mode
milou van rossum over ontwikkelingen op de catwalk & meer
VKBlog Headerimage

 

Precies een week eerder was ze  het middelpunt in de najaarsshow van Viktor & Rolf, waar ze, net als Maggie Rizer elf haar voor haar, laag over laag kleding kreeg aangetrokken. En afgelopen zaterdag was ze in Amsterdam, voor de opening van een aan haar gewijde tentoonstelling bij galerie Reflex. Er hangen foto’s die haar man Miles Aldridge heeft gemaakt, en tekeningen en schilderijen van Chantal Joffe.

In de jaren negentig was de Amerikaanse Kristen Mc Menamy, met haar magere lichaam en opvallende gezicht, een wereldberoemd model. Ze was het gezicht van Versace, maar poseerde ook naakt, vol blauwe plekken, met de naam Versace met lipstick op haar lichaam geschreven. Inmiddels is ze 46 jaar, moeder van vier kinderen, en weer volop aan het werk. Afgelopen najaar was ze het gezicht van Lanvin, in het nieuwe nummer modeblad Love is ze pagina’s lang naakt te zien. Wat ik niet zag op de foto’s en in de show is dat haar lange haar helemaal grijs is. Stoer. 

 

De Amerikaanse Vogue wijdt in het maartnummer een artikel aan de het succes van Nederlandse modellen. In bijna iedere belangrijke modeshow lopen tegenwoordig minstens een paar Nederlanders mee, onder wie Lara Stone, Patricia van der Vliet, Anna de Rijk, Kim Noorda en Mirte Maas.

Of zoals Vogue zegt: At this moment, the face of beauty is Dutch.

En waarom? ‘De modellen zijn net wat langer en atletischer, en net een een beetje meer 17e-eeuws Nederlands.’ Omdat dat laatste te onderstrepen is er een foto van Lara Stone, met haar hoofd en hals omwikkeld met wit kaasdoek. ‘Knijp je ogen dicht en kijk of de foto niet een beetje lijkt op iets van Pieter de Hooch of Rembrandt van Rijn of wie dan ook van de 17e-eeuwse Nederlandse schilders.’

Stone (haar achternaam komt van haar Engelse vader) doet zelf ook haar best om het gezellige Oudhollandse beeld in stand te houden. ‘Over het algemeen fietsen wij Nederlanders overal naar toe, en zijn we veel buiten, dus onze wangen zijn rood,' zegt ze in het stuk. 'En we eten gezond, met ons simpele brood en onze aardappelen en onze kaas. We zijn gezonde  mensen.’

 

 

Parijs (slot)

vrijdag 12 maart 2010 21:42

Volwassen, elegante collecties, vol goede, draagbare pakken, winterjassen, jurken - daar draaide het bij de meeste modehuizen om, tijdens de Parijse modeweek voor najaar 2010; de sexy  rockchickmode en lingerie van de afgelopen seizoenen waren zo goed als  verdwenen.

 

 

Erg goede jassen en pakken, met broeken met een rechte, wijde pijp, waren te zien bij Maison Martin Margiela.

Het huis gaf, sinds het vertrek van de naamgever, twee shows die zo teleurstellend waren, dat er bij de presentatie voor najaar 2010 stoelen leeg bleven. Maar het modehuis, waarvan de collecties nu worden ontworpen door een anoniem designteam, revancheerde zich met een geslaagde collectie. Het Maison kwam met een heel nieuwe mouwvorm: de mouwen hadden liepen naar de achterkant uit in een platte, ronde vorm. Opmerkelijk waren de halve broeken, met alleen aan de voorkant stof, en ver uitstaande taillebanden. Accessoires hadden de vorm van uitvergrote mannensieraden: een zegelring werd een armband, een metalen horlogeband een riem.

 

 

Nu Sonia Rykiels vrolijke strepen voor een habbekrats bij H&M hebben gelegen, was het te verwachten dat ze geen grote rol  zouden spelen in haar nieuwe collectie. Drie gestreepte sets waren te zien, ergens midden in de show, die opende met een oversized mannenpak. Jasjes waren er te over in de sober gekleurde collectie. Soms waren dat echte jasjes, soms geestige trompe l’oeils: op de voorkant van truien waren soms  delen van een colbertjes waren gestikt.

 

Bij Ann Demeulemeester draait het al twintig jaar om jasjes en broeken. Ook in haar najaarscollectie waren wijde, elegante pantalons te vinden, alsook strak toelopende broeken. Ze werden gedragen met korte jasje, losjes vallende gilets, (rode) leren jasjes, stoere wollen capes, en nonchalante bontjasjes die met een veter in de taille waren vastgemaakt. Kettingen van vele koorden gevlochten leer gaven de outfits een stoer, tribal karakter mee.

 

 

Als er iemand experimenteel uit de hoek kan komen, is het wel de Brit Hussein Chlalayan, die daarom een lieveling is van Nederlandse modecuratoren. Maar zijn show voor najaar 2010 had een opmerkelijk praktische inslag. Al waren de kleren zelden doorsnee vormgegeven, zo’n beetje alles wat je als dit najaar nodig zou kunnen hebben kwam op de catwalk voorbij.

De show –een verbeelding van een reis door de VS– begon met oversized jassen en colberts en sweaters met capuchons of zilverkleurige stukken op de schouder (New York). Via kuise zwarte jurkjes en rokken(Pennsylvania) ging hij naar het orkanengebied in het zuiden (jurken en blouses met duistere onweerdessins) waarna er zwart leer met vrolijk gekleurde gebreide ruches erop opdook (de grens met Mexico). De kleur van de woestijn kwam terug in camelkleurige poncho’s en jassen, de Amerikaanse zakelijkheid in grijze jurken en een chique broek met wijde pijpen. De schuine sjerpen op sommige jurken herinnerden aan schoonheidswedstrijden, de intrigerende lange jurken waarmee de show eindigde –met een onweerdessin van pailletten of zwart, met een geplooide, uit meerdere lagen bestaande capuchon– waren feestelijk genoeg voor de Oscaruitreiking.

Niet helemaal duidelijk werd of het nou de bedoeling was dat de khaki spijkerbroeken, die door de hele show heen werden gedragen, zo veel leken op de onmodieuze, typisch Amerikaanse mom jeans.

 

Fotografie: Peter Stigter

 

 

The Gentlewoman

vrijdag 12 maart 2010 09:42

De broeierige advertentiecampagnes met piepjonge  meisjes die American Apparel normaal gesproken de wereld instuurt, pasten niet bij de uitstraling van het blad, vond de redactie. En dus maakte het Amerikaanse modemerk voor het eerste nummer van The Gentlewoman een speciale advertentie. Twee vrouwelijke medewerkers  poseren in door henzelf ontworpen overhemden en broeken. 


Het zegt iets over de status die het blad nu al heeft.  The Gentlewoman, dat dinsdag werd gelanceerd in Parijs,  is het nieuwste blad van Top Magazines, de uitgeverij van de Nederlanders Gert Jonkers en Jop van Bennekom. Het publiceert ook  Butt, een kwartaalblad voor homoseksuele mannen (sinds 2001) en het halfjaarlijkse mannenmodeblad Fantastic Man (sinds 2005).  Dat laatste heeft een oplage van 72.000 exemplaren. 


The Gentlewoman  is het vrouwelijke antwoord op Fantastic Man.  Hoofdredacteur is de Schotse Penny Martin (37), ook professor of fashion photography aan het Londen College of Fashion, en voorheen verbonden was aan de Britse modesite Showstudio.com. 


Martin ontmoette Jop van Bennekom toen ze allebei les gaven aan het Saint Martins College of Art in Londen. ‘Fantastic Man was eigenlijk het enige modeblad dat ik las,’ zegt ze. ‘Ik had het gevoel dat er geen enkel vrouwenblad was voor mij. In de jaren tachtig werd je door modebladen nog  aangesproken als iemand met een opleiding, en met nog andere interesses dan mode. Nu gaan ze alleen maar over consumeren.’


Net als Fantastic Man is The Gentlewoman smaakvol, rustig en zeer precies  vormgegeven, met opmerkelijk veel zwart-wit fotografie. Het wijkt niet alleen af van de met cosmetica, celebrity's en verhalende modereportages overladen commerciële modebladen voor vrouwen, het is ook ingetogener dan vooruitstrevender  titels als Love en Purple, die vaak naakte supermodellen en anderszins erotisch getinte modefotografie brengen.


De mode is in The Gentlewoman  eigenzinnig, meestal droog gefotografeerd: korte broeken worden gedragen door twee modellen, een met lange benen en een met korte, van wie de gezichten niet te zien zijn. Een Belgische kunstenares zit op houten stoelen in sobere rokken  en blouses, kledingstukken zijn ze neergelegd  dat ze op gevouwen papier lijken.

 

Het dichtst in de buurt van gangbare modefotografie komt de de reportage met een jong model dat in body's en andere  lingerie poseert in een sportschool. Martin: ‘Het gaat ons niet zozeer om trends, maar om de kleren zelf, om details.’ 

 

Waarin The Gentlewoman vooral verschilt van andere vrouwenmodebladen is de grote hoeveelheid tekst, die compromisloos wordt gebracht; tekstpagina's worden nergens doorbroken door beeld. 


Er zijn vooral interviews met vrouwen die niet uit de mode komen – kunstenares  Jenny Holzer (59),  architecte Kazuyo Sejima (53), een 39-jarige Spaanse wijnmaakster – en waarin niet over kleren wordt gesproken. Het coververhaal gaat wel over mode. The Gentlewoman heeft een uitgebreid interview met  Phoebe Philo, de 36-jarige Britse ontwerpster die van het Franse modehuis Chloé een groot commercieel en artistiek succes maakte en die sinds kort creative director is van het eveneens Franse Céline. The Gentlewoman is een van de twee bladen die dit voorjaar een interview met de sterontwerpster kreeg. 


Een eer waarvoor lijkt te worden bedankt door de overvloedige aanwezigheid van kleren en accessoires uit de voorjaarscollectie van Céline door het hele nummer heen. 
Maar zo moet je dat niet zien, zegt Penny Martin. ‘De collectie heeft een kwaliteit die zoveel aandacht rechtvaardigt. Modernistisch, precies, minimalistisch. En hij nu al een enorme invloed op de rest van de modewereld. Ik denk dat het nog jaren kan duren voor je weer zo'n belangrijke collectie ziet. 
‘De kleren van Céline zijn zelfs  het uitgangspunt voor het blad geweest. Toen we in oktober de Céline-show voor dit voorjaar hadden gezien, wisten we opeens precies hoe we het wilden aanpakken.’

 

 

Gekleed in tien lagen kleren kwam model Kristen McMenamy, met haar 46 jaar een veteraan, de catwalk van Viktor & Rolf op.

Op een ronddraaiend plateau in het midden bleef ze staan en werd ze vergezeld door de ontwerpers zelf, die haar van kledingstuk na kledingstuk ontdeden en dat aandeden bij een ander, meestal in niet meer dan een body gekleed model, dat vervolgens naar het einde van de catwalk liep. Toen McMemamy alleen nog een huidkleurige body droeg, herhaalde het mechanisme zich in omgekeerde volgorde: ieder aanlopend model gaf haar weer een nieuw kledingstuk, tot ze weer net zo zwaar behangen was als aan het begin van de show.

Met Glamour Factory, zoals de show van Viktor & Rolfs najaarscollectie was gedoopt, wisten de ontwerpers weer de magie in de zaal te krijgen die er vroeger zo vaak was, maar de laatste tijd miste – je maakt in Parijs niet vaak mee dat er al tijdens een show hard wordt geklapt. En dat terwijl het idee niet nieuw was; elf  jaar geleden, bij hun coutureshow voor voorjaar 1999, Russian Doll, kreeg model Maggie Rizer op het podium laag na laag kleding aangetrokken, tot ze letterlijk een matroesjka was.

 

Nieuw was wel dat de kleren multifunctioneel waren. De met bont afgezette tweed cape die de buitenste laag vormde van de stukken waarmee McMenamy opkwam, veranderde, dankzij een paar goed geplaatste ritsen, in een getailleerde jas, een zwart jasje werd binnenstebuiten gedragen, een voering werd een sluik jasje, een strapless avondjurk kon ook als cape, en het dramatische, met stijve ruches bezette slotstuk begon als rok en eindigde, nadat uit de zijnaden extra stof was gehaald, als cape.

Doordat de nadruk van de kleine collectie op jassen en capes lag, paste ie goed in het seizoen. Zelden zag je meer goede buitenkleren als dit seizoen, wat zomaar een gevolg van de strenge winter zou kunnen zijn.

 

 

De show van Comme des Carçons deed eveneens denken aan een eerdere: de legendarische show voor voorjaar 1997, toen ontwerpster Rei Kawakubo in kledingstukken op niet voor de hand liggende plaatsen, zoals de rug, gevulde vormen had aangebracht. Ook nu waren op de jassen en jurken en rokken zulke kussens aangebracht. Ze zaten op heupen en schouders en, in een niervorm, midden op de romp. Soms was de stof ter hoogte van de onderbuik zo geplooid en gevuld dat het aan ingewanden deed denken, een geruit jurkje leek aan de voorkant open te barsten door de druk van een kussen in een ander ruitmotief dat daaronder was geplaatst. Ook dit bleek een idee dat nog weinig aan kracht had verloren; kleren die zo ver weg durven te gaan van gangbare opvattingen over esthetiek en vrouwelijkheid zijn nog altijd een zeldzaamheid.

 

 

Als er een merk is dat staat voor de esthetiek van nu is het Lanvin:

de zorgvuldig gedrapeerde jurken van ontwerper Alber Elbaz zijn prinsessenjurken voor moderne vrouwen. Flatteus, elegant, sierlijk,  dankzij details als onafgewerkte zomen nooit te gewoon of te lief.

Met zijn najaarscollectie sloeg Elbaz  een nieuwe, helderdere, strakkere, stoerdere weg in. Effen jurken van een stevige, zacht glanzende stof die strak om de heupen vielen hadden  aan de bovenkant asymmetrische, architectonische vormen en aan de achterkant metaalkleurige ritsen. Ruime jassen hadden zeer brede, afgezakte of juist opstaande schouders, de sieraden waar Lanvin beroemd om is een Afrikaans, tribal en daarmee ook nieuw karakter.

De kledingstukken deden af en toe een klein beetje denken aan de kleren Maison Martin Margiela van een paar seizoenen geleden, en dat is misschien niet helemaal toevallig; Margiela's voormalige rechterhand werkt sinds kort bij Lanvin.

 

Het grafische karakter van de kleren werd onderstreept door zwarte hooggehakte schoenen met brede banden en zwarte pruiken. De show eindigde met een paar los vallende jasjes en jurken die zo overdadig waren versierd met kralen en veren dat het bijna radicaal werd.

 

Fotografie: Peter Stigter

 

 

Rochas is een in 1925 opgericht modehuis dat begin jaren negentig nieuw leven werd ingeblazen onder creatieve leiding van de Belg Olivier Theyskens. In 2006 werd het gesloten, om in 2009 weer van start te gaan, ditmaal met Marco Zanini, een Zweeds-Italiaanse ontwerper.

Zanini had zich voor zijn najaar collectie  laten inspireren door Cactus Flower, een comedy uit 1969 met Ingrid Bergman en Goldie Hawn. Het haar was flink getoupeerd, de kleren vrij letterlijke afspiegelingen van de mode uit die tijd, maar op een moderne, nonchalante manier gecombineerd. Bijzonder was het kleurgebruik: een felgroen vestje over een hemelsblauw jurkje, een geel koltruitje met een grijsblauw jasje, turkooise rok en wijnrode handschoenen.

 

 

Een ontwerper die nooit te  betrappen is op retro-invloeden is de Amerikaan Rick Owens. Hij is gespecialiseerd in monumentale, gothic mode, waarbij hij veel gebruik maakt leer. Owens’ vindingen zijn de afgelopen jaren door veel andere modehuizen overgenomen, met name de gedrapeerde T-shirts, die eruit zien alsof ze al jaren oud zijn, en zijn motorjacks met grote asymmetrische flappen.  Die jasjes zeer er weer volop, komend najaar, ditmaal zeer strak gesneden. Die werden door modellen met zwarte oogmake-up en woeste haardossen gedragen met gevouwen, asymmetrische rokjes en panty’s met een zigzagmotief. Nieuw waren eveneens asymmetrische mouwloze donsjassen en bontjassen, die deden denken aan omgeslagen dekens.

 

 

Het Belgische duo AF Vandevorst is beroemd om hun stoere, leren laarzen. Die laarzen - ditmaal tot boven de knie, met ter hoogte van die knie een knik in het dikke leer–  werden in de show door vrijwel ieder model gedragen en gecombineerd met jasjes en jassen die eruit zagen alsof ze met drukknopen in elkaar worden gezet, gedrapeerde tops en krijtstreeppakken waar de strepen er met echte krijt op waren gezet. Misschien niet allemaal even heel verrassend of vernieuwend, wel draagbaar en eigen. Of zoals Ramses Shaffy zong aan het einde van de show: ‘Laat me mijn eigen gang maar gaan.’

 

 

Manish Arora is een Indiase ontwerper die in Bombay een bedrijf heeft met een paar honderd man personeel, waaronder een heleboel handwerkers. Dus geborduurd zal er worden, aan de Parijse showstukken (Arora verkoopt vooral uitbundige, sportieve clubmode en, in eigen land, kleren die tegen de tradionele kledij aanleunen). Vrijwel ieder breedgeschouderde- en geheupte jurk uit Arora’s collectie was helemaal bedekt met uitbundig gekleurde pailletten en steentjes, of anderszins geborduurd of versierd. Mode kun je het nauwelijks noemen, maar vrolijk en aanstekelijk is het wel. 

 

Fotografie: Peter Stigter

 

 

Parijs: Dries van Notens perfecte mix

donderdag 4 maart 2010 11:34

Fotografie: Peter Stigter

 

Veel ontwerpers grijpen voor komend najaar terug op de elegantie van de jaren vijftig en vroege jaren zestig. Maar de vraag is natuurlijk: hoe vertaal je die naar het nu, voor vrouwen die gewend zijn aan het gemak en de stoere uitstraling van spijkerbroeken, sweatshirts en mannelijke kleren. Dries van Noten, die gisteren zijn show voor najaar 2010 hield in de prachtige 18e eeuwse zaal in het Parijse stadhuis, had het antwoord. 

 

Van Noten  bracht het klassieke new look-silhouet (ingesnoerde taille, uitstaande klassieke rok met petticoat, tot over de knie), alsook klassieke, rechte jurkjes met driekwart mouwen, maar combineerde die met trenchcoats, legerkleding, mannelijke stukken, een beetje punk, panterprints en hier en daar zilverkleurig Indiaas borduursel. 

 

Het was een perfecte mix tussen de elegantie van toen, die er nu weer zo begerenswaardig uitzier, en de stoerheid waar vrouwen van nu zo dol op zijn.

 

Een camel blazer ging over een sweatshirt en een broek met bondage-details aan de kuit, een krijtstreep mannenpak en klassieke zijden sixties-jurkje hadden mouwen van legergroen katoen, de kraag van een zwarte new look-jurk met trenchcoatdetails zawas versierd met zilverborduursel, een legergroene rok werd gecombineerd met een bodywarmer van bont met een panterdessin en een donkere trenchcoat, een lange rok van paarse zijde met een vaag bloemendessin (een van de weinige bloemendessins in de collectie) werd gedragen met een legerblouse en een groot, mouwloos khaki sweatshirt.

 

 

 

Een samenhangende show vol hebberig makende  stukken, en bovendien een bron van ideeën voor vrouwen die zich geen echte Dries van Noten kunnen veroorloven. 

 

 

Kreeg een modetentoonstelling ooit een minder aanlokkelijke naam mee dan de overzichtstentoonstelling van Alexander van Slobbe? Stof tot nadenken: nogal pretentieus, een beetje flauwe woordspeling en hij voorspelt bovendien weinig feestelijks. Jammer, want Stof tot nadenken is een geslaagde tentoonstelling. Sfeervol, vol bijzondere kledingstukken, en hij maakt veel duidelijk over de manier van werken van Van Slobbe.

 

Van Slobbe (50) is de grondlegger van de manier van werken die in de jaren negentig kenmerkend werd voor Nederlandse modeontwerp: conceptueel en doordacht. In plaats van met zijn kleren te verwijzen naar eerdere modes of bekende stijlen, verkent Van Slobbe de mogelijkheden van die kledingstukken zelf. Niet door ze overvloedig te decoreren (al gebruikt hij de laatste tijd borduursels) maar door de vorm ervan steeds weer aan onderzoek te onderwerpen.

 

Van Slobbe werkte een paar jaar in de confectie voor hij in 1988 zijn vrouwenlabel Ordon  &  Bodil begon. In 1993 kwam daar mannenlabel So by Alexander van Slobbe bij. Dat werd zo’n commercieel succes, vooral in Japan, dat het vrouwenlabel na een paar seizoenen werd gestopt. In 2003 werd So verkocht aan een Japans bedrijf.

 

Sindsdien heeft hij zijn vrouwenlabel nieuw leven ingeblazen, het heet nu Orson + Bodil en staat voor kleren waarin veel handwerk is verwerkt. Ze worden alleen verkocht in de eigen winkel in Amsterdam.

 

Stof tot nadenken opent met een zaal die is ingericht als een juwelierswinkel; op een donkerblauw tapijt staan vitrines in dezelfde kleur, daarin liggen kleren en accessoires die nog niet helemaal af zijn, of waar een aantal voorstadia bij zijn gevoegd, zodat iets onthuld wordt over het ontwerpproces.

 

Van een broche die er uitziet als een gevouwen papiertje liggen de papiertjes die de inspiratie waren, maar ook bijvoorbeeld een versie in koperkleur. Een jurk uit de najaarscollectie 2008, die bestond uit vier, met koord aan elkaar geregen delen, ligt er in stukken, er is een detail van een kasjmier jas die aan de randen is versierd met een haakwerk van repen stof, ‘waardoor de contouren vervagen’.

 

In een donkere zaal hangen aan het plafond poppen in zwarte kleren uit de Archives-collectie, waarvan de originele patronen soms al twintig jaar oud zijn, maar die steeds weer worden aangepast. Op de vloer staan de patroondelen getekend, en is de naam van het kledingstuk geschreven.

 

Er is een lichte ruimte met mannenmode, uitbundiger en jonger dan zijn vrouwenmode, en een die is gewijd aan de samenwerkingen die Van Slobbe de laatste jaren is aangegaan. Hij maakte porseleinen sieraden en een parfumfles met Koninklijke Tichelaar Makkum, ontwikkelde voor Puma een succesvolle retrosportschoen en verwerkte het handgemaakte vilt van Claudy Jongstra tot draagbare kledingstukken.

 

In een grote vierkante box zitten zeven poppen in jurken uit Van Slobbes laatste collectie, die als basis rechthoekige lappen heeft. De jurken die daarvan zijn gemaakt, krijgen door middel van aan de binnenkant bevestigde banden hun uiteindelijke vorm – niet recht en sober, maar sierlijk, gedrapeerd, bijna weelderig.

 

Veel Nederlandse ontwerpers flirten net als Van Slobbe met handwerk, maar bijna niemand weet het zo toe te passen als hij. Het borduurwerk op een van de rechthoekige jurken en het driedimensionaal dessin van met met de hand ingestoken reepjes stof in een korte, zijden trouwjurk grijpen terug op oude couturetechnieken, maar het resultaat heeft niets nostalgisch. Het zijn luxueuze, maar moderne bijdragen aan draagbare, volwassen vrouwenkleren.

 

Van Slobbe is de laatste tijd een beetje op de achtergrond geraakt als modeontwerper. Onterecht, zo laat deze tentoonstelling zien: hij is een van de grote Nederlandse modetalenten.

 

De collectie van Gucci was gebaseerd op de jaren negentig, toen Tom Ford van het ingedutte huis een sensatie maakte, en dus ook op de jaren zeventig, het tijdperk waaruit Ford zijn inspiratie haalde. Maar Frida Giannini’s show voor najaar 2010 was geen imitatie van een Ford-show. De kleren waren ingetogener en rijker.

De in grijs, bruintinten, wit en zwart gehouden collectie was Giannini’s sterkste tot nu toe. Sexy, maar niet plat, luxe, maar niet opzichtig. 

 

 

Versace’s show begon met het geluid van een startende motor en jawel, motorkleren, al een tijdje erg in de mode, waren het thema van de collectie. Wel spannend verwerkt, niet in het geijkte zwart, maar bijzondere kleurcombinaties als bruin en paars. Ook veel jurken, die eruit zagen of iemand er stukken uit had geknipt.

 

 

De nieuwe chic, zo benoemde Armani zijn collectie zelf in zijn persbericht. Dat betekende: korte wikkelrokjes met jasjes, veel fluweel, zeer hoge naadhakken en merkwaardige hoedjes met rafels, die ver over het hoofd waren getrokken. Jurken haddden vaak één schouderband.

 

  

 

Sexy wintersport bij D&G, de tweede lijn van Dolce & Gabbana.

Lingeriestukken van dikke wol, après skilaarzen van bont, gecombineerd langere rokken en blouses van voile.

 

 

Serieuze powerdressing bij Gianfranco Ferré, een modehuis dat te koop staat. De show deed nogal hard aan, ook door de onvriendelijke kapsels en make-up, maar er zaten mooie dingen tussen, zoals het gouden pak op de rechterfoto.

 

Fotografie: Peter Stigter

 

Raf Simons, de hoofdontwerper van modehuis Jil Sander, had zijn najaarscollectie gebaseerd op de film Lara Croft: Tomb Raider alsook op de mantelpakjes die Anna Wintour draagt in de documentaire The September Issue. (Over Anna Wintour was ene hoop te doen, de afgelopen dagen. Op haar verzoek was de modeweek van Milaan teruggebracht naar amper vier dagen, naar verluidt had ze eigenlijk liever nog in drie dagen willen persen. Het schema was daarom erg vol.)

 

De collectie bestond daarom deels uit jumpsuits, vaak kort, en grotendeels uit  serieuze carrièrekleren: jassen, rechte jurken, broekpakken en geruite mantelpakjes. De akelig hoge hakken uit de vorige seizoenen waren vervangen door korte, platte laarsjes, een sportief tegenwicht dat vooral de mantelpakjes goed konden gebruiken.

 

 

Marni had net als Prada had knielange, uitlopende rokken en jaren-vijftig prints, en net als Jil Sander tweedelige pakjes. Maar hier was het effect niet retro of streng, maar vrolijk en modern. De gedessineerde pakjes hadden meestal een bermuda in plaats van een rok, de kleurcombinaties waren even spannend als geslaagd - zalmroze met mosterdgeel, bijvoorbeeld. Over sommige rokken en broeken werd losse, uitstekende heupstukken gedragen, wat net als Prada’s benadrukte boezems een ode aan de echt vrouwelijke vorm leek te zijn.

 

 

Live-streaming is een grote trend in de modewereld. De show van Dolce & Gabbana was zondagmiddag rechtstreeks te volgen voor alle bezitters van een iPhone. In de zaal zelf werden backstage-beelden geprojecteerd, alsook  een gestileerde zwart-witfilm, waarin was te zien hoe de beroemde strak gesneden jasjes van het modehuis worden gemaakt. De collectie draaide om die jasjes, ook hier gedragen met bermuda’s, en de Siciliaanse lingerielook waarmee het huis ooit groot werd.

Toen de tientallen modellen voor de finale opkwamen in perfect passende zwarte jasjes en lingerie, klonk Your song van Elton John en keken vanaf een groot scherm alle medewerkers van het atelier, gekleed in witte stofjassen, ernstig de zaal in. Het had het gewenste effect: menig bezoeker verliet de show met tranen in de ogen. Dat zijn dingen die je maar moeilijk voor elkaar krijgt op een mobiele telefoon of een computerscherm.

 

Fotografie: Peter Stigter

 

 

Prada's vrouwelijke vrouwen

vrijdag 26 februari 2010 12:20

 

 Linksboven: Doutzen Kroes. Rechtsboven: Lara Stone. Fotografie: Peter Stigter

 

Het zat er aan te komen dat de mode uit de vroege jaren zestig terug zou keren.

Voor vrouwen die zich al een paar seizoenen kleden in skinny jeans, leren leggings en stoere colberts, beginnen de supervrouwelijke jurken en rokken die worden gedragen in de serie Mad men er steeds begerenswaardiger uit te zien.

 

Prada was gisteren het eerste modehuis dat die sfeer oppikte. De zaal was versierd met pop-art, er klonk jazz, de modellen hadden hun haar in de grote, ronde knotten die in de jaren zestig populair waren.

 

Maar Prada is niet het soort modehuis dat een thema  heel letterlijk neemt. De elegantie uit de vroege jaren zestig werden gecombineerd met de donkere, typische jaren vijftig-dessins die het huis ook in de jaren negentig veelvuldig gebruikte (waardoor de show ook een verwijzing naar de geschiedenis van Prada zelf werd), beige en zwarte lakstoffen, en er waren vesten, rokken en kniekousen van in kabels gebreide wol.

 

Rokken liepen wijd uit en waren knielang, het accent lag, zeer nadrukkelijk, op de boezem. In jurken en tops waren plooien gezet die de vormen van ouderwetse puntbeha’s nabootsten, andere jurken hadden een cascade van ruches ter hoogte van de borsten.

 

Grote verrassing was ook dat Doutzen Kroes meeliep. Het Nederlandse topmodel doet eigenlijk alleen nog mee aan de show van het Amerikaanse lingerielabel Victoria’s Scret. Met haar atletische, niet-magere lichaam was ze een uitzondering tussen de rest van de meisjes. Zelfs Lara Stone, een eveneens Nederlands model dat geldt als ‘voller’, zag er naast haar erg dun uit (of zou ze zijn afgevallen?)

 

Het zou mooi zijn als de show van Prada niet alleen een terugkeer inluidt van een vrouwelijke mode, maar ook van het vrouwelijke lichaam. Er zijn een heleboel redenen te verzinnen waarom Doutzen Kroes mag opvallen, maar die paar kilo’s meer zouden daar niet bij moeten horen. 

 

De doodskopshawl van McQueen

vrijdag 26 februari 2010 09:46

Gistermiddag, toen Alexander McQueen in Londen werd begraven, was ik even in zijn winkel in Milaan. Het was daar best druk; de winkels schijnen sinds zijn dood heel goed te lopen.

McQueen had van de doodskop zijn handelsmerk gemaakt. Zijn laatste mannenshow had het nog als verbindend thema. Een van McQueens bestsellers was een zijden shawl met schedeldessin (die vervolgens door talloze andere merken is nagemaakt, zo gaat dat in de mode).

Dat hing in de winkel in allerhande kleurcombinaties, en er waren tasjes met schedelsluitinkjes, schoenen met een schedeltje erin verwerkt, en zo nog een aantal dingen. Raar. En wrang. 

Interview Hans Ubbink

zondag 7 februari 2010 21:35

 

 

Hij heeft een bloeiend bedrijf, kleedt Jeroen Pauw en Beau van Erven Dorens en zijn vrouwenkleren zijn met ingang van dit voorjaar ook te koop in de VS. Maar Hans Ubbink (48), die de Nederlandse man aan het gebloemde overhemd kreeg, wil graag meer erkenning: ‘Ik ben commercieel, dus geen goede ontwerper.’

 

(Verschenen in Volkskrant magazine van 16 januari. Portret: Lukas Göbel)

 

Daar zat hij vorig jaar, in het Hyatt Hotel in Tokio, lost in translation, en niets omhanden. Hij was er op uitnodiging van de Europese Unie, die hem en 38 andere Europese ontwerpers wilde voorstellen in Japan, om zo de Europese mode-industrie een zetje te geven. Die uitnodiging kwam op een goed moment voor Hans Ubbink (48). Met 64 verkooppunten voor zijn vrouwenmode en 130 voor zijn mannenmode was het in Nederland voor hem ‘op’ – ‘ik wil het wel een beetje exclusief houden’ – en daarom richtte hij zijn blik al een tijdje op het buitenland.

 

Eerder dat jaar was hij daarom ook naar Hongkong gegaan, met een Nederlandse modedelegatie, uitgezonden door Economische Zaken. ‘We hebben daar wel wat gesprekken gevoerd met winkels, maar dat waren niet de juiste voor ons. Kan gebeuren. Tokio was een ander verhaal: een compleet fiasco.’

 

Wat ging er mis? ‘Niets was goed geregeld. We hadden van tevoren gevraagd: willen jullie niet wat fotomateriaal hebben? Nee, dat was niet nodig, werd ons verteld. We moesten kleding opsturen voor een gezamenlijke brochure. Ze hadden in Brussel specialisten die precies wisten wat de Japanse markt nodig had, zeiden ze. Die folder was zo was abominabel, het zou verboden moeten worden. Er was een beursje in het hotel. Daar kwam niemand. Er zouden voor iedere ontwerper afspraken geregeld worden. Niets. Voor niemand. In het verleden spanden de ambassadeurs zich nog wel in om contacten te leggen, maar dat mag niet meer, omdat dat niet eerlijk is voor de mensen uit landen waarvan de ambassades niet hun best doen.’

 

Denk je dan niet: ik zit nu toch in Tokio, ik geniet ervan en kijk eens goed om me heen, wellicht doe ik een paar leuke ideeën op?‘Nee, dat kan ik niet. Ik heb me lopen opvreten. Ik zat midden in mijn ontwerpproces toen ik wegging, maar ik moest en zou erbij zijn. We zijn met z’n drieën gegaan, terwijl de kosten maar voor één persoon werden betaald. Het heeft mij 20 duizend euro gekost, en dan nog al dat geld van de Europese Unie dat erin is gestoken – en dat levert dan niks op. Een aanfluiting.’

 

En toen, een half jaar later, belde opeens Qelavi. Qelavi? Een nieuwe Amerikaanse winkelketen die in het voorjaar van 2010 opent met 23 filialen tegelijk en die voornamelijk Nederlandse mode zal gaan verkopen: onconventioneel, goed gemaakt, uniek en niet te trendy, in de optiek van eigenaar Miray Kafardian. Kinderkleren van Bengh en van Imps & Elfs, tassen van Oilily en, zo was het plan, de vrouwenmode van Hans Ubbink, over wie ze via via had gehoord. ‘De eerste keer dat ik de collectie bekeek’, mailt Kafardian, ‘kreeg ik het gevoel dat ik mijn eigen creativiteit verbeeld zag. Bijna surrealistisch, om kleren te zien die zo goed bij je passen.’

 

Qelavi plaatste een bestelling van 1 miljoen dollar. Ubbink en zijn broer Taco, die de zakelijke leiding heeft over het bedrijf, werden naar Los Angeles gevlogen om uitleg te geven aan de winkelmanagers. ‘Ik had nooit gedacht dat Amerika onze markt zou zijn’, zegt Ubbink. ‘Mijn kleding is bedoeld als een communicatiemiddel, iets waarmee je uitdrukking geeft aan wie je bent en waardoor je hopelijk in contact komt met mensen die bij je passen. Amerika zag ik als een land waar mensen mode als een schild gebruiken. Maar ik heb mezelf een standje gegeven: ik bleek vol vooroordelen te zitten. Ook over de maten. Amerikaanse vrouwen, de vrouwen die in de betere modezaken komen, zijn eerder klein en smal dan dik. Ik heb voor het eerst maat 34 moeten laten maken.’

 

Ubbink houdt kantoor in een voormalig Fokker-fabriekspand in de buurt van Schiphol. In de enorme hal heeft hij een kleinere, maar nog altijd imposante ruimte laten bouwen.

De rekken in de glanzend witte showroom zijn op deze decembermiddag leeg: de zomercollectie voor 2010 is weg, de monsters voor najaar 2010 moeten nog uit de fabrieken komen. Er klinkt Miles Davis, op tafel staat een zwarte doos met tien soorten thee van het hippe merk Mr. Jones. Ubbink, slank, het haar nog natuurlijk bruin, draagt een zwart smokingjasje van eigen hand. De kraag is gemaakt van pluizig mohair. ‘Typisch zo’n detail waarvan ik hou.’ De bovenste twee knopen van zijn zwarte overhemd zijn open, om zijn hals een sjaaltje met een wit en rood dessin, zo strak in elkaar gedraaid dat het een ketting lijkt.

 

Ruim een week voor het gesprek is zijn vader op 82-jarige leeftijd overleden. Als topman van – toen nog – Melkunie was hij ooit de bedenker van het Monatoetje. ‘Maar als je hem vroeg wat hij deed, zei hij: ‘Melkboer.’. ‘Ik had me altijd voorgenomen niet zo hard te werken als hij. Dat is me niet gelukt. Hij moest daar erg om lachen.’

Als kind was Ubbink al ‘erg bezig met kleding’. Na de havo meldde hij zich aan bij de modeafdeling van de kunstacademie in Arnhem. Omdat hij voor de dagopleiding niet gemotiveerd genoeg werd gevonden, ging hij naar de avondopleiding. Hij werkte voor Nederlandse merken als Soap Studio en Van Gils (‘daar heb ik geleerd hoe een pak gemaakt moet worden’) voor hij in 1991 zijn eigen mannenmerk begon, JC Rags – JC zijn zijn initialen (Johan Christoffel), rags is Engels voor vodden. De relatie met zijn geldschieter liep binnen een jaar stuk vanwege een zakelijk geschil – ‘een typisch blauwe-ogenverhaal van mijn kant’ – en het merk ging zonder hem verder.

 

Nog datzelfde jaar begon hij het mannenlabel Book’s. De naam is een verwijzing naar zijn liefde voor het gedrukte woord. Ubbink noemt zich een ‘vrouwenboekenlezer’: Het lelietheater van Lulu Wang leest hij momenteel. Zelf geeft hij jaarlijks een boek uit: het Hu.man holidays vakantiedoeboek, een vakantieboek voor volwassenen met verhalen van Nederlandse schrijvers en journalisten, recepten en puzzels. Op de labels in zijn kleren staat altijd een Engelstalig zinnetje. Meestal uit de wereldliteratuur; in een jasje uit de nieuwe voorjaarscollectie 2010 staat bijvoorbeeld een citaat van Denis Diderot (1713-1784): ‘Only passions, great passions, can elevate the soul to great things.' Een enkele keer zijn ze van Ubbinks eigen hand: ‘The best you can become: yourself.’

 

Voor Book’s werkte Ubbink samen met Secon, een grote Nederlandse modegroep. Book’s liep heel aardig en verkocht ook in Scandinavië, Duitsland en Frankrijk, maar na een paar jaar trok Secon, dat zelf in financiële problemen was geraakt, de stekker eruit. In 1999 begon hij het naar hemzelf genoemde label, dat hij tot anderhalf jaar geleden samen met zijn vriendin Ans bestierde – ze zijn al bijna dertig jaar samen en hebben twee tieners. Zij, opgeleid aan de hotelschool, bemoeide en bemoeit zich met de ‘regelkant’, al noemt ze zich, in de traditie van Ubbink senior, graag ‘vrouw van’.

 

In 2008 werd Ubbinks jongere broer, een econoom die tot dan toe werkte bij een groot confectiebedrijf, aandeelhouder. In die periode huurde Hans Ubbink ook voor het eerst een ontwerpassistent in. Geen overbodige luxe: elk seizoen hangen er twaalfhonderd nieuwe ontwerpen in de showroom. Daar zijn wel alle materiaalvariaties op een ontwerp bij inbegrepen, maar niet alle kleuren waarin een ontwerp kan worden gemaakt. ‘Ik heb te veel beelden in mijn hoofd.’ Eenvijfde van al die ontwerpen vindt uiteindelijk zijn weg naar de winkels.

 

De stijl van zijn mode omschrijft Ubbink als ‘casual gekleed’. ‘Ik refereer aan een geklede stijl, maar ik houd me niet aan conventies. Het moet ontspannen zijn, niet te gepoetst.’ Op zijn jasjes zitten bijvoorbeeld geen borstzakjes, en knopen aan een mouw vindt hij niet nodig. ‘Ik heb een keer op een beurs in Milaan gestaan. Ik had altijd gedacht dat het water naar de zee dragen was om daar met pakken naartoe te gaan, maar toen ik het toch een keer heb gedaan, merkte ik dat Italianen dat soort details niet durven weg te laten omdat ze vastzitten in de traditie. Als Nederlander kun je veel grotere stappen maken.’ Nee, verkocht heeft hij er niet: ‘Daarvoor moet je dat zeker vier keer achter elkaar doen, en ik wil nu eerst dat Amerika goed gaat.'

 

In zijn mannencollecties deinst Ubbink niet terug voor frivole, soms bijna vrouwelijke accenten: pakken met gebloemde of anderszins opvallende voeringen, fluwelen jasjes met borduursels erop, bontkraagjes, glittersteentjes. De vrouwenkleren hebben juist vaak een masculiene snit. ‘Vrouwenkleren zijn meestal minder goed gemaakt dan mannenkleren. Ik maak de jasjes voor vrouwen op de mannelijke manier, ik doe ook gewoon de sluiting links over rechts.’

Zijn grootste succes is het gebloemde mannenoverhemd, niet meer weg te denken uit het Nederlandse straatbeeld. Hij begon ermee in de tweede collectie van Hans Ubbink. ‘Het was een reactie op de eeuwige streepjes- en unihemden. Ga naar een Italiaanse wever en je ziet het verschil niet tussen de collecties van nu en die van tien jaar geleden. Winkeliers hebben me er in het begin om verketterd. Ze zeiden: ‘Daar gaat geen vent in lopen.’ Ik verkoop hem nog steeds heel veel – een op de tien overhemden van mij is gebloemd. Maar soms heb ik er spijt van dat ik hem heb bedacht.’

 

Waarom? ‘Iedereen maakt ze nu. Er zijn zo veel lelijke, met van die grote boorden. Arbeiders-chic, vind ik dat. En iedereen denkt dat die van mij zijn.’

 

Je wordt de Nederlandse Paul Smith genoemd – de Britse ontwerper die ook zo dol is op kleuren en dessins en jasjes met bijzondere voeringen. ‘Ik heb lang gedacht: van streepjes blijf ik af, want die zijn van hem. Maar op een gegeven moment zei Ans: ‘Doe het nou maar, want dat bén jij gewoon.’ Ik zie trouwens weinig van hem. Ik zie sowieso bijna niks. Een middag per seizoen bezoek ik een paar vaste winkels in Parijs – het materiaalgebruik van Marithé & François Girbaud vind ik inspirerend – en dat is het dan. Modetijdschriften lees ik niet meer. Ik word onrustig van dingen van anderen. Dan denk ik: die en die heeft al een rond kraagje, dus kan ik dat niet meer doen.’

Het is toch goed om op de hoogte te zijn van wat er in de mode gebeurt? ‘Ik denk dat Zara en H&M daar het best in zijn.’

 

Marc Jacobs geeft gewoon toe dat hij zich laat beïnvloeden door Comme des Garçons. ‘Ik worstel daarmee. Ik vind het lastig om te bepalen of ik iets maak omdat ik dat uit mezelf haal, of bijvoorbeeld uit een oude film, of omdat ik dat bij een ander heb gezien. Dat kan ik niet terughalen. Ik ben nu een paar seizoenen bezig met wijde kleren. Geen idee waarom ik dat doe. Het slaat nog niet aan, trouwens.’

 

Tot de fans van Ubbink behoort een inmiddels indrukwekkende groep bekende Nederlandse mannen. Ubbink kleedt, onder anderen, Michiel Borstlap, Bart Chabot, het cabaretduo Veldhuis en Kemper, Daniël Boissevain, Beau van Erven Dorens, Ronald Giphart, Jeroen Pauw en Matthijs van Nieuwkerk. Wijlen Martin Bril verruilde Paul Smith voor Ubbink omdat hij die laatste, zo vertelde hij in 2007 aan HP/De Tijd, ‘leuker en speelser’ vond en zijn ‘kont er goed in uitkomt’. ‘Op het moment dat ik een pak van hem paste’, zei Bart Chabot in datzelfde artikel, ‘voltrok zich een wonder. Ik voelde me groeien, voelde mij er te gek in, kreeg de neiging om weer rechtop te lopen. Ubbink geeft mij een avontuurlijk gevoel.’ En Remco Veldhuis: ‘Zijn overhemden maken van mij een Romeinse god, ze hebben zo’n snit dat ik twee maten slanker lijk.’

 

Sponsoring wil Ubbink het niet noemen. ‘Ik geef niks weg’, zegt hij. ‘Ik geloof niet in het kopen van gezichten. Ik leg ook geen verplichtingen op.’ De volle mep betalen hoeven de mannen echter niet: ze betalen slechts een fractie van de winkelprijs. ‘Martin heb ik zijn eerste pak wel gegeven. Daarna kwam hij terug.’

 

Hoe komt zo’n contact tot stand? ‘Zij benaderen mij, nooit andersom. Jan Mulder had een pak van me gekocht en belde me: ‘Hans, kan ik langskomen, ik wil niet meer zonder je kleren.’

 

‘De styliste van Beau heeft negen maanden achter ons aan gezeten: als jullie wat kleding opsturen kan hij het aan bij RTL Boulevard. Hij was indertijd de koning van Nederland, maar wij zeiden: ‘Wij vinden hem een leuke vent, maar zo werken wij niet. Als hij tijd heeft, is hij welkom.’ Toen hij eenmaal kwam, was het binnen tien minuten bekeken. Beau is de enige die onze kleren van voor naar achter draagt, altijd. Matthijs draagt ons de laatste tijd minder; hij heeft te vaak gasten aan tafel die ook kleren van mij aanhebben.

‘Als iemand voor de eerste keer komt, kijk ik eerst of het een leuk iemand is. Want ik besteed veel aandacht en tijd aan de mensen die ik kleed. Ik vraag ze: ‘Wie ben jij eigenlijk? Wat doe je, wat wil je?’ Dat doe ik ook bij winkeliers. Qelavi kwam hier binnen met zo'n houding van: wij hebben een dikke portemonnee en we komen zaken doen. Ik wil graag geld verdienen, maar wel op een leuke manier. Het moet klikken.’

 

Zeg je na zo’n kennismaking wel eens nee? ‘Dat is een paar keer gebeurd.’

 

Want het bleek geen leuk persoon. ‘Nee, maar dat komt dan van twee kanten. Dan vindt zo’n man het te extravagant, of hij verwacht dat hij van alles krijgt. Maar ik zeg ook weleens meteen nee. Vaak zelfs. Ik wil eigenzinnige, rebelse, jongensachtige mannen.’

 

En vrouwen? ‘Zangeres Wende Snijders, tv-presentatrice Mirella van Markus. Vrouwen zijn lastiger te vinden. Er zijn minder serieuze vrouwen op de Nederlandse tv. Ze zijn er vooral voor de borsten en de billen, en als dat niet zo is, moeten ze meestal in lange galajurken. En die hebben wij niet.’

Vorig jaar kleedde Ubbink de Britse band Duran Duran voor hun jaarlijkse kalender – de foto’s daarvoor worden gemaakt door een fotografe die ook voor hem werkt. Zij nam vijftien outfits mee naar de shoot, die bijna allemaal werden gebruikt, en later door de bandleden aangeschaft. ‘Ik ben daarna uitgenodigd voor een concertje en heb een keer geluncht met Nick Rhodes, om even bij te kletsen.’

 

Ondanks zijn succes – zelfs in het crisisjaar 2009 groeide zijn bedrijf – voelt Ubbink zich in de Nederlandse mode ‘een vreemde eend in de bijt’. ‘Mode in Nederland is óf zo klein dat alles bij wijze van spreken thuis op de naaimachine moet worden gemaakt, of het is zo groot dat het alleen maar over marketing en aantallen gaat. Ik val daartussen.’

 

Vind je dat je genoeg waardering krijgt in de modewereld? Na een lange stilte en een diepe zucht: ‘Nee. Ik ik ben daar eerlijk in. Er gaat meer aandacht naar de kleine, jonge merken. Ik heb soms het idee dat, doordat ik vanaf het begin redelijk succesvol ben geweest, er niet meer goed wordt gekeken naar mijn kleren. Ik ben commercieel, dus geen goede ontwerper.’

 

Je kunt ook denken: mijn kleren worden gedragen op tv, ik verkoop goed, binnenkort zelfs in Amerika, wat kan het mij verder schelen. ‘Ik vind erkenning ook heel belangrijk. Ik drink niet, ik houd er niet van om op feestjes te staan, dat kan er ook iets mee te maken hebben.’

 

Je ontwerpen zijn lang niet altijd vooruitstrevend. ‘Dat heeft te maken met mijn doel. Als je meegaat met de laatste hype, kun je niet volhouden dat je mensen wilt helpen een eigen stijl te ontwikkelen. Je kunt wel extreme dingen laten zien op de catwalk, maar ik vind innovatie pas innovatie als het daadwerkelijk wordt gedragen; ik laat in een show niets zien dat niet te koop is.

 

‘Ik vind dat ik op die manier een hoop heb bereikt. Mannen in Nederland zijn zich de afgelopen tien jaar anders gaan kleden: eleganter, onderscheidender, eigenzinniger. Ik heb daaraan enorm bijgedragen. Voor vrouwen kan ik het nog niet zo goed aanwijzen. Maar ik maak al twintig jaar mannenmode en ik ben pas negen jaar bezig met vrouwen, dus wie weet wat er nog gebeurt.’

 

Pakken vanaf 649 euro, jurken vanaf 189 euro, jeans vanaf 129 euro. www.hansubbink.com

Collectie Arnhem

woensdag 3 februari 2010 09:13

 

Twee studentencollecties waren te zien op Amsterdam Fashion Week: Individials (van het Amsterdamse Amfi) en Collectie Arnhem (ArtEZ). Individials was behoorlijk damesachtig, afgestyled met roosjes, vlinders en zwarte kousen. Er zaten geslaagde stukken tussen, goed gemaakte colbertjes bijvoorbeeld, maar verrassend waren die niet; die kun je bij elk fatsoenlijk merk vinden.

 

Ook Collectie Arnhem had een klassieke inslag, maar daar leverde dat wel een originele collectie op. De proporties waren verrassend, en de combinatie van klassieke vormen met Vliscostoffen (de bedrukte katoen uit Helmond die in Afrika zo populair is) leverde een fris beeld op. 

Erg goed stuk: een broekrok (!) met zeer diepe split aan de zijkant. 

 

Individuals wordt verkocht in de eigen winkel op het Spui in Amsterdam (de op AIFW collectie arriveert daar eind van de zomer), de Collectie Arnhem is tot en met 13 februari te koop in de Hartenstraat in Amsterdam. Maak voor de zekerheid een afspraak: 06 25332331

 

Fotografie (alle beelden komen uit collectie Arnhem): Peter Stigter

 

 

Hoog niveau op 12e Amsterdam Fashion Week

woensdag 3 februari 2010 08:44
Nederlandse ontwerpers slaagden erin tijdens de twaalfde editie van de modeweek een goede show neer te zetten. Mooi gemaakte stukken, bijzondere sfeer.

 

De meeste Nederlandse merken die showen op Amsterdam Fashion Week zijn piepkleine bedrijfjes. Waar grote internationale modehuizen ontwerpteams, ateliers en fabrieken tot hun beschikking hebben, worden de collecties van de Nederlandse ontwerpers vaak door die ontwerper zelf, met wat hulp van stagiaires, in elkaar gezet. Verkooppunten hebben de labels niet of nauwelijks. Stoffen zijn een enorme aanslag op het budget, net als de show zelf.

Des te bewonderenswaardiger is het dat een aantal van deze ontwerpers er tijdens de twaalfde editie van de Nederlandse modeweek in slaagde een goede show neer te zetten. Claes Iversen bijvoorbeeld: hij heeft nul verkooppunten, en moet het hebben van privéopdrachten en zijn werk voor andere merken. Maar zijn najaarscollectie 2010 was van een zeer hoog niveau.

Iversen verruilde het glamoureuze, volwassen vrouwbeeld van zijn vorige vijf collecties voor een op de jaren zestig geïnspireerde sfeer. Een goede keuze. Iversens mode, hoe mooi ook, was vaak een tikje te netjes om echt spannend te worden. In deze meisjesachtige collectie, vol ronde kraagjes en rokjes tot over de knie, kreeg die keurigheid een functie. De collectie deed denken aan BuñuelsBelle de Jour, maar ook een beetje aan de mode uit de tv-serie Mad Men, die zich afspeelt op een Amerikaans reclamebureau in de jaren zestig.

De stukken waren ook allemaal erg mooi gemaakt. In sommige ontwerpen liep dikke wollen stof letterlijk over in zijden organza; de draden van de niet afgewerkte dikke stof waren met de hand aan de transparante stof vastgemaakt.

Ook het label EnD (Eva en Delia) heeft nog geen verkooppunten, maar werkt al wel samen met een Indiase producent. EnD showde voor de zesde keer op Amsterdam Fashion Week. De eerste seizoenen bracht het verfijnde, meisjesachtige straatkleding, maar nu kwamen de ontwerpers met een volwassen collectie rond het thema film noir: minirokken met bijzondere details, oversized marineblazers, pluizige trui-jurken en elegante pantalons en blouses. Enige twijfelpuntje waren de brede, omhoog stekende schouders, die op alle kledingstukken zaten. Dergelijke schouders zijn nu zo populair, dat het maar de vraag is of ze volgend najaar nog interessant worden gevonden.

De blouse, de laatste jaren een vergeten kledingstuk, was het grote Nederlandse vrouwenmodenieuws voor najaar 2010; zij speelde ook de hoofdrol in de eerste collectie van de aan het Fashion Institute Arnhem opgeleide Taiwanese ontwerper Lifu Hsiao. Hsaio had hooggesloten modellen met een klein kraagje, die van voren recht naar beneden vielen, maar veel volume hadden in de mouw, gedragen met A-lijnrokken tot over de knie. Als enige ontwerper gaf Hsaio zijn show niet op het Amsterdamse Westergasfabrieksterrein, maar in kerkers onder een brug onder Het Singel, een voormalige gevangenis. Het gaf de show een bijzondere sfeer.

De grote mannenmodeverrassing was de collectie van Ado les Scents, het merk van de in Zuid-Korea geboren ontwerper Hyun Yeu, die afgelopen zomer de Frans Molenaarprijs won met een vrouwencollectie. Zijn eerste mannencollectie, voor dit voorjaar, was wat geforceerd en vrouwelijk. Zijn najaarscollectie, die hij in samenwerking met een atelier in Korea had laten maken, was veel beter in evenwicht: een collectie met genoeg klassiekers om draagbaar te zijn, en voldoende vondsten om bijzonder te blijven.

De bandplooibroeken hadden net onder de kontzakken ook subtiele plooitjes, jasjes leken net iets te strak en te kort, maar zaten perfect. Er waren korte trenchcoats, maar ook op de lange onderbroek geïnspireerde leggings met een laag kruis. Een klassieke velours sweater werd gedragen in een gebreide bermuda, bij een klassieke donkergrijze pantalon kwam een strakke mouwloze top, die was afgeleid van de Shanghai dress. Het materiaal had een mooie afwisseling tussen glans en mat, de hoofdkleuren donkerblauw en zwart werden verlevendigd met bruinoranje en paars. Ado les Scents wordt op dit moment in twee winkels in Amsterdam verkocht.

Het zou zomaar kunnen dat Yeu over een half jaar heel wat meer verkooppunten heeft.

(Gepubliceerd in de Volkskrant van 1 februari)

AIFW: Hyun Yeu

maandag 1 februari 2010 09:43

 

De mannencollectie van in Zuid-Korea geboren Hyeun Yeu. Zijn tweede mannencollectie pas, maar al behoorlijk goed. Fotografie: Peter Stigter

AIFW kort (2)

zondag 31 januari 2010 23:08

 

Elegante vrouwenmode met brede schouders bij End

 

 

Lifu Hsiao showse zijn eerste, op de Amsih gebaseerde collectie in een voormailge gevangenis onder een brug over Het Singel; de enige ontwerper die het Westergasterrein verliet. Het gaf de show meteen een bijzondere sfeer. 

 

 

 

Presentatie van And Beyond. De kleren hingen in de rook. Rook was ook verwerkt in de dessins. De kleren van And Beyond zijn overigens vanaf nu te koop bij Azzurro Due in Amsterdam. 

 

Fotografie: Peter Stigter

AIFW: Claes Iversen

zondag 31 januari 2010 11:35

 

Voorlopig hoogtepunt: de show van Claes Iversen. Prachtig gemaakte collectie met een jaren zestig-inslag. De bruidsjurk is versierd met prijskaartjes. Fotografie: Peter Stigter 

Amsterdam Fashion Week: korte tussenstand

zaterdag 30 januari 2010 11:25

.

Mada van Gaans, volwassen, goed uitgewerkte en draagbare damescollectie. 

 

 

Karssenberg/Greidanus: kleine debuutcollectie die deed denken aan het werk van Rick Owens. Mooi gemaakte, moderne stukken.

 

 

Ook een debutant: Marloes Blaas. Stoere vrouwenkleren met van werkmanskleren afgekeken details. Bijzonder kleurgebruik, mooie details als de ingewerkte revers.

 

 

Ook voor het eerst op fashion week: Quoc Thang. Mannenmode die speelt met proporties. Let op de in de lange trui verwerkte pop.

 

 

Linda Valkeman: debutant die kwam met een grotendeels handgemaakte collectie, geïnspireerd door haar reizen naar Afrika. 

 

 

Malousebastiaan. Ambitieus duo, dat eerder meedeed aan een groepsshow. Stukjes gekookt leer en handgeverfde stoffen. Experimenteel, maar daarom niet perse interessant.

 

Fotografie: Peter Stigter en anderen.

 

Alle foto's: Peter Stigter


Aan het einde van de catwalk stapten de modellen in een cirkelvormige verhoging, waarin tientallen camera’s waren opgesteld die tegelijk een foto namen. Met een beetje vertraging was de loop die zo ontstond (een zich herhalend filmpje van foto’s die snel achter worden vertoond) te zien op de beeldschermen in de zaal hingen, en op internet.

Het live vertonen van een modeshow is een internationale trend - ook Louis Vuitton en Alexander McQueen deden het dit afgelopen jaar.

 

Jan Taminiau, wiens show woensdagavond de officiële opening was van de twaalfde Amsterdam International Fashion Week, is de eerste Nederlandse ontwerper die zijn show op die manier voor een groot publiek toegankelijk maakte. Vorig jaar liet hij ook loops zien op internet, maar gaf hij geen show.

 

Taminiau maakt couture, een tak van mode waarin men minder ver vooruit werkt dan in de confectie. En dus liet hij als enige ontwerper die meedoet aan de modeweek voor najaar 2010 een zomercollectie zien. Maar het seizoen doet er eigenlijk helemaal niet toe, bij het soort kleren dat hij in zijn shows heeft. Die zijn vooral bedoeld als uithangbord van zijn kunnen. De vrouwen die hij als klant heeft –Máxima is er een van– dragen aangepaste versies, die soms veel later worden gemaakt.

 

In zijn nieuwe collectie bleef Taminiau trouw aan zijn stijl: gedempte tinten, heel veel pailletten, dikke natuurlijke materialen; dit keer handgeweven stoffen waarvan obi’s worden gemaakt, de traditionele ceintuurs die om kimono’s gaan.

 

Daarvan waren zeer korte jurkjes gemaakt, grote rozetten, en volants die zich over een geheel met pailletten bezet kledingstuk slingerden. Veel van zijn stukken hadden brede schouders. Die schouders waren nieuw voor Taminiau, maar zijn al wel een tijdje terug in de mode. Interessanter werd het daarom wanneer de ontwerper ervoor had gekozen om één schouder te accentueren. Bijzonder waren de schoenen; zeer hoge futuristische pumps met plateauzolen, die hakken leken te missen, maar waarop de modellen desondanks soepel liepen.

 

 

De tweede show van de openingsavond was van Mattijs, het label van Mattijs van Bergen, een ontwerper die drie keer meedeed aan de groepsavond van de Dutch Fashion Foundation en nu zijn eerste soloshow gaf.

 

Als je een enkel stuk van Mattijs ziet hangen in een winkel, of afgebeeld ziet staan in een modereportage, ziet dat er vaak mooi uit: vrouwelijk, glamourous, spannend van kleur. Maar Van Bergens shows  wilden tot nu toe niet sprankelen, en dat was ook nu niet het geval. Als geheel was de collectie  onsamenhangend, en sommige outfits waren te weinig uitgesproken. Wel zaten er ook nu geslaagde outfits  tussen, zoals een combinatie van een rokje van zwarte veren met een jasje van roze geplisseerde stof of een goudkleurige jurk met draperie, ook van geplisseerde stof - Van Bergens favoriete materiaal.

 

 

Een van de grote beloftes van de vorige Amsterdam Fashion Week was Elsien Gringhuis,  die in 2008 cum laude afstudeerde aan de modeafdeling van ArtEZ in Arnhem. Gringhuis maakt grafische, bijna hoekige vrouwenkleren die zeer geraffineerd in elkaar zitten, ditmaal bijvoorbeeld een kledingstuk dat er aan de achterkant uitzag als een colbert over een korte leren rok, maar een jurk bleek te zijn, en een jurk met mouwen van stof die aan de bovenkant openvielen om een onderlaag van leer te laten zien. Toch overtuigde de show niet helemaal. De stoffen waren niet altijd gelukkig gekozen, en de collectie leek erg op de vorige, die op haar beurt weer erg leunde op Gringhuis’  eindexamencollectie.

 

Het blijft een van de mankementen van Amsterdam Fashion Week: jonge ontwerpers wagen zich aan grote, halfjaarlijkse show, zonder dat ze daar de eigenlijk de middelen of de ervaring voor hebben. Het getuigt van durf, ambitie en doorzettingsvermogen. Maar het doet ze meestal geen recht.  

Interview Jan Taminiau

woensdag 27 januari 2010 15:52

 

Vorig jaar was niet gemakkelijk voor de modeontwerper, maar er was een lichtpuntje: hij kreeg prinses Máxima als klant.

Couturier, zo noemt Jan Taminiau (34) zich liever niet. ‘Ik vind dat een eng woord, een woord uit een andere tijd ook. Ik ben een modeontwerper die mooie jurken maakt.’

 

Maar zijn kleding duidt Taminiau wel degelijk aan als couture. Die is, zoals dat hoort in die chique tak van mode, op maat en met de hand gemaakt. Zijn klanten moeten vijf keer komen passen, het duurt soms twee maanden voor een stuk af is. ‘Het is vrij on-Nederlands wat we hier doen.’

 

Woensdag opent de show van zijn nieuwe collectie de twaalfde Amsterdam International Fashion Week, vandaag toont hij de collectie in Parijs, tijdens de coutureweek voor voorjaar 2010; zijn show is de enige Nederlandse in de week. Het is de vijfde keer dat hij zijn collectie in Parijs laat zien. ‘Ik wil me meten aan het hoogste niveau’, zegt hij. ‘Zoals er in de Parijse ateliers wordt gewerkt aan een jurk, dat gebeurt nergens anders. Als je alleen in Nederland showt, is al het al snel goed. Daar is een wereld te winnen.’

 

Afgeladen vol was het tot nu toe niet op zijn Parijse shows, wel leverden ze aandacht op in een paar buitenlandse modebladen, zoals de Chinese Surface en de Franse L’Officiel. ‘Ik vind het al fantastisch als ik een reactie krijg. Sarah Mower (critica van style.com, de invloedrijke site van de Amerikaanse Vogue) heeft de show niet besproken, maar ze is een keer door de collectie gegaan. Ze vond het goed dat ik zo op de techniek zit.’

 

Techniek bestaat bij Taminiau, de enige ontwerper van zijn generatie die zich concentreert op maatwerk, voor een aanzienlijk deel uit borduren: in een lichte ruimte in het pand waar hij kantoor houdt, zitten in de week voor de show acht vrouwen gebogen boven borduurramen; bijna ieder stuk uit de nieuwe collectie wordt versierd met pailletten. ’s Avonds gaat Taminiau er dikwijls zelf aan de slag. ‘Ontspannender dan tv. Het blijft een hobby.’

 

Taminiaus pand is ingeklemd tussen een latexshop en een peepshow op de Wallen in Amsterdam. Hij kwam er twee jaar geleden in het kader van Red Light Fashion, een project waarbij modeontwerpers tijdelijk sekspanden ter beschikking kregen. Hij is gebleven en is nu huurder.

 

Het was even wennen, voor iemand die daarvoor in Tilburg woonde en werkte, geeft hij toe. ‘Ik heb een levendige fantasie, maar wat hier gebeurt, had ik niet kunnen verzinnen. Inmiddels zie ik ook romantiek. Tussen de sekshandel zwemmen in de grachten zwanen, de monogaamste dieren die er zijn. En ik zit in een huis uit 1610. Mijn klanten vinden het geen probleem om hier te komen. Alleen een stagiaire zei af vanwege de buurt.’

 

Jan Taminiau studeerde in 2001 af aan de modeafdeling van ArtEZ, en twee jaar later aan de vervolgopleiding FIA. Hij volgde stages bij een borduurbedrijf en een korsettenmaker in Parijs. In een van zijn eerste collecties verwerkte hij de Nederlandse postzak tot jasjes en jurken. Stugge, natuurlijke materialen, in combinatie met grote, uitstaande rokken van tule zijn sindsdien bijna altijd in zijn shows teruggekomen: een tikje rauwe, onverholen romantische stijl.

 

De eerste jaren hield Taminiau zich vooral in leven met bruidsjurken, tegenwoordig maakt hij ook avondjurken en zakenpakjes; vorig jaar verkocht hij in totaal dertig outfits. Hij heeft drie mensen in dienst, maar voor het naaiwerk is hij afhankelijk van freelance specialisten. ‘Ik weet dat ze ook voor andere ontwerpers werken, maar ik wil niet weten wie. Dat haalt de magie eraf.’

 

2009 was een moeilijk jaar voor Taminiau. Met de twee zakelijke partners die hij toen had, lanceerde hij een eigen prêt-à-porterlijn. Die stopte alweer na een seizoen, de samenwerking met de partners liep stuk. ‘De dingen bleken niet netjes geregeld.’ Hij gaf vorig jaar ook geen coutureshows. Zijn voorjaarscollectie 2009 presenteerde hij op internet, de najaarscollectie sloeg hij over. Bovendien overleed het hoofd van zijn atelier aan kanker. Maar er was ook een lichtpunt: prinses Máxima meldde zich als klant.

 

In juni opende ze de Modebiënnale Arnhem in een postzakjasje, de eerste keer dat ze Nederlands design droeg. In New York verscheen ze in een blauwe trenchcoat en een huidkleurige galajurk van Taminiau, op Prinsjesdag droeg ze een roze jurk van zijn hand. ‘En dat zijn alleen nog de openbaar gedragen dingen.’ Máxima, zegt Taminiau, ‘maakt opeens heel zichtbaar wat ik doe. Het werkt als een keurmerk. Ondanks de crisis heb ik nieuwe klanten gekregen.’

 

Vanavond om 19.10 is de show van Jan Taminiau live te volgen via internet. Open daarvoor de vorige bijdrage op dit weblog.

 

Profielfoto Milou van Rossum

Milou van Rossum

Woonplaats: Amsterdam
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Links

Over dit weblog

Milou van Rossum (43) is moderedacteur van de Volkskrant. Op dit weblog schrijft ze over nationale en internationale mode.

Laatste reacties

persona

Kristen McMenamy in Amsterdam, Nederlandse modellen in Vogue
marie: des te ironischer is het dat er in het april …

persona

Parijs: Rochas, Rick Owens, A.F. Vandevorst, Manish Arora
amber: misschien kun je rick n beetje betrappen op 80er jaren …

persona

Parijs: Dries van Notens perfecte mix
Aimée: Oeps, Cameron Diaz vergeten. Zij zag er ook adembenemend uit …

persona

Parijs: Dries van Notens perfecte mix
Aimée: En de best geklede vrouwen bij de Oscars zijn: 1e …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van Milou van Rossum, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2010
2009
2008
2007

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •