Imagostrateeg (Albert Roele)
Imago, identiteit en reputatie in de actualiteit
VKBlog Headerimage

Communicatiemensen moeten klare taal spreken

maandag 11 januari 2010 11:49

holle frasen,communicatie,klare taal,woordmerk,utrecht,

 Met verbijstering heb ik het relaas van Wim Boevink gelezen in Trouw van 7 januari 2010 (Klein Verslag) over het “Woordmerk Utrecht”.

 

Het lijkt erop dat de mensen van PricewaterhouseCoopers  en CMS Derks Star Busmann (sinds wanneer is een advocaten- en notarissenkantoor in staat een communicatieconcept te maken?) zijn blijven steken in de periode van de nietszeggende holle frasen, zo kenmerkend voor de speculatie-economie die in 2008 is ontploft. De navolgende zin uit de toelichting op het nieuwe woordmerk van de stad Utrecht, staat daar garant voor: "Het uitdragen van dezelfde boodschap kan praktisch worden samengevat in een eenduidige communicatiedoelstelling. De kunst is om een missie, als onderdeel van de toekomstvisie, te integreren in het communiceren van een onderscheidend vermogen". Wie nog begrijpt waar dit gebrabbel over gaat, mag het mij melden!

 

 Helaas heeft de gemeente Utrecht als klant een hoop geld in de sloot gegooid met een nietszeggend woordmerk dat zóveel uitleg behoeft dat het alleen al daardoor in elk geval voor de inwoners van de stand geen waarde meer heeft: zonde van alle tijd, moeite en geld dus!

En het kan zoveel simpeler, beter en vooral: concreter en begrijpelijker. Kijk nou gewoon eens wat een stad als Utrecht heeft te bieden (wie ben ik?). Kijk eens waar de ambities liggen (wat ben ik?). En vertaal dat dan in concrete voorbeelden (hoe organiseer ik mijn ambitie? En met welke mensen?). Bij de concrete uitwerking van een op deze manier aangebracht stevig fundament voor communicatie begint alles met de beantwoording van de vraag: welk effect willen we bereiken met een nieuw imago, een nieuw woordmerk voor een stad als Utrecht. Welke ‘plaatjes’ krijgen mensen dan letterlijk in hun hoofd? En test dat dan eerst eens bij een aantal inwoners. Pas dan mag je dat gaan vertellen. Gelukkig zijn er veel communicatieprofessionals die dit al lang weten en praktiseren. Helaas heeft de gemeente utrecht zich met een kluitje het riet in laten sturen: jammer en onnodig!

Albert Roele,
Imagostrateeg, Amsterdam


Het imago van de ‘Verloren Staat’

donderdag 8 oktober 2009 08:00

imago, politiek, staat, elite, democratie

Ik pleit voor een nieuwe, moderne, coalitie van vertegenwoordigers van politiek, ondernemers, wetenschappers en kunstenaars die de handen ineen slaan. Los van bestaande organisaties en belangen.

 

Een coalitie waaraan de deelnemers voortdurend van samenstelling kunnen wisselen, al naar gelang de actuele urgentie van vraagstukken die zich aandienen. Een coalitie die gebruik maakt van de ‘meedenkkracht’ van actieve en zelfstandige burgers, bijvoorbeeld via internet. Een coalitie die een duidelijke, beperkte, agenda maakt met onderwerpen die er echt toe doen en die we op korte termijn willen aanpakken. En die daarvoor vervolgens draagvlak zoekt om dat uit te laten voeren. Alleen dat kan in mijn ogen een oplossing bieden voor de ‘Verloren Staat’ en zijn ernstig geschonden imago op korte termijn weer herstellen.

 

Einde democratie?

We lezen en horen het steeds vaker: ‘Nederland wordt niet meer geregeerd’. NRC-columnist Marc Chavannes roept het in zijn nieuwste boek. Filosoof Ad Verbrugge zegt dat we in Nederland zó zijn geïndividualiseerd, dat we geen oog hebben voor gemeenschappelijke belangen. Het ‘ik’ komt eerst, altijd en overal, zo constateren zij.

Zelfs ons koningshuis lijkt erdoor te zijn besmet: zie de discussie over het ‘zomerhuis’ van het kroonprinselijk paar in Mozambique.

 

Dit betekent volgens beide heren onvermijdelijk het einde van onze parlementaire democratie met traditionele politieke partijen zoals we die nu nog kennen. Kern daarvan was immers dat er een ‘elite’ was van politici, ondernemers, wetenschappers, journalisten en kunstenaars die het gemeenschappelijke belang van Nederland vóór lieten gaan vóór hun groeps- en hun eigenbelang.

 

Elite is weg

Die elite bestaat al bijna 40 jaar niet meer. Ze is ter ziele gegaan vanaf de studentenprotesten in 1968, die in Nederland leidden tot een supersnelle ontmanteling van de staatsmacht. Die was voorheen georganiseerd langs verticale lijnen. Een overzichtelijke, kleinburgerlijke maatschappij met protestanten, rooms-katholieken, sociaal-democraten en liberalen. Meer ‘smaken’ waren er niet. Elke ‘groep’ had zijn eigen instellingen: vakbonden, politieke patijen, scholen en universiteiten, media (omroep en kranten – internet was er nog niet) tot zelfs vrijetijdsorganisaties aan toe (gymnastiek, vakantie, etc.). De ‘elite’ van al die zuilen zorgde ervoor dat ons land werd bestuurd, geregeerd. Daarvoor was veel overleg ‘achter de schermen’ nodig, wat we tegenwoordig het ‘poldermodel’ noemen. Alleen was alles toen veel minder zichtbaar.

 

Neoliberale drama

Geholpen door de grote economische crises van 1973-1976 en 1979-1984 leidde dit ook al snel tot een ontmanteling van de macht van de nationale staat. Dankzij de internationale neoliberale koers – ingezet door premier Thatcher van het VK in 1979 en door president Ronald Reagan van de VS in 1981 – is die staat immers al zijn machtsinstrumenten kwijtgeraakt om onze maatschappij ook daadwerkelijk te besturen. Achteraf bezien kunnen we terecht spreken van het ‘neoliberale drama’, want het lijkt er sterk op dat we met het kind ook het badwater hebben weggegooid.

 

Ook Nederland heeft daaraan volop meegedaan; kabinetten van allerlei samenstelling - geen enkele serieuze partij dus uitgezonderd!! - heeft hieraan meegedaan. Zwartepieten over schuldigen heeft dan ook geen enkele zin. Feit is gewoon datde meeste staatsbezittingen nu zijn verkocht, geprivatiseerd: luchtvaart, telecommunicatie, post, elektriciteits- en andere nutsbedrijven, ziekenhuizen en zorginstellingen.

 

Mogelijke oplossing

Een mogelijke oplossing kan liggen in de veranderingen die zich nu voordoen op een groot aantal gebieden: economisch (bankencrisis), politiek (verschuiving machtszwaartepunt naar Azië), ecologisch (klimaatcrisis) en moreel-menselijk (hang naar authentiek, vertrouwen, duurzaam, aandacht).

 

Veel verzelfstandigde ‘ikken’ komen plotseling tot de ontdekking dat extreme liberalisering en verzelfstandiging betekent: alleen-is-maar-alleen. Met andere woorden: we zoeken massaal naar nieuwe verbanden, naar nieuwe zekerheden. Daar zou de door mij bepleite permanente coalitie van qua samenstelling voortdurend wisselende vertegenwoordigers van politiek, ondernemers, wetenschappers en kunstenaars bij aan moeten sluiten.

 

Albert Roele

is imagostrateeg, historicus en ondernemer


door Albert Roele, imagostrateeg

Afgelopen week kreeg de wereld ‘les’ hoe een positieve boodschap te brengen van hoop en vertrouwen in crisistijd zonder de  problemen uit de weg te gaan. President Obama ontvouwde zijn plannen. Door met passie en compassie te spreken over zijn toekomstvisioen. En dat concreet te maken met thema’s als onderwijs, gezondheidszorg, duurzaamheid en met een offensieve aanpak van de economische crisis. Maar ook door zijn heldere en kwetsbare opstelling: “wij leggen rekenschap af over wat we doen en iedereen kan dat controleren”. Een beter voorbeeld van communiceren in crisistijd kennen wij niet.

Dit voorbeeld kan worden opgepakt door bedrijven, organisaties en hun CEO’s. Veel topmanagers denken dat ze alleen maar negatieve verhalen hebben te vertellen. Het gevolg is: zwijgen of zich verdedigend opstellen. Daarmee roepen zij een nieuwe dreiging op: het missen van de kans om een perspectief te ontvouwen op lange termijn. Een begrijpelijke, maar niet altijd verstandige reactie. Stilzwijgen versterkt juist wantrouwen en achterdocht. Dat is uiterst schadelijk voor imago, voor identiteit en dus voor de total reputatie van een bedrijf of organisatie.


Perspectief bieden

Stilzwijgen is onnodig want er is een alternatief. Wij noemen dat: communiceren vanuit zelfvertrouwen, vanuit eigen kracht en eigen waarden. Gericht op de lange termijn herstelt dat vertrouwen, mits we de problemen van vandaag benoemen en beslist niet ontkennen. We moeten die bedrijfswaarden dan wel opnieuw vaststellen. Ze moeten passen bij de nieuwe tijd en dienen rekening te houden met de eigen werknemers. Daarna laat het bedrijf zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid zien aan externe stakeholdergroepen. Makkelijk is deze communicatiestrategie niet. Mogelijk wel.

Een extra argument voor offensieve communicatie is dat met de globalisering en de mondiale ontplooiing van het internet alles voor iedereen zichtbaar is. Daarom is het juist nú tijd voor de ontwikkeling van nieuwe communicatiestrategieën. Nu investeren in de communicatie van een bedrijf is nodig om na de crisis klaar te zijn voor een authentieke en passende communicatie met alle stakeholdergroepen. Dit vraagt om tijd, om creativiteit, om denkkracht en om originaliteit. Het vraagt om hulpmiddelen hoe dat te organiseren. Hoe er zeker van te zijn dat doelen wordt bereikt. Het vraagt ook om budget. Als de zon straks weer opgaat, gebeurt dat niet voor niets.

Vertrouwen als basis
Vóór alles is in de nieuwe tijd noodzakelijk dat het imago, de reputatie, van een bedrijf op lange termijn vertrouwen wekt. Dat kan alleen wanneer zij direct is verbonden met de nieuwe strategie. Ervaring leert dat vertrouwen alleen (terug)komt op basis van een solide reputatie. Interne en externe communicatie dienen daarom echt en authentiek te zijn. De nieuwe boodschappen erkennen de huidige problemen. Zij bieden perspectief voor de toekomst. En wijzen de richting naar dat perspectief.

Het gaat erom dat alle communicatie uitgaat van dezelfde uitgangspunten en eenzelfde boodschap verkondigt. Een CEO die een halvering aankondigt van de aandelenwaarde van zijn bedrijf, terwijl datzelfde bedrijf in een advertentie burgers oproept te gaan beleggen in een bedrijfsfonds tegen een aantrekkelijk rendement werkt averechts. Die boodschappen zijn strijdig met de drie regels van de nieuwe corporate communicatiestrategie: erkennen van de problemen, perspectief bieden en de richting daar naartoe aangeven.

Een onderneming moet met nieuwe boodschappen ook laten zien dat het heeft geleerd van het verleden. Dat het een heldere keuze wil maken bij vragen als “wie ben ik?” en “wat is het doel van mijn bedrijf?”. Dat het aansluiting zoekt van de eigen strategie met maatschappelijke ontwikkelingen. Dat dit tot uiting komt in heldere, herkenbare en vertrouwenwekkende communicatiestrategie die aansluit bij de perceptie van zijn stakeholdergroepen. Communicatieonderzoek kan in deze woelige tijden helpen om die perceptie expliciet te maken. Maar ook meet onderzoek veranderingen in de perceptie wanneer de nieuwe communicatieacties een tijdje lopen.

Ten slotte is essentieel dat een bedrijf in praktische daden laat zien: practice what you preach. Alleen op die manier zijn externe stakeholdergroepen te overtuigen van oprechte bedoelingen. Pas daarna kan je laten zien wat het resultaat is van het doel van een bedrijf. Pas dan zal dat ook geloofwaardig zijn en zal het op langere termijn helpen het vertrouwen in het bedrijf weer te herstellen. Bij alle stakeholdergroepen.

Voorbeelden
In de VS is Intel een prachtig voorbeeld van de manier waarop een bedrijf positief communiceert met goed voorbereide initiatieven. Het bedrijf kondigde twee weken geleden aan voor $ 7 miljard te investeren in nieuwe generatie productiefaciliteiten: duurzaam en schoon. Daarnaast start Intel, samen met een wetenschappelijk instituut, een discussie over innovatie in ‘de nieuwe economie’ die een jaar zal lopen. Deze discussie moet uitmonden in nieuwe ideeën voor duurzame economische ontwikkeling, waarin bedrijven kunnen investeren en waardoor nieuwe, duurzame, banen ontstaan. Dit viel zelfs president Obama dusdanig op dat hij de telefoon pakte en CEO Paul Otellini hiermee feliciteerde.

Een ander voorbeeld is Vattenfall, het Zweedse staatselektriciteitsbedrijf dat in Nederland Nuon wil overnemen. Sowieso is een overname in deze tijd positief nieuws. Maar veel belangrijker zijn de initiatieven en de communicatie van Vattenfall, over de productie van groene energie, over het duurzaam maken van de productie van elektriciteit in het algemeen en over het vertouwen dat het bedrijf heeft in de toekomst van de Nederlandse energiemarkt.

Maar er zijn ook andere voorbeelden van bedrijven die authentiek, positief nieuws brengen dat past bij de nieuwe tijd en hun ondernemingsstrategie. Triodosbank is  consequent bezig vanuit zijn lopende communicatie zijn kernboodschap uit te dragen: duurzaam en eerlijk beleggen en verantwoord omgaan met je geld.

Zo’n communicatiestrategie vraagt om visie en lef. De moed verder te durven kijken dan de dag en de problemen van vandaag. Om vooruit te kijken naar de kansen van morgen. President Obama zet de trend. Wij moeten snel volgen.
Het “andere Europa” dat president Sarkozy van Frankrijk als voorzitter van de EU wil bouwen heeft behoefte aan een duidelijk eigen gezicht. Een eigen imago. Dat stoelt op wat het “oude” continent is en op de boodschap die het wil uitzenden. In dit laatste deel van een serie van vier over het imago van het “vergeten” Europa gaat het over het imago van Europa.

Voor de bouw van een imago zijn twee bouwstenen onontbeerlijk: de inhoud (wie zijn we? wat willen we?) en de vorm (hoe verwoorden we de centrale boodschap?). Brussel voert de laatste jaren duidelijk meer regie en oefent dus meer macht uit als symbool van de EU. Maar het is geen traditioneel machtcentrum zoals de grote nationale Europese hoofdsteden dat wel zijn: Berlijn, Londen, Parijs, Rome, etc. Dat maakt de bouw van een hecht imago lastig, maar niet onmogelijk.

Mijn stelling is: het huidige Europa anno 2008 heeft voldoende bouwstenen om een duidelijk en herkenbaar imago te bouwen en kan dat ook snel uitvoeren. Brussel dient hiertoe het initiatief te nemen ...... Kijk ook eens op: www.imagobeheer.eu/albert’s weblog (klik hiernaast op de link Imagobeheer)


Inhoud
De inhoud van Europa’s imago is opgebouwd uit de volgende vier  onderscheidende hoofdelementen.

Religie. Alle Europese staten kennen een scheiding van staat en godsdienst. Zelfs wanneer het staatshoofd formeel ook hoofd van de kerk is (zoals bijvoorbeeld in het verenigd Koninkrijk of in de Scandinavische landen), zijn de regelingen in de praktijk zo dat zij binnen die kerk geen invloed meer uitoefenen. Alle Europese landen hebben als hoofdstroming de christelijke religie als basis van hun handelen, maar kennen tevens de vrijheid van godsdienst hoog in het vaandal. Dat stelt anderen in staat in vrijheid en binnen de grenzen van de wet hun religie uit te oefenen.

Politiek. Alle Europese staten kennen de trias politica: de scheiding van controlerende (parlement), besturende (regering) en rechterlijke macht. Dat wil zeggen: zij hebben geen invloed op elkaar territorium, zoals dat voor de Franse revolutie van 1789 gewoon was onder de autocratisch bestuurde landen in Europa (wat overigens in veel landen duurde tot de Eerste Wereldoorlog van 1914-1918). Dat is een wezenskenmerk van het moderne democratische staatsbestel.

De parlementen van alle Europese landen vertegenwoordigen het volk (de burgers). Iedereen kan een politieke partij oprichten. Iedereen kan deelnemen aan de verkiezingen. En iedereen kan parlementslid worden wanneer aan de daarvoor geldende electorale regels is voldaan en zolang hij of zij zich beweegt binnen de wettelijke geboden.

Niet in alle Europese landen is deze staatsvorm even ver ingevoerd. Met name de nieuwe EU-lidstaten die voor 1989 behoorden tot de invloedsfeer van de Sovjetunie hebben hier nog wel een weg te gaan.

Overigens is Europa geen internationale machtspeler en moet die ambitie wellicht ook maar helemaal niet hebben: het conflict Georgië – Rusland heeft dat nog weer eens buitengewoon helder laten zien!

Economie. Alle Europese staten kennen de vrije markteconomie. Dat wil zeggen de vrije, ondernemingsgewijze productie van goederen en diensten is de hoofdmoot van bestaan. Daarnaast garandeert de politiek een of andere vorm van de welvaartstaat: sociale voorzieningen voor hen die dit nodig hebben. Niet in alle Europese landen is deze economievorm even ver. Ook hier hebben met name de nieuwe EU-lidstaten, die voor 1989 behoorden tot de invloedsfeer van de Sovjetunie, nog een weg te gaan..
 
Cultuur. Van oudsher is Europa een van de continenten met een uitgesproken cultuur, gebaseerd op het vrije woord, de vrije gedachte en de vrije expressie: van de oude Griekse en Romeinse culturen tot aan de huidige dag. Dat geldt voor de literatuur, voor de muziek en voor de beeld- en schilderkunst. Uiteraard met nationale verschillen en verschillen qua tijdsperiode: zo blonken de Middeleeuwen niet altijd uit in die kwalificaties. Maar uitzonderingen bevestigen ook daar de regel: denk bijvoorbeeld aan de dichter Dante Alighieri uit Florence (14e eeuw).

De ontwikkeling van de klassieke muziek en opera is een specifiek Europees fenomeen, dat ons continent dus ook een eigen gezicht geeft. Vanaf de Renaissance en de Barok is dit element niet meer weg te denken uit de Europese cultuur.


Vorm
De vorm waarin Europa zijn imago presenteert is tot op heden verbrokkelt en niet eenduidig. Verandering hiervan zal niet makkelijk zijn, maar moet mogelijk worden geacht bezien tegen de achtergrond van de huidige ontwikkelingen.

Ik zie hier bij uitstek een rol weggelegd voor het Europees Parlement en de Europese Commissie, als gezamenlijke instituten van de Europese beweging.

Als voorzet volgen hieronder een aantal centrale boodschappen die het imago van Europa vorm kunnen geven:

1.    Europa is christelijk.
Van oorsprong heeft de christelijke godsdienst een centrale rol gespeeld in de ontwikkeling van het continent. Maar Europa laat ook anderen vrij in de beleving van hun eigen godsdienst binnen de grenzen van de wet.

2.    Europa is democratisch.
Vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging en vergadering, persvrijheid en vrijheid van godsdienst zijn  essentiële onderdelen van het Europese handvest van de rechten van de mens.

3.    Europa kent een vrije markteconomie.
Het vrije spel van vraag en aanbod op de markt is regel. Tegelijkertijd zorgt de overheid voor een sociaal vangnet voor hen die oud, ziek, gehandicapt of anderszins niet in staat zijn in hun eigen onderhoud te voorzien.

4.    Europa koestert de vrije expressie
Vrijheid in de vervaardiging van woord, beeld en geluid in de breedste zin van het woord en een open discussie daarover, kenmerkt de Europese cultuur.
Het “andere Europa” dat president Sarkozy van Frankrijk als voorzitter van de EU wil bouwen is gebouwd op oeroude, maar springlevende culturele fundamenten. Religie en transcendente gedachten, waarden en normen, cultuur (muziek, beeldende kunst, omgangsvormen) en vooral de humanistische vragen naar de zin van het menselijke bestaan zoals die worden gesteld in de Grieks-Romeinse en Joods-Christelijke traditie.

In dit derde deel van een serie van vier over het imago van het “vergeten” Europa gaat het over de cultuur.

Opmerkelijk is dat de wortels van de Europese cultuur dezelfde vragen stellen. Zowel in de Grieks-Romeinse traditie als in de Joods-Christelijke zijn denkers en filosofen op zoek naar de zin van het leven. Van Socrates en Plato tot de kerkvaders Augustinus en Gregorius van Tours. Zij stellen vragen als: hoe onderscheid je goed van kwaad? Hoe leidt je als individu een juist leven? Wat is individuele vrijheid en hoe bereik je die?

Mijn stelling is: aan het begin van de 21ste eeuw bieden de humanistische wortels van de Europese cultuur antwoorden op  vragen naar de zin van Europa.

In de tweede helft van de 20ste eeuw (vanaf pakweg medio jaren ’60) is met name West-Europa haar ankers kwijtgeraakt. Het nieuwe nihilisme (“ietsisme”) deed overal opgang. De mens was zelf wel in staat zijn toekomst te bepalen, moest zich in volledige vrijheid zelf kunnen ontwikkelen en moest zich daarom ontdoen van beklemmende instituties en gebruiken. Gevolg: zelfontplooiing, emancipatie, democratisering. Dat is mooi. Maar ook en vooral: ontkerkelijking, massaconsumptie, anonimiteit, verlies van (groeps)identificatie. En door dat alles: verlies van waarden en normen, van historisch besef.

Terugkijkend op die tijd durf ik de stelling aan dat we met het kind (de vrijheid, de emancipatie) het badwater (het transcendente, de cultuur) hebben weggegooid.

Menselijke ziel

In het oude Griekenland van de zesde, vijfde eeuw voor Christus zoeken filosofen en denkers de essentie van cultuur in het cultiveren van de menselijke ziel: die bestaat bij meer dan alleen de gratie van de materie. Er is ook zoiets als het transcendente, het ongrijpbare dat de essentie is van de ziel.

Aan de andere kant beseften de Grieken, vooral de Atheners, ook als eersten dat cultuur niet kan bestaan zonder vrije meningsvorming. Wanneer er geen vrijheid is (Sparta) kan er ook geen cultuur zijn. Het zoeken naar de waarheid is wat alle mensen onderscheid van dieren: dat bepaalt goed en kwaad. En dat kan alleen wanneer de mens daartoe in staat is; vrij is dus.

Bij de kerkvaders Augustinus en Gregorius van Tours ligt de nadruk weliswaar sterk op het transcendente: op het verhaal van Jezus als zoon van God. Maar nadrukkelijk in relatie tot de mens als individu: die bereikt pas volledige ontplooiing en vrijheid wanneer hij handelt naar het bijbelse verhaal. Ook hier staat het leven in het teken van de zoektocht naar de waarheid. En uiteraard vinden mensen die in het leven van Jezus dat dus navolging verdient.

Bakermat

In de loop van meer dan 2.500 geschiedenis hebben deze wortels geleid tot een grote verscheidenheid aan ontwikkelingen. Die hebben Europa gemaakt tot het continent dat het nu is: de bakermat van de democratie (16e eeuw: de Nederlandse opstand tegen Spanje!), van de mensenrechten (18e eeuw: de Franse revolutie), van de schilderkunst (sinds de Late Middeleeuwen en Renaissance, het eerste in Italië) en van de klassieke muziek (beginnend in Italië). In een vorm die uniek is in de wereld. En die op zichzelf staat, naast bijvoorbeeld andere oude beschavingen als die van Zuid-Oost Azië (China) en Zuid-Amerika (Indianen).

Dat is het Europa van de rechten van de individuele mens in relatie tot zijn omgeving. Van de aandacht voor emancipatie van bijvoorbeeld vrouwen en homoseksuelen. Van de zorg voor burgers (sociale uitkeringen, maatschappelijk en kerkelijk werk). Van de voorlopers, de denkers die continu het voortouw nemen in het publieke debat. Met name dat laatste zijn we de afgelopen 40 jaar uit het oog verloren. De culturele elite heeft zich geconformeerd aan de heersende politieke ideologieën (communisme, fascisme, nazisme, nihilisme). Daarmee heeft zij het graf gegraven voor een stevige culturele basis die Europa als continent in de 21ste eeuw nodig heeft.

Goed onderwijs

Om dat te herstellen hebben we twee dingen nodig. Om te beginnen goed onderwijs: liberaal, humanistisch en transcendent onderwijs. Onze “Nederlandse” 17de eeuw filosoof Baruch de Spinoza wist dit al in 1677. Alleen hij die is opgeleid naar de beste tradities is in staat in vrijheid naar de waarheid van het leven te zoeken, zonder gebonden te zijn aan macht, rijkdom of angst. Het primaat van de geest is de essentie van de Europese cultuur, van het Europese humanisme. Een Europeaan pur sang als Thomas Mann wees hem dat na in 1919. Hij wees erop dat in een democratie waarin geen respect heerst voor het intellectuele leven en de intellectuele discussie de volksmennerij (demagogie) vrij spel heeft. Interessante gedachten in ons tijdperk na 11 september 2001, waarin Europeanen worden afgeschilderd als “ongelovige honden” en de nationale maatschappelijk-politieke agenda wordt bepaald door de populistische oneliners van Wilders en Verdonk.

Nieuwe elite

Op de tweede plaats heeft Europa in mijn opinie dringend behoefte aan een nieuwe culturele en maatschappijfilosofische elite. Niet belerend, niet autoritair, niet dogmatisch. Maar juist open, uitlokkend tot reflectie en (openbare) discussie. Die elite dient op een eigentijdse, praktische en duidelijke wijze te laten zien dat we veel hebben aan de waarden uit de Europese geschiedenis. Dat we daarmee nog eeuwen vooruit kunnen. Dat we daarmee het nieuwe Europa van de 21ste eeuw kunnen opbouwen. Met een eigen gezicht, met eigen waarden en normen. Kortom: met een eigen imago.

Kijk ook op: www.imagobeheer.eu/albert’s weblog (klik hiernaast op de link Imagobeheer)
Het “andere Europa” dat president Sarkozy van Frankrijk als voorzitter van de EU wil bouwen is er al lang: de economische ontwikkelingen hebben Europa onherkenbaar positief veranderd.

In dit tweede deel van een serie van vier over het imago van het “vergeten” Europa gaat het over de economie.

Resultaten, meneer!
Vrij verkeer van personen, goederen en valuta. Eén Europese munt, de euro die sterker is dan alle andere wereldmunten: wat is het is om geld te wisselen bij een buitenlandse reis weet bijna niemand meer. Eén Europese economie inmiddels zo sterk is dat ze een antwoord heeft op mondiale ontwikkelingen in Oost en West.  Eén Europese arbeidsmarkt, die mensen in toenemende mate laat  werken waar de behoefte het grootst is: dat zal een zegen blijken voor de oprukkende vergrijzing in West-Europa.

Mijn stelling is: pessimisme over kansen en ontwikkelingen van de Europese economie staan gelijk aan calvinistische zwartkijkerij.

Een boude uitspraak, maar met duidelijke redenen. In de sterk globaliserende wereldeconomie zoals die zich heeft ontwikkeld sinds 1989 (einde Koude Oorlog) staat de EU sterk. Ondanks alle kritiek. Ondanks de heftige reacties op de kredietcrisis in de VS, de gierend stijgende olie- en voedselprijzen en oplopende inflatie van dit moment. Van dit alles is de uiteindelijke invloed nog onbekend – zie aan het einde van dit artikel onder “Uitdaging”.

Cijfers
Maar de economische kracht van Europa blijkt duidelijk uit de aanhoudende economische groei (van zo rond de 3 %), de laatste drie jaren. Bij tijden zelfs groter dan die in de VS – voor het eerst! Sinds de invoering van de euro is de inflatie historisch laag geweest (rond de 2%). Over die euro gesproken: aanvankelijk daalde de koers zodat 1 euro gelijk stond aan zo’n 0,80 dollar; nu is een euro 1,58 US dollar. En wat te denken van de daling van de werkloosheid in de 27 EU-landen van ruim 12% naar minder dan 8%, inclusief alle nieuwe lidstaten waar die economie nog lang niet op orde en sterkte is.

Technologie
Technologisch is er het toenemende succes van de Europese lucht- en ruimtevaartindustrie. De Arianeraketten zijn een bijzonder betrouwbaar en serieus alternatief voor de Amerikaanse space shuttle. Airbusvliegtuigen zijn hun concurrent Boeing vaak te vlug af en verkopen beter, de laatste vijf jaren.

De Europese auto-industrie (BMW, Daimler-Benz, PSA, Renault, Volkswagen groep, Fiat groep) is haar Amerikaanse concurrenten (General Motors, Chrysler) al lang voorbij en strijd met de Japanners (Toyota, Honda) wereldwijd om de koppositie.

De Europese industrie is op een breed front bezig met een enorme vernieuwingsslag. Onder meer in de metaal- en elektrotechniek en in de chemie zijn fascinerende ontwikkelingen gaande: automatisering, robotisering, duurzaamheid, efficiëntie, slimmer omgaan met grondstoffen, etc. Wie daar eens goed rondkijkt ziet de ondernemingslust ervan af spatten: onze premier zou daar eens een kijkje moeten nemen!

Wereldeconomie
Die kracht blijkt ook uit het feit dat de voortdurende investeringen in kennis en scholing hun vruchten beginnen af te werpen. Ook al halen we als Europa (met zo’n 2-3% van het binnenlands product) niet de percentages van bijvoorbeeld de VS (4-6%) en China (waarschijnlijk 5-8%). Toch is Europa daardoor in staat een eigen plek te veroveren in de wereldeconomie.

Azië ontwikkelt zich deze eeuw tot de “producent” van de wereld. Met China en India heeft dit continent De Verenigde Staten krijgen meer en meer de economische rekening gepresenteerd van het feit dat zij sinds de regeerperiode van Ronald Reagan (1981-1989) in toenemende mate op geleend geld heeft gepresteerd. Deskundigen verwachten dat dit, gecombineerd met de enorme financiële lasten van de oorlogen in Irak en Afghanistan, zal leiden tot een verzwakkende Amerikaanse economie.

Zonder Europese Unie zouden de afzonderlijke landen hun bevolkingen niet de welvaart kunnen bieden die we nu hebben. De inkomens in Europa zijn de afgelopen 25 jaar door de bank genomen meer dan verdubbeld. De sociale zekerheid in Europa is groter dan waar ook ter wereld: natuurlijk niet in alle Europese landen, maar wel in vergelijking met andere continenten.

Zelfs de grootste Europese staat, Duitsland met zo’n 84 miljoen inwoners, kan in zijn eentje geen vuist maken tegen een VS (300 miljoen), laat staan tegen de oprukkende economische machten als China (1.400 miljoen), India (1.100 miljoen), Rusland (143 miljoen) of Brazilië (190 miljoen). Europa, zelfs het Europa van de 27, met 330 miljoen inwoners kan dat wel.

Uitdaging
De energie- en landbouwpolitiek vormen op dit moment de twee grote uitdagingen voor Europa.Temidden van volledig uit de hand lopende mondiale prijsstijgingen van olie, andere grondstoffen en voedselprijzen. Europa, met name de EU, kan het hoofd koel houden en met een nieuw initiatief een uitweg bieden uit de huidige ontwikkelingen.

Bijvoorbeeld door afspraken te maken over productie en consumptie op Europese schaal – in plaats van op nationale schaal. Uitgangspunten: voldoende productie, snelle ontwikkeling van alternatieven, gematigde consumptie door bewustwording en nieuwe technologie. Daarmee stelt Europa de wereld een positief voorbeeld te stellen dat navolging verdient: in Amerika en in Azië. De schaarste wordt immers niet zozeer veroorzaakt door de feitelijke beperktheid van de genoemde grondstoffen. Factoren als een ongebreidelde vraag, onvoldoende wereldwijde toepassing en ontwikkeling van nieuwe technologieën en het daadwerkelijke gebruik daarvan, maar ook op die factoren inspelende speculanten spelen gegarandeerd een rol. maar eerder door - en zo een voorbeeld stellen aan andere continenten.

Kortom: zonder Europa, zonder de EU, zouden we er ook in Nederland beslist slechter aan toe zijn dan nu, anno 2008! Kijk ook op: www.imagobeheer.eu/albert’s weblog (klik op de link Imagobeheer)
Vandaag, 1 juli 2008, is Frankrijk voor de komende zes maanden voorzitter van de Europese Unie. President Sarkozy wil Europa haar elan teruggeven en dat wordt hoog tijd! 

Hoe staat het eigenlijk met Europa? Over welk Europa praten we? Welk imago heeft Europa? Wat maakt de publieke opinie zo lauw, negatief, over Europa? Waar zijn onze politieke leiders die ons ervan doordringen wat Europa ons allemaal aan positiefs brengt? In dit eerste deel van een serie van vier over het imago van het “vergeten” Europa gaat het over de politiek.



Leiderschap gevraagd
Opnieuw nekt gebrek aan Europees en nationaal leiderschap de toekomst van de Europese Unie. In 2005 in Frankrijk (de uitgebluste Chirac) en Nederland (de, altijd als het erom spant, onzichtbare Balkenende). Nu in Ierland onzichtbare campagne van de nieuwbakken premier Brian Cowen, die de “nee”-stemmers in de kaart heeft gespeeld. Waar zijn de Europese politieke leiders die de burgers duidelijk maken welke concrete voordelen de Europese Unie hen biedt? 

Mijn stelling is
:wat op het eerste gezicht een gemiste kans lijkt zal uiteindelijk de definitieve opmars zijn tot een sterk Europa

Daar zijn ook een heel duidelijke reden voor: politieke, economische en culturele. Eurocentrisme heeft de afgelopen 20 jaar nog nooit tot iets concreets geleid. Zo langzamerhand raken daarom zelfs de meeste sceptici er, tegen wil en dank, van overtuigd dat er voor feitelijk alle Europese staten geen ander alternatief is dan samen verder te gaan. Dat geldt niet alleen voor kleinere staten als België, Nederland, Portugal, etc. Het gaat ook in toenemende mate op voor de groten: Duitsland, Frankrijk, Italië, etc.

Veilig bestaan

Wat de politieke elite in de Europese landen voortdurend vergeet, is duidelijk te maken op welke concrete, praktische terreinen samenwerking in het voordeel is van de burgers van de diverse nationale lidstaten. Dat begint, heel “simpelweg” met een veilig en gegarandeerd dagelijks bestaan.

Het is in de moderne geschiedenis van Europa nog nooit voorgekomen dat we een zo lange periode kennen waarin er geen oorlog meer is. In het gebied van de Europese Unie al sinds 1945: 63 jaar dus! Dat wat we nu voor vanzelfsprekend aannemen was voor vorige generaties eerder uitzondering dan regel. In de 19de eeuw eerst de vele opstanden en burgeroorlogen (onder meer de grote revoluties 1830-1833, 1848-1852). Daarna de oorlogen die leidden tot de vorming van het Duitse Keizerrijk (1863-1871). In de 20ste eeuw gevolgd door de twee bloedigste oorlogen die we ooit hebben gekend in Europa: de beide wereldoorlogen (1914-1918 en 1939-1945).

Wat we nu anno 2008 in Europa meemaken is de verwezenlijking van een droom van twee Franse staatsmannen met visie, met passie uit de jaren ’50 van de vorige eeuw: Robert Schumann (1886-1963) en Jean Monnet (1888-1979). En van een Duitser die het anders wilde doen dan al zijn voorgangers: Konrad Adenauer (1876-1967). Zij allen droomden van een Europa zonder oorlog waarin Duitsland en Frankrijk met elkaar zouden zijn verzoend. Een Europa met vrij verkeer van personen, kapitaal en goederen. Bovenal een democratisch Europa waar mensenrechten worden gerespecteerd en minderheden worden beschermd.

Welvaart verzekerd
Maar er zijn meer argumenten: bijvoorbeeld zekerstelling van welvaart en welzijn in de Europese landen. Maar met hun ideeën bleek het trio Schumann, Monnet en Adenauer zijn tijd ver vooruit. Zij wilden ook een Europa waar niemand meer hoeft te knokken voor een belegde boterham voor de volgende dag. De staat zorgt voor wat tegenwoordig heet een “sociaal vangnet”, waardoor in principe niemand meer honger hoeft te lijden of onzeker is over zijn dagelijkse bestaan.

In de huidige globaliserende wereld past deze droom uitstekend – beter dan die van de nationale staat! Immers, hoe anders de positie van Europa te bepalen temidden van de toenemende ontwikkeling van twee enorme Aziatische landen, China en India? Hoe anders een weerwoord te geven aan de snelle groei in Rusland en Brazilië? En ten slotte hoe anders tegenwicht te bieden aan het schizofrene politieke beleid in de Verenigde Staten?

Milieu en Mobiliteit
Met oog op de grensoverschrijdende consequenties van vraagstukken als milieu en mobiliteit is Europa bij uitstek het vehikel om hier een antwoord te vinden op vragen als: hoe pakken we het fijnstof aan? Hoe gaan we duurzaam om met energie? Hoe ontwikkelen we alternatieve energiebronnen? Hoe zorgen we ervoor dat we ons kunnen blijven verplaatsen per auto, trein, boot of vliegtuig zonder aanvaardbare consequenties voor rust, natuur en milieu? Het is een volstrekte illusie te menen dat we dit – zoals in de 20ste eeuw – alleen op nationaal niveau nog wezenlijk kunnen beïnvloeden.

Wat mij bijzonder stoort is dat ik vrijwel geen enkele politicus of politieke leider zie of hoor die dit soort onderwerpen met de kracht van concrete voorbeelden en argumenten naar voren brengt en laat zien: op al dezer terreinen is Europa goed bezig – dat gaat beter dan op nationaal niveau: waar zijn die politieke leiders ...... Kijk ook op: www.imagobeheer.eu/albert’s weblog (klik op de link Imagobeheer)

VVD versplintert liberalisme

vrijdag 27 juni 2008 18:32
De versplintering van het liberalisme in Nederland is een feit, vakkundig geregisseerd door onbekwame partijleiders. Naast de Partij van de Vrijheid, D66 en de VVD is er de “groep” Verdonk, voorlopig één vrouw sterk.

Het liberalisme is daarmee haar positie als sturende kracht in het midden van de Nederlandse politiek kwijt. En onder de huidige vier leiders zal het die plek niet snel weer terugwinnen. Die versplintering is in grote mate het werk van de zwakke leiders die de VVD heeft gehad sinds het vertrek van Frits Bolkestein in 1999. Hans Dijkstal, Jozias van Aartsen en Mark Rutte zijn er stuk voor stuk niet in geslaagd om inhoud te koppelen aan vorm  en zo een sterk imago van henzelf en van de partij neer te zetten. VVD-erelid Hans Wiegel kon het na afloop van het partijcongres in Veldhoven waar Verdonk eind 2007 uit de VVD werd gezet niet korter en bondiger weergeven: “Dit was mij nooit gebeurd, meneer”.

Mijn stelling is: het mankeer(t)de de VVD-leiders sinds Bolkestein zowel aan inhoud als aan vorm.

Bij inhoud gaat het om de boodschap: zij is helder en duidelijk en spreekt de kiezers aan. Zij raakt de kern van hun vragen en problemen en geeft hen een toekomstperspectief. Bij vorm staat de presentatie van de boodschap centraal. Die is krachtig, straalt passie en betrokkenheid uit, overtuigt en doet recht aan de persoon van de partijleider en aan de politieke partij waar deze voor staat. Zowel inhoud als vorm hebben als functie uiteindelijk bij te dragen tot autoriteit: een delicate balans tussen authenticiteit, kwetsbaarheid en zelfbewustzijn.

De “nieuwe generatie” liberale partijleiders scoren op alle punten slecht:

- Geert Wilders presenteert zich op de uiterste rechter flank van het liberalisme als een felle, ongenuanceerde “one issue terrier” met als imago: rechts, populistisch en kortzichtig.
- Alexander Pechtold is in het midden lange tijd vrijwel onzichtbaar geweest. Inhoudelijk vaak met redelijk onderbouwde standpunten. Maar meer een bestuurder dan een visionaire partijleider. Met het imago van het slimme jongetje dat vol verwondering rondkijkt in de politieke wereld en die zijn eigen regels wil opleggen aan het spel. Dat hij nu ineens lijkt te “scoren” in de peilingen zegt meer over het gebrek aan echte inhoudelijke politieke leiders, vrees ik, dan over zijn eigen kwaliteiten als politicus.
- Rita Verdonk mist het vermogen om visionaire inhoud te binden aan vorm; althans, ze heeft dat (nog) niet laten zien. Zij heeft het imago van een “ferme tante” die van doorpakken houdt, maar vaak ook ongenuanceerd en rechtlijnig. Bovendien is zij de afgelopen tien maanden keer op keer teruggekomen op haar ferme uitspraken. Voor de lange termijn belooft dit niet veel goeds. Combineer dit met de beginnerziekten die haar beweging nu treft: het overtuigt allerminst.
- Mark Rutte ten slotte. Als er iemand verantwoordelijk is voor de versplintering en de teloorgang van het liberalisme dan is hij dat wel. Een intelligente man, maar zonder het charisma van een leider en zonder diens capaciteiten om tegenstellingen met elkaar te verzoenen.
Met het imago van een kleurloze, grijze muis die verkrampt uitroept “er is er maar één de leider en dat ben ik”. Met zo’n imago gaat de VVD het zeker niet redden. Zijn zogenaamde overwinning binnen de VVD toen hij na maandenlang getalm eindelijk Verdonk uit de partij zette bij gebrek aan een echt inhoudelijke oplossing, zal zeker een Pyrrhusoverwinning blijken. Zijn uiterst povere poging om het liberale beginselprogramma op zes punten aan te passen overtuigd versterkt die overtuiging. ....  Kijk ook op: www.imagobeheer.eu/albert’s weblog (klik op de link Imagobeheer)
Profielfoto Imagostrateeg

Imagostrateeg

Woonplaats: Amsterdam
Man
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Groepen

Favorieten van Imagostrateeg

Laatste reacties

persona

Het imago van de ‘Verloren Staat’
Imagostrateeg: Daarom is het idee nou juist om deze elite juist …

persona

Het imago van de ‘Verloren Staat’
Theo Haffmans: Het grote bezwaar van een elite van steeds wisselende samenstelling …

persona

Communicatie in crisis vraagt lef en moed
Stuurman-aan-wal: Een prima betoog. We horen dit geluid te weinig. En hoe …

persona

VVD versplintert liberalisme
stuurman-aan-wal: Dank zij Rutte heeft Nederland er een religieuze partij bij, …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van Imagostrateeg, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2010
2009
2008

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •