
Het getal pi: een nieuw paradigma voor de mens als reïncarnerend wezen
pidag, wiskunde, transcendent, agnosticisme, Alfred Ayer, 3,14159265358979323846264338327950288419716939937510582097494459231,
'Wie weet durf ik over een tijdje ook weer zonder bezorgdheid door niemand serieus te worden genomen te schrijven over politiek en reïncarnatie', besloot ik mijn blog van gisteren. Eveneens gisteren kreeg ik op een presenteerblaadje de aanleiding om dat opnieuw te durven aangereikt. Gisteren, de veertiende dag van de derde maand, was het weer pidag. Wereldwijd werd aandacht besteed aan het unieke getal 3,14159265358979323846264338327950288419716939937510582097494459231 zoals Karel Knip het samenvatte in zijn rubriek 'Alledaagse wetenschap' in de krant van zaterdag. Mij brengt deze algemene belangstelling voor het onbecijferbare getal pi op gedachten die ik nog nergens anders heb gelezen.
***
Eerst biets ik iets uit het artikel van Karel Knip.
'Morgen is het [moet nu dus zijn: 'Gisteren was het] pidag. Wereldpidag, om precies te zijn. Dan zijn er weer pifestiviteiten, openen pimusea hun deuren en worden er thuis pikoekjes gebakken. ’t Zit zo: morgen is het 14 maart en dat kun je schrijven als 14/3 zoals wij hier doen, maar ook als 3/14 zoals Amerikanen doen, of liever nog: 3.14. En dan staat daar zomaar de waarde van pi in twee decimalen. Wie dus voortaan onthoudt dat het een week voor het begin van de lente altijd pidag is ... en dat je 14 maart schrijven moet als 3.14 ..., die kan voortaan moeiteloos onthouden hoe groot pi is. Eindelijk.
Pi, voor de goede orde, is de verhouding tussen de omtrek van een cirkel en zijn diameter. Ook geschreven als π. Hij kwam hier een paar jaar geleden ook al ter sprake maar toen bestond er nog geen traditionele pidag. Nu wel, want pi is in. Mensen vinden pi magisch.
Wat zou de amateuronderzoeker nog van π willen weten? Vijf jaar geleden ging het hier over de vraag hoe men in hemelsnaam in de Bijbel (II Kronieken 4:2 en I Koningen 7:23) heeft kunnen aannemen dat π gelijk was aan 3 terwijl uit het eerste het beste onderzoek blijkt dat het meer moet zijn.'
*
Tot zover Karel Knip. 'Mensen vinden pi magisch', schrijft hij.
Ze hebben gelijk, en meer dan dat. Via pi kun je via via daadwerkelijk in het hiertussenmaals komen. [Even terzijde:de verwijzingen naar de twee bijbelboeken heb ik nagekeken; ik had de teksten willen overnemen, maar het zijn zulke lange verhalen, dat ik aan de lezer van deze blog overlaat om ze zelf na te zoeken.]
Maar wat heeft dit magische getal nu met reïncarnatie te maken?
Ik serveer een koekje van eigen deeg en copieer een passage uit een nieuwe tekst over dit onderwerp waar ik in mijn vrije tijd mee worstel:
Ik kan mij niet voorstellen dat reïncarnatie geen realiteit zou zijn, ik kan me evenmin voorstellen hoe ik zekere kennis kan krijgen over reïncarnatie. Het argument van de agnostici kan ik voor mijn filosofische geweten niet afdoen met de kritiek 'dat is dogmatisch'.
*
Even tussendoor om de niets vermoedende lezer bij te praten: veel mensen geloven min of meer heilig dat reïncarnatie pure fictie is. Ook menen velen dat hierna een zwart gat is; dat wij niet alleen niets weten, maar ook nooit iets zullen weten over een eventueel hierná; en sommigen van hen dragen deze overtuiging met een even heilig vuur en dogmatisme uit als godsdienstige fundamentalisten. Hun geloof staat bekend als agnosticisme; hun slagzin luidt ‘ignoramus et ignorabimus’: wij weten niet en zullen niet weten. De filosoof Alfred Ayer heeft effectief het agnosticisme ontzenuwd als een inconsistente manier van redeneren. Van de uitspraak ´wij kunnen in de toekomst niet weten …´ valt op dit moment immers met geen mogelijkheid vast te stellen of hij juist is of niet. Agnosticisme is dus louter een nihilistische geloofsbelijdenis. Voor de zaak niet onmiddellijk relevant maar toch wel aardig om te vermelden is dat Ayer aan het eind van zijn leven een ´bijna dood ervaring´ heeft gehad en na en als gevolg daarvan een lans gebroken heeft voor de aannemelijkheid van de reïncarnatie.
Zo staat het in ‘ZOLANG ER IEMAND IS DIE NOG AAN JE DENKT, …´ Karma en reïncarnatie: feit of fictie, waarheid of bedenksel, realiteit of verzinsel? Een essay à permutations ’ Stichting Kairos k*r, Rotterdam, eind vorige eeuw; de tekst staat ook op www.kairos-kr.nl
Intussen heb ik bedacht dat dit wel erg inductief geredeneerd is. Zo makkelijk kun je het argument van de agnostici niet afdoen. Ze hebben een goed argument. 'Dat kan de mens niet weten', zeggen ze. 'Weten doet een mens met zijn hersenen. Die hersenen hebben zich in het aardse lichaam ontwikkeld. Dus kan de mens alleen weten wat zich hier op aarde voordoet. Als hierna al iets komt, is het buiten het bereik van wat de mens kan weten'.
Met dat argument worstel ik nog steeds. Eén van mijn tegenargumenten komt vanuit de deductie via het getal pi. Ik citeer verder uit mijn nieuwe 'tekst in worsteling':
*
'Ik kan mij niet voorstellen dat reïncarnatie geen realiteit zou zijn, ik kan me evenmin voorstellen hoe ik zekere kennis kan krijgen over reïncarnatie ... , maar dat accepteer ik niet. Het probleem is duidelijk. Hoe kom ik tot zekere kennis en onbetwijfelbaar begrip over reïncarnatie?
De wiskunde geeft inspiratie. Een cirkel kan ik met mijn ogen zien. Ik kan met mijn 'geestesoog' inzien dat ik kan bewijzen dat hij de lijn is door alle punten die een zelfde afstand tot een ander punt hebben. Dat is absoluut zekere kennis en onbetwijfelbaar begrip. Maar als ik dan probeer het oppervlak van die cirkel te berekenen en het resultaat uit te drukken in gewone getallen, lukt dat niet. Ik kom met mijn denken in een dimensie waarin ik mij geen concrete voorstellingen kan maken. In die dimensie bevindt zich het getal pi. Dat getal wordt in de vaktaal van de wiskunde 'transcendent' genoemd. De transcendente getallen zijn een volstrekt normaal gespreksthema – en ik gebruik 'normaal' in de gangbare betekenis van het woord in de omgangstaal, niet in de vaktaal van de wiskunde, waar ‘normale getallen’ iets speciaals zijn. Zo normaal en dus dichtbij is het transcendente.
Kan ik reïncarnatie en het hiertussenmaals ook zo dichtbij brengen?'
***
Wordt vervolgd.
DW 4 Eerst komen de onderbuikgevoelens, dan de politiek, dan cyberspace, wanneer de reïncarnatie?
Gerda Verburg, agrarische toestanden, Wouter Bos, Job Cohen,
'De wereld wordt alsmaar groter, steeds groter ...', herinner ik me vaag, helaas alleen heel erg vaag, als verzuchting die Erich Kästner (1899 – 1974) ooit slaakte. Uit de context was duidelijk – en dat herinner ik me heel goed - dat Kästner in feite bedoelde: 'de wereld wordt steeds gekker.' Dat herken ik heel goed: de wereld, en zeker Nederland, wordt langzamerhand zó gek, dat je niet weet waar je beginnen moet met je commentaar.
***
Ik voel ik me als een kind dat zó een immense rommel in zijn kamer heeft gemaakt, dat een béétje verstandige moeder inziet dat het kind die rommel in z'n eentje niet kan opruimen, en dus hulp nodig heeft. Maar in onze blog is zo'n muze-achtige moeder-figuur die me bij de hand neemt in de chaos niet beschikbaar – althans niet op het moment dat ik mijn eerste bericht moet schrijven; in de reacties komen altijd een paar 'figuren' (m/v) meedoen die me weer terugbrengen bij de les.
Maar eerst, nu, in het begin van deze stille zondagochtend na Deze Week Die Weer De Week Die Was, moet ik het eerst even alleen doen; en alles is lachen en huilen tegelijk. Ik begin maar gewoon bij gisteren.
'Ik voel me als burger door u serieus genomen met uw Glossy, en vanuit die houding neem ik u, althans de stunt die u heeft uitgehaald, serieus, mevrouw Verburg', blogde ik gisteren naar onze minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 'en u krijgt van mij serieus commentaar, en ik gebruik mijn commentaar om ook een paar opmerkingen te maken over de politiek in Nederland in het algemeen. Nu ik weer terug kijk op uw stunt en u, doet u me denken aan – en u mag zelf kiezen of u het als een compliment wilt opvatten of niet - aan Barbara Streisand. In de film 'Nuts' speelt ze Claudia Draper, een call girl die uit zelfverdediging zó hard terug vecht tegen een aggressieve klant dat ze hem per ongeluk doodmaakt. Haar moeder en stiefvader willen een schandaal vermijden en huren een psychiater die haar ontoerekeningsvatbaar moet verklaren, maar Claudia neemt zich zelf serieus en verzet zich daartegen. Dat leidt tot mooi, serieus en goed gespeeld drama, waarin allerlei verborgen motieven uit het leven van Claudia aan het licht komen.
Als betrokken burgerjournalist die op zijn eigen bescheiden manier “ernaar snakt serieus genomen te worden” (ik neem nu even uw terminologie over; ik “snak” in het algemeen niet, en zou in mijn eigen, meer afgemeten bewoordingen eerder zeggen: “... die op mijn eigen bescheiden manier probeer helderheid te krijgen over wat in de wereld gaande is” of zoiets), veroorloof ik me u te adviseren deze film, bij voorkeur samen met de ambtenaren die u in deze Glossy gelanceerd hebben, te gaan bekijken en er na afloop een goed gesprek over te hebben.'
*
Tot zover mijn blogbericht aan onze minister. Ik reken er niet op door haar serieus genomen te worden in de zin dat ik een reactie van haar krijg, noteer alleen nog één detail.
In mijn reactie van 12.06 uur in onze blog van 11 maart noteerde ik dat ik in ons lokale weekblad De Havenloods voor het eerst het woord 'stemhok' zonder verkleinende uitgang -je had aangetroffen [mijn spellingscontrole attendeert me er ook op dat 'stemhok' niet gangbaar is!]. Zou het echt toeval zijn dat deze stunt bedacht is in het ministerie van landbouw en voeding? Burgers stemmen in een stemhokje, maar naar een stemhok drijf je als volksmenner stemvee. En ook de 'voeding' waarover mw. Verburg gaat zette me aan het denken. 'Zuerst kommt das Fressen, dann die Moral, oordeelde Bertolt Brecht – ook de eerste woorden van de kop van dit blogbericht zijn agrarisch-voedingskundig geïnspireerd.
**
Terzake! Wouter Bos heeft vast het boek van Anna Visser [zie blog van 8 maart] gelezen [en heeft daaruit zijn conclusie getrokken]', grapte Opus #3 vrijdag in een verlate reactie op dat blog. Dat was vermoedelijk jokkernij, maar het is en blijft een curiosum dat binnen een etmaal een prominente en een super-prominente politicus de dienst aan volk en vaderland verruilen voor dienst aan vrouw en kinderen.
Dat zeggen ze althans zelf, en vooral inzake Wouter Bos ben ik daar niet zo zeker van. 'Ik geloof helemaal nooit iets van wat die man zegt', citeerde het Journaal een anonieme burgeres die de indruk maakte serieus genomen te willen worden, en in meer diplomatiek-professionele bewoordingen gaf Rinus van Schendelen later een analyse van de politieke motieven die in elk geval mede een rol gespeeld hebben bij de vaandelvlucht van de beoogde PvdA-leider. Wait and see - wij wachten op de comeback van Wouter Bos.
*
Over hoe daarover in Haagse kringen wordt gedacht en geoordeeld is sinds vrijdagochtend een intens twitter-verkeer gaande, lees ik op andere berichten die in cyberspace circuleren [zelf doe ik niet aan twitteren; zie blog van 11 maart]; ik geloof het wel. Het bevestigt mijn overtuiging dat cyberspace per dag meer het medium wordt waarin wij met elkaar communiceren en leven [zie blog van 12 maart].
Bovendien heb ik alleen al in het weinige dat ik zelf intussen gelezen heb over Wouter Bos en daaromtrent alles gevonden dat ik zelf zou kunnen bedenken, dus ik houd er maar over op.
*
Alleen over de man die naar alle tekenen des tijd onze nieuwe minister president zal worden in de zogenaamde parlementsverkiezingen van 9 juni wil ik nog iets kwijt. Eerst een kleine herinnering, daarna iets aardigs.
Op 26 december 2008 blogde ik voor de eerste en tot nu toe enige keer over hem. Ik copieer van mezelf uit mijn tekst 'Amsterdam en Rotterdam, burgemeester Cohen en perifere identiteit: een determinant van de esoterie: Tussen mij en Amsterdam is het nooit iets geweest en zal het nooit iets worden. Amsterdam is me te oud. Ik ben van het nieuwe. Maar er is meer. Daar ben ik me een jaar of dertig geleden bewust van geworden. Je had toen Renate Rubinstein, Bekende Amsterdamse en evenzeer landelijk bekende publiciste. In een column in Vrij Nederland bezong zij eens haar liefde voor haar stad en besloot met de verzuchting 'ik wou dat ik een globe van Amsterdam had'.
'Een globe van Amsterdam'... - toen ik dat las, viel bij mij opeens het kwartje. Een globe heb je van de aarde, van de gehele wereld. Daarbuiten is het heelal – exclusief terrein voor astronomen, astronauten en filosofen. Gewone mensen zoals u en ik hebben aan de aarde genoeg. Maar in de beleving van Renate Rubinstein was die aarde ineengeschrompeld tot de ongeveer 219 vierkante kilometer (waarvan een kwart water) oppervlak die Amsterdam telt. Meer had zij kennelijk niet nodig. En in haar verzuchting herkende ik iets van de zelfgenoegzaamheid die ik onder de oppervlakte van veel Amsterdammers meen te bespeuren. (Overigens zijn, althans in mijn ervaring, Amsterdammers vaak vriendelijker dan Rotterdammers, moet ik hier helaas even vermelden). Amsterdam is alles voor ze. Als je daar woont maar dat niet óók vindt, hoor je er niet bij.
Die houding spreekt voor mij uit het beeld van een globe van Amsterdam, en tot afgelopen dinsdag meende ik dat dat beeld alleen ooit in de sowieso ietwat curieuze verbeelding van Renate Rubinstein was opgekomen. Maar 23 december zag ik in de krant een grote kleurenfoto van burgemeester Cohen en wethouder Herrema met een globe van Amsterdam, zó groot dat ze in hun ééntje het ding niet met hun armen kunnen omspannen. Zij 'wijzen op de “wereldbol van de stad Amsterdam” begin- en eindpunt van de Noord-Zuidlijn aan'.
**
Tot zover uit mijn blog van 26 december 2008. Maar nu wordt Cohen vermoedelijk 'burgemeester' van heel Nederland. Hem neem ik echt serieus. Ik documenteer mijn mening aan een passage uit het voorwoord dat hij schreef bij het boekje 'Zonder Wij geen Ik' van Christine Gruwez en Klaas van Egmond (IONA Stichting, 2008):
'Grote maatschappelijke veranderingen hebben zich de afgelopen decennia aan ons voltrokken. Zij hebben het aanzicht van Nederland ingrijpend veranderd. Deze ontwikkelingen hebben heel veel positiefs, veel vrijheid in allerlei opzichten gebracht. Maar zij vertonen in hun onderlinge samenhang ook schaduwkanten die tot vervreemding en een samenleving van naast elkaar levende individuen hebben geleid. Onze samenleving is een beetje een samenleving van vreemden geworden, en de vreemde in onze samenleving is bepaald niet alleen de vreemdeling.
Alleen de vraag al hoe en waar in de huidige samenleving sociale binding te vinden is, duidt op zijn minst op het gevoel dat het met die sociale binding in Nederland niet goed gaat. We hebben met ons allen, op verschillende manieren, vertrouwde bindingskaders vaarwel gezegd. Het gezin, de familie, de buurt, de eigen stad, de kerk en godsdienst, de politieke partij, noem maar op - ze hebben allemaal aan invloed ingeboet. En terwijl we vaarwel zeiden aan de oude en vertrouwde instituties, zijn we er niet in geslaagd nieuwe bindingskaders te creëren. Gebrek aan sociale binding, gebrek aan gedeelde normen en waarden, disfunctionerende instellingen en instituties - dat is de spiegel waar we in kijken. Trouwens, laten we daar maar blij om zijn, want dan kunnen we er tenminste iets aan doen. Onze huidige malaise alleen op het conto schrijven van de tegenstelling allochtonen-autochtonen is te gemakkelijk en kan ons op den duur opbreken. Nee, migranten confronteren ons met de problemen van onze eigen samenleving.'
Tot zover Cohen in dat boekje. Dat is de manier om Wilders tegemoet te treden. Wie weet durf ik over een tijdje ook weer zonder bezorgdheid door niemand serieus te worden genomen te schrijven over politiek en reïncarnatie.
Politici snakken ernaar om serieus genomen te worden – waardoor gebeurt dat steeds minder?
Glossy Gerda, motie van treurnis, 'probleem', ministers, adviseurs, ambtenaren
'Burgers snakken ernaar om serieus genomen te worden', reageerde Glossy Gerda afgelopen woensdag op de rumpus die was ontstaan naar aanleiding van haar publiciteitsstunt. Deze reactie verdient een mooie plaats in de collectie historische gevleugelde woorden. Ik herinner me niet ooit eerder van een Nederlandse politicus (m/v) een zo gruwelijk zwart-grimmig-humoristische onmogelijke bewering gehoord of gelezen te hebben als deze.
***
'”Onmogelijke bewering?!” - Mevrouw Verburg heeft toch gewoon gelijk?', reageren sommigen wellicht. 'Natuurlijk heeft ze gelijk', antwoord ik – 'alleen niet '"gewoon"'.
Om precies uit te leggen wat ik bedoel met 'alleen niet “gewoon”' zou ik veel woorden nodig hebben. In de hoop dat deze blog vooral gelezen wordt door goede verstaanders in de zin van mensen die aan een half woord genoeg hebben, geef ik mijn commentaar op de manier waarop ik destijds filosofie aan studenten geneeskunde onderwees: in de vorm van een aantal goeie moppen met toelichting.
Ik heb ze na mijn pensionering gebundeld in een werkje onder de titel 'EEN BEETJE FILOSOFIE KAN HIER GEEN KWAAD -wijsgerig perspectief op de geneeskunde', en copieer daaruit twee anecdotes met aan het thema van onze blog van vandaag aangepaste aanvulling en toelichting.
**
Het juiste oordeel te vormen als zich een probleem voordoet, is moeilijk. Het begint er mee dat je datgene wat zich aan je voordoet, moet herkennen en erkennen àls probleem. Dat kan moeilijk zijn. Sommige mensen zien ergens een probleem waar anderen dat niet zien.
Bij de parachutistenbrigade van de inlichtingendienst van een internationale militaire macht solliciteren drie meisjes (GB, F en USA). 'Wat zou je doen wanneer je per ongeluk als enige vrouw terechtkwam op een eiland met verder alleen een stel mariniers die daar al een hele tijd zitten te wachten tot ze weg kunnen?', vraagt de voorzitter van de sollicitatie-commissie aan het Engelse meisje. 'Dat zou mijn eer te na zijn; ik zou een van mijn suicide-pills nemen', antwoordt ze. 'Ik zou me onder bescherming van de sterkste man stellen', zegt het Franse meisje. 'En jij?', vraagt de voorzitter aan het Amerikaanse meisje, 'hoe zou jij dat probleem oplossen?'. 'Problem?', antwoordt die; 'what do you mean problem? I don't see any problem'.
Vervolg toelichting voor student: wanneer je een probleem hebt onderkend àls probleem, moet je zien wat de aard van het probleem is. Ook wat dit betreft komt de een soms tot een ander oordeel dan de ander.
Toelichting voor Glossy Gerda: voor zover de burgers intussen geleerd hebben dat ze al lang niet meer door politici, maar alleen door elkaar en door de serieuze media serieus genomen worden, weten wij allemaal dat de eerste taak van een ambtenaar is om zijn minister uit de wind te houden. Vraag aan u, mevrouw Verburg [ondanks uw poging om in stijl van de jongelui van tegenwoordig te communiceren, vouvoyeer ik u toch maar liever waar ik mij persoonlijk tot u wend]: 'was er echt niemand in uw departement die zag aankomen welke tsunami u zou treffen of dachten ze stiekem “laten we eens een goeie grap uithalen met Gerda”? Of, een héél vermetele suggestie: was er in uw équipe misschien een ambtenaar die een kans zag om u echt Geschiedenis te laten maken, ongeveer zo als ruim twee eeuwen geleden Marie-Antoinette toen die in alle ernst vroeg waarom de Parijzenaars geen taartjes aten als ze honger en geen brood hadden?'
*
Volgende mop:
Omstreeks 1900 is een jong getrouwd vrouwtje uit de hogere kringen in Den Haag (stijl Louis Couperus) een beetje bezorgd over de hoogte van de ambtelijke rang van haar echtgenoot. Op een dag besluit zij haar hartsvriendin, evenals zij getrouwd met een hogere ambtenaar, in vertrouwen te nemen. 'Zeg, m'n man heeft me laatst verteld dat hij impotent is. Weet jij dat soms: is ´impotent´ hoger of lager dan ´referendaris´?'
Toelichting in boek voor student geneeskunde: Kun je je zó een situatie anno 2002 voorstellen? De modale tijdgenoot begrijpt de grap ervan misschien niet eens meer: een echtpaar waarvan zij niet weet wat 'impotent' betekent en a fortiori niet weet dat haar echtgenoot behept is met dit kenmerk. In amper zes dozijn woorden wordt in deze anekdote de verandering in de seksuele moraal in Nederland in de afgelopen eeuw gepresenteerd. Steeds meer en telkens weer nieuwe problemen worden in de geneeskunde (h)erkend als problemen waar de geneeskunde iets mee moet. Dat maakt de oordeelsvorming in de geneeskunde moeilijker dan ze vroeger was. Vroeger was die oordeelsvorming eenvoudiger – althans zo leek dat. Het voorbehoud is van belang, want oordelen over hoe dit-of-dat ´vroeger´ was, is altijd riskant, al was het maar omdat ´vroeger´ zo’n rekbaar begrip is. Maar dat heel veel in de geneeskunde anders was dan nu, staat wel vast. Een heel ander aspect van de historische verandering is dat de discussie over de problemen in de geneeskunde tegenwoordig opener, vrijer, beter onderbouwd en eerlijker wordt gevoerd dan vroeger. Dat kan men volgens mij wèl zonder voorbehoud zeggen.
Toelichting voor Glossy Gerda: kunt u zich zó een situatie anno 2010 voorstellen? Ik parafraseer de medisch-filosofische toelichting bij de anecdote met u zelf als hoofdpersoon. De toekomstige geschiedschrijver zal de de grap ervan misschien niet eens meer begrijpen: een vrouwelijke minister en haar adviseur publieke relaties waarvan zij niet eens meer weet wat de woorden 'serieus nemen' en 'burger' betekenen en a fortiori niet weet dat haar adviseur dat – naar we mogen aannemen – nog wel weet. In amper een half dozijn woorden wordt in uw one-liner anekdote de verandering in de politieke moraal in Nederland sinds het begin van deze eeuw gepresenteerd. Steeds meer en telkens weer nieuwe problemen worden in de politiek (h)erkend als problemen waar de burger die zich zelf serieus neemt op eigen kracht iets mee moet. Dat maakt de oordeelsvorming in de politiek moeilijker dan ze vroeger was. Vroeger was die oordeelsvorming eenvoudiger – althans zo leek dat. Het voorbehoud is van belang, want oordelen over hoe dit-of-dat ´vroeger´ was, is altijd riskant, al was het maar omdat ´vroeger´ zo’n rekbaar begrip is. Maar dat heel veel in de politiek anders was dan nu, staat wel vast. Een heel ander aspect van de historische verandering is dat de discussie over de problemen in de politiek tegenwoordig opener, vrijer, beter onderbouwd en eerlijker wordt gevoerd dan vroeger. Dat kan men volgens mij wèl zonder voorbehoud zeggen. De mooi gefotoshopte kop van Gerda met een zweep in haar in leer gevatte handen [ben ik nou de enige die nu aan SM moet denken?] staat nu als dertien-in-een-dozijn vanwege de sex-appeal gereproduceerde mooie meiden op de display van alle kiosken waar pulp-bladen aan de man gebracht worden. Ik neem onversneden serieus wat u gedaan en gezegd heeft!
Digitale communicatie wordt met de dag actueler – wij heten Civis Mundi welkom in cyberspace
wim couwenberg, webtijdschrift, boekdrukkunst, gratis abonnement, Der Zauberberg, Leo Naphta, Ludovico Settembrini,
Dezer dagen kreeg ik een mailbericht van mijn goede oude vriend Wim Couwenberg, sinds bijna een halve eeuw de number one van het tijdschrift Civis Mundi [= burger van de wereld]. 'Civis Mundi is dood. Leve Civis Mundi!' zou ik de strekking van het bericht kunnen samenvatten. Als attachment bij het bericht was '... het ontwerp ... voor een nieuwe website van Civis Mundi, bedoeld om daarmee Civis Mundi als webtijdschrift voort te zetten'
***
Ik ben al bijna een kwart eeuw met Wim Couwenberg in gesprek over cultuur, politiek in het algemeen en over Civis Mundi in het bijzonder, en de laatste jaren ook over reïncarnatie. Hij is jurist, en voor hem is het recht de via regia, de koninklijke weg, naar inzicht in de reïncarnatie – althans voor de legitimering van dit denkbeeld. 'Er is zó veel onrecht in de wereld, en dat is zó strijdig met wat ik als determinant van de schepping voel, dat iets als reïncarnatie wel waar moet zijn om het evenwicht in de schepping telkens weer te herstellen', zo vat ik zijn filosofie in mijn eigen woorden samen. Over de legitimering en, vooral, de door mij bepleite noodzaak om dit denkbeeld filosofisch en wetenschappelijk te benaderen, zijn wij intensief met elkaar in debat.
Inzake het evenwicht in de schepping en de functie van het recht om verstoringen daarin door menselijk toedoen te herstellen, heeft hij zonder meer gelijk. Dat is in de rechtsfilosofie en in de leer van de reïncarnatie een erkend belangrijk thema.
In twee eerdere blogs, 17 december 2009 07:50 'Waartoe is het recht op aarde?' (1) Mij geeft die vraag een 'sentiment de l' évidence' en 18 december 2009 07:58 'Waartoe is het recht op aarde?' (2) Misschien wel om het evenwicht in de kosmos te bewaren heb ik daar al over geschreven; 17 april 2009 08:42 kwamen Couwenberg en Civis Mundi al ter sprake in Moderniteit als nieuw beschavingstype - een nieuw boek van Wim Couwenberg
**
Vandaag wil ik het even hebben over het nieuwe 'format' van het tijdschrift.
'Het ontwerp is gebaseerd op de kleuren zoals nu op onze website' mailt Couwenberg ook. 'Er is een indeling gemaakt met drie kolommen en blokken daarin. Deze blokken bevatten een korte inleiding in de onderwerpen die we aan de orde stellen en een link om het volledige artikel te lezen, boeken te bekijken of om het tijdschrift te lezen. ... Gaarne jullie reactie en advies. Als we het eens zijn over de nieuwe opzet moeten we gaan denken aan de opbouw van een nieuwe abonnementenbestand. Daar het abonnement nu gratis wordt zal dat niet moeilijk zijn [cursivering van mij, HSV]. Ik ben benieuwd naar jullie reacties.'
*
Dat zal niet moeilijk zijn, zegt mijn goede oude vriend Wim Couwenberg ... - 'ein grosses Wort gelassen ausgesprochen', denk ik bij mezelf, en omdat ik even niet weet wat ik verder moet denken, zoek ik het citaat even op.
'Du sprichst ein großes Wort gelassen aus' vind ik. 'Dieses geflügelte Wort hat seinen Ursprung in Goethes Drama -Iphigenie auf Tauris-. Hier antwortet König Thoas auf die Enthüllung der Iphigenie, sie sei aus dem Geschlecht der Tantalus (ein mordlüsternes Geschlecht), mit den Worten "Du sprichst ein großes Wort gelassen aus". Heute bemerken wir scherzhaft "Du sprichst ein großes Wort gelassen aus", wenn jemand eine überraschende und gewichtige Äußerung macht bzw. "Du sprichst ein wahres Wort gelassen aus", wenn wir eine zutreffende Feststellung kommentieren.'
**
'The medium is the message' weten we sinds 1964 van Marshall MacLuhan, en 'de grootste dichter van de Middeleeuwen was een analfabeet', zoals de mediaevofiele Jezuïetenpater Leo Naphtha in 'Der Zauberberg' tegen de verlichtingsfreak Ludovico Settembrini in stelling brengt.
Dàt heeft de wereld geweten toen de Middeleeuwen ophielden en de moderniteit begon en de boekdrukkunst in Europa op het toneel verscheen. Ik zeg met opzet 'toen de boekdrukkunst ... op het toneel verscheen' omdat niet vast te stellen is of deze kunst werd 'uitgevonden' dan wel werd 'ontdekt', en ik zet er 'in Europa' bij omdat ze in China al lang bekend was. In Europa was toen bijna iedereen analfabeet. Lezen en schrijven was een soort duivelskunst voor 'clercken' oftewel intellectuelen oftewel de clerus – een fatsoenlijk mens deed daar niet aan.
*
'De opbouw van een nieuwe abonnementenbestand ... zal ... niet moeilijk zijn' – oh oh ...
‘Als een schreeuwende vlucht vogels, 'comme un vol criard d’oiseaux en émoi', zo storten de herinneringen aan honderden uren debat tussen Naphtha en Settembrini zich op mij ... '
'Nee, je hebt in één opzicht gelijk: de opbouw van zo een bestand is het simpelste wat er is', antwoord ik Wim Couwenberg. 'Zo een bestand IS er natuurlijk zelfs al; cyberspace loopt óver van de “abonnementen”.
De kunst is om lezers te krijgen die lezen en bij voorkeur daarna ook iets DOEN met wat we gaan schrijven in Civis Mundi. Hoe ga je, hoe gaan wij dat bewerkstelligen?'
*
Goeie vraag! Alleen al het hartverwarmende optimisme dat Wim Couwenberg aan de dag legt, maakt dat ik te land, ter zee en in de lucht graag zal meedoen.
Als het ergens in Nederland rommelig toegaat bij de verkiezingen, is dat natuurlijk in Rommeldam
Trotteldrom, Leefbaar Rotterdam, stadscommando's, historisch novum,
De 'trigger' voor mijn blogbericht van vandaag was de woordkeus van Journaal-lezer Trip dinsdagavond. 'Waardoor is het daar zo rommelig gegaan?', vroeg hij aan de NOS-correspondent die voor het stadhuis in Rotterdam stond. Wat die toen antwoordde, ben ik vergeten. 'Dat komt natuurlijk omdat wij hier in Rommeldam wonen!', was natuurlijk mijn antwoord.
***
Een gelukkig toeval maakt dat ik voor mijn toelichting kan teruggrijpen op onze blog van 4 maart. Die ging over het eiland Trottel, de locatie van het Bommel-verhaal over het monster Trotteldrom. De bewoners van het eiland Trottel hebben een hoge mate van democratie en zijn volgens eigen zeggen 'voorgeraakt'. Dat mogen wij in Rotterdam, waar Toonder zijn inspiratie vond voor Rommeldam, nu ook zeggen. De verkiezingsuitslag van vorige week woensdag - pardon, vrijdag; het tellen duurde hier wat langer – confronteerde ons met een historisch novum, iets nieuws.
Even de feiten op een rijtje (gebietst van de één van de NRC H van gisteren): 'Rotterdam gaat morgen in een openbare bijeenkomst alle stemmen hertellen die vorige week zijn uitgebracht bij de gemeenteraadsverkiezingen. Dat zal vanaf acht uur ’s ochtends gebeuren onder leiding van tientallen ambtenaren in een sporthal in (of all places, voeg ik toe) het Topsportcentrum, tegenover voetbalstadion de Kuip in Rotterdam-Zuid. Dat heeft de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven besloten, mede op advies van burgemeester Ahmed Aboutaleb. Hij drong gisteren aan op een hertelling wegens de vele geconstateerde en vermeende onregelmatigheden. „Wij zijn tevreden, maar leggen ons niet op voorhand neer bij de nieuwe uitslag”, zegt raadslid Dries Mosch van Leefbaar Rotterdam. Zijn partij kaartte de misstanden aan, en verloor in de eerste telling met slechts 651 stemmen van de PvdA. Leefbaar handhaaft de eis dat er een herstemming wordt gehouden in „de omstreden kiesdistricten” (kennelijk weet iedereen welke dat zijn, voeg ik toe)'.
**
Bij wijze van mini-enquête leg ik de lezer van deze blog twee oordelen voor:
vindt u deze afloop van de verkiezingen in Rotterdam
(1) Amerikaanse toestanden, of
(2) een signaal van solidariteit met de onderontwikkelde landen in de Derde Wereld?
Zelf vind ik het moeilijk een keuze te maken ('geen mening', dus). Ik trek me terug in de ivoren toren van onze blog en mijmer.
*
Politiek en wetenschap zijn als Oost en West and never the twain shall meet, maar je moet altijd een open geest houden. Naar verluidt was er vrijdag een verschil van 651 stemmen. Nou en? Van de fysicus Lord Kelvin stamt de klassieke uitspraak 'When you can measure what you are speaking about, and express it in numbers, you know something about it; but when you cannot measure it, when you cannot express it in numbers, your knowledge is of a meager and unsatisfactory kind: it may be the beginning of knowledge, but you have scarcely in your thoughts, advanced to the stage of science, whatever the matter may be'.
Voor talloze wetenschappers wereldwijd is het een klassieke mantram: tel en meet en reken, en je komt tot absoluut zekere kennis. Hier kan Rotterdam bewijzen dat wij 'vóórgeraakt' zijn! Ga opnieuw tellen, en je weet waar je aan toe bent, toch?
*
Nou, nee, dus. Er zijn ook kwalitatieve problemen aan het licht gekomen. In sommige 'omstreden kiesdistricten' hebben 'onregelmatigheden' (ook wel aangeduid als 'ongeregeldheden') plaats gevonden. Uit de verhalen en uit het feit dat die 651 stemmen meerderheid voor de PvdA zijn, zou je haast de indruk kunnen krijgen dat de Partij van de Allochtonen intussen alvast het idee van de PVV voor stadscommando's in praktijk gebracht heeft, maar dat is niet te bewijzen, dus dat laat ik liggen.
Ongerijmd is die suggestie overigens niet. In een mooie column in de krant van 8 maart onder de titel ' Rotterdam, en de ondraaglijke leegheid van de politiek' analyseert Marcel Möhring dat de PvdA en Leefbaar nauwelijks van elkaar verschillen. De ene wil niet met de ander en de ander wil wel met de ene, maar dat is dan ook het enige verschil.
'PvdA-lijsttrekker en wethouder Dominic Schrijer kondigde onlangs aan dat het stadsbestuur zich actief gaat bemoeien met het onderwijsaanbod in Rotterdam-Zuid', copieer ik van Möhring. 'Concreet betekent dat dat de gemeentelijke overheid het aanbod wil sturen en beperken. ... Dat is het soort flinke taal dat de sociaal-democraten hebben geleerd van de Leefbaren. Er straalt daadkracht en doelgerichtheid van uit en daar houden de mensen van. ... De idealen, wensen en levensvervulling van kinderen in het armste deel van Rotterdam zijn blijkbaar ondergeschikt aan de economie. Het doet je onwillekeurig aan de DDR denken, waar beroepskeuze en levensgeluk ook ondergeschikt waren aan de noden van het grotere goed dat overheid heet. Dat de PvdA en Leefbaar Rotterdam op een haar na even groot zijn geworden, lijkt een getrouwe afspiegeling van de onmacht waarmee de Rotterdamse problemen de afgelopen jaren zijn aangepakt en de komende jaren tegemoet zullen worden getreden. De Leefbaren en de sociaal-democraten hebben elkaar in een houdgreep en de kreten die ze al worstelend uitslaan lijken verdraaid veel op elkaar. Zoals organisator en kunstenaar Ted Langenbach het onlangs typeerde in een interview: „Het antwoord op rechts populisme is links populisme.” De ruimte tussen die twee bedraagt maar een paar honderd betwiste stemmen. De ideeënschraalheid en creatieve verlamming van de Rotterdamse politiek kon niet beter worden samengevat.'
*
Lees de verhalen van Marten Toonder over Rommeldam en je ziet het gebeuren. Hocus Pas, Joachim Sickbock, Wammes Waggel en Bul Super en Hiep Hieper allemaal samen in één verhaal – 't is helemaal 'alle partijen samen in één college van burgemeester en wethouders'. Nu Toonder niet meer onder ons is, is hiervoor geen oplossing in de zin van 'een eenvoudige doch voedzame maaltijd'.
*
Het mooiste lijkt me wanneer de beide partijen tot op de éne laatst getelde stem exact even veel kiezers zouden blijken te hebben. Dan kan de PvdA met goed fatsoen niet anders dan het middel toepassen waarmee ze de studie geneeskunde in Nederland zó verziekt hebben dat je in het buitenland niet geloofd wordt als je dat vertelt. Beter dan met die vergelijking kan 'de ideeën-schraalheid en creatieve verlamming van de ... politiek' in Nederland van de afgelopen tientallen jaren niet worden sasmengevat.
De vertwittering van de klassieke werken uit de literatuur: ben ik te oud om dit leuk te vinden?
ouwelullendom, twitteren, literatuur, kunst, boekenweekthema
Afgelopen vrijdag overkwam het me weer eens. Ik was in boekhandel Van Gennep voor de presentatie van het boek van Anna Visser, zie blog van 8 maart, en zag daar een boekje dat ik in de vrolijke opwinding van die presentatie meteen moest hebben: 'Twitterature: The World's Greatest Books Retold Through Twitter', door Alexander Aciman en Emmett Rensin, studenten in Chicago University. Van een stuk of zeventig Erkende Klassieke Romans en Toneelstukken staan twintig twitter-samenvattinkjes door fake-auteurs alias avatars in het boekje.
***
Zo'n boekje moest natuurlijk komen; we hadden het kunnen verwachten. Ik sloeg het zomaar ergens open en las: 'Mijn leven zal ooit van groot belang blijken te zijn geweest. Ik moet goed een dagboek bijhouden'.
Zo luidt de eerste van de twintig twitter-samenvattingen van de roman 'Een Held van Onze Tijd' (1839), van Michael Lermontov (1814 – 1841). Voor het auteurschap tekent ene @BAMF. Dat betekent, leer ik van Wikipedia, Bad Ass Mother Fucker - Be A Major Force [Custom mouthguard company]
*
Dat boek las ik toen ik een jaar of 14 was, en afgelopen vrijdag eind van de middag, bijna zestig jaar later, herkende ik opeens weer waaròm ik destijds vond dat ik het moest lezen. Zo zaten ruim een halve eeuw geleden veel jongelui (meer 'm' dan 'v' jongelui) in het algemeen, en ik in het bijzonder, in mekaar. Dat herinner ik me nog heel goed.
*
Toen ik de volgende dag opnieuw in het boekje ging lezen, leek het een beetje tegen te vallen. De Hel van Dante wordt door @HolyHaha aldus vertwitterd: 'Ik zit in een midlife crisis. Verdwaald in een bos. Heb er niet aan gedacht mijn iPhone mee te nemen'.
Is dat nou leuk? De zelfde vraag komt op bij andere stukjes. Het zet me aan het denken. Wat is literatuur, kunst, wat is 'twitteren' precies? Op die laatste vraag vind ik uiteraard meteen een antwoord op het net. Van een site 'mijn digitale wereld' pluk ik: 'Twitter: wat is dat?
Twitter is een gratis internetdienst, waarmee u vrienden en andere bekenden met korte berichtjes kunt laten weten wat u aan het doen bent. Een Twitteraar geeft in een bericht, een Tweet, van 140 tekens antwoord op de vraag "Wat gebeurt er?". Voorheen was de standaard vraag "Wat bent u aan het doen", maar omdat Twitter steeds vaker wordt gebruikt voor het verspreiden van nieuwsberichten, voldoet de nieuwe vraag beter. Deze tweets worden getoond op de gebruikerspagina en eveneens bij andere gebruikers die hebben opgegeven deze te willen ontvangen. De Twitteraar kan de verzending van zijn tweets beperken tot een groep vrienden, maar standaard worden de berichten afgeleverd bij alle belangstellenden. De belangstellenden kunnen de tweets ontvangen via bijvoorbeeld de Twitter website, SMS, e-mail. Niet alleen particulieren, maar ook bedrijven twitteren. U kunt aangeven wie / welke organisatie u wilt volgen op Twitter. En wie u mogen volgen. Het Engelse "to twitter" betekent kwetteren. Een bericht op Twitter heet een Tweet, oftewel tjilp. Het logo van Twitter is niet voor niets een vogeltje!'
**
Dat helpt me een aardig stuk verder. Nog veel verder kom ik door een artikel van Coen Simon, filosoof en schrijver van ‘Waarom we onszelf zoeken maar niet vinden’ (2008) en ‘Kijk de mens – een filosofische etiquette’ (2006). Hij schreef over filosofie in onder andere dagblad Trouw en NRC Handelsblad en was eindredacteur van Filosofie Magazine.
Het artikel stond in de NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag onder de titel: 'U en ik zijn gelijk, dus neem ik voorrang - Het verwoestende effect van onverschilligheid op de publieke ruimte', met als samenvatting 'Gelijkheid kan normen wegnemen die onwenselijke sociale verschillen in stand houden. Maar het kan ook, zoals nu gebeurt, een normloosheid veroorzaken die alle verschillen opheft, ook de verschillen die nodig zijn voor de sociale omgang. Een essay naar aanleiding van het Boekenweekthema: Opgroeien in de Letteren.'
Ik copieer één passage;
Het is inderdaad heel paradoxaal dat de nieuwe generaties steeds beroerder met taal omgaan, terwijl ze veel meer dan de oudere generaties opgroeien in een geletterde wereld. Want we hebben het wel altijd over ontlezing, maar twitteren, bloggen, hyven, mailen, sms’en en onlinegaming, ‘t is allemaal met letters. Onlangs werd ik door twee gymnasiasten per mail uitgenodigd voor een interview ter voorbereiding op een profielwerkstuk voor hun eindexamen. Vanwege hun povere taalgebruik had ik me er niet veel van voorgesteld, maar het mondelinge gesprek bleek buitengewoon boeiend. „Waarom leren ze die kinderen geen mails schrijven net als wij leerden brieven schrijven?”, vroeg ik aan een collega-filosoof uit mijn generatie. Hij betichtte mij van wat hij omschreef als "ouwelullendom": door mijn bril met oude normen en waarden zou ik blind zijn voor de mores van de nieuwe tijd. Dat hij me niet liet uitpraten toen ik probeerde uit te leggen dat dit een drogreden was, hoorde vast bij die mores.'
Dat herken ik. Ik ben alleen nog niet uitgedacht over hoe nauwkeurig ik het herken. Misschien kom ik er zondag in DW 4 op terug.
Voor nu concludeer ik met een Duitse wisecrack: 'Kunst ist eine Sache von Können, nicht von Wollen. Wenn es das wäre, hiesse es nicht "Kunst", sondern "Wulst"'.
In de nederlandse vertaling, waarin de lekkere associatie aan het vieze 'Wulst' verloren gaat: kunst heeft te maken met kunnen, niet met willen. Als dat wel zo was zou het 'wilst' genoemd worden.
Alleen oefening baart kunst. Om te twitteren is geen oefening nodig. Integendeel zelfs, proberen te oefenen in twitteren leidt tot niks of erger: tot katterigheid of zelfs banaliteit. Of vergis ik me?
Seksueel misbruik door katholieke priesters onthuld als een al heel lang bekend publiek geheim
bisschoppenconferentie, misbruikte Kerk, letselschadeadvocaten, Onze Heer der Duisternis
Vandaag vindt een conferentie plaats van de Nederlandse bisschoppen waar het recente nieuws over seksueel misbruik aan de orde zal komen. Het is een goede aanleiding om enig commentaar te geven bij een groot artikel in de NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag van Peter van Koppen onder de titel 'De misbruikte Kerk - De letselschadeadvocaten staan al klaar'.
***
De samenvatting van het artikel luidt: 'Seksuele activiteiten van priesters waren vroeger algemeen bekend. Maar niet elke melding van seksueel misbruik is betrouwbaar. Er moet worden gevraagd waarom de melder er pas zo laat mee komt. Toch neemt de Katholieke Kerk de meldingen te weinig serieus. Tot schade en schande.' Ik neem delen van de tekst letterlijk over; mijn commentaren staan <tussen vishaken>, passages die ik kort samenvat staan [tussen vierkante haken].
**
Mijn middelbare school was een jongensschool ... (die) werd bestierd door paters augustijnen. Over de paters gingen wilde verhalen ... [en dan volgt een authentiek en betrouwbaar aandoende passage waarin Van Koppen vertelt hoe hij en zijn medescholieren destijds van alles fantaseerden over hun leermeesters terwijl vaak bleek dat daar geen enkele reden toe was].
Wat iedereen allang wist, is recentelijk publiek geworden. ... Nu de beer in Nederland los is, melden allerlei mensen zich die zeggen dat zij in het verleden door een priester seksueel zijn misbruikt. ... , ... (nu) kan verwacht worden dat de melders met velen zullen zijn en in aantal zullen groeien.
Dat roept allerlei vragen op over de legitimiteit van hun claims. Die vragen hangen alle samen met die ene vraag: ‘Waarom ben je niet eerder met je verhaal gekomen?’
<Deze kennelijk retorisch bedoelde vraag van Van Koppen begrijp ik niet. Twee keiharde motieven geven een keihard antwoord op die vraag: (1) het is algemeen bekend dat seksueel misbruikte kinderen de grootste moeite hebben met hun verhaal te komen en (2) het onlangs bekende document 'Crimen Sollicitationis' verbiedt uitdrukkelijk hierover iets naar buiten te brengen>
Dat is een reële vraag
<nee, dus. Dat wil zeggen: de vraag is reëel maar het antwoord dat ik gaf, is afdoende>.
Het misbruik door priesters is al zo lang bekend dat men wel eens eerder had mogen komen klagen
<Hallo?? Lees ik hier echt dat binnen de katholieke kerk dit misbruik een publiek geheim was en is? 'Cela se fait, cela ne se dit pas', zoals de Fransen het fijntjes samenvatten: iedereen doet het en iedereen weet het, maar je praat er niet over? En dus net zo 'vergoelijkend' als velen reageerden toen de corruptie van prins Bernard ('Schavuit van Oranje') bekend werd: 'wat een hypocrisie! We weten toch dat we dat allemaal doen!'>.
[In een volgende passage zwakt Van Koppen het impliciete antwoord op zijn retorische vraag enigszins af. Maar hij concludeert ook:]
Er moet echter ook serieus rekening worden gehouden met mensen die zeggen dat zij misbruikt zijn door een priester terwijl dat niet het geval is, of mensen die het misbruik dat zij meemaakten of de gevolgen daarvan overdrijven. Het is een redelijke verwachting dat er veel mensen zullen zijn die op de golven van de publiciteit meeliften om hun onterechte of niet erg terechte claim te verzilveren.
Ik weet dat er mensen zijn die mij deze laatste alinea zeer kwalijk zullen nemen. [Dit voor de hand liggende oordeel licht Van Koppen toe, met als evenzeer voor de hand liggende conclusie:] ... (wij) zijn verplicht elke melding serieus te onderzoeken. Dan passen indringende vragen aan de klager waarom nu pas wordt geklaagd, wat er precies zou zijn gebeurd, welk ander bewijs er is dan de eigen verklaring en aan wie men misschien het verhaal eerder heeft verteld
<maar iedereen die heeft gevolgd wat de laatste jaren in de media is gemeld en becommentarieerd over misbruik en mishandeling van kinderen, weet hoe moeilijk dat is>.
Alleen als op deze manier aan alle betrokkenen recht wordt gedaan, kan Onze Kerk
<'Onze Kerk'? Vrijwel zeker is dit 'onze' ironisch bedoeld – maar over nu juist dit onderwerp past geen ironie>
vele kleine zwarte bladzijdes uit haar geschiedenis achter zich laten
<'... kleine ... geschiedenis '??? Lees wat Meesterzusje in haar gastblog van 5 maart concludeerde: “Het wordt, meen ik, tijd voor de Nederlandse overheid om te bezien in welke mate zij bereid is het canonieke recht te gedogen. Deze katholieke variant van de islamitische sharia valt minstens op onderdelen als illegaal, het Nederlandse recht frustrerend te worden geboekstaafd.” Niks 'kleine', niks 'geschiedenis'. Hier en nu speelt een heel groot inktzwart hoofdstuk van het verhaal dat de katholieke kerk vertelt en in praktijk brengt>.
*
Dat zal niet eenvoudig zijn, omdat de Rooms-Katholieke Kerk wordt geplaagd door een chronisch gebrek aan kwalitatief goed personeel. Dat blijkt uit de reactie in het bisdom ’s-Hertogenbosch op homo’s die ter communie willen. Daar wordt over de gehele linie tot en met de bisschop zonder schroom getoond dat men geen idee heeft wat er in de maatschappij leeft en dat elk gevoel voor publiciteit ontbreekt. Dat blijkt ook uit de manier waarop in Rome is gereageerd op de al jaren durende aantijgingen van seksueel misbruik door priesters. Pas onlangs kwam de paus met de 24 Ierse bisschoppen in conferentie bijeen (wat moet een ontvolkt land als Ierland met zoveel bisschoppen?). Waarom demonstreert deze paus steeds zo evident dat hij niet verder kijkt dan zijn eigen curie lang is?
<Van deze hele passage betwijfel ik of wat Van Koppen hier schrijft, recht doet aan de werkelijkheid. Voor zover ik iets weet van machtspolitiek en de omgang met schandalen, heeft het Vaticaan, om het grimmig zwart-theologistisch te zeggen, een rechtstreekse lijn met Onze Heer der Duisternis.>
*
Wij zouden moeten bidden voor de komst van een wijze paus en wijze bisschoppen die klachten over seksueel misbruik door priesters niet als een probleem zien, maar als een geschenk van God, omdat het de mogelijkheid geeft om grove fouten uit het verleden te herstellen of te verzachten
<Is dit ironie, cynisme of sarcasme of redeneert Van Koppen hier op de zelfde manier als sommige kwakzalvers die kankerpatiënten gelukwensen met hun ziekte omdat die hen 'de mogelijkheid geeft om grove fouten uit het verleden te herstellen of te verzachten'? En Van Koppen roept natuurlijk ook weer de vraag op wie hij bedoelt met 'wij'. Ik ben benieuwd of ergens één reactie komt op het artikel van Van Koppen waarin deze aanbeveling onderschreven wordt>.
Zij zouden de hand moeten reiken aan al die klagers die met terechte claims komen, maar ook aan al die getroebleerden die met valse aantijgingen komen
<'bien étonnés de se trouver ensemble'. De paus en de andere bisschoppen en alle misbruikten en 'getroebleerden' samen als speciaal bevoorrechten in die ene grote familie die de Ierse bisschop Denis Brennan bedoelde (zie blog van afgelopen zondag)? Vindt u dat nou werkelijk een reële suggestie, Peter van Koppen?>.
Dan zouden zij tonen dat zij het waard zijn om deel uit te maken van een eeuwenoud instituut dat steeds in veel situaties en onder moeilijke omstandigheden in staat was op de goede weg terug te keren
<ja, dat staat er nu eens goed (even in het midden latend of de zogenaamde 'goede weg' echt goed was en is) – en dat bedoelde ik toen ik het een alinea hierboven niet met u eens was over uw oordeel dat de paus niet verder zou kijken dan zijn eigen curie lang is. Twintig eeuwen ervaring in machtsuitoefening zijn onvervangbaar; het Vaticaan is op afstand het oudste nog steeds bestaande multinationale bedrijf ter wereld>.
En dat zou ook een gunstig effect kunnen hebben op andere gebieden waar de Kerk een rol kan spelen
<wait and see ...> .
Maar zo zit onze Roomse Kerk niet meer in elkaar. Derhalve kunnen wij Amerikaanse toestanden verwachten over het seksueel misbruik door priesters in Nederland. De letselschadeadvocaten staan al te trappelen. De procedures die gaan volgen, zullen voor niemand prettig zijn en in de meeste gevallen voor alle betrokkenen alleen maar nadelig zijn.
<dat laatste betwijfel ik. Het zal sommige misbruikten enige genoegdoening geven, en wellicht bevorderen dat in de toekomst minder misbruik voorkomt>.
***
In de krant van gisteren stond een bijna paginagroot artikel over de bisschop van Rotterdam. Toen ik het gelezen had, dacht ik toch even 'prognosis dubia, ad bonam partem vergens'. Ik citeer de aanhef:
'In de binnenzak van zijn colbertje draagt hij een lijstje met de millennium-doelen. Staat bisschop Ad van Luyn op een receptie, dan vraagt hij vriendelijk aan degene die naast hem staat: „Kent u de millennium-doelen al?” De afspraken die 189 wereldleiders in 2000 maakten om de belangrijkste wereld-problemen aan te pakken, draagt hij letterlijk met zich mee. Armoede halveren, iedereen naar school, mannen en vrouwen gelijk, een duurzaam leefmilieu. Rotterdam is eigenlijk te klein voor deze bisschop. Aan het besturen van zijn bisdom heeft hij niet genoeg. Na het aantreden van Wim Eijk als aartsbisschop in Utrecht in 2008 werd Van Luyn aangewezen als voorzitter van de Nederlandse bisschoppenconferentie. Morgen houdt die haar maandelijkse vergadering. Dan komt ook de kwestie van seksueel misbruik van leerlingen op het kleinseminarie in ’s-Heerenberg aan de orde, wat hem als salesiaan raakt. Gisteravond bepleitte hij in het programma Kruispunt TV onafhankelijk onderzoek naar seksueel misbruik binnen katholieke instellingen. Zaterdag werd bekend dat Aegon maximaal één miljoen euro aan claims zal honoreren'
Lees verder zelf maar.
*
En op de Opiniepagina stond de volgende ingezonden brief:
Misbruik een kleine zwarte bladzijde? - Peter van Koppen (Opinie & Debat, 6 maart) maakt vanuit juridisch perspectief een terecht punt dat iedere claim op het gebied van seksueel misbruik door priesters nauwgezet onderzocht moet worden. Ondanks alle maatschappelijke verontwaardiging geldt ook in deze situatie dat het recht hoort te zegevieren. Waar Van Koppen de plank echter volledig misslaat, is in zijn pleidooi dat we hier te maken hebben met ‘vele kleine zwarte bladzijdes’ uit de geschiedenis van de Kerk. Als het wereldwijde en eeuwenlange seksueel misbruik van kinderen door priesters wordt afgedaan als kleine zwarte bladzijdes, dan is er in maatschappelijk en moreel opzicht sprake van dwaling
<hier teken ik zelf bij aan dat vooral de keiharde, systematische geheimhouding ervan door de Kerk als organisatie mij als speciaal laakbaar voorkomt>.
Juist voor de vertegenwoordigers van maatschappelijke instanties zoals de Kerk is iedere vorm van misbruik een grote zwarte bladzijde. Omdat we te maken hebben met een instantie die zichzelf eerst aan het grote publiek verkocht heeft met het argument dat de Kerk de enige is die goed voor de ziel en zaligheid van de mens en haar kinderen kan en zal zorgen. Dan is strafvermeerdering op zijn plaats als uitgerekend deze mensen onze kinderen misbruiken. Van Koppens sympathie voor de Kerk is dan ook schokkend. Want inmiddels leest het boek van de Kerk toch van grote zwarte bladzijde naar grote zwarte bladzijde? Denk aan heksenvervolgingen of de stilzwijgende steun aan het nazisme tijdens de Tweede Wereldoorlog. Opvallend genoeg is de Kerk zich zelf maar al te goed bewust van de schade die het de maatschappij toebrengt, zo lezen we in het openingsartikel van NRC Handelsblad op dezelfde datum. De Wiedergutmachung werd belegd bij verzekeraar Aegon. Hoe cynisch is het dat uitgerekend God in deze tijden een verzekeraar nodig heeft?
<deze laatste vind ik zelf bijzonder treffend!>
Marjolijn van Oordt Amsterdam
Ik ben een vrouw in 't diepst van mijn gedachten; ik denk dus ik ben, dus BEN ik ook een vrouw (?)
Anna Visser, nieuwe vrouwen, wereldvrouwendag (vandaag!)
'Nederland is in de war. Nee sorry, ik ben in de war. Ook niet goed: Nederlandse vrouwen zijn in de war. En daardoor ook de Nederlandse mannen en kinderen. Dus is Nederland in de war. Ja, zo klopt-ie.'
Dat zijn de eerste zinnen in het boek 'Nieuwe vrouwen –
Op zoek naar de vrouw van NU' van Anna Visser.
Afgelopen vrijdag presenteerde ze het in Rotterdam.
Wereldvrouwendag is een mooi moment om daarover even hardop te mijmeren.
***
De auteur is in Nederland bekend geworden als de number one van de destijds nieuwe, intussen al weer praktisch verdwenen omroep Llink (zie eerdere blogs, o.a. die van 7 oktober 2009).
Het verhaal daarover lijkt intussen een beetje op dat van Sven Kramer (blog van 25 februari 2010). Naar buiten toe deed het zich in eerste instantie voor als een dramatische mislukking. Wie het op zich laat inwerken met enig gevoel voor hoe wij mensen (m/v) tegenwoordig leven, kan nog iets anders zien – bij voorbeeld een episode in de 'biografische queeste', de zoektocht van de mens naar zich zelf en de overige werkelijkheid, die de betrokkenen ook positief kunnen waarderen.
Dat staat hier nogal plechtstatig, en dat is in zoverre niet erg adequaat als het boek van Anna Visser zeldzaam lekker wègleest. Dat boek heb je zó uit, en je blijft dan achter met meteen de vraag 'waar blijft het vervolg?'
*
Het is niet aan mij om die vraag te beantwoorden; het is wèl aan mij om uit te leggen waarom ik dit boek aan iedereen aanbeveel. Dat is, kort samengevat, omdat Anna Visser op een unieke manier het oer-verhaal van de schepping zó navertelt, dat iedereen het kan volgen. Ze doet dat helemaal in haar eigen woorden en tegelijk op amusante wijze gedramatiseerd in eigentijds idioom.
Als ik in mijn eigen woorden probeer samen te vatten wat ik bij Anna Visser gelezen heb, komt er iets als dit uit:
**
Het man-vrouw-verschil is de weergave van het oer-motief van de schepping in het perspectief van de mens. Dat oer-motief is de strijd waarmee alles ooit begon. Het is de opdracht aan de mens om te beëindigen. Eerst was er alleen een-heid, die werd door de strijd een twee-heid. 'In den beginne scheidde God hemel en aarde ...': zie onze blog van 9 oktober 2009). Toen verscheen de mens en werd de twee-heid drie-heid. Nu moet de schepping opnieuw eenheid worden.
Aldus de meest abstracte versie van dit motief die zich laat denken, de versie in louter woorden. Het verhaal over Eva en Adam en alles wat daarna gebeurde, maakt van deze meest denkbare abstracte versie van dit motief de meest concrete versie die zich laat beleven: de versie naar lichaam, ziel en geest als je met z'n tweeën bent.
Iets daarvan maak je in je verbeelding mee als jet het boek van Anna Visser en haar belevenissen met haar vriend en hun drie kinderen leest. Het is echt sublieme filosofie, concreet gemaakt aan wat ieder mens tussen aanrecht en televisietoestel dagelijks en nachtelijks meemaakt.
***
Vandaar dus de ietwat gewaagde kop boven dit blogbericht. Op 5 oktober 2009 blogde ik in navolging van een bekende dichtregel van een bekende Nederlandse dichter over iets anders dat ik in het diepst van mijn gedachten soms ben.
Zoals zo vaak met blogberichten en reacties daarop, bleef dit motief door mij heen zinderen. 'Ik ben ... '- ja, wat ben ik in mijn verbeelding niet allemaal ... . Soms natuurlijk ook wel wat nu in de kop staat.
En zoals Anna Visser alledaags-huishoudelijk simpel schrijft over het oer-motief in de schepping, zo denk ik dat de mix van man-vrouw-verschillen en man-vrouw-overeenkomsten tegelijk een alledaags-huishoudelijk simpele ervaring is van iedereen en de essentiële confrontatie die iedereen meemaakt met het oer-motief van de schepping. Dat komt allemaal dank zij de eerste metamorfose van het oer-motief in de schepping namelijk de reïncarnatie – zie vele voorgaande blogs.
Als het allemaal ook maar een beetje waar is wat de reïncarnatie leert, WAS ik in elk geval in een vorig leven echt een vrouw en ZAL ik het in een volgend leven opnieuw echt een vrouw zijn. 'Nieuwe vrouwen' is een onmisbare bron van wijsheid om met die onomstotelijke waarheid te leren leven.
*
Wie het nog niet helemaal begrijpt, melde dit hier. Ik zal het dan graag nog eens uitleggen.
Dat Was Dus Weer De Week Die Was: Agnes Kant, politici en de historische ervaring van de toekomst
echo-vooraf, bisschoppen, familie, global village, planetarisch dorp
De verzameling foto's van Agnes Kant op de voorpagina's van de dagbladen van afgelopen vrijdag gaf een zeldzaam indringende impressie van de toestand van de wereld in Nederland. Allemaal verschillende beelden van één en hetzelfde fenomeen: de persoonlijke tragiek van een persoon die intens tegenstrijdige gevoelens wakker roept, en nu zichtbaar maakt hoe de totale ontreddering die door de wereld gaat ook in onze knusse polder rondwaart. 'Alle waarnemers zijn het erover eens dat de 98 dagen tussen de gemeenteraadsverkiezingen en die voor de Tweede Kamer een bloedstollend schouwspel zullen opleveren. De campagnes worden meedogenloos en grillig, want de verschillen in de kiezersgunst zijn miniem. Bovendien staat er veel op het spel, op een beslissend moment voor economie en samenleving', schreef Hans Beerekamp vrijdag in zijn rubriek Zapkliklees.
***
'De Ierse bisschop Denis Brennan wil zijn parochianen laten opdraaien voor de betaling van een schadevergoeding aan mensen die zijn misbruikt door geestelijken', lees ik op een Volkskrant-nieuws-site van 4 maart.
Inhoud en strekking van onze Mz blogs van afgelopen maandag 1 en vrijdag 5 maart over het schandaal van de r.k.kerk worden steeds actueler.
'Zonder de geldelijke bijdragen van de gelovigen zal het bisdom Ferns, aldus de bisschop, niet aan zijn financiële verplichtingen kunnen voldoen', gaat het Volkskrantbericht verder. 'Tot dusverre heeft het acht miljoen euro besteed aan het afkopen van 48 juridische procedures. Over dertien andere zaken wordt nog onderhandeld. ... In de Ierse media reageerden slachtoffers met afgrijzen op deze initiatieven. “De katholieke kerk is een van de rijkste organisaties op aarde”, zei Colm O’Gorman, die in zijn jeugd als misdienaar werd misbruikt. “Laat zij zelf aansprakelijk zijn voor haar grove institutionele nalatigheid.” Brennan zei donderdag dat hij de negatieve reacties begreep. “Maar we moeten de pijn in dit bisdom als een familie zien te delen.” Sinds 2002 heeft een Ierse commissie al honderden miljoenen euro’s schade-vergoedingen toegewezen aan dertienduizend slachtoffers van misbruik.'
*
'We moeten de pijn in dit bisdom als een familie zien te delen': je zal maar lid zijn van zo een familie ...
Zoals altijd wanneer ik even geen tekst meer heb, zoek ik troost en toeverlaat in de filosofie. Het Historische Woordenboek van de Filosofie van Ritter heeft maar liefst 333 vindplaatsen voor Familie, en een eigen lemma 'Familie, huwelijk' van bijna 5000 woorden. Zoals altijd is het allemaal leerzaam, en een beetje gemoedsrust geeft het wel, maar echt inspiratie voor een bruikbaar commentaar op wat hier en nu speelt, vind ik er niet in.
In mijn eigen herinnering, ondersteund door Google en Wikipedia, vind ik wel iets bruikbaars. In 1955 was in New York een wereldberoemd geworden foto-tentoonstelling 'The Family of Man'. Hij omvatte 503 foto's van mensen, gemaakt door 273 fotografen uit 68 landen, gereproduceerd in een boek waarvan vier miljoen exemplaren zijn verkocht.
De mensheid als één grote familie: dat idee was anno 1955 een mooie echo-vooraf van wat Marhall MacLuhan een jaar of tien later zou benoemen als 'the global village': de wereld als het planetarische dorp, waarin door de impact van de media iedereen overal voortdurend alles over alles en iedereen zou weten.
**
'Echo-vooraf' – dat is een rare uitdrukking. 'Echo' gaat per definitie alleen over het verleden, toch? Of is er toch meer aan de hand? Consultatie van Ritter en andere bronnen voor beter begrip van wat 'echo' is, levert stof voor vele uren nadenken op – dat is voor straks, als ik weer wat vrije tijd heb.
Hier en nu vat ik kort door de bocht samen waar mijn gedachten heen gaan.
Alles hangt met alles samen, en op sommige momenten van de geschiedenis blijkt dat duidelijker dan op andere. Op dit moment zie ik vooral een samenhang tussen wat in de r.k. kerk en wat in de politiek gebeurt. Precies gelijktijdig komt een massale hoeveelheid ellende met bijbehorende gevelens van machteloosheid aan de oppervlakte.
Om de samenhang van historische gebeurtenissen te onderkennen, is de zogeheten 'historische ervaring' onmisbaar.
'Historische ervaring' is een begrip dat in het boek 'De sublieme historische ervaring' van Frank Ankersmit (geschiedfilosoof aan de Rijksuniversiteit Groningen) bekend geworden is. Ik copieer van een site hierover:
'(In dit boek houdt Ankersmit) een pleidooi voor de ervaring in onze omgang met het verleden. Met de verwetenschappelijking van de geschiedenis en het belang van een objectieve weergave van het verleden is de wijze waarop wij ons verhouden tot het verleden in het gedrang gekomen. De geschiedenis is daarmee verarmd tot een bureaucratisch wetenschappelijke discipline. Waar het volgens Ankersmit op aankomt is dat we door de wetenschappelijke contextualisering heen het verleden weer kunnen ervaren als onze werkelijkheid. Dit is vergelijkbaar met een schilderij waar je de latere kunsthistorische interpretaties van afgeschraapt om er zo in direct contact mee te komen. Ankersmit: “Onze gevoelens over het verleden zijn niet minder belangrijk dan wat we ervan weten en waarschijnlijk zelfs belangrijker.” Naast de vijf gebruikelijke zintuigen onderscheidt hij nog een zesde, namelijk de intellectuele ervaring waarmee de historicus zich tot het verleden kan richten. Een belangrijke conclusie die Ankersmit verbindt aan dit alles is dat in de ervaring van het verleden altijd een pijnlijk besef tot stand komt van het verlies van het verleden. Het zijn de conservatieve historici die vanuit deze visie doorgaans de beste historici blijken te zijn.'
*
In dit blogbericht houd ik een pleidooi voor de implementatie van de sublieme ervaring van de toekomst. Vervang in het bovenstaande citaat overal waar dat zinvol is 'verleden' door 'toekomst', 'geschiedenis' door 'ontwerpen van toekomstscenario's', en 'historicus' door 'betrokken burger', en u begrijpt ongeveer wat ik bedoel. Het citaat van Hans Beerekamp in de aanhef was ook bedoeld als illustratie van dit nieuwe begrip 'echo-vooraf'.
Vooruitgang in de baarmoederhalskankervaccinatie = effectievere bestrijding van de indianenverhalen
RIVM, wetenschappers, feitelijke informatie, evidence based medicine
Geneeskunde is een wisselvallig verhaal. Nu is het de nieuwe actie voor vaccinatie tegen baarmoederhalskanker die discussie uitlokt – of, beter gezegd: niet uitlokt. Vorig jaar lukt het de overheid maar matig om de doelgroep naar het priklokaal te krijgen; nu moet dat beter. De sociale wetenschappen boeken alsmaar vooruitgang in de marketing en de overredingskunst en de bespeling van de publieke opinie, en de deskundigen in de vaccinatiekongsi kennen hun métier. 'Minder saaie wetenschappers die uitsluitend feitelijke informatie geven en meer gewone mensen “van vlees en bloed” die vertellen over de gevaren van baarmoederhalskanker en het vaccin ertegen', is nu het devies, en dat verzin ik niet; dat zeggen ze letterlijk zo: 'Het is de essentie van de nieuwe voorlichtingscampagne van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) voor het vaccin tegen baarmoederhalskanker. De campagne is dinsdag gepresenteerd. Eind maart worden de eerste meisjes weer opgeroepen om zich op kosten van de overheid te laten inenten tegen de kanker die ze later in hun leven zouden kunnen krijgen.'
***
'Minder ... feitelijke informatie ...- ... meer ... over de gevaren van ... de kanker die ze later in hun leven zouden kunnen krijgen.' [cursivering van mij, HSV; de kwaadwillige achterdochticus in mij stelt grimmig vast dat ik de geciteerde zin ook anders zou kunnen lezen dan hij kennelijk bedoeld is: ' ... gewone mensen ... die vertellen over de gevaren van baarmoederhalskanker en van het vaccin ertegen.' Maar dit laatste terzijde].
De cynicus in mij geeft het RIVM natuurlijk gelijk. Er is zo weinig zekere feitelijke informatie over dit onderwerp, en de kennis over dit onderwerp is zo aangelengd met onzekerheid, twijfel en andere kenmerken die je niet kunt gebruiken als je reclame wilt maken, dat je met feitelijke informatie hoegenaamd geen klanten werft. Intussen is het RIVM tussen de regels door op omineuze wijze heel eerlijk: het zou kunnen dat ze later baarmoederhals-kanker krijgen en het zou kunnen dat het vaccin de kans daarop kleiner maakt.
*
De onzekerheid is overweldigend. Google geeft alleen al voor HPV (= Humaan Papilloma Virus) ruim twee miljoen treffers. Een ervan is een uiterst leerzame site met voorlichting van het KWF: 'Het is geen garantie dat een HPV infectie zal uitblijven.' Lees zelf maar.
Iets anders staat wel vast. 'De producent vaccin baarmoederhalskanker overtrad de marketingregels', haal ik uit Trouw van 26 februari. 'De producent van het kankervaccin Cervarix heeft de Geneesmiddelenwet heeft overtreden bij de promotie van het middel. Het bedrijf heeft onder meer verboden reclame gemaakt bij verpleegkundigen en inkoopkortingen gegeven aan bedrijven die het vaccin wilden verkopen. Daarnaast heeft GlaxoSmithKline (GSK) bij promotieactiviteiten onder artsen verscheidene keren het accent gelegd op vaccinatie bij vrouwen ouder dan 25 jaar, hoewel het middel voor die leeftijdscategorie niet is toegelaten. Ook werden te hoge bedragen betaald aan artsen die als adviseur werden ingeschakeld. Dit blijkt uit een rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, dat na een beroep van Trouw op de Wet openbaarheid van bestuur gisteren openbaar is gemaakt.'
*
'Vorig jaar werden voor het eerst jonge meisjes uitgenodigd om zich te laten vaccineren. Ongeveer de helft kwam opdagen en dat was veel minder dan verwacht. Het RIVM weet de lage opkomst onder meer aan indianenverhalen die op internet verschenen over risico's die het vaccin zouden opleveren', haal ik ook van de site van het RIVM. Lees het allemaal verder zelf maar na.
Probeer bij voorbeeld ook eens baarmoederhalskankervaccinatie en evidence based medicine – ook heel leerzaam. Zelf ben ik even te moedeloos om het allemaal nog eens te copiëren.
Dat is tegenwoordig vooruitgang in de geneeskunde: de 'indianenverhalen' die gewone mensen van vlees en bloed debiteren over baarmoederhalskanker worden nu, wanneer ze het RIVM niet welgevallig zijn, effectiever bestreden.
Seksueel misbruik: de katholieke kerk legt slachtoffers, daders en getuigen het zwijgen op
rooms-katholieke kerk, canoniek recht, seksueel misbruik, geheim, van luyn
De
rooms-katholieke kerk kent, net als de staat, een eigen
rechtssysteem. Dat is de afgelopen dagen in Nederland weer eens
op dramatische wijze in de publiciteit gekomen. In het bijzonder
één thema houdt mij (HSV) intens bezig: het zogeheten 'crimen
sollicitationis'. Wat dat
precies
inhoudt en hoe dat
precies
werkt, is me uit de berichten en commentaren in de pers niet
helemaal duidelijk geworden. Maar uiterst
belangrijk
is
het. Daarom heb ik Meesterzusje gevraagd er een blogbericht over
te schrijven. De rest van deze tekst is dus als een 'gastblog'
helemaal van haar afkomstig.
***
De rooms-katholieke kerk kent, net als de staat, een eigen rechtssysteem. Daarin zijn de rechten en plichten van de gelovigen in het algemeen en de dienaren van de kerk in het bijzonder geregeld, en zijn de hiërarchie binnen de kerk en ook de juridische procedures vastgelegd. Tot voor kort wist ik daar nauwelijks iets van. Ik heb 'rechten' gestudeerd; dat meervoud sloeg op enerzijds het wereldlijke recht en anderzijds het canonieke, kerkelijke recht, maar van dat laatste heb ik tijdens mijn studie hoogstens in historische, en zo nu en dan in filosofische zin iets opgevangen.
Door wat de afgelopen dagen in de media is gemeld wordt het katholieke kerkelijke recht interessant omdat we – ook binnen Nederland – te maken krijgen met zaken die zowel onder het wereldlijke als onder het canonieke recht vallen: de inmiddels bekende zaken van seksueel misbruik door katholieke kerkdienaren van kinderen. Naar Nederlands wereldlijk recht is seksueel misbruik van kinderen in alle omstandigheden strafbaar. Sinds 1962 kent de katholieke kerk een interne juridische regeling voor de afhandeling van zaken waar seksueel contact een rol speelt. Het gaat om het geheime document 'Crimen Sollicitationis', geheel in het Latijn gesteld – nog steeds geheim en (voorzover ik heb kunnen nagaan) zelfs niet naar internet uitgelekt. Wel is er een en ander over dit document bekend, en daar baseer ik dit blogbericht op. De regeling van het 'Crimen Sollicitationis' is in 2001 nog herzien en toen in overeenstemming gebracht met het in 1983 vernieuwde 'Wetboek van Canoniek Recht'.
De naam van dit document is van belang. 'Crimen' is duidelijk: daar wordt 'misdrijf' mee bedoeld. 'Sollicitationis' komt van 'sollicitatio' en dat betekent (behalve 'onrust', 'bezorgdheid'): 'het ophitsen, opruien'. Met de naam wordt in werkelijkheid bedoeld: 'het misdrijf van het aanzetten tot zondigheid'. Dat wil dus zeggen dat het betreffende misdrijf niet 'zondigheid' om het aangaan van een seksueel contact door de kerkdienaar betreft, maar het aanzetten van een ander tot een 'zondig' seksueel contact. Het is de ander die een seksuele zondigheid begaat – de kerkdienaar kan op grond van dit document slechts worden verweten die ander daartoe te hebben aangezet.
Volgens de site van de rooms-katholieke kerk in Nederland (www.rkkerk.nl) is het document 'Crimen Sollicitationis' (ik noem het verder 'het CS') bedoeld om 'door middel van strafmaatregelen en absolute geheimhouding de heiligheid van het biechtsacrament te beschermen'. Het document schrijft voor aan bisschoppen en oversten van religieuze gemeenschappen hoe zij dienen te handelen wanneer een priester wordt beschuldigd van 'ad inhonesta et turpia sollicitare vel provocare' oftewel 'het aanzetten of uitdagen tot oneervolle of schandelijke zaken'. Hierbij valt allereerst te denken aan een seksuele relatie tussen een priester en een vrouw, maar daarbij moet direct worden aangetekend dat niet de seksuele relatie op zichzelf of de seksuele activiteit van de priester onderwerp zijn van de delictsomschrijving. De seksuele activiteit van de priester vormt een schending van het verplichte celibaat; die schending wordt in het algemene canonieke recht behandeld en behoeft dus geen aparte regeling. Het onderhavige 'crimen' betreft de zonde waartoe de priester een ander heeft aangezet of uitgedaagd – een zonde, omdat het per definitie buitenechtelijk seksueel contact betreft.
In het CS wordt aparte aandacht besteed aan wat wordt genoemd het 'crimen pessimum': het 'verderfelijkste' of 'zondigste' misdrijf. Indien de seksuele activiteit van de betreffende priester zich gericht heeft op een dier, een kind of 'iemand van het gelijke geslacht' (i.e., uit de aard der zaak, een man) is prake van zo'n 'crimen pessimum'. Omdat in alle redelijkeid ten aanzien van een dier niet gesproken wordt van 'aanzetten of uitdagen tot oneervolle of schandelijke zaken' moet ik aannemen dat hier de seksuele activiteit van de priester zelf wél deel uitmaakt van de delictsomschrijving. Ik kan dat vooralsnog alleen verklaren met de aanname dat in deze gevallen aan de priester méér verweten wordt dan de schending van de celibaatsverplichting en dat dat 'méér' betrekking heeft op de aard van het seksuele contact in die zin, dat dat contact op geen enkele wijze op procreatie gericht kan zijn geweest.
Voor de duidelijkheid merk ik op dat het document klaarblijkelijk niet rept van 'verkrachting' of 'seksueel misbruik'. Die laatste begrippen impliceren een machtsongelijkheid en gaan uit van het aan het slachtoffer toegebrachte leed. In het CS is, zoals in het hele canonieke recht, gekozen voor het perspectief van (de instandhouding en bescherming van) de rooms-katholieke kerk en de kerkelijke gemeenschap als zodanig.
Via andere bronnen (o.a. http://en.wikipedia.org/wiki/Crimen_sollicitationis_(document), de Engelse wikipedia) wordt duidelijk dat de bisschop of overste die kennis neemt van zo'n beschuldiging, dient na te gaan of er bewijs is om de beschuldiging te ondersteunen. Wanneer hij dergelijk bewijs krijgt aangereikt, dient hij de zaak bij de in het Wetboek van Canoniek Recht aangewezen kerkelijke instantie aan te brengen. De straffen die, bij schuldigverklaring, kunnen worden opgelegd zijn ook in het CS omschreven: het gaat dan in hoofdzaak om het schorsen of ontnemen van de bevoegdheid tot het toedienen van bepaalde sacramenten, om een zeker 'verscherpt toezicht' of, in het uiterste geval, het veroordelen tot de lekenstatus.
Behalve de strafmaatregelen schrijft het CS ook voor dat de inhoud van het proces absoluut geheim moet worden gehouden. De kerkdienaren die op een of andere wijze beroepsmatig bij het proces betrokken zijn, de aanbrenger van de zaak, het slachtoffer voor zover hij of zij bij het proces betrokken is, en de eventuele getuigen wordt verboden op enige wijze iets over het voorgevallene naar buiten te brengen. De betrokken 'professionals' en getuigen dienen zelfs een speciaal daartoe opgestelde eed af te leggen; en als het slachtoffer zelf de zaak heeft aangebracht of als getuige optreedt, kan ook van hem of haar een eed tot geheimhouding worden geëist. De straf op overtreding van deze geheimhoudingsplicht is onmiddellijke excommunicatie. De beschuldigde priester is op grond van het biechtgeheim eveneens tot geheimhouding verplicht – hij kan zelfs niet in het kader van het kerkelijke proces worden gehoord.
Tot zover een samenvatting van wat ik in de afgelopen dagen geleerd heb over de procedurele regels en grondslagen van het geldende canonieke recht betreffende onderzoek naar zaken van seksueel misbruik door katholieke kerkdienaren.
***
Wat kunnen wij hiervan leren?
Een week geleden stond in de NRC Handelsblad een artikel over salesianer priesters die een aantal kinderen hebben misbruikt, daar althans van beschuldigd worden. Het gaat hier om zaken die zeker niet strafrechtelijk vervolgd kunnen worden, omdat ze naar wereldlijk strafrecht zijn verjaard. Sinds deze publicatie zijn er verschillende dingen gebeurd.
**
Bisschop Van Luyn van Rotterdam, die indertijd in hetzelfde klooster verbleef als waar ook de (vermeend) misbruikende paters actief waren, en daar later overste werd, wilde voor het NRC-artikel geen commentaar leveren maar deed dat een dag of wat later wel op de radio – voor het programma 'Kruispunt' van de RKK. Daar meldde hij dat hij de afhandeling van deze zaken zou overlaten aan de huidige overste(n). Weer een paar dagen later berichtte hij dat hij deze zaken 'hoog op de agenda' had gezet van de bisschoppenconferentie van 9 maart a.s., waarvan hij voorzitter is. Hier en daar werd in de media gemeld dat hij het voornemen heeft een 'intern onderzoek' te starten.
*
Zowel de organisatie 'Hulp & Recht' (zie: http://www.hulpenrecht.nl/index.html), de door de katholieke kerk opgerichte instantie voor het opvangen van klachten over seksueel misbruik, als de NRC H hebben sinds de publicatie van het NRC H-artikel tientallen meldingen ontvangen.
Dinsdagmorgen stond de teller bij 'Hulp & Recht' op 24; een dag later meldde de NRC H er ruim 70. 'Hulp & Recht' zei erbij dat er in heel 2009 in totaal 20 meldingen waren binnengekomen. Dit rechtvaardigt de veronderstelling dat ook in – na de V.S. en Ierland – Nederland dergelijk seksueel kindermisbruik in elk geval in kwantitatieve zin deel uitmaakt van de rooms-katholieke cultuur.
**
Uit wat ons bekend is over het document 'Crimen Sollicitationis' wordt duidelijk dat een eventueel onderzoek vanuit de bisschoppenconferentie vóór alles zal leiden tot een grondige toedekking van wat er is gebeurd. Zowel slachtoffers, als eventuele getuigen, als daders, én anderen die op een of andere wijze bij de onderzoeksprocedure betrokken zijn, zal immers verboden worden over de inhoud van de procedure met anderen te spreken.
Het grote aantal meldingen direct na publicatie van het NRC H -artikel doet vermoeden dat in (wereldlijk) strafrechtelijke zin ook niet-verjaarde zaken aan de oppervlakte zullen komen. Wanneer slachtoffers of getuigen van niet-verjaarde zaken zich bij 'Hulp & Recht' melden, kan worden verwacht dat zij daarna niet meer vrij zijn het wereldlijke – en openbare! – recht in te schakelen. Dat heeft vergaande consequenties. Ten eerste wordt de slachtoffers dan de mogelijkheid ontnomen hun verhaal in de openbaarheid te doen, en met behulp van een strafrechtelijke veroordeling van de daders schadevergoeding te verkrijgen. Zij zullen het wat dat laatste betreft moeten doen met wat de kerk bereid is te betalen, maar zullen ook over de hoogte daarvan tegenover zelfs hun meest intieme vrienden moeten zwijgen. Ten tweede wordt strafrechtelijke vervolging van daders dan feitelijk onmogelijk – slachtoffers en getuigen moeten immers zwijgen – en zullen de daders er met de interne 'disciplinaire' maatregelen vanaf komen. Ten derde – en dat is misschien het belangrijkste – zal effectief worden voorkomen dat de waarheid over wat zich op dit gebied heeft afgespeeld, geheim zal blijven.
***
Het wordt, meen ik, tijd voor de Nederlandse overheid om te bezien in welke mate zij bereid is het canonieke recht te gedogen. Deze katholieke variant van de islamitische sharia valt minstens op onderdelen als illegaal, dat wil zeggen het Nederlandse recht frustrerend te boekstaven. Op dit moment worden wij, niet in de laatste plaats omdat de heilige kerk het document 'Crimen Sollicitationis' geheim houdt, misleid – ook, om niet te zeggen vooral, als de bisschoppen-conferentie van aanstaande dinsdag zal melden dat er is besloten tot een 'diepgaand intern onderzoek'.
Geert Wilders en wij en Tom Poes en Het Monster Trotteldrom: doen alsof er niks aan de hand is?
gemeenteraadsverkiezingen, oud-minister-president Piet de Jong, anthropotheken, self-fulfilling prophecy
'We gaan de gevestigde politiek helemaal gek maken!' Aller ogen waren gisteren en vannacht gericht op Den Haag en Almere. Vanochtend bleek dat in, of all places, mijn eigen Rotterdam op afstand het meest onverwachte curiosum zich heeft voltrokken. Alsof het gaat om een schaatswedstrijd waarin de winnaar nano-seconden voorligt op de nummer twee, moet hier nu nog tot letterlijk de laatste kiezer doorgeteld worden. Op zo een moment komen bij mij altijd bijzondere herinneringen boven.
***
Ooit, een jaar of veertig geleden, bevond ik mij op een mooie, stille zomeravond ergens in een toen net gebouwde buitenwijk van Rotterdam - typisch zo'n wijk vol 'anthropoteken', zoals de legendarisch geworden minister Piet de Jong de hoge, voor bewoning door mensen bestemde, flatgebouwen die destijds veel gebouwd werden, ooit genoemd heeft. Ik was bezig spullen in de achterbak van een auto in te laden toen opeens, in een fractie van een seconde, iets gebeurde dat ik nooit eerder had meegemaakt, en evenmin ooit sindsdien opnieuw beleefd heb. Terwijl ik voorovergebogen met een grote doos in mijn hand boven de kofferbak stond, hoorde ik opeens een intens knal-achtig geluid. Ik kan niet anders zeggen dan 'knal-achtig': het duurde te kort om het anders te noemen, maar het was niet mechanisch. Het was ook niet herkenbaar dierlijk, en evenmin kon ik localiseren waar het in de ruimte vandaan kwam. Ik hoorde zelfs niet of het van dichtbij of ver af kwam.
Ik liet de doos uit mijn handen vallen en wachtte verstijfd van schrik op wat er verder zou gebeuren – maar er gebeurde niets. Er leek in die stille zomeravond tussen de anthropoteken na die ene fractie van die ene seconde helemaal niets veranderd.
En toen, terwijl ik voorzichtig om me heen keek, zag ik het. Overal, achter alle ramen van al die flatwoningen, zag ik mensen staan hossen. Ik hoorde niets, maar ik begreep het opeens wel: er was voetbal, en kennelijk had Nederland gescoord. Een kleine tien miljoen Nederlanders waren even tevoren met een allemaal tegelijk uitgestoten uitzinnige kreet opgesprongen van hun stoel voor de buis, en in mijn stille buitenwijk was die kreet dwars door de muren van al die anthropoteken heen naar buiten gedrongen.
**
Die woeste kreet had mij destijds bijna letterlijk als een donderslag uit heldere hemel getroffen, maar dat kwam natuurlijk alleen doordat alles wat ik over voetbal lees of hoor bij mij het ene oor in en meteen het andere weer uit gaat – wist ik veel!
Met de reactie op het overdonderende aantal doelpunten dat de twee 'plaatselijke voetbal verenigingen' van Wilders gisteren gescoord hebben, was dat natuurlijk anders. Dat heb ook ik, net als iedereen, tot op bijna het uur nauwkeurig zien aankomen.
Wat betekent dit 'zien aankomen' eigenlijk precies?...
*
Ik beantwoord die vraag aan de hand van het verhaal over het monster Trotteldrom van Marten Toonder.
Op het exotische eiland Trot woedt een verschrikkelijk monster. Meestal verblijft het ergens in een onderaardse grot, maar af en toe komt het tevoorschijn en dan trapt het het hele eiland plat. Gelukkig vallen daarbij nooit slachtoffers, want de Trotten beschikken over een speciaal voorgevoel, en voelen het monster altijd tijdig aankomen, en vluchten dan in speciaal voor dat doel aangelegde vluchtgaten die overal op het eiland zijn. Maar het is toch lastig, en de Trotten vragen nu Heer Bommel advies wat ze er tegen kunnen doen. Bommel gaat, uiteraard met Tom Poes, naar het eiland, en uiteraard ontdekt Tom Poes wat er aan de hand is. Er bestaat op zich zelf helemaal geen 'monster'; het gedrocht dat af en toe het hele eiland plat trapt, is gewoon een samenballing van alle Trotten. Als die Trotten zogenaamd iets voelen aankomen, zoeken ze bescherming in hun vluchtgaten, maar vanuit die gaten komen ze in onderaardse gangen, en die gangen komen allemaal samen in een ondergrondse grot, en daar raken de Trotten dan zo bevangen van hun eigen paniek dat ze in een vlaag van collectieve zelfdestructie één massale klont worden en uit de grot uitbreken en hun eigen eiland vernielen. Na de ontlading valt de klont uiteen, de Trotten komen tot bezinning, maar zoals dat gaat na een aanval van een psychose zijn ze dan alles vergeten, en beginnen ze voor de zoveelste keer aan de wederopbouw van hun eiland.
Hun zogenaamde voorgevoel is een soort omgekeerde wishful thinking, projectie van auto-agressieve aandriften, de verwoestende uitwerking van het monster is een self-fulfilling prophecy.
**
Wat leert ons deze verkiezingsuitslag? Wat wij hier en nu bij ons nodig hebben zijn politici opgebouwd met de wijsheid van Marten Toonder.
*
Het woord 'anthropoteken' heb ik ooit geleerd van Piet de Jong.
Wikipedia staat mij toe de volgende gegevens over hem te copiëren: Petrus Jozef Sietze (Piet) de Jong (1915) is oud-politicus (KVP / CDA). Hij ging na een carrière als marine-officier (1934-1959) in de politiek, en was onder meer minister-president van 1967 tot 1971. Tijdens zijn premierschap werd hij door de media beschuldigd van te weinig daadkracht, en werd hij veelvuldig bestempeld als ouderwets. Dat ouderwetse imago werd versterkt door zijn bolhoed, waarmee hij buitenshuis veelvuldig verscheen. Dertig jaar later werd hij echter door velen beschouwd als een politicus die zijn besluiten weloverwogen nam. In een reportage van het Nederlandse televisieprogramma Netwerk, uitgezonden begin 2005, werd hij zelfs bestempeld als misschien wel de beste naoorlogse premier van Nederland. Piet de Jong is woonachtig in Wassenaar. Hij is sinds het overlijden van Willem Drees in 1988 de oudste nog levende oud-minister-president van Nederland en sinds het overlijden van Jelle Zijlstra in 2001 de minister-president die het langst geleden een kabinet leidde.
Bij zijn beëdiging tot staatssecretaris zei hij tegen Koningin Juliana: "Majesteit, zo ziet u maar hoe een mens aan lager wal kan raken."
Als minister-president, in antwoord op een delicate vraag van een radioverslaggever over wat hij vond van pornografie: "Voor zover ik weet is pornografie het enige werkzame middel tegen zeeziekte." Toen een Belgisch minister daarop afkeurend sprak over de libertijnse omgang met pornografie in Nederland, reageerde hij: "De Belgen zijn geen zeevarend volk, hè."
Een cordon sanitaire om Wilders? Liever een 'chiffon sanitaire': een hygiënisch afveegdoekje
fascisme, haagse bluf, haagse spuug, keffertje, Jaap de Hoop Scheffer, Jonathan Littel,
Wie 'in een stad wil wonen waar mensen elkaar naar het leven staan, moet op 3 maart vooral zijn stem uitbrengen op het keffertje van Geert Wilders'. Zo hoor je het nog eens van een ander. Aan het woord was de lijsttrekker van de PvdA in Rotterdam, wethouder Dominic Schrijer (werk en sociale zaken); ik haal het citaat uit de NRC Handelsblad van 23 februari. Wordt het vanavond echt levensgevaarlijk om hier te blijven wonen? 'Om het in Rotterdam uit te houden, moet je wat in je mars hebben', denk ik maar – 'maar dan krijg je ook wat, denk ik er meteen achteraan. Koudwatervrees voor Rotterdam past slechts benepen zielen', citeer ik van de flaptekst van het stripboek 'De Avonturen van Rodjeknor' (Ad. Donker, 1999).
***
'Een stad ... waar mensen elkaar naar het leven staan' – zo rauw heb ik het in verband met Wilders en daaromtrent nergens anders gelezen. In het artikel in de NRC H stond nog meer interessants.
'Sinds de spectaculaire verkiezingsoverwinning van Pim Fortuyns Leefbaar Rotterdam in 2002 – van nul naar zeventien zetels – is niets meer zeker aan de boorden van de Nieuwe Maas. Vier jaar geleden herwon de PvdA de macht op Leefbaar ... Pastors en zijn dertien overgebleven collega-raadsleden namen schoorvoetend plaats in de oppositiebanken. Daarmee losten zij hun verkiezingsbelofte in: niet in één stadsbestuur met de gehate PvdA. Opmerkelijk genoeg zijn de rollen vier jaar later omgedraaid. Terwijl Leefbaar ditmaal zegt een eventuele samenwerking met de sociaal-democraten niet te willen uitsluiten, weigert de PvdA die uitgestoken hand te beantwoorden. Sterker nog: onder geen beding is Schrijer bereid een coalitie te vormen met “een partij die mensen veroordeelt op basis van huidskleur en geloof”'
**
Dat is duidelijke taal. Het woord zelf valt niet, maar iedereen weet dat het om een zogeheten cordon sanitaire gaat. Nog iets anders is opmerkelijk aan de uitlatingen van Schrijer.
'Marco Pastors als het keffertje van Geert Wilders' – dat beeld klopt niet. We hebben de afgelopen weken het begrip 'keffertje' leren kennen in verband met Jaap de Hoop Scheffer als het keffertje van Bush [in een mooie cartoon in de NRC Handelsblad van vorige week dinsdag werd daar fijntjes aan herinnerd], maar de overeenkomsten en verschillen tussen Wilders en Pastors zijn van een totaal andere aard dan die tussen Bush en De Hoop Scheffer. Zie onze blogs van 16, 17 en 20 februari. 'C'est pire qu'un crime – c'est une faute': wat Schrijer beweert is erger dan een misdaad – hij zit er gewoon naast.
*
Zakelijk interessanter is de politieke variant van het spelletje 'wie doet het met wie' dat in kringen van mensen die graag erotiek bedrijven populair is en nu de politiek moet opleuken. De PvdA doet het niet met Leefbaar, en zo is het nu Schrijer die de indruk maakt als het keffertje van Wouter Bos plaatselijk dezelfde boodschap uit te dragen. 'Weer overschreeuwt Den Haag de raadsverkiezingen' zoals de titel luidt van een analyse van Frank Ankersmit in de NRC H van 20 februari. Ik citeer:
'(In) de vorige eeuw (werd het) normaal dat landelijke politieke partijen ook de gemeentelijke verkiezingen gingen domineren. Dat is heel verkeerd. Als je volhoudt dat je op het lokale niveau een bestuurlijke problematiek hebt die een geheel eigen bestuursvorm – d.w.z. de gemeente – vereist, dan is het in strijd met alle logica om die lokale bestuurlijke problematiek aan te pakken met het instrument van de landelijke politieke partijen. Doe je dat toch, dan moet je consequent zijn, de gemeentes afschaffen en die voortaan ook centraal vanuit Den Haag aansturen. De gemeente is dan een Haags bestuurskantoor. Maar wil je toch echte gemeentes, dan kan daar geen ruimte zijn voor landelijke politieke partijen. Het is van tweeën één.'
Tot zover Ankersmit. Hij heeft gelijk. Maar intussen is het wel degelijk 'His Masters Voice' in de landelijke PvdA die nu hier de wet voorschrijft. Het hoofdartikel van de NRC H van 24 februari zei het heel duidelijk: 'De verkiezingsstrijd heeft alvast geleid tot de onverstandige oproep van PvdA-prominenten (partijleider Bos, voormalig staatssecretaris Timmermans) aan andere partijen om straks niet met of met steun van de PVV te gaan regeren. Volgens Timmermans is dat geen cordon sanitaire. Maar sinds wanneer mag een cordon sanitaire geen cordon sanitaire meer worden genoemd?'
**
'Cordon sanitaire'? Dat zoeken we even op. Wikipedia staat klaar: Een cordon sanitaire is een techniek waarbij men een ongewenste of gevaarlijke situatie probeert te isoleren door er een beschermende kring rond te leggen. Men gebruikt daarom ook het woord 'schutkring'. In de veehouderij gebeurt zoiets wanneer ergens een besmettelijke ziekte ... uitgebroken is. Niemand mag dan nog dieren van en naar dat bedrijf vervoeren en andere contacten worden ook tot het strikte minimum beperkt. ... In de binnenlandse politiek spreekt men van een cordon sanitaire als men een groep of een initiatief consequent negeert en weigert bij zaken te betrekken. Hoewel het hetzelfde beoogt, is het het tegenovergestelde van repressieve tolerantie. De bedoeling is die persoon of groep buitenspel te zetten. Volgens sommigen is deze tactiek niet democratisch. Om diverse redenen wordt hiernaar teruggegrepen, bijvoorbeeld:
-
Men heeft met onderhandelingen geen akkoord kunnen bereiken;
-
De meningen liggen te ver uit elkaar;
-
Toepassing van dezelfde methoden als de tegenpartij om deze te laten aanvoelen dat de houding of mening niet op prijs gesteld wordt.
*
Ook dat is heel duidelijk. Wat mij vooral sinds mijn blog van gisteren in het begrip 'cordon sanitaire' aanspreekt, is de medisch-biologische oorsprong van de metafoor: verspreiding van een infectieuze aandoening moet tegengegaan worden.
Maar het beeld dat 'cordon sanitaire' oproept is me alleen nog te luchtig. Mijn mijmering van gisteren ging over de besmettelijkheid van vatbaarheid voor onbruikbare politieke gevoelens en gedachten. Die werkt vooral via hardop gesproken woorden, metaforisch dus in de vorm van 'Haagse spuug' en niet 'Haagse bluf'.
Om die mijmering via deze 'hardop' geblogde woorden nog eens kracht bij te zetten, geef ik een aanvullende suggestie. Hij staat samengevat in de kop van dit blogbericht: er kome een 'chiffon sanitaire' in gebruik: een hygiënisch afveegdoekje [dat deze metafoor ook aardig kan werken als een 'anti-hoofddoekje'-symbool, is mooi meegenomen]. Voortaan drage iedereen die in de buurt van Wilders of een andere PVV'er komt een duidelijk herkenbaar pochet- of foulard-achtig doekje, al dan niet met opschrift 'Stop Wilders NU' of iets van die strekking, en telkens als Wilders of de andere PVV'er iets zegt, vege men opvallend-discreet zijn mond ermee af.
*
Ik zou niet helemaal eerlijk zijn als ik niet even zou opbiechten dat mijn beeldspraak een beetje ontleend is aan het boekje van Jonathan Littel: 'Het droge en het vochtige – een korte verkenning op fascistisch grondgebied' (Arbeiderspers, 2009). Aanbevolen lectuur!
Haagse spuug: de theorie van de infectie verklaart waarom de burger de politiek niet meer begrijpt
gemeenteraadsverkiezingen, imitatie en metamorfose, Balkenende, Bos en Rouvoet', flux de paroles', 'flux de boûche'
'Nederland is zijn politieke leiders zat', kopte de papieren editie van de Volkskrant zaterdag. De strekking is duidelijk. Ook bij ons heersen intussen Amerikaanse toestanden: de burgers haten hun politieke leiders. De redenen waaròm spatten van het scherm: alles beter dan Balkenende, Bos en Rouvoet. Die drie hebben een paar dagen geleden een politieke afgang beleefd als nimmer een Nederlandse regering sinds 1945, de hoofdrolspeler zelf kwalificeerde het gebeuren als 'een gênante vertoning', en amper een paar uur later waren ze door hun achterban al weer bij acclamatie op het schild gehesen als de leiders voor de volgende ronde. Wat is hier gaande? Ik waag een verklaring.
***
Alles wat in de wereld gebeurt wordt bepaald door imitatie en metamorfose. Een verschijnsel dat dit illustreert zijn de infectieziekten. Die zijn besmettelijk. 'Maar dat komt toch gewoon doordat de infecterende micro-organismen van de geïnfecteerde zieke op de gezonde mens overspringen?', protesteert de lezer natuurlijk; mijn antwoord is: 'ja zeker, maar dat is maar de helft van het verhaal.' Zonder vatbaarheid bij de gezonde mens kan een micro-organisme niets uitrichten. Dat is al meer dan eeuw bekend.
Minder lang en minder goed bekend is dat vatbaarheid zelf ook 'besmettelijk' kan zijn. 'Besmettelijk' staat tussen aanhalingstekens want ik gebruik het begrip hier in een nieuwe betekenis. In die nieuwe betekenis is vatbaarheid een innerlijke houding of gemoedsgesteldheid met daar uit voortkomende vormen van gedrag, die ertoe leiden dat anderen via imitatie van dat gedrag de bijbehorende innerlijke houding of gemoedsgesteldheid onbewust overnemen, daardoor ook vatbaar worden, en het effect van die vatbaarheid ook in hun gedrag gaan manifesteren, zodoende overdragen op gezonden en zo voort.
Bij infectie met micro-organismen worden mensen in de omgeving van de geïnfecteerde meer of minder ziek en blijven zij korter of langer ziek al naar gelang zij meer of minder vatbaar zijn. In deze persoonlijke invulling van de imitatie manifesteert zich het motief van de metamorfose.
**
Ook zonder dat micro-organismen in het spel zijn kan vatbaarheid besmettelijk zijn. 'Als mensen leven in een buurt waar alles rommelig, slecht onderhouden, vies en verwaarloosd is, gaan ze zich slecht gedragen, en gaan anderen dit gedrag overnemen', schreef ik 27 november 2008 in een blog over de besmettelijkheid van (wan)gedrag.
Het verschijnsel gaat niet alleen over verloederde buurten; het is algemeen geldig. Een minder opvallende variant onderken ik nu in Den Haag. Wie in de politiek iets wil bereiken, moet lang meelopen met politici die al gearriveerd zijn. Bewust en onbewust imiteert hij de succesvolle oudere collega's. Zodoende neemt hij ook hun innerlijke houding over. Juist Den Haag, de stad waar onze regering en parlement zetelen, heeft een mooie metafoor voor wat zich dan inhoudelijk afspeelt: haagse bluf. Ik heb niet kunnen achterhalen hoe dit woord is ontstaan; het wordt nu in de eerste plaats gebruikt als naam voor een (na)gerecht bestaand uit stijf opgeklopt en tegelijk luchtig gebleven eiwit met wat zoethoudertjes erin. Overigens blijkt 'Haagse Bluf' ook de naam voor een dweilorkest (wat dat is, weet ik niet) en een televisieproductie-bedrijf. De officiële uitleg voor de gangbare betekenis is dat de naam wordt gezien als een verwijzing naar het air dat de bewoners van Den Haag zouden aannemen. Het lijkt heel wat, maar in feite is het grotendeels lucht – allemaal dus heel toepasselijk als metafoor voor de actuele politiek in het reguliere circuit in Nederland.
Alleen is de metafoor me nog te luchtig. Ik wil met mijn beeldspraak iets meer tegen de infectie en de besmettelijkheid daarvan via micro-organismen aanschurken.
Zo'n meer fysiologische vergelijking vind ik in de spraak. De spraak van de Haagse politici houdt dezer dagen niet op – het gáát maar door, met alsmaar dezelfde stereotypieën, één onafgebroken woordenstroom. 'Flux de paroles', heet dat in het Frans. In ons polder-frans noemen we het 'flux de boûche', wat in echt Frans betekent dat je de ander tot wie je spreekt voortdurend in zijn gezicht spuugt. En juist dat is als beeldspraak ook heel toepasselijk. Ik heb daarin zelfs stiekem ook meteen een verwijzing naar mijn micro-organismen, waarvan er heel wat zich in spuugdruppeltjes verspreiden.
*
Ongeveer zo gaat het nu in de politiek. Een claque van routiniers die allemaal met haagse taal-spuug-quasi-micro-organismen zijn geïnfecteerd reist rond in de gemeenten waar iets te beleven valt (en dat zijn er dezer dagen veel). Telkens als er één spreekt en de anderen luisteren, vindt re-infectie plaats. De modale burger, die op afstand meeleest maar niet fysiek aanwezig is in de ruimte waar de spuugdruppeltjes rondzweven en alleen pseudo-'live' via de camera en dus in droge vorm het gebeuren volgt, raakt in toenemende mate in verwarring. Een soort geheime code lijkt de routiniers te verenigen – als gezonde buitenstaander snapt de burger er niets meer van. 'Haagse spuug' is de naam van die code.
Misschien helpt de bovenstaande uitleg een beetje.
In haar aanpak van de pedofiele priesters bewijst de katholieke kerk haar sublieme wereldwijsheid
sexueel misbruik, salesianen, bisschop Van Luyn, Friedrich Dürrenmatt, homo-protest, Antoine Bodar
Als je een schandaal ziet aankomen en wil vermijden dat het uitkomt, creëer je een schandaal dat meer ophef veroorzaakt. Deze oude wijsheid heeft de katholieke kerk in Nederland vorige week met groot succes toegepast. Na de onthullingen over pedofiele priesters in Amerika, Ierland en Duitsland waren nu ook Nederlandse paters in de vuurlinie komen te liggen. Fluks werden de homoseksuelen weer van stal gehaald om willig slachtoffer te spelen. Alleen de dozijnen doden van het noodweer in Frankrijk waren in het Acht uur Journaal gisterenavond belangrijker nieuws.
***
De oude wijsheid in de aanhef heb ik van Romulus de Grote, hoofdpersoon van het gelijknamige toneelstuk (1949 / 1980) van Friedrich Dürrenmatt (1921 - 1990). Dit blogbericht gaat dus over twee thema's en de relatie daartussen. Het ene thema is het grote seks-schandaal dat al vele jaren door de wereld gaat en nu ook Nederland bereikt heeft, het andere is het relletje in Den Bosch en omstreken. Ik bespreek de beide thema's kort.
'De “voortdurende stilte” over seksueel misbruik door priesters is doorbroken, meldde de krant 20 februari. 'De Ierse bisschoppen ... moesten zich deze week verantwoorden voor seksueel misbruik door Ierse geestelijken van kinderen. ... De opvatting van paus Benedictus XVI over de manier waarop de katholieke kerk omgaat met geestelijken die kinderen seksueel hebben misbruikt, verandert langzaam.' Zou het?
Het gedegen, ruim 1700 woorden tellende artikel zou het verdienen in zijn geheel hier gecopieerd te worden. Ik citeer enkele zinnen:
'De afgelopen maanden was bekend geworden dat honderden Ierse geestelijken vanaf de jaren veertig vele kinderen hebben misbruikt. De Katholieke Kerk had in het aartsbisdom Dublin het kindermisbruik jarenlang op een „obsessieve” wijze toegedekt, bleek uit een rapport van de Ierse regering – „don’t ask, don’t tell”.
Paus Benedictus veroordeelde de Ierse affaire met harde woorden. Hij noemde het misbruik van kinderen door geestelijken „een haatdragende misdaad” en een zonde. ...'
Tot nu toe gold 'een beleid van toedekking, geheimhouding en bagatellisering van seksueel misbruik door geestelijken. Leidraad voor deze aanpak was de instructie Crimen Sollicitationis, die in 1962 door de voorloper van de Congregatie van de Geloofsleer en met goedkeuring van paus Johannes XXIII was afgekondigd. Dit document was strikt geheim. Als uitgangspunt gold niet het leed dat slachtoffers was aangedaan, maar de vraag hoe de schade voor de Kerk kon worden beperkt. De zwaarste sanctie voor een pedofiele priester was overplaatsing, met alle risico’s voor recidive van dien. Iedereen die bij de vervolging betrokken was – ook gelovigen die de zaak hadden aangebracht en de slachtoffers – moest zich houden aan perpetuo silentio, voortdurende stilte.'
*
Dat gaat dus misschien veranderen. Zou het?
Toen het misbruik door de Nederlandse paters Salesianen in het nieuws kwam, meldde de krant (26 februari): 'In de periode dat het misbruik ... zou hebben plaatsgevonden, woonde Ad van Luyn (74) ook in het klooster. ... Daarna was hij viceprovinciaal, en tot 1981 provinciaal overste. Daarmee was Van Luyn de hoogste “baas” van de orde der salesianen, en verantwoordelijk voor de gang van zaken. Tegenwoordig is Van Luyn bisschop van Rotterdam en voorzitter van de bisschoppenconferentie. Wat wist hij? En hoe denkt de bisschoppenconferentie over een onderzoek naar de omvang van het misbruik in Nederland?
Die vragen beantwoordt de bisschop niet. Via een woordvoerder laat de monseigneur weten niet „in de gelegenheid” te zijn om een interview te geven. Van Luyn wil ook niet praten over vroeger, want, zegt zijn woordvoerder, “zaken betreffende de congregatie [vallen] onder verantwoordelijkheid van de actuele overste, ook als ze betrekking hebben op vroegere bestuurders”.
Wij wachten af.
**
Veel gezelliger is het andere thema – en wat daar gebeurde, kon en kan iedereen via televisie en youtube etc volgen. Ik durf het behalve gezellig zelfs pikant te noemen. Dat oordeel baseer ik op de verbluffende overeenkomst van de oordelen van twee zeer verschillende commentatoren.
De redactie van de NRC Handelsblad schrijft in haar hoofdartikel van 26 februari 'De prins en de hostie': 'Waarom tonen homoseksuele mensen zo’n kerk dan nog steeds hun tong of reiken hem de hand? Ze zouden hem ook de rug kunnen toekeren.' [Terzijde noteer ik dat de redactie twee maal 'hem' gebruikt waar hij / zij kennelijk de kerk bedoelt, en die is in alle talen en in het gangbare Nederlandse spraakgebruik vrouwelijk Zou daar iets achter zitten?].
Priester Antoine Bodar, nota voormalig plebaan van de Sint Jan Kathedraal in Den Bosch waar de rumpus georganiseerd was, zegt in een interview op een site van het AD tegen de protesterende homo's en hun aanhang: 'u kunt protesteren tot u anderhalve ons weegt, maar dit is de leer van de kerk. Er is godsdienstvrijheid, dus dat iemand een zaak aanspant tegen de zogenaamd discriminerende pastoor in Reusel, heeft geen gevolgen. Als je het niet eens bent met het standpunt van de kerk, zul je de kerk moeten verlaten.'
Als ik die twee oordelen samenvat, kom ik uit bij het antwoord dat de legendarische Amerikaanse komiek Groucho Marx gaf toen iemand hem voorstelde lid van een of andere sjieke ballentent te worden: 'ik moet er niet aan denken lid te worden van een club die mensen toelaat zoals ik'.
***
Dürrenmatt noemde zijn toneelstuk 'een zware komedie over de uitverkoop van het Romeinse rijk door zijn laatste keizer'. Zal ooit een eigentijdse toneelschrijver zo een stuk schrijven over de uitverkoop van de Heilige Roomse kerk door haar laatste pontifex maximus?
DW 4 Iedereen heeft muzikaal gevoel, wordt gezegd. Is dat zo? Ritme en de klank tussen stof en geest
evolutietheorie, Hendrik Spiering, sociobiologie, Henkjan Honing, muziekcognitie, Frits Julius, artes liberales
In het wetenschapskatern van twee weken geleden, NRC Handelsblad 13 februari, stond een uitvoerig interview van Hendrik Spiering met Henkjan Honing, universitair hoofddocent muziekcognitie, onder de kop 'Iedereen heeft muzikaal gevoel.' Dat leek me gewoon een waarheid als een koe. Een week later gaven twee ingezonden brieven me een motief om er toch een blog over te schrijven. Toevallig kreeg ik afgelopen week ook nog eens een mailtje waarin een goede vriend me vroeg wat het woord 'juvenile' precies betekent. 'Op internet kan ik niets anders vinden dan dat het een Rapper uit de USA is', schreef hij maar in de context waarin hij op dat woord gestuit was, werd met 'juvenile' (= jeugdig) kennelijk iets anders bedoeld.
***
Met die vraag en dat onverwachte onbruikbare antwoord inzake 'juvenile' viel opeens het kwartje. Het was me al veel eerder opgevallen: ik zoek op het net naar achtergrondinformatie over een of ander moeilijk woord of een of andere exotische naam, en vrijwel altijd vind ik een of ander modern muziek-ensemble of individuele muzikant die zich met die naam getooid heeft.
Met een variant op de aanhef van mijn blogbericht van gisteren: muziek leeft, muziek vibreert, muziek maakt dat mensen kunnen ademen, dat we drank en voedsel kunnen opnemen, dat we leven in een ritme van waken en slapen. Iedereen wil muziek maken. Dat leer ik van de vraag van mijn vriend. En tussen de regels door vibreert (!) iets daarvan wel in het interview van twee weken geleden, maar waar het in muziek echt om gaat, staat er met bizar grote nadruk niet, en de twee ingezonden brieven zijn bruikbare aangevertjes om de noodzakelijke aanvulling te geven.
**
De eerste ingezonden brief van een week later luidt: 'In de wetenschapskatern staat met grote letters: Iedereen heeft muzikaal gevoel. Dat is pertinent onjuist. Ik onderga muziek net als ander zinloos lawaai. Hetzelfde hebben ettelijke andere personen in mijn omgeving mij meegedeeld. Lijders aan amusia noemt de auteur hen, en hij schat hen op minder dan 1%, maar waarschijnlijk zijn het er veel meer. Alleen zeg je gewoonlijk niet in gezelschap dat je niet van muziek houdt. Het gevolg is dat wij bij allerlei gelegenheden aan muziek worden blootgesteld die ons hindert. Ik zou daar wel eens een actie tegen willen zien!'
De tweede brief luidt: 'Heel interessant dat stuk over het onderzoek van Henkjan Honing over muzikaal gevoel. Jammer dat Hendrik Spiering maar blijft doorzagen over het mogelijke evolutionaire nut van muziek. Die theorie van Darwin is heel mooi en belangrijk, maar om alle mogelijke emotionele en culturele aspecten van het menselijk bestaan met alle geweld in het keurslijf van de evolutietheorie te willen dwingen, dat is wel een heel beperkte kijk op de wereld. Na het vangen, barbecueën en opeten van hun mammoet, gingen onze oermensen gezellig om het vuur zitten om elkaar verhalen te vertellen of om een liedje te zingen. Dat is van alle tijden, en nut heeft het absoluut niet. Zou iets niet gewoon plezierig mogen zijn? Het bekrompen evolutionaire nutsdenken, dat een aantal sociobiologen propageert, lijkt sterk op het al even bekrompen nutsdenken van de economen, die in ernst menen dat geld de enige motivatie voor ons menselijk handelen is. Voor een klein deel van de mensheid (de bankiers) mag dat opgaan, maar gelukkig weten de meeste mensen dat ook andere zaken belangrijk zijn.'
**
Het kortst mogelijke commentaar dat ik daarop kan geven luidt: de schrijver van de tweede brief heeft gelijk dat interviewer Spiering vraagt en redeneert alsof de evolutietheorie van Darwin nu eindelijk Het Definitieve Antwoord op alle levensvragen gegeven heeft. Lees zelf maar:
'Waarom hebben we allemaal zo veel muzikaal gevoel? Dat blijft toch een mysterie. Want het evolutionaire nut is nog niet gevonden', zegt Spiering, en hij vraagt: 'Wat verliezen wij mensen als we geen muziek zouden hebben?', en Honing kan alleen antwoorden: “Je kan zeggen: niks. Eh, ja, dat is het antwoord.”, waarop Spiering niet beter weet dan : 'Niks? Dan hebben we muziek niet nodig, het is een evolutionair toeval.'
**
Het commentaar dat hierop past, staat letterlijk in de aanhef van het lemma 'Musik' in het Historisches Wörterbuch der Philosophie van Ritter. Ik parafraseer:
Het woord 'muziek' is afgeleid van 'Muze', en betekent allerminst muziekwerk in de zin van een of ander concreet muziekstuk, maar de actieve beoefening van de 'muzikale vaardigheid', en nog ruimer: de opvoeding van anderen en jezelf in en door deze actieve beoefening. Muziek is oefening in 'geestcultuur': ze omvat “Dichtung, Tanz und Tonkunst” Dat is, vertaal ik in de terminologie van de antroposofie, oefening in lopen, spreken, denken. De term 'motorische intelligentie', de naam voor de determinant van het mens-zijn die de mens onderscheidt van het dier, is onmiddellijk verwant met muziek.
De verbinding tussen dans, toonkunst en denken wordt gelegd door het ritme. Daardoor wordt muziek ook het 'Viergespann' van theorie van de klank (muziek in engere zin; tegelijk de allesomvattende wiskunde), rekenkunde, meetkunde, en astronomie ('de harmonie der sferen' volgens Pythagoras). Deze vier takken van wetenschap die tegelijk filosofie was, vormden in de Middeleeuwse universiteit het onderdeel 'quadrivium' van de 'artes liberales', de zeven 'vrije kunsten' van het studieprogramma.
Tot zover de aanhef uit Ritter.
*
'Evolutionnair nut'? Je kunt even goed vragen wat het evolutionair nut is van ons vermogen om te lopen, spreken, denken, van de ritmische wrking van het hart, van de aanwezigheid van de mens op de aarde, van de 'big bang'. Met een variant op het thema van mijn blog van 24 februari: Spiering gelooft heilig in de seculiere variant van het motto van ultra-vrome christenen: 'nil nisi Deo duce': ik kan, mag, weet niets behalve voor zover God mijn leidsman is: 'nil nisi evolutione duce'. Voor Spiering geldt: ik kan niets denken zonder dat de evolutie mijn leidmotief is. Het antwoord van Honing op de vraag van Spiering wat we zonder muziek kwijt zouden zijn, is dan ook op een bizarre manier trefzeker. Daar kan ik alleen aan toevoegen wat Faust aan de duivel antwoordt: 'In Deinem Nichts hoff' ich das All zu finden'.
Oftewel: de tweede briefschrijver heeft evenzeer gelijk, als de eerste briefschrijver in de duiding van zijn gevoel van afkeer jegens muziek ongelijk heeft. Natuurlijk: feelings are facts, en wat de schrijver van die eerste brief noteert over wat 'ik onderga' is zeker terecht – maar wie muziek reduceert tot iets dat je 'ondergaat', heeft het alleen over een naar eigentijds gangbare maatstaven gereduceerde versie van muziek.
***
Over de theorie van de klank (muziek in engere zin; tegelijk de allesomvattende wiskunde) heeft Frits Julius (1902 – 1970) een geniaal boekje geschreven: de klank tussen stof en geest. Het is nog antiquarisch leverbaar. Het is zo belangrijk en veelzijdig actueel dat het op internet beschikbaar zou moeten komen.
***
Dat Was Dus Weer De Week Die Was.
Gisteren stond nog een ingezonden brief over dit onderwerp in de krant. Omdat hij zo prachtig illustreert hoezeer voor sommige mensen de evolutie alles moet kunnen verklaren, copieer ik hem hier:
'[De hierboven geciteerde schrijver van de tweede brief] ergert zich aan het doorzagen van Hendrik Spiering over het mogelijke evolutionaire nut van muziek. Hij noemt het een beperkte kijk op de wereld om veel zaken in het keurslijf van de evolutietheorie te willen dwingen en het evolutionaire nutsdenken acht hij bekrompen. Oermensen, zo weet hij, zaten gezellig om het vuur om elkaar verhalen te vertellen of een liedje te zingen, nut had dat niet. Misschien was het gezellig in de oertijd, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat zang en muziek geen nut hadden. Uit recente tijden weten we dat de muziek bij dansen als pavane en sarabande steeds abstracter werd en al doende een andere betekenis kreeg. Hoe langer geleden hoe moeilijker het is om de oorspronkelijke betekenis te achterhalen. Maar onderzoek loont soms. Roger Payne beschrijft in zijn boek Among Whales de gezangen van bultruggen. Ze zijn vergelijkbaar met balladen en duren 15 à 30 minuten. De zinnen rijmen op elkaar, hoogstwaarschijnlijk met het nut om de balladen te kunnen onthouden. Mooi is het wel, waarschijnlijk niet gezellig, het is hard werken. De grootste mannetjes met de beste balladen hebben de beste kansen. Vooral een verandering van de melodie trekt de aandacht. Die wordt weer overgenomen tot er een volgende verandering komt. In tientallen jaren veranderen de balladen langzaam. Het was een raadsel waarom jonge mannetjes soms helemaal alleen snel zwemmend in de oceaan aangetroffen werden opweg naar een andere kudde. Daar gearriveerd bleek hij de blits te maken met de meegenomen nieuwe variatie met meer kansen dan in de oude kudde. Dit fenomeen bood ook een verklaring voor de snelle verspreiding van melodieveranderingen over duizenden mijlen. Weer alles hetzelfde in de oceaan, tot de volgende verandering, etc. Een mooi resultaat na tientallen jaren onderzoek dat voortkwam uit de gedachte: het kan toch niet anders of dit moet ergens voor dienen. En waarom zou dit bij mensen anders zijn?Het voorgaande is een heterdaadje in een proces. Het zou kunnen dat bultruggen ooit voor hun plezier gaan zingen, misschien nu al. Vogels lijken dat soms wel te doen. Mensen maken zeker voor hun plezier muziek, maar hoe is dat ontstaan? Een boeiende vraag. Wat ook de onderliggende oorzaak van de ergernis van [de hierboven geciteerde schrijver van de tweede brief] mag zijn, hij kan toch lekker probleemloos genieten van muziek en gedreven vragenstellers en onderzoekers hun gang laten gaan?
'The Medium is the message'- wat is de boodschap van berichten die in cyberspace verzonden worden?
blogdossier, lees-editie, digitale communicatie, performatieve taaldaad, Marshall MacLuhan
Taal leeft. Taal vibreert, taal ademt, taal neemt op en scheidt uit, taal waakt en slaapt, taal sterft en komt terug. Deze poëtische ontboezeming ontsnapte aan de bewegingen van mijn vingers op het toetsenbord toen ik ging nadenken over wat ik onlangs las in een recensie van een onlangs opnieuw verschenen boek waarvan al meer dan eeuw allerlei meer of minder verminkte piraten-edities en verkorte en bewerkte versies circuleren. 'Omdat dit een echte lees-editie is', stond in die recensie, 'heeft de auteur niet aangegeven wat hij verbeterde. Een verantwoording daarvan, bijvoorbeeld online, zou mooi zijn geweest, zeker als de lezers dan ook op die website weer de nieuwe foutjes ... [van de auteur] zouden kunnen aangeven.'
***
Het citaat hierboven komt uit het artikel van Yra van Dijk ‘”De graaf van Montecristo” van Dumas, nu integraal vertaald, is nog steeds ondraaglijk spannend' in de NRC H van 13 februari. De recensie over deze vertaling (van 'Jan Mysjkin, die er prachtig Nederlands van maakte') is hoogst lezenswaardig, maar het gaat me vandaag alleen om die ene passage die ik citeerde. Ik herhaal hem nog eens, nu helemaal letterlijk en met de zinnen die er meteen op volgen:
'Omdat dit een echte leeseditie is, heeft Mysjkin niet aangegeven wat hij verbeterde. Een verantwoording daarvan, bijvoorbeeld online, zou mooi zijn geweest, zeker als de lezers dan ook op die website weer de nieuwe foutjes en gallicismen van Mysjkin zouden kunnen aangeven (‘maak me’ voor faites-moi bijvoorbeeld, of ‘zoveel te beter’ in plaats van ‘des te beter’), om zo in een joint effort van een volgende druk de ideale editie te maken. Dat zou in ieder geval in de geest van Dumas zijn geweest, die het niet zo nauw nam met oorspronkelijkheid, en die zich vrijelijk bediende van spookschrijvers.'
Tot zover citaat. Het woord 'lees-editie' kende ik niet; kennelijk betekent het iets als 'fysiek geprinte en verspreide editie die als zodanig uitsluitend bestemd is om gelezen te worden'.
**
Een lees-editie van een tekst met daarbij apart een bijbehorende website ... - dat is nog eens een idee!
Nieuw is het natuurlijk niet. Ik zie bij voorbeeld geregeld populaire medische voorlichtingsboeken en heel vaak staat daar een website, vaak zo ingericht dat lezers kunnen reageren en dan antwoord kunnen verwachten. En in de roman van Aifric Campbell 'The Semantics of Murder' (2008) nodigt de auteur de lezer uitdrukkelijk uit digitaal te reageren. Dat heb ik gedaan, en dat leidde tot een korte maar aardige correspondentie waarin Aifric Campbell in detail antwoord gaf op een commentaar dat ik haar gestuurd had.
En hoe meer ik erover denk, hoe meer ik begin te vrezen dat ik het wiel aan het uitvinden ben. Tegelijk realiseer ik me dat talloze anderen daar tegelijk mee bezig zijn, dat er al talloze wielen in bedrijf zijn maar – om dit maar gaat het – dat al die wielen wel in zeer verschillende richtingen lopen.
***
Zoals altijd in deze blog, probeer ik een zo breed, verreikend, diepzinnig mogelijk achtergrond-perspectief aan te geven.
De esoterie leert dat de aarde in vier fasen is geschapen [over de vraag wat er vóór de eerste-fase was, kan pas zinvol gedacht gaan worden nadat alles wat vanaf die fase gebeurd is algemeen bekend zal zijn]. Die vier fasen heten de vuur-, de lucht-, de water- en de aarde-fase.
De taal heeft zich in een soortgelijke opeenvolging van fasen ontwikkeld. In de vuur-fase bewerkstelligt louter het uitspreken van het woord datgene wat het woord uitspreekt. Dat is in dramatische bewoordingen aangeduid in Genesis 1:3: God zei: 'daar zij licht, en daar werd licht’. God hoefde maar te zeggen dat er licht moest komen, en er wàs licht.
Als mensen over dit vermogen zouden beschikken, zou geen leven op aarde mogelijk zijn. Iemand zou maar hoeven te denken en stiekem fluisteren ‘ik verdoem je’, en de ander zou meteen weg zijn. Alleen rudimentaire resten van die vuur-fase vegeteren nu nog in ons. Ze manifesteren zich bij voorbeeld in rituelen waar veel mensen in geloven, zoals in de woorden die de transsubstantiatie bewerkstelligen of het exorcisme. Niet zozeer een zaak van geloof of bijgeloof maar van alledaagse ervaring is het psychologische effect van bij voorbeeld het puntig geformuleerde rookverbod: ‘do not even think of smoking here’.
Maar dat zijn minuscule marginalia. Voor de normale sociale omgang is ons taalvermogen gaandeweg ‘afgeblust’. Dat gebeurde eerst tot de lucht-fase: het gesproken woord. Toen God riep 'Adam, waar zijt ge?', werden zijn woorden door de lucht naar Adam gevoerd. Daardoor kon hij die woorden horen.
Daarna koelde het taalvermogen af tot de fase van het water: het woord kreeg een vaste bedding waarin het geschreven kon worden.
Toen de moderne tijd begon, eind 15e eeuw, ging men woorden ook in het aarde-element weergeven. Met behulp van lood, het zwaarste element, werden letters en woorden afgedrukt. De persoonlijke ‘imprint’ die elke geschreven tekst tot dan toe had, verdween; teksten gingen en gaan nog steeds in onbepaald grote oplagen, met of zonder vermelding van naam of namen van auteur(s) door de wereld. Het is vrijwel altijd niet meer te achterhalen wat iemand uitricht als hij zijn woorden in gedrukte vorm verspreidt.
En dat is dan nog alleen het fysiek gedrukte woord. Er is tegenwoordig ook de vijfde fase van de taal - die van de ‘onder-natuur’ zoals het in de esoterie heet: de fase van de synthetische talen, van het idioom van internet, van de blogs, de weblogs, van de digitale communicatie and all that. Dat is een ander verhaal.
***
Sinds 1964 weten we dank zij Marshall MacLuhan dat het medium zelf de boodschap is. We leven, denken, voelen zo als de televisie ons voorhoudt. Sinds eind van de vorige eeuw is er een medium bijgekomen. Hoe ziet de boodschap van dat medium eruit?
Ik ga een lees-editie maken van een tekst waarin ik dat probeer te vatten. Dit blogbericht is nog veel sterker dan alle andere blogberichten een moment-opname. Wat is een 'blogdossier', dat ik in een opwelling in de 'tags' noteerde?
Wordt vervolgd.
De maakbaarheid van leven en dood maakt ook dat mensen steeds minder gebeurtenissen kunnen duiden
De zin in de kop van dit blogbericht las ik in het katern Opinie & Debat van de krant van zaterdag 20 februari. Hij stond boven een artikel van Henk ten Have, arts en filosoof, over het Burgerinitiatief Uit Vrije Wil, waar onze blog van 9 en 15 februari al over ging. Pas toen ik het artikel van Ten Have ging uitknippen, merkte ik dat ik verkeerd gelezen had. Er staat in werkelijkheid: 'De idee van het maakbare leven en de maakbare dood betekent dat mensen steeds minder gebeurtenissen kunnen dulden.' Omdat dat iets meer woorden zijn dan in de kop van een blogbericht passen, heb ik in mijn kop de zin iets ingekort. Waar het me om gaat, heb ik intact gelaten. Boven het artikel staat niet wat ik ervan gemaakt heb, maar '... kunnen dulden.' Dat is iets anders, maar het kan er wel mee te maken hebben. Mijn leesfout '... kunnen duiden' inspireert me tot mijn blog-mijmering van vandaag.
***
De directe associatie tussen de idee van het maakbare leven en ' ... kunnen dulden' en mijn '... kunnen duiden' loopt via een psychiatrische theorie over depressie die ik ooit, zeer lang geleerde ergens hoorde of las; ik ben alle bijzonderheden vergeten, en ik kan er nu nergens iets over terugvinden. Mensen die depressief zijn, zijn in wezen gedesoriënteerd, luidde die theorie. Ze kunnen het leven niet meer verdragen, dulden, omdat ze nergens meer zin aan kunnen geven, niets meer kunnen duiden.
Die theorie heeft me altijd aangesproken. Het Burgerinitiatief Uit Vrije Wil geeft me steun in mijn waardering voor die theorie, want die theorie laat aardig zien waarom dit initiatief niet deugt. De initiatiefnemers ontkennen de vrije wil behalve in situaties waarin mensen uit zogenaamd vrije wil kunnen concluderen dat hun leven voltooid is en daarom nu iemand nodig hebben die hen helpt dat leven actief te beëindigen. Gedesoriënteerder kan het nauwelijks. Wie zó redeneert heeft in dit leven nog heel veel te leren. In plaats van een stervenshulp-begeleider heb je dan een 'actief werken aan voltooiïng van je leven'-coach nodig. Dáár ligt natuurlijk een gat in de markt.
**
Het artikel van Ten Have is een juweel van helder filosofisch denken en redeneren in de traditie van de thomistische wijsbegeerte (hij is hoogleraar in Nijmegen). Het hele idee van dit burgerinitiatief is een extrapolatie van het moderne maakbaarheidsdenken die vastloopt in een paradox. Alles is en/of moet maakbaar zijn; wat we niet verdragen, en dat is in de eerste plaats alles wat we niet zelf in de hand hebben, moet weg. Oftewel alles wat we niet kunnen duiden, kunnen we niet en hoeven we niet te dulden.
'Wanneer wij zelf vaststellen wanneer en hoe het ultieme moment is gekomen op grond van een soort laatste oordeel, dan is dat een rationeel besluit. Maar zijn dan degenen die daartoe niet “uit vrije wil” besluiten, eigenlijk geen irrationele medeburgers?', vraagt Ten Have. 'Zelfs bij het sterven kan geen onzekerheid worden geduld, want stel dat de zelfdoding mislukt. Daarom wordt gevraagd dat anderen hulp bieden. Zelfbeschikking is blijkbaar niet genoeg. We hebben toch blijkbaar niet alles zelf in de hand. Het principe van de onzekerheid ondermijnt de idee van maakbaarheid van de natuur. De maakbaarheid van de samenleving loopt stuk op ondoorzichtige overheden, bemoeizorg en bureaucratisering. De maakbare mens lijkt als ideaal vooral voort te leven bij een generatie van babyboomers voor wie het vooruitgangsgeloof en maakbaarheidsdenken nu op de individuele burger worden geprojecteerd. ... (Maar) sommige dingen overkomen ons zonder dat we ze kunnen verklaren. Het leven is onvoorspelbaar en onzeker. En daarom nooit voltooid.'
Van zó een stuk filosofie word ik bijna ook een heel klein beetje katholiek.
***
Een totaal andere geest ademt de reactie van psychiater en medisch socioloog Boudewijn Chabot (1941), die om totaal andere redenen ook helemaal niets moet hebben van de 'Uit Vrije Wil'-kongsi. Gisteren verscheen zijn nieuwste boek: Uitweg – Een waardig levenseinde in eigen hand. 'Het samen met Stella Braam geschreven “breed publieksboek” is een met nieuwe aspecten aangevulde compilatie van voorgaande boeken van Chabot over “zelfeuthanasie”. Zelfeuthanasie is de door Chabot gemunte term voor zelfdoding zonder verminking', haal ik uit een interview met hem in de NRC H van 24 februari.
Misschien kom ik er nog eens op terug. Voor vandaag beperk ik me tot het citeren van een passage uit het interview: 'Halverwege het gesprek verheft Boudewijn Chabot zijn stem. „Men wil er niet aan! Men zwijgt erover in alle talen! Wat dat toch is... ik begrijp het niet.” Hij pakt zijn nieuwe boek, wijst naar zijn proefschrift, uit 2007, en zegt: „Laten ze eerst eens ter harte nemen wat hier in staat. Wat ik ontdekt heb en uitvoerig beschrijf wordt gewoon doodgezwegen.” ... '
*
Men wil er niet aan! Wordt gewoon doodgezwegen! Well roared, lion! Zoals gisteren alle Nederlanders zich verwant voelden met Sven Kramer, zo voel ik me, waarde collega, nu bijna een heel klein beetje verwant met u.
Ik citeer nog eens een van de betere doodzwijgsels uit mijn eigen bescheiden carrière. Het gaat over een bijzonderheid die in de recente geschiedenis van de euthanasie voor het eerst genoemd is door de voormalige huisarts dr. Willem Metz in 1975 in een interview dat ik toen met hem maakte.
Metz was in de jaren veertig huisarts in Rotterdam geweest en noteerde dertig jaar later, toen 'euthanasie' uit de absolute taboe-sfeer begon te komen, het volgende over het laatste jaar van de oorlog: 'Het praktijk doen in de oorlog stelde zijn bijzondere eisen ... De meeste indruk heeft het hongeroedeem op mij gemaakt. Als het hongeroedeem optrad, verloren de mensen hun hongergevoel, zij waren slap en moe maar klaagden nauwelijks over iets anders dan hun oedemen. Zij zagen er minder mager uit dan tevoren. En dan plotseling, zonder enige voorbode of strijd, zakten ze in elkaar en waren ze dood. In deze tijd wordt veel over euthanasie getheoretiseerd. Het gaat dan vrijwel uitsluitend om de actieve euthanasie door de arts. Ik vraag me dan altijd weer af waarom de patiënt die om euthanasie vraagt, niet zelf het initiatief neemt door op te houden met eten. Als dat een te zware taak voor hem is, kan zijn vraag om euthanasie dan wel ernstig worden genomen? Het niet-eten wordt de patiënt toch veelal vergemakkelijkt doordat hij er slecht aan toe is, pijn heeft en geen eetlust. Als ik ooit in de situatie (kom dat ik liever dood wil), zal ik weigeren een ander met mijn dood te belasten, maar zelf het besluit tot hongeren nemen. Het biedt de gelegenheid op volwaardige wijze tijdig afscheid te nemen, want de lijder aan honger(oedeem) blijft tot het laatst toe helder. Het leven wordt de vrijwillig hongerende niet ontnomen, hij legt het leven af; en dat is menselijk sterven'.
Memorabel en evenzeer doodgezwegen is dat in september 1996 de toen 80-jarige apotheker met uitzonderlijke kennis van en gevoel voor de franse cultuur, Sara A. Pikaar, aan de Universiteit Utrecht gepromoveerd is op een proefschrift over de traditie van de versterving bij de katharen: Endura - Jeûne ou Suicide? - Voedselweigering of zelfmoord? (in eigen beheer uitgegeven, ISBN 90-393-1206-0). Uitdrukkelijk besteedt zij ook aandacht aan de actuele problematiek van voedselweigering als alternatief voor euthanasie.
Mijmeringen over Sven Kramer en wat hem overkwam. Karma en Erica Terpstra, en iedereen zag alles
Olympische winterspelen, sponsorcontracten, bewakingscamera's, George Orwell, '1984'
Gisteren gebeurde iets dat ik nooit eerder meegemaakt heb. Tot in het Acht uur Journaal werd met zoveel woorden gezegd dat heel Nederland de hele dag over niets anders had gepraat. Dan kan een betrokken burgerjournalist met een dagelijks blogbericht natuurlijk niet achterblijven. Vier gezichtspunten voor overwegingen en vragen tref ik aan in mijn gemoed.
***
Het zal je maar gebeuren ... Weinig topsporters zijn zó intens bewierookt als Sven, en dan dat ...
Is hier nu (ook) sprake van karma? De sublieme ironie wil dat nu juist Erica Terpstra als enige Nederlander zinvol commentaar op die vraag zou kunnen geven [ik zelf kan dat net zo min als enige andere mede-burger]. Een jaar of tien geleden vertelde ze in een interview in het Algemeen Dagblad dat ze aan reïncarnatie gelooft. Dat was toen voor mij aanleiding contact met haar te zoeken, en dat resulteerde in een onvergetelijke ontmoeting. Ik ken niet bij benadering enige andere politicus of andere persoonlijkheid die zich in het publieke debat roert, met wie ik ooit zó zinvol heb kunnen spreken over reïncarnatie en karma als met haar.
Maar als boven-modaal intelligent mens weet Erica natuurlijk ook dat het malheur van Sven niet de gelegenheid is om dit onderwerp aan de orde te stellen. Alleen in het bescheiden mini-hoekje van de publiciteit dat de Volkskrant ons ter beschikking stelt, durf ik het stiekem even aan te roeren.
***
'Déjà Vu', ging ook door me heen toen ik naar het Journaal zat te kijken – in twee betekenissen van 'reeds gezien'.
De video-camera-registratie van de gebeurtenis was, louter video-technisch bezien [ik wil geen misverstanden wekken: dit voorbehoud is essentieel], bijna van de kwaliteit als George Orwell in 'Nineteen-eighty four' beschrijft. Vele malen werden de vele beelden die door de vele camera's waren opgenomen, vaak herhaald in slow motion, afgespeeld, van deskundig commentaar voorzien. In Vancouver op de baan, op de tribune, Sven en zijn coach in de wandelgangen, Erica Terpstra, de thuis-meelevenden in Heerenveen – iedereen zag alles, telkens opnieuw. Alsmaar werden de reeds geziene beelden opnieuw getoond. En je blééf kijken!
Een andere, bijna ook sublieme ironie, wil dat ik dinsdagavond de film 'Déjà Vu' (Tony Scott, 2006) had gezien. Die geeft een boeiend en filosofisch relevant verhaal over wat met deze bewakingscamera-technologie allemaal mogelijk is resp. door de menselijke verbeelding voor mogelijk gehouden zou kunnen worden. Binnen een etmaal zag ik iets daarvan in de echte werkelijkheid.
***
Wat hierboven staat, klinkt allemaal nog relatief afstandelijk. Het geeft nog geen antwoord op de vraag die aan het drama van Sven Kramer vooraf gaat: waarom voelt vrijwel de hele Nederlandse (althans autochtone) bevolking zich zo totaal betrokken bij deze toestand? Ik speculeer over een mogelijk antwoord.
We voelen ons allemaal verbonden met ... - nee, we zijn allemaal een beetje Sven Kramer. Heel diep in ons gemoed maakt dat iets goed van een collectief malheur waar we onbewust allemaal aan lijden: het verlies van onze identiteit. Gisteren kwam het ter sprake in deze blog.
'Onze heilige waarheden hebben we de laatste eeuwen zien verdampen' citeerde ik gisteren in mijn blogbericht de flaptekst van het boek van Rob Wijnberg. 'Zelfs onze identiteit zijn we in de loop der tijd kwijtgeraakt. Hulpeloos dobberen we rond op een zee van informatie, nieuws en meningen, op zoek naar iets wat ons weer ankers geeft.'
En Sven gaf ons dus weer éven onze identiteit terug! Maar zoals de flaptekst meteen verder gaat: 'De moderne journalistiek is ons daar niet erg behulpzaam bij: hypes dicteren de berichtgeving, lichtzinnigheid en entertainment de toon. Wat vandaag de opening van de voorpagina of het journaal is, is morgen alweer achterhaald en vergeten.'
Zo is het maar net. Na één dag ramptoeristische sensatie op de ijsbaan in Vancouver, zal Sven over een dag weer vergeten zijn, en moeten de media andere helden zoeken om ons weer éven een gezamenlijke identiteit te laten beleven.
***
'In cauda venenum', besloot ik ook gisteren: het venijn zit in de staart, in mijn vierde, laatste vraag. Het echt belangrijk aspect van het foutje van de coach van Sven zit in de problemen met de sponsor-contracten.
'It's the economy, stupid', luidt sinds de dagen van Bill Clinton politieke wereldwijsheid-nummer-één. Hoe moet dat nu met de immense bedragen die in het beeldmerk Sven zijn geïnvesteerd?
Het Journaal besteedde er veel aandacht aan, maar gaf geen antwoord. De actuele geldcrisis heeft er een hoofdstukje bij gekregen – overigens is het zuiver kwantitatief natuurlijk amper een voetnoot waard, maar dat terzijde.
Evolutielastering en Rob Wijnberg. Passen filosofie, journalistiek en politiek in één denkraam?
transcendent, godslastering, strafwet, rechtsongelijkheid, Immanuel Kant,
Strafbaarstelling van godslastering in een wet kan helemaal niet. Dat staat in de column onder de mooie titel 'Dat is evolutielastering!' van Rob Wijnberg. 'De meeste argumenten voor het schrappen van de wet (het is een dode letter, belediging is niet aantoonbaar, God `lasteren' is onmogelijk) zijn inmiddels zo vaak gehoord dat ze nauwelijks nog toelichting behoeven', schrijft hij. 'Maar één argument verdient het hier te worden herhaald: met de strafbaarstelling van godslastering was rechtsongelijkheid in de wet verankerd. Want de wet maakte onderscheid tussen de opvattingen en gevoelens van gelovigen en niet-gelovigen en gaf eerstgenoemden voorrang; gelovigen konden op meer wettelijke bescherming van hun opvattingen en gevoelens rekenen dan niet-gelovigen. Dat onderscheid was juridisch onhoudbaar, omdat het haaks stond op het in de Grondwet gegarandeerde recht op gelijke behandeling.'
***
Tot zover uit de aanhef van zijn column. In het vervolg wordt het zo interessant dat ik er een blogbericht over wilde maken:
Het onderscheid is niet alleen juridisch onhoudbaar, 'het onderscheid is ook filosofisch onhoudbaar', gaat Wijnberg verder. 'Niet-gelovige mensen bestaan helemaal niet. Ieder mens heeft principes en opvattingen die hij voor waar houdt; ieder mens gelooft ergens in. Christenen geloven in God, moslims in Allah; liberalen in vrijheid, socialisten in gelijkheid; progressieven in vooruitgang, conservatieven in traditie; empiristen in waarneming, idealisten in ideeën; holisten in alles, nihilisten in niks - en de meeste mensen geloven in duizend-en-een bij elkaar geraapte (en vaak tegenstrijdige) opvattingen tegelijk. Dat we aan het ene stelsel opvattingen het predicaat religieus toekennen en aan het andere niet, is een historisch gegroeide toevalligheid, waar geen enkel rationeel criterium voor bestaat. Moet bijvoorbeeld de opvatting dat homoseksualiteit onnatuurlijk is, worden beschouwd als christelijk, islamitisch of darwinistisch? Is die opvatting religieus als een imam het zegt en niet-religieus als het uit de mond komt van een bioloog? En verdient iemand die zichzelf en zijn wereldbeeld religieus noemt om die reden meer wettelijke bescherming?
Het antwoord is natuurlijk nee. Het predicaat religieus is eigenlijk een fictie. Nu zullen gelovigen zeggen dat er wel degelijk een reden is om het wereldbeeld van een christen, moslim, jood of hindoe religieus te noemen en dat van een wetenschapper, liberaal, atheïst of socialist niet. Die reden is transcendentie. Het onderscheid tussen religieus en niet-religieus zou volgens dit argument berusten op het feit dat een gelovige zich in de rechtvaardiging van zijn opvattingen beroept op een transcendente - dat wil zeggen, buitenmenselijke of niet aardse - bron. Volgens gelovigen is die transcendentie ook de reden dat hun opvattingen meer bescherming behoeven: zij beroepen zich op iets wat slechts bestaat bij de gratie van het geloof erin, en zijn daardoor extra kwetsbaar voor kritiek. Maar als transcendentie het criterium is, dan moet het Verlichtingsdenken van bijvoorbeeld Immanuel Kant evengoed als religie worden aangemerkt. Zijn filosofie heet niet voor niets `transcendentaal idealisme'. Sterker nog, het wetenschappelijke wereldbeeld dat wij nu zo graag niet-religieus noemen, is volledig gebaseerd op Kants concept van de transcendente rede, die voorschrijft dat rationele waarheden (zoals 1+1=2) `absoluut waar' zijn en dus niet afhankelijk van het menselijke perspectief erop. Oftewel: feiten zijn voor wetenschappers met het kantiaanse wereldbeeld net zo transcendent en absoluut als God voor gelovigen. In die zin zou je een wetenschappelijk wereldbeeld evengoed religieus kunnen noemen.
Dat criterium houdt dus ook geen stand. Op fundamenteel niveau zijn alle opvattingen aan elkaar gelijk, in de zin dat ze allemaal berusten op metafysische aannamen die geen rechtvaardiging kennen voorbij het geloof dat men erin heeft. Dat wil niet zeggen dat alle opvattingen gelijkwaardig, even waar of even bruikbaar zijn. Integendeel, als dat zo was, zou er geen reden zijn om überhaupt ergens in te geloven. Maar het betekent wel dat opvattingen allemaal opvattingen zijn. Voor de wet zouden die opvattingen dus gelijk moeten zijn; geen enkel wereldbeeld verdient voorrang of uitsluiting op grond van de naam die we eraan geven.'
**
Tot zover Rob Wijnberg. De column staat in een boek met een verzameling columns van zijn hand dat ik onlangs van een goede vriend kreeg: 'Nietzsche & Kant lezen de krant – denkers van vroeger over dilemma's van nu' (2009). Ik copieer de flaptekst:
'Onze heilige waarheden hebben we de laatste eeuwen zien verdampen. Zelfs onze identiteit zijn we in de loop der tijd kwijtgeraakt. Hulpeloos dobberen we rond op een zee van informatie, nieuws en meningen, op zoek naar iets wat ons weer ankers geeft. De moderne journalistiek is ons daar niet erg behulpzaam bij: hypes dicteren de berichtgeving, lichtzinnigheid en entertainment de toon. Wat vandaag de opening van de voorpagina of het journaal is, is morgen alweer achterhaald en vergeten. Kan de filosofie ons uitkomst bieden? Haar tekortkoming is eerder het tegenovergestelde: diepgravende en ingewikkelde beschouwingen over de zin van het leven vullen de filosofie-bibliotheken. Eeuwigheidswaarde hebben die boeken zeker, maar leren ze ons ook iets over het hier en nu? In 'Nietzsche & Kant lezen de krant' laat Rob Wijnberg zien dat de twee gebreken samen ook een kwaliteit kunnen zijn. Aan de hand van klassieke grootmeesters als Plato en Kant en moderne denkers als Fish en Rorty beantwoordt hij de meest prangende vragen uit de actualiteit. Zijn mensenrechten universele waarheden of westerse dogma's? Discrimineert Geert Wilders moslims als hij kritiek heeft op de islam? Klopt Rita Verdonks `Regels zijn regels' eigenlijk wel? En wat wordt er nu werkelijk bedoeld met dè Nederlander? Het resultaat: journalistiek met diepgang en filosofie met dagwaarde.'
***
Met alles wat in de beide hierboven geciteerde stukken tekst staat, ben ik het helemaal eens. Tegelijk ben ik het er helemaal mee oneens. In de filosofie kan dat, in de journalistiek kan het niet. Daarom moet ik het even uitleggen. Probleem daarbij is dat Wijnberg het allemaal zó glashelder uitlegt, dat er geen speld tussen te krijgen is. De enige oplossing die ik kan bedenken zonder zelf ook te vervallen in 'diepgravende en ingewikkelde beschouwingen' is een paar soundbites. Ze vallen in drie rubrieken. De laatste is de belangrijkste. Wat ik daar stel, is in de meest letterlijke zin essentieel.
*
(1) Filosofie en religie gaan over onoplosbare problemen; politiek, wetgeving, journalistiek en techniek gaan over problemen die hier en nu opgelost moeten worden, wetenschap en kunst zitten daar tussenin. Avant garde, brandstapels en miskenning zijn voor filosofie en religie, een miskende journalist is net zoiets als een miskende acteur.
Wijnberg heeft naadloos gelijk in wat hij over de strafbaarstelling van godslastering schrijft, maar hij kan alleen 'journalistiek met diepgang en filosofie met dagwaarde' presenteren door op een onfilosofische manier aan de oppervlakte te blijven. 'Transcendent' is méér dan wat Kant ervan maakte.
*
(2) '... (Het) wetenschappelijke wereldbeeld dat wij nu zo graag niet-religieus noemen, is volledig gebaseerd op Kants concept van de transcendente rede die voorschrijft dat rationele waarheden (zoals 1+1=2) “absoluut waar” zijn en dus niet afhankelijk van het menselijke perspectief erop', schrijft Wijnberg. 'Oftewel: feiten zijn voor wetenschappers met het kantiaanse wereldbeeld net zo transcendent en absoluut als God voor gelovigen.'
Ook hier passen kanttekeningen. De eerste zin suggereert dat '”het” (= q.q. door alle wetenschappers onderschreven) wetenschappelijk wereldbeeld' volledig gebaseerd is op Kants filosofie, de tweede zin suggereert dat dit alleen geldt voor sommigen van hen, namelijk de 'wetenschappers met het kantiaanse wereldbeeld'. Mijn vermoeden is dat heel wat wetenschappers hun oren eerder laten hangen naar de analytische filosofie en het pas decenniën na Kant (1724 – 1804) in zwang gekomen agnosticisme (Thomas Huxley, circa 1869) laten hangen. Het zou een mooi thema zijn voor een empirisch-wetenschapssociologisch onderzoek.
**
(3) In cauda venenum, het venijn zit in de staart. Mijn laatste punt van kritiek is het belangrijkste. Dit is in letterlijke zin essentieel.
'Transcendent' betekent 'voorbij (deze of gene grens) gaande'. Letterlijk betekent 'transcendo' zelfs voorbij (dit of dat) omhoog, te boven gaan', maar vanwege de combinatie van de suggestieve verwijzing naar het verhevene in deze oorspronkelijke betekenis met de associaties van religie met God en Hogere machten in het algemeen laat ik dit 'Hogere' karakter van 'transcendent' buiten beschouwing; wat wij 'transcendent' noemen, is hier en nu op deze platte (althans door ons als plat beleefde) aarde al voldoende relevant.
Het punt is namelijk dat de 'dimensie' van het transcendente op twee momenten in het leven specifiek concreet wordt: aan het begin en aan het einde. Beide momenten zijn in deze dagen weer eens actueel.
Over de initiatiefgroep van mensen die Uit Vrije Wil willen dat een ander hen helpt een eind te maken aan hun vermeend voltooide leven zonder dat aan de orde komt of na de transgressie van de levensgrens misschien nog een 'hierna' komt, hebben anderen die in deze Mz-blog reageren en ik hier op 9 en 15 februari al geschreven, en er ligt nog een vervolg op de plank te wachten. Daarom en omdat het strafrechtelijk in verband met het betoog van Wijnberg alleen marginaal relevant is, laat ik het hier verder buiten beschouwing.
Het begin van het leven is een ander verhaal. Daarover vindt juist in deze dagen een 'Negenmaandenbeurs' plaats, nu met speciale aandacht voor het actuele thema van de de 20 weken echo. Dàt is transcendentaal- en anderszins filosofisch, journalistiek en strafrechtelijk en in andere opzichten hoogst relevant. Zolang er iets als verloskunde bestaat, zijn er twee diametraal verschillende 'opvattingen' [tussen aanhalingstekens omdat ik de term overneem van Wijnberg] over de status van het 'zwangerschapsproduct' [zo wordt het soms in de verloskunde inderdaad aangeduid]. Voor sommigen is vanaf het moment dat de zaad- en de eicel versmolten zijn een [als zodanig uit de dimensie van het transcendente afkomstige] 'ziel' [tussen aanhalingstekens omdat dit woord zo vaag omschreven is] in dit 'zwangerschapsproduct' aanwezig en is daarom sprake van een mens en is dit 'product' navenant beschermwaardig. Voor anderen krijgt het embryo pas na een aantal weken kenmerken die aan 'ziel' geassocieerd kunnen worden en krijgt het daardoor geleidelijk de status van beschermwaardig mens, tot ... - ja, dan wordt het moeilijk; het probleem is bekend – en het wordt door niemand betwijfeld dat dit een thema is met strafrechtelijke aspecten.
Wordt vervolgd


