Weeklog: Femke van Zeijl

Wie een reisboek
schrijft maakt zijn reizen een tweede keer, maar dan comfortabeler
en in een stuk veiliger omstandigheden. Sinds vanochtend zit ik
weliswaar in een waterig zonnetje in de achtertuin te tikken, maar
mijn hoofd is in Bukavu, Oost-Congo. Ik ruik de zoete moddergeur na
een bui in het regenseizoen en hoor het geroezemoes van de grote
markt.Vooral herinner ik me de onverzettelijkheid van Vénantie, de sportieve Congolese uit Bukavu die lessen zelfverdediging voor vrouwen en meisjes geeft, iedere zondagochtend voor de mis op een grasveld bij een koloniaal schoolgebouw. Het gelach van de vriendinnen met wie ik er naartoe ging. De gesprekken na de fysieke training over de gruwelijke noodzaak voor vrouwen zich te kunnen verdedigen: tijdens oorlog in Oost-Congo de afgelopen tien jaar is een op de drie vrouwen verkracht.
Over Congo gaat het laatste hoofdstuk van mijn boek Een nacht in een vijzel, dat in augustus verschijnt bij uitgeverij Artemis. Een boek over Afrika vanuit vrouwelijk perspectief, dat vrouwen portretteert in al hun facetten en niet enkel als zielige slachtoffers.
De ping van nieuwe e-mail haalt me geregeld terug naar de realiteit van de laatste dagen. Felicitaties, inschrijvingsverzoeken voor de Vrouw & Medianieuwsbrief en een juichbericht van een dame die er woensdagavond een sollicitatie uitsleepte. Ik vind het niet eens vreemd dat deze vrouwenzaken zo in elkaar overlopen. Solidariteit houdt niet op bij de landsgrenzen en wereldwijd kunnen vrouwen onderlinge steun gebruiken.
'Je moet
ze ook eens keihard in de ballen trappen, jullie zijn veel te
aardig voor die mannen!' Het moet programmamaker Prem Radhakishun meteen van het hart
als hij me met champagneglas in de ontvangsthal van de Groote Club ziet staan. Ik
antwoord dat je met honing meer vliegen vangt dan met azijn, maar
verzeker hem dat de heren aan bod komen in mijn
jubileumspeech. Nu we ze toch in het hol van de leeuw hebben,
zullen ze het weten ook.(fotos: Pauline Prior)
Ik wijs de mannelijke collega's in de overvolle debatzaal erop tussen hoe waanzinnig veel competente vrouwelijke journalisten ze zitten. 'Ja maar er zijn geen vrouwen' is voortaan geen plausibel excuus meer. In geval van nood kunnen ze altijd Vrouw & Media mailen voor een lijstje kandidates, maar slappe smoezen voor de benoeming van al weer een vrindje op een toppositie willen we van hen niet meer horen.
In het aansluitende debat onder leiding van Inge Diepman komen panel en zaal er niet helemaal uit. Zijn vrouwen de journalistieke toekomst? De discussie zwalkt behoorlijk, zoals dat vaak gaat met man-vrouwkwesties.
De meest verontrustende vraag komt van oud-adjunct van de Volkskrant Yvonne Zonderop. Is er een verband tussen het groeiende aantal vrouwen in de journalistiek en het verminderde aanzien van het vak? Komen vrouwen aan de bak omdat het crisis is in medialand?
Een cynische collega hoorde ik vorig jaar al zeggen dat er nu eindelijk vrouwelijke bazen worden benoemd, omdat zij de enigen zijn die de armlastige kranten nog kunnen betalen. Als hier maar iets van waarheid in zit, zijn de Vrouw & Media onderhandeltrainingen voor journalistes nog steeds geen overbodige luxe.
Er klinken ook positieve noten. Freelance journalist Gerard van Westerloo breekt een lans voor de vrouwelijke journalist. Diepgravender, geduldiger en minder drang om iedere week te scoren. De journalistiek is beter geworden sinds vrouwen zich ermee gingen bemoeien, zegt de oud-hoofdredacteur van Vrij Nederland. Wij denken er ernstig over hem als eerste man erelid van onze club te maken.
Als dj Suna na het debat haar eerste swingnummer opzet, trek ik Gelderlanderchef Eelco van den Heuvel, mijn introducé, de ingelegd houten dansvloer op. De rest van de avond dansen we tussen de lederen fauteuils en olieverfschilderijen in de Clubzaal die uitkijkt over de Dam. Na zoveel geregel, interviews en discussies de afgelopen dagen heb ik geen zin meer in netwerken. Ik verlang zo langzamerhand weer naar mijn eigenlijke vak: lekker achter mijn laptop mooie journalistieke verhalen schrijven. Morgen mag ik weer.

Het Vrouw & Mediabestuur gisteravond op het Jubileumfeest. Van links naar rechts: Frederique de Jong, Yteke de Jong, Femke van Zeijl, Sladjana Labovic, Femke Wolthers, Cindy Castricum, Suzan Borst en Jessica de Jong.
Denk niet dat ik de
ochtend van ons Jubileumfeest doorbreng, verzonken in journalistieke
contemplatie. Vandaag is gereserveerd voor jurkenstress. Het
laatste telefoontje gisteravond met een ander bestuurslid ging over
de prangende vraag welk gewaad ze zou dragen. Het strakke, zedig
hooggesloten geval of de jurk met split (ze kan het hebben) tot aan
d'r middel. En de historicus die ooit de notulen van Vrouw & Media
doorspit zal zich verbazen over het allesoverheersende onderwerp
bij de rondvraag: wie trekt wat aan op ons feest.Terwijl ik dit schrijf lak ik mijn nagels en sta ik nog even een Parooljournalist te woord die ook een interview wil. Mijn lief speelt vandaag chauffeur op voorwaarde dat ik geen sterallures ontwikkel. Hij rijdt me straks eerst naar Hilversum voor een radiointerview en dan naar de Industrieele Groote Club. Tijdens de rit oefen ik de speech nog maar eens een keer op hem uit – in geval van nood zou hij hem zelfs kunnen uitspreken, zo vaak was 'ie al proefkonijn.
Alles loopt op rolletjes en ik begon me een organisatorische Vrouw Van Zes Miljoen te voelen. Totdat ik zojuist de smaragdgroene stola van de hanger haalde. Kreukels in mijn tafzijde! En ik bezit niet eens een fatsoenlijk strijkijzer!
Ze zullen vast een beetje
geschrokken zijn toen we de eerste keer langskwamen om het
Jubileumfeest te regelen. De heeren van de Industrieele Groote Club zijn toch van de
dresscodes en jasjes-dasjes. En ik kwam er binnenklossen op mijn
bergschoenen in hangbroek en slobbertrui (te mijner verdediging: er
was een sneeuwstorm gaande). Maar inmiddels zijn we volledig aan
elkaar gewend en denken de heeren van de club op alle manieren met
Vrouw & Media mee.Vandaag een paar keer met ze aan de telefoon gehangen. Of liever gezegd: sinds vanochtend zat ik met beide oren aan twee telefoons vastgekleefd, zoveel is er de dag voor het feest nog te regelen. De wet van Murphy treedt en passant in werking, griepen slaan toe en bestellingen blijken op het laatste moment niet op tijd wegens lapzwanzerige leveranciers. Maar de heeren van de club blijven kalm (en de dames van de stichting ook, trouwens).
Het is niet toevallig dat we ons jubileum geven in de sigaren- en Chesterfieldentourage van de IGC. Toen de Groote Club een eeuw geleden werd opgericht, hoefden zakenmannen zich nog niet druk te maken over aanstormende vrouwen. Die waren er niet. Inmiddels is twaalf procent van de leden van de Groote Club van het vrouwelijk geslacht, een redelijke afspiegeling van de verhoudingen in de top van de zakenwereld. Ook dit mannenbolwerk is geslecht. Wat is een betere omgeving voor het Vrouw & Mediafeest dan zo'n voormalige heerensociëteit?
P.S. dank lieve weekloglezers voor alle welgemeende goede raad bij het schrijven van mijn speech, vanochtend wist ik hem eindelijk te volbrengen en heb ik hem met een zucht van opluchting ter inzage aan de rest van het Vrouw & Mediabestuur gestuurd.
Maanden loop ik
er al op te broeden. Op ongelegen momenten schoten mij de Zinnen
Die Absoluut Gezegd Moesten Worden door het hoofd, ik schrok soms
zelfs wakker van de geniale spitsvondigheden over vrouwen in de
journalistiek. Maar nu ik vandaag eindelijk mijn toespraak voor het
jubileumfeest ga schrijven, zijn ze verdwenen.Het is dan ook een dubbele boodschap die ik die avond wil brengen. Het streven van onze stichting, de positie van vrouwen in de media verbeteren, is voor een deel bereikt. Vroeger werden vrouwen weggezet bij modekaterns en receptenpagina's. Toen Vrouw & Media begon kregen journalistes minder betaald dan hun mannelijke collega's 'omdat ze toch geen kostwinner waren'. Chef worden was helemaal ondenkbaar.
Inmiddels groeit het aantal journalisten van het vrouwelijk geslacht gestaag en is ruim een kwart van de mediachefs vrouw. Maar in de allerhoogste regionen dringen ze nog niet door. Soms omdat het oudewittemannenbolwerk ze niet binnenlaat. Maar al te vaak echter zijn vrouwen zelf ook te bescheiden en weifelachtig. Dus wil ik zowel mannen als vrouwen in de journalistiek een schop onder hun kont geven in mijn toespraak. Zonder dat ze meteen nadien en masse de Groote Club uitrennen in plaats van tot het nachtelijk uur te dansen en proosten op de toekomst van vrouwen in de journalistiek.
Ondertussen werk ik ook aan een ander stuk dat morgen af moet: een artikel voor een Brits tijdschrift over de massale verkrachtingen in Darfur. Ik probeer de woorden van de Soedanese vrouwen, die steeds zachter klonken als ze me vertelden wat ze was overkomen, in fatsoenlijk Engels te vatten. Waan me even terug op de dorre vlaktes van Darfur en besef terdege wat voor eigenaardig vak ik heb.
Nog achthonderd woorden Darfur en vijf minuten speech.
Stilte voor de storm.
Het draaiboek voor het Vrouw & Media Jubileumfeest van
aanstaande woensdag vermeldt niets voor eerste Paasdag en mijn lief
en ik reizen af naar mijn ouderlijk huis in Brabant. Soezen in de
zon bij de appelboom en paaseieren eten op het terras – niks
geen Vrouw & Media vandaag.Hoewel, mijn moeder heeft zich laten inspireren door de gelegenheid en beschilderde een ei met vrouwen- en mannentekens. Niet dat het veel uithaalt: het Vrouw & Media-ei begeeft het roemloos bij de eerste klap in de eiertikwedstrijd. Vat dat vooral niet te licht op. De Van Zeijls nemen de jaarlijkse wie-heeft-het-sterkste-eicompetitie bloedserieus.
Alles is geoorloofd, van psychologische oorlogsvoering tot het ei zodanig in de knuisten houden dat de tegenstander nauwelijks de schaal kan raken. De beloning is aanzienlijk: de paaswinnaar stapt maandenlang met geheven hoofd rond, de overige familieleden krimpen beschaamd ineen bij elke referentie aan hun eiermatige ondergang.
In de namiddag klap ik toch even mijn laptop open. Eén mailtje via mijn website van een collega-journaliste die schrijft dat ik ooit met haar heb staan praten op een journalistiek symposium. Geen idee. Of ik haar niet alsnog op de gastenlijst voor woensdag kan smokkelen. Ik geniet onverwachte populariteit sinds de inschrijving voor ons feest in recordtijd vol zat. Vage redactionele bekenden, verre collega's en medestudenten uit de vorige eeuw melden zich uit het niets via een keuvelend mailtje met aan het eind de hamvraag.
Zelfs als voorzitter kan ik niets voor ze doen: de Industrieele Groote Club zit vol en de gastenlijst staat vast. Dus, lieve collega's die achter het net visten, al heb je bij me in de wieg gelegen of in de zandbak gespeeld, vergeet het maar. Alleen voor een knap doosje prosecco kan ik wellicht een oogje dichtknijpen. Maar dan moet je het wel stil houden.


