Leo Platvoet
zin in een solidaire toekomst

Vandaag precies twintig jaar geleden kwamen onderhandelaars van
PSP, PPR, CPN en EVP bijeen om een gezamenlijk programma voor de
naderende Tweeede Kamerverkiezingen van september 1989 te
bediscussiëren. Ze kwamen er na 23 uur onderhandelen uit en daarmee
was GroenLinks een feit. Ik hield in het voorjaar van 1989 een
dagboek bij over de barensweëen van GroenLinks. Dat dagboek is in
De Helling gepubliceerd. En op mijn website (zie www.leoplatvoet.nl). Hieronder het
fragment over donderdag 18 mei 1989.
In De Rode Leeuw
Om kwart over negen eerst naar de tandarts voor een lastige wortelkanaalbehandeling. Ik arriveer iets te laat in het belegen etablissement 'De Rode Leeuw' op het Damrak dat we met het juiste gevoel voor dramatiek hebben afgehuurd. Afgezonderd voor de buitenwereld, denken we. De CPN-delegatie bestaat maar liefst uit vijf mensen, want Marius Ernsting en Ina Brouwer zijn er ook bij. Voorts zijn er nieuwe, evangelisch geïnspireerde gezichten: de EVP is aangeschoven. Ze hebben positief gereageerd op het voorstel mee te onderhandelen onder de ononderhandelbare voorwaarde dat ze de elfde plaats op de lijst krijgen. Joop Vogt is met vakantie, Henk Branderhorst zal de onderhandelingen voorzitten en ik heb de eer namens de PSP de onderhandelingen te voeren. Voor het programma aan de orde is, zijn we echter uren verder, want de EVP, bij monde van de af en toe omslachtig formulerende Hans Feddema, probeert toch nog het onderste uit de kan te krijgen m.b.t. de rangorde op de lijst. 'Weinig solidair' en 'de kleinste wordt wel erg onheus behandeld' gaan over tafel, maar we geven geen krimp, ook al wordt met schorsingen en telefonisch overleg met de EVP-voorzitter het geduld danig op de proef gesteld. De telefoon blijft overigens het bewijs dat de buitenwereld bestaat. In de loop van de morgen bellen verslaggevers van Volkskrant, Parool en NRC/H op. Via via zijn ze er achter gekomen waar we zitten, maar ik kan ze niet meer meedelen dat er inderdaad op dit moment onderhandeld wordt over een gemeenschappelijk programma.
Onberispelijk geklede obers
De onberispelijk geklede obers kijken enigszins verbaasd naar dat bonte gezelschap wereldverbeteraars maar serveren onverstoorbaar koffie en broodjes. In de loop van de middag beginnen we dan eindelijk aan het programma. Ina Brouwer formuleert namens de CPN het merkwaardige ordevoorstel om over de te verwachten hete hangijzers (NAVO, basisinkomen, socialisatie, republiek) geen standpunten in het programma op te nemen. Een voorstel dat snel van tafel is, want 'als dat wordt besloten, kunnen we beter nu opstappen' is mijn reactie. De -lange- inleiding, geleverd door Ina Brouwer, Henk Branderhorst en Wim de Boer, maar onmiskenbaar eind-geredigeerd door de laatste, levert de nodige discussie op. Het is geschreven als een toespraak in krachtige bewoordingen die bij zachte EVP'ers en voorzichtige CPN'ers nogal eens verkeerd valt. Zodat het nageslacht verstoken blijft van opmerkingen als 'De NAVO is een levend lijk' en 'Als de ozonlaag helemaal vernield is krijgen we kanker'. Algemeen kritiekpunt van CPN en PSP is dat de economische verhoudingen wel erg ecologisch worden gedefinieerd en dat het belang van sociale bewegingen nauwelijks aan bod komt. Met schorsingen en ter plekke geschreven alternatieven komen we er uit. Ina Brouwer heeft inmiddels de middagkranten Parool en NRC/Handelsblad gekocht. En daarin lezen we onder de kop 'Klein Links overlegt over Groen Links' (hoe snel werkt de nieuwe naam!) 'Vertegenwoordigers van de drie partijen zijn vandaag begonnen aan besprekingen over de inhoud van het verkiezingsprogramma. Volgens een deelnemer aan de onderhandelingen is er een duidelijke intentie bij de drie partijen het eens te worden.' Even wanen we ons het middelpunt van de wereld. Vlak daarna komt fotografe Anne Vaiilant binnen die ik voor het PSP-maandblad Bevrijding foto's wil laten maken van deze toch historisch te noemen bijeenkomst. Ze blijkt, weliswaar later, ook door De Waarheid gevraagd te zijn.
Werken naar vermogen, loon naar behoefte
De onderhandelingen over de hoofdstukken verlopen langzaam. Bij het eerste hoofdstuk, dat o.a. over defensie gaat, zet ik hard in. Zinsneden als 'een minimale zelfstandige en niet-nucleaire defensie van Europees formaat' worden eruit onderhandeld, evenals vertragende zinswendingen over het uittreden uit de NAVO. 'Drastische' verlaging van het defensiebudget wordt vervangen door 'stelselmatige' en de huidige militaire oefenterreinen mogen ook van CPN en PPR verdwijnen. Jarenlang gekoesterde vooroordelen van Spekkiaanse PSP'ers tegen het militaristische karakter van CPN en -in mindere mate- PPR worden in een mum van tijd ontmaskerd. Het avondeten wordt door de delegaties in verschillende eetgelegenheden genuttigd. Henk heeft zowaar bij de PSP- penningmeester voor elkaar gekregen dat we op kosten van de zaak een warme hap kunnen nemen. Het wordt een Spaans restaurant op de wallen. De discussie over het basisinkomen en de socialisatie van de economie verloopt moeizaam. De ontkoppeling tussen arbeid en inkomen blijkt er bij de CPN niet in te kunnen. Boe Thio, econoom, blijft vasthoudend in zijn opvatting dat de sollicitatieplicht noodzakelijk is voor een -ook in onze ogen noodzakelijk- goed functioneren van de arbeidsmarkt. Meer als grap stel ik voor als einddoel voor de verhouding tussen arbeid en inkomen de formulering uit het 'communistisch manifest' over te nemen: 'werken naar vermogen, loon naar behoefte'. In de schorsing die volgt komt Boe vragen of 'de PSP deze opmerking serieus meende'. Ik bevestig dat en hij probeert elders de PPR mee te krijgen. Dat lukt hem blijkbaar niet, want na de schorsing komt de PPR zelf met een compromistekst waarin een brede maatschappelijke discussie wordt verlangd over allerhande zaken die met de relatie arbeid/inkomen te maken hebben. Het woord 'basisinkomen' komt er zelfs niet voor. Een uit onderhandelingsstrategie wat ondoordachte zet van de PPR, die door CPN en PSP in dank wordt aanvaard. De socialisatie van de belangrijkste bedrijven is een PSP-stokpaard dat een schorsing noodzaakt. Niet wij, maar de CPN spant zich in om met een aanvaardbare compromistekst te komen 'socialisering van de economie die tot uiting komt in een democratisch beheer van de belangrijkste industrieën en financiële instellingen'. Volgens mijn interpretatie gaat deze tekst nog verder, dus daar zal de PSP zich geen buil aan vallen.
De republiek
De hoofdstukken over milieu en basisvoorzieningen geven aanleiding tot talloze opmerkingen, maar weinig spetterende discussie. Anders ligt dit bij de tekst over democratie. Het is dan inmiddels twee uur 's nachts, maar de BVD, de Eerste Kamer en de monarchie houden ons klaarwakker. De PSP pleit voor opheffing van alle drie, maar zowel CPN, PPR als EVP zien dat niet zitten. De CPN, nota bene het meest begluurd, pleit voor een effectieve democratische controle op de BVD, in plaats van afschaffing. Het meest komisch is de discussie over de monarchie. Nadat ik in een fel betoog de standpunten van de anderen tot a-democratisch en feodaal heb verklaard lijkt er een compromis mogelijk, nl. 'dat Groen Links van mening is dat erfelijke staatsfuncties niet gecontinueerd moeten worden'. Maar onder het mom dat het geen actuele kwestie is (tegenwerping: 'wat ook voor talloze andere zaken uit het program geldt') wordt het afgewezen. Ik eis vervolgens dat het republikeinse standpunt als PSP- minderheidsopvatting wordt opgenomen, hetgeen gebeurt. Vervolgens beginnen Wim De Boer en Boe Thio wat sip te kijken. Boe: 'Tsja, als mensen van ons dat nu lezen gaan ze natuurlijk vragen waarom wij dat standpunt niet hebben ingenomen.' Als laatste hoofdstuk wordt in de vroege uurtjes 'de kwaliteit van de samenleving' behandeld. Weinig kwaliteit, veel slaap.
Partijscheidslijnen
Om 5 uur is het programma klaar. Iedereen staat op om naar huis te gaan. Er heerst een, weliswaar wat vermoeide, euforiestemming. Twee dingen moet nog even geregeld worden. Morgen, of beter gezegd vanavond, is de bijeenkomst in De Beurs van de lokale samenwerkingsfracties. We besluiten dat we natuurlijk wel meedelen dat het rond is, maar dat er nog geen tekst wordt uitgereikt. Wie deelt het mee? Ik stel voor dat Saar Boerlage dat doet als voorzitter van de partij die het initiatief tot de onderhandelingen heeft genomen. Pijnlijker wordt het bij de vraag wie de persconferentie van volgende week moet leiden. Wim de Boer stelt dat dit iemand moet doen die gewend is met de pers om te gaan en doelt daarmee overduidelijk op zich zelf. Ina Brouwer onderschrijft dat. Het is wat vervelend in deze situatie, maar opnieuw trek ik de partijscheidslijnen. De PSP moet dat ook doen. Joop Vogt, stel ik voor, want Saar is met vakantie. 'Laat Henk Branderhorst het doen' oppert Cox Merkelijk 'hij heeft vandaag ook uitstekend voorgezeten.' Aldus geschiedt. In het ochtendlicht fiets ik naar huis. Thuisgekomen raap ik de Volkskrant van de deurmat. 'Klein links doet wellicht toch met een lijst aan verkiezingen mee'. Inderdaad
In De Rode Leeuw
Om kwart over negen eerst naar de tandarts voor een lastige wortelkanaalbehandeling. Ik arriveer iets te laat in het belegen etablissement 'De Rode Leeuw' op het Damrak dat we met het juiste gevoel voor dramatiek hebben afgehuurd. Afgezonderd voor de buitenwereld, denken we. De CPN-delegatie bestaat maar liefst uit vijf mensen, want Marius Ernsting en Ina Brouwer zijn er ook bij. Voorts zijn er nieuwe, evangelisch geïnspireerde gezichten: de EVP is aangeschoven. Ze hebben positief gereageerd op het voorstel mee te onderhandelen onder de ononderhandelbare voorwaarde dat ze de elfde plaats op de lijst krijgen. Joop Vogt is met vakantie, Henk Branderhorst zal de onderhandelingen voorzitten en ik heb de eer namens de PSP de onderhandelingen te voeren. Voor het programma aan de orde is, zijn we echter uren verder, want de EVP, bij monde van de af en toe omslachtig formulerende Hans Feddema, probeert toch nog het onderste uit de kan te krijgen m.b.t. de rangorde op de lijst. 'Weinig solidair' en 'de kleinste wordt wel erg onheus behandeld' gaan over tafel, maar we geven geen krimp, ook al wordt met schorsingen en telefonisch overleg met de EVP-voorzitter het geduld danig op de proef gesteld. De telefoon blijft overigens het bewijs dat de buitenwereld bestaat. In de loop van de morgen bellen verslaggevers van Volkskrant, Parool en NRC/H op. Via via zijn ze er achter gekomen waar we zitten, maar ik kan ze niet meer meedelen dat er inderdaad op dit moment onderhandeld wordt over een gemeenschappelijk programma.
Onberispelijk geklede obers
De onberispelijk geklede obers kijken enigszins verbaasd naar dat bonte gezelschap wereldverbeteraars maar serveren onverstoorbaar koffie en broodjes. In de loop van de middag beginnen we dan eindelijk aan het programma. Ina Brouwer formuleert namens de CPN het merkwaardige ordevoorstel om over de te verwachten hete hangijzers (NAVO, basisinkomen, socialisatie, republiek) geen standpunten in het programma op te nemen. Een voorstel dat snel van tafel is, want 'als dat wordt besloten, kunnen we beter nu opstappen' is mijn reactie. De -lange- inleiding, geleverd door Ina Brouwer, Henk Branderhorst en Wim de Boer, maar onmiskenbaar eind-geredigeerd door de laatste, levert de nodige discussie op. Het is geschreven als een toespraak in krachtige bewoordingen die bij zachte EVP'ers en voorzichtige CPN'ers nogal eens verkeerd valt. Zodat het nageslacht verstoken blijft van opmerkingen als 'De NAVO is een levend lijk' en 'Als de ozonlaag helemaal vernield is krijgen we kanker'. Algemeen kritiekpunt van CPN en PSP is dat de economische verhoudingen wel erg ecologisch worden gedefinieerd en dat het belang van sociale bewegingen nauwelijks aan bod komt. Met schorsingen en ter plekke geschreven alternatieven komen we er uit. Ina Brouwer heeft inmiddels de middagkranten Parool en NRC/Handelsblad gekocht. En daarin lezen we onder de kop 'Klein Links overlegt over Groen Links' (hoe snel werkt de nieuwe naam!) 'Vertegenwoordigers van de drie partijen zijn vandaag begonnen aan besprekingen over de inhoud van het verkiezingsprogramma. Volgens een deelnemer aan de onderhandelingen is er een duidelijke intentie bij de drie partijen het eens te worden.' Even wanen we ons het middelpunt van de wereld. Vlak daarna komt fotografe Anne Vaiilant binnen die ik voor het PSP-maandblad Bevrijding foto's wil laten maken van deze toch historisch te noemen bijeenkomst. Ze blijkt, weliswaar later, ook door De Waarheid gevraagd te zijn.
Werken naar vermogen, loon naar behoefte
De onderhandelingen over de hoofdstukken verlopen langzaam. Bij het eerste hoofdstuk, dat o.a. over defensie gaat, zet ik hard in. Zinsneden als 'een minimale zelfstandige en niet-nucleaire defensie van Europees formaat' worden eruit onderhandeld, evenals vertragende zinswendingen over het uittreden uit de NAVO. 'Drastische' verlaging van het defensiebudget wordt vervangen door 'stelselmatige' en de huidige militaire oefenterreinen mogen ook van CPN en PPR verdwijnen. Jarenlang gekoesterde vooroordelen van Spekkiaanse PSP'ers tegen het militaristische karakter van CPN en -in mindere mate- PPR worden in een mum van tijd ontmaskerd. Het avondeten wordt door de delegaties in verschillende eetgelegenheden genuttigd. Henk heeft zowaar bij de PSP- penningmeester voor elkaar gekregen dat we op kosten van de zaak een warme hap kunnen nemen. Het wordt een Spaans restaurant op de wallen. De discussie over het basisinkomen en de socialisatie van de economie verloopt moeizaam. De ontkoppeling tussen arbeid en inkomen blijkt er bij de CPN niet in te kunnen. Boe Thio, econoom, blijft vasthoudend in zijn opvatting dat de sollicitatieplicht noodzakelijk is voor een -ook in onze ogen noodzakelijk- goed functioneren van de arbeidsmarkt. Meer als grap stel ik voor als einddoel voor de verhouding tussen arbeid en inkomen de formulering uit het 'communistisch manifest' over te nemen: 'werken naar vermogen, loon naar behoefte'. In de schorsing die volgt komt Boe vragen of 'de PSP deze opmerking serieus meende'. Ik bevestig dat en hij probeert elders de PPR mee te krijgen. Dat lukt hem blijkbaar niet, want na de schorsing komt de PPR zelf met een compromistekst waarin een brede maatschappelijke discussie wordt verlangd over allerhande zaken die met de relatie arbeid/inkomen te maken hebben. Het woord 'basisinkomen' komt er zelfs niet voor. Een uit onderhandelingsstrategie wat ondoordachte zet van de PPR, die door CPN en PSP in dank wordt aanvaard. De socialisatie van de belangrijkste bedrijven is een PSP-stokpaard dat een schorsing noodzaakt. Niet wij, maar de CPN spant zich in om met een aanvaardbare compromistekst te komen 'socialisering van de economie die tot uiting komt in een democratisch beheer van de belangrijkste industrieën en financiële instellingen'. Volgens mijn interpretatie gaat deze tekst nog verder, dus daar zal de PSP zich geen buil aan vallen.
De republiek
De hoofdstukken over milieu en basisvoorzieningen geven aanleiding tot talloze opmerkingen, maar weinig spetterende discussie. Anders ligt dit bij de tekst over democratie. Het is dan inmiddels twee uur 's nachts, maar de BVD, de Eerste Kamer en de monarchie houden ons klaarwakker. De PSP pleit voor opheffing van alle drie, maar zowel CPN, PPR als EVP zien dat niet zitten. De CPN, nota bene het meest begluurd, pleit voor een effectieve democratische controle op de BVD, in plaats van afschaffing. Het meest komisch is de discussie over de monarchie. Nadat ik in een fel betoog de standpunten van de anderen tot a-democratisch en feodaal heb verklaard lijkt er een compromis mogelijk, nl. 'dat Groen Links van mening is dat erfelijke staatsfuncties niet gecontinueerd moeten worden'. Maar onder het mom dat het geen actuele kwestie is (tegenwerping: 'wat ook voor talloze andere zaken uit het program geldt') wordt het afgewezen. Ik eis vervolgens dat het republikeinse standpunt als PSP- minderheidsopvatting wordt opgenomen, hetgeen gebeurt. Vervolgens beginnen Wim De Boer en Boe Thio wat sip te kijken. Boe: 'Tsja, als mensen van ons dat nu lezen gaan ze natuurlijk vragen waarom wij dat standpunt niet hebben ingenomen.' Als laatste hoofdstuk wordt in de vroege uurtjes 'de kwaliteit van de samenleving' behandeld. Weinig kwaliteit, veel slaap.
Partijscheidslijnen
Om 5 uur is het programma klaar. Iedereen staat op om naar huis te gaan. Er heerst een, weliswaar wat vermoeide, euforiestemming. Twee dingen moet nog even geregeld worden. Morgen, of beter gezegd vanavond, is de bijeenkomst in De Beurs van de lokale samenwerkingsfracties. We besluiten dat we natuurlijk wel meedelen dat het rond is, maar dat er nog geen tekst wordt uitgereikt. Wie deelt het mee? Ik stel voor dat Saar Boerlage dat doet als voorzitter van de partij die het initiatief tot de onderhandelingen heeft genomen. Pijnlijker wordt het bij de vraag wie de persconferentie van volgende week moet leiden. Wim de Boer stelt dat dit iemand moet doen die gewend is met de pers om te gaan en doelt daarmee overduidelijk op zich zelf. Ina Brouwer onderschrijft dat. Het is wat vervelend in deze situatie, maar opnieuw trek ik de partijscheidslijnen. De PSP moet dat ook doen. Joop Vogt, stel ik voor, want Saar is met vakantie. 'Laat Henk Branderhorst het doen' oppert Cox Merkelijk 'hij heeft vandaag ook uitstekend voorgezeten.' Aldus geschiedt. In het ochtendlicht fiets ik naar huis. Thuisgekomen raap ik de Volkskrant van de deurmat. 'Klein links doet wellicht toch met een lijst aan verkiezingen mee'. Inderdaad
Gisteren (vrijdag 10 april) stond er in het NRC een verhaal
over de totstandkoming van GroenLinks, deze lente twintig jaar
geleden. Onder de pakkende kop ‘PPR heerst in GroenLinks'
werd een aantal ‘founding fathers' (en ook één moeder)
gevraagd hoe ze nu tegen GroenLinks aankijken met de fusie van toen
in het achterhoofd. Algemene conclusie: de PPR heeft gewonnen.
Tamelijk onzinnig. Ik had een aantal weken geleden ook het NRC aan
de lijn. Omdat er allerlei vragen werden gesteld over die
onderhandelingen van toen, verwees ik ze naar het dagboek dat ik
had bijgehouden en dat in 1989 in De Helling is gepubliceerd. En nu
op mijn
website staat. Daar is in het NRC ijverig -maar zeer selectief-
uit geciteerd. Uiteraard hebben we het ook over het GroenLinks van
nu gehad. Blijkbaar was ik de enige dissonant onder de
geïnterviewden.
Republiek
In twintig jaar is GroenLinks -en de wereld om ons heen - ingrijpend veranderd. Maar sommige prikkelende principiële punten blijven. Zoals het standpunt over de republiek. In 1989 was dat het enige minderheidsstandpunt -van de PSP- in het eerste GroenLinkse verkiezingsprogramma. Nu staat het sinds een jaar of tien in elk verkiezingsprogramma. En ook in het ‘beginselprogramma' dat de partij in november 2008 heeft vastgesteld. In dat zelfde beginselprogramma is ook een mooie passage opgenomen over democratisering van de economie. Hét ijkpunt van de PPR in de jaren '80, invoering van het basisinkomen, is in geen velden of wegen te bekennen. Van de huidige elf Tweede en Eerste Kamerleden hebben er vier een PSP-achtergrond, één was lid van de CPN en verder zijn het allemaal ‘nieuwe' GroenLinks-leden. De huidige partijvoorzitter was lid van de PSP. Wat zegt dat over de invloed van de PSP nú? Helemaal niets.
Liberale koers
Het probleem van de GroenLinks is dat de ‘partijtop' zijn eigen weg gaat, ongeacht wat congressen op papier besluiten. En die weg is niet door de PPR ingeslagen, maar door Femke Halsema (ex-PvdA-lid), enkele jaren geleden. De vrijheidslievende koers, die ook in historisch perspectief mooi bij GroenLinks past, heeft plaatsgemaakt voor een liberale koers op sociaal-economisch terrein. En dat past niet bij de PSP, of de CPN, maar zeker ook niet bij de PPR van de jaren '80. Versoepeling van het ontslagrecht, het morrelen aan de duur van de WW, het verhogen van de AOW-leeftijd, de dogmatische opvatting dat eenoudergezinnen geen bijstand mogen krijgen: het zijn recente oprispingen die uit de boezem van de Tweede Kamerfractie van GroenLinks opstijgen. Deze verrechtsing op sociaal-economisch terrein, die voor de financiële crisis inzette, getuigt van een onthutsend politiek onvermogen om fundamentele kritiek op het kapitalistische systeem als referentiepunt van linkse politiek te nemen. En dan leidt onvermogen tot onwil. Of wellicht is het andersom. En zelfs na het ontstaan van die crisis weigert GroenLinks de analyse te maken dat groeidwang, inhaligheid, financiële wanproducten en die idiote overschatting van het verschijnsel bank inherent zijn aan het economisch systeem waarin wij leven. Zelfs de PPR had méér anti-kapitalisme in zich dan de huidige GroenLinks-top.
Onzinnig
Maar de bewering dat de PPR ‘heerst' in GroenLinks is bovenal onzinnig, omdat voor een meerderheid van actieve GroenLinks leden dit geluiden zijn uit een ver verleden. Niet alleen de afkortingen van de partijnamen, maar ook het jargon, die verschillende partijculturen en de daarbij behorende cliché's en etiketten. Een meerderheid van die actieve leden ziet een frisse, leuke, moderne partij, groen, sociaal bewogen en internationaal georiënteerd. Met een kekke partijleidster die, hoewel GroenLinks iedere verkiezing verliest sinds ze in het zadel zit, de uitstraling heeft van een echte winnares. Is het dan de ‘koers van de PPR' die dominant is in GroenLinks. Welke koers? De koers voor progressieve samenwerking in 1972 en de deelname aan het kabinet Den Uyl? De anti-CDA motie in 1977 en dus het niet willen meewerken aan een kabinet Den Uyl II -dat er nooit kwam. Is het de koers om niet mee te willen onderhandelen over een nieuw kabiner in 2007?
GroenLinks balanceert
GroenLinks anno 2009 is een partij die balanceert tussen een tamelijk geraffineerd opererende partijtop die naarstig op zoek was naar het links-liberale gat in de politieke markt, maar sinds de onstuitbare opkomst van Pechtold het spoor bijster is. Een partijtop, die qua politieke opvatting homogeen en links-liberaal is samengesteld. En een actief kader dat niets moet hebben van gezeur uit het verleden. En ook niet graag een politiek meningsverschil met de partijtop tot op het bot uitdiscussieert. Een actief kader dat een kleurrijk palet aan politieke opvattingen heeft en op actuele thema's -of het nu gaat om de financiële crisis, de klimaatverandering of het geweld in Gaza- tot standpunten neigt die in radicaliteit weinig onderdoen voor die van de partijen die ooit aan de wieg stonden van GroenLinks. Het wordt hoog tijd dat die pluriformiteit -en radicaliteit- aan de basis ook weerspiegelt wordt aan de top.
Republiek
In twintig jaar is GroenLinks -en de wereld om ons heen - ingrijpend veranderd. Maar sommige prikkelende principiële punten blijven. Zoals het standpunt over de republiek. In 1989 was dat het enige minderheidsstandpunt -van de PSP- in het eerste GroenLinkse verkiezingsprogramma. Nu staat het sinds een jaar of tien in elk verkiezingsprogramma. En ook in het ‘beginselprogramma' dat de partij in november 2008 heeft vastgesteld. In dat zelfde beginselprogramma is ook een mooie passage opgenomen over democratisering van de economie. Hét ijkpunt van de PPR in de jaren '80, invoering van het basisinkomen, is in geen velden of wegen te bekennen. Van de huidige elf Tweede en Eerste Kamerleden hebben er vier een PSP-achtergrond, één was lid van de CPN en verder zijn het allemaal ‘nieuwe' GroenLinks-leden. De huidige partijvoorzitter was lid van de PSP. Wat zegt dat over de invloed van de PSP nú? Helemaal niets.
Liberale koers
Het probleem van de GroenLinks is dat de ‘partijtop' zijn eigen weg gaat, ongeacht wat congressen op papier besluiten. En die weg is niet door de PPR ingeslagen, maar door Femke Halsema (ex-PvdA-lid), enkele jaren geleden. De vrijheidslievende koers, die ook in historisch perspectief mooi bij GroenLinks past, heeft plaatsgemaakt voor een liberale koers op sociaal-economisch terrein. En dat past niet bij de PSP, of de CPN, maar zeker ook niet bij de PPR van de jaren '80. Versoepeling van het ontslagrecht, het morrelen aan de duur van de WW, het verhogen van de AOW-leeftijd, de dogmatische opvatting dat eenoudergezinnen geen bijstand mogen krijgen: het zijn recente oprispingen die uit de boezem van de Tweede Kamerfractie van GroenLinks opstijgen. Deze verrechtsing op sociaal-economisch terrein, die voor de financiële crisis inzette, getuigt van een onthutsend politiek onvermogen om fundamentele kritiek op het kapitalistische systeem als referentiepunt van linkse politiek te nemen. En dan leidt onvermogen tot onwil. Of wellicht is het andersom. En zelfs na het ontstaan van die crisis weigert GroenLinks de analyse te maken dat groeidwang, inhaligheid, financiële wanproducten en die idiote overschatting van het verschijnsel bank inherent zijn aan het economisch systeem waarin wij leven. Zelfs de PPR had méér anti-kapitalisme in zich dan de huidige GroenLinks-top.
Onzinnig
Maar de bewering dat de PPR ‘heerst' in GroenLinks is bovenal onzinnig, omdat voor een meerderheid van actieve GroenLinks leden dit geluiden zijn uit een ver verleden. Niet alleen de afkortingen van de partijnamen, maar ook het jargon, die verschillende partijculturen en de daarbij behorende cliché's en etiketten. Een meerderheid van die actieve leden ziet een frisse, leuke, moderne partij, groen, sociaal bewogen en internationaal georiënteerd. Met een kekke partijleidster die, hoewel GroenLinks iedere verkiezing verliest sinds ze in het zadel zit, de uitstraling heeft van een echte winnares. Is het dan de ‘koers van de PPR' die dominant is in GroenLinks. Welke koers? De koers voor progressieve samenwerking in 1972 en de deelname aan het kabinet Den Uyl? De anti-CDA motie in 1977 en dus het niet willen meewerken aan een kabinet Den Uyl II -dat er nooit kwam. Is het de koers om niet mee te willen onderhandelen over een nieuw kabiner in 2007?
GroenLinks balanceert
GroenLinks anno 2009 is een partij die balanceert tussen een tamelijk geraffineerd opererende partijtop die naarstig op zoek was naar het links-liberale gat in de politieke markt, maar sinds de onstuitbare opkomst van Pechtold het spoor bijster is. Een partijtop, die qua politieke opvatting homogeen en links-liberaal is samengesteld. En een actief kader dat niets moet hebben van gezeur uit het verleden. En ook niet graag een politiek meningsverschil met de partijtop tot op het bot uitdiscussieert. Een actief kader dat een kleurrijk palet aan politieke opvattingen heeft en op actuele thema's -of het nu gaat om de financiële crisis, de klimaatverandering of het geweld in Gaza- tot standpunten neigt die in radicaliteit weinig onderdoen voor die van de partijen die ooit aan de wieg stonden van GroenLinks. Het wordt hoog tijd dat die pluriformiteit -en radicaliteit- aan de basis ook weerspiegelt wordt aan de top.
Met het voortschrijden van de oorlog die Israël voert in Gaza-strook komt ook de Nederlandse politiek in een steeds lastiger parket. Binnen enkele partijen woedt -nou ja, smeult is een betere term- een intern debat. Bij het CDA zijn Van Agt en Van der Broek criticasters van het ongeclausuleerde pro-Israël beleid van het duo Balkenende en Verhagen. In de PvdA wordt ook gemord. ‘Golden Crisis Boy' Bos wil zijn zojuist vergaarde, weliswaar virtuele, electorale winst niet verspelen door zich uit te spreken tegen zijn premier, maar velen in de PvdA zien dat tandenknarsend aan.
Onbegrip
Ook binnen GroenLinks is er onbegrip over het standpunt dat de Tweede Kamerfractie direct na de inval van Israël in Gaza innam. De Midden-Oosten Werkgroep van GroenLinks stoorde zich aan het persbericht van 2 januari, waarin viel te lezen dat minister Verhagen ‘terecht' het Palestijnse geweld heeft veroordeeld, maar wordt bekritiseerd omdat ‘een veroordeling van het buitenproportionele Israëlische geweld achterwege blijft'. De werkgroep hekelt terecht de term ‘buitenproportioneel', alsof proportioneel geweld van Israël wel te rechtvaardigen zou zijn.
Het standpunt van de Tweede Kamerfractie leunt te veel op de gedachte dat Israël en de Palestijnen in een soort vergelijkbare situatie zitten en beide even veel schuld hebben aan de voortdurende tragedie in het Midden-Oosten.
De Werkgroep schrijft in haar brief aan een aantal ‘partijprominenten': ‘Israël is de militaire agressor, de bezetter, de belegeraar, de etnische zuiveraar en degene die zich al 60 jaar niet houdt aan VN-resoluties en mensenrechtenverdragen. Israël gebruikt al anderhalf jaar ernstig geweld tegen Gaza door de bevolking uit te hongeren en alle verkeer met geweld tegen te houden. Richard Falk, de speciale rapporteur voor de VN noemde dit onlangs een misdaad tegen de menselijkheid en collectieve straf.'
In een persbericht van een paar dagen later (7 januari) wijzigt de Tweede Kamerfractie, wellicht onder invloed van de brief van de Werkgroep, haar koers. De veroordeling door Verhagen van het Palestijnse geweld wordt nu niet meer ‘terecht' genoemd, maar ‘treurig'. De fractie bekritiseert terecht Israël dat een belangrijke voorwaarde van het bestand met Hamas niet is nagekomen, nl. het deels opheffen van de blokkade van Gaza, waardoor de situatie in de dichtbevolkte Gaza-strook de afgelopen 18 maanden dramatisch is verslechterd.
Sancties
Nu kun je je natuurlijk afvragen of dit interne partij-gedoe iets toevoegt, of oplost, aan het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Het antwoord is natuurlijk nee, maar dat geldt voor zo'n beetje alle pogingen die tot nu toe in het werk zijn gesteld om Israël tot de internationale rechtsorde te manen. De Europese Unie kan daar wellicht in samenspraak met de nieuwe Amerikaanse president iets aan veranderen. Zoals het vergroten van de druk op Israël. Maar die ‘druk' moet méér zijn dan alleen woorden. Israël zal met sancties bejegend moeten worden, zolang het weigert VN-resoluties uit te voeren. En er moet gepraat worden met de democratisch gekozen regering van de Palestijnse Autoriteit.
Europese verkiezingen
Het zou een goede zaak zijn als de naderende verkiezingen voor het Europese Parlement mede in het licht komen te staan van een daadkrachtigere betrokkenheid van de EU bij dit conflict, dat nu een oorlog is. En om weer even bij GroenLinks terug te keren: het congres stelt op 7 maart het verkiezingsprogramma vast.
Een van de ingediende amendementen op het concept-verkiezingsprogramma luidt als volgt: ‘De EU dringt er bij Israël op aan de muur af te breken, de nederzettingen te ontmantelen en zich terug te trekken uit de in 1967 bezette gebieden (incl. Oost-Jeruzalem). Voorts pleit de EU voor het openen van de grenzen van Gaza en de Westelijke Jordaanoever voor onder meer handel met de Palestijnse gebieden. Zo lang Israël dit blijft weigeren zorgt de EU voor sancties, waaronder het opschorten van het handelsverdrag en stopzetten van de bilaterale samenwerking. Van een opwaardering van de relaties tussen EU en Israël kan pas sprake zijn als Israël aan deze voorwaarden voldaan heeft.'
In de vandaag gepubliceerde Nieuwsbrief van Kritisch GroenLinks wordt o.a. dit amendement voorgelegd aan de vijf kandidaat-lijsttrekkers voor de Europese verkiezingen met de vraag of ze op het congres voor of tegen dit amendement zullen stemmen. Vier van de vijf kandidaten antwoorden daarop ‘ja'. Ik ben benieuwd of dat ook voor de Tweede Kamerleden geldt.
Jl. zaterdag is het advies van de kandidatencommissie voor de
GroenLinks-lijst voor de komende verkiezingen van het Europees
Parlement gepubliceerd. De kandidatencommissie vindt maar
liefst drie mensen geschikt voor het lijsttrekkerschap - en
daarnaast heben zich nog twee mensen voor die eerste plek gemeld,
zodat er maar liefst vijf namen op het refenrendum-stembiljet staan
dat in januari bij de GroenLinks-leden op de deurmat ploft. Er valt
dus iets te kiezen! Dat was precies wat er vier jaar geleden
ontbrak: kandidatencommissie presenteerden een lijst als
aanbeveling met voor elke plek één kandidaat. Dat leidde tot gemor
op congressen, omdat zo'n kandidatencommissie daarmee te veel macht
had. Na enig gesteggel (zie mijn dinsdagboek van 17 februari 2004) is
die procedure gedemocratiseerd: de kandidatencommissie beoordeelt
nu wie er geschikt zijn voor welke plekken. En als een kandidaat
het daar niet mee eens is, kan hij of zij voor een hogere plek
gaan.
Als je het advies van zo'n kandidatencommissie wat kritisch leest valt van alles op. Zo is de ene kandidaat (Niels van den Berge) weliswaar volgens de commissie een aanstormend talent, maar nog niet geschikt voor de eerste plek. Waarom is niet duidelijk. Gebrek aan concrete politieke, parlementaire ervaring wordt enkele malen expliciet als minpunt genoemd. Echter niet bij Bas Eickhout, die deze ervaring ook moet ontberen, maar wel als een van de kandidaten voor het lijsttrekkerschap wordt genoemd. Tineke Strik gaat ook voor de eerste plek. Tineke is verleden jaar in de Eerste Kamer gekomen na een goede, persoonlijke campagne. Het blijft gissen waarom ze nu, na ruim een jaar, al weer een andere functie wil. Is ze al uitgekeken op het senatorschap? Wij blijven verstookt van dergelijke relevante informatie. Alexander de Roo, tussen 1999 en 2004 lid van het Europees Parlement, wilde wel als kandidaat lijsttrekker, maar wordt door de commissie daarvoor niet geschikt geacht. 'De commissie is niet overtuigd van zijn samenwerkend - en bindend vermogen' zo valt in het advies te lezen. Waar dat dan op gebaseerd is, blijft in het vage.
Alexander de Roo en Niels van dern Berge hebben het advies van de kandidatencommissie naast zich neer gelegd en gaan er voor. Samen met Tineke Strik, Bas Eickhout en Judith Sagrentini. Er valt wat te kiezen, inderdaad.
Als je het advies van zo'n kandidatencommissie wat kritisch leest valt van alles op. Zo is de ene kandidaat (Niels van den Berge) weliswaar volgens de commissie een aanstormend talent, maar nog niet geschikt voor de eerste plek. Waarom is niet duidelijk. Gebrek aan concrete politieke, parlementaire ervaring wordt enkele malen expliciet als minpunt genoemd. Echter niet bij Bas Eickhout, die deze ervaring ook moet ontberen, maar wel als een van de kandidaten voor het lijsttrekkerschap wordt genoemd. Tineke Strik gaat ook voor de eerste plek. Tineke is verleden jaar in de Eerste Kamer gekomen na een goede, persoonlijke campagne. Het blijft gissen waarom ze nu, na ruim een jaar, al weer een andere functie wil. Is ze al uitgekeken op het senatorschap? Wij blijven verstookt van dergelijke relevante informatie. Alexander de Roo, tussen 1999 en 2004 lid van het Europees Parlement, wilde wel als kandidaat lijsttrekker, maar wordt door de commissie daarvoor niet geschikt geacht. 'De commissie is niet overtuigd van zijn samenwerkend - en bindend vermogen' zo valt in het advies te lezen. Waar dat dan op gebaseerd is, blijft in het vage.
Alexander de Roo en Niels van dern Berge hebben het advies van de kandidatencommissie naast zich neer gelegd en gaan er voor. Samen met Tineke Strik, Bas Eickhout en Judith Sagrentini. Er valt wat te kiezen, inderdaad.
Het GroenLinks-congres in Tilburg heeft afgelopen zaterdag 22
november weinig heel gelaten van het voorstel van het partijbestuur
m.b.t. de uitgangspunten van GroenLinks. Van de 15 uitgangspunten
zijn er maar liefst 11 vervangen door andere en meestal betere
teksten. En ook de overige 4 zijn gewijzigd.
Van de 17 amendementen die KGL -vaak samen met een aantal afdelingen en groepen- heeft ingediend zijn er 9 overgenomen en 8 verworpen. Nu is natuurlijk niet ieder amendement even belangrijk. Maar twee cruciale amendementen zijn aangenomen, tegen het pre-advies van het partijbestuur in. Met name met deze twee amendementen heeft het congres de uitgangspunten groener en roder gekleurd.
Het ene amendement voegde aan een het uitgangspunt over ecologische duurzaamheid het volgende toe:
Dat betekent dat iedere wereldburger evenveel recht heeft op een aandeel in de schaarse natuurlijke hulpbronnen, nu en in de toekomst. De economie staat altijd in dienst van het welzijn van de mens en het milieu. Waar deze geschaad worden door voortgaande economische groei kiezen we voor krimp. Milieukosten worden door de veroorzaker betaald. De positie van de laagstbetaalden in de wereld moet worden verbeterd zonder ecologische grenzen te overschrijden. Dat betekent dat Westerse landen hun nationale ecologische voetafdrukken flink moeten verkleinen.
Het andere amendement verving een uitgangspunt voor sociale rechtvaardigheid, met een tekst waarin ook een verband werd gelegd met de noodzak van een andere economische ordening:
GroenLinks staat voor internationale solidariteit en sociale rechtvaardigheid. Iedere wereldburger heeft recht op werk, goed en beschikbaar voedsel en een volwaardig inkomen, vrije tijd, huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg en vrije tijd om in vrijheid het eigen leven vorm te kunnen geven. Om dit te bereiken is een herverdeling van macht en middelen nodig. En is een andere economische ordening nodig, waarin de markt wordt gestuurd door een democratische inbreng van overheid, werknemers, werkgevers en consumenten. Alle economische, sociale en groene kosten worden doorberekend. De regels voor de internationale handel en financieel beleid moeten eerlijk zijn, de macht van financiële ondernemingen moet ingeperkt worden.
Maar er werden ook twee belangrijke amendementen verworpen. Zo haalde een aanmerkelijker kritischere tekst over globalisering het niet. Evenmin als het amendement dat beoogde het uitgangspunt over internationale politiek meer diepgang te geven. Dat laatste amendement werd overigens nipt verworpen (185 stemmen voor, 187 tegen).
Het blijft overigens lastig in te schatten wat precies dat verwerpen betekent. Het partijbestuur haalde steeds hetzelfde argument van stal tegen dit type amendementen: het gaat om uitgangspunten en niet om concrete voorstellen: die horen in het verkiezingsprogramma thuis.
Een ander punt kan ook niet onbesproken blijven: de speech van Femke Halsema. Haar speech werd zeer lauw ontvangen. Plichtmatig werd een rondje ‘langs de partijen' gemaakt. Wat kan ons Mark Rutte schelen? Een inhoudelijk betoog over de betekenis van deze nieuwe uitgangspunten voor GroenLinks was wel het minste wat de congresgangers mochten verwachten. En dan haar uitspraak dat GroenLinks klaar is voor regeringsdeelname. Geen enkele poging om daar een inhoudelijke inzet aan te verbinden. Geen enkele analyse van politieke verhoudingen en maatschappelijke beweging die een nieuwe coalitie -en welke dan?- mogelijk zou maken. Kortom, een -machteloze- slag in de lucht. Opvallend was dat er bij dit onderdeel door drie mensen werd geklapt, maar het verder ijselijk stil bleef. Het klonk ook allemaal bijzonder ongeloofwaardig, voor wie zich nog de opstelling van de kamerfractie herinnert bij de laatste kabinetsformatie.
Van de 17 amendementen die KGL -vaak samen met een aantal afdelingen en groepen- heeft ingediend zijn er 9 overgenomen en 8 verworpen. Nu is natuurlijk niet ieder amendement even belangrijk. Maar twee cruciale amendementen zijn aangenomen, tegen het pre-advies van het partijbestuur in. Met name met deze twee amendementen heeft het congres de uitgangspunten groener en roder gekleurd.
Het ene amendement voegde aan een het uitgangspunt over ecologische duurzaamheid het volgende toe:
Dat betekent dat iedere wereldburger evenveel recht heeft op een aandeel in de schaarse natuurlijke hulpbronnen, nu en in de toekomst. De economie staat altijd in dienst van het welzijn van de mens en het milieu. Waar deze geschaad worden door voortgaande economische groei kiezen we voor krimp. Milieukosten worden door de veroorzaker betaald. De positie van de laagstbetaalden in de wereld moet worden verbeterd zonder ecologische grenzen te overschrijden. Dat betekent dat Westerse landen hun nationale ecologische voetafdrukken flink moeten verkleinen.
Het andere amendement verving een uitgangspunt voor sociale rechtvaardigheid, met een tekst waarin ook een verband werd gelegd met de noodzak van een andere economische ordening:
GroenLinks staat voor internationale solidariteit en sociale rechtvaardigheid. Iedere wereldburger heeft recht op werk, goed en beschikbaar voedsel en een volwaardig inkomen, vrije tijd, huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg en vrije tijd om in vrijheid het eigen leven vorm te kunnen geven. Om dit te bereiken is een herverdeling van macht en middelen nodig. En is een andere economische ordening nodig, waarin de markt wordt gestuurd door een democratische inbreng van overheid, werknemers, werkgevers en consumenten. Alle economische, sociale en groene kosten worden doorberekend. De regels voor de internationale handel en financieel beleid moeten eerlijk zijn, de macht van financiële ondernemingen moet ingeperkt worden.
Maar er werden ook twee belangrijke amendementen verworpen. Zo haalde een aanmerkelijker kritischere tekst over globalisering het niet. Evenmin als het amendement dat beoogde het uitgangspunt over internationale politiek meer diepgang te geven. Dat laatste amendement werd overigens nipt verworpen (185 stemmen voor, 187 tegen).
Het blijft overigens lastig in te schatten wat precies dat verwerpen betekent. Het partijbestuur haalde steeds hetzelfde argument van stal tegen dit type amendementen: het gaat om uitgangspunten en niet om concrete voorstellen: die horen in het verkiezingsprogramma thuis.
Een ander punt kan ook niet onbesproken blijven: de speech van Femke Halsema. Haar speech werd zeer lauw ontvangen. Plichtmatig werd een rondje ‘langs de partijen' gemaakt. Wat kan ons Mark Rutte schelen? Een inhoudelijk betoog over de betekenis van deze nieuwe uitgangspunten voor GroenLinks was wel het minste wat de congresgangers mochten verwachten. En dan haar uitspraak dat GroenLinks klaar is voor regeringsdeelname. Geen enkele poging om daar een inhoudelijke inzet aan te verbinden. Geen enkele analyse van politieke verhoudingen en maatschappelijke beweging die een nieuwe coalitie -en welke dan?- mogelijk zou maken. Kortom, een -machteloze- slag in de lucht. Opvallend was dat er bij dit onderdeel door drie mensen werd geklapt, maar het verder ijselijk stil bleef. Het klonk ook allemaal bijzonder ongeloofwaardig, voor wie zich nog de opstelling van de kamerfractie herinnert bij de laatste kabinetsformatie.


