Jasper in Amerika
De belevenissen van een 23-jarige Amsterdamse student in de Verenigde Staten van Amerika
VKBlog Headerimage
Dit is mijn laatste bijdrage aan dit weblog. Het afgelopen semester heb ik gestudeerd aan de Utah State University. Daar heb ik geprobeerd het conservatieve Bush-stemmende Amerika te begrijpen. Nu ben ik aan de East Coast, om familie en vrienden te bezoeken. Dit gedeelte van Amerika is meer liberal, zodat ik beide kanten van de Amerikaanse Culture War heb bezocht.

Laatst ben ik naar een speech van Paul Bremer gegaan in Washington, DC. Paul Bremer was in de jaren tachtig ambassadeur in Nederland. Maar belangrijker is dat hij in 2003 is aangesteld als de Amerikaanse bestuurder, of “onderkoning” (viceroy) in Irak. In die functie was hij medeverantwoordelijk voor de huidige chaos in Irak.

Bremer heeft een boek geschreven: My year in Iraq: The struggle to build a future of hope. In dit boek verdedigt hij zijn handelen in Irak. Hij heeft kritiek op Donald Rumsfeld, en zegt dat hij al in 2003 om meer troepen had gevraagd om de orde in Irak te bewaken na de snelle militaire overwinning.

Bremer sprak hierover bij de National Press Club. Ik had me voorgenomen hem een vraag te stellen. De meest logische vraag zou zijn naar Bremers besluit om het Irakese leger te ontbinden. Maar Bremer zelf ontkent die beslissing ooit te hebben gemaakt: “There was no army to disarm.” Alle soldaten hadden zelf gedeserteerd, aldus Bremer. Ook wilde ik niet iets vragen over zijn tijd als ambassadeur in Nederland. Hij zal niet in de geschiedenis herinnerd worden als ambassadeur in Nederland, maar als onderkoning van Irak.
Het leek mij het beste om een korte, open vraag te stellen, zodat Bremer zelf kon kiezen hoe hij zou antwoorden. Ik zou hem vragen, nam ik mij voor, hoe hij dacht dat hij de geschiedenis in zou gaan: “How will history judge you?”

We kwamen vroeg aan, en hadden een goede plek. De zaal liep vol, en er stonden een stuk of tien camera’s opgesteld. Ik zag camera’s van onder anderen ZDF, C-SPAN en CNN. Door de inleider werd Bremers rol in Irak vergeleken met de rol van generaal Douglas MacArthur als “onderkoning” van het bezette Japan na de Tweede Wereldoorlog. Dit kon ik mooi voor mijn vraag gebruiken, dacht ik.

Toen kwam Bremer zelf aan het woord (zie onderste foto). Hij sprak over hoe moeilijk zijn rol was, en hoe hard hij had gewerkt. Hij verdedigde zijn beslissingen, en benadrukte de belabberde toestand waarin het land was na Saddams dictatuur. Ook sprak hij veel over Saddams gruweldaden, en hij zei dat het goed was dat Amerika het land had bevrijd van deze “cruel dictator.” Zeker, zei Bremer, de situatie ziet er nu niet rooskleurig uit in Irak. Maar het is van buitengewoon groot belang dat wij het Irakese volk blijven helpen. Een vrije democratie in Irak is mogelijk, en is een overwinning in de oorlog tegen terrorisme. “There will be bumbs in the road, but the process is going on, and the direction is good.” We moeten ons werk afmaken, aldus Bremer, en in Irak blijven zolang als het nodig is.

Tot mijn verbazing nam Bremer totaal geen afstand van de Bush-regering. Hij herhaalde en verdedigde het beleid van Bush.

Het publiek was het niet met hem eens. Hij kreeg felle vragen, en soms liepen de emoties hoog op. Bremer gaf korte antwoorden, en ontkende dat hij vergissingen had gemaakt. Terwijl ik in de rij achter de microfoon stond, zag ik mijn kansen rijzen. Bremer zou het fijn vinden om een vriendelijke vraag te krijgen, dacht ik, die hij naar eigen inzien kon beantwoorden. Ik zag al voor me hoe de camera van C-SPAN op mij zou inzoomen, en Bremer zou antwoorden: “That is an excellent question. I think history will say…” CNN zou berichten: “Dutch student asks Paul Bremer excellent question.”

De vragensteller voor mij beweerde dat Bremer had gelogen over Amerika’s intenties in Irak. “You lied, mister ambassador!” riep de boze man. Bremer negeerde hem, en zei stoicijns: “Next question,” wijzend naar mij.

Ik knikte vriendelijk naar Paul Bremer, en zei:

“Thank you, mister ambassador. My name is Jasper Boon, I am a history student from the University of Amsterdam. I am pleased to say that I was born in the Netherlands at the time that you were the US ambassador in my country.”
Bremer lachte en zei met een Amerikaans accent: “Goedendag!” Ik vervolgde:
“Goedenavond meneer. In the introduction, your role in Iraq was compared to the role of General Douglas MacArthur in post-war Japan. Like his role in Japan, your role in post-war Iraq has also been of historic importance. My question for you is, Sir: How do you think history will judge you?”

Met kloppend hart wachtte ik naar zijn antwoord af. Paul Bremer keek mij aan, en zei:
“Well I don’t know, history will judge. You are young enough to write a book about it in the future. Next question!”

Ik was ietwat teleurgesteld. Ik had gehoopt op een meer uitgebreid antwoord. Had ik beter een andere vraag kunnen stellen? Ik zal het nooit weten.


Gelukkig ben ik vanmorgen helemaal over mijn teleurstelling heengekomen. Ik heb de mogelijkheid gehad te spreken met de 42ste president van de Verenigde Staten: Bill Clinton.

Het zit zo. Een maand geleden is Eugene McCarthy overleden. McCarthy was een Democratische senator uit Minnesota, en moet niet verward worden met de anti-communistische Republikeinse senator Joe McCarthy. Eugene McCarthy was zeer liberal, een van de eerste critici van de Vietnam-oorlog, en een (onsuccesvolle) Democratische presidentskandidaat in de verkiezingen van 1968. In de Washington National Cathedral was een dienst in nagedachtenis van deze man. Aanwezig waren meerdere leden van het Amerikaanse congres, de prominente journalist Bob Woodward, Senator Ted Kennedy, en oud-president Bill Clinton. Mijn Amerikaanse tante en ik zaten tien rijen achter Clinton.

Clinton was een van de sprekers. Hij sprak over zijn bewondering voor McCarthy en over de keer dat hij McCarthy’s schoenen had geleend: “We both have unusual big feet.”

Na afloop van de dienst liep ik naar voren. Daar stond Clinton, te praten met Senator Kennedy. Op een respectvolle afstand stonden vele bewonderaars Clinton aan te staren. Toen vertrok Kennedy, en de massa mensen durfde dichterbij te komen. Al gauw stond Clinton lachend vele handen te schudden, waaronder de mijne.

Ik bleef in Clintons voetpad lopen terwijl hij langzaam naar de uitgang liep. Hij was nu omringd door dikke rijen mensen die om zijn aandacht riepen. Meerdere bodyguards stonden om Clinton heen. Zij zorgden ervoor dat weinig mensen in de directe nabijheid van Clinton kwamen, zodat iedereen op een meter afstand naar hem stond te roepen. Telkens als Clinton naar iemand keek, kon die persoon dichterbij komen voor een foto of een handtekening. Clinton leek te genieten van de aandacht, en nam uitgebreid de aandacht voor handtekeningen en foto’s.

Hordes mensen bleven achter hem aan lopen. Alle aandacht in de grote kathedraal was gericht op Clinton. Het is ongelooflijk wat een commotie de komst van zo’n man teweegbrengt. Ik hoorde de ene volwassen man tegen de andere zeggen: “Did you touch him?” Mensen juichden omdat ze een handtekening hadden bemachtigd.

Ik bleef achter Clinton aanlopen, maar werd telkens weggeduwd door bodyguards. Toen liep ik om de horde mensen heen, zodat ik vóór Clinton stond. Langzaam liep hij op mij en mijn Amerikaanse tante af.
Toen Clinton dichtbij genoeg was, riep mijn tante: “Mister President, my nephew from Holland!” Iedereen riep om Clintons aandacht, maar deze opmerking van mijn tante vond hij blijkbaar interessant. Clinton draaide zich om naar ons, en zei: “From Holland, huh?” Ik kon geen woord uit mijn mond krijgen, maar mijn tante zei: “Could we make a picture?” Ik kreeg Clintons arm half om mij heen, en mijn tante maakte een foto van ons (zie bovenste foto). Vervolgens keek Clinton mij aan, schudde mijn hand en zei: “You know, the Dutch Lottery Show supports my efforts for AIDS medicines.” 

Iedereen stond in een kring om ons heen. Dankzij de bodyguards was niemand vlakbij Clinton, behalve ikzelf. Terwijl ik pal naast hem stond en nog steeds niet wist wat ik moest zeggen (zie middelste foto), vertelde Clinton aan de menigte over de Nederlandse Postcode Loterij, en hoe de inkomsten aan goede doelen wordt gegeven. Een van de goede doelen is de Clinton Foundation, die wereldwijd AIDS bestrijdt. Iedereen was doodstil, en voor een paar minuten praatte Clinton over Nederlandse postcodes en goede doelen. Niet het meest interessante onderwerp, maar hij had de volle aandacht van iedereen. Niemand durft deze man te onderbreken.

Vervolgens liep hij door. Na een lange tijd kwam hij eindelijk bij de uitgang. Nu lieten de bodyguards niemand meer in de buurt. Clinton zwaaide en zei: “Thank you, good bye!” Terwijl een applaus opsteeg in de kathedraal, liep Clinton naar buiten, waar drie geblindeerde wagens voor hem klaarstonden.


Zoals geschreven is dit mijn laatste bijdrage aan dit weblog. Dinsdag verlaat ik de Verenigde Staten. Ik heb tijdens mijn vijf maanden in Amerika geprobeerd dit land beter te begrijpen. Op dit weblog heb ik veel aandacht besteed aan de Culture War tussen conservatieven en liberals.
Vanmorgen bedacht ik mij iets. De Culture War lijkt op het eerste gezicht zeer diepgaand. Dit land is verdeeld tussen twee groepen die elkaar lijken te haten, en die compleet verschillende opvattingen hebben over hoe hun land eruit moet zien. 

Maar toch zijn de overeenkomsten tussen deze twee groepen nog altijd erg groot. Ik zat vanmorgen in de Washington National Cathedral met voornamelijk liberals. Wij baden allen intens voor dezelfde God als de conservatieven in de Midwest. Dat is iets dat bijna alle Amerikanen gemeen hebben.

De gebeden werden zonder problemen onderbroken met patriottische liederen. Iedereen zong uit volle borst mee:

“This land is your land, this land is my land,
From California, to the New York Island,
From the Redwood Forest, to the Gulf Stream Waters,
This land was made for you and me.”

En:

“America! America!
God shed his grave on thee,
And crown thy good with brotherhood
From sea to shining sea.”

Dezelfde liederen worden gezongen in het hele land. Dit soort van vaderlandsliefde hebben alle Amerikanen gemeen. De overeenkomsten zijn groter dan de verschillen.
Ondanks alle verschillen tussen Amerikanen, ondanks het feit dat sommige Amerikanen hun president intens haten terwijl anderen hem een Godsgeschenk noemen, blijf ik positief over de toekomst van dit land. 

Met deze woorden neem ik afscheid. Mijn Tocquevilliaanse zoektocht is voorlopig over. In de hoop dat mijn eigen land het doelloze anti-Amerikanisme achter zich laat, in de overtuiging dat wij vaak een voorbeeld kunnen nemen aan onze Amerikaanse vrienden, en met een mooie tijd achter de rug, keer ik terug naar Nederland.

Jasper.volkskrantblog.nl
Vanmorgen ben ik voor dag en dauw opgestaan, om een sessie van het hoogste Amerikaanse gerechtshof mee te maken, de Supreme Court in Washington, DC. Ik liep door een nog donker Washington naar het gebouw van de Supreme Court. Daar kwam ik om zeven uur ‘s ochtends aan. Er stonden al redelijk wat mensen in de rij te wachten, om de sessie van tien uur bij te wonen. Ik voegde mij bij de rij, en bereidde mij voor op drie uur wachten in de Washingtonse ochtendkou.

Gelukkig werd ik vermaakt. Vandaag begonnen namelijk de nominatiegesprekken voor Samuel Alito. Alito is genomineerd door Bush om de aftredende Supreme Court Justice Sandra Day O’Connor op te volgen. Als de Senaat Alito goedkeurt, wordt hij een van de negen Supreme Court Justices. 

Dit was voor vele Amerikanen reden om in alle vroegte naar de Supreme Court te komen, om hun mening over Alito te uiten. Terwijl ik in de rij stond te wachten, verzamelden steeds meer mensen met borden en spandoeken zich voor de trappen van de Supreme Court. Veel mensen droegen een rood T-shirt met een grote A. Dit waren de voorstanders van Alito. Deze groep Alito-aanhangers werd steeds groter. Op hun borden stond: “Wyoming Wants Alito” of “Virginia Wants Alito”. Ook zag ik borden met de tekst “Filibustering Is Cowardly” en “Real Men Don’t Filibuster”, verwijzend naar de mogelijkheid dat Democratische senators de benoeming van Alito frustreren door de eigenaardige methode van filibustering.

Natuurlijk ging het ook over abortus. Als je een verhit debat wilt hebben in Amerika, dan moet je het over abortus hebben. Ik zag teksten als: “Justice For All: Born & Preborn”, “Reverse Roe” en “Roe Has Been Saved! She Is Now Pro-Life”, verwijzend naar het oordeel van de Supreme Court Roe v. Wade uit 1973 dat een recht in de Amerikaanse grondwet zag voor abortus.

Al deze Alito-aanhangers waren opvallend jong. Een van hen had een gitaar bij zich. Iedereen ging om hem heen staan, en ze begonnen Christelijke liederen te zingen. Daarna ging iedereen op de knieen. “Jesus, we pray for Judge Alito…” Helaas werd dit gebed verstoord door een menigte die al langere tijd op de trappen van het gerechtsgebouw stond, maar nu plotseling begonnen te schreeuwen. “Alito and Bush will outlaw abortion and women will die!” Ze renden schreeuwend om de biddende kring heen, zwaaiend met borden: “No To Alito!” “Oppose Alito Save Roe!” “Bush Step Down!” Sommige meisjes hadden zich witte schorten voorgebonden, die met rode verf besmeurd was. Zij hadden dikke naalden bij zich. Hiermee wilden zij waarschuwen dat vrouwen, als abortus illegaal wordt, op onveilige en nogal gruwelijke wijze zelf abortus zullen plegen, met gevaar voor eigen leven.

Dit tafereel werd gespannen door mij gadegeslagen. Helaas heb ik de uitkomst niet gezien, want het was reeds half tien en we werden het gebouw binnengelaten.
We liepen door lange zuilengalerijen en langs borstbeelden van oude rechters. Na gedwongen al mijn bezittingen te hebben ingeleverd bij de garderobe, werden we de Courtroom binnengelaten. Dat is een welhaast heilige ervaring. Een grote zaal vol marmeren zuilen en een hoog plafond, en negen grote stoelen waar de rechters komen te zitten. Alle electronica zijn verboden in deze zaal. Televisie en radio worden geweerd. Ook mag er niet gefotografeerd worden. Alles wat wordt besproken, wordt opgeschreven door de klerk. Na de zitting worden de aantekeningen razendsnel uitgewerkt, en een half uur na de zitting worden de uitspraken bekend gemaakt.

Ieder werd door de bewakers een plaats toegewezen. We mochten geen woord zeggen. Met ingehouden adem en in absolute stilte wachtten we de komst van de rechters af.
Na tien minuten kwam een man van achter een gordijn te voorschijn. Hij zei iets in de trant van: “Oh yea! Oh yea! Oh yea! God bless the United States and this honorable Court!” Iedereen stond op, en de negen rechters traden de zaal binnen. Nadat de nieuwe Chief Justice John Roberts een eed had afgenomen, konden we beginnen.

Ik was getuige van zaak 04-1360: Hudson v. Michigan. De casus is als volgt: Een man in Detroit had cocaine en illegale wapens in zijn huis. De politie was hiervan op de hoogte. Politieagenten deden een inval in zijn huis, waarvoor toestemming was gevraagd en gekregen bij de rechter. Echter, de agenten moesten eerst op de deur kloppen en dertig seconden wachten, zoals jurisprudentie had bepaald. De agenten klopten wel op de deur, maar trapten de deur reeds na vijf seconden in. Is het verkregen bewijsmateriaal, de aanwezige cocaine en wapens, dan nog wel geldig?

De ene zijde beweerde van niet. Het was ongeldig verkregen materiaal, de zogenaamde “knock-and-wait-procedure” (woorden van de advocaat) was niet in acht genomen. Bovendien is inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de man op zijn deur, door zonder geldige reden zijn deur in te trappen en dus te beschadigen.

De andere zijde beweerde dat het bewijsmateriaal wel geldig verkregen was. Er werd een onderscheid gemaakt tussen het binnentreden zelf (gerechtvaardigd, want de rechter had er toestemming voor gegeven), en de wijze van binnentreden (ongerechtvaardigd, de agenten trapten de deur te snel in).

De advocaten werden uitgebreid ondervraagd door de rechters. Justice Antonin Scalia en Justice Ruth Bader Ginsburg stelden verreweg de meeste vragen. Af en toe maakte Justice Scalia op sarcastische toon een juridische opmerking die ik niet begreep, maar die de hele zaal deed grinniken. De advocaat verdedigde zich echter waardig: “Justice Scalia, I respectfully disagree.”

Het is een publiek geheim dat Justice Clarence Thomas nooit een woord zegt. Ook tijdens deze zaak hing Justice Thomas zwijgend onderuitgezakt in zijn stoel. De zwijgzame houding van Justice Thomas leidt tot veel speculaties in Washington. Boze tongen beweren dat hij regelmatig tijdens rechtszaken indut.

Ikzelf was trouwens pijnlijk underdressed. Iedereen in de Courtroom, ook de bezoekers, kwamen zeer netjes gekleed. Veel rechtenstudentes in dure mantelpakjes. Zelfs de bewakers waren strak in het pak. Ik maakte met mijn spijkerbroek en oude trui geen goede indruk. Even was ik bang dat ik verwijderd zou worden wegens “contempt of the court”, maar deze schande is mij bespaard gebleven. 

Het was bijzonder om deze sessie van de Supreme Court mee te maken. Aangezien ik laatst ook in de Senaat was, heb ik nu al twee van de drie “branches of government” gehad. Ik zou ook een rondleiding krijgen in het Witte Huis, maar dat is helaas door omstandigheden niet doorgegaan. Gelukkig was President Bush niet te beroerd om even naar buiten te komen. (Zie foto.) 

Deze stad bevalt mij goed. Laatst ben ik naar een debat gegaan met George McGovern. McGovern was in 1972 de presidentskandidaat voor de Democratische Partij. Hij werd genadeloos verslagen door President Richard Nixon. McGovern sprak over zijn ervaringen in de politiek. Na afloop van het debat ben ik even met hem gaan praten. Daar stond ik, te praten met levende geschiedenis. Helaas was ons gesprek kort. Ik zei, terwijl ik enthousiast zijn hand schudde: “I am a Dutch history student!” Zijn antwoord was: “Ah!”, en vervolgens werd zijn aandacht afgeleid door een andere man die hem begroette.

Binnenkort ga ik naar een debat met Paul Bremer. Paul Bremer was verantwoordelijk voor de orde in Irak na de val van Bagdad in mei 2003. Volgens velen, waaronder ikzelf, heeft Bremer vergissingen gemaakt van historische proporties, waar de huidige opstandelingen in Irak van hebben geprofiteerd.
Ik ben aan het broeden op een goede vraag die ik Paul Bremer kan stellen. Tips zijn welkom.

Wil je lezen hoe mijn avonturen in Amerika aflopen? Houd dan dit weblog in de gaten.

Jasper.volkskrantblog.nl

Jasper in Amerika deel 58: Publiek debat

zaterdag 7 januari 2006 04:18
Ik volg het Amerikaanse publieke debat op de voet. De discussies die in Amerika gaande zijn, zijn belangrijker dan de discussies die in Nederland gaande zijn. De Amerikaanse politiek heeft namelijk rechtstreekse invloed op de wereld. De Nederlandse politiek niet. The stakes are higher here. Dat maakt het Amerikaanse publieke debat spannender.

Maar het publieke debat in Amerika heeft ook zijn nadelen. Er is een soort felheid in het debat ontstaan, die niet gezond is. Het debat lijkt vergiftigd.

Gisteren was ik in Washington, DC, bij een debat met de Democratische congresman John Murtha. Murtha heeft zich laatst uitgesproken voor een onmiddellijke en volledige terugtrekking uit Irak, waarmee hij een zogenaamde Murthquake in het Amerikaanse publieke debat veroorzaakte.

Naar deze omstreden man ging ik luisteren. Op straat voor het gebouw waar Murtha zou spreken, had zich een grote menigte mensen verzameld. Aan de ene kant stonden tegenstanders van Murtha. Een booskijkende man omschreef met luide stem het beleid van Murtha als volgt:
“Never mind we’re building a democracy! Never mind Saddam supported Palestinian suicide bombers to kill innocent Jewish children in Israel! Never mind the American army liberated the Iraqi people! Let's leave the Iraqi people in the hands of terrorist killers! Let's surrender!”
Een andere man had een spandoek bij zich met de tekst: 
"Policy of Democratic Party for Iraq:
1: Cut
2: Run"

Hierboven is een foto te zien die ik gemaakt heb van deze demonstranten die tegen terugtrekking uit Irak zijn.

Er waren ook demonstranten die wel voor terugtrekking uit Irak waren. Ik kreeg een folder in de handen gedrukt. Hierop stond dat de oorlog in Irak onrechtvaardig is, dat Bush tegen abortus is, en dat “Christian fundamentalism” een grote rol speelt in Bush’ beleid. Vervolgens stond er:

“People look at all this and think of Hitler – and they are right to do so. The Bush regime is setting out to radically remake society very quickly, in a fascist way, and for generations to come.”

Tussen deze mensen moest ik mij dringen om het gebouw binnen te komen. Tijdens het debat met Murtha maakte iemand uit het publiek een opmerking. Ook hij vergeleek Bush’ beleid met het beleid van Hitler. Zijn opmerking werd met applaus ontvangen.

Dit soort vergelijkingen vind ik niet kunnen. Het is een voorbeeld van een vergiftigd debat. Je kunt niet op beschaafde wijze met elkaar discussieren, als er met dit soort termen wordt gesmeten. Waarom ik vergelijkingen tussen Bush en Hitler niet vind kunnen, schrijf ik in Deel 47: Bush=Hitler?
Al die protesten, en het feit dat een vergelijking met Hitler met applaus wordt ontvangen, dat alles vind ik een teken van een vergiftigd debat.

Het debat in Amerika is op nog andere wijze vergiftigd. Dit is aan de Republikeinse Partij te wijten. De Republikeinen hebben ervoor gezorgd dat kritiek op Bush’ beleid onpatriottisch lijkt. Mensen die voor een terugtrekking uit Irak pleiten, worden laf en on-Amerikaans genoemd. Mensen die hun president niet steunen, worden onpatriottisch genoemd.
Natuurlijk is het niet on-Amerikaans om het beleid van de Amerikaanse regering te bekritiseren. Integendeel, het is juist Amerikaans om dit te doen. De vrijheid van meningsuiting is een van die dingen die Amerika zo’n geweldig land maken.

Om niet als onpatriottisch over te komen, werd het eerste kwartier van het debat met Murtha uitgebreid benadrukt hoe groots Amerika is, hoe dapper de troepen zijn, en hoe geniaal de Founding Fathers zijn. Opdat er geen twijfel over bestaat: Ook critici van Bush zijn patriottisch en Amerikaans.
Het is goed dat dit gebeurt. Ik vind het jammer dat Nederlanders het zelden over hun Founding Fathers hebben. Niemand weet iets af van Willem van Oranje of Prins Maurits. Als grootste Nederlander aller tijden hebben wij Pim Fortuyn gekozen.

Dit is dus een teken van hoe het publieke debat in Amerika beter is dan in Nederland. Daar kunnen wij wat van leren. Maar het is goed dat het Nederlandse debat niet zo vergiftigd is als in Amerika. Protesten zoals ik gisteren zag, komen in Nederland minder voor. Als de rechtse VVD’er Hans van Baalen ergens in debat gaat (zoals binnenkort bij de Amsterdamse studentendebatvereniging Bonaparte), staan er geen schreeuwende menigtes voor de deur. 


Op dit weblog houd ik mijn belevenissen in de Verenigde Staten van Amerika bij. Het afgelopen semester heb ik aan de conservatieve Utah State University gestudeerd, op zoek naar de denkwereld van de Bush-stemmer. Nu reis ik door de Oostkust van Amerika. Al mijn belevenissen zijn hier te lezen.

Jasper.volkskrantblog.nl

Jasper in Amerika deel 57: Boek

woensdag 28 december 2005 19:15
Mijn oudoom heeft mij een boek kado gedaan. Het boek heet “Historie des Ouden en Nieuwen Testaments”, en is uitgegeven in het jaar 1700, te Amsterdam. Mijn oudoom is geemigreerd naar Amerika, en vond dat dit boek beter terug naar Nederland kon komen. Daarom heb ik het van hem gekregen, onder de belofte dat ik het aan mijn Nederlandse kleinkinderen zal doorgeven.

Het is een prachtig boek. Alleen de taal al is om tranen van in de ogen te krijgen. Althans, dat effect heeft het bij mij.
Het boek beschrijft de geschiedenis van de Bijbel. Het bevat uitgebreide historische kaarten, waarop de plaats van het Hof van Eden of de dwalingen van het Joodse volk door de woestijn te zien zijn. Sta mij toe enkele stukken te citeren. De schrijver, Pieter Mortier, heeft het boek opgedragen aan een zekere Antony Heinsius. Dat doet hij als volgt:


AAN DEN WEL EDELEN

GESTRENGEN HEER,

DEN HEER

ANTONY HEINSIUS

RAAD PENSIONARIS

Van de Edel Groot-Moogende Heeren Staaten
van Holland en West-Friesland,

ZEGELBEWAARDER VAN HET GROOT ZEGEL
VAN HOLLAND, STADHOUDER EN
REGISTERMEESTER VAN DE
HOLLANDSCHE LEENEN:

MIDSGADERS

Onlangs GEVOLMACHTIGDE van de Hoog-
Moogende Heeren Staaten Generaal der Vereenigde
Nederlanden op de Vreedehandeling te
Ryswyk. &c. &c.


Dan volgt de meest nederige brief die ik ooit heb gelezen. Geschreven door de “onderdaanigste en gehoorzaamste dienaar” Pieter Mortier, aan de “wel edele gestrenge heer” Antony Heinsius:


WEL EDELE GESTRENGE HEER,

Dat uyt het leezen der Bybelsche geschiedenissen niet alleen groote stichtinge, maar ook een rechtschapene kennisse voor persoonen van allerley staat te scheppen zy, is eene algemeene waarheyd. Want behalven het leerzaam vermaak dat uyt de Historie des Bybels voorkomt, vindt men ‘er een menigte van godvruchtige voorbeelden, die een’ aandachtigen Leezer op een aangenaame wyze bekooren, en krachtiglyk tot de Deugd aanprikkelen. Hierby komt nog, dat zelfs schrandere en dooroefende Staatkundigen, uyt deeze heylige Historie voortreffelyke en heylzaame lessen konnen haalen, en daar uyt leeren hoe loffelyk in de aaloude tyden de onvermoeide Moses, de heldhaftige Josua, de yverige Samuël, de godvruchtige David, de wyze Salomon, en veele andere voortreffelyke mannen, Gods uytverkooren volk eertyds hebben geregeerd. Deeze en andere aanmerkingen hebben my aangepord om dit heerlyk werk zo veel als doenlyk was door Printen te verbeelden. En weetende de hooge achtinge die U ED. voor de heylige bladen heeft, heb ik de vrymoedigheyd genomen om deeze Historie des Bybels aan U ED. op te draagen, vastelyk vertrouwende dat het UWE WEL EDELHEID niet verveelen zal, onder de veelvuldige beezigheden die U ED. gestadiglyk omringen, somtyds ook een oog te slaan op deeze Bybelsche geschiedenissen, die om haare uytsteekende waardy, alle andere Historiën zo verre overtreffen, als de Zon de mindere starren in glans en heerlykheyd te boven gaat. Ik zal my alhier, WEL EDELE GESTRENGE HEER, niet inlaaten in den lof uwer deugden: Uw naam is zo vermaard, dat ik nooit bestaan zoud hebben den zelven aan ‘t hoofd van eenig werk te stellen, ‘t welk door de grootheyd van het onderwerp niet magtig was om den luyster daar van te evenaaren: en Uwe voorzigtigheyd, bescheydenheyd, en oprechtigheyd, zyn zo wel bekend, dat het ongevoegelyk zou konnen schynen voor iemand van myn beroep, Uwe ooren met een verhaal daar van lastig te vallen. My is dan niets meer overig, WEL EDELE GESTRENGE HEER, dan zeer oprechte en vuurige wenschingen voor de behoudenisse van Uw persoon, en voor de voorspoed uwer hoogwigtige Bedieninge te doen, en U ter zelfder tyd zeer ootmoediglyk te bidden, my met uwe bescherminge te willen gewaardigen, en toe te staan dat ik met een diepe eerbiedigheyd my noeme,

WEL EDELE GESTRENGE
HEER,

UW WEL EDELHEIDS

Onderdaanigste en Gehoorzaamste
Dienaar

PIETER MORTIER


Na deze brief volgt de “Voorreede”. Pieter Mortier maakt zich zorgen om een paar verschijnselen die hij in het Amsterdam van het jaar 1700 ziet. Zo vindt hij dat de Bijbel te weinig wordt gelezen. Hierover schrijft hij:


Maar twee dingen maaken de menschen doorgaans verzuymelijk ontrent dit leezen; ‘t één is de lengte der gódlyke Schriften, dewelke alle byeen gevoegd zynde zulk een boek uytmaaken waarnaar de traagheyd van ‘s menschen geest zich niet wel kan schikken, voornaamelyk wanneer by die traagheyd eene verstrooijing van gedachten komt, die het gewoonlyk gevólg is van de menigvuldige beezigheden der meeste menschen: ‘t ander is de groote verscheydenheyd der geschiedenissen in de Schrift verhaald, die menigmaal den draad der Historie schynen af te snyden, inzonderheyd in de boeken des Ouden Testaments.


Maar niet alleen wordt de Bijbel te weinig gelezen, men leest ook teveel “onnutte” boeken. Hierover schrijft Pieter Mortier:


Zou men wel te veel konnen wenschen, dat de waereld niet zo vervuld wierd, gelyk ze wordt, met zo veele onnutte boeken, menigmaal verderflyk voor ‘t geloof en de goede zeeden; met boeken die onder de bekoorlykheyd van iets nieuws, aan weetgierige persoonen zo veel tyds ontsteelen, daar zy gansch geen voordeel uyt trekken tót gódvruchtigheyd, en die hen in ‘t tegendeel van het leezen van goede boeken afleyden, en veeltyds denkbeelden in hun gemoed laaten, die ‘t beter was dat ‘er nooit ingang gekreegen hadden?


Dit overziend hebbende, is de schrijver bang dat ook zijn boek misschien te weinig gelezen wordt. Om dit te voorkomen, heeft hij zijn boek aantrekkelijker gemaakt. Hij heeft vele “printverbeeldingen” in zijn boek afgedrukt. In de woorden van Pieter Mortier:


Al de waereld weet hoe zeer diergelyke printverbeeldingen, als ze wel gemaakt zyn, het verstand der zaaken die men leeft ophelderen, en hoe krachtig zy de geheugenisse te hulpe komen om de aanmerkelykste bedryven te onthouden. Maar al de waereld weet ook wel dat het zeer moeijelyk valt Plaatsnyders te vinden die volkomenlyk bequaam zyn om aan hun werk die zwier van overeenkomst, die houding en stand, en die fyne en zachte trekken te geeven, welke alle de aardigheyd en cieraad aan zodaanige afbeeldingen byzetten, die zonder dat aan ‘t oog verveelen, en in een hoek van ‘t huys verschooven worden, of in de winkels leggen te slingeren. Om dan voor te komen dat aan ‘t werk waarop ik toeleyde niets diergelyks mogt te beurt vallen, heb ik vlytig gezocht naar de bequaamste en vermaardste Meesters, zo in de Teken als Schilder-konst, en in ‘t plaatsnyden, welke ik heb konnen vinden; en ik heb geene kosten gespaard om hunnen arbeyd te betaalen, en hen aan te moedigen om ‘t werk zo volkomen en net te maaken als ‘t moogelyk was.


Wel, de “Plaatsnyders” hebben hun werk “bequaam” gedaan: De “printverbeeldingen” hebben ook na drie eeuwen nog “fyne en zachte trekken” en “alle de aardigheyd en cieraad”. Ik zal Pieter Mortier bedanken door zijn boek een ereplaats te geven in mijn boekenkast in de stad die wij delen, Amsterdam.

Sta mij toe, weledelgestrenge lezer, dat ik mij met diepe eerbiedigheid noem, Uw onderdanigste en gehoorzaamste blogger,

Jasper Boon

Jasper.volkskrantblog.nl
Deze Kerst logeer ik bij mijn Amerikaanse familie in Pennsylvania. Mijn oudoom is in 1950 geemigreerd naar Amerika. Hij is een succesvolle immigrant gebleken. Gepensioneerd na zijn carriere als bankier, woont hij nu met zijn Amerikaanse vrouw in een groot huis in een rijke voorstad van Philadelphia, Pennsylvania. Al zijn Amerikaanse kinderen en kleinkinderen zijn naar dit huis gekomen om Kerst te vieren. Ik ben er ook bij.

Vanmorgen zijn wij met de hele familie naar de kerk gegaan. Aangezien mijn oudoom zich heeft bekeerd tot het Katholicisme en hij zijn kinderen Katholiek heeft opgevoed, gingen we naar een Katholieke kerk. In onze mooiste kleren reden wij in onze Volvo’s en Lexussen naar de kerk. Het bleek een modern groot gebouw te zijn, gebouwd Anno Domini 2000. Boven de ingang hing een Amerikaanse vlag naast de geel-witte vlag van het Vaticaan.

We begonnen met gezang. Zonder moeite zong iedereen in het Latijn mee:

“Adeste fideles laeti triumphantes
Venite venite in Bethlehem
Natum videte Regem angelorum
Venite adoremus venite adoremus
Venite adoremus Dominum.”

Vervolgens liep een man in een witte jurk met gevouwen handen vroom naar het spreekgestoelte. Daar aangekomen begon hij in onvervalst Amerikaans accent te preken. We beden voor vele mensen:

“For our church leaders;
For our civil leaders;
For the military personnel in war-torn areas;
For parents, guardians and grandparents;
For the children;
For the poor and the homeless;
For all who have died;”
Etc.

Het is minder bombastisch dan wat ik gewend ben uit Utah. In Utah bidt men voor “our President George W. Bush, may the Lord be with him in these difficult times.” Hier bidt men simpelweg voor “our civil leaders.” In Utah bidt men voor “the courageous men and women in uniform who are defending our freedom in Iraq and Afghanistan and around the globe.” Hier bidt men simpelweg voor “the military personnel.”

Terwijl de priester preekte over Ben Franklin en Jezus Christus, dacht ik aan wat een van deze Amerikanen de vorige dag tegen mij zei. Een aangetrouwd familielid van mij is een succesvol hartchirurg in Chicago. Hij vertelde me dat hij jaarlijks tienduizend dollar aan de Katholieke kerk schenkt, voor charity. De charity foundations van de Katholieke kerk spenderen slechts 4 procent van hun inkomsten aan administratie, vertelde deze man. Dat is veel beter dan andere goede doelen, en zeker veel beter dan overheidsinstellingen. Het betekent dat 96 procent van wat hij geeft, bij de armen terechtkomt. De overheid verkwanselt veel te veel geld aan overbodige administratie en inefficient beleid.

Mijn familielid klaagde dat hij gedwongen belastinggeld betaalt, dat wordt uitgegeven aan armenzorg van de overheid. Maar kerken kunnen zoiets veel beter doen. Als mijn familielid minder belasting zou betalen, zei hij, zou hij jaarlijks twintigduizend dollar in plaats van tienduizend dollar aan de Kerk geven. Verlaag de belastingen, en mensen zullen meer aan vrijwilligersorganisaties uitgeven. Zo worden de armen beter geholpen en kunnen de rijken zelf bepalen wat ze met hun geld doen.

Na deze morgen ben ik weer overtuigd van de heilzame rol van religie voor een samenleving. In Utah begon ik daaraan te twijfelen. Ik kwam veel voorbeelden van de religious right tegen. Zij vermengen religie en politiek, en zijn te onverdraagzaam. Dat bevalt mij niet. Het soort religie dat ik in deze kerk in Pennsylvania tegenkwam, bevalt mij veel beter.

De meeste kinderen van mijn oudoom zijn bankier of arts geworden. Toch knielen ze allemaal voor een beeld van Christus aan het kruis. Het is goed dat deze mensen wekelijks naar de kerk gaan. Ook al hebben ze het gemaakt in het leven, ze erkennen dat er een Hogere Macht boven hun staat. Het maakt ze, ondanks hun succes, nederig en dankbaar.
Ook worden ze continu herinnerd aan hun medemens die minder goed af is. Het was ontroerend om te zien hoe al die rijke mannen in dure pakken op hun knieen gingen, biddend voor “the poor and the homeless.”

Maar ze doen meer dan bidden voor de armen. They put their money where their mouth is. Mijn familielid de hartchirurg geeft tienduizend dollar per jaar aan Katholieke armenzorg. Dat is niet niks. Ik ben het er helemaal mee eens dat armenzorg via kerken en de civil society beter is dan via de overheid. Een vrijwilliger bij de kerk wil echt helpen. Hij is bezorgd om de armen in de wereld, daarom doet hij vrijwilligerswerk. Een overheidsambtenaar zit duimen te draaien in een kantoor, en is minder oprecht bezorgd om de armen. Hij doet het werk omdat het zijn baan is. Hij is minder efficient, en zijn zorg is onpersoonlijk.
Mijn familielid gaat echter verder dan ik zou gaan. In Amerika mag er wel iets meer overheidszorg zijn, en de belastingen hier zijn al laag genoeg. Maar het principe deel ik.

Dit soort Christendom is dus toe te juichen. Het is het soort Christendom dat wij in Nederland node missen. Onze kerken lopen leeg. Steeds minder Nederlanders knielen voor een beeld van Christus aan het kruis. Je staat naakt voor God. Maar als je niet in God gelooft, hoef je daar niet bang voor te zijn. Je zal minder snel tienduizenden dollars aan goede doelen geven. Bovendien betaalt men in Nederland al eindeloos veel belasting, en verwacht men dat de overheid de problemen oplost.

Ja, wat dat betreft kunnen we nog veel van Amerika leren. Daarom zeg ik: Laten wij een voorbeeld nemen aan deze kerk in Pennsylvania. Laten wij in Nederland minder vertrouwen op onpersoonlijke overheidshulp, en meer op kerken en de civil society. Laten wij religieuzer worden, en meer geld geven aan kerkelijke instellingen. Laten wij dat heilloze secularisme achter ons laten. Venite adoremus Dominum!

Jasper.volkskrantblog.nl

Jasper in Amerika deel 55: In de US Senate

donderdag 22 december 2005 07:27
Het afgelopen semester heb ik gestudeerd aan de Utah State University. Daar probeerde ik er achter te komen waarom  Amerikanen George W. Bush tot hun president hebben gekozen. Tot dat doel had ik mij geintegreerd in de Amerikaanse samenleving. Ik ging naar een protestantse kerk, ik bezocht meerdere bijbelclubjes, ik volgde een officiersopleiding bij het Amerikaanse leger, in de weekenden ging ik schieten of paardrijden met vrienden.

Mijn conclusie is dat deze Amerikanen nog verder van Nederlanders afstaan dan ik ooit had gedacht. Op het gebied van symboliek, macht, religie, ethiek, interesses, angsten en verlangens zijn deze Amerikanen onbegrijpelijk voor Nederlanders.
Mijn bevindingen zijn in de voorgaande 54 delen van dit weblog te vinden.

Na een lange treinreis vanuit Utah ben ik dinsdag in Washington, DC, aangekomen. Hier logeer ik bij mijn Amerikaanse tante. Zij is, in één woord, fantastisch. Dinsdag, meteen na mijn aankomst, had ze een afspraak voor mij geregeld met Trudy Vincent. Trudy Vincent is de legislative director van Senator Bingaman. Senator Bingaman is een Democratische senator voor de staat New Mexico. Ook Senator Bingaman heb ik even gesproken.

Deze man is een van Amerika’s honderd senators. Zijn kantoor ligt naast het kantoor van Senator Joe Lieberman. In de US Senate zit hij naast Senator John Kerry. Een belangrijk figuur dus. En wat blijkt: Deze man is nog meer geinteresseerd in mij dan ik in hem! Mijn tante had hem verteld over mijn tijd in Utah. De senator bleek geinteresseerd in mijn avonturen in Utah. Zijn interesse verbaasde mij.

Ook heb ik een lange tijd per telefoon met Dan Maffei gesproken. Dan Maffei hoopt per 2006 congresman te zijn voor een district in de staat New York. Ook hij was opvallend geinteresseerd in mijn onderneming om naar Utah te gaan.

Dit verbaasde mij enigszins. Deze mannen staan hoog in de Amerikaanse machtshierarchie. Amerika is het machtigste land ter wereld. Niet vaak spreek ik zulke invloedrijke personen. Waarom zouden zij geinteresseerd zijn in de belevenissen van een simpele Amsterdamse student?

Het kan pure beleefdheid zijn. Maar een drukbezet man geeft niet zoveel van zijn kostbare tijd op uit beleefdheid. Zeker niet jegens een Nederlander, die toch niet op hem kan stemmen.

Volgens mij zijn zij geinteresseerd in mijn belevenissen in Utah om de volgende reden. Deze Democratische politici weten ook niet waarom zoveel Amerikanen op Bush stemmen. In de Amerikaanse culture war (zie Deel 9: Culture War, Deel 15: Culture War part II, Deel 23: Culture War part III, en de rest van mijn weblog) weten beide kanten opvallend weinig van hun tegenstander af. Conservatieven denken dat liberals de duivel zelf zijn, liberals begrijpen werkelijk niet waarom al die conservatieven toch op zo’n domoor als George W. Bush kunnen stemmen.

Ik nu ben naar de meest conservatieve staat van Amerika gegaan. Daar heb ik antwoord proberen te vinden op de vraag die Democraten zichzelf stellen: Wat maakt Bush toch zo populair? In de hoop dat ik het antwoord op die vraag weet, zijn deze politici geinteresseerd in mijn bevindingen.

Ik hoop dat ik Senator Bingaman en toekomstig Congresman Maffei op weg heb kunnen helpen.

Via Senator Bingaman heb ik een toegangskaart voor de Amerikaanse senaat gekregen. Vanmorgen ben ik, gewapend met mijn toegangskaart, naar de senaat gegaan. Ik stond een tijd in een lange rij te wachten om toegelaten te worden. Er leek geen schot in de rij te komen, en ik besloot mezelf naar voren te dringen. Per slot van rekening had ik een toegangskaart gekregen van mijn vriend de senator, met de tekst:

“Senator Jeff Bingaman Admits Jasper L. Boon To the Senate Gallery for the One Hundred Ninth Congress”

Het bleek te helpen: Ik werd meteen toegelaten. Ik keek nog even om naar de wachtende menigte achter mij, en liep met opgeheven hoofd door.
Het was een eind lopen. Ik moest over de trappen van de Capitool (waar de Senaat en de House of Representatives gevestigd is) richting de ingang van de Senaat. Op deze trappen kwam ik veel zwaargewapende militairen tegen. Zij kwamen dreigend op mij aflopen. Maar zodra ze mijn toegangskaart van Senator Bingaman zagen, deden ze een stap opzij, richtten hun machinegeweer naar de grond, en zeiden: “Good morning Sir, welcome Sir.”

Zo kwam ik zonder problemen de US Senate binnen.

Op de publieke tribune van de Amerikaanse senaat ging ik, bescheiden als ik ben, op de voorste rij zitten. Daar zat ik de hele dag, met open mond te kijken naar het tafereel dat zich voor mij voltrok.

Op een paar meter afstand zag ik John Kerry, Hillary Clinton, John McCain, Joe Lieberman, Ted Kennedy, Barack Obama, Majority Leader William Frist, Minority Leader Harry Reid, en ga maar door. Dit alles werd vanaf een verhoging gadegeslagen door de president van de senaat en vice-president van de Verenigde Staten van Amerika, Dick Cheney. Ik zag Cheney van zo dichtbij dat ik zijn kale kop zag glanzen in het licht.

(Even een grapje tussendoor: Laatst werd president Bush ingelicht over de populaire Democratische Senator Barack Obama. Bush zei: “Obama, is that the man we were looking for?”)

Urenlang zat ik van dichtbij deze mensen te bestuderen. Ik keek goed naar hoe ze zich bewogen, hoe ze spraken, hoe ze deden. Een paar dingen zijn mij opgevallen.

Op een gegeven moment had een mij onbekende Republikeinse senator het woord. Hij sprak met grote gebaren en grote woorden. Continu keek hij om zich heen, alsof hij voor een grote menigte sprak.
Maar tot mijn verbazing luisterde niemand! Deze man sprak met veel passie en weidse armgebaren over “our great nation” en “the courageous men and women in uniform”. Ondertussen zag ik Barack Obama met John McCain grappen maken, zag ik John Kerry en Hillary Clinton zachtjes met elkaar praten, en zag ik Joe Lieberman de zaal verlaten. Die arme man! Hij doet zo zijn best om een grootse speech te houden, en niemand luistert naar hem.

Nog iets viel mij op. Amerikaanse senators houden veel van lichamelijk contact. Continu zag ik senators die elkaar uitgebreid op de schouder klopten, of zelfs over elkaars rug wreven. De senators begroetten elkaar telkens weer alsof ze elkaar tijden niet gezien hadden. Uitgebreid lachen, op de schouder kloppen, elkaars handen stevig vastpakken. Alle senators leken op boezemvrienden die elkaar jaren niet hadden gezien.
Dat is vreemd. Deze senators zien elkaar iedere dag, en zijn vaak elkaars ergste vijanden.

Toen ik nog eens goed om me heen keek, begreep ik het. Overal zag ik camera’s. De Republikeinse senator met wie ik medelijden had, sprak niet voor zijn ongeinteresseerde mede-senators. Hij sprak ook niet voor die enkele tientallen bezoekers op de publieke tribune. Hij sprak voor de televisie.

Op de Amerikaanse zender C-Span worden alle senaatsvergaderingen rechtstreeks uitgezonden. Als je op C-Span naar deze man kijkt, zou je denken dat hij een groot publiek heeft. Je zou aan zijn lippen hangen. De televisie zendt alleen zijn gezicht van dichtbij uit, en laat niet zien hoe de andere senators er verveeld bij zitten.

Ook de uitgebreide begroetingsrituelen van deze senators waren voor de televisie bedoeld. In werkelijkheid kunnen twee senators een grote hekel aan elkaar hebben. Maar zodra ze op de senaatsvloer zijn, veinzen ze de beste vrienden te zijn. Vandaar de vele schouderklopjes, het vele lachen, het intense handenschudden. Dat straalt immers succes en zelfverzekerdheid uit.

Ik had een leuke dag in de senaat. Ik probeerde mij telkens te bedenken dat dit het centrum van de macht is. Amerikaanse beslissingen hebben invloed op miljarden mensen over de hele wereld. Die beslissingen worden hier, op deze senaatsvloer, gemaakt. Het rijkste en machtigste land ooit wordt geregeerd vanuit deze senaat. En ik kon er een hele middag bij zijn.

Maar de macht van Amerika ligt niet alleen in de senaat. De grootste macht is natuurlijk te vinden in het Witte Huis. Toevallig krijg ik vrijdag, wederom via mijn tante, een prive-rondleiding door het Witte Huis. Meer hierover is te lezen op dit weblog.

Wil je lezen over mijn belevenissen in Amerika, kijk dan regelmatig op dit weblog via jasper.volkskrantblog.nl. Wil je weten wat ik heb uitgespookt in Utah, klik dan op de links linksboven op deze webpagina, of klik hier en scroll naar beneden. 

Meer verhalen over mijn belevenissen in Amerika volgen spoedig!

Jasper.volkskrantblog.nl

Jasper in Utah deel 54: Afscheid van Utah

vrijdag 16 december 2005 01:47
Vrijdag verlaat ik Utah. Mijn semester aan de Utah State University is afgelopen.
De allereerste bijdrage aan dit weblog schreef ik op 17 augustus 2005, toen ik nog in Amsterdam was. Ik legde uit waarom ik naar Utah ging. Ik schreef:

“In Utah zal ik Amerikaanse geschiedenis gaan studeren, maar ik wil voornamelijk de Amerikanen zelf leren kennen. Ik wil weten wat hun manier van denken is, en hoe zij tegen de wereld aankijken. (…) Terwijl in Nederland iedereen Bush bekritiseert, wordt hij in die wereld < conservatief Amerika > als een geschenk uit de hemel gezien. Soms letterlijk. In die wereld wil ik duiken, die mensen wil ik begrijpen.”

Dat was mijn doel. En volgens mij heb ik mijn doel bereikt. Ik denk een beter begrip te hebben van conservatief Amerika. Ik begrijp beter hoe Amerikanen tegen de wereld aankijken. En ik begrijp beter waarom zoveel Amerikanen op Bush hebben gestemd.

Ook schreef ik voordat ik hier kwam:

“Ik denk dat Utah, en de hele Midwest, een onbekend deel van Amerika is. Als Nederlanders aan Amerika denken, denken ze vooral aan New York of California. Maar daartussenin ligt een geheel andere wereld. Een wereld vol met mensen die anders denken dan Nederlanders. Mensen uit die wereld begrijpen Nederland niet, begrijpen Europa niet, begrijpen vaak zelfs New York niet. En wij begrijpen hen niet.”

Wel, daar ben ik nu nog meer van overtuigd dan ik toen was. Het denkpatroon van een Utahn of een Bush-stemmende Amerikaan is compleet anders dan het denkpatroon van een Nederlander. Vaak zijn ze onbegrijpelijk voor elkaar. Deze Amerikanen maken zich druk om zaken die veel Nederlanders vanzelfsprekend vinden, zoals abortus of homohuwelijk. Ze ondersteunen zaken die veel Nederlanders verwerpelijk vinden, zoals de Irak-oorlog. Ze maken zich zorgen over zaken die veel Nederlanders helemaal niet erg vinden, zoals toenemende secularisering. Dat leidt tot misverstanden en onbegrip.
Ik hoop dat mijn weblog tot gevolg heeft gehad dat Nederlanders deze Amerikanen iets beter kunnen begrijpen.

Maar ook al denken deze Amerikanen anders dan wij, het maakt ze niet slechter. Ik bleef mij verbazen over de vriendelijkheid, beleefdheid en gastvrijheid van de Amerikanen. Zelden heb ik zulke vriendelijke mensen ontmoet.
En ik zal ze missen. Pastor Mike, Sergeant Cook, Cadet Gloven, Colonel Curtis, mijn professor, Jeffrey, Peter, Edward, Sam, Brian, Sarah, Jay, Dan, Neil, Susie, Bart, en al die andere mensen die ik niet heb genoemd in mijn weblog, maar die me wel dierbaar zijn geworden.

Ook heb ik genoten van het natuurschoon van Utah. De weidse velden en besneeuwde bergtoppen waren overdonderend om te zien. Op de foto zie je mij te paard in het prachtige Utahnse landschap.

Alhoewel ik Utah verlaat, the land of the free and the home of the brave verlaat ik voorlopig nog niet. Vrijdagavond neem ik de trein vanuit Salt Lake City naar Washington, DC. Daar logeer bij familie. In Washington zal ik een prive-rondleiding in het Witte Huis krijgen. Mijn Amerikaanse tante heeft afspraken voor me gemaakt met meerdere Amerikaanse politici. Allemaal van de Democratische Partij. Met hun zal ik de Amerikaanse politiek en cultuur bespreken. Na een semester lang rechtse praatjes gehoord te hebben uit conservatief Amerika, ben ik benieuwd hoe Amerikaanse liberals tegen de wereld aankijken. Wat vinden zij van de Amerikaanse macht? Wat vinden zij van Bush, van de Irak-oorlog, van abortus en homohuwelijk, van de culture war? Binnenkort weet ik het.

Na Washington, DC, ga ik familie en vrienden in Philadelphia en New York City bezoeken. Ik ben van plan naar debatten te gaan van rechtse denktanks als American Enterprise Institute, Heritage Foundation en Cato Institute. Maar ik wil ook debatten bezoeken van linkse organisaties als American Civil Liberties Union (ACLU), National Association for the Advancement of Colored People (NAACP) en MoveOn.org.
Er staat dus veel op het programma. U kunt meelezen via dit weblog. 

Maar eerst een dagenlange treinreis naar Washington, DC. Alle tijd om mijn semester in Utah te overdenken. Rest mij nog te zeggen: May God bless you all, and may God bless the United States of America! 

Jasper.volkskrantblog.nl

Jasper in Utah deel 53: Jeffrey

donderdag 15 december 2005 01:39
Vanmorgen sprak ik tijdens het ontbijt met mijn Amerikaanse huisgenoot Jeffrey. Jeffrey volgt een paar vakken political science aan de Utah State University, dezelfde universiteit waar ik voor een semester studeer. Op de foto is Jeffrey te zien toen we gingen schieten in de woestijn van Idaho.

Jeffrey vroeg mij: “Are you more liberal or more conservative?”
Het gebeurt niet vaak dat mensen mij zo rechtstreeks naar mijn politieke mening vragen. Ik zei naar waarheid dat ik voor Europese begrippen meer conservatief ben, maar dat ik me voor Amerikaanse begrippen meer voel aangetrokken tot de liberal kant. (Tot deze conclusie kom ik voor de eerste keer in Jasper in Utah deel 15: Culture War part II) Als ik had mogen stemmen, zei ik tegen Jeffrey, dan had ik in 2004 voor John Kerry gestemd.

Jeffrey voelt zich meer conservatief, en heeft voor George W. Bush gestemd. (Net als 70 procent van Utah.) Ik vroeg hem waarom. Hij zei dat hij Kerry te extreem vond. Op het gebied van homohuwelijk en abortus had Kerry allerlei gevaarlijke opvattingen. Nu mag je die opvattingen hebben, zei Jeffrey, maar als zo iemand daadwerkelijk aan de macht komt, zal hij zijn ideeen willen uitvoeren.

Jeffrey stemde op Bush vanwege zijn moral values. Bush’ buitenlandse beleid interesseert Jeffrey minder. Maar toch maakt hij zich zorgen om de situatie in Irak. “Bush is not perfect,” aldus Jeffrey, “he led us into an unpopular war.”
Maar hoe onpopulair die oorlog ook is, Amerika doet goede dingen daar.
“Americans are straightforward people,” zei Jeffrey. “If we see a problem, we don’t just sit down and talk about it. That is more the European approach. We get there and solve the problem. And Saddam Hussein was a problem.”

Ik vroeg Jeffrey of hij vond dat Bush had gelogen over de oorlog. Immers, de massavernietigingswapens zijn niet gevonden, en de link tussen Irak en Al-Qaeda bestaat niet.

Hier wist Jeffrey niet zoveel van af. Hij kon zich moeilijk voorstellen dat Bush zou liegen. En iedereen dacht toch dat Saddam Hussein die wapens had? Duidelijk is in ieder geval dat Saddam al tijden lastig was, en tegen Amerika’s belangen in handelde. “So we took him out.” 

En dan heb je ook nog de aanslagen van elf september 2001. “On 9/11, we were attacked. We had to get back on them, we had to defend ourselves. Whether we do that in Afghanistan or in Iraq, there are terrorists all over there. We are fighting the terrorists, because they attacked us.”
Maar heeft Saddam Hussein Amerika aangevallen op elf september?
“No. But there are terrorists in Iraq. So that’s why we are fighting them.” Jeffrey denkt dus niet dat Saddam voor 9/11 verantwoordelijk is, zoals Sarah wel denkt.

“Somebody has to do it!” ging Jeffrey verder. “If you see a danger, you have to act. You can’t sit still and hope for the danger to disappear. It won’t disappear out of itself. So we acted.”

Jeffrey zegt een aantal dingen die ik vaker hoor in Utah. Hij kan zich niet voorstellen dat Bush opzettelijk zou liegen. Bush is een betrouwbare man met een goed karakter. In tegenstelling tot Bill Clinton. “I hated that guy,” aldus Jeffrey.
Verder heeft hij nooit zo diep nagedacht over de niet-gevonden massavernietigingswapens. Men is hier niet zo boos om als in liberal Amerika of Europa.

Bush beweerde dat Saddam Hussein massavernietigingswapens had, en sprak over een link tussen Irak en Al-Qaeda. Of Bush hier nu opzettelijk over heeft gelogen of niet, het is duidelijk dat hij niet de waarheid heeft gesproken.

Soms denk ik: Stel je eens voor dat iedereen in Amerika zou weten dat Bush niet de waarheid sprak in de aanloop naar de Irak-oorlog. Zou Bush dan nog de verkiezingen hebben gewonnen in 2004?

Jasper.volkskrantblog.nl
De geschiedenis herhaalt zich nooit, in tegenstelling tot wat velen beweren. Maar, zoals mijn professor geschiedenis aan de Utah State University zei: “History may not repeat itself, but it does rhyme.”

Laten we eens kijken waar de geschiedenis rijmt. Er zijn interessante vergelijkingen te maken tussen de huidige problemen in de wereld, en problemen uit voorgaande jaren.

Eerst een vergelijking tussen Vietnam en Irak. Na de eerste Golfoorlog in 1991 zei President George H.W. Bush dat Amerika verlost was van het Vietnam-syndroom. Dit syndroom houdt in dat Amerika sinds de Vietnam-oorlog huiverig was voor militaire ingrepen, bang om in “another Vietnam” verstrikt te raken. Na de succesvolle Golfoorlog echter zou Amerika niet meer bang zijn voor militaire ingrepen.

Nu lijkt dit Vietnam-syndroom weer de kop op te steken. De tweede Golfoorlog is geen succes, en de Amerikanen lijken voor langere tijd verstrikt te raken in een gewelddadige en uitzichtloze situatie in Irak.

In zekere zin is de situatie in Irak nu erger dan de situatie in Vietnam destijds. Men wilde destijds niet Vietnam verlaten, uit angst voor de domino-theorie. Als Vietnam communistisch zou worden, zouden andere landen volgen. Het virus zou zich verspreiden naar Laos, Cambodja, Thailand, Indonesie, misschien zelfs India of Australie. Om te voorkomen dat al die dominostenen voor het communisme vallen, moeten we nu standvastig blijven in Vietnam, zo was de gedachte.

Deze theorie bleek niet uit te komen. Amerika verliet Vietnam in 1973, en Vietnam werd onder communistisch bewind herenigd in 1975. Echter, de dominostenen vielen niet zoals gevreesd. De gevolgen van Amerika’s terugtrekking uit Vietnam waren dus minder erg dan verwacht.

Anders is het in Irak. De gevolgen van een terugtrekking uit Irak zullen veel rampzaliger zijn dan de gevolgen van een terugtrekking uit Vietnam destijds waren. Als Amerika zich gehaast zou terugtrekken uit Irak, breekt er hoogstwaarschijnlijk een burgeroorlog uit. Iran zal ingrijpen om hun Shi’itische broeders ter zijde te staan. Andere landen zullen de Sunnitische moslims helpen. Turkije zal ingrijpen om de Koerden, die om een eigen land roepen, terecht te wijzen. Het conflict kan zich gemakkelijk uitbreiden over het gehele Midden-Oosten. Ondertussen zal het terrorisme in al deze chaos welig tieren.

Het is duidelijk dat een terugtrekking uit Irak veel rampzaliger gevolgen zal hebben dan de terugtrekking uit Vietnam destijds had.


Sta mij toe nog een vergelijking te maken waarin de geschiedenis zich niet herhaalt, maar wel rijmt. In de tijd van Vietnam werd het vrije Westen bedreigd door het communisme. Door standvastig en zorgvuldig optreden van de Amerikanen (en ondanks de nodige tegenwerking van vele Europeanen) is de Koude Oorlog gewonnen.

Nu wordt het vrije Westen bedreigd door het Islamitisch terrorisme. Aan de ene kant is deze bedreiging minder groot. In de Koude Oorlog kon de hele wereld vernietigd worden met een druk op de knop. De gevolgen van een nucleaire oorlog tussen Amerika en de Sovjet-Unie zou het einde van de beschaving betekenen.
Het ergste dat de terroristen kunnen doen, is een hoop burgerslachtoffers maken. Hoogstens kunnen ze met een gesmokkelde atoombom een hele stad in as leggen. Vervelend, maar de westerse wereld zal niet vernietigd zijn. Beschaving zal blijven voortbestaan. In die zin is het terrorisme dus een minder groot gevaar dan het communisme.

Maar aan de andere kant is het terrorisme moeilijker te benaderen dan het communisme. Het communisme is een kind van de Verlichting, net als het kapitalisme of de democratie. Communisten denken rationeel, en zijn voor rede vatbaar. Ze hebben dezelfde wortels als vrije, democratische, kapitalistische landen.

Terroristen staan verder van ons bed. Een jihadist gelooft niet in de ratio. Hij handelt in opdracht van God. Terroristen houden van de dood, en offeren zichzelf en vele onschuldige omstanders graag op voor hun perverse doel. Dit maakt het terrorisme een groter gevaar dan het communisme.

Dit zijn een paar vergelijkingen tussen Vietnam en Irak, en tussen het communisme en het terrorisme. Het is duidelijk dat de geschiedenis zich in dezen niet herhaalt, maar dat ze wel rijmt.

Meer lezen? Ga naar Jasper.volkskrantblog.nl

Jasper in Utah deel 51: Hypocriet

dinsdag 13 december 2005 07:17
Er zijn mensen die weinig van politiek afweten, maar zich toch boos kunnen maken over bepaalde zaken. Hier in Utah spreek ik studenten die opvallend weinig kennis hebben van wat er in de wereld afspeelt. Toch spreken ze af en toe verontwaardigd over de gruweldaden van Saddam Hussein, of over het immorele handelen van Al-Qaeda, of over de onderdrukking van Christenen in China.

Ook in Nederland zijn er mensen die weinig van politiek afweten. Maar hun verontwaardiging richt zich meestal niet op dictators, terroristen of onderdrukkers. Hun verontwaardiging richt zich op Amerika.

In linkse studentenkringen is het gepast om George W. Bush de grootste terrorist ter wereld te noemen, en om te zeggen dat Amerika de aanslagen van elf september 2001 over zichzelf heeft afgeroepen. Men maakt zich boos dat in Amerika homo’s niet kunnen trouwen, maar men toont begrip voor het handelen van Irakese terroristen. Aan Guantanamo Bay wordt veel aandacht besteed, maar de Chinese onderdrukking van andersdenkenden wordt over het hoofd gezien.

(Ik schrijf niet dat iedereen in linkse studentenkringen zo denkt. Ik schrijf dat ik het regelmatig tegenkom.)

Ook op dit weblog van de Volkskrant kom ik dergelijke vreemde redenaties tegen. Een blogger schrijft over "...gemeentes in Kansas USA die naast de evolutieleer het scheppingsverhaal bij biologie weer hebben ingevoerd."
Inderdaad dubieus dat dat gebeurt. Maar deze blogger schrijft verder: “Zulke mensen verdienen geen Verlichting, geen medische vooruitgang, geen electriciteit, geen auto’s, geen dammen tegen de zondvloed. Ze verdienen wat mij betreft duizend Al-Kaida’s. Ik kan deze terroristen ondertussen begrijpen.”

Nu mag deze persoon dit schrijven. Ik zal er alles aan doen om zijn/haar recht op vrije meningsuiting veilig te stellen. Maar ik vind het wel vreemd. Mensen die zo redeneren, maken een gedachtekronkel. Ze hebben commentaar op misstappen in Amerika. Maar vervolgens zijn ze minder verontwaardigd over veel ergere misdaden van anderen, ja ze praten die misdaden soms zelfs goed!

Waarschijnlijk komt dit hierdoor. Nederland heeft decennialang geen oorlog gekend. Wij werden in de Koude Oorlog door de Amerikanen tegen de Sovjet-Unie beschermd. We kennen een lange tijd van hoge welvaart. Nederland (en Europa) “…is entering a post-historical paradise of peace and relative prosperity, the realization of Kant’s “Perpetual Peace.”” (Zie Robert Kagan: Power and Weakness)

Veel Nederlanders kunnen zich, wonend in dit "post-historische paradijs", niet meer voorstellen hoe immens wreed de mens kan zijn. Ze kunnen zich niet voorstellen dat terroristen onschuldige mensen gevangen nemen, levend onthoofden, en dat vervolgens uitzenden op internet. Daarom zijn deze Nederlanders niet verontwaardigd om het handelen van de terrorist Al-Zarqawi. Ze zijn verontwaardigd om Amerikanen die in het scheppingsverhaal geloven.

Laat ik duidelijk stellen: Kritiek op Amerika is geheel gerechtvaardigd. Het is zelfs gerechtvaardigd om alleen kritiek te hebben op Amerikaanse misstappen, en veel ergere misstappen te negeren of goed te praten.

Maar het is wel hypocriet. 

Jasper.volkskrantblog.nl
Ter voorbereiding voor mijn tijd in Utah heb ik het boek The right nation: Conservative power in America gelezen. Dit boek is geschreven door twee journalisten van het Britse weekblad The Economist, John Micklethwait en Adrian Wooldridge. Zij beschrijven hoe Amerika in korte tijd zeer conservatief is geworden, zo conservatief dat het land onbegrijpelijk is geworden voor Europeanen.

Het boek beschrijft de vele aspecten van het Amerikaanse conservatisme, en besteedt aandacht aan de tegenstellingen en spanningen tussen deze aspecten. Een grote tegenstelling in het Amerikaanse conservatisme bestaat tussen het economische conservatisme en het religieuze conservatisme.

De economen zijn voor vrije markt-kapitalisme, en interesseren zich niet zo voor de religieuze beslommeringen van de burgers. Zolang big business maar kan groeien vinden ze alles best. Verder willen de economen belastingverlagingen, en zo min mogelijk invloed van de overheid op het persoonlijke leven van de burgers.

De religieuzen maken zich zorgen om de moral decay in Amerika. Ze maken zich boos over het verbod op gebed in openbare scholen, willen dat ieder scheldwoord op televisie wordt weggepiept, en willen meer religie in het openbare leven.

Deze twee stromingen van het conservatisme spreken elkaar vaak tegen. Er bestaan spanningen tussen aanhangers van beide stromingen. Maar toch is het George W. Bush gelukt ze allebei voor zich te winnen. Bush heeft de verkiezingen gewonnen door het zogenaamde big tent conservatism.

Deze discussie over de verschillen en spanningen binnen het conservatisme in Amerika klinkt academisch. Zeker als je in een Amsterdamse studentenkamer zit en erover leest in een boek van twee hoogstaande Britse academici.

Het leuke is dat deze academische discussie voor mij nu erg dichtbij komt. Ik woon namelijk in Utah, het hartland van Amerika waar het conservatisme de vooraanstaande politieke ideologie is.

Vanmorgen ging ik, zoals iedere zondag, naar mijn protestantse kerk. Voor de dienst begint, bespreken wij altijd een deel uit de Bijbel in een kleiner groepje, de zogenaamde Sunday class. (Deze Sunday class is niet te verwarren met het Bijbelklasje dat ik iedere vrijdagavond bij Bart volg, en ook niet met het Bijbelklasje dat ik iedere dinsdagavond bij Susie volg.)

Vanmorgen hadden wij het over satan. “Satan has been a liar and a deceiver from the start,” werd ons geleerd. Van het moment dat de slang de appel overhandigde aan Adam en Eva, tot de dag van vandaag, staan wij bloot aan de verleiding van satan.

Ik vroeg hoe wij dezer dagen worden verleid door satan. “Satan tells you that you need power and money to be successful.” Je hoeft de televisie maar aan te zetten, zei onze lerares, en je ziet de werken van satan. De reclames willen je doen geloven dat je allerlei materiele zaken nodig hebt in je leven. En reclames gebruiken vaak seks om hun produkten te verkopen. Dat is verleiding, dat zijn de werken van satan. Maar je moet je heil niet zoeken in materiele zaken. Jezus Christus is de enige weg naar het ware geluk, zo hield onze lerares ons voor.

Als een economische conservatief naar reclames kijkt, ziet hij kapitalisme in werking. Volgens zijn politieke visie zijn reclames een goede zaak, en moeten Amerikanen naar aanleiding van de reclames veel produkten kopen.
Als een religieuze conservatief naar reclames kijkt, ziet hij “de werken van satan”. Volgens zijn politieke visie zijn reclames gevaarlijk, en moeten Amerikanen zich van de reclames afkeren en zich op God richten.

Op deze zondagmorgen zag ik voor mijn ogen de spanningen en tegenstellingen binnen het big tent conservatism van Amerika. Waar academici dikke boeken over schrijven, dat maak ik mee in de praktijk.

Meer lezen? Ga naar Jasper.volkskrantblog.nl

Jasper in Utah deel 49: Flag retreat

zondag 11 december 2005 05:07
Bij de officiersopleiding die ik volg in Logan, Utah, USA, wordt veel aandacht besteed aan vlaggen. Iedere maandagmorgen wordt de Amerikaanse vlag voor het gebouw gehesen, en iedere vrijdagmiddag wordt ze weer neergehaald.

Laatst had ik mij opgegeven voor de “flag retreat.” Ik zou meehelpen om de vlag neer te halen. In vol uniform ging ik naar het legergebouw toe. (Ook al ben ik geen Amerikaans staatsburger, voor deze opleiding mag ik toch een Amerikaans uniform dragen.) Ik zou de vlag neerhalen samen met drie andere jongens, onder toezicht van de platoon sergeant. Een van ons werd bevorderd tot platoon leader. Om exact vijf uur zouden we de vlag neerhalen. Het was pas kwart voor vijf, dus we stonden een kwartier in de kou te wachten.

Om vijf uur stipt marcheerden we naar de vlaggenstok toe. De platoon sergeant riep ons toe: “Left! Right! Left! Right! Platoon, halt! Left, face!” Voor de vlaggenstok aangekomen haalde één jongen de vlag naar beneden, terwijl de anderen salueerden. “Present, arms!” Daarna werd de vlag op de juiste manier opgevouwen, en aan de platoon leader overhandigd. We marcheerden terug (“Left! Right! Left! Right!”), en de platoon leader gaf de opgevouwen vlag aan de platoon sergeant.

Deze hele ceremonie duurde zo’n tien minuten. Er was niemand op straat, niemand keek toe. Toch deden wij het met de grootst mogelijke eerbied. Volgens de Army Field Manual, het boek met alle regels die in het Amerikaanse leger gelden, moet een vlag behandeld worden als “a living thing.” (Zie Army Field Manual 3-21.5 appendix K-3: “The flag of the United States represents the living country and is considered a living thing.”) 

In Amerika bestaat veel respect voor vlaggen. Niet alleen in het leger, ook bij burgers. Een goed voorbeeld daarvan is mijn Amerikaanse huisgenoot Jesse, die zich ergerde aan de wijze waarop Europeanen met vlaggen omgaan.

Deze traditie is vergeten in Nederland. Vroeger werd er nog met eerbied over de Nederlandse driekleur gesproken. Tegenwoordig hoor je dat nooit meer. Er is niets van over, helemaal verdwenen, foetsie.

Vreemd toch hoe zo’n traditie compleet kan verdwijnen.


De bovenste afbeelding is een plaatje uit de Army Field Manual. De onderste afbeelding is een foto van het gebouw waar ik een officiersopleiding volg.

Meer lezen? Ga naar Jasper.volkskrantblog.nl

Jasper in Utah deel 48: Gewetensbezwaren

zaterdag 10 december 2005 07:35
Ik ben net teruggekomen van mijn Bijbelklasje in Logan, Utah, USA. Wekelijks bespreek ik met een groep Amerikaanse protestantse Christenen een deel uit de Bijbel.

Voordat we de Bijbelsessie beginnen met een openingsgebed, wordt er thee gedronken en over de dingen des levens gepraat. Zo klaagde een vrouw, Jana, over het koude weer. Haar man Albert zei schertsend: “Yeah, I bet that’s because of the global warming!” Duidelijk was dat Albert “global warming” maar onzin vindt, het is toch helemaal niet warm in Utah?
Zijn vrouw Jana protesteerde. Hele ijskappen smelten, zo waarschuwde ze. En de oceaanspiegel stijgt.
Och, zei Albert, ze meten die klimaatverandering pas sinds honderd jaar. Het is vast een natuurlijk proces. “I don’t worry very much about so-called global warming.” Bovendien, als het echt erg is, dan helpt “the Lord Jesus Christ” ons wel, aldus Albert.

Nee, er zijn ergere dingen in de wereld dan zogenaamde klimaatverandering, zo vond Albert. Hij vertelde wat hij laatst op televisie zag. Hij keek naar een documentaire over de Verenigde Naties. Het ging over de vorming van een toekomstige Palestijnse staat. Er werd een map getoond. Maar: Op deze map was alleen Palestina te zien, en niet Israel!

Vreselijk, vonden wij allemaal. De Verenigde Naties wil Israel vernietigen, dat is duidelijk. We zouden die hele Verenigde Naties uit New York moeten schoppen, ze horen niet thuis in Amerika.

Over Israel gesproken, zei Mary, heb je gehoord wat die leider in Iran laatst zei? Hij zei dat Israel maar beter verplaatst kan worden naar Europa!

“Well,” zei Bart, de leider van onze Bijbelgroep, “those Muslims in the Middle East better start worrying about Judgment Day.”

Dit gesprek werd gehouden waar ik bij zat. Men denkt dat ik een van hun ben, en dat ik het eens ben met alles wat gezegd wordt. Ze weten niet dat ik met rode oortjes zit te luisteren naar deze, voor mij ongehoorde, politieke meningen.
Ik kijk altijd goed naar de reacties van de andere mensen, en probeer hen na te doen. Ik knik op de juiste momenten instemmend, en ik schud op de juiste momenten afkeurend mijn hoofd. Af en toe zeg ik: “Let us hope that the Muslims will find the true religion.” Of: “It is clear that Darwinism is just a theory, not fact.” Of: “I believe liberals like Michael Moore are way out of touch with the average American.”

Soms heb ik wat gewetensbezwaren met deze bedriegerij. Ik voel mij voor Amerikaanse begrippen een liberal, en ik ben ongelovig. Ja, ik ben zelfs voorstander van het homohuwelijk! En ondertussen doe ik mij voor als een religieuze Bush-aanhanger.

Maar als ik deze mensen goed wil leren kennen, moet ik niet laten zien dat ik geloof in wat zij verachten. En ik moet zeker niet zeggen dat hun denkwijze, die eigen is aan de religious right, volgens mij een zeer gevaarlijke politieke stroming in Amerika is. Als ik dat doe, kom ik nooit te weten hoe hun wereldbeeld precies in elkaar zit. Know your enemy, nietwaar.

Daarom houd ik mijn mond dicht over mijn werkelijke gedachten. Gelukkig kan ik mijn hart uitstorten op mijn weblog, en heb ik een gewillig oor (of oog) bij mijn vele lezers. 


Voor meer over Bart's denkbeelden en zijn Bijbelklasje, zie Jasper in Utah deel 45: Religieuze onverdraagzaamheid en Jasper in Utah deel 38: In de boekenwinkel.

Jasper.volkskrantblog.nl

Jasper in Utah deel 47: Bush=Hitler?

vrijdag 9 december 2005 07:37
George W. Bush is een slechte president. Ik steunde, helaas zonder resultaat, Al Gore in 2000 en John Kerry in 2004. Ik ben ook kritisch over de huidige vice-president. Volgens mij zijn er weinig mensen die zoveel schade hebben berokkend aan Amerika’s status in de wereld, als Dick Cheney.

Ondanks dit alles steun ik de Amerikaanse hegemonie in de wereld. Ik scheid de waarden waar het land Amerika voor staat, en het optreden van deze regering. De regering is namelijk tijdelijk. Dat is eigen aan een democratie. Fijn toch dat de leiders van het machtigste land ter wereld gekozen worden door het volk en gebonden zijn aan de wetten van het land. Ik voel mij iedere dag weer gezegend om wakker te worden in een wereld waarvan het machtigste land een democratie is.

Echter, ik voel mij minder gezegend wakker te worden met Bush als president. Kritiek op Bush en Cheney is dus terecht.

Maar soms gaat die kritiek te ver. Vaak surf ik op internet, op zoek naar interessante politieke opiniestukken. Een politiek weblog, aangeprezen op news.yahoo.com, begint als volgt:

“To weigh the outing of CIA agent Valerie Plame against historical standards, consider that no leader of the Soviet Union – including that master of ruthlessness, Josef Stalin – ever arranged for the name of a KGB operative to appear in a newspaper. Adolf Hitler had countless millions murdered, yet getting at a political enemy by endangering agents of the Sicherheitsdienst, the Nazi intelligence service, didn’t cross his mind. In this respect, not even the worst tyrants have stooped to the level of George W. Bush.”

(Voor geheel artikel, klik hier.)

In San Francisco (waar ik afgelopen weekend was) deelden jonge mensen van de LaRouche Youth Movement folders uit. Deze beweging is opgericht door Lyndon LaRouche, politiek activist en meermalen presidentskandidaat. Ik nam een tijdschrift mee, waarop Dick Cheney stond afgebeeld voor een plaatje van Duitsers die Adolf Hitler de Hitlergroet geven. Op pagina 26 van dit tijdschrift staat:

“…we must look at Cheney himself as someone best understood by noting his remarkable resemblance to characters from the 1922-1945 stage such as Mussolini, Goering, Goebbels, and Hitler. Cheney is admittedly more of a dumb brute than any of those predecessors, but, what is nonetheless important about the role he plays, is that he shares the same kind of passion, even without the burden of excess intellectual powers.”

Ik lees veel artikelen waarin de Bush-regering met Nazi-Duitsland wordt vergeleken. Dit wordt als een effectieve methode gezien om Bush zwart te maken.

Maar deze vergelijkingen zijn, met alle respect, onzin. Al deze artikelen doen hetzelfde. Ze benadrukken één eigenschap van Bush of Cheney, en beweren dat de nazi’s dezelfde eigenschap hadden.

De Bush-regering heeft de naam van CIA-agente Valerie Plame publiek gemaakt. Hitler zou nooit een lid van de Sicherheitsdienst op die wijze in gevaar brengen. Conclusie: Bush is erger dan Hitler.
Stanley “Tookie” Williams vermoordde in 1979 vier onschuldige mensen op gruwelijke wijze voor een paar dollar. Hitler heeft naar mijn weten nooit eigenhandig mensen vermoord voor dollars. Conclusie: Williams is erger dan Hitler.

Cheney is vol passie voor zijn zaak. Ook Mussolini, Göring, Goebbels en Hitler hadden passie voor hun zaak. Conclusie: Cheney is even erg als deze dictators.
Hitler was een vegetariër. Vele mensen zijn vegetariërs. Conclusie: Vegetariërs zijn even erg als Hitler.

Je kunt tussen iedere twee mensen een vergelijking vinden. Dat maakt die twee mensen nog niet even goed of slecht. Zeggen dat Bush even erg is als Hitler, is een goedkope truc om Bush zwart te maken. Maar wat erger is: Het is historisch onjuist. Het heeft als gevolg dat de gruweldaden van de nazi’s te licht worden opgevat.


PS: De foto bij dit artikel komt van een spotje van de website www.moveon.org, waarin Bush met Hitler wordt vergeleken. Na protesten heeft moveon.org het spotje van hun website gehaald. Het spotje, en allerlei andere vergelijkingen tussen Bush en Hitler, is hier te vinden.

Jasper.volkskrantblog.nl
Sinds een paar maanden studeer ik aan de Utah State University in Logan, Utah, om het Christelijke rechtse conservatieve Bush-stemmende Amerika mee te maken. Utah staat ver rechts op het Amerikaanse politieke spectrum. San Francisco staat er lijnrecht tegenover. Daarom ben ik afgelopen weekend met een vriend naar San Francisco gereisd, om de andere kant van Amerika mee te maken.

San Francisco is een prachtige stad, en voorbeeld van alles wat conservatieven in Amerika vrezen en verachten.

Neem nu de Gay, Lesbian, Bisexual and Transgender Historical Society. Hier was een tentoonstelling gaande over de relatie tussen onze homosexuele (en lesbische, bisexuele en transgenderistische) medemens, en sport. Een man, die geen geheim maakte van zijn sexuele voorkeur, gaf mij een rondleiding. Het museum leek op een homosexuele pornografische verzameling, met veel plaatjes van halfnaakte worstelende mannen. Ik verbeeldde mij hoe Bart, die homosexualiteit een Bijbelse zonde noemt, zou reageren als hij dit museum zou bezoeken. (Meer over Bart is te lezen in deel 38: In de boekenwinkel en deel 45: Religieuze onverdraagzaamheid)

In de bekende boekenwinkel City Lights las ik allerlei Amerikaanse communistische, socialistische, progressieve en Marxistisch-Leninistische tijdschriften, waarvan ik dacht dat ze niet bestonden. Ook heb ik gebladerd in eindeloos veel boeken over hoe vreselijk Amerika is. Ik heb het boek “The heart of Whiteness” van Robert Jensen gekocht. Jensen schrijft over de drie racistische genocides die het fundament voor Amerika vormen. Dit zijn de genocide op de oorspronkelijke inwoners van Amerika, de genocide op de Afrikaanse slaven, en de genocide die momenteel gaande is in de Derde Wereld, om Amerika's welvaartspeil hoog te houden.
Pagina 29 uit dit boek: “The United States has perpetrated three holocausts in its history, and all three were justified and/or made possible by racism. Those holocausts created the United States, propelled the United States into the industrial era, and created a worldwide U.S. empire – and in the process killed millions around the world, impoverished the lives of millions more, and ravaged other cultures.”

Verder schrijft Jensen dat Amerika een “white-supremacist society” is. Zelf een blanke man, voelt Jensen zich iedere dag schuldig, omdat zwarten in Amerika moeten lijden om blanken te dienen. Pagina 58: “I feel guilty every day, and that's appropriate.”

Onnodig te zeggen dat ik het oneens ben met Jensen’s conclusies. Ik vind Amerika het land van de vrijheid. Ik geloof dat Nederland een voorbeeld kan nemen aan de manier waarop Amerika met integratie en minderheden omgaat. (Voor de wijze waarop Amerika minderheden behandelt, zie onder anderen deel 33: Les dura sed lex)
Maar Jensen is populair in liberal Amerika, en hij heeft veel aanhang in San Francisco.

Verder heb ik de campus van de universiteit van Berkeley bezocht, iets buiten San Francisco. Ik dronk een kop koffie en at een biologisch verantwoord vegetarisch broodje in de “Free Speech Movement Cafe”. Ik liep over het plein waar in de jaren zestig de grote studentenprotesten tegen de Vietnamoorlog begonnen.
Volgens sommige historici is de oorlog in Vietnam gewonnen op het strijdveld, maar verloren op de Amerikaanse campussen. Of Amerika de oorlog op het Vietnamese strijdveld heeft gewonnen, weet ik niet. In ieder geval heeft de Amerikaanse regering destijds de oorlog voor de Amerikaanse publieke opinie verloren, niet in de laatste plaats door protesten op de campus van Berkeley.

Berkeley is trots op de etnische diversiteit van de universiteit. Ik zag zeer veel Aziaten op de campus, redelijk wat moslima’s met hoofddoekjes, enkele African-Americans. Deze diversiteit komt duidelijk tot uiting in de studentenverenigingen. Ik zag posters van de Joodse studentenvereniging (en kreeg de vraag voorgeschoteld: “Is your mother Jewish?”), van de Arabische vereniging, van de Iraanse vereniging, van de moslimvereniging, van de Filipijnse vereniging, van de Koreaanse vereniging en ga maar door.
En natuurlijk zijn de studenten politiek actief. Er bestaan veel obscure verenigingen, zoals de “International Socialist Organization”. Maar ook de Republikeinse en de Democratische partijen zijn actief. Ik vroeg een lid van de College Democrats hoe groot zij zijn vergeleken met de College Republicans. Met teneergeslagen ogen gaf hij toe dat de College Republicans meer leden hebben dan de College Democrats. De tijden van de linkse protesten op Berkeley lijken over.


Op dit weblog houd ik mijn belevenissen uit Amerika bij. Ik schrijf voornamelijk over politieke en maatschappelijke onderwerpen. Vaak ondersteun ik mijn verhalen met een foto.

Neem nu de onderste foto. Ik zag deze muurschildering in Chinatown in San Francisco. We zien een grote Amerikaanse vlag, de datum elf september 2001, en de tekst “God bless America”. Wellicht weet een lezer wat de Chinese tekst betekent. Ik vermoed: God zegene Amerika.

Laten we dit eens vergelijken met Nederland. In Nederland roepen sommige mensen om meer vaderlandsliefde, meer aandacht voor de Nederlandse geschiedenis in de schoolklas, meer aandacht voor het Nederlandse volkslied en de Nederlandse vlag. Dit zou goed zijn, zo zeggen deze mensen, voor de integratie van immigranten. Als Nederlanders patriottischer worden, maken we het gemakkelijker voor nieuwkomers. Zij weten waar ze in moeten integreren, en ze kunnen hun trouw aan hun nieuwe land tonen door met de Nederlandse vlag te zwaaien.
Als je nu met een Nederlandse vlag zwaait, word je beschuldigd van verdacht nationalisme.

Wat is mijn mening over deze kwestie? Nu, het lijkt mij duidelijk dat meer patriottisme helpt voor de integratie van immigranten. Immigranten kunnen via hun vaderlandsliefde tonen dat ze burgers zijn als iedereen, met dezelfde rechten en plichten als iedereen.
Volgens mij zijn veel mensen in Nederland huiverig voor patriottisme of nationalisme. Deze mensen denken dat het een raciale kwestie is. Zij denken dat volgens nationalisten alleen blanke Christenen die hier zijn geboren echte Nederlanders zouden zijn. Maar dat is niet zo. Ook een immigrant kan trots zijn op de waarden en vrijheden van zijn nieuwe land, en er een volwaardig burger van worden.

Deze muurschildering in San Francisco is een goed voorbeeld van het soort patriottisme dat Nederland kan gebruiken.

Jasper.volkskrantblog.nl
In Amerika wonen Christenen van allerlei pluimage. In Utah, waar ik woon, is het mormonisme sterk aanwezig. Ikzelf bezoek een protestantse kerk, en ga zodoende veel met protestanten om. Ik heb echter ook veel mormoonse vrienden en kennissen. Laatst was ik aanwezig bij een Bijbelklasje bij Bart thuis. Bart is protestants, en eigenaar van een Christelijke boekenwinkel in Logan, Utah. (Voor meer over Bart, zie Jasper in Utah deel 38: In de boekenwinkel) Iedere vrijdagavond komen bij Bart protestantse Christenen bij elkaar, om de Bijbel en hun geloof te bespreken. Een van de aanwezigen legde ons een dilemma voor. Stel, zei hij, je wordt door je mormoonse buren uitgenodigd voor het avondeten. De mormoonse gastheer bidt voor het eten, en zegent het voedsel. Wat moet je dan doen? Kun je het voedsel nog eten nadat een mormoon het eten gezegend heeft? Moeilijk probleem. Immers, mormonisme is een vorm van afgoderij. De God van de mormonen is nep, daar was iedereen het over eens. De gebeden van de mormonen komen niet verder dan het plafond. En de God die mormonen aanbidden, zijn in werkelijkheid duivels en demonen. De Bijbel zegt het duidelijk: 1 Corinthians 20-21: No, but the sacrifices of pagans are offered to demons, not to God, and I do not want you to be participants with demons. You cannot drink the cup of the Lord and the cup of demons too; you cannot have a part in both the Lord’s table and the table of demons. En: 1 Corinthians 10:14: Therefore, my dear friends, flee from idolatry. (Vertaling: New International Version) In de Nederlandse vertaling: 1 Korinthiërs 20-21: Ja, ik zeg, dat hetgeen de heidenen offeren, zij den duivelen offeren, en niet Gode; en ik wil niet, dat gij met de duivelen gemeenschap hebt. Gij kunt den drinkbeker des Heeren niet drinken, en den drinkbeker der duivelen; gij kunt niet deelachtig zijn aan de tafel des Heeren, en aan de tafel der duivelen. 1 Korinthiërs 10:14: Daarom, mijn geliefden, vliedt van den afgodendienst. (Vertaling: Statenvertaling) Goed, wat dan te doen. Iemand opperde: probeer er niet bij te zijn als de vader het eten zegent. Zorg ervoor dat je dan net even naar het toilet gaat. En voordat je zelf begint met eten, zegen het eten snel voor jezelf, zodat de afgoderij van je mormoonse gastheer ongedaan is gemaakt. Maar deze oplossing bevredigde Bart, de leider van onze Bijbelgroep, niet. Het eten is nog altijd op een ketterse wijze door de mormoonse gastheer gezegend. Uiteindelijk is er maar één goede oplossing, zei Bart. Als je mormoonse gastheer het eten heeft gezegend, moet je opstaan, het eten niet aanraken, en het huis verlaten. Flee from idolatry! Sommigen protesteerden hiertegen. Is dat niet erg onbeleefd? Maar Bart zei dat het niet onbeleefd is. Je laat de mormonen zien dat ze aan afgoderij doen. Hierdoor zullen ze sneller de waarheid onder ogen zien, en zich bekeren tot het protestantisme. Eigenlijk help je ze dus door weg te lopen, aldus Bart. Dit soort onverdraagzaamheid vind ik van de gekke. Iedere gelovige denkt dat hij alleen God op de juiste manier aanbidt. Mormonen kunnen, verwijzend naar precies dezelfde passage in de Bijbel, weglopen van een diner bij hun protestantse buren. Ik kom dergelijke religieuze onverdraagzaamheid vaker tegen. Niet heel veel, maar regelmatig. En het is gevaarlijk. Als mensen zoals Bart hun onverdraagzaamheid maar ietsje verder doorvoeren, kan dat tot gewelddadige uitbarstingen komen. Het is een wonder dat er in Amerika nooit religieuze oorlogen zijn uitgebroken. Voor een ander voorbeeld van religieuze onverdraagzaamheid, zie Jasper in Utah deel 17: “You’ll burn in hell!” Voor meer over het mormoonse geloof, zie Jasper in Utah deel 19: Over mormonen Voor meer van mijn belevenissen in Utah, zie jasper.volkskrantblog.nl
Ik steun de Amerikaanse hegemonie in de wereld. Dat doe ik, omdat ik geloof dat Amerika een land is met respect voor mensenrechten, met een vrije pers en met godsdienstvrijheid. Amerika is duidelijk het land van de vrijheid. Ik ben blij dat zo'n land het machtigste land ter wereld is. Sommige mensen zijn dit niet met mij eens. Zij zijn ontevreden met Amerika als hegemoon in de wereld. Zij kijken verlangend naar China, en hopen dat China Amerika’s rol als hegemoon in de komende decennia zal overnemen. Dan zullen die arrogante Amerikanen eindelijk een toontje lager zingen, zo hopen deze mensen. Ja, zeggen deze mensen tegen mij, het zou goed zijn als de Amerikaanse hegemonie tot een einde komt. Hoe kan ik toch zo bewonderend zijn over Amerika? Kijk eens hoe ze gevangenen behandelen op Guantanamo Bay. Is dat respect voor mensenrechten? Ook de vrije pers van Amerika stelt niets voor. Zij durfden geen moeilijke vragen te stellen in de aanloop van de Irak-oorlog, bang om als onpatriottisch te worden bestempeld. Die godsdienstvrijheid is ook maar relatief. Sinds elf september 2001 zijn Amerikaanse moslims bang om uit te komen voor hun geloof. Zij voelen zich tweederangsburgers. En het land van de vrijheid is Amerika ook niet meer. De Patriot Act heeft vele burgerrechten teruggedraaid, en heeft de macht van de staat over het individu vergroot. Kortom, Amerika is de ware boosdoener in de wereld. China, dat is het land van de toekomst. Het zou goed zijn als China Amerika opvolgt als machtigste land in de wereld. Wellicht is ook de lezer van dit artikel het met bovenstaande alinea's eens. Echter, dan moet ik deze lezer teleurstellen. Hij heeft ongelijk. Natuurlijk kun je veel commentaar op bepaalde aspecten van de Amerikaanse maatschappij hebben. Niemand is perfect. Maar laten we Amerika’s tekortkomingen eens vergelijken met die van China. Guantanamo Bay gaat tegen alles in waar Amerika voor staat. Het feit dat er zoveel aandacht aan wordt besteed, maakt al duidelijk hoe belangrijk mensenrechten zijn voor Amerika. China schendt op veel en veel grotere schaal de mensenrechten. Er bestaat zo goed als geen onafhankelijke rechterlijke macht. De staat kan iedereen opsluiten die ze staatsgevaarlijk acht. China onderdrukt Tibet op brute wijze. Zo gaat dat in een dictatuur. Guantanamo Bay stelt niets voor hierbij vergeleken. Het klopt dat de Amerikaanse pers te timide was in de aanloop naar de Irak-oorlog. Maar nu herstellen de media zich. De pers wordt steeds negatiever over Bush en de Irak-oorlog. In Amerika kun je nog altijd iedere mening uiten die je wilt. In China bestaat nauwelijks tot geen vrije pers. Er is een staatstelevisie en er zijn staatskranten. De Chinese autoriteiten proberen uit alle macht het internet te controleren, opdat de Chinezen niet via internet negatieve meningen over hun leiders kunnen lezen. China kent geen vrijheid van meningsuiting, zoals Amerika. Moslims hebben het zeker niet gemakkelijk in Amerika. Maar ze hebben nog altijd de vrijheid om hun geloof te belijden. In China is dat anders. Miljoenen worden onderdrukt omdat ze hun religie Falun Gong willen uitoefenen. Chinese Christenen worden verhinderd in vrijheid hun geloof te belijden. China kent geen godsdienstvrijheid, zoals Amerika. De Patriot Act is zorgwekkend. Het geeft de staat grote invloed op het persoonlijke leven van Amerikanen. Maar het is niets vergeleken met de invloed van de Chinese staat op het individu. In China bepaalt de staat hoeveel kinderen je mag krijgen. Pas onlangs is het concept bezit ingevoerd in China. Men kende geen privebezit, alles was staatsbezit. Dat is pas onvrijheid. Laten we benadrukken dat de leiders van China zelfbenoemd zijn. De huidige president Hu Jintao volgde Jiang Zemin in 2002 op. Dit proces gebeurde achter gesloten deuren. De Chinese bevolking had er vrijwel niets over te vertellen. 59 miljoen Amerikanen hebben in 2004 op Bush gestemd. Als meer Amerikanen een keuze voor John Kerry hadden gemaakt, was Kerry nu president geweest. De Amerikaanse leiders zijn door het volk gekozen, in tegenstelling tot de Chinese leiders. Amerika is niet perfect. Maar het is een paradijs van vrijheid en democratie vergeleken met het dictatoriale China. Soms denk ik aan de toekomst van mijn kleinkinderen. Als de mensen die ik hierboven heb beschreven hun zin krijgen, zullen mijn kleinkinderen in een wereld leven die onder Chinese hegemonie staat. Zij zullen met weemoed kijken naar opa's tijd, toen Amerika nog regeerde in de wereld. In die tijd waren mensenrechtenorganisaties nog machtig, bestond er een vrije pers, kon iedereen naar believen God aanbidden, had de staat geen invloed op het voortplantingsgedrag van de burgers, en werden de leiders gekozen door het volk. Mijn kleinkinderen zullen verbaasd zijn te ontdekken dat in opa's tijd veel mensen ontevreden waren om te leven in een wereld onder Amerikaanse hegemonie. En nog verbaasder zullen zij zijn om te ontdekken dat mensen in het vrije westen bewonderend en verlangend keken naar de opmars van het onvrije China. Denkend aan mijn kleinkinderen verzucht ik: Laten wij blij zijn met de Amerikaanse hegemonie in de wereld, en laten wij de Chinese opmars vrezen. Leve de Pax Americana, wee de Pax Sinoica! Jasper.volkskrantblog.nl

Jasper in Utah deel 43: Dan

dinsdag 29 november 2005 04:10
Ik woon een half jaar in Logan, Utah, USA. 70 procent van Utah heeft in 2004 op George W. Bush gestemd. Ik probeer erachter te komen waarom zoveel mensen op Bush stemden. Vanmiddag ben ik gaan lunchen met de jeugddominee (youth pastor) van de protestantse kerk die ik bezoek. Zowel de jeugddominee als de dominee van mijn kerk zijn goede voorbeelden van de Amerikaanse religious right, een beweging die ik beschouw als “de gevaarlijkste politieke beweging in Amerika sinds tijden.” (Zie Jasper in Utah deel 38: In de boekenwinkel) De dominee van mijn kerk, Mike, is al vaker aan bod gekomen (zie onder anderen Jasper in Utah deel 9: Culture War, deel 20: “Yeah, Bush is really great…”, deel 32: Pastor Appreciation Month, deel 35: Utah steunt Bush en Cheney.) De jeugddominee is een sympathieke, gezette man van 25. Hij luistert naar de naam Dan. Dan is opgegroeid in California. Daar heeft hij theologie gestudeerd aan de Christelijke Vanguard University. Hij is getrouwd met een studente van deze Christelijke universiteit, en heeft een dochtertje van 14 maanden. Hij werkt nu als jeugddominee in Utah, omdat hier een vacature vrij was en “because the Lord sent me here.” Overigens vond hij het leven in California niet fijn: veel te liberal. Ik sprak met Dan over evolutie, openbare scholen, scheiding van kerk en staat, en president Bush. Uiteraard zijn Dan’s meningen niet automatisch de mijne. Dit vertelde Dan mij, terwijl hij een dubbele cheeseburger verorberde: “I don’t believe in evolution. Obviously we did not descend from apes. I’m not a Darwinist. There wasn’t just one big bang, in which the earth was created. God created the earth and the heavens. “Darwin says that we descended from apes, and he tries to proof that by looking at the bones of apes and humans, to see how they developed. But there are huge gaps in his theory. We now know that Darwinists just put different parts of bones and skulls together, to try to proof their theory of evolution. Many scientists say there are flaws in the theory of evolution. Even secular scientists say that. “But still we teach evolution at the public schools. All we are allowed to teach is evolution. In the sixties, they banned the Bible and prayer from the public schools. Because the separation of church and state orders that. But I don’t agree. This nation was founded on Christian values. ‘In God we trust’ is a national saying. We are one nation under God. Banning Christianity from public schools is definitely not what the Founding Fathers meant with the separation of church and state. The nation is moving away from the values on which it was founded, moving away from its base. And many false faiths come up. Like Mormonism, Scientology, New Age groups. This is not good. We are a nation based on Christianity, not on false faiths. “President Bush will be seen in history as the last great president of the United States. After him, things will go worse rapidly. America is a world power now, but it won’t stay a world power for long. Europe is getting stronger economically, and adapted the Euro. We have huge debts to China. And let’s not forget that China is a communist country. They hate freedom. “Bush stands for peace and justice in the world. He knows what he is doing. He is in his last term now, and he will try to get as much out of his presidency as he can. He is doing what he thinks is right. Liberals hate him for it. They hate the fact that Bush is a Christian. They hate his religion. “Look at who we put into office before Bush. Bill Clinton was afraid to send troops into war. He didn’t go after communism and evil. And look at all the scandals of his presidency. Do we really want that kind of people in the White House? “Bush stands up against communism all over the world. He is an active president. If he sees a wrong in the world, he goes after it to make it right. He is not afraid to take action, and he is not afraid to send our troops into war. He is a great president, just like his father. And he has a strong faith in the Lord. Bush brought God back into the White House. But I’m afraid it won’t be enough. One man in the White House can’t change the nation. We are still moving away from our Christian base. I am afraid that future presidents will all be liberals and atheists.” Jeugddominee Dan redeneert op een manier die Nederlanders zich nauwelijks kunnen voorstellen. Ik ben nog nooit een Nederlander tegengekomen die ontkent dat de mens van de aap afstamt. En weinig Nederlanders zullen zeggen dat Bush voor vrede en gerechtigheid staat. Toch denken vele Amerikanen zoals Dan. Zoveel zelfs, dat George W. Bush tot tweemaal toe de verkiezingen heeft gewonnen. Jasper.volkskrantblog.nl
Ik ben trots een Nederlander te zijn. Nederland is een land dat is gebaseerd op vrijheid, democratie en mensenrechten. Ik heb er bewondering voor dat Nederland vrijheid van meningsuiting kent. Mijn hart gaat sneller kloppen als ik onze waarden en vrijheden in de Nederlandse grondwet lees. Ik kijk altijd met respect naar onze leiders, omdat ze niet zelfbenoemd zijn maar door het volk gekozen. Ik ben blij als ik de Nederlandse driekleur zie, omdat die vlag in mijn ogen staat voor de waarden waar Nederland voor staat. En die waarden onderschrijf ik. Maar zodra ik zeg trots te zijn om Nederlander te zijn, word ik als “eng nationalistisch” gezien. Mijn landgenoten interesseren zich niet voor de grondwet die ik bewonder en bemin. Ik wil graag de Nederlandse vlag in mijn studentenkamer in Amsterdam hangen, maar ik ben bang voor de reacties van mijn gasten. Voordat ik het weet vinden mensen mij een gevaarlijke nationalist. Mijn liefde voor mijn vaderland wordt verkeerd begrepen. Het wordt in een hoek geplaatst waar ik mij niet thuis voel. Het is een onbeantwoorde liefde. Gefrustreerd word ik ervan. Dus begin ik te kijken naar andere landen. Misschien zijn die meer toegankelijk voor mijn liefde en waardering. Al gauw kom ik uit bij de Verenigde Staten van Amerika. Amerika heeft alle kwaliteiten die ik zo in Nederland waardeer. Ook Amerika is een land van vrijheid, democratie en mensenrechten. Een jaloers Nederland zal mij vragen: Maar wat heeft Amerika dat ik niet heb? Het antwoord is: Veel. Amerika beantwoordt mijn liefde zoals ik het wil. Patriottisme of vaderlandsliefde is geen vies woord in Amerika. Amerikanen zijn trots op hun grondwet, terwijl Nederlanders er onverschillig tegenover staan. Ik ben niet de enige die de Amerikaanse vlag ziet als symbool van vrijheid en gerechtigheid, het overgrote merendeel van de Amerikanen is dat met mij eens. Volgens mij is er in de wereldgeschiedenis nooit een supermacht geweest dat aan hogere standaarden heeft beantwoord dan Amerika. Ik ben blij in een wereld te leven met Amerika als politieagent. Bovendien heeft Amerika een groot leger om de waarden en vrijheden af te dwingen. Want Amerika begrijpt: “Freedom is not free.” (Ikzelf steun dit Amerikaanse leger in woord en daad. Op de foto ben ik te zien met mijn date tijdens een militair bal.) Maar de huidige Amerikaanse regering neemt het zo nauw niet met die Amerikaanse waarden. Ik lees met een bezwaard hart over geheime gevangenissen, waar gevangenen zonder de rechten van de Geneefse conventie zouden worden gemarteld. President Bush zegt dat Amerika niet martelt. Maar dat vice-President Cheney fel tegenstander is van betere naleving van de Geneefse conventies, stelt mij niet gerust. De Amerikaanse vrijheden worden steeds meer ingekapseld. De minister van Justitie heeft inzage in de boeken die Amerikanen in de bibliotheek lenen. Het Witte Huis behoudt zich het recht voor sommige mensen een eerlijk rechtsproces te onthouden. Er worden oorlogen gevoerd op dubieuze gronden. Ondanks dit alles blijf ik Amerika trouw. Ik steun het nog altijd als wereldleider. Ik vertrouw eerder op Amerika dan op ieder ander land in de strijd tegen het terrorisme. Bovendien vrees ik een opkomend communistisch en dictatoriaal China. Maar toch voel ik mij gekwetst door de manier waarop Amerika zich de laatste tijd gedraagt. Het wordt me wel moeilijk gemaakt. Mijn liefde voor Nederland is onbeantwoord. Mijn liefde voor Amerika wordt bezoedeld door de huidige Amerikaanse regering. Twee ongelukkige liefdes. Ach! Jasper.volkskrantblog.nl

Jasper in Utah deel 41: Over mijn weblog

donderdag 24 november 2005 09:05
Mensen hebben zich afgevraagd wat het doel is van mijn weblog, en wat mijn eigen meningen zijn over wat ik beschrijf. Aan deze vragen is zelfs een geheel nieuw weblog gewijd. In dit artikel zal ik uitleggen wat mijn doel is, hier in Utah. Vervolgens zal ik mijn eigen politieke mening geven over allerhande zaken. Tot slot laat ik de Utahn Edward aan het woord, en bespreek ik Edwards opvattingen.

Op dit weblog beschrijf ik mijn belevenissen als Amsterdamse student in het oerconservatieve Utah, USA. 70 procent van Utah heeft in 2004 op George W. Bush gestemd. Ik probeer erachter te komen waarom dat zo is. Ik probeer erachter te komen hoe mensen hier denken, hoe hun wereldbeeld is.
Met dat doel heb ik mij geintegreerd in de samenleving. Ik studeer geschiedenis aan de Utah State University, en ik volg een legeropleiding. Ik bezoek een protestantse kerk, en ik ga naar Bijbelklasjes. In de weekenden ga ik met vrienden schieten of paardrijden. Ik verzamel propaganda uit de Amerikaanse culture war (zie foto). Ik luister naar conservatieve talk radio en kijk naar Fox News. Ik spreek met studenten, professoren, boeren, soldaten, dominees, hoog- en laagopgeleide mensen. Zo probeer ik een zo goed mogelijk beeld te krijgen van Bush-stemmend Amerika.

Op dit weblog laat ik de Utahns aan het woord. Dat lijkt mij de beste manier om de lezer kennis te laten maken met deze Amerikanen.

Ik citeer de dominee van mijn kerk, die tegen de Israelische terugtrekking uit de Gazastrook was omdat dit de komst van de Messias zou vertragen. (Zie deel 9: Culture War)

En mijn medestudente Sarah, die de oorlog in Irak steunt omdat volgens haar Saddam Hussein achter de aanslagen van elf september zat. (Zie deel 14: Sarah)

En Neil, die niet kan geloven dat Bush zou liegen omdat Bush zo`n goede en betrouwbare man is. (Zie deel 20: “Yeah, Bush is really great…")

En mijn huisgenoot Jeffrey, die geschokt is over de respectloze wijze waarop Europeanen met vlaggen omgaan. (Zie deel 25: Respect voor de vlag)

En Sam, die mij vertelt over zijn liefde voor geweren. (Zie deel 27: Sam)

En legerpredikant in opleiding Gloven, die mij zijn steun voor de Irak-oorlog en zijn angst voor liberals uitlegt. (Zie deel 29: Cadet Gloven)

En nogmaals de dominee van mijn kerk, die mij uitlegt waarom hij vice-president Dick Cheney bewondert. (Zie deel 35: Utah steunt Bush en Cheney)

Al deze mensen laat ik aan het woord om te schetsen hoe de mensen in Utah denken. Want Utahns zijn niet alleen. De meeste Bush-stemmers denken zoals de Utahns, en die Bush-stemmers zijn momenteel in de meerderheid in Amerika. Het is belangrijk dat wij in Europa begrijpen hoe zij denken. We mogen hun denkwijze niet afdoen als onbelangrijk. Hun mening mag dom of onbegrijpelijk zijn, maar het is zeker niet onbelangrijk. Immers, hun denkwijze overheerst momenteel in het Witte Huis, en volgens hun filosofie handelt het machtigste land ter wereld.


Ook geef ik vaak mijn eigen mening op mijn weblog. Dit doe ik meestal naar aanleiding van iets dat ik heb gezien of meegemaakt. Mijn meningen stuiten soms op protest van lezers. Ik laat alle reacties toe, en probeer op zoveel mogelijk te reageren.

Dit zijn een aantal van mijn politieke meningen, verwoord op mijn weblog.

In deel 6 stel ik dat volgens mij het Amerikaanse leger aan de kant van de vrijheid strijdt, en niet alleen Amerika`s platte eigenbelang dient. (Zie deel 6: Jasper joins the US Army!”)

In deel 8 vertel ik over de Amerikaanse voorliefde voor vlaggen en ceremonieel vertoon. Het valt mij op dat Amerikanen zoveel respect hebben voor hun soldaten, in tegenstelling tot Nederlanders. Ik stel dat dit een goede zaak is. Nederlanders vinden vlaggen en respect voor soldaten eng, omdat het ze aan de Tweede Wereldoorlog doet denken. Ik stel dat dit een vergissing is. (Zie deel 8: Celebrate America Show)

In deel 12 som ik een hoop negatieve aspecten op van de Amerikaanse cultuur. (Zie deel 12: Jasper is negatief over Amerika)

In deel 13 stel ik voor Amerika "aan (te) moedigen in bondgenootschappen te blijven werken, door haar te omhelzen als leader of the free world." (Zie deel 13: Bush on-Amerikaans?)

In deel 15 bericht ik over de Amerikaanse culture war tussen conservatieven en liberals, en beken ik dat ik mijzelf meer aangetrokken voel tot de liberal kant. (Zie deel 15: Culture War part II)

In deel 16 wijs ik nogmaals de gedachte af dat Amerika alleen maar uit eigenbelang zou handelen, en stel ik dat "de voornaamste kracht achter de Amerikaanse buitenlandse politiek idealisme (is)." (Zie deel 16: Handelt Amerika uit idealisme of uit eigenbelang?)

In deel 17 stel ik dat Nederland te goddeloos is, maar Amerika te religieus. (Zie deel 17: “You`ll burn in hell!”)

In deel 19 stel ik dat het mormoonse geloof de ultieme Amerikaanse religie is. (Zie deel 19: Over mormonen)

In deel 23 beweer ik dat veel van de dingen die Amerikaanse conservatieven zeggen, onwaar zijn. (Zie deel 23: Culture War part III)

In deel 30 stel ik dat Amerikanen beter dan Europeanen begrijpen hoe bijzonder het is om in een vrij land te leven. (Zie deel 30: Brief aan soldaat Justin)

In deel 32 stel ik dat kerken een goede functie vervullen in de samenleving, omdat de zwakkeren op een directe en persoonlijke manier geholpen worden, maar ik wijs ook op de gevaren van corruptie bij dit soort hulp. (Zie deel 32: Pastor Appreciation Month)

In deel 33 bewonder ik de wijze waarop het Amerikaanse gezag de wet handhaaft, in tegenstelling tot de in mijn ogen slappe Nederlandse gedoogcultuur. (Zie deel 33: Lex dura sed lex)

In deel 36 stel ik dat het nationaal geheugen van Amerikanen beter is dan het nationaal geheugen van Nederlanders. (Zie deel 36: Nationaal geheugen)

In deel 37 stel ik dat ik Amerika`s rol als leider in de strijd voor vrijheid en tegen terrorisme steun, maar dat ik wel vind dat de huidige Amerikaanse regering veel fouten maakt. (Zie deel 37: Strijd tegen terrorisme)

Zo bestaat mijn weblog uit beschrijvingen van de conservatieve Christelijke Bush-stemmende Utahns, en uiteenzettingen van mijn eigen politieke opvattingen.


Sta mij toe nogmaals een Utahn aan het woord laten, en mijn eigen mening erover geven.
Vandaag sprak ik met Edward. Edward is een student geschiedenis van 25 jaar oud. Hij vertelde mij het volgende:

"I believe the liberals cause the downfall of America. Liberals don’t believe in absolute right and wrong. They don’t have any moral beliefs. If you say what your moral beliefs are, a liberal would answer: `Yes, but that’s just the way you see it. If you look at it from another perspective, it’s totally different.`

"They are too wishy-washy. America can`t afford to be that way. We need strong moral beliefs. We have enemies to fight, and we can`t do that if we don’t believe in what we fight for. If a country is safe and secure, and without enemies, it can afford to think the way liberals think. But we are not safe and secure. We are not Sweden. We have enemies, we have values that clash with the terrorists` values, and we should believe in our own right.

"Yes, I really believe the liberals are taking our country down. Imagine Hillary as president in 2008. It would be disastrous.

"But on the other hand, I’m not
that worried. I believe that the second coming of the Savior will be soon. It will intervene with America`s downfall. Jesus Christ will return shortly before or after America`s downfall. If it won`t happen in my lifetime, then surely in my children`s lifetime."

Ik blijf mij verbazen over de mensen hier. Edward lijkt een intelligente jongen. Hij begrijpt wat waardenrelativisme is, en kan betogen waarom hij het ermee oneens is.
En dan begint hij plotseling over de aanstaande terugkeer van Jezus Christus, die alles zal oplossen.

Ik vind Edwards denken niet alleen verbazingwekkend, maar ook gevaarlijk. Hij verwart religie en politiek. Meer mensen doen dat. Ik hoor veel mensen in mijn kerk praten over de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Zij zeggen dat je die ontwikkelingen moet zien als voorbereiding op Christus` terugkeer op aarde.

Het wordt helemaal gevaarlijk als beleidsmakers op die manier denken. Zodra mensen hun politieke besluitvorming verantwoorden met de Bijbel, is alle discussie onmogelijk gemaakt. Alles is geoorloofd als God het ermee eens is. Iedere actie moet ondernomen worden, als het de terugkeer van de Messias bevordert. Deze Christelijke manier van denken lijkt zelfs in het Witte Huis opgeld te doen. Een gevaarlijke ontwikkeling.

Waarom is dit gevaarlijk? Omdat je mensen die zo denken niet op rationele wijze van hun overtuigingen kan doen veranderen. Ikzelf ben ongelovig, en voel mij aangetrokken tot het waardenrelativisme. Ik heb bepaalde waarden en overtuigingen, maar ik geloof dat ik altijd van mening kan veranderen als ik de juiste argumenten hoor. En ik geloof dat dat de beste manier van redeneren is.

Jasper.volkskrantblog.nl
Profielfoto Jasper  Boon

Jasper Boon

Woonplaats: United States of America
Beroep: Amsterdamse student in de USA
Man
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Links

Alle delen van de Jasper in Utah-reeks

Aanraders zijn aangegeven met een *

Deel 1: Inleiding
Deel 2: Voorbereiding
Deel 3: Eerste dagen in Utah
Deel 4: Over conservative talk radio en kerken
Deel 5: Brian Clark
* Deel 6: Jasper joins the US Army!
Deel 7: Over conservatisme in Utah, USA
* Deel 8: Celebrate America Show
* Deel 9: Culture War
Deel 10: Amerikaanse volkswijsheden
Deel 11: Amerika is een jong land
Deel 12: Jasper is negatief over Amerika
Deel 13: Bush on-Amerikaans?
* Deel 14: Sarah
* Deel 15: Culture War part II
Deel 16: Handelt USA uit idealisme of eigenbelang?
Deel 17: "You'll burn in hell!"
Deel 18: Zijn Republikeinen dommer dan Democraten?
Deel 19: Over mormonen
* Deel 20: "Yeah, Bush is really great..."
Deel 21: Religie goed voor samenleving?
Deel 22: Gesprekken met soldaten
Deel 23: Culture War part III
Deel 24: Jasper valt van een paard (met foto's)
Deel 25: Respect voor de vlag
Deel 26: Over God en auto's
Deel 27: Sam
Deel 28: God bless liberal America!
* Deel 29: Cadet Gloven
Deel 30: Brief aan soldaat Justin
Deel 31: James Bonds immoral and destructive life
Deel 32: Pastor Appreciation Month
* Deel 33: Lex dura sed lex
Deel 34: Susie
Deel 35: Utah steunt Bush en Cheney
Deel 36: Nationaal geheugen
Deel 37: Strijd tegen terrorisme
* Deel 38: In de boekenwinkel
Deel 39: "Zo waarlijk helpe mij God almachtig."
* Deel 40: Over Utahns en Nederlandse muziek
Deel 41: Over mijn weblog
* Deel 42: Mijn ongelukkige liefdes
Deel 43: Dan
* Deel 44: Over China en Amerika
Deel 45: Religieuze onverdraagzaamheid
Deel 46: Jasper in San Francisco (met foto's)
Deel 47: Bush=Hitler?
Deel 48: Gewetensbezwaren
Deel 49: Flag retreat
Deel 50: Academische discussie in de praktijk
* Deel 51: Hypocriet
Deel 52: History may not repeat itself, but it...
Deel 53: Jeffrey
Deel 54: Afscheid van Utah

Alle delen van de Jasper in Amerika-reeks

* Deel 55: In de US Senate
* Deel 56: In een Amerikaanse kerk
Deel 57: Boek
Deel 58: Publiek debat
* Deel 59: In de Supreme Court
* Deel 60: Laatste deel

Relevante websites

Website van Utah State University
Website van de mormoonse kerk
Legeropleiding van de Utah State University
College Republicans van de Utah State University
Website van Celebrate America Show
Artikel Gregory S. Paul
Approval rating van President Bush per Staat

Groepen

Favorieten van Jasper Boon

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van Jasper Boon, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2006
2005

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •