Claims beoordeeld
Wat is er waar van die claim?
VKBlog Headerimage

De claim: tekenlepel

vrijdag 19 maart 2010 11:37

wetenschap, claim, teken, Q-koorts

Ze zijn kleiner dan de kop van een lucifer, maar teken kunnen een aantal akelige ziekten overbrengen, waarvan de ziekte van Lyme de belangrijkste is.  Marja de Vries uit Holten, importeur van de in Amerika ontworpen tekenlepel, waarschuwt in een alarmerende brief dat ook de Q-koorts kan worden veroorzaakt door een tekenbeet. Als bewijs is een artikel toegevoegd van een Amerikaanse hoogleraar die de Q-koorts vermeldt in het rijtje tekenziekten.

Die verontrusting is onterecht, zegt het RIVM, dat al jaren tekenonderzoek doet. Van de vele honderden teken die recent zijn onderzocht, bleek er niet één besmet met de Coxiella burnetii, de bacterie die de Q-koorts veroorzaakt. In het buitenland worden wel ‘positieve’ teken gevonden. Die zouden een rol kunnen spelen bij de overdracht van de ziekte van wilde fauna naar veehouderij.

Marja de Vries is niet overtuigd. ‘Het onderzoek is beperkt. Hoe zeker weten we dat geen enkele teek besmet is? En Nederlanders gaan toch ook de grens over? Ik wil mensen erop attent maken dat teken een bacteriebom kunnen zijn.’

Maar ook promovendus Ard Nijhof, werkzaam bij het centrum voor tekengebonden ziekten van de Universiteit Utrecht, is sceptisch. Hij zegt dat overdracht van de Q-koorts van teek op mens nooit onomstotelijk is aangetoond.

Met haar brief wil De Vries ook aandacht vragen voor de veiligste manier om een teek te verwijderen: draaien of recht uit de huid trekken?  ‘Ik pleit al jaren voor onderzoek’, zegt ze. Er zijn speciale pincetten, minilasso’s en haakjes op de markt, maar volgens De Vries is het de vraag of die hun werk altijd goed doen. Als de teek wordt gedraaid en de steeksnuit afbreekt, is er een kans dat de maaginhoud in de huid wordt geleegd, legt ze uit. De door haar verkochte tekenlepel heeft in de kom een v-vormige inkeping waarmee de teek wordt opgeruimd door dicht over de huid te schrapen.

Dat onderzoek bestaat al, zo blijkt na het raadplegen van de medische database PubMed. Maar bewijs dat bepaalde verwijdermethoden beter zijn, is er nauwelijks, constateerde het Britse nationale centrum voor infectieziekten vier jaar geleden in een overzicht van een aantal studies.  De conclusie luidt dat het toch maar het beste is om een teek recht uit de huid te trekken.

In de Nederlandse CBO-richtlijn over (preventie van) de ziekte van Lyme wordt nog aanbevolen om de teek met een licht draaiende beweging te verwijderen. Dat leidt er ‘mogelijk’ toe dat minder vaak delen van de teek achterblijven. De richtlijn wordt herzien. 

‘Een tekensnuit is geen kurkentrekker’, zegt Nijhof, dus is een draaibeweging niet nodig. Ook hij adviseert de teek recht uit de huid te trekken, maar dan vooral omdat die methode het eenvoudigst is. Als de teek niet wordt geplet en het lichaam (dat uit de huid steekt) wordt weggehaald, dan is het leed geleden, zegt hij. Mochten de monddelen achterblijven, dan levert dat volgens hem hooguit een lokale ontsteking op.


Ellen de Visser (in katern Kennis van 20 maart 2010)

Nulsuiker

vrijdag 12 maart 2010 14:01

wetenschap, claim, suiker, revella

Een van de opvallendste merknamen is  van Unilever. I Can’t Believe It’s Not Butter! is een margarine die het concern sinds 1986 in de VS distribueert. De naam werkt: het product figureert volop in tv-series.


Ik Kan Niet Geloven Dat Het Geen Suiker Is! was een goede naam geweest voor Nevella, een zoetstof die sinds kort in de supermarkt te koop is. ‘Eindelijk een écht alternatief voor suiker’, jubelt het persbericht. ‘Nevella heeft wel de smaak van suiker, maar niet de calorieën.’ Dat unieke verkoopargument wordt drie keer herhaald.


Nevella mag dan nieuw zijn voor de Nederlandse markt, het hoofdbestanddeel in deze suikervervanger is dat absoluut niet. Sucralose werd al in 1975 ontdekt. De zoetstof werd voor het eerst in 1991 voor consumptie toegelaten in Canada in 1998 in de VS en in Europa pas in 2004.


Sucralose, dat ontstaat uit een verbinding van tafelsuiker met chloor, is 600 keer zoeter dan gewone suiker. De fabrikant, Heartland Sweeteners, zegt dat andere synthetische namaaksuikers bij verhitting vaak hun zoetsmaak verliezen. Dat gebeurt niet met Nevella, dat in taarten of puddingen wordt verwerkt.


De constatering in het persbericht dat bij consumptie ‘de calorieën keurig achterwege blijven’ berust op een misverstand, erkent een zegsman. Sucralose is van zichzelf calorievrij; de maltrodexine waarmee het wordt vermengd om een pot van 75 gram te vullen, niet. Maltrodexine is een veelgebruikt voedingsadditief en smaakt van zichzelf matig zoet.


Kunstmatige zoetstoffen hebben een slechte naam, de laatste jaren vooral door ongefundeerde paniekverhalen op internet. Sucralose heeft wat dat betreft zijn ontstaansgeschiedenis tegen. Het werd bij toeval ontdekt door dat een student in een Brits lab de opdracht van zijn begeleider verkeerd verstond. Die had hem gevraagd een nieuw poeder te beproeven (in het Engels: test). De student verstond ‘proeven’ (taste). Wat het lab onderzocht, waren nieuwe insecticiden.


Maar sucralose is veilig, heeft de Amerikaanse keuringsinstantie FDA geoordeeld op basis van meer dan honderd onderzoeken. Volgens de Canadese Diabetes Association kan sucralose een heel leven worden gebruikt zolang de dagelijkse dosis niet boven de 9milligram per kilo lichaamsgewicht komt.


Ophef ontstond enkele jaren geleden toen bleek dat sucralose leidde tot een gewichtsafname van de zwezerik bij ratten. De onderzoekers bleken de proefdieren evenwel een grote dosis van het goedje te hebben gegeven – omgerekend naar menselijke maatstaven 250 gram per dag, en dat een maand lang.


Helpt nepsuiker je gewicht op peil te houden? In Nederland is een op de twee mensen te dik doordat ze te veel calorieën binnenkrijgen. Alle beetjes kunnen dan helpen, zegt het Voedingscentrum, maar veel hangt af van je eetpatroon. ‘Als je zoetjes in je koffie doet om calorieën te minderen en je daarom denkt dat er  wel een plak cake bij kan, dan schiet het natuurlijk niet op.’


Peter van Ammelrooy (in katern Kennis van 13 maart 2010)

Rookphone

vrijdag 5 maart 2010 14:09

Het mobieltje als therapeut is in opmars. MobiKicks, besproken in Kennis van 30 januari, heeft gezelschap gekregen van My Stop Buddy, gemaakt voor de iPhone. Voor Apple’s toestel blijken al meer dan honderd programmaatjes te zijn verschenen die rokers van hun verslaving moeten afhelpen.


Het leeuwendeel van die hulpjes is Engelstalig. MobiKicks en My Stop Buddy zijn van Nederlandsen huize, maar er zijn meer overeenkomsten. Beide laten rokers aan iets anders denken als ze trek krijgen in een sigaret. MobiKicks stuurt een sms met een link die naar een website leidt voor peptalk of een andere bezigheid. My Stop Buddy vraagt naar de reden voor de lust in tabak en stelt een alternatief voor. De app stuurt de keuzes naar internet, waar een computer ze analyseert en alternatieve bezigheden op het individu afstemt.


Een saillante overeenkomst met MobiKicks is dat ook My Stop Buddy geen wetenschappelijk bewijs heeft dat deze ‘mobiele’ therapie effectief werkt. Ontwerpster (en niet-roker) Lianne Sleebos bedacht haar app drie jaar geleden als afstudeerproject, begeleid door de Stichting Volksgezondheid en Roken (Stivoro) en de Hartstichting. Die wilden er geld in steken als de werking ervan kon worden aangetoond. Sleebos: ‘Dat kost twee jaar. Dan is het geen innovatie meer. Dan gaat de concurrentie ermee vandoor.’


Op de website van My Stop Buddy staat te lezen dat het programma is gebaseerd op ‘bestaande, bewezen en aan stoppen-met-roken gerelateerde theorieën’. Die eerste en laatste bewering is makkelijk te doen, de middelste – bewezen effectiviteit – is moeilijker.
Zo gaat de applicatie ervan uit dat een stoppoging na 21 dagen lukt (of mislukt). Die tijdsspanne is gebaseerd op de 21 dagen-theorie die erop neerkomt dat het menselijk brein in drie weken ander gedrag aanleert.

 

De theorie werd rond 1960 bedacht door de Amerikaan Maxwell Maltz. Deze plastisch chirurg had ontdekt dat patiënten na een amputatie gemiddeld 21 dagen nodig hadden om aan de nieuwe situatie te wennen. Dat moest voor meer dingen gelden, vond hij. Hij schreef er een boek over, maar onderzocht niets.


Maltz’ ideeën leven desondanks hardnekkig voort. Zo niet bij Stivoro. ‘De 21-dagen is geen evidence based methode zoals wij die hanteren’, zegt een woordvoerder.
Vorig jaar prikten onderzoekers gaten in Maltz’ 21 dagen. De snelheid waarmee het brein nieuw gedrag aanleert, hangt af van welke nieuwe ‘gewoonte’ gewenst is.

 

Elke ochtend een glas water drinken is een gewoonte die proefpersonen in een experiment na gemiddeld 66 dagen aanleerden. Intensievere bezigheden vergden tot wel 254 dagen tot ze gewoon werden, meldde het European Journal of Social Psychology.


De studie wees niet uit of het brein andere, ‘nare’ gewoonten vergeet. Dat is niet het geval, bleek uit een onderzoek met laboratoriumratten uit 2005. De minste prikkel is voldoende. Een roker zal dus ook nooit kunnen stoppen met Mijn Stop Buddy.


Peter van Ammelrooy (in Kennis van 6 maart 2010)

Genenverf

maandag 1 maart 2010 08:49

claim, wetenschap, dna-verf, inbraak

Verzekeraar InShared voert er sinds kort op televisie campage mee, om nieuwe klanten te winnen voor inbraak- en autoverzekeringen: dna-verf om bezittingen te markeren.  ‘Halveer ook uw kans op inbraak’, is de uitsmijter, die zo toch echt suggereert dat een veiliger bestaan voor het oprapen ligt. Persoonlijk hebben wij geen idee hoe groot onze kans op een inbraak is, maar natuurlijk kan altijd alles beter. Alleen: zou het  waar zijn, halvering?


Het idee van dna-verf – de merknaam is SelectaDNA – is eenvoudig. De leverancier, Rhine Group in Harmelen, maakt een goedje waarin dna-moleculen zijn opgenomen die per klant een eigen,  traceerbare basenvolgorde hebben. Smeer een stipje van het onzichtbare spul op grootmoeders klok en de breedbeeldtelevisie, doe een sticker naast de voordeur waarop staat dat er objecten zijn gemarkeerd, en een inbreker zal wel twee keer nadenken vóór hij iets meegrist. Inbrekers houden niet van twee keer nadenken. Dat duurt te lang. Dus nemen ze de buren.


 Het gaat, zegt product-manager Donald  van der Laan van het bedrijf, in de beveiliging altijd maar om één ding: geloofwaardige afschrikking. ‘Je kunt redeneren: InShared wil gewoon klanten lokken en roept maar wat. Maar ze zien er duidelijk méér in. Bestaande klanten die dna-verf inzetten, krijgen  korting op hun premie. Dan moet het lonen.’


Op het eerste gezicht heeft SelectaDNA (een setje kost € 89,50 in de winkel) de statistieken aan zijn zijde, zo suggereert de documentatie die Rhine Group voorhanden heeft. Sinds 2008 zijn er proeven gedaan in Venray ’t Brukske, Rotterdam Charlois, en Amersfoort Kruiskamp. Daar werd gratis dna-verf verstrekt en campagne gevoerd.


De resultaten zijn imposant. In het Amersfoortse halveerde het aantal inbraken na uitreiking van de dna-verf in het eerste kwartaal  van gemiddeld 20 naar 11 aangiften op 2.500 woningen. Het aantal autokraken daalde van 50 in 2001 naar 11. Ook in Venray en Rotterdam halveerde het aantal aangiften. In Rotterdam werden winkels met een dna-verfdouche uitgerust tegen overvallers; driekwart van hen bleef weg.


   De vraag is natuurlijk wat al die inbrekers zijn gaan doen. Het voor de hand liggende antwoord is dat ze hun heil elders hebben gezocht. In de wijken Pendrecht en Oud-Charlois in Rotterdam nam het aantal inbraken in de testperiode met 125 procent toe, van 24 naar 54. Een verschuiving van het probleem dus.


In de dna-wijk daalde de kans om in een jaar slachtoffer van een inbraak te worden van bijna 3 naar ruim 1,5 procent. Dat wel. In  Amersfoort gebeurde hetzelfde. Een kans van 2 procent op een inbraak per jaar is ongeveer het landelijk gemiddelde, blijkt uit CBS-cijfers. De dna-verf normaliseert dus vooral bekende risicowijken.


De politiecijfers bewijzen ook dat inbrekers geen idee hebben, maar gewoon het zekere voor het onzekere nemen. Er blijkt namelijk nog nooit één dief of heler gepakt dankzij dna-verf. Een gevalletje: werkt niet, helpt wel.


Martijn van Calmthout (in Kennis van 27 februari 2010)

Lichtverfrisser

vrijdag 19 februari 2010 13:15

Klein voorwerp, grote beloften. De lampen van Lightfresh zien er uit als  gewone spaarlampen, maar volgens het bedrijf  zuiveren  ze de lucht en  bieden  ze verlichting aan patiënten met astma en allergieën. ‘Met slechts één lamp per 45 vierkante meter zal de ruimte binnen 3 uur tot 95 procent zijn gezuiverd van stofdeeltjes, bacteriën, geurtjes, pollen etcetera.’


De uitleg van Lightfresh komt er in het kort op neer dat in de lucht negatief en positief geladen ionen (elektrisch geladen deeltjes) zweven. Negatief geladen ionen smelten samen met vieze deeltjes in de lucht. De gecombineerde moleculen slaan neer.


Mensen kunnen ‘een toegenomen mentale alertheid, doelmatigheid en een verbeterd psychologisch welbevinden ervaren indien de negatieve ionenconcentratie boven een bepaald niveau ligt (ongeveer 1.000 ionen per kubieke centimeter lucht)’, aldus Lightfresh. Zijn lampen pompen extra negatieve ionen de lucht in.


Dat zijn lampen een ioniserende werking hebben, is volgens het bedrijf aangetoond door het Institut für Wärme-, Klima- & Verfahrenstechnik e.V. (IKW) in Bochum. Wie op internet zoekt, komt tot de conclusie dat het IWK kennelijk niets anders doet dan luchtzuiverende spaarlampen onderzoeken die als twee druppels water lijken op de Lightfresh. Een onderzoek dat is uitgevoerd voor het Chinees-Britse Eudemon bevat exact dezelfde inhoud als dat voor Lightfresh.


Dat laatste is verklaarbaar: álle geteste lampen zijn volgens de IWK-rapporten in China gemaakt. Lightfresh meldt telefonisch dat zijn in 2009 gepatenteerde uitvinding ‘helaas veel is gekopieerd’. Het IWK-rapport bevat metingen verricht in 2006.


De grafieken laten dalingen zien van het aantal negatieve ionen in een ‘proefkast’ waarin een Lightfresh-lamp brandde. Er zijn lijntjes in vier kleuren te zien, maar wat die vertegenwoordigen is onduidelijk. Van invloed op de ionendichtheid lijkt vooral de luchtvochtigheid in de kast. De daling lijkt ook haaks te staan op de claim dat de lampen juist meer negatieve ionen aan de lucht toevoegen. De stofafzetting bedraagt 92 procent, niet het percentage dat Lightfresh op de voorpagina van zijn website claimt.


Het IWK geeft geen antwoord op de voor de hand liggende vraag: wat is eigenlijk de ideale ionenbalans en wordt die bereikt met de lampen? Kan de ioniserende werking van de lamp, gemeten door het IWK op 20 centimeter afstand, zo maar worden vertaald naar de effecten voor een doorsnee woonkamer?


Een groter probleem is dat nog geen enkele studie heeft uitgewezen dat we gezonder worden van ionisatie. Een zoektocht in de medische database PubMed levert geen artikelen op die negatieve ionen onomstotelijk een helende werking toeschrijven. ‘De positieve effecten van negatieve ionen op de gezondheid’, schrijft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in een literatuurstudie uit 2007, ‘kunnen wetenschappelijk niet onderbouwd worden’.


De Bilt wint het voorlopig nog even van Bochum.
Peter van Ammelrooy

Haarredmiddel

maandag 15 februari 2010 08:36

wetenschap, claim, haar, haaruitval, aminexil, vichy

Hoeveel is zesduizend haren? Het is een van de vragen die opkomen sinds het Franse cosmeticamerk Vichy, onderdeel van L'Oréal, breed adverteert voor Dercos Aminexil SP94. Geen haargroeimiddel, luidt de waarschuwing. Wel een lotion die natuurlijke haaruitval  tegengaat. ‘6.000 haren beschermd tegen haaruitval vanaf 6 weken’, aldus de trotse advertenties. En: ‘Bewezen werking versus placebo.’


Aminexil wordt al jaren verkocht. En al wemelt het op internetfora van de mannen die er niks aan hadden, het verankert volgens Vichy  problematisch  haar wel beter in de hoofdhuid, nieuw is vooral de combinatie met SP94, een vitaminepreparaat dat volgens de documentatie ‘de haarvezel opbouwt’, zegt Vichy in Hoofddorp.


Na ruggespraak met haar Franse hoogmogenden stuurt ze een samenvatting van de wetenschap achter het haarredmiddel, die overigens al uit de jaren negentig stamt.

 

Vichy pakt het grondig aan. Bij 130 kalende vrijwilligers werd een klein plekje kaalgeschoren, waarna week na week de haren in de groeifase en de sterffase zijn geteld.  Na zes weken zijn er mét Aminexil 8 procent  meer nieuwe haren dan met een placebo; en 10procent minder stervende.


Klinkt dramatisch, maar de absolute getallen zijn ontnuchterend. Met het middel neemt het aantal groeiende haren per vierkante centimeter toe van 130 naar 138, het aantal afgestorven haren is geen 100, maar stabiel op 90 per vierkante centimeter.


 Een gezond mens heeft tussen de 100- en 150 duizend haren op zijn of haar hoofd. Hij (in mindere mate zij) verliest dagelijks van nature tussen de 50 en 100 haren, afhankelijk van het seizoen.


Bij  alopecia, de gangbare vorm van echte haaruitval bij mannen, zijn die definitief weg, een gevolg van slechte doorbloeding van de hoofdhuid, waardoor collageenweefsel rond de haarwortel verhardt. Mannelijke hormonen zijn de vermoedelijke boosdoener.


Dat leidt ook meteen naar een van de weinige, enigszins succesvolle behandelingen: het preparaat finasteride, dat ingrijpt op hormoonexpressie in de (hoofd)huid. 30 tot 60 procent heeft baat bij de pillen (soms is er zelfs hergroei), die zo'n 45 euro per maand kosten. Levenslang. Bij stoppen begint de uitval direct weer.


  Het enige medisch beschreven, maar ook zonder recept te kopen alternatief is minoxidil.  Oorspronkelijk werd dat ingezet voor het verwijden van bloedvaten bij hartpatiënten, met als onverwachte bijwerking extra haargroei. Dit 3-hydroxy-2-imino-6-(1-pyperidyl)pyrimidin-4-amine wordt sindsdien verwerkt in lotions die in de kalende hoofdhuid worden gemasseerd. Bij hooguit vier op de tien mannen is succes (kruin niet kaler zolang je smeert) aangetoond. Een flacon met een oplossing van 5 procent (100 euro) is goed voor drie maanden.  En niet voor hartpatiënten.


Vichy's Aminexil SP94 (pakweg 75euro per maand) is chemisch verbouwd minoxidil in lage concentratie: 1,5 procent. Zoals alle drogisterijmiddeltjes niet genoeg voor dramatische verbeteringen, denkt de Hilversumse huidarts en haarspecialist Loek Habbema. ‘Dan helpt alleen transplantatie.’


Martijn van Calmthout (in ket katern Kennis van 13 februari 2010)

Douchewarmte

vrijdag 5 februari 2010 14:49

wetenschap, claim, warmte, klimaat, energie, douche

Spaarlampen gebruiken om het milieu een goede dienst te bewijzen is aardig, maar valt in het niet bij de douche. ‘Terugwinning van de warmte van het douchewater levert de energie om gedurende een jaar de verlichting van een gemiddeld huishouden te laten branden’, zei Rada Sukkar van adviesbureau Tauw donderdag op de jaarlijkse Rioneddag. Zij spreekt van een ‘vergeten vorm van energiebesparing’.


De waterconsultant hield haar gehoor van rioleringsspecialisten voor dat de potentie van warmte uit douchewater 66petajoule, oftewel 66 duizend biljoen joule bedraagt. ‘Dat is de jaarlijkse elektriciteitsbehoefte van 5,1 miljoen huishoudens, of de warmtebehoefte van 1miljoen huishoudens’, aldus Sukkar. Of nog anders gezegd: anderhalf keer zo veel energie als de grootste gasgestookte energiecentrale van Europa levert, de Eemscentrale bij Delfzijl (2.450 MW).


 Terugwinning van de douchewaterenergie is eenvoudig. ‘Direct bij het afvoerputje kun je een warmtewisselaar plaatsen’, legt Sukkar uit. ‘Daarin stroomt koud water door een afgesloten buis langs het douchewater, dat zijn warmte afgeeft. Het opgewarmde water gaat naar de ketel, waar het verder wordt opgewarmd, bijvoorbeeld voor douchewater.’


 Zo’n warmtewisselaar kost 250 tot 750 euro, een investering die binnen twee jaar is terugverdiend. ‘In de bestaande bouw is het duurder vanwege de rompslomp’, beaamt Sukkar. ‘Daar is het handiger om op wijkniveau voorzieningen te treffen. Er bestaan warmtewisselaars die over een afstand van enkele meters in de rioolbuis kunnen worden aangebracht, waarna het opgewarmde water direct naar de stadsverwarming kan.’ Een proef in Zwolle moet meer duidelijkheid brengen over deze vorm van  energieterugwinning uit het riool.


 Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) valt Sukkar bij. ‘We hebben negen jaar geleden al aangetoond dat de besparing door warmteterugwinning van douchewater gelijk is aan het energieverbruik van de huishoudelijke verlichting’, zegt Niels Sijpheer van ECN. ‘Er is toen weinig mee gebeurd, omdat men vreesde voor zeepaanslag op de warmtewisselaar. Ook de installateurs stelden zich toen nog terughoudend op.’

 

Waterbeheeronderzoeker Bert Palsma van STOWA beaamt dat.  ‘Warmteterugwinning van douchewater is een vergeten onderwerp. Het scheelt zomaar een windmolenpark. Het probleem is dat er geen industrie achter zit en de installateurs er nauwelijks mee bezig zijn.’


 Dat is een misvatting, zegt brancheorganisatie Uneto-VNI. ‘Warmtewisselaars worden steeds meer toegepast, zowel in nieuwbouw als in de renovatie. We installeren er duizenden’, zegt woordvoerder Dick Regman. ‘Het verbetert de energieprestatie van de woning enorm. We hebben een norm ontwikkeld, en er bestaat een praktijkrichtlijn Warmteterugwinning douchewater voor onze installateurs. Het is echt een oud verhaal dat we er niet mee bezig zijn.’


René Didde (in het katern Kennis van 6 februari 2010)

Stamcelpep

vrijdag 15 januari 2010 12:37

wetenschap, claim, stamcellen, l'oreal

Stamcellen gelden in de medische wereld vanwege hun regeneratieve vermogens al jaren als wondermiddel. De cosmetica-industrie is inmiddels ook wakker. Zo presenteerde L’Oréal-dochter Lancôme enige maanden geleden Absolue Precious Cells, huidverzorging voor vrouwen ‘van rond de vijftig jaar’, met als actief ingrediënt het ‘Basaal Reconstructie Systeem met Pro-Xylane’. Een potje nachtcrème van 50 ml kost 166,90 euro, maar dan heb je ook wat. Het spul verbetert de ‘omgeving’ van de stamcellen en stimuleert het zelfregenererend vermogen van de huid, aldus de producent.

 

Een boude bewering. L’Oréal doet veel onderzoek naar huidveroudering (en naar grijsheid en haaruitval), maar huidstamcellen – die onder meer voorkomen in de basale laag van de opperhuid en in de haarzakjes, en kunnen uitgroeien tot diverse huidcellen – zijn nog grotendeels terra incognita. Ze zijn heel lastig te identificeren en met behoud van hun ‘stemness’ te kweken.

 

L’Oréal stuurt na enig aandringen een wetenschappelijke onderbouwing toe. De grootste ontdekking van het Advanced Research Laboratorium van het bedrijf blijkt dat bij veroudering niet het aantal stamcellen in de huid afneemt, maar hun vernieuwend vermogen. De micro-omgeving van de stamcel lijkt een sleutelrol te spelen, en die moet dus gestimuleerd, zegt Karin Saalmink, pr-manager  L’Oréal Luxe Producten.

 

Bij het onderzoek is gebruikgemaakt van ‘biomarkers’, zoals diverse soorten collageen, die achteruitgaan in de oudere huid (blijkens huidmonsters uit de cosmetische chirurgie). Toediening van de plantaardige anti-verouderingspreparaten Malus Domestica, een extract van gewone appel, en Pro-Xylane, houtsuiker uit beukenhout, geeft die biomarkers in vitro een opkikker (blijkens ‘gereconstrueerde huidmodellen’).

 

‘Dit is een indicatie dat dit extract werkt op de stamcellen in de huid’, aldus Saalmink. Een onderzoek onder 39 vrouwen bevestigde dit. De combinatie van in vitro-huidmodellen en een vrijwilligerstest is, benadrukt ze, gebruikelijk in de cosmetica-industrie.

 

Huidonderzoeker Frank de Gruijl van het Leids Universitair Medisch Centrum reageert sceptisch. Het is geen ondeugdelijk of onzinnig onderzoek, zegt hij, maar om aan te tonen dat Absolue werkt, is het lang ‘niet specifiek genoeg’. ‘Cosmetische verkooppraat dus met een wetenschappelijk tintje.’

 

L’Oréal, zegt De Gruijl, ‘baseert de werkzaamheid van haar stofje op in vitro-experimenten, huidkweken dus, en neemt aan dat het bij levende huid net zo werkt. Nu, wij werken hier ook met huidkweken, en je bent een knappe jongen als je ze een paar maanden gaande houdt, want ze vallen stil. Ze denken bij L’Oréal blijkbaar dat dit overeenkomt met huidveroudering, maar dat is zeer de vraag. Dat je bepaalde markers in een huidkweek versterkt, wil nog niet zeggen dat je in echte huid iets
 tegen veroudering doet.’


Overigens, zegt De Gruijl, kan het stimuleren van stamcellen
 tot huidveroudering leiden.


Ben van Raaij in het katern Kennis van 16 januari 2009

Rookminuten

vrijdag 8 januari 2010 14:24

stivoro, roken

Deze eerste week na Nieuwjaar was hij voor het laatst tot gek wordens toe te horen in vrijwel ieder STER-blok op de radio: de campagne 28minuten.nl, die rokers tot stoppen moet   bewegen met de gedachte dat elke sigaret die je opsteekt, je 28 minuten van je leven kost.


Dat klinkt als belachelijk veel, en misschien is het dat ook – waarover hieronder meer. Maar het is ook  precies de bedoeling dat je het nauwelijks kunt geloven, zegt woordvoerder Hugo van de Hurk van antirookstichting Coryfeeën, samen met Stivoro en het KWF-Kankerfonds de bedenker van slogan en campagne. ‘Het is natuurlijk een gemiddelde, waarmee je eigenlijk niet mag rekenen. Maar een concreet getal zet mensen  aan het denken. Het Gezondheidscentrum beveelt twee stuks fruit per dag aan, dat is ook niet erg exact, maar wel een duidelijke boodschap. Dat moet 28 minuten ook worden.’


Dat kleine half uur heeft Coryfeeën niet zelf bedacht. Het  komt uit een kort artikel uit 2007  van de Duitser Helmut Gohlke en de Canadees Salim Yusuf in Clinical Research in Cardiology. De twee artsen maken daarin een sommetje aan de hand van gegevens uit een grote studie over  Britse artsen, geboren tussen 1920 en 1929, die in 2004 in het vooraanstaande British Medical Journal stond. Toen die dokters 60 jaar waren, bleken de rokers onder hen dezelfde levensverwachting te hebben als 75 jaar oude niet-rokende vakgenoten, lazen Gohlke en Yusuf.

 

   Rokers uit het cohort 1920-1929, redeneren ze,  zijn dus 15 jaar van hun leven kwijt. Dat zijn 7.884.000 minuten. Gedeeld door 275.940 sigaretten (18 per dag) tussen hun 18de en hun 60ste, maakt dat 28,57 minuten per sigaret. ‘Deze informatie kan helpen om rokers te overtuigen om te stoppen’, concluderen de twee.


Dat denkt Coryfeeën ook. Op de site van de stichting kan iedereen zelf invullen hoeveel hij rookt en hoe lang al, waarna er in beeld komt hoeveel langer je leeft als je per 1 januari 2010 stopt met roken: je  levensverwachting als doorroker min je leeftijd, maal het aantal niet-gerookte sigaretten maal 28,57 minuten.


Van de Hurk: ‘Eigenlijk kun je alleen zeggen hoe veel minder eerder een stopper overlijdt. Maar verlies stimuleert minder dan winst.’ Op de site heten de extra maanden dan ook opgewekt ‘een cadeautje’.


Dat geeft de stopper moed, maar  klopt het ook? Basis voor alle rekensommen is  de doktersstudie van  2004 uit de BMJste vijftien jaar dichter bij de dood staat dan een niet-roker. Tien jaar, hooguit. Elke sigaret scheelt  je dan 19 minuten.


Maar dan nog geeft niet elke sigaret minder je ook 19 minuten extra  leven. De doktersstudie bewijst dat stoppen bij 60 je drie jaar meer geeft dan bij doorroken, bij 50 zes jaar, bij 40 negen jaar en bij 30 tien jaar. Alleen als je stopt voor je met roken begint, is   elke sigaret  19 minuten waard. Wat die paradox verder ook betekent.


Martijn van Calmthout

Kankersommen

vrijdag 18 december 2009 14:55

wetenschap, claim, kanker, kwf, radio, 6xsterkertegenkanker

Sinds een paar weken vertelt een keurige mevrouwenstem dagelijks meermalen op de radio dat we zomaar zes keer sterker kunnen worden tegen kanker. Als je kookt, aldus die radiospotjes, doe je ook een schort om; als er dan iets spettert, is de kans kleiner dat je vlekken op je mooie blouse maakt. ‘En zo is het ook met kanker. Hoeveel sterker ben jij tegen kanker? Kijk op 6xsterkertegenkanker.nl.’


Dat is gemakkelijk gezegd, maar wat betekent het eigenlijk? Want de slogan suggereert dat er een manier is om  de kans op kanker met een factor 6 te verkleinen. Was die kans 6procent, dan wordt de kans 1procent. Goed nieuws, zou je denken. En meteen beginnen.


Maar zo simpel is het niet. Wie naar de bijbehorende website van het KWF Kankerfonds kijkt, ziet dat er zes manieren zijn om iets aan je kankerrisico’s te doen. Door verstandiger te zonnen, niet te roken, minder te drinken, flink te bewegen, gezond te eten en op je gewicht te letten.


Ongeveer de helft van de kankersterfte in Nederland, zegt het KWF ook, is toe te schrijven aan zogeheten exogene factoren, omstandigheden waar we zelf de hand in hebben door ons gedrag en onze levensstijl. De rest is erfelijkheid, milieu  en toeval. Jaarlijks krijgen 80duizend mensen te horen dat ze een of andere vorm van kanker hebben; jaarlijks sterven er 40duizend kankerpatiënten.


 Maar hoeveel de zes gezonde leefstijlvoornemens precies helpen, is veel moeilijker te zeggen, erkent woordvoerder Marsja Meijer van het KWF Kankerfonds. Zo is verstandig zonnen een prominente actie in het lijstje, omdat er een epidemie van huidkanker gaande is. Maar in de sterftecijfers die ze aanreikt, komt zonnen niet voor, omdat huidkanker zelden dodelijk is.


    Voor de echte cijfers verwijst KWF naar epidemioloog prof.  Bart Kiemeney van het Raboud Medisch Centrum in Nijmegen. Hij leverde materiaal voor de campagne. Zelf denkt hij dat maar eenderde van de kankerdoden met levensstijl samenhangt. Met de slogan  is hij niet helemaal content, omdat die het lastige verhaal over statistiek en individuen niet dekt. ‘Het punt is dat er twee factoren zijn: de individuele aanleg of gevoeligheid, en de externe invloeden. Wie veel te dik is, kan darmkanker krijgen, maar dunne mensen ook.’


Eigenlijk, zegt Kiemeney, is alleen van niet roken goed bekend hoe het de kansen op (long)kanker keert. 90procent van de longkankerdoden is of was roker. Omgekeerd heeft een roker een kans van 1 op 10 om kanker op te lopen, aan de longen, in het hoofdhalsgebied of de blaas. Wie stopt met roken, neemt direct een forse risicofactor voor zichzelf weg en is in één klap misschien wel tien keer sterker tegen kanker, zegt Kiemeney. Voor de overige vijf acties is dat overigens een stuk minder indrukwekkend.


Hoewel gezonde mensen de doelgroep zijn, is de 6x-campagne onder patiënten slecht gevallen, weet hij ook. ‘Mensen concluderen dat ze kennelijk hadden moeten voorkomen dat ze kanker hebben. Dat kun je nooit zeggen. Maar ik snap de emotie.’


Martijn van Calmthout (in het katern Kennis van 19 december 2009)

Instralen

vrijdag 11 december 2009 12:27

wetenschap, claim, cytotron, kanker, straling

‘Een nieuwe stap in de behandeling van kanker en artrose’, juichen de krantenadvertenties. Afzender: Quress Cytotron Center in Leiden, dat als eerste in Europa een nieuwe techniek aanbiedt: ‘Rotational Field Quantum Magnetic Resonance‘, oftewel RFQMR.


Volgens de Quress-website is het een combinatie van een ‘momentaan magnetisch veld’ en ‘roterende, multi-frequente en -harmonische, hoogenergetische radiogolven’, met een heilzame werking op moleculair niveau. RFQMR zou  de celspanning en daarmee de celgroei beïnvloeden. Dit zou werken tegen onder meer artrose (door het stimuleren van de groei van kraakbeen) en bepaalde soorten kanker (door het remmen van de celgroei in vaste tumoren).


Na een cytotronbehandeling van drie à vier weken (één uur per dag) heeft  80 procent van de artrosepatiënten meer kraakbeen en 65 procent minder pijn, zegt drs. Anton Jongbloed van Quress. Bij 30 tot 50 procent van de kankerpatiënten vertraagt de tumorgroei, wat resulteert in tweemaal  de ‘verwachte levensduur’.


‘Kanker genezen lukt nog niet, maar patiënten in de palliatieve fase knappen er erg van op. Eén patiënt met longkanker – hij is net overleden – had drie jaar geleden nog zes weken. Die hebben we nog een paar jaar in leven kunnen houden. Een wonder, zei men.’


Medici geloven niet in de cytotronbehandeling (13duizend euro voor 28 sessies, niet vergoed door verzekeraars). ‘Waar is het bewijs?’, vraagt dr. Margreet Kloppenburg, LUMC-reumatoloog. ‘Ik wil dubbelblinde, placebogecontroleerde studies zien, maar die zijn er niet. Terwijl je bij artrose altijd een sterk placebo-effect vindt.’


Radioloog Jelle Teerstra van het Nederlands Kanker Instituut is nog stelliger: ‘Er is nul evidence. Ze zwaaien met niet-gepubliceerd onderzoek waarbij de levensduur vergeleken wordt met een ‘te verwachten levensduur’. Ze geven iemand met een tumor op basis van een MRI-scan nog zes maanden. Als hij na negen maanden nog leeft, heet dat een winst in levensduur van 50procent. Hilarisch.’


Jongbloed benadrukt dat de cytotron, een uitvinding van de Indiër dr. ir. Rajah Vijay Kumar, door keuringsinstituut Underwriters Laboratories in Engeland is getest op veiligheid én therapeutische werkzaamheid. De klinische data voor deze CE-keuring blijken afkomstig van twee ongepubliceerde studies onder 180 en 35 patiënten door Kumars eigen bedrijf, Scalene Cybernetics in Bangalore.


Het verbaast radioloog Teerstra allemaal niets. De cytotron kán niet werken. ‘Radiogolven hebben zo’n absurd lange golflengte, die kun je helemaal niet richten. En zo’n CE-keurmerk zegt niks, dat moet elk broodrooster hebben. Gevaarlijke kwakzalverij dus, die direct verboden moet worden.’


Jongbloed moet zuchten van de wetenschappelijke kritiek. ‘We hebben alle oncologen aangeboden onderzoek te doen. Ze willen niet. Sommigen zijn geïnteresseerd maar zeggen: u mag nooit mijn naam noemen. Er is nu een universiteit die onze artrosestudie wil  valideren. Welke universiteit? Kan ik nog niet zeggen.’


De Inspectie Gezondheidszorg laat weten een klachtmelding te hebben gekregen over Quress. ‘De zaak is in onderzoek, dus we kunnen geen mededelingen doen.’


Ben van Raaij (in het katern Kennis van 12 december 2009)

Plasma-angst

vrijdag 4 december 2009 11:29

De inkt op het papier met het voorstel was amper droog, maar dat weerhield tegenstanders van big government – het schrikbeeld van een bemoeizieke, megalomane overheid – er niet van moord en brand te schreeuwen over het jongste duurzaamheidsplan van de Californische regering. ‘De regering gaat over mijn lijk uitmaken hoe groot mijn televisietoestel is’, was de kern van de onlangs geuite protesten.

 

De staat van gouverneur Arnold Schwarzenegger gaat dat trouwens helemaal niet doen. Wel heeft de California Energy Commission voorgesteld om het elektriciteitsverbruik van televisies over twee en vier jaar flink te beperken. Tv’s moeten in 2011 eenderde minder stroom verbruiken dan nu en 49 procent minder in 2013. De toestellen die niet aan die eis voldoen, mogen in Californië niet worden verkocht.


Om te beginnen eerst maar eens een geruststellende constatering voor Californiërs die een lcd- of plasmascherm wensen dat de hele muur van de woonkamer beslaat. De regel geldt voor tv’s met een diagonaal tót 58 inch (1,47 meter). Het staat de kijkers  vrij om ‘verboden’ tv’s in andere staten of via internet  te kopen. Ook blijft  de grote boze overheid van hun huidige toestellen af.


Tegenstanders van het plan zeggen dat er wel grotere stroomvreters  te bedenken zijn. Dat klopt: sommige waterbedden bijvoorbeeld kosten per jaar 240 euro aan stroom, tegen 33 euro voor een kleine lcd-tv. Maar de tv’s namen in de jaren tachtig nog maar 3procent van het elektriciteitsverbruik voor hun rekening, en dat is 10procent geworden. Californië telt 35 miljoen toestellen, en elk jaar komen er 4 miljoen bij.


De stroomconsumptie groeit omdat de technologie die platte tv’s mogelijk maakt, steeds grotere beeldformaten aankan. Consumenten vallen voor dat steeds bredere breedbeeld.
De California Energy Commission heeft de grens getrokken bij 58 inch, omdat deze bakbeesten slechts een fractie uitmaken van de verkochte televisies, meldt woordvoerder Adam Gottlieb per e-mail. Ook ontziet de commissie hiermee kleinere winkels die specialiseren in home theatres – de systemen die een huiskamer omtoveren in een thuisbioscoop.


‘Hoe meer inches, hoe meer stroom een toestel verbruikt’, bevestigt Milieu Centraal. ‘Een 42 inch-tv verbruikt rond de 330 kilowattuur per jaar. Dat is 80 euro op de energierekening. Een 26 inch-toestel verbruikt 155 kWh, oftewel 37 euro.’


Sommige fabrikanten van plasmaschermen noemen de maatregel ongunstig voor hun producten, omdat dit soort toestellen vooral in grotere formaten wordt verkocht. Van plasmatoestellen is bekend dat ze meer stroom verbruiken dan lcd-televisies. ‘Dat verschil is de laatste jaren wel kleiner geworden’, meldt Milieu Centraal. De laatste cijfers dateren overigens alweer van 2005.


Volgens de Californische energiecommissie voldoen op dit moment 400 toestellen op de Amerikaanse markt aan de eisen die in 2011 van kracht worden. Sommige fabrikanten zeggen dat het geen enkel probleem is dat de lat in 2013 nog hoger ligt. Eentje heeft er zelfs voor gepleit om de strengere normen eerder in te voeren.


In Europa zijn normen in voorbereiding, weet Milieu Centraal. De consument kan al bezuinigen door de fabriekinstellingen aan te passen (contrast en helderheid staan veel te hoog ingeregeld) en toestellen niet op stand-by te zetten, maar helemaal uit.
Peter van Ammelrooy

Grieptissues

vrijdag 27 november 2009 11:58

wetenschap, claim, zakdoekjes, tissues, kleenex

Een collega bracht uit Londen een pakje Kleenex anti-viral zakdoekjes mee. Die had ze op straat gekregen van een als Superman verklede Kleenex-vertegenwoordiger. Er zat een miniatuurkrantje bij, de Daily Tissue, met informatie over dat geheime antigriepwapen: de Kleenex-tissues schijnen 99,9 procent van de verkoudheids- en griepvirussen te doden in minder dan een kwartier.


 Geweldig nieuws, nu de Mexicaanse griep voortjaagt. Het zakdoekjeskrantje zet de griepfeiten op een rij: één nies verspreidt 100duizend druppels, de meeste mensen niezen in hun handen, 80procent van de infecties wordt via de handen overgedragen.

 

Op de website van Kleenex valt te lezen dat de werking van de tissues wetenschappelijk is aangetoond: het citroenzuur en het natriumlaurylsulfaat in de zakdoekjes vernietigen de beschermende mantel van de virussen. Dat wetenschappelijke onderzoek wil Kimberly Clark, producent van Kleenex, ‘uit commerciële overwegingen’ echter niet laten lezen.

 

Daarom zette viroloog Jan de Jong, in dienst bij het Nationaal Influenza Centrum in het Erasmus MC, de literatuur over de transmissie van het griepvirus op een rijtje. Hij bevestigt dat citroenzuur en natriumlaurylsulfaat influenzavirussen effectief doden. Toch concludeert hij dat de speciale zakdoekjes weinig helpen om verspreiding van het griepvirus tegen te gaan.


 Betrouwbare gegevens over de transmissieroutes van het influenzavirus zijn schaars, zegt hij, en de meningen zijn verdeeld. De meest gangbare theorie: een grieppatiënt die niest, hoest of praat,  draagt het virus over via de lucht. Grote druppels komen in de mond en neus terecht van iemand die op korte afstand staat. Transmissie over langere afstand of via besmette handen of voorwerpen zou minder frequent voorkomen. Kortom: ‘Zakdoekgebruik helpt tegen de griep doordat het aantal grote druppels dat vrijkomt, wordt verminderd, maar toevoeging van ontsmettingsmiddelen aan de zakdoek heeft weinig zin omdat overdracht via de handen niet frequent voorkomt.’


 Contactbesmetting lijkt bij het RS-virus en verkoudheidvirussen wél de meest voorkomende infectieroute, aldus De Jong. Gebruik van zakdoekjes is hierbij dus extra effectief, wat in diverse studies is bevestigd. Toevoeging van desinfectantia aan de zakdoek heeft ook hier echter weinig zin, zegt hij.


 Wie ze toch bij de drogist wil aanschaffen, vangt bot; ze mogen vanwege de strenge wetgeving in Nederland niet worden verkocht. De zakdoeken vallen hier onder de biocidenrichtlijn: het citroenzuur (een huishoudelijk ingrediënt, aldus Kimberly Clark) wordt beschouwd als een bestrijdingsmiddel.


 Daarom een gouden tip van viroloog De Jong om een nies te voorkomen: ‘Duw de tong stevig tegen het voorste deel van het verhemelte en druk tegelijkertijd een vinger op de bovenlip. Letterlijk je snor drukken. Daarmee prikkel je zenuwen die de opkomende nies afremmen. Lukt niet altijd, maar is het proberen waard.’


Ellen de Visser in het katern Kennis van 28 november 2009

Zonnebankbad

vrijdag 20 november 2009 10:28

wetenschap, claim, zonnebank, gezondheidsraad

Midden in de zomer brachten kranten, radio- en televisierubrieken het alarmerende bericht dat zonnebanken te vergelijken zijn met arsenicum en mosterdgas. Het International Agency for Research on Cancer (IARC), onderceel van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO, had na een analyse van de wetenschappelijke literatuur vastgesteld dat zonnebanken kankerverwekkend voor mensen zijn en in dezelfde gevaarscategorie vallen als onder meer asbest en een HIV-infectie.


 Volgens het IARC was aangetoond dat bruiningsapparatuur de kans op een melanoom, de dodelijkste vorm van huidkanker, met 75 procent verhoogt. Jaarlijks komen er 132 duizend nieuwe patiënten bij.

 

 De branchevereniging van zonnestudio’s (SVZ) verweerde zich begin deze maand met een landelijke advertentiecampagne. Daarin werd benadrukt dat in Nederland voor zonnebanken veilige  normen gelden: ze mogen niet meer uv-straling afgeven dan de zon hartje zomer aan de Middellandse Zee, en dan schakelt het apparaat na een half uur ook nog uit. Maar het kwaad was al geschied: het bezoek aan zonnestudio’s is sinds de onheilstijding met 20 procent teruggelopen.


 Edoch: eind vorige week kwam de Gezondheidsraad met een rapport dat gerust als een rectificatie mag worden beschouwd. Op verzoek van minister Klink van Volksgezondheid keek het adviesorgaan naar de beschikbare kennis over de gevolgen van uv-straling. De Gezondheidsraad blijkt ‘reserves’ te hebben over het wetenschappelijke bewijs waarop het IARC zich baseert.


 Volgens de raad is het niet  zeker dat de zonnebank verantwoordelijk is voor het ontstaan van melanomen bij gebruikers. Het is best denkbaar, schrijft de raad, dat andere factoren de verhoogde incidentie van melanomen daar verklaren. Zo is gebleken dat mensen die graag gebruikmaken van de zonnebank, ook ‘een zongedrag vertonen’ dat een verhoogde kans op melanomen met zich meebrengt. Melanomen komen veel voor in de hogere sociale klassen, bij mensen die geld hebben voor zowel een zonnebankkuur als zonvakanties.


 Bestuurslid Huib van Heest van branchevereniging SVZ zegt dat hij de afgelopen week tevergeefs heeft geprobeerd de media te interesseren voor de genuanceerde boodschap van de Gezondheidsraad. Frustrerend, verzucht hij: ‘Mensen zijn bang geworden voor de zonnebank, maar niet voor de gewone zon. Terwijl die al twintig jaar in de hoogste gevaarscategorie van het IARC staat. Ze gaan wel met hun onbeschermde huid urenlang in de volle zon zitten. Juist dat levert de meeste risico's op. Terwijl één keer in de tien dagen een half uurtje voorbruinen op de zonnebank de huid beschermt.’


 Nederland is op zonnebankgebied het braafste land van Europa, zegt Van Heest: jongeren onder de 18 jaar mogen hier niet onder de zonnebank, en de sterkte van de lampen is twee jaar geleden al gereduceerd. De Europese branchevereniging gaat binnenkort op tournee om andere landen ervan te overtuigen het Nederlandse voorbeeld te volgen.


 Van de Gezondheidsraad hoeft de zonnebank niet in de ban. Het advies dat al in 1986 werd afgegeven, blijft van kracht: ‘zon verstandig en met mate’.  Conclusie: ‘Een onderscheid tussen zonnebaden en zonnebanken is vooralsnog niet gerechtvaardigd.’

 

Ellen de Visser (in het katern Kennis van 21 november 2009)

Olieleds

vrijdag 13 november 2009 13:06

wetenschap, claim, led, liquidleds, pharox, spaarlamp

Peter Wassink van de firma Liquidleds in Rheezerveen bij Hardenberg wil zijn persbericht best nog wat nuanceren. Wassink importeert een nieuw type energiebesparende ledlampen uit Taiwan: Liquidleds. Dat zijn lampen waarin een heldere olie zit die de lichtgevende chip in het glazen bolletje omgeeft. Bedoeld, legt het persbericht uit, om een extra lange levensduur van de lamp van 40 duizend branduren te realiseren.


Dat getal, relativeert Wassink dus aan de telefoon meteen. Het is eerlijk gezegd theorie. Er is  geen enkele ledlamp in de wereld die al zo lang heeft gebrand. Met vier uur per dag is dat tienduizend dagen, oftewel een kleine dertig jaar. Wassink: ‘Wat zich wel laat uitrekenen is dat deze lamp na 40 duizend uur nog iets van  70 procent lichtsterkte over zal hebben. Dat is een kwestie van veroudering van de gebruikte materialen, en daarbij speelt de temperatuur van de chip de hoofdrol.’

 

In de Liquidled wordt die niet hoger dan 55 graden, omdat de hitte van de lichtgevende chip via de olie buitengewoon effectief wordt weggevoerd en verdeeld over de hele lamp. Het meegestuurde exemplaar, met een vermogen van 4 watt en qua licht vergelijkbaar met een 40-wattsgloeilamp, voelt na uren branden nog steeds koel aan.

 

Alleen de metalen fitting is iets warmer. Maar het is niet te vergelijken met bijvoorbeeld de 6-wattsledlamp van Pharox 300, die de Postcode Loterij momenteel op grote schaal verspreidt onder zijn deelnemers. Van die lamp is de metalen behuizing aan de fittingkant al na enkele minuten niet meer goed met blote handen beet te pakken.

 

 Is die olie, volgens de specificaties ook toegepast in babyolie, dus het ei van Columbus?

 

 Ja en nee, zegt oprichter John Rooymans van Lemnis Lighting, de makers van de Pharox-lampen. ‘Leds produceren allemaal vergelijkbare warmte, het  verschil is de manier waarop je die warmte afvoert. In de olielamp gebeurt dat met convectie in het oliebad, naar  het glas. Bij ons via contact met de koelvinnetjes aan de onderkant. Die worden wat heter. Maar beide zijn effectief.’

 

Dat Pharox-lampen volgens de doos een levensduur hebben van ‘slechts’ 35 duizend uur, is vooral een kwestie van beloften aan de koper. Ledlampen gaan fysiek wel 100 duizend uur mee. Alleen geven ze dan lang niet meer het licht waarmee ze zijn begonnen.

 

Er zijn wel andere voordelen aan de olielamp, zegt importeur Wassink. Door de hoge, slanke en open vorm van de lamp geeft die meer rondom licht dan de typen die koelen met een voetje of vinnen. Daardoor geeft hij ook in een tafellamp fatsoenlijk licht op tafel.

 

De lampenspecialist op de hoek van de straat hoort het verhaal over de olieleds intussen met verbazing aan. Koelen? Zijn ledlampjes worden helemaal niet warm. Hier, voel maar, zegt hij, en hij legt een goedkoop Chinees spotje met een  matrix van witte ledjes erin op de toonbank. Koud inderdaad.

 

Klopt, zegt Rooymans van Lemnis later. ‘De Chinezen pakken die dingen helemaal in acryl in, wat goed isoleert. Alleen de pootjes voeren wat warmte af. Maar zulke lampjes maken het niet lang.’

 

Martijn van Calmthout (in het katern Kennis van 14 november 2009)

Spraakhapje

vrijdag 6 november 2009 13:45

wetenschap, claim, olvarit, hapstructuur

‘Echt, wie bedenkt dat?’ Yvon, moeder van drie kinderen en student verloskunde, weet niet hoe ze het heeft op Dragen & Voeden, een ontmoetingsplek op internet voor natuurlijk ouderschap. Yvons verbazing betreft het jongste reclamespotje van Olvarit, waarin de fabrikant zijn potjes met babyvoeding aanprijst omdat die een ‘hapstructuur’ heeft.


In het spotje vraagt baby Job – met de stem van een volwassene – baby Jip wat hij eet. Want Jobs Olvarit bevat stukjes die bij zijn leeftijd passen: ‘Dat heet hapstructuur.’
  ‘Wat moet je nou met hatstruttuur?’, brabbelt Jip die uit een potje eet van het merk X.


Vast voedsel, legt Olvarit op zijn website uit, is belangrijk omdat een kind nieuwe smaken leert kennen en de structuur van vast voedsel ontdekt. Maar er is meer. ‘Omdat het heel andere spierbewegingen van de mond en tong vraagt, is bijvoeding goed voor de ontwikkeling van de mondmotoriek en spraakontwikkeling.’


Olvarit van Nutricia (onderdeel van de Franse voedselfabrikant Danone) is niet de enige die een verband legt tussen voeding en spraakontwikkeling. Liga van de Franse koekjesfabrikant LU (Lefèvre-Utile) doet het ook, net als Difrax, een producent van fopspenen, babyflessen en drinkbekers. Maar is de heilzame invloed op de spraakontwikkeling bewezen?


Charlotte Maintz, diëtiste bij Nutricia, kan geen onderzoeken noemen waaruit zou blijken dat baby’s die voedsel zonder hapstructuur nuttigen spraakgebreken oplopen. Maintz zegt dat Olvarit zijn kennis heeft opgedaan bij logopedisten en diëtisten.


‘Afwijkende mondgewoonten, zoals het langdurig zuigen of langdurig drinken met behulp van de fles met speen, kan leiden tot interdentaal gedrag’, zegt logopediste Mieke Menheere in een folder van Difrax. ‘Kinderen spreken dan met de tong tussen de voortanden, ze slissen. Ook kinderen die altijd dikvloeibare en zachte voeding of alles gemalen hebben gegeten, kunnen dit tonggedrag laten zien.’

 

Andere logopedisten constateren dat kauwen, bijten, zuigen en slikken weliswaar helpen bij de ontwikkeling van mondmotoriek, maar dat dit vrij grove bewegingen zijn. De bewegingen bij het spreken zijn zeer fijn, gevarieerd en genuanceerd. Door goed te kauwen gaat een baby niet per se goed spreken.


Een speurtocht in PubMed, de database van medische studies levert geen treffers op begrippen als ‘kauwen’, ‘spraakontwikkeling’, ‘voedsel’, ‘baby’ en ‘kinderen’.
Het Voedingscentrum in Den Haag meldt dat er wel onderzoeken zijn gedaan naar de invloed van vast voedsel op de spraakontwikkeling van baby’s. ‘Maar er is geen eenduidig wetenschappelijk bewijs.’


De Groningse hoogleraar en spraakpatholoog Sieneke Goorhuis vindt dat er weinig op het Olvarit-spotje valt af te dingen. ‘Maar kinderen leren ook goed kauwen als ze met de pot mee eten.’ Hapstructuur is niet uniek voor Olvarit. En voor goed leren praten is meer nodig dan alleen maar een goede mond- en tongmotoriek, aldus Goorhuis. Jip is met merk X nog niet verloren.


Peter van Ammelrooy (in het katern Kennis van 7 november 2009)

Buienkijker

vrijdag 30 oktober 2009 09:04

wetenschap, claim, buienradar, knmi

Op 30 april 2006 kreeg Nederland er in één klap 16 miljoen weerkundigen bij. Dat zijn geen meteorologen die de barometer monsteren. Nee, het zijn Dirk en Desiree Doorsnee die dankzij Buienradar.nl zien of ze kans lopen op een nat pak.


Buienradar.nl is een opmerkelijk fenomeen. In de zomer trok de website maandelijks rond de 10,5 miljoen bezoekers. De groene landkaart van Nederland waarover gekleurde vlekken springen, trekt op hoogtijdagen meer bekijks dan Marktplaats.nl of Hyves.


Buienradar neemt radarbeelden (met tussenpozen van 5 minuten) van het afgelopen uur en bekijkt of een bui zwaarder is geworden en in welke richting de neerslag zich verplaatst. Hoe raak zijn die extrapolaties? In augustus, toen er weer een

bezoekersrecord sneuvelde, was initiatiefnemer Edwin Rijkaart zeer stellig. ‘In een tijdsbestek van twee uur kun je het weer met 95 procent zekerheid voorspellen.’


Toch valt er weleens neerslag terwijl er op Buienradar geen buien te zien zijn. Zoals vorige week zaterdag, toen de website geen wolkje aan de hemel ontwaarde en voor grote delen van Nederland een paraplu toch geen overbodige luxe bleek.


‘Motregen’, legt Rijkaart uit. Miezer valt buiten bereik van de twee neerslagradarstations die Nederland rijk is. Die druppels zijn te klein om het signaal terug te kaatsen.
Dat is de achilleshiel van de neerslagradar, bevestigt het KNMI, dat de beelden aan Buienradar levert. ‘Motregen valt uit een lage wolkenbasis’, legt een woordvoerder uit. ‘Die hangt op een hoogte van 500 tot 600 meter. De radar kijkt daaroverheen. Frontale regen valt uit wolken op 1.500 tot 2.000 meter hoogte. Die wordt wel opgepikt.’ Mist is om die reden ook onzichtbaar.


Buienradar ondervangt dat gemis door de gegevens van automatische weerstations op de grond, satellietopnamen en normale radarbeelden over elkaar heen te leggen, legt Rijkaart uit. Op de website is dan ook sinds kort een motregenradar te vinden, met overigens alleen de actuele situatie en die van anderhalf uur daarvoor.


Er is niemand die turft of de voorspellingen van Buienradar.nl kloppen. Maar het KNMI zegt dat de werkwijze bij gewone regen deugt. ‘In een goed georganiseerd neerslaggebied zijn buien in de komende twee tot vier uur goed te voorspellen’, aldus de woordvoerder.


Hij durft evenwel geen percentage te noemen. De zekerheid neemt af bij bijvoorbeeld zware onweersbuien. ‘Dan is er veel dynamiek in de atmosfeer. Dan verandert er veel heel snel.’


De neerslagradar heeft ook andere blinde vlekjes. Oost-Groningen en Zuid-Limburg bevinden zich vrij ver weg van de radarantennes in De Bilt en Den Helder. Verdampend zeewater geeft soms valse echo’s voor de kust. Neerslag kan ook verdampen voordat hij de grond bereikt.


Dus geen 95 procent trefzekerheid? ‘Niks veranderlijker dan het weer’, zegt Rijkaart. Bij twijfel paraplu mee, luidt het devies aan Dirk en Desiree.


Peter van Ammelrooy (in het katern Kennis van 31 oktober 2009)

Wonderkruid

maandag 26 oktober 2009 08:43

wetenschap, claim, tancosan, reclame

De kruidendrank Tancosan heeft tot medailles geleid tijdens de laatste Olympische Spelen. Op de website van producent Bioniek valt te lezen dat zes sporters die het middel dagelijks gebruikten, een gouden plak hebben behaald.


 Het moet een wondermiddel zijn, het drankje dat natuurgeneeskundige Henk Koopman heeft bedacht. Het bestaat ook voor dieren en heet dan Microbioticum. Het stimuleert volgens hem de aanmaak van witte bloedcellen waardoor het immuunsysteem zes keer zo sterk wordt; het werkt tegen bacteriën en virussen, en is een natuurlijke vervanger van antibiotica. Op de website melden enthousiaste gebruikers het effect bij kanker en hiv. 


 Onzinnige claims, zegt Marie Prins, en bovendien onwettig omdat Tancosan geen geregistreerd geneesmiddel is. Prins, lid van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, voert al jaren strijd tegen de wonderdrank, en dat resulteerde in drie veroordelingen door de Stichting Reclame Code. Die acht de websites over de producten misleidend omdat Koopman de werking niet aannemelijk kan maken. De klachten hebben ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) bereikt, die een onderzoek instelt.


 Prins zegt dat de acht kruiden in het drankje weinig tot niets doen en zelfs schadelijke bijwerkingen kunnen hebben. Koopman zegt dat Prins en de Stichting Reclame Code ‘niets van kruiden begrijpen’ en dat hij hun de werking van zijn drankje niet aan het verstand gepeuterd krijgt. Wetenschappelijke onderzoeken zijn er beslist, zegt hij, maar die publiceert hij niet ‘omdat de farmaceutische industrie meekijkt’.


 De onderzoeker van de Universiteit Utrecht die het drankje op verzoek van Koopman analyseerde, laat weten dat het middel in laboratoriumproeven effect heeft op twee onderdelen van het afweersysteem. Of die effecten ook daadwerkelijk optreden na inname door mens of dier, is niet onderzocht. Medische- of gezondheidsclaims kunnen op zijn onderzoek dan ook niet worden gebaseerd, mailt hij. Melkveehouders schijnen enthousiast te zijn over het middel, maar Rikilt, het Wageningse instituut voor voedselveiligheid, kon vorig jaar in een dierstudie de claim van Koopman niet bevestigen. Dat kan te maken hebben met de opzet van het onderzoek. Voortzetting ervan is noodzakelijk, aldus de onderzoekers.


 ‘Wij hebben zwart op wit dat de leukocyten omhoog gaan van 11.000 naar 68.000’, laat Koopman per mail weten. Prins leidt daaruit af dat haar opponent weinig verstand heeft van immuniteit. ‘Je kunt niet beweren dat het immuunsysteem zes keer zo sterk wordt; daarvoor is het te ingewikkeld. Allerlei cellen met specifieke functies bepalen de werkzaamheid.’ Navraag bij immunologen bevestigt dat. Sterker nog: een drastische verhoging van het aantal leukocyten is wellicht helemaal niet zo gezond.


 Koopman zegt dat een Amsterdamse kankeronderzoeker het middel aan het testen is. Deze arts laat weten dat het drankje hem wel is aangeboden, maar dat hij er niets mee doet.

 

Ellen de Visser (in het katern Kennis van 24 oktober 2009)

Elfstedenzon

vrijdag 16 oktober 2009 10:52

claim,wetenschap,elfstedentocht,zon, zonnevlekken

Roger Samson durft er 2.000 euro om te verwedden – te schenken aan een goed doel naar keuze – dat er komende winter een Elfstedentocht wordt verreden. Zo zeker is de directeur van REAP, een Canadese consultant voor duurzame landbouw, van zijn zaak.


De eerste vraag is natuurlijk waar de belangstelling van een Canadees vandaan komt voor een stukje Hollandse folklore. Hij was in januari 1997 in Nederland om een bezoek te brengen aan een vriendin, mailt Samson, enkele dagen voordat de tocht voor de laatste keer werd verreden. Sinds 1991 volgt hij het debat over klimaatverandering. We mogen hem tot de klimaatsceptici rekenen. Zij geloven dat de huidige snelle verandering van het klimaat grotendeels te wijten is aan de zon. Kort samengevat luidt hun these dat er bij een actieve zon minder wolken zijn en dat het daardoor warmer is.


Dat idee bracht Samson ook tot zijn voorspelling. De race is volgens hem in de vorige eeuw in veertien van de vijftien gevallen verreden op een laagtepunt van zonneactiviteit.

 

De zon, zegt Samson, verkeert in zijn kalmste periode sinds 1916. Tussen 1909 en 1917 werd de tocht maar liefst drie keer verreden. De kans op een Elfstedentocht is volgens de Canadees 78 procent in een fase van minieme zonneactiviteit. 2009 lijkt qua zonneactiviteit erg op 1916. Ergo: de fans doen er goed aan hun schaatsen te slijpen.


78 procent is al weer een stukje verwijderd van ‘zeker weten’. Maar er zijn meer redenen waarom Samsons veronderstelling op dun ijs is gebouwd. Negen jaar geleden woedde er in Trouw een kortstondige polemiek over dezelfde hypothese. Toen waren het de huisweerman van de krant, Jan Visser, en wijlen klimatoloog Bart van Mourik van het KNMI die gehakt maakten van de link tussen het aantal zonnevlekken (zichtbaar bij verhoogde zonneactiviteit) en een Elfstedentocht. Het ligt er maar aan hoeveel zonnevlekken je als maatstaf neemt, zeiden zij. Fred Spier van de Universiteit van Amsterdam legde destijds de grens bij vijftig. Van Mourik en Visser kwamen tot meer vlekken (tot zelfs het drievoudige) in de winters van de tochten van 1917, 1929, 1940, 1947 en 1956.


De temperatuur is ook maar een factor voor de Tocht der Tochten. Acht van de vijftien werden gehouden in winters die op basis van het Vorstgetal (decennia geleden ontwikkeld door een Fries) in de categorie ‘streng tot zeer streng’ vallen. De rest werd afgelegd in koude, normale en zelfs zachte winters.


Belangrijk is het onderzoek dat twee jaar terug de nekslag betekende voor de theorie dat de zon de klimaatverandering veroorzaakt. Als de zon van invloed is, zou de aarde nu juist afkoelen, zeiden de onderzoekers Lockwood en Fröhlich. Sinds 1985 is de trend echter precies tegenovergesteld. Om die reden, werd fijntjes geconstateerd, gaan de statistieken die worden aangehaald in The Great Global Warming Swindle – de ‘bijbel’ van de klimaatsceptici – niet verder dan tot 1980.


Als deze winter ‘it giet oan’ mocht klinken, is dat niet per se alleen te danken aan een luie zon.


Peter van Ammelrooy (in het katern Kennis van 17 oktober 2009)

Schoenenpijn

vrijdag 9 oktober 2009 13:28

claim, wetenschap, schoenen, voeten

Opwinding in de roddelbladen en bloggerskringen: de dochter van acteurs Katie Holmes en Tom Cruise is gesignaleerd op hoge hakken. De 3-jarige Suri ‘is al net zo modebewust als haar moeder’, constateert de een tevreden. ‘Nu al verpest’, oordelen anderen.


In die laatste constatering zit een kern van waarheid, zeggen wetenschappers van een aantal onderzoeksinstituten in Boston en New York. Iedere schoendrager weet uit eigen ervaring dat krap of slecht schoeisel tot pijnlijke voeten leidt. Maar het effect gaat verder dan het hier en nu, waarschuwen de geleerden. Zij zeggen voor het eerst te hebben aangetoond dat aandoeningen als spreidvoeten en hielspoor hun wortels in het verleden hebben. Ergo: haar hakken gaan Suri nog opbreken als ze groot is.


De onderzoekers voelden 3.378 mannen en vrouwen uit Framingham (Massachusetts) aan de tand over het schoeisel dat ze vandaag de dag dragen, en over wat ze in het verleden hadden. De stad is niet toevallig gekozen. Al sinds 1948 houdt de wetenschap de vinger aan de pols van de plaatselijke bevolking daar. Aanvankelijk gebeurde dat om meer langeretermijnkennis te vergaren over hartkwalen. De derde generatie wordt in medisch opzicht over van alles en nog wat uitgehoord.


Uit het onderzoek – gepubliceerd in het oktobernummer van Arthritis Care & Research – blijkt dat een kwart van de Amerikanen bijna chronisch voetenpijn heeft. Dat gold voor 19 procent van de mannen en 29 procent van de vrouwen. Circa 40 procent – bij beide seksen – draagt wat als ‘verstandig’ schoeisel wordt beschouwd, zoals sneakers en sportschoenen. 13 procent van de vrouwen draagt hoge hakken, pumps of slippers – die orthopeden ‘foute’ schoenen noemen. 1,6 procent van de mannen schoeit zich niet verstandig.


Kijkend naar wat de ondervraagden vroeger droegen, komen de onderzoekers tot de slotsom dat vrouwen die op jonge leeftijd sneakers en sportschoenen droegen, 50 procent minder klachten hadden.


De Alkmaars registerpodoloog Ton Henselmans onderschrijft de Amerikaanse bevindingen volledig. Voetklachten ontstaan al vroeg, als kindervoetjes in verkeerde schoenen worden geperst. Geheel onbegrijpelijk is dat niet: ‘Goede kinderschoenen kosten al snel 120 euro per paar.’ Besparen op schoeisel leidt tot zere voeten als het kind de middelbare leeftijd bereikt.


Goede schoenen zijn echter niet zaligmakend, zegt Henselmans. ‘We brengen steeds meer tijd zittend door, voor de televisie of achter de computer. Je kunt nog zulke goede schoenen hebben, als je je spieren niet gebruikt kun je alsnog doorgezakte voeten krijgen.’


De meest voorkomende kwaal in Nederland is hielspoor, botwoekeringen op het hielbeen. De voornaamste oorzaak: het verkeerde type schoen. Vaak is dat seizoensgebonden. Henselmans: ‘In de zomer trekt 75 procent van de vrouwen slippers aan.’ Lekker luchtig, maar de prijs betalen de voeten in de herfst van het leven.


Peter van Ammelrooy (in het katern Kennis van 10 oktober 2009)

Profielfoto De  Kennisredactie

De Kennisredactie

Woonplaats: Amsterdam
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Links

Laatste reacties

persona

Stamcelpep
Monique Lindeboom: Wellicht is dit ook nog interessant om te lezen: www.beautyjournaal.nl/stamcelb...

persona

Genenverf
Arjen: De enige reden waardoor dit momenteel werkt is de onwetendheid …

persona

Nulsuiker
zusenzo: Ik zie de vragen in mijn spreekkamer alweer met vreugde …

persona

Nulsuiker
Sweet Desire: Haha, dat is nog eens een manier om iets uit …

persona

Haarredmiddel
Harry: Finasteride heeft mij mij nooit veel gedaan. Minoxidil gebruik ik …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van De Kennisredactie, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2010
2009
2008

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •