Zintuigen
Sarajevo online
VKBlog Headerimage

Handwerk

vrijdag 19 juni 2009 12:24

aanrakingen, schrijven, fantasie, verbeelding, erotiek

Is het schrijven, typen? De lijn tussen hoofd en hand lijkt onderbroken. Als een stippellijn tussen twee tegengestelde richtingen. Waar moet men heen? Het is niet zoals met vulpen: inkt als schrift op papier laten uitlopen. Als een spin die vanuit een geheime klos vanbinnen draad laat afrollen en een web weeft. De ordening ligt besloten in de trefzekerheid waarmee alle draden met elkaar verknoopt raken. Een blauw web, of een zwart. En soms ook paars.

 

 

Er is een verband met de aanraking van een man bedenkt ze. Of hoe die zou moeten zijn. Drie nachten eerder droomde ze over zijn handen, over haar lichaam. Die ze niet voelde. Voelen trouwens, ook zoiets. Voelt men de handen? Of voelt men de route die zij afleggen als sporen over de huid? Brede warme kwasten die banen trekken; aanrakingen die als toververf een onzichtbare film achterlaten. Op armen en benen. En hals, rug, billen, borsten, lippen en wangen. Het lijf de kamer, binnenstebuiten gekeerd voor de gelegenheid; wanden, vloer en plafond telkens opnieuw gesausd. Met warmte.

 

 

Maar zíjn handen voelde ze niet. Niet in de droom, en nooit echt. Terwijl het toch uiterst scherp voelen kan zijn in dromen, daar doet de vernauwing van tijd en ruimte niks aan af. “Ik raak je toch aan?” zei hij verbolgen op haar vraag waar zijn handen bleven. Maar hij keek haar niet aan, alsof hij wist van die opgedroogde bron in hem. Die geheime plek, verborgen in het bos, zonlicht van ver boven de hoge bomen door loof gefilterd tot gouden spatten op de bodem. Zien en dan ook horen. Iets kabbelt. Iets glinstert. Onafgebroken borrelt er water op vanuit een wel in de grond en vervoert zichzelf als een kristalhelder beekje naar lagergelegen gebieden. Wie het doorkruist wordt aangeraakt.

 

 

Bij hem geen lijn tussen hart en hand. Aanrakingen leeg dus, zinloos, onbezield. Zo anders dan wat ze gewend is. Van die ándere man, die haar telkens binnenstebuiten keert, ook als zij dat niet wilt. Maar zijn aanraking vol. Zijn handen wetend, schrander, sensuele uiteinden van zijn hersenen. Vloeiende lijnen die in beschrijvingen uitlopen. Het web waarin zij gevangen word, is, steeds opnieuw zal zijn, als een vlieg in rag gewikkeld, zijn strelingen, maar ook zijn wurggreep.

Hij is haar spin.

Lesje Bosnisch

vrijdag 8 mei 2009 19:47
  "Znaš šta mamma?" zegt Duka, op weg naar school, bovenaan de honderdvijftig treden trap van onze stadsberg naar beneden.

Weet je wat, mamma?
 
"Reci." Zeg het eens.

"Sad kad idem dolje, dobro pazim da ne slomim puževi! Ne trćim više!"  
Als ik nu naar beneden ga dan let ik goed op dat ik geen slakken kapot trap! Rennen doe ik niet meer!

"To je pametno sine."
Dat is verstandig knul.

"Po gotovo kad kiša pada. Onda oni baš izlaze iz njihove kućice zato što im je fino napolje. Jer oni su mokri, a kad kiša pada isto bude mokro. I oni to vole".
Vooral als het regent. Dan komen ze net naar buiten uit hun huisjes omdat ze het dan fijn vinden buiten. Want zíj zijn nat en als het regent is het óók nat. Daar houden ze van.

"Jeste." Beaam ik. Inderdaad.

"A kad sunce sija onda oni neće izlaziti jer je tada opastno za njih. Oni se onda mogu izsušiti, pa će umrijeti. Pa zato ostane u kucu."
En als de zon schijnt dan komen ze niet naar buiten want dat is gevaarlijk voor ze. Dan kunnen ze uitdrogen, en dan gaan ze dood. Daarom blijven ze in huis.

"To je tačno."  Dat klopt.

Het is even stil. We zijn dan ook nog niet helemaal beneden aangekomen. Het verhaal heeft vast nog een staartje. En inderdaad.

"Nama je fino kad je sunčano..." zegt Duka. Wij vinden het fijn als het zonnig is...

"i njima odgovora kiša, baš obratno!" vul ik aan. ....en zij houden juist van regen, net andersom!

De laatste treden. Een beeld vormt zich in zijn hoofd.

"I mamma, njima je jedan kap kao....."
En mamma, voor hun is één druppel als een.....als een......
Een inkoppertje voor mij.
"Kao tuš!" als een douche!

En ik moet toch láchen, dwars door zijn geestdriftige beamingen heen.

"Baš tako!!" zo is het precies!

Beneden is de straat, met aan de overkant zijn school. Tevreden steken we over. Weer wat geleerd vandaag.




Chaos

vrijdag 1 mei 2009 22:11
  Zijn land, zijn stad. We rijden, dat wil zeggen hij. We scheuren, dat wil zeggen hij. Door de scherpe bochten van zijn geboorteplaats. Nergens wordt de weg geruststellend recht, al was het maar voor tien meter.

Hier is niet met stedenbouwkundig in- en overzicht een stad gepland waarna die plannen gestructureerd en gedisciplineerd werden uitgevoerd, hier is gebreid, op zijn Turks. Vanuit het midden rommelige randjes om het binnenwerk heen. Het huidige stadshart beneden in het dal raakte ooit vol waarna men noodgedwongen de bergen rondom betrok. Meanderend langs de hellingen bouwde men verder. De wegen kronkelden en konkelden mee omhoog.

We rijden naar het berghuis, wat we voor het gemak noemen naar de oude Turkse straatnaam: Vasin Han, via een zelfverkozen en veel benutte omweg. Om de nog grotere drukte elders te vermijden. Maar dat betekent dus nog meer bochten, waarbij zijn tempo uiterste alertheid vereist. Uit lukraak langs de kant geplaatste containers waaien plastic zakjes en ander frivool zwerfvuil over de straat, voortdurend steekt er loslopend mensenwild over, slecht wegdek met meer kuilen en scheuren dan gaaf asfalt maakt zijn sturen grof en hoekig, de talrijke medeautomobilisten in roestbakken om ons heen lappen verkeersregels opgewekt aan hun laars of hebben die nooit geleerd en veroorzaken voortdurend bijna-ongelukken, straathonden lopen met dodelijke onverschilligheid als afgestompte zombies midden over de weg, in flessehalsstukjes weg raakt verkeer verstopt waarna men zich onder luid toeteren (equivalent van vloeken) naar voor en naar achter eruit moet manoeuvreren, kortom, naast mij klinken verwensingen door opeen geklemde tanden. Nederlands mopperen afgewisseld met Bosnische scheldwoorden. Alles is donkerbruin aan hem, zijn haar, zijn ogen, zijn blik, zijn stem.

En ik zwijg zo diep als ik kan. Druk mezelf zover als mogelijk ín de rugleuning van mijn stoel en hoop dat het snel voorbij is, dat we snel boven zijn. En troost mezelf met één gedachte: naar beneden is nóg erger.

Wild licht

vrijdag 17 april 2009 18:17
Uren lig ik er wakker van. Een nieuw idee. Of eigenlijk hetzelfde concept in een ander jasje. Letterlijk dit keer.

In mijn hoofd op het kussen in het donker zie ik alles voor me. Teken het uit in mijn eigenste innerlijke camera obscura, voeg toe, gooi om, verander, verfijn.

Het beeld van de levend geworden jurk in een krappe houten kledingkast huist al jaren in mij. Hoe ik dat beeld nu tot een lamp verwerk is de vraag. Het doel is in ieder geval, net als destijds, om te komen tot een uiterst curieuze versmelting van cultuur en natuur, van lichaam en geest. Opnieuw zal ik werken met zorgvuldig gesneden patroondelen, sporen die ondubbelzinnig wijzen op menselijk ingrijpen en denkkracht, terwijl de uiteindelijke vormen verwijzen naar groei, grilligheid, wildheid, chaos, natuur.







Ik wil een lamp maken die bestaat uit een houten raamwerk, qua afmetingen ruwweg verwijzend naar een kledingkast (op schaal), waarin de kleren daar binnenin verwilderd zijn en weliswaar nog steeds duiden op die eerdere decente inhoud, maar er tegelijkertijd uit losgebroken zijn. Het patchwork van mouwen en pijpen en voorpanden en broekzakjes is op zo'n manier aaneen gedacht- en toen genaaid, dat het de nieuwe grillige wanden vormt van de innerlijke kast. Binnenin broeit het licht.

Ter illustratie een ruwe schets.




En nu nog slechts één detail: het uitvoeren.....

Rouw

vrijdag 10 april 2009 22:22
  Ik hoor ze lepelen in de kleine kamer aan het eind van de gang. Mij was gevraagd of ik mee wilde eten maar deze deelklus moet eerst af. Eerder heb ik geen rust. Mijn opdrachtgeefster en haar echtgenoot hanteren echter diep in hún leeftijd en háár Kroatische origine gewortelde gewoonten, en dus eten ze warm rond de middag. Aan die routine, inclusief hun andere dagelijkse rituelen, houden ze vast, alsof ze langs een strakgespannen koord dwars door de dag heen moeten. Ongeacht hoeveel chaos ik als beginnende klusser ook door de krappe flatwoning heen verspreid.

Fluisteren, nu hoor ik ze fluisteren. Ik scherp mijn oren maar hoor natuurlijk niks. Niet voor mij oren bestemd immers. Zou het over mij gaan? Dit is toch mijn eerste opdracht en met dat vieze plakschuim heb ik eigenlijk nauwelijks ervaring. Ik ben vast door de mand gevallen.

Maar ik krijg het toch voor mekaar. Het raamwerk dat tegen de muur aan moest zit vast, muurvast dus. Mét schuim, én pluggen, én schroeven. Mevrouw  komt weer eens kijken in de benauwde gang waar ik bezig ben. Dat is ook echt wat ze doet, kijken. Armen voor haar borst gevouwen over het zwarte vormeloze mouwloze vestje dat ze iedere dag draagt. Hoofd ietsje scheef. Zwijgen en dan zeggen. Een kleine spitse vrouw op leeftijd, zonder grammetje vet en mét bril waarvan de enorme glazen haar helblauwe ogen sterk vergroten. Hoewel ík geen bril nodig heb om haar ernstige blik te voelen.

"Dit kan een aardbeving doorstaan," merkt ze op. Dat lijkt me teveel lof in een te vroeg stadium en om de vloek te ontkrachten room ik het compliment wat af, mompelend, blozend. "Nou....dat moeten we nog zien."

Even later word ik aan tafel genood in de kleine eetkamer. Háár kamer. Hartenjagen op de laptop, asbak vol peuken en een enorme bruine wandkast langszij. Echtgenoot verstopt zich voor de televisie in de kamer ernaast. De kopse kant van de tafel is gedekt, ik neem plaats. Ik heb zicht op daken, buurflats en vooral veel lucht. Dit is tien hoog. Dit keer ben ík de lepelaar. Sarma, zure witte koolrolletjes met een mengsel van gehakt en rijst van binnen, lekker.
Mevrouw zit naast me, rookt, en kijkt hoe ik eet. Af en toe noemt ze me "dušo", liefje. Ik voel me een dochter. Instinctief krijg ik iets voorzichtigs. Te grove gebaren en te harde klanken kunnen haar breken voel ik. En dus houd ik me in. Veel preciezer dan mijn slordige aard me voorschrijft controleer ik mijn bewegingen, mijn stem, mijn kaken, mijn bestek. Links van me aan de muur hangt een wissellijst met haarscherpe foto's. Steeds dezelfde jongeman als een edelsteen in telkens andere zettingen. In het midden van de lijst ook weer hij, lachend, zijn arm bezitterig om de hals van een even lachend meisje. Maar die foto wijkt af in kwaliteit. Een beetje onscherp is ie, en een tikje overbelicht. De maker lachte vast mee. Voorlopig sla ik die foto over.
"Dat is mijn zoon." antwoordt ze desgevraagd. Ik cirkel met mijn vragen om de kern heen. Schoondochter, vriend van middelbare school, moeder, vader. Figuranten rond de hoofdrol. Kom dan uiteindelijk onvermijdelijk toch bij die foto in het hart uit. "En die twee daar in het midden, zijn dat uw zoon en dochter?"

Ze breekt. Knikt ja en schudt nee tegelijkertijd. "Ik heb geen dochter meer!" brengt ze uit, slaat haar handen voor haar gezicht en begint hartverscheurend te huilen. Geluidloos. Mijn hart slaat over. Zo argeloos was mijn vraag, zo rauw het antwoord. Vanuit relatieve lichtheid voel ik me in een put geworpen, eentje waarin zij al zat. Tien maanden om precies te zijn. Zolang is haar dochter nu dood. 
"Dat is nog kort." zeg ik. Ze knikt. "Daarom draag ik ook zwart" snikt ze, en trekt met duim en wijsvinger de stof van haar vestje in een punt, als een viesje voor de vuilsnisbak.
Ik ben gestopt met eten. Kijk alleen nog maar van de foto's naar haar en terug. Weet niet wat ik moet zeggen. Zoek koortsachtig naar het evenwicht tussen vragen en zwijgen. Hoe ze heet. Ik vraag het met opzet niet in de verleden tijd, en mevrouw kijkt even op. Ze vraagt zich duidelijk af of die tegenwoordige tijd een produkt is van mijn kromme Bosnisch of een bewuste keus. "Sanja." zegt ze dan. Ongevraagd vertelt ze verder. Ze was vier jaar ziek. Ze werd vijfendertig. Of ze kanker had vraag ik. Weer een knik. Ik vraag niet welke, dit is niet het moment voor nieuwsgierigheid. Of er kinderen waren. Nee, ze was net getrouwd toen ze ziek werd. Mevrouw staat op en loopt twee stapjes naar de kast. Haalt daar iets uit en draait zich weer om. Legt een klein album voor me neer.

Het trouwalbum. Maar zonder de gebruikelijke geforceerde glamour van koortsachtig gezochte, te mooie decors en nerveuze tandpastaposes. Ontspannen familiefoto´s eerder, van een bijzondere dag, genomen aan de Kroatische kust, in de lente of de zomer. Wat automatisch adembenemende uitzichten, mooi licht en ongedwongen, aantrekkelijke settings van eeuwenoude architectuur oplevert, Dubrovnik misschien. Temidden waarvan de bruid straalt, een beeldschone jonge vrouw in een eenvoudige witte jurk en een kort roodbruin kapsel met hier en daar blonde puntjes. Ze is prachtig. Om haar heen in steeds wisselde samenstellingen de gelukkige gezichten van bruidegom en hooguit tien stuks familie; een rustig feest.

Ik ben door mijn fatsoenlijke vragen heen eigenlijk. Blader door het album, van voor naar achter en weer terug. Begrijp het niet. Kan het beeld van deze stralende vrouw niet verbinden aan dat van een uitgeteerde zieke. Kijk stiekem rond of ik geen foto´s van Sanja tijdens haar ziekbed zie ergens, maar niks. Die beelden zitten ongetwijfeld met veel zuur geëtst in de herinneringen van haar geliefden. Om nooit te verdwijnen.

Ik stel de laatste vraag. Hoe de echtgenoot het maakt. Moeilijk. Vanuit hun grote driekamer appartement in Zagreb is hij weer terug verhuisd naar zijn moeder. Hij hield het niet uit. 

Ik zeg mijn slotzin."Jako mi je žao.˝ Ik vind het heel erg. Ik meen het, hoewel de woorden mijn gevoel niet weten te ondersteunen. Ik voel me tekort schieten.

En dan bromt er wat onder mijn billen. Het brommen wordt schudden. Het schudden wordt schommelen. Wat ver beneden ons als trillen diep vanuit de aarde begon heeft zich hier op tien hoog tot zwaaiende lussen vermeerderd. Na drie seconden is het voorbij.

Dit was de aardbeving die zich geroepen voelde.

Overal thuis

vrijdag 27 maart 2009 20:46


In mijn huis in Amsterdam was ik, midden tussen een oude en een nieuwe periode in. Niemands land, niemands huis, míjn huis. Vorigmens' troep in een hoek in vier zakken en dan in dozen, mooi zolang onder houten zwevende planken geschoven, kasten uitgehaald en schoongemaakt, vloeren gezogen, trappenhuis gestript en gesopt. Alle sporen van tussentijds leven moesten worden weggeboend, de woning weer blanco voor volgendmens' vlekken.

Maar mijn sporen niet te wissen. Houten vloeren waarvan de leggeschiedenis nog in mijn knieën zit, schuifdeuren waarvan ik de ophangzwaarte in mijn handen en schouders voel. De plekken waar mijn beide kinderen ter wereld kwamen als brandpunten in mijn ogen. Tuttebelschapjes waarvan ik de vrouwelijke vormen blind in de lucht kan tekenen, tafels met ontelbare uren in de bladen, en in de stoelen. Enzovoort.

Dus raar. Mijn leven van vijf jaar terug, waar het toen eindigde om elders verder te gaan, hier in deze kamers uit het zicht. In het zicht.

Ontheemd. Onthecht. Géhecht eigenlijk nu, aan twee thuizen in plaats van één. Gevlucht naar een ander leven, een andere cultuur. Zonder de oude echt los te laten. En dus zwevend tussen toen en nu, nooit echt kunnen kiezen. Overal thuis. Of nergens.
 

Baliebitch

vrijdag 6 maart 2009 21:43
  Het is kwart voor zes als ik aankom bij het kleine kantoortje dat eigenlijk een en al raam is. Buiten bijna donker, binnen helder verlicht. Oslobođenje, Bevrijding, staat er in enorme letters op de ruiten, vetter dan het benauwde hokje verdient. Maar het is dan ook een hele grote krant.

De deur lijkt op slot, totdat ik hem goed aanpak. Hij draait naar binnen, niet naar buiten dus. Binnen scharrelt een dame achter de balie. Geen man dit keer, en slechts één stuks mens. Een pinnig mens. Kort haar, pezig, achter in de vijftig, bril niet zozeer vóór de ogen als wel óp de neus, en de efficiënte, staccato bedrijvigheid van overschatte belangrijkheid. De dame, die bij nader aanzien tot baliebitch verwordt, kijkt amper op als ik groet.

"Goedendag", zeg ik. "Goedenavond" groet ze terug. De eerste veeg uit haar pan. Ik ben ondertussen de balie in een stap genaderd en leg het reepje met mijn tekst daarop. Dat ik een advertentie wil plaatsen meld ik. Een kleintje voeg ik er kleintjes aan toe, maar ze is al aan het lezen en hoort het niet, of doet alsof.

"Acht Mark." zegt ze.

Dat klopt niet, de vorige twee keren betaalde ik minder. Dus dat zeg ik ook. Verhef mijn stem een ietsje, blaas mijn gestalte een tikje op, buig een stukje naar achter, en dan getimed naar voren. Vuur met vuur.

"Oh, u wilt geen dik kader? U wilt gewóón? "

"Nee ik wil geen kader, daar heb ik helemaal niet om gevraagd. En ja, ik wil gewoon." Lichte ergernis begint zich in mij te verspreiden, als een gloed. Ik hoop dat het blozen uitblijft dit keer. Ze werpt opnieuw een blik op mijn vodje en de twee munten in mijn hand zijn inmiddels warm geworden.

"Goed."zegt ze, "Dat is dan drie Mark."

Snotverdorie, moet ik nou weer gaan brommen. Opnieuw blaas ik mijn protest op, tot iets grotere proporties dit keer.

"Neem me niet kwalijk, maar de vorige twee keren betaalde ik voor deze tekst twee mark." Nu kijkt ze voor de eerste keer echt op. Openlijk en laconiek betwijfelt ze mijn woorden, tot drie keer toe. Dan was het vast minder tekst. "Nee!" herhaal ik even vaak, " Het was precies dezelfde tekst!" Ze gooit het over een andere boeg, dit wedstrijdje moet toch te winnen zijn. Wie er dan achter de balie stond. Om de ongerijmdheid van de vraag duidelijk in mijn gedrag te laten doorgalmen maak ik een vertoning van mijn niet-weten.

"Nou ja," zeg ik "Een mán, maar hoe moet ik nou weten wie!? Ik weet alleen een ding zeker en dat is dat ik tot twee keer toe twee mark betaalde. Voor déze tekst!" En ik wijs met dikke vingers nog eens extra nadrukkelijk naar mijn vodje.

Haar voorlaatste troef. Ze begint te tellen, half hardop. Woorden. "Tweeëndertig" concludeert ze. "En dat betekent drie mark, want het is een mark per tien woorden. Dus," besluit ze, "die meneer was van u gecharmeerd, dat is de enige mogelijkheid." Ze kijkt me niet aan, maar tuurt gewichtig naar een beeldscherm.
"Dat zal dan wel," beaam ik. Jaloers kreng. Onmiddellijk daarna speelt ze haar laatste kaart dan ten lange leste uit, alsof ze me hoorde denken. "Maar van mij heeft u geen sjans!"
"Dat was me al duidelijk" zeg ik koud. En ik betaal, met een briefje van honderd. Daar heeft ze dan eindelijk niet van terug.

Buiten is het helemaal donker nu.



Amsterdam in Sarajevo

vrijdag 27 februari 2009 21:07
Mooi koud weer, een zondagochtend. Op weg naar ergens, rijdt er plotseling een tram op een vrachtwagen in de verte langs. Bekende kleuren en vormen, en een heel kort moment wankelt er iets in mij. Waar ben ik? In Amsterdam? Of toch in Sarajevo? Of in beide?
 
Het kantelt weer terug. Ik ren naar de straat om nog net een laatste glimp te vangen, en zie de zo bekende afkorting - GVB - op de kont, of is het de kop. Een tram uit Amsterdam. De drie schat ik, die hier is gebracht. Afgedankt en weggegeven, zoals zoveel andere trams en bussen hier, oorlogoogst. Uit Oostenrijk, Duitsland, Tjechië, Turkije, Japan zelfs. Overal anderstalige richtlijnen van binnen en verouderde en misplaatste reclameteksten van buiten, vooral op de trolleybussen. Stad met vreemde uitwassen.

's Avonds op het nieuws horen wij oud nieuws. Helemaal vanuit Amsterdam naar hier vervoerd, met de trein, en bij het station op de rails getild. Alles was tamelijk vlekkeloos verlopen, alleen de bovenleiding bleek niet helemaal compatible met het Sarajevose systeem. Dus daar moest nog even aan gewerkt worden.

Dat komt me bekend voor.

buurblaf

vrijdag 20 februari 2009 22:15

Tijdrovers

vrijdag 13 februari 2009 23:46



kerstniks

zaterdag 27 december 2008 13:12
  Het wordt hier nauwelijks gevierd. En juist daarom vier ik het wel, een beetje. Heel anders dan thuis, waar de mateloosheid me zó tegenstaat. Daarom komt die, sowieso al gedwongen soberheid me nu goed uit. Het veegt de rotzooi rond Kerstmis weg. Wat overblijft is een klein lichtje. Groter hoeft het ook niet te worden. 

Vier jaar geleden viel eerste Kerstdag op een zaterdag. Vlak daarvoor was het Bajram geweest, een nationale feestdag hier, wanneer alle mensen groot en klein vrij zijn. Om die reden moesten de kinderen die zaterdag naar school, ter compensatie van die noodgedwongen vrije dag waardoor anders meer lesstof gemist zou worden dan acceptabel was. En ondanks dat dochter braaf doorbriefde wat de juf had verteld over inhalen drong dat niet tot me door, ik woonde net een paar maanden in het land en was nog niet zo goed bekend met alle gebruiken. Dus bracht ik welgemoed mijn dochter die dag naar school in de stellige overtuiging dat er een verrassing zou volgen, een kerstviering tegen de islamstroom in. Dat moest haast wel, de compensatie voor Bajram op Kerstmis laten vallen vond ik van zo'n brutale orde dat me dat onmogelijk leek.

En toen ik met peuterzoon van de school wegliep die ochtend was het prachtig blond weer en beierden de klokken beloftevol, een geluid dat ik me van vroeger herinner uit het Zuidlimburgse boerendorp waar ik opgegroeid ben. Prompt begonnen, dwars daardoorheen, de talloze imans uit de even talrijke moskeeën die de stad rijk is de gelovigen zeurzangerig op te roepen tot gebed. Ik vond het een symbool van verzoening, die onverwachte symfonie. Wist ik veel.

Later haalde ik Nina weer op. En vroeg gretig hoe de viering was geweest, leuk zeker! Welke viering vroeg ze. We hebben gewoon les gehad. Dat had ik toch gezegd?
Ó. 

kruiwagentje

vrijdag 19 december 2008 20:34







ontbinding

vrijdag 5 december 2008 19:04
  Als men mij zou vinden, ergens in elkaar gezakt, zou mijn tas ter plekke een zeker uitsluitsel geven. Over wie ik was in dingen. Telefoon vol tijd en namen, medicijnen in vierkant plastic, portemonnee met meer lege dan gevulde vakjes, Zwitsers zakmes, vier pennen en een potlood dat niet geslepen maar gesneden is in een punt van onregelmatige, taps toelopende vlakken, talloze gevonden schroeven, kaartjes met richtlijnen en losse woorden, geplastificeerde bustijden, en sleutels van dichte deuren.

Als men dan nog verwondering over had zou men verder snuffelen. Broekzakken binnenstebuiten keren met verwaaiend grijs katoengruis in de uiterste punten, schoenen uit om gaten in sokken te determineren, tussen haren over de hoofdhuid vissen op zoek naar schilfers of andere ongeregeldheden, mond openen om mijn laatste adem uit zijn schuilplaats te lokken en op te snuiven.

Om mijn horizontale lichaam mijn lange jas, even stil. Donkerblauw bont van een onbestaand dier, waarin ik mij tot dan toe verhulde. Grote zachte kraag die langs mijn wangen zou vallen, wimpers op wimpers, handen ongetwijfeld uit de jaszakken gedropen, benen slap met schuine voeten. Men zou mij verplaatsen, op de brancard, in de ambulance, en dan met of zonder stille trom vervoeren. Elders zou men mij ontbinden in factoren, als eerste mijn jas afpellen die als laatste aan de beurt zou komen. En passant bijna, voorgoed van mij los. Een beambte uit een verse nachtdienst die de link tussen mij en het textiel niet meer kon leggen zou in de zakken voelen. En in de linker jaszak zachte, ineen gefrommelde pleepapiertjes aantreffen, ruw geschat wel negenentwintig. Rechts niet meer dan tien.

Hij zou zijn schouders ophalen en alle negenendertig raadseltjes in de w.c. gooien. Eindelijk dan thuis. Éven zou hij  blijven kijken, naar hoe de bolletjes zouden zwellen om zich tergend langzaam te ontvouwen, als waternimfen. Het tegengehouden geluid dat zich als ongeleefd leven had opgehoopt in de provisorische oordopjes en losliet in een ander element, misschien. Maar misschien ook niet.

gevang-gen

vrijdag 28 november 2008 20:00
  Ik woon in een deelverzameling. Gevangen ben ik, in solitair moederschap. Gevangen in een cultuurgeschokte relatie ook. Gevangen in een oneigen taal. Gevangen in een vreemd land en gevangen in een krappe beurs. Ik heb minstens vijf lassolussen om mij heen en de touwen staan strak.

Niet moeilijk is het, om het zo te zien. Zou ik als een heel gewone Nederlander naar mijzelf  kijken dan kreeg ik het beslist plaatsvervangend benauwd. 

In mijn karakter zit een paradoxaal verlangen, een enorme zucht naar vrijheid, die, eenmaal binnen handbereik verandert in beklemming over zoveel opties. Dus zoek ik omstandigheden die mij insluiten zoals ik in mijzelf besloten lig. Dan pas ontwikkel ik de noodzaak tot het bouwen van psychische ruimte, waarin ik eindelijk vrij kan ademen. Met zalen van longen. Schrijven, het ontwerpen van lampen, tekenen, en nu wellicht het overbrengen aan kinderen van mijn creatieve kennis zijn de stenen waarmee ik mogelijkheden bouw; de massieve chocolade muren van mijn luchtkasteel. Ik zou alleen wat hulp kunnen gebruiken in de huishouding.

Ik ben allang geen gewone Nederlandse meer, voor zover ik dat ooit al was. Mijn gevangenschap is mij van dienst. In mijn beperking schuilt mijn vrijheid.

deelverzameling

vrijdag 21 november 2008 21:48


Een vierzitsbank in de bus naar de stad. De tijd tussen instappen en wakker worden weggedroomd, door het raam naar buiten in blikken versplinterd of naar binnen achter mijn ogen in gedachten geďmplodeerd maar hoe dan ook weg. Als ik opkijk zit hij ineens tegenover me, een jongen van een jaar of elf.

Zachte ogen en een rustige mond, een soort grotere versie van mijn eigen zoon, een jaar of vijf verder. Naast hem zit een vrouw. Jaar of drieënveertig, rode mond, tuitend gevormd. Goed kapsel, met van die zorgvuldig gestylde pieken, uiteraard gekleurd. Bruin met paarse glans. Als aubergine eigenlijk; lekker. Zwarte vlotte jas waar de dikke, luxe col van een donkerrode trui bovenuit piept. Aan haar voeten mooie laarzen, onder een even mooie zwarte broek. Ogen open gesloten.

Moeder en zoon beslis ik. Nu nog bewijzen. Monden zijn verklikkers, ook dicht. Zorgvuldig bestudeer ik de uitdrukkingen en de vormen. De vormen verschillen, maar de uitdrukkingen lijken wel wat als ik mijn best doe. Misschien is dit een van die zeldzamere spelingen van de natuur waar de zoon weliswaar fysiek meer met de vader overeenkomt, maar voor de rest naar de moeder aardt. Hun vanzelfsprekende onderlinge zwijgen lijkt dit te bevestigen.

De bus stopt bij een halte. De vrouw staat op. Ze voegt zich bij de stroom andere uitstappers in het gangpad en stommelt naar de uitgang. Ik wacht op een omdraaien van haar hoofd, een aansporing, een eindelijk noodzakelijk verbreken van de stilte om zoon tot volgen te bewegen, en als dat niet komt schiet mijn blik naar de jongen. Een ontwaken uit versuffing dan, van zijn kant, en een roep naar haar om op hem te wachten. De vrouw verwijdert zich steeds verder en als een knooppunt in het midden voel ik de lijnen tussen hen tot ondraaglijke strakheid in mij rekken.

Maar de jongen kijkt niet op of om, staart even onverstoord als eerder door het raam naar buiten en blijft vooral gewoon zitten. De vrouw verdwijnt uit beeld. Buigen of breken. Ik laat los.

nymfonie

vrijdag 14 november 2008 21:25


De tuinman werkt in het bijna-schemer. Het licht is al achter de buurberg gezakt. Vier uur 's middag is het pas, maar herfst maakt dagen vroeg kil.

Door de hele tuin ligt snoeisel in het grauwe gras. Takken, dunne stammen in stukken, en alles daar tussenin. De gekortwiekte bomen staan als enorme houten klauwen met kromme zwarte vingers in het niets te grijpen, een dramatische smeekbede. Totdat het lente wordt natuurlijk, het seizoen van de onbevlekte ontvangenis, als die handen vanuit zichzelf weer vol groeien met sappig groen en teer wit en roze. Maar nu nog niet. De kou moet eerst nog flink over alles heen.

De tuinman doet zijn ding beneden in de tuin, vanuit het huis bovenaan de helling kan ze hem niet zien. Maar ze weet dat hij takkenstapels maakt, daar moet later vuur in. Zij holderdeboldert in een hortend ritme, zichzelf afremmend, langs de steile wei omlaag om hem naar verse koffie te roepen. Hij kijkt op en ze ziet hoe hij zijn blik met moeite loslijmt van haar heupen en haar dijen. Steeds schieten zijn ogen terug, als stuiterballen.

Iets flikkert in zijn stem terwijl hij haar antwoord geeft. Als ze zich omdraait en weer omhoog klautert voelt ze hem kijken. Warme handen op haar donkerblauwe strakke broekbillen.

Ze serveert de koffie op de rode tafel buiten bij het huis. Hij gaat zitten en als ze even om het hoekje gluurt noodt hij haar bij zich. Ze accepteert, meer dan alleen een kopje meedrinken lijkt het, en door het nu nog dikkere schemer loopt ze naar hem toe. Er is iets gekanteld.

Haar roze jack is tot bovenaan dichtgeritst, maar als ze eenmaal zit is alles toch ongeveer op ooghoogte. Zorgvuldig laat ze een plaats tussen hen in onbezet. Daar zit iets onzichtbaars  waar hij met bedekte taal vorm aan geeft. Of ze ooit gesport heeft, of dat nu nog doet. Hoe komt ze anders zo atletisch gebouwd. Nee, ontkent ze monter. Met gespeelde lichtheid probeert ze de onderliggende, trekkende, hete vochtigheid te doen verdampen. Haar moeder is goed gebouwd, en haar vader ook. Genen dus, concludeert hij; beiden houden ze de conversatie goed droog, als een schoon, gladgestreken, hagelwit laken over een smoezelige matras.

Een uur later, als hij weggaat als het helemaal donker is, geeft hij haar een stevige hand in het kleine halletje. Zijn geld heeft ze hem net overhandigd. Dat hij weinig tijd heeft deze weken zegt hij. Dat hij veel verplichtingen heeft, maar graag vaker zou komen, als dat maar kon. Zijn ogen blauw en spijtig in de hare op dezelfde hoogte, groen en bruin.

Een vrijdag verder belt hij op. Of hij morgen weer zal komen. En trouwens zijn vrouw neemt hij dan mee, dan kunnen ze samen meer doen, er is nog zóveel werk.
Ze knikt gelaten in de telefoon. Goed zegt ze. Kom maar.   
  

Nee heb je

vrijdag 7 november 2008 14:57




























Nieuwe ontwikkelingen. Ik woon al vier jaar hier en nu pas maak ik vrienden. Dat wil zeggen vriendinnen. Het is alsof ik eindelijk thuiskom.

Fatmira heeft twee zonen, Tarik en Temin. Tarik zit bij mijn dochter Nina in de klas, en Temin is Duka's klasgenoot. Zo'n toeval vraagt natuurlijk om uitbuiting, zodat toevallig kan veranderen in gelukkige samenloop van omstandigheden. Bijna dagelijks gaan we met elkaar om en zo leer ik haar - en zij mij - in de derde versnelling kennen.

Door háár karakter waar direct en dromerig in één pakketje zitten, uitvloeiend in een levenshouding die gespeend is van de angst om gewoon maar ergens op af te stappen, of dat nou mensen of winkels of situaties zijn, ben ik nu al op positieve wijze beďnvloed. In de afgelopen twee weken heb ik mijn creatieve diensten op een paar plekken aangeboden en positieve reacties terug gekregen. Dat geeft me ontzettend veel goede moed; blijkbaar levert het moed verzamelen om mensen aan te spreken dus als bijproduct nieuwe moed op. Precies dat waar het me zolang aan heeft ontbroken.

Dus, speciaal voor Fatmira: Hvala ti!  Dank je wel!

zomer in de herfst

vrijdag 31 oktober 2008 23:58
Mijn kinderen plukten appels vandaag, kleurige sappige schatjes. 's Avonds komt Duka me er een geven, terwijl ik in de keuken aan het modderen ben. Hij staat in de deuropening, kijkt naar me op en draait de appel aan het steeltje voor me rond. Glinsterogen van de pret om het bewijs in zijn handen. "Kijk mamma, deze is hélemaal rood!!"

Ik gehoorzaam, en kijk een poosje, onder het genot van zorgvuldige beamingen. Dan pak ik de vrucht van hem over, breng hem naar mijn mond en bijt. Daar maak ik een showtje van, mijn zoon verdient het. Met een vrije interpretatie van overgave, inclusief toegeknepen ogen, kauw ik de hap klein, en elke nieuwe beet laat ik met vertraging voorafgaan aan verlekkerd kijken en extra ver mijn mond opentrekken. Ik hoef nauwelijks te acteren. De zomer smaakt heerlijk in de herfst.

Talloze dieprode appels weer dit jaar, het gelukkige gevolg van drie maanden zon die om elk hangend wereldbolletje heen draaide, van 's ochtends tot 's avonds, dag in dag uit. De nachten waren kort.

Duka kijkt gebiologeerd naar mijn smullen. Terwijl ik mijn mond voor de vijfde keer wijd open spreid zakt zijn onderkaak onwillekeurig mee omlaag. Als ik hem de vrucht toesteek voor een medehap schud hij beslist zijn hoofd. "Nee mamma, die appel is voor jou."

Tot het witgele knaaghart eet ik verder, en dan laat ik mijn zoon het klokhuis in het kachelvuur gooien.
Het sist.

Trage vlinder 3

vrijdag 24 oktober 2008 22:40
 
Ik hoor mijn achternaam met mevrouw ervoor, in een bekende stem. Ben ik dat? Dat ben ik.
 




Ik sta op, sla het hoekje om en stuit vol op mijn dokter die ik meer dan een jaar niet heb gezien. Nog even blond als eerder, de huid misschien iets getaander, en even licht als de mijne, hoewel ik nooit blond zal zijn. De bekende brede blote glimlach, het aangename geluid, ik trap er altijd weer in. In die oppervlakkige, makkelijke hartelijkheid. Erg kundig is ze niet helaas, maar soms moet men uit twee kwaden de minste kiezen. De heel wat bekwamere mannelijke arts in de gedeelde praktijk is wel zo zuur dat ik bang ben ter plekke in hem op te lossen. Dat doen we dus maar niet vandaag.

Een armgebaar met links terwijl ze vast rechts is, dáár naartoe, rechtdoor. Ik schuif langs haar heen. Aan het eind van de gang staan twee deuren open en natuurlijk kies ik de verkeerde ruimte. Een raamloze neon-verlichte kamer met sluw donker dat zich in de hoeken terugtrekt. In het midden staat een omhooggetild behandelbed, met een laken eroverheen dat strak afhangt langs de zijkanten. Alleen het lijk ontbreekt. De dokter volgt me op de voet, ze ziet mijn twijfel en ik hoor weer een rinkelend lachje. "Nee, nee, rechtsaf!"  Mijn blik draait naar de houten ovalen tafel in het midden van de rechterkamer. O ja. Ik voeg in.

Ze sluit de deur terwijl ik een overgangsbabbel doe, ondertussen het interieur scannend. Verlegenheid is onuitroeibaar maar ik zal het altijd weer proberen.

Ik ga zitten op de patiëntenplek, dat weet ik ook nog wel, en zij tegenover me, met de computer gezellig tussen ons in. De tafel is smal maar lang, en ovaal, zodat de rondingen bijna punten worden. Altijd verbaas ik me weer over die vorm, die weliswaar refereert aan de gelijkwaardigheid van elke gesprekspartner, het ovaal immers het zusje van de rónde tafel, maar die tegelijkertijd door de extreme rekking diezelfde gelijkheid logenstraft. Het hout tussen ons in is de rivier die ons scheidt. En míjn oever is lagerwal.

Haar blik verschuift van het scherm naar mij, ondertussen de informatie over mij al babbelend in haar herinnering terug pratend. Wie ben ik méér? Ze koppelt mijn medische dossier op de p.c. aan mijn levende beeld, ik word opgeteld. Raar eigenlijk. Voor mijn dokter besta ik uit een optelsom van mankementen. Het min of meer gezonde leven tussen de euvels kent ze niet.

Eindelijk blijft haar opgeruimde blik op mij rusten.

Ik mag het eens vertellen.


De drie zusters

vrijdag 17 oktober 2008 22:34
 

Overal boomverdriet deze dagen. Hele ritsen bladeren en eikels en kastanjes en appels en noten en soms zelfs kabouters vallen van bomen en struiken naar beneden en wat niet valt wordt geplukt, alsof de wereld niet snel genoeg kaal kan zijn. Eenmaal los van vader stam en moeder kruin zijn broertjes en zusjes niet meer onderling te herleiden tot familie, de sapband onherroepelijk verbroken. Behalve bij deze drie. Ik vond ze op straat, en straatjutter als ik ben met een heel groot wezenhart nam ik ze op. En mee. Zulke zielige zusjes laat je niet liggen. Dat dóé je gewoon niet.






Profielfoto zintuigen

zintuigen

Woonplaats: Sarajevo
Vanuit de ene cultuur schrijf ik over de andere....of andersom.
Beroep: Beeldend kunstenaar
Vrouw
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Groepen

Amsterdam

Amsterdam

Opgericht door Marjolein op maandag 15 juni 2009 17:22, 16 leden

Belevenissen in de hoofdstad. Voor iedereen die zich hier thuis voelt, maar soms ook wel eens wenst dat hij/zij ergens anders was.

Bloggers in het Buitenland

Bloggers in het Buitenland

Opgericht door Adriano_antoine_robbesom op dinsdag 26 mei 2009 20:12, 55 leden

Groep van bloggers in het buitenland

illustraties/kunst

illustraties/kunst

Opgericht door jeg_synes op woensdag 27 mei 2009 00:58, 21 leden

eigengemaakte illustraties/kunst

Met kinderen

Met kinderen

Opgericht door thera op dinsdag 26 mei 2009 18:24, 45 leden

Opvoeding, problematiek, onderwijssystemen, perikelen op school, luisteren naar elkaar, anekdoten, ontdekkingen en bijdragen van kinderen zelf

Persoonlijk

Persoonlijk

Opgericht door sjaal op dinsdag 26 mei 2009 22:23, 82 leden

Deze groep is gereserveerd voor alle bloggers die de wereld bezien vanuit het perspectief 'ik'.

Favorieten van zintuigen

anna_no_picture_ Annet  Lemaire Dianne  Soeters galadriel hippocampi Janneke van Bockel Linda  Morgan Noud  Hovius Patricia Van Lubeck SJOUKJE solvejg zusenzo

Tijd en liefde

Cultuurverschillen zijn inspirerend. Maar eigenlijk is het hele leven dat, waar je ook woont. Ons leven hier is voor mij nog steeds een groot avontuur, dat ik graag beleef. Piraat die ervaringen steelt, dat ben ik. foto

Laatste reacties

persona

Handwerk
SJOUKJE / SOFIA: Zintuigen waar ben je gebleven?

persona

Handwerk
ron: Prachtig!

persona

Handwerk
Annet: een vrijende analyse warm van woord graag gelezen.....

persona

Handwerk
alib: Het hele leven is onderzoek. Ik miste je maar vond je …

persona

Handwerk
galadriel: ha zintuigen, daar was je weer (even) en wat schrijf …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van zintuigen, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2009
2008
2007

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •