
HOMO-PROTEST IN DEN BOSCH EN DE TRANSSUBSTANTIATIE
transsubstantiatie,rk kerk,sint janskathedraal,homoseksuele katholieken,RK priesters,communie,consecratie,hostie,
De actie in de Sint Janskathedraal in Den Bosch van homoseksuele
katholieken heeft in mijn ogen ook een zekere dramatiek vanuit
een heel ander gezichtspunt, namelijk dat van de
'transsubstantiatie', het in de RK Kerk bestaande dogma van de
wezenlijke verandering van brood en wijn in het lichaam en bloed
van Jezus Christus. Zij leven, denk ik, in de veronderstelling
dat aan hen geconsecreerde hosties worden uitgereikt die een
transsubstantiatie in deze zin hebben ondergaan. Men kan zich
afvragen of dit wel werkelijk het geval is, indien
transsubstantiatie - ook door priesters zelf - slechts wordt
geloofd en niet werkelijk wordt begrepen. Ik denk dat het slechts
uitvoeren van het ritueel van de consecratie volgens het
'misboekje' niet vanzelfsprekend tot transsubstantiatie leidt.
Welk mysterie zich daadwerkelijk tijdens transsubstantiatie
afspeelt, onttrekt zich over het algemeen aan de waarneming en
het inzicht aangezien het een uiterlijke fysiek niet waarneembaar
proces is en zich in de fysieke substanties van de hostie
voltrekt als een geestelijke realiteit. Men kan zich afvragen of
er zich binnen de RK mis nog wel daadwerkelijke
transsubstantiaties voordoen. Hoe kunnen we dat weten?
Het kan dus zijn dat de op zich geheel gerechtvaardigde actie van
homo's tegen het liefdeloze gedrag van de RK Kerk door hen de
hostie tijdens de communie te weigeren, tegelijkertijd iets
droevigs heeft, omdat zij strijden voor iets dat er misschien wel
niet is, aangezien de desbetreffende priesters de veronderstelde
transsubstantiatie niet tot stand hebben weten te brengen. De
actie van de homo's (en daar mogen zich velen bij aansluiten) zou
voor mij een extra dimensie krijgen indien zij dus naast het
opheffen van de discriminatoire houding van de kerk tevens het
vraagstuk van de transsubstantiatie aan de orde zouden stellen in
de zin van: 'Wij eisen niet alleen deelname aan de communie, maar
tevens geconsacreerde hosties die daadwerkelijke
transsubstantiatie hebben ondergaan'. Dus geen knollen meer voor
citroenen , maar hosties met een keurmerk.
IRAK: NEWSPEAK EN DE WAARHEID VAN DE WIL
rapport davids., balkenende, de hoop scheffer, tweede kamer, george orwell, 1984, newspeak, politieke doodzonde, woordkunst
Woorden kregen gisteravond en vannacht bij het debat over het
Rapport Davids nieuwe betekenissen:
- Onjuist informeren van de Tweede Kamer blijkt (als politieke
doodzonde) voortaan niet meer onjuist informeren te zijn, als je
het niet met opzet hebt gedaan;
- Niet volledig is voortaan niet meer onvolledig;
- Een fout heet nu voortaan een 'onvolkomenheid';
- Onvoldoende opening van zaken geven is voortaan geen selectief
informeren meer;
Lukt het je als politicus woordkunstenaar te worden, dan kan je
voortaan de waarheid spreken terwijl je leugens vertelt.
Met een meerderheid van stemmen kan je via de woordkunst de
werkelijkheid naar je hand zetten en de geschiedenis
herschrijven.
Waar hebben we dat eerder gelezen? In zijn weblog 'Middernachtszon' herinnert Hugo Verbrugh ons aan het boek van George Orwell '1984'. Daarin staan fraaie staaltjes van 'newspeak': 'Het verdraaien van de waarheid of het mooier doen voorkomen (door middel van eufemismen) van gebeurtenissen door politici of anderen wordt, naar analogie, vaak Newspeak genoemd (Wikipedia):
WAR IS PEACE
FREEDOM IS SLAVERY
IGNORANCE IS STRENGTH
De ware wil zit echter niet in wat je zegt, maar in wat je
doet.
- De Hoop Scheffer en Balkenende wilden coûte que coûte de US en
UK volgen. Net als dat De Hoop Scheffer bij zijn benoeming tot
bijzonder hoogleraar in Leiden aan alle uitzonderingen op de
regels voldeed, voldeed het besluit tot politieke steun aan de
inval in Irak eveneens aan alle uitzonderingen op de
regels.
- De coalitie wil coûte que coûte niet vallen voor de
verkiezingen voor de gemeenteraad en aldus in het zadel blijven;
daar wordt dan ook zonder gewetensbezwaren naar toe
gewerkt.
- Balkenende wil vanuit zijn veronderstelde integere zelfbeeld
absoluut niet erkennen dat hij fouten KAN maken en verkeerde
beslissingen nemen, dus maakt hij ze zogenaamd ook niet en kiest
daarvoor gedachtekronkels om dit te verbloemen.
En zo zijn er nog wel meer politieke strevingen te benoemen
waarvan de ware aard wordt toegedekt. Hoe zou een psycholoog of
psychiater een dergelijke fenomeen karakteriseren?
TRIODOS BANK LICHTEND VOORBEELD. PETER BLOM OVER HET NIEUWE BANKIEREN
bankieren, duurzaamheid, bankierseed, shareholders, stakeholders, depositogarantiestelsel, peter blom en triodos bank, triodos bank
Triodos Bank is in 2009 verkozen tot de duurzaamste bank ter wereld tijdens de jaarlijkse International Sustainable Banking Conference in Londen. Deze toonaangevende prijs komt de bank toe vanwege het leiderschap en de innovatie kracht die Triodos Bank toont bij het integreren van duurzaamheid in al haar activiteiten. De FT Sustainable Banking Awards worden toegekend door een internationale jury samengesteld op initiatief van de Financial Times en IFC, onderdeel van de Wereld Bank.
Kort geleden is er een boekje verschenen over de duurzame oplossingen van de directievoorzitter van de Triodos Bank Peter Blom met als titel ‘Het nieuwe bankieren’. In het boekje geeft Peter Blom zijn visie op de oorzaken van de financiële crisis en tevens op de nieuwe maatschappelijke rol van banken als financiers van verandering. Bloms oplossingen zijn ingrijpender dan alleen het verbeteren van toezicht en regelgeving, zoals dat in de politiek vaak wordt bepleit. Hij acht een omslag noodzakelijk naar een economie waarin het streven naar maximale duurzaamheid voor iedereen centraal staat en het niet in eerste instantie gaat om het realiseren van maximale financiële winsten. Bloms visie doet een beroep op iedereen, niet alleen op bankiers.
Naast zijn analyse van de financiële crisis (het absolute falen van het transactiegerichte bankieren) geeft Blom een tiental lessen voor de toekomst:
- Attentie voor alle belangrijke stakeholders in plaats voor vrijwel alleen de shareholders;
- De noodzaak tot het certificeren van aandelen opdat aandeelhouders vanuit een duurzame relatie met de bank zich verantwoordelijk weten voor hetgeen de bank voorstaat en doet;
- De weg inslaan naar het realiseren van kleinere banken die hun oorspronkelijke dienstverlenende taak weer oppakken;
- Het opsplitsen van de banken in spaar- en kredietbanken enerzijds en zakelijke investeringsbanken anderzijds;
- Het betalingsverkeer onder verantwoordelijkheid brengen van de staat ter voorkoming van ontwrichtende consequenties van haperend betalingsverkeer;
- Het volledig transparant maken van het bankiershandelen opdat spaarders weten waaraan hun geld wordt besteed;
- Het invoeren van een bankierseed;
- Het aan banden leggen van de bonussen;
- Het depositogarantiestelsel inrichten als een verzekering;
- Niet een overmaat aan nieuwe regels maar ervoor zorgen dat het absolute geloof in het marktdenken zo langzamerhand terug gaat in de fles.
De Triodos Bank werkt vanuit een maatschappelijke vraag, werkt samen met de belangrijke stakeholders van de bank en gaat daarbij uit van de belangen en de inbreng van alle betrokkenen bij de bank. Nieuwe ‘producten’ worden samen met de klanten ontwikkeld. Ondoorzichtige bankproducten die veel risico in zich dragen, worden uitgesloten. Daarmee toont de Triodos Bank dat zij een keizer is in de bankierswereld, een keizer die kleren draagt! De tien lessen zijn niet bedacht, maar komen voort uit ervaring die gestoeld is op een duurzame en humane visie op mens, organisatie en samenleving.
ASML. WAAR BLIJFT HET MASSALE PROTEST?
ASML,bonusaffaire,bonus,bonus-beleid,massaal protest,economische crises,
Vandaag las ik van de ophef over de torenhoge bonussen bij ASML, zogenaamd vanwege de specifieke uitdagingen van de economische crisis.
De Volkskrant online meldt:
'De bonus voor de vijf topmannen van chipmachinefabrikant ASML is vorig jaar dankzij verlaging van de prestatiecriteria geëxplodeerd. Dat is opmerkelijk, omdat het bedrijf vorig jaar 150 miljoen euro verlies maakte en bovendien dankzij de overheid een half jaar werktijdverkorting kreeg voor duizend werknemers.
Topman Eric Meurice zag zijn totale inkomen met 77 procent stijgen naar 3,2 miljoen euro. De vakbonden FNV Bondgenoten en CNV Vakmensen reageren verbijsterd op de bonusexplosie, omdat de werknemers over 2009 juist geen enkele winstuitkering ontvangen.
Aangezien ASML door de crisis in grote problemen was geraakt, heeft het bedrijf de prestatiedoelstellingen aangepast, staat in het jaarverslag. Hierdoor zagen de bestuurders hun kortetermijnbonus in 2009 met 32 procent oplopen. Wel is afgesproken dat de bonus pas wordt uitgekeerd als het bedrijf twee kwartalen achtereen 100 miljoen euro winst maakt'.
Als het waar is wat hier staat, dan rijzen je toch de haren te berge. Dan komt er primair in me op dat de ASML-top een schandpaal verdient voor ieder lid van de RvC en RvB op 'het marktplein'.
ASML-medewerkers zouden massaal in opstand moeten komen en hun top bij wijze van spreken het werken onmogelijk moeten maken totdat ze tot inkeer zijn gekomen. We laten dit in ons land toch niet meer toe? Waar blijft het grote protest? Het voelt zo langzamerhand aan als schaamteloos.
ONTSLAG EN TAALGEBRUIK
ontslag, taal en cultuur, henry mintzberg, human resources, loonarbeidsverhouding, arbeid, koopwaar
Taal als expressie van de omgeving waarin een mens leeft
Opvoeding en onderwijs, het land en de cultuur waarin de mens leeft, hebben grote invloed op de woorden die men gebruikt, de taal die men spreekt, het lied dat men zingt. Met het gevaar dat de andere kleuren geen betekenis krijgen, worden genegeerd of zelfs ontkend. Zijn we allemaal niet enigszins een kleurenblinde die anderen voor gek verklaart, omdat die zeggen kleuren te zien?
Wie zijn oren spitst, hoort ook de verschillen tussen de taal van bestuurders en die van de ‘werkvloer’ in een arbeidsorganisatie. Een directeur staat zogenaamd ‘aan de top van de organisatie’. Het is natuurlijk beeldspraak. Als we het letterlijk zouden nemen, dan zouden we hem alleen maar aantreffen op de hoogste etage van het kantoorgebouw. Er zijn inderdaad organisaties waar dat het geval is. Medewerkers in productieafdelingen werken zogenaamd 'op de vloer', 'aan de basis', op de onderste tree van de hiërarchische ladder.
Het ontslagproces
Kijken we naar het ontslagproces, dan kan ons opvallen dat managers (en tegenwoordig ook vakbondsbestuurders) vooral bij collectieve ontslagen of 'massaontslag' spreken over ‘downsizing’, 'reorganiseren’, ‘capaciteitsaanpassing', 'herstructurering', 'taakstelling', 'kostenaanpassing’, 'herstelplan', ‘afvloeien’, ‘personeelsreductie’, 'ontslagvergoeding' en ‘inkrimping’.
Er is ten behoeve van 'afvloeiing' van personeel zelfs een (oneerbiedig uitgedrukte) 'lozingsindustrie' op gang gekomen en uitgegroeid 'tot een geolied netwerk van kleine bureaus en bedrijven die onderling samenwerken'. Met een omzet in outplacement van naar schatting al een 160 miljoen Euro per jaar.
Deze begrippen roepen een karakteristiek beeld op van een arbeidsorganisatie als een fysiek-ruimtelijke vorm of constructie, die kan worden verkleind, vergroot of gewijzigd, als ware een organisatie slechts een ‘lay-out’. Een vorm met een inhoud die kan worden gevuld of geleegd. Maakbaar, bruikbaar en hanteerbaar als een constructie. Instrumenteel. Een 'constructie' die blijkbaar slechts zou kunnen worden omgevormd met technische of bedrijfseconomische ingenieursingrepen.
Er zijn echter ook auteurs van managementliteratuur die de arbeidsorganisatie typeren als een sociaal organisme, een spirituele entiteit, een werkgemeenschap of vereniging van mensen. Als je een andere bril opzet of anders kijkt, zie je ook een andere werkelijkheid en stel je je anders op. En als je andere begrippen niet kent of daaraan geen belang hecht, dan zie je de daarbij behorende werkelijkheid eigenlijk niet.
Uitingen van medewerkers
Medewerkers uiten zich in geval van ontslag vaak in termen als: ‘Ik word of ben aan de dijk gezet’, ‘Ik krijg de zak’, ‘Ik ben eruit geknikkerd’, ‘Ze vliegen er daar bij bosjes de laan uit’, 'Ze worden daar als een stuk vuil op straat gesmeten', ‘Ik kreeg een oprotpremie mee’, 'Ik voel me geloosd, ‘Ik ben afgedankt’.
Deze begrippen duiden erop dat ontslagen medewerkers ontslag vaak beleven vanuit een ondergeschikte machtspositie. Zich daarin afhankelijk voelen van een ‘hogere macht’ die hen als een ding, een voorwerp behandelt. Ook instrumenteel. De bewoordingen die men na ontslagen te zijn bezigt, zijn 'negatief' van kleur. Misschien is dit geen wonder als mensen diep in hun ziel voelen dat ze, zoals men zegt, door een werkgever 'kunnen worden gemaakt en gebroken'?
Intrigerend is ook de uitdrukking: ‘Ontslag wordt ‘gegeven’ (of 'gekregen'), als ware het een ‘geschenk’. Dat kan het zeker zijn, ook al wordt het meestal niet direct zo ervaren (sic). Vakorganisaties proberen daarom de nadruk te leggen op 'werk-naar-werkconstructies’ om de overgang naar een nieuwe werkkring te kunnen versoepelen. En outplacementbegeleiding komt steeds meer in zwang.
De loonarbeidsverhouding
Als het geld bij ontslag aan de orde komt, treffen we begrippen aan als afvloeiingskosten, afkoopsommen, gouden handdrukken, ontslagvergoedingen, schadevergoedingen en schadeloosstellingen.
Een ondernemer maakt kosten als hij (een) medewerker(s) moet ontslaan. Naar diens voorkeur zijn die kosten meestal zo laag mogelijk. Niet naar de voorkeur van betrokkene en zijn vertegenwoordiger, de vakbond. Over de hoogte ervan moet dan ook vaak worden onder-handel-d. Om een medewerker te kunnen af-kopen. Hier verschijnt het beeld van een medewerker met zijn arbeid als koopwaar met een prijs. Een auto die wordt afgedankt, heeft voor betrokkene nog waarde. Is het geen financiële waarde, dan zeker vaak nog een emotionele. En daar staat een prijs tegenover.
Arbeid kan echter naar mijn inzicht principieel geen koopwaar zijn, ook al denken we dat, doen we alsof en gebruiken we het als ‘schijnwaar’. Koopwaar is altijd fysiek-materieel. Het gaat in eigendom én bezit over van de verkoper naar de koper. En wordt letterlijk overgedragen. In ruimtelijke zin. Na deze overdracht is de ruimte bij de verkoper leeg en de ruimte bij de koper gevuld.
Iemand die arbeid verricht, kan zijn arbeid echter niet verkopen. Zijn arbeid gaat niet als koopwaar in andere handen over. Wel het resultaat van zijn arbeid. Voor zover het een ‘goed’ is, een fysiek product. En hij er de eigenaar van is.
Een lid van een Raad van Bestuur van een grote bank verwoordde zijn visie op een loonarbeidsverhouding eens als volgt:
‘Ik beschouw het arbeidscontract als een wederkerig ‘leveringscontract’. De medewerker levert als het ware zijn competenties en inzet; de arbeidsorganisatie levert een humane werkomgeving. Indien één van beiden onvoldoende levert wat overeengekomen is, dan kan het contract worden verbroken. Om daarna op de arbeids-markt op zoek te moeten naar een nieuwe werkkring’.
Zijn zienswijze is niet onwaar. Maar nader beschouwd is de werkelijkheid van een loonarbeidsverhouding meer dan een leveringscontract. Een gereduceerde kijk op de werkelijkheid en het daarnaar ook handelen, kan onverwachte 'bijwerkingen' tot gevolg hebben. Een ruimere kijk kan deze voorkomen of ondervangen.
Arbeid verschuift in het denken en in de beleving van mensen van een ‘materieel-economisch begrip’ in de richting van een ‘rechtsbegrip’, een recht op arbeid en op ontwikkeling. Arbeid is in organisaties onderhevig aan een afspraak, een verbintenis, een overeenkomst, een contract. Niet zozeer een leveringscontract, want er wordt in een loonarbeidsverhouding in materiële zin geen koopwaar geleverd. Het is wel een afspraak tussen ‘partijen’ om te voldoen aan wederzijds uitgesproken en overeengekomen verwachtingen en bedoelingen, aan wederzijds vertrouwen. En die gaan zich meer en meer richten op de ontwikkeling van toekomstig benodigde bekwaamheden.
Het ‘materieel-economische en instrumentele’ karakter van bovengenoemd taalgebruik rondom ontslag, de werkende mens, een arbeidsorganisatie en de samenleving is kenmerkend. De betrokken medewerkers beleven zich daarin impliciet als een productiemiddel, een kapitaalgoed, een onderdeel van de bedrijfsmachine. Niet ten onrechte. Zelfs niet als het management een althans uiterlijk 'verlicht' personeelsbeleid voert onder de tegenwoordig in zwang zijnde naam 'human resources management'. 'Human resources': in de praktijk meestal uitgelegd en gehanteerd als een 'zo adequaat mogelijk inzetten en benutten van de talenten en bekwaamheden'. Eigenlijk is dat het ten bate van de eigenaren of aandeelhouders zo doelmatig mogelijk aanwenden van 'de menselijke bronnen'. Dat lijkt op bedrijfsegoïsme. 'Samen voor ons eigen' volgens 'De Tegenpartij' van Jacobse en Van Es. “Maar vergeet niet”, zei een vroegere algemeen directeur van een bedrijf waar ik werkte, “egoïsme is de belangrijkste drijfveer in het economische leven”. Een intrigerende gedachte die je ook tegenkomt in de slogan bij een actie van een werkgeversvereniging indertijd: 'Word je eigen werkgever'. En in de uitdrukking: 'Ik ga nu voor mezelf beginnen'. “Niet voor je klanten?”, denk ik dan?
Henry Mintzberg: Ik ben geen voorstander van de term human resources. Ik ben geen human resource, ik ben een human being. De term human resource werd geïntroduceerd toen er veel ontslagen begonnen te vallen. Resources kan je namelijk weggooien, mensen niet.’ Henry Mintzberg
Bron: het boek 'Humaan ontslaan?!, een
ontwikkelingsgerichte kijk op ontslag'; Frans Wuijts
2007
ONTSLAGMORES IN NEDERLAND IS STRIJDIG MET ARTIKEL 1 VAN ONZE GRONDWET
ontslag,minister donner,grondwet,ontslagvergoeding,grondrechten,kantonrechtersformule,uwv,vakorganisaties,werkgevers,discriminatie,
Artikel 1 van onze Grondwet luidt:
‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of OP WELKE GROND dan ook, is niet toegestaan’.
Aan de hand van enkele argumenten wil ik hier ter discussie brengen dat de ontslagmores in ons land in strijd is met dit eerste artikel, ongeacht hetgeen verder in artikel 19 staat vermeld over de door de wet te stellen regels omtrent de rechtspositie van hen die arbeid verrichten en omtrent hun bescherming daarbij. De bestaande uitwerking van deze regels onderschrijft mijn stelling in de kop van dit artikel. De landelijke overheid is voor de overtreding van de grondwet direct verantwoordelijk en vakorganisaties en werkgevers zijn hieraan medeplichtig.
Enkele van mijn argumenten zijn:
- Ontslag is ontslag, ook al kunnen de ontslagmotieven verschillen evenals de daarbij passende ontslagprocedures. Gelijke behandeling in gelijke gevallen is in het licht van de grondwet een dwingende eis. Het begrip ‘gevallen’ dient in mijn ogen betrekking te hebben op het ontslagfenomeen als zodanig en niet op elk afzonderlijk ontslag. In dat geval zou artikel 1 immers een farce zijn, want geen enkel ontslaggeval is gelijk aan een andere.
- De inrichting van ontslag in particuliere en publieke sector verschilt sterk van elkaar, echter ontslag blijft ontslag, of je nu werknemer in een bedrijf bent of ambtenaar .
- Binnen de particuliere sector kennen we twee ontslagwegen: de weg via de kantonrechter en de weg via het UWV-werkbedrijf. Dat wordt in ons land het ‘duale stelsel’ genoemd en het is als zodanig uniek in de wereld. De procedures zijn heel verschillend. Ontslag via het UWV-werkbedrijf kent ook geen zogenaamde ontslagvergoeding. Ontslag via de kantonrechter kan wel tot een ontslagvergoeding leiden door middel van toepassing van de kantonrechtersformule.
- De kantonrechtersformule draagt onrecht en onrechtvaardigheid in zich en leidt met het oog op de toekomst van de werknemer tot ongelijke behandeling en uitkomsten. Het gaat er niet om dat elke ontslaggeval dezelfde formule krijgt toegepast (er zijn zelfs verschillende formules in omloop) maar het feit dat de huidige formules als zodanig onrecht scheppen. Dit vanwege het simpele feit dat de lengte van het dienstverband in de kantonrechtersformules het belangrijkste criterium is voor de hoogte van de ‘vergoeding’. De werkelijke kern van gelijke behandeling is de voor hen in te schatten tijdsduur voor een soepele overstap naar nieuw werk.
- Niet recht en wet bepalen voor topmanagers de hoogte van ontslagvergoedingen maar hun op egoïstische gronden gefantaseerde ‘marktwaarde’. De veronderstelde lagere marktwaarde van een gewone werknemer geeft deze geen schijn van kans om bij hun aanstelling een vergelijkbare ontslagvergoeding te eisen als element in het arbeidscontract.
- Minister Donner doet er in strijd met de Grondwet nog een schepje bovenop met zijn wetsvoorstel om mensen met een jaarinkomen vanaf 75.000 euro maximaal een jaarsalaris mee te geven bij ontslag.
Zo zijn er nog wel meer voorbeelden te bedenken. Mijn conclusie is dat de wijze waarop in ons land door de landelijke overheid wordt omgegaan met ontslag van werknemers één van de meest onrechtvaardige en stuitende kwesties is die strijdig zijn met de in onze grondwet vastgelegde grondrechten.
WIM KOK, EXHIBITIONISTISCHE ZELFVERRIJKING EN GROOTGRAAIERIJ
commissie de wit, bonussen banken kredietcrisis commissarissen top a, topinkomens, wim kok, exhibitionistische zelfverrijking
We horen en lezen in deze tijd veel kretologie met betrekking tot 'zelfverrijkende grootgraaiers', ‘mega-grootgraaierij’, ‘exhibitionistische zelfverrijking’, ‘lugubere zelfverrijking van de financiële genieën’ en dergelijke. Dezer dagen ligt Wim Kok in dit verband onder vuur, onder moreel vuur. Hij lijkt nu echt moreel door het ijs te zijn gezakt. Ik vind dat een persoonlijk drama. Maar hij roept het over zichzelf af.
Bovenstaande kretologie betitel ik als kroegpraat, borrelpraat, verbaal geschreeuw dat als selectieve verontwaardiging meedeint op emotioneel populisme van visieloze politici en andere woordgeweldenaars.
Van zelfverrijking in letterlijke zin bij topmanagers is geen sprake. Van graaierij evenmin. Laat staan van exhibitionisme. (Exhibitionisme in ruime zin is het 'seksueel' genieten van bekeken te worden respectievelijk de drang om veel over zichzelf prijs te geven aan vreemden en/of graag veel aandacht te willen).
Hieronder zal ik uitwerken wat ik bedoel te zeggen. Om misverstanden te voorkomen, zeg ik vooraf al even dat ik de hoge topinkomens en bonussen in morele zin zeer laakbaar vind. Desondanks vind ik dat we wel zorgvuldig moeten zijn in ons oordeel.
Hoge aanvangssalarissen zijn als regel het resultaat van onderhandeling over arbeidsvoorwaarden. De kandidaat die zich ‘zogenaamd goed in de markt ziet liggen’ en die door headhunters wordt benaderd, stelt zijn arbeidsvoorwaardelijke eisen en voor de beslissers in Raden van Commissarissen ontstaat dan het dilemma van betalen of laten schieten. Dat dilemma is des te lastiger als er voor hen echt sprake lijkt te zijn van een match tussen hetgeen volgens hen de onderneming nodig denkt te hebben aan kwaliteit van management en het verwachtingsbeeld dat men heeft van de kandidaat ten aanzien van wat deze in huis heeft aan talenten, competenties, ervaring en andere verworvenheden. Aangezien de leden van deze RvC-‘en uit dezelfde managementcultuur stammen en met het idee-fixe leven dat zogenaamd hoogwaardig managementtalent nu eenmaal schaars is, besluiten zij – ook vaak vanuit een zekere angst – tot het aangaan van het contract met een dergelijke kandidaat. Deze angst heeft vaak betrekking op reputatieschade wanneer de onderneming slechte resultaten boekt en zij de hete adem van agressieve aandeelhouders als bijvoorbeeld sprinkhaanachtige hedgefunds in hun nek voelen ademen. Reputatieschade kan hun loopbaanperspectief immers negatief beïnvloeden.
Topverdieners houden er helemaal niet van om de hoogte van hun inkomen aan de buitenwereld prijs te geven. In de loop van de tijd is dit door wet – en regelgeving van hen afgedwongen. Diep in hun hart voelen velen wel degelijk schaamte daarover, maar ze dekken deze schaamte ook snel weer toe. Vanwege het voor hen nog draaglijke niveau van maatschappelijk protest en de wetenschap dat zij tot een netwerk behoren dat elkaar de hand boven het hoofd houdt, weten ze hun schaamte te verbloemen en soms één van de brutaalsten en communicatief vaardigsten onder hen voor de Bühne te laten verklaren dat het nu een maal niet anders kan, dat de beste mensen dan naar de concurrent zullen stappen en dat zij als internationale onderneming nu eenmaal mee moeten in de trend. Daarmee is voor hen dan voorlopig de kou weer uit de lucht, zeker als zelf de meest venijnige journalisten niet in staat zijn hen echt het vuur na aan de schenen te leggen.
Topsalarissen en bonussen zijn als regel precies gereguleerd in remuneratiebeleid en –procedures. Van graaien kan men niet spreken omdat er in letterlijke zin het geen diefstal is (of dat in morele zin wel het geval kan zijn, is een andere vraag). Zelfverrijking is het evenzeer niet, aangezien het altijd een andere formele instantie is die het onderhandelingsspel meespeelt en de eindbeslissing neemt.
‘Noch verontwaardiging, noch angst, noch 'heilige' toorn brengen redding. Slechts versterking van het bewustzijn is daartoe in staat’ (Klockenbring). En dat zegt dat – in termen van modern realisme gesproken - er een vernieuwd beloningsbeleid zou moeten komen voor mensen die vanuit een hoge maatschappelijke verantwoordelijkheid leiding geven aan organisaties, instituties of groeperingen in de samenleving. Ik noem dit – in vergelijking met de sacrale oorsprong van het geld – een ‘sacraal beloningsbeleid’. Kernbegrippen daarin zijn ‘dienstbaarheid’ enerzijds en ‘schenkingsinkomen’ anderzijds. Regulering van inkomenshoogtes helpt geen zier. Het inkomensvraagstuk is een sacraal-moreel vraagstuk.
VERTREKPREMIE JAN BROUWER VAN SUPER DE BOER EN MORALITEIT, een topinkomen kan je niet opmaken
Jan Brouwer,super de boer,vertrekpremie,moraliteit,hebzucht,behoeften,begeerten,topinkomens,
‘De wereld biedt genoeg voor ieders behoefte. Maar niet voor ieders hebzucht’. Deze morele uitspraak van Gandhi lijkt ook op Jan Brouwer van toepassing.
De gevierde topman Jan Brouwer van het supermarktconcern Super de Boer strijkt een vertrekpremie op van ruim €2 miljoen. De Fries toucheert dit jaar de hoogste gouden handdruk van alle vertrekkende bestuurders in het Nederlandse bedrijfsleven, blijkt uit berekeningen van Het Financieele Dagblad en Distrifood.
Ook zijn relatief buitensporige vertrekpremie (anderen spreken over een relatief mager bedrag in vergelijking met de 80 miljoen van Bennink (Numico) en de 30 miljoen van Rijkman Groenink, voorheen ABNAMRO) raakt een moreel vraagstuk. Hoe de totstandkoming ervan ook is gelopen en vanuit welke overwegingen, ook Brouwer had het niet hoeven accepteren. Hij had het zelfs vrijwillig naar beneden kunnen bijstellen.
Zijn topsalaris bestaat immers al uit drie gedeelten:
- Het deel dat zijn ‘materiële en immateriële behoeften’ en die van de thuissituatie dekt;
- Het deel dat opgaat aan ‘hebzucht en begeerten’;
- Het deel dat resteert, want het zal niet mogelijk zijn het
allemaal op te maken.
Wisten Brouwer en zijn Raad van Commissarissen dit niet van te voren? Is hun bewustzijn voor een ‘juist’ inkomen teveel vertroebeld door de oppervlakkige en ook schreeuwerige discussie die er over topinkomens wordt gevoerd? Denken ook zij met deze ten opzichte van collega-bestuurders in binnen- en buitenland relatief lage vertrekpremie desondanks moreel weg te kunnen komen als de eerste stormen weer wat zijn geluwd?
De grens tussen behoeften en begeerten is niet eenvoudig te
trekken. Die lijkt voor een ieder individueel te verschillen. We
mogen daar in het eigen leven mee worstelen.
Bevredigde behoeften leiden over het algemeen tot tevredenheid:
de dorst is gelest, de honger gestild, de kleding aangetrokken,
het onderdak geregeld enzovoort.
Beantwoorden aan begeerten doet dat vaak niet; ze schreeuwen na
schijnbevrediging om herhaling dan wel om meer. Vooral als het
tot verslaving leidt. Het bezitten van één auto kan voorzien in
de behoefte je vrij te kunnen verplaatsen. Elke dag in een andere
kleur Ferrari willen rijden heeft met een gezonde
behoeftenbevrediging echter niets meer te maken.
Wat nu te doen met wat over is? Dit is een morele keuzekwestie.
Alternatieven kunnen zijn:
- Brouwer kan het voor zichzelf oppotten in een oude sok of proberen er nog meer van te maken door middel van rente, dividend en dergelijke;
- Hij kan het laten staan voor zijn kinderen opdat die het te zijner tijd kunnen erven;
- Hij kan besluiten er iets goeds mee te doen voor de
samenleving.
Het is een verschuivende reeks van het verder najagen van de
eigen hebzucht en begeerten, via de ‘erfschenking’
naar onbaatzuchtigheid. Alle zijn moraliteitskeuzen. Wat zou nu
moreel goed zijn om te doen?
Hier ligt een verantwoordelijkheid voor de Raad van
Commissarissen die de beslissing heeft genomen om aan Brouwer de
hoge vertrekpremie toe te kennen. Waarom heeft deze RvC
(onbewust?)die moraliteitskeuze eigenlijk aan Brouwer zelf
toevertrouwd? Heeft Brouwer op het gebied van de filantropie tot
dusverre dan al naam gemaakt? Op zijn minst kan hij er binnenkort
oefenend mee aan de slag. Net als Bennink en andere
topverdieners.
Opnieuw wordt er schande van gesproken. Echter, ‘Wat Gij
wilt dat een ander doet, Ge eerst zelf ontwikkelen moet’.
(Dr. A.H. Bos). Ieder van ons kan hier de eigen moraliteit aan
schaven. Wat zou ik zelf doen als ik in de schoenen stond van
Brouwer?
ONTSLAG EN HET ONDERHANDELINGSCIRCUS OVER DE CORRECTIEFACTOR C
ontslag,kantonrechtersformule,vakorganisaties,werk-naar-werktraject,ontslagvergoeding,correctiefactor C,sociaal plan,kantonrechters,outplacement,
De onderhandelingen over de zogenaamde ontslagvergoeding (wat wordt er eigenlijk vergoed?) bij de totstandkoming van een sociaal plan is verworden tot een ordinaire strijd over de hoogte van de correctiefactor C, ook wel de verwijtbaarheidsfactor genoemd. Ongeacht of de oude dan wel de nieuwe kantonrechtersformule wordt gehanteerd. Vakorganisaties stellen zich hierin verstard op en proberen het onderste uit de kan te halen. Werkgevers tonen slappe knieën en spelen uit angst voor stakingen het irreële onderhandelingsspel even hard mee. Kantonrechters laten dit circus toe en gaan daarbij voorbij aan de door de Kring van Kantonrechters aangegeven aanbevelingen.
De uitkomsten pakken voor individuele werknemers heel verschillend en onrechtvaardig uit door toepassing van de lengte van het dienstverband als billijkheidscriterium, terwijl hun kansen op de arbeidsmarkt bij gelijke leeftijd meestal niet veel verschillen. Oudere werknemers met een relatief korter dienstverband zijn daarbij in het nadeel omdat zij het met de ‘vergoeding’ meestal minder lang kunnen uitzingen. Jongere werknemers met een langer dienstverband worden ten opzichte van oudere werknemers met een korter dienstverband teveel bevoordeeld. Door de specifieke structuur van de kantonrechtersformule met accent op de lengte van het dienstverband wordt het billijkheidscriterium een fopspeen. De formule maakt een op het verleden gericht gebaar, terwijl juist het faciliteren van een zo snel mogelijk vinden van een nieuwe baan (toekomstgerichtheid) doorslaggevend zou moeten zijn. Vakorganisaties dienen het belang van werknemers slecht door deze ongelijke behandeling in stand te houden. Ze zijn slechts uit op het binnenhalen van de financiële buit en niet op gelijke kansen voor hun leden op het vinden van nieuw werk.
Ik pleit daarom voor een andere benadering. Werkgevers en
vakorganisaties zouden primair bij hun ‘overleg’(niet
‘onderhandeling’) over een sociaal plan gezamenlijke
verantwoordelijk moeten nemen voor het nastreven van een zo hoog
mogelijke ‘externe baanzekerheid’ voor de werknemers
die noodgedwongen het bedrijf moeten verlaten. En niet voor een
kil gevecht over een zak met geld. Dit door de leeftijd en de
kansen op de arbeidsmarkt bepalend te laten zijn voor een
daadwerkelijke vergoeding van gederfde inkomsten als gevolg van
ontslag.
Suppleties op de WW-uitkering tezamen met begeleiding voor het
vinden van een nieuwe werkkring (outplacement,
werk-naar-werk-traject) zijn daartoe adequate middelen. De duur
van de suppletie kan voor relatief jongere werknemers korter zijn
( 3 tot 6 maanden), voor de relatief oudere werknemers langer (6
tot 12 maanden). Billijkheid, gelijke behandeling en
baanzekerheid zijn daarmee aanzienlijk beter gewaarborgd. Ook in
een geval van ‘habe wenig’. Dit vraagt een andere
mentaliteit. Een daadwerkelijke solidariteit van werkgevers
én
vakorganisaties ten opzichte van mensen die hun baan verliezen.
LICHAAM, ZIEL EN GEEST
lichaam,ziel en geest,geestelijk-gehandicapt,verstandelijk gehandicapt,geesteswetenschappen,zielenroerselen,
Onze taal is rijk bedeeld met de begrippen 'ziel' en 'geest'. In
allerlei betekenissen en uitdrukkingen komen we ze tegen.
Hieronder een soort 'bloemlezing':
Er zijn vele ‘brillen’ waar we doorheen kunnen kijken
als we de mens beschouwen. De menswetenschappen hebben de mens al
op vrijwel elke mogelijke manier ‘in beeld’ gebracht,
tot ‘mensbeeld’ vereenvoudigd. Van 'ik ben niet meer
en minder dan mijn lichaam', van simpele tweedelingen (de mens
als kind en als volwassene; de egoïstische en de altruïstische
mens; de mens als man en als vrouw) tot en met
‘holistische’ mensbeelden die vanuit verschillende
invalshoeken steeds 'de gehele mens' trachten te omvatten.
Wellicht is het drieledige beeld van de mens naar lichaam, ziel
en geest het oudst bekende mensbeeld. ‘Van oudsher is
beklemtoond dat een mens uit drie dimensies bestaat: lichaam,
ziel en geest. De ziel vormt de brug tussen lichaam en
geest’(Van den Berk 1999). De mens geschapen ‘naar
Gods beeld en gelijkenis’. Daar is veel over gezegd en er
wordt ook veel over gezwegen of ontkend.
De informatie over onze menselijke lichamelijkheid is en wordt
steeds meer concreet en zichtbaar. Althans dat lijkt zo. Maar wat
we er eigenlijk van zien – tot in onze genen – is
niet anders dan een beeld van de werkelijkheid.
‘Vertaald’ door elektronica. Analoog of digitaal.
Tussen waarneming en feit schuiven steeds slimmere apparaten.
Reparaties aan ons ‘fysieke mechanisme’ worden
daardoor wel steeds beter mogelijk.
De begrippen ‘ziel’ en ‘geest’ geven
aanvullende stof tot discussie over de waarnemingen van het
wonder van het mensenlichaam. Apparaten voor het waarnemen van de
ziel en geest zijn daarbij niet voorhanden. We zijn hier direct
aangewezen op ons levende denken, zonder tussenkomst van een
apparaat. Ziel en geest als beeld. We moeten dit beeld op eigen
kracht vormen. Vraag je een willekeurige voorbijganger er iets
over te zeggen dan wordt er al snel gehakkeld en gestameld.
‘Zijn dat niet twee woorden voor hetzelfde begrip?’
Heeft ‘ziel’ niet iets te maken met onze psyche? Zijn
ziel en gevoel, emotie niet ongeveer hetzelfde?’ Is
‘geest’ niet ongeveer hetzelfde als
‘denken’? Onze taal geeft soms interessante
aanknopingspunten die er iets meer helderheid in lijken te
scheppen. We zijn soms benieuwd naar de
‘zielenroerselen’ van iemand die iets bijna
onvoorstelbaars heeft gedaan. We denken dan wellicht aan
gestoorde gedachten, gefrustreerde gevoelens en onvoorspelbaar
gebleken wilsimpulsen. We vragen ons af wat hem heeft
‘bezield’. Soms treffen we ouderen aan met een nog
heel jonge ziel (of geest). Ook spreken we van
‘zielenpijn’ die we kunnen ervaren en er is zelfs
sprake geweest van een ‘psychologie zonder ziel’,
aangezien in een materialistische visie op de mens een ziel geen
bestaansrecht meer heeft. Soms kan mooie muziek je dwars door de
ziel snijden. Van een componist die met ‘bezieling’
zijn melodie heeft gecreëerd.
Het begrip ‘geest’ lijkt al helemaal ongrijpbaar.
Toch gebruiken we het regelmatig en we voelen wel ongeveer aan
wat er mee wordt bedoeld. Hoewel exactheid meestal ontbreekt.
‘Ik voel me ‘geestelijk’ niet helemaal in
orde’, wordt wel gezegd. Of er wordt gesproken over
‘geestelijk of verstandelijk gehandicapten’. Maar of
‘de geest’ of ‘het verstand’ echt
gehandicapt zijn, blijft vaag. Wat weten wij daar eigenlijk van?
We kennen de ‘geesteswetenschappen’, hebben ons
‘geestelijk erfgoed’ en we kunnen ons nog wel iets
voorstellen bij onze ‘geestelijke ontwikkeling’ en
ons ‘geestelijk leven’. Marga Klompé, een vroegere
Nederlandse minister, noemde zichzelf ‘een onderzoekende
geest’. Sommige mensen vertellen dat ze een
‘geestverschijning’ hebben gezien. ‘Met
tegenwoordigheid van geest’ kun je ‘handelen in de
geest’ van iemand die je wilt nastreven. Op basis van diens
‘geestesgoed’. Soms op een ‘geestige’
manier. Je kunt ineens ‘de geest geven’. De
‘levensgeesten’ zijn dan geweken. Steeds vaker slaan
ook ‘de geesten der verwarring’ in de
‘geestesstrijd’ van deze tijd toe. Tot je ineens weer
‘de geest kunt krijgen’ en met
‘geestdrift’ een nieuwe weg kan inslaan'.
DE ARCHTECT EN TIMMERMAN IN ONSZELF
levensbestemming,crisis,ken jezelf,ken uw zelve,levensontwerp,ontwikkelingsplan,ontslag,
Dit verhaaltje gaat over hoe wij als timmerman in ons dagelijkse leven timmeren en hoe onze innerlijke architect dit nauwlettend volgt.
De architect in onszelf beschouw ik als de ontwerper van onze levensbestemming, de ontwerper van wie we eigenlijk zijn en zullen worden in ons leven. In mijn visie zijn we dat zelf. Alsof we voor onze afdaling naar het aardse een ontwerp hebben gemaakt voor het ontwikkelingsplan van ons komende leven.
Blijkbaar is het de bedoeling dat we ons daar ook zoveel mogelijk aan houden. Ook al hebben we wel de vrijheid om ervan af te wijken. Vaak dwingen de omstandigheden ons daar ook toe. We vullen ons leven in zoals de wind waait of we zelf kiezen. Leggen onze hele ziel en zaligheid in onze goede bedoelingen en zetten ons in. Tot er signalen komen die op rood staan, of nog slechts oranje. Die laatste zien we misschien wel, maar we hechten er vaak niet zoveel betekenis aan. Het zal wel meevallen. Of we hebben een andere smoes om er maar niet te sterk bij stil te staan. Het leidt ook maar af. Er zijn nu eenmaal dingen die je niet zomaar kunt veranderen of die gewoon klaar moeten. Totdat de signalen heftiger worden. Van oranje op rood springen. We kunnen dan ervaren dat we toch niet zo gelukkig zijn. Niet in ons werk, niet in onze relatie, niet met onszelf. Dat we niet goed in ons vel zitten. Dat we overspannen raken of al zijn of burned out. Dat alles ons tegen gaat zitten en dat we niet in staat zijn er veel aan te veranderen. Dat mensen onverwacht zogenaamd vervelend tegen ons gaan doen of ons zelfs regelmatig dwars zitten. Lijkt het. Zelfs dat we niet in het goede lijf zitten of op een verkeerde plek leven en wonen op deze wereld.
Het is dan alsof onze innerlijke architect gebruikt maakt van zijn helpers in onze omgeving om ons erop te wijzen dat we van het spoor van zijn ontwerp zijn afgegleden. En dat de verbinding moet worden hersteld. Als we te lang doof voor hem zijn geweest kan hij dat op een heel drastische manier kenbaar maken. Bijvoorbeeld door een onverwacht ontslag, maar vaak vrijwel tegelijkertijd ook nog door andere ‘maatregelen’, zoals een ongeval, een overlijden van een dierbare, een financieel debacle omdat een bank failliet gaat. Soms zo ingrijpend dat het lijkt of ons leven finaal op zijn kop wordt gezet.
Het dal dat je daarna door moet, kan diep zijn. Bij goed luisteren, kan dan echter vanuit het innerlijke duister de stem van je architect hoorbaar worden, je toeroepend: ‘Timmerman, ken toch uzelf’. Daarmee kan de band die je van meet af aan met je innerlijke architect hebt en die je uit het oog kan zijn verloren, (weer) worden hersteld. Hij verwacht dan van je dat zijn ontwerp volgens zijn plan verder wordt uitgevoerd. (‘Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede’). Als je als timmerman zijn roep volgt, laat hij zijn ontwerp aan je zien in het volle licht. In volle glorie. De levenskunstenaar wordt dan als held in jezelf geboren…’
FRYSLÂN BOPPE?
Friesland,fryslân,vno-ncw noord,groningen,Bert van der Haar,werkgevers,
Werkgevers: ‘Noorden moet Friesland heten'
- LC | Gepubliceerd op 24 november 2009, 07:59
- Laatst bijgewerkt op 24 november 2009, 08:07
GRONINGEN -
'Als Noord-Nederland één provincie wordt, moet het maar Friesland gaan heten'. Dit zei de voorzitter van de regionale werkgeversclub VNO-NCW Noord, Bert van der Haar. En de hoofdstad moet Groningen worden.
VNO-NCW Noord vindt dat de drie noordelijke provincies één landsdeel moeten vormen. Er huizen hier 1,7 miljoen inwoners en in Gelderland alleen al 1,9 miljoen, terwijl ze in Gelderland met duizend ambtenaren minder toe kunnen.
Het nieuwe gebiedsdeel zou ook veel meer kracht kunnen ontwikkelen. Gezien de historie vindt Van der Haar Friesland eigenlijk ,,een logische naam" voor het Noorden.
Enige tijd geleden ben ik verhuisd naar Nijeberkoop. Dat ligt in de Stellingwerven. Ook al wonen hier allerlei mensen die Fries spreken, toch heb ik niet het gevoel dat ik in het echte Friesland woon. Bestuurlijk-geografisch gesproken wel natuurlijk, maar cultureel minder.
'Oer de Tsjonger' (over de Tjonger), zeiden wij vroeger in Heerenveen, 'daar praten ze krumme'. De Tjonger is van van oudsher de taalgrens tussen Friesland en de Stellingwerven, die in 1500 wel bij de provincie Friesland werden ingedeeld, maar waar de bevolking een Saksisch dialect spreekt.
Ik herinner me nog dat er in de vorige eeuw in de wereld van de zuivel samenwerking werd gezocht tussen Friese, Groningse en Drentse veehouders, verenigd in eigen coöperaties. Uiteindelijk is het gelukt, maar er waren velen die het voor onmogelijk hielden om mensen met deze sterk van elkaar verschillende culturen bij elkaar te brengen.
Wij zitten op de lange weg naar wereldburgerschap. Een Verenigd Europa als tussenfase heeft echter al veel voeten in de aarde. Friezen en Stellingwervers leven dan wel vreedzaam samen, maar hoe zal dat gaan in een Verenigde Staten van Friesland als Drenten en Groningers worden toegevoegd of zeg maar 'geannexeerd? Daarbij ben ik niet direct een voorstander van Groningen als hoofdstad. Nijeberkoop ligt immers veel centraler.
'Debtor's Revolt': ANN MINCH EN DE 'BANK OF AMERICA'
middernachtszon,John Wervenbos,Ann Minch,psychologische prijzen,Bank of America,internetbankieren,credit cards
In een bijdrage op de vkblog 'MIDDERNACHTSZON' schrijft John Wervenbos:
'Een assertieve opstelling en publiekelijk de confrontatie zoeken en aangaan kan soms wat uithalen'.
Zie bijvoorbeeld het volgende recente geval (weer een voorbeeld
van burgermoed):
"Amerikaanse krijgt Bank of America op de knieën" - Nova:
www.novatv.nl/page/detail/uitz...
Nadat de Bank of America steeds opnieuw de rente op haar creditcard had verhoogd - van dertien naar uiteindelijk dertig procent - plaatste Minch een video op YouTube. Daarin zegt ze dat ze altijd op tijd haar aflossingen heeft betaald en nooit boven haar limiet is geweest. Ze noemt het filmpje 'Debtor's Revolt' en kondigt aan dat ze de bank niet langer zal betalen totdat de bank instemt met een lager rentepercentage.
De bank zwicht uiteindelijk. Minch is met haar actie een ware sensatie geworden en wil nu tegen meer financieel onrecht gaan strijden. Op haar site schrijft ze: 'Bankers, be afraid. Be very, very afraid'.
In mijn weblog van 16 oktober jl. schreef ik over psychologische
prijzen:
' Je treft ze overal aan: in supermarkten, de benzineverkoop, in
de autobranche, huizenhandel, restaurants en ga zo maar door.
Prijzen eindigend op .9, .99, .95 .990, .900 en andere varianten.
Alle bedoeld om een product goedkoper te laten lijken dan het in
feite is.
Een prijs van € 49,99 met de 49 heel groot en de .99 heel
klein suggereert dat je er maar € 49,- voor hoeft te
betalen.
Ik noem dit misleiding en bedrog omdat het hierbij nooit om de
juiste prijs gaat'.
Stel nu dat er in ons land een actie begint (hoewel Ann Minch dit
misschien ook wel interessant vindt, want in de VS word je er
helemaal mee doodgegooid) om inderdaad niet meer dan € 49,-
te betalen. Men wil je toch gewoon doen geloven dat het niet om
€50,- gaat?
Bij de aanschaf van bijvoorbeld een Renault Clio krijd je de
prijslijst met prijzen van €12.990,- tot en met
€20.990. Je betaalt dan niet meer dan €12.000,-,
eventueel €12.900,-. Via Internetbankieren gaat dat prima.
BEROUW EN ZELFBEPERKING
solzjenitsyn,zelfbeperking,berouw,soberheid,ethiek,moraliteit,crisis, economie,
Petra vd Geest reageerde op mijn blog over ‘Topsalarissen kan je niet opmaken’ met: “Er zijn ook tegenbewegingen. Net als lang geleden de Franciscanen zijn er ook nu mensen en groepen die de soberheid als deugd betrachten. Aan die mensen zouden we meer aandacht moeten besteden’.
Ik legde meteen het verband met een belangwekkend essay uit de jaren ’70 van Alexander Solzjenitsyn. In november 1973 schreef hij ‘Berouw en zelfbeperking als categorieën van het nationale leven’. Vanwege de actualiteit van de inhoud ervan en aangezet door de bijdrage van Petra vd Geest geef ik hieronder een aantal essenties weer uit dit essay.
Solzjenitsyn stelt dat bij bestudering van maatschappelijke verschijnselen aan de categorieën van het individuele psychische leven en van de individuele ethiek niet te ontkomen valt. Hij neemt het berouw en zelfbeperking in dit verband onder de loep.
Over het berouw
De gave van het berouw, die wellicht de mens het meest van al onderscheid van de dierenwereld, is volgens Solzjenitsyn door de huidige mens het grondigst van al verloren. ‘Wij zijn ons en bloc voor dat gevoel gaan schamen en steeds minder is op aarde de uitwerking ervan op het maatschappelijke leven te bespeuren. Het berouw is door onze hele verstokte en jachtige tijd verloren’.
Herkenbaar? Ik ga even door met zijn betoog na een dergelijke krachtige binnenkomer.
Hij gaat verder: ‘Wij gaan echter uit van een ontwijfelbare zekerheid, naar het ons voorkomt, dat zowel het berouw als de zelfbeperking op het punt staan in de persoonlijke en maatschappelijke sfeer terug te keren. Er is al een plaatsje in de tegenwoordige mensheid voor ze ingeruimd. En daarom is de tijd nu aangebroken om ook op algemeen nationaal niveau over die opmars na te denken: het inzicht daarin mag niet achterblijven bij de onvermijdelijke vanzelf voortschrijdende activiteiten van de staat’.
Solzjenitsyn constateert al in 1973 dat we de wereld zodanig hebben ontwricht, zo dicht bij de zelfvernietiging hebben gebracht, dat het water ons nu aan de lippen staat en het de hoogste tijd wordt tot inkeer te komen. Niet ter wille van ‘het leven aan gene zijde van het graf’, maar vooral ter wille van het aardse leven, opdat wij het hier op aarde zullen overleven. Hij meent dat wij de angst voor het gevaar van een wereldomvattende atoomoorlog al zijn verleerd. Berekeningen echter van ecologen maken ons duidelijk dat we als ratten in de val zitten. Als we met onze verwoestend-gulzige vooruitgang onze levenswijze niet veranderen, zal bij elke ontwikkelingsvariant dan ook in de 21ste eeuw de mensheid omkomen door uithongering, onvruchtbaarheid en vervuiling van onze planeet. ‘Als we daaraan nog de gloeihitte toevoegen van de internationale en interraciale spanning, zal het niet geforceerd klinken wanneer we zeggen dat wij zonder BEROUW eigenlijk nauwelijks nog bij machte zullen zijn om het er levend af te brengen’.
‘Het berouw is het eerste duimbreed grond onder de voet, vanwaar alléén maar niet naar nieuwe haat, maar naar overeenstemming voorwaarts kan rukken. Slechts bij het berouw kan ook de geestelijke groei beginnen. Van elk afzonderlijk individu. En van elke richting in het maatschappelijk denken’….’Het berouw komt het zuiverst, het tastbaarst van al tot uitdrukking in haar daden. In haar uiteindelijke daden’….’Dat doet pijn en er zonder zou het ook niet de zedelijke waarde hebben die het heeft’…..’Wie als eerste – vroeger dan de anderen en vollediger – aan zijn berouw begint, moet erop bedacht zijn dat onder het mom van boetvaardigheid ook voordeelzoekers op hem af zullen vliegen om hem de lever uit te pikken. En toch is er geen uitweg behalve dan het berouw’….’Misschien zal blijken dat wij al niet meer in staat zijn tot die vurig gewenste weg van het zoeken naar en het erkennen van onze fouten, zonden en misdaden. Maar dan zal het ook onmogelijk zijn om een zedelijke uitweg uit ons echec te ontdekken. En elke andere uitweg is geen uitweg. Alleen maar een tijdelijk gemeenschappelijk zelfbedrog’…. ‘Berouw is voor iederéén altijd moeilijk, niet alleen door de drempel van de eigenliefde, maar ook doordat eigen fouten altijd moeilijker te zien zijn.’…’Berouw veronderstelt ook de mogelijkheid van vergiffenis van de zijde van de verongelijkte partij. Maar men kan geen vergiffenis verwachten wanneer men niet eerst bij zichzelf de bereidheid tot vergiffenis heeft aangekweekt. De weg van het wederzijdse berouw is tevens de weg van de wederzijdse vergiffenis’…’Want wie draagt er schuld? Schuld dragen wij allen’.
ZELBEPERKING
‘Na het berouw’, vervolgt Solzjenitsyn zijn betoog, ‘en wanneer men afziet van geweld, treedt als meest logische principe naar voren DE ZELFBEPERKING’.
‘Wij zijn er meteen voor te vinden anderen te beperken, daarin bestaat het hele doen en laten van alle politici; maar vandaag de dag zullen ze ieder die een partij of een staat voorstelt zichzelf te beperken, hartelijk uitlachen: zichzelf te beperken zonder een dwingende kracht van buiten, zuiver uit ethische roeping. Wij letten gespannen, oh, loeren op een mogelijkheid om de buitensporige inhaligheid van een ander in te tomen, maar van gevallen waarin men afziet van eigen buitensporige inhaligheid, hoort men niet.’….
Dat de gedachte van de maatschappelijke zelfbeperking niet nieuw is, toont Solzjenitsyn onder meer aan met een citaat van ene Goloebov uit een artikel in het tijdschrift ‘Iestina’ (1867) van ‘zulke consequente christenen als de Russische oud-gelovigen’:
‘Door zijn immorele gretigheid stelt het volk zich bloot aan kommer en leed. Niet wat door middel van opstanden en ontneming bereikt wordt, is een waar goed. Dat is veeleer het wanbedrijf van een verdorven geweten; maar wat bereikt wordt DOOR VOORUITZIENDE ZELFBEKNOTTING, dat is een waar en beklijvend goed’. ….’Zonder de zelfbeknotting bestaat er geen ware menselijke vrijheid’.
Solzjenitsyn stelt vast dat na het westerse ideaal van de onbeperkte vrijheid en de marxistische opvatting van de vrijheid als een welbewust aanvaard onvermijdelijk lot een waarlijk christelijke definitie van vrijheid is:
‘Vrijheid is ZELFBEKNOTTING! Zelfbeknotting ter wille van de anderen!’ .....’Een dergelijk principe zet ons op een volslagen ander spoor. Op het spoor dat leidt van de buitenwaarts gerichte naar de binnenwaarts gerichte ontwikkeling en verdiept daardoor ons geestelijk leven’.
Dit zal volgens hem een grote zwenking van de mensheid betekenen, te vergelijken met de zwenking van de Middeleeuwen naar de Renaissance: ‘Niet alleen de gerichtheid van de belangen en activiteiten van de mensen zal dan veranderen, maar ook de hele aard van het menselijk wezen (van geestelijke verbrokkeldheid naar geestelijke concentratie), en nog meer: de aard van de menselijke gemeenschappen’…..’Maar ook in de materiële sfeer zal een dergelijke zwenking zich duidelijk doen gevoelen. De mens hoeft zich dan niet uit te sloven, dorstend naar steeds meer loon en buit, maar zal zuinig, verstandig, zonder gejakker dàt besteden wat hij tot zijn beschikking heeft’…..’Niet gemakkelijk zal een dergelijke zwenking zijn voor de westerse vrije economie. Het zal een revolutionaire afbraak worden, een volledige herstructurering van alle voorzieningen en oogmerken; van de onafgebroken vooruitgang moet men dan overgaan tot een stabiele economie die geen enkele groei vertoont ten aanzien van grondgebied, omvang en tempo (alleen maar ten aanzien van de technologie en dan nog zal bij het uitziften van de successen daarvan flink beknibbeld worden).
Dat betekent afzien van:
- De aanstekelijke drang tot expansie naar buiten;
- Van de rusteloze jacht naar steeds weer nieuwe grondstoffen- en afzetmarkten;
- Van de aanwas van productieterreinen en productieaantallen;
- Van die hele waanzinnige wedloop om vette winsten, van reclame en veranderingen.
Solzjenitsyn constateert dat een stimulans tot zelfbeperking er in de ‘bourgeois’-economie nog nooit heeft bestaan. ‘Maar hoe gemakkelijk en hoe lang al had men die kunnen formuleren, uitgaande van ethische overwegingen! De uitgangspunten – de begrippen ‘particulier bezit’ en ‘particulier economisch initiatief’ – zijn de mens van nature eigen en ze zijn nodig voor zijn persoonlijke vrijheid en zijn normale welzijn. Ze zouden een weldaad zijn voor de gemeenschap als…ja, als de dragers van die begrippen al meteen bij de eerste drempel van die ontwikkeling tot zelfbeperking waren overgegaan en de afmetingen en de druk van hun bezit en eigenbaat niet hadden laten uitgroeien tot een maatschappelijk kwaad dat zoveel gerechtvaardigde toorn teweeg heeft gebracht, niet hadden getracht de autoriteiten te kopen, de pers aan hun wil te onderwerpen. Dat het hele socialisme tot ontwikkeling is gekomen, is júist een reactie geweest op de schaamteloosheid van dat onbeperkte winstbejag’.
Kijken we heden ten dage naar de actualiteit, zijn er dan geluiden waar te nemen in de publieke opinie, bij politici, wetenschappers, journalisten, commentatoren en anderen die ook maar enigszins lijken op deze belangwekkende oproep van Solzjenitsyn? Boosheid heeft de overhand en de roep om verdergaande overheidsregulering. Daarvan moeten we het ernstigste vrezen. De morele oproep tot ZELFBEPERKING met in de daad omgezette voorbeelden daarvan van prominente en andere landgenoten kan misschien een voorzichtige ommekeer teweeg brengen. Wie pakt de handschoen op?
TOPSALARISSEN KAN JE NIET OPMAKEN
pauw & witteman,buitenhof,gerrit zalm,cees maas,dirk scheringa,topsalarissen,bonussen,annemarie van gaal,peter van ingen,ing bank,
Annemarie van Gaal bij Pauw en Witteman
Annemarie van Gaal, bekend als succesvol mediaondernemer en vooral geïnteresseerd in investeringen in media, productie, retail en mensen, presenteerde gisteren bij Pauw en Witteman haar boek ‘Succes, adviezen voor een financieel onbezorgd leven’. Ze vertelt onder andere dat ze mensen helpt om hun financiën weer op orde te krijgen en geeft daartoe in het boekje allerlei tips, waaronder het bijhouden van een kasboekje. Vraagt Pauw:’Vanaf wanneer had je voor jezelf je kasboekje niet meer nodig?’. ‘In 1998 wist ik wel dat het niet opging’, antwoordt Annemarie. En Jeroen Pauw herhaalt wat lacherig: ‘Je krijgt het gewoon niet meer op eigenlijk’. ‘Daar zou ik echt moeite voor moeten doen, ja’. ‘Heb je zoveel geld dat je echt moeite moet doen om het op te maken?’ ‘Het is een ontzettend comfortabel gevoel, maar geld is niet iets machtigs. Geld is niet iets om naar op te kijken of zo. Geld is een gedachte en niet meer dan dat’.
Dat mag misschien voor Annemarie van Gaal gelden als je het niet meer kan opmaken, maar als je portemonnee vrijwel leeg is, dan heb je aan een dergelijke uitspraak niet veel.
Je kunt het niet opmaken: Cees Maas in Buitenhof
Of geld slechts een gedachte is en niet meer dan dat, laat ik hier verder maar even in het midden. Interessanter vind ik de vraag van Jeroen Pauw: ‘Heb je zoveel geld dat je echt moeite moet doen om het op te maken?’
Die vraag heb ik een tv-journalist eerder horen stellen. Het was Peter van Ingen in Buitenhof op 29 april 2007. Hij interviewde toen scheidend financieel directeur Cees Maas van de ING.
Het gesprek verliep ongeveer als volgt:
Van Ingen: ‘Zullen we het even hebben over de beloning en de bonussen?’
Maas: ‘Ja vooruit, het moet’. (Met een toon die boekdelen spreekt, want hij kan er niet onderuit vanwege de maatschappelijke commotie op dat moment).
Van Ingen: ‘Kunt u zich de commotie in de samenleving voorstellen over belonen?’. En hij noemt de €260.000,- die Wim Kok krijgt voor zijn ING-commissariaat en de €2.600.000, het salaris van Maas zelf.
Maas: ‘Ja, ik kan mij voorstellen dat de meeste mensen bij die salarissen geen enkel beeld hebben.
Van Ingen: ‘U wel?’
Maas: ‘Ja, ik wel. Ik krijg het’… en… ‘Je weet dat je het krijgt’.
Van Ingen: ‘Wat doe je dan daarmee? U zei indertijd al als ambtenaar dat u het niet op kon krijgen’.
Maas: ‘Nee, nu ook niet’.
Van Ingen: ‘Dat is toch interessant. Wat gaat er dan gebeuren? Ik kan er geen beeld bij krijgen als je het ook niet opkrijgt. Waarom dan zoveel?’
Dat kan Maas wel gemakkelijk uitleggen. Kortweg gezegd: als de ING diens bestuurders niet een topsalaris zou bieden, dan zou de top van de onderneming in de wereld worden gemarginaliseerd. Dan zou het volgens hem absoluut mis gaan met het ING-bestuur.
Maas: ‘Daarom kunnen wij ook niet tegen iemand in Amerika zeggen dat hij maar bij ons hier in Nederland in de Raad van Bestuur moet komen, waar hij veel harder moet werken dan daar, terwijl hij er veel minder voor betaald krijgt. Je wilt kwalitatief de beste mensen hebben en moet daar dan volgens de markt voor betalen. Nou is de markt in Nederland, zijn de salarissen van die 2 à 3 miljoen hier op zichzelf vrij laag. In Amerika zijn er heel veel mensen die veel meer verdienen daar’.
Jammer genoeg liet Van Ingen het daar bij zitten. Het leek er even op dat hij met zijn vraag ‘Waarom dan zoveel?’ de zakelijke ethiek van de topsalarissen of de persoonlijke moraliteit van topbestuurders wilde aankaarten. Maas voelde dit blijkbaar onmiddellijk aan, zag zijn kans schoon en kon dit gevaar afwenden door het gangbare marktverhaal af te steken. Dat komt er bij even doordenken op neer dat de talenten en ervaring van een topbestuurder in wezen niets anders zijn dan koopwaar. Althans zo worden beschouwd en behandeld. De beste koopwaar kost nu eenmaal veel geld. Dat hij zich daar zelf ook toe rekent, werd door Van Ingen niet gesignaleerd.
Mahatma Ghandi en Gerrit Zalm
‘De wereld biedt genoeg voor ieders behoefte. Maar niet voor ieders hebzucht’.
Deze morele uitspraak van Gandhi lijkt ook op Gerrit Zalm van toepassing, ook al zal hij zichzelf niet als hebzuchtig willen betitelen. Daarin zal hij zichzelf niet herkennen. Althans, dat zal hij niet willen toegeven. Wie wel?
Zijn relatief buitensporige beloning (anderen zoals Cees Maas met zijn indertijd 2,6 miljoen spreken over een relatief mager inkomen van €750.000, - met aanvullende bonus) raakt een ethisch-moreel vraagstuk. Hoe de totstandkoming ervan ook is gelopen en vanuit welke overwegingen, Zalm en Maas hadden het niet hoeven accepteren. Zij hadden het zelfs vrijwillig naar beneden kunnen laten bijstellen. De huidige zakelijke ethiek heeft echter met een topsalaris salaris geen moeite (van daaruit gezien had het salaris van Zalm ook nog aanzienlijk hoger kunnen zijn). Hun persoonlijke moraliteit ligt er ook niet wakker van.
Laten we er daarom iets preciezer naar kijken (wat helaas Peter van Ingen in zijn interview met Cees Maas in Buitenhof als kans liet liggen).
Het inkomen van Zalm (en van alle topbestuurders die het niet
kunnen opmaken) bestaat uit drie gedeelten:
• Het deel dat hun ‘materiële en immateriële
behoeften’ en die van hun thuissituatie dekt (zie
bijvoorbeeld de piramide van Maslow met de
behoeftenniveaus);
• Het deel dat opgaat aan de leuke en luxe dingen (dat noem
ik hier ‘het begeertedeel’);
• Het deel dat resteert, want het is dus volgens hen niet
mogelijk het allemaal op te maken.
Wisten Wouter Bos en Gerrit Zalm dit dan niet van te voren? Is
hun bewustzijn voor een juist salaris teveel vertroebeld door de
oppervlakkige discussie die er over topinkomens wordt gevoerd?
Denken ze met dit ten opzichte van collega-bankbestuurders in
binnen- en buitenland relatief lage inkomen ethisch-moreel weg te
kunnen komen als de eerste stormen weer wat zijn geluwd? (Dat
zijn ze echter nog steeds niet en ze zwellen weer aan nu de rol
van Zalm bij de DSB onder vuur is komen te liggen).
De grens tussen behoeften en begeerten is niet eenvoudig te
trekken. Die lijkt voor een ieder individueel te verschillen. We
mogen daar in het eigen leven mee worstelen.
Bevredigde behoeften leiden over het algemeen tot tevredenheid:
de dorst is gelest, de honger gestild, de kleding aangetrokken,
het onderdak geregeld enzovoort.
Beantwoorden aan begeerten doet dat vaak niet; ze roepen na
schijnbevrediging om herhaling dan wel om meer. Vooral als het
tot verslaving leidt. Het bezitten van één auto kan voorzien in
de behoefte je vrij te kunnen verplaatsen. Elke dag in een andere
kleur Ferrari willen rijden heeft met een gezonde
behoeftenbevrediging echter niets meer te maken.
Wat nu te doen met wat over is en niet op te maken? Dit is een
morele keuzekwestie. Alternatieven kunnen zijn:
• Zalm en Maas kunnen het voor henzelf oppotten in een oude
sok of proberen er nog meer van te maken door middel van rente op
obligaties, dividend op aandelen en dergelijke;
• Zij kunnen het laten staan voor hun kinderen opdat die het
te zijner tijd kunnen erven;
• Zij kunnen besluiten er iets goeds mee te doen voor de
samenleving. (Zoals Dirk Scheringa ook beweerde met zijn museum
en sportsponsoring).
Het is een verschuivende reeks van er niks mee doen, het
hebzuchtig verder najagen van de eigen begeerten, via de
‘erfschenking’ naar onbaatzuchtigheid. Alle zijn
morele keuzen. Wat zou nu moreel goed zijn om te doen? Is dat een
louter persoonlijke zaak of kan er iets meer over worden
gezegd?
Hier ligt een verantwoordelijkheid voor de beslissers in Raden
van Bestuur en in het geval van Zalm, Wouter Bos als Minister van
Financiën. Zij zijn degenen die de beslissingen hebben genomen om
aan topbestuurders als Cees Maas, Gerrit Zalm en vele anderen het
hoge salaris en de hoge bonussen toe te kennen.
Waarom vertrouwen zij deze morele keuzen eigenlijk zo maar aan hen toe? Hebben zij op het gebied van de filantropie dan al naam gemaakt?
Een hinderpaal bij deze vragen is het feit dat de beslissers van
eenzelfde snit zijn als degenen aan wie zij de hoge salarissen
toebedelen.
Velen spreken er schande van en roepen om overheidsingrijpen,
bijvoorbeeld via kunstgrepen als ‘x-maal de
Balkenende-norm’. Slimheid ziet evenwel kans een dergelijke
norm te omzeilen. Misschien is het interessanter om na te denken
over de volgende parafrasering in dit verband:
‘Wat Gij wilt dat een ander doet, Ge eerst zelf ontwikkelen moet’ (Dr. A.H. Bos).
ONZE WEEKDAGEN EN DE ZEVEN 'OUDE' PLANETEN
oude planeten,zon,maan,mars,mercurius,jupiter,venus,saturnus,freya,donar,tiis,
Ik vind het elke keer weer interessant om te zien hoe in de namen van de weekdagen de zeven 'oude' planeten in de verschillende talen zijn terug te vinden.
Voor de ZON is dat eenvouding: zondag, Sonntag, Sunday. Hoewel 'dimanche' wat lastiger is. Die naam is ontstaan uit het Latijnse (dies) Dominica (zondag, de "Dag des Heren").
Voor de MAAN: maandag, Montag, Monday, lundi in het Frans, luna in Italiaans en Spaans; moandei in het Fries;
De dinsdag (mardi in het Frans, martedi in het Italiaans, martes in het Spaans) is de MARSdag. In het Fries Tiisdei (afgeleid van Tiwaz). Tiwaz (ook wel Teiwaz, Fries Tiis, Oudengels Tiw) is de god van de oorlog in het Germaanse godenrijk. Tiwaz wordt vereenzelvigd met Týr uit de Noordse mythologie. Tiwaz was rond het begin van onze jaartelling de hemelgod en de oppergod in de Germaanse mythologie, vergelijkbaar met Zeus in de Griekse mythologie. In het Engels Tuesday.
De woensdag (Wednesday, woansdei in het Fries) komt van de Germaanse god Wodan. In het Frans mercredi (MERCURIUS), miércoles in het Spaans, mercoledì in het Italiaans. Wodan wordt zowel door de Romeinen als in middeleeuwse bronnen aangeduid als Mercurius.
De donderdag, Donnerstag, wijst naar Donar. De naam Donar wordt
verklaard als zijnde ‘de donderaar’. Donar heeft dus
met het natuurverschijnsel de donder te maken. In de Romeinse
geschriften wordt Donar eerst aangeduid als Hercules en later als
JUPITER/Jovis.In het Oudfries wordt de donderdag aangeduid als
thunresdei of thunersdei. Tegenwoordig ''tongersdei'. Donar heet
zowel bij de Friezen als bij de Saksen Thuner. In het Indiculus
Superstitionem, dat in het kloostercodex van Mainz uit de 9e eeuw
zit, komen we Jovis weer tegen. Er staat geschreven dat er
heiligdommen en feesten voor Wodan (Mercurii) en Donar (Jovis)
waren.
In het Italiaans gioverdì, in het Spaans jueves. Het Engelse
Thursday komt van Thor = Donar
Vrijdag, Freitag, friday komt van ‘dag van Freya’, de Germaanse godin van de vruchtbaarheid en de zinnelijkheid. In het Frans vendredi, in het Spaans viernes, in het Italiaans venerdì. Afkomstig van VENUS. De Romeinen in Noord-Europa stelden de Skandinavische Freya of Frigga aan Venus gelijk.
Tenslotte de zaterdag, Saturday verwijst naar SATURNUS. Dies Saturnii. Samstag en samedi komen van 'dag van de sabat.
WINTERTIJD
zomertijd,wintertijd,Midden-Europese tijd,aartsengel Michael,29 september,schutspatroon,Friese volk
De klok is weer een uur achteruitgezet. De wintertijd is begonnen. Volgens een richtlijn van de Europese commissie gebeurt dat jaarlijks in het laatste weekend van oktober. De zomertijd wordt begint dan weer in het laatste weekend van maart.
In 1977 is in ons land het onderscheid tussen zomer- en wintertijd weer ingevoerd. Ik herinner me nog dat ik daar toen aan moest wennen. Ik voelde dat mijn dagritme was verstoord. Ik kreeg het ook niet echt goed op een rijtje hoe dat nu precies ging met dat ene uur voor- of achteruit. Werd de tijd nu in maart een uur vooruit gezet of juist terug? En in oktober hetzelfde liedje. Ik dacht dan ook aan 'melkerstiid'. Hoe zouden de boeren dat doen? Het tijdsverschil gaat toch aan koeien voorbij? Er was in die tijd - en nog wel - gestechel over. Velen zijn er vóór, velen ertegen.
Ik schrijf dit stukje nu om even na 9.00 uur op de maandagmorgen. Is het nu eigenlijk 8.00 uur of 10.00 uur? Het zit er niet automatisch in bij me. Na even puzzelen (de klok is een uur achteruitgezet, dus is het al een uur later) stel ik vast dat het even na 10.00 uur is. Is het nu vroeger licht of later donker? Ik laat de tijd maar gaan zoals die gaat.Het is me te lastig op de vroege morgen.
In mijn geboortejaar 1946 was het nog wat ingewikkelder. De Midden-Europese tijd verschilde één uur en 40 minuten met de werkelijke tijd. Zo kon het gebeuren dat ik twee geboortedata kreeg. Hoe dat kan? Ik werd op 29 september om 23.45 uur in het ziekenhuis in Heerenveen geboren. Het verhaal gaat, dat dat zou hebben betekend dat mijn ouders voor dat éne kwartiertje een gehele opnamedag hadden moeten betalen. Daarbij kwam nog dat mijn vader op de 30ste september jarig was. En zo heb ik ook altijd samen met mijn vader mijn verjaardag gevierd op de 30ste. Toen ik er in mijn 40-er jaren achter kwam dat ik eigenlijk op 29 september was geboren (door de aftrek van dat éne uur en die 40 minuten was dat ondanks een ontkenning van mijn moeder onweerlegbaar), ben ik mijn verjaardag op 29 september gaan vieren. De 29ste hoort immers daadwerkelijk bij me. Mijn vader was inmiddels overleden. Zo heb ik twee verjaardata: een officiële voor de Burgerlijke Stand en een feitelijke.
Volgens de huidige liturgische kalender van de
Rooms-Katholieke Kerk is 29 september de feestdag van de drie
aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël. Volgens de oude Romeinse
kalender was 29 september alleen aan Michaël gewijd. De
aartsengel Michael was in de Middeleeuwen de schutspatroon van
het Friese volk.
OVER GRIMMIGHEID IN ONS LAND EN DE AOW
buitenhof,aow,kabinet balkenende,maurice de hondt,opinie-peiling,democratie,bindend referendum,kloof,Remieg Aerts
Remieg Aerts is sinds 2003 hoogleraar politieke geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In Buitenhof van vandaag sprak hij – als ware hij politicoloog – over de noodzakelijke afstand die er zou moeten zijn tussen ‘de politiek’ en de burgers. ‘Wij hebben als burgers weliswaar in onze democratie de bevoegdheid ons bestuur te kiezen en in te stellen, maar daarna moet dan ons bestuur beleid gaan vormen en gaan besturen. Daarvoor is afstand en autonomie noodzakelijk, ook in een democratie.’… 'De politiek moet een eigen slagkracht kunnen hebben'…...’Het is een misvatting dat een democratie een identificatie van burgers, kiezers en politiek kan inhouden’. Dat er een kloof zou bestaan tussen burgers en politiek (velen vinden die veel te groot) is volgens Aerts een misvatting. De politiek staat juist in menig opzicht veel dichter bij de mensen dan vroeger. Een kloof moet er gewoon ook zijn’.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik mijn eigen oren bijna niet geloofde toen ik dit hoorde.
Laat ik – om de bestaande kloof tussen politiek en burgers te illustreren - het voorbeeld noemen van het AOW-besluit van ons huidige kabinet.
De AOW is een wet die geldt voor wie nog niet de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, ingezetene is of geen ingezetene, doch ‘ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen’. Kortweg gezegd voor vrijwel alle Nederlanders. Een in verhouding tot de gehele Nederlandse bevolking qua aantal minimaal groepje mensen neemt een besluit dat van grote invloed is op vrijwel alle burgers zonder dit aan hen ter instemming voor te leggen. Ik vind dit een grove miskenning van het democratische principe dat ten grondslag ligt aan de inrichting van het bestuur van onze samenleving.
Juist een thema als wijziging van de AOW zou in een bindend referendum aan de burgers moeten worden voorgelegd.
Inmiddels geeft de laatste opiniepeiling van Maurice de Hondt aan dat de huidige coalitie nog maar steunt op 45 zetels in de Tweede Kamer en de anti-krachten in de samenleving organiseren zich. De zogenaamd noodzakelijke kloof tussen politiek en burgers gaat de politiek vroeger of later door eigen toedoen opbreken. De herfst wordt opnieuw weer eens heet in ons land. Het is ook met Friese klompen aan te voelen.
EEN BANK VERKOOPT GEEN ‘PRODUCTEN’
DSB,dienstverlening,producten,banken,bankencrisis,bankensector,professionele organisaties,organisaties
Als de DSB niet de transformatie weet te bewerkstelligen van verkopende bank naar dienstverlenende bank dan zal ze het zeker niet redden, ondanks eventuele overname door een Amerikaanse ‘speler’. Deze stelling zal ik hieronder toelichten.
In een boekje ‘Maatschappijstructuren in beweging’1973 laat de auteur van het artikel ‘Driegeleding in het meso-sociale’ dr. A.H. Bos zien dat er drie wezenlijk verschillende organisatietypen zijn, die hun eigen aard hebben door hun verwantschap met één van de drie grote maatschappelijke subsystemen, het geestelijk-culturele leven, het rechtsleven en het economisch leven.
Die drie organisatietypen noemt hij productenorganisaties, dienstverlenende organisaties en professionele organisaties.
Professionele organisaties zijn volgens hem samenwerkingsverbanden van deskundigen (vaak ook éénmansbedrijven, zoals vele huidige ZZP-ers – FW). Zij stammen uit het vrije beroep. We kennen ze als notariskantoren, architectenbureaus, organisatieadviesbureaus, artsen, advocaten, etc. Zij leveren een ‘idee’ in de vorm van een advies, een ontwerp, een oplossing of een therapie. In zijn zuiverste vorm gaat het om een creatieve, unieke prestatie die in een directe relatie tussen klant en professional ontstaat.
Dienstverlenende organisaties herkennen we in banken, ziekenhuizen, verzekeringsbedrijven, gemeentelijke organisaties, de horeca en dergelijke. Ze onderscheiden zich door het ‘produceren’ van processen, een procedure met eindeloze mogelijkheden tot herhaling zoals betalingshandelingen, verstrekken van rijbewijzen of vergunningen, eetprocessen volgend de menukaart etc.
Productenorganisaties maken materiële producten. Deze verlaten de organisatie in fysieke zin en vervolgen in de ruimte buiten de organisatie een eigen weg tot ze uiteindelijk in de consumptie vroeger of later worden vernietigd. In principe biedt een productenorganisatie een klant geen idee of advies aan, ook in primaire zin geen dienstverlening (hoewel service daarin een groot goed kan zijn), maar een concreet fysiek aanraakbaar materieel product, een waar.
Dat kunnen allerlei over het algemeen roerende goederen zijn, zoals voedingsmiddelen, vervoersmiddelen, kleding, meubilair etc.
De DSB is ooit begonnen als dienstverlenende organisatie. Ik citeer van de website:
‘De activiteiten van DSB Bank vinden hun oorsprong in het in 1975 door Dirk Scheringa opgerichte Buro Frisia, een belastingadvieskantoor in Opmeer. Stap voor stap heeft het bedrijf zich vervolgens gespecialiseerd in de bemiddeling van consumptief krediet'. Waarschijnlijk heeft zich in die overstap naar bemiddeling de dramatische overgang voorgedaan van dienstverlening naar verkoop. De grote vergissing om producten te gaan verkopen die eigenlijk geen producten waren.
Die overgang heeft in vrijwel het gehele bankwezen plaats gegrepen. Ik denk dat daarin de diepere betekenis schuilt van de huidige crisis in de financiële wereld. Terugkeer naar daadwerkelijke dienstverlening als wezenskenmerk van het bankwezen is noodzaak. Dat dit ‘saai bankieren’ wordt genoemd vind ik beledigend en aanmatigend.
PSYCHOLOGISCHE PRIJZEN: MISLEIDING EN BEDROG
Psychologische prijzen, misleiding, HEMA, Bosatlas voor Fryslân
Je treft ze overal aan: in supermarkten, de benzineverkoop, in de autobranche, huizenhandel, restaurants en ga zo maar door. Prijzen eindigend op .9, .99, .95 .990, .900 en andere varianten. Alle bedoeld om een product goedkoper te laten lijken dan het in feite is.
Een prijs van € 49,99 met de 49 heel groot en de .99 heel klein suggereert dat je er maar € 49,- voor hoeft te betalen.
Ik noem dit misleiding en bedrog omdat het hierbij nooit om de juiste prijs gaat. (wat 'de juiste prijs' voor een product dan zou moeten zijn, is een ander vraagstuk; daar kunnen we onze tanden nog op stuk bijten). Psychologische prijzen zijn in mijn ogen altijd leugenachtig. Ik vind dat men zich er zo langzamerhand voor zou moeten schamen. Het is te kinderachtig voor woorden dat dergelijke prijzen in deze tijd nog steeds worden gehanteerd. In de VS is het al helemaal erg. Je hoeft je autoradio maar aan te hebben en de ninety-nines vliegen je om de oren. Om horendol van te worden.
Vele consumenten trappen er nog steeds in. Daarom worden dergelijke prijzen ook gehandhaafd. Ooit is er eens onderzocht dat er een omzetvoordeel mee te behalen is van enkele procenten. Middenstanders ontkomen er tegenwoordig ook niet aan uit angst voor omzetverlies.
'Waar maak je je druk om', is wel de reactie als ik het eens aan de orde stel. 'Als je immers je tank vult, merk je toch niks van die paar eurocenten?'. Maar daar gaat het me niet om. Het is de mentaliteit die eruit spreekt. Een mentaliteit van egoïsme, bedriegen, verleiden en misleiden, niet die van open en eerlijke informatieverstrekking en dienstverlening.
Een paar dagen geleden viel een mooi gedrukte folder in mijn bus van Wever Van Wijnen verzendboekhandel in Franeker over de eerste BOSATLAS voor Fryslân met voorop heftige 'aanprijzingen':
'Dé primeur voor Fryslan'.
'Een spectaculaire ontdekkingsreis door de provincie Fryslân'.
'De allergrootste en allermooiste atlas van het hedendaagse Friesland'.
'Het mooiste kado voor Fryslân'.
Bestel deze Bosatlas van Fryslân nu tijdelijk met € 20,- KORTING bij Wever en Van Wijnen.
Deze € 20,- korting tref je vele malen, ook groot gezet om daarmee vooral de aandacht te trekken, in de folder aan als je op zoek gaat naar de verkoopprijs. Ondertussen de interessante afbeeldingen bekijkend en de tekst lezend (absoluut mooi en boeiend!) verwachtte ik dat die wel zou meevallen. Dat effect wordt tussen de regels door opgewekt. Uiteindelijk na enig zoeken vond ik de verkoopprijs wat verscholen achterop de folder in kleine wit gezette letters in een zwarte achtegrond. Onder nog een keer en nu in goud gedrukt: Korting van € 20,-. En de verkoopprijs is? Geen € 119,95 maar €99,95. 'U kunt dit bedrag desgewenst betalen in twee termijnen van vijftig euro'.
De HEMA is één van de weinige aanbieders met zogenaamde 'ronde' prijzen in de folder. Geen schreeuwerige, misleidende psychologische prijzen met groot gezet de euro-cijfers en achter de komma in het klein de .99.
We leven in een tijd van crisissen: een milieucrisis, na 9/11 een veilgheidscrisis, een financiële crisis. Ik denk dat het vooral om een vertrouwenscrisis gaat, misschien nog sterker een morele crisis. Aan ook relatief kleine zaken als psychologische prijzen kan je dat aflezen.


