
Het viel me ineens op:
de schriftelijke waarschuwingen "Wacht u voor de hond" en "Pas op
voor de hond" zie je nauwelijks meer. Olijker teksten hebben hun
intrede gedaan in de wereld der hondenliefhebbers. En wat de
teksten ook suggereren, ze zeggen weinig over de hond, maar veel
over de eigenaars.
De overgang hiertoe werd gemaakt met "Hier waak ik" en "Ik waak voor mijn baas" vaak geflankeerd door een vervaarlijk kijkend exemplaar van een groot, sterk en waaks ras, maar ze zijn er ook met een chihuahuakopje. Wordt een inbreker werkelijk geacht sidderend te vluchten zodra zijn blik op zo'n bordje valt?
Pas op
ik ben in 4 seconden
bij de deur
staat ook te lezen op een aantal bordjes, eveneens verkrijgbaar met een hondenkop naar keuze uit een stuk of vijftig rassen. Maar dat zegt de hond niet. Zijn baas zegt dat de hond dat zegt. Net als:
WARNING!
MY home!
MY garden!
MY family!
Enter at your own danger
Een hond van een mij niet bekend, maar vrij klein uitgevallen ras glimlacht naast deze woorden. Postbodes, gooi uw post liever bij de buren in de brievenbus en incasseer een klacht op uw naam. Alles liever dan het risico te lopen "his garden!" te betreden – en die zul je toch door moeten om bij de brievenbus te komen.
En ik las ook, naast een vervaarlijk uitziende hondenkop, de uiterst uitnodigende tekst:
Enter at your own risk
My owner won't help you
Vertel mij, lieve lezers, zou iemand ooit geglimlacht hebben om de tekst, die naar mijn idee bedoeld is als knipoog naar "Go ahead, make my day":
Break in…
Make his day!
Clint zou het bord meteen doormidden breken als hij het zag, vermoed ik. Effectiever lijkt mij het ook gesignaleerde bord: "Betreden op eigen risico", waarbij de hond in kwestie zelf voor het raam ernaast - groot, bek open, loerend en kwijlend - de waarschuwing kracht bijzet.
Maar er zijn ook nu nog eigenaars die gewoon hun eigen boodschap in plaats van veronderstelde hondengedachten op het bord etaleren. Of dat nu veel onderhoudender of geloofwaardiger proza is, valt nog te bezien. Mijn geachte lezers kennen vast:
Voorzichtig, loslopende hond.
Als de hond komt, plat op de grond gaan liggen
en op hulp wachten.
Als er geen hulp komt, sterkte…
Deze is overigens ook verkrijgbaar met zo ongeveer alle hondenrassen, maar ook met loslopende konijnen, parkieten, hamsters, verzin het maar, of kijk rond in uw eigen dorp of wijk voor meer inspiratie.
Onlangs viel mijn oog op een bord voor een raam waarop de volgende tekst prijkte:
Dit huis is voor de gezelligheid
van de hond.
Visite komt op de tweede plaats.
Als je van honden houdt, begrijp je dat.
Ik begrijp hieruit dat ik kennelijk niet van honden houd. Er stonden weliswaar ook twee guitig bedoelde hondenkopjes op dit bord, maar in geval van ironie had die laatste zin er natuurlijk niet gestaan. Geen twijfel mogelijk, deze eigenaars menen wat hier staat.
Ik vind deze tekst honds. Maar als je van honden houdt, waardeer je deze kwalificatie. Als je niet van honden houdt, waarschijnlijk ook.
Het bord is overal te zien, de afbeelding komt in dit geval van www.jaikhebhet.nl
De peinzende, op de verte achter het plafond gerichte blik van Resl tijdens het eten zei me genoeg: er kwam weer wat. "Weet je, mam …" – stilte –
"Ja?" vroeg ik aanmoedigend. – stilte –
"Wéét je, mam… " – de andere twee kinderen luisterden nu ook aandachtig – "soms zeggen mensen wel eens dat iemand aan het woord is. Ik vind dat zo gek. Dan zie ik een woord voor me en dan heeft die iemand zijn hand uitgestoken en die plakt dan vast aan dat woord!"
"Is dat woord dan woord?" haakte Springveer in.
"Of is het woord soms lijm of plakband, dat je eraan plakt?" Onze oudste denkt niet alleen out of the box, maar in het algemeen ook vrij pragmatisch. Wij krijgen niet alleen vragen en problemen voorgeschoteld, maar meestal ook (delen van) oplossingen. Daar kwam het al:
"Als je nou met twee woorden spreekt, dan ben je tenminste in evenwicht."
"Er bellen soms mensen aan, die zeggen dat ze het Woord van de Heer brengen," vertelde ik. Die mededeling bleek zeer inspirerend te werken; een nieuwe pantomime ontstond.
"Bij vergaderingen zegt de voorzitter wel eens: ik geef nu het woord aan die-en-die," kabbelde ik verder, "of iemand neemt het woord." Dat leidde tot nieuwe inzichten bij mijn kroost. Voorzitter Den Oudste gaf theatraal en onder veel gegrinnik van het overig etend volk het woord aan Resl, waarna Springveer spontaan het woord nam. Het "woord" was in dit geval een stuk pizza geworden, als ik niet snel had ingegrepen.
"Mag ik ook even een woordje doen? De pizza moet nog op!" En ik schoof ik gezwind het woord maar in een mond die juist openging om een interessante toelichting op het spreekwoord "woordje doen" te geven. Maar zo gemakkelijk zijn onze creatieve spruiten niet te stoppen. Al kauwend denken zij vlijtig voort. En tijdens het toetje slikten zij hun woorden niet in. De film "Woord" was al bijna klaar.
"Mag ik ook even het woord?" vroeg mijn zoetelief, de bèta, die af en toe wat moe wordt van dergelijke woordenwisselingen. Maar hij mocht het niet. Zijn kinderen hadden het hoogste woord, daar kon hij even niet meer bij.
Niet alleen zielige poesjes en verdwaalde vogeltjes mogen rekenen op de innige sympathie en soms destructieve bescherming van mijn kinderen. Ook alles met zes kriebelpootjes, olifanten, melancholiek kijkende hondjes - en zielige bloemen. Vooral wanneer de lente zich nadrukkelijk manifesteert in de vorm van uitbundig bloeiende bolgewassen, vangt ieder bloempje dat niet welig tiert, hun aandacht. Een door jeugdige vandalen afgerukt en achteloos op het pad achtergelaten narcisje kan hen tot tranen toe roeren.
Daarom hebben wij veel vaasjes in huis, groot, klein, van verschillende vormen, opdat toch maar vooral ieder stukje vaderlandse flora dat daarvoor in aanmerking komt, goed verzorgd kan worden. "Zo kunnen ze nog verder leven in blessuretijd," merkte Resl ooit ernstig op na de geslaagde redding van een krokusje en twee madeliefjes.
En zo is ons huis ook nu weer een ziekeplantenhuis voor zieltogend groen. Ditmaal moesten er twee tulpenbollen gered worden. Iemand had zijn tuin vol bollen gezet, er twee over gehad en die achteloos aan de kant gemikt. Maar dat mocht niet!
"Een bol is óók al een klein plantje hoor, alleen zie je het nog niet!" ageerde mijn kroost in koor.
Tegen dat argument kon ik niet veel inbrengen. Dus zocht ik een nog niet eerder voor dat doeleinde gebruikt glaasje en probeerde of ik de bol op water kon zetten, zoals dat bij een krokus ook wel eens gelukt was.
In eerste instantie leek dat goed te gaan. Niet snel maar wel duidelijk groeiden er worteltjes uit de bol richting het water. Na een paar weken kwam er een groen puntje boven piepen. Dat puntje groeide gestaag door. Zou het dan toch...?
Nee. De bloem kwam weliswaar uiteindelijk tevoorschijn, maar voordat hij zich aan zijn eigen groene corset ontworsteld had, was hij al verdord... De tulphulp niet mocht baten. Daarom hebben we de andere bol maar in een bloempot met aarde gezet. Er komt weliswaar nu iets groens uit, maar veel hoop heb ik niet...
De kinderen wel. Die helpen ijverig voort. Over een maand mag ik vast weer zielige narcisjes opvangen.
Knispel wenst
iedereen
coole feestdagen
en
veel inspiratie
voor de pennenvruchten
in 2010
Mein lieber SirChess: Der Spyro, mein Bruder,
hat es hören müssen vom Sinterklaas: Wie kann man sich bewerben
in einem Land mit einer Sprache wie ein startender Lada oder ein
kotzendes Emu? Want Spyro was het, die het Duits als
zodanig classificeerde. Toch dank ik hem daarvoor. Toen ik een
paar weken geleden het eerste Sprachblüte hier neerzette en SirChess reageerde op
het gedeelte dat hij had begrepen, voelde ik me geroepen de
eerste alinea te vertalen en hem te verklaren waa
r die uitspraak vandaan
kwam.
En daarmee waren mijn grote Duitse vriend en ik eigenlijk pas net goed op stoom gekomen. Het was gewoon een herontdekking van elkaar, dat we zozeer hetzelfde gevoel voor humor op het gebied van taal bleken te hebben – en daar komen we pas na meer dan 15 jaar achter! "Ich liebe es "herumzublödeln", wie man im Deutschen sagt," schreef SirChess, nadat ik per mail bekend had zojuist de lachtranen uit mijn ogen te hebben geveegd. Dat was me wel duidelijk, ganz klar, meine Süßigkeit der Woche.
Rap heb ik dus ook "herumblödeln" op de eretribune gezet. Het klinkt ronduit gezellig en je zegt er heel kernachtig iets prachtigs mee. En kijk vooral eens hoe schön het woord eruitziet: blödeln. Het ziet eruit zoals zijn betekenis luidt, gewoonweg knuddelig. Ich liebe es auch herumzublödeln, und ich liebe das Wort "herumblödeln". Een puntige vertaling heb ik zo gauw niet voorhanden.
En hoe kwamen wij dan weer zo op stoom, waar we eigenlijk net klaar leken te zijn met de dialoog? Dat kwam doordat SirChess meldde eine Fehlermeldung te krijgen toen hij wilde reageren op Sprachblüte. Wat bleek: hij had het antispamwoord netjes overgetikt, maar niet gezien dat dat achterstevoren moest:
"Ich habe das Wort "ofek" korrekt eingegeben, half aber nichts."
Ik zond hem de oplossing van het raadsel, vergezeld van dicke Bärenknuddels.
"Ha! Wer lesen kann, ist
doch klar im Vorteil, mein Lieblingsengel! :o)))
"Type dit woord andersom" --> Typisiere dies woanders mit Rum!
Also - dass ich das nicht verstanden habe..." lachte
hij.
Met een glaasje rum en het woord
omkeren lukte het hem wel zijn reactie te plaatsen.
"Ein
herzliches "kefo" a
n Euch alle!" mailde
hij opgelucht.
En daarmee was een nieuw woord geboren: Kefo. Een woord waarmee je uitzinnig heerlijk blijkt te kunnen blödeln.
In eerste instantie groetten wij slechts met onze nieuwe vinding. "Ein dickes Kefo", "ein herzliches Kefo", "ein inbrünstiges Kefo" begonnen wij elkaar te wensen. Of het grammaticaal allemaal klopte, durf ik niet te garanderen, maar we begrepen elkaar. Ook toen Kefo nieuwe toepassingen vond als bijvoeglijk naamwoord.
Zo reageerde ik spontaan met "Einfach voll-kefo!" op een prettige mededeling van Duitse zijde.
"Man könnte sogar soweit gehen zu sagen: kefo-kefo! Aber dann bleibt nur och wenig Spielraum nach oben..." merkte SirChess bedachtzaam op.
"Ke-ke-kefo!" juichte ik instemmend.
"Aus welchem arabischen Land stammen Deine Eltern? Friesland? Schreibt man dort von rechts nach links, also beispielsweise "kefo", wenn man einen Antispamtest bestehen muss? Liegt das an der Ähnlichkeit mit "Kefir", diesem Joghurt-Drink?"
U begrijpt dat wij inmiddels in het stadium der onzinnige filosofie beland waren. Met kefir had kefo vanzelfsprekend niets te maken, maar wel, bijzonder genoeg, met … cavia's. Want een deel van de filosofie knippend wil ik u toch even deelgenoot maken van enkele vragen die vervolgens rezen:
"Was kommt hinter dem Deich? Meer? Noch mehr? Meerschweinchen? Weshalb heißt das Meerschwein Meerschwein, wenn es doch gar nicht mehr Schwein als ein Schwein ist?"
Tja, dat houdt een mens wel wakker in de nacht. Wat komt er achter de dijk? Vanzelfsprekend hangt dat af van aan welke kant van de dijk je je bevindt. Ik excuseerde mij dan ook voor een late reactie met: "Aber Sinterklaas, der Nikolaus, ist im Land -hinter dem Deich - aber nur vom Meer aus gesehen." Logischerwijs volgde daarop mijn vraag om SirChess eens een nachtje uit de slaap te houden: "und warum sagen Deutschen nicht einfach See, genau so wie wir, Nordsee heißt es doch bei Euch auch?"
Ha, daar had hij niet
zomaar van terug… Als ze dan toch zo consequent willen
dwarsliggen en wat Engelsen "sea" en wij "zee" noemen, stug met
"Meer" betitelen, laat hem dan dit vraagstuk ook maar eens
oplossen. Maar natuurlijk had ik zelf de oplossing al
paraat.
"sonnst würde Meerschweinchen Seeschweinchen heißen, und das hört sich wirklich an wie ein kotzender Emu ;-)" Hoe je een sneer uitdeelt die tegelijkertijd een compliment is…
SirChess was het juichend met me eens.
"Ein Seeschweinchen, das
sich auf einem Lada mit einem kotzenden Emu paart, während ein
arabfriesischer Nikolaus den Bruderwitz erzählt - jawohl, das ist
es! *lol*
Im Ernst: Das "Seeschweinchen" hat wirklich etwas, ich habe breit
gegrinst, als ich es sah!"
Wie het tot hier heeft volgehouden, mag meegenieten met het slot.
My dearest SirChess en Chessine, meine liebe Seeschweinchen, wenn ich Euch nächstes Jahr spontan begrüße mit: "mein Blödeling!", dan weißt Ihr beiden schon das das kein Schimpfwort ist, sondern ein plattfriesarabdüütsches Kompliment.
Für jetzt, dicke Kefo, und ab übers Nordmeer!
De illustraties zijn van Spyro. Ze hebben verder niets met de tekst te maken, maar zijn net zo geblödeld als dit verhaal.
Wer
jetzt noch behauptet daß Deutsch eine Sprache ist
wie "een startende Lada of een kotsende emoe" kan ik nu met
hoongelach tegemoet treden. Toen ik gisteren per
mail te rade ging bij onze Duitse vriend SirChess met enkele
prangende vragen, ontdekte ik weer een paar woorden die ik nu in
mijn eregalerij ga bijzetten.
Zo begon ik mijn verzoek, dat voor hem wel wat werk inhield, met enig bloemrijk inleidend gevlei, dat "rumscharwänzeln" blijkt te heten. Hij is al lang een goede vriend van ons en kan dergelijke taal wel waarderen. Hij antwoordde mij dan ook met "Liebste Knispel, *so tue als hätte ich nicht gemerkt, dass Du nur scharwänzelst*".
Niets kon mijn dag meer breken. Rumscharwänzeln, ik vind het schitterend. Uitspreken leverde voor mijn Nederlandse tong nog wel wat problemen op, maar ach, wat een prachtig woord had ik ontdekt. Zodra iemand het nog over slijmen heeft, zal ik in gedachten rumscharwänzeln even van zijn plankje halen, afstoffen en genietend terugplaatsen in zijn fraai uitgelichte nis.
"An meine
kleine Freundin Resl einen ganz besonders dicken Knuddel! ;o))"
gaf hij mijn dochter nog virtuele omhelzing mee. Dat zal ze op
prijs stellen. Een dikke Knuddel – het klinkt waarachtig
nog een tikje berenomhelziger dan knuffel, maar vriend SirChess
was direct bereid de Nederlandse knuffel te adopteren ter wille
van zijn kleine Freundin. De liefde, al dan niet voor taal, moet
natuurlijk wel van twee kanten komen.
In mijn volgende antwoord gaf ik toe dat mijn creativiteit even op was: "SirChess, mein (und da fehlen mir die Worte... )" en kreeg daarop weer een "Dicke Knuffel an die ganze Bande". Inspirerend, want "Hallo mein Schnuckelchen," kwam ik toen weer op dreef. Het Duits heeft van die heerlijk overdreven koosnaampjes – waarmee ik mijn zoetelief nooit serieus zou aanspreken, maar die het lekker doen in een dergelijke pingpongconversatie met een oude vriend. En kijk, "Hallo mein Sonnenschein" kreeg ik vriendelijk terug.
Ach hoe zoet is het, soms even lekker "rumscharwänzeln" en afsluitend heerlijk "knuddeln". Als ähnliche Wörter voor het Nederlandse slijmen suggereert mijn pas ontdekte woordenboeksite www.uitmuntend.de "slim" en "slimme". Kijk. We zijn het stinkend eens.
Und schließlich: SirChess, Entschuldigung daß dies nicht in Deutsch geschrieben ist, aber es ist noch eine gute Übung für eueren Besuch hier…
Desilleasie
leaseauto,leaserijder,auto,zuinig,fiscale bijtelling,hybride,diesel,benzine
Eens in de vier jaar raken wij plotsklaps geïnteresseerd in autofolders. Voor het overige hebben wij daar niet zoveel belangstelling voor, maar omdat mijn zoetelief van zijn baas een leasebak mag rijden en wij die ook als gezinsauto inzetten, is het toch wel van enige importantie dat wij ons tegen de tijd dat het leasecontract afloopt, gaan verdiepen in de mogelijkheden van het moment op autogebied. Nu wil het toeval dat onze huidige auto in januari zijn vierde verjaardag viert en een nieuwe moet toch wel tijdig besteld worden. Kortom, in de afgelopen weken was het hier autofolderspaartijd.
Als u van plan was hier een gezellig stukje te lezen, springt u dan maar liever snel naar een van mijn favorieten. De ene na de andere desillusie volgde tijdens onze speurtocht naar een waardige opvolger van ons gezinsvervoermiddel.
Naar ons idee hadden we niet zo vreselijk veel eisen. Maar oordeelt u zelf:
1. Hij moest per maand niet meer kosten dan de huidige auto (bij voorkeur iets minder);
2. Er moesten drie kinderzitjes achterin passen en dan moesten de gordels nog te sluiten zijn;
3. De gezinszooi voor een kampeervakantie moest meekunnen, in autojargon: een grote bagageruimte en mogelijkheid om de dakkoffer te bevestigen;
4. Hij moest wel een vorm van veilig zijn volgens de NCAP-tests. Een ster of vier. Ofzo. Wel graag vijf. Maar geen twee dus.
De kleur, zolang het maar geen wit was, speelde verder nauwelijks een rol. Metaallak had geen voorkeur. Hij hoefde ook niet mooi of opvallend te zijn, daar hebben we motorfietsen voor. Hij hoefde niet bloedsnel te kunnen, geen navigatiesysteem te hebben, geen stoelverwarming, weet ik wat meer. Gewoon, een auto waar je veilig en wel je gezin met bijbehorende troep mee kunt vervoeren.
Goedgeluimd en immer open voor nieuwe zaken besloten we uitgebreid te gaan rondkijken op internet. In principe kwam ieder merk in aanmerking om onze nieuwe bolide te mogen leveren. Kom maar op met jullie positieve punten!
Daar was de eerste desillusie. Veel auto's bleken stomweg veel duurder per maand te zijn dan wij in gedachten hadden, hetzij door verbruik, hetzij door de hoge cataloguswaarde. Maar het beperkte de keus natuurlijk ook op een praktische manier. De Excel-vergelijkingssheet bleef overzichtelijk.
De regering had met tamelijk veel bombarie verkondigd het gebruik van hybride auto's te stimuleren met onder meer vrij drastische belastingmaatregelen. Zo vallen heel erg zuinige cq hybride auto's in de 14%-categorie. Dat wil zeggen, dat je maar 14% van de cataloguswaarde van dit ding bij je belastbaar inkomen hoeft op te tellen. Verder bestaat er nog een 20%-categorie, voor de wat minder zuinige auto's die toch nog altijd beter dan niet-zuinig zijn. Volgens de regering dan. Reden genoeg om de auto's in die categorie mee te nemen in onze Algemene Beschouwingen.
Leuk, zo'n hybride Prius. Er passen ook best drie kinderzitjes in, wisten wij van een bevriende Priusrijder die onlangs vader werd van een vierde kind. Wel jammer dat de helft van de bagageruimte wegvalt door accu's en elektromotor. Maar dat hoeft op zich geen probleem te zijn, bedachten wij, want dan huren of kopen we voor vakantietijden gewoon een aanhangertje om de resterende zooi in kwijt te kunnen.
Mispoes! Dat was domper nummer twee. Geleidelijk aan werd ons duidelijk dat die aanhanger uit den boze is. Want men heeft becijferd, dat je met een aanhanger meer brandstof verbruikt dan zonder – wat natuurlijk waar is. Maar hoe erg is dat nu, van en naar je vakantiebestemming en de rest van het jaar zonder? Dat is Heel Erg Vreselijk! Als je zomaar een aanhanger achter je hybride danwel anderszins zuinige auto hangt, al is het maar één keer per vier jaar, donder je zonder pardon naar de 25%-categorie. Dag Prius, dag Civic, dag nog te ontwikkelen andere hybrides. Zo hebben we er niets aan, want met 25% bijtelling is die Prius plotseling wel een heel duur alternatief. O ja, wist u al dat die zuinigheid van hybride auto's vooral in de stad wordt gehaald en niet zozeer als je veel kilometers op de snelweg maakt? Dus 't is ook weer niet zo dat we te knieperig zijn om aan het milieu te denken.
Onze hoop dat we wellicht een rijtuig in de 20%-categorie zouden kunnen vinden, was hiermee ook al aardig gereduceerd. En terecht, zo bleek: ook met deze auto's is een aanhanger uit den boze! Maar laten we eerlijk zijn, zo heel vreselijk was dat ook niet. In die 20% bijtelling vallen vooral autootjes van een boodschappenhuppeltjesformaat. De zogeheten broekzakautootjes, waar je met geen mogelijkheid veilig een gezin van vijf in kunt verplaatsen.
Dan maar "gewoon" in de 25%-categorie gezocht. Er bleven wel een paar auto's over. Toch weer hoopvol gestemd gingen wij naar de Renaultboer – om daar tot de ontdekking te komen dat onze drie kinderzitjes niet met goed fatsoen in de beoogde Mégane pasten. Je kon de portieren nog nèt dichtrammen, maar als je de gordel wilde sluiten, kwam je met ontvelde knokkels tot de conclusie dat je er echt niet bij kon. Dit tafereel herhaalde zich nog eens bij andere autoboeren. Andere typen, zoals de Doblo-achtigen, waar wel drie zitjes achterin pasten, vielen af vanwege het hoge verbruik, omdat de leaseboer dat dan weer financieel afstraft.
Om een lang verhaal iets minder lang te maken: de keus bleef redelijkerwijs beperkt tot twee auto's: in alfabetische volgorde van merk waren dat de Ford Focus en de Opel Astra. Nu weet u meteen waarom er van deze twee typen zoveel in Nederland rondrijden. En de volgende desillusie diende zich alweer aan bij het vaststellen van welke motor we in de auto geplaatst zouden willen zien. Wij hadden namelijk graag weer een diesel gereden. De vorige beviel uitermate goed, de autofabrikanten doen flink hun best om de diesels nog zuiniger te maken en de uitstoot flink te beperken en we zijn tenslotte een gezin dat veel kilometers maakt, dus...
... dus is het tegenwoordig helemaal niet meer logisch dat je dan diesel rijdt. Integendeel. De overheid heeft besloten dat diesel rijden Heel Fout is en Ontmoedigd Moet Worden. Je kunt er als fabrikant niet tegenop ontwikkelen. Want men geeft hier een strafbelastinkje, men stelt daar de eisen wat scherper dan voor benzinemotoren en ziedaar: zelfs een zeer zuinige diesel is duurder voor de argeloze leaserijder met gezin dan een vervuilender benzinemotor.
"Grotere en vervuilender auto's moeten gewoon duurder zijn dan kleine, schone auto's," hoorde ik ergens een regeringsfunctionaris beweren. Maar waar je vroeger met gemak drie kinderen in een Escort kwijt kon, zijn wij nu veroordeeld tot auto's die een maat groter zijn, vanwege die verplichte kinderstoeltjes. Voor de goede orde: ik vind het prima dat er onderzoek en maatregelen omtrent de veiligheid van kinderen in een auto gaande en genomen zijn, maar het betekent wel dat wij met drie kinderen wel een grote auto moeten hebben. Achterin een B-kadettje, zoals mijn broer, zus en ik vroeger, dat is nu wettelijk bezien hevig onmogelijk. Geen wonder dat je tegenwoordig met drie kinderen al onder "groot gezin" valt…
Wij hebben een nieuwe auto uitgezocht en besteld. Hetzelfde type als we nu nog hebben, voor de verandering in een andere kleur. Met een benzinemotor, omdat die volgens de regering met zijn hogere verbruik kennelijk toch beter voor het milieu is dan de zuinige diesel met roetfilter. Die volgens de slimme rekenambtenaren kennelijk beter voor het milieu is dan een hybride auto waar eens per jaar een aanhanger achter gehangen wordt. Die die we eigenlijk liever niet wilden, maar de financiële prikkels van de overheid hebben ons uiteindelijk lekgeprikt. We geven ons over – dan deze maar.
Lieve autofabrikanten, mag ik dan nog het verzoek doen om de gordels achterin iets gunstiger te plaatsen en de achterbanken niet meer gekuipt uit te voeren (want wat voor nut heeft dat eigenlijk?), zodat de stoeltjes ook gewoon recht staan? Wie weet is het uitzoeken over vier jaar dan wel een wat prettiger bezigheid.
Spyro was here!
Hij laat altijd sporen na... Het zal zelfs de meester niet ontgaan zijn dat Spyro here was.
"Space. The final frontier. These are the voyages of the starship Enterprise."
Aan het eind van vrijwel iedere aflevering van Star Trek, the Next Generation stuurt captain Jean-Luc Picard zijn Enterprise naar een volgend avontuur. Hij geeft opdracht een koers uit te zetten en een snelheid in te geven. Als zijn officieren koers en snelheid bevestigen, zegt Picard: "Engage!", waarop de Enterprise met een flits verdwijnt naar een ander deel van de ruimte.
Engage. Zoals Picard het uitspreekt, doet geen enkele andere Starfleet-captain het. Met glinsterende ogen, verlangend naar meer avontuur, met een klank alsof hij persoonlijk het schip in gang zet. Het is precies het juiste woord, uitgesproken door precies de juiste persoon. Een klank als een vierentwintigste-eeuwse startmotor.
Wat een leuke uitdaging voor vertalers, zo'n woord. In Wikipedia vind je voor allerlei termen een vertaling, maar niet voor engage in deze context. Vandaar dat wij een amusant middagje hebben doorgebracht met de DVD's van seizoen 1 en 2. "Wij" is in dit geval geen pluralis majestatis, ik bedoel gewoon mijzelf en de kinderen. Die kijken namelijk graag naar Star Trek, al wil de jongste wel graag dat ik de ondertiteling voorlees, omdat hij hem zelf niet zo snel kan lezen en er geen Nederlandse nasynchronisatie voorhanden is.
"Ik kan ze wel Duits laten praten," zeg ik en dat vinden ze wel grappig. Worf heeft plotseling een heel andere stem en of ze voortdurend kauwgum kauwen? De stemming stijgt snel.
De Nederlandse vertaling voor engage is bij deze serie "contact". Sja. Formeel bezien klopt het natuurlijk wel, maar het is in dit geval een woord van niets, vergeleken met engage. Contact. Alsof je een schakelaartje omzet. In de films wordt het ook wel eens vertaald met "voorwaarts". Mwôh. Dat vind ik evenmin om te juichen, evenals het soms gebruikte "activeren". Maar om eerlijk te zijn weet ik ook geen beter alternatief. "Vooruit met de geit" klinkt immers evenmin alsof je een warpmotor in gang zet. Hebben andere talen meer geluk met hun woordenschat?
De Duitsers maken er "Energie" van. Dat komt qua klank nog wel wat in de buurt. Energie. Energie. Even herkauwen was nodig, maar ik kan met zowel de vertaling als de klank daarvan wel leven.
De Zuid-Europese
talen zorgen voor grote hilariteit op de bank. Als ik het bekende
stukje laat lopen met de Italiaanse nasynchronisatie en Noorse
ondertiteling, vallen mijn kinderen bijna op de kop van het
lachen op de grond. "Waarom praten ze zo snel?" vraagt Resl zich
schaterend af. Omdat Italiaans een uiterst ineffeciënte taal
blijkt te zijn voor ruimtereizen. Ze hebben twee keer zoveel
lettergrepen nodig om hetzelfde te zeggen als in het Engels. Zo
wordt de conversatie:
"Captain?" … "Engage!"
vertaald met
"Capitano?" … "Attivazione!"
Stel het je even voor! Je ziet iemand zeggen "Engage" en je hoort "Attivazione". En je leest… "Kople inn!" grinnikt mijn oudste de Noorse vertaling. Het Zweeds kiest voor het voor ons nog begrijpelijke, maar ook erg grappige "Avfärd" en noemt de captain "Kommandör". De serie krijgt zo meer weg van een subtiele slapstick. En ook het Deense "aktivér" klinkt niet als een woord waarmee de Kaptajn zich verheugt op het volgende avontuur.
Het Frans, die door velen zo bejubelde poëtische taal, maakt er helemaal iets eigenaardigs van. "En avant toute!" weet de Franstalige nasynchroniseur in de lettergrepen van engage te persen. Frans is veel te lief om als ruimtetaal te kunnen dienen. Zelfs Jean-Luc Picard, die toch van Franse afkomst is, zal die taal laten aan de dichters en minnenden.
En het Spaans? "Adelante" spreekt de capitán daar. Adelante… Mijn broer Spyro, die het Spaans redelijk machtig is, weet te vertellen dat dit letterlijk vertaald "naar voren" betekent. Maar wat een woord. Adelante is toch geen commando. Dat is een fraaie vogel, een prachtige plant die rond kerst uitbundig bloeit, een versvorm of een elegant meubelstuk. Maar voor ruimtereizen is het toch totaal ongeschikt.
De beste oplossing is in feite, om "engage" onvertaald in ondertiteling en nasynchronisatie op te nemen. Adelante con cabra… Engage!
De foto's komen uit Wikipedia
Asshole in the wall
sbs6, familieshow, televisie en kind, televisie, beau van erven dorens, Gerard Joling, hole in the wall
De zoveelste afknapper bij SBS6. Feitelijk kijk ik er alleen nog naar House en weet vrijwel alle opploppende aankondigingen in beeldhoeken en schermbovenzijde te negeren. Ik wil niet eens weten wat ze nog meer hebben, want vrijwel alles valt tegen.
Maar goed, ergens tussendoor had ik een aankondiging gezien van een "familieshow".
Zou het werkelijk? Zouden ze dan toch iets leuks hebben bedacht waar je ook met je (jonge) kinderen lekker op zaterdagavond naar kunt kijken? Ik besloot nog even te wachten met koffie inschenken en zag ... iets dat ik al kende van Japanse filmpjes op Youtube. Leuk voor de kinderen inderdaad. Die zijn wel op een leeftijd waarop je je dan iedere zaterdag helemaal krom kunt lachen om zoiets.
't Is wel wat laat, zeker voor de jongste die pas vijf is, maar soit, het is maar eens in de week zaterdag. Fris gebadderd, in pyjama, met wat drinken en een bakje chips zaten we er klaar voor.
Oh, de kinderen hebben best wel gelachen, daar niet van. Maar ze vroegen wel waarom er zoveel tussendoor gepraat werd. En waarom die teamcaptains zichzelf zo grappig vonden - zo grappig waren ze toch helemaal niet? Dat was ik volkomen met ze eens.
Wederom heeft SBS het voor elkaar om een op zich leuk idee volkomen leeg te knijpen tot een leeg velletje. Kom op zeg. Zet er een paar leuke teamcaptains neer, in plaats van die twee over het paard getilde, egotrippende flauwegrappenmakers. Er zijn toch nog wel presentatoren te vinden die zonder schunnig taalgebruik en om zichzelf te lachen durven te presenteren? Er is toch zeker nog wel een show mogelijk zónder uitgerekend deze twee figuren?
SBS, durf eens wat. Zet er een paar normale mensen met normale humor neer, laat ze wat minder kletsen, wat meer actie, noem het gewoon "gat in de muur" en laat het dan een uur eerder beginnen. En dan mag je het wat mij betreft een familieshow noemen.
En zie daar: op BBC1 begint het om 18:45. Ik denk dat we morgen die maar eens gaan proberen.
Wasknijper
paperclip, standbeeld, knutselen, huishouden, praktisch, eerbetoon, wasknijper
Met de niet te stuiten
opmars van de wasdroger is de wasknijper wat in ongenade geraakt.
De tere spulletjes die echt niet in de droger kunnen, worden nog
op een waslijn of rekje gedroogd. Maar zoveel mogelijk worden
zaken op een hangertje te drogen gehangen danwel zonder knijpers
over de waslijn gehangen. Men wil geen "moeten" die men later
weer moet "wegstrijken".
Toch zal de wasknijper in mijn huishouden tot in eeuwigheid waardering blijven genieten en in gebruik blijven en niet alleen doordat we geen droger hebben. Zelfs Wikipedia vermeldt dat de wasknijper niet alleen "een huishoudelijk artikel" is "dat als hulpmiddel dient bij het ophangen van wasgoed." Nee, er zijn andere huishoudelijke toepassingen bekend. Zo zegt de Nederlandse Wikipedia:
Zo kan men met een wasknijper:
- elke plastic zak waar men etenswaren in bewaart, hersluitbaar maken.
- een vel papier (bijvoorbeeld een poster maar ook een boodschappenbriefje) ophangen
- een stapel papier bij elkaar houden (zoals een paperclip)
- bij de zaadvermeerdering van komkommers wordt de bloemkroon dichtgeknepen met een klein knijpertje
In Noord-Engeland speelt men bovendien nog Peg in the bottle met dit handige huishoudelijke apparaatje. Verder vult de immer goedgeïnformeerde Engelstalige Wikipedia nog aan dat je:
- hem kunt gebruiken om je neus mee dicht te knijpen als je last hebt van stank,
- er een speelkaart mee aan de voorvork van je fiets kunt vastzetten, zodat hij tegen de spaken ratelt als je fietst en zo een motorgeluid kunt nadoen,
-
er andere dingen
van kunt maken, zoals muizenvallen, katapults en
pistooltjes.
Peg in the bottle heb ik nooit gespeeld. Maar vrijwel iedere andere genoemde toepassing heb ik al in mijn leven gebruikt. Nog immer knijper ik in de keuken aangebroken zakjes (van plastic maar ook die van papier, folie enz) bij voorkeur dicht met een wasknijper. Het gilde van het huishoudhulpjesdesign heeft weliswaar prachtige alternatieve zakjesknijpers uitgevonden, maar de aloude wasknijper knijpert zonder meer het prettigst.
Maar de knijper is breder inzetbaar. Hoe moet je anders als kind een sleep van vitrage om je middel bevestigen, of een grote handdoek als hoofdtooi? Of een onvervalst knijpertreintje of –bouwwerk maken? Uren kunnen sommige kinderen zoet zijn met hun knijpercreaties. Huisjes, beestjes, bruggen, knikkerbanen, poppetjes, onderdeel van legobouwwerken...
Helemaal onmisbaar is hij bij knutselactiviteiten. Plakwerkjes moeten drogen en werkjes die de neiging hebben uit elkaar te vallen, knijper je dus zolang even vast. Verder kun je ze inzetten als knutselmateriaal. Als kleuter al maakte je prachtige sterren door acht wasknijpers te verven en dan netjes op een kartonnen rondje te rangschikknijperen. Knijperkerstsfeer, dat verzeker ik u. En wat te denken van de klassieke knijperonderzetter? Ook hier weer in aanbouw, kijk maar.
Wat moet het moderne huishouden nu toch zonder wasknijpers? De knijper verdient daarom wat mij betreft een standbeeld, zoals ook de paperclip heeft. Deze vormt al een aardig eerbetoon.
De eerste foto komt uit Wikipedia, de overige foto's zijn van Knispel
Good Bad Boy met Poezele Contouren
drs p, genante momenten, meezingen, kinderen, kraftwerk, queen, pater moeskroen, joe jackson, muziek
Al schommelend zong Resl, toen nog een kleuter:
"Maar in de hemel is geen bier!
En daarom drinken wij het hier!"
Duidelijk verstaanbaar voor de hele buurt. Niet alleen zij, ook mijn beide zoons hebben hetzelfde geheugen voor liedteksten als ikzelf. Sommige hoeven ze maar één keer te horen, tijdens de Top 2000 bijvoorbeeld, en ze zingen het. En het is wonderbaarlijk welke teksten ze dan oppikken. Geen K3-achtige of anderszins schattige of onschuldige teksten.
Van Pater Moeskroen, waar we enkele CD's van bezitten, zingen ze niet "Praten met de planten" of het overbekende "Roodkapje" Nee, de jongste fietst dan door de buurt en zingt luidkeels als een soort omroepwagen het prachtige lied van Keesje:
"En zijn jeugd is verdwenen
O wat gaat het leven vlug
Als een kind ging hij henen
Als een man komt hij terug"
Duidelijk genietend komt hij daarna met galmende uithalen, die het ook in badkamers zo goed doen:
"Kéééééééésje wordt volwassen!
Kéééééééésje wordt een man!"
Verder krijg ik, zoals vrijwel iedere ouder, ook wel eens moeilijke vragen. "Mam, wat zijn poezele contouren?" In antwoord op mijn vraag waar ze dat gehoord hebben, barsten zij in koor los:
"Waar poezele contouren
het kennersoog ontroeren"
Zonder het antwoord af te wachten, informeert de oudste al: "En wat is dan onkies?" En in koor gaat het verder met een ander couplet van Café Chantant van Drs P:
"Waar dames die zich verven
De jongelui verderven
Ofwel met blote kuiten
Onkiese liedjes uiten"
Wie zal niet begrijpen dat ik zijn briljante "Orgaan" zorgvuldig mijd? Overigens blijkt het lachsalvo niet zozeer de "onkiese liedjes", maar de "dames die zich verven" te betreffen.
Onvoorstelbaar, hoe perfect de Knispelkinderen de foutste momenten bij dergelijke liedjes en vragen weten te kiezen. Een fraaie illustratie hiervan is de volgende situatie, die recent plaatsvond. Wij gingen als gezin eens uit eten bij een restaurant, dat niet specifiek "kindvriendelijk" was. Geen speelhoek, geen pannenkoeken, geen kipfilet met patat, wel een fraaie entourage, lekker eten en gewoon publiek dus. Terwijl wij de menukaart bestudeerden, herinnerde onze jongste zoon zich plotseling een fraai lied van Pater Moeskroen, dat hij bijzonder van toepassing vond en begon ritmisch met de ellebogen op de tafel te bonken, zichzelf aldus begeleidend bij het zingen van:
"Eéééten! Voor mij een frietje met
Eéééten! Gooi maar in het vet
Eéééten! Een dikke berenklauw
Eéééten! Maar jou lust ik wel rauw!"
Ook Koot en Bie kunnen wij eigenlijk niet veilig draaien. Verzin gerust zelf een genante situatie met "Ballen in mijn buik" en "Onze God is de beste" – wij hebben ze zeker meegemaakt. En hoe heb ik zo dom kunnen zijn te denken dat mijn mooie-woorden-minnende kroost niet zou meeluisteren toen ik één keertje die fraaie carnavalscoïtus draaide:
"Mag ik uw genitaliën toucheren
U hebt mijn libido gestimuleerd" (enz)
Gelukkig zijn ze hem inmiddels kwijt…
Toch heeft dat intense luisteren naar muziek ook heel leuke kanten: het maakt indruk. Ze luisteren écht. Je ziet dan ineens een koppie omhoog gaan, een beetje scheef, soms gaan de ogen dicht. "Mag deze nog een keertje?" vragen ze dan ineens. Een van de eerste stukken met dit effect was de muziek van de Villa Volta uit de Efteling.
Maar ook de "de Pastorale" van Ramses Shaffy en Liesbeth List had deze uitwerking – en meer dan dat. "Waar gaat het eigenlijk over?" vroeg mijn oudste, nadat ik het stuk op hun verzoek drie keer had gedraaid. Toen ik het in het kort had uitgelegd, moesten ze het natuurlijk voor een vierde keer horen. En verdraaid, er zat ineens nog veel meer in…
Het is een intrigerende en mooie ervaring om deze muzikale ontwikkeling mee te maken. "Wat zeggen ze hier?" bij het gesproken intro van Meatloafs "You took the words right out of my mouth". Vanzelfsprekend viel het tegen – 9-jarige hersens hebben nog te weinig levenservaring om de passie in die woorden te kunnen waarderen. "Alweer over verliefd zijn, bah! Daar gaat alles al over!" sprak mijn zoon dan ook teleurgesteld. Maar de sfeer van de muziek had hem wel te pakken.
Bij het schrijven van het stuk over een concert van Joe Jackson speelde ik ter inspiratie ook stukken van Joe Jackson. In een opwelling voegde ik het volgende aan de tekst toe:
"Sfeerimpressie: Dit stuk heb ik grotendeels gemaakt met links en rechts een kind naast me. Rechts op mijn scherm tikte ik aan dit stuk, terwijl links daarvan Youtube het ene na het andere nummer van Joe Jackson speelde. "Dit vind ik ook zo'n prachtig lied, mamma", zei mijn oudste ademloos, met zijn bol tegen mijn schouder luisterend en kijkend naar "Good bad boy". Het mag dan wat lastig tikken zijn, maar dit soort momenten zijn zo kostbaar."
(Noot: helaas doen de meeste links uit dat stuk het niet meer.)
En niet alleen "Good bad boy" boeit. "Tips" van Pater Moeskroen bekoort mijn oudste zoon in het bijzonder, omdat het zo melodieus is en tegelijkertijd zo bizar van tekst. Dat geldt ook voor de juist ontdekte "Ode aan de Banaan" . "The Prophets Song" van Queen kan de jongste in vaste greep houden. En Resl van 7 is hevig geïntrigeerd door Kraftwerks klassieker "Autobahn".
Ik heb ze wel eens het nummer Right laten horen, volledig gewijd aan woede. Joe Jackson heeft op het album Heaven and Hell de zeven hoofdzonden bezongen in zeven zeer sprekende liederen, waarvan woede er eentje is. Het blijkt een geweldig nummer om (als de buren niet thuis zijn) lekker hard te draaien en zo wat boosheid weg te werken. Dat hebben mijn kinders dus ook ontdekt, zomaar op eigen kracht. Zodoende komt soms het volgende verzoeknummer langs: "Mam, wil je 'het liedje van boos' nog eens draaien?"
Dat hele album is aan het hele Knispelgezin zeer besteed. Langzaam ontdekken ze het ene nummer na het andere. "Waar gaat dit over?" Die vraag betrof "Song of Daedalus" dat in het thema Hoogmoed op het album is gezet. We hebben in het kort het verhaal van Daedalus en Icarus verteld. En ze hóórden het, die oudste twee telgen van ons. Ze hóórden hoe Daedalus zijn zoon overmoedig zag worden, ze zagen voor zich hoe hij op het toppunt van zijn arrogantie probeerde naar de zon te vliegen, hoe de was van zijn vleugels smolt, hoe Icarus roemloos in zee stortte. Ze waren er stil van.
Pas gisteren ontdekte mijn kleuter het bestaan van "meedeiners", ook al dankzij Pater Moeskroen. Het "Zeemanslied" met zijn heerlijke walstempo en semi-melancholieke tekst bleek zich prima te lenen voor inhaken en dodijnen.
"De woorden zijn simpel, de stemmen zijn
hard
Het klinkt wat eenvoudig en soms heel verward
Maar 't is eerlijk en recht uit het hart
En al klinkt het zo vrolijk, je voelt ook de
pijn.
Laat ons drinken op al onze vrienden
Laat ons drinken op al onze vrienden die hier niet zijn…"
Wéér een nieuwe ontdekking!
De muzikale opvoeding gaat in een eigenaardige volgorde bij ons, dat staat vast. Maar wat geeft het een warm geluksgevoel om met mijn eigen kinderen mee te beleven hoe ze schoonheid en diepte in muziek ontdekken. Laat ze dan maar zingen op de schommel. Het weegt er ruimschoots tegenop.
Uit de greep van griep!
mexicaanse griep,maatregelen,desinfecteren,internet,virus,virusgevaar,hygiëne,h1n1,cursus
Naast de bevestiging van gegevens en de routebeschrijving trof mijn zoetelief in de envelop van de cursusaanbieder ook nog het volgende aan:
Wij waren sprakeloos… Welk een eigen verantwoordelijkheid spreidt deze kennisaanbieder tentoon. Welk een warm hart draagt deze organisatie ons aller gezondheid toe! Vanuit onze expertise en ervaring geven wij daarom nog enkele aanvullende nuttige wenken, vrij over te nemen voor iedereen die de volksgezondheid ter harte gaat.
Groeten
Houd tenminste 2 meter afstand tot iedere persoon die aanwezig is. Het verdient aanbeveling de Japanse buiging als groet in te voeren. U mag ook een willekeurige religie opvoeren als excuus om geen handen te geven, als u zich daar prettiger bij voelt.
Deurklinken
Voor gevoelige mensen blijkt het desinfecteren van de deurklinken niet altijd afdoende. Wilt u daarom in ieders belang de deuren zoveel mogelijk met de elleboog openen, tenzij u ze daar achter hebt. In dat geval graag met de schouder of knie de deurklink bedienen. Deuren kunnen het best worden gesloten met de rug – een ferme zet is voldoende.
Materiaal
Om zeker van uw zaak te zijn raden wij u aan uw eigen toetsenbord en muis mee te nemen, zodat u ons, mogelijk verontreinigde, materiaal niet hoeft aan te raken. Wij stellen connectorcondoompjes beschikbaar om te voorkomen dat de computers uw randapparatuur besmetten. Het is immers algemeen bekend dat virussen zich verspreiden via computerapparatuur en -netwerken en internet.
Plan B
Indien blijkt dat de tot nu toe genomen maatregelen niet afdoende resultaat hebben, dan gaan wij over tot plan B.
Wij bieden dan de cursus aan via Internet met conference call, zodat de cursisten thuis kunnen werken aan hun eigen computer. Via een videoverbinding is het mogelijk de cursus vergelijkbaar te laten verlopen. Ook bij deze manier van werken zijn aanvullende maatregelen nodig:
Materiaal
Wij zullen u voorafgaand aan de cursus latex handschoenen, een mond/neus-kapje en connectorcondoompjes toesturen met het dringende verzoek deze ook daadwerkelijk te gebruiken. Ook dit is weer bedoeld om verspreiding van het H1N1-virus via Internet te voorkomen. Verder dienen cursisten met een indringende blik een veiligheidsbril te dragen.
Aanvullend
Cursisten die verkouden zijn, spierpijn of hoofdpijn hebben of
andere klachten die op aanwezigheid van het H1N1-virus kunnen
duiden, danwel van wie gezinsleden de Mexicaanse griep hebben,
dienen niet deel
te nemen. U wordt dringend verzocht op de cursusdag uw computer
niet aan te zetten en modem en router uit te
schakelen.
Plan C
Wanneer ook plan B onvoldoende effectief blijkt te zijn, kunnen wij overstappen op plan C. Dit behelst het geven van de cursus in een cleanroom. Daartoe hebben wij reeds een contract afgesloten met ASML. De cursus wordt in dat geval een driedaagse in plaats van een eendaagse, omdat twee dagen nodig zijn voor training in correct omkleden en het bijbehorend examen alvorens de cleanrooms mogen worden betreden.
De kosten voor deze locatie en de aanvullende vereiste training hebben vanzelfsprekend wel een kostenverhoging tot gevolg. Houdt u rekening met verhoging met ongeveer een factor vijf van het oorspronkelijke bedrag. Wij beseffen dat dit een forse aanslag op het bedrijfsbudget van uw werkgever vormt, maar dat moeten wij over hebben voor het algeheel welzijn der Nederlandse bevolking.
Mijn zoetelief en ik zijn er wel een beetje triest van: de buurman gaat zijn motor verkopen. Een prachtige matzwarte Ducati, fraai gelijnd, perfect onderhouden en met een máchtig, magistraal geluid. Oh, dat geluid...
Direct toen die Ducati hier is komen wonen, vielen wij er beiden als een blok voor. Een Ducati heeft uiteraard een V-twin. Dit blok is nog getuned, zo hoorde ik later en spreekt nu met zo'n diepe, donkere grom... Ik kan er lyrisch van worden, maar laat ik eenieder dat besparen. Een paar jaar lang genoten we ervan, iedere keer als hij startte, wegreed en met een boog om het huizenblok heen aan de voorkant nog eens langskwam. En vanzelfsprekend nog een keertje als hij weer thuiskwam. Dat het ook nog eens een heel stoer gezicht is, die grote brede eigenaar in zwart leer en matzwarte helm op deze ultieme machine, is nog een extra toetje.
Maar pas geleden, toen ik met deze stoere meneer in gesprek raakte, vertelde hij dat de Ducati plaats moest gaan maken voor een andere motor. "Maar waarom dan?" vroeg ik wat onthutst. De redenen ben ik eerlijk gezegd vergeten. Wel weet ik nog, dat hij me de fraaie Duc te koop aanbood, maar helaas ligt dat niet alleen financieel buiten bereik, maar ook qua afmetingen – het lustobject is ruimschoots te hoog.
Toen kwam er een bevriende buurvrouw langs.
"Ben je weer aan het luisteren?" vroeg ze.
"Hij gaat hem verkopen..." sprak ik triest. De buurvrouw keek de Ducatiman aan.
"Weet je wel dat ze verliefd zijn op dat geluid?" De Ducatiman grinnikte. Ik had wel eens verteld dat ik het erg mooi vond.
"Weet je wel dat ze de achterdeur opendoen en in de tuin gaan staan als ze je horen starten?" Dat wist de Ducatiman nog niet. Zijn grijns werd breder.
"En dat als ik met haar sta te praten en ze die motor hoort starten, ze gewoon ophoudt met het gesprek tot jij de rotonde over bent?" De Ducatiman schaterde nu en ik zweeg wat bedremmeld. Doe ik dat heus? ... Waarschijnlijk wel, denk ik.
Gelukkig heeft de Ducatiman zijn nieuwe droommotor nog niet gevonden. Nu kan ik nog af en toe genieten van de donkere, diepe grom van de Duc. Momentje, even de achterdeur opendoen ... [twee minuten later] ... Was dat nou niet fabelachtig? Ik geloof dat ik motorgek ben.
Onderweg gezien:
Kijk eens, jullie mogen
er getuige van zijn. Ik verander van mening. Dat komt soms voor,
dus wees erbij.
Ruim twee jaar geleden schreef ik een kort, maar balsturig blogje getiteld De groeten! "Mij niet gezien, de groeten!" riep ik toen nog over het groetendoen en in het reactieveld kreeg ik bijval en veel al dan niet gemeende groeten terug. Nonchalante groeten zeggen me nog steeds niet veel. Maar ik moet bekennen dat er nu ook groeten tot me komen, die me heel welkom zijn.
Mijn broer, hij koos voor de nick Spyro toen ik hem ernaar vroeg, is een paar jaar geleden geëmigreerd naar zonniger oorden om daar in de toeristische sector zijn brood met beleg te gaan verdienen. Helaas is de afstand van dien aard, dat we elkaar dus maar zelden in de armen kunnen sluiten. Natuurlijk onderhouden we contact per e-mail, mobiel en andere technische zegeningen. En af en toe krijgen we de groeten.
Volslagen onverwacht en met de nodige tijdvertraging krijgen we af en toe de groeten van Spyro. Plotseling wordt er om half elf 's avonds aangebeld. Als ik op de vraag "Bent u de zus van Spyro?" wat beduusd de familieband bevestig, krijg ik een dikke envelop in mijn handen geduwd. "Met de groeten van Spyro, leuke gozer!" Een andere keer kregen we een cadeau voor de kinders in handen gespeeld door vakantiegangers die bij hem te gast waren geweest. Een pakketje met kruiden en ander locaal lekkers, een stuk zeep uit de regio – immer op een onverwacht moment en immer met de groeten van Spyro.
Mijn vader lag weer eens in het ziekenhuis en baalde daarvan – al een paar maanden sliep hij meer in het ziekenhuis dan thuis. Ik was op het bezoekuur en mijn moeder kwam met pretogen binnen. "Raad eens," zei ze, "van wie je nu toch de groeten krijgt." Vanzelfsprekend kwamen we er niet op, want mijn ouders worden beslist niet vergeten. Het kon het halve land zijn, bij wijze van spreken. "Van Spyro!" zei ze. "Heeft hij gebeld?" wilden wij weten, want Spyro had het op dat moment zo druk, dat hij vaak mobiel niet bereikbaar was. Maar nee, het verhaal was anders.
De ouders van een oud-klasgenoot B in mijn geboorteplaats waren te gast geweest bij mijn broers toeristenbergplaats. Bij het inschrijven herkende hij de achternaam en vroeg of zij toevallig familie K nog kenden. Familie K woont nog altijd in die plaats en zijn dik bevriend met mijn ouders. Nee, die ouders spraken de familie K vrijwel nooit, maar ze kenden wel familie P, die hen geregeld spraken. En zo geraakten de groeten die Spyro deed aan familie B via de familie P bij de familie K, die vanzelfsprekend direct mijn moeder hadden gebeld zodra de groeten hen bereikt hadden.
Ik vind het geweldig. Ik word er helemaal blij van, als we zomaar uit het niets de groeten van Spyro krijgen. Spyro, via deze weg: de groeten!
"We" staan
in de krant. De Volkskrant heeft vandaag een heel groot plaatje
en een niet erg imposant artikel
getiteld:
"Even n vraag over jullie kid
;-(", waarvoor je op de voorpagina van het
katern Jong al wordt opgewarmd met de kreet:
"Mam@ zoekt hulp". Het artikel is eigenlijk vrij
kort samen te vatten: Zijn (jonge) ouders onzekerder dan
vroeger? Welnee, alleen zie je nu op diverse fora en sites de
vragen uit heel Nederland, terwijl je vroeger alleen met
buurvrouwen, vriendinnen, zussen enz over opvoedproblemen
sprak. Aimée Kiene en Yvonne Kroese illustreren deze
"reportage" - het stukje mag die naam van mij nauwelijks krijgen
- met citaten van het forum van Ouders Online en wat uitspraken
van Justine Pardoen van dezelfde site en enkele uitspraken
van een (ortho)pedagogen met adviessites.
Hoewel het stuk niet veel om het lijf heeft, zegt Justine Pardoen
aan het eind een zeer waar woord, als ze benadrukt waarom ouders
werkelijk niet hulpbehoevend zijn: " Dat idee is ontstaan door de
hulpverleningscultuur waarin we leven; elke stap die we doen moet
onder begeleiding van een deskundige. Zaken rond ouderschap
worden altijd besproken in termen van een probleem.
Probleemterreur, noem ik dat.
Ik vind dat gevaarlijk. Ik hoor nu al van twintigers dat ze geen
zin hebben in een kind, omdat het ze zo ingewikkeld lijkt. Zij
zeggen: dat kan ik nooit! Terwijl het zo vanzelfsprekend
is."
Wat jammer toch, dat het stuk nu alleen maar gaat over de vraag
of ouders wel of niet onzeker zijn en hoeveel hulp ze nodig
hebben. Justine Pardoen vat het in een reactie op het forum al in
een paar zinnen samen: " Ik vergelijk het graag met
bergsportwinkels: als je daarnaartoe gaat, wordt dat toch ook
niet geïnterpreteerd als onzekerheid? Je laat je graag
voorlichten door deskundigen, je leest eens hier, je hoort eens
daar. En je laat je inspireren in zo'n winkel. Misschien ontmoet
je gelijkgestemden en áls je een probleem zou hebben, krijg je
daar een idee hoe je het zou kunnen oplossen." Amen. Meer had in
de Volkskrant niet hoeven staan.
Aan het eind van het stuk spreekt Pardoen van probleemterreur,
een woord dat ze overigens volgens eigen zeggen heeft geleend, zo
blijkt even verderop in haar reactie: "Die term 'probleemterreur'
las ik overigens in kamervragen van vorige week. Iemand van
de VVDf die vragen had gesteld over Stevig Ouderschap." Want
natuurlijk hebben "wij" wel ontdekt dat "we" in de krant
staan, kijk maar .
Dezentjé Hamming van de VVD, Justine en anderen met hen spreken
van probleemterreur. Een fraai woord. Wat in mij opborrelde was
het woord goedebedoelingenterreur. "De jeugd is de toekomst, de
jeugd ontspoort, dus de toekomst ontspoort. Daarrrrr gaan wij
eens even wat aan doen," moet André Rouvoet al mouwopstropend
gedacht hebben. Met goede, betere en zelfs de állerbeste
bedoelingen lanceert hij voortvarend het ene idee na de andere
verbetering, alles voor de bestwil van onze jeugd.
Zo komt er voor ieder kind, hoe dan ook, het Elektronisch
Kinderdossier (EKD). Ondanks de terechte weerstand en argumenten
tégen, eind dit jaar komt het er waarschijnlijk. Je kunt er niets
tegen doen als welwillende ouder. Als je besluit om om die reden
het consultatiebureau en de schoolarts te mijden, krijg je al
meteen een foute aantekening. Oneens zijn met het beleid van een
overheid die niet luistert, geeft blijkbaar een grote kans op
kindermishandeling. Wat hebt u dan wel te verbergen, moedertje?
Het is toch alleen maar goed voor ieder kind dat iedere
hulpverlener en iedere betrokkene kan lezen en schrijven over uw
kind?
Recent nog heeft Dezentjé Hamming van de VVD kritische vragen
gesteld over de vragenlijst die kersverse ouders geacht worden in
te vullen op het consultatiebureau. Een lijst met zeer
persoonlijke vragen, waar dat hele bureau geen donder mee te
maken heeft. Ik citeer nu.nl
even: " Op
basis van de antwoorden wordt een inschatting gemaakt of hulp bij
de opvoeding nodig is. De opvoedingsondersteuning wordt
uitgevoerd door de vereniging Stevig Ouderschap, dat wordt
aangeboden vanuit de jeugdgezondheidszorg (JGZ)." Nou
geweldig, er wordt nóg meer opgeschreven dat tegen je gebruikt
kan worden. En komen die antwoorden in het EKD? Dat weten we nog
niet.
En wie er nu wel of niet in dat EKD mogen kijken en schrijven, is
eigenlijk ook nog allerminst duidelijk. Elk kind krijgt zo'n
digitaal dossier, met terugwerkende kracht. Deze informatie moet
landelijk elektronisch kunnen worden opgevraagd als het kind bij
een andere instelling komt. In het elektronisch dossier komt
informatie te staan over het kind, de gezinssituatie en de
omgeving. Dit moet de informatie-uitwisseling en de
informatieoverdracht binnen de jeugdgezondheidszorg verbeteren.
Rouvoet denkt probleemkinderen zo sneller te kunnen achterhalen
en aan te pakken.
Ziet u? De bedoelingen zijn ó zo goed en daarom moeten we ons dit
allemaal laten welgevallen. Want iedereen wil toch zeker het
beste voor zijn kind? Hoe kun je hier dan tegen zijn?
Ouderschapsplannen worden verplicht, voor het geval u de euvele
moed hebt te gaan scheiden. Opvoedingszaken, financiën en
bezoekregelingen zult gij daarin vastleggen, voor de bestwil van
uw kind. Niet tegenspreken, de overheid weet wat goed voor u
is.
Want wat mij nog was ontgaan, was de zogenoemde 'alarmbel'
. Wel tienduizend keer ging hij af, maar wat is het
dan? Het blijkt een, nee de verwijsindex, namelijk de
verwijsindex risico's jeugdigen (VIR),
een systeem waarmee hulpverleners een waarschuwing krijgen als
een van hun klanten ook bij andere instanties bekend is. Sinds de
introductie eind 2007 heeft dit alarmsysteem in 107 gemeenten
zijn intrede gedaan. Als de verwijsindex in het hele land werkt,
zullen naar verwachting per jaar 200.000 meldingen gedaan worden
over problemen waarmee jongeren te kampen hebben.
Big Brother zou er geil van worden. Alles binnen handbereik om
alle jeugd toch maar vooral van minuut tot minuut te controleren,
omdat al die ouders het zelf blijkbaar niet af kunnen. Wanneer
krijgt iedereen in Nederland een chip geïmplanteerd? Dat is toch
heel goed voor iedereen. Het OV wordt volkomen automatisch
afgerekend op basis van de ritprijs, je BSN kan op afstand worden
uitgelezen, da's makkelijk als je EPD geraadpleegd moet worden of
als je je moet legitimeren als je weer eens iets moet aanvragen
bij Burgerzaken. Het biedt slechts vele voordelen, want je hebt
toch niets te verbergen?
Voor wie nog steeds denkt dat het hier over vooruitgang gaat en
dat het EKD, de verwijsindex en al die andere controlerigheid
werkelijk veel problemen gaan oplossen, had u de uitleg van Vincent
Icke al eens
gehoord? Al laat u alle links in dit stuk liggen, luister hier
toch even naar.
Er wordt dus plotseling van alles geregistreerd, gekoppeld en
geanalyseerd, opdat de hulpverlening maar vooral het vermeende
verborgen deel van de ijsberg zal blootleggen, maar helaas gaat
al dit gedigitaliseer en gekoppel en geanalyseer op zichzelf
niets oplossen. Ik noem als voorbeeld even een paar zeer trieste
zaken: de peuter Savannah, het meisje van Nulde, iedereen bekend,
maar ze staan hier even voor een aantal andere zaken die ook
verkeerd liepen. Deze probleemgezinnen waren namelijk gewoon
bekend bij jeugdzorg. Er was een dossier van ze, er waren
verschillende deskundigen mee bezig, ze hadden een gezinsvoogd.
Maar er werd niet volgens geldende procedures ingegrepen. Onder
toeziend oog van jeugdzorg escaleerde de situatie.
Wachtlijsten en personeelstekort bij jeugdzorg, dáár liggen de
dikste problemen. Met wat Rouvoet nu allemaal de lucht in gooit
en aanslingert, daarmee krijg je niet méér personeel. Je lost er
evenmin de wachtlijsten mee op. Integendeel, er zullen nog veel
meer vermeende probleemgevallen bijkomen. Ook veel onterechte,
daar ben ik van overtuigd. En daardoor krijgen de werkelijke
probleemgevallen, die nu zelf om hulp vragen, slechts een koude
douche. Ik ken ze, mensen die zelf jarenlang om hulp vroegen en
die niet kregen en plotseling in de probleemgeval-schijnwerper
stonden. Dat gaat alleen maar erger worden.
"Wij" op Ouders Online bespreken geregeld dit soort
ontwikkelingen. Dat is goed voor ons, want we blijven bij en we
scherpen onze mening aan de discussies. We worden het zelden
volledig met elkaar eens daar - en dat is maar goed ook, maar je
leert er veel.
Ouders Online is volledig onafhankelijk, wat voor mij werkelijk
een verademing is. Veel bezoekers zijn het er wel over eens
dat de site mede om die reden wel in aanmerking komt
voor subsidie. Maar als Rouvoet in ruil voor die subsidie inzicht
wil krijgen wie wie is, IP-nummertjes en andere gegevens gaat
opeisen, om vast te kunnen stellen wie welk soort vragen stelt,
ben ik er weg. Want nu is het nog
een plaats waar je gewoon inzichten kunt uitwisselen, "hoe doe
jij dat nou?" kunt vragen en grotere vraagstukken kunt bespreken,
zonder dat je woorden direct worden gekoppeld en geanalyseerd.
Dat is kostbaar en wil ik graag zo houden. Daar heb ik wel een
extra donatie voor over.
Ik heb mijn pogingen om zulke uitzichten te knippen al vrij snel opgegeven. Genieten en herinneringen opslaan, daar laat ik het bij, hoewel ik andere onderwerpen nog altijd graag vastleg op gevoelige plaat danwel in pixels op een geheugenstokje. Ook met filmen vang ik niet de essentie van wat mij zo boeit in zo'n landschap, dus ook dat heb ik opgegeven.
De mooiste foto's worden nooit gemaakt. Het sterkst komt dat naar voren tijdens motortoertochten, of die nu een gestolen uurtje duren, of drie weken. Vanochtend realiseerde ik me dat weer. Met mijn zoetelief toerde ik over zojuist ontdekte weggetjes door een prachtige omgeving. Een plaatje was het, het was het ene plaatje na het andere. De bijzondere kleur van het water, door het aparte strijklicht dat erop viel. De glinsterende weiden. De knotwilgen op de voorgrond en de silhouetten van nog kale bomen in de verte. De uitbottende heesters langs het slingerweggetje, de prachtige huizen en boerderijen, de rustieke bruggetjes, kippen op de weg, speenkruid langs het water. Een aaneenschakeling van fraaie plaatjes.
En het viel niet te fotograferen, zelfs al had ik een toestel bij me gehad. Op de plaatsen waar de bijzonderste uitzichten waren, had ik niet eens kunnen stoppen. Natuurlijk kun je dan je toevlucht nemen tot constructies als een helmcamera, of als duopassagier met een fototoestel in de zwaar geschoeide handen gaan rijden, maar ook dan heb je te maken met de genadeloze beperkingen van dat rechthoekje - je moet kiezen welk stuk uitzicht je vangt, terwijl het je juist om die wijdse totaliteit te doen is.
Een Oosterse wijsheid luidt: de bleekste inkt is duurzamer dan het beste geheugen. En dat geldt natuurlijk ook voor foto's. Als ik me over een hele tijd deze rit herinner, zal de tint van het water in mijn herinnering vast niet meer precies hetzelfde zijn als ik hem vanochtend zag. De boompjes zullen niet meer kloppen. Herinneringen hebben de onhebbelijke eigenschap niet exact goed te blijven. Maar wat wil ik me nu eigenlijk herinneren?
De Oosterse wijsheid heeft ook twee tegenhangers. We kennen allemaal wel gevoelens of situaties die "met geen pen te beschrijven" zijn. Een moderne variant luidt: "niet te filmen!" En dat was precies wat ik vanmorgen dacht, toerend door de ontluikende lente. Dat gevoel dat het geheel me gaf, dát wil ik me herinneren, niet hoeveel knotwilgen er nu precies stonden.
Als ik op dat moment een helmcamera had gehad, had ik hooguit "wel een leuk plaatje" kunnen maken. Meer dan de helft van het moment bestond namelijk uit iets onfotografeerbaars. Het was prachtig weer, we waren eindelijk weer eens samen een paar uur uit rijden, op prachtige weggetjes, met schitterende uitzichten, mijn vader is éindelijk thuis uit het ziekenhuis en alle bochtjes gingen lekker. Van pure pret trok ik een slalommetje op een rustig stuk weg, in zo'n lekkere cadans van plezier en geluk. Niet te filmen. Met geen pen te beschrijven.
Eenieder zal begrijpen waarom er ditmaal geen illustraties bij staan.
Want, zo zegt de site: "De grootgrutter let wel op de kleintjes, maar heeft klaarblijkelijk geen oog voor onjuiste spaties. De smurfen van Albert Heijn werden hierboven al genoemd. Daarnaast zocht men bij Albert Heijn vul medewerkers, en verkocht men bijvoorbeeld lente kriebels, vakantie pakketten, speculaas brokken en appelpartjes snijders."
Melk chocolade staafjes,Tomaten puree, maar ook niet eetbare zaken als Was Verzachter. Is het nu geen verzachter meer? Zelfs Fluo ride heb ik op een tube tandpasta zien staan. Ter vergelijking heb ik op de C1000-artikelen van het eigen merk gekeken. Albert Heijn verkoopt Zilvervlies Rijst, maar op de C1000-verpakkingen staat gewoon Zilvervliesrijst. Geeft dat hoop? Nee, want bij de C1000 hebben ze ook Tand pasta en Wit wasmiddel.
Merkwaardig is, dat de verpakkingsboeren zelf blijkbaar ook twijfelen. Zo staat er op een blikje Tomaten puree bij de productinformatie: Tomatenpuree, dubbel geconcentreerd. Schrijven ze nu voor de zekerheid een keer met en een keer zonder spatie, met het idee dat het er dan in elk geval één keer goed op staat?
Want pure pret werd het pas toen ik een pak appelsap in handen kreeg. Daarop staat namelijk Appel puursap. Ook hier weer voor de veiligheid in twee varianten. Onderaan schrijft Albert Heijn Puur sap zonder toevoegingen. Maar in grote letters staat er toch echt Appel puursap. Wie wil er een puurtje? Zal ik hem even voor je schillen?
• Makkelijk te doseren
• Maakt strijken gemakkelijker
En natuurlijk rijzen er nieuwe vragen bij het lezen van het opschrift Was Verzachter. Als het eerst verzachter was, wat is het dan nu? Verharder? En waarom zou je op een artikel vermelden wat iets eerst was in plaats van wat het nu is?
Kattenbakvulling heb ik ook nog nodig. Ik kan kiezen. De "3-voudige hygiëne" van Schep & Schoon gaat 2x langer mee volgens het opschrift. Bij ons op school heette dat gaat meer dan twee keer zo lang mee. En de beta in mij vraagt onmiddellijk: "Meer dan twee keer zo lang als wat?" Daar geeft de verpakking helaas geen antwoord op.
Nog even langs de vrieskasten voor een paar pakjes saté. Nemen we zonder of met stokjes? Beide verpakkingen melden malse stukjes kip te bevatten. Zonder stokjes dus makelijk te eten roept de stokloze versie. Let op: de tikfout in makelijk is niet van mij. Bedoelen ze makkelijk of smakelijk?
Het blijft lachen met Albert de Gein. Dan vergeef ik de groenteboer zijn brocolli dan ook maar.
Foto van het bonnetje komt van SOS .
De overige foto's heb ik zelf gemaakt.
De mensen van de dierenwinkel weten het. Ik zag ze alweer triest worden toen ze hun ongewenste cliënt in actie zagen. Ze hebben er ook wel eens wat van gezegd, maar een snauwerig "ze staan er toch voor?" was hun deel. Ik heb ook wel eens een opmerking gemaakt, maar ze zette me buitenspel met de opmerking dat ik geen hond had en er dus geen last van had. Waar ik mij wel mee bemoeide?!
Terwijl de ene verkoopster haar wat onwillig van dienst was bij zaken die wel betaald moesten worden, vluchtte de andere naar buiten om het water bij te vullen. Ook vulde ze de lekkere brokken aan, opdat eventueel andere passerende honden ook nog wat zouden hebben. Foute timing. De dame kwam met haar hond naar buiten en zag direct de nieuwe voorraad. Ze stoof er op af, maar er kon niets meer bij in haar zakken. Wat nijdig wilde ze iets aan haar hond geven, maar die keek haar slechts glazig aan.
Die glazige blik weerhield mij van doorlopen. De eigenares wenste nu haar weg te vervolgen, zag ik. De hond keek haar nog altijd glazig aan.
Zij trok aan de riem.
Hij keek glazig, niet naar haar, maar door haar heen.
Zij riep dat ze nu ging, hoor!
Hij zat er met wijdopen glazen ogen.
Zij trok rukkerig en begon te schelden.
Hij ... leek even een beetje te grijnzen.
Ze trok en schold steeds harder.
Het publiek verzamelde zich en genoot.
Toen hurkte hij en begon op zijn dooie gemak vlak voor de winkel een grote dampende drol neer te leggen.
Zij liep paars aan, schold, dreigde en rukte uit alle macht aan de riem.
Hij bleef waar hij was, met een gelukzalige blik in de ogen. Onwrikbaar.
Hij had er schijt aan.
Hond neemt wraak.




