Alles over popmuziek
Het blog van poprecensent Gijsbert Kamer
VKBlog Headerimage

Todd Rundgrens A Wizard, A True Star live in Londen

maandag 8 februari 2010 14:31

Todd Rundgren,Meat loaf

Jammer dat ik niet rook, denk ik wel eens. We waren dit weekend in Londen om Todd Rundgren te zien. Hij zou in de Hammersmith Apollo, een prachtige art-deco zaal, het album A Wizard, A True Star integraal live komen spelen, en laat dat net een van de favoriete platen van mijn vriendin zijn.

 

Ikzelf heb meer met Something/Anything de dubbel-lp die in 1972 verscheen en aan A Wizard/A True Star vooraf ging. Maar ik hou dan ook niet zo van sprookjes, fantasy en science fiction.

 

Mijn vriendin wel, en zij rookt bovendien. We zaten zaterdagavond een beetje bovenin de zaal, met wel heel goed zicht op het podium. Het voorprogramma begon, Todd Rundgren's Johnson. Vier oudere heren in klassieke rock 'n roll bezetting. De zanger/gitarist had zou het broertje van Rundgren kunnen zijn. Dat hij het zelf was, konden we ons niet voorstellen. Todd Rundgren die belegen cover-versies van doodgespeelde Robert Johnson speelt? Onmogelijk.

 

Na 3 liedjes gingen we richting bar, waar het lekker rustig was. Mijn vriendin wilde roken, dat kon buiten. 10 minuten later was ze terug. Ze was buiten in gesprek geraakt met twee wat oudere mannen, nog ouder dan ik. Die waren ook weggevlucht. Een van hen vertelde op 11 jarige leeftijd van zijn spaargeld de lp A Wizard, A True Star te hebben gekocht. Het was zijn lievelingsplaat geworden.

 

'I waited more than 30 years for this, and what do I get, Todd Rundgren playing crappy blues songs'. Het was inderdaad Todd zelf, zo verzkerde beide mannen mijn vriendin. Ze gedroegen zich een beetje als Waldorf & Statler, de twee mopperende mannen uit de Muppet Show. Ze hadden er ook eigenlijk geen vertrouwen meer in en wisten het zeker: na de pauze zou Rundgren vast terugkomen met een laptop.

 

Gelukkig hadden de twee heren ongelijk. Rundgren liet zich begeleiden door zes muzikanten, onder wie maar liefst drie toetsenisten. Het werd een prachtige voorstelling, zoals ik ook schreef in de Volkskrant van vandaag. Het was ook mooi om te zien al die heren van een jaar of vijftig om ons heen, die echt ontroerd leken toen de countdown begon. Het was duidelijk dat zich een kleine drieduizend man in Londen verzameld hadden voor wie A Wizard, A True Star echt veel had betekend.

 

Net als mijn vriendin zullen ook zij verbaasd waren dat er ineens een stuk van kant 1 werd overgeslagen, dat naar het slot van de voorstelling werd verschoven. Maar dat kwam de opbouw juist ten goede, zo bleek. Ik begreep ook waarom Rundgren, die nooit wil terugblikken op zijn onnavolgbare muziek uit de jaren zeventig, juist voor dit album gekozen had.

 

Op deze plaat zijn eigenlijk alle facetten die zijn muziek zo bijzonder maakte samengebald. Futuristische elektronische muziek, jaren zeventig-stijl, popliedjes, citaten uit bestaande soul en musical-liedjes, jazzrock a la Zappa, en stevig gitaarwerk: heavy metal avant la lettre.

 

In 1973 bevond de popmuziek zich in een soort overgangsfase. De sixties waren afgelopen, symforock, hardrock en glamrock hadden het roer over genomen. Rundgren beheerste het allemaal. Hij zou als producer betrokken raken bij belangwekkende platen van zowel de New York Dolls als Meat Loaf. Op A Wizard, A True Star loopt hij er alvast op vooruit. Meat Loaf maar ook Queen is hoorbaar door Rundgren beïnvloed.

 

En nog heel veel meer.

 

Toch horen we al decennia lang weinig van Rundgren. Hij maakt nog wel muziek, die hij als een van de eerste artiesten exclusief aan internet aanbood, maar daar is, met permissie, geen moer aan.

Hij moet toch ook beseffen dat hij in de jaren zeventig veel betekend heeft voor een complete generatie babyboomers, die nog altijd naar zijn oude werk zijn blijven luisteren. Toch zijn zijn platen nog altijd niet fatsoenlijk geremasterd. De cd's zoals die eind jaren negentig van zijn klassieke platen verschenen, zijn niet om aan te horen. Het wachten is op echt goed geannoteerde versies van platen als Todd, Something/Anything, The Hermit Of Mink Hollow en natuurlijk A Wizard, A True Star. Het is muziek die ook voor nieuwe generaties ontsloten dient te worden.

 

Todd Rundgren moet zich zeker na het succes zaterdag in Londen, toch beseffen dat hij best wat vaker tegemoet mag komen aan nostalgische gevoelens van zijn oude fans. Hij leek er ook lol in te hebben. In de vele verkleedpartijen, het heen en weer rennen over het podium, het zingen en het spelen.

 

Van mij mag hij binnenkort Something/Anything integraal komen spelen. Desnoods gaan we er weer voor naar Londen, maar ik  vermoed dat Paradiso ook dan wel de deuren voor hem zal willen openen.

 

Veel plezier daar vanavond!

Sly, Syd, Gorillaz: Overzicht van nieuwe Britse muziekbladen

zondag 31 januari 2010 22:52

Sly Stone,gorillaz,muziekbladen

Gisteren 32 euro uitgegeven aan de nieuwe Britse muziekbladen. Het aardige van Waterstone's in Amsterdam is niet alleen dat ze net iets eerder zijn dan de Ako- en Bruna-keten, maar dat ze ook een fijne spaarkaart hebben. Ik had de laatste maanden genoeg bij elkaar gespaard om The Pregnant Widow, de nieuwe roman van Martin Amis gratis en voor niks te mogen meenemen, dus dat scheelde alvast 26 euro.

 

Wire is nog toe aan het februari nummer, maar de meestal gelijktijdig verschijnende Q, Uncut en Mojo leven al in maart 2010.

 

Wire krijgt het ook deze maand weer voor elkaar met artiesten te komen van wie ik nog nooit gehoord had als Eliane Radigue, Mattin, en Wadada Leo Smith. Het probleem is ook deze maand een beetje dat ze niet erg hun best doen deze mensen helder te introduceren. Ik heb het blad nog maar even terzijde gelegd.

 

Bij de recensies viel me vooral een bespreking van een Alan Lomax-box met 10 cd's met oude field music uit Haïti op. Duidelijk geschreven voor de aardbeving daar, anders was het vast anders geëindigd dan met de regels: Maybe Haiti is more like our future, and not our past, than we even begin to suspect.

 

In de andere drie bladen goeddeels dezelfde album recensies: Corine Bailey-Rae, Hot Chip, Ali Faka Touré And Toumani Diabaté, Massive Attack en Peter Gabriel. Ook het enthousiasme is eensluidend, veel vier sterren, al meende Uncut Field Music zelfs met 5 sterren te moeten honoreren.

 

De features in Uncut zijn me deze maand het minst boeiend. Joy Division? Daar heb ik de afgelopen tijd net iets te veel over gelezen. De insteek: dertig jaar geleden trokken ze van Manchester naar Londen om Closer op te nemen, is me net iets te mager.

 

Een stuk aardiger vond ik het verhaal over Free. Een Britse rockband die begin jaren zeventig alles had om echt groot te worden, maar onderlinge ruzies tussen bassist Andy Fraser en zanger Paul Rodgers voorkwamen dit. Vervelend voor hun, maar nog meer voor de toen piepjonge gitarist Paul Kossoff. Een junk van een jaar of 18, die toen de band in 1972 door Rodgers ontbonden werd helemaal aan lager wal zou raken en in 1975 zou overlijden.

 

Nog altijd leven Rodgers en Fraser in onmin met elkaar. Ze spraken elkaar in 2006 voor het laatst. Fraser: 'I don't see Free re-forming. It's more likely that we all re-marry our first wives."

 

Aardig ook omdat dit verhaal nu eens niet is opgehangen aan een nieuwe box, film of biografie.

 

Langer heb ik gelezen in Q. Het 'gesprek' tussen voetballer Wayne Rooney en Stereophonics zanger Kelly Jones heb ik voor kennisgeving aangenomen. Goed geschreven, maar weinig relevant vond ik de reportage met de volgens mij vorig jaar behoorlijk geflopte Mika.

Handig is het overzicht met 20 relevante 'nieuwe' Amerikaanse gitaarbands. Oud nieuws voor het Twitter-volk waartussen ik me sinds een week begeef, maar nuttig voor iedereen die niet iedere dag naar Pitchfork kijkt waar ze nu weer naar moeten luisteren.

 

Meest intrigerend is de cover-story over Gorillaz, die in weerwil van eerdere berichten binnenkort met een nieuw album komen, en op festivals gaan spelen. De vorm is verwarrend: Gorillaz bestaat uit fictieve stripfiguren die aan het woord komen. Ik vermoed dat Damon Albarn degene is die Q gesproken heeft.

 

Hoe dan ook, een zeer leesbaar verhaal en alleen de lijst met gasten van Mos Def tot Bobby Womack, maakt nieuwsgierig.

 

Grappig dat Paul Witteman, die een paar jaar geleden door zijn redactie was ingefluisterd dat het een schande was dat Gorillaz niet op Pinkpop kwamen, en hier Jan Smeets ook over ter verantwoording riep, misschien alsnog zijn zin krijgt.

 

Kocht ik deze maand maar 1 blad (voor wie vooral benieuwd is naar nieuwe plaatrecensies volstaat 1 van de 3 bladen) dan zou dat Mojo zijn.

 

Tuurlijk het verhaal over Syd Barrett is mooi, net als de exegese van Paul Drummond over het hoesontwerp van The Madcap Laughs, maar het meest bijzonder is het interview met Sly Stone.

 

Het is een verkorte weergave van de zoektocht die de Nederlander Willem Alkema met succes naar deze kluizenaar heeft ondernomen. Dit voorjaar verschijnt zijn documentaire op dvd en volgend jaar komt er nog een Nederlandse ! geautoriseerde biografie. 

 

Alkema's verhaal is een fascinerend voorproefje, al weet ik niet of ik na talloze keren vergeefs afspraken gemaakt te hebben, zou openen met vragen over zijn kinderjaren. Jarenlang was Sly Stone volledig uit beeld en voor niets en niemand aanspreekbaar. Mede dankzij Alkema verscheen hij in 2007 op North Sea Jazz. Eerder was hij, een menselijk wrak, te zien op de Grammy Awards. Een gebeurtenis waar hij met grote weerzin aan terugdenkt.

 

Wat is er met hem gebeurd, hoe kon hij zijn talenten zo vergooien en valt er nog iets goeds te verwachten? Ik zou het allemaal niet weten.

Vind het wel leuk dat Nederlanders hier al het onderzoek hebben verricht.

 

Sly Stone bij de Grammy's haalde indertijd de voorpagina's. Benieuwd waar de Grammy's vannacht mee komen.

 

 

 

De onvolprezen Kevin Coyne

donderdag 28 januari 2010 01:10

Kevin Coyne,muziek,jaren 70,canon,

Vandaag zou hij 66 geworden zijn. Kevin Coyne de Britse zanger-kunstenaar die in 2004 overleed.

 

Onlangs verschenen er twee schitterende uitgaven die de essentie van zijn muzikantenschap bevatten. Allereerst is er een geremasterde en met demo's en live-opnamen uitgebreide heruitgave van zijn meesterwerk Marjory Razor Blade de dubbel-lp uit 1973.

Dit was zijn albumdebuut voor Virgin, het label dat Richard Branson toen net had opgericht. Hij kende de muziek van Coyne al van diens werk met Siren en wellicht ook van zijn eerste soloplaat Case History uit 1972.

 

Branson schijnt grootse plannen met Coyne gehad te hebben, zo had hij het idee om de zanger uit Derby te koppelen aan zijn andere vroege signing: Mike Oldfield. Kevin Coyne zingend op Tubular Bells, als het aan Branson had gelegen, was dat dus gewoon gebeurd.

 

Coyne deed het niet, zoals hij ook niet was ingegaan op het verzoek van Jac Holzman van Elektra om Jim Morrison te vervangen in The Doors. Coyne zag zichzelf niet zo snel in een leren broek, zou deze gezegd hebben.

 

Marjory Razorblade verscheen in 1973 en is niet alleen een hoogtepunt in het oeuvre van Coyne, maar een hoogtepunt in de popgeschiedenis. Grote woorden, maar iedere keer als ik de plaat hoor dan denk ik weer: dit is een in alle opzichten unieke plaat. De muziek is die van een getormenteerde troubadour. Hij schreeuwt, huilt, gromt en fluistert liedjes die allemaal volledig verschillend van elkaar zijn. Ook tekstueel. Maar toch vormen ze een eenheid. Of hij nu zijn moeder aanroept, luierende dames in een badplaats bezingt, verhaalt over zijn herinneringen als verpleger in een gekkenhuis, of gewoon een geliefde toezingt: alles klopt.

 

Hier is een groot artiest bezig zichzelf volledig bloot te geven, en toch houdt hij het mysterie in stand. Net als Dylan in zijn beste werk heb je niet altijd door waar het allemaal precies over gaat. (Wie is eigenlijk die Marjory Razor Blade?), maar de poëtische zegginskracht wordt met de jaren alleen maar groter.

 

Een eigenschap die vooral zijn werk na 1980 niet meer heeft. Daarom is het zo goed dat, en dat is de tweede bijzondere uitgave, tegelijkertijd ook I Want My Crown, The Anthology 1973-1980 verscheen. Op vier cd's is hier een voorbeeldige selectie uit zijn ouvre van die jaren gemaakt. Een periode waarin Coyne een stuk of tien albums zou uitbrengen die allemaal goed waren maar los van Marjory Razor Blade niet onmisbaar.

 

Een uitzondering wil ik maken voor de live dubbel-lp In Living Black And White uit 1976 en de concept-plaat die Coyne in 1979 maakte met Dagmar Krause: Babble.

Van In Living Black And White is op de nieuwe box niks opgenomen, wat maar deels wordt goedgemaakt door een complete cd met live-opnamen uit 1974.

 

Lange tijd was In Living Black And White de plaat die ik van Coyne het meeste draaide. Hij rockte ook lekker, mede dankzij het prachtige spel van Andy Summers. Die in de tijd dat ik de plaat leerde kennen, net naam zou maken als gitarist van The Police.

 

Nog steeds prefereer ik de versie van House On The Hill op die live-dubbelaar boven de versie van Marjory Razor Blade, en ook de stevig rockende Turpentine, Eastbourne Ladies en America staan in het geheugen gegrifd.

 

Los daarvan is The Anthology het ideale startpunt voor een mogelijk levenslange liefde voor dit werk van Kevin Coyne uit de jaren zeventig.

 

Daarna ging het eigenlijk snel bergafwaarts. Ik zag de man voor het eerst live in, ik dacht in 1980 in een tent in Laren. Rare wilde man die me aan Johnny van Doorn deed denken. Gedrongen, in het pak met een weelderige bos haar.

 

Ook herinner ik me een optreden in De Tagrijn in Hilversum met onder meer Zoot Money, een jaartje later. Was mooi wel. Ik zie nog het beeld voor me van Coyne die met zijn jas aan een dame innig omhelsde, al dansend op de dansvloer onder de discobol. 

 

Als ik de kans had ging ik kijken, en zijn platen willde ik erg graag goed vinden, maar dat werd steeds moeilijker. Coyne had namelijk een groot drank- en wellicht ook drugsprobleem.

 

Had hij midden jaren tachtig niet de Duitse Helmi tegengekomen, dan was hij er beslist aan onder doorgegaan. Zo vertelde hij in december 2000 toen ik hem interviewde in een door Walter Stokman geregissseerde aflevering van Lola da Musica.

 

Hij woonde toen al jaren in Neurenberg, waar hij nog altijd moeite mee had, al was hij er wel door gered. Coyne was overal van afgekickt en Helmi zorgde goed voor hem. Hij was wel een beetje een grumpy old man geworden. Hij maakte muziek, die best aardig maar niet geweldig was, maar begreep niet dat zijn publiek zo was geslonken.

 

John Peel, die hem ooit zijn eerste contract had gegeven en die zijn vroege werk ook veel op de radio had gedraaid moest het ook ontgelden: als die hem zo bewonderde, waarom draaide die al jaren zijn platen niet meer?

 

Omdat ze geen urgentie meer hadden. Ergens moest Coyne dat ook wel beseffen, leek me. Aardiger waren zijn schilderijen en tekeningen. Ook een discipline waar hij veel tijd aan besteedde.

 

Leek me geen makkelijke man om mee samen te leven, die Coyne. Helmi vond ik een lieve vrouw, die trots was op haar huisgenoot. (De docu is net als ander Coyne materiaal op YouTube te bekijken)

 

Coyne tourde inmiddels regelmatig met zijn twee zonen in de band, en het waren nog altijd de liedjes van Marjory Razor Blade die het meeste bijval kregen, ook al zouden er nog een stuk of dertig platen van Kevin Coyne verschijnen.

 

De toon die beslist iets onontkoombaars had, zoals Coyne die in de jaren zeventig had ontwikkeld, zou hij nooit meer terugvinden. Dat zal hem beslist pijn hebben gedaan.

Wij, zijn luisteraars, kunnen er nu meer dan vijfendertig jaar later opnieuw genieten van unieke muziek.

 

Marjory Razor Blade verdient een plaatsje in de canon van de popmuziek.

 

 

 

Einde van een mooi popperiodiek?

maandag 25 januari 2010 16:25

observer,jan blokker,brian eno,nick tosches

En binnen The Observer flakkert geen kaars meer. En al flakkerde ze - er fladderen geen motten meer naartoe.

 

Aldus Jan Blokker in zijn onlangs verschenen boekje Nederlandse Journalisten Houden Niet Van Journalistiek. De titel doet wellicht vermoeden dat het hier een pamflet betreft waarin de Grote Columnist de vloer aanveegt met de Nederlandse journalistiek, maar het is vooral een handig overzicht hoe kranten zich de afgelopen jaren ontwikkeld hebben. Er staat veel waars in volgens mij en ik stak er veel van op.

 

Bijvoorbeeld over de eerste zondagskrant ter wereld, het Britse The Observer. 'Requiem Voor Een Krant' heet het hoofdstukje. Het moge duidelijk zijn dat Blokker er geen vertrouwen meer i heeft dat het met de krant nog echt goed komt, eigenlijk, zo stelt hij wil het overkoepelende Guardian Media Group al jaren van het blad af.

 

En mocht het zo'n vaart niet lopen, dan zal de krant in ieder geval nooit meer zo'n bolwerk van onafhankelijke, doorwrochte en goedgeschreven journalistiek zijn als het in de jaren veertig en vijftig was.

 

Zover kan ik niet terugkijken, ik lees het al jaren met een zekere regelmaat. Sinds halverwege de jaren negentig koop ik iedere zondag een Britse krant. Lang was dat steevast de Sunday Times want die hadden een bijlage compleet gewijd aan cultuur. Toen ze begonnen hun overseas edities te voorzien van een bijlage die het 'beste' uit alle bijlagen bevatte (met dus minder cultuur en meer autosport) ging ik over op Independent On Sunday. Ook zij hielden op hun mooie cultuurbijlage in de export-edities te stoppen, zodat ik uiteindelijk was aangewezen op The Observer, die op zondag in elk geval nog iets aan boeken en muziek deden.

 

De laatste tijd wissel ik het een beetje af, en als ik in een goede bui ben koop ik ze allebei. Al kijk ik altijd even online wat ik kan verwachten.

 

Sinds een jaar of vijf heeft The Observer een maandelijkse muziekbijlage Observer Music Monthly (OMM) dat even mijn lievelingstijdschrift over popmuziek werd. Ook al was het wederom alleen in de UK zelf verkrijgbaar.

 

Ze hadden mooiere, langere en meer exclusieve verhalen dan andere monthly's en maakten gebruik van goede journaliste die niet noodzakelijkerwijs voor de zusterkrant The Guardian werkten.

 

De laatste maanden vond ik al dat er de klad in kwam, net als in hun aardige blog From Abba To Zappa dat dit jaar nog niet hervat is.

 

December verstreek zelfs zonder een OMM!

 

En wat las ik gisteren bovenaan de inhoudsopgave? Special Final Issue: American Legends.

 

Niet het meest interessante idee, allemaal miniportretjes van grote nog levende Amerikaanse muzikanten, en ook van inleider Nick Tosches heb ik wel eens vlammendere betogen gelezen. Maar het zou toch jammer zijn als het echt zo is dat ze er mee ophouden.

 

Ook The Observer zelf wil graag blijven lezen, want hoewel de Sunday Times regelmatiger bericht over popmuziek, zijn de artikelen in The Observer beter, zoals onlangs nog Paul Morley's interview met Brian Eno.

 

We zullen zien.

 

Het lijkt erop dat er weer een kaars gedoofd is.

 

O ja, ik ben ook om. Ik twitter sinds vanmiddag.

 

twitter.com/gijsbertkamer

 

 

 

Ian Dury herdacht

vrijdag 22 januari 2010 18:17

In maart is het tien jaar geleden dat Ian Dury overleed. Misschien is dat wel de reden dat er deze maand zowel een film over zijn leven in de Britse bioscopen in premiere ging, als dat er een biografie van hem uitkwam: Ian Dury The Definitive Biography van Will Birch.

 

Naar de biopic ben ik erg nieuwsgierig, ik heb echter geen idee of die snel in Nederland gaat draaien. De biografie kocht ik gisteren, tegelijk met het februari nummer van Word Magazine. Op de cover van dit van alle muziekbladen wat mij betreft meest lezenswaardige tijdschrift staat ook Ian Dury, die met een mooi verhaal en anekdotes van vrienden en collega's wordt herdacht.

 

De verkoopster, een jaar of dertig gok ik, vroeg zich af wie dat was Ian Dury. Punk? Niet echt, probeerde ik uit te leggen, al stamt hij wel uit de Britse punkjaren.

 

Ineens bedacht ik me dat Ian Dury inmiddels een vergeten grootheid is. Je hoort zijn hits nog wel eens voorbij komen: Sex And Drugs And Rock And Roll, Hit Me With Your Rhythm Stick, Reasons To Be Cheerful Pt 3 en Spasticus Authisticus. Maar verder?

 

Er wordt nooit meer aan hem gerefereerd, en ik geloof ook niet dat zijn albums nog zo geliefd zijn. New Boots And Panties was dat wel, in 1977. Voor velen, ook voor mij, verbeeldde dat album de toegankelijke, geestige kant van punk. De Sex Pistols en The Clash, daar kon ik niet veel mee. Met Ian Dury en Elvis Costello wel. Beiden brachten hun platen ook uit op hetzelfde label, Stiff.

 

Ook de tweede plaat van Ian Dury And The Blockheads beviel me wel, al kocht ik 'm geloof ik vooral omdat het singletje Hit Me With Your Rhythm Stick er bij ingesloten zat. Dury weigerde pertinent de singles op zijn albums te zetten. Daarvoor moest je bij Amerikaanse dan wel Canadese persingen zijn.

 

Die tweede plaat Do It Yourself uit 1979, vind ik nog steeds erg goed. Hij is nogal jazzy, maar vooral die pianosound bevalt me wel. En dan die malle hoes. Bloemetjesbehang, in 12 tinten. Ja echt, ontwerper Barney Bubbles had maar liefst 12 hoezen met elk ander bloemetjesbehang ontworpen. Zou er iemand zijn die ze alle twaalf heeft aangeschaft?

 

De plaat staat inmiddels niet goed aangeschreven, ik begreep dat hij moeizaam tot stand kwam, met een Dury die zich pas laat in de studio meldde en zijn teksten vaak niet af had. In het geval van Taxi is dat duidelijk: Waiting for the taxi, the taxi never comes, is zo ongeveer de enige regel in dit laatste liedje van kant 1.

 

Na Do It Yourself bracht Dury zijn wat mij betreft sterkste single uit Reasons To Be Cheerful, maar toen zijn belangrijkste Blockhead Chas Jankel de band verliet, was het snel gedaan met de populariteit.

Laughter bleek ondanks de komst van Dr Feelgoods Wilko Johnson een tegenvaller, en die met Sly & Robbie gemaakte Lord Upminister bevatte ook maar weinig memorabels.

 

Wat er na 1981 gebeurde met Dury hoop ik uit de biografie te kunnen vernemen. Zijn comeback kwam pas in 1997 met het album Mr Love Pants, toen er bij hem al kanker was geconstateerd. In 1998 sprak ik hem in Amsterdam. Dat herinner ik me nog goed.

 

Het was begin december. zondagmiddag. Een raar weekend. Vrijdag belde iemand van Sony dat er een mogelijkheid was om Bruce Springsteen te interviewen, zondagochtend in het Amstel Hotel.

 

Dat leek me prachtig. De afspraak met Dury diezelfde dag stond ook al. Wat een dag moest dat worden: twee helden te mogen spreken, en allebei ook nog eens een uur lang.

 

Het pakte anders uit. Zaterdagavond kwam het telefoontje van Sony. Het interview met The Boss kon niet doorgaan. Hij had in Spanje ook wat interviews gedaan en die waren zo slecht bevallen dat hij alle afspraken had afgezegd en naar de States was teruggevlogen.

 

Het boek, Tracks dat een aanleiding was voor het interview, en dat ik via koerier had ontvangen, dat mocht ik houden.

 

Bedankt Bruce.

 

Dury kwam wel. Het was de middag voor zijn concert in Paradiso. Een wat treurige lobby van een van de vele hotels die zich rond het Vondelpark bevinden. Dury dronk flesjes bier, en praatte ronduit. Over zijn ziekte, de jaren tachtig waarin hij afwezig was, omdat het Thatcher regime alle energie uit hem had opgeslorpt, zo vertelde hij.

 

Althans dat las ik terug in het stuk dat ik maandag over Dury voor de krant schreef.

 

Het artikel was de weerslag van het interview aangevuld met wat observaties over het concert. Ik herinner me dat het nogal aangrijpend was, omdat Dury de indruk wekte zeer ziek te zijn. Hij klonk verzwakt, en ik meldde dat hij onder de pijnstillers zat.

 

Hij was echter straalbezopen.

 

Dat lees ik in de biografie waarin het dagje Amsterdam uitgebreid ter sprake komt. Dury was zijn band vooruitgereisd, en al snel gaan drinken. Dat deed ie vaker als ie alleen op pad was, zo begrijp ik.

 

Toen zijn band arriveerde, zondag om drie uur, was Ian interviews aan het doen en al rat arsed. Absolutely pissed, glowing.

 

Er was geen andere mogelijkheid om hem het podium op te krijgen dan met de goederenlift onder het podium. Dat beeld herinner ik me nog goed, ook dat hij zich de woorden van Wake Up niet meer kon herinneren.

 

Dat vond ik heel sneu. Maar het had niks met zijn ziekte te maken. Voor het inderdaad enthousiaste publiek stond gewoon een dronkelap.

 

Birch wekt de indruk in zijn beschrijvingen dat het publiek zelf evenzeer onder invloed was, en zich had sufgeblowd. Maar dat was onzin.

Ook waren de reviews de volgende dag niet tremendous. Iedereen had het vooral erg met hem te doen, en het was ook een tragisch gebeuren daar in Paradiso.

 

Nog geen anderhalf jaar later was Dury dood. En zijn muziek leek langzaam uit de popcanon te verdwijnen. Wellicht dat film en boek hier verandering in kunnen brengen. Ik geniet nog altijd van zijn eerste twee platen en bewaar warme herinneringen aan de ontmoeting met hem, toen hij nog niet bezopen was, maar er wel hard naar toe aan het werken was.

 

Ik ga dit weekend het boek eens goed lezen, want hoe dan ook, zijn muziek was uniek. En aanvankelijk ook invloedrijk. Madness zou bijvoorbeeld veel van hem leren, hun muziek koppelde het kolderieke van Dury aan de serieuze poplyriek van Ray Davies.

 

Hopelijk pikken nu ook jonge muzikanten iets van hem op.

 

 

 

 

 

 

 

Arjen Grolleman RIP

woensdag 20 januari 2010 22:06

arjen grolleman, kinkfm

En zo is de dood ineens heel dichtbij. We zouden vanavond een vriend te eten krijgen. Zo rond half zeven belt ie op. Het etentje kon niet doorgaan, er was iets heel ergs gebeurd. Arjen Grolleman was overleden, een oud collega en vriend van hem. Een vriend van mijn geliefde en van enkele anderen die mij zeer dierbaar zijn.

 

Ikzelf kende Arjen wel, maar we waren niet bevriend. Ik heb altijd het idee gehad dat hij mij beschouwde als iemand uit het vijandige kamp. Geen idee waarom, ik heb het hem altijd willen vragen, maar dat kan nu dus niet meer.

 

Hoe dan ook, hij was een man naar mijn hart. Iemand die zich met de volle overgave inzette voor wat langzaam zijn levensdoel was geworden: van KinkFM een groot radiostation maken met een etherfrequentie. Vaak waren ze er dicht bij, maar dan lag moeder Veronica dwars of iemand anders.

 

Met weinig middelen een gezaghebbend station voor alternatieve muziek leiden, dat is wat hij na het vertrek van Jan Hoogesteijn samen met Jantien van Tol deed. 'Er is niets mooiers dan anderen overtuigen van je muzieksmaak', zei hij, en 'muziek is een roeping'. Woorden van deze strekking zijn me uit het hart gegrepen.

 

Zijn voorkeur ging uit naar extreme, donkere, veelal elektronische  muziek. Een voorkeur die niet de mijne was, maar ik bewonderde de manier waarop hij er ook voor zorgde dat die muziek bij een dochteronderneming van Veronica ook de ruimte kreeg.

 

Een programma als X-Rated dat hij samen met zijn vriend Bob Rusche maakte mag uniek heten, en heeft een behoorlijke zeer vaste kern van luisteraars. Radioprogramma's uitzenden met muziek die jezelf persoonijk raakt. Het lijkt zo simpel en ook zo noodzakelijk. Maar afgelopen weekend in Groningen heb ik zelf weer kunnen vernemen dat radiomanagers hele andere doelstellingen hebben. Marktaandelen en programma's maken voor zoveel mogelijk mensen, dat is wat de Publieke Omroep zich ten doel gesteld heeft.

 

KinkFM onderkent dat er nog zoiets als niches bestaan, met fanatieke liefhebbers. Al heb ik het altijd jammer gevonden dat ook zij daar niet ver genoeg in gingen. Zo heel veel verschilde hun playlist niet van die van 3FM. KinkFM houdt net zoveel vam Snow Patrol en de Killers als dat ze dat bij 3FM doen.

 

Ik ben benieuwd hoe dat nu verder moet. Ik kan me een KinkFM zonder Grolleman nauwelijks voorstellen. Al zijn energie stak hij erin, en ik vermoed dat hij zijn verdiensten als voice over bij RTL ook investeerde in wat hij uiteindelijk het belangrijkste vond: radio maken.

 

Zie zo iemand nog maar eens te vinden. Ik ken er zegge en schrijven slechts  een die ook alles er voor over had het radiostation op te bouwen waar hij zelf volledig achter kon staan: Rob Stenders.

 

Hij begon KX Radio, waar ik nu met zeer veel plezier zelf twee uur per week radio maak.

 

Grolleman en Stenders zijn mensen die de muziek voorop stellen, iets dat me voor radiomakers logisch leek, maar dat is het al jaren niet meer.

 

Ik luister nu naar de aangepaste programmering op Kink en hoor van Joy Division tot Andrew Bird en Chris Bell de mooiste muziek voorbij komen. Af en toe hoor je de stem van Jan Douwe Kroeske die de verslagenheid namens zijn Kink-collega's onder woorden brengt.

 

Die moet enorm zijn. Ze verliezen een zeldzaam bevlogen roerganger.

 

Hoe hij op slechts 37 jarige leeftijd precies overleden is, is nog niet duidelijk.

 

Van de trap gevallen, net als een van zijn helden Johnn Balance van Coil? Het idee zal hem bevallen, maar ik weet niet het zijn omgeving troost kan bieden.

 

 

 

 

 

 

 

Hartekreet vanuit Arcade Fire

dinsdag 19 januari 2010 15:15

arcade fire, liefdadigheid, giro 555, haiti

Ik wilde graag geld overmaken voor hulp aan Haïti.

 

Maar niet via Giro 555. Ik geloof best dat de Nederlandse hulporganisaties zeer goed werk verrichten, maar ik lees net iets te vaak over de veel te hoge salarissen daar en de veel te hoge overheadskosten.

 

En dan Henny Huisman.

 

Waarom zijn het altijd has beens en ijdeltuiten die je als eerste met hun kop op tv ziet? Zo'n Huisman smult van dit soort rampen en hij hoopt net zoals veel van zijn collega's op een uitnodiging voor de inzamelingsavond (een avond duurt bij de publieke omroep tegenwoordig maximaal 90 minuten) donderdag.

 

Nederland en liefdadigheid, ik vertrouw het voor geen cent, daarvoor zijn de verhalen over bekende Nederlanders die met peperdure businessclass tickets naar Afrika gaan om even hun 5 sterren hotel te verlaten voor een camerapose met een hongerig kind, me net iets te talrijk.

 

Het irritante aan al die liefdadigheid van artiesten en beroemdheden is dat je er niet over mag mopperen, want het is voor een goed doel en je wordt al snel als cynicus in de hoek gezet wanneer je niet blij wordt van iets als het Glazen Huis.

 

Maar goed, ik wilde dit keer dus wel graag iets doen.

 

En toen las ik gisteren The Observer, ik had 'm gekocht voor een interview van Paul Morley met Brian Eno (ja ik weet het, het staat online, maar ik wilde de gedrukte versie).

Bladerend kwam ik op pagina 23, de opinie-pagina en zag daar een fotootje van Regine Chassagne, van Arcade Fire.

 

Zij is van Haïtiaanse afkomst, zo wist ik, en haar verhaal vond ik hartverscheurend.

 

Somewhere In My Heart Is The End Of The World.....

 

Zij noemt de organisatie Partners In Health, en dat leek me meteen een club die wel te vertrouwen was. Ik heb de site bekeken en meteen geld over gemaakt.

 

Waarom vertrouw ik dit wel? Het zal gevoelsmatig zijn. Ik vermoed dat Chassagne echt vanuit haar hart spreekt en bovendien is het een artiest die ik bewonder. Daarom ben ik haar verhaal gaan lezen en daarom heb ik uiteindelijk meteen geld over gemaakt.

 

Als donderdag iedereen zichzelf weer op de borst gaat kloppen, de minister weer glimmend komt melden dat hij het bedrag verdubbelt (alsof het een gezelschapsspel betreft) en de programmamakers elkaar glimmend van trots in de armen vallen, hoef ik me niet schuldig te voelen over het cynisme die dit soort 'acties' bij me oproepen.

 

Gewoon rechtstreeks geld over maken, kan ook. Niet wachten op Henny of George Clooney of Bono.

 

Ik wilde graag een bijdrage leveren aan de hulp en ben blij dat ik dit stuk van Regine Chassagne tegenkwam.

 

 

 

 

 

 

Vier dagen Groningen: Wat is er blijven hangen?

maandag 18 januari 2010 10:19

Eurosonic,Noorderslag

Hoe zou het vandaag in Groningen zijn? Vanaf woensdagavond tot zondagochtend verzamelde de Nederlandse popindustrie, aangevuld met een weer groter geworden Europese vertegenwoordiging zich in Groningen voor Eurosonic/Noorderslag. Kroegen, clubs, hotels, restaurants: alles zat vol met randstedelijke vertegenwoordigers uit media en industrie. Overal klonk live-muziek en werd er gepraat, gedeald en vooral getwitterd.

 

En nu is iedereen weer weg. Velen zullen Groningen pas over een jaar weer aandoen. En hoewel ook ik me ieder jaar weer voorneem vaker naar het Noorden af te reizen, als dank voor de gastvrijheid, de goede sfeer en de lage prijzen (behalve in de Oosterpoort zelf dan), heb ik geen idee wanneer het er weer van komt.

 

Maar wat heeft het opgeleverd. Wat hebben we allemaal mee naar de randstad mee teruggenomen. Ik zat even de zeer grondige verslaggeving op 3Voor12 te bekijken en bedacht me: veel.

 

Niet eens zozeer kwa muziek. Ik heb me meer geamuseerd dan vorig jaar op het Eurosonic, waar Europees talent zichzelf presenteerde in talloze showcases, maar heb niet het gevoel iets sensationeels te hebben meegemaakt.

 

Vast staat dat het Verenigd Koninkrijk dit jaar groot inzet met nog meer zingende dames. Marina & The Diamonds en Ellie Goulding leken me iets te snel als belangwekkend gehyped,  maar van Rox verwacht ik wel veel. Het allermooiste was misschien wel de cover van Dreams van Fleetwood Mac, dat ineens een verrassende reggae-beat kreeg. Maar Rox is er ook nog niet. De band oogde wat suffig, en als dit haar beste liedjes waren, dan is er nog wel wat werk te verrichten. 

 

Mooi moment was donderdagavond de overgang tussen de optredens van Loops Haunt en 2562 in het Platformtheater. Een kwestie van een laptop verwisselen, meer niet. Maar wat een verschil in sound. Nadat Loops Haunt het publiek op de dansvloer had murw gebeukt met een donkere, abstracte en vooral snoeiharde mix van dubstep en hardcore, klonken de toch toch ook niet bepaald voorspelbare beats van 2562 ineens als lichtvoetige disco deunen.

 

Dat was natuurlijk niet zo, maar even een 'normale' beat voelde toch als een bevrijding. En meteen werd er ook gedanst. Wat ik in het Platformtheater hoorde smaakt naar meer, die Loops Haunt ga ik checken, en 2562 nog beter volgen.

 

Van alle optredens die ik donderdag zag, is dit het meest blijven hangen. Geen enkele nieuwe band kwam daarbij in de buurt. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat ik steeds op de verkeerde plek was. Een gevoel dat je op dit soort festivals toch al vaak hebt, en nu met Twitter nog versterkt wordt. Iedereen maakte in Groningen elkaar gek met adviezen en afraders. 

 

Ik twitter nog niet, maar als ik het afgelopen weekend tot een conclusie ben gekomen dan is dat wel dat of ik dat nu leuk vind of niet de 'social media' een cruciale rol in de popbeleving zijn gaan vervullen. Ik voelde me tussen de voortdurend met hun iPhone of BlackBerry in de weer zijnde collega's als een analfabeet en kreeg zelfs het idee dat ik iets heel belangrijks miste.

 

Lijkt me niet echt leuk voor de artiesten op het podium. Natuurlijk ze weten dat ze voor een zaal met lieden staan die al na 30 seconden hun mening klaar hebben. Maar dat die mening ook meteen de wereld in geslingerd wordt is toch betrekkelijk nieuw.

 

Had ik getwitterd dan had ik vrijdag bijvoorbeeld dit bericht verstuurd:

 

Laten we een ding afspreken: Ellie Goulding mag nooit meer Roscoe van Midlake zingen.

 

Niet gedaan, en gelukkig maar. Oke, het klonk nergens naar, maar het kan best dat dat kwam door allerlei technische kwalen. Misschien heeft ze wel een prachtige versie van dat liedje in huis. Toch denkt nu iedereen (het debacle zong zich gelijk rond) dat dit prachtnummer door haar verkracht werd.

 

Ik heb tijdens het zien van een concert ook geen zin in allemaal bijdehante meninkjes geloof ik. Soms is het beter alles even te laten bezinken, wat ik nu dus ook gedaan heb.

 

Dan stel ik vast dat het enige optreden dat ik echt prachtig en meer dan veelbelovend vond op Eurosonic, en waar ik nog vaak aan terug heb gedacht, dat van Everything Everything was, vrijdagavond in het Grand Theater.

 

Soms complexe nummers in de geest van Radiohead, maar ook de knappe samenzang van Fleet Foxes is de band uit Manchester niet vreemd. Met of zonder Twitter was het er stampvol, en van alle (nieuwe) bandjes die ik zag leek me hun set het meest compleet.

 

Het leek me al met al toch een behoorlijk veelzijdig en hoopgevend Eurosonic. Terwijl ook het seminar-gedeelte met een paar aardige nieuwtjes net wat meer inhoud had dan andere jaren. Mojo trekt samen met artiesten en podia ten strijde tegen de 'secondary ticketing', Spotify wil ook in Nederland iets beginnen. Ik weet niet zo goed wat daar het voordeel van is, ik ben geloof ik al een jaar op Spotify geabonneerd, en kan alle Nederlandse muziek horen die ik wil. Maar goed.

 

Jammer was het natuurlijk dat Bob Lefsetz niet kwam praten (mocht van zijn arts niet zo lang vliegen) en teleurstellend was het interview met Steve Knopper. Wat een zelfingenomen kwast was die Fransman die hem interviewde.

 

In plaats van Knopper nog eens goed laten uitleggen wat zijn bevindingen waren die leidden tot het prachtboek Appetite For Self Destruction, wilde Emmanuel Legrand steeds ventileren hoe goed ie zelf in de materie was ingevoerd.

 

Dieptepunt was zijn opmerking over een reken- dan wel drukfout. Een getal klopte niet, volgens de moderator. Nee, zei Knopper, dat had je me al eens gemaild...

 

Wat het publiek ermee moest? Zou het publiek het ook maar iets interesseren of Knopper bij Rolling Stone per woord betaald krijgt? Legrand  wel, die ook nog even kwijt moest dat hij (zelf freelancer voor onder meer Billboard) de redactionele keuzes van Rolling Stone niet best vond.

 

Niemand die wist waar die het over had, net zoals de enorme stoet aan namen die voorbijkwam niet iedereen bekend voorkwam.

 

Jammer.

 

Op Noorderslag zelf genoot ik van een prachtig optreden van Tim Knol, Neerlands meest veelbelovende singer/songwriter. Hij speelde met Anne Soldaat op gitaar die, sorry het is niet anders, zelf een paar uur later op mij weer het meeste indruk maakte. Going South vond ik dit keer in de 3Voor12-zaal het mooist.

 

Ook blij werd ik van Kytemans Hiphop Orkest. Traditiegetrouw speelde de winnaar van de Popprijs in de Grote Zaal en ik geloof niet dat het er ooit zo druk is gebleven nadat de winnaar bekend was gemaakt als dit jaar. 

 

Ongelooflijk hoeveel er in een jaar met zo'n band kan gebeuren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe goed is die nieuwe Vampire Weekend eigenlijk?

woensdag 13 januari 2010 02:06

Vampire Weekend,Eurosonic,noorderslag

Een van de eerste spraakmakende platen twee jaar geleden was het debuut van het Amerikaanse Vampire Weekend. Frisse gitaarpop, sterk beïnvloed ook door Afrikaanse muziek, zodat in recensies nogal vaak de naam Paul Simon en zijn plaat uit 1986 Graceland viel.

 

Ik vond Vampire Weekend erg goed, en draai 'm nog altijd met veel plezier. Een liedje als A-Punk ben ik met de tijd zelfs meer gaan waarderen.

 

Nu twee jaar later, is opnieuw de eerste plaat die er in de 'bogosphere' en andere media toe lijkt te doen opnieuw van Vampire Weekend. Ik was zelfs echt een beetje opgewonden toen hij vorige week bij de post zat.

 

Vond er eigenlijk niet zoveel aan.

 

Geen probleem, gewoon nog een paar keer proberen dacht ik. Hij duurt nog geen 36 minuten dus veel tijd ben je er niet mee kwijt. Maar het wilde maar niet echt lukken.

 

Ik hoorde door alle ritmische wendingen, rare geluidseffecten en een sample van M.I.A maar geen echt pakkend liedje. En dan was er die stem van Ezra Koenig. Het leek soms echt alsof hij Paul Simon na wilde doen. Paul Simon die het repertoire van Dirty Projectors doorwerkt, zoiets.

 

Toch bleef ik moed houden. Ik las in alle bladen euforische recensies. De verbreding van invloeden werd overal ruim geprezen, en hoewel iedereen wel vaststelde dat Contra wat minder direct was dan Vampire Weekend werd me beloofd dat geduld zou worden beloond.

 

Ik wacht en hoop er nog steeds op. Gisteren bombardeerde ik de plaat in Kamermuziek op KX-Radio toch maar tot 'Kamerplaat', en zei er ook bij dat het even wennen was. Maar eigenlijk had ik er toch een beetje spijt van. De beste plaat in de eerste weken van 2010 is die van Eels. En dat terwijl ik toch een beetje was uitgekeken op E.

 

End Times is in alle sobere droefheid echter prachtig.

 

Ik blijf het proberen met Contra maar voorlopig spreekt het verstand: 'moedige stap voorwaarts, muzikale wendingen die niemand maakt, het ideale midden tussen Grizzly Bear en Dirty Projectors (zoals ik op Pitchfork, 8.6) las', maar zwijgt het gevoel.

 

We zullen zien, voorlopig doe ik het nog met The Soft Pack, een van mijn tips voor 2010 wier debuutalbum eind deze maand zal verschijnen. Andere debutanten die ik graag tip zijn:

 

- Tim Knol

- Rox

- The Drums

- Broken Bells

 

Tim Knol en Rox zijn dit weekend in Groningen te zien op Eurosonic/Noorderslag. The Drums, een New Yorks bandje en Broken Bells -Danger Mouse samen met James Mercer van The Shins- niet, omdat ze net als The Soft Pack niet uit Europa komen.

 

Niet erg want het wordt al genoeg heen en weer rennen tussen ongetwijfeld te volle zalen daar in Groningen. Het programma ziet er goed uit, vijf van de vijftien bands/artiesten door de BBC getipt in hun jaarlijkse lijst zijn er in Groningen te zien.

 

Zeer amusant trouwens, die BBC Sound Of 2010, met veel namen die je ook in de (Britse) bladen getipt ziet.

 

Hun nummer 1, Ellie Goulding is vrijdag te zien in Simplon, daar ga ik zeker even kijken. Opmerkelijk is verder het vorig jaar al doorgebroken The xx, de ook door mijn schandelijk over het hoofd geziene The Leisure Society, het enigszins verwante Isbells uit Belgenland  en de band die me vorig jaar in Groningen zoveel plezier bezorgde: LPG.

 

En dan heb ik het alleen nog maar over het Eurosonic programma.

 

Ik verheug me er echt op dit jaar. Ik denk niet dat ik dan nog tijd heb om langer aan een band tussen mij en de nieuwe Vampire Weekend te werken.

 

En of ik er na het weekend nog zin in heb?

 

Ik ben wel benieuwd of ik ergens nog liefhebbers tegenkom die net als ik niet zo enthousiast met Contra weglopen.

Mis ik iets, zie ik iets over het hoofd? Of is het eigenlijk gewoon echt niet zo'n goede plaat.

 

 

 

 

 

John Lennons 'Lost Weekend' hoogtepunt in de Britse bladen deze maand

zaterdag 9 januari 2010 16:14

John Lennon,Harry Nilsson,popbladen

Het leven wordt alleen maar duurder en niet goedkoper, zoals Gerard Reve jaren geleden al eens zei. Daarom zal ik iedere maand de (Britse) popbladen even voor u doornemen en een koopadvies geven.

 

Q, Mojo en Uncut zijn sinds deze week verkrijgbaar, Word komt pas volgende week. Mojo en Uncut gaan gewoontegetrouw door met popiconen uit de jaren zestig en zeventig op de cover te zetten. Dit keer heeft Uncut voor de zoveelste keer Jimi Hendrix op de cover, Jimi's Last Trip, Woodstock and Beyond heet het verhaal, waar ik me nog niet toe heb kunnen zetten. Sorry, maar is er nog iets van Jimi Hendrix waar ik nieuwsgierig naar ben? Dacht van niet. Kan me zo gauw ook niet herinneren wanneer ik dacht: kom laat ik eens een plaatje van Jimi Hendrix opzetten....

 

Verder niet gek veel features in het blad, wel heel veel recensies. Zoals in alle bladen. De platen waar ook hier de komende weken veel over te doen zal zijn, zijn die van Vampire Weekend, Midlake, Eels, Spoon en, vooruit omdat ik daar zelf een verhaal over aan het maken ben: de reissue van PiL's Metal Box. Het beste verhaal daarover staat trouwens niet in een van deze bladen maar in de nieuwe Wire en is geschreven door David Keenan.

 

Verder doen alle bladen aan het noemen van namen die het dit jaar zullen gaan maken. Daar kom ik een dezer dagen nog op terug.

 

Uncut heeft ook een artikel dat heet Jimmy Page Speaks, wat de claim van Mojo deze maand dat ze 'exclusief' Jimmy Page hebben, onderuit haalt.

Page staat bij Mojo op de cover, en komt uitgebreid aan het woord naar aanleiding van een docu over gitaarspelen waarin ook Jack White en The Edge zitten.

 

Ook Page laat me eigenlijk betrekkelijk koud. Erg goed in het blad is wel het interview dat Will Hodgkinson heeft met Shane MacGowan in zijn eigen biotoop in Ierland terwijl ook de terugblik op het ontstaan van Slayers Reign In Blood zeer lezenswaardig was. Onvoorstelbaar dat producer Rick Rubin toen pas 23 was!

 

Waarom ik iedereen toch aanraad het blad te kopen is vanwege de cd die erbij zit. Meestal heb ik het niet zo op deze zeer milieu-onvriendelijke kadootjes met gratuite muziekjes, maar dit keer maakt het duo Amorphous Androgynus. Het duo dat ooit Future Sound Of London heette heeft twee fraaie psychedelische dubbel-cd's samengesteld en doen dat op deze A Monstrous Psychedelic Bubble nog eens dunnetjes over.

 

Hoogtepunt tussen nummers van White Noise, Donovan, Dungen, Can en Betty Davis is hun eigen cover van Oasis' Falling Down.

 

Meest genoten van alle bladen heb ik dit keer van Q. Zij besteden over het algemeen de meeste aandacht aan actuele mainstream. Op hun cover staat X-Factor jury-lid, zangeres (ooit van Girls Aloud) Cheryl Cole.

 

Prima verhaal dat me nieuwsgierig maakte naar haar muziek, waar ik eigenlijk nooit echt naar geluisterd heb.

 

Hoogtepunt deze maand is wat mij betreft het verhaal (met fraaie foto's!) dat Tom Doyle maakte over John Lennons zogeheten Lost Weekend. Eind 1973 liet Lennon Yoko in de steek (op aanraden van Yoko zelf) om met zijn nieuwe liefje May Pang naar Los Angeles af te reizen.

 

Hij wil er aanvankelijk met Phil Spector zijn Rock 'n Roll plaat opnemen, wat niet lukt. De verhalen over Spector die met zijn pistool zwaait zijn inmiddels bekend, maar wat ik vergeten was is dat Lennon min of meer onder druk zijn rock 'n roll-ode wil opnemen. Publisher Morris Levy had Lennon beschuldigd van plagiaat. Hij zou in Come Together iets van Chuck Berry hebben gebruikt, daar wilde Levy een genoegdoening voor.

 

Afgesproken werd dat Lennon drie liedjes waarvoor Levy de rechten bezat zou op zijn nieuwe plaat zou zetten.

 

Die plaat zou Lennon uiteindelijk wel afmaken in New York. In Los Angeles hield hij zich vooral bezig zich te buiten te gaan aan drank en coke. Partner in crime was zijn vriend Harry Nilsson, een ten onrechte wat vergeten figuur in de popgeschiedenis.

 

Hoewel pas begin dertig had deze zijn beste tijd al gehad. De plaat die hij in 1974 met Lennon (tijdens het Lost Weekend) zou maken, Pussycats laat een door drank schor geworden Nilsson horen, wiens stem in een paar jaar tijd volledig aan gort geholpen lijkt.

 

Leuke plaat toch die Pussycats, zoals de meeste platen van Nilsson.

 

Met Lennon en Yoko zou het uiteindelijk weer goedkomen. Yoko haalt 'm gewoon weer bij May Pang weg en ze gaan weer samen in New York wonen.

 

Met Nilsson zou het alleen maar slechter gaan. Hij werd ook steeds meer als zondebok aangewezen: als de man die Lennon op het slechte pas zou hebben gebracht.

Zelfdestructief was hij zeker, maar wat kon die man (zo tot 1973) geweldig zingen.

 

Begin jaren negentig zond de BBC 's nachts een concert van hem uit van 20 jaar eerder dat ik lang op video had staan, maar inmiddels niet meer af te spelen is.

Volgens mij komt dit liedje daar ook uit, het is in elk geval prachtig.

 

Dat is wat de maandbladen deze maand hebben opgeleverd: geen hernieuwde interesse in Jimi Page en Hendrix, wel in Harry Nilsson. Tijd voor een welverdiende revival!

 

Simply Beautiful

donderdag 7 januari 2010 18:25

Al Green,Willie Mitchell

Bestaat er een mooier soulliedje dan Simply Beautiful van Al Green?

 

Van alle soulzangers is Al Green al een jaar of vijfentwintig mijn favoriet. Van al zijn elpee's die hij in de jaren zeventig met de dinsdag overleden Willie Mitchell voor Hi Records opnam is I'm Still In Love With You (1972) mij het dierbaarst en van die plaat vind ik het laatste liedje op kant 1 het mooist. Simply Beautiful dus.

 

Het is precies wat de titel zegt. De instrumentatie is voor Mitchell's doen erg simpel. Een akoestiche gitaar doet het meeste werk. Op Al Green zelf na. Intenser, intiemer dan hier heeft hij nooit gezongen. Vaak wordt er over de muziek van Al Green gezegd dat het niet zozeer hoofd of hart raakt, maar rechtstreeks de onderbuik beroert. Dit is het bewijs. Zo puur, zo smachtend heb ik het zelden gehoord.

 

Op YouTube staat een recente versie van dit liedje, die het origineel in intensiteit bijna benadert. Prachtig trouwens hoe Green hier zelf de akoestische gitaar speelt. Zou hij dat op het origineel ook gedaan hebben?

 

Het is een a-typisch nummer voor producer Willie Mitchell. Hij houdt het strijkje heel knap in bedwang, en van koperwerk is geen sprake. Het liedje viel me meteen al op toen ik de plaat in 1984 2e hands kocht. Veertien gulden en vijftig cent bij wat toen nog Oro/Concerto heette, in Amsterdam.

 

Dat was toen de enige manier om aan platen van Al Green te komen. Het is nu nauwelijks nog voor te stellen maar oude soulplaten waren toen nauwelijks nog leverbaar. Toen ik i 1983 me voor die muziek begon te interesseren (had wellicht ook te maken met het feit dat er toen weinig spannends aan nieuwe muziek verscheen) was ik volledig aangewezen op 2e hands winkels. Nieuw waren platen van Millie Jackson en Al Green niet te vinden. Platen die nu niet te koop zijn, haal je gewoon van internet, maar dat bestond nog niet in 1983. Je was echt afhankelijk van het assortiment van je platenboer, die weer afhankelijk was van de platenmaatschappijen, die het in de vroege jaren knap lastig hadden.

 

De uiteindelijk zo welig tierende 'reissue' markt begon pas in de tweede helft van de jaren tachtig op te komen. Zo vanaf 1986 bracht het Britse Demon/Edsel label de platen van Al Green opnieuw uit, maar toen had ik ze al bij elkaar gesprokkeld.

 

Want zo ongeveer iedere maand, als ik met wat gespaard geld een rondje Amsterdamse platenzaken deed, kwam ik wel een Al Green of Swamp Dogg of Allen Toussaint of Millie Jackson of (maar veel lastiger vindbaar) Ann Peebles tegen. Die waren altijd net iets duurder, uitgehoest en gestoken in een plastic beschermhoes. De meeste andere 2e hands-platen kon je voor een gulden of zes tot tien wel vinden.

 

De eerste Al Green die ik kocht heette Al Green Is Love. Ik geloof dat het Elvis Costello was die me op het spoor van de soulzanger zette. Hem werd ooit gevraagd of hij in God geloofde. 'Well, I once saw Al Green and that came pretty close' was zijn antwoord. Ik adoreerder Costello in die tijd, dus moest ik meer horen van de man die hij op zijn beurt adoreerde.

 

Daar moest je toen moeite voor doen, en dat was eigenlijk wel zo leuk. Dolgelukkig was ik toen ik bijvoorbeeld I'm Still In Love With You vond. Maanden naar uitgekeken, en daar stond ie ineens. Veel beter dan platen als Call Me, Al Green Is Love of Let's Stay Together is die niet. Ze zijn inwisselbaar zoals de eerste Ramones platen inwisselbaar zijn. Het lijkt wel alsof Al Green al zijn platen met Mitchell in een lange sessie op had genomen. Het verschil wordt gemaakt door het mooiste aller Al Green nummers: Simply Beautiful.

 

Ik heb het hem ook wel eens live horen zingen. Het mooist op North Sea Jazz in 1999. Inderdaad, een bijna religieuze ervaring.

 

Gisteren luisterde ik de drie cd's tellende box Hi Times, The Hi Records R&B Years, met een overzicht van het beste werk van dat label. Dit natuurlijk naar aanleiding van de dood van de man die voor al die prachtproducties van Green, Ann Peebles en Syl Johnson verantwoordelijk was.

 

Precies halverwege cd 2, kwam Simply Beautiful voorbij. Nog altijd deed dit liedje me meer dan alle andere nummers.

 

Nee, ik ken geen volmaakter soulliedje.

 

 

 

 

 

 

 

Buddy Holly en The King

maandag 4 januari 2010 14:54

Buddy Holly,elvis presley,

Vrijdag is het 75 jaar geleden dat Elvis Presley geboren werd. Dat zal in de media gevierd worden, dit weekend gaf de BBC al een voorschotje. Ik viel er te laat in, maar het laatste kwartier van de documentaire die de Britten maakten over Elvis laatste jaren in Las Vegas, was veelbelovend. Naar het al vaker uitgezonden concert uit 1973 Aloha From Hawai keek ik slechts een minuut of vijf. Nooit wat aan gevonden, nu ook niet.

 

Iets dat mijn houding ten opzichte van 'The King' typeert: ik vind het meeste wat de goede man opnam gewoon niet goed. Of laat ik het zo zeggen: ik draai het nooit.

 

Wel vaak geprobeerd hoor, en de prachtige dozen met 50's, 60s en 70's masters staan ook keurig in de kast, maar dat staat de Dikke Van Dale ook en dat sla ik ook niet open als ik zin heb om een wat te gaan lezen.

 

Natuurlijk, zijn Sun Sessions zijn onovertroffen, zijn Memphis opnamen eind jaren zestig zijn prachtig (Suspicious Minds!) en ja die comeback special uit 1968 is natuurlijk schitterend. Maar toch: Elvis says nothing to me about my life.

 

De laatste keer dat ik een liedje van hem hoorde waar ik echt verrast door was, was een jaar of tien geleden, op de soundtrack van naar ik meen Out Of Sight. David Holmes had die samengersteld, vandaar dat ik er naar luisterde. En toen kwam ineens A Little Less Conversation voorbij. Die Elvis kende ik niet, maar ik vond het meteen prachtig.

 

Tom Holkenborg ook. Hij bewerkte het in opdracht van Nike. De rest is geschiedenis.

 

Los van mijn tekortkoming in de appreciatie voor de King, zie ik natuurlijk wel zijn belang in voor de popgeschiedenis. Laat er geen misverstand over bestaan: zonder Elvis had de popgeschiedenis er totaal anders uit gezien.

 

Dat werd weer bevestigd toen ik me de laatste dagen in Buddy Holly verdiepte. Van hem verscheen eindelijk de lang beloofde cd-box met alle opnamen van Holly, tot aan een schoolliedje toen Buddy nog maar 12 was, toe.

 

Het was handiger geweest als Universal die box een jaar geleden had uitgebracht, tegelijk met het vieren van het vijftig-jarig jubileum van The Day The Music Died, op 3 februari.

 

Maar goed, ze waren in ieder geval nog wel in 2009 met deze prachtrelease. Ik kocht het als boekwerk uitgebrachte retrospectief met 6 cd's en luisterde er met de feestdagen regelmatig naar.

Prachtig natuurlijk, 6 cd's met alles wat Holly met en zonder zijn Crickets heeft opgenomen. Het meeste slechts in een tijdsbestek van achttien maanden (de jaren 1957 en 1958) maar er is eigenlijk niet integraal naar de cd's te luisteren. Prachtig heldere studiomasters worden afgewisseld met krakende nauwelijks herkenbare 'demo's'. Veel valse starts maken het ook allemaal niet gemakkelijker.

 

Leuk zo'n wetenschappelijke editie, maar een degelijke 'Best Of' met een stuk of twintig van zijn beste liedjes (zorg er wel voor dat u geen 'stereo' versie of  aanschaft) volstaat.

Onverminderd prachtig zijn nog altijd zijn That'll Be The Day, Everyday, It's So Easy en Rave On, om er maar een paar te noemen.

 

Ik las bij het luisteren de in 1996 verschenen biografie Buddy van Philip Norman. Hij beschrijft met verbazing het onooglijke plaatsje Lubbock waar Holly vandaan kwam. Norman kan zich niet voorstellen dat deze drooggelegde plek in Texas zo'n ster als Holly voortbracht.

 

Misschien was alles wel heel anders gelopen als Lubbock op 2 januari 1955 (eergisteren 55 jaar geleden) niet de King zelf op bezoek kreeg.

 

Norman beschrijft fraai hoe dat ging. Ein 1954 kreeg het radiostation waar Buddy Holly (18 jaar oud) goede contacten mee onderhield, een promo van het Sun-label opgestuurd. De naam Elvis Presley zei niemand iets maar de 2 liedjes That's Alright Mama en Blue Moon Of Kentucky vonden ze prachtig.

 

Ze hadden alleen geen idee waar die Presley vandaan kwam en hoe hij er uit zag.

 

Daar kwamen ze achter op 2 januari toen Elvis optrad op een country-festival. Zelfs de slechtziende Holly (2 weken later zou hij pas zijn eerste bril kregen) ontging het niet dat hier iets heel bijzonders op het podium gebeurde.

Anders dan andere artiesten maakte Presley van het hele podium gebruik met zijn opzwepende dansbewegingen, en hij zong ook nog eens met veel meer kracht en overtuiging dan ze ooit in Lubbock hadden meegemaakt.

 

'...instead of smiling cordially upon all ages, he grimaced, glared, pouted, sneered, smirked and smouldered in a manner that did not spell 'barnyard' half so eloquently as it spelt 'bedroom'. '

 

Vanaf dit moment, zo stelt Norman hield Buddy met zijn Crickets op een bluegrass band te zijn en werden ze een 'Elvis band'.

 

Elvis zou dat jaar nog vaak in Lubbock spelen en Buddy Holly ging als hij kon altijd kijken.

 

Op de box Not Fade Away: The Studio Recordings And More valt goed te volgen hoe de liefde voor country in 1955 ineens omslaat in rock 'n roll muziek. Misshien was dat ook wel gebeurd als Elvis niet naar Lubbock was gekomen, maar dat hij de kijk op muziek van de achttienjarige Holly voorgoed zou veranderen staat wel vast.

 

Zo zal het op veel plekken in de USA gegaan zijn.

 

Toch jammer dat The King nooit in Europa getourd heeft. Want dat we hier echt met een uniek artiest te maken hadden dat is wel duidelijk. Je hoeft geen fan van Elvis te zijn om dat in te zien.

 

Maar ik zet toch liever Words Of Love van Buddy Holly op, dat ik eigenlijk alleen van The Beatles For Sale kende.

 

Het mooiste liedje van 2009

donderdag 31 december 2009 21:28

Vorige maand interviewde ik in Plato Utrecht, in het kader van Le Guess Who Ben Chasny, voorman van onder meer Six Organs Of Admittance. Toen ik het woord Pitchfork liet vallen reageerde hij nogal kinderachtig alsof hij niet wist waar ik het over had.

 

Lachen met Ben.

 

Later excuseerde hij zich. Het punt is, zo vertelde hij, dat de muzieksite naar zijn smaak veel te veel macht heeft en dat het muziekliefhebbers ervan doet weerhouden zelf op onderzoek uit te gaan.

 

Ik weet niet of dat zo is, een popjournalistiek medium dat nog in brede kring serieus genomen wordt is me best wat waard. En ik heb juist het idee dat Pitchfork de laatste jaren steeds breder is geworden in hun interesses. Natuurlijk, de indie-cultuur heeft prioriteit maar ik heb bijvoorbeeld nergens zo grondig alle Beatles Remasters besproken zien worden als daar.

 

Maar ik begrijp Ben wel. Als er bijvoorbeeld snel een plaat van Six Organs met een 5.5 beoordeeld wordt, dan zingt het zich al snel rond: plaat valt een beetje tegen. Sneller dan dat een paar jaar geleden gebeurd zou zijn. Er zijn maar een paar media die zulke invloed hebben, en dat is eigenlijk altijd zo geweest.

 

In de UK was jarenlang de NME toonaangevend, zeker in de postpunkjaren dat ik het blad verslond. Ik weet nog goed hoe boos ik was toen Echo & The Bunnymen's Ocean Rain of Around The World In A Day gekraakt werden. Door dezelfde Biba Kopf overigens, een pseudoniem van Chris Bohn, de huidige hoofdredacteur van The Wire. Het was een soort woede vermengd met teleurstelling. Ik vond beide platen prachtig en je hoopt dat je lijfblad een zelfde mening is toegedaan.

 

Onverschilligheid is erger, en ik merk dat de meeste recensies in vooral de grote Britse en Amerikaanse bladen me onverschillig laten. Bladen als Uncut en Mojo lees ik met veel plezier, maar de recensie-rubrieken zijn me te voorspelbaar.

En hoewel ik de laatste paar jaar met toenemende interesse Rolling Stone weer ben gaan lezen, zijn de sterrenregens waarmee Bob Dylan, Bruce Springsteen, Green Day en U2 worden beloond met veel te ruimhartig.

 

Ik ben wel steeds meer van Pitchfork gaan houden en kijk iedere dag even welke vier a vijf platen er besproken worden. Ook maak ik me weer eens ouderwets boos (te lage waardering voor Monsters Of Folk, te hoge waardering voor Atlas Sound), en dat is een goed teken. Het toont betrokkenheid, toch?

 

Het jaar begon bij Pitchfork, zo herinner ik me, met een 9.6, en daar was ik het meteen mee eens. Ik zat in Edinburgh, had net de eerste recensies van het jaar doorgemaild naar de Volkskrant. Vijf sterren gaf ik Merriweather Post Pavillion en toen ik de volgende dag de Pitchfork review zag had ik toch zoiets van: zie je wel, ik ben niet enige. (Ja, ik weet het: kinderachtig)

 

Ik ben de plaat het hele jaar door blijven draaien en het spijt me nog altijd dat ik de band dit jaar niet live heb kunnen zien. Maar goed, je kunt niet alles hebben.

 

De plaat werd overal trouwens goed ontvangen en overal werd vooral My Girls als hoogtepunt genoemd. Dat begreep ik aanvankelijk niet. Mijn lievelingsnummer was het laatste liedje Brother Sport.

 

Toen kwamen vorige maand de onvermijdelijke lijstjes. Animal Collective voerde de Pitchfork-album lijst aan, wat me niet verbaasde. Maar ook stond My Girls bovenaan bij de beste nummers.

 

En toen werd ik getroffen door de beschrijving. Het was niet alleen prachtige muziek, maar ook de tekst was heel bijzonder, zo las ik.

 

Nooit op gelet. Ik heb bij Animal Collective nooit goed naar de teksten geluisterd.

 

Nog maar eens luisteren dus, en ja, het is inderdaad mooi hoe Noah Lennox hier zijn liefde voor vrouw en dochtertje bezingt:

 

There isn't much that I feel I need
A solid soul and the blood I bleed
But with a little girl, and by my spouse,
I only want a proper house

I don't care for fancy things
Or to take part in the freshest wave,
But to provide for mine who ask
I will, with heart, on my father's grave

On my father's grave
(On your father's grave)

I don't mean to seem like I
Care about material things,
Like a social status,
I just want
Four walls and adobe slats
For my girls

 

Het zal met mijn eigen situatie te hebben (sinds 13 augustus vader van prachtdochter Eva), maar het liedje ontroert me sindsdien steeds meer.

 

Wat te wensen voor 2010?

 

I just want

Four walls and adobe seats

For my girls

 

Dat is het, meer hebben we niet nodig.

 

Bedankt en alvast de beste wensen.

 

 

 

De tien beste songs van de jaren 0

woensdag 30 december 2009 18:24

lijstjes

Een paar maanden geleden publiceerde ik hier al het lijstje met mijn tien favoriete platen van de afgelopen tien jaar, dit naar aanleiding van een verzoek van OOR om mee te werken aan het samenstellen van de lijst met beste platen uit de jaren 0.

 

Vlak erna kwam er een verzoek vanuit Tivoli om een lijstje met de tien beste nummers van de afgelopen tien jaar. Die heb ik nog niet gepubliceerd, ik wilde er pas op 30 december op terugkomen omdat dan in De Helling hier in Utrecht onder de noemer Harder Better Faster Stronger een dansavond georganiseerd wordt waarin de beste nummers van de afgelopen tien jaar voorbij zullen komen.

 

Daar verheug ik me op. Grappig trouwens dat het nummer van Daft Punk de naam aan de avond geeft. Ik weet nog dat de plaat Discovery uitkwam en dat maar weinigen er echt enthousiast over waren. Te plat, was geloof ik de kritiek.

Ik vond 'm te gek.

 

Nu, jaren later, heeft de plaat her en der ineens toch de status van 'beste dance-album van the noughties' gekregen. Grappig want het was niet bepaald muziek die nog even moest rijpen. Ik denk eerder dat er een soort heimwee is onstaan naar dergelijke albums, die van begin tot eind dansbaar en feestelijk zijn. Ik zit niet heel erg in de dance, maar ik geloof echt dat dit soort feestplaten uit den boze zijn.

 

Dance specialisten prijzen vooral platen waar ik niet op kan dansen, hoe mooi ik ze soms ook vind. Onder dance valt meestal alle elektronica, en de spannendste dingen in die hoek zijn niet per definitie dansbaar.

 

Maar goed, ter zake, hierbij mijn top tien:

 

1.  Arctic Monkeys: A Certain Romance
2.  Arcade Fire: Rebellion (Lies)
3.  The Coral: Dreaming Of You
4.  Gnarls Barkley: Crazy
5.  Belle And Sebastian: There's Too Much Love
6.  The Strokes: Last Nite (7 inch versie!)
7.  OutKast: Hey Ya!
8.  Pete And The Pirates: She Doesn't Belong To Me
9.  Rufus Wainwright: Going To A Town
10. Franz Ferdinand: Take Me Out

 

Ter vergelijking: kijk hier naar andere lijstjes door Tivoli verzameld.

 

Verder ben ik dezer dagen op zoek gegaan naar het nieuwe nummer van Rolling Stone, waarin de jaren 0 centraal staan, maar die zijn nog niet in Nederland gearriveerd.

 

Wel staat online hun lijst met beste honderd liedjes.

 

Opvallend is dat de top vijf geheel bestaat uit nummers van zwarte artiesten. Vijf klassiekers wat mij betreft, dus ik zal er niet over zeuren. Waar alleen albums van blanke rockers als  Bob Dylan, Bruce Springsteen en U2 in Rolling Stone de laatste jaren de maximum score van vijf sterren hebben behaald, doen juist de singles van zwarte artiesten het weer beter dan de composities van hun blanke vakbroeders.

 

Is dat terecht? Ik denk het wel, het is al jaren zo dat ook de beste hiphop en r&b albums vol staan met overbodige nummers en ook veel te lang duren. Albums van Beyonce zijn eigenlijk niet uit te zitten maar voor Crazy In Love ruil ik graag het hele oeuvre van de Foo Fighters in.

 

Laatst hoorde ik Family Affair weer van Mary J. Blige. Had zo de top tien in gemogen, maar die hele plaat No More Drama? Wat een drama.

 

Kunnen we, met andere woorden, vaststellen dat de beste singles gemaakt werden door zwarte artiesten en de beste albums door blanke? 

 

In ieder geval kun je afgaande op alle lijstjes die de laatste tijd gepubliceerd zijn vaststellen dat de klassieke albums van dit decennium rockplaten waren en de klassieke singles vooral uit de hiphop, soul en r&b kwamen.

 

Op naar de jaren tien, maar eerst morgen nog even 2009 afsluiten. 

 

 

Was 2009 een goed popjaar?

dinsdag 29 december 2009 13:44

jaarlijstjes,

De laatste drie dagen van van het jaar blik ik nog even terug. Allereerst nog maar even de jaarlijstjes. Ik heb begrepen dat een lijstje pas bestaat als die op internet staat, dus hoewel al in 2 gedrukte media gepubliceerd toch nog maar even mijn top 10 van dit jaar.

 

1.  Animal Collective: Merriweather Post Pavillion
2.  God Help The Girl: God Help The Girl
3.  Andrew Bird: Noble Beast
4.  Fuck Buttons:Tarot Sport
5.  Madness: The Liberty Of Norton Folgate
6.  Anne Soldaat: In Another Life
7.  The Strange Boys: ...And Girls
8.  Mulatu Astatke/Heliocentrics: Inspiration Information
9.  Monsters Of Folk: Monsters Of Folk
10. The Pains Of Being Pure At Heart: The Pains Of Being Pure At Heart

 

Leuke platen daar niet van, maar om nou te zeggen dat we 2009 zullen herinneren als een historisch jaar voor de popgeschiedenis: de tijd zal het leren maar ik vermoed van niet.

 

Alle lijstjes in binnen- en buitenlandse media bestudeerd hebbend kun je vaststellen dat de mainstream onder smaakmakers geen enkele rol van betekenis speelt. Een enkeling noemt ergens nog Lady Gaga, Bruce Springsteen of U2 maar het wemelt vooral van nieuwe namen. The xx bijvoorbeeld. Vaak gekozen tot plaat van het jaar, ook door lijstjesmakers in OOR.

 

Ik was er aanvankelijk ook erg enthousiast over, maar vond er in de bovenzaal van Paradiso laatst zo weinig aan dat ik de plaat nooit meer opgezet heb. Maar steeds als ik 'm ergens hoor vind ik 'm toch wel weer erg goed, dus wie weet hervind ik mijn liefde voor de Britse band weer.

 

Over Britse pop kunnen we verder kort zijn. Lily Allen maakte een goede plaat die je verder nergens meer terugziet, Franz Ferdinand heb ik precies een jaar geleden veel gedraaid maar in februari was ik 'm al weer vergeten. Verrassend vond ik de combinatie Fuck Buttons met Andy Weatherall, en ik moet zeggen dat ik ook wel bewondering heb voor de manier waarop Dizzee Rascal een heuse popster geworden is. Het meest heb ik kwa Britpop genoten van bands uit mijn jeugd: Magazine, Madness en The Specials. Hopelijk dat Magazine en The Specials ook nog eens een keer deze kant opkomen, dan kunt u zelf zien hoe goed ze nog zijn.

 

Dan de Amerikaanse indie-bands. Drie bands braken dit jaar in elk geval onder lijstjesmakers door: Animal Collective, Dirty Projects en Grizzly Bear. Allemaal bands die al jaren bezig zijn, en allemaal bands die de tijd hebben gekregen en genomen voor het maken van een echt goede plaat. Ik blijf de mening toegedaan dat er op die Grizzly Bear een handvol goede nummers staan, maar die zijn dan ook wel heel mooi. Jammer alleen dat je Two Weeks zoveel in een commercial ziet, nota bene voor een auto. Bah.

Het succes onder critici van Dirty Projectors verbaast me, vooral omdat hun vorige platen zo goed als onopgemerkt bleven. Zelf ben ik sinds Bitte Orca de vorige plaat van Dirty Projectors erg gaan waarderen: Rise Above. Een krankzinnig idee: een plaat van jeugdehelden uit je hoofd naspelen. En er valt van Damaged van Black Flag nauwlijks iets te herkennen, maar ik  word er erg vrolijk van.

 

Moeten we het nog over hiphop hebben? In de lijstjes zie je er weinig van terug, bij mij ook niet, al blijf ik die nieuwe Raekwon erg leuk vinden.

 

Soul dan? Maxwell kwam ik tot mijn verbazing veel tegen, al zijn we in Nederland de enigen die er dol op zijn. Verrassender vond ik zelf Lee Fields, al viel die af omdat er een paar overbodige nummers op staan. Had Fields bij een platenfirma gezeten die er wat harder aan getrokken had dan weet ik zeker dat de plaat in veel meer lijstjes had gestaan. Iets dat ook geldt voor Mayer Hawthorne. Hij schrijft betere liedjes dan Jesse Dee, maar ze werden veel minder onder de aandacht gebracht.

 

Aan ons, dj's van KX Radio heeft het niet gelegen, Ladies van Lee Fields was de verrassende nummer 1 dit jaar onder in de song van het jaar verkiezing. Ik verheug me wel erg op 12 februari als Fields naar Nederland komt voor optredens.

 

Wat me verder opviel: Anders dan in de UK en de VS houden we hier niet van de Yeah Yeah Yeahs. Hun album en singles staan overal hoog bij de critici, maar niet in Nederland.

 

Ook Phoenix komt er hier wat bekaaid af, maar we zijn wel weer het enige land dat de Editors serieus neemt.

 

En we zijn (voorlopig?) natuurlijk het enige land dat Moss en Anne Soldaat in de top 10 van het jaar heeft staan. Verrassend dat Moss boven Soldaat staat maar nog verrassender dat de alom bejubelde De Staat pas op 17 terugkomt. Ik denk dat de plaat te vroeg in het jaar verscheen. Dat lijkt me ook de reden dat The Crying Light van Antony & The Johnsons zo weinig terugkomt.

 

Mijn favoriete reissue is natuurlijk Crazy Rhythms van The Feelies. Maar graag wil ik nog even wijzen op een band die maar zelden genoemd wordt maar waar ik de afgelopen maanden weer zeer van genoten heb: Saint Etienne.

 

Hun eerste twee albums Foxbase Alpha en So Tough! uit de vroege jaren negentig zijn in prachtige luxe-edities opnieuw uitgebracht. De liner notes alleen al maken de aanschaf de moeite waard. Je wordt teruggezogen naar het Londen van 1990-1992 toen. Baggy was in,  house was net mainstreem geworden, en de Britpop revival met Blur begon langzaam gestalte te krijgen.

 

En er was meer goed Saint Etienne nieuws: Foxbase Alpha werd door Richard X bewerkt tot een compleet nieuwe productie: Foxbase Beta. Vooral de beats zijn geactualiseerd, zonder dat het origineel geweld wordt aangedaan. Ik vind 'm erg leuk in elk geval, en hoewel So Tough! altijd tot mijn favoriete Britpopplaten behoorde, ben ik dit jaar steeds meer verslingerd geraakt aan Foxbase Alpha.

 

Ook leuk: een door Saint Etienne (zelf groot popconnaisseurs) samengestelde cd met pub-hits: Songs For The Dog And Duck, verschenen op ACE. Allemaal liedjes die je graag in een pub zou willen horen: van obscure soul en rock 'n roll tot glamrock en een voor Nederlanders bekende deun als Driver's Seat. Veel plezier van gehad, deze kerstdagen.

 

En zo was er natuurlijk ook in 2009 veel goede muziek te horen, maar was het een goed muziekjaar?

Nee, ik vind van niet. Goede platen zijn er altijd wel te vinden. Platen waar iedereen het over heeft dit jaar niet.

 

Niet getreurd ik hoorde al vijf platen die volgend jaar verschijnen waar ik enthousiast over ben: Spoon, Beach House, The Soft Pack, Midlake en Tim Knol.

 

 

 

 

 

 

Het 'Evil Empire' van Simon Cowell

donderdag 24 december 2009 18:31

Simon Cowell,Rage Against The Machine

Gisteravond genoten van de jaarlijkse Top Of The Pops Kerstspecial. Anderhalf uur lang kwamen ze weer voorbij van Wizzard (vreemd genoeg nooit zo bekend geworden als Slade's Merry Christmas Everybody, maar eigenlijk net zo leuk) tot Mariah Carey en van Wham tot The Pogues. Sommige liedjes zijn natuurlijk vreselijk, maar met filmpje erbij en vooral meesterlijke teksten van voice-over presentatator Mark Radcliffe maakte veel goed.

 

Zo ging ik er echt even goed voor zitten om op de jongen met hout te letten in Last Christmas waarmee je volgens Radcliffe niet meer dan 10 minuten het huis kon verwarmen. En ja, die danspasjes van Shakin' Stevens, om nog maar over zijn trui te zwijgen.

 

Leuk ook dat ze ook een nieuw liedje lieten zien: Bob Dylans Must Be Santa. Lijkt me een clip waar we nog wel een paar jaar mee vooruit konden.

 

Er waren ook een paar clips te zien van liedjes die niet zo zeer iets met Kerstmis vandoen hadden, maar wel op 25 december op de eerste plaats van de Britse charts stonden. Vorig jaar was dat Alexandra Burke met Leonoard Cohens Hallelujah. Zij was toen net een week eerder winnaar van X-Factor geworden, de eer die dit jaar te beurt viel aan Joe McElderry.

 

De achttienjarige zanger was dit jaar ook zeker op 1 gekomen met Kerstmis als het echtpaar Morgan daar niet een stokje voor gestoken had.

 

Zat als zij het waren dat nu al voor de vijfde keer in successie de winnaar van X-Factor met de Kerst op 1 zou komen, met al weer een wezenloze cover, begonnen ze op Facebook een actie met het oprichten van de groep 'Rage Against The Machine For Christmas No 1'.

 

Daarop werd iedereen aangespoord het liedje van Rage Against The Machine: Killing In The Name te downloaden, om zo het inderdaad heel erge Climb van McElderry van de eerste plaats te houden.

 

Het leuke was dat aanvankelijk niemand echt serieus geloofde dat de actie zou slagen, maar het lukte wel, zo werd afgelopen zondag duidelijk.

 

Ik zag Rage Against The Machine gisteren niet bij de BBC en vraag me ook af of het volgend jaar wel te zien zal zijn. Het is ook niet bepaald een liedje dat past bij deze tijd van het jaar, en dat is ook het aardige van die hele actie.

 

Door juist een liedje te kiezen waar de woorden Fuck You zo vaak in te horen zijn, maakten Jon en Tracy Morter een goed statement: weg met al die brave truttigheid, weg met al die zouteloze covers van kwijlerige liedjes. Weg met al die karaoke en weg met die talentenshows van Simon Cowell.

 

Achteraf was het hooguit niet zo handig voor een band te kiezen die net als de artiesten van Cowell bij Sony Music zaten. Ik had het persoonlijk wel aardig gevonden als ze voor de Fucked Up versie van Do They Know It's Christmas hadden gekozen. Maar goed...

 

Er zijn een paar records verbroken: nooit eerder verkocht een download-only single zo zo veel in een week tijd, en nooit luisterden zoveel (5 miljoen) Britten zondag naar de ontknoping tijdens de Chart Show.

 

Ook aardig is natuurlijk het gegeven dat je via Facebook zoveel mensen kunt mobiliseren. Ik ben heel benieuwd wat dit voor gevolgen gaat krijgen. Welke acties worden er volgend jaar ondernomen om een Cowell poppetje van de eerste plaats te houden?

 

Maar ik ben ook een beetje teleurgesteld in de actie, en dat betreft de reacties van beide partijen na afloop. Cowell, die eerst nog te keer was gegaan dat het een schande was dat mensen zo'n aardige achttienjarige jongen van zijn droom om op 1 te komen, wilden weerhouden, had de initiatiefnemers gefeliciteerd en hen zelfs een baan aangeboden.

 

Kan het arroganter?

 

In plaats van dat het echtpaar Morter hem negeerde en hem nog eens inwreven dat het met de popcultuur zo droevig gesteld is omdat hij al die drek produceert, toonde het zich nog vereerd ook. Ze vonden het een aardige man, of zoiets.

 

Ik las de afgelopen week twee interviews met Cowell. In de GQ en in de NME. Hij komt daarin naar voren als vooral een hele handige, slimme zakenman met een (na een paar miskleunen) feilloos gevoel voor wat Het Grote Publiek Wil. Om muziek geeft hij geen zier. Hij houdt er ook eigenlijk helemaal niet van, en dat vind ik geloof ik nog het ergste.

 

In Nederland hebben we ook erge types maar de Henk Jan Smitten hebben gelukkig nauwelijks macht en invloed, en ergens valt er bij dat soort lui nog wel een spoortje muziekliefde de ontwaren. Bij Cowell niet, en daar komt ie rond vooruit. Hij is zakenman, maar wel een hele goeie. Alles wat hij onderneemt verandert de laatste tijd in goud, jammer alleen dat hij zijn talenten aan muziek vergooit en niet aan iets flauwekullerigs als design of autosport.

 

Zijn shows X-Factor en Britain's Got Talent zijn in het Verenigd Koninkrijk echt enorm groot. Naar de finales keken al snel 20 miljoen mensen.

 

Het zijn voor de popindustrie ook de belangrijkste programma's geworden. Hier treden de   sterren van Whitney Houston en Paul McCartney tot Robbie Williams op als ze een nieuwe plaat te promoten hebben. Naar geen ander programma wordt er immers zoveel gekeken.

 

Een land waarin popmuziek zoveel meer serieus wordt genomen dan hier, dat zo in de greep van 1 man lijkt te komen die niet van muziek houdt, dat verbaast me.

 

Misschien dat dit 'protest' van een half miljoen Britten tegen, om nog maar een RATM titel te gebruiken, Cowells Evil Empire nog meer gevolg krijgt. In ieder geval bewees de actie dat A Christmas Number One voor de Britten nog altijd veel betekent. Bij ons zijn alleen de artiesten en platenmaatschappijen zelf nog geïnteresseerd in hitlijsten. Alles op radio en televisie draait waar het pop betreft om Serious Request en de Top 2000.

 

Wie met de Kerst iets anders wil, bijvoorbeeld genieten van mooie muziek die niets met Kerstmis te maken heeft maar gewoon kippenvel bezorgt moet net als ik nu doe hier even op klikken.

 

Lees, luister en geniet van de selectie van dj St. Paul.

 

 

Prettige Kerst allemaal.

 

 

 

 

 

Kerstmis zonder The Pogues maar met Bob Dylan

zondag 20 december 2009 01:37

The Pogues,Kerstmis,Bob Dylan,Londen

Leuk hoor een witte Kerst maar had het niet een paar dagen later kunnen beginnen met sneeuwen? Zo stond ik vrijdagmorgen om kwart voor zeven op Schiphol. Twee uur voordat mijn vliegtuig naar Londen Gatwick zou vertrekken. Ik was zo vroeg aanwezig omdat ik met de taxi was gekomen, en om voor de ochtendspits uit te zijn moet je niet veel later dan om zes uur vanuit Utrecht vertrekken.

 

Meestal neem ik gewoon de trein, maar dat leek me, de ellende van donderdag wat de NS omroepers 'logistieke problemen' noemen indachtig, geen goed idee.

De vlucht stond nog keurig vermeld, 08.55 uur. Dus maar koffie drinken en het eerste hoofdstuk lezend uit In The City het boek over popmuziek in Londen van Paul Du Noyer.

 

Om half 8 nog even naar het bord met vertrektijden gelopen: Londen Gatwick, 8.55 uur, CANCELLED.

 

Wat bleek, nadat ik door de douane gegaan was en weer terug was bij de incheck-balie: alle vluchten van en naar Gatwick en Luton waren gecancelled. Maar geen nood: ik mocht om tien uur mee naar Stansted. Tien uur 's avonds wel te verstaan.

 

Dat leek me geen optie: doel van de reis was The Pogues die avond te zien optreden in de Brixton Academy.

Dat kon ik dus wel vergeten. Ik probeerde nog even iets bij de KLM-balie, maar ik had geen zin om zeshonderd euro te betalen voor een vlucht die ook pas om kwart over vijf zou vertrekken.

 

Weg Kerst-tripje dus, en ik had me er juist zo op verheugd. Een Kerstmis zonder The Pogues is toch een beetje een kerstboom zonder piek (bedankt Andre H.) Sinds ik ze in december 1988 in de Wembley Arena zag alwaar Shane MacGowan samen met de inmiddels overleden (lees overvaren door een Mexicaanse patser die nooit veroordeeld is) Kirsty MacCall zo prachtig Fairy Tale Of New York uitvoerde, is dit mijn favoriete Kerstliedje aller tijden.

 

Ik zag de Pogues vaker in december in Londen, sinds 2001 heeft Shane MacGowan zich weer bij zijn oude maatjes gevoegd en doen ze in december standaard een kerst-toer. Hoewel MacGowan  geen liedjes van betekenis meer heeft geschreven en zijn stem veel aan kracht verloren heeft, zijn dat altijd prachtige avonden gebleven. 

 

Vijf jaar geleden was het helemaal mooi toen de bassiste van weleer Cait O'Riordan (met wie Elvis Costello lang getrouwd was) meespeelde. Ik zag The Pogues toen niet in Londen maar in Glasgow en vond het de beste show die ik ooit van ze zag.

Nooit zal ik het dansje van Shane en Cait in Fairytale Of New York vergeten. MacColl was toen al dood en er werd gecollecteerd ten bate van Justice For Kirsty, de stichting die pas deze maand is opgedoekt: er zat geen schot meer in.

 

Maar MacGowan schreef zijn meesterwerk niet voor MacColl maar voor O' Riordan, dat maakte het zo bijzonder in Glasgow.

 

Daarna heb ik ze niet meer zien spelen, maar dit jaar had ik er ineens weer erg veel zin in. De Pogues horen bij mijn kerstbeleving. Net als heel Nederland lijdt ook ik in deze dagen aan nostalgische sentimenten. Alles mag gewoon hetzelfde zijn als de afgelopen vijfentwintig jaar. Het hele idee van de Top 2000 is op deze gevoelens gebaseerd, en dat vind ik prima. Vanaf 1 januari gaan we ons weer druk maken over de toekomst.

 

Maar het feestje ging dus niet door. Ik kon weer naar huis, en uiteraard reden de intercitys van Schiphol naar Utrecht niet, wegens een wisselstoring bij Hoofddorp. 

Maakte allemaal niet uit, de dag was toch al verpest.

 

Ik zette mijn iPod aan en luisterde naar de plaat die ik er pas sinds een dag in had staan 'Love And Theft' van Bob Dylan. Ik had nooit zoveel met die plaat, maar ben er nadat ik hem in zoveel lijsten met Beste Platen Van De Jaren O zag staan eens goed gaan bestuderen.

 

De rit Schiphol-Utrecht met stoptrein via Hilversum, vloog voorbij.

 

Ik ben verslaafd geraakt aan die Bob Dylan plaat maar kan er nog geen vinger op leggen waarom.

 

Dat ga ik de komende dagen proberen te achterhalen.

 

O ja, die Kerstplaat van Bob Dylan is ook best leuk hoor, maar 'Love And Theft'  gaat het worden dezer weken denk ik. The Pogues moeten ook maar even wachten tot volgend jaar.

 

Ben net terug van het radioprogramma Met Het Oog Op Morgen om over Kerstplaten te praten. Mijn favoriete liedje werd ingestart, en weer weggedraaid voordat het refrein begon. Daar was ik blij om, ik hoef Fairy Tale Of New York even niet te horen geloof ik, zoals alles van The Pogues me nu chagrijnig maakt.

 

Ik zet Tweedle Dee And Tweedle Dum maar weer eens op en raak meteen weer in een goed humeur.

 

Alleen: waarom precies?

 

 

 

 

 

 

Hollands Glorie

dinsdag 15 december 2009 17:35

De Staat,roosbeef,

Het grote terugblikken op het afgelopen jaar is begonnen. Veel nieuws valt er ook niet te noteren, de zalen in het clubcircuit bieden de laatste weken van het jaar vooral plaats aan Nederlandse artiesten, en belangwekkende nieuwe platen komen niet meer uit.

 

Behalve de nieuwe Kane natuurlijk. Maar de platenmaatstchappij vond het blijkbaar niet de moeite waard recensie-exemplaren rond te sturen aan media die zich in het verleden negatief over de muziek van de heer Woesthoff hebben uitgelaten. Prima, dat scheelt weer een paar uur ergernis, want zelfs een Kane-album moet je toch minstens een keer of drie horen om er iets zinnigs over te kunnen zeggen.

 

Ik heb bovendien Kane helemaal niet nodig om vast te stellen dat het heel erg goed gaat met de Nederlandse popmuziek. Want dat is de conclusie die je zo aan het einde van 2009 wel kunt maken. Niet alleen verschenen er prachtige plate van, ik doe maar een greep: De Staat, Kyteman, Martyn, 2562, Horse Company en Anne Soldaat, ook op de podia valt nog veel te genieten.

 

Het afscheidsconcert van Johan volgende week dinsdag staat al maanden met dikke letters in de agenda, en natuurlijk was daar afgelopen vrijdag het laatste optreden van Kyteman's Hiphop Orchestra.

 

Ik was erbij in de Heineken Music Hall en genoot. Dat lijkt na spectaculaire optredens op festivals van North Sea Jazz tot Pinkpop bijna vanzelfsprekend maar is het niet. Zo vond ik de show die ze op 6 november in Tivoli gaven, teleurstellend. Het was rommelig en ongeconcentreerd, bovendien bleek Kyteman inmiddels ook populair onder het uitgaansvolk dat vooral voor elkaar kwam en livemuziek voor kennisgeving aan nam. Ik was verbijsterd te zien hoe flink wat mensen toen het concert begon gewoon met hun rug naar het podium tegen elkaar aan bleven kletsen. Ook zij hebben toch in de rij moeten staan voor kaartjes. Maar ze kochten geen kaartjes voor een mooi concert maar voor een evenement dat hip was.

 

Dergelijk publiek was er natuurlijk ook in de HMH, maar de meerderheid van de vijfenhaf duizend bezoekers waren toch echt voor de muziek gekomen, en die was nu wel schitterend. Wat me vooral opviel was dat Colin Benders, trompettist en voorman van het orkest, veel meer naar de voorgrond drong. Toen ik Kyteman voor het eerst zag, in januari van dit jaar op Noorderslag, was het moeilijk om tussen alle rappers en muzikanten de dirigent te ontwaren. Nu was daar geen twijfel meer over mogelijk.

 

Het hart van de show was een nu echt heel goed lopende Jam maar meest ontroerend bleef Benders solo in Sorry. 'Jammer dat ik niet meer liedjes heb geschreven', zei Benders die nog wel een half uurtje door had willen gaan maar geen materiaal meer had. Misschien, maar het is me na een keer of acht Kyteman's Hiphop Orchestra ook opgevallen dat de liedjes niet zo bepalend voor de show zijn geweest. Dat zat 'm echt in het samenspel. Zo valt de plaat me ook iedere keer weer tegen sinds ik de band live gezien heb. Een nummer als Blow The Whistle On 'Em is op plaat geen schim van de live versie.

 

Ik maak me ook geen zorgen over de toekomst van Kyteman, ik denk dat hij nog met heel veel moois op de proppen zal komen, en dat we ook live nog veel van hem kunnen genieten, met wie hij ook verder muziek zal gaan maken.

 

Toen het vrijdag afgelopen was, voelde dat ook niet als het einde maar eerder als het begin van iets. Het was mooi geweest zo, beter zou het niet meer worden. Nu maar weer wat anders.

 

Mooi wel hoe Colin C-Mon & Kypski ook nog bedankte dat ze hem als klein jongetje hadden

geadopteerd en hem in hun band hadden opgenomen. Ik denk dat Kyteman zonder hen inderdaad niet geworden was wat hij nu is, en het is mooi dat Benders een volle zaal daar nog even op wees.

 

Wat de Nederlandse popmuziek dit jaar typeerde is volgens mij niet eens zo zeer de kwaliteit als wel het door de beoefenaars zoeken van samenwerking met elkaar. Dat begon al meteen aan het begin van het jaar toen Kyteman opdook om mee te spelen tijdens een optreden van De Staat in Ekko, Utrecht. Men gaat niet alleen naar elkaar kijken, men zoekt ook naar mogelijkheden elkaar creatief aan te vullen. Roos zingt mee met Anne Soldaat, Anouk schrijft liedjes met Tjeerd van Voicst, Typhoon neemt een plaat op met New Cool Collective en Benjamin Herman speelt mee met C-Mon & Kypski.

 

Nederlandse muzikanten zijn niet meer elkaars concurrent maar eerder elkaars fans.

 

Over samenwerking gesproken, op de valreep van 2010 verscheen er nog De Speeldoos, wat mij betreft een van de mooiste releases van het jaar. Op een cd die je al dan niet kunt aanschaffen in een fraaie ambachtelijke speeldoos, dat het muziekje van Stap Voor Stap bevat, staan zes liedjes. De teksten zijn geschreven door verstandelijk beperkte mensen, aangesloten bij zorginstelling Dichterbij.

 

De muziek is gemaakt door Roos Rebergen (Roosbeef) en Torre Florim (De Staat), en die is echt subliem. De vaak sombere teksten krijgen een opgewekte muzikale bedding en de zang van Roos en Torre sluit veel beter op elkaar aan dan je op grond van beider eigen platen zou verwachten.

 

Het is even wennen om Torre in het Nederlands te horen zingen maar het is ook even wennen om Roos echt voluit te horen gaan in Oudjaar of Ik En Mijn Vriendin. Jammer dat het maar bij zes liedjes is gebleven maar beiden bleken te druk om nog meer samen op te nemen.

 

Jammer ook dat het maar bij twee optredens van Torre & Roos is gebleven. Gelukkig heb ik ze allebei gezien. Vorige week zondag in Tivoli De Helling en afgelopen donderdag in De Groene Engel in Oss.

 

Het laat me nu al dagen niet los. Op het podium stonden de jongens van De Staat samen met Roos Rebergen, en het klonk geweldig. Al dagen dreunen regels als Het is al vaker gebeurd/Iemand dood of Mensen drinken mijn tranen uit Champagneglazen of Geef je geld niet uit aan onweer of Jezus is de zoon van God/Maar ik ben de zoon van mama na in mijn hoofd. Muziek en teksten vielen net zo mooi samen als de zang van Roos en Torre.

 

Zes liedjes slechts, twintig minuten concert dus, maar ik zal er nog lang aan terugdenken. Niet alleen aan wat er op het podium gebeurde maar ook in de zaal. In Oss waren veel cliënten van Dichterbij aanwezig, ook de meeste tekstschrijvers. Die amuseerden zich zichtbaar. Er werd gedanst op de kadans van Jezus Is De Zoon Van God en de bossa nova van Ik En Mijn Vriendin.

 

Het smaakte allemaal naar veel meer, en misschien komt het er volgend jaar wel van. Voorlopig doen we het met deze zes prachtliedjes, mijn Kersttip dit jaar.

 

En dat onze Nederlandse muzikanten elkaar volgend jaar nog maar vaak mogen opzoeken en tot samenwerkingen komen even verrassend als geslaagd als hier op De Speeldoos.

 

Ik hoorde dat afgelopen vrijdag toen Roos een afscheidsfeestje gaf in Den Dolder, waar ze drie maanden als artist in residence had verbleven, ze bezoek kreeg van Typhoon.

Hij had opgetreden in Leiden en was met zijn posse op doorreis naar Zwolle om midden in de nacht even in Den Dolder te party-crashen.

 

Typhoon en Roosbeef, het lijkt me een schitterende combinatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Is hiphop dood?

woensdag 9 december 2009 17:15

hiphop

Een paar weken geleden trof ik deze blog bijdrage op de site van The Guardian aan. Popjournalist Simon Reynolds gaat hier in op een artikel dat een maandje eerder in de New Yorker stond waarin Sasha Frere Jones 2009 benoemt als het jaar dat hiphop 'dood' ging. Drie jaar later dus dan dat Nas dat deed in zijn Hiphop Is Dead.

 

Ik raad iedereen aan Reynolds te lezen (en door te linken naar de column in de New Yorker) want er wordt veel waars in beweerd. Maar hebben ze gelijk? Is Hiphop dood?

 

Wat mij betreft wel. Tenminste als je hiphop beschouwt als het genre waarin zo ongeveer iedere week wel een prachtnummer uit naar boven kwam drijven, zoals dat midden jaren negentig het geval was. Of een genre dat zowel in de mainstream als in de underground floreerde. Ik kocht midden jaren negentig zeker tien 12 inch singles per maand, de meesten vind ik nog altijd hardstikke goed. Of het nu om Fugees, Dr. Dre, Group Home of The Pharcyde gaat.

 

Natuurlijk, ik moest me er ook wel van op de hoogte stellen want ik was dj en hiphop was een perfect dansbaar alternatief voor de begin jaren negentig steeds dominanter wordende house-cultuur.

 

Maar ik vond het ook echt opwindende, spannende en feestelijke muziek. En dan heb ik het nog niet eens over de Wu-Tang Clan en alle satellieten gehad. Ik krijg nog altijd kippenvel van als Liquid Swords en Only Built For Cuban Linx en schiet nog in de lach als ik aan dat krankzinnige optreden van Old Dirty Bastard in een bomvol Paradiso denk.

 

Maar er was ook hiphop waar ik niet zoveel mee kon, waaronder zo ongeveer alles van 2Pac, behalve dat geweldige California, maar dat was vooral dankzij Dr. Dre. Of later dat hele gedoe met Master P.

 

De dingen die ik lelijk vond werden in Surinaams-Antilliaanse kringen juist het best gewaardeerd. Eigenlijk is er altijd al een groot onderscheid geweest tussen hiphop die wij blanke muziekliefhebbers mooi vonden, en de hiphop die door zwarte home boys het meest gewardeerd werd.

 

In het prachtboek Alleen Maar Nette Mensen beschrijft Robert Vuijsje bij monde van zijn protagonist David Samuels, dit verschil heel goed.

 

Witte mensen luisteren niet naar alle zwarte muziek. Het is nodig dat er maatschappijkritische teksten worden gezongen, of er moet een artistieke pretentie zijn die voldoet aan de witte maatstaf, anders vinden ze het te oppervlakkig. Zwarte muziek die puur bedoeld is als vermaak-dat mag niet. Het moet echte kunst zijn zoals Erykah Badu, of Jill Scott of Angie Stone.

 

(...)

 

Blanke mensen luisteren naar oude R&B, dat vinden ze authentiek en met hart en ziel gemaakt. Nieuwe R&B vinden ze nep en te glad.

 

Zo is het precies. Ook wij blanke wat oudere popjournalisten holden in 1990-1991 bijvoorbeeld nog achter Public Enemy aan, terwijl de zwarte kids Eazy-E en de vroege platen van N.W.A of de ranzige 2 Live Crew veel spannender vonden.

 

Maar goed, je had toen in elk geval nog een keuze: platte ranzigheid of intellectueel verantwoorde, vernieuwende muziek. Public Enemy is tot op de dag van vandaag weliswaar vooral een band die gewaardeerd wordt door (blanke) rockliefhebbers, maar was er nog maar een andere rapcrew of MC over wie vandaag de dag hetzelfde kan worden beweerd.

 

Eminem? Lijkt me voorbij. Jay-Z? Ik geef toe dat ik een late bekeerling ben, maar die nieuwe Blueprint is, zoals in de stukken waarnaar ik verwijs wordt onderstreept, echt geen schim van de eerste uit 2001.

 

Lil' Wayne? Zijn Tha Carter III van vorig jaar vond ik maar voor de helft te pruimen.

 

Maar misschien ligt het ook wel allemaal aan mezelf, en ben ik gewoon hiphop moe geworden, zult u zeggen.

 

Dat dacht ik ook even, maar eigenlijk sinds ik Reynolds' stuk las, is er een plaat die ik iedere dag met steeds meer plezier een paar keer draai. Only Built For Cuban Linx Pt II van Raekwon.

Ja de sequel van zijn legendarische plaat uit 1995.

Veel Wu-Tang maatjes (vooral RZA en Ghostface Killah) doen mee op dit album dat op een rare manier toch nostalgie ontstijgt.

Ik geniet volop van de maffe kung fu (Shaolin') samples, de soulcitaten, de rauwe raps, het geflirt met de straatcultuur waar deze rappers al lang geen deel meer van uit maken, en vooral van de manier waarop al deze onderdelen gecombineerd worden.

 

Ik had niet gedacht ooit nog zo enthousiast over een Wu-Tang productie te worden, maar zo hoor ik het toch weer graag.

 

Raekwon tekent ook voor het prijsnummer op een andere plaat die hiphop nog even uit de dood houdt: Clean van Blakroc.

 

Blakroc dat is het trashblues duo The Black Keys die de samenwerking gezocht hebben met een aantal rappers, waaronder Raekwon en Mos Def.

 

Ik had altijd al een hekel aan de samensmelting van hiphop en rock. Allemaal lomp gedoe, vooral in de tijd dat de soundtrack van Judgment Night toonaangevend was, leidde tot wanstaltige muziek van Limp Bizkit tot Linkin' Park. Nu Metal heette dit gedrocht.

 

Daar lijkt Blakroc gelukkig niet op. Er worden ook geen samples gebruikt en er staat geen lompe dj doorheen te scratchen. Stay Off The Fucking Flowers met Raekwon is echt een geweldige tune: spannend, opzwepend en vooral anders dan de meest hiphop/rock. Minstens zo fascinerend is het openingsnummer Coochie, gebouwd rond een tekstflard van wijlen Old Dirty Bastard, die zich hier voorstelt als Dirt McGirt.

 

Doet me erg denken aan OutKast, (where are they now?).

 

Kortom twee signalen dat hiphop nog best wat potentieel heeft, bovendien hebben we in Nederland nog Typhoon, Fakkelbrigade, De Jeugd Van Tegenwoordig en natuurlijk Kyteman's Hiphop Orchestra.

 

Genoeg? Ja, maar ook het Nederlandse hiphop-aandeel is wel eens groter en beter geweest. Het wachten is ook hier op een plaat met de impact van Opgezwolle's Eigen Wereld. Ik kan me vergissen, maar ik heb het idee dat hiphop ook hier minder breed gedragen wordt dan een paar jaar geleden.

 

Maar om het genre meteen dood te verklaren gaat natuurlijk te ver.

 

Ook jazz is lang geleden al doodverklaard. Maar zoals Frank Zappa in de jaren zeventig al zei (op zijn live-plaat Roxy & Elsewhere als ik het wel heb: Jazz is not dead it just smells funny.

 

Hiphop is niet dood, het ruikt alleen wat raar. Tijd voor een opfrisbeurt.

 

 

 

 

 

 

 

Wachten op Gillian

donderdag 3 december 2009 16:45

Gillian Welch

En zo is het bijna 2010 en hebben we weer een jaar zonder Gillian Welch achter de rug. Ook bij aanvang van dit jaar stond er een nieuwe plaat van mijn favoriete americana-zangeres aangekondigd, maar weer kwam er niks. Ook dit jaar vroeg ik een boeker of er nog sprake van was dat Welch misschien deze kant op zou komen. Ja, was weer het antwoord. Er was al een bod uitgebracht.

 

En weer gebeurde het niet. De laatste plaat van Welch verscheen in 2003, en hoewel ik dit Soul Journey vergeleken bij de drie albums die ze ervoor uitbracht, nogal gewoontjes vond, ben ik er steeds meer van gaan houden.

 

Twee keer zag ik haar optreden, een keer eind jaren negentig in de bovenzaal van Paradiso en een keer in de zomer van 2004 in Sheperd's Bush Empire in Londen. Ik ben toen speciaal voor haar naar Engeland afgereisd, zo gek was ik toen.

 

Ach, ze komt ook snel naar Nederland werd me verteld toen ik razend enthousiast terugkwam.

 

Ik wacht nog altijd.

 

Hier kunt u een aardige indruk krijgen van hoe ze klinkt. De man met wie ze zingt is Dave Rawlins, sinds haar eerste album, Revival al haar steun en toeverlaat.

De eerste twee albums (naast Revival uiy 1996 het minstens zo mooie Hell Among The Yearlings uit 1998) werden nog geproduceerd door T Bone Burnett, album 3 en 4 (Time (The Revelator uit 2001 en Soul Journey uit 2003) produceerde Rawlings.

 

Het was echt een genot om ze samen te horen spelen en zingen, ik moest denken aan Gram Parsons samen met Emmylou Harris. Hartverscheurender duetten bestaan er bijna niet.

 

Die Rawlings werd volgens mij ook bij het songschrijven steeds belangrijker. Er kwamen geruchten over een 'writer's block' bij Welch, wat een en ander zou verklaren.

 

Of die nieuwe Welch nog te verwachten is? Geen idee. Om het wachten wat te veraangenamen verscheen er deze week wel een plaat van Dave Rawlings Machine: A Friend Of A Friend. Prachtige plaat, die me een beetje aan de vroege The Band doet denken. Het goede nieuws is dat Welch aan vijf nummers heeft meegeschreven en op een na alle liedjes van achtergrond-vocalen voorziet.

 

Het slechte nieuws is dat ze maar heel zachtjes te horen is, maar het is in elk geval iets. In de VS gaat Dave Rawlings Machine op promo-tour langs een aantal (nog overgebleven) indie-winkels, zoals het onvolprezen Waterloo in Austin-Texas.

 

A Friend Of A Friend is uitgebracht op het eigen, kleine Acony Records en dus niet zoals Soul Journey via het grote Warner of zoals de geplande nieuwe Welch op Lost Highway/Universal. Dat betekent dat iedere vorm van tour-support er niet in zit, dus is het te hopen dat Europese agenten het risico aandurven.

 

Ik hoop het. Ik ben helemaal niet zo'n americana-adept maar voor een aantal zangeressen bezwijk ik: Lucinda Williams, Allison Krauss en Gillian Welch dus. Welch heeft iets heel erg puurs. Ze zingt heel zuiver zonder dat ze daar moeite voor lijkt te hoeven doen. Het is zo'n zangeres waarvan je kunt houden zonder dat je van country of bluegrass houdt.

 

Zoals mensen een hekel aan country hebben maar Johhny Cash of Gram Parsons geweldig vonden, zo kun je ook van Gillian Welch houden. Ze heeft zelf een heel eigen genre geschapen. Een genre dat echter nog wat klein is, maar waar Dave Rawlings Machine ook toe mag worden gerekend.

 

Vooral de tien minuten waarin hij Conor Obersts Method Acting (van Bright Eyes' Lifted) verbindt aan Neil Youngs Cortez The Killer zijn mooi.

 

Zo houden we het wel even uit tot een nieuwe plaat van Welch zelf of totdat ze weer hier komt spelen. Maar laat het niet te lang duren.

 

 

 

 

  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Heel sterke popsongs van Hot Chip

Midlake maakt verwachtingen niet waar

Volwassen album van 20-jarige Tim Knol

Laatste reacties

persona

Todd Rundgrens A Wizard, A True Star live in Londen
ericv: Todd Rundgren, is dat net zo iemand als Ted Nugent? …

persona

Todd Rundgrens A Wizard, A True Star live in Londen
Lodewijk XIV: A Wizard, A True Star een beetje een zooitje.? heb ik …

persona

Todd Rundgrens A Wizard, A True Star live in Londen
cor verhoef: Niet te vergeten "Willpowers; Dancing for Mental Health waar hij …

persona

Todd Rundgrens A Wizard, A True Star live in Londen
willem baars: Net terug van het concert van Todd in paradiso.geniaal, wat …

persona

Todd Rundgrens A Wizard, A True Star live in Londen
Menno Pot: Leuk tipje, in het kader van de Rundgren-voorpret... Todd Rundgren was …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van Gijsbert Kamer, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2010
2009
2008
2007

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •