
Elf uur (of hoe 2010 werd begonnen)
persoonlijk, cybersex, volkskrantblog, 2010, planken, vloer, keuken
Elf uur
Elf uur en vanavond gaat de laatste fles wijn op. Het moet, het is de laatste, waarom zou ik die sparen? Bijna kijkt de fles mij iets wanhopig aan. Als je allen ten onder hebt zien gaan weet je welk lot je wacht. De kurkentrekker in mijn handen moet voor de fles als een beeld zijn van een militair met mitrailleur. Ik bepaal het moment waarop ik het metaal met kracht in de kurk druk, rondraai en met een eenvoudig gebaar de kurk van de fles zal halen.
“Dood aan de flessen wijn! Wij maken ze soldaat!” Ik roep het in gedachten. Ben alleen, zit met mijn kont op de planken. Ik ga dit niet lang volhouden maar het moet. Armoede beschrijf je het beste als je het fysiek ervaart. Het is als de blues. Je kent de deuntjes, weet welk instrument en toonsoort. Misschien schreef je ooit een triestig tekstje in een sippe bui. Maar als je zelf niet diep in de shit zit kan je geen blues spelen.
Mijn kop was al verrot. Er zijn zo veel mensen geweest. Voorbijgangers. Ken je het soort mensen van uitvreters tot welgemeenden? Ik schonk te vaak te veel wijn. Het was een middel om niet alles meer te horen, te begrijpen, een kans te geven op enige logische verwerking door mijn hersenen. Er was hier veel wijn in huis. Ik had gekocht, door sommigen was nog meegebracht. Voor de kerst begon het al. Er zijn namelijk mensen ‘verplicht vrij’. Die lui zien werk als een soort schooltje of een heropvoedingskamp. Zodra de baas wegvalt in hun leven vervelen zij zich.
Die lui trof ik voor de kerst. Ik had mijn zakken dus al vol over de kredietcrisis. Wat een gezeik en allemaal in mijn huis. Die lui kunnen het kraken van de planken niet waarderen. Het is het soort mensen wat vraagt wanneer je weer weg moet. Het huis uit, weg van de tuin. Dat je weer op een zolderkamer zit of in een unit naast een bakker, meelboer of pizzakoerier. Je begrijpt mij wel waarom ze je die wensen. Ondertussen drinken ze meer wijn dan ik mij voor kan stellen. Maar ze vervelen zich, lezen een krant en hebben dus een praatje en trekken dan naar mij.
De kerst was mooi. Ken je dat? Wakker worden met een fles naast je. Een matras, wat dekens en dan staren. Zitten en wachten tot je omvalt. Eindelijk eens een jaar waarin ik mij niet vol heb gevreten. Tweede kerstdag wilde ik afhaalchinees, maar die Marokkaan kon mijn adres niet vinden. Dus werd het pizza. Ik hou niet zo van pizza, maar met een tweede fles wijn spoel je alles weg. Ik lag er dus wat verwaarloosd bij toen zij kwam op derde kerstdag. Ze is lief, na twee glazen wijn erg mooi en nogal praktisch.
Toen ik onder de douche vandaan kwam stonden de ramen dus open, lagen de flessen aan de kant en was mijn bed (volgens haar een berg vodden) verbrand in de haard. Die overigens met geopende ramen prima trok. Ergens in het matras had ik een manuscript verborgen. Een mix van erotiek en dat commerciële geneuzel a la Dan Brown of mystiek en mysterie in de vorm van een roman. De basis was wel een oud verhaal. Iets uit mijn vroege jeugd. Een verhaal dat je grijpt, in je hoofd een plek vindt, altijd blijft veranderen en toch hetzelfde blijft. Ik wilde het opschrijven, was al ver en toen kwam de kerst.
Ik was mij vergeten te scheren en voor ik haar een goed glas rode wijn aan kon bieden zag ze het. Wat zien sommige mensen toch verschrikkelijk scherp. Je begrijpt dat er koffie was toen de veeldaagse baard was geschoren. Het leven is fijn met een vrouw in huis. Maar dan wel een mooie en bloedgeile voor de dagen rond kerst. Daarna mag ze weer arbeidzaam zijn en leven volgens de regels van rust, reinheid en regelmaat. Ze zat op mijn stoel, achter mijn bureau, pc aan, google open, druk met msn en hyves en ik keek over haar schouder mee.
Het was ongelofelijk. Eindelijk had ik een plek voor mijzelf, de ruimte en ze deed of het allemaal van haar was. En het gekke is: ik gedoogde haar. Er was koffie in de keuken en in al die maanden dat ik hier was had ik nog geen keuken gevonden. Dus ik op zoek en zijn richting hyves. Eigenlijk is heel dat hyves een beetje beeldscherm staren en toetsen voelen. Zo moet cybersex zijn en ik brulde het door het huis. Of ze er geil van werd, dat ik ook weleens wat deed op het volkskrantblog. Ze moet geproest hebben want toen ik terugkwam stond mijn pc uit en waren er duidelijk vlekken.
Al weer een week geleden. Elf uur was ze weg. Geen idee of er daarna nog iemand geweest is. Geen idee ook of ze terugkomt. Geen idee meer wat ze heeft gezegd of wat wij hebben besproken. Ja er was koffie, en cake en eten, een mand vol. Het was als een zomerse picknick maar dan op de planken. Ik stuurde haar een sms dat ik de sneeuw heb zien vallen maar realiseer mij nu dat ik haar nummer helemaal niet weet. Het is elf uur en zoals ik nu naar die laatste fles kijk voel ik mij een militair met een mitrailleur.
Zo dadelijk schiet ik en hopelijk niet heel die fles aan flarden. Gewoon de hals eraf met honderd patronen. Glas in de wijn, but who cares. Je bent een held of je bent niets. Dan maar niets en ik duwde mijn kurkentrekker in de kurk. Het plastic krulde zich weg van het metaal. Diep ging de kurkentrekker in de kurk. Met iedere draai toch weer verder tot de hefboom zijn werk deed en de fles ontkurkte. Ik moet omgevallen zijn in een diepe slaap. Ergens op een houtenvloer net naast het matras. Volgens mij is het een nieuw jaar en wil het niet al te best wennen…
Die nacht had ik niet geslapen. De planken waren niet mild voor mij. Ik was onder het bureau gedoken. Gerold en gedraaid en toch iets geslapen, maar kwam er stijf onder vandaan. Het leven hier was geen pretje. Afzien, werken! Het was immers nog geen nacht en ik was voor een middagslaapje ten onder gegaan. Nee, het was allemaal niets.
Toen het avondschemer kwam ben ik op mijn fiets gestapt en weer naar huis gegaan. Daar wachtte een snorrende cv ketel die het huis verwarmde. Er stonden aardappels op het vuur dus dat beloofde een Hollandse prak. Ik snakte naar koffie, maar ik zei het niet. Mijn huis was immers meer dan comfortabel, alleen de ruimte al.
In stilte aten wij. Ik keek tv en aanvaarde roerloos het wonder van elektrisch licht. Het was meer dan comfortabel en ik dacht na over de vijf stappen van Maslow. Ik aanvaardde de ondergang, de vernedering, de koude, het spartaanse. Zou ik dan dalen? Een rit met de fiets omlaag en slechts één rit met dezelfde fiets om hoger op de ladder van Maslow te komen. Eindelijk kwam er reklame.
Mijn partner was al naar bed, ik bleef nog even kijken. Er was niets op tv, maar zitten in warmte voelde weldadig dus ging ik nog niet weg. Daarna kwam de bedervaring. Ze sliep, ik zal u niets onthouden wat dat betreft. Even daarna sliep ik ook en droomde van een nacht die ik thuis doorbracht. Het is de waanzin die ontstaat als je aan middagslaapjes begint.
De morgen kwam vroeg. De elektronische haan brulde zijn monotone pieptoon in mijn linkeroor. Echt fantastisch dat zoiets kan in een constante regelmaat zonder hoorbaar adem te halen. Ik uitte mijn waardering door hard te slaan. Ik raakte en de haan gaf geen kik meer. Ja, na negen minuten, maar toen sprongen mijn kinderen er bovenop. Jong geleerd is oud gezegevierd. Ik stond al onder de douche en merkte er niets van anders had u gisteren ook al een verhaal.
Het ontbijt smeerde ik. Een oude gewoonte uit mijn treintijd: twee trommels mee. Eentje als lunchbox, de ander als ontbijt. Als ik toen een plekje bij het raam trof had ik werkelijk een voortreffelijk ontbijt. Eigenlijk probeerde ik altijd bij dat meisje met drinkontbijt te komen. Die kwam niet meer en ik besloot een carrière aan huis te overwegen. Die werd gestart, doorgezet en nu zit ik op de fiets naar mijn eigen huis.
Eigen huis met houten vloer. Lange planken zonder tapijt. Waar het leven voorbij is, leeggeroofd en weggehaald, niets meer over en die ruimte is voor ik, mij. Alles wat erin staat is van mij: twee tafels en wat stoelen. De laptop hangt op mijn rug. Ik fiets en ben blij. Onderweg naar vrijheid zonder stromend water en elektrisch licht. De stortregen kan mij geen pijn doen. Ik moet vooruit, ik moet verder, ik moet!
In de tergende stilte van het huis eet ik mijn boterhammen. Het is mijn lunchtrommel. Niemand die het ziet en ik vond het beleg zo lekker. Morgen ga ik beschuitjes kopen en jam. In een blik ergens in een kast blijft dat wel goed. Er zitten hier van die inbouwkasten. Dikke muren die de scheiding zijn van kamers waarin dan kasten zijn gebouwd. Soms klop ik tegen de achterwand in de hoop dat er meer is.
Het vermolmde hout wegbreekt onder het gehamer van stevige handen. Ik ben eigenlijk een begaafd typist dus zoveel stevigheid is er in mijn hand niet samengebald, maar toch. Ik probeer het. Een kluis, geheime schatkamer of trap terug naar een ander verleden. Wat dat betreft zou dit huis een prima plek zijn voor een verhalenschrijver. Maar de regen he… Geen mens overweegt de reis hiernaartoe.
Als het even stil is kraken de planken. Het is een terugveren van wat mijn gewicht boog. Het angstaanjagende geluid door mijzelf veroorzaakt. Maar als je niet snapt dat je eigen gewicht de planken doorbuigt en laat klemmen, piepend terugveren als je eraf bent. Het terugschieten als de tegenkracht van de andere plank te zwak is om het nieuwe evenwicht in stand te houden. Dan, ja dan wordt ik pas echt bang.
Het is tijd!
vrouwelijkheid, terpetijn, gelukkig, duurzaam, onmin, abstractie, hegemonie, eenzaamheid
Het is tijd om wat te schrijven. De klok slaat vier. Er is een enorme stilte in dit huis. Eindelijk ben ik thuis weg. Weg van die te drukke buurt, het inspiratieloze ritme van buren, vuilophalers en de stroom ouders die kinderen dumpen bij een dagopvang. Nee, hier is het leven goed. Het pand stond leeg, ik heb de ruimte genomen en ingericht.
Second hand, alles tweedehands, er stond een klok. Een enorme klok met van die gewichten. “Dat brengt gewicht in de zaak” zei mijn compagnon. Een wat dikkige vutter met een grote bestelbus. Ik had hem gehuurd via een site van internet. “Ome Joop vervoert alles” en nu sta ik hier met Ome Joop en sjouwt hij mijn klokkie in zijn bus.
Twee eettafels, de moderne als mijn bureau, die van donkerhout als sfeermaker aan de andere zijde. Ik kocht er drie stoelen bij met rood pluche, de vierde ontbrak. Ze zijn gesleten en daardoor lijkt het gebruikt. Niet dat ik er ooit zal zitten. Ik eet, werk, boer en slaap hier. Mijn hoofd ondersteunt door mijn rechterhand ontspan ik bij uitzendinggemist.
Waarom zou ik naar de overkant lopen om op een andere stoel te gaan zitten voor mijn eten? Als ik slapen moet kruip ik wel onder mijn bureau. Dat verlaagde dak houdt nog prima de warmte vast en het voorkomt dat mijn voeten de houten vloer laten kraken. Zo is het leven goed. Met zo veel ramen en een wijnvoorraad in de kelder.
Dat was van de vorige bewoner: een heer op stand. Overleden, al negen maanden. Nu zit ik hier. Het huis is leeggeroofd door kinderen en kleinkinderen maar blijkt onverkoopbaar. Nu ben ik bewoner en zondaar. Maar dat weten ze niet. Mijn voorkomen was net en zeer gedegen, dus de koop was zo gesloten. Ik huur, maar voel mij eigenaar dus is er in mijn fantasie een koop gesloten.
De eerste dag was een dag van vegen en slopen. De tweede dag was mijn vriendin er al. Je kent haar wel: hooggehakt en diep uitgesneden. Boven vond ze de ruimte geweldig, waarom er geen spijlenbed was vroeg zij zich af. Alles moest wit, het behang was immers erg gedateerd, maar de ruimte... Ik kreeg een zoen en een knuffel en had het volgens haar allemaal weer eens goed gedaan.
Toen zocht ze de bar, die er niet was. Vroeg ze om koffie, die ik niet kon bieden, en liep zij voor mij de trap af. Buiten zag ze de scheuren in de muren. Volgens haar absoluut onverkoopbaar, maar de beste locatie voor een feest. Ik moest het pand verlichten met schijnwerpers en zij wees aan waar. Toen ging mijn telefoon over. Zo een draagbaar toestel want werkelijk alles is afgesloten.
“Wat een dikke” riep ze verbaast en ik liep naar binnen. Daarna was ze weg. Het hele telefoongesprek was onbelangrijk. De bevestiging van een afspraak en daarna wilde de spreker graag doornemen wat wij gingen doen. Ik had het allemaal al in een e-mail beschreven en twee dagen geleden aan hem gestuurd. Maar je herhaalt, gedwee, dat houdt de klant tevree.
Haar hand lag op mijn schouder toen het gesprek afgelopen was. Ik keek naar het raam voor mij. Een venster op wel honderden meters afstand: groot en uitkijkend over de tuin. Ik droomde mij een fontein in de verte die limonade spuit. De lijnen van de vloerplanken maakte het beeld compleet. Ik zou er een foto van moeten maken als versiering van deze tekst.
Ze leest mee en knikt. Zegt dat ze moet gaan en is al weg. Ik doe mijn jas aan. Tien graden buiten en net zo warm binnen. Geen verwarming, geen elektriciteit, geen stromend water, maar wel eigenaar, wat een pech. Ik zie de hoeveelheid stroom in mijn accu snel teruglopen. Nog even check ik mijn e-mail. Er is één bericht. Een bericht van een dame. Een andere, blijkbaar ken ik er twee.
Ze vraagt of ze uit mijn favorietenlijstje mag. Ik schreef immers niet meer, mijn laatste bericht had nul reacties en als ik enige ambitie had: ze vond mij ronduit slecht. Toen hoorde ik haar auto wegrijden. Ze was onderweg naar huis en het licht van mijn laptop doofde vanzelf. Ik moest Ome Joop nog gaan betalen. Dus stapte op de fiets, laptop mee dan kon ik bij hem misschien wel wat stroom erbij tappen.
Het lag door de bus
en we hebben het
bij het oud papier
gebracht.
Overigens bij ons
geen halloween,
vorig jaar ook al
niet.
Het is tien over tien, twaalf al. Er is niks. Ik zie niets. Even klik ik naar mijn weblog. Uit ervaring weet ik dat het soms uren duurt voor je een nieuw bericht op de weblog zelf ziet. Terug naar de voorpagina. Dertien over! Dertien nota bene, ik klik drie keer driftig op de knop ‘vernieuwen’. De voorpagina bouwt zich opnieuw op en ja, ja daar ben ik!
Even zak ik terug. Blij, ik ben er immers weer. Onderaan de lijst schuift mijn laatste bericht van de voorpagina en bovenaan iets nieuws. Blijkbaar wil ik er zijn. Meeschrijven, dansen, praten, luisteren, verbazen, zien en niet alles geloven. Ik weet niet eens wat ik heb geschreven. Volgens mij iets moois dit keer.
Nee, ik ga nog niet naar mijn weblog. Er is een nieuwe race begonnen. De eerste reactie en die eerste reactie is er nog niet. Kwart over, officieel toch al vijf minuten de kans gehad om te lezen. Zo moeilijk schrijf ik toch niet? Ik besluit mijn eigen tekst te lezen. Gewoon om te registreren hoe lang het duurt.
Oe, veel tags! Dat kost tijd, mensen gaan bij tags nadenken. Misschien moet ik er voor kiezen om standaard “Duval, persoonlijk, volkskrantblog” te kiezen, waarschijnlijk moet "fotografie" als populair trefwoord daar ook bij. Zeventien al, nog geen reactie en nog niets gelezen. Negentien en gelezen.
Negentien min zeventien. Wow, twee minuten voor een uur werk, dagen nadenken. Het komt niet uit het niets you know… Eerst maar eens kijken hoe lang de youtubelink duurt. Drie minuut elf, dat je voor dit bericht vijf minuten nodig hebt. Dan had er dus om kwart over tien een reactie kunnen staan. Om twintig over zeker en als er om half niets staat dan…
Dan plaats ik dit bericht wel misschien. Verdorie! Het is goed, open, roept toch bepaalde gedachten op. Iedereen heeft een koelkast denk ik dan. Misschien had ik gisterenavond DWDD moeten kijken, dat is populair bij volkskrantbloggers of iets over Dick S, het nationale slachtoffer in de media. Een favoriet onderwerp omdat Dick S aandacht trekt en er dus veel reklameblokken rondom een Dick S bericht kan worden verkocht.
Uiteindelijk gaat het bij televisie om kijkcijfers. Cijfers waar op wordt doorgeregeerd. Zo ook hier. Reacties en aanbevelingen. Aantallen. Succesvol doordat er veel virtuele vrienden zijn. Ze laten mij in de steek. Even vat ik het plan op om ’s ochtends stukjes voor de weblog te schrijven en ’s middags stug te gaan reageren. Maar wel vriendelijk dan, dat alles goed is. Webloggen als pretentieloos amusement. Vertrossing van het Volkskrantblog!
Kritiek mag immers niet. Vijfentwintig, ja ja: je had makkelijk iets kunnen schrijven. Desnoods kritisch, als het moet, dan ook maar een keer op mijn weblog iets kritisch… Je had de kans, straks sip je omdat je niet de eerste was met een reactie. Ik zou zelf een reactie kunnen plaatsen. Bijvoorbeeld als Ron Buldozer en dan vertellen dat het een herkenbaar stuk is.
Ooit had ik een leraar die verzon de naam S. Pruitenkoker, fantastisch! Maar daar kan je geen weblog mee vullen. Tenminste niet één die kijkers trekt. Aanbevelingen en reacties. Ik zie de tijd tikken. Verdomme zeg, kom op! Ik moet toch ook invulling geven aan mijn leven. Volgens mij doe je het expres. Laat je mij verloren achter. Ik had zo gehoopt dat juist vandaag, juist voordat ik zou gaan douchen en mijn dag beginnen. Gewoon, even een kleine reactie.
Een kort bericht als ‘gezien’ of ‘gelezen’ of ‘goedemorgen’ weet ik veel. Ik zie 28 op mijn klokje. Al mijn klokken lopen gelijk, dat is op zich ook een prestatie. Maar ik wil een reactie. Verdorie. Tja, verloren. Zo voelt het een beetje. Verkeerde titel of zo. Misschien een nieuwe avatar. Voor het eerst ervaar ik de recessie. Het grote verschil tussen ‘willen’ en ‘kunnen’ in stand gehouden door derden, de omgeving, de hele situatie. Het is dertig, ik kan mijn tijd niet langer verdoen. Voor straf reageer ik ook niet bij jullie, maar weet: ik heb je wel gelezen!
Live verslag van mijn leven tussen 9:58 en 10:30 vandaag 22 oktober 2009. Met een vriendelijke groet.
Nog één keer klik ik, vernieuw mijn weblog, 0 reacties.
Omstreden, strijden om
komm, duval, persoonlijk, volkskrantblog, bos, bomen, nat, te laat, gevangen
Steh auf - bitte,
Schon spät, komm
raus aus dem Wald,
Ik stel mijn kleine pleintje open voor...
persoonlijk, volkskrantblog, duval, prince, wolves, wolf, men, fotografie, onzin, bos
She loves a soul
That I've never been,
A dog among dogs,
A man among men.
And every day
When I come home to her,
She holds a phantom.
She kisses and she hugs him,
And I am not
Averse to how she loves him.
Why must I live and walk,
Unloved as what i am?
Why can't I be loved as what I am:
A wolf among wolves and not as a man
Among men?
She craves a home
That she can go in
A sheltered cave,
That I have never seen,
Not in my life,
And not even in my dreams.
Why can't I be loved as what I am:
A wolf among wolves and not as a man
Among men?
Je moest eens weten
leven is continue, continue, persoonlijk, liefde is eindig, eindige liefde, eindig, liefde, volkskrantblog, duval
Daar ligt de liefde.
Ik zag hem liggen.
De brief, dwarrelde in een plas.
Het zoog gretig het water op.
Alsof het papier jaren in droogte had geleefd. De letters bleven nog even. Ik denk dat ik nog geen dertig seconden na het vallen erbij was.
De man had het ding weggeworpen. Niet eens als prop, maar gewoon... Vlak, blaadje, wel met een vouw zodat niemand kan afkijken. Er stonden dingen op die hij niet wilde. Al jaren haalde hij trouw. Nu niet. Het is een lafaard met omgeknoopte sjaal. Natuurlijk is het een lafaard.
Zwerf on... Die vragen stelt hij zich wel, maar hij geeft er geen antwoord op.
Ja, in de auto, keihard en meezingen. Dat je zo voorbij de rotonde kon, afslag niet nemen maar doorrijden. Het kon, niet gedaan. Bron: www.youtube.com/watch?v=hHT9Ye... (Tip: luisteren, niet kijken)
Nee, straks komt ie thuis en zegt heel bleu dat hij zijn briefje is vergeten of kwijt geraakt. Dat hij zelf wat kocht. Dan benadrukt hij dat hij zelf een keuze maakte. Dat hij eigenlijk hoopt dat ze ziet dat hij... ook zelf. Individu, eigen leven.
Maar hij weet dat de zalvende woorden komen. De moederlijke aai over zijn bol. Die wil hij niet. Hij wil haar met geweld tegen de koelkastdeur. Polsen omhoog en grommen dat hij haar neemt, nemen zal. Dat doen ze al lang niet meer. Hebben ze eigenlijk nooit gedaan. Is ook nooit gebeurt. Vroeger droomde hij er van.
"Dankjewel" zegt hij als zij vertelt dat ze het begrijpt. Ik kijk naar wat hij nodig had en vergelijk mijn brief. Eigenlijk verwacht ik hetzelfde gezin al zijn er enkele details echt anders. Voor mij geen maandverband dit keer dus ook geen chocolade.
Hij zucht, even staat hij stil. Het moment voor hij de spullen uit de tas overlaad. Van tas naar koelkast. Van tas naar voorraadhok. Van tas naar, ow tas leeg, opvouwen en in de kast: klaar voor de volgende keer. Die komt niet meer. Althans, jawel, maar even dacht hij "dit gebeurt mij nooit meer".
Volgende week is hij er weer.
Ik ook.
En dan zal ik er staan.
Gedroogd en geplastificeerd.
En dan zeg ik...
Dan zeg ik...
"Is dees van jouw"
Dan voel ik auw.
Dan voel ik verschrompelen.
Dan voel ik "klootzak, jij ook in zo een leven"
En dan zeg ik "nee"
en wijs naar de plas en dat als hij er heen zou lopen en weer terug komt hij zou vertellen dat hij de letters niet meer lezen kon.
Liefde, de liefde,
Je moest eens weten,
Toen je er net aan begon...
.
Beperkte vraag:
Wat valt je op?
Over gepensioneerde mannen, borreltjes en het getal 67.
oud, gelijk, altijd, borrel, cola, koffie, stilte, persoonlijk, levensvragen, zwaar, licht, 65, 67, 69, 70
<i><b>In een oude kroeg zat een jonge vrouw. In een oude kroeg zat een jonge vrouw en ze lachte. De jonge vrouw die lachte zei: ik wil jou. Het was niet haar stem, het waren haar ogen. Die straalden zo van, zo van. Zo van: ik hou van jou. Dat maakte mij blij en verlegen. Ik wist wel dat ik naar haar toe moest gaan. Maar ik kon het niet. Schuifelde, schoof naar voren. Het leek of de stoel kantelde en ik ontroerde haar met mijn onhandigheid.</i> http://www.vkblog.nl/bericht/278704/De_scheiding </b>
Ik ben altijd wat bang van bijeenkomsten waarop mensen tegen elkaar zeggen dat ze allemaal hetzelfde zijn. Wij, gepensioneerde mannen die de beste stukjes van het volkskrantblog maken.
Ze zijn er wel, maar in de meer afgesloten delen van het volkskrantblog. Ik denk namelijk dat er ook jong is, naast oud. Misschien met te moeilijke woorden, te veel nadenken en zo meer.
Beide vragen verraden kuddegedrag: heel de klup naar de bloggersborrelbijeenkomstdag, heel de klup ook op je 67e verjaardag de virtuele weblogpenneerleggen (of juist oppakken als compensatie voor veertig jaar vertoond gedrag)
Het lijkt me leuk. De mensen, de verhalen. Tenminste als jong en eventueel vrouw ook komen mag. Verwacht van mij geen bijdrage. Als ik kom dan zal ik stil, in een donker hoekje een beetje rondkijken en koffie of cola drinken.
.
Vraagje voor de wijzen: moeten mensen met typisch lichte beroepen zoals politieagent, gevangenisbewaarder, tramcontroleur, bladblazer, leraar, muzikant, schrijver en bijvoorbeeld huisschilder nu doorwerken tot hun 70e?
.
Het is zondagochtend
rodeo, born to be free, zondagochtend, leven is actie, persoonlijk
Hoe Down
Balletsuite
From Rodeo
Aaron
Copland
A Rodeo it is
Yeah
Geniaal maar onbekend
webloggen, weblog, volkskrantblog, onbekend, geniaal
Webloggers die webloggen onder pseudoniem.
Karikatuur
Zij heeft een prima karakter,
alleen die man, die herken
ik niet.
Als je door dit venster kijkt,
of ik naar jou, deze ene keer,
wat zie ik dan?
Wanneer het om spot gaat,
bespottelijk en dan jij,
één keer niet ik.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Karikatuur
Ik wil niet weg
persoonlijk, wegwijzer, vrijheid, keuze, keuzeonafhankelijkheid, individualisme, volkskrantblog, groep
.
Ik wil niet weg
Maar het werk roept.
Het brult!
En het is al negen uur
's avonds...
"Tijd om te beginnen jongen."
Het is de kwade stem vanaf mijn rechterschouder.
Links slaapt al.
Ik voel de tweestrijd.
Twist!
Ik moet aan de slag.
Maar ik wil nog even...
Heel even, ah... mag ik nog even hier?
.
Ik besluit het raam dicht te doen
raam, venster, rechthoek, ruit, vlieger, persoonlijk
.
Het is koud,
tenminste
toch fris.
Ik besluit
het raam
te sluiten.
Geen idee of het een wijs besluit is.
Vandaag ontbreekt bij mijn weblogtekst een afbeelding. Ik heb er bewust voor gekozen om niet op zoek te gaan. Eindelijk eens iets impulsiefs, volledig van mijzelf.
Als een vliegtuig wat geland is.
Je nog even zit en rondkijkt.
En allen al bezig ziet met
mobiel of de te zware tas uit
dat vak boven je.
Precies boven jou stopten ze
wat je nooit had verwacht.
Een donderwolk of een stra-
lende zon.
Misschien wel liefdevolle woorden
als ik hou van jou.
Onmogelijk?
Ik geloof ook niet
dat het bestaat.
Vandaag ontbreekt bij mijn weblogtekst een afbeelding. En zelfs deze zin typte ik over. Webloggen is een ambacht, begrijp je.
Strek je duim en wijsvinger. Nee het is geen commando, slechts een vriendelijk verzoek. Doe dit strekken bij beide handen. Plaats nu de top van de duim op de top van de wijsvinger van de andere hand. Definieer deze vorm als rechthoek.
Beindig het moment van contact tussen de toppen.
Plaats de top van de duim op de top van de andere duim. Doe dit ook voor de wijsvinger. Breng enige druk op uw vingers. Definieer deze vorm als vlieger.
Kijk, nu heeft u een venster met vrijheid!
Net toen je jong en succesvol was werd er een ander aangenomen. Hij moest jouw werk doen, jij schuift een plekje op. Het schuiven was meer een over de rand duwen. Je zag de doos met mislukte mensen. Allemaal druk. Hard werkend. Bewegend. Ze deden wat werd verwacht. Hier, vanaf dit hoge standpunt zouden het mensen kunnen zijn. Herstel, ik bedoel mieren.
Krioelend, over elkaar. Allemaal druk, allemaal op zoek en als je wat hebt dan breng je het van hier naar daar. Je weet dat de zet komt. Het onvermijdelijke vallen. De duw is niet eens de verrassing, dat je adem stokt als je valt. Even je leven ziet omdat je vreest dood te gaan. En als je bijkomt lig je toch weer in bed. Net wakker, klaar om op te staan.
Zeven uur, half zes, eruit, je moet naar je werk gaan. De hij blijkt een meisje. Ze ziet eruit als een travestiet. Mensen die op je plek gaan zitten kan je niet mooi vinden. Ook al heeft ze prachtige borsten en toont de spijkerbroek een heerlijke kont. Je had gehoopt dat ze een man was. Op de eerste dag mag jij haar inwerken. Even denk je aan de titel van een film ‘brutal rape’ maar je weet ook wel dat zoiets niet mag.
De ergernis over al die youtube filmpjes overal. Het is dezelfde man met dezelfde ergernis als je net iets harder kan. Negentig waar tachtig mag. Dat een bejaarde opgelucht is als er weer één dood gaat zodat hij bijna de oudste is. Leven in een maatschappij met constante prestatiedruk. Soms zoek ik de uitweg. Het bospad naar een beter leven. De vlucht voor een euroverslindend leven. Uitgeput zucht ik en dan kom jij.
Mooi, met een verleidelijke glimlach. Ik zie je kont en vergeef me, zelfs met kleren aan zie ik jouw naaktheid. Het is je onschuld, gespeelde onschuld. Zelfs je verlegenheid is perfect gespeeld. Zo stel ik je voor aan al jouw nieuwe collega’s. Iedereen kijkt verbaasd want we hoopten zo op een man. Een man om mee te boeren, te geinen over geile wijven. Een nacht op kosten van de baas van huis en weken later de suggestie wekken dat er ’s nachts dingen gebeurde.
Uiteindelijk wil niemand een hoerenloper zijn, maar de pooier? Ik als man die haar rondleid. “Kijk, dit zijn de mensen die je straks gaan bellen omdat ze willen dat je nog een keer komt.” Het was eruit voor ik er erg in had. Nare lui in een bedompte ruimte. Niet dat het er muf en warm is want er staat altijd een raam open. Het is denk ik de kilheid van de blikken die je nooit aankijken maar in de reflectie van hun scherm alles zien.
Ik weet wat mij rest. Ontslag, nemen of krijgen. Een andere baan is er niet. Niet voor het vak wat ik doe. Ik ben weblogschrijver en nu ben jij er. Je krijgt mijn plek, mijn baan, mijn uitzicht op de parkeerplaats. Eigenlijk neem jij mijn leven. Dood mij hier tijdens de rondgang. Je vreet mij op als een afschrikwekkend monster dat niet kauwt maar mij door je slijm laat smelten.
In de lange gang vraag je alles. Van iedere foto wil je weten wie het is. Je roemt het interactie-integratie model. Een verzinsel van onze general manager. De helft van je sollicitatiegesprek gaat er aan verloren. Zijn doel is niet dat je het model kent, hij toets alleen of je kan luisteren. Belangrijke mensen horen zichzelf graag praten, de aanstormende generatie kan goed luisteren. Ik merk dat je dat kan.
We moeten rechtdoor. R&D of Advies en Maintenance, afdeling protocol of wagenpark beheer. Er zit daar nog een klup. Leuke jongens, prima sfeer. Maar je wijst mij het trappenhuis. Ik moet wel. Je vraagt het en gaat voor. Ik volg, wat kan ik anders. Daarboven verwacht ik het vuurpeloton of een beoordelingscommissie. Gewoon de vraag waarom ik mij zo heb laten gaan. Kostbare tijd van het bedrijf gestoken in het schrijven.
Bij iedere trede word ik weker. Ik zou op moeten kijken en dromen, maar mijn ogen zijn al dicht. Spijkerbroek, bleu jeans, niet eens blauw, hakje, zwart, stevige tred, sportschool, ik ook van jou. Mijn vrouw, ze kijkt mij aan. Slaap ik of ga ik omhoog? Dagdromen. De nacht niet nodig om alleen met mijn gedachten te zijn. Ze kijkt mij aan, vragende blik. Het is lang geleden dat ik haar vragend zag.
Een vraag om uitleg. Willen weten wat, ik dacht. Ik denk even niets want ik moet de hoek om. Twee stappen nog en dan boven. Het dak. Ooit een idee voor een groot terras. Ik was er ooit met de projectmanager dakterras. Voor ieder project hadden wij een manager en die zocht dan een leider voor het project. Ik dacht dat jij dat was. Die man van het dakterras. Jouw idee toch?
Ik schud. Mijn hemel wat schud ik. Ze trekt haar blouse uit. Ik zie het hemd van een man en haar. Nou ja, ik zie haar. Ik wil het niet zeggen, niet schrijven. Dan kijkt ze mij aan over de rand van haar bril. Eindelijk lacht ze, fluistert niet eens. “Na individualisme wist ik het zeker… ik wil jou!” Ze slaat haar armen om mij heen. Ik ben onwennig.
Heel even maar, nee geen replay! Handen op haar heupen. Spijkerbroek en toch zacht. Brede riem, handen omhoog, gretig. We lopen, zij lacht. Ik hoor het grind onder mijn voeten knerpen. Denk na over een plek maar verzink in haar ogen. Ze lacht, zoent en ik zoen terug en kan weer lachen. Dit is mooi, dit is leven. Dan krijg ik een duw. Heel even maar, het gaat heel vlug. Replay.
13-10-2009, 9:48 uur
Link 1: http://www.youtube.com/watch?v=7EYAUazLI9k
Link 2: http://www.youtube.com/watch?v=zlfKdbWwruY
Link 3: http://www.youtube.com/watch?v=6B26asyGKDo
Met dank aan Erna Alice Wonderland omdat zij mij op dit spoor bracht. Dank aan Kitty Schoemaker omdat zij mij verder bracht. Bijzondere dank ook aan mijzelf omdat ik er ook nog één wist.
Dit bericht gaat over individualisme.
Bijzondere dank ook aan de bizarheid van 69 reacties en aan Maria-Dolores die 'bescheidenheid' en 'domheid' koppelt. Daarnaast is het ook mijn observatie dat in mijn favorietenlijst (rechterkolom) oude avatars blijven staan terwijl veel mensen zichzelf regelmatig updaten.
Ik woon niet in Rotterdam, niet exact. Het is meer een richting. Eigenlijk denk ik dat dit één van mijn meest persoonlijke weblogteksten hier is. Sorry als je het niet begrijpt. Het is vandaag de 13e en niet eens vrijdag.
.
Als hij at, dan zag je hem niet eten. Hij vrat als een beest. Niet als een dier, niet dierlijk. Niet snel schrokken omdat je zo weer wordt opgejaagd. Nee! Hij vrat als een beest. Smekkend, pratend, schoof spullen opzij zodat zijn armen een plek op de tafel vonden. Bestek viel op de grond: hij at met zijn handen. “Meer erbij” klonk het smakkend toen hij zijn glas leeggoot in zijn bek. Ik zag het ernaast druipen.
Het beest in mij smulde. De moorkop zonder kijkers. Gewoon met je handen het ding openscheuren. Chocolade en slagroom. De ananas als ongewenst fris. Eerst je vingers afsoppen en dan verder naar de wasbak. Het zwart van je kin wassen, de handen weer fris, een boertje en weer verder leven. Ik hou zo erg van slagroompunten. Maar dan zonder banketbakkersroom tussen de cakehelften.
“Ik wil je rauwer” het was haar stem. Ze smulde gretig, maar er was ruimte voor een gesprek met mij. Het was nauwelijks praten. Vaak bleef het stil, hoorde ik haar ademhaling als sigarettenrook door de kamer. Zwevend op zoek naar lekker. “Je blijft aan de oppervlakte, ik wil je erin” ik schrok ervan. De stilte had mij opgenomen. Ik had mijn plek, keek rond en zag haar kamer.
Het was haar kamer niet. Het was een vreetpaleis. Het was de plek waar ruw werd genomen. Dit was de balzaal waar het beest at aan een tafel. Die tafel stond in de hoek. Net als die ene kast in de andere hoek. Eigenlijk moesten ze weg maar daar was geen ruimte meer voor in dit gebouw. De grootste kamer was deze kamer. Zij had hem ingenomen, bezit, rauw, opgeëist, aanwijzen en zeggen “mijn”. Het was onhoorbaar, haar stem. Ik zag haar hoofd over de leuning. “Mijn” hijgde ze in een dwingende herhaling.
Ze masturbeerde en kwam klaar. Nu pas zag ik de stoel. Ik vond het een ongepast moment om met haar te praten, bij haar te zijn. Mijn verlegenheid was gewenst. Ze had mijn onhandigheid gezien en misschien gehoopt dat ik zou doen, veranderen, als zij schaamteloos. Ze was niet zonder schaamte. Zij was zoals het beest eet: hij stuurt je weg om drinken te halen. Zo lag zij nu met haar ogen dicht, draaide en gleed eruit. Liep naar het raam en keek over de velden uit.
Alsof ik er niet was. Net nog gewenst en in een gesprek. Al stuurde ze mij onder de tafel, dan zou ik volgen. Spiedend vanonder, de rand, kijken, opnemen, al het ruwe. Mijn hand openhalen aan een spijker in de vloer en voelen hoe zacht haar handen het verband om de mijne rollen. Ik gun haar liefde maar weet dat ik mijn liefde niet kan geven. “Ik wil je nog een keer” zei ze terwijl ze niet naar mij keek, maar naar de velden.
Ik ging naast haar staan. Zag de structuur, de gulden snede, een perfecte compositie met haar of het raam als natuurlijk kader. Zwijgend, ik wilde ook ruw zijn, dan past dit soort gezever niet. Ze keek om, lachte:” je bent te laat, net had ik je willen zoenen, rauw he?” Ik knikte en voelde mij weer negentien jaar. De prof was een vrouw, onderwijs gaf zij met haar lichaam. De constante verleiding van jonge mannen en ze zo aan je woorden binden. Iedereen faalde voor het eerste tentamen want je wilde dit college nog een keer.
Moest ik knielen? Mij overgeven aan haar brute lust? Ik haar verleiden tot dierlijk en laag? Door mijn neus haalde ik adem, door mijn neus ging de gebruikte lucht er weer uit. Zij merkte een zucht en legde haar hand op mijn schouder, wreef mijn rug, hield even stil op mijn onderrug. We keken elkaar aan. Er was stilte, de klok sloeg twaalf, dus was het vier uur. Ik moest gaan, ze wist het en lachte. Opeens zag ik wat mooi was.
Ik stond dichtbij, heel dichtbij en ik zag haar. Twee stappen achteruit en ik zou niet zien wie ze was. Jawel, natuurlijk, maar hier. Drie stappen ver weg was ze anders: oud en rond. Dichtbij was ze dierlijk, onweerstaanbaar, letterlijk onweerstaanbaar. Ik voelde mij rauw, er dwong zich een dierlijke gretigheid in mij: ik moest nemen. De stoel stond er nog, dichtbij. De tafel kon, samen tegen de kast. Ik deed het.
Ik deed het, rauw en dichtbij. Ik nam, bezit, eiste en overwon. Het was te oppervlakkig, wel de woorden maar niet de essentie. Ik vloekte. Dacht terug aan die dag en las wat ze schreef. “Het is wel goed, maar niet perfect. Ik zoek ook geen perfectie, ik verlang geen perfectie, ik wil rauw, oer met passie: vreten en boeren Duval!” Ik zweeg, wachtte even en verwijderde toen haar mail. Die haalde ik ook weer terug uit het mapje ‘verwijderde items’ en besefte toen dat ik nog niet ruw genoeg was.
Dochters in actie
persoonlijk, oneven, dochter, vader, volkskrantblog, angst, loslaten, vasthouden
Daar gaat ze, mijn dochter van dertien. Ik zie haar gaan en kijk het beeld voor beeld. Opgenomen, daarna in het boekje gelezen hoe dat kan. Als ze omkijkt, lijkt ze op haar moeder. Zij en haar ketting. Ik zie haar naar het hek gaan, maakt grote slagen. Dan gaat ze zitten en sluit een jongeman het slot. Het zou haar vriend kunnen zijn. Hij kijkt grimmig maar volgens mij is het gewoon een vrolijke krullenkop.
Eenentwintig jaar. Drie jaar geleden voor het laatst gesproken. “Mijn msn doet raar pap, spreek je snel.” Ik vond het goed, knikte, ze was wel weg voor ik wist wat ik zou typen. Heb het nooit geschreven. Gewogen woorden. Je wilt niet kwetsen, al lang niet meer belerend zijn en zeker niet. Hoe heet dat, vriendjes? Ja, vriendjes. Zo ben ik niet.
Ooit vertelde ze mij van de kippenfarm of varkensboerderij. Die mensen vroegen gewoon om actie. Ze was erbij, het was heftig maar succesvol. Het las als een bekentenis van een crimineel, een misdaadroman, al weet ik weer niet hoe die gaan want ik lees die niet. “Spannend he pap, al die dieren vrij, ik was zo blij.” En ik knikte. Blije kinderen leveren blije ouders.
Er kwam niets van op het journaal. Moet toch een klein drama zijn: honderden varkens knorrend op straat. Wel een bericht over een nertsenfarm. Ruim de helft van de dieren vrij. Brand in de stal, boer kwaad. Je zag er niets van, wel iemand van het CDA, dat het een schande was. De man had gelijk. Ik zuchtte, startte mijn pc op en hoopte dat ze er was. Ze kwam niet meer, het laatste wat ik las was een bericht over het raar doen van msn.
Mijn zus wist het zeker. Ze had mijn dochter gezien, haar favoriete nichtje, tenminste toen het nog een kind in een jurkje was. Ik telde tot tien en droogde mijn tranen. Niemand mocht dat zien. De agent stond dreigend tegenover haar. Ik zag haar glimlach en hoorde haar zeggen “ik kan niet los, ik weet niet sleutel, wie, wat, waar”. Daarna kwam de ME. Stoere mannen in pakken. Toen mijn dochter weggevoerd was zag ik dat één van hen ook een dochter was.
De actie was rechtmatig. Ongepast maar aangemoedigd door burgers, boeren en buitenlui. Er moest een statement worden gemaakt en dat deed men via goede contacten met de organisatie van mijn vriendin. Mijn vriendin werkt namelijk in de journalistiek. Ze schrijft stukjes over dingen die in de buurt gebeuren. Soms maakt ze er een foto bij en dan is de redactie, inderdaad dat rijmt, helemaal blij.
Zo lees ik nu trouw het plaatselijke krantje en voed daardoor onze liefde. Ze had er gestaan. Bij het hoge hek. Geen foto durven maken en dan nog… ze stond ver achteraan. Interviewde janmetdepet en nog een man. Brave kerels die kwamen kijken naar de jongelui. “Werkelozen en ander tuig” zei de man, maar het was wel goed dat ze er waren. Ik begreep niet dat hij niet wist dat de vrouw die daar tegen dat hek zit, de dochter is van de vriend van.
In de vaart van emoties denkt men niet meer rationeel. Groepen, scheidingen, dat is slecht en wij zijn goed. Hij stond achteraf, net als mijn vriendin. Die mooie vrouw die mijn mooie dochter nooit had gezien. Soms deinde we samen op de bank op het ritme van mijn verdriet. Zo had zij ook haar punten: een jong gestorven kat en een onverwerkte liefde. Dat ze zijn naam riep als we seks deelden, dan zei ik maar niets.
De krullenbol verzet zich hevig. Hij schreeuwt en vecht als een echte leeuw. Ik zou die twee wel graag samen zien. Dat ze dan ook in de liefde elkaars naam nog kenden. Maar ze zijn zo hard. Ik weet het niet. Sommige dingen vragen om actie, maar dit. Het is in ieder geval een kans om mijn dochter nog een keer te zien. Deed ze het bewust? Gunde zij mij de kans op een plaatje. Eenentwintig en al drie jaar niet gezien. Ik hef mijn glas, “op je verjaardag”, ik weet zeker dat ze mij heeft gezien. Nu droogt ze haar tranen. Het komt vast wel weer goed, met msn misschien.



