
Een merkwaardig artikelhoofd, ik weet het. Maar mijn vroegere baas zei altijd: 'Een slechte kop maakt van je artikel een flop, een goede kop maakt je verhaal al voor de helft top!'
Dezer dagen sluipt er een witbruine babypoes rond ons huis. Waarschijnlijk verwekt tijdens een toevallige ontmoeting tussen kat en poes. Dierenseks tijdens een romantische lentenacht. De dieren voelen net als de mens dat het lente wordt. In januari en februari stikt het van de verjaardagen in onze familie. Al die mensen zijn verwekt in het voorjaar wanneer zich een neukpiek voor doet. Ook ik word weer geiler.
Nederland is hoogzwanger van het eerste volledige jaargetijde van het jaar. Ik zag zojuist twee lammetjes drinken aan de tepels van hun moeder. Schapen kennen geen flesvoeding. Mensen zijn de enige zoogdieren die flesvoeding geven. Iedereen moet het zelf weten, maar het lijkt me als moeder zo mooi als je kindje aan je tepels zuigt. Lichamelijker kan een band niet zijn. Dat wil je jezelf en je baby toch niet ontzeggen? Tenzij er complicaties zijn natuurlijk.
Onze zoon noemen we 'mensenpoes', aangezien hij gaarne aan het voeteneind van ons bed ligt (mits we onze stinkvoeten binnenboord houden) en van kinds af aan een voorliefde heeft voor mandjes waar hij in kan liggen alsmede voor zachte dekentjes waar hij zijn hoofdje lekker tegenaan kan vleien.
De mensenpoes is dol op echte poezen, net als ik. Ze zien er zo lief uit, die katjes! Net kleine tijgertjes. De pootjes en de oortjes vinden we het leukste, het meest vertederend. Sandra wil geen huisdieren meer. Ze heeft gelijk dat we vaak van huis zijn en dan geen oppas kunnen vinden. Maar ze heeft eigenlijk ook een bloedhekel aan poezen. Zo bang als ik ben voor grote gemeen uitziende honden, zo bevreesd is ze voor poezen. En toch zoeken poezen altijd toenadering tot haar en niet tot onze zoon of mij, hetgeen ons jaloers maakt.
Zoonlief tracht de vierpotige tuinsluiper naar binnen te lokken door over de grond te kruipen, te miauwen en met zijn handje 'kom maar'-bewegingen te maken. Mijn taktiek bestaat uit het simpele schoteltje dagmelk in de tuin, op geringe afstand van de keukendeur, in de hoop dat poes eens op bezoek wil komen. Poezen reageren ook op mijn vogelfluitimitaties. Poezenlokkers zijn we! Maar succesvol zijn we tot dusver niet. De babypoes is doodsbang voor ons, al wordt de schrikreactie als ze ons ontwaart sinds kort iets minder hevig, het is meer aarzeling en voorzichtigheid geworden in plaats van blinde paniek. We hebben dus nog hoop dat poes onze vriend wil worden. Eerlijk gezegd hoop ik net zozeer als mijn mensenpoes dat babypoes ons af en toe gezelschap wil komen houden. Ik heb zoveel dierenliefde te geven! Op een vrouwenpoesje kun je niet teren, je wilt als dierenvriend ook wel eens een echt miauwertje aaien!
Ik hoef niet te schrijven over dingen die me gelukkig maken, want als ik schrijf, bén ik gelukkig. Letterstukken componeren, is voor mij een manier van leven, een natuurlijke gang van zaken, net als ademen Als ik schrijf, dan vergeet ik even alles en alles om me heen. Mijn denkwereld is haast lichamelijk, zo tastbaar. Mijn gedachten hebben een lichaam, de woorden komen me lijfelijk bezoeken, zoals melodieën Mozart invielen.
Het is de behoefteschijf van vijf: eten, drinken, ademen, vrijen en... schrijven. Meningen schetsen en observaties maken met woorden, dat is voor mij een automatische vanzelfsprekendheid. Pennen, is een vitaminebom, compost voor mijn bestaansrecht, mest voor mijn levenslust. Die schijf van vijf zou je kunnen aanvullen met levensbelangrijke subbehoeften, zoals reizen, genieten van schoonheid en van gezelligheid. Gezelligheid is de evolutionaire trap van geluk.
Ja, ik kan plotseling hevig vertederd raken als ik het aangeroerde speelgoed van ons zoontje in de kamer zie staan of als ik tekeningen zie hangen die onze dochter heeft verzonnen. Het gevoel dat me dan overmeestert, is met geen pen te beschrijven en misschien moet een auteur zoiets ook niet willen temmen met woorden. Zo'n gevoel moet je bij je houden, het versterkt je ziel.
Schrijven over geluk is een surrogaat van het geluk dat ik beleef als ik schrijf. Alinea's architecteren, dat is mijn levensvervulling, dat is waarvoor ik in de wieg ben gelegd. Ik besta uit letters, uit woorden, uit zinnen, aangemoedigd door de fantasie, de humor, de schoonheidsbeleving en het rechtvaardigheidsgevoel.
Ik ben gelukkig als ik schrijf. Gelukkig schrijf ik. Gelukkig kan ik schrijven. Ik hoop dat ze in de hemel ook een website hebben... earth.on.heaven.com of zo...
SP wil bedrijven verplichten gehandicapten in dienst te nemen!
Sp-plannetje
Vind ik een prima plan. Roemer moet worden geroemd. Roemruchtig idee. Vroem vroem Roemer.
Het casino in Roermond is er als de kippen bij om Roemers voorstel in de praktijk te brengen. Het gokhuis is op zoek naar een eenarmige bandiet en heeft bij de stedelijke penisiaire inrichting, waar veel seksuele delinquenten zitten die nu met elkaar de seksuele misdaad bedrijven, geïnformeerd naar gevangenen die één arm missen en die het niet erg vinden om de hele avond de gokverslaafde klanten die aan hun arm rukken een poot uit te trekken, opdat ze na diefstal van de kluisinhoud zelf als eenarmige bandiet het pand verlaten.
De gemeente Roermond werft overigens gehandicapten om het groot aantal invalidenparkeerplaatsen nabij het stadshart te bezetten, want deze zeer ruime vakken - waarin je een voetbalwedstrijd zou kunnen organiseren - blijven veelal onbezet en dat is zonde van de parkeerruimte. Ik heb een invalidenparkeervergunning aangevraagd, omdat ik gehandicapt ben in mijn hoofd - emotioneel invalide noemen ze dat - maar de gemeente zag geen reden mijn pleinvrees te belonen met een ruime parkeerplaats dichtbij het centrum, aan de straatzijde van de stadskern. Mijn buurman die een ingegroeide teennagel heeft oftewel een spijker die hij in zijn dikke teen heeft geslagen, is wél in het bezit gekomen van een dergelijke vergunning. Hij en zijn vrouw maken met hun Fiat Seicento en hun Fiat 500 samen gebruik van 1 invalideparkeerplaats en dan is er ook nog plek voor hun caravan. Zo nu en dan nemen ze dan ook het privéhotelletje op wielen mee naar de parkeerplaats om daar te gaan kamperen en te overnachten. 's Nachts schudt het caravannetje dat het een aard heeft, maar dat zou komen door het gesnurk van de buurman die daarbij zoveel lucht uit zijn neusgaten uitstoot dat het slaapvertrek begint te schudwiegen. Er is dus geen sprake van caravanale seks.
Het basketbalteam van BSW Weert is naar verluidt van plan om een aantal rolstoelbasketballers in dienst te nemen, omdat de sectretaris van de club - fietsenmaker van beroep met als specialiteit banden plakken - zonder werk zit, omdat hij een oude fiets die in reparatie was zou hebben geneukt. De nog jonge secretaris nam de uitdrukking 'op een oude fiets moet je het leren' wat te letterlijk. Met de komst van de rolstoeldunkers zou hij zodoende wat rolstoelbanden kunnen plakken. Zo kan de secretaris weer wat werkzaamheden uitvoeren en hebben de rolstoelbasketballers een doel in hun leven: hun banden kapot rijden op een spijkerbed om de secretaris aan het werk te houden.
De PVV is trouwens ook enthousiast over het plan. De partij is op zoek naar nog een kip zonder kop en heeft daaromtrent mensen op het oog die een hoofd missen maar wel - vanuit de onderbuik - blijven ratelen over kopvoddentaks en koranisering.
In het Indiaas restaurant is men op zoek naar een serveerder met veel te flexibele nekspieren, want Indiërs doen - als ze praten - altijd aan nek- en hoofddansen, een variant op het buikdansen waarbij de nek en het hoofd soepel en cirkelend worden bewogen... Mijn vrouw en ik hebben in Delhi overigens eens in een totaal verlaten restaurant gezeten waar een homoseksuele accordeonspeler en een homoseksuele danser ons de gehele avond hebben geëntertaind, speciaal voor ons, waarbij de homo's mij twee uur lang met een chronische glimlach en continu hoofddansend hebben aangestaard. Dit tussen twee haakjes. Het heeft niks met het voorgaande van doen, maar dat doet er niet toe. Ik doe gewoon mee aan al die inhoudsloze stukjes en voorzichtige, zogenaamd spitsvondige columpjes in de diverse media die helemaal niks om het lijf hebben...
In een landschap hoop ik altijd op een stroompje water. Ik durf niet te zwemmen in diep water, zelfs niet met zwemvest, maar ik hou van de nabijheid van en het kijken en luisteren naar en voelen van oceanen, rivieren, meren, watervallen, drinkwater, waterputten. Ik ben niet voor niets een Waterman!
In Ecuador stonden we met onze neus bovenop een oorverdovende waterepilepsie. 'De Kookpot van de Duivel' noemen de Ecuadoreanen deze chronische stortvloed, vanwege de watermist die het hoog opspattende, dansende water veroorzaakt.
Zo'n waterval lijkt uit één massief stuk waterbeton te bestaan, maar het zijn allemaal kleine, ielige druppeltjes. Heel bijzonder eigenlijk. Over zoiets denk je als mens zelden na. We hebben haast geen tijd om over zulke dingen na te denken. We worden in beslag genomen en we laten ons contracteren door maatschappelijke eisen. Ik zie het zelfs aan onze kinderen. Eigenlijk verzetten ze zich inwendig en soms in woord en gebaar tegen de leerslavernij die school heet. Maar ze hebben geen keuze. Ze moeten wel. We zijn salevn van systemen.
Diep in hun hart zouden de kinderen liever wat vaker tijd hebben om torren te bestuderen in het bos, te voetballen op straat en van de ouders te leren wat leven is. Maar de ouders hebben geen tijd, die huren loonslaven in om voor het kroost zorg te dragen. Het is een merkwaardige wereld...
'Water is gevoel', zei een Limburgs paragnost eens tegen mij. 'Jij bent gevoelig en daarom voel je je thuis bij water'. Een mooie verklaring. Die paragnost was trouwens een ingenieur die zijn hele leven lang verketterd werd door zijn vakbroeders, vanwege zijn spirituele gaven en zienswijze. Hij hield vanaf zijn pensioen praktijk in zijn villa. De helderziende - geruiten colbert, bril met dik, houtkleurig motief - sprak tegen dat ik overspannen zou zijn. Volgens hem flipte mijn geest in en uit mijn lichaam, als een jojo op en neer, in en uit. Hij adviseerde me dikke, oude bomen op te zoeken, tegen de stam te gaan staan en me dan te verbeelden dat het sap van de bomen mijn auravuil meenam onder de grond en in de lucht. Ook moest ik me van hem voorstellen dat mijn voeten wortels kregen die diep en breed in de aarde gingen en daar houvast vonden. De kenner van de andere werkelijkheid raadde me tevens aan om af en toe eens vijf minuten bij mezelf te zijn. Ik zou te open staan en dat zou mijn aura bevuilen en verstoren. En ik moest tijdens het wandelen frequent 'hier en nu' zeggen. Om meer in mijn lichaam te komen.
Misschien heb ik zijn adviezen lange tijd niet serieus genomen, omdat hij er niet uitzag als een paragnost, maar als een ingenieur. Het was misschien de adder onder het gras van zijn bestaan: als ingenieur was hij voor gekke paragnost versleten, als paragnost als te aards, als een te gestudeerd man en te rijk uitziende ingenieur.
Over Ecuador gesproken. Diep in de jungle van dit magische land - waar meer bananen groeien dan kinderen - ontmoetten we de Colorado-tovenaar, een helderziende sjamaan die contact kreeg met geesten door alcohol in het kampvuur te spuwen. Hij zei tegen me dat hij zou proberen me minder angstig te maken. Die opmerking - hij was in trance - was raak, want angst is mijn hoofdemotie geworden door een rampzalige, stressvolle jeugd. Thuis was onveilig voor me, want daar was altijd spanning, ruzie, drama. Ik kon nergens beschutting zoeken. Ik was overgeleverd aan de ruziemakers, aan de toorn van mijn vader en aan de kinderlijke slapte van mijn moeder.
Ik ben bang voor honden, voor pijn, voor de dood, voor diep water dus, voor het leven, voor pleinen, voor mensenmassa's, voor ziekten, voor operaties, voor de tandarts, voor risico's, voor ongelukken in het verkeer... Angst is mijn onverbiddelijke cipier.
Of het nou een placebo-effect was, auto-suggestie of werkelijk de onwerkelijke kracht van de met veren getooide, geschminkte en halfnaakte sjamaan, ik ben de eerste paar jaar na zijn spontane consult minder angstig geweest. De man zei trouwens ook dat hij veel bloemen zag bij me, hetgeen ik niet kon thuisbrengen, of het moest mijn aanstaande begrafenis zijn, haha. Ook zag hij dat ik met mooie vrouwen werkte. Die opmerking was ook raak. Voor mijn werk als showbizzverslaggever heb ik mooie dames ontmoet, zoals Goedele Liekens, Sylvana Simons, Froukje de Both en Anita Witzier. Maar ik heb ook samengewerkt met hele aantrekkelijke vrouwen en meisjes. En ach, misschien ga ik nog wel eens iets schrijven voor de Playboy, haha!
De laatste paar weken heb ik extra behoefte aan de nabijheid van water. In het bos waar ik soms wandel, stroomt een dun, timide beekje, maar het stroompje is voldoende om me te fascineren en me te verblijden en te troosten. Soms was ik mijn handen in het schone, ondiepe water, meestal bekijk ik de bomen in de waterspiegel en altijd luister ik naar de muziek die het voortglijdende beekwater maakt. Het doet me goed.
De aarde heeft een lichaam, net als de mens en het kleurloze maar toch kleurontvankelijke water is als het bloed dat door onze aderen stroomt. Zonder bloed geen leven. De bergen van de aarde zijn als de borsten van een vrouw. Je hebt ze in alle soorten en maten, in alle vormen. Ik hou van bergen. Zodra we mijn geliefde Spanje binnenrijden en ik de bergen en de palmbomen zie, fleur ik op, dan wordt het heilige vuur in me aangestoken. Ik ben erg gevoelig voor sferen en dus ook voor het uiterlijk en het klimaat van mijn omgeving. Zowel het psychische als het fysieke klimaat. Als de lucht blauw is, voel ik me veel beter dan onder een bedompte grijze, wolkendichte hemel. Ik ben zodoende erg afhankelijk van wat en wie me omringt. Een kenmerk van hooggevoelige personen. Je deuren en ramen lijken altijd wagenwijd open te staan, je wordt ieder briesje, ieder geluid, ieder zonnestraaltje gewaar, alles komt bij je naar binnen. Vandaar dat die ingenieur/paragnost me aanraadde om zo nu en dan eens vijf minuten bij mezelf te zijn met mijn aandacht en met mijn focus, op een heel fysieke manier.
Ik ben een bergenman, maar niet perse een borstenman. Een voorliefde voor borsten zou de rest van het verrukkelijke vrouwenlichaam onvoldoende prijzen en waarderen. Ik hou van heel het vrouwelijke lijf. Ik hou daarom ook van vrouwelijke mannen. Vrouwelijkheid. Ik hou niet van mannelijkheid. Misschien, omdat ik zelf vrouwelijk ben en wellicht zelfs omdat ik niet goed met mijn verwekker kon opschieten. Het kan zijn dat zo een afkeer van mannen en van mannelijkheid is ontstaan. Een moederskindje was ik. Ik liep letterlijk aan de rok van mijn moeder, ik volgde haar overal waar ze ging, totdat ze er soms tureluurs en kregelig van werd. Mijn twee oudere zussen hebben eveneens een grote rol gespeeld in mijn leven. Als kind liet ik evenwel alleen de liefde van mijn moeder toe. Ik hield geloof ik alleen maar van haar. Later ben ik mijn zussen, die ik aanvankelijk graag pestte, veel meer gaan waarderen en gaan zien. Lange tijd waren we onzichtbaar voor elkaar. We woonden in hetzelfde huis, dat was het. Voor mij waren het buitenaardse wezens, zij hadden voldoende aan elkaar. Maar lichamelijk is onze zuster- en broederliefde nog steeds niet. Dat strookt wel met mijn vrouwenbeleving. Ik adoreer vrouwen, misschien wel veel teveel: het gevoel is zo intens dat ik daardoor een beetje bang en verlegen word van vrouwen en van lichamelijkheid met vrouwen, zowel platonisch als seksueel. Ik wil graag van alles ondernemen, maar elke onderneming, iedere op stapel staande ervaring, hoe klein ook, boezemt me existentiële angst in. Maar als kind leed ik dan ook onder existentiële angsten door de voortwoekerende oorlog thuis.
Ik wil mijn spirituele gaven meer ontwikkelen. Misschien dat ik daarom, nu, het water nog meer nodig heb dan ooit tevoren. Water is gevoel en ik ben dat ook, spiritualiteit is dat zeker. Ik wil leren mijn eigen gedachten te lezen, dat wat het eerste in me opkomt te herkennen en te erkennen. Gisteren hoorde ik over de verdwijning van Milly Boele en het eerste wat door mijn hoofd schoot was dat ze was vermoord. Heel stellig. Het is terecht op te merken dat de kans op moord groot is bij een vermissing, maar je kunt ook stellen dat ik van deze 30 procent-mogelijkheid - het meisje had ook weggelopen, verkracht en/of gegijzeld kunnen zijn - zo overtuigd was dat ik het goed had.
Hoe dan ook, ik wil meer gaan doen met mijn intuïtie. Zonder weer zo zweverig te worden als vroeger toen ik het contact met de aarde, met het aardse volledig kwijt was. Daardoor heb ik angst ontwikkeld voor het spirituele - ik wil me nooit meer een zombie voelen - maar ik ben onderhand zo ver dat ik spiritueel kan zijn zonder te lang en te funest los te geraken van de grond. De eerste gedachte, het eerste gevoel... Je hebt ze altijd, maar vaak luister je er niet naar, net als bij je innerlijke stem. Vaak overschreeuw en negeer je je innerlijke stem, doe je niet wat je hart je ingeeft, vertrouw je niet op je gevoel. Op school worden we tot hoofdwezens gemillimeterd. Het denken wordt overgewaardeerd. En overbelast.
Volgens een Bossche helderziende heb ik in een van mijn vorige levens mensen bedrogen middels magie. Zou het? Was ik niet zuiver? Ben ik daarom, in dit leven, zelf het slachtoffer geworden van diverse kwakzalvers en zelfbenoemde helers, van het ergste kaf tussen het spirituele koren? Om me een lesje te leren? Een soort goed bedoelde wraak? Ik kan me wél herinneren dat ik als jongen van elf, twaalf jaar kleine kinderen bang maakte met spookverhalen en dat ik hen wijs maakte dat ik met mijn supersonische krachten een slot kon openbreken. Ik genoot daarvan. Ook in mij zit slechtheid. Zoals ik Edward op de lagere school heb gepest door onder de lessenaar keihard tegen zijn schenen te schoppen... En ik genoot er van, toen. Nu spijt. Niets dan spijt. Hoe kon ik...?
Die Brabantse vrouw had het dus wellicht bij het rechte eind. Misschien ben ik een oplichter geweest, in ruil voor veel geld. Wellicht heb ik in dit leven daarom altijd geldzorgen. Ze heeft wel meer goed voorspeld, die helderziende. Dat ik moeilijk trouw kan zijn bijvoorbeeld. Dat ik in extase raak van brunettes met een vrolijk gemoed. Dat ik zulke meisjes of vrouwen niet kan weerstaan. Ja, je mag me gerust een vrouwengek noemen. Maar welke 'gezonde' man is dat niet?
Ik hoef er ook geen oordeel over te vellen, het is gewoon zoals het is en het zal wel nooit veranderen. Net zoals onze samenleving alsmaar a-socialer wordt, met name in deze crisistijd. De a-sociale, rechtse elitepoliticus maakt misbruik van de situatie. De VVD wil bezuinigen op ontwikkelingshulp en op uitkeringen. Ik heb al eens geschreven dat het een a-sociale partij is, die VVD, een aristocratenbolwerk van de eerste orde. In tijd van crisis worden dus weer de allerzwaksten genaaid. De gezondheidszorg gaat nog veel duurder worden (meer dan 700 euro eigen bijdrage!!!!) en dus voor de mens met de kleine beurs volkomen onbetaalbaar. Het kastensysteem in onze gezondheidszorg...
Donner wil ons sociale zorgstelsel verder afkalven en Wilders wil bezuinigen op linkse hobby's. Die man kan alleen maar denken in termen van links en rechts en van Moslim en niet-Moslim. Hopeloze vent. Volgens mij is hij ziek, niet alleen geestelijk. Hij oogt zo mager de laatste tijd. Suikerziekte? Kanker? Dat wordt nog gevaarlijk, als men medelijden gaat krijgen met de gekwetste of zieke underdog die overal een bepaalde groep de schuld van geeft...
Het trauma wil dat de mensen die aan de linkerzijde van de samenleving staan en die gebaat zijn bij sociale politiek op de a-sociale politici als Wilders stemmen, verblind door hun Moslimhaat, gek gemaakt door de beelden bij 'Opsoring verzocht'.
Maar het is zo en ik kan er niks aan veranderen. Nederland wordt wel een steeds afschuwelijker, a-socialer land waar de kloof tussen arm en rijk gestaag groeit en waar de Amerikaanse Droom en de Amerikaanse wijze van zakendoen heilig zijn verklaard. Wilders heeft gelijk: we zijn onze indentiteit aan het verliezen. Nee, die hebben we al verloren. Niet aan de Moslims, maar aan Amerika...
Schot gelost bij vechtpartij en Sneijder moet minder neuken!
de tumor van humor
In een lokaal blaadje, dat oud en al door andere media verkondigd nieuws op de voorpagina afdrukt, las ik deze kop: Schot gelost tijdens vechtpartij!
Mijn fantasie ging er met me vandoor. Was er een man uit Glasgow of uit Edinburgh - al pedalerende - achterop geraakt toen een paar wielrenners slaags met elkaar raakten, omdat ze het aan de stok kregen over wiens spaken het meest blonken of wie de whiskey uit de bidons had opgedronken? Was het een laffe Schot die zich drukte en geen zin had in en geen kracht had voor een vechtpartij?
Effe wat anders. Wesley Sneijder speelde gisteravond onopvallend maar opvallend slecht tegen Chelsea, op één goede pass na. Okay, het was de doelpuntpass, maar toch.
Het gerucht gaat nu dat W.S. nog diezelfde avond, in zak en as, tegen Yolanthe heeft gezegd, met hangende schouders, gebogen hoofd en op monotone toon: "We moeten echt wat minder neuken, schat. Ik had weer pap in mijn benen. Ben niet vooruit te branden. Ik kom vaker in jou dan in de zestien tegenwoordig! Het gaat ten koste van mijn spel, lieverd. De jongens maken er al grapjes over. Als ik weer eens geen pepernoot raak, lachen ze me uit en zeggen ze dat ik teveel met jouw ballen heb zitten spelen en dat ik niet in jou maar in het strafschopgebied moet penetreren. Voetbalhumor, hé. Lijkt een beetje op Bananasplit-humor. Hoe weten ze dat trouwens, dat ik zo vaak met jouw ballen speelt en jij met de mijne?? Heeft Inter soms een KGB-agent in dienst? Zou me niks verbazen. Die Mourinho is zo paranoïde als Sibbel Schizofreen!"
"Maar ik meen het, schat: we moeten echt wat minder vaak gaan neuken. Trek voortaan toch maar je wollen beertjespyjama aan als we gaan slapen en die slip die je van je oma hebt geërfd. Die blote billen van je maken me gek. En je borsten: ik zou borstplaat moeten kopen en die voor je tieten plakken. Ze zijn om op te vreten. Kom hier, tepelteefje van me!"
Yolanthe zou giechelend maar dan weer ernstig door het nekhaar van Wesley hebben gekroeld en hebben gezegd: "Maar dat is toch niet erg, Wes. Dan neuken we toch maar 10 keer in plaats van 12 keer per dag? Dat is heus niet erg. Ik heb altijd mijn tarzan nog, dat weet je toch? Altijd hard en er komt geen troep van. Neuken zonder voorbehoedsmiddelen te hoeven gebruiken. Tarzan is geweldig! Nee joh, ik begrijp het best. Het WK staat voor de deur en je wilt natuurlijk niet je plaats kwijtraken aan Rafael van der Baard. Beter uitblinken voor Bert dan in bed, toch, nu effe?! Het is echt niet erg, kaboutertje van me. Ik heb toch fans zat die met me willen neuken als jij aan het trainen bent?! Echt, ik heb er alle begrip voor. Seks is heus niet alles. Er zijn meer dingen in het leven dan een goeie naaibeurt. Masturberen bijvoorbeeld. Of naakt poseren en dan zo opgewonden raken voor de lens dat je klaarkomt. Nee echt Wes, trek het je niet af, euh, aan. We doen het gewoon wat rustiger aan met die seks. Dat komt wel weer, als je in Zuid-Amerika die wereldcup hebt gewonnen. En anders heb je altijd mijn wereldcup C nog, haha! Echt Wes, ik vind het niet erg. Geen Grieks meer, dat is te vermoeiend. Dan moet je toch harder pompen. Iedere keer als we het op z'n Grieks hebben gedaan, ben je aan het einde van je Latijn, zeker als ik last heb van obstipatie. Hop hop, ga nu maar lekker trainen, kaboutersmurfje van me. Ik heb een lunchafspraak met Maldini. Die heeft zulke goddelijke ogen! Als ik vanavond nog niet thuis ben... er staat nog Chinees in de koelkast van gisteren. Klaar gemaakt op z'n Grieks: homoseksuele kikkerbilletjes..."
Volwassen mens, begin opnieuw!
Breek jezelf af en bouw jezelf dan weer op: je begint niet op nul, want je hebt je eigen fundament!
Jezus Christus wilde ons eigenlijk leren onze innerlijke stem te herkennen en te gehoorzamen. Die stem, dat was voor hem God, de vaderlijke raadgever. De profeet deed wat zijn hart hem op de ziel drukte: mensen bewuster maken en verenigen.
Jezus volgde zijn eigen pad en hij trok zich niets aan van wat zijn ouders, vijanden of vrienden daarvan vonden. Hij leefde zijn leven en nam de gevolgen - de mooie en de lelijke - op de koop toe. Maar het was wel zijn leven. Wie de droom leeft van een ander, wie in het gareel loopt van de angst, heeft nooit geleefd, is nooit authentiek geweest. Zonde van de geboorte...
Hij wilde niet dat we ons zouden uniformeren binnen en zouden verankeren aan een religie, dat we hem als een heilige zouden vereren, dat we onder zijn voeten zouden bidden. Jezus wilde ons alleen maar verbinden met onszelf, met die innerlijke stem, familie van het geweten, nauw verwant aan passie, idealen en dromen. Hij was eerder spiritueel dan religieus. Maar vooral was hij mens. Menselijk.
Een baby is een onbeschreven blad, ongeconditioneerd. Nog niet blootgesteld aan het gedachtengoed van het milieu waarin het opgroeit. Nog niks opgedrongen. Maar al vroeg wordt de paplepel met de overtuigingen, dromen en regels van het gezin, van de kerk, van de groep aan het mondje van de zuigeling gezet. En dan is het onbeschreven blad niet maagdelijk meer, niet meer dat zuivere wonder van openheid en onbevangenheid, van onbaatzuchtigheid en van leergierigheid.
Het kind leert al snel dat het verstandig want veilig is om zich aan de eigen meute aan te passen, het spoor te volgen van de grote mensen, want dan hoor je erbij, dan word je verzorgd, geaccepteerd en dan worden je kansen geboden. Mensen houden niet van vreemde eenden in de bijt. Kuddehoeders. Waakhonden die de kudde bijeen drijven.
Als je volwassen bent geworden, vraag je jezelf af wat eigenlijk van jezelf is en wat er door anderen ingestampt is, wat aangeleerd is, wat je je hebt laten aanpraten, wat je zonder nadenken van anderen hebt overgenomen. Zoveel stemmen, dwingende stemmen, hebben je eigen innerlijke stem overstemd!
Je hebt zoveel voetsporen gevolgd in plaats van zelf voetsporen gezet in onontdekt, onbetreden, effen zand.
Je overtuigingen zijn de denkbeelden van je ouders, van de kerk, van de groep, van wat algemeen aanvaard en geaccepteerd is. Heb je eigenlijk wel zelf nagedacht? Doe je wel wat je ZELF wil, wat bij jou PAST, waar je voor in de wieg bent gelegd? Heb je je niet teveel laten sturen? Je dacht dat je eigenwijs was, maar heb je het stuur van je leven niet al heel vroeg uit handen gegeven?
Breek die conditionering af. Maak het met de grond gelijk. Wordt opnieuw die baby, dat onbeschreven blad. Een totaal blanco geest met de wil om naar die eigen stem, naar dat eigen geluid te luisteren, met de wil om zelf na te gaan denken. Opnieuw de wereld ontdekken, je medemens ontdekken, jezelf ontdekken. Opnieuw, maar dan met een open blik, met schoon gespoten oren en uitgeruimde ogen, niks meer vertroebeld door wat anderen je hebben ingepeperd, je wijs hebben gemaakt.
Natuurlijk zul je gaandeweg ontdekken dat sommigen het bij het rechte eind hadden en je het goede spoor wezen, maar nu pas ga je het begrijpen en van binnenuit voelen wat het betekent, dat spoor. Je maakt het je nu pas eigen, want je hebt weer de onbevangenheid van het kind. Echter, nu ben je volwassen, kun je zelf nadenken en kun je je eigen beslissingen nemen. Nu kun je je innerlijke stem een stem geven!
De lijdensweg die ik heb afgelegd en die nog niet ten einde is, heeft me in elk geval naar mezelf geleid. Ik had de neiging me door iedereen te laten beïnvloeden, ik woei met alle winden mee, ik gaf iedereen gelijk en slikte alles voor zoete koek. Ik durfde niet mezelf te zijn, mezelf niet te laten zien en te laten horen. Want ik wilde door iedereen, door alle mensen die elkaars tegenstanders waren, aardig gevonden worden, overal bij horen. Maar ik hoorde nooit bij mezelf. Ik had geen eigen gezicht, geen eigen stem, mijn acties waren niet eens van mezelf. Nu wel, maar ik hoef anderen mijn moraal niet op te dringen, ik wil anderen niet koste wat het kost overtuigen. Ik weet wat ik vind en dat is genoeg.
Nu maakt mijn innerlijke stem muziek. Mijn geest past eindelijk in mijn lichaam. Mijn karakter is eindelijk afgestemd op wie ik van nature ben. Ik heb mezelf afgebroken, helemaal, en mezelf ook weer opgebouwd. Dat te hebben bereikt, is mijn allergrootste succes, dat was mijn karma.
Natuurlijk heb ik me laten inspireren door anderen, door mensen die bij mij passen, bij wie ik naadloos aansluit: Martin Luther King, John Lennon - mijn grootste held, mijn meest naaste geestesverwant, Nelson Mandela, Moeder Theresa, maar ook mensen als Stef Bos, schrijver Jan Brokken, Vincent van Gogh, in het verleden Frank Boeijen en nog steeds John Denver, de blanke indiaan. Ja, zij inspiereren me, bevestigen me zelfs, maar toch ben ik nu uniek en niet meer een smeltkroes van allemaal anderen, behalve mezelf.
Ik heb afgerekend met de bijbel, met de vele interpretaties ervan, met het geloof, met bidden, met de kerk, met al die paranormale en spirituele poespas. Ik kies geen partij meer voor links en rechts, voor kapitalisten en communisten, ik denk in onpartijdige termen, alleen maar in termen van liefde, mesnelijkheid, verdraagzaamheid, gelijkheid en rechtvaardigheid.
Ik heb nu mijn eigen visies, mijn eigen overtuigingen en ik merk dat het me heeft gevormd tot wie ik ben: tot mezelf, tot het unieke persoon dat iedereen bij geboorte is, tot een man die luistert naar zijn innerlijke stem maar wel met het vermogen tot sociale aangepastheid, verbonden met alles en iedereen, geen eiland, niet eenzaam.
Ik heb een eigen, nieuwe invulling gegeven aan vertrouwen, aan seksualiteit, aan maatschappij, politiek, aan geloof en aan leven. En dat voelt verschrikkelijk goed. Ik ben cum laude geslaagd! Met veel worstelingen, met vallen en opstaan, maar ik heb het gehaald, met vlag en wimpel.
Het is allemaal niet nieuw, maar wel nieuw voor mij. Ieder mens is een pelgrim, op weg naar zijn of haar eigen hart, innerlijke stem. Ieder mens is een ontdekkingsreiziger, op zoek naar zichzelf, meer nog dan naar de ander.
Dat is wat Jezus Christus ons wilde leren. Flexibiliteit, lenigheid van denken en voelen, ons niet vastklampende aan eeuwenoude geschriften en regels, maar leven vanuit ons eigen binnenste, met elkaar en voor elkaar, vanuit liefde maar in de wetenschap dat alles bestaat uit tegenstellingen die een eenheid vormen en haat hoort daar van nature bij en kan in zekere zin, in een bepaalde vorm zelfs nuttig zijn (bijvoorbeeld de haat jegens de nazi's). Leven vanuit onszelf, met de beste bedoelingen, maar wetende dat niemand volmaakt is en niemand volmaakt kan en hoeft te zijn. Leven vanuit strijd, maar uiteindelijk bereid te vergeven.
Van nature is het leven een tijdbom: je wordt geboren om te sterven. Geluk duurt nooit lang, is niet statisch, maar ook verdriet verliest op den duur aan kracht, hoe sterk die ook was. Het leven is geschapen voor de aftakeling, maar ook voor de verandering en vernieuwing.
Problemen vinden ons makkelijk, geluk daarentegen, daar moeten we voor vechten, voor blijven strijden. Boos worden mag, boos blijven is afbraak. Klagen mag, blijven hangen in negativiteit, is evenwel lustberovend en destructief. Vrolijk zijn, is heerlijk, maar vrolijk blijven is onmogelijk.
Het enige dat we hebben is onszelf, elkaar en het vermogen om er toch iets leuks, het beste van te maken, onszelf en de ander te troosten als het leven - van nature enerzijds gevoelloos en willekeurig - weer eens een ramp op ons heeft afgestuurd, als we die al niet zelf hebben veroorzaakt. Het enige dat we (dan) hebben, is de liefde voor onszelf en voor elkaar, voor de natuur, voor de planeet, voor alles dat er is. Goed zorgen voor onszelf, voor de flora en fauna, voor anderen en voor de dingen, daartoe zijn we in staat, dat is onze taak, ons constructieve vermogen.
Het leven op zichzelf levert weinig geluk aan, je moet er zelf voor open staan en er soms hard aan trekken. En zo nu en dan kun je alleen maar accepteren dat je je eventjes heel erg ongelukkig voelt of dat je blijvend ongelukkig bent en toch de sterren aan de donkere hemel kunt tellen. Niets doen, is soms de beste remedie. Forcatie maakt kapot. Focussen op het goede, kan helen. Maar een mens moet ook ongecensureerd zijn of haar negatieve gevoelens (kunnen) uiten om plaats te maken voor geluksbeleving.
Ik ben een wijze man geworden. Ja, ik ben over mijn minderwaardigheidscomplex heen, helemaal. Ik ben te bescheiden en te oplettend om arrogant te worden, maar ik zie nu wat ik vroeger al had moeten weten, namelijk dat ik meer gevoel en diepgang in m'n donder heb dan het gros van de levende geesten en dat ik meer dan menigeen bereid ben om de keiharde waarheid - mooi of lelijk - in de ogen te kijken, ook de waarheid over mezelf. Ik ben een leergierige levensstudent. Daarom ben ik gegroeid en niet gekrompen en niet krom gebleven zoals zoveel mensen die ik ken en die de verkeerde keuzes hebben gemaakt waardoor ze op de terugweg zijn en niet vooruit gaan.
Mijn leven is voltooid, tot dusver. Ik ben niet de pleinvrees, ik ben niet de angsten, ik ben niet mijn salaris, ik ben niet mijn beroep, ik ben niet mijn successen, dat wie en wat ik ben, is onvergankelijk, onthou dat goed. Je ziel is als een abrikozenpit. Je eet het vruchtvlees op, lekker zacht, soepel vruchtvlees, maar de pit, de kern is keihard, onverslijtbaar, niet op te vreten.
Ik heb het geluk gehad de beste vrouw ter wereld aan mijn zijde te hebben, mijn verpleegster, mijn moeder, mijn minnares, mijn vrouw, mijn vriendin, mijn absolute soulmate. Vanaf het eerste moment dat ik haar zag, herkende ik in haar de reddende, gouden engel, mijn enige echte zielsverwant, mijn kracht.
Ik heb ook het geluk te zijn gezegend met twee formidabele kinderen, de zonnen in mijn leven, mijn aorta's. Zij zijn fantastische mensen, zuivere, goede zielen, een verrijking voor deze wereld, voor de mensheid, kinderen van Het Licht. Briljant, komisch, lief, sterk.
Verschrikkelijk veel en lang heb ik geleden, maar tussen de pijnregels door heb ik van ieder mooi moment genoten, alle schoonheid dankbaar en gulzig geabsorbeerd. Ik heb bovendien mezelf leren kennen als een fijn mens, als iemand met ruggengraat, met humor en met rechtvaardigheidsgevoel. Ik kan apetrots zijn op mezelf, ik lijk in potentie op mijn helden, dus ik kan mezelf een schouderklop geven: goed gedaan, Roland! Ik hou van je!
Ontzettend veel heb ik overwonnen, veelal op eigen initiatief en op eigen kracht, maar zonder de aanwezigheid van schoonheid, zonder de aangename verrassingen van het leven, zonder mijn moeder, mijn zussen, mijn vrouw boven alles en iedereen, mijn kinderen en zonder al die inspirerende mensen, dingen en dieren had ik allang de afslag naar de zelfmoord genomen of me overgegeven aan de verloedering.
Ik hoop dat ook u uw innerlijke stem ontdekt, herkent en erkent, dat ook u weer onbeschreven kunt worden als een baby, die conditionering kunt afbreken om een EIGEN invulling te geven aan uzelf en aan uw leven.
Wees niet bang je eigen weg te gaan, pelgrim.
In naam van Jezus Christus van Nazareth,
AMEN...
Ajax zit vastgekoekt aan mijn hart. De club heeft het mooiste logo van alle verenigingen ter wereld, het mooiste shirt en de beste spelers van Nederland voortgebracht. Ajax tracht altijd Braziliaans carnaval na te spelen.
In Eindhoven oogsten ze veel succes met de voetbalvariant op de Engelse wals. Ajax en PSV zijn als de steden waar ze geboren en getogen zijn: Amsterdam is mooi, spannend, Amsterdam swingt, Eindhoven doet het commercieel heel aardig, maar lijkt op een kale lenteboom zonder kleur. Amsterdam bulkt van de historie, Eindhoven is een lelijke, nieuwe stad, een sinaasappel zonder vruchtvlees.
Voor mijn part wordt PSV weer kampioen, Ajax zal nimmer de eretitel van mooiste club verliezen. Sneijder, Van der Vaart, Heitinga, Stekelenburg, Van der Wiel... Ook de huidige Oranje-vloot drijft op Ajax-water. Jaap Stam en Dennis Rommedahl voelen zich niet voor niets meer Ajacied dan PSV-er. Het is geen vergelijking: een lelijke vrouw die goed kan neuken en een bloedmooie vrouw die het net of bijna zo goed kan. Wie kies je?
Alhoewel Ajacied van lichaam en van geest loop ik soms toch warm voor spelers van andere werkgevers, ook van PSV. Affelay is een misselijk ventje, een echte Ajax-hater en Provinciaalminderwaardigheidskukel, maar hij kan de bal aardig raken, al maakt hij dit seizoen een ongelukkige indruk, zowel met als zonder bal. Iets zit hem niet lekker. Ik denk dat hij allang in Madrid of Milaan had willen resideren...
Op dit moment ben ik fan van Feyenoord-defenseur Ron Vlaar. Zijn Vlaarse lange trap en zijn Vlaarse pegelschoten zijn nu al de tepel op de tiet. Typisch Hollandse jongen, die Ron. Het type surveillance-agent: lang, breed, emotieloze, strenge maar toch ontspannen blik, een natuurlijk gezag en aangeboren stabiliteit en overwicht.
Ik zie Vlaar geuniformeerd door de Koopgoot lopen, handen op de rug, lange passen, rustige tred, neus in de lucht. Dat is Ron. Een echte Hollandse agent van de oude stempel. Wedden dat Ron zijn babi pangang eet met Maggi erover? Spaghetti met Hollandse balletjes gehakt? Liefst eet hij spruitjes, zonder ham en kaas, ik weet het zeker. Met een flinke lap vlees. En jus. Dubbelvla na.
Vlaar is de belichaming van de degelijkheid. Geen poespas. Altijd braaf CDA gestemd. Nooit gedacht aan de SP of de PVV, veel te dramatisch voor hem. Ron kiest altijd het veilige midden. Is vast en zeker samen met zijn allereerste jeugdvriendin. Nooit naar een andere meid omgekeken.
De wijze waarop Ron juicht na een doelpunt is zo heerlijk conservatief, zo ouderwets gewoon. Handen worden vuisten, de lange armen gaan gestrekt in de lucht, een klein huppelsprongetje. Geen tattoo geshow. Geen shirtje uittrekken om het wasbordje te tonen aan de geile vrouwelijke fans op de tribune, geen maf dansje, geen duik op een medespeler die op de grond naar lucht ligt te happen. Gewoon staand juichen, 1 aai over het bolletje van een medespeler, geen klef gedoe.
De nuchterheid is zijn verwekker, jazeker. Zo nu en dan een smerige overtreding, maar zijn gezicht verandert dan niet van kleur. Geen overdreven, hypocriete of welgemeende excuses, gewoon even een handje en dan de positie bepalen in de kern van de defensie, zijn bedrijf. Bahia de onderdirecteur, hij de zakelijk leider. Geen samba-trucjes, maar simpele passeerbewegingen, kaarsrechte passes, effectloze schoten. Alles hard, sober, simpel en doeltreffend. Franjeloos en toch heel aanstekelijk.
Ik hou van zijn spel, van dit type speler. Gewoon Jan Smit en Hazes op de iPod, geen R&B of Lady Gaga. Het rood, wit en blauw stroomt door zijn aorta. Op en top Hollandsche jongen. Zonder zeuren teruggekomen van een kutblessure met een lange adem, geen wollige wedstrijdanalyses voor de NOS-microfoon, gewoon zeggen waar het op staat: "We hebben slecht gespeeld." Je hoort het bijna geen trainer of speler meer zeggen, niet op die recht-door-zee-wijze.
Vlaar past helemaal bij de Rotterdamse havenarbeidersmentaliteit. Geen discojongen die een exotische cocktail bestelt en achter andermans wijven aan gaat, maar een tierelantijnloze mouwenopstroper, glaasje prik in de hand voor de borst en op de horloge kijken wanneer hij naar huis kan gaan, naar moeder de vrouw met haar overheerlijke zuurkoolstamppot. Schaatsen als het vriest, visje vangen als het zomert. Caravan aan de trekhaak, lekker uitbollen in Frankrijk.
Gelukkig hebben we nog van dit soort glamourloze goede spelers. Voetballers die de bal over meer dan veertig meter kunnen verplaatsen, die een TomTom aan de bal meegeven die ze hebben verstuurd. Okay, veel stijfsel in de heupen, niet al te wendbaar, maar er zijn ook begenadigde muzikanten die geen nooit kunnen lezen, genoeg zangers die niet kunnen swingen. Ronald Koeman had de draaicirkel van een slagschip, maar hij schopte het toch maar mooi tot Barcelona-held en tot overtuigend Europees Kampioen. Zonde alleen van de PSV-smet op zijn Ajax-blazoen...
Op een gegeven moment gingen al die zogenaamd rasechte Ajax-jongens naar Philips: Lerby, Arnesen, Kieft, Wouters, Kluivert, Koeman. Vanenburg al helemaal. Ik zal het hen nooit vergeven, nooit. Cruyff bij Feyenoord was een heel ander verhaal: dat kwam voort uit wraak, uit een bloedend maar sterk kloppend Ajax-hart. Alleen als je heel veel van iets of iemand houdt, kun je erg gekwetst worden. Ajax heeft J.C. veel te vaak gekwetst, nog steeds. Vorig seizoen was Van Basten de beul van zijn voormalige voetbalvader. Ik zal het San Marco altijd kwalijk blijven nemen. Als apostel moet je niet meer en wijzer menen te zijn dan de Messias himself. Ja, ik ben Marco er zelfs een beetje om gaan haten, de liefde voor hem is een afgevreten kluif, hij heeft Ajax bijna ten gronde gericht, hij had zijn beperkingen van solistische autist en taktische onbenul al in de voorbereiding van het seizoen moeten herkennen.
Maar dan Ron Vlaar. Die zou zoiets nooit hebben gedaan zoals wat Marco onze J.C. flikte, een dolk - vers geslepen - in de rug van de profeet. Die Vlaar is WEL verstandig, die kent zijn plek. Hollandscher kun je onze jongens niet krijgen. Als Ron Engels praat, dan kan een Nederlandsche anglofabeet het nog volgen, want alle Engelse woorden krijgen een Nederlandse jus van Ron.
Ik hoop dat Ron nog lang bij Feyenoord blijft, want die club past hem als een jas. Feyenoord is een mooie club. Ik kan me als Ajacied desondanks levendig voorstellen dat mensen helemaal idolaat zijn van de Kuipvereniging. Dat shirt, dat stadion, de historie, Rotterdam, De Kromme, De Tank, Happel, Mario, helemaal goed. En Ron Vlaar natuurlijk...
Het is toch te gek voor woorden: als mens mag je niet eens meer je eigen keuzes maken! Wouter Bos moet nochtans helemaal zelf weten wanneer hij tabak heeft van de politiek én of hij meer tijd wil spenderen aan en met zijn kinderen. Dat zijn keuze in twijfel wordt getrokken en voer is voor een nationaal mediadebat vind ik het zoveelste voorbeeld van de volmaakte bemoeienis, muggenzifterij en volslagen doorgeslagen discussiecultuur in ons land.
Ik zag dat die ratten 'Pauw & Witteman' - ik krijg een steeds grotere hekel aan die linkse grachtengordelelite van de VARA - er ook al op inspringen en vanavond Rouvoet hebben uitgenodigd om te praten over het combineren van zijn baan en het vaderschap. Rouvoet gebruikt, zoals het een ware christen betaamt, geen kapotje en heeft daarom vijf kinderen. Maar het kan me niks schelen hoe Rouvoet zijn baan en gezinsleven aaneen weet te rijgen. Iedere keuze, iedere behoefte is persoonlijk, individueel. Bos is niet Rouvoet en Eurlings is niet Balkenende.
Bij 'Rondom 10', waar ook al hevig werd gebekvecht over het vertrek van Wouter, zag ik zo'n kwal van een verslaafde ondernemer die zelf zoveel werkt dat hij zijn kinderen alleen ziet als ze 's avonds al in bed liggen. En hij was er nog trots op ook. De lul. Ik hou niet van mensen die hun moraal en leefwijze aan anderen opdringen, de kerk is daar eveneens veel te goed in. Leef je leven, hou je aan je eigen maatstaven, maar verwacht niet van anderen dat ze aan jouw standaard moeten voldoen.
Ook een minister, ook een vice-premier, is maar een mens. Ik kan me voorstellen dat hij eens wat anders wilde. Dit was sowieso het ideale moment. Bos mag bovendien de keuzes maken die hij wil, zeker als het zijn persoonlijke leven aangaat. Hij is immers niet onvervangbaar, niemand is onmisbaar. Cohen is volgens mij een betere politicus en een betere PvdA-leider.
Bij 'Rondom 10' zagen tegenstanders van de PvdA, onder wie een engerd die PVV stemt, hun kans om Wouter en zijn partij te bekritiseren. Zijn vertrek was slechts een stok om mee te slaan. Als je wilt slaan, vind je altijd wel een stuk hout.
Ik werk thuis als freelance journalist en kan er daardoor bijna de gehele dag zijn voor de kinderen. Dat vind ik een groot voorrecht. Mijn belangrijkste taak als mens is het opvoeden van mijn nazaten. Niets gaat boven die plicht, boven die passie. Ik heb zojuist nog een uur lang een heel gesprek gehad met ons zoontje, over hoe hij op dit moment school beleeft. Dat gesprek vind ik tien keer belangrijker dan een interview met Mandela, Balkenende of wie dan ook. Het is mijn kind, mijn verantwoordelijkheid, het is zijn toekomst. Het opvoeden buiten schooluren, laat ik als het even kan niet graag anderen over.
Ik hoop dat Wouter Bos - aan wie geen grote revolutionair, wereldverbeteraar en sociale veranderaar verloren is gegaan - heel veel mooie inhaaltijd met zijn kinderen zal beleven. Het is hem na al die zware jaren in de politiek van harte gegund. Minister en vice-premier zijn, is een tropenbaan. Dan mag je na verloop van tijd op de rem trappen. Te gek voor woorden dat dit in een nationale discussie is uitgemond. Stelletje zeikerds...
Van de hele film heb ik niets gezien. Alleen de eerste minuut, maar die kon me niet boeien. Een onverbiddelijke, ongeduldige amateurrecensent ben ik: als een mens, een boek of een film me niet van meet af aan weet te raken, dan haak ik af en dan keer ik nooit terug. Eenmaal koud word ik nooit meer warm.
Het was in elk geval een rolprent met Sandra Bullock in de hoofdrol. Haar gezicht staat me niet aan. Ze is niet lelijk, niet heel knap, dus ik weet niet wat me zo aan haar uiterlijk irriteert. Of toch. Ik zie een man door haar vrouwelijkheid heen. Misschien kan ik ook wel niet zo goed tegen vrouwen op het witte doek die net niet mooi genoeg zijn of die grappig proberen te doen. Clowneske vrouwen, daar krijg ik de kriebels van. Een vrouw moet kunnen lachen om mijn grappen, maar als ze zelf clownesk begint te doen, dan krijg ik jeuk over al mijn hersenen. Zo onaantrekkelijk!
We zaten op de achterste rij, in een loveseat, een dubbele roodfluwelen stoel, speciaal voor tortelduifjes die in het duister van een filmzaal romantiek gaan verwarren met erotiek. Op den duur eindigt romantiek altijd in erotiek. De mens is gemend door het voortplantingsadagio. Het is de ultieme seksdressuur, speciaal voor mannen. In een vrouw voel je je het dichtst bij de evolutie-eisprong. Zoals je in Afrika Darwin het meest kunt begrijpen. De evolutietheorie bezwangert daar de rode aarde, de hemel, de mensen, alles.
Het leven is een raar fenomeen. De hel kan zomaar losbarsten, individueel en collectief, op kleine en op hele grote schaal. De hemel op aarde moet men toch vooral zélf scheppen. Uiteindelijk eindigt ieders leven in mineur, ieders leven loopt fataal af. De hel op aarde is een ronde, oneindige planeet, de hemel op aarde is een kleine, platte planeet, je valt er altijd weer vanaf. En je tuimelt dan op de hel, het sadistische vangnet.
Problemen komen onaangekondigd, vanzelf, plezier moet je veroveren. Bloed, zweet en tranen. En je verliest altijd weer. Van nature is het leven dus inslecht. Alleen de mens zelf kan er een leuke draai aan trachten te geven, voor zichzelf en voor de ander. Dat zou voldoende motivatie moeten zijn om er met z'n allen wat leuks van te maken. Een aarde zonder mensen zou tamelijk ongeschonden zijn, maar ook saai. Maakten we er evenwel maar wat leukers en beters van.
Als onze kinderen ruzie maken, laat ik hen eerst even begaan en als het te lang duurt, stel ik altijd voor: Jongens, zullen we er gewoon een leuke dag van maken? Negen van de tien keer werkt dat en wordt het een vreedzame, fijne dag. Het leven heeft van nature voldoende gelukspotentie, maar dan moeten wij het wel een beetje sociaal en leuk maken... Kommer en kwel planten zichzelf voort, die raken zwanger van masturbatie. Wij zijn onze eigen geluksvaders en -geluksmoeders, en elkaars geluksvaders en geluksmoeders. En als uiteindelijk toch die duivel toeslaat, wat onvermijdelijk is, dan kunnen we elkaar en onszelf in elk geval troosten. Met eten, met liefde, met vergeving, met muziek, met kunst, met romantiek, met seks, met drank, met ontkenning.
Geilslaven zijn we, vooral als we jong zijn. Met name mannen hebben ook op latere leeftijd moeite om zich te bevrijden van het eeuwige seksjuk. Ze blijven hunkeren naar de mooiste en heetste en ook naar de meest spannende seks. Dikwijls zien ze niet meer in hoe lief, goed en fijn hun eigen vrouw is, dat ze met de neus in de Echte Boter zijn gevallen en dat ze door hun botergeilheid altijd weer op zoek zijn naar een ander kuipje om hun 'neukmes' doorheen te halen. De kracht van de voortplanting houdt ons gevangen. Beheerd door de bestuiving.
De enige echte filmster zat naast me. Ze rook naar mango. Haar gezicht was vertederend lief, als dat van een zoet kind. Ik werd rustig van het knipperen van haar ogen. Lange wimpers zien knipperen, om de paar seconden, is de ideale onthaastingstherapie. Haar benen waren heerlijke volwassen vleesstelten, mokka-achtig van kleur. Ze was veel leuker dan Sandra Bullock.
In de bioscoop begonnen we alras aan onze eigen film. In feite speelt iedereen in z'n eigen film, al is de regie vaak niet, slechts deels in onze handen. Ik begon haar blote benen onder haar Schotse ruiten rokje te strelen. Die benen, daar kreeg ik nooit genoeg van. Ik had ze al een miljard keer gevoeld, maar ze bleven betoverend. Ik had voor de verandering aangenaam warme handen. Ik wist precies waar haar seksknoppen zaten. Ze keek even links en rechts van haar om zich ervan te vergewissen dat we echt alleen in de rij zaten en toen ging haar hand naar de rits van mijn broek.
Ik heb nooit de behoefte gehad om op spannende plekken te neuken, op plekken bijvoorbeeld waar je betrapt kunt worden. De keukentafel of staand onder de douche, dat is me ook allemaal veel teveel gedoe. Het liefst ga ik naakt in bed liggen, zij ook bloot, en dan friemelen totdat zij nat is en ik hard genoeg ben om te naaien. Een betere volkse uitdrukking voor geslachtsgemeenschap is er niet. Het is als naaien, alleen veel leuker dan in een bedompt confectie-atelier. Kinderen maken en ze dan doden met de pil of een condoom is zoveel leuker dan kleren verstellen. Als er geen kleren waren, zouden we veel meer neuken. Of juist minder?
Toen ze mijn slappe geval hard had gewreven, haalde ze Hem uit mijn broek en ging ze op me zitten, met haar rug naar me toe, haar gezicht opgelicht door het luidruchtige, flitsende bioscoopscherm dat niet eens zo groot was. Het witte doek leek meer op een supersize breedbeeltelevisie. Ik stroopte haar heerlijk geurende blommetjesslipje naar beneden, tot net boven haar knieën en duwde Hem in haar. Ze ging op en neer, haar haren dansten in het projectorlicht. Ze bereed me zo geruisloos mogelijk en we trachtten onze adem in te houden als paarden die in het holst van de nacht trachten te ontsnappen aan een dierenbeul. Als iemand teveel opzij keek, stopte ze even en keek ze zo gebiologeerd en onschuldig mogelijk naar Sandra die grappig probeerde te doen. Daarna ging ze weer verder met het allerlekkerste en meest verslavende dat een mens voorhanden heeft, terwijl mijn handen wild over haar dijen en opgezette tepels gingen.
Zoals meestal kwam ik snel. Sneller dan zij kon bijhouden. Onafgemaakt, nog op het toppunt van haar geilheid, kwam ze weer naast me zitten, haar hoofd tegen mijn schouder, met haar blik kroop ze in mijn ogen totdat ze voorbij de spiegels mijn ziel aanraakte. Ik stopte Hem, halfslap en nog spermadruppelend, terug in mijn jeans en trakteerde haar op mijn onoverwinnelijke hand- en spandiensten, totdat ook zij de erotische extase bereikte en voldaan was...
In de pauze zijn we halsoverkop naar huis gegaan, alsof de seksduivel achter ons aan rende met een dodelijke SM-zweep. Geil geworden door deze geile bioscoopervaring deden we het thuis nog eens dikketjes over onder het witte doek...
Meestal kijk ik bij AH, na het doen van de boodschappen, even op het mededelingenbord waarop mensen op kleine stukjes papier, meestal via een haastig handschrift met kraaienpoten, tafels, fietsen en hun schoonmaakdiensten aanbieden. Waarom ik dat doe en dat mededelingenbord napluis, weet ik niet, want ik ben niet van plan een tweedehandsmeubel te kopen of een tuinman in te huren. Het is, denk ik, meer een ritueel, een vaste gewoonte. Je went snel aan de gewenning.
Ditmaal viel mijn radaroog evenwel op een A4-tje met daarop een van de computer uitgeprinte foto van een jonge knul. Vetkuif, blote billenwangen en er puilde leegte uit zijn ogen.
Naast de prent stond met koeienletters geschreven: VERMIST! Daaronder stond in 'Arial vet' een korte tekst. Hoe de vermiste jongen van vijftien heet, dat hij ADHD heeft en autistisch is en dat het thuisfront hem heel erg mist. Iedereen die ook maar een glimp van hem heeft opgevangen, wordt dringend verzocht het onderstaande mobiele nummer te bellen. De jongen was al een week spoorloos. Dat is even slikken, ook al is het een volstrekt onbekende.
Een gevoel van hevige huivering flitste door mijn lijf. Het zal je kind maar wezen! Ligt het joch ergens langs of op een spoorbaan, levenloos? Of heeft hij de trein genomen naar Amsterdam en zwerft hij daar ergens rond? Heeft iemand hem ontvoerd, wordt hij systematisch seksueel misbruikt? Al die gedachten deden als verzonnen geruchten de ronde in mijn hoofd. Afschuw doorkliefde mijn hersenpan.
Ik probeerde iets te voelen, waar de jongen op de foto kon zijn. Ik voelde nochtans helemaal niets. Natuurlijk niet, ik ben niet paranormaal begaafd. Hooggevoelig ben ik wél, maar ik heb nog nooit langs paranormale weg iets door gekregen of het moet zijn dat ik kon raden dat een collega zwanger was. Ik had zo'n voorgevoel, al lang voordat ze het me uiteindelijk vertelde. Maar het kan ook toeval zijn geweest, want ze wilde al geruime tijd een kind.
Toch probeer ik soms mijn paranormale vermogens uit. Dat heb ik overgehouden aan het era waarin ik zo graag helderziend wilde zijn dat ik mezelf wijs maakte dat ik het was. Na een wondergenezing wilde ik graag dezelfde daden kunnen verrichten als mijn wondergenezer, mijn held. Ik stortte me helemaal op het spirituele. Las wel drie boeken per week over het paranormale. De magnetiseurs en paragnosten die ik naderhand bezocht, meenden dat ik paranormale gaven bezit, maar dat zeggen ze tegen vrijwel iedereen, misschien ook wel omdat ieder wezen in zekere mate telepathisch of heldervoelend is. De een wat meer dan de ander. De een bijna helemaal niet, de ander heel erg. En alles wat daar tussen zit aan gradaties.
Ik bestudeerde de foto van de vermiste jongen nog eens aandachtig. Hij keek zombie-achtig, alsof de ziel al uit hem was vertrokken. Ik ging bij mezelf na of ik hem mogelijk ergens gezien kon hebben of over het hoofd heb gezien. Als iemand in nood zit, wil ik meteen helpen, dat is me aangeboren. Of het is al vroeg in mijn leven ontstaan, omdat mijn moeder altijd in nood zat binnen haar huwelijk. Ik wilde haar graag gelukkig maken, verlossen. Daar zal ik die hulpvaardigheid wel aan hebben overgehouden. Het SOS-mannetje. Bel een keer en hij spoedt zich naar het onheil.
Helaas moest ik vaststellen dat ik niet van waarde kon zijn voor de ouders van de spoorloos verdwenen puber. Hij keek op de foto een beetje dommig en naïef, hij leek me het ideale slachtoffer voor mensen die iets kwaads in de zin hebben, die hem meelokken om hem te misbruiken of als slaaf te laten werken. Een goedzak in handen van slechterikken...
Daar stond ik dan met een volle boodschappentas bij Albert Heijn, te staren naar een vermist kind. Wat een leed gaat er schuil achter die noodannonce! Wat zullen zijn ouders en zusje en broertje in de rats zitten, door een onbeschrijflijke hel gaan. En hijzelf dan?! Waar is hij, wat doet hij, leeft hij eigenlijk nog wel? Ik ken die mensen niet, maar ik wou dat ik hun leed kon wegnemen. Kijk, daar heb je het weer, mijn haast organische ambitie om mensen te troosten, te ontlasten, te helpen, mijn wens om Superman te zijn, de held uit te hangen zonder daarvoor beloond te hoeven worden. Ik wil gewoon goed doen, misschien omdat ik als kind zoveel ellende heb gezien en heb gevoeld. Maar ik ben slechts een held op sokken, voor de duvel en zijn kleinzoons doodsbang. Als de dood voor pijn, niet beducht op risico's. Ik hou van zekerheid en ik snak naar avontuur, ook weer zo'n schizofrene paradox. Misschien moet ik het feit omhelzen dat niets zeker is in het leven. Dat is de enige zekerheid.
Niet weten waar je kind uithangt, is vreselijk. Een uur wordt een halve dag, een halve dag wordt gevolgd door een nacht, de morgen brengt geen goed nieuws en de paniek neemt steeds meer toe, op de voet gevolgd door de onrust. Wat verschrikkelijk!
Wij waren onze dochter ook eens kwijt. Drie jaar was ze. Rond gezichtje, lange maantjes, tandjes die op doorkomen stonden. We stonden bij de kassa in dezelfde supermarkt als waar nu de foto hangt van de van de aardbodem verdwenen jongen. Het regende pijpenstelen en ik zei daarom tegen mijn vrouw dat ik alvast de auto zou gaan halen en zou voorrijden, zodat we niet met de loodzware boodschappen door het halve en verregende dorp hoefden te sjouwen. Ik spurtte naar buiten. Daar was het kermis. Ik haat kermissen. Alleen de botsauto's vind ik leuk. Ik rijd liever in een botsauto dan in een gewone echte auto. Kun je lekker botsen zonder nadelige gevolgen, zonder schadeclaims, verzekeringswerk, ruzie met de andere partij en schade aan je kilometervreter.
Met de jas half over mijn hoofd sprintte ik naar de auto die ongeveer een halve kilometer verderop stond. Buiten adem was ik. Ik ren zelden. Mijn benen zijn niet gemaakt op rennen. Ik heb fietsbenen, maar geen renbenen. Mijn dijen blokkeren snel als ik ren, mijn kuiten worden zwaar, mijn voeten protesteren en mijn longen slaan rap het zuurstofalarm. Ik ben een sierpaard, geen renpaard. Ik loop alleen marathons die zijn ingekort tot een halve kilometer.
Ruitenwissers aan en rijden maar. De snelste stand van de ruitencleaners was niet eens voldoende om de overvloedige regen van de raam te vegen en me een goed zicht te gunnen. Pokkenweer. Hoort bij de Nederlandse folklore.
Ik zag mijn vrouw naar buiten komen, maar zonder onze dochter. Sarinah was toch bij haar gebleven? Een overweldigend gevoel van paniek overmeesterde me, ik stapte met bonzend hart uit de Japanner, merkte de regen niet eens meer op en ik riep naar mijn vrouw waar onze dochter was. Haar ogen werden tien keer zo groot van schrik. Ze bleef stokstijf staan, alsof ze staande dood was.
Sarinah was volgens mijn vrouw achter mij aan gerend, had ik haar dan niet gezien? Vanaf dat moment leek het alsof de hele wereld om me heen draaide als een op hol geslagen caroussel. De geluiden van de kermis leken te verstommen. Ik rende over het marktplein, langs de kermisattracties, en riep haar naam, droge tranen huilend, gekidnapt door paniek, een dikke snik in mijn stem.
Ik schreeuwde zo hard ik kon en probeerde mijn ogen te verdubbelen, alle hoekjes en gaatjes af te speuren op dat drukke plein. Ik kan hard schreeuwen. Ik sta bekend om mijn harde stem. Die stem maakte me geliefd bij meester Ruiten in de tweede klas van de lagere school. Hij vond het een genot om naar mij te luisteren als ik voorlas, zei hij. Ik was de enige leerling die luid en duidelijk sprak, die niet mompelde, die niet bang was om te performen. Maar mijn barse stem heeft ook wel eens de levenspartner van een vriend gewekt toen ik hem 's morgens in alle vroegte ophaalde om te gaan tennissen. Zijn vriendin had net een zware nachtdienst achter de rug. Ze werd veel te vroeg wakker door mij. Sindsdien heeft ze een hekel aan me. Beetje flauw, maar zo kan het gaan. Eén nare ervaring kan bepalend zijn voor iemands levenslange (voor)oordeel. Ik weet nog dat drie Italiaanse vrienden van mijn zussen bang voor me waren toen ze na een nachtje logeren naar beneden gingen en op de trap van ons ouderlijk huis mijn stem hoorden vanuit de keuken. Ze beefden volgens mijn zussen als een rietje en twijfelden of ze wel naar beneden durfden te gaan, mij onder ogen durfden te komen. Het spaghettivretende drietal had verwacht dat een barbaarse bullebak bij die stem hoorde, maar ze werden eenmaal in de keuken verrast door een verlegen, blozend pubertje. Ik weet niet waarom ik zo hard praat. Het zit in me. Ik geef ook harde knuffels. Ik heb alleen geen harde erecties.
Het waren de tien langste en meest angstaanjagende minuten van mijn leven dat we effectloos over het kermisplein renden en onze dochter niet konden vinden. De meest vreselijke scenario's schoten als laserkogels door me heen. Misschien had iemand haar ontvoerd en zou ze misbruikt worden. Wellicht zagen we haar nooit meer. Misschien was ze ondere en auto gekomen! Ik wist zeker dat ik dan zelfmoord zou plegen. Dat kan niet bovenop die berg met ellende. Dat zou teveel zijn. Ik kan veel aan, maar er moet niets onoverkomelijk ergs gebeuren met mijn vrouw of kinderen, dan explodeer ik, dan eindig ik in finale puin.
Gelukkig zag ik dochtertjelief plotseling zitten, in een auto langs de kant van de weg naast het plein. De bestuurder had zijn deur opengezwaaid en zwaaide naar ons. De man had zich ontfermd over Sarinah die wanhopig en verlaten op het marktplein had staan huilen, omdat ik er als een speer vandoor was gegaan. Ik voelde me schuldig, natuurlijk. Ik moest steeds denken aan hoe ons kind achter me aan was gerend door de geselende regen. Ze kon me niet bijhouden en uiteindelijk was ik helemaal uit het zicht verdwenen. Waarom deed papa dat nou? Waarom liep hij zo hard weg? Paniek. Onmacht. Wanhoop. Tranen...
We spraken af dat we voortaan beter op ons kind zouden letten en duidelijke afspraken moesten maken als we ons zouden opsplitsen. Mijn vrouw was er vanuit gegaan dat Sarinah met mij meeging en dat ik dat wist en ik veronderstelde dat onze dochter in de supermarkt zou blijven met haar mama. Een stom misverstand.
Ik heb dus gedurende tien minuutjes gevoeld wat de ouders van die vermiste jongen nu al zeven dagen moeten doorstaan. Hoe overleeft je hart zoiets? Hoe trekken je zenuwen dat? Wat een ellende! Wat een hopeloosheid. Wat een spanningen. Waarom is zoiets mogelijk?
Eenmaal thuis heb ik mijn kinderen eens extra geknuffeld. Ze wisten en begrepen niet waarom ik moest huilen...
Nadat mijn zoontje van 10 en ik op straat hadden gevoetbald en stoeprandje hadden gedaan (10-8 voor mij) nestelde ik me vermoeid maar voldaan op het blauwe, gammele bankje naast de voordeur van ons huis. De reeds warme winterzon scheen recht op mijn hoofd. Dit was het warmste plekje van Limburg. Alsof de warmtestralen van de koperen ploert door een trechter werden geleid die uitmondde op mijn gelaat. Een heerlijke warmtemassage. Ik werd ontspannen en begon te spinnen als een kat die net een bak verse vis heeft verorberd.
Ik vind het leuk om met mijn zoontje te spelen, en hij geniet ervan om gezamenlijk te sporten. Af en toe kijken we samen naar het voetballen op tv, dan maken we er een mannenavondje van met koekjes en chips. Meestal liggen we tijdens de tweede helft allebei te snurken en schiet ik wakker van de wekker in mezelf. Met je geest zet je de wekker, je stelt je innerlijke klok in op een bepaalde alarmtijd.
Het is als kind extra leuk om iets met een volwassene te doen die je graag mag. Mijn opa uit Limburg, mijn held, deed nooit iets met mij. Hij haalde wél iedere zondag, aan het einde van het familiebezoek, een stuk pure, mierzoete chocolade uit een lade van zijn bureautje. Ik lustte toen nog geen pure chocolade, maar dat heb ik nooit verteld, omdat opa altijd zo glunderde als hij me het zoete reepje gaf. Met afkeer at ik het snoepgoed op.
Eén keer heeft opa me evenwel meegenomen op zijn olieboot. Niet dat ik ervan genoot. Ik kon en kan niet zwemmen en was bang voor water, in het zwembad en op de rechtlijnige Maas. En ik was bevreesd dat het schipje zou kapseizen, ook al waren de golven mild. Ik ben altijd bang voor een ongeluk, bij alles wat ik doe. Of ik nu in de auto zit, in de bus, in het vliegtuig of op een schip. Vooral als anderen sturen en ik het heft letterlijk niet zelf in handen heb. Ik heb dus moeite om de controle uit handen te geven, een eigenschap waardoor ik me moeilijk kan overgeven, aan bijvoorbeeld ontspanning.
Ik mocht van opa sturen, terwijl hij in het laadruim ging schuimen en dus helemaal uit beeld verdween. Ik vond het doodeng en was doodsbang dat ik een stuurfout zou maken, dat er ineens een andere boot zou opdoemen en dat ik brokken zou maken. Natuurlijk liep het goed af. Achteraf was ik apetrots dat ik had mogen sturen. Achteraf vond ik het een geweldig avontuur.
Terug naar het bankje in de zon. Ik vroeg aan mijn jongste kind of hij warme chocolademelk voor me wilde maken, met slagroom. Chocolademelk zonder slagroom is als een vrouw zonder borsten. Een lekkerdere troostdrank en genotdrank dan warme cacao bestaat er niet. Cacao maakt bovendien gelukkig en stemt tevreden. Het is een vloeibare psychiater.
Zoonlief speelt graag voor kok en voor obertje. Hij had heel veel zin om me te bedienen. Mijn verzoek was voor hem haast een traktatie. Een paar minuten later kwam het lieve kereltje enthousiast aanzetten met een uitpuilende mok warme chocolademelk met een flinke dot slagroom. Hij had er een schaaltje met verscheidene koekjes bij gedaan, voor ieder drie. Natuurlijk nam hij zelf ook warme chocolademelk met slagroom.
Daar zaten we dan: met z'n tweetjes op een zonovergoten bankje, nippend aan onze hete godendrank. Het was winter, de zon scheen en we hadden leuk gespeeld. We waren gelukkig. Samen gelukkig en gelukkig samen...
Ik hou van hem.
Als je met het vliegtuig aankomt in de Ecuadoreaanse hoofdstad Quito, dan weet je niet wat je meemaakt. De aluminiumvogel landt midden in de stad, vlak langs de huizen. De vleugels van de robotadelaar scheren rakelings langs daken en ramen van belendende panden. Alsof de landingsbaan in een hoofdstraat van een drukke stad is gesitueerd. Feitelijk is dat ook zo!
Het was onze eerste en vooralsnog enige keer in Zuid-Amerika, het continent van mijn gedroomde helden, de indianen. Indianen waren altijd de underdog, want hun land werd hen afgepakt en ze moesten zich met pijl en boog verweren tegen de lange geweren van de cowboys. Een ongelijke strijd...
Ecuador, zonder een bezoek aan de Galapagos-eilanden, geldt onder Europeanen niet als een topbestemming in Latijns-Amerika, maar we hebben er volop genoten van de veelzijdigheid aan natuur, van de Spaanse koloniale bouwpracht in Cuenca en het oude Quito en van de aardige, haast nederige mensen die geruisloos over straat sjokken. Sinds Ecuador heb ik zin in Bolivia, Chili en Peru, de kersen op de Andestaart.
Guayaquil is de grootste stad van de republiek die veel dictatoriale regimes heeft gekend en die talrijke Indiaanse volkeren telt. Guayaquil is een vrij moderne stad, heel levendig. Ik weet nog dat het er stikte van de hoeren, pleziermeisjes. Nergens elders ter wereld heb ik op een te overziene oppervlakte zoveel hoeren gezien als daar. Mooie vrouwen, lieve meisjes. Voor hen is het bed de enige geldkraan, hun gat hun enige bron van inkomsten. Neem het hen maar eens kwalijk. Je gaat toch niet in een bananenfabriek werken voor veel minder geld en met meer kans op een dodelijke infectieziekte?!
Ik weet nog dat we er pollo gingen eten in een restaurant met plastic stoeltjes en tafeltjes. De inrichting was nog goedkoper dan het menu. Er stond alleen kip op de kaart en nog een paar andere gerechten. Het schemerde al en de drukke stad werd alleen maar beziger. Het is een ADHD-plek. Er zit altijd tamtam in de lucht van Guayaquil. Voortdurend heb je er het gevoel dat er iets kan gaan gebeuren dat verrast of waar je van opschrikt. Een broeierig sfeertje, niet perse onaangenaam.
In dat restaurant zaten we geen seconde ontspannen, want tegenover ons zat een jonge, rauwe militair met stoppeltjeshaar en een pokdalige huid. Hij had een gemene blik in zijn ogen en hield zijn legerpet op tijdens het machoverorberen van zijn chili con carne. Onafgebroken keek de jongeman ons intimiderend aan, zonder ook maar een oogwenk weg te kijken. Voor hem op tafel had hij zijn pistool gelegd, waarschijnlijk geladen. Ik had het gevoel dat de jonge soldaat, als we ook maar een beetje verkeerd of te lang naar hem keken, ieder moment zijn blaffer kon pakken om ons overhoop te schieten.
Niemand zou er wat van hebben gezegd. De militair zou rustig zijn opgestaan, zijn legerjasje in slow-motion hebben aangetrokken en zonder af te rekenen met het serveerstertje zijn vertrokken. Soldaten eten gratis. De serveerster zou onze passen hebben gestolen en ons naar buiten hebben gerold, misschien met behulp van haar vriendje. Misschien zouden we nog een paar uur daar voor de drempel van het restuarant hebben gelegen, totdat een plichtsgetrouwe politieman ons vond en werk zou maken van onze dood, zonder evenwel de dader te willen achterhalen. Niemand kijkt daar nog op van een moord. Het oplossen van een misdrijf, ach, daar is het veel te warm voor. Geef nog een banaan, geef nog een verse ananassap.
Ik heb het al als er een politiewagen achter me rijdt. dan word ik ongedurig, nerveus. Ik weet dat ik niks heb uitgespookt en dat de luxeflikken geen reden hebben om me aan te houden, maar toch heb ik het er dan niet op. Ik word overspannen van uniformen. Ik scheet dan ook alle kleuren van de regenboog in mijn broek toen die jonge soldaat in het restaurant aan een tafeltje tegenover ons zat, met zijn kogelwapen naast zijn bord. Ik weet bij God niet of de kip die we hadden besteld lekker was of niet. Het dier had naar rottend vuilnis kunnen smaken en dan nog had ik het niet geproeft...
"Als je de kerk niet betaalt, kom je in de hel!"
Het duivelse zootje van de kerk
Mijn schoonvader vertelde dat de broeders van St. Ludwig in Vlodrop-Station, Midden-Limburg, een of een paar keer per jaar langs de huzien gingen en dan geld en eten eisten. De moeder van mijn schoonvader was streng-katholiek, maar ook doodsbang voor de intimiderende broeders die lieten blijken dat het not-done was om niks te geven.
De broeders dreigden met hel en verdoemenis, een ideaal machtsmiddel jegens godvrezende mensen die maar wat graag een beter en eeuwig leven wensen in de hemel, want de dood schrikt bijna iedereen van alles het meeste af, terwijl er eigenlijk niets aan de hand was voordat we werden verwekt. De angst voor het niets is dus feitelijk volledig ongegrond. Maar ja, gevoel is bijna nooit feitelijk...
Mijn schoonvader vertelde ook dat de pastoor geregeld bij zijn ouders over de vloer kwam om te smeken om meer kinderen, want twee zoons, dat was toch wat aan de karige kant. Met andere woorden: zijn ouders werden door de zogenaamd celibatair levende kanselspreker aangemoedigd te neuken om het aantal leden van de katholieke kerk omhoog te schroeven en de kerk daarmee nog machtiger te maken.
Macht en machtsmisbruik zijn niet door de mens zelf uitgevonden, het zit in onze dierlijke genen, maar het is toch triest dat de kerk altijd een ouderwets, hypocriet en geldbelust machtsbolwerk is gebleven, al moeten we niet vergeten dat er ook heel veel christenen zijn die, gemotiveerd door het geloof, vreselijk goeie en lieve dingen doen. Niet-christenen, gemotiveerd door hun goede hart, echter ook.
Wat mijn schoonvader nog vertelde, was dat de pastoor het verbood om in een PvdA-blad te lezen. Dan kwam je in de hel! Je moest op een christelijke partij stemmen, anders zou je eeuwig branden aan de voeten van de duivel! Arme schoonvader, met zijn communistische ideeën, haha!
Tegenwoordig zijn er nog steeds heel veel mensen in ons land die altijd en eeuwig, blindelings, op de SGP, de CU en het CDA stemmen, vanwege het zogenaamd christelijke karakter van die partijen. Het geloof in God gaat voor een sociale samenleving. De wens in de hemel te komen, gaat boven sociale rechtvaardigheid. Dat de SP de meest christelijke politiek bedrijft (opkomen voor de zwakkeren, streven naar gelijkheid en kleinschaligheid), doet er voor die mensen niet toe, want je bent alleen een goed mens als je gelooft.
Ook nu, met die ontuchtzaken, zie je dat de bisschoppen alleen maar denken aan en bezig zijn met het imago van de katholieke kerk. Dat is hun enige motivatie om mooie woorden te spreken richting slachtoffers. Walgelijk.
Ondertussen is in de kerk geen discussie mogelijk over de beperkingen van het celibaat en over seksuele geaardheid. Het blijft een Middeleeuwse troep. Ik ben heel blij dat ik me ooit heb laten uitschrijven als lid van die bende, want ik wil daar helemaal niks mee te maken hebben. Geloven kun je eventueel ook thuis, op de pot, in bed, voor de tv. Bidden kun je thuis, de bijbel lezen in de tram.
Je hebt de kerk niet nodig. De kerk heeft (het geld van) mensen nodig!
En hoeveel kerken zijn er in de wereld wel niet oneerbiedig gebouwd op de resten van een moskee? Hoeveel indianen zijn onder dwang wel niet bekeerd? Hoeveel natuurspiritualiteit is er wel niet verloren gegaan door de zendingsdrang van die kerkpooiers? Mag ik effe braken, ja?
Ik heb begrip voor de pedopaters
ik heb begrip voor pedofiele paters en andere zieke geesten
Mijn spirituele zelf kan in een spirituele bui voor een ieder begrip opbrengen. Dat begrip is de bakermat van de vergevingsgezindheid. Een dergelijk invoelingsvermogen heeft overigens ook met zelfkennis te maken. Er zit een dader en een slachtoffer in me, in een ieder.
Het hele scala aan slechte en goede mogelijkheden van wat een mens kan aan- en uitrichten zit in me, in iedereen, zij het dat ik met mijn enorme geweten en getrainde zelfbeheersing het kwade redelijk goed kan bedwingen.
Ik heb ook wel eens moordneigingen en zelfmoordgevoelens en -gedachten gehad. Ik heb ook wel eens een impulsieve neiging tot aanranding en seksueel machtsmisbruik gevoeld, al was het alleen maar een korte, lichte aandrang of een fantasie. Ik ben ook wel eens een beetje opgewonden geraakt van een klein handje per toeval en per ongeluk op mijn gebroekte piemel, van een klein meisje in een kort rokje. Ik weet hoe ontzettend sterk en overheersend seksuele verlangens kunnen zijn, hoe desastreus seksuele frustraties kunnen wezen. We hebben het allemaal niet zelf bedacht, uitgevonden, het bestaat, het is mogelijk. Blame it on Life!
Ja, ik weet hoe het is om in overspannen toestand de controle over je woede te verliezen, ik weet hoe gekmakende en haatvolle jaloezie en afgunst voelen, ik heb ook wel eens gefantaseerd over een snelle drugsdeal en over het runnen van een sekstent die me rap schatrijk en dus financieel onafhankelijk zouden kunnen maken, ik heb ook wel eens de neiging gehad om een geldwagen te overvallen, al was het maar een hele korte gedachte. Ik bedoel maar...
Okay, ik heb ook ontwikkelingswerk willen doen, de wereld willen verbeteren, pleegkinderen in huis willen nemen. Ook alle goede mogelijkheden zitten in een ieder. Je bent half duivel, duivel engel. Dat is wat de mens is en bij sommigen is de duivel sterker en bij sommigen de engel en bij anderen is het in evenwicht. Soms is een beetje duivelsheid nodig. Ons zoontje is heel kwetsbaar omdat hij zo enorm gevoelig is, maar hij kan ook erg egocentrisch en egoïstisch zijn, maar dat is zijn redding, die eigenschappen zullen hem nog van pas komen ter zelfprotectie.
Als je door een samenloop van omstandigheden, teveel tegenslagen, door de chemische fabriek in je kop, door de haat en teleurstellingen in je bloed net aan de verkeerde kant zit van je geweten, dan ben je tot alles wat slecht is in staat. Geen mens heeft die slechte of de goede dingen uitgevonden, ze bestaan gewoon, ze zijn mogelijk, ze zijn menselijk.
Ik ben dader en slachtoffer. Dus in principe kan mijn spirituele zelf voor iedereen begrip opbrengen, want niets menselijks is mij vreemd, ook de duivelse kant niet, al heb ik nooit iets gedaan wat echt slecht is, of het moet zijn dat ik als kind mijn klasgenootje Edward vreselijk heb gepest. Veel spijt van.
Maar in een spirituele, heldere bui ben ik tot vergeving van een ieder en van mezelf in staat. Doch helaas, ik besta niet alleen maar uit spirituele energie. Niemand. Mijn aardse, lichamelijke zelf wil soms zoete wraak, voelt haat, eist de doodstraf en verklaart al die slechterikken en al die zieke geesten voor gek.
Zie daar maar eens de middenweg tussen te vinden. De balans tussen de tegenstellingen, ook in onszelf, is nooit statisch, die blijft bewegen en schommelen. Dat maakt leven nou net zo moeilijk. Dat maakt keuzes maken en beslissingen nemen zo lastig, alsmede oordelen, vergeven en veroordelen. Het is allemaal niet zwart-wit. Alles zit vol nuance. Duizenden kleurschakeringen, miljoenen tinten grijs. Leven=beweging, voortdurende beweging en dus verandering. Stilstand= de dood.
Als je met je spirituele zelf de daders kunt begrijpen en enigszins kunt vergeven, dan ben je al een heel eind. Die vergeving mag je ook uitspreken naar en laten voelen aan de dader of aan jezelf als jezelf de dader bent. Maar die vergeving houdt niet in dat die daders hun straf moeten ontlopen, dat hen geen lesje geleerd moet worden en dat je hun daden tegelijkertijd niet zou moeten verwensen...
Ik heb begrip voor de pedopaters die zich vergrepen en vergrijpen aan kleine jongetjes, omdat ze helemaal opgeslokt werden door lust, erotische frustraties en onderdrukte verlangens. Ik kan begrijpen dat ze de controle over hun geweten en over zichzelf verloren, want lust kan zo verschrikkelijk hypnotiseren. Het is allemaal mogelijk en niets wat mogelijk is, is door de mens zelf verzonnen.
Ik begrijp de homo die kwaad is dat hij geen hostie mag halen, ik begrijp nochtans ook de pastoor die vast wil houden aan zijn religieuze overtuiging op basis van zijn goeroeboek en zijn interpretatie van zogenaamd heilige teksten. We zoeken allemaal overtuiging, spirituele houvast en dan is het soms makkelijker om je helemaal over te geven aan een goeroe of denkbeeld.
Ik kan Wilders begrijpen die de Moslims zat is en ik kan de Moslims begrijpen die besnijden en die eerwraak plegen. Ik keur het af, ik ben er niet blij mee, maar ik kan het begrijpen. Want ook ik heb een zekere onverdraagzaamheid in me, ook ik heb starre ideeën, ook ik heb wel eens bekrompen overtuigingen gehad, ook ik voel wel eens afkeer van een heel volk of van een groep mensen.
Het is allemaal mogelijk, en we zijn gewoonweg niet allemaal even goed, even zuiver, even gewetensvol, even voorzichtig, even genuanceerd, even ontwikkeld, even beschaafd. Veel ontstaat door een toevallige samenloop van omstandigheden, we dienen continu te improviseren en hoe vaak lopen we wel niet achter de feiten aan, om maar eens een uitgekauwde voetbaluitdrukking te gebruiken? We hebben onszelf en onze levensloop allemaal niet gemaakt, zeker niet in het begin van ons bestaan en laat dat begin nou net het fundament zijn van ieders leven en karakter.
Dus ja, wat moet je nou? Hoezo vrije wil? Je hebt niet gekozen voor je karakter, voor je milieu, voor je uiterlijk, voor je gezondheid, voor je ziekten, voor je talenten, voor je geboortestreek, voor je tekortkomingen, voor je biochemische proces, voor je kansen, voor je opvoeding, voor je ouders, voor je leven, voor je geboorte, voor je frustraties, voor de mate van je geweten, voor je leed, voor je daders.
Wat nou vrije wil? Die is er wel, maar veel beperkter dan wij willen weten. Wij geloven tegenwoordig in de maakbare mens... Zo dom...
Maar als we nou eens inzien dat we allemaal ook de ander zijn? Zou dat schelen? Als we zouden inzien dat we allemaal alle goede en slechte mogelijkheden in ons hebben, dat we allemaal MAAR mens zijn, niet gemaakt naar eigen wens en voorbeeld. Zou dat schelen in hoe we over elkaar denken en hoe we met elkaar omgaan?
Ik weet wél dat alles en iedereen met elkaar is verbonden. De steen in de rivier wordt geslepen door het water en het water wordt door die steen een andere kant opgeduwd. Ik zie een boer zijn land bewerken en de vogels pikken dankbaar pieren uit het omgeploegde zand, ik zie een schip varen en de meeuwen komen af op de stroming... Alles en iedereen, iedereen is met elkaar verbonden, we vormen een eenheid die uit elkaar spat van diversiteit en we oefenen invloed uit op onszelf en op elkaar, een constante uitwisseling...
AMEN.
P.S.: Je hoopt hoe dan ook dat het goede individueel en collectief groeit en het kwaad slinkt, dat de wijzen gaan heersen en de dommen de gewetensvollen moeten gehoorzamen... Dat dan weer wel...
Ik ben haar met piemel.
Zij is met met borsten.
We zijn elkaar...
Ik ben de verre neef van de VK Blog-familie
het muurbloempje van het vk-blog
Onderhand beginnen de bloggers hier één grote familie te worden, met af en toe pittige familieruzies en familievetes. Zo hier en daar tref je het zwarte schaap aan van de bloggersbloedverwanten. Maar over het algemeen komen de familieleden frequent, bijna dagelijks, bij elkaar op bezoek om even digitaal bij te 'kletsen' en van gedachten te wisselen. Internet is in dat opzicht een fantastische uitvinding. Als je het medium niet misbruikt, is het geweldig. Maar dat geldt voor alle dingen in het leven: ga er goed mee om en je kunt er veel plezier aan beleven.
Wat is mijn plaats binnen de hechte maar soms ook vijandige VK Blog-familie? Eigenlijk ben ik te beschouwen als de verre neef over wie je van alles hoort, maar die je nooit spreekt. Ik sta immers geen hapslikwegreacties (meer) toe en dat bevalt uitstekend. Geen lui meer die me even snel wensen te beledigen, die alles in twijfel trekken, die de betweter menen te moeten uithangen of die een nietszeggend complimentje achterlaten in de hoop dat ik wat terugbrief.
Mensen die mij echt iets te melden hebben, weten me wel te vinden, die doen moeite om me te contacteren. Maar ik ben dus toch de verre neef die ontbreekt op alle familiebijeenkomsten. Sommige andere familieleden lezen wel zijn (=mijn) artikelen, maar hij is een bloedverwant die er niet bij wil horen en er dus ook niet bij hoort.
De massa is een spiegel voor mij en ik kan de massa een spiegeltje voor houden, juist door de afstand die er bestaat en die ik bewust in stand wil houden. Meestal slaat de massa rechtsaf, terwijl mijn eigen weg spontaan naar links gaat. Maar zodra ik merk dat de massa toevallig ook naar links gaat, dan word ik kregelig en dientengevolge spookrijder. Ik hou niet van de massa, ik ontwijk overal en altijd de massa en ik ga tegen de massa in. Maar ik lijk hier en daar sprekend op die massa. Immers, niks menselijks is me vreemd.
Afstandelijkheid hoort een beetje bij een rasechte Waterman: vriendelijk maar afstandelijk. Ook op het VK-Blog wil ik geen vrienden. Ik schrijf met hart en ziel, dat is mijn passie, maar ik heb bitter weinig behoefte aan digitaal socializen en al zeker niet met mensen die ik nooit heb geroken, gezien, gehoord, gesproken.
Ik heb sowieso genoeg aan het contact met mijn vrouw en kinderen en met mijn moeder en twee lieve zussen (en hun gezin). Voor de rest teer ik op vluchtige maar vriendelijke kennismakingen met de kassajuffrouw in de winkel, de bibliotheekmevrouw en de garagehouder. Ik maak graag een praatje met een vreemdeling, helemaal eenkennig ben ik niet.
Ik ben wel een vat vol tegenstrijdigheden en de koning van de veelzijdigheid en de afwisseling. De hier zeer populaire Paco Painter behandelt soms dezelfde onderwerpen als ik, volgens mij kijkt hij ook veelvuldig tv. En als je dat doet, ja, dan heeft dat toch effect op je leven. Je geest is als een spons die alles opzuigt wat je ziet, hoort en voelt. En die spons knijpen we mede op dit VK-Blog leeg.
Als ik blog, dan uit ik me en ja, dikwijls uit ik dan vooral mijn frustraties en grieven, maar ook wel eens mijn bewondering, fanatsie, lusten en humor. Maar toch veel grieven. Veel mensen denken daarom dat ik de godganse dag depressief, humorloos, ziek en ongelukkig loop te wezen, maar dat valt reuze mee. Als ik niet blog en niet mijn ziel schoon maak, ben ik uitermate constructief en positief bezig, gewoon bezig met werken, met leuke dingen doen, met genieten van het gezin, van schoonheid, van muziek, van stilte en van de natuur.
Er zijn mensen die het leuk vinden om over die alledaagse, zonnige ditjes en datjes te berichten en dat is ook heel goed en waardevol, maar als ik voor de computer plaatsneem, dan sta ik in directe verbinding met wat me heel diep van binnen bezighoudt, met wat ik werkelijk vind en voel. De rest, het dagelijkse leven, is allemaal oppervlakkig en heel nuttig toneelspel, troost, afleiding, verstrooing, amusement. Maar als ik computer, dan heb ik een korte en directe lijn met De Waarheid, met Mijn Waarheid.
Ik probeer evenwel steeds vaker mijn zorgen thuis te laten als ik ga wandelen of thuis op de bank zit. Ik tracht met steeds meer succes om alles eens even van me af te zetten, te stoppen met malen, elke dag vakantie te nemen en de dag te plukken: geen zorgen voor morgen, morgen bestaat nog niet eens.
Ik heb als hooggevoelig persoon de neiging nogal veel te voelen en veel na te denken over mijn problemen, weliswaar meestal op een positieve manier (= oplossingen bedenken, de oorsprong van de problemen analyseren), maar het is toch niet de juiste manier. Navelstaren kan nuttig zijn, maar niet teveel. Overal waar 'te' voor staat, is fataal, behalve bij het woord tevreden. Het lukt me steeds vaker om mijn hoofd en hart leeg te maken, open te staan voor het goede, voor het mooie, voor de stilte, voor de rust. Maar die uitlaatklep blijf ik nodig hebben. Af en toe moet ik zonder zelfcensuur en zonder schaamte mijn hart luchten. Dat lucht op!
Zo, nu weten jullie toch weer iets meer over jullie verre neef die nooit eens gezellig meekeuvelt en die niet open staat voor al die reacties en het respons en die vrijwel niet meedoet aan het af- en aanbevelen. Toch krijg ik soms, via het mailblad, hele warme en waardevolle reacties van collegabloggers en die antwoorden doen me echt wat, die vergeet ik niet.
Ik moet nochtans eerlijk toegeven dat ik weinig stukken van andere bloggers lees. Ik schrijf liever dan dat ik lees. Bovendien gaat mijn energie op aan de kinderen, aan leuke uitstapjes met vrouwlief en aan mijn tv-genot. Ja, het komt dus echt maar van 1 kant. Die verre neef toch...
Ik heb mijn laatste rustplaats gevonden...
mijn laatste rustplaats op een natuurbegraafplaats
Soms wil ik gewoon dood en dood-zijn, ontsnappen aan de jengelende levenspijn. Op andere momenten, periodes of dagen ben ik dankbaar voor het leven en kan ik van alle natuuruitingen genieten en voel ik me sterk.
Maar als ik over begraafplaatsen loop, dan voel ik me daar meestal meer thuis dan in het echte leven en ook meer op m'n gemak. Soms verkeer ik liever tussen de doden dan tussen de levenden. Mijn behoefte aan alleen-zijn wordt trouwens steeds groter, ook thuis.
Ik word bovendien alsmaar hooggevoeliger. Hooggevoeligheid is een aanleg die versterkt kan worden door bijvoorbeeld tegenslagen en stress. Door de toename van mijn hooggevoeligheid vind ik het steeds moeilijker om te functioneren, ik heb nog geen standvastige modus gevonden om er goed mee om te gaan.
Eigenlijk voel ik me opgebrand, ramoverspannen, uitgeblust, moedeloos en stervenslustig. Ik vind het leven gewoonweg te moeilijk, te pijnlijk. Tussen wat ik wil en wat moet, zit een onmetelijke kloof. Zoveel tegenzin...
Mijn lichaam doet voortdurend raar, die angsten willen van geen wijken weten en mijn verleden blijft me achtervolgen, de pas afsnijden en inhalen. Misschien ook wel omdat mijn ouders nooit spontaan 'sorry' hebben gezegd, niet erkennen hoe verschrikkelijk mijn jeugd door hun oorlog is geweest. Volwassenen die als kind zijn misbruikt, hunkeren naar erkenning, naar een postume schuldverklaring, maar mijn ouders.... Ach, laat ik daar maar over zwijgen. Ze zijn geen steek veranderd, als mens geen centimeter gegroeid. Ze zijn gekrompen. En toch hou ik van hen.
Op de natuurbegraafplaats in St. Odiliënberg voel ik me hoe dan ook erg thuis. De doden liggen er begraven in het bos. Dat spreekt me erg aan. We zijn allen een recept van de natuur, vandaar.
Vanmorgen nam ik plaats op een natuurhouten bankje bij het graf van een meisje, Jolande (*gefingeerde naam uit privacy-overwegingen), dat slechts zes jaar is geworden. Opeens kreeg ik woorden in mijn hoofd van een levendige, vrolijke, kinderlijke geest/energie.
"Leuk dat je bij me komt kijken," schoot het door mijn hoofd. Waarschijnlijk een fantasme van mijn altijd ploeterende brein, of misschien toch de aanwezigheid van de eventuele geest/energie van het gestorven kind?
Plotseling zag ik voor mijn geestesoog een meisje in een soort lichtblauwe tutu, met een bonte sjaal rondom haar heupen. Donkerblonde/bruine haren, een mollig middel, een olijk gezichtje met grote, blije ogen. "Kijk eens hoe ik kan dansen," zei het meisje tegen me. "Kijk nou! waarom kijk je niet? Kijk nou!" Met een glimlach op haar gezicht maakte het meisje een pirouette. En nog een, en nog een. trots als een pauw op haar dansprestatie.
Ik wist me hier geen raad mee. Was ik nou gewoon aan het fantaseren of zelfs aan het hallucineren? Ik besloot mijn wandeling over de begraafplaats voort te zetten en ik werd steeds enthousiaster. Ja, zo wil ik ook eeuwig rusten, lekker in het bos. Liefst tussen dode kinderen. Ik heb altijd meer van kinderen gehouden dan van grote mensen. Als tiener speelde ik op familiebijeenkomsten met de kleinere neefjes en nichtjes. Ik vind kinderen, als ze lief zijn, heel vertederend, zoals een babypoesje. Je hebt natuurlijk ook vervelende, stomme, te drukke kinderen, die haat ik dan.
Maar aangezien ik weiger om een paar duizend euro neer te tellen voor mijn/een graf en aangezien ik fel gekant ben tegen de vercommercialisering van de uitvaartbranche, mag mijn vrouw mijn as gewoon ergens in een bos dumpen. Ik kan alleen maar hopen dat een paar mensen met een warm gevoel aan me terugdenken, en dat was het dan. Over en uit. Wat lijkt me dat zalig... Nooit meer die marathonale levenspijn...
Om eventjes te ontsnappen aan de oergezellige 'potje met vet-sfeer' van ons burgerlijke rondreisgezelschap besloten Sandra en ik de scootertaxi te nemen naar een wijk in de oude porieën van Delhi, het verkeersinfarct van India, het land waar vrouwen kleurbonbons zijn.
We dachten niet na over mogelijke gevaren, er lag een bruisende stad bij avond op ons te wachten. Eenmaal op reis zijn we immer gulzig: als we verzadigd zijn, hebben we nog niet genoeg.
We droegen de scootertaxichauffeur - een jongen van in de twintig, bloesje, slippers, donssnorretje - op om naar de marktwijk te rijden, maar we hadden al rap in de smiezen dat hij een andere koers koos. Ik wees driftig met mijn handen naar rechts en riep luidkeels 'To the right', maar hij koerste op volle vaart af op een andere bestemming, linksaf. Onze 'ontvoerder' racete, alsof de dood hem op de hielen zat. In Azië lijken veel mannen te geloven dat een verkeersongeluk niet tot de helmogelijkheden behoort, zolang ze maar vervaarlijk en gevaarlijk rijden. Het verkeer in zulke landen is een grote spotdrift met de dood.
We werden bang. Het begon te schemeren en langzaam maar zeker kwam de drukte steeds verder achter ons te liggen en bevonden we ons in een van de schaarse bebouwde stiltegebieden van Delhi. Ver weg in een vreemd land, twee kinderen thuis bij opa en oma, aan de goden overgeleverd. Waar bracht dit stuk onbenul ons heen? Ik heb eraan gedacht uit de taxi te springen, met Sandra aan mijn hand. Maar ik was en ben nog steeds te angstig om ooit risico's te nemen, zelfs in risicovolle, levensbedreigende situaties.
Vrij onverwacht stopte de scooterrijder bij een laag gebouw in een verlaten wijkje. Het leek meer op een kantoor van een slechtlopend bedrijf dan op een winkelcentrum. Maar het was een winkelcentrum. "My friend owns this shop. You buy here." Ik wilde wegrennen, maar waar moest ik heen? Alles was verlaten, Sandra droeg rotslippers, ver zouden we niet komen. En dus begaven we ons met tegenzin en lood in de loodzware schoenen naar de souvenirshop.
Maar voordat we de voordeur van de winkel konden bereiken, werden we 'aangerand' door tientallen verkopers die plotseling uit alle hoeken en gaten kwamen aanrennen om ons hun waren aan het prijzen. Ik zei tegen hen dat ik later naar hen zou luisteren, eerst maar eens naar the friend van onze chauffeur.
The friend van de chauffeur had nog een friend met wie hij zijn door hels tl-licht verlichte zaak bestierde. Ze leken alledrie op elkaar. Ze waren klein, dun, schoensmeerbruin en ze droegen alledrie dat donssnorretje waardoor ze op ouwelijke pubers leken. Indiase mannen lijken als twee druppels water op elkaar. Alsof er maar 1 spermakraan voorhanden is in dat krioelland.
De deur van het pand ging op slot, wat me benauwde. We waren de enige toeristen in de met lampen en doeken behangen onderneming, in de wijde omgeving zelfs. Een ventilator moest voor koelte zorgen, maar verplaatste slechts de klamme hitte van de verkoper naar ons. In de sauna heb ik wel eens minder gezweet.
De chief deed gemaakt vriendelijk en liet ons alles zien wat hij in huis had. We wilden niks kopen, maar we voelden dat we hier niet moesten en konden weggaan zonder onze beurs leeg te kloppen. Ik was bang. Bang dat ze onze keel zouden doorsnijden en ons hoe dan ook zouden beroven van onze pinpas, creditcard en contanten. En van ons leven dus.
Kut-Indiërs. Heb altijd een hekel aan ze gehad. De Joden van Azië, altijd maar bezig met
verkopen, met afzetterij, waar ook ter wereld. En die verkopers - meestal verkopen ze kleren en horloges of elektrische apparaten, rekenmachines vooral - kijken allemaal alsof ze als een mannenheks een vloek over je kunnen uitspreken als je niks koopt. De Indiase vrouwen zijn heerlijke kleurenbommen, maar die kerels... Heb trouwens nog nooit een mooie Indiase man gezien. Mooie Indiase meisjes bij de vleet, maar die kerels zijn allemaal even lelijk, net als Japanners en Chinezen. Arme Japanse, Indiase en Chinese vrouwen. Of misschien vinden zij hun Aziatische varianten van het syndroom van Down en Harry Potter - Balkenende - wel heel erg aantrekkelijk.. Ze houden in Japan ook heel erg van de muziek van Laura Fygi. Gekke lui...
Enfin, als de wiedeweerga kochten we een lamp die we niet mooi vonden en nog een lelijk, duur prul. Gelukkig, het driekoppige intimidatieteam was tevreden met onze aankopen. We kregen een glimlach en een kleffe hand. En veel bedankjes. De scootertaxijongen opende de deur met de sleutel van het winkelpand en we stonden na tien minuutjes buiten met twee plastic zakken vol dure troep.
Maar we waren nog niet verlost. De bende verkopers die ons eerder had aangeklampt en die ik had beloofd om te luisteren naar hun verkoopvoorstellen zwermde plots om ons heen, alsof ze uit de lucht waren komen vallen. Ik had evenwel geen zin meer in die toestanden en met door irritatie verzamelde moed wimpelde ik hen onvriendelijk af. Daarop werd het stelletje lelijkerds woedend. Ze begonnen te schelden (althans, zo klonk het), me te duwen en aan me te trekken. Ik had daar graag het bodyguardteam van Geertje om me heen gehad.
Terwijl we oorschijnlijk allerlei verwensingen naar ons hoofd kregen, bliezen we de aftocht. De scootertaxijongen had toch zoveel gewetend dat hij de bende verkopers misprijzend had toegesproken. Hij reed nu relaxed terug naar ons hotel, zo rustig als een junk die tevreden is met het hoognodige shot. Hij telde ondertussen zijn aandeel van onze aankopen, zijn commissie. Wat waren we blij onze Hollandse vakantievrienden, van wie we zo genoeg hadden gehad, weer te zien...
Lekker, die crisistaks van Rouvoet
rouvoet kan die taks toch wel betalen
Da's lekker, de banken hebben er een rommeltje van gemaakt, teveel kredieten verstrekt en met euro's gegoocheld, de DNB heeft te weinig toezicht gehouden, de overheid heeft zitten slapen en terwijl de daders lekker overeind worden gehouden, mogen de burgers de puin opruimen.
Een crisistaks dus voor iedereen, naar draagkracht (heeft een bijstandsmoeder draagkracht?), en dat in een periode waarin het onderwijs, de energie en de zorg nog veel duurder worden en worden uitgekleed.
Ik denk dat je met zo'n crisistaks de plank volledig mis slaat en dat je de koopkracht en het vertrouwen in het eigen bestedingsvermogen zal aantasten. Misschien kan de CU eens gaan bezuinigen op het bootje en de toelages van Beatrix en consorten, op de aankoop van gevechtsvliegtuigen, op overheadkosten op de ministeries en bij overheidsinstanties en vooral ook op ambassades en ambassadeurs.
Trouwens, hoe vaak heeft Knevel die Rouvoet al niet uitgenodigd en geïnterviewd? Volgens mij doen die twee moraalknechten het met elkaar...
Toch een rare kliek, die ChristenUnie. Christenen zijn sowieso raar. En een beetje eng. Neem die Joël Voordewind van de CU. Hij spreekt onmiddellijk van een trend die zich dreigt door te zetten, nadat een paar evangelisten Marokko uit zijn gezet. Iets wat voor het eerst is gebeurd, kan evenwel nooit een trend zijn, mijnheer Voordewind. Voordewind voelt zich nochtans in zijn christelijke eer aangetast en zit meteen op de kast als christenen - die Jezus aan Moslimkinderen zouden opdringen - een land worden uitgeknikkerd.
En je kon hier op wachten. De PVV zal zeggen: zie je nou wel, ze respecteren ons niet, die vuile Moslims. Maar je moet het omdraaien. Wilders heeft zo lopen schoppen tegen de islam dat je een tegenreactie kon en kunt verwachten vanuit Islamitische hoek. Die zijn ook niet gek, die Moslims. Op een gegeven moment schoppen ze keihard terug. Zie ook het minaretverbod in Zwitserland. Het is volstrekt volgens de verwachting dat Moslims met een kort lontje gaan terugslaan en nu ook de christenen gaan verketteren. Kijk, dat heeft onze Geert toch allemaal mooi voor elkaar gekregen. Kan die man niet in een isoleercel gepropt worden, levenslang?
Het was net als met Theo van Gogh. Hij bleef Marokkanen maar geitenneukers noemen en ja, dan kun je - na zulke systematische belediging en karaktermoord - op een gegeven moment wraakacties verwachten. Mensen consequent beledigen, is ook een vorm van doodslag...
Maar ik heb vandaag een hoofddoekmoslima gezien met een lekker bakje frikandel speciaal en ik heb gesproken met een Turks meisje die op provinciaal niveau judokampioen is geworden en die de politie-opleiding volgt. Ik zag in de stad een Chinese jongen hand in hand lopen met een negerin en voor de kebabkraam stond een witte file. We hebben een heerlijke multiculturele samenleving...
We moeten alleen af van herrieschoppers, oproerkraaiers en volksmenners zoals die vermeende neo-nazi van de PVV... Maar Rouvoet sluit niet uit dat hij onder premier Wilders in de regering zal gaan zitten. Typisch een christen: als het goed uitkomt, dan maar de hielen likken van de duivel...
In het Amsterdamse voetbalsanctuarium zijn ze heilig overtuigd van de kwaliteiten van Daley Blind, maar de mooivrucht mag rijpen op een Groningse ploeterakker. Daar, in de kale priesterkruin van ons land, heerst een beter, lees: milder, klimaat voor talenten die nog hopen leergeld moeten betalen aan het baksteenharde profbestaan.
Daar, onder de warmtevleugels van persoonlijkheid Ron Jans, ontwikkelt de zoon van de laatste succesvolle Ajax-aanvoerder zich spectaculair, als een lavendelvlinder die het rupsstadium heeft overgeslagen.
Pas bij FC Groningen ziet voetbalverweven Nederland hoe goed Blind junior wel niet is. Vandaag wordt de aanvallend ingestelde middenvelder, die tevens als defenseur dienst kan doen, twintig jaar, maar het lijkt alsof hij al twee decennia leiding geeft aan en aan het roer staat van de Groningse schoener.
Ik zie een gelijkenis met het majestueuze dat Rijkaard en Gullit hadden. De twee voormalige Europees kampioenen, schijnbaar voetbalneven van Adamswege, konden eveneens op imponerende wijze het middenveld oversteken, bijna als een giant cruiseschip dat een smalle haven binnenvaart, hoger dan de huizen waarvan de ramen trillen als het gevaarte voorbij glijdt.
Blind straalt power uit, heeft een nuptiale band met de bal. Een geboren leider, dat zie je zo. Een kwestie van genen. Als ik me niet vergis, heeft Daley - die me enigszins doet denken aan de prachtige Argentijnse oud-speler Fernando Redondo - alles in zich om over vijf jaar de onbetwiste aanvoerder te zijn van Oranje.
Dan moet zijn talent natuurlijk niet afketsen op blessures, ziekten of een mentaal adieu. Als het roet voor het eten evenwel op de schappen blijft staan, dan komt het er ook ooit bij Ajax uit, misschien volgend seizoen al. Maar dan dient Blind wél het vertrouwen te krijgen van die af en toe toch ook hinkenpinkige Jol, zoals Siem de Jong eindelijk als kind van de basisselectie wordt vertroeteld en erkend. Jol moet Daley blind vertrouwen.
Hopelijk zullen meer Ajax-talenten rap adapteren en hun belofte waarmaken. Soms komt het er pas laat uit. Zo zie ik dat Maarten Stekelenburg thans, na een zwerversbestaan in het doolhof van wispelturigheid, in de kracht van zijn vorm verkeert en Edwin van der Sar kan evenaren. Ooit zag ik Stekelenburg bezig met de lenteschoonmaak van het jeugdige Ajax-doel en ik zweer je dat ik die middag de beste doelman ter wereld aan het werk zag. Ik was zwaar onder de indruk. Nadien kon Maarten nog maar zelden de indruk wekken dat hij werkelijk op het lanceerstation had gestaan van de beste keeper van deze globe. Maar nu heeft Stekelenburg zijn draai hervonden, de akkers op de juiste wijze bewerkt en ingezaaid. Na een paar mislukte oogsten haalt Maarten het beste gewas uit zijn loopbaan binnen. Hij is een fantastische doelman.
Ik mag hopen dat het Sulejmani, Aisatti, Donald, Sarpong, Emanuelson en Van der Heijden ook zo zal vergaan en dat Vertonghen ooit uit het vat haalt wat er qua potentie in zit.
Daley Blind wordt, vrijwel zeker, een hele grote. Hij is een hele grote in wording, je ziet het aan alles. Hij wordt misschien nog wel beter dan zijn vader en dat was een sympathieke succesreus, een rasechte Ajacied bovendien...
Van het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu kregen wij een brief waarin onze dochter van 12 wordt opgeroepen voor een vaccinatie tegen baarmoederhalskanker. Bij het schrijven zat een aparte en extra vriendelijke brief gericht aan ons puberkind. In beide brieven werd netjes en duidelijk uitgelegd dat het zinvol is om je (kind) te laten inenten.
Maar we doen het niet. We hebben geen vertrouwen in de geneesmiddelenmaffia die ons moedwillig maar nodeloos een Mexicaanse griep-ramp heeft ingepeperd en die ons nu met een onduidelijk en misschien ondeugdelijk vaccin tegen baarmoederhalskanker wil opschepen.
Gezondheidszorg is allang geen ideologie meer. Het is big business. Vaccins moeten geproduceerd en dus besteld en verkocht worden. Rampscenario's worden verzonnen om onrust bij de massa te kweken en zo aan meer dan voldoende afzet te komen. Afzetterij is het! Bedrog! Die hele apotheken en drogisterijen staan vol met illusionaire kwakzalversmiddeltjes!
Natuurlijk, wat is wijsheid? Maar we zijn inmiddels op zo'n hellend vlak aanbeland dat we zelfs onze geneesheren niet meer vertrouwen, niet meer kunnen, niet meer mogen vertrouwen. Want alles en iedereen is besmet met het geldvirus. Bestond daar maar een vaccin tegen... Dan kreeg de geneesmiddelenmaffia de eerste overdosis, nog voor de oliemaffia, de politiekmaffia en de wapenmaffia...

