Ombudsman
VKBlog Headerimage

Wat moet dat hoofd van Mohammed B. op uw internetsite, vroeg een lezer die bij het bekijken van de opiniesector die foto was tegengekomen. Mohammed B, door enkele lezers met de volledige naam genoemd, hoort niet op de site en is er ook niet door de redactie op gezet. De Volkskrant plaatst geen herkenbare foto’s van verdachten en veroordeelden, tenzij ze daar zelf aan meewerken.


De krant noemt ook geen namen van deze mensen. Opnieuw met een uitzondering als het gaat om heel herkenbare of publieke figuren. We schrijven dus niet over premier J.P. B. die ergens van wordt verdacht. Dan is het gewoon met volledige naam. B. is geen publieke figuur en heeft  recht op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer.

 

Inmiddels is die foto weggehaald, maar nog steeds regent het klachten van mensen die op de site hebben gereageerd en nu ineens zien dat hun avatar of gebruikersnaam door anderen worden misbruikt. Een lezer schreef dat het mogelijk is een naam aan te maken die al in gebruik is. Hij had dat zelf geprobeerd. Maar volgens de redactie kan dat niet. Dit is technisch onmogelijk. Weer een ander zegt dat zijn naam is gekaapt en dat een internettrol onder zijn naam reageert.

 

De moderatoren van de site erkennen dat er inderdaad sprake is van een of meer gekken die de boel af en toe terroriseren. Ze werken met wisselende computers en gebruiken steeds weer andere namen, waardoor het voor de redactie erg lastig is om hen van de site te weren. Berichten die ze plaatsen, moeten handmatig worden verwijderd en dat vreet tijd.

 

Het sarren beperkt zich voorlopig en gelukkig alleen tot onderwerpen die met Geert Wilders of de PVV hebben te maken. Maar omdat opiniestukken over of van Wilders altijd heel veel reacties uitlokken, is het lastig alles in goede banen te leiden en de foute reacties snel weg te halen.

 

Dus blijven er soms reacties staan, die er beter niet hadden kunnen staan. Dat leidt weer tot boze lezers. Een schreef me: ‘Is het werkelijk beleid om zo'n lawine van haatreacties en stuitende brutaliteiten als bij dit onderwerp zonder redactie te publiceren?’

 

Dit ging om reacties op een column van Hassnae Bouazza, die gehakt maakte van Geert Wilders. Dat was nadat Wilders op de opiniepagina ruimte had gekregen om zijn ongenoegen te uiten over minister Ter Horst en het proces dat tegen hem wordt gevoerd.

 

De columniste werd en wordt voor van alles en nog wat uitgemaakt op een toon waarvan ik vind dat die een site van de Volkskrant onwaardig is. Zelf tilt ze er niet zwaar aan, ik wel. Dat je de inhoud van de column bestrijdt is een ding, maar je speelt niet op de man, of in dit geval de vrouw. En je doet het onder je eigen avatar en niet een gepikte van een ander.

Overigens worden die persoonlijke aanvallen door de redactie verwijderd, maar dan hebben ze al wel op de site gestaan.

 

Een lezer omschreef het zo: ‘Het lijkt mij dat een zichzelf respecterende krant zich zoiets niet kan veroorloven. Een discussie is er niet mee gediend wanneer het forum kan worden misbruikt (door met name PVV aanhangers) om onder een valse naam hatelijke berichten te posten.’


De moderatoren van de opiniesite erkennen dat het er soms hard aan toegaat, maar zij handhaven alleen de spelregels en willen niet te veel ingrijpen. Ze halen daarom alleen de meest kwalijke reacties weg.

Daar komt bij dat er zeker als het over Wilders gaat, zoveel reacties binnenkomen dat het bijna ondoenlijk is alles te lezen. Op de laatste twee opiniestukken over en van de PVV’er kwamen meer dan vijftienhonderd reacties, voor zover ik kon zien vooral van sympathisanten van de omstreden politicus. De kritische column van Bouazza over Wilders kreeg bijna driehonderd reacties, overwegend negatief. Ook dat zullen dus vermoedelijk aanhangers van de PVV-leider zijn.
 
 
Ik heb medelijden met de moderatoren van de site, die al die bijdragen moeten lezen en dan ook nog eens keer op keer een afweging moeten maken of iets over de schreef gaat of niet.


De lezers kunnen daar overigens wel bij behulpzaam zijn door bij foute bijdragen de redactie te waarschuwen. Ook als een naam of avatar wordt gestolen of gekopieerd kan, nee moet, aan de bel worden getrokken.

 
Alleen zo kan de opiniesite blijven wat ze is: een open debatforum voor lezers en anderen. Maar dan wel graag een debat op niveau, waarbij de lezers zich volwassen opstellen, zonder trollen en zonder gescheld. Zo blijft de site aantrekkelijk om met anderen in debat te gaan. Onderwerpen zijn er genoeg.
 

Thom Meens

Een aantijging zonder bewijs

zaterdag 30 januari 2010 00:01

Het was maar een kort bericht op pagina 7 van 7 december, maar het kan geen kwaad er hier aandacht aan te besteden. Het bericht ging over bedrijven die zich bezighouden met bodemonderzoek. Iedereen die in Nederland een huis wil bouwen, moet eerst laten uitzoeken of de grond schoon is. Bodemadviesbureaus doen dat soort onderzoek.

 

Het artikel in de krant stelde dat de inspectiedienst van het ministerie van VROM steekproefsgewijs onderzoek had gedaan naar bodemonderzoekbureaus en dat er veel mis was. Het onderzoek was gedaan naar aanleiding van twee eerdere fraudezaken.

 

In het artikel werd gesteld dat er in Nederland ongeveer tweehonderd onderzoeksbedrijven zijn, waarvan een groot deel eenmanszaak. Vervolgens werden twee sjoemelende bedrijven met name genoemd, met de toevoeging dat het eenmanszaken zijn. Zo werd de suggestie gewekt dat het vooral kleine eenmanszaken zijn die sjoemelen met de resultaten van bodemonderzoek.

 

Volgens de verslaggeefster die het artikel maakte, is haar dat zo uitgelegd door iemand van de inspectie. Kleine bedrijven kunnen het werk soms niet aan en knoeien dan met de resultaten. Het hoeft geen kwade wil te zijn, het kan ook ondeskundigheid zijn.

 

Op de dag van publicatie reageerde een eigenaar van zo'n eenmanszaak. Hij stuurde een mail naar de redactie waarin hij stelde dat er ten onrechte de suggestie werd gewekt dat er een verband is tussen eenmanszaken en fraude.

De mail kwam bij de verslaggeefster terecht, die er niet op reageerde. Zij schatte in dat ze de klager toch niet van haar gelijk kon overtuigen en besloot hem niet te antwoorden.

 

Toen antwoord uitbleef, meldde de klager zich bij mij. Had de redactie niet moeten reageren op zijn mail, vroeg hij. Tevens wilde hij weten of ik vond dat het verband tussen eenmanszaken en fraude terecht was gelegd.

 

De eerste vraag is eenvoudig te beantwoorden. Natuurlijk had de verslaggeefster moeten reageren. Lezers die contact zoeken met de redactie, moeten antwoord krijgen. Zeker in dit geval, waarin een betrokkene uitleg vraagt, had een fatsoenlijk en inhoudelijk antwoord gegeven moeten worden.

 

Dan de koppeling tussen eenmanszaken en fraude. Volgens de verslaggeefster is haar dat zo verteld door haar contactpersoon bij de inspectie. Ze vindt dat ook aannemelijk, mede omdat er net twee eenmanszaken wegens fraude voor de rechter zijn gesleept.

 

Als haar dat inderdaad zo is verteld door een onderzoeker van de inspectie, mag ze dat opschrijven.

Maar ik zou het dan wel aan de inspectie hebben toegeschreven en het niet voor eigen rekening hebben genomen. Dat is nu wel gedaan. In het artikel werd tot tweemaal toe expliciet gemeld dat een frauderend bedrijf een eenmanszaak was.

Er stond overigens ook in dat het onderzoek van de inspectie nog gaande was: de resultaten van het onderzoek worden deze maand bekend, werd gemeld.

 

Ik het er het archief op nageslagen. Die resultaten hebben nooit de Volkskrant gehaald. Alleen in dagblad Trouw vond ik een artikel van half januari over het onderzoek. Daarin werd de koppeling met eenmanszaken niet gelegd. Gemeld werd wel dat de bedrijfssector die zich richt op bodemonderzoek gevoelig is voor fraude, maar het verband met eenmanszaken ontbrak in dat artikel.

 

Daarmee is niet gezegd dat dit verband ook niet in het uiteindelijke onderzoek van de inspectie is gelegd. Gek genoeg heeft de redactie van de Volkskrant het niet nodig gevonden de uitkomsten van het onderzoek te melden. Er is wel gemeld dat de resultaten later bekend gemaakt zouden worden, maar toen het eenmaal zo ver was, gaf de redactie niet thuis.

 

Dat is zacht gezegd een beetje vreemd. Je kunt niet eerst op gezag van een bron binnen de inspectie eenmansbedrijven koppelen aan fraudegevoeligheid om vervolgens als het eindrapport er ligt, te doen alsof je neus bloedt en het negeren.

De klager heeft dus groot gelijk. De redactie is tweemaal in gebreke gebleven. Eerst door geen antwoord te geven op de mail van de klager en vervolgens nog eens toen het definitieve rapport uitkwam, maar niet werd besproken.

 

Bij het nalezen van het bewuste artikel viel me nog iets op. Gemeld werd dat een frauderende directeur van een bodemzaak ‘vorige week’ voor de rechter stond. Er was celstraf geëist. De afloop van die rechtszaak haalde de krant ook al niet. Opnieuw moest  Trouw uitkomst bieden. De man is veroordeeld tot vijftien maanden, waarvan zes voorwaardelijk. Dat vonnis had niet misstaan in de krant. Als je de eis meldt, moet je ook de uitspraak afdrukken.

 

Thom Meens

Vervelende pubers en saaie strafregels

zaterdag 23 januari 2010 00:47

Twee artikelen op de forumpagina’s over het bestraffen van stoute leerlingen op scholen, hebben veel losgemaakt bij de lezers van de krant.

 
Vooral uit het onderwijs kwamen veel reacties. De meeste reacties volgden op een stuk dat vorige week vrijdag op de forumpagina stond. Daarin beschreef een moeder de in haar ogen absurde strafregels die haar puberdochter moest schrijven nadat zij zich in de klas op het gymnasium had misdragen.

De moeder, van wie onder het artikel werd gemeld dat zij hoofdredacteur is van een museumtijdschrift, hekelde de strafregels die haar dochter moest schrijven. Een citaat uit haar artikel: ‘Smakelijk hebben we gelachen om de onzinnige straf die doet denken aan het katholieke meisjesonderwijs in de jaren vijftig.’

 

Lezers van de Volkskrant, de onderwijskrant bij uitstek, konden er niet om lachen, bleek uit tal van reacties. Zo ondermijn  je het gezag van de school en de individuele docent, was de meest voorkomende reactie.

 
Een lezer vroeg me waarom er eigenlijk bij stond dat de moeder ergens hoofdredacteur van was. Hij schreef: ‘Moeders van kinderen die een ingezonden stuk schrijven, krijgen daar een kolommetje voor. Alleen bekenden van naam die wat te zeggen hebben,  krijgen zo’n mooie plaatsruimte met vermelding van functie.’

 

Dat laatste wordt door de redactie bestreden. Het gaat om de inhoud van een stuk. De forumredactie vond het artikel van de klagende moeder een aardig stuk over een interessant onderwerp.

De chef van de opinierubriek voegt toe dat de functie van iemand geen rol speelt bij de beoordeling van artikelen. Het gaat altijd om de inhoud en de manier waarop iets is opgeschreven. ‘Dit was een prachtige reactie op het eerste artikel. Die plaats je altijd.’

 

De lezer heeft wel een punt als hij zich afvraagt waarom er onder het stuk moest staan wat de moeder doet. Dat voegt in het geheel  niets toe aan de inhoud.

Het was niet een hoofdredacteur van een of ander museumblad die in functie klaagde over iets, het was gewoon een moeder van een kennelijk vervelende  puberdochter die zich druk maakte over een straf voor haar dochter.

Naar mijn mening had de toevoeging van de baan van moeder dus niet in de krant mogen staan.

 

Andere lezers vonden dat het hele artikel beter niet geplaatst had kunnen worden.
‘Zelfingenomen, betweterig en arrogant’, schreef een lezer. Hij vervolgde met: ‘De dochter zal nu met  nog meer dedain neerkijken op haar leermeester.’

Weer een ander constateert dat de moeder wel ruimte kreeg om te klagen over de straf, maar dat daarbij absoluut niet werd gemeld wat de dochter dan wel had misdaan. Had dat niet ook in de krant gemoeten?

 

Ik vind van wel. We kunnen pas nadenken over de straf en de strafmaat als we ook weten wat de dochter heeft misdaan. Dat bleef nu, ten onrechte, buiten beeld.

 

Overigens blijkt uit de vele reacties die er kwamen dat het onderwijs heel verschillend denkt over de zinnigheid van straffen.

De ene docent vindt dat straf gevoeld moet worden en dat strafregels daarbij zinvol zijn.
Maar een ander schreef dat hij zijn leerlingen die in de fout gaan het gedicht De Blauwbilgorgel van Buddingh laat overschrijven en daarna uit het hoofd voordragen voor de hele klas.

Dat dient in zijn ogen enkele nuttige doelen. De leerling leert een gedicht voor te dragen en de tekst geeft een reële weergave van processen in het puberbrein, waardoor de leerling zich begrepen voelt en de ouders waardevolle inzichten in hun puber krijgen. 

Het overschrijven moet zo vaak worden herhaald tot de leerling het gedicht foutloos kan voordragen. ‘Veel leerlingen beleven een moment van intense voldoening op het moment dat het lukt’, stelt deze docent natuurkunde.

 

Het is maar een greep uit de vele reacties. Maar het geeft goed aan dat het onderwerp, de wijze van straffen van opstandige en weerspannige pubers op school, leeft bij de lezers.

In dat opzicht is het goed dat de forumredactie plaats heeft ingeruimd voor artikelen over dit onderwerp. Voor de inhoud geldt wat voor elk forumstuk geldt. Het hoeft niet de mening van de redactie weer te geven. Op forum komen artikelen die een bijdrage vormen aan het debat, die prikkelen.

Wat je ook kunt zeggen van het artikel van de moeder en hoeveel kritiek je er ook op hebt, het heeft in ieder geval gezorgd voor debat. Zo bezien misstond het niet in de krant, al kun je nog wel vragen stellen over de presentatie en het ontbreken van essentiële inhoudelijke informatie.  

 

Thom Meens

Het jaaroverzicht  van het Volkskrant magazine gaf met grote indrukwekkende foto’s onder meer een beeld van de korte oorlog tussen Israël en Palestijnen in Gazastad en van een dode Amerikaan in Afghanistan.


De foto van Gazastad toonde twee ontplofte fosforbommen boven de belegerde stad, maar dat werd in het bijschrift niet duidelijk. Daar stond het volgende: ‘Gazastad. Vanuit Libanon wordt op het noorden van Israël geschoten met raketten. De explosies die volgen, zetten de nachtelijke hemel tot in de wijde omtrek in lichterlaaie. De strijd tussen de Israëli’s en de Palestijnen, sinds 27 december 2008 weer hevig opgelaaid, gaat onverdroten door. Het Rode Kruis stelt dat de Israëlische troepen humanitaire hulp saboteren. De organisatie heeft grote moeite om met zijn ambulances de gewonden te bereiken, waardoor er nog meer slachtoffers vallen.’

 

Het bijschrift was onjuist. Te zien waren door Israël afgeschoten fosforbommen boven Gazastad. Dat is op verzoek van de correspondent in de regio direct gerectificeerd, maar dat heeft niet iedere lezer  gezien.

 

De foto’s leidden tot een brief van een lezer die vindt dat de krant bewust een verkeerd beeld geeft van het conflict tussen Israël en de Palestijnen en van de oorlog in Afghanistan. Waarom geen beelden getoond van de vele burgerdoden, vroeg hij. Een citaat: ‘Gedurende de Gazabombardementen zijn in 12 dagen 1.400 Palestijnen gedood (onder wie 700 burgers en 450 kinderen), plus nog eens ruim 6.000 verminkten en gewonden. Aan Israëlische kant sneuvelden 13 soldaten. (…) Tot op de dag van vandaag sopt de Gaza-grond van het bloed. De VN sprak over een 'humanitaire ramp van ongekende omvang' en liet voor het eerst, na onderzoek, de term ‘oorlogsmisdaden’ vallen.’

 

De lezer verwijt de redactie dat ze wel oog heeft voor Israëlisch en Amerikaans leed, maar dat van Palestijnen en Afghanen verzwijgt.

 

De brievenredactie vroeg de fotoredactie van het magazine om een antwoord. Die liet weten dat de foto’s geen politieke keuze zijn, maar zijn gekozen om de gruwelen van de oorlog te laten zien. Het gaat om het beeld, niet meer en niet minder.

 

De ingezonden brief werd niet geplaatst omdat de redactie vond dat de suggestie van partijdigheid niet door feiten werd gesteund.

 

Daarmee nam de brievenschrijver geen genoegen. Hij schreef: ‘Kennelijk is het leidmotief van de fotografie uitsluitend 'sterk' als een Israëliet of een Amerikaan het slachtoffer is. En niet als het een Palestijn of Afghaan betreft.’

Zijn brief werd desondanks niet geplaatst, ook niet nadat hij de hoofdredacteur om een mening had gevraagd. Die schaarde zich achter de fotoredactie. Hij schreef: ‘Het niet publiceren van uw schrijven heeft niets te maken met een door u veronderstelde voorkeur voor een van de partijen in het Midden-Oostenconflict. Wij weten dat dit conflict van beide kanten grote emoties oproept, maar de krant in haar algemeenheid en de correspondent in de regio doen hun uiterste best om tot evenwichtige berichtgeving te komen. Naar onze bescheiden mening slagen wij daar goed in, hoe moeilijk het ook is in het huidige gepolariseerde klimaat om de voor- en tegenstanders van beide kampen in het conflict daarvan te overtuigen.’

 

Vervolgens vroeg de lezer mijn mening. De lezer heeft een punt, vind ik. Dat komt echter vooral doordat bij de foto van Gazastad een verkeerd bijschrift stond. Als daar was vermeld dat het (verboden) fosforbommen waren, afgeschoten door Israël, dan was niet het beeld ontstaan dat de redactie alleen kiest voor Amerikaans of, in dit geval, Israëlisch leed. Nu werd de suggestie gewekt dat Israël werd beschoten, terwijl het omgekeerde het geval was.

 

Met de fotokeuze op zichzelf is niets mis. In al zijn gruwelijkheid was de foto van de fosforbommen indrukwekkend. Mijn eerste gedachte was: je zult er wonen, arme Palestijnen. De foto van de Amerikaan staat volgens mij  ook voor meer. Hij toont intens oorlogsleed. Een burgerdode zou het beeld niet hebben veranderd.

 

Naar mijn gevoel is juist door niet voor politiek correcte foto’s te kiezen, aangetoond dat het hier alleen ging om de kracht van het beeld. Je kunt twisten over de vraag of een jaaroverzicht ook een op een moet tonen wat er is gebeurd. De redactie van het magazine vond dat, anders dan ik, niet nodig.

 

De lezer heeft geen gelijk als hij de redactie partijdigheid verwijt. Ik heb afgelopen week de verslaggeving over de oorlog in Gaza en Libanon nog eens nagelezen. Er is  steevast van twee kanten bericht. Maar helaas kan de krant het in dit conflict bij sommigen nooit goed doen.


Thom Meens

Soms gaat het mis

zaterdag 9 januari 2010 00:01

Voor de liefhebbers van de rubriek Aanvullingen en verbeteringen was het jaar 2009 een slecht jaar. De krant zette ‘slechts’ 303 keer iets recht. Ik schrijf slechts omdat het de laagste score is sinds de krant in 2004 begon met een ruimhartig rectificatiebeleid. Tot die tijd werden alleen heel erge fouten rechtgezet. Kleine vergissingen kwamen nog wel eens in de brievenrubriek terecht. Dat doet de redactie niet meer.

 
Bij de 303 aanvullingen en verbeteringen in 2009, lag de nadruk  vooral  op het laatste. Uit een overzicht gemaakt door een documentalist van de redactie, blijkt dat in 2008 nog 422 fouten werden rechtgezet. In 2007 waren er, afhankelijk van de manier van tellen, 351 rectificaties en in 2006 471. En 2005, het eerste volledige jaar waarin volop fouten werden rechtgezet, leverde 500 verbeteringen op. Het gaat dus beter.

Maar het is nog  te vroeg om de vlag uit te hangen. De redactie maakt minder pagina’s, dus er is ook minder ruimte om fouten te maken. De  lezer kreeg in 2009 6.615 pagina’s voorgeschoteld, 379 minder dan een jaar eerder.

 

De fouten zijn soms echt om te huilen. Ik verbaas me er iedere keer weer over dat journalisten iemand kunnen citeren en dan de naam fout hebben. Dan heet Jan eigenlijk Kees. Het wordt rechtgezet, maar veel beter is natuurlijk om gewoon even te vragen of je de naam goed hebt verstaan.

 

Zodra de redactie een stap buiten de randstad zet, wordt het ook oppassen. Hoe verder een dorp of stad van Amsterdam ligt, hoe groter de kans dat de redactie er de verkeerde provincie bij geeft, of het verkeerde geografische gebied. Hollandscheveen blijkt Hollandscheveld te zijn,  Spijkenisse wordt in Limburg geplaatst, café Schotse vier in Midsland op Terschelling wordt omgedoopt tot Schotse veer in Smidsland, Wassenaar wordt geplaatst in Noord-Holland en weverij Ten Cate in Almelo ligt volgens de krant in de Achterhoek. Dat zijn slordigheden die er niet uit zijn te krijgen. Venlo, een stad met bijna honderdduizend inwoners en met stadsrechten sinds 1343, werd in 2006 in de krant een dorp genoemd.


Nog erger is het als de redactie de grens over gaat. Namen  worden met grote regelmaat verkeerd gespeld, en elders in de wereld veranderen politici en bestuurders geregeld van geslacht. Mannen blijken vrouwen en omgekeerd. Of politici zijn nog in functie, terwijl ze hun baan al maanden geleden opgaven.

Kwestie van opzoeken denk je dan, maar het gebeurt maar al te vaak niet.
Neem deze uit de krant van 25 mei 2009: ‘Helena Vandersteen, dochter van de onlangs overleden tekenaar Willy Vandersteen, onthulde vrijdag de poster voor de tentoonstelling Suske en Wiske –  de Fantasievolle Vertellers.’
Hoezo onlangs overleden?  De bekende tekenaar stierf in 1990.

 

Het kan nog erger: dit stond op 27 juni 2008 in de rubriek Aanvullingen en verbeteringen. ‘De foto bij het artikel met de scheidend voorzitter van de gymnastiekunie Frans Koffrie (Sport, pagina 14, 24 juni) toont niet de vertrekkende voorzitter, maar zijn naamgenoot Frans Koffrie , voormalig bestuursvoorzitter van Corporate Express.’

En wat stond op vrijdag 27 februari 2009 in dezelfde rubriek? ‘Bij het artikel over de nieuwe topman van Wessanen (Economie, 26 februari, pagina 7) is een verkeerde foto afgebeeld van Frans Koffrie . In de krant is een foto afgedrukt van de voormalige voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie met dezelfde naam.’

 

Het is niet de enige rectificatie die meer dan eens moet worden gemaakt. Ik houd elke keer mijn hart vast als de Rolling Stones opduiken op de economiepagina’s. In de Aanvullingen en verbeteringen is afgelopen jaren al driemaal, waarvan twee keer in 2009,  gemeld dat de Stones niet werken met een brievenbusmaatschappij in Amsterdam, maar dat er wel degelijk gewoon personeel zit bij een bedrijf dat al dertig jaar hier is gevestigd.

 

Nog een voorbeeld? Uit de krant van 5 december 2007. ‘Het cv van Ronald Plasterk (het Vervolg, pagina 21, 1 december) noemde hem directeur van het Nederlands Kanker Instituut (1987 tot 2000). Dat is onjuist. Van 1987 tot ’89 was Plasterk lid van de directie, tussen 1989 en 2000 directeur van de Onderzoeksschool Oncologie van het NKI.’

En wat  stond 25 april 2009 in de rectificatierubriek: ‘In het cv van Ronald Plasterk (Hemelbestormers, pagina 9, 18 april) staat dat Plasterk van 1987 tot 2000 directeur was van het Nederlands Kanker Instituut. Dat klopt ten dele. Plasterk was in die tijd directeur van de Onderzoeksschool Oncologie van het NKI.’

 

Helaas,  journalistiek is inderdaad herhaling.
 
Thom Meens

Nieuws laat zich niet dwingen

zaterdag 2 januari 2010 00:06

Vervelend. In de eerste column van dit nieuwe jaar moet ik al een van mijn goede voornemens breken.


Ik had me bedacht dat ik in 2010 geen aandacht meer zou besteden aan Laura, het meisje dat alleen rond de wereld wil zeilen.

Maar nieuws laat zich niet dwingen door voornemens en na alles wat in december rond de tiener speelde, zijn het vragen van lezers en geluiden op de redactie die me nopen toch over Laura te schrijven.

Dat doe ik in het volle besef dat ik daarmee publiciteit geef aan een onderwerp dat in mijn ogen beter buiten de media had kunnen blijven, maar zoals gezegd, nieuws heeft zijn eigen dynamiek.

 

Want helaas is Laura sinds deze zomer wereldnieuws. Haar vermissing in december werd gemeld op CNN en ook de televisiebeelden van de thuiskomst gingen de wereld rond.

 

Natuurlijk had de krant dit allemaal kunnen weghouden uit de kolommen, maar dat heeft iets potsierlijks. Je verzwijgt dan de werkelijkheid. Ja, natuurlijk had de krant de brief van de grootouders van vaders kant uit de kolommen kunnen houden. Die brief zou dan elders zijn aangeboden. Daarna had de krant er vervolgens alsnog over moeten schrijven, omdat andere media het ook doen en het zo alsnog een nieuwsfeit wordt.

 
Op momenten dat ik heel recht in de leer ben, zeg ik dan: de redactie moet haar eigen afwegingen maken en kan Laura uit de krant houden. Dat is echter niet vol te houden als het meisje verdwijnt, internationaal wordt gezocht en uiteindelijk in de tropen en in alle media opduikt.

 

Toch begrijp ik de brief die een moeder van vier kinderen me stuurde. Ze schreef: ‘Ik zou u willen vragen of er geen mediastilte kan komen over dat arme zeilmeisje, Laura. Zo'n kind heeft toch ook recht op bescherming? (…) Dit kind heeft het al moeilijk genoeg (zoals veel 14-jarigen weliswaar) en niemand is gebaat bij al dit nieuws. Dat roddelbladen over haar berichten, kan waarschijnlijk niemand voorkomen, maar een kwaliteitskrant als de onze kan toch beter?’

 

Ook andere lezers vroegen om terughoudendheid in de berichtgeving. Lezers van de papieren krant in ieder geval. Want de lezers van de website maakten afgelopen weken een andere keus. Volgens de internetredactie stonden in de toptien van meest gelezen berichten op de site van afgelopen week, vijf artikelen over Laura, waarvan drie op de bovenste  drie plaatsen.

 

Dit tekent het dilemma voor de redactie. Ze wil terughoudend zijn en schrijft lang niet alles op wat ze weet, maar tegelijk wil de lezer wel alle nieuws of in ieder geval antwoord op vragen die steeds weer opnieuw opduiken.

Hoe is het mogelijk dat een meisje van 14 kennelijk in haar eentje de halve wereld over kan vliegen? En welke tiener heeft 3500 euro op een rekening staan en kan die zomaar opnemen? De mijne in ieder geval niet.

 

Daar komt bij dat de familie zelf ook de media opzoekt of in ieder geval niet ontloopt. Dat het meisje zich door jeugdzorg niet begrepen voelt en in de kou gezet, weten we alleen omdat de grootouders dat willens en wetens hebben gemeld. Het is bevoogding als de redactie zou besluiten dat die grootouders niet het recht hebben hun mening publiek te maken via de krant.

 

Natuurlijk, je kunt zeggen: het had niet in de Volkskrant gehoeven, maar dit soort zaken heeft een eigen werkelijkheid. Uiteindelijk was het linksom of rechtsom in de kolommen gekomen.

 

De verslaggeefster die zich met Laura bezighoudt, schrijft lang niet alles op wat ze weet, om de persoonlijke levenssfeer van het meisje niet te schaden. Zij vraagt zich elke keer af of ze nieuws wel of niet moet melden.

 

Soms echter is een nieuwsfeit zo schokkend dat het geen zin heeft het niet te melden. De verdwijning van Laura valt helaas in die categorie.

Sinds vader en dochter wereldkundig maakten dat het meisje van plan was als jongste zeilster ooit alleen rond de wereld te gaan varen, is de persoonlijke levenssfeer van Laura opgerekt tot ver buiten haar directe omgeving.

 

Daarmee is vermoedelijk niemand echt gelukkig, maar als de geest eenmaal uit de fles is, is die niet meer terug te stoppen.
Terughoudendheid blijft voor de redactie een eerste vereiste zou ik zeggen, maar een complete mediastilte in krant en op de website is niet meer mogelijk. Daarvoor is al te veel gebeurd.

Laura verdwijnt pas uit het nieuws wanneer ze afziet van haar reis, of zodra de reis achter de rug is. Tot dan zal de redactie elke keer weer zorgvuldig moeten afwegen of een nieuw feit wel of niet moet worden gemeld.

 

 

Thom Meens

Een aanval op nieuws dat klopte

donderdag 24 december 2009 00:09

Met een kop die aan duidelijkheid niets te wensen overliet, bracht de krant op 15 december de conclusies van de raadscommissie die het debacle rond de aanleg van de Noord-Zuidmetrolijn in Amsterdam onderzocht. De kop luidde: Aanleg Noord-Zuidlijn fout besluit.


De eerste zinnen van het  artikel, als meest prominente bericht op de voorpagina, waren: Amsterdam had in 2002 nooit mogen besluiten tot de aanleg van de Noord-Zuidlijn. Deze conclusie trekt de enquêtecommissie van de gemeenteraad, die vandaag haar rapport presenteert.
De technische, organisatorische en financiële risico’s waren ondergeschikt aan de wens van de politiek de metrolijn aan te leggen, stelt de commissie. Amsterdam had niet de kennis in huis de risico’s goed in te schatten, de projectorganisatie miste ervaring en autoriteit, en ambtenaren schoten tekort. Daarbovenop verzuimde het college het metroplan te laten beoordelen door deskundigen. Ondanks eerdere beloften is bij het besluit ook onvoldoende stilgestaan bij de mogelijke overlast voor de Amsterdammers. Die noemt de commissie nu ‘groot’. Tijdens de bouw zijn de problemen voortdurend vooruit geschoven. Hierdoor had niemand zicht op wat er werkelijk aan de hand was. De raad had dat niet moeten accepteren.

 


Het was een mooi visitekaartje van de net begonnen Amsterdamse verslaggever van de krant.

 

De primeur haalde ook het ochtendnieuws op Radio 1. Dat meldde om 07.00 uur dat de Volkskrant de conclusie van de onderzoekscommissie citeerde. En, aldus de radio: ‘de krant is in het bezit van het rapport’. Het Radio 1-journaal citeerde rijkelijk uit de krant om vervolgens te melden dat een woordvoeder van de commissie het nieuws als nonsens bestempelde. Dat zou later een glasharde leugen blijken te zijn.


Een half uur later kwam hetzelfde Radio 1-journaal met een gewijzigd bericht. ‘De Volkskrant denkt het al te weten. Het besluit over de Noord-Zuidlijn had nooit genomen mogen worden.’ Daaraan werd opnieuw toegevoegd dat een woordvoerder van de commissie het bericht als nonsens naar de prullenbak verwees.

Een verslaggever die in Amsterdam was, zei dat hij had gesproken met een bron uit de commissie. Die had hem  verteld dat de conclusie die de Volkskrant aan het rapport verbindt te ver gaat. Dat het besluit nooit genomen had mogen worden, klopte niet.

 

Zo werd een mooie primeur op de radio hard onderuit gehaald. En dat bleef zo tot het moment dat het rapport aan de pers werd overhandigd. Toen bleek dat de krant er helemaal niet naast zat. Alle feiten klopten, alleen ging de krant verder dan het rapport.

 

Het rapport noemt in de conclusies geen namen, de krant wel. Uiteraard wel, zou ik zeggen. Als je een ge-anonimiseerd rapport leest, is het eerste wat je doet zelf de namen invullen. Welke wethouder krijgt welk verwijt. Wie krijgt de schuld? Zo werkt het. Mensen willen nieuws nu eenmaal een gezicht geven en dus worden bij anonieme rapporten alsnog namen en gezichten gezocht en ingevuld.

 

Met de wijsheid van nu kun je zeggen dat het beter was geweest als de redactie in het nieuwsbericht had gemeld dat het rapport in de conclusies geen namen noemt. Door dat niet te doen, kreeg een woordvoerder de kans de hele primeur onderuit te halen. Over de inhoud van de primeur kon hij er verder het zwijgen toe doen.

 

Het is niet de eerste keer dat bestuurders of hun woordvoerders via de media gehakt maken van verhalen die vervolgens wel blijken te kloppen. Minister  Bos deed het bijvoorbeeld met een primeur van de Brusselse verslaggever over ABN. Dat was een canard zei hij op de radio in hetzelfde Radio 1-journaal. Later die dag bleek het verhaal gewoon te kloppen, maar toen was de toon al gezet.

 

Dat is een vorm van verruwing waaraan de overheid zich niet schuldig zou moeten maken.

 

Kun je het verslaggevers van Radio 1 kwalijk nemen dat zij hun microfoon open zetten voor politici en woordvoerders die willen reageren op nieuws dat radio 1 zelf niet boven water kreeg? Nee, maar de toon waarop wordt gereageerd en de gretigheid waarmee in het geval van de Noord-Zuidlijn de Volkskrant te kijk werd gezet door de presentator is zorgwekkend. Hier wordt de journalistieke betrouwbaarheid van de krant in diskrediet gebracht, terwijl de radio in de berichtgeving wel meelift op de nieuwsgaring door de Volkskrant.

Het is vervelend om andermans nieuws te moeten brengen, maar zo werkt dat in de journalistiek. Een denigrerend zinnetje als ‘denkt het al te weten’ hoort zelfs niet in de schoolkrant, laat staan op de radio.  


Thom Meens

Ombudsman onder vuur, maar waarom?

zaterdag 19 december 2009 00:01

Op de dag van de mensenrechten, donderdag 10 december, spreekt de nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer op de universiteit van Tilburg. Volgens persbureau ANP sprak hij over het optreden van de politie tijdens de strandrellen in Hoek van Holland.

 
Het ANP citeerde: ‘De politie gebruikte op het strand excessieve maatregelen om zich te verdedigen. Het leven van het aanwezige publiek liep hierbij gevaar.’

 

De ombudsman sprak in het Engels. Van zijn toespraak is geen geschreven versie voorhanden en zijn geen opnames gemaakt door de universiteit. Volgens een woordvoeder spreekt hij altijd zonder uitgeschreven tekst.

 

De uitspraken van Brenninkmeijer haalden de Volkskrant niet. Wat op zaterdag wel de krant haalde, was een reactie van vice-premier Wouter Bos die na de wekelijkse ministerraad de pers te woord stond. De krant schreef: Het kabinet heeft vrijdag geschokt gereageerd op het commentaar van de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer dat de politie in Hoek van Holland ten onrechte zou hebben geschoten. Vicepremier Bos noemde de uitspraken van de ombudsman ‘onverantwoord en ongepast’.

 

Volgens de Haagse redactie zei Wouter Bos letterlijk: ‘Het kabinet is geschrokken en geschokt door de kritiek. Zonder eigen onderzoek zegt hij dat de agenten niet hadden mogen schieten. Dat is in zo'n gevoelige zaak, waar een mens is gesneuveld, een onverantwoorde en ongepaste uitspraak.’

 

De krant hield in haar berichtgeving dus een slag om de arm door te kiezen voor de formulering: zou hebben geschoten.

 

Maandag kwam de ombudsman zelf aan het woord, geciteerd uit het tv-programma Buitenhof. ‘Ik heb geen oordeel gegeven, ik heb alles in vragende zin aan de orde gesteld.’

 

 In het zelfde stukje werd ook geschreven: Het OM verwijt de ombudsman voor zijn beurt te spreken en zonder de feiten te kennen. Die conclusie baseerde de krant op een opiniestuk dat maandag op Forum stond. Dat stuk was van een andere Wouter Bos, persofficier in Den Haag. Zijn functie werd onder het opiniestuk vermeld, maar ook stond er: Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.

 

Dat laatst lijkt me ongeloofwaardig. Het kan er bij mij niet goed in dat een persofficier over zo’n gevoelige zaak zonder overleg met zijn superieuren een opiniestuk schrijft. Kennelijk geloofde de redactie het ook niet, want zij trok de conclusie dat ‘het OM’ de ombudsman kapittelt.


Achteraf zegt de redactie dat het zinnetje ‘op persoonlijk titel’ er niet bij had mogen staan. Op Forum schrijf je altijd op persoonlijke titel. Maar als dat zo is, waarom zou je dan melden dat de man persofficier is? Door de functie te noemen, koppel je volgens mij het persoonlijke aan het functionele. Het stuk wint aan gezag als je weet wat de persoon doet die het heeft geschreven.

 

Als deze Wouter Bos een gewone burger, zeg een postbesteller, was geweest, dan had zijn opinie nooit de kolommen gehaald. Wat het pikant maakte, was nu juist dat de man persofficier is.

Gek genoeg werd ook uit dit opiniestuk niet duidelijk wat Brenninkmeijer had gezegd. Wouter Bos, de officier, citeerde het verslag van het ANP en meldde  dat de nationale ombudsman vond dat hij niet goed was geciteerd, maar hij bracht mij niet verder in de vraag: wat heeft Brenninkmeijer dan wel gezegd?

 

De persofficier mag schrijven wat hij wil, maar de redactie moet de lezer informeren. Die lezer heeft recht op informatie, niet alleen op meningen. Een kadertje met daarin de gewraakte citaten, al waren ze dan afkomstig van het ANP, had niet misstaan in de krant van zaterdag of maandag.

 

Wat heeft Brenninkmeijer gezegd en in welke context? Heeft hij zich vragenderwijs uitgelaten, zoals hij stelde in Buitenhof?

 

 Dinsdag schrijft de ombudsman in NRC Handelsblad: ‘over mijn opmerking dat de politie excessieve maatregelen heeft genomen bij de confrontatie….’

 

Dat wordt woensdag geciteerd in de Volkskrant, zes dagen na dato. Volgens de Haagse redactie heeft zij opgeschreven wat bekend was. Meer tekst was er niet.

 

Zo bezien heeft de ombudsman zijn eigen rel in de hand gewerkt door de media onwetend te laten. Het was niet handig in zijn lezing over deze zaak te spreken, zeker niet nadat net een onderzoeksrapport was gepresenteerd dat een ander geluid liet horen.


Het is vooral onhandig dat er geen letterlijke weergave is van zijn toespraak. Dat ontslaat de media echter niet van de plicht de waarheid te zoeken. Die is hier lang uit beeld gebleven. Wat heet. We weten nog steeds niet wat er daadwerkelijk is gezegd.


Thom Meens

Slecht nieuws, zonder wederhoor

zaterdag 12 december 2009 00:48

In een ranglijstje over de kwaliteit van hbo-opleidingen zette de Volkskrant vorige week de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg neer als een slecht scorende onderwijsinstelling.

 

De lijst was op de redactie gemaakt, op basis van de die dag uit te komen Keuzegids Hoger Onderwijs HBO. Ze stond bij een artikel over die gids. Voor dat artikel was gesproken met de samensteller van de gids, die tevens inzage had gehad in de tekst. Wat hij niet ter inzage had gehad, was het ranglijstje van slechte opleidingen dat de redactie had gemaakt.

 

Een dag later bleek dat dit lijstje niet klopte. De keuzegids had een fout gemaakt bij de beoordeling van Fontys: de waardering uit het beroepsveld was verwisseld met die van een andere journalistenopleiding. In plaats van een hoge waardering uit het beroepsveld, kreeg de Tilburgse opleiding zo, ten onrechte, een lage score.

 

Tweede fout was dat de redactie te ver gaande conclusies uit de beroepengids heeft getrokken, conclusies die volgens de keuzegids feitelijk onjuist zijn. Fontys Journalistiek had niet als een van de allerzwakst beoordeelde opleidingen genoemd mogen worden.

 

Wat in de krant ontbrak, was een reactie van de genoemde zwakke onderwijsinstellingen, zoals Fontys. Volgens het Stijlboek van de redactie had dat wel gemoeten. ‘Wederhoor is zonder meer geboden in geval van beschuldigingen of negatieve kwalificaties over personen, instellingen of bedrijven, zelfs als tevoren duidelijk is dat een antwoord alleen een ontkenning zal inhouden.’ Die regel is niet nageleefd.

 

De betrokken verslaggeefster zegt dat zij het druk had die dag. Ze moest in een kort tijdsbestek veel doen. Vooral het door de eindredactie gevraagde lijstje van slechte opleidingen kostte veel tijd, want dat moest ze zelf uitzoeken, uit een honderdtal pagina’s met opleidingen en gegevens.

 

Ik begrijp dat dit een tijdrovende klus was, maar dat mag geen reden zijn geen wederhoor te plegen. Snelheid van nieuws, mag nooit ten koste gaan van zorgvuldigheid.

 

Waarom de hele publicatie niet een dag uitgesteld? Of als dat niet kon, waarom dan niet afgezien van een lijst van slechte opleidingen? De gids geeft wel een ranglijst van goede opleidingen, maar volgens de samensteller bewust niet van minder goede. Dat zo’n lijst ontbrak, had de redactie te denken moeten geven. Kennelijk is het lastig een betrouwbaar beeld te krijgen van de kwaliteit van minder goed beoordeelde opleidingen en moet je dus voorzichtig zijn met conclusies.

 

Wederhoor bij Fontys zou aan het licht hebben gebracht dat een deel van de slechte score komt omdat Fontys Journalistiek geen selectie aan de poort toepast en dus veel eerstejaars toelaat.

Een substantieel deel van hen valt gedurende het eerste jaar uit, hetgeen de kwaliteitsscore naar beneden haalt. De paar opleidingen die wel streng selecteren aan de poort, halen hogere uitstroomcijfers, maar dat hoeft dus niets te zeggen over de kwaliteit van het onderwijs of de vraag hoe snel afgestudeerden een baan vinden in het gekozen beroep.

 

Wederhoor had hier essentiële informatie en nuanceringen verschaft.

Het zou goed zijn als de redactie de eigen regels nog eens nakijkt en gaat naleven. Je kunt dit overigens niet alleen bij de verslaggeefster leggen, het had de eindredactie ook moeten opvallen dat wederhoor ontbrak.

 

Maar de eindredacteur van die avond wist niet beter dan dat het negatieve lijstje ook uit de gids kwam. Dat was hem zo door de dagploeg verteld. En het ontbreekt de avondploeg aan de tijd elke verslaggever naar zijn bronnen te vragen, stelt hij.

 

Dat mag zo zijn, het neemt niet weg dat ook als het lijstje wel uit de gids kwam, er volgens het Stijlboek toch weerwoord gevraagd had moeten worden.

 

Wederhoor kan natuurlijk niet altijd. Als de Chinese autoriteiten na een mijnramp verklaren dat de directie de veiligheidsregels niet heeft nageleefd, kun je dat melden, met de autoriteiten als bron. Het is onmogelijk de directie zelf om commentaar te vragen.

 

Maar de stelregel is dat nieuws zoveel mogelijk moet worden geverifieerd. Hoe dichter bij huis, hoe groter de onderzoeksplicht van de redactie, want hoe groter het gevaar dat onnodige, maar soms wel onherstelbare, schade wordt veroorzaakt.

 

Betekent dit nu dat alles wat de redactie op gezag van derden publiceert, moet worden geverifieerd of van wederhoor moet worden voorzien? Ja, liever wel. Tenzij degene op wiens gezag wordt gepubliceerd, dat aantoonbaar zelf al heeft gedaan. Maar ook dan zou het verstandig zijn  bij zware aantijgingen toch ook nog even de telefoon ter hand te nemen. Een reputatie gaat te paard, maar komt te voet.

 

Thom Meens

De premier die geen president werd

zaterdag 5 december 2009 00:01

Goed. Jan Peter Balkenende werd dus toch geen president van Europa en dat iedereen dacht dat hij het wel zou worden, lag toch vooral aan de media. Die hebben een geweldige hype gecreëerd door constant te doen alsof Balkenende de beste kandidaat was. Aldus, geparafraseerd, de uitleg van CDA-minister Donner over de gang van zaken.

 

Heeft Donner gelijk? En heeft de redactie van de Volkskrant even hard als alle andere media meegewerkt aan een scheve beeldvorming over de kansen van de premier? Een premier die zelf zei dat hij geen kandidaat was en niet was gevraagd. Wat weer iets heel anders is dan zeggen: ik wil die baan niet en zal hem ook niet nemen als ik hem krijg aangeboden.

 

Door zijn halve ontkenning liet de premier ruimte en als er ruimte is, gaan journalisten zoeken. Dat hoort tot de basistaken van de journalistiek.

 

Het begon half september met een bericht in Het Financieele Dagblad dat Maxime Verhagen premier zou worden wanneer Balkenende naar Brussel zou gaan. Dat was  tijdens de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer. ‘Balkenende zit in de tombola’, meldde de Volkskrant een dag later. ‘De premier ontkent, maar de CDA-top houdt er rekening mee dat hij naar Europa vertrekt.’

 

Dat de premier er die week met zijn hoofd niet bij leek in Den Haag, voedde de geruchten verder. De politiek commentator schreef vervolgens dat ze bij het CDA ‘voor alle zekerheid’ Verhagen hebben aangewezen als opvolger. En in het commentaar over het falende optreden van de premier tijdens de beschouwingen stond als laatste zinnen: ‘Want in de lente van 2010 is het erop of eronder voor dit kabinet. Met of zonder Balkenende.’

 

Officieel bleef politiek Den Haag ontkennen dat de premier meedeed voor de topbaan in de EU. Dus gaf staatssecretaris Frans Timmermans een interview aan de Volkskrant met als belangrijkste boodschap dat Balkenende écht geen kandidaat was.  Maar als dat zo is, dan hoeft Timmermans dat toch niet te zeggen? Hij zei toch ook niet dat Balkenende geen kandidaat was voor die andere topbaan, de buitenlandpost?

 

Overigens beperkte zich de discussie op dat moment   tot de Haagse kaasstolp met Nederland er omheen. In Brussel circuleerden vooral andere namen.

 

Dan schrijft de nestor van de Tweede Kamer, Bas van der Vlies,  op 26 september in de Volkskrant dat Balkenende niet weg mag, want eerst zijn karwei moet afmaken. Kennelijk speelt er dus echt wel wat, want Van der Vlies doet niet mee aan mediaspelletjes.

 

In oktober loopt de spanning in Den Haag hoog op. Eind oktober schrijft de politiek redacteur in zijn column: ‘Hij is meer dan een van de kandidaten. Jan Peter Balkenende maakt de meeste kans de eerste president van de Europese Raad te worden.’ Dat wordt geschreven nadat bewindslieden van PvdA en ChristenUnie publiek hebben laten weten dat zij vinden dat de premier in Nederland in het kabinet moet blijven.

 

Maar die premier uit twee dagen later stevige kritiek op het politieke klimaat in Nederland, op het Binnenhof, dat ‘in de greep is van populisme’. Nog in diezelfde week laat hij ook weten dat de Kamer hem te vaak oproept.

Is het gek dat journalisten dat zien als tekens dat de premier het heeft gehad met Den Haag en uitziet naar een nieuwe horizon? Temeer omdat Balkenende inmiddels zelf heeft gezegd dat hij beschikbaar is, indien gevraagd.

 

De correspondent in Brussel schrijft begin november dat er een stevige lobby voor de premier op gang is gezet door Nederlandse diplomaten, maar meldt op 9november dat de Belgische premier Van Rompuy de meest kansrijke kandidaat is. Balkenende is hooguit  een goede tweede.

 

Acht dagen laten schrijft de chef van de Haagse redactie in een column dat Balkenende de Brusselse baan niet zou moeten willen.

 

Die keus wordt de premier bespaard, want de Europese leiders kiezen nog diezelfde week voor de Belgische premier  Van Rompuy.

 

De vrijdag daarna zeggen bijna alle ministers hoe blij ze zijn dat de premier voor Nederland blijft behouden, waarmee ze impliciet aangeven dat de kans bestond dat hij was weggegaan. Alleen Donner doet daaraan niet mee, want het ging immers om een mediahype.

 

Donner vergist zich. Het eventuele vertrek van de premier was gewoon nieuws. En het werd een nationaal gezelschapsspel omdat diezelfde premier zich niet duidelijk uitsprak, waarna vanuit zijn eigen kabinet en partij signalen naar buiten kwamen dat hij wel wilde. Het zou slechte journalistiek zijn dat niet op te schrijven.

Zo er al een hype was, dan heeft Balkenende die zelf in gang gezet en in leven gehouden.


Thom Meens

Kinderarbeid op de site van VK-Banen

zaterdag 28 november 2009 00:01

De website van VK-Banen had afgelopen weekeinde een aantal opmerkelijke advertenties. Wat heet, zeg maar gerust  bizarre banen.


Lees deze advertentie : ‘Dienstmeisjes, max. 14 jaar. Momenteel zijn wij op zoek naar meisjes van 6 tot 14 jaar oud, die als dienstmeisje aan de slag willen. Je werkt hierbij in het huis van een van onze klanten. Je wordt verantwoordelijk voor het schoonmaken, wassen, strijken, koken en alle andere wensen van onze klanten. Als ‘gastvrouw’ woon je in hetzelfde huis als de klant. Je hebt hier een eigen kamer die je niet kunt vergrendelen tijdens de nacht en je moet 24/7 beschikbaar zijn voor onmiddellijke dienstverlening. Een nette verschijning is noodzakelijk voor deze baan, dus zorg dat je er netjes uitziet voor het sollicitatiegesprek. De werkdag begint om 5:00 in de ochtend en eindigt wanneer de klant je niet langer nodig heeft. Heb je een dienstverlenende instelling? Ben je in staat om hard te werken en lange dagen te maken? Houd jij de huizen van onze klanten spik en span? Solliciteer nu!’

En dan was er ook nog een advertentie waarin jonge kinderen van 4 tot 10 jaar werden gezocht om te werken bij een marktleider in chemicaliën in Calicut in India.

De advertenties waren afkomstig van een bedrijf dat zich Talents4asia noemt.
Bij de redactie klaagde een aantal bezoekers van de banensite over deze advertenties op de site.

Een lezer schreef: ‘Dit is zuiver kinderslavernij!!  Graag deze vacature onmiddellijk uit VK-Banen laten verdwijnen. Ik schaam me diep over uw  samenwerking met het ‘bedrijf’  Talents4Asia en de  recruiter Fancy Pasaribu.’

Weer een ander meldde: ‘natuurlijk begrijp ik dat u krantenartikelen redigeert, maar betekent dit dat u elke advertentie accepteert? Daar heeft u toch ook een taak, zo niet een plicht bij? Kijkend naar Volkskrantbanen kom ik twee advertenties tegen die mij zeer tegen de borst stuiten en waarvan ik niet begrijp dat u deze zomaar plaatst.’

De klagende lezers zouden groot gelijk hebben als dit serieuze advertenties waren geweest. Dan  had de krant inderdaad niet goed opgelet. Maar wie goed keek naar de advertenties, zag dat helemaal onderaan nog een stukje tekst volgde. Daar stond: ‘Klinkt bizar hè. Toch is kinderarbeid voor 126 miljoen kinderen – dat is acht keer de Nederlandse bevolking – de dagelijkse realiteit. Terre des Hommes zet zich in om kinderarbeid te stoppen door projecten op het gebied van opvang, onderwijs, gezondheidszorg en voorlichting.  Daarnaast worden ouders ondersteund met microkredieten.’


Het waren dus geen echte personeelsadvertenties, het ging om een campagne van Terre des Hommes om aandacht te vragen voor het probleem van de kinderarbeid. De uitgever van VK-Banen heeft aan die campagne meegewerkt omdat hij de doelstelling en het middel van de campagne begrijpt en ondersteunt.

Hij ging er van uit dat de veelal hooggeschoolde bezoekers van de site zouden zien dat het om nepberichten ging, maar dat blijkt in een aantal gevallen niet zo te zijn geweest, met alle gevolgen van dien. Want wie niet helemaal tot onder las, zal al snel gedacht hebben dat de Volkskrant meewerkt aan kinderarbeid, of zich in ieder geval niet verzet tegen advertenties waarin kinderarbeid wordt aangeboden.

Dat is natuurlijk helemaal niet aan de orde, de uitgever heeft juist het tegenovergestelde willen laten zien, daarom is medewerking verleend aan de campagne.

Ik begrijp zijn overwegingen, maar vindt het verstandig dat de advertenties, nadat lezers klaagden, zijn weggehaald. Je kunt en mag niet van iedereen verwachten dat hij of zij de hele advertentie bekijkt. Wie uit afschuw halverwege ophoudt met lezen, ziet niet dat het gaat om een campagne tegen kinderarbeid in de derde wereld. Dan schiet de advertentie aan haar doel voorbij en wordt bij de lezer de indruk gewekt dat de Volkskrant zich leent voor dergelijke onfrisse zaken. Dat gaat dan weer ten koste van de goede naam van de Volkskrant en VK-Banen.

Juist op een vacaturesite lijkt mij het risico extra groot dat lezers niet naar de hele tekst kijken. Je zoekt zo’n site af naar banen die voor jou interessant zijn. Die vacatures lees je, de andere bekijk je hooguit vluchtig. Je ziet wel dat er dienstmeisjes worden gevraagd van maximaal 14 jaar, want dat stond er in een geval boven de advertentie, maar kijkt niet verder.

Het is met deze advertenties hetzelfde als met ironie in de kolommen van de krant. Liever niet doen, want het risico is veel te groot dat het niet wordt begrepen, alle goede bedoelingen ten spijt.


Thom Meens

Stampij om stampei, motoren en troepen

zaterdag 21 november 2009 00:02

Het was een prachtige foto, vorige week zaterdag over zes kolommen in het Vervolg. Eindeloze rijen motorfietsen op een groot veld met  op de achtergrond tientallen vrachtwagens, ogenschijnlijk net zo verlaten als de motorfietsen.

 

De foto stond bij een artikel waarin een dilemma uit de Tweede Wereldoorlog werd beschreven: moesten Nederlanders in bezettingstijd produceren voor de Duitse overheerser? Volgens het artikel bestond die vraag eigenlijk niet. Er werd massaal gewerkt en geproduceerd voor de bezetter.

 

Bij de foto stond:  ‘Een zee van Harley Davidson-motoren op het vliegveld Deelen. De motorfabriek floreerde in de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog.’

 

Die tekst was gebaseerd op informatie van het Algemeen Nederlands Persbureau. Uit die databank was de foto afkomstig. Het ANP meldde nog bij de foto: De motorfabriek bouwde uiteindelijk vanaf 1942 90.000 motoren.

 

Heel veel lezers reageerden op dat bijschrift, vooral omdat er niets van klopte. Een aantal reacties: ‘Harley Davidson heeft nooit in Nederland motoren gebouwd.’ En: ‘Met dit onderschrift wordt gesuggereerd dat de motoren op de foto ooit aan de Duitse weermacht geleverd zijn.’

Een ander schreef: ‘De motoren zijn geen Harley-Davidsons (uit USA), maar Britse Matchless 350cc 1-cylinder kopkleppers. Deze motoren zijn natuurlijk pas na de bezetting naar ons land gekomen en hebben nog tot diep in de zestiger jaren dienst gedaan bij de diverse legereenheden. Harleys werden  gebruikt door het Amerikaanse leger, terwijl Engelsen in de oorlog  eerst Triumph motoren bereden. Later is hier de Matchless bijgekomen, vermoedelijk omdat de Triumph fabriek in Meriden, Coventry, was weggebombardeerd.’

 

Kort en goed: foto en artikel hebben hoegenaamd niets met elkaar te maken. Maar hoe komt zo’n foto dan toch in de krant?

De eindredactie van het Vervolg zegt dat zij gewoon bij de fotoredactie een illustratie bij het artikel heeft gevraagd. De fotoredacteur die de foto uitzocht, heeft het artikel kunnen lezen.

 

Die zegt dat hij zich heeft gebaseerd op het onderschrift van het persbureau. Op basis daarvan leek hem dit een prima illustratie bij het artikel. Dat de foto van  na de oorlog dateert, vindt hij niet interessant: het beeld slaat op een situatie uit de oorlogstijd zegt hij.

 

Ik kan die redenering niet volgen. Het enige wat deze foto met de oorlog gemeen heeft, is dat de motoren in de oorlog zullen zijn gebruikt door de geallieerden toen zij het bezette Nederland wilden bevrijden. Dat heeft niets te maken met produceren voor de Duitsers en daarover ging het artikel. Maar dank zij alerte lezers weten we nu in ieder geval wel hoe het echt zit met die motoren.

 

En dan kwam er maandag nog een kritisch briefje, over een geheel ander onderwerp. Een lezer schreef:  ‘Goed idee van de Volkskrant om ons na de voorronde voor het Groot Dictee een vervolg aan te bieden.  Stampei, nou dat is  toch wel een heel gemakkelijke en dan  nog wel in de kop. Stampij is de juiste spelling.’

 

De lezer doelde op een kop op de buitenlandpagina van die dag: Stampei van Chávez om bases VS.

 

Het briefje leidde tot verwarring tussen de brievenredactie en de ombudsman. Het elektronisch woordenboek van de ombudsman gaf als juiste spelling stampei met korte ei. Dat van de brievenredactie gaf echter stampij als juiste spelling. Let wel, in allebei de gevallen gaat het om een elektronische woordenlijst van Van Dale.

 

Uiteindelijk bracht de website van de Taalunie duidelijkheid. Stampij/Stampei mag met korte ei en met lange ij.

 

In dit geval zat de lezer er dus deels naast, maar de ervaring leert dat dit sporadische missers zijn. Meestal is de kritiek terecht.

Neem deze opmerking: Via de internet Volkskrant las ik het bericht over Gordon Brown,  met de kop ‘5000  troepen extra naar Afghanistan’. Het gaat toch om 5000 extra soldaten, die op zich een troep, peloton, divisie of zo vormen?

 

Deze lezer staat niet alleen. Het gebruik van ‘troepen’ waar ‘manschappen’ wordt bedoeld, rukt op in de kolommen, tot grote ergernis van velen die gruwen van dit soort veramerikaanst Nederlands.

Laten we eerlijk zijn: het is gewoon fout. Daarom is het goed dat lezers alert blijven op missers in de krant. Het houdt de redactie scherp. En lezers weten het vaak ook veel beter en gedetailleerder dan de redactie. Veruit de meeste suggesties voor aanvullingen en verbeteringen komen van terecht kritische lezers. Echt gek is dat niet: een krantenredactie weet van heel veel onderwerpen een beetje, lezers weten individueel vaak van een onderwerp heel veel en willen die kennis graag delen.


Thom Meens

Prikken of niet, dat is de vraag

zaterdag 14 november 2009 00:01

Zaterdag 25 april meldde de Volkskrant dat Mexico op grote schaal inwoners zou gaan vaccineren tegen varkensgriep, nu in Mexico een nieuwe variant van dat griepvirus was ontdekt.


Het was het eerste stukje uit een lange reeks over wat later de Mexicaanse griep is gaan heten. Tot woensdagochtend telde het elektronische redactiearchief 241 artikelen, columns of ingezonden brieven waarin de woorden ‘Mexicaanse griep’ voorkwamen. Een dag later stond de teller op 254.

De angst voor de griep en de mogelijke gevolgen, was, met zeilster Laura, aanvankelijk vooral een zomerserie: elke dag minstens een stukje in de krant, gebaseerd op het verre buitenland.

De toon veranderde half september toen in Nederland de eerste doden als gevolg van de griep vielen: twee mensen, die al ziek waren vóór ze de griep kregen.

 

Met de uitgroei van de griep tot een milde pandemie begon in Nederland en dus ook in de kolommen van de Volkskrant de discussie over preventief inenten. En met de discussie herhaalde zich het scenario dat werd geschreven door die andere massaprik, de baarmoederhalskankerprik. Wel of niet inenten?

 

Met die vraag worstelen wetenschappers, internetgebruikers, ouders en kinderen. Ook op de redactie bestaat grote onzekerheid melden verslaggevers die zich met de griep bezighouden. Journalisten willen net als alle andere mensen weten waar ze aan toe zijn. Willen antwoord op vragen als: hoe gevaarlijk is het serum? Is het veilig,  voldoende getest?

 

Voor wie dat nog niet genoeg vragen vindt, is er het internet. Daar vind je over de vaccinatie tegen de griep dezelfde complottheorieën  als over 11 september.

 

Nee, zeggen lezers. Het zijn geen complottheorieën. Voor elke wetenschapper die in de kolommen van de Volkskrant mag aangeven dat het allemaal broodje aapverhalen zijn op internet, levert het internet tien wetenschappers die met evenveel bewijskracht zeggen dat er kwik in het serum zit en dat daarmee ons immuunsysteem wordt aangetast.

 

Deze week kopte de krant boven een artikel over al die geruchten: Vaccinatieangst overspoelt Nederland. Een bewuste keuze van de redactie, gemaakt om aan te geven hoezeer de discussie woedt. ‘Een Telegraafkop, de Volkskrant onwaardig’, vonden veel lezers. Anderen waren blij dat de redactie ‘eindelijk eens aandacht besteedt’ aan de gevaren van de prik.

 

Een dag later was er een bijlage met 51 vragen en antwoorden over de vaccinatie. Dat was een mooie en informatieve productie, maar na lezing bleef ik met vraag 52 en 53 zitten: moet ik me nu wel of niet laten prikken? Wat adviseert de redactie?

 

Vraag 54 is vervolgens of 52 en 53 wel terechte vragen zijn. Mag je als lezer van de redactie verwachten dat je bijna persoonlijk advies krijgt over een zo ingewikkelde materie? Is de redactie gekwalificeerd genoeg om daar een oordeel over te geven?

Het is de taak van de redactie de lezer te informeren. De conclusie moet echter aan de lezer zijn.

 

Wat dus overblijft, is de vraag of de lezer genoeg is geïnformeerd over de griep, de mogelijke gevolgen, de prik en de mogelijke gevolgen daar weer van.

 

Over de griep kunnen we kort zijn. De lezer is bedolven onder berichtgeving, vermoedelijk in het begin van de zomer omdat er weinig ander nieuws was.

Voor de gevolgen van de griep geldt hetzelfde. Er is uit en te na beschreven wat er allemaal kan gebeuren, of niet.

 

Over de vaccinatie is afgelopen weken ook veel geschreven. Voor en tegenstanders kwamen aan het woord én twijfelaars. Ook is diverse keren de groeiende onrust over de vaccinatie in de krant beschreven.

 

Zelfs de commotie over de mogelijk botte naalden waarmee de prik wordt gegeven, was terug te lezen. Uit eigen ervaring kan ik melden dat dit in ieder geval een broodje aapverhaal was.

 

Maar, zoals in het verleden al vaak bewezen, tegen een hype, een plotselinge rage in de media, op internet en op straat, is het moeilijk vechten. 

Zodra iedereen zich een mening heeft gevormd, kan de redactie het nooit meer goed doen. Wie vindt dat de Nederlandse overheid ten onrechte tot vaccinatie is overgegaan, zal elk bericht van de krant over vaccinatie beschouwen als propaganda. Is het al geen propaganda van de overheid, dan is het wel van de farmaceutische industrie.

 

Het is aan de krant om de zorgen die er leven te beschrijven en over die bezorgdheid te praten met mensen die er iets verstandigs over kunnen zeggen. Dat is naar mijn mening adequaat gedaan. Het is aan de lezer te bepalen of hij die deskundigen gelooft, of toch maar kiest voor een andere waarheid, elders te vinden.
  


Thom Meens

Vrouwen in de kolommen

zaterdag 7 november 2009 00:06

Eind vorige maand kreeg ik een briefje van een lezer die vindt dat de krant ten onrechte pleit voor een quotum voor vrouwen aan de top van het bedrijfsleven, universiteiten en overheden. Dat stond in een hoofdredactioneel commentaar. Commentaren vallen buiten de bevoegdheid van de ombudsman, maar omdat de krant elders ook veel aandacht besteedt aan vrouwen op de arbeidsmarkt, kan ik er hier toch iets over zeggen.

 De klagende lezer heeft een klacht tegen de Volkskrant ingediend bij Artikel 1, het samenwerkingsverband van anti-discriminatiebureau's. Ook adverteerde hij op de binnenlandpagina’s. In de advertentie vroeg hij om reacties op de in zijn ogen eenzijdige berichtgeving van de redactie en de overdreven aandacht voor de positie van vrouwen.

 Er kwamen (tot donderdag) 125 reacties naar aanleiding van de advertentie, van zowel mannen als vrouwen. Dat zijn  dus lezers van de Volkskrant. Het merendeel steunt de lezer, meldt hij me.

 

Artikel 1 heeft hem inmiddels laten weten dat het bij voorbaat uitsluiten van mannen inderdaad niet mag, maar dat organisaties wel mogen werken met streefcijfers. Een oproep als in het commentaar is een oproep om te handelen in strijd met de wet. Als bedrijven die oproep naleven, is er sprake van discriminatie.

 

De lezer vindt daarom dat de krant zich op glad ijs begeeft. Hij schrijft onder meer: ‘De afgelopen maand besteedde de Volkskrant naar mijn mening te eenzijdig en te prominent aandacht aan wie voor een vrouwenquotum is, waarbij andere kritische geluiden weinig serieus en veel minder prominent aan bod kwamen, zodat er in dezen dus eerder sprake is van propageren dan informeren.’

 

 Ook gaf hij een reeks voorbeelden waaruit bleek dat er in een maand tijd zes verhalen , interviews of commentaren over dit onderwerp in de krant stonden.

Deze week meldde zich nog een lezer met een soortgelijke klacht. De krant besteedt overdreven veel aandacht aan de positie van vrouwen, zeker in vergelijking met andere kwaliteitskranten, luidt  zijn kritiek.

Die constatering is correct. De positie van vrouwen is onbetwistbaar een speerpunt van het journalistieke beleid. Niet omdat de redactie dat bewust heeft gekozen, maar omdat het onderwerp zich als het ware in de kolommen heeft weten te dringen. Het glazen plafond staat hoog op het lijstje van onderwerpen waarvan de redactie vindt dat ze aandacht verdienen. Milieu is een andere speerpunt bijvoorbeeld.

 

Wat is daartegen, vraag ik me af.  Als je constateert dat het voor vrouwen niet gemakkelijk is om hogerop te komen, wat de reden ook mag zijn, dan mag je daar als redactie toch best over schrijven?

Ook een pleidooi voor positieve discriminatie lijkt me niet onredelijk. Je mag toch ook pleiten voor positieve discriminatie van allochtonen, gehandicapten of ouderen? Dat zijn allemaal groepen met een achterstand op de arbeidsmarkt, net als vrouwen.

 

Maar pleiten voor een quotum is iets anders en dat mag niet, zeggen de klagers. Niemand mag naar sekse worden gediscrimineerd. ‘Een functie exclusief voor vrouwen reserveren en of het hanteren van een voorkeursbeleid ten einde een meer diverse organisatie te verkrijgen is wettelijk niet toegestaan’, schrijft er een.

Dat is niet aan het adres van de Volkskrant gericht, maar aan dat van KPN-topman Ad Scheepbouwer die zijn voorkeursbeleid evenwel in de Volkskrant aankondigde.

 

Los van de vraag of je het met de lezers eens bent, is de kritiek interessant. Moet de krant alleen informeren of mag de redactie ook een stap verder gaan en actievoeren om een wantoestand die zij meent te zien, te bestrijden?

Voor de hoofdredactionele commentaren is het antwoord simpel: dat mag. In de verslaggeving ligt het moeilijker. Domweg actievoeren is ongewenst, maar dat is hier ook niet aan de orde. Het constateren en beschrijven van een kennelijke misstand is iets anders dan propaganda maken.

En bovendien: lezers kiezen voor de Volkskrant omdat ze het engagement van de redactie delen. De krant brengt het nieuws zoals het is, maar de redactie maakt wel keuzes. De Volkskrant staat bekend als een progressieve krant. Dat uit zich in de kolommen.

 

De vraag is wel of de aandacht voor vrouwen met zich meebrengt dat andere geluiden niet worden gehoord en gemeld, of minder. Ik kan dat niet goed beoordelen want ik weet niet of die geluiden er wel zo duidelijk zijn.

 De klagende lezer heeft zelf  overigens in de zomer zijn mening mogen geven op de opiniepagina. Dat tegengeluid heeft de krant dus wel gehaald, terecht lijkt me, en nu nogmaals. 


Thom Meens

Ostalgie en Beethoven

zaterdag 31 oktober 2009 00:01

Onder de kop Hit van Beethoven is niet van Beethoven schreef een redacteur half oktober op de kunstpagina’s een artikel over een promotieonderzoek van de Italiaanse musicoloog en pianist Luca Chiantore.

 

Chiantore deed acht jaar onderzoek naar de herkomst van misschien wel het bekendste aan Beethoven toegeschreven muziekstuk, Für Elise. Zijn  conclusie: het stuk is niet door Beethoven gecomponeerd, maar door een Duitse muziekwetenschapper die een handvol aantekeningen van Beethoven veertig jaar na diens dood zou hebben omgewerkt tot een compleet muziekstuk.

Een dag later belandde bij de redactie een briefje op de mat van een Nederlandse musicoloog die vond dat de krant de plank geheel had misgeslagen en vroeg om en rechtzetting van het bericht.

 

Hij schreef: ‘Het is waar dat Für Elise van Beethoven pas lang na de dood van de componist (1867) is opgedoken en gepubliceerd. Bij zulke gelegenheden is voorzichtigheid geboden: van beroemde componisten verschijnen nogal eens vervalsingen. Maar de woensdag door de Volkskrant aangehaalde Italiaanse musicoloog Luca Chiantore slaat de plank toch echt mis als hij stelt dat Für Elise niet van Beethoven zou zijn. Er is namelijk authentiek schetsmateriaal bewaard gebleven waarop te zien is hoe Beethoven dit pianowerkje in de steigers zet. Aan het handschrift valt niet te twijfelen en het blad dateert uit 1808. Weldegelijk een echte Beethoven dus, en daarom had achter de kop op zijn minst een vraagteken moeten staan.’

 

Het briefje haalde de kolommen niet, ook al omdat het volgens de redacteur nog steeds niet duidelijk is wie het gelijk aan zijn kant heeft.

 

Dat laatste lijkt me zonneklaar. Ik kan me niet voorstellen dat je kunt promoveren aan een gerenommeerde universiteit op een onderwerp dat niet klopt, maar aan de andere kant oogt de informatie van de Nederlander zeker zo betrouwbaar.

Wie het weet mag het zeggen. Een ding is wel zeker. De kop boven het artikel was fout. Hij had op zijn minst tussen aanhalingstekens gemoeten, zodat het voor de lezer duidelijk was dat het hier niet ging om een mening van de krant, maar om een uitlating van iemand anders.

 

In dezelfde week dat dit briefje naar de redactie werd gestuurd, kwam nog een brief binnen van iemand die het oneens was met een stuk in de krant. Ook nu werd rectificatie geëist, of anders publicatie gevraagd van de brief.

Het was een brief waarin werd gereageerd op een forumstuk van een Volkskrantredacteur, de vorige correspondent in Duitsland. Dat stuk reageerde zelf weer op een recensie op de kunstpagina’s over een tentoonstelling over het leven in de vroegere DDR. In de recensie werd de samensteller van de tentoonstelling geciteerd. Hij zei dat het leven in de DDR ook zijn gewone kanten had. Mensen gingen op familiebezoek en met vakantie.

 

De ex-correspondent constateerde in zijn opiniestuk dat de gure kanten van de dictatuur en de repressie in de DDR steeds minder naar voren komen en vergeten dreigen te worden. Tentoonstellingen als deze werken daaraan mee, was zijn conclusie.

 

Daarop reageerde het museum met een briefje, waarin onder meer de vraag werd gesteld of de ex-correspondent de expositie wel had bekeken voor hij zich een oordeel aanmat, omdat de expositie wel degelijk oog heeft voor de gure kanten van de DDR.

 

De brievenredactie wilde het briefje alleen plaatsen als die vraag eruit werd gehaald, maar dat wilde het museum niet. Vervolgens ontstond een patstelling. De redactie wilde het opiniestuk niet rectificeren, het museum wilde ruimte krijgen om te laten zien dat de tentoonstelling toch echt meer was dan goedkope ostalgie. Zo kwam de zaak op mijn bureau.

Wat betreft de vraag van het museum: De redacteur had de expositie niet gezien toen hij zijn opiniestuk schreef. Later is hij alsnog gegaan en dat heeft zijn mening niet veranderd.

 

Volgens hem was het ook niet nodig om eerst te gaan kijken: hij reageerde immers op iets wat de samensteller zelf in de krant te berde had gebracht, namelijk dat het leven in de DDR ook zijn gewone kanten had. Dat beeld is vals, houdt hij vol. Dat de expositie ook aandacht schenkt aan de repressie, doet daaraan niets af.

 

Daar is niets tegen in te brengen, maar ik denk dat het verstandig was geweest als hij eerst was gaan kijken en daarna zijn mening had gegeven. Misschien had hij dan nog steeds geschreven wat hij nu schreef, maar dan had hij zich ten minste kunnen baseren op eigen waarneming en had hij zich niet hoeven verlaten op de informatie die door een recensent was aangereikt.


 

Thom Meens

Lezer zag DSB-nieuws toch anders

zaterdag 24 oktober 2009 00:22

Mijn column over DSB van vorige week leverde een aantal reacties op van lezers die het in het geheel niet met me eens waren.

 

Voor wie de column niet meer op het netvlies heeft, in een notendop even de inhoud. De column ging over een artikel in de krant van maandag daarvoor. De krant bracht toen als belangrijkste bericht dat DSB technisch failliet zou zijn. Ook stond er deze zin: ‘de rechter zou vannacht op verzoek van toezichthouder DNB de zogenoemde noodregeling van toepassing verklaren’.

De redactie baseerde zich op twee verschillende bronnen uit de financiële wereld en op een aantal andere indicaties. Zo was minister Bos zondagavond in het pand van De Nederlandsche Bank en was bekend dat er voor later zondagavond een persconferentie was voorzien van bankpresident Wellink en minister Bos. Ook wist de redactie dat de vijf grote Nederlandse banken geen zin hadden om de DSB bank te redden.

Toen het besluit van de rechtbank uitbleef, besloot de redactie toch te publiceren, met één slag om de arm: het woordje ‘zou’. Dat gaf aan hoe de vooruitzichten waren op het moment dat de krant naar de drukker ging. Maandagochtend bleek dat de rechtbank zondagavond anders had geoordeeld. Het nieuws klopte niet.

 

Alles afwegend kwam ik vorige week tot de conclusie dat de publicatie niet onterecht was. Alles wees immers maar richting één ding, het faillissement.

 

We zullen nooit zeker weten waarom de rechtbank niet deed wat Bos en Wellink wilden. Vermoedelijk heeft Scheringa de rechters weten te overtuigen van de overlevingskansen van zijn bank, zoals hij dat een week later nog eens deed, met het leugentje dat Bos zijn bank 100 miljoen euro staatssteun wilde geven, terwijl hij wist dat Bos dat niet wilde.

 

Vijf lezers reageerden op mijn column, vier negatief, één schreef dat hij begrip had voor mijn afweging. Ook hij vond dat de redactie het niet verkeerd heeft gedaan, juist vanwege het woordje zou.

 

De  rest was hard in zijn oordeel: ‘Dat artikel ondermijnde niet slechts het vertrouwen van rekeninghouders in DSB maar, omdat het niet klopte, beslist ook het vertrouwen van deze lezer in deze krant. Dat u, als onafhankelijk ombudsman, deze misser goedpraat met kort samengevat het argument dat de onafhankelijke rechter door zijn uitspraak helaas de werkelijkheid niet aanpaste aan de onjuiste berichtgeving, dat stelt mij toch wat teleur.’

Een ander schreef: ‘Ik ben betere verhalen van u gewend dan dat van afgelopen weekend. Het voorspellen van nieuws is zeer riskant en als de krant zich daar aan waagt, moet dat met de nodige slagen om de arm gebeuren, en niet met de stelligheid van het artikel van vandaag een week geleden. ‘De rechter dacht er toch anders over’', schrijft u, ‘Daarmee kwam het nieuws op losse schroeven te staan, maar toen was de krant al bezorgd.’ Niks losse schroeven: de voorspelling kwam niet uit, het nieuws  was geen nieuws, er gebeurde iets heel anders. Als de krant iets voorspelt wat niet gebeurt, is dat geen nieuws, maar een flater. En gezien de grote stelligheid van de krant is dat een grote flater.’

 

Een derde: ‘Meestal  vind ik uw bijdrage verhelderend en onafhankelijk. Maar afgelopen zaterdag overheerste toch het gevoel dat uw bijdrage een hoog gehalte van ‘witwassen’ had. Dat gevoel begint bij de zin ‘zondagmiddag was er al twitterverkeer dat er iets met de DSB ging gebeuren.’ Tja, als een berichtje op twitter (waar je werkelijk alles kan vinden!) al gaat meetellen dan worden de journalistieke waarden wel erg opgerekt. Uiteraard begrijp ik dat het niet het enige argument is en buiten kijf staat dat de Volkskrant-journalisten goede bronnen hebben. Maar die goede bronnen hebben natuurlijk hun reden/belang om het verhaal al in de krant te hebben. Dat is mijns inziens onvoldoende onderkend.’
 
Op het gevaar af opnieuw onder uit de zak te krijgen, toch nog een poging om uit te leggen waarom ik vond – en vind – dat de gemaakte keuze te verdedigen was. Niet dat ik me geen andere had kunnen voorstellen – niet publiceren tot de uitspraak van de rechter er ligt – maar omdat een krant zijn lezer snel en accuraat moet informeren.

 

Als twee bronnen los van elkaar en niet behorend tot dezelfde belangengroep iets melden en je hebt ook andere informatie die in dezelfde richting wijst, dan mag je dat melden.

DNB en Bos hebben zich de eerste zondag kennelijk verkeken op de overtuigingskracht van de DSB-topman. Zonder dat had de rechtbank waarschijnlijk  gedaan wat Bos en Wellink wilden en dan was er met dat artikel van maandag niets mis geweest.


Thom Meens

DSB-nieuws dat nog nieuws moest worden

zaterdag 17 oktober 2009 00:22

Sommige lezers weten het zeker. de Volkskrant heeft een kwalijke rol gespeeld in de ondergang van DSB. De publicatie op de voorpagina van maandag heeft de bank de das omgedaan.


De krant schreef dat het voortbestaan van DSB aan een zijden draad hing, dat De Nederlandsche Bank klaar staat om het bewind over te nemen en dat de overheid geen reddingsoperatie opzet.

 

Het artikel meldde dat de bank technisch failliet zou zijn. En ook: ‘De rechter zou vannacht op verzoek van toezichthouder DNB de zogenoemde noodregeling toepassen op DSB Bank. Dat is vergelijkbaar met een surseance van betaling. Direct na de rechterlijke uitspraak was een persconferentie gepland door DNB-president Nout Wellink en minister van Financiën Wouter Bos.’

 

Zo kwam het bij de lezer in de bus. Wie de radio aanzette, hoorde dat niets van dat alles was gebeurd.

 

Twee uur later bleek dat de rechter 'snachts juist had geweigerd om de noodregeling van kracht te laten worden. En weer drie  uur daarna liet de rechter alsnog de noodregeling ingaan, waarmee DSB uitstel van betaling kreeg.

 

Als reden voor de koerswijziging gaf de rechtbank later op dat er tussen zondagavond en maandagmiddag heel veel geld door klanten aan de bank was onttrokken, waardoor de overlevingskansen waren verdwenen.

 

Wie kwaad wil denken, telt een en een bij elkaar op en geeft de boodschapper van het nieuws de schuld. Immers als de Volkskrant dit bericht maandag niet had verspreid, dan hadden de klanten geen geld opgenomen en was de bank overeind gebleven.

 

Maar welk belang zou de krant bij de ondergang van DSB hebben?

 

Zo simpel is het ook niet. Zondagmiddag was er al twitterverkeer  dat er iets met DSB ging gebeuren. En het weghalen van geld bij DSB begon vroeg in de nacht, ruim voor de krant op de mat lag.

 

Ik geloof best dat nadat de Volkskrant dit nieuws maandag naar buiten bracht, nog meer mensen hun geld hebben weggehaald, maar uit wat ik afgelopen dagen heb kunnen reconstrueren, leid ik af dat DSB hoe dan ook onder curatele zou komen. De bank leek  niet meer te redden

 

Dat blijkt ook uit  de lichaamstaal van president Wellink van De Nederlandsche Bank en minister Bos op de persconferentie nadat de noodregeling van kracht werd. Uit alles sprak dat zij absoluut niet begrepen waarom de rechter niet gelijk zondagavond al had ingegrepen.

 

Zulk onbegrip heerste maandagochtend ook op de redactie. Alle informatie die de redactie zondag had, wees er op dat de rechtbank zondag zou ingrijpen. Er is zelfs nog met de drukkerij afgesproken dat het drukproces iets later kon beginnen om de uitspraak van de rechter nog te kunnen opnemen in de maandagkrant. Toen die op zich liet wachten,  is de krant gemaakt zoals hij maandag in de bus lag.

 

Maar ook toen wist de redactie niet beter dan dat de noodmaatregel ergens in de loop van de nacht van kracht zou worden.

 

Alle bronnen die de redactie had, gaven los van elkaar hetzelfde signaal af: DSB komt onder curatele. De krant heeft dat nieuws zondagavond ook bij een lid van de raad van bestuur van DSB gemeld en hem een reactie gevraagd. Die werd niet gegeven omdat de krant, terecht,  weigerde te onthullen wie de bron was.

 

De maandagkrant had het over bronnen rond het ministerie van Financiën. Dat betreft een grote groep betrokkenen uit financiële instanties die op de hoogte waren van de ontwikkelingen rond DSB.  
 
Dat is ook niet zo gek. De afgelopen weken is door Financiën en DNB met vijf grote banken onderhandeld over overname van DSB. Er waren dus relatief veel mensen die wisten dat het met DSB snel bergaf ging. Een redactie met goede contacten krijgt dat dan op enig moment te horen.

 

Dat gebeurde zondag. Het nieuws kwam via twee bronnen bij de redactie. Daar kwam bij dat minister Bos was gezien in het kantoor van De Nederlandsche Bank. Verslaggevers hebben het verhaal vervolgens rond weten te krijgen.

 

Op een cruciaal punt na: alle bronnen (en ook de krant) hebben de rechtbank onderschat. Iedereen ging er van uit dat De Nederlandsche Bank en Financiën voldoende argumenten hadden om de rechter al zondag te overtuigen. Zelfs de persconferentie was voorzien voor zondagavond.

 

De rechter dacht er toch anders over. Daarmee kwam het nieuws op losse schroeven te staan, maar toen was de krant al bezorgd, inclusief alle slagen om de arm.

 

Niet publiceren was in mijn ogen geen optie geweest. Het nieuws was er. Maar wat vooraf was ingeschat als een bagatel (de rechtbank) bleek achteraf bijna een hele dag een onoverbrugbaar obstakel.


Thom Meens

De val van een zelfbenoemd crisisminister

zaterdag 10 oktober 2009 00:42

Hoe snel kan het gaan? In maart mocht eigenaar Dirk Scheringa van DSB Bank op de voorpagina van de Volkskrant verkondigen dat hij beschikbaar was als gevolmachtigd crisisminister op financieel gebied. Hij zou het land binnen twaalf maanden uit de crisis trekken.

 

Citaat uit het artikel: Zijn eigen DSB Bank draait uitstekend, zegt hij. Verderop in de krant  mag Scheringa paginagroot uitleggen hoe goed zijn bank het doet. Hij heeft geen overheidssteun nodig. ‘Ik neem geen risico’s’, zegt hij.

Ook spreekt hij over producten die andere banken bij hun klanten uitzetten. Hij niet. ‘Ik heb ook gedacht: leg al die producten die banken bedenken maar voor aan een toezichthouder, voor je ze in de markt mag zetten.’

 

En even eerder in het artikel: ‘Ik heb miljarden euro’s van spaarders op de bank staan. Ik  zou me niet op straat durven vertonen als daarmee iets gebeurt.’

 

De kop boven het stuk luidde: De crisisminister.

 

Dat was toen, op 3 maart 2009.

 

Zeven maanden en twee dagen later kopt de krant op de economiepagina: Uitgekleed door ‘glibber Dirk’. Dat is boven een als reportage aangemerkt verhaal, waarin de verslaggeefster onder meer schrijft: Een voor een schuiven ze de smalle trap op; een stuk of zeventig DSB-klanten die zich in hun naïviteit lieten uitkleden door een gelikte adviseur van de firma Scheringa uit Wognum. Ze zijn genaaid door de DSB Bank en ze willen gerechtigheid, verklaren ze bozig boven hun kopjes koffie.

 

Het is duidelijk. Ook voor de redactie heeft Scheringa afgedaan. Anders hadden waardeoordelen als ‘in hun naïviteit’ en een kwalificatie als ‘genaaid’ wel tussen aanhalingstekens gestaan.  Nu wordt wel geschreven ‘verklaren ze bozig’ maar onduidelijk is of het woord genaaid nu wel of niet door de gedupeerden is gebruikt.

 

Het enorme verschil in toonzetting tussen de artikelen in maart en oktober roept  de vraag op of  de redactie in maart alert genoeg was. Heeft Scheringa indertijd niet te veel ruimte gekregen om zijn ego uit te venten?

 

Een van de verslaggevers van het artikel van maart vindt van niet. Destijds  was Scheringa op het toppunt van zijn roem. Hij mocht met de grote banken aanschuiven in de Tweede Kamer, die onderzoek deed naar de oorzaken van de crisis in Nederland. Erkenning was er dus volop voor Scheringa. Daar komt bij dat de artikelen van maart nogal luchtig waren opgeschreven, zodat de lezer volgens hem kon zien dat de overdrijving voor rekening van Scheringa kwam.

 

Dat luchtige klopt. Maar door het interview op de voorpagina aan te kondigen, geeft de redactie in de ogen van de lezers wel een signaal af. Het mag dan een pocher zijn, we nemen hem serieus, zoals ook de politiek en de financiële sector doen.

 

Zij wel. In dezelfde week dat de krant groot uitpakte met Scheringa en hem crisisminister noemde (zonder aanhalingstekens, dus voor rekening van de redactie), haalden lezers al fel uit. ‘Te groot podium voor een geldwisselaar’, kopte de brievenredactie boven een aantal brieven waarin al die aandacht voor Scheringa werd gekapitteld.

 

Weer twee weken later haalde de kritiek op de bank ook de redactionele kolommen: ‘AFM kijkt naar klachten over DSB’.

 

Toch duurde het vervolgens nog tot eind april voor de krant opnieuw  negatief over DSB schreef. ‘De bank wordt ervan beschuldigd stelselmatig te hoge hypotheken te verstrekken’, heette het.

 

Ruim twee maanden later haalde dat bericht van de hand van een andere auteur opnieuw de krant. ‘Hypotheek te fors voor klanten DSB’. Dat bericht werd twee dagen later gerelativeerd. DSB mocht uitleggen dat de klanten het toch echt allemaal over zichzelf hadden afgeroepen.

 

Begin augustus haalt een bericht van persbureau ANP de krant. Er zijn bij de financiële ombudsman 250 klachten binnengekomen over de bank.

 

Maar ook dat leidt niet tot opschudding op de redactie, althans in de krant is niets terug te vinden. DSB wordt pas echt een onderwerp als Nova er uitgebreid aandacht aan schenkt.

 

Het is wijsheid achteraf, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de redactie is verblind door Scheringa en tal van signalen niet op waarde heeft weten te schatten.

 

Dat laatste wordt overigens tegengesproken door de chef van de economische redactie. Hij heeft al in een vroeg stadium de onderzoeksredactie getipt over Scheringa. Die was echter druk met andere zaken. Ook zijn suggestie om een verslaggever een week in Wognum te posteren, leidde niet tot actie.

 

En de economieredactie zelf dan? Die had het ook te druk; met de economische crisis. Ze heeft het Scheringanieuws gevolgd, maar niet zelf gezocht.

 

Thom Meens

Het loont om te investeren in onderzoeksjournalistiek. Dat is de afgelopen weken weer eens duidelijk gebleken. De krant had nieuwsstukken over belastingconstructies voor Oranjes,  vastgoedhandel en over handelsonderneming Trafigura en het gifschip Probo Koala.

 

Trafigura kan volgens de krant verantwoordelijk worden gehouden voor een giframp in Ivoorkust die aan vijftien mensen het leven kostte en duizenden mensen ziek maakte.

 

Dat gebeurde nadat een lading waardeloze brandstof chemisch werd behandeld, waardoor giftig afval ontstond.  De brandstof was aan boord het van schip Probo Koala. Het afval kwam via een obscuur lokaal bedrijfje terecht in Ivoorkust. Een deel werd gedumpt op een plaatselijke vuilnisbelt, de rest in de omgeving. Trafigura schikte vorige week voor een Londense rechtbank met  30.000 inwoners van Ivoorkust.

 

Over de zeven jaar die er lagen tussen het moment van productie van de brandstof en de schikking in Londen, schreef de krant een indrukwekkende reconstructie, onder meer gebaseerd op e-mailverkeer van Trafigurapersoneel.

 

De krant deed het onderzoek niet alleen. Er werd dit jaar samengewerkt met Noorse en Engelse televisiestations, dagblad The Guardian en met Amnesty International en Greenpeace.

 

De reconstructie stond 19 september in de krant. De krant schreef ook over de moeizame totstandkoming. Trafigura weigerde mee te werken aan publicaties, dreigde met rechtzaken, onder meer wegens heling tegen de auteur. Hij zou werken met stukken die op oneigenlijke wijze in zijn bezit waren gekomen.

 

Volgens  Trafigura gaat de krant onzorgvuldig om met feiten.

 

Tot een rechtszaak is het overigens in al die jaren nooit gekomen, ook niet na de reconstructie.

 

Wel verscheen woensdag een halve pagina grote advertentie van Trafigura in de Volkskrant. Daarin meldt het bedrijf dat een rechter van het High Court in Londen, na lezing van een rapport van twintig onafhankelijke deskundigen tot het oordeel is gekomen ‘dat het afval het soort symptomen en ziektes die er in diverse media aan werden toegeschreven, niet heeft kunnen veroorzaken.’    

 

Die verklaring staat haaks op alles wat de krant in de reconstructie liet zien. Een lezer schreef me dat hij vond dat de krant de advertentie had moeten weigeren. Standpunten die door (de redactie van)  de Volkskrant worden ingenomen moeten ook tot uitdrukking komen in advertentiebeleid, schreef hij.

 

Dat laatste is te stellig. Adverteerders beweren veel dingen die de redactie niet voor haar rekening zou nemen.

 

Maar deze advertentie tast wél de geloofwaardigheid aan van de krant. Zijn de vijftien doden en duizenden zieken nu wel of niet aan het gif te wijten? Klopte het feitenrelaas in de reconstructie nu wel of niet? Op basis waarvan komt die rechter tot zijn oordeel dat het afval geen dodelijk of ander ernstig letsel kon veroorzaken?

 

De advertentie roept, zacht gezegd, vervelende vragen op, voor de krant en ook voor Trafigura. Want als de rechter gelijk heeft, waarom is Trafigura dan geen proces begonnen tegen de krant? Waarom is de krant nooit tot rectificatie gedwongen?

 

Dat die acties niet zijn ondernomen, duidt er volgens mij op dat de krant steeds goed zat. Waarom anders schikte Trafigura voor 198 miljoen dollar in Ivoorkust? Waarom anders zou Trafigura 30.000 mensen ruim 1.100 euro per persoon uitkeren? Het bedrijf zegt dat het daarmee geen aansprakelijkheid erkent, maar toch.

 

Greenpeace heeft de advertentie misleidend genoemd. Dat begrijp ik, want  ze wekt de suggestie dat er een oordeel is geweest van een rechter, maar dat is er niet, want de zaak is geschikt.

Greenpeace deed zelf ook onderzoek en werkte samen met de media in deze zaak. Dat laatste is opmerkelijk, het gebeurt niet dagelijks dat een krant samenwerkt met een belangenclub.

 

Die samenwerking riep bij mij de vraag op wie de journalistieke lijn heeft uitgezet in het onderzoek. Is de redactie wel onafhankelijk te werk kunnen gaan of is ze gestuurd door Greenpeace en of Amnesty?

 

De auteur heeft me overtuigend aangetoond dat dit niet het geval is geweest. De redactie heeft alles in eigen hand gehouden. Derden hebben wel informatie verstrekt, maar die is altijd geverifieerd voor ze werd gebruikt.

De krant heeft door de uitwisseling van gegevens met de twee belangenclubs en de andere media  belangrijke informatie in handen gekregen, die ze anders niet had gehad, of met heel veel moeite en tegen hoge kosten (een reis naar Ivoorkust) mogelijk had kunnen verkrijgen. In dit geval was de samenwerking dus zinvol en journalistiek verantwoord. 

 

Thom Meens

Honing, rotan en koppen

zaterdag 26 september 2009 00:36

Het wetenschapskatern kopte zaterdag ‘Handel in rotan en honing helpt bosbewoners niet’ boven een artikel, gebaseerd op een proefschrift.


Volgens de promovendus, Koen Kusters, klopt die kop niet. De kop suggereert namelijk dat het kopen van honing en rotan niet goed is voor bosbewoners, terwijl zijn onderzoek juist onderstreept dat dit soort handel cruciaal is voor mensen   in tijden van schaarste de eindjes aan elkaar te knopen. Het kan het verschil zijn tussen leven en dood.

 

De kop stond dus haaks op de inhoud van het artikel, of, zoals de chef van de wetenschapsredactie het zegt: de nuance ontbrak.

Een eufemisme, denk ik. De promovendus zegt dat hij heel veel vragen te beantwoorden heeft gekregen naar aanleiding van die foute kop. Dat is vervelend, al moet ik er wel bij zeggen dat die vragenstellers dan vermoedelijk niet het bijbehorende artikel hebben gelezen. Daar stond namelijk in uitgelegd dat die handel geen kip met gouden eieren is, zoals tot nu toe altijd werd gedacht, maar slechts een schriel kipje.

 Letterlijk zei de promovendus: ‘De oogst van bosproducten levert wel extra geld op, maar dat dient vooral als vangnet tussen de oogsten door, als het moeilijk is de eindjes aan elkaar te knopen.’ Kopen helpt bosbewoners dus wel.

 

Kusters stuurde dit briefje naar de krant. ‘In de Volkskrant van 19 september (katern ‘Kennis’ pagina 3) werd ten onrechte gesuggereerd dat handel in bosproducten niet goed zou zijn voor de mensen die in of nabij het bos wonen.

‘Mijn promotieonderzoek, waar het artikel op is gebaseerd, onderstreept juist dat het geld, dat met de verkoop van bosproducten wordt verdiend, vaak van groot belang is voor mensen om het hoofd boven water te houden.

‘Het levert inkomen op dat nodig is om de eindjes aan elkaar te knopen. Soms betekent het zelfs het verschil tussen leven en dood, wanneer er in tijden van schaarste geen andere inkomensbronnen zijn. Bovendien blijkt uit mijn onderzoek dat handel in bosproducten een prikkel oplevert om natuurvriendelijke landbouw te bedrijven, bijvoorbeeld wanneer mensen bosproducten gaan cultiveren in agrobossen.

‘Deze door mensen gemanagede bossen leveren een duurzaam inkomen terwijl ze tegelijkertijd een enorme biodiversiteit herbergen. Kortom, het kopen van bosproducten heeft positieve gevolgen, voor zowel mensen als natuur. Verantwoorde consumenten kopen dus juist wél honing en rotan uit het bos.’

 

Het briefje haalde de krant niet om de simpele reden dat fouten niet via de brievenrubriek worden rechtgezet.

 

Maar de klager heeft natuurlijk wel een punt. Zijn verhaal is niet goed geïnterpreteerd door de koppenmaker.

Vervolgens blijkt dat mensen die die kop eenmaal op hun netvlies hebben staan, het bijbehorende artikel lezen vanuit de gedachte die door de kop is ingegeven. Dan helpt  het niet meer dat in het artikel genuanceerd wordt uitgelegd dat het wél goed is dat wij honing en rotan kopen, want de teneur is gezet.

 

Normalerwijze zou ik over zo’n foutje hier niet over schrijven, ware het niet dat donderdag weer zoiets gebeurde. Toen stond op pagina 3 de kop: ‘Rijk schrapt 6.090 banen en schept er 6.610.’

De kop was gebaseerd op een onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Daarin stond dat minister ter Horst ten onrechte stelt dat er bij de rijksdienst 12.700 banen worden geschrapt. Dat gebeurt wel, maar er komen ook nieuwe banen bij zodat er per saldo slechts 6.090 banen minder zijn, concludeert de rekenkamer.

Dat had wel gekopt kunnen worden: ‘Rijk schrapt 6.090 banen’. De kop ‘Rijk schrapt 6.090 banen en schept er 6.610’ was inderdaad fout. Die suggereert dat er per saldo banen bijkomen, terwijl er ruim 6.000 verdwijnen. ‘Misleidend, tendentieus en foutief’, schreef een lezer. De chef van de centrale eindredactie moest haar gelijk geven.

 

Het zijn twee voorbeelden die goed aangeven hoe lastig eindredactiewerk is. Een kop moet mensen naar een artikel trekken en dat lukt vaak beter met een pakkende kop, dan met een hevig genuanceerde. Koppen maken is balanceren en als het eens mis gaat, is het ook direct goed mis.

 Gelukkig gaat het meestal goed en staan er pakkende koppen in de krant. Zo las ik in de krant van gisteren op de voorpagina de kop ‘Een gouden vondst’, boven een artikel over een Engelse schatgraver die letterlijk goud had gevonden.

 

Mooier kan het bijna niet, al was de kop op de binnenlandpagina over PVV-Kamerlid Brinkman ook treffend gekozen: ‘Op de Antillen begrijpen ze Hero Brinkman eindelijk’. Daarna is het artikel bijna overbodig.


Thom Meens

Profielfoto ombudsman

ombudsman

Woonplaats: den haag
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Links

Laatste reacties

persona

Trollen knippen en plakken op de opiniesite
Robert van Waning: @Katie schreef op 08-02-2010 19:18 : "Robert: en wat vindt u …

persona

Vervelende pubers en saaie strafregels
Hannes Minkema: Vier ingezonden brieven van een moeder die 'toevallig' ex-journaliste van …

persona

Trollen knippen en plakken op de opiniesite
Frank: Yeah, ik geloof dat ik betere dingen te doen heb …

persona

Trollen knippen en plakken op de opiniesite
F.Frenkel: Pas op je tellen.,Frank!LOG EERST IN! Jij gaat mij nog niet …

persona

Trollen knippen en plakken op de opiniesite
Frank: Ik merk het al, nog een geval van vervolgingswaan. Oh, …

Statistieken

TelMiep
  •