt een diagnose. Een enkeling, zoals Professor Moumin, rekent slechts dertig euro. Mr. Mory is bij een eerste bezoek zelfs gratis. Waarom hun lage prijzen? 'Ik doe wat ik doe', is hun cryptische antwoord.
Navraag leert dat hun werkmethoden verschillen. Neem Mr. Mory, hij is een man van God. Dus gebruikt hij de Koran. Het heilige boek is niet alleen een boek van liefde. Een geschrift vol geboden en verboden. Het is een enorme bron van antwoorden. Professor Moumin raadpleegt liever zijn kaarten. Mr. Bakaje zoekt zijn heil weer liever in de numerologie. Mr. Liman kiest voor hekserij en voodoo. Mr. Lama daarentegen houdt het op wierook, foto's en handlezen.
Maar hoe ze ook hun gaven toepassen, de Afrikaanse mediums beloven een oplossing. Niets is te laat in het leven! Bovendien geven ze positieve krachten en spirituele zekerheid voor het leven. Wat dat is? Mr. Rahim knikt een minuut lang zonder tot een antwoord te komen. En dan met enige aarzeling: 'Wanneer kom je op consult?'
Andere helderzienden lachen om zijn reactie. Maar over Mr. Rahims authenticiteit of die van andere Afrikaanse mediums doen ze geen uitspraken. Net zo min als over elkaars werkwijze. Professor Madina: 'Het is jouw leven. Als je naar een ander wilt, ga je maar.'
Dit laatste blijkt een kleine moeite. Want de Afrikaanse wonderdoktoren houden van negen tot negen spreekuur. De keuze valt op professor Bassah die zichzelf afficheert als tweede op de internationale Afrikaanse beurs voor helderzienden. Waar en wanneer de beurs is gehouden? 'Kom maar naar de Schalkburgerstraat in Amsterdam-Oost.'
Een uur later ontvangt professor Bassah zijn bezoek in zijn woning. Hij blijkt een kleine Afrikaanse dertiger in een bruin gestreept gewaad. Om zijn nek bungelen ontelbare kralenkettingen en spiegeltjes. Hij weigert de uitgestoken hand. Man of vrouw, het is hem een zorg. Hij moet the hand straks lezen.
Professor Bassah opent de deur naar een piepkleine kamer, waar een penetrante wierrookgeur hangt. De muur is bedekt met wollen tapijten vol koranteksten. Op de vloer branden kaarsen en liggen papieren met berekeningen. 'Ik zie een groot probleem', fluistert hij en keert een houten schaal om voor de vijftig euro.
Hij vraagt om een foto van zijn bezoek en omcirkelt diens rechterhand. Minutenlang knikt en mompelt de professor in zichzelf. Af en toe werpt hij wat schelpen voor zich uit en knikt nog harder. Dan lichten zijn ogen op. 'Black magic!'
Verschrikt licht hij zijn bezoek in. Maar niet gevreesd, hij zal de controle over het leven weer laten terugkeren. Hij en zijn vader in Guinee. Hij belt voor overleg. En al snel zijn vader en zoon eruit: speciale Afrikaanse kruiden will do the job. Helaas zijn ze in Nederland niet te krijgen. Maar voor 150 euro kan hij eraan komen.
Hij bespeurt argwaan. Dus herhaalt hij zijn garantie op succes. Drie dagen maximaal en professor Bassah zal de problemen laten verdwijnen. Als geld het probleem is, heeft hij een goedkoper alternatief: een ei en 20 euro.
Die moet het bezoek met de eigen naam beschrijven en een nacht lang onder zijn bed leggen. Vervolgens moet hij die naar de professor brengen. Intussen zal de helderziende met zijn vader bidden om lotsverbetering. 100 Procent succes!
De volgende ochtend volgt inderdaad resultaat. Een kaartje van Professor Dore die aanbiedt alle 'morale kwalen' op te lossen. Twee dagen heeft hij maar nodig. Een bloem en tien euro volstaan. Toch maar professor Bassah gebeld. Die valt aan de andere kant van de lijn stil: 'We have deal. No?'
De vraag die nu resteert is deze: Bedoelt Vuijsje in zijn Samenvatting misschien niet ook iets als het volgende?
Over een TV-format als ‘Op zoek naar het zesde zintuig’ van de KRO, zag ik in de Volkskrant nog niet meer dan de aankondiging en een reactie van TV-kijker namens de Volkskrant, Wim de Jong, naar aanleiding van de eerste uitzending.
Het verbaast me een beetje dat er in de Volkskrant nog niet gereageerd is op een stuk op de website van een ter redactie van de krant niet onbekende club als Skepsis: Het zesde zintuig, Een misleidend KRO-programma. Een titel die er niet om liegt zou ik zeggen.
Overdrijft die website hier of wordt het gezien als het zoveelste programma?
Natuurlijk kan een krant maar beperkte dingen doen en moeten er prioriteiten zijn (en ik ben de eerste om te zeggen dat we het hier over een betrekkelijk triviaal onderwerp in de grote wereld hebben), maar als men dan een aantal dingen niet zelf kan uitzoeken, zou het toch geen kwaad kunnen om eens te wijzen op het bestaan van zo’n stuk als op de website van Skepsis?
De beste introductie in het onderwerp vanuit de Volkskrant zelf is misschien wel het artikel door Lewis Wolpert, hoogleraar in de medische biologie aan het University College in Londen, en auteur van The Unnatural Nature of Science. Het artikel is vertaald door José van Zuijlen onder de titel De geest wint het nog altijd van de logica in de Volkskrant van 29 maart 1997.
Waarom geloven we zo rotsvast in dingen die moeilijk zijn te geloven? En waarom drijft ziekte ons niet-logisch denken tot nieuwe hoogten? Omdat, zo stelt Lewis Wolpert, we er niet tegen kunnen dat we niet weten wat er aan de hand is, en we onszelf allerlei dingen op de mouw moeten spelden om lijn te kunnen brengen in ons leven. Religie is misschien niet de opium voor het volk, maar wel het ultieme placebo.
Ik heb het altijd wonderlijk gevonden dat mensen geloven in dingen waarvoor geen echt bewijs is. Zo’n geloof is universeel - cultureel antropologen moeten die ene maatschappij waarin een steviggeworteld, goedontwikkeld systeem van geloof in het paranormale ontbreekt, nog tegenkomen. In onze maatschappij is het niet veel anders, als we de godsdienst, de astrologie, de psychoanalyse en een groot aantal alternatieve geneeswijzen meerekenen.
Hij noemt hier helderziendheid niet expliciet, maar er kan geen twijfel over zijn dat hij daarover anders zou denken. In de rest van het artikel geeft hij een interessante visie over hoe dat eventueel zover is gekomen met de mens. Maar hier volstaat wat mij betreft de kernzin: (we geloven in dingen omdat) we er niet tegen kunnen dat we niet weten wat er aan de hand is, en we onszelf allerlei dingen op de mouw moeten spelden om lijn te kunnen brengen in ons leven.
Het besprokene met betrekking tot het onderwerp helderziendheid in de Volkskrant in de eerdergenoemde periode van 1994 tot 2006, in nieuws en achtergrond, lijkt te kunnen worden onderverdeeld in vier soorten reacties op dit ‘gegeven’, los van de betrachte objectiviteit van de berichtgeving van het nieuws zelf, die overigens als een conditio sine qua non mag gelden voor een krant:
-het geloven
-het sceptisch zijn
-het ridiculiseren
-het waarschuwen
We zullen ze in omgekeerde volgorde behandelen. In dit stukje iets over het waarschuwen.
Het waarschuwen
De kerntaak van een krant is het brengen van echt nieuws, aldus Bert Vuijsje. In de krant van 23 augustus 2006 (+++) stond een fraai artikel van zijn hand. Van 1985 tot 1996 was hij adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant.
Ik beperk me tot drie citaten:
... Krantenpagina’s worden te vaak gevuld door het uitvoerig beschrijven van dingen die vorige maand ook zijn gebeurd en die volgende maand waarschijnlijk weer zullen gebeuren....
... Een paar weken geleden las ik ’s avonds in NRC Handelsblad een nieuwsbericht waarin keurig naar de bron werd verwezen: een kleine onthulling van de Volkskrant. Ik herinnerde mij die primeur niet en kon hem bij het nogmaals doorbladeren van de krant van die ochtend ook niet terugvinden. Sterker nog, pas de volgende dag las ik hetzelfde exclusieve nieuwtje in de Volkskrant. Wat was er gebeurd? Waren ze bij NRC Handelsblad helderziend geworden? Ik bleek als hoogbejaarde journalist van 64 niet met mijn tijd te zijn meegegaan. Want zoals een Volkskrant-redacteur mij later uitlegde: ‘Dat nieuws hadden we ’s ochtends natuurlijk op onze website gezet, op een moment dat de krant al lang was gedrukt. Dat doen we tegenwoordig altijd als we iets leuks hebben.’ ...
....Samenvatting: In tijden van internet en krantenwanhoop is dat credo actueler dan ooit: ‘Nieuws is wat iemand, waar dan ook, verborgen wil houden. Al het overige is reclame.’
Bij het grappige feit dat ook in dit artikel het woord helderziend voorkomt, uiteraard in de ironische zin, mis ik de bespreking van de rol die een krant ook, en in de toekomst waarschijnlijk vooral, moet hebben: zeer gedegen achtergrond bij het nieuws geven. Om me tot ons onderwerp te beperken, Martijn van Calmthout gaat naar een congres of laboratorium of ziet het verschijnen van een in zijn ogen interessant boek en schrijft er zo over dat de lezer dat 'nieuws' in een context krijgt aangeboden. Dat gebeurt dus in elk geval nu ook al. Maar ik vermoed dat dat steeds meer moet. Het 'echte nieuws' staat op internet, maar de 'nieuwe ontwikkelingen' zullen op papier blijven gedrukt, alleen al om een stijve nek te voorkomen.
Ook mis ik (maar ja, hoe uitgebreid kan een artikel zijn, zelfs dat van een oud-adjunct-hoofdredacteur) een soort operationele vertaling van het onder de Samenvatting gestelde. Om ons opnieuw tot ons onderwerp te beperken: een aantal van de 200 berichten waar wij het hier over hebben betreffen niet alleen ‘nieuws’ maar hebben op zijn minst ook vaak de impliciete ondertoon: hoed u voor bedrog en erger, kortom een ‘waarschuwende’ ondertoon.
Het is mij niet helemaal duidelijk in hoeverre dit ‘waarschuwende’ ook een expliciete taak is of zou mogen zijn of worden van een krant. Als je de Samenvatting van Vuijsje leest, zou je gaan denken van wel. Mijn indruk is dat de krant tot nu toe over het algemeen de ‘feiten’ zo veel mogelijk voor zich wil laten spreken, in elk geval op het gebied waarover ik het hier heb. Maar er zijn in elk geval ook nuances.
Een bericht op 05-15-1995: (Hele bericht) Kop: Paragnoste. De rechtbank heeft de achttienjarige paragnoste H. van de P. uit Utrecht wegens dood door schuld veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk. In januari van dit jaar overleed een 25-jarige suikerpatiënt tijdens een behandeling door de paragnoste. De rechtbank benadrukte dat de veroordeling van Van de P. een waarschuwing moet zijn voor paranormale genezers, 'zodat die voortaan weerhouden worden van levensbedreigende therapieën'.
Gaat er hier niet al een voldoende ‘waarschuwende’ ondertoon uit van de uitspraak van de rechtbank zelf? Ja. Daar hoeft de Volkskrant op zich niets aan toe te voegen. Hoewel enige toelichting en achtergrond mogelijk hier wel op zijn plaats zou zijn: een 18 jarige! En er is in principe een verschil tussen een paragnost en een paranormaal genezer. Hoe zat dat hier? Of noemde de persoon zich beide, hetgeen inderdaad ook voorkomt?
Een bericht op 28-01-2006 (Hele bericht): Kop: Sylvia Millecam had genoeg van Jomanda de Volkskrant, Voorpagina, 28 januari 2006. Van onze verslaggever Eric Arends.
Actrice Sylvia Millecam heeft zich vlak voor haar dood gedistantieerd van het 'helend medium' Jomanda. Millecam, die in augustus 2001 overleed aan borstkanker, vond dat Jomanda haar beloften over de genezing van de actrice niet kon waarmaken. Ook stoorde zij zich aan Jomanda's ziekelijke behoefte aan aandacht.
Dit blijkt uit de vandaag verschenen biografie Sylvia Millecam op gevoel van de journalist Alje Kamphuis. Millecam vond 'dat ze uiteindelijk met Jomanda ook niet veel was opgeschoten', zegt haar vriend Nol Willemsen in het boek. 'Ze had er genoeg van dat Jomanda zich steeds op de voorgrond wilde plaatsen en overal medezeggenschap in wilde.'
Millecams overlijden leidde vijf jaar geleden tot opschudding, omdat zij haar lot volledig in handen had gelegd van helderzienden en alternatieve genezers, onder wie Jomanda. Enkelen van hen maakten zich volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg schuldig aan misleiding, foute behandeling en onkunde. Het Openbaar Ministerie deed gerechtelijk onderzoek naar de zaak; de officier van justitie moet nog besluiten of hij tot vervolging zal overgaan.
Volgens haar visagiste Karin Melissant werden Millecams twijfels over Jomanda bevestigd en 'knakte er iets in haar', na een telefoontje van het medium uit Japan.
Jomanda had daar tijdens een healing 'de boodschap' gekregen dat ze de actrice moest bellen. In het telefoongesprek liet ze merken precies op de hoogte te zijn van de verslechterde gezondheidstoestand van Millecam. Maar die informatie bleek ze een dag eerder per e-mail te hebben gekregen van haar assistente, die kort daarvoor Millecams visagiste had gesproken.
Hier gaat door deze beschrijving van de biografie al een ‘actievere’ waarschuwing uit van de krant zelf. Arends geeft op een neutrale toon een selectie uit de biografie, toegespitst op het nieuws, die op de lezer wel het effect heeft of zou moeten hebben zich nog eens drie keer te bedenken voor hij eens een bezoek aan een ‘begaafde’ zal brengen.
Het laatste bericht, dat ik hier aanhaal, kan alleen als een actieve waarschuwing door de krant worden uitgelegd. Kop: Onder professoren de Volkskrant, Voorkant, 3 december 2004. Door Iñaki Oñorbe Genovesi.
Exotische namen op briefpapiertjes dwarrelen in de brievenbus. Vooral in de grote steden opereren tal van Afrikaanse helderzienden. Geen leven zonder problemen, geen problemen zonder oplossingen. 'Ik ben wie ik ben. En ik ben er voor jullie.'
Plotseling ligt zijn kaartje in de bus. Professor Ahamed, de grote Afrikaanse helderziende, wil problemen helpen oplossen. Ook die moeilijkheden waar geen hoop meer voor is. Een telefoontje naar zijn mobiel en de lotsverbetering kan beginnen. Bel voor het te laat is!
Maar voordat de week voorbij is, volgt een oproep van Mr. Ebou, een aanbod van Professor Madiba en een handreiking van Mr. Manta. Telkens op eenzelfde klein, wit en uitnodigend kaartje: Geen leven zonder problemen, geen problemen zonder oplossing. U die een snel resultaat wilt, kom langs!
De kaartjes weggooien, heeft geen zin. Dit blijkt als Mr. Digan, Mr. Kamal, Professor Sidiki en diverse andere helderzienden met exotische namen eveneens de brievenbus ontdekken. En voor je het weet, ontvang je bijna wekelijks boodschappen van een Afrikaanse wonderdokter.
In bijna alle grote steden zijn ze actief. De Afrikaanse helderzienden, helderhorenden en heldervoelenden. Mannen die snel en serieus ongemakken te lijf willen. Discreet en zo nodig geheim. Maar altijd met een garantie van 100 procent resultaat.
Op paranormale beurzen zul je ze niet ontmoeten. Van bekende Nederlandse mediums als Jan Stuivenberg of Cora Leder hebben ze nog nooit gehoord. Een gezellige avond zoals de Amsterdamse paragnost Simon Bakker die regelmatig organiseert vol helderziende waarnemingen met een lach en een traan? Vergeet het maar. De professoren en mr.'s pakken liever problemen aan.
Geldzorgen, familieruzies, verslavingen, enge ziekten, seksuele impotentie, weggelopen liefdes, de negatieve invloeden zal de Afrikaanse helderziende vernietigen, alle vijandigheid neutraliseren. Een zonnige toekomst verzekerd. Binnen 48 uur!
Op het Parapsychologisch Instituut in Utrecht volgen medewerkers de Afrikaanse helderzienden met argusogen. Echt onderzoek hebben ze niet naar hen gedaan. Maar dat de mannen achter de kaartjes lang niet zo uitzonderlijk zijn als ze zelf beweren, is voor parapsycholoog Hans Gerding duidelijk. En zelfs als de professoren en mr.'s wel paranormale ervaringen hebben en hun psi wel doelgericht kunnen gebruiken, vraagt hij zich af of ze zich niet verre moeten houden van uitspraken over andermans toekomst.
Gerard Molenwijk van de Stichting Skepsis, dat onderzoek doet naar pseudowetenschap en het paranormale, is harder in zijn oordeel. Volgens hem zijn de Afrikaanse helderzienden oplichters die argeloze burgers van hun geld af proberen te helpen. Hij vergelijkt ze met de waarzeggers met glazen bol die in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw zich over het geld en juwelen ontfermden van hun wanhopige klanten.
Destijds luisterden ze naar namen als Maestro Carlo, Professor Giovanni en Juffrouw Carla. Sindsdien is Nederland multicultureler geworden, zegt hij en zo ook de namen op de kaartjes. Doel blijft geld verdienen over de ruggen van goedgelovige mensen.
Molenwijk verdenkt de mediums ervan vaak in kleine groepen in een stad te opereren om na een tijdje weer door te reizen naar elders. Echt bewijzen heeft hij niet, maar het feit dat achter het kaartje van een professor plotseling een andere Afrikaan zijn diensten bleek aan te bieden, bevestigt zijn vermoedens.
Maar ja, een overzicht van de praktijken van Afrikaanse helderzienden is nergens te vinden. De politie kent het fenomeen, maar heeft geen cijfers. Slachtoffers houden uit schaamte liever hun mond. Molenwijk pleit dan ook voor regels en registratie van de professoren en mr.'s.
De helderzienden reageren stuk voor stuk verontwaardigd. Hoezo zijn ze oplichters? Ze zijn groot, internationaal helderziende en medium. Ze zijn astroloog, magnetiseur en meester in de occulte wetenschap. Mr. N'Fanly heeft 20 jaar ervaring, Mr. Mory 25 jaar, Mr. Nabe maar liefst 30 jaar. Allemaal hebben ze hun gave van hun grootvader of vader meegekregen. Die leerden hen met geesten te praten en de juiste kruiden te mengen.
Professor Ganda en Mr. Moumin zijn zelfs met hun gave geboren. 'Ik ben wie ik ben. En ik ben er voor jullie', hamert en hamert Professor Ganda. Een tekst die Professor Madina (die zegt Ganda niet te kennen) even later bijna woordelijk zal herhalen.
Mr. Diataba gaat nog verder. Zijn hele familie bezit hogere krachten. Die ontlenen ze aan Sounediata, de grootste en spiritueelste Afrikaanse man die ooit heeft geleefd. Het gevolg: Mr. Diataba zegt 'succesvol te zijn waar andere helderzienden hebben gefaald'. Hoe dat kan? Mr. Diataba is niet voor niets in 2003 tot beste medium van Afrika uitgeroepen.
Een consult met 'de echte specialist' kost vijftig euro. Het gangbare tarief blijkt al snel. Voor dat bedrag bekijkt de helderziende in een half uur naar de problemen en stelt een diagnose. Een enkeling, zoals Professor Moumin, rekent slechts dertig euro. Mr. Mory is bij een eerste bezoek zelfs gratis. Waarom hun lage prijzen? 'Ik doe wat ik doe', is hun cryptische antwoord.
Navraag leert dat hun werkmethoden verschillen. Neem Mr. Mory, hij is een man van God. Dus gebruikt hij de Koran. Het heilige boek is niet alleen een boek van liefde. Een geschrift vol geboden en verboden. Het is een enorme bron van antwoorden. Professor Moumin raadpleegt liever zijn kaarten. Mr. Bakaje zoekt zijn heil weer liever in de numerologie. Mr. Liman kiest voor hekserij en voodoo. Mr. Lama daarentegen houdt het op wierook, foto's en handlezen.
Maar hoe ze ook hun gaven toepassen, de Afrikaanse mediums beloven een oplossing. Niets is te laat in het leven! Bovendien geven ze positieve krachten en spirituele zekerheid voor het leven. Wat dat is? Mr. Rahim knikt een minuut lang zonder tot een antwoord te komen. En dan met enige aarzeling: 'Wanneer kom je op consult?'
Andere helderzienden lachen om zijn reactie. Maar over Mr. Rahims authenticiteit of die van andere Afrikaanse mediums doen ze geen uitspraken. Net zo min als over elkaars werkwijze. Professor Madina: 'Het is jouw leven. Als je naar een ander wilt, ga je maar.'
Dit laatste blijkt een kleine moeite. Want de Afrikaanse wonderdoktoren houden van negen tot negen spreekuur. De keuze valt op professor Bassah die zichzelf afficheert als tweede op de internationale Afrikaanse beurs voor helderzienden. Waar en wanneer de beurs is gehouden? 'Kom maar naar de Schalkburgerstraat in Amsterdam-Oost.'
Een uur later ontvangt professor Bassah zijn bezoek in zijn woning. Hij blijkt een kleine Afrikaanse dertiger in een bruin gestreept gewaad. Om zijn nek bungelen ontelbare kralenkettingen en spiegeltjes. Hij weigert de uitgestoken hand. Man of vrouw, het is hem een zorg. Hij moet the hand straks lezen.
Professor Bassah opent de deur naar een piepkleine kamer, waar een penetrante wierrookgeur hangt. De muur is bedekt met wollen tapijten vol koranteksten. Op de vloer branden kaarsen en liggen papieren met berekeningen. 'Ik zie een groot probleem', fluistert hij en keert een houten schaal om voor de vijftig euro.
Hij vraagt om een foto van zijn bezoek en omcirkelt diens rechterhand. Minutenlang knikt en mompelt de professor in zichzelf. Af en toe werpt hij wat schelpen voor zich uit en knikt nog harder. Dan lichten zijn ogen op. 'Black magic!'
Verschrikt licht hij zijn bezoek in. Maar niet gevreesd, hij zal de controle over het leven weer laten terugkeren. Hij en zijn vader in Guinee. Hij belt voor overleg. En al snel zijn vader en zoon eruit: speciale Afrikaanse kruiden will do the job. Helaas zijn ze in Nederland niet te krijgen. Maar voor 150 euro kan hij eraan komen.
Hij bespeurt argwaan. Dus herhaalt hij zijn garantie op succes. Drie dagen maximaal en professor Bassah zal de problemen laten verdwijnen. Als geld het probleem is, heeft hij een goedkoper alternatief: een ei en 20 euro.
Die moet het bezoek met de eigen naam beschrijven en een nacht lang onder zijn bed leggen. Vervolgens moet hij die naar de professor brengen. Intussen zal de helderziende met zijn vader bidden om lotsverbetering. 100 Procent succes!
De volgende ochtend volgt inderdaad resultaat. Een kaartje van Professor Dore die aanbiedt alle 'morale kwalen' op te lossen. Twee dagen heeft hij maar nodig. Een bloem en tien euro volstaan. Toch maar professor Bassah gebeld. Die valt aan de andere kant van de lijn stil: 'We have deal. No?'
De vraag die nu resteert is deze: Bedoelt Vuijsje in zijn Samenvatting misschien niet ook iets als het volgende?
Over een TV-format als ‘Op zoek naar het zesde zintuig’ van de KRO, zag ik in de Volkskrant nog niet meer dan de aankondiging en een reactie van TV-kijker namens de Volkskrant, Wim de Jong, naar aanleiding van de eerste uitzending.
Het verbaast me een beetje dat er in de Volkskrant nog niet gereageerd is op een stuk op de website van een ter redactie van de krant niet onbekende club als Skepsis: Het zesde zintuig, Een misleidend KRO-programma. Een titel die er niet om liegt zou ik zeggen.
Overdrijft die website hier of wordt het gezien als het zoveelste programma?
Natuurlijk kan een krant maar beperkte dingen doen en moeten er prioriteiten zijn (en ik ben de eerste om te zeggen dat we het hier over een betrekkelijk triviaal onderwerp in de grote wereld hebben), maar als men dan een aantal dingen niet zelf kan uitzoeken, zou het toch geen kwaad kunnen om eens te wijzen op het bestaan van zo’n stuk als op de website van Skepsis?
Helderziendheid in het digitale archief van de Volkskrant:
1994-2006
Het zoeken in het digitaal archief in december 2006
De Volkskrant heeft een digitaal archief vanaf 1994. Dat geeft de lezer de mogelijkheid om te kijken hoe de krant omgaat met tal van onderwerpen over een bepaalde periode in relatie tot de gebeurtenissen en opvattingen in die periode. Mijn interesse gaat hier uit naar wat er verscheen in deze krant met betrekking tot het onderwerp helderziendheid in de periode 1994-2006. Aangezien ik een redelijk volledige indruk wilde hebben en die aan de lezer wilde kunnen doorgeven, moest ik eerst systematisch te werk gaan bij het zoeken in het archief.
Aanleiding om dit te doen was het ‘nieuws’ dat zelfs een publieke omroep als de KRO nu meent een zogenaamd format te moeten gaan aanbieden aan de kijker als ‘wie is de meest begaafde helderziende in Nederland’, of iets wat daar op neerkomt, vanaf februari 2007.
TV-kijker namens de Volkskrant, Wim de Jong op 09-11-2006: In Op zoek naar het zesde zintuig liep woensdag alvast een clubje paranormalen langs de zijlijn warm voor de serie. Sonja, Marchien en Liesbeth demonstreerden in die pilot waartoe hun gave ze zoal in staat stelt. Zo moest een verstopte KRO-stagiair met de naam Ravinder (nomen est omen) in een van de kofferbakken van vijftig auto’s worden gelokaliseerd. En werden de vrouwen onwetend losgelaten in de Amsterdamse slaapkamer waar 29 jaar geleden diva Mathilde Willink aan haar eind kwam, op zoek naar ‘vibraties’ die in dat vertrek zijn blijven hangen.
Helderziendheid definieer ik als het beschikken over juiste en enigermate specifieke informatie over gebeurtenissen in de buitenwereld die niet verworven is via waarneming, herinnering of redenering. Onder deze definitie vallen dus ook verschijnselen die door anderen soms als apart van helderziendheid worden gedefinieerd, namelijk telepathie en precognitie. Ook vallen er onder de definitie de verschijnselen die door anderen wel eens als helderhorendheid of helderwetendheid of met soortgelijke termen worden benoemd. Het enige criterium is de juiste en enigermate specifieke informatie waarover men beschikt of zou beschikken en het op een niet bekende wijze hebben verworven ervan.
Relevant en niet relevant
Het is op een weblog waarschijnlijk niet wenselijk om de hele procedure van dat zoekproces in het archief te beschrijven. Het wordt anders een te lang verhaal, vrees ik. Dat kan ik later altijd nog doen. De zoektocht begint in elk geval met het intikken van helderziend OR helderziende OR helderzienden OR helderziendheid in het totale archief van de Volkskrant en dat levert een kleine 300 verwijzingen op. Verder houdt het het zoeken op woorden als paranost en medium in, enzovoort. Ook moet meteen wel gezegd worden dat het niet mogelijk is een en ander met betrekking tot het woord paranormaal, een veel bredere en in veel opzichten te brede categorie, niet in het zoekproces te betrekken.
Beter lijkt me meteen de eerste conclusies van dat zoekproces te melden, en om daar nu ook al een hoofdconclusie aan te verbinden, namelijk dat de Volkskrant dit aspect van het leven in mijn ogen al met al heel redelijk heeft behandeld in die periode. Ik vergelijk hier de Volkskrant niet met andere media. Het is mijn eerste indruk, wel gebaseerd op enige kennis op dit specifieke gebied. De hier genoemde gegevens bij de Volkskrant zijn of zullen niet worden afgezet tegen die van NRC of de Telegraaf of Trouw of welke andere krant dan ook. Dat zou allemaal te ver voeren.
Eerste conclusies:
0. Helderziendheid als begrip haalt de krant telkens weer. En dat verschijnsel is waarschijnlijk van alle tijden, en zal dat waarschijnlijk ook blijven.
1.Er is niet één positieve opmerking of kwalificatie over het bestaan van helderziendheid te vinden, voor zover dat van de journalisten uitgaat. Er wordt wel een en ander aan helderziendheid door mensen gemeld natuurlijk. Een pregnant voorbeeld is een recente weblog van (kinderboeken)schrijfster Lydia Rood, dat eventueel ook een nadere bespreking krijgt. Misschien is er ook alle reden voor, voor niet één positieve opmerking van de journalisten zelf. De verdere interpretatie van dit gegeven laten we nog even rusten.
2. De uitdrukking: “Je hoeft geen helderziende te zijn om te kunnen voorspellen dat ...” komt het vaakst voor in een verwijzing in een artikel, en is meestal ook de enige vermelding in een artikel.
3. In ‘boeken, films en theater’ figureert de helderziende of het helderziende en equivalenten met een zekere graagte. Natuurlijk heb ik dat niet afgezet tegen het totaal aantal besproken boeken, films en theater. Dat voert te ver. Ook die contexten van het optreden van de/het helderziende in boeken, films en theater, voor zover dan nog besproken in de recensie in de krant, heb ik over het algemeen niet verder onderzocht. Ook dat zou te ver voeren. Een enkel voorbeeld in een boekrecensie wil ik ter illustratie wel even naar voren halen:
De Volkskrant, Boeken, 7 april 2006. Arjan Visser: Hemelval. Recensie: Clara Strijbosch: ...Thuis vliegt zijn vrouw Geesje tegen de muren op. In haar radeloze onrust valt ze in de armen van ex-draglinebestuurder en medium Adri Zilversmid, een 'echte man' met een brede borst en stekeltjeshaar. Adri is een heel ander type dan haar duivenmelker die in Lourdes zit te verlangen naar huis. Je houdt je hart vast over wat er van Geesje zal worden in het gezelschap van die gewelddadige fantast aan wie ze zich heeft uitgeleverd.....
De combinatie ex-draglinebestuurder en medium Adri Zilversmid lijkt in elk geval wel exemplarisch.
4. Voor de bridgers is de helderziende in hun spel geen onbekende.
5. Humor en ironie met betrekking tot het onderwerp helderziendheid is zeker niet uitgesloten.
6. Er is een vrijwel jaarlijkse parade (te dopen: nieuwjaarsparade) van veelal geheel onjuiste en onspecifieke voorspellingen voor het nieuwe jaar door helderzienden, en de Volkskrant doet er bijna elk jaar trouw verslag van.
7. Columnisten (bèta-wetenschappers als Lagendijk en Plasterk en alfa’s als Blokker en de Jong) weten ook wel raad met het onderwerp. Maar hun bijdragen ga ik wel iets meer serieus proberen te wegen. Evenals het waarlijk niet te onderschatten artikel van theoretisch fysicus Bais, van 17-09-1994.
De bijdragen van met name wetenschapsjournalist Martijn van Calmthout zijn meestal helder en ik zal ze apart bespreken. Voor de meer ingewijde zal het ook niet verbazen dat van Calmthout de sceptici van de Stichting Skepsis (R. Nanninga en J.W. Nienhuys en M. Hulspas) meer dan eens ter sprake brengt.
8.Na deze eerste schifting met bovenstaande conclusies hou ik ongeveer 200, inclusief de onder 7 genoemde, referenties over waar nog iets meer over te zeggen valt.
9. Deze 200 referenties zijn redelijk keurig verdeeld over de jaren 1994-2006. Zonder hier een statistische toetsing op te gaan voeren, valt het op dat er ongeveer even veel verwijzingen zijn in de 6 jaar voor 2000 als in de 6 jaren na 2000, waarbij het millenniumjaar 2000 zelf grappig genoeg het minste verwijzingen van alle jaren heeft.
10. Vooral wetenschappers verzuchten in de artikelen nogal eens dat er een steeds groeiende belangstelling is of zou zijn voor het paranormale, en ook dat de media er steeds meer aandacht voor hebben of zouden hebben. In de periode 1994-2006 blijkt dat in elk geval niet voor de Volkskrant. Het steeds weer melden van die ‘groeiende belangstelling’ is juist een van de beter gevulde categorieën waarin het in de Volkskrant ter sprake komt. Zelfs op TV lijkt het nog maar de vraag. Maar een publieke zender als de KRO die dergelijke formats voor haar rekening gaat nemen? Dat gaat ook mij te ver, zonder verdere bespreking.
Nadere beschouwing van de 200 verwijzingen:
Als ik verwijzingen waar misschien iets meer over te zeggen valt aldus beperkt heb tot zo’n 200, dan wil dat dus zeker nog niet zeggen dat het in een artikel steeds of alleen over helderziendheid gaat. We bekeken ook of er in een artikel zaken besproken worden waarvan het misschien goed is een en ander ook bij de/het helderziende in het achterhoofd te houden.
Ook dienen we te beseffen dat wat er in de krant komt, meestal exceptioneel is, in de zin dat de zaken dan bijvoorbeeld heel behoorlijk uit de hand gelopen zijn.
Eerst en vooral is er het verschil tussen enerzijds artikelen waarin een van de woorden die naar de helderziende of het helderziende (of naar het ‘paranormale’ waarin dat helderziende een rol zou kunnen spelen) verwijzen, een bijzaak zijn (=B), en anderzijds artikelen die het als hoofdonderwerp (=H) hebben. De meerderheid van die 200 betreft dan nog altijd artikelen die in de categorie B vallen.
In eerste instantie meende ik een artikel te moeten schrijven dat een en ander zou samenvatten. Aldoende kwam ik op een beter idee. Ik denk dat de Volkskrant, met name in de persoon van van Calmthout, zelf al zo redelijk volledig was, dat de lezer met vragen op het gebied van helderziendheid naar aanleiding van zo'n TV-programma meestal al behoorlijk aan zijn trekken zou kunnen komen met specifieke verwijzingen naar de informatie in het archief van de Volkskrant, en verwijzingen van daaruit naar andere bronnen, met name naar de Stichting Skepsis en vandaar weer verder, voor een eigen afweging van het in zo’n TV-format gebodene.
Ik probeer die 200 artikelen ook nog in een zekere structuur te becommentariëren, en ik kan me daarbij voorstellen dat een verwijzing naar een of meer artikelen in het archief, met enig toegevoegd commentaar, bij elke vraag die er kan komen naar aanleiding van zo’n TV-programma, zeker voldoende moet kunnen zijn. Zo niet, dan kan ik zelf nog verdere aanvullende informatie geven.
De artikelen in het archief die op zich de moeite van het lezen waard zijn in dit verband zullen worden aangemerkt met + (de moeite waard), met ++ (meer dan de moeite waard) en met +++ (zeker de moeite waard).
Van de laatste categorie is bijvoorbeeld het stukje van F.A. Bais, hoogleraar theoretische fysica, op 17-09-1994 (+++), waarin onder meer te vinden is:
De ivoren toren van de wetenschap wordt belegerd en de druk van 'het nieuwe denken' om de poorten open te gooien neemt toe. Ik houd het voorlopig nog op Menno ter Braak, die zijn recensie van De Klop op de Deur van Ina Boudier-Bakker volstond met de woorden: 'Niet open doen.'
Het zoeken in het digitaal archief in december 2006
De Volkskrant heeft een digitaal archief vanaf 1994. Dat geeft de lezer de mogelijkheid om te kijken hoe de krant omgaat met tal van onderwerpen over een bepaalde periode in relatie tot de gebeurtenissen en opvattingen in die periode. Mijn interesse gaat hier uit naar wat er verscheen in deze krant met betrekking tot het onderwerp helderziendheid in de periode 1994-2006. Aangezien ik een redelijk volledige indruk wilde hebben en die aan de lezer wilde kunnen doorgeven, moest ik eerst systematisch te werk gaan bij het zoeken in het archief.
Aanleiding om dit te doen was het ‘nieuws’ dat zelfs een publieke omroep als de KRO nu meent een zogenaamd format te moeten gaan aanbieden aan de kijker als ‘wie is de meest begaafde helderziende in Nederland’, of iets wat daar op neerkomt, vanaf februari 2007.
TV-kijker namens de Volkskrant, Wim de Jong op 09-11-2006: In Op zoek naar het zesde zintuig liep woensdag alvast een clubje paranormalen langs de zijlijn warm voor de serie. Sonja, Marchien en Liesbeth demonstreerden in die pilot waartoe hun gave ze zoal in staat stelt. Zo moest een verstopte KRO-stagiair met de naam Ravinder (nomen est omen) in een van de kofferbakken van vijftig auto’s worden gelokaliseerd. En werden de vrouwen onwetend losgelaten in de Amsterdamse slaapkamer waar 29 jaar geleden diva Mathilde Willink aan haar eind kwam, op zoek naar ‘vibraties’ die in dat vertrek zijn blijven hangen.
Helderziendheid definieer ik als het beschikken over juiste en enigermate specifieke informatie over gebeurtenissen in de buitenwereld die niet verworven is via waarneming, herinnering of redenering. Onder deze definitie vallen dus ook verschijnselen die door anderen soms als apart van helderziendheid worden gedefinieerd, namelijk telepathie en precognitie. Ook vallen er onder de definitie de verschijnselen die door anderen wel eens als helderhorendheid of helderwetendheid of met soortgelijke termen worden benoemd. Het enige criterium is de juiste en enigermate specifieke informatie waarover men beschikt of zou beschikken en het op een niet bekende wijze hebben verworven ervan.
Relevant en niet relevant
Het is op een weblog waarschijnlijk niet wenselijk om de hele procedure van dat zoekproces in het archief te beschrijven. Het wordt anders een te lang verhaal, vrees ik. Dat kan ik later altijd nog doen. De zoektocht begint in elk geval met het intikken van helderziend OR helderziende OR helderzienden OR helderziendheid in het totale archief van de Volkskrant en dat levert een kleine 300 verwijzingen op. Verder houdt het het zoeken op woorden als paranost en medium in, enzovoort. Ook moet meteen wel gezegd worden dat het niet mogelijk is een en ander met betrekking tot het woord paranormaal, een veel bredere en in veel opzichten te brede categorie, niet in het zoekproces te betrekken.
Beter lijkt me meteen de eerste conclusies van dat zoekproces te melden, en om daar nu ook al een hoofdconclusie aan te verbinden, namelijk dat de Volkskrant dit aspect van het leven in mijn ogen al met al heel redelijk heeft behandeld in die periode. Ik vergelijk hier de Volkskrant niet met andere media. Het is mijn eerste indruk, wel gebaseerd op enige kennis op dit specifieke gebied. De hier genoemde gegevens bij de Volkskrant zijn of zullen niet worden afgezet tegen die van NRC of de Telegraaf of Trouw of welke andere krant dan ook. Dat zou allemaal te ver voeren.
Eerste conclusies:
0. Helderziendheid als begrip haalt de krant telkens weer. En dat verschijnsel is waarschijnlijk van alle tijden, en zal dat waarschijnlijk ook blijven.
1.Er is niet één positieve opmerking of kwalificatie over het bestaan van helderziendheid te vinden, voor zover dat van de journalisten uitgaat. Er wordt wel een en ander aan helderziendheid door mensen gemeld natuurlijk. Een pregnant voorbeeld is een recente weblog van (kinderboeken)schrijfster Lydia Rood, dat eventueel ook een nadere bespreking krijgt. Misschien is er ook alle reden voor, voor niet één positieve opmerking van de journalisten zelf. De verdere interpretatie van dit gegeven laten we nog even rusten.
2. De uitdrukking: “Je hoeft geen helderziende te zijn om te kunnen voorspellen dat ...” komt het vaakst voor in een verwijzing in een artikel, en is meestal ook de enige vermelding in een artikel.
3. In ‘boeken, films en theater’ figureert de helderziende of het helderziende en equivalenten met een zekere graagte. Natuurlijk heb ik dat niet afgezet tegen het totaal aantal besproken boeken, films en theater. Dat voert te ver. Ook die contexten van het optreden van de/het helderziende in boeken, films en theater, voor zover dan nog besproken in de recensie in de krant, heb ik over het algemeen niet verder onderzocht. Ook dat zou te ver voeren. Een enkel voorbeeld in een boekrecensie wil ik ter illustratie wel even naar voren halen:
De Volkskrant, Boeken, 7 april 2006. Arjan Visser: Hemelval. Recensie: Clara Strijbosch: ...Thuis vliegt zijn vrouw Geesje tegen de muren op. In haar radeloze onrust valt ze in de armen van ex-draglinebestuurder en medium Adri Zilversmid, een 'echte man' met een brede borst en stekeltjeshaar. Adri is een heel ander type dan haar duivenmelker die in Lourdes zit te verlangen naar huis. Je houdt je hart vast over wat er van Geesje zal worden in het gezelschap van die gewelddadige fantast aan wie ze zich heeft uitgeleverd.....
De combinatie ex-draglinebestuurder en medium Adri Zilversmid lijkt in elk geval wel exemplarisch.
4. Voor de bridgers is de helderziende in hun spel geen onbekende.
5. Humor en ironie met betrekking tot het onderwerp helderziendheid is zeker niet uitgesloten.
6. Er is een vrijwel jaarlijkse parade (te dopen: nieuwjaarsparade) van veelal geheel onjuiste en onspecifieke voorspellingen voor het nieuwe jaar door helderzienden, en de Volkskrant doet er bijna elk jaar trouw verslag van.
7. Columnisten (bèta-wetenschappers als Lagendijk en Plasterk en alfa’s als Blokker en de Jong) weten ook wel raad met het onderwerp. Maar hun bijdragen ga ik wel iets meer serieus proberen te wegen. Evenals het waarlijk niet te onderschatten artikel van theoretisch fysicus Bais, van 17-09-1994.
De bijdragen van met name wetenschapsjournalist Martijn van Calmthout zijn meestal helder en ik zal ze apart bespreken. Voor de meer ingewijde zal het ook niet verbazen dat van Calmthout de sceptici van de Stichting Skepsis (R. Nanninga en J.W. Nienhuys en M. Hulspas) meer dan eens ter sprake brengt.
8.Na deze eerste schifting met bovenstaande conclusies hou ik ongeveer 200, inclusief de onder 7 genoemde, referenties over waar nog iets meer over te zeggen valt.
9. Deze 200 referenties zijn redelijk keurig verdeeld over de jaren 1994-2006. Zonder hier een statistische toetsing op te gaan voeren, valt het op dat er ongeveer even veel verwijzingen zijn in de 6 jaar voor 2000 als in de 6 jaren na 2000, waarbij het millenniumjaar 2000 zelf grappig genoeg het minste verwijzingen van alle jaren heeft.
10. Vooral wetenschappers verzuchten in de artikelen nogal eens dat er een steeds groeiende belangstelling is of zou zijn voor het paranormale, en ook dat de media er steeds meer aandacht voor hebben of zouden hebben. In de periode 1994-2006 blijkt dat in elk geval niet voor de Volkskrant. Het steeds weer melden van die ‘groeiende belangstelling’ is juist een van de beter gevulde categorieën waarin het in de Volkskrant ter sprake komt. Zelfs op TV lijkt het nog maar de vraag. Maar een publieke zender als de KRO die dergelijke formats voor haar rekening gaat nemen? Dat gaat ook mij te ver, zonder verdere bespreking.
Nadere beschouwing van de 200 verwijzingen:
Als ik verwijzingen waar misschien iets meer over te zeggen valt aldus beperkt heb tot zo’n 200, dan wil dat dus zeker nog niet zeggen dat het in een artikel steeds of alleen over helderziendheid gaat. We bekeken ook of er in een artikel zaken besproken worden waarvan het misschien goed is een en ander ook bij de/het helderziende in het achterhoofd te houden.
Ook dienen we te beseffen dat wat er in de krant komt, meestal exceptioneel is, in de zin dat de zaken dan bijvoorbeeld heel behoorlijk uit de hand gelopen zijn.
Eerst en vooral is er het verschil tussen enerzijds artikelen waarin een van de woorden die naar de helderziende of het helderziende (of naar het ‘paranormale’ waarin dat helderziende een rol zou kunnen spelen) verwijzen, een bijzaak zijn (=B), en anderzijds artikelen die het als hoofdonderwerp (=H) hebben. De meerderheid van die 200 betreft dan nog altijd artikelen die in de categorie B vallen.
In eerste instantie meende ik een artikel te moeten schrijven dat een en ander zou samenvatten. Aldoende kwam ik op een beter idee. Ik denk dat de Volkskrant, met name in de persoon van van Calmthout, zelf al zo redelijk volledig was, dat de lezer met vragen op het gebied van helderziendheid naar aanleiding van zo'n TV-programma meestal al behoorlijk aan zijn trekken zou kunnen komen met specifieke verwijzingen naar de informatie in het archief van de Volkskrant, en verwijzingen van daaruit naar andere bronnen, met name naar de Stichting Skepsis en vandaar weer verder, voor een eigen afweging van het in zo’n TV-format gebodene.
Ik probeer die 200 artikelen ook nog in een zekere structuur te becommentariëren, en ik kan me daarbij voorstellen dat een verwijzing naar een of meer artikelen in het archief, met enig toegevoegd commentaar, bij elke vraag die er kan komen naar aanleiding van zo’n TV-programma, zeker voldoende moet kunnen zijn. Zo niet, dan kan ik zelf nog verdere aanvullende informatie geven.
De artikelen in het archief die op zich de moeite van het lezen waard zijn in dit verband zullen worden aangemerkt met + (de moeite waard), met ++ (meer dan de moeite waard) en met +++ (zeker de moeite waard).
Van de laatste categorie is bijvoorbeeld het stukje van F.A. Bais, hoogleraar theoretische fysica, op 17-09-1994 (+++), waarin onder meer te vinden is:
De ivoren toren van de wetenschap wordt belegerd en de druk van 'het nieuwe denken' om de poorten open te gooien neemt toe. Ik houd het voorlopig nog op Menno ter Braak, die zijn recensie van De Klop op de Deur van Ina Boudier-Bakker volstond met de woorden: 'Niet open doen.'

