
Gelukkig wordt Branden hernomen in de Rotheaterweek
kunst, rotheater, oorlog woede en liefde, toneel, branden
Het gebeurt niet vaak dat ik sprakeloos ben door kunst. Over het algemeen ben ik goed in staat mijn persoonlijke beleving van theater, toneel, muziek en beeldende kunst onder woorden te brengen en het daardoor toegankelijk en aantrekkelijk te maken voor de toekomstige bezoeker.
Branden van het Rotheater heeft me sprakeloos gemaakt. Een week geleden was ik getuige van een indringende aanklacht tegen het geweld en het mensonterende van oorlog. Was ik getuige van een allesoverwinnende zucht naar vrede en liefde. Woorden schoten tekort en ook het feit dat het de laatste voorstelling zou zijn, maakte de urgentie om het jullie te vertellen twijfelachtig. Maar het blijkt niet de laatste! In de Rotheaterweek is een herneming in de Rotterdamse Schouwburg. En iedereen met een beetje hart voor theater, die nog niet geweest is, wil ik oproepen de kassa van de Rotterdamse Schouwburg plat te bellen! Zodat ze bij het Rotheater besluiten ook volgende seizoenen Branden te hernemen.
Het verhaal
Nawal Marwan heeft de laatste vijf jaar van haar leven gezwegen. Vlak voor ze sterft spreekt ze de woorden: ‘Nu we samen zijn, wordt het beter’. Verder wenst ze niets meer te zeggen tot grote woede van haar kinderen, de tweeling Jeanne en Simon. Haar laatste wens, neergeschreven in haar testament, is dat haar tweeling na haar dood op zoek gaat naar hun vader, van wie ze dachten dat hij dood was, en hun broer, van wiens bestaan zij niets wisten. Parallel aan deze zoektocht zien we het leven van Nawal, van jong verliefd meisje van 15 jaar totdat ze rust vindt in de dood.
Er is een cirkel van vrouwen: grootmoeder, moeder, dochter, kleindochter en Nawal probeert uit alle macht de woede uit die cirkel te bannen. Zij leert lezen, schrijven, praten en denken, de belofte aan haar grootmoeder; daarmee krijgt ze de macht om iets aan haar situatie te doen. Ze trekt eropuit om haar zoon te vinden, wat mislukt. Onderweg komt ze de gruwelen van de oorlog tegen, waarin vaders hun vaders vermoorden, broers hun familie en vrienden. Samen met vluchtelinge Sawda trekt ze door het land, langs weeshuizen, in de ijdele hoop hem, haar zoon, in de puinhopen te vinden en te herkennen.
De andere zoektocht is die van Jeanne en, nadat hij is overtuigd door zijn zus, ook die van Simon: op zoek naar hun vader en broer. Op zoek naar hun oorsprong vinden zij een gruwelijke waarheid.
Wat me opvalt aan de voorstelling is de kracht en de intensiteit waarmee de acteurs, geregisseerd door Alize Zandwijk op de tekst Branden van de Libanees-Canadese Wajdi Mouawad, het verhaal van de parallel lopende zoektochten vertellen. Die is zo sterk dat ik de verhaalde handelingen voor me zie. Het allersterkst is dat op het moment dat de notaris Jeanne en Simon vertelt dat zij hun moeder goed kent, dat zij niet gek is en volledig bij haar verstand haar laatste wens heeft opgeschreven. Zo wist de notaris hen te vertellen dat Nawal nooit met de bus ging, omdat zij daar een verklaarbare angst voor had.
Onmiddellijk horen we hoe Nawal (Fania Sorel) aan haar metgezel Sawda vertelt dat ze ooit in een bus zat vol met vluchtelingen. De bus werd aangehouden door de militie en ze schreeuwde dat ze niet bij de vluchtelingen hoorde, ze hoorde bij hen, ze was van dit land. En ze mocht uitstappen. Het vuur werd geopend op de volle bus en bij een raampje zag Nawal een wanhopige moeder met haar kind: ze werd doodgeschoten, ook haar kind werd doodgeschoten en Nawal zag hoe de huid van hen beiden smolt door de hitte. De manier waarop Fania Sorel ons deelgenoot maakt van die vreselijke gebeurtenis, is zo indringend dat mijn lijf begint te schokken en de tranen onbeheersbaar over mijn wangen rollen.
Mijn tranen blijven branden gedurende de rest van de voorstelling. Wat begon als toneel eindigt als bittere waarheid. Deze voorstelling die gedragen wordt door bijzondere acteurs is een absolute aanrader. En ook al geven de acteurs aan dat er geen ego’s zijn, dat het stuk van hen allemaal is, zou ik Fania Sorel willen voordragen voor de Theo d’Or, hoop ik dat Branden wordt gekozen voor Theaterfestivals en dat het Rotheater besluit het stuk nog vaak te hernemen. Want ook al heb ik nu woorden gevonden, ze zijn volslagen ontoereikend om de voorstelling te vatten. Je moet echt zelf gaan...
Recensies en foto’s van de voorstelling
Gezien: 28 februari 2010 in het Rotheater
de City van de Veenfabriek is overweldigend
de city, martin crimp, veenfabriek, kunst
Grijs als de as van een sigaret
Ik houd van voorstellingen die niet af zijn als het doek is gevallen, die doorgaan in je hoofd, waar verbanden worden gelegd die je misschien tijdens het spel niet zag, alsof alle stukjes op hun plaats vallen of juist niet. Als toeschouwer bewerk je een stuk dat je ziet, tijdens het kijken en erna. Als je er dan ook nog over gaat schrijven, kraken je hersens om de beelden terug te roepen, beelden die er bij het kijken gewoon zijn, erna in flarden terugkeren en hun betekenis krijgen of juist verliezen.
Toen het doek viel, of liever gezegd, toen alle personages weer gewoon zichzelf waren, wist ik het: dit is een mooie voorstelling, ik wist alleen nog niet precies waarom. De plek waar het gespeeld wordt, is al heel fantastisch: een oude wolfabriek die is omgetoverd tot werk- en uitvoerplek van de Veenfabriek. Locatietheater bijna, omdat het decor voor een deel wordt gevormd door verweerde muren, uitermate toepasselijk voor ‘the City’, een stad die gevuld is met vreemde personages, zoals kinderen die achter het gordijn ‘maar niet tot leven willen komen’ schrijft Clair (Yonina Spijker) in haar dagboek.
Het begint met de acteurs die in hun ‘eigen’ kleren op komen. Ze verkleden zich in rap tempo en weer en weer, rennen achter een gordijn langs, komen te voorschijn en kleden zich dan weer om. Tot het moment daar is dat er tekst komt. Een tekst die muzikaal is, een tekst die de acteurs volgens een perfecte choreografie beeldend overdragen. Een tekst die de personages vertolken en door hun ‘dubbel’ of ‘ghost’ wordt uitgebeeld. En de muziek: die is nooit een illustratie maar volledig met tekst en gebaren verweven.
Het dagboek dat bestemd was voor de dochter van de schrijver, Mohamed, wiens werk Clair vertaalt, wordt het verhaal in slow-motion binnengedanst. Zij krijgt het van de schrijver, of verzint ze dat ook? Gedurende de ruim twee uur die de voorstelling duurt, vraag ik me geen moment af of het verhaal klopt. Ik laat de tekst, het spel, de personages, de kleuren, het decor, de muziek, de acteurs op me inspelen, tot me doordringen, over me heen walsen. Totdat Clairs dagboek te voorschijn komt en wordt voorgelezen: ze ging op zoek naar de stad in zichzelf, ervan uitgaande dat er leven was in die stad, om over te schrijven. Maar ze vond er niets, alleen grijze stof, leegte en verzon toen personages, zoals de kinderen die ‘maar niet tot leven willen komen’.
Vlak voordat in de
laatste scène het dagboek aan de orde komt, lijkt het of de
personages beginnen te rebelleren: wat doe ik hier eigenlijk,
waarom heb ik deze schoenen aan, dit is eigenlijk niks voor mij,
is de strekking van wat Jenny (Anneke Blok) zegt en de
conversatie die ze even later met Christopher (Reinout
Bussemaker), de man van Clair heeft, is bizar, oppervlakkig,
leeg. Chris bevestigt dat gevoel door te vertellen dat hij
Chris is, haar [van Clair] echtgenoot. En als dan het dagboek
voorgelezen wordt, staat het hele stuk dat eraan voorafging op
zijn kop, is de waarheid van wat je daarvoor zag tussen haakjes
komen te staan, is het niet meer helder wat verzonnen is en wat
niet. Je bent in verwarring en daardoor blijft de voorstelling in
je hoofd doorklinken en van betekenis
verschieten.
Vandaag kon ik het niet laten, ik heb het boekje met de hele tekst, inclusief regie-aanwijzingen, gekocht en in één adem uitgelezen. Ik zag alles, alle beelden, zelfs de verschillende kostuums, de oranje jurk waarin Clair onhandig staat te wiebelen, met haar handen in de zakken, het slagerspak, het verpleegstersuniform, de meisjes in verpleegstersuniform en in de roze spijkerbroek, het decor, de gordijnen, de tafel met speelgoed, alles kwam weer terug. En ik hoorde die prachtige stem van Anneke Blok die Jenny speelt, de verpleegster, de buurvrouw, de vrouw van de arts die de oorlog is ingestuurd met een te klein geweer om van de stad niets dan grijze stof over te laten, grijs als de as van een sigaret.
Enfin, u begrijpt,
ga erheen, het is een belevenis. De City is nog
te zien tot en met 3 mei 2010. De première was vanavond (25
februari) en ik ben nieuwsgierig naar de
recensies!!
Gezien: Leiden, Scheltema, 24 februari 2010, laatste try-out (Generale)
Speellijst, medewerkers en
cast
No comment...
Water heeft iets magisch, als het zich langzaam omvormt van flinterdun tot elfstedentochthard, als de zon zich laat vangen op gesplinterd glas
Moe maar gelukkig van Happy Days tot Alamar
iffr rotterdam 2010, film, theater, kunst
Meestal kom ik op tijd. Ben een Pietje Precies. Of liever, dat was ik. De laatste weken beginnen de randjes rond mijn afspraken wat rafeliger te worden. Soms heb ik een weekend vrij. Niet dat ik dan uitgebreid op de bank een boek ga liggen lezen of beter nog, in bad. Nee, ik prop het vol met afspraken. Op de verkeerde momenten komt dan het onherroepelijke besef dat ik doodmoe ben. Zoals wanneer ik in het LAKtheater naar een monoloog van Leny Breederveld kijk en luister (Happy Days van Beckett) en droombeelden zich vermengen met het verhaal van de vrouw in het zand: telkens een paar seconden totaal van de wereld, een hoofd dat valt doordat de ogen zich autonoom sluiten en waardoor ik me afvroeg of de beelden die ik zag van de voorstelling afkomstig waren of uit mijn eigen fantasie of herinnering ontsproten, overwegingen en gedachten die naadloos aan bleken te sluiten bij Becketts woorden. Het schijnt dat sommige mensen hallucineren voor ze in slaap vallen.
Napraten met vrienden in de foyer van het LAKtheater maakte dat ik te laat in mijn bed lag. Te laat, omdat ik de volgende morgen op het voor een zondagochtend bizar vroege tijdstip van 8:40 uur in de hal van het station aanwezig diende te zijn. Stuiterend van vermoeidheid gleed ik mijn bed uit en op het allerlaatste nippertje haalde ik de trein die ons naar het IFFR reed. En we waren niet de enigen. De NS leek van een volkskrantdag niets af te weten, want er was zeker een heel treinstel te weinig om alle bezoekers te vervoeren. Maar goed, je hebt afgesproken dat je met een groep mensen vijf films gaat zien, dus je zorgt dat je er op tijd bent. Was ik maar een film later gekomen, maar dat weet je pas met de kennis van na de eerste film. The Bad Lieutenant (regie Werner Herzog) was onderhoudend, vermakelijk, er werd goed gespeeld, maar ik vond het geen film voor het filmfestival en ik verbaasde me erover dat het filmhuisminnend publiek hem zo hoog had laten scoren op de lijst voor de publieksprijs. Een doorsnee crimi voor de late zaterdagavond. Blijkt hij op nummer 37 te staan: rare jongens die organisatoren van de Volkskrantdag! Gelukkig kwamen er daarna drie waar je het voor doet, naar het IFFR afreizen: Soul Boy (nr. 11); The Trotsky (nr. 12) en Alamar (nr. 10). Jammer dat er geen film uit de top 5 in onze route zat, al was ik uiteindelijk met onze films heel happy.
Soul Boy is gemaakt door Hawa Essuman (met steun van Tom Tykwer), een jonge Kenyaanse cineaste en ze toont een ander, positief, beeld van de krottenwijk Kibera in Nairobi. Abila krijgt 24 uur de tijd om de ziel van zijn vader terug te vinden door zeven opdrachten te vervullen. Dit doet hij samen met zijn vriendinnetje Shiku die van een andere stam afkomstig is, een verboden vriendschap dus eigenlijk. Dit levert een ongewone zoektocht op en prachtige ontmoetingen. Soul Boy maakte de ontberingen op de vroege zondagmorgen meer dan goed.
Over Soul Boy konden we lekker lang napraten in de hal van de Doelen, waar de film werd vertoond. En even de benen strekken in de frisse kou die zich inmiddels van de zondag meester had gemaakt. Ver hoefden we niet meer te lopen, Pathé was het theater waar de drie volgende films werden gedraaid, zoals The Trotsky.
The Trotsky is echt een heel grappige film. De pakweg zeventienjarige Leon Bronstein is ervan overtuigd dat hij de reïncarnatie is van Leon Trotski door allerlei toevallige overeenkomsten met het leven van de revolutionair. Doordat het zo ver als mogelijk wordt doorgetrokken, blijft het geloofwaardig in al zijn ongeloofwaardigheid. Doorspekt met humor en pubergedrag.
Alamar is een van de films die een Tiger Award ontvingen. En terecht. Het is een prachtige film waarin een aantal onderwerpen de revue passeert: het verschil tussen stad en natuur; de omgang met een kind door ouders die niet bij elkaar wonen: respect voor een eenvoudig leven dat op een speelse manier van vader op zoon wordt doorgegeven en hoe verschillende culturen botsen zonder brokken te maken. Hierin spelen de helderblauwe zee en zijn bewoners de hoofdrol. De film is van een adembenemende schoonheid en vormde een waardige afsluiter van onze volgepropte Volkskrantdag. De vijfde film hebben we ook dit jaar aan ons voorbij laten gaan. Volgend jaar zal de veertigste editie van het IFFR zijn en ik neem me nu vast voor me tien dagen, gewapend met een Tigerpas, onder te laten dompelen in het festivalgewoel.
Heftige films over jeugdtrauma op het IFFR in Rotterdam
filmfestival Rotterdam 2010, humor, hoop, machteloosheid, liefde
Een droomfilm om mee te beginnen, een film die staat als een huis, van schrijver en regisseur Justin Molotnikov, die samen met de hoofdpersoon Stephen McCole, Joey Frisk in de film Crying with laughter, aanwezig was op de vertoning ervan op het IFFR in Rotterdam.
Het is even schrikken als je een dronken man met een zo goed als lege fles tegen de branding hoort vloeken, maar al gauw dringt tot de kijker door dat het hier gaat om een stand-up comedian, die het woord ‘Granny fanny’ als groteske vondst opschrijft, om ooit te gebruiken op het podium. Joey Frisk raakt door een misplaatste grap verzeild in een opeenvolging van heftige gebeurtenissen, tenminste, zoveel wil hij ons doen geloven. De avond waarop hij ons deelgenoot maakt van deze sleep aan narigheid, staat er een agent uit Amerika in de zaal, door wie hij misschien eindelijk ‘ontdekt’ zal worden. De vraag wat werkelijkheid is, maar vooral de zoektocht naar hoe verschillend mensen omgaan met trauma’s, bijvoorbeeld van je afslaan door alles met wrede humor te doorspekken, zorgen voor een knap gelaagd eindproduct.
De film is tot stand gekomen vanuit improvisaties tussen Stephen McCole en zijn tegenspelers, zoals Malcolm Shields (ex-klasgenoot Frank Archer), waarna scène voor scène werd opgebouwd om het tenslotte in een week te filmen. De sterke acteerprestaties die deze werkwijze oplevert, zijn een lust voor het oog.
Tussen Crying with Laughter en de tweede film, zat iets meer dan een uur. Tijd genoeg om erover te praten, het te laten bezinken. Dit is op de volkskrantdag van aanstaande zondag, die ik net als voorgaande jaren zal bezoeken, bijna niet mogelijk: de indrukken komen zo snel achter elkaar binnen dat je de kans loopt om aan het eind van de dag films door elkaar te halen. Vandaar dat het heerlijk is dat je op een maandagochtend aan een loket relaxed kunt bespreken of er nog plaatsen zijn voor de films van je lijstje en kan het uiteindelijk resultaat zeer verrassend zijn.
De tweede film die we bezochten,
in een nagenoeg lege zaal, was ‘Shirley Adams’, een film van regisseur
Oliver Hermanus, waarin het roerige Zuid-Afrika van na de
Apartheid centraal staat. Een moeder verzorgt haar zoon, die een maand of 10
daarvoor beschoten is, als gevolg waarvan hij weer volledig
afhankelijk is geworden van zijn moeder. Haar zorgen, over haar
zoon, over zijn vader die elders zijn heil is gaan zoeken en haar
financiële problemen, worden dicht op de huid gefilmd. Je ziet en
voelt als het ware wat zij ziet en voelt, wat door de manier van
filmen soms tot groot ongemak leidt. In combinatie met de slechte
ventilatie van de zaal, wenste ik dat ik er niet zat, maar
realiseerde me tegelijkertijd dat ik de keuze had om op te
stappen, terwijl de moeders in Zuid-Afrika zich in erbarmelijke
omstandigheden van geweld en armoede staande moeten houden, ook
al lijkt wederzijdse steun vanzelfsprekend. Een geslaagd
portret.
Waarom ik beide films tegelijkertijd bespreek, is niet alleen omdat ik ze achter elkaar gezien heb, maar ook door gelijkenissen in thema’s. Het gaat in beide gevallen om jeugdtrauma’s, zowel lichamelijke als geestelijke schade die je daardoor oploopt en hoe je ermee omgaat. In Crying with Laughter is er grote schade aangericht, maar lijkt nog hoop aanwezig: het kan goed komen. In Shirley Adams leidt de schade tot uitzichtloosheid en machteloosheid en is bevrijding ervan de enige oplossing.
Nog iets anders – dat ik overigens ook in andere films opvallend vind – is de rol van de zee. In Crying with Laughter gebruikt Joey Frisk de zee om tegenaan te schreeuwen, in Shirley Adams lijkt de zee een berusting en een nieuw begin uit te stralen.
Over de kunst valt heel wat te twisten
kunst, muziek, literatuur, jan joris lamers
De beelden en klanken tuimelen over elkaar heen, oncontroleerbare associatieblokjes. Flitsen van ‘Over de kunst’ van Maatschappij Discordia, klanken van de documentaire over Glenn Gould, flarden van de Goldbergvariaties, vergezichten variërend van goudgeel in een herfstig Canada gefilmd vanuit een trein tot de witte wereld gezien vanuit een rijdende auto. Gek genoeg hebben de voorstelling die ik zaterdag in de Rotterdamse Schouwburg zag en de uitspraken van Glenn Gould in de documentaire die vrijegeluiden uitzond heel veel met elkaar gemeen. Er is geen angst voor eigenzinnigheid, er is veel kritiek op een traditie om de traditie.
Gould had een hekel aan publiek omdat hij hield van experimenteren, herhalen, perfectioneren van wat hij wilde laten horen, het op het verkeerde been zetten van luisteraars in de beslotenheid van hun eigen huiskamer. Discordia houdt wel van publiek, al is ook in die relatie van alles mis of minstens ter discussie: waarom zou je een tekst leren? Iedereen die hem hoort, ervaart hem anders, en elke avond kan de tekst een andere betekenis hebben. Geen woord betekent hetzelfde in een andere context die te maken heeft met tijd en ruimte. Fantastisch verbeeld door de houten latten die in een schijnbaar logische volgorde op een houten ‘vloer’ die weer bovenop de vloer van het theater lag, werden gelegd en vervolgens allemaal, ook weer in een schijnbaar logische volgorde, weer werden opgestapeld en weggelegd. En ik moest onwillekeurig aan de structuralisten denken en aan de verschillende lagen waaruit taal bestaat. Gould vindt optreden voor publiek vervelend omdat de zuiverheid en de verrassing van een stuk dat je avond aan avond op dezelfde manier moet spelen, verloren gaat.
Tegenover de chaos in ‘Over de kunst’ staat ook de chaos die Gould in zijn hoofd lijkt te hebben op het moment dat hij een grote mogelijkheid aan keuzes heeft hoe een stuk te spelen. Door het in de studio eindeloos te kunnen herhalen en verfijnen, stukken uit hun context te halen, eerdere opnames te verknippen en in nieuwere opnames te plakken, is die chaos hanteerbaar. In een concert kan hij natuurlijk niet steeds opnieuw beginnen, omdat je je als concertpianist aan afspraken moet houden (hoewel Esther Apituley dat zondag in het programma KunststofTV toevalligerwijs ook ter discussie stelde). Het publiek komt voor de integrale weergave van het stuk dat op het programma staat. Wat zou Gould genoten hebben van twitter!
Ook Discordia stelt vragen, denk ik, zo interpreteer ik als onderdeel van het publiek dat zich precies op die avond in de zaal bevindt: Wanneer begint een voorstelling? Waar houdt het improviseren op, waar beginnen vaste afspraken, wie bepaalt wat: het publiek of de spelers, de regisseur of de acteurs, moet het binnen een lijst of kun je de wanden flexibel opstellen. Moet het decor eenduidig zijn of juist niet om de vrijheid van interpretatie door publiek en theatermakers zo groot mogelijk te maken. Is een schilderij af of krijgt het met elke nieuwe toeschouwer een nieuwe betekenis: komt de toeschouwer als het ware het schilderij binnen, neemt het bezit van de linker- of de rechterkant ervan of komt er een stuk aan het schilderij dat elke toeschouwer flexibel invult.
Ik heb mijn ogen uitgekeken, werd op het verkeerde been gezet, moest ontzettend lachen, raakte ontroerd en staarde ademloos naar een hypnotiserende scène waarin een geblinddoekte naakte man in een zinken teil wordt gezet. De manier waarop vond ik weergaloos: het was ballet, het was beeldende kunst, het was een tableau vivant in slow-motion en ik associeerde raak: zag in deze scène de dood van Marat en tegelijkertijd het werk van Ingrid van Wantoch, waarmee ik samen met de op een speciaal opgestelde tribune voor maximaal 42 bezoekers de ideale ‘derde wand’ vormde. Een wand die in deze voorstelling volledig geïncorporeerd is in het spel, de zoektocht ofwel de uitgekiende gedachte over de kunst. Een mooie samenvatting vond ik op twitter(@rdamschouwburg): Kunst gaat om het vallen, niet het neerkomen.
Maatschappij Discordia:
Over de Kunst
Gezien op
zaterdag 23 januari 2010
In de Rotterdamse Schouwburg
zie ook Jan Joris Lamers
Nog nasudderend over de voorstelling die ik gisteren zag, waarover later meer, volgde ik vandaag de route van huis naar het station om mijn fiets op te halen. De sneeuw die ik gisterenavond zag en voelde, vormde vannacht een dun kleed, voornamelijk over het westen des lands. De dooi zette al meteen vanochtend in, dus ik moest snel zijn er nog iets van mee te krijgen. De eerste foto doet me denken aan zwart-wit films en foto's waar details worden ingekleurd om de aandacht te trekken. Zie je de rode besjes?
De sneeuw en de grauwe lucht maakt van bovenstaand beeld iets anders dan ik gewend ben te zien. Zonder zou ik er niet aan denken het te fotograferen. Het lijkt boven zichzelf uit te stijgen.
Dat geldt ook voor de klinkertjes die alweer zichtbaar worden, het kleed vertoont gaten, waardoor het wegdek een bijzondere compositie wordt.
De kleur komt in deze foto van de Meelfabriek.
Samenscholen in barre tijden
eenden, meerkoetjes, meeuwen, halsbandparkieten
In barre tijden zoeken
niet alleen mensen, maar ook vogels, zoals je op de foto’s
kunt zien, elkaars gezelschap.

Opvallend genoeg lijken het wel klasjes: niet op jaar maar op soort :-)

(het lijkt of er een
blauw filter is gebruikt, geeft wel een mooi
effect)
De echte kwetteraars: halsbandparkieten, grafisch omgezet.
Vogelvergaderplek:
Laatste tocht langs
hofvijver in loondienst @Solvejg 11-01-10
Inspiratie van mijn vensters op de wereld
zondag, muziek, saamhorigheid, inspiratie, isolatie
Beatrix zou het misschien sneu voor me gevonden hebben, dat ik niemand anders dan mijn zoon en een enkele buur uit de verte heb gezien vandaag. Zo heb ik het niet ervaren, mijn vensters op de wereld draaiden op volle toeren. Nog gehuld in mijn nachtkleding genoot ik van een muziekcompilatie van Vrije Geluiden: de kenmerkende diversiteit van muziek en dans onder het toeziend oog van scheidend presentator Hans Flupsen. Ik was getriggered door de combinatie Chris Hinze en Claron McFadden, die werkelijk onweerstaanbaar mooi was, maar goedbeschouwd geldt dat in een dergelijke compilatie voor elk afzonderlijk fragment.
En net als vorige week zat ik klaar voor een nieuw interview van Wim Brands (Boeken) met Ellen de Bruin over haar boek: Onsterfelijkheid (voor beginners). Ik was niet van plan het helemaal uit te kijken, dacht: wat is dit nu weer. Natuurlijk is alles wat we doen gericht op het wegduwen van het besef van onze sterfelijkheid: we maken muziek, kinderen en hopen met allerlei activiteiten, zoals het schrijven van een boek, onszelf indirect onsterfelijk te maken: net als religie volgens Freud onze doodsangst op afstand houdt. Toch bleef ik geboeid kijken, ook al omdat Ellen de Bruin het onderwerp zo serieus had aangepakt, met wetenschappers had gesproken die streven naar het genezen van de veroudering.
Het je laten invriezen na je dood en dan weer laten ontdooien (!) als de technologische ontwikkelingen zover zijn gevorderd dat veroudering kan worden tegengegaan, doet me meteen denken aan ‘Cold Lazarus’ van Dennis Potter. Een meesterlijk vervolg op ‘Karaoke’. Het hoofd van de regisseur (Albert Finney) uit Karaoke, speelt in Cold Lazarus de ‘hoofdrol’.
Enfin, het gesprek in Boeken was leuk en er werd ook een fragment getoond van enkele wetenschappers die geloven dat het relatief simpel is om 1000 jaar te worden. Met deze montere boodschap kon ik het doen en even zo monter gleed ik achter mijn PC en zag tot mijn verwondering meteen enkele twitteraars de uitzending aankondigen dan wel er een zeer kort verslag (max 140 tekens, inclusief spaties) van schrijven. En aangezien ik sinds twee dagen meetwitter, heb ik daar acuut op gereageerd.
Als klap op de vuurpijl zag ik vanmiddag James Taylor: optreden op North Sea Jazz 2009. Volmondig mee zitten zingen met onder andere You’ve got a friend. Nee, eenzaam was het niet vandaag!
Voor jullie, de allermooiste Fire and Rain.
Zodra de zon zich laat zien, wil ik het wit waarover ik eerder al zei dat het de wereld zo mooi maakt, langer bekijken. Zie ik ineens die halve maan boven een ijsster glinsteren, halverwege de bomen die het ook koud moeten hebben, denk ik. Naast een uitgestorven speeltuin waar kinderen voor de verandering geen sneeuw tot ballen vormen, glijdend op en van de toestellen. Niemand die met een sleutel en kleumhanden op een stoel gaat zitten wachten op 0 tot 10, wie niet weg is, is gezien. Dicht en doods, maar o zo wit in een landschap met kale boomtakken.
Langs het water groeit mijn erbarmen met het gevogelte, dat je niet in een stadstuin ziet, waar mussen, merels, koolmezen en een enkel roodborstje heersen. Zelfs meeuwen scheren over de schuurdaken, maar laten het wel uit hun schreeuwerige hoofd om mijn tuin in te duiken, zodat in mijn nog niet geheel kale – uit de klauwen gewassen – ‘sneeuwbal’boom, het kleine grut wegschuilt. Mezenballen en uitgestrooid vogelzaad hang en gooi ik in mijn tuintje, hopend op het gekwetter waar ik blij van word.
Onder de bruggen is het water nog geen ijs en hangen eenden, waterhoenen en zwanen rond, wachtend op broodstrooiend mensvolk. En als het komt, beweegt het vleugelrijk zich massaal richting strooier. Ook hier lijken de meeuwen zich verre te houden van de inheemse vogels. Misschien daalt het besef van hun ongewenstheid in de stad eindelijk in.
Gevolgen van laksheid met strooien
foto, sneeuw, falend strooibeleid, stad
Tot mijn grote verbazing, maar kennelijk ook tot verbazing van de gemeente Leiden, sneeuwde het vanmiddag nogal. En vanwege een temperatuur die ergens rond het vriespunt hing, werd het op een gegeven moment regen. Tsja, en wat gebeurt er dan? Precies! Opvriezende natte weggedeelten met als conclusie spekgladde wegen. Het meest extreem was het in den Haag op de A12: in beide richtingen lange files en al rond half vier vanmiddag.
Ik was dit keer wel blij met de NS, want die bracht me zonder noemenswaardige problemen naar Leiden Centraal, alwaar ik vervolgens flink moest manoeuvreren om mezelf fietsend te houden. Dat is hier en daar niet gelukt, omdat je met twee wielen nou eenmaal niet zo vreselijk stabiel glijdt. Op de brug vlak bij molen de Valk, probeerde een klein blauw autootje, sputterend en grommend, de brug op te komen. Hij gleed helaas alleen maar achteruit, hoe het arme ding ook zijn best deed. Iedereen keek, niemand deed iets, totdat de brug eindelijk, na lang wachten en getoeter van medeweggebruikers, genomen werd. Zucht, ook grotere auto’s hadden trouwens moeite met het – aangekondigde, dat wel – gladde wegdek.

zielig hè?
Op de Hooigracht is ook iets van een brug, die op normale dagen nauwelijks een heuvel genoemd mag worden en ook daar moest er geduwd worden om de hobbel te nemen. U ziet het op de onderste foto: de file links en een lege weg rechts. De wegen die nu stapvoets bereden werden, zouden met strooigoed beter begaanbaar zijn, dat weet ik zeker. En dan heb ik het al helemaal niet over de wijk waar ik woon, want die wordt met strooien sowieso overgeslagen (glijdend naar huis dus). Wel moet gezegd worden dat de wereld zo wit er wel erg mooi bij ligt.

Tussen de geluiden van de nieuwjaarswas en mijn spelletjesspelende zoon door, luisterde ik naar het interview van Wim Brands met auteur A.L. Snijders over zijn nieuwste bundel Zeer Korte Verhalen Vijf Bijlen. Een ietwat stuurse man dacht ik toen hij van plaats wisselde met Henk-Jan Honing (die ook met iets prachtvols bezig is), maar eenmaal aan het woord was ik meteen verkocht: die man heeft een groot inzicht in wat zijn talenten en beperkingen zijn en verdedigt zijn keuzes met verve. Tekenend voor zijn visie is wat hij over zijn kortste verhaal zegt: de dalai lama predikt ‘heb je vijanden lief’, maar ik kan dat niet (waarschijnlijk citeer ik hier niet letterlijk). Het is van een grote eenvoud: ik wil best mijn vijanden liefhebben, maar mijn karakter staat dat niet toe. Een geheel eigen theorie over de (on)mogelijkheden van verandering.
Wim Brands probeerde hem ertoe te verleiden om, met zijn talent, eens een roman te schrijven. Snijders vertelde dat hij dat weleens geprobeerd heeft, in zijn hoofd, maar dat het daar al niet lukte. Als het in je hoofd al niet lukt, dan wordt het op papier helemaal niks. Hoe Brands ook blijft beweren dat hij dat allemaal niet gelooft, Snijders blijft trouw aan zichzelf. Hij zou best grote ideëen willen hebben, maar hij heeft ze niet en hij heeft er genoeg aan om een kwartier of twintig minuten te gaan zitten en in één streek een verhaal op te schrijven, net als een in één streek gekalligrafeerd Japans karakter.
666 pagina's Zeer korte verhalen en accepteren dat wie je bent goed genoeg is: het mooiste cadeau voor 2010 en ik wens het jullie allemaal toe.
Solvejg
666ste blogbijdrage
Het was koud en in mijn zwarte jurkje plus dito leren laarzen met gelukkig een dikke jas met (nep) bontkraag liep ik met het kleine gezelschap over de Magere brug richting Carré om een overweldigend en spectaculair circus bij te wonen.

Nog nooit geweest, ook niet toen ik klein was. Heel bijzonder om dat mee te maken en helemaal geweldig voor mijn zoon, die met zijn neus in de boter viel: het was het 25-jarig jubileum van het Kerstcircus dat jaarlijks in Carré neerstrijkt. Loge zaten we en ik spotte veel kinderen voor wie de clowns die zo nu en dan werden ingezet wel amusementswaarde hadden en veel klapvee, dat bij diverse deuntjes in de maat applaudiseerde. Een loeihard orkest in de bak boven het podium dat voor deze gelegenheid eveneens tot tribune was omgetoverd. Carré als circus, kennelijk de oorspronkelijke staat.

Fotograferen
mocht tijdens de voorstelling niet, om de artiesten niet uit hun
concentratie te halen, dit is de kooi voor de openingsact met de
wilde dieren.
Dit jaar zijn er uit
alle windstreken artiesten gekomen om hun kunsten te tonen.
Zoonlief en ik waren erg onder de indruk van de wilde dieren die
moeiteloos getemd werden door de Engelse dompteur, maar ook de
meester van het slappe koord oogstte onze bewondering en een
geweldig springplanknummer uit Moskou en de trapeze act uit Korea
benamen ons de adem. Als klap op de vuurpijl betoverde Hans Klok
ons met zijn illusies en hoe goed ik ook probeerde me niet door
het geweld van de muziek en de show te laten afleiden, geheimen
heb ik hem niet kunnen ontfutselen. Een wereldcircus, zoiets moet
je eens in je leven hebben meegemaakt. Bij voorkeur voordat je
tien wordt....
Brokken smeltend ijs en de Maya
2012, museum van Volkenkunde, kunst, cultuur, natuur
Na een aantal dagen gedwongen binnen zitten, wandelden we langs de getuigen van het langzaam afbrokkelen van de macht van het weer.
Links: de
Meelfabriek
De serie ‘ 2012, het jaar nul’, wordt door ons fanatiek gevolgd, voor een deel doordat we Leiden op haar zonnigst voorbij zien komen, inclusief scènes bij de Meelfabriek die mijn zoon vanaf een afstandje bijwoonde, maar natuurlijk ook omdat in het museum van Volkenkunde (waar ook gefilmd is) tegelijkertijd de interactieve tentoonstelling Maya 2012 loopt.
Op
de route: de Oude Singel, Leidse huizen in
kleur
Wij zijn er geweest en hebben samen een deel van een codex opgelost en zoonlief won diverse malen het balspel, dat van oorsprong nogal gewelddadige gevolgen had voor de verliezer. De tooi van de jaguar viel hem ten deel, terwijl de verliezer werd geofferd. Een fijn hoogstaand volk, die Maya....
De tentoonstelling is nog te zien tot 22 augustus 2010 en gedurende vakanties worden voor kinderen speciale activiteiten georganiseerd.
Nog een klein stukje lopen, links om
de hoek is het museum
Herhalingsdwang en laat moederschap
moederschap, leeftijd, herhaling, actualiteit, maria
Ook ik val – net als de doorsnee journalist – in herhaling door mij kritisch uit te laten over de nieuwswaarde van achtergrondstukken of reportages in kranten en / of tijdschriften. Je mag de actualiteit er met de haren bijslepen als je ergens een stuk over wilt schrijven. Zo stond in het magazine van de Volkskrant afgelopen zaterdag (12 december) een reportage over ‘oude moeders’, een nogal afgelebberd onderwerp mag ik wel zeggen. Geestig dat ik drie jaar geleden (ook in december) een stukje schreef waarin ik dat ‘laat moeder worden’ van een kritische kanttekening voorzie. Een stukje met de moeder aller moeders in het vizier. Lees ook de levendige discussie daar!
Hardnekkig rokerskwaaltje
mijn vader, risicofactor, roken, gezondheid, mondhygiene
Medicijnen slik ik niet of nauwelijks. Omdat ik ze meestal niet nodig heb, nog steeds ben ik vreselijk gezond. Al zegt het weinig over later. Mijn vader was kerngezond tot twee jaar voor zijn dood. Ineens had hij van alles, levercirrhose en longfibrose, terwijl de goede man al bijna 40 jaar geen sigaret meer rookte. Enige risicofactor die er te vinden was, was zijn leeftijd. De TIA van enkele jaren daarvoor had – dacht men – geen noemenswaardige na-effecten. Toch vraag ik me af of zijn ziektes – die ook nog eens door twee verschillende artsen (een longarts en een internist) werden behandeld, achteraf toch een link hebben met die 'hersenaanval' die uit het niets verscheen. De miscommunicatie tussen artsen is naar mijn bescheiden mening medeverantwoordelijk voor de snelle achteruitgang van de gezondheid van mijn vader. De internist verwachtte een ‘lopende’ patient toen mijn vader werd binnengebracht vanwege complicaties (zijn huid was ineens geel geworden): in een rolstoel met een zuurstoffles, omdat elke stap hem grote moeite kostte.
De ontwikkeling van ontdekking tot registratie als geneesmiddel ken ik goed genoeg om een gezond wantrouwen of noem het ambivalentie ten opzichte van medicatie te rechtvaardigen. Slechts bij hoge koorts wil ik weleens naar koortsverlagende middelen grijpen. De enkele keer dat ik een antibioticumkuur kreeg voorgeschreven, zijn op de vingers van één hand te tellen. Dat heeft dan weer als voordeel dat resistentie niet snel zal optreden en dat middelen ook werken. Toch: een garantie heb je nooit.
Ongeveer 15 jaar geleden heb ik van de ene op de andere dag een nieuw gekocht pakje sigaretten aan mijn toenmalige toekomstige ex-vriendje gegeven: ik was het al jaren zat, maar het lukte maar niet om met die kankerstokjes te stoppen. Mijn vader zou zich in zijn graf omdraaien als hij hoorde dat ik heb gerookt (als hij het niet stiekem allang wist). Stom genoeg ben ik op mijn 25-ste met die belachelijke gewoonte begonnen. Waarom is een verhaal op zich. Maar goed, ik ben dus al heel lang een niet-roker.
Mijn vader, die nog langer niet-roker was dan ik, overleed in 2008, complicaties en longontsteking. Ik heb sterk het vermoeden dat de longontsteking is veroorzaakt door een bacterie die in het ziekenhuis rondwaarde of als gevolg van slechte hygiene (handen wassen voordat je naar een andere patient gaat) door het ziekenhuispersoneel, al is dat natuurlijk niet hard te maken. Na zijn overlijden had ik pijn. Logisch, want mijn vader was dood. Maar ook echt aantoonbare fysieke pijn in mijn mond. De tandarts die me een aantal maanden later zag in verband met mijn halfjaarlijkse controle, schrok en constateerde wijkend tandvlees en allerlei andere symptomen die wezen op een slecht onderhouden gebit, het woord parodontitis nam ze op dat moment nog niet in de mond. Ze schrok met name omdat ik nooit wat had, uitgezonderd een enkele kroon of een vervanging van een vulling.
Nou, dat werd dus een bezoek aan de mondhygieniste. Dat, kan ik je verzekeren, is geen pretje. Dunne priknaalden die in je ‘pockets’ wroeten, pijn veroorzakende instrumenten om de plaque te verwijderen en de opdracht om met een variëteit aan ragers twee maal daags de ruimte tussen de tanden te behandelen voorafgaand aan het zorgvuldig – minstens twee minuten – tandenpoetsen. Net zolang tot er niet of nauwelijks etensresten achter blijven waarop bacteriën welig kunnen tieren. Mij werd verteld dat er een groot aantal bacteriën in de mondholte tieren, maar de meeste zijn ‘commensalen’, wat betekent dat je ze nodig hebt om te zorgen dat vijandigheden uit je mond en kaakholte worden geweerd. Soms groeien er bacteriën die ongewenst zijn: dat kunnen er nogal wat zijn. Roken of ‘ooit gerookt hebben’ is een van de risicofactoren voor de infectie die ‘parodontitis’ wordt genoemd. Maar – zo lees ik - ook de overgang en stress kunnen hevigere ontstekingen veroorzaken. Meestal verdwijnen de klachten en de ongewenste bacteriën als je mondhygiene verbetert, ofwel, wanneer je je tanden goed schoonhoudt. Helaas komt het voor dat die schoonmaakmethode niet voldoende is. En dan wordt gekeken naar de oorzaak van die verdraaide hardnekkige pijn. Met papierpunten worden uit een aantal pockets bacteriën opgezogen die vervolgens door een laboratorium worden onderzocht. Een aantal weken later hoor je de uitslag. Zijn het bacteriën die er niet horen dan wordt er een antibioticum voorgeschreven.
Gisteren kreeg ik dan uiteindelijk het recept: metronidazol. Daarover was ik wel enigszins verbaasd, want het wordt voor uiteenlopende kwalen en klachten voorgeschreven, van kop tot kont, om het maar zo te zeggen. Kennelijk is de wijze van toediening en de dosering een doorslaggevende factor voor de werking in een bepaald gebied. Ik las in een artikel (1) dat drie maal daags 500 microgram een klinisch significant effect heeft. Dat wil zeggen dat na gebruik van de hele antibioticumkuur de klachten in grote mate verminderen: het tandvlees herstelt zich en maakt een grote kans om gezond te blijven. In het onderzoek dat ik las, wordt helaas, maar dat kan ook niet anders, onderscheid gemaakt tussen mensen die uitzonderlijk goed reageren en mensen die dat minder of slechter doen, maar ik ga er voor het gemak van uit dat mijn tandvlees na zeven dagen slikken (plus spoelen met chloorhexidine, dagelijks eenmaal rageren en uiteraard het zorgvuldig poetsen van mijn gebit) er weer picobello uitziet en – vooral – voelt. Zo zie je maar, ook al breek je met een slechte gewoonte, soms is er een langere nasleep dan je voor mogelijk hield, zoals ‘ooit gerookt hebben’ voor mijn vader dodelijke consequenties had.
(1) A.J. van Winkelhoff, T. Vangsted, E.G. Winkel Metronidazol bij de behandeling van refractaire parodontitis. Ned Tijdschr Tandheelkd 2000; 107: 327-331.
Mij bekruipt steeds vaker het verlangen via de handmatige manipulatie van sluitertijd en diafragma de diepte in te gaan of liever gezegd, de scherpte – diepte. Jaloezie maakt zich van mij meester in de nabije omgeving van een toeter van een telelens waar de scherpte van af druipt, terwijl ik met mijn volledig geautomatiseerde ixusje hetzelfde onderwerp probeer vast te leggen. Vier jaar lang werden er dagelijkse en minder dagelijkse taferelen mee vastgelegd en nu is het op. Ik nader nota bene de 10.000 en weet niet eens of de software van mijn trouwe kameraadje dat wel aan kan. Niet dat ik ontevreden ben over het resultaat van de afgelopen jaren, want dat een van mijn foto’s was uitgekozen voor deelname aan het Vierkante Ei 2009 kietelde mijn ego.
Even dacht ik het kietelen te kunnen bestendigen door een opleiding aan de fotoacademie of fotovakschool, maar het droeve relaas van een vakfotograaf die me vertelde dat bedrijven – door de crisis – steeds meer hun toevlucht nemen tot echtgenote(n)(s) van werknemers die ‘ook hele dure camera’s hebben en best mooie foto’s maken’ en de professionele fotografen links laten liggen en dat dit zich bovendien zal blijven voortzetten ook al is de crisis op zijn retour, deed mij het besluit nemen kostbaar geld en tijd niet in een zwart gat te steken.
Lullig, als dat verlangen om je te verdiepen over je rug kruipt, maar beter nu dan straks: klaar met een opleiding en nog steeds geen zicht op werk: Kan ik beter sparen voor een gloednieuwe digitale spiegelreflexcamera met toeterlenzen. Wie weet word ik dan ook nog wel eens echtgenote van....
Na dit louterende eliminatieproces trakteer ik op een fijn projectje van spiegelende plassen water op één van mijn - wellicht laatste - wandeltochten richting een – eveneens reflecterende – A – locatie. Wel nog geschoten met mijn ixusje.
Wie weet?
Ik heb maar zo het vermoeden dat deze foto stukken beter kan....
A-locatie op zijn kop...
Ik zal ook wel eens een keertje sterven
ramses shaffy, memoriam, vaarwel
Toen het nog niet gebruikelijk was om allerlei toppen te organiseren, de top-1000, de top-2000, muziek van de jaren zestig, zeventig, tachtig van de vorige eeuw veelvuldig de revue te laten passeren, toen kon het maar zo ineens uit de radio schetteren: die warme voluptueuze klanken waardoor ik op slag verliefd werd, niet verliefd op een levend wezen, maar verliefd op het leven zelf. De uitzinnige liefde van de zon voor een meisje: Pastorale was tijden lang mijn favoriet.
Vandaag is er weer een stukje jeugd gestorven. Mijn eerste herinnering aan Ramses is Sammy en mijn laatste het nog door hem zelf gezongen ‘Laat me’ samen met Alderliefste: ik zag het filmpje op het vkblog en dacht: dat is het, ‘Laat me’ is zijn lijflied: een tomeloze vrijheid eisend mens. Wat een prachtvoorbeeld.
Tussen beide herinneringen is er nog eentje die in mijn geheugen gegrift staat: die keer dat ik een cursus bij Toneelgroep Amsterdam volgde rond de voorstelling
'Dark Lady’, die zijn première beleefde in het Muziektheater. Tijdens een van de cursusavonden mochten we meekijken bij de repetitie, zagen we de uitzinnige kostuums, maar zagen we ook – terwijl we wachtten op de cursusleider – Ramses die tussen twee vrouwen hing, strompelend richting de kleedkamers: om even later krachtig het podium te betreden als ‘de dichter’. Wat een man!
Vandaag wordt hij herdacht: bij de Wereld Draait Door met persoonlijke anekdotes van de gasten en straks ga ik zitten voor het Uur van de Wolf: Ramses.
Ramses Shaffy 29 augustus 1933 – 1 december 2009
Nog een keer 'Laat me' met Alderliefste:
Nederland is zijn
mooiste liederenzanger kwijt........


Snoeihard
staat het geluid. Ik kan mezelf nauwelijks horen. Wel in de
'achtergrond', want dan zing ik zo hoog dat ik boven iedereen
uitkom. Maar tijdens mijn solo’s is een goed afgestelde PA
van levensbelang.
Vrijdagavond: acht vriendinnen aan tafel. We eten van een maaltijd
die is bijeengebracht door acht individuen en toch past alles bij
elkaar, versterkt het ene gerecht de smaak van het andere: het is
meer dan de som van de delen. Het gaat over mijn plan om met deze
acht iets wezenlijks tot stand te brengen, de gesprekken op een
hoger plan te krijgen, los te komen van het alledaagse door
interessante of belangwekkende thema’s aan te snijden.
Waarneming is een onderwerp dat aan de orde komt via associaties
die het thema ‘bestaat er een objectieve
werkelijkheid’ oproept. Waarneming bracht ons bij de
individuele beleving van prikkels, zoals de geur van een Madeleine
koekje dat in de thee wordt gedoopt en zeer uitgebreid wordt
beschreven in het eerste deel van de romancyclus ‘Op zoek
naar de verloren tijd’ van Marcel Proust. Lees
Altijd als
het gaat over dode kinderen, in kranten, op televisie, gespeeld
of waargebeurd, stel ik me voor dat het mij overkomt, dat het
kind dat nu slaapt er ineens niet meer is. Zolang ik me
herinneren kan, speelt doodsangst een misschien wel te grote rol
in mijn leven. Lees 
