Latin Live
Buenos Aires 2009
VKBlog Headerimage

De beste taal ter wereld!

zondag 25 oktober 2009 10:23

engels, spaans, italiaans, nederlands, communicatie, taal

Talen bestaan om twee redenen. In de eerste plaats om te communiceren, in de tweede plaats om onze identiteit te bepalen. Die eerste is de belangrijkste: ons met elkaar verstaan is de basis van iedere vorm van  beschaving die de mens tot nu toe heeft bereikt. Helaas leggen sommige mensen een verkeerde nadruk en verworden zo tot enge taalpuristen die hun bestaan ophangen aan wat ze spreken, lezen en schrijven.

 

 Dat zijn de mensen die hun taal verdedigen tegen invloeden van buitenaf. Het zijn de Fransen die per wet verbieden dat ambtenaren Engelse woorden gebruiken (en dat terwijl het Engels zo rijk is aan woorden van Franse komaf) maar het zijn ook de splintergroepjes die hardnekkig dialect spreken. De Welshmen en Ieren die doen of ze geen Engels verstaan, de Amsterdammers die de draak steken met het boerse accent van een provinciaal of de Limburgers die eisen dat hun taal erkend wordt.

 

Pathetische stuiptrekkingen van mensen die onzeker zijn over zichzelf, hun bestaan en hun toekomst. We zullen nooit allemaal gelijk zijn, daar hoeft niemand bang voor te zijn. En dat talen, dialecten en accenten komen en gaan is de juist schoonheid van de taal, de levendigheid ervan. En toch lijkt het erop dat veel mensen, ook Nederlanders, liever kijken naar een opgezet museumstuk dan naar de levende natuur.

 

De oeverloze discussie of een taal goed of slecht is hoeven we niet aan te gaan. De één prefereert het tot in details gestructureerde van de Romaanse talen, de ander de modulaire opbouw van Nederlands en Engels. Weer een ander vind toontalen als Mandarijn beter, mooier of handiger. Voor alfabetten of schriftsystemen geldt hetzelfde. Mensen laten een chinees teken dat ‘frisse pruimenbloesem’ betekent in hun lies tatoeëren, maar moeten er niet aan denken die woorden daar in ons alfabet te hebben staan.

 

Mooi of lelijk is een kwestie van smaak. Italiaans vinden veel mensen mooi, maar je kunt het ook lijzig gemompel vinden dat regelmatig wordt onderbroken door een afgekapt ‘èh’.  En al die gebaartjes erbij, het zal voor de één ballet zijn en voor de ander aanstellerig gehannes.

Mijn persoonlijke favoriet onder de talen is Spaans, net als het Engels een volkomen op universele communicatie gerichte taal. Het Spaans slingert zich vrijelijk de wereld in, als de held Don Quichote, met open vizier. Veranderingen? Laat maar komen? Invloeden van buitenaf? No hay problema.

 

Waar Nederlanders een Vlaamse serie al voorgeschoteld krijgen met ondertitels in het ‘Nederlands’ kijkt de uitgestrekte Spaanstalige wereld naar elkaars soaps, elkaars films en elkaars documentaires. Zonder ondertiteling! Het zal soms even slikken zijn, maar het lukt altijd. Als er dan ondertiteld moet worden, bijvoorbeeld bij Amerikaanse, Britse of Franse films, kiest Latijns-Amerika de Mexicaanse Spaanse ondertiteling omdat Mexico het grootste land is. Geen enkel probleem, iedereen begrijpt elkaar. 

 

Een andere mooie karakteristiek van het Spaans is dat je niet alleen verkleinwoorden hebt, maar ook vergrootwoorden. Zo betekent problema probleem, zo moeilijk is dat niet. Een problemita is een probleempje, makkelijk zat. Maar hoe vertalen wij problemon? Groot probleem, we komen er zonder adjectieven niet uit.

 

Wat Spaans uiteindelijk de winnaar maakt is simpelweg het woord esposas dat niet alleen echtgenotes betekent, maar ook handboeien. Levenswijsheid in één woord, te gebruiken van Texas tot op de Zuidpool! 

Meisjes van 13, Vrouwen van 15

zondag 4 oktober 2009 10:20

laura (13), polanski, vrouwen, meisjes, mexico, argentinie

Een regisseur zit in een Zwitserse cel omdat hij zich niet wenst te verantwoorden voor het hebben van anale seks met een dronken meisje van dertien. Foto’s van een ander meisje, genomen toen ze dertien was, moeten weggehaald uit een tentoonstelling in Londen. En een Nederlands meisje van dertien, net veertien, kan alleen gelukkig zijn als zij NU de wereld rond mag zeilen. In Argentinië ligt de ‘age of consent’ (het Nederlands heeft wijselijk geen uitdrukking voor de leeftijd waarop seks mag) op dertien. Het is gedonder, meisjes van dertien.

 

In een aantal Zuid-Amerikaanse landen weet men dat al lang. Twaalf, dertien, veertien… moeilijke leeftijden, zeker voor meisjes. De oplossing is simpel. Zorg dat de meisjes iets hebben om naar uit te kijken, een moment in de nabije toekomst dat hun leven definieert en betekenis geeft. Dat moment is de ‘quinceañera’ ofwel de vijftiende verjaardag.

 

Vooral in Mexico, op Cuba, Puerto Rico en in Argentinië is de quinceañera één van de vier grote momenten van het leven naast de geboorte, het huwelijk en de dood. Het is daarbij een dag alleen voor meisjes. De vijftiende verjaardag van een jongen is niks speciaals en ook verderop in het leven zijn er geen speciale data. De obsessie met ‘mooiste dagen van het leven’ lijkt sowieso een meer feminien thema te zijn. Voor mannen is elke dag mooi.

 

Hoewel het feestje voor de vijftienjarige geen enkele juridische betekenis heeft (wat betreft trouwbaarheid of strafbaarheid van hitsige regisseurs) wordt er een enorme happening van gemaakt. Belangrijke elementen daarin zijn de jurk, het eten, de muziek en de uitnodiging. Het is, kortom, één grote oefening voor het huwelijk.

 

Voor meisjes is het een droomdag om naar toe te leven. Heel de familie komt, alle vriendinnen, maar ook vrienden. Vader en buurman hangen een spandoek met je naam dwars over de straat en auto’s die voorbij rijden toeteren. Op de dag zelf kleed je je samen met je moeder en zussen aan. Je wacht terwijl alle gasten zich verzamelen. Dan komt je vader in zijn mooiste pak en leidt je aan zijn arm de feestruimte in. Iedereen klapt, camera’s flitsen. Alle mannen in het gezelschap geven je een roos en dan, net als je de tranen de vrije loop wilt laten, begint de muziek en dans je de eerste wals met je vader. Na die wals volgt het eten en na elke gang is er weer een dans. Ooms, buurjongens, prille vlammen, allemaal zijn ze er voor jou.

 

En dan, als het dessert geweest is, gaan de lichten laag en begint de ceremonie van de vijftien kaarsen. Vijftien mensen verzamelen zich, ieder met een kaars in de hand. Het zijn mensen met wie je ooit, lang geleden of nog pas, een bijzonder moment hebt gedeeld. Je geboorte, je eerste zwemles, je medaille met hockey, je eerste avond uit. Eén voor één spreken ze een wens uit en ontsteken daarbij hun kaars. Als alle kaarsen branden ben je vijftien, ben je een vrouw en hoor je erbij.

 

Omdat alles van waarde nu eenmaal weerloos is, heeft de commercie zich ongegeneerd op de

quinceañera gestort. Printshops, banketbakkers, muzikanten, cateraars, kaarsengieters en jurkenmakers verdringen zich om een graantje mee te pikken van jouw mooiste dag, maar ook 

reisbureaus verdringen zich om je nu een droomreis aan te smeren, als een soort huwelijksreis, maar dan met je vriendinnen. Vooral cruises zijn populair.

 

Verderop op zee wordt een meisje vijftien. De golven spelen met haar bootje, de wind heeft net de mast geknakt. Terwijl de kajuit onderloopt, steekt ze met bibberende handen een kaarsje aan. Ze droomt van een mooie jurk en van een vader die haar bij de arm neemt…

Geld stinkt

zondag 20 september 2009 10:30

argentinie, geld, euro

Het mooie van de Euro is dat je zonder geld wisselen heel Europa door kan. Het jammere is dat je nooit meer hoeft te wennen aan dat andere geld. Ander geld is net zozeer een deel van de reisbeleving als een ander klimaat, een andere taal en ander eten. Zonder al die dingen die anders zijn is het zinloos om op reis te gaan en kun je net zogoed thuis blijven, in je gerieflijke doorzonwoning. De Euro heeft reizen gemakkelijker gemaakt, maar tegelijkertijd ook onzinnig.

 

Argentinië heeft nog ander geld, hoewel euro’s en vooral dollars in steeds meer hotels en winkels geaccepteerd worden.  De Argentijnse peso bestaat sinds 1 januari 1992. Momenteel is één peso ongeveer 18 eurocent waard. De peso is onderverdeeld in centavos. Er zijn muntjes van 1, 5, 10, 25 en 50 centavo en van 1 peso. Die laatste heeft twee kleuren, zoals de twee euro-munt. Papiergeld is er van 2, 5, 10, 20, 50 en 100 pesos. De biljetten zijn voorzien van de portretten van zogenaamde ‘proceres’ ofwel stamvaders van de Argentijnse republiek.

 

Het Argentijnse geld heeft drie problemen:

Ten eerste is er een moordende inflatie, waardoor het geld jaarlijks een procent of tien tot twintig aan waarde verliest.

Ten tweede is de grootste eenheid 100 pesos, nog geen 18 euro. Dat in combinatie met een gezonde hekel aan banken en giraal geld, betekent dat in bijvoorbeeld de autohandel rondgelopen wordt met koffers vol geld. Logischerwijs zijn dollars en euro’s populair in dit soort transacties: waardevaster en beter draagbaar!

Het derde probleem is het eeuwige gebrek aan wisselgeld. ‘No hay monedas’ (we hebben geen kleingeld) is het bordje dat je overal ziet in kiosken, winkels en supermarkten. Of het vriendelijke verzoek ‘colabore con monedas’ (werkt u mee met kleingeld).

 

In kleinere supermarkten, de zogenaamde ‘chinos’ (want meestal gerund door Koreanen) is het volkomen normaal dat je een snoepje krijgt aangeboden in plaats van het ontbrekende stuivertje of dubbeltje. In alle supermarkten ronden ze trouwens af. Zoals bij ons de eurocent en de tweecent gelukkig verdwenen zijn, zo is ook het muntje van één peso een rariteit geworden.

 

Eigenlijk is er nog een vierde probleem met het geld. Zoals goed geld betaamt stinkt het. De centrale bank van Argentinië heeft wel wat beters te doen dan oud, vies geld uit omloop halen. En omdat alle coupures klein zijn is de omloopsnelheid altijd hoog. Alle briefjes kom je tegen onder vlekken, met plakband erop, slijtgaten erin, scheuren op de vouw of hoekjes eraf. Soms komt het zelfs in die vorm uit de geldautomaten, die daar wonderlijk genoeg niet op vast lijken te lopen.

 

Nog een mooi geldfeitje dan…. Tussen Argentinië en Engeland wringt het nog steeds vanwege de Malvinas/Falklands en Maradona’s hand van God op het WK van 1986. Toch is Engeland het enige buitenland dat voorkomt op een Argentijns bankbiljet. Op het biljet van 20 peso staat ‘founding father’ Juan Manuel de Rosas. Vermeld wordt zijn geboorteplaats: Buenos Aires. Maar ook waar hij overleed. En dat was in Southampton. 

 

Verder met de Metro

zondag 30 augustus 2009 10:30

rome, italie, metro, openbaar vervoer, noord-zuidlijn, fellini

Voor stadsbewoners wereldwijd is de metro het mooiste vervoermiddel dat er is. Snel, frequent en zonder het leven op straat ondraaglijk te maken zoals auto’s, bussen en trams dat doen.

Sinds 1955 heeft ook Rome een ondergrondse, bestaande uit twee lijnen A en B, die samen 38 kilometer lang zijn en 49 stations hebben. Lijn A is de oudste en loopt grofweg Oost-West en lijn B is in de jaren zeventig in gebruik genomen en loopt min of meer Noord-zuid. De lijnen kruisen elkaar onder het centrale station van Rome, Termini.

 

 

Voor toeristen is lijn A de belangrijk met stations als Barberini (Trevi-fontein), Spagna (de Spaanse trappen) en Ottaviano (Sint Pieter, Vaticaanse musea). Lijn B komt er wat magerder af, maar heeft natuurlijk wel de halte Colosseo.

 

Los van de vijf of zes stakingen per jaar werkt de Romeinse metro prima. Lijn A heeft als minpunt dat hij belachelijk vroeg sluit, voor tien uur ’s avonds. Die lijn heeft dan wel weer de mooiste, nieuwste rijtuigen, met airconditioning! Lijn B lijkt meer op wat er in Amsterdam rondrijdt: volgekalkte golfplaat met een bedompt binnenklimaat. Er schijnen nieuwe rijtuigen besteld te zijn, even geduld.

 

Positieve kenmerken van de Romeinse metro zijn er zat: alle stations zijn altijd bemand, vaak met mensen die een mond Engels spreken. In de metro wordt steeds het naderende station omgeroepen in Italiaans en Engels en er wordt bijgezegd aan welke kant je uit moet stappen. Bijna alle stations zijn voorzien van handige winkeltjes (snacks, kranten, tabak, metro-kaartjes) en halte Piramide (B-lijn) heeft zelfs een speciaal kapelletje.

 

De prijs is het sterkste punt: de kaartjes zijn goedkoop, 1 euro per rit, onafhankelijk van de lengte van de trip. Een maandabonnement gaat voor de spotprijs van 30 euro. Geen gehannes met opladen, chipcards die gekraakt kunnen worden of kapot gaan, maar gewoon papieren kaartjes met een magneetstrip. Voor wie wil is er overigens wel een vaste kaart beschikbaar. Het systeem kan allebei de soorten kaartjes aan, net als in Londen.

 

Er kleeft eigenlijk meer een nadeel aan metro’s en dat is de aanleg. De  Noord-Zuidlijn in Amsterdam is een bestuurlijke en publieke nachtmerrie en in Keulen vielen zelfs doden.

Toch werkt men ook in Rome ijverig aan het uitbreiden van het metronetwerk. Dat tunnels graven in een stad zo vol archeologische overblijfselen geen grap is liet regisseur Federico Fellini in 1972 al zien in zijn bonte stadsportret Roma: een groep archeologen daalt af in de tunnels van de metro in aanbouw. Opeens stuit de grote tunnelboormachine op een muur. Het werk wordt stilgelegd en de archeologen vinden ondergrondse ruimtes met wanden vol fresco’s.

 

Fellini zat er niet ver naast: de aanleg van metrolijn C loopt de ene vertraging na de andere op en men heeft zelfs de bouw van een compleet metrostation moeten schrappen. Het beoogde station Torre Argentina (een knooppunt voor bussen en trams) kan niet doorgaan omdat de grond overvol zit met oude tempels, muren en andere ruines. Rome moet verder, maar het verleden ligt altijd in de weg.

Het Rotterdam van Rome

zondag 16 augustus 2009 10:30

culinair, as roma, voetbal, rotterdam, italie, rome

Testaccio is de enige volksbuurt binnen de Aureliaanse muur van Rome. Het kleine wijkje heeft geen opzichtige fonteinen of kathedralen vol unieke frescos maar is uniek in zijn functionaliteit. Rome als geheel is een openluchtmuseum van ruines en kerken. Testaccio als een kleine doe-gemeenschap contrasteert scherp met dat beeld. En zo is het altijd geweest.

 

In de Romeinse tijd was Testaccio, ingeklemd tussen de heuvel Aventinus (een van de zeven heuvels van Rome) en een bocht in de rivier de Tiber een overslagplaats van goederen. Veel daarvan werd vervoerd in kruiken of potten en omdat waar gehakt wordt spaanders vallen brak er nogal eens wat. Dat leverde scherven op en wel op zo’n schaal dat in de loop der eeuwen een kunstmatige heuvel van potscherven ontstond. Monte Testaccio is nu het belangrijkste landmark van de wijk.

 

Later verrees het mattatoio comunale in de wijk, het gemeenschappelijk slachthuis van Rome. De arbeiders werden betaald met het ‘vijfde kwart’ van de runderen die ze verwerkten, het ingewandsvlees. Dat brachten ze vervolgens naar de kleine restaurantjes die tegen de heuvel gebouwd waren om het te laten klaarmaken. Het leverde Rome een van haar meest karakteristieke schotels op, de tripa a la Romana (pens in tomatensaus). Nog steeds geldt Testaccio als een wijk met een aantal culinaire parels, waarvan restaurant Il Checchino dal 1887 de meest gerenommeerde is. Niet alleen de restaurants hebben een reputatie, ook delicattessenwinkel Volpetti aan de Via Marmorato is een must voor culinaire fans.

 

De meeste bezoekers bereiken Testaccio vanaf metrostation Piramide waar het grafmonument van Gaius Cestius toont dat kitsch ook 2000 jaar geleden al bestond. De mooiste route loopt echter over de Aventinus, langs de Maltezer orde met het verrassendste sleutelgat van Rome. Bij de brandweerkazerne op de hoek van Via Galvani en Marmorata begint Testaccio.

 

Een fake-blondine hangt uit het raam op de tweede etage van haar woonkazerne en kijkt smachtend naar de brandweermannen aan de overkant, oude vrouwtjes zetten schoteltjes melk buiten voor de kat terwijl hun echtgenoten op de hoek in een van de AS Roma fanclubhuizen rondhangen, kaartspelend en meimerend over weer een jaar zonder grote successen. Testaccio is het hart van de Roma-aanhang.

 

Wellicht de grootste attractie van de wijk is de oude overdekte markt, waar alles verkocht wordt, van bloemen tot complete zwaardvissen en sexy lingerie met Roma-print tot Ethiopisch aardewerk. De markt is dagelijks tot een uur of twaalf of een open. Haast u wel, want de doe-mentaliteit heerst en een grote, nieuwe markt is in aanbouw. Testaccio moet verder en wie sentimenteel hangt naar wat oud is kan overal elders in Rome terecht.  

Seks en liefde in Rome Deel 2: Seks

zondag 2 augustus 2009 10:30

prostitutie, kunst, italie, rome, liefde, seks

In een tweeluik verdiept Latin Live zich in enige gebruiken rond sex en liefde in Rome. Twee weken geleden deel 1, over liefde. Vandaag deel 2, over seks.

Seks gaat in Rome terug tot de primaire functie van de vleselijke liefde: voortplanting. Voortplanting en vruchtbaarheid zijn net als de dood fundamentele thema’s van de verschillende religies die de eeuwige stad vanaf de stichting in 753 voor Christus gedomineerd hebben en het hoeft dan ook niet te verbazen dat ze hun sporen hebben nagelaten in de stad die zijn verleden koestert.

 

Seks is een terugkerend motief in de Grieks/Romeinse mythologie die vol zit met verhalen over aantrekkingskracht, lust,  overspel en bedrog. Die mythologie voedde en inspireerde talloze Romeinse kunstenaars en architecten en zo is, vooral in de renaissance, een hoop expliciete kunst onderdeel geworden van de Romeinse canon. Een mooi voorbeeld is de in steen gehouwen Diana van Ephesus in de tuin van de Villa d’Este. Het beeld fungeert als onderdeel van een fontein en spuit water uit minstens dertien borsten. Het topstuk van de collectie in de villa Borghese is de ontvoering van Persephone door Hades. Beeldhouwer Bernini is erin geslaagd het koude marmer om te toveren tot een zinnelijke beeld.

 

In het hart van Rome, tenslotte, vinden we de fontein van de Naiadi op de Piazza della Repubblica, waar bronzen beelden vier nimfen tonen, de een wellustig gezeten op een zwaan, een ander achteroverliggend onder een spetterende waterstraal. Directe verwijzingen naar de gedaanten waarin oppergod Zeus zich aan aardse schonen vergreep: Leda en de Zwaan en Danae en de regen.

 

Opmerkelijk is dat ook in de kerken dergelijke expliciete afbeeldingen lange tijd niet geschuwd werden. Wie nu topless op het strand van Ostia gaat liggen trekt op zijn minst behoorlijk bekijks, maar in religieuze schilderijen en fresco’s worden blote borsten niet geschuwd. Een afbeelding op het plafond van de Il Gesu kerk (zie foto) gaat het verst: ongegeneerd knijpt het meisje melk uit haar borsten, zo mogelijk nog vruchtbaarder dan de eerder genoemde Diana.

 

In het moderne Rome predikt de paus tegen condooms, maar in de stad zijn ze overal verkrijgbaar en maken condoomautomaten een normaal deel uit van het straatbeeld. Tegelijkertijd blijft het voor jongvolwassenen lastig om zich aan elkaar over te geven, want velen van hen wonen nog bij hun ouders thuis (tot een jaar of dertig, vijfendertig is heel normaal) en goedkope hotelletjes voor een uur, zoals die overal in het katholieke Zuid-Amerika voorhanden zijn kent Rome niet of nauwelijks. Het lijkt een van de redenen dat het hebben van een auto zo populair is. Op de heuvel Gianicolo, langs de via Appia en op talloze andere plaatsen tref je paartjes aan, vrijend in de relatieve privacy van een vierwieler. 

 

Betaalde liefde is er ook in de stad, maar de deskundigen op de website hookers.nl zijn niet enthousiast: Rome is duur en wie even niet goed oplet komt thuis met een travestiet. Voor wie liever kijkt is er vlakbij het Termini-station nog een ouderwetse seksbioscoop. Maar waar zou je voor naar een schimmige bios gaan? Het straatleven in het zomerse Rome is een lust voor het oog, met talloze beeldschone vrouwen (en mannen) die ongegeneerd accentueren wat ze in huis hebben, of in huis hebben gehaald.

Seks en Liefde in Rome Deel 1: Liefde

zondag 19 juli 2009 10:30

trouwen, seks, liefde, italie, rome

In een tweeluik verdiept Latin Live zich in enige gebruiken rond sex en liefde in Rome. Vandaag deel 1, over liefde. Over twee weken deel 2, over seks.

Met de film Roman Holiday heeft Rome zich gevestigd als romantische topbestemming, hoewel Parijs onbetwistbaar nummer één is en Venetië geldt als de meest romantische stad van Italië. Toch doet Rome het niet slecht met talloze pleintjes vol opdringerige rozenverkopers, een rivier, terrasjes, restaurantjes en parken waar eindeloos gedate, geflirt en gevoosd wordt. In de zomer leven Romeinen buiten en de Romeinse zomer is lang.

 

Trekpleisters in de stad zijn de Trevi-fontein (gooi er twee muntjes in en je wordt verliefd op een Italiaan) en de Bocca della Verita, waar stelletjes hand in hand op de foto gaan. Romeinen zelf kennen andere plekken en andere gebruiken. Sinds een paar jaar is het populair om samen een hangslot op te hangen aan een hek of brug in de stad. Het sleuteltje gooi je weg, als teken van onverbreekbare verbondheid. Schrijver Federico Moccia beschreef het ritueel in het boek 'ho voglia de te' (Ik wil je) dat werd verfilmd en nu is het hek van de dam. Op de Ponte Milvio werd een lantaarnpaal zo vol behangen met sloten dat hij knapte. Om de jeugd toch hun liefde te laten uiten is er inmiddels een speciaal slotenhek op de brug geplaatst. Ook op andere plekken, zoals de Monte Mario, zijn er speciale voorzieningen voor de talloze hangsloten.

 

Uiteindelijk moet de liefde leiden tot een huwelijk. Rome staat vol kerken en trouwpartijen zijn er overal. De Aventijn, een heuvel met liefst vier kerken erop (en dus veel bruiloften) beschikt over een tuin waar de bruidspaartjes soms letterlijk in de rij staan voor de fotoshoot en ook bij de Acqua Paolo fontein op de Gianicolo-heuvel rijden de trouwauto’s af en aan. Een fotoshoot is een heel gedoe, met oevr het algemeen twee fotografen en ook nog een cameraman, om vooral geen seconde van de bijzondere dag ongedocumenteerd te laten.

 

Voor de kerken is al dat getrouw van groot belang, en niet alleen in moreel opzicht. Geld vragen voor een huwelijk zou een wel erg aardse bron van inkomsten vormen, dus kiezen de pastoors voor de omweg van een ‘bloemenarrangement’. Een beetje behoorlijke set bloemstukken om ingang, kerkbanken en altaar op te sieren begint bij 300 euro, maar 500 of 1000 is ook heel normaal. En ja, als er vier stellen op een dag trouwen (in veel kerken ook niet ongewoon) betaalt ieder koppel de volle mep. 

 

Eén kerk in Rome heeft geen last van al die trouwzucht. Het is de Sant’Eustachio, op een klein pleintje vlakbij de Piazza Navona. Het pleintje is charmant genoeg en huisvest bovendien een koffiebar die naar verluid de beste koffie van Rome schenkt, maar helaas… de gevel van Sant’Eustacio is getooid met een beeld van een kruisdragend hert (zie foto). Voor de Romeinen betekent het dat de kerk ‘gehoornd’ is, en voor een Italiaan is er geen erger ding denkbaar dan een cornuto te zijn, een hoorndrager.  

Italianen, Duitsers, Britten en auto’s

zondag 5 juli 2009 10:29

rome, italie, auto, cultuur, ferrari, daf, lamborghini

Zoals vrienden veel zeggen over wie je bent als persoon, zo zeggen de auto’s die in een land gemaakt worden veel over het volk en de volksaard. Rond 1900 begon de auto als fenomeen terrein te winnen. Vanaf dat moment ging ieder land er op zijn eigen manier mee aan de haal.

 

Amerikanen bouwden machtig en lomp. There is no substitute voor cubic inches. Niks geavanceerde techniek, maar groot is mooi en veel is lekker. Fransen bouwden voor het platteland, goedkope karretjes voor iedereen. De Renault 4 en de Citroen 2CV zijn oprecht als de provinciaalse boertjes zelf: praktisch, onooglijk en eindeloos charmant. De Duitsers kwamen met alles, van degelijke modellen voor het volk (Golf, Kadett) tot limousines voor de zakenman of industrieel (Mercedes, Maybach) en sportief voor wie geld en haast heeft (BMW, Porsche).

 

De Britten namen de typische behoeften van lords en ladies als uitgangspunt: ze bouwden luxe wagens als Bentley en Rolls-Royce voor de presentatie, LandRovers voor op het landgoed en MG’s, Triumphs, TVR’s, Lotussen en talloze andere kleine sportwagentjes voor het toeren in het weekend. 

 

De Italianen pakten het anders aan, extremer. In Turijn werd Fiat groot door de kleinst denkbare autootjes in enorme series weg te zetten, met de cinquecento, de 500, als het ‘top’model. Maar naast micromodellen die zo praktisch zijn in de nauwe straatjes van de talloze middeleeuwse Italiaanse steden ontstond er nog een traditie, die van de volbloed sportwagen: Ferrari, Maserati, DeTomaso, Lamborghini.

 

In de VS worden auto’s gebouwd. Je neemt de onderdelen, laat ze door een redneck assembleren ze en je bent klaar. In Duitsland worden auto’s berekend. Mannen met brilletjes werken urenlang met schema’s en modellen om te komen tot de beste oplossingen, de laagste luchtweerstanden, de efficiëntste motoren, de meest optimale verhoudingen. In Italië worden auto’s gedroomd. 

 

Je neemt de felste kleuren, het diepste rood, het hardste geel. Je neemt het gebrul van een leeuw en stopt het in 6, 8, 12 of zelfs 16 cilinders. Je neemt een vliegtuig en schroeft er wielen onder. Je zoekt de mooiste namen en laat ze hun wildste ideeën tekenen: Bertone, Giugiaro, Pininfarina. Een wild paard steigert, een dolle stier breekt los…

 

Maar wat zeggen Nederlandse auto’s over ons? In Deurne begonnen de broers Hub en Wim van Doorne DAF, de fabriek voor de auto’s van de Nederlanders. Klein en nuttig, met een revolutionaire volcontinue automatische versnellingsbak. Een zak aardappels in de kofferbak en met de vouwcaravan op naar de Ardeche. De Dafjes bleken vooral geschikt voor achteruitrijden.  

 

Geloof moet je voelen

zondag 28 juni 2009 10:30

italie, rome, lijkwade, jezus, religie, relikwieen

Relikwieën zijn er in een paar soorten: de meest plastische zijn de lichamen of lichaamsdelen van heiligen, maar ook beeldend zijn voorwerpen die met heilige figuren in contact geweest zijn: kledingstukken, aardewerk, gebruiksvoorwerpen. Martelwerktuigen kunnen natuurlijk ook!

 

De behoefte aan relikwieën blijft overigens niet tot de religieuze context beperkt: de media rukten massaal uit toen fragmenten van de schedel van Hitler opdoken in een Russisch archief en de penis van Rasputin is het meest indrukwekkende stuk (30 centimer!) van een collectie in St Petersburg. De geschiedenis moet tastbaar gemaakt worden.

 

In Rome zijn nogal wat relikwieën te vinden, van groot tot klein. De grootste is de ‘scala sancta’ de trap die Jezus op en af moest tijdens zijn bezoeken aan Pilatus. Je kunt de trap, waar een heel heiligdom omheen gebouwd is, nu op je knieën beklimmen.

De kleinste relikwie is waarschijnlijk een haar, een nagel of een druppel bloed van iemand.

Belangrijke relikwieën in Rome zijn de hoofden van Petrus en Paulus, het lichaam van de heilige Cecilia, de ketenen van Petrus en een aantal fragmenten van het houten kruis waarop Jezus stierf. Deze relikwieën hebben complete eigen kerken gekregen.

Een nadeel daarvan is dat er vaak niet veel van de relikwieën te zien is. De hoofden van Petrus en Paulus worden bewaard in de sint Jan van Lateranen, maar echt zien kun je ze niet en dat is voor een relikwie nou juist zo belangrijk: het zichtbare, tastbare. Geloven deed je al, maar nu wil je zien, voelen, zintuiglijk ervaren.

 

Verrassende topstukken in Rome die wel zichtbaar zijn vind je in de San Silvestro in Capite, waar het hoofd van Johannes de Doper te zien is of in de Santa Maria in Cosmedin, waar de schedel van sint Valentijn te kijk ligt. De beste plek voor de reliekenkijker is de Santa Croce in Gerusalemme. Naast stukken hout van het kruis waarop en spijkers waarmee Jezus gekruisigd werd, is er nog een spectaculair stuk te zien is, waarover zo meer.

 

Maar wat maakt nu een goed relikwie?

In elk geval niet belangrijk is de echtheid: Kerkveranderaar Calvijn weidde een werkje aan relikwieën en telde bijvoorbeeld niet minder dan 14 spijkers waarmee Jezus gekruisigd zou zijn… wel erg veel om het geloof te verankeren. Er moeten dus valse spijkers tussen zitten.

 

Als echtheid niet telt, wat is dan wel van belang?

In de eerste plaats moet een relikwie visueel sterk zijn, dus niet te klein of flets of vergankelijk.

Verder moet een goed relikwie iets gruwelijks hebben, een horror-factor. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het lichaam van Petrus dat in stukken verdeeld is over drie kathedralen: de sint Pieter, de sint Paulus en de sint Jan.

Tenslotte is een mysterieus verhaal van belang: over hoe het relikwie ontstond, gevonden werd en op zijn huidige plek terecht kwam. Omzwervingen zijn belangrijk.

 

Het brengt ons bij wellicht het meest aansprekende relikwie ter wereld: de lijkwade van Turijn. Nu is dat ding niet vaak te zien (de laatste keer was op 12 augustus 2000, de eerstvolgende tentoonstelling staat gepland voor 2025) maar in de al eerder genoemde Santa Croce in Gerusalemme hangt in een zijkamertje een prachtige kopie op ware grootte, haarfijn gefotografeerd en afgedrukt op doek (zie foto). Ondanks dat het een kopie is en ondanks wetenschappelijk bewijs dat de lijkwade niet van de Messias kan zijn maakt de doek indruk. 

 

Jezus leeft, stond er op een gebouw waar ik in mijn jeugd langs liep op weg naar school. Nu betwijfel ik dat, maar die lijkwade, die is echt. En van wie hij ook is, hij fascineert. Ik geloof er heilig in!

Roofkunst ruilen

zondag 21 juni 2009 10:30

mona lisa, roofkunst, ethiopie, italie, rome, kunst

Onlangs gaf Nederland het hoofd van koning Badu Bonsu II terug aan het land waar het vandaan kwam, Ghana. In 2005 gebeurde hetzelfde met het opgezette hoofd van een Maori, dat terugging naar Nieuw-Zeeland. Nederland heeft een aardige collectie uitheemse spullen en kan het zich best permitteren wat dingen terug te geven, zonder dat volkenkundige musea akelig leeg komen staan.

 

Voor sommigen landen is het teruggeven van spullen die ooit elders zijn weggehaald een minder triviale zaak. Tussen Engeland en Griekenland hangt nog immer het conflict om een partij beelden van de Acropolis, de Elgin marbles. Bijna alle grote collecties van Egyptische, Assyrische, Oud-Griekse, Trojaanse of Vroeg-Islamitische kunst bevatten wel stukken die in de ogen van sommigen elders behoren. Of het nu gaat om het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Brussel, het Louvre, het Pergamon Museum in Berlijn of het British Museum in Londen, allemaal staan ze vol met cultuurschatten uit andere landen, andere werelden.

 

Het probleem met veel van de cultuurobjecten is dat ze niet echt geroofd zijn. Argumenten tegen teruggave zijn dat de vinders veel moeite gedaan hebben ze te beschermen en behouden, daar waar lokale bevolking er lang niets om gaf of er zelfs schade aan toebracht. Of niet eens van het bestaan wist. Of er een leuk prijsje voor vroeg en heeft gekregen. Of… nu ja, ga zo maar door. 

 

In Italië valt het nogal mee met die versleepte cultuur. Italië ontstond als land pas laat en miste dus de grote kolonialistische boot. De belangrijkste schatten van elders zijn de plafonds in een aantal kerken, bekleed met goud dat de conquistadores uit Zuid-Amerika roofden, voornamelijk uit Potosi in het nu straatarme Bolivia. Verder zijn er de obelisken - het zijn er een stuk of tien - die pakweg tweeduizend jaar geleden door Romeinse keizers uit Egypte gehaald werden. De obelisken sieren nu belangrijke pleinen en plekken in de stad en zijn in veel gevallen door de grote bouwmeesters van Rome opgenomen in complete beeldhouwpartijen.

 

Ondanks de relatief kleine hoeveelheid ‘geroofde’ kunst, heeft Italië een punt gescoord door een cultuurobject terug te geven. Het gaat om een obelisk uit Aksum in Ethiopie. Het 24 meter hoge gevaarte werd in 1937 naar Italië gehaald, nadat Mussolinis troepen met gifgas en ander geweld het land hadden veroverd. In 2005 kreeg Aksum het ding eindelijk terug.

 

Het was natuurlijk nobel van de Italianen om die obelisk terug te geven, maar volgens sommigen steekt er meer achter. Italië zou ook bereid zijn de Egyptische obelisk die naast de San Giovanni In Laterano staat terug te geven. Het is een van de weinige losstaande obelisken in Rome, die terug gegeven kan worden zonder een hele beeldengroep te ontbinden.

 

Maar waarom die goedgeefsheid? Volgens sommigen hopen de Italianen dat de teruggave een Paneuropese beweging kan doen ontstaan, een culturele stoelendans waarbij allerlei kunst weer terugkeert in het land van de makers. Zo zou Italië zelfs La Giaconda weer in handen krijgen….

Leve het leger!

zondag 14 juni 2009 10:34

rome, italie, abruzzen, colosseum, militairisme

We zijn er niet gek op in Nederland: militair machtsvertoon. Beelden van militaire parades doen ons denken aan communistische landen waar onderdrukte onderdanen geïmponeerd moeten worden met vertoon van eindeloze rijen tanks, raketten en vooral heel veel saluerende soldaten. Het is de perverse verheerlijking van geweld.

 

Parades mogen alleen in de context van de bevrijding en heten dan defilé. De paraderende soldaten zijn onschuldige oud-strijders, bij voorkeur Canadezen die in een rolstoel voortgeduwd moeten worden. Het ergste aan parades is immers de associatie met stampende laarzen. In de ogen van de Nederlander is iedere marcherende soldaat een Nazi die intens geniet van moord en doodslag. Italië werd nooit langdurig bezet en heeft dit trauma niet.

 

Afgelopen weekend werd er geparadeerd in Rome en men liet de gelegenheid niet ongemerkt voorbij gaan. Italië is geen bijzonder militaristisch land, maar de posters waarin het leger de mensen opriep de parade mee te komen vieren sprongen in het oog.

 

Zoals ieder jaar werd het mooie rondje uitgestippeld, dat loopt van het imposante Colloseum, langs de keizerfora naar het grote witte vaderlandsmonument, bijgenaamd de suikertaart. Langs de route dromden tienduizenden Italianen samen met kinderen op de nek en camera’s in de hand. Brandweerlieden beklommen de hoogste verdieping van het Colloseum en ontrolden, staande op een gevaarlijk randje, een reusachtige Italiaanse vlag. Om drie redenen was het een spektakel om van te genieten.

 

In de eerste plaats kun je geen betere brug slaan tussen heden en verleden van Rome dan door met je leger door het centrum van de stad te trekken, langs monumenten en triomfbogen. Het is die traditie van verovering en triomftochten die Rome gemaakt heeft tot wat het nu is en iedere bewoner of bezoeker die geniet van de stad is schatplichtig aan die geschiedenis.

 

In de tweede plaats is Italië geen land, maar een verzameling stadstaten, eilanden en provincies met eigen talen en culturen. De tradities zijn oud, maar de natie is jong en diffuus. Waar België nog bijeen gehouden wordt door een koning, koos Italië voor de republiek en heeft het behalve het in wereldtitels grossierende voetbalelftal weinig gezamenlijks. De parade bindt. 

 

In de derde plaats is er het pure enthousiasme van de kleine jongen, die zich gezeten op pappa’s schouders, korte tijd in een nadere wereld waant. Hij geniet met rode konen van de onverzettelijke tanks, de ratelende rupsbanden, de glanzende toeters en bellen van de luchtmachtharmonie en het geklepper van de hoeven van de officiers te paard. 

 

En dan, bijna aan het einde van de parade wordt het opeens indrukwekkend. Grote vrachtwagens rijden voorbij, vol brandweerlieden, EHBO’ers, agenten, soldaten en gewone mensen. Het zijn de redders van het door een aardbeving getroffen Abruzzo, de helden die de naschokken trotseerden en tussen vallend puin op zoek gingen naar overlevenden. Terwijl de stoet het Colloseum rondt, valt de menigte stil. Dan breekt het applaus los en vloeit hier en daar een traan.

 

Misschien zijn parades te militaristisch voor Nederland, misschien gewoon te mooi. En wie heeft parades nodig om het volk te binden als je Beatrix, oorlogstrauma’s en cynisme hebt om dat te doen?

De kracht van water

zondag 7 juni 2009 10:22
Keizer Nero was een gek die Rome in de fik stak. Hoe hij gek geworden was? Het zou kunnen komen door het lood in het water dat hij dronk. Een ingenieus systeem van aquaducten, badhuizen, fonteinen, riolen en kranen zorgde voor water in heel de stad Rome, maar de leidingen waren gemaakt van lood, met zijn giftige werking. Overigens waren de Romeinen zelf gauw genoeg achter de kwalijke effecten van lood en vermeden het materiaal in latere projecten. 

Tegenwoordig is lood dan ook niet het probleem, maar kalk. Het water in de Italiaanse hoofdstad is keihard. In de gloednieuw en glanzende theeketel zit na een paar dagen al een witte aanslag, die gestaag aangroeit tot een laag die er slechts met geweld uit te bikken valt. Die kalk is ook een oud kenmerk van het water: Romeinen hielden van de smaak van kalkhoudend water en bovendien zou de kalkafzetting kleine, beginnende lekkages in het waterleidingsysteem dichten.   

Hoe Rome precies met al dat water omging is terug te vinden op de briljante website Aqua Urbis Romae (waters of the City of Rome), een project van het Institute for Advanced Technologies in the Humanities, een instituut van de Universiteit van Virginia. De website toont de watersystemen op verschillende momenten van het Romeinse Rijk, indien gewenst met het huidige stratenplan erbij, zodat je echt inzicht krijgt in de stad van toen en de overblijfselen van nu. Zo kun je wetenschap ook bij de mensen brengen…  

De grootste kracht van het uitgebreide systeem van wateraan- en afvoer was dat de stad kon groeien tot een omvang van meer dan een miljoen inwoners rond het begin van de jaartelling. De eerstvolgende stad die zo’n omvang haalde was Londen, ruim 1800 jaar later.  

Maar wat is er nu nog te zien van al die waterwerken? Buiten de stad staan nog hele stukken van de elf aquaducten die Rome bedienden, hoewel indrukwekkender voorbeelden staan in Spanje (Segovia, Tarragona) en Frankrijk (Pont du Gard). In de stad zijn er de diverse badhuizen, zoals de thermen van Caracalla en Diocletianus en eindeloos veel fonteinen. De andere kant van het proces is het best te zien vlak naast de Ponte Palatino, vlakbij de Santa Maria in Cosmedin, waar de Cloaca Maxima uitmondt in de Tiber, het oude riool van Rome.

Het meest levende voorbeeld van Romeins watermangement zijn de gietijzeren kranen die overal langs de straten en op pleinen staan, getooid met het logo van de stad (zie foto). Dag en nacht leveren ze vers, fris en gratis drinkwater aan burgers, bezoekers en passanten. Een traditie van meer dan tweeduizend jaar.


Meer Italië in europa!

zondag 31 mei 2009 10:18
Ook in Italië komen de Europese verkiezingen eraan en dus wordt er campagne gevoerd. Die campagnes onderstrepen nog maar eens de Europese eenheidsworst die ontstaan is. Overal worden posters geplakt in de hoop Italianen te verleiden om komend weekend de gang naar de stembus te maken. Italianen stemmen op zes en zeven juli.

De posters zijn universeel en uitwisselbaar: het gezicht van de kopman of voorvrouw, lachend, maar niet te, en meestal voorzien van weinig onderscheidende slogans als X voor nieuwe energie in Europa, Y voor een nieuw elan en Z voor nieuwe impulsen. Reclamebureaus zijn er maar druk mee. Vanzelfsprekend ontbreekt de Euroscepsis niet, en het Euro-opportunisme evenmin, bijvoorbeeld in de campagne die ‘piu Italia en Europa’ wil, meer Italië in Europa!

Zijn er dan helemaal geen verschillen meer? Jawel, die zijn er wel. Zo is bijvoorbeeld de opkomst in Italië veel groter dan in Nederland. Bij ons kwam in 1999 slechts dertig procent van de kiezers opdagen en in 2004 negenendertig procent. In Italië was dat respectievelijk zeventig en drieënzeventig procent, grofweg het dubbele. En dat terwijl Italianen stemmen in het weekend.  

Veel belangrijker zijn inhoudelijke verschillen. Europa kan gaan over economie en handel, maar dat is old school, kolen en staal. Europa gaat over immigratie, in Italië een onvoorstelbaar heet hangijzer en een bron van wrijving met EU-medelid Malta. Europa is ook het ERASMUS-studentenuitwisselingprogramma, dat hier vooral geassocieerd wordt met de Britse studente Meredith Kercher, slachtoffer van een bizarre moord in Perugia. Europa kan ook gaan over een moreel appèl, over fundamentele opvattingen over het leven en de dood.


Tussen alle verkiezingsbeloften is er de fundamentalistische campagne van “il popolo della vitta’ (het volk van het leven) dat streeft naar een wereld zonder abortus en euthanasie, met Rome als hoofdstad van het Leven. Een fundamentalistisch heilstaat rond het Vaticaan, een warm bad voor de paus, die zich in het door AIDS getroffen Afrika uitspreekt tegen condooms. Het volk van het leven…  

Meer Italië in Europa? Denk daar maar eens aan op 4 juni.

Foute gebouwen

zondag 24 mei 2009 10:21

Democratie is goed voor mensen. Democratie leidt tot draagvlak en compromis. Democratie geeft ruimte aan een ieder om zijn mening te geven. Democratie is bezwaarschriften en overleg met buurtbewoners. Politiek en sociaal gezien is democratie geweldig. Bouwkunst gedijt echter het best zonder democratie.

Rome staat vol met voorbeelden die dit punt onderschrijven: kerken, tempels, fora. Stuk voor stuk gebouwd door elitaire, ondemocratische leiders die meer met grootheidswaan hadden dan met inspraakavonden. Het meest sprekende voorbeeld is ongetwijfeld het Colosseum, opgeleverd in 70 na Christus. Het is niet alleen fout gebouwd, maar had ook nog eens een foute functie: in dik 400 jaar tijd vonden naar schatting een half miljoen mensen en een miljoen exotische dieren er de dood tijdens showgevechten.

Tegenwoordig staan mensen gerust een uur in de rij om het foute gebouw te bekijken en tellen grif de entree van 12 euro neer (krijg je toegang tot het forum erbij). Aan dictators of hun slachtoffers denken we niet. Het Colosseum is “Oh” en “Ah” en fotootjes maken van elkaar met het slachtveld op de achtergrond, puur genieten!

Megalomane bouwzucht was ook de Italiaanse fascistenleider Benito Mussolini niet vreemd. Hij lanceerde een plan om het landinwaartse Rome vast te bouwen aan de kust, door een imposante neoklassieke wijk te bouwen, EUR. Hoewel Esposizione Universale Roma
nooit helemaal af kwam, is er genoeg te zien.

Vooral het hoofdgebouw, het Palazzo della civita Romana (foto) is de moeite waard. Het fotogenieke gebouw zien we terug in films, van een verantwoord werk door Peter Greenaway tot een actieniemedalletje met Bruce Willis. Ongegeneerd strak en wit van het eindeloze marmer staat het welgepositioneerd op een heuvel. Het "Colosseo Quadrato" - vierkante colosseum - noemen de Romeinen het en het gebouw is net zo fout als zijn ovalen voorbeeld: EUR moest de loftrompet steken voor het fascisme.

De Duitse variant van dat fascisme leverde ons bijna nog een stroom wonderen van bouwkunst op. Hitler-vertrouweling Albert Speer plande een nieuwe hoofdstad voor het nazirijk, maar Welthauptstadt Germania kwam nooit verder dan een maquette. Dat schaalmodel laat zien hoe de stad geworden zou zijn: groots, bombastisch, strak en overdonderend. Met zijn Volkshalle en Triomfboog zou het een waar Forum Germanum geworden zijn, geweldig! Bij opgravingen in het jaar 3500 zouden archeologen gewatertand hebben en toeristen zouden met busladingen worden aangevoerd. 

Maar genieten mogen we natuurlijk alleen van gebouwen van dictators van lang voor onze tijd. De piramides en het colosseum deugen, EUR en Germania niet!

Luca Prodan: Fuck you!

zondag 17 mei 2009 10:27
Er bestaan veel banden tussen Rome en Buenos Aires, familiebanden vooral. De helft van de inwoners van de Argentijnse hoofdstad heeft een Italiaanse achtergrond, velen van hen hebben naast de Argentijnse ook nog de Italiaanse nationaliteit. Muzikant Luca Prodan sloeg zijn eigen brug tussen beide landen en hun hoofdsteden: hij werd geboren in Rome en stierf in Buenos Aires. Vandaag zou hij 56 geworden zijn.

In 2008 maakte Rodrigo Espina de documentaire ‘Luca’, een mooi, eenvoudig en doeltreffend portret van de artiest. Espina verzamelde beelden van voor, na en tijdens optredens en sprak met familie, vrienden en leden van de bands waarin Luca Prodan speelde.

Prodan had een Italiaanse vader en een Schotse moeder. De jonge Luca werd naar de dure kostschool Gordonstoun in Schotland gestuurd, de school waar bijvoorbeeld ook Prins Charles werd opgeleid. Luca was er niet gelukkig en liep weg. Hij woonde een tijd in Engeland en raakte verslaafd, vooral aan heroïne. Als hij bij familie in Italië was, zocht hij de straatjes rond de Campo de Fiori op, op zoek naar dealers. Als een soort laatste redmiddel ontvluchtte hij Europa en logeerde lange tijd bij een vriend op het Argentijnse platteland, in de provincie Cordoba.

In Argentinië kwam Luca tot bloei. Hij verhuisde naar Buenos Aires en richtte de band Sumo op, die mateloos populair werd. Prodan had in Engeland de muziek en stijl van Sid Vicious (Sex Pistols) en Ian Curtis (Joy Division) leren kennen en experimenteerde met een mix van muzikale stijlen als rock, reggae, ska, punk en zelfs rap. In een mix van Spaans en Engels schreef hij de teksten van een rebel: oprecht, boos, direct, maar ook vol frustratie en onvermogen.

Divididos por la Felicidad
is een eerbetoon aan Ian Curtis, die in 1980 zelfmoord pleegde. In La rubia tarada bekritiseert Prodan de rijkeluiskindjes die er (ondanks de dictatuur waar Argentinië in die tijd onder gebukt ging) lekker op los leven en met geld smijten. Het nummer Telefonos/white trash keert zich tegen de welvaartsamenleving. Fuck you slingert heen en weer tussen onverschilligheid en zelfhaat en in Heroina komt Prodan thuis: als hij alleen in bed ligt is heroïne het enige waar hij aan denkt.

Op het podium was Prodan een fenomeen, maar grote hits leverde het buiten Argentinië niet op. In Rome is er niets dat herinnert aan de verloren zoon. Op 22 december 1987 stierf Luca Prodan, 34 jaar oud, alleen op een kamertje*, uitgewoond door drank en drugs maar met een glimlach om zijn mond.

* Calle Adolfo Alsina, nummer 451, vlakbij Plaza de Mayo.

Abruzzo schokt na

zondag 10 mei 2009 10:30
Een dikke maand geleden, midden in de nacht, gebeurt het. We worden wakker en kijken elkaar aan. Heen en weer schuddend zitten we overeind in bed en denken even, heel even, dat iemand aan het bed staat te trekken. Dan begrijpen we dat het een aardbeving moet zijn. Het schudden gaat vrij lang door, maar wordt steeds minder heftig. We blijven in bed liggen. Hoe erg kan het zijn? Zal hier wel gewoon zijn, rustig verder slapen.

De volgende dag komt het nieuws, een aardbeving met een kracht van 6.3 op minder dan honderd kilometer van Rome. Er zijn een paar doden, dan zestien, dan tachtig, dan tweehonderd. Het wordt duidelijk dat het niet gewoon was, ook hier niet. In de dagen erna zijn er naschokken. Soms worden we wakker en twijfelen. De grote lepels die we in de keuken hebben hangen, wiegen onheilspellend. Het Colosseum wordt een keer ontruimd, er zijn scheurtjes geconstateerd. Op een avond drijft een naschok ons het huis uit, buren lopen op de galerij, er is lichte paniek.

Als vanzelf verdwijnt de angst weer, de schokken houden op, de doden zijn begraven, het leven gaat door. De familie en vrienden van overal krijgen geruststellende antwoorden op hun mailtjes: ja, wel gevoeld, maar nee, niks aan de hand. De aardbeving die het oude centrum van L’Aquila in de provincie Abruzzo verwoestte is een spannend reisverhaal geworden. Op televisie zien we huilende Italianen, puin, onbenullige verslageefstertjes die met veel te grote helmen op waardeloze human interest brengen vanuit het rampgebied. De schandalige prijs van persvrijheid.

Intussen is Abruzzo televisieacties, het is de haast onvermijdelijke domme uitspraak van premier Berlusconi, het is een telefoonnummer waaraan je per sms-je dat je stuurt een euro schenkt, het is gironummers en posteracties: koopt Abruzaanse waar, zo helpen we elkaar!

Er zijn de verhalen van leerlingen voor nodig om de ramp echt dichterbij brengen: een student die bij een verzekeringsbedrijf werkt heeft stapels claims op z’n bureau liggen, een ander heeft net een camper naar L’Aquila gereden als tijdelijk kantoor voor de weggevaagde vestiging Abruzzo, een derde worstelt zich door een lijst van internetabonnees die speciaal afgehandeld moeten worden omdat de aansluiting de ramp niet heeft overleefd, of erger, de abonnee. De aardbeving is voorbij, de naschokken zijn dat nog lang niet.

Moord, een Suzuki en een Renault

vrijdag 1 mei 2009 11:41
Latin Live zou komend weekend gaan over Aldo Moro, de in 1978 vermoorde Italiaanse politicus. Hij werd ontvoerd, gevangen gehouden en uiteindelijk doodgeschoten. Zijn lijk werd achtergelaten in de kofferbak van een auto. Dat beeld was het startpunt, een vage zwart-wit foto van een lijk in een kofferbak van een Renault. Die auto was maar een zijlijntje.

En dan gebeurt er wat, rijdt er in Nederland een auto door een mensenmassa, vallen er doden. Beelden van een zwarte auto vormen een nieuw startpunt en opeens lijken auto’s heel belangrijk.

Op 16 februari 1978 is Moro, leider van de Italiaanse Christen-Democraten, op weg van zijn huis naar het kamergebouw (hier ingevoegd het detail dat het een Fiat 130 betrof). Dat hij beveiligd wordt mag niet baten: zijn vijf lijfwachten worden zonder pardon doodgeschoten. Moro wordt meegenomen. Vanuit zijn gevangenis schrijft hij een groot aantal brieven aan zijn partij, aan familieleden, maar ook aan de paus (Paulus VI, voor wie in 1964 de eerste pausmobiel werd gebouwd, een speciale Lehmann-Petersen Lincoln limousine). Aldo Moro vraagt in zijn brieven om hulp, hoopt op redding. Tevergeefs.

Na 55 dagen wordt Moro achterin een auto gestopt, een rode Renault 4, die zijn ontvoerders gestolen hadden. Ze zeggen tegen Moro dat ze hem gaan verhuizen. Ze leggen een deken over hem heen en maken vervolgens met tien schoten een einde aan zijn leven. De auto met het lijk van de politicus wordt achtergelaten op de via Michelangelo Caetani, in het centrum van Rome (zie foto).

Dertig jaar later is een Italiaanse journalist nieuwsgierig naar wat er eigenlijk met dat Renaultje is gebeurd en spoort hem op. Soms belanden objecten die tegen wil en dank deel worden van de geschiedenis immers in een museum, zoals de SS 100 X, de Lincoln waarin Kennedy zat toen hij werd vermoord.

De rode Renault van Moro werd in 1978, na grondig politieonderzoek, teruggegeven aan Filippo Bartoli, de rechtmatige eigenaar. Hij heeft het ding nog staan in de tuin. Verzoeken om de auto te gebruiken in verfilmingen en documentaires wijst hij af en evenmin gaat hij in op aanbiedingen (zoals hij onder andere kreeg van Renault) om de auto te verkopen.

Hij heeft nog gelijk ook. Het is een auto, een gebruiksvoorwerp, niks meer dan dat. Een rode Renault, een zwarte Suzuki Swift.

Rust in Rome

zondag 26 april 2009 10:26
Het kan druk zijn in Rome, of liever gezegd: het is druk in Rome, altijd. Pelgrims laten zich, anders dan strandgangers, niet afschrikken door een regenbui of een kille wind. En met al zijn musea en kerken en overige indoor-attracties is Rome ook de ideale bestemming voor een stedentrip binnen of buiten het vakantieseizoen. Bezoekers zijn er altijd en overal en voor de verplichte trekkers als de Vaticaanse musea, het Colosseum, de Sint Pieter of de Bocca della Verita ontkom je niet aan wachten in de rij.

Rond de Trevifontein, op de Piazza Navona en bij de Spaanse trappen lopen behalve toeristen dan ook nog eens de eindeloos opdringerige fotografen, bloemenverkopers, oplichters, gidsen, zakkenrollers en andere types rond. Vanaf eind april komen de busladingen scholieren, die in het kielzog van een ijverige lerares klassieke talen en een enthousiaste docent geschiedenis van kerk naar kerk marcheren, het informatie standaardwerkje “Zeven dagen Rome” van Henk van Gessel in de hand.

Wie aan al die drukte wil ontsnappen wijkt uit naar een van de parken, bijvoorbeeld de Villa Borghese, op de Pincio, nabij Piazza del Populi. Helaas, op een zonnige voorjaars- of zomerdag rusten daar niet alleen toeristen uit, maar huren Italiaanse jongeren er fietsen, wordt er geskeelerd en geroeid, rijden er pony’s en laten Romeinen hun honden uit terwijl ijsverkopers hun waar aanprijzen. Rust? Haha. Toch bestaan ze, oases van rust in de drukte van de stad. Vier aanraders voor wie rust zoekt in Rome:

De Villa Celimontana is een grote tuin op de heuvel Celio, misschien wel de meest ondergewaardeerde van de zeven heuvels van Rome, niet ver van het Colloseum en het Forum. Hoewel er soms de onvermijdelijke pony’s voor de kleintjes rondlopen, is het er meestal stil. In een hoek van de tuin zijn gratis, relatief schone, toiletten.
(tramlijn 3-momenteel een bus- halte Parco Celio , ingang Piazza dei santi Giovanni e Paulo)

De Thermen van Caracalla, nabij het Circus Maximus, zijn voor Europese jongeren onder de 18 en voor 65-plussers gratis toegankelijk. Anderen betalen zes euro, maar kunnen dan ook de hele dag terecht. Rond de ruines van het oude badhuis liggen sappig groene velden, de ideale plek voor een beetje zonnebaden of een picknick.
(metrolijn B, Circo Massimo, ingang thermen aan de Via Antonina)

De Protestantse begraafplaats, vlak naast de witte piramide van Caius Cestius, lijkt op het eerste gezicht geen goede plek voor een beetje rust. Weliswaar is het vrij stil een lopen er niet veel bezoekers, maar met alle monumenten en zerken is er ook geen ruimte om even te ontspannen. Maar links achterin steekt u door naar een grasveld met uitzicht op de achterkant van de piramide. Er staan wat grafmonumenten en bankjes verspreid, er lopen een paar katten en in een hoek staan wat mensen stil bij het graf van dichter Keats. Rust!
(metrolijn B, Piramide, via Caio Cestio, open tot 14:00 uur, entree: vrijwillige bijdrage)

De Botanische tuin, gelegen op de flank van de Gianicolo, tussen Trastevere en Vaticaanstad is een bestemming op zich, met een Japanse tuin, kassen met orchideeën en een bamboevallei. De entree bedraagt 4 euro. Naast de ingang ligt de tuin van het Palazzo Corsini, ook mooi.
(bussen 23, 116, 271, 280. Ingang Via Corsini/Largo Cristina di Svezia)

Oproep: Meer oases van rust in Rome? Ik hoor het graag!

Een bijzondere dag

zondag 19 april 2009 10:30
In de film una giornata particolare (1977) leven we een dag mee met twee Romeinen. De een is een beeldschone vrouw die haar glans verloren heeft in het gezinsleven. De ander, haar overbuurman, weet zijn carrière als radiopresentator op de klippen omdat’ie homo is. Het is een mooie zomerdag in 1938, buiten klinkt de marsmuziek van Mussolini, die het fascisme viert met een triomftocht omdat Hitler op bezoek is. De hoofdrollen in de film zijn voor Sophia Loren en Marcello Mastroianni. Maar er is nog een belangrijke rol….

De kans dat u Loren of Mastroianni ooit gaat ontmoeten is klein. Loren lukt misschien nog, op de tribunes van haar favoriete club SSC Napoli. Mastroianni overleed in 1996. De derde hoofdrolspeler leren kennen kan wel: het is de woonkazerne waar het drama zich voltrekt. Met zijn typische vorm ontrekt het gebouw zich aan de achtergrond en toont een karakter op zich. Als u naar Rome gaat, komt u ze overal tegen. U kunt er zelfs een appartementje huren. Liften zijn er niet, trappenhuizen, galerijen en binnenplaatsen wel. Op de begane grond is een gemeenschappelijke ruimte waar feestvierders samenkomen of de communistische blokraad vergadert.

Moeders vormen een standaard onderdeel van de woonkazerne, ze zijn er mee vergroeid: ’s ochtends als ze kortstondig ontsnappen naar de markt, om pasta en groente in te slaan en te roddelen, s’middags als de kinderen uit school komen, ’s avonds als manlief thuiskomt van het werk. De echo van een blèrend kind wordt overstemd door twee kijvende buren. Een oude buurvrouw trekt de boodschappen omhoog in een mand aan een touw. Er hangt de sfeer van de jaren vijftig, of wat wij daar ons bij voorstellen.

Iedere dag, maar vooral op zondag, drijven knoflook en ui de trappen op en neer. Verse pasta vult de portalen. Tomaat en basilicum bezetten de gangen. Hier domineert gebraden gehakt, een deur verder vers brood, elders olijfolie, koffie, ei, mozzarella.

In de kleine appartementjes, achter de luiken, doen devoot katholieke huismoeders de was met haast calvinistische ijver. Uit alle ramen hangen lakens, in de gangen staan rekken vol sokken, pyjama’s en ondergoed. Waslijnen vol kleren overspannen de binnenplaatsen. Ingenieuze systemen met wieltjes en lijnen toveren het hele gebouw om in een grote drogerij. ’s Nachts draaien de machines weer en in de ochtendzon worden de lijnen binnengehaald. Droge was, strijkklare overhemden, broeken nog vochtig op de naden. Even later zakken verse lakens uitdruipend omlaag en draait een lijn T-shirts zich langzaam naar zijn plek midden tussen de flats.

In de film hangen de twee flatbewoners samen de was op. De afgeleefde huismoeder vraagt zich af hoelang nog, hoeveel keer opnieuw? Haar buurman kijkt, in zijn gedwongen eenzaamheid, naar het propere leventje om zich heen. Schone kleren, schone handen. Het Horst Wessel-lied klinkt en heel even vinden de twee troost bij elkaar. Zij weet dat het altijd zo zal blijven, hij weet dat hij de avond niet zal halen. Het is een bijzondere dag.

Racisten

zondag 12 april 2009 10:32
In het integratiedebat in Italië staan twee groepen immigranten centraal. Er zijn de Afrikanen die in de gammele bootjes van mensensmokkelaars de oversteek maken naar het eiland Lampedusa. Daarnaast zijn er de Roemenen die vanwege de nabijheid en de geringe taalbarrière massaal kiezen voor Italië als bestemming. De Roemenen vallen uiteen in twee groepen: Roemenen en Roma-zigeuners.

Italianen hebben een stevige reputatie als het gaat om gastvrijheid ten opzichte van nieuwkomers. Zo staan de ultras, de harde kern-supporters van voetbalclub Lazio Roma, bekend om de oerwoudgeluiden waarop ze gekleurde bezoekers trakteren. Sommige spelers van Lazio lijken wel waardering voor dat gedachtegoed te hebben: Paolo di Canio bracht de ultras de Hitlergroet, hoewel hijzelf volhield dat het een onschuldige Romeinse groet was. Een fijnbesnaard mens.

Heel Europa reageerde geschokt toen twee zigeunermeisjes in de buurt van Napels verdronken en veel badgasten ongegeneerd bleven doorzonnen terwijl iets verderop, half afgedekt onder badhanddoeken, de lijken van de kinderen lagen. Ook in de Italiaanse media werd er schande van gesproken.

De regering is zich bewust van de problemen en is dus een grote campagne gestart om racisme tegen te gaan. Er is een 0800-telefoonnummer dat je kunt bellen om racisme te melden en overal hangen posters die onderstrepen dat iedereen vooral gelijk is, onafhankelijk van huidskleur of herkomst. Diezelfde regering werd overigens op de vingers getikt door de EU vanwege de registratie van zigeuners door middel van vingerafdrukken. En Silvio Berlusconi, de leider van de regering, maakte een botte grap over Barack Obama die er zo ‘lekker gebruind’ uitzag.

Toch is enige nuancering wel op zijn plaats. De ergernis van sommige Italianen is niet geheel onbegrijpelijk. Door de ligging aan de rand van Fort Europa krijgt Italië heel wat te verstouwen. We kennen de beelden van boten vol Albanezen die de overtocht naar Italië waagden en de situatie op Lampedusa is ronduit absurd: een bevolkinkje van rond de 6.000 inwoners krijgt jaarlijks 10.000 vluchtelingen over zich heen. Dan kun je natuurlijk zeggen dat de wereld van iedereen is, maar zelfs het meest hardcore-lid van Groenlinks zou, als er dergelijke aantallen immigranten op zijn aangeharkte vinex-wijkje afkwamen, zijn geduld en tolerantie ernstig op de proef gesteld zien.

Zolang we niet in heel Europa (en juist in die prima buurtjes in bijvoorbeeld Nederland) de verantwoordelijkheid nemen voor het opvangen van immigranten en het bewerkstelligen van hun integratie, kunnen we ons eigenlijk geen hard oordeel over onverstoorbare Italiaanse badgasten permitteren. En oordelen over Berlusconi? Nu, wij hebben Wilders...
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Groepen

Bloggers in het Buitenland

Bloggers in het Buitenland

Opgericht door Adriano_antoine_robbesom op dinsdag 26 mei 2009 20:12, 66 leden

Groep van bloggers in het buitenland

Italië

Italië

Opgericht door rokus2000 op maandag 8 juni 2009 23:02, 14 leden

Het leven, vakanties, actualiteit, muziek, kunst, cultuur, de keuken. Dit alles met een rood, wit en groen kleurtje.

Reizen

Reizen

Opgericht door rokus2000 op zaterdag 6 juni 2009 17:53, 13 leden

Reisverhalen

Favorieten van han de looper

Han de Looper

Han de Looper (37) is leraar Engels en journalist. Hij reisde door Midden-Amerika, Peru, Bolivia, Brazilie, Chili, Paraquay en Uruquay en woonde en werkte in Colombia en Argentinie. Sinds januari 2009 geeft hij Engelse les in de wieg van de Latijnse cultuur, Rome. In zijn weblog geeft hij een beeld van allerlei aspecten van de Latijnse cultuur en mentaliteit.

Laatste reacties

persona

Meisjes van 13, Vrouwen van 15
anoniem: quinceañera aah zaalig mijn tijd komt er bijna aan maar …

persona

De beste taal ter wereld!
wa74: Hahahahahaaaa, leuke blog hoor! En ach..tuurlijk geven andere talen soms …

persona

De beste taal ter wereld!
Henk Daalder op weg naar Kopenhagen: Talen hebben ook gebreken voor anderen, dat geeft frustratie als …

persona

Meisjes van 13, Vrouwen van 15
zusenzo: Och, was ik maar weer 15. Welnee, het leven is nu …

persona

Meisjes van 13, Vrouwen van 15
Theo: Al dat gedoe met die leeftijden. What's in the age? Als je …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van han de looper, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2009
2008
2007

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •