
Mislukt in het buitenland
op de bank,mislukt in het buitenland,voetbal international,landgenoten,
Wat een zielige verhalen en wat
een zelfoverschatting. Waarom niet gewoon erkennen dat het een
stap te hoog was. Ik voel me bij het lezen van de verhalen vaak
een ramptoerist net als soms op het VK blog. Het
is welhaast Oekeliaanse humor waar de verhaallijn elke keer weer
een dermate vast stramien heeft dat het onbestaanbaar lijkt en
verwordt tot vreemdsoortige maar verslavende humor.
Een van de eerste rubrieken in de Voetbal International die ik lees is die van `landgenoten`. Het gaat om spelers die in het buitenland spelen. Het lijkt een beetje op een andere rubriek `vergeten voetballers` maar de landgenoten `spelen` in de tegenwoordige tijd. Meestal zitten ze echter op de bank.
Vaak zaten ze in Nederland ook al op de reservebank van een matige ploeg. Af en toe mochten ze invallen en soms maakten ze een mooi doelpunt dat dan snel op de video voor de spelersmakelaar werd gezet. Ja, naar het buitenland hebben ze altijd gewild lees ik. `Een droom is uitgekomen`
En dan gaat het verhaal verder, ach dat kan ik dromen na lezing van inmiddels 881 Voetbal Internationals. Het gaat eigenlijk altijd zo:
`De meeste lezers zullen nooit van deze club gehoord hebben. Maar bij het eerste gesprek met de trainer had ik direct een goed gevoel. De voorzitter was er ook en nam mijn vrouw en mij de volgende dag mee. Een prachtig appartement met uitzicht op zee. Groot genoeg om de familie te laten overkomen. Het doelpunt dat ik tegen de koploper maakte zorgde voor veel vreugde en er is zelfs een supportersvereniging voor me opgericht. Als ploeg gingen we in de herfst minder presteren en toen kwam ik op de bank. Ik vermoed dat de trainer onder druk van het bestuur stond. Toch mocht ik af en toe invallen. De andere spelers snapten niet waarom ik er vaak naast stond.
In januari kwam er een nieuwe trainer. Hij nam zin eigen spelers mee. Hij zei op de training niet veel tegen me en na enkele weken zat ik op de tribune. Ik baalde zo van de situatie dat ik gevraagd heb om uitgeleend te worden. Maar de derde divisieploeg waar ik kwam speelde zulk een hotseknotsevoetbal dat ik er nekpijn van kreeg. Op dit moment is mijn manager in gesprek met de club. Ik heb een tweejaarcontract. Mijn vrouw heeft het hier naar de zin en mijn kinderen hebben hun draai gevonden. Maar wanneer er een goed aanbod uit Cyprus of Griekenland komt, weet ik het nog niet.”
Prince Rajcomar, Muslan Nalbantoglu, Daniel de Ridder, Rick Kruijs, Marcel Seip, Alexander Prent, Ali Koen Brack, Ronny van Es, Ali Boussabon, Nourdin Boukhari. Wat heeft hen hen gebracht?
Ik hoor Danny Buijs volgend jaar al zeggen:
`Het niveau van de Championship kan ik zeker wel aan, dat het ik de eerste wedstrijden bewezen en het is geen laag niveau dat hebben we gezien aan Cedric van der Gun, die zelden weet te scoren. Ondanks mijn plek op de bank heb ik geen spijt van mijn vertrek bij Ado den Haag`.
Of Jean Paul Saeijs na zijn te verwachten vertrek bij Roda JC:
`Ik wilde naar Engeland toen ik er met ADO niet uitkwam, maar kwam terecht bij Famagusta. Hier bepaalt niet de trainer de opstelling maar het bestuur en daardoor zit ik op de bank`.
Hoe lullig voor de betreffende spelers ook, ik verheug me er stiekem nu al op. Ik heb al 30 jaar een abonnement op de VI en dat zal nog wel even duren
"Puebla de Sanabria" – Wim T' Schippers humor
dolf brouwers, sjef van oekel. wim t schippers, publa de sanabria, vara, parlementair medewerker, harry van den bergh
Puebla de Sanabria is een
plaatsnaam die al 22 jaar in meer of mindere mate door mijn hoofd
zoemt. Het zal rond 1988 zijn geweest dat Dolf
Brouwers de rol speelde van ´parlementair medewerker´
voor de VARA.
Brouwers teerde nog op de populariteit die hij verkreeg door zijn rollen als vooral Sjef van Oekel in de jaren ´70, een creatie van Wim T Schippers. In de loop der jaren had hij zijn rol als van Oekel zodanig geïncorporeerd dat hij als persoon Dolf Brouwers elementen van de Van Oekel rol in zich nam. Hij werd een personality en was een graag geziene gast in talkshows, net als zijn vrouw. Dat alles zonder zijn creator Wim T. Schippers van wie hij zich meer en meer verwijderde na de Van Oekel stripalbums, waar Van Oekel vozend met opblaaspoppen werd neergezet.
Parlementair medewerker
Rond 1987-1988 belde Brouwers voor de Vara tussen 12.30 uur als `parlementair medewerker` naar bedrijven, instanties, bekende Nederlanders om hen te confronteren met soms triviale nieuwsfeiten. Hij vroeg hen dan commentaar. Meestal bleef hij hangen bij telefonistes. Dan ontspon zich een gesprek als deze (tijdstip 12.35 uur).
Brouwers: Ik ben parlementair medewerker van de VARA en zou graag de hoogste baas spreken.
Telefoniste: Dat zal niet gaan want de directeur is lunchen
Brouwers: Lunchen, om deze tijd?
Telefoniste: Ja, lunchen!
Brouwers (samenzweerderig fluisterend): maar mevrouw, vindt u dat ook niet een wat rare tijd om te lunchen?
Telefoniste: ..... (in verwarring).
Puebla de Sanabria - Harry van de Bergh
Op een dinsdag was de act dat Brouwers allerlei mensen ging bellen om de treinroute naar Puebla de Sanabria te weet te komen. Van de directeur van de ANWB tot de NS. Als klap op de vuurpijl belde hij Harry van den Bergh, parlementariër voor de PvdA en belast met buitenlandse zaken.
Brouwers: Meneer Van den
Bergh, kunt u me vertellen hoe ik met de trein in Pueblo de
Sanabria kom?
Van de Bergh: Waar ligt dan dan?
Brouwers: in Spanje meneer van de Berg dat had U toch moeten weten?
Van de Bergh: Hmmmm
Brouwers: weet u mij niet te vertellen hoe ik daar kom?
Van de Berg: Neen, hoe zou ik dat dan moeten weten en bovendien, waarom belt u mij?
Brouwers (teleurgesteld en verdrietig): maar meneer van de Berg, u is toch BUITENLANDSPECIALIST van de PvdA.
Bezoek aan Puebla de Sanabria
In 1989 was het zover. Als Van Oekel fan en alles wat daar mee samenhing was ik opgewonden. In april reisden we 3 weken met een huur Renault 5 door Spanje en Portugal. Eenmaal in het Noordoosten van Portugal, Braganca, was Puebla de Sanabria vlakbij. We reisden richting Zamora en toen naar het Noorden en weer naar links, langs de weinig bevolkte grens tussen Portugal en Spanje. Daar lag het dorp met enkele duizenden inwoners en in de nabijheid van het stuwmeer van Sanabria, waar ook een Parador zou zijn.
Het regende. We aten een simpele maaltijd in een simpele gelegenheid en gingen weer. We waren er geweest! Via Chaves belanden we in het Minho gebied in Portugal. Het was een dorp van niets, en een kale en dorre stenige streek zonder bezienswaardigheden. Dat alles maakt de Puebla de Sanabria act nog meer bijzonder. Prettig vervreemdend zeg maar.
Hoe kom ik daar nu weer op na 21 jaar? Ik las gisteren de Michelingids Spanje Portugal 2008 en zag bij het bladeren (dat doe ik graag op de WC) Puebla de Sanabria met twee hotelvermeldingen en toen kwam alles weer boven.
Voor hen die beter hadden kunnen weten - een essay
institutonele discriminatie, integratie, d66, groen links, progressief
Alle reageerders bedankt en hopelijk ook begrip voor het verwijderen van dit blog. Niet dat het controversioneel of heel fout is maar voor mijn professioneel functioneren kan het mogelijk nadelig zijn. Het is in ieder geval veel gelezen en heeft mensen tot nadenken gestemd. En dat is ook weer winst.
Stemadvies van een lamme eend
vertrouwen., domheid, gemeenteraads verkiezingen
In de plaatselijke politiek ben
ik door mijn functie bij de gemeente een “lame
duck”. Ik had een heel blog klaar, maar dat ging
eigenlijk net iets te ver en dat zou mijn rol binnen de gemeente
voor bepaalde werkzaamheden niet onmogelijk, maar wel lastiger
maken.
Daarom volsta ik met een algemeen advies. Een advies dat u niet hoeft op te volgen, maar wanneer u mij als blogger en persoon waardeert en ook voldoende vertrouwen hebt in mijn in de blogs tentoongespreide verstand en inzicht, dan zou ik het advies opvolgen.
Het is in mijn ogen van belang om te kiezen voor een partij die wezenlijke oplossingen heeft voor een breed scala aan wezenlijke maatschappelijke/ plaatselijke problemen. Dat geldt landelijk en dat geldt ook plaatselijk. Het is heel handig wanneer die oplossingen ook nog eens redelijk zijn en waarbij het voordeel van de ene oplossing niet leidt tot onevenredig nadeel van anderen/andere belangen. Denk bijvoorbeeld aan een rigoureuze bouwstop versus belangen van woningzoekenden, het tegengaan van een rondweg versus de belangen van een bepaalde stadswijk of het beschermen van een eekhoornsoort versus de belangen van werkgelegenheid voor velen. Ook is het goed om te kijken of de oplossingen van de partijen zo redelijk zijn dat ze steun vinden bij tenminste een van de andere paretijen
Er vallen bij mij toch al snel heel wat partijen direct al af. Dat zijn de volgende partijen:
Partijen die wel oplossingen hebben maar niet voor wezenlijke maatschappelijke problemen (alleen maar hondenpoep, snoeien van overhangend groen etc.).
Zogenaamde “one issue” partijen die wel een oplossing hebben maar dan van maar één probleem (behoudt het zwembad, tegen nieuwbouw gemeentehuis, tegen de rondweg) Wanneer er over andere zaken beslist moet worden dan is de uitkomst volstrekt ongewis en begeeft u zich als kiezer in een black box.
Partijen die alleen maar schijnoplossingen hebben voor bepaalde problemen (halveer de OZB belasting, 50 % van de ambtenaren eruit). Iedereen weet dat dit niet haalbaar is dan wel zal leiden tot het geheel wegzakken van voorzieningen en dienstverlening.
Partijen die in hun programma geen prioriteitstelling hebben aangegeven en/of niets over de aanstaande bezuinigingen in de gemeentebegroting hebben gezegd. De partijen weten immers dat er op basis van veel minder Rijksinkomsten de komende jaren moet worden bezuinigd.
Veel plaatselijke partijen
vallen daarmee af maar zeker niet alle. Lees daarom goed de
programma’s, kijk naar de mensen, vraag door en daag ze
desnoods uit om hun weerbaarheid te testen. Overspannen reacties,
stilte en boosheid zijn een veeg teken.
Heb ik vertrouwen in de goede keuze van de kiezer?
Meer dan in die van de niet stemmer. Daar heb ik geen vertrouwen in. In de kiezer heb ik nog wel een beetje vertrouwen. Maar niet in alle kiezers. Niet in kiezers die geen krant lezen of nieuws kijken, want die kiezen zonder enige informatie. Ook niet in kiezers die nu heel blij zijn dat de CDA, PvdA, CU coalitie is gesprongen. Want die blijheid is volstrekt misplaatst in de wetenschap dat het alternatief veel liberaler (VVD, GL en D66) en extremer zal zijn. Vaak overzien zij in het geheel niet.... Nu stop ik anders stap ik toch nog in de val.
Een mooie droom is voorbij :-(
santander, dromen, onbereikbaar, cantabrie, gijon, stranden
Een mens heeft het nodig om
dromen te hebben. Voor velen is dat een eigen zaak, een eigen
huis of om ooit ZZP´er te worden. Mijn dromen liggen eerder op
een ander vlak en wel in stadions, treinreizen en
steden.
Zodra de droom is verwezenlijkt dan neemt het extatische gevoel weer af of er moet een herhalingsdrang opspelen. Mijn vrouw confronteert me er weleens mee als ik onderuit gezakt en ongeïnteresseerd op de bank hang. “Zolang ik een welhaast onbereikbare droom voor je was, vond je me nog interessant, en nu?”
Hoe zal dat met Santander zijn? Die middelgrote stad in Noord Spanje, Cantabrië. Zo vaak ben ik al in Spanje geweest, in alle landstreken. Van Zamora, Santiago de Compostela, Madrid tot Valencia, Sevilla, Avila, Zarautz en Barcelona. Puebla de Sanabria was een vervulde droom in 1989 en de mensen die me kennen weten waarom.
Al die jaren wilde ik eigenlijk toch ook vooral naar Asturië of Cantabrië. Het mooie golvende landschap in het Noorden. De steden zonder al te veel bezienswaardigheden en dus zonder toeristen, hetgeen dan weer maakt dat het eten goedkoop en authentiek is.
Veel vis, zoals Merluza (heek), bonenschotels en goedkope wijn, hoewel er uit deze streek weinig wijn komt behalve de Albareno uit Galicia. Natuurlijk ook de mooie brede stranden met een branding en nat zand, waar je niet gelijk je voeten aan schroeit.
Het weer dat in juli en augustus niet broeierig is maar lekker met 20 tot 25 graden en soms een bui. Je hoeft er niet bang te zijn voor 34 graden met muggen en bezwete nachten, zoals in Midden Nederland.
Hoe vaak heb ik op Youtube al niet filmpjes van Gijon en Santander bekeken en nog staat met Cees Noteboom in mijn geheugen gegrift in de regen op een pleintje in Oviedo. Mijn collega P. is 35 jaar geleden ooit met een veerboot uit Engeland in Santander aangekomen en heeft zijn gevoel bij aankomst op mij overgebracht.
Niet dat de plaatselijke voetbalclub Racing Club de Santander erg aanspreekt. Het speelt doorgaans tussen de plaatsen 10 en 16. Maar het stadion El Sardinero ligt wel vlak bij het strand en de oude stad. En de naam doet denken aan vis. Bovendien spelen ze in groen.
Dit jaar had ik eens geen zin in gedoe. Geen bezwete lange autotochten, Gardameerdrukte en vliegtuiggedoe. Dan liever een weekje Normandië, nu we aan de verplichte zomervakantie vastzitten.
De laatste weken
keek ik vaak op de site van Ryanair. Daar viel me al op dat
vluchten naar Zadar aan de Kroatische kust spotgoedkoop
waren.
Opeens was daar ook Santander voor spotprijzen en op sommige dagen (in het hoogseizoen) 19,99 euro.
Maar hoe krijg ik mijn vrouw zo gek, vroeg ik me af. Dagen maalde het door mijn hoofd. Zou ik het durven zeggen? Ze had me al enkele malen gemaand toch iets te boeken in Normandië en kwam zelfs al heel even op het onzalige idee van twee weken Kreta in juli. Ik meldde de dan 35 graden en ze liet het idee varen.
Vrijdagavond was het zover. Ze was enthousiast. Ik bracht het op een manier zoals een vrouw dat graag wil. “We moeten eens iets aparts doen, anders dan anders, om sleur te voorkomen”.
Haar jawoord maakte me blij, maar Santander is nu, na enkele dagen, toch al wat gewoner geworden nu ik het heb het moeten schrappen van mijn lijstje van onbereikbare dromen.
Over dingen die altijd doorgaan (San Remo) en de dood
continuiteit, bocelli, dood, ligurie, valerio scanu, san remo
Toen ik zaterdagavond het
festival van San Remo zat te bekijken met al
haar lage decoloté’s, gemaakte blondheid en ingevlogen
sterren als Shakira en nota bene de echte Mary J. Blige moest ik
er opeens aan denken.
Ik moest denken aan het contrast van jaarlijkse langdurig wederkerende routine en continuïteit en de abruptheid van de dood.
Dat festival van San Remo bestaat al zo lang. Een van de bekende winnaars was Mudugno met `Volare` en later onder andere Laura Pausini en Andrea Boccelli. Ter opluistering van dit ietwat sinistere blog heb ik enkele filmpjes toegevoegd
Vanaf ongeveer 1985 (RAI UNO op de kabel)
staat het in mijn hoofd als een gegeven dat dit festival elk jaar
plaatsvindt eind februari of in maart. Als liefhebber van
Italiaanse smartlappen, drama (wel op enige
afstand s.v.p.), decolletés, Italië en Ligurië een evenement
om niet te vergeten en toch vergeet ik het te vaak.
Het is een luxe om het te vergeten want ik weet onbewust dat het er volgend jaar weer is en daarna weer. Het festival begint meestal op woensdag en loopt door tot zaterdag. Het komt voor dat ik het helemaal mis, het komt voor dat ik net na afloop zie dat het geweest is en soms, zoals dit jaar, zie ik toevallig dat het gaande is.
http://www.youtube.com/watch?v=bK3oQswQRcg (Laura Pausini 1993)
Met mensen en situaties is de relatie tot de dood een andere. Mensen en situaties veranderen. Een nabestaande slaat in zijn of haar leven een andere richting in en elke situatie is anders. Het festival van San Remo verandert niet. Daardoor is het contrast ook zo nadrukkelijk aanwezig.
Bij een overlijden is er niet meer de mogelijkheid om quasi onverschillig te zappen en op RAI UNO terecht te komen. Er bestaat niet meer de mogelijkheid om RAI UNO aan te laten staan en een boek te lezen. Er bestaat ook niet de mogelijkheid om het aan je voorbij te laten gaan of je vol in het
San Remo festival te werpen.
http://www.youtube.com/watch?v=6GIOdyOGYrs
(Bocelli)
Ik betrek het nu op mezelf en bezie het contrast van doorgang en continuïteit t.o.v. een eigen ongewilde dood. Maar ik weet dat mijn verdriet na het overlijden van personen die mij zeer nabij stonden voor mij extra emotionaliteit opriepen bij het horen en zien van mooie muziek, bijzondere films en bijzondere gebeurtenissen, die hij of zij dan moest missen.
Uiteindelijk is San Remo het
leven zelf al haar foutheid en mooiheid maar het is ook een
soort natuurwet zoals de loop van de
seizoenen.
Hoe met dit festival om te gaan impliceert ook een eigen regelvermogen, een keuze om het festival in te duiken of links te laten liggen.
De dood staat gelijk met het volstrekte afwezigheid van enig regelvermogen. In ARBO terminologie de ziekmaker nr. 1.
San Remo, dus. Ik wens een ieder inclusief mezelf nog vele San Remo’s toe.
De winnaar 2010 is Valerio Scanu
Eerbetoon aan blogger COR
oe oe, cucurucucu, cor uitham, woman, anouk, tragiek, vroeger, duiven, duivenman, amersfoort
Vanmorgen luisterde ik in
de auto naar de radio. Ik hoorde voor de derde of vierde keer een
nummer dat me aansprak en dan vooral de tussenzang, het
melodieuze `ge oe oe`. Alsof ik een moderne
duivensong hoorde van een zangeres die het woord
`cucurucucu` of `roekoe` niet wilde gebruiken. Het
vriendelijk dramatische gekoer van de duif was in een modern
jasje vermomd. Toen moest ik opeens aan Cor
denken. Cor Uitham, de bloggende
duivenman uit Amersfoort.
Zijn blog: http://www.vkblog.nl/blog/3306/Binnenpark_Buitenpark
Het mooie van Cor is dat hij veel meer is dan alleen een duivenman. Cor is al wat ouder en met die duivenhobby erbij kan al snel het beeld ontstaan van een Telegraaflezende duivenmelker die op de keukenstoel al roerend in een kop koffie met melk en vellen de dagen slijt onder de klanken van Andre Hazes, Vera Lynn en Jantje Smit en met de houding van `alles was vroeger beter`.
Toen ik in de auto die klanken hoorde en eraan dacht om een blog met muziek op te dragen aan Cor vroeg ik me af wat me nu precies aansprak aan Cor. In het echt ken ik hem niet en ik weet dus niet of hij een oude brombeer is of een vriendelijke heer. Van zijn verschijnignsvorm op het blog spreken verschillende dingen me aan.
Bij hem besef ik me dat hij van een zelfde generatie is als mijn docenten in de jaren ´70-´76. Ik was toen tiener en mijn docenten gemiddeld 25 jaar ouder. Een generatie die toen rond de 40 was. Jong en actief dus, nog met opgroeiende kinderen. Mensen die met de caravan met de familie naar Annecy en het Gardameer trokken. Een generatie ook van nu 75 plus, die aan de laatste hopelijk nog lange en zo gezond mogelijke levensfase toe is. Dat op zich al is tragiek in optima forma, ook omdat het zo dichtbij komt.
Cor weet zijn ervaringen van zijn vroegere docentschap altijd mooi te verwoorden. Hij blijft dan niet hangen in de leerstof en de leerlingen maar beschrijft wat besmuikt en met zelfspot ook zijn voorkeuren, twijfels en mindere eigenschappen. Vooral ondeugende gedachten die hij toen had maar niet kon uiten komen nu naar voren.
Op een zelfde manier bespreekt hij zijn jeugd. Vooral de verhalen over de net niet of bijna helemaal ervaringen met vriendinnen in het zwembad en meisjes bij de bushalte spreken aan. Hij weet feilloos de gemoedstoestand op te roepen bij iedere man die bewust zijn eigen tienerjaren heeft meegemaakt met alle onhandigheid en onzekerheid die in schril contrast staat tot de vaak veel meer geslepen doelgerichtheid van de jongedames.
De
gedichten die hij schrijft zijn ook doordrenkt
van romantisch verlangen naar vroeger. Daarnaast zijn ze vaak
prachtig van cadans/melodie.
Cor leeft wel degelijk in deze tijd. Net als een Kees Smit is hij chroniqueur van zijn stad en meer nog van zijn leefomgeving en heeft hij ontmoetingen met medebloggers. En menigeen van die leeftijd heeft het computertijdperk aan zich voorbij laten gaan. Cor niet. Zelfs een Hyvespagina heeft hij opgetuigd, waar hij af en toe stuit op zijn oud leerlingen.
Als reageerder is Cor een
dankbare gast, zeker voor mij. Ik beschrijf graag mijn
dwarrelende, stoute en foute gedachten en vindt in Cor een
medestander die dit doorgaans herkent.
Alle reden dus om Cor in het zonnetje te zetten. En voor hem en alle anderen heb ik het ge oe oe van -naar later is gebleken ANOUK- neergezet. Anouk een dramaqueen annex superbitch bij uitstek, maar wanneer ik op youtube haar repertoire nog eens hoor, toch een echte topper. En als ze wat ouder en rustiger wordt ga ik ze wellicht nog leuk vinden.
En Cor.... ga vooral zo door!
Dit is de link voor het `oe oe` lied:
http://www.youtube.com/watch?v=wWu0ugHogHE
In het NU leven
nu, mindfulness, bij jezelf blijven, onvermogen, schopenhauer, yoga, voorpret
Is het een kunde of is het een
gebrek? Voor mij is het altijd in ieder geval een te grote opgave
gebleken. 20 tot 30 jaar geleden raakte ik zelfs wat verward
wanneer mensen, vooral het type bewust levende, yoga angehauchte
vrouw, meldden dat ze bij de dag leven cq. aangaven dat ze
leven in het NU, uitgaan van hun
gevoel en dat al het andere toch een mindere
vorm van leven EN genieten is. En dan kunnen ze je ook nog op
zo´n enge manier aankijken, vind u
niet?
Heel lang heb ik me daardoor schuldig gevoeld wanneer ik urenlang een vakantiereis aan het voorbereiden was in de stiekeme wetenschap dat ik dat eigenlijk nog leuker vond dan de reis zelf.
Ik werd er onzeker van omdat mijn onkunde een gebrek zou kunnen zijn en dat werd nog versterkt door het door de evolutionaire achtergronden ingegeven angst dat de dame in kwestie mij niet leuk zou vinden. Inmiddels ben ik daar overheen en ben ik gestopt met streven naar persoonlijkheidsverandering, waarvan ik voel dat het er toch niet in zit. Een variant van `Dicht bij jezelf blijven` zeg maar.
Ik ben vooral ook van de voor- en de napret. Bij een bijzonder leuk iets zijn het vooral de voorpret en de napret die de intensiteit bepalen. Op het moment dat ik in een vol stadion naar Barcelona- Real Madrid zit dan zit ik daar gewoon, soms in de wind en soms moet ik opeens een plas en is het te druk en verlang ik naar een herhaling op de TV op de hotelkamer. Wel heb ik dan weken kunnen genieten van het vooruitzicht en weet ik een lange periode erna het gebeuren te duiden, te beschrijven en te vertellen, waar ik dan weer dubbel van geniet.
Ook begin ik me steeds meer te beseffen dat meningen van anderen over hoe je in het leven te staan vooral te maken hebben met die ander en dat het vaak ook gaat om objectivering van hun eigen onvermogens. Een gebrek aan reflectievermogen, een gebrek aan het vermogen vooruit te kijken (volgens Schopenhauer een groot deel van de bevolking, de helft), een gebrek aan geestelijke stabiliteit, een levensdip of een andere vorm van persoonlijkheidsstoornis.
Toch kan het advies om in het nu te leven ook een zakelijk/verstandelijke achtergrond hebben. Terugkijken en vooruitkijken staan immers haaks op het wezen van het leven. Het leven, dat elk moment zomaar afgelopen kan zijn, op welk moment herinneringen niets meer waard zijn en de voorpret verspilde moeite is (geweest).
Heb ik het ondertussen over het begrip mindfulness (panacee voor alle kwalen na 2008) eigenlijk? Ik raak het wel. Mindfullness? Een omschrijving die ik vond:
`Het is
een houding van niet beoordelende acceptatie. Ofwel: aandacht schenken aan wat zich voordoet van moment tot moment zonder oordelen. niet ‘elders zijn’ met je aandacht, maar duidelijk aanwezig zijn op dat moment. En mindfulness houdt ook in: niet ‘veroordelend piekeren’, maar de situatie accepteren zoals die nu is. Mindfulness helpt om het lekkers te proeven, de gebeurtenissen in het gesprek te ervaren en zo goed mogelijk het tentamen te maken. Dus, als je eet, eet dan ook met aandacht en proef. En als je met iemand spreekt, doe dat met aandacht en bemerk bij jezelf wat je hebt te zeggen en merk op wat de ander zegt. En houdt bij het tentamen zoveel mogelijk je aandacht bij de vragen en de antwoorden. Piekeren kan altijd nog later. Dit klinkt zeer eenvoudig, maar door de vele automatismen van mensen blijkt het in de praktijk vaak moeilijk om met aandacht in het hier en nu te blijven.”
Het is verwarrend. Ik ben me ontzettend bewust van wat zich om me heen voordoet. Ik zie elke detail en heb een breed overzicht en interessegebied (" wat zit uw haar goed","leuke lamp trouwens", "kijk er vliegt een vliegtuig over") en toch ben ik meer van ervoor en erna. Bij een bijzondere situatie denk ik al snel “zit er een blog in?” Tamelijk fout, zou een therapeut zeggen.
Wel heb ik steeds meer geleerd om dicht bij mezelf te blijven, een houding die goed is (denk ik), maar een `zelf` dat niet in alle opzichten 2010 proof is (vrees ik).
HET Lentemoment
ruta del sol, tirreno adriatico, verlangen, lente, aprilbenen, rokjesdag, san remo; mart smeets
Neen, geen ijsjeslikkende
jongedames met nog witte aprilbenen op
rokjesdag. Dat ligt er te dicht bovenop. Bovendien zijn mijn
eerste lentekriebels dan al lang weer voorbij. De eerste kriebels
zijn nu eenmaal het lekkerst.
Op woensdag 10 februari as. begint het bij mij, zoals elk jaar in deze tijd. Dan is er de Ronde van de Middellandse zee. Een wielerronde van 5 dagen in het Zuiden van Frankrijk.
Die wielerronde is de opmaat voor de Ruta del Sol die twee weken later plaatsvindt. Is de Ronde van de Middellandse Zee nog een eerste sluimerende klank, als de ochtendkrant die om 06.00 uur in de bus glijdt en waarna na 2 seconde de slaap weer wordt gevat. Dan is de Ruta del Sol de wekker. Zo vol en duidelijk dat het onontkoombaar zijn.
De klank zorgt al tientallen jaren voor lichte kriebels en dat terwijl ik eigenlijk nog nooit een etappe op tv heb gezien of zelfs maar een uitslag heb gelezen. Wielrennen is een beetje aardig, maar niet meer dan dat.
Del Sol….De Ruta del Sol. Er is dan geen uitweg weer mogelijk. Op de Duitse TV is er de hele dag nog Rodelen en Skispringen, maar de uitslag van de eerste etappe van de Ruta staat al wel op pagina 9 van het sportkatern met 7 regels tekst. Meestal gaat dat zelfs aan mij voorbij.
Het blijft vaak bij een halve zin die ik oppik bij Studio Sport. Wie wint en hoe dat zal me worst zijn maar alleen die halve zin, de stem van Mart Smeets tijden het zappen “….. heeft gewonnen, daardoor behoudt hij de koppositie in de Ruta del Sol“. Dat is voor mij HET lentemoment, die halve zin zorgt ervoor dat ik ga denken aan hanggeraniums en dauwdruppels op het blikje bier in de avondwarmte buiten.
Toch denk ik dat die kriebels niet meer zijn dan een echo van vroeger toen ik mijn ijdelheid koppelde aan warme zonnestralen en warme zonnestralen aan een bruine huid. Mijn persoonlijkheid ontwikkkelde zich vroeger maar langzaam en daarom dacht ik dat door een bruine uitstraling meer gewaardeerd zou worden, cq. positieve aandacht zou krijgen. Van mijn hardlooptrainingen kan ik me drie situaties heugen dat ik vrouwelijke aandacht op straat kreeg, waar een keer werd gerefereerd aan mijn bruine benen. Die tijd is lang voorbij en dat maakt dat vreemde verlangen naar een Ruta del Sol potsierlijk.
Eind februari en begin maart komen er nog De Omloop Het Volk en Parijs Nice. Die schrap ik meestal in mijn hoofd omdat maartse buien het beeld bepalen en elke verbinding met lente ontbreekt.
Neen, dan een week later wanneer de Tirreno-Adriatico op het programma staat. Ik zie de desolate stranden van Senigallia en Pesaro en verlang er te zijn in een winderige 14 graden, een pastaschotel te verorberen in een leeg restaurant in Fano en dan na een sambuca in slaap te vallen in een tweesterrenhotel met alleen enkele vertegenwoordigers.
De derde of vierde Zaterdag in maart tenslotte is het optimum, het einde van de voorpret. Het voorspel is afgelopen. Het gaat nu echt beginnen, waarbij af te vragen is of dat leuker is dan het voorafgaande.
Langs de flanken van de Ligurische kust zien we dan het grijze rotsige landschap met flarden van groene olijfbomen en een enkele palm, dat afgewisseld met de diepblauwe zee en de stijle flanken met haar gekleurde huizen en terassen. “23 graden”. of het nu 19 of 32 jaar geleden is geweest weet ik niet, het staat me nu nog bij dat de reporter op een zaterdagnmiddag rond 15.00 uur zei “vandaag is het hier 23 graden“.
Milaan-San Remo, daar hebben we het natuurlijk over.
In het algemeen vind ik vrouwen
onder de 30 niet echt interessant, zowel fysiek als qua
belevingswereld. In de trein is dat op een of andere manier
anders, waarom weet ik niet. Het kan de ronde snelheid zijn in
het fallussymbool “trein“ , dat bepaalde mannelijke
oergevoelens van vroeger naar boven laat
komen.
Maar het is een heel ander soort gevoel eigenlijk, in de trein. De jonge vrouwen hebben dan eerder iets aandoenlijks. Vaak zitten ze alleen met het mobieltje en vragende, onzekere ogen. Mogelijk dat een soort plaatsvervangend vadergevoel zich dan van me meester maakt.
Vandaag kwam ik uit Den Bosch en ging schuin tegenover een naar schatting 28 jarige witte blonde zitten. Ik keek naar haar weekendtas, waarop een glossy `BILD` lag. Ik keek iets te lang en de jongedame wilde de tas weghalen. Ik zei haar `dat hoeft nu ook weer niet, ik keek alleen maar naar de BILD. `I cannot understand’ meldde ze. Daarna vroeg ze twee me keer naar de reistijd naar Schiphol en viel ze in slaap.
Tijdens een deel van haar slaap viel ik ook even in slaap. Ik was eerder wakker en zag dat ze eigenlijk ontzettend stevig maar wel strak was. Eerder een Finse of een Ijslandse dan een Letse of een Zweedse. Ze was in slaap getransformeerd tot een huiselijke slapende vrouw met haar mond wat minder elegant iets open en haar onderkaak wat naar achteren geschoven.
Het wakker worden ging langzaam en in twee etappes met rekken van de buik- en armstreek. Inmiddels stond de trein stil. Ze belde haar man of een vriend en twijfelde of de trein via de stad Amsterdam zou rijden. Ik vertelde dat de trein rechtsreeks naar Schiphol zou gaan. Ze werd opgewekter en lachte wat, een lach die niet bij haar treurige gezicht paste ondanks haar witte blondheid. Een blondheid die deed denken aan feestvierende Zweedse bakvissen op Kreta. Ik bedacht me iets later dat het gezicht eerder serieus was dan treurig en dat gaf me een iets geruster gevoel.
Ze gaf haar vriend een soort van erg ingehouden droge telefoonkus met een soort van “ MU” . Ik groette haar in Utrecht vriendelijk en hoopte dat ze op tijd zou aankomen en nog ruim voldoende levensgeluk zou gaan meemaken.
In de trein richting Veenendaal weer een ander tafereel. Een donkerblonde jongedame van hooguit 25 belde kennelijk met haar vriend of man. We waren al bijna in Zeist maar ze zei “Joh, het is al zooo laat en in ben nog in Utrecht, de trein is net gaan rijden” . Ze hoopte met haar 10 minutengesjoemel dat haar partner zou zeggen “Ach joh, dan kook ik wel”. Dat zei hij echter niet, misschien was ook hij wat vertraagd, en de jongedame was even stil en meldde nederig dat zij dan wel zou beginnen met koken.
Na 6 seconde van treurnis op haar gezicht klaarde ze weer op en wilde ze iets aardigs aan hem vragen. Die vraag verzandde halverwege omdat de man het gesprek kennelijk al beëindigd had. Ze voelde zich wat bespied en besefte dat haar korte verdriet zichtbaar was.
Ook voor haar hoop ik het beste in haar verdere leven.
Een aparte gewaarwording
eigenlijk. Als ervaren blogger ben ik al wel de nodige aandacht
gewend, die mijn drang naar zelfbevestiging aardig heeft
bevredigd. Maar het blijft knagen,
kennelijk.
Ik hoorde het zaterdag op de radio en eigenlijk vermoedde ik het al vrijdag. Ik wist dat die Tsjechische fabriek behalve de Toyota Aygo ook de Citroen C1 en de Peugeot 107 fabriceert.
Vandaag was het pas echt zover. In het AD stond een artikel over de teruggeroepen Toyota´s en in een klein kader stond `Ook Citroen C1 en Peugeot 107 terug`.
Het woordje OOK alleen al. De soort van bevestiging dat je erbij hoort. Ik ken het van de schoolklas vroeger, wanneer een medeleerling een standje kreeg en de leraar zei `Doe eens normaal, doe OOK als de andere kinderen en doe normaal`. Dat `ook` zorgde bij mij voor kippenvel en bevestiging. Bevestiging van normaal zijn, van erbij horen, bij de anderen.
MIJN auto stond nu in de krant. Ik had een gevoel van trots. Mijn kleine autootje, die eigenlijk te klein is om auto te zijn, maar zo lekker zit en zo zuinig is en zo makkelijk parkeert en zo weinig afschrijft. Zaterdag was hij nog niet genoemd en dat vond ik al wat flauw. Wel die Aygo en niet mijn Peugeot. Ik had er toch al lichte spijt van dat ik geen Aygo heb gekocht. Want die Aygo schrijft nog minder snel af omdat de restwaarde van een Toyota altijd hoger is.
Ik ben nu eenmaal gevoelig voor dat soort dingen want ik sta graag in de krant. Vroeger al. Berichten van kleine successen bewaarde ik, derde in de 3 maal M hardloopwedstrijd in Bunnik en 4 e op de Slotlaanloop en 17 e in de Bilste wedstrijdloop. Ik scoorde de 2-1 in een wedstrijd van RDZ 2 tegen HKC2.
Het stond in de krant met mijn naam en al en het was dus waar. Ik heb iets bewerkstelligd dacht ik dan en mijn bescheiden leven is niet in de volstrekte anonimiteit geraakt.
Later toen mijn columns bij de PvdA, de ANWB en het personeelsblad werden afgedrukt werd het nog bonter. En nu in het digitale tijdperk sta ik overal met blogs en foto´s. Het geeft nog steeds een kick, hoewel het wel iets went, zonder dat ik blasé word.
Zondagmiddag liepen we op het pad langs Brugakker te wandelen, een stel van onze leeftijd of iets ouder groette vriendelijk. Te vriendelijk eigenlijk, want hun gezichten waren eerder zorgelijk en we kenden ze niet. `Dat kan alleen maar zijn omdat ze me mijn wellicht herkennen van het VK blog of het Zeister Magazine` zei ik tegen mijn vrouw. Ze liet me in de waan, maar dacht er het hare van.
Maar dit alles, die verdrongen onzekerheid en die profileringsdrang wordt nu dus kennelijk via mijn verwrongen brein geprojecteerd op de kapotte remmen van de Peugeot 107.
Peugeot 107 rijder ben ik dus. Ik hoor erbij, bij de groep mensen die straks een brief krijgt van de dealer. Ik wacht met spanning af.
Mijn vrouw hoefde er niets van
te weten. Daarom moest het binnen drie tot vijf minuten. Anders
zou het in de gaten lopen. Lauwe vis moest het
daarom zijn en geen hete en al helemaal geen vis die nog gebakken
moest worden.
Het was vanmiddag rond 14.00 uur. Ik moest nog ergens anders heen en we hadden wat haast. Daarom zou ik na ons rondje over de Slotlaan in Zeist even naar de markt gaan om vis te halen. Mijn vrouw en dochter zouden dan naar Het Kruidvat gaan om me dan bij de AH aan het Emmaplein weer te treffen.
Ik was uit op Dorade en wel van die hele en wel twee stuks. Ze moesten schoongemaakt worden, kop eraf en dan zou ik ze in de oven doen met inkepingen en daarin citroen en knoflook en wat kruiden in de buikholte, citroen etc. Ik rekende 10 euro af. Net zoveel als voor de zeebaarzen die ik de laatste weken had gekocht. Maar teveel zeebaars lijkt ook niet goed en in Rome hadden we ons ook al te gegoed gedaan aan “spigola a la brace”.
Na het afrekenen rook ik de gebakken vis. Rond 11.00 uur had ik thuis twee broodjes op als brunch, maar of dat genoeg zou zijn tot 18.30 uur? Ik schatte in dat het beter was dat ik stiekem een snel de vis zou eten.
Het was immers te vaak gebeurd dat we op zaterdagmiddag rond 14.00 in de stad wat aten en dan had men rond zessen geen zin meer in een mooie maaltijd die ik in mijn hoofd had. Dan werd het hooguit brood met omelet om 19.00 uur en moest ik mijn kookkunsten botvieren op de door de weekse dagen dat ik laat thuis ben.
In een flits deed ik de bestelling toen ik zag dat ik gelijk aan de beurt was. “Doe maar wat lauwe vis, half bakje kibbeling graag“ . “Lauw?” vroeg ze nog. “Ja lauw, mijn vrouw hoeft het niet te weten. Daarom moet het snel en stiekem” . Een gezellig middelbaar stel (tot mijn schrik ben ik dat ook ongeveer bedenk ik me) keek me lachend aan. “Ja, je moet soms wat, als man zijnde“, zei ik. De vrouw keek naar haar man en zei tegen hem “Ow, jij bent er dan zeker ook zo eentje. Ik zie het nu al aan je gezicht“ . De man keek ontspannen betrapt.
Het vismeisje gaf me de vis en de vrouw van het stel keek me aan. “Ja ja” zei ze “maar vrouwen kunnen ook snel en stiekem zijn hoor”. Ik hoorde het aan met mijn braafste gezicht. De jongedame van de viskraam bemoeide zich er ook mee. “Ach, je zou eens moeten weten hoe snel ik wel niet ben”.
Ik lachte wat en propte de lauwe vis naar binnen en groette het gezelschap. Ik had het nog veel bonter kunnen maken natuurlijk door te zeggen dat ik van de stiekeme ben maar ook van de heel langzame eigenlijk, maar dat de vis in dit geval even snel moest. Maar het was al mooi zat geweest.
Een half uur later en alweer in
de auto zei dochter Rozanne dat ze lekkere vis had geroken en dat
ze eigenblijk van die bruine stukjes uit plastic bakje had
gewild, net als tijdens het Piratenfestival. Ik hield wijselijk
mijn mond. Het kind had honger, want nog niet heel veel gegeten.
Ik moest later weer verder met haar ergens naar toe. Ik
pakte een banaan uit de keuken en gaf die in de
auto aan haar. “Eet er maar lekker van“, zei
ik.
En mijn vrouw? Die leest mijn blogs met enige vertraging. Ze was tevreden over de Dorade, de ovenaardappelen en de gegrilde groenten.
Zondagmiddag om half vier - over Rome (en Rozanne)
rome, colosseum, zondagmiddag
Altijd heb ik gedacht dat het
doelloze gewandel iets sulligs en typisch Nederlands was. De
onrust van moeders de vrouw die er even uit wil. Het al langer
aanhoudende bezoek van (schoon) familie of vrienden en dan is het
opeens al bijna half vier. “We moeten
er even uit. Ja, laten we even een rondje maken“ . Het
trage gewandel langs bekend gebied en na een 30 minuten
“Het is toch wel fris, laten we maar
omdraaien“.
In dat soort situaties denk ik doorgaans
“Als het niet echt hoeft” en dan zoek ik uitvluchten om op de hond te passen (die gaat mee) of het eten klaar te maken (dat is meestal al klaar). En voor familie en bekenden, die dit lezen: Het is niet persoonlijk bedoeld; dat gewandel komt in immers in alle kringen voor en bovendien loop ik uiteindelijk altijd mee. Ook typisch sullig Nederlands, besef ik terdege.
Afgelopen zondag waren we in Rome en
van Romeinen had ik toch al niet een heel
uitgebalanceerd beeld en al zeker van
hun zondagmiddagbesteding. Rome is in mijn
ogen een wat unheimische stad met grote lelijke
buitenwijken met slecht onderhouden flats en desolaat openbaar
gebied tussen de Tangentiale. En dan het oude centrum,
dat is gewoon mooi. Dat is ook het terrein van de
toerist en de Roemeinse
horeca/dienstverleners.
En verder had ik zo het idee dat pa op zondag
in stadio Olympico zit, naar de radio luistert of zijn auto
poetst en moeder tussen schetterende kinderen en kleinkinderen
uren in de pastasaus
roert.
Nadat we in de ochtend vanuit ons appartement in Trastevere naar de markt bij de Porta Portese liepen zag ik al de drukte. Tienduizenden schuifelden langs de kilometers lange rij kramen. Het ging er gemoedelijk aan toe en uiteindelijk belanden we nog op een terras waar we in de zon twee dubbele espresso en een ijsje scoorden (voor 4,50 euro). Een leuke tijdbesteding, ook voor Romeinen.
We hadden Rozanne het Colloseum beloofd. We wilden er natuurlijk zelf graag naartoe en een zondagmiddag in januari is dan een uitgelezen moment, weinig toeristen in deze tijd. We hadden haar dus vooraf al lekker gemaakt met spannende verhalen over allerlei wilde dieren die hier heel vroeger een soort circus vormden het grootste theater van de wereld.
Met bus 3 waren we er snel. We liepen verwachtingsvol rond de ruïne. Het was al vreemd druk bij de metro. Aan de andere zijde zagen we door de spijlen van het hek mensen, een lange rij mensen. De rij leek wel 80 meter lang. Natuurlijk zouden we daar niet in gaan staan. We kregen wat aanbiedingen van echte of valse rondleiders die de rijen konden omzeilen. Dat zou 50 euro kosten en was voor ons te duur en te riskant. Het was wel bijzonder om te zien dat niet de toeristen maar de naar verpozing zoekende Romeinen voor rijen zorgden. We dropen af.
Dochterlief Rozanne had het er
moeilijk mee. “Ik wil naar binnen! Ik wil naar het
Collosseum waar de wilde dieren waren!” brulde
ze met dikke tranen uit. We beloofden haar de volgende dag
terug te gaan en belanden bij de kerk van San Giovanni de Laterana
(een heeeeel grote, zeiden we en dat was goed) en een lichte
lunch.
Inmiddels waren we om half vier we bij het plein van de Torre Argentino aangekomen waar de intelligentsia zich verdrong voor de Fetrinelli-boekhandel. Snel met tram 8 naar Trastevere. Deze artistiekerige gezellige volkswijk waar we ons al toerist tussen de Romeinen waanden, was als een Openluchtmuseum, maar dan voor Romeinen. Keurige families en stellen schuifelden door de smalle straten. Veel mannen met zwarte of bruinleren jas met nepbontkraag. We waren rond half vijf in ons appartement, moe van het geschuifel door de wijk deden we een dutje. Vanavond zou de wijk weer van ons zijn dachten we en zijn al die de romeinse zondagwandelaars gewoon weer thuis.
Rozanne was de volgende dag het Collosseum niet vergeten. Ze wilde er echt naartoe. Het paste echter niet in onze route en het zou gaan regenen. Weet je wat zeiden we “We gaan eerst naar het mooie plein van Navona met fonteinen, naar de Spaanse Trapppen en ook naar een heeeeel groot theater waar de dieren vroeger binnen vochten als het regende, het Pantheon!” Ze nam er gelukkig genoegen mee. . . .
Kale betonnen leegten in Italië
delle alpi, juventus, meazza, ferraris, serie a. beton
Dat opwinding
bij mij kan ontstaan door beton is op zich al
vreemd eigenlijk. Ik krijg soms kriebels van omkoperij
en gefeteer in de beton- en aanverwante industrie met
spannende en intrigerende verhalen over menselijke
zwakten. Verder heb ik niets met beton, behalve
als het de basis vormt van een mooi
voetbalstadion.
Het gaat dus over de serie A en de Wet van de Remmende voorsprong. In 1990 was er in Italië het WK voetbal.
Dat was net in een periode dat ik erg bewust met voetbal bezig was. Ik volgde FC Wageningen, FC Utrecht, Ajax en het Nederlands elftal. Ook had ik in die tijd een busreis geboekt naar België-Engeland in Bologna en Brazilie-Argentinie in Turijn. De reis ging vanwege gebrek aan belangstelling helaas niet door. In die tijd was er bij De Slegte een boek van maar liefst 75 gulden over de bouw en architectuur van al die stadions die in de periode 1985-1990 zijn ontwikkeld en gebouwd. Ik wachtte op afprijzing maar dat is er nooit van gekomen.
Nu anno 2010 staan al die stadions er nog. Soms met een likje verf en soms met kuipstoeltjes. Zelden op aansprekende locaties. Halfleeg doorgaans ook. Met veel bombarie wordt de Gazetta della sport nog wel dagelijks gevuld met vette sensationele koppen.
Toch raak ik niet opgewonden van Udinese-Chievo. Ik word dat dan weer wel van Santander-Mallorca of Lens-Nancy. Het gebrek aan opwinding komt door de grote ruimte die er is tussen de tribunes en het veld. Die ellendige sintelbaan en dan vaak ook nog een flauwe helling.
Het meest tragische is is Udine. Op zich als stadion "Friuli" niet eens zo raar en de hoofdtribune zelfs bijzonder (Ullevi-achtig) maar het ligt zo ver van het centrum en het is ook nog eens een ontzettend saaie en degelijke "net niet club", altijd spelend tussen plaats 6 en 11. Ik zag er in 1994 Udine-Sampdoria met een uitblinkende Gullit bij Sampdoria. Links achter het doel op 40 meter van het veld. Nederland speelde er enkele jaren voor het WK de inauguratiewedstrijd.
Friuli zelf is overigens heel aardig, net onder de Alpen met de goede wijnen en de San Daniello ham. In 1993 zat ik in het heerlijk rustige en authentieke Cividale del Friuli in Hotel Locanda al Castello. Bovendien is de opa van mijn vrouw rond 1930 uit deze streek naar Zeeland geemigreerd.
Het Stadio delle Alpi waar Juventus speelde was van een zelfde soort. Alleen grootser en inderdaad ook met alpenzicht. Het is verbonden met de stad door een tram die tot bijna in het stadion komt. Bovendien is Turijn een prachtige stad. Delle Alpi wordt nu afgebroken. Er komt een nieuwe Arena voor Juventus met 40.000 zitplaatsen. Torino blijft in het oude stadio Communale dat voor de OS in 2006 is opgepimpt.
Fiorentina kent een op zich mooi en ook wel verzorgd stadion. Bologna heeft een iets compacter stadion met sintelbaan (dat wel) dat dicht tegen het centrum ligt. Je loopt er via winkelstraten en langs restaurants naartoe. Hier werd België-Engeland gespeeld in 1990. Ik zag er Nederland-San Marino in 1993. Het werd 8-0. Er waren 2000 toeschouwers. Door me als Italiaan voor te doen kocht ik een staanplaats voor 10 euro in het Italiaanse vak. Eenmaal binnen schoof ik geruisloos door naar de 50 euro zitplaatsen van het Nederlandse contingent.
Stadio Olympico in Rome is groots en mooi gelegen aan de overkant van de Tiber met een weg vol kitscherige zuilen en beelden. Ondanks de sintelbaan hangt hier toch sfeer. Verschillende wedstrijden van Lazio en AS Roma heb ik gezien, waaronder de 0-3 en 2-0 van Lazio tegen Valencia in 2000.
De enige echte uitzondering op de regel is Genua met het stadio Luigi Ferraris. Prachtige architectuur die met rode steen is ingebed in de bedding van een rivier. De steile tribunes, de korte afstand tot het veld en de nabijheid tot de stad spelen tot de verbeelding. Bij station Brignole het voetgangerstunneltje door en 10 minuten lopen. Genoa-Ajax hier in 1992 was voor mij een once in a lifetime gebeuren, iets later gevolgd door halvefinale UEFA cup, waar Sampdoria net verloor tegen Arsenal.
Verder zie ik veel desolate betonen stadions op TV, zoals dat van Hellas Verona en Chievo. In dat van Napoli ben ik nooit geweest evenmin in de Siciliaanse stadions in Catania en Palermo. Ja, opeens schiet Palermo me te binnen. Daar speelde Nederland in 1990 gelijk tegen Egypte. Een normaal stadion zonder sintelbaan. Ook Parma valt mee. Compact en midden in de stad. Alleen wel gedateerd.
Daarnaast zijn er nog wat van die niet echte stadions. Te klein (Siena en Empoli) of vooral bestaand uit houten noodtribunes zoals Atalanta Bergamo, Piacenza en Cremonese.
Ik vergeet Milaan. Het stadio Meazza. Ik ben er twee keer geweest. Inter-Genoa en Milan-Fiorentina (nog met Batistuta). Eenmaal binnen is het mooi en groots. Buiten en in de catacomben stelt het niet veel voor. Een betonnen klomp in een saaie wijk en 7 minuten lopen van een metrostation.
Wat moet er gebeuren in Italië om er weer mooie stadions te krijgen? Ik wil er weer de kriebels van krijgen, zoals in de jaren ´90 toen ik met het bord op de schoot naar 90 minuti keek op RAI Uno.
"Is de Paus een kapoen?"
rk kerk; rozannne; de griffel; rome; de baas van alle kerken; paus.
Dochter Rozanne van bijna vijf
jaar oud kent Rome niet. Ze heeft er zelfs nooit van gehoord. Het
begrip Italië komt haar wel bekend voor door een vakantie
toen ze drie was. Wat ze wel kent zijn Barcelona en de Canarische
eilanden, Oostenrijk en Portugal.
Het is er eind januari te koud voor strand, terrassen en speeltuinen. Het is dus zaak wat spanning op te bouwen. Nu is ze dol op spaghetti en op kerken. Om de reis naar Rome ook voor haar qua voorpret aardig te maken appelleren we dus aan die haar aansprekende zaken.
“In Rome is de allergrootste kerk van de wereld“ , vertellen we haar. Als ze hoort dat die kerk wel 100 keer zo groot is als het zaaltje bij het winkelcentrum dat als RK kerk dient, begint ze te stralen. Verder vertellen we haar dat de Paus daar in die grote kerk woont en dat hij de baas is van alle kerken.
30 jaar geleden zou ik niet hebben kunnen denken dat ik dit soort dingen zou uitspreken. Als hervormd opgevoede jongen vond ik alles wat katholiek was raar, ongerijmd en nep. Nu dertig jaar later snap ik dat het leven dermate ongerijmd is dat een katholiek geloof dit niet erger of minder erg maakt. Bovendien is het RK volk vaak het beroerdste niet. En de leerlingen van de Zeister RK school De Griffel vormen bovendien een mooie doorsnee van de bevolking, een goede biotoop voor haar opgroeien.
Vragen, veel vragen stelt ze nu. `Mama, die Paus lijkt wel een soort Sinterklaas met een gouden hoed, maar hij geeft zeker geen kado‘s. En `Papa, zijn er meer mensen daar en ook hulpjes voor die Paus?`. Ze kijkt verheugd wanneer ik haar vertel dat de pizza in Italië is uitgevonden en dat er in Rome heel veel spaghetti is. Haar vraag of de papagaaien daar ook uitgevonden zijn moet ik helaas ontkennend beantwoorden.
Meanwhile leer ik alle goede en betaalbare restaurants in Trastevere en omliggende gebieden uit het hoofd aan de hand van sites en boekjes en weet ik nu al dat we in ieder geval Campana en Pommidori en waarschijnlijk ook Isole di Sicilia bezoeken (ons appartement is daarboven). Mijn vrouw verheugt zich op het aanwezige Adsl en de dvd met divx, de gezellige omgeving en de bezienswaardigheden (de vorige keer heb ik haar het Pantheon nog door de neus geboord).
Wat we met al die bezienswaardigheden moeten? Kweenie. De meeste heb ik al eens of vaker gezien. De Sixtijnse Kapel is mooi. Maar dan van een soort ongemakkelijke mooiheid of indrukwekkendheid die hetzelfde is bij een uitzichtspunt van de Grand Canyon. Je kunt vijf minuten staan kijken en zeggen `wat mooi`. Je kunt dat 10 minuten doen. Maar op enig moment krijg je het gevoel dat langer kijken niets toevoegt maar dat weggaan ook weer not done is, na 10 minuten al.
Gisteren liepen we door het winkelcentrum in Zeist en er brandde licht in de kerkzaal. Rozanne was erdoor geobsedeerd. “Weet je wat” zei ik. “Je mag er wel even naar binnen en dan kun je vertellen dat je naar Rome gaat waar de baas van alle kerken woont, ook van deze kerk!”. Zonder enige gene liep ze er gedecideerd naartoe en probeerde de deur open te krijgen om vol trots haar reis naar Rome te melden. Ik geneerde me wat. Zou ik haar op deze manier niet wat al te gek aan het maken zijn? De deur bleek gelukkig toch gesloten.
Tennet - Kan niet deugen
`stroomstoring lisse tennet`, stroomstoring, lisse, tennet, bollenstreek, netbeheerder
Toen ik net het bericht op het Journaal hoorde
over de stroomstoring in Lisse en omgeving met
de mededeling `Netbeheerder Tennet deelde mee
dat...` voelde ik het gelijk.
Dit kan ook niet deugen. Het is een naam die geconstrueerd is. Het is eigen schuld dikke bult. Zoiets verzin je ook niet. Een constructie van een vorig Paars kabinet, denk ik. Iets met loskoppeling van onderdelen en marktconformiteit. Conform met wat vraag ik me dan af en welke markt?
Een een beheerder? Die beheert en dat is zijn vak en daar maakt hij of zij winst mee en daar gaat het om. De rest dan? de Stroom? De stroomleverantie? Hebben ze daar ook verstand van? Neen dat hoeft niet want het is gesplitst. En Tennet. Ze hebben in ieder geval een bedrijfsvisie of
-filosofie las ik op de site. Al die andere geconstrueerde afsplitsingen hebben ook hun visie, voor wat het waard is natuurlijk.
Ach de mensen die er werken zullen ongetwijfeld hun best doen, dat is het probleem niet.
Ik bedenk me opeens dat we enkele jaren gelden een extra maand stroom moesten betalen. De dame vertelde ons wel 6 keer dat het met "de splisting" had te maken.
Het doet me denken aan de afsplitsing in het spoorwegvervoer. Op eens was de cateraar op het spoor niet meer de NS. Koffie werd te duur en afgeschaft. Dat een treinreis met koffe een product an sich is en geen losgekoppelde onderdelen, dat snapten de beslissers van destijds niet en nu zitten we zonder koffie. En over Rail info en Rail reizigers en Railpro en NSspoorwegenenzo zal ik het naar niet hebben. En hoe zat het met dat bedrijfje dat gaat over de bevroren wissels op het spoor?
De NS stort miljoenen winst terug naar het rijk en het wisselbedrijfje komt geld tekort.
Om weer bij Tennet terug te komen. Een stroomleverancier hoort trouwens gewoon PUEM of PNEM te heten, zoals vroeger en waarom zouden die dan ook niet het net kunnen beheren.
Datzelfde gevoel heb ik met onze
Waterleverancier `Vitenz`.
Die Z die zoemt niet het is een reklamevondZt
en daarom mag het geen S zijn of gewoon Waterleidingbedrijf
Midden Nederland, zoals het was?
Nadat ik dit schrijf zie ik op de website dat het toch gewoon met een S is. Maar het idee dat ik eerst dacht dat het met een Z was, dat zegt al genoeg, eigenlijk.
En wie is eigenlijk de baas van Tennet?
Ik heb geen belangen in Lisse en omgeving, maar dit moest ik wel even kwijt.
Mijn jaren ´60 - “Thuis en Ontspanning”
renkum; opvoeding; doorn; welvaart; jaren 60; eucalypta; regie
Ik groeide op in de stijgende welvaart
van de jaren ´60. Het was een overzichtelijke tijd. Er was de
altijd prettige en geruststellende geur van Old
Spice en de muziek van James Last. Zaterdag was er zelf
gebakken patat. Woensdag vaak spaghetti of ballen
gehakt.
Op Zondag was er soep, aardappelen en groenten en rundvlees en pudding toe. Vaak was dat hangop met fruitsalade en mijn zus en ik vochten om de rode kers. Toen al en ook nu nog vind ik het raar dat juist op de Zondag die een feestdag zou moeten zijn er nooit patat of spaghetti op tafel kwam.
Rond 1960 kwam er een TV, iets later een scooter en in 1969 een Fiat 127. We hadden de dingen nooit als eerste maar ook niet als laatste. Onderwijzeres en planner op de papierfabriek waren de beroepen van mijn ma en pa. Afgezien van enkele jaren (in die tijd waren er geen crèches) werkte mijn moeder als invalonderwijzeres, hetgeen hier en daar (vanwege de inkomstenimpuls) tot lichte jaloezie leidde bij anderen.
Als ongeveer 10 jarige maakte ik het bronzen huwelijksfeest mee van mijn ouders. Ik kan me ervan herinneren dat openlijk werd gesproken over geslachtsgemeenschap en dat ik onpasselijk werd van het idee dat al die brave ooms (in de voorkamer) en tantes (in de achterkamer) toch kennelijk op enig moment iets van sex met elkaar hadden.
Grote ellende en angsten zijn mij bespaard gebleven op een enkele uitzondering na. Van het Varkensbaaincident en de navolgende atoomdreiging kreeg ik wel iets mee op school. Het was voor mij tamelijk beangstigend omdat ik de ultieme consequenties kon overzien. Ook was ik erg onder de indruk nadat ik mijn in 1965 overleden oma op een zondagmorgen zag liggen in de lijkkist. Ik moest vanaf mijn achtste jaar op zondagmorgen mee naar de NH Kerk. Ik verveelde me daar stierlijk en telde de laatste minuten van de preek.
Er waren ook logeerpartijen bij mijn opa en oma in Doorn. Mijn oma was nogal streng (ik moest pap met vellen eten, u zeggen tegen de gasten van het pension en bidden voor het eten en slapen). Ook had ze aparte denkbeelden. De maanlanding in 1967 vond ze verschrikkelijk net als Van Nelle, frisdrank en al te nauwe contacten met buren. Toch ging ik er wel graag naartoe. Ik kreeg er de “Goal” en zilveren guldens. Ik speelde vaak bij een vriendje uit Renkum die toevalligerwijs in Doorn kwam te wonen. Hij woonde met zijn familie naast Simon Vestdijk en zijn jongere vrouw. Daar speelde we dan weer in de tuin met de kleine Vestdijk jr.
Vriendjes
Ik had genoeg vriendjes (en ook veel neven en nichten) om mee te spelen op school, de club en thuis, maar was toch ook weer een loner. Ze moesten wel op tijd naar huis. Ik wilde altijd regie hebben over mijn eigen tijd en kon me ook goed alleen vermaken. Vanaf mijn zevende las ik al de krant. Ik was ook weer niet hard genoeg om “neen“ te zeggen als ik geen zin had. Dit is ook nu nog een constante in mijn leven. Wanneer ik geen regie heb over mijn eigen tijd, dan wel onmachtig ben om die regie af te dwingen, word ik narrig en opstandig.
Vrijheid
Ik had thuis tamelijk veel vrijheid. Mijn pa en ma waren niet altijd blij met mijn soms hyperachtige gedrag en kattenkwaad en ik werd wel eens vermanend toegesproken. Maar verder had ik de vrijheid een onderzoekend en ondeugend kind te zijn. Op woensdagmiddag gingen we soms naar de steenovens. Daar vonden we gebruikte condooms. We legden ze op een stok en triomfantelijk liepen we er mee door het dorp.
Het was in die tijd en in mijn situatie normaal dat ik als 8 jarige al alleen naar het zwembad fietste, eerst naar Wageningen via "onderlangs" en een jaar later naar de Branding in Doorwerth. Op de Vrijdagse koopavond kon ik tot laat met anderen door het dorp struinen en in de herfstvakantie doolden we door de bossen om kastanjes en paddestoelen te zoeken.
TV
Vanaf mijn zevende las ik de krant en richtte ik me nogal op de TV, die me obsedeerde. Eerst Ricky en Slingertje en later Paulus de Boskabouter met de valse en ontzettend boosaardige heks Eucalypta (daar lag ik vaak wakker van). Nog later waren er Batman en Toppop. Omdat in Renkum met de antenne ook ARD en ZDF kon worden ontvangen raakte ik als 6 jarige al vertrouwd met programma‘s als de "Sportschau" en "Zum Blauen Bock.
Vakantie
Een hele mooie herinnering is een uitstapje toen ik 6 was, naar Harderwijk. Achteraf lijkt het een lucide droom. De buren hadden een speedboot en mijn ma ging erachter op waterskie's. Ik keek vanuit de boot naar beneden en zag het toen nog kraakheldere water van het Veluwemeer met verschillende lagen groene waterplanten tot ver in de diepte en scholen vissen ertussen. Dat we op de heenweg langs de Californiasoepfabriek kwamen maakte het feest compleet.
In de leeftijd tussen 7 en 11 trok ik ook
veel op met mijn bijna 4 jaar jongere zus J., vooral in
vakanties. We gingen meestal naar Scheveningen of Katwijk. Ik
liep dan soms een uur met haar langs de Boulevard en we
ontwikkelden een eigen kindertaaltje. Pas
na 1970 gingen we met de auto naar Karinthie en de
Yoegoslavische kust.
Of ik altijd wel echt happy was, is wat ik me nu afvraag. De zorgeloosheid en vrijheid van mijn jeugd weet ik nu wel heel positief te duiden, maar toen was dat bewustzijn er nog niet en onderging ik de dingen op een achteraf bezien (licht positieve) neutrale manier.
Eerder verschenen:
Deel 1 - School http://www.vkblog.nl/bericht/294095/Mijn_jaren_%B460
Deel 2 - Sport http://www.vkblog.nl/bericht/294414/Mijn_jaren_%9160_-_deel_2
Er volgt nog een laatste deel 4 - “muziek en kattenkwaad“
Mijn jaren ‘60 - deel 2
renkum, dkod, schaatsen, wageningen, marius van reemst, cees lok, ome gert
Speciaal voor die enkele liefhebbers van dit
genre, maar ook om mijn eigen historie vast te leggen.
Therapeutisch nuttig is het niet meer. Een paar jaar
geleden ben ik er al achter gekomen dat toenmalig gedrag en
gevoel voor een groot deel mijn gedrag en competenties van nu
bepalen en ik heb daar vrede
mee.
Ontsnappen is the story of my life.
Steppen deed ik vanaf mijn derde jaar nogal fanatiek. Het was zelfs zo erg dat ik, amper 4 jaar oud, in de ochtend rond 06.00 uur stiekem opstond, me aankleedde en in de drukke Dorpsstraat ging steppen. Vrachtwagenbestuurders van en naar de papierfabriek Van Gelder waarschuwden mijn ouders en de step werd opgeborgen. Dit is deel 2. `Sport`. Later volgen nog
* deel 3 - Thuis en ontspanning
* deel 4 - Kattenkwaad en muziek
Eerder verscheen deel 1 - School http://www.vkblog.nl/bericht/294095/Mijn_jaren_%B460
Vreemd begin
Om een voor mij duistere reden belande ik als 7 jarige op gymnastiek op woensdagmiddag in een klein zaaltje aan de Maatweg in Renkum. Achteraf bleek dat mijn pa een redelijk turner was, maar ik heb nooit iets van druk gemerkt. Misschien kwam ik er terecht omdat gym de voor mij op dat moment enige kenbare sport was door de gymlessen op school. Na 2 maanden had ik het daar gezien. Ik ben gewoon niet lenig en heb iets hoogtevrees. Achteraf -gelet op mijn karakter- een daad van jewelste om daar weg te lopen
Korfbal
Toen ik 8 was werd ik door een neef meegenomen naar de korfbalclub DKOD. In die sport ben ik tot mijn 42 ste blijven hangen, zoals ik meestal in iets blijf hangen. Het was zeker geen verkeerde vereniging, die hoorde van 1965 tot 1995 tot de Nederlandse top. Ik ging er op mijn 20 ste weg en haalde het tweede seniorentwaalftal. Ik mocht in 2007 zelfs een artikel schrijven in hun jubileumuitgave. Zie: http://www.bartslife.com/dkod/dkod_tempo/Jaargang63_tempo5.pdf
Toen ik tien jaar oud was kreeg ik een uitnodiging om mee te gaan naar `de Bondsdag` in Utrecht. Ik was al zo geperverteerd door het bureaucratisme dat ik serieus meende dat ik was uitgenodigd voor een vergadering voor sportbobo´s. Ik vond mezelf daar nog net te jong en ging niet mee. Later bleek dat dit gewoon het grootste korfbaltoernooi was van de Christelijke Korfbalbond.
Ik maakt als 11 en 12 jarige wel indoortoernooien mee. Sporthallen waren er niet, wel opblaashallen en veilinggebouwen. Ik weet nog van 1969 in een koude veilinghal in Barneveld waar de tv voor de WK Schaatsen in Deventer aanstond en de dode kippen door de koude zaal vlogen. Tussen de wedstrijden door volgde ik de schaatstijden op de voet. Het WK en EK hadden een zodanige impact op mij dat ik de huidige World Cups of whats a name niet volg.
Voetbal
Voetballen was eigenlijk wel
een passie. We voetbalden overal. Vooral aan de overkant van ons
huis tegen een blinde muur van de schuur van dokter Kool/later de
Graaf aan het parkeerpleintje (aan de Fabrieksweg). Wanneer
er geen ander vriendjes waren moest mijn zus mee.
Jaren later was Cees Lok daar vaak te zien, zoon van een de eigenaar van een zaak voor woninginrichting in de Dorpsstraat. Hij heeft later nog veel bereikt in de voetballerij (o.a. Wageningen, NEC en nu TD in Twente). Net als `onze` Fred van der Wal een dorpse jongen die het ver heeft gebracht.
Ajax-Liverpool in 1966 beluisterde ik op een radio op mijn zolderkamer. Ik was helemaal hyper van de beslissingswedstrijd in het Parc des Princes in 1969 die Ajax met 3-0 won.
Ik kan me herinneren dat ik met mijn neef op een woensdagmiddag in de 30 cm hoge sneeuw voetbalde op een weilandje aan de Molenweg. Het was dezelfde bijzondere dag waarop Benfica in 1969 de befaamde sneeuwwedstrijd met 1-3 won van Ajax. Benfica logeerde destijds in een hotel in Wageningen.
Toch hield iets me tegen. Ik voetbalde als een biljarter, altijd met effect en was bang voor slidings en koppen. Ik was ook geen haantje, eerder een dromer. Ik mocht wel meedoen in het schoolteam voor de Paaskampioensschappen. Daar speelden ook dorpscoryfeeën als Richard Budding (later Wageningen, Feyenoord en Vitesse) en Geo de Leeuw (later PSV en Vitesse).
Op Zaterdagmiddag ging ik vaak met mijn pa naar de wedstrijden van Wageningen 2. Ik genoot van de pingelaar Marius van Reemst, die het eerste elftal net niet haalde. Pas vanaf 1970 werd het normaler om ook de zondagmiddagwedstrijden van Wageningen 1 te bezoeken.
Uiteindelijk werd ik een voetballer in het team van onze compagnie en een matige zaalvoetballer. Ik droom nog regelmatig van topwedstrijden in volle stadions waar ik figureer als een nr. 6, een verbindingsspeler die zelden in balbezit komt.
Mijn hoogtepunt als toeschouwer lag in de jaren 1988-2000. Ik was in Munchen, Goteborg, Straatsburg, Madrid, Barcelona, Sevilla, Turijn, Genua en nog 20 tot 30 voetbalsteden. Verder had ik seizoenskaarten van Ajax en Utrecht.
Vissen
Vanaf mijn 10 e jaar was ik ook een verwoed sportvisser. Ik ging mee met ome Gert en buurjongen Bart. Vaak gingen we naar de beek bij Noordberg of de inham van de Rijn, de Renkumse Haven of het gat achter Campman. De sensatie van een langzaam ondergaande dobber op een glad en stil wateroppervlak om vijf uur in de ochtend is ongekend. Ik was een statische visser, vooral gericht op brasem, karper en zeelt. Dat visssen heb ik tot mijn 40 ste volgehouden, zij het steeds minder fanatiek.
Tussen 1964 en 1970
schaatste ik veel op de ijsbaan in Renkum. Wat houterig, dat wel.
Maar na 1970 verbeterde mijn techniek. Ik genoot van de sfeer en
de muziek. Waar andere leeftijdgenoten, met elkaar aan het dollen
waren. schaatste ik liever mijn baantjes alleen op de glooiende
tonen van The Cats en Zeeger en Evans.
http://www.youtube.com/watch?v=_Uw7phR9ucA
Dammen
Ik heb als 10 jarige nog enkele weken gedamd in een zaaltje aan de Nieuweweg. De melkboer, mijn neef en zijn pa, ze damden en ik ook. Ik was er niet heel slecht in. Omdat ik mijn neef een keer versloeg was ik `damkampioen van Putten`. Want mijn neef had een keer gewonnen van zijn pa en die had pas gewonnen van de melkboer en die was damkampioen van Putten, geweest. Ik riep een keer iets beledigends naar de vrouw van de beheerder en mocht toen een maand niet in de zaal komen en damde daarna niet meer.
Het meeste succes heb ik uiteindelijk nog bereikt met hardlopen in de jaren 1980-1990. De Halve marathon liep ik in 1.27 uur en de 10 kilometer in 37 minuten. Ooit, in 1984, liep ik de Engelse mijl in 5.10 minuten (Maliebaanloop Utrecht).
Mijn jaren ´60
van gelder, dorpsstraat renkum, koningin wilhelminaschool
Speciaal voor die enkele liefhebbers van dit
genre, maar ook om mijn eigen historie vast te leggen.
Therapeutisch nuttig is het niet meer. Een paar jaar
geleden ben ik er al achter gekomen dat toenmalig gedrag en
gevoel voor een groot deel mijn gedrag en competenties van nu
bepalen en ik heb daar vrede mee. Aan het eind van de jaren
`60 was ik 12. Het wordt een vierluik:
Deel 1 - School
Deel 2 - Sport en ontspanning
Deel 3 - Thuis en vakantie.
Deel 4 - Kattenkwaad en muziek
Mijn eerste bewuste herinneringen dateren van
de tijd dat ik drie was, 1961 was dat. Ik woonde aan de
Dorpsstraat in Renkum en ik had ik alle buslijnen en tijden van
de groene bussen van de NBM uit mijn hoofd
geleerd. Ook weet ik dat ik op een kerkklok 3 uur kon aangeven,
op een middag in Doorn bij mijn oma. Ik herinner me nog dat mijn
zusje op komst was. Het was een
zaterdagmiddag 23 december
1961 en mijn pa werd van de ijsbaan geroepen, waar hij
penningmeester was.
Ik besef dat mijn dochter van bijna 5 nu ongeveer het bewustzijn heeft van dat wat ik had in 1963, zeg maar tussen groep 1 en 2 van de Kleuterschool.
De kleuterschool was die “Met de Bijbel” op de hoek van de Kerkstraat en de Groeneweg in Renkum. Het is in mijn geheugen een vrij grijze maar niet onplezierige brij. Wat ik ervan herinner is een Sinterklaasviering en vooral mijn ontsnappingen. Het zou nu onbestaanbaar zijn maar ik mocht al vrij snel alleen met de step naar school. Ik werd wel de drukke Dorpsstraat overgezet en daarna stepte ik via de Kerkstraat naar school, toch 800 meter. Ik was weleens zomaar een uur weg met die step. Naar de zandverstuiving of de kruidenier waar ik stiekem voor 10 cent zwart wit poeder kocht. Die 10 cent had ik over van de bloempotkapper die 90 cent kostte, maar waarvan ik zei dat het nu 1 gulden was.
Vervolgens naar de Koningin Wilhelminaschool. Die kende ik al wat omdat ik soms met mijn ma meemocht, die invaljuf was. Het eerste jaar was er juffrouw Colenbrander. Geen onlieve maar wel een strenge juf van rond de 40 jaar met een tijdloos uiterlijk (altijd 56). Ze woonde in een huis met een vriendin. Daarna kwamen de Scheveningse juffrouw Uyttewaal. meester Van Leeuwen (die twee trouwden later), juffrouw Nickman, de meesters de Wilde, Kralt en Plomp. En soms viel mijn ma in en die was best streng voor mij. Meester de Wilde was populair. Hij woonde in een gloednieuwe flat aan de Keijenbergseweg, een unicum in Renkum. De flats zijn nu 42 jaar oud en ´sociale woningbouw´ en gaan tegen de vlakte. Meester de Wilde is helaas al jong overleden.
Ik rechts beneden
Het was een Nederlands Hervormde school en dat was ik me terdege bewust. Van de Katholieke scholieren op de Don Bosco en Vita Vera school moest ik niet veel hebben en de kinderen op de openbare Albert Schweizerschool waren anders. Ooit heb ik een roodharig katholiek meisje heel venijnig aan de haren getrokken. Het spijt me nog steeds. Zie blog:
http://www.vkblog.nl/bericht/bericht/126118.
Omdat ik altijd al wat een voorsprong had door eigen ontwikkeling en interesse (ik las met 7 jaar al de krant) en de thuislessen van vooral mijn ma, dwaalde ik al die jaren op school vaak met mijn gedachten. Het kon me allemaal niet boeien.
In die tijd was er net TV en ook reclame en ik vond dat prachtig zong het liedje van Popla en was het mannetje van Golden Wonder en zong het Californiasoep liedje. Soms speelde ik in de klas een varken. Door mijn rare fratsen stond ik vaak op de gang. Leerkrachten verzuchtten tegen mijn ouders `maar jullie zijn toch een heel normaal ouderpaar`.
Op een ouderavond wist ik in klas 3 een aantal plaatsen in Overijsel zomaar aan te wijzen en te benoemen op een blinde kaart. Maar vaak lette ik niet op en miste daarom de clou van spelling met `stam plus t` en van breukrekenen. Vaak een 10 en maar vaak ook wel eens een 4. Een milde vorm van ADHD had ik, waarschijnlijk.
Vechten deed ik niet. Het kwam voor dat andere jongens vervelend waren. Wanneer ik de confrontatie aan moest gaan, ging ik voor eigen comfort zelf al op de grond liggen en deelde dan een aantal stevige schoppen uit. De lol voor de aanvaller was er dan snel af.
De klas was een mengeling van
kinderen van middenstanders, een enkele ambtenaar van de
Rijksinstituten in Wageningen en veel werknemers van de
papierfabriek Van Gelder. Er werkten toen 2500
mensen in de fabriek, nu nog maar 200. Er was ook een meisje uit
`de witte stad`, kleine woningen niet ver van het
woonwagenkamp. Die buurt had een slechte naam. Het waren in de
klas het algemeen geen hoogvliegers op 2 of 3 na, maar ik
voelde me er wel bij.
In klas 3 kreeg (nu groep 5) kreeg ik signalen dat Helma van H. verliefd op me was, ze wilde me kussen, hoorde ik van anderen, maar ik kon er niets mee. Jo R. was een boefje en wat ouder dan de rest. Ik speelde meestal met neef D. of vriendjes Frank M. en Adri O.
Twee uit de klas zijn er inmiddels overleden. Een meisje is destijds op 10 jarige leeftijd verongelukt. Het maakte toen toch minder indruk dan nu, wanneer ik erop terugkijk. Een andere klasgenoot werd maar 35. Juffrouw Colenbrander van klas 1 is pas onlangs overleden. Ze heeft al die jaren met haar vriendin samengewoond. Op een een of andere manier associeerde ik het nooit met een lesbische relatie en ik weet nu nog steeds niet of dat terecht was of niet.
In klas 5 of 6 gingen we met een stel naar het bos en ik werd verzocht om (gekleed) op Annemieke C. te gaan liggen en ik moest mijn onderbenen daarbij omhoog houden. Pas later begreep ik dat dit met zwaartekracht en drukverdeling had te maken.
Toen ik later als een van de weinigen naar het Christelijk Streeklyceum in Ede ging, liet ik de Renkumse klasgenoten snel achter me liggen. Ik had een ander leven, vooral buiten Renkum. Arrogant, hautain, niet fraai eigenlijk.
Ik was onlangs dan ook blij verast te merken dat meer dan de helft van de toenmalige leerlingen is aangesloten bij www.Schoolbank.nl, waar ik me begin deze maand heb aangemeld.
"Langzaam weggegleden van het VKblog" - Afscheid
situationele transitie, wegglijden, vk blog, afscheid
Een brief aan mijn lezers.
`Beste blogggers, reageerders
en anderen
Mijn blogfrequentie is sinds 2014 langzaam afgenomen. Een enkeling heeft dat gemerkt en me er opmerkzaam op gemaakt. In 2009 schreef ik tweemaal per week, in 2014 nog maar eenmaal per maand. Vorig jaar heb ik slechts 6 blogs geschreven, waarop matig werd gereageerd, dat ook nog.
Ergernis over de steeds veelvuldiger verschijnende trollen, meervoudig persoonlijkheids-stoornislijders? Neen dat is niet de reden voor mijn vertrek. Ik signaleer het en dat is het dan. Een enkeling uit die categorie reageert weleens en uit beleefdheid doe ik het terug, dat wel. Door die categorie heb ik me nooit door laten leiden, ik zoek ze echter niet op en ga ook de strijd niet met ze aan. Dat doe ik irl ook niet. U zult mij op zondagmiddag immers ook niet aan poort bij Altrecht in den Dolder zien schreeuwen in een poging om met de clientele te debatteren.
De onderwerpen waarover ik nog steeds invallen krijg, die onderwerpen blijken steeds weer hetzelfde. Tussen de regels door laten reageerders dat ook merken.
Meestal gaan mijn blogs over voetbal, vrouwen, eten, vakantie en kantoorperikelen met af en toe een uitstapje naar politiek en filosofie. Weer Heino, weer Alpen, weer Duitse nieuwslezeressen, weer Gran Canaria, weer Schopenhauer en de Wageningse berg. Mij wordt het nog niet teveel, maar de lezer wel heb ik gemerkt.
Over mijn dochter Rozanne, ze is nu 11, neen daar
schrijf ik niet meer over sinds haar vriendinnen de blogs over haar baby- en kleuterjaren drie jaar geleden lazen en vervolgens belachelijk hebben gemaakt.
De manier waarop ik de laatste jaren hier langzaam ben weggegleden heeft meer met mij te maken dan met het VK blog of debloggers. Ik ben trouw, loyaal maar ook gemakzuchtig. Ik knip niet snel een band door. Ik zorg ervoor dat de omstandigheden zich zo ontwikkelen dat anderen het lijntje doorknippen. Zo is het gegaan met mijn twee korfbalclubs DKOD en RDZ, met mijn militaire dienst kornuiten en met de Huurdersvereniging. Ik laat in die situaties steeds minder van me horen. Ik krijg brieven en aanmaningen die ik voor een groot deel negeer. Bij de Nederland Hervormde Kerk heeft dat proces zich 14 jaar voortgezet. Elk jaar weer die acceptgiro van 120 euro en die aardige mevrouw aan de deur. Bij de PvdA bezorgde ik de afdelingbladen zo slecht dat het in 2003 zonder enig overleg van me is afgenomen, net als in die tijd mijn rol als vertegenwoordiger bij het Gewest.
Verwacht van mij hier dan ook
geen keiharde duidelijkheid, dat zit niet in mijn systeem. In
mijn werk heb ik het me wel aangeleerd om de zaak zelf in de hand
te nemen. Noem het situationele
transitie.
Het verwijt van oppervlakkigheid dat mij in de onderwerpkeuze en de omgang met anderen soms ten deel valt is ook niet de reden voor mijn afgenomen bloggedrag en uiteindelijke vertrek. Mijn meningen zijn vaak gratuit, maar wiens meningen zijn dat niet?
Die enkelen die mij weleens mailden en die
ik irl heb ontmoet weten dat ik hecht aan de mensen en de
contacten. Ik verheug me immers elk jaar weer op de ontmoetingen
met Theo. Ook de jaarlijkse wederzijdse
werkbezoeken met Rachel vormen een mooi alibi om
onze band te bevestigen, een band van wederzijdse herkenning in
de beleving, de herkenning van absurde details die zich uit
in blogs. Ook het moment dat ik Cor vorig jaar
trof in het lunchcafe van V en D in Amersfoort trof koester ik
nog steeds.
En met Sandra (een van mijn eerste reageerders) heb ik zelfs een vervolgafspraak gemaakt na die reünie vorig jaar van de HEAO in Arnhem, waar ik het podium op werd gehesen als oudste leerling daar aanwezig. Ik zie Sandra nog roepen en licht blozen
“Dat is Rene Scheffer, die ken ik van het blog!”. Nu Sandra rustiger is geworden (40 plus, ik schreef het 8 jaar gelden al) durf ik het aan haar voor te dragen voor een mooie communicatiefunctie op ons kantoor.
Thera is voor mij als een droom, een fata morgana, voor latere jaren. Zoals anderen na hun zestigste naar Santiago de Compostela gaan of kunsthistorie willen studeren, zo stel ik een bezoek aan haar excentriek gelegen woonplaats O. steeds uit. Maar bij die sporadische gelegenheden dat ik haar even op Hyves spreek is er steeds warmte en herkenning.
Lucca is een stad waar ik graag kom
en vooral ook in het glooiende niet toeristische achterland. Zo
ontoeristisch en basaal Italiaans. Maar elk jaar weer hoop ik de
stem van MD te horen die aan het fotograferen is
en me naroept en haar uitnodigt voor een maaltijd in het goede en
goedkope dorpsrestaurant.
Met andere woorden, zeg niet dat de mensen, de contacten me niets doen, dat ik indifferent en oppervlakkig ben en dat ik uit desinteresse daardoor ben vertrokken. Die contacten probeer ik ook wel aan te houden.
Ik sluit niet uit dat ik me hier over een jaar weer meld, maar voorlopig dus niet.
Het zou anders zijn wanneer er door velen een klemmend beroep op me wordt gedaan om te blijven. Zo ben ik dan ook wel weer.`
Zeist, 27 december 2016.



Eigendomsrecht
Van alle publicaties op dit weblog berust het eigendomsrecht bij de
auteur (Rene Scheffer), tenzij uitdrukkelijk anderszins vermeld. De
inhoud van dit weblog mag niet (geheel of gedeeltelijk) zonder
toestemming van de auteur door kopie, druk of andere middelen
worden gereproduceerd en verspreid. Citaten en verwijzingen zijn
toegestaan met volledige bronvermelding. Bij twijfel: stuur een
mailtje via de link in het infoblok rechtsboven! De auteur behoudt
zich ook het recht voor om, in extreme gevallen, reacties te
wijzigen of te verwijderen zonder opgaaf van reden. © Rene Scheffer
2007 Eventuele boetes van meer dan 300 euro kunnen bij eenmalig
gebruik worden afgekocht voor 50 euro.
