
Ze zijn kleiner dan de kop van een lucifer, maar teken kunnen een aantal akelige ziekten overbrengen, waarvan de ziekte van Lyme de belangrijkste is. Marja de Vries uit Holten, importeur van de in Amerika ontworpen tekenlepel, waarschuwt in een alarmerende brief dat ook de Q-koorts kan worden veroorzaakt door een tekenbeet. Als bewijs is een artikel toegevoegd van een Amerikaanse hoogleraar die de Q-koorts vermeldt in het rijtje tekenziekten.
Die verontrusting is onterecht, zegt het RIVM, dat al jaren tekenonderzoek doet. Van de vele honderden teken die recent zijn onderzocht, bleek er niet één besmet met de Coxiella burnetii, de bacterie die de Q-koorts veroorzaakt. In het buitenland worden wel ‘positieve’ teken gevonden. Die zouden een rol kunnen spelen bij de overdracht van de ziekte van wilde fauna naar veehouderij.
Marja de Vries is niet overtuigd. ‘Het onderzoek is beperkt. Hoe zeker weten we dat geen enkele teek besmet is? En Nederlanders gaan toch ook de grens over? Ik wil mensen erop attent maken dat teken een bacteriebom kunnen zijn.’
Maar ook promovendus Ard Nijhof, werkzaam bij het centrum voor tekengebonden ziekten van de Universiteit Utrecht, is sceptisch. Hij zegt dat overdracht van de Q-koorts van teek op mens nooit onomstotelijk is aangetoond.
Met haar brief wil De Vries ook aandacht vragen voor de veiligste manier om een teek te verwijderen: draaien of recht uit de huid trekken? ‘Ik pleit al jaren voor onderzoek’, zegt ze. Er zijn speciale pincetten, minilasso’s en haakjes op de markt, maar volgens De Vries is het de vraag of die hun werk altijd goed doen. Als de teek wordt gedraaid en de steeksnuit afbreekt, is er een kans dat de maaginhoud in de huid wordt geleegd, legt ze uit. De door haar verkochte tekenlepel heeft in de kom een v-vormige inkeping waarmee de teek wordt opgeruimd door dicht over de huid te schrapen.
Dat onderzoek bestaat al, zo blijkt na het raadplegen van de medische database PubMed. Maar bewijs dat bepaalde verwijdermethoden beter zijn, is er nauwelijks, constateerde het Britse nationale centrum voor infectieziekten vier jaar geleden in een overzicht van een aantal studies. De conclusie luidt dat het toch maar het beste is om een teek recht uit de huid te trekken.
In de Nederlandse CBO-richtlijn over (preventie van) de ziekte van Lyme wordt nog aanbevolen om de teek met een licht draaiende beweging te verwijderen. Dat leidt er ‘mogelijk’ toe dat minder vaak delen van de teek achterblijven. De richtlijn wordt herzien.
‘Een tekensnuit is geen kurkentrekker’, zegt Nijhof, dus is een draaibeweging niet nodig. Ook hij adviseert de teek recht uit de huid te trekken, maar dan vooral omdat die methode het eenvoudigst is. Als de teek niet wordt geplet en het lichaam (dat uit de huid steekt) wordt weggehaald, dan is het leed geleden, zegt hij. Mochten de monddelen achterblijven, dan levert dat volgens hem hooguit een lokale ontsteking op.
Ellen de Visser (in katern Kennis van 20 maart
2010)
Een van de opvallendste merknamen is van Unilever. I Can’t Believe It’s Not Butter! is een margarine die het concern sinds 1986 in de VS distribueert. De naam werkt: het product figureert volop in tv-series.
Ik Kan Niet Geloven Dat Het Geen Suiker Is! was een goede naam
geweest voor Nevella, een zoetstof die sinds kort in de
supermarkt te koop is. ‘Eindelijk een écht alternatief voor
suiker’, jubelt het persbericht. ‘Nevella heeft wel
de smaak van suiker, maar niet de calorieën.’ Dat unieke
verkoopargument wordt drie keer herhaald.
Nevella mag dan nieuw zijn voor de Nederlandse markt, het
hoofdbestanddeel in deze suikervervanger is dat absoluut niet.
Sucralose werd al in 1975 ontdekt. De zoetstof werd voor het
eerst in 1991 voor consumptie toegelaten in Canada in 1998 in de
VS en in Europa pas in 2004.
Sucralose, dat ontstaat uit een verbinding van tafelsuiker met
chloor, is 600 keer zoeter dan gewone suiker. De fabrikant,
Heartland Sweeteners, zegt dat andere synthetische namaaksuikers
bij verhitting vaak hun zoetsmaak verliezen. Dat gebeurt niet met
Nevella, dat in taarten of puddingen wordt verwerkt.
De constatering in het persbericht dat bij consumptie ‘de
calorieën keurig achterwege blijven’ berust op een
misverstand, erkent een zegsman. Sucralose is van zichzelf
calorievrij; de maltrodexine waarmee het wordt vermengd om een
pot van 75 gram te vullen, niet. Maltrodexine is een veelgebruikt
voedingsadditief en smaakt van zichzelf matig zoet.
Kunstmatige zoetstoffen hebben een slechte naam, de laatste jaren
vooral door ongefundeerde paniekverhalen op internet. Sucralose
heeft wat dat betreft zijn ontstaansgeschiedenis tegen. Het werd
bij toeval ontdekt door dat een student in een Brits lab de
opdracht van zijn begeleider verkeerd verstond. Die had hem
gevraagd een nieuw poeder te beproeven (in het Engels: test). De
student verstond ‘proeven’ (taste). Wat het lab
onderzocht, waren nieuwe insecticiden.
Maar sucralose is veilig, heeft de Amerikaanse keuringsinstantie
FDA geoordeeld op basis van meer dan honderd onderzoeken. Volgens
de Canadese Diabetes Association kan sucralose een heel leven
worden gebruikt zolang de dagelijkse dosis niet boven de
9milligram per kilo lichaamsgewicht komt.
Ophef ontstond enkele jaren geleden toen bleek dat sucralose
leidde tot een gewichtsafname van de zwezerik bij ratten. De
onderzoekers bleken de proefdieren evenwel een grote dosis van
het goedje te hebben gegeven – omgerekend naar menselijke
maatstaven 250 gram per dag, en dat een maand lang.
Helpt nepsuiker je gewicht op peil te houden? In Nederland is een
op de twee mensen te dik doordat ze te veel calorieën
binnenkrijgen. Alle beetjes kunnen dan helpen, zegt het
Voedingscentrum, maar veel hangt af van je eetpatroon. ‘Als
je zoetjes in je koffie doet om calorieën te minderen en je
daarom denkt dat er wel een plak cake bij kan, dan schiet
het natuurlijk niet op.’
Peter van Ammelrooy (in katern Kennis van 13
maart 2010)
Het mobieltje als therapeut is in opmars. MobiKicks, besproken in Kennis van 30 januari, heeft gezelschap gekregen van My Stop Buddy, gemaakt voor de iPhone. Voor Apple’s toestel blijken al meer dan honderd programmaatjes te zijn verschenen die rokers van hun verslaving moeten afhelpen.
Het leeuwendeel van die hulpjes is Engelstalig. MobiKicks en My
Stop Buddy zijn van Nederlandsen huize, maar er zijn meer
overeenkomsten. Beide laten rokers aan iets anders denken als ze
trek krijgen in een sigaret. MobiKicks stuurt een sms met een
link die naar een website leidt voor peptalk of een andere
bezigheid. My Stop Buddy vraagt naar de reden voor de lust in
tabak en stelt een alternatief voor. De app stuurt de keuzes naar
internet, waar een computer ze analyseert en alternatieve
bezigheden op het individu afstemt.
Een saillante overeenkomst met MobiKicks is dat ook My Stop Buddy
geen wetenschappelijk bewijs heeft dat deze ‘mobiele’
therapie effectief werkt. Ontwerpster (en niet-roker) Lianne
Sleebos bedacht haar app drie jaar geleden als afstudeerproject,
begeleid door de Stichting Volksgezondheid en Roken (Stivoro) en
de Hartstichting. Die wilden er geld in steken als de werking
ervan kon worden aangetoond. Sleebos: ‘Dat kost twee jaar.
Dan is het geen innovatie meer. Dan gaat de concurrentie ermee
vandoor.’
Op de website van My Stop Buddy staat te lezen dat het programma
is gebaseerd op ‘bestaande, bewezen en aan
stoppen-met-roken gerelateerde theorieën’. Die eerste en
laatste bewering is makkelijk te doen, de middelste –
bewezen effectiviteit – is moeilijker.
Zo gaat de applicatie ervan uit dat een stoppoging na 21 dagen
lukt (of mislukt). Die tijdsspanne is gebaseerd op de 21
dagen-theorie die erop neerkomt dat het menselijk brein in drie
weken ander gedrag aanleert.
De theorie werd rond 1960 bedacht door de Amerikaan Maxwell Maltz. Deze plastisch chirurg had ontdekt dat patiënten na een amputatie gemiddeld 21 dagen nodig hadden om aan de nieuwe situatie te wennen. Dat moest voor meer dingen gelden, vond hij. Hij schreef er een boek over, maar onderzocht niets.
Maltz’ ideeën leven desondanks hardnekkig voort. Zo niet
bij Stivoro. ‘De 21-dagen is geen evidence based methode
zoals wij die hanteren’, zegt een woordvoerder.
Vorig jaar prikten onderzoekers gaten in Maltz’ 21 dagen.
De snelheid waarmee het brein nieuw gedrag aanleert, hangt af van
welke nieuwe ‘gewoonte’ gewenst is.
Elke ochtend een glas water drinken is een gewoonte die proefpersonen in een experiment na gemiddeld 66 dagen aanleerden. Intensievere bezigheden vergden tot wel 254 dagen tot ze gewoon werden, meldde het European Journal of Social Psychology.
De studie wees niet uit of het brein andere, ‘nare’
gewoonten vergeet. Dat is niet het geval, bleek uit een onderzoek
met laboratoriumratten uit 2005. De minste prikkel is voldoende.
Een roker zal dus ook nooit kunnen stoppen met Mijn Stop Buddy.
Peter van Ammelrooy (in Kennis van 6
maart 2010)
Verzekeraar InShared voert er sinds kort op televisie campage mee, om nieuwe klanten te winnen voor inbraak- en autoverzekeringen: dna-verf om bezittingen te markeren. ‘Halveer ook uw kans op inbraak’, is de uitsmijter, die zo toch echt suggereert dat een veiliger bestaan voor het oprapen ligt. Persoonlijk hebben wij geen idee hoe groot onze kans op een inbraak is, maar natuurlijk kan altijd alles beter. Alleen: zou het waar zijn, halvering?
Het idee van dna-verf – de merknaam is SelectaDNA –
is eenvoudig. De leverancier, Rhine Group in Harmelen, maakt een
goedje waarin dna-moleculen zijn opgenomen die per klant een
eigen, traceerbare basenvolgorde hebben. Smeer een stipje
van het onzichtbare spul op grootmoeders klok en de
breedbeeldtelevisie, doe een sticker naast de voordeur waarop
staat dat er objecten zijn gemarkeerd, en een inbreker zal wel
twee keer nadenken vóór hij iets meegrist. Inbrekers houden niet
van twee keer nadenken. Dat duurt te lang. Dus nemen ze de buren.
Het gaat, zegt product-manager Donald van der Laan
van het bedrijf, in de beveiliging altijd maar om één ding:
geloofwaardige afschrikking. ‘Je kunt redeneren: InShared
wil gewoon klanten lokken en roept maar wat. Maar ze zien er
duidelijk méér in. Bestaande klanten die dna-verf inzetten,
krijgen korting op hun premie. Dan moet het lonen.’
Op het eerste gezicht heeft SelectaDNA (een setje kost €
89,50 in de winkel) de statistieken aan zijn zijde, zo suggereert
de documentatie die Rhine Group voorhanden heeft. Sinds 2008 zijn
er proeven gedaan in Venray ’t Brukske, Rotterdam Charlois,
en Amersfoort Kruiskamp. Daar werd gratis dna-verf verstrekt en
campagne gevoerd.
De resultaten zijn imposant. In het Amersfoortse halveerde het
aantal inbraken na uitreiking van de dna-verf in het eerste
kwartaal van gemiddeld 20 naar 11 aangiften op 2.500
woningen. Het aantal autokraken daalde van 50 in 2001 naar 11.
Ook in Venray en Rotterdam halveerde het aantal aangiften. In
Rotterdam werden winkels met een dna-verfdouche uitgerust tegen
overvallers; driekwart van hen bleef weg.
De vraag is natuurlijk wat al die inbrekers zijn
gaan doen. Het voor de hand liggende antwoord is dat ze hun heil
elders hebben gezocht. In de wijken Pendrecht en Oud-Charlois in
Rotterdam nam het aantal inbraken in de testperiode met 125
procent toe, van 24 naar 54. Een verschuiving van het probleem
dus.
In de dna-wijk daalde de kans om in een jaar slachtoffer van een
inbraak te worden van bijna 3 naar ruim 1,5 procent. Dat wel.
In Amersfoort gebeurde hetzelfde. Een kans van 2 procent op
een inbraak per jaar is ongeveer het landelijk gemiddelde, blijkt
uit CBS-cijfers. De dna-verf normaliseert dus vooral bekende
risicowijken.
De politiecijfers bewijzen ook dat inbrekers geen idee hebben,
maar gewoon het zekere voor het onzekere nemen. Er blijkt
namelijk nog nooit één dief of heler gepakt dankzij dna-verf. Een
gevalletje: werkt niet, helpt wel.
Martijn van Calmthout (in Kennis van 27 februari
2010)
Klein voorwerp, grote beloften. De lampen van Lightfresh zien er uit als gewone spaarlampen, maar volgens het bedrijf zuiveren ze de lucht en bieden ze verlichting aan patiënten met astma en allergieën. ‘Met slechts één lamp per 45 vierkante meter zal de ruimte binnen 3 uur tot 95 procent zijn gezuiverd van stofdeeltjes, bacteriën, geurtjes, pollen etcetera.’
De uitleg van Lightfresh komt er in het kort op neer dat in de
lucht negatief en positief geladen ionen (elektrisch geladen
deeltjes) zweven. Negatief geladen ionen smelten samen met vieze
deeltjes in de lucht. De gecombineerde moleculen slaan neer.
Mensen kunnen ‘een toegenomen mentale alertheid,
doelmatigheid en een verbeterd psychologisch welbevinden ervaren
indien de negatieve ionenconcentratie boven een bepaald niveau
ligt (ongeveer 1.000 ionen per kubieke centimeter lucht)’,
aldus Lightfresh. Zijn lampen pompen extra negatieve ionen de
lucht in.
Dat zijn lampen een ioniserende werking hebben, is volgens het
bedrijf aangetoond door het Institut für Wärme-, Klima- &
Verfahrenstechnik e.V. (IKW) in Bochum. Wie op internet zoekt,
komt tot de conclusie dat het IWK kennelijk niets anders doet dan
luchtzuiverende spaarlampen onderzoeken die als twee druppels
water lijken op de Lightfresh. Een onderzoek dat is uitgevoerd
voor het Chinees-Britse Eudemon bevat exact dezelfde inhoud als
dat voor Lightfresh.
Dat laatste is verklaarbaar: álle geteste lampen zijn volgens de
IWK-rapporten in China gemaakt. Lightfresh meldt telefonisch dat
zijn in 2009 gepatenteerde uitvinding ‘helaas veel is
gekopieerd’. Het IWK-rapport bevat metingen verricht in
2006.
De grafieken laten dalingen zien van het aantal negatieve ionen
in een ‘proefkast’ waarin een Lightfresh-lamp
brandde. Er zijn lijntjes in vier kleuren te zien, maar wat die
vertegenwoordigen is onduidelijk. Van invloed op de
ionendichtheid lijkt vooral de luchtvochtigheid in de kast. De
daling lijkt ook haaks te staan op de claim dat de lampen juist
meer negatieve ionen aan de lucht toevoegen. De stofafzetting
bedraagt 92 procent, niet het percentage dat Lightfresh op
de voorpagina van zijn website claimt.
Het IWK geeft geen antwoord op de voor de hand liggende vraag:
wat is eigenlijk de ideale ionenbalans en wordt die bereikt met
de lampen? Kan de ioniserende werking van de lamp, gemeten door
het IWK op 20 centimeter afstand, zo maar worden vertaald naar de
effecten voor een doorsnee woonkamer?
Een groter probleem is dat nog geen enkele studie heeft
uitgewezen dat we gezonder worden van ionisatie. Een zoektocht in
de medische database PubMed levert geen artikelen op die
negatieve ionen onomstotelijk een helende werking toeschrijven.
‘De positieve effecten van negatieve ionen op de
gezondheid’, schrijft het Rijksinstituut voor
Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in een literatuurstudie uit
2007, ‘kunnen wetenschappelijk niet onderbouwd
worden’.
De Bilt wint het voorlopig nog even van Bochum.
Peter van Ammelrooy
Hoeveel is zesduizend haren? Het is een van de vragen die opkomen sinds het Franse cosmeticamerk Vichy, onderdeel van L'Oréal, breed adverteert voor Dercos Aminexil SP94. Geen haargroeimiddel, luidt de waarschuwing. Wel een lotion die natuurlijke haaruitval tegengaat. ‘6.000 haren beschermd tegen haaruitval vanaf 6 weken’, aldus de trotse advertenties. En: ‘Bewezen werking versus placebo.’
Aminexil wordt al jaren verkocht. En al wemelt het op
internetfora van de mannen die er niks aan hadden, het verankert
volgens Vichy problematisch haar wel beter in de
hoofdhuid, nieuw is vooral de combinatie met SP94, een
vitaminepreparaat dat volgens de documentatie ‘de haarvezel
opbouwt’, zegt Vichy in Hoofddorp.
Na ruggespraak met haar Franse hoogmogenden stuurt ze een
samenvatting van de wetenschap achter het haarredmiddel, die
overigens al uit de jaren negentig stamt.
Vichy pakt het grondig aan. Bij 130 kalende vrijwilligers werd een klein plekje kaalgeschoren, waarna week na week de haren in de groeifase en de sterffase zijn geteld. Na zes weken zijn er mét Aminexil 8 procent meer nieuwe haren dan met een placebo; en 10procent minder stervende.
Klinkt dramatisch, maar de absolute getallen zijn ontnuchterend.
Met het middel neemt het aantal groeiende haren per vierkante
centimeter toe van 130 naar 138, het aantal afgestorven haren is
geen 100, maar stabiel op 90 per vierkante centimeter.
Een gezond mens heeft tussen de 100- en 150 duizend haren
op zijn of haar hoofd. Hij (in mindere mate zij) verliest
dagelijks van nature tussen de 50 en 100 haren, afhankelijk van
het seizoen.
Bij alopecia, de gangbare vorm van echte haaruitval bij
mannen, zijn die definitief weg, een gevolg van slechte
doorbloeding van de hoofdhuid, waardoor collageenweefsel rond de
haarwortel verhardt. Mannelijke hormonen zijn de vermoedelijke
boosdoener.
Dat leidt ook meteen naar een van de weinige, enigszins
succesvolle behandelingen: het preparaat finasteride, dat
ingrijpt op hormoonexpressie in de (hoofd)huid. 30 tot 60 procent
heeft baat bij de pillen (soms is er zelfs hergroei), die zo'n 45
euro per maand kosten. Levenslang. Bij stoppen begint de uitval
direct weer.
Het enige medisch beschreven, maar ook zonder recept te
kopen alternatief is minoxidil. Oorspronkelijk werd dat
ingezet voor het verwijden van bloedvaten bij hartpatiënten, met
als onverwachte bijwerking extra haargroei. Dit
3-hydroxy-2-imino-6-(1-pyperidyl)pyrimidin-4-amine wordt
sindsdien verwerkt in lotions die in de kalende hoofdhuid worden
gemasseerd. Bij hooguit vier op de tien mannen is succes (kruin
niet kaler zolang je smeert) aangetoond. Een flacon met een
oplossing van 5 procent (100 euro) is goed voor drie
maanden. En niet voor hartpatiënten.
Vichy's Aminexil SP94 (pakweg 75euro per maand) is chemisch
verbouwd minoxidil in lage concentratie: 1,5 procent. Zoals alle
drogisterijmiddeltjes niet genoeg voor dramatische verbeteringen,
denkt de Hilversumse huidarts en haarspecialist Loek Habbema.
‘Dan helpt alleen transplantatie.’
Martijn van Calmthout (in ket katern Kennis van
13 februari 2010)
Spaarlampen gebruiken om het milieu een goede dienst te bewijzen is aardig, maar valt in het niet bij de douche. ‘Terugwinning van de warmte van het douchewater levert de energie om gedurende een jaar de verlichting van een gemiddeld huishouden te laten branden’, zei Rada Sukkar van adviesbureau Tauw donderdag op de jaarlijkse Rioneddag. Zij spreekt van een ‘vergeten vorm van energiebesparing’.
De waterconsultant hield haar gehoor van rioleringsspecialisten
voor dat de potentie van warmte uit douchewater 66petajoule,
oftewel 66 duizend biljoen joule bedraagt. ‘Dat is de
jaarlijkse elektriciteitsbehoefte van 5,1 miljoen huishoudens, of
de warmtebehoefte van 1miljoen huishoudens’, aldus Sukkar.
Of nog anders gezegd: anderhalf keer zo veel energie als de
grootste gasgestookte energiecentrale van Europa levert, de
Eemscentrale bij Delfzijl (2.450 MW).
Terugwinning van de douchewaterenergie is eenvoudig.
‘Direct bij het afvoerputje kun je een warmtewisselaar
plaatsen’, legt Sukkar uit. ‘Daarin stroomt koud
water door een afgesloten buis langs het douchewater, dat zijn
warmte afgeeft. Het opgewarmde water gaat naar de ketel, waar het
verder wordt opgewarmd, bijvoorbeeld voor douchewater.’
Zo’n warmtewisselaar kost 250 tot 750 euro, een
investering die binnen twee jaar is terugverdiend. ‘In de
bestaande bouw is het duurder vanwege de rompslomp’, beaamt
Sukkar. ‘Daar is het handiger om op wijkniveau
voorzieningen te treffen. Er bestaan warmtewisselaars die over
een afstand van enkele meters in de rioolbuis kunnen worden
aangebracht, waarna het opgewarmde water direct naar de
stadsverwarming kan.’ Een proef in Zwolle moet meer
duidelijkheid brengen over deze vorm van
energieterugwinning uit het riool.
Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) valt Sukkar bij.
‘We hebben negen jaar geleden al aangetoond dat de
besparing door warmteterugwinning van douchewater gelijk is aan
het energieverbruik van de huishoudelijke verlichting’,
zegt Niels Sijpheer van ECN. ‘Er is toen weinig mee
gebeurd, omdat men vreesde voor zeepaanslag op de
warmtewisselaar. Ook de installateurs stelden zich toen nog
terughoudend op.’
Waterbeheeronderzoeker Bert Palsma van STOWA beaamt dat. ‘Warmteterugwinning van douchewater is een vergeten onderwerp. Het scheelt zomaar een windmolenpark. Het probleem is dat er geen industrie achter zit en de installateurs er nauwelijks mee bezig zijn.’
Dat is een misvatting, zegt brancheorganisatie Uneto-VNI.
‘Warmtewisselaars worden steeds meer toegepast, zowel in
nieuwbouw als in de renovatie. We installeren er
duizenden’, zegt woordvoerder Dick Regman. ‘Het
verbetert de energieprestatie van de woning enorm. We hebben een
norm ontwikkeld, en er bestaat een praktijkrichtlijn
Warmteterugwinning douchewater voor onze installateurs. Het is
echt een oud verhaal dat we er niet mee bezig zijn.’
René Didde (in het katern Kennis van 6 februari
2010)
Stamcellen gelden in de medische wereld vanwege hun regeneratieve vermogens al jaren als wondermiddel. De cosmetica-industrie is inmiddels ook wakker. Zo presenteerde L’Oréal-dochter Lancôme enige maanden geleden Absolue Precious Cells, huidverzorging voor vrouwen ‘van rond de vijftig jaar’, met als actief ingrediënt het ‘Basaal Reconstructie Systeem met Pro-Xylane’. Een potje nachtcrème van 50 ml kost 166,90 euro, maar dan heb je ook wat. Het spul verbetert de ‘omgeving’ van de stamcellen en stimuleert het zelfregenererend vermogen van de huid, aldus de producent.
Een boude bewering. L’Oréal doet veel onderzoek naar huidveroudering (en naar grijsheid en haaruitval), maar huidstamcellen – die onder meer voorkomen in de basale laag van de opperhuid en in de haarzakjes, en kunnen uitgroeien tot diverse huidcellen – zijn nog grotendeels terra incognita. Ze zijn heel lastig te identificeren en met behoud van hun ‘stemness’ te kweken.
L’Oréal stuurt na enig aandringen een wetenschappelijke onderbouwing toe. De grootste ontdekking van het Advanced Research Laboratorium van het bedrijf blijkt dat bij veroudering niet het aantal stamcellen in de huid afneemt, maar hun vernieuwend vermogen. De micro-omgeving van de stamcel lijkt een sleutelrol te spelen, en die moet dus gestimuleerd, zegt Karin Saalmink, pr-manager L’Oréal Luxe Producten.
Bij het onderzoek is gebruikgemaakt van ‘biomarkers’, zoals diverse soorten collageen, die achteruitgaan in de oudere huid (blijkens huidmonsters uit de cosmetische chirurgie). Toediening van de plantaardige anti-verouderingspreparaten Malus Domestica, een extract van gewone appel, en Pro-Xylane, houtsuiker uit beukenhout, geeft die biomarkers in vitro een opkikker (blijkens ‘gereconstrueerde huidmodellen’).
‘Dit is een indicatie dat dit extract werkt op de stamcellen in de huid’, aldus Saalmink. Een onderzoek onder 39 vrouwen bevestigde dit. De combinatie van in vitro-huidmodellen en een vrijwilligerstest is, benadrukt ze, gebruikelijk in de cosmetica-industrie.
Huidonderzoeker Frank de Gruijl van het Leids Universitair Medisch Centrum reageert sceptisch. Het is geen ondeugdelijk of onzinnig onderzoek, zegt hij, maar om aan te tonen dat Absolue werkt, is het lang ‘niet specifiek genoeg’. ‘Cosmetische verkooppraat dus met een wetenschappelijk tintje.’
L’Oréal, zegt De Gruijl, ‘baseert de werkzaamheid van
haar stofje op in vitro-experimenten, huidkweken dus, en neemt
aan dat het bij levende huid net zo werkt. Nu, wij werken hier
ook met huidkweken, en je bent een knappe jongen als je ze een
paar maanden gaande houdt, want ze vallen stil. Ze denken bij
L’Oréal blijkbaar dat dit overeenkomt met huidveroudering,
maar dat is zeer de vraag. Dat je bepaalde markers in een
huidkweek versterkt, wil nog niet zeggen dat je in echte huid
iets
tegen veroudering doet.’
Overigens, zegt De Gruijl, kan het stimuleren van
stamcellen
tot huidveroudering leiden.
Ben van Raaij in het katern Kennis van 16 januari
2009
Deze eerste week na Nieuwjaar was hij voor het laatst tot gek wordens toe te horen in vrijwel ieder STER-blok op de radio: de campagne 28minuten.nl, die rokers tot stoppen moet bewegen met de gedachte dat elke sigaret die je opsteekt, je 28 minuten van je leven kost.
Dat klinkt als belachelijk veel, en misschien is het dat ook
– waarover hieronder meer. Maar het is ook precies de
bedoeling dat je het nauwelijks kunt geloven, zegt woordvoerder
Hugo van de Hurk van antirookstichting Coryfeeën, samen met
Stivoro en het KWF-Kankerfonds de bedenker van slogan en
campagne. ‘Het is natuurlijk een gemiddelde, waarmee je
eigenlijk niet mag rekenen. Maar een concreet getal zet
mensen aan het denken. Het Gezondheidscentrum beveelt twee
stuks fruit per dag aan, dat is ook niet erg exact, maar wel een
duidelijke boodschap. Dat moet 28 minuten ook worden.’
Dat kleine half uur heeft Coryfeeën niet zelf bedacht. Het
komt uit een kort artikel uit 2007 van de Duitser Helmut
Gohlke en de Canadees Salim Yusuf in Clinical Research in
Cardiology. De twee artsen maken daarin een sommetje aan de hand
van gegevens uit een grote studie over Britse artsen,
geboren tussen 1920 en 1929, die in 2004 in het vooraanstaande
British Medical Journal stond. Toen die dokters 60 jaar waren,
bleken de rokers onder hen dezelfde levensverwachting te hebben
als 75 jaar oude niet-rokende vakgenoten, lazen Gohlke en Yusuf.
Rokers uit het cohort 1920-1929, redeneren ze, zijn dus 15 jaar van hun leven kwijt. Dat zijn 7.884.000 minuten. Gedeeld door 275.940 sigaretten (18 per dag) tussen hun 18de en hun 60ste, maakt dat 28,57 minuten per sigaret. ‘Deze informatie kan helpen om rokers te overtuigen om te stoppen’, concluderen de twee.
Dat denkt Coryfeeën ook. Op de site van de stichting kan iedereen
zelf invullen hoeveel hij rookt en hoe lang al, waarna er in
beeld komt hoeveel langer je leeft als je per 1 januari 2010
stopt met roken: je levensverwachting als doorroker min je
leeftijd, maal het aantal niet-gerookte sigaretten maal 28,57
minuten.
Van de Hurk: ‘Eigenlijk kun je alleen zeggen hoe veel
minder eerder een stopper overlijdt. Maar verlies stimuleert
minder dan winst.’ Op de site heten de extra maanden dan
ook opgewekt ‘een cadeautje’.
Dat geeft de stopper moed, maar klopt het ook? Basis voor
alle rekensommen is de doktersstudie van 2004 uit de
BMJste vijftien jaar dichter bij de dood staat dan een
niet-roker. Tien jaar, hooguit. Elke sigaret scheelt je dan
19 minuten.
Maar dan nog geeft niet elke sigaret minder je ook 19 minuten
extra leven. De doktersstudie bewijst dat stoppen bij 60 je
drie jaar meer geeft dan bij doorroken, bij 50 zes jaar, bij 40
negen jaar en bij 30 tien jaar. Alleen als je stopt voor je met
roken begint, is elke sigaret 19 minuten waard.
Wat die paradox verder ook betekent.
Martijn van Calmthout
Kankersommen
wetenschap, claim, kanker, kwf, radio, 6xsterkertegenkanker
Sinds een paar weken vertelt een keurige mevrouwenstem dagelijks meermalen op de radio dat we zomaar zes keer sterker kunnen worden tegen kanker. Als je kookt, aldus die radiospotjes, doe je ook een schort om; als er dan iets spettert, is de kans kleiner dat je vlekken op je mooie blouse maakt. ‘En zo is het ook met kanker. Hoeveel sterker ben jij tegen kanker? Kijk op 6xsterkertegenkanker.nl.’
Dat is gemakkelijk gezegd, maar wat betekent het eigenlijk? Want
de slogan suggereert dat er een manier is om de kans op
kanker met een factor 6 te verkleinen. Was die kans 6procent, dan
wordt de kans 1procent. Goed nieuws, zou je denken. En meteen
beginnen.
Maar zo simpel is het niet. Wie naar de bijbehorende website van
het KWF Kankerfonds kijkt, ziet dat er zes manieren zijn om iets
aan je kankerrisico’s te doen. Door verstandiger te zonnen,
niet te roken, minder te drinken, flink te bewegen, gezond te
eten en op je gewicht te letten.
Ongeveer de helft van de kankersterfte in Nederland, zegt het KWF
ook, is toe te schrijven aan zogeheten exogene factoren,
omstandigheden waar we zelf de hand in hebben door ons gedrag en
onze levensstijl. De rest is erfelijkheid, milieu en
toeval. Jaarlijks krijgen 80duizend mensen te horen dat ze een of
andere vorm van kanker hebben; jaarlijks sterven er 40duizend
kankerpatiënten.
Maar hoeveel de zes gezonde leefstijlvoornemens precies
helpen, is veel moeilijker te zeggen, erkent woordvoerder Marsja
Meijer van het KWF Kankerfonds. Zo is verstandig zonnen een
prominente actie in het lijstje, omdat er een epidemie van
huidkanker gaande is. Maar in de sterftecijfers die ze aanreikt,
komt zonnen niet voor, omdat huidkanker zelden dodelijk is.
Voor de echte cijfers verwijst KWF naar
epidemioloog prof. Bart Kiemeney van het Raboud Medisch
Centrum in Nijmegen. Hij leverde materiaal voor de campagne. Zelf
denkt hij dat maar eenderde van de kankerdoden met levensstijl
samenhangt. Met de slogan is hij niet helemaal content,
omdat die het lastige verhaal over statistiek en individuen niet
dekt. ‘Het punt is dat er twee factoren zijn: de
individuele aanleg of gevoeligheid, en de externe invloeden. Wie
veel te dik is, kan darmkanker krijgen, maar dunne mensen
ook.’
Eigenlijk, zegt Kiemeney, is alleen van niet roken goed bekend
hoe het de kansen op (long)kanker keert. 90procent van de
longkankerdoden is of was roker. Omgekeerd heeft een roker een
kans van 1 op 10 om kanker op te lopen, aan de longen, in het
hoofdhalsgebied of de blaas. Wie stopt met roken, neemt direct
een forse risicofactor voor zichzelf weg en is in één klap
misschien wel tien keer sterker tegen kanker, zegt Kiemeney. Voor
de overige vijf acties is dat overigens een stuk minder
indrukwekkend.
Hoewel gezonde mensen de doelgroep zijn, is de 6x-campagne onder
patiënten slecht gevallen, weet hij ook. ‘Mensen
concluderen dat ze kennelijk hadden moeten voorkomen dat ze
kanker hebben. Dat kun je nooit zeggen. Maar ik snap de
emotie.’
Martijn van Calmthout (in het katern Kennis van
19 december 2009)
‘Een nieuwe stap in de behandeling van kanker en artrose’, juichen de krantenadvertenties. Afzender: Quress Cytotron Center in Leiden, dat als eerste in Europa een nieuwe techniek aanbiedt: ‘Rotational Field Quantum Magnetic Resonance‘, oftewel RFQMR.
Volgens de Quress-website is het een combinatie van een
‘momentaan magnetisch veld’ en ‘roterende,
multi-frequente en -harmonische, hoogenergetische
radiogolven’, met een heilzame werking op moleculair
niveau. RFQMR zou de celspanning en daarmee de celgroei
beïnvloeden. Dit zou werken tegen onder meer artrose (door het
stimuleren van de groei van kraakbeen) en bepaalde soorten kanker
(door het remmen van de celgroei in vaste tumoren).
Na een cytotronbehandeling van drie à vier weken (één uur per
dag) heeft 80 procent van de artrosepatiënten meer
kraakbeen en 65 procent minder pijn, zegt drs. Anton Jongbloed
van Quress. Bij 30 tot 50 procent van de kankerpatiënten
vertraagt de tumorgroei, wat resulteert in tweemaal de
‘verwachte levensduur’.
‘Kanker genezen lukt nog niet, maar patiënten in de
palliatieve fase knappen er erg van op. Eén patiënt met
longkanker – hij is net overleden – had drie jaar
geleden nog zes weken. Die hebben we nog een paar jaar in leven
kunnen houden. Een wonder, zei men.’
Medici geloven niet in de cytotronbehandeling (13duizend euro
voor 28 sessies, niet vergoed door verzekeraars). ‘Waar is
het bewijs?’, vraagt dr. Margreet Kloppenburg,
LUMC-reumatoloog. ‘Ik wil dubbelblinde,
placebogecontroleerde studies zien, maar die zijn er niet.
Terwijl je bij artrose altijd een sterk placebo-effect
vindt.’
Radioloog Jelle Teerstra van het Nederlands Kanker Instituut is
nog stelliger: ‘Er is nul evidence. Ze zwaaien met
niet-gepubliceerd onderzoek waarbij de levensduur vergeleken
wordt met een ‘te verwachten levensduur’. Ze geven
iemand met een tumor op basis van een MRI-scan nog zes maanden.
Als hij na negen maanden nog leeft, heet dat een winst in
levensduur van 50procent. Hilarisch.’
Jongbloed benadrukt dat de cytotron, een uitvinding van de Indiër
dr. ir. Rajah Vijay Kumar, door keuringsinstituut Underwriters
Laboratories in Engeland is getest op veiligheid én
therapeutische werkzaamheid. De klinische data voor deze
CE-keuring blijken afkomstig van twee ongepubliceerde studies
onder 180 en 35 patiënten door Kumars eigen bedrijf, Scalene
Cybernetics in Bangalore.
Het verbaast radioloog Teerstra allemaal niets. De cytotron kán
niet werken. ‘Radiogolven hebben zo’n absurd lange
golflengte, die kun je helemaal niet richten. En zo’n
CE-keurmerk zegt niks, dat moet elk broodrooster hebben.
Gevaarlijke kwakzalverij dus, die direct verboden moet
worden.’
Jongbloed moet zuchten van de wetenschappelijke kritiek.
‘We hebben alle oncologen aangeboden onderzoek te doen. Ze
willen niet. Sommigen zijn geïnteresseerd maar zeggen: u mag
nooit mijn naam noemen. Er is nu een universiteit die onze
artrosestudie wil valideren. Welke universiteit? Kan ik nog
niet zeggen.’
De Inspectie Gezondheidszorg laat weten een klachtmelding te
hebben gekregen over Quress. ‘De zaak is in onderzoek, dus
we kunnen geen mededelingen doen.’
Ben van Raaij (in het katern Kennis van 12
december 2009)
De inkt op het papier met het voorstel was amper droog, maar dat weerhield tegenstanders van big government – het schrikbeeld van een bemoeizieke, megalomane overheid – er niet van moord en brand te schreeuwen over het jongste duurzaamheidsplan van de Californische regering. ‘De regering gaat over mijn lijk uitmaken hoe groot mijn televisietoestel is’, was de kern van de onlangs geuite protesten.
De staat van gouverneur Arnold Schwarzenegger gaat dat trouwens helemaal niet doen. Wel heeft de California Energy Commission voorgesteld om het elektriciteitsverbruik van televisies over twee en vier jaar flink te beperken. Tv’s moeten in 2011 eenderde minder stroom verbruiken dan nu en 49 procent minder in 2013. De toestellen die niet aan die eis voldoen, mogen in Californië niet worden verkocht.
Om te beginnen eerst maar eens een geruststellende constatering
voor Californiërs die een lcd- of plasmascherm wensen dat de hele
muur van de woonkamer beslaat. De regel geldt voor tv’s met
een diagonaal tót 58 inch (1,47 meter). Het staat de
kijkers vrij om ‘verboden’ tv’s in andere
staten of via internet te kopen. Ook blijft de grote
boze overheid van hun huidige toestellen af.
Tegenstanders van het plan zeggen dat er wel grotere
stroomvreters te bedenken zijn. Dat klopt: sommige
waterbedden bijvoorbeeld kosten per jaar 240 euro aan
stroom, tegen 33 euro voor een kleine lcd-tv. Maar de
tv’s namen in de jaren tachtig nog maar 3procent van het
elektriciteitsverbruik voor hun rekening, en dat is 10procent
geworden. Californië telt 35 miljoen toestellen, en elk jaar
komen er 4 miljoen bij.
De stroomconsumptie groeit omdat de technologie die platte
tv’s mogelijk maakt, steeds grotere beeldformaten aankan.
Consumenten vallen voor dat steeds bredere breedbeeld.
De California Energy Commission heeft de grens getrokken bij
58 inch, omdat deze bakbeesten slechts een fractie uitmaken
van de verkochte televisies, meldt woordvoerder Adam Gottlieb per
e-mail. Ook ontziet de commissie hiermee kleinere winkels die
specialiseren in home theatres – de systemen die
een huiskamer omtoveren in een thuisbioscoop.
‘Hoe meer inches, hoe meer stroom een toestel
verbruikt’, bevestigt Milieu Centraal. ‘Een
42 inch-tv verbruikt rond de 330 kilowattuur per jaar.
Dat is 80 euro op de energierekening. Een
26 inch-toestel verbruikt 155 kWh, oftewel
37 euro.’
Sommige fabrikanten van plasmaschermen noemen de maatregel
ongunstig voor hun producten, omdat dit soort toestellen vooral
in grotere formaten wordt verkocht. Van plasmatoestellen is
bekend dat ze meer stroom verbruiken dan lcd-televisies.
‘Dat verschil is de laatste jaren wel kleiner
geworden’, meldt Milieu Centraal. De laatste cijfers
dateren overigens alweer van 2005.
Volgens de Californische energiecommissie voldoen op dit moment
400 toestellen op de Amerikaanse markt aan de eisen die in
2011 van kracht worden. Sommige fabrikanten zeggen dat het geen
enkel probleem is dat de lat in 2013 nog hoger ligt. Eentje heeft
er zelfs voor gepleit om de strengere normen eerder in te voeren.
In Europa zijn normen in voorbereiding, weet Milieu Centraal. De
consument kan al bezuinigen door de fabriekinstellingen aan te
passen (contrast en helderheid staan veel te hoog ingeregeld) en
toestellen niet op stand-by te zetten, maar helemaal uit.
Peter van Ammelrooy
Een collega bracht uit Londen een pakje Kleenex anti-viral zakdoekjes mee. Die had ze op straat gekregen van een als Superman verklede Kleenex-vertegenwoordiger. Er zat een miniatuurkrantje bij, de Daily Tissue, met informatie over dat geheime antigriepwapen: de Kleenex-tissues schijnen 99,9 procent van de verkoudheids- en griepvirussen te doden in minder dan een kwartier.
Geweldig nieuws, nu de Mexicaanse griep voortjaagt. Het
zakdoekjeskrantje zet de griepfeiten op een rij: één nies
verspreidt 100duizend druppels, de meeste mensen niezen in hun
handen, 80procent van de infecties wordt via de handen
overgedragen.
Op de website van Kleenex valt te lezen dat de werking van de tissues wetenschappelijk is aangetoond: het citroenzuur en het natriumlaurylsulfaat in de zakdoekjes vernietigen de beschermende mantel van de virussen. Dat wetenschappelijke onderzoek wil Kimberly Clark, producent van Kleenex, ‘uit commerciële overwegingen’ echter niet laten lezen.
Daarom zette viroloog Jan de Jong, in dienst bij het Nationaal Influenza Centrum in het Erasmus MC, de literatuur over de transmissie van het griepvirus op een rijtje. Hij bevestigt dat citroenzuur en natriumlaurylsulfaat influenzavirussen effectief doden. Toch concludeert hij dat de speciale zakdoekjes weinig helpen om verspreiding van het griepvirus tegen te gaan.
Betrouwbare gegevens over de transmissieroutes van het
influenzavirus zijn schaars, zegt hij, en de meningen zijn
verdeeld. De meest gangbare theorie: een grieppatiënt die niest,
hoest of praat, draagt het virus over via de lucht. Grote
druppels komen in de mond en neus terecht van iemand die op korte
afstand staat. Transmissie over langere afstand of via besmette
handen of voorwerpen zou minder frequent voorkomen. Kortom:
‘Zakdoekgebruik helpt tegen de griep doordat het aantal
grote druppels dat vrijkomt, wordt verminderd, maar toevoeging
van ontsmettingsmiddelen aan de zakdoek heeft weinig zin omdat
overdracht via de handen niet frequent voorkomt.’
Contactbesmetting lijkt bij het RS-virus en
verkoudheidvirussen wél de meest voorkomende infectieroute, aldus
De Jong. Gebruik van zakdoekjes is hierbij dus extra effectief,
wat in diverse studies is bevestigd. Toevoeging van
desinfectantia aan de zakdoek heeft ook hier echter weinig zin,
zegt hij.
Wie ze toch bij de drogist wil aanschaffen, vangt bot; ze
mogen vanwege de strenge wetgeving in Nederland niet worden
verkocht. De zakdoeken vallen hier onder de biocidenrichtlijn:
het citroenzuur (een huishoudelijk ingrediënt, aldus Kimberly
Clark) wordt beschouwd als een bestrijdingsmiddel.
Daarom een gouden tip van viroloog De Jong om een nies te
voorkomen: ‘Duw de tong stevig tegen het voorste deel van
het verhemelte en druk tegelijkertijd een vinger op de bovenlip.
Letterlijk je snor drukken. Daarmee prikkel je zenuwen die de
opkomende nies afremmen. Lukt niet altijd, maar is het proberen
waard.’
Ellen de Visser in het katern Kennis van 28
november 2009
Midden in de zomer brachten kranten, radio- en televisierubrieken het alarmerende bericht dat zonnebanken te vergelijken zijn met arsenicum en mosterdgas. Het International Agency for Research on Cancer (IARC), onderceel van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO, had na een analyse van de wetenschappelijke literatuur vastgesteld dat zonnebanken kankerverwekkend voor mensen zijn en in dezelfde gevaarscategorie vallen als onder meer asbest en een HIV-infectie.
Volgens het IARC was aangetoond dat bruiningsapparatuur de
kans op een melanoom, de dodelijkste vorm van huidkanker, met 75
procent verhoogt. Jaarlijks komen er 132 duizend nieuwe patiënten
bij.
De branchevereniging van zonnestudio’s (SVZ) verweerde zich begin deze maand met een landelijke advertentiecampagne. Daarin werd benadrukt dat in Nederland voor zonnebanken veilige normen gelden: ze mogen niet meer uv-straling afgeven dan de zon hartje zomer aan de Middellandse Zee, en dan schakelt het apparaat na een half uur ook nog uit. Maar het kwaad was al geschied: het bezoek aan zonnestudio’s is sinds de onheilstijding met 20 procent teruggelopen.
Edoch: eind vorige week kwam de Gezondheidsraad met een
rapport dat gerust als een rectificatie mag worden beschouwd. Op
verzoek van minister Klink van Volksgezondheid keek het
adviesorgaan naar de beschikbare kennis over de gevolgen van
uv-straling. De Gezondheidsraad blijkt ‘reserves’ te
hebben over het wetenschappelijke bewijs waarop het IARC zich
baseert.
Volgens de raad is het niet zeker dat de zonnebank
verantwoordelijk is voor het ontstaan van melanomen bij
gebruikers. Het is best denkbaar, schrijft de raad, dat andere
factoren de verhoogde incidentie van melanomen daar verklaren. Zo
is gebleken dat mensen die graag gebruikmaken van de zonnebank,
ook ‘een zongedrag vertonen’ dat een verhoogde kans
op melanomen met zich meebrengt. Melanomen komen veel voor in de
hogere sociale klassen, bij mensen die geld hebben voor zowel een
zonnebankkuur als zonvakanties.
Bestuurslid Huib van Heest van branchevereniging SVZ zegt
dat hij de afgelopen week tevergeefs heeft geprobeerd de media te
interesseren voor de genuanceerde boodschap van de
Gezondheidsraad. Frustrerend, verzucht hij: ‘Mensen zijn
bang geworden voor de zonnebank, maar niet voor de gewone zon.
Terwijl die al twintig jaar in de hoogste gevaarscategorie van
het IARC staat. Ze gaan wel met hun onbeschermde huid urenlang in
de volle zon zitten. Juist dat levert de meeste risico's op.
Terwijl één keer in de tien dagen een half uurtje voorbruinen op
de zonnebank de huid beschermt.’
Nederland is op zonnebankgebied het braafste land van
Europa, zegt Van Heest: jongeren onder de 18 jaar mogen hier niet
onder de zonnebank, en de sterkte van de lampen is twee jaar
geleden al gereduceerd. De Europese branchevereniging gaat
binnenkort op tournee om andere landen ervan te overtuigen het
Nederlandse voorbeeld te volgen.
Van de Gezondheidsraad hoeft de zonnebank niet in de ban.
Het advies dat al in 1986 werd afgegeven, blijft van kracht:
‘zon verstandig en met mate’. Conclusie:
‘Een onderscheid tussen zonnebaden en zonnebanken is
vooralsnog niet gerechtvaardigd.’
Ellen de Visser (in het katern Kennis van 21 november 2009)
Peter Wassink van de firma Liquidleds in Rheezerveen bij Hardenberg wil zijn persbericht best nog wat nuanceren. Wassink importeert een nieuw type energiebesparende ledlampen uit Taiwan: Liquidleds. Dat zijn lampen waarin een heldere olie zit die de lichtgevende chip in het glazen bolletje omgeeft. Bedoeld, legt het persbericht uit, om een extra lange levensduur van de lamp van 40 duizend branduren te realiseren.
Dat getal, relativeert Wassink dus aan de telefoon meteen. Het is
eerlijk gezegd theorie. Er is geen enkele ledlamp in de
wereld die al zo lang heeft gebrand. Met vier uur per dag is dat
tienduizend dagen, oftewel een kleine dertig jaar. Wassink:
‘Wat zich wel laat uitrekenen is dat deze lamp na 40
duizend uur nog iets van 70 procent lichtsterkte over zal
hebben. Dat is een kwestie van veroudering van de gebruikte
materialen, en daarbij speelt de temperatuur van de chip de
hoofdrol.’
In de Liquidled wordt die niet hoger dan 55 graden, omdat de hitte van de lichtgevende chip via de olie buitengewoon effectief wordt weggevoerd en verdeeld over de hele lamp. Het meegestuurde exemplaar, met een vermogen van 4 watt en qua licht vergelijkbaar met een 40-wattsgloeilamp, voelt na uren branden nog steeds koel aan.
Alleen de metalen fitting is iets warmer. Maar het is niet te vergelijken met bijvoorbeeld de 6-wattsledlamp van Pharox 300, die de Postcode Loterij momenteel op grote schaal verspreidt onder zijn deelnemers. Van die lamp is de metalen behuizing aan de fittingkant al na enkele minuten niet meer goed met blote handen beet te pakken.
Is die olie, volgens de specificaties ook toegepast in babyolie, dus het ei van Columbus?
Ja en nee, zegt oprichter John Rooymans van Lemnis Lighting, de makers van de Pharox-lampen. ‘Leds produceren allemaal vergelijkbare warmte, het verschil is de manier waarop je die warmte afvoert. In de olielamp gebeurt dat met convectie in het oliebad, naar het glas. Bij ons via contact met de koelvinnetjes aan de onderkant. Die worden wat heter. Maar beide zijn effectief.’
Dat Pharox-lampen volgens de doos een levensduur hebben van ‘slechts’ 35 duizend uur, is vooral een kwestie van beloften aan de koper. Ledlampen gaan fysiek wel 100 duizend uur mee. Alleen geven ze dan lang niet meer het licht waarmee ze zijn begonnen.
Er zijn wel andere voordelen aan de olielamp, zegt importeur Wassink. Door de hoge, slanke en open vorm van de lamp geeft die meer rondom licht dan de typen die koelen met een voetje of vinnen. Daardoor geeft hij ook in een tafellamp fatsoenlijk licht op tafel.
De lampenspecialist op de hoek van de straat hoort het verhaal over de olieleds intussen met verbazing aan. Koelen? Zijn ledlampjes worden helemaal niet warm. Hier, voel maar, zegt hij, en hij legt een goedkoop Chinees spotje met een matrix van witte ledjes erin op de toonbank. Koud inderdaad.
Klopt, zegt Rooymans van Lemnis later. ‘De Chinezen pakken die dingen helemaal in acryl in, wat goed isoleert. Alleen de pootjes voeren wat warmte af. Maar zulke lampjes maken het niet lang.’
Martijn van Calmthout (in het katern Kennis van 14 november 2009)
‘Echt, wie bedenkt dat?’ Yvon, moeder van drie kinderen en student verloskunde, weet niet hoe ze het heeft op Dragen & Voeden, een ontmoetingsplek op internet voor natuurlijk ouderschap. Yvons verbazing betreft het jongste reclamespotje van Olvarit, waarin de fabrikant zijn potjes met babyvoeding aanprijst omdat die een ‘hapstructuur’ heeft.
In het spotje vraagt baby Job – met de stem van een
volwassene – baby Jip wat hij eet. Want Jobs Olvarit bevat
stukjes die bij zijn leeftijd passen: ‘Dat heet
hapstructuur.’
‘Wat moet je nou met hatstruttuur?’, brabbelt
Jip die uit een potje eet van het merk X.
Vast voedsel, legt Olvarit op zijn website uit, is belangrijk
omdat een kind nieuwe smaken leert kennen en de structuur van
vast voedsel ontdekt. Maar er is meer. ‘Omdat het heel
andere spierbewegingen van de mond en tong vraagt, is bijvoeding
goed voor de ontwikkeling van de mondmotoriek en
spraakontwikkeling.’
Olvarit van Nutricia (onderdeel van de Franse voedselfabrikant
Danone) is niet de enige die een verband legt tussen voeding en
spraakontwikkeling. Liga van de Franse koekjesfabrikant LU
(Lefèvre-Utile) doet het ook, net als Difrax, een producent van
fopspenen, babyflessen en drinkbekers. Maar is de heilzame
invloed op de spraakontwikkeling bewezen?
Charlotte Maintz, diëtiste bij Nutricia, kan geen onderzoeken
noemen waaruit zou blijken dat baby’s die voedsel zonder
hapstructuur nuttigen spraakgebreken oplopen. Maintz zegt dat
Olvarit zijn kennis heeft opgedaan bij logopedisten en diëtisten.
‘Afwijkende mondgewoonten, zoals het langdurig zuigen of
langdurig drinken met behulp van de fles met speen, kan leiden
tot interdentaal gedrag’, zegt logopediste Mieke Menheere
in een folder van Difrax. ‘Kinderen spreken dan met de tong
tussen de voortanden, ze slissen. Ook kinderen die altijd
dikvloeibare en zachte voeding of alles gemalen hebben gegeten,
kunnen dit tonggedrag laten zien.’
Andere logopedisten constateren dat kauwen, bijten, zuigen en slikken weliswaar helpen bij de ontwikkeling van mondmotoriek, maar dat dit vrij grove bewegingen zijn. De bewegingen bij het spreken zijn zeer fijn, gevarieerd en genuanceerd. Door goed te kauwen gaat een baby niet per se goed spreken.
Een speurtocht in PubMed, de database van medische studies levert
geen treffers op begrippen als ‘kauwen’,
‘spraakontwikkeling’, ‘voedsel’,
‘baby’ en ‘kinderen’.
Het Voedingscentrum in Den Haag meldt dat er wel onderzoeken zijn
gedaan naar de invloed van vast voedsel op de spraakontwikkeling
van baby’s. ‘Maar er is geen eenduidig
wetenschappelijk bewijs.’
De Groningse hoogleraar en spraakpatholoog Sieneke Goorhuis vindt
dat er weinig op het Olvarit-spotje valt af te dingen.
‘Maar kinderen leren ook goed kauwen als ze met de pot mee
eten.’ Hapstructuur is niet uniek voor Olvarit. En voor
goed leren praten is meer nodig dan alleen maar een goede mond-
en tongmotoriek, aldus Goorhuis. Jip is met merk X nog niet
verloren.
Peter van Ammelrooy (in het katern Kennis van 7
november 2009)
Op 30 april 2006 kreeg Nederland er in één klap 16 miljoen weerkundigen bij. Dat zijn geen meteorologen die de barometer monsteren. Nee, het zijn Dirk en Desiree Doorsnee die dankzij Buienradar.nl zien of ze kans lopen op een nat pak.
Buienradar.nl is een opmerkelijk fenomeen. In de zomer trok de
website maandelijks rond de 10,5 miljoen bezoekers. De groene
landkaart van Nederland waarover gekleurde vlekken springen,
trekt op hoogtijdagen meer bekijks dan Marktplaats.nl of Hyves.
Buienradar neemt radarbeelden (met tussenpozen van 5 minuten) van
het afgelopen uur en bekijkt of een bui zwaarder is geworden en
in welke richting de neerslag zich verplaatst. Hoe raak zijn die
extrapolaties? In augustus, toen er weer een
bezoekersrecord sneuvelde, was initiatiefnemer Edwin Rijkaart zeer stellig. ‘In een tijdsbestek van twee uur kun je het weer met 95 procent zekerheid voorspellen.’
Toch valt er weleens neerslag terwijl er op Buienradar geen buien
te zien zijn. Zoals vorige week zaterdag, toen de website geen
wolkje aan de hemel ontwaarde en voor grote delen van Nederland
een paraplu toch geen overbodige luxe bleek.
‘Motregen’, legt Rijkaart uit. Miezer valt buiten
bereik van de twee neerslagradarstations die Nederland rijk is.
Die druppels zijn te klein om het signaal terug te kaatsen.
Dat is de achilleshiel van de neerslagradar, bevestigt het KNMI,
dat de beelden aan Buienradar levert. ‘Motregen valt uit
een lage wolkenbasis’, legt een woordvoerder uit.
‘Die hangt op een hoogte van 500 tot 600 meter. De radar
kijkt daaroverheen. Frontale regen valt uit wolken op 1.500 tot
2.000 meter hoogte. Die wordt wel opgepikt.’ Mist is om die
reden ook onzichtbaar.
Buienradar ondervangt dat gemis door de gegevens van automatische
weerstations op de grond, satellietopnamen en normale
radarbeelden over elkaar heen te leggen, legt Rijkaart uit. Op de
website is dan ook sinds kort een motregenradar te vinden, met
overigens alleen de actuele situatie en die van anderhalf uur
daarvoor.
Er is niemand die turft of de voorspellingen van Buienradar.nl
kloppen. Maar het KNMI zegt dat de werkwijze bij gewone regen
deugt. ‘In een goed georganiseerd neerslaggebied zijn buien
in de komende twee tot vier uur goed te voorspellen’, aldus
de woordvoerder.
Hij durft evenwel geen percentage te noemen. De zekerheid neemt
af bij bijvoorbeeld zware onweersbuien. ‘Dan is er veel
dynamiek in de atmosfeer. Dan verandert er veel heel snel.’
De neerslagradar heeft ook andere blinde vlekjes. Oost-Groningen
en Zuid-Limburg bevinden zich vrij ver weg van de radarantennes
in De Bilt en Den Helder. Verdampend zeewater geeft soms valse
echo’s voor de kust. Neerslag kan ook verdampen voordat hij
de grond bereikt.
Dus geen 95 procent trefzekerheid? ‘Niks veranderlijker dan
het weer’, zegt Rijkaart. Bij twijfel paraplu mee, luidt
het devies aan Dirk en Desiree.
Peter van Ammelrooy (in het katern Kennis van 31
oktober 2009)
De kruidendrank Tancosan heeft tot medailles geleid tijdens de laatste Olympische Spelen. Op de website van producent Bioniek valt te lezen dat zes sporters die het middel dagelijks gebruikten, een gouden plak hebben behaald.
Het moet een wondermiddel zijn, het drankje dat
natuurgeneeskundige Henk Koopman heeft bedacht. Het bestaat ook
voor dieren en heet dan Microbioticum. Het stimuleert volgens hem
de aanmaak van witte bloedcellen waardoor het immuunsysteem zes
keer zo sterk wordt; het werkt tegen bacteriën en virussen, en is
een natuurlijke vervanger van antibiotica. Op de website melden
enthousiaste gebruikers het effect bij kanker en hiv.
Onzinnige claims, zegt Marie Prins, en bovendien onwettig
omdat Tancosan geen geregistreerd geneesmiddel is. Prins, lid van
de Vereniging tegen de Kwakzalverij, voert al jaren strijd tegen
de wonderdrank, en dat resulteerde in drie veroordelingen door de
Stichting Reclame Code. Die acht de websites over de producten
misleidend omdat Koopman de werking niet aannemelijk kan maken.
De klachten hebben ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)
bereikt, die een onderzoek instelt.
Prins zegt dat de acht kruiden in het drankje weinig tot
niets doen en zelfs schadelijke bijwerkingen kunnen hebben.
Koopman zegt dat Prins en de Stichting Reclame Code ‘niets
van kruiden begrijpen’ en dat hij hun de werking van zijn
drankje niet aan het verstand gepeuterd krijgt. Wetenschappelijke
onderzoeken zijn er beslist, zegt hij, maar die publiceert hij
niet ‘omdat de farmaceutische industrie meekijkt’.
De onderzoeker van de Universiteit Utrecht die het drankje
op verzoek van Koopman analyseerde, laat weten dat het middel in
laboratoriumproeven effect heeft op twee onderdelen van het
afweersysteem. Of die effecten ook daadwerkelijk optreden na
inname door mens of dier, is niet onderzocht. Medische- of
gezondheidsclaims kunnen op zijn onderzoek dan ook niet worden
gebaseerd, mailt hij. Melkveehouders schijnen enthousiast te zijn
over het middel, maar Rikilt, het Wageningse instituut voor
voedselveiligheid, kon vorig jaar in een dierstudie de claim van
Koopman niet bevestigen. Dat kan te maken hebben met de opzet van
het onderzoek. Voortzetting ervan is noodzakelijk, aldus de
onderzoekers.
‘Wij hebben zwart op wit dat de leukocyten omhoog
gaan van 11.000 naar 68.000’, laat Koopman per mail weten.
Prins leidt daaruit af dat haar opponent weinig verstand heeft
van immuniteit. ‘Je kunt niet beweren dat het immuunsysteem
zes keer zo sterk wordt; daarvoor is het te ingewikkeld. Allerlei
cellen met specifieke functies bepalen de werkzaamheid.’
Navraag bij immunologen bevestigt dat. Sterker nog: een
drastische verhoging van het aantal leukocyten is wellicht
helemaal niet zo gezond.
Koopman zegt dat een Amsterdamse kankeronderzoeker het
middel aan het testen is. Deze arts laat weten dat het drankje
hem wel is aangeboden, maar dat hij er niets mee doet.
Ellen de Visser (in het katern Kennis van 24 oktober 2009)
Roger Samson durft er 2.000 euro om te verwedden – te schenken aan een goed doel naar keuze – dat er komende winter een Elfstedentocht wordt verreden. Zo zeker is de directeur van REAP, een Canadese consultant voor duurzame landbouw, van zijn zaak.
De eerste vraag is natuurlijk waar de belangstelling van een
Canadees vandaan komt voor een stukje Hollandse folklore. Hij was
in januari 1997 in Nederland om een bezoek te brengen aan een
vriendin, mailt Samson, enkele dagen voordat de tocht voor de
laatste keer werd verreden. Sinds 1991 volgt hij het debat over
klimaatverandering. We mogen hem tot de klimaatsceptici rekenen.
Zij geloven dat de huidige snelle verandering van het klimaat
grotendeels te wijten is aan de zon. Kort samengevat luidt hun
these dat er bij een actieve zon minder wolken zijn en dat het
daardoor warmer is.
Dat idee bracht Samson ook tot zijn voorspelling. De race is
volgens hem in de vorige eeuw in veertien van de vijftien
gevallen verreden op een laagtepunt van zonneactiviteit.
De zon, zegt Samson, verkeert in zijn kalmste periode sinds 1916. Tussen 1909 en 1917 werd de tocht maar liefst drie keer verreden. De kans op een Elfstedentocht is volgens de Canadees 78 procent in een fase van minieme zonneactiviteit. 2009 lijkt qua zonneactiviteit erg op 1916. Ergo: de fans doen er goed aan hun schaatsen te slijpen.
78 procent is al weer een stukje verwijderd van ‘zeker
weten’. Maar er zijn meer redenen waarom Samsons
veronderstelling op dun ijs is gebouwd. Negen jaar geleden woedde
er in Trouw een kortstondige polemiek over dezelfde hypothese.
Toen waren het de huisweerman van de krant, Jan Visser, en wijlen
klimatoloog Bart van Mourik van het KNMI die gehakt maakten van
de link tussen het aantal zonnevlekken (zichtbaar bij verhoogde
zonneactiviteit) en een Elfstedentocht. Het ligt er maar aan
hoeveel zonnevlekken je als maatstaf neemt, zeiden zij. Fred
Spier van de Universiteit van Amsterdam legde destijds de grens
bij vijftig. Van Mourik en Visser kwamen tot meer vlekken (tot
zelfs het drievoudige) in de winters van de tochten van 1917,
1929, 1940, 1947 en 1956.
De temperatuur is ook maar een factor voor de Tocht der Tochten.
Acht van de vijftien werden gehouden in winters die op basis van
het Vorstgetal (decennia geleden ontwikkeld door een Fries) in de
categorie ‘streng tot zeer streng’ vallen. De rest
werd afgelegd in koude, normale en zelfs zachte winters.
Belangrijk is het onderzoek dat twee jaar terug de nekslag
betekende voor de theorie dat de zon de klimaatverandering
veroorzaakt. Als de zon van invloed is, zou de aarde nu juist
afkoelen, zeiden de onderzoekers Lockwood en Fröhlich. Sinds 1985
is de trend echter precies tegenovergesteld. Om die reden, werd
fijntjes geconstateerd, gaan de statistieken die worden
aangehaald in The Great Global Warming Swindle – de
‘bijbel’ van de klimaatsceptici – niet verder
dan tot 1980.
Als deze winter ‘it giet oan’ mocht klinken, is dat
niet per se alleen te danken aan een luie zon.
Peter van Ammelrooy (in het katern Kennis van 17
oktober 2009)
Opwinding in de roddelbladen en bloggerskringen: de dochter van acteurs Katie Holmes en Tom Cruise is gesignaleerd op hoge hakken. De 3-jarige Suri ‘is al net zo modebewust als haar moeder’, constateert de een tevreden. ‘Nu al verpest’, oordelen anderen.
In die laatste constatering zit een kern van waarheid, zeggen
wetenschappers van een aantal onderzoeksinstituten in Boston en
New York. Iedere schoendrager weet uit eigen ervaring dat krap of
slecht schoeisel tot pijnlijke voeten leidt. Maar het effect gaat
verder dan het hier en nu, waarschuwen de geleerden. Zij zeggen
voor het eerst te hebben aangetoond dat aandoeningen als
spreidvoeten en hielspoor hun wortels in het verleden hebben.
Ergo: haar hakken gaan Suri nog opbreken als ze groot is.
De onderzoekers voelden 3.378 mannen en vrouwen uit
Framingham (Massachusetts) aan de tand over het schoeisel dat ze
vandaag de dag dragen, en over wat ze in het verleden hadden. De
stad is niet toevallig gekozen. Al sinds 1948 houdt de wetenschap
de vinger aan de pols van de plaatselijke bevolking daar.
Aanvankelijk gebeurde dat om meer langeretermijnkennis te
vergaren over hartkwalen. De derde generatie wordt in medisch
opzicht over van alles en nog wat uitgehoord.
Uit het onderzoek – gepubliceerd in het oktobernummer van
Arthritis Care & Research – blijkt dat een kwart van de
Amerikanen bijna chronisch voetenpijn heeft. Dat gold voor
19 procent van de mannen en 29 procent van de vrouwen.
Circa 40 procent – bij beide seksen – draagt wat
als ‘verstandig’ schoeisel wordt beschouwd, zoals
sneakers en sportschoenen. 13 procent van de vrouwen draagt
hoge hakken, pumps of slippers – die orthopeden
‘foute’ schoenen noemen. 1,6 procent van de
mannen schoeit zich niet verstandig.
Kijkend naar wat de ondervraagden vroeger droegen, komen de
onderzoekers tot de slotsom dat vrouwen die op jonge leeftijd
sneakers en sportschoenen droegen, 50 procent minder
klachten hadden.
De Alkmaars registerpodoloog Ton Henselmans onderschrijft de
Amerikaanse bevindingen volledig. Voetklachten ontstaan al vroeg,
als kindervoetjes in verkeerde schoenen worden geperst. Geheel
onbegrijpelijk is dat niet: ‘Goede kinderschoenen kosten al
snel 120 euro per paar.’ Besparen op schoeisel leidt
tot zere voeten als het kind de middelbare leeftijd bereikt.
Goede schoenen zijn echter niet zaligmakend, zegt Henselmans.
‘We brengen steeds meer tijd zittend door, voor de
televisie of achter de computer. Je kunt nog zulke goede schoenen
hebben, als je je spieren niet gebruikt kun je alsnog doorgezakte
voeten krijgen.’
De meest voorkomende kwaal in Nederland is hielspoor,
botwoekeringen op het hielbeen. De voornaamste oorzaak: het
verkeerde type schoen. Vaak is dat seizoensgebonden. Henselmans:
‘In de zomer trekt 75 procent van de vrouwen slippers
aan.’ Lekker luchtig, maar de prijs betalen de voeten in de
herfst van het leven.
Peter van Ammelrooy (in het katern Kennis van 10
oktober 2009)

