
Bevroren 'tail on'-garnalen - het soort dat in de winkels verkocht wordt als 'cocktail'-garnaal en in feie niets anders is dan een op-de-staart-nagepelde garnaal - kan verdomd scherp zijn. De bevroren staartstukjes zijn messcherp en je kan je er lelijk aan snijden.
Maar wat een van m'n collega's eerder deze week overkwam staat in geen verhouding tot de kleine wondjes die de staartstukken doorgaans veroorzake. Op e ee of andere manieren kreeg hijbij het schoonmaken van de stoomontdooimachine kokend water over z'n rechtervoet. Die nu zwaar verbrand is. Tot de kerst 'viert' hij nu vakantie.
Zoutkamp/Eenrum - Gisteren hing er op de deur van de voorman een papiertje met de oproep voor vrijwilligers voor de nachtdienst. Eindelijk - na vier maanden vroege dagdienst kans op variatie. Ik gaf me onmiddelijk op, waardoor ik nu (nog even) vrij ben. Straks naar de garnaal, voor een middag en avond vol leeggooien van bevroren roze goud en opensnijden van dozen.
Met als bijkomend effect: meer energie om te schrijven.
Nijmegen/Zeist/Eenrum – Het slotprogramma van Wintertuin
2009 was ‘Poetry Zwem’ in het Sportfondsenbad Oost.
Het was beslist het weirdste literaire programma dat ik
ooit meemaakte: terwijl de dichters Ilja Leonard Pfeijffer, Jaap
Robben (stadsdichter van Nijmegen), Els Moors en F. Starik korte
voordrachten hielden aan de rand van het zwembad zwommen tot
eenentwintig jeugdige schoonzwemsters in het bad.
Het gezwem was zo fascinerend en tegelijkertijd zo absurd dat het
voor mij onmogelijk was m’n aandacht op de poëzie te
concentreren – slechts een flard van Pfeijffer en het
grootste gedeelte van Stariks laatste gedicht, over een bezoek
aan een wel heel smerig zwembad, kreeg ik mee – juist omdat
er toen niet gezwommen werd.
Was het experiment daarom een mislukking? Allerminst – het
hele gebeuren, dat al bij de entree begon, door het publiek in de
kleedhokjes een onaf gedicht te laten voltooien dat later tot
papieren bootje gevouwen moest terwijl Firma Weijland en d.j. Jos
Lenkens muziek verzorgden en zich tegelijkertijd een
absurdistisch theaterstukje afspeelde waarbij een van de
‘badmeesters’ in het water belandde, gecombineerd met
een prachtige lichtval op het water en het schoongezwem lieten
een onvergetelijke indruk achter.
Verbeterpunten eraan zijn: een schuinoplopende tribune voor het
publiek, zodat je beter in het water kan staren, een betere mix
van zwem en poëzie – beide vergen het uiterste van de
concentratie en wellicht dichters met meer lef en initiatief
– die bijvoorbeeld al declamerende in het water
springen.
Desalniettemin, een prachtige afsluiting van Wintertuin 2009. Dat
heet: de publieke afsluirting. Want daarna volgde de besloten
afsluiting, in de eetzaal bij het kantoor achter de Daalse
begraafplaats. Zeker zestig festivalmedewerkers en artiesten
genoten daar van mosselen-vreten-tot-je-erbij-neervalt, speeches
en natuurlijk muziek van Firma Weijland.
Uiteindelijk, zo rond half twee vannacht verliet ik het kantoor
en de laatsten der Mohikanen: Frank Tazelaar, Monique Warnier,
Jos Lenkens, Niek Das, Wendela van den Akker en haar vriend,
alsmede timmerman Bouke.
Wintertuin 2010 begint volgend jaar in Arnhem, eind mei. Met o.a.
de uitreiking van de Johnny van Doornprijs voor de gesproiken
letteren. Eind november 2010 zal de Wintertuin zich
weer in Nijmegen manifesteren.
Vanuit het penthouse van Extrapool in de binnenstad kijk ik uit over een nog slapend Nijmegen. Straks zal de bevolking en masse naar het Zwembad Oost trekken voor de eerste Nederlandse Poetry Zwem, maar dat is later. Nu rust het volk de roes uit van de tweede Nijmeegse Nachten, gisteravond en vannacht in de Lindenberg.
Over wat daar zoal gebeurde en wat eraan vooraf ging dit relaas. Voor het publiek bestaat een literatuurfestival als de Wintertuin natuurlijk vooral uit de programma’s en producten, zoals het Wintertuinboek de bundel Nu u!, waarin hedendaagse dichters als Eva Gerlach, Tsead Bruinja, Piet Gerbrandy, K. Michel en H.H. ter Balkt nieuwe versies tonen van klassieke gedichten van onlangs overleden dichters als Paul van Ostaijen, Vasalis en P.C. Hooft.
Voor de dichters en schrijvers betekent een (goed) festival ook het meerdere dagen optrekken met elkaar. De stad en omgeving verkennen, het nuttigen van lokale specialiteiten, het delen van ervaringen, enzovoort.
De 2009-editie van Wintertuin kende weer een writer in residence, de Duitse auteur Ralf Thenior. Een sympathieke man, die de afgelopen dagen veel door Nijmegen gewandeld heeft en die wellicht in de naaste toekomst een hele reeks Nijmegengedichten gaat schrijven. Een eerdere writer in residence was de Vlaamse dichter Andy Fierens. Dit jaar was hij weer twee dagen te gast. Met hem stapte ik de Seat Cordoba in.
Terwijl Andy vertelt over z’n avonturen in Osaka (Japan), waar hij met o.a. een Spaanse en een Britse dichter en een Nederlandse rapper optrad rijden we Nederland uit. Het regent, het is kil en grijs – kortom, een perfecte dag voor graf- en slagveldbezoek.
Net over de grens ligt namelijk het Reichswald, frontgebied van september 1944 tot en maart 1945. Wat van die strijd nog zichtbaar is zijn twee grafvelden, het Reichswald Forest War Cemetery, waar meer dan zevenduizend geallieerden rusten en een Duitse begraafplaats, tussen Kleef en Nüttingen, rustplaats voor een kleine drieduizend oorlogsdoden – soldaten, burgers en dwangarbeiders.
De tegenstelling tussen beide grafvelden is groot: het geallieerde is reusachtig groot en ligt goed zichtbaar aan de weg Kleef-Goch. Elke dode heeft zijn eigen, staande zerk, vaak voorzien van een persoonlijk onderschrift van de nabestaanden.
De Duitse begraafplaats ligt diep in de bossen verscholen. Vanaf de parkeerplaats zie je in eerste instantie alleen een muur, die doet denken aan een zeventiende eeuwse vestingwal. Via een trap kan je omnhoog en je ziet een veld met her en der drie stenen kruizengroepen. Midden op het veld staat een bunkerachtige crypte, waaronder vierhonderd onbekende doden rusten.
De slachtoffers op het veld liggen onder kleine rechthoekige stenen. Onopvallend, alsof men zich schaamde voor hun dood. We doen een ronde en vetrekken.
Terug in Neijmegen ga ik nog even bij de Amsterdams/Friese auteur Tsead Bruinja langs, die voor de duur van het festival zijn intrek heeft genomen in het City Park Hotel. Net als ik doet hij op z’n blog verslag van het festival.
Dan de stad weer in, naar een internetcafë, en door naar de Lindenberg. De dichters en schrijvers druppelen alweer binnen: de tweede Nijmeegse Nacht kan beginnen.
Veel programmaonderdelen maak ik niet mee: het praten en drinken met oude vrienden en bekenden trekt me meer dan het geconcentreerd luisteren naar gedichten en verhalen. Toch gaat de cultuur niet geheel en al onopgemerkt aann me voorbij.
Ik geniet van Andy & the Androids, de band van Andy Fierens. Twee jaar geleden zag ik ze eerder, bij Dichters in de Prinsentuin in Groningen. Toen was ik niet erg onder de indruk: dichter en muzikanten vormden nog niet echt een eenheid. Ditmaal wel en wat ik hoor en zie is klasse: een strakke poëzierockshow, met naast Fierens gitarist/fluitist Michaël Brijs en contrabassist Filip Vandebril. De gedichten van Fierens zijn overigens na te lezen in de juist bij De Bezige Bij verschenen bundel Grote Smerige Vlinder – en wellicht dat op de site van Boest (een theaterprogramma van een groot aantal jonge Vlaamse auteurs de muziek van & the Androids te beluisteren valt.
Tsead Bruinja en ik waren erg benieuwd naar de voordracht van de oud-Groningse en binnenkort met de bundel Oer (Passage) debuterende Petra Else Jekel. Ze was te zien in het programma Schrijversplatform Arnhem – maar de voordrachten van twee auteurs die voor haar optraden duurden te lang en waren ons een gruwel – we verlieten de zaal voortijdig.
Om op te gaan in gesprekken met Ruben van Gogh, H.H. en Willemien ter Balkt, Ilja Leonard Pfeijffer, Marjan Stoop, Thomas Möhlmann, Kasper Peters, Thomas Verbogt, Christophe Vekeman en vele, vele anderen.
Toch weer terug naar de cultuur: op het podium naast de bar traden de Bunny Bonanza’s op, aangevuld met o.a. Wintertuinmedewerker Willem Sjoerd van Vliet. Deze op het oog zo rustige jongeman ontpopte zich als een waar podiumpunkbeest – verrassend en wild. Waarlijk, Wintertuin is en blijft genieten!
Nijmegen – ‘Het was een mooie avond, gisteren’, zeg ik tegen Ernest van der Kwast die tegelijkertijd met mij in het City Park Hotel ontbijt. ‘Zeker, en ik was erg onder de indruk van die jonge Vlaamse dichter’, is z’n antwoord. Van der Kwast, die zelf op de eerste van de twee Nijmeegse Nachten de bloemlezers Dirk van Bastelaere en Erik Jan Harmens aan de tand voelde over hun recentelijk verschenen anthologieën, doelt op Maarten Inghels.
Samen met z’n landgenoten Lies van Gasse en Andy Fierens trad hij als afsluitende act gisteren op in de Karolingenzaal van de Lindenberg. Het was heerlijk om – naast Fierens - eindelijk weer eens ‘nieuw’ talent te zien dat goede gedichten koppelt aan een goede podiumpresentatie: de poëzie grotendeels uit het hoofd, mooie mimiek, ontwapenende interactie met het publiek – ja, goud, zoals we in Eenrum zeggen.
Goud, goed-Gronings voor goed, was het meeste wat ik zag: het openingsgesprek tussen astronoom/kunstenaar Vincent Icke en dichter/programmamaker Wim Brands was een feest voor de geest.
De theaterervaring Grasland, waarbij mensen uit het publiek middels regieaanwijzingen uit een mp3-speler een kort theaterstuk opvoerden was zeer amusant en verrassend, het duo-dj-schap van Lucky Fonz III en Roos Rebergen pakte aangenaam uit; de ontmoetingen met oude vrienden en bekenden in de wandelgangen en op de binnenplaats waren talrijk en gezellig – jawel, er heerste de perfecte festivalsfeer.
Een festival brengt ook met zich mee dat je soms niet alles kan zien wat je wil zien, omdat meerdere boeiende acts tegelijkertijd geprogrammeerd staan. Waardoor ik maar een fragment van Meindert Talma’s nieuwe muziekfilmvoorstelling ‘Tamango’ mocht meemaken. Maar godver, het was wel indrukwekkend – mooie beelden, prachtige muziek, met zang van Jurgen Veenstra (ex-Moon Lizzards) en Klaske Oenema.
Natuurlijk waren er ook minpunten: het woordgefröbel met lidwoorden van Arjen Duinker joeg me de zaal uit, waardoor ik de voordrachten van Mark Boog en Menno Wigman miste. Maar soit: ieder z’n meug en bovendien: vanavond is het weer Wintertuin in de Lindenberg.
Nijmegen – In een volgepakt Doornroosje woonden zo’n tweehonderdenvijftig mensen en ik de vijfde editie van Poetracks bij – het Wintertuinprogramma waarin muzikanten hun eigen draai geven aan een gedicht. Ditmaal was het werkstuk 'De jongeling (2)' van Remco Campert.
Auto’s kunnen rijden in een waas van weemoed
naar de duinen naar het feest
met het meisje dat mee moet
naar de villa waar je al eerder bent geweest (…)
Een golf van ontzetting trok over het publiek toen Campert vertelde dat hij dit gedicht geschreven had toen hij twintig was, dus zestig jaar geleden. Kennelijk realiseerden op dat moment velen pas dat het een krasse tachtiger was die tot hen sprak – en geen stramme vijftiger. Alhoewel…
Enfin, van alle artiesten konden slechts twee me bekoren: de Vlaamse zanger/gitarist Tom Pintens, bekend van de band Zita Swoon en de rapper Macronizm. Waarom? Omdat zij Nederlandstalige eigen teksten brachten. Dus geen tenenkrulgevoel bij het aanhoren van dat ergerlijke Engels met Hollands accent – nee, gewoon puur en goed. Vooral Pintens’ tweede tekst, over arbeiders in Charleroi greep me zeer aan.
Ik vind het moeilijk iets zinnigs te zeggen over de uitvoeringen van Camperts gedicht – in de eerste plaats omdat ik me blijf afvragen waarom dat meisje zonodig mee moet en bovenal waarom er dan zonodig mee geneukt moet – maar soit, smaken verschillen en het publiek vond het, zover ik kon waarnemen, allemaal prachtig. En daar gaat het natuurlijk om.
Wel denk ik dat de organisatie voor komende Poetracks van de muzikanten moet eisen om hun complete set Nederlandstalig te houden – het gaat tenslotte om het toonzetten van Nederlandstalige gedichten.
Ook zou het mooi zijn als artiesten als Frans Bauer, Jan Smit, Rita Corita en bijvoorbeeld André van Duijn - om maar wat namen te noemen – gevraagd zouden worden om zich over een gedicht te buigen. Ben erg benieuwd naar wat dát zou opleveren.
Inmiddels is het vrijdagmorgen in Nijmegen geworden. Ik kijk vanuit mijn hotelkamer uit over de Valkhof en zie daarachter de Waalbrug liggen. Links daarvan de Lindenberg, het theatercomplex waar vanavond de Nijmeegse Nachten beginnen. Met ondermeer Roos Reebergen, Meindert Talma, Menno Wigman, Mark Boog, Wim Brands, Kader Abdolah, Erik Jan Harmens en Joke van Leeuwen. Er zijn nog een handvol kaarten verkrijgbaar.
In de zomermaanden kon ik minder en minder uren maken in de bakkerijfabriek - op het laatst hooguit anderhalf dag per week. Alle reden om uit te zien naar ander werk. Mirte, Noors dochter, wees me midden juli op een advertentie van een uitzendbureau waarin productiemedewerkers voor een grote garnalenfabriek gezocht werden. Ik registreerde me bij dat bureau en een paar dagen later werd ik garnalenarbeider.
Intussen weet ik veel van garnaal. Hoe je ze moet ontdooien, bijvoorbeeld. Hoe je dozen met bevroren garnalen moet opensnijden. Hoe je lege dozen kapot moet snijden. Hoe je zestien ton garnaal in een stortkoker moet gooien - enzovoort.
Egenlijk was ik van plan tot februari 2033, als ik 67 word, me nog enkel op de garnaal te richten, net als m'n collega's in de garnaal. Maar een paar weken geleden kreeg ik een uitnodiging voor het Wintertuinfestival in Nijmegen, om daar mijn erefunctie van schaduwdirecteur uit te oefenen.
Tegelijkertijd ontving ik een uitnodiging voor de boekpresentatie van Vliegvelden in oorlogstijd. Nederlandse vliegvelden tijdens bezetting en bevrijding 1940-1945, aanstaande maandag in Soesterberg, waar ondermeer luitenant-generaal J.H.M.P. Jansen (wie kent hem niet?) en de Minister van Defensie dankwoorden gaan declameren.
Dus zeg ik de Grote Garnaal voor vijf dagen vaarwel en reis straks af naar Nijmegen en Soesterberg. Vanuit Nijmegen zal ik traditiegetrouw verslag doen van het festival.
Vorig weekend heb ik als wegwerker op de A7 gewerkt. Tussen de afslagen Heiligerlee en Winschoten reflectorborden en de daarbij behorende voetstukken van het asfalt halen en op een vrachtwagen stapelen, teneinde het snelverkeer van vers asfalt te laten genieten.
Het begon bij Shelltankstation Meedenertol, waar we ons om 18.00 uur moesten melden. We waren vijf in getal - vier 'reguliere' uitzendkrachten die doorgaans in de Sonja Bakkerindustrie werken en een jongen uit een van de Pekela's, voeger van huis uit.
Om tien over zes arriveerde een mannetje van de opdrachtgever, met de boodschap dat we pas om half acht konden beginnen - de belijners waren nog druk bezig. Okay, wachten dus.
Zo tegen half acht arriveerden meer en meer vrachtwagens, busjes en mensen. We kregen koffie op de parkeerplaats van het tankstation en luisterden naar de verhalen van de wegwerkers. Mooi volk dat door het hele land 's rijks snelwegen afzet en later weer opengooit.
Terwijl de vrachtwagen met open container en daarachter een dieplader langzaam over het asfalt gleed verwijderden we de wegafzettingen: twee man trokken de reflectorpalen uit de voetstukken, gaven die aan een man in de container en twee man pakten elk een circa dertig kilo wegend voetstuk en smeten die op de dieplader, waar twee man ze netjes stapelden.
Het was zwaar werk, maar wel heel relaxed. Na twee uur zwoegen werden we terug naar de parkeerplaats gereden, waar een soortement rijdende keuken was gearriveerd. Een man voorzag ons van broodjes hamburger, frisdrank en toetjes.
Een paar man had hun kinderen meegenomen. Ze speelden nog even op de parkeerplaats, voor ze in vrachtwagencombinaties verdwenen om te slapen.
Zo vergleed de tijd en het landschap. De zon ging onder, sterren schitterden en de maan straalde vaag. Om tien over twee 's nachts zat het erop - voldaan reed ik terug naar Eenrum.
Beetje jammer alleen dat in het begeleidende verhaal in de VK verder niet werd ingegaan op deze kratten. Nu ja, volgende keer beter.
Men had bedacht dat ze tijdens die Uitmarkt een programmaonderdeel willen laten verzorgen door de verzamelde Groninger stadsdichters. Op m'n vraag wat het budget was kreeg ik het bekende antwoord: 'Er is geen budget voor de dichters uitgetrokken. Maar daar tegenover staat... publiciteit.'
M'n reet. Elke
organisatie die me poogt te paaien met 'publiciteit' - iets wat
geen enkele organisatie kan garanderen, zeker niet bij een
evenement waar tientallen acts staan - is een organisatie waar ik
niet mee in zee ga. Ik wil normaal voor m'n werk betaald krijgen,
simpel. Dus vertelde ik de man die me belde dat hij maar op zoek
moest gaan naar amateurdichters, die graag voor niets optreden.
'Nee, we willen profs', was z'n antwoord.Ja dag - profs zijn profs omdat ze van hun werk willen leven. Dan ga je toch niet de markt verzieken. Stelletje mafkezen.
Anyhow: er was ook niets wereldschokkends gaande waarvoor de media me belden. De KRO wil me graag als lid houden en de EO belde om een afspraak te maken voor m'n volgende indaling als 'Dichter bij de Dag' in het radioprogramma 'Dit is de dag', vrijdag 29 mei.
Het zal een kort verblijf zijn, aldaar, want om 22.00 uur verwacht men mij terug in de fabriek. Dat betekent dat ik helaas niet het programma kan bijwonen dat het Utrechts Dichtersgilde vandaag in Utrecht uitvoert - waarover Ingmar Heytze de regie voert en waarover hier alle details te lezen zijn - in lijn van het vorige bericht de namen: Chrétien Breukers, Ellen Deckwitz, Ruben van Gogh en Alexis de Roode.
Hoe dan ook: ik verheug me op nat asfalt en avondeten langs de snelweg, ergens tussen Amersfoort en hier.
De volgende gast was
Tommy Wieringa, die een briljante performance neerzette ter
promotie van zijn nieuwe boek, de roman Caesarion. Hij
noemde en roemde het sympathieke tijdschrift Tzum, liet zich lovend uit over de
verkoopsuccessen van Tsead Bruinja (Witteman: 'Ja, dan noem je ook een
naam!'), blikte op de juiste momenten in de camera en brak, zonder
als hinderlijk over te komen, in bij de gesprekken met de andere
gasten. Goed gedaan, Wieringa.En zijn boek? Gewoon kopen en lezen. Want gezien zijn eerdere romans kan het niet anders dan een meeslepend meesterwerk zijn.
Zie voor meer over Tommy Wieringa zijn Bezige Bij-site en z'n Epibreren-pagina.
De rode kater van de overburen was de eerste vreemde kat die hij tegenkwam. Die kat werd vorig jaar als kitten een paar maal afgeranseld door onze vorige kat, Tijger. Goddank koesterde hij geen wraakgevoelens jegens Schater - beide beesten besnuffelden elkaar en gingen in de voortuin tussen de basilicum- en opiumplanten spelen.
Gisteren vroeg
Noor me haar
te helpen bij het inrichten van haar expositie in de kerktoren van
Scheemda, die aanstaande zaterdag tijdens de Open Kerkendag te
bezichtigen is. Tussen 10.00 en 17.00 zijn daar haar zeldzame
gasvruchten (eigenhandig gedolven in de gasmijnen te Slochteren),
haar bijzondere lampen (hier links is er eentje te zien) en haar
kunstzinnig vormgegeven muizen en aardappels te bewonderen, alsmede
de befaamde 'Golden Raand'. Ondermeer te bereiken per speciale
bussen, die de Stichting Oude Groninger Kerken zaterdag door de
provincie laat rijden. Klik op de site voor meer info.Het is een bijzondere kerktoren - die overigens niet uit 1570 dateert, zoals RTV Noord meldt, maar uit het begin van de zestiende eeuw stamt. Huurlingen (terroristen? vrijheidsstrijders?) van de Prins van Oranje gebruikten de toren als uitkijkpost tijdens de Slag bij het nabijgelegen Heiligerlee, in 1568. Ik weet het nog goed.
Het mooist aan de toren is de constructie waaraan de kerkklokken hangen. Die is als het ware een reusachtige klokkenstoel, van, jawel, houten zestiende eeuwse balken. Op de hoogste verdieping is bovendien nog flink veel graffitti uit de negetiende en vroegtwintigste eeuw te bewonderen. Gaat dat zien, zowel de expositie als de toren.
Enfin - genoeg geluld over kat, vrouw en kunst. Straks naar Emmen voor een vergadering over het aanstellen van een gemeentelijke jeugddichter voor zestien- tot achttienjarigen en morgen weer fijn de fabriek in, koeken verplaatsen.

Maar daar zondag bovenstaand gedicht van me bij het kunstwerk van Sadik Kwaish Alfraji onthuld wordt tijdens de opening van de Kunstvaarroute 2009 te Amersfoort, de dag ervoor m'n vijfentachtigjarige moeder met ondermeer een poëem gehuldigd wordt en een hele trits aan poëzieopdrachten voor de boeg ligt, zal ik me de komende tijd weer publiekelijk gaan roeren.

Schater, twee maand, op het graf van z'n voorganger Tijger (1990-2008)
Als het weer niet al te mooi wordt hoop ik hier te berichten over het koekenfront (het laatste nieuws: vandaag is een speculaasconcurrent in Zuid-Holland in de as gelegd door undercover-agenten van de Sonja Bakkerindustrie - bekijk hier de smeulende details); een fotoverslag te brengen over het opgroeien van de nu bijna drie maand oude Schater-de-kater, in te gaan op nog meer gezwets van Gerrit Komrij en over wat zoal verder op m'n pad komt.

Vooral Marnehuizen staat me bij: het 'verboden' spookdorp in het Lauwersmeer. Gisteren er binnengeslopen, foto's genomen en ons verwonderd over de overdaad aan wild in het gebied: twintig reeën en acht buizerds binnen een uur tijd gezien.

Gemeentehuis van Marnehuizen

Tankstation 'De Pomp', Marnehuizen

Marnehuizen Centraal Station
Vanochtend en vanmiddag moest ik een groot aantal van die kratten van de lopende band tillen en op dolly's zetten. Dolly's? Jawel, kleine metalen wagentjes, speciaal ontworpen om brobankratten te verrijden - maar dat is weer een heel ander verhaal.
De aanvoersnelheid van de brobankratten was niet bijster hoog, dus had ik tijd de kratten grondig te bestuderen. Op de achterkant is een soort datumstempel in het plastic gegoten. Tot mijn verbazing waren sommige van de kratten al sinds 1993 in gebruik. In fabrieken, waar ze gevuld worden met eierkoeken en andere deegwaren, in winkel en bij van die namaak-ambachtelijke bakkerijen, die daarmee fabrieksbrood- en koek de winkel insmokkelen. 'Onvervreemdbaar eigendom' van zus-en-zo-bakkerij staat vaak op de brobans te lezen. M'n reet - bakkerswereldeigendom, niet meer en niet minder.
Los daarvan: het brobankrat heeft iemand rijk gemaakt. Het ontwerp is dusdanig dat je ze leeg op zo'n manier kan stapelen dat ze weinig ruimte in beslag nemen en vol kunnen ze op een andere manier gestapeld worden. Een geniale vondst - maar van wie?
En het vreemde is, is dat het in de fabriek nu drukker is op eierkoekenvlak dan vorig jaar. Op twee lijnen marcheren de eierkoeken van zondagavond 22.00 uur tot zaterdagavond 20.00 uur voorbij. Werk voor veel Groninger arbeiders, dus dat is sowieso goed.
Een bier, een wijn, slapen. Wakker om één uur 's middags, nachtbrak.
Tenzij er tussen nu en straks de koningin komt te overlijden, een komeet Terschelling verwoest of onze zeeweringen het collectief en spontaan begeven, zal ik het gaan hebben over het omstreden baarmoederhalskankervirusvaccin - hét onderwerp dat vandaag in de media overheerst en waarover in het programma gediscussieerd gaat worden.
Omdat ze ook de diepte ingaan over de jaarlijkse biddag voor gewas en arbeid alsmede berichten over de musical Ciske de Rat zal ik ook die onderwerpen in het poëem verwerken:
BAARMOEDERHALSKANKERVIRUSVACCIN
Na gebed voor gewas en werk
en voor vertrek naar musical
wilde ik spuit met rijksvaccin
in dochterlief van twaalf steken
mijn vrouw zei daarop: ‘hé Bart, wacht
heb je weet van dit daarover?’
vroeg haar terloops ‘wat waarover?’
en dit is wat ze me voorlas:
‘baarmoederhalskankervirus
het prikje ertegen schijnt ook
helse hoofdpijnen, stollend bloed
wartaaluitkraam en flauwvallen
spierzwakte en duizeligheid
ook tijdelijk gezichtsverlies
ernstige hallucinaties
en de dood te veroorzaken’
okay, nog even geen vaccin
want ik zie het niet zo zitten
dat als Tante Jans ons toezingt
ons kind spontaan in tweeën breekt.

