
Vrij naar Edward Hopper
de ingenieur, hybride auto, techniek, edward hopper, schilderij, photoshop, painter
Er is maar één klant waar ik "domme" dingen voor doe. Onder domme dingen versta ik werk waarbij ik niet echt hoef te onderzoeken of hoef te schrijven. Ik probeer zoveel mogelijk te voorkomen dat ik dergelijk werk doe, vandaar dat alleen de klant die ik hierin vertrouw, ze vragen me vaak genoeg voor het "echte" werk, zulk werk van me mag vragen. Die klant is overigens De Ingenieur, één van mijn eerste klanten, met een hele prettige redactie, en één van de bladen die ik zelf ook al meer dan 20 jaar in huis krijg.
En soms is het ook wel erg lekker om even tussendoor te doen, juist omdat ik even niet echt hoef na te denken. Voor de redactie van De Ingenieur is het ook wel erg handig. Doordat ik veel soorten programma's onder de knie heb en in Photoshop zo ongeveer kan lezen en schrijven vragen ze me vaak om even een cover te bewerken, een stukje extra beeld aan te naaien bij een stockfoto of een hele plaat in een herkenbare stijl te maken.
Zo kwam de hoofdredacteur een paar weken terug met de vraag of ik een plaat in Edward Hopperstijl wilde maken. Hopper was een Amerikaanse kunstschilder die vooral bekend is om zijn desolate en met spanning beladen schilderijen. Een van zijn meest bekende werken is "Nighthawks" waarin je een hel verlicht café ziet met daarin mensen die wel naast elkaar zitten, maar niks met elkaar te maken schijnen te hebben.
De hoofdredacteur wilde een openingsplaat in die stijl bij een artikel over hybride auto's dat de hype rond deze auto's aan de kaak stelt. Het is namelijk niet eenduidig of hybride auto's zuiniger zijn dan de huidige generatie normale auto's: veel hangt af van het gebruik.
In ieder geval wilde de hoofdredacteur een showroom tonen met daarin een aantal hybride auto's van verschillende fabrikanten geschilderd in Hopperstijl. Of ik dat kon en wilde doen. Nu houd ik wel van een uitdaging en ik vond het wel weer eens tijd om mezelf een nieuwe techniek aan te leren.
Ik begon met het verzamelen van foto's van de auto's. Je kunt hiervoor, als journalist tenminste, bij de websites van de fabrikanten terecht. Ik had natuurlijk niks aan kleine foto's van het internet en de auto's moesten ook nog eens in de juiste stand staan om het geheel niet onnatuurlijk over te doen laten komen.Van de schrijver van het artikel waar de plaat bijhoorde had ik een lijst auto's gekreven die hij er graag in wilde hebben.
Als tweede maakte ik een showroom in studio 3d max. Hierdoor was
ik niet helemaal afhankelijk van de foto's zelf, ik kon de
showroom namelijk aanpassen aan het meest voorkomende perspectief
van de foto's. Ook gebruikte ik studio 3d max voor het belichten
van de hele scene.De showroom maakte ik zoveel mogelijk naar het
voorbeeld van het café, dus grote ruiten (logisch voor een
showroom), een gewelfde dakrand en basis en een steegje achter de
showroom langs.
Dat belichten kost overigens gelijk erg veel tijd (dit plaatje hierboven kostte 3,5 uur renderen), dus ik moest wel goed nadenken over hoe ik het geheel wilde aanpakken
Toen ik alle auto's verzameld had kon ik de showroom in het juiste perspectief zetten. In studio 3d max doe je dat ongeveer hetzelfde als in de werkelijke wereld: met behulp van een camera. Dus toen de auto's uit de foto's gewerkt en in de showroom geplaatst.
De gebruikte auto's zijn, van links naar rechts:
- Toyota prius
- Chevy volt
- Opel ampera
- Mercedes hybride
- Fisker karma hybride
Hierna bracht ik kleur in de plaat. Omdat het verven over de onderdelen van de plaat in Photoshop niet heel nauwkeurig zou gaan en ik het prettig vond om te kijken hoe de kleuren op de belichting zouden reageren, heb ik de kleuren eerst in de 3d opstelling aangebracht, met het volgende resultaat:
Zoals je ziet maken de kleuren, die ik overigens uit het schilderij "Nighthawks" zelf heb gehaald, de plaat heel erg donker en gaan er details verloren. Ik had de grijze versie dus nog steeds nodig om die details er weer in te brengen.
Ondertussen had ik natuurlijk steeds contact met de redactie, ze zien graag de tussentijdse resultaten en ik vind het prettig om te overleggen. De showroom was zo natuurlijk als beeld nog niet af: er moest een neonlicht komen dat zei "rij hybride" en mensen mochten natuurlijk niet ontbreken. In eerste instantie had ik dat neonlicht even snel met de hand gemaakt en boven de showroom, vergelijkbaar met het schilderij, aangebracht. De mensen heb ik ervoor gezet, vrij statisch. Omdat het uiteindelijk een schilderij moest worden liet ik deze versie zien met even snel een canvasfilter erover.
Je ziet nu de ruiten in de showroom, kleuren, de mensen, de auto's en de schaduwwerking van alles. Om de schaduwwerking van de auto's voor elkaar te krijgen heb ik blokken in ruwe autovorm in de 3d showroom gezet en dat gerenderd. Zoals je ziet is alleen de schaduw van de toyota links erg van belang, de rest is er bij te tekenen.
De mensen vond ik te statisch, die moesten veel meer dynamiek krijgen en het gevoel geven dat je inderdaad naar een Hopper-achtig schilderij zat te kijken.
De basis van de plaat begon nu echt wel zijn vorm te krijgen, er miste echter nog het een en ander. Het steegje achter de showroom is nog veel te leeg en verder gebeurt er te weinig in de plaat. Je kunt ook heel goed zien dat de auto's erin "geshopt" zijn. Om dit te veranderen, vul ik de steeg met de winkel die je ziet in "Nighthawks" en gebruik ik de muren en ramen van de bovenverdieping om de rest van de muren body te geven.
Dat ik last heb van dyslexie blijkt nu wel weer, want die extra "i" in hybride zie ik nu pas..
De auto's zijn in deze schets nog niet verder bewerkt en de mensen nog te statisch.
De auto's moesten aangepast worden aan de belichting in de showroom: delen die nu donker zijn moeten juist lichter en delen die nu licht zijn donkerder. Door het thema en het tijdperk waarin Hopper leefde, vond ik het een goed idee om beide mensen een sigaret in de hand te geven. De man is hem aan het aansteken, de vrouw staat ermee naar de auto's te kijken. Het geeft een desolaat gevoel, precies de bedoeling.
Omdat er natuurlijk glas in de ruiten van de showroom zit, ben ik daar nog mee aan de slag gegaan; aan de rechterkant was dat niet zo moeilijk: je kijkt op de ronding in het glas die gelijk al voor structuur zorgt, de mensen moeten natuurlijk spiegelen in het glas en ook de neonverlichting, die ik heb aangepast en naar beneden gehaald, weerspiegelt in het glas. Aan de linkerkant bedacht ik me wat handig was: ik moest iets gebruiken wat je op de plaat niet ziet, namelijk de rest van de omgeving waar de showroom staat. Dus.. ik heb daarvoor het café van "Nighthawks" zelf gebruikt. Je ziet dat in de uiteindelijke plaat niet goed, het is gewoon een weerspiegeling, maar het is een leuk weetje.
Uiteindelijk is dit het resultaat waarmee ik aan de slag kon:
Maar... nu zijn we er dus nog niet. Bovenstaand beeld is leuk, maar natuurlijk geen schilderij. En het moest toch echt een schilderij worden. Eerder gaf ik al aan dat dit een mooie gelegenheid was om een nieuwe techniek bij te leren. Ik gebruik hiervoor een programma waarvan ik hier al eerder voorbeelden van heb laten zien. Painter is een programma wat allerlei traditionele media simuleert, denk aan potlood, gouache, oost-indische inkt maar ook olieverf. Je kunt er echter ook foto's mee "schilderen". Hierbij gebruik je een techniek waarbij de pixels van een foto of andere afbeelding worden gebruikt als kleur voor de kwast die je op dat moment vast hebt. Dat klinkt makkelijker dan het is, hoewel je dus aan het "clonen" bent, hangt het heel erg van de gebruikte kwast, en het canvas waar je op schildert, af wat voor resultaat je krijgt. Een grove kwast bijvoorbeeld geeft een erg grof resultaat, een fijne kwast veel meer detail. Net zoals bij echt schilderen dus. Ook "onthoudt" het programma hoe vaak je over een bepaalde plek bent gegaan, net zoals bij werkelijk schilderen. Je kunt een plek dus "dood"schilderen.
Met bovenstaande gegevens ben ik aan de slag gegaan en heb het schilderij geproduceerd. Er zitten foutjes in, zoals je bij een werkelijk schilderij ook verwacht, en als ik het nu overnieuw zou doen met dezelfde basis, zou er een ander schilderij uitkomen.
Hier een detail van het schilderij, eronder het uiteindelijke resultaat. Hier natuurlijk heel klein, maar de plaat wordt als "spread" (twee bladzijden naast elkaar) gepubliceerd. En dan zie je dus wel alle details...
De reden dat jullie zo weinig van me gezien hebben de laatste paar maanden: ik was met een heel ander soort project bezig.
Hier mijn zoon, die deze zondag is geboren. Met een apgar van 10/10 en 44 minuten persweeen had het niet beter kunnen gaan. Zoals jullie misschien wel begrijpen is dit hier het enige wat ik laat zien: de foto die ik vanmiddag van hem heb genomen. Hij is al helemaal uit de kreukels, inclusief melksnor (moedermelk) en nog maar op zijn 4e dag!
Een nieuwe reconstructie van Homo floresiensis
homo floresiensis, hominiden, reconstructie
So! Dat was even radiostilte. En er komt er nog één aan. Dat heeft allemaal een reden, die ik nog niet ga verklappen, maar ik vond het wel weer tijd om wat op mijn blog te zetten. Ook nu weer geen (officieel) werk, maar iets wat ik gemaakt heb naar aanleiding van een project van 4 jaar geleden. Hoewel mijn werk laatste paar jaar vooral erg technisch is -ik wordt er veel voor gevraagd en er zit meer geld in dan in de andere vakgebieden waar mijn hart ligt- blijf ik belangstelling houden voor biologie en aanverwante vakgebieden. Vooral paleoantropologie vind ik bijzonder interessant.
Mijn eerste officiële werk daarin was het reconstrueren van Homo floresiensis naar aanleiding van een aanname die Gert van den Bergh had geopperd. Van den Bergh is een Nederlandse paleontoloog die op het eiland Flores, de vindplaats van Homo floresiensis, voornamelijk bezig was met de verdere aanwezige paleontologische fauna: mini-olifanten en reuzenratten. De link hierboven verwijst naar het persbericht dat er naar aanleiding van de publicatie is gemaakt.
Het maken van die reconstructie was een hels karwei. Niet zo zeer om de reconstructie zelf als wel de hoeveelheid tijd die ik had: twee weken. Ik heb er toen dag en nacht aan gewerkt met als resultaat een niet bijzonder mooie plaat, maar wel eentje die liet zien waar het om ging. Het idee wat Van den Bergh opperde was zo controversieel dat er vanuit zijn collega's voornamelijk afkeurend op werd gereageerd. Het verhaal is echter, met mijn reconstructies, wel de hele wereld over geweest.
Eerder was al een reconstructie gemaakt door Peter Schouten voor National Geographic en dat is tegenwoordig de meest bekende reconstructie van Homo floresiensis. Deze reconstructie laat in feite een (klein) mens zien met het hoofd (een beetje) aangepast aan de gevonden schedel. Het is een reconstructie die tot de verbeelding spreekt, maar het is ook al een tijdje duidelijk dat hij niet correct is.
Nu is het maken van een reconstructie zonder de fysieke botten erg moeilijk. In 2005 moest ik de reconstructie maken aan de hand van foto's die ik van Van den Bergh kreeg en het interview dat ik met hem had. Dat was veel meer dan dat er toen nog verder in de openbaarheid te vinden was, maar nog steeds erg moeilijk. Opvallend is wel dat mijn reconstructie en eentje die in 3d werd gemaakt door Elisabeth Daynes aan de hand van de schedel van LB1, wel redelijk op elkaar lijken. Dat zit hem voornamelijk in de schedel. Met de reconstructie van de rest van het lijf ben ik het niet eens, maar ook dat is natuurlijk een kwestie van interpretatie. Ook heeft Daynes haar reconstructie een menselijke neus gegeven, terwijl de LB1 schedel een dusdanige vorm heeft dat er van een uitstekende neus met een neusbrug zoals wij hem hebben, geen sprake was. Dan is de reconstructie van Schouten realistischer (qua neus dan, de hoogte van het schedeldak is duidelijk te groot). Beide reconstructies laten een heel erg petit lijf zien met kleine handen en voeten.
Ondertussen zijn we vier jaar verder en er is een hoop onderzoek gedaan naar de vondsten uit de grot op Flores. Je kunt wel zeggen dat er een oorlog is gevoerd over de vraag of Homo floresiensis een ziekelijke variant van Homo sapiens was of dat het met recht een soort genoemd mag worden. Tegenwoordig is het overgrote deel van de betrokken wetenschappers het er over eens dat Homo floresiensis niet alleen een echte soort was, maar naar alle waarschijnlijkheid veel verder van de huidige mens af staat dan dat men eerder aannam.
Nieuwe reconstructie Homo floresiensis.
Het blijkt namelijk dat Homo floresiensis op een aantal punten veel primitiever is dan dat we in eerste instantie dachten. Zo primitief dat Homo floresiensis eerder een directe afstammeling lijkt van Australopithecus afarensis, Lucy, dan van Homo erectus, wat eerder werd verondersteld. Maar ook daarover zijn op dit moment felle discussies gaande (de positie van Homo floresiensis ten opzichte van Australopithecus afarensis, niet dat Homo erectus als voorouder afvalt).
Die opvallende kenmerken zitten voornamelijk in de ledematen. De handwortelbeentjes lijken bijvoorbeeld veel meer op die van mensapen en Australopithecus afarensis dan op die van de mens. En dit is een belangrijk kenmerk. Mensenhanden zijn bij uitstek geschikt om gereedschappen mee te maken, onze duim kan zich heel makkelijk ten opzichte van de andere vingers bewegen en de basis van onze hand is relatief breed waardoor de vingers met een grote precisie kunnen worden gebruikt. Hoewel mensapen best wel veel met hun handen kunnen, ook gereedschappen maken bijvoorbeeld, zit er vooral daar een duidelijk verschil. Dat is ook van de buitenkant te zien: mensen handen zijn relatief korter en breder met een lange duim.
Het tweede opvallende kenmerk zit hem in Homo floresiensis' voeten. Die blijken, wat een toeval, heel erg groot te zijn. De lengte van de voeten is 70% die van het bot van het dijbeen, daar moet je bij mensen niet om komen. Homo floresiensis kan dus met recht Hobbit worden genoemd! Overigens is de grote teen opvallend kort en hebben de rest van de tenen een duidelijk afwijkende vorm.
Het laatste opvallende kenmerk is de schouderpartij. De draaiing van de bovenkant van het bot van de bovenarm was overigens de aanleiding voor de stelling van Van den Bergh: die was zoveel kleiner dan bij de moderne mens, dat het onwaarschijnlijk leek dat Homo floresiensis net zoveel bewegingsmogelijkheden met zijn armen had als dat wij dat hebben. Over de tijd is er nog veel meer bekend geworden over de schouderpartij. Zo blijkt dat ook de schouderbladen en de sleutelbeenderen een totaal andere vorm hebben dan dat wij gewend zijn. Met als gevolg dat de schouders veel ronder waren dan bij ons, waardoor je het gevoel kreeg naar een veel gespierdere schouderpartij te kijken. De schouderbladen bevonden zich veel meer aan de zijkant van de ribbenkas in plaats, zoals bij ons, op de rug. Al met al vind ik het daarom nog steeds niet raar dat Van den Bergh met zijn stelling kwam. Afgaand echter op de heupbeenderen van Homo floresiensis, die heel duidelijk laten zien dat hij in ieder geval rechtop kon lopen (maar dat kon Australopithecus afarensis ook al), zal dat echter niet zijn normale doen zijn geweest.
Schouderpartijen. A.
Homo erectus. B. Homo floresiensis. C. Homo
sapiens
Nog even terugkomend op de meest voorkomende manier om Homo floresiensis af te beelden: als een heel fragiel wezen. De botten spreken dat tegen. Homo floresiensis was duidelijk robuust gebouwd voor zijn lengte, met een brede ribbenkas en ronde vormen. Naar alle waarschijnlijkheid had hij een duidelijke grote buik, de darmen moeten ergens heen en leek de spieropbouw meer op die van mensapen dan op die van de mens. Als je naar chimpansees kijkt zie je dat ze bijvoorbeeld forse dijbeenspieren hebben, maar vrijwel geen kuiten. Doordat Homo floresiensis wel erg grote voeten had zullen die kuitspieren er wel geweest zijn, maar dus ook die dijbeenspieren.
3d model Homo floresiensis.
In ieder geval, dit zijn mijn overwegingen geweest om een nieuwe reconstructie te maken van Homo floresiensis. Nu die reconstructie af is, zie ik dat er nog een aantal dingen zijn die ik zou willen verbeteren: zo staan de ogen bijvoorbeeld te ver uit elkaar en zijn de wangen misschien niet rond genoeg en ik denk dat ik de armen iets dichter tegen het lijf moet maken, maar aan de hand van de onderzoeken van de laatste jaren is dit grofweg waar ik op uitkom. En het ziet er al een stuk beter uit dan die eerste keer!
Zoals alles in de paleontologie, is dit een beredeneerde schatting. Ik zeg dus niet dat ik gelijk heb, maar dat dit is zoals ik het nu zie. En naar alle waarschijnlijkheid kijk ik er over weer vier jaar heel anders tegenaan, maar dat is het leuke van het vak.
En echt, zo benaderen would be "klanten" mij regelmatig.
Op dit moment geen concreet verhaal over mijn werk (met veel bezig, maar nog niet af), dus ben ik even de tuin ingelopen. Die paarse alliums zijn zo groot als meloenen! De roos is een Filipes Kifstgate waar de eerste bloemen aan het ontluiken zijn.
Het is VK Blog Poezendag
Mijn siamese dame Tibby is hier al vaker langs geweest. Eén keer omdat Zoë bij mij langsgeweest was en één keer omdat ik als reactie daarop een tekening van Tibby had gemaakt. In dat blog had ik het al over de meest bijzondere gebeurtenis die ik ooit met dieren heb meegemaakt.
Het is nu al weer bijna tien jaar geleden, die bevalling van het nest van Tibby's zus Camee. Ik had het geluk dat ik erbij was, met zijn drieën hebben we in zes uur tijd op ons gemak zes kittens ter wereld gebracht. Het hele gebeuren was een werkelijk samenwerken tussen Camee, Tibby en mijzelf.
Ik laat verder de foto's voorzich spreken, af en toe voeg ik iets toe.
Het is een beetje bloederig, maar dat heb je nu eenmaal bij de geboorte van een zesling.

Tibby likte ieder kitten dat geboren werd schoon. Beide dames lieten gewoon toe dat ik de vliezen en de placenta, als dat nodig was, weghaalde.


Hoe relaxed het ook ging, zes uur is een hele rit voor een kat. Regelmatig steunde Camee tijdens de weeën op Tibby.


Tibby nam de kittens ook onder haar hoede als het Camee even te veel werd.

Hier is Camee bezig met een perswee terwijl Tibby op de kittens let en tegelijkertijd Camee ondersteund.

Schoonmaken.

Beschermengel.

Tibby verzorgde de kittens ondertussen en dat was alleen maar OK.

Na afloop, de handdoeken vervangen zodat het wat minder bloederig was, hingen de kittens gewoon bij hun echte moeder aan de tepels, er zat geen greintje jaloezie in Tibby.
Tibby kreeg een aantal maanden later zelf ook een nest, maar het wonder herhaalde zich niet, die bevalling hebben Tibby en ik gewoon met ons tweeën gedaan. De band met Tibby is sterker dan dat ik ooit met enig dier gehad heb, ik denk dat jullie nu een beetje begrijpen waarom.
Ondertussen is Camee al weer bijna drie jaar dood (nierfalen), maar die bevalling van zo lang geleden zal ik nooit vergeten. Langzamerhand kun je nu wel zien dat Tibby, met haar elf en een half, oud begint te worden. Ze was al niet een van de diksten maar nu is ze toch echt superslank. Ook begint haar vacht steeds mottiger te worden. Toch speelt ze nog bij iedere gelegenheid die ze krijgt en is ze nog steeds mijn schaduw als ik in huis of in de tuin loop. Ik heb dan ook niet de indruk dat ze ziek of ongezond is, het is gewoon de leeftijd. Die is voor een siamees trouwens best respectabel, maar ik hoop stiekem toch dat ze twintig wordt.
De schema's die er al bestaan zijn te verdelen in twee categorieën. De eerste categorie bestaat uit schema's die gebruikt worden bij de opbouw en het gebruik van een onderwerp. Denk hierbij aan de schema's die op verschillende plekken van een productieproces hangen om de temperatuur of processnelheid in de gaten te houden. Deze schema's kloppen in principe wel, maar zijn vaak moeilijk te lezen. Processchema's vallen hieronder.

De tweede categorie is bedoeld om niet-deskundige mensen duidelijk te maken hoe iets werkt. Bij dit soort schema's is het eigenlijk van veel minder belang hoe iets er in werkelijkheid uitziet, het schema moet vooral het proces duidelijk maken aan mensen die niet gewend zijn processen te lezen. De tweede categorie wordt meestal "infographic" genoemd.

Beide zijn meestal plat, het is maar een hoogst enkele keer dat er gebruik wordt gemaakt van een 3d ruimte. De eerste wordt over het algemeen met een CAD programma gemaakt en bestaat uit lijntjes, driehoeken en vierkantjes met cijfers en tekst. De tweede categorie wordt vaak in Illustrator gemaakt en is kleuriger en intuïtiever. Zulke schema's zijn erg handig in begripvorming, maar vertellen niet alles.
En mijn werk dan? Ik streef ernaar dat de visualisaties die ik maak, zonder meer herkend worden door de mensen die met dat specifieke onderwerp bezig zijn én dat het er mooi uitziet.
Waarom maak ik dan niet gewoon foto's?
Meestal moet ook ik ervoor zorgen dat ik laat zien hoe een proces of onderwerp werkt. Bij mijn werk is het net zo belangrijk als bij de processchema's dat wat ik maak klopt. Foto's zorgen daarbij vaak voor problemen omdat je soms door de bomen het bos niet meer ziet of omdat een foto dingen laat zien die de mensen, die betrokken zijn bij dat specifieke onderwerp, niet willen laten zien. Ik heb meer vrijheid. Ik kan dingen weglaten die er niet toe doen of zaken toevoegen die kunnen verduidelijken. Voorbeelden:

Voor TNO magazine moest ik laten zien hoe de CATO (CO2 Capture, Transport en
Opslag) er uitziet. CATO is een installatie die achter bijvoorbeeld een olieraffinaderij kan worden geplaatst om op een milieuvriendelijke manier de door de raffinaderij geproduceerde CO2 op te vangen voordat het de atmosfeer in gaat. Een foto van de CATO laat een wirwar aan buizen, ketels en trappen zien. Het ziet er indrukwekkend uit, maar hoe de installatie in elkaar zit lees je niet af door goed naar zo'n foto te kijken; dat blijft toch die bomen en het bos. Een schema van de CATO (zie schema helemaal bovenaan in dit blog) verduidelijkt veel meer, maar boeit eigenlijk niet: het ziet er eenvoudig uit en spreekt niet tot de verbeelding. Zie je een schema of een infographic (tweede illustratie in dit blog) van de CATO, dan weet je eigenlijk nog niet hoe die eruit ziet. Het naast elkaar laten zien van een schema, infographic en foto zorgt er niet voor dat mensen nu precies weten hoe de installatie werkt omdat de meeste mensen geen idee hebben hoe een schema te vertalen is naar de werkelijkheid.
Daarom maak ik illustraties die wel laten zien hoe, in dit geval, zo'n CATO eruit ziet. Ik laat buizen en andere structuren weg die er voor het begrip niet toe doen, waardoor de belangrijkste onderdelen worden verduidelijkt en ik zorg ervoor dat de kijker het gevoel krijgt naar iets te kijken wat hij in werkelijkheid ook zo zou kunnen zien (inclusief een gevoel van grootte door er, als het even kan, minstens één mens aan toe te voegen). In het geval van de CATO was het ook erg moeilijk om foto's vanuit een andere hoek te maken, terwijl je ook daar vrijheid in zou willen hebben. Verder zul je in werkelijkheid nooit zien dat een kolom is opengesneden waardoor je de binnenkant kunt zien of dat er handige verwijzingen staan met tekst die uitleggen waar je naar zit te kijken.


Een ander voorbeeld is de testopstelling van het Ariane 5 motorframe waar ik al eerder over geschreven heb. Dit is een goed voorbeeld voor twee dingen die je met een foto niet kunt doen: ik maak onderdelen doorzichtig zodat je kunt zien wat erachter zit en ik kan onderdelen weglaten die soms moeilijk uit een foto zijn weg te photoshoppen. Dat laatste was heel belangrijk voor de opdrachtgever van TNO, Dutchspace en is een wens waar ik vaak tegen aanloop. Veel van de onderwerpen die ik visualiseer zijn namelijk uniek door één bedrijf ontwikkeld. Het "overall" ontwerp van zulke onderwerpen is vaak te raden door concurrenten, maar je wilt natuurlijk geen bedrijfsgeheimen prijsgeven. Het mooie is dat die bedrijfsspecifieke onderdelen er vaak niet toe doen om begrip krijgen over de werking. Je kunt ze dus heel gemakkelijk weglaten zonder de draad te verliezen. Ook in dit geval had een schema of infographic weinig toegevoegd aan het begrip en was een foto te veel van het goede geweest.
De laatste tijd is het rustig aan mijn kant, maar dat komt omdat ik het druk heb. Hier een tussendoortje wat uiteindelijk (nog) niet in een productie komt. Ik ben bezig met de (een) toekomst van de gezondheidszorg voor TNO en deze teddybeer mag jammer genoeg niet mee ;-). Beer is in 3d met gekamde haren.
En dat is jammer. Blauwe vinvissen en andere walvissen en dolfijnen zijn verschrikkelijk interessante dieren. Niet alleen de soorten zoals ze nu zijn, maar ook hun voorouders. De ontstaangeschiedenis is zo interessant dat die, als het wat bekender werd, heel veel tienjarige jongensharten sneller zouden laten kloppen.
Walvissen zijn ontstaan uit een soort evenhoevigen. Ze delen een gemeenschappelijke voorouder met nijlpaarden en varkens en hier komt het schokkende: die voorouder at vlees. De voorouders van andere hoefdieren hadden zich al eerder afgesplitst, maar vrijwel alle hoefdieren blijken vleeseters als voorouders te hebben. En sommigen zou je niet op straat hebben willen tegenkomen. Toch is die verwantschap niet heel sterk. Zijn walvisachtigen al zeker 50 miljoen jaar oud en ontstaan op het Indiase “continent", nijlpaarden, de naaste verwanten, zijn nog maar 15 miljoen jaar geleden ontstaan en komen uit Afrika.
Alle walvissen, fossiele en nog levende exemplaren, hebben een aantal unieke kenmerken zoals de positie van de botten van de oren in de schedel, de vorm van hun tanden én een extra botplaatje in hun middenoor dat de basis is voor het vermogen van walvissen om onder water te kunnen horen, het “involucrum”, dat er al zat voordat walvissen te water gingen. Bij moderne walvissen is het involucrum nog maar een klein onderdeel van het systeem, de evolutie van het horen onder water bij walvisachtigen is echt spectaculair, maar het is een fantastisch handig herkenningsmiddel. Door dit involucrum is een fossiele walvis te onderscheiden van, pak hem beet, een fossiel paard (en dit is minder gek dan het klinkt want ook paarden zagen er in die tijd totaal anders uit). Door dit kenmerk hebben paleontologen ook “de” missing link ontdekt tussen walvissen en andere hoefdieren, Indohyus. Hoewel Indohyus dus geen involucrum heeft, deelt het veel kenmerken met vroege walvisachtigen, zoals zware botten, een kenmerk van dieren die in water leven. Indohyus was ongeveer zo groot als een grote kat.
Hoe hebben walvissen zich dan verder ontwikkeld? De eerste walvisachtigen zagen er uit als een kruising tussen een overmaatse spitsmuis, grote kop met kleine ogen, en een buidelwolf, een lenig roofdierachtig dier met een stevige staart die met een vloeiende beweging overloopt in het lichaam. Behalve de botten in de kop van alle walvisachtigen is er nog een opvallend kenmerk aan het skelet van walvissen: in de evolutie van walvissen zie je langzamerhand het heiligbeen, dat de heupen verbind met de ruggegraat, “uiteenvallen” in losse wervels. Dat wil niet zeggen dat de achterpoten van de eerste walvissen zwak waren. Ambulocetus, die zo’n 50 miljoen jaar geleden leefde was een angstaanjagend dier ter grootte van een grote krokodil, ook ongeveer met die vorm, en had zeer krachtige achterpoten. Maar dan wel weer bijzonder korte dijbenen.
De poten van walvissen ontwikkelden zich, naar mate de dieren meer en meer aquatisch gingen leven, steeds meer tot de flipperachtige poten zoals je die nu nog steeds bij zeehonden en zeeleeuwen ziet. Het grote verschil met zeeleeuwen en zeehonden is echter dat de staart in eerste instantie al belangrijk was en zich gaandeweg steeds verder ontwikkelde. In de millenia na Ambulocetus was er een explosie van soorten waar er verschillende wegen werden in geslagen. Zo konden er soorten met poten bestaan naast soorten die al helemaal een walvislijf hadden. Langzamerhand echter verdwijnen de achterpoten en gaan walvissen er meer als de walvissen die we nu kennen uitzien. Bijzonder is dat er walvissen hebben geleefd die er echt uitzagen als de 16e eeuwse illustraties van zeemonsters..
De eerste tekenen van echolokatie, iets waar geen moderne walvis zonder kan, is te vinden in Squalodon, een walvis die 33 tot 14 miljoen jaar geleden leefde en er uitzag als een dolfijn met een lange snuit. Door deze gelijkenis werden de fossielen van deze soort eerst aangezien voor een Ichthyosaurus, maar dat zou net zo bijzonder zijn geweest als wanneer er nu een levende Tyrannosaurus rex op aarde zou rondlopen; Ichthyosaurus was al 65 miljoen jaar eerder uitgestorven.
Baleinwalvissen zijn 25 miljoen jaar geleden ontstaan. Zij hebben echolokatie onafhankelijk ontwikkeld, er was dus geen gemeenschappelijke voorouder met echolokatie voor alle moderne walvissen. De eerste baleinwalvissen hadden naast de baleinen ook nog tanden. Het duurde even voordat die verloren gaan en baleinwalvissen alleen op kril en kleine vissen leven.
Tegenwoordig zijn er tachtig soorten walvissen. Dat zijn niet alleen de grote baleinwalvissen maar ook soorten als orca’s, dolfijnen en bruinvissen. Er zijn walvissen half zo groot als een mens en walvissen die groter zijn dan een gebouw. We weten nog steeds heel weinig van de meeste soorten omdat het observeren van walvissen vanzelfsprekend beperkingen met zich meebrengt. Hoe walvissen zich in de toekomst zullen ontwikkelen is natuurlijk niet te voorspellen, maar zeker is dat ze ons zullen blijven verrassen.
Dit artikel is een eerbetoon aan Darwin’s 200e geboortedag. Ik ben nu met zevenmijlslaarzen door de evolutie van walvissen heengestapt. En, helemaal niet in mijn stijl, zonder afbeeldingen. Dat laatste omdat ik altijd minder tijd kwijt ben aan schrijven dan aan tekenen, mijn tijd is natuurlijk beperkt en soms zitten er harde deadlines in de weg. Toch vind ik dit onderwerp gaaf. Ik was een van die weinige tienjarige meisjes die dinosaurusexpert was. Expert ben ik allang niet meer, daarvoor heb ik er te lang niets meer mee gedaan. Maar walvisexpert worden spreekt me wel aan. Ik heb het in dit verhaal bijvoorbeeld niet eens gehad over de evolutie van de botten in het hoofd en wat dat voor gevolgen had. Kans bestaat dat ik de komende tijd meer aandacht besteed aan specifiek bijzonderheden van walvissen. En dan helemaal in mijn stijl, met tekeningen natuurlijk! Voor nu wens ik iedereen een prettige Darwin verjaardag!
Tot slot:
Hoe zit het dan met zeehonden en zeeleeuwen? Die hebben een vergelijkbaar pad gevolgd. Allleen stamden zij af van beerachtige voorouders en hebben in plaats van hun staart de achterpoten verder ontwikkeld. Wat maar weer aangeeft dat in de natuur het wiel veel vaker dan één keer wordt uitgevonden.
Rond september vorig jaar kwam de redactie van TNO magazine naar me toe of ik in 2009 voor iedere uitgave een visueel artikel wilde maken. Dat zouden er minimaal acht zijn. Na wat heen en weer gepraat -het is nogal een opdracht en ik had met mezelf afgesproken dat ik er niet méér bladen bij zou nemen- heb ik toch ja gezegd. De opdrachten die ik mocht doen zijn natuurlijk zo heel erg wat ik leuk vind, dat ik toch wel in een lastig pakket met mezelf kwam als ik hierop nee zei!
Vanaf het eerste nummer van 2009 is TNO magazine helemaal vernieuwd. In plaats van vier gespecialiseerde uitgaven per nummer komt er nu één magazine. Dit zorgt voor een eenduidig beeld naar buiten toe en voorkomt dat lezers potentieel interessante verhalen missen omdat ze de verkeerde uitgave hebben gekregen. In de artikelen die ik voor TNO magazine maak, komen interessante en bijzondere projecten van TNO aan bod die op een andere manier veel minder impact zouden hebben.
Ondertussen ben ik al aan mijn derde artikel voor ze bezig. De eerste publicatie is al geweest, maar die was in het interne magazine van TNO, High Five. Van dit artikel kan ik jullie daarom nog niks laten zien, maar naar alle waarschijnlijkheid komt die later dit jaar wel in TNO magazine. De tweede wordt nu gepubliceerd. Ik mocht hiervoor in het motorframe van de Ariane 5 raket staan!
|
|
Ariane 5, onderdeel van het
Europese Arianeprogramma, wordt ontwikkeld en geconstrueerd
door de ESA. De
raketten worden grotendeels gebruikt om commerciële
kunstmanen te lanceren. DutchSpace, ooit ontstaan uit
Fokker, maakt een groot deel van de onderdelen voor de
raket. De onderdelen moeten natuurlijk aan de hoogste
veiligheidseisen voldoen, je wilt niet dat zo'n raket
onverwacht uit elkaar spat. Een van de zwaarste testen die
gedaan kan worden is het testen van het motorframe die de
raketmotor van de Ariane op zijn plek houdt. |
De laatste keer dat deze test werd gedaan is in 1996 door Fokker zelf. Zo'n uitgebreide test doe je het liefst maar één keer: het is verschrikkelijk duur en het opbouwen van een installatie die zo'n test mogelijk maakt heeft nogal wat voeten in aarde. Nu waren er echter zoveel veranderingen dat een grote test noodzakelijk was. Omdat DutchSpace nu zelf de onderdelen maakt, moet een onafhankelijk instituut de testen doen.
Er zijn maar weinig instituten in Europa die zo'n test aankunnen, TNO is er een van en zij kreeg de opdracht. Vanaf oktober vorig jaar is een projectteam in een grote loods in Delft de stellage aan het opbouwen. De komende paar weken wordt er getest, waarbij men vooral kijkt naar de druk- en trekkrachten. De stellage kan veel grotere krachten op het motorframe uitoefenen dan dat het ooit in werkelijkheid moet ondergaan en tegelijkertijd kunnen de testen met een grote precisie worden uitgevoerd.
De redactie van TNO magazine en de projectleider van de testopstelling waren verschrikkelijk blij met mijn artikel . Vorige week donderdag zijn twee leden van de raad van bestuur van TNO, samen met mensen van het ministerie van OCW, bij de testopstelling wezen kijken. Als uitleg kregen ze mijn artikel in de vorm van een A2 poster mee.
Aan het einde van de testperiode wordt het geteste motorframe uit elkaar getrokken en in elkaar geduwd. Ik ga vragen of ik erbij mag zijn als ze dat doen!
Vorige maand werd ik veertig en ik ben dus opgegroeid met de Donald Duck en de Pep, later Eppo. Vooral de Eppo herinner ik me goed, ik was gek op Storm, de generaal, agent 327, Olga Lawina en Franka. Hoewel ik duidelijk geen striptekenaar ben, hebben deze strips heel erg bijgedragen in mijn vorming tot wetenschappelijk illustrator.
Vooral Storm.

Don Lawrence, de originele tekenaar van storm was briljant in het weergeven van bewegingen, emoties en karakters. Zoals zoveel mensen was ik niet onverdeeld positief toen zijn werk werd overgenomen door andere tekenaars. Dick Matena, nu een groot striptekenaar van onder andere het meesterwerk "De avonden", kon op dat moment niet tippen aan de superieure schilderkunst van Don Lawrence. Later zijn anderen Storm gaan tekenen en hoewel de kwaliteit op hoog niveau zit, blijf ik toch een Stormfan van het eerste uur.
In ieder geval.
De strip en het blad hebben mij gevormd. Ik kijk erdoor nog steeds naar games, strips en science-fiction films om er inspiratie uit te putten en nieuwe ideeen voor impact van mijn werk te ontwikkelen.
Halverwege de jaren tachtig werd het blad omgedoopt tot "Eppo Wordt Vervolgd", ik denk dat de meesten zich het tv-programma met de vergelijkbare naam nog wel kunnen herinneren. Dat was dodelijk voor lezers zoals ik, vooral ook omdat het blad verwoordde tot een veredelde Donald Duck. Het blad veranderde daarna nog twee keer van naam en inhoud, maar dat heb ik niet meer gevolgd.
Maar nu!
Vanaf januari zal Eppo een jaar lang weer verschijnen in de oude vorm! De lijst van mensen die meedoen om het blad te maken is indrukwekkend en belooft heel erg veel kijkplezier. In dat jaar zullen 25 nieuwe nummers verschijnen en ik hoop heel erg dat het blad weer de uitstraling van de oude Eppo krijgt.

Ik heb gelijk een abonnement genomen!
Het ging mij hier vooral om de schedel. Hoewel ik verhoudingsgewijs niet (meer) veel aan biologische onderwerpen werk, probeer ik waar het kan mijn kennis op peil te houden. Daar hoort ook mijn anatomische kennis bij. Gelukkig kun je het gros van de anatomische kennis over vogels gewoon bij de poelier halen, maar schedels (en klauwen trouwens ook) zijn een andere zaak. Ik was dus als een kind zo blij dat ik het dier mocht hebben. Een maand geleden heb ik de kerkuil opgehaald en achter in mijn tuin op een beschutte plek gelegd. Het was een jonge kerkuil, schijnbaar onbeschadigd. Wat online graven bracht aan het licht dat dit jaar een erg moeilijk jaar is voor kerkuilen en dat veel jonge vogels "hongerstrepen" in hun verenpak hebben: een teken dat ze voedselgebrek hebben gehad (een vergelijkbaar voorbeeld zie je bij de tanden van sommige mensen die in de tweede wereldoorlog zijn opgegroeid). Het is dus niet zo gek dat er ook jonge dieren doodgaan zonder dat ze door andere dieren zijn aangevallen of op een andere manier verongelukken.
Gisteren heb ik de schedel uit de tuin gehaald. Hij was helemaal schoon, er zat alleen nog een beetje aarde aan. Ik heb de schedel heel voorzichtig afgespoeld en kwam gelijk op een heel bijzonder kenmerk: het schedeldak is "dubbelwandig". Direct onder het oppervlakte ligt een soort raatstructuur die bij het spoelen ook gedeeltelijk volliep met water.


Omdat ik een database wil aanleggen met 3d modellen van schedels, ben ik gisteren gelijk aan de slag gegaan met deze schedel.
In 3d max heb ik een basis gemaakt van een aantal rechthoeken, bollen en halve cilinders:

Deze heb ik in de globale vorm gekregen die ik hebben wilde door te trekken en te duwen:

Daarna heb ik de schedel geexporteerd naar ZBrush:

Waarna ik verder aan de gang ben gegaan met trekken en duwen en het aanbrengen van details.
De schedel is nog niet klaar, sommige details kunnen beter en ik zie nu dat de schedel nog ietsje groter kan in vergelijking met de snavel, maar dit is het resultaat
(even op F5 drukken als je hem opnieuw wilt zien)
En hier netjes gerenderd in 3d max:



Wil je de schedel zelf kunnen bewegen, zodat je een beetje het gevoel krijgt hoe hij er echt uitziet, bekijk dan deze pdf-file: kerkuil. Iedereen met een recente pdf reader kan de 3d inhoud van deze file zien. Ik heb een aantal voorgebakken views gemaakt, die kun je bekijken door in de balk direct op de pdf te kijken onder "views". Let op: de file is voor een pdf best wel groot, namelijk ongeveer 5,6 mb!
Zoals sommigen van jullie misschien weten heb ik hier ook een ander weblog: kuiken groeit op! Dit weblog ging maar over een onderwerp, een kuiken dat ik vanaf dag een tekende. Nu is dat kuiken op 8 januari gestorven en raakte de harde schijf met de illustraties en nog twee schetsen voor de laatste twee illustraties uit de reeks kapot. De harde schijf stuur ik een dezer dagen naar een data recovery bedrijf, maar omdat het project vooral ging over het opgroeien van een kuiken en dat te laten zien in illustraties, ben ik met een tweede kuiken van ongeveer dezelfde leeftijd als dat het vorige kuiken is geworden, opnieuw begonnen. Het kuiken is nog niet in de rui geweest, maar doet het erg goed, en ik hoop dat ik het lang kan volgen.
Omdat ik weer opnieuw begonnen ben met de serie vermeld ik het hier, maar voor alle volgende bijdragen gewoon weer naar het kuiken groeit op! blog gaan!
Hieronder twee tekeningen. Voor jullie de vraag welke ik met behulp van oost-indische inkt gemaakt heb en welke met behulp van painter, een software programma.

Hoewel sommige mensen bij hoog en bij laag beweren dat ze het kunnen zien, kan ik het zelfs niet zien. Het is dat ik zelf weet welke illustratie ik met welk middel gemaakt heb, anders had ik ze zonder meer door elkaar gehaald.
Het is niet zo dat als je met digitale middelen werkt het makkelijker gaat; je moet nog steeds kunnen tekenen om een mooie illustratie te maken. Beide illustraties hierboven bijvoorbeeld heb ik met een pen gemaakt. De ene pen moest ik echter regelmatig in inkt dopen, de andere pen gebruikte ik op een monitor die dienst doet als tekentafel. Ander gereedschap, zelfde werkwijze en hetzelfde resultaat.
Waarom gebruik ik dan eigenlijk vooral hardware en software om mijn werk te maken? Ten eerste omdat ik hierdoor een stap uit het proces weghaal: al mijn werk lever ik namelijk digitaal aan bij opdrachtgevers. Het werk dat ik vroeger op papier maakte moest uiteindelijk toch via een scanner mijn computer in. Dat kostte soms veel werk omdat ik nog wel eens de neiging heb om op A3 formaat te werken: de meeste scanners zijn A4. Bij een gemiddelde illustratie kostte me het daarna toch wel een half uur tot drie kwartier om alle oneffenheden uit de achtergrond te halen en de illustratie digitaal op het niveau te krijgen die hij op papier al had.
Een andere reden is omdat ik met behulp van hardware en software verschillende versies van eenzelfde illustratie kan maken zonder dat het origineel een zooitje wordt. Dat is heel erg prettig als ik bijvoorbeeld met een hoofdredacteur of klant een bepaald beeld aan het uitwerken ben en we er nog niet helemaal uit zijn hoe de illustratie moet worden. Soms komt het voor dat we uiteindelijk met een van de eerdere versies aan de slag gaan en die is dan niet verdwenen door allerlei wijzigingen.
Sinds ik volledig overgestapt ben op alleen werken met hardware en software ben ik niet anders gaan werken trouwens. Ik maak nog steeds gebruik van sommige software om schetsen te maken die ik dan weer in andere programma's uitwerk tot een echte illustratie. Dat deed ik ook toen ik nog op papier werkte, alleen hoef ik nu de schets niet meer te printen of apart te maken.
Zo heb ik van de week zeven aquarellen gemaakt van ideeen voor een herontwerp van de afsluitdijk. Aquarellen? Ja, aquarellen, want ik investeer niet voor niets in hardware en software: er is software waarmee je vrijwel alle technieken die je op papier of canvas gebruikt ook kunt gebruiken op een computer. Het moesten aquarellen worden omdat de illustraties heel duidelijk moesten uitstralen dat het ideeen waren en nog lang geen uigewerkte plannen.
Hier een voorbeeldje van hoe ik een van de illustraties heb opgebouwd:
Dit waren de illustraties die ik kreeg als basis:




Dit is toevallig een idee dat ik al eerder had uitgewerkt, alleen daarbij zat het valmeer aan de waddenkant in plaats van de IJsselmeer kant. De illustratie hieronder is een uitwerking van een idee van Wubbo Okkels.

Naar aanleiding van de geleverde schetsjes, bovenstaande illustratie en wat heen en weer gebel, maakte ik er deze basis van:

Nu moest ik nog een goede compositie vinden. Omdat het zeven ideeen waren die over hetzelfde onderwerp gingen had je kans dat je zeven dezelfde platen zou krijgen en dat het "dus" saai zou worden. De compositie moest aantrekkelijk zijn, constistent, maar toch laten zien waar het om ging. Ik heb voor ieder idee een positie genomen op een van beide oevers: Noord-Holland en Friesland en de keuze van de oever hing af van de details in de illustratie. Als het idee beter uitkwam vanaf Noord-Holland koos ik Noord-Holland en andersom.
De bovenstaande schets vereenvoudigde ik tot een zwartwit hoogtekaart en bracht ik in in het programma Bryce:

Deze exporteerde ik weer naar studio 3d max, waarna ik er een gekleurde map aantoevoegde:

Gerenderd ziet dat er zo uit. De keuze viel, zoals jullie kunnen zien op Friesland. Vanaf Friesland kon je namelijk de meeste details zien bij dit idee.

Zoals jullie zien missen hier nog wat van de details die in de schetsen zitten, die heb ik er eenvoudig met een pen ingezet:

En hierna kon ik aan de slag met verven. Ik gebruik hier painter voor, een programma van Coreldraw waarin je verschillende soorten verf en dergelijke kunt nadoen. Je kunt hierbij ook het canvas of papier aanpassen, zodat de verf die je gebruikt zich gedraagt naar de ondergrond die je kiest.
Voor alle aquarellen heb ik gebruik gemaakt van Italiaans aquarelpapier omdat het dit het prettigste werkte. Hoe "sneller" de illustratie eruit zou komen te zien, hoe beter.

Hier een detail van de illustratie. Als je goed kijkt zie je hier wel dat het digitaal is. Niet aan de aquarel verf echter, maar aan de potloodlijnen die er overheen staan: die zijn wiebeliger dan dat ik ze op papier gemaakt zou hebben. Dat heeft meer te maken met het feit dat ik nogal grof aan het werk ben gegaan met die potloodschetsen dan met de kwaliteit van het programma: als ik het op ware grootte had gedaan hadden jullie zelfs daar niks geks gezien.

Nu de illustratie klaar was moesten we nog een lettertype vinden dat het gevoel gaf alsof je naar een geschreven letter zat te kijken. Omdat we het wel leesbaar wilden houden, waren we beperkt in onze keuze. Ook moest er nog een detail in omdat dat in de grote illustratie niet te zien zou zijn. Dit is het resultaat:

Aanvulling
Om jullie toch een beetje een idee te geven, hier twee foto's van hoe dat er dan uitziet, met deze middelen schilderen...

Zoals Zoe al terecht opmerkte, had ik mijn eigen katten nog nooit getekend. Dat kan natuurlijk niet!
Daarom hier Tibby.
Tibby is een Foreign White siamees van bijna 11 jaar oud (5 december!) en een heel bijzondere kat. Ze denkt namelijk dat ze hond is. Ze apporteert, rent achter me aan (of wil dat ik achter haar aanren), laat zich voor de gein door de lucht smijten, lacht, heeft humor en speelt zoals, normaal gesproken, alleen een hond doet.
En is onwaarschijnlijk sterk aan mij gehecht. Ik hoef nooit bang te zijn dat ik haar kwijt ben, waar ik ben is zij. Zelfs als ze buiten is weet ik dat ze binnen een minuut, nadat ik haar geroepen heb, naast me staat.
Tibby heeft ook haar nukken. Zo heeft ze een bloedhekel aan katten (niet zo gek als je denkt dat je hond bent) en sinds haar zus twee jaar geleden is overleden, is er met mijn andere kat, Harry, een gewapende vrede met ongeregeldheden. Als Tibby het zat is wordt Harry namelijk met harde hand het huis uitgegooid. Aan de andere kant heeft ze weer een heel klein hartje en is ze ooit een hele goede moeder geweest voor twee stoere katertjes, een rode en een zwarte, en een verschrikkelijk goede tante voor de kittens van haar zus.
Voor haar zus is ze zelfs vroedvrouw geweest, werkelijk in de betekenis zoals wij dat kennen: ze verzorgde de net geboren kittens- en haar zus- terwijl die bezig was met baren. Die geboorte is de meest bijzondere gebeurtenis die ik ooit met een dier heb meegemaakt. Tibby claimde de kittens niet, maar verzorgde ze werkelijk om haar zus te ontlasten.
Jullie begrijpen dus dat Tibby me na aan het hart ligt. Hoewel ze een krakende wagen is, ze plukt haar vacht bijvoorbeeld al sinds ze een half jaar is, blijkt ze tot nu toe mijn sterkste kat te zijn en ik hoop dat ze nog maar op de helft is.
Hier een vrij snelle oost-indische inktschets van haar die redelijk goed laat zien wie ze is. Ondanks het feit dat ze voor een siamees al aardig op leeftijd is, ziet ze er, op haar vacht na, nog steeds jong uit.
Een mij volkomen onbekende rusp. hij was helemaal wit met die twee oranje pluimpjes op zijn kop.
Twee verschillende kolibrievlinders. Ze zijn in ieder geval uit de Hemaris familie, wat een volkomen andere familie dan de kolibrievlinderfamilie in europa. Let op de doorzichtige vleugels.
Een verdikking in de stengel gemaakt door een galwesp.
Het dier hieronder wordt hier konijn genoemd, maar is in werkelijkheid een haas.
Zo mooi als het hier ook is, dit water is bedekt met fosfaatschuim (mensen stroomopwaarts gebruiken de rivier als riool)
Typisch oost Amerikaans "woodland"
Met als uiteindelijk resultaat zoiets als dit:
De resultaten van de cursisten waren zacht gezegd ietsje anders, maar ik heb hele mooie pijlgifkikkers gezien, kameleons, hagedissen en sommige dingen die je in je nachtmerries nog niet zou willen tegenkomen ;-). In ieder geval, ik merkte dat iedereen de applicatie eigenlijk heel makkelijk oppikte en dat de meesten helemaal verzonken waren in het werk. Ik had een hele dag voor de workshop en die vloog voorbij.
Na afloop is iedereen even gaan slapen op de dorm om later de stad in te gaan voor een borrel en wat eten.
Even iets leuk tussendoor: terwijl ik dit aan het schrijven ben, hoor ik vrijwel direct naast me, het raam staat open en ik kijk uit over een soort van parklandschap, een indringende fluittoon van een vogel. Omdat ik die al de hele week hoor wilde ik nu toch eens uitvinden welke vogel dat is. Hier het resultaat!
Het is een kardinaal! Hoewel ook hier natuurlijk mussen en spreeuwen zitten, heb ik al een hoop vogels gezien die typisch zijn voor dit gebied. Vanmiddag gaan we misschien de watervallen hier bezoeken en ik hoop dan nog wat meer te kunnen zien.
In ieder geval, terug naar gisteren. Uiteindelijk zijn we gaan eten bij een Mexicaan. In Nederland zou vrijwel iedereen aan het restaurant voorbij zijn gelopen: het zat op de hoek van een drukke straat, zag er van buiten uit als een cafetaria en de tafeltjes waren ook zoals je op zo'n plek verwachtte. Maar het eten was verrassend goed. Langzamerhand druppelde iedereen binnen en op een gegeven moment was er best wel een grote groep. Doordat ik echter de hele week best wel veel gedaan had en ik mijn eigen workshop net achter mijn kiezen had, zakte ik zo rond een uur of negen helemaal in. Clara Richardson bracht me terug naar de dorm, nadat ik eerst uitbundig vaarwel werd gezegd door mensen die de volgende ochtend vroeg zouden vertrekken.
I am one of the family now!
Vandaag is een rustige dag, hoewel er nog workshops zijn, heb ik me niet ingeschreven. Clara en Frank Ippolito gaan misschien vandaag naar de watervallen en misschien ga ik mee. Maar het kan ook zo zijn dat ik een paar stevige schoenen aantrek en er zelf op uit ga. Ithaca is mooi en Ithaca College waar we verblijven licht bovenop een berg: we kijken uit over een soort rivierdal met daarin de stad Ithaca. Ik ben ook nog niet naar Cornell University geweest, behalve dan voor het banket (waar ik vleermuizen zag vliegen! Een veel grotere soort dan bij ons), maar dat is misschien iets voor een volgende keer.
Modo omdat vandaag Chuck Carter daar een workshop in gaf en hij pas vandaag in Ithaca zou zijn. Chuck is een van de eerste illustratoren die in National Geographic is gepubliceerd en hij werkt tegenwoordig vooral voor de gaming industrie.
's avonds was er een banket waarbij vele GNSI leden werden geëerd. Na afloop vroegen een aantal illustratoren of ik mee de stad inging, het werd een hele gezellige avond. Het bleek dat er, buiten mij om, nogal gelobbied is om mij voor deze conferentie naar de VS te krijgen! Ik had al een erg goed gevoel over het feit dat ik hier nu ook zit, maar na gisterenavond is dat niet meer stuk te krijgen! In ieder geval, uiteindelijk toch niet al te laat gemaakt, vanochtend moest ik er weer vroeg uit voor de eerste workshops. 's ochtends had ik een workshop Silver point, in het Nederlands zilverstift. Silver point is een techniek waarbij je met een fijne en scherp geschuurde stift van zilver op geprepareerd papier tekent. De techniek werd honderden jaren geleden gebruikt door schilders als Rembrandt en Vermeer om de ondertekening van hun schilderijen op te zetten, maar is in de loop van de eeuwen vooral gebruikt voor zeer subtiele illustraties. Het zilver in de illustratie krijgt na verloop van tijd een eigen patina door het verweren van het zilver, wat de illustraties een volkomen eigen gevoel geeft. Voor de rest kun je het beschouwen als een soort potloodtekeningen. In een ochtend mochten we proberen om een zelf gekozen onderwerp, er lagen wat bladeren, ranken van klimplanten, veren en nog wat andere dingen, te tekenen. Ik ben naar buiten gelopen en vond daar een allium die helemaal perfect was om te tekenen. Ik wist niet of het me zou lukken om de tekening af te krijgen, want effectief hadden we maar anderhalf uur, maar het is me gelukt. Dat was maar weer een bewijs dat je als freelancer leert om heel snel te zijn als dat nodig is!
Nou, nee dus. Mijn hele schema blijkt volledig vol te zitten, maar het is wel verschrikkelijk leuk!
Vanmiddag spontaan een presentatie gegeven samen met Britt Griswold, Frank Ippolito en Larry Lavendel over de "must-haves" voor een digitaal atelier. En alles werd met enthousiasme ontvangen, mijn Cintiq tablet werd bijna uit mijn handen gerukt! Verder veel nerdy stuff, waar volgens mij de helft van het publiek weinig van begreep, maar iedereen vond het wel leuk.
Nu net kom ik van een veiling af waar leden van de GNSI eigen werk (soms zelfs genant werk: een drieluik met histige my little ponies bijvoorbeeld) en andere spullen veilden. Hilarisch aan elkaar gepraat doro Larry Lavendel en John .. (achternaam vergeten).
Vanochtend een hele rit met een aantal paleontologische illustratoren doorgebracht. Ik merk dat veel van wat de illustratoren hier doen overeenkomt met wat ik doe. Behalve dan dat de meesten hier nog volledig traditioneel werken! Dus velen benadrukken zaken als perspectief en verhoudingen, terwijl dat voor mijn werk eigenlijk helemaal niet meer uitmaakt.
![]() |
Diana Marques had het over het
maken van achtergronden voor animaties en hoeveel problemen
dat nog kan opleveren, vooral eigenlijk door het feit dat
plannen vaak veranderd worden. Verder veel interessante verhalen gehoord over het reconstrueren van uitgestorven planten en de technieken die de verschillende illustratoren daarvoor gebruiken. |
Gisteren twee fantastische lezingen gehad. Een was door Warren Allmon, de directeur van het Natural History Museum in Ithaca en de ander door James Gurney, de auteur van Dinotopia. 's middags de hele tijd bezig geweest om mijn internet connectie voor elkaar te krijgen in mijn "dormroom".

Zo'n middag vliegt voorbij en 's avonds was er een tentoonstelling van verschillende werken van leden van de GNSI. Ik had geen werk ingezonden: het verschepen van de twee illustraties naar Albany voor de opening in april van de Focus on Nature tentoonstelling was al een crime, de enige andere optie was ze meenemen in het vliegtuig en dat was ook niet echt te doen. In ieder geval, hier een aantal foto's van die tentoonstelling, ik beloof morgen met interessantere foto's te komen!

Mike Rothman is een bekende illustrator van prehistorische landschappen en vooral gespecialiseerd in prehistorische planten. De ventilator in mijn dormroom is van hem en erg nodig. Hoewel het hier niet zo warm is als ik vreesde, is 28 graden toch best wel warm.

Dit is een stuk van Frank Ippolito, volledig gemaakt in Photoshop. Het is een illustratie van een verwant van de velociraptor en in werkelijkheid maar 60 centimeter lang. De illustratie op de tentoonstelling was op ware grootte.

Er hingen niet alleen dinosauriers of ander uitgestorven goed. Hier een maarts viooltje.
Campus hier is trouwens best wel mooi en ook wel heel anders dan in Nederland. Hier ook wat foto's daarvan:

Dit is de "dorm" waarin ik op dit moment aan het schrijven ben. En hier een uitzicht richting het centrum van de campus:

Mijn jetlag is overigens vrijwel over: ik heb me iedere avond gedwongen om minimaal tot elf uur op te blijven. Het is nu kwart voor elf en hoewel ik het er niet meer echt zwaar mee heb, merk ik toch dat de dagen aan me vreten. Daarom misschien een beetje droog verhaal voor nu, ik ga mijn bed in!





